BLIJF WAKKER ! – DEEL XIII

HOE BEVESTIGEND PARAFRASEREN?

The character in Bruce Springsteen’s song “The Ghost of Tom Joad” is visited by an apparition, the Joad character from Steinbeck’s novel.

And it is there that Springsteen paraphrases the famous monologue that appears in both, the John Ford’s movie & the Woody Guthrie’s song, although he updates it by being more inclusive:

“Tom said, Mom, wherever there’s a cop beating a guy
Wherever a hungry newborn baby cries
Where there’s a fight against the blood and hatred in the air
Look for me, Mom, I’ll be there
Where there’s somebody fighting for a place to stand
Or a decent job or a helping hand
Wherever somebody’s struggling to be free
Look in their eyes, Mom, you’ll see me
[i].”  

Eloïse, Edward en Elvire, indien jullie mij zouden vragen wat ik de krachtigste van de zestien vaardigheden van Creatieve wisselwerking vind, dan is Bevestigend Parafraseren m’n antwoord. Die vaardigheid is zich echter niet makkelijk eigen te maken. Zoals bijna steeds, wanneer het vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces betreft, is veel oefenen en geduld nodig vooraleer die vaardigheid een gewoonte is.

Bevestigend Parafraseren heeft twee evenwaardige delen. Parafraseren is het in eigen woorden weergeven van de essentie van wat je gesprekspartner heeft gezegd. Het is een vorm van actief luisteren. Bevestigen doet uiteraard de persoon wiens uitspraken geparafraseerd worden. Bevestigend Parafraseren voorkomt in hoge mate het verkeerdelijk begrijpen, want het creëert de mogelijkheid om te verduidelijken. 

Bevestigend Parafraseren is dus een vaardigheid die tot doel heeft correct te begrijpen wat tijdens Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, aan bod komt.

Parafraseren is een manier om te laten merken dat men goed luistert. Want parafraseren betekent dat men de informatie van de ander verwerkt, interpreteert en in eigen woorden weergeeft of recapituleert. Soms wordt het begrip samenvatten als synoniem voor parafraseren gebruikt. Zelf zie ik, Eloïse, Edward en Elvire, een klein verschil. Parafraseren doet men na een gespreksbeurt, samenvatten doet men na een groter onderdeel van het gesprek, dus wanneer een onderwerp of thema van het gesprek is afgerond. Beide, parafraseren en samenvatten geven wel jullie gesprekspartner de mogelijkheid om te reageren op jullie begrijpen van wat jullie werd meegedeeld.

Indien correct uitgevoerd, schept parafraseren vertrouwen, en stimuleert het de gesprekspartner om méér te vertellen. Daarom ook hoort deze vaardigheid bij de karakteristiek Authentieke Interactie van Creatieve wisselwerking. Want vertrouwen en openheid zijn de basiscondities van deze karakteristiek.

Wanneer deze vaardigheid inzetten?

Men kan parafraseren op een moment dat de ander even stilvalt, wanneer het lijkt alsof zij of hij niet goed weet hoe het verder moet, of als het verhaal onduidelijk of verwarrend overkomt. Men herhaalt kort in eigen woorden wat men heeft gehoord, zodat de ander weet hoe men zijn verhaal heeft begrepen. 

Deze kan dan beoordelen of de parafrasering klopt, met andere woorden: of men de boodschap goed begrepen heeft en of zij of hij die wel goed heeft verteld. Het geeft haar of hem de gelegenheid iets toe te voegen of te verbeteren. Het is de bedoeling dat uiteindelijk de parafrasering bevestigd wordt; vandaar dat de vaardigheid Bevestigend Parafraseren wordt genoemd.

Niveaus, valkuilen en vuistregels van Parafraseren 

Er zijn drie niveaus van parafraseren te onderscheiden: 

  • Inhoud;
  • Emotie; 
  • Waarden. 

Veelal wordt, in opleidingen rond deze vaardigheid, enkel twee niveaus behandeld: inhoud en emotie. In deze column zal ik ze uiteraard alle drie één voor één beschrijven. 

Indien de drie niveaus worden gebruikt, gebeurt dit in cascade. Als bij een waterval volgen de verschillende niveaus zich op. Let wel, het is niet noodzakelijk om bij elke parafrasering de drie niveaus te gebruiken. Meestal volstaat het parafraseren op het eerste niveau. Het toevoegen van het tweede niveau is nogal eens nuttig. Parafraseren tot en met het derde niveau gebeurt zelden en is wel het krachtigst. Een van de paradoxen van deze vaardigheid!

Met betrekking tot parafraseren op het eerste niveau, de inhoud, zijn er een paar valkuilen: papagaaien en verdraaien van de boodschap. De ene is al gemakkelijker te ontwijken dan de andere. 

Papagaaien houdt in de men precies herhaalt wat een ander zegt. Dit is geen parafraseren maar simpelweg napraten. Dit komt bij de gesprekspartner mechanisch over en kan daardoor op haar of zijn zenuwen werken; waardoor het doel van parafraseren verre van bereikt wordt. Bovendien blijkt uit papagaaien helemaal niet dat men de ander heeft begrepen.

Interpreteren van de boodschap van de ander komt soms neer op het verdraaien ervan. Dit is moeilijker te vermijden omdat onze mindset nu eenmaal de boodschap filtert en ons doet luisteren op een manier die ons eigen, en nogal eens niet zo correct, is. Het voordeel van deze miskleun van een parafrasering is dat de gesprekspartner je er kan op wijzen dat je zijn boodschap hebt verdraaid eerder dan geparafraseerd. Een oprecht mea culpa is in dit geval op z’n plaats. Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, bij parafraseren gaat het niet om jullie interpretaties, maar om een weergave, in jullie eigen woorden weliswaar, van wat de ander heeft medegedeeld, vandaar dat parafraseren een onderdeel is van wat ‘actief luisteren’ wordt genoemd. 

Ten slotte geef ik jullie ook een aantal vuistregels ten aanzien van parafraseren mee:

  • doe het kort en bondig;
  • voeg geen inhoud toe;
  • doe het in eigen woorden;
  • wees niet veroordelend of moraliserend;
  • geef de ander ruimte om te reageren.

Parafraseren op het eerste niveau 

Het eerste niveau spreekt voor zichzelf. Het is het samenvatten van de essentie van wat de ander heeft gezegd. Dit niveau heeft betrekking op de inhoud van de woordelijke mededeling. Je geeft dus zo objectief mogelijk weer wat je denkt dat de ander heeft gezegd, ook al ben je het daar misschien helemaal niet mee eens.

Let wel, de ander heeft jou iets verteld. De bedoeling was jou iets te mee te delen; of dat doel ook is gerealiseerd, is nog maar de vraag. Vandaar dat het soms geen kwaad kan nog eens na te vragen of je het wel goed begrepen hebt: “Bedoel je …?” of “Ik begrijp de boodschap die je tracht over te brengen als volgt …”. Door dit te doen maak je de ander een paar dingen duidelijk: 

  • ik doe mijn best om je goed te begrijpen;
  • ik vertel je wat jouw mededeling voor mij betekent;
  • ik geef je de gelegenheid om me te corrigeren, wanneer ik dingen verkeerdelijk of maar half begrijp.

Omdat je jezelf dwingt om in eigen woorden te zeggen, wat die ander jou liet weten, wordt het voor jezelf ook vaak weer wat duidelijker. Soms blijkt dat men aan bepaalde zaken onwillekeurig te veel waarde heeft toegekend, en aan andere zaken te weinig. Wat voor de ander bijzaak was, heb jij misschien als hoofdzaak opgevat. Parafraseren op het eerste niveau filtert dus de bijzaken uit het gesprek. Door de parafrasering van de inhoud is het ook mogelijk dat de ander merkt dat zij of hij zich toch niet helemaal goed heeft uitgedrukt. De spreker heeft door de parafrasering van de inhoud de kans de puntjes op de i te zetten.

In elk geval versterkt de parafrasering op het eerste niveau het gevoel dat er beiden veel aan gelegen is de inhoud van de boodschap helder te krijgen. Parafraseren op het eerste niveau bevordert bovendien het vertrouwen en daardoor de voortgang van het gesprek. Anders gesteld, correct parafraseren bevordert ook de openheid.

Parafraseren op het tweede niveau

She said, “It grieves me so to see you in such pain I wish there was something I could do to make you smile again.”

I said, “I appreciate that and would you please explain about the fifty was?”

Paul Simon – 50 ways to leave your lover

Men kan, zoals zoals reeds meermaals gesteld (zie Deel XII), niet nietcommuniceren, aangezien men niet alleen communiceert met woorden, maar ook met lichaamstaal en met de wijze waarop men een en ander zegt (toon). Daardoor is het mogelijk ook datgene te parafraseren wat niet letterlijk is gezegd, maar wat men wel heeft opgevangen. Het betreft het uitklaren van de boodschap door de inhoud ende gevoelens die de spreker vertoont, samen te vatten. 

Door het geven van een gevoelsreflectie laat men merken dat men oog heeft voor de ander en zijn gevoelens ernstig neemt. Bij een gevoelsreflectie geeft men in eigen bewoordingen de gevoelens weer die in de woorden of lichaamshouding van de ander doorklinken of tot uiting worden gebracht. Mengaat hierbij niet zozeer in op de inhoudelijke kant van de boodschap,  eerder op de expressieve cq. relationele kant.

Emoties worden vooral door het lichaam vertolkt. Het is niet toevallig zo boeiend om naar mensen te kijken: zij zijn expressief. Dat wil zeggen dat mensen van alles laten zien, vaak zonder dat ze zich daarvan zelfbewust zijn. Men spreekt van een tweede communicatieniveau; soms kan datgene wat iemand zegt, in tegenspraak zijn met wat zij of hij ‘uitstraalt’. Dat kan heel verwarrend zijn: vandaar dat het ‘bevestigend parafraseren’ op dit tweede niveau een sterk hulpmiddel is om de non-verbale communicatie van de spreker (zie Deel XII) te parafraseren: “Je zegt dit … maar je lichaam en je toon zeggen dat … Wat wil je mij nu eigenlijk zeggen?” 

Bij het parafraseren op het eerste én tweede niveau parafraseer je wat – volgens jou – de ander zei, bedoelde en voelde. Men parafraseert, naast de betekenis én de intentie van de woorden ook het gevoel dat bij de ander overheerst. Bij het weergeven of spiegelen van het gevoel van de ander is uiteraard zeer belangrijk dat het juiste gevoel, met de juiste toon en de juiste intensiteit, wordt weergegeven. Nogmaals, men checkt hiermee of men de ander goed heeft begrepen en de ander voelt zich geaccepteerd en ernstig genomen. Het benoemen van het gevoel van de spreker kan enorm opluchtend werken bij haar of hem. Zij of hij voelt zich namelijk diepgaand begrepen. Bovendien wordt zij of hij daardoor gestimuleerd om meer te vertellen en haar of zijn verhaal volledig te doen. Er wordt dieper ingegaan op het onderwerp of thema.  

Bij het parafraseren op het eerste niveau valt de nadruk op de inhoud: wàt zei de ander tegen mij? In een gesprek is echter, zoals ook al eerder werd gezegd, de wijze waarop iets wordt gebracht vaak heel betekenisvol. Bij het tweede niveau parafraseren valt de nadruk meer op dit laatste: de wijze waarop iets werd verteld: “Hoor ik het goed – ben je wat somber vandaag?” Het tonen van respect voor haar of zijn standpunt (bv. “Ik begrijp hoe je je voelt; in jouw plaats zou ik net zo teleurgesteld zijn.”) kan zo de weg effenen voor een constructief gesprek. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de betrokkenheid oprecht is, iets wat zowel door wat men zegt en hoe men het zegt (het eigen non-verbaal gedrag) dient te worden ondersteund.

Parafraseren op het tweede niveau kunnen we het best omschrijven als: de ander confronteren met gevoelens en indrukken die zij of hij bij jou oproept. Anders gezegd: goed luisteren naar een ander veronderstelt ook dat men attent is op wat het gedrag van de ander teweegbrengt, en hoe men gevoelsmatig op de ander reageert. Parafraseren op het tweede niveau is de emotionele component van het gesprek bespreekbaar maken: “Ik hoor iets van aarzeling in je stem, of vergis ik me?”; “Ik ben blij dat je dat zo eerlijk tegen me zegt!” enz. 

Het is uiteraard zo dat men ook op het tweede niveau interpreteert. Men interpreteert namelijk het gevoel, de emotie van de gesprekspartner. Het is dus mogelijk dat men zich vergist. Dit ook meegeven bij de parafrasering is een pluspunt. Het geeft de gesprekspartner zowel de gelegenheid om te weten hoe zij of hij overkomt als om haar of zijn emotie te verduidelijken.

Parafraseren op het derde niveau 

Parafraseren op het derde niveau is eigenlijk het parafraseren van de waarde die tijdens de communicatie aan zet of geraakt is. Emoties wellen nu eenmaal niet zomaar op. Emoties overvallen je, wanneer de gepercipieerde werkelijkheid in schril contrast staat met de gewenste werkelijkheid en met jouw actuele waarden. Deze emoties kunnen leiden tot twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning. De emotionele spanning is verbonden met de Vicieuze Cirkel en leidt wegens het ‘moeten’ tot verkramping. De creatiespanning daarentegen is verbonden met het creatief wisselwerkingsproces en leidt door het ‘kiezen’ tot bevrijding. Over die soorten spanningen hebben we het overigens al eerder gehad. Kortom, in sommige gevallen kan het geraakt zijn van de eigen waarden de oorzaak zijn van de emotie. Daarom is het in die gevallen nuttig die waarden te parafraseren: “Ben je zo teleurgesteld omdat je de indruk hebt dat je niet gerespecteerd wordt?”, “Ben je zo kwaad omdat je ervan overtuigd bent dat er niet fair gehandeld wordt?” 

Out beyond ideas of wrong doing and right doing,

There is a field. I will meet you there.

Jalal ad-Din Rumi

Wat bij het parafraseren op het derde niveau opvalt, is dat wij elkaar ontmoeten op dit niveau van waarden.

Omdat we verre van zeker zijn dat we het met onze parafrasering bij het rechte eind hebben, wordt deze steeds in vraagvorm geformuleerd. Het is aan de zender van de boodschap om onze perceptie al dan niet te bevestigen. 

Belangrijke voorwaarde! 

Alles staat of valt uiteraard met de eerlijkheid van diegene die bevestigt. Indien deze een parafrase bevestigt die niet correct is, dan denkt diegene die geparafraseerd heeft, dat zij of hij de boodschap begrepen heeft. Niets is misschien minder waar. Zoals reeds eerder gesteld, elke vaardigheid kan misbruikt worden. En dat laatste is steeds het geval wanneer men de vaardigheid niet eerlijk gebruik (bijvoorbeeld teneinde anderen te manipuleren). 

Hoe werkt het? 

Een paar tips: 

  • Parafraseer regelmatig maar niet constant. Men onderbreekt met de parafrasering immers even het denkproces van de ander. Men parafraseert wel quasi continu bij een specifieke ‘problem solving’ methodiek, waar het een standaard onderdeel van de methodologie is en bij de communicatietechniek die wordt gebruikt bij heel specifieke commando’s (bijvoorbeeld tussen de commandobrug en de machinekamer op een schip). 
  • Parafraseringen moeten ondersteunen, niet storen.
  • Probeer de parafrasering helder te formuleren en alleen de essentie van het gezegde in eigen woorden weer te geven.
  • Ook als men niet zeker is van de juistheid van jouw parafrasering, geeft menze toch. Hierbij gebruikt men opnieuw het eerste deel van de ‘two-fold commitment’ van Henry Nelson Wieman: “Geef altijd het beste van je denken (het tweede sluit daarbij, zoals we weten, naadloos aan) terwijl je open blijft voor het proces dat dit beste van je denken nog zal verbeteren”. Inderdaad, indien de parafrasering niet correct is, zal de andere persoon direct aanvullen wat ontbreekt of deze herformuleren.
  • Parafrasering kan men ook goed combineren met een vraag, bijv.: “Je beschrijft waarom je het zo druk hebt (parafrase), is dat al lang zo? (vraag)”
  • Dit alles zorgt voor een effectievere communicatie door:
    • Aandacht voor en erkenning van de bijdrage van de verteller;
    • Een check op een goed begrip van hetgeen werd gezegd;
    • Het voorkomen dat men blijft hangen in een welles-nietes discussie;
    • Verheldering van het gezegde voor jezelf en de anderen;
    • Een rustpunt in een verhaal; 
    • Een mogelijkheid een (deel van een) verhaal af te sluiten. 

[i]Bruce Springsteen, The Ghost of Tom Joad song uit het album The Ghost of Tom Joad, Colombia Records, 1995 (Geïnspireerd door ‘The Grapes of Wrath’, John Steinbeck’s epos, 1939; John Ford’s film adaptatie van dat boek, 1940; alsook Woody Guthrie’s lied The Ballad Of Tom Joad, 1960 – Tom Joad is de hoofdfiguur van dit boek van John Steinbeck).

BLIJF WAKKER ! – DEEL XII

HOE NON-VERBALE COMMUNICATIE ONTCIJFEREN?

Non-verbale communicatie vereist dat men elkaar observeert.

Eloïse, Edward en Elvire, bekijk ‘ns onderstaande clip van een optreden van The Boss en waardeer diens non-verbale communicatie met verschillende leden van z’n uitgebreide E-Street Band:

Deze clip is een captatie van een song die tijdens het optreden door het publiek gesuggereerd werd. Een staaltje van improvisatie waarbij uiteraard vocale communicatie belangrijk is. Dat er ook non-verbale communicatie aan de pas komt en hoe die begrepen wordt, is duidelijk in deze clip te zien. Zo suggereert Bruce Springsteen (5:29) een dansbeweging aan de sax solist. Zelfs midden in z’n solo houdt deze Bruce in het oog en daardoor gaat hij naadloos met Bruce in een dansbeweging. Bemerk ook de non-verbale communicatie tussen “The Boss” en de blazers (6:59). Nog meer non-verbale, non-vocale communicatie is er gaande: kijk maar ‘ns hoe de ogen van de trompetspelers op het eind zijn vast geklonken op Bruce. Het is tijdens een live optreden belangrijk dat iedereen op het zelfde moment het orgelpunt zet!

Eloïse, Edward en Elvire, de waarde van deze vaardigheid wordt veelal onderschat. Wij zijn het ons niet steeds bewust, maar non-verbale communicatie spreekt het luidst. De effectiviteit van jullie spreken hangt niet enkel af van watjullie zeggen, maar ook van hoejullie dit zeggen. Jullie non-verbaal communicatie gedrag kan, hoe anderen op jullie boodschap reageren, beïnvloeden. 

Wanneer Demosthenes werd gevraagd wat het belangrijkste deel was van de redenaarskunst antwoordde hij: “actie”, ook beantwoordde hij de vraag wat het tweede belangrijkste deel was met “actie” en ten slotte gaf hij op de vraag wat het derde belangrijkste was nog steeds hetzelfde antwoord[i]. Mensen hechten nu eenmaal meer geloof aan acties dan aan woorden. Jullie hebben ooit wel eens de uitdrukking gehoord: “Zijn daden waren zo overdonderend dat we zelfs niet hoorden wat hij zei” en ook wel: “Luister naar mijn woorden, kijk niet naar mijn daden” (cf. George HW Bush’s “Read My Lips” quote[ii]). Alles wat we doen, is een communicatiemiddel dat onderworpen is aan de interpretatie van anderen. Dus denk eraan, zelfs niet ageren, is een manier van communiceren!

De functie van communicatie, zowel op verbaal (de taal) als op non-verbaal (alles buiten de taal) niveau, is invloed uitoefenen op onze omgeving. Gedurende tweegesprekken worden de boodschappen terzelfder tijd op die twee niveaus gestuurd. Indien er incongruentie is tussen de non-verbale elementen en de gesproken boodschap wordt de communicatie gehinderd. Juist of niet, de ontvanger van de communicatie baseert de intenties van de zender hoofdzakelijk op de non-verbale signalen die hij ontvangt. 

Wanneer men aan het woord is, kan een bepaald non-verbaal gedrag er de oorzaak van zijn dat de anderen stoppen met luisteren. Wanneer het non-verbaal gedrag van de spreker de gesprekspartner de indruk geeft dat de spreker zelf niet geïnteresseerd is in wat zij of hij  vertelt, dan zou diegene die luistert wel eens kunnen besluiten dat de boodschap niet belangrijk genoeg is om er goed naar te luisteren. Het non-verbaal gedrag van de spreker kan het de gesprekspartners moeilijk maken om de boodschap überhaupt te begrijpen. Wanneer het non-verbaal gedrag de aandacht naar de spreker zelf toetrekt, worden de toehoorders van de inhoud van de boodschap weggetrokken en kan hun “begrijpen van de boodschap” sterk onder druk komen te staan. Ontvangers kunnen het dus moeilijk hebben met het geloven van de boodschap wegens het non-verbaal gedrag van de zender. Wanneer het non-verbaal gedrag van de zender aangeeft dat zij of hij eigenlijk maar weinig vertrouwen heeft in haar of zijn boodschap, is het niet verwonderlijk de ontvangers te horen stellen dat zij er niet zeker van zijn dat de boodschap van de spreker wel accuraat is. Wanneer bovendien de non-verbale boodschap van de spreker in tegenspraak is met de verbale boodschap dan zullen de gesprekspartners meestal aannemen dat de verbale boodschap vals is. 

Eloïse, Edward en Elvire, non-verbale communicatie omvat drie principes en kan daarnaast worden onderverdeeld in vocale signalen en lichaamstaal. Ik zal eerst de algemene principes van non-verbale communicatie voorstellen en nadien de verschillende elementen van zowel vocale non-verbale signalen als pure lichaamstaal beschrijven. Omdat non-verbaal gedrag zulke belangrijke effecten kan hebben op de reacties van de verschillende gesprekspartners op jullie boodschap, werd dit onderdeel uitgewerkt opdat jullie later jullie eigen non-verbaal gedrag zouden kunnen identificeren en evalueren. Daarna kunnen jullie, indien nodig, een actieplan opstellen ter verbetering van dit gedrag. 

Principes van Non-Verbale Communicatie 

Non-verbale communicatie omvat drie principes:

Principe #1 Het is onmogelijk niet te communiceren

Inderdaad, zelfs al zeg je niets, dan nog communiceer je! Communicatie bestaat namelijk niet alleen uit woorden. Ook zonder woorden communiceren we in hoge mate (i.e. non-verbaal). De stelling dat niet communiceren niet mogelijk is, werd voor het eerst geduid door Paul Watzlawick, een Oostenrijks-Amerikaans psycholoog en filoloog[iii]. Hij zag communicatie als een vorm van gedrag. Vervolgens stelde hij – als eerste van z’n vijf axioma’s – dat er niet zoiets bestond als niet-gedrag, met andere woorden men kan zich niet nietgedragen. Door dan te aanvaarden dat elk gedrag in een interactie een communicatie is, kwam Watzlawick tot zijn ondertussen vermaarde uitspraak: “Men kan niet nietcommuniceren.”

Maar nog voordat Paul Watzlawick die uitspraak deed, had een Amerikaanse psycholoog, uitgaande van een eigen onderzoek, aangetoond dat, in bepaalde opstandigheden, ongeveer negentig procent van wat we overdragen, door non-verbale communicatie gebeurt. Nogmaals, de term ‘verbaal’ omvat in dit verband enkel het gebruik van woorden en zinnen. De wijze waarop iemand praat, geeft dus enorm veel informatie. Dit noemen we de non-verbale communicatie. Op de keper beschouwd omvat non-verbale communicatie twee soorten: de vocale non-verbale en de non-vocale non-verbale. De meest bekende, en ook meest uit z’n verband gerukte, theorie in dit verband is de deze van die Amerikaanse psycholoog Abraham Mehrabian. Hij stelt dat, wanneer het om uiting van gevoelens en attitudes gaat, 55% van de communicatie bestaat uit lichaamstaal, 38% wordt geuit door de stemklank en slechts
 7% wordt gecommuniceerd door middel van woorden. 

Mehrabian moet je echter goed begrijpen, hij stelt niet dat dit geldt voor elkecommunicatie. De ‘formule van Mehrabian’ (7% / 38% / 55%) is namelijk tot stand gekomen in situaties waarin sprake was van incongruentie tussen woorden en de (non verbale) expressie. 
Ander gesteld, in die situaties waar woorden niet overeenkwamen met de gezichtsuitdrukking. Wanneer woorden, stemklank én lichaamstaal consistent zijn met elkaar, is het duidelijk dat de woorden de boodschap dragen. Wanneer het echter gaat om ‘mixed messages’, waarbij woorden, stemklank én lichaamstaal incongruent zijn en met elkaar in tegenspraak, neemt de non-verbale taal de bovenhand en wordt daaraan het meeste geloof gehecht. 

Indien ik bijvoorbeeld zeg, dat ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vertrouw, terwijl de klankleur van mijn stem, mijn gelaatsuitdrukking en/of lichaamstaal het tegenovergestelde suggereert, dan zal gebrek aan vertrouwen de boodschap zijn die jullie zullen oppikken. Dit was specifiek bij het onderzoek van Mehrabian: mensen de uitdrukkingen die ze zagen en niet de woordelijke boodschap geloofden

Abraham Mehrabian was uiteindelijk zelf niet zo gelukkig met het gegeven dat z’n ‘formule’ meestal uit haar verband werden gerukt en daardoor een ‘mythe’ werd. Hij schreef later in z’n boek ‘Silent Messages’[iv]hoe één en ander geïnterpreteerd dient te worden. Ten slotte staat letterlijk op z’n website[v]:“Houd er alstublieft rekening mee dat deze en andere vergelijkingen met betrekking tot het relatieve belang van verbale en non-verbale boodschappen zijn afgeleid uit experimenten die betrekking hadden op de communicatie van gevoelens en attitudes (dat wil zeggen, voorkeur-afkeer). Deze vergelijkingen zijn van toepassing mits de communicerende partijen praten over hun gevoelens of attitudes.” Niettegenstaande deze lovenswaardige pogingen om de puntjes op de i te zetten, blijft de mythe voortbestaan. Eloïse, Edward en Elvire, gelukkig heb ik zelf in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vi]de theorie van Mehrabian correct weergegeven.

Dit wil niet zeggen dat non-verbale communicatie niet belangrijk zou zijn. Nogal veel wetenschappers en nog meer pseudowetenschappers, die van het ontkrachten van mythes hun hoofdbezigheid gemaakt hebben, gooien het kind met het badwater weg. Non-verbale communicatie is belangrijk. Zelfs wanneer de klank (vocale gedeelte) en de lichaamstaal (non vocale gedeelte) niet te horen of te zien is. Wanneer men namelijk een e-mail krijgt met betrekking tot om het even wat en men wordt midscheeps geraakt, dan wil men wel eens direct op de mail reageren. Stop! Bedenk dan dat men maar over een klein gedeelte van de inhoud van de boodschap beschikt, namelijk de woorden. Wat er in feite gebeurt, is dat men die woorden (van de mail) in  het brein uitspreekt. Men legt dus de (klank) accenten zelf en voegt zelf grimassen toe. Zo construeert men de ‘volledige’ boodschap. Deze geïnterpreteerde boodschap is, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, verre van de boodschap die de schrijver van de mail beoogde. Fors reageren op een verkeerde interpretatie van een mail – en in jullie geval, Eloïse, Edward en Elvire een sms of Messenger/WhatsApp boodschap – is vragen om een oeverloze discussie en/of ruzie. Beter is het een gesprek aan te gaan met diegene die jullie de boodschap stuurde. Met de huidige communicatie middelen (Skype, FaceTime, …) is het mogelijk om ook de non-verbale communicatie elementen echt te zien en ook de klankleur te horen, zodat de appreciatie ervan iets makkelijker wordt. Men kan dan ook de bijkomende vaardigheid Bevestigend Parafrasereninzetten, waarover in Deel XIII meer.

Volgens professor E. Van Avermaet (KU Leuven) gaat men ervan uit dat non-verbaal gedrag spontaner en oprechter is dan het verbale gedrag. Bijgevolg is volgens hem de informatie gewonnen uit non-verbaal gedrag een betere weerspiegeling van iemands ware kenmerken, attitudes en gevoelens dan de informatie uit verbaal gedrag. 

Kortom, zelfs al trachten we communicatie vermijden, deze pogingen zijn gedoemd om te mislukken. Wanneer de andere persoon aanwezig is en communicatie verwacht, zal stilte op zichzelf de ander reeds een stuk informatie geven met betrekking tot onze geestesgesteldheid. Anders gesteld, ofschoon het mogelijk is niet te spreken, is het onmogelijk geen non-verbale signalen te zenden. Deze signalen worden uiteraard door de ander geïnterpreteerd. Woede bijvoorbeeld wordt soms beter gecommuniceerd door het rood aanlopen van het gezicht, vergezeld van diepe stilte, dan wanneer ze in woorden wordt uitgedrukt. De vraag bij dit alles is: “Is de interpretatie van de non-verbale communicatie wel de juiste. Daarover, zoals reeds gesteld, meer in volgende column (Deel XIII).

Principe #2 Non-verbale signalen communiceren gevoelens en attitudes
 heel efficiënt

Studies hebben aangetoond dat de gevolgtrekkingen die we maken, betreffende de geestesgesteldheid of het denkkader van de ander, gebaseerd zijn op de non-verbale signalen die wij opvangen. We beoordelen heel zelden de belangrijkste attitudes en gevoelens van een andere persoon, ons enkel baserend op wat hij zegt; wij steunen daarbij vooral op de non-verbale signalen die zijn verbale boodschap vergezellen.  

Furthermore,

I hope my meaning won’t be lost or misconstrued.

But I repeat myself at the risk of being crude …

Paul Simon – 50 Ways To Leave Your Lover

Kortom, ik blijf er dus van overtuigd dat we ons als ontvanger van een boodschap voornamelijk laten leiden door de gezichtsuitdrukking van de zender, omdat deze uitdrukking een betere indicator is van de betekenis van de boodschap dan de gebruikte woorden. 

Principe #3 Non-Verbale boodschappen worden een grotere validiteit toegedicht 

Van zodra we een contradictie detecteren tussen de verbale en de non-verbale boodschappen, zijn we geneigd om de non-verbale boodschap eerder te geloven dan de boodschap. 

De nerveuze, ongemakkelijke houding en bevende stem van iemand die stelt dat hij er zeker van is dat niemand van zijn mensen iets weet of betrokken zou kunnen zijn bij een recente diefstal, worden meer serieus genomen dan diens woordelijke boodschap. De grimas van de bedrijfsleider, vergezeld van een onheilspellende klank in zijn stem en een weinig comfortabele uitstraling – terwijl hij vertelt dat het volgens hem weinig waarschijnlijk is dat we zullen behoren tot de groep mensen die bij de huidige ‘right sizing’ oefening zullen ontslagen worden – zal een specifiek effect hebben. Zijn non-verbaal gedrag, zal ons er namelijk eerder toe aanzetten om koortsachtig naar een andere job op zoek te gaan, dan onze vrije tijd te spenderen aan het bedenken van manieren om de huidige job beter uit te voeren. In elk van beide gevallen zal men eerder de non-verbale dan de verbale signalen geloven omdat we intuïtief aanvoelen dat de zender minder controle heeft over de non-verbale signalen dan over de verbale boodschap, en dat deze signalen dus eerder de echte gevoelens van de zender vertolken. 

Elementen van vocale non-verbale communicatie

Nogmaals, met verbale communicatie wordt bedoeld het overbrengen van 
de boodschap door woorden en zinsconstructie en met vocale, non-verbale communicatie het over
brengen van de boodschap door de manier van spreken; en daarmee is ‘klank’ gemoeid. 

Men kan de volgende onderverdeling maken:

Spreektempo heeft te maken met de snelheid waarmee men spreekt en dat verschilt nogal van mens tot mens. Wanneer men traag spreekt kan dit overkomen alsof men rust of overwicht wil uitstralen. Het kan ook zijn dat men op zoek is naar de juiste woorden om de gedachten correct te formuleren. Een andere mogelijkheid is dat men door langzaam te spreken het belang van de boodschap extra wilt benadrukken. 

Snel spreken wordt meestal gezien als een teken van haast. Snel praten kan ook het gevoel oproepen dat je je niet op je gemak voelt. De snelheid van de woordenstroom hangt af van factoren als gemoedsgesteldheid, context en hoeveelheid tijd die men beschikbaar heeft om de boodschap te geven. Mogelijke problemen met het spreektempo zijn dat men te vlug, te traag spreekt of met te weinig variatie in het woordendebiet spreekt. Te vlug spreken kan de oorzaak zijn dat de boodschap niet begrepen wordt. Te traag spreken kan ervoor zorgen dat de gesprekspartner afhaakt uit verveling of ongeduld. 

De woordenstroom wordt ook bepaald door het aantal en de lengte van de pauzes die men inlast. Pauzes kunnen ervoor zorgen dat ofwel het idee, dat voor de pauze komt of onmiddellijk erna, onderstreept wordt. Wanneer men pauzes gebruikt, dient men zorgvuldig te vermijden dat men deze zelf vult met nietszeggende stopwoorden.

Soms worden woorden gebruikt als vocale pauzes, zoals “ja”, “niet?” en “OK”. 

Intonatie. Toonhoogte of intonatie heeft te maken met de hoogte of laagte van de stem op de toonladder. Iedere stem heeft een bepaald bereik waarbinnen ze comfortabel is. Omdat een aantal ongewenste persoonlijkheidskenmerken verbonden worden met hoge toonhoogtes – terwijl lage toonhoogtes dan weer verbonden worden met positieve persoonlijkheidskarakteristieken – spreekt men het best in de laagste helft van het normale bereik.

Het belangrijkste probleem inzake toonhoogte is het gebrek aan variëteit. Indien je dezelfde toonhoogte gebruikt gedurende het ganse gesprek, dan wordt de vlakke stem meestal geëvalueerd als een signaal van gebrek aan interesse en enthousiasme. Het veranderen van toonhoogte is heel belangrijk om het verhaal levendig te houden. Monotoon praten gaat de luisteraar snel vervelen. 

Volume. De geluidssterkte of het volume is afhankelijk van de hoeveelheid kracht die de persoon gebruikt bij het spreken. Deze hoeveelheid kracht wordt beheerst door het diafragma. Hoe meer we deze spier – die de borstholte scheidt van de buikholte – bij het spreken inzetten, des te luider spreken wij. Problemen met geluidssterkte kunnen veelvoudig zijn. Zo kan je enerzijds zo zacht spreken dat ofwel de luisteraars je niet horen ofwel zo veel moeite moeten doen zodat ze vermoeid geraken en uiteindelijk afhaken. Je kunt anderzijds zo luid spreken dat de geluidssterkte de boodschap overstemt. Je kunt uiteraard ook zo weinig variëteit brengen in de aangewende geluidssterkte dat de monotonie de boodschap ondermijnt. Je kunt ten slotte ook de zin starten met een correcte geluidssterkte maar onhoorbaar worden aan het einde ervan. 

Problemen met volume worden nogal vaak geïnterpreteerd als tekenen van angst, spanning of onzekerheid. Het is belangrijk om af te wisselen. Het volume wordt soms gebruikt om de aandacht op te eisen. Dit gebeurt zowel door zeer luid als door zeer zacht te spreken. Dit kan wel manipulatief overkomen.

Stemkwaliteit of Klankkleur. Door de klankkleur kunnen we iemand die we horen maar niet zien, toch herkennen. Kwaliteit of timbre van een stem onderscheidt ze van andere stemmen met dezelfde toonhoogte en volume. De meeste stemmen zijn aantrekkelijk of onaantrekkelijk omwille van de verschillen in de grootte en de vorm van de keelholte en mond. De mogelijkheden om onze stemkwaliteit te beheersen worden dus enigszins gelimiteerd door de grootte en vorm van deze resonantie-holtes. Toch kan door oefening de kwaliteit van de stem gewijzigd worden. In alle geval dienen we te trachten niet te scherp of te nasaal over te komen, want meestal houden mensen daar niet van. 

Articulatie of Uitspraak verwijst naar de verstaanbaarheid, correctheid en precisie waarmee we onze woorden articuleren. Een correcte articulatie is belangrijk om bij anderen geloofwaardig over te komen. Indien je uitspraak werkelijk heel wat afwijkt van de norm die is vastgelegd bij je leeftijdscategorie, je geografische streek of je sociaal-culturele status, dan trekt dit gegeven zoveel aandacht dat je gesprekspartners je competentie in vraag zullen stellen. 

Een goede articulatie komt over alsof men zeker is van z’n zaak. Binnensmonds praten, komt onzeker over en bovendien loopt men het risico dat de inhoud van het verhaal niet goed gevolgd kan worden.

Aarzeltaal en stopwoorden. ‘Uuh’ en ‘hmm’ zijn typische vormen van aarzeltaal die, zoals de naam al aangeeft, overkomen alsof je zelf twijfelt aan hetgeen je zegt. 

Ik had het al over Demosthenes, dus kan ik het hier ook even over ‘welbespraaktheid’ hebben. Welbespraaktheid heeft te maken met hoe vloeiend wij spreken. Ze komt voort uit een combinatie van alle stemfactoren die we hebben besproken en het gebruik van pauzes. 

Indien iemand bij het spreken een combinatie van volgende karakteristieken aanwendt, dan ervaren we het gesprek als niet-vloeiend:

  • pauzes op een verkeerde plaats en tijdstip; 

  • geen of slechtgeplaatste variatie in snelheid, toonhoogte en geluidssterkte; 

  • gebruik van een aantal stopwoorden; 

  • verkeerd uitspreken van een aantal woorden. 


Niet-vloeiend spreken wordt meestal ervaren als onzeker spreken. Veel mensen spreken vloeiend wanneer het gaat om informele 
gesprekken of over thema’s die ze volledig beheersen of die niet van levensbelang zijn. Moeilijker wordt het wanneer men in een Cruciale dialoog verzeild geraakt. 

Zoals met zoveel baart ook hier, Eloïse, Edward en Elvire, oefening kunst!

Elementen van non-vocale, non-verbale communicatie 

Met non-vocale, non-verbale communicatie bedoelen we alle signalen die iemand uitzendt, zonder dat zij of hij dat met woorden, zinnen en klanken doet. Men kan de volgende onderverdeling maken:

Lichaamshouding. Lichaamshouding geeft veel aan. Men wordt beïnvloed door de lichaamshouding van de gesprekspartner en omgekeerd is dat ook het geval. De houding is een teken van vertrouwen en kracht. Sta recht, loop recht en vooral: zit rechtop. De lichaamslengte is daarbij niet belangrijk, wel de houding. En wanneer men zit, let er dan op dat men op de voorkant van de stoel zit en lichtjes voorwaarts neigt, teneinde de gesproken boodschap te onderstrepen. Te veel bewegen met het lichaam is niet aan te raden bij diepgaande gesprekken. Heen en weer gaan of voortdurend van het ene steunbeen op het andere overgaan, kan er voor zorgen ervoor dat de boodschap onvoldoende overkomt. We onderscheiden ook de open van de gesloten houding:

Wanneer je een open houding aanneemt, kom je geïnteresseerd over, en dit is erg belangrijk wanneer je een goede sfeer in het gesprek nastreeft en je gesprekspartner ruimte wilt geven. Bij een open houding wordt het lichaam voorover gebogen en de armen worden los van elkaar gehouden. 

Indien je een gesloten houding aanneemt, kan je twee dingen uitstralen. Enerzijds kan je de boodschap geven: ik scherm mezelf af. Anderzijds kan je de indruk geven dat je precies weet wat je wil en je mening niet zult wijzigen. Een gesloten houding uit zich in achterover leunen en over elkaar houden van de armen. 

Manier van kijken of Oogcontact. Men zegt wel eens: “Ogen zijn de spiegels van de ziel.” Wanneer je de gewoonte hebt om ‘weg te kijken’ wanneer je naar iemand luistert, geef je blijk van een gebrek aan interesse en dit is weinig respectvol. Geen oogcontact houden met je gesprekspartner, terwijl je aan het spreken bent, wordt minimaal geïnterpreteerd als niet zeker zijn waarover je het hebt, en maximaal als regelrecht aan het liegen zijn. 

Het belang van oogcontact te houden met de ontvangers van je boodschap omvat twee elementen. Ten eerste, je moet naar je gesprekspartners kijken teneinde hun reacties op je boodschap te kunnen zien en begrijpen. Dit is onder meer nodig om feedback (zie deel XIII) daaromtrent te kunnen geven. 

Een tweede reden om oogcontact te houden is dat dit vertrouwen uitstraalt en wekt. Inderdaad, mensen beschouwen iemand die hen in de ogen kijkt meestal als eerlijk en betrouwbaar. Als je tijdens het gesprek iemand niet in de ogen kijkt, dan is de kans groot dat je gesprekspartner denkt dat je iets te verbergen hebt of dat je er niet helemaal zeker van bent dat je ideeën de moeite waard zijn. In beide gevallen verlies je aan geloofwaardigheid. 

De wijze waarop men iemand aankijkt, geeft dus veel ‘non-vocale non-verbale’ informatie. Wanneer je iemand rustig aankijkt, komt dit geïnteresseerd, open en zeker over. Wanneer je spreekt, kijk je de ander veel minder aan dan omgekeerd. De luisteraar hoeft zich alleen op het verhaal van de ander te concentreren en blijkt veel meer oogcontact te onderhouden. Iemand niet aankijken komt in onze cultuur niet prettig over. Het geeft de indruk ongeïnteresseerd of verlegen te zijn. Let er daarom op de ander regelmatig aan te kijken wanneer je spreekt, en continu aan te kijken wanneer je luistert.

Gelaatsuitdrukking.  De gelaatsuitdrukking is een van de belangrijkste middelen die een spreker heeft om de gevoelscomponent van zijn boodschap mee te geven. Zelfs de ogen kunnen een bepaalde emotie weergeven: blijheid, droefheid, verbazing,… De glimlach, dit spreekt vanzelf, communiceert vriendschap en de wil om samen te werken. Bepaalde grimassen kunnen verbazing uitdrukken, andere dan weer woede. Je gezicht dient wel flexibel genoeg te zijn om die gevoelens ook daadwerkelijk te communiceren. 

Gebarenkunnen gedefinieerd worden als de bewegingen van handen en armen die de gesproken boodschap onderstrepen. De meesten van ons gebruiken een wijde waaier van gebaren, zeker wanneer we een informeel gesprek voeren met vrienden. Goede gebaren zijn meestal vloeiend, beslist en komen op het juiste moment. Nerveuze bewegingen zoals de handen door het haar halen, de bril continu beroeren, notitiebladen plooien en strekken zijn geen goede gebaren. 

Gebaren kunnen als bedreigend overkomen, zeker bij een Cruciale dialoog. Het spreekt vanzelf dat gebaren vloeiend dienen te zijn. Gebaren die de communicatie en de woordenstroom rimpelloos ondersteunen, zijn het resultaat van praktijk en ervaring. Gebaren die correct gemotiveerd zijn – i.e. zij dienen om een idee bij de ander volledig over te brengen – worden meestal op het juiste moment aangewend. 

De hoeveelheid gebaren die mensen tijdens het spreken gebruiken, varieert sterk. In tegenstelling tot een aantal andere verbale en non-verbale uitingen, kan men gebaren vrij gemakkelijk aanleren. Kies dus bewust voor gebaren en zoek die gebaren die de inhoud van je verhaal ondersteunen. Vermijd vage bewegingen in de lucht, is zeker een raad die ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, kan geven.

Tactiele Communicatie door iemand aan te raken is per definitie non-verbale communicatie. Indien correct gebruikt, kan deze een directere boodschap geven dan tientallen woorden. Indien niet correct aangewend, is het de oorzaak van barrières en wantrouwen. Je kunt uiteraard gemakkelijk iemands ruimte binnendringen door deze communicatievorm. Wanneer het wederzijds gebruikt wordt, is het een teken van solidariteit; wanneer het niet wederzijds gebeurt, is het meestal een teken van verschil in status. De aanraking vergemakkelijkt niet alleen het zenden van de boodschap, maar voornamelijk de emotionele impact ervan. Bij Cruciale dialogen, die per definitie emotioneel geladen zijn, dient met tactiele communicatie behoedzaam omgesprongen te worden. 

Persoonlijke Ruimte:Dat is je ‘luchtbel’, anders gesteld, de ruimte die de spreker tussen zichzelf en de anderen creëert. Deze onzichtbare grens wordt enkel maar duidelijk wanneer iemand in deze ruimte tracht binnen te dringen. Het erkennen van je persoonlijke ruimte beïnvloedt je bekwaamheid om boodschappen te zenden of te ontvangen. Hoe ver sta je van diegene met wie je communiceert? Waar zit je in de kamer? Wat is je positie ten opzichte van anderen tijdens een vergadering? Al deze zaken beïnvloeden jouw comfortniveau en het comfortniveau van diegenen die de boodschap ontvangen. 

Indien je een kleinere persoonlijke ruimte hebt dan het gemiddelde, zorg er dan voor toch afstand te houden teneinde iemand die een grotere persoonlijke ruimte heeft, niet te intimideren.

Hoe werkt het? 

Een paar tips om je non-verbale communicatie beter te leren kennen: 

Vocale Signalen 

De beste manier om uit te vissen welke de vocale signalen zijn die je momenteel uitzendt – debiet, toonhoogte, geluidssterkte, kwaliteit, uitspraak en welbespraaktheid – is om effectief je gesprekken gedurende een zekere periode op te nemen. Zorg er evenwel voor dat de anderen begrijpen waarom je je conversaties op band vastlegt. 

Navraag doen bij je vrienden is een goede manier om je aannames, betreffende de vocale signalen die je zendt, te testen. Bijvoorbeeld om te kunnen afraken van stopwoorden die men gebruikt, dient men er zich wel van bewust te zijn. Daartoe vraag vrienden je er attent op te maken telkens men een bepaald stopwoord aanwendt. Zodra je bewust bent van de door jou gebruikte stopwoorden, kan je bekwaam worden ze te elimineren. 

Een goede gids voor de uitspraak van de meeste woorden is een recent woordenboek. Een waarschuwing echter: dit woordenboek zal niet de variaties weergeven die aanvaardbaar zijn voor je leeftijdsgroep, geografische regio of je sociaal-culturele groep. 

Oogcontact

Oogcontact is een directe en krachtige vorm van non-verbale communicatie. Indien je de gewoonte hebt om weg te kijken wanneer je aan het luisteren bent, dan geeft dit de indruk dat het je niet interesseert of dat je slechts kort je aandacht op iets kunt vestigen. Neem niet zonder meer aan dat je een goed oogcontact onderhoudt. Vraag, observeer en oefen. Vraag anderen of zij bij jou een gebrek aan oogcontact bemerken. Indien ze stellen dat dit het geval is, vraag dan of dit tijdens het luisteren of tijdens het spreken is. Noteer de gegevens en oefen een en ander in met een vriend totdat je je comfortabel voelt in het aanhouden van een oprecht continu oogcontact. 

Gelaatsuitdrukkingen

Kijk eens lang en zorgvuldig naar jezelf in een spiegel. Kijk naar jezelf zoals anderen dit doen. Begin daarna met het veranderen van je gelaatsuitdrukkingen, beginnend met de negatieve karakteristieken die er zouden kunnen zijn. Voeg er nadien een simpel element aan toe; iets dat de meesten van ons meestal vergeten – een glimlach. Uiteraard geen stomme, schaapachtige grijnslach, maar een echt oprechte glimlach die vertelt dat je een gelukkig mens bent die werkelijk blij is deze dialoog te kunnen voeren. Denk dan na over de volgende vraag: met wie zou je het liefst een cruciale dialoog voeren, met de eerste of de tweede persoon? 

Gebaren

Zoek uit welk soort gebaren je maakt. Overdrijf je of ben je eerder bewegingsloos? Wanneer gebruik je gebaren en zijn deze oprecht en betekenisvol? 

Persoonlijke Ruimte 

Indien je echt wat plezier wilt beleven aan een sociale bijeenkomst, stap dan binnen de grens van de persoonlijke ruimte van een vriend. Mits enige ervaring kun je hem doorheen de ganse kamer loodsen, zonder dat hij beseft wat er gaande is. Maar pas op: het kan ook jou overkomen!


[i]Plutarch en Demosthenes: http://www.attalus.org/old/orators2.html

[ii]Lily Rothman. The Story Behind George HW Bush’s Famous ‘’Read My Lips, No New Taxes’ promise. https://times.coM/3649511%2/george-hw-bush-quote-read-my-lips

[iii]Paul Watzlawick, Janet H. Beavin, Don D. Jackson. De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Houten-Diegem: Bohn Stafleu Van Lochum. Vierde druk, 1974. pp 39-41.

[iv]Abraham Mehrabian. Silent Messages. Belmont, CA:  Wadsworth Publishing Company, Inc. 1971. 

[v]http://www.kaaj.com/psych/smorder.html

[vi]Johan Roels. Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XI

DIENEN JULLIE VOOR JULLIE EIGEN MENING TE PLEITEN OF NAAR DE MENING VAN DE ANDER TE VRAGEN?

Today, Bruce Springsteen has assumed his place in the tradition of great American populist poets whose work emanaes from the people while speaking of and for them. In the thirty-three years since America first heard Bruce Springsteen’s Greetings From Asbury Park, NJ., Mr. Springsteen has never stopped listening to the voices of his community, seeking connection with their lives, understanding their frustrations, and inviting their hopes. In his music, Mr. Springsteen has consistently embraced the lost, the left-out, and the passed-over and he has never failed to recognize how much of him they are.[i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, ondertussen weten jullie reeds dat op een ‘of’ vraag het enig correcte antwoord ‘JA!’ is. Bij Authentieke Interactie, een onderdeel van Creatieve wisselwerking, is er nood aan een vaardigheid die ik, n   aar het voorbeeld van Chris Argyris, ‘Bepleiten en Bevragen’[ii] heb genoemd. Hierbij gebruik ik als definitie voor bepleiten: door woorden en volzinnen uw wens of mening duidelijk te maken en daardoor anderen proberen te overtuigen. Dit is wat Bruce Springsteen in z’n songs doet. Leuk is dat het label van deze vaardigheid komt uit de sfeer van het advocaten beroep waar pleiten wordt gebruikt in de betekenis ‘iemand die ergens van beschuldigd wordt met argumenten verdedigen’. Bevragen is dan het vragen naar de mening van de ander. Daarbij ga ik er van uit dat die wel eens anders zou kunnen zijn dan mijn eigen mening.

Creatieve wisselwerking bij communicatie: de dialoog

Een toepassing van Creatieve wisselwerking is de communicatie tussen de deelnemers aan het proces. Bij Creatieve wisselwerking op z’n best is de communicatievorm tussen de deelnemers de dialoog. Eloïse, Edward en Elvire, er bestaan (minstens) vijf communicatie vormen en slechts één ervan is heilzaam voor het creatief wisselwerkingsproces. Die vijf communicatie vormen zijn:

  1. De monoloog: de een geeft en de andere ontvangt niet, de een houdt geen rekening met het gegeven of de ander, al dan niet, wil ontvangen;
  2. Het debat : de een geeft en de ander ontvangt, de ander is echter niet in staat of bereid om iets te geven;
  3. De discussie: de een én de ander geeft, geen van beiden is bereid of in staat om te ontvangen, het geven komt in ‘botsing’, wat tot spanning (vechten) of leegte (vluchten) kan leiden;
  4. Het gesprek: de een en de ander geeft en beiden ontvangen, doch beiden laten, wat ze ontvangen, niet diep in hen doordringen, het krijgt geen kans om hen wezenlijk te veranderen: “We dronken een glad, deden een plas, en alles bleef zoals het was”;
  5. De dialoog: de een en de ander geeft en beiden ontvangen en dat op een zeer open manier (een van de twee voorwaarden van deel IX), waarbij wij ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander. Daarbij zijn we bereid om onze visie op de werkelijkheid aan te passen, ons oordeel om te vormen en daardoor dan te veranderen. Dialoog heeft dus ook te maken met wat Carol Dweck ‘Growth Mindset’noemt[iii].

Een van de spanningen die men bij diepgaande communicatie niet kan ontwijken, is de spanning tussen de gesprekspartners, vanwege hun verschillende wensen en noden. Deze spanning komt echter ook door de natuurlijke wens de ander te beïnvloeden. Deze wens is uiteraard bij elke gesprekspartner aanwezig. Dialoog of respectvolle communicatie bekijkt beide zijden van deze eeuwige spanning. Dit is zowel praktisch als realistisch; beide gesprekspartners zijn belangrijk en hebben hun specifieke verwachtingen en verlangens. Dit inzien en elkaars mening respecteren, is een onderdeel van respectvolle communicatie en van de dialoog. 

Respectvolle communicatie gebruikt de vaardigheid die hier aan de orde is: Bepleiten en Bevragen. Jij vertelt hoe jij het ziet en vraagt de ander wat haar of zijn visie is. Dus men doet beide: men geeft zijn eigen mening zonder de ander het recht te ontzeggen een andere, eventueel afwijkende, mening te hebben. Met andere woorden, men neemt aan dat zij of hij een andere zienswijze van dezelfde realiteit kan hebben. Men is er zich dus van bewust dat beiden een verschillende mindset (denkkader, mentaal model) hebben en daardoor, per definitie als het ware, verschillende visies op de werkelijkheid.

Een reactie op overmatig Bepleiten is het opgeven van het gesprek; de gesprekspartner trekt zich terug en laat de pleiter doorpraten zonder weerwoord. De spreker denkt dan vaak dat de ander het met haar of hem eens is, maar meestal is er geen enkele overeenstemming. Als een gesprekspartner daarentegen uitsluitend vragen stelt, krijgt de ander na een tijd een onbehagelijk gevoel, want de vraagsteller spreekt zich zelf niet uit en daardoor weet de ander niet waarvoor deze staat. Wantrouwen en onzekerheid bij de ander zijn dan vaak het gevolg. In beide gevallen is er een gebrek aan respect. Dit ‘disrespect’ wordt uiteraard aangevoeld en doodt de dialoog.

Heel belangrijk bij respectvolle dialoog is het bekomen van een balans tussen Bepleiten en Bevragen. Het zoeken naar die balans creëert meestal het op losse schroeven zetten van de verankerde meningen van de eigen mindset. Een reden te meer waarom dit geen vanzelfsprekende vaardigheid is. De winst ligt in het helderder en creatiever inzicht dat voortkomt uit het combineren van de diverse perspectieven. Niet dat het makkelijk is, want beide elementen van Bepleiten en Bevragen kunnen op een zodanige manier uitgevoerd worden dat de vaardigheid niet werkt. Bepleiten zonder het redeneringsproces van de stellingname bloot te leggen, werkt niet. Bevragen op een ‘spervuur-ondervragingsmanier’ ook niet. In elk geval gaat het bij Bepleiten en Bevragen niet alleen over de mening van de een én de ander maar ook over waarop ze die mening baseren. Dit kunnen data zijn, maar ook interpretaties of waardeoordelen. Data zijn verbonden met de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, en worden bekomen door observatie met het helder bewustzijn. Interpretaties en waardeoordelen horen dan bij de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking en worden bekomen door waarneming met het gekleurd bewustzijn. Daarmee wordt alweer duidelijk dat Creatieve wisselwerking geen lineair maar eerder een levend en chaotisch proces is.

Eloïse, Edward en Elvire, uit ervaring weet ik, jullie opa, dat men bij een dialoog met betrekking tot onaangepast gedrag het best de volgorde omkeert en start met het bevragen: “Hoe zou je je gedrag omschrijven?”, “Waarom kies je voor die manier van handelen?”, “Op welke gegevens, aannames baseer je je om op deze manier te werken?”, Hoe kom je erbij zo te handelen?”, “Kun je mij jouw gedachtegang verduidelijken?” Hierbij is duidelijk dat bij Bevragen men niet alleen naar het standpunt, de mening van de ander vraagt. Men vraagt ook naar de weg die de ander bewandelt heeft om tot die mening te komen. Anders gesteld, wat haar of zijn gekleurd bewustzijn, denkkader en mentaal model is die haar of hem heeft laten zien, wat werd heeft gezien.

Nadien volgt dan: “Wat kunnen de gevolgen zijn van jouw gedrag?” Door Bevragen voorrang te geven zal je leren:

  • of de ander zich wel bewust is van zijn (gewoonte) gedrag;
  • wat zijn referentiekader is;
  • en of hij zich bewust is van de mogelijke risico’s.

Nadien kan jij dan je mening, je zienswijze Bepleiten. Vergeet echter niet uw denkkader, mindset en mentaal model duidelijk te maken. 

In een dialoog wisselen de gesprekspartners Bepleiten en Bevragen af. Bepleiten helpt om te expliciteren wat je vindt en hoe jij dingen interpreteert. Bevragen helpt om te kijken of de ander dezelfde waarnemingen heeft, dezelfde interpretaties maakt en conclusies trekt; of totaal andere. 

De waarde van nederigheid, respect, openheid en vertrouwen

Bij deze vaardigheid is de kernwaarde ‘nederigheid’ van het grootste belang. De waarde nederigheid heeft in deze context te maken met het gegeven dat men er zich van bewust is dat haar of zijn visie niet de absolute waarheid is. Men aanvaardt met andere woorden dat men zich in deze kan vergissen. Nederigheid zal ons niet inspireren om de mening van de ander de grond in te boren, integendeel, het helpt ons om die mening van de ander te begrijpen. Nederigheid zal ons bovendien aansporen de juiste vragen te stellen. We zijn er van overtuigd dat we de kennis niet in pacht hebben en we beseffen dat we heel wat van de ander kunnen leren. 
Daarom, stelt Ed Schein, zijn we best nederig, want we hebben anderen nodig om onze taken met succes te kunnen afwerken.[iv]

Als een gesprekspartner uitsluitend zijn mening bepleit, gaat hij uit van zijn eigen gelijk en luistert hij niet naar de ander. De ander voelt zich niet gehoord en kan dan op zijn beurt volharden in het ten berde brengen van zijn standpunt. Vaak leiden dit soort gesprekken tot het polariseren van de standpunten in plaats van het overbruggen ervan en het zoeken naar gezamenlijke mening.

Chris Argyris geeft aan dat ,als men in staat is om Bepleiten en Bevragen af te wisselen, men een dialoog krijgt waarin de gesprekspartners elkaar met respect bevragen op gegevens, waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen[v]. Dit vraagt van de gesprekspartners vaardigheden op beide gebieden. Vaardige bepleiters brengen hun mening of visie onder woorden en onderbouwen die met voorbeelden van hun waarnemingen. Vaardige bevragers stellen open vragen en helpen de ander om diens waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen te expliciteren. Bijvoorbeeld door te vragen naar voorbeelden, ervaringen of meningen. Ook feedback vragen kan een effectieve vorm van vragen zijn. Hierover zal ik (veel) later een volledige column (deel XXXIII) wijden.

Correct bevragen geeft aan dat je werkelijk geïnteresseerd bent in de mening van de ander. Dit verhoogt het vertrouwen. Deze vaardigheid versterkt dus het vertrouwen en een groter vertrouwen leidt, zoals we hebben gezien in Deel IX, naar meer openheid. Het is inderdaad een versterkende wisselwerking tussen deze vaardigheid en de basiscondities. Later zullen we zien dat dit ook het geval is met de andere vaardigheden van de karakteristiek Authentieke Interactie (en dit is het geval bij alle karakteristieken). We bespreken die vaardigheden in deze serie columns één voor één. In de realiteit worden die echter ‘door elkaar’ gebruikt en ook daardoor verstevigen ze elkaar. Zo zal de vaardigheid Bepleiten en Bevragen ingezet worden samen met de twee andere vaardigheden van de Creatieve wisselwerking karakteristiek Authentieke Interactie waarover later een deel zal gewijd worden : Non-verbale communicatie (Deel XII) en Bevestigend Herhalen (Deel XIII).

Het evenwicht tussen Bepleiten en Bevragen omvat niet enkel het bepleiten van je eigen inzichten. Het omvat ook het begrijpen van de standpunten van de ander. Om die te kunnen begrijpen dient men ze uiteraard eerst te weten komen, vandaar de noodzaak van het bevragen van die standpunten. Dit bevragen heeft wel tot uiteindelijk doel de inzichten van de ander waarderend te begrijpen. 

In onze cultuur worden managers gevormd tot welbespraakte pleiters en oplossers van problemen. Ze zijn uiterst bekwaam om hun visie te presenteren en deze met doorslaggevende argumenten te ondersteunen. Ze zijn daarbij gedreven om tijdens het debat hun eigen gelijk te halen. Niet zelden stoten ze ook door naar een ‘jump to conclusion’ beslissing en actie. De conclusie is uiteraard dat hun visie de enige juiste is en de oplossing van het probleem steunt daarbij praktisch uitsluitend op hun ideeën. Soms hebben zij hierbij succes. Door dit succes gesteund, herhalen managers gretig dit gedrag. Vaker nog loopt het mis. Gezien echter de tijd die verloopt tussen oorzaak en gevolg meestal aan de hoge kant is en ons geheugen meestal van korte duur, wordt de basis oorzaak van de miskleun – het ‘jump to conclusion’-gewoontegedrag – vaak niet onderkend. 

Hoe werkt Pleiten en Bevragen

Willen managers deze Creatieve wisselwerkingvaardigheid onder de knie krijgen, dan dienen zij te leren het evenwicht tussenBepleiten en Bevragente behouden.
 Ook in het geval van een Cruciale dialoog rond onaangepast gedrag gaat het om “Eerst begrijpen, dan begrepen worden”. Dit is de zesde gewoonte van de zeven effectieve gewoonten volgens Stephen R. Covey. In zijn boek ‘The 7 Habits of Highly Effective People’[vi]beschrijft Stephen Covey de gewoonten die leiden naar persoonlijk leiderschap. Wat Covey in zijn – overigens zeer aan te raden – boek niet vermeld, is dat deze eigenschap onder andere door Franciscus van Assisi prachtig werd verwoord. Inderdaad, Sint-Franciscus was er zich van bewust dat het verlangen om begrepen te worden niet altijd vanzelfsprekend samengaat met een verlangen om de ander te begrijpen, toen hij bad: “Laat mij niet verlangen begrepen te worden maar zelf te begrijpen”.[vii]

De gewoonte om eerst te begrijpen en dan begrepen te worden is uiteraard ook een principe van de empathische communicatie, vandaar dat deze vaardigheid ook geplaatst wordt in fase 1 Communicatie van het Cruciale Dialoogmodel. Door dit gedrag laat men de ander aanvoelen dat het prima is er een andere mening op na te houden en dat men bovendien geïnteresseerd bent in zijn of haar ‘point of view’ (gezichtspunt). De meeste mensen hebben deze goede eigenschap niet. Zij willen eerst zelf begrepen worden. Zij luisteren niet met de intentie om te begrijpen, maar met de intentie te antwoorden en daarmee de argumenten van de ander onderuit te halen. Ofwel spreken zij zelf of zij bereiden zich voor om te repliceren. Dat zij daarbij uitvoerig gebruik maken van hun eigen paradigma’s, hun eigen referentiekaders spreekt vanzelf. Door deze houding en dit gedrag stellen zij hun denkkaders niet in vraag. 

When people talk, listen completely.

Most people never listen.

Ernest Hemingway

Empathisch luisteren is het luisteren naar de referentiekaders van de ander en deze trachten te begrijpen. Je tracht te begrijpen hoe de ander de wereld ziet en begrijpt en bovendien ook hoe zij of hij zich daarbij voelt. Bedenk daarbij dat wat de ander zegt, werd gecreëerd door middel van een interne dialoog (cf. het Cruciale Dialoogmodel): feiten  –>interpretatie –> gevoelens –> imagineren –>actie. De actie is in dit geval wat effectief wordt gezegd. 

Maak van Bepleiten en Bevragen een goede gewoonte 

Nogmaals, het gaat hier om beide: Bepleiten en Bevragenen het voldoende afwisselen van beide teneinde evenwicht in de communicatie te brengen. Men moet dus niet naar het andere uiterste – het bevragen – overhellen. Het komt er op aan dat niet alleen alle gesprekspartners hun visie op tafel leggen, maar ook de manier meegeven waarop ze tot deze visie gekomen zijn. Zij dienen als het ware de interne dialoog die hen tot hun besluit bracht, bloot te leggen. Daarbij dient de stellige uitspraak – “Dit vind ik” – direct gevolgd te worden door de vraag – “Wat vind jij?” Daarmee geeft men aan dat men de waarheid niet in pacht heeft. Men geeft wel z’n mening weer en hoe men er toe komt. Door de vraag “Wat vind jij?” geeft men impliciet aan dat jouw mening niet ‘de’waarheid is.

Bepleiten en Bevragen dienen dus in evenwicht te zijn. Beide hebben te maken met een ander tweespan: integriteit en nederigheid. Vanuit integriteit pleit men voor de eigen mening, vanuit nederigheid vraagt men naar de mening van de ander. Beide zijn in evenwicht. Men zou, Daniel Ofman indachtig, kunnen spreken van een nederige integriteit of een integere nederigheid. 

Mogelijke mengvormen 

De verschillende mengvormen van deze balans worden in volgend figuur[viii] weergegeven.Hierbij worden ook die vormen aangegeven ‘die niet werken’. Sommige ervan zijn manipulerend, andere gebiedend of belerend. Het spreekt vanzelf dat de intentie van enorm belang is (zie ook Deel V). Inderdaad, zoals elk stuk gereedschap (denk maar aan een hamer), kan ook Bepleiten en Bevragen worden misbruikt. 

If all you have is a hammer, Everything looks like a nail. 

– Abraham Maslow

Zo zullen mensen, die niet bereid zijn hun denken bloot te geven, zich in stilzwijgen hullen, zonder de mogelijkheid door open dialoog te leren, te baat te nemen. Ze trekken zich terug. Henry Nelson Wieman noemt dit ‘evasive’ gedrag. Anderzijds zullen ander mensen dan weer bereid zijn om niet alleen hun denken bloot te leggen, maar bovendien hun aannames op te schorten zodat ze een open dialoog met de ander hebben . Niet toevallig zijn dat de twee uitersten (linksonder: ‘Terugtrekken’ en rechtsboven: ‘Dialoog’) van bovenstaande figuur.

De vaardigheid Bepleiten en Bevragen zien wij als een communicatietool omdat wij die vaardigheid ook als luisteren naar jouw luisterenzien. Indien je niet luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bepleiten; indien je praktisch uitsluitend luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bevragen. De kunst is beide in evenwicht te brengen en te houden, en dit zonder te faken of te manipuleren. 


[i]Randy Lee. Symposium: The Lawyer as poet advocate: Bruce Springsteen and the American Lawyer – An Introduction. Widener Law Journal. Volume 14, Number 3, 2005. pp. 719-730. 

[ii]Chris Argyris. On organizational learning. Cambridge, MA: Blackwell Publishers, 1992.

[iii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Random House, 2006.

[iv]Edgard H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking instead of Telling. San Francisco, CA: Berrett-Koehler Publishers, Inc. 2013, page 5 and page 13.

[v]Chris Argyris. Organizational Learning II. Burlington, MA: Addison Wesley, 1996.

[vi]Stephen R. Covey. The seven habits of highly effective people: restoring the character ethic. New York NY: Fireside, 1990.

[vii]Vredesgebed van Sint Franciscus:


Heer, maak me tot een werktuig van uw vrede.


Waar haat is, laat me liefde zaaien. Waar onrecht is, vergiffenis.


Waar twijfel is, geloof. Waar wanhoop is, hoop.


Waar duisternis is, licht. Waar droefheid is, vreugde.


O goddelijke Meester, geef me dat ik eerder verlang te troosten, dan getroost te worden,


te begrijpen dan begrepen te worden, te beminnen dan bemind te worden.


want het is door te geven dat we krijgen,


door vergeving aan te bieden dat we vergeving ontvangen


en door te sterven dat wij voor de eeuwigheid geboren worden.


Amen 

[viii]Peter M Senge et al. Het vijfde discipline praktijkboek. Strategieën en gereedschappen voor het bouwen van lerende organisaties. Schoonhoven: Academic Services, Economie en Bedrijfskunde, 1995 (36. Het evenwicht zoeken tussen informeren en pleiten). 

BLIJF WAKKER ! – DEEL X

HET BELANG VAN HET CORRECT FORMULEREN VAN DE JUISTE VRAAG

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

–  Bruce Springsteen

Een column over het belang van het correct formuleren van de juiste vraag, ik hoor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, al denken: “Maar opa toch!?!” Jullie dienen wel te beseffen dat zeer zelden een goed antwoord gegeven wordt op een vraag die ofwel niet de juiste is of niet correct werd gesteld.

Het voordeel van wakker blijven is dat men geen moeite heeft met het correct formuleren van de juiste vraag. Een wakker iemand stelt altijd de juiste vraag op een correcte manier en bovendien op het juiste moment. Wanneer men echter hoe langer hoe meer, door opvoeding en conditionering (sommigen noemen dit ‘brainwashing’), in slaap wordt gesust, verleert men vragen te stellen. Laat staan dat men ze dan ook nog correct formuleert en dat het de vraag is die zich op dat moment opdringt.

Zoals ik in vorige hoofdstukken al schreef, is een jong kind nog helemaal ‘wakker’ en heeft het dus geen problemen met het stellen van vragen. Vanuit de nieuwsgierigheid van het jonge kind borrelen vragen namelijk probleemloos op. Weten jullie welke vraag een peuter en kleuter – tussen pakweg twee en vijf jaar – het meeste stelt? Juist: Waarom? En kinderen van die leeftijd doen dat in zowat alle werelddelen. Zeker in de werelddelen waar ik ooit heb vertoefd; zoals in Afrika (Niger, Gabon, Senegal, Tunesië, Ivoorkust, Togo, Kameroen), in Azië (India en China), in Noord-Amerika (USA: Georgia, North Carolina, South Carolina, Californië) en Europa (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Wales, Schotland, Ierland, Italië, Zwitserland, Bulgarije, …) overal krijgen vaders grijze haren door de onophoudelijke herhaling van die vraag: “Waarom?”. 

Laat ik dit deel starten met een mooi Koning Arthur verhaal en eentje uit de reeks verhalen over de Heilig Graal, meer bepaald over Parsifal[ii]. Het gaat als volgt:

Toen demoeder van Parsifal zwanger was, sneuvelde diens vader op het slagveld. Zijn moeder besloot daarom ervoor te zorgen dat haar zoon niet hetzelfde lot zou overkomen en bracht hem groot in volledige afzondering in het woud Soltane, weg van het hof. 

Op een dag ontmoette Parsifal in het bos echter een ridder, wiens verhaal hem zo fascineerde, dat hij het hof van Arthur wou vervoegen. Dit deed hij uiteindelijk ondanks het protest van zijn moeder. Daar overwon hij Ither de Rode Ridder. Hij nam diens wapenuitrusting en paard over en voortaan noemde men hem de Rode Ridder. Parsifal raakte vervolgens betrokken bij de queeste naar de Heilige Graal.

Na heel wat omzwervingen bereikte Parsifal de graalburcht Munsalvaesche van de zieke Visserkoning Anfortas. Midden in de nacht werd hij wakker. Voor zijn verbaasde ogen kwam er een vreemde stoet langs. Een van de passanten droeg een wonderbaarlijke schotel waaruit licht kwam, een ander droeg een bloedende lans.Ook Anfortas zelf werd meegedragen in de stoet. Die leed zichtbaar énorme pijnen, hij had namelijk een chronische wonde. Parsifal kon geen woord uitbrengen. Aan de basis van zijn onvermogen tot spreken lag een misplaatste aangeleerde hoffelijkheid: “Men spreekt niet als eerste en men stelt zeker geen vragen.”

De volgende morgen verliet Parsifal het kasteel. Toen hij nog even omkeek, zag hij het kasteel zomaar verdwijnen. Een paar stonden nadien kwam hij een fee tegen die hem blij tegemoet trad zeggende: “Wat ben ik blij dat je Anfortas uit z’n lijden gehaald hebt door hem de juiste vraag te stellen!” Parsifal stamelde: “Welke vraag?” en de fee riposteerde: “Heb je dan de énige correcte vraag die zich opdrong niet gesteld?” “Nee, ik heb geen enkele vraag gesteld!” kreunde Parsifal. Waarop de fee het uitschreeuwde: “Ohhh! Parsifal… je weze verdoemd!”

Ter verduidelijking: Parsifal was opgegroeid in de bossen en had van z’n moeder niet of nauwelijks beleefdheids- en omgangsvormen geleerd. Hij vroeg daarom veel, net als een kind. Hij was – met andere woorden en in de geest van deze serie columns ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire – met de hulp van z’n moeder ‘wakker gebleven’. Toen hij later, in z’n opleiding aan Camelot onderricht kreeg hoe zich te gedragen als een galante ridder, leerde hij, dat hij niet zoveel vragen moest stellen. Hij werd als het ware tot ridder ‘geconditioneerd’.

Nu besefte Parsifal dat hij de kans van zijn leven verkeken had. Tijdens de nachtelijke stoet was hem immers de Heilige Graal, waarnaar hij al een hele tijd zocht, aangeboden! Toen de fee weg was, kreeg hij bovendien berouw. Parsifal had de Visserkoning moeten helpen, maar had dat uit misplaatste beleefdheid niet gedaan. De fee kreeg overschot van gelijk! Door de cruciale vraag niet te stellen, was Parsifal gedoemd nog vijf jaar rond te dolen, totdat hij een nieuwe kans zou krijgen de vraag alsnog te stellen. De cruciale vraag die Parsifal uit misplaatste beleefdheid en gebrek aan authentieke interactie niet had gesteld was: “Waar lijdt U aan, wat is uw pijn en hoe kan ik U helpen?” Toen hij die uiteindelijk wel kon stellen, genas Anforas’ wonde ogenblikkelijk en werd Parsifal aangesteld als de nieuwe bewaarder van de Heilige Graal.

De les die jullie, Eloïse, Edward en Elivre, hieruit kunnen leren is er eentje voor de rest van jullie leven en is de volgende. Wanneer iemand in jullie omgeving het moeilijk heeft, wees dan wakker (zie dat!) en moedig.  Moedig zijn is haar of hem de énige vraag stellen die zich op dat moment opdringt: “Waar lijdt je aan? W at is je pijn en hoe kan ik jouw pijn verzachten? Hoe kan ik je helen?” of varianten ervan. Jullie brengen aldus jullie Creatieve Zelf empathisch in de relatie. Als jullie dit doen, dan garandeer ik dat jullie een waardevol leven zullen hebben met diepgaande relaties. 

Ook in het verhaal van Parsifal lazen we dat heel jonge kinderen ‘waarom’-monstertjes zijn. Dit label heb ik verzonnen voor heel jonge kinderen die, door onophoudelijk de waarom vraag te stellen, danig op de zenuwen van volwassenen en zeker op die van hun ouders werken. Want wat gebeurt er meestal? Wanneer het kind de waarom vraag de eerste keer stelt, krijgt het van de volwassene uiteraard een antwoord. Op dat antwoord stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag, waarop de volwassene weer beleefd antwoord. Edoch, op dat antwoord vraagt het kind terug de waarom vraag, waarop de volwassene – nu nogal geïrriteerd – terug een antwoord verzint. Onvermijdelijk stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag en antwoord de volwassene, op barse toon: “Omdat ik het zeg” of “Omdat het zo is!” of iets in die aard. Zelf gaf ik als laatste antwoord aan jullie moeder Daphne: “Vraag het eens aan jouw mama!” Die mama noemen jullie nu Bonnie!

Interessant is de vraag: Waarom antwoordt de ouder op zo’n barse toon: “omdat het zo is!” (of ikzelf, met het ontwijkend, ‘Vraag het eens aan je mama!”) Het enige correcte antwoord is: a) de volwassene kent het antwoord niet en b) dezelfde volwassene is te beroerd om dit toe te geven. Zo simpel is het! Volwassenen zijn vaak niet integer in het beantwoorden van vragen van kinderen. Laat ik nu een anekdote vertellen van toen Eloïse nog een ‘waarom’-monstertje was. Eloïse was nog geen drie, dus is de kans zeer klein dat ze zich volgende episode nog herrinnert. Hoewel, ik heb dit verhaal ooit eens in haar klas verteld. Ik was daartoe door Eloïse zelf uitgenodigd om te komen vertellen over het aanvatten van ‘hogere’ studies. Dit was toen ze in haar zesde jaar op de Sinte Maria School van Bonheiden zat.

Op een dag vroeg ze haar Opa Johan (ik dus) : “Zeg Opa, wanneer ik m’n pop loslaat, waarom valt die dan naar beneden?” Ik wist waar het zou eindigen en wou mij in veiligheid brengen door te antwoorden: “Wel Eloïse, omdat anders er zoveel rommel in de lucht zou zweven dat we het zonlicht niet meer zouden zien.” Maar ik had zonder de pienterheid van Eloïse gerekend. “Opa, dat is geen antwoord op m’n vraag; nogmaals waarom valt alles naar beneden?” Nu was er geen ontkomen aan, dus zei ik: “Door de zwaartekracht, Eloïse”. En wat moest gebeuren, gebeurde: “Waarom zwaartekracht, Opa?” “Omdat twee lichamen elkaar aantrekken en dat het lichaam met de grootste massa, de grootste aantrekkingskracht heeft en gezien de massa van de aarde groter is dan de massa van je pop, wordt de pop door de aarde aangetrokken en als je ze niet vasthoudt – wat die aantrekkingskracht teniet doet – valt jouw pop naar beneden.” “Waarom trekken twee massa’s elkaar aan, Opa?” “Omdat dat een natuurwet is, Eloïse.” “Waarom is dat een natuurwet, Opa?” en toen diende ik toe te geven, wat grootvaders, laat staan vaders, zelden doen: “Dat weet ik niet, Eloïse”. “Kan je dat niet opzoeken, Opa?” Internet bestond al en dus met de hulp van ‘Google’ zocht Opa met het begrip ‘zwaartekracht’ naar het ultieme antwoord. Google schotelde honderden links voor en zo vond ik een wetenschappelijk stuk met als titel ‘De zwaartekracht’ en begon ik dit artikel luidop voor te lezen. Na nog geen minuut vroeg Eloïse: “Opa, begrijp jij wel wat je leest?” en ik “Niet helemaal of beter gezegd; helemaal niet.” Waarop Eloïse al lachend zei: “We zullen nog veel moeten leren, hé Opa!” Uitspraak die ik al schaterend beaamde!

Met die anekdote wordt duidelijk welke onze opdracht in dit ondermaanse is: Leren (i.e. Transformeren)! Aan ons de keuze: ofwel doen we dit tegen onze goesting of met plezier! 

Vragen stellen hoort bij onze Creatieve Zelf en niet antwoorden, of antwoorden met dooddoeners, hoort bij de gecreëerde zelf. Zoals we in het oud middeleeuws verhaal van Parsifal konden lezen, is het afleren van vragen stellen zo oud als de opvoeding van kinderen. Wij blijven vragen stellen en uiterst creatief totdat we naar school gestuurd worden en van dan af gaat het met vragen stellen en met de creativiteit van de kinderen bergaf. Ik heb reeds in een vorig deel aangegeven dat we het summum van saaiheid bereiken rond ons 44stelevensjaar. Op die leeftijd stellen we praktisch geen vragen meer en zijn we het lachen verleerd. Het is hetdieptepunt in onze curve van nieuwsgierigheid en creativiteit (zie deel VII). Daar zijn jullie nog ver af en zelf heb ik dat omslagpunt reeds bijna dertig jaar achter de rug. Dus de hoogste tijd om “Wakker te blijven” (jullie Eloïse, Edward en Elvire) en ik “Wakker te worden.”

Overigens ga ik niet helemaal akkoord met het standpunt van Sir Ken Robinson[iii],  namelijk dat de school creativiteit doodt. Volgens mij is de opvoeding in het algemeen en vooral de Vicieuze Cirkelin het bijzonder, de ‘Creativity killer’. Dit neemt niet weg dat z’n TED talk meer dan waard is om eens bekeken te worden. Bovendien ligt het besluit van Sir Ken’s TED Talk in de lijn van m’n taak jullie te ondersteunen in het wendbaar en weerbaarzijn.

Vragen bij het stellen van een ‘cruciale’ vraag

Voor het stellen van een ‘cruciale’ vraag is het heel belangrijk dat de vraagsteller de antwoorden op de volgende vragen weet: 

  • Wie is de eigenaar van de vraag? 
  • Wat is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag? 
  • Is het wel degelijk de vraag van de steller ervan? 
  • Hoe staat zij of hij tegenover het onderwerp waarop de vraag betrekking heeft? 

Anders gesteld, is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag koud-afstandelijk of geladen-emotioneel? Is die relatie respectvol of manipulerend? Is er van echte verbazing en spanning sprake of is de vraag van meer intellectuele, respectievelijk pragmatische aard? 

Het belang van het eigenaarschap van de vraag

Het zich bewust worden van een vraag en deze ook in woorden kunnen uitdrukken, is voorbehouden aan denkende en sprekende wezens. Met andere woorden, aan mensen. Alleen mensen hebben vragen die ze in woorden tot uitdrukking brengen. 

Dieren hebben wel behoeften, maar deze leiden tot direct instinctief gedrag: stimulus-respons. De mens heeft de mogelijkheid zich als het ware tussen stimulus en respons te plaatsen met vragen in de zin van: wat gebeurt hier? (wat drijft mij van binnen?, wat treft mij van buiten?), hoe wil ik hiermee omgaan? (wat wil/zal ik er aan doen? en wat zullen de consequenties van mijn eventuele handelen zijn?) en waarom doe ik dit eigenlijk? 

Eloïse, Edward en Elvire, het feit dat alleen mensen vragen kunnen vormen, heeft nood aan een aanvulling. Deze is dat vragen altijd bij een mens horen. Anders gesteld, vragen dienen een eigenaar te hebben. Er zijn geen vrij zwevende vragen. Situaties op zichzelf stellen geen vragen. Het zijn altijd mensen die zich over iets verbazen, iets willen weten en tot een vraag komen, teneinde inzicht te bekomen en iets te leren. Het zijn altijd mensen die een situatie onacceptabel vinden of eronder lijden en zich afvragen hoe daar verandering in te brengen. 

Toepassing van dit alles is goud waard wanneer mensen bijeenkomen om problemen te bespreken. De eigenaar van de vraag is diegene die er bij wijze van spreken wakker van ligt, eronder lijdt, en die tot elke prijs de oplossing van het probleem of het beantwoorden van de vraag wil bekomen. Pas wanneer een vraag een eigenaar heeft, krijgt die vraag het vermogen iets in beweging te zetten. 

Het kan ook zijn dat de vraag vele eigenaars heeft. Is dit goed of is dit slecht? Onderhand weten jullie dat zo’n ‘of’ vraag één antwoord heeft: Ja! Het is enerzijds goed, want door het ontstaan van een groep mede-eigenaars neemt de energie om aan de vraag te werken toe. Anderzijds is het ook minder goed, daar het gevaar bestaat dat zich tussen de mede-eigenaars oeverloze discussies ontwikkelen met betrekking tot de oplossingen. Ook in dit geval zal het gebruik van de vaardigheden van Creatieve wisselwerkingeen noodzaak blijken te zijn. 

Een probleem kan zijn dat die eigenaar niet te vinden is. Men is zich wel bewust van het probleem (men ‘herkent’ het probleem), maar men erkent niet dat het ook haar of zijn probleem is. Met andere woorden men kan ermee leven of er is onvoldoende bereidheid om de consequenties van het eigenaarschap te aanvaarden. Deze consequenties zijn velerlei: inzet van middelen (tijd, geld, …), inzet en verhoging van kwetsbaarheid, emotionele belasting en dergelijke. Als er geen menselijk aangrijpingspunt gevonden wordt, is het probleem niet oplosbaar. Er is als het ware geen probleem, want niemand erkent het als een probleem. 

Eloïse, Edward en Elvire, op de keper beschouwd, is er uiteraard wel een probleem. Een probleem dat bovendien op dat ogenblik meestal nog preventief op te lossen is. Wanneer het probleem geen eigenaar vindt, kan het gaan verzuren en etteren, waarna de oplossing ervan nog enkel reactief én curatief mogelijk is mits soms enorme kosten. Er zijn niet alleen meer middelen nodig om het op te lossen, er worden – zolang het probleem niet is opgelost – enorm grote verliezen geleden. 

Volgens Daryl Connor[iv]ligt de eigenaar van het probleem voor de hand wanneer het bedrijf zich op een brandend platform bevindt. Hij gebruikt dit beeld omdat het haarscherp aangeeft wanneer het oplossen van een probleem een reële noodzaak is. Een brandend platform (‘Burning Platform’) situatieontstaat wanneer het behouden van de status quo ontoelaatbaar duur wordt. Het hoofdkenmerk dat de in een brandend platform situatiegenomen beslissing onderscheidt van alle andere beslissingen, is het niveau van vastberadenheid. Wanneer de organisatie zich op een brandend platform bevindt, is de beslissing om het probleem diepgaand op te lossen niet enkel een goed idee, maar vooral een bedrijfsnoodzaak. Ik hoorde ooit Daryl z’n metafoor met kleuren en geuren vertellen in juli 1992 in een vergaderzaal van het Niko Hotel in Atlanta[v].

Nogmaals, het gaat bij de ‘eigenaar van het probleem’ ook om de volgende vraag: “Wat is de relatie van die eigenaar met de vraag?” Het gaat hier dus over een verbindingsvraagstuk. Zolang de eigenaar van het probleem een uiterlijke relatie met het probleem heeft, is de echte eigenaar nog niet gevonden. Geloof mij vrij, elk probleem heeft ten minste één vader, maar – spijtig genoeg – niet elke vader erkent zijn kind. De eigenaar van het probleem dient te erkennen dat zij of hij zelf mede het probleem veroorzaakt heeft of, ten minste, in stand houdt. Meestal heeft de eigenaar in het begin enkel een afstandelijke relatie met het probleem. Dit duidt op vermijdingsgedrag! 

Langzamerhand gaat de eigenaar van het probleem inzien dat diens waardeoordelen, denkkaders, modellen, paradigma’s, doelstellingen én gedrag te maken hebben met het probleem dat zich zogezegd buitenhaar of hem voordoet. De eigenaar wordt er zich langzamerhand van bewust dat zij of hij niet alleen een probleem heeft, maar bovendien ofwel mede het probleem veroorzaakt heeft of in stand houdt of beide. In dat geval wordt het haar of hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer zij of hij ook zelf verandert. En dit op gebied van concepten, denkkader en mindset (dus attitudes), wensen (dus gevoelens), het maken van keuzes (het willen) en uiteindelijk van gedragingen (het doen of het gedrag). 

De relatie met het probleem kan kortstondig of langdurig zijn. Ideaal komt de relatietijd overeen met de tijdsduur van het probleem. Dit is uiteraard ook zo met vragen: er zijn vluchtige vragen, moeilijke vragen, en levens- of kernvragen. Kernvragen kunnen van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoon, een team of een organisatie. Ten minste, indien men ook weet te leven met die vragen. Dit houdt in dat men elke neiging om snel een antwoord te vinden op een kernvraag moet onderdrukken. Bij de kernvraag is het zo bekende ‘jump to conclusion’ gedrag zeker uit den boze. Het lang genoeg streven naar een gedeelde mening is soms pijnlijk en het werkt steeds verwarrend. Charlie Palmgren leerde mij dit te zien als het leren leven in het onzekere of het tolereren van ambiguïteit. Anders gesteld, wij mogen noch vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf wegvluchten. De vraag dient dus én open én levendig in de geestgehouden te worden. 

De link met het persoonlijk engagement

Eloïse, Edward en Elvire, mensen werken vaak gemeenschappelijk aan bepaalde vragen. Denk daarbij maar aan de opdrachten die jullie in school met een groepje tot een goed einde dienen te brengen. In de bedrijfswereld werden daartoe een hele rits vergadermethodieken en probleemoplossingstechnieken ontwikkeld. Alsook verschillende soorten teams: managementteam, projectteam, zelfsturend team, agile team, … Uit ervaring weet ik dat men daarbij nogal vaak voorbij gaat aan volgende belangrijke voorwaarde. Met name, dat iedereen die bij werken aan vragen betrokken is, niet alleen dient te weten wie de eigenaren van deze vragen zijn, maar ook op welk niveau dit is gebeurd. Voor een vruchtbare Creatieve Wisselwerkingis klaarheid daarover broodnodig. Ook zij die geen eigenaar zijn van de vraag, dienen op een voldoende diepgaand niveau geëngageerd te zijn. Indien er onvoldoende engagement is, kan niet zinnig aan de vraag worden gewerkt.  

Betrokkenheid alleen is onvoldoende, persoonlijk engagement is noodzakelijk! Om het verschil tussen ‘betrokkenheid’ en ‘engagement’ duidelijk te maken, heb ik in m’n opleidingen wel duizend keer de ‘Spek met Eieren’ metafoor gebruikt. Mijn versie van die metafoor gaat als volgt:

Gedurende m’n decennia lange carrière als management consultant heb ik ontelbare keren ergens in Frankrijk in een of ander hotel overnacht. Mijn record in één jaar was 200 nachten in een of ander Novotel, Mercure of Ibis hotel. Ik kon in de kamers van die hotels met gesloten ogen rondlopen, omdat die in elke keten dezelfde lay-out hebben, waar het hotel ook gelegen is: Parijs, Lyon, Marseille … het maakt niet uit. En ook de ontbijtkaart was identiek. En steevast koos ik voor ‘Spek met Eieren’. Een ontbijt dat ik thuis zelden eet, daar Bonnie daar niet van houdt, wegens het hoge cholesterol gehalte. Maar in Frankrijk was ik steeds alleen en kon dus ongeremd kiezen. Vooraleer toe te tasten, prevelde ik steeds een gebedje. Een overblijfsel van m’n opvoeding. Ik dankte de Heer en de twee dieren die zich hadden ingezet om mij die maaltijd te kunnen voorschotelen. Het ene dier was betrokken geweest, het andere had zich volledig geëngageerd…

Ik voegde er wel aan toe dat men teneinde geëngageerd te zijn, niet noodzakelijk dient te sterven. Toch maakte ik steeds duidelijk dat persoonlijke engagement veel met passie te maken heeft en passie, op z’n beurt, met lijden[vi]. Engagement is niet zoals betrokkenheid vrijblijvend, engagement kan er stevig inhakken. Om een vraag correct te stellen, is engagement nodig en dat engagement dient uit de ogen van de vraagsteller ‘te spatten [vii]

Engagement heeft veel facetten, met name:

1.   Engagement is contextafhankelijk

Hiermee bedoelen ik dat het soort engagement afhankelijk is van het type vraagstuk (context) waarin engagement wordt toegepast. Door de context duidelijk te te maken, kadert men engagement dus met het specifieke vraagstuk.

2.   Engagement is een psychologische staat

Die psychologische staat wordt beïnvloed door het engagementproces. Engagement is dus meer dan alleen de interactie binnen een relatie. Engagement is het verwerkingsproces binnen een persoon door het gehele engagementproces heen. Dat engagement meer is dan alleen de interactie wordt benadrukt door de verschillende dimensies van engagement, waarover meer in punt 4. 

3.   Engagement is een proces 

Engagement bestaat niet uit een enkele handeling. Engagement is een doorlopend proces dat een zekere intensiteit heeft. Die engagement ontstaat tijdens een wisselwerking tussen twee of meerdere partijen. Het engagementproces ontstaat tussen een persoon en een andere persoon, organisatie of community; dit afhankelijk van de context.

4.   Engagement is multidimensionaal

Engagement is multidimensionaal en bestaat uit een cognitieve, emotionele en gedragsdimensie. Deze dimensies worden hierna toegelicht:

Luthans en Peterson beschrijven cognitief engagement als volgt: “Those who are acutely aware.”[viii]

Bij de cognitieve dimensie gaat het om het helder bewustzijn van een persoon tijdens het engagementproces. Een persoon kan engaged zijn met een doel. Zo zijn Linkedin gebruikers ‘engaged’ omdat ze hun professionele netwerk willen onderhouden en om hun competenties en ambities te tonen als een stukje zelfpromotie. De gebruikers denken bewust na over de consequenties die hun engagement kunnen opleveren.

Luthans en Peterson beschrijven emotioneel engagement als volgt: “The meaningful connection to others.” [ix]

Bij de emotionele dimensie van engagement gaat het om de connectie die je voelt voor een andere partij. Een persoon hecht emotionele waarden aan een persoon/organisatie/community tijdens een relatie. 

Ten slotte beschrijft degedragsdimensie van engagement het gedrag die een persoon gedurende het engagementproces vertoont. De gedragsdimensie is met name online belangrijk, omdat het hier meetbaar is. Via Facebook kan elke like, share en reactie bijgehouden worden. 

Gedurende Cruciale dialogenis de menselijke dimensie van de relatievraag van uitzonderlijk belang. Cruciale dialogengaan per definitie over ‘de waarheid’ en om uit te durven komen voor die waarheid is vertrouwen en openheid nodig. 

Bij die menselijke dimensie dienen ook de volgende basisvragen te worden gesteld: 

  • Wat wens ik echt voor mezelf? 

  • Wat wens ik echt voor de ander(en)? 

  • Wat wens ik echt met betrekking tot onze onderlinge relatie? 


Daarbij is het van groot belang onszelf geen rad voor de ogen te draaien. Hiermee bedoel ik dat, wat wij ons toewensen, niet altijd het beste voor ons is. Vandaar dat wij ons én onze wensen continu in vraag dienen te stellen. 
Ten slotte kunnen aan het eind van deze persoonlijke invraagstelling de volgende vragen worden gesteld: 


  • Hoe zou ik mij gedragen indien ik écht deze resultaten wenste te bereiken?
  • Wat is daartoe het noodzakelijke denkkader? Anders gesteld: Welke manier van denken zal dit gedrag sturen?


[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii]Wofgram von Eschenbach, Parzival, Zeist: Christofoor, 2010 (oorspronkelijk episch middeleeuws gedicht van ca. 1200).

[iii]Sir Ken Robinson: Does Schools kill Creativity? https://www.ted.com/talks/ken_robinson_says_schools_kill_creativity(april 2019 + 56 miljoen kijkers!)

[iv]Daryl Connor.Managing at the speed of Change, How resilient managers succeed and prosper where others fail. New York: Villard Books, 1992. 


[v]http://www.creativeinterchange.be/?p=642

[vi]Mattheuspassie, oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach dat het lijdens- en sterfverhaal van Jezus Christus vertelt in de versie van het Evangelie volgens Mattheus.

[vi] “In dir muss brennen, was du in anderen entzünden willst.” Mijn favoriete quote van de Heilige Augustinus.

[viii]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Journal of Management Development. (2001) Volume 21. Issue 5. Bladzijden 376-387

[ix]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Op. cit.

BLIJF WAKKER I – DEEL IX

HOE OPEN BLIJVEN EN BLIJVEND VERTROUWEN HEBBEN?

I haven’t always been strong, but never felt so weak

All of my prayers, gone for nothing

I’ve been without love, but never forsaken

Now the morning sun, the morning sun is breaking

This is my confession

I need your heart

In this depression

I need your heart[i]

– Bruce Springsteen

This Depression – Wrecking ball

(The Boss’s opennessabout his own struggle with depression

enhanced the trust fans have in the man and his work[ii])


Openheid en vertrouwen zijn kenmerken van het heel jonge kind en dus van wat ik de Creatieve Zelf noem. Jullie – Eloïse, Edward en Elvire – zijn geboren als jullie Creatieve Zelf en dus volledig open en vol vertrouwen. Jullie taak is die openheid en dat vertrouwen te behouden! Hoe dat te doen, zal ik in dit deel zo goed als mogelijk beschrijven.

Teneinde een vertrouwensrelatie op te bouwen, dienen we met de ander te communiceren met de intentie van die ander te leren. Dus niet communiceren teneinde die ander te sturen en/of te controleren. Wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaar niet vertrouwen, worden zij competitief en/of defensief. Dit leidt tot het aloude aanvallen en verdedigen, en daardoor vervormt de communicatie en wordt ze onbetrouwbaar. Openheid en vertrouwen zijn, zoals we gezien hebben in Deel VII, de basiscondities van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking:  Authentieke Interactie.  In het huidig tijdperk, dat hoe langer hoe meer de vierde industriële revolutie wordt genoemd, zijn mensen zelfs nog meer dan voorheen interafhankelijk (i.e. wederzijds afhankelijk). Dit onderkennen is, zoals we later zullen zien, één van de basiscondities van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerkingContinue Transformatie. Het is daarbij van het grootste belang dat men er kan op vertrouwen dat iedereen haar of zijn beloftes gestand doet. Het voorgaande toont weer eens aan dat de Creatieve wisselwerking karakteristieken sterk en ‘infiniet’ met elkaar verbonden zijn. 

De mate waarin we elkaar vertrouwen bepaalt mede de kwaliteit van de informatie die we ontvangen en geven. Vertrouwen geeft een veilig gevoel – veilig om open en eerlijk te (mogen) zijn. Wanneer mensen het gevoel hebben dat er maar één enkel ‘juist’ antwoord op de gestelde vraag mogelijk is, voelen ze zich gemanipuleerd, verre van gerespecteerd en worden zij wantrouwig. Het gevaar bestaat daarbij dat zij in die omstandigheden hun toevlucht nemen tot een ‘zelfbeschermend communicatie patroon’ en de ander vertellen wat deze wenst te horen, in plaats van te zeggen hoe zij het zelf zien. 

Verwrongen communicatie komt voort uit het verlangen zichzelf te beschermen tegen iets waar men bang voor is. Wanneer er spanning in de lucht hangt en mensen zich niet veilig voelen om authentiek en oprecht te zijn, bestaat de zelfbescherming vaak in het niet vrij geven of verdraaien van informatie. Indien we niet angstig zouden zijn, zouden we geen behoefte hebben onszelf te beschermen. Een reden te meer om Edwards W. Deming’s adagium: “Drive Fear Out”[iii]tot werkelijkheid te maken. 

Eloïse, Edward en Elvire, nu, en in de toekomst mogelijks nog meer, hangt jullie persoonlijk succes, dat van jullie gezin en later van jullie organisatie af van het beschikken over betrouwbare kanalen voor het zenden en ontvangen van informatie. Informatie die kan omgezet worden in kennis. Kennis die dan weer kan omgezet worden in wijsheid. Indien mensen onder druk worden gezet, of wanneer deze het gevoel hebben met een controlefreak te maken te hebben, zullen zij die wantrouwen en is klare communicatie onbestaande. 

Uiteraard is, zoals we reeds hebben gezien, angst ook de vrucht van de Vicieuze Cirkel. Wij weten dat mensen op hun hoogst mogelijke niveau leren en presteren wanneer zij optimaal betrokken en geëngageerd zijn. Wanneer personen gevangenen zijn van hun Vicieuze Cirkel, leren en presteren ze op hun laagste niveau. Ze verstijven als het ware van angst. Dus dienen wij mensen, met wie we in creatieve interactie zijn, te engageren en diepgaand te betrekken en zeker geen angst in te boezemen. Wij kunnen dit doen door het creatief wisselwerkingsproces ten volle van binnen uit te beleven. Daardoor weten onze gesprekspartners dat wij dat wij het goed met en hen menen en sterk met hen verbonden en begaan zijn. 

Wanneer we het gevoel hebben dat wat de ander meedeelt, eerder voortkomt uit zelf beschermende overwegingen, dan dat het authentiek informatief is, dienen we ons de volgende vraag te stellen: “Is het mogelijk dat dit zelf beschermend gedragspatroon bij de ander geactiveerd werd door mijn gedrag?” Het antwoord op deze vraag is beslissend voor het eventuele verklaren en/of aanpassen van dit gedrag.

Vertrouwen is een onzichtbare factor die mensen met elkaar verbindt tot een sterk presterend geheel. Indien men een taak effectief én efficiënt uitgevoerd wilt zien, dient men – vooraleer de uitvoering van die taak wordt gestart – het zo noodzakelijke vertrouwen te ontwikkelen. Het ontwikkelingsproces van vertrouwen omvat steeds het respectvol leren van elkaars manier van dingen zien en doen. Vertrouwen is niet automatisch aanwezig wanneer een team start met een opdracht. Vertrouwen wordt gecreëerd door oprecht naar elkaar te luisteren en terzelfdertijd eerlijk voor de eigen mening uit te komen, en voornamelijk door daarbij de verschillen in mening te aanvaarden en te begrijpen (zie ook de tweede vaardigheid van deze karakteristiek: Bepleiten en Bevragen– Deel XI). Wanneer we aanvoelen dat de ander onze manier van denken en doen, onze ideeën respecteert en deze bovendien echt wil waarderend begrijpen, hebben wij vertrouwen in die ander. 

Dit is een zelfversterkend mechanisme. Door dit vertrouwen vinden wij het gemakkelijk om open met die ander te communiceren. Door open met die ander te communiceren, groeit het vertrouwen van die ander. Wanneer we elkaar vertrouwen, hebben wij meer energie en enthousiasme om te werken aan onze opdracht en bereiken we ons doel. Overigens berust het belangrijkste principe van de mystieke leer van de Andes –Ayni– op de volgende stelling: Wederkerigheid in relaties is een uitwisseling van energie

Wij zijn dan ook scherper in het ontdekken van de pro’s en de contra’s van elkaars ideeën. We weten daarbij dat het doel niet is elkaars ideeën af te breken, maar integendeel op elkaars ideeën te bouwen. Dit gaat gewoonlijk gepaard met een bereidheid om risico’s te nemen en nieuwe zaken uit te proberen. Daarbij weten we dat, zelfs wanneer dit tegenvalt, we zullen leren en elkaar zullen ondersteunen. Dit juist omdat we elkaar vertrouwen. We vallen elkaar bij tegenslag niet aan, integendeel we komen versterkt uit de miskleun, want we hebben iets geleerd.  We staan samen ‘sterk weer op’. In deel VII heb ik dit ‘psychologische veiligheid’ genoemd, een term gecreëerd door professor Amy Edmondson. 

Vertrouwen maakt wederkerig leren mogelijk. Vandaar dat vertrouwen van levensbelang is in de Lerende Organisatie. Deze is gebaseerd op het gezamenlijk oplossen van problemen, op team creativiteit en hechte verbanden van wederzijdse ondersteuning. Wantrouwen creëert angst en maakt leren onmogelijk. Wanneer we aanvoelen dat de ander ons tracht te sturen of ons verplicht zaken te zien en/of te doen op zijn manier, voelen we ons ongemakkelijk en willen wij onszelf beschermen. De nood om anderen te controleren en te sturen doodt vertrouwen en daardoor wordt ook de bekwaamheid om als een hecht effectief team te werken vakkundig de nek omgedraaid. 

Vertrouwen is gebaseerd op tweezijdige – en dus niet op eenzijdige – communicatie; vertrouwen is gebaseerd op wisselwerking. Daarbij heeft het onder meer behoefte aan de vaardigheid Bepleiten en Bevragen, waarover meer in deel XI. Door het inzetten van die vaardigheid reiken we onze beste kennis aan en vragen we naar de beste kennis van de ander. Daarbij respecteren we uiteraard zijn bijdrage ten volle. Dit veronderstelt dat wij actief luisteren. Dit omvat onder meer het opvangen van de belangrijke boodschappen verborgen in de non-verbale communicatie, waarover meer in Deel XII. Bovendien dienen we minstens bekwaam te zijn om de volledige boodschap van de ander correct te parafraseren en daarbij te vragen om bevestiging. Over dit laatste meer in Deel XIII.

Het effectief en efficiënt van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces steunt op het waarderen van alle input en op het besef, dat eenieder heeft, dat we alleen niet alles kunnen kennen wat nodig is om een afdoend antwoord op de vraag te geven. Daarbij zijn we beducht voor het manipuleren en het sturen van anderen. Mensen voelen zich gestuurd en gemanipuleerd wanneer ze aanvoelen dat hun mening niet wordt gehoord, laat staan overwogen. Dan stopt angst de informatiestroom. Informatie die zo vitaal is voor het oplossen van een probleem of het grijpen van een kans of een opportuniteit. Elke wisselwerking versterkt of verzwakt het onderlinge vertrouwen. Wanneer we angstig zijn, heeft alles wat we zeggen, doen en voelen – met betrekking tot de ander – een verborgen intentie. Die verborgen agenda is er ook bij manipulatie. Mensen hebben een speciaal zintuig dat aanvoelt of de ander de intentie heeft hen te begrijpen of integendeel hen te sturen en te manipuleren. Wanneer mensen aanvoelen dat ze worden gestuurd, gecontroleerd en gemanipuleerd, dan voelen ze zich gebruikt en dus niet gerespecteert. De relatie wordt begrensd en verliest alle energie. Het team verliest de bekwaamheid om het probleem op te lossen, een afdoend antwoord op de vraag te geven of de opportuniteit te realiseren; kortom, de toekomst te creëren. Er wordt niets toegevoegd aan het wederzijdse leren. 

In de op leren georiënteerde nieuwe werkplaats is het kritische en competitieve ruwe materiaal de kennis en de inzichten die mensen bezitten. Belangrijk is ook de bekwaamheid om daaruit – door niet belemmerde, open uitwisseling van ideeën en zienswijzen – nieuwe kennis te creëren. Een gezond systeem – persoon, duo, team of organisatie – wordt gekenmerkt door wederkerige, niet belemmerde uitwisseling van energie, ideeën, informatie én gevoelens. Dit alles vereist vertrouwen en openheid, gebaseerd op eerlijkheid. 

Authentieke Interactieis open en eerlijk. Jezelf continu bijschaven met de hulp van anderen betekent dat je continu openstaat om te leren van alles wat het leven je aanbiedt. Een eerlijke relatie, gebaseerd op de intentie te leren, omvat een continu dialoogproces met betrekking tot hoe men de noden van alle betrokkenen kan lenigen. Daarbij leren en groeien de partijen continu door de confronterende verschillen. Dit betekent dat openheid en eerlijkheid niet geofferd wordt op het altaar van onze angsten. Die laatste ons verhinderen inderdaad om eerlijk te zijn. Zoals we weten, Eloïse, Edward en Elvire, hebben de meeste van onze angsten te maken met ‘angst om iets of iemand te verliezen’. We vrezen om goedkeuring, macht, aanvaarding, status, geld, comfort, ons gezicht, onze job, een opportuniteit, geloofwaardigheid en dies meer te verliezen. Zaken die eigenlijk niemand wenst te verliezen. 

Loyaliteit t.o.v. waarheid 

De waarheid onder ogen zien en die ook meedelen,  is een fundamenteel onderdeel van een diepgaande communicatie. We bedoelen uiteraard niet de absolute waarheid, maar de waarheid zoals men ze ziet. Gezien de creatieve spanning tussen de huidige realiteit en de gewenste afhangt van een goed begrip van de huidige werkelijkheid, ebt die spanning weg van zodra we de huidige situatie, om redenen van misplaatste loyaliteit, te rooskleurig voorstellen. Daardoor doen we onze waarheid geweld aan.

De hamvraag is: “Waarom hebben mensen in organisaties het dan zo moeilijk om voor hun waarheid uit te komen?” Inderdaad, waarom blijkt dit toch zo moeilijk, terwijl de waarheid juist helpt bij het nemen van correctieve beslissingen en bij het maken van de juiste keuzes ten einde te bereiken wat we werkelijk willen bereiken. Het antwoord op die vraag heeft voor een groot stuk te maken met het conflict tussen eerlijkheid en loyaliteit. Een groot deel van ons leven werken we in structuren en gemeenschappen, waar de nood om de waarheid te vertellen meermaals botst met andere loyaliteiten die in het systeem zijn ingebouwd. Deze loyaliteiten (t.o.v. de leider, de groep, de persoonlijke én groepsobjectieven) en ingebakken attitudes met betrekking tot wat echt belangrijk is, zijn meestal zo diepgeworteld dat zij voorrang krijgen. Wanneer we terug aanknopen bij het natuurlijk creatief wisselwerkingsproces,dat het engagement tot het spreken van de waarheid benadrukt, zal er een lastige periode volgen waarin de twee soorten loyaliteit zullen botsen.

Een gelijkaardig pijnpunt doet zich voor in organisaties die routinematig de boodschapper die slecht nieuws brengt, of de klokkenluider, neersabelen. De waarheid aan het licht brengen én terzelfder tijd loyaal blijven aan diepgewortelde gewoonten, is in dusdanige organisaties praktisch onmogelijk. De waarheid niet onder ogen durven zien, betekent het ontkennen van de eigen observatie. De meeste mensen hangen ergens in het midden en trachten beide waarden – loyaliteit en waarheid – in balans te brengen zonder in conflict te raken. Ze trachten de kool en de geit te sparen. Wat zij in feite doen, is de last op hun schouders nemen door te doen wat nodig is om de tegenstellingen bedekt op te lossen. Dit is een bijzonder frustrerend compromis, omdat de drie loyaliteiten – t.o.v. de waarheid, hun positie en de groep – eigenlijk niet alle drie op hetzelfde moment kunnen nagestreefd worden. De enige duurzame loyaliteit is de loyaliteit tegenover de waarheid. Alle loyaliteiten die ons beletten om de huidige werkelijkheid onder ogen te zien – met inbegrip van de zogenaamde ‘flexibele eerlijkheid’ – zullen vroeg of laat nefast zijn voor het succes van de organisatie. Dit om de eenvoudige reden dat de loyaliteiten het creatief wisselwerkingsproces afremmen en de Vicieuze Cirkel aanzwengelen. Inderdaad, één van de oorzaken van de vervorming van de eerlijkheid is de Vicieuze Cirkel. Psychologen hebben gevonden dat de niet-verwerkte emotionele incidenten uit het verleden aan de basis liggen van een subtiel doch groot effect op de manier van communiceren van volwassenen. Deze emotionele incidenten liggen – zoals we hebben kunnen lezen in Stacie Hagan en Charlie Palmgren’s boek[iv]– aan de oorsprong van de Vicieuze Cirkel

Eerlijke zelfexpressie brengt de ganse persoon in de wisselwerking. Inderdaad dienen we, teneinde relaties te creëren waarin leren echt plaats kan grijpen, onze Originele Zelf in de authentieke communicatie te brengen. In feite komt dit neer op het reeds ver- melde eerste deel van Henry Nelson Wiemans ‘two-fold commitment’: Geef het beste van wat je nu weet. Het tweede deel luidt: Sta duurzaam open voor het proces dat dit beste verandert in iets dat nieuwer, beter, voller, … is. 

Het begrip Originele Zelf werd reeds uitvoerig beschreven in vorige delen. De weg naar het inzetten van het Originele Zelf in de communicatie heeft meerdere stappen. We beperken ons hier tot de twee meest relevante: 

  1. Leer het onderscheid tussen hetOriginele Zelf en de gecreëerde zelf te onderkennen;
  2. Identificeer de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen.

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, leer het onderscheid te maken tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf en blijf verbonden met jullie essentie. Identificeer daarbij de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen. 

Het onderscheid tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf

Leer dus het verschil onderkennen tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelfIndien je je kan voorstellen wie je zou geworden zijn indien je omgeving én jezelf, je volledig gesteund hadden in je manier van zien, voelen en dingen doen op je eigen unieke wijze, dan geeft dit een aanzet tot het (h)erkennen van je essentie. Met andere woorden: indien je je kan voorstellen wie je geworden zou zijn indien het creatief wisselwerkingsproces duurzaam en volledig van ‘binnen naar buiten’ aan het werk zou gebleven zijn, dan ontdek je daarbij je Originele Zelf. De basiskwaliteit van het Originele Zelf is de openheid tot leren en ontdekken. Die kwaliteit kunnen we zien bij zeer jonge kinderen. Inderdaad het nog zeer jonge kind is gedreven om zich in de wereld ten volle in te zetten en die ten gronde te exploreren. Het Originele Zelf heeft, zoals jonge kinderen, een sterk gevoel voor verbinding met anderen en beleeft deze verbinding op heel unieke wijze. 

Wanneer we ons vereenzelvigen met onze gecreëerde zelf, zijn onze attitudes en gedrag meer gedreven van ‘buiten naar binnen’ dan andersom. Wij hangen voor ons ‘goed gevoel’ en welzijn af van anderen. “Wat zullen ze van mij denken?” is een symptomatische gedachte in dit verband. Bovendien hebben wij een grote behoefte om te tonen dat wij alles ‘onder controle’ hebben, dat wij er goed uitzien en dat wij ons conformeren aan vastgelegde regels. Daarbij staat het gecreëerde zelf continu onder spanning omdat het gevangen zit in het web van de opinies van anderen. Het zit vast in de val van de Vicieuze Cirkel. Uiteindelijk geloven we dat het gecreëerde zelf diegene is die we in werkelijkheid zijn. We steken zo veel energie in het beschermen van onszelf, tegen de angsten van het gecreëerde zelf, dat we ontkoppeld en vervreemd zijn van onze essentie en daardoor ook van de essentie van anderen. Wij zijn in oorlog met onszelf en met anderen. Wij vertrouwen onszelf niet meer en wij vertrouwen elkaar niet. 

Het resultaat van de Vicieuze Cirkel is een zelf die beperkt is in zijn volle expressie en dit door een aantal aangeleerde gewoontes en door een aantal zelf beperkende aannames. Niet zelden liggen deze aannames aan de basis van onze twijfels betreffende onze mogelijkheden en onze Intrinsieke Waarde. Doorheen gans ons verder leven denken wij dat deze zelftwijfel gegrond en waar is en trachten wij die voor anderen te verbergen. De arend is werkelijk een kip geworden… 

Om te kunnen appreciëren hoe deze Vicieuze Cirkel een karikatuur maakt van onszelf, dienen we terug te gaan in de tijd, terug te gaan naar ons pril bestaan. Dit om in te zien welke rollen we leerden spelen, rollen die we meenamen in onze volwassenheid. Deze rollen, van het draaiboek van het leven, onthullen onze onderliggende overtuiging betreffende hoe de wereld in elkaar zit en hoe die wereld, en de mensen erin, tegenover ons staan. Dit draaiboek is een onderdeel van onze gecreëerde zelf. De levensrollen en dito verwachtingen (althans het Vicieuze Cirkel-gedeelte ervan) zijn aannames van het gecreëerde zelf. Indien deze rollen overgedragen worden naar de volwassenheid, beperken wij onze opties en vervormen wij onze observaties. We kleuren die namelijk in. Ons mentaal model is niet doorlatend genoeg om de werkelijkheid ten volle te zien. En mede daardoor komen we later terecht in organisaties en bedrijven met geschreven en ongeschreven regels die koren zijn op de molen van de Vicieuze Cirkel. Door het versterkende karakter van de Vicieuze Cirkel leer je een bepaalde manier van denken, een bepaald gedrag, een eigen denkrichting aan. Totdat je dit alles ten slotte aanneemt als je ware identiteit terwijl het in feite enkel je conditionering, je gecreëerde zelf is. 

Wat je moet leren, heeft vaak te maken met het ontdekken en ontwikkelen van een latent talent. Soms heeft het ook te maken met het afwerpen van angsten en beperkende aannames en steeds met het creatief wisselwerkingsproces z’n werk laten doen. Dit niettegenstaande de realiteit van de Vicieuze Cirkel

Het doel van de mythologische ‘hero’s journey’ is de vaak onbewuste, aangeleerde reacties, die je motiveren voor een bepaald gedragspatroon, te vervangen door bewust gekozen eigen reacties. Reacties die een uitdrukking zijn van je Originele Zelf. De mytholoog Joseph Campbell[v]verwoordde het ooit zo: 

The hero is one who, while still alive, discovers the essential self, which in most people remains more or less unconscious.

Hoe minder je beheerst wordt door de Vicieuze Cirkel, hoe vrijer je bent om je eigen reacties op situaties of gebeurtenissen te kiezen uit een ganse reeks van opties. En hoe vrijer je je voelt, des te minder heb je de neiging de ander te sturen, te controleren en des te eerlijker je zult zijn tegenover jezelf en anderen. Wanneer je verbonden bent met je essentie, dan ben je verbonden met de anderen, zelfs wanneer zij zaken doen die je niet bevallen. Wanneer je bijvoorbeeld negatieve feedback krijgt van je omgeving inzake je gedrag (of er zelf aan de ander moet geven wegens diens gedrag), gebruik je deze situatie om de verbinding met de ander én met jezelf te versterken. Daarbij vraat je jezelf af: “Wat kan ik in deze situatie over mezelf en de ander leren, om mij te helpen om meer te worden wie ik werkelijk ben?” Wanneer je de focus legt op je essentie, je Originele Waarde, in plaats van op je Ego, dan neem je de negatieve feedback niet op als een persoonlijke aanval. Integendeel, je ziet die feedback als nuttig voor je leerproces – zowel met betrekking tot jezelf als met betrekking tot de persoon die je die feedback geeft. 

Door het natuurlijke creatief wisselwerkingsproces ten volle in te zetten, zijn we niet meer afhankelijk van anderen om ons te zeggen wat goed voor ons is. Wanneer we de macht weer overnemen van datgene buiten ons (i.e. de Vicieuze Cirkel), om te bepalen wie we werkelijk zijn en hoe we dienen te leven, worden we eindelijk opnieuw echt gemachtigd om ons eigen leven in handen te nemen. We worden echt volwassen. Opgelet, het creëren van de condities noodzakelijk voor succesvol van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vereist grote moed en zelfkennis. 

Identificeren van de waarden die het Originele Zelf ondersteunen

Eloïse, Edward en Elvire, een belangrijk stap in het leerproces om jullie leven te richten op jullie essentie is te ontdekken van jullie waarden. Over de Kernwaarden hebben we het reeds uitvoerig gehad in deel IV. Deze Kernwaarden kennen, voordat zich een levenscrisis voordoet, is een enorm voordeel. Deze waarden bereiden jullie immers voor om, wanneer zich dramatische veranderingen in jullie leven voordoen, de juiste keuzes te maken uit de mogelijke opties. Indien we ons ten volle bewust zijn van ons Doel en onze Waarden is het makkelijker de afwegingen te maken die nodig zijn in dit besluitvormingsproces. Het helpt jullie als het ware de Cruciale Dialoog met jullie zelf, op cruciale momenten in jullie leven, tot een goed einde te brengen. Het maakt jullie ook mogelijk de kansen die verscholen zitten in de crisis werkelijk te ontdekken. Bij een ingrijpende verandering de nieuwe kansen die jullie ‘toevallen’ ook daadwerkelijk vlug onderkennen en ‘oprapen’, is op dat moment van cruciaal belang. Wanneer men zichzelf echt kent én bovendien weet wat men wilt, is men beter geplaatst om de juiste keuzes te maken wanneer het er echt toe doet. 

Openheid & Vertrouwen, zijden van het muntstuk Authentieke Interactie

Openheid en vertrouwen zijn vast aan elkaar verbonden. Een persoon ten volle kennen en waarderen, weten wie zij of hij is en wat zij of hij werkelijk doet, creëert vertrouwen. Hoe opener iemand is, hoe meer zij of hij door de ander(en) kan gekend worden, hoe meer hij echt kan begrepen worden en hoe groter het onderling vertrouwen kan worden. Vertrouwen en openheid zijn de basis hoekstenen van Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Om van het vertrouwen en de openheid werkelijk een duurzame realiteit te maken, dienen deze hoekstenen uiteraard permanent onderhouden te worden. Dit kan door het voortdurend inzetten van de vier basisvaardigheden van deze karakteristiek:

  • het duidelijk stellen van de Kernvraag (Deel X);
  • het in balans gebruiken van Bepleiten en Bevragen (Deel XI);
  • het gebruiken en erkennen van Non-Verbale Communicatie (Deel XII);  
  • het bevestigen van wat herhaald wordt of Bevestigend Parafraseren (Deel XIII).

Een omgeving waarin duurzaam vertrouwen en openheid heerst, is gekenmerkt door een vrije stroom van informatie. Openheid heeft twee dimensies: vertellen en luisteren en is dus een interpersoonlijke conditie die bestaat onder de deelnemers aan de dialoog wanneer zij: 

  • als ‘zender’ elkaar vertellen wat zij denken over feiten, ideeën, waarden, aannames, gevoelens en de manier waarop zij die zaken zien en 

  • als ‘ontvanger’ naar die boodschap willen luisteren en dit 
ook effectief ten volle doen. 

Mensen die niet beschikken over bovenvermelde vier basisvaardigheden van de interpersoonlijke communicatie zullen niet zeer open zijn en bovendien minder geneigd zijn om anderen te vertrouwen. “Vertrouwen is goed, Controle is beter”, is hun devies. Dat ze daardoor zelf ook heel wat minder vertrouwd worden, is logisch. 
Het open zijn en het op voorhand vertrouwen geven houden risico’s in. Wij zijn er, gebaseerd op onze ervaringen, van overtuigd dat het zich bekwamen in de vier basisvaardigheden, en ze dus ten volle gebruiken bij elke diepe conversatie, de individuele niveaus van openheid en vertrouwen zal verhogen. Het gaat dus over – om het in systeemdeken taal[vi]te zeggen – een zelfversterkende lus: het effectief gebruik van de vier basisvaardigheden versterkt de openheid en het vertrouwen en … het verstevigde vertrouwen en de grotere openheid bevorderen dan weer het gebruik van de vier basisvaardigheden. 
Dit totdat het gewoonten geworden zijn (zie Deel VIII).

Creatieve wisselwerking ligtaan de basis van, en gaat over, een ingrijpend veranderingsproces. Deal en Kennedy[vii] stellen dat openheid en vertrouwen een sleutelonderdeel zijn van verandering: 

Openness and Trust in the Change Process influence whether and how change occurs. 

en de Freibergs[viii] zeggen het zo: 

Full disclosure leads to more honest conversations and it creates culture that values authenticity.”

Vertrouwen is organisch, het wordt echt niet geproduceerd op een assembleerlijn. Vertrouwen groeit door onze acties. Peter Senge et al.[ix] hebben vastgesteld dat “Culturen enkel bestaan wanneer die beleefd worden op elk moment”. 

Vertrouwen groeit wanneer: 

  • er naar elkaar geluisterd wordt, echt geluisterd;
  • we elkaar aanmoedigen om onze ideeën uit te drukken en daarbij actief luisteren (zie ook de vaardigheid Bevestigend Parafraseren, Deel XIII);
  • elkaar toestaan dat ook opinies aan bod komen, zelfs opinies die we liever niet horen;
  • we fouten aanvaarden (want een fout kan gebeuren) en vooral wanneer we ervan leren.

Om Peter Senge et al.[x] nog maar eens te citeren: 

We learn how to do something truly new only through doing it, then adjusting

Door fouten te aanvaarden wordt de blaam getransformeerd in creatief denken, we leren dan echt van onze fouten. Het Originele Zelfcreëert dus vertrouwen, waarbij integriteit eerlijkheid omvat én verder gaat. Eerlijkheid is de waarheid vertellen – m.a.w. onze woorden in overeenstemming brengen met de realiteit. Integriteit is de realiteit in overeenstemming brengen met onze woorden of anders gesteld, onze beloftes nakomen en de in ons gestelde verwachtingen.

Eén van de belangrijkste manieren om je Originele Zelf te tonen, je integriteit te bewijzen, is loyaal te zijn t.o.v. diegenen die niet aanwezig zijn. Door zo te handelen versterken wij het vertrouwen in ons, van diegenen die wel aanwezig zijn. Inderdaad, wanneer men diegenen die niet aanwezig zijn, verdedigt, zal men het vertrouwen winnen van diegenen die wel aanwezig zijn. Integriteit in een interafhankelijke werkelijkheid komt neer op het behandelen van iedereen overeenkomstig dezelfde set principes. Wanneer je dit werkelijk doet, zullen mensen je vertrouwen

Eloïse, Edward en Elvire, het is wel zo dat anderen initieel jullie integriteit niet steeds sterk zullen appreciëren. 
Integriteit confronteert nu eenmaal en veel mensen bewandelen liever het pad van de minste weerstand. Een pad bezaait met het zich afzetten, bekritiseren, bekladden van anderen, (die meestal niet aanwezig zijn – de puurste achterklap). Dit komt omdat de Vicieuze Cirkelnog steeds meer aan zet is dan Creatieve wisselwerking. Maar op het einde van de rit zullen mensen jullie meer vertrouwen indien jullie eerlijk, open én verdraagzaam bent. 

Integriteit vermijdt misleidende communicatie. Een leugen is elke communicatie met de bedoeling om te misleiden. Wanneer we integer communiceren in woorden én gedrag, kan onze intentie onmogelijk zijn te misleiden of te bedriegen. Dit voelt iedereen aan en daardoor versterkt integer gedrag in communicatie het vertrouwen en de openheid. 


[i]Bruce Springsteen. Quote uit This Depressionsong van studioalbum Wrecking ball,Columbia Records, 2012.

[ii]https://www.theguardian.com/music/2016/sep/07/bruce-springsteen-depression-wrecking-ball-interview

[iii]Edwards, W. Deming. “Drive Fear Out” is één van de kenmerken van een Kwaliteitsvolle organisaties zoals hij aangeeft in zijn TQM aanpak en onder meer beschrijft in zijn boek Out of Crisis. Cambridge, Mass: MIT Press, 1986.

[iv]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MD: Recovery Communications, Inc., 1998 

[v]Joseph Campbell. The Hero with a Thousand Faces, Novato, CA: Bolinger Series XVII, Joseph Campbell Foundation, New World Library, 2008. 

[vi]Senge, Peter M. The fifth discipline. The art and practice of the learning organization. New York: Doubleday, 1990.

[vii]  Deal, Terrence E. en Allen A. Kennedy. Corporate cultures: the rules and ritu-als of corporate life. Reading MA: Addison-Wesley Publishing Company, Inc. 1982.

[viii]Freiberg, Keven and Jackie Freiberg. Guts: Companies that blow the doors off. Business as usual. New York: Doubleday, 2004.

[ix] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. Cambridge MA: The Society of Organizational Learning, 2004.[

[x] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. op. cit.

BLIJF WAKKER ! – DEEL VIII

HOE GEWOONTEN AAN- EN AFLEREN?

Imagine you are in a car,

And your new selves can’t get in,

But your old selves can’t get out.

You can bring new vision and guidance in your life,

But you can’t forget who you’ve been 

And what you’ve seen

– Bruce Springsteen

Quote uit een ‘Rolling Stone’ interview[i]

(Habit, once formed, is one of the selves in the car)

Eloïse, Edward en Elvire, mensen zijn gewoontedieren[ii]. Ook in deze context, dus met betrekking tot gewoonten, is het enig correcte antwoord op de vraag uit het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’: “Is dat goed of is dat slecht?” (zie onder meer ook deel II) een volmondig JA! Sommige gewoonten zijn nu eenmaal goed (bv. het dagelijks correct tandenpoetsen is een gezonde gewoonte) en andere dan weer slecht (bv. dagelijks een tiental sigaretten roken is een ongezonde gewoonte). Goede gewoonten zou ik dienen te behouden (bv. dagelijks een half uur gaan doorstappen in de Lembeekse bossen) of aante leren (bv. beter begrijpend én waarderend luisteren naar m’n kleinkinderen). Minder goede gewoonten (voorbeeld: niet altijd luisteren, laat staan waarderend begrijpen van Bonnie) zou ik dienen af te leren. 

Sommigen beweren dat er noch goede, noch slechte gewoonten zijn. Er zouden enkel effectieve gewoonten zijn. Dit zijn gewoonten die effectief zijn in het oplossen van terugkerende problemen. Die hebben wel een punt. Alle gewoonten brengen iets op – ook de slechte. Het is zelfs omdat het iets opbrengt dat gewenst is dat wij een bepaald gedrag zolang herhalen tot het een gewoonte geworden is. Het klassieke voorbeeld is het roken van sigaretten (of tegenwoordig ‘vapen’, is het niet Edward?), dat geeft een zekere rust en een bepaald genot.

Het probleem is dat mensen, dus ook wij, onze dagelijkse routines niet zo makkelijk bijstellen en ze al helemaal niet door anderen laten opleggen.  Wanneer we ons eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigen gemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). Veranderen van gewoonten dient bovendien van binnen uit te gebeuren (in het geval van bovenstaande quote van Bruce Springsteen door de eigenaar van de wagen)!

Belang van gewoonten

Zonder gewoonten kunnen we niet goed functioneren in het dagelijkse leven.

Gewoonten zorgen ervoor dat we dingen doen zonder dat we er hoeven bij na te denken. De al bij al beperkte hersencapaciteit waarover we beschikken, kunnen we dan inzetten voor wat er echt toe doet. Inderdaad, de mentale energie die we niet hoeven te steken in onze gewoonten, kunnen we spenderen aan belangrijker zaken.

Heel wat resultaten zijn de gevolgen van gewoonten. Aan de hand van die resultaten kan men gewoonten catalogeren. Meestal spreken we daarbij, zoals hierboven, van goede gewoonten en slechte gewoonten. Het spreekt vanzelf dat goede gewoonten naar goede resultaten leiden. Zo leidt het dagelijks goed poetsen van de tanden tot het behouden van een gezond gebit. Slechte gewoonten leiden daarentegen naar minder goede resultaten. Zo leidt de gewoonte van het vaak eten van overvloedig ‘junk food’ tot obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte).

Maar, Eloïse, Edward en Elvire, een gewoonte heeft meestal goede enslechte gevolgen. Zo leidt het reeds vermelde roken van sigaretten tijdelijk tot minder stress en wat genot enook, uiteindelijk, tot een longziekte. Daarenboven zijn de labels, die men aan gewoonten hecht, ‘goed’ en ‘slecht’ persoonsgebonden. Zij komen voort uit de persoonlijke interpretatie en appreciatie van de gevolgen. En wat we soms als ‘goed’ catalogeren, is dit, op de keper beschouwd, niet steeds. Dit komt onder meer omdat we de – voor ons – goede gevolgen hoger waarderen dan de minder goede. Kortom, die labels komen uit de mindset van de specifieke gecreëerde zelf.

Hoe ontstaan gewoonten?

We worden niet geboren met gewoonten. Gewoonten worden aangeleerd. Hierbij speelt het zogenaamde conditioneringsproces een cruciale rol. Dit proces wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarbinnen het opereert. Het wordt mede daardoor ook socialisatie genoemd. Het is het proces waarbij een cultuur haar leden bepaalde overtuigingen, voorkeuren, gewoonten en de taal aanleert. Zo spreken wij, Eloïse, Edward en Elvire, Nederlands. Dit is een door onze cultuur aangeleerde gewoonte. Indien jullie in een andere cultuur waren grootgebracht, spraken jullie de taal ervan. Naast de cultuur ontwikkelen zich op persoonlijk vlak gewoonten door individuele voorkeuren en vooral ook door de werking van onze persoonlijkeVicieuze Cirkel.

Over het ontstaan van gewoonten zijn er heel wat boeken geschreven. Ik heb er nogal wat van gelezen. Dit omdat het menselijke gedrag mij ook professioneel boeide. Arbeidsongevallen hebben bijvoorbeeld veel te maken met gedrag, en dan nog voornamelijk met gewoontegedrag. Daardoor boeiden mij gewoonten, en hoe die ontstaan en veranderen, mij enorm. Wat mij daarbij opviel is dat alle auteurs van die boeken een eigen invulling geven aan het ontstaansproces van gewoonten. Gewoonten blijken namelijk te ontstaan volgens een drie stappen ontwikkelingsproces. Zo beschrijft onder meer Aubrey C. Daniels het klassiek geworden ABC plan[iii]. Het is een mnemotechnisch geintje dat steunt op de beginletters van het alfabet. In de Angelsaksische landen komt men zo tot volgende drie stappen: Antecedents – Behavior – Consequences. Mijn vertaling is wat krakkemikkig omdat ik persé de B wou behouden (anders speelde ik het ‘alfabet’ kwijt). Daarbij staat A voor Aansporing, dit is de prikkel om een bepaald gedrag te vertonen. B staat voor Behavior, dit is dan het getoonde gedrag. C tenslotte staat voor de Consequenties, dit zijn de gevolgen van het gedrag.

Nu ontstaan gewoonten door een bepaald gedrag zolang te herhalen dat het ingesleten geraakt. Aristoteles wist dit al, want hij stelde: “Wij zijn wat wij bij herhaling doen.” Dit wil zeggen het gedrag wordt vertoont zonder dat er nog bij wordt nagedacht. Als men niet meer nadenkt bij het uitvoeren van een bepaalde handeling, is die handeling inderdaad een gewoonte geworden. Het klassieke voorbeeld, dat door zowat alle auteurs van boeken rond gewoontevorming wordt meegegeven, is het volgende. Wanneer we een kamer binnen komen die donker is, gaat ons hand automatisch op zoek naar de lichtschakelaar om die in duwen. De donkere kamer is de Aansporing, de lichtschakelaar induwen is het Behavior (gedrag) en de verlichte kamer is de Consequentie van die handeling. De gewoonte is het middenstuk van de ABC keten. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom gewoonten simpelweg betrouwbare oplossingen voor terugkerende problemen kunnen genoemd worden[iv]. Gewoonten zijn ingesleten reflexen of rituelen. Het zijn met andere woorden mentale overbruggingen die we door ervaring leerden. Nog anders gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten zijn terugkerende handelingen waar we niet meer bij nadenken.

We hebben twee invalshoeken, twee bepaalde manieren om naar gewoonten te kijken. Meestal kijken we naar watwe met een bepaalde gewoonte wensen te bekomen. De output of consequentie is bij die manier van kijken belangrijk. Er is ook een tweede manier, Eloïse, Edward en Elvire en daar wil ik het in dit deel voornamelijk over hebben. Bij een gewoonte en dus ook bij gewoonte vorming is de input of aanleiding belangrijk. Die gewoonten, waarbij de input belangrijk is, zijn gekoppeld aan jullie identiteit. Deze tweede invalshoek start met de focus te richten op wiewe willen worden. Jullie hebben onderhand al begrepen dat dit voor mij onze Originele Zelfis. Onze actuele identiteit is wie we actueel zijn. Ik heb dit in vorige delen onze gecreëerde zelf genoemd. Onze Creatieve Zelf kan de gecreëerde zelf transformeren in de richting van onze Originele Zelf. Daarbij beleven we van binnenuit het proces waarmee wij geboren zijn, Creatieve wisselwerking.

Kortom, gewoonten worden gevormd door het inslijten van de identiteit die bestaat uit het geheel van aannames, vooronderstellingen en onderliggende meningen. Dit geheel noem ik nogal vaak onze mindset, wat kan vertaald worden als referentiekader, denkkader en mentaal model. Hierdoor wordt duidelijk dat we moeilijk gewoonten kunnen veranderen indien we niet onze mindset, die geleid heeft tot deze gewoonten, veranderen. Bij het veranderen van gewoonten gaat het voor mij, Eloïse, Edward en Elvire, niet zo zeer om het doel of om wat het opbrengt, maar om te veranderen wie ik ben; mijn gecreëerde zelf met diens unieke mindset. Daardoor blijven verbeteringen in gewoonten meestal slechts tijdelijk … totdat ze een deel worden van wie men is. Gewoonten zijn dus een inherent deel van onze gecreëerde zelf, onze mindset, ons individueel paradigma en onze individuele cultuur. Willen wij gewoonten af en aanleren dienen we dus onze gecreëerde zelf, onze mindset te veranderen.

En dat brengt ons naadloos terug naar het antwoord op de reeds in deze serie columns gestelde cruciale vraag: “Hoe kunnen we onze mindset veranderen gezien onze ‘mind’ dat zelf niet kan?”. Het antwoord op die vraag kennen jullie, Eloïse, Edward en Elvire onderhand wel: “Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.’ 

Hoe meer we een bepaald gedrag vertonen, hoe meer we onze identiteit, verbonden met dat gedrag, versterken. Het begrip ‘identiteit’ werd origineel afgeleid uit de Latijnse woorden ‘essensitas’, wat ‘zijn’ betekend en ‘identidem’, wat ‘herhaald’ betekent. Identiteit betekent dus letterlijk: ‘herhaald zijn’. Het proces dat gewoonten bouwt is in wezen het proces waardoor men zichzelf, en dus (hopelijk) z’n Originele Zelf, wordt. De werkelijkheid  gebied mij om te stellen dat we slechts een verbeterde gecreëerde zelf bereiken, de Originele Zelf blijft het doel; doel dat we m.i. nooit bereiken (maar jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mogen mij het tegendeel bewijzen).

In Systeemdenken taal zou men het zo kunnen zeggen: “Gewoonten vormen uw identiteit en uw identiteit geeft vorm aan uw gewoonten.” Het is dus een versterkende feedback lus totdat het gedrag gebeiteld is en dus een gewoonte geworden is. Zowel het aanleren, vormen van een gewoonte, als het afleren van een gewoonte, vergt herhaling en dus tijd. 

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten hebben te maken met zichzelf worden. De echte vraag daarbij is: “Worden jullie wel de personen die jullie echt willen worden?” Onze parafrasering van deze vraag kennen jullie al: “Worden jullie wel jullie Originele Zelf?”. En de opdracht zit al besloten in de vraag. De praktische moeilijkheid van het verwezenlijken van die opdracht – met name de transformatie van de gecreëerde zelf – hangt af van het huidig verschil tussen de actuele gecreëerde zelf en de Originele Zelf. Gezien jullie nog meer jullie Originele Zelf zijn dan ik, is de moeilijkheidsgraad van jullie transformatie eigenlijk kleiner dan die van jullie grootvader Johan. Dat is alvast het goede nieuws! Voor jullie althans… En zoals zo vaak is de weg naar het doel uiterst interessant. Gelukkig maar, want het doel bereiken we volgens mijn persoonlijk inzicht nooit!

Zoals reeds gesteld is het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces. Ik heb dus gezocht naar die gewoonten die het creatief wisselwerkingsproces bevorderen. Ik heb ze ten slotte in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ beschreven als zestien vaardigheden. Ik zal die vaardigheden in deze serie columns één voor één uitgebreid beschrijven.

Het creatief wisselwerkingsproces toegepast op gewoontevorming

Hierbij gebruik ik het Cruciale Dialoogmodel. Nogmaals, de linkerkant ervan is de zone van het denken, het midden de zone van de gevoelens en emoties, en de rechterkant de zone van het doen en dus van de transformatie.

In de denkfase horen uiteraard de aansporingen. Dit zijn informatie en data (‘triggers’) die het denken in gang zetten. Daartoe dient het helder bewustzijn ingezet te worden. Men dient dus ‘wakker’ te zijn. Carl Jung zei ooit: “Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” Jung was ervan overtuigd dat het leven een doel heeft dat voorbij gaat aan het zuiver materiële. De primaire taak van iedere mens is het ontdekken en vervullen van haar of zijn diepgelegen innerlijk potentieel. Dit proces van transformatie, dat Jung ‘individuatie’ noemde, is een proces waarin we, stelde hij, trachten het Zelf tegen te komen, alsook het Goddelijke. Het proces van individuatie, of het differentiëren van het Zelf uit bewuste en onbewuste elementen, staat centraal in het werk van Jung[v]. Eloïse, Edward en Elvire, mijn denkkader is dus Jungiaans, met dien verstande dat ik het heb over de Originele Zelf, dat het Goddelijke voor mij Creatieve wisselwerkingis, en het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces is. Door blijvend Creatieve wisselwerkingvan binnenuit te beleven, wordt onze gecreëerde zelf continu verbeterd in de richting van de Originele Zelf. De gecreëerde zelf is dus idealiter niet statisch maar continu evoluerend. Dus kunnen we eigenlijk spreken van de continu evoluerende gecreëerde zelf.

Informatie heeft geen mening tenzij ze geïnterpreteerd wordt. Daarbij is het gekleurd bewustzijn aan zet. De interpretatie van de data leidt naar gevoelens en emoties.  Die vertalen zich in een verlangen naar verandering. Men is niet gelukkig met de actuele situatie, zoals gepercipieerd met behulp van de info en data. Daardoor verlangt men naar een gewenste situatie. Volgens onze visie is elk verlangen gekoppeld aan de wens om de gecreëerde zelf te veranderen. Dit leidt tot de creatiespanning. Dit is de spanning die men voelt wanneer men beslist de actuele gecreëerde zelf te gaan veranderen. Die spanning is een natuurlijke spanning die ontspringt uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gepercipieerde realiteit met betrekking tot de gecreëerde zelf) en de toekomst die ik mezelf toewens (de gewenste gecreëerde zelf, dichter bij de Originele Zelf). Ze komt voort uit zowel de herkenning van het verschil als de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid om die afstand te overbruggen. 

De respons is uiteindelijk de keuze van de gewoonte die men wil afleren of aanleren. Eerst dient men zich de nieuwe gewoonte voor te stellen (imaginatie) en nadien aan te leren (transformatie). Of men tot de effectieve realisatie van de respons komt, hangt af van de intrinsieke motivatie en van de frictie die de gedragstransformatie vergezelt.

De nieuwe gewoonte leidt naar een consequentie, met name de geëvolueerde gecreëerde zelf. De consequentie realiseert twee doelen: het stilt het verlangen en men heeft iets geleerd dat waard is om meegenomen te worden in de toekomst. Wat men geleerd heeft, komt neer op de het ervaren van de kracht van Creatieve wisselwerking. Edward, daarbij denk ik steevast aan Yoda’s kracht (“May the Force be with you!”).

Het creatief wisselwerkingsproces is idealiter niet iets dat sporadisch in werking is. Ideaal is het eerder een eindeloze feedback lus die elk moment actief kan zijn. En dat in elke fase van jullie leven, Eloïse, Edward en Elvire!

Men kan het proces ook zien als twee fasen: de probleem fase en de oplossingsfase. Zoals we al zagen heeft elke gewoonte tot doel een terugkerend probleem op te lossen.

De vaardigheden van het Cruciale Dialoogmodel zijn gewoonten die er voor zorgen dat we – theoretisch althans – uiteindelijk terug onze Originele Zelfworden.

De eerste stap is wakker worden en onze acties en gedachten observeren. Observeren zonder oordeel of interne kritiek (van de ‘Monkey-mind’). Dit is je zelf observeren zoals iemand anders dat zou doen, hoewel het zelf-observatie is. Gedurende de observatie fase bemerk je heel waarschijnlijk dat het verkieselijk is je een paar van de Creatieve wisselwerking vaardigheden eigen te maken. Je kiest één van die vaardigheden.

Dan doorloop je het proces dat in bovenstaande tekening is weergegeven (eerst de probleemfase en nadien de oplossingsfase) en beslist in het midden of je genoeg motivatie hebt om iets aan die vaardigheid te doen. Hier gebeurt overigens de omslag van het ‘wensen’ naar het ‘willen’. Dan zoek je manieren om je die vaardigheid eigen te maken. Daarna neem je de beslissing (rechts op de tekening) om je effectief die vaardigheid eigen te maken. Je mag tijdens die transformatie heel wat wrijving (frictie) verwachten. Die transformatie lukt indien de motivatiekracht grotere is dan de wrijvingskracht.

Een uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde, hou ik daarbij altijd voor ogen : “When the rubber meets the road.” Dit wil zeggen dat zolang men aan het nadenken is en zelfs wanneer met een besluit genomen heeft om iets in gang te zetten er van frictie geen sprake is. Het is enkel wanneer men beslist heeft ‘de hand aan de ploeg’ te slaan dat er wrijving onstaat. Daarin ligt het grote verschil tussen besluiten en beslissen. Bij een besluit is er zelden frictie, bij een beslissing bijna steeds. Deze laatste wordt bij sommige transformatie processen zodanig groot dat het proces tot stilstand komt en soms zelfs wordt afgeblazen. In het geval van gewoontenvorming komt dat er op neer dat de gewoonte nooit wordt gevormd. Anders gesteld, men blijft steken bij de intentie. Om toch succes te hebben bij het aanleren van een een nieuwe of het afleren van een oude gewoonte kan een implementatie intentie met bijhorend plan helpen.

Een goede manier om een gewoonte aan te leren[vi]

Een implementatie intentie is een op voorhand gemaakte verklaring met betrekking waar en wanneer men in actie zal schieten. Men maakt een planning betreffende de gedragsacties die nodig zijn om een bepaalde gewoonte in te slijpen.

Een implementatie intentie heeft volgende vorm:

“Wanneer situatie X zich voordoet, zal ik gedrag Y vertonen.”

Het doel van een implementatie intentie is om de situatie (plaats en tijdstip) zo duidelijk te maken zodat men het juiste gedrag vertoont totdat dit gedrag, mits genoeg herhaling, ingesleten is. Wanneer een gedrag een gewoonte geworden is, kan men meestal zelfs niet meer zeggen waarom men dit gedrag automatisch vertoont.

Hoe strakker je een aan te leren gewoonte verbindt met een specifieke situatie (die dan optreedt als aanleiding – zie het ABC van gewoontenvorming), hoe groter de kans dat men effectief aangezet wordt tot het vertonen van dat gewoontegedrag.

Heel belangrijk daarbij is dat we de werkelijkheid correct “zien”.  In feite gebruiken wij alle zintuigen om te observeren – de vijf klassieke en het zesde zintuig, de intuïtie – en wat wij observeren wordt geïnterpreteerd door ons brein en onze ‘mindset’. 

Het idee dat een beetje discipline voldoende is om al onze problemen op te lossen is een in onze cultuur ingebakken illusie.  Belangrijker dan discipline is het coderen van een gewoonte. Eens dat is gebeurt volgt de gewoonte automatisch wanneer de aanleiding zich voordoet.  Dit is echter ook het geval met zogenaamde ‘slechte’ gewoonten. Die zijn meestal autokatalytisch: het proces voedt zichzelf. Het gedrag is daarbij de katalysator van z’n eigen vorming. Omdat er aan het begin van deze autokatalistische reactie weinig ‘product’ (i.e. gedrag) aanwezig is, komt de transformatie traag op gang. Ze gaat bij een slechte gewoonte wel veelal tot de finish!

Het afleren van gewoonten[vii]

Je kan een gewoonte afleren door ze te vervangen door een andere gewoonte. Maar een oude gewoonte ‘vergeet’ je nooit (cf. ‘de macht der gewoonte’). Die is ingesleten in jouw brein. De reden daarvan is dat een gewoonte in de hersenen kan gezien worden als een koppeling tussen twee synapsen. Bij onderzoek van het geheugen is men tot de bevinding gekomen dat elke gewoonte te maken heeft met neuronale circuits in de hersenen. De neuronale circuits, die aan de basis liggen van het ontstaan van een gewoonte, bestaan uit drie componenten, met name gedachten, gevoelens en gedrag. Dit komt dus exact overeen met onze voorstelling van gewoontevorming: denken, voelen en doen (zie de tekeningen van dit deel). Gewoontevorming ontstaat door veranderingen in de sterkte van de verbindingen tussen neuronen, die ervoor zorgen dat herinneringen gecodeerd en opgeslagen worden in het centrale zenuwstelsel. Wil men een nieuwe gewoonte aanleren dient men dus nieuwe neuronen verbindingen te creëren. Wanneer er een aanleiding is om die nieuwe gewoonte te realiseren, worden deze verbindingen aangesproken. Dit ten koste van de oude verbindingen van de af te leren gewoonte. Evenwel worden de oude verbindingen nooit volledig verbroken, zelfs indien ze een hele tijd niet aangesproken worden. Men kan jaren gestopt zijn met roken of het overmatig drinken van alcohol, wanneer men plots in een emotionele crisis terecht komt, is de kans reëel dat men in de oude gewoonte hervalt. 

Elke gewoonte lenigt een verlangen en heeft een dieperliggende reden. Het verlangen is daarbij een specifieke uiting van de dieper onderliggende reden. Dieper liggende redenen blijven meestal bestaan, het specifiek gedrag, om het verlangen gebaseerd op de onderliggende reden te lenigen, kan gewijzigd worden. 

Onze huidige gewoonten zijn niet noodzakelijke de beste manier om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld roken of een stevige borrel drinken om stress te reduceren [cf. de succesvolle reclameslogan (de jaren 1975-1986): “Schat, staat de Bokma koud.”] 

Ons gedrag hangt voornamelijk af van hoe we de gebeurtenissen die ons overkomen interpreteren en dus niet van de obectieve realiteit betreffende deze gebeurtenissen. Men zou kunnen stellen dat ons gedrag meer verbonden is met ons gekleurd bewustzijn en minder met ons helder bewustzijn.  En de interpretaties creëren ogenblikkelijk gevoelens. Onze gevoelens en emoties transformeren het verlangen in een mogelijke respons. Wij maken een voorstelling, een beeld van de toekomstige realiteit. 

We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Er is dus een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil levert de nodige energie om in actie te schieten. Het is de spanning tussen de twee die omgezet wordt in de transformatie beweging en het ‘wensen’ is nu wel degelijk omgezet in ‘willen’.

TOEKOMSTIGE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Afleren hardnekkige ‘slechte’ & aanleren harde ‘goede’ gewoonten

Gewoonten worden gevormd door een specifiek proces dat we het ABC proces genoemd hebben. Nogmaals, daarin staat de A voor de aanleiding om een bepaald gedrag te vertonen, B voor het gedrag zelf en C voor de consequentie die volgt op het gedrag. Opmerkelijk is dat op den duur de Consequentie de Aanleiding vormt voor het gedrag. Zeker in het geval dat deze Consequentie snel volgt op het vertonen van het gedrag (B). Wanneer een Consequentie snel volgt op een gedrag en bovendien zeker is, dan wint dat specifieke effect het van een Consequentie die langzaam volgt op een bepaald gedrag en bovendien onzeker is. Zo wordt de roker verleidt om te volharden in de boosheid, hoewel zij of hij pertinent weet dat roken een voor de gezondheid slechte gewoonte is. Dit komt omdat het positief gevolg, bekomen van rust en genot, direct van bij de eerste haal voelbaar is en dat bij elke sigaret, terwijl het mogelijk negatief gevolg, longkanker, eerst heel veel jaren nadien zal verschijnen en misschien zelfs nooit. Wanneer de longkanker zich uiteindelijk onverhoopt toch manifesteert is de roker ‘plots’ geneigd wel te stoppen. Hoewel het er dan veelal niet meer toe doet…

Dus de consequenties kunnen veelzijdig zijn. Zo kan een consequentie positief zijn of negatief zijn. Voor elke van die twee onderverdelingen kan die consequentie snel volgen op het gedrag of traag volgen op dit gedrag. Daarbij kan men nog de onderverdeling ‘zeker’ en ‘onzeker’ onderscheiden. Meestal is een consequentie die snel volgt op een gedrag ook zeker. Hoewel dit niet altijd zo is. Zo wordt de consequentie ‘overdreven snelheid’, die wel snel en zeker volgt op het gedrag (het hard indrukken van het gaspedaal) niet altijd gevolgd door een tweede negatieve consequentie ‘boete’. Een en ander kan door volgende tekening voorgesteld worden, hoewel uiteraard heel wat varianten daarvan mogelijk zijn:

Wat dus veel voorkomt is dat bij sommige gewoonten de Consequentie terugkoppelt. Het directe zekere positieve gevolg (C+ volgt SNEL en zeker) wordt daardoor de aanleiding voor het herhalen van het gedrag totdat het een gewoonte is geworden.

Ander gedrag – dat nochtans positieve effecten op langere termijn heeft – wordt moeilijk genoemd, omdat het ook een direct en zeker negatief gevolg (C- volgt SNEL en zeker) heeft. Voorbeeld daarvan is een dagelijkse stevige wandeling van een half uur in de Lembeekse bossen. Indien men daar in de herfst aan begint zijn de directe negatieve gevolgen legio: verkleumde handen, stijve spieren, … Daardoor krijgen de hersenen het signaal ‘Herhaal NIET!!!’. Het directe negatieve gevolg verdringt de aanleiding (‘het is beter voor m’n gezondheid’). Het positieve effect is slechts na maanden zichtbaar: men ‘voelt zich beter’ en het ‘gemiddeld suikerniveau in het bloed’ is merkelijk gedaald. Maar indien het gedrag geen kans krijgt om een gewoonte te worden, is men er aan voor de moeite. De positieve gevolgen hebben in dat geval niet de kans om merkbaar te worden.

Hierbij is, Eloïse, Edward en Elvire, een uitspraak van de Vlaamse – veel te vroeg gestorven – dichter, Herman de Coninck in m’n geheugen gegrift: “Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard.” Die gevleugelde uitspraak is geldig bij het aanleren van elke ‘moeilijke’ Creatieve Wisselwerking gewoonte en het afleren van elke ‘leuke’ Vicieuze Cirkel gewoonte.

Zo gebruik ik zelf om af te komen van een hardnekkige negatieve gewoonte of het aanleren van een harde positieve gewoonte de vaardigheid ‘Herkaderen’ van het creatief wisselwerkingsproces. Ik zal in de loop van deze reeks columns die vaardigheid diepgaand beschrijven. Voorlopig beperk ik mij met te stellen dat herkaderen neerkomt op anders naar de werkelijkheid te kijken. Daarbij ga ik de positieve effecten van een hard ‘goed’ gedrag versterken en de negatieve effecten ervan afzwakken. Uiteraard doe ik het bij een hardnekkig negatief gedrag andersom. In beide gevallen neem ik mijn Mindset tegenvoets. Ik ga daarbij ook op zoek naar de onderliggende oorzaken van m’n slechte gewoonten en herkader de associaties die ik met die oorzaken heb. 

Zo stopte ik ooit met roken nadat ik op tv gezien had hoeveel teer er zich gemiddeld in de longen ophoopt gedurende een jaar, indien men een pakje sigaretten per dag rookt (wat ik toen deed). De liter teer werd op een rood vierkant vloeipapier uitgegoten en de grote vlek inktzwarte smurrie deed mij inzien dat ik echt geen tien jaar meer hoefde te wachten om m’n gewoonte af te leren. 

Het aanleren van de goede gewoonte ‘dagelijks een half uur stevig gaan stappen’ in de Lembeekse bossen, startte ik in de vroege lente van 2018. De aanleiding was een nogal ‘dwingend’ advies van m’n huisarts, dr. Inge De Gussem. De zomer was uitzonderlijk, dus geen probleem met verkleumde handen en tijd zat om stevige handschoenen te voorzien tegen dat het koud werd. Ook mat ik zelf regelmatig (om de 2 à 3 dagen) het suiker gehalte in m’n bloed. Door die metingen werd het positieve effect van deze inspanning redelijk snel duidelijk. Dus heel wat vroeger dan bij de driemaandelijkse controle bij de huisdokter, waar m’n metingen bevestigd werden. Het schouderklopje dat ik van Inge De Gussem kreeg, was dan nog een bijkomend positief effect. Nu kan ik zeggen dat m’n dagelijkse wandeling een gewoonte geworden. Ik voel mij onwennig, en zelfs een beetje ongelukkig, indien die gewoonte, het stevig doorstappen in de Lembeekse bossen, door omstandigheden op een bepaalde dag onmogelijk is.

Hoelang duurt het vooraleer een gewoonte effectief gevormd is?

Gewoontevorming is een proces waarbij een bepaald gedrag progressief een gewoonte wordt door langdurige herhaling van dat gedrag. Hoe meer een gedrag herhaald wordt, hoe meer het ingesleten raakt in het brein en daardoor wordt het gedrag niet alleen makkelijker maar hoe langer hoe meer een gewoonte. Neurowetenschappers noemen dit ‘Long-term Potentiation’ of LTP, een proces waarbij verbindingen tussen neuronen sterker worden door frequente activering: 

Herhalen van een gedrag veroorzaakt duidelijke fysische veranderingen in het brein. Nieuwe gewoonten vereisen niet alleeen een veelvuldige herhaling van het gedrag, ze vereisen ook een hoge frequentie van het vertonen van dit gedrag. Er moet een hoge reeks herhalingen van een bepaald gedrag in een relatief korte tijd uitgevoerd worden, willen wij een kans maken dit specifieke het gedrag inslijt en een gewoonte geworden is. 

Wat die frequentie is en hoe lang het duurt vooraleer een bepaald gedrag effectief een gewoonte wordt, is nog niet volledig uitgeklaard. Gebaseerd op talloze wetenschappelijke artikelen kwam Charlie Palmgren aan ‘28 opeenvolgende dagen minstens één keer het nieuwe gedrag vertonen’. Niet dat dit foutloos dient te gebeuren. Het gedrag dient echter wel te worden gesteld. Wachten op de perfectie is ook hier uit de boze. Maar één dag het gedrag totaal niet vertonen, betekent dat de teller terug op nul wordt gezet. Niet verwonderlijk dat harde gewoonten zelden ingesleten raken. De kans dat een gewoonte effectief gevormd wordt is veel groter indien men haar of zijn vertonen ervan dagelijks monitort. Tegenwoordig zijn er hiervoor prachtige apps op de markt. Het handige van deze apps is, dat ze je ook attenderen op het oefenen en dat ze je voortgang bijhouden. Zelf heb ik nog geen app gebruikt en ik plan dit eerstdaags te doen. Ik heb gekozen voor de strides app[viii]. Nu nog een aan- of af te leren gewoonte kiezen voor ik ermee start in het voorjaar van 2019. Misschien wordt het gebruik van deze app wel een gewoonte …  

Ik nam het magisch getal 28 in mijn cursussen over omdat er nogal wat gebeurtenissen in de natuur volgens dit schema verlopen. Zoals: de ‘normale’ menstruatie cyclus bij de vruchtbare vrouw, de duurtijd van één omwenteling van de maan rond de aarde, de tijd die nodig is om beton ‘natuurlijk’ te laten harden, … De eerlijkheid gebied mij jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te zeggen dat die vuistregel geen wetenschappelijke grond heeft. Het getal 28 is dus niet meer dan een metafoor om te duiden dat het aanleren of afleren van een gewoonte geen handeling is zoals het drukken op een lichtschakelaar. Daarvoor is meer nodig. Iets wat ik soms met een andere quote duidde: “Blood, sweat and tears.[ix]” Maar zoals gezegd, wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard!


[i]Steve Heisler. The Missing Link. Teaching and Learning Critical Skills.Lanham MA : Rowman & Littlefield Education, 2014. Page 3.

[ii]De uitspraak “De mens is een gewoontedier” wordt veelal aan Aristoteles (384 v. Chr. – 322 vr. Chr.) toegeschreven. Hij zei ook ooit: “We zijn dat, wat we bij herhaling doen.” Dus wat ik hier neerschrijf is niet zo nieuw.

[iii]Aubrey C. Daniels. Bringing Out the Best in People: How to Apply the Astonishing Power of Positive Reinforcement.New York, NY: Mc Graw-Hill, Inc. 1999. Bladzijden 34-40.

[iv]“Habits are, simply, reliable solutions to recurring problems in our environment.” Quote Jason Hreha: Why Our Conscious Minds are Suckers for Novelty.” Revuehttps://www.getrevue.co/profile/jason/issues/why-our-conscious-minds-are-suckers-for-novelty-54131, geraadpleegd op 25 feb. 2019

[v]http://www.dejongepsycholoog.be/theorie/8-inspirerende-citaten-carl-gustav-jung/geraadpleegd op 25 feb. 2019

[vi]James Clear. Atomic Habits: An Easy and Proven Way to Build Good Habits and Break Bad Ones.London, GB: Random House Business Books, 2018, bladzijden 69-79.

[vii]Quote Tom Lanoye: “Een mens is een gewoontedier met afkickverschijnselen.” Uit Tom Lanoye, Het Derde Huwelijk. Amsterdam: Prometheus, II, 5.

[viii]https://www.stridesapp.com

[ix]Quote die veelal toegeschreven wordt aan sir Winston Churchill wegens de frase “I  have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” uit diens speech in het Britse Lagerhuis (House of Commons) op 13 mei 1940 : https://yle.fi/vetamix/media/doc/tal_19400513_Churchill_Blood_Sweat_and_Tears.pdf

BLIJF WAKKER ! – DEEL VII

DE CONDITIES NODIG VOOR CREATIEVE WISSELWERKING!

Poor man wanna be rich, rich man wanna be king
And a king ain’t satisfied till he rules everything
I wanna go out tonight, I wanna find out what I got
Well I believe in the love that you gave me
I believe in the faith that could save me
I believe in the hope and I pray that some day it may raise me above these  Badlands[i]

Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town – 1978


Opdat Creatieve wisselwerking überhaupt zou kunnen plaats vinden, dienen er bepaalde condities vervuld te zijn. Deze voorwaarden zullen in de loop van deze column reeks uitgebreid aan bod komen. In dit deel wil ik het, Eloïse, Edward en Elvire, hebben over de noodzaak van deze condities. Die werd mij duidelijk door volgende persoonlijke observatie. Hoe minder er van deze condities (voorwaarden) aanwezig zijn in de leefwereld van een individu, hoe minder dat individu Creatieve wisselwerking van binnen uit kan beleven. Bruce Springsteen bezingt ze als “I believe in lovefaith and hope” en ik hoe zijn visie in Creative Interchange taal vertaal, vinden jullie in dit deel.

Volgens Henry Nelson Wieman is Creatieve wisselwerking aangeboren en bij machte de menselijke geest oneindig uit te breiden en te transformeren. Gezien de menselijke geest dat zelf niet kan, voegde Charlie Palmgren daar later fijntjes aan toe. Ieder kind heeft van bij de geboorte de capaciteit om deel te nemen aan het creatief wisselwerkingsproces. Dat dit laatste Charlie ‘s definitie van Intrinsieke Waarde is, zagen we reeds in deel IV. Het kind neemt effectief deel aan dit transformatieproces indien aan bepaalde voorwaarden in min of meerdere mate voldaan is. Nogmaals, hoe meer aan die voorwaarden is voldaan, hoe groter de kans is dat Creatieve wisselwerking van binnenuit wordt beleefd, telkens zich daartoe de kans voordoet. 

Die voorwaarden maken de goede werking van de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces mogelijk[ii]. Deze condities zijn respectievelijk:

  1. Vertrouwenen Openheid om de Authentieke Interactie te bevorderen;
  2. Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid om het Waarderend Begrijpen mogelijk te maken;
  3. Het kunnen Verbinden en Creativiteit om de Creatieve Integratie (Imaginatie) aan te zwengelen;
  4. Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid om Continue Transformatie van de gecreëerde zelf te kunnen realiseren.

Het valt jullie misschien op, Eloïse, Edward en Elvire, dat deze voorwaarden tevens kenmerken zijn van het jonge kind. Met jonge kind bedoel ik een kind vanaf dag 1 tot en met 7 à 9 jarige leeftijd. Die laatste leeftijd hangt hoofdzakelijk af van de negatieve werking van de Vicieuze Cirkel in het geval van het kind in kwestie.

Inderdaad, en driewerf helaas, deze – meestal in het begin voorhanden zijnde voorwaarden – worden, gedurende de prille kinderjaren, danig uitgehold door het conditioneringsproces, ook wel opvoedingsproces genoemd. De conditionering van elk kind gebeurt door ouders, opvoeders, leraars, vrienden, media, en een groot aantal sociale en culturele interacties. Het is triest te moeten observeren dat juist daardoor deze noodzakelijke condities of voorwaarden danig in het gedrang komen. Waardoor dan weer het creatief wisselwerkingsproces wordt afgeremd of belemmerd, met als rechtstreeks gevolg dat de aan gang zijnde transformatie vertraagd wordt of tot stilstand komt. Met andere woorden de snelheid van het leren van een kind vertraagt aanzienlijk op de leeftijd dat het naar school gestuurd wordt … om te leren! Wat er juist gebeurt en hoe dit gebeurt zal in dit deel in het algemeen, en in latere delen in detail, besproken worden.

Zoals we in een vorig deel (Deel I) zagen komen kinderen helder bewust ter wereld. Daardoor zijn ze waakzaam en alert met betrekking tot de wereld om hen heen. Zij hebben daarbij een schijnbaar onuitputtelijk vertrouwen en staan open voor al het nieuwe dat op hen afkomt. Bovendien zijn ze zeer nieuwsgierig en verkennen ze onbevreesd hun leefwereld. Daarbij kunnen ze verduiveld goed omgaan met onzekerheid. Ze beschikken over een grote drang om de grenzen van hun leefwereld continu uit te breiden. Daartoe zetten jonge kinderen al hun zintuigen in. Ze zien, horen, raken nieuwigheden aan, ruiken er aan en proeven er zelfs van. Het is de periode van pure observatie zagen we al en ook de tijd van speelse fascinatie, flexibiliteit, wendbaarheid en ‘Flow’[iii]. Dit alles is gekoppeld aan de vaardigheden van het kunnen verbinden van ogenschijnlijk niet te verbinden elementen en creativiteit. Wanneer kinderen ‘fouten’ maken, of ‘mislukken’, blijven ze niet bij de pakken zitten. Integendeel ze zetten door, zijn vasthoudend en leren aan een ongeziene snelheid (die we later nooit meer bereiken). Kinderen zijn ook niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Hoewel ze op fysisch vlak totaal afhankelijk zijn, zijn ze op psychisch vlak interafhankelijk. Deze voorwaarden zijn een integraal onderdeel van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Zoals reeds meermaals aangehaald, is dit het proces dat er voor zorgt dat het bereik wordt uitgebreid van wat kinderen kunnen kennen, waarderen, zich kunnen voorstellen, en van binnenuit kunnen beheersen.

Spijtig genoeg wordt de openheid van het jonge kind vroeg of laat de mond gesnoerd. Dit geeft een deuk in het vertrouwen. Het kind ondervindt weerstand en zelfs regelrechte tegenkanting. Ook door de aangeboren nieuwsgierigheid komt het kind in de problemen. Het kind stelt, zeker in de leeftijdscategorie van 2 tot 5 jaar, vaak de ‘Waarom?’ vraag. Het kind wenst te leren. De ouders krijgen, door het continu vragen van het kind naar het waarom der dingen, het echter op de lange duur op de heupen. Het kind wordt met een kluitje in het riet gestuurd of krijgt een duidelijke ‘Daarom!’. Daardoor verleert het kind langzamerhand vragen te stellen en krijgt de natuurlijke nieuwsgierigheid een knauw. Dit eerst door de ouders, nadien door andere opvoeders en leraren die geacht worden het kind voor te bereiden op volwassenheid. De aangeboren voorwaarden, waardoor het kind ten volle deelneemt aan Creatievewisselwerking, worden langzamerhand één voor één afgebouwd en vervangen door opgelegde gedragspatronen opdat het kind adequaat zou kunnen functioneren binnen het gezin, de school en de samenleving. Daarbij dient het kind z’n intrinsieke natuur hoe langer hoe meer te verloochenen teneinde te voldoen aan een steeds maar groter wordend pakket extrinsieke eisen en verwachtingen. Het aanvaarden van dit opgelegd pakket is onderdeel van het lidmaatschap van de bewuste groep (cultuur) waartoe de ouders, de school en de gemeenschap van het kind behoren. Het kind leert hoe langer hoe meer afwijzing en verstoting te voorkomen en komt hoe langer hoe meer in z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel terecht.

In de psychologie stelt men dat het gaat over een strijd tussen de interne ‘locus of control’ en de externe ‘locus of control’. Dit begrip ‘locus of control’ verwijst naar de mate waarin iemand gelooft dat gebeurtenissen die hem overkomen al dan niet van binnenuit te beheersen zijn.

De Originele, Creatieve Zelf van het kind wordt aldus langzamerhand geconditioneerd, door de cultuur van de gemeenschap waarin het kind opgroeit, tot een aanvaardbare gecreëerde zelf. Dit is ook de periode waarin het helder bewustzijn of het Ik-bewustzijn wordt ingewisseld voor het gekleurd bewustzijn of het mij-bewustzijn, waarover ik het in een vorige deel (Deel II) had. Het is dus de sociale conditionering die als oorzaak van deze nefaste verandering aangewezen kan worden. Daardoor wordt de snelheid van de natuurlijke transformatie ten goede afgeremd. Inderdaad, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vermindert zienderogen omdat de daartoe nodige condities minder en minder voor handen zijn. Het kind wordt minder open, vertrouwt hoe langer hoe minder de ander, verleert het stellen van kritische vragen en wordt dus minder nieuwsgierig. Ook kan het hoe langer hoe minder omgaan met onzekerheid. Het zoekt zekerheid waar het niet te vinden is. Het kan hoe langer hoe minder zaken met elkaar verbinden en de zogenaamde creativiteitsindex vermindert zienderogen. 

Die index werd ontdekt door Paul Iske[iv]en is gebaseerd op het aantal vragen dat een persoon stelt en het aantal keer dat zij of hij lacht. Uit die index blijkt dat we op ons 5e levensjaar blijkbaar heel veel lachen en ook veel vragen stellen en dat we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone komen. Deze index geeft duidelijk aan wat een nefaste invloed het conditioneringsproces heeft op onze nieuwsgierigheid en onze creativiteit. Tenslotte vermindert ontegensprekelijk het doorzettingsvermogen en verschanst men zich in z’n eigen mentaal model, waardoor de voorwaarde van interafhankelijkheid minder prominent gewaardeerd wordt.

Doen is de beste manier van denken

Tenslotte vermindert ook het doorzettingsvermogen van het kind en transformeert het van een afhankelijke peuter naar een onafhankelijke (dat denkt zij of hij toch) adolescent en vergeet het de mens in wezen interafhankelijk is.

Creatieve wisselwerking wordt geoptimaliseerd wanneer er een integratie plaats vindt van observeren (door de Creatieve Zelf) en het percipiëren, dus waarnemen (door de gecreëerde zelf). Wanneer de voorwaarden openheidvertrouwennieuwsgierigheid en kunnen omgaan met onzekerheid aanwezig zijn, ondersteunen het helderen gekleurd bewustzijn elkaar wederzijds. Daardoor krijgt men een beter inzicht betreffende de werkelijkheid en kan men geraakt worden door het verschil tussen dit inzicht en de wens betreffende een betere toekomst. Waardoor men dan weer verschillende ideeën kan verbindenen de creativiteit kan inzetten om die te integreren tot een oplossing. Die oplossing vasthoudend en interafhankelijk verwezenlijken, leidt dan tot de transformatie van de gecreëerde zelf in de richting van, en dus nader tot, de Originele Zelf.

Het belang van deze condities voor het kiezen van een school en (later) een werkgever

Zowel onderwijsinstellingen als bedrijven, die niet voorzien in een minimum van deze voorwaarden, zijn te mijden als de pest. Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is broodnodig voor jullie persoonlijke ontwikkeling. Het beleven ervan van binnenuit is echter niet van de poes. Daarom juist zijn ondersteunende voorwaarden nodig. Ook dient men zoveel als mogelijk hulpbronnen aan te boren en niet verzeild te raken in situaties waarin Creatieve wisselwerking wordt tegengewerkt doordat de Vicieuze Cirkel wordt aangezwengeld. Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien

Zowel de school als het bedrijf dienen duidelijk te maken aan welke doelstellingen jullie activiteiten bijdragen en er voor te zorgen dat die doelstellingen niet willekeurig veranderen.

Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien:

Heldere doelen en regels die aansluiten bij jullie persoonlijke waarden en kwaliteiten

Een essentieel aspect van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich daarvoor inzetten van binnenuit. Jullie zetten zich in vanuit een intrinsieke motivatie, omdat jullie het zelf willen in plaats dat dit jullie wordt opgedrongen door anderen.

Het onderwijs is voor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, goed geregeld; mede omdat jullie moeder Daphne de onderwijsinstellingen gekozen heeft die aansluiten bij jullie waarden en kwaliteiten. Hoewel, zelfs in het SUI is waakzaamheid geboden.

Later dienen jullie zelf wel jullie werkgever zorgvuldig te kiezen. Een werkgever die op onverwachte momenten het roer van zijn beleid omgooit, belemmert het beleven van het creatief wisselwerkingsproces door de medewerkers.

Er is eerlijke feedback beschikbaar over het effect van wat jullie doen zodat jullie kunnen bijsturen

De meeste onderwijsinstellingen geven dusdanige feedback en steunen zich daarbij op regelmatig aftoetsen van de kennis van de leerstof. Die feedback dient evenwel eerlijk en correct te zijn, anders werkt die tegendraads. Dat laatste hebben jullie zeker al ondervonden!

Later dienen jullie werkplekken te kiezen waar jullie zowel feedback krijgen over jullie inspanningen en de effecten ervan, als dat jullie zelf feedback kunnen geven over wat jullie op de werkplek ervaren. Indien de tweezijdige feedback niet vloeiend verloopt, doordat uw leidinggevende niet naar jullie terugkoppelt of dat jullie feedback door de organisatie genegeerd wordt, komt jullie beleven van het creatiefwissel werkingsproces in gedrang en wordt het misschien tijd om de werkaanbiedingen, die jullie kunnen vinden op het ‘world wide web’, eens grondig te analyseren.

De studie/taak dient moeilijk te zijn en die moeilijkheidsgraad dient in evenwicht te zijn met jullie vaardigheden

Opdrachten die liggen aan de grenzen van het eigen kunnen – die geven een kick! De opdracht mag evenwel niet te moeilijk zijn, want dan verliezen jullie het broodnodige vertrouwen om de taak correct uit te voeren. Dat verlies aan vertrouwen leidt naar angst voor de mogelijke mislukking. Daardoor stijgt de stress en in plaats van het beleven van Creatieve wisselwerkingkomen we terecht in onze Vicieuze Cirkel

Het omgekeerde – te weinig uitdaging voor jullie vaardigheden – levert verveling en zelfs apathie op. Dit alles geld zowel voor de schoolomgeving als jullie latere werkomgeving. Indien jullie later opdrachten krijgen die ofwel te gemakkelijk of te moeilijk zijn, dienen jullie dat onmiddellijk klaar en duidelijk aan jullie leidinggevende kenbaar te maken. Men zegt soms: “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”; laten we dit eens aan de werkelijkheid toetsen:

In een schoolomgeving is het uiterst belangrijk dat jullie – indien acterend op de grens van jullie kunnen – degelijke leraars en leraressen hebben die de materie beheersen en goede uitleg verstrekken. Dit is nodig om met vertrouwen aan de slag te kunnen gaan. Ook dienen deze docenten jullie feedback te geven en jullie vragen ernstig te nemen.

Eloïse, jij hebt momenteel (voorjaar 2019) een studierichting gekozen die voor jou een echte uitdaging is. Een uitdaging op de grens van jouw kunnen, stelden jouw klastitularissen nog onlangs. En je voelt de Creatieve Spanning omzeggens dagelijks. Misschien begrijp je nu beter, na het lezen van dit deel, waarom ik je graag bij deze uitdaging ondersteun en we samen de steken oprapen die jij en SUI leraren dreigen te laten vallen. Hoe jij de handschoen opneemt maakt mij fier!

Er is de vrijheid om de taak op jullie eigen manier uit te voeren

Men krijgt nu eenmaal meer greep op het werk als het naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en uitgevoerd. Alleen dan kan de taakuitvoering nauw aansluiten bij de persoonlijke leer- en werkstijl.

Indien er van hogerhand, en dat geldt zowel voor een onderwijsinstelling als een bedrijf, voorschriften worden uitgevaardigd die in de ogen van de leerlingen c.q. werknemers niet bijdragen tot het doel van de werkzaamheden, dan werkt dat zeer remmend op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Eloïse, je begrijpt nu wellicht beter waarom ik mij niet moei met de inhoud van jouw studieplanning. Ik verlang enkel dat je er een maakt die realistisch is en aanvaard die steeds integraal.

Als het werk weinig uitdaging biedt, dient de organisatie taken aan te bieden om jullie grenzen te verleggen.

In een schoolomgeving is dat sterk georganiseerd en als het ware in het curriculum ingebakken. Zo volgt er na elk met succes afgewerkt leerjaar een nieuw met een hoger uitdagingsniveau.

In een bedrijfsomgeving is dit veelal een heikel punt. Een ideale werkgever biedt de werknemer de kans om een moeilijker werk uit te voeren als zij of hij de huidige taak helemaal meester is. Ook dat is een ‘two-way street’. Een goede leidinggevende is sensitief voor de signalen die medewerkers uitzenden als ze aan iets nieuws toe zijn. Die leidinggevende is ook creatief in het vinden van uitdagend werk. Een goede medewerker vraagt bijtijds om ander werk te mogen doen als hij zich gaat vervelen. Zij of hij is bovendien pro-actief en stelt zelf een nieuw takenpakket voor.

Jullie worden tijdens de uitvoering van jullie taak niet gestoord door negatieve inmenging van buiten- én van binnenuit

De essentie van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich niet laten sturen door zowel manipulatie van anderen als door jullie gekleurd bewustzijn. Indien de werksituatie op dit gebied bedreigend wordt, dan leidt die onvermijdelijk naar de Vicieuze Cirkel. Als het doel van de reis gaat overheersen, kan men namelijk niet meer genieten van de weg.

Dezelfde condities die de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen bevorderen dus het beleven van Creatieve Wisselwerking en andersom!


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlands, song van het album Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012.

[iii]Flow is een van de synoniemen voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is Mihaly Csiksentmihalyi.

[iv]https://arthurkruisman.wordpress.com/2013/03/21/de-staat-van-terminale-serieusheid/  

BLIJF WAKKER ! – DEEL VI

DE 1STE KARAKTERISTIEK VAN CREATIEVE WISSELWERKING: AUTHENTIEKE INTERACTIE

We live in a post–authentic world. 

And today authenticity is a house of mirrors. 

It’s all just what you’re bringing when the lights go down. 

It’s your teachers, your influences, your personal history; 

and at the end of the day, 

it’s the power and purpose of your music that still matters.

So I’m gonna talk, a little bit today, 

about how I’ve put what I’ve done together,

In the beginning, every musician has their genesis moment…

Mine was 1956, Elvis on the Ed Sullivan Show. 

It was the evening I realized a white man could make magic,

 that you did not have to be constrained by your upbringing, 

by the way you looked, or by the social context that oppressed you. 

You could call upon your own powers of imagination, 

and you could create a transformative self.

– Buce Springsteen[i]


Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerkingvier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie

Voor heel wat mensen betekenen eerlijkheid en authenticiteit hetzelfde en worden die begrippen door hen als synoniemen, en dus als onderling inwisselbaar, gebruikt. Voor mij bestaat er, in het kader van Creatieve wisselwerking, wel degelijk een cruciaal onderscheid tussen die twee begrippen:

  • Eerlijkheid betekent dat iemands motieven en waarden uitgelijnd en congruent zijn met iemands mentaal model en ook met diens woorden en gedrag. Eerlijk is men als men handelt vanuit en in overeenstemming met het gekleurd bewustzijn en de actuele, gecreëerde zelf; 
  • Authentiek is men wanneer die uitlijning en congruentie niet alleen daarop gebaseerd is, maar ook – en daarin zit het onderscheid – op het helder bewustzijn en de Originele Zelf.  

Bij Authentieke Interactie geeft men het beste van zichzelf zonder te manipuleren, verkeerde informatie te verstrekken of te bedriegen. Men is zich daarbij wel van bewust dat wat men verkondigt niet ‘de’ waarheid is. Het is een kwestie van zowel integriteit als nederigheid. Wat de ander hoort en ziet – dus wat de ander krijgt – is wat er werkelijk is, niets meer en ook niets minder.

Authenticiteit vereist moed. De moed die nodig is om open en transparant te zijn. Het is gebaseerd op iemands helder bewustzijn, dat niet duaal is, en steunt op haar of zijn Intrinsieke Waarde. Dit helder bewustzijnis het zich helder bewust zijn van zichzelf, de anderen en de wereld en dit door middel van niet oordelende observatiedie uitgaat van haar of zijn Intrinsieke Waarde. Wat men observeert open en eerlijk meedelen, zonder ‘de’ waarheid te claimen, is zich kwetsbaar opstellen en daar is moed voor nodig, zoals ook Brené Brown opmerkte:

 “To be authentic, we must cultivate the courage to be imperfect — and vulnerable. 

We have to believe that we are fundamentally worthy of love and acceptance,

just as we are. I’ve learned that there is no better way 

to invite more grace, gratitude and joy into our lives

than by mindfully practicing authenticity.”

— Brené Brown[ii]

Uitgaande van de oorsprong van begrippen leren we dat “auteur”, “autoriteit” en “authentiek” met elkaar verbonden zijn. Authentieke Interactie is spreken vanuit je Originele Zelf, want die is helder bewust. Spreken vanuit de Originele Zelf (de auteur) geeft die natuurlijke autoriteit, want iedereen voelt aan dat de spreker authentiek is.

In het kader van leren van binnen uit heeft Leo Van Lier het over drie fundamentele principes, AAA: Awareness, Autonomy en Authenticity[iii]. Hier zie ik heel wat gelijkenissen met het beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit. Niet verwonderlijk want Creatieve wisselwerking = transformeren = leren. Leren van binnen uit is eigenlijk een autonome, zelfsturende persoon worden. Van Lier beschrijft ‘Awareness’, wat ik het helder bewustzijn genoemd heb, als het proces om aandacht te schenken aan nieuwe ervaringen en deze te verbinden met bestaande kennis. ‘Autonomy’ heeft te maken met de keuze én de verantwoordelijkheid van de persoon in kwestie met betrekking tot het maken van keuzes in verband met wat geleerd werd en/of wat getransformeerd dient te worden. ‘Authenticity’ is verbonden aan actie die intrinsiek motiverend is doordat de persoon de oprechte wens heeft om te leren en te transformeren, eerder dan er door een of andere uitwendige kracht er toe aangetrokken wordt. Authenticiteit is terzelfdertijd oorzaak en gevolg van het helder bewust en autonoom zijn. De drie E’s van Leo Van Lier gevat in het Cruciale dialoogmodel:

·      Awareness in de linker lus, dus het observeren en waarderend begrijpen van nieuwe kennis en die integreren in het eigen mentaal model;

·      Autonomy in het midden, dus keuzes maken met betrekking met wat het betekend het nieuwe mentaal model in eigen gedrag in te bedden en daardoor te transformeren;

·      Authenticity in de rechter lus, dus de motivatie om zetten in transformerende actie, waardoor het nieuwe mentaal model ingesleten raakt.

Eloïse, Edward en Elvire, Authentieke Interactie komt dus neer op bereid én in staat zijn jullie Originele Zelf te zijn. Jullie spreken hierbij jullie unieke kijk op de wereld, jullie mening, jullie perspectief, jullie interpretatie van de feiten, jullie overtuigingen en waarden, jullie twijfels en gevoelens uit. Dit doen jullie oprecht en daarmee geven jullie tegelijkertijd anderen de toestemming en de gelegenheid dit ook te doen. Sterker nog, jullie nodigen de anderen als het ware uit om ook zo te handelen, dus (zie Inleiding):

And as we let our Light shine, we give Others permission to Do the same[iv]

Kortom, jullie delen wie jullie zijn met de wereld, met jullie omgeving. Of dat nu in een organisatie is, in familiekring, op school of een andere omgeving. En wie jullie echt zijn, heb ik reeds behandeld in Deel  III: jullie Originele Zelf, die ik soms ook de Creatieve Zelf noem. 

Het is belangrijk om jullie beste ideeën, grootste dromen, grootste angsten, incomplete plannen met anderen te delen. En dit, terwijl jullie anderen de ruimte geven dit ook te doen. Ruimte geven betekent dat men bewust aandacht heeft voor de ander, dat men diep luistert en het standpunt van de ander écht probeert te begrijpen. Het betekent dat men vragen stelt. Níet om te discussiëren of de ander tegen te spreken. Wél om de ideeën van de ander (nog) beter te begrijpen en ervan te leren. Authentiek Interactie betekent dus ook jullie eigen idee van de wereld af en toe op een lager pitje zetten. Als men van een ander iets wilt leren, is het eerste dat men dient te doen: het opgeven van het idee dat men alle antwoorden heeft. Eloïse, Edward en Elvire, ik zeg soms eens al lachend dat ik ooit wel eens volgende tattoo op mijn voorhoofd zal laten plaatsen: “Ik heb de waarheid niet in pacht!”

Tijdens een Authentieke Interactie heeft men oprecht interesse in de mening van de ander. Oprechte interesse betekent volgens mij dat men zowel de unieke ideeën en mening van de ander waardeert als de unieke persoon die ze uitspreekt. 

Kortom, Authentieke Interactie is tweeledig (zoals Henry Nelson Wieman’s ‘two-fold commitment’ – zie o.m. Deel I):

  • Je eigen unieke mening, plannen en ideeën overtuigend en zonder enige terughoudendheid uitspreken naar een ander toe;
  • Bescheiden zijn door ruimte te geven en vragen te stellen om van de beste meningen, plannen en ideeën van anderen te kunnen leren.

Die tweeledigheid van Authentieke Interactie komt volledig tot z’n recht in een van de vaardigheden die onlosmakelijk verbonden zijn met deze karakteristiek van Creatieve wisselwerking, namelijk: Bepleiten en Bevragen. Over deze vaardigheid zal ik later een column wijden (Deel XI).

Gedurende een Authentieke Interactie ontmoet men elkaar echt op het diepste niveau van het ZIJN. Men is zich bewust van de levenszin die men deelt, van de eigen kwetsbaarheid, van de eigen fouten en ook van onbeperkte groeimogelijkheden. De voorwaarden voor Authentieke Interactie is het respecteren van de ander, zoals hij is, en diens mening nooit afkeuren, wel begrijpen. Die condities en voorwaarden zijn factoren die het veilig maken om open en eerlijk te communiceren. Ook omdat de zo noodzakelijke veiligheid nu niet meer moet gewaarborgd worden door discretie, het verbergen van diepere behoeften, het verbergen van mislukkingen, soms zelfs het regelrecht liegen, en het geven van valse, beschermende verklaringen en rationalisaties. Door die veilige openheid is de communicatie nog veel intenser, en is het groeibevorderend effect nog veel sterker. Authentieke Interactie zorgt immers voor een verhoogde kans tot het (later) integreren van de verschillende meningen en ideeën op een creatieve manier en zorgt dus voor een verhoogde kans tot synergie (‘het één en het ander & verschillend van’).

Voorwaarden

Deze prachtvorm van menselijke interactie is niet met iedereen mogelijk, of op gelijk welk ogenblik in iemands levensverhaal. Er zijn een zeker aantal voorwaarden aan verbonden. Worden deze voorwaarden veronachtzaamd, dan lukt het niet, of lukt het in het begin schijnbaar wel en het leidt later tot onaangename complicaties.

Authentieke Interactie heeft vooral nood aan volgende twee basiscondities: Openheid en Vertrouwen. De openheid zet aan om integer te zijn, het vertrouwen ondersteunt de moed die daarvoor nodig is. Over deze condities zal ik het later in een column uitvoerig hebben (Deel IX).

Daaruit volgt dat het functioneringsniveau van de deelnemers aan het gesprek best niet te veel verschilt. Ideaal is dat diegenen die betrokken zijn, geëngageerd zijn om hun Originele Zelf te laten doorschijnen in wat ze zeggen en doen. 

Het is belangrijk dat de motivatie tot deze wederzijdse authenticiteit geschiedt terwille van de essentiële doelstellingen, zoals zich aan de ander tonen zoals men is en daar constructieve feedback op krijgen. Ook graag de ander ontmoeten zoals hij is, en, vooral dan, beiden willen groeien, dus transformeren. Bijbedoelingen van financiële, professionele, sociale of seksuele aard vervalsen het proces, en leiden snel tot manipulatie, ontgoocheling en conflict. Van een authentieke ontmoeting, waarin men elkaar laat zijn zoals men is, is er dan geen sprake.

Authentiek Interactie is ook gebaat met een positieve ingesteldheid teneinde ambiguë uitspraken of meningen in eerste instantie positief te interpreteren. Zo worden deze uitspraken niet vereenzelvigd met de ander, niet gezien als een duurzame karaktertrek. We gaan er van uit dat we allen in een groeifase zitten: van onze gecreëerde zelf naar onze Originele Zelf.

Hieruit blijkt dat Authentieke Interactie gediend is met de werkelijkheid dat eenieder die er aan deelneemt een gelijkaardig doel, positieve intentie en positief engagement heeft (cf. Deel V).

Authentieke Interactie gedijt het best in een klimaat dat Amy Edmondson ‘Psychologische veiligheid’ noemt. Google LLC, het bedrijf achter de Google-zoekmachine, rondde in 2017 een uitgebreid onderzoek af bij 180 van haar teams. Doel was de vraag “Wat maakt een team effectief?“ te beantwoorden. Wat bleek? Wie onderdeel uitmaakt van een team, doet er minder toe dan hoe zij met elkaar samenwerken De internetgigant identificeerde Psychologische Veiligheid als het belangrijkste kenmerk van effectieve teams[v].

Harvard Business School Leadership & Management Professor, Amy Edmondson, deed uitgebreid vergelijkend onderzoek naar de effectiviteit van verschillende teams[vi]. Haar data toonden aan dat effectievere teams meer fouten maakten. Eerst vond ze dit vreemd, maar toen realiseerde ze zich dat effectievere teams niet méér fouten maakten, maar alleen méér communiceerden over het maken van fouten. Er was blijkbaar binnen de teams genoeg vertrouwen en openheid om dat te doen. Toen bedacht ze de term psychologische veiligheid:

Psychologische veiligheid betekent dat teamleden zich veilig voelen om risico’s te nemen en kwetsbaar tegenover elkaar te zijn.

Psychologische veiligheid betekent dat ik word aangemoedigd om mijn ideeën, vragen, zorgen of fouten te delen, zonder dat ik daarvoor gestraft of vernederd word. In de context van deze column zou ik dit als volgt kunnen parafraseren: Psychologische veiligheid moedigt Authentieke Interactie aan, omdat het Openheid en Vertrouwen werkelijk mogelijk maakt.

Eloïse, Edward en Elvire, effectieve teams communiceren over de fouten die zij maken. Ik breek al meer dan veertig jaar een lans opdat men die fouten niet toewijst aan elkaar of anderen en eerder nieuwsgierig is naar de onderliggende oorzaken ervan. Dat ik daarin niet alleen sta las ik onlangs nog in een uitgave van Harvard Business Review[vii].

Dit zijn de drie dingen die je volgens Amy Edmondson kunt doen om psychologische veiligheid te creëren:

  1. Kadert het werk als een leerprobleem in plaats van een uitvoeringsprobleem. Iedereen in staat stellen om fouten te maken én ervan te leren, is het fundament van psychologische veiligheid;
  2. Ten tweede moet men haar of zijn eigen feilbaarheid erkennen. Alles wat men met stelligheid poneert is niet ‘de’ waarheid; 
  3. Men dient er van uit te gaan dat men niet alles kan weten. Blijf daarom nieuwsgierig en stel vragen. Vergeet niet, er bestaan geen banale vragen, er bestaan wel banale antwoorden.

Jullie hebben al begrepen dat ik een bijkomende manier gevonden heb voor het creëren van veiligheid: namelijk door Openheid en Vertrouwen. Daardoor voeg ik een vierde punt aan bovenstaand lijstje toe:

“Wees persoonlijk en open om relaties te bouwen en meer vertrouwen te krijgen, waardoor je weer opener kunt zijn.”

Er is echter een belangrijk verschil tussen de twee concepten:

  • Vertrouwen is een relatie-toestand tussen mensen, of het resultaat van alles wat er tussen de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces gebeurt;
  • Openheid is een gedrag. Dit is het cruciale verschil. Ik kan zelf besluiten om me naar anderen te openen om zo de positieve spiraal te beginnen die leidt tot meer vertrouwen, wat zorgt voor meer openheid.

Door te begrijpen hoe vertrouwen en openheid zich tot elkaar relateren kan ik ervoor kiezen om net wat opener te zijn dan wat het vertrouwen toestaat. Zo draag ik bij aan de ontwikkeling van psychologische veiligheid en effectiviteit.

Openheid leidt tot meer vertrouwen,

wat de basis legt voor meer openheid.[viii]

Het is belangrijk te verhelderen dat psychologische veiligheid niet een houding van toegeeflijkheid beschrijft, maar eerder een gevoel van vertrouwen dat het team een collega niet zal afwijzen als deze zijn mening geeft. Juist dit verschil maakt dat het constructief conflict mogelijk is. Anders gesteld, bij psychologische veiligheid is het hebben van een afwijkende mening mogelijk en wordt er constructief mee omgegaan.

Psychologische veiligheid verwijst naar een combinatie van vertrouwen, respect voor ieders competentie en als mensen zorg hebben voor elkaar. Een psychologisch veilige omgeving maakt het volgens Edmondson mogelijk om anderen te ondersteunen, problemen te melden, hulp te vragen, en nieuwe ideeën en inzichten ten berde te brengen 

Psychologische veiligheid lijkt ook op groepscohesie, omdat beide een gevoel van betrokkenheid bij het team beschrijven. Het is echter belangrijk om het onderscheid tussen psychologische veiligheid en groepscohesie te verhelderen:

  • Groepscohesie kan de bereidheid om het oneens te zijn verminderen, wat maakt dat er dan te weinig interpersoonlijke risico’s worden genomen. Te sterke groepscohesie kan leiden tot wat groepsdenken (‘Groupthink’) wordt genoemd. Anders gesteld, groepscohesie kan het constructieve conflict tegenhouden, daar het behouden van overeenstemming en eensgezindheid voor de groep belangrijker is dan een kritische overweging van de feiten; 
  • Psychologische veiligheid daarentegen stimuleert de bereidheid om sociaal-onveilige situaties aan te gaan. Men durft z’n mening open te uiten, zelfs al vermoedt men dat die mening ‘tegen de stroom’ ingaat. Dit biedt dan ruimte voor het synergetisch samenvoegen van de ‘tegenstrijdige’ meningen of ideeën, waardoor men transformerend leert. 

Eloïse, Edward en Elvire, laat jullie leiden door jullie eigen zoektocht naar waarheid. Wees authentiek in jullie interactie met betrekking tot die waarheid en klamp jullie er tezelfdertijd niet aan vast. Zoek niet naar applaus en erger jullie ook niet aan afkeuring. Luister naar ‘de’ waarheid van de ander, zonder die direct af te wijzen. Streef steeds naar interafhankelijkheid. Wees onverschrokken in jullie interactie en blijf vriendelijk. Leer steeds uit jullie Authentieke Interactie

Iemand die Authentieke Interactie van binnen uit beleefde en dit op een uitzonderlijke manier was Prof. dr. Etienne Vermeersch. Die Vlaamse filosoof, ethicus, klassiek filoloog, unieke denker en opiniemaker, en dit alles op een uitzonderlijk integere manier, was een tiental jaar ouder dan mij en heeft op mij een énorme indruk gemaakt en nagelaten. Hij blijft voor mij een lichtend voorbeeld, want een echt rolmodel in het beleven van Creatieve wisselwerking van binnenuit. Ik heb Prof. dr. Vermeersch ooit eens gevraagd voor een lezing, maar hij antwoordde beleefd waarom hij niet op m’n uitnodiging kon ingaan. Hij was toen lezingen bewust aan het afbouwen, hoewel hij nog dagelijks aanvragen daartoe kreeg. Ik heb dat altijd zeer spijtig gevonden. Hij overleed vorige maand (januari ’19)[ix]. Een van zijn wijsheden is ook mijn boodschap naar jullie toe: 

Geloof mij niet, denk zelf na[x]


[i]Bruce Springsteen. Quote uit z’n Key Note Speech‘We live in a post–authentic world’, – 15 March 2012, South by Southwest festival, Austin, Texas. US

[ii]https://www.huffingtonpost.com/2014/09/15/brene-brown-how-to-be-yourself_n_5786554.html 

[iii]Leo Van Lier. Interaction in Language Curiculum: Awareness, Autonomy and Authenticity. New York, NY: Routledge, 2013.

[iv]Marianne Williamson. A Return to Love:  reflections on the principles of a course in miracles. New York, NY: HarperCollins Publishers, 1992.

[v]https://rework.withgoogle.com/blog/five-keys-to-a-successful-google-team/

[vi]Amy Edmondson, Psychological Safety and Learning Behavior in Work Teams
. Johnson Graduate School of Management, Cornell University. Administrative Science Quarterly, Vol. 44, No. 2 (June, 1999), pp. 350-383.

[vii]https://hbr.org/2018/04/the-two-traits-of-the-best-problem-solving-teams

[viii]https://www.frankwatching.com/archive/2018/06/27/waarom-psychologische-veiligheid-essentieel-is-effectieve-teams/

[ix]Tex Van berlaer: Vlaanderen neemt afscheid van Etienne Vermeerschhttps://www.knack.be/nieuws/belgie/vlaanderen-neemt-afscheid-van-etienne-vermeersch-het-kon-hem-niet-schelen-of-hij-applaus-kreeg-van-links-of-rechts/article-longread-1421227.html

[x]Trui Engels: ‘Geloof mij niet, denk zelf na’: 21 wijsheden van Etienne Vermeerschhttps://www.knack.be/nieuws/mensen/geloof-mij-niet-denk-zelf-na-21-wijsheden-van-etienne-vermeersch/article-longread-141009.html

BLIJF WAKKER ! – DEEL V

HOE ZIT HET MET JULLIE PERSOONLIJK ‘DOEL’,  PERSOONLIJKE ‘INTENTIE’  EN PERSOONLIJK ‘ENGAGEMENT’?

Talk about a dream, try to make it real. 

You wake up in the night with a fear so real. 

Spend your life waiting for a moment that just doesn’t come. 

Well don’t waste your time waiting.[i]

– Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town


Een vraag over ons persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement. Opa wat betekenen voor jou die begrippen? En, worden deze zaken ons opgelegd (van buiten naar binnen) of mogen we die zelf kiezen (van binnen naar buiten)? En tenslotte, indien we zelf mogen kiezen, wat is de zin daarvan en hoe doen we dat?  

Eloïse, Edward en Elvire, eerst en vooral: deze zaken dienen jullie zelf te bepalen en dit van binnen uit. Ze kunnen idealiter nooit opgelegd worden. Jullie zullen in jullie leven wel veel mensen ontmoeten die dat zullen proberen. Die kunnen in het beste geval enkel ‘lip service’ van jullie krijgen en ik raad jullie aan die mensen dit van bij het begin duidelijk te maken. Deze drie zaken – Doel, Intentie en Engagement – zijn persoonlijk! En hun betekenis, hun zin en hoe jullie die kunnen vastleggen, bespreek ik hierna.

Persoonlijk Doel

Iemands Persoonlijk doel wordt ook soms diens essentiële roeping genoemd en is dus eigenlijk de bestaansreden van die persoon! Heftig, hé ?!? Het antwoord op de vraag van Lode Zielens ‘Moeder waarom leven wij?’[ii] wordt daardoor “Om ons persoonlijk doel te bereiken.”

Het Persoonlijk Doel ontvouwt zich als een uitdrukking van de Originele Zelf (zie daarvoor onder meer Deel II). De meesten onder ons zijn zich niet bewust, noch helder noch gekleurd, van hun Persoonlijk Doel. Dit mede omdat ze zich niet bewust zijn van hun Originele Zelf. Het Persoonlijk Doel kan nochtans ontdekt worden en dit door de patronen of terugkerende thema’s in het leven te observeren. En vanaf het moment, dat we er ons (eindelijk) werkelijk van bewust zijn, wordt alles wat we ondernemen vervuld van enthousiasme en zingeving. Zingeving is voor mij het ‘Goede’ doen. Ik ga, verder in deze tekst, dieper in op dat ‘Goede’.

Wanneer we het onderliggende doel vinden van veel van wat we doen, geeft dit een innerlijke rust en zekerheid. Daar onsPersoonlijk Doeleen uitdrukking is van onze Originele Zelf, is het ook relatief stabiel en consistent gedurende gans ons leven. Het Persoonlijk Doelverandert niet als men van job, van woonplaats of zelfs van relatie verandert. Wanneer de levensemoties kunnen worden opvangen door de Originele Zelf, dan wordt crisis, verandering en conflict als minder dreigend ervaren. Dit komt volgens Paul de Chauvigny de Blot SJ[iii] onder meer door de innerlijke zekerheid die het Persoonlijk Doel geeft.

Het helpt enorm als jullie wat jullie in het leven doen, zien in termen van het nastreven van het Persoonlijk Doel, in plaats van het vervullen van een set vereisten, waar die ook moge van komen. Later zullen jullie kennis maken met de vereisten van jullie job, die heel wat uitgebreider zijn dan de vereisten van een tiener. Maar die job vereisten verbleken naast wat jullie zichzelf zullen opleggen teneinde jullie Persoonlijk Doel te bereiken. Wat er ook gebeurt, men is steeds z’n Originele Zelf. Wat die in jullie geval ook mag zijn: een onderzoeker, een leraar, een leider, een manager, … of een entertainer. Wanneer jullie het gevoel voor zekerheid verbinden aan dit diepere, duurzame aspect van jullie Zijn, wordt het makkelijker in te spelen op de veranderingen van buitenaf. Jullie blijven namelijk verbonden met jullie vaste kern. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Doel is jullie essentie in actie. Zodra men met innerlijke zekerheid weet wat het is, zal men het steeds trachten uit te drukken in alles wat men doet. In die zin is jullie Persoonlijk Doel ook een van jullie waarden (“A Value is a Goal Seeking Activity” – Deel IV). Overigens, jullie zijn dit denkelijk al aan het doen zonder er zich bewust van te zijn. Nochtans kan het besef, dat men de essentie van het Zijnin haar of zijn werk tot uitdrukking brengt, de efficiëntie en voldoening ervan heel wat opkrikken. 

Zich bewust worden van de ontvouwing van het Persoonlijk Doel geeft de betrokkene de kracht om die keuzes te maken nodig om het werkelijk te bereiken. Wetend actie ondernemen, in overeenstemming met de essentiële zelf, geeft aan alles wat men doet, een bijkomende maat van stabiliteit, geloofwaardigheid en gezag. Als men verbonden is met haar of zijn Originele Zelf, communiceert men een krachtig signaal van innerlijk gezag en geloofwaardigheid, en dit op een ‘autoritaire’ wijze. Tussen haakjes, het woord “autoriteit” is afgeleid van het Griekse authentikós, “met zijn eigen hand” of eigenhandig. De auteur zijn van zijn eigen leven, zijn eigen script schrijven, is het leven vanuit de Originele Zelf. Zoals we in Deel I gezien hebben, draait door het Creatief wisselwerkingsproces de zin van de Vicieuze Cirkel om totdat we onze Intrinsieke Waarde van onze Originele Zelf, her-ont-dekken. 

Definitie

Ons Persoonlijk Doel is onze reden van bestaan. Het besef van ons Persoonlijk Doel is wat ons verbindt met onszelf en eigenlijk met alle leven. Ons Persoonlijk Doel is ons antwoord op de universele vraag: “ Waarom besta ik?”

Het Persoonlijk Doel geeft zowel zingeving als richting aan ons leven. Het helpt ons Creatieve wisselwerking van binnenuit blijvend te beleven, vanuit het hart. Inderdaad, door ons Persoonlijk Doelblijvend na te streven, ervaren we Creatieve wisselwerking als zijnde centraal in ons leven. Het beleven van Creatieve wisselwerking in het algemeen, en het voeren van geslaagde Cruciale dialogen in het bijzonder, drukken ons Persoonlijk Doel uit. Zo geeft het Persoonlijk Doel de context voor het nemen van belangrijke beslissingen, gebaseerd op datgene waarin men diepe voldoening vindt. Wat ons voldoening geeft noem ik verder in deze tekst het ‘Goede’ doen, omdat voldoening bekomen en zingeving sterk met elkaar verbonden zijn.

Een mens dient om gelukkig te zijn het ‘Goede’ te doen

Piet Houben[iv]

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Doel is de essentie van wat jullie bijdragen tot jullie omgeving op grond van wie jullie werkelijk zijn, jullie Creatieve Zelf; eerder dan krachtens wat jullie weten of kunnen, jullie gecreëerde zelf. Het Persoonlijk Doel is een ruim begrip en omvat alle rollen in jullie leven. Jullie Persoonlijk Doel is daarbij innig verbonden met zowel jullie Intrinsieke Waarde als jullie Kernwaarden

Beginning with the end in mind

Beginnen met het eind in gedachten is de tweede van de zeven gewoonten voor Effectief Leidershap van Stephen Covey[v]. Beginnen met het eind in gedachten komt neer op a) het beginnen met een beeld van het einde van het eigen leven als referentiekader, en b) de antwoorden op de vraag: “Hoe wil ik herinnerd worden?” Daarmee kan alles wat men doet, worden gemeten. In dit kader kan ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, een prachtig verhaal[vi] uit het leven van Alfred Nobel, waarnaar de Nobelprijzen zijn vernoemd, niet onthouden:

De Zweedse wetenschapper, Alfred Nobel, was de uitvinder van dynamiet en die uitvinding maakte van hem een van de rijkste mannen van zijn tijd. Toen zijn broer, Alvin Nobel, stierf, publiceerde een van de grootste Zweedse dagbladen, per vergissing, een necrologie van Alfred Nobel! Toen Alfred zelf las hoe hij zou worden herinnerd: met name als ’de uitvinder van dynamiet, dat meer dood en vernieling zaait dan om het even welke andere uitvinding uit de geschiedenis’, was hij diep getroffen. In één fractie van een seconde identificeerde hij zijn echt Persoonlijk Doel en wist hij dat dit nog helemaal niet was bereikt. Daardoor creëerde hij later, via zijn testament, de nog steeds vermaarde Nobelprijs voor de vrede. Dit was Alfreds antwoord op de vraag die hier aan de orde is: “Hoe zou ik willen herinnerd worden als ik er niet meer ben?” 

Deze quote zelf is gebaseerd op het principe dat alles twee keer wordt gecreëerd. We creëren, wat we willen creëren, eerst in onze gedachten; dit is de mentale of eerste creatie. Dan gaan we aan de slag teneinde die gedachten werkelijk te realiseren; dit is de fysische of tweede creatie. Wanneer we dit creatieproces, betreffende wat we willen creëren, van binnen uit beheersen, kunnen we ons eigen verhaal schrijven, en aanvaarden wij de controle en de verantwoordelijkheid van de realisatie ervan. Anders gesteld, wij aanvaarden dat wij echt toerekenbaar (‘accountable’) zijn. 

De meest effectieve manier die ik ken, om te beginnen met het eind in gedachten, is het werkelijk uitschrijven van het Persoonlijk Doel. Indien jullie dit effectief doen, zal dit jullie helpen focussen op a) wie jullie werkelijk zijn en b) wat jullie werkelijk doen om te worden wie jullie in wezen zijn. Jullie ganse Zijn en Doen is gebaseerd op jullie Persoonlijk Doel. Terruwe stelde het een veertigtal jaren geleden zo: 

Jij mag zijn zoals je bent,

om te worden wie je bent maar nog niet kunt zijn.

En je mag het worden op jouw manier

en in jouw tijd.[vii]

Eloïse, Edward en Elvire, deze tekst is jullie zeker niet vreemd, want hij stond jarenlang op de speelplaats van jullie Sinte Maria School in Bonheiden als volgt geparafraseerd: 

Je mag zijn wie je bent en zoals je bent,

met fouten en gebreken

om te kunnen worden wie je in aanleg bent,

maar zoals je je nog niet kunt vertonen

en je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur.

Hoe het Persoonlijk Doel effectiefkan uitgeschreven worden, beschreef ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[viii], en dit is een klus voor later.

Van Doel naar Visie[ix]

Een uitgeschreven Persoonlijk Doel  omvat niet de uitgewerkte wegen en stappen die men moet doorlopen teneinde het Persoonlijk Doelte bereiken. Enkel het doel wordt klaar beschreven, niet de weg er naar toe. De stappen, nodig om het te bereiken, worden beschreven in wat ik een ‘persoonlijke visie’ noem. 

Het Persoonlijk Doel vertegenwoordigt dus de fundamentele reden van ons bestaan. Het vastleggen ervan is een reflectief proces, dus de linkerkant van ons Cruciale Dialoogmodel. Laat ik van meet af aan eerlijk zijn: men zal z’n Persoonlijk Doel nooit helemaal bereiken. Ook hier is de weg er naar toe belangrijker dan het doel op zich. Op die de weg van de creatie van het Persoonlijk Doel kunnen er zelfs meerdere persoonlijke visies worden gerealiseerd. 

Een visie is het beeld van de toekomst die men wilt creëren. Door onze visie te formuleren, laten we zien welke richting we inslaan en hoe het er zal uitzien als we aankomen. Aan die visie wordt best een actieplan gekoppeld. Dit laatste beschrijft wat men werkelijk moet doen om te komen waar men wil komen. Het woord “visie” stamt af van het Latijnse werkwoord “videre”, “zien”. Het verband tussen “visie” en “zien” is belangrijk: hoe gedetailleerder en duidelijker het beeld is, des te dwingender het wordt ervaren. Hoe groter de visie verschilt van de huidige realiteit, hoe groter de creatiespanning die ons naar die visie stuwt[x].

Eloïse, Edward en Elvire, vanwege het tastbare en directe aspect geeft de visie vorm en richting aan jullie toekomst en helpt ze jullie om die toekomst ook te realiseren. Verschillende experten op gebied van leiderschap en persoonlijke ontwikkeling hebben onderstreept hoe vitaal het is om de eigen persoonlijke visie voor de eigen toekomst uit te schrijven. Warren Bennis, Stephen Covey, Peter Senge en vele anderen stellen dat een krachtige visie ons kan helpen om uiteindelijk heel wat verder te komen dan waar we zouden landen zonder. De visie geeft ons kracht en kan anderen rondom ons inspireren hun eigen droom waar te maken. Wat ik tot nog toe in mijn leven heb geleerd, is dat wanneer men geen eigen visie ontwikkelt, anderen jouw leven in jouw plaats zullen plannen en richten. Door het uitschrijven van jullie persoonlijke visie, en het daaraan gekoppeld actieplan, stapt men in feite in een creatie- en actieproces. Dit komt overeen met het rechtergedeelte van het Cruciale Dialoogmodel. 

Het actieplan van de unieke wegen en stappen die jullie zullen doorlopen teneinde jullie Persoonlijk Doel te bereiken, voegt het zo belangrijke “hoe” aan het geheel toe. Het actieplan beschrijft de primaire acties die jullie dienen uit te voeren teneinde jullie visie (en uiteindelijk jullie Persoonlijk Doel) te bereiken. Het actieplan is uiteraard gebaseerd op jullie passies, Kernkwaliteiten en vaardigheden. Jullie persoonlijke visie en actieplan zullen evolueren met de tijd, op het ritme van jullie persoonlijke groei en de verwerving van nieuwe vaardigheden en ervaringen. Het Persoonlijk Doel echter blijft onveranderd.

Meerdere mensen kunnen in principe hetzelfde Persoonlijk Doel hebben, maar heel waarschijnlijk zullen ze verschillende persoonlijke visies hebben. Zelfs wanneer een paar van die mensen gelijkaardige persoonlijke visies hebben, zullen ze toch, meer dan waarschijnlijk, verschillende actieplannen hebben, omdat deze laatste hun unieke Kernkwaliteiten, vaardigheden, en strategieën reflecteren. 

Jullie persoonlijke visie werkt als een kompas om jullie op het rechte spoor te houden (i.e. de richting aangegeven door jullie Persoonlijk Doel). Jullie actieplan helpt jullie om jullie vooruitgang van binnenuit te beheersen, door mijlpalen vast te leggen, prioriteiten te kiezen en, indien nodig, de acties aan te passen. 

Uiteraard is het, gezien jullie leeftijd, nog te vroeg om dit alles volledig uit te schrijven. Het is wel raadzaam dit Deel V af en toe te herlezen en als de tijd rijp is één en ander op papier te zetten. In alle geval is dit een persoonlijk werk dat heel wat ‘schaafwerk’ vereist. En al doende leert men!

Persoonlijke Intentie[xi]

De Persoonlijke Intentie is een enorme kracht die verbazende resultaten kan creëren door heel wat verder te gaan dan de manipulatieve strategieën die we soms gebruiken om “te krijgen wat we willen bekomen.” Positieve,Persoonlijk Intentie gaat over het hebben van ondersteunende gedachten en overtuigingen, en over het besef dat men altijd (opnieuw) kan kiezen of en hoe men reageert op een situatie en erop mag vertrouwen dat er voor elk probleem altijd minstens een oplossing is. Gedachten kunnen positief worden gemaakt. Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijke Intentieis dus jullie innerlijke drijfveer. Deze slaat namelijk op wat jullie, diep in jullie hart, echt willen bereiken. Dit wil zeggen, los van het eisen en verwachtingspakket van de Vicieuze Cirkel, los van evaluaties door anderen, los van angst voor het resultaat. Nogmaals, Persoonlijke Intentie is wat jullie werkelijk willen, niet wat jullie wensen. Wensen houdt weinig actiegerichte kracht in zich en is afwachtend. Willen toont zich in wat jullie doen, is proactief!

Hierdoor vergroot het gevoel van (zelf)vertrouwen en zekerheid en ontstaat meer creativiteit en assertiviteit en minder stress en conflicten. Men handelt vanuit een innerlijke zekerheid. Intenties zijn krachtige en positief verwoorde voornemens. Positieve intenties laten de caleidoscoop van mogelijkheden tot zelfontplooiing en succes zien; men dient er echter wel voor te kiezen. Intenties vanuit essentie zijn krachtiger dan ieder ander voornemen dat niet verbonden is met je kern. Vandaar dat in m’n Cruciale Dialoogmodel de intenties figuurlijk plaats nemen in de staart van de vlinder, dicht bij de kern.

We mogen positieve intenties niet verwarren met gewenste resultaten. Intenties zijn interne krachten die jullie vermogen om te creëren, wat jullie willen creëren, activeren. De intenties stuwen ons naar ons doel door de nodige steun en middelen beschikbaar te stellen én aan te wenden teneinde buitengewoneresultaten te bekomen. Mijn vriend Mike Murray, die ik voor de eerste keer ontmoette op een bijeenkomst georganiseerd door onder meer Charlie Palmgren (Atlanta, 1996), stelt dat Positieve Intentiete maken heeft met het realiseren van het ‘Goede’. “Wat is het Goede dat ik wil laten gebeuren?” is een vraag die hij zich dagelijks stelt. Zijn visie komt dus overeen met de visie van de Vlaamse topdokter en penisprof, Piet Houben, die ik eerder in dit deel citeerde. Zoals ik zelf schreef in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’ komt dit ‘Goede’ tot leven als het resultaat van een proces dat we zelf niet kunnen creëren – het is andersom, wij worden door het proces gecreëerd. We kunnen echter wel de condities creëren waardoor het waarschijnlijker wordt dat het proces onverstoord kan werken. Over die condities of voorwaarden later meer. Mijn visie is als volgt te parafraseren: Positieve Intentie is nauw verbonden met het antwoord op de volgende vraag: “Ben ik volledig gewonnen én wil ik mij ook volledig inzetten voor het creëren van de condities voor Creatieve Wisselwerking zodat het ‘Goede’ kan en zal tot stand komen?” Door inderdaad onze Persoonlijk Intentie, onder meer gedurende Cruciale dialogen, volledig in te zetten, komen interne mogelijkheden en nieuwe inzichten tot stand met betrekking tot het authentieker en efficiënter handelen. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Intentie zal helpen jullie aandacht blijvend gefocust houden op wat jullie werkelijk willen bereiken. Zorg er echter voor dat jullie aandacht steeds in overeenstemming is met jullie intentie. Waar jullie aandacht aan geven, groeit! Wanneer jullie aandacht geven aan jullie Persoonlijke Intentie zetten jullie innerlijk een dynamisch proces in gang. Dit proces is niets anders dan, en dat zal jullie geenszins verbazen, hetCreatief wisselwerkingsproces. Daarmee scheppen jullie vertrouwen: “Ik kan bereiken wat ik me voorneem.” Indien jullie aandacht niet in lijn ligt met jullie intentie, gaat één deel van jullie in één richting en een ander deel in een andere. Door dit conflict binnen jullie zelf gaat er enorm veel energie verloren. Een nog grotere aanslag op jullie energie wordt gepleegd wanneer jullie conflicterende Persoonlijke Intenties hebben. Wanneer dit het geval is, worden we als het ware in tweeën gespleten. Wij zijn in oorlog met onszelf. 

Kortom, jullie dienen vooreerst niet-conflicterende positieve intenties te hebben en daarnaast dienen jullie aandacht en intentie gestroomlijnd te blijven. Dit is echter heel wat moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt. Zelfs indien men zich bewust is van zijn positieve intenties, dan is het en blijft het moeilijk de aandacht in lijn én gefocust te houden op die intenties. Dit vereist geduldige toepassing en wees gerust, de Vicieuze Cirkel is nooit ver weg! 

Persoonlijke Intentie komt, wanneer puntje bij paaltje komt, overeen met het werkelijk gefocust blijven op het proces dat creëert wat wij willen creëren. Ze is dus ook sterk verbonden met het helder bewustzijn! Onze Persoonlijke Intentie beheersen is een krachtig middel om authentieker, ontvankelijker en creatiever te worden. Jullie beheersen jullie Persoonlijke Intentie van binnenuit, door jullie te identificeren met het ‘Goede’ dat jullie willen creëren in jullie leven. Daarbij focussen jullie zich op de condities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking (waarover later uiteraard meer). 

When Your Heart Is in a Dream[xii]

Jullie zijn verbonden met jullie Intrinsieke Waarde door jullie Positieve Intentie, zoals de kop van een vlinder verbonden is aan z’n lichaam (zie het Cruciale Dialoogmodel). Bij Cruciale dialogen beginnen vaardige personen met hun Positieve Intentie. Ik zal dit nog verder uitdiepen in Deel IX: “Hoe een Kernvraag formuleren?”. Dit betekent dat vaardige personen risicovolle discussies starten met de juiste intenties en dat zij zich op deze intenties blijven focussen, wat er ook gebeurt. Ze blijven daarbij ook in verbinding met hun Persoonlijk Doel. Zij behouden deze focus op verschillende manieren. Eerst en vooral, ze zijn zich bewust van wat ze écht willen bereiken en ze herinneren zich continu hun keuze. Niettegenstaande ontelbare mogelijkheden om uit koers te raken, blijven ze trouw aan de gekozen doelen. Ook blijven ze helder bewust en vermijden ze hun Vicieuze Cirkel. Zij weten te goed uit ervaring dat die laatste het resultaat allesbehalve ten goede komt. Ten slotte maken vaardige deelnemers aan een risicovolle communicatie geen “het één of het ander”-keuzes. Ze weten maar al te goed dat deze het resultaat zijn van een discussie en niet van een dialoog. Dialoog gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsprocesheeft heel wat meer mogelijke resultaten dan de povere “het één of het ander” – of nog “ vlucht of vecht” – keuzes. Een andere optie dus dan te winnen of te verliezen, namelijk de synergetische “win-win”. 

Eloïse, Edward en Elvire, vooraleer een Cruciale dialoog te starten, of wanneer jullie voelen dat jullie in zo een verzeild dreigen te raken, dienen jullie zich als enige vraag te stellen: “Wat is het ‘Goede’ dat ik hier werkelijk wil bereiken?” Dit is dus een Kernvraag! Jullie die vraag stellen, heeft een krachtig effect op jullie denken. Wanneer jullie focussen op deze belangrijke vraag, dan zullen jullie zich realiseren dat de grootste barrière voor het behalen van het Persoonlijk Doel, jullie eigen gedrag is! Het gevaar is steeds reëel dat jullie gedrag voor een stuk geworteld is in jullie persoonlijke Vicieuze Cirkel. Inderdaad, de Vicieuze Cirkel is er de oorzaak van dat jullie persoonlijke prioriteiten verkeerd stellen of dat jullie zich niet authentiek gedragen. Wanneer men dit tijdens de communicatie zelf ontdekt, heeft men een unieke kans om terug te keren naar een authentieke dialoog. Het is dus van het grootste belang dat jullie, vooraleer jullie een dialoog starten, jullie motieven onderzoeken. Vraag jullie dus eerst en vooral af wat jullie echt willen bereiken. 

Aan de regel “Je kunt niet niet communiceren” (waarover later meer in Deel XI) voeg ik een tweede: “je kunt niet communiceren zonder intentie.” Die laatste is echter niet steeds helder. Daarom is mijn advies naar jullie toe: “Maak jullie intentie helder!”, want dit is werken met een open agenda en maakt Authentieke Interactie mogelijk.

Tijdens de conversatie blijven jullie ook aandachtig voor het verloop van het dialoogproces. Dit noem ik het Procesbewustzijn. Ik kom daar later zeker nog op terug, want het is één van de Creatieve wisselwerkingvaardigheden. Eenvoudig gesteld, het gaat om bewust te blijven van het proces zelf. Wanneer het moeilijk gaat, komen de objectieven onder druk te staan. Onze intenties beginnen te veranderen zonder dat we er bij stil staan. Teneinde terug aan te knopen met jullie Positieve Intentie, die dialoog mogelijk maakt, dienen jullie als het ware uit de interactie te stappen en naar jullie zelf én het proces te kijken. En dit op een manier zoals een buitenstaander zou doen. Men stelt zich daarbij krachtige vragen als: “Waar ben ik mee bezig?”, en “Wat is het onderliggende motief voor mijn gedrag?” Met andere woorden, wanneer men het spel kan benoemen, dan heeft men een reële kans ermee op te houden. Dit is de reden waarom de twee vaardigheden: het Formuleren van de kernvraag vanuit het Persoonlijk Doel en het Procesbewustzijn de alfa en de omega zijn van onze set vaardigheden (i.e. de zestien tools van Creatieve wisselwerking). 

Eloïse, Edward en Elvire, hoe kunnen jullie dit nu praktisch invullen? Wel, door jullie bij elke moeilijke confrontatie de volgende belangrijke vragen te stellen: 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik mijzelf echt toewens? (cf. de intrinsieke en 
extrinsieke motieven); 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik de ander echt toewens? (cf. de transcendente motieven); 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik onze relatie toewens? (cf. alle voorgaande motieven). 


Bij het stellen van deze vragen lopen we een risico. Want ze kunnen een beetje misleidend zijn. Het is namelijk zo dat ik me niet steeds toewens, wat het beste voor me is, ook al denk ik dat dit het geval is. Het plezierigste is niet altijd het beste, begrijpen jullie?!? En dit zou voor de ander ook kunnen gelden. Jullie dienen dus wel degelijk jullie motieven grondig te onderzoeken! Elk motief dient namelijk verbonden te zijn met jullie intentie om het ‘Goede’ te doen. 
Wanneer jullie de bovenstaande vragen hebben gesteld, voeg er nog één veelbetekenende vraag aan toe: 


  • Hoe zou ik me echt gedragen wanneer ik dit ‘Goede’ werkelijk zou willen bekomen? 

Het zich identificeren met jullie Positieve Intentie,en dit vóór de start van een diepgaand gesprek, stelt jullie in staat jullie te focussen op de condities en de vaardigheden van Creatieve wisselwerking.  Ook weten jullie met innerlijke zekerheid dat het Creatief wisselwerkingsproces die wegen zal genereren die jullie intenties zullen ontplooien. Inderdaad, wanneer het Creatief wisselwerkingsproces leeft, zullen diegenen die met jullie in interactie zijn met jullie samenwerken om alle Positieve Intenties te verwezenlijken: die van hen én die van jullie! 

Zoals we gezien hebben, gaat de Persoonlijke Doel over het “Zijn” en de persoonlijke visie, met het bijhorend actieplan, over het “Doen”. Het Creatief wisselwerkingsproces helpt ons om het Zijn te beleven in het Doen. De Positieve Intentie is daarbij de hoeksteen betreffende hoe goed we het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit beleven. 

De kracht van het uitgaan van Positieve Intentie

Uitgaan van een Positieve Intentie vertraagt de negatieve invloed van de Vicieuze Cirkelen verhoogt onze vaardigheid om te focussen op het op een hoog niveau brengen van de werking van het Creatief wisselwerkingsproces en onze persoonlijke aansprakelijkheid daarvoor. Door krediet te geven aan de Positieve Intentie van de ander, kunnen we ons bovendien focussen op wat werkelijk gebeurt, met behulp van de vaardigheid die ik Procesbewust zijn heb genoemd. Dit komt neer op het helder bewust zijn van welke gedragingen er zijn – op elk moment – en welke de gevolgen zijn van deze gedragingen. Dit maakt het mogelijk om de feiten en specifieke gedragingen aan te pakken en ver weg te blijven van beschuldigingen en interpretaties vanuit de Vicieuze Cirkel. Dit betekent een enorme vermindering van tijdsverspilling en energieverlies omdat we ons focussen op wat werkelijk belangrijk is – wat er gebeurt en wat daarvan het resultaat is. Wanneer dit resultaat niet het ‘Goede’ is, dan dienen we onze manier van doen, ons gedrag, in vraag te stellen en te veranderen. 

Wat belangrijk is, zijn de gedragingen en de manier van denken die aan dat gedrag ten grondslag liggen. Wij gaan er a priori van uit dat deze manier van denken positief is. Wanneer echter de feiten (en dus niet de interpretaties) aantonen dat dit niet het geval is, zal het Creatief wisselwerkingsproces– indien niet afgeremd door de Vicieuze Cirkel– zorgen voor de gepaste corrigerende actie. 

Persoonlijk Engagement

Wanneer mensen zich engageren voor zowel de resultaten van de samenwerking als de relaties tussen de deelnemers, dan is er een groter engagement voor het vinden van creatieve en werkbare antwoorden op cruciale vragen en oplossingen voor problemen. Persoonlijk Engagement is op de keper beschouwd de bereidheid om zich in te zetten voor Creatieve Wisselwerking. We hebben het daar uitvoerig over gehad in deel I, met name toen we het hadden over het tweevoudig engagement van Henry Nelson Wieman.

Eloïse, Edward en Elvire, het Persoonlijke Engagementis ook de persoonlijke morele verplichting, die jullie zich zelf opleggen, om volledig aanwezig te zijn in elke ontmoeting. Dus ook in elk gesprek dat jullie hebben. Een vraagje: “Hoeveel keer hebben jullie gedurende de afgelopen week gemerkt dat jullie niet ‘echt aanwezig’ waren tijdens een gesprek?” 

Momenteel worden we hoe langer hoe meer bestookt met zaken die onze aandacht opeisen. Multitasking is blijkbaar een noodzaak geworden: we beantwoorden sms’jes, WhatsApp berichten en e-mails terwijl we een les of vergadering bijwonen of met iemand aan de telefoon in gesprek zijn. Thuis spreken we met mama en elkaar en terzelfder tijd volgen we op het internet het nieuws, “heet van de naald”. En, wanneer iemand met ons aan het praten is, denken we aan iets anders – iets min of meer ‘belangrijk’. Het blijkt een kenmerk te zijn van onze huidige samenleving: we zijn met zo veel tegelijk bezig dat wij niet meer echt naar elkaar luisteren. Onze hersenen zijn (bij vrouwen duidelijk meer dan bij mannen) effectief bekwaam om meerdere zaken tegelijkertijd te behandelen. Nochtans, écht luisteren naar gesproken boodschappen vergt heel wat inspanning. En wat is het effect op anderen wanneer we onze luistervaardigheid niet ten volle inzetten gedurende een gesprek? Zien zij dat? Wees er maar zeker van, zelfs een kind ziet het! Zo zei Elvire, toen ze nog geen vier jaar was, mij ooit op strenge toon: “Opa, je luistert niet naar mij!”. En ook anderen zien het. Men toont het op zo veel manieren: gebrek aan oogcontact, niet responderen op, of zelfs verkeerd interpreteren van de boodschap. 

Wat betekent Persoonlijk Engagement in de context van Creatieve wisselwerking? 

Met andere woorden: hoe kunnen jullie ervoor zorgen dat jullie altijd ten volle aanwezig zijn in een gesprek en hoe kunnen jullie tonen dat jullie echt om de ander geven?
 Volledig aanwezig zijn in een gesprek betekent dat men ten volle betrokken is in de dialoog. Met andere woorden, men hoort wat er wordt gezegd, men denkt er over na en men peilt naar haar of zijn gevoelens, ook al is men zelf niet aan het woord. 

Er om geven, heeft in deze context twee dimensies: “Ik geef om de resultaten die we met de dialoog trachten te bekomen” en “ik geef om de relatie die ik met de andere persoon heb”. Dit hoeft niet te betekenen dat men die persoon ook effectief graag heeft, hoewel dit de dialoog een stuk makkelijker kan maken. Wanneer jullie voor Persoonlijk Engagement binnen gesprekken kiezen, dan focust jullie interne energie zich op de kwestie die aan de orde is en die energie zoekt wegen om de dialoog vooruit te stuwen. En wanneer iedereen zich persoonlijk inzet, wordt die energie uitgewisseld en “fladdert” de dialoog. Wij zijn dan in ‘Flow’[xiii]. Omgekeerd, trekt of voert eenieder die niet geëngageerd is, de energie weg van de conversatie en kan, in het slechtste geval, negatieve energie uitzenden, die de gezonde dialoog afremt of zelfs blokkeert. De dialoog wordt daardoor omgezet in een heftige discussie, waardoor de beste oplossingen, voor de problemen die zich stellen, niet gevonden worden. 

Anders gesteld, volledig aanwezig zijn in een gesprek is geëngageerd zijn om Creatieve wisselwerking zijn werk te laten doen en bovendien geëngageerd zijn om de vaardigheden ervan ten volle in te zetten. Wanneer we ons zowel inzetten voor het resultaat van de dialoog als voor de relatie met de deelnemers, gaan we een groot engagement aan ten opzichte van het proces en gaan we er ten volle voor om zowel praktische oplossingen uit te werken en betere opties te creëren, als om de relatie te verbeteren of tenminste niet in gedrang te brengen. 

Eloïse, Edward en Elvire, er om geven, heeft zowel te maken met het in lijn brengen van de intenties – met betrekking tot de resultaten en de relatie met de andere(n) – als met de aandacht gedurende de dialoog. Jullie kunnen gedurende een gesprek continu jullie Persoonlijk Engagement meten door gedurende het gesprek op een stukje papier te noteren (“af te vinken”) of jullie al dan niet aandachtig zijn. Zo kunnen jullie meten hoeveel keer jullie geest aan het “zweven” slaat en jullie daardoor niet meer correct geëngageerd zijn. Jullie kunnen natuurlijk enkel jullie Persoonlijk Engagement meten en niet dat van de ander, ofschoon jullie daarover wel een mening hebben. Zolang jullie die niet uiten en deze niet door de ander bevestigd wordt, blijft het een mening. Met andere woorden, een interpretatie en niet de realiteit! 


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlandssong van studioalbum Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Lode Zielens, Moeder waarom leven wij? (eerste uitgave 1932, bekroond in 1934 met de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza), Antwerpen: Uitgeverij Houtekiet, Vlaamse Bibliotheek n° 4, 1999.

[iii]Paul de Chauvigny de Blot SJ. Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. De organisatievisie van Ignatius van Loyola. Een Case Study. Proefschrift, Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv]https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/van-a-tot-z–piet-hoebeke/2018/van-a-tot-z–piet-hoebeke-s2018a26/Z : Zingeving, 2018 (6:10-8:20).

[v]Steven R. Covey, The seven habits of highly effective people. New York : Fireside, 1990.

[vi]http://www.historien.nl/alfred-nobel-geeft-naam-aan-nobelprijs/

[vii]Anna Terruwe, Geef mij je hand … Over bevestiging sleutel van het menselijk geluk, De Tijdstroom, 1972.

[viii]Johan Roels, Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012. pp. 90-91.

[ix]Peter M. Senge, …. [et al.]  The Fifth Discipline Field book: strategies and tools for building a learning organization. New York: Doubleday, 1994.

[x]Peter M. Senge, The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization, New York: Doubleday. 1990

[xi]Ik ga er van uit dat jullie Persoonlijke Intentie positief is en dus heb ik in dit onderdeel Persoonlijke Intentie hier en daar vervangen door Positieve Intentie. Anders gesteld, het zijn voor mij synoniemen.

[xii]Deze regel komt uit de tweede strofe van het fameuze lied “When you whish upon a Star”. Grootvader van jullie zijn heeft heel wat positieve consequenties. Eén daarvan is dat ik deze grote Walt Disney klassieker, die nu beschikbaar is op dvd, kon herontdekken en becommentariëren. Jimmy Cricket zingt deze song voor Pinoccio, een houten marionet, waarvan de maker, Giuseppe, wenst dat die tot leven zou komen – voorwaar een wonderbaarlijke creatieve transformatie!

[xiii]Mihaly Csikszentmihalyi is de belangrijkste theoreticus achter het concept Flow. Flow refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Voor mij is Flow één van de synoniemen van de toestand gecreëerd door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

BLIJF WAKKER ! – DEEL IV

WELKE ZIJN JULLIE ‘WAARDEN’ EN ‘KERNKWALITEITEN’?

The success brought me an audience,

It also separated me from all the things 

I’ve been trying to make my connections to my whole life. 

And it frightened me because I understood that 

what I have of value is at my core 

and that core was rooted in the place I’d grown up, 

the people I’d known, the experiences I had. 

If I move away from those things… to go about your life as you desire, without connection… that’s where a lot of people I admired 

drifted away from the essential things that made them great.

More than rich, more than famous, more than happy, 

I wanted to be great.”[i]

– Bruce Springsteen 

“The Promise: the making of Darkness on the Edge of Town” – 2010  

Een vraag over onze waarden en kernkwaliteiten en dan schrijf je die begrippen ook nog eens tussen aanhalingstekens; Opa, daar hebben wij drie vragen bij:

  1. Wat betekenen die begrippen?  
  2. Welke zijn dan onze ‘waarden’ en ’kwaliteiten’?
  3. Is er een verschil tussen de ‘waarden’ en ‘kwaliteiten’ van respectievelijk Eloïse, Edward en Elvire? 

We zijn benieuwd naar jouw antwoorden!

Over ‘waarden’

In dit onderdeel bespreek ik eerst het belangrijk onderscheid tussen Intrinsieke Waarde en extrinsieke waarde en heb ik het nadien over jullie Kernwaarden.

Intrinsieke  vs extrinsieke waarde

Ik start dus met het onderscheid tussen Intrinsieke Waarde (Intrinsic Worth) – begrip dat overigens werd gebruikt in één van de lessen Godsdienst van Eloïse (SUI – herfst 2018) – en extrinsieke waarde nog eens duidelijk te maken.

Intrinsieke Waarde  betekent, zoals eigenlijk de naam aangeeft, dat iemand of iets intrinsieke of inherente waarde heeft in zichzelf, alleen al door te bestaan. Het voorbeeld bij uitstek is uiteraard het pas geboren kind. De baby heeft Intrinsieke Waarde  alleen al door er te zijn. Vandaar ook dat Charlie Palmgren’s concept, de Vicieuze Cirkel, start met dit begrip. DeVicieuze Cirkel is een metaforisch model om te duiden hoe mensen het zicht op hun Intrinsieke Waarde verliezen en verstrikt raken in hun ‘fixed’ bekrompen mindset (mentaal model). Belangrijk is ook te onderkennen dat men niets aan haar of zijn Intrinsieke Waarde kan toevoegen of ervan weghalen, zelfs de persoon in kwestie niet. Alleen, zij of hij is zich daar niet altijd van bewust.

Ook hebben mensen, wat ook hun geslacht of etnische oorsprong is, een gelijke Intrinsieke Waarde. Daarmee heb ik al een van jullie vragen beantwoord: jullie Intrinsieke Waarde, Eloïse, Edward en Elvire is dezelfde. Iedereen heeft bij z’n geboorte dezelfde Intrinsieke Waarde. En voor ons, Bonnie en Opa, kan die waarde geen sikkepit veranderen: jullie zijn en blijven ‘intrinsiek waardevol’, en dit voor altijd!

Laat ik nu de definitie van Intrinsieke Waarde, die ik al in een voetnoot van deel II gaf, herhalen: 

Intrinsieke Waarde: de kwaliteit die [iemand] waardevol maakt; de kwaliteit binnenin de persoon die waardering of respect afdwingt.

Dit staat in schril contrast met het begrip extrinsieke waarde. Laat ik daarvan een paar voorbeelden geven. Een auto is extrinsiek waardevol. Die waarde hangt echter af van wat mensen er willen voor geven. Als je zelf niet veel waarde hecht aan een bepaald type auto, dan is die voor jou niet zo waardevol. Ook de Euro is extrinsiek waardevol. Die heeft waarde omdat mensen gezamenlijk besloten hebben om aan dat muntstuk een waarde toe te kennen en te gebruiken bij het kopen en verkopen van zaken. Indien we geen waarde zouden hechten aan de Euro, dan zou die waardeloos zijn. Jullie extrinsieke waarde, Eloïse, Edward en Elvire is wel verschillend en hangt af van wie die waarde apprecieert. Zo zal Emil (in de herfst van 2018) Eloïse waardevoller vinden dan Elvire. Elkeen vind iets waardevol vanuit uit z’n eigen standpunt. De naam extrinsiek betekent dat de waarde van buitenaf wordt toegekend.

Laat ik nu ik de definitie van extrinsieke waarde, die ik al in een voetnoot van deel II gaf, herhalen:

Extrinsieke waarde: de waarde die [iemand] aantrekkelijk en bruikbaar maakt; de kwaliteit die kan gekocht, verworven of verdiend worden.

Laat mij eens het onderscheid tussen deze waarden op een andere manier stellen. Jullie Intrinsieke Waarde is innig verbonden aan jullie persoon, wie jullie zijn als persoon. Dus met jullie Creatieve Zelf, met jullie helder bewustzijn en met jullie ‘Ik-bewustzijn’. En die is voor elk van jullie even groot. Jullie extrinsieke waarde is verbonden aan wat jullie kennen, kunnen, en aan jullie gedrag. Dus met jullie gecreëerde zelf, met jullie gekleurd bewustzijn, en met jullie ‘mij-bewustzijn’.

Zo is het mogelijk dat Bonnie en ik zelf een specifiek gedrag van één van jullie waardeloos vinden en zelfs afkeuren, waardoor de extrinsieke waarde van haar of hem een knauw krijgt. Toch blijft haar of zijn Intrinsieke Waarde intact. Wij houden nog steeds evenveel van haar of hem als persoon en keuren, althans in dit specifieke geval, haar of zijn gedrag af. De moeilijkheid blijft echter dit alles steeds correct over te brengen. 

Zo is echte liefde ook een Intrinsieke Waarde; echte liefde is er. Zoals jullie in vorig deel (Deel III) hebben kunnen lezen, is de liefde van Karenin, hond van Tereza de hoofdfiguur uit het boek ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’, onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Zo is ook onze liefde naar jullie toe onbaatzuchtig en  onvoorwaardelijk, dus blijft jullie Intrinsieke Waarde overeind. Nogmaals, het is niet omdat we, in sommige gevallen, jullie gedrag afkeuren dat we daarom minder van jullie houden.

Een andere definitie van Intrinsieke Waarde, waar ik persoonlijk van hou, is deze van m’n mentor Charlie Palmgren. In het boekje ‘The Chicken Conspiracy’[ii], dat hij samen met Stacie Hagan schreef, definieert Charlie Intrinsieke Waarde als volgt: 

De Intrinsieke Waarde van een menselijk wezen is z’n capaciteit om deel te nemen aan transformerende creativiteit. 

Die Intrinsieke Waarde is dus voor Charlie Palmgren het vermogen om continu uit te breiden wat eenieder van ons kan weten, appreciëren, zich kan inbeelden en uitvoeren. Charlie schrijft: “wij zijn voor dit transformatie proces gemaakt, zoals een arend gemaakt is om te vliegen.” De Intrinsieke Waarde vindt z’n origine in deze capaciteit en wij zetten deze Intrinsieke Waarde in door vol te gaan voor transformerende creativiteit. Met name door het tweevoudig engagement voor Creatieve wisselwerking waarover ik het had in Deel I. Intrinsieke Waarde is zowel ‘zijn’ als ‘doen’, zowel inwendig als uitwendig, zowel nadenkend als uitvoerend.

Intrinsieke Waarde neemt in het begin van het menselijk leven de vorm aan van het streven om te overleven. Later krijgt het een hoger doel: de nood voor creatieve transformatie. Deze nood is de basis voor ons psychologisch en spiritueel groeien; zoals zuurstof, water, voedsel, oefening en slaap nodig zijn voor ons fysisch welbehagen.

Bij een baby kan men goed observeren dat de Intrinsieke Waarde zich niet alleen vertaalt in het ondernemen van acties om te overleven (wenen bij honger of natte pamper) maar zich ook hoe langer hoe meer vertoont als het van binnen uit werken aan ‘creatieve transformatie’ van zichzelf; van binnen uit, dus zonder opdracht daartoe van buitenaf. Dr. Erle Fitz, een vriend van Charlie Palmgren, verwoordde dit ooit zo: “The newborn child engages in increasing interludes of wakefulness.” “Het pasgeboren kind beleeft hoe langer hoe bewuster de steeds langer wordende periodes van wakker zijn”. Dit betekent dat het kind, eens de basisbehoeften vervuld zijn, haar of zijn wakkere tijd gebruikt om de wereld rondom haar of hem te exploreren. Het kind begint met kijken en observeren en gaat nadien authentiek in interactie met elementen uit haar of zijn omgeving. Al eens bemerkt hoe vaak een pasgeborene lacht naar z’n moeder of vader en raar kijkt wanneer een nieuw gezicht boven het wiegje opdoemt? Dit alles mondt uit in het beginnen waarderend begrijpen van de buitenwereld. Waarom? Omdat menselijke wezens gemaakt zijn voor dit soort evolutie en ontwikkeling. Met andere woorden, de mens is gemaakt om zich aldus creatief te transformeren zoals de arend gemaakt is om te vliegen. Het vermogen voor creatieve transformatie definieert dus Intrinsieke Waarde. Deze waarde is bovendien voor iedereen gelijk en in feite een constante. Jullie Intrinsieke Waarde, Eloïse, Edward en Elvire, is onvoorwaardelijk; dit staat vast. Bovendien is jullie Intrinsieke Waarde jullie gegeven. Met andere woorden, jullie hebben er niets hoeven voor te doen.

Nooit zijn jullie meer waard geweest of zullen jullie meer waard worden dan dat jullie waren bij jullie geboorte (en dat jullie nog steeds in m’n ogen zijn). Jullie zijn waard wat jullie kunnen waard zijn op dit eigenste moment, punt!

Wat vinden jullie van bovenstaande vetgedrukte tekst? Welk gevoel geeft die tekst jullie? Lees deze nog eens rustig na.  Denk er eens goed over na. 

Indien jullie Intrinsieke Waarde – zijnde de capaciteit om zich in te laten met creatieve transformatie – jullie gegeven is, vergezeld die waarde jullie in deze wereld en dit gedurende jullie ganse leven. Daardoor ook is om het even welke inspanning jullie doen, in om het even welk domein, nooit gericht op het verhogen van die Intrinsieke Waarde. Bovendien wordt deze waarde niet verminderd door wat jullie ooit uitspoken.

Natuurlijk zullen jullie over de jaren heen meer vaardigheden, meer kennis en meer ervaring verwerven. Deze zullen jullie toelaten hoe langer hoe effectiever en efficiënter te handelen. Deze zullen jullie extrinsieke waarde veranderen. Edoch, ongeacht jullie vooruitgang of tegenslagen blijft jullie Intrinsieke Waarde constant. De cruciale vraag voor nu en de toekomst is: “In welke mate blijven jullie verbonden met die Intrinsieke Waarde?” Zoals jullie al weten is de Vicieuze Cirkelverantwoordelijk voor het feit dat mensen los raken van hun Intrinsieke Waarde. Daarom is het belangrijk om de werking van dit negatieve proces te kennen. Wendbaar zijn is de Vicieuze Cirkelontwijken en weerbaar zijn betekent om, nadat de Vicieuze Cirkelof het leven zelf jullie te grazen heeft genomen, opstaan en terug doorgaan met het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Daarom ook dient hoofdstuk 3 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ eigenlijk voor jullie ‘parate kennis’ te zijn.

Ook is het zo dat  het gedrag van mensen ons blind kan maken voor hun Intrinsieke Waarde. Het gedrag van mensen en hun Intrinsieke Waarde zijn twee heel verschillende zaken. Laakbaar gedrag is steeds toe te wijzen aan het vastzitten in een bepaald denkkader. De oorzaak ervan is ook steeds terug te voeren naar de werking van de Vicieuze Cirkel en dus het losgeslagen zijn van de eigen Intrinsieke Waarde.

De kern van de zaak is niet of jullie Intrinsieke Waarde hebben, wel of jullie die Intrinsieke Waarde consistent ervaren. Het ervaren van Intrinsieke Waarde is centraal in de ontwikkeling van een gezonde identiteit. En, spijtig genoeg, en reeds uitvoerig gesteld, verliezen de meeste mensen het contact met die waarde – zoals de arend in het verhaal ‘De Gouden Arend’ van Anthony de Mello SJ. De Intrinsieke Waardevan de arend wordt bevestigd door het vliegen. Wanneer, zoals in het verhaal, de arend denkt dat hij een kip is en door de boer letterlijk en figuurlijk als een kip behandeld wordt, dan wordt zijn kunde om te vliegen beknot, waardoor hij het vliegen verleerd en zijn ervaring van z’n Intrinsieke Waarde nihil wordt. 

Op dezelfde manier ervaart de mens z’n grootste voldoening en ontplooiing door transformerende creativiteit.  Deze ervaring is cruciaal voor de ontwikkeling van het menselijk wezen. Die ervaring laat zich echter niet gebieden en men dient er volledig met vertrouwen voor open te staan. Die ervaring komt zowel met extreem goede gebeurtenissen als met extreem slechte. De kunst is die ervaring te doorleven! En juist daardoor wordt de mens getransformeerd.

Inderdaad, wanneer we transformerende creativiteit (i.e. Creatieve wisselwerking) van binnenuit beleven, dan ervaren we de voldoening van het inzetten van onze Intrinsieke Waarde. Anderzijds, wanneer we ons leven inrichten op een manier die deze capaciteit belemmert, ervaren we ontevredenheid, stress en uiteindelijk worden we ziek.   

Niet dat het streven naar extrinsieke waarde slecht is; edoch wanneer we naar ‘wereldse’ waarden (geld, roem, aanzien, succes, …) streven ten koste van onze Intrinsieke Waarde, worden we gevangen door de (eventueel zelfs gouden) kooi van het op die manier streven naar extrinsieke waarde. Eens opgesloten in de kooi van de Vicieuze Cirkel is het onmogelijk nog te vliegen als een arend: onze vleugels slaan zich stuk tegen de beperkingen van die kooi. 

Daarom dienen we te leven vanuit onze Intrinsieke Waarde, hoewel de meesten onder ons dat verleerd hebben. Mensen aanleren hun Intrinsieke Waarde terug te vinden, door terug te leven vanuit hun capaciteit tot creatieve transformatie, is hen terug het creatief wisselwerkingsproces laten ontdekken. Ik zei vaak gedurende mijn professionele levens waarin ik als consultant aan de slag was, dat ik mensen iets leerde dat ze op de keper beschouwd reeds kenden, en hen hielp terugvinden, wat ze in feite nooit verloren hadden. Waar ze evenwel niet meer met verbonden waren: hun Intrinsieke Waarde. Dat ik daarvoor zelfs goed betaald werd, blijft ook voor mij een mysterie.

Kernwaarden

Iedereen heeft een stel ‘Kernwaarden’Kernwaarden zijn persoonlijke waarden die de persoon zelf belangrijk acht, die haar of hem motiveren en waaraan zij of hij prioriteit geven. In tegenstelling tot onze Intrinsieke Waarde, waarover ik het daarnet had, zijn Kernwaarden geen ‘inherente’ waarden. Met andere woorden, wij zijn er niet mee geboren. Herlees eens de quote van Bruce Springsteen aan het begin van dit deel. Kernwaarden  ontwikkelen zich bij het ontwikkelen van het eigen waardenbewustzijn. En ieder van ons heeft een eigen, specifiek waardenbewustzijn, dat vorm begon te krijgen van zodra we bewust waren dat we leefden. Het proces dat daarbij gebruikt wordt is, dat hadden jullie al kunnen denken, het creatief wisselwerkingsproces. Het transformatieproces waarmee eenieder van ons geboren is. Door dit proces van binnen uit te beleven, bij het in contact komen met anderen, wordt het waardenbewustzijn van elk van ons uitgebreid. Bruce Springsteen verwoord dit als volgt: “My core was rooted in the place I’d grown up, the people I’d known, the experiences I had”. In het Nederlands: “Mijn kern wortelde zich waar ik opgroeide, door mensen die ik ontmoette en ervaringen die ik opdeed.” Henry Nelson Wieman verwoordde het als volgt: “By way of this creativity, I come to include in myself values I previously could not imagine”.[iii] Vrij vertaald klinkt dit als volgt: “Door het beleven dit creatief wisselwerkingsproces creëer ik in mezelf waarden die ik mij daarvoor zelfs niet kon voorstellen.”

Kortom, het creatief wisselwerkingsproces breidt het waardenbewustzijn uit. Dit waardenbewustzijn is persoonlijk en wordt door Henry Nelson Wieman gedefinieerd als “de verzamelnaam voor hetgeen het individu kent, waardeert, zich kan voorstellen, bewust kan uitvoeren en van binnenuit beheersen.” Daarbij is Henry Nelson Wieman’s definitie van het begrip waarde: “Een doelzoekende activiteit.”[iv] Een waarde is dus niet passief, een waarde is actief! Een waarde is een doelzoekende activiteit, met andere woorden: wat jullie werkelijk waarderen, Eloïse, Edward en Elvire, kan opgemaakt worden uit de activiteiten die jullie ontplooien om die waarden echt te beleven en waardoor jullie ze ook eigen maken. Zo weet ik heel wat van jullie Kernwaarden. Om een klein voorbeeld te geven: zo weet ik dat voor Elvire ‘netheid’ een Kernwaarde is. Dat kan je namelijk overvloedig zien aan haar gedrag. Ik zeg niet dat Elvire houdt van poetsen, maar ze poetst wel veel, want netheid is voor haar een Kernwaarde!

Voor antwoorden op vragen als: “Wat is het belang van Kernwaarden?”, “Hoe stabiel zijn Kernwaarden?” en “Welke Kernwaardenondersteunen Cruciale dialogen?” verwijs ik naar jullie exemplaar van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[v].

Kernkwaliteiten

Ik stelde eind 2018 met genoegen vast dat dit onderwerp deel uitmaakt van lessen die Eloïse aan het SUI volgt. De theorie over Kernkwaliteiten van ir. Daniel Ofman[vi] kwam in de cursus gedragswetenschappen aan bod. De theorie werd bovendien ingeoefend. Eloïse is daardoor een expert in deze materie geworden (ze haalde zelfs de maximum score op de taak daaromtrent). Dus Edward en Elvire, voor al jullie vragen met betrekking tot Kernkwaliteiten één adres: Eloïse!

Ook kunnen jullie de theorie en mijn voorbeelden vinden in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vii].

Hoe werkt het?

Identificeren van persoonlijke waarden

Indien men iemand koudweg de vraag stelt: “Welke is de top drie van uw persoonlijke waarden?” krijgt men vaak een langgerekte “Euhhhh…” als antwoord.

Ik raad jullie, Eloïse, Edward en Elvire, daarom aan elke vijf jaar de top drie van jullie persoonlijke waarden vast te leggen. En daarbij ook na te kijken of die gewijzigd is en daarover te reflecteren: Wat is er veranderd? Wat kan daarvan de oorzaak zijn?

Een goede methode om de top drie van jullie persoonlijke waarden te vinden is de volgende. Vooreerst kiezen jullie intuïtief uit een lijst van een zestigtal waarden jullie top tien. Neem daartoe wel de nodige tijd. Ik raad jullie aan om daarvoor wel een goed uur uit te trekken en indien nodig eerst de definities van deze waarden eens na te lezen.

LIJST PERSOONLIJKE WAARDEN

  1. Aanzien
  2. Aardig gevonden worden
  3. Altruïsme
  4. Ambitie
  5. Aanpassingsvermogen
  6. Authenticiteit
  7. Begrijpen
  8. Betrouwbaar
  9. Creativiteit
  10. Continue verbetering
  11. Controle
  12. Dankbaarheid
  13. Dienstbaarheid
  14. Doorzetten
  15. Eerlijkheid
  16. Empathie
  17. Enthousiasme
  18. Familie/Gezin
  19. Geld
  20. Geluk
  21. Gezondheid
  22. Humor/Plezier/Vreugde
  23. Integriteit
  24. Interafhankelijkheid
  25. Invloed
  26. Leven lang leren
  27. Leiderschap
  28. Liefde
  29. Loyaliteit
  30. Luisteren
  31. Macht
  32. Nederigheid
  33. Netheid
  34. Nieuwsgierigheid
  35. Omgaan met onzekerheid
  36. Onafhankelijkheid
  37. Openheid
  38. Passie
  39. Persoonlijke ontwikkeling
  40. Rechtvaardigheid
  41. Respect
  42. Rijkdom/Weelde
  43. Roem
  44. Schoonheid
  45. Succes
  46. Toewijding
  47. Vergevingsgezindheid
  48. Veiligheid (Safety)
  49. Verbinden
  50. Vertrouwen
  51. Vrede
  52. Waarderen
  53. Waarheid
  54. Welzijn
  55. Wijsheid
  56. Zelfdiscipline
  57. Zelfvertrouwen
  58. Zinvolheid
  59. Zorgzaamheid (medemens)
  60. Zorgzaamheid (planeet)

Jullie mogen uiteraard aan bovenstaande lijst andere waarden toevoegen. Wie ben ik om jullie waarden op te dringen? Nee, dat is – en dat weten jullie – niet mijn stijl. Ik heb respect voor jullie eigen mening.

Dit is echter een individuele oefening, vandaar dat ik vanaf nu de ‘je’ vorm gebruik voor de rest van deze interessante waarden identificatie. Na een paar dagen herlees je die lijst en je distilleert daaruit, nog steeds intuïtief, de top 6 van jullie persoonlijke waarden. Dit alles doe je uiteraard alleen en strikt persoonlijk! 

Na terug een paar dagen schrijf je voor elke van die zes overblijvende waarden een A5-je vol. Daarbij beschrijf je zo precies mogelijk in welke omstandigheden (waar, wanneer, hoeveel keer, …) je die waarde echt beleeft (hoe, dus met welk gedrag, bij welke activiteit, …) en wat voor jou het doel is van die waarde (dit is het zo belangrijke waarom). Wanneer je voor elk van die zes waarden dit nogal moeilijk en indringend ‘huiswerk’ hebt uitgevoerd, laat je een en ander voor een week rusten. 

Dan herlees je aandachtig de documenten betreffende je zes waarden en maak je de uiteindelijke top 3 van je persoonlijke waarden. U verscheurt daarbij werkelijk de drie A5-jes van de waardenbeschrijvingen die niet de top 3 van je persoonlijke waarden halen. Je reflecteert daarbij over wat die handeling (het verscheuren van de waarden vier tot zes) met jou doet.

Uiteindelijk heb je dus de top drie van je persoonlijke waarden gevonden!

Een bijkomende oefening is dat je die waarden kenbaar maakt aan je mama, en je bro er en zus (of mama en je zussen voor Edward). En eventueel ook aan je beste vrienden. Een goede oefening is dat te doen wanneer allen hun eigen top drie hebben vastgelegd. De oefening verloopt als volgt:

Elke persoon ontmoet in dezelfde ruimte elk van de ander leden van het gezin en eventueel vriendengroep. Bij elk tweegesprek zegt zij of hij: “De top 3 van mijn persoonlijke waarden is: A, B, C”. Waarop de andere persoon in dit gesprek zegt: “Bedankt! Laat ik u nu mijn top 3 van mijn persoonlijke waarden geven: D, E, F.”, waarop de eerste “Dank je wel” zegt. Iedereen ontmoet aldus elkeen en reflecteert nadien wat dat met haar of hem heeft gedaan en wat zij of hij heeft geleerd.

Identificeren van persoonlijke kernkwaliteiten

Hoe je dit kunt doen is, kunnen jullie vinden in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[viii] en zoals gesteld kan Eloïse, jullie, Edward en Elvire daarbij helpen!


[i]Bruce Springsteen Quote. Documentaire: The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town,  Director: Thom Zimny, 2010

[ii]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy, Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity.Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc., 1998. Page 21.

[iii]Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry. Boston, MA: Beacon Press, 1958

[iv]“A value is a goal seeking activity.” Henry Nelson Wieman, What is Creative Interchange? Interchange, January, 1970.

[v]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012, pp. 70-75.

[vi]Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[vii]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Op.cit. pp. 75-86.

[viii]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Op.cit. 

Johan Roels