BLIJF WAKKER ! – DEEL XXIII

HOE CREATIEVER WORDEN?

My nature was always to stand back and Watch the way things interrelate. What was going on around me. Observation is a large part of my psychology. And that has a lot to do with people who go on to write, or take their own thoughts and formulate them in to something. Result of a variety of dysfunctions that you’ve managed to channel into positive and creative rather than destructive. It came out of that need to sort myself out … So part of it was natural, and part of it I worked really hard at[i].

Bruce Springsteen

Interview van Bruce Springsteen op Charlie Rose[ii]

Eloïse, Edward en Elvire, er bestaan nogal wat invalshoeken met betrekking tot creativiteit. Sommigen beweren dat creativiteit enkel voorbehouden is aan de uitzonderlijk begaafden onder ons, anderen verbinden creativiteit dan weer steevast met kunst, nog anderen verbinden het begrip creativiteit met wetenschap of technologie.

Dat creativiteit belangrijk is voor jullie toekomst geeft een IBM studie aan[iii]. Dit was een wereldwijde bevraging van 1500 CEO’s waaruit bleek dat creativiteit – meer dan discipline, integriteit of zelfs visie – noodzakelijk is om met succes te navigeren in een toenemend complexe wereld. Mihaly Csikszentmihalyi, de man die ‘Flow’ ontdekte, gaat nog verder door te zeggen dat de toekomst van het menselijk ras afhangt van onze creativiteit[iv]. Keith Sawyer stelt dan weer dat onderzoek de visie bekrachtigt dat “creativiteit een helende, leven-bevestigende activiteit” is[v].

Een poging om Creativiteit te definiëren

Ik zie creativiteit als een vaardigheid die in wezen alle gezonde mensen hebben en, zoals we in een vorig deel al zagen, de heel jonge kinderen nog in grotere mate dan volwassenen (zie Deel VII).

There is no doubt that creativity is the most important human resource of all. 

Without creativity, there would be no progress, 

and we would be forever repeating the same patterns. 

Edward de Bono 

Zoals we reeds eerder zagen, wordt het begrip creativiteit op verschillende manieren in verschillende contexten gebruikt. Het is bovendien moeilijk te definiëren wegens z’n onzichtbaar karakter. Creativiteit kan niet ervaren worden met de vijf zintuigen. Intuïtief weten we dat zoiets als creativiteit bestaat. Wij zijn er zelfs mee geboren, maar, anders dan met de meeste elementen, kan het creativiteitsaspect van onze Zelf niet fysisch aangetoond worden. Mede daardoor bestaan letterlijk tientallen definities voor het ongrijpbare begrip ‘Creativiteit’. 

Woordenboek definitie

Creativiteit (v.) [<Fr. Créativité>], 

1 Voortplantingsvermogen ; 

2 scheppingsvermogen (van kunstenaars). 

Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, 1992 

Voortplanten en scheppen, het lijken wel opdrachten die ons door de natuur zijn opgedragen. Voortplanten is de basis van het leven op aarde, en zonder scheppende krachten wordt het leven statisch en saai. De definitie, die het Groot Woordenboek der Nederlandse taal ons verschaft, lijkt op het eerste gezicht enigszins dubbelzinnig en nogal eng. Voortplanten valt onder ‘scheppen’ in de brede zin van het woord, en vervolgens impliceert het tweede deel van de definitie indirect dat creativiteit in de zin van scheppingsvermogen alleen voorbehouden is aan kunstenaars. Voor een zelfverklaarde filosoof is een dergelijke definitie, die een dubbele interpretatie inhoudt en de zaken niet verduidelijkt, de aanzet om dieper te gaan graven naar een duidelijker definitie.

‘Mijn’ definitie

Het probleem met het definiëren van dit begrip ligt in de sterke verbondenheid ervan met kunst, de complexiteit van het creëren zelf en de verschillende theorieën die ontwikkeld werden om creativiteit te verklaren. Het is dus nuttig dat ik duidelijk definieer wat creativiteit betekent in de context van Creatieve Wisselwerking. Sommigen zien creativiteit als een natuurlijke vaardigheid, die praktisch niet kan aangeleerd of bijgeschaafd worden. Wij zijn van mening dat creativiteit kan ontwikkeld worden en beweren dat het gebruik van alle Creatieve wisselwerking vaardigheden daartoe enorm bijdragen. 

Voor Henry Nelson Wieman was creativiteit niet het begrip zoals het meestal wordt gebruikt in de kunst, wetenschap en technologie, voor hem was het een synoniem voor Creatieve wisselwerking, zoals hij duidelijk stelt in de introductie van ‘Man’s Ultimate Commitment’: 

By creativity I do not mean creative work whether in art or science or technology or social organization or in any other area of human achievement. To be sure, creative work may accompany the kind of creativity, which I shall discuss. But I shall be examining not creative work but the creative transformation of the individual in the wholeness of its being[vi].

Het is onderhand jullie, Eloïse, Edward en Elvire wel duidelijk dat ik een leerling ben van Henry Nelson Wieman en daardoor is ook voor mij creativiteit niet enkel de creativiteit in de context van kunst, wetenschap en zo en ook niet de creativiteit van uiterst begaafde creatieve personen. Ik geloof heel sterk dat eenieder creatief kan zijn en vooral op zijn gebied, indien de nodige condities aanwezig zijn en de persoon de relevante kennis en vaardigheden bezit. Omdat de link tussen creativiteit en Creatieve wisselwerking zo sterk is, sprak ik ooit deze quote-waardige zinsnede:

We zijn in wezen allen creatief en met z’n allen nog creatiever

Johan Roels

Uit de honderden definities van creativiteit hou ik persoonlijk van deze die Todd Lubeck plukte uit meerdere werken: “Creativiteit is het vermogen om iets te produceren wat zowel nieuw als toepasselijk is.” 

Creativity is the ability to produce work that is both novel and appropriate[vii].

Uit die definitie blijkt dat Creativiteit niet alleen bedenken is, maar ook produceren van wat werd bedacht. Dus zijn in deze definitie creativiteit en innovatie synoniemen. Dit maakt duidelijk dat in dit domein nog niet alles is gezegd. En het geeft ook aan dat de derde Karakteristiek Creatief Integreren (i.e. Creativiteit) dient gevolgd te worden door de vierde: Continu Transformeren (i.e. Innovatie).

Wij huldigen dus een democratische visie op creativiteit, die het potentieel voor creatieve verwezenlijkingen herkent in alle domeinen van de menselijke samenleving en de capaciteit voor die verwezenlijkingen in veel mensen en niet in een ‘chosen few’.

Zelf definiëren wij creativiteit dan ook als:

Een erbeeldingsvolle activiteit toegepast om resultaten te produceren die zowel origineel als waardevol zijn voor het bereiken van het doel

Zo gedefinieerd is creativiteit een waarde want, zoals we in deel V  gezien hebben, stelt Henry Nelson Wieman: “A Value is a goal seeking activity”. 

Hiermee geven we ook aan dat creativiteit zonder toepassing steriel is. Daarmee volgen we onder meer Ned Hermann die in z’n boek ‘The Creative Brain’ het volgende schreef:

Creativity in its fullest sense involves both generating an idea and manifesting it – making something happen as a result[viii].

Wij gaan dus uit van vier karakteristieken van creativiteit: 

  • Het betreft altijd verbeeldend denken en handelen.
  • Deze verbeelding is altijd doelbewust.
  • Deze processen genereren iets origineel.
  • En het eindproduct is waardevol voor het bereiken van het doel.

 De voor Creativiteit broodnodige condities

De condities voor creativiteit zijn – gezien creativiteit en Creatieve wisselwerking als synoniemen kunnen gezien worden – alle acht basiscondities van het Cruciale Dialoogmodel. De vaardigheden die behoren tot de karakteristiek Creatief Integreren worden in de vier volgende delen beschreven. Het verschil in graad van creativiteit tussen individuen heeft vooral te maken met het verschil in zowel het beheersen van die vaardigheden als ervaring. Wij kunnen niet bevroeden hoe groot de frustraties en het verlies aan creatieve capaciteiten zijn door het niet voorzien in die condities en het niet gebruiken van kennis en vaardigheden binnen onze samenleving. 

De Kenmerken van Creativiteit

We zagen al dat Creativiteit vier kenmerken heeft. Hoog tijd om die diepgaander te beschrijven.

Gebruik van Verbeelding 

De verbeeldingsactiviteit is een soort mentaal spel dat gericht is naar een creatief doel. Het is een manier van denken die essentieel generatief is. Daarbij wordt getracht de mogelijkheden van 
een gegeven situatie uit te breiden door te kijken vanuit een nieuw perspectief en door zich nieuwe alternatieven voor te stellen. Creatieve inzichten komen voor wanneer bestaande ideeën gecombineerd worden, op een totaal nieuwe manier worden geïnterpreteerd of gebruikt worden in contexten waarmee ze normaal niet worden geassocieerd. Dit gebeurt vaak bij het maken van ongewone verbindingen en door het zien van analogieën en relaties tussen ideeën die voordien niet verbonden waren

Nastreven van Doelen

Binnen Creatieve wisselwerking is creativiteit onlosmakelijk verbonden met zowel het doel als de actie. Het is als het ware toegepaste verbeelding. Die verbeeldingsactiviteit wordt afgestemd op het bereiken van een doel. Bij Creatieve wisselwerking is men bezig met iets op een gewilde manier tot stand te brengen. Hiermee beweren wij niet dat er geen creatieve inzichten of doorbraken kunnen gevonden worden op een onverwachte manier of door intuïtie, integendeel. Bij Creatieve wisselwerking komen deze echter voor op de weg van het oplossen van een probleem en/of het grijpen van een kans. Dit kan dus een dynamisch proces zijn waarbij de eventuele resultaten heel verschillend kunnen zijn (en meestal zijn ) van deze die men bij het begin voor ogen had. 

Origineel

Creativiteit bevat steeds originaliteit. Er zijn echter verschillende categorieën van originaliteit. Iets kan origineel zijn op:

  • persoonlijk vlak: dus origineel ten opzichte van eerdere verwezenlijkingen en/of
  • werk van de persoon;
  • relatief vlak: dus origineel in vergelijking met anderen binnen de groep
  • historisch vlak: echt een nieuwe verwezenlijking in het eigen vakgebied.

Waardevol

Originaliteit is essentieel in creatief werk, maar het is nooit voldoende. Originele ideeën kunnen uiteindelijk niet relevant blijken voor het doel dat we voor ogen hebben. Ze kunnen ook bizar en zelfs onjuist zijn. Het resultaat van de verbeeldingsactiviteit kan volgens ons enkel creatief genoemd worden indien het waarde heeft in relatie met de bewuste taak. ‘Waarde’ heeft hier te maken met het oordeel over een eigenschap van het resultaat, dus met betrekking tot het doel.

Creativiteit heeft te maken met het spelen met ideeën en het testen van mogelijkheden. In dit proces zijn mislukkingen niet uitgesloten. Ze zijn inherent aan het creatieproces. Er kan heel wat iteratieve verbeeldingsactiviteit nodig zijn vooraleer het beste resultaat bereikt wordt. 

Het Creatieve Brein

De bron van creativiteit is het brein en niet een stukje ervan, maar het ganse brein. En gezien creativiteit zich afspeelt in het brein is de link die Henry Nelson Wieman zo stevig legde tussen creativiteit en Creatieve wisselwerking voor de hand. Want, “Wat verandert het brein gezien het brein dit zelf niet kan?”  is een vraag die we al een paar keer in deze serie – in een of andere vorm – geformuleerd hebben. Dus is het proces dat we dienen te volgen niets anders dan het creatief wisselwerkingsproces. Henry Nelson Wieman staat daarin zeker niet alleen. 

Zo beschreef de sociaal psycholoog Graham Wallas het proces dat zich in het brein afspeelt wanneer mensen een probleem creatief trachten op te lossen[ix]. Hij benoemde het vier fasen proces als volgt:

  1. Preparatie
  2. Incubatie
  3. Illuminatie
  4. Verificatie

Niet verwonderlijk dus dat ik daarbij aan de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces denk. 

Interessant vind ik ook dat Graham Wallas (1858-1938) een tijdsgenoot was van Henry Nelson Weiman (1884-1975). Graham schreef z’n boek ‘the Art of Thought’ op 68 jarige leeftijd in 1926 en Henry Nelson was 33 – ‘de leeftijd van Christus’ zou vader Richard gezegd hebben – toen hij in z’n dissertatie ‘The Organization of Interests’(1917) de grondvesten van Creative Interchange beschreef. Graham Wallas liet de religie los toen hij in Oxford studeerde en werd een rationalist en Henry Nelson Wieman werd in 1927 Professor van Christelijke Theologie aan de University of Chicago Divinity School en uiteindelijk een ‘leading’ religieus filosoof. Wallas baseerde overigens zijn proces grotendeels op de publicaties van de Franse wiskundige Henri Poincaré (1854-1912) terwijl Wieman sterk beïnvloed was door de Franse filosoof en Nobelprijswinnaar voor literatuur (1927) Henri Bergson (1859-1941).

Het lijkt mij nuttig om iets dieper in te gaan op de vier fasen die Wallas onderscheidde.

Preparatie

Gedurende de voorbereidingsfase wordt het probleem van alle kanten geobserveerd met een open geest en volle aandacht. In mijn taal luidt dit als ‘het probleem observeren met het helder bewustzijn’. Volgens Wallas dient de denker de ‘mentale grond klaar te maken voor het zaaien van het zaad’ en ook ik heb al het creatief wisselwerkingsproces metaforisch vergeleken met werk van de boer[x]. Wallas bedoelt daarmee het verzamelen van alle intellectuele bronnen waaruit nieuwe ideeën kunnen ontspruiten. Dat is dan weer in Authentieke Interactie gaan met wat reeds voorhanden is; bijvoorbeeld door het analyseren van de bestaande literatuur. Zelf schrijft Wallas:

The educated men has, again, learnt, and can, in the Preparation stage, voluntarily or habitually follow out, rules as to the order in which he shall direct his attention to successive elements[xi]

Incubatie

Vervolgens voorziet Wallas een periode van het onbewust laten doordringen van wat is begrepen en waarbij geen directie aandacht aan het bewuste probleem wordt geschonken. Ook dat idee had hij van Poincaré. Deze was ervan overtuigd dat creatieve ideeën ontstaan door een combinatie van oude ideeën in het onbewuste, door een proces dat ook hij ‘incubatie’ noemt. Volgens Wallas vinden gedurende deze fase twee divergerende zaken plaats: het ‘negatieve element’, dat is gedurende de Incubatie niet bewust nadenken over het probleem en het ‘positieve element’, dit zijn een reeks onbewuste, ongewilde zaken die zich in de geest afspelen. Hij schrijft daarover:

Voluntary abstention from conscious thought on any problem may, itself, take two forms: the period of abstention may be spent either in conscious mental work on other problems, or in a relaxation from all conscious mental work. The first kind of Incubation economizes time, and is therefore often the better[xii]

Dit komt dus overeen met de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen zonder direct naar een oplossing te zoeken. Begrijp eerst het probleem waarderend vooraleer er maar aan te denken het op te lossen. Geef deze fase voldoende tijd – de incubatietijd.

Wallas stelde zelf een techniek voor om de vruchten van deze Incubatie periode te optimaliseren. Daarin was hij zijn tijd ver vooruit. Veel van wat hij schreef, wordt nu bevestigd door hedendaagse psychologie. Volgens Walles is het nuttig om tijdelijke onderbrekingen in het gedachtenproces in te bouwen. Het probleem dus vrijwillig loslaten vooraleer het reeds is opgelost, dit teneinde de geest de tijd te geven tot rust te komen. De ideeën zullen daarna wel als vanzelf oplichten.

Illuminatie

De Illuminatie fase, die volgt na de Incubatie fase, baseerde Wallas op het concept van ‘plotselinge illuminatie’ van de Franse wiskundige Henri Poincaré. Deze stelde dat als een potentieel nuttige combinatie verscheen, dan zou de denker een illuminatie ervaren, een moment van inzicht, vergezeld van het plotseling verschijnen van het idee in het bewustzijn. Veel eerder beschreef Aristoteles dit als een ‘Eureka’ moment en Henri Poincaré beschreef zelf heel wat van die ‘Ha-Ha’ momenten.

Volgens Wallas kan deze Illuminatie niet geforceerd worden:

If we so define the Illumination stage as to restrict it to this instantaneous “flash,” it is obvious that we cannot influence it by a direct effort of will; because we can only bring our will to bear upon psychological events which last for an appreciable time. On the other hand, the final “flash,” or “click” … is the culmination of a successful train of association, which may have lasted for an appreciable time, and which has probably been preceded by a series of tentative and unsuccessful trains. The series of unsuccessful trains of association may last for periods varying from a few seconds to several hours. 

[…] 

Sometimes the successful train seems to consist of a single leap of association, or of successive leaps, which are so rapid as to be almost instantaneous[xiii]

Tientallen jaren later begreep Stephen Jay Gould dat deze ‘trains of associations’ niets anders waren dan verbindingen tussen blijkbaar niet verbonden zaken. Hij noemde dat ‘the secret of genius’. 

Great things are not done by impulse, 

but by a series of small things brought together. 

– Vincent Van Gogh 

Verificatie

Deze vierde fase heeft – niet zoals de tweede en de derde fase – met de eerste fase gemeen dat er een bewuste en gewilde inspanning dient gedaan te worden. Deze keer in het testen van de validiteit van de idee en het reduceren ervan tot diens krachtigste vorm. Ook deze keer speelt Graham Wallas leentjebuur bij de baanbrekende theorieën van Henri Poincaré en citeert deze als volgt:

It never happens that unconscious work supplies ready-made the result of a lengthy calculation in which we only have to apply fixed rules… All that we can hope from these inspirations, which are the fruit of unconscious work, is to obtain points of departure for such calculations. As for the calculations themselves, they must be made in the second period of conscious work, which follows the inspiration, and in which the results of the inspiration are verified and the consequences deduced. … They demand discipline, attention, will, and consequently, conscious work[xiv]

Deze fase komt uiteraard overeen met de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Continu Transformeren en die karakteristiek heeft inderdaad ook nood aan discipline en doorzettingsvormogen en is bewust en ‘hard’ werk!

Over hard werk, in het kader van creativiteit, gesproken: ik hou van wat Edison hierover ooit vertelde:

Genius is another name for hard work, honest work. “Genius” says Edison “is 1 per cent inspiration and 99 per cent perspiration.” People, who take pain never to do more than they get paid for, never get paid form anything more than they do.[xv]

Het belangrijkste is echter de wisselwerking tussen de vier karakteristieken en het feit dat geen enkele ervan echt geïsoleerd werkt van de andere drie. Creatieve wisselwerking is werkelijk daardoor een synoniem voor creativiteit. Creativiteit is echt meer dan een complexe machine met oneindig bewegende delen. Het is een chaotisch proces dat eigenlijk tekort wordt gedaan door lineaire voorstellingen zoals het Creativiteitsproces van Wallas of m’n eigen Cruciaal Dialogenmodel. Ook Wallas was zich daarvan van bewust, want hij noteerde: 

In the daily stream of thought these four different stages constantly overlap each other as we explore different problems. An economist reading a Blue Book, a physiologist watching an experiment, or a business man going through his morning’s letters, may at the same time be “incubating” on a problem which he proposed to himself a few days ago, be accumulating knowledge in “preparation” for a second problem, and be “verifying” his conclusions on a third problem. Even in exploring the same problem, the mind may be unconsciously incubating on one aspect of it, while it is consciously employed in preparing for or verifying another aspect. And it must always be remembered that much very important thinking, done for instance by a poet exploring his own memories, or by a man trying to see clearly his emotional relation to his country or his party, resembles musical composition in that the stages leading to success are not very easily fitted into a “problem and solution” scheme. Yet, even when success in thought means the creation of something felt to be beautiful and true rather than the solution of a prescribed problem, the four stages of Preparation, Incubation, Illumination, and the Verification of the final result can generally be distinguished from each other[xvi]

Dat ik niet alleen sta met m’n inzicht dat ons leven beheerst wordt door twee tegenstrijdige Processen, die in de zogenaamde ‘banner’ van m’n website gevat zijn – met name Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel – blijkt uit volgende quote van Mihaly Csikszentmihalyi:

Each of is born with two contradictory sets of instructions: a conservative tendency, made up of instincts for self-preservation, self-aggrandizement, and saving energy, and an expansive tendency made up of instincts for exploring, for enjoying novelty and risk – the curiosity that leads to creativity belongs to this set. We need both of these programs. But whereas the first tendency requires little encouragement or support from outside to motivate behavior, the second can wilt if it is not cultivated. If too few opportunities for curiosity are available, if too many obstacles are placed in the way of risk and exploration, the motivation to engage in creative behavior is easily extinguished[xvii].

Eloïse, Edward en Elvire, ik weet niet of Mihaly Csikszentmihalyi ooit over Henry Nelson Wieman’s Creative Interchange en Charles Palmgren’s Vicious Circle gehoord heeft; bovenstaande quote is zowel een accurate als een prachtige beschrijving van deze twee processen waarbij het ene, Creatieve wisselwerking, wordt afgeremd door het andere, de Vicieuze Cirkel.

Creatief Denken

Wij zijn niet alleen creatief geboren, wij zouden niet overleven indien we niet creatief zouden denken.

Misschien is het nuttig om hier op een interessant gegeven met betrekking tot m’n Cruciale Dialogenmodel te wijzen. Ik stel de linker lus vaak voor als de lus van het DENKEN, het midden als het gebied van het VOELEN en de rechter lus als de lus van het DOEN. Dus zou het kunnen dat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, raar opkijken wanneer ik het hier – in het onderdeel Creatief Integreren, onderdeel van de rechter lus – over Creatief Denken heb. Dit komt omdat m’n lineair model niet bij machte is om het complex proces dat Creatieve wisselwerking is, voor te stellen. Bijkomend element is dat de eerste Karakteristiek (Authentieke Interactie) eerder uitwendig plaats vindt, de twee volgende (Waarderend Begrijpen en Creatief Integreren – waar we het hier over hebben) eerder inwendig en de vierde Karakteristiek (Continu Transformeren, waarover later meer) dan weer eerder uitwendig. Inderdaad, DENKEN is nu eenmaal iets wat inwendig gebeurt, met name tussen onze twee oren. Dit spel van uitwendig en inwendig die elkaar opvolgen doet mij dan denken aan de Möbius ring en dan meer bepaald aan de afbeelding die Maurits C. Escher in 1963 maakte en die hij de titel ‘Band van Möbius II (Rode mieren)’ meegaf[xviii]. Het is niet moeilijk om in de houtgravure van Escher het Cruciale dialoogmodel te zien.

En in realiteit is het nog ingewikkelder want de derde karakteristiek omvat de twee vorige. Om ideeën creatief te kunnen integreren dienen ze uiteraard geuit te worden (i.e. Authentieke Interactie) en waarderend begrepen (i.e. Waarderend Begrijpen). Nu ja, de realiteit is altijd een stuk ingewikkelder dan een model van de realiteit. Of zoals George E.P. Box het ooit zo treffend stelde: “All models are wrong, some are useful.” En zolang het tegendeel niet is aangetoond en waarderend begrepen, is m’n Cruciale Dialoogmodel waardevol.

Creativiteit is geassocieerd met nieuwsgierigheid en exploratie die a) een aanhoudende terughoudendheid inhouden om dingen als vanzelfsprekend te beschouwen, b) sceptisch staan ten overstaan algemeen aanvaarde uitleg en c) verder gaat dan het voor de hand liggende. De bekwaamheid om de zaken vanuit verschillende perspectieven te bekijken, de bereidheid én bekwaamheid om het eigen perspectief aan te passen werd door heel wat onderzoekers benadrukt als belangrijke aspecten van creatief denken. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al door. D dit zijn de eigenschappen van het nog niet door de Vicieuze Cirkel bezoedelde kind dat nog puur Creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd. Vandaar de titel Blijf Wakker ! van deze serie en mijn hoop dat jullie niet te veel ‘gesocialiseerd’ worden. Want, nogmaals, wij zijn allen geboren met de natuurlijke aanleg die we nieuwsgierigheid noemen. En hoe langer wij nieuwsgierig blijven, hoe langer wij het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit kunnen beleven en dus creatief denken. Spijtig genoeg zorgt de reeds een paar keer aangehaalde socialisatie, in het gezin, de opvoeding, het onderwijs en de maatschappij ervoor dat onze natuurlijke nieuwsgierigheid gaandeweg afbot, onze vragen naar verduidelijking worden ontweken en onze ‘waarom’ vragen het obligate ‘daarom’ als antwoord krijgen. Dit alles heeft als resultaat dat we stelselmatig minder geïnteresseerd zijn in het exploreren van de mysteries van ons bestaan. We komen hoe langer hoe meer in de gouden kooi van de Vicieuze Cirkel terecht en verleren creatief te denken.

Gezien we als creatieve denkers geboren zijn, is er hoop dat training en condities het oude niveau van creatief denken kunnen herstellen. Dat is ook de mening van heel wat onderzoekers. Heel wat technieken zijn daartoe ondertussen ontwikkeld. Een paar ervan zullen we hierna even aanstippen en in latere delen zullen we vier biijkomende diepgaander behandelen. Ook geven onderzoekers aan dat die vaardigheden door training en vooral gebruik uiteindelijk gewoonten kunnen worden, waardoor we de faculteit ‘creatief denken’ herwonnen hebben.

Convergent vs Divergent Denken

Een van de meest in het oog springende verschillen tussen intelligentie en creativiteit is dat bij intelligentie convergent denken, om te komen tot een uniek correct antwoord, benadrukt wordt, terwijl creativiteit divergent denken, het bedenken van meerdere potentieel aanvaardbare antwoorden, vergt. Maar vergis jullie niet Eloïse, Edward en Elvire, divergent denken is geen synoniem voor creativiteit. Creatief denken omvat divergent denken.

In feite omvat creativiteit een complexe combinatie van beiden, divergent én convergent denken en creatief denken bestaat in het goed kunnen omschakelen tussen beide manieren van denken gedurende het creatief proces. Charlie Palmgren leerde mij dat daarbij ook een derde vorm van denken hoort. Die vorm noemt hij ‘emergent’ denken, omdat tijdens het schakelen tussen convergent en divergent men plots ‘verlicht’ wordt en beide manieren van denken overstijgt. Iets wat Wallas Illuminatie noemde.

Let wel, onderzoekers op het gebied van creativiteit zijn het over eens dat creativiteit niet alleen via plotse inzichten (ah-ah momenten) gebeurt en eerder tijd vergt en hard werken is:

“By far the greatest amount of agreement is with the statement that creativity takes time . . . 

… the creative process is not generally considered to be something that occurs in an instant with a single flash of insight, even though insights may occur”[xix]

Het mythisch denkkader van het ‘moment van het plotse inzicht” vereenvoudigt overdreven de complexiteit en het harde werk dat creativiteit doorgaans vergt. Creativiteit is, eerder dan een glorieus moment, een reeks kleine inzichten en elke van die inzichten dient gevolgd te worden door een periode van bewuste uitwerking. Deze reeks mini inzichten cumuleren enkel in een uitgewerkt geheel als het resultaat van hard werk en intellectuele arbeid van de ‘schepper’ of meer nog, van een groep mensen. Zelfs in de kunst werkte de kunstenaar niet altijd alleen: Michelangelo en Walt Disney waren heus geen eenzaten en zelfs Rubens had een schare medewerkers. Maar de romantische mythe van het plotse, haast religieuze, inzicht blijft bestaan en daar zal Saulus/Paulus niet vreemd aan zijn. Ik hoop uit de grond van m’n hart, Eloïse, Edward en Elvire, dat jullie die laatste verwijzing (naar het Nieuwe Testament) ondertussen waarderend begrijpen.

Dat denken een cruciaal onderdeel is van creativiteit bewijst volgende quote:

Vormen van Creatief Denken

Our understanding of creativity cannot be complete without a detailed and rigorous treatment of the cognitive processes from which novel ideas emerge[xx]

Creatief denken is volgens Edward De Bono het innemen van nieuwe standpunten, standpunten die niet leiden naar ‘goed’ of ‘fout’ oplossingen. Deze andere manier van denken noemt De Bono ‘lateraal denken’, aangezien het ‘opzij’ beweegt naar een nieuwe manier van kijken naar een situatie.

Het concept van lateraal denken lijkt erg op het ‘divergent denken’. Beiden berusten op het centrale idee dat het loslaten van oude gewoonten – door flexibel te zijn en lateraal te denken – de kern is van creatief denken.

Het probleem met creatief denken is dat, bijna per definitie, ieder idee dat nog niet werd bestudeerd, als ‘onzinnig’ overkomt. Ook is het zo dat een goede oplossing vaak eerst als onzinnig wordt bestempeld. Het nadeel daarvan is dan weer dat dit mensen er vaak van weerhoudt om het idee te uiten. Ergens hebben we reeds de quote van Einstein gebruikt, maar hier hoort ze ook:

If at first the idea is not absurd, then there is no hope for it.

Albert Einstein

Creatief denken is alles behalve veilig denken en juist daarom hebben we een veilige omgeving nodig (cf. Amy Edmondson’s Psychologische Veiligheid).

Creatief denken:

  • Is fantasierijk (dus soms absurd);
  • Is zowel divergent, convergent als emergent;
  • Is ook lateraal;
  • Genereert veel mogelijke oplossingen.

De concepten van divergent en lateraal denken zijn nauw gerelateerd aan ‘brainstorming’, een zeer invloedrijke groeps-probleemoplossingstechniek die bijna 50 jaar geleden is ontwikkeld door Alex Osborn. ‘Brainstorming’ kan gezien worden als een activiteit waarbij een grotere flexibiliteit, en eventueel ook een vergrote ‘vloeibaarheid’ in denken, leiden tot betere ideeën. Het belangrijkste hierbij is dat er zo min mogelijk prematuur oordelen worden gegeven, omdat die het divergente proces afremmen.

We komen hier uiteraard in een later deel diepgaander op terug. Wij beperken ons nu tot het meegeven van de vijf basisregels die in elke brainstormsessie centraal staan: 

  1. Er wordt geen kritiek geuit totdat alle ideeën zijn genoemd, met andere woorden ‘slechte’ ideeën bestaan niet in deze fase;
  2. Vrij associëren is welkom: des te wilder, des te beter, wilde ideeën zorgen soms voor een doorbraak op gebied van inzichten, die dan weer voor haalbaarder ideeën kunnen zorgen;
  3. Er wordt kwantiteit gevraagd, des te meer ideeën, des te groter de kans dat er een heel goed idee tussen zit.
  4. Combinatie en verbetering van elkaars ideeën zijn welkom;
  5. Niet door elkaar praten; daardoor kunnen alle ideeën door iedereen gehoord worden, wat het bouwen op ideeën ten goede komt.

De benaderingen van De Bono en Osborn zijn in feite ‘technieken’ om tot goede ideeën te komen. Inderdaad wordt de term ‘lateraal denken’ vooral gebruikt bij de specifieke technieken die worden voorgesteld als een systematische manier om tot nieuwe ideeën en concepten te komen.

Het creatief denken is bezig met nieuwe concepten en nieuwe ideeën en wel om een heel specifieke reden. Het oplossen van echte problemen is creatief en creatief denken gaat altijd over het oplossen van problemen. Niet alle creativiteit heeft te maken met het oplossen van problemen. Wel is het zo dat zowel het oplossen van problemen als creativiteit gaan over productief denken. Creatief denken is dus per definitie productief denken en dat denken omvat zowel convergente, divergente als emergente capaciteiten. 

We sluiten dit deel af met het verwijzen naar het baanbrekend werk dat Synectics vervulde op gebied van Creatief Denken. Walter Gordon schreef daarover het boek ‘Synectics: The Development of Creative Capacity’[xxi]. Het is een goed leesbare voorstelling van de technieken die door het consulting bedrijf Synectics worden gebruikt om problemen op te lossen. Het boek beschrijft hun proces dat vier analogie technieken omvat. Hun aanpak steunt zwaar op samenwerking in groep.

Ook het bedrijf IDEO zet nog steeds zwaar in op brainstorming. Dit bedrijf heeft letterlijk duizenden brainstormen uitgevoerd, dit zowel met interne als externe teams en distilleerden uit deze ervaring zeven belangrijke regels:

  1. Uitstellen van een oordeel;
  2. Stimuleren van ‘wilde’ ideeën;
  3. Voortbouwen op de ideeën van anderen;
  4. Blijven de focus houden op het onderwerp;
  5. Geen twee verhalen tezelfdertijd,
  6. Visualiseer de ideeën;
  7. Ga voor kwantiteit.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie voelen het aan, ik kan nog zo een tijdje doorgaan. Creativiteit is letterlijk onuitputtelijk. Als introductie van het begrip denk ik dat, wat ik hier in dit deel neergepend heb, volstaat. Creativiteit is inderdaad een basisconditie voor Creatief Integreren, hoe kan het ook anders?!?


[i] https://scottberkun.com/2011/bruce-springsteen-on-creativity/

[ii] https://charlierose.com/videos/16872  

[iii] IBM. (2010). IBM 2010 Global CEO Study: Creativity Selected as Most Crucial Factor for Future Success. https://www-03.ibm.com/press/us/en/pressrelease/31670.wss  geraadpleegd op 3 maart 2019.

[iv] Mihaly Csikszentmihalyi. Creativity: Flow and the Psychology of Discovery and Invention. New York, NY: HarperCollins Publishers. 1996. Bladzijde 6.

[v] Keith R. Sawyer. Explaining Creativity: The Science of Human Innovation (2nd ed.). New York, NY: Oxford University Press.
 2012. Bladzijde 409.

[vi] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, Il.: Southern Illinois University Press, 1958. Bladzijde 3.

[vii] Todd I. Lubart, Chapter 10. Creativity. In: R.J. Sternberg (Ed), Thinking and problem solving. San Diego, California: Academic Press. 1994. Bladzijde 290.

[viii] Ned Hermann. The Creative Brain. Lake Lure, NC: Brain Books, 1990. Bladzijde 186.

[ix] Graham Wallas. The Art of Thought. London: Jonathan Cape, 1926 

[x] Johan Roels. Cruciale dialogen: het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 54-55.

[xi] http://www.centreforcreativelearning.in/blog/art-of-thought.html

[xii] http://www.theinsightsguy.com/creating-a-culture-of-insight-slow-down-and-incubate/

[xiii] Albert Rothenberg and Carl R. Hausman, Edited: The Creative Question. Durham, N.C.: Duke University Press, 1976. Bladzijden 72-73.

[xiv] https://www.brainpickings.org/2013/08/28/the-art-of-thought-graham-wallas-stages/

[xv] https://www.quoteinvestigator.com/2012/12/14/genius-ratio

[xvi] Albert Rothenberg and Carl R. Hausman, Edited: The Creative Question. Op. Cit. Bladzijden 70-71.

[xvii] Mihalyi Csikszentmihalyi, M. (1996). Creativity: Flow and the Psychology of Discovery and Invention. New York, NY: HarperCollins Publishers. 1996. Bladzijde 11.

[xviii] https://www.escherinhetpaleis.nl/verhaal-van-escher/perpetuum-mobile/

[xix] T. Z. Tardif & R.J. Sternberg. What do we know about creativity? In R. J. Sternberg (Ed.), The nature of creativity (pp. 429–440). New York: Cambridge University Press. 1988. Bladzijde 430.

[xx] Thomas B. Ward. Creative cognition, conceptual combination, and the creative writing of Stephen R. Donaldson. American Psychologist56 (4), 2001. Bladzijde 350. 

[xxi] Walter J.J. Gordon. Synectics: The Development of Creative Capacity. New York, NY: Harper & Row Publishers, 1961.


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXII

HOE OGENSCHIJNLIJK NIET VERBONDEN IDEEËN VERBINDEN?

“Part of what I liked about my job,” he told NME’s Gavin Martin, walk down the street o their life, and some nights you could just get lost and you’d meet somebody and they’d take you into their life, and it was just sort of… ow, a way of connecting with things.[i] “

–  Bruce Springsteen

Eloïse, Edward en Elvire, in dit deel ga ik het hebben over de eerste voorwaarde van de derde karakteristiekCreatief IntegrerenVerbinden, met name het verbinden van ogenschijnlijk niet (te) verbinden ideeën. De tweede voorwaarde, Creativiteit, zal het onderwerp zijn van het volgend deel (XXIII). Nu kan ik al stellen dat ook deze twee voorwaarden kunnen gezien worden als twee zijden van hetzelfde muntstuk.

Zo is een van de definities van Creativiteit simpel weg het verbinden van zaken die reeds werden gecreëerd. Creativiteit is in wezen ongelimiteerd, niet omdat we creatieve schepsels zijn, maar omdat het vormen van nieuwe combinaties oneindig is.

Dit gezegd zijnde, zal ik in dit deel enkel de Verbinding zijde van het muntstuk belichten.  Daarbij is elke persoon belangrijk. We hebben al gezien dat door Authentieke Interactie, elke persoon zijn uniek perspectief inbrengt en door Waarderend Begrijpen in staat is het unieke perspectief van anderen waarderend te begrijpen, door Creatief Integreren bekwaam is tussen alle informatiestromen en haar of zijn reeds verworven kennis nieuwe verbindingen te vinden (het onderwerp van dit deel dus), daardoor nieuwe inzichten te creëren die dan creatief in de eigen mindset kan geïntegreerd worden. Daardoor bekomen we een rijkere, vollere, nieuwere mindset en bewijzen we dat we – zoals Carol Dweck stelt – een Growth Mindset hebben.

Zelfs de beste ideeën komen als bij toeval of geluk tot stand. Men hoort of ziet iets dat ogenschijnlijk totaal niet verbonden is met waar men mee bezig bent en plots ‘valt onze Frank’. Bij Archimedes gebeurde dat in z’n badkuip, bij Newton zittend onder een appelboom en zo zijn er ontelbare voorbeelden.

Ook voor Steve Jobs was de de essentie van Creativiteit het verbinden van twee (soms) niet gerelateerde zaken. In een interview in Wired Magazine (februari 1996) verwoordde Steve dit als volgt:

Creativity is just connecting things. 

When you ask creative people how they did something, 

they feel a little guilty because they didn’t really do it, 

they just saw something. 

It seemed obvious to them after a while. 

That’s because they were able to connect experiences 

they’ve had and synthesize new things. 

And the reason they were able to do that 

was that they’ve had more experiences or 

they have thought more about their experiences than other people. 

Unfortunately, that’s too rare a commodity.[ii]

De bedoeling van dit en de volgende delen is jullie, Eloïse, Edward en Elvire, die basiscondities van Creatief Integreren te leren ontdekken en bovendien bijhorende vaardigheden aan te reiken, waardoor – op voorwaarde dat ze door jullie, worden eigen gemaakt – creativiteit voor jullie geen ‘too rare a commodity” zal zijn.

Het hebben van ideeën

Je kunt ideeën enkel verbinden wanneer die voorhanden zijn. En dat het hebben van ideeën niet zo vanzelfsprekend is, dan dat we misschien wel denken, geeft volgende quote aan:

Man can live without air for a few minutes, 

without water for about two weeks, 

without food for about two months, and … 

without a new thought for years on end 

Kent Ruth[iii] 

Het niet hebben van ideeën is inderdaad niet direct levensbedreigend. Maar indien we kwaliteitsvol willen overleven, dan is het hebben van ideeën wel de boodschap. Het kwaliteitsvol overleven heeft veel te maken met het creatief oplossen van problemen die het leven stelt. En elke oplossing start met een idee. Zo simpel is het. 

Enerzijds noemt Stephen Covey een idee “the first act of creation”[iv] [waarbij de tweede ‘act of creation’, dit idee een fysieke, waarachtige vorm geven is] en anderzijds zei Pablo Picasso ooit: “Every act of creation, is first an act of destruction.”[v] Ook hier hebben beiden gelijk: men kan maar echt iets nieuws beginnen creëren wanneer men de oude mindset verlaat. 

Ook is het zo dat men uiteindelijk op het eind deze fase een keuze zal moeten maken. Men kan namelijk niet alle goede ideeën verwezenlijken, daar hebben we nu eenmaal niet de middelen voor. Volgens Daryl R. Conner ligt daar het verschil tussen wat hij ‘winners’ en ‘losers’ noemt[vi]. Winnaars zijn volgens hem die individuen of organisaties die hun veranderingsprojecten tot een goed eind brengen. Dit is, nog steeds volgens Daryl, succesvol en binnen de vooropgestelde tijds- en budgetafspraken. Losers zijn dan die individuen of organisaties die daar niet in slagen. Die veranderingsprojecten worden niet succesvol afgerond of veel te laat en het toegestane budget wordt substantieel overschreden. Met dezelfde middelen kan men zowel een winnaar als een verliezer zijn. Waar ligt dan het verschil, indien het niet aan de middelen ligt? Wel, de verliezers kiezen niet tussen hune goede ideeën en voeren ze alle uit. Maar daar zijn hun middelen niet toereikend voor. Ze verliezen in feite middelen (tijd, geld en mankracht) in het trachten veranderingen door te voeren die niet slagen. Winnaars daarentegen kiezen vooraleer veranderingen te starten die paar veranderingen die ze wel tot een goed einde brengen. Binnen tijd en budget en zijn dan weer tijdig klaar om een nieuw veranderingsproject te overwegen. 

Kiezen voor een paar ideeën wil ook zeggen dat men afscheid neemt van andere ideeën. Ook het zo geroemde ‘gezond verstand’ vertelt ons dat we de toekomst enkel met nieuwe ideeën kunnen creëren en ook dat we die ideeën wel correct moeten omzetten in de werkelijkheid. 


De waarde van ideeën vindt men terug in volgende quote van Mark Fritz: “Het wiel, de drukpers, de gloeilamp, penicilline, de transistor, en elke andere grote uitvinding, ontdekking of vooruitgang startte met een basisidee”:

The wheel, the printing press, the light bulb, penicillin, the transistor, 

and every other great human invention, discovery, or social advance 

started with a basic idea.[vii]

– Mark Fritz

Wat is een idee?

Jack Foster beschrijft in zijn boek ‘How to get ideas’[viii] hoe anderen in de literatuur het begrip idee definieerden.  De definitie die Jack Frost zelf prefereert, omdat het de basis van z’n boek weergeeft, is de volgende:

An idea is nothing more nor less than 

a new combination of old elements.[ix]

James Web Young

Zowat alle definities die Foster citeert komen erop neer dat nieuwe ideeën steeds een combinatie zijn van elementen van andere, reeds bestaande ideeën. 

Uit de definitie van het begrip idee in woordenboeken kan men afleiden dat ideeën van mensen afkomstig zijn (en dus niet van machines of computers). Zo kan men in de van Dale vinden:

idee (het; o; meervoud: ideeën)

in de geest gevormde voorstelling; = denkbeeld: hij houdt er rare ideeën op nageen idee! ik weet het niet

mening

inval, plan

Het idee is dus ook een inval en dat is, nog steeds volgens van Dale, een (plotseling) opkomende gedachte. Let in bovenstaande opsomming ook op het gebruik van de begrippen ‘geest’, ‘mening’ en ‘inval’. C,omputers hebben tot nog toe geen ‘geest’, noch een ‘mening’ en geen ‘invallen’. Daarom ook heeft het computer jargon uitdrukkingen als ‘garbage in is garbabe out’ (een idioom met vele vaders[x] ) en ‘ rubbish in is rubbish out’ (als de data die in een computer gevoerd worden niet correct zijn, dan zal het resultaat ook niet correct zijn, hoe gesofisticeerd het programma of de formule ook mag zijn). 

Dus zou men kunnen besluiten dat nieuwe ideeën voortspruiten uit een mentale activiteit waarbij bestaande kennis, informatie, feiten of ideeën worden gecombineerd en herschikt zodat ze finaal een nieuw idee vormen. Elke gezonde persoon combineert als het ware in zijn brein idee A met idee B om te komen tot idee C, dat hij dan verwoordt.

SSD:Users:LCCB:Desktop:Schermafbeelding 2019-02-20 om 06.37.59.png

Het is vaak ook zo dat personen zich niet kunnen herinneren welke exacte geestelijke activiteiten (de + en = in bovenstaande tekening) hebben geleid tot de creatie van het idee. Veel managers hebben het daar moeilijk mee. Omdat dit voor het management niet bruikbaar is, want processen die grotendeels onbekend zijn, kunnen door hen niet worden bestudeerd, verfijnd en vooral gecontroleerd worden. Ook in het begin van deze eeuw is management nog veel in het ‘van buiten naar binnen controle’ bedje ziek!

Eloïse, Edward en Elvire, in de context van deze reeks behandelen wij de ideeën die nodig zijn om problemen op te lossen of om uitdagingen te grijpen teneinde jullie te helpen te kunnen groeien naar het door jullie gewilde niveau. 

We are often better served by connecting ideas

than we are by protecting them[xi]

Steven Johnson

Ideeën moeten dus vrij gedeeld worden, zo kunnen ze elkaar bevruchten.

Ideas are like rabbits. 

You get a couple and learn how to handle them, 

and pretty soon you have a dozen. 

John Steinbeck

Bovenstaande quote geeft wel een paar voorwaarden weer:  moet eerst ideeën hebben én dan moet men leren ze goed te behandelen. En dat laatste is niet steeds het geval. Herinner jullie, Eloïse, Edward en Elvire, maar de afknalzinnen waarmee ideeën soms genadeloos (figuurlijk) worden afgeknald (zie Deel XV). We kunnen dus stellen dat zonder mensen er geen ideeën zijn en dat men er dient voor te waken dat a) ideeën niet worden ‘afgeschoten’ en b) die ideeën ‘goed behandeld worden’.

In heel wat management boeken en dito artikels heeft men het vaak over ‘out-of-the-box’ denken. Ook in verband met het hebben van ideeën zou men, volgens die management goeroe’s, zich die vaardigheid dienen eigen te maken. Ik heb een lichtelijk andere mening, opgedaan door jarenlange ervaring:

Men dient niet zozeer ‘out-of-the-box’ te denken, 

beter is het de eigen box doorlatend te maken

voor ideeën van anderen en

 met die anderen, uitgaande van alle ideeën, 

zowel de eigen ideeën als die van anderen, 

nieuwe en krachtige ideeën te creëren.

Johan Roels

Het is dus een kwestie van het eigen denkkader ‘permeabel’ te maken voor de ideeën van anderen, die waarderend te begrijpen en dan creatief te integreren, en met alle ideeën, samen met die anderen, iets beter, voller, grootser creëren. Dit is het synergetisch voordeel van Creatieve wisselwerking.

In z’n boek van ‘How to Get Ideas’ verwijst Jack Foster naar het boek ‘The Predator of the Universe: The Human Mind’ waarin de auteur, Charles S. Wakefield, de serie mentale fases opsomt die een creatieve actie beschrijft. Die gedachtegang deed mij direct aan het creatief wisselwerkingsproces denken:

  1. Men dient zich helder bewust te zijn van het probleem (Helder Bewustzijn, deel II);
  2. Men dient het probleem goed te definiëren (Authentieke Interactie, deel VI);
  3. Men dient een verzadiging in het probleem en de feitelijke gegevens eromheen te bekomen (Waarderend Begrijpen, deel XIV)
  4. Men dient een incubatieperiode met reflectie toe te passen (midden van het Cruciale Dialoogmodel, deel XX);
  5. Dan doet zich een explosie voor – het geestelijk inzicht, de plotselinge sprong van de logica, buiten de normale stap voor stap voortschrijden om te komen tot normale oplossingen (Creatieve Integratie, deel XXI)[xii]

Die ‘explosie in de geest’ is wat Archimedes ‘Eureka!” deed roepen en is dus de plotse geboorte van een uniek idee. En, John Steinbeck’s quote in gedachten, dan zijn we er nog niet. We dienen die ideeën ‘goed te behandelen’!

Hoewel de creatie van het idee vaak individueel is en ook wel ‘fuzzy’, bestaan er toch een hele reeks technieken om wat in de literatuur ‘idea generation’ genoemd wordt, te stimuleren. In deze reeks heb ik, de voor mij krachtigste vaardigheden, overgenomen en verfijnd teneinde ons doel, Creatieve wisselwerking, te bereiken. Dus daarover later meer.

Het verbinden van ideeën

Deze karakteristiek stelt dus dat de ideeën niet alleen geuit dienen te worden maar ook samengevoegd tot een nieuw, beter en groter idee. Nogmaals, verbinden gaat over het synergetisch verbinden van ideeën. 

Hoewel het idee veelal voorkomt uit een AHA effect is dat niet voldoende om het idee dan ook werkbaar te laten zijn:

Great things are not done by impulse, 

but by a series of small things brought together. 

Vincent Van Gogh 

Verbinden is dus het sleutelwoord. Informatie is er, door het goed beleven van de eerste karakteristiek Authentieke Interactie en die is, met de hulp van de tweede karakteristiek Waarderend begrijpen, bovendien goed begrepen. Er is vaak meer dan genoeg begrepen informatie, daar ligt de moeilijkheid niet. Waar het in de derde karakteristiek Creatief Integreren om draait is hoe we die informatie, kennis en ervaring combineren tot nieuwe ideeën. 

Ideeën kunnen ook gezien worden als data en informatie en om te komen tot wijsheid zijn in feite in de derde karakteristiek Creatief Integreren ook de twee vorige – Authentieke Interactie en Waarderend begrijpen – aan zet. Dit om het complexe en oneindige karakter van Creatieve wisselwerking nog maar eens te onderstrepen. En omdat beelden (soms) meer zeggen dan woorden, hier een paar illustraties die een en ander duidelijk, voor mij dan toch, weergeven.

Het eerste beeld, oorspronkelijk van Hugh McLeod[xiii], geeft duidelijk weer dat om ideeën vruchtbaar te maken men ze dient te verbinden. In feite zijn ook hier de verbindingslijnen een metafoor voor Creatieve wisselwerking!

Dit beeld werd nadien uitgebreid door David Somerville[xiv], en zou kunnen dienen als illustratie van deze reeks ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire:

Data komt naar ons toe in een overweldigende hoeveelheid. Men dient zich echter van deze data helder bewust te zijn opdat ze informatie zouden kunnen worden. Dit komt overeen met de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie. Die informatie, dient na waarderend begrepen te zijn, creatief geïntegreerdte worden. Daartoe dient de informatie (de ideeën in dit geval) met elkaar verbonden te worden, waardoor patronen herkenbaar kunen worden, waardoor kennis wordt gecreëerd. Kennis is opgenomen, relevante informatie. En boven kennis staat inzicht en wijsheid, want deze zijn niet alleen relevant, ze geven ook richting aan. Ze helpen om uiteindelijk te kiezen tussen de synergetisch verbonden ideeën. Dat dit alles de indruk geeft dat een en ander hard werken is, wel dat is niet alleen een indruk, het is de realiteit. Dat dit reeds onderkend werd in de oudheid, getuigt volgende qoute van Aechylus uit z’n Griekse tragedie Agamemnon:

 “Wisdom comes through suffering.
Trouble, with its memories of pain,
Drips in our hearts as we try to sleep,
So men against their will
Learn to practice moderation.
Favours come to us from gods.” 

Terug nu naar Creatieve wisselwerking en het oplossen van problemen en/of het grijpen van kansen. Acties die er daadwerkelijk zullen voor zorgen dat we komen waar we wezen willen. En dat start met het verbinden van werelden, die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, en aldus nieuwe werelden creëren. Dat is waar het om gaat! Dit vereist dat we gebaande paden verlaten en dat we onze mindset vernieuwen.

Problems cannot be solved 

within the framework in which they were created. 

Albert Einstein 

Hiervoor is inzicht en moed nodig. Het inzicht van wat er werkelijk gaande is, hebben we gekregen door Communicatie en Appreciatie en door Imaginatie krijgen we inzicht in de mogelijke wegen voor de toekomst. De moed zal verzameld en op peil gehouden moeten worden in de vierde fase: Transformatie

Wat het verbinden van ideeën betreft, dient men twee algemene principes voor ogen te houden. Het eerste principe hebben we reeds vernoemd: een idee is op zich een nieuwe combinatie. Het tweede principe stelt dat de bekwaamheid nieuwe combinaties te ontdekken, verhoogd wordt door de bekwaamheid onderlinge relaties tussen de elementen te zien, op te krikken.

Francis H. Cartier zag het zo: “There is only one way in
 which a person acquires a new idea: by the 
combination or association of two or more ideas he already had into a new juxtaposition in such a
 manner as to discover a relationship among them of
which he was not previously aware.”[xv]

Het aantal verbindingen is ontelbaar! Elk probleem heeft daardoor ontelbare oplossingen. En toch zijn we meestal op zoek naar die éne, zaligmakende oplossing. Dit komt omdat we door onze opvoeding geconditioneerd zijn om die oplossing te vinden. Ook op school worden we steeds maar weer als het ware gedwongen om die ene oplossing te vinden. Tegenwoordig wordt nogal veel gebruik gemaakt van de ‘multiple choice’ aanpak. Meerdere mogelijke oplossingen op de toets- of examenvraag worden voorgeschoteld en … er is maar één juist antwoord. Of de zo verfoeilijke gesloten ‘goed of fout’ vragen, terwijl in werkelijkheid m.i. alleen een luide JA! het correcte, duale en ‘het één en het andere’ antwoord is. Het nadeel van deze gesloten mindset is dat volgende aanname er ingesleten wordt: elk probleem, elke vraag heeft één perfect antwoord. Het gevolg daarvan is dat wanneer dit perfect antwoord niet snel gevonden wordt men het veelal opgeeft.

Eloïse, Edward en Elvire, hierna volgen een paar van mijn overtuigingen in dit kader:

  1. Elke vraag, elk probleem heeft meerdere oplossingen;
  2. Elke goede oplossing is een synergie van ideeën;
  3. Die synergie ontstaat door de verbindingen tussen die ideeën te ontdekken die uiteindelijk een idee van het “1+1=3” gehalte creëren;
  4. Elk gezonde geest is bekwaam om betreffende elke vraag of probleem meerdere ideeën te genereren en meerdere verbindingen te ontdekken.

We dienen enkel te geloven:

  1. dat die, ideeën, verbindingen en dus oplossingen er wel degelijk zijn; 
  2. in ons zelf, dus in onze Originele Zelf.

Kortom, men dient enkel in de kracht van Creatieve wisselwerking te geloven. Of, zoals Yoda, Edward, in ‘The Force’!

Eloïse, Edward en Elvire, “May the Force be with you![xvi]


[i] Andy Gill. Bruce Springsteen: The man, the music, the politics…the Boss, https://www.independent.co.uk/arts-entertainment/music/features/bruce-springsteen-the-man-the-music-the-politicsthe-boss-1719354.html (retrieved feb 2019)

[ii] Gary Wolf. Steve Jobs: The next insanely great thing, Wired 4.O2, februari 1996: https://www.wired.com/1996/02/jobs-2/

[iii] Ken Ruth, als geciteerd door Brian Scott Glasmann in diens PhD dissertatie: Improving Idea Generation and Idea Management in order to better manage the fuzzy front end of innovation. Purdue University, West Lafayette Indiana, Mei 2009, Bladzijde 9.

[iv] Stephen R. Covey. The 7 Habits of Highly Effective People. Powerful Lessons in Personal Change. New York, NY: Fireside. 1990, bladzijde 99.

[v] https://www.quotes-clothing.com/every-act-creation-first-destruction-pablo-picasso/ (geraadpleegd op 24 februari ’19)

[vi] Daryl R. Conner. Managing at the speed of Change: How Resilient Managers Succed and Prosper Where Others Fail.  New York, NY: Villard Books, a division of Random House, Inc. 1993. Bladzijde 90.

[vii] Mark Fritz, als geciteerd door Brian Scott Glasmann in diens PhD dissertatie, Op. cit. bladzijde 10.

[viii] Jack Foster, How to Get Ideas, San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 1996. Bladzijde 13.

[ix] James Webb Young. A Technique for Getting Ideas, New York, NY: McGraw-Hill Professional, 2003, bladzijde 15

[x] https://www.atlasobscura.com/articles/is-this-the-first-time-anyone-printed-garbage-in-garbage-out (geraadpleegd op 24 februari ’19)

[xi] Steven Johnson, Where Good Ideas Come From: The Natural History of Innovation. New York, NY: Riverhead Books, 2010.

[xii] Charles S. Wakefield als geciteerd door Jack Foster, How to Get Ideas, Op. Cit. Bladzijde 4.

[xiii] https://twitter.com/hughcards/status/423952995240648704 (geraadpleegd op 24 februari ’19)

[xiv] http://effectivelearninginstructionaldesign.com/blog/idt/learning-from-information-to-knowledge/ (geraadpleegd op 24 februari ’19)

[xv] Francis H. Cartier als geciteerd door Jack Foster, Ibid, Bladzijde 16.

[xvi] http://www.creativeinterchange.be/?p=822 (geraadpleegd op 24 februari ’19)

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXI

Now, real rock ‘n’ roll band evolves out of a common place and time, fans come out of towns, out of city, out of neighborhood, and they come along in a particular moment. Bands are all about what happens, they’re musicians,  who come from the same streets, the same passions and influences, who go in search of lightning and thunder.

They come together in a whole that is greater than the sum of their parts.  They may not be the best players, that’s not necessary. They need to be the right players, and hen they play together, there is a communion of souls and a natural brotherhood, and sisterhood that manifest itself, and a quest; a quest is begun, you’re in search of something, an advendure’s undertaken, and you ride shotgun.

In a real band, principles of math get stood on their head,  one plus one equals three. Now one plus one equals two, that happens every day, that is not magic. That’s the grind…

But when one plus one equals three, that’s when your life changes, and you see everything new, and these are days when you are visited by visions, when the world around you brings down the spirit and you feel blessed to be alive. It is the essential equation of love. There is no love without one plus one equaling three. It’s the essential equation of art. It’s the essential equation of rock ‘n’ roll. It’s the reason that the universe will never be fully comprehensible. It’s the reason ‘Louie Louie’ will never be fully comprehensible. And it’s the reason true rock ‘n’ roll, and true rock ‘n’ roll bands will never die.[i]

– Bruce Springsteen

Springsteen on Broadway – Tenth Avenue Freeze-Out (Intro) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de derde karakteristiek: Creatieve Integratie. Creatieve Integratieis een synoniem voor Synergie; daarom koos ik bovenstaande quote van Bruce Springsteen uit z’n one man show ‘Springsteen on Broadway’ (2017-2018).

In de vorige column beschreef ik hoe we in het midden van het Cruciale Dialoogmodel tot onszelf gekomen zijn en ons verbonden hebben met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om die gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst dient nu geplaveid worden; niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. Met andere woorden, de derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking – Creatieve Integratie– is aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn mentaal model, waarover ik het in deel XIX had, dien te transformeren en uit te breiden. Met andere woorden, mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” En dit laatste strookt helemaal niet met de toekomst die ik wil creëren.

Het woord integratie stamt af van het Latijnse ‘integrare’, dat ‘heel maken’ betekent. Integratie is de motor die ons in beweging brengt. Vandaar dat deze karakteristiek ook voor de volgende, Continue Transformatie, komt. Want voor dat laatste dient men in beweging te zijn. En het doel van deze processen is ons heel maken. Of in mijn taal: te transformeren in de richting van de Originele Zelf, want die is heel! Mensen die Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven, kennen het belang van het gevoel echt, dus authentiek (de eerste karakteristiek) en heel (de vierde karakteristiek) te zijn. Ze verbergen zich niet achter maskers en laten zich niet in hokjes duwen. En ze maken hun verhalen beschikbaar voor iedereen (zoals ik hier doe met m’n serie columns ten behoeve van jullie Eloïse, Edward en Elvire). Het zijn verhalen over creativiteit en innovatie, dus over diepgaande verandering en transformatie.

Creativity is just connecting things. 

When you ask creative people how they did something, they feel a little guilty because they didn’t really do it, they just saw something. It seemed obvious to them after a while. That’s because they were able to connect experiences they’ve had and synthesize new things. 

And the reason they were able to do that was that they’ve had more experiences or they have thought more about their experiences than other people.[ii]

– Steve Jobs

Creatieve Integratie kan men ook lezen als integratie door creativiteit. Bovenstaande quote van Steve Jobs maakt duidelijk dat hij van mening was dat ‘creativiteit niet meer is dan het verbinden van dingen.’ Jobs geloofde dat het scheppen een kwestie was van de puntjes verbinden tussen ervaringen die we hebben opgedaan, om op die manier nieuwe dingen te maken. Dit geeft al duidelijk mee dat ‘Kunnen maken van Verbindingen’ en ‘Creativiteit’ de voorwaarden of basiscondities zijn die bij deze derde karakteristiek Creatieve Integratiehoren. Volgens Steve Jobs dienen we niet alleen ervaringen te hebben, we dienen ook meer tijd besteden aan het nadenken over deze ervaringen. Uiteraard ben ik het met die visie van Steve Jobs eens. Hij beschrijft namelijk de eerste karakteristieken van Creatieve wisselwerking: observeren van de ervaringen (Authentieke Interactie) en er diepgaand over nadenken (Waarderend Begrijpen). Bovendien voegt hij er naadloos de derde karakteristiek, Creatief Integreren, aan toe! Dit geeft ook aan dat Creativiteit zo’n krachtig integratie vaardigheid is. Creativiteit, of scheppen, is aandacht besteden aan onze ervaringen en de ‘losse’ elementen met elkaar verbinden, zodat we meer zowel van onszelf als van de wereld om ons heen kunnen leren.

Als integratie heel maken betekent, dan is het tegenoverstaande ervan breken, uit elkaar halen, losmaken, en scheiden. Diegenen die gevangen zitten in hun Vicieuze Cirkel doen een poging om aanvaardbaarder (‘heler’) over te komen, door hen van ‘hun beste kant’ te laten zien. Dit is echt ironisch te noemen want onze heelheid hangt juist af van de integratie van al onze ervaringen, ook van de keren dat we onderuitgegaan zijn.

Wat ik Creatieve Integratie noem heeft heel wat te maken met wat Marie R. Miyashiro ‘Integrated Clarity’ noemt. Ook dat proces maakt zowel heling als het ontvouwen van een heldere toekomst mogelijk[iii]. HetCruciale Dialoogmodel beschrijft prachtig wat Marie R. Miyashiro het Verbind-Denk-Doe model noemt. Voor Creatieve wisselwerking is verbinding een essentieel gegeven, zonder verbinding geen wisselwerking! Er is m.i. geen echte transformatie mogelijk tenzij deze drie Denken-Verbinden-Doen als even belangrijke onderdelen van een geheel aanzien; delen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, als een krukje met drie poten. Het geheel is natuurlijk Creatieve wisselwerking.

Integrated Clarity is een cyclisch proces waarin steeds opnieuw wordt geobserveerd, strategieën worden bijgesteld  en aangepast en verantwoordelijkheid wordt genomen voor het vervullen van onze eigen behoeften en die van onze organisatie of ons team,terwijl we tegelijkertijd gefocust zijn op, en gestuurd worden door, de behoeften van onze klanten.[iv]

Marie R. Miyashiro

Na bovenstaand citaat volgt deze zinsnede: “Dit proces genereert een innerlijke transformatie en leidt voor zowel het individu als de organisatie in de richting van steeds hogere niveaus van harmonie en succes.” Het zou een beschrijving van het Creatief wisselwerkingsproces kunnen zijn. Het proces dat de gecreëerde zelf continu transformeert in de richting van het hoogste niveau: de Originele Zelf.

Het verschil tussen Marie R. Miyashiro’s aanpak en de mijne is dat zij Ingegrated Clarity ontdekte vanuit Geweldloze Communicatie van Marshall Rosenberg en ik Cruciale Dialogen (heel gelijklopend met Geweldloze Communicatie) ontdekte vanuit Creatieve Wisselwerkingvan Henry Nelson Wieman en Charlie Palmgren.

Nieuwe informatie – verkregen door Authentieke Interactie– verandert onze manier van denken niet, en ons leven nog minder, als die gewoon voor onze voeten neervalt en blijft liggen. Pas als we onze ervaringen en informatie met open handen, een onderzoekende geest en een hart vol verwondering ontvangen – en Waarderend Begrijpen– kunnen ze als echte gewaarwording in ons leven worden geïntegreerd: Creatieve Integratie. Mijn vierde ‘geestelijke vader’, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij dat men, wat ons in het leven toevalt niet alleen dient op te rapen; men dient er vooral iets mee doen!

Dichter en librettist William Plomer[v] schreef: “Creativiteit is de kracht van het verbinden van ogenschijnlijk niet verbonden elementen.”

It is a function of creative men to perceive the relations between thoughts, or things, or forms of expression that may seem utterly different, and to be able to combine them into some new form.[vi]

William Plomer

Wanneer we waarderend begrijpen wat de andere stelt, kunnen we dit integreren in ons eigen wereldbeeld. En wanneer dit wederzijds gebeurt, dan starten we met een ‘het één en het ander’ uitgangspunt. Dit is zeer verschillend van het ‘het één of het ander’ uitgangspunt dat de grondslag is van een conflictsituatie. Na deze fase komt de opwinding iets nieuws te creëren. In het eindresultaat zullen we niet alleen de ideeën van eenieder terugvinden, we zullen er iets meer mee bereiken. Wat bereikt wordt is niet alleen ‘het één én het ander’ maar ook, en vooral, ‘verschillend van’. Wat bereikt wordt is iets nieuw­s. Dit is heel wat beter dan het compromis. Het eindresultaat bevat ook het engagement voor iets dat we samen hebben gecreëerd. Dit is de derde karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsprocesCreatieve Integratie: het integreren van de ideeën van elkaar tot iets totaal anders; iets nieuws.

In zichzelf integreren wat men van de ander gekregen heeft en van daaruit samen iets nieuws creëren is creatief integreren. Daaruit komt dan een intense samenwerking voort. Het nieuwe idee is veel sterker, dieper, rijker en voller dan de oorspronkelijk ideeën. Dit is reële synergie, dit is Creatieve wisselwerking.

Door het nemen van de beslissing te gaan voor een betere werkelijkheid, de gewilde toekomst, openen wij de deuren van de verbeelding en associatie waardoor wij connecties kunnen ontdekken die op het eerste zicht helemaal niet te zien waren. Verbeelding ontwikkelt de mogelijkheden om ‘beiden en verschillend van” ideeën te ontwikkelen. Authentiek Interactie en Waarderend Begrijpen van ideeën monden dus uit in verbeelding. Verbeelding die niet voortkomt uit het verleden, noch uit het heden maar een sprong maakt in de toekomst. Die verbeelding, gedreven door nieuwsgierigheid, opent de deuren voor creativiteit en innovatie.  Dit door het verbinden van ogenschijnlijk los van elkaar staande ideeën. Om die nieuwe realiteit vorm te geven wordt gebruik gemaakt van metaforen en analogieën. In deze fase is het Creatief wisselwerkingsproces ver uitgestegen boven het communicatieproces en zelfs het Waarderend Begrijpen. Het transformeert het oude en bestaande tot iets nieuws: ‘verschillend van en méér dan’. Het gaat dus om reële synergie.

Creatieve Integratieis de fase waarin de deelnemers hun verbeeldingskracht gebruiken door zowel voort te bouwen op de positieve punten van de ideeën als door vanuit die positiviteit, de onderkende afstotende elementen of negatieve punten om te buigen in innovatieve ideeën. Innovatieve ideeën zijn “meer dan en verschillend van” de ideeën die voortkwamen uit de originele mentale modellen.

Imagination is more important than knowledge. 

Albert Einstein

Het objectief van deze karakteristiek is oplossingen te creëren om de Huidige Realiteit te kunnen transformeren teneinde de Doelen, Idealen van de de Gewenste Toekomst te bereiken. Door het van binnenuit beleven van de vorige karakteristieken zijn we tot een gedeelde mening gekomen met betrekking tot de Huidige Realiteit en wensen we die in te wisselen voor een betere toekomst. De richting is duidelijk, de echte weg moet echter nog gevonden worden en die weg dient naar het gewenste doel te leiden. Je kan enkel bereiken wat je wenst te bereiken, indien je dit eerst in de geest kunt voorstellen.

Everything is created twice,

Once in the mind and then in reality.

Robin Sharma 

Dit gaat niet zomaar vanzelf. Eens dat we een gedeelde mening hebben bereikt over de Huidige Realiteit en we daar niet gelukkig mee zijn, dienen we tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen. Elke nieuwe ontwikkeling begint met een beeld ervan. Ook hier is de kans groot dat de verschillende deelnemers aan de dialoog met verschillende beelden op de proppen komen. Daardoor zal ook in deze fase het synergetische voordeel meer dan nodig zijn, willen we een en ander effectief én efficiënt doen. Om van de verschillende beelden één set oplossingen te maken die werkbaar zijn én uiteindelijk ook werken, is het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingnodig. De ideeën stuwen ons als een motor naar de oplossingen. 

Holding new images before the eyes tends to produce the reality suggested by the image. This follows from a well-known psychological law:

 Images or mental pictures and ideas tend to produce the physical conditions and external acts that correspond to them. Or as William James said: “Every image has in itself a motor element”[vii]

Roberto Assagioli

De derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking noem ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ – dat een toepassing van Creative Interchange beschrijft – Imaginatie omdat imagineren verbinden is met de rijkdom van de innerlijke wereld. We creëren onze eigen werkelijkheid. Imaginatie is een krachtig middel om nieuwe ideeën te vormen. Imaginatie heeft ook haar nut bewezen bij de genezing van ziektes. Zo vond Martin Stenekes[viii] in een onderzoek dat motorische verbeelding het lichaam helpt te helen: “Beweeg in je verbeelding en je revalideert beter”. Het placebo-effect is algemeen bekend. Het berust op subjectieve perceptie, op de verbeelding dat het werkt. En het werkt dan ook in veel gevallen! Je ziet, verbeelding is uiterst belangrijk wanneer het erop aankomt een nieuwe werkelijkheid te creëren. 

Centraal in het oplossingsgerichte denken staat de paradigmashift dat oplossingen tot een andere wereld behoren dan problemen. Problemen en oplossingen zijn van een andere orde. Het is derhalve niet steeds nodig, en soms contraproductief, het probleem te analyseren teneinde een oplossing te vinden. De focus is gericht op wat gewenst wordt in de toekomst, eerder dan op wat er allemaal zou misgelopen zijn in het verleden. Deze andere focus vertaalt zich in fundamentele verschillen tussen probleemgerichte benadering en oplossingsgerichte benadering.

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is in deze karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsproces het ‘synergetisch bewustzijn’iix]. Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’ van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val rechtbte krabbelen en door te gaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, het van binnenuit beleven van deze karakteristiek vind ik zelf de moeilijkste en dat komt ook omdat ik deze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Dit komt onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het inzetten van intuïtie werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog steeds in m’n geheugen gegrift: 

Monsieur Roels vous n’êtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait! 

– Nicolas Kopylov

Toen Nicolas Kopylov me dit toeslingerde vroeg ik hem of hij “la chanson, monologue parlé plus que chanté, ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. 

Ook in m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat het ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Zelf was ik langzaam aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten. 

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal toepaste. Dit kwam er op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde karakteristiek – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ (deel XXII) en ‘creativiteit’ (deel XXIII) kunnen verstevigen. Deze zullen hier later volledig uit de doeken zullen worden gedaan. Overigens hebben jullie reeds begrepen dat elke karakteristiek naast de twee basiscondities, die deze karakteriek ondersteunen, ook vier vaardigheden heeft. Vaardigheden die kunnen worden verworven, waardoor het van binnenuit beleven van de karakteristiek in kwestie iets makkelijker wordt. 

Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn:

  1. Het her-kaderen van het probleem (deel XXIV);
  2. Het gebruik maken van analogieën (deel XXV);
  3. Het gebruik maken metaforen (deel XXVI);
  4. “4+ en 1 wens” (deel XXVII). 

[i]Bruce Springsteen, Quote uit Tenth Avenue Freeze-Out (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Columbia Records, 2018.


[ii]Gary Wolf. Steve Jobs: The next insanely great thing,Wired 4.O2, februari 1996: https://www.wired.com/1996/02/jobs-2/

[iii]Marie R. Miyashiro, De empathiefactor, het concurrentievoordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012. Bladzijde 27.

[iv]Marie R. Miyashiro, De empathiefactor, het concurrentievoordeel voor effectieve organisaties. Op. cit. bladzijde 55.

iv]William Plomer, Electric Delights, London: Jonathan Cape, 1978.

[vi]Quoted by Lynn Coffin in Generation The Inter-Arts Volume XV, number 3. Benjamin Brittan’s War Requiem, page 40, Quoted from William Plomer’s Preface to War Requiem.

[vii]Sam Keen, The Golden Mean of Roberto Assagioli. New York NY:Psychology Today, 1974 [Electronic version] retrieved on February 22, 2012 van http://www.aap-psychosynthesis.org/resources/articles/golden_mean.pdf

[viii]Stenekes, Martin, W. Cerebral Reorganization and Motor Imagery after Flexor Tendon Repair, Thesis University of Groningen, Gildeprint Enschede, 2009.

[ix]Charlie Palmgren,The Creative Interchange Process – Part II http://www.creativeinterchange.org/?p=145


BLIJF WAKKER ! – deel xx

WAT TE DOEN MET HET NIEUWE INZICHT/DE GEDEELDE MENING?

The soul is a stubborn thing. Doesn’t dissipate so quickly. Souls remain. They remain here in the air, in empty space, in dusty roots, in sidewalks that I knew every single inch of like I knew my own body, as a child, and in the songs that we sing, you know. That is why we sing. We sing for our blood and for our people, because that’s all we have at the end of the day – each other and, maybe that’s what I’m looking for when I go down there, I just want to commune with the old spirits, stand in their presence, feel their hands on me. One more time. 

Um, anyway, once again I stood in the shadow of my old church ya know, you know what they say about Catholics – yeah, there’s no getting out. Nah, no, they gotcha, they gotcha, the bastards got ya when the getting was good. They did their work hard and they did it well, ‘cause the words of a very strange but all too familiar benediction came back to me that evening, and I wanna tell you these were words that as a kid, I mumbled these things, I sing-songed them, …. 

But for some damn reason, as I sat there on my street that night, you know, mourning, mourning my old tree, and once again surrounded by God, those were the words that came back to me and they flowed differently .

 “Our Father who art in heaven, hallowed be thy name. 

Thy kingdom come, thy will be done, on Earth as it is in heaven. Give us this day, just give us this day and forgive us our sins, 

our trespasses, as we may forgive those who trespass against us, 

lead us not into temptation but deliver us from evil, all of us, forever and ever, Amen”. 

And may God bless you, your family, and all those that you love. And thanks for comin’ out tonight.[i]

Bruce Springsteen – Springsteen on Broadway – Born to Run (Intro) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, indien we de eerste twee karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces (Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen) ten volle beleven, bekomen we ofwel een nieuw inzicht betreffende de werkelijkheid of, in geval van een dialoog, een gedeelde mening. “Wat nu?” is de vraag die zich opdringt.

Wel, men dient vanuit dit inzicht, die gedeelde mening, beslissingen te nemen met betrekking tot het persoonlijk en/of collectief handelen. Deze gedeelde mening is inderdaad de voedingsbodem voor de volgende karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsprocesCreatieve integratie (3dekarakteristiek) van de mogelijke creatieve ideeën met betrekking tot het handelen en de keuze van wat men effectief zal doen, dus welke creatieve oplossingen men werkelijk zal uitvoeren. Daarna volgt normaal het uitvoeren van die keuze (het doen). Dit is de actie die uiteindelijk leidt tot Continue Transformatie (4dekarakteristiek).

In het openingscitaat van dit deel, uit de show ‘Springsteen on Broadway’, komt Bruce Springsteen op het einde van z’n meer dan twee uur durende monoloog, doorspekt met vijftien van z’n songs, tot het inzicht dat hij a) dankbaar is voor wat hij heeft bereikt en b) diegenen die opgedaagd zijn om naar hem te luisteren, grote dank verschuldigd is. In het verhaal dat hij op dat moment aan het vertellen is, staat hij figuurlijk in de straat waar het leven voor hem begon (Freehold, New Jersey, USA). Meer bepaald bij de resten van ‘zijn’ verdwenen gigantische boom die er desondanks nog steeds is. Hij begrijpt waarderend dat hij veel heeft om dankbaar voor te zijn. En dan spreekt Bruce een gebed uit. Een gebed dat hij misschien al tientallen jaren daarvoor niet meer gebeden had. Avond na avond, sluit Springsteen z’n 236 shows af met het ‘Onze Vader’.

Steeds zal het nieuw inzicht ingebed dienen te worden in het gecreëerde zelf, waardoor dit op een ‘hoger’ peil wordt getild. Bruce bereikt dit door het herhalen van een gedrag, in dit geval het dankbaar bidden van een ‘Onze Vader’, totdat het een gewoonte geworden is. Anders gesteld, het nieuwe inzicht dient in het gecreëerde zelf te worden geïntegreerd waardoor die gecreëerde zelf evolueert in de richting van het Originele Zelf. Het bekomen van een nieuw inzicht staat gelijk aan leren en wat werd geleerd dient ook vastgehouden te worden. Het inzicht is een doorbraak en ik gebruik hierbij graag een metafoor uit het tennisspel. Het is niet omdat een speler een ‘break’ forceert dat zij of hij die steeds vasthoudt. De tegenspeler kan namelijk direct de ‘break’ ongedaan maken. In het geval van Creatieve wisselwerking is de tegenspeler het tegenwerkend proces dat ik de Vicieuze Cirkel heb genoemd.

Wanneer het gaat om het beantwoorden van een cruciale vraag of het oplossen van een probleem geeft het bekomen van een gedeelde mening in feite enkel de verzekering dat we de vraag of het probleem gezamenlijk waarderend begrepen hebben. Deze gedeelde mening ligt dan aan de basis van een emotie, die dan weer aan de basis kan liggen van de beslissing tot actie. Actie die dan op haar beurt, als alles goed gaat, leidt naar de uiteindelijke, gewilde, transformatie. De emotie komt voort uit het verschil tussen de gewenste werkelijkheid en de huidige, net ten gronde waarderend begrepen, werkelijkheid. 

Het gaat hier uiteraard over mezelf, de ‘eigenaar van het probleem’ en de volgende vraag: “Wat is mijn relatie met het probleem, met de vraag?” Het gaat hier dus over een verbindingsvraagstuk. Zolang de eigenaar van het probleem een uiterlijke relatie met het probleem heeft, is zij of hij geen echte eigenaar. Het is niet omdat men een gedeelde mening met betrekking tot het probleem bekomen heeft, dat de eigenaar van het probleem ook geneigd is het voortouw te nemen. Geloof mij vrij, Eloïse, Edward en Elvire, elk probleem heeft ten minste één vader, maar niet elke vader erkent zijn kind. De eigenaar van het probleem dient het probleem niet alleen te onderkennen, zij of hij dient ook te erkennen dat zij of hij zelf het probleem mede veroorzaakt heeft of ten minste in stand houdt. Vaak heeft de eigenaar in het begin een afstandelijke relatie met het probleem. Dit duidt op een zeker vermijdingsgedrag. 

Langzamerhand echter gaat de eigenaar van het probleem, indien hij er niet van wegvlucht, inzien dat zijn waardeoordelen, zijn denkkaders, zijn modellen en paradigma’s, zijn doelstellingen én zijn gedrag te maken hebben met het probleem dat zich zogezegd buiten haar of hem voordoet. Men wordt er zich van bewust dat men niet alleen een probleem heeft, men wordt zich ook bewust dat men ofwel het probleem mede veroorzaakt heeft, in stand houdt of zelfs beide. In dat geval wordt het haar of hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer zij of hij ook zelf verandert: haar of zijn concepten en denkkader (dus attitudes), wensen (dus gevoelens), het maken van keuzes en uiteindelijk het uitvoeren van die acties (het doen, het gedrag). 

De relatie met het probleem kan kortstondig of langdurig zijn. Ideaal komt de relatietijd overeen met de tijdsduur van het probleem. Dit is uiteraard ook zo met vragen: er zijn vluchtige vragen, moeilijke vragen en levens- of kernvragen. Kernvragen kunnen van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoon, een team of een organisatie. Ten minste wanneer men met die vragen weet te leven. Dit houdt in dat men elke neiging om snel een antwoord te vinden op een kernvraag dient te onderdrukken. Bij de kernvraag is het zo wijdverspreide ‘jump to conclusion’ gedrag zeker uit den boze. Het lang genoeg streven naar een gedeelde mening is soms pijnlijk en het werkt steeds verwarrend. Charlie Palmgren leerde mij dit te zien als het leren leven in het onzekere; dit is het leren tolereren van ambiguïteit. 

Anders gesteld wil dit zeggen dat wij noch mogen vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf mogen wegvluchten. De vraag moet dus én open én levendig in de ‘geest’ gehouden worden.

Twee mogelijke reacties op de Gedeelde Mening 

De Gedeelde Mening veroorzaakt een emotie en die emotie kan klein of groot zijn. De grootteorde van de emotie wordt rechtstreeks veroorzaakt door het verschil tussen droom (de gewenste situatie) en werkelijkheid (de huidige situatie). Wij gaan er hierbij vanuit dat men ook een gedeelde mening gevormd heeft met betrekking tot de droom, zijnde de gewenste werkelijkheid. Die men niet alleen wenst maar ook effectief wilt.

De twee grootteordes van de emotie, en daardoor de veranderingsbereidheid, zijn afhankelijk van het hierboven geschetst verschil:

  1. Het verschil is klein, waardoor de emotie niet noemenswaardig groot is.
  2. Het verschil is groot, waardoor de emotie groot is.

De emotie is verwaarloosbaar

De emotie is dus verwaarloosbaar wanneer het verschil tussen de gewenste situatie en de huidige niet groot is. Dan kan men beslissen dat met eigenlijk kan leven met de huidige situatie en mede daardoor zal de kleine emotie meestal niet aan de basis liggen van enige actie. Het oordeel is gevormd en geeft geen aanleiding tot actie. Er is dus geen sprake van een transformatie en alles blijft bij het oude. De bestaande situatie wordt met andere woorden ten volle aanvaard. 

Let wel, ook het inschalen van het verschil tussen droom en werkelijkheid kan danig ingekleurd zijn, waardoor men eventueel het verschil onderschat, waardoor dan weer de emotie verwaarloosbaar is en er geen actie wordt genomen. Dit kan later zuur opbreken. Men doet niets om het initieel ‘klein’ verschil weg te werken, waardoor het ongemerkt groter wordt, totdat men er niet meer naast kan kijken. De energie die dan nodig is, om het verschil tussen droom en werkelijkheid te overbruggen, zal groter zijn, dus meer kosten. Bloed, zweet en tranen zijn dan ons deel.

Indien met het verschil goed inschat, zou men kunnen de indruk hebben dat al die moeite, om tot een gedeelde mening te komen, voor niks nodig is geweest. Dit is allerminst het geval, Het voordeel van de inspanning is dat men er wel heeft over nagedacht en dat een en ander ten gronde werd besproken. Na waarderend begrijpen beslist men om geen verandering na te streven. En in geval van een werkelijk klein verschil, is dat een legitieme beslissing. Het heeft inderdaad weinig zin zich in te spannen om een transformatie door te voeren die onbelangrijk is.

De emotie is groot

Indien de emotie groot is, dan is de creatiespanning van dezelfde grootteorde. Men wenst de afstand tussen de huidige situatie en de gewenste te dichten. In feite komt dit neer op het beantwoorden van een nieuwe cruciale vraag: “Hoe kunnen we de huidige situatie, die we net waarderend begrepen hebben, transformeren in de gewenste situatie?” We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Nogmaals, er is een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil, dat we eerder de creatiespanning hebben genoemd, levert de nodige energie om in actie te schieten. In feite wordt de emotie omgezet in de energie die de transformatie zal aandrijven. Het is de spanning tussen de twee die dient omgezet te worden in de transformatie beweging, waardoor het wensennu wel degelijk omgezet wordt in het willen

GEWILDE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Uiteindelijk neemt men, wanneer de emotie en dus het verschil tussen de huidige realiteit en de gewenste, nu echt gewilde, realiteit groot is, het besluit én de beslissing om het veranderingsproces in te zetten. 

En wanneer het gaat om een collectief transformatie proces lijk het mij niet onnuttig een quote van Machiavelli in herinnering te brengen:

And it ought to be remembered 

that there is nothing more difficult to take in hand, 

more perilous to conduct, or more uncertain in its success, 

then to take the lead in the introduction of a new order of things. 

Because the innovator has for enemies 

all those who have done well under the old conditions, 

and lukewarm defenders in those who may do well under the new[ii].

Nicolò Machiavelli

Transformatie van de persoonlijke Mindset

En wanneer het gaat om de transformatie van de eigen Mindset en dus van het eigen gedrag, dan is men zo wie zo verplicht het leiderschap van de verandering (de nieuwe orde der dingen) op zich te nemen. En dan is men de vernieuwer die soms zichzelf tegengewerkt door de eigen weerstand tegen verandering (want de huidige toestand heeft haar of hem toch veel opgebracht; zie ook bovenstaande Machiavelli quote). Die weerstand wordt uiteraard veroorzaakt door de Vicieuze Cirkel en versterkt door het ‘lukewarm’ vertrouwen in het Creatief wisselwerkingsproces.

Transformatie van de eigen Mindset kan vergeleken worden met de schoonmaak van het gekleurd bewustzijn. Men dient oude kleuren te vervangen door nieuwe heldere kleuren. Men dient zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. Men dient er zelf bewust voor te kiezen. Daar is moed voor nodig, wetende dat het een moeilijk transformatieproces wordt, en daarvoor is dan weer doorzettingsvermogen en geduld nodig. Dit transformatieproces bespreek ik uiteraard in de volgende delen van deze reeks.

We don’t have to do all of it alone. 

Were were never meant to [iii].

Brené Brown

Eloïse, Edward en Elvire, ook een persoonlijk ontwikkelingsproces op de juiste manier doormaken, kan men niet alleen. Iedereen, ook ik, heb hierbij hulp nodig. Gelukkig heb ik die gekregen van mensen om mij heen, zoals jullie. Bovendien heb ik, door die ontmoetingen, de kracht – The Force zegt Yoda – van Creatieve wisselwerkingondervonden. We hebben daarbij geluk. We zijn enerzijds met dat proces geboren en anderzijds omvat het de nodige vaardigheden om op een creatieve manier door de transformatie te gaan. 

Wij zijn zowat halverwege van onze ‘Blijf Wakker !’ serie. Dus hebben we al een reeks van deze vaardigheden besproken. Hoewel ik ze een voor een beschrijf, en daardoor de indruk gewekt wordt dat ze in serie – keurig na elkaar, de één na de ander – dienen toegepast te worden, is de werkelijkheid heel wat chaotischer. Alle acht voorwaarden en zestien vaardigheden worden kris kras door elkaar ingezet. Met andere woorden, ook in de rechter lus van het Creatief wisselwerkingsproces, komen de basisvoorwaarden en vaardigheden van de linker lus aan bod. Het leven is inderdaad veel complexer dan een lineaire opeenvolging van het inzetten van voorwaarden en vaardigheden.

Het gaat tenslotte over het continu transformerenvan het gecreëerde zelf in de richting van het Originele Zelf, vandaar dat ik voor het ‘oneindig’ teken (‘infinit’) gekozen heb als basis voor het Cruciale Dialoogmodel.

Transformatie van de collectieve Mindset

Eloïse, Edward en Elvire, er hangt veel af van de organisatie waar die transformatie dient te gebeuren. In ondernemingen is het meestal zo dat iedere ingrijpende verandering gestart wordt vanuit het topmanagement. Diegene die verandering “aanprijst” aan dit topmanagement noemen we de advocaatvan het veranderingsproces. Deze advocaatgebruikt de Gedeelde Meningom de topmanager duidelijk te maken dat een transformatie zich opdringt. Duidelijker gesteld: de topmanager, die ik de sponsornoem, dient zich, met de hulp van de advocaat, te realiseren dat de huidige manier van handelen zal leiden tot niet-competitiviteit en nu reeds méér kost dan de voorgestelde verandering.

Niet alleen dient de advocaatde huidige realiteit duidelijk te schetsen, ook de gewenste, toekomstige werkelijkheid dient klaar en duidelijk overgebracht te worden. 

Uiteindelijk dienen er acties genomen worden. Daartoe zijn middelen (waaronder mankracht, geld en tijd) nodig. Daarom juist noem ik de topmanager sponsorvan het veranderingsproces. Er moet bovendien engagement opgebouwd worden voor de gewenste situatie. Dit engagement dient doorheen de ganse organisatie gedragen worden te worden. Het lijnmanagement dient hun engagement om te zetten in reële vastberadenheid. De leden van het lijnmanagement noem ik co-sponsors.

De sponsoren co-sponsorszijn uiterst belangrijk gedurende het veranderingsproces. Indien deze hun rol niet goed genoeg spelen, is de kans groot dat de onder­neming te maken krijgt met het zwarte gatfenomeen. Deze uitdrukking is ontleend aan de astrofysica. Het wordt gebruikt om de gebie­den in de ruimte aan te duiden waar de aantrekkingskracht zo sterk is dat alles, licht inbegrepen, er wordt ingezogen.

Nog steeds is één van de bedrijfsziektes dat het management wel praat over een ingrijpende verandering van de organisatie, maar dat er van die verandering zelf weinig of niets terechtkomt. Het grootste probleem bij de sponsoris dat hij veelal aan anderen de opdracht geeft hun gedrag te veranderen en het zelf niet doet. Het is anderzijds meestal ook zo dat de boodschap niet terechtkomt waar ze zou moeten terechtkomen doordat de onderscheiden managementniveaus deze tegenhouden of vervormen. Anders gesteld, de ondersteunde co-sponsorsgeven ‘niet thuis’. Zij zijn, vooral door niet correct doorgeven van de boodschap van de sponsorof het functioneren als terugslagklep voor de ‘stijgende’ informatie naar die sponsortoe, zelfs meestal de hoofdverantwoordelijken van het zwarte gat.

Wanneer de inspanningen om de verandering door te voeren in het zwarte gatverdwij­nen, kan de prijs heel hoog zijn. Enerzijds bekomt men de gewenste veran­dering niet en anderzijds verliest het management het ver­trou­wen van de medewer­kers, die ikacteursnoem. Anders gesteld, de managers verlie­zen hun geloofwaardigheid. De uitvoerenden (de acteurs, vandaar de letter A in onderstaande tekening) verliezen hun geloof in het leiderschap van de sponsor(de S in de tekening), wat dan aanleiding geeft tot een BOHICA (Bent Over Here It Comes Again) of, in het Nederlands, een KWAKKEL (Kopje Weg Alweer Kilo’s Kul En Larie) gevoel!

BOHICA

Deze zwarte gaten creëren een klimaat waarin de reactietijd van de organisa­tie met betrekking tot cruciale verande­ringen onaanvaardbaar groot is. Daardoor wordt de waarschijnlijkheid van ondermaatse communicatie en informatievervorming groot en daardoor de waarschijnlijkheid dat de veranderingen binnen het voorziene tijdsbestek en budget zullen worden doorgevoerd uiterst miniem.

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie kunnen merken, het succesvol transformeren van een collectieve Mindset is niet eenvoudig. Ook al omdat het veranderen van een collectieve Mindset neerkomt op het veranderen van de bedrijfscultuur. Het zou mij te ver leiden om er hier nog dieper op in te gaan. Later kunnen jullie misschien eens Hoofdstuk 3 ‘De verandering is een proces’[iv] lezen van Deel I van m’n boek ‘Creatieve Wisselwerking’ waarvan jullie elk een exemplaar hebben. In alle geval zullen de volgende delen van deze serie een uitstekende leidraad vormen voor het succesvol transformeren van Mindsets, telkens de gedeelde mening daartoe uitnodigt.



[i]
Bruce Springsteen, Quote uit Born to Run (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Columbia Records, 2018

[ii]https://www.planetebook.com/free-ebooks/the-prince.pdfpagina 42 of https://www.constitution.org/mac/prince.pdfpagina 24.

[iii]Brené Brown, Rising Strong.New York NY: Spiegel & Grau 2015.

[iv]Johan Roels, Createve wisselwerking: Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven-Apeldoorn: Garant, 2001, pp 117 – 147.


BLIJF WAKKER! DEEL XIX

Springsteen has himself changed with the times, 

becoming more sensitive to the issues

his most-adored music still raises. 

Born To Run[i]demonstrates that. 

The decency at the heart of his memoir is a balm. 

He’s not only survived a life in rock and roll; 

he shows how a true believer doesn’t have to get stuck within its illusions, no matter how much they also attract him. 

After all, to Springsteen, a worthwhile dream isn’t an illusion; 

it’s a form of work. Therefore, it’s worthy of revision.[ii]

The limits of loving the Boss – NPR – 2016 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het in vraag stellen van Mentale Modellen. Vooreerst zal ik trachten duidelijk te schetsen wat Mentale Modellen zijn, wat hun belang is en waarom we onze eigen Mentale Modellen praktisch continu in vraag dienen te stellen.

Deze vaardigheid heeft dus te maken met het gebruiken, onderkennen, in vraag stellen en veranderen van Mentale Modellen. 

To break a mental model is harder than splitting the atom 

Albert Einstein

Het begrip Mentale Modellen

Filosofen houden zich al eeuwen bezig met Mentale Modellen. Men zou kunnen stellen dat die traditie teruggaat tot Plato’s allegorie van de grot[iii]. Het begrip werd ook in een beroemd sprookje verwerkt. ‘De Nieuwe Kleren van de Keizer’ van Hans Christian Andersen[iv]gaat niet over ijdelheid; het gaat over het niet zien van de echte werkelijkheid vanwege een gekleurd denkkader. 

Het principe zelf van het mentaal model werd bijna een eeuw geleden geïntroduceerd door Jean Piaget[v]bij zijn beschrijving van de ontwikkeling van het denken van het kind. Piaget heeft de groei van Mentale Modellen onderzocht in relatie tot geluid. Zijn hypoteses zijn de volgende. 4- tot 5-jarigen denken dat er niets gebeurd tussen een voorwerp dat een geluid produceert en zij die het geluid horen. Voor een 6-jarigen is dit al anders, deze denken dat geluiden in een voorwerp blijven als ze niet gehoord worden en als ze wel gehoord worden, als het ware uit het voorwerp naar het oor springen, om vervolgens terug te keren naar het voorwerp. Vanaf 7-jarige leeftijd is het kind in staat op te merken dat geluid zich naar alle kanten beweegt vanaf de bron. Vanaf ongeveer 11 jaar beseft een kind dat geluid iets is wat door de lucht beweegt en het gevolg is van trillingen. Later onderzoek heeft aangetoond dat Piaget’s bevindingen grotendeels juist waren. Zijn onderzoek bewees dus ook dat de mind zich bij jonge kinderen praktisch continu transformeert. En wat transformeert de mind, gezien die dat zelf niet kan? Inderdaad Eloïse, Edward en Elvire, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Kenneth Craik, de veel te vroeg overleden Schotse psycholoog, werkte in 1943 in zijn boek ‘The Nature of Explanation’[vi]het begrip Mentaal model uit om te verklaren hoe de mens schaal modellen gebruikt om de wereld te begrijpen en die verklaring te ondersteunen met als doel gelijkaardige toekomstige gebeurtenissen vóór te zijn. 

Het begrip mentaal model wordt ook in de cognitieve psychologie gebruikt, onder meer door Johnson-Laird[vii]. In de cognitieve psychologie betekent het een ‘visuele kaart’ op basis waarvan de mens redeneert. Howard Gardner gaat in z’n boek ‘The Mind’s New Science’[viii]nog iets verder: 

“Cognitive science is predicated on the belief that it is legitimate – in fact; necessary – to posit a separate level of analysis which can be called the “level of representation.” When working at this level, a scientist traffics in such representational entities as symbols, rules, images – the stuff of representation, which is found between input and output – and in addition, explores the ways in which these representational entities are joined, transformed, or contrasted with one another. This level is necessary in order to explain the variety of human behavior, action, and thought.” 

Pierre Wack heeft het begrip, gedurende zijn werkzaamheden bij Royal Dutch/Shell, gebruikt als containerbegrip voor impliciete wereldbeelden of mentale theorieën die men hanteert voor waarneming, interpretatie en besluitvorming betreffende de toekomst[ix].  

Het begrip Paradigma

Het begrip Paradigma werd populair door het boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van Stephen Covey[x]. Om zijn eigenschappen waarderend te kunnen begrijpen dient men te weten wat ‘paradigma’s’ zijn en hoe we een paradigmaverschuiving kunnen creëren. Het begrip paradigmaverschuiving werd geïntroduceerd door Thomas Kuhn[xi]in zijn klassiek werk ‘De structuur van wetenschappelijke revoluties’. Die merkte op dat bijna elke belangrijke doorbraak in wetenschappelijk onderzoek een breuk met het tot dan gangbare paradigma betekent. 

Zo was vòòr Copernicus de aarde het centrum van het heelal. Copernicus realiseerde een paradigmaverschuiving door de zon centraal te stellen. Dit was een schok en Copernicus werd er zelfs voor vervolgd. Dit geeft aan dat iemand, die de ogen van zijn medemens opent, niet altijd gewaardeerd wordt. Dit ondervond ook Galileo Gallilei toen deze met z’n uitvindingen het heliocentrische model van Copernicus bewees en er over publiceerde. Hij werd tot twee maal toe terecht gewezen door de Inquisitie. De overlevering wil dat in 1633, Galilei, die toen al 69 jaar oud was, bij het vernemen van het vonnis – levenslang huisarrest – de woorden “Eppur si muove!” (“En toch beweegt zij!” – met name de aarde om de zon) zou geroepen hebben. Dat de Katholieke kerk moeite had om officieel hun miskleun te erkennen, blijkt uit het feit dat het tot in 1992 duurde dat Paus Johannes Paulus II officieel een excuus uitsprak. Iemand die het heliocentrisch wereldbeeld nog aannemelijker maakte, was Isaac Newton. Diens natuurkundig model is nog steeds de basis voor de moderne bouwkunde. Het is echter niet volledig. Het duurde tot Einstein z’n relativiteitstheorie de wetenschappelijke wereld op z’n kop zette, voor men dit inzag. Die theorie verklaarde heel wat meer en maakte daardoor een diepgaander begrijpen mogelijk. Er kan inderdaad met die theorie heel wat meer verklaard en begrepen worden. Later kwam dan de kwantummechanica, waar Einstein het dan op z’n beurt moeilijk mee had.

Probleme kann man niemals

mit derselben Denkweise lösen,

dürch die sie entstanden sind.

– Albert Einstein

Paradigma’s hebben een enorme invloed; ze zijn de lens waardoor we naar de wereld kijken. Fundamentele veranderingen hebben niet zelden te maken met paradigma verschuivingen. Paradigma’s zijn bepalend voor wie je bent. Zijn is zien. We kunnen onze visie niet fundamenteel veranderen zonder zelf te veranderen en omgekeerd. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al begrepen, de begrippen Paradigma en Mentale Modellen zijn synoniemen. 

Het begrip Mindset

Voor het begrip Mentale Modellen wordt ook het begrip Mindset gebruikt.  Ik doe dat ook vaak, in navolging van m’n mentor Charlie Palmgren. Een Mindset is de manier van denken van een persoon en bevat diens opinies, meningen en aannames over iets of iemand. De Mindset is dan ook het ‘set’ Mentale Modellen die de ‘mind’ bevat.

If we really want to change, to transform,

we’ll have to transform our mindset

– Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren

Kortom, de Mindset bepaalt de standaard manier van denken, voelen en handelen. Het is de geconditioneerde manier van denken en voelen die het handelen stuurt. De Mindset hoort daarom bij de gecreëerde zelf. Het beschrijven van een Mindset wordt in de literatuur vanuit verschillende hoeken benadert:

  • Een van de meest bekende manieren is de groei mindset versus fixed mindset. Deze benadering komt van Carol Dweck[xii]. Een groei mindset is een mindset die ondermeer obstakels als een mogelijkheid voor ontwikkeling ziet. Want die mindset, die manier van denken, voelen en handelen gaat er vanuit dat je vaardigheden kunt leren. Een fixed mindset daarentegen omarmt de manier van denken, voelen en handelen die basiskwaliteiten, zoals intelligentie en talenten, vaststaan. Je ontwikkeling staat bij deze mindset eigenlijk al bij de geboorte vast.
  • Daniel Kahneman beschrijft in zijn boek, Thinking Fast and Slow[xiii]twee systemen van denken. Het brein kan op twee manieren gedachten maken. In systeem 1 maakt het brein op een snelle automatische, emotionele en onbewuste manier gedachten. Systeem 2 doet het anders. Systeem 2 is een langzamere aanpak, het is veel bewuster bezig om gedachten te produceren. In systeem 2 maakt men bewust gedachten.
  • In de boeddhistische wereld wordt gesproken over big minden small mind. Een big mindis een mind waarin de gedachten niet voortkomen vanuit het ego en controle. De big mindis zich voldoende bewust van de gedachten en emoties en wordt daar niet door geleid. Ik noem die mindset, de mindset van de Originele Zelf. Een small mindis de alledaagse denkgeest gevuld met gewone gedachten, gebabbel en emoties. De small mindhandelt onbewust en is erg reactief. Zelf noem ik de small mindde Mindset van de Monkey mind, dus van de gecreëerde zelf. 

Het verschil tussen de big minden small mindheeft veel te maken met het verschil tussen het helder bewustzijn (awareness) en het gekleurd bewustzijn (consciousness).

Het gebruik van Mentale Modellen 

Het begrip Mentale Modellen wordt door Chris Argyris[xiv] en Peter Senge[xv]gebruikt in het kader van organisatorische verandering. Volgens hen houdt elke geslaagde organisatieverandering ook een wijziging van de gebruikte Mentale Modellenin. Zelf stellen we, met Charlie Palmgren, dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingeen verrijking van de Mentale Modellen inhoudt. Het gaat in dit geval over een persoonlijke transformatie. Maar zei W. Edwards Deming niet ooit: “Nothing changes without Personal Transformation”[xvi]?

Een Mentaal Model stelt het denkproces voor dat iemand gebruikt om de wereld om hem heen te begrijpen. Het Mentaal Model is, zoals gesteld, samengesteld uit diepgewortelde vooronderstellingen, veralgemeningen en percepties die van invloed zijn op de manier waarop we de dingen zien en daarop reageren. Mentale Modellen spelen dus een belangrijke rol in onze beleving van de werkelijkheid en hebben daardoor een grote invloed op ons handelen. Mentale Modellen ‘affect what we see’, ‘determine how we make sense of the world’ en ‘shape how we act’ – Peter Senge[xvii].Of anders gesteld is, volgens Peter M. Senge, een mentaal model een diep in de individuele persoonlijkheid verankerd wereldbeeld, dat basis biedt voor een interpretatie van de werkelijkheid en derhalve een grote invloed uitoefent op het handelen. In mijn beeldtaal vertaalt wordt dit: een Mentaal Model is de bril waardoorheen de gecreëerde zelf z’n wereld begrijpt, en dus interpreteert, en van daaruit beslissingen neemt met betrekking tot haar of zijn handelen.

Mentale Modellen kunnen dus beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die daarmee de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in ons hoofd’ geen objectieve afspiegeling van de werkelijkheid; zoals de ‘kaart’ van een stad niet die stad zelf is. Mentale Modellen zijn subjectieve vereenvoudigingen van de werkelijkheid. Mensen niet kunnen nu eenmaal niet worden beschouwd als objectieve waarnemers. Mensen zijn echt geen camera’s die enkel registreren wat er werkelijk gebeurt. Mentale Modellen zijn gebaseerd en ontwikkeld op basis van ervaringen uit het verleden. Hoe vaker de eigenaar van de Mentale Modellen deze bevestigd ziet in de werkelijkheid door haar of zijn subjectieve waarnemingen, hoe dieper de Mentale Modellen ingeworteld raken en hoe minder zij of hij open staat voor inzichten die strijdig zijn met haar of zijn Mentale Modellen. Die eigenaar loopt daardoor het risico om gevangene te worden van z’n eigen Mentale Modellen. Carol Dweck, zou zeggen dat de Mindset fixeert en daardoor niet meer transformeert.

Nogmaals, Mentale Modellen zijn ook gehelen van intuïties, kennis, herrineringen, aannames, vooronderstellingen en overtuigingen die iemand bezit over een bepaald onderwerp. Deze helpen een onderwerp te begrijpen. Zij of hij gebruikt deze modellen niet alleen om over een onderwerp na te denken; ze worden ook gebruikt om voorspellingen te maken. Een Mentaal Model is in feite een schema dat gebruikt wordt om herinneringen uit het geheugen naar boven te halen. Het is echter meer dan een schema, het is een voorstelling over de werking der dingen, en hoe de wereld in elkaar zit. In principe is een Mentaal Model dus een combinatie van een schema en parate kennis.

Die gehelen van intuïties, kennis, herinneringen, aannames, vooronderstellingen en overtuigingen, die we hier de naam Mentale Modellen hebben gegeven, krijgen ook andere labels opgespeld: Referentiekaders, Denkkaders, Mindsets en Paradigma’s.

Vorming en transformatie van Mentale Modellen

We worden niet geboren met Mentale Modellen, want we hebben bij onze geboorte nauwelijks een bewustzijn. De eerste zes weken ziet een baby zelfs redelijk onscherp. Wanneer hetgeen de baby bekijkt meer dan 30 cm van z’n ogen verwijdert is, wordt het beeld wazig. Het kind heeft uiteraard nog geen echte herinneringen. Het heel jonge kind is zeer geïnteresseerd in gezichten en dan vooral in dat van de moeder. Het bewustzijn vormt zich stelselmatig wanneer de tijdspanne dat het kind ‘wakker’ is langer wordt (zie in dit verband ook Deel IV). Daardoor beginnen zich langzaam, maar zeker Mentale Modellen te vormen. Naarmate we groeien en ouder worden, worden onze Mentale Modellen ingewikkelder.

Bij volwassenen zijn Mentale Modellencomplex en uitgebreid. Ook zien we af en toe in dat onze Mentale Modellenniet altijd correct zijn, dus niet altijd de wereld beschrijven zoals die is. Dit is aangetoond door onderzoeken met betrekking tot Mentale Modellen en de wetenschap; we hadden het er al over bij de bespreking van het begrip ‘paradigma’. Zo dacht men eeuwen dat de wereld plat was. Daardoor ontdekte men bijvoorbeeld Amerika rijkelijk laat. Men vreesde dat, indien men te ver uit de kust zou varen, het schip van de planeet zou donderen. Zo zeggen de meeste huisartsen, wanneer ze anitbiotica voorschrijven, er nu nog steeds bij dat de voorgeschreven dosis volledig dient ingenomen te worden. Blijkbaar denken nog te veel mensen dat er met de inname van antibiotica mag gestopt worden wanneer de symptomen van de kwaal beginnen te verdwijnen. Die aanname is dan een onderdeel van hun Mindset.

Mogelijke spin-off’s van niet correcte Mentale Modellen

Een Mentaal Model is dus een verzameling van diepgewortelde aannames, generalisaties of zelfs beelden die van invloed zijn op hoe we de wereld om ons heen zien en hoe we hierop inspelen. Omdat die Mentale Modellenzo diep verankerd zijn, zijn we ons meestal niet bewust van zowel de Mentale Modellen zelf, als van het effect dat ze op ons gedrag hebben. Men zou ook kunnen stellen dat een Mentaal Model een persoonlijk paradigma is, waarin men soms gevangen zit. 

Iedereen gebruikt dus Mentale Modellenom problemen op te lossen en de werkelijkheid te begrijpen. Zoals reeds gesteld zijn deze Mentale Modellenlang niet altijd juist. Iedereen zou zich er daarom helder bewust van dienen te zijn dat onze gekleurd bewustzijn, onze gekleurde bril zelden de werkelijkheid ziet zoals die is. 

We don’t see things as they are; we see them as we are.

– Annaïs Nin

Bovenstaande quote wordt veelal toegeschreven aan Stephen R. Covey. Stephen ontvouwde echter niet altijd waar hij de mosterd haalde (zie Deel V). Deze beroemde quote ontfutsselde hij van de schrijfster Annais Nin[xviii].

Snel conclusies trekken (Jumping to Conclusions)

Het gevolg van het hebben (en dus gebruiken) van een foutief Mentaal Model bij het oplossen van een probleem kan nefast zijn. Wanneer men te vlug besluit de vraag begrepen te hebben en het Mentaal Model, die werd gebruikt om de vraag te begrijpen, niet volledig correct is, dan is het antwoord op de vraag zelden de juiste. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb hetgeen volgt veel meegemaakt: te vlug denken dat men het probleem begrepen heeft en waardoor men een oplossing vindt die later blijkt van nul en generlei waarde te zijn. Integendeel, het probleem, gezien niet ten gronde opgelost, slaat in alle hevigheid terug!

Elk voordeel heeft zijn nadeel

Johan Cruyff

Het voordeel van het hebben van Mentale Modellen wordt soms een nadeel. Wegens het hebben van Mentale Modellen werkt onze geest bliksemsnel. Ironisch genoeg schuilt daarin het nadeel. We maken veelal een onmiddellijke ‘sprong’ naar conclusies zonder effectief de tijd te nemen om die te toetsen. Wat een voordeel is in sommige gevallen. Mentale Modellen helpen bijvoorbeeld bij imminent fysisch gevaar om direct de juiste beslissing te nemen teneinde ons in veiligheid te brengen. In andere gevallen is het dan weer een nadeel. Mentale Modellen leren ons de kracht van het eigen gelijk: “Het kan niet anders dan dat het zo is!”

Snel conclusies trekken gebeurt wanneer we rechtstreekse observatie – concrete data opgepikt door het helder bewustzijn – onmiddellijk inkleuren met ons gekleurd bewustzijn dat door onze Mentale Modellen wordt aangestuurd. Gevaarlijk wordt het wanneer de directe conclusie de ‘juiste’ blijkt te zijn. Oorzaak en gevolg liggen niet nu eenmaal niet steeds dicht bij elkaar in tijd en ruimte. Hoewel we denken dat de door ons gevormde conclusie correct is, zorgt die oplossing vaak voor een veel later opduikend probleem. 

Hoe die valkuil ontwijken, Eloïse, Edward en Elvire? Door bij elke belangrijke conclusie na te gaan welke de gegevens zijn waarop die conclusie gebaseerd is en jullie de cruciale vraag te stellen: “Ben ik bereid te overwegen dat deze conclusie misschien wel onjuist of misleidend is?” Als het antwoord op die cruciale vraag nee is dan is er geen soulaas mogelijk. Inderdaad, indien jullie niet bereid zijn jullie Mentale Modellen in vraag te stellen, zullen jullie volharden in de boosheid. Als men wel bereid is een conclusie in twijfel te trekken, dient men die expleciet te scheiden van de data die er toe geleid hebben. Ik noem dat het gebruiken van de staande acht in de linker lus van de liggende acht. Daardoor wordt het Mentaal Model, dat aan zet is, onder de loep genomen door het te toetsen aan de objectieve data. Volgende tekening maakt dit duidelijk:

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid waar we het in dit deel over hebben, heeft dus te maken met het (durven) in vraag stellen van onze door leren en ervaring opgebouwde denkpatronen, die ook de manieren bepalen waarop we naar de werkelijkheid kijken. Wat ervan afwijkt – wat buiten ons denkkader ligt – wordt als een uitzondering beschouwd of zelfs in veel gevallen over het hoofd gezien. Het doorbreken, het openstellen van deze denkkaders maakt het mogelijk dat we onze filters kunnen bijstellen, en meer gaan zien van de werkelijkheid. Mentale Modellen zijn op zich niet slecht. Ze staan enkel in onze weg wanneer we zowel weigeren ze te herkennen als weigeren te erkennen welke impact ze hebben op onze perceptie, op het inkleuren van onze heldere observatie. 

Je snapt het pas als je het ziet 

Johan Cruijff

Een dialoog kan enkel tot iets nieuws en succesvols leiden als de deelnemers buiten hun Mentale Modellen treden. Omdat elke deelnemer een specifieke set Mentale Modellen hanteert, heeft zij of hij ook een specifiek inzicht. Wanneer de ander een inzicht van de werkelijkheid heeft dat verschillend is van het eigen inzicht, dan kan men, via het inzicht van de andere, meer leren van de werkelijkheid. Er wordt een opportuniteit geboden om te leren. 

Maar het eigen set Mentale Modellen maakt dat men dit niet altijd kan of wil zien. Dit omdat men het aanbod van nieuwe stimuli te vaak vertaalt in termen van oude modellen en desnoods wordt weggerationaliseerd. Van zodra men zich onwennig en ambigu voelt door een inzicht van de ander is dit een teken dat er verschillende Mentale Modellen gehanteerd worden. Nogmaals, we zien de waarheid niet rechtstreeks, we zien de waarheid doorheen de al dan niet doorlatende wanden van ons referentiekader. 

Voor diepleren is het echter nodig de Mentale Modellen, die het leren in de weg staan, te veranderen. Mensen zijn echter sterk aan hun manier van naar de wereld te kijken gehecht. Mensen blijven graag binnen hun eigen referentiekader. Ontdekken dat het eigen referentiekader niet meer bij machte is om bepaalde dingen te verklaren, niet meer klopt en bijgesteld dient te worden, wordt als bedreigend ervaren en is de oorzaak van heel wat weerstand tegen verandering, en dus heel wat weerstand tegen leren. Het is de weerstand tegen het accepteren van het achterhaald zijn van een manier van denken en werken die tot dan toe succesvol was. 

Creatieve Wisselwerking is het proces dat het ons mogelijk maakt onze paradigma’s aan te passen; onze referentiekaders en onze Mentale Modellen te veranderen. 

De ladder van gevolgtrekkingen (Ladder of inference)

Mentale Modellen worden ook gevormd door de zogenaamde ‘ladder of inference’ van Chris Argyris[xix] op en af te lopen. De ‘ladder of inference’ van Chris Argyris is een mentaal traject, waar eenieder zich wel eens aan bezondigt. Die ladder is de oorzaak van wat ik de gekleurde bril genoemd heb, in lijn met het gekleurd bewustzijn (consciousness). De ladder beschrijft hoe men beweegt van een set van gegevens (iets dat men hoort, zegt, ziet of voelt) via een serie van mentale stappen naar een handeling (de reactie). Volgende figuur geeft de start weer van de ‘interferentieladder’:

Het proces begint bij de selectie van gegevens, waaraan men vervolgens betekenis geeft, aannames formuleert, conclusies trekt, overtuigingen formuleert en vervolgens handelt. Deze processen vinden vaak onbewust en in een fractie van een seconde plaats. Deze mentale processen zijn voor niemand zichtbaar. Niemand kan zien welke stadia men heeft doorlopen wanneer men tot een bepaalde actie komt. De gevormde overtuigingen hebben dan weer invloed op de data die men de volgende keer in een vergelijkbare situatie selecteert. Het gedragspatroon wordt hierdoor versterkt. Het is een zich versterkende cirkel geworden, waarin overtuigingen keer op keer worden bevestigd. In onderstaande figuur wordt de volledige ‘ladder’ weergegeven[xx].

SSD:Users:LCCB:Desktop:Figuur 38.jpg

Dit mentaal traject gaat langs de sporten van een virtuele ladder, de ladder kan inderdaad als een Mentaal Model gezien worden. Deze leiden via toenemende abstractie vaak tot zeer misleidende overtuigingen, waarop dan actie wordt gebaseerd:

  • We selecteren altijd iets uit alle gebeurtenissen om ons heen;
  • We geven daar een betekenis aan;
  • Op basis van die betekenis maken we aannames;
  • Die aannames vormen dan de basis van onze conclusies;
  • En de conclusies vormen dan mijn overtuigingen;
  • En mijn gedrag is gebaseerd op die overtuigingen.

Eloïse, Edward en Elvire,dat alles wordt dan een soort “automatische reflex’, die ook jullie manier van waarneming versterkt. Tot zover niets bijzonders. Totdat bepaalde overtuigingen, die jullie op deze manier hebben gecreëerd,  belemmerend gaan werken. Belemmerend voor jullie zelf (laag zelfvertrouwen, beperkt wereldbeeld) en/of belemmerend in jullie relatie met anderen (geen effectieve samenwerking).

In dat geval kan het helpen om de ladder van gevolgtrekkingen eens bewust langs te lopen, alleen en/of met anderen. Dat levert jullie het volgende op:

  1. Jullie worden zich meer en beter bewust van jullie eigen gedachten en redeneringen;
  2. Jullie kunnen anderen hierin meenemen, zodat zij jullie gedachten, redeneringen en gevolgtrekkingen beter kunnen begrijpen;
  3. Jullie kunnen jullie aannames over de ander toetsen door gericht vragen te stellen.

De Linker kolom[xxi]

Eloïse, Edward en Elvire, uit het voorgaande blijkt dat een van onze problemen is dat “we denken wat we zien en we zien wat we denken”. We leven in een wereld waarin we zelf overtuigingen creëren. Overtuigingen die nauwelijks worden getoetst. We komen tot die overtuigingen op basis van conclusies die afgeleid zijn van onze gekleurde observatie gecombineerd met onze ervaring. Het vermogen om echt helder te kunnen zien is aangetast door de verworven zekerheid dat:

  • De waarheid voor de hand ligt;
  • De gegevens die we selecteren de enige echte gegevens zijn;
  • Onze overtuigingen berusten op die echte gegevens;
  • Onze overtuigingen de waarheid vormen.

Daar we die ‘zekerheid’ blijkbaar allen hebben en het, praktisch per definitie, zo is dat die ‘zekerheid’ van elke gesprekspartner nogal eens sterk verschillend is, staan die van elkaar verschillende ‘zekerheden’ een vruchtbaar gesprek vaak in de weg. 

Om een niet zo goed verlopen gesprek terug vlot te krijgen is het hulpmiddel ‘De linker kolom’[xxii] een reddingsboei. Hierbij gebruiken jullie enkele A4 bladen die met behulp van een verticale middellijn in twee gelijke kolommen verdeeld worden. Daarna denken jullie diep na over een frustrerend verlopen gesprek dat u onlangs voerde (met elkaar, een van jullie ouders, vrienden, …)

De rechter kolom (wat er werd effectief gezegd)

In de rechter kolom schrijven jullie de dialoog volledig uit zoals die heeft plaatsgevonden. De linker kolom blijft voorlopig blank totdat de dialoog volledig is uitgeschreven.

De linker kolom (wat elk van jullie dacht)

Nu schrijven jullie in de linker kolom wat elk van jullie dacht, maar niet heeft gezegd. Wees daarbij zo precies en zo eerlijk als mogelijk.

Nu wordt er een pauze ingelast 

Dit om de weerslag van het gesprek met een fris hoofd te kunnen doornemen. Dit heeft het voordeel dat men dan het eigen denken kan onderzoeken alsof het ‘het denken’ van iemand anders was. Met ons helder bewustzijn dus.

De reflectie (uitgaande van zowel de linker als de rechter kolom)

Tijdens de reflectie stellen jullie zich volgende vragen:

  • Hoe komt het dat ik zo denk en me zo voel?
  • Wat was mijn bedoeling? Wat wou ik bereiken?
  • Boekte ik de gewenste resultaten?
  • Zou ik door wat ik zei (rechter kolom) het gesprek in de verkeerde richting gedreven kunnen hebben?
  • Waarom zei ik niet wat er in mijn linker kolom staat?
  • Welke aannames heb ik zoals blijkt uit dit gesprek?
  • Wat was het resultaat van mijn aanpak: ‘winst’ of ‘verlies’?
  • Wat weerhield mij van een andere benadering?
  • Hoe kan ik mijn linker kolom gebruiken om het gesprek alsnog in een betere richting, en dus een beter resultaat te duwen?

Na de reflectie 

De oefening kan effectief gebruikt worden om het gesprek terug aan te knopen. Uiteraard mag de linker kolom niet gebruikt te worden om te beschuldigen of een waardeoordeel uit te spreken. Daarbij dient ook niet alles wat men denkt of voelt effectief overgebracht te worden. Maar als uw linker kolom aantoont dat de gebruikte Mentale Modellen aan herziening toe zijn, is een nieuw gesprek zeker aan de orde. 

Het doel ervan is de Mentale Modellen, die een vruchtbaar gesprek in de weg staan, op tafel te krijgen en bij te schaven. Wanneer beide gesprekspartners van een mislukte dialoog die oefening effectief doen en nadien de dialoog hervatten, is de kans groot dat deze nu wel vlot verloopt, uitstekende resultaten heeft en de Mindsets van beiden verandert.

Hoe Mentale Modellen effectief in vraag stellen?

David Hutchens[xxiii] beschrijft zeven principes van Mentale Modellen: 

  1. Iedereen heeft Mentale Modellen;
  2. Mentale Modellen bepalen hoe en wat we zien;
  3. Mentale Modellen leiden ons denken en ons gedrag;
  4. Mentale Modellen maken dat we onze aannames en conclusies als feiten gaan zien;
  5. Mentale Modellen zijn altijd incompleet;
  6. Mentale Modellen beïnvloeden de resultaten die we bereiken en versterken zichzelf daarmee;
  7. Mentale Modellen gaan vaak langer mee dan nuttig is.

Eloïse, Edward en Elvire, Mentale Modellen kunnen inderdaad zeer conservatief zijn. Indien ze niet in vraag worden gesteld, zullen ze ons laten zien wat we altijd gezien hebben. Wij kiezen daardoor uit de werkelijkheid enkel datgene dat in ons kraam (lees Mentaal Model) past. En aangezien we zien wat onze Mentale Modellen ons toelaten te zien, zullen we blijven doen wat ze ons toelaten te doen. En als we blijven doen wat we altijd gedaan hebben, zullen we blijven krijgen wat we altijd gekregen hebben. 

When things don’t work, and all your efforts do not produce the results you expected, then there is a flaw in the thinking – we are missing something and it is probably in your faces! What is needed is just the courage to face inconsistencies and to avoid running from them just because ‘that’s the way it was always done’… We simply need to look at reality and think logically and precisely about what we see. The key ingredient is to have the courage to face inconsistencies between what we see and deduce and the way things are done. The challenging of basic assumptions is essential to breakthroughs[xxiv].

– Dr Eliyahu M. Goldratt 

Aannames zijn geen feiten maar mentale kortsluitingen om tijd en moeite te besparen. We nemen ze voor waar aan en stellen ze niet in vraag, totdat het duidelijk wordt dat ze niet meer werken. We nemen veel te vlug aan dat nieuwe situaties gelijkaardig zijn aan eerdere ervaringen. Door aannames kunnen we ambigue feiten verkeerd inschatten. Ambiguïteiten zijn een onderdeel van praktisch elke diepgaand gesprek. Wanneer de ander spreekt, maken we alle soorten van aannames over wat hij zegt en de betekenis van zijn betoog. Zo wordt het gemakkelijk om ambigue boodschappen te doen passen in onze geconditioneerde manier van kijken. Het spreekt vanzelf dat wanneer de aannames niet correct zijn, de kans groot is dat ook de conclusies verkeerd zijn. 

De eigen Mentale Modellen vormen ons paradigma, de manier waarop wij de werkelijkheid zien en waarbinnen wij onze problemen oplossen. Ook paradigma’s gaan vaak langer mee dan nuttig is. Meer nog, indien men in haar of zijn Mentale Modellen blijft vastroesten, dan gaat men er ten slotte aan ten onder. Het vastroesten in haar of zijn Mentale Model is vastzitten in wat Carol Dweck een ‘fixed mindset’ noemt. Een ‘fixed mindset’ is zo krachtig dat het nieuwe inzichten onmogelijk maakt.

Heel wat mensen hebben in hun leven een intense, cruciale persoonlijke ervaring gehad, die hun kijk op dat leven voorgoed veranderd heeft. Men wordt door die ervaring gedwongen de werkelijkheid totaal anders te zien; men wordt als het ware herboren. Ik had die ervaring in 1976 in Indië, toen plots veiligheid in één fractie van een seconde belangrijk werd[xxv]. Bij Sint Ignatius was het een kanonskogel[xxvi], die hem tot bekering bracht en Saulus van Tarsus werd, onderweg naar Damascus, waar hij een grote slag wou slaan, van zijn paard gebliksemd en … Saulus, Paulus werd. En Paulus deed van toen af aan het tegenovergestelde van wat hij tot dan toe had gedaan: de vijand van de oogst was plots een excellente voorman in de oogst geworden. 

Ook in (andere) crisisperiodes is het drastisch veranderen van Mentale Modellen aan de orde. Maar dienen we echt te wachten op een crisissituatie om onze Mentale Modellen in vraag te stellen? Telkens men het grondig oneens is met een ander is het goed om de eigen Mentale Modellen te onderzoeken en niet de feitelijke verschillen. De feiten zijn overigens dezelfde. Ze worden alleen verschillend gepercipieerd. De ander kijkt naar dezelfde zaken en gebruikt daarbij andere filters, deze van zijn Mentaal Model. Het kan goed zijn dat beiden gelijk hebben binnen het eigen Mentaal Model. Men kan dit fenomeen ook vergelijken met een situatie waarbij twee personen een andere taal spreken. Als men elkaars taal niet beheerst, kan er niet goed worden gecommuniceerd. 

It’s never enough to tell people about a new insight.

Rather, you have to get them to experience it 

in a way that evokes its power and possibility.

 Instead of pouring knowledge into people’s heads,

you need to help them grind a new set of eyeglasses 

so they can see the world in a new way. 

That involves challenging the implicit assumptions 

that have shaped the way people have historically looked at things.[xxvii]

-John Seely Brown 

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid om de manier waarop wij de wereld zien (de bril waarmee) te veranderen (slijpen van de brilglazen), start met het in vraag stellen van de eigen Mentale Modellen door ze te toetsen aan de Mentale Modellen van de ander: 

  • Wees er alert op dat jullie conclusies gebaseerd zijn op jullie overtuigingen en dat ze wel eens niet ‘feitelijk’ zouden kunnen zijn;
  • Ga eens van de veronderstelling uit dat in jullie eigen perceptie en redeneringsproces gaten of fouten zitten, die jullie zelf niet eens zien;
  • Tracht ook hier eerst te begrijpen vooraleer begrepen te willen worden. Vraag daartoe de ander: 
    • Hoe zij of hij de werkelijkheid ziet;
    • Hoe zij of hij die werkelijkheid interpreteert;
    • De stappen in haar of zijn redeneerproces te verduidelijken;
    • Voorbeelden teneinde te illustreren hoe zij of hij tot zijn conclusies komt;
  • Geef nadien: 
    • Hoe jullie de werkelijkheid zien;
    • Hoe jullie die werkelijkheid interpreteren;
    • Welke de stappen zijn in jullie redeneerproces;
    • Voorbeelden teneinde te illustreren hoe jullie tot jullie conclusies komen; 
  • Bespreek samen de verschillen in perceptie en interpretatie en integreer die verschillen in een nieuwe manier van zien, een verfijnd Mentaal Model;
  • Ga er daarbij steeds vanuit dat jullie de wijsheid niet in pacht hebt.

Gebruik in dit onderdeel van het diepgaand gesprek de vaardigheden van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, om er zeker van te zijn dat je elkaar goed begrijpt. 
Sta dus op deze wijze stil bij je eigen Mentale Modellen, herken ze en erken dat ze niet ‘de waarheid’ zijn. Gebruik ten volle de vorige vaardigheden van deze tweede karakteristiek: het stellen van vragen, het vinden van plussen in de ander z’n perceptie en het integreren van de verschillen van beide ‘waarheden’, en creëer zo een nieuw inzicht en een gedeelde mening (daarover meer in het volgend deel). 



[i]Bruce Springsteen.Born To Run. New York, NY: Simon & Schuster Paperbacks, 2016

[ii]Ann Powers. The Limits Of Loving The Boss. The Record, Music News from NPR https://www.npr.org/sections/therecord/2016/10/04/496544688/the-limits-of-loving-the-boss

[iii]https://web.stanford.edu/class/ihum40/cave.pdf

[iv]https://www.andersenstories.com/nl/andersen_sprookjes/pdf/de_nieuwe_kleren_van_de_keizer.pdf

[v]Piaget, Jean. Le language et la pensée chez l’enfant. Paris: Delachaux et Niestlié, 1923.

[vi]Craik, Kenneth. The nature of Explanation, Cambridge: Cambridge University Press, 1952.

[vii]Johnson-Laird, P.N. Mental Models: Towards a Cognitive Science of Language, Inference, and Consciousness. Cambridge: Cambridge University Press; Cambridge, MA: Harvard University Press, 1983. 


[viii]Howard Gardner, The Mind’s New Science. A History of the Cognitive Revolution. NewYork, NY: Basic Books, Inc., Publishers, 1985, page 38.

[ix]https://hbr.org/1985/09/scenarios-uncharted-waters-ahead

[x]Covey, Steven R.  De zeven eigenschappen van effectief leiderschap.Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact, 70stedruk, 2014.

[xi]Kuhn, Thomas S. The Structure of Scientific Revolutions.Chicago, IL: University of Chicago Press, 1970.

[xii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Ballantine Books, 2006.

[xiii]Daniel Kahneman. Thinking Fast and Slow.New York, NY: Farrar, Straus and Giroux, 2011.

[xiv]Argyris, Chris. Overcoming organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning, Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall, Inc. 1990. 

[xv]Senge, Peter M. De vijfde discipline: de kunst en de praktijk van de lerende organisatie. Schiedam: Scriptum Books, 1992.

[xvi]Art Kleiner, Bryan Smith, Charlotte Roberts, George Roth, Peter M. Senge, Richard Ross. The Dance of Change: The Challenges of Sustaining Momentum in Learning Organizations.New York, NY: Doubleday, 1999. Page 35.

[xvii]Senge, Peter M. The fifth discipline: the art and practice of the learning organization, New York, NY: Doubleday, 1990 page 175. 

[xviii]Annaïs Nin, The Seduction of the Dinosaur, (originele publicatie: 1961) Sky Blue Press Bookstore, Sky Blue Press at Smashwords, 2014, page 145.

[xix]Argyris Chris. Overcoming Organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning. Op. cit. pp. 88-89.

[xx]Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard R. Ross and Bryan J. Smith. Het Vijfde Discipline Handboek: Strategieën en Instrumenten voor het Bouwen van een Lerende Organisatie. Schoonhoven: Accademic Services, 1995. 35. De interferentieladder.  Bladzijden 208-215.

[xxi]Argyris Chris. Overcoming Organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning. Op. cit. pp. 15-19.

[xxii]Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard R. Ross and Bryan J. Smith. Het Vijfde Discipline Handboek: Strategieën en Instrumenten voor het Bouwen van een Lerende Organisatie. Op. cit. Bladzijden 212-215.

[xxiii]Hutchens, David. Shadows of the Neanderthal: illuminating the beliefs that limit our Organizations. Walthem, MA: Pegassus Communications, Inc. 1999. 

[xxiv]Eliyahu M. Goldratt. The Goal: A Process of ongoing Improvement. Great Barrington, MA: The North Press. Third Revised Edition, 2004. Introduction pp. 1-4.

[xxv]http://www.creativeinterchange.be/?p=600

[xxvi]Paul de Chauvigny de Blot, Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004. Bladzijde 140.

[xxvii]John Seely Brown. Seeing Differently: Insights on innovation.  Edited with and introduction by John Seely Brown. A Harvard Bussiness Review book. Boston, MA: Harvard Bussiness School Publishing, 1988 And https://hbr.org/2002/08/research-that-reinvents-the-corporation

BLIJF WAKKER ! – DEEL XVIII

HOE VERSCHILLENDE INZICHTEN INTEGREREN

Landau fed Springsteen’s curiosity about the world beyond music.  He gave Springsteen books to read – Steinbeck, Flannery O’Conner – and movies to see, particularly John Ford and Howard Hawks Westerns. Springsteen started tot think in lager terms than cars and highways; he began to look at his own story, his family’s story, in terms of American archetypes. The imagery, the story telling, and the sense of place in those novels and films helped fuel his songs.[i]

– David Remnick 

We are Alive – Bruce Springsteen at sixty-two – The New Yorker – 2012 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het integreren van verschillende inzichten. Meer bepaald gaat het hier over het integreren van een oud inzicht en een nieuw, pas waarderend begrepen, inzicht. Inzichten die, op het eerste gezicht, haaks op elkaar staan. Zoals in de quote hierboven, uit een lang artikel over Bruce Springsteen, waarin de journalist schrijft hoe Jon Landau, de manager van Bruce, deze laatste hielp om twee ogenschijnlijk verschillende wereldbeelden in zich te verenigen.

Integreren van verschillende inzichten houdt het begrip ‘synthese’ in en betekent dat een conclusie wordt uitgewerkt; conclusie die de verschillende inzichten integreert.

Om tot een goede integratie te komen, dient men, dat hebben jullie wel al begrepen, een stapje verder te gaan dan het simpelweg opsommen van info of het tegenover elkaar plaatsen van argumenten. Men dient de informatie en de argumenten ‘kritisch’ te beoordelen. Dan pas kan men gezamenlijk tot een goede conclusie komen. Die conclusie is dan in feite de gedeelde mening betreffende de ‘werkelijkheid’ waar het op dat moment over gaat.

Hoe kan men de verschillende inzichten nu integreren in een gedeelde mening? Dit zijn enkele tips die jullie op weg kunnen helpen:

  • Met welke argumenten ben ik het eens? Met welke ben ik het oneens? En waarom?
  • Welke argumenten wegen het zwaarst door? Welke zijn de belangrijkste argumenten?
  • Kan ik er zelf nog iets aan toevoegen? Eigen argumenten, bedenkingen, ideeën?
  • Wat kunnen we nu concluderen op basis van al deze argumenten?

Na het afwegen van alle argumenten kunnen jullie met jullie gesprekspartner(s) dus een gezamenlijk standpunt innemen dat dan de gedeelde mening vertegenwoordigd.

De synthese die we hier voor ogen hebben, gaat verder dan een toelichtende synthese. 
Die presenteert de informatie op een vrij objectieve manier. Anders gesteld, in een toelichtende synthese geeft men een overzicht van de info die nodig is om een bepaald thema waarderend te kunnen begrijpen. De synthese vormt als het ware een dialoog tussen de verschillende bronnen.

In tegenstelling tot de zuiver toelichtende synthese bevat een argumentatieve synthese bijkomde eigen standpunten. In dit soort synthese ondersteunt men eigen ideeën met argumenten die men haalt uit de inzichten van anderen. Inzichten die op het eerste zicht verrassend waren. Het is in feite een dialoog tussen de inzichten van anderen en eigen inzichten.

Eloïse, Edward en Elvire, een van de eigenschappen van een persoon die goed is in het correct voeren van wat ik Cruciale Dialogen noem, en die er bovendien voor zorgt dat zij of hij daar goed in blijft, is het vermogen om met anderen samen te werken aan een gedeelde mening of visie. Het vormen van een gedeelde mening gebeurt door het integreren van de verschillen, in de onderscheiden visies, in een nieuwe, unieke mening. 

Pour bien saisir les différences, 

il faut refroidir la tête, 

et ralentir le mouvement de la pensée. 

Marie-Jean Hérault de Séchelles 

Dat mensen dezelfde werkelijkheid op een verschillende manier zien, komt volgens Peter Senge omdat mensen verschillende distincties hebben[ii]. Mensen zijn gelukkig verschillend en die diversiteit maakt creativiteit mogelijk. Het vormen van een gedeelde mening is een wezenlijk onderdeel van de dialoog. De Griekse oorsprong van het woord ‘Dialogos’ betekent “doorheen mening”. Dus betekent dialoog eigenlijk het creëren van mening door(heen) de deelnemers aan de dialoog. Dit impliceert het elkaar ten volle begrijpen. Zoals we reeds gezien hebben, is er een groot verschil tussen een dialoog en een discussie. De Latijnse oorsprong van het woord discussie betekent fragmenteren. Je vindt dezelfde ‘roots’ in de woorden contusie (kneuzing) en percussie (slagwerk). Wat we doen bij een discussie is elkaar trachten te overtuigen met ‘slaande’ argumenten. Daarbij worden vaak dingen stukgeslagen. Beide gesprekpartners nemen een verschillend standpunt in, dat ze dan met slagkracht verdedigen. Dit leidt tot polarisatie van de standpunten, niet tot de integratie van inzichten. Men graaft zich in en dan nog in het eigen gelijk, het eigen denkkader. Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Deze wordt op een ‘synergetische’ wijze gecreëerd uit beide standpunten. Daardoor bouwen we beiden aan een groter geheel en zien we meer van de werkelijkheid. Anders gesteld, we bouwen aan een gedeelde visie: het beeld in mijn hoofd komt uiteindelijk overeen met het beeld in jouw hoofd. Kortom, het doel van deze fase is te komen tot een gedeelde visie van de werkelijkheid. 

Een korte typering van het begrip dialoog zou kunnen zijn dat het een uitstekend hulpmiddel is om een collectieve mening te creëren over wat er werkelijk in het hier en nu aan het gebeuren is. In een dialoog is het niet een kwestie van informeren of overtuigen. De intentie van een dialoog is de werkelijkheid waarderend begrijpen. Dit is iets heel anders dan informeren of overtuigen. 

In de dialoog zijn er geen hiërarchische niveaus. In de dialoog is de relatie er een van gelijken. Bovendien heeft niemand van die ‘gelijken’ de waarheid in pacht. Dit inzien maakt het gemakkelijk om het eigen oordeel op te schorten. Wij creëren de waarheid door een dubbele lus. Door het aanleren en gebruiken van de Creatieve wisselwerkingvaardigheden worden dialogen op een hoger niveau getild en creëren we bovendien een nieuwe cultuur. 

Om tot een gedeelde mening te komen, mogen we er niet van uitgaan dat het zenden van een boodschap automatisch een gedeelde mening creëert. Wanneer we de ander iets meedelen, gaan we er te veel van uit dat de ander de boodschap begrijpt zoals we deze hebben bedoeld. We vergeten daarbij dat meningen door mensen gedragen worden, niet door woorden. Hetzelfde woord kan heel verschillende betekenissen hebben voor de verschillende deelnemers aan de dialoog. Ook de intentie van diegene die boodschap brengt, is initieel van ondergeschikt belang. Het belangrijkste is wat diegene die de boodschap krijgt ervan begrijpt. Hij moet als het ware de boodschap correct decoderen. Daarom laat men de ander eerst uitspreken en valt men deze dus niet in de rede. Terwijl de ander spreekt, luistert men en is men niet bezig met een tegenargument te zoeken. Echt luisteren wil niet zeggen dat men met wat de ander zegt, akkoord gaat. Zelfs Waarderend Begrijpen, betekent niet dat men per se akkoord gaat met wat de ander zegt. Dit kan uiteraard wel en is wel geen conditio sine qua non voor het Waarderend Begrijpen. Nogmaals Waarderend Begrijpenvergt een open geest, en betekent niet per se akkoord gaan met alles wat de ander zegt. Men kan perfect het standpunt van de ander begrijpen, waarderen waar het op is gebaseerd en er toch niet volledig mee eens zijn. Men heeft de ander ‘kritisch’ begrepen. Men heeft ook de ander ten volle begrepen. Men heeft begrepen dat men, indien men in haar of zijn schoenen zou staan, denkelijk hetzelfde standpunt zou huldigen. 

Eloïse, Edward en Elvire, de kracht van de vaardigheid ‘integreren van de verschillende inzichten’ is dat uit die verschillende inzichten uiteindelijk een gedeelde mening wordt gevormd met betrekking tot de cruciale vraag, of het probleem, dat aan de orde is. Later zullen we zien dat dezelfde vaardigheid er ook voor zorgt dat er een gedeelde mening wordt gecreëerd inzake de mogelijke oplossing(en). 

De 2dekarakteristiek van Creatieve Wisselwerking gaat bij een dialoog over het tezamen denken. Door onze opinies met elkaar te delen, zonder angst om aangevallen te worden, kunnen we gezamenlijk die opinies naar waarde schatten, we denken gezamenlijk. Dit kunnen we niet als we onze aan eigen opinies mordicus vasthouden. 

Door de creatie van de gedeelde mening hebben we elkaar ten volle begrepen. Misschien ten overvloede, gedeelde mening wil niet zeggen dat iedereen in de dialoog alles op dezelfde manier ziet. Gedeelde mening betekent dat elkeen, die betrokken is in de dialoog, uiteindelijk een gedeelde mening heeft betreffende de cruciale vraag. Gedeelde mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen teneinde deze als legitiem te kunnen aanvaarden. Dit alles in de context van het waarderend begrijpen en (later) het oplossen van het gestelde probleem. 

Kortom, het creëren van de gedeelde mening is een conditio sine qua non voor het uiteindelijk correct kunnen evalueren van de vraag of het probleem en voor het uiteindelijk vinden van de broodnodige oplossingen. 

Gedeelde Mening

Nogmaals, het integreren van de verschillende inzichten (meningen) komt overeen met het vormen van een Gedeelde Mening. Er zijn verschillende aspecten aan het begrip Gedeelde Mening

Gedeelde Mening betekent dat de woorden die we gebruiken voor elk van ons dezelfde betekenis hebben of dat we waarderend begrijpen hoe elk van ons die woorden verschillend gebruikt en dat we daar rekening mee houden in onze dialoog. Op een dieper niveau betekent dit dat we de onderlinge distincties – op gebied van de waarden, overtuigingen en emoties die we geven en verbinden aan deze woorden – begrijpen. Het betekent ook dat we de concepten waar we over praten op een gelijkaardige manier begrijpen.

Gedeelde Mening betekent echt niet dat iedereen in het gesprek de zaken op dezelfde manier ziet, integendeel zou ik durven beweren. In eerste instantie is er een groot verschil in de inzichten van de deelnemers aan het gesprek. 

De eerste voorwaarde om te komen tot een Gedeelde Mening is dat, waar het gaat om het creëren van de gewenste toekomst, elke deelnemer in het gesprek datgene met de ander deelt wat zinvol voor haar of hem is. Het betreft de toekomst die diegenen, die betrokken zijn in het gesprek, willen creëren. Dit komt overeen met, zoals jullie weten, de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Authentieke Interactie.

De tweede voorwaarde is dat de deelnemers aan het gesprek elkaars perspectieven voldoende waarderend begrijpen om deze als legitiem te aanvaarden in de kader van het zoeken en realiseren van een gezamenlijke toekomst. Dit komt overeen met de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Waarderend Begrijpen.

Gedeelde Meningspeelt zich ook af in een bepaalde context. De betekenis die we geven aan een standpunt hangt af van het referentiekader waarin dit standpunt of inzicht waarderend wordt begrepen. En er is altijd een referentiekader of denkkader. De sleutel om tot een Gedeelde Mening te komen ligt in het creëren van een gedeeld denkkader om de inzichten waarderend te begrijpen. Dit denkkader dient relatief simpel en duurzaam te zijn. Het creëren van een Gedeelte Mening vergt dus de transformatie van de aan zet zijnde denkkaders of mindsets.

David  Bohm[iii]

Ook voor David Bohm was de rol van dialoog het creëren van Gedeelde Mening. Vanuit de ‘stroom van mening’, onder de deelnemers aan de dialoog, diende een gedeeld gekleurd bewustzijn te ontspruiten: de Gedeelde Mening. Daarbij zouden de deelnemers zich bewust dienen te zijn van het feit dat deze mening door hen wordt gecreëerd en dat die continu zou dienen bijgeschaafd worden, want nieuwe inzichten zullen steeds naar voor komen. Bohm stelde ook dat deze Gedeelde Mening het cement (de lijm) was dat (die) de verschillende elementen van een team, groep of zelfs een gemeenschap bij elkaar houdt. Uiteindelijk zag hij in dat, op het niveau van een organisatie of gemeenschap, de Gedeelde Mening overeenkwam met de cultuur van die organisatie of gemeenschap. Op het niveau van het individu zag hij de Gedeelde Mening als het voortschrijdend scheppingsproces van het Zelf. Wat ik dan weer het transformatieproces van de gecreëerde zelf naar de Originele Zelf toe noem.

Eloïse, Edward en Elvire, ook Bohm was ervan overtuigd dat, om een Gedeelde Meningte kunnen vormen, diverse verschillende inzichten nodig zijn. Dit komt dus overeen met de noodzaak aan diversiteit, het durven uitkomen voor de eigen mening en het ver weg blijven van het groepsdenken (GroupThink[iv]). Een tweede voorwaarde, nog steeds volgens David Bohm, was dat om een Gedeelde Mening te kunnen vormen, de deelnemers aan de dialoog hetgeen volgt dienden toe te laten: “words of the other have to penetrate deep inside them.” Daartoe dienen de deelnemers hun eigen (be)oordelende gedachten een halt toe te roepen teneinde de transformerende kracht van de inzichten van de ander niet weg te nemen. Anders gesteld, de deelnemers aan de dialoog dienen het risico om door de dialoog getransformeerd te worden te omarmen.

Wat Bohm voorstelt is dat wij door dialoog collectief helder bewust worden van, en verantwoordelijk reageren op, de gevormde Gedeelde Mening. Het is verwonderlijk, Eloïse, Edward en Elvire, hoe gelijklopend de ideeën van David Bohm (1917 – 1992), een Brits Kwantum-Natuurkundige, Neurowetenschapper en Filosoof, zijn met die van Henry Nelson Wieman (1884 – 1975), een Amerikaans Religieuze Filosoof. Henry Nelson schreef z’n dissertatie, waar voor het eerst z’n denkbeelden over Creatieve wisselwerking naar voorkwamen, in het jaar dat David geboren werd.


[i]David Remnick, Quote uit We Are Alive, Bruce Springsteen sixty-two, The New Yorker, 2012 (https://www.newyorker.com/magazine/2012/07/30/we-are-alive)

[ii]Fred Kofman and Peter M. Senge. Communities of Commitment: The heart of learning organizations.Elsevier: Organizational Dynamics, Volume 22, Issue 2, Autumn 1993, bladzijden 5-23

[iii]David Bohm, On Dialogue, (Edited by Lee Nichol), London: Routledge, first published 1996

http://files.meetup.com/13700432/%5BDavid_Bohm%5D_On_Dialogue%28BookZZ.org%29.pdf(edition published in the Taylor & Francis e-Library, 2003)

[iv]Paul ‘tHart, Irving L. Janis’ Victims of Groupthink. Political Psychologie, Vol. N° 2 (June 1991), bladzijden 247-278

BLIJF WAKKER ! – DEEL XVII

HOE ZOEK JE ‘DE PLUS ACHTER DE MIN’? 

Because these are the times when we’ve also seen folks marching, and in the highest offices of our land who want to speak to our darkest angels, who want to call up the ugliest and the most divisive ghosts of America’s past, and they want to destroy the idea of an America for all. That’s their intention. That’s what we’ve been seeing in the outrage of the broken families on the border, and in hate-filled marches on American streets, this year. Things I never thought I would see again in my lifetime. Things that I thought that were dead and gone forever, on the ash heap of history. 

We’ve come too far and worked too hard, too many good people paid too high a price, and paid with their lives to allow this to happen now … There’s been too much hard work done, and sacrifice. There’s a beautiful quote by Dr. King that says, “The arc of the moral universe is long but it bends towards justice.” It is important to believe in those words and to carry yourself, and to act accordingly, to live with compassion, and have faith in that what we’re seeing now, is just another hard chapter, in the long, long ongoing battle for the soul of the nation.[i]

– Bruce Springsteen 

Springsteen on Broadway – The Ghost of Tom Joad (Introduction) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer iemand iets beweert wat in jullie oren negatief klinkt, kan het moeilijk zijn om zelf niet negatief of defensief te reageren. Die reacties zijn, zoals jullie onderhand wel weten, uitingen van de persoonlijke Vicieuze Cirkel. Men verschanst zich in het eigen gesloten Mentaal Modelen bestookt van daaruit de mening van de ander. In vorige delen heb ik reeds aangetoond dat achter iets negatiefs steeds iets positiefs verscholen zit. Jullie herinneren zich zeker het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’ (Deel II). Ik gebruik doelbewust het woord verscholen. Want we zien het positieve in de mening van de ander, die we als negatief ervaren, niet meteen. Toch is het er! Teneinde onze ‘kniereflex’ reactie – afwijzen van de mening van de ander – af te remmen, kunnen we het positieve, dat in die mening verscholen zit, zoeken. Daartoe kan men een vaardigheid aanleren die ik, in navolging van Coert Visser[ii], ‘de plus achter de min’ zoeken heb genoemd. 

Het draait hier om het waarderend begrijpen van het voor jullie nieuwe standpunt of inzicht. Jullie raken niet uit de Vicieuze Cirkel van het (ver)oordelen, tot jullie dit standpunt ten volle begrepen en bovendien ook gewaardeerd hebben. Daartoe dient men z’n oordeel als het ware op te schorten en het eigen denkkader aan de kant te schuiven. Daarbij dient men de mening van de ander vanuit een nieuw perspectief te bekijken. Elke gesprekspartner dient daarenboven de innerlijke zekerheid te hebben dat elk standpunt iets positiefs herbergt, en bovendien ook de moeite doen om dit positieve te vinden. Het is dus belangrijk de houding ‘het positieve dat verscholen is, te zoeken en ook te vinden’ te hebben. Dit stimuleert niet alleen eigen nieuwe denkpatronen, maar ook die van anderen. 

Overigens zijn de begrippen positief en negatief van dezelfde orde als de begrippen goed en kwaad. Anders gesteld, deze begrippen zijn sterk contextueel gebonden. Wat in de ene situatie positief is, is in een andere negatief. Wat in de ene cultuur als positief ervaren wordt, krijgt in een andere cultuur een negatieve beoordeling. 

Zo werd ik in Calcutta Indië ooit (in januari 1977 om precies te zijn) voorgesteld aan de echtgenote van de CEO van het ingenieursbureau KREBS INDIA. Ik stak m’n hand uit om haar, bij wijze van begroeting, een handdruk te geven. De dame in kwestie deed echter een stap achteruit, mij beduusd achterlatend. Gelukkig kreeg ik enkele minuten later tekst en uitleg van de achttienjarige dochter van het echtpaar, die het tafereel had geobserveerd. Gezien haar moeder de vijftig gepasseerd was en ik een prille dertiger, had ik, bij wijze van begroeting, de zoom van haar sari, ter hoogte van haar voeten, dienen aan te raken. In onze cultuur, en nu zeker in het #metoo tijdperk, denk ik niet dat het een goed idee zou zijn om, als begroeting van een dame, te knielen en de zoom van haar jurk aan te raken. In het uur dat daar op volgde, heb ik meer geleerd over de culturele verschillen tussen Indië en West-Europa dan in de dertig jaar daarvoor. 

Zo kreeg ik van die oudste dochter des huizes de wind van voor omdat ik geen trouwring droeg. Ik had al verteld dat ‘ons Rita’ en dochter Daphne in België gebleven waren. Het was toen niet de gewoonte dat de familie van de start up ingenieur meereisde naar de plaats van de opstart van de nieuwe eenheid. De jonge dame in kwestie vroeg mij toen langs haar neus weg: “Of ik ook zo’n Fransman was?” Ik begreep haar cryptische vraag niet. Ik had haar toch net verteld dat ik niet de Franse nationaliteit had?!? Ik vroeg haar wat ze bedoelde met haar – naar haar lichaamstaal en de klankkleur van haar stem te oordelen – sarcastisch bedoelde vraag. Ze verduidelijkte dat elke Franse start-up ingenieur, die ze de laatste paar jaar had zien voorbijkomen, ook geen trouwring droeg en blijkbaar op Indische ‘versiertoer’ was geweest. Toen ik opmerkte dat geen enkele van de aanwezige dames een trouwring droeg, repliceerde zij met de tegenvraag: ‘Of ik kleurenblind was?” Ik ben inderdaad kleurenblind en toch onderscheid ik de hoofdkleuren, dus ging ik daar niet op in. Toen vroeg ze mij of ik verschillende kleuren zag ter hoogte van de haarscheiding van de aanwezige dames. Inderdaad dat zag ik. Elke dame had in hun gitzwarte haar, ter hoogte van de haarscheiding, inderdaad een kleur aangebracht. Dan kreeg ik de handleiding: haar kleur betekende ‘Maagd’ en de rode vermiljoen kleur van de haarscheiding van haar moeder en alle andere dames: ‘Gehuwd’. In beide gevallen was de bijhorende boodschap: “Don’t touch!” Blijkbaar had de jonge dame geen hoge dunk van West Europese heerschappen en had ze mij al van een weinig fraai label voorzien. En dat laatste omdat ik geen trouwring droeg.[iii]

Kort nadien werd de eerste gang van het avondmaal geserveerd. Alle aanwezigen, zo’n zestien personen, op dit, ter ere van m’n aankomst in Indië, georganiseerd feestje zaten in een cirkel. Aan de ene kant van de middellijn ervan zat de CEO geflankeerd door z’n ega, dus aan de andere kant van die imaginaire middellijn. De ene helft van de cirkel was toegewezen aan de dames van het gezelschap, de andere aan de heren. De heren waren zo te zien gerangschikt volgens ouderdom. Daar ik de jongste man van het gezelschap was, werd mij de plaats diametraal tegenover de echtgenote van de CEO toegewezen. Links van mij zat de dochter van de CEO, die dus recht tegenover haar vader zat. De rangorde van de dames werd bepaald door de relatie die ze hadden met de heren. Ik begreep toen dat de tiener uitgenodigd was om het aantal dames in evenwicht te brengen met het aantal heren. Toen iedereen een kom met het voorgerecht in de handen had, startte de CEO met het verorberen van de inhoud, in cascade gevolgd door de andere heren. Ik kan onmogelijk het daarbij horend klankspel beschrijven. Zelf startte ik niet met eten, vastbesloten de vrouw des huizes te laten voorgaan, want dat vond ik beleefd. Die dame keek mij zeer minzaam aan, maar startte niet met eten. Plots voelde ik een scherpe pijn ter hoogte van m’n linker enkel. De tiener had mij, met de punt van haar schoen, een flinke streep gegeven, al sissend: “Eat!!!”. Enkel toen ik begon te eten, startte haar moeder en, in cascade, ook de andere dames tot en met m’n ‘tafeldame’. Die laatste wel met een goed hoorbare “Oefff”.

Of een mening of een gedrag nu positief of negatief is, hangt dus sterk af van zowel de context als het gehanteerde referentiekader. Wij kleven een oordeel op die mening, maar dat wil niet zeggen dat ons oordeel correct en definitief is.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie weten ondertussen ook dat, wanneer jullie een mening van de ander niet waarderen en deze ‘vanuit de heup’ afschieten, omdat jullie het een ‘slecht’ idee vinden, het risico groot is dat de ander de volgende keer over haar of zijn ideeën, ook al zijn het ‘goede’, de mond zal houden. Tel uit jullie winst! 

Valuing the differences is the essence of synergy – the mental, the emotional, the psychological differences between people. And the key to valuing those differences is to realize that all people see the world, not as it is, but as they are

Stephen Covey 

de plus achter de min’zoeken 

Deze vaardigheid is gebaseerd op de aanname dat uiteindelijk niemand uit is op het negatieve. Het feit dat de ander met jou in gesprek is, is een aanwijzing dat de ander in ieder geval de wil heeft met jou samen te werken en eigenlijk hoopt dat de interactie nuttig zal zijn. Dus moet er, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, iets positiefs zitten achter wat de ander zegt of doet. Dit laatste kan er voor jou negatief uitzien, omdat het niet ‘past’ in je (denk)kader (Mentaal Model of referentiekader), toch is er minstens een positief element – voor jou nog verscholen– achter het negatieve. Wij zien van nature niet het gehele plaatje. Daar moeten we moeite voor doen. Overigens, de volledige ‘waarheid’ gaan we toch nooit achterhalen. Door in dialoog te gaan, kunnen we wel meer van ‘de waarheid’ te weten komen. 

Waarderend Begrijpen, betekent dat men het als haar of zijn taak ziet de verborgen plussen achter de min te vinden; want het zijn er meestal meerdere. Door gerichte vragen te stellen – Nederig Vragen – en dit op een respectvolle en nieuwsgierige manier, is het waarschijnlijk dat men zowel zichzelf als de andere persoon helpt om de positieve elementen van zijn idee, van zijn perceptie, boven water te krijgen. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer elk van jullie zich deze vaardigheid heeft eigen gemaakt, ontvouwt zich in jullie hoofd – wanneer jullie geconfronteerd worden met zogenaamd negatieve uitingen (de ‘minnen’) – in hoog tempo het volgend proces:

  1. Men onderkent dat de mening van de ander niet prettig aanvoelt;
  2. Men vergeeft zichzelf de defensieve reflexen die men voelt opkomen;
  3. Men herinnert zich dat men niet de waarheid in pacht heeft, dus dat die defensieve reflexen naast de kwestie zijn;
  4. Men besluit bewust zich niet te laten leiden door deze reflexen;
  5. In plaats daarvan herinnert men de aanname dat achter iedere min een plus verstopt zit, en dat het voor beiden beter is die plus te vinden;
  6. Men verplicht zichzelf de plus achter de min te zoeken;
  7. Men erkent wat de ander heeft gezegd en toont begrip;
  8. Men zoekt naar de plus door de afknalzin, die opwelt, positief te herformuleren en door gerichte vragen te stellen;
  9. Wanneer men de plus heeft gevonden, vat men die samen en kan er door beiden verder aan de weg getimmerd worden.

Een woordje uitleg bij punt 4. Men focust zich daarbij op het heden. Die focus heeft veel te maken met Mindfulness. Men is zich bewust van wat in het eigen hoofd omgaat en men leidt de gedachten van de Monkey Mind (zie Deel II en Deel XIV) naar de uitgang. Men focust zich op wat werkelijk gezegd is, niet op welke gevoelens dit oproept. Men laat die laatste los. Men kiest voor Mindful in plaats van Mind Full: 

Hier zijn enkele voorbeelden van reacties en vragen die bruikbaar kunnen zijn: 

  • “Je hebt vast een goede reden om dat te zeggen (of te doen). Kan je me die meedelen?”; 
  • “Ik zou het interessant vinden om daar iets meer over te horen.”; 
  • “Wat is belangrijk voor jou?”; 
  • “Kun je me iets meer vertellen over waar je aan zit te denken? Ik zou het graag 
  • weten om een en ander te kunnen begrijpen.”

Deze aanpak heeft verschillende voordelen: 


  • Hij neemt de ander heel ernstig en dit wordt bijna altijd erg gewaardeerd. Praktisch iedereen heeft een sterke drang tot wederkerigheid, wat betekent dat wanneer je de ander ernstig neemt, deze jou ook au sérieux zal nemen;.
  • Hij maakt het makkelijker voor anderen om te uiten wat hen dwarszit. Misschien gaat het proces te snel voor hen en kunnen ze het niet volgen. Misschien hebben ze deze aanpak al eerder geprobeerd en werkte die niet. 
  • Hij maakt het voor de ander mogelijk je te helpen jouw aanpak bij te sturen en daardoor effectiever te worden. ‘Weerstand’ kan helpen om te ontdekken wat belangrijk is voor de ander. Door te begrijpen wat de ander zegt, kan men haar of zijn aanpak aanpassen en beter op de context van de ander afstemmen. 

Het zien van zowel positieve als negatieve elementen in wat de ander zegt, is een onontbeerlijk en waardevol element van het leren. Wat ieder van ons dient te doen, is zowel de positieve als de negatieve elementen terzelfder tijd aanvaarden. Dit zowel voor eigen standpunten als voor standpunten van de ander. Dit laatste teneinde te leren van de waarheid van de ander. Wanneer je direct oordeelt in de zin van ‘goed’ of ‘slecht’, is dit nadelig voor je vermogen om waarderend te begrijpen. 


De huidige neurowetenschap bevestigt vele van Freuds ontdekkingen betreffende de menselijke geest. De menselijke geest is verre van een statische entiteit, maar een wervelend geheel met een grote graad van complexiteit. Niet alleen zijn verschillende ideeën met elkaar in conflict; hetzelfde idee trekt terzelfder tijd – ‘onvermijdelijk’ zou Freud gezegd hebben – positieve en negatieve evaluaties aan. 

Psychoanalyse beschrijft levendig hoe mensen trachten om te gaan met dit altijddurend conflict. Een strategie is de positieve emotionele inhoud van de negatieve af te splitsen. Een volwassener strategie bestaat erin het conflict te aanvaarden en ervan te leren. 

Elk nadeel heb z’n voordeel. 

Johan Cruyff

Bij de plus achter de minzoeken, is het belangrijk om goed door te vragen. Hierdoor wordt het steeds duidelijker wat iemand belangrijk vindt en waarom dat voor die persoon zo belangrijk is. Terwijl de ander dit stap voor stap duidelijker maakt, zal zij of hij in het algemeen ook rustiger worden. Bij het doorvragen houdt men twee aspecten in gedachten: het waten het waartoe. De onderstaande figuur illustreert dit. Daarbij maken de respectievelijke groottes van de ‘min’ en ‘plus’ ovalen duidelijk dat enerzijds de ‘min’ in het oog springt en dat anderzijds men moeite moet doen om de ‘plus’ te ontdekken. Ik gebruik hier bewust het begrip ‘ont-dekken’ omdat de ‘plus’ er op een verscholenmanier wel degelijk is.

Wanneer men zich in eerste instantie negatief uit, dan benoemt men in feite wat men niet wil, waar men last van heeft. Wanneer men echter op zoek gaat naar de plus achter de min dan kan men stap voor stap onder woorden gaan brengen wat men wel wil. Anders gesteld, men verduidelijkt wat men waardevol vindt. De wat-vraag is de vraag teneinde te kunnen ontdekken wat men in de plaats wil van datgene waar men nu ontevreden over is. Met andere woorden, het is de vraag betreffende hoe men zou willen dat de situatie transformeert. De waartoe-vraag gaat over wat het voordeel van die gewenste situatie is. Met andere woorden, wat er effectief beter zou zijn/gaan als de ‘Wat?’ werd gerealiseerd?

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer men zo doorvraagt, ontstaat er meestal een heel helder plaatje van wat iemand zou willen en waarom dat belangrijk voor die persoon is. Jullie luisteren aandachtiger en beginnen daardoor beter te begrijpen dat de persoon niet iets negatiefs nastreeft, en dat er werkelijk iets positiefs zit achter wat jullie op het eerste gezicht als negatief beoordelen. Dit leidt er vaak toe dat er meer begrip en welwillendheid ontstaat en dat de kans op samenwerken toeneemt. Een samenwerking die uiteindelijk zal leiden naar ‘het één en het ander & verschillend van’ antwoorden op cruciale vragen of dito oplossingen voor de problemen die zich voordoen.


[i]Bruce Springsteen, Quote uit The Ghost of Tom Joad (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Columbia Records, 2018

[ii]Coert Visser: https://progressiegerichtwerken.nl/de-plus-achter-de-min-zoeken/

[iii]Ik droeg toen m’n trouwring niet omdat a) dit ‘not done’ is wanneer men een industriële installatie opstart en b) omdat ik nogal onhandig ben (dit is een eufemisme, hé Eloïse ?!?) en daardoor zeker m’n trouwring ergens verloren zou hebben, indien ik deze naar Indië had meegenomen.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XVI

HOE NEDERIG VRAGEN?

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

– Bruce Springsteen

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid, waar ik het in dit deel over heb, betreft het, op een nederige manier, stellen van de juiste vragen teneinde de boodschap van de ander te kunnen appreciëren. Bij vorige karakteristiek Authentieke Interactie hoorde de vaardigheid Bevragen en Bepleiten. Het doel van die bevraging was om de boodschap van de ander te kunnen begrijpen. De tweede karakteristiek, Waarderend Begrijpen, vereist dat die boodschap ook naar waarde wordt geschat. Ook, en ik stel zelfs voornamelijk, wanneer die boodschap ‘tegendraads’ is. Met andere woorden, wanneer de boodschap tegen de haren strijkt en men ze liefst van al zou dumpen. We weten ondertussen al dat we dan ‘het kind met het badwater’ wegkieperen. 

De hoogste opgave van het menselijk kennen is:

Begrijpen wat je niet begrijpen kan.

Johan Cruyff

Eloïse, Edward en Elvire, in elke boodschap zit iets nuttig. Het is de bedoeling om een volledig correct inzicht te krijgen in de stelling van de ander. Anders gesteld, het is de bedoeling die stelling correct te waarderen. Begrijpen wat je niet begrijpen kan, vereist Nederig Vragen.

Inleiding

Het is een hele kunst om in deze context de juiste vraag, op het juiste moment en op de juiste manier te stellen. Dit dient bovendien op een eerlijke wijze te gebeuren, dus respect vol. Niet vanuit de hoogte, niet sarcastisch en zeker niet spottend. Open vragen zijn aan de orde; zo weinig mogelijk gesloten vragen en zeker geen manipulerende. Men gebruikt enkel maar gesloten vragen om wat men begrijpt en waardeert te toetsen aan wat de zender heeft bedoeld. Daarbij kan de vierde vaardigheid van de vorige karakteristiek Bevestigend Parafraseren in vraagvorm worden gebruikt. Het doorlopen van het Cruciale Dialoogmodel is nu eenmaal niet lineair, maar oscillerend, een staande acht beweging als het ware tussen karakteristieken één en twee van de liggende acht

Bij deze karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen is het de bedoeling door het vragen het oordeel uit te stellen totdat een en ander waarderend begrepen is. Dus niet beoordelen en zeker niet veroordelen in de vraagstelling zelf. Daarom zijn waarom vragen meestal uit den boze. Ze kunnen veelal correct omgevormd worden in ‘Wat’ of ‘Hoe’ vragen. Dus niet zeggen: ‘Waarom heb je deze mening?” maar eerder: ‘Hoe kom je tot dat besluit?” of nog beter misschien: “Op wat baseer je je om dit zo te stellen?” Wees creatief in de vraagstelling teneinde niet bedreigend over te komen. Integendeel, men dient, wat Ed Schein in z’n boek ‘Humble Inquiry’[i] stelt, tot een nederige vraagstelling te komen. Nogmaals het stellen van vragen heeft niet als doel te oordelen of te corrigeren. De bedoeling is begrijpen en waarderen. Ik noem deze vaardigheid, in navolging van Edgar Schein, Nederig Vragen.

Who questions much, shall learn much and retain much. 

Francis Bacon 

Het stellen van bijkomende vragen is een manier om de afknalzinnen (zie deel XV) achterwege te laten. Men kan daarbij de afknalzin, die op de tong ligt, herformuleren in een prachtige vraag. Bijvoorbeeld niet zeggen: “Daar hebben wij het budget niet voor”, maar: “Hoe zie jij dit te verwezenlijken binnen onze budgettaire mogelijkheden?” Door dit te vragen geef je de ander de mogelijkheid zijn idee in detail uit de doeken te doen. 

De afknalzinnen vinden hun oorsprong in het niet eens zijn met wat de ander zegt. Men doorloopt als het ware het Cruciale Dialoogmodel aan lichtsnelheid. Wat de ander zegt, wordt negatief beoordeeld; dit brengt een emotie teweeg, waardoor gezocht wordt naar een afdoend antwoord en … dat wordt dan de gekozen afknalzin. Praktisch elke afknalzin kan echter positief geformuleerd worden. De kritiek: “Dit idee zal nooit werken”, wordt in een vraag omgebogen tot: “Hoe ga je dit idee concreet verwezenlijken?” “Dit is geen realistisch plan” kan geformuleerd worden als: “Hoe kan je de stappen van jouw plan concreet en uitvoerbaar maken?” De klacht: “Dat vergt te veel inspanning!” wordt positiever door te stellen: “Hoe kan je het gemakkelijker en eenvoudiger uitvoerbaar maken?” Deze vragen hebben iets gelijkaardigs voor ogen als de afknalzin, maar zijn heel wat positiever en daardoor productiever. 

De vaardigheid Nederig Vragen heeft de bedoeling de kritiek die in ons opwelt, met behulp van de basisconditie Nieuwsgierigheid, om te buigen in een eerlijke vraag teneinde waarderend te begrijpen. Niet alleen Waarderend Begrijpen wat de ander zegt; ook waar zijn perceptie vandaan komt. Men nodigt de ander als het ware uit zijn referentiekader voor jou duidelijk te maken. Daardoor krijgt men meer inzicht in de mindset van de ander.

De vragen die men stelt, hebben ook de bedoeling om klaarheid te brengen in de ambiguïteit waarin men zich bevindt. Maak dan ook dat je klare vragen stelt. Een klare vraag krijgt meestal ook een klaar antwoord. Een klare vraag voldoet aan de volgende voorwaarden: 

  • is begrijpelijk en zo kort mogelijk geformuleerd;
  • heeft het antwoord niet letterlijk in zich;  
  • past bij het onderwerp;
  • bestaat niet uit twee vragen tegelijk;
  • volgt het KISS-principe (Keep It Short and Simple). 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hoeven echt niet bang te zijn stomme vragen te stellen. Wanneer jullie iets niet begrijpen, wees daar eerlijk over en stel een vraag. Overigens, stomme vragen bestaan eigenlijk niet; stomme antwoorden daarentegen wel. Door vragen te stellen, tonen jullie dat jullie goede luisteraars zijn en dat jullie willen begrijpen. Soms luisteren we niet goed naar wat de ander zegt. Wij zijn te druk bezig met het reeds formuleren van onze repliek. De vaardigheid Nederig Vragen helpt ons te focussen op wat de ander werkelijk zegt.

Nederig Vragen

Nederig Vragen (Humble Inquiry) is de kunst iemand vragen te stellen waarvan je het antwoord nog niet kent. En dit met een dubbel doel: a) het standpunt van de ander te kunnen waarderen en b) een positieve relatie op te bouwen, gebaseerd op nieuwsgierigheid en interesse in de andere persoon. Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, de meeste mensen reageren, wanneer zij iets horen verkondigen – waarvan zij het nut niet inzien (uiteraard berust deze evaluatie op hun eigen, meestal vastgeroest, denkkader), niet echt kennen en niet kunnen waarderen (onbekend is onbemind) of dat als regelrecht absurd overkomt – sterk afwijzend. 

Eloïse, Edward en Elvire, Nederig Vragen zet de eerste impuls (het afwijzen) om in het nederig bevragen van het inzicht en dus de kennis van de ander. Met andere woorden, jullie bevragen die ander teneinde te weten te komen waarop zijn stelling (die voor jullie absurd of bij de haren getrokken lijkt) gebaseerd is. Jullie zich opstellen, vereist Nederig Vragen een psychologisch veilige omgeving. De juiste vragen stellen op een nederige manier zorgt ervoor dat relaties verdiept worden en problemen opgelost worden. Het is een onderdeel van de kunst echt sociaal te zijn. 

Hoe helpt het Nederig Vragen bij het bouwen van een relatie? 

We leven in een cultuur van stellen en poneren. In die cultuur vinden we het lastig vragen te stellen, laat staan dat we de vaardigheid Nederig Vragen zouden aanleren. “Wat is er dan mis met vertellen op de manier van stellen en poneren?”, hoor ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vragen. Het korte antwoord is sociologisch van aard. Poneren zorgt dat de ander zich minder voelt. Het impliceert dat de ander niet weet wat ik vertel en dat die andere persoon dat hoort te weten. Wanneer men dingen te horen krijgt, die men eigenlijk diende te weten of waar men ten minste aan had moeten denken, zal men ongeduldig worden en zichmisschien wel beledigd voelen. Dit zijn dan weer ‘kniereflex’ reacties die we kunnen missen als kiespijn. Let wel, men begrijpt wel wat de ander stelt, men waardeert het echter niet ten volle. Men dient zich kwetsbaar op te stellen. En daar hebben wij het met z’n allen nogal moeilijk mee.

De vrager stelt zich bij Nederig Vragen tijdelijk kwetsbaar op. Dit impliceert dat de andere persoon iets weet dat de vrager nodig heeft of wil weten. Daarom dient niet alleen de communicatie zuiver te zijn, de relatie dient ook optimaal te zijn. Om die relatie te verstevigen, dient de vrager de ander niet te vertellen dat hij het verkeerd voor heeft, maar dient zij of hij nederig vragen te stellen teneinde waarderend te kunnen begrijpen waar de ander het echt over heeft. Edgar H. Schein noemt het “The gentle art of asking instead of telling.” Ik vertaal dit als “De zachtaardige kunst van het vragen in plaats van het poneren.” 

Nederig Vragen is eigenlijk investeren in de relatie door de ander de volle aandacht te geven. De nederige vraag vertelt de ander: “Ik ben bereid te luisteren en me kwetsbaar op te stellen”. Het resultaat van die investering bekom ik wanneer de ander mij iets duidelijk maakt. Iets wat ik nog niet wist en wat belangrijk is teneinde een correct inzicht in de werkelijkheid te krijgen. Door die nieuwe informatie te waarderen wordt bovendien onze relatie op een hoger peil getild.

Vertrouwen bouwt zich aan mijn kant op omdat ik mijzelf kwetsbaar opgesteld heb, en omdat de ander er geen misbruik van gemaakt heeft of mij genegeerd heeft. Vertrouwen bouwt zich bij de ander op omdat ik interesse heb getoond in wat de ander te vertellen had en echt moeite doe om dit te waarderen. Een gesprek dat een vertrouwensrelatie tot stand brengt, is daarom een interactief proces waarin beide partijen investeren en iets van waarde terugkrijgen. Dit geeft ook aan dat er een wisselwerking is tussen twee karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsprocesAuthentieke Interactie en Waarderend Begrijpen.

Hoe komt het dat Nederig Vragen eigenlijk nog geen gewoonte is? 

Natuurlijk denken we te weten hoe we vragen moeten stellen, maar we realiseren ons echter niet hoe vaak onze vragen eigenlijk een vorm van poneren zijn – retorisch of om onze waarheid te testen. We zijn geprogrammeerd om te poneren in plaats van te bevragen. Dit mede omdat we leven in een pragmatische, probleemoplossende cultuur, waarin het weten van dingen en het poneren van zaken aan anderen als iets van waarde wordt gezien. Nederig Vragen wordt in die cultuur gezien als een teken van zwakte en onwetendheid, dus wordt Nederig Vragen zo veel mogelijk vermeden.

Nederig Vragenresulteert in het tonen van interesse en de bereidheid te luisteren en het waarderend begrijpen van de ander. Het impliceert ook een staat van afhankelijkheid van de ander, waardoor het wijst op een soort van hier en nu nederigheid, welke onderscheiden dient te worden ten overstaan van twee andere vormen van nederigheid.

Om Nederig Vragen goed te kunnen begrijpen moeten drie soorten nederigheid te worden onderscheiden en dit op basis van drie soorten status:

1. Standaard nederigheid.  In traditionele samenlevingen waar status wordt verkregen bij geboorte of gekoppeld is aan een sociale positie, is nederigheid geen keuze maar een voorwaarde. Iemand kan dit accepteren of er zich ver van weg houden; het kan echter niet gewijzigd worden. In de meeste culturen is de hoogste klasse een intrinsiek respect gegund op basis van de status waarmee die geboren is. 

2. Situationele nederigheid. In samenlevingen waar status wordt toegekend door de dingen die iemand bereikt heeft, neigen we ons nederig op te stellen in het bijzijn van mensen die duidelijk meer bereikt hebben dan wij dit hebben gedaan. Daarbij bewonderen we de ander en stellen we ons nederig op. 

3. Hier-en-nu nederigheid. Deze derde soort nederigheid is cruciaal voor het het nederig stellen van vragen. Hier-en-nu nederigheid betreft hoe je je afhankelijk voelt van de ander. Mijn status is op dat moment inferieur aan die van de ander omdat die ander iets weet of iets kan doen, dat ik nodig heb bij het bereiken van het doel dat ik gekozen heb. Ik dien nederig te zijn omdat ik ‘hier en nu’ van de ander afhankelijk ben. Ook hier heb ik een keuze. Ik kan uiteraard de afhankelijkheid ontkennen en vermijden dat ik mijzelf bescheiden moet voelen. Daardoor zal ik weliswaar niet verkrijgen wat ik nodig heb, namelijk een correct inzicht in de werkelijkheid. Daardoor kom ik niet waar ik komen wil. We falen eigenlijk collectief! Helaas zijn mensen vaak bereid te falen, in plaats van hun afhankelijkheid van iemand toe te geven. 

Deze derde vorm van nederigheid is in prestatiegerichte culturen moeilijk aan te leren omdat in die cultuur kennis, en het ten toon spreiden ervan, aanzien heeft. Het nederig zijn in het hier-en-nu insinueert blijkbaar een verlies van status. Wij dienen heel dringend te begrijpen dat we interafhankelijk zijn van elkaar! Hier-en-nu nederigheid is steeds meer nodig voor alle soorten leiders, managers en professionals, gezien in de huidige management realiteit wederzijdse afhankelijkheid een basisvoorwaarde is. Nederige Vragen, gehanteerd door een leider, zorgt ervoor dat zij of hij het team vraagt of haar of zijn manier van leiding geven aanslaat en daarbij openstaat voor opbouwende kritiek. Dit is nog moeilijker te leren wanneer sommige leden van het team uit een traditionele cultuur komen waarin het falen de voorkeur heeft ten opzichte van ‘gezichtsverlies’. Hopelijk bestaat dit soort bedrijfscultuur niet meer wanneer jullie aan de slag zullen gaan. Alleszins heb ik er gans m’n leven tegen gestreden. Dit reeds van bij de eerste maanden dat ik in ‘den Kuhlmann’ als ingenieur was gestart. Eloïse, Edward en Elvire, hier m’n verhaal uit 1971 (jullie moeder was toen nog niet geboren!):

Ik liep mee in de ploegendienst, als een soort ‘vijfde wiel aan de wagen’. Ik had daarvoor de toelating gevraagd aan m’n toenmalig directeur Nicolas Kopylov, die mij voorspelde dat ik binnen de week zou afhaken. Mede door de zeer stroeve en moeilijke opstart van de eenheid ‘Contact 3’ liep ik uiteindelijk een kleine zes maand ploegendienst. Na een volledige cyclus – morgendienst, avonddienst en nachtdienst – haakte ik mij voor de volgende cyclus vast aan een andere ploeg. Wanneer ik Bruce Springsteen hoor zingen: “I learned more from a three minute record, than we ever learned at school”[ii], parafraseer ik die quote steevast als “Ik heb, in de zes maand dat ik ploegendienst liep, meer geleerd dan gedurende de vijf jaar aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG).” 

Uiteraard had ik praktisch geen ‘hands on’ kennis van het runnen van een zwavelzuureenheid. Wat mij echt opviel was dat m’n ploeggenoten steeds vragend naar mij keken telkens er zich een technisch probleem voordeed. Ik was tenslotte burgerlijk ingenieur, toch?!? Toen ik hen eerlijk stelde dat ik de oplossing van het probleem niet kende, keken ze verbaasd. Ik vroeg hen toen: “Wat zouden jullie doen indien ik iets zou voorstellen, waarvan jullie zeker zijn dat het niet, of zelfs averechts zou werken?” antwoorden ze: “Dan voeren wij uw idee zonder verpinken uit!” Ik stelde dat dit toch zinloos was, waarop ze antwoorden: “De ingenieur heeft altijd gelijk, ook al heeft hij ongelijk. Wij zijn maar arbeiders.” Ik heb hen toen duidelijk gemaakt dat ik niet zo’n ingenieur was en dat ik met hen ploegendienst deed teneinde van hen te leren. In elk van de vier ploegen heeft dit scenario zich herhaald. De arbeiders volgden de bevelen van de ingenieur op, ook wanneer ze pertinent wisten dat die waardeloos waren. Ze gaven wel toe dat ze vaak in hun vuistje lachten, edoch wel uit het zicht veld van de ingenieur in kwestie … Heel vlug maakte ik hen duidelijk dat zij mij mochten terechtwijzen en dat ik dit niet zag als ‘gezichtsverlies’, eerder als een natuurlijk onderdeel van m’n leerproces.

Je zou kunen zeggen dat nederigheid een van m’n kernwaarden is. Hoewel dat niet altijd zichtbaar is. Dit omdat ik de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, Authentieke Interactie, van binnenuit beleef, en dat is overduidelijk zichtbaar.  Dat ik in wezen nederig ben, heeft uiteraard te maken met m’n opvoeding. Zoals jullie Eloïse, Edward en Elvire, waarden meekrijgen van jullie moeder, Daphne, kreeg ik ze mee van mijn ouders. Niettegenstaande ik de eerste (en wat later bleek de enige) van ons huisgezin van zeven kinderen was die universitaire studies aanvatte, zorgde vader Roels er voor dat ik niet ‘naast m’n schoenen begon te lopen’. Wat men er aan de RUG gedurende de week trachtte in te pompen – dat we als burgerlijk ingenieur een uitzonderlijke status zouden bekomen – werd er door vader Richard, op z’n eigen humoristische manier, gedurende het weekend netjes ‘uitgeklopt’. Ik ben hem er, eerlijk gezegd, nog steeds dankbaar voor. Slechts veel later begreep ik ten volle – uit het waarderend begrijpen van Charlie Palmgren’s wijsheid – dat  iedereen dezelfde Interinsieke Waardeheeft en dat de extrinsieke waarde die men verwerft vooral te maken heeft met de kansen die men krijgt. Men dient die uiteraard te grijpen, maar daarom dient men zich niet beter te achten dan een ander!

Wat betekent nederigheid eigenlijk? De essentie kan ik in vijf punten geven. Ik heb die in de loop der jaren met vallen en opstaan geleerd. Ik geef ze jullie, Eloïse, Edward en Elvire, hierbij mee:

  1. Nederig zijn betekent dat men zichzelf accepteert zoals men werkelijk is. Iemand die zowel het Creatief wisselwerkingsproces als de Vicieuze Cirkelin zich heeft. Iemand die weet hoe die laatste te ontzenuwen. Iemand die niet overgevoelig is voor de bedreigigingen van z’n ego. Want hij die weet dat z’n ego niets anders is dan z’n gecreëerde zelf die voor verbetering vatbaar is
  2. Nederige mensen zijn niet zo begaan met hun ego in enge zin. Zij timmeren daarentegen wel aan de weg naar hun Originele Zelf;
  3. Nederige mensen staan daarbij open voor nieuwe inzichten, zowel over de wereld om zich heen als over zichzelf. Ze weten dat ze de waarheid niet in pacht hebben. Ze maken zich geen zorgen dat ze misschien zullen afgaan, wanneer ze iets met stelligheid beweren (een gevolg van het beleven van Authentieke Interactie). Want ze weten dat dit een onderdeel is van een gezond leerproces. Ze staan ook na iedere miskleun sterk weer op!; 
  4. Nederige mensen kennen zichzelf goed. Ze nemen ook verantwoordelijkheid op zich telkens ze iets fouts hebben gedaan;
  5. Nederige mensen zijn er ook van overtuigd dat iedereen dezelfde Intrinsieke Waarde heeft. (zie Deel IV).

Anders gesteld: “Humility is not thinking less of yourself, but thinking of yourself less.” Deze quote wordt op het internet steevast toegeschreven aan C.S Lewis; hij is echter Rick Warren[iii]. Op zich een prachtige quote, wat niet niet wegneemt dat wat Lewis echt schreef volgens mij nog diepgaander was. Oordeel zelf maar Eloïse, Edward en Elvire:

Do not imagine that if you meet a really humble man he will be what most people call ‘humble’ nowadays: he will not be a sort of greasy, smarmy person, who is always telling you that, of course, he is nobody. Probably all you will think about him is that he seemed a cheerful, intelligent chap who took a real interest in what you said to him. If you do dislike him it will be because you feel a little envious of anyone who seems to enjoy life so easily. He will not be thinking about humility: he will not be thinking about himself at all.

If anyone would like to acquire humility, I can, I think, tell him the first step. The first step is to realise that one is proud. And a biggish step, too. At least, nothing whatever can be done before it. If you think you are not conceited, it means you are very conceited indeed.[iv]

Dit is de ongebreidelde C.S. Lewis. Voor hem zal, de echt nederige man “niet denken over nederigheid, hij zal helemaal niet denken over zichzelf.” Dit echt inzien begint met het toegeven dat men zich zichzelf meestal hoger inschat dan nodig; want schrijft Lewis: “als je denkt dat je niet verwaand bent, dan ben je juist zeer verwaand”.

In een nieuwe en dubbelzinnige situatie zullen mensen veelal terugvallen op hun eigen culturele regels en kunnen ze, voor wie die regels niet kent, onverwacht handelen. Een leider van een multicultureel team die erg graag open communiceert, zal de vaardigheid Nederig Vragen inzetten om een goede relatie op te bouwen met de teamleden, hen psychologisch veilig te latenvoelen en hen in staat te stellen om de problemen die zich voordoen samen op te lossen.

Vragen stellen is zowel een wetenschap als een kunst. Professionele vragenstellers, zoals enquêteurs, hebben decennia onderzoek gedaan over hoe vragen te stellen om antwoorden te krijgen die ze willen bekomen. Effectieve therapeuten, counselors en consultants hebben deze kunst opgetild een hoger niveau. De meeste van ons, echter, hebben zich nog niet afgevraagd hoe vragen gesteld dienen te worden in de context van alle daagse gesprekken, laat staan wanneer het er echt toe doet. 

Wat we vragen, hoe we het vragen, waar we vragen en wanneer we iets vragen, zijn belangrijke aspecten van Nederig Vragen.De kern van Nederig Vragen gaat verder dan onverbloemd vragen stellen. Het type vragen waar ik het hier over heb, steunt op een houding van interesse en nieuwsgierigheid. Dit veronderstelt een drang een relatie op te bouwen die zal leiden naar een sterkere mate van open communicatie. Het suggereert ook dat iemand zich kwetsbaar opstelt, en daarmee de energie opwekt voor een positieve, op hulp gerichte, houding bij de ander. Zo’n houding laat zich, naast de specifieke vraag die we stellen, zien in de diverse gedragingen. Het is een empathische manier van vragen stellen, en helemaal niet sarcastisch of uit de hoogte, integendeel! Soms tonen we een bepaalde mate van interesse door onze lichaamstaal en/of het laten vallen van stiltes, waardoor de andere persoon aangezet wordt om te praten, zonder dat we zelf iets gezegd hebben. Door de nieuwsgierigheid aan te zwengelen, vermindert de eigen ‘bias’ en zet ik mijn aannames en vooroordelen even aan de kant. Men geeft wel de onwetendheid toe. Want men kan de stelling van de ander maar moeilijk waarderend begrijpen; daartoe is de hulp van de ander nodig.

Wanneer ik in de nederig vragen modus ben, wil ik echt waarderend begrijpen hoe de ander de werkelijkheid ziet. Daarbij maak ik mezelf ‘leeg’ en zet eigen vooroordelen en percepties on hold. Nederig vragen stellen heeft te maken met het eigen ego en z’n Monkey Mind het zwijgen op te leggen. Want die wil toch enkel maar ‘gelijk krijgen’. Nogmaals, ik heb de waarheid niet in pacht! Bovendien vertel ik m’n waarheid niet bij Nederig Vragen. Anders gesteld, ik vertel dus geenszins hoe ik het zie (daar had ik al de gelegenheid toe in vorige karakteristiek). Ik bevind mij echt in de bevragingsmode en laat de ander in de vertelmode. Ik vraag dus nederig omdat blijkbaar de ander iets doorziet, wat ik helemaal niet begrijp. Die ander heeft dezelfde Intrinsieke Waardeals ik en bovendien ziet zij of hij iets, wat ik helemaal niet doorheb. 

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.

Johan Cruyff

Ik koppel dus m’n nederigheid aan m’n nieuwsgierigheid (“Hoe komt het toch die ander iets ziet wat ik niet zie?!?) en beoefen de Nederig Vragenvaardigheid. Ik ga er ook van uit dat de ander authentiek zal antwoorden op mijn nederige vragen en geen ‘politiek correcte’ antwoorden zal geven. Nogmaals, het doel van Nederig Vragenis de ander ten volle begrijpen op een waarderende manier. Ik aanvaard daarbij dat, hoe de ander de werkelijkheid ziet, wel degelijk legitiem is!

Gevoelens bij de hier-en-nu nederigheid zijn de basis van nieuwsgierigheid en interesse. Als ik aanvoel dat ik iets van de ander kan leren of iets van de ander wil horen, zal dit mij tijdelijk afhankelijk en kwetsbaar maken. Het is precies deze tijdelijke ondergeschiktheid die ervoor zorgt dat ik mij psychologisch veilig voel, waardoor de kansen vergroot worden dat de ander mij zal vertellen wat ik nodig heb en wat mij helpt om de boodschap diepgaand te kunnen waarderenAls de ander deze situatie uitbuit, liegt, er misbruik van maakt of iets vertelt waar ik niets mee kan aanvangen, zal ik dit haar of hem duidelijk maken. Indien integendeel, de ander mij vertelt wat ik weten moet en mij daardoor helpt waarderend te begrijpen, is de start van een positieve relatie gemaakt. 

Nederig Vragen in deze context suggereert uiteraard dat je vragen stelt. Echter niet zomaar een vraag. Het dilemma in de cultuur binnen de Westerse wereld is dat men blijkbaar het onderscheid niet ziet tussen Nederig Vragen en andere manieren van vragen zoals leidend vragen, retorisch vragen, vernederend vragen of statements in de vorm van een vraag, welke bewust provocatief zijn en bedoeld zijn om de ander zich minder goed te laten voelen. Als leiders, managers en alle soorten professionals in staat zijn de vaardigheid Nederig Vragen van binnenuit te beleven, zullen ze aandachtig de verschillen leren kennen tussen de mogelijke vragen die gesteld kunnen worden en kiezen voor Nederig Vragen, hetgeen bijdraagt aan het bouwen van een gezonde relatie. 

Socrates

Socrates, de Griekse filosoof uit de vijfde eeuw voor Christus, had zo zijn eigen methode om vragen te stellen. Hij was de meest wijze man uit zijn tijd, want hij wist dat hij weinig wist. Eloïse, Edward en Elvire, van hem komt overigens mijn lijfspreuk: “Ik ben een wijs man, want ik weet dat ik het niet weet”. Tussen haakjes, ik hoop wel dat een beter lot dan het zijne mijn deel mag zijn. Die instelling is ook nuttig, omdat de Socratische vraagstelling de kennis van de ander verheldert en jouw waarderen van die kennis aanscherpt. De Socratische vraagstelling heeft tot doel nieuwe ideeën naar waarde te schatten. Dat is nu juist de bedoeling van deze karakteristiek: Waarderend Begrijpen wat de ander weet. 

Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemersaan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

Ervaring. Dat heb je of dat heb je niet.

Johan Cruyff

De vragen die hier kunnen gebruikt worden zijn: 

  • Wat bedoel je wanneer je zegt: “_______________”?
  • Wat is voor jou het belangrijkste element in jouw betoog?
  • Hoe verhoudt “__________” zich tot “____________”?
  • Kan je dit eens op een andere manier zeggen?
  • Begrijp ik je nu goed, wil je dit “__________” of dat “_________” zeggen?
  • Hoe is wat je zegt verbonden met de cruciale vraag?
  • Kan jij een voorbeeld geven?
  • Zou “__________” daar een goed beeld van zijn?

Om bovendien de aannames, die de ander gebruikt, te kunnen begrijpen, kunnen de volgende vragen gesteld worden: 


  • Waarop is je stelling gebaseerd?
  • Is je redenering gebaseerd op deze aanname: “___________”?
  • Ik heb de indruk dat je aanneemt dat “___________”; 
  • Heb ik het correct voor?
  • Indien ik je goed begrijp, bedoel je dat “_____.” Klopt dat?”

Een ander kenmerk van sommige vragen is dat zij explorerend of onderzoekend zijn. Daarmee exploreert men het referentiekader van de ander. Het zijn vragen die ingaan op, en aansluiten bij wat de ander zegt. Men vraagt als het ware door. Daarbij concentreert men zich volledig op wat de ander zegt zonder de eigen mening daarin te betrekken. 

Doorvragen is zowat de ultieme manier om te kunnen appreciëren wat de ander zegt. 

Echt doorvragen gebruik je wanneer je het gevoel hebt dat de ander: 

  • niet alles vertelt (Wat is er nog meer dat ik moet weten om je goed te kunnen begrijpen?);
  • onduidelijke argumenten gebruikt (Wat is nu juist jouw argument?) ;
  • ongebruikelijke woorden gebruikt (Wat bedoel je juist met dat woord: “_____?”) 
  • tegenstrijdige informatie geeft (Je zei, naar ik begrepen heb, net dit “_____ “en nu hoor ik je dat “_____” zeggen. Kan je mij een en ander verduidelijken?”)

[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii] Edgar H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.  San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[iii]Bruce Springsteen. Quote uit de song ‘No Surrender’ van het album ‘Born in the USA’, Colombia records, 1984.

[iv]Rick Warren. The Purpose-Driven Life,  http://takfiknamati.tv/en/wp-content/uploads/2016/04/Rick-Warren-The-Purpose-Driven-Life-What-on-Earth-Am-I-Here-For.pdf, Day 19, “Cultivating Community.” 2002, Page 148.

[v]C.S. Lewis Mere Christianityhttp://www.samizdat.qc.ca/vc/pdfs/MereChristianity_CSL.pdf, Book 3, Chapter 8, “The Great Sin,” 2014 (first published in 1952, based on as series of BBC radio talks made by Lewis between 1942 and 1944), page 71.



BLIJF WAKKER! – DEEL XV

DE VOORWAARDEN VOOR WAARDEREND BEGRIJPEN: NIEUWSGIERIGHEID & KUNNEN OMGAAN MET ONZEKERHEID

Open your ears, open your hearts. 

Don’t take yourselves too seriously 

and take yourself as seriously as death itself. 

Don’t worry. Worry your ass off. 

Have iron clad confidence. But doubt! 

It keeps you awake and alert. 

Believe you are the baddest ass in town and you suck.

 It keeps you honest. 

Be able to keep two completely contradictory ideas alive 

and well in your heart and head at all times. 

If it does not drive you crazy it will make you strong. 

Stay hard, stay hungry and stay alive.[i]

Bruce Spingsteen

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in deel VII hebben kunnen lezen, zijn aan elke karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsproces twee condities verbonden. In dit deel zal ik dieper ingaan op de voorwaarden van de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen  Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid (Tolerantie voor Ambiguïteit).

Wanneer we die voorwaarden niet van binnenuit waar maken, heeft ons gedrag veel weg van de een ‘Kniepeesreflex’. Dit gedrag noem ik daarom het ‘Kniereflex-gedrag’. Het idioom ‘‘Kniereflex’ betekent dat men op iets reageert op een even onbezonnen wijze als de ‘Kniepeesreflex’ zelf. Het is een metafoor gebaseerd op de fysieke reflex van het onderbeen wanneer men op een bepaalde plaats ter hoogte van de kniepees, dus net onder de knie, met een rubberen reflexhamer mept. De wetenschappelijke naam, die door geneesheren wordt gebruikt, is de ‘Pattelaire reflex’ of ‘Kniepeesreflex’.

Ik gebruik de uitdrukking hier voor een onbezonnen reactie op een emotie. Emoties komen echter niet uit het niets. Emoties volgen op, en zijn veroorzaakt door, het op een bepaalde manier begrijpen van wat we een stimulus kunnen noemen. Die stimulus kan iets zijn wat de ander gezegd of gedaan heeft en dat we op een bepaalde manier begrepen hebben. Wij hebben al gezien dat hoe we iets begrijpen enorm beïnvloed wordt door ons denkkader. Dus door onze aannames, overtuigingen en vooronderstellingen; kortom, door ons Mentaal Model. Op dit begrijpen op het eerste niveau – het niveau van het Mentaal Modelvan de gecreëerde zelf – volgt een bepaalde emotie. Die emotie ontlokt een respons. Vandaar dat de stimulus hier ook trigger wordt genoemd. Meestal gaat het om een vlugge respons, veelal zelfs een automatische. Vandaar dat ik hierboven de ‘kniepeesreflex’, kortweg ‘kniereflex’, metafoor gebruikte. Die respons kan positief (“Hé, dat is een super idee!”) of negatief zijn (“Waar haal je de wijsheid om deze onzin te beweren?”). Samengevat, de respons is veelal automatisch en gebaseerd op een emotie.

Waarderend begrijpengrijpt plaats op het tweede niveau. Naar analogie met het dubbelslag leren van Chris Argyris en Donald Schön[ii] zou ik Waarderend begrijpenkunnen duiden als dubbelslag begrijpen. Bij Waarderend begrijpenstelt de gecreëerde zelf zichzelf in vraag en last hij een pauze in; hij plaatst zich als het ware tussen de stimulus en de respons en houdt daarbij ook z’n emotie tegen het licht. Ik noem de zelf die dit doet de bedachtzame zelf. Die bedachtzame zelfis zich helder bewust van z’n emoties en stelt deze in vraag door de onderliggende redenen ervan te (onder)zoeken; zijnde het waarderend begrijpen van de realiteit (hier fungerend als stimulus).

Men kan nog een stap verder gaan en het ‘drieslag’ begrijpen eraan toe voegen. Dit is het begrijpen op het niveau van de Originele Zelf. Heel zelden kom ik zelf tot dit niveau (ik heb inderdaad nog veel te leren) en toch is het mogelijk. 

Eloïse, Edward en Elvire, volgende tekening geeft de drie niveaus weer. Die maakt duidelijk hoe een unieke realiteit, naargelang het niveau van begrijpen kan aanleiding geven tot specifieke emoties, die elk dan weer gevolgd worden door een specifiek gedrag:

Nogmaals elk niveau van begrijpen leidt naar een andere emotie; met name kniereflex emotie, bezonnen emotie en uitgebalanceerde emotie. Elke emotie leidt dan weer naar een ander gedrag; met name kniereflex gedrag, bezonnen gedrag en uitgebalanceerd gedrag.

Om diepgaand waarderend te begrijpen zijn de voorwaarden Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Ambiguïteit een noodzaak. Hoe meer die voorwaarden effectief ingezet worden, hoe diepgaander het begrijpen. Wanneer ze slechts heel vluchtig aan zet zijn, komen we tot het begrijpen op het eerste niveau, wanneer ze goed ingezet worden tot het tweede niveau en bij het uitzonderlijk goed inzetten, waarbij eigenlijk de Originele Zelf de realiteit begrijpt, komt men tot het echt ten volle begrijpen ervan en dus tot een heel andere emotie dan bij het begrijpen op het eerste niveau. Hierna bespreek ik beide condities.

Nieuwsgierigheid

Het betreft hier een dubbele nieuwsgierigheid:

  1. Nieuwgierigheid gericht naar het begrijpen van de trigger (wat gezegd of gedaan werd);
  2. Nieuwgierigheid gericht naar het begrijpen van de emotie.

Er wordt een dubbele cruciale vraag gesteld: “Wat betekent de trigger echt?” en “Waarom dan die specifieke emotie?” De gecreëerde zelf wordt dus de bedachtzame zelf en die plaatst zich tussen het begrijpen van de trigger en de emotie, en dit in de twee richtingen. De volgende figuur kan jullie, Eloïse, Edward en Elvire, helpen om een en ander waarderend te begrijpen.

Wanneer jullie bemerken dat jullie overmand worden door een sterke emotie, laat dan jullie bedachtzame zelfaan zet komen. Dit wil zeggen dat het pad van de rechterzijde van bovenstaand vlindermodel NIET direct bewandeld wordt. Men keert als het ware op z’n stappen terug en stelt zowel het waarderend begrijpen van de trigger, met behulp van het eigen mentaal model, als de trigger zelf in vraag. Idealiter blijft men lang genoeg in de linker lus van het vlindermodel totdat de Originele Zelf de trigger – wat wordt gezegd of gedaan – op het derde niveau waarderend begrepen heeft. In dit eerder uitzonderlijk geval doet men dus aan het ‘drieslag’ waarderen van de werkelijkheid.

Door het ‘updaten’ van het waarderend begrijpen van de trigger, kan de resulterende emotie wijzigen en daardoor de gekozen respons en het uiteindelijk resultaat.

Eloïse, Edward en Elvire, hierbij gaat het eigenlijk over wakker blijven zodat men de eigen emoties kan terugvoeren naar het al dan niet correct begrijpen van de input (i.e. de trigger). Wakker blijven omvat hier Nieuwsgierigheid. De Nieuwsgierigheid is nodig om de ander werkelijk op een waarderende manier te begrijpen. Waarderend begrijpen in Creatieve wisselwerking berust op wederkerigheid. 

Teneinde de mening van de ander ten volle te kunnen appreciëren, dienen we te weten hoe zij of hij deze heeft gevormd. We dienen dus te begrijpen hoe zij of hij tot dit gezichtspunt is gekomen. Dit veronderstelt dat men, wanneer men een nieuw of zelfs bizar idee hoort, tenminste de moeite doet om de positieve kanten ervan te ontdekken, ook wanneer die niet onmiddellijk duidelijk zijn. Dit is niet eenvoudig, zeker wanneer men het idee direct dreigt te catalogeren in de categorie ‘nonsens’. Het komt er dus op aan het negatieve oordeel op te schorten en de positieve elementen of spin-offs van het – op het eerste gezicht waardeloos – idee te vinden. Hierbij is het steeds nuttig aan het verhaal van ‘De Boer en z’n Zen Meester’, met de steeds terugkerende vraag “Is dit goed of is dit slecht?”, te denken (zie deel II).

Het is ook belangrijk in te zien dat het overdreven kritisch benaderen van ideeën het creatief proces een halt toeroept. Eloïse, Edward en Elvire, in mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Zeker binnen een groep haalde iemand het meestal binnen de tien seconden onderuit. Ook in tweegesprekken heb ik uitentreuren ‘ja, maar’ gehoord. De ‘ja’ was meestal geen echte ‘ja’, eerder een regelrecht neen. De ‘beleefde’ ‘ja‘, wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt het idee netjes afgeknald. 

Door intens en snel te stellen wat er verkeerd is aan het idee van de ander én de valkuilen ervan overdreven te belichten, komt de dialoog in een negatieve spiraal terecht. Een metafoor die ik in dit verband vaak gebruik is het ‘kleiduifschieten’. Het werkt als volgt. Wanneer iemand jouw idee met de snelheid van een kleiduifschutter afknalt vooraleer het is geland en dit bovendien meermaals doet, wordt de negatieve spiraal ingezet. Want wat denk je dat jij zult doen op het moment dat die ander een idee oppert? Inderdaad, ook zijn idee blijft niet lang genoeg in de lucht om het überhaupt te kunnen begrijpen, laat staan te kunnen appreciëren. 

Dit komt omdat wij niet nieuwsgierig zijn naar alle facetten van het idee. Bij het horen van het idee vormt men zich ogenblikkelijk een mening. Door gebrek aan Nieuwsgierigheid wordt de vraag: “Hoe komt het dat zij of hij er deze mening op nahoudt?” niet gesteld. Er wordt als het ware ogenblikkelijk een oordeel gevormd, een conclusie getrokken. Het idee is daardoor geen lang leven beschoren. 

Het verraderlijke deel van de ‘maar’ is wat ze met de energieflow doet. Het effect van de ‘maar’ is dat het idee van de ander eerst met de grond gelijk gemaakt wordt en nadien wordt vervangen door de eigen kijk op de wereld. Dit stopt, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de positieve energieflow binnen het gesprek en dit laatste verzandt, mede daardoor, niet zelden in een oeverloze discussie.

Een eerste remedie om de ‘ja, maar’ gewoonte af te leren, is deze te vervangen door de ‘ja, en’ gewoonte. Luister eens naar het subtiele verschil in volgende zin. Hierin heb ik de obligate ‘maar’ vervangen door de vernieuwende ‘en’: “Ik hoor wat je voorstelt om iets te doen aan de situatie en we weten beide dat die aanpak hier nog nooit gewerkt heeft’. Door deze zin wordt hopelijk duidelijk dat beide gedeelten van de verklaring terzelfdertijd geldig zijn. En de energieflow kan daarbij behouden worden, zeker indien men vervolgt met een onderzoekingsvraag: “Wat zouden we kunnen doen om jouw aanpak alsnog in onze omgeving te doen lukken?”

Een tweede remedie is de ‘afknalzinnen’ uit jullie woordenschat te verwijderen. Een afknalzin is een automatische reactie die het nieuw idee vakkundig de grond inboort en daardoor een regelrechte bedreiging vormt voor creativiteit en innovatie. Afknalzinnen zijn de negatieve responses die je doen wensen het idee nooit geopperd te hebben. Erger nog, deze reacties doen je de volgende keer tweemaal nadenken, vooraleer je nog een idee oppert. Door de afknalzin doorloop je de interne dialoog van de liggende acht met lichtsnelheid, en niet zelden is het besluit: “Ik laat mij niet meer horen, dit is genoeg geweest”. Dus afknalzinnen zorgen ervoor dat mensen, die ze te horen krijgen, minder open worden en minder vertrouwen hebben in diegenen die hun ideeën op die manier afknallen. Daardoor vermindert, zoals we reeds zagen, de Authentieke Interactie en krijgt bijgevolg Creatieve wisselwerking een knauw. Het lijdt geen twijfel: afknalzinnen zijn zeer efficiënt en effectief in het smoren van creativiteit. Zij zorgen er moeiteloos voor dat nieuwe ideeën niet geopperd worden en dus niet kunnen omgezet worden in creatieve zaken. Kortom, afknalzinnen zorgen voor het stoppen van innovatie. Nog erger is misschien wel dat ze ons monddood maken. Let wel, afknalzinnen zijn niet nieuw, ze zijn van alle tijden. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’ vinden jullie, Eloïse, Edward en Elvire, een hele bloemlezing[iii]!

Een diepere gezamenlijke analyse naar de onderliggende beweegredenen van de gedachte kan het waarderend begrijpen ervan ten goede komen. Daartoe dienen, onder meer, de juiste vragen op een nederige manier gesteld te worden. Daarover later meer in volgend deel (deel XVI).

Kunnen Omgaan met Onzekerheid (Tolerantie voor Ambiguïteit)

De eerste stap is zich blijvend voorhouden dat met praktisch steeds een oordeel vormt. In dit geval is het oordeel: “Wat ik hier en nu verneem maakt mij onzeker, want het strookt niet met m’n huidige kennis; het strookt niet met m’n visie! “

De werkelijkheid wordt door de verschillende deelnemers aan een gesprek vaak heel verschillend gezien. Wat, bijvoorbeeld, de een als oorzaak ziet, ziet de ander als gevolg. Door dit alles wordt men onzeker. Om echt waarderend te kunnen begrijpen, dient men te beschikken over een hoge Tolerantie voor Ambiguïteit

Iets is ambigu wanneer het dubbelzinnig, meerduidig, vaag of onduidelijk is. Dat een ambigue boodschap op verschillende manieren kan begrepen en gewaardeerd worden, is duidelijk. Een ambigue boodschap zorgt meestal voor onzekerheid. Kunnen omgaan met Onzekerheid,en daarbij de tijd nemen om de boodschap te waarderen, is hier aan de orde. Te vlug naar de volgende fase overstappen is ‘jump to conclusion’ gedrag en kan nefast zijn. De kans is groot dat de conclusie gebaseerd is op onduidelijke gronden en daardoor naast de kwestie. 

Echt leren is overeenstemming bereiken omtrent een gezamenlijke interpretatie van de werkelijkheid. Men streeft daarbij naar het bekomen van ‘een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’.  Daarbij creëert men een gedeelde mening. Men kiest uiteindelijk gezamenlijk vanuit een innerlijke zekerheid, gebaseerd op onzekere data. Men houdt echter continu de vinger aan de pols. Men blijft aandachtig volgen hoe de toekomst zich omzet in het heden en welke data daarbij vrijkomen. 

Dat het tolereren van ambiguïteit noodzakelijk is voor het leerproces werd reeds lang geleden onderkend. 

There is no greater impediment

to the advancement of knowledge

than the ambiguity of words 

Thomas Reid – Scottish Humanist and Philosopher

Volgens Sigmund Freud is het niet kunnen omgaan met onzekerheid een teken dat men niet structureel kan omgaan met problemen, m.a.w. een neurose. 

Neurosis is the inability to tolerate ambiguity.

Sigmund Freud

De persoon die tot elke prijs de controle wil behouden, zoekt ook naar zekerheid. Dit zijn twee illusies uit het verleden. De persoon komt daarbij meestal ook arrogant over. Blijkbaar is dit voor haar of hem beter dan onzekerheid, dan de hulp van anderen te moeten aanvaarden en het gevoel te hebben de controle over de gang van zaken te verliezen. Omgaan met mensen die er een andere mening op nahouden en die andere inzichten hebben, kan bedreigend overkomen. Daarbij vergeet men dat dit voornamelijk komt omdat men zich vastklampt aan het enige juiste antwoord, uiteraard het eigen antwoord! Men klampt zich, anders gesteld, vast aan de eigen interpretatie van de werkelijkheid. Men is ervan overtuigd dat men de waarheid in pacht heeft.

Intolerance of ambiguity 

is the mark of an authoritarian personality. 

Theodor W. Adorno – German Sociologist and Philosopher 

Bij het waarderend begrijpen worden de verschillende perspectieven gewaardeerd omdat zij ons kunnen helpen de werkelijkheid correcter te zien, te begrijpen én te waarderen. Daardoor worden nieuwe mogelijkheden geschapen voor het oplossen van problemen. Onzekerheid is dus helemaal niet negatief. Andere inzichten kunnen ons verrassen, maar geven de mogelijkheid ervan te leren. We kunnen van anderen echt maar leren wanneer we Kunnen Omgaan met Onzekerheid. Eerst dan zullen we niet in de verdediging gaan wanneer de ander verrassende ideeën of meningen verkondigt. Het is niet omdat je je oncomfortabel voelt met de informatie en de stelling van de ander, dat die geen waarde hebben. Tolerantie voor Ambiguïteit is essentieel om vanuit de huidige realiteit de gewenste realiteit te kunnen creëren. Chaos en conflicterende ideeën zijn voor de meesten onder ons echt oncomfortabel, maar door te leren omgaan met het steeds ambiguer worden van onze wereld, gebruikmakend van het creatief wisselwerkingsproces, krijgen we meer en meer vertrouwen in dit proces. En dit met plezier doen, is het kenmerk van de creatieve geest. 

The greater the ambiguity 

the greater the pleasure. 

Milan Kundera,

Author of The Unbearable Lightness of Being 

Wij moeten de reflex van de Vicieuze Cirkel, die ons beschermt tegen het ongemak van nieuwe ideeën, overwinnen, willen we blijven leren van wat het leven ons biedt. Daarom dienen we te leven in het heden en continu in contact te blijven met de werkelijkheid. Hierbij mogen wij niet krampachtig vasthouden aan ‘onze’ waarheid. Dit laatste komt neer op het ons vastklampen aan ons huidig Mentaal Model. We dienen, integendeel, open te staan voor de waarheden van de ander en die te appreciëren. Dit geeft ons de kans ons Mentaal Model te transformeren!

I can’t understand why people are frightened of new ideas. 

I’m frightened of the old ones. 

The first question I ask myself 

when something doesn’t seem to be beautiful is 

why do I think it’s not beautiful 

and very shortly I discover that there is no reason. 

John Cage, American Composer

Life is about not knowing, 

having to change, 

taking the moment and making the best of it, 

without knowing what’s going to happen next. Delicious Ambiguity. 

Gilda Radner, American Actress and Comedian 1946-1989 

Eloïse, Edward en Elvire, een van de grootste hindernissen voor jullie leerproces is het vasthouden aan die percepties, attitudes en aannames, die jullie eigenlijk niet meer van dienst zijn. Wanneer we in contact willen blijven met de huidige realiteit, dienen we constant onze denkkaders, angsten en automatische gewoontepatronen – die ons verhinderen de werkelijkheid te zien zoals deze is – in vraag te stellen. Leren betekent onder meer een versie van de werkelijkheid, die niet meer standhoudt, inwisselen tegen een nieuwe, die wel met de feiten overeenkomt. Nogmaals, dit komt overeen met het inwisselen van ons verouderd voor een nieuw Mentaal Model.

Diep leren vereist het lang genoeg in oncomfortabele ambiguïteit blijven totdat je klaar inziet dat het tijd wordt om de verdedigingsgordel t.o.v. onzekerheid en ‘de zaken niet onder controle hebben’ te ontmantelen. Dit betekent dat men de verzuchting om steeds maar gelijk te hebben en steeds maar op de proppen te moeten komen met het juiste antwoord, loslaat. 

There is no certainty, 

there is only adventure. 

Roberto Assigioli 

Loslaten is jullie overgeven aan wat echt aan het gebeuren is en jullie toelaten de ander ten volle te ervaren zodat het creatief wisselwerkingsproces zijn werk kan doen. Dus ‘uit de weg!’. 

Een poging om Tolerantie voor Ambiguïteit te definiëren, het is:

  • Het aanvaarden van onzekerheden;
  • De vaardigheid om te kunnen omgaan (observeren, percipiëren, begrijpen, waarderen) van ambiguïteit vervat in informatie en gedrag; en dit op een neutrale en open manier;
  • Het vermogen de aannames en overtuigingen van ander te herkennen, te erkennen, en te respecteren.
  • De vaardigheid om te gaan met ambigue nieuwe stimuli zonder gefrustreerd te raken en een tijd lang in die onzekerheid te blijven – dus het ‘jump to conclusion’ af te zweren – totdat een gedeelde mening gecreëerd is.

Omgaan met onzekerheid of het tolereren vanambiguïteit betekent kunnen in onzekerheid blijven, zonder te panikeren, en daarbij de cruciale vraag open in de geest houden. Dit ondanks het ongemak van het niet kennen van het antwoord, het niet weten waar een en ander naar toe gaat, laat staan waar we uitkomen. Kunnen Omgaan met Onzekerheid is een vaardigheid die goed van pas komt in examenperiodes, is het niet Eloïse?!? Het vereist de kniereflex te vermijden, ook al is er geen garantie dat een oplossing zal gevonden worden, en ruimte te maken voor nieuwe en opkomende verbindingen waaruit mogelijks een duidelijke richting kan gekristalliseerd worden. Het is de vaardigheid waardoor men rustig kan slapen met een hoofd vol zorgen. Het is het aanvaarden van het feit dat eenzelfde vraag verschillende antwoorden heeft, en dat elk van deze antwoorden, weliswaar verschillende, potentieel positieve resultaten mogelijk maakt.

Eloïse, Edward en Elvire, men raakt makkelijk gefrustreerd door het gebrek aan duidelijkheid en zekerheid, of zelfs geërgerd door het hebben van te veel vragen waarop men geen antwoord weet. In feite, is dat wat er gewoonlijk gebeurt wanneer men op de drempel van een doorbraak staat. Dit klinkt cliché, en misschien is het dat ook, toch ben ik ervan overtuigd dat het dan het moment is om te vertrouwen op het creatief wisselwerkingsproces. Het is mijn ervaring dat, wanneer men Tolerantie voor Ambiguïteit cultiveert, men uiteindelijk veel meer oplossingen creatief zal integreren en uiteindelijk innovatiever zal zijn, dan wanneer men naar de eerste beste oplossing grijpt (‘jump to conclusion’), teneinde verlost te zijn van de frustratie eigen aan ambiguïteit. Intolerantie voor ambiguïteit geeft meer van hetzelfde en Tolerantie voor Ambiguïteit leidt naar echte creativiteit en innovatie.

Mensen met een hoge mate van tolerantie voor onzekerheid hebben de gave dezelfde werkelijkheid vanuit meerdere perspectieven te zien, die perspectieven ook ten volle te kunnen waarderen en zijn niet zo vlug met het vellen van een oordeel. Ze stellen meer vragen teneinde bijkomende elementen van die werkelijkheid te bekomen en zoeken meer positieve elementen in iets wat hen op het eerste zicht als negatief overkomt. Ze beschikken bovendien over de gave verschillende facetten te laten samensmelten en, misschien nog het belangrijkste, ze stellen hun eigen Mentaal Model in vraag. Kortom ze hebben de vaardigheid om kritisch na te denken. Eloïse, Edward en Elvire, herlees nu eens de quote van Bruce Springsteen aan het begin van deze column.

De wereld wordt steeds complexer. Daardoor worden de op te lossen problemen ingewikkelder en is er een grote nood voor het nemen van correcte beslissingen en het bekomen van betrouwbare data. Kunnen Omgaan met Onzekerheid is nodig om te kunnen omgaan met ambivalente gevoelens en ver weg te blijven van verstarring en hulpeloosheid. Het te snel nemen van een beslissing, en daardoor het uitvoeren van een niet echt doordachte actie, kan leiden tot een ramp. Anderzijds is het (h)erkennen van onzekerheid als een bron van creatieve energie een goede zaak. Juist daarom is het cultiveren van Tolerantie voor Ambiguïteit eigenlijk een noodzaak.

Eloïse, Edward en Elvire, hoe kan men Tolerantie voor Ambiguïteit cultiveren?

Blijf neutraal en schorst het oordeel op. Stel, zo lang mogelijk, een beslissing uit. Focus jullie op het waarderend begrijpen van de informatie vooraleer emoties toe te laten.

Blijf nieuwsgierig. Er is inderdaad een wisselwerking tussen de twee basiscondities van waarderend begrijpen. Parkeer tijdelijk de aannames. Stel nederige vragen (Deel XVI)!

Geniet van de chaos. Creatieve wisselwerkingverloopt zelden netjes en lineair. Bevrijd jullie van de illusies van verleden: orde, controle en zekerheid. Weet dat chaos, indien men er lang genoeg in vertoeft, vaak leidt tot innovatie.

Geef jezelf de tijd. Bevrijd jullie van de illusie van snelheid. ‘Quick’ is vaak ‘dirty’. “Il faut donner le temps au temps”leerde me ooit m’n vriend Guy Bérat uit Lyon.

Begrijp ten volle en waardeer grondig. Dit alles door, naast het stellen van nederige vragen, de andere vaardigheden van het Waarderend Begrijpente ontwikkelen:

  • Het vinden van ‘plussen achter de min’ (Deel XVII);
  • Het integereren van verschillen (Deel XVIII);
  • Het in vraag stellen van de aan zet zijnde Mentale Modellen(Deel XIX).

Hiermee is duidelijk dat er een positieve wisselwerking is tussen de condities en de vaardigheden van de karakteristiek Waarderend Begrijpen. Hoe meer we de vier vaardigheden van binnen uit beleven hoe groter onze Nieuwsgierigheid en onze Tolerantie voor Ambiguïteit worden en, vice versa, hoe nieuwgieriger en hoe beter we kunnen omgaan met onzekerheid, hoe meer we nederig bevragen, plussen vinden achter de min, de verschillen en distincties integreren tot nieuwe inzichten en hoe beter we onze huidige Mentale Modellen in vraag stellen.



[i]Bruce Springsteen. Quote uit diens Key Note Speech ‘Listen up, youngsters’, – 15 March 2012, South by Southwest festival, Austin, Texas. USA; https://www.theguardian.com/culture/2012/mar/15/bruce-springsteen-keynote-speech-sxsw

[ii]Chris Argyris & Donald Schön. Organizational learning II: Theory, method and practice, Reading, Mass: Addison Wesley, 1996.

[iii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen- Apeldoorn, Garant, 2012, pp. 163-169.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XIV

DE 2DE KARAKTERISTIEK VAN CREATIEVE WISSELWERKING: WAARDEREND BEGRIJPEN

The dogs on Main Street howl,

because they understand.

If I could take one moment into my hands…


Mister, I ain’t a boy; no, I’m a man.


And I believe in a promised land.

– Bruce Springsteen[i]

Promised Land – Darkness on the Edge of Town – 1978

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In dit deel zal ik dieper ingaan op de tweede karakteristiek: Waarderend Begrijpen

Deze karakteristiek volgt ‘normaal’ op de vorige: Authentieke Interactie (Deel VIII). Ze kan echter ook volgen op de derde karakteristiek Creatief Integreren, waarover in een later deel meer. Hoewel ik in deze serie het Creatief wisselwerkingsproces lineair voorstel, verloopt het in werkelijkheid allesbehalve lineair; ik zou zelfs durven stellen, meestal regelrecht chaotisch. Waarderend Begrijpen is een cruciaal onderdeel van dit proces. Wat begrepen of geleerd werd, binnen elke karakteristiek van het proces, dient ook gewaardeerd te worden. Anders gesteld, enkel de boodschap ten volle begrijpen is onvoldoende. Begrijpen alleen kan immers leiden naar afwijzing van wat begrepen werd: “Nu ik jouw mening ten volle begrepen heb, kan ik zeggen dat ik nog nooit iets zo onzinnigs heb gehoord!” en daardoor zorgen voor heel wat moeilijkheden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de ander waarderend te begrijpen.

Kortom, de diversestandpunten, die aan bod komen door Authentieke Interactie, dienen niet alleen begrepen te worden, zij dienen vooral gewaardeerd te worden. Men dient het standpunt van waaruit de ander opereert, te waarderen. Men dient het mentaal model van de ander, haar of zijn referentiekader, als legitiem te aanvaarden. Dit wil geenszins zeggen dat men met dit standpunt dient akkoord te gaan. Waarderend Begrijpen heeft alles te maken met respect voor elkaars meningen en voor de denkkaders waaruit deze ontspruiten. En vanuit dit respect zal men de ander begrijpen én appreciëren.

Normaal gesproken proberen we altijd eerst zelf begrepen te worden. Inderdaad is het zo dat de meeste mensen niet luisteren met de bedoeling de ander te begrijpen. Ze luisteren om een gevat antwoord te kunnen geven. Men is dus of zelf aan het woord of men bereidt zich voor om het woord over te nemen. Mensen filteren ook zowat alle data gebruik makend van hun eigen mentale modellen of paradigma’s. We gaan daarbij veelal uit van ons eigen grote gelijk. Onze gesprekken zijn daardoor vaak een verzameling monologen. We begrijpen blijkbaar nooit echt wat zich afspeelt in het hoofd van de ander.

Eloïse, Edward en Elvire, om begrijpend te luisteren, dienen we empathisch te luisteren. Ik bedoel daarmee dat we luisteren met de intentie de ander ten volle te begrijpen. Empathisch luisteren is meevoelend luisteren en houdt in dat men zich verplaatst in het mentaal model van de ander. Men bekijkt de wereld van uit het standpunt van de ander. Anders gesteld, men plaatst zich in het paradigma van de ander.

Probeer eerst waarderen te begrijpen

Vooraleer waarderend begrepen te worden.

– Sint Franciscus van Assisi

Dit gezegde, dat inderdaad aan Sint Franciscus toegeschreven wordt, werd door Stephen K. Covey in z’n boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ enigszins afgezwakt tot “Probeer te begrijpen vooraleer begrepen te worden.”[ii]

Voorwaarden

Deze prachtvorm van menselijke interactie is echter niet met iedereen mogelijk, of op eender welk ogenblik in iemands levensverhaal. Aan die interactie zijn namelijk een paar voorwaarden verbonden. Indien niet aan deze voldaan wordt, dan lukt die interactie ofwel totaal niet, of het lukt ze in het begin schijnbaar wel en leidt ze later alsnog tot onaangename complicaties.

Waarderend Begrijpen heeft nood aan volgende twee basiscondities: Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met onzekerheid (tolerant zijn t.o.v. ambiguïteit). De nieuwsgierigheid zet aan om nederig vragen te stellen te zijn. Het kunnen omgaan met onzekerheid, of het tolerant zijn t.o.v. ambiguïteit, zorgt ervoor dat men niet doorschiet in een ‘jump to conclusion’-gedrag of als groep terecht komt in het zo verraderlijke Groepsdenken. Over deze voorwaarden voor Waarderend Begrijpen, Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met onzekerheid, zal ik het in volgende column uitvoerig hebben (Deel XV).

Appreciatie (Appreciërend begrijpen is een synoniem van Waarderend Begrijpen)kan, zoals ook Authenticiteit, op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Appreciatie wordt in deze context gebruikt in de zin van accurate inschatting en kritische beoordeling. Het is dus een poging om de ganse reikwijdte van feiten en waarden, zowel positieve als negatieve te bekomen. Het gaat dus om een ‘het één en het ander’ appreciatie. Deze is gebaseerd op de stelling dat elke persoon, elk idee, elke gebeurtenis of situatie zowel positieve als negatieve aspecten heeft. Appreciatie omvat ook empathie en de kunst de werkelijkheid te observeren met de ogen van de ander. Anders gesteld, het is het vermogen om de werkelijkheid te zien vanuit het denkkader of het perspectief van de ander en daarbij hun aannames, overtuigingen, waarden en redeneringen diepgaand te begrijpen.

Nogmaals, dit betekent dat, indien we willen Waarderend Begrijpen, we beiden dienen te zijn: nieuwsgierig betreffende het denkkader van de ander en tolerant t.o.v. de ambiguïteit dat dit denkkader kan teweegbrengen. Wanneer iemand iets stellig poneert (Authentieke Interactie) dat ons tegenvoets neemt, is het mogelijk dat we diens stelling wel degelijk begrijpen en er toch onderste boven van zijn. Hoe komt het toch dat die ander iets beweert dat wij niet ‘as such’ zien, laat staan ervaren? Eerder dan de stelling af te wijzen, trachten we die waarderend te begrijpen. Dit doen we door zowel nieuwsgierig te zijn (“Hoe komt het toch dat de ander de werkelijkheid toch ze wezenlijk anders ziet dan ik?”) als tolerant te zijn voor de onzekerheid die een en ander teweegbrengt. Charlie Palmgren gaat nog een stapje verder wanneer hij beweert dat we dienen te leren ‘ambiguïteit te omarmen’. Inderdaad, wat wij zien wanneer we ‘door de ogen van de ander kijken’ en die appreciëren zoals zij of hij is, ziet er vaak totaal anders uit dan hetgeen wij zien. Waarderend Begrijpen is leren van de verschillen, van de distincties, in plaats van deze te laten uitgroeten tot polariteiten. Waarderend begrijpen houdt zich verre van polarisatie. Waarderend Begrijpen betekent, wat uniek en origineel is in het denken en het perspectief van de ander, niet alleen begrijpen, maar ook waarderen en bovendien die waardering ook laten blijken. Waarderen betreft in dit verband zowel de positieve aspecten als de negatieve kantjes betreffende dat denken en specifiek perspectief. Waarderend Begrijpen is het antidum tegen de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, bij Waarderend Begrijpen zetten wij ons vermogen in om tijdelijk geen aandacht te schenken aan de gedachtestroom van onze eigen ‘Monkey Mind’. De bekende fysicus David Bohm zei vaak: “Normally, our thoughts have us rather than we having them.” Vrij vertaald klinkt dat als volgt: “Onze gedachten hebben ons eerder, dan dat wij gedachten hebben.” Het voor een tijdje opschorten van onze mening betekent niet dat wij ons eigen mentaal model vernietigen of totaal afzweren. Het is eerder zo dat we voor eventjes onze aannames aan de kant zetten teneinde de aannames van de ander waarderend te kunnen begrijpen. Langzaamaan hebben wij door dat onze mentale modellen onderdeel zijn van ons brein. En terwijl we ons helder bewust worden van onze gedachten, beginnen deze minder invloed te krijgen op wat we echt zien. Opschorten van onze mening laat ons toe “ons zien écht te zien.”

Het opschorten start wanneer we onze greep op onze huidige gedachten lossen en er enkel maar notie van nemen. In mijn taal geparafraseerd: wij zijn ons helder bewust van onze opkomende gedachten en vertikken het die in te kleuren. We schorten als het ware ons gekleurd bewustzijn op! Deze gedachten gaan daardoor niet direct weg, we verspelen er wel niet zo veel energie aan dan wanneer we eraan vastgeklonken blijven. Wij dienen dus gedachten kunnen loslaten. Daarbij denk ik altijd aan een verhaal over twee monniken; waarvan er tientallen versies bestaan. Hier parafraseer ik de versie van de Amerikaanse singer-songwriter David Olney[iii]:

Het is het verhaal van twee Boeddhistische monniken die op pelgrimstocht waren. Ze waren al maanden op weg en hadden reeds een grote afstand afgelegd toen ze bij een brede rivier aankwamen. Aan de oever ervan stond een prachtige jonge vrouw. Zij was misschien 19 jaar of zelfs maar zeventien. In alle geval, toen de monniken dichter kwamen riep de jonge dame hen toe: “Oh Heren! Kunnen jullie mij helpen? Ik moet naar de overkant van deze rivier en dat kan ik nooit op m’n eentje, kunnen jullie mij helpen?” De monniken keken elkaar aan, want zij hadden de gelofte van kuisheid afgelegd. Ze hadden met name gezworen dat ze niet in verleiding zouden komen. Dan keek de oudste monnik het meisje aan en sprak: “Ja, ik zal je helpen.” Hij nam haar in z’n armen en droeg haar dwars door de rivier naar de andere oever, gevolgd door de jonge monnik. Daar aangekomen plaatste hij haar behoedzaam terug op de grond. Zij vervolgde haar weg en de twee monniken zetten hun pelgrimstocht in een andere richting voort.

Na ettelijke mijlen doorgestapt te hebben zei de jongere monnik tot de oudere: “Oh Broeder, ik ben zeer bezorgd. Je hebt de gelofte van kuisheid afgelegd. Je hebt gezworen dat je nooit zou verleid worden door vrouwelijk vlees. Je hebt die mooie jonge vrouw over de rivier gedragen en je voelde haar in jouw armen. Ik ben zeer bezorgd en bang dat je misschien in verleiding bent gekomen.” De oudere monnik antwoorde: “Inderdaad, ik heb dat prachtig meisje over de rivier gedragen. Daar heb ik haar terstond terug neergezet. Waarom ben jij haar nog steeds aan het dragen?”  

Wanneer we het vermogen om op te schorten ontwikkelen, komen we in alle hevigheid de ‘angst, oordeel en gekakel’, van wat m’n vriend Charlie Palmgren de ‘Monkey Mind’ noemt, tegen. Die ‘Monkey Mind’ is volgens mij de mind van de gecreëerde zelf wanneer de Vicieuze Cirkel de overhand neemt. De ‘Monkey Mind’ gaat regelrecht in tegen creativiteit. Eens te meer een teken van de eeuwige strijd tussen Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel.

Howard Gardner deed ooit een studie die in lijn ligt met een studie die we reeds citeerden (zie de studie van Paul Iske in deel VII). Ik heb het hier over het ‘Project Zero’ van de Harvard University dat de intelligentie van baby’s bestudeerde. Niet alleen werden baby’s getest, ook kinderen en jongvolwassenen. De onderzoekers vonden dat tot de leeftijd van vier jaar bijna alle de kinderen het niveau ‘genie’ haalden. Daarbij onderzochten ze meerdere intelligentiekaders die Gardner vastlegde[iv]: visueel-ruimtelijke intelligentie, kinesthetische intelligentie (de vaardigheid om je lichaam met grote precisie te gebruiken), muzikale intelligentie, interpersoonlijke intelligentie, mathematische intelligentie, intra persoonlijke intelligentie, en taalkundige intelligentie. De globale intelligentie, die tot de leeftijd van kleuters het genie niveau haalde, was bij tienjarigen gezakt tot tien percent van dit niveau. Bij jongvolwassenen zakte dit intelligentie niveau zelfs tot een schamel twee percent van het niveau van kleuters[v].

Velen hebben zich afgevraagd waar die intelligentie naar toe is gegaan. Mijn persoonlijke visie is “De intelligentie is nergens naartoe gegaan, ze werd opgeslorpt door de Vicieuze Cirkel.” Het opschorten van het oordeel van de ‘Monkey Mind’ geeft de aangeboren creativiteit weer een kans. Want die ‘Monkey Mind’ slaakt kreten als “Dat is een stom idee” en “Jij kunt dat niet!”, en het zijn juist die kreten die het creatief wisselwerkingsproces afremmen.

Praktisch vereist het opschorten van de eigen gekleurde mening geduld en voornamelijk de wil om de vooringenomen denkkaders of mentale modellen uit te schakelen. Opdat deze niet zouden kunnen verhinderen dat we zien wat er te zien is. Dit laatste komt dus neer op het reeds behandelde observeren van de werkelijkheid zoals die is en dit zonder er direct conclusies – betreffende wat die observaties zouden kunnen betekenen – aan vast te knopen. Wij geven ons de luxe om de ogenschijnlijke niet gerelateerde stukken informatie de tijd te geven totdat we de situatie op een frisse en totaal nieuwe manier kunnen begrijpen.

Aannames opschorten is gemakkelijker gezegd (of neergeschreven in dit geval) dan gedaan. De druk om een mening te poneren, een oplossing te creëren is in onze huidige gemeenschap enorm. Dat die druk vaak aanleiding geeft tot het verderfelijke ‘Groepsdenken’, beseffen we niet steeds. En dat terwijl echte doorbraken gerealiseerd worden wanneer mensen leren de tijd te nemen om even halt te houden en daarbij hun aannames kritisch tegen het licht te houden.

Het is opmerkelijk dat wanneer we geconfronteerd worden met een mening betreffende de werkelijkheid die sterk afwijkt van de onze, we geconditioneerd zijn om, wat ik m’n boek een Sophie Choice[vi] genoemd heb, uit onze mouw te toveren. We denken namelijk dat er slechts twee opties zijn: onze mening verdedigen en doordrukken of ons in stilzwijgen hullen. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al begrepen. Dit is alweer eens een geval van ‘fight, freeze or flight’: ofwel gaan we in de aanval, verstijven we of vluchten we weg van de wijsheid van de ander. Opschorten is de andere mogelijke reactie die veel te weinig gebruikt wordt. Deze is nochtans noodzakelijk om de mening van de ander te kunnen waarderen. Hierbij gaat het niet zozeer om de vaardigheid ‘de eigen mening goed voor te stellen’, maar vooral om de vaardigheid ‘nederig naar de mening van de ander, én de onderliggende redenen ervan’, te vragen. En dit laatste op een eerlijke manier. We komen daar nog later op terug in de column “Hoe nederig vragen?” (Deel XVI).

Normaal gezien zijn we zo opgeslorpt door de inhoud van onze gedachten dat we ons beginnen vereenzelvigen met deze gedachten en ons niet meer helder bewust zijn van het feit dat we naast het gekleurd bewustzijn ook een puur, helder bewustzijn hebben. Dus om echt de boodschap van de ander te kunnen waarderend begrijpen, dient onze geest te oscilleren tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Ook dit toont aan dat het creatief wisselwerkingsproces niet lineair verloopt.

Eloïse, Edward en Elvire, dit alles heeft veel te maken met wat in zowel de christelijke als oosterse religie ‘contemplatie’ wordt genoemd. Contemplatie is een andere term voor beschouwing. De term stamt van het Latijnse contemplatio. Letterlijk betekent het: “het scheiden van iets uit zijn omgeving”. Contemplatio is dan weer de Latijnse vertaling van het Griekse theoreia. Om waarderend te kunnen begrijpen dienen we voor een stuk een ‘contemplatieve persoon’ te zijn. Meestal denken we dan aan monnikken (zowel Oosterse als Westerse en vrouwelijke als mannelijke), filosofen en theoretici. Een ‘contemplatief leven’ is een leven gewijdt aan nadenken over het leven en de zin ervan. Een ervaren contemplatief is zich helder bewust van de cognitieve processen die zich in haar of zijn brein ontvouwen en hoe die verantwoordelijk zijn voor emoties en dus een gevaar betekenen voor het te snel doorschieten in het vormen van conclusies (het zogenaamde ‘jump-to-conclusion’-gedrag). De contemplatieve persoon, die per definitie veel mediteert, leert daardoor zijn verschillende bewustzijns (helder én gekleurd) in belans te houden en van binnen uit te beheersen. Daardoor wordt die meditator hoe langer hoe meer helder bewust, vrij van de mentale constructies en automatische denkprocessen (van de ‘Monkey Mind’). Volgens de Boeddhisten weet de meditator de Originele Zelf goed te onderscheiden van de gecreëerde zelf en weet zij of hij dat de gecreëeerde zelf met z’n kooi – de Vicieuze Cirkel – de oorzaak zijn van het lijden. De contemplatief is er ook van overtuigd dat, door wijs te worden, die oorzaken kunnen worden ontzenuwd. Ten slotte ziet een getrainde contemplatief de realiteit correcter en als interafhankelijke gebeurtenissen.

Het helder bewustzijn heeft het voordeel dat het ‘verlichting’ mogelijk maakt en dit omdat het mogelijk maakt helder bewust te zijn van zowel de externe als de interne wereld. Het helder bewustzijnmaakt het ook mogelijk het verleden terug op te roepen, zich de toekomst voor te stellen terwijl men zich ten volle helder bewust is van het heden, het nu!

Ook het Boedhisme heeft twee verschillende begrippen voor wat ik helder bewustzijn en gekleurd bewustzijn noem. Het pure bewustzijn (pure awareness) wordt het ‘subtiel’ bewustzijn genoemd en het gekleurd bewustzijn het ‘grof’ bewuszijn. Ook bij hen is het subtiel bewustzijn verbonden met het observeren, zonder interpreteren, van de werkelijkheid en het grof bewustzijn met de complexe wereld van het waarnemen, het percipiëren en het interpreteren. Door het ‘grof’ bewustzijn worden zaken met elkaar verbonden en worden emoties gevormd als reactie op uitwendige gebeurtenissen en inwendige hersenspinsels. Het ‘subtiel’ bewustzijn echter wordt niet verduisterd, noch gewijzigd door de inhoud van de opkomende gedachten (van de ‘Monkey Mind’); het ‘subtiel’ bewustzijn is onvoorwaardelijk en ongewijzigd.

Dit wil niet zeggen dat men bij het opschorten van het inkleuren van gedachten men een inspanning doet om tebeletten dat die gedachten opkomen. Gedachten komen nu eenmaal spontaan op. Wat wel gebeurt is dat wanneer gedachten opkomen die direct losgelaten worden. Bij wijze van spreken worden zenaar de uitgang geleid zonder dat ze gevolgen kunnen creëren. Zonder ze te verdrukken laten we gedachten verdwijnen van zodra ze opkomen. De gedachten en percepties komen uiteraard op, men kan dit fenomeen nu eenmaal niet vermijden. Men laat deze echter vanzelf verdwijnen. Dit laatste door er geen aandacht aan te besteden. Door er geen energie in te steken of aan te geven. Het heeft geen nut om gedachten te voorkomen die er sowieso al zijn. Men kan wel voorkomen dat ze jouw geest inpalmen.

Wanneer het helder bewustzijn z’n werk gedaan heeft en men de boodschap ‘puur’ begrepen heeft, is de tijd gekomen om daar een gedeelde mening aan te geven door de verschillende meningen met elkaar te vermengen tot een inhoud die voor eenieder aanvaardbaar is. Uiteraard is nu het gekleurd bewustzijn aan zet. Want het waarderen is gebaseerd op het gekleurd bewustzijn, dat per definitie duaal is. Men kleurt wat men heeft geobserveerd in en gebruikt daarbij het kleurenpalet van de beschikbare mentale modellen. Let wel, niet enkel uw persoonlijk gekleurd bewustzijn, ook dit van ieder ander in de dialoog. Het is de bedoeling om een Gedeelde Mening te creëren en daartoe dient elkeen wat zij of hij heeft waargenomen in vraag durven stellen. Dit gebeurt op een integere manier, men schetst eerlijk hoe men de gegevens, de boodschap waardeert en staat open voor de waardering ervan door de ander.  

En de verschillende meningen worden hierbij gewaardeerd. Hiertoe worden een viertal vaardigheden ingezet, waarover in latere columns meer:

  • Hoe nederig vragen? (Deel XVI);
  • Hoe ‘plussen’ vinden achter de ‘min’? (Deel XVII);
  • Hoe verschillende inzichten integereren? (Deel XVIII);
  • Hoe Mentale modellen in vraag stellen? (Deel XIX).

[i]Bruce Springsteen, Quote uit de song Promised Landuit het album Darkness on the Edge of Town.Columbia Records, 1978.

[ii]Stephen, E. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam-Antwerpen: Contact. 1993, blz. 214.

[iii]David Olney. Intro van Women Across The River (feat. Sergio Webb) uit het album Holiday in Holland, Strictly Country Records, 2016.

Hier het intro en de beklijvende song

[iv]http://infed.org/mobi/howard-gardner-multiple-intelligences-and-education/

[v]Howard Gardner, Frames of Mind; The Theory of Multiple Intelligences. New York NY: Basic Books, 1993 (originele publicatie1983).

[vi]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012, bladzijde 272.

Johan Roels