BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXX

HOE OMGAAN MET POLARITEITEN?

For the most part, the polarities of Springsteen’s pervasive themes — the search for authenticity and community that is more a dream than a reality; hope always on the verge of being crushed; passion ever falling short of fulfillment — were swept away by the show’s good-time atmosphere.

His haunted protagonists on albums until “The River” are shadowed by doubt, uncertainty and threat, themes he later confronts more explicitly on “The Ghost of Tom Joad,” “The Rising,” “Devils and Dust” and “Magic.” But the angry young man of “Badlands” is now singing to a grayer, paunchier choir—the “old, bald fans” he acknowledged at Thursday’s show. At least for one night, the audience put aside its compromises and sang out, “No retreat, baby, no surrender.” [i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, deze column ”Hoe omgaan met Polariteiten” gaat over het fenomeen Polarisatie, de dynamiek van het ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[ii].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt onderscheiden worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op ons dagelijks gedrag. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh (IS) – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent betrokkenen die geen keuze hebben, de zogenaamde probleem eigenaren, en heeft dus conflictspelers die een opstelling als het ware wordt opgedrongen. Het kost daarbij geen moeite om die probleem eigenaren te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Eloïse, Edward en Elvire, deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. Dit betekent, met andere woorden, dat die twee mindsets diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze begrippen te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie daargesteld. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast en als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het aan die identiteiten toekennen van bijkomende, op zich contrasterende, ‘labels’. Daardoor worden die identiteiten hoe langer hoe meer elkaars tegenpool.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en door het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ of het ‘andere’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een treffende wijze als volgt: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die identiteit blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen.

Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Eloïse, Edward en Elvire, het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. Indien we inzien dat we niet de gevangene zijn van onze mindset staan we niet machteloos. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.

Eloïse, Edward en Elvire, uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken, die bijkomende ‘labels’ zijn, wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Het zit zo, Eloïse, Edward en Elvire, dat bij toenemende Polarisatie de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toenemen, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de onredelijkheid hand over hand toe. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en helemaal niets te maken heeft met een dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er allerhande complot theorieën, die, op de keper beschouwd, ‘uitvluchten’ zijn om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

De vijf rollen bij Polarisatie

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook ik heb deze wel eens gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel dat jullie de werking van de rollen leren onderkennen. Door deze kennis kunnen jullie bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat jullie onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher

Figuur 3: De opstelling van de Pusher

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners (in het geval van Dondald Trump zijn dat uiteraard ‘Tweets’) die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigt zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    1. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    1. Selecteert enkel negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    1. Luistert zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    1. Fungeert als echokamer voor haar of zijn pusher;
    1. Is sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    1. Blijft gedurende deze discussie het eigen gelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    1. Er wordt enkel geluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    1. Daarbij wordt de mogelijkheid opengelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de Stille Middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om niet aan Polarisatie te doen.

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens; met andere woorden men kiest bewust voor het midden.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden kunnen dus zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”;
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de target van de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen over elkaar en niets aan elkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van alle mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De Bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouwer is van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun eigen mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat in de mindsets van beide tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerd in elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleid door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5: De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Daar diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het dus meestal de bruggenbouwer die als zondebok het gelag betaalt.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper, de brenger van het ‘slechte’ nieuws dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben, wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat de standpunten van de pushers en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar liggen. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt zij of hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt het rotsvast geloof: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Eloïse, Edward en Elvire, zoals reeds gesteld speelt Polarisatie zich zowel af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) als op het organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team; dit kan men ook zien als het verfoeide ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En vooral door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van het Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander niet bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten (zie eerste figuur van deze column). En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinies ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf werd beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’ of een ‘gedegen besluit’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

Depolarisatie van micro Polarisatie door dialoog

Eloïse, Edward en Elvire, opa’s persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Niet dat ik daar zelf telkens in slaag, verre van! Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …). Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek. Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is, volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen[vii]. Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk zowel de eigen mening voorgesteld als de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialoogmodel geplaatst en door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking beantwoord.

De uitdagingen met het opschorten van de eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewust) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Eloïse, Edward en Elvire, wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die mij kan helpen m’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.[viii]” De volgende, en dus bijkomende meta-overtuigingen, heb ik mij gaandeweg de laatste twintig jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik erachter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, helder bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulness me diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid. Het ziet enkel wat het eigen gekleurd bewustzijn toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus de basiscondities en vaardigheden van de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking in, waaronder:

  1. Nieuwsgierigheid. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik ervoor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen (met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de Vicieuze Cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet, er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Waarderend begrijpen betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van een dialoog is dat deze zich ver houdt van een discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen Polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruid met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star’ tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege hun gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie, is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit persoonlijke ervaring dat mentale modellen door crisissituaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten en eerder m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben als aandachtige lezers ondertussen reeds lang gemerkt dat ik net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef het naslagwerk ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms nog, en te veel naar m’n zin, verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons Rita’).

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds weer sterk opviel was dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht! 


[i] Joseph Gerics. ‘Live Right Now!”: Bruce Springsteen in concert. America. The Jesuit Review. An article desribing a show of Bruce Springsteen’s ‘Magic’ tour. September 22, 2008 

[ii] Bart Brandsma, Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[iii] De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv] Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012 blz. 18.

[v] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 161-170.

[vi] ‘Cruciale dialogen’ ibid. blz. 20-28.

[vii] William Isaacs, Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. blz. 41

[viii] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 16-17.

[ix] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 191-217.

[xi] Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. blz. 39

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIX

HOE STERK WEER OPSTAAN NA ZWARE TEGENSLAG?

Come on up for the rising

Come on up, lay your hands in mine

Come on up for the rising

Come on up for the rising tonight.

Bruce Springsteen – The Rising[i].

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over omgaan met tegenslagen. Tegenslagen horen bij het leven, daar hadden we het al uitgebreid over in vorige column. Bij een miskleun, een falen of een tegenslag hebben jullie de keuze: 

  1. Jullie vertonen het mainstream gedrag en geven ‘de ander’ de schuld; met andere woorden, jullie zoeken totdat jullie ‘de zwarte piet’ gevonden hebben; 
  2. Wanneer jullie die niet vinden, wordt de schuld doorgeschoven naar ‘Murphy’;
  3. Jullie zijn tegendraads: jullie weigeren te oordelen, de schuld in iemands schoenen te schuiven of ‘de ander’ te veroordelen; in de plaats daarvan kies je voor het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. 

De waarde van tegendraads zijn

Eloïse, Edward en Elvire, tegendraads zijn start met een cruciale dialoog met zichzelf en de omgeving rond de miskleun of het falen. Daarbij maakt men best gebruik van het creatief wissselwerkingsproces. Zo lost men het probleem op terwijl men terzelfdertijd voorkomt dat het in de toekomst nog de kop op steekt. 

Om tegendraads te zijn en in de spiegel te kijken, is er moed nodig teneinde te laten zien hoe het werkelijk is een miskleun te doorstaan; de eigen kwetsbaarheid te voelen in plaats van de fout in het gedrag van anderen te zoeken of de eigen frustratie op anderen af te reageren. Bereid zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien en blijven leven in overeenstemming met eigen waarden en normen en dit bovendien daadwerkelijk tonen; daar heb ook ik uiteindelijk voor gekozen. 

Creatieve Wisselwerking

Eloïse, Edward en Elvire, jullie konden al bevroeden, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is in feite het van binnen uit beleven van Creatieve wisselwerking na een miskleun. En bij dit beleven klopt de spreuk “Hoe meer ik leer, hoe minder ik weet” als een bus. Dit is het loon van het leren uit eigen fouten: men komt z’n eigen beperktheid tegen. Daardoor heb ik onder meer geleerd de idee dat ik de waarheid in pacht zou hebben volledig op te geven. 

Ik beleef wel een basis- en universele waarheid: Creatieve wisselwerking. Het is de moed hebben de uitdaging aan te gaan en daardoor het proces van binnen uit beleven en dit bovendien laten zien. Dit alles terwijl men heel goed weet dat men geen controle hebt over het uiteindelijke resultaat. Men kan Creatieve wisselwerking beleven, edoch men kan het proces niet sturen naar een welbepaald resultaat. 

Zich zo kwetsbaar opstellen, zonder zeker te zijn van het resultaat, is geen teken van zwakte; moediger kan men niet zijn. Als men zo leeft dan bevindt men zich op de ‘werkelijkheid van het terrein’, men bevindt zich in de arena en is dus speler. Men is geen ‘tribune speler’ en nog minder toeschouwer. Men beschouwt het eigen beleven van het proces wel, dit met de vaardigheid Proces Bewustzijn. Meer nog, men heeft eigenlijk lak aan toeschouwers die van op veilige afstand strooien met bekrompen kritiek en kleinerende opmerkingen. 

Dit wil ook zeggen dat men, mede door het beleven van Creatieve wisselwerking, selectief wordt met betrekking tot feedback die men in toelaat. Eloïse, Edward en Elvire, zelf hanteer ik volgende vuistregel: wanneer de ander zich niet niet met mij in de arena bevindt en dus niet de kans loopt zelf onderuit gehaald te worden, dan ben ik niet geïnteresseerd in haar of zijn feedback. Bevindt zij of hij zich wel op het strijdtoneel, dan waardeer ik de feedback ten zeerste en zal er zelfs om vragen. Indien men zich niet kwetsbaar opstelt; met andere woorden, niet met mij in dialoog gaat, met de kans dat deze uitdraait op een ‘cruciale’, dan hoeft het niet voor mij. 

De moed hebben zich authentiek op te stellen, heeft als wetmatigheid dat men ook op z’n bek kan, zelfs ooit zal, gaan. Daardoor is de “The Boxer’ van Paul Simon mijn lijflied. Ik weet namelijk dat, wanneer ik de moed heb mij kwetsbaar op te stellen, ik ooit met het canvas in aanraking zal komen. Ik weet echter ook dat ik dan terug recht zal krabbelen, want ik heb van binnenuit gekozen voor Creative Interchange

In the clearing stands a boxer

And a fighter by his trade 

And he carries the reminders 

Of every glove that laid him down 

Or cut him till he cried out 

In his anger and his shame 

“I am leaving, I am leaving” 

But the fighter still remains. 

Paul Simon – The Boxer 

Door gekozen te hebben voor Creatieve wisselwerking “beyond the point of no return” kan ik niet meer terug … “the fighter still remains”. Ik kan ook niet terug keren naar de werkelijkheid van voor de val. Ik geloof namelijk dat ik uit die ervaring zal leren en daardoor zal uitkomen op een ‘hoger’ niveau dan waarop ik me voor de val bevond. Ik weet ook dat ik echt door het stof zal dienen te gaan en dit met het bloed, het zweet en de tranen eigen aan het gevecht. Plezierig is anders, maar ik heb niet voor plezier gekozen, wel voor groei. En die gaat steeds gepaard met groeipijnen. Het is enerzijds pijnlijk en anderzijds weet ik dat ik, aan het einde van de strijd, als ‘herboren’ én ‘beter’ zal herrijzen. Door deze Awareness en dit Vertrouwen krijg ik de kracht om door te gaan en word ik door de creatie spanning naar een hoger niveau gestuwd. Die kracht (cf. The Force van Yoda) is niets anders dan Creative Interchange. Maar, eerlijk is eerlijk, makkelijk en vredig is deze strijd allerminst. 

Het opstaan na de val is een persoonlijke opgave en toch sta ik er niet alleen voor. Ik bezit de innerlijke zekerheid dat – indien ik a) met anderen verbonden blijf en b) Creatieve wisselwerking met hen vanbinnen uit beleef – ik er kom! Met andere woorden: in de eenzaamheid van de tegenslag dien je wel de uitdaging, creatieve verbinding met anderen te zoeken én te vinden, aangaan. Daartoe is het ‘upfront’ geven van vertrouwen een voordeel. Het is beter dat je vertrouwen soms geschaad wordt dan dat je nooit je vertrouwen ‘upfront’ geeft; met andere woorden dat je wacht totdat dit vertrouwen ‘verdiend’ is, want dan zou het wel eens te laat kunnen zijn. 

Echte Creatieve wisselwerking legt wat we leren uit een mislukking of falen vast in een beslissing tot actie. Door het continu uitvoeren van die actie met commitment en doorzettingsvermogen, zorgt Creatieve wisselwerkingervoor dat uiteindelijk het nieuwe gedrag een goede gewoonte wordt. Echt leren gaat via het hoofd, het hart en onze handen naar onze geest waardoor uiteindelijk onze mindset transformeert. 

Zo is leren opstaan na een dreun, door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking, een deel van m’n mindset geworden. Ik weet dat ik af en toe zal vallen en ik weet ook dat ik, juist door het vanbinnen uit beleven van CI, er sterker en beter boven op kom. Dat ik terug rechtop, wendbaar en weerbaar, ten volle in het leven zal staan totdat ik terug zal vallen. Dat is, heb ik geleerd, een natuurwet zoals de zwaartekracht. Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces na een tegenslag is steeds hetzelfde proces; of het nu over persoonlijke problemen gaat of over problemen op het werk, het creatief wisselwerkingsproces helpt ons er bovenop. 

Wendbaar en Weerbaar

Kortom, om wendbaar (pro-actief) en weerbaar (reactief) te zijn, dient men Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven. Dit werd uiteindelijk een levenswijsheid die ik nu, zo goed en zo kwaad ik dit al kan, doorgeef aan jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn drie kleinkinderen. Want die zullen dit – zoals Fons Leroy het zo treffend schetste in een interview op het één journaal van 7 oktober 2016, de dag na de aankondiging van het massaontslag bij ING – in de toekomst meer dan nodig hebben. Zoals reeds gesteld geef ik die kennis nu door omdat ik besef dat de dag ooit komt dat ik niet meer op zal kunnen staan. Ook dat is een natuurwet, elk leven is eindig, ook het mijne. Wat wel zal voortleven is het Creatief wisselwerkingsproces en hopelijk, mijn vurigste wens, ook in jullie, mijn kleinkinderen. Creatieve Wisselwerking doorgeven doe ik onder meer door hen aan te tonen hoe gedachten, emoties en gedrag een samenhangend geheel vormen, zoals de liggende acht zo mooi duidelijk maakt. Dit doe ik onder meer met deze serie columns. Omdat deze column gaat over het beleven van Creatieve wisselwerking bij het ‘sterk-weer-opstaan’ na een zware tegenslag, zullen er nogal wat herhalingen van vorige columns voorkomen. Besef wel dat het beter is tweemaal iets zinnigs te poneren dan het helemaal niet naar voor te brengen.

Creatieve wisselwerking is geen formule!

Eloïse, Edward en Elvire, het grootste probleem met Creatieve Wisselwerking is dat het als een makkelijke formule oogt die iedereen kan uitwerken. Begrijp mij niet verkeerd; Creatieve wisselwerking kan iedereen van binnenuit beleven; meer nog, we zijn er mee geboren! Het probleem zit in het feit dat Creatieve wisselwerking bij de eerste bewuste kennismaking als een makkelijke ‘formule’ overkomt. Dit komt mede omdat ik er (nog) niet in geslaagd ben om Creatieve Wisselwerking complex én bevattelijk voor te stellen. Mijn meest complexe voorstelling van Creatieve Wisselwerking is het ‘vlindermodel’ met z’n 4 fasen, 8 basiscondities en 16 vaardigheden: 

Die voorstelling oogt inderdaad al ingewikkelder dan het lemniscaat model waarmee ik ooit startte. Ik leg echter het vlindermodel nog te veel uit als een soort ‘stap voor stap’ aanpak, wat het allerminst is. Het vlindermodel geeft een mogelijke route aan (communicatie à appreciatie à imaginatie à transformatie) maar dit pad kan echter op verschillende manieren gelopen worden. Het oorzaak en gevolg denken, dat het model zou kunnen impliceren, kan volledig omgedraaid worden en bovendien bevat elk van de vier fasen ALLE vier fasen. Bijvoorbeeld: de vierde fase, transformatie, omvat de vaardigheid van het geven en ontvangen van feedback. Feedback dient gegeven te worden (communicatie), correct waarderend begrepen te worden (appreciatie), aanzetten tot verandering en dus het vinden van ideeën daartoe (imaginatie) die uiteindelijk dienen in werkelijk omgezet te worden (transformatie). 

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking heeft echt geen lineaire volgorde. Toegegeven, ik stel het bijna steeds gemakshalve en als eerste kennismaking zo voor. Dit onder meer met de hulp van het Cruciale dialoogmodel en z’n vier fasen. Ik vertel of schrijf er steeds bij dat die voorstelling eigenlijk te simpel en te lineair is voor het levend, complex, organisch levensproces dat Creatieve wisselwerking is. Creatieve wisselwerking lijkt op het eerste gezicht inderdaad volgens bepaalde patronen te verlopen, maar is heus niet in een formule te vatten, en ook niet in een stap-voor-stap lineaire volgorde. Het heeft in veel gevallen de vorm van de oude Echternach processie (drie stappen voorwaarts gevolgd door twee achterwaarts). Die regel leidde, zoals ik reeds eerder schreef, tot een dusdanige chaos dat de processie uiteindelijk drastisch werd gewijzigd: het werd een dansprocessie. Ook Creatieve wisselwerking heeft veel weg van een dans waarbij de deelnemers met elkaar verbonden zijn. Niet met behulp van een witte zakdoek, zoals het huidig protocol van de Echternach processie voorschrijft, maar door het creatief wisselwerkingsproces zelf. “You have to go with the flow”, zeg ik soms, daarbij goed beseffend dat het fenomeen Flow een van de verschijningsvormen is van Creatieve wisselwerking . 

Creatieve wisselwerking is een zich herhalend, iteratief en zelfs intuïtief proces dat voor verschillende mensen verschillende vormen aanneemt. Ook zorgen verschillende contexten voor een verschillend beleven van Creatieve wisselwerking. Er is bovendien niet steeds een eenduidige relatie tussen inspanning en resultaat. Men kan het proces enkel zo standvastig en zo zuiver mogelijk beleven. Wanneer het resultaat niet in verhouding is met de inspanning, dan dient men daarover te reflecteren, wat op zich weer een van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking is. 

Door het beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit, ook en vooral bij het opstaan na een doodsmak, leer je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. De Franciscaan Richard Rohr vertolkt dit treffend wanneer hij stelt: “Na elke initiatie weet je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Het leven draait voortaan niet meer om jou, je gaat je inzetten voor het Leven!”[ii] Een andere pater, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij, eigenlijk meer nog dan Charlie Palmgren, dat ‘sterk-weer-opstaan’ in wezen een spirituele oefening is. In zijn dissertatie[iii]met als hoofdfiguur de stichter van de Jezuïeten orde, Ignatius van Loyola, komt ‘spiritualiteit’ telkens weer uit diens levensverhaal naar voor als cruciaal onderdeel van veerkracht en het gevecht om na een zware tegenslag weer op te staan. Vader de Blot definieert spiritualiteit als ‘innerlijke ervaring die mijzelf overstijgt, richting geeft aan mijn leven en mijn bestaan zinvol maakt’. 

De innerlijke ervaring van Creatieve wisselwerking leidt naar volgende innerlijke zekerheid: Creatieve wisselwerking is het levensproces. Het proces dat aan de grondslag ligt van alle leren en veranderen, dus van alle transformatie. Creative Interchange steunt op onze onderlinge verbondenheid en door het vanbinnen uit beleven worden onze ervaringen als ‘spirituele’ oefeningen. Voor mij is een van de belangrijkste toepassingen van Creative Interchange, als spirituele oefening, het weer opstaan nadat men zwaar ten gronde is gegaan. Want dit opstaan vereist een diepgeworteld geloof in de kracht van Creatieve wisselwerking door verbondenheid, een worsteling met jezelf en, in de meeste gevallen, het terugwinnen van betekenis en zingeving. 

Wat ik ook geleerd heb, Eloïse, Edward en Elvire, is dat zonder het beleven van Creatieve wisselwerking het uiterst moeilijk is om terug op te staan. Die levensles leerde ik in m’n meest donkere periode tot nog toe (mijn massieve depressie: 2008- 2010). Toen kwam de weerbaarheid rijkelijk laat, wat ik mij later maar met heel veel moeite heb vergeven. Ik had m’n kennis toen al in praktijk moeten brengen, want ik had jaren ervoor het boek ‘Creatieve wisselwerking’ geschreven. M’n kennis was toen nog geen wijsheid geworden. Uiteindelijk verbond ik mij terug met het levensproces. Ook dacht ik in die donkere periode veel aan de song “Don’t cry for me, Argentina”, uit ‘Evita’ waarbij ik ‘Argentina’ verving door ‘Creative Interchange’

I had to let it happen, I had to change Couldn’t stay all my life down at heel  Looking out of the window, staying out of the sun
So I chose freedom
Running around trying everything new  But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance
But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance 

And as for fortune, and as for fame
I never invited them in
Though it seemed to the world they were all I desired
They are illusions
They’re not the solutions they promised to be 
The answer was here all the time
I love you and hope you love me
….
Have I said too much?
There’s nothing more I can think of to say to you  But all you have to do is look at me to know that Every word is true! 

Bij m’n volgende dreun – darmkanker 2013 – deed ik het stukken beter en was ik de dreun eigenlijk voor. Door proactief, dus wendbaar, Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven, met mezelf én mijn omgeving, zag ik die dreun ‘aankomen’. Spijtig genoeg geloofde m’n huisdokter mijn ‘innerlijke zekerheid’ toen helemaal niet; hij wist het beter. Darmkanker kon helemaal niet, gezien m’n voorgeschiedenis – hij was m’n derde huisarts in een serie grootvader-vader-zoon. Ik had nogal wat moeite om van onder mijn loyaliteit uit te komen, wat dan weer een levensles was. Bij darmkanker is ontwijken echt geen optie, direct rechtveren en doorgaan wel! En dat laatste heb ik dan ook gedaan! Als puntje bij paaltje komt, waren jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn grootste reden om ‘door te gaan zoals ik door ga’. Aldus het ‘oorzaak en gevolg’ model op z’n kop zettend. 

In volgende delen bespreek ik het ‘sterk-weer-opstaan’ proces meer in detail. Onderstaande figuur is een mogelijke voorstelling van dit proces: 

Je eigen verhaal onder ogen zien

Brené Brown: “Je eigen verhaal onder ogen zien en, terwijl je dit doet, van jezelf houden is het moedigste wat je ooit kan doen.[iv]” Het gaat dus over in verbinding komen met je miskleun en je falen en toch van jezelf blijven houden. Het is niet alleen het moedigste, het is ook het wijste dat je kunt doen, wil je de befaamde quote van voetballer-filosoof Johan Cruijff “Elk nadeel heb z’n voordeel” bewaarheid zien door bewust naar het potentieel voordeel op zoek te gaan en dit voordeel ook effectief te realiseren. 

Eloïse, Edward en Elvire, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces begint met de feiten van het verhaal op een rijtje te zetten. Daartoe is het beleven van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie,nodig. Niet alleen authentieke interactie met zichzelf; ook authentieke interactie met mensen uit de eigen omgeving die getuige waren van het falen. Vervolgens dient men nieuwsgierig genoeg te zijn om de juiste vragen te stellen en op die vragen correcte antwoorden te vinden. Daardoor begrijpt men uiteindelijk waarderend de miskleun, wat dan uitmondt in min of meer heftige gevoelens. Daarbij trekt men niet de eerste de beste conclusie en gaat men niet over tot actie (het zo verfoeilijke ‘jump to conclusion’ gedrag). Integendeel, men blijft lang genoeg het eigen verhaal onder ogen zien totdat men ten volle de complexe ‘oorzaken en gevolgen’ keten waarderend begrijpt. 

Als we in de arena op ons gezicht gegaan zijn, is de eerste reactie vaak ‘rond kijken of niemand het gezien heeft’. Wij voelen direct schaamte opwellen en indien we leven volgens de ‘mainstream’ filosofie gaan we aansluitend op zoek naar de ‘schuldige’. Uiteraard zoeken we die, conform de ‘heersende’ mindset, buiten onszelf. De combinatie schaamte/verwijt is zo gebruikelijk omdat we, uit wanhoop van onder de pijn uit te komen, verwijten als een snelle oplossing zien. Voor de meesten van ons, die hun toevlucht nemen tot het maken van verwijten, is de behoefte aan controle zo sterk dat ze schuld willen toewijzen. Ze denken dat ze zich beter gaan voelen nadat ze met de vinger naar iets of iemand gewezen hebben, maar er verandert niets. Verwijten maken is juist dodelijk in relaties. Het is giftig. Maar het blijft de voorkeursreactie van de meesten onder ons. Dit mede omdat het een onderdeel is van onze Vicieuze Cirkel.

Indien we ‘tegendraads’ zijn, bekijken we ons verhaal eerst afstandelijk, alsof het een verhaal van iemand anders is. Anders gesteld, we observeren de feiten van ons verhaal met ons ‘helder’ bewustzijn. Dit wordt zoals we reeds zagen, aangeduid met het begrip Awareness. Met andere woorden, we leggen eerst ons verhaal vast met ons helder bewustzijn en observeren de ‘naakte’ waarheid. 

Pas daarna kleuren wij het verhaal met ons gekleurd bewustzijn (Consciousness). Bij dit interpreteren dragen wij er zorg voor ook, en vooral, onze eigen inbreng in het verhaal te begrijpen. We beleven ten volle de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen. Dit betekent ook dat, indien we toch een andere actor identificeren dan onszelf, we ons eerst afvragen welke rol we daarbij zelf gespeeld hebben. “Hebben wij het gedrag van de ander gedoogd of getriggerd?” is een van de pertinente vragen die wij ons gedurende deze analyse dienen te stellen. Wij kijken oprecht in de spiegel en slaan hem niet stuk! We hoeden ons er voor onszelf verwijten te maken die ondermijnend zijn en weinig opleveren. 

Ook zijn we er van overtuigd dat indien we onze miskleun verhalen ontkennen of ons losmaken van die moeilijke verhalen, deze niet weggaan. Integendeel, we begrijpen ten volle dat ze ons dan bezitten en ons daardoor bepalen. We kiezen er bewust voor dit niet te laten gebeuren. We laten ons niet ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen! 

Eloïse, Edward en Elvire, een van de redenen dat we soms geen rekenschap durven afleggen van onze miskleun verhalen is angst. Daarbij spelen volgende vragen: “Wat als ik iets vind met betrekking tot mijn gedrag dat niet zo prettig is?” of “Wat gaan anderen daarvan denken?” Angst zorgt ervoor dat we onze verhalen in de doofpot willen steken, goed wetende dat die doofpot niet bestaat. Angst leidt naar struisvogel gedrag. Het is niet omdat wij onze kop in het zand steken dat onze medemensen ziende blind zijn. 

Wat nodig is om zich rekenschap te kunnen geven van het volledige eigen verhaal is nieuwsgierigheid, niet toevallig een van de basiscondities van de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen van Creatieve wisselwerking. Nieuwe informatie ‘as such’ verandert onze manier van denken, en daardoor ook ons leven, niet. Pater Paul de Blot SJ leerde mij dat wanneer iets je toevalt, je het niet alleen dient op te rapen. Je dient er vooral iets uit te leren door er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. Paul de Blot heeft het hier eigenlijk over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie! 

De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid bewaren betekent voor mij te aanvaarden dat ‘niets voor niks is’ en dat ik die kennis dien te beleven totdat het wijsheid wordt. Nieuwsgierigheid bewaren is een daad van kwetsbaarheid en moed. Je moet dapper zijn om meer te willen weten, omdat je nooit op voorhand weet of je iets gaat vinden waardoor er jou echt iets te verwijten valt of blijkt dat je geen gelijk had. Nieuwsgierigheid is onaangenaam omdat het naast kwetsbaarheid ook onzekerheid betekent. Nieuwsgierigheid is daardoor een tegendraadse eigenschap die afwijkt van de ‘mainstream’ norm. 

Naast nieuwsgierigheid is kunnen omgaan met onzekerheid een basisconditie van deze fase van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. De reden waardoor beiden cruciaal zijn voor dit proces is dat de gevarieerde en soms excentrieke koers van sterk weer opstaan ook tegendraads is. Het omarmen van kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en onzekerheid, dat nodig is om op te staan na een val, is ook een beetje gevaarlijk, vooral voor onze omgeving. Mensen die niet blijven liggen na een dreun, maar – zoals de bokser uit Paul Simon’s gelijknamige song – opstaan, zijn vaak onruststokers. Lastig in bedwang te houden want “the fighter still remains!” Ze stellen de juiste moeilijke vragen en dat is tegendraads, dat kan gevaarlijk zijn. 

We dienen een bepaalde mate van kennis of bewustzijn te hebben om nieuwsgierig te kunnen zijn. Het verhaal dat we onder ogen zagen met ons helder bewustzijn (awareness) heeft onze nieuwsgierigheid gewekt. “Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mij dit overkomen is?” Onze nieuwsgierigheid, die leidt naar het inkleuren van ons verhaal (consciousness), is echt vastgehaakt aan onze awareness met betrekking tot ons miskleun-verhaal. Dit doen we door nederig pertinente vragen te stellen van (cf. ‘Humble Inquiry’ van Edgar Schein[v]), die toch gevaarlijk in de oren kunnen klinken. 

Het vastleggen van ons miskleun-verhaal is een cruciaal onderdeel om het waarderend te kunnen begrijpen. Wel dienen we bewust te zijn dat onze eerste versie in de meeste gevallen een verzonnen verhaal is, dat nadien dient verfijnd te worden. Het voordeel van dit ongecensureerde verhaal is dat er antwoorden verscholen liggen op drie uiterst belangrijke vragen; vragen die leiden tot meer zelfkennis en innerlijke integratie en die zorgen dan weer voor meer moed, empathie, mededogen en verbinding in ons leven: 

Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de actuele situatie?
• Welke van m’n beweringen zijn objectief?
• Welke van m’n beweringen zijn gebaseerd op aannames?

2. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de andere spelers in m’n verhaal? 

  • Heb ik nog andere informatie nodig? 
  • Welke nederige vragen dien ik dienaangaande te stellen? 

3. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over mezelf?
• Welke rol speelde ik echt?
• Wat staat er in m’n linker kolom (cf. Oefening Argyris[vi])?

Dienen we (iets) te veranderen ?!?

Eloïse, Edward en Elvire, de cruciale vraag hierbij is: “Wil ik terug en meer vanuit m’n volle mens-zijn leven?” Het antwoord op deze vraag zal ons leiden naar wat er dient te veranderen om een nieuw en nu hopelijk succesvol verhaal te schrijven. 

In deze column rond het ‘sterk-weer-opstaan’ proces ben ik gekomen aan het middendeel. Gezien dit proces op de keper beschouwd het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking is, kan dit deel gevisualiseerd worden door het midden van het vlindermodel. 

In dat midden komen we eerst de ‘delta’ tegen: 

Delta (del-ta) zelfstandig naamwoord: de vierde letter van het Griekse alfabet – het wiskundig symbool voor verschil. De hoofdletter delta is een driehoek. 

Het is het verschil – de delta – tussen (a) wat we hebben nu we ons verhaal correct onder ogen hebben gezien, ontdaan van alle verzinsels en franjes en b) wat je jezelf toewenst om terug vanuit je volle mens-zijn te kunnen leven. Anders gesteld, de delta is het verschil tussen ons inzicht (in de realiteit) en onze behoeften. 

Ik hou eigenlijk meer van het begrip delta dan van het begrip ‘verschil’ hoewel de twee begrippen synoniemen zijn. Het driehoek symbool neemt me terug mee naar het drieluik waar het om gaat en dat door de liggende acht wordt gevisualiseerd: Denken  – Verbinden/Voelen – Doen.

Verbinden/Voelen

Denken                                                Doen

Wanneer we ons val-verhaal ten volle waarderend begrepen hebben, voelen we, uitgerekend door ‘de delta’, emoties en gevoelens. Die kunnen voor ‘knee-jerk’ reacties zorgen. We kunnen er echter vanbinnen uit voor zorgen dat dit soort reacties geen kans krijgen. 

We reageren onze emoties en gevoelens niet direct af door te vechten (naar de ander slaan), te vluchten (de ander ‘de schuld’ geven) of te verstijven (dichtklappen – ‘shit happens’). Zelfs indien we de fout aan onszelf toewijzen, voelen we ons vooral geen mislukkeling, we erkennen de emoties en gaan die vanbinnen uit beheersen. Wij verwijten ons niets, wij voelen ons, indien nodig, wel aansprakelijk. Aansprakelijkheid is jezelf verantwoordelijk stellen voor jouw daden en de gevolgen ervan. Aansprakelijkheid is een voorwaarde voor sterke relaties en een dito bedrijfscultuur. Voor aansprakelijkheid is authenticiteit, moed en actie nodig teneinde je excuses aan te bieden en het goed te maken. Het vraagt om kwetsbaarheid. We moeten onze eigen gevoelens onder ogen zien en ons gedrag en onze keuzes zien te verzoenen met onze waarden en normen. Wij weigeren dat onze emoties ons ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen. Met andere woorden: onze emoties controleren ons niet. Of nog: wij weigeren de slachtofferrol! Zelfs als de val of miskleun ons overkomt zonder dat we in enige mate aansprakelijk zijn, weigeren we de slachtofferrol op te nemen en krabbelen recht… “the fighter still remains!” We werken van uit het ‘inside-out’ betrokkenheid paradigma, niet vanuit het ‘outside-in’ controle paradigma. 

Eloïse, Edward en Elvire, uiteraard hangt de kwaliteit van deze emoties en gevoelens af van het miskleun-verhaal en de context. Ik ga er verder van uit dat je die emoties niet laat afketsen of uithaalt naar iemand uit jullie omgeving. “You may not control all the events that happen to you, but you can decide not to be reduced by them.” schreef Maya Angelou in “Letter to my Daughter’[vii]. Wat jullie niet mogen laten gebeuren, is dat jullie zelfvertrouwen sneuvelt door het falen. Zelfvertrouwen en fouten maken kunnen perfect naast elkaar bestaan, als we het maar goed blijven maken, blijven handelen naar eigen waarden en normen, en schaamte en verwijten meteen ten goede ombuigen. 

Persoonlijk Macht

Wat de context of de omvang ervan ook was, falen gaat gepaard met het gevoel dat we een deel van onze persoonlijke macht zijn kwijtgespeeld. Ik hou in dit verband enorm van Martin Luther King’s quote: 

Power, properly understood, is the ability to achieve purpose.

Eloïse, Edward en Elvire, wij hebben het vermogen om ons persoonlijk doel te bereiken. Het gaat over het uitoefenen van persoonlijke macht vanbinnen uit teneinde ons doel te bereiken. Vandaar dat in ons ‘Cruciale dialoogmodel’ in het midden de persoonlijke eigenschappen – Intrinsieke Waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten, Persoonlijk Doel, Positieve Intentie en Persoonlijk Engagement – verenigd zijn. 

Door ons terug te verbinden met onze Intrinsieke Waarde en onze persoonlijke Vicieuze Cirkel niet alleen te stoppen maar ‘terug te draaien’, door het beleven van Creatieve wisselwerking, komen we ook terug in verbinding met ons persoonlijk doel en geven we onszelf terug de macht om dit doel te bereiken. We smoren de opwellende machteloosheid in de kiem, want we weten dat machteloosheid leidt tot angst en wanhoop. 

Wanhoop is niet meer vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces. Men bevindt zich in een spirituele woestijn waarin men gelooft dat het morgen net zo zal zijn als vandaag. Het tegenovergestelde van wanhoop is hoop. Hoop die verankerd is in het creatief wisselwerkingsproces. Met name, dat men het morgen beter kan hebben door doelen te stellen, wegen te creëren naar die doelen toe en de vasthoudendheid en het doorzettingsvermogen op te brengen om die wegen te bewandelen teneinde die doelen effectief te bereiken. Men gelooft in het persoonlijk vermogen (macht) om Creative Interchange van binnen uit te beleven:”You Believe In the Power of The Force!” 

Mindfulness says, “Feel the pain” and self- compassion says, “Cherish yourself in the midst of the pain”; two ways of embracing our lives more wholeheartedly[viii]

Men geeft zich ook rekenschap van emoties. Dat betekent zichzelf toestemming geven deze te voelen en er dus aandacht aan te besteden in ‘het hier en nu’. Wat men ook dient te doen, is tussen de actie en reactie letterlijk een pauze inlassen en ‘mindful’ de emoties evalueren. Tegenwoordig wordt hoe langer hoe meer een lans gebroken voor ‘self-compassion’. Dit is het vermogen om zichzelf met mildheid te aanvaarden wanneer men aan het lijden is. Huidige research toont aan dat zelf-medelijden sterk verbonden is aan emotionele weerbaarheid, inclusief het vermogen kalm te worden, miskleunen te (h)erkennen, er uit te leren en zich te motiveren teneinde te slagen[ix]. Wetenschappelijk is aangetoond dat zelf-medelijden potentieel een belangrijke factor is voor emotionele problemen zoals depressie. 

Marie R. Miyashiro[x] spreekt in dit verband van twee vaak verkeerd begrepen menselijke eigenschappen: 

  1. Onze vaardigheid om ons op een natuurlijke wijze bewust te zijn van onze gevoelens zonder die te veroordelen; 
  2. Ons vermogen om deze gevoelens te verbinden aan de daarbij behorende al dan niet vervulde behoeften. 

Indien deze behoeften niet vervuld spreken wij van een ‘delta’. 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze fase voelen we het verschil tussen wat we hebben en wat we willen haarfijn aan. In het ‘sterk-weer opstaan’ proces is er geen sprake van tevreden zijn met de nu ten volle waarderend begrepen werkelijkheid van op het canvas neergeteld te liggen. Er is een groot verschil tussen die huidige werkelijkheid en de gewenste toekomst: die van ten volle als mens terug in het leven te staan en door te gaan.
De delta toont ons duidelijk het verschil tussen de geapprecieerde werkelijkheid en de werkelijkheid die men zichzelf op basis van eigen waarden toewenst. De delta zorgt voor emoties die ons kunnen leiden naar twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning, waar we het al eerder over hadden.

Beide spanningen zijn steeds in zekere mate aanwezig. Als de ene spanning groter wordt, wordt de ander kleiner en omgekeerd. Het goede nieuws is dat we zelf de chauffeur zijn van het voertuig van ons leven; we kiezen zelf waar we aandacht aan besteden. We kunnen die emoties toelaten, onder ogen zien en er bewust voor kiezen de creatiespanning haar werk te laten doen. 

Ik hou ook van het begrip ‘delta’ omdat delta’s plekken zijn waar rivieren in contact komen met de zee. Het zijn moerassige plaatsen die vol sediment zitten. Het zijn ook rijke en vruchtbare gebieden van groei, zoals de Zeeuws Vlaamse polders die uitlopen tot het noorden van Eeklo, welbepaald tot Watervliet, waar ik ooit meer dan vijftig jaar geleden ‘ons’ Rita ontmoette. De delta is de plek waar we ons werk kunnen doen. Onze belangrijkste inzichten betreffende onze toekomst komen ‘boven water’ in de delta. Het is de plek waar we onze behoeften erkennen, ons doelen stellen en waar we de verwachting uitspreken om te groeien en te veranderen, om terug recht te staan en door te gaan. We houden van onszelf om wie we zijn, zelfs als we geveld zijn, en spreken ook onze verwachting uit over wie we zouden willen zijn! 

Op dat ogenblik is ‘integriteit’ van het grootste belang. Ik hou enorm van Brené Brown’s definitie van dit begrip in ‘Sterker dan ooit (Rising Strong)’[xi]:

Integriteit is kiezen voor moed boven gemak; kiezen voor wat juist is boven wat leuk is, snel of gemakkelijk is; en er voor kiezen om onze normen en waarden in praktijk te brengen in plaats van die alleen maar te belijden. 

Eloïse, Edward en Elvire, wij zijn bereid om de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven te accepteren. Wij zijn bereid om niet te kiezen voor het gemak en aanvaarden niet de eerste beste oplossing. Integendeel wij kiezen moedig de zoektocht aan te vatten naar die oplossingen die er echt toe doen. Dit leidt ons naar het moeilijkste deel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Het aartsmoeilijke derde luik waarin we terug onzekerheid dienen te omarmen totdat we genoeg goede potentiële oplossingen hebben gevonden teneinde een gefundeerde keuze te kunnen maken. 

We zijn er nu van overtuigd dat er iets moet veranderen. We hebben het waarom van die noodzaak tot verandering uitgeklaard. Het strookt bovendien niet met onze persoonlijke missie (De Why? van Simon Sinek) om geveld te blijven liggen. Ook is ondertussen de Who? duidelijk: ik dien samen met anderen uit m’n omgeving de queeste naar de oplossingen aan te vatten. De How? is en blijft het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De antwoorden op de What? vraag zal het moeilijkste deel van onze tocht duidelijk maken. Wij omarmen onze onzekerheid met één zekerheid: het creatief wisselwerkingsproces zorgt voor de noodzakelijke oplossingen. Welke, dat weten we (nog) niet. Nogmaals, we kunnen Creatieve wisselwerking niet sturen. We weten wel dat we uiteindelijk een keuze zullen moeten maken onder de potentiële oplossingen en deze daarna van binnen uit zullen dienen te beleven om tenslotte terug in volle sterkte recht te staan en door te gaan. 

Het creëren en kiezen van de noodzakelijke acties

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben tot mezelf gekomen in stilte en me verbonden met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om de gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst, en sterker doorgaan dan voor de val, dient nu geplaveid worden; niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. In het ‘sterk-weer- opstaan’ proces is de derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Creatieve Integratie – aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn mentaal model, dat ik had toen ik tegen de vlakte sloeg, dien uit te breiden. Mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” Dit laatste strookt helemaal niet met de door mij gewenste toekomst. 

Deze vernieuwing veroorzaakt onzekerheid, ambiguïteit en, door het “nog niet weten wat exact te doen”, voor potentiële confusie. Het is een intermezzo tussen de oude manier van mens-zijn en het worden van de nieuwe wijze van mens-zijn. Alleen daarom is dit voor mij een moeilijk onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Ik hou helemaal niet van die fase van onzekerheid die steevast resulteert in een zeker onbehagen. Ik heb dus moeten leren om mij over te geven aan deze kritische karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Men moet bereid zijn om de oude ‘zekerheden’ los te laten en onzekerheid niet alleen te tolereren, meer nog, te omarmen. Ik heb moeten leren om in deze fase alle basiscondities van de vorige karakteristieken van Creatieve wisselwerking blijvend vanbinnen uit te beleven. 

Ik dien dus blijvend te vertrouwen, open en nieuwsgierig te zijn en bovendien onzekerheid te omarmen zoals een heel jong kind dat doet. Ik moet het vertrouwen, dat ik als kind onbewust in Creatieve wisselwerking had, als volwassene bewust herwinnen. Volgens Jan Bommerez stelde Stephen Covey ooit: “Vertrouwen is zekerheid over de universele principes”[xii]. Een van die universele principes is Creatieve wisselwerking. Daardoor is Stephen Covey’s definitie van vertrouwen eigenlijk mijn levensopdracht: innerlijke zekerheid blijvend hebben in Creatieve wisselwerking. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” is een universele wijsheid die ook ik aan de lijve heb ondervonden. Wat ik daardoor geleerd heb, is het vertrouwen ‘up front’ te geven en dat vertrouwen meestal groeit in de loop van een relatie. Indien in een relatie het vertrouwen niet groeit, is de relatie de moeite niet waard. 

In die zoektocht naar acties, die mij niet alleen toe laten weer op te staan maar – ook en vooral – helpen door te gaan, dien ik samen met m’n reisgenoten elementen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Daardoor ontstaat een ‘aha!’ moment waardoor een mogelijke oplossing plots ‘in zicht’ komt. In dit onderdeel van m’n queeste worden nieuwe zaken, die mij aangereikt worden, geïntegreerd in m’n oud denkpatroon, waardoor een nieuwe, vollere mindset wordt gecreëerd. 

Synergetisch Bewustzijn

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is in dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces het ‘synergetisch bewustzijn’[xiii]

Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val weer te kunnen recht krabbelen en door te gaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, dat ik deze fase de moeilijkste vind komt ook omdat ik ze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het inzetten van intuïtie werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog in m’n geheugen gegrift: 

Monsieur Roels vous nêtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait! 

Ik heb hem toen gevraagd of hij “la chanson, monologue parlé plus que chanté, ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Nicolas Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. 

Ook gedurende m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens me niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Zelf was ik langzaam aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten. 

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal toepaste. Dit kwam er op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde fase – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ en ‘creativiteit’ kunnen verstevigen. Inderdaad, ik beschrijf in elke fase naast de twee basiscondities, die de karakteriek van de bewuste fase ondersteunen, ook vier vaardigheden. Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn (1) herkaderen van het probleem, gebruik maken van (2) analogieën en (3) metaforen en (4) het krachtig gereedschap: “4+ en 1 wens”. Voor de beschrijving van deze vaardigheden verwijs ik graag naar eerdere columns. 

Het was pas tijdens m’n vierde Professionele Leven dat ik van onder het juk van het preferentieel lineair denken uitkwam en dat ik de tijd nam om de vaardigheden van deze fase zelf te beoefenen. De massieve depressie die ik in de periode 2008-2010 doorworstelde, had er voor gezorgd dat ik voor mezelf tijd gecreëerd had. Ik begreep in die periode de diepere betekenis van het Franse gezegde, dat ik geleerd had van m’n vriend Guy Bérat, “Il faut donner le temps au temps”. Niet toevallig was het ook Guy die mij in die periode hielp om terug vertrouwen te krijgen in Creatieve wisselwerking

Gedurende dit vierde professionele leven kreeg ik een nieuwe tegenslag: darmkanker. Dit is een probleem waar verstijven, vluchten of zelfs vechten niet aan de orde is. “Wat niet weet, wat niet deert” is een oud Nederlands gezegde dat zeker in het geval van kanker één grote leugen is. Het is niet omdat je niet weet dat je kanker hebt, dat deze stopt met verder woekeren in je lichaam. Het probleem met darmkanker is niet hoe je deze bestrijdt eens (tijdig) geïdentificeerd. De geneeskunde is goed gevorderd en de protocollen liggen klaar. In mijn geval werden die direct uitgetekend: beginnen met een dubbele aanpak van chemo en bestraling, vervolgens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen en nadien nazorg chemo. De oplossing was in mijn geval reeds gevonden. Althans voor de puur lichamelijke kant van het probleem. 

De geestelijke kant was een ander paar mouwen. “Hoe ga ik met mijn kanker om?” werd de cruciale vraag. En op die vraag diende ik zelf het antwoord te geven. In mijn geval heb ik de vraag herkadert in “Hoe wil ik door m’n kleinkinderen herinnerd worden?” en onder meer die herkadering, een toepassing van de gelijknamige  vaardigheid (1), leidde mij tot een deel van de oplossing. Je kunt kiezen om cynisch en verbitterd te worden, en die houdingen hebben bij m’n weten nog weinig succesvolle transformaties teweeg gebracht. Uiteraard weet je niet hoeveel dagen je nog tegoed hebt; men weet wel dat men met dat gebrek aan kennis niet alleen is. 

Dus ik leerde door het beleven van de derde karakteristiek dat het tegenovergestelde van cynisme en verbittering me wel tot de oplossing zou leiden. In de periode na het ‘slechte nieuws’ gesprek met m’n dokter-specialist, doorliep ik de vorige fasen in heel korte tijd. Ik koos ten volle voor het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking. Ik zag m’n eigen kankerverhaal ten volle onder ogen en koos uiteindelijk voor de gewenste toekomst: dat ik met mijn kleinkinderen – zolang het nog kon, veelvuldig en met plezier (ook en vooral van hun kant) – zou samen-zijn. Daartoe diende ik opgewekt te zijn en niet chagrijnig, dat wist ik door de vaardigheid gebruik maken van analogieën. Analogieën vinden was niet moeilijk. Zo moest ik mij enkel herinneren hoe dochter Daphne reageerde, toen haar grootvader Lionel korzelig, verbitterd en nijdig geworden was nadat bij hem een kwaadaardige hersentumor was geconstateerd. Uiteindelijk konden we haar nog heel zelden overtuigen ons te vergezellen voor een bezoekje aan haar opa. Ik wist daardoor wat ik zeker niet moest doen indien m’n doel was m’n kleinkinderen en mezelf nog een leuke tijd te bezorgen. Een tweede analogie uit m’n eigen verleden bevestigde de oplossing. Een jeugdvriend, André De Decker kreeg, toen hij net aan de RU Gent was gestart, leukemie. Ik bezocht hem regelmatig in het Sint-Vincentius ziekenhuis in Gent. Op een keer kwam z’n oudere broer Edgard met diens vriend – de legendarische Eeklose grafische artiest, Romain Coemelck  de kamer binnen. De twee spitsbroeders waren op hun paasbest. Ik begreep dat ze op weg waren naar een huwelijksfeest toen bij het afscheid André hen toefluisterde Veel plezier hé op het feest! André was toen reeds heel verzwakt en ik realiseerde mij dat het een kwestie van weken was voordat het onvermijdelijke zou geschieden. André, die stukken intelligenter en begaafder was dan ik, heb ik in die periode nooit horen klagen, misnoegd of cynisch ervaren, in tegendeel. Hij was vol interesse hoe ik het er in m’n eerste jaar vanaf bracht in Gent. Ook die herinnering maakte mij wel heel duidelijk wat mij te doen stond, indien ik m’n doel wou bereiken. 

Tijdens de periode voor de operatie had ik wel de tijd om de mogelijke acties waren die mijn innerlijke rust en vreugde zouden kunnen doen uitstralen te kiezen. Toen heb ik ten volle de fase ‘het creëren en het kiezen van de noodzakelijke acties’ van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces beleefd. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces behoort die keuze jou toe. Dit omdat, als puntje bij paaltje komt, jij de enige bent die ‘accountable’ is met de betrekking tot de gevolgen van jouw keuze. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik had met jullie moeder Daphne besloten dat jullie mij de eerste paar weken, toen ik in AZ St. Jan Brugge ‘met alle toeters en bellen’ lag, niet zouden bezoeken. ‘Met alle toeters en bellen’ was een kleurrijke uitspraak van m’n chirurg Tom Feryn. Diens beeldrijk taalgebruik duidde op het aantal buisjes en snoeren die m’n lichaam verbonden aan allerlei hulpmiddelen en toestellen die netjes rond m’n bed waren opgesteld. Toen jullie me na de ‘toeters en bellen’ periode, een bezoek brachten was de sfeer opgewekt en werd er veel gelachen. Vooral toen Elvire bij mij op bed zat en plots de lakens zodanig verschoof dat de 18cm lange naad met een serie ‘nietjes’ tevoorschijn kwam.

 “Wat is dat?, Opa” 

“Dat is een rits, Elvire”

 “Waarom? Opa”. 

“Wel Elvire, iedere morgen wordt de rits opgedaan om m’n buik eens goed te kunnen spoelen.” “Dat meen je niet, Opa!”

 “Jawel, Elvire” en we proesten het uit. 

Gedurende de tweede van mijn drie weken durend verblijf, in wat ik toen ‘m’n luxe kamer met mooi uitzicht in een vier sterren hotel’ noemde, stelde een van de verpleegsters mij plots de vraag: 

“Wat is jouw geheim Johan dat je elke dag zo vrolijk bent?”
“Dit komt omdat ik m’n eigen boek vanbinnen uit beleef, Christel” 

Ze keek mij aan met grote ogen en zei: “Jouw eigen boek !?!”
“Jawel, er ligt een exemplaar daar op de tafel aan het venster.” 

Er lag daar inderdaad een exemplaar van ‘Cruciale dialogen, want ik had, tot vijf minuten vòòr men mij naar het OK vervoerde, aan de vertaling van hoofdstuk 1 naar het Frans gewerkt. Ik had die Franse vertaling toen via e-mail naar Guy Bérat gestuurd: die zorgde namelijk voor de verbetering. Het boek was daar echter blijven liggen, want ik was m’n bed nog niet uit gekomen. De verpleegster ging naar m’n tafel en pikte het boek op. 

Hé, Johan, jouw naam staat op de cover!

Dat is de gewoonte hé, Christel. Men drukt steeds de naam van de schrijver op de cover.” 

Ondertussen gaf ik een summiere uitleg waarover het boek ging. Over moeilijke babbels die men in het leven meermaals had en gaf een paar voorbeelden in haar context: cruciale dialogen met eigenwijze artsen, een bazige hoofdverpleegster en eventueel lastige patiënten… Christel bladerde in het boek en zei: 

“Dit lijkt mij uiterst interessant, dat zou ik wel kunnen gebruiken!”
“Meen je dat, Christel?”
“Natuurlijk Johan”. 

“Dan krijg je een exemplaar van m’n boek” 

“Krijg ik dit?” En ze toonde het boek dat ze in haar handen had;
“Neen, dit exemplaar is te beduimeld. Ik vraag ‘ons Rita’ wel om deze middag een nieuw exemplaar mee te brengen.” 

De volgende anderhalve week heeft Rita minstens vijfentwintig exemplaren van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ meegesleurd naar Sint Jan. 

Nadien heb ik meermaals verteld dat ik, door zelf ‘Cruciale dialogen’ vanbinnen uit te beleven, leerde dat het een uitzonderlijk goed boek is. Men moet het wel niet alleen lezen (wat al een hele klus is), men moet het vooral dagdagelijks van binnen uit beleven. En dat is een ander paar mouwen dan het begrijpen van het ‘vlindermodel’! 

Besluiten vs. Beslissen

Het is nu tijd om te beslissen wat effectief te doen om door te gaan. We zijn weer opgestaan en hebben verschillende opties voor het doorgaan gecreëerd en overwogen. Die verschillende opties kunnen gezien worden als besluiten. Besluiten betekent niet hetzelfde als beslissen, hoewel de twee begrippen soms (verkeerdelijk) als synoniemen door elkaar gebruikt worden. Besluiten is afwegingen maken, grondig over alternatieven nadenken en tot besluit een keuze maken. Beslissen legt de nadruk op het vastleggen van een afspraak, een antwoord gevend op de vragen serie betreffende het gekozen besluit: “Wie, doet wat, waar en wanneer?” 

Eloïse, Edward en Elvire, het onderscheid tussen besluiten en beslissen ziet men aan de gemoedsgesteldheid van diegenen die het ‘passieve’ gedeelte van de liggende acht afronden. Na een besluit is er geen creatiespanning. Er werd namelijk niet beslist iets daadwerkelijk te doen. Je kunt nu eenmaal niet aangesproken worden op wat er besloten is. Gezien er niets beslist is, heeft niemand zich tot iets verbonden. Wanneer er een beslissing is genomen en deze bovendien is vastgelegd, neemt men verantwoordelijkheid op. Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor creatiespanning wel aanwezig is. Indien ik, in het kader van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces, bovendien anderen van m’n beslissing op de hoogte breng, weet ik dat ik op het al dan niet waarmaken van mijn beloftes kan aangesproken worden. Dit is dan ook de raad die ik meegeef. Zorg, tijdens jullie persoonlijk ‘sterk-weer-opstaan’ proces, ervoor dat de mensen, die jullie dierbaar zijn, op de hoogte zijn van de beslissing opdat deze door eerlijke feedback jullie zouden kunnen coachen. 

Omslagpunt 

Beslissen betreft het omslagpunt tussen het opstaan en het doorgaan. Beslissen heeft te maken met kiezen van oplossingen uit de set die tijdens de vorige fase werd gecreëerd. Die zullen in de laatste fase ‘Transformatie’ effectief worden uitgevoerd. 

Het omslagpunt kan gevisualiseerd worden met m’n Cruciale Dialoogmodel. 

Er bevindt zich als het ware een ‘staande’ lemniscaat in de ‘grote’ lemniscaat, die ik, in navolging van Lex Bos[xiv], gekozen heb als basisvorm voor het Cruciale Dialoog model. Het gaat als het ware om een dialoog rond de hamvraag “Welke van de mogelijke oplossingen kiezen we om daadwerkelijk uit te voeren?”. Deze ‘dialoog in de dialoog’, waarbij ook de voor de acties nodige middelen worden afgetoetst, dient de beslissing vooraf te gaan. 

De Transformatie

Dit onderdeel gaat over doorgaan door het effectief nakomen van de beloftes die je aan jezelf hebt gemaakt. Ik noem dit deel ook transformatie omdat ik gedurende die fase mezelf transformeer. Ik groei naar een nieuwe ‘gecreëerde zelf’ met een nieuwe mindset. De oude mindset wordt losgelaten, indien we niet terug afglijden in oud stereotype gedrag. Deze transformatiefase vergt ook de meeste energie. 

Wendbaar & Weerbaar

Zoals reeds gesteld hoort men tegenwoordig vaak dat de toekomst aan diegenen is die ‘wendbaar’ en ‘weerbaar’ zijn. Daarbij wordt het begrip wendbaar nogal eens ingewisseld met het synoniem ‘Agile’. Agile is voor mij dan weer een synoniem voor Creatieve wisselwerking en iemand die het Creatief wisselwerkingsproces vanbinnen uit beleeft, is per definitie ook ‘resilient’ (weerbaar). Een wendbare persoon heeft geen ‘updates’ nodig want hij verbetert continu. Vandaar een van mijn favoriete slagzinnen: (CI)2= Continuous Improvement through Creative Interchange! 

Mindset

De transformatie is op de keper beschouwd een transformatie van de mindset. Zien met nieuwe ogen is zien vanuit een nieuw denkkader, vanuit een nieuwe ‘mindset’ zou m’n derde vader Charlie Palmgren stellen. Diens mentor, Henry Nelson Wieman, zei ooit: “Creative Interchange is the process that changes the mind, since the mind cannot change itself.” 

Stephen Covey schreef al meer dan twintig jaar geleden in zijn nog steeds actueel boek: ‘The 7 Habits of Highly Effective People’: “Begin met het einde voor ogen![xv]” Die opdracht leidt naar de gegenereerde oplossingen, oplossingen die, met inzet van de daartoe nodige middelen, het gewenste doel, de gewenste toekomst creëren. 

Ook schuilt er waarheid in mijn parafrase van de befaamde Edison quote: “Transformatie is voor 1% inspiratie en voor 99% transpiratie”. De originele quote heeft het over genialiteit. Je moet inderdaad geniaal zijn om een transformatie ‘within time and whitin budget’ tot een goed einde te brengen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wiemans’ ‘two fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan, met gedrevenheid en hardnekkigheid, dus niet versagen is de boodschap. Anderzijds dient met voortdurend open te staan om te leren wat de veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus durven te wijzigen, indien die werkelijkheid daar om vraagt. 

Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces 

Vasthoudendheid mag echter geen koppigheid worden. Vasthoudendheid helt over naar koppigheid wanneer doorgezet wordt zonder dat men met de realiteit rekening houdt. Dan is men ook niet deskundig. Ook dat is tenaciteit: het blijven observeren van de veranderende werkelijkheid. Wanneer het daardoor duidelijk wordt dat de gewenste realiteit op die manier onbereikbaar is of wanneer door nieuwe gegevens duidelijk wordt dat er betere oplossingen zijn, dient de aanpak grondig in vraag te worden gesteld. 

Koppig volharden, wordt bijna altijd volharden in koppigheid. Jean de Boisson (Pseudoniem van Cees Buddingh) 

Interafhankelijkheid

De andere basisconditie van dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is interafhankelijkheid. Voor de werkelijke uitvoering van onze beloftes om door te gaan zijn we afhankelijk van anderen. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. 

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being. Mahatma Gandhi 

In Stephen Covey’s reeds geciteerde boek ‘Seven Habits of Highly Effective People’ wordt gesteld: 

Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence. 

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen: 

  1. Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen; 
  2. Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf; 
  3. Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking. 

Na de beslissing start dus een ‘lange tocht’ die meestal niet vrijblijvend is. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het besluit in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ en dus een beslissing wordt, ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt de belofte plots grote hinder in zoverre dat veel beloftes uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden. Juist daarom is interafhankelijkheid tijdens transformatie zo belangrijk!


[i] Bruce Springsteen, Quote from The Rising, first song from his twelfth studio album The Rising, Columbia Records, 2002

[ii] Richard R. Rohr, Adam’s Return: The five promises of Male Initiation. New York, NY: Crossroad Publishing, 2004.

[iii] Paul de Sauvigny de Blot SJ, Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv] Brené Brown, Rising Strong, New-York, NY: Spiegel & Grau, 2015.

[v] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling, San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc., 2013.

[vi] Peter M. Senge, P.M. [et.al.], The Fifth Discipline Fieldbook. Strategies and tools for Building a Learning Organization. New York: Doubleday, 1994. Pp 246-252.

[vii] Maya Angelou, Letter to My Daughter, New-York: Random House, 2008. 

[viii] Christopher K. Germer, The mindful path to self-compassion. New York: Guilford, 2009 p 89

[ix] https://hbr.org/2017/01/to-recover-from-failure-try-some-self-compassion?

[x] Marie R. Miyashiro, De empathie factor, het concurrentie voordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012. 

[xi] Brené Brown, Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015 pp 111-113. 

[xii] Jan Bommerez J. Quote van Stephen Covey, geciteerd door Jan Bommerez tijdens het gesprek ‘Jan Bommerez & Jan Rotmans’, in het InspiratieRijk: Arnhem, 8. 12.2016 https://youtu.be/5nouorkdKbo

[xiii] Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren,The Creative Interchange Proces – Part II http://www.creativeinterchange.org/?p=145

[xiv] Alexander H. Bos, Oordeelsvorming in Groepen. Proefschrift Landbouwhogeschool Wageningen, H. Veenman & Zonen: Wageningen, 1974. 

[xv] Stephen R. Covey, The seven habits of highly effective people, Fireside: New York, 1990. Habit 2, pp 95-144. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVIII

HOE LICHT TE LEVEN IN DONKERE TIJDEN?

I got two pins in my ankle and a busted collarbone.

A steel rod in my leg, but it walks me home[i].

Bruce Springsteen – Drive Fast (The Stuntman) – 2019

Eloïse, Edward en Elvire, in een eerdere column had ik het al over een belangrijk opgave in jullie leven, met name kunnen vreugdevol leven met donkere realiteiten. Die opgave is werkelijk cruciaal, vandaar dat ik er nu een volledige column aan wijd. 

Inleiding

Een Nederlands spreekwoord zegt het treffend: “Elk huis heeft zijn kruis”. Met andere woorden, elk huis heeft zijn lijden of geen gezin blijft geheel voor leed gespaard. Het kruis verwijst natuurlijk naar het symbool van lijden: het kruis ‘ons Heren’, waaraan Jezus Christus zijn gruwelijke dood stierf. Het spreekwoord is uiteraard niet nieuw en kwam al in de 17de eeuw in ons taalgebied voor: “Geen huys en vind-me zonder kruys.[ii]” Ook in andere talen vindt men dit spreekwoord. In het Duits klinkt dat als: “Jedes Haus hat zein Kreuz.” In het Engels wordt de link met Christus’ lijden weggelaten: “Every house has its trial.”

Gebed om Kalmte

Niemand wordt dus voor leed gespaard, dit is de donkere realiteit van het leven. Een andere eigenheid van het leven is dat de meeste van de vormen van die donkere realiteit niet van binnenuit kunnen beheerst worden. Ze vallen je toe en het enige dat men kan doen is er in die mate mee omgaan dat het leven nog meer dan waard is geleefd te worden. Dit brengt mij terug tot het ‘Gebed om Kalmte’ van Reinhold Niebuhr, waarvan ik al de beginregels in een eerdere column citeerde. Laat ik nu dit ronduit prachtige gebed, dat oorspronkelijk in 1943 in het Engels werd geschreven met als titel “Serinity Prayer”, citeren:

God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil hiertussen te zien.
Om één dag tegelijkertijd te leven,
om van één moment tegelijkertijd te genieten,
om moeilijke tijden te accepteren als het pad naar de vrede,
om deze zondige wereld, net zoals Hij deed, te aanvaarden zoals het is,  niet zoals ik wil dat deze zou zijn,
om erop te vertrouwen dat Hij alle dingen zal rechtzetten als ik me aan Zijn wil overgeef, om in dit leven gelukkig genoeg te zijn en om met Hem overgelukkig te zijn:voor altijd in het volgende leven. Amen.

Gebed om Kalmte – Wat betekent het?

De woorden hebben een bijzondere betekenis voor mensen die “op zoek zijn naar kalmte en rust” in woelige, wanhopige of onzekere tijden. Dit gebed is, door de jaren heen, nauw verbonden geraakt met heel wat stappenplannen (zoals het oorspronkelijke twaalfstappen programma van de AA – Anonieme Alcoholisten), omdat het kracht en kalmte biedt op de zoektocht naar een stabieler leven.

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie wel vermoeden geef ik aan dit gebed een lichtelijk andere betekenis dan echte gelovigen. Dit komt omdat ik, zoals reeds in vorige columns aangestipt, niet in God geloof als een bovennatuurlijk wezen, maar wel in God als een natuurlijk proces, met name het creatief wisselwerkingsproces.

Wanneer ik aan dit gebed denk, verbind ik mij met het creatief wisselwerkingsproces en erken ik dat dit zowat het enige is die mij (en anderen) innerlijke vrede kan brengen, zelfs wanneer ik mij in chaotische omstandigheden bevind. De wonderbaarlijke aanwezigheid van dit proces in mijn leven kan mij een kalmte brengen die nergens anders gevonden kan worden. 

Totdat we de vrede van Creatieve wisselwerking toestaan om ons verstand, ons hart en onze ziel binnen te treden, zullen we nooit die unieke kalmte ervaren, die de zwaarste omstandigheden in het leven kan weerstaan.

Het gebed heeft het verder over acceptatie, moed, wijsheid en overgave. Het gaat in feite om een overgave aan Creatieve wisselwerking. Over dit laatste heeft de ontdekker van het creatief wisselwerkingsproces, Henry Nelson Wieman, het prachtig boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ geschreven[iii].

Het tweede gedeelte herinnert mij eraan dat we erop moeten vertrouwen dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking alles tot een goed einde zal brengen en dat we herkennen dat we, normaal gesproken, de moeilijkheden in deze ondermaanse wereld of de daden van anderen niet echt zelf in de hand hebben. Ik geloof sterk in de boodschap van het ‘Gebed om Kalmte:  “Vertrouw op Creatieve wisselwerking, leef één dag tegelijkertijd en geniet van elk moment.”

Gebed om Kalmte – Hoe breng ik dat in de praktijk? 

Doorzettingsvermogen en successen ontstaan niet in goede tijden. Zij ontstaan tijdens beproevingen. Die beproevingen overvallen ons, en meestal op een moment dat we het niet verwachten. En die beproevingen zorgen niet zelden voor een chaotische omgeving. De definitie die Paul De Sauvigny de Blot optekent in z’n dissertatie geeft duidelijk de link: “Een chaotische omgeving is een situatie waar alles als het ware door het toeval wordt bepaald en niet meer door bepaalde oorzaken te verklaren is.[iv]” Enkel de mens kan met het toeval omgaan. Bij het werken met het toeval gaat het vooral om waarden en gevoelens, om emotionele betrokkenheid van mensen, die zin weten te geven aan de grilligheid van de chaotische werkelijkheid. 

In deze chaotische omstandigheden dienen we op de kracht van Creatieve wisselwerking te vertrouwen. We begrijpen niet altijd ‘waarom’ bepaalde dingen gebeuren en als puntje bij paaltje komt hoeft dat niet altijd. Zeker niet wanneer de oorzaak ‘toeval’ is.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie weten onderhand wel dat ik Jezus Christus niet zie als God maar wel als een uniek iemand die Creatieve wisselwerking als geen ander van binnenuit heeft beleefd. Wanneer Jezus zei: “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’” (Mattheüs 11:28-30) dan hoor ik een oproep om zich totaal te engageren voor Creatieve wisselwerking. Dit is ‘Man’s Ultimate Commitment’! In dit citaat van Mattheüs zie ik ook het belang van de laatste zin van het ‘Gebed om Kalmte’. Met name, als we ons aan Creatieve wisselwerking overgeven, dan kunnen we met Creatieve wisselwerking overgelukkig zijn in dit leven en voor altijd in het volgende leven. Dit laatste hoeven jullie niet letterlijk, maar overdrachtelijk, te nemen: ik, Johan Roels, zal in jullie verder leven en overgelukkig zijn indien jullie, Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven.

Het in praktijk brengen van het ‘Gebed om kalmte’ komt dus neer op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. En hoe je dit dan weer doet, heb ik, zo goed en zo kwaad als ik kon, in deze column serie uit de doeken gedaan.

Living Richly with dark Realities[v]

Eloïse, Edward en Elvire, als er één hoofdstuk uit de verschillende boeken van Henry Nelson Wieman een ‘must to read’ is, dan is dat wel hoofdstuk drie van ‘Man’s Ultimate Commitment’.

Henry Nelson Wieman heeft het in dit hoofdstuk over de dualiteit tussen goed en kwaad. De kernzin is : “the full reality of good is not unveiled to the human mind until the full reality of evil is exposed to the appreciative consciousness.” Ik vertaal dat vrij als: “Men kan het goede enkel werkelijk appreciëren indien men ook de duistere realiteiten waarderend kan begrijpen.“ Er is met andere woorden geen manier om ‘rijk’ te leven tenzij in de aanwezigheid van de duistere werkelijkheid.

Die duistere werkelijkheid is volgens Wieman uiteraard negatief op zichzelf, maar die negativiteit wordt versterkt wanneer men weigert te onderkennen wat de realiteit in werkelijkheid is. En die werkelijkheid kan men enkel (h)erkennen door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Het standpunt van Wieman is, en ik volg hem daarin volledig wegens mijn eigen ervaringen, dat creatieve transformatie enkel maar kan gebeuren tijdens een periode van diepe problemen wanneer men Creatieve wisselwerking ten volle van binnenuit beleefd heeft “prior to the hour of darkness.”

Zo had ik zelf Creatieve wisselwerking nog te weinig van binnenuit beleefd toen ik in 2008 in een diepe depressie sukkelde. De onderscheiden oorzaken voor de stevige burn-out, die uiteindelijk uitmondde in een langdurige depressie, kennen jullie onderhand wel. Maar één van de redenen is jullie denkelijk minder bekend. Met name dat ik Creatieve wisselwerking niet voldoende van binnenuit had beleefd. Anders gesteld, had ik niet de magische vaardigheid Procesbewustzijn voldoende toegepast, waardoor ik de donkere realiteit: een diepe vermoeidheid (die men nu zou beschrijven als burn-out) niet erkende. Daardoor was ik mij niet voldoende bewust van het gevaar van een depressie toen het noodlot, in de vorm van wat dochter Daphne in het voorjaar van 2008 overkwam, toesloeg. Dit laatste was iets waar ik als vader niets kon aan veranderen en die onmacht was mede een van de laatste druppels waardoor de burn-out transformeerde in een donkere depressie.

Eens genezen, zag ik in wat ik hierboven schreef. Hoewel ik een boek over Creatieve wisselwerking had geschreven[vi] en dus de sleutel om goed om te gaan met donkere realiteiten theoretisch in handen had, had ik die sleutel te weinig gebruikt in de ‘uren voorafgaand aan de donkere periode’. Dit inzicht bracht er mij toe om Creatieve wisselwerking daadwerkelijk meer van binnenuit te beleven. Ik was ervan overtuigd dat ik zo uit de greep van een toekomstige depressie zou blijven. 

Een nieuwe depressie was niet mijn deel; wel een andere donkere realiteit: kanker in de vorm van darmkanker. Hoewel de voortekenen niet bijster gunstig waren – het duurde vijf maanden vooraleer de joekel van een gezwel werd ‘gezien’ en de reactie van dr. Geertrui De Meester, het hoofd van bestraling aan het UZ St. Jan Brugge, toen ik haar voorstelde het begin van de stralingssessies een week uit te stellen, deed mij inzien dat het spreekwoordelijk ‘vijf voor twaalf’ was – bleef ik kalm en liet ik Creatieve wisselwerking en inzonderheid het Procesbewustzijn zijn werk doen.

Gedurende de intensieve behandeling voor de operatie (chemo en bestraling) werkte ik de afgesproken opdrachten af. Weliswaar werden, wat de opdracht in Beerse betrof, de dag prestaties omgezet in halve dag prestaties, hetgeen het bedrijf Metallo zelfs goed uitkwam. Ook werkte ik nog een bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap af, waarna ik de leden rendez-vous gaf voor een nieuwe bijeenkomst een jaar later. En zo geschiedde ook. Na de operatie kreeg ik begin 2014 terug een vraag om ondersteuning van een oude bekende. Ik zocht wel geen nieuwe klanten meer en toch bleef ik actief bezig tot eind 2016, Toen zette ik een punt achter mijn vierde professionele leven.

Ik wist dat ik nu dringend met een andere donkere realiteit diende om te gaan. Een donkere realiteit die elke dag een dag naderbij komt. Ik heb het uiteraard over mijn eigen dood. Dus van zodra ik met pensioen was, begonnen Bonnie en ik onze uitvaart voor te bereiden. Niet alleen de dienst en de formaliteiten daarrond, ook het ‘optimaliseren’ van de successierechten werd netjes afgewerkt. Wat we ons voorhielden werd ook gerealiseerd. En hoe gek het misschien in jullie oren klinkt, we hebben daarbij veel plezier gehad.Het is niet omdat men de eigen dood ernstig aan het voorbereiden is, dat me  ook sterft.

Van zodra alles geregeld was, begon ik aan een ‘laatste’ opdracht die ik mezelf heb opgelegd, namelijk het schrijven van deze serie columns. Ik hoopte dat ik genoeg tijd zou krijgen om deze serie rond te maken. Het ‘Gebed om Kalmte’ blijft mij steunen om blijvend rijk om te gaan met het intrinsiek onderdeel van het leven dat de dood ten slotte is. Men kan, enerzijds de dood niet ontwijken, noch elimineren; anderzijds kan men de dood wel degelijk integreren in de volheid van het eigen wezen.

Men kan maar creatieve transformatie beleven tijdens periodes van diepe miserie, waarin men geconfronteerd wordt met donkere realiteiten, indien men het tweeledig engagement voor Creatieve wisselwerking heeft beleefd voordat het uur van die donkere realiteiten toeslaat. Henry Nelson Wieman schreef: “We kunnen ons niet onvoorwaardelijk en met vreugde in de moeilijkste ondernemingen storten wanneer we terugschrikken voor mislukking. We kunnen ons niet ten volle geven in liefde indien we niet in staat zijn om de mogelijkheid te aanvaarden alleen gelaten te worden. We dienen de dood volledig te accepteren, indien we ten volle willen leven.[vii]

Het ergste wat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, kunnen doen wanneer jullie geconfronteerd worden met een donkere realiteit, zoals de dood van iemand die jullie lief is of een ongeneeslijke ziekte, is die werkelijkheid ontwijken. Met ontwijken bedoel ik hier de weigering om de donkere realiteit in de ogen te kijken. Henry Nelson Wieman stelde: “Zij die ontwijkend leven, doden in zichzelf de honger voor het leven.[viii]” Dat deed ik dus niet toen ik het verdict van darmkanker kreeg. Gezien ik Creatieve wisselwerking reeds in goede tijden van binnenuit had beleefd, weliswaar met vallen en opstaan, kon ik dit ook toen ik geconfronteerd werd met deze donkere realiteit. Ik keek de kanker in de ogen en ging er mee in dialoog. Weliswaar een ‘cruciale’ en gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces. Ik beleefde m’n eigen boek!

Wanneer men, ten volle helder bewust, een donkere realiteit ontwijkt, dan ondermijnt men terzelfdertijd het zich ten volle gekleurd bewust zijn van al het andere, dus ook van het ‘goede’. Henry Nelson Wieman noemt dit de manier waarop de mens zijn menszijn ontmantelt en zich z’n unieke toekomst ontzegt. Een heerlijke passage uit z’n boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ maakt dit duidelijk met een meesterlijke metafoor:

Man is made for creative transformation as a bird is made for flight. To be sure he is in a cage much of the time. The bars of the cage are the resistances to creative transformation which are present in himself and in the world round about. Also, like most birds when long confined, he settles down in time and loses both the desire and the ability to undergo creative transformation. But in childhood creativity dominates. The mind expands its range of knowledge and power of control, its appreciative understanding of other minds and its participation in the cultural heritage. At no other time is there so much expansion and enrichment of the mind and of the world which the mind can appreciate. But resistances are encountered, which bring on anxiety, frustration, failure and misunderstanding. To avoid suffering, the mind becomes evasive and creativity dies down.  The bird ceases to beat against the bars of the cage.[ix]

Ook is er steeds, in min of meerdere mate, een conflict tussen wat de gemeenschap van iemand eist en wat nodig is voor het behoud en de ontwikkeling van de constructieve mogelijkheden van het individu. Uit dit conflict komen niet zelden duistere realiteiten voort. Men kan echter niet wegvluchten van het conflict door de gemeenschap te ontvluchten omdat wisselwerking nu net nodig is voor de creatieve transformatie van de mind(set) van dat individu.  Dit alles toont aan dat de mens niet gemaakt is voor het menselijk leven zoals het gewoonlijk is, maar voor de creativiteit dat dit leven transformeert naar het hoogste niveau. Dit niveau kan echter maar bereikt worden indien we ons volledig engageren voor Creatieve wisselwerking, totaal verzaken aan ontduiking, wanneer de donkere realiteiten (h)erkend worden voor wat ze in werkelijkheid zijn en waarbij, als gevolg, de waarderende geest volledig open staat voor alle kwaliteiten dat het leven te bieden heeft.

Kortom, Eloïse, Edward en Elvire, niemand kan ten volle en uitbundig leven, tenzij zij of hij in staat is om de duistere realiteiten waarderend te begrijpen. Enkel op die manier kan men uitbundig leven in onzekerheid. Nogmaals, deze donkere realiteiten zijn niet ‘goed’ als zodanig, verre van, en toch leidt het volledig waarderend begrijpen ervan tot een uitbundiger leven. Daarin domineert Creatieve wisselwerking de Vicieuze Cirkel. Die laatste draait als het ware terug door de kracht van de eerste, zodat men terug in verbinding komt met z’n Intrinsieke Waarde. Een ruwe versie van deze metafoor werd mij door jullie moeder Daphne aangereikt in Atlanta, toen we daar samen ‘op toer’ waren (1995). De uiteindelijke versie in het Nederlands (de Engelse versie zien jullie bovenaan mijn website, dus hierboven in de ‘hoofding’):

Wanneer dit plaatst vindt – en alleen in dat geval – zullen deze donkere realiteiten uiteindelijk een positieve waarde hebben. Wees er echter klaar van bewust, Eloïse, Edward en Elvire, dat de donkere realiteit niet noodzakelijkerwijs tot de noodzakelijke transformatie leidt. Dat zal ze niet, tenzij de donkere realiteit een aanzet is voor het diepgaand van binnenuit beleven van jullie tweeledig engagement inzake Creatieve wisselwerking. Dit engagement is geen garantie voor succes én het is – voor zo ver ik, jullie grootvader Johan, weet – de enige weg voor het vrijmaken van alle talenten en middelen van jullie (Originele) Creatieve Zelf ten behoeve van constructieve, dus opbouwende, actie.

Anders gesteld, het is jullie keuze en de keuze is hier allerminst een Sophie’s Choice. Het is de keuze tussen het transformeren van de actuele, gecreëerde zelf in de richting van de Originele Zelf of tevreden zijn met het bereikte niveau van de gecreëerde zelf. Eloïse, Edward en Elvire, de analyse die ik gedurende mijn leven continu heb verfijnd, heeft mij helder aangetoond dat men enkel maar complete genoegdoening kan bereiken wanneer men leeft voor de creatieve transformatie van de gecreëerde zelf.  Dat men daarbij nogal eens botst tegen de grenzen van de actuele wereld heb ik meermaals aan den lijve mogen ondervinden. Dit maakte mij duidelijk dat ik niet gemaakt ben voor de wereld zoals hij is, maar voor de creativiteit die deze wereld transformeert. Uiteindelijk heb ik begrepen dat mijn vrijheid enkel kan gevonden worden wanneer ik mezelf volledig wijd aan deze creativiteit, die ik Creatieve wisselwerking, noem. En dat met de aanvaarding van welk lijden ook dat het ondergaan van die continue transformatie vergezeld. 

Zo zie ik mij als een pelgrim, niet naar een andere wereld dat sommigen de hemel noemen, maar naar het continu herscheppen van deze wereld; beginnend met mezelf. Er is geen sprake van het van buiten naar binnen beheersen van anderen, het enkel het van binnen naar buiten transformeren van mezelf. En dit met vallen en opstaan. En ik weet dat ik op die tocht donkere realiteiten zal tegenkomen en ik aanvaard deze omdat ik beseft dat deze intrinsiek horen bij de creatieve expansie en verrijking van m’n gecreëerde zelf in de richting van m’n Originele Zelf.

Deze creatieve expansie, door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking, is bovenmenselijk in de zin dat het bewerkstelligt wat een mens alleen niet kan doen. De mens kan niet zijn eigen geest transformeren. Enkel het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking kan dat bewerkstelligen. Met andere woorden, het creatief proces kan niet beheerst worden, het kan enkel van binnenuit beleefd worden. Dit komt eigenlijk overeen men zich overgeven teneinde beheerst te worden door het creatief wisselwerkingsproces. Kortom men beheerst Creatieve wisselwerking niet, men wordt door Creatieve wisselwerking beheerst indien men er zich ten volle toe engageert. 

Daarom ook ga ik mee met de gedachte van Henry Nelson Wieman, dat men zich niet dient over te geven aan een bovennatuurlijke God, of deze nu de naam krijgt van Jezus Christus, Jahweh of Mohamed. Integendeel, men dient zich over te geven aan het natuurlijk proces dat opereert in het menselijke leven en in het nu. Om zich te transformeren naar het ‘hoogste niveau’ dient men dit hier en nu te doen, waar we werkelijk zijn, niet in een eeuwigheid waar we niet (en nooit zullen) zijn.

In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk

Johan Cruyff

Dit betekent dus dat ik geloof in het levend gevend transformatieproces dat ik Creatieve wisselwerking noem waardoor we vreugdevol kunnen leven in een wereld met donkere realiteiten, met inbegrip van de dood. Het is dit proces dat ik, ook via deze columns, tracht mee te geven aan jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mijn kleinkinderen.


[i] Bruce Springsteen. Quote from Drive Fast (The Stuntman), sixth song from his nineteenth studio album Western Stars, Columbia Records, 2019

[ii] Johan De Brunen (de oude). Nievve vvyn in oude le’er-zacken. Bevvijzende in Spreeckvvoorden, ’t vernuft der mensen, ende ‘tgeluck van onze Nederlansche Taele. Middelburgh, Zacharias Roman, 1636, 402.

[iii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958

[iv] Paul de Chauvigny de Blot. Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. Breukelen: Universiteit van Nyenrode. 2004

[v] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Op. Cit. Hoofdstuk 3

[vi] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven/Apeldoorn: Garant. 2001

[vii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Op. Cit. Page 64

[viii] Henry Nelson Wieman. Ibid. Page 70

[ix] Henry Nelson Wieman. Ibid. Page 72

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVII

HOE DE VALKUIL VAN ‘SOPHIE’S CHOICE’ VERMIJDEN?

Bruce Springsteen dismantling a ‘Sophie’s Choice’:

Consider Springsteen at a critical inflection point in his career, documented in the film The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town, about the creation of his third album. Born to Run, his previous album, had shot him to stardom, but a lawsuit with his former manager had prevented him from recording.

After the suit was settled, Springsteen and the band went into the studio, but instead of rushing out another blockbuster they spent months winnowing 70 songs down to ten and obsessively recording and re-recording until he had what he wanted. The result was a dark-hued concept album that was released three years after Born to Run and didn’t sell nearly well. “It’s a bit tragic, in a way,” Van Zandt muses at the end of the film, “because he would have been one of the great pop songwriters of all time.”

But Springsteen knew exactly what he was doing, even if Van Zandt did not. He knew he could have continued as a successful purveyor of rock and roll revivalism, at least for the near future. Instead, the innovations of the album repositioned the then 28-year-old as a thoughtful interpreter of the lives of ordinary Americans. It is a role he has occupied ever since, fueling his phenomenal longevity and relevance, summed up in his recent Tony Award-winning show Springsteen on Broadway[i].

Eloïse, Edward en Elvire, in vorige column (Deel XXXVI) had ik het al over de metafoor ‘Sophie’s Choice’. Daarin definieerde ik een Sophie’s Keuze als een extreem moeilijke beslissing. Het beschrijft een situatie waarin geen enkele van de voorgestelde keuzes de voorkeur kan hebben. Dit kan zijn omdat de keuzes enerzijds even nodig en gewenst zijn of anderzijds, even te vermijden en ongewenst zijn.

Inleiding

Waar komt de metafoor ‘Sophie’s Choice’ vandaan? Zoals in vorige column gesteld is het de titel van een roman uit 1979 van William Styron. Het verhaal werd wereldberoemd door de verfilming van het boek in 1982 met Meryl Streep in de hoofdrol. Meer bepaald duidt de metafoor op de keuze die Sophie verplicht is te maken gedurende de Tweede Wereldoorlog. Bij aankomst met haar twee kinderen in Auschwitz wordt Sophie namelijk verplicht een onmogelijke keuze te maken: ze dient één van haar kinderen aan te duiden die niet naar de gaskamers zal worden gestuurd. Indien ze geen keuze maakt, worden beide kinderen vergast. Voor Sophie is er geen optie. Geen enkele van de keuzes is aanvaardbaar. Toch moet ze kiezen. Uiteindelijk kiest ze voor haar zoontje ten nadele van haar dochtertje. Van dat ogenblik af zit Sophie voor de rest van haar leven opgezadeld met een immens trauma. Nogmaals, Sophie diende een keuze te maken tussen twee verwerpelijke opties en indien ze niet koos waren de gevolgen nog erger.

De metafoor werd na het uitkomen van de film hoe langer een analogie voor een ‘lose-lose’ keuze. ‘Sophie’s Choice’ kan nu verwijzen naar elke beslissing over leven en dood zonder aanvaardbare resultaten, zoals in de originele roman. Ook kan het worden gebruikt als verwijzing naar een moeilijke keuze, met resultaten die zowel even goed als even slecht zijn. Het is zoals de keuze tussen de cholera en de pest.

De keuze van Sophie wordt soms verward met de keuze van Hobson. De oorspronkelijke betekenis van de keuze van Hobson kan worden samengevat als “Neem het of laat het.” Men kan kiezen het aangebodene te aanvaarden of het aangebodene te weigeren. Het is ook niet echt een vrije keuze, al lijkt het zo. Bij een ‘Sophie’s Choice’ heb je eigenlijk twee of meer opties, naast de optie niet te kiezen. Daarbij is geen enkele van de opties aanvaardbaar, ook het niet kiezen.

Sophie’s dilemma een keuze noemen is meegaan in de denkwijze van de sadistische arts uit het verhaal (die in de roman niet met naam genoemd wordt, maar er wordt algemeen aangenomen dat het om dr. Mengele, de ‘Engel des Doods’, gaat). De situatie van Sophie een keuze noemen, terwijl het aanbod helemaal geen keuze is, getuigt inderdaad van het meegaan met het verwerpelijk denkkader. Het is geen keuze en al helemaal geen waarin Sophie willens en wetens zou in meegaan. Sophie bevindt zich echter als niet-Joodse moeder van Joodse kinderen in Auschwitz en heeft de situatie helemaal niet in de hand. Ze kan deze met andere woorden niet van binnenuit beheersen. Toch vertelt het verhaal dat ze tot haar zelfdoding gebukt ging onder een immens schuldgevoel; hoewel ze geen schuld had aan haar keuze. Dit om de simpele reden dat het geen keuze was.

De Grieken lieten zich bij dit soort keuzes, waarbij elke gang van zaken catastrofale gevolgen had en er geen waarheid inhield, leiden tot het toeval.  In het geval van een Sophie keuze is er ook geen waarheid. De juiste keuze maken was onmogelijk! In het verhaal koos Sophie ervoor de schuld te dragen, hoewel ze een alternatief had, met name de pijn te dragen. In feite maakte ze geen keuze tussen die twee alternatieven en waren beide haar lot: ze ging de rest van haar leven gebukt onder de pijn en de schuld.

Het begrip ‘Sophie’s Choice’ was eigenlijk al ingeburgerd in de bedrijfswereld nog voor het boek was geschreven. Uiteraard werd de keuze, die veel managers opgedrongen werd, toen nog niet als dusdanig gelabeld. Nu vindt men in de literatuur nogal wat verwijzingen naar ‘Sophie’s Choice’:

  • In sommige gevallen stelt het topmanagement het lager en middenkader voor volgende keuze, die een echte ‘Sophie’s Choice’ is: “verlaag de staf van uw afdeling met 10 % of u wordt als incompetente manager zelf verwijderd[ii].“ Een ander voorbeeld van een ‘Sophie’s Choice’ spel dat gespeeld wordt door het management: “U verlaagt ‘uw’ loonkosten met 20 % of uw afdeling wordt geherstructureerd.”
  • Het ‘spelen van spelletjes op de rug van ondergeschikten door topmanagement’ werd voor het eerst verwoord door één van de beroemdste managementgoeroes, Peter Drucker als “een ogenschijnlijk geesteloos kansspel waarbij elke ezel kan winnen, mits deze meedogenloos is[iii].”
  • In sommige gevallen speelt topmanagement zelfs Drucker’s ‘mindless and ruthless game’ of ‘Sophie’s Choice’ with underlings[iv].

De opdracht: de ‘Sophie’s Choice’ zo goed mogelijk ontmijnen!

Kortom, een ‘Sophie’s Choice’ is een tragische morele keuze, in zo verre dat, wat je ook kiest ,de kans groot is dat er een niet leuke tot zelfs tragische consequentie op volgt. Vandaar dat het aangewezen is om de ‘Sophie’s Choice’ te ontmijnenDe enige manier die ik ken is het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces.

Tot nog toe ben ik theoretisch gebleven. Tijd dus om een eigen praktisch voorbeeld van een ‘Sophie’s Choice’ dilemma te geven. Dat doe ik aan de hand van een persoonlijk verhaal, van toen ik nog niet bewust in aanraking gekomen was met het levengevend proces dat ik Creatieve wisselwerking noem.

Zelf kreeg ik dus ooit een ‘Sophie’s Choice’ voorgeschoteld. Laten we deze cruciale anekdote uit m’n leven stap voor stap doorlopen. 

Op een avond in april 1987, ik had net m’n zestiende jaar als ingenieur op het bedrijf aan de Kuhlmannkaai in Rieme rondgemaakt,  werd ik dringend verzocht mij naar het kantoor van directeur Frans Reyntjes te begeven. Die gaf mij die avond een opdracht die ik mij lang zou heugen. Ik kreeg bedenktijd tot ’s anderendaags negen uur om hem een naam door te spelen. De directie had namelijk beslist dat één van de vijf bedienden, die mijn twee afdelingen rijk waren, ontslag diende te krijgen. De minder harde afvloeiingsmaatregelen waren onderhand volledig opgebruikt, dus ging het om een ‘naakt’ ontslag. Mijn taak bestond er in het slachtoffer aan te duiden.

Er was geen lieve moederen aan, Frans Reyntjens was duidelijk: één van m’n bedienden diende de laan uitgestuurd worden. De kostenreductie diende dus te gebeuren door het naakte ontslag van een van de vijf bedienden, dit in een poging om het zinkend ‘Kuhlmann’ schip vlot te krijgen. Een dot van een ‘Sophie’s Choice’, al kende ik die term toen nog niet.

Wel wist ik van nature dat ik, bij het oplossen van die vraag, diende te handelen in het belang van het bedrijf én in het belang van de personen in kwestie. Dit waren de richtsnoeren die mij hielpen een juiste keuze te maken. Door het belang van het bedrijf in overweging te nemen, kon ik twee namen van het lijstje schrappen. Die twee waren in de toekomst meer dan nodig. Toen werd het belang van de drie overblijvende personen in ogenschouw genomen: de jongste was ik, net 41 jaar geworden, en de twee andere waren een twaalftal jaar ouder. Eens ontslagen, zouden deze ‘met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ nooit nog een job vinden. 

Thuis gekomen zag ‘ons Rita’ aan m’n tronie dat ik met een ei zat. Het dilemma uitleggen duurde niet lang. Ze vroeg mij wat de criteria waren voor mijn uiteindelijke beslissing. Een ervan was: “Diegene die voor het bedrijf in de toekomst het minst nodig was, gaat de laan uit!” “Dan weet ik al wie dat is!”, was haar repliek. Het duurde nog een uurtje vooraleer ik tot hetzelfde besluit kwam.

Groot was de verbazing van Frans Reyntjens toen ik hem de volgende ochtend om negen uur adviseerde een zekere Johan Roels te ontslaan. De avond voordien had ik contact opgenomen met Willem Top. Hij bleek bereid mij de alleenrechten van het gebruik van het ISRS voor België en Frankrijk over te dragen. Als tegenprestatie zou ik tien percent van het bedrag, dat ik in de toekomst mijn klanten zou factureren, naar zijn bedrijf doorstorten.

Van Frans Reyntjens hoorde ik drie maand niks meer… tot hij langs zijn neus weg vroeg hoe het kwam dat hij mijn ontslagbrief nog niet ontvangen had. Ik antwoordde dat hij niet goed geluisterd had. Hij had blijkbaar gehoopt dat ik mij ondertussen zou vergaloppeerd hebben – ik was gekend om mijn valkuil ‘doordrammen’ – en vast zou zitten aan verplichtingen en daardoor zelf ontslag zou dienen te nemen. Ik verzekerde Frans dat ik, door ‘veiligheid’ van binnen uit te beleven, geleerd had vooruitziend te zijn. Daarop vroeg hij mij of ik op een ontslagvergoeding rekende. Ik diepte een berekening uit m’n binnenzak en overhandigde hem waar ik dacht recht op te hebben. Waar ik ook op gerekend had, was dat Frans zijn huiswerk niet goed gedaan had en dus over het hoofd gezien had dat hij te allen tijde over een Veiligheidsingenieur niveau 1 diende te beschikken. Hij had mijn raad daaromtrent steeds in de wind geslagen, dus werd hij uiteindelijk genoodzaakt mijn ontslag te faseren. Op 1 oktober 1987 werd ik ontslagen voor de eerste 50% (de afdeling goederenbehandeling) en op 1 oktober 1988 voor de andere (de afdeling veiligheid). Mijn contract met ILCI Nederland van Willem Top was rond in de loop van de maand september 1987. Daarom aanzie ik 1 oktober 1987 als de start van mijn tweede professionele leven. Als consultant in het tweede paradigma van het werkveld ‘Safety’; dit van Organisatorische veiligheid.

De tirannie van het ‘of, of’ denken

Op de keper beschouwd is ‘Sophie’s Choice’ een typisch voorbeeld van het ‘of, of’ denken. Veel dilemma’s worden zo voorgesteld. Wat moet ik kiezen … Werk of privé? Flexibiliteit of procedure? Vertrouwelijkheid of transparantie? Relatie of resultaat? Die dilemma’s worden vaak voorgesteld als ‘of, of’ keuzes en we lossen ze op met lineair denken. Dit is het rationele, analytische en oorzaak-gevolg denken. We hebben dat soort denken met de paplepel meegekregen en als men dan nog eens als burgerlijk ingenieur afstudeert, is het helemaal raak. Nu ja, dat soort denken heeft ons geen windeieren gelegd. Denk maar aan de vooruitgang door de opeenvolgende industrieële revoluties. Maar het succes van deze manier van denken heeft het zó instinctief gemaakt dat het feitelijk ons gemeenschappelijke wereldbeeld heeft bepaald.

In dat beeld functioneert de wereld als een klok. De aanname is dat er voor elk probleem een optimale oplossing is, mits we de juiste middelen hebben: meer data, betere algoritmes, meer geld. Met tools, zoals root cause analysis of multiple linear regression en vele andere, kunnen we uiteindelijk die knoppen vinden waar we op moeten drukken om de resultaten te krijgen die we zoeken. En vaak blijkt dat te kloppen. We vinden wel degelijk oplossingen met dit ‘of, of’ denken. Dit gaat door totdat we dilemma’s voorgeschoteld krijgen waarbij geen van de twee oplossingen beter is dan de ander, of, nog erger zoals in het geval van ‘Sophie’s Choice’, de twee ‘oplossingen’ verwerpelijk zijn. We krijgen er slapeloze nachten van, omdat we deze spanningen behandelen als een oplosbaar probleem.  Jim Collins, bekend management denker, noemt dit verschijnsel de “tyranny of the or.”  In ‘Built to last’[iv] beschrijven de auteurs Jim Collins en Scott Porras die wijd verbreide en een zeer kwalijke ‘zwart-wit’ tactiek die ze de ‘tirannie van de of’ dopen. Het is een restrictieve benadering van de besluitvorming die een unieke keuze voorschrijft tussen twee soms haaks tegenover elkaar staande uitkomsten. Het kiezen van de een sluit de andere uit. Hun definitie is het vermelden waard :

De tyrannie van de of is de rationele visie die de paradox niet kan accepteren, die niet tegelijkertijd kan leven met twee schijnbaar tegenstrijdige krachten of ideeën … [het]  drijft mensen om te geloven dat het antwoord A OF B moeten zijn, maar niet allebei.

Wij zijn opgegroeid met de ‘tyrannie van de of’, getuige daarvan de parabel die ik hier een paar keer vermelde. Ik bedoel het verhaal van ‘De Boer en z’n Zen Meester’ met de steeds terugkerende vraag: “Is dat goed of is dat slecht?” Eloïse, Edward en Elvire, jullie herinneren zich nog wel m’n antwoord op die vraag: “JA!” Dit antwoord bevat al de kiem van de strategie om een ‘Sophie’s Choice’ dilemma te ontmijnen.

De ‘tyrannie van de of’ laat het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid is. Een ander historisch voorbeeld van de ‘tyrannie van de of’ komt uit hetzelfde tijdsgewricht als en is vergelijkbaar met ‘Sophie’s Choice’. Het is de rol die de Joodse raad in de tweede wereldoorlog speelde bij de deportatie van Joden uit vele steden van het door de nazi’s bezette Europa. In zowat alle bezette gebieden zetten de nazi’s al snel ‘Judenräte’ op: Joodse raden waarin toonaangevende Joodse leiders en rabbijnen zitting moesten nemen. Zo’n Joodse raad werd de enige geaccepteerde vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap die met de overheid en de bezetters mocht communiceren. Al gauw werd de Joodse raad ook belast met het ‘besturen’ van de Joodse gemeenschap. Het werk van de Joodse raad ging echter al vlug in het teken staan van de deportaties. Die moesten voorbereid worden, maar ook moesten de Joodse raden de keuze maken wie precies gedeporteerd werd. Alle werknemers van de Joodse raad kregen een ‘Sper’, een tijdelijke opheffing van deportatie. Op die manier maakten de nazi’s in het hele bezette gebied de Joodse raden medeplichtig. Eigenlijk werd hier ‘Sophie’s Choice’duizenden maal herhaald.

‘Of, of’ denken heeft zoals gesteld veel, zo niet alles, te maken met lineair denken. Deze term mag men letterlijk nemen: lineair denken is ‘rechtlijnig denken’. De lijnen worden grenzen voor het definiëren van de uitersten van onze mentale modellen. Rechtlijnig denken wordt vaak aangeduid als in-the-box-denken. Het definieert wat velen hun “comfortzone” noemen. Lineair redeneren is sequentieel denken, waarbij wordt verondersteld dat ideeën elkaar volgen in een logische progressie.

Lineair denken zorgt voor een gevoel van oorzaak en gevolg tussen gedachten, overtuigingen, waarden en percepties. Het wordt verondersteld rationeel, logisch en “feitelijk” te zijn. Ideeën, overtuigingen, waarden, etc. worden waar of onwaar, feit of fictie, logisch of onlogisch, rationeel of irrationeel. Dit is de basis voor “of, of” denken. Het is dualistisch en subject/ object georiënteerd. Het wordt de primaire manier van denken van, wat ik in deze columnreeks steevast gelabeld heb als, de gecreëerde zelf.

Met die manier van denken worden min en meer, min of meer; eens en oneens, eens of oneens. De ingebakken gedachte steeds gelijk te hebben, heeft een significante invloed op de cognitieve functie. Oordelen worden definitief, standpunten worden ingenomen, (winnen of verliezen) competitiviteit wordt dominant en zaken, zoals samen denken en samenwerken, komen in het gedrang. Kortom, Creatieve wisselwerking wordt belemmerd. 

Het lineaire denken is het denken van de gecreëerde zelf die zich opsluit in z’n versie van de Vicieuze Cirkel. Zoals we reeds vele malen gezien hebben (en ook het beeld van de hoofding van m’n website herinnert er continu aan) werkt de Vicieuze Cirkel het creatief wisselwerkingsproces tegen.

Het lineaire denken is in feite het ‘in-the-box’ denken, waarbij ‘the box’ overeenkomt met het persoonlijk Mentaal Model, paradigma of referentiekader. Onze dozen of alledaagse perspectieven fungeren als filters voor onze betekenisgeving. In-the-box denken is de manier waarop we ons dagelijks leven leiden. Het geeft de grenzen van ons gekleurd bewustzijn. Het wordt het denken van de gecreëerde zelf. Ouders, familieleden, opvoeders, leeftijdsgenoten en sociale media zijn de belangrijkste leveranciers van onze ‘oorzaak-en-gevolg-in-de-doos-denkende’ zelf.

Het geniale van het ‘en, en’ denken.

Be able to keep two completely contradictory ideas alive and well in your heart and in your head all the time. 

If it does not drive you crazy it will make you strong.

Bruce Springsteen

Jim Collins en Scott Porras verwijzen in hun reeds geciteerd boek ‘Built to Last’ naar de “genius of the and.” Met andere woorden, we moeten volgens hen een slag maken in ons denken, van het lineaire òf-òf denken naar het paradoxale èn-èn denken.

Charles Palmgren leerde mij inzien dat we opmerkelijk genoeg geboren zijn met dat ‘en, en’ denken. Als baby is alles nieuw en zien we alles als ‘en, en’. Dit komt omdat we dan nog enkel het helder bewustzijn gebruiken. We observeren de werkelijk zoals die is. We zijn, om het even op z’n Engels te zeggen, pure Awareness. Maar gaandeweg starten we met die pure obervatie te interpreteren, totdat we alles direct beginnen inkleuren met ons gekleurd bewustzijn. Anders gesteld, we worden pure Consciousness.

Hoe gaat dit in zijn werk? We appreciëeren de werkelijkheid. Appreciëren komt van het Latijnse appretiare (‘om te beoordelen’). In een fractie van een seconde transformeren interpretatie, evaluatie en besluitvorming awareness en observatie in consciousness en waarneming. Het ‘en, en’ (ook wel aangeduid met ‘zowel/ als’) van het heldere bewustzijn wordt her verpakt in het ‘of, of’ (ook wel aangeduid met het ‘ofwel/ of”) van het gekleurd bewustzijn. Charles Palmgren noemt dit de quasi automatische beweging van “pre-box” denken naar “in-the-box” denken. De manier waarop we waarderen legt barrières op en zorgt voor grenzen die bepalen wat veilig is om te worden opgenomen en wat schadelijk kan zijn en daardoor dient te worden afgesloten. We nemen op wat we waarderen en sluiten uit wat we niet waarderen. Onze voorkeuren polariseren verschillen. De zo noodzakelijke ‘en, en’ wordt gedevalueerd tot het schrale ‘of, of’: goed of kwaad, correct of fout, positief of negatief, gunstig of schadelijk. Polarisatie heeft zijn intrede gedaan. De werkelijkheid wordt als het een of het ander ervaren, dit is exclusief; en niet als het een en het ander, dus niet inclusief. Deze verschuiving, deze splitsing heeft talloze consequenties, zowel positief als negatief. De positieve hebben te maken met ‘snelheid’, de negatieve met ‘deugdelijkheid’.

‘En-en’ staat dus tegenover ‘of-of’ denken. En-en is kijken vanuit evenwaardigheid naar zaken die naast elkaar van waarde zijn door niet te oordelen. ‘En-en’ denken wordt ook wel parallel denken genoemd.

‘Parallel denken’ is een begrip dat bedacht en uitgewerkt werd door Edward de Bono[v]. Parallel denken is omschreven als een constructief alternatief voor de dialectische methode, waarin tegenstanders elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk door zo veel mogelijk argumenten aan te dragen om de eigen visie te onderbouwen en die van hun opposant te weerleggen. Parallel denken is dus een alternatief voor het ‘of-of’ denken. Parallel denken is een verdere uitwerking van het begrip ‘lateraal denken’, eveneens door de Bono ontwikkeld. De nadruk ligt bij parallel denken nóg meer op dat wat kan zijn (alternatieve mogelijkheden) dan op dat wat is (rationeel af te leiden). Parallel denken is een denkproces dat gelijktijdig focust op verschillende, vaak tegengestelde, benaderingen van een probleem of vraagstuk. In een groep toegepast, wordt zo de dialectische benadering – die vaak leidt tot de vraag wie er gelijk heeft – effectief vermeden. Alle deelnemers in het denkproces kunnen bijdragen aan het verkennen van het onderwerp, vanuit hun eigen kunde, kennis en ervaring. Belangrijk hierbij is dat ze in hun eigen ‘spoor’ blijven en zich niet laten verleiden inhoudelijk op de argumenten van hun mede ‘parallelle denkers’ in te gaan. Dit vereist wel de bereidheid om zich aan de regels te houden en iemand de verantwoordelijkheid te geven over de regie, om zó het denkproces te bewaken. Eloïse, Edward en Elvire, parallel denken heeft veel te maken met Creatieve wisselwerking, maar dat hadden jullie al begrepen.

‘En-en’ denken komt neer op niet elkaar tegensprekende feiten of beweringen beide tot waarheid verheffen. Het is twee onafhankelijke concepten met elkaar verbinden. Men kan het ook op twee niveaus tegelijk kijken noemen. Het is niet enkel serieus nemen wat concreet en positief is, ook wat abstract en niet positief is. Het is doen en laten even zwaar laten wegen. Het is ‘wu wei’, doen door niet te doen en ook wel doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Het is een crisis zien als bedreiging en kans.

Even terug naar mijn anekdotisch verhaal: 

De opdracht van de heer Frans Reyntjens stelde mij voor een dilemma. Ofwel zet ik mezelf buiten schot en houd ik me niet aan mijn principes (eerlijkheid en billijkheid). Ofwel hou ik mij aan mijn principes en raad ik Frans Reyntjens aan om mij te ontslaan en heb ik geen job meer. Ik vond de oplossing door de opdracht niet te zien als een of-of probleem maar als een en-en probleem. Frans Reyntjens opdracht vertaalde ik in een persoonlijke opdracht: ik diende een oplossing te vinden waarbij ik én mij aan mijn principes kon houden én aan de slag kon blijven (dus geld in ‘ons Rita’s’ la blijven stoppen). Uiteraard speelde het feit dat ik reeds een bijberoep had en af en toe Willem Top, die geen Frans sprak, hielp om in Frankrijk het goede ‘Loss Control’ nieuws te verspreiden. Ook had ik door ervaringen binnen de Franse groep Rhône Poulenc geleerd dat het geven van opleidingen mij energie gaf. Dit waren opleidingen rond de Feitenboomanalyse methodiek, die ik eerst in Rieme en niet veel later in het RP bedrijf Saint-Fons Chimie nabij Lyon letterlijk tientallen keer had gegeven. Ook had ik bij een ander RP bedrijf nabij Lyon, Belle Eloile, waar Guy Bérat de veiligheidschef was, reeds m’n eerste officiële audit gedaan met het ISRS systeem van Frank Bird. Een audit met een US systeem door een Vlaming in Frankrijk met een Canadees-Franse vertaling van de vragenlijst. Deze ervaringen leerden mij dat consulting mij wel lag. Dus ééns ik besloten had dat ik Frans Reyntjens de volgende dag mijn oplossing zou meedelen, nam ik die avond contact op met Willem Top en kwamen we tot een principiëel akkoord rond het gebruik van het ISRS in België en Frankrijk (en voor de lol nam ik er Luxemburg bij). 

Eloïse, Edward en Elvire, een eenvoudig hulpmiddel hielp mij hierbij. Dat hulpmiddel ziet er als volgt uit: teken op papier twee lijnen zoals de assen van een tabel. Langs de verticale lijn ligt één wens, langs de andere lijn ligt de andere wens. Maak er nu een matrix of tabel met vier vlakken van. 

Het vlak linksonder staat dan voor een oplossing waarbij aan geen van beide wensen voldaan wordt. In de vlakken linksboven en rechtsonder wordt maar aan één wens voldaan. Het vlak rechtsboven is het én-én vlak: zowel de ene als de andere wens wordt vervuld. Dus de vraag werd: “Welke oplossingen kun je bedenken die in dat vlak vallen?” Ik vond die in een goed uur en koos er één uit en begon de implicatie ervan reeds voor te bereiden.

Ik had nog nooit van het creatief wisselwerkingsproces gehoord en was er wel mee geboren… Ik dacht dus buiten de ‘Kuhlmann’ box, verliet de comfortzone en het was één van de beste beslissingen die ik ooit nam!

Creatieve wisselwerking, het proces voor het bekomen van de ‘en’!

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is het proces voor het bekomen van het ‘en-en’ denken en het vermijden van de ‘of-of’ denken, hier voorgesteld met de metafoor ‘Sophie’s Choice’. Dus eigenlijk komt het vermijden van de valkuil, die ‘Sophie’s Choice’ gegraven heeft, er op neer Creatieve wisselwerking van binnen uit te beleven. Het komt er dus op neer de vorige 36 columns van binnen uit werkelijkheid te maken. Vandaar ook dat dit onderwerp nu in de 37e column aan de beurt is.

De start is het onderkennen van de ‘of-of’ keuze en die principieel te verwerpen. Dit komt neer op Authentieke Interactie, die uitmondt in het begrijpen dat het om een ‘Sophie’s Choice’ gaat. Dan komt de tweede karakteristiek aan de beurt. Dit is het Waarderend Begrijpen (tweede karakteristiek) van de valkuil en de beslissing nemen er niet in te trappen. Daartoe dient de Vicieuze Cirkel afgeremd en het creatief wisselwerkingsprocesaanzwengeld te worden. Het ontwijken van de ‘Sophie’s keuze’ gebeurt door het bewust op zoek te gaan naar  nieuwe oplossingen. Dit komt neer op het beleven van de derde karakteristiek Creatieve Integratie. Dit is het creatief integreren van verschillende ideeën die opkomen bij het oplossen van moeilijke vragen. Deze vragen zijn reeds een paar keer aan bod gekomen. Het betreft de reeks vragen: “Wat wil ik voor mezelf bereiken?”, “Wat wil ik dat de ander bereikt?” en “Wat wil ik voor onze onderlingen relatie bereiken?” Hierbij wordt het ‘het één of het ander’-denken ingewisseld voor het ‘het één en het het ander’-denken. Daarbij maakt men helder wat men in het kader van de, door het beleven van de vorige karakteristieken, gevormde gedeelde mening niet wil bereiken. Dit blijkt veelal de sleutel te zijn voor het vormen van ideeën omtrent wat men wel wil bereiken. Die ideeën zijn in feite antwoorden op de vraag “Hoe kan ik er toe komen dat wat ik niet wil bereiken, ontwijk en wat ik wel wil bereiken, bekom?”. De antwoorden op deze vraag zullen heel wat creatiever zijn dan wat men met de klassieke reacties op een ‘Sophie’s Choice’ zou bekomen. Want die komen neer op vermijden (wegvluchten) of het opdringen van één van de twee oplossingen. Het verhaal van het boek en de film ‘Sophie’s Choice’ maakt duidelijk dat het op die manier ‘oplossen’ van de keuze nefaste gevolgen heeft. In het beleven van de derde karakteristiek komt men, door het integreren van verschillende ideeën, vaak tot nog betere oplossingen dan ‘en-en’ oplossingen. Inderdaad, beide doelstellingen worden bereikt en de oplossing is nog sterker dan de simpele optelsom. Ik noem die een ‘zowel het één als het ander, én bovendien verschillend van’ oplossing, voorwaar een synergetische!

Laat ik dit eens toetsen aan mijn anekdote:

Van zodra dat ik de opdracht van Frans Reyntjens kreeg, ging ik er in een kort gesprek dieper op in om er zeker van te zijn dat ik die opdracht correct begrepen had. Dit is dus het beleven van de eerste karakteristiek Authentieke Interactie. De volgende karakteristiek Waarderend Begrijpen maakte mij helder duidelijk dat dit een ‘Sophie’s Choice’ was. Niet dat ik de opdracht van die label voorzag, maar ik was er van overtuigd dat ze mij voor een dilemma stelde. Na het beleven van die twee karaktistieken was ik tot een ‘gedeelde mening’ gekomen (ook al met ‘ons Rita’). Ik zou mijn principes niet verloochenen en dus geen van mijn medewerkers ontslaan. Ik moest dus eigenlijk Frans Reyntjens adviseren mij te ontslaan. Het daarbij laten zou toegeven zijn aan de druk van de ‘Sophie’s Choice’. Hoe kon ik ‘ontslagen worden en toch aan de slag blijven?’, werd de nieuwe kernvraag. Die gingen we met de derde karakteristiek te lijf: Creatief Integreren. Al heel vlug kozen we voor de onafhankelijkheid in verbondenheid. Ik had geen zin meer om nog ergens als ingenieur voor een ander bedrijf te werken. Ik koos voor het statuut van zelfstandige of “self employed employee,” zoals een paar jaar later een Noor mij op denigrerende wijze noemde (en dat is een ander verhaal). Om mij van een inkomen te verzekeren, nam ik die avond contact op met Willem Top. Ik verkreeg de belofte van de gebruiksrechten van het ISRS en ik had ondertussen genoeg ervaring om met innerlijke zekerheid te weten dat ik zou slagen. Er restte mij enkel Frans Reyntjens te adviseren mij te ontslaan en mijn synergetische oplossing: “Ontslagen worden en toch aan de slag blijven”, en de daaraan gekoppelde transitie zo zacht mogelijk te laten verlopen. Dit kwam neer op geen inkomsten derven en de transformatie volledig uit werken en realiseren. Bijkomende ‘en’-nen waren antwoorden op de cruciale vragen: “Hoe kunnen we langzaam in het zelfstandig statuut groeien” (antwoord: door één jaar nog halftijds aan de slag te zijn in Rieme). “Hoe kunnen we er voor zorgen dat we, tijdens de ‘inloop’ fase  geen loon verlies leiden?” (antwoord: door een correcte ontslagpremie te bedingen). “Hoe kunnen we zo vlug mogelijk opdrachten verwerven?” (antwoord: door mijn functionele RP baas Philippe Lacan te bewegen reclame voor mijn diensten te maken – wat direct lukte met audit opdrachten in de RP bedrijven, La Madeleine nabij Nancy en Belle Etoille nabij Lyon) en zo meer. 

Het dient gezegd, de vierde karakteristiek is, wanneer puntje bij paaltje komt de moeilijkste: Continu Transformeren. En ook die heb ik in dit specfiek geval behoorlijk beleefd. Na het tweede professionele leven, kwam het derde, waarin Charlie Palmgren m’n derde professionele vader werd en ik in contact kwam met Creatieve wisselwerking. Later kwam ik in m’n vierde professionele leven terecht, mede door m’n contact met Paul de Sauvigny de Blot SJ, en werd ik filosoof. Nu ben ik met pensioen en schrijf ik columns ten behoeve van mijn kleinkinderen, Eloïse, Elvire en Edward …


[i] Derik Lidow. What Entrepreneurs Can Learn About Undemocratic Decision Making From Bruce Springsteen. Forbes, January 22, 2019: https://www.forbes.com/sites/dereklidow/2019/01/22/what-entrepreneurs-can-learn-about-undemocratic-decision-making-from-bruce-springsteen/

[ii] Thomas Klikauer. Critical Management Ethics. New York, NY: Palgrave Macmillan. 2010

[iii] Joan Magretta. What Management Is. How it Works and Why it’s Everyone’s Business. New York, NY: The Fee Press, a Division of Simon & Schuster, Inc. 2002

[iv] Thomas Klikauer. Hegel’s Moral Corporation. New York, NY: Palgrave Macmillan. 2016

[iv] Jim Collins & Jerry I. Porras. Built to Last. Successful Habits of Visionary Companies. New York, NY: HarperCollins Publishers Inc. 1994

[v] Edward de Bono. Parallel Thinking. From Socratic Thinking to de Bono Thinking. London, UK: Vermilion, an imprint of Ebury Publishing and part of the Penguin Random House Group, 1994


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVI

HOE CREATIEVE WISSELWERKING BLIJVEND BELEVEN (WATCH)?

Springsteen’s self-definition process has been characterized by the use of the critical and cultural instruments, he has drawn from  his historical and literary readings, but above all, from his knowledge of the culture of the American popular classes, particularly of their musical and poetic forms.

By using and elaborating continually the most different forms and genres of American popular song, both black and white, such as rhythm & blues, soul music, country music, and folk music, Springsteen has ended by mastering these expression means better and better, and by carrying out works in which the choice of one or more music genres is never arbitrary, but historical motivated, that is, determined by his knowledge of the historical, social and cultural context in which those genres originated and by his willingness to use always a music form which can suit perfectly his song’s personal or socio-political contents[i].

Eloïse, Edward en Elvire, met vorige column waren we aan het eind gekomen van het diepgaand beschrijven van Creatieve wisselwerking met z’n vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. Meermaals heb ik erop gedrukt dat de lineaire voorstelling eigenlijk een niet correcte voorstelling is van het chaotisch creatief wisselwerkingsproces. Inderdaad ben ik nog niet in staat om het chaotische basis leer- en veranderingsproces anders voor te stellen dan op de simplistische, lineaire manier die ik gebruikte. 

Ook weten jullie dat het vlindermodel, met dezelfde vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden, enkel maar een model is en niet die chaotische werkelijkheid. De Britse statisticus George E.P. Box is onder meer bekend geworden door volgende uitspraak: “Essentially, all models are wrong, but some are useful.[ii]” Deze quote heeft twee delen. 

Het eerste deel stelt dat alle modellen verkeerd zijn. Dat komt omdat alle modellen een vereenvoudiging zijn van de complexe realiteit. Sommige modellen zitten er maar een klein beetje naast. Die vindt men vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Dus ook de relativiteitstheorie van Einstein is niet volledig correct, maar de fouten in z’n model zijn tot nu toe minimaal gebleken. Andere modellen zitten er heel wat naast. Die vindt men meestal in de ‘zachte’ wetenschappen, zoals het vereenvoudigd communicatiemodel met een zender, een boodschap, een medium, een effect, een ontvanger en ‘ruis’. 

Het tweede deel: “Maar sommige zijn bruikbaar” geeft aan de vereenvoudiging van de werkelijkheid wel degelijk nuttig kan zijn. Modellen kunnen ons helpen om de complexe wereld en al z’n componenten te verklaren, voorspellen en te begrijpen. Een bepaald type van een model is het grondplan van een streek of stad. Een goede kaart is zeer bruikbaar. Men moet zich wel in de stad bevinden van de kaart. Een kaart van Brussel is inderdaad weinig zinvol om de weg in Antwerpen te vinden.

Modellen zijn nodig want wanneer we enkel ruwe data van de werkelijkheid hebben, dan is die set meestal te complex om te begrijpen. We zijn dan verplicht om te vereenvoudigen teneinde enig inzicht in de werkelijkheid te bekomen. 

Een bijkomend voordeel van een goed model is dat het leeft en je dingen leert ook lang nadat het model werd uitgedacht. Dit heb ik, Eloïse, Edward en Elvire, aan den lijve ondervonden met de twee modellen die ik in m’n professionele levens heb ontwikkeld. Beide modellen, het zeeftorenmodel en het vlindermodel, hebben mij heel wat nieuwe inzichten gegeven en dit tot lang na de ontwikkeling ervan. Wat het zeeftorenmodel betreft: dit was een ‘verbetering’ van het oorzaken en gevolg model van m’n tweede professionele vader Frank E. Bird Jr., dat op z’n beurt een verbetering was van het model van W. Heinrich. Door mijn model, dat het begrip ‘risico’ omvat (wat niet het geval is met het model van Frank), heb ik heel wat inzichten verworven, in de complexe wereld van oorzaak en gevolg. Inzichten die ik zonder het hanteren van mijn model nooit verworven zou hebben. Wat het vlindermodel betreft: het moge duidelijk zijn dat ik door het gebruik ervan nu nog elke dag leer. Want leren start met het bekomen van nieuwe inzichten!

Inleiding

Creatieve wisselwerking werkt 

voor diegenen die eraan werken. 

Johan Roels 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer jullie de vorige columns in relatief korte tijd hebben doorgenomen, dan denk ik dat jullie hoofd nu duizelt. Daarom heb ik jullie dit steeds afgeraden. Deze columns dienen namelijk in homeopathische dosissen tot zich genomen te worden. Dit was en is nog steeds mijn standpunt. Want het is sterk spul. Zelfs indien jullie mijn raad zouden hebben opgevolgd, en daardoor heel wat later dan nu, de totale set van deze columns zouden hebben gelezen, zou het mij helemaal niet verbazen dat jullie zich dan zullen afvragen: “Hoe kan ik dit alles effectief gebruiken?” Hoe zet men dit alles – vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden – in hemelsnaam daadwerkelijk in? Niets is zo complex als Creatieve wisselwerking. Die kennis dan ook nog eens inzetten bij iets zo onvoorspelbaar en grillig als Cruciale Dialogen, dat lijkt niet alleen, het is ook, niet van de poes! 

Wat jullie tot nu toe hebben gelezen, betreft de kennis: wat jullie dienen te weten, met betrekking tot Creatieve wisselwerking. Niet alleen de kennis met betrekking tot het model en zijn kerncompetenties, maar ook kennis met betrekking tot de basiscondities en vaardigheden. Deze column heeft als doel jullie te helpen bij het gebruiken en het jullie eigen maken van de vaardigheden van Creatieve wisselwerking, waardoor, zoals we hebben gezien, ook de basiscondities meer werkelijkheid worden. 

Vaardigheden hebben te maken met het “kunnen doen”, in feite het vermogen om kennis werkelijk toe te passen en dus – in deze context – gebruik te maken van de know-how met als doel, bijvoorbeeld, Cruciale Dialogenvlekkeloos te laten verlopen en daardoor problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. 

Jullie kerncompetenties beschrijven welk soort persoon jullie zijn. Dit laatste omvat onder meer jullie intrinsieke waardekernwaardenkernkwaliteitendoel, positieve intentie en persoonlijk engagement

Competentie op gebied van Cruciale dialogen heeft te maken met het vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke capaciteiten en attitudes te gebruiken in alle gesprekssituaties, en dit voor zowel jullie professionele als voor jullie persoonlijke ontwikkeling. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zijn wellicht, mede door het lezen van deze columns, en voornamelijk door zelfreflectie, heel wat bewuster geworden. Wat sommige vaardigheden betreft zijn jullie, van niveau 1 – onbewust incompetent – naar niveau 2 – bewust incompetent – opgeklommen. Jullie zijn er zich met andere woorden bewust van dat jullie bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In dat geval dienen jullie de reis van niveau 2 – bewust incompetent – naar niveau 3 – bewust competent – aan te vatten. Niveau 3 is het niveau waar men zich de nieuwe vaardigheden toe-eigent. Let wel, het is heel goed mogelijk dat jullie zich, wat sommige van de zestien vaardigheden betreft, reeds op niveau 3 of zelfs niveau 4 bevinden. Door het bewust gebruiken van de vaardigheden komt men inderdaad uiteindelijk op niveau 4 terecht: de vaardigheden zijn dan een gewoonte geworden, hun gebruik een automatisme. Het hangt dus echt van persoon tot persoon af welke van de zestien vaardigheden zich op respectievelijk niveau 1, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 bevinden. Wij hebben ervoor gekozen om in deze columns geen handige persoonlijke praktijkoefeningen betreffende de zestien vaardigheden op te nemen. Niet elkeen heeft namelijk praktijkoefeningen voor alle zestien vaardigheden nodig. Onze belofte naar jullie toe is dat jullie een of meerdere praktijkoefeningen, met betrekking tot de vaardigheden waaraan jullie willen werken, in m’n archief met de zestien mappen kunnen vinden, ook wanneer ik er niet meer zal zijn. Vraag die mappen maar aan Bonnie of, nog later, aan jullie mama Daphne. 

Eloïse, Edward en Elvire, dit is jullie eerste werk: nagaan hoe ver jullie nu al staan in het beleven van Creatieve wisselwerking. Het tweede is: beslissen waar jullie aan willen werken. Met andere woorden, aan welke van de vaardigheden willen jullie sleutelen teneinde deze op een hoger niveau te tillen. Vervolgens vragen jullie – indien jullie dat wensen – mij (of Bonnie of jullie mama Daphne) om ondersteuning in de vorm van praktijkoefeningen. Het inoefenen moet jullie uiteraard zelf doen. Oefenen, oefenen, oefenen, totdat de vaardigheid een goede gewoonte geworden is. Dat is de boodschap!

In het eerste deel van deze column beschrijf ik de strategie die ik zelf heb toegepast om beter te worden in het voeren van Cruciale dialogen en mijn vaardigheden daartoe op een hoger peil te krikken. Vervolgens stel ik een hulpmiddel voor dat de volledige methodiek op een unieke manier visualiseert. Tot slotte wordt er op een en ander dieper ingegaan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ kunnen jullie ook een deel vinden dat het gebruik van de Cruciale Dialogenmethodiek behandelt in de context van een team en de betekenis van Creatieve wisselwerking voor Leiderschap[iii].

Twee hefbomen 

Give me a lever long enough and a fulcrum on which to place it, 

and I shall move the world. 

Archimedes 

De hefbomen van de Cruciale Dialoogmethodiek – de vaardigheden – zijn lang genoeg, maar ben jij – Eloïse, Edward of Elvire – wel het steunpunt dat nodig is om je wereld te veranderen, om je zelf te transformeren? De strategie die ik heb toegepast (en nog toepas, want ik ben er nog niet helemaal of … helemaal niet, wie zal het zeggen?) maakt gebruik van twee bijkomende stevige hefbomen. En vergeet niet, teneinde zichzelf te veranderen heeft men een steunpunt nodig en het uitzonderlijke hier is dat men dat zelf dient te zijn. Slechts één persoon kan jou veranderen en dat ben jij! 

Leren observeren 

Indien men zich echt de dialoogvaardigheden wil eigen maken, begint men zichzelf én de ander(en) te observeren met als doel om, door het observeren, te achterhalen of we ons nu in de dialoog of buiten de dialoog bevinden. Dit soort observeren heeft uiteraard alles te maken met het rees besproken procesbewustzijn (Deel XXXV). Eerder dan je krampachtig de vaardigheden en strategieën van het Cruciale Dialoogmodel te trachten te herinneren, vraag men zich af of men zich wel in een heuse dialoog bevindt en, indien niet, welke van de twee volgende strategieën van kracht zijn: ‘vermijden’ of ‘geweld’. Wanneer men merkt dat men zich ofwel in het gebied van het vermijden of in dat van de aanval bevindt, weet dan dat dit verre van aan te raden is en dat het de hoogste tijd is om terug in een echte dialoog te stappen. 

Herkennen dat men ofwel het speelveld van de dialoog verlaat en zich gaat verschansen ofwel gaat aanvallen en dit ook erkennen en verwoorden is een belangrijke stap in het dialoogproces. Men moet dus, wanneer dit het geval is, durven stellen: “Ik heb de indruk dat we het heilzaam pad van de dialoog aan het verlaten zijn”. Dit zo vlug mogelijk doen, zorgt ervoor dat de schade gering is. Men kan als het ware op zijn stappen terugkeren en binnen de dialoog blijven. 

Angst of woede bannen 

Dialoog is, zoals we hebben gezien, de meningen de vrije loop laten; anders gesteld, zeggen wat men te zeggen heeft. De meest geduchte rem op deze vrije meningsuiting is angst of woede. Wanneer men angstig is, of woedend, dan zegt men niet wat men te zeggen heeft, althans niet op een correcte manier. 

Angst bant men door open te staan voor de mening van de ander en dit ook met woord en daad te tonen. Echt interesse hebben voor wat de ander zegt en niet in verdediging gaan of vluchten, creëert veiligheid: veiligheid voor de ander opdat zij of hij zou kunnen zeggen wat zij of hij te zeggen heeft. Een veilig gevoel vermindert de angst of de woede. Een veilig gevoel geeft ook innerlijke zekerheid. 

Dit doet men door, wanneer men ziet dat de ander gekwetst is, te stellen dat dit niet de bedoeling was en, zo nodig, door zich te verontschuldigen. Empathie is ook hier nodig. Zich kunnen inleven in de angst of woede van de ander is een pluspunt. Vraag desnoods een ‘time out’ aan om de gemoederen wat te bedaren. Ga steeds terug naar de feiten. Ontzenuw de veronderstellingen en interpretaties. Zeg wat men wel bedoelde (de feiten – die blijkbaar niet duidelijk genoeg overkwamen) en zeg wat men niet bedoelde (meestal de interpretatie van de ander). Zet het contrast, het verschil, goed in de verf. 

Herinner elkaar ook aan het gemeenschappelijke doel. Dit doel heeft te maken met synergie en niet met een compromis en zeker niet met ‘His Master’s Voice’-oplossingen. Hierbij heiligt het doel niet de middelen, want het is een gemeenschappelijk doel. Het realiseren van het gemeenschappelijke doel is een engagement van de gesprekspartners. Durf hen dan ook aan dit engagement herinneren. Wanneer de ander vlucht in ontwijking of eerder woedend aanvalt, weet men dat de ander zich onzeker voelt. Door aan te tonen dat men eerlijk het gemeenschappelijke doel wil bereiken, zorgt men voor de zo broodnodige veiligheid. Durf te stellen: “Het is hier niet de bedoeling dat een van de partijen zijn wil opdringt. Ik engageer mij om in deze dialoog te blijven totdat we een oplossing gevonden hebben die ons beiden bevredigt.” 

Het horloge (WATCH) 

Hiermee heb ik beide hefbomen besproken die de basis vormen van een solide dialoog. Laat ik als bijkomend hulpmiddel een beeld voorstellen dat mogelijk maakt om tijdens de Cruciale Dialoog de verschillende onderdelen van de methodiek en de bedreigingen voor het goede verloop ervan, voor ogen te houden. Dit beeld is het analoge horloge of in het Engels “The Watch’. Denk hierbij heel specifiek aan een polshorloge. Ik heb voor dit beeld gekozen omdat de horloges gelijkzetten, het met elkaar eens worden betekent. Cruciale Dialogen hebben daar veel mee te maken. Men wordt het er tijdens Cruciale Dialogen niet alleen met elkaar over eens wat het probleem is en wat de oorzaken ervan zijn, men vindt ook gezamenlijk antwoorden op de cruciale vraag die het probleem inhoudt. 

De wijzers van het horloge vormen het vlindermodel en dat bevindt zich uiteraard op de horlogeplaat van het uurwerk. Het Cruciale dialogen-uurwerk geeft kwart voor negen aan. Het vlindermodel ligt dus horizontaal, het is tenslotte een ‘liggende 8’. In ons beeld bevat de wijzerplaat van het horloge de fasen, basiscondities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking. Het zijn de elementen die – indien ze enerzijds aanwezig zijn (de basiscondities) en anderzijds optimaal ingezet worden (de vaardigheden) – de beleving van Creatieve wisselwerking vloeiend en succesvol doen verlopen. In wat volgt zal ik het voornamelijk over een toepassing van Creatieve wisselwerking, de Cruciale dialoog, hebben Deze kerncompetenties zorgen ervoor dat wij in dialoog blijven. Wanneer de dialoog een Cruciale dialoog wordt, dienen deze competenties wel heel solide te zijn om binnen de wijzerplaat te blijven. 

Zoals de Cruciale dialoog omringd is door de harde realiteit, is de horlogeplaat gevat in haar horlogekast. Op die horlogekast van ons beeld bevinden zich de zes gedragingen die een reëel gevaar zijn voor het goede verloop van de Cruciale dialoog. Deze gedragingen hebben te maken met ‘ontwijken’ en met ‘geweld’, dus met angst en woede. Ze zijn uitingen van de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel binnen de ander of binnen onszelf. Wanneer men deze gedragingen onderkent (ziet, vandaar ‘watch’), dan weet men dat men te maken heeft met angst of woede, met de Vicieuze Cirkel

Men dient deze gedragingen niet alleen te herkennen, men dient ook te erkennen dat men aan de grondslag ervan – angst of woede – iets moet doen. Daartoe dient men uit de inhoud van de dialoog (de horlogeplaat) te stappen (van ‘plaat’ naar ‘kast’) en die gedragingen te benoemen en te ontzenuwen (op de horlogekast). Zodra men de angst of woede uit de dialoog heeft gebannen, kan men terugkeren naar de inhoud van het gesprek. Men stapt terug in de dialoog (van ‘kast’ naar ‘plaat’). Het komt er niet op aan de argumentatie af te zwakken of ervan af te stappen. Het komt erop aan veiligheid te creëren en dus angst en woede te verdrijven (cf. Drive Fear Out[iv]). Men dient dit snel te doen, want hoe verder men wegdrijft van een gezonde Cruciale dialoog in de richting van vermijding of geweld, hoe moeilijker het wordt die te ontzenuwen en hoe groter de kosten. 

Laten we nu ook de acteurs aan het beeld toevoegen. Je vindt jezelf en de ander rond het Cruciale Dialoogmodel op de horlogeplaat van ons beeld. Het model heeft vier bogen: twee links en twee rechts van het midden. Dit midden (waar ook het probleem of de hamvraag zijn plaats vindt) kunnen we ook zien als ‘het reservoir van de gedeelde mening’ Het linker gedeelte van de ‘liggende acht’ zorgt voor het inzicht, het rechtergedeelte voor het maken en uitvoeren van een keuze (actie): 

Men ziet dat de vier fasen verbonden zijn met dit midden: het reservoir van gedeelde mening. Men is met de ander in dialoog waardoor men met elkaar echt verbonden blijft. Als men echt verbonden is, zorgen de gegevens, door het waarderend begrijpen ervan, voor inzicht en uiteindelijk voor een gedeelde mening. Die gedeelde mening is dan op haar beurt de voedingsbodem voor het bedenken (‘imaginatie’) van idee en oplossingen, keuze van een paar van die oplossingen en actie, kortom voor innovatie. 

Het procesbewustzijn (i.e. het observeren en begrijpen van het dialoogproces) zorgt ervoor dat we blijvend uit onze doppen kijken (we ‘watch out’ continously) en dus zien wanneer één van de vier boogstukken van het model loskomt en plots naar boven of naar beneden doorschiet. De dialoog verlaat het veiligheidsgebied en wordt vergiftigd door ontwijken of geweld. Angst of woede zijn de Cruciale dialoog binnengeslopen. Wanneer dit gebeurt, begint men nefaste spelletjes te spelen. Indien men ziet dat men afdrijft naar het vermijden van echte dialoog of toevlucht neemt tot geweld, dan dient men zich vliegensvlug opnieuw te verbinden met haar of zijn originele waarde, met haar of zijn kernwaarden en kernkwaliteiten, positieve intentie en engagement om van daaruit te handelen. Nadien dient men terug te keren naar een echte dialoog. 

Sophie’s Choice 

Men komt terug tot die dialoog door zich te focussen op wat men werkelijk wil en daarbij vermijdt men zich te laten meesleuren in het zogenaamde ‘Sophie’s Keuze-spel’. Dit ‘spel’ is nefast voor de gezonde dialoog. Het laat je geloven dat je moeten kiezen tussen twee kwalijke alternatieven. De naam van het spel komt van het prangende ‘Sophie’s Choice’-verhaal[v]. Dit is het schrijnend verhaal van een jonge vrouw in Auschwitz, die voor een verscheurende keuze wordt geplaatst. Ze dient zelf te beslissen welke van haar twee kinderen zal omgebracht worden. Indien ze niet beslist, worden beide kinderen gedood. 

Wat deze ‘Sophie’s Keuzes’ in dialoogcontext kenmerken, is dat men het voorstelt alsof men moet kiezen tussen twee kwalen: de cholera of de pest. Bijvoorbeeld, men laat ofwel blijken dat men het grondig oneens is met z’n baas, met het risico daarvoor gestraft te worden (de boodschapper van het slechte nieuws wordt in het bedrijf nogal eens vereenzelvigd met het slechte nieuws), of men slikt haar of zijn woorden in – en zodoende weigert men het reservoir van gedeelde mening met ideeën te voeden – waardoor men wel haar of zijn baan houdt. Dit komt neer op een ‘het één of het ander’-denkpatroon van het ergste soort. Indien men een ‘Sophie’s Keuze’ voorstelt, laat men het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid, was. Men doet het voorkomen alsof men de boodschap niet eerlijk én respectvol kon brengen. Men laat uitschijnen dat het onmogelijk is een specifieke afwijkende mening op een veilige manier te verwoorden. Diegenen die een ‘Sophie’s Keuze’ te berde brengen, stellen dat ze geen derde gezonde mogelijkheid zien – wat in dit geval een eerlijke maar tragische fout is – of ze voeren deze valse tweespalt ten tonele om hun onverkwikkelijk gedrag te justifiëren. 

Een nefaste bijwerking van deze ‘Sophie’s Keuze’ is dat ze niet alleen aanzet tot ineffectieve acties, ze verhindert ook echte, waardevolle verandering. Deze keuze laat geloven dat er geen alternatief is voor het vlucht-of-vechtsyndroom en dus geen ruimte voor creatief denkwerk. ‘Sophie’s Keuzes’ zijn dus simplistische, negatgieve compromissen, die ons verhinderen om creatief in dialoog te blijven en die onze domme spelletjes verrechtvaardigen. 

Op zoek naar het ongrijpbare ‘En’ 

De besten in het voeren van Cruciale dialogen weigeren ‘Sophie’s keuzes’ en dit door bewust naar nieuwe oplossingen te zoeken. Zij stellen zich moeilijke vragen. Ze vervangen ‘het één of het ander’-denken door een zoektocht naar het, oh zo belangrijke en door velen als ongrijpbaar geziene, ‘En’. Zij gebruiken de derde karakteristiek Creatief Integreren teneinde die toch te vatten. 

Daarbij gaan ze strategisch te werk als volgt: 

  1. Eerst en vooral maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) echt wil bereiken. Dus wat men wil bekomen voor zichzelf, de ander en de onderlinge relatie. Dat geeft al een aanzet om zich niet te laten vangen in het net van ‘Sophie’s Keuzes’. 
  2. Vervolgens maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) niet wil bereiken. Dit is de sleutel tot het formuleren van de ‘en’- vraag. “Wat ik niet wil voorhebben, is verplicht te worden een simplistische ‘Sophie’s Keuze’ te moeten maken!” is de uitdaging die aan de orde is. 
  3. Ten slotte legt men zich toe op het vinden van een creatieve en productieve oplossing door de twee voorgaande punten in een ‘en’-vraag te vatten: ‘Hoe kan ik ertoe komen dat wat ik wil bereiken, bereik en wat ik niet wil bereiken, vermijd?” Het antwoord op deze vraag zal heel wat creatiever zijn dan wat met ‘vluchten’ en ‘vechten’ kan bekomen worden. Men zoekt daarbij naar ‘beide en verschillend van’, dus synergetische, oplossingen. 

Kijk uit voor Angst en/of Woede 

Diegenen die de Creatieve wisselwerking onder de knie hebben, zijn zoals gesteld niet alleen volledig aanwezig in de dialoog, ze zijn zich ook ten volle bewust van het dialoogproces. Ze kijken daarbij uit naar tekenen die aantonen dat angst of woede de dialoog binnenglipt. Wanneer de ander wegdrijft van de gezonde dialoog – i.e. ophoudt met het eerlijk vullen van het reservoir van gedeelde mening – door ofwel doelbewust z’n eigen mening te verzwijgen ofwel deze op te dringen, kijkt men uit of de ander niet angstig of woedend is. 

Wanneer er geen angst of woede is, kan men in principe zowat alles zeggen. Dialoog heeft behoefte aan en drijft op vrije meningsuiting. Niets doodt die vrije meningsuiting meer dan angst of woede. Wanneer men angstig is, omdat men vreest dat de dialoog haar of zijn carrière kan schaden, dan start men met het verzwijgen of verdoezelen van feiten. Wanneer men woedend wordt, omdat men de indruk heeft dat men om een of andere reden geen gelijk kan halen, begint men aan te vallen. Beide reacties – vluchten en vechten – vinden hun oorsprong in de emoties van angst en woede. Bovendien is het zo dat, wanneer angst en woede uit de dialoog geweerd wordt, er niet alleen over om het even wat kan gepraat worden, maar dat ook er geluisterd wordt. Wanneer men niet vreest aangevallen of vernederd te zullen worden, ook wanneer men zelf niet woedend is, dan kan men zelfs naar praktisch alles luisteren zonder direct defensief te worden. 

Eloïse, Edward en Elvire, denk in dit verband eens aan jullie eigen ervaringen. Kunnen jullie zich herinneren ooit eens van iemand scherpe feedback gekregen te hebben en dat jullie op dat ogenblik toch niet defensief reageerden? Dat jullie in plaats daarvan naar die niet zo prettige feedback luisterden op een open manier? Dat jullie alles deden om die feedback werkelijk te begrijpen en erover na te denken? Dat jullie toelieten door die feedback beïnvloed te worden? Indien jullie zich zoiets kunt herinneren, stel jullie dan de cruciale leervraag: “Waarom lukte dat toen?” Hoe kwam het dat jullie die – op dat ogenblik potentieel schadelijke – feedback toch positief benaderden? Als jullie zijn zoals ik – en met mij vele anderen – dan is dat heel waarschijnlijk omdat jullie geloofden dat die ander het goed met jullie voorhad. Daardoor respecteerden jullie de mening van die ander. Met andere woorden, jullie voelde zich veilig omdat je de motieven van de ander vertrouwde én zijn bekwaamheid om een en ander in te schatten. Jullie voelden niet de behoefte zich te verdedigen om de eenvoudige reden dat jullie zich niet aangevallen voelden. Jullie veilig voelen betekent dat jullie vrij zijn van angst en woede. 

Anderzijds is het ook zo dat men, wanneer men angstig of woedend is, geen ‘negatieve’ feedback kan verdragen. Wanneer men angstig of woedend is, zullen zelfs goed bedoelde commentaren negatief worden beoordeeld. Wanneer men angstig of vijandig is, wordt men verblind. 

Wanneer men uitkijkt naar tekenen van angst en woede bemerkt men niet alleen de gevaren voor de dialoog. Men houdt ook de geest levendig. Men is aandachtig. Zoals al gesteld worden, wanneer emoties de kop opsteken, de hersenfuncties afgeremd. Niet alleen start de voorbereiding voor het vluchten of het vechten, bovendien vernauwt het perifere zicht. Wanneer men zich echt bedreigd voelt, dan zie men zelfs met moeite wat zich vlak voor de neus bevindt. Met andere woorden kijkt men, wanneer men het gevoel heeft dat de uitkomst van de dialoog wordt bedreigd, niet verder dan de neus lang is. 

Wanneer men van de inhoud van de dialoog loskomt en uitkijkt naar tekenen van angst of woede, zet men het brein volledig in en krijgt men een volledig zicht op de werkelijkheid. Adrenalineopstoten zijn alarmerende processen verbonden aan vluchten en vechten. Deze maken het onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen. Ik noem het de ‘haas-in-de-koplampen’-reactie. Dit is uiteraard een metafoor, maar die reactie bestaat werkelijk. 

“Mijn schoonvader zaliger, Lionel Onghenae, gebruikte deze reactie van een haas, wanneer die gevangen wordt door de koplampen van een auto, als jachtwapen. De feiten zijn verjaard, dus kunnen ze gerust te boek worden gesteld. Lionel heeft bij mijn weten nooit een schot gelost, toch heb ik meermaals van een overheerlijke haas mo- gen smullen, die hij ‘geschoten’ had. Zijn tactiek was de volgende. Hij woonde in de polder, in het grensgebied ten noorden van Eeklo, nabij Watervliet. Een druilerige dag in het juiste seizoen was voldoende om hem ’s avonds, wanneer het opgeklaard was, te doen besluiten op jacht te gaan. Hij reed dan met zijn wagen over de smalle polderpa- den en steevast zaten er hazen op de al gedroogde betonbaantjes in het flauwe maanschijnsel te spelen. Toen ze gevangen werden door de koplichten van Lionels wagen, verstijfden ze van angst en bleven ze stokstijf staan, totdat de auto over hen heen reed. Toen werd het voor hen aardedonker en sprongen ze op, knal tegen de onderkant van het chassis van de wagen aan. Ze bleven verdoofd liggen. Lionel stapte bedaard uit en verloste elk van hen uit zijn lijden met een juist gemikte nekslag.” 

Nogmaals, door angst of woede ingegeven beslissingen zijn meestal niet overdachte reflexen. Het angst- of woedegevoel van de ander zet deze aan je eens goed aan te pakken. Het probleem hierbij is dat dit agressieve gedrag niet steeds de diplomaat in jou aanspreekt. In plaats van de aanval te kaderen, als een teken dat veiligheid onder druk komt, neemt men de actie van de ander letterlijk als een aanval op. Dan is volgens het ‘oog om oog, tand om tand’-principe de reactie mogelijks navenant. Men is dan niet meer aandachtig met het proces bezig, men stapt bijgevolg niet uit de inhoud van het gesprek om de angst of woede te ontzenuwen. Integendeel, men wordt een deel van het probleem en men wordt meegezogen in het vluchten of vechten van de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben er mij terdege van bewust dat wat ik hier voorstel niet makkelijk is. Ik vraag jullie om de tekenen van vermijden of aanvallen te zien als tekenen van angst of woede en daarbij jullie ‘natuurlijke’ reactie, teneinde de ander van hetzelfde laken een broek te geven, af te blokken. Met andere woorden ik vraag jullie jaren van praktijk en ingesleten gedrag om te buigen in nieuw gedrag. Inderdaad, in plaats van jullie ‘normaal’ gedrag vraag ik jullie uit de inhoud van de dialoog te stappen en de angst of de woede aan te pakken. Dit is aartsmoeilijk, maar heb ik ergens in deze serie columns boek beweerd dat het correct van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking makkelijk is? 

Vormen van vluchten en vechten 

De niet zo gezonde uitingen van angst of woede zijn enerzijds vluchten (een ‘negatief stilzwijgen’, waardoor feiten niet worden vermeld) en anderzijds verbaal geweld (waardoor feiten worden opgedrongen). 

Vormen van vluchten 

De verschillende vormen van vluchten zijn: maskeren, omzeilen en terugtrekken. 

Maskeren is zijn eigen mening niet verwoorden of niet laten zien. Daartoe zijn de meest gebruikte technieken: sarcasme, (het tegendeel) verbloemen of zelfs vleien. 

De meeste vormen van omzeilen bestaan erin het gesprek compleet weg te sturen van het gevoelige onderwerp. We praten wel maar benoemen belangrijke zaken niet. 

Terugtrekken, het woord zegt het, betekent zich uit de conversatie terugtrekken. Soms zelfs letterlijk, men verlaat de ruimte waar de dialoog plaats vindt. 

Vluchten is in vele gevallen negatieve stilte. Wij willen hierbij onderstrepen dat stilte op zich héél positief kan zijn, zeker in het kader van spiritualiteit. Dus ook in de context van Business Spiritualiteit. Paul de Chauvigny de Blot spreekt in dit verband van de kracht van de stiltetaal. Ook contemplatieve ordes hebben sinds eeuwen bewezen dat stilte een meerwaarde kan zijn. Recent onderzoek van het functioneren van de hersenen heeft dit overigens aangetoond. Dit onder meer door onderzoeken binnen het Mind and Life Institute; een gezamenlijk onderzoeksprogramma van een aantal Amerikaanse universiteiten en de Dalai Lama[vi].

Vormen van vechten 

Vechten uit zich in verbaal geweld. Verbaal geweld heeft vele vormen en eigenlijk maar één doel: de ander via dit verbaal geweld te overtuigen, te controleren, over te halen om je zienswijze bij te treden. Verbaal geweld dramt bij wijze van spreken de eigen mening in het reservoir van de gedeelde mening. 

De drie meest voorkomende vormen van verbaal geweld zijn: manipuleren, bestempelen (labelen) en regelrecht aanvallen. 

Manipuleren komt in deze context overeen met de ander, al dan niet subtiel, te dwingen jouw gedachtegang over te nemen. Dit gebeurt vaak door het vragen achterwege te laten en enkel te pleiten voor het eigen gelijk. Zodoende wordt de dialoog door één partij gedomineerd, waardoor de dialoog feitelijk een monoloog wordt. Door gebruik te maken van een rits technieken waaronder: de ander onderbreken, het verdraaien van feiten, het gebruikmaken van suggestieve, directieve of zelfs manipulerende vragen, wordt de dialoog door één partij beheerst. 

Bestempelen of labelen is iemand of iemands ideeën van een kwalificatie voorzien, zodat men die in een bepaalde categorie kan stoppen. 

Aanvallen spreekt voor zichzelf. Het doel is dan minder het eigen gelijk halen, eerder de ander te kwetsen en te doen lijden. Aanvalstechnieken zijn onder meer kleineren en regelrecht bedreigen. 

Kijk naar je gedrag onder stress 

Laat ik even samenvatten: angst kan leiden tot vluchten en woede tot vechten. Samen kunnen ze de basis vormen van stress. We nemen aan dat je aandachtig blijft tijdens het gehele dialoogproces. Men neemt daarbij zowel de inhoud als het inzetten van de condities en vaardigheden onder ogenschouw. Men geeft speciale aandacht aan tekenen waardoor men kan zien of de dialoog cruciaal wordt. Om dit belangrijk ogenblik te kunnen grijpen, kijkt men voornamelijk uit naar tekenen van angst of woede. Wanneer veiligheid in het gedrang komt, heeft men oog voor de verschillende vormen van vluchten en vechten. 

Is men nu volledig gewapend? Ziet men nu alles wat er te zien is? 

If the doors of perception were cleansed,

everything would be seen as it is.

William Blake

Het antwoord op deze vragen is: nee! Het moeilijkste element om er zeker van te zijn dat men op de verschillende niveaus aandacht heeft voor het volledige proces, is het eigen gedrag! Dit gedrag situeert zich ergens op volgend continuüm: vluchten, wegdeemsteren, passief, neutraal, assertief, agressief, buitensporig gewelddadig (i.e. het ‘vluchten – vechten’ continuüm). Eerlijk gezegd, het is uiterst moeilijk om het eigen gedrag te observeren wanneer men in een Cruciale dialoog verwikkeld is. Men kan nu eenmaal niet fysiek uit het eigen lichaam stappen en zichzelf observeren. Men bevindt zich aan de verkeerde kant van de oogballen. 

De waarheid is dat de meesten onder ons het moeilijk hebben om van binnenuit hun eigen gedrag te meten en te evalueren. Het komt nogal voor dat men tijdens Cruciale dialogen zelf angstig en woedend is en daardoor zelf vlucht of vecht. Het echt bewust zijn van Creatieve wisselwerking op alle niveaus is iets waar we door indoctrinatie en socialisatie niet bijster goed in geworden zijn. 

Het gebruik van de vaardigheid procesbewustzijn is inderdaad iets van het moeilijkste wat er is, zeker het gebruik ervan op het eigen functioneren. Niet alleen dient men dan aandachtig te zijn voor het eigen gedrag, maar ook voor wat dat gedrag bij de ander teweegbrengt. Het komt erop aan duidelijk te zien welke impact dit gedrag heeft op angst of woede. Indien het doel is angst of woede uit de dialoog te bannen, dan dient men te starten bij zichzelf: ban angst of woede uit jezelf! 

Door de vaardigheid procesbewustzijn is men er zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces in zichzelf en de ander, maar ook van de werking van de Vicieuze Cirkel binnen zichzelf en de ander. Inderdaad om de draaizin van de Vicieuze Cirkel te veranderen, dient men ten volle bewust en consistent de condities en vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces te beleven.


[i] Antonella D’Amore, Bruce Springsteen’s World Citizenship. Interdisciplinary Literary Studies Vol. 9, No. 1, Glory Days: A Bruce Springsteen Celebration (Fall 2007), University Park, PA: Penn State University Press. Bladzijden 162-181

[ii] George E.P. Box & Norman R. Draper. ©. Wiley, 1987. Bladzijde 424

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 279-309

[iv] W. Edwards Deming. Out of the Crisis. Quality, Productivity and Competitive Position. Cambridge, MA: Cambridge University Press, 1982. Bladzijden 59-62, 202 en 266-268

[v] William Styron. Sophie’s Choice. New York, NY: Random House, Inc. 1979. & gelijknamige film van Alan J. Parker met Meryl Streep in de hoofdrol, 1982 

[vi] Felicity Mellor en Stephen Webster (Editors). The Silences of Science. Gaps and Pauses in the Communication of Science. New York, NY: Routledge (imprint of the Taylor and Francis Group), 2017


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXV

HOE ZICH WERKELIJK BEWUST ZIJN VAN HET PROCES?

Previously, Springsteen’s awareness of his own alienation had begun faintly with “Stolen Car” and not reached its full development until “Living Proof” a dozen years later.

By the same token, his understanding of how close he constantly was to slipping away from his own best self-conception – “When I look at myself, I don’t see the man I wanted to be”, as he had written in “One Step Up”

he constantly was to slipping away from his own best self-conception – “When I look at myself, I don’t see the man I wanted to be”,  – underwent a similarly slow-dawning process. 

One might say this awareness was the major undeveloped theme on the three relationship albums as in the key switch in perspective during the bridge of “Brilliant Disguise.”

[ Now look at me, baby
Struggling to do everything right
And then it all falls apart
When out go the lights
I’m just a lonely pilgrim
I walk this world in wealth
I want to know if it’s you I don’t trust
‘Cause I damn sure don’t trust myself.
]

That shift in awareness (from the lover’s sins to the narrator’s) is echoed more starkly at a structurally similar moment in “Highway 29”: [I told myself it was all something in her. But as we drove, I knew it was something in me.]

When introducing “Highway 26” in Dublin a year later, Springsteen specifically called it a song about self-knowledge, Suggesting as he elaborated that it was this driving epiphany of the narrator’s that may have been the most clearly autobiographical moment in the song for him[i].

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In dit deel gaan we het hebben over de vierde vaardigheid van de vierde karakteristiek Continu TransformerenProcesbewustzijn.  Dit is de omega van de zestien vaardigheden en ook een van de moeilijkste vaardigheden om onder de knie te krijgen.

Inleiding

Het is niet afdoende om de gunstige condities te onderkennen, men moet ook de intentie hebben om deze bewust te creëren, en ook de kernvaardigheden bewust en consistent beleven in alles wat men doet[ii].

Stacie S. Hagan 

Het procesbewustzijn (Process Awareness) is een van die kernvaardigheden waarover Stacie het in haar bovenstaande quote heeft. Deze vaardigheid zorgt ervoor dat men zich niet alleen bewust is van wat men doet, maar ook van hoe men dit doet. Bovendien – en dit is uniek – zorgt het procesbewustzijn ervoor dat men zich bewust is van de mate waarin datgene wat men doet en hoe men het doet, congruent is met de condities en de kerncompetenties die onderliggend zijn aan Creatieve wisselwerking. In feite zorgt het procesbewustzijn er ook voor dat men zich ervan bewust is in welke mate men de zestien kernvaardigheden ook effectief gebruikt, met inbegrip van de vaardigheid procesbewustzijn

Het begrip procesbewustzijn binnen het creatief wisselwerkingsproces is niet exact wat er binnen de management wereld, in het bijzonder binnen veranderingsmanagement, mee wordt bedoeld. Daar heeft het begrip een specifieke definitie: de mate waarin de deelnemers aan een proces geïnformeerd zijn over de procesprocedures, de regels, de vereisten, de werkstroom, de doelen van het proces zelf en hun bijdragen in het behalen van die doelen. De aanname die daarbij gemaakt wordt, is dat een goed procesbewustijn bij het uitvoerend personeel een belangrijke voorwaarde is voor succes van elk bedrijfsproces, omdat het er voor zorgt dat mensen doen wat ze geacht worden te doen. Die aanname is aanvaardbaar omdat mensen nu eenmaal, om iets te doen, het moeten willen, kunnen en mogen doen en dat deze drie basisvoorwaarden (willen, kunnen en mogen) geborgd worden door het zich bewust zijn van het proces.

Het procesbewustzijn binnen het creatief wisselwerkingsproces omvat de voorwaarde dat men een grondige kennis heeft met betrekking tot het proces. Dit is een noodzakelijke, maar nog geen voldoende voorwaarde. Men moet ook nog het creatief wisselwerkingsproces kunnen beleven. Ten slotte is kennen en kunnen niet voldoende om dit ook effectief te doen. Men moet het proces ook willen beleven! Tot daar de overeenkomst tussen het begrip procesbewustzijn in onze toepassing en in de managementwereld. Ons begrip gaat echter nog een essentiële stap verder: het is zich bewust zijn van het verloop van het creatief wisselwerkingsproces tijdens het beleven ervan!

Het beleven van Creatieve wisselwerking vergt continu leren. Dit wil zeggen dat dit beleven de kans dient te krijgen te rijpen en bijgesteld te worden. Zowel de inhoud als de vorm dienen door de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces bewaakt en aangepast te worden. Dit wil zeggen dat, terwijl het creatief wisselwerkingsproces zich ‘ontwikkelt’, men zich bewust is zowel van de inhoud van het proces als van het verloop en de kwaliteit ervan. Binnen het creatief wisselwerkingsproces en de toepassing ervan, Cruciale dialogen, noemen we die vaardigheid procesbewustzijn.

Eloïse, Edward en Elvire, het moge duidelijk zijn dat de vaardigheid procesbewustzijn kan ingezet worden tijdens het beleven van elke van de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces.  Wij hebben daarom deze vaardigheid als laatste geplaatst, ook al conform de ‘last but not least’ gedachte. 

Het procesbewustzijn is de wijze waarop we meten en evalueren in welke mate we intentioneel, bewust en consistent het creatief wisselwerkingsproces beleven, ondermeer bij het voeren van Cruciale Dialogen. Het betreft dus het bewust beleven van de basiscondities en vaardigheden van ons model voor Creatieve wisselwerking (dat ik ontwikkelde bij de toepassing van Creatieve wisselwerking bij Cruciale Dialogen), en het blijvend uitkijken voor de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel

Het volgende verhaal maakt de bedoeling van het procesbewustzijn enigszins duidelijk: 

Jade 

Dit is een oud verhaal over een verzamelaar van edelstenen, die op een dag besloot zich toe te leggen op het verzamelen van jade. Hij wilde er zeker van zijn dat hij enkel de fijnste jade in zijn collectie zou opnemen. Daartoe diende hij uiterst bekwaam te zijn in het onderscheiden van goede kwaliteitsjade van slechte kwaliteitsjade. Om dit niveau van bekwaamheid te kunnen bereiken, diende hij zich te laten opleiden door een ware meester. Hij onderzocht eerst heel grondig wie de wijste meester was in het onderscheiden van goede kwaliteitsjade van slechte kwaliteitsjade. Na een maandenlange zoektocht vond hij die wijze meester. Die ging akkoord om hem gedurende een periode van tien weken op te leiden. Gedurende die periode diende hij zich één avond per week naar het huis van de meester te begeven en op de tiende avond zou hij een test moeten afleggen teneinde zijn vakkundigheid te bepalen in het onderscheid maken tussen goede kwaliteitsjade en slechte. Natuurlijk diende hij een aanzienlijke geldsom op voorhand te betalen teneinde door de meester zelf te worden onderwezen. 

Op de eerste avond kwam hij bij het huis van de meester aan, leergierig en enthousiast om de lessen aan te vatten. De meester overhandigde hem een perfect exemplaar jade en vroeg hem dit gedurende een uur te observeren. Met enthousiasme bekeek hij het kleinood van alle kanten. Nadat het uur verstreken was, keerde hij naar huis terug, verlangend uitkijkend naar de volgende sessie. Hij was er zeker van de finesse van het vak onder de knie te zullen krijgen. De tweede week overhandigde de meester hem opnieuw een stuk jade van de hoogste kwaliteit en liet hem alleen opdat hij ook dit stuk aandachtig zou bestuderen. Hoewel de man enigszins ontgoocheld was, volgde hij toch de instructies van de meester. De derde week werd het scenario van de vorige twee weken herhaald. De ontgoocheling van de man ging over in irritatie. Hij had zijn zuurverdiende geld gespendeerd teneinde goede kwaliteitsjade van slechte kwaliteitsjade perfect te leren onderscheiden. Het enige wat hij tot nog toe gedaan had, was drie uur staren naar verschillende stukken perfecte jade. Dit leek op zeer dure verveling. 

De volgende weken waren niet anders. Dezelfde routine werd herhaald, niettegenstaande hij de meester zijn ongenoegen meermaals liet blijken. De meester ging daar echter niet op in. Gaandeweg vertelde hij familie en vrienden over zijn uitzichtloze situatie. Hij dacht er zelfs aan om zijn geld terug te vragen. Hij vond het echter sneu om zo gemeen te zijn tegen de beminnelijke bezielde meester, maar de maat was vol. Hij besloot echter geduld te oefenen en de laatste sessie af te wachten om te kijken of er geen verschil was met de vorige sessies, alvorens zijn geld terug te eisen. 

Later vertelde hij zijn advocaat over die laatste sessie: “De meester gaf me niet enkel weer een stuk jade om te observeren, hij gaf me deze keer een stuk jade van slechte kwaliteit!”

Moraal: De beste manier om slechte kwaliteit te herkennen, is de echt goede kwaltiteit te kennen. 

Inderdaad, hoe meer we echte Creatieve wisselwerking kunnen observeren en beleven door erin te participeren, hoe meer we bewust zullen zijn worden de kracht van het proces. Hoe vlugger we ook zullen merken dat we van het goede pad afdwalen, of nog erger, in de greep van de Vicieuze Cirkel terechtkomen. Hoe meer ook dat we, door bijsturing, continu zullen verbeteren in dit beleven. 

Het procesbewustzijn komt erop neer dat we, tijdens het uitvoeren van een taak, ons ervan bewust zijn dat we dit volgens een bepaald werkproces doen. We zijn er ons ook van bewust of wat we aan het doen zijn, gedaan wordt met de intentie en de gedragsvaardigheden van Creatieve Wisselwerking of dat we eerder handelen vanuit onze Vicieuze Cirkel.

Procesbewustzijn gedefinieerd 

Eloïse, Edward en Elvire, het is dus niet zo eenvoudig om het procesbewustzijn te definiëren, mede omdat het een complex fenomeen is dat op vrij veel verschillende niveaus werkzaam kan zijn. 

Laten we met het meest eenvoudige beginnen. Hierdoor wordt ook duidelijk waarom we uiteindelijk deze vaardigheid aan de vierde karakteristiek Continue Transformatie – dus tijdens de uitvoering van de overeengekomen activiteiten of taken – gekoppeld hebben. Het procesbewustzijn heeft in zijn meest eenvoudige vorm te maken met een tweevoudig bewustzijn. Dit wil zeggen dat een gedeelte van het bewustzijn zich focust op de taak (wat gedaan wordt). Terwijl men dat doet, is een ander gedeelte van het bewustzijn gefocust op het proces (hoe het gedaan wordt). Met andere woorden, diegene bij wie het procesbewustzijn operatief is, is niet volledig opgeslorpt door de taak; hij heeft ook oog voor het werkproces zelf. Zij of hij voldoet daarbij aan het eerste van H.N. Wiemans tweevoudige engagement (“twofold-commitment”). En op hetzelfde moment reserveert zij of hij ook een gedeelte van het procesbewustzijn voor het creatief wisselwerkingsproces. Dit gedeelte gaat na of iedere deelnemer aan het werkproces al dan niet de vaardigheden, nodig om Creatieve wisselwerking te kunnen beleven, effectief gebruikt, of eerder aan het worstelen is met haar of zijn Vicieuze Cirkel

Het bijkomend gedeelte, namelijk dat gedeelte dat ingezet wordt tijdens het bewaken van het werkproces en het onderkennen of het creatief wisselwerkingsproces al dan niet werkzaam is, wordt in teamvergaderingen soms toegewezen aan een coach of observator. Zelf heb ik in het verleden heel wat teams geholpen door die rol zo goed mogelijk te vervullen. In dit geval was het bewaken van zowel het werkproces als het creatief wisselwerkingsproces mijn taak als consultant. Laat het duidelijk zijn dat dit hoogstens een tijdelijke oplossing kan zijn, totdat het team zelf voor die specifieke taak kan instaan. Bij procesbewustzijn is het zo dat elke deelnemer aan het creatief wisselwerkingsproces zowel speler als observator is, en dus zowel de uitvoering van de taak, het volgen van het werkproces, als het beleven van Creatieve wisselwerking meet en evalueert. 

Procesbewustzijn is dus meer dan een tweevoudig bewustzijn. Het kan: 

  • wat je zegt en doet (i.e. de activiteit) monitoren; 
  • wat de anderen zeggen en doen (de activiteiten van anderen) onderkennen en evalueren; 
  • monitoren hoe allen het werkproces beleven (hoe de procedures gevolgd worden); 
  • maar ook hoe allen het creatief wisselwerkingsproces effectief beleven, of eerder tegenwerken. 

Het voordeel van het beheersen van onze versie van procesbewustzijn is dat men er zich werkelijk van bewust is of het creatief wisselwerkingsproces al dan niet operatief is en dat men continu de condities voor dat proces en het effectief gebruik van de vaardigheden beheerst,  kan monitoren. 

Voornamelijk het laatste element van het meervoudig bewustzijn, dat procesbewustzijn is, heeft te maken met het bewustzijn van jezelf (self awareness) en van je bekwaamheid om je los te maken van jezelf en van de informatie die je in je hoofd aan het verwerken bent. Laat ik, om dit laatste enigszins te verduidelijken, Einstein parafraseren: 

“The superiority of man lies not in his ability to perceive, but in his ability to perceive that he perceives, and to transfer his perception to others through words” 

Albert Einstein 

Zien waar we mee bezig zijn, dus zowel de taak als het verwerken van informatie (en beide als gelijkwaardig beschouwen), is één. Zien dat we zien waar we mee bezig zijn, is dus een diepere laag van het procesbewustzijn. Om te zien dat ik aan het zien ben, moet ik mij losmaken van diegene die ziet, in casu mezelf. Dit is niet gemakkelijk te verwezenlijken, zeker met het gegeven van de Vicieuze Cirkel

Procesbewustzijn heeft ook te maken met het begrip transcendentie. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben misschien ooit wel eens volgende uitdrukking gehoord: “in de wereld zijn en toch niet van de wereld zijn”. In de wereld zijn betekent dat men zichzelf identificeert met haar of zijn gedachten, gevoelens en gedragingen. Van de wereld zijn betekent dat men overtuigd is dat alles wat men is een conglomeraat is van de eigen ervaringen en acties in deze wereld (en enkel dat). Niet van de wereld zijn betekent die wereld afstandelijk kunnen beschouwen. Men bevindt zich als het ware ‘boven’ de wereld en men beschouwt de werkelijkheid en dit zonder dat men effectief opgeslorpt geraakt. Ideaal is uiteraard dat men beide aankan op een perfecte manier. Zo is het product van de Vicieuze Cirkel, dat ik het ‘valse’, ‘geconstrueerde’ of ‘gecreëerde’ zelf genoemd hebt, van deze wereld. Die gecreeëerde zelf is een eenheid, vervaardigd uit een mix van ervaringen, percepties, verwachtingen, beelden, rollen, eisen en verwachtingen, cultuurspelletjes, en ga zo maar door. Het Originele Zelf echter is niet van de wereld. Het staat buiten en boven de wereld terwijl het toch perfect met beide voeten in de wereld staat. 

Stacie S. Hagan gebruikt ook volgende metafoor: teneinde niet van deze wereld te zijn moet men haar of zijn geconstrueerde zelf, met al zijn overtollige eisen en verwachtingen van zich afschudden, zoals een slang zich van haar oude huid ontdoet. Men bevrijdt zich als het ware zelf uit die bekrompenheid. Men wordt zich helder bewust dat men niet enkel het geconstrueerde zelf is. Men is veel meer en dit inzicht komt wanneer men zich realiseert dat het “zelf” een deel van een veel groter geheel is dan het “zelf” dat men dacht te zijn. Terwijl ik dit schrijf, krijg ik plots de behoefte om het woord zelf tussen aanhalingstekens te plaatsen. Dit komt omdat we, naarmate we onze oude huid, ons oude “zelf” afschudden, meer in lijn komen met ons originele “zelf” en daarbij de notie van “zelf” – als afgescheiden eenheid van andere “zelven” – begint te vervagen. Inderdaad we worden ons dan scherp bewust van onze onderlinge verbondenheid met elkaar, met de natuur en (voor gelovigen) in het bijzonder met de Schepper. Voor mij is dat verbonden zijn met het leven gevend en transformerend proces dat ik Creatieve wisselwerking noem.

Procesbewustzijn heeft dus te maken met het ontvankelijk zijn voor informatie verbonden aan activiteit of taak, evenals voor informatie verbonden aan het creatief wisselwerkingsproces.  Terwijl we met anderen werken (dat wil zeggen, in de wereld zijn) staan we compleet open voor het bestuderen van onszelf, van de interne data die reacties in ons genereren, zonder de gevangene te worden van deze data (dat wil zeggen, niet van deze wereld zijn). Bijvoorbeeld, als men voelt dat men woedend, nerveus of angstig wordt, bekijkt men die gevoelens als een niet door deze emotie beïnvloede buitenstaander. Men kijkt als het ware onbevangen naar de bron van deze emoties. Men gaat ook na welke rol de Vicieuze Cirkel daarbij speelt. Men bekijkt dit alles alsof het iemand anders overkomt. 

Inderdaad, Eloïse, Edward en Elvire, een niet zo gemakkelijk concept. In mijn workshops beperkte ik mij meestal tot de dualiteit van het procesbewustzijn en behandelde ik niet steeds de derde, diepere vorm. Alles hing af van de bekwaamheid van de deelnemers met betrekking tot Creatieve wisselwerking. De diepere vorm van procesbewustzijn gebruik ik uiteraard nog steeds zelf om mijn beheersing van het vrijmaken van het creatief wisselwerkingsproces op een hoger peil te tillen, en, zoals jullie reeds ervaren hebben, daar heb ik nog een heel vette kluif aan… 

Het Procesbewustzijn tijdens Creatieve wisselwerking

Dit procesbewustzijn is wel een heel specifieke vaardigheid van Creatieve wisselwerking, gezien deze in het ideale geval, optimaal functioneert gedurende de vier karakteristieken van dit leerproces. Dit geeft eens te meer aan dat ons model inzake Creatieve wisselwerking zeker geen lineair model is. Laten wij hier aangeven hoe het procesbewustzijn werkzaam kan zijn tijdens Authentieke Interactie, Waarderend Begrijpen, Creatieve Integratie en Continue Transformatie

Het procesbewustzijn tijdens de Autenthieke Interactie

Tijdens de eerste karakteristiek Authentieke Interactie zorgt het procesbewustzijn ervoor dat in kaart wordt gebracht of de verschillende deelnemers nu communiceren vanuit hun Originele Zelf ofwel vanuit hun gecreëerde zelf, met al zijn filters, spelletjes, rollen en beelden. Het Originele Zelf komt tot leven vanuit een positieve intentie en is zich bewust van haar of zijn Intrinsieke Waarde en de Intrinsieke Waarde van de ander. De Originele Zelf kijkt ook naar de werkelijkheid met wat ik het helder bewustzijn heb genoemd; dus wat Boedhisten ‘niet duaal’ noemen.

Het procesbewustzijn ziet ook wanneer men binnen zijn Vicieuze Cirkel gevangen zit, wanneer men denkt en ageert vanuit het geconstrueerde mentaal model, opgebouwd uit de rollen, spelletjes, beelden. Men is er zich in dit geval ook haarscherp van bewust dat men dit eigenlijk doet in een poging om achting te bekomen voor het ‘valse, gecreeerde zelf’ Dit ‘valse zelf’ is een product van de Vicieuze Cirkel. Het wenst geaccepteerd te worden, goed over te komen, intelligent uit de hoek te komen, kortom iemand te zijn. Het Originele Zelf is geworteld in de Intrinsieke Waarde, is open en zoekt originaliteit in diversiteit. Het procesbewustzijn maakt het mogelijk dat men, terwijl men in Authentieke Interactie is, meet en evalueert of deze interactie de in het creatief wisselwerkingsproces besloten criteria haalt, en of de vaardigheden doelmatig worden ingezet. Kortom, of men integer pleit voor het beste wat men kent en ook het beste wat de ander weet aan bod laat komen. Of men de non-verbale communicatie oppikt en af en toe de vaardigheid bevestigend herhalen inzet. 

Door het procesbewustzijn is men zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces, men ziet ook of men al dan niet gevangen zit in zijn mentaal model. De werking van de Vicieuze Cirkel wordt gemeten en geëvalueerd. Dit doet men om te evalueren in welke mate men de boodshap inkleurt vooraleer deze echt begrepen te hebben. Door het procesbewustzijn is het mogelijk om continu het proces zo dicht mogelijk bij het gewenste te sturen, door het consistent toepassen van de hulpmiddelen en de vaardigheden. Daardoor wordt de Authentieke Interactie wat zij behoort te zijn: het beste van zichzelf delen met de intentie het beste van anderen begrijpen. 

Het procesbewustzijn tijdens het Waarderend Begrijpen

Diegene die luistert, luistert met zijn ‘distincties’, i.e. zijn eigen manier om verschillen te ontdekken. Dit zagen we reeds in een eerdere column. Deze distincties kunnen echter ook tegendraads werken. Wat we verwachten te horen, willen horen, al weten, … zal de zuiverheid van de boodschap van de spreker contamineren. Daarom dienen alle deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces bewust te zijn van het (werk) proces en ook open staan voor het feit dat ze niet steeds correct horen wat de boodschap is; laat staan dat ze het waarderend begrijpen. 

Anderzijds is het ook zo dat de luisteraar soms heel goed hoort, zo goed zelfs dat hij de verborgen boodschappen van de spreker hoort. Boodschappen die eigenlijk verborgen hadden moeten blijven of zelfs boodschappen waarvan de spreker zich eigenlijk niet bewust is. Het wordt uiteraard moeilijk wanneer de ander uiteindelijk, wat je gehoord hebt en geparafraseerd hebt, niet confirmeert. Is dit omdat je inderdaad niet goed geluisterd hebt of is het omdat de spreker niet wenst of niet kan (wegens het feit dat hij zelf onbewust is van de boodschap) confirmeren. Dit is inderdaad geen eenvoudig op te lossen raadsel. Het is een voortdurend balanceren tussen openheid en in de fout gaan. 

Waarderend begrijpen, uitgaande van echt luisteren is juist enorm moeilijk omdat het gaat over het openbreken van het eigen mentaal model. Waarderend begrijpen is inderdaad totaal aanwezig zijn voor de ander, met de ander en zelfs in de ander. Om op een dergelijke wijze aanwezig te kunnen zijn, moet men zijn eigen wensen, zijn eigen behoeften en zijn eigen gedachten met betrekking tot het onderwerp laten varen. In essentie moet men, om zover te gaan in diep luisteren, haar of zijn eigen mindset op non-actief zetten. Door het gecrëerde zelf (het geconstrueerde eigen wezen) los te laten, worden de perceptuele filters als het ware doorlatend. Waarderend begrijpen is dus begrijpen vanuit het originele eigen wezen. Daarom moet diegene die begrijpt zowel nederig als eerlijk zijn. Hij of zij wil begrijpen, vooraleer begrepen te willen worden. Het procesbewustzijn maakt het mogelijk om bijvoorbeeld na te gaan of men zijn eigen mindset loslaat om volledig als luisteraar aanwezig te kunnen zijn. Het procesbewustzijn kan, indien het antwoord op het voorgaande negatief is, ook nagaan of men als spreker niet zijn wil aan de ander oplegt. Naar ons weten zijn er geen concrete, observeerbare, meetbare data die deze vraag beantwoorden. Nee, dit is een zeer specifiek gebeuren. Maar hetzelfde procesbewustzijn dat ons toelaat om te monitoren of we luisteren, laat ons ook toe om te weten of we wel waarderend begrepen hebben. 

Daartoe gaat men via het procesbewustzijn na of de vaardigheden wel degelijk correct werden ingezet. Daarbij worden volgende vragen beantwoord: 

  • Werden er nederig vragen gesteld?; 
  • Deed men moeite om de plussen in de boodschappen te vinden?; 
  • Deed men daarenboven ook moeite om de verschillen in het begrijpen van de boodschappen te integreren?
  • Brak men de gehanteerde mentale modellen open?

Het procesbewustzijn tijdens de Creatieve Integratie

Zoals we in deel XXI zagen steunt Creatieve Integratie op Creativiteit en Kunnen Integreren, met name heel maken door aandacht te besteden aan, en met elkaar verbinden van, losse ideeën.  Anders gesteld de derde karakteristiek is op zich al een creatieve integratie van de voorgaande karakteristieken en een voorbereiding op de vierde karakteristiek. Het is op zich een proces dat innerlijke transformatie mogelijk maakt door het creatief integreren van ideeën die authentiek werden geuit (Authentieke Interactie) en ten gronde begrepen (Waarderend Begrijpen).

Wat we Waarderend Begrijpen van wat er werd gesteld, kunnen we integreren in onze eigen mindset. Dit proces wordt door procesbewustzijn van binnen uit beheerst. Het procesbewustzijn maakt het mogelijk om bijvoorbeeld na te gaan of men wel degelijk gebruik maakt van de vaardigheden van deze vierde karakteristiek: het herkaderen van het probleem, gebruik maken van zowel analogieën als metaforen en het krachtige “4+ en 1 wens”.

Procesbewustzijn heeft hier te maken met het ontvankelijk zijn voor informatie verbonden aan het van binnen uit inzetten van die vaardigheden, terwijl we met anderen ideeën creatief aan het integreren zijn (dat wil zeggen, in de wereld zijn) en compleet open staan voor het reflecteren op onze bijdrage zonder de gevangene te worden van de data die deze reflectie genereert. (dat wil zeggen, niet van deze wereld zijn).

Hieruit blijkt dat procesbewustzijn te maken heeft met zelfreflectie. Zelfreflectie is op zich ook een proces dat verschillende definities heeft. Het heeft uiteraard te maken met het ‘naar jezelf kijken’, waardoor de nood van een zekere afstand duidelijk wordt. Men dient zich los te maken van de situatie, wat ik heb trachten uit te leggen als ‘inde wereld te zijn en niet van de wereld te zijn’. Inderdaad, wanneer men van de wereld is, zit men er middenin en is er geen afstand. Dit kijken gebeurt bovendien op het pure observatie niveau. Deze heldere beschouwing wordt gekoppeld aan een overweging en overdenking. Daarbij wordt ruimte gegeven voor gevoelens, gedachten en ervaringen, teneinde deze te kunnen analyseren. Zo leert men wie men echt is, waarom men handelt zoals men handelt en wat ons drijft. In mijn optiek richt die reflectie zich op hoe we het creatief wisselwerkingsproces – en in deze context de vaardigheden van de derde karakteristiek – beleven. Let wel, deze en volgende paragraaf zou ik dus ook bij de drie andere karakteristieken kunnen geschreven hebben.

Daarbij komt dat men bij het zelfreflectieproces zichzelf feedback geeft, bij creatieve wisselwerking is dat dan feedback naar alle deelnemers aan het proces toe. Zelfreflectie en dus procesbewustzijn geeft de mogelijkheid om verschillende niveau’s te bekijken:

  • Het denken,
  • Het waarderen,
  • Het evalueren,
  • Het imagineren,
  • Het beslissen,
  • Het handelen. 

Hierbij hebben we, Eloïse, Edward en Elvire, terug het creatief wisselwerkingsproces in een nutshell herhaald.

Het procesbewustzijn tijdens de Continue Transformatie

Dit is de karakteristiek waarin ik deze vaardigheid procesbewustzijn als vierde vaardigheid heb geplaatst. Het is daarmee ook de laatste van de zestien vaardigheden. Mijn keuze heeft een goede reden, procesbewustzijn is als het ware de alfa en omega van de Creatieve wisselwerking vaardigheden.     

Tijdens deze vierde karakteristiek dient men dus bewust te zijn van het verloop van het transformatieproces;  met name verloopt de transformatie zoals dit was voorzien. Hier komt het procesbewustzijn er op neer dat men, tijdens het uitvoeren van een activiteit, men zich ervan bewust is dat men dit doet volgens een bepaald werkproces. Eens te meer is het niet alleen nodig dat men, om het eens in wielertermen te zeggen “met de neus in de gidon zit [iii]”, alles geven wat in zich zit; men dient ook wakker te blijven en de werkelijkheid, die overigens constant wijzigt, blijvend in de gaten houden.

We dienen dus de beloofde taken uit te voeren zoals voorzien en, terwijl we deze blijvend uitvoeren ook blijvend aandachtig zijn over hun verloop en resultaat. Dit is de vaardigheid Herhalen en Evalueren. Het logisch gevolg van dit helderbewust zijn tijdens de uitvoering van de activiteiten is de toepassing van de volgende vaardigheid: Feedback. Ook tijdens het inzetten van de Feedback vaardigheid dienen we deze niet alleen uit te voeren, we dienen ons ook bewust zijn van de kwaliteit van deze uitvoering.  Terwijl we in de wereld navigeren, zijn we geen gevangene van die wereld maar blijven we wakker wat betreft het volgen van de richtlijnen van de vaardigheid. Dit zowel tijdens het geven als tijdens het ontvangen van feedback. Daarbij houden we onze persoonlijk Jahori venster, en dat van onze gesprekspartners, nauwlettend in het oog. Ook dienen we ons bewust te zijn van de voortgang van onze activiteiten en of die ons, al dan niet, naar het beoogde doel brengen (i.e. de vooruitgang inzake de beoogde transformatie). Ook hier is zelfreflectie, waarover ik het eerder in deze column had, aan de orde. Dit om uit te maken of het geen tijd wordt om de derde vaardigheid van deze karakteristiek in stelling te brengen: Durven wijzigen.

Kortom, Eloïse, Edward en Elvire, procesbewustzijn is een cruciale vaardigheid van Creatieve wisselwerking!


i] Marc Dolan. Bruce Springsteen and the Promise of Rock ‘n’ Roll. New York, NY: W.W. Norton & Company, Inc. 2012. Chapter 11, Look in their eyes, Mom, you’ll see me (1995-1997), pp 311-312.

[i] Stacie S. Hagan. e-mail van 25 mei 1998

[ii] Gidon komt van het Franse guidon. Ik parafraseer hier een van de sappige uitdrukkingen van het wielerjargon van de vrt sport commentator Michel Wuyts. Wanneer een renner met zijn neus in de gidon zit dan zit hij – zoals Michel het vaak zegt – met z’n beide handen in de gidon, dus in de beugel (en komt de positie van z’n neus heel dicht bij het stuur van s’n fiets, vandaar mijn parafrase: “Met de neus in de gidon”) en moet hij dus alles uit de kast halen: http://www.standaard.be/cnt/dmf20120628_186


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIV

VAN KOERS (DURVEN) VERANDEREN…

Bruce Springsteen vertoonde meermaals deze vaardigheid door de koers, die hij had uitgestippeld, te wijzigen:

Het eerste voorbeeld gaat over een optreden waarin het publiek, tijdens een show in Duitsland, een verzoeksnummer aanvraagt dat Bruce en z’n band sedert heel lang niet hebben gespeeld. Het nummer van Chuck Berry had bovendien nooit op een setlist van een live optreden gestaan.  

Bruce is bovendien op concerttournee met een uitgebreide E-Street Band met heel wat nieuwe leden, waaronder Jack Clemons de neef van zijn overleden side kick en legendarische saxspeler Clarence Clemons.

Bruce beslist de uitdaging aan te gaan en stapt in, wat ik in deze serie meermaals,  de Transformatie fase heb genoemd. Na zijn beslissing gaat Bruce direct in communicatie met de leden van z’n band [0:30-1:10]. 

Wanneer hij het lied wil inzetten realiseert hij zich dat hij iets te ambitieus geweest is en vervangt hij zijn guitaar door een andere, die beter past bij de toon en het ritme van de song [1:10-1:20]. Bruce durft dus van koers te veranderen en geeft, na nog een uitgebreide ‘soundtest’ [1:30-2:48],  met z’n, met de E-Street Horns, uitgebreide E-Street Band een enige versie van  ‘You Never Can Tell’ [2:48-8:33].

Het vertrouwen en het plezier van Bruce en de bandleden spatten er van af. En dat plezier slaat over naar het enthousiast publiek. 

Aandachtige lezers bemerken dat ik deze video reeds eerder gebruikte (Deel XII):

 Na het grote success van z’n dubbel album The River dachten velen dat Bruce verder op de ingeslagen weg gaan en dat de volgende plaat ook een paar radio vriendelijke rock songs zou bevatten. Het tegendeel was waar. Bruce wou bovendien het productieproces versnellen door eerst de nummers van Nebraska zelf op cassette vast te leggen. Het was de bedoeling om het album later met de E-street band in een heuse studio op te nemen. Om de E-Street Band een idee te geven waar hij naar toe wou met het album, investeerde Bruce in een Teac Tascam 144 four-track cassette recorder[i]. Hij vroeg zijn guitaar technicus Mike Blatan, die wel geen sound engineer was, de recorder, samen met een paar micro’s, in de gastenslaapkamer bij hem thuis (toen Colt Neck, N.J) te installeren. 

Volgens de legende startte Bruce op 3 januari 1982 een marathon sessie die tot diep in de nacht duurde. Hij nam die dag vijftien accoustische songs op. 

In april van dat jaar bleek dat, de E-Street Band in de studio sessies aan de klankkleur en intensiteit van de tapes niet kon tippen. Ook hij kon in de studio, solo en accoustisch, niet het resultaat van z’n slaapkamer evenaren. Springsteen wijzigde dus nogmaals van koers. Bruce vroeg toen zijn sound engineer of hij de tape cassettes kon omzetten. Toby Scott slaagde in het onmogelijke en op 30 september 1982 werd de ‘slaapkamerversie’  van Nebraska uitgebracht[ii]

Mike Blaton kreeg wel de credits als geluidsengineer…

Eloïse, Edward en Elvire, de derde vaardigheid Durven Wijzigen van de vierde karakteristiek Continu Transformeren staat een beetje haaks op de basisconditie Doorzetten van deze karakteristiek. Het is een vaardigheid die men dient in te zetten teneinde niet blijvend in een richting te stappen die niet tot het beoogde doel leidt. Dit is ook wat de bovenstaande Bruce Springsteen anekdotes ons leren. Die vaardigheid heeft veel te maken met het thema van deze columnreeks: Wakker Blijven! Men dient inderdaad helder bewust te blijven gedurende het ganse Creatief wisselwerkingsproces, dus ook tijdens de vierde karakteristiek: Continu Transformeren.

Changing the order of things is never easy. 

For you have enemies

in all those who have done well under the old system. 

And only lukewarm supporters

in those who may do well under the new. 

Nicolló Machiavelli 

Deze vaardigheid is wel een trendbreuk. We dienen te beseffen dat Continu Transformeren neerkomt op het uitvoeren van nieuwe activiteiten en daardoor, mits vallen en opstaan, het verwerven van kennis. Door jezelf en je medewerkers de ruimte te geven om te experimenteren en fouten te maken, creëert men een positief klimaat voor innovatie. Daarbij hoort het betreden van nieuwe paden en zelfontplooiing. Laat mensen hun eigen ontwikkelingsplan maken, laat mensen experimenteren met nieuwe taken en bespreek dit alles intensief met elkaar. Mogelijks vergroot dit ook het operationeel inzicht van eenieder en wordt strategisch denken een gemeengoed voor de hele organisatie. 

Na de beslissingsfase heeft men, als het goed is, een plan: ‘wie, wat, waar, wanneer zal doen’ om de gestelde doelen te bereiken. Ideeën zijn mooi, wat echt het verschil maakt, is de uitvoering ervan! Daar is het volgende voor nodig: focus, snelheid, evalueren van wat er gaande is, snel leren en de moed hebben om het roer om te gooien, indien noodzakelijk. Houdt men zich star aan het plan vast, of is het een goede zaak dit plan van tijd tot tijd bij te stellen? 

Eloïse, Edward en Elvire, wat als de zaken niet lopen zoals in de beslissingsfase (zie Deel XXVIII) voorzien was? Hoewel de vastgelegde activiteiten met verbetenheid correct uitgevoerd worden, en daarbij feedback op een positieve manier gebruikt wordt, kan het gebeuren dat de gestelde doelen niet bereikt worden. Misschien bewandelt men, niettegenstaande alle voorzorgen die gedurende de imaginatie- en daaropvolgende beslissingsfase werden genomen, de verkeerde weg. Dit kan onder meer komen doordat de wereld ondertussen niet stilstaat en de realiteit daardoor verandert. Mogelijks zelfs zodanig dat de oplossingen, die eerder bedacht en gekozen werden, geen echte oplossingen meer zijn. Dan is het aan te raden een andere oplossing te zoeken om het doel alsnog te bereiken. Hierbij wel deze kanttekening: het is raadzaam wel wat geduld te oefenen. Men bereikt doorgaans niet veel door om de haverklap het plan aan te passen. Men moet een ingeslagen weg ook de kans geven. Anderzijds mag doorzettings-vermogen geen halsstarrigheid worden wanneer de nieuwe werkelijkheid je leert dat de gekozen weg onmogelijk kan leiden naar het verhoopte doel.

Eloïse, Edward en Elvire, als jullie de gestelde doelen best aardig weten te bereiken dan rijst de vraag of het plan al dan niet moet worden bij gesteld veel minder. Toch kan het een goed idee zijn, om ook in dit geval het plan bij te stellen en niet alles bij het oude te laten. Ik hoor al jullie reactie: “Opa, ben je gek geworden? Het loopt toch goed, waarom dan iets veranderen?” Er zijn wel enkele argumenten om veranderingen in het plan aan te brengen, ook als jullie tevreden zijn over de uitvoering tot dan toe. Stel jullie daartoe volgende vragen: 

  • Hoe leuk is het, om telkens weer hetzelfde te doen en geen nieuwe uitdaging te hebben? 
  • Hoe groot is het werkplezier nog of is dit eerder sluipenderwijs toch iets afgenomen? 
  • Kan een nieuw plan met andere invalshoeken leiden tot meer werkplezier? 
  • Is de werkelijkheid ondertussen niet veranderd? Is er een nieuwe, andere (creatieve) aanpak mogelijk die de doelen nog effectiever en efficiënter weet te bereiken? 

Is plezier in het werk dan zo belangrijk? Volgens Paul de Blot[iii] wel degelijk. “Als je plezier in je werk hebt, dan presteer je veel beter, zelfs in tijden van crisis” luidt zijn stelling. In de geciteeerde lezing pleit Paul ook voor wederkerigheid. 

Als men kiest voor het bijstellen van het plan zal men zichzelf ook een bepaalde discipline moeten opleggen. De discipline van het nee zeggen. Het kan, zoals reeds gesteld, dat een bepaald onderdeel van de set oplossingen niet meer past in de nieuwe realiteit. Men moet dan nee durven zeggen tegen iets dat niet meer volledig werkt, ook al weet men nog niet zeker of het nieuwe überhaupt wel zal werken. Het nee zeggen is misschien nog wel het moeilijkste in die omstandigheden. Zegt men geen nee, dan schept men onvoldoende ruimte om nieuwe plannen te ontwikkelen en er een succes van te maken. 

Eloïse, Edward en Elvire, hiertoe behoort ook de keuze trouw te blijven aan zichzelf in jullie beslissing het plan te veranderen. Want dat is niets anders dan bereid zijn ook falen of mislukken te aanvaarden en de functie ervan in te zien. We missen voor een stuk de realiteit van het leven indien we denken dat mislukking of terugvallen duivels is en succes Goddelijk. Goddelijk is de ‘wederopstanding’. Dit klinkt wat plechtig, maar ik bedoel hiermee dat men moet kunnen en durven mislukken; het is onlosmakelijk verbonden aan het weer overeind krabbelen. Heb het vertrouwen dat jullie weer op mogen en kunnen staan als jullie er voor kiezen dat te willen. Een bekende uitspraak is: ‘Failure is not determined by when you fall, it’s determined by how you rise after your fall’. Zorg er dus voor dat jullie plan ook omvat hoe jullie omgaan met terugval en mislukking. 

The greatest glory in living lies not in never falling,

but in rising every time we fall.

Nelson Mandela

Hou vol. Hou vertrouwen. Ooit kom jullie bij jullie doel. Als men een berg wil beklimmen en men kijkt omhoog vanaf de voet ervan denkt men: ik kom er nooit. Maar het enige dat men hoeft te doen is met zichzelf af te spreken iedere dag een stap te nemen, al is deze nog zo klein. Op een dag blijkt men al veel verder te zijn dan men ooit dacht te zullen komen. Vergeet bovendien ook niet dat men op weg naar het doel vaak de meest interessante, uiteenlopende en onverwachte ervaringen en mensen ontmoet. Vaak is de reis zelf interessanter dan de eindbestemming, zoals pelgrims die de Camino lopen, bij aankomst in Santiago de Compostella, keer op keer getuigen. 

Eloïse, Edward en Elvire, onthoud dat de beste manier om het effect van veranderingen blijvend te maken in jullie motivatie schuilt. Is de motivatie meer zichzelf willen zijn, dichter bij zichzelf willen komen, dan hebben jullie de juiste onderbouwing voor jullie transformatie te pakken. Maar ook iets, en vooral iemand, om naar uit te kijken. Jullie creëeren met jullie transformatie de gelegenheid uiteindelijk zichzelf (beter) te leren kennen. 

Belangrijk is dat tijdens deze vierde fase, de transformatie, er continu wordt geëvalueerd en bijgestuurd. Tijdens de verandering blijkt altijd dat een net wat andere insteek handiger is. Het is dan de truc zich niet blind te staren op het plan, maar dit te durven aan passen. We dienen altijd in beweging te blijven, want dat vraagt de veranderende wereld van ons. In ons boek ‘Creatieve Wisselwerking’[iv] stelden we het al. Het veranderingsmodel van Kurt Lewin is achterhaald. Het betreft de traditionele benadering waarbij de huidige toestand gezien werd als een bevroren toestand, die tijdens het transformatieproces moet ontdooid worden en gewijzigd worden in de richting van de gewenste, toekomstige toestand. Men bevond zich dus gedurende een zekere tijd in een transitietoestand tot alles – bij het bereiken van de gewenste toestand – weer netjes bevroren wordt. De huidige manier van kijken naar veranderingen is totaal anders. Nog steeds wordt de bestaande toestand ontdooid en moeten we door een transitietoestand heen, maar men gaat niet meer bevriezen, want men is al met een nieuw veranderingsproces gestart. De transitie toestand, of vloeibare toestand, is de nieuwe werkelijkheid. Zodat er uiteindelijk zelfs geen sprake meer is van ontdooien en men zich permanent in een fluide toestandd bevindt.

Eloïse, Edward en Elvire, mijn vierde spirituele vader, Paul de Blot[v], stelt dat elk plan gedoemd is om te mislukken, indien het plan niet tijdens de uitvoering aangepast wordt aan de vernieuwde werkelijkheid, aan de continu veranderende realiteit. Om veranderingen tot een goed eind te brengen, stelt hij, heeft men deskundig realisme nodig. Realisme betekent continu kijken naar de werkelijkheid en zich aan de veranderende realiteit aanpassen. Als men effectief en efficiënt wil werken, dient men te luisteren naar wat die omgeving nodig heeft. Dat betekent dat men blijvend deskundig moet zijn in haar of zijn vakgebied. Over dit alles meer in een latere column (Deel XXXXI).

We moeten ons daarbij niet blind staren op het al dan niet behalen van langetermijndoelstellingen, maar veel meer waarderen wat we wel bereiken. En de geleerde lessen van de aan de gang zijnde ‘trektocht’ meenemen naar de volgende, zich opdringende queeste.  We zijn nu eenmaal onze eigen Camino aan het stappen.

Eloïse, Edward en Elvire, dit alles heeft uiteraard te maken met wendbaarheid! In het begin van deze 21ste eeuw is het begrip ‘Leadership Agility’ een trend geworden. De basisgedachte achter agility of wendbaarheid is dat de in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst. In onze VUCA-wereld[vi] is de ‘volatiliteit’ zo groot dat de, in de beslissingsfase als praktisch zeker geachte resultaten, geen garantie bieden voor het werkelijk behalen ervan.  Juist omdat jullie wereld zo snel verandert, zijn jullie als het ware ‘gedoemd’ om wendbaar te zijn. Het is juist om jullie bij die levensopdracht te helpen dat ik deze serie columns Blijf Wakker! schrijf.  Teneinde jullie te ondersteunen wendbaar en weerbaar te blijven. Ik ben er mij wel van bewust dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking, dat daartoe een voorwaarde is, niet van de poes is. Maar zoals Herman de Coninck ooit schreef: “Wat geen moeite kost, is vaak ook de moeite ook niet waard.” 

Jullie zullen zich dus blijvend dienen te ontwikkelen. Daartoe beschikken jullie over een uitzonderlijk leer-, en vooral, aanpassingsvermogen. Eloïse, Edward en Elvire, jullie begrijpen dat dit vermogen neer komt op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking!


[i] Dave Marsh. Bruce Springsteen; Two Hearts. New York, NY: Routledge, Taylor & Francis Group, 2004. Bladzijden 255 e.v. Bruce Springsteen besloot om het productieproces van z’n volgend album te versnellen en besliste om de songs zelf op te nemen als demo om nadien in een echte studio het album op te nemen met z’n E-Street Band. Uiteindelijk kwamen Bruce, z’n manager Jon Landau, z’n mixer Chuck Plotkin en leden van de band tot het besluit dat het demo materiaal van zo’n uitzonderlijke gehalte was dat uiteindelijk Bruce Springsteen besliste Nebraska uit te geven zoals het album initieel was opgenomen. Volgens Marsh was de taak van het omzetten van de ruwe cassette, opgenomen met een relatief goedkoop vier sporen opname recorder en die bovendien wekenlang in de jeans van Bruce had gezeten, een van Chuck Plotkin’s meesterlijke technische verwezenlijkingen. 

[ii] http://brucebase.wikidot.com/stats:nebraska-studio-sessions In deze versie van dezelfde story is de hoofdrol met betrekking tot de technische verwezenlijkingen voor Toby Scott weggelegd.  Wie ook die cassettes klaarmaakte voor het persen van het album, feit is dat de oorspronkelijke opnames hiervoor werden gebruikt.

[iii] Prof. dr. Paul de Chauvingy de Blot SJ: “Het belang van wederkerigheid bij Betere Dienst en Leiderschap van binnenuit.” Key Note MKB Krachtcentrale Energiedag – 30 november 2010: http://vimeo.com/ 17357024 

[iv] Johan Roels. Creatieve Wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidzorg en de lerende organisatie. Leuven/Apeldoorn: Garant, 2001, Deel I, Hoofdstuk III, blz. 117-147. 

[v] Prof. dr. Paul de Chauvingy de Blot SJ: “Hoe uit de crisis komen?” Key Note MKB Krachtcentrale Energiedag – 10 november 2009: http://vimeo. com/7584175. 

[vi] VUCA wereld staat voor een Volatile, Uncertain, Complex en Ambiguous wereld. Wat zoiets betekent als een wereld die als volgt is:

  • Volatile – Snel veranderend;
  • Uncertain – Onzeker;
  • Complex – Comlex;
  • Ambioguous – Ambigu (Vaag/Dubbelzinnig).

Het gaat om een continue veranderende wereld met hoge onzekerheid en complexiteit die lang niet altijd helder is. Niet onzeker en ambigu is dat wereld, waarin wij ons nu bevinden Eloïse, Edward en Elvire, de komende jaren steeds meer VUCA gaat worden. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIII

HOE CORRECT FEEDBACK GEVEN EN ONTVANGEN?

Jon Landau’s feedback changed Bruce Springsteen’s carreer dramatically:

The Wild, The Innocent & The E Street Shuffle’s defining moment would arrive via a live show in Boston in 1974. In the audience of this performance stood a captivated Jon Landau, a music critic who was there writing for Real Paper.

“On a night when I needed to feel young (Springsteen) made me feel like I was listening to music for the first time,” wrote Landau, and “I saw my rock and roll past flash before my eyes. And I saw something else. I saw rock and rolls’ future and its name is Bruce Springsteen.”

The label quickly shipped stocks of Springsteen records back into stores while a promotional campaign based off of Landau’s review was initiated. However it’s not Columbia’s renewed interest in the singer-songwriter that demonstrates the true value of the record. The music critic, who met the musician after the show, was called in on the crafting of Born To Run when Springsteen needed help overcoming a few hurdles. Without Landau witnessing one of his hair-raising performances The Boss’ breakthrough may never have happened[i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, een cruciaal onderdeel van de eerste vaardigheid verbonden aan de vierde karakteristiek Continue TransformatieHerhalen en Evaluatie,  is de evaluatie van de actie. De evaluatie van de actie wordt in die vaardigheid door  jullie zelf verricht: het betreft dus zelfevaluatie. De tweede vaardigheid verbonden aan de vierde karakteristiek Continue Transformatie, betreft de reactie en/of evaluatie van de actie door een andere persoon dan deze die de actie verricht: de Feedback. Het is die vaardigheid, Feedback, die het onderwerp is van deze column

Het uitvoeren van de acties, nodig om het probleem op te lossen, vereist een wederzijdse ondersteuning van de betrokkenen; dit is pure interafhankelijkheid. Wil men elkaar ondersteunen, dan is het van belang een open en directe sfeer te creëren en te onderhouden. Het geven en ontvangen van feedback, volgens de regels van de kunst, kan hier in sterke mate toe bijdragen. 

Laten we op elkaar letten en elkaar aansporen tot liefde en goede daden. 

Heb 10:24 

Een belangrijke vaardigheid van het creatief wissselwerkiingsproces is dus het correct kunnen geven en ontvangen van feedback. Feedback betreft hier vooral het terugkoppelen van wat men ziet en ervaart met betrekking tot de uitvoering van de beloofde acties. Van Dale omschrijft feedback als ‘informatieve reactie’. Het is inderdaad de vaardigheid waarbij de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces elkaar informatie geven over hoe ze elkaars werk waarnemen. Bovendien is aan één van de basisvoorwaarden van feedback voldaan, namelijk het hebben van een gezamenlijk belang waarbij wij interafhankelijk zijn. De activiteiten zijn bovendien gekozen om samen een gezamenlijk probleem op te lossen. 

In het Engelse begrip ‘feedback’ zit ook het gegeven ‘voeden’, wat per definitie een positieve daad is (want een werk van barmhartigheid[ii]). We voeden de persoon die feedback krijgt met informatie waarover hij niet per se beschikt en waar hij wel nood aan heeft. Feedback geven is de ander bewust duidelijke informatie geven over zijn functioneren. Men koppelt de ander terug wat men vindt van de inzet en de resultaten van diens werk. Feedback geven betekent ook dat men de ander informeert over de effecten van diens gedrag. Doordat het gaat over het effect van dat gedrag op u, zegt feedback meestal net zoveel over u als over die ander. Feedback speelt dus een belangrijke rol in het vergroten van zelfinzicht. 

Eloïse, Edward en Elvire, met het geven van feedback koppelt men ook terug welk effect het gedrag van de ander, in verband met het nakomen van beloftes, op jou heeft. Door die informatie kan de ander leren over het effect van haar of zijn gedrag en bovendien zichzelf verder ontwikkelen in de richting van de overeengekomen doelen. Door het persoonlijk karakter valt het niet altijd mee om feedback te geven, zeker als het gaat om negatieve zaken. Hier spelen vragen mee zoals: “Mag je als ‘zondaar’ wel kritiek geven op een ‘mede-zondaar’?” Je maakt tenslotte zelf ook fouten in het nakomen van jouw beloftes (denk daarbij aan ‘de splinter en de balk’[iii]). Indien die vragen jou zouden doen besluiten feedback achterwege te laten is dit jammer. Want daardoor ontberen mensen het noodzakelijke inzicht om beter te presteren. Iedereen heeft blinde vlekken ten aanzien van zijn eigen functioneren, ook ik. Het mooie aan feedback is dat het niet alleen het zelfinzicht vergroot, maar ook de relatie kan verstevigen tussen de gever en ontvanger. 

Feedback krijgen, ook terugkoppeling genoemd, is het proces waarbij iemand anders jou informeert over hoe hij jouw gedrag ziet en ervaart. Deze informatie helpt je om zeker te zijn dat jouw bedoelingen, via jouw handelen, goed zijn overgekomen. Ook dat vergroot zelfkennis!

Eloïse, Edward en Elvire, feedback is als een zachte regen; het bevordert iemands groei, zonder zijn wortels te ondergraven. 

Zoals ijzer met ijzer wordt geslepen, zo scherpt de ene mens de ander. 

Spreuken 27:17 

Het JOHARI-venster 

Als men een ander feedback geeft over diens functioneren, dan kan het zijn dat iets benoemd wordt waarvan de ander zich niet bewust is. Bewustwording biedt aanknopingspunten voor het veranderen van dit functioneren. Een groot verschil kan bestaan tussen hoe wij zelf onze manier van werken ervaren en hoe anderen dit beleven. We handelen meestal op grond van diepgewortelde beelden, opvattingen, aannames en vooronderstellingen. Iedereen heeft een bepaalde mate van zelfkennis. Anderen in jouw omgeving hebben echter ook een zekere kennis betreffende jou. Feedback is een goede manier om erachter te komen of er een discrepantie bestaat tussen de eigen waarneming en die van de ander. Feedback vergroot jouw kennis van de manier waarop je op anderen overkomt. Dit effect van feedback geven en ontvangen wordt verduidelijkt aan de hand van het ‘Johari-venster’. 

Eloïse, Edward en Elvire, twee Amerikaanse menswetenschappers, Joseph Luft en Harry Ingham, hebben in 1955 in het kader van hun onderzoeken een model[iv] opgesteld, waarmee op eenvoudige wijze kan uitgelegd worden wat de relatie is tussen gedrag en feedback. Het model bevat vier kwadranten die verwijzen naar vier gebieden van iemands persoonlijkheid en gedrag. Persoonlijkheid wordt hierbij gedefinieerd als het geheel van waarden, motieven en gedragingen. 

Het Johari-venster ziet er als volgt uit: 

Stel je voor dat je zo aandachtig kunt zijn dat je naar jezelf kunt kijken. Je bent als het ware in de actie én staat er ook buiten. Deze gave is overigens sterk verwant met de vierde vaardigheid van de vierde karakteristiek Continu Transformeren van Creatieve wisselwerking: Procesbewustzijn (Deel XXXV). 

Hierbij ontdek je dat sommige dingen die je doet, voor een groot deel, bekend zijn bij jezelf en voor een ander geen geheim zijn. Dit gebied wordt de open of vrije ruimte genoemd. 

In je omgang met anderen zijn er ook een aantal zaken waar je jezelf wel bewust van bent, maar waar je ten opzichte van anderen niet voor uitkomt; waardoor die anderen ze niet kunnen waarnemen. Dit wordt het verborgen gebied genoemd. In zekere mate bepaal je eigenlijk zelf hoe groot dit gebied is. 

Een gebied waarop niemand direct invloed kan uitoefenen, omdat het noch bij jou noch bij anderen bekend is, is het onbekende zelf. Hierin zitten de onbewuste motieven die jou ertoe brengen iets te doen of te laten. Dit gebied wordt soms pas zichtbaar bij onverwachte gebeurtenissen. 

Het vierde en  laatste gebied wordt de blinde vlek genoemd. Dit is het gedeelte waarvan je je zelf niet bewust bent, terwijl anderen het wel waarnemen en ervaren. Het is het onbewuste en onbedoelde effect van je acties. Het wordt ook vaak het gebied van de ‘slechte adem’ genoemd. Net als bij slechte adem – bijvoorbeeld na het eten van knoflook – weet je dit zelf niet; maar de anderen weten, of beter gezegd, ruiken het wel! 

Eloïse, Edward en Elvire, het ‘Johari-venster’ wijst er ons op dat we slechts ten dele een open boek zijn voor onszelf en anderen (open gebied), dat we onszelf niet volledig kennen (blinde vlek), dat we een deel van onze waarden, ideeën en gedragingen voor de ander verborgen houden (verborgen gebied) en dat een deel van onze persoonlijkheid door niemand gekend is (onbekende zelf). De kwadranten hebben overigens voor dezelfde persoon niet altijd dezelfde grootte. De context en de relaties waarin we ons op een bepaald ogenblik bevinden, bepalen de omvang van de vier gebieden. De omvang van de kwadranten evolueert ook in de tijd, naarmate relaties worden uitgebouwd. Het spreekt vanzelf dat wanneer we voor het eerst met iemand kennismaken, de open ruimte kleiner is en het verborgen gebied groter. 

Door het geven van informatie over hoe je elkaar ervaart en over de reacties die dat teweegbrengt, wordt de open ruimte van eenieder vergroot. Doordat je feedback krijgt van de ander over gedrag dat min of meer onbekend is voor jezelf, wordt een deel van je duidelijk. De ruimte van de blinde vlek wordt als het ware kleiner ten voordele van de open ruimte. Het uitwisselen van de informatie door middel van feedback heeft als voordeel dat het de communicatie tussen twee mensen inzichtelijker maakt, en daardoor effectiever. Bovendien kan men door feedback zich bewust worden van een groter aantal van eigen onbewuste gedragingen en van de onbedoelde effecten ervan op anderen. Dit bewustzijn geeft iemand de mogelijkheid te kiezen: de manier van werken handhaven of veranderen, en in elk geval afstemmen op de daadwerkelijke bedoeling. 

Doel van het feedback geven is dus ondermeer de open ruimte vergroten, waardoor de blinde vlek verkleint. Wanneer je feedback geeft, vergroot je ook je eigen open ruimte en verklein je eigen verborgen gebied. Je benoemt immers dingen die je zelf wel weet, maar tot dan toe niet kenbaar hebt gemaakt. Bij feedback geef je, zoals reeds gesteld, niet enkel informatie over de ander, maar ook informatie over jezelf. Als men dat wederzijds doet, kent men elkaar daardoor beter. Het ontstaan van vooroordelen en/of het voorbarig concluderen van iets, zal dan veel minder voorkomen. Met andere woorden het communicatieproces verloopt vlotter. 

Kenmerken van Feedback 

Feedback geef je best kort na het constateren van de feitelijke basis voor de feedback. De feedback zal inderdaad effectiever zijn indien de tijdspanne, die ligt tussen het tijdstip van het gedrag waarop de feedback betrekking heeft en dat van het feedback geven, zo klein mogelijk is. Dan ligt het gedrag nog vers in het geheugen. Je kiest wel een gepast tijdstip en een omgeving die bevorderlijk is voor een goede feedback, dus niet in een vergadering of ‘tussen neus en lippen’. 

Eloïse, Edward en Elvire, wij gaan vooral feedback geven opdat de ander zou kunnen groeien en de samenwerking zou verbeteren. Het geven en ontvangen van feedback is in feite een constructieve dialoog, die soms op een Cruciale Dialoog kan uitdraaien. Inderdaad, feedback wordt niet altijd in dank afgenomen. Het spreekt vanzelf dat de vorige karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces, en ook de basiscondities en vaardigheden, in deze specifieke dialoog aan bod komen. Ze zorgen voor een sfeer van veiligheid, respect en vertrouwen tussen hij die feedback krijgt en diegene die feedback geeft. Die veilige sfeer is trouwens broodnodig. 

Feedback is een onmisbare vaardigheid wanneer je met anderen samenwerkt. Je moet zo nu en dan zeggen dat het werk van de ander niet in orde is, of juist heel erg goed. In beide gevallen dien je correcte feedback te geven. Feedback kan dus positief en negatief zijn. Mensen leren vaak meer van een duidelijk commentaar op werk dat ze goed hebben gedaan dan van kritiek op fouten. Positieve feedback is heel motiverend, het is een ‘plus plus’. Het werkt als het pure genot van een koel glas witte wijn op een warme zomerdag. Negatieve feedback heeft ook zijn functie. Het werkt als een deugddoende grog bij een zware verkoudheid. 

Feedback kan je geven én ontvangen. In deze context zijn het bedenkingen die we geven of ontvangen in het kader van het uitvoeren van acties die beslist werden tijdens een dialoog en die tot doel hebben een probleem op te lossen. 

Some people never say the words ‘I love you’, 

but like a child they’re longing to be told. 

Paul Simon, Something so Right 

Feedback moet in ieder geval oprecht zijn en zorgt dan voor de smering binnen een goed lopend veranderingsproces. Als feedback oprecht is, dan kan je heel wat maken en is vergiffenis werkelijk een optie mocht je per ongeluk een voorwaarde voor het goed geven van feedback over het hoofd hebben gezien. Feedback dient men echt te zien als een kans om te leren. Beide deelnemers aan het feedbackproces dienen echter de bereidheid hebben om van elkaar te leren. Feedback ondersteunt het goed uitvoeren van de beloofde acties en het bijsturen van die uitvoering wanneer een en ander te wensen overlaat. 

Afwegingen die bij het geven van feedback moeten worden gemaakt: 

  • Word ik er beter van? 
  • Wordt de ander er beter van? 
  • Wordt onze relatie er beter van? 
  • Hoe zal ik mij gedragen indien ik het vorige wens te bewerkstelligen? 
  • Wordt de organisatie er uiteindelijk beter van? 

Plan van aanpak voor het geven van feedback 

Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard. 

Herman de Coninck 

Eloïse, Edward en Elvire, een degelijke feedback kost moeite en vaak is ook durf nodig. Feedback geef je omdat je persoonlijk geraakt wordt door de actie van de ander. Je benoemt die actie zo snel mogelijk en daarbij geef je de materiële en emotionele consequenties aan die de bewuste actie voor jou heeft. We geven die het best op een gestructureerde manier: 

  • Stel je empathisch op en maak contact;
  • Beschrijf de actie, de manier van werken die je wenst te bespreken; 
  • Beschrijf hierbij concreet en specifiek wat je hebt gezien;
  • Gebruik stelselmatig ik-boodschappen;
  • Verklaar wat je hebt opgemerkt (i.e. geef jouw interpretatie);
  • Geef aan wat effect de huidige gang van zaken op jou heeft of de eventuele gevolgen;
  • Hou de dialoog open. Met andere woorden laat je gesprekspartner reageren;
  • Vraag om redenen voor de afwijkende uitvoering van de actie;
  • Zoek, indien nodig, samen naar oplossingen voor de bijsturing. 

Stel je empathisch op en maak contact 

Voor alle feedback is het van groot belang dat je de persoon aan wie je feedback geeft, enigszins kunt ‘aanvoelen’. Feedback is inlevend. Feedback heeft inderdaad te maken me jouw empathisch vermogen. Het helpt dat je de persoon in kwestie kent. Gezien je feedback geeft in verband met eerder gezamenlijk genomen beslissingen, ken je die persoon ten minste enigszins. 

Je leeft je eerst even in zijn situatie in: 

  • Ken je de context vanwaaruit iemand handelt? 
  • Ken je zijn gedragspatronen of manier van handelen? 
  • Ken je zijn waarden? 
  • Ken je de wijze waarop hij leert? 
  • Heb je inzicht in zijn relaties met anderen? 
  • Weet je zeker dat hij je vertrouwt? 

Deze informatie helpt je om er voor te zorgen dat de feedback overkomt op een dusdanige manier dat de ander er echt kan van leren. Met feedback raak je iemand persoonlijk aan, het helpt dus je eerst in zijn situatie in te leven. Je zorgt daarbij dat het tijdstip en de gespreksomgeving voor de ontvanger ‘respectvol’ zijn. 

Vervolgens dien je contact te maken met de ander, zodanig dat zij of hij je accepteert. Stem je houding, taalgebruik en spreektempo af op de ander. Zorg er daarbij voor dat je in het begin van de dialoog duidelijk de leiding van het gesprek neemt. Als je goed contact hebt, is de kans groot dat de ander naar jou zal luisteren. Heb daarbij het goede met de ander voor en wees daarom opbouwend. 

Beschrijf de actie 

De manier van werken, de actie waarover men feedback wil geven, dient eerst beschreven te worden. Wij gaan er hierbij van uit dat die actie überhaupt kan uitgevoerd worden. Deze aanname volgt uit de beslissingsevaluatie op het eind van vorige fase. Het komt er hier op aan het onderwerp van de feedback eerst te omschrijven. Laat het duidelijk zijn: feedback is niet gericht op de persoon maar op zijn manier van werken, op zijn manier van nakomen van beloftes. Je beschrijft de zaken in termen van gedrag. Dat wil zeggen: je benoemt het ‘doen’ in plaats van het ‘zijn’. 

Beschrijf concreet en specifiek wat je gezien hebt 

Eloïse, Edward en Elvire, hier komen we terug op het verschil tussen de eerste en de tweede karakteristiek van Creatieve wissselwerking. Observeren is inderdaad niet hetzelfde als interpreteren. Observeren is een beschrijving geven van wat je met je zintuigen waarneemt. Men geeft feedback over iets dat objectief kan vastgelegd worden door een camera. Je geeft in concrete termen een beschrijving van wat de ander doet, zoals je het gezien, gehoord of opgemerkt hebt. Feedback is een beschrijving van de werkelijkheid. Kortom: je richt je feedback op observaties in plaats van op gevolgtrekkingen, en op beschrijvingen in plaats van beoordelingen. Feiten en objectieve gegevens zijn stukken aanvaardbaarder dan meningen en vermoedens. Ze zijn zoals smaak, er valt niet over te twisten. 

Aangezien je feedback wenst te geven, ben je betrokken, ook op een zeker emotioneel niveau; je bent immers persoonlijk geraakt. Observeren van situaties waarbij je zelf min of meer emotioneel bent betrokken, is niet zo eenvoudig. De emoties (ontgoocheling, teleurstelling, boosheid, …) kleuren je bril. Je beschrijft met je feedback hoe je dat beleeft (het gevoel). Je bent geraakt en dus mag best ook duidelijk zijn dat het hier niet om kattenpis gaat. Wees dus niet te soft, maar zorg ervoor dat de ander ervan kan leren. Wees dus concreet, specifiek en gedetailleerd, om beider bestwil. 

Ook de woordkeuze is heel belangrijk. Feedback waarin woorden als ‘altijd’, ‘overal’ of ‘nooit’ voorkomen, geeft aanleiding tot welles-nietes-discussies. En die kunnen we hier missen als kiespijn. Wees dus concreet en precies! Hierbij is het van belang te onderlijnen dat je de elementen van je feedback zelf moet gezien of gehoord hebben. Anders krijg je steevast de reactie: ‘Wie heeft je dit gezegd en heeft die het wel goed gezien?’. Vragen die je steeds in een moeilijk parket brengen. Direct spreken – van gever naar ontvanger – in concrete en specifieke termen is de boodschap. Feiten verhinderen interpretatie. Door specifiek te zijn voorkom je misverstanden en weerstand. Hier bewijst de slagzin “Wie deed wat, waar, wanneer en hoe?” opnieuw zijn nut! Wees daarbij ook zo kort mogelijk, teneinde de essentie van de feedback correct te laten overkomen. 

Gebruik een ik-boodschap 

Een ik-boodschap nodigt je gesprekspartner uit om begrip op te brengen voor jouw visie op de zaak. Door een jij-boodschap schiet de ander, al dan niet terecht, in de verdediging. Feedback is altijd voor een stuk subjectief: vanuit je eigen referentiekader en werkelijkheid, zoals jij de acties van de ander ervaart. 

De werkelijkheid met betrekking tot de actie, die de ander geacht wordt op een zekere manier uit te voeren, wordt met een ik-boodschap op een concrete en specifieke manier beschreven. Je spreekt dus altijd voor jezelf, niet voor anderen of in het algemeen (generaliseren). Je neemt daarbij wel de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van je feedback en dus ook voor de gevoelens en reacties van de ander. 

Geef daarna jouw verklaring van wat je zag 

Je beseft daarbij dat feedback geven aan een ander, ook iets over jezelf zegt. Je geeft daarbij ook jouw interpretatie van wat je hebt opgemerkt. Dit wil zeggen hoe je denkt dat de ander het bedoelt of bedoeld heeft. Je laat daarbij de mogelijkheid duidelijk open dat je je kunt vergissen. Vraag de ander dus of jouw interpretatie klopt. Beperk je uiteraard tot wat de ander deed en richt je niet op de persoon. Blijf daarbij in het hier en nu, met andere woorden bij wat je hier en nu hebt vastgesteld. 

Geef aan welk effect het gegeven op je heeft 

Hierbij geef je aan hoe dit feitelijk gegeven door jou geapprecieerd wordt. Je geeft aan wat voor jou het gevolg is en wat dat in relatie tot het gezamenlijke doel betekent. Je geeft daarbij ook aan waarom je de feedback geeft. Je kunt hierbij stellen welke gevoelens de manier van werken van de ander bij jou oproept. Je geeft dus aan hoe het voor jou voelt en niet wat je er van vindt. De grootste valkuil is dat je nalaat te vertellen wat het effect op jou is, maar wel zegt wat je van die ander vindt. 

Hou de dialoog open 

Uiteraard geef je de ander de gelegenheid te reageren. Je geeft de ander letterlijk en figuurlijk de ruimte voor een reactie. Hoewel je zo duidelijk mogelijk bent geweest, zodat de ontvanger de bedoeling kan begrepen hebben, check je daarbij eerst of de ander wel goed begrijpt wat je bedoelt. 

In je feedback ben je uitnodigend. Je geeft jouw feedback om de ander te helpen, niet om hem eens ‘de waarheid’ te vertellen. Je maakt duidelijk dat het over jouw mening gaat over iets dat je hebt gezien en dat de ander er best anders tegenover kan staan. Je hebt immers de waarheid niet in pacht. Hiervoor is een stiltemoment aangewezen en dit doe je effectief door een stilte te laten vallen. Het kan immers perfect dat de ander in eerste instantie de inhoud van jouw feedback niet begrepen heeft. Hij kan dan om bijkomende uitleg vragen of zelf uitleg geven waarom het loopt zoals het loopt. Hierbij wordt gestreefd naar het vormen van een gedeelde mening betreffende de manier van werken van de ander. 

Feedback moet de ontvanger in staat stellen er iets mee te doen. Het heeft dus geen zin, en werkt alleen maar frustrerend en contraproductief, als je iemand herinnert aan iets wat hij toch niet kan veranderen. De feedback moet zo gegeven worden, dat het de ander uitnodigt om te reageren en te reflecteren. Feedback is een uitnodiging tot dialoog. 

Daar feedback vaak wordt opgevat als kritiek, probeert men zich vaak te verdedigen door: 

  • Niet te horen wat er gezegd wordt; 
  • Te twijfelen aan de motieven van de feedbackgever; 
  • De geldigheid van de feedback in twijfel te trekken; 
  • Te rationaliseren, dus te verklaren waarom men zo handelde; 
  • Een tegenaanval te plaatsen op diegene die feedback geeft. 

Ga bij een ‘ja, maar’ of een andere defensieve reactie, niet drammen of uitleggen, integendeel reflecteer en vat samen. Benoem daarbij wat je bij de ander ziet aan gevoelens. Je gebruikt daarbij de vaardigheid ‘bevestigend herhalen’. 

Vraag om de correcte uitvoering van de beslissingen 

De feedback gaat in deze context over de manier van uitvoeren van de beslissingen die eerder tijdens een beleven van Creatieve wisselwerking werden genomen. Het spreekt vanzelf dat de moeite die men zich in fase een tot en met drie getroost heeft om tot uitvoerbare oplossingen te komen, gehonoreerd dient te worden. Dit is de onderliggende behoefte die je hebt. Op dit moment is het dus zinvol de ander aan zijn belofte om de zaken correct uit te voeren te herinneren. Je verwoordt dit concrete verzoek in positieve zin. Toets daarbij of de ander de feedback begrepen heeft en hou blijvend de dialoog open. Geef hem steeds de gelegenheid te reageren. Herinner zo nodig de ander hoe de beloftes tot stand zijn gekomen. Je kunt slechts dat veranderen wat zich op de drempel van je geest bevindt. Ook hier is Johan Cruijffs uitspraak van toepassing: “Je snapt het pas als je het ziet.” Door de (vorige) dialoog werd transparantie gecreëerd. De afspraken, expliciete en impliciete verwachtingen waren voor jou duidelijk. Je gaat hierbij na of dat voor de ander ook zo was. Hij moet het zelf zien. 

Zoek, indien nodig, samen naar uitvoerbare oplossingen, dit is de bijsturing

Je kunt alleen feedback geven over zaken waar de ander iets aan kan doen. Het moet gaan over iets wat de ander kan veranderen. Het kan gebeuren dat de ander de gemaakte afspraken niet kon nakomen. In dit geval blijken de afspraken toch niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Aanvaardbaar, Realiseerbaar en Tijdsgebonden) genoeg. Indien dit het geval is, dienen de afspraken opnieuw tegen het licht gehouden te worden. Blijken de middelen wel voldoende te zijn? Welke zijn de redenen voor het niet nakomen van de belofte? Je legt daarbij de verantwoordelijkheid voor het leren en veranderen ook bij de ander. Wanneer hij de beloftes niet kan nakomen omdat hij de middelen (tijd, kennis, inzicht, …) niet heeft, is het zijn verantwoordelijkheid dit zo snel mogelijk duidelijk te maken. Eventueel dienen de randvoorwaarden aangepast te worden of wijzigingen in de afspraken te worden aangebracht. 

De feedback wordt afgesloten met een bekrachtiging van de al dan niet vernieuwde afspraken. Er werd dus nagegaan of ze nu wel SMART zijn. Verwacht niet dat de ander op dat moment reeds in actie schiet. De ander heeft namelijk vaak tijd nodig om de feiten te erkennen en de feedback te verwerken. Bedenk ook dat enkel als er sprake is van vrije keuze, de verandering van manier van werken een permanent karakter kan hebben. Laat de ander aangeven op welke termijn je hierop kunt terugkomen. 

Een beeld zegt vaak meer dan duizend woorden:

Bekrachtigende feedback.

Richtlijnen voor het ontvangen van feedback 

Eloïse, Edward en Elvire, ontvangen van feedback is niet evident. Feedback krijg je omdat de ander door jouw actie persoonlijk geraakt is. Doe je best om ook feedback ontvangen op een gestructureerde manier te laten plaatsvinden: 

  • Neem een lerende houding aan; 
  • Zorg voor een goede relatie;
  • Begrijp de feedback en de feedbackgever; 
  • Bedank de feedbackgever;
  • Beoordeel de feiten;
  • Beslis wat je met de feedback aanvangt. 

Neem een lerende houding aan 

Ga er a priori van uit dat feedback je persoonlijk iets oplevert. De mensen die het best zijn in het ontvangen van feedback, zijn diegenen die zich een lerende attitude aanmeten. Dit zijn mensen die beseffen dat zij niet alwetend zijn, maar voortdurend kunnen leren door ontvankelijk, verwonderd en leergierig te zijn. Leergierige mensen willen zichzelf ontplooien tot de best mogelijke versie van zichzelf. Ze zetten daartoe het creatief wisselwerkingsproces in. Ze gebruiken feedback als input voor hun leerproces. Als je jezelf een lerende attitude aanmeet, dan zal je merken dat je open staat voor allerlei feedback. 

Zorg voor een goede relatie 

Zorg ook voor een goede en gelijkwaardige relatie. Feedback is van groot belang voor effectieve samenwerking tussen mensen. Alleen in een goede, open en gelijkwaardige relatie is feedback op constructieve wijze mogelijk. Feedback is een onderdeel van een dialoog en tijdens een dialoog zijn de deelnemers gelijkwaardig.

Begrijp de feedback en de feedbackgever 

Als je feedback krijgt, is het eerste wat je moet doen deze trachten te begrijpen en niet in de verdediging te gaan. Vat feedback niet onmiddellijk op als een persoonlijke aanval. Beter is het de feedback voor kennisgeving aan te nemen en zorgvuldig na te gaan in hoeverre de inhoud van de feedback correct is. Ook hier is Sint-Franciscus’ regel goud waard: “Probeer eerst de ander te begrijpen vooraleer begrepen te willen worden.” Hierbij luister je actief. Luister goed en vraag om uitleg indien je niet direct begrijpt wat er met de feedback wordt bedoeld. Zorg ervoor dat de feedback concreet genoeg is, zodat je weet over welke actie het gaat. Vraag daarbij door naar de bedoeling. Het is belangrijk om naar de precieze strekking van de boodschap te vragen. Kortom, gebruik de vaardigheden van de eerste en tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie en Waarderend Begrijpen. Let daarbij zeker op jouw non-verbale gedrag. Dit houdt in dat je verbaal en non-verbaal laat zien dat je aandacht hebt voor wat je gesprekspartner te zeggen heeft. Bedenk daarbij ook dat feedback ontvangen op een open manier niet wil zeggen dat je de feedback ook accepteert. Je moet er wel goed op reageren. Ga dus na of je de boodschap goed begrepen hebt, dit onder meer door gebruik te maken van de vaardigheid ‘bevestigend herhalen’. 

Bedank de feedbackgever 

Vergeet echter niet de feedbackgever te bedanken voor diens informatie. Dat klinkt misschien vreemd, maar als je feedback ziet als een leerinstrument, is dat zo gek nog niet. De ander geeft je informatie waarmee jij je voordeel kunt doen. Bovendien heeft de ander een zekere drempel moeten overschrijden om jou die feedback te geven. Hij geeft zich daarbij in zekere zin bloot: hij toont hoe hij jouw manier van werken opvat en loopt daarbij de kans dat ook zijn zwakke plekken zichtbaar worden. De ander vindt de relatie met jou echter zo belangrijk dat zij of hij het risico om afgewezen te worden neemt. Dit is op zich een bedankje waard! 

Beoordeel de feedback 

Wanneer je de feedback begrepen hebt, dien je deze te beoordelen. Vervang daarbij de ‘maar’ in de typische dooddoener ‘ja, maar’ door ‘en’. Denk bij die ‘ja, en’ goed na. In het omgaan met feedback speelt onzekerheid vaak een rol. Feedback is vaak ontzettend ambigu, dus voor meer dan één uitleg vatbaar. Ook hier komt de basisconditie ‘tolerantie voor ambiguïteit’ van pas. Pas ervoor op niet in jouw Vicieuze Cirkel terecht te komen. Inderdaad, feedback gaat in tegen een basisregel van de Vicieuze Cirkel. We hebben inderdaad van jongs af aan volgende regel geleerd: “Niet te tonen wat onaanvaardbaar is in onszelf én in de ander.” We moeten ervoor waken dat we niet in onze ‘natuurlijke’ ‘Fight, Freeze or Flight’-response terechtkomen. We dienen er bewust te kiezen voor een ‘Stay & Play’-houding. Dit kan je doen door rustig goed na te denken en zich daarbij volgende vragen te stellen: 

  • Vind ik deze feedback positief of negatief, terecht of onterecht? 
  • Hecht ik waarde aan deze feedback? 
  • Wat doet die feedback mij? 
  • Wat leert die feedback mij? 
  • Herken ik deze feedback? 
  • Heb ik deze al vroeger gehoord?
  • Kan ik bij anderen navragen of zij het ook zo (als de feedbackgever) zien? 
  • Kan ik er iets mee? 
  • Wil ik er iets mee? 
  • Wat zijn de consequenties als ik het op een andere manier doe? 

Beslis wat je met de feedback aanvangt 

Zodra je de feedback begrepen en geëvalueerd hebt, dien je te beslissen wat je er effectief mee zult aanvangen. Denk ook daar rustig over na. Alleen jij weet welk belang en welke functie je manier van doen voor je heeft. De mogelijkheden zijn: 

  • Er niets mee doen, omdat je de feedback als onzin hebt gecatalogeerd; 
  • Besluiten je manier van werken aan te passen (wanneer je de feedback terecht vindt); 
  • Bijkomende informatie vragen wanneer het je nog niet duidelijk is. Ga dus gerust terug naar de feedbackgever wanneer je nog op zijn opmerkingen terug wilt komen. 

Laat de feedbackgever weten wat jij met zijn commentaar doet. Als men besluit er niets mee aan te vangen, zeg dit dan ook! 

Je moet om feedback vragen! 

All lies and jest, still a man hears what he wants to hear and disregards the rest. 

Paul Simon, The Boxer 

Eloïse, Edward en Elvire, de term feedback roept tot nog toe in de praktijk nog veel weerstand op. Feedback wordt nog vaak geassocieerd met kritiek geven en dat is iets waarmee men iemand kan kwetsen zodat de relatie kan beschadigd worden. Feedback geeft men alleen als het nodig is of als er expliciet om gevraagd wordt. Het is nodig indien het gedrag van de persoon aanwijsbare consequenties heeft. Als feedback vragen een onderdeel is van de bedrijfscultuur, blijkt het veelal een succesvol instrument te zijn. Let wel, het is een onderdeel van een goede bedrijfscultuur als het doel is om ervan te leren, niet als men zich verplicht voelt feedback te vragen. Feedback vragen dient van binnenuit te gebeuren, niet van buitenaf opgelegd. Dan is het voordeel dat de vrager er in principe voor open staat. De vrager bepaalt immers zelf op welk moment aan wie feedback gevraagd wordt, en ook over welk aspect de feedback dient te gaan. 

In feite gaat het om een paradigmaverschuiving: van feedback geven naar feedback vragen. Gezien de Cruciale Dialogenmethodiek een middel is om te leren, dient duidelijk gemaakt te worden dat leren behoefte heeft aan het vragen van feedback. Feedback vragen is bevorderlijk om de genomen beslissingen vlug, effectief en efficiënt uit te voeren. Feedback vragen dient daarom onderdeel te zijn van het beslissingsmoment binnen de Cruciale Dialoog. Wanneer op dat moment degenen die bij de uitvoering van de beslissingen betrokken zijn aan elkaar om feedback, met betrekking tot die uitvoering, vragen, dan wordt die feedback nadien niet gezien als kritiek. De feedback wordt noodzakelijk geacht voor het snel en doeltreffend realiseren van de doelstellingen. Feedback wordt dan gezien als een essentieel element van het benutten van het lerend vermogen van diegenen die betrokken waren in de dialoog. 

Door het vragen om feedback komt de feedbackvrager meer te weten over zichzelf en zijn functioneren. Hij kan daarbij antwoorden krijgen op vragen als: 

  • Wat doe ik goed en wat doe ik fout? 
  • Hoe kom ik over op anderen: wat wordt als positief, wat wordt als negatief ervaren? 
  • Welke invloed heeft mijn manier van werken op anderen, welke reacties roep ik op? 
  • Hoe ga ik met feedback om: sta ik er echt open voor, kan ik op een correcte manier assertief reageren, zie ik feedback werkelijk als een onderdeel van mijn leerproces? 

Men werkt dan met ‘nieuwe stijl’ feedback. Bij ‘oude stijl’ feedback is het vooral de feedbackgever die iets wil veranderen (en minder de feedbackontvanger). In het nieuwe paradigma gaat het erom dat de ontvanger veranderen wil en vanuit die wil feedback over zijn functioneren vraagt. Feedback raakt op die manier onlosmakelijk verbonden met leren en het bereiken van doelen. 

Belangrijk voor succesvolle feedback is dat de feedbackvrager en feedbackgever zich bewust zijn van de relatie die ze met elkaar hebben. De relatie steunt op de gezamenlijke belofte de, in vorige fase gevonden en gekozen, oplossingen te verwezenlijken. In een relatie is het normaal dat men iets aan elkaar vraagt en dat men daar zorgvuldig mee omspringt. Zo ontstaat de volgende feedbackcyclus: 

  • Feedback vragen; 
  • Feedback geven; 
  • Feedback ontvangen; 
  • Feedback delen. 

Feedback vragen 

Door om feedback te verzoeken creëer je gevoelsmatig gelijkwaardigheid. Het vraagt om vertrouwen in de ander (basisconditie van de eerste karakteristiek) en het is tevens een mogelijkheid om vertrouwen te doen groeien. 

De kunst is nu de vraag om feedback te koppelen aan de beloftes die gedaan werden met betrekking tot het realiseren van de oplossingen. Men vraagt dus de ander de uitvoering van die activiteiten op te volgen en jouw functioneren te bevragen. Daarbij kies je van wie je feedback wilt krijgen en waarover. Daarbij ben je er zich van bewust dat je die feedback echt wil horen. Je vraagt er tenslotte om. Bovendien leg je de verantwoordelijkheid voor jouw leren bij jezelf. 

Feedback geven 

De kunst is dan de feedback zo te geven dat de groei van de vrager, diensq bewustzijn en reflectief vermogen erdoor bevorderd worden. Daardoor wordt ook de relatie tussen beiden verstevigd. Het geven van feedback moet op een zorgvuldige manier gebeuren. Nodig is daarbij dat de feedbackgever gebruikt maakt van gedeelde ervaringen (de een als uitvoerder, de ander als observator) en deze ook concreet benoemt. Daarbij verplaatst hij zich in de ander en beantwoordt hij de cruciale feedbackvraag: “Hoe kan ik zo feedback geven zodanig dat die bij de ander binnen kan komen?” Feedback is inderdaad bedoeld om de ander te laten reflecteren zodat zij of hij kan bijsturen. Het gaat om opbouwende kritiek. 

Uiteraard is de hoger vermelde gestructureerde manier van feedback geven hier volledig van toepassing. 

Feedback ontvangen 

Om feedback te kunnen ontvangen, is het nodig om stil te zijn. In de stilte kan de boodschap gehoord en verwerkt worden. Ontvangen is zoals eerder gesteld gericht op begrijpen.

Het is tevens het moment voor de feedbackgever om na te gaan of de feedback ontvanger zich herkent in de ontvangen informatie. Een belangrijk neveneffect kan zijn dat de vrager waardering ontvangt voor zijn bijdrage in de realisatie van de oplossingen. Het adagium: ‘Geen nieuws is goed nieuws’ kan door het vragen naar feedback doorbroken worden. Waardering wordt hierbij effectief uitgesproken. 

Feedback delen 

In dit deel van de cyclus evalueren de partners in het feedbackproces wat de betekenis is van het uitwisselen van de informatie voor zowel de betrokken individuen als voor de relatie. De ontvanger deelt me mee wat het effect is van de ontvangen informatie. Het met elkaar delen van die informatie is gericht op het verfijnen van de cyclus zelf en op het aanvaarden en waarderen van elkaar en het duidelijk maken wat men aan elkaar heeft. Het begrip interafhankelijke samenwerking krijgt hiermee een extradimensie en een concrete invulling. Feedback wordt daarbij een essentieel onderdeel van het veranderingsproces, dat bovendien ook een verrijkingsproces is, waarbij de deelnemers leren en groeien. 

De Functies van Feedback 

Eloïse, Edward en Elvire, feedback heeft meerdere functies: 

  1. Door feedback wordt positief – i.e. door jou gewenst – gedrag ondersteund en bevestigd. Daardoor wordt de ander gestimuleerd dergelijk gedrag te blijven vertonen. Door de gemaakte afspraken blijvend te honoreren worden ze een goede gewoonte. Deze feedback noemt met ook ‘Positive Reinforcement’. 
  2. Door feedback wordt negatief – dit wil zeggen, door jou niet gewenst – gedrag  gecorrigeerd. Op de ander wordt een beroep gedaan om de gemaakte afspraken na te komen. 
  3. Feedback verduidelijkt de relaties tussen de mensen. Je leert door feedback elkaar beter te begrijpen. Daardoor wordt de samenwerking positief beïnvloed. 

Positive Reinforcement 

Positive Reinforcement maximizes performances, 

while negative reinforcement gets a level of performanc

 that is just enough to get by. 

Aubrey Daniels 

Een specifieke feedback is dus ‘reinforcement’ of bekrachtiging. Dit is straffen of belonen om het gewenste gedrag te bekomen, een methodiek gebaseerd op ‘operante conditionering’. Operante conditionering omvat een proces waarin het gedrag van een mens verandert als gevolg van de consequenties die dat gedrag heeft. Gedrag is een antwoord (respons) op een prikkel (stimulus) en heeft altijd consequenties, die de waarschijnlijkheid beïnvloeden dat het gedrag herhaald of juist nagelaten wordt. Het bestraffen van ongewenst en het belonen van gewenst gedrag zijn de bekendste methodes om gedrag te veranderen. 

People do what they do because of what happens to them when they do it. 

Aubrey Daniels 

Men onderscheidt echter in totaal vier types bekrachtiging van gedrag[v] : twee types beloningen, consequenties die de waarschijnlijkheid van het herhalen van het gedrag verhogen en twee types straffen, consequenties die de waarschijnlijkheid van het herhalen van het gedrag verlagen: 

  • Positieve bekrachtiging: het toevoegen of versterken van positieve consequenties van gewenst gedrag; men krijgt iets wat men wil (R+); 
  • Negatieve bekrachtiging: het wegnemen van negatieve consequenties van gewenst gedrag; men ontsnapt aan of vermijdt iets wat men niet wil (R-); 
  • Positief straffen: toevoegen of versterken van negatieve consequenties van ongewenst gedrag; men krijgt iets wat men niet wil (P+); 
  • Negatief straffen: wegnemen van positieve consequenties van ongewenst gedrag; men verliest iets wat men heeft (P-). 

Het operante conditioneren is een van de twee opvattingen over leren binnen het behaviorisme. De behavioristische theorie is gebaseerd op de reeds vernoemde stimulus-responstheorie. Deze theorie stelt dat leren plaatsvindt wanneer een prikkel uit de leeromgeving (stimulus) een reactie in de vorm van een bepaald gedrag (respons) teweegbrengt. Een positieve stimulus leidt tot een sneller en beter leerresultaat en door een negatieve stimulus kan iets worden afgeleerd. Binnen het behaviorisme zijn er twee opvattingen over leren: de klassieke conditionering en de operante conditionering. 

De klassieke conditionering verscheen aan het eind van de 19de eeuw in het werk van de Russische fysioloog Ivan Petrovitch Pavlov. Tijdens een onderzoek ontdekte Pavlov dat de speekselafscheiding bij een hond plaats kon vinden zonder dat de hond voedsel voorgeschoteld kreeg. Kennelijk bracht het geluid van zijn voetstappen al speekselvorming bij de hond op gang. Hij ontwikkelde een testsituatie waarin de hond gelijktijdig met het voedsel een willekeurige stimulus kreeg zoals een klank, een prik of iets dergelijks. Na verloop van tijd bleek dat de stimulus dezelfde functie ging vervullen als het voedsel. De stimulus alleen al leidde bij de hond tot speekselafscheiding. Pavlov toonde hiermee aan dat de fysiologische of aangeboren reflex kon worden vervangen door een geconditioneerde reflex. Het gaat hierbij om een principe waarbij twee gebeurtenissen die vaak tegelijkertijd of vlak na elkaar plaatsvinden ertoe leiden dat de ene gebeurtenis dezelfde functie voor het gedrag kan krijgen als de andere. Pavlov ontdekte ook dat de geconditioneerde reflex weer uitdoofde wanneer de respons na de stimulus niet meer werd aangeboden. Pavlov nam aan dat alle menselijke gedragingen volgens dit type leerproces werden geleerd. 

De operante conditionering werd ontdekt door de Amerikaan Thorndike. Hij voerde aan het begin van de twintigste eeuw een experiment uit met de ‘puzzle-box’, waarin een hongerige kat werd geplaatst die – eerst door toeval via trial-and-error, maar later sneller en ten slotte gericht – tegen een knop kon duwen, waardoor een deurtje openging waarachter een lekker ruikende vis lag te wachten. Thorndike ontdekte de wet van het effect: gedragingen die tot succes leiden worden versterkt, de ineffectieve gedragingen worden verzwakt en doven ten slotte uit (extinctie). Hij concludeerde dat leren plaatsvond door de versterking of bekrachtiging van (gewenst) gedrag. Het grote verschil met klassieke conditionering is dat bij operant conditioneren de prikkel uitgaat van het organisme zelf en niet van buitenaf wordt gegeven. 

Skinner[vi] ontwikkelde op basis van ‘de wet van het effect’ een onderwijsvorm: de geprogrammeerde instructie. Bij deze methode beantwoorden leerlingen vragen in hun eigen tempo nadat ze kleine stukjes tekst hadden gelezen waarin de antwoorden op de vragen al zijn opgenomen. Onmiddellijk daarna krijgen ze feedback over de juistheid van het gegeven antwoord. De instructie is zo opgezet dat zo weinig mogelijk fouten worden gemaakt en dat leerlingen actief bezig kunnen blijven. Inmiddels is duidelijk dat de geprogrammeerde instructie geen wondermiddel is, omdat het leerproces van tevoren te veel wordt vastgelegd. 

Brownie, you’re doing a heck of a job 

President George W. Bush Praising FMEA Director Michael D. Brownie

 02 September 2005 despite incompetent handling of the aftermath of Hurricane Katrina 

Eloïse, Edward en Elvire, Positieve Bekrachtiging verhoogt niet alleen de waarschijnlijkheid van het herhalen van gewenst gedrag maar ook van ongewenst gedrag. Let dus goed op wanneer je complimenten geeft, en doe dus niet zoals President George W. Bush, die zich schromelijk vergiste door iemand te prijzen wanneer het voor iedereen al duidelijk was dat de respons op Katrina zwaar ondermaats was. Dus ook hier geldt: richt je op wat beslist niet mag (of op wat per se moet). Waardeer het gedrag dat wel gewenst is. Alles wat je aandacht geeft, groeit… ook het negatieve! 

We gaan er voor alle duidelijkheid van uit dat het al dan niet uitvoeren van de overeengekomen activiteiten geen probleem is van vaardigheden en middelen (je kan het al dan niet doen) maar van motivatie (je wenst het al dan niet te doen). Robert Mager beschreef die essentiële stap in het oplossen van een gedragsprobleem in zijn boek, ‘Analyzing Performance Problems’[vii]. In dit boek stelt hij voor een geladen Magnum.45-pistool op de slaap van de ‘niet-uitvoerder’ te houden en deze te vragen te doen wat was overeengekomen. Je waarschuwt hem meteen dat je, wanneer hij dit niet doet, de trekker zult overhalen. Wanneer hij het in die omstandigheden toch niet voor elkaar brengt, dan was het niet uitvoeren van de activiteit een ‘middelenprobleem’. Wanneer de persoon het dan wel voor elkaar brengt, dan was het niet uitvoeren van de activiteit een ‘motivatieprobleem’. Uiteraard is dit een weinig praktisch voorbeeld. Het geeft wel het belang aan van het nagaan waar het probleem zich stelt, vooraleer men actie onderneemt: op het niveau van kennen en kunnen of op het niveau van willen. 

Aubrey Daniels heeft de inzichten uit de operante conditioneringstheorie uitgediept en toegespitst op gedragsverandering binnen organisaties. Daniels stelt in zijn reeds geciteerd boek dat gedrag zich slechts op twee manieren laat veranderen: via het antecedent of via de consequentie Het antecedent is dat wat gebeurt vóór het gedrag plaatsvindt en de consequentie is dat wat gebeurt nádat het gedrag heeft plaatsgevonden. Dit is de ABC (Antecedent – Behavior – Consequence) – Analyse, een systematische methode om de antecedenten en consequenties die een bepaald gedrag (behavior) beïnvloeden systematisch te analyseren. De “A” staat dus voor het antecedent en kan in dit model gezien worden als een, meestal geplande, gebeurtenis. De “B” staat voor behavior (gedrag) en de “C” staat voor consequentie, doorgaans in de vorm van een bekrachtiging of een straf. Deze analyse hebben we reeds diepgaand behandeld in het deel rond gewoontevorming (deel VIII). Hieruit volgt dat operant gedrag door z’n consequenties wordt beheerst. 

Elk gedrag heeft een antecedent[viii]. Antecedenten hebben als kenmerk dat ze gedrag uitlokken, aanwakkeren en activeren, maar ze garanderen niet dat het gedrag ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Een antecedent werkt het best als dit een goede voorspeller is voor een (positieve) consequentie. Positief versterken houdt in dat de medewerker iets krijgt wat hij wil, nadat gewenst gedrag heeft plaatsgevonden. Positief versterken wordt veelal belonen genoemd. Het gaat erom dat de medewerker de consequentie ook daadwerkelijk als een beloning ervaart. Positief versterken heeft, naast de vergrote kans op het optreden van het gewenste gedrag, een aantal positieve bijeffecten. Hierbij kan worden gedacht aan een verbeterde arbeidsrelatie, meer plezier in het werk, grotere loyaliteit naar het bedrijf toe, plezieriger werksfeer en medewerkers die bereid zijn om iets extra’s te doen. 

Overigens kunnen consequenties zelf ook antecedenten zijn. Zodra bijvoorbeeld een leidinggevende zijn medewerkers een antecedent aanbiedt (verzoek om bepaalde acties uit te voeren die het probleem oplossen) en daarna zorgt voor positieve consequenties (een compliment bij het zien van het gewenste gedrag), dan kan de betrokken medewerker het compliment zien als een antecedent om blijvend die activiteiten uit te voeren. 

Om echt het beoogde resultaat op te leveren dient positieve versterking aan een aantal voorwaarden te voldoen: 

  • Positieve versterking moet positief zijn in het perspectief van diegene die de actie uitvoert, het gedrag vertoont, de versterking ontvangt en dient dus persoonlijk te zijn.
  • Positieve versterking dient zo snel mogelijk te volgen op het gedrag, dus direct. 
  • Positieve versterking moet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid volgen op het gewenste gedrag, dus frequent indien de prestatie frequent wordt geleverd. 

Positieve versterking moet, zoals reeds gesteld, wel verdiend zijn. Niets is zo funest om een positieve ‘stroke’ te geven na negatief gedrag. Het gevolg van het prijzen van een dergelijke prestatie is dat je meer krijgt van hetzelfde. Als je mensen prijst die risico’s (op niveau van veiligheid en/of van een ander werkgebied) nemen, dan kan je er van op aan dat ze in de toekomst nog meer risico’s zullen nemen. 

Corrigeren 

Corrigeren van ongewenst gedrag – in dit geval het niet uitvoeren van de beloofde acties – is wat volgt op een bepaalde manier van werken en de kans op herhaling ervan in de toekomst vermindert. Bij straffen krijgt de medewerker iets wat hij niet wil. Dit wordt ook ‘positief’ straffen genoemd. Het doel van dit corrigeren is het ongewenste gedrag te doen stoppen. Leidinggevenden die straffen, geven verwijten, berispingen en spreken medewerkers aan op de dingen die ze fout doen. Bij straffen neemt het afgekeurde gedrag af, maar de medewerker doet daarom nog niet wat hij wél had moeten doen. De bijeffecten van straffen zijn een verlaagde loyaliteit, “stiekem gedrag”, verhoogd ziekteverzuim, negatieve werksfeer, weinig wederzijds begrip en in sommige gevallen zelfs wraakzuchtig gedrag. 

Negatief straffen is dan weer het wegnemen van positieve consequenties van het ongewenste gedrag; men verliest iets wat men heeft, privileges bijvoorbeeld. 

Wat kiezen, positieve bekrachtiging of correctie? 

Eloïse, Edward en Elvire, zoals de beginquote van Aubrey Daniels aangeeft, is positieve versterking steeds beter dan negatieve, omdat het eerste de prestaties op het hoogst mogelijke niveau tilt en het tweede een niveau van prestaties oplevert dat juist het gestelde doel bereikt, en niets meer. Zelfs al bekom je resultaat met negatieve versterking, dan misloop je de substantieel betere resultaten die je zou verkrijgen met positieve versterking. 

Ook is het zo dat correctie enkel ethisch is, wanneer de uitvoerder aansprakelijk kan gesteld worden voor de uitvoering van zijn acties. Dit wil zeggen dat hij zelf een zo groot mogelijke controle moet hebben over het al dan niet uitvoeren van de van hem verwachte activiteiten. Anders gesteld, wanneer uitvoerders verondersteld worden bepaalde taken uit te voeren waarbij ze weinig of geen invloed kunnen uitoefenen, dan hebben we te maken met een inherent unfaire werksituatie. Unfaire en niet-realistische verwachtingen aan iemand opdringen, zet de Vicieuze Cirkel in gang. Een waarheid als een koe in verandering is: dat ik niet kan weten waar ik naartoe ga, indien ik niet weet waar ik nu ben. Versterkende feedback werkt als een soort spiegel, die mensen in zuiver contact brengt met hun gedrag en de consequenties ervan. Die feedback ‘giet’ als het ware de pomp van gedragsverandering op. 


[i] https://tonedeaf.thebrag.com/40-years-on-bruce-springsteen-the-wild-the-innocent-the-e-street-shuffle/2/

[ii] Mattheüs 25, 35: https://www.biblegateway.com/passage/?search=Mattheüs+25%3A35-40&version=HTB

[iii] Lucas 6, 39-42: https://www.gewijderuimte.org/node/186144

[iv] Luft, J. and Ingham, H. The Johari window, a graphic model of interpersonal awareness, Proceedings of the western training laboratory in group develop- ment. Los Angeles: UCLA, 1955. 

[v] Daniels Aubrey, C. Bringing out the best in people: how to apply the astoni- shing power of positive reinforcement. New-York, McGraw-Hill, 1999. 

[vi] Skinner Burrhus, F. The Technology of Teaching, Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hill, 1969. 

[vii] Mager Robert F. and Pipe Peter, Analyzing Performance Problems or You Re- ally Oughta Wanna, How to figure out why people aren’t doing what they should b, and what to do about it. Belmont, CA, Fearon-Pittman Publishers Inc., 1970. 

[viii] Daniels, Aubrey, C. Performance management. Atlanta: Performance Management Publications. 2006. 

BLIJF WAKKER ! DEEl xxxii

HOE BLIJVEND HERHALEN EN EVALUEREN VAN EEN ACTIVITEIT?

About the recording of Bruce Springsteen’s Born To Run (1975):

“The title track took nearly six months to complete with with Springsteen and the band — bassist Garry Tallent, saxophonist Clarence Clemons and drummer Ernest “Boom” Carter — working overtime to create an anthem. 

“My shot at the title,” the singer said years later of the song. “A 24-year-old kid aiming at the ‘greatest rock ’n’ roll record ever’.” Engineer Jimmy Iovine, who went on to co-found Interscope Records and is now at Apple Music, remembers Clarence Clemons working 16 hours on the sax solo for “Jungleland” to ensure it was what Springsteen wanted.[i]

There was a lot at stake for Bruce Springsteen with his 1975 release “Born to Run” and he was relying on Iovine, his engineer, to deliver on a sweet sound. “Sony was gonna drop him. It’s not a secret,” Jimmy said of Springsteen’s must-win predicament with what would be his third studio album. 

However, even with his back up against the wall, Jimmy revealed Bruce never faltered on sticking to his vision and putting out the album he wanted to put out. “Bruce is not for sale. He’s not even for rent,” Jimmy said. “There is nothing you have that he wants.” Bruce’s dedication led to long studio sessions spanning six to seven months. 

“He had a sound in his head and couldn’t get it,” Jimmy told Howard. But Bruce (and everyone working with him) stuck at it. “I learned my work ethic from this guy. This guy’s got the greatest work ethic, the most discipline, of anyone I’ve ever met in my life,” Jimmy said[ii].

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de eerste vaardigheid van de vierde karakteristiek: Continu Transformeren: Herhalen & Evalueren.

Daarom koos ik voor bovenstaande twee anekdotes omtrent de opnames van Bruce Springsteens derde album in 1975. Het bleek later z’n grote doorbraak te zijn. En deze doorbraak was niet in het minst te wijten aan de vaardigheid die Bruce Springsteen tijdens die opnames ten toon spreidde: Herhalen en Evalueren tot het goed zat en de songs ingesleten waren.

Wat betekent Herhalen en Evalueren?

Het eerste deel van dit tweespan, Herhalen, is simpelweg het herhalen van een activiteit, zoals voorzien in het actieplan. Daarin staat, bijvoorbeeld, dat men beslist heeft zich één van de zestien vaardigheden van deze columnserie eigen te maken, opdat die vaardigheid een gewoonte zou worden. In het deel dat daarover gaat – Deel VIII – hebben we al besproken dat dit gedrag herhaald dient te worden totdat het ingesleten raakt en daardoor een gewoonte is geworden.

De kwaliteit van de uitvoering van die activiteit dient bovendien geëvalueerd te worden om uiteindelijk een vlekkeloze uitvoering te bekomen. Dit was exact wat Bruce Springsteen en Clarence Clemons gedurende negen uur deden totdat de sax solo van Jungleland perfect was. Dat ze daarbij niet in elkaars haren gevlogen zijn, is een van de mysteries van de Rock & Roll geschiedenis. Hier kunnen jullie, Eloïse, Edward en Elvire, van die legendarische solo genieten:

Evalueren is het verzamelen van gegevens over de uitvoering van een activiteit op een betrouwbare en valide wijze teneinde er een waarde aan toe te kennen en zo beslissingen te nemen met betrekking tot de uitvoering van die activiteit. 

In deze context is Evalueren dus:

  • Het beoordelen, waarderen, doorlichten, nabespreken van de uitvoering van een activiteit;
  • Het proces van ‘meten’ wat bereikt is en hoe het werd bereikt en daarbij de kwaliteit van de uitvoering vergelijken met de kwaliteit die werd vooropgesteld. 

Evalueren houdt meer in dan nagaan of de resultaten van de activiteit behaald werden. Een goede evaluatie bezorgt ook inzicht in waarom de uitvoering van die activiteit al dan niet succesvol is. Het laat ook toe om de uitvoering bij te sturen en biedt daardoor leerpunten voor de toekomst. 

Vaak wordt de evaluatie ervaren als het minst leuke onderdeel van de uitvoering van een activiteit. Het is inderdaad lastig zichzelf, steeds maar weer, een spiegel voor te houden 

Evalueren is alles, behalve een passief gebeuren. Het eindproduct is geen rapport, maar een leermoment. Een degelijke evaluatie helpt de juiste beslissingen te nemen over de werkelijke uitvoering van de activiteit. En leidt zo tot een nieuwe actie! Wat ontstaat of verandert door de evaluatie: dat is cruciaal!

De vaardigheid Herhalen en Evalueren

Herhalen betreft het blijvend uitvoeren van activiteiten. Het uitvoeringsplan uitvoeren en dus de activiteiten ervan. Niet een keer, wel herhaaldelijk. Zeker indien het een aanleren van een nieuw gedragspatroon betreft, en wij ons dit echt eigen willen maken, is herhaling van dit gedragspatroon de boodschap. Het komt erop neer de in de vorige fasen opgedane kennis in praktijk om te zetten. Deze vaardigheid is overigens ook nodig om jullie de vaardigheden, die in deze columns beschreven zijn, en die nog niet tot jullie arsenaal vaardigheden behoren, eigen te maken. Zodra we ervoor gekozen hebben ons een vaardigheid eigen te maken, wordt herhaling belangrijk. Herhalen is dus een techniek bij het toepassen van het geleerde. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer iets echt blijvend moet worden uitgevoerd, is naast actie ook evaluatie nodig. Deze dien elkaar bovendien op te volgen. Zoals de ‘Check’ op de ‘Do’ volgt in de PCDA-cyclus (of Deming wiel[iii]). In eerste instantie dienen jullie zelf voor de evaluatie, de reflectie op jullie actie, in te staan. Dit veronderstelt dat jullie, het eigen handelen observeren.

Hier komt eigenlijk ook de leercyclus van Kolb[iv] om de hoek kijken. Die cyclus geeft een beschrijving van het individuele leergedrag wanneer het om ervaringsleren gaat. Dit wil zeggen dat ervaring een bepalende rol speelt in het leerproces. Kolb onderscheidt vier fasen in het leerproces: 

  1. Concrete ervaring (door het uitvoeren, door de actie);
  2. Reflectie (bezinning over die ervaring);
  3. Abstracte conceptualisering (denken, plannen);
  4. Experimenteren met het ‘nieuwe’ plan (beslissen wat moet gedaan worden en het ook doen).

De laatste fase betreft het testen van deze abstracte concepten door het implementeren ervan in nieuwe concrete situaties. Om uit de opgedane ervaring te kunnen leren, dienen alle fasen van de leercyclus van Kolb doorlopen te worden en … dan is men klaar voor een volgende cyclus. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben zeker al de gelijkenissen tussen de leercyclus van Kolb en het Cruciale Dialoogmodel ontdekt. Het volledige model komt dus in deze vaardigheid van het model terug. Dit geeft eens te meer duidelijk aan dat het Cruciale Dialoogmodel niet lineair is maar cyclisch. 

Een belangrijke conclusie die uit Kolbs leermodel, en dus ook uit het Cruciale Dialoogmodel, kan worden getrokken, is dat de wisselwerkingen tussen denken en doen, tussen reflectie en actief uitproberen, essentieel zijn om leren uit ervaring mogelijk te maken. Het leren voltrekt zich, zoals gesteld, cyclisch, en dit idee vind je ook in de leercyclus van de ‘System Thinkers’[v]. Mensen leren op een cyclische manier. Actie wordt afgewisseld met reflectie, activiteit met rust. Leidinggevenden dienen deze cyclus in de organisatie te internaliseren, zoals ze er ook volgens mij dienen voor te zorgen de Cruciale Dialogenmethodiek te internaliseren. Dit is noodzakelijk om effectieve veranderingen te verwezenlijken. Er dient tijd te worden ingeruimd voor reflectie en collectieve dialoog. De ‘System Thinkers’- leercyclus heeft twee versies: een voor het individu en een voor het team. 

Eloïse, Edward en Elvire, deze vaardigheid betreft een individuele vaardigheid, vandaar dat ik hier de individuele cyclus presenteer. Die ziet er als volgt uit:

Reflectie:        evaluatie door observatie van eigen denken en handelen.


Verbinden:    ideeën en actiemogelijkheden creëren en deze in nieuwe vormen gieten. Hierbij dienen ook mogelijke implicaties van die actiemogelijkheden op het bredere geheel te worden nagegaan. 

Beslissen:       bepalen welke acties effectief ondernomen zullen worden; deze worden uiteraard gekozen uit de opties die in de vorige fase tot stand kwamen; in deze fase wordt de aanpak gekozen en verfijnd; de keuze wordt bovendien verantwoord. 

Handelen:      tijdens de doe-fase wordt zoveel mogelijk geanticipeerd op de werkelijke afwikkeling; ‘Al doende leert men’ wordt hierbij werkelijk beleefd. 

Malcolm Gladwell heeft het in zijn boek ‘The Outliers’[vi] over de 10000 uur-regel. Hierin stelt hij dat uitblinkers vaak door toeval zo goed zijn geworden. Uiteraard was er sprake van talent en aanleg. Maar zeker ook van een behoorlijke portie toeval of, zo je wil, geluk. Het belangrijkste punt in dit stuk maakt Gladwell echter wanneer hij het heeft over ‘uren maken’. Op basis van diverse voorbeelden berekent hij dat men minimaal 10000 uur moet oefenen om echt heel erg goed in iets te worden. 

Een van de voorbeelden die Malcolm aanhaalt in zijn stuk in de Guardian[vii], is het verhaal van de Beatles. Zij worden in 1960, toen ze nog een obscuur schoolbandje waren, uitgenodigd om in Hamburg te spelen. Speciaal aan deze opdracht was het enorm groot aantal uur dat de groep diende te spelen. John Lennon zei later met betrekking tot hun prestaties in de Hamburgse clubs: “In Liverpool, we’d only ever done one-hour sessions, and we just used to do our best numbers, the same ones, at every one. In Hamburg we had to play for eight hours, so we really had to find a new way of playing.” 

De Beatles verbleven tussen 1960 en eind 1962 in totaal vijf periodes van een paar maand in Hamburg. Zij traden 270 nachten op in meerdere clubs (Indra, Kaiser Keller en Top Ten Club) over een tijdsspanne van iets meer dan anderhalf jaar. Op het moment van de echte start van hun succes – in Engeland eind 1962, in Zweden in 1963 en in de VS en de rest van de wereld in 1964) hadden zij ongeveer 1200 maal live opgetreden. De meeste groepen halen dit aantal zelfs niet in hun ganse carrière. 

“They were no good on stage when they went there [Hamburg] and they were very good when they came back,” vertelt Beatles biograaf Philip Norman. “They learned not only stamina, they had to learn an enormous amount of numbers — cover versions of everything you can think of, not just rock & roll, a bit of jazz, too. They weren’t disciplined on stage at all before that. But when they came back, they sounded like no one else. It was the making of the Beatles!” 

Vakmanschap is Meesterschap 

Gerard Brummer, Reklamedirecteur Grolsh 

Eloïse, Edward en Elvire, een echt bewijs van het spreekwoord: ‘Oefening baart kunst’. Het is het leren door ervaring, het inslijten van gedrag. Het is door het effectief uitvoeren van de gekozen acties dat de correctheid van de oplossing wordt ervaren. De succesformule is ook de ondertoon van dé actiefilm uit 1984 ‘The Karate Kid’. Daarin toont leermeester Mr. Miyagi zijn leerling Daniel de weg naar meesterschap met zijn toverformule: herhaling = meesterschap = succes. Dus wil men succes behalen, dan is meesterschap de sleutel. En de enige manier om meesterschap te verwerven is door herhaald oefenen: doen en blijven doen ‘over and over and over again’. 

Daarin ligt nu juist de moeilijkheid. Heel wat mensen haken af wanneer het moeilijk of langdradig wordt. Die krijgen nooit genoeg ervaring door herhaling en bereiken daardoor dus nooit het niveau van meesterschap. Hier verwijs ik graag naar Mr. Miyagi’s eerste ‘Karate les’: “Wax on, wax off!”:

Leren doet pijn en zeker het aanleren van vaardigheden. Je stuntelt, je wordt kwaad, het gaat van kwaad naar erger, …, je voelt je een grienende idioot, je maakt jezelf belachelijk… Wanneer men zich tijdens het leerproces niet onwennig voelt, zet men waarschijnlijk niet haar of zijn volle leercapaciteit in. 

Twee grote struikelblokken op de weg naar meesterschap zijn enerzijds de wens dat het makkelijk loopt en anderzijds het afhaken wanneer het herhalen te moeilijk wordt of men zich verveelt. Niet iedereen beschikt over een Mr. Miyagi, die je met keiharde liefde op het goede spoor houdt. Je beschikt enkel over een engagement ten overstaan van jezelf en de innerlijke zekerheid dat herhaling de sleutel tot blijvende verandering is. 

Wij hadden het in een vorig deel uitvoerig over onze intrinsieke waarde (Deel IV). Door in de praktijk de gevonden oplossingen en activiteiten oeverloos te herhalen bereikt men langzamerhand meesterschap en komt men dichter bij de uitzonderlijke kracht van die unieke waarde, die wij intrinsieke waarde noemen 

Eloïse, Edward en Elvire, Herhalen is een sleutelvaardigheid in de context van Creatieve wisselwerking omdat herhaling ons leren op twee niveaus uitdiept. 

Op het bewuste niveau verhoogt herhaling ons meesterschap in het gebruik van de nieuwe kennis en vaardigheden. Door verhoogd meesterschap worden de nieuwe taken vloeiender uitgevoerd, waardoor je energie spaart. Herhaling kan je zien als het smeermiddel het creatief proces, waardoor de nieuwe manier van werken langzamerhand een gewoonte wordt. Wanneer een bepaalde taak niet geïnternaliseerd wordt, omdat ze niet werd herhaald, is het de eerstvolgende keer dat men die taak moet uitvoeren, nog steeds erg lastig. Een gedeelte van de tijd wordt gespendeerd aan het terug aanleren van wat men ondertussen al vergeten is. Indien het je doel is om creatief te groeien, is meesterschap door herhaling essentieel. 

Door voldoende herhaling wordt het leren op een bewuste manier verdiept tot het internaliseren op het onbewuste niveau. Het gedrag wordt als het ware ingesleten. Het wordt een goede gewoonte. Inderdaad, herhaling van een op het eerste gezicht ongewone werkwijze zorgt ervoor dat deze meer en meer aanvaard wordt. Het oncomfortabel gevoel verdwijnt langzamerhand, zodat men de taak met een zeker gemak begint uit te voeren. Door continu herhalen wordt de uitvoering een automatisme. 

If you learn a technique and repeat it 1000 times, you are still learning. 

If you repeat it 10000 times, then you know it. 

If you want to own it, you have to repeat it 100,000 times. 

Masutatsu Oyama, Legendary Karate Master 

Cited in Ken Blanchard, Feedback is the breakfast of champions 

Eloïse, Edward en Elvire, het inslijten van een vaardigheid kan men ondersteunen met een app. Zelf gebruik ik Any.do om mij aan mijn belofte dagelijks te schaven aan deze columns te herinneren. En dit doet men totdat men de app niet meer nodig heeft. Om de eenvoudige reden dat de actie een gewoonte geworden is.

Deze vaardigheid beoogt een specifieke evaluatie

Eloïse, Edward en Elvire, Herhalen en Evalueren is jullie verre van onbekend. Jullie komen dit fenomeen tijdens het schooljaar praktisch wekelijks tegen. Bij elke toets herhalen jullie de leerstof waar de toets over gaat en de toets zelf is de evaluatie. In de literatuur wordt die evaluatie Productevaluatie genoemd, nl. de evaluatie waarbij wordt nagegaan of een student heeft bereikt wat van haar of hem wordt verwacht. Hier wordt dus enkel het uiteindelijke resultaat bekeken.

Bij deze vaardigheid gaat het echter over de Procesevaluatie. Die verwijst naar het systematisch inwinnen van informatie over het verloop van het leerproces met betrekking tot de beloofde activiteit. Hierbij gaat het dus niet alleen om het uiteindelijke resultaat van dit proces, maar wordt vooral gekeken naar de manier waarop de doelstellingen werden nagestreefd en gerealiseerd. Met andere woorden of het actieplan en de middelen worden ingezet en het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit wordt beleefd.

Standaard wordt een onderwijsperiode in jullie leefwereld afgesloten met een eindevaluatie, met als doel te beslissen of iemand al dan niet ‘is geslaagd’; met andere woorden of de student de doelstellingen heeft bereikt. Voor deze vorm van evaluatie, die in het onderwijsjargon de summatieve evaluatie wordt genoemd, verzamelt men meestal informatie over langere periodes. Essentieel is dat het hier om een beoordeling van de student gaat. 

Onze vorm van evaluatie, die in het onderwijs formatieve evaluatie wordt genoemd, is niet zozeer bedoeld om te beslissen of iemand ‘geslaagd is’, maar wel om de leerling in te lichten over zijn eigen kennen en kunnen in vergelijking met de verwachtingen en eisen van het didactisch team of de opleiding. Cruciaal is dat de studenten feedback krijgen over hun sterke en zwakke kanten en de kans krijgen om te oefenen, fouten te maken, te remediëren,… Bovendien krijgt het didactisch team via formatieve evaluatie informatie over de noodzaak om op bepaalde leerinhouden terug te komen of eventueel de cursus bij te stellen. 

Uiteraard is er bij onze vaardigheid Herhalen en Evalueren geen didactisch team. Wel is het heel raadzaam om anderen in te lichten over de geplande uitvoering van activitieten, zodat deze feedback kunnen geven. Dit is praktisch altijd zo wanneer Creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd wordt in teamverband. Vandaar ook dat deze vaardigheid gevolgd wordt door de vaardigheid Feedback krijgen en geven (Deel XXXIII). De laatste schooljaren heeft het persoonlijk didactisch team van Eloïse een naam: Opa Johan. Inderdaad, praktisch dagelijks ondersteun ik, via Facetime, Eloïse en evalueren wij samen haar kennis en kunde met betrekking tot haar studievakken.

Evalueren is hier een quasi permanente activiteit gedurende het ganse verloop van de continue transformatiefase. Wij onderscheiden drie soorten evaluaties, die alle drie kunnen voorkomen gedurende het beleven van deze vaardigheid.

Zelfevaluatie verwijst naar het evalueren door de uitvoerders zelf van hun attitude, inzet, uitvoering van de activiteiten en het leerproces. Hierbij richt men zich systematisch op de eigen prestaties, meestal met als doel de toekomstige prestaties te verbeteren. Zelfevaluatie is eigenlijk in de spiegel kijken, het beschrijven van de eigen prestaties en het zonodig bekritiseren onmiddellijk gevolgd door bijsturing. Zelfevaluatie als evaluatiemethode is veelal formatief van karakter. Niet enkel het beoordelen is immers belangrijk, ook reflectie speelt een belangrijke rol. Van dit reflectieproces verwacht men dat het leidt tot verandering in het denken, de houding en het gedrag van de uitvoerder van de activiteiten. 

Peerevaluatie. Een ‘peer’ is gewoonlijk een leeftijdsgenoot of iemand die in dezelfde groep zit. Leden van hetzelfde team zijn dus mekaars ‘peers’. Peerevaluatie kan dan ook eenvoudig gedefinieerd worden als het evalueren door teamleden van elkaars werk. 

Collaboratieve[viii] evaluatie (of co-evaluatie) is een tussenstadium tussen de traditionele eenzijdige evaluatie door de teamleider enerzijds en de zelf- en peerevaluatie anderzijds. In een collaboratieve evaluatiemethode komen de uitvoerder van een bepaalde taak, de mede teamleden en de teamleider samen om te evalueren. In een bepaald opzicht doen wij, Eloïse en ik, dit via Facetime. Collaboratieve evaluatie creëert aldus een dialoog tussen de teamleider en de teamleden tijdens het beoordelen. De uitvoerder is niet de eindverantwoordelijke voor de evaluatie maar collaboreert wel in het evaluatieproces. Het gebruik van het begrip ‘collaboratie’ wijst er op dat deze evaluatie, die ook een dialoog is, één van de vele toepassingen van het creatief wisselwerkingsproces is.


[i] https://www.irishtimes.com/blogs/ontherecord/2015/08/25/born-to-run-at-40/

[ii] https://www.howardstern.com/show/2017/6/26/jimmy-iovine-shares-stories-john-lennon-bruce-springsteen-dr-dre-and-why-he-hid-stevie-nicks-his-basement/

[iii] Erik Demeulemeester & Dominiek Callewier, Integrale Kwaliteitszorg, Concepten, methoden en technieken. Tielt: Lannoo Scriptum Management, 1997.


[iv] David A Kolb. Experimental Learning. Experience as the source of learning and development. Englewood Cliff NJ: Prentice-Hall, 1984. 

[v] Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard B. Ross & Bryan J. Smith. The Fifth Discipline Fieldbook. New York: Doubleday, 1994. 

[vi] Malcolm Gladwell. Outliers. The story of success. New York NY: Little, Brown and Company, Hachette Book Group, 2008.


[vii] Malcolm Gladwell. Extract from Malcolm Gladwell’s Outliers: Is there such a thing as pure genius? The Guardian, November 15, 2008. Weekend Section, p.18.

[viii] Collaboratie is een woord dat in onbruik is geraakt door toedoen van de tweede wereldoorlog. Dit omdat, eerst in Frankrijk en nadien in België, het begrip bijna uitsluitend de betekenis van samenwerking met de vijand gekregen heeft. Het begrijp is afgeleid van het Franse werkwoord ‘collaborer’ dat oorspronkelijk samenwerken betekent. De negatieve betekenis kreeg het woord in Frankrijk tijdens de 2e wereldoorlog, toen een groot deel van Frankrijk bezet was door Duitse troepen.

Het begrip doelt echter een waardevol proces waarbij verschillende entiteiten informatie, middelen en verantwoordelijkheden delen om gezamenlijk een activiteitenprogramma te plannen, implementeren en evalueren om een ​​gemeenschappelijk doel te bereiken. Dit concept is eigenlijk afgeleid van het Latijnse ‘collaborare’, wat ‘samen werken’ betekent en kan worden gezien als een proces van gedeelde creatie. Een proces waardoor een groep entiteiten de mogelijkheden van elkaar verbetert. Het impliceert het delen van risico’s, middelen, verantwoordelijkheden en beloningen, die desgewenst door de groep ook aan een externe waarnemer het imago van een gezamenlijke identiteit kunnen geven. Samenwerking houdt wederzijdse betrokkenheid van deelnemers in om samen een probleem op te lossen, wat wederzijds vertrouwen inhoudt en dus tijd, moeite en toewijding kost. Bij collaboratie zijn partijen meer op elkaar afgestemd in de zin van ‘samenwerken’ om het gewenste resultaat te bereiken, in plaats van dat resultaat te bereiken door ‘individualistische’ participatie belemmerd door contextuele factoren zoals die opgelegd door klant-leverancier relaties.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXI

HOE INTERAFHANKELIJKHEID OMARMEN?

About Mary and the male character in Bruce Springsteen’s songs:

“Already halfway through Born to Run, and even more at the end of it, there is a subversion and displacement of the traditional American story that generated the male American identity.  In its place, there is now the need for a communal search and interdependence. The male character is not a self-sufficient hero. Rather he needs a female companion. Escapism provides neither salvation nor a stable collective identity.

[…]

When these two characters appear once again in 1980 in ‘The River,’ they find themselves in a different trap than the one represented by the suicidal urban environment of ‘Born to Run.’ The trap is now Mary’s unwanted pregnancy, her body, and an economic crisis that costs jobs. In this context, the Mary character is represented in a subversive way. One again she makes the class condition and relations shine with a dark light. Her pregnancy makes her both sexual and relational. If the economic forces reveal the characters’ social conditions, so too does Mary’s pregnancy, as to indicate a causal interdependence between the two.[i]” 

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de tweede basisconditie van de vierde karakteristiek: Continu Transformeren: Interafhankelijkheid.

Dreams pass into the reality of action. From the actions stems the dream again; and this interdependence produces the highest form of living. 

Anaïs Nin

Transformeren van de werkelijkheid door het uitvoeren van de ideeën die we ontwikkeld én gekozen hebben, daar gaat het om! Voor de daadwerkelijke uitvoering van onze ideeën zijn we afhankelijk van anderen. Het kwalitatief uitvoeren van een idee hangt af van de kwaliteit van zowel het idee als de uitvoering. Ook hier is er sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. 

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being. 

Mahatma Ghandi

In Stephen Covey ‘s meesterlijk boek ‘Seven Habits of Highly Effective People[ii]’ wordt gesteld: 

“Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence.[iii]

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen[iv]

  • Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen;
  • Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf;
  • Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking.

Ik denk daarbij altijd aan het opgroeien van een kind: wanneer een baby geboren wordt, is het totaal afhankelijk van zijn omgeving. Wanneer het kind adolescent geworden is, start de fase van onafhankelijkheid: ik heb niemand nodig, ben m’n eigen baas en zorg wel voor mezelf. Dit totdat het kind tot de jaren van de wijsheid komt en inziet dat het voor haar of zijn geluk interafhankelijk is van anderen. Het is een wederzijds proces, dat in de quotes met betrekking tot de Mary figuur in Bruce Springsteen’s songs wordt weergegeven.

Eloïse, Edward en Elvire, voor ons geluk zijn we inderdaad interafhankelijk!

Interafhankelijkheid en afhankelijkheid zijn geen synoniemen!

Het begrip interafhankelijkheid zorgt wel voor duidelijkheid met betrekking tot de betekenis van afhankelijkheid. Er is geen mutualiteit betrokken bij afhankelijkheid. Bij afhankelijkheid gaat het om een groep, persoon of entiteit die sterk afhankelijk is van een andere groep, persoon of entiteit. Deze afhankelijkheid is vaak in de vorm van ondersteuning, of hulp bij iets. Bijvoorbeeld, een persoon kan afhankelijk zijn van een andere persoon voor financiële ondersteuning, zoals een kind afhankelijk van zijn ouders of een sporter afhankelijk is voor financiële steun van zijn sponsor.

Aan de andere kant betekent afhankelijkheid ook vaak dat men wordt gecontroleerd door een ander persoon of organisatie. Op internationaal niveau kan een ontwikkelingsland sterk afhankelijk zijn van de hulp of subsidies die door het IMF of de Wereldbank worden verstrekt. De toestand van afhankelijkheid omvat ook voorwaarden die moeten vervuld worden om de hulp blijvend te krijgen. Die voorwaarden worden, door die internationale instellingen, dan ook op nakomen gecontroleerd.

Het verschil tussen interafhankelijkheid en afhankelijkheid is:

  • Interafhankelijkheid is meerzijdig en komt voor tussen twee of meer mensen of entiteiten.
  • Afhankelijkheid is eenzijdig en betreft meestal een persoon die voor een of meerdere zaken volledig op een andere persoon of organisatie vertrouwt.
  • Interafhankelijkheid is een wederzijdse afhankelijkheid.
  • In geval van afhankelijkheid is er geen wederzijdsheid.

De groei naar Interafhankelijkheid

De groei naar interafhankelijkheid kenmerkt zich, zoals ik al opmerkte, door de groei die een ieder van ons doormaakt in haar of zijn leven. Van zuigeling naar puber, naar volwassene en naar partner.

Afhankelijkheid (zuigeling/slaafse volgeling)

Kinderen zijn, zeker in de vroegste kinderjaren, fysiek en psychologisch afhankelijk van hun omgeving. Ze vragen meer dan ze geven en hebben een overconcentratie op het eigenbelang. 

Afhankelijke volwassenen, die ik hier slaafse volgelingen noem,; realiseren zich niet altijd de keuzemogelijkheden die ze wel hebben. Zij:

  • Maken zich ondergeschikt aan de situatie en in hun beleving wordt hen veel aangedaan;
  • Doen wat er verwacht wordt, ongeacht persoonlijke opinies, waarden en normen;
  • Zijn overgevoelig voor machtsverhoudingen.

Op het groeicontinuüm is afhankelijkheid het paradigma voor jij:

  • jij zorgt voor mij;
  • jij zorgt dat ik succes heb;
  • het is jouw schuld als ik faal.

Tegenafhankelijkheid (puber/opposant)

Zich bewegen weg van afhankelijkheid gaat vaak gepaard met een sterke reactie tegenover die mensen die zo lang voor de afhankelijke gezorgd hebben. Denk daarbij aan pubers die hun ouders nodig hebben als een soort ‘pispaal’. Op onze weg naar ‘onafhankelijkheid’:

  • Zoeken wij naar erkenning van onze eigenheid door ons af te zetten;
  • Hebben we de anderen nodig, maar nu om ons tegen hen af te zetten;
  • Zijn we daarbij onze onzekerheden en twijfels aan het overschreeuwen.

Op het groeicontinuüm is tegenafhankelijkheid het paradigma voor het conflict tussen jij en ik:

  • Jij controleert mij teveel;
  • Jij belemmert mij;
  • Het is jouw schuld dat ik niet bekom wat ik wens te bekomen.

Onafhankelijkheid (volwassene/collega)

Eenmaal volwassen zien wij onszelf als onafhankelijke, verantwoordelijke individuen die zelf richting en sturing aan hun leven (kunnen) geven. Kenmerkend hiervoor is:

  • De zelfacceptatie en acceptatie van anderen. Ook van diegenen die ons in voorgaande ontwikkelingsstadia een moeilijke tijd bezorgd hebben;
  • Leven en werken op basis van gelijkwaardigheid en competenties;
  • Jezelf kennen, op waarde schatten en verder ontwikkelen.

Onafhankelijkheid is het paradigma voor ik:

  • ik doe het;
  • ik ben verantwoordelijk;
  • ik kan kiezen.

Interafhankelijkheid (partner/teamlid)

Het is niet voldoende dat wij alleen onze eigen boontjes doppen. Het wordt steeds duidelijker dat alles met alles verbonden is en dat samenwerking ons brengt tot het benutten van eigen en andermans kwaliteiten. We realiseren ons dat:

  • Een team meer is dan een optelsom van onafhankelijke individuen;
  • Wederzijdse verbondenheid de keuze is voor interafhankelijkheid;
  • Interafhankelijkheid gefundeerd is op gelijkwaardigheid, openheid en samen delen;
  • Een team bestaat uit onafhankelijke mensen die ervoor kiezen van elkaar ‘mutueel’ afhankelijk te zijn.

Wederzijdse afhankelijkheid is het paradigma voor wij:

  • wij doen het;
  • wij kunnen samenwerken;
  • als wij onze krachten bundelen kunnen we iets beter realiseren.

Interafhankelijkheid in organisaties

Interafhankelijkheid wordt gezien als het belangrijkste proces van organiseren[v]. Dit begrip vindt, zoals we gezien hebben, zijn ontstaan in de ontwikkelingspsychologie om de ouder-kindrelatie aan te duiden en wordt het hoe langer hoe meer in de organisatie context gebruikt.

In de groepsdynamica wordt interafhankelijkheid beschouwd als de maturiteitsfase, die volgt op de afhankelijkheidsfase en de tegenafhankelijkheid. Het beleven van interafhankelijkheid wordt gezien als de voltooiing van een groei- of ontwikkelingsproces naar een maturiteit van wederkerigheid in geven en ontvangen[vi]. De verschillende leden van de groep worden zich bewust van het bestaan van complexe en veelvoudige relaties en zijn bereid om deel te nemen aan voortdurende onderhandelingen met elkaar. Dit betekent dat actoren kunnen leren om sociale dilemma’s te aanvaarden en om te leven met onevenwichten en verschillen in een flexibele en evoluerende wijze van geven en nemen, om zo tot duurzame interactiepatronen te komen. Heel belangrijk in deze fase is de erkenning en acceptatie van die wederzijdse interafhankelijkheid. Het is één van de factoren die de onderlinge binding tussen de deelnemers aan een samenwerkingsverband bevordert. Dat Creatieve wisselwerking die onderlinge band verstevigt is jullie, Eloïse, Edward en Elvire wel duidelijk.

In groepsdynamica wordt de relatie tussen de leider en de deelnemers dus gekenmerkt door interafhankelijkheid. De groepsleden zijn niet langer alleen afhankelijk van de teamleider, want omgekeerd wordt de leider ook afhankelijk van de teamleden om de doelen van het team te kunnen realiseren. Een groep die zich in deze fase bevindt zal duidelijk mee verantwoordelijkheid opnemen voor de uitvoering van het takenpakket en voor de inhoud ervan. Deelnemers gaan in deze fase ook bewuster kiezen voor en/of experimenteren met gedrag. Vanaf dat ogenblik kan de leider zich meer op de achtergrond plaatsen en zijn rol voor een belangrijk stuk beperken tot het begeleiden van de processen die zich in de groep afspelen. 

Interafhankelijkheid is wederzijdse afhankelijkheid!

In de literatuur staat interafhankelijkheid ook bekend als wederzijdse afhankelijkheid. Zo ook in Covey’s reeds geciteerde boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap.’ Persoonlijk vind ik het spijtig dat de vertaler Covey’s begrip ‘habit’ vertaalt als ‘eigenschap’; ‘gewoonte’ of zelfs ‘vaardigheid’ omvat m.i. beter wat Covey beoogt. De gewoonten van wederzijdse afhankelijkheid zijn volgens Covey: denk win-win, eerst begrijpen … dan begrepen worden en synergie[vii]. Gewoonten die ook een onderdeel zijn van Creatieve wisselwerking. De term wederzijds is een integraal onderdeel van het begrijpen van de betekenis van interdependentie. Wederzijdse afhankelijkheid wijst erop dat afhankelijkheid niet een eenrichtingsstraat is. Het is een avenue die beide partijen ten goede komt. Het is het principe dat uiteindelijk de samenwerking bepaalt. Op haar beurt is de kwaliteit van de samenwerking bepalend voor de kwaliteit van het resultaat.

Eigenlijk gaat het om het gezamenlijk oplossen van een probleem of het beantwoorden van een cruciale vraag. Daarbij zijn oplossingen zogenaamde superordinate goals. Dit zijn gemeenschappelijk doelen die alleen door een samenwerking tussen twee of meer mensen kunnen bereikt worden. Dit leidt tot synergie en dus tot win-winsituaties. 

Het spreekt vanzelf dat bij dit alles motivatie een cruciale factor is. Het principe van wederzijdse afhankelijkheid is alleen maar werkzaam als mensen onderdeel willen zijn van een geheel of een netwerk en zij zich willen inzetten om dat geheel vloeiend te laten functioneren. Als de teamleden niet gemotiveerd zijn, dragen ze niet bij tot de instandhouding van het netwerk en tot het bereiken van het beoogde doel.

Go forward those who lie in foxhole. Lie there waiting to die. General George S. Patton Jr.

Wat we dienen te creëren is wat in de VS een Foxhole Mentality wordt genoemd; maar dan wel een mentaliteit van een hoger niveau, namelijk gebaseerd op hogere waarden. De term komt uit het militaire jargon en werd veel gebruikt in de Vietnamoorlog. Het betekent dat twee soldaten die zich in dezelfde schuilplaats (foxhole) bevinden hun verschillen in ras, achtergronden, … vlug aan de kant zetten indien ze een gemeenschappelijk doel hebben (in dit geval overleven ten koste van de Vietcong). Ze hebben elkaar nodig. Niettegenstaande hun grondige verschillen zijn ze – zeker indien de een het machinegeweer heeft en de ander de kogelladers – wel degelijk interafhankelijk[viii].

Ook zal het aantal discussies afnemen indien men een grotere mate van wederzijdse afhankelijkheid ervaart. Door discussies te ruilen voor dialogen, wordt de kans op creativiteit vergroot en van daaruit ook een grotere kans op probleemoplossend en samenwerkend gedrag. Doordat de invloed van de partijen op elkaar toeneemt, houden ze meer rekening met elkaar. In feite wordt wederzijdse afhankelijkheid een belangrijker gegeven dan het hiërarchisch niveauverschil tussen de deelnemers aan de Cruciale dialoog

Een van de voorwaarden die aan interafhankelijkheid wordt gesteld, is de aanwezigheid van emotionele intelligentie. Inzicht in je eigen emoties, de emoties van anderen en het effect van je eigen handelen op anderen, is een noodzaak om een evenwichtige relatie met een ander te kunnen onderhouden. 

Wederzijdse afhankelijkheid omvat volgens ons ook wederzijdse verantwoordelijkheid ; met andere woorden mensen, groeperingen of entiteiten die ‘mutueel’ afhankelijk zijn van elkaar zijn ook verantwoordelijk voor elkaar.

Interafhankelijkheid: alles hangt met alles samen.

Mededogen is het heldere besef dat alles onderling met elkaar verbonden is;

Thomas Merton

Het systeemdenken gaat uit van het gegeven dat alles met alles samenhangt. We onderscheiden hierbij vrijwillige en structurele afhankelijkheid.

Vrijwillige interafhankelijkheid: ik bepaal in belangrijk mate mijn positionering. Eloïse, Edward en Elvire, een voorbeeld: ik kan mijn eigen wagen niet onderhouden en dus ga ik op zoek naar iemand die dat voor mij kan doen. Ik heb een ruime keuze tussen meerdere garages die onderling uitwisselbaar zijn. Dit gegeven vormt een belangrijk element in de sociale omgang en dialoog met de gekozen garagist. Hier is dus sprake van vrijwillige afhankelijkheid.

Bij vrijwillige interafhankelijkheid is men zich bewust van de wederzijdse afhankelijkheid: ik heb hulp nodig van mijn garagist en mijn garagist heeft mij als klant nodig. Er is wel degelijk een spanningsveld want ik ben het die kiest voor mijn garagist, niet andersom.

Structurele interafhankelijkheid: praktisch onontkoombare relaties en lotsverbondenheid. Eloïse, Edward en Elvire, een voorbeeld: jullie klastitularis in de school (later jullie baas op het werk), jullie medeleerlingen in de klas (later jullie collega’s in jullie team) zijn niet zo gemakkelijk uitwisselbaar als, pakweg, jullie bakker. In die gevallen zijn we op zeer nabije een voelbare manier lotsverbonden en nemen we deel aan een relatie die onvermijdbaar is.

Structurele interafhankelijkheid impliceert een hiërarchie die regelt wie wat kan bepalen en welke hierbij geldende regels en afspraken zijn. Structurele afhankelijkheid vindt men eigenlijk ook terug in elk goed draaiend gezin.

Interafhankelijkheid vs. eigenbelang

Ietwat haaks op interafhankelijkheid staat het eigenbelang. Elke mens streeft ernaar z’n eigen droom, zijn waarden, kortweg haar of zijn levensparadigma te realiseren. Eigenbelang staat hier dus niet voor egoïsme of egocentrisme maar bedoelt hier het handelen volgens de eigen mindset, waarvoor ik ook het begrip paradigma gebruik. Die eigen mindset omvat de waarden, overtuigingen, vooronderstellingen waar mensen zich op baseert en waardoor men het waard vindt te leven. Wat het levensdoel ook moge zijn, wat men doet om het te bereiken streeft het eigenbelang na. Klein voorbeeld: ik wens m’n gecreëerde zelf op te krikken in de richting van m’n Originele Zelf en een van de middelen is het schrijven van deze columns ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire. Ik doe dit dus (ook) uit eigenbelang.

Er zijn twee manieren om eigenbelang na te streven: ofwel gaan we de andere beconcurreren ofwel gaan we er mee samenwerken.

Het spreekt van zelf dat ik – omdat ik Creatieve wisselwerking van binnenuit beleef – er voor gekozen heb om m’n eigenbelang te realiseren door samenwerking. Daarbij zijn belang en macht inclusief. Ik wens bijvoorbeeld gelukkig te worden door er alles aan te doen opdat jullie wendbaar en weerbaar blijven. Onze samenwerking leidt tot een versterking van macht en belang en niet tot het verliezen ervan. Hoe meer ik win aan belang, hoe meer jullie winnen en omgekeerd. Een echte ‘win-win’ dus! In deze optiek zijn belangen en macht inclusief en versterken ze elkaar.  Onze sociale omgeving steunt op het realiseren van het eigenbelang door samenwerking en vrijwillige interafhankelijkheid. Het is een niet-hiërarchisch omgeving waar er (minstens) vier partijen zijn: Eloïse, Edward, Elvire en Opa. Onze relatie is niet-hiërarchisch want een (h)echte gelijkwaardige partnerrelatie. Wij zijn inderdaad ‘partners in crime’. De ‘crime’ is hier: wendbaar en weerbaar blijven. Het centraal proces dat wij hiertoe beleven is het creatief wisselwerkingsproces. Het is een proces van geven en nemen met het oog op een goede samenwerking met een gemeenschappelijk doel voor ogen: wendbaar en weerbaar blijven. 

Interafhankelijkheid en diversiteit

De dynamieken in een netwerk zijn heel bijzonder en complex. Netwerk-partners hebben niet altijd veel gemeenschappelijk en toch zijn ze professioneel verbonden met een gemeenschappelijk doel voor ogen. Meestal onderschatten ze hun onderlinge verschillen en het effect van hun interafhankelijkheid. Het gebruik van metaforen is kenmerkend voor netwerkgroepen. Ze verwachten van elkaar dat ze aan hetzelfde zeel trekken en dat hun neuzen in dezelfde richting staan. Het nadeel van deze metaforen is dat de netwerkpartners nogal vaak hun verschillen (diversiteit en de effecten op hun interafhankelijkheid) negeren waardoor de ‘waarheid’ simpel lijkt. Edoch, die realiteit is verre van simpel. De diversiteit tussen de partners zorgt er voor dat elkeen een uniek en verschillende mindset heeft. Elkeen kijkt vanuit die eigen invalshoek naar de cruciale vraag. Ze formuleren elk vanuit hun eigen perspectief een antwoord op die vraag. Daarbij zien ze soms hun interafhankelijkheid over het hoofd. En juist hier is een Cruciale dialoog tussen de partners broodnodig; om die interafhankelijkheid uit te zuiveren en er voor te zorgen dat de diversiteit werkelijk een bron wordt van creativiteit. 

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie ondertussen wel weten, gebruik ik als model voor Creatieve wisselwerking (en Cruciale dialoog) het lemniscaat, dat ik ook wel eens de liggende (kr)acht noem. Het lemniscaat staat voor het oneindige; geen begin en geen einde. Net als ons brein. Eeuwig bewegen, interafhankelijkheid en alles met elkaar verbonden.  Met de flow mee bewegen, zoeken naar evenwicht.  Tegenstellingen transformeren tot samenstellingen en veranderingen zien als een constante voortdurende dialoog.  Flexibel denken, de weg van het midden zoeken en extremen (en dus polarisatie) vermijden. Alles draait rond het middelpunt; de kernvraag die nu aan de orde is. Interdepentie gaat over het beste dat de diversiteit van het team het hele creatieve proces aanbiedt. Gedreven door interafhankelijkheid op weg naar efficiëntere resultaten, volgt het proces het ritme van het creatieve probleemoplossing, waarbij wordt gewaarborgd dat doelstellingen en kennis vanaf het begin met iedereen gedeeld en gecoördineerd worden.

In een samenwerkingsverband zijn de elementen divers en interafhankelijk! Dit leidt veelal tot natuurlijke spanningen die kunnen leiden tot conflicten. Dit zijn tekenen van zowel diversiteit als van groei binnen een team. Creatieve wisselwerking zorgt ervoor dat die conflicten hefbomen zijn voor verbinding, verrijking, verbetering en transformatie. Daartoe zijn beide elementen nodig – diversiteit en interafhankelijkheid – en een transformatieproces: Creatieve wisselwerking. Daarbij is de lotusbloem een krachtig metafoor: de prachtige bloem en de stinkende modder zijn interafhankelijk. Het is onmogelijk de ene te hebben zonder de ander. Conflict en Transformatie zijn zo aan elkaar geklonken. Eens te meer is het een ‘een en ander’ verhaal en geen ‘een of ander’ verhaal. Zo is geluk en lijden in wezen ook interafhankelijk, zoals Henry Nelson Wieman mij leerde[ix]. Het een kan niet zonder het ander, als twee zijden van eenzelfde muntstuk. 

Maar om werkelijk de lotus in de modder te zien, de vreugde in het lijden, moet je heel scherp kunnen kijken. Dit is een non-dualistische zienswijze – de eenheid in alle verschijningsvormen zien. Dit hebben we eerder het helder bewustzijn of awareness genoemd.

Hoe nu interafhankelijkheid omarmen?

Eloïse, Edward en Elvire, daartoe dienen jullie helder in te zien dat men anderen nodig heeft om gelukkig te worden. Dit doen jullie met eens na te gaan met wie jullie verbonden zijn en welke de kwaliteit is van deze ‘verbindingen’. Met andere woorden, hoe positief is elke connectie met anderen? 

Praktisch kunnen jullie een lijst maken van de personen waarmee jullie verbonden zijn. Uiteraard beginnen jullie de lijst met de namen van jullie familie leden: ouders, broer en zussen, neven en nichten, grootouders, … Die lijst breiden jullie uit met de namen van andere mensen: jullie vrienden en vriendinnen. Dit is niet zo moeilijk, want die kennen jullie per definitie (anders zouden het geen vrienden en vriendinnen zijn). Iets moeilijker zijn de namen van de nog verder van jullie afstaande verzameling. Dit zijn personen waarmee jullie een soms tijdelijke band hebben. Leraressen, leraren, klasgenoten, leiders en leden van jullie Chiro en sport teams en dito van jullie hobby verenigingen (dictie, toneel en dans).

Dan stellen jullie zich een cruciale vraag: “Hebben jullie die personen nodig om jullie doelen te bereiken?” Om die vraag te beantwoorden dienen jullie uiteraard ook jullie doelen goed kennen.

Dit alles is misschien nog steeds te theoretisch, dus laat ik één voorbeeld nemen en dat volledig uitwerken. Jullie en ik zijn met elkaar verbonden, dat is duidelijk want ik ben jullie grootvader. Wat zijn onze doelen van deze verbondenheid? Een ervan is het begrip ‘geluk’. Ik kan uiteraard het best vanuit mijn standpunt (denkkader, mindset) dit praktisch voorbeeld verder uitwerken.

Inderdaad ik wens dat jullie zo gelukkig mogelijk worden. Waarom? Simpelweg omdat dit mij gelukkig maakt? Dit is niet, zoals men zou kunnen denken een egoïstische reflex. Het heeft wel met eigenbelang, waar ik het eerder over had, te maken. Simpelweg gesteld: wanneer jullie gelukkig zijn dan ben ik het ook. Hoe komt dit? Wel heel eenvoudig, door de kwaliteit van de band die ik met elk van jullie heb. Deze is zeer positief. Het opmerkelijke aan dit gegeven is dat wat jullie voelen getransfereerd wordt, via de positieve connectie die ik met jullie heb, naar mij toe. Daardoor ‘voel’ ik wat jullie ‘voelen’. Praktisch:

  • Stel, er overkomt jullie iets positiefs. Deze plus transfereert naar mij en wat voel ik? Dit is als bij wiskunde: plus maal plus is plus! Voor alle duidelijkheid de volledige uitleg: het positieve wat jullie overkomt, komt naar mij toe over onze positieve band en daardoor is dat voor mij iets positiefs dat mij ‘overkomt’.  
  • Stel, er overkomt jullie iets negatiefs. Deze min transfereert naar mij toe en wat voel ik? Terug, zoals bij wiskunde: min maal plus is min! Er overkomt mij ook iets negatiefs! 

Opmerkelijk is dat de kwaliteit van de band die we met elkaar hebben, kan fungeren als een versterker. Een reëel voorbeeld om jullie dat duidelijk te maken: 

Ik had een sterke positieve band met m’n moeder Donatine, die jullie nooit gekend hebben, maar die wel voor een stuk voortleeft in jullie moeder Daphne. Op 15 augustus 1987 ging ik samen met Bonnie haar een bezoekje brengen. Donatine hield ervan dat haar kinderen op een hoogdag eens langs kwamen. Die dag had ze het over de moeder van haar schoonzus, Simonne, die overigens nog steeds in Bonheiden, niet ver van jullie, woont. Die moeder, die nog steeds in Maldegem woonde, was een paar dagen voordien schielijk overleden en m’n eigen moeke Donatine zou naar de begrafenis gaan. Dit een van de dagen die volgden op de (Antwerpse) Moederdag van dat jaar. Moeke Donatine had het ook over de kwaliteit van die dood en dat ze daar ook wel zou voor kiezen indien ze het voor het zeggen had. “Niet dat ik nu al wil sterven, maar zeg eens zelf Johan ik heb een mooi leven gehad en het zou voor mij niet al te erg zijn.” Ze voegde er nog aan toe: ”En dan zie ik vake Richard eindelijk terug.” Exact drie dagen nadien kreeg ik een telefoon: m’n moeder was schielijk overleden in Maldegem. Donatine Rieberghe had, op weg naar de begrafenis van de moeder van haar schoonzus, een fatale hartaderbreuk en overleed ter plaatse. 

Wel Eloïse, Edward en Elvire, een vraagje: “Hoe voelde ik mij?” Volgens m’n moeder was sterven geen groot verlies, geen grote min. Hoe raakte dit ‘kleine’ verlies mij? Inderdaad, als een ‘immens’ verlies! Met andere woorden: kleine min maal grote plus maakt grote min.

Dus besef heel goed dat je anderen nodig hebt en dat je best een heel goede band met die anderen hebt. Inderdaad, die versterkt het verlies. Maar vergeet niet, die positieve connectie versterkt ook de vreugde. En vergeet nooit het spreekwoord: “Gedeelde smart is halve smart en gedeelde vreugd, dubbele vreugd!”

Door interafhankelijkheid te omarmen creëert men een positieve band met z’n omgeving. En hoe doe je dat nu effectief? Het antwoord is simpel: door zo veel mogelijk Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven. Het antwoord mag dan wel eenvoudig zijn, dit antwoord dagdagelijks werkelijkheid maken, is een ander paar mouwen (zoals we reeds gezien hebben). Door dit te doen blijft men wendbaar en weerbaar, ook al omdat men er niet alleen voor staat, want men is interafhankelijk verbonden met mensen rondom zich, die een doel gezamenlijk doel hebben.  Mensen die gezamenlijk de richting vastleggen, die gedeelde meningen vormen rond reële vraagstukken die ertoe doen, die gezamenlijk creatieve oplossingen verzinnen, beslissen welke ervan ze zullen uitvoeren en gedurende de uitvoering ervan interafhankelijk blijven, waardoor die oplossingen met succes worden uitgevoerd. Nogmaals wordt hierdoor duidelijk dat de vier karakteristieken van Creatieve wisselwerking onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

Eloïse, Edward en Elvire, in de vier volgende delen behandel ik de vier vaardigheden van deze vierde karakteristiek: Continu Transformeren:

  • HOE BLIJVEND HERHALEN & EVALUEREN VAN ACTIE? (Deel XXXII) 
  • HOE CORRECT FEEDBACK GEVEN & KRIJGEN? (Deel XXXIII)
  • HOE DE KOERS DURVEN WIJZIGEN? (Deel XXXIV)
  • HOE WERKELIJK BEWUST ZIJN VAN HET PROCES? (Deel XXXV)

[i] Samuel F.S. Pardini. Bruce Zirilli: The Italian Sides of Bruce Springsteen. Italian Americana Vol 28, No. 1 (Winter 2010). Bladzijden 36-50, Bladzijde 42.

[ii] Stephen R. Covey.The seven habits of highly effective people. New York, NY: Fireside, 1990.

[iii] https://www.profitadvisors.com/seven_habits.shtml

[iv] Stephen R. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact. (70e druk) 2014. Bladzijde 37.

[v] Karl E. Weick. The Social Psychology of Organizing. Reading, MA: Addison-Wesley. 1979.

[vi] René Bouwen & Tharsi Taillieu. Multi-party collaboration as social learning for interdependence: Developing relational knowing for sustainable natural resource management. Journal of Community & Applied Social Psychology, 14, 2004. Bladzijden 137-153.

[vii] Stephen R. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Op. cit. Bladzijden: 181-259.

[viii] Daryl Connor. Managing at the speed of Change. How resilient managers succeed and prosper where others fail. New York, NY: Villard Books, 1992. Bladzijden 190-191.

[ix] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958. Chapter 3: Living Richly with Dark Realities.


Johan Roels