hannah Arendt over Arbeiden, Werken en Handelen

Deze column is mijn parafrasering van de lezing van Professor Dirk De Schutter ‘Hannah Arendt in essentie’ in de reeks ‘Hannah Arendt ingekleurd’ van het Hannah Arendt Instituut (voorjaar 2021). In z’n lezing, de tweede van die serie, gaat Dirk De Schutter dieper in op de betekenis die Hannah Arendt geeft aan de begrippen Arbeiden, Werken en Handelen en belicht hij op het eind van z’n lezing een speciale vorm van handelen: Vergeven (De Schutter, 2021).

Tot nog toe gebruikte ook ik de werkwoorden Arbeiden, Werken en Handelen min of meer door elkaar als ware het synoniemen. Het was voor mij dan ook een heuse eye-opener te begrijpen dat die termen voor Hannah Arendt allesbehalve synoniemen waren. Voor haar zijn het heel verschillende vormen van menselijk ageren. In z’n boeiende lezing duidde Dirk De Schutter op heldere wijze de distincties die Hannah Arendt in die drie termen zag en ook de hiërarchie die ze eraan gaf en die mij aan de pyramide van Abraham Maslow (Maslow, 1943) deed denken.

Om het onderscheid die Hannah Arendt maakt te kunnen begrijpen, nam Dirk De Schutter ons eerst mee naar de jaren dertig en veertig van vorige eeuw. Hannah Arendt stelde tijdens en in de periode na de tweede wereldoorlog het failliet vast van de twee totalitaire regimes die verwikkeld waren in de totale vernietigingsoorlog waarin ook de geallieerden een prominente rol speelden. Ook deze laatsten maakten zich schuldig aan zware oorlogsmisdaden zoals het bombardement van de Duitse stad Dresden en het droppen van atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Een vernietigingsoorlog waarin zich, als het ware in de coulissen, een genocide voltrok.

Die gebeurtenissen zorgden bij Hannah Arendt voor de vraagstelling wat politiek is of zou kunnen zijn. Uiteindelijk publiceert ze in 1951 haar boek ‘The Origin of Totalitarianism’ (Arendt, 2017). De traditionele filosofie helpt Hannah Arendt weinig om haar vraag “Wat is Politiek?” te beantwoorden. Die filosofie is sterk in het behandelen van mentale activiteiten (denken, leren, het geheugen, verbeelding, …). Activiteiten waarbij we de neiging hebben om ons uit de wereld terug te trekken en precies die activiteiten te verwaarlozen die ons een plaats geven in die wereld, zoals politiek. Politiek is actief zijn in de wereld. Dit wordt het vertrekpunt van Hannah Arendt. Tussen haakjes, er is wel een notoir tegenvoorbeeld met name Karl Marx, die in de negentiende eeuw de mens zag als een arbeidend wezen. Wij mensen veranderen de wereld door te arbeiden, stelde hij. 

Vormen van arbeiden zijn een put graven, een machine repareren, iemand opereren, zorg verstrekken, … Daar begint het schoentje bij Hannah Arendt te wringen. Ze wil meer onderscheid brengen. En dat doet ze in haar in 1958 verschenen boek ‘The Human Condition’ (Arendt, 2018). Een nogal vreemde titel die eigenlijk niet van Hannah Arendt zelf was. Hannah had twee werktitels voor haar manuscript en die werden beiden geweigerd door haar uitgever, hoewel die beter de lading dekten. Ze werden voornamelijk geweigerd omdat het Latijnse titels waren (iets te moeilijk voor haar Amerikaanse publiek?). Haar voorkeurstitel was Vita Activa, het actieve leven. Het boek was namelijk gebaseerd was op haar lezingenreeks ‘Vita Activa’ die ze in april 1956 gaf aan de universiteit van Chicago. Het was ook de titel van de eerste Nederlandse vertaling van haar boek dat uitgegeven werd door Het Spectrum (Utrecht) in de Aula reeks. Hannah Arendt onderzoekt in het boek welke activiteiten de mens zoal ontplooit. De tweede titel die Arendt voor haar boek voorstelde, was Amor Mundi, liefde voor de wereld. Je zou kunnen stellen dat voor Arendt ‘Amor Mundi’ de korst mogelijke definitie is van het begrip politiek. Politiek is voor haar inderdaad een engagement aangaan met de wereld en dat soms ten koste van de eigen ziel. De ‘vita activa’ wordt door Arendt afgegrensd tegenover de ‘vita contemplativa’ – het beschouwende leven – waar de meeste filosofen het over hebben.

Hannah Arendt vertrekt in haar boek van een linguïstieke observatie. In de Indo-Europese talen hebben we drie woorden om over menselijke activiteiten te spreken: arbeiden, werken en handelen. Die drie komen in vele talen (Nl, Eng, Fr, Du, Latijn) terug. De observatie die Hannah Arendt bezighoudt, betreft het feit dat we die begrippen door elkaar gebruiken als ware het synoniemen. We zijn als het ware de precieze definitie van die begrippen uit het oog verloren. Zou het kunnen, vraagt Hannah Arendt zich af, dat de drie woorden heel verschillende menselijke activiteiten aanduiden? Haar uiteindelijk antwoord is positief en haar boek gaat precies over die drie activiteiten. Dit is haar eerste vertrekpunt.

Haar tweede vertrekpunt is typisch filosofisch en betreft de aloude filosofische vraag “Wat voor wezens zijn wij?” of ook nog “Wat maakt ons tot wie we zijn?” en “Waardoor onderscheiden we ons van de hogere zoogdieren?” Het klassieke monotone antwoord van filosofen is: “Wij mensen zijn zelfbewuste, autonome subjecten.” Hannah Arendt ontkent dat niet en stelt wel dat er iets fundamenteler is. Namelijk, wij mensen worden gekenmerkt door nataliteit. In het Duits zegt ze ‘geburtlichkeit’, in niet correct Nederlands ‘geboortelijkheid’. Het feit dat we steeds opnieuw geboren kunnen worden definieert ons ten diepste, is haar stelling.

Om hier Hannah Arendt ten volle te kunnen begrijpen, dienen we na te gaan wat Martin Heidegger, leraar en minnaar van Hannah Arendt, over die filosofische vraag zegt.  Hannah Arendt volgde in de jaren 1924 tot 1926 les bij Heidegger in Marbur. Heidegger’s colleges gingen over zijn boek in wording ‘Sein und Zeit’ dat hij in 1927 publiceerde (Heidegger, 2005). De hoofdboodschap van dat boek is: “Wij mensen zijn stervelingen.” De menselijke existentie is ‘Sein zum tode.” Dit betekent niet alleen dat de dood ons op het einde van ons leven te wachten staat. Veel belangrijker is dat onze eindigheid ons leven doortrekt. Wij zijn sterfelijke wezens en ons leven vertoont een gebrek. Waar het in ons leven op aankomt, is daarmee in het reine komen. Anders gesteld, het komt erop aan om met onze dood tot een vergelijk te komen. Onze Westerse cultuur heeft met ‘het met de eindigheid tot een vergelijk te komen’, met andere woorden, die eindigheid te respecteren, een enorm probleem. 

Hannah Arendt heeft dus Heidegger’s filosofie gehoord en 34 jaar later dient ze haar leermeester van antwoord. Wij zijn niet alleen stervelingen, stelt ze, wij zijn vooral borelingen. Wij worden niet alleen geboren, wij beschikken ons ganse leven over het ‘geboren worden’. Wij blijven ons hele leven borelingen. Anders gesteld, wij laten onze geboorte niet achter, helemaal niet, want de geboorte geeft ons namelijk de mogelijkheid om te beginnen. Het vermogen om initiatief te nemen, dat dragen we met ons mee. Het is zelfs een hoofdopdracht van ons leven. Hannah Arendt ontleent die gedachte ondermeer aan Augustinus. Hannah Arendt had haar doctoraat behaald in 1929 met de dissertatie ‘Der Liebesbegriff bei Augustin’. Hannah was niet zozeer geïnteresseerd in de theologie van Augustinus dan wel in diens beschrijving van het menselijk leven. Hannah Arendt vindt bij die kerkvader de geweldige uitspraak: “Initium ut esset homo creatus est.” “De mens werd geschapen om eraan te beginnen, initiatief te nemen” of nog “Opdat er een begin zij, werd de mens geschapen.” Wij mensen kunnen initiatief nemen en daar komt het op aan. Dat is onze opdracht. De politiek die Hannah Arendt zal verdedigen, is een politiek die initiatief neemt: die begint, die herbegint, die revolutionair is.

Hannah Arendt heeft prachtige uitspraken gedaan over beginnen in haar boek ‘De Menselijke Conditie’:

“Ons korte, zich naar de dood spoedende leven zou onvermijdelijk slechts kunnen resulteren in de ondergang en vernietiging van alles wat menselijk is, als wij niet het vermogen bezaten de dodenmars te onderbreken en iets nieuws te beginnen.” (Arendt, 2011. p. 228)

En

“… mensen al zijn we sterfelijk, zijn niet geboren om te sterven maar om een begin te maken.” (Arendt, 2011, p. 228)

Hannah Arendt gaat dus mee met Heidegger en corrigeert hem of eerder, ze vult hem aan. Ze doet ook iets gelijkaardigs. Ze maakt van een feit een opdracht: ons is opgedragen om steeds opnieuw geboren te worden.

Het is verwonderlijk hoe de filosofie van Hannah Arendt aansluit bij die van een andere filosoof, wiens meest toegankelijke werk rond Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) in hetzelfde jaar verscheen als Hannah Arendt’s ‘The Human Condition’. Henry Nelson Wieman publiceerde inderdaad in datzelfde jaar z’n boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ (Wieman, 1958). Daarin breekt Henry Nelson een lans om ons te engageren (‘committen’) voor het proces dat steeds opnieuw geboren worden mogelijk maakt en dat hij Creative Interchange noemde.

Steeds iets nieuws beginnen, hoe uit zich dat nu bij Hannah Arendt? Hoe moeten wij dat doen? Hannah stelt in drie menselijke activiteiten: Arbeiden, Werken en Handelen. Drie activiteiten waarin we steeds opnieuw beginnen, de wereld vernieuwen of iets in die wereld brengen wat er zonder die activiteit niet zou zijn.

Arbeiden

Arbeiden ziet Hannah Arendt als de ‘laagste’ activiteit. Ze brengt namelijk ook een hiërarchie aan binnen die drie activiteiten. Zij plaatst Arbeiden als laagste activiteit omdat die activiteit het dichtst aanleunt bij het menselijk lichaam, bij onze biologie. Volgens Hannah Arendt zijn wij biologische wezens met biologische noden. Aan die noden voldoen, op die noden inspelen, is Arbeiden. Heel concreet: wij mensen moeten eten om te leven. Dit is een biologische nood. Daarin voorzien is Arbeiden. Een brood bakken is Arbeiden. Door Arbeiden brengt men iets nieuws in de wereld: in dit geval het brood. Brood consumeren is ook Arbeiden. Het eigene aan producten van arbeid is dat ze niet blijven bestaan. Anders gesteld, ze worden quasi onmiddellijk geconsumeerd. Producten van Arbeiden worden gebruikt en terzelfdertijd verbruikt. We kopen een brood om in de kortste keren te consumeren. Arbeid vervaardigt geen producten die bedoeld zijn om te blijven bestaan. Hannah Arendt legt daar de nadruk op, omdat het bij Werken volledig anders is.

Werken

Werken is het 2de niveau en produceert dingen die nuttig zijn en die onze wereld leefbaar maken. Wij richten de wereld in en dat op een comfortabele en nuttige manier. Producten van Werken zijn letterlijk duizenden tuigen, gereedschappen, instrumenten die door mensen ontworpen en vervaardigd werden en worden. Die producten worden gebruikt maar niet, door dat gebruik, verbruikt. Ze zijn duurzaam.  Ze slijten wel maar worden niet bij gebruik geconsumeerd. Ze verdwijnen niet. Dit is zo van eenvoudigste instrumenten, zoals een hamer, over complexe apparaten, zoals huishoudtoestellen, tot heel complexe toestellen, zoals gesofistikeerde computers. Al deze tuigen zijn er, niet om verbruikt, maar om gebruikt te worden teneinde onze wereld comfortabeler te maken. Die toestellen blijven bestaan, richten onze wereld in en maken die herkenbaar. 

Het is wel zo dat Hannah Arendt een historische kritiek meegeeft. Die kritiek gaat over de duurzaamheid van de producten van Werken. Hoe langer hoe meer worden producten vervaardigd die minder duurzaam zijn. De huidige producten van Werken gaan minder lang mee dan vroeger. Dit is een kritiek van Hannah Arendt op onze Westerse consumptie- en verspillingscultuur.

De producten van Werken zijn dus ook nuttig. De producten van Arbeiden daarentegen zijn noodzakelijk. Met ander woorden, wij hebben die nodig om te leven. De producten van Werken richten de wereld in, hebben nut en voegen efficiëntie toe.

Handelen

Handelen ziet Hannah Arendt als de ‘hoogste’ activiteit, omdat die zin geeft aan het leven. Haar ‘pyramide’ kan je dus zien, van beneden naar boven: Arbeid (nodig), Werken (nuttig) en Handelen (zinvol). Handelen is een activiteit die zich typisch onder mensen afspeelt. Uiteraard kan men samen met anderen Werken en het accent ligt bij Werken op het product dat vervaardigd wordt. Bij Handelen ligt de focus op de intermenselijke relatie. Handelen zorgt voor een heel andere dimensie. Handelingen stichten intermenselijke verhoudingen. De omgang tussen mensen is een eigensoortige activiteit en Hannah Arendt gebruikt daarvoor het begrip Handelen.

Gezien vanuit haar invulling van het begrip politiek resulteren Arbeiden en Werken binnen de economie. Die brengen inderdaad de economische wereld tot stand. Handelen creëert een wereld van ethiek en politiek. Voor haar is de wereld van de politiek afgescheiden van de economische wereld. De wereld van de politiek en ethiek is voor haar een aparte en ‘hogere’ wereld.

Hannah Arendt stelt ook dat Handelen activiteiten betreft die ondernomen worden in vrijheid. Er is geen dwang; elke dwang is uit den boze. Er is ook geen nut. Een voorbeeld: iemand graag zien heeft ideaal gezien geen nut en geeft wel zin aan je leven. En dat niet omdat het nuttig is. Wanneer je iemand graag ziet omdat het nuttig is – de vrouw/man is rijk of kan je flink vooruithelpen in jouw carrière – dan zou het wel goed kunnen dat die liefdesrelatie een kort leven beschoren is. Liefde onttrekt zich aan het nuttige; bij liefde staat de zin in het brandpunt. Een liefdesrelatie geeft zin aan het leven of ontneemt zin aan dat leven wanneer ze mislukt of eindigt. Liefde is een handeling, je moet er iets voor doen. Een liefdesbreuk creëert zinloosheid. Dit geeft aan dat de zin van handelingen nooit gegarandeerd is. Dit is een van de grote moeilijkheden waarmee de activiteit Handelen te maken heeft. Met name, dat de zin nooit gegarandeerd is, nooit vaststaat. Omdat zin altijd de inzet is van een waagstuk hebben we de neiging om daarvan weg te lopen en te kiezen voor Arbeiden en Werken. Men verliest zich in Werken. Inderdaad, men kiest vooral voor Werken omdat de verwezenlijkingen van Werken blijven bestaan. Werken heeft nut en geeft ons zekerheid. Er is expertise mee gemoeid en daardoor zijn we zeker. In het geval van intermenselijke verhoudingen is er wel kennis. Die is evenwel niet doorslaggevend. Doorslaggevend is de relatie waarbij je je aan elkaar blootstelt, toont en zelf koppelt zonder zekerheid. Men geeft zich aan elkaar… idealiter ‘onvoorwaardelijk’. Intermenselijke verhoudingen gebeuren in vrijheid, stelt Hannah Arendt en ze geven of ontnemen zin aan het leven. 

Hannah Arendt maakte dus een scherp onderscheid tussen wat zinvol is (of kan zijn) en wat nuttig is. Wij vergeten dit onderscheid vaak en kiezen dan voor het nuttige wegens aanvaardbaarder en zekerder dan zinvol bezig zijn. Bij intermenselijke verhoudingen is het veel moeilijker om aan te wijzen wat er gebeurt en daarenboven is het resultaat nooit zeker. We weten wanneer we aan een intermenselijke relatie beginnen, we weten nooit waartoe die zal leiden. Het resultaat staat allesbehalve vast. 

Handelen is vaak ook geven; we geven allerhande dingen aan elkaar. Bij intermenselijke relaties worden zaken begonnen met een geschenk. Zaken worden ook zo bestendigd. We geven bovendien vaak iets specifieks dat niet tastbaar is. Iets dat moeilijk en typisch is voor en bij Handelen. Bijvoorbeeld: wat doen we exact wanneer we iemand vertrouwen geven, moed geven, hoop geven, tijd geven, … Intermenselijke relaties zijn van dit soort giften afhankelijk. Toch is het uiterst moeilijk ze exact te beschrijven of aan te tonen wat er precies gebeurt. 

Hannah Arendt zegt dat mensen in intermenselijke relaties tonen wie ze echt zijn. Bij Handelen tonen de mensen veel meer wie ze zijn dan bij Arbeiden en zelfs Werken.

In handelen en spreken laten mensen zien wie ze zijn. Onthullen ze daadwerkelijk hun unieke persoonlijke zelf.  (Arendt, 2011, p. 164).

Ik breng daarbij graag volgende nuance aan. Volgens mij hangt een en ander sterk af van de kwaliteit van het handelen en spreken. Onder meer van de authenticiteit binnen de interactie. “Interageer je vanuit hun Creatieve, Originele Zelf of vanuit jouw gecreëerde zelf?” is daarbij de hamvraag. Indien je Creatieve wisselwerking van binnenuit ten volle beleeft, onthul je in de dialoog jouw Originele Zelf. Is het enkel een gesprek (en dus geen dialoog), dan onthul je jouw gecreëerde zelf. Hannah Arendt heeft het bij het rechte eind, beiden, de Origineleen de gecreëerde, zijn uniek en persoonlijk.

Handelen en spreken gaan bij Hannah Arendt samen. Handelen wordt vaak geleid door woorden, gesproken of geschreven. Vele bewoordingen voltrekken een handeling: zweren, iemand groeten, iemand verwelkomen, iemand troosten, … Men noemt die in de Angelsaksische filosofie taaldaden (‘speech acts’).  Een vredesverdrag sluiten volstrekt zich in gesproken en geschreven woord, een huwelijk wordt voltrokken door een krachtig JA! Het woord geeft de handeling als het ware gestalte. Dialogeren is Handelen.

Het laatste deel van de Menselijke Conditie is een kritiek op de Westerse cultuur. Daarin laat Hannah Arendt zien dat wij hoe langer hoe meer Handelen ontvluchten en kiezen voor Arbeiden en Werken. Vooral omdat we met Werken tot zoveel in staat zijn. Het probleem bij Handelen, in tegenstelling tot bij Werken, is dat je weet met wat je begint, maar niet met wat je eindigt. Dit is ook zo met het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingen mede daardoor draagt Handelen mijn voorkeur weg, boven het Arbeiden en Werken. Dat ik twee linkse handen heb, zal ook wel iets met mijn keuze te maken hebben. Bij Handelen door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking ga ik een engagement aan waarbij de uitkomst niet (en eigenlijk verre van) op voorhand vastligt. Het engagement dient stevig te zijn en het resultaat kan alle kanten uitgaan. Vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces maakt dat ik voor Creatieve wisselwerking kies. Het resultaat laat zich niet dwingen, het creatief wisselwerkingsproces kan ik niet sturen of manipuleren naar een vooraf bepaald resultaat. Wel weet ik uit decennia ervaring dat het de onderlinge relatie verstevigd.

Volgens Hannah Arendt zijn we binnen politiek ook vergeten dat politiek gaat over handelen en spreken, dus over menselijke verhoudingen en niet alleen over economie. Het gaat over met elkaar dialogeren, waarbij de dialoog alleen al iets verwezenlijkt. De dialoog brengt iets teweeg! Niet steeds een tastbaar resultaat en wel altijd een verbeterde menselijke relatie. De wereldproblemen zijn niet opgelost en de relatie is verstevigd. Bovendien kom je door dialoog meestal tot een vernieuwd inzicht. Om van inzicht naar oplossing te gaan, dient er steeds actie te volgen, een andere vorm van Handelen.

Hannah Arendt waarschuwt dus voor het vervangen van de zin van Handelen door het nut van Werken. Dat we het zinvolle vervangen door het nuttige. Het is inderdaad zo dat we vaak Handelen vervangen door Werken en zelfs soms door Arbeiden. We zijn verworden tot een consumptiemaatschappij. Zelden is een woord zo accuraat geweest. Wij zijn een cultuur die inderdaad alles ‘consumeert’. Een cultuur waarin zaken worden afgewezen zonder dat ze ten volle begrepen worden. Een cultuur waarin het gekleurd bewustzijn de plak zwaait en het consumptiegedrag alles verteert. De wereld wordt opgesoupeerd door plat consumptiegedrag. Hannah Arendt roept ons op om te blijven Handelen en ook om politiek te begrijpen als een vorm van Handelen.

Vergeven

Handelen, we zagen het al, is vaak een vorm van geven. De vorm van geven bij uitstek is Vergeven. Het is één van de wonderlijke dingen bij Hannah Arendt dat ze binnen haar politieke theorie een hoofdstuk inlast over Vergeven, in de betekenis van vergiffenis schenken. Dit heeft uiteraard veel te maken met de feitelijkheiden waarop haar boek steunt, met name het verschrikkelijk kwaad dat er door Nazi Duitsland werd gepleegd in de jaren 1939-1945. Het blijft, niettegenstaande dat, toch opmerkelijk dat de filosoof binnen haar politieke theorie vergeving ter sprake brengt.

Vergeven is in alle talen een vorm van geven. Pardonner, in het Frans, To forgive en To pardon in het Engels en in het Duits Vergeben naast Verzeihen. Maar wat wordt er gegeven bij Vergeven. Vergiffenis natuurlijk, maar wat betekent dat? Het betekent een tweede kans, een vrijheid en een toekomst. Diegene die vergeving krijgt wordt losgekoppeld van z’n daad. Volgens Hannah Arendt is Vergeven de band tussen dader en daad doorknippen. Let wel, vergeving begint met de erkenning dat kwaad is geschied. Vergeven en vergeten worden vaak gekoppeld en die hebben niets met elkaar te maken! Bij Hannah Arendt begint en eindigt Vergeven met de erkenning dat kwaad is geschied. Zonder die erkenning kan vergeven niet, want totaal zinloos. Bovendien wordt die erkenning nooit opgegeven. Anders gesteld, vergeving vergeeft niet de daad, het vergeeft de dader in het volle bewustzijn dat wat zij of hij gedaan heeft verwerpelijk is en blijft. In de vergeving ben je bereid de band tussen dader en daad door te knippen. 

In veel talen bestaan gezegdes die het tegenovergesteld propageren: eens een dief, altijd een dief; eens een leugenaar, altijd een leugenaar; eens een verkrachter, altijd een verkrachter … Voor Hannah Arendt zijn dat verschrikkelijke uitspraken omdat deze iemand vastpinnen op één daad. Hannah vindt deze uitspraken zelfs misdadig. Mensen plegen duizenden daden en dan wordt er een, toegegeven een verwerpelijke, er uitgepikt om de dader eraan vast te pinnen. Je hebt een moord gepleegd en voor de rest van je leven ben je niets meer dan die moord. 

Voor Hannah Arendt is vergiffenis schenken de band tussen de moord en de moordenaar door knippen, waarbij ervan uitgegaan wordt dat de dader zijn afschuwelijke daad erkent en bereid is ervoor gestraft te worden. Met andere woorden, vergeving en straf sluiten elkaar niet uit, integendeel, vergeving volgt op straf. Door beiden wordt de dader bevrijdt van de daad. Merkwaardig genoeg maakt ook het slachtoffer, of de nabestaanden in geval van moord, zich vrij! Indien het slachtoffer bekwaam is de band tussen slachtoffer, daad en dader te kunnen doorknoppen, bevrijdt die zichzelf als slachtoffer. De slachtofferrol is vaak die rol waardoor men zich vastgeketend heeft aan de dader. De uitspraak “Ik kan haar of hem nooit vergeven” ketent je vast aan de dader en snijd je af van een nieuwe toekomst. 

Hannah Arendt is het overigens oneens met de uitspraak: “Gedane zaken nemen geen keer.” Gedane zaken nemen, tot op een zekere hoogte, wel een keer. Uiteraard wordt in geval van moord het slachtoffer door de vergeving niet terug levend. Wat er wel keert is de manier waarop het gepleegde kwaad doorwerkt in het heden en de toekomst. Heden en toekomst zijn niet langer gedetermineerd door het kwaad dat geschied is in het verleden. Er wordt als het ware een bres geslagen in de continue stroom van de tijd. Er wordt geknipt, waardoor er een wijziging komt in de stroom van de gebeurtenissen in de tijd. Voorbeelden daarvan zijn de inspanningen van Nelson Mandela en Desmond Tutu om na het apartheidsregime er direct mee in het reine te komen via de waarheids- en verzoeningscommissie. Eerder dan de vlucht vooruit te nemen keken zij het zware verleden in de ogen en was het doel zich van het verleden te bevrijden in de naam van de toekomst. 

Vergeving is dus bij Hannah Arendt belangrijk. Edoch, ook het onvergefelijke bestaat in haar filosofie en dat is de Shoah. Omdat die nooit had mogen plaats vinden kunnen we er nooit mee in het reine komen, daardoor is Vergeven niet mogelijk. Tijdens haar verslag van het proces van Eichmann had ze het over de ‘banaliteit van het kwaad’. Banaliteit omdat niemand de verantwoordelijkheid opneemt. Daardoor ook is vergeving onmogelijk. Vergeven is, zoals we reeds zagen, enkel mogelijk indien de misdaad erkent wordt. Adolf Eichmann stak zich weg achter bureaucratische regels en erkende nooit zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Daarom vond Hannah Arendt zijn doodstraf aanvaardbaar. Nogmaals, enkel de dader kan vergeven worden, nooit de daad zelf. Indien de dader geen verantwoordelijkheid opneemt voor zijn daden, kan hij nooit vergeven worden.

Enkel wanneer mensen elkaar wederzijds en altijd opnieuw vrijspreken van wat ze doen, kunnen ze vrij blijven handelen; enkel wanneer ze altijd opnieuw bereid zijn om op hun stappen terug te keren en opnieuw te beginnen, kan hun een zo grote macht van iets nieuws beginnen worden toevertrouwd. (Arendt, 1958, p. 222)

Creatieve wisselwerking en Heidegger & Arendt

Ik zou, kort door de bocht, de essentie van Heidegger en Arendt kunnen samenvatten in één zin: “Door herboren te worden stellen wij het sterven uit.” Die zin is uiteraard gebaseerd op de opdrachten die Heidegger en Arendt mij (en niet alleen mij) gaven. Niet alleen dien ik in het reine te komen met mijn (nu steeds nakender) dood; dien ik mijn eindigheid te respecteren. Ik dien ook quasi continu herboren te worden. Dit alles heb ik gaandeweg bereikt door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Toegegeven, met veel vallen en evenveel opstaan.

Door de filosofie van het tegenproces, de Vicieuze Cirkel, leerde ik dat ik losgeslagen was van m’n Intrinsieke Waarde en dus van m’n Originele Zelf. Ik begreep ook dat ik, door het van binnenuit beleven van het levensproces Creatieve wisselwerking, mijn gecreëerde zelf kon transformeren en doen evolueren in de richting van m’n Originele Zelf.

Het werd mij in de loop van m’n leven hoe langer hoe duidelijker dat ik, door het beleven van Creatieve wisselwerking m’n eigen stervensproces uitstelde. Dit eerst op lichamelijk niveau. Door te begrijpen dat roken nefast was voor mijn gezondheid, stopte ik met roken. Toen mijn diabetes type 2 dreigde te transformeren in diabetes type 1 startte ik m’n dagelijkse wandelingen in de Lembeekse bossen en at en leefde ik gezonder. Het begrijpen wat er echt aan de hand is, dient gevolgd te worden door Handelen. Daardoor kon de neerwaartse trend in de gezondheidscurve afgeremd worden. 

Hetzelfde gaat op voor het geestelijk niveau. Ook daar zorgde Creatieve wisselwerking ervoor dat ik tijdig mijn mindset transformeerde en daardoor mijn gecreëerde zelf. Wie ik werkelijk ben noem ik mijn Originele Zelf. Het is het zelf waarmee ik geboren ben en het raamwerk waaraan de ervaringen van mijn leven opgehangen worden. Deze ervaringen leiden echter ook tot het gecreëerde zelf. Dit gecreëerde zelf wordt soms ook het ego of geconstrueerde zelf genoemd, omdat het is opgebouwd uit het denken en gedrag dat gekneed en bekrachtigd wordt door familie, cultuur en maatschappij. 

Let op, ik ben geen gespleten persoonlijkheid, ik ben eigenlijk beide: het Originele en het gecreëerde zelf. Ik ben daarin niet alleen. Meer nog, ieder van ons heeft een mix van originele en gecreëerde kwaliteiten. Dat beide naast en in elkaar bestaan is geen probleem zolang de Intrinsieke Waarde niet ingeruild, volledig overschaduwd wordt door de Extrinsieke waarde. Deze laatste moet immers continu verworven, verdiend en bekrachtigd worden in de menselijke omgang en dit leidt tot ongezonde stress. Daarbij wordt de Intrinsieke Waarde ingeruild voor de conditionele waarde (“je bent waardevol indien”), die door de omgeving wordt gedefinieerd. Doordat ik niet altijd kon voldoen aan de condities opgelegd door de omgeving, kwam ik af en toe in stresssituaties terecht (door m’n eigen Vicieuze Cirkel cycli). 

De Intrinsieke Waarde veronderstelt gelijkheid. De conditionele waarde vooronderstelt bijna altijd ongelijkheid: i.e. wie is slimmer, competenter, heeft de meeste macht, de hoogste positie …? Het onderscheid tussen beide waarden onderkennen helpt om het ogenblik te identificeren waarbij jouw gedrag verandert van een ‘op het creatief wisselwerkingsproces’ gebaseerd gedrag in een ‘op de Vicieuze Cirkel’ gebaseerd gedrag. Zich bewust worden van die verschuiving is een hele uitdaging. Deze verschuiving doet zich voor als we onze Intrinsieke Waarde uit het oog verliezen en kiezen voor een conditionele waarde, die afhankelijk is van anderen, de situatie en de omstandigheden van het ogenblik. 

Herboren worden is inzicht krijgen dat de ‘oude’, gecreëerde ik getransformeerd dient te worden. Steeds zal dit inzicht gevolgd dienen te worden door handelen zodat de gecreëerde zelf op een ‘hoger’ peil wordt getild. Anders gesteld, het nieuwe inzicht dient in het gecreëerde zelf te worden geïntegreerd waardoor het gecreëerde zelf evolueert in de richting van het Originele Zelf. Het bekomen van een nieuw inzicht staat gelijk aan leren en wat werd geleerd dient ook vastgehouden te worden. Het inzicht is een doorbraak en ik gebruik hierbij vaak een metafoor uit het tennisspel. Het is niet omdat een speler een ‘break’ forceert dat zij of hij die steeds vasthoudt. De tegenspeler kan namelijk direct de ‘break’ ongedaan maken. In het geval van Creatieve wisselwerking is de tegenspeler het tegenwerkend proces dat ik de Vicieuze Cirkel noem. 

Hoe die twee processen, Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel op elkaar inwerken geeft volgende metafoor van de in elkaar grijpende raderen weer:

________________________________

Bibliografie

Arendt, H. (2011). De Menselijke conditie. Amsterdam: Boom. (2de druk)

Arendt, H. (2017). The Origins of Totalitarianism. London: Penguin Books.

Arendt, H. (2018). The Human Condition. Chicago: The University of Chicago Press (2nd edition – original 1958)

De Schutter, D. (2021, 15 februari). Arendt in Essentie. Mechelen: Hannah Arendt Instituut [Video-bestand]. Geraadpleegd op 5 mei 2021, van https://vimeo.com/510217313

Heidegger, M. (2005). Zein und Zeit. Tübingen: Max Niemeyer Verlag (19de druk).

Maslow, A. H. (1943). A theory of human motivation. Psychological Review, 50(4), 370–396. https://doi.org/10.1037/h0054346

Wieman, H. N. (1958). Man’s Ultimate Commitment, Carbondale: Southern Illinois University Press. Reprint (1990) Lanham: University Press of America

IDENTITEIT, ZOALS GEDEFINIEERD BINNEN DE FILOSOFIE, EN CREATIEVE WISSELWERKING

Inleiding

De studie over etnische en raciale identiteit wekt recent veel interesse vanuit verschillende sociale disciplines, zoals de antropologie, de psychologie, de sociologie, de politieke wetenschappen en de filosofie. Een van de moeilijkheden bij het bestuderen van identiteit is dat die verschillend gedefinieerd en geconceptualiseerd wordt door zowel de diverse sociale wetenschappen als de individuele onderzoekers. In het algemeen kunnen we zeggen dat sociologen en antropologen vooral op de sociale dimensies van etnische identiteit focussen. De meeste schrijvers over identiteit zijn echter psychologen De psychologen hebben de neiging om vooral naar de persoonlijke en emotionele betekenis in de ontwikkeling van identiteit te kijken, uitzondering is te maken voor de psychologen in de richting Sociale psychologie. Binnen de filosofie gaat identiteit vooral over de Ander of meer bepaald over de relatie met de Ander. Filosofen, zoals Bleri Lleshi Gjopalaj, definiëren identiteit als hoe men zichzelf voorstelt en definieert in relatie tot de ander[i].

Bleri hanteert daarbij de definitie van Bikhu Parekh: 

Identity basically refers to how one identifies and defines oneself in relation to others. It is a way of announcing to the world and affirming to oneself who one is and how one positions oneself in the relevant area of life.
(Wetherell, Laflèche & Berkeley, 2007: 132) 

Identiteit refereert aan hoe men zichzelf identificeert en definieert in relatie tot de ander. Het is een manier om zich aan de wereld bekend te maken en zo te bevestigen wie men is en hoe men zich positioneert in bepaalde relevante gebieden van het leven.

Dit is een duidelijk zich identificeren naar buiten toe, dat kan de Ander zijn en evengoed ook een situatie of plek. Voor Bleri Lleshi is het essentiële deel van identiteit een strikt individuele component van ons zijn edoch dat is niet alles. Identiteit heeft voor hem steeds te maken met hoe wij ons identificeren en definiëren in relatie tot de Ander.

Identiteiten zijn dynamisch, dus geen vast gegeven en nergens aan vastgehaakt en daardoor altijd in beweging. Dat ‘in beweging’ zijn van de identiteit heeft niet zo zeer met fysische beweging te maken dan wel met transformatie. Men is in het kader van identiteit vooral tussen de twee oren in beweging. Reflecteren is niet zozeer actieve beweging en toch is het een dynamisch gebeuren dat de identiteit transformeert.

Dit heb ik zelf ervaren want ik ben van wat men een ‘zekere’ leeftijd noemt. Men kan mij dus ook zien als een ervaringsdeskundige op gebied van dynamische identiteit. Kortom, het leven zelf is dynamisch en zorgt ervoor dat de identiteit van de persoon dat ook is. Dat is het ‘voordeel’ van ouderen. Ze hebben alle vele levensfases doorlopen en weten uit ervaring dat hun identiteit dynamisch is.

Identiteit is een proces

Identiteit is altijd in beweging en is nooit een absoluut bereikt feit. Daardoor is voor mij identiteit een proces, meer nog identiteit wordt gevormd door het creatief wisselwerkingsproces. 

Aan mij om deze boude uitspraak in deze column te bewijzen.

Voor een beschrijving van het creatief wisselwerkingsproces verwijs ik graag naar eerdere columns[ii] en naar mijn boek ‘Cruciale dialogen’[iii].

Het kader waarin ik mijn uitspraak plaats is dat van de Sociaal Werker. Het gereedschap bij uitstek van de Sociaal Werker is de dialoog. En dat in de eerste plaats om de Ander te begrijpen. 

Met het voeren van een correct gesprek hebben de meesten in de huidige maatschappij het erg moeilijk. Een echt gesprek impliceert namelijk goed luisteren. De meesten onder ons zijn goed opgeleid om te debatteren of te discussiëren, niet om een goed gesprek te kunnen voeren. We willen gelijk halen en tijdens het gesprek luisteren we vooral naar de ander, niet om haar of hem te begrijpen, maar om haar of zijn argumenten onderuit te halen. En van zodra de ander is uitgesproken gaan we in de ‘tegenaanval’. Bovendien lijkt tijd maken om echt te luisteren tegenwoordig problematisch. Ik vind het daarom uitstekend dat een kwart van de te verdienen punten aan het eerste jaar van de PBA Sociaal Werk aan de UCLL te Leuven toegekend zijn aan het vak Praktijk en Communicatie[iv].

Identiteit transformeert zich gedurende de dialoog met de Ander

Iedereen is uniek. Een neveneffect daarvan is dat er, binnen het kader van Sociaal Werk, meestal fundamentele verschillen zijn tussen de gesprekspartners. Die verschillen (in inzichten, persoonlijkheid, …) zorgen ervoor dat het gesprek bijna per definitie moeilijk verloopt. Daardoor is het voor een Sociaal Werker van uitzonderlijk belang goede gesprekken te hebben. Een goed gesprek is, niet meer en niet minder, een dialoog. En bij moeilijke gesprekken zelfs een Cruciale dialoog en die verloopt het best volgens het Cruciale Dialoogmodel gebaseerd op Creatieve wisselwerking

De dialoog

Een gesprek kan wellicht het eenvoudigst aangeduid worden als “het beïnvloeden van en het beïnvloed worden door de ander”. De vorm van tweegesprek aangewezen voor elke Sociaal Werker is de dialoog.  Let wel, de dialoog is een van de vijf volgende mogelijkheden:

De monoloog: Twee types: 

  1. Ik geef en de ander ontvangt niet. Ik geef, maar hou geen rekening met het feit of de ander al dan niet wil ontvangen; 
  2. De ander geeft maar ik ontvang niet want ik ben op dat ogenblik niet in staat of bereid dat te doen.

Het debat: Twee types:

  1. Ik geef en de ander ontvangt. De ander is echter niet in staat of bereid iets terug te geven;
  2. Ik ontvang en de ander geeft. Ik ben op dat ogenblik niet in staat of bereid iets terug te geven.

De discussie: Ik geef en de ander geeft. We zijn echter geen van beiden bereid of in staat om te ontvangen. Ons “geven” komt in het midden samen en leidt vaak tot spanning of, anderzijds, tot leegte.

Het beleefd gesprek:  Ik geef en de ander geeft én we zijn beiden bereid om te ontvangen, doch wat we ontvangen laten we niet diep in ons doordringen; het krijgt geen kans ons werkelijk te veranderen.

De dialoog: Ik en de ander geven én ontvangen op een zeer open manier waarbij we ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander. Daarbij zijn we bereid om te veranderen, om onze visie aan te passen, om ons oordeel om te vormen. 

Het is bewezen dat niet-effectieve tweegesprekken de sfeer, de motivatie en de productiviteit negatief kunnen beïnvloeden. Willen wij de motivatie, productiviteit en creativiteit positief beïnvloeden dan is het van essentieel belang dat cruciale dialogen efficiënt gevoerd worden.

Hoewel bovenstaande is geschreven vanuit het oogpunt van een tweegesprek, stellen wij hier duidelijk dat wij ook kunnen dialogeren in groep en zelfs een dialoog kunnen voeren met onszelf. Om dit ten volle te begrijpen, grijpen wij terug naar de betekenis van het begrip dialoog. Het woord dialoog komt uit het Grieks: dia-logos, waarbij dia “doorheen” betekent en logos “woorden, beelden”. Dialoog wordt door P. Senge kernachtig “stroom van betekenis”[v] genoemd. Stroom van betekenis in de beelden en woorden doorheen de deelnemers dus. Bij een dialoog steekt niemand er bovenuit, niemand heeft de ‘macht’, de gesprekspartners staan, althans binnen de dialoog, ‘op gelijke hoogte’.

Rest ons nog het begrip Cruciale dialoog te duiden. Die heeft volgende kenmerken[vi]:

  • Er is een probleem (i.e. een belangrijk verschil tussen de ‘werkelijke’ situatie en de ‘gewenste’ situatie); 
  • De inzichten verschillen merkelijk; 
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Dialoog met de Ander

Samenleven met de Ander in een gediversifieerde maatschappij is een uitdaging voor alle leden van die samenleving. Het is een belangrijk vertrekpunt waarmee de leden van de samenleving akkoord moeten gaan, zodat ze hun verantwoordelijkheid niet op elkaar afschuiven, maar vooral opnemen. 

Een eerste stap naar het dragen van die verantwoordelijkheid is het open staan voor dialoog met de Ander. De Ander maakt immers deel uit van dezelfde samenleving en het is via dialoog dat men te weten kan komen wie de Ander werkelijk is. Wij maken die samenleving met z’n allen. 

Aangezien wij constant veranderen, verandert de samenleving met ons mee. Men dient zich van dit feit bewust te worden en niet langer pleiten voor het bewaren en het afschermen van de zogenaamde goede, oude samenleving waar geen plaats is voor de Ander die anders is. Leden die hun samenleving zogezegd afschermen door structuren uit te vinden en normen en waarden uit te stippelen, zijn zelf de Ander in hun eigen samenleving. Daarom dienen we te pleiten voor een samenleving waarin we de Ander ontmoeten en dus een samenleving die open staat voor de Ander, want open staan voor de Ander betekent tegelijk open staan voor zichzelf en de veranderingen die we samen als deel van een maatschappij ondergaan.

Daarbij dienen we het werkwoord ‘ontmoeten’ te splitsen in ‘ont – moeten’. Dat is onvoorwaardelijk werken: niets moet en alles mag. Relaties opbouwen steunt op ‘openheid’ en ‘vertrouwen’. Dit tweespan is cruciaal bij ‘authentieke interactie’. Men kan namelijk niet ‘authentiek’ zijn als men niet open is, en men kan niet authentiek en open zijn wanneer men elkaar niet vertrouwt. Niet toevallig zijn openheid en vertrouwen de basisvoorwaarden voor Authentieke Interactie zoals volgende figuur, het eerste kwadrant van het Cruciale Dialoogmodel, aangeeft:

Gedurende deze fase komen de feiten, waarnemingen en objectieve gegevens van ‘waar we staan’ aan bod. Deze dienen geobserveerd te worden met het helder bewustzijn. Dit impliceert dat de sociaal werker kennis heeft van de twee soorten bewustzijn die cruciaal zijn bij dialogen met hun cliënten; met name het helder en het gekleurd bewustzijn. Voor het onderscheid tussen het helder en gekleurd bewustzijn verwijzen we naar de reeds eerder vermelde column[vii].

De eerste fase van het Cruciale dialoogmodel heb ik de naam Communicatie meegegeven en omvat de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsprocesAuthentieke Interactie. Naast de twee basiscondities omvat deze fase ook vier vaardigheden die in wisselwerking zijn met de basisvaardigheden. Het doel van deze fase is het correct begrijpen van de Ander en daarbij zijn de vaardigheden de hulpmiddelen daartoe. De eerste vaardigheid ‘Kernvraag’, duidt op het helderstellen van de vraag of het onderwerp van de dialoog. De tweede vaardigheid noemt ‘Bepleiten en Bevragen’ en het is raadzaam om die twee elementen gedurende de dialoog ‘om te draaien’. Hier mee bedoel ik dat het aan te raden is eerst de Ander te bevragen, dus te vragen naar zijn observatie van de werkelijkheid, vooraleer te pleiten voor jouw visie. In deze communicatiefase is het van belang dat de twee volgende vaardigheden “Non-verbale communicatie’ en ‘Bevestigend Parafraseren’ ten volle aan bod komen. Men heeft inderdaad de Ander maar ten volle begrepen wanneer men diens standpunt kan parafraseren en dat de Ander die parafrase bevestigt.

De dialoog stopt niet bij het begrijpen van de Ander, men dient ook waarderen wat men van de Ander begrepen heeft. Dit gebeurt in de tweede fase van het Cruciale dialoogmodel, Appreciatie. 

Om een situatie waarderend te kunnen begrijpen kleurt men de ‘heldere’ waarheid in met het gekleurd bewustzijn. De perceptie is niet anders dan de interpretatie van de sensatie. De interpretatie gebeurt met wat ik het gekleurd bewustzijn noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril. 

De twee deelnemers aan de cruciale dialoog: de sociaal werker en de Ander hebben elk hun eigen gekleurde bril op hun neus staan en zien dus de werkelijkheid per definitie verschillend. Om uit de impasse te geraken, want niemand heeft heus de waarheid in pacht, dienen in deze fase de twee basiscondities Nieuwsgierigheid enKunnen omgaan met onzekerheid (ambiguïteit) ten volle aanwezig te zijn. 

In een dialoog staat de Ander centraal. Daarbij zijn niet de overeenkomsten, noch het hertalen van de standpunten van de ander in ons eigen denkkader, noch identiek trachten te zijn als de Ander, belangrijk. Van groot belang zijn de verschillen; die zijn essentieel binnen de cruciale dialoog. De cruciale dialoog verwerpt assimilatie- en immersiemethodes als benaderingen om met verschillen in diversiteit om te gaan. Om de verschillen te kennen moet men eerst en vooral in dialoog treden. In dialoog treden met de ander is echt luisteren en verwerken wat de ander aan ons communiceert; het is niet louter een uitwisseling van ideeën. Wat vooral van belang is in de dialoog is hoe we in het gesprek met de ander onze eigen initiële veronderstellingen en opvattingen kunnen transformeren en overstijgen. De dialoog is wederzijds: mijn visie wordt aan de standpunten van de Ander blootgesteld, terwijl het perspectief van de ander ook aan mijn visie blootgesteld is. De verschillende mindsets (denkkaders, persoonlijke paradigma’s) kunnen door de dialoog ten goede (verrijkend en verdiepend) getransformeerd worden. De succesvolle dialoog heeft als de ware transformerende macht. Gezien de Cruciale dialoog gebaseerd is op het creatief wisselwerkingsproces, is hiermee aangetoond dat Creatieve wisselwerking de mindset transformeert. Wanneer de mindset transformeert, transformeert de manier om zich aan de wereld te bevestigen wie men is en hoe men zich positioneert in bepaalde relevante gebieden van het leven en is dus de identiteit getransformeerd. Quad erat demonstrandum.

Nog meer over het in dialoog treden met de Ander

Gadamer ging er van uit dat de Ander gelijk heeft[viii] en dat is nu juist wat de conditie kunnen omgaan met onzekerheid betekent. De andere conditie, nieuwsgierigheid, helpt dan te onderzoeken hoe het komt dat de Ander een totaal andere mening over de werkelijkheid heeft dan dat men zelf heeft. Daarbij gaat men ervan uit dat het goed zou kunnen dat de ander het aan het rechte eind heeft. Anders gesteld, men zet het eigen denkkader, met diens gebeitelde mening, even ‘on hold’ en beleeft het adagium ‘Ik heb de waarheid niet in pacht’ ten volle van binnenuit. Ieder heeft zijn eigen ‘waarheid’ en dat is per definitie niet ‘de’ waarheid.

Door de Ander waarderend te begrijpen leren we het anders-zijn van de Ander te erkennen en onszelf in vraag te stellen. Dat wil niet zeggen dat we alles wat de ander zegt en wil, blindelings moeten volgen. De wil om te luisteren en te erkennen wat de ander zegt is het vertrekpunt. Daarna volgt de versmelting van de meningen tot een Gedeelde Mening. We hebben beide de waarheid niet in pacht en delen wel onze waarheid met elkaar, wat het mogelijk maakt een gezamenlijke waarheid te creëren die dichter komt bij ‘de waarheid’.

Hierbij zijn volgende gesloten vragen van Peter M. Senge veelbetekenend: 

Do we hear with our ears? Do we see with our eyes? Or do we see and hear with our distinctions?[ix]

Uit het antwoord volgt dat de kwaliteit van het Waarderend Begrijpen recht evenredig is met de kwaliteit van de distincties die men waarneemt. En gezien we verschillend zijn, hebben we verschillende ‘distincties’ en zien we de werkelijkheid verschillend. Wat krachtig is aan de dialoog is dat wel elkaar onze persoonlijke distincties kunnen aanleren, zo horen en zien we meer van de werkelijkheid. Zo leerde ik klassieke muziek appreciëren door Leonard Bernstein[x] die mij zijn distincties meegaf. Ik hield al van z’n West Side Story en met z’n Young People’s Concerts, leerde de charismatische dirigent van de New York Philharmonic mij op z’n bevattelijke en aanstekelijke manier klassieke muziek waarderen. 

In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik misschien wel geen enkele waarheid in pacht heb, mijn ‘waarheden’ veranderden namelijk dikwijls gedurende mijn leven. Het enige dat ik bezit is een stelsel van overtuigingen dat continu in ontwikkeling is en verandert, idealiter – naar ik hopen mag – ten goede. 

Wat ik u nu met deze column aanbied is niet de waarheid. Ik bied u mogelijkheden aan. Weliswaar zijn deze mogelijkheden, in mijn perceptie met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste die er te vinden zijn. Het is echter aan u om die mogelijkheden tot de uwe te maken die het best bij u passen. 

Wij hebben elk onze eigen waarheid, wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren, een reservoir van Vedeelde mening. Dit komt neer op de verschillende meningen met elkaar vermengen tot een inhoud die voor eenieder aanvaardbaar is. Ten einde een Gedeelde Mening te creëren dient elkeen wat zij of hij heeft waargenomen, in vraag durven stellen. Deze invraagstelling van de denkkaders gebeurt op een integere manier, men schetst eerlijk hoe men de gegevens, de boodschap waardeert en staat open voor de waardering ervan door de ander. 

Dit zeer belangrijk onderdeel van de dialoog kan als volgt weergegeven worden:

Bij het waarderen van elkaars meningen worden een viertal vaardigheden ingezet: 

  1. Nederig vragen;
  2. Het vinden van de ‘plus’ achter de ‘min’;
  3. Integreren van verschillende inzichten;
  4. Invraagstelling van Mentale modellen.

Voor de bespreking van die vier vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek (Roels, J. 2012

Dat mensen dezelfde werkelijkheid op een verschillende manier zien komt volgens Peter Senge, zoals we hierboven zagen, omdat mensen verschillende distincties hebben. Mensen zijn gelukkig verschillend en die diversiteit maakt creativiteit mogelijk. Het vormen van een Gedeelde Mening is een wezenlijk onderdeel van de dialoog. De Griekse oorsprong van het woord Dia-logos betekent “doorheen mening”. Dus betekent dialoog eigenlijk het creëren van mening door(heen) de deelnemers aan de dialoog. Dit impliceert het elkaar ten volle waarderend begrijpen. 

Nogmaals, een dialoog is verre van een discussie! De Griekse oorsprong van het woord discussie betekent fragmenteren. Je vindt dezelfde ‘roots’ in de woorden contusie (kneuzing) en percussie (slagwerk). Wat we doen bij een discussie is elkaar trachten overtuigen met ‘slaande’ argumenten. Daardoor worden dingen stuk geslagen. Beide gesprekpartners nemen een verschillend standpunt in dat ze met slagkracht verdedigen. Bij een dialoog streven we naar een Gedeelde Mening. Deze wordt op een ‘synergetische’ wijze gecreëerd uit beide standpunten. Daardoor bouwen we beiden aan een groter geheel en zien we meer van de werkelijkheid. We bouwen aan een gedeelde visie: het beeld in mijn hoofd is hetzelfde als in jouw hoofd. Kortom het doel van deze fase is te komen tot een gedeelde visie van de werkelijkheid. 

Een korte typering van het begrip dialoog zou kunnen zijn dat het een uitstekend hulpmiddel is om een Gedeelde Mening te creëren over wat er werkelijk in het nu aan het gebeuren is. Gedurende een dialoog is het niet een kwestie van informeren of overtuigen. De intentie is de werkelijkheid waarderend te begrijpen. Dit is iets heel anders dan informeren of overtuigen. 

In de dialoog zijn er geen hiërarchische niveaus. In de dialoog is de relatie er een onder gelijken. Dit in te zien maakt het gemakkelijk om het oordeel op te schorten. Het geeft ook aan dat niemand de waarheid in pacht heeft. Wij creëren de waarheid door een dubbele lus. Door het aanleren en gebruiken van de Cruciale Dialoogvaardigheden worden dialogen op een hoger niveau getild en creëren we niet alleen een nieuwe persoonlijke identiteit, ook een nieuwe gezamenlijke cultuur.

Om tot een Gedeelde Mening te komen mogen we er niet vanuit gaan dat het zenden van een boodschap automatisch een gedeelde mening creëert. Wanneer we iets aan een ander meedelen, gaan we er te veel van uit dat de ander de boodschap begrijpt zoals we deze hebben bedoeld. We vergeten daarbij dat meningen door mensen gedragen worden, niet door woorden. Hetzelfde woord kan heel verschillende betekenissen hebben voor de deelnemers aan de dialoog. Ook de intentie van diegene die boodschap brengt is initieel van ondergeschikt belang. Het belangrijkste is wat diegene die de boodschap krijgt er van begrijpt. Hij moet als het ware de boodschap correct decoderen. Daarom laat hij de Ander eerst uitspreken. Valt deze dus niet in de rede. Terwijl de Ander spreekt luistert men en is men niet een tegenargument aan het zoeken, dit is een discussie gedrag. Echt luisteren wil niet zeggen dat men met wat de Ander zegt akkoord gaat. Zelfs Waarderend Begrijpen betekent niet dat men per sé akkoord is met wat de Ander zegt. Dit kan uiteraard wel, maar het is geen conditio sine qua non om waarderend te begrijpen. Waarderend Begrijpen vergt een open geest, en betekent dus niet akkoord gaan met alles wat de ander zegt. Je kunt perfect het standpunt van de ander begrijpen en waarderen waar het op is gebaseerd en toch het er niet volledig mee eens zijn. Maar je hebt de ander ten volle begrepen. Je hebt begrepen dat wanneer je in de Ander haar of zijn schoenen zou staan je denkelijk hetzelfde standpunt zou huldigen. 

De kracht van de vaardigheid ‘Integreren van de verschillen’ is dat uit de verschillende inzichten uiteindelijk een Gedeelde Mening wordt gevormd met betrekking tot de cruciale vraag of het probleem. Later zullen we zien dat dezelfde vaardigheid er ook voor zorgt dat er een Gedeelde Mening wordt gecreëerd inzake de mogelijke oplossing(en). 

In fase 2 van het Cruciaal Dialoogmodel start men met tezamen te denken. Door onze opinies met elkaar te delen, zonder angst om aangevallen te worden, kunnen we gezamenlijk die opinies naar waarde schatten, we denken gezamenlijk[xi]. Dit kunnen we niet als we onze opinies mordicus verdedigen. 

Door de creatie van de Gedeelde Mening hebben we elkaar volledig begrepen. Nogmaals, Gedeelde Mening wil niet zeggen dat iedereen in de Cruciale dialoog de zaken op dezelfde manier ziet. Gedeelde Mening betekent dat elkeen die betrokken is in de dialoog uiteindelijk dezelfde mening heeft betreffende de cruciale vraag. Gedeelde Mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen om deze als legitiem te kunnen aanvaarden in de context van het begrijpen en (later het) oplossen van het gesteld probleem. 

In een oprechte dialoog vinden de gesprekpartners elkaar en ontwikkelen ze samen een gemeenschap waarbij ze nader komen tot de Ander, omdat ze die Ander vinden in zichzelf én in de Ander. Het is niet meer ‘het een of het ander’, zelfs niet meer ‘het één en het ander’, het is ‘het één en het ander & verschillend van’, gezien beider identiteit, van de één en de Ander, is getransformeerd.


[i] Lleshi Gjonpalaj, B. (2020). Deze column is zwaar geïnspireerd door de les over Identiteit van docent Bleri Lleshi, zoals gegeven gedurende het academiejaar 2020-2021 aan de eerstejaars PBA Sociaal Werk van de UCLL in Leuven.

[ii] Roels, J. (2021). Sterk Sociaal Werk en Creatieve wisselwerking. Column geraadpleegd op 21.01.2021 via http://www.creativeinterchange.be/?p=1761

[iii] Roels, J. (2012). Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iv] Taveirne, K. (2020). Praktijk & Communicatie (B-UCLL-MBW26A). Geraadpleegd op 10-01-2021 via http://onderwijsaanbod.leuven.ucll.be/2020/syllabi/n/MBW26AN.htm

[v] Senge, P. in het voorwoord (pagina xvii) van Isaacs, W. (1999). Dialogue and the art of thinking together. A pioneering approach to communication in business and in life. New York: Doubleday.

[vi] Patterson, K., Grenny, J., McMillan, R., en Switzler A. (2002). Crucial Conversations, Tools for talking when stakes are high. New York, McGraw-Hill.

[vii] Roels, J. (2021). Sterk Sociaal Werk en Creatieve wisselwerking. op.cit.

[viii] Van Tongeren, P. (2014). Toen aan de 90-jarige Gadamer – aan het eind van een lang interview – gevraagd werd of hij zijn filosofische hermeneutiek in één zin zou kunnen samenvatten, antwoorde hij zonder aarzeling positief: “Het zou kunnen zijn dat de ander gelijk heeft.” Geraadpleegd op 16.01.2021 via https://deuilvanminerva.be/content/waarheid-en-methode-hoofdlijnen-van-een-filosofische-hermeneutiek   

[ix] Senge, P.M (1992). Key Note speech “A Crisis in Perception”. Boston: System Thinking in Action Conference.

[x] Bernstein, L. (2004) Young People’s Concerts on CBS (1958-1972) Volume I on DVD via http://www.kulturvideo.com/Leonard-Bernstein-Young-Peoples-Concerts-p/d1503.htm

[xi] Isaacs, W. (1999). Dialogue and the art of thinking together. op cit.

Sterk Sociaal Werk en Creatieve Wisselwerking[i]

Inleiding

Sterk Sociaal Werk was de titel van de Vlaamse sociaalwerkconferentie die op 24 mei 2018 georganiseerd werd in Brussel[ii]. Die conferentie kwam er naar aanleiding van de vaststelling dat de finaliteit van sociaal werk, namelijk het realiseren van sociale rechtvaardigheid, onder druk staat. De sociale onrechtvaardigheid is inderdaad de laatste vijfentwintig jaar gegroeid, onder ander als gevolg van de vele migratiegolven, de groeiende kloven, enerzijds tussen arm en rijk en anderzijds tussen laag en hooggeschoolden, en de negatieve neveneffecten van de globalisatie. Ook werden hoe langer hoe meer barrières, om sociale rechtvaardigheid te realiseren, gecreëerd die voornamelijk de meest kwetsbaren troffen en wentelt de overheid hoe langer hoe meer de zorg voor sociale rechtvaardigheid af op informele zorg, op vrijwilligerswerk en op de behoeftigen zelf, dit door neoliberale ‘stuiptrekkingen’[iii]. Diezelfde neoliberale reflex zorgt ook voor een sterkere focus op resultaatsindicatoren en de opkomst van commerciële spelers, onder meer in de woonzorg en de kinderopvang. Deze ontwikkelingen stellen sociaal werk voor belangrijke vraagstukken, vandaar de roep om een sterk sociaal werk.

In deze column wil ik aantonen dat sterk sociaal werk een grote behoefte heeft aan Creatieve wisselwerking

Vooreerst, wat bedoel ik met Creatieve wisselwerkingCreatieve wisselwerking is het natuurlijk transformatieproces waarmee we allen geboren zijn en dat duurzame verandering mogelijk maakt doordat het mensen en organisaties begeleidt bij :

1. Het ontdekken van feiten, waarnemingen en objectieve gegevens door Authentieke Interactie;

2. Het Waarderend Begrijpen van die, door de deelnemers aan het proces verschillend geïnterpreteerde, realiteit. Bij de toepassing van Creatieve wisselwerking drukt men, wanneer men van mening verschilt, zijn waarheid niet door. In plaats daarvan is men verwonderd en stelt men de leiderschapsvraag bij uitstek: “Hoe komt het dat wij dezelfde werkelijkheid zo verschillend zien?” en wordt er gezamenlijk een ‘Gedeelde Mening’ gezocht en gevonden;

3. Het Creatief Integreren van die diversiteit ten einde uit te deinen wat men weet, apprecieert, zich kan voorstellen en van binnenuit kan beheersen. Op z’n best zorgt het creatief wisselwerkingsproces ervoor dat synergetische oplossingen voor problemen gevonden worden en dat dynamische beslissingen worden genomen.

4. Het Transformerend uitvoeren, waarbij men de acties uitvoert die werden beslist. Het proces lost daarbij niet alleen het probleem op, het transformeert ook eenieder die eraan deelneemt.

Hierbij erken ik dankbaar het baanbrekend werk van dr. Henry Nelson Wieman voor zijn formulering van het creatief transformatieproces (o.m. in diens boek ‘Man’s Ultimate Commitment’[iv]), heerlijk hertaald door mijn vriend dr. Charles Leroy (‘Charlie’) Palmgren, die bovendien de basiscondities, nodig voor Creatieve wisselwerking, identificeerde [o.m. in zijn boeken ‘The Chicken Conspiracy’ (met coauteur Stacie Hagan)[v] en ‘The Ascent of the Eagle’[vi]]. Dit alles en nog veel meer heb ik dan zelf toegepast om vorm te geven aan het Cruciale Dialogenmodel in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vii].

In wat volgt leg ik de link tussen Sterk Sociaal Werk en Creatieve wisselwerking; daarbij  aantonend dat Creatieve wisselwerking en het succesvol voeren van Cruciale dialogen, gebaseerd op het creatief wisselwerkingsproces, hoekstenen zijn van Sterk Sociaal Werk.

De vijf krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk

De Sociaal Werk Conferentie van 2018 identificeerde vijf krachtlijnen van Sterk Sociaal Werk: Nabijheid, Politiserend werken, Procesmatig werken, Generaliserend werken en Verbindend werken. Die kan men ook zien als het DNA van Sterk Sociaal Werk. Let wel, deze krachtlijnen kunnen niet los van elkaar gezien kunnen worden. Sterk sociaal werk is altijd een combinatie van deze krachtlijnen. DNA is het materiaal waarin de erfelijke informatie van een organisme is vastgelegd. Zo heeft elke sociale professional deze krachtlijnen in zijn/haar werk zitten. Niet altijd even zichtbaar, het DNA van een mens is dat ook niet, maar ze zijn er wel. Ze scheppen een kader, helpen de eigen opdrachten beter te vatten en de rol van partners scherp te krijgen.

Laten we, niettegenstaande deze eigenlijk niet los van elkaar kunnen gezien worden,  deze vijf krachtlijnen (nabijheid, politiserend werken, procesmatig werken, generaliserend werken en verbindend werken) toch, voor de duidelijkheid van m’n betoog, een voor een overlopen en aantonen hoe Creatieve wisselwerking voor elk van deze krachtlijnen een hoeksteen is.

Nabijheid

Een sociaal werker is aanwezig in de leefwereld van mensen in een kwetsbare situatie. De ‘agenda’ wordt altijd samen bepaald. Daartoe zoekt de sociaal werker altijd verbinding.  

In verbinding zijn is eigenlijk in Authentieke Interactie zijn. Authentieke Interactie is ook de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking. Om dit te visualiseren gebruik ik hieronder een uiterst summiere versie van het Cruciale Dialogenmodel (CDM). Dit omvat uiteraard de eerste karakteristiek Authentieke Interactie van Creatieve wisselwerking, want het CDM is ten slotte ook een voorstelling van het creatief wisselwerkingsproces.

Het realiseren van grondrechten vraagt dan ook nabijheid. Daardoor kunnen ze samen nagaan ‘waar ze staan’ wat het realiseren van grondrechten betreft. Het CDM geeft ook aan ‘waar we naar toe moeten’, met name het realiseren van sociale rechtvaardigheid. Het spreekt vanzelf dat sociaal werkers tijd en ruimte nodig hebben om relaties op te bouwen. Daartoe dienen ze zo laagdrempelig en onvoorwaardelijk mogelijk te kunnen werken aan ontmoeting.  

Daarbij dienen ze het werkwoord ‘ontmoeten’ te splitsen: ‘ont – moeten’. Dat is onvoorwaardelijk werken: niets moet en alles mag.

Relaties opbouwen steunt op ‘openheid’ en ‘vertrouwen’. Dit tweespan is cruciaal bij Authentieke Interactie. Men kan namelijk niet authentiek zijn als men niet open is, en men kan niet authentiek en open zijn wanneer men elkaar niet vertrouwt. Niet toevallig zijn ‘openheid’ en ‘vertrouwen’ dan ook de basisvoorwaarden voor Authentieke Interactie zoals volgende figuur, een gedeelte van een uitgebreider Cruciale Dialogenmodel, aangeeft:

Gedurende deze fase komen de feiten, waarnemingen en objectieve gegevens van ‘waar we staan’ aan bod. Deze dienen geobserveerd te worden met het helder bewustzijn. Dit impliceert dat de sociaal werker kennis heeft van de twee soorten bewustzijn die cruciaal zijn bij dialogen met hun cliënten. Ik doel hier op het helder en het  gekleurd bewustzijn.

Een van de grootste talenten van de mens is dat zij of hij helder bewust kan zijn van zichzelf en ook bewust kan zijn van het inkleuren (‘consciousness’) van dat helder bewustzijn (‘awareness’). Ik gebruik hierbij bewust de Engelse begrippen ‘awareness’ en ‘consciousness’. Die termen worden in het Nederlands steevast als ‘bewustzijn’ vertaald. Dat is een van de oorzaken dat het voor mij, Nederlandstalige, lang duurde voor ik doorhad dat ‘awareness’ en ‘consciousness’ twee verschillende vormen bewustzijn zijn. Met name de bewustzijnsvormen van onze onderscheiden ‘zelven’. Om het voor mij, en hopelijk ook voor jullie, duidelijk te maken, heb ik een nieuwe Nederlandse vertaling van deze Engelse begrippen ‘ont-dekt’. Awareness vertaal ik als helder bewustzijn. Onze Originele of Creatieve Zelf komt helder bewust (‘aware’) ter wereld. Dit helder bewustzijn wordt langzamerhand geconditioneerd tot het gekleurd bewustzijn van de gecreëerde zelf (dit is onze actuele ‘zelf’); dus vertaal ik logischerwijze ‘consciousness’ als gekleurd bewustzijn. 

Men zou met een metafoor kunnen stellen dat het helder bewustzijn van de Creatieve Zelf als helder ‘wit’ licht is dat door de gecreëerde zelf, fungerend als een prisma, gebroken wordt in alle kleuren van de regenboog. Vandaar dat ik, voor het bewustzijn horend bij de gecreëerde zelf, koos voor de naam gekleurd bewustzijn. Opvallend is dat gedurende het conditioneringsproces (met o.a. de opvoeding, school, vrienden, gemeenschap …), de meesten onder ons niet alleen hoe langer hoe meer gekleurd bewust worden en vooral, en dat is erg, zich gaan vereenzelvigen met hun gecreëerde zelf. Kortom, mensen worden hoe langer hoe meer gekleurd bewust (‘conscious’) en hoe langer hoe minder helder bewust (‘aware’). Dit alles zou men kunnen voorstellen als een muntstuk met aan de ene zijde de Creatieve Zelf met z’n helder bewustzijn en aan de andere zijde de gecreëerde zelf met z’n gekleurd bewustzijn. 

Het helder bewustzijn

Het helder bewustzijn is non-duaal, onbevooroordeeld, niet-lineair en neutraal. Het heeft als kenmerken transcendentie[viii], vrijheid, openheid en vertrouwen. Het is kalm en vredig. Heel jonge kinderen zijn nog hoofdzakelijk helder bewust. Dit is niet verwonderlijk, gezien zij nog hoofdzakelijk hun Originele Zelf zijn. Daar het pure helder bewustzijn een ervaring is van het heel jonge kind – een ervaring die volwassenen grotendeels kwijtgespeeld zijn – is het begrip helder bewustzijn moeilijk te verwoorden. Dit is de reden waarom het voor mij, de zeventig voorbij, echt moeilijk is om het helder bewustzijn ook helder te beschrijven. Het helder bewustzijn leent zich bovendien niet tot volzinnen, concepten, uitleg en/of definities. Toch zal ik, tegen beter weten in, het concept helder bewustzijn in wat volgt beschrijven. Mede omdat men, ook en vooral als sociaal werker, zo veel mogelijk (terug) haar of zijn Creatieve Zelf wordt in de mate dat men (terug) helder bewust wordt. 

Om het helder bewustzijn toch enigszins in woorden te vatten, dient men een pasgeborene voor ogen te houden. Een pasgeborene is authentiek, helder bewust, open en vol vertrouwen. Een van de sleutel elementen van z’n openheid en vertrouwen is z’n capaciteit om te observeren. Van zodra de oogfunctie het toelaat, observeert de pasgeborene de omgeving met het helder bewustzijn. Zij of hij kleurt die werkelijkheid nog niet in. Met andere woorden, het brein van een pasgeborene fungeert nog niet als een prisma. 

Observeren[ix] kan worden onderscheiden van percipiëren[x], maar is er niet van gescheiden. Perceptie steunt op observatie en voegt er, gekleurd bewust, onderwerp/object onderscheiden, positieve/negatieve oordelen, het lineair en ‘het één of het ander’ denken aan toe. Dit in een streven naar verschillende betekenissen, met als onderliggend doel zich aan te passen aan de sterk veranderende wereld en daarin goed overeind te blijven. Perceptie is interpretatie van de sensatie of observatie. Observatie van z’n kant is vrij van onderwerp/object onderscheiden, is onbevooroordeeld (oordeelt dus niet in positief/negatief), is niet- lineair en streeft alles behalve naar het kleven van labels op de werkelijkheid. Observatie streeft wel naar een klaar zicht krijgen op de dingen en het bekomen van ‘het één en het ander verschillend van’ denken. 

Observeren blijkt voor volwassenen een aartsmoeilijke taak. Hoewel het observeren echt zien en echt luisteren mogelijk maakt en dit zaken zijn die volwassenen broodnodig hebben. Toch staan volwassenen weigerachtig tegen goed observeren. Volwassenen willen niet echt observeren omdat ze intuïtief aanvoelen dat ze daardoor zullen aangezet worden te veranderen. Volwassenen percipiëren liever, ze interpreteren de observatie met hun eigen gekleurd denkkader, om niet te hoeven veranderen. Let wel, iedereen houdt van veranderen, zolang het ‘de ander’ is die dient te veranderen… Men wordt echter door observeren uitgenodigd het persoonlijk denkkader te veranderen en dat is een ander paar mouwen. Daarbij komt nog dat door echt observeren we helder bewust worden en we daardoor de controle dreigen te verliezen over onze manier van leven. Een manier waar we ons toch zo krampachtig aan vastklampen. En toch, wat een volwassene blijvend nodig heeft, is haar of zijn bereidheid iets nieuws te leren, zijn denkkader aan te scherpen. En dus te veranderen; want leren is veranderen en veranderen is leren. De mate dat een volwassene (terug) wakker wordt, is recht evenredig met de mate waarin zij of hij een portie ‘waarheid’ tot zich kan nemen zonder er van weg te vluchten. De vraag, die elke volwassene zich dient te stellen, komt neer op: “Hoeveel van waar ik mij aan vastklamp, kan door observatie worden losgeweekt zonder ik mij verschans in m’n gesloten denkkader?” De eerste reactie van een volwassene, wanneer die tegenvoets genomen wordt door echte observatie, is blijkbaar angst. Het is niet dat zij of hij angst heeft voor het onbekende. Men kan nu eenmaal geen angst hebben van iets dat men niet kent. Daarom ook is een heel jong kind zo onbevreesd. Wat de volwassene bij echte observatie vreest, is het mogelijk verlies van wat hij wel weet, waar hij zich aan vastklampt, en wat door echte observatie op losse schroeven dreigt te worden gezet. 

Openheid en Vertrouwen

De raad die ik elke Sociaal Werker meegeef in het kader van deze krachtlijn ‘Nabijheid’ luidt: “Wees open teneinde duurzame relaties te bouwen en daardoor meer vertrouwen te krijgen, waardoor de ander opener zal zijn.” 

Er is echter een belangrijk verschil tussen de twee concepten: 

  • Vertrouwen is een relatie-toestand tussen mensen, en het resultaat van alles wat er tussen de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces gebeurt; 
  • Openheid is een gedrag. 

Dit is een cruciaal verschil. De sociaal werker kan zelf besluiten om zich naar z’n cliënt te openen om zo de positieve spiraal te starten die leidt tot meer vertrouwen, wat dan zorgt voor meer openheid. 

Door te begrijpen hoe vertrouwen en openheid zich tot elkaar verhouden, kan de sociaal weker ervoor kiezen om net wat opener te zijn dan wat het vertrouwen toestaat. Zo draag de sociaal werker bij aan de ontwikkeling van psychologische veiligheid en effectiviteit. 

Openheid leidt tot meer vertrouwen, wat de basis legt voor meer openheid[xi].

Openheid en vertrouwen zijn vast aan elkaar verbonden. Een persoon ten volle kennen en waarderen, weten wie zij of hij is en wat zij of hij werkelijk doet, creëert vertrouwen. Hoe opener iemand is, hoe meer zij of hij door de ander(en) kan gekend worden, hoe meer zij of hij echt kan begrepen worden en hoe groter het onderling vertrouwen kan worden. Vertrouwen en openheid zijn de basis hoekstenen van Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Om van het vertrouwen en de openheid een duurzame realiteit te maken, dienen deze hoekstenen uiteraard permanent onderhouden te worden. Dit kan door het voortdurend inzetten van de vier basisvaardigheden van deze karakteristiek: 

  1. het duidelijk stellen van de Kernvraag
  2. het in balans gebruiken van Bepleiten en Bevragen;
  3. het gebruiken en herkennen van Non-Verbale Communicatie;
  4. het bevestigen van wat herhaald wordt of Bevestigend Parafraseren.

Een omgeving waarin duurzaam vertrouwen en openheid heerst, is gekenmerkt door een vrije stroom van informatie. Openheid heeft twee dimensies: vertellen en luisteren en is dus een interpersoonlijke conditie die bestaat tussen Sociaal Werker en cliënt, wanneer zij: 

  • als ‘zender’ elkaar vertellen wat zij denken over feiten, ideeën, waarden, aannames, gevoelens en de manier waarop zij zaken zien en 
  • als ‘ontvanger’ naar die boodschap willen luisteren en dit ook echt ten volle doen. 

Sociale Werkers die niet beschikken over bovenvermelde vier basisvaardigheden van de interpersoonlijke communicatie zullen niet zeer open zijn en bovendien minder geneigd zijn om anderen te vertrouwen. “Vertrouwen is goed, Controle is beter”, is hun devies. Dat ze daardoor zelf ook heel wat minder vertrouwd worden, is logisch. 

Het open zijn en het op voorhand vertrouwen geven houden risico’s in. Het is anderzijds ook zo dat zonder het nemen van risico’s het creëren van een goede, respectvolle relatie onmogelijk is.

Wij zijn er, gebaseerd op onze ervaringen, van overtuigd dat het zich bekwamen in de vier basisvaardigheden, en deze ten volle inzetten bij elke diepe conversatie, de individuele niveaus van openheid en vertrouwen zal verhogen. Het gaat over – om het in systeemdenken taal[xii] te zeggen – een zelfversterkende lus: het effectief gebruik van de vier basisvaardigheden versterkt de openheid en het vertrouwen en … het verstevigd  vertrouwen en de grotere openheid bevorderen dan weer het gebruik van de vier basisvaardigheden. Dit totdat het (goede) gewoonten geworden zijn.

Creatieve wisselwerking ligt aan de basis van, en gaat over, een ingrijpend veranderingsproces. Deal en Kennedy[xiii] stellen dat openheid en vertrouwen een sleutelonderdeel zijn van verandering: 

Openness and Trust in the Change Process influence wether and how change occurs.

en de Freibergs[xiv] zeggen het zo: 

Full disclosure leads to more honest conversations and it creates culture that values authenticity.

Vertrouwen is organisch, het wordt echt niet geproduceerd op een assembleerlijn. Vertrouwen groeit door onze acties. Peter Senge et al.[xv] hebben vastgesteld dat “Culturen enkel bestaan wanneer die op elk moment beleefd worden”. Vertrouwen groeit wanneer: 

  • er naar elkaar geluisterd wordt, echt geluisterd; 
  • we elkaar aanmoedigen om onze ideeën uit te drukken en daarbij actief luisteren (cf. de vaardigheid Bevestigend Parafraseren); 
  • elkaar toestaan dat ook opinies aan bod komen, zelfs opinies die we liever niet horen; 
  • we fouten aanvaarden (want een fout kan gebeuren) en een fout is niet erg, vooral wanneer we ervan leren. 

Om Peter Senge et al. nog maar eens te citeren: 

We learn how to do something truly new only through doing it, then adjusting.

Door fouten te aanvaarden wordt blaam getransformeerd in creatief denken, we leren dan echt van onze fouten. Het Originele Zelf creëert dus vertrouwen, waarbij integriteit eerlijkheid omvat én verder gaat. Eerlijkheid is de waarheid vertellen – m.a.w. onze woorden in overeenstemming brengen met onze interpretatie van de realiteit. Integriteit is onze woorden in overeenstemming houden met de realiteit gezien vanuit onze Originele Zelf, dus met het helder bewustzijn. 

Eén van de belangrijkste manieren om de Originele Zelf te tonen en uw integriteit te bewijzen, is loyaal te zijn t.o.v. diegenen die niet aanwezig zijn. Door zo te handelen versterken wij het vertrouwen in ons van diegenen die wel aanwezig zijn. Inderdaad, wanneer men diegenen die niet aanwezig zijn, verdedigt, zal men het vertrouwen winnen van diegenen die wel aanwezig zijn. Integriteit in een interafhankelijke werkelijkheid komt neer op het behandelen van iedereen overeenkomstig dezelfde principes. Wanneer je dit werkelijk doet, zullen mensen je vertrouwen. 

Integriteit vermijdt misleidende communicatie. Een leugen is elke communicatie met de bedoeling om te misleiden. Wanneer we integer communiceren in woorden én gedrag, kan het onmogelijk onze intentie zijn te misleiden of te bedriegen. Dit voelt iedereen aan en daardoor versterkt integer gedrag in communicatie het vertrouwen en de openheid. 

Politiserend werken

Sociaal werkers zorgen er mee voor dat mensen gebruik kunnen maken van hun sociale rechten en voordelen. Maar ze wijzen ook op structurele mechanismen die tot sociale onrechtvaardigheid leiden. Ze zoeken naar collectieve oplossingen om die mechanismen te bestrijden. Sociaal werkers zijn publieke en democratische professionals die hun stem laten horen, maatschappelijke belemmeringen benoemen, dominante denkpatronen in vraag durven stellen en een eigen positie innemen vanuit de normatieve waarden van het beroep.

We schreven het al, de finaliteit van sociaal werk is het realiseren van sociale rechtvaardigheid. Dit wil zeggen dat Sociaal werkers er onder meer moeten voor zorgen dat mensen gebruik kunnen maken van hun sociale rechten en voordelen. Nog te veel is dit niet het geval en dat is zonder meer een sociale onrechtvaardigheid. Om die sociale onrechtvaardigheid bloot te leggen dient de sociaal werker outreachend en proactief te werken; en dit door tegenstroom te gaan en allesbehalve de schuld op de cliënt te schuiven. Eerder gaat de sociaal werker proactief op zoek naar structurele miskleunen.

Inderdaad, door te dialogeren en te werken met hun cliënten leren sociaal werkers welke structurele mechanismen tot sociale onrechtvaardigheid leiden. Een van die mechanismen is (nog steeds) het zogenaamde Mattheuseffect. In het sociaal beleid betekent het Mattheuseffect dat het profijt van het overheidsbeleid vooral ten goede komt aan de midden- en hogere inkomensgroepen en minder aan de laagste inkomens (voor wie ze eigenlijk bedoeld zijn). Met andere woorden de mensen die het profijt het meest nodig hebben, krijgen er het minst van. Herman Deleeck[xvi] was een van de eersten om dit fenomeen systematisch te analyseren in relatie tot het sociaal beleid. Tegenwoordig is het overheidsbeleid, zoals reeds geschetst, doordrongen van een soort neoliberalisme dat het hoe langer hoe moeilijker maakt, voor diegenen die de hulp echt nodig hebben, die hulp ook te verkrijgen. De middenklasse heeft daar minder moeite mee omdat die de middelen (zowel immateriële: kennis als materiële: internet, pc, …) hebben om de obstakels, die de overheid hoe langer hoe meer opwerpt, te omzeilen.

De opdracht van sociaal werkers is te zoeken naar collectieve oplossingen om die mechanismen te bestrijden. Voor die deeltaak van Sociaal Werk is het complete Cruciale Dialogenmodel een uitgelezen tool. Dit is namelijk een universeel model om problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. Dus wanneer een Sociaal Werker op zo’n probleem stoot, kan hij het probleem verwoorden als een vraag: “Hoe kan ik ervoor zorgen dat dit specifiek structureel mechanisme ten gronde wordt bestreden?”. Die hamvraag wordt in het midden van het Cruciale Dialogenmodel geplaatst. In z’n summierste vorm is het Cruciale Dialogenmodel (CDM) eigenlijk een lemniscaat met in het midden het vraagteken: 

Die lemniscaat wordt dan verder van links naar rechts (in tegenwijzer zin) en indien nodig nogmaals van links naar rechts afgewerkt, en dit tot de oplossing effectief en efficiënt is.

Uiteraard komen de vier kwadranten van het CDM overeen met de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces:

  1. Authentieke Interactie m.b.t. de werkelijke situatie: Communicatie;
  2. Waarderend Begrijpen van deze werkelijke situatie: Appreciatie;
  3. Creatief Integreren om te groeien naar de gewenste situatie: Imaginatie;
  4. Continue Transformatie om de gewenste situatie (i.e. de nieuwe werkelijke situatie) te realiseren: Transformatie.

Het zou mij te ver leiden om hier het volledige model, dat nog een stuk complexer is dan bovenstaande figuur, en ook het ‘vlindermodel’ wordt genoemd, uit de doeken te doen. Daar is m’n reeds geciteerde boek ‘Cruciale dialogen’ voor (Roels, 2012, pp. 58-64). 

Het politiserend werken bestaat er voornamelijk in de maatschappelijke belemmeringen te benoemen en de dominante denkpatronen in vraag te stellen. Dat moed nodig is om een cruciale dialoog aan te gaan met de overheid, waar men meestal, direct of indirect, voor het eigen loon afhankelijk van is, hoeft geen betoog. Een Sociaal werker dient inderdaad een eigen positie in te nemen vanuit zowel de eigen normatieve waarden als die van het beroep. Die eigen normen en waarden vindt men overigens in het lichaam van het ‘vlinder’ terug.

Een en ander gebeurt in het tweede kwadrant van het creatief wisselwerkingsproces en hoe dit in z’n werk gaat kan als volgt beschreven worden.

Om een situatie waarderend te kunnen begrijpen kleurt men de ‘heldere’ waarheid in met het gekleurd bewustzijn. De perceptie en interpretatie gebeuren inderdaad met het gekleurd bewustzijn (cf. Perceptie is de interpretatie van de sensatie). Men ziet namelijk de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril. 

De twee deelnemers aan de cruciale dialoog, in dit geval de sociaal werker en de beleidsmaker, hebben elk hun eigen gekleurde bril op de neus en zien daardoor de werkelijkheid per definitie verschillend. Om uit de impasse te geraken, want niemand heeft de waarheid in pacht, dienen in deze fase de twee basiscondities Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met Onzekerheid (Ambiguïteit) vervuld te zijn. Dat is meestal geen probleem bij de Sociaal werker, want die is sowieso nieuwsgierig en gaat dagelijks om met onzekerheid, anders had hij nooit inzicht gekregen in het structureel mechanisme dat tot sociale onrechtvaardigheid leidt en wat hij hier aankaart. De vraag is of ook de beleidsmedewerker die basiscondities ter harte neemt en de moed heeft om in de schoenen van de sociaal werker te gaan staan. Anders gesteld, hebben beiden de moed om elkaars gekleurde bril op te zetten en elkaars werkelijkheid te zien en van daaruit te streven naar een Gedeelde Mening?

Het gekleurd bewustzijn

Het gekleurd bewustzijn omvat dus perceptie en geeft zaken een ‘label’: voordelig-nadelig, akkoord-niet akkoord, inclusief-exclusief, goed-slecht, en juist-fout. Let wel, perceptie is essentieel om zich te kunnen aanpassen en daardoor te kunnen overleven in deze steeds maar sneller veranderende wereld. Percepties zorgen er voor dat er voorkeuren, betekenissen en waarden ontwikkeld worden en kleuren daardoor ons bestaan. 

Door interpretatie, evaluatie en beslissing wordt wat bekomen werd door observatie met het helder bewustzijn getransformeerd doordat perceptie gebruik maakt van het gekleurd bewustzijn. Daardoor wordt de “één en het ander verschillend van” observatie van het helder bewustzijn vaak de “het een of het ander” perceptie van het gekleurd bewustzijn. We komen terecht in wat het “in-the-box” denken wordt genoemd. Die ‘box’ (doos) wordt gevormd door de grenzen van onze ‘fixed’ (gesloten) mindset. Door ons gekleurd bewustzijn appreciëren we de werkelijkheid op een bepaalde manier en de aldus gewaardeerde werkelijkheid wordt als het ware in de doos van onze ‘mindset’ (denkkader, mentaal model) gestopt. In feite bepaalt die gekleurde appreciatie wat er in de doos terecht komt en, wat nog belangrijker is, wat er uit wordt geweerd. Anders gesteld, we voegen toe wat we waarderen en weren wat we niet waarderen. Uiteindelijk zien we de werkelijkheid niet zoals deze is, we zien ze zoals wij zijn! (cf. Anaïs Nin[xvii], Stephen R. Covey, …). 

Onze voorkeuren maken dat verschillen gepolariseerd worden. Het gekleurd bewustzijn werkt inderdaad polarisatie in de hand. Er is geen sprake meer van “het één en het ander”; inderdaad, de ‘en’ is een ‘of’ geworden. We leggen onszelf op te kiezen. Daarbij wordt een van de twee polen gekozen ten nadele van de andere pool en dit werkt uiteraard polarisatie in de hand. 

Deze splitsing, de verschuiving van ‘en’ naar ‘of’, heeft meerdere gevolgen; zowel positieve als negatieve. Een van de gevolgen is dat elk idee wordt gecatalogeerd als een goed of slecht idee. Terwijl in werkelijkheid elk idee beide eigenschappen in zich heeft. Inderdaad, elk idee en elke situatie kan gepercipieerd worden als positief én als negatief. Het begrip ‘appreciatie’ wordt vaak geassocieerd met onze voorkeuren. We worden als het ware blind voor de andere zijde van de medaille en dus voor de niet voorziene, niet geanticipeerde en collaterale ‘schade’. We zien die laatste niet omdat we enkel percipiëren doorheen de gekleurde bril van onze voorkeuren. We zien enkel wat ‘goed’ is in een idee, dus wat we als goed catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke ‘negatieve’ effecten van dat idee. Het tegenovergestelde is ook waar. Wanneer we een idee niet appreciëren, zien we enkel wat ‘slecht’ is aan dit idee, dat we door het niet te appreciëren als ‘slecht’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke ‘positieve’ effecten van dat idee. Dit alles zorgt er voor dat we afglijden naar een gekleurd denkkader ten koste van een helder én correct gekleurd denkkader. 

In plaats van in de polarisatie te blijven steken, dienen we naar een gedeelde mening te streven en dit door de verschillende meningen met elkaar te vermengen tot een mening die voor eenieder aanvaardbaar is. Ten einde een Gedeelde Mening te creëren, dient elkeen wat zij of hij heeft waargenomen, in vraag durven te stellen. Het in vraag stellen van de denkkaders gebeurt op een integere manier, men schetst eerlijk hoe men de gegevens, de boodschap waardeert en staat open voor de waardering ervan door de ander. 

Dit zeer belangrijk onderdeel van de dialoog kan als volgt weergegeven worden:

Bij het waarderen van elkaars meningen worden een viertal vaardigheden ingezet: 

  1. Nederig vragen;
  2. De ‘plus’ achter de ‘min’;
  3. Integreren van verschillende inzichten;
  4. Invraagstelling van Mentale modellen.

Voor de bespreking van die vier vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek (Roels, 2012, pp. 175-189).

Procesmatig werken

Elke sociaal werker stemt haar of zijn handelen voortdurend af op verwachte en onverwachte gebeurtenissen in het proces dat zij of hij met mensen aan het lopen is. Daarnaast benut de sociaal werker ook de ervaringskennis van betrokkenen. Inspraak en participatie staan altijd centraal. De uitkomst ligt dus niet vooraf vast.

Het proces, het kan niet anders, is het creatief wisselwerkingsproces!

Een paar kenmerken van dit procesmatig werken:

  • Een proces is nodig, want het gaat om een complexe realiteit. Vandaar van dat het complete Cruciale Dialogenmodel complex oogt en is;
  • Elk antwoord is onvolledig en roept nieuwe vragen op. Daardoor is het Cruciale Dialogenmodel een lemniscaat en dient de ‘liggende acht’ meestal meerdere keren doorlopen te worden, teneinde een afdoende antwoord op de vraag te formuleren;
  • Creatieve wisselwerking is interactief, de eerste karakteristiek noemt zelfs Authentieke Interactie. Interactie tussen individuen, in groepen en in buurten. 
  • Creatieve wisselwerking is per definitie participatief. Iedereen bouwt mee aan het succes van het proces. De ervaringskennis van de betrokkenen wordt ten volle benut.
  • En waartoe het proces leidt, ligt helemaal niet vast. Creatieve wisselwerking kan niet gestuurd worden. Daardoor is de uitkomst nooit op voorhand gekend. Het is een proces, een methode om te creëren. De richting kan gekozen worden (door de vraag in het midden), maar van dan af ligt niets vast. Dit is een van de eigenheden van Creatieve wisselwerking: men weet op voorhand niet waar men uitkomt. Hetgeen ik soms onderstreep met de boutade: “The Process is the Leader!” De liggende acht is eerder een methode dan een stappenplan, of beter gezegd: de methode zorgt voor een stappenplan voor de uitvoering van de gekozen oplossingen die op voorhand verre van vast liggen. 

Ik ben er heilig van overtuigd dat deze krachtlijn en kerntaak van elke sociaal werker neerkomt op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Het spreekt van zelf dat het Cruciale dialogenmodel, dat de acht basiscondities en zestien vaardigheden beschrijft die nodig zijn en ingezet dienen te worden voor het succesvol van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking, op het nachtkastje van elke sociaal werker thuishoort. Let wel, ‘Cruciale dialogen’ (Roels, 2012) is geen leesboek… het is een doe-boek. Want al doende, leert men. Ook en misschien vooral in het kader van Creatieve wisselwerking. Het boek is vooral ook een naslagwerk bij het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Kortom, men dient als sociaal werker Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven om wendbaar (i.e. proactief) en weerbaar (i.e. re-actief) te zijn en te blijven en daardoor dient Creatieve wisselwerking o. i. een element van de Body of Knowledge van Sterk Sociaal Werk te zijn.

Generalistisch werken

Als sociaal werker plaats je een persoon in zijn bredere context en heb je oog voor alle levensdomeinen. Dat maakt dat je perfect als brugfiguur of kruispuntwerker ingezet kan worden. Door de generalistische aanpak heb je een goed zicht op de sociale kaart, en heb je een uitgebreid netwerk.

Daartoe is nodig dat de sociaal werker een ‘brede bril’ hanteert. Anders gesteld, zij of dient bekwaam te zijn om ‘out of the box’ te denken. Dit kan door bij elke ontmoeting de eigen ‘gekleurde bril’ af te zetten en die te vervangen door de andere mogelijke brillen. 

Het heeft ook te maken met bij de eerste ontmoeting het helder bewustzijn in te zetten en het gekleurd bewustzijn even uit te schakelen. Nadien dient men zich, wanneer men tracht waarderend te begrijpen, te hoeden voor een ‘jump to conclusion’ reflex. Hoe meer ervaring de sociaal werker heeft, hoe gevaarlijker het wordt om heel vlug een inzicht (conclusie) te koppelen aan een ‘favoriete’ oplossing. Het gevaar voor dit gedrag vergroot wanneer men het probleem ‘eng’ bekijkt. Iedere sociaal werker zou de cliënt in z’n brede context dienen te zien. Dit betekent dat zij of hij op zoek dient te gaan naar verbanden tussen meerdere levensdomeinen. De sociaal werker dient zich ter degen bewust te zijn dat alles met alles verbonden is.  Zo is heeft het probleem ‘armoede’ vele facetten en gaat niet alleen om het ‘niet hebben van werk’.

Een checklist benadering is uit de boze, want die leidt naar standaardoplossingen en die bestaan niet. Problemen zijn altijd uniek en dulden geen passe-partout antwoorden. Vandaar mijn stelling dat ook hier Creatieve wisselwerking van binnenuit dient beleefd te worden.

De sociaal werker krijgt door haar of zijn generalistische aanpak een goed zicht op de zogenaamde sociale kaart en behoedt er zich voor die als checklist te gebruiken. Eerder kan die dienen om haar of zijn uitgebreid netwerk van professionelen te stofferen. Met dit uitgebreid netwerk gaat de sociaal werker regelmatig in dialoog. Het spreekt vanzelf dat daarbij Creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd wordt. 

Door de kennis van de sociale kaart en het hebben van een uitgebreid netwerk kan de sociaal werker fungeren als een uitstekende gids. In die hoedanigheid verwijst hij z’n cliënt door naar de verschillende instanties die haar of hem kunnen helpen.

Verbindend werken

De sociaal werker is op drie manieren verbindend. 

  1. Individueel: versterken van mensen om opnieuw greep te krijgen op hun eigen leven en betekenisvol te kunnen deelnemen aan de samenleving. 
  2. Collectief: werken aan verbinding in buurten en op het lokale niveau om het samenleven te versterken. 
  3. En ten slotte: verbinden van mensen met maatschappelijke basisinstituties (onderwijs, gezondheidszorg, de arbeidsmarkt) door ervoor te zorgen dat ook groepen in kwetsbare situaties er toegang toe krijgen.

Empowermentparadigma 

Het gebruik van het begrip paradigma in de cursus (De Greef & Goris, 2020) gaat er vanuit dat elke sociaal werker dit begrip ten volle begrijpt. Maar is dat wel zo? Voor alle zekerheid en, zoals de Fransen zo mooi zeggen ‘A toutes fins utiles’, volgende uitwijding:

Het begrip Paradigma

Het begrip Paradigma werd populair door het boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van Stephen Covey[xviii]. Om diens eigenschappen waarderend te kunnen begrijpen, dient men te weten wat ‘paradigma’s’ zijn en hoe we een paradigmaverschuiving kunnen creëren. Het begrip paradigmaverschuiving werd geïntroduceerd door Thomas Kuhn in zijn klassiek werk ‘De structuur van wetenschappelijke revoluties’[xix]. Die merkte op dat bijna elke belangrijke doorbraak in wetenschappelijk onderzoek een breuk met het tot dan gangbare paradigma betekent. 

Zo was voor Copernicus de aarde het centrum van het heelal. Copernicus realiseerde een paradigmaverschuiving door de zon centraal te stellen. Dit was een schok en Copernicus werd er zelfs voor vervolgd. Dit geeft aan dat iemand, die de ogen van zijn medemens opent, niet altijd gewaardeerd wordt. Dit ondervond ook Galileo Gallilei toen deze met z’n uitvindingen het heliocentrische model van Copernicus bewees en er over publiceerde. Hij werd tot tweemaal toe terecht gewezen door de Inquisitie. De overlevering wil dat Galilei, toen al 69 jaar oud, bij het vernemen van het vonnis – levenslang huisarrest – “Eppur si muove”: “en toch beweegt ze” (de aarde rond de zon) zou uitgeroepen hebben. Dat de Katholieke kerk moeite had om officieel hun miskleun te erkennen, blijkt uit het feit dat het tot in 1992 duurde vooraleer Paus Johannes Paulus II officieel een excuus uitsprak. Iemand die het heliocentrisch wereldbeeld nog aannemelijker maakte, was Isaac Newton. Diens natuurkundig model is nog steeds de basis voor de moderne bouwkunde. Het is echter niet volledig. Het duurde tot Einstein z’n relativiteitstheorie de wetenschappelijke wereld op z’n kop zette, voor men dit inzag. Die theorie verklaarde heel wat meer en maakte daardoor een diepgaander begrijpen mogelijk. Later kwam dan de kwantummechanica, waar Einstein het dan op z’n beurt moeilijk mee had. 

Probleme kann man niemals mit derselben Denkweise lösen, dürch die sie entstanden sind. – Albert Einstein 

Paradigma’s hebben een enorme invloed; ze zijn de lens waardoor we naar de wereld kijken. Fundamentele veranderingen hebben niet zelden te maken met paradigma verschuivingen. Paradigma’s zijn bepalend voor wie je bent. Zijn is zien. We kunnen onze visie niet fundamenteel veranderen zonder zelf te veranderen en omgekeerd. Zelf veranderen komt neer op het transformeren van het eigen denkkader of mindset (paradigma) waardoor ook het eigen gedrag verandert.

De levenscyclus van elk paradigma heeft volgens Joel Barker[xx] in de groeifase, zoals elk levend organisme, de vorm van de linkerzijde van een Gauss curve. 

De horizontale as is de tijd as, de verticale de ‘succes’ as. Het succes van een bestaand paradigma kan gemeten worden aan de hand van het aantal problemen dat het oplost. Anders gesteld, wordt op de y-as de vooruitgang weergegeven.

In de opbouw van de curve kunnen drie fases worden onderscheiden. De A fase is de ontwikkelingsfase. Het nieuwe paradigma heeft dan nog weinig succes en daardoor ook weinig aanhang. Er worden binnen het nieuwe paradigma nog niet veel problemen opgelost. In het begin zijn de regels, de grenzen, de mogelijkheden van het nieuwe paradigma vrijwel onbekend. Het paradigma wordt in die A fase enkel maar gebruikt door de zogenaamde pioniers. Indien men er echter in slaagt om het nieuwe paradigma goed te onderbouwen en te propageren, gaan meer en meer mensen ervan gebruik maken. Gaat het werkelijk om een nieuw paradigma dan worden er hoe langer hoe meer problemen opgelost. Problemen die daarvoor onopgelost bleven. Wij komen in de B fase terecht.

Dit kunnen we toepassen op het paradigma van sociaal werk dat voorafging aan het empowermentparadigma. Toen nam de Sociaal werker alle last op z’n schouders. Dit ging lange tijd goed. Toch constateerde men vanaf een bepaald ogenblik dat bepaalde problemen van de cliënten niet op die manier konden opgelost worden. Hetzelfde niveau van dienstverlening kon niet behouden blijven en men had de indruk dat er afgegleden werd. Dit zijn tekenen die erop wijzen dat de C fase is bereikt. Dit kwam vooral omdat de ‘oude’ dienstverlening van “buitenaf” te weinig gebruik maakte van de kracht van de betrokkenen. Om één of andere reden waren we er nog niet in geslaagd om Sociaal werk van “binnenuit” te beleven. Het sociaal werk werd van ‘buitenaf’ beheerst en stagneerde. Het oude paradigma leek over zijn hoog­tepunt heen. Er was dus nood aan een nieuw paradigma. Inderdaad, vroeg of laat beginnen zich in elk paradigma specifieke problemen op te stapelen, die er niet door opgelost worden. De enige manier om ze alsnog op te lossen is een wezenlijke paradigmawissel of ‘paradigm shift’ en het empowermentparadigma ontstond.

Meestal wordt een oud paradigma door een nieuw vervangen “voor het te laat is”, dus vooraleer de curve daalt. Inderdaad is het bij paradigma’s zo dat de eerste verschijnselen van een nieuw paradigma zichtbaar worden wanneer het oude paradigma op zijn hoogtepunt is. Er zijn immers hoe langer hoe meer problemen die door het oude paradigma niet kunnen opgelost worden. En het zijn uiteindelijk de niet oplosbare problemen die de katalysator vormen voor het zoeken naar een nieuw paradigma.

Wij hadden op een zeker ogenblik een nieuwe manier van denken nodig, een nieuwe ‘mindset’, een nieuw paradigma, om nog vooruitgang te boeken op gebied van sociaal werk.

Het nieuw paradigma kan eigenlijk op elk punt van de curve verschijnen. In de A fase gaat het om meerdere nieuwe paradigma’s die in competitie zijn met elkaar om door te dringen. In de C fase gaat het om de strijd tussen het bestaande en het nieuwe paradigma. 

De moeilijkheid in het tweede geval is dat het nieuwe paradigma doorgaans niet in dank wordt afgenomen door diegenen die het bestaande paradigma prediken. De pioniers staan hier meestal letterlijk alleen en moeten optornen tegen heel wat scepticisme, niet in het minst vanuit de hoek van diegenen die de ‘tools’ van het oude paradigma propageren. Dit is helemaal niet verwonderlijk, het tegendeel zou dat eerder zijn. Het huidig paradigma lost immers nog heel wat problemen op.

Toegepast op het empowermentparadigma ging dit als volgt. Intuïtief voelden de pioniers van het nieuwe paradigma aan dat dit de manier is om verder te evolueren.  Vraag hen op dat moment niet om data, want die hebben ze niet en kunnen ze ook niet hebben. Zij wisselen van paradigma omdat ze in het nieuwe paradigma geloven. Hun oordeel is grotendeels intuïtief, zij geloven de bekwaamheid te hebben de beslissingen te nemen die zich opdringen steunende op onvolledige gegevens. Zij voelen intuïtief aan dat hun paradigma, hét paradigma is.

Een kenmerk van de paradigmaverschuivingen in Sociaal Werk is dat de nieuwe paradigma’s het goede van de oude paradigma’s overnemen. Het nieuwe paradigma lost niet alleen de problemen even goed op als het oude, het lost daarenboven de hardnekkige problemen, waar het oude paradigma zich op stuk beet, succesvol op. Dit is ook wat gebeurt in het empowermentparadigma dat nu in volle bloei is.

Nu mensen empoweren, wendbaar en weerbaar maken heeft veel, zo niet alles met Creatieve wisselwerking te maken. Niets voor niets zeg ik soms, Yoda parafraserend, “May the Force be with you” en zijn voor mij ‘The Force’ en ‘Creative Interchange’ synoniemen (zie ook: http://www.creativeinterchange.be/?p=822 ). Empowerment duidt inderdaad op de “power from within’. Nu wordt binnen Sociaal Werk Creatieve wisselwerking nog te weinig van binnenuit beleefd, dus voorzie ik een nieuw paradigma: het creatievewisselwerkingparadigma. Nogmaals, IMHO dient Creatieve wisselwerking tot de Body of Knowledge van Sociaal Werk te horen. Benieuwd of er pioniers zullen gevonden worden!

Collectief verbinden

Verbinding in buurten en samenleven op het lokale niveau en dialogisch samenwerken, ook tussen diensten en organisaties.

Verbinden is niet anders dan samen Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven, het is ‘power with’. Dialogisch samenwerken is noch min, noch meer in die buurten op lokaal niveau dialogeren en samenwerken volgens het Cruciale Dialogenmodel, dat gebaseerd is op Creatieve wisselwerking. En ook op dit vlak van het collectiviseren van problemen bij toegang tot rechten helpt het met succes kunnen voeren van Cruciale dialogen en het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Verbinden van mensen met basisorganisaties.

Opdat mensen aan hun rechten zouden kunnen komen, dienen ze uiteraard verbonden te worden met die basisinstituties als daar zijn onderwijs, de gezondheidszorg en de arbeidsmarkt. Nochtans is er veel angst en wantrouwen ten opzichte van de VDAB omdat die naast begeleiding naar werk ook instaat voor de controle en sanctie van het zoekgedrag van werkzoekenden. Bovendien heeft de VDAB vele drempels opgeworpen die hinderend werken. Door de afbouw van rechtstreeks toegankelijke werkwinkels verdwijnt de dienst uit de onmiddellijke nabijheid van mensen. Nabije medewerkers en consulenten werden vervangen door de online tool ‘Mijn loopbaan’[xxi]. Dat alles is ronduit nefast voor de hulpzoekende die in armoede leeft.


[i] De Greef, F. & Goris, B. (2020) Deze column is gebaseerd op de cursus Basis Sociaal Werk van het eerste jaar Sociaal Werk (B-UCCL-MBW85B)  gedoceerd door De Greef Frieda en Goris Brit, PBA Sociaal Werk (Leuven).

[ii] Hermans, K. (2018). Sociaalwerkconferentie 2018. Sterk Sociaal Werk. Eindrapport. Brussel: Steunpunt. Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

[iii] De term neoliberalisme is in de 21ste eeuw niet meer eenduidig. Dus voor alle duidelijkheid hetgeen volgt. Ik gebruik die term om het ‘doorschieten’ van de vrije markt, het toenemend (her)gebruik van het individueel schuldmodel en de tendens in onze samenleving naar nog meer individualisme en dus minder solidariteit en wereldbewustzijn te duiden.

[iv] Wieman, H. N. (1958). Man’s Ultimate Commitment. Carbondale: Southern Illinois University Press.

[v] Hagan, S. & Palmgren, C. (1998). The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity.Baltimore: Recovery Communications, Inc.

[vi] Palmgren, C. (2008). Ascent of the Eagle. Being and Becoming Your Best. Dayton: Innovative InterChange Press.

[vii] Roels, J. (2012). Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[viii] Transcendentie is een filosofisch begrip dat kan gedefinieerd worden als het overstijgen van de mens; het zich verheffen boven de dualiteit van het zich vereenzelvigen met de werkelijkheid, het hier en nu bewustzijn; het gekleurd bewustzijn.

[ix] Observeren: Het aandachtig en nauwkeurig bekijken (helder waarnemen) van dingen zonder te oordelen.

[x] Percipiëren: Waarnemend begrijpen door te interpreteren (inkleuren) wat geobserveerd werd.

[xi] Vollebregt, M. Waarom psychologische veiligheid essentieel is voor effectieve teams. Geraadpleegd op 16 september 2020 van https://www.frankwatching.com/archive/2018/06/27/waarom-psychologische-veiligheid-essentieel-is- effectieve-teams/ 

[xii] Senge, P. M. (1990). The fifth discipline. The art and practice of the learning organization. New York: Doubleday. 

[xiii] Deal, T. E. & Kennedy, A.A. (1982). Corporate cultures: the rules and rituals of corporate life. Reading: Addison-Wesley Publishing Company, Inc. 

[xiv] Freiberg, K. & Freiberg, J. (2004). Guts: Companies that blow the doors off. Business as usual. New York: Doubleday. 

[xv] Senge, P.M., Scharmer, O., Jaworski, J. and Flowers, B.S. (2004). Presence. Human purpose and the field of the future. Cambridge: The Society of Organizational Learning. 

[xvi] Deleeck, H., Huybrechts, J. & Cantillon B. (1983). Het Matteüseffect. De ongelijke verdeling van de sociale overheidsuitgaven in België. Antwerpen: Kluwer. 

[xvii] “We don’t see things as they are, we see them as we are.” Quote van Anaïs Nin. Dezelfde quote wordt ook toegeschreven aan vele anderen, waaronder Stephen Covey. Ere wie ere toekomt, hoewel er veel quotes bestaan die in de richting gaan, is het Anaïs Nin die het adagium in haar boek ‘The seduction of the Minotour’ als dusdanig verwoorde. Opmerkelijk is wel dat haar personage – Lillian – in het boek refereert naar een Talmud tekst: Lillian was reminded of the talmudic words. Bij nadere analyse gaat de religieuze tekst eigenlijk essentiëel over de interpretatie van dromen, dus besluit Gregory Sullivan alias Garson O’Tool (Geraadpleegd op 6 januari 2021 via https://quoteinvestigator.com/2014/03/09/as-we-are/) dat Anaïs Nin met de eer gaat lopen. 

[xviii] Covey, S.R. (1993). De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam: Business Contact.

[xix] Kuhn, T.S. (1970). The Structure of Scientific Revolutions. Chicago: University of Chicago Press.

[xx] Barker, J. A. (1992). The Business of Discovering the Future. New York: Harper Collins Publisher.

[xxi] Sociaal.Net. Eerdekens, W. & Declercq, L. Outreachers zijn de sterke buitenbeentjes van sociaal werk. Geraadpleegd op 9 januari 2021 via https://sociaal.net/achtergrond/outreachers-zijn-de-sterke-buitenbeentjes-van-sociaal-werk/

kritisch denken en creatieve wisselwerking in sociaal werk [i]

Kritisch Denken... een toepassing van Creatieve Wisselwerking

Kritisch denken is een manier van denken gericht op het formuleren van een weloverwogen antwoord op een vraag, het nemen van een beslissing of het komen tot een actie.

Deze definitie doet mij uiteraard denken aan het Cruciale Dialogenmodel uit mijn boek ‘Cruciale Dialogen’[ii] Dit model is gebaseerd op én een toepassing van het creatief wisselwerkingsproces[iii].

Dit Cruciale Dialogenmodel is ook bekend als ‘de liggende acht’ en ziet er, in een van z’n summiere vormen, als volgt uit:

Initieel staat wordt in het midden van het model; waar hierboven het begrip EMOTIE staat, de vraag of het probleem uitgedrukt in vraagvorm. Het doel is uiteraard die vraag daadwerkelijk te beantwoorden. De linker lus van het model, met als karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen, omvat het DENKEN. Dit denken leidt naar een INZICHT in de vraag of het probleem. De emotie die men voelt wanneer men de vraag waarderend begrepen heeft, vindt men – zoals op de figuur afgebeeld – terug in het midden van het model. Die emotie veroorzaakt de creatieve spanning om mogelijke antwoorden te formuleren. Dit gebeurt in de rechter lus van het model (meer bepaald in de karakteristiek Creatief Integreren). Eens met een set antwoorden gecreëerd heeft, dient beslist te worden welk(e)antwoord(en) men uiteindelijk kiest om uit te voeren (zie omslagpunt BESLISSING). Die beslissing wordt gevolgd door een actie (dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren). De rechter lus visualiseert het DOEN. Het ganse model kan ook beschreven worden als een synergie van het Franse “Ik denk dus ik ben” en het Amerikaanse “Ik doe dus ik ben”. Let wel om te ‘DOENKEN’ dient men Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven.

Om tot een goed antwoord, een goede beslissing en een goede actie te komen, bestaat een kritisch denkproces best uit acht elementen. Deze acht elementen voldoen (of niet) aan specifieke standaarden. De elementen en hun standaarden vormen een schema om kritisch naar een situatie of probleem te kijken (gebaseerd op de Paul & Elder, 2007[iv]).  

Het belang van kritisch denken in de opleiding sociaal werk

Kritisch denken is essentieel voor sociaal werkers. Veel situaties waarover sociaal werkers beslissingen moeten nemen, zijn complex en hebben geen pasklaar antwoord. Kritisch denken kan sociaal werkers helpen om in onzekere situatie een zo juist mogelijke beslissing te nemen.

In de opleiding sociaal werk willen we daarom dat studenten leren om kritisch denken systematisch toe te passen bij alles wat ze ondernemen. Kritisch denken is een essentieel leerresultaat van de opleiding. Dat wil zeggen dat studenten die tijdens de opleiding niet kritisch denken, niet kunnen slagen voor de opleiding. 

Om kritisch denken te ontwikkelen, bieden we doorheen de opleiding veel oefenkansen met feedback en hulpmiddelen. Bij de vele evaluatiemomenten (bijvoorbeeld examens of papers) is kritisch denken steeds een onderdeel. Welke elementen of standaarden worden geëvalueerd, is steeds duidelijk vermeld. 

Kritisch denken is dus, nog min noch meer, het van binnenuit beleven van de Creatieve Wisselwerking! Dus zou IMHO m’n boek een leidraad voor deze opleiding aan de UCLL kunnen zijn.

8 Elementen

Volgende acht elementen zijn de onderdelen van het denkproces. 

Eens kijken of die acht elementen van Paul & Elder hun plaats vinden in de liggende acht. Ik rangschik de acht elementen volgens de stroom van de liggende acht (zie de eerste figuur van deze column en het complete model uit Roels, J. 2012. p. 63):

De Vraag hoort uiteraard bij het midden van het model. In z’n summierste vorm is het Cruciale Dialogenmodel eigenlijk een lemniscaat met in het midden het vraagteken:

Dan gaan we naar eerste karakteristiek: Authentieke Interactie en daar vindt men de data, dus de feiten, de waarnemingen en objectieve gegevens. Die worden geobserveerd met behulp van wat ik het ‘helder’ bewustzijn noem.

We vervolgen met de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen en die omvat de overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders van waaruit de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd. Paul&Elder hebben daar ook meerdere namen voor. Eerst en vooral: Perspectief

Ten tweede: de vooronderstellingen, onderbouwingen. In mijn model worden die eerst gebruikt om de vraag ‘waarderend te begrijpen’ d.w.z. dat we de vraag diepgaand begrepen hebben, wat Paul&Elder ‘tot een conclusie komen’ noemt, noem ik ‘tot een gedeelde mening komen’ en die zorgt voor de emotie (zie hoger: het summier model). De perceptie en interpretatie gebeurd met wat ik het ‘gekleurd’ model noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril.

De emotie komt van het verschil tussen de gedeelde mening over de ware betekenis van het probleem, dus de huidige situatie en het doel, met namen de ideale situatie, de gewenste situatie. Hoe groter dit verschil of delta, hoe groter de creatiespanning en dus hoe groter de wil om die bestaande toestand te transformeren in de gewenste toestand.

Dan volgt de derde karakteristiek, Creatief Integreren met als elementen: doelen, idealen en gewenste toekomst. Komt dus overeen met de visie van Paul&Elder, waar de doelstelling is wat men tracht te realiseren. En dat is uiteraard het geven van een correct antwoord op de vraag of het realiseren van een goede oplossing van het probleem!

In de derde karakteristiek worden de concepten, die eigenlijk reeds voor een stuk gebruikt werden om de vraag waarderend te begrijpen (tweede karakteristiek), gebruikt om op een creatieve manier te komen tot mogelijke antwoorden. Overigens zagen ook Paul & Elder Kritisch denken en Creatief denken als twee facetten van hetzelfde muntstuk (Paul & Elder, 2008[v]). Dit alles gebeurt met wat ik het synergetisch bewustzijn noem (cf. 1+1>3).

Op het einde van de derde karakteristiek komt men tot (een) besluit(en). In mijn mindset is er een groot verschil tussen ‘besluiten’ en ‘beslissen’. De conclusie van Paul&Elder komt overeen met wat ik het set besluiten noem. Maar dan er is nog niet beslist welke van die ‘besluiten zullen uitgevoerd worden… Daar is effectief beslissen voor nodig!

Met andere woorden aan de theorie van Paul&Elder dienen er nog twee elementen toegevoegd worden vooraleer hun achtste element aan bod komt. 

Beslissen welke van de besluiten effectief zullen gerealiseerd worden. Die beslissing gebeurt tussen karakteristieken 3 (Creatief Integreren) en 4 (Continu Transformeren)

Dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren door het effectief (en efficiënt) uitvoeren van de besliste acties! En daarbij is het Proces Bewustzijn van uitzonderlijk belang.

We komen terug in het midden van ons model en daar vinden we het het resultaat van onze inspanningen, volgens Paul&Elder  de gevolgen! Uiteraard dienen we dan na te gaan of ons probleem ter deze is opgelost, indien niet dan hervatten we de rit op de liggende achtbaan.

Dus m’n versie van Kritisch denken, eerder van Kritisch ‘doenken,’ omvat tien elementen!

Overigens vind ik de liggende acht sterker dan onderstaande figuur en geef grif toe dat de liggende acht ‘iets’ complexer is. Maar toegegeven, deze figuur verhaalt maar het denkgedeelte van het verhaal. Anderzijds is Kritisch denken zonder er iets effectief mee te doen… steriel!

Kritisch denken bij het lezen van een tekst aan de hand van de elementen

Kritisch denken bij het schrijven van een tekst aan de hand van elementen

9 Standaarden

De standaarden zijn de normen waaraan het denken voldoet. In de opleiding aan het UCLL wordt op 9 standaarden gefocust. 

Kritisch denken bij het voeren van een gesprek/een debat aan de hand de standaarden

Hulpvragen bij het Kritisch Denken

En hoe hanteren we die standaarden binnen  het Cruciale Dialogenmodel? Daartoe gebruik ik de volledige figuur van de liggende acht, die ik ook soms de vlinder noem, (zie  hoger):

De helderheid vindt men ook terug in het gebruik van het helder bewustzijn om de helderheid van de data te toetsen.

Helderheid. In het midden staat de vraag of het probleem. De eerste vaardigheid van de eerste karakteristiek is die Kernvraag correct en helder stellen

Significantie. De belangrijkheid (significantie) van het probleem wordt tweemaal nagegaan. De eerste keer bij het begin (in het midden) met de vraag: “Is het probleem de moeite waard om opgelost te worden?” De tweede keer na het doorlopen van de karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen en dus, terug in het midden, gaat men de belangrijkheid van de zogenaamde ‘delta’ na.  Die delta is het verschil tussen de huidige situatie (linker lus van het model) en de gewenste situatie (rechter lus van het model) en dus de belangrijkheid van het probleem. De bijhorende vraag is : “Is dit verschil groot genoeg zodat de creatiespanning ons tot actie noopt?” of nog “Is het sop de kool wel waard?”

Diepte. De complexiteit van de vraag (het probleem) wordt tijdens de eerste karakteristiek nagegaan. Hebben wij wel genoeg data om die complexiteit te beschrijven?

Relevantie. De relevantie vraag dient van in het begin gesteld te worden. De gebruikte data dienen uiteraard relevant te zijn voor het beantwoorden van de vraag.

De relevantie vraag komt terug bij in de beslissingsfase. Met name in de vorm van de vraag: “Zijn de voorgestelde antwoorden op de vraag relevant?”

Eerlijkheid Eerlijkheid is een onderdeel van de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie. De informatie die men geeft dient eerlijke informatie te zijn, conform de werkelijkheid. Het dienen met andere wooorden ‘Feiten’ te zijn. En als het interpretaties zijn dient dit ook ze te worden aangegeven. Een vaardigheid horend bij de eerste karakteristiek is Bevestigend Parafraseren. Men dient in alle eerlijkheid te bevestigen en dus niet een parafrasering goedkeuren die je in feite niet correct vindt. Want in dat geval is men niet eerlijk. Een andere vaardigheid, Nederig Vragen hoort bij tweede karakteristiek. Daarbij gaan we er van uit dat de ander eerlijk zal antwoorden op m’n nederige vragen en geen ‘politiek correct’ antwoord zal geven.

Accuraatheid. De tweede vaardigheid van de 1ste karakteristiek is Bepleiten en Bevragen, dit is pleiten voor eigen meningen en daar horen vragen bij naar de accuraatheid van die stellingen. Die vragen staan hierboven geformuleerd.

Precisie. Bijkomende vragen rond de stellingen van de deelnemers aan het gesprek. Hoe precies zijn die? Op wat zijn die gebaseerd?

Breedte. Dit is, in mijn theorie, de kleine staande acht in de linker lus van de grote liggende acht. Daarbij worden de referentiekaders (tweede karakteristiek) getoetst aan de werkelijkheid (eerste karakteristiek). Het heeft ook betrekking op de verschillende ‘gekleurde brillen’ die aan zet zijn (tweede karakteristiek) waardoorheen men de werkelijkheid (eerste karakteristiek) ziet. In de breedte houden we rekening met de verschillende perspectieven. Meer nog we creëren een Gedeelde Mening met betrekking tot de cruciale vraag. Gedeelde mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan  de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen en ze als legitiem aanvaarden en uiteindelijk die vraag of het probleem éénduidig waarderend begrijpen (i.e. de Gedeelde Mening). Dit is een conditio sine qua non voor het uiteindelijk vinden van de broodnodige oplossingen.

Logica. De logica dient nagegaan te worden op het eind van de eerste lus (zit er logica in het waarderend begrepen probleem en in onze gedeelde mening betreffende de cruciale vraag) en tijdens de besluitvorming (derde karakteristiek)

De hulpvragen in dit deel dienen eigenlijk Socratische vragen te zijn. Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemers aan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

[i] Deze column is gebaseerd op een nota van de cursus Filosofie van het eerste jaar Sociaal Werk aan de UCLL (Docenten Rottiers S. en Lleshi Gjonpalaj B. – academiejaar 2020-2021).

[ii] Roels, J.  (2012). Cruciale dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iii] Roels, J. (2001). Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant.

[iv]Paul, R. & Elder, L. (2007). Critical Thinking Competency Standards. Standards, Principles, Performance Indicators, and Outcomes. With a Critical Thinking Master Rubric. The Foundation for Critical Thinking.

[v] Paul, R. & Elder, L. (2008). The Thinker’s Guide to Critical and Creative Thinking. Foundation for Critical Thinking Press.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXIV

EPILOOG:

BLIJF WAKKER, BLIJF VERWONDERD

I wanted to know my story, and your story. Felt like I needed to understand as much of it as I could in order to understand myself. You know, who was I? And where I came from and what that meant. What did it mean to my family? Where was I going? And where were we going together as a people? … 

But most of all, more than anything else, d to be able to tell that story well to you. That was my young promise to myself, and this was my young promise to you. 

From when I was a very young man, I took my fun very seriously, you know. And this is what I pursue as my service, I still believe in it as such. 

This is what I have presented to you all these years. s my long and noisy prayer, as my magic trick.[i]

– Bruce Springsteen

Springsteen on Broadway – Dancing in the Dark (Introduction) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, we zijn aan het eind gekomen van een lange trip. Een met niet minder dan vierenveertig etappes. In het voorwoord schreef ik dat ik deze serie columns startte om jullie een blijvend ruggensteuntje te geven bij het vervullen van jullie levensopdracht: wendbaar en weerbaar blijven. De serie kreeg de titel Blijf Wakker! omdat ik er van overtuigd ben dat jullie nog steeds uit de ijzeren greep van de Vicieuze Cirkel zijn gebleven en daardoor nog verbonden met jullie Intrinsieke Waarde. Hoe het daarmee nu, wanneer jullie dit lezen, gesteld is, kan ik niet bevroeden. Het voorwoord van de serie werd gepubliceerd in oktober 2018 en deze epiloog wordt nu, pakweg twee jaar later, gepubliceerd (1 september 2020). Wel schreef ik de ruwe versie ervan eind augustus 2019. Waarom? Ik wou de klus zo vlug mogelijk klaren, want men weet maar nooit.  Ten einde jullie niet te zwaar te belasten, publiceerde ik slechts twee columns per kalender maand. Dit klokvast op de eerste en de vijftiende van elke maand. 

Ik schreef deze columns ook om m’n laatste levensmissie concreet te maken:

Helping my Grandkids Creating their Lives while Staying their Original Self through Consistent Living Creative Interchange from Within.

Johan Roels

Wat er gedurende die twee jaar niet veranderde, waren de in snelheid toenemende ingrijpende veranderingen. Die veranderingen nopen jullie, nog meer dan voorheen, hoe langer hoe meer wendbaar en weerbaar te worden. Die uitdrukking werd onder meer gebruikt door Fons Leroy, directeur van de VDAB (2005-2019). Dit in een interview op het vrt één journaal van 7 oktober 2016, daags na de aankondiging van het massa ontslag van medewerkers bij ING België. Fons stelde toen dat we ons in de toekomst de sleutelvaardigheden, om in de snel veranderende (VUCA) wereld wendbaar en weerbaar te blijven, dringend eigen dienen te maken. Mij was het direct duidelijk dat men, om wendbaar (i.e. pro-actief) en weerbaar (i.e. re-actief) te blijven, de vaardigheden van Creatieve wisselwerking van binnenuit dient te beleven.

Daarom behandelen 26 van de voorgaande columns het creatief wisselwerkingsproces. Dit in de vorm van antwoorden op cruciale levensvragen. Daarbij werden de vier karakteristieken, acht basiscondities en zestien vaardigheden van dat unieke proces zo duidelijk mogelijk uitgewerkt. De inhoud van die columns werd ook verteerbaaarder gemaakt door het inlassen van persoonlijke anekdotes. Daarenboven behandelen 15 bijkomende columns cruciale aspecten van het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Hoe de columns daadwerkelijk gebruiken?

God have mercy on the man

Who doubts what he’s sure of.[ii]

– Bruce Springsteen

Mijn gebruik van bovenstaande quote van Bruce Springsteen onderstreept dat ik de waarheid niet in pacht heb en mijn denkkader steeds in vraag stel. Dit doe ik uiteraard door gebruik te maken van het creatief wisselwerkingsproces. Wat ik jullie aanraad is om, wanneer er iets niet loopt zoals jullie verwacht hebben, niet bij de pakken te blijven zitten en aan introspectie te doen. Dit laatste met behulp van wat ik het Cruciaal Dialoogmodel heb genoemd. Dit model is, zoals jullie weten, volledig gebaseerd op het creatief wisselwerkingsproces. Ik geef grif toe dat het model niet eenvoudig is wegens het beschrijven van een buitengewoon rijk en gelaagd proces. Het is wel een model waar ik zelf nog elke dag van leer. Wat ik zo onder meer geleerd heb is dat men, door het van binnenuit beleven Creatieve wisselwerking, er steeds meer waarderend van begrijpt en het proces daardoor ook steeds meer van z’n geheimen prijsgeeft.

Eloïse, Edward en Elvire, wat ik hier verder in deze epiloog neerpen, geeft aan hoe ik Creatieve wisselwerking en het model gebruik. Dit is geen evangelie want, zoals hierboven gesteld, heb ik de waarheid niet in pacht. Met andere woorden, het is enkel mijn waarheid niet de waarheid. Wat ik stel en zeg, is wel het beste wat ik hierover te zeggen heb. Daarmee voldoe ik aan het eerste van het tweevoudig commitment van Henry Nelson Wieman: “Geef steeds het beste van jezelf.” Zoals jullie weten is het tweede van dit tweevoudig commitment: “Ik sta steeds open om dat beste te verbeteren.” Hopelijk wordt dit ook jullie commitment!

Wanneer er in mijn leven echt iets voorvalt, dat ik niet had verwacht en/of bezwaarlijk positief te noemen is, ga ik eerst na met welke karakteristiek van Creatieve wisselwerking het gebeuren vooral te maken heeft. Dit zijn er, zoals jullie onderhand wel kunnen dromen, vier:

  • Authentieke Interactie (die ik Communicatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Waarderend Begrijpen (dat ik Appreciatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Creatieve Integratie (die ik Imaginatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Continu Transformeren (dat ik Transformatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog).

Wanneer het mij duidelijk is geworden welke karakteristiek echt te wensen overliet, zoem ik in op de basiscondities en de vaardigheden van de karakteristiek. Anders gesteld, ik tracht de angel van het probleem te vinden teneinde het te kunnen oplossen. Een overzicht:

  • Authentieke Interactie (Deel VI):
    • Vertrouwen en Openheid (Deel IX: Hoe openblijven en blijvend vertrouwen hebben?)
      • Het Formuleren van de Kernvraag (Deel X: Hoe correct een vraag formuleren?);
      • Het in balans brengen van Bepleiten en Bevragen (Deel XI: Dien ik mijn mening te bepleiten of naar de mening van de ander te vragen?);
      • Gebruiken en onderkennen van de Non-Verbale Communicatie (Deel XII: Hoe non-verbale communicatie ontcijferen?);
      • Bevestigen wat Herhaald werd (Deel XIII: Hoe bevestigend parafraseren?).
  • Waarderend Begrijpen (Deel XIV):
    • Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met Ambiguïteit (Deel XV: De voorwaarden met betrekking tot het Waarderend Begrijpen);
      • De kunst van het Nederig Vragen (Deel XVI: Hoe nederig vragen?)
      • Het Vinden van De Plus achter de Min (Deel XVII: Hoe plussen vinden achter de min?);
      • Het Integreren van Verschillen (Deel XVIII: Hoe verschillende inzichten integreren?);
      • Het gebruiken en in vraag stellen van Mentale Modellen (Deel XIX: Hoe Mentale Modellen in vraag stellen?).
  • Creatieve Integratie (Deel XXI):
    • Verbinden (Deel XXII: Hoe verbinden van ogenschijnlijk niet verbonden elementen?) en Creativiteit(Deel XXIII: Hoe creatiever worden?);
      • Herkaderen van de realiteit (Deel XXIV: Hoe herkaderen?);
      • Gebruik van Analogieën (Deel XXV: Hoe analogieën gebruiken?);
      • Gebruik van Metaforen (Deel XXVI: Hoe metaforen gebruiken?);
      • 4 Plussen en een Wens (Deel XXVII: Hoe synergie bekomen via ‘4 Plussen & 1 Wens’?);
  • Continu Transformeren (Deel XXIX)
    • Tenaciteit (Deel XXX: Hoe vasthoudendheid verhogen)? en Interafhankelijkheid (Deel XXXI: Hoe Interafhankelijkheid omarmen?);
      • Herhalen en Evaluatie (Deel XXXII: Hoe blijvend herhalen en evalueren van de activiteit?);
      • Feedback – Positive Reinforcement en Correctie (Deel XXXIII: Hoe correct feedback geven en krijgen?);
      • Durven Wijzigen – indien nodig (Deel XXXIV: Hoe van Koers durven veranderen?);
      • Procesbewustzijn (Deel XXXV: Hoe werkelijk bewust zijn van het proces?).

Bovenstaande opsomming kan ook in één beeld gevat worden:

Ook de nog niet vermelde columns kunnen mij helpen om het proces weer vlot te krijgen of het diepgaander te gebruiken. Het gaat meer bepaald om volgende columns:

  • Deel I: Hoe wendbaar en weerbaar blijven?
  • Deel II: Hoe zoveel mogelijk je Creatieve Zelf blijven?
  • Deel III: Wie ben ik?
  • Deel IV: Welke zijn mijn waarden en kernkwaliteiten?
  • Deel V: Hoe zit het met mijn persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement?
  • Deel XX: Wat te doen met de emotie van de gedeelde mening? (vraag die geplaatst wordt in het midden van het model)
  • Deel XXVIII: Hoe beslissen en niet blijven steken in besluiten? (vraag die geplaatst wordt in op het ‘tipping point’ tussen karakteristieken III en IV)
  • Deel XXXVI: Hoe Creatieve wisselwerking blijvend van binnenuit beleven (WATCH)?
  • Deel XXXVII: Hoe de valkuil van Sophie’s Choice vermijden?
  • Deel XXXVIII: Hoe licht leven in donkere tijden?
  • Deel XXXIX: Hoe sterk weer opslaan na zware tegenslag? 
  • Deel XXXX: Hoe omgaan met polariteiten?
  • Deel XXXXI: Hoe omgaan met een conflict?
  • Deel XXXXII: Hoe omgaan met een crisis?
  • Deel XXXXIII: Wat wil ik eigenlijk: Gelijk of Geluk?

Eloïse, Edward en Elvire, deze columns vormen een naslagwerk dat jullie kan helpen wendbaar en weerbaar te blijven.

Soms kunnen jullie, zoals hierboven beschreven, door reflectie nagaan welke column jullie in gegeven omstandigheden het best kan helpen. Zo komt het nogal eens voor dat het probleem niet duidelijk is. Zeker in groep heb ik het meermaals meegemaakt dat, het mij plots duidelijk werd dat de meerdere versies van het probleem, die zich in de Mindsets van de groepsleden bevonden, de oplossing ervan bemoeilijkten. Kortom, wees er steeds zeker van dat, wanneer in groep een probleem dient opgelost te worden, eenieder lid van die groep het probleem op eenzelfde manier, eenduidig dus, begrijpt. Daarbij helpt het om vaardigheid van deel X, het Formuleren van de Kernvraag, te beheersen. Ook zeer belangrijk vind ik het continu in vraag stellen van het eigen denkkader (Deel XIX). “Heb ik zelf een en ander wel correct waarderend begrepen?” en “Waarom ben ik zo zeker van mijn mening?” zijn vragen die mij daarbij helpen.

Eloïse, Edward en Elvire, uit eigen ervaring weet ik ook dat bij sommige tegenslagen de ganse reeks columns aan bod kan komen. Laat mij een voorbeeld geven uit m’n eigen leven. Jullie weten dat ik in september 2013 het verdict: ‘U heeft darmkanker” te horen kreeg. Dat was een kleine uppercut waar ik toch even diende van te bekomen. Wat ik met innerlijke zekerheid al maanden wist, werd door mijn specialist, Bruno Vermeersch, bevestigd. Gelijk krijgen is inderdaad niet altijd leuk! Wat heb ik in de daaropvolgende periode dan gedaan? Vooreerst heb ik, vanuit m’n waarden en kernkwaliteiten, volgende hamvragen gesteld: “Hoe wil ik gedurende de rest van m’n leven, met de wetenschap dat ik darmkanker heb, positief het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit beleven?” en “Hoe wens ik door mijn drie kleinkinderen herinnerd te worden?” Voor de beantwoording van deze vragen heb ik praktisch alle columns heb gebruikt. Een van de acties – naast het herschrijven van m’n levensvisie (zie hoger) – die er uiteindelijk uit voortvloeiden, was het effectief schrijven van deze columns om mezelf en jullie drie wendbaar en weerbaar te houden.

Success is not a destination, but the road you’re on.

Being successful means that you’re working hard 

And walking your walk every day.

You can live your dream by working hard towards it.

That’s living your dream

Marion Wayans

Het creatief wisselwerkingsproces laat zich niet controleren. Dus kan ik ook geen recept schrijven met betrekking tot hoe jullie dit proces dienen te beleven. Dit zullen jullie zelf moeten leren en dit juist door het proces continu van binnenuit te beleven! En dit met vallen en opstaan… Deze reeks is enkel een hulpmiddel en een naslagwerk om jullie bij die levenstaak te ondersteunen, niet meer en niet minder. Ik wens jullie het allerbeste toe tijdens jullie levenstocht en vergeet niet: “De reis is belangrijker dan het doel!”

De 44 columns samengevat in één song!

Gedurende de laatste etappes van mijn eigen tocht vind ik inspiratie in de tekst van Leonard Cohen’s lied ‘Anthem’ uit z’n album ‘The Future’ (1992), met de boodschap van hoop in donkere tijden (Deel XXXVIII). Dit lied vat de 44 columns op een enige manier samen.

De eerste strofe maakt mij duidelijk dat men elke dag opnieuw het creatief wisselwerkingsproces dient te beleven; dus in het nu. Dat men bovendien niet langer achteruit mag kijken dan strikt nodig, en dan enkel om lessen uit dat verleden te trekken teneinde er effectief iets mee te doen in het nu. Men mag zich ook niet verliezen in dromen over de toekomst. Op zich is het hebben van een droom goed, het zich verliezen in dromerij is dat helemaal niet. Een droom is een richtsnoer, dat men nodig heeft om het in het nu te volgen. Men creëert de toekomst die men wil in het nu; niet in het verleden en ook niet in de toekomst! Het helder bewust leven in het nu is verre van gemakkelijk. Dit is een van de weinige zekerheden die in het nieuwe paradigma overheid is gebleven. Het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking (waarvoor in het lied de duif als metafoor wordt gebruikt) is en blijft vechten tegen de persoonlijke Vicieuze Cirkel:

The birds they sang
At the break of day
Start again
I heard them say
Don’t dwell on what
Has passed away
Or what is yet to be
Yeah the wars they will
Be fought again
The holy dove
She will be caught again
Bought and sold
And bought again
The dove is never free

Het refrein herinnert mij er aan dat ik het beste van mezelf dien te geven en niet mag wachten tot wat ik doe perfect is. Imperfectie is geen probleem, want door elke imperfectie (‘the crack’) komt The Light (het licht) binnen. The Light is wat Yoda The Force noemt, met name Creatieve wisselwerking.

Leonard Cohen zei ooit, vertaald in het Nederlands, over dat refrein het volgende:

De toekomst is geen excuus om afstand te doen van je eigen persoonlijke verantwoordelijkheden ten opzichte van jezelf, je werk en jouw liefde. “Laat de klokken, die dat nog steeds, kunnen klinken.” Ze zijn met weinig, maar je kunt ze vinden.

Dit refrein gaat als volgt:


Ring the bells (ring the bells) that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

Er bestaan verschillende verhalen over waarop Leonard Cohen zijn beroemd geworden quote – There is a crack in everything. That’s how the light gets in – baseerde . Voor mij is de meest plausibele verklaring dat zijn bron een verhaal was uit het boek van de Boeddhist Meditatie leraar, Jack Kornfield, ‘A Path With Heart’[iii] (Cohen werd zelf Boeddhist met de bedoeling ‘heel’ uit een zware depressie te komen, wat na jaren verblijf in een Californisch Zen Boeddhistisch klooster uiteindelijk lukte[iv]). 

Het bewuste verhaal gaat over een jonge man waarvan een been diende geamputeerd te worden teneinde hem te redden van een gewisse dood. Die jongen leed aan een agressieve beenkanker. De kanker werd effectief overwonnen. Om het trauma veroorzaakt door het verlies van een been te kunnen verwerken, werd hij intensief begeleid door een vrouwelijke dokter, Naomi Remen. Deze arts gebruikte onder meer kunst en meditatie om mensen, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk, te genezen. In het begin van zijn therapie tekende de jongen op de rand van razernij zichzelf als een vaas met een lelijke barst. Wanneer hij, na jaren therapie en meditatie, de innerlijke vrede teruggevonden heeft, wordt hij door de arts confronteerd met een van z’n eerste tekeningen. Zijn directe reactie was: “Oh, deze tekening is niet afgewerkt.” De arts suggereerde om alsnog de tekening af te werken, wat hij deed. Hij bewoog een vinger over de dikke barst en zei tot de dokter: “Kijk eens naar die barst, daar komt het licht doorheen.” Hij nam een geel potlood en tekende het stromend licht doorheen de barst van het lichaam van de vaas en zei: “Onze harten kunnen sterk groeien op de gebroken plaatsen.”  

Ook de tweede strofe is een ode aan die imperfectie. Direct perfect, de oude slogan van de kwaliteitsgedachte van de jaren tachtig, is een leugen. Imperfectie, verbonden met continue verbetering door transformatie, is het nieuwe normaal. 

Het eigen commentaar van Leonard Cohen luidt als volgt:

Deze situatie kent geen perfecte oplossing. Dit is ook niet de plaats weer men dingen pefect maakt; noch in je huwelijk, noch in je werk, noch in je liefde voor jouw familie of land. Het leven is onvolmaakt. 

De strofe zelf luidt:


We asked for signs
The signs were sent
The birth betrayed
The marriage spent
Yeah the widowhood
Of every government
Signs for all to see

En terzelfdertijd dienen we er ons bewust te zijn van de hypocrisie van wat Leonard Cohen de “lawless crowed” en de “killers in high places” noemt. The Crack kan dus ook gezien worden als de scheur in de muren van corruptie, in regeringen en in de machtigen van deze aarde. Het gaat om structuren die ons omwikkelen, gevangen houden, van buiten naar binnen controleren en die de mensen tot slaaf maken en de middelen van de wereld knechten. Maar zoals Leonard Cohen heb ik belsoten mij niet te laten knechten en dus niet tevreden te zijn met de status quo. Het gaat niet alleen over persoonlijke groei, het gaat ook om anderen te inspireren.


I can’t run no more
With that lawless crowd
While the killers in high places
Say their prayers out loud
But they’ve summoned, they’ve summoned up
A thundercloud
And they’re going to hear from me

Die laatste zin doet mij dan weer denken aan een uitspraak van Martin Luther King: “We must speak with all the humility that is appropriate to our limited vision, but we must speak.” Dat is in essentie wat ik heb gedaan; en dit in 44 columns!

De strofe wordt gevolgd door het refrein, dat oproept om zowel wakker als authentiek te blijven. Leonard Cohen zegt daarover:

Er is een scheur in alles wat je kunt samenstellen: fysieke objecten, mindsets, kortom constructies van welke aard dan ook, fysiek of mentaal. Er is echter hoop, want een scheur is waar het licht binnenkomt, waar de opstanding is, waar de terugkeer en de berouw is. Het is de confrontatie van de gebrokenheid der dingen.

Door die gebrokenheid groeien we omdat we beseffen dat alles wat gebroken is op een of andere manier kan hersteld worden, terug ‘heel’ gemaakt worden.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

De laatste strofe is een oproep tot synergie. Hetgeen ik dan uiteraard interpreteer als een oproep tot het van binnenuit beleven van Creatieve wissselwerking, dat ook voor Leonard Cohen synoniem is van Liefde: 


You can add up the parts
You won’t have the sum
You can strike up the march
There is no drum
Every heart, every heart to love will come
But like a refugee

Om die laatste zin ‘But like a refugee’ waarderend te kunnen begrijpen dient men te overwegen dat Leonard Cohen sterk beïnvloed was door het Boeddhisme. Dus kan die zin een specifieke Boeddhistische betekenis hebben, want er bestaat een Boeddhistische ceremonie, “Taking Refuge (Toevlucht zoeken)” genaamd. De uitgesproken geloften tijdens deze ceremonie zijn: “Ik zoek toevlucht bij de Boeddha (de leraar), ik zoek toevlucht bij de darhma (de leerstellingen), ik zoek toevlucht bij de sangha (de gemeenschap van Boeddhisten).” Men doet deze geloften om iemands toewijding aan het boeddhistisch pad te versterken. 

Eloïse, Elvire en Elvire, het is niet verwonderlijk dat ik daarin Man’s Ultimate Commitment voor Creatieve wisselwerking zie. Ook Henry Nelson Wieman was beïnvloed door het Boeddhisme.

De betekenis van ‘toevlucht zoeken’ is een ietwat complex en potentieel verwarrend. Maar is Creatieve wisselwerking ook niet ‘Kunnen omgaan met ambiguïteit’?!? Volgens mijn interpretatie betekent ‘toevlucht zoeken’ het tegenovergestelde van wat men zou kunnen denken. Men zoekt geen toevlucht om veilig te zijn; men zoekt toevlucht als een verplichting die men zichzelf oplegt om de realiteit van ongegrondheid te ervaren (met andere woorden het tegenovergestelde van veiligheid in de zin van ‘securitiy’). Die veiligheid is overigens een illusie gebleken. Toevlucht zoeken tot Creatieve wisselwerking is bereid zijn om het eigen referentiekader (Mindset) in vraag te stellen en zich volledig open op te stellen en compleet wakker (i.e. helder bewust) te zijn. Het eigen referentiekader mordicus vasthouden komt neer op vasthouden wat een veilig en stabiel gevoel geeft. Dit is de identiteit van de gecreëeerde zelf. Meestal laat men de gecreëerde zelf maar los in tijden van wanhoop en wanneer we de zekerheden uit elkaar zien vallen. 

Er is ook een link met de vluchteling (refugee) in de gebruikelijke zin van het woord. Die vlucht voor vervolging of nare situatie in haar of zijn thuisland, in de hoop vrijheid en een betere situatie in een ander land. Het boeddhisme zegt, vertaald in Creatieve wisselwerking taal, dat we in onze gecreëerde zelf vast zitten. Dat we gevangenen zijn van onze eigen Vicieuze Cirkel met z’n gehechtheden aan eigen concepten en denkkaders. We zitten gevangen in onze Mindset en dienen toevlucht zoeken in het creatief wisselwerkingsproces teneinde onszelf te bevrijden van die boeien. Daartoe dienen we op elk ogenblik open en wakker te zijn.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
Ring the bells that still can ring (ring the bells that still can ring)
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in

En tot slot nog een ‘wijze gedachte’ in de vorm van volgende quote:

“The real act of discovery consists not in finding new lands,

But in seeing with new eyes.”

Marcel Proust

Creatively,

Jullie Opa, die zielsveel van jullie houdt,

Johan 


[i] Bruce Springsteen, Quote uit Dancing in the Dark (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Collumbia Records, 2018

[ii] Bruce Springsteen. Quote uit Brilliant disguise song uit de studioalbum Tunnel of Love, Columbia Records, 1987.

[iii] Jack Kornfield. A Path With Heart. The Classic Guide Through the Perils and promisses of Spiritual Life. London: Rider, an imprint of Ebury Press, Random House. 2002. Bladzijde 48.

[iv] https://time.com/4570605/marina-abramovic-leonard-cohen/

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXIII

WAT WILLEN JULLIE: GELIJK OF GELUK? 

Springsteen’s first breakdown came upon him at age thirty-two, around the time he released Nebraska. It is 1982, and he and his buddy Matt Delia are driving from New Jersey to Los Angeles in a 1969 Ford XL. On a late summer night, in remote Texas, they come across a small town where a fair is happening. A band plays. Men and women hold each other and dance lazily, happily, beneath the stars. Children run and laugh. From the distance of the car, Springsteen gazes at all the living and happiness. And then: Something in him cracks open. As he writes, in this moment his lifetime as “an observer . . . away from the normal messiness of living and loving, reveals its cost to me.” All these years later, he still doesn’t exactly know why he fell into an abyss that night. “All I do know is as we age, the weight of our unsorted baggage becomes heavier . . . much heavier. With each passing year, the price of our refusal to do that sorting rises higher and higher. . . . Long ago, the defenses I built to withstand the stress of my childhood, to save what I had of myself, outlived their usefulness, and I’ve become an abuser of their once lifesaving powers. I relied on them wrongly to isolate myself, seal my alienation, cut me off from life, control others, and contain my emotions to a damaging degree. Now the bill collector is knocking, and his payment’ll be in tears.[i]

Michael Haineh – Beneath the Surface of Bruce Springsteen – Esquire

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over de cruciale vraag: “Wat wil ik: gelijk of geluk?” Jullie weten al dat een ‘of’ vraag één correct antwoord heeft, namelijk JA! In de quote hierboven, uit een lang artikel over Bruce Springsteen, schrijft de journalist hoe Bruce door te veel het gelijk na te streven, het geluk verloor en in z’n eerste depressie sukkelde. Hiermee maak ik duidelijk dat het beter is geluk na te streven dan het eigen gelijk! Dit wil niet zeggen dat het antwoord op de cruciale vraag wijzigt, dit wil wel zeggen dat de nadruk dient te liggen op het nastreven van geluk!

Inleiding

Soms is men, door het eigen gelijk na te streven, gewoonweg niet zo gelukkig als men zou willen zijn. Men bijt zich vast in een meningsverschil en wil mordicus haar of zijn gelijk halen. Daarbij verliest men de plezierige omgang met zichzelf en de ander. Men komt in een discussie terecht en daarbij sijpelt het gelukkig gevoel, als men dat al had, vlug weg.

Zich ongelukkig voelen is een emotionele staat en dus, nogal logisch, dient men, wanneer men zich niet goed in haar of zijn vel voelt, eerst die eigen emotionele staat te onderzoeken. Want, zoals we reeds overvloedig gezien hebben in deze serie columns, emoties zijn de brandstof voor onze acties. 

Eloïse, Edward en Elvire, de toestand van onze emoties zal altijd een enorm effect hebben op ons gevoelsleven en ook op wat het volgende is dat in ons leven zal gebeuren. De emotionele staat heeft inderdaad invloed op gevoelens en die hebben dan weer invloed op acties en die acties, ten slotte, op de gebeurtenissen.

Gelijk hebben en gelijk krijgen

Nogal wat mensen denken: “Ik heb altijd gelijk, maar krijg het niet altijd.” Dat wordt soms een probleem; want gelijk hebben en geen gelijk krijgen wordt aangevoeld als onrecht.

Belangrijk hierbij is het antwoord op de vraag: “Wanneer heeft men gelijk?” Dit is volgens mij enkel zo indien de feiten waarop men zich baseert, kloppen met de werkelijkheid. Het dienen, met andere woorden, natrekbare feiten te zijn, geobserveerd met het helder bewustzijn. Voorbeelden daarvan zijn: een meter is geen twee meter en twintig Euro zakgeld is geen dertig Euro zakgeld. Dus met feiten heeft men zelden een probleem. Men heeft gelijk of geen gelijk, het is zwart of wit.

Vaak gaat het echter over meningen, gevoelens, principes of normen en waarden, die men verkoopt als feiten en dus als waarheid. Zoals jullie, Eloïse, Edward en Elvire, onderhand wel weten, zijn er zoveel meningen als er mensen zijn. Want de werkelijkheid wordt waargenomen met het gekleurd bewustzijn en dat laatste is voor elke mens uniek. Men zou kunnen stellen dat men gelijk heeft vanuit het standpunt van de eigen mindset. Men ziet namelijk die zaken doorheen de gekleurde bril van de eigen mindset. Anderen zien dezelfde zaken met een iets anders gekleurde bril en hebben ook gelijk, vanuit hun standpunt wel te verstaan.

Zoals gesteld, voelt het als onrecht wanneer men wel gelijk heeft en geen gelijk krijgt. Als het over feiten gaat, voelt het niet alleen als onrecht, het is onrecht. En dat onrecht roept dan weer tal van gevoelens op: boosheid, teleurstelling, woede en verdriet.

Indien echter uw gelijk steunt op gekleurde meningen is het maar de vraag of men werkelijk gelijk heeft. Sommige mensen gaan altijd het gevecht aan om hun gelijk te halen. Met ‘slaande’ argumenten, die bovendien meestal gekleurde meningen zijn, trachten ze de ander te overtuigen. Ze willen kost wat kost de discussie winnen. Ze rusten niet tot de andere zegt: het klopt wat je zegt. In mijn leven heb ik, tot op een bepaald moment, altijd gedacht dat dit soort mensen opgeleid waren door Jezuïeten. Het volgende heb ik meer dan tien keer als consultant en lesgever in bedrijven meegemaakt:

Soms werd het mij tijdens een intakegesprek of een cursus heel duidelijk dat de bewuste manager van het soort was dat steeds mordicus gelijk wil krijgen en heel bedreven was in het debatteren om dit gelijk binnen te halen. Niet voor niets hoort men in het werkwoord ‘debatteren’ het Franse woord ‘batterie’ dat ‘drumstel’ betekend. Wanneer dit alles me dus heel duidelijk was geworden, vroeg ik de manager in kwestie langs mijn neus weg: “Zou het kunnen dat u uw opleiding genoot bij Jezuïeten?” Steeds was het antwoord affirmatief en repliceerde die manager nog: “Waarom dacht u dat?” En toen ontvouwde ik mijn ‘denkkader’. De Jezuïeten leidden jonge mensen op niet om gelijk te hebben, maar om gelijk te krijgen. Zo leren ze te argumenteren totdat de tegenpartij de handdoek in de ring gooit. Ze leren te debatteren en discussiëren totdat ze daarin heel bedreven zijn. Die jonge mensen dragen dat gans hun leven met zich mee. Eens manager behielden ze dit gedrag en kon ik ze, af en toe, ontmaskeren. Omdat ik er nooit naast zat, kreeg ik een vastgeroeste mindset wat Jezuïeten betrof. Ik vond hun manier van opleiden maar ‘zus en zo’. Heel laat in mijn leven werd die mindset uiteindelijk grondig getransformeerd. Dit gebeurde na een paar ontmoetingen met Paul de Sauvigny de Blot SJ[ii] in 2011, ik was toen al vijfenzestig jaar. Dus, Eloïse, Edward en Elvire, men is nooit te oud om het eigen denkkader grondig in vraag te stellen en te transformeren!

De vragen die men zich dient te stellen zijn: “Heb ik wel gelijk?” en “Is mijn gekleurde mening echt de enige waarheid?” Zoals jullie weten ben ik ervan overtuigd dat ik de waarheid niet in pacht heb. Ik heb zelfs met de gedachte gespeeld de zin “Ik heb de waarheid niet in pacht!” op m’n voorhoofd te laten tatoeëren, maar ‘ons Rita’ stelde haar veto. Uiteindelijk heb ik mij een paar witte T-shirts gekocht met die slogan. Daarmee maak ik de ander duidelijk dat ik ervan overtuigd ben dat ik zelf de waarheid niet in pacht heb. Een bijkomend voordeel is dat de ander, die mij ontmoet en dus de slogan leest, eraan herinnerd wordt dat ook zij of hij de waarheid niet in pacht heeft. Uitgaande van deze ‘waarheid’, met name dat we geen van beiden de waarheid in pacht hebben, kunnen we in dialoog gaan en een gemeenschappelijke waarheid creëren. Die gedeelde mening of gedeelde ‘waarheid’ zal dichter bij ‘de waarheid’ liggen dan de ‘waarheden’ waar we beiden over beschikten.

Eloïse, Edward en Elvire, een probleem waar ik al jaren mee worstel, is dat ik, door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking en dan voornamelijk de eerste karakteristiek Authentieke Interactie, steevast overkom als iemand die stellig zijn ‘wijsheid’ communiceerde en dat werkte vaker in mijn nadeel dan in mijn voordeel. Ik kreeg en krijg namelijk vaak de labels ‘arrogant’ en ‘pedant’ opgekleefd. Uiteindelijk leerde ik daardoor om, samen met mijn meningen, even stellig mee te geven dat die meningen weliswaar ‘mijn waarheid’ en niet ‘de waarheid’ zijn. Met andere woorden, ik stond open voor een dialoog. Ik hield dus niet koppig of halsstarrig vast aan m’n eigen standpunten en luisterde echt naar de standpunten van de ander en begreep ze waarderend, zodat we samen konden streven naar een gedeelde mening. Let wel, dit alles wanneer dat ik met de ander in dialoog kon gaan. Dit was spijtig genoeg niet steeds het geval was. Nogal wat mensen lopen vaak weg wwanneer een cruciale dialoog[iii] zich aandient.

Omgaan met emoties

We hebben gezien dat gelijk hebben en geen gelijk krijgen steeds emoties opwekt.

Wat we mogelijks vergeten, is dat we het vermogen hebben onze emoties te kiezen. Over het algemeen zijn wij niet zo goed in het omgaan met emoties. We hebben een oordeel over emoties. We willen ons vooral blij, gelukkig, tevreden, geïnspireerd en gemotiveerd voelen. We willen vooral anderen laten zien hoe goed het met ons gaat en daar erkenning voor krijgen. Daar hebben we nu alle middelen toe, met op kop ‘Facebook’ en voor jullie, jongeren, ‘Instagram’.

Boosheid, woede, angst en verdriet zijn voorbeelden van emoties die wij als “niet goed” bestempelen. Deze emoties laten we het liefst niet zien en daardoor drukken we ze weg. Het lijkt wel alsof deze emoties in onze maatschappij niet thuis horen.

Iedereen kan kwaad worden. Het is heel makkelijk. 
Niet zo makkelijk is kwaad zijn op de juiste persoon, p het juiste moment, om de juiste reden en in de juiste mate. 
— Aristoteles

Eloïse, Edward en Elvire, het vermogen om met jullie emoties om te gaan, komt er op neer dat jullie het hele spectrum aan emoties (boos, blij, bang, bedroefd) durven toelaten en dit zonder waardeoordeel. Met de volgende stappen leren jullie constructief omgaan met emoties, jullie:

  • worden bewust van jullie gevoelsniveau en van de emotie daaronder. Hoe sneller hoe beter. Zo kan men er iets mee doen i.p.v. deze emoties op te stapelen. Men hoedt zich er ook voor door te schieten in een reactie;
  • creëren ruimte om de emotie te observeren. Waar komt deze emotie vandaan? Geef de emotie aandacht zonder een oordeel te vellen. Hierbij zet men het helder bewustzijn in (awareness);
  • vinden in die ruimte de kracht om bewust te kiezen hoe jullie met deze emotie wensen om te gaan i.p.v. zich er door te laten leiden;
  • stellen volgende vragen; Wat triggert mij? Wat kan ik hiervan leren? Welke boodschap neem ik hieruit mee? ;
  • kijken of de emotie verdwijnt als men deze helemaal heeft doorvoelt. Doorvoelen wil zeggen bewust aandacht geven aan het gevoel, zich erop concentreren en het niet relativeren, bagatelliseren of wegduwen en zich er toch niet laten door meeslepen;
  • kijken, wanneer die eigen emotie niet is weggeëbt, er nogmaals naar. Is het zo voldoende of is er een bewuste actie nodig? Vraagt de emotie om een actie, kies dan bewust welke actie. Het is prima om te huilen bij verdriet en het is ook prima om even stoom af te blazen bij woede, door bijvoorbeeld even te schreeuwen of op een kussen te slaan;
  • vragen jullie daarbij af: “Wat is (voor u en de ander) een constructieve manier om uiting te geven aan die emotie?

Wanneer men alle emoties kan voelen en men er mee om kan gaan, door deze de ruimte te geven en waarderend te begrijpen, kan men bewust kiezen hoe men met deze emotie wenst om te gaan. Door te leren op een constructieve manier uiting te geven aan emoties, waar nodig, zal men merken dat men minder gevoelens opkropt, waardoor men minder in de Vicieuze Cirkel terecht komt en daardoor meer Creatieve wisselwerking van binnenuit beleeft, waardoor het eigen energie niveau stijgt.

Wanneer men het helder bewustzijn niet ontwikkelt met betrekking tot de eigen emoties, dan blijf men ze onderdrukken en opstapelen. Dit zorgt ervoor dat deze emoties op den duur de controle krijgen en dan schiet de eigen Vicieuze Cirkel door en wordt bijvoorbeeld woede op een destructieve manier geuit. Of de emoties worden onderdrukt, wat kan leiden tot vermoeidheid & stress; klachten die zich uiteindelijk in lichamelijke pijn kunnen uiten. Die klachten en die pijn zijn niets anders dan neveneffecten van de Vicieuze Cirkel.

Laat ik dit stukje eindigen met een metafoor. Als er een splinter in je vinger zit, gaat die op de duur irriteren. Wanneer men er niets aan doet, gaat het pijn doen en de vinger ontsteken. Het lichaam geeft een duidelijk signaal dat er iets ‘aanwezig’ is wat moet verwijderd worden. Zo werkt het op het emotionele vlak ook. Emoties die genegeerd worden, zorgen voor irritatie. En op den duur gaat het pijn doen (ontsteken). Als men de emoties tijdig onderkent, kan men ze doorvoelen en de betekenis ervan inzien en uiteindelijk lossen de emoties letterlijk op.

Wendbaar en Weerbaar

Als je geconfronteerd wordt met een probleem, denk dan goed na.
Als er een oplossing is, dan heeft het geen zin je zorgen te maken. Is er geen oplossing dan heeft het geen zin je zorgen te maken.
– Dalai Lama 

Eloïse, Edward en Elvire, deze ganse serie columns heeft tot doel jullie te helpen wendbaar en weerbaar te blijven (zie het deel ‘Inleiding’). Wanneer men denkt gelijk te hebben en het plots in de dialoog duidelijk wordt dat men helemaal geen gelijk heeft, dan is emotionele flexibiliteit op z’n plaats. Deze vaardigheid werd voor het eerst zo benoemd door Susan David, een Harvard professor, in haar boek met die titel[iv]. In dat boek heeft zij het over de noodzaak van het ontwikkelen van emotionele flexibiliteit. Hiermee wordt bedoeld het vermogen om je aan te passen aan lastige omstandigheden en sterker dan ooit terug te veren! Het aanpassen heeft te maken met wendbaarheid, het terugveren met weerbaarheid.

Haar boek start overigens met een verhaal dat duidelijk aangeeft dat men best zijn denkkader transformeert van Star naar Flexibel. Er bestaan veel versies van dit verhaal en op het internet vindt men heel wat filmpjes die het verhaal verbeelden (meestal in het kader van één of ander reclamecampagne). In de versie van Susan David gaat het over een Brits oorlogschip (HMS Defiant) en in de videos over USA oorlogschepen (USS Lincoln en USS Montana) [v]

De versie van Stephen Covey[vi] steunt op een artikel van het tijdschrift Proceedings van de US Naval Institute waarin ene Frank Koch dit verhaal vertelt:  

Twee oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van het eskader, waren al dagen bezig met manoeuvers in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde, stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden het zicht. De kapitein bleef daarom zelf ook op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. 

Vlak nadat de duisternis was gevallen, meldde een wacht: “Licht aan stuurboord.” “Recht of niet?” riep de kapitein. “Recht, kapitein!” antwoordde de wacht. Er bestond dus gevaar voor aanvaring. 

De kapitein riep tegen de seiner; “Sein, aanvaring dreigt, verander uw koers twintig graden.” 

Het andere schip seinde terug: “Advies aan u: verander uw koers twintig graden.”

De kapitein repliceerde: “Sein, ik ben kapitein, verander uw koers twintig graden.”

“Ik ben stuurman tweede klas”, was het antwooord, “Verander uw koers twintig graden.”

De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: “Sein, dit is een oorlogschip. Verander uw koers twintig graden.”

Daarop kwam het signaal: “Dit is een vuurtoren.”

En … wij veranderden van koers.

Hoewel het ganse verhaal verzonnen blijkt[vii], blijft de boodschap overeind. Te lang vasthouden aan een niet op feiten gebaseerde mening kan verstrekkende negatieve gevolgen hebben. Dus is het raadzaam steeds de eigen meningen en dus het eigen denkkader in vraag te stellen.

Maar hoe wendbaarder worden!?!


Uiteraard door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Eloïse, Edward en Elvire, hierna geef ik nog een vijftal tips. 

1. Vecht niet tegen jullie gevoelens

Negatief onderdrukken doet meer kwaad dan goed. ‘Wanneer we emoties opzij zetten, ondermijnt het onze veerkracht.’ Pas als men zichzelf toestemming geeft om zich boos of verdrietig te voelen, kan men die gevoelens eerlijk aanpakken en vooruit gaan.

2. Schrijf het op.

Men kan niet altijd positief zijn. Want ook daardoor drukt men de emoties weg. Men draagt als het ware een masker. Een starre glimlach is niet het antwoord!


Wanneer men haar of zijn gevoelens opschrijft, gaat men er mee in dialoog. Door er woorden aan te koppelen, verwerkt en accepteert men de emoties op een gezonde en productieve wijze. Hierdoor groeit men en wordt men veerkrachtig.

3. Verruim de afstand tussen jezelf en je emotie

Zowel Victor Frankl als Paul de Sauvigny de Blot SJ vertelden hoe overlevenden van nazi en jappen dodenkampen, getuigden over het scheppen van een ruimte tussen de stimulus en het antwoord. In die ruimte kan men zich richten.

Als men zegt, “ik ben gestresseerd”, identificeert men zich met haar of zijn stress. Zeg dus eerder:  “Ik merk dat ik stress ervaar!” Hierdoor vereenzelvigt men zich niet met haar of zijn stress; men creëert afstand tussen zichzelf en de eigen emotie, en geeft men zichzelf de macht te kiezen hoe men reageert; zelfs in die uiterst moeilijke omstandigheden.

4. Breid je emotionele woordenschat uit

Hoe kunnen we onze emoties beheren als we ze niet correct kunnen benoemen of beschrijven? We gebruiken vaak slechts drie of vier synoniemen om te beschrijven wat we voelen. Uit onderzoek blijkt echter dat, hoe meer we een gedifferentieerde taal gebruiken om onze emoties te beschrijven, hoe meer we deze kunnen van binnenuit beheersen.

5. Stap uit de emoties.

Als men niet krampachtig bezig is met haar of zijn gevoel te veranderen, kan men rustiger onderzoeken wat het nut is van de emotie.  Het is waar dat emoties feiten zijn; de cruciale vraag daarbij is: “Op welke feiten steunen die emoties.” Emoties geven informatie over onze prioriteiten, onze waarden en over ons gekleurd bewustzijn, onze persoonlijke mindset.

Emotionele weerbaarheid

Emotionele veerkracht is wanneer men in staat is om haar of zijn hectische geest (‘The Monkey Mind’) te kalmeren na een negatieve ervaring. Het is intrinsieke motivatie, een innerlijke kracht waarmee we letterlijk tegenslagen van het leven kunnen te boven komen.

Net als andere aspecten van onze persoonlijkheid (zoals IQ, EQ Sociale intelligentie en zo) is Emotionele veerkracht een eigenschap die er is sinds de geboorte en die men best gedurende het hele leven blijft ontwikkelen.

The greatest glory in living lies not in never falling, 

but in rising every time we fall.”

Nelson Mandela

Emotionele veerkracht gaat niet over het winnen van de strijd. Het is de kracht om door de storm te varen en toch de koers aan te houden. Eloïse, Edward en Elvire, we leven in het tijdperk van de vierde technologische revolutie, en daardoor dienen we ons, pakweg, om de tien jaar aan te passen aan veranderingen die nooit eerder in ons leven hebben gekend.

Emotionele veerkracht is een levenskunst die verstrengeld is met zelfvertrouwen, zelfcompassie en verbeterde cognitie (kennis). Het is de manier waarop we onszelf machtigen alles als ‘tijdelijk’ waar te nemen en, door de pijn en het lijden heen, te blijven evalueren[viii]

Emotionele veerkracht betekent terugveren van een stressvolle gebeurtenis of tegenslag. En die tegenslag niet uw interne motivatie laten beïnvloeden. Let wel, het gaat niet om de ‘buigen en niet breken’ vaardigheid, want dat is eerder Emotionele wendbaarheid; het is eerder het accepteren dat men ‘gebroken is’ en niet bij de stukken blijven zitten, en terug opstaan en doorgaan. 

Dr. Harry Barry, een huisarts en expert in cognitieve gedragstherapie (CBT) publiceerde enkele van zijn opmerkelijke bevindingen over emotionele veerkracht in zijn boek ‘Emotional Resilience: How To Safeguard Your Mental Health’[ix].

Dit recent boek (publicatie mei 2018), is een van de rijkste en meest populaire teksten over emotionele veerkracht. Dr. Barry identificeert in zijn boek emotionele veerkracht als de ‘bouwstenen van het leven’. Hij ziet emotionele veerkracht als een coping mechanisme om overdadige stress (i.e. burn-out) te neutraliseren. Hij beweert dat veerkrachtige mensen beter coping-mechanismen inzetten en dus vlugger terugveren.

De in het boek genoemde interventiestrategieën draaien om drie concepten:

Cognitie – de manier waarop we denken

Perceptie – de manier waarop we dingen analyseren en evalueren;

Actie – de manier waarop we erop reageren.

Eloïse, Edward en Elvire, het is niet moeilijk om in die drie concepten m’n Cruciale dialoogmodel te ontdekken: Cognitie (linkerlus), Perceptie (midden) en Actie (rechterlus), teneinde de Vicieuze Cirkel beweging ‘om te draaien’!

Emotionele veerkracht kan, nog steeds volgens Dr. Barry, ontwikkeld worden door:

  • Het feit te herkennen dat onze gedachten onze acties beïnvloeden; Stress erkennen en bereid zijn er effectief mee om te gaan;
  • Openstaan voor veranderingen en flexibel zijn terwijl men zich aanpast aan nieuwe situaties;
  • Volgende waarheid acepteren: ‘dat door het veranderen van de manier waarop we op stress reageren;
  • De (actuele) Zelf omarmen door zelfcompassie en empathie op te bouwen en deze daardoor te transformeren in de richting van de Originele Zelf.

Uiteraard is het boek van Dr. Barry koren op mijn Creatieve wisselwerkingsmolen. Het is inderdaad een recente parafrase van het concept dat voor het eerst door dr. Henry Nelson Wieman als dusdanig werd beschreven, en aan de grondslag lagen van m’n twee boeken: ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’. 

Besluit

The secret of health for both mind and body is not to mourn for the past, worry about the future, or anticipate troubles,  but to live in the present moment wisely and earnestly.

Buddha

Hoe wendbaarder en weerbaarder men wordt, hoe gelukkiger men uiteindelijk is. Met andere woorden, hoe meer men Creatieve wisselwerking vanbinnenuit beleeft, hoe gelukkiger men wordt. Niet dat men daardoor van tegenslagen gespaard blijft. En toch, men kan er beter mee omgaan en uit het ego treden. Juist daardoor wordt men gelukkiger. Let wel, makkelijk is anders en er is volgens mij geen andere weg. 

Kortom, het is beter geen gelijk te krijgen en gelukkig te zijn, dan andersom. 

Darkness must pass
A new day will come
And when the sun shines
It will shine out the clearer.

J. R. R. Tolkien


[i] Michael Haineh, Beneath the Surface of Bruce Springsteen, Esquire Nov 27, 2018 https://www.esquire.com/entertainment/a25133821/bruce-springsteen-interview-netflix-broadway-2018/

[ii] Over mijn ontmoetingen met Prof. Dr. Paul de Sauvigny de Blot SJ en waarom ik hem uiteindelijk mijn vierde ‘geestelijke’ vader begon te noemen kunnen jullie hier meer lezen: http://www.creativeinterchange.be/?p=673

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012. Bladzijde 27.

[iv] Susan David. Emotionele Flexibiliteit. Amsterdam: Meulenhof Boekerij bv, 2017

[v] https://youtu.be/KvRYd8U7qGY

[vi] Stephen R. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 70e druk 2014. Bladzijde 26.

[vii] https://www.snopes.com/fact-check/the-obstinate-lighthouse/

[viii] Hara Estroff Marano, The Art of Resilience. Psychology Today, May 01, 2003: https://scholar.google.be/scholar?q=Marano+2003+emotional+resilience

[ix] Dr. Harry Barry. Emotionele Resilience. How to Safeguard Your Mental Health. London: Orion Spring, The Orion Publishing Group Ltd. An Hachette UK Compony. 2018.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXII

HOE OMGAAN MET EEN CRISIS? 

Ik gleed terug naar de afgrond waar woede, angst, wantrouwen, onzekerheid en het familietrekje mysogenie streedt met mijn betere engelen. Het was alweer de angst om iets te hebben, om iemand in mijn leven toe te laten, van iemand te houden, die een orkest van toeters en bellen liet afgaan en een heftige reactie opriep. Wie zou voor mij zorgen, van mij houden? De echte ik[i]

– Bruce Springsteen 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het omgaan met een crisis. Ook Bruce Springsteen belandde in een zware crisis, zoals de bovenstaande quote uit z’n boek ‘Born to Run’ aangeeft. Zijn echte ik, die hij verborg achter een façade van zorgeloosheid, was in crisis. In mijn taal betekent dit dat de Originele Zelf van Bruce in crisis was. Ook ik belandde ooit in een existentiële crisis. Nu ben ik er van overtuigd dat de kans groot is dat zowat eenieder ooit in een crisis belandt, dus ook jullie riskeren dit. Vandaar dat ik er deze column aan wijd. Ze is uiteraard gebaseerd op mijn eigen ervaringen en ook, en vooral, op wat ik leerde van m’n vierde (geestelijke) vader, Paul de Sauvigny de Blot SJ.

Wat is dat “een crisis”?

Paul de Blot SJ leerde mij inzien dat een crisis eigenlijk een vernieuwing is. Wij zijn het ons niet steeds bewust, maar wij evolueren, alles vernieuwt zich. Kijk bijvoorbeeld eens naar één van jullie handen. Dit is niet alleen een hand, het is ook een continu veranderingsproces! Continu sterven er cellen af en worden er nieuwe gecreëerd. Of het nu we willen of niet, onze ganse omgeving verandert. Het klimaat verandert, de bevolking verandert, het milieu verandert, de technologie verandert, kortom alles verandert. Bovendien zitten deze veranderingen momenteel in een stroomversnelling.

Wat betekent dit concreet.  Laat mij een voorbeeld geven: wanneer men vroeger afstudeerde dan was men voor het hele leven klaar. Wanneer men nu afstudeert is het diploma, op het moment dat men het krijgt, al verouderd. Hoe komt dat? De omgeving verandert zo radicaal en zo snel dat de gevolgde opleiding er niet meer in past. Er komen bovendien beroepen op ons af waarvoor er nog geen opleidingen bestaan. En elke opleiding veroudert heel snel indien men geen ervaring opdoet en daar niet van leert. Men dient continu bij te leren om continu te verbeteren!

Wat gebeurt er wanneer men transformeert? Dan raakt men de oude zekerheden kwijt. Men is gewend aan die zekerheden en die verliest men. En als men die kwijt is, komt men in een crisis terecht. De illusie van het verleden, zekerheid, is de oorzaak van de crisis van vandaag.

Neem nu de vroegere wereld van de grootbanken die ik heb gekend. Men was toen vriendelijk, klantgericht en toen kwam het devies ”we moeten meer geld maken!”. In die periode verdween ook de “goudstandaard”. Jullie hebben die tijd nooit gekend, maar toen men nog de “goudstandaard” hanteerde, was de hoeveelheid geld in omloop gerelateerd aan de goudreserve. Het laten schieten van de goudstandaard betekende vrij spel voor het drukken van geld. Toen kwam de verleiding. Geld kan geld maken en wie het meeste geld maakt krijgt een bonus. Gevolg, de klant werd vergeten, het ging hem om de bonus. Prachtig, iedereen wist dat, als men bij de bank op een zeker niveau kwam men een bonus kon verdienen… en dan werd men rijk! In 2008 zat plots de klad erin…Crisis! En in dezelfde periode kwam ook ik in een existentiële crisis. Ik was mijn zekerheden kwijt en belandde in een diepe depressie.

Verandering om te vernieuwen. Elke vernieuwing betekent in essentie crisis. In de natuur zijn er eigenlijk maar drie momenten van belang: een plant wordt geboren, gaat dood en creëert nieuw leven. Inderdaad, een plant wordt oud, krijgt zaadjes, sterft af en de zaadjes komen op. Het zaadje creëert precies dezelfde plant als de moederplant … of toch niet helemaal. De nieuwe plant heeft zich namelijk aangepast aan de veranderde omgeving. De nieuwe plant is anders, sterker en beter bestand tegen de bedreigingen van de nieuwe omgeving.

Crisis. Men moet sterven om nieuw leven te creëren. De mens stribbelt echter tegen, de mens verdomt het om dood te gaan. De mens doet er alles aan om in leven te blijven, ook al wordt dat overleven onbetaalbaar. De mens creëert ook organisaties die moeten blijven leven; hoe ouderwets en aftands die ook worden.

Dit was het verhaal van het eerste bedrijf waarin ik werkte: ‘den Kuhlmann’. Ook dat bedrijf diende, kost wat kost, te blijven leven. Hoewel het niet meer paste in de nieuwe omgeving (verouderde processen en wegdeemsterende producten) bleef men het artificieel in leven houden. De crisis kondigde zich aan en de doodstrijd duurde zo’n twintig jaar.

Sterven heeft anderzijds iets geweldigs. Alles moet sterven om tot nieuw leven te komen. We hebben prachtige idealen, we hebben prachtige ideeën… maar die verouderen snel. Het is ofwel sterven of drastisch transformeren. Het resultaat daarvan is hetzelfde: een nieuwe mens, een nieuwe organisatie!

Het leven is zakendoen

Eloïse, Edward en Elvire, als puntje bij paaltje komt, gaat het in het leven om het doen van zaken. Het gaat niet om religie, niet om het nastreven van een esoterisch ideaal. Het gaat om zakendoen, keihard zakendoen.

Wat bedoel ik met zakendoen? 

Het zit ‘m in het doen, in het realisme en is gericht naar een doel (zo goed mogelijk ‘overleven’):

Dat is dus één aspect; zakendoen met zin voor realisme. Realisme inzake de tastbare werkelijkheid en het niveau van de hardware! Bij het zakendoen dient men effectief en efficiënt te zijn en daarbij moet men realist zijn. Dit om de eenvoudige reden dat, indien men geen realist is, men niet deskundig is en daardoor faalt in het zakendoen.

Neem het verhaal van de hogesnelheidstrein in Nederland. Prachtig en duur concept. Het duurde jaren voor hij reed. Op een zeker moment werd een commissie samengeroepen om na te gaan waarom het project vastliep. De commissie legde na drie maanden de verzamelde gegevens vast in een rapport, met aanbevelingen. Dan verliepennog eens drie maanden om de implementatie van de aanbevelingen voor te bereiden: na zes maanden werden die eindelijk uitgevoerd, en … die acties waren geen succes! Hoe kwam dat? Na zes maanden werd een vernieuwing doorgevoerd gebaseerd op oude data. De omgeving was ondertussen reeds grondig veranderd, dus was de mislukking in de sterren geschreven. Weer nieuwe planning, weer nieuwe controle, weer nieuwe bijsturing… die mislukte weer. Elke planning mislukt per sé als ze niet tijdens de uitvoering aangepast wordt aan de vernieuwde werkelijkheid en dus aan de realiteit.

Dit noem ik realisme. Realisme betekent continu kijken naar de werkelijkheid en zich aan die realiteit aanpassen. Als men effectief en efficiënt wil werken, dient men te luisteren naar wat de omgeving nodig heeft. Dat betekent dat men deskundig moet zijn in het eigen vakgebied. Kortom, deskundig zakendoen door realisme!

Wat hebben jullie te maken met zakendoen?

Eloïse, Edward en Elvire, we maken allemaal deel uit van een gezin. Een gezin is ook een zaak, noem het voor mijn part een miniorganisatie. Ook een gezin moet winst maken. Ook een gezin moet overleven. Als er niets wordt verdiend dan komt er geen brood op de plank. Ook een gezin moet zakendoen: realist zijn en doen, presteren!

Men moet blijven presteren en dat presteren wordt steeds moeilijker naarmate de omgeving verandert en sneller verandert. Men heeft een goede, prachtige baan voor het verdere leven. Dat dacht men althans, en dan gaat het bedrijf op de fles, wat nu? Dan moet men sterven en opnieuw beginnen. En hier zit het probleem van de crisis. Een crisis is altijd vernieuwing en nieuwe kansen op het DOE niveau. Neem bijvoorbeeld mijn eerst professionele leven als ingenieur in een chemisch bedrijf. 

In de zeventien jaar dat ik er werkte, veranderde de fabriek liefst negen keer van naam, hoewel ze in de volksmond steevast “den Kuhlmann” bleef heten. Ik was aan de slag bij het IIB in Den Haag en woonde in Leidschendam, pas gehuwd met “ons Rita”(AKA Bonnie), toen begin 1971 mijn vader een brief opende die aan mij was gericht. 

Hij stuurde mij die brief door met een begeleidend schrijven, waarin hij zich excuseerde voor het verkeerdelijk openen van een aan mij gerichte brief en een hem typerend commentaar gaf. De brief kwam van “den Kuhlmann” met het bericht dat de baan, waarvoor ik een jaar eerder had gepostuleerd, nu eindelijk aan mij was toegewezen. Het commentaar van vader, dat ik nog ergens in mijn archieven moet hebben: “Aannemen Jan! Het wordt stukken beter betaald en het is even vast als een staatsbetrekking”. 

Tijdens de opstartperiode van de nieuwe zwavelzuurafdeling dat jaar wist één van de arbeiders mij tijdens onze shift te vertellen, dat “je moeder en je vader vermoorden” niet voldoende was om bij “den Kuhlmann” ontslagen te worden. Daar begon je om er veertig jaar nadien met pensioen te gaan. 

Het werd geen veertig jaar, nog niet de helft. In de jaren tachtig werden de fosfaten bij wet om milieuredenen uit de waspoeders gebannen. Een afdeling van ons bedrijf werd gesloten (als eerste van de zeven TPP-productie-eenheden van de groep, het Franse hemd was nader dan de Vlaamse rok). Als spin-off diende er gereorganiseerd te worden en als oplossing voor het probleem – dat mij was voorgelegd: “U moet één van de vijf bedienden van uw afdeling ontslaan” – stelde ik mijn directie voor mij te ontslaan. Ik diende niet letterlijk dood te gaan, maar wel grondig te transformeren. Ik kwam daardoor in mijn tweede professionele leven terecht. 

Wat gebeurt er als je telkens moet vernieuwen en zich aanpassen?

Eloïse, Edward en Elvire, als men het goed doet, krijgt men nog meer werk en riskeert men overspannen te raken. Binnen een zekere tijd loopt men tegen een burn-out aan. 

Het aantal burn-outs en depressies nemen exponentieel toe en dat is onheilspellend. We riskeren daardoor dat de sociale zekerheid de kalmeringsmiddelen en antidepressiva niet meer zal vergoeden wanneer jullie aan de beurt zijn. Dat de medicatie, wanneer die echt nodig zijn, niet meer zal terugbetaald worden door de mutualiteit. 

Het doen werkt burn-out in de hand. Het doen heeft namelijk energie nodig. Burn-out wreet energie. Lichamelijk krijgen we energie door te eten. Door de stress wordt men een veelvraat en wordt men moddervet. Dan heb je bij wijze van spreken bijkomende energie nodig om terug mager te worden. Ook de natuur geeft energie. Als men moe wordt gaat men naar het strand, naar het bos, … recreatie noemen ze dat. De natuur geeft energie. Maar de natuur, dat zijn wij. In ons lichaam zitten dezelfde elementen als in de natuur: ijzer, fosfor, calcium, noem maar op. Vervuil je de natuur dan vervuil je jezelf! Op dit moment vervuilen we ons lichaam omdat we de natuur vervuilen. Daardoor hebben we te weinig energie, dat versterkt de burn-out.

Waar halen we dan de energie vandaan?

We hebben in feite genoeg energie, die zit in onze geest. We zijn mensen met ziel en lichaam. De geest is de bron van de energie op het ZIJN niveau.

Hoe dienen jullie bovenstaande tekening te lezen?

Energie zit in inspiratie, in bezieling en in het ZIJN. Eigenlijk zijn het DOEN en het ZIJN een proces. Het DOEN bevindt zich uiteraard op het DOE-niveau, op het niveau van de acties. Het ZIJN bevindt zich op het geestelijk niveau. Op het ZIJN-niveau gaat het om het diepste verlangen, voelen met je hart, van binnen naar buiten. Hier leeft het idealisme; het is het niveau van de soft-ware. De twee niveaus, ZIJN en DOEN zitten allebei in ons wezen, in ons gezin, in onze organisatie. Alleen gebruiken we die niet steeds op een correcte manier.

Eloïse, Edward en Elvire, gezien ik jullie grootvader ben, had ik alle gelegenheid om jullie te observeren. En wat zag ik onder andere? Wanneer een kind leuk speelt dan wordt het niet moe, dan wil het niet naar bed. Waarom niet? … Energie te over! Als je met plezier werkt dan word je niet gauw moe.

Het gaat om het energieproces. Dat we je bezielt …, je droom.          

Bij het doen, bij het presteren, controleert men. Controle van prestaties is altijd achteraf, nooit vooraf. Men kan de prestaties in de toekomst niet vooraf controleren want die kan men niet meten. Men controleert de toekomst niet op het DOE-niveau. Verrassend genoeg controleert men de toekomst op het ZIJN-niveau:

Ik wil rijk worden…Ik wil gelukkig worden…Ik wil de wereld zien…Ik wil mijn gezin gelukkig maken…Ik wil de armen helpen…

Dit is controle van binnenuit, vanuit idealen, dromen en het verlangen; die geven energie! Op het ZIJN-niveau schep je ruimte voor tegenstellingen. Alles is uniek. We vullen elkaar aan, en verrijken elkaar.

Hoe brengen we het DOEN en ZIJN bij elkaar? 

Men moet er dus voor zorgen dat de lichamelijke energie (het doen, de acties) altijd afgesteld is op je geestelijke energie (het zijn, de talenten, het hoger doel). Anders werkt het plan niet. Verbindt deze twee met elkaar en zorg dat ze samenwerken. Anders gesteld, er dient interactie te zijn.

Het is dus de INTERACTIE die het ‘m doet! Interactie brengt die twee bij elkaar. Op het interactieniveau tussen DOEN en ZIJN gaat het om de verbinding tussen de inspiratie en het product, tussen idealisme en realisme. Het gaat om de INTERACTIE tussen mensen EN het overstijgen van de verschillen. Het gaat om Creatieve wisselwerking EN over de INTERACTIE met de veranderende omgeving: het niveau van de org-war.

Hoe kan men dat nu werkelijk doen? Met andere woorden: Hoe kan men datgene wat men doet bezielen? Hoe kan men haar of zijn droom realiseren? Het gaat het om: door het ZIJN-niveau het DOE-niveau ten volle mogelijk maken. Als men dit voor mekaar krijgt dan kan men heel wat grootse dingen verwezenlijken:

Werner von Braun was de grote Hitler deskundige op gebied van rakettechnologie. Hij kreeg de opdracht om een raket te bouwen die Londen kon treffen. Door zijn deelname aan het raketprogramma van Nazi Duitsland werd hij later heel controversieel. Hitlers’ opdracht werd op het einde van wereldoorlog II praktisch gerealiseerd: de V2 (de raket die Antwerpen teisterde). Na de oorlog werd Werner von Braun letterlijk naar de USA “gesmokkeld” (in feite had hij weinig keuze: de States of Rusland… hij koos voor de USA). 

Daar had hij heel veel tegenwerking van Washington en het Pentagon. Ze gaven Werner von Braun de opdracht een raket te ontwikkelen die Moskou kon treffen. Zijn droom echter was de ruimtevaart. De tegenwerking van de kant van de Senaat en het Pentagon was deels omwille van zijn nazi verleden, deels omdat hij zijn droom nastreefde, in plaats van raketten te ontwikkelen voor landsverdediging. 

Hij kreeg echter gelijk toen de Russen een serieuze voorsprong namen door het lanceren van achtereenvolgens de Spoetnik, de hond “Laika” en later de eerste man in de ruimte: Joeri Gagarin. Uiteindelijk slaagde Werner en zijn team waar de US Navy mislukte. Hij werd de geestelijke vader van de Saturnus V, de draagraket van het Apolo programma. Volgens deskundigen bereikten astronauten dankzij hem de maan, in juli 1969, tien jaar eerder dan dat zonder hem hadden kunnen doen. 

Von Braun en zijn kornuiten hadden plezier in wat ze deden. Ze hadden een droom, een missie: een cruciale bijdrage leveren aan de maanlanding en die werd een realiteit.. Hun droom, hun idealisme en hun deskundigheid (hun realisme) was de sleutel tot succes.

Eloïse, Edward en Elvire, weten jullie, de bankencrisis (2008 – 2009) werd uitgelokt door een gebrek aan deskundigheid. Hoe komt het toch dat banken niet met geld kunnen omgaan? Hoe komt het dat de banken zich hebben laten bedonderen door te riskante beleggingen? De voorgespiegelde winsten waren niet realistisch, dat wist eigenlijk iedereen. Door een graaicultuur en gebrek aan deskundigheid zijn de banken achteruitgeraakt en uiteindelijk in een crisis terechtgekomen. Of ze er iets uit geleerd hebben, blijft nog maar de vraag.

Zoals ik jullie al zei, begint het leerproces eigenlijk op het moment dat men afstudeert. Wat men gestudeerd heeft is geschiedenis. Men is gedoemd om continu te leren omdat de wereld continu verandert. Men moet dromen, men moet vernieuwen, men moet sterven en herrijzen. En dan komt men tot nieuwe zekerheden en uit de crisis.

Innerlijke zekerheid

We baseren ons continu op zekerheden van buitenaf: geld, macht, kennis, … die vallen weg bij een crisis. De zekerheden vallen weg en dat leidt uiteindelijk tot een burn-out! Een ding vergeten wij; dat er ook nog een andere zekerheid is: “de innerlijke zekerheid”. Een voorbeeld:

Een moeder zegt tot haar kind: “je bent ziek liefje”. Kind zegt: “ik ben niet ziek mama”. Moeder gaat met kind naar dokter. Dokter zegt: “Mevrouw, het kind mankeert niets”. Mama zegt: “Ik voel het dokter, mijn kind is ziek”. Een andere dokter wordt geraadpleegd en die vindt ook niets. Mama zegt: “Ik voel het dokter, mijn kind is ziek”. Ten slotte ontdekt een derde dokter een kwaal die moeilijk detecteerbaar is. De moeder voelde dat door haar “innerlijke zekerheid”.

Daar gaat het om, willen we de crisis overwinnen, dienen we “innerlijke zekerheid” te hebben. Die realiseert het DOEN op correcte wijze. Gedurende mijn leven heb ik heel wat ondernemers (entrepreneurs in de werkelijke zin van het woord) gekend die tot succes gekomen waren in een vakgebied waar ze niet echt voor gestudeerd hadden. Door innerlijke zekerheid voelden zij het aan, gingen ervoor en slaagden! 

En dit komt m.i. voornamelijk omdat “het geluk” je meestal “toevalt”. Alles wat gepland wordt is gedoemd om te mislukken. Wat is me dan wel gelukt? Wat me toeviel en ik mooi vond. Je diepste roeping is wat je toevalt en wat je mooi vindt en, uiteraard, waar je dan ten volle voor gaat.

Soms vragen mensen mij raad; ze zijn op een keerpunt gekomen en weten niet welke weg ze moeten inslaan. Ik raad hen dan aan om een dagboek te maken met op elke bladzijde twee kolommen: links worden de feiten geschreven, rechts de gevoelens. Men gebruikt daarbij kleuren: links de feiten in het blauw, rechts de gevoelens in het rood. 

Voorbeelden van mogelijke notities zijn: 

Ik had op dat moment die vergadering.               Ik voelde mij rot. 

We gingen naar een concert.                                 Ik voelde mij echt tevreden. 

Onder elke dag komt er een zin, die de dag samenvat en een cijfer: 1, 2 of 3. 1 is slecht, twee is gemiddeld, drie is goed. Elke week vraag ik hen na te kijken hoe de rode draad van hun gevoelens loopt. Waar had je plezier in, waar voelde jij je goed bij? 

Elke maand wordt geëvalueerd en die evaluatie wordt vastgelegd.

Na zes maand heeft men een goed inzicht in wat de persoonlijke droom, visie, idealisme en inspiratie is. Door evaluatie ontdekt men de rode draad en vindt men z’n roeping. Als men deze rode draad in het leven volgt zal men slagen. Waarom? Omdat men dingen zal doen waar men plezier in heeft. Dan doet men dingen waar men energie voor heeft, dingen die energie geven. Dan slaagt men. Als men iets MOET doen, dan geraakt de energie op aan die dingen die men doet omdat men ze MOET doen. Waar men de nadruk op legt en waar men aandacht aan besteed, inspireert. 

We controleren heel veel en door die controle worden de fouten in de verf gezet, benadrukt. Een anekdote uit het leven van Paul de Blot SJ:

Toen ik als kleine jongen nog maar pas kon fietsen zei mijn vader: fiets jij maar op ons grasveld, maar wees voorzichtig, rij niet tegen de boom aan. Op het grasveld stond welgeteld één boom. Ik fietste er rond en dacht constant: “ik mag die boom niet raken”, “ik mag er niet tegenaan rijden”, “niet tegen die boom aan rijden”… PATS, ik reed tegen die boom aan. Mijn vader zei: “je mag niet tegen die boom rijden” en …  ik reed er tegenaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer ik jullie zeg: “Je mag NIET aan een Roze Olifant denken” waar denken jullie dan ogenblikkelijk aan … Juist. Waar men aandacht aan besteedt dat benadrukt men. Wanneer iemand je op je fouten wijst, dan wil men die fouten per sé vermijden en… daardoor herhaalt men ze veelal wel.

Alle controlesystemen remmen energie af. Als men met de auto rijdt en gas geeft, dan kan men fouten maken en daardoor gaat men afremmen (om alles onder controle te krijgen). Wat gebeurt er als je tegelijk gas geeft en remt? Juist, de motor loopt warm. De bedrijven zitten momenteel vol “warmlopers”: er moet en gepresteerd worden en gecontroleerd. Laat die rem los, geef alleen gas. Maar opgelet, gebruik de toekomst op een wijze manier. Wat de risico’s daarbij zijn, heb ik beschreven in mijn boek ‘Creatieve wisselwerking[ii].

Wat betekent dat op organisatieniveau? Als puntje bij paaltje komt ligt het ganse controlesysteem, het “leiderschap” van ondernemingen in de handen van de shareholders, en dan voornamelijk de aandeelhouders. Volgens Paul de Blot is dit soort leiderschap niet meer goed. Het leiderschap moet volgens Paul niet liggen bij de shareholders, het dient te liggen bij de stakeholders. Het typische aan de meeste organisaties is dat men doet alsof de werknemers geen gezin hebben. Ik heb heel wat managementboeken gelezen en in geen enkel boek gevonden dat het gezin ook een stakeholder is, hoewel het mijns inziens de belangrijkste stakeholder is.

De Rabobank is sinds 2006 bezig met Rabo unplugged[iii]. Tot nog toe was het zo dat men in de bankwereld vijf dagen per week werkte van negen tot vijf. In de toekomst worden medewerkers gestimuleerd verantwoordelijkheid op te nemen. Ze bepalen zelf hoe ze het werk het beste kunnen doen. Ze hoeven hun werk niet op de vaste plaatsen en tijden uit te voeren en worden aangemoedigd om samen te werken en elkaars kennis te delen. De zes pijlers van Rabo unplugged zijn: tijd en plaats onafhankelijk werken, samenwerken, meer ondernemerschap, activiteiten gerelateerd werken, minder regels en meer eigen verantwoordelijkheid. De regels (wie, wat, waar, met wie, hoe,…) zijn niet belangrijk, als het werk maar goed gebeurt.

Dit wordt hopelijk de nieuwe trend van ondernemingen. Het gevolg is dat het realisme en de inspiratie samengebracht worden in de interactie, een wisselwerking die tegenstellingen samenbrengt. Laat ik dit nu illustreren met een oud verhaal:

In India was het in het verleden zo dat wanneer een slag werd verloren de sjeik de militairen, verantwoordelijk voor de verloren slag, ter dood veroordeelde. Het was een verschrikkelijke dood: ze werden in de krokodillenbak geworpen. Toen kwam er een nieuwe heerser aan het bewind en die vond die straf dan toch wel te hard en te onrechtvaardig: ze hadden namelijk geen enkele kans om te overleven. Dus werd er een wankel bamboe hangbruggetje over de krokodillenbak gespannen. Diegenen die er overheen kwamen waren vrij. De eerste waagde zijn kans… wiebelend, glibberig, … maar hij kwam er overheen… hij was vrij. Zijn kornuiten riepen hem toe: “Hoe heb je dit voor elkaar gekregen, makker?”. “Ik weet het niet” was zijn antwoord, “ik weet het niet”. Ik weet alleen dat toen ik naar links dreigde te vallen ik naar rechts overhelde en toen ik vlak daarop naar rechts dreigde om te kieperen, ik vlug naar links helde. Zo kwam ik er overheen. Oef! 

Eloïse, Edward en Elvire, dat is precies het geheim: er is geen recept voor. Er is inderdaad geen protocol om realisme en inspiratie, DOEN en ZIJN harmonieus bij elkaar te brengen. Dit kan enkel door INTERACTIE, door creatieve wisselwerking! Elke interactie is het beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Dit unieke, levend proces heb ik uitvoering beschreven in deze serie columns! 

Opeenvolgende paradigmashifts waren sleutelmomenten in mijn leven. Crisissen die uiteindelijk leidden naar nieuw leven. Een volledig overzicht kunnen jullie ook vinden op deze website. De overgang van het eerste naar mijn tweede professionele leven heb ik reeds meegegeven. De overgang van mijn tweede naar mijn derde leven kwam er toen ik plots de rechten van het product, dat voor tachtig procent van mijn omzet garant stond, verloor. Inderdaad had Det Norske Veritas het bedrijf van Frank. E. Bird Jr. overgenomen en ik diende mij te plooien naar hun wensen: “You’ll comply or we will kill you” waren letterlijk de woorden van de vicepresident. Zover kwam het gelukkig niet, maar die crisis was wel het begin van mijn derde leven. Ik kwam door die crisis in 1992 in contact met Charlie Palmgren en deze ontmoeting veranderde effectief mijn leven. Het creatief wisselwerkingsproces werd een essentieel onderdeel van mijn dienstverlening.

De verschillende interacties

Het beleven van het creatief wisselwerkingsproces gebeurt op verschillende niveaus.

De eerste interactie is lichamelijk. Ons lichaam en de natuur. Hoe hou je die gezond? De P van Planet. Maar er is ook de P van het DOEN: Profit en de P van het ZIJN: Pneuma, Pneuma betekent bezieling. INTERACTIE is er niet alleen met de natuur maar ook tussen mensen: samenwerking, de vriendschap onder elkaar: De P van People.

Wat gebeurt er als je synergetisch samenwerkt? Dan wordt het werk beter en creatiever gedaan. Dan wordt één plus één drie, vijf, ….tien: synergetische samenwerking.

Wat mij zo opviel in vele organisaties, wat het gekke is… niettegenstaande, of eerder door de moderne technologie, er is geen samenwerking meer. De uitvoerder krijgt via allerlei elektronische kanalen (e-mail verkeer) steeds maar meer opdrachten: je moet dit doen, je moet dat doen,… en er is hoe langer hoe minder persoonlijk contact. Bovendien werkt grootschaligheid het inzetten van deze technologische middelen in de hand. Dit werkt de samenwerking tegen. Daarom hebben grote bedrijven het moeilijk, sommige gaan zelfs daardoor over de kop. Kleinschaligheid echter werkt relatie in de hand en dan krijg je goede samenwerking: “small is beautiful”. 

Paul de Blot heeft een onderzoek gedaan naar falingen. Daaruit blijkt dat tien percent failliet gaat door gebrek aan kennis. Maar kennis kan je kopen – je haalt een interim-manager binnen en je bent gered. Dertig percent gaat failliet door gebrek aan samenwerking. Dat kan je niet kopen. Dit is geen kennis maar een vaardigheid, die niet iedereen gegeven is. Denkt u maar aan onze regeringsvorming (2010-2011en de huidige) en je begrijpt hoe moeilijk samenwerken kan zijn. Zestig percent gaat failliet door gebrek aan visie, idealisme, eenheid. Kortom door gebrek aan inspiratie en een droom. Men doet alsof alles van die 10% afhangt, dat is niet waar! De meeste faillissementen worden veroorzaakt door gebrek aan visie en inspiratie! Leiderschap wordt steeds minder rationeel en steeds meer relationeel. 

Men heeft daarbij op deze drie verschillende niveaus – DOEN, ZIJN en INTERACTIE – verschillende talen.

Op het eerste niveau krijg je de “digitale” taal. 

Daarbij wordt men verplicht het onderwerp (het paard) en het gezegde (wit) te vergelijken door het gebruik van het woordje “is” en te antwoorden met een ja of neen, dit is digitaal. In de Arabische en Oosterse wereld kennen ze geen koppelwerkwoorden. Wat zeggen die: Paard, wit, lopen, hard, op straat, regen, glad, gevaarlijk…. YES! Waar gaat de YES! om? De YES! is geen conclusie maar een commentaar. Een eigenlijk weinig zeggend commentaar: “ik heb je begrepen”. Geen conclusie in de zin van je hebt gelijk of niet.

Eloïse, Edward en Elvire, gedurende de olympiade in China bracht deze manier van praten en redeneren heel wat moeilijkheden met zich mee. Simpelweg omdat de Chinese taal geen ja en neen kent zoals de Westerse talen. Alles is ja. Wat is onze reactie daarop: ze zijn onbetrouwbaar, zij zeggen altijd ja en ze doen het nooit! Het is echter een andere Ja! Wat betekent die oosterse Ja!?!

Paard, wit, lopen, hard, op straat, regen, glad, gevaarlijk… YES! Ik zie dat. Ik zie een paard, dat loopt, hard loopt over een natte straat,… Ik breng dat over via de taal en wat zegt de andere: Ja, nu zie ik het ook!

Wat gebeurt daar werkelijk: Ik zie wat ik zie… Ik breng dat over… en Ja, de ander ziet het ook.

Wat zeggen wij in Vlaanderen? Wij zien wat we denken en wij denken wat wij zien. Wij zien eigenlijk praktisch nooit. Iemand glimlacht … Oh hij is blij denken we en misschien heeft hij wel kiespijn. We gaan meteen concluderen en interpreteren. Wij observeren praktisch nooit, wij luisteren praktisch nooit. Wij denken alleen, wij interpreteren. Wij zien wat we denken en wij denken wat wij zien. 

Het oosten kent geen “is”. Die zien wat ze zien. Daarom observeren ze zo goed. Let maar eens op. Ook immigranten spreken praktisch nooit met koppelwerkwoorden. “Ja gisteren mijn moeder ziek”. Een kind spreekt ook zo, want die zijn ook meesters in het observeren. Luister maar eens naar Elvire (toen drie jaar oud):

  • Mama, Mama Edward stout
  • Mama Edward erg stout, mij pijn gedaan!
  • Mama glas gevallen, glas gevallen, Edwardje stout
  • Mama Edward haar trekken, Edwardje stout

Een kind spreekt zonder koppelwerkwoorden, een kind observeert. Op school leren ze netjes praten: “Edward is stout”. Netjes praten noemen ze dat. Ze leren netjes praten en hun “leersnelheid” daalt zienderogen.

De tweede taal is de relatietaal.

Ik zie wat ik zie en ik breng het over. Wanneer men een gedicht leest, dan gebeurt dit in relatietaal. De Arabieren en joden hebben eigenlijk geen afzonderlijke woorden, alles is aan elkaar geschreven.  Het basis verschil tussen beide talen is: de Arabieren schrijven van rechts naar links en de joden van links naar rechts. Maar beide talen moet men lezen en uitspreken; anders begrijpt men niet wat er staat. 

Eloïse, Edward en Elvire, volgens Mehrabian brengen, wanneer er emotie bij te pas komt, de afzonderlijke woorden inderdaad maar tien procent van de boodschap over, de non verbale klanken en hints dertig procent en ten slotte de een non vocale “body language”: zestig! De relatietaal is een lichaamstaal: niet zozeer de woorden zijn belangrijk maar wel de “body language”. Deze taal is waarschijnlijk ouder dan de spreektaal. We kunnen deze relatietaal, vertrekkend van een aangeboren kern, verder aanleren. Daardoor krijgen we meer empathie, worden we verfijnder als mens. De relatietaal noem ik eigenlijk de Cruciale Dialogen taal gebaseerd op Creatieve wisselwerking.

Op het ZIJN-niveau vinden we meerdere talen.

Eerst de stilte taal

Wat betekent dat? De stilte taal is bijvoorbeeld de stilzwijgende kennis die een gezin heeft opgebouwd. Lees eens een verhaal van Paul de Blot SJ:

Een jonge man krijgt bezoek van zijn vriendin. Hij vertelt zijn moeder dat ze elkaar veel te vertellen hebben en ze trekken naar het strand. Zij blijven de hele nacht weg en komen onder de ochtend terug thuis. Moeder vraagt; “Wat hadden jullie elkaar te vertellen?” Zoon antwoord: “heel veel mama”. Wat hebben jullie dan verteld???”. Zoon: “heel veel mama”. Maar in werkelijkheid hebben ze geen woord gezegd. 

Begrijpen jullie dit? Misschien helpt volgend gedicht:

Ik kon niet zeggen wat ik voelde.

Ik heb het ook niet uitgelegd.

Maar toch wist jij wat ik bedoelde,

de stilte had het uitgelegd.

Als ik je kwetste of je griefde, in blijheid of in droefenis.

De liefde is pas echte liefde,

als stilte taal geworden is.

Oosterse Culturen hebben stilte talen. In Japan is het zo dat de tolk ook “de stilte” vertaald. Zij of hij vertaalt er niet gezegd wordt. In Westerse Culturen gebeurt dit niet, daar wordt enkel vertaald wat er effectief gezegd wordt. De stilte is een ZIJN-taal. 

Eloïse, Edward en Elvire, kunnen jullie het organigram geven van een gezin: wie is de directeur? Wie is de secretaris? Wie is de bestuurder? Niemand weet het. Een gezin ontstaat in stiltetaal. Soms is dit jullie moeder, soms Bonnie (als die er is), soms het zieke kind, soms is het Snoesje dat net weggelopen is…. Stiltetaal. Een gezin is opgebouwd uit stiltetaal. En die taal overbrugt de tegenstellingen.

Inderdaad bestaat deze miniorganisatie uit veel tegenstellingen. Laten we beginnen met de man-vrouw tegenstelling. Zowat de grootste tegenstelling in de natuur. Het begint dus met ouders en nadien de kinderen en kleinkinderen: drie generaties die per definitie tegengesteld zijn. In een gezin zijn er nooit twee gelijken. Ieder heeft zijn eigen identiteit en toch zijn er gezinnen die, nu nog steeds, levenslang bij elkaar blijven. Het gezin bouwt aan eenheid juist door deze tegenstellingen. Iedereen heeft zijn eigen rol en taak. De gezinsleden kunnen en willen niet gelijk zijn. Zij vullen elkaar aan. Ze zijn interafhankelijk. Hoe kan dat? Door zowel het zijn als door een droom: door de fantasietaal. Zij dromen van de toekomst, ze dromen dat die iets groots en iets moois wordt.

Vervolgens de Fantasietaal

De Samoa is een Maleisische eilandengroep. Daar worden in de huisgezinnen de dromen iedere morgen verteld en van commentaar voorzien. 

“Johnny wat heb je gedroomd?” vraagt vader. “Ik heb gedroomd van een tijger.” “Wat deed die tijger?” “Hij kwam naar me toe.” “Wat deed je dan?” “Ik vluchtte weg.” “Johnny, vannacht droom je weer van die tijger, maar dan jaag jij hem weg!”

De volgende morgen:

“Johnny wat heb je gedroomd?” vraagt vader. “Ik heb gedroomd van een tijger.” “Wat deed die tijger?”  “Hij kwam naar me toe.” Wat deed je dan”? “Ik ging naar de tijger toe en joeg hem weg.” “Wat deed die tijger?” “Die liep weg”

Stom verhaal, vind je ook niet? Waar gaat het eigenlijk over? Over de tijger die in jou zit! De angst voor de tijger verlamt jou in het zakendoen. De angst dat je faalt en dat je verliest, belemmert je in jouw succes en in het bereiken van je droom. Je wordt geleerd in je droom te vechten tegen de tijger: fantasietaal. Fantasietaal is nuttig voor jullie ZIJN als mens. Voel je nu wat die droom betekent?

Geef een kind een paar zaken, een stok en een deken bijvoorbeeld, en het speelt een heel verhaal. Elvire (6 jaar) speelt sneeuwwitje en Edward (8 jaar) een ridderverhaal: “Pas op opa je stapt in de slotgracht” Ik zie geen slotgracht, hij wel!. Fantasie tot en met en dat met heel weinig attributen. En elk kind maakt met dezelfde attributen een ander, een eigen verhaal! Edward gaat op in zijn ridderverhaal. Dan komt zijn grote zus Eloïse eraan en hij maakt haar tot zijn prinses. Want hij is de ridder… Eloïse, vier jaar ouder, gaat gretig mee in zijn fantasie.

Eloïse, Edward en Elvire, blijkbaar hebben jullie nu een computer (iPad, iPhone) nodig en software (apps, Netflix, Messenger, …). Wij hebben van alles nodig … maar veel fantasie hebben we niet meer! Alleen controlesystemen. Het kind heeft geen controlesystemen nodig, het heeft aan fantasietaal genoeg.

De derde ZIJN-taal: de “story” taal 

Ik vertelde daarnet het verhaal van die Indiase sultan en de conclusie was: harmonie. Harmonie was nodig om niet in de krokodillenbak terecht te komen. Als men iets echt wil onthouden, onthoudt men het best met behulp van een verhaal. Een verhaal dat je hart aanspreekt, vergeet men nooit meer. 

Het gaat om een verhaal dat gebeurtenissen verinnerlijkt. De taal van het persoonlijk verhaal is het delen ervan en het laten leven bij anderen. “Zijn verhaal is mijn verhaal”.

De vierde ZIJN-taal is de liefde

Dit is het belangrijkste waarde, zowel in een gezin als in een onderneming. Wat bedoel ik met liefde in een bedrijf? Liefde is in deze context iets doen voor de ander in wederkerigheid. Wanneer er geen wederkerigheid is, is er geen echte liefde. Liefde in het bedrijfsleven is niet altruïstisch. Er zit een essentie van wederkerigheid in. Het hart is daarbij wel degelijk aanwezig en de essentie van wederkerigheid leidt naar de essentie van ondernemen.

[i] Bruce Springsteen, Born to Run. Houten-Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/ Het Spectrum bv, & Tielt: Lannoo Uitgeverij, 2016. Bladzijde 349.

[ii] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven/Apeldoorn. Garant. 2001.

[iii] Willemien de Groot en Mariska de Rouw. Met Rabo Unplugged in verbinding met de wereld van morgen. Tijdschrift voor HRM, Editie 2011, N° 2, Bladzijden 48-54.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXI

HOE OMGAAN MET EEN CONFLICT

In 1976 stond Bruce Springsteen met zijn rug tegen de muur. 

Het jaar voordien was hij – na twee commerciële flops – wereldwijd doorgebroken met Born to Run. Maar het succes dreigde hem te vervreemden van alles wat hem dierbaar was, en een juridisch conflict met ex- manager Mike Appel belette hem om een opvolger op te nemen. Wat niet wil zeggen dat The Boss bleef zitten niksen. Hij schreef liefst zeventig songs waarvan er twee jaar later slechts tien op Darkness on the Edge of Town terecht zouden komen. 

De reden waarom Mike Appel en Bruce Springsteen met elkaar in proces lagen, was evident: de zanger had als jonge beginneling een contract getekend waarbij Appel, die naast manager ook producer en platenbaas was, niet alleen de artistieke controle had over wat hij deed, maar ook het merendeel van de rechten op diens nummers bezat. De zaak sleepte twee jaar aan, en beide partijen vertellen hun kant van het verhaal in The Promise. 

“Liever dan rijk en beroemd wilde ik goed zijn”, vertelt Springsteen in The Promise, en eerder dan een doorslagje van Born to Run te maken – iets waar zowel de platenfirma, manager Jon Landau als de E Street Band op aanstuurde – opteerde The Boss voor twee handen vol songs waarop de glamour ver te zoeken was. In plaats daarvan zong hij over het leven in de fabriek waar zijn vader werkte (‘Factory’), en spitsten de nummers zich toe op de zoektocht naar innerlijke kracht in situaties waar de voortekenen het slechtste doen vermoeden (‘Adam Raised a Cain’, ‘The Promised Land’)[i]

– Bart Steenhaut 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het omgaan met een conflict. Bruce Springsteen belandde in een hevig conflict met z’n manager Mike Appel en gaf deze wel de kans om zijn versie van het verhaal in de documentaire ‘The Promise’ te berde te brengen. Een conflict hoeft dus geen eeuwigdurende breuklijn te zijn.

Zoals jullie al ondervonden hebben, heeft ieder mens wel eens meningsverschillen, ruzies of conflicten. Dit kan over van alles gaan: belangrijke principes, idealistische overtuigingen, kleine onbenullige dingen, taakverdeling in het gezin (een voor jullie hele bekende, toch?!?). Kortom: over van alles en nog wat kunnen conflicten ontstaan. Conflicten ontstaan dus uit meningsverschillen en deze laatste zijn eigenlijk normale verschijnselen. Belangrijk daarbij is de manier waarop we met die verschillen omgaan. In principe hoeft verschil van mening niet tot ruzie of conflict te leiden. In de praktijk gebeurt dit echter vaak wel. 

Volgens mij komt dit omdat de meeste mensen niet geleerd hebben goed met ruzies om te gaan en ook omdat er bij een conflict meestal meer meespeelt dan alleen de inhoud of de kwestie op zich. Een conflict ontstaat, over het algemeen, omdat mensen, wanneer ze een meningsverschil hebben, niet meer naar elkaar luisteren. Soms is de inhoud van het meningsverschil op zich niet eens zo belangrijk, maar spelen niet luisteren naar elkaar, emoties en/of botsende persoonlijkheden een rol. Conflicten kunnen aanleiding geven tot spanning en stress. Dit komt omdat conflicten vaak emotioneel beladen zijn en gepaard kunnen gaan met boosheid, woede, angst, teleurstelling, schaamte, schuldgevoel of gevoelens van spijt of berouw. Conflicten zijn niets anders dan de vruchten van de Vicieuze Cirkel[ii].

Wat verstaan we onder een conflict

Er zijn meerdere definities van het begrip conflict. Het is wel belangrijk dat de partijen, die in een conflict verzeild geraakt zijn, een gedeelde mening hebben van wat een conflict nu eigenlijk is. Paul Huguenin[iii] (2004) omschrijft het als volgt:

Een conflict is een spanning, die ontstaat als strevingen, doelen, waarden, opvattingen, belangen en dergelijke van twee of meer mensen of groepen elkaar tegenwerken of uitsluiten.

Een specifiek conflict is een sociaal conflict. Daarbij streven minstens twee sociale systemen of subsystemen (organisaties, groepen, individuen) verschillende en elkaar – gedeeltelijk – uitsluitende doelen na. Bovendien is een conflict vaak dynamisch waardoor het vaak zinvol is om een conflict te analyseren als zich afspelend tussen twee subsystemen van een sociaal systeem.

Eloïse, Edward en Elvire, nog even ter verduidelijking; een systeem is op te vatten als een geheel van wisselwerkingen tussen onderdelen. De onderdelen alleen vormen niet het systeem, het is voornamelijk de wisselwerking tussen de onderdelen dat van die onderdelen een systeem maakt. Het voorbeeld dat ik wel duizendmaal gebruikt heb, is het volgende. Men kan een auto volledig demonteren en alle onderdelen uitstallen op een vloer. Men heeft dan wel de onderdelen, maar geen auto, en dus geen systeem meer. Door het uit elkaar halen van een systeem doodt men het! Inderdaad, men analyseert soms een levend systeem zodanig dat men het doodt. Een klassiek voorbeeld is het ontbinden van een probleem in de deelcomponenten ervan. Elk component tracht men dan te behandelen. Dit betekent geenszins dat daardoor het probleem opgelost wordt. Men knipt namelijk de interacties tussen de onderdelen door, waardoor de samenhang verdwijnt. Mijn voorbeeld is gebaseerd op een vraag die ik ooit Peter M. Senge hoorde stellen en die vrij vertaald als volgt luidt: “Wat heeft men wanneer men een koe in twee deelt?[iv]” Geen twee kleine koeien en wel twee helften dood vlees. Bij het delen doodt men het levend systeem. Een sociaal systeem kan men dus zien als een geheel van wederzijdse dynamische relaties of wisselwerkingen tussen groepen personen of personen. 

Verschillen van mening, tegengestelde opvattingen e.d. zijn dus niet automatisch conflicten. In het bijzonder is een zelfs immens groot verschil in opvattingen geen conflict als het proces verder verloopt als een overleg, waarin de ene partij luistert naar de argumenten van de andere, hieraan flink gewicht hecht en gericht is op het vinden van de meest correcte opvattingen. In deze serie columns heb ik dit ‘het zoeken van een gedeelde mening’ genoemd. Ook leiden tegengestelde opvattingen zelden tot een conflict wanneer er een verschil in status (macht en hiërarchie) is tussen de twee opponenten. Zo zal iemand die lager geplaatst is in een organisatie, veelal het hoofd buigen voor zijn legitieme baas, ook wanneer die een sterk afwijkende mening heeft. Het hemd is vaak nader dan de rok.

Het hebben van een conflict, is dat goed of is dat slecht?

Ook deze ‘of’ vraag beantwoord ik uiteraard met een fikse JA!

Eloïse, Edward en Elvire, conflicten komen overal voor en worden vaak als vervelend ervaren, maar hoeven niet per se of altijd negatief te zijn. Een conflict kan ook leiden tot een positieve uitkomst. Bijvoorbeeld, door te leiden tot de oplossing voor een lang slepend probleem dat heel lang heeft gewoekerd en tot veel spanning en stress heeft geleid. Het kan ook, hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, juist leiden tot een betere en diepere band tussen mensen.

Nuttige functie van een conflict

Conflicten hebben dus niet alleen een negatief karakter. Een conflict kan nuttig en verhelderend zijn. Hier enkele positieve functies van een conflict:

  • Bron van vernieuwing en verandering: een conflict kan de creativiteit en de nieuwsgierigheid van de betrokkenen verhogen. Het is een mogelijkheid waarin een probleem helder gemaakt wordt en een weg geopend wordt om het probleem op te lossen.
  • Bevestiging van de eigen identiteit: het conflict maakt dat de betrokkenen zich bewust worden van hun eigen positie en standpunt. Het maakt het verschil van beide partijen duidelijk en geeft ruimte om elkaar te leren begrijpen.
  • Motivatie: een conflict kan de motivatie verhogen om de eigen mogelijkheden te onderzoeken. Het doet een beroep op iemands fysieke en mentale inzet en creativiteit.
  • Reflectie: een conflict geeft de mogelijkheid om het eigen denkkader in vraag stellen en geeft daardoor ruimte om de eigen mindset transformeren.

Negatieve effect van een conflict: stress

Gezien een conflict een vrucht is van de Vicieuze Cirkel is stress per definitie een negatief effect van een conflict. Als een individu of een organisatie het nuttige effect van het conflict laat liggen of te lang uit de weg gaat, stapelen de nadelige effecten zich steeds meer op. Ik noem enkele nadelige effecten van een conflict:

  • Desintegratie: een conflict heeft een negatieve invloed op relaties binnen het gezin;
  • Energieverlies: een conflict kost energie die ten koste gaat van andere zaken;
  • Gezien conflicten leiden tot stress, zijn de psychische gevolgen van stress dan ook een realiteit;
  • Vertekening van de werkelijkheid: liefde maakt blind maar haat ook. Een conflict geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid waardoor een constructieve oplossing niet wordt gevonden. Dit komt omdat men zich bij een conflict vastrijdt in het eigen, per definitie, vertekenend denkkader, dat ik ook wel eens de persoonlijke ‘gekleurde bril’ noem.

Conflicten: positieve neveneffecten

Hoewel de meeste mensen conflicten als onprettig ervaren, kunnen ze toch ergens goed voor zijn, bijvoorbeeld:

  • Het (beter) leren kennen van je eigen grenzen: een conflict is namelijk een signaal dat er een grens overschreden is.
  • Opluchting en ontlading van spanning: door het uitspreken of uiten van wat je dwars zat/zit.
  • De moed om het achterste van je tong te laten zien, echt voor je mening en wat je dwars zit uit te komen. Dit heeft vaak het effect dat de ander (degene met wie je het conflict hebt) noodgedwongen ook het achterste van haar/zijn tong moet laten zien. Hierdoor kan je iemand beter leren kennen, wat dan weer de band of relatie met de ander sterker of dieper kan maken.
  • Een conflict kan een vernieuwing in een relatie creëren. Men bezint zich op het eigen belang en uitgangspunten, de ander doet dat ook. Vanuit deze diversiteit kan iets nieuws gecreëerd worden. Dit kan overigens ook inhouden dat de balans doorslaat in de richting van een punt achter de relatie zetten, dit als de tegenstellingen of conflictpunten onoplosbaar zijn.

Oorzaken van een conflict

Waar personen en groepen hetzelfde nastreven, maar ten koste van anderen, is de kans groot dat er conflicten ontstaan. Hierna noem ik een aantal belangrijke aspecten die van invloed zijn:

  • Aantal mensen: meer mensen zorgen voor meer verschillen. Dus ook meer kans op conflicten. Dezelfde diversiteit zorgt ook voor synergie!
  • Individualiseringsproces: mensen worden steeds meer op zichzelf gericht. Men wil zelfstandig beslissingen nemen waardoor ook meer belangen conflicten ontstaan.
  • Hiërarchie: door de individualisering en emancipatie neemt het ontzag voor formele autoriteiten af.
  • Integratie en internationalisatie: de globalisering bedreigt op verschillende valkken de veiligheid (‘security’) en is dus de oorzaak van conflict en geweld.
  • Mobiliteit en communicatie: mensen van over de hele wereld kunnen vandaag de dag steeds vaker en beter contact met elkaar hebben. Dit heeft voordelen op gebied van wederzijds begrip maar kan ook leiden tot spanningen. Denk daarbij ook aan de Sociale Media, zoals Twitter en Instagram.
  • Onderlinge afhankelijkheid: doordat iedereen steeds onafhankelijker wordt leidt dat paradoxaal genoeg juist ook tot meeer interafhankelijkheid. Je kunt dit vergelijken met een rij domino stenen. Wat de een doet kan invloed hebben op de ander.

Conflictniveaus

Er kan op verschillende niveaus sprake zijn van een conflict. Huguenin onderscheidt vijf niveaus[v]:

  1. Intrapersoonlijkconflict: conflict binnen de persoon zoals frustraties, identiteitscrisis en rolconflict;
  2. Interpersoonsconflict: conflict tussen twee individuen;
  3. Intergroepsconflict: conflict tussen groepen;
  4. Interorganisationeel conflict: conflict tussen organisaties;
  5. Maatschappelijk conflict: conflict tussen grote groeperingen (opstand, oorlog).

Ik ga het in deze column vooral hebben over de eerste twee niveaus van bovenstaande indeling.

Omgaan met conflicten: coping of hantering

Eloïse, Edward en Elvire, belangrijk is de manier waarop jullie omgaan met conflicten, dat spreekt vanzelf. Evenzo is het goed om te beseffen dat de kans groot is dat degene met wie men een conflict heeft, een andere stijl van omgaan met conflicten heeft. Het is namelijk een gegeven dat verschillende mensen verschillende stijlen van omgaan met conflicten kunnen hebben. 

In de literatuur wordt er van uitgaan dat er niet zoiets bestaat als een goede conflicthanteringsstijl. Men gaat daarbij uit van de aanname dat een bepaalde stijl in de ene situatie kan goed uitpakken en in de andere juist niet. Men neemt vaak ‘klakkeloos’ aan dat het gaat om het hanteren van de juiste stijl in de juiste situatie. Dit is de ‘heersende’ mindset met betrekking tot het hanteren van conflicten. Eloïse, Edward en Elvire, ik zou jullie grootvader niet zijn indien ik het met die ‘fixed’ mindset eens zou zijn. Er is wel degelijk één conflicthanteringsstijl, namelijk het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De reden voor die overtuiging is dat elk conflict een spin-off is van de werking van de Vicieuze Cirkel. Daardoor kan het antidotum voor conflicten niets anders zijn dan het creatief wisselwerkingsproces. Het ondertussen overbekende beeld en header van m’n website geeft dit overigens duidelijk aan. Het beleven van Creatieve wisselwerking is geen eenheidsworst en steeds verrassend nieuw. Anders gesteld, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingzorgt steeds voor de juiste stijl in de elke situatie.

Over het algemeen is de mens geneigd om vanuit een vast reactiepatroon te reageren. Dit laatste heb ik het denkkader, mindset en persoonlijk paradigma genoemd. Vasthouden aan een, overigens vastgeroest, mindset geeft doorgaans meer van hetzelfde, conflicten worden niet opgelost, integendeel, ze verergeren! De oplossing is dus het transformeren van de aan zet zijnde mindsets. Wanneer het een ruzie tussen twee individuen betreft, betekent dit dat beiden hun mindset dienen te transformeren. En, Eloïse, Edward en Elvire, wat kan een mindset transformeren gezien de mind dat zelf niet kan? Juist: het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking!

Omgaan met conflicten wordt in de literatuur ook aangeduid met de termen conflict coping en conflicthantering. Uit verschillende theorieën komt naar voren dat er vijf manieren zijn waarop je met een conflict om kunt gaan:

  1. Vermijden (ontlopen);
  2. Aanpassen (meegaan);
  3. Strijden (doordrukken);
  4. Onderhandelen (compromis);
  5. Samenwerken (oplossen).

Punten 1 tot en met 3 komen overeen met wat ik ‘vluchten, bevriezen of vechten’ heb genoemd in eerdere columns. Ze komen overeen met de monoloog, het debat en het doordrukken van de eigen mening (zie ook ‘Cruciale dialogen’[vi]). Punt 4 is het gesprek dat leidt tot een compromis; beiden doen water in de wijn. In elke van deze strategieën is er geen sprake van dialoog en dus niet van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Enkel punt 5 gaat over de dialoog gebaseerd op Creatieve wisselwerking.


Het verschil tussen deze verschillende manieren van omgaan met een conflict schuilt in hoe je omgaat met twee elementen van dat conflict:

  • de inhoud of kwestie waar het conflict over gaat;
  • de relatie met de ander.

Vermijden

Een conflict vermijden doe je over het algemeen als je zowel de kwestie als de relatie niet echt belangrijk vindt. Je kiest ervoor om niet te reageren en gaat de ander uit de weg. Henry Nelson Wieman noemde dit ‘evasive’ gedrag[vii]. Zelf noem ik dit 1+1=0.

  • Voordeel: je steekt er geen energie in; 
  • Nadeel: vermijden is geen verstandige strategie indien men na het conflict nog met de ander te maken zal hebben. Het conflict wordt hiermee uiteraard niet opgelost en blijft gewoon sluimerend bestaan. Het kan op elk (vaak onverwacht) moment terug de kop opsteken. Tel uit je winst, want ondertussen brengt het conflict voortdurend schade aan.

Aanpassen

Aanpassen doet men over het algemeen als men de relatie belangrijker vindt dan de kwestie of inhoud van het conflict. Als men zich aanpast, zet men de eigen belangen opzij. Aanpassen kan een verstandige strategie zijn als men tot het besef komt dat men ongelijk heeft of in een situatie waar men op veilig speelt. Zelf noem ik dit 1+1=1, de His Master’s Voice versie.

  • Voordeel: je bewaart de lieve vrede en bouwt sociaal krediet op;
  • Nadeel: soms kan aanpassen minder goed of ronduit slecht zijn. Men laat zich dan iets in de maag splitsen, waar men niet achter staat. Of men laat over zich heen lopen. Mensen die niet assertief zijn, kiezen vaak voor aanpassing als strategie. Dit kan echter later zuur opbreken.

Strijden

Strijden doet men als men de inhoud/kwestie van het conflict erg belangrijk vindt en de relatie met de ander minder of onbelangrijk. Met deze strategie stelt men het eigen belang voorop en zet men ‘alles op alles’ teneinde te winnen. Men pakt alles aan wat enigszins een machtspositie kan geven in het conflict, zodat men haar of zijn eigen zin kan doordrukken: argumenten, machtspositie, sancties, de zwakke punten van de ander en allerhande manipulatietechnieken. Strijden kan men doen om op te komen voor eigen rechten, bij onrechtvaardigheid, in noodsituaties, bij onderwerpen die van groot belang zijn en dan nog alleen als men zeker weet dat men gelijk heeft. Of om zichzelf te beschermen tegen mensen die anders misbruik van de situatie zouden maken. Zelf noem ik dit 1+1=1, de ‘win-lose’ versie.

  • Voordeel: men heeft een grotere kans om gelijk te krijgen; men houdt volledig vast aan het eigen belang;
  • Nadeel: strijden is ‘win-lose’ strategie en dus niet handig indien men later nog wil samenwerken. Men beschadigt hiermee de relatie. Daar komt bij dat men dit eigenlijk alleen kan doen als men diegene is die de meeste machtsmiddelen tot zijn beschikking heeft. Strijden is – indien het een vast patroon is – vaak een strategie voor mensen die agressief en manipulatief zijn.

Onderhandelen

Bij onderhandelen richt je je zowel op de kwestie/inhoud van het conflict als op de relatie. Onderhandelen betreft het overbruggen van het verschil, anders gesteld men ‘overbrugt’ het verschil. Om tot een wederzijds acceptabele oplossing te komen doen beide partijen concessies. Hierbij houden beide partijen vast aan hun eigen belang en doelstelling, maar zetten wel van hieruit stappen naar elkaar toe. Onderhandelen is een goede strategie als beide partijen even machtig zijn en de doelstellingen elkaar uitsluiten. Als er sprake van tijdsdruk is of bij meer complexe problemen kan onderhandeling een goede strategie zijn. Op onderhandelen valt men soms terug als andere strategieën (bv. strijden of samenwerken) niet lukken of gelukt zijn. Zelf noem ik dit 1+1=1,5 of, uiteraard, het compromis.

  • Voordeel: het is sneller dan samenwerken;
  • Nadeel: je komt niet altijd tot een optimale oplossing, het is en blijft een compromis.

Samenwerken

Samenwerken doet men als men zowel de kwestie als de relatie belangrijk vindt. Men zoekt door samenwerking een oplossing waar beide partijen achterstaan, men streeft dus naar ‘win-win’ of synergie. Hierbij laten beide partijen eigen belangen los en gaan op zoek naar het gezamenlijk belang. Gaan samen op zoek naar een oplossing door goed naar elkaar en ieders opvattingen en de onderliggende belangen te luisteren. Samenwerken is een goede strategie als het doel leren is of als je een band wilt creëren. Echter, dit kan alleen indien de ander er ook open voor staat. 

Opgelet echter, indien de andere partij opteert voor strijden, aanpassen of vermijden, dan zal deze strategie niet werken. Zelf noem ik dit 1+1>3 of synergie.

  • Voordeel: je kunt er veel van leren en het creëert een band;
  • Nadeel: het kost veel tijd.

Het is goed om te beseffen dat er verschillende stijlen en strategieën zijn, dit om:

  • naar het eigen vaste reactiepatroon te kijken en deze mogelijk te transformeren en
  • om door te krijgen wat de strategie van de ander is.


Eloïse, Edward en Elvire, ik hoop jullie hiermee overtuigd te hebben dat, wanneer het omgaan met een conflict betreft, er maar één strategie succesvol is: het van binnenuit beleven van creatieve wisselwerking. Het leuke daarbij is dat wanneer men creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd er zoveel positieve spin-off’s zijn, zoals het oplossen van problemen en het grijpen van kansen. Dit is niet verwonderlijk omdat conflicten, problemen, kansen en zo meer één zaak gemeen hebben. Het gaat over een verschil (de ‘delta’) tussen wat men heeft en wat en wil hebben. Een verschil dat men door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking overbrugt.


[i] Bart Eeckhaut. Bruce Springsteen: The Promise – The Darkness in the Edge of Town Storyhttps://www.demorgen.be/tv-cultuur/bruce-springsteen-the-promise-the-darkness-in-the-edge-of-town-story~bbbfec30/

[ii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Appeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 103-121.

[iii] Paul Huguenin. Conflicthantering en onderhandelen: Effectief handelen bij conflicten en tegenstellingen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Tweede herziene druk, 2004. Bladzijde 25.

[iv] Peter M. Senge parafraseerde hierbij Draper L. Kauffman, Jr. Systems One: An Introduction to Systems Thinking. St. Paul MN: TLH Associates for Future Systems, Inc. 1980. http://freecriticalthinking.org/images/Documents/Reference/Kauffman_Systems_One_1980-libre.pdf

[v] Paul Huguenin. Ibid. Bladzijde 26.

[vi] Johan Roels. Op. Cit. Bladzijde 18.

[vii] Henry Nelson Wieman, Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958. Bladzijden 61-67.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXX

HOE OMGAAN MET POLARITEITEN?

For the most part, the polarities of Springsteen’s pervasive themes — the search for authenticity and community that is more a dream than a reality; hope always on the verge of being crushed; passion ever falling short of fulfillment — were swept away by the show’s good-time atmosphere.

His haunted protagonists on albums until “The River” are shadowed by doubt, uncertainty and threat, themes he later confronts more explicitly on “The Ghost of Tom Joad,” “The Rising,” “Devils and Dust” and “Magic.” But the angry young man of “Badlands” is now singing to a grayer, paunchier choir—the “old, bald fans” he acknowledged at Thursday’s show. At least for one night, the audience put aside its compromises and sang out, “No retreat, baby, no surrender.” [i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, deze column ”Hoe omgaan met Polariteiten” gaat over het fenomeen Polarisatie, de dynamiek van het ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[ii].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt onderscheiden worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op ons dagelijks gedrag. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh (IS) – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent betrokkenen die geen keuze hebben, de zogenaamde probleem eigenaren, en heeft dus conflictspelers die een opstelling als het ware wordt opgedrongen. Het kost daarbij geen moeite om die probleem eigenaren te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Eloïse, Edward en Elvire, deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. Dit betekent, met andere woorden, dat die twee mindsets diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze begrippen te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie daargesteld. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast en als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het aan die identiteiten toekennen van bijkomende, op zich contrasterende, ‘labels’. Daardoor worden die identiteiten hoe langer hoe meer elkaars tegenpool.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en door het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ of het ‘andere’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een treffende wijze als volgt: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die identiteit blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen.

Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Eloïse, Edward en Elvire, het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. Indien we inzien dat we niet de gevangene zijn van onze mindset staan we niet machteloos. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.

Eloïse, Edward en Elvire, uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken, die bijkomende ‘labels’ zijn, wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Het zit zo, Eloïse, Edward en Elvire, dat bij toenemende Polarisatie de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toenemen, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de onredelijkheid hand over hand toe. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en helemaal niets te maken heeft met een dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er allerhande complot theorieën, die, op de keper beschouwd, ‘uitvluchten’ zijn om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

De vijf rollen bij Polarisatie

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook ik heb deze wel eens gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel dat jullie de werking van de rollen leren onderkennen. Door deze kennis kunnen jullie bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat jullie onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher

Figuur 3: De opstelling van de Pusher

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners (in het geval van Dondald Trump zijn dat uiteraard ‘Tweets’) die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigt zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    1. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    1. Selecteert enkel negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    1. Luistert zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    1. Fungeert als echokamer voor haar of zijn pusher;
    1. Is sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    1. Blijft gedurende deze discussie het eigen gelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    1. Er wordt enkel geluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    1. Daarbij wordt de mogelijkheid opengelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de Stille Middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om niet aan Polarisatie te doen.

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens; met andere woorden men kiest bewust voor het midden.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden kunnen dus zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”;
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de target van de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen over elkaar en niets aan elkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van alle mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De Bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouwer is van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun eigen mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat in de mindsets van beide tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerd in elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleid door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5: De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Daar diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het dus meestal de bruggenbouwer die als zondebok het gelag betaalt.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper, de brenger van het ‘slechte’ nieuws dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben, wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat de standpunten van de pushers en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar liggen. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt zij of hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt het rotsvast geloof: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Eloïse, Edward en Elvire, zoals reeds gesteld speelt Polarisatie zich zowel af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) als op het organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team; dit kan men ook zien als het verfoeide ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En vooral door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van het Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander niet bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten (zie eerste figuur van deze column). En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinies ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf werd beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’ of een ‘gedegen besluit’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

Depolarisatie van micro Polarisatie door dialoog

Eloïse, Edward en Elvire, opa’s persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Niet dat ik daar zelf telkens in slaag, verre van! Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …). Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek. Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is, volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen[vii]. Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk zowel de eigen mening voorgesteld als de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialoogmodel geplaatst en door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking beantwoord.

De uitdagingen met het opschorten van de eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewust) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Eloïse, Edward en Elvire, wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die mij kan helpen m’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.[viii]” De volgende, en dus bijkomende meta-overtuigingen, heb ik mij gaandeweg de laatste twintig jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik erachter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, helder bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulness me diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid. Het ziet enkel wat het eigen gekleurd bewustzijn toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus de basiscondities en vaardigheden van de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking in, waaronder:

  1. Nieuwsgierigheid. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik ervoor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen (met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de Vicieuze Cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet, er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Waarderend begrijpen betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van een dialoog is dat deze zich ver houdt van een discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen Polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruid met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star’ tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege hun gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie, is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit persoonlijke ervaring dat mentale modellen door crisissituaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten en eerder m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben als aandachtige lezers ondertussen reeds lang gemerkt dat ik net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef het naslagwerk ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms nog, en te veel naar m’n zin, verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons Rita’).

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds weer sterk opviel was dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht! 


[i] Joseph Gerics. ‘Live Right Now!”: Bruce Springsteen in concert. America. The Jesuit Review. An article desribing a show of Bruce Springsteen’s ‘Magic’ tour. September 22, 2008 

[ii] Bart Brandsma, Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[iii] De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv] Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012 blz. 18.

[v] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 161-170.

[vi] ‘Cruciale dialogen’ ibid. blz. 20-28.

[vii] William Isaacs, Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. blz. 41

[viii] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 16-17.

[ix] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 191-217.

[xi] Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. blz. 39

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIX

HOE STERK WEER OPSTAAN NA ZWARE TEGENSLAG?

Come on up for the rising

Come on up, lay your hands in mine

Come on up for the rising

Come on up for the rising tonight.

Bruce Springsteen – The Rising[i].

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over omgaan met tegenslagen. Tegenslagen horen bij het leven, daar hadden we het al uitgebreid over in vorige column. Bij een miskleun, een falen of een tegenslag hebben jullie de keuze: 

  1. Jullie vertonen het mainstream gedrag en geven ‘de ander’ de schuld; met andere woorden, jullie zoeken totdat jullie ‘de zwarte piet’ gevonden hebben; 
  2. Wanneer jullie die niet vinden, wordt de schuld doorgeschoven naar ‘Murphy’;
  3. Jullie zijn tegendraads: jullie weigeren te oordelen, de schuld in iemands schoenen te schuiven of ‘de ander’ te veroordelen; in de plaats daarvan kies je voor het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. 

De waarde van tegendraads zijn

Eloïse, Edward en Elvire, tegendraads zijn start met een cruciale dialoog met zichzelf en de omgeving rond de miskleun of het falen. Daarbij maakt men best gebruik van het creatief wissselwerkingsproces. Zo lost men het probleem op terwijl men terzelfdertijd voorkomt dat het in de toekomst nog de kop op steekt. 

Om tegendraads te zijn en in de spiegel te kijken, is er moed nodig teneinde te laten zien hoe het werkelijk is een miskleun te doorstaan; de eigen kwetsbaarheid te voelen in plaats van de fout in het gedrag van anderen te zoeken of de eigen frustratie op anderen af te reageren. Bereid zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien en blijven leven in overeenstemming met eigen waarden en normen en dit bovendien daadwerkelijk tonen; daar heb ook ik uiteindelijk voor gekozen. 

Creatieve Wisselwerking

Eloïse, Edward en Elvire, jullie konden al bevroeden, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is in feite het van binnen uit beleven van Creatieve wisselwerking na een miskleun. En bij dit beleven klopt de spreuk “Hoe meer ik leer, hoe minder ik weet” als een bus. Dit is het loon van het leren uit eigen fouten: men komt z’n eigen beperktheid tegen. Daardoor heb ik onder meer geleerd de idee dat ik de waarheid in pacht zou hebben volledig op te geven. 

Ik beleef wel een basis- en universele waarheid: Creatieve wisselwerking. Het is de moed hebben de uitdaging aan te gaan en daardoor het proces van binnen uit beleven en dit bovendien laten zien. Dit alles terwijl men heel goed weet dat men geen controle hebt over het uiteindelijke resultaat. Men kan Creatieve wisselwerking beleven, edoch men kan het proces niet sturen naar een welbepaald resultaat. 

Zich zo kwetsbaar opstellen, zonder zeker te zijn van het resultaat, is geen teken van zwakte; moediger kan men niet zijn. Als men zo leeft dan bevindt men zich op de ‘werkelijkheid van het terrein’, men bevindt zich in de arena en is dus speler. Men is geen ‘tribune speler’ en nog minder toeschouwer. Men beschouwt het eigen beleven van het proces wel, dit met de vaardigheid Proces Bewustzijn. Meer nog, men heeft eigenlijk lak aan toeschouwers die van op veilige afstand strooien met bekrompen kritiek en kleinerende opmerkingen. 

Dit wil ook zeggen dat men, mede door het beleven van Creatieve wisselwerking, selectief wordt met betrekking tot feedback die men in toelaat. Eloïse, Edward en Elvire, zelf hanteer ik volgende vuistregel: wanneer de ander zich niet niet met mij in de arena bevindt en dus niet de kans loopt zelf onderuit gehaald te worden, dan ben ik niet geïnteresseerd in haar of zijn feedback. Bevindt zij of hij zich wel op het strijdtoneel, dan waardeer ik de feedback ten zeerste en zal er zelfs om vragen. Indien men zich niet kwetsbaar opstelt; met andere woorden, niet met mij in dialoog gaat, met de kans dat deze uitdraait op een ‘cruciale’, dan hoeft het niet voor mij. 

De moed hebben zich authentiek op te stellen, heeft als wetmatigheid dat men ook op z’n bek kan, zelfs ooit zal, gaan. Daardoor is de “The Boxer’ van Paul Simon mijn lijflied. Ik weet namelijk dat, wanneer ik de moed heb mij kwetsbaar op te stellen, ik ooit met het canvas in aanraking zal komen. Ik weet echter ook dat ik dan terug recht zal krabbelen, want ik heb van binnenuit gekozen voor Creative Interchange

In the clearing stands a boxer

And a fighter by his trade 

And he carries the reminders 

Of every glove that laid him down 

Or cut him till he cried out 

In his anger and his shame 

“I am leaving, I am leaving” 

But the fighter still remains. 

Paul Simon – The Boxer 

Door gekozen te hebben voor Creatieve wisselwerking “beyond the point of no return” kan ik niet meer terug … “the fighter still remains”. Ik kan ook niet terug keren naar de werkelijkheid van voor de val. Ik geloof namelijk dat ik uit die ervaring zal leren en daardoor zal uitkomen op een ‘hoger’ niveau dan waarop ik me voor de val bevond. Ik weet ook dat ik echt door het stof zal dienen te gaan en dit met het bloed, het zweet en de tranen eigen aan het gevecht. Plezierig is anders, maar ik heb niet voor plezier gekozen, wel voor groei. En die gaat steeds gepaard met groeipijnen. Het is enerzijds pijnlijk en anderzijds weet ik dat ik, aan het einde van de strijd, als ‘herboren’ én ‘beter’ zal herrijzen. Door deze Awareness en dit Vertrouwen krijg ik de kracht om door te gaan en word ik door de creatie spanning naar een hoger niveau gestuwd. Die kracht (cf. The Force van Yoda) is niets anders dan Creative Interchange. Maar, eerlijk is eerlijk, makkelijk en vredig is deze strijd allerminst. 

Het opstaan na de val is een persoonlijke opgave en toch sta ik er niet alleen voor. Ik bezit de innerlijke zekerheid dat – indien ik a) met anderen verbonden blijf en b) Creatieve wisselwerking met hen vanbinnen uit beleef – ik er kom! Met andere woorden: in de eenzaamheid van de tegenslag dien je wel de uitdaging, creatieve verbinding met anderen te zoeken én te vinden, aangaan. Daartoe is het ‘upfront’ geven van vertrouwen een voordeel. Het is beter dat je vertrouwen soms geschaad wordt dan dat je nooit je vertrouwen ‘upfront’ geeft; met andere woorden dat je wacht totdat dit vertrouwen ‘verdiend’ is, want dan zou het wel eens te laat kunnen zijn. 

Echte Creatieve wisselwerking legt wat we leren uit een mislukking of falen vast in een beslissing tot actie. Door het continu uitvoeren van die actie met commitment en doorzettingsvermogen, zorgt Creatieve wisselwerkingervoor dat uiteindelijk het nieuwe gedrag een goede gewoonte wordt. Echt leren gaat via het hoofd, het hart en onze handen naar onze geest waardoor uiteindelijk onze mindset transformeert. 

Zo is leren opstaan na een dreun, door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking, een deel van m’n mindset geworden. Ik weet dat ik af en toe zal vallen en ik weet ook dat ik, juist door het vanbinnen uit beleven van CI, er sterker en beter boven op kom. Dat ik terug rechtop, wendbaar en weerbaar, ten volle in het leven zal staan totdat ik terug zal vallen. Dat is, heb ik geleerd, een natuurwet zoals de zwaartekracht. Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces na een tegenslag is steeds hetzelfde proces; of het nu over persoonlijke problemen gaat of over problemen op het werk, het creatief wisselwerkingsproces helpt ons er bovenop. 

Wendbaar en Weerbaar

Kortom, om wendbaar (pro-actief) en weerbaar (reactief) te zijn, dient men Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven. Dit werd uiteindelijk een levenswijsheid die ik nu, zo goed en zo kwaad ik dit al kan, doorgeef aan jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn drie kleinkinderen. Want die zullen dit – zoals Fons Leroy het zo treffend schetste in een interview op het één journaal van 7 oktober 2016, de dag na de aankondiging van het massaontslag bij ING – in de toekomst meer dan nodig hebben. Zoals reeds gesteld geef ik die kennis nu door omdat ik besef dat de dag ooit komt dat ik niet meer op zal kunnen staan. Ook dat is een natuurwet, elk leven is eindig, ook het mijne. Wat wel zal voortleven is het Creatief wisselwerkingsproces en hopelijk, mijn vurigste wens, ook in jullie, mijn kleinkinderen. Creatieve Wisselwerking doorgeven doe ik onder meer door hen aan te tonen hoe gedachten, emoties en gedrag een samenhangend geheel vormen, zoals de liggende acht zo mooi duidelijk maakt. Dit doe ik onder meer met deze serie columns. Omdat deze column gaat over het beleven van Creatieve wisselwerking bij het ‘sterk-weer-opstaan’ na een zware tegenslag, zullen er nogal wat herhalingen van vorige columns voorkomen. Besef wel dat het beter is tweemaal iets zinnigs te poneren dan het helemaal niet naar voor te brengen.

Creatieve wisselwerking is geen formule!

Eloïse, Edward en Elvire, het grootste probleem met Creatieve Wisselwerking is dat het als een makkelijke formule oogt die iedereen kan uitwerken. Begrijp mij niet verkeerd; Creatieve wisselwerking kan iedereen van binnenuit beleven; meer nog, we zijn er mee geboren! Het probleem zit in het feit dat Creatieve wisselwerking bij de eerste bewuste kennismaking als een makkelijke ‘formule’ overkomt. Dit komt mede omdat ik er (nog) niet in geslaagd ben om Creatieve Wisselwerking complex én bevattelijk voor te stellen. Mijn meest complexe voorstelling van Creatieve Wisselwerking is het ‘vlindermodel’ met z’n 4 fasen, 8 basiscondities en 16 vaardigheden: 

Die voorstelling oogt inderdaad al ingewikkelder dan het lemniscaat model waarmee ik ooit startte. Ik leg echter het vlindermodel nog te veel uit als een soort ‘stap voor stap’ aanpak, wat het allerminst is. Het vlindermodel geeft een mogelijke route aan (communicatie à appreciatie à imaginatie à transformatie) maar dit pad kan echter op verschillende manieren gelopen worden. Het oorzaak en gevolg denken, dat het model zou kunnen impliceren, kan volledig omgedraaid worden en bovendien bevat elk van de vier fasen ALLE vier fasen. Bijvoorbeeld: de vierde fase, transformatie, omvat de vaardigheid van het geven en ontvangen van feedback. Feedback dient gegeven te worden (communicatie), correct waarderend begrepen te worden (appreciatie), aanzetten tot verandering en dus het vinden van ideeën daartoe (imaginatie) die uiteindelijk dienen in werkelijk omgezet te worden (transformatie). 

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking heeft echt geen lineaire volgorde. Toegegeven, ik stel het bijna steeds gemakshalve en als eerste kennismaking zo voor. Dit onder meer met de hulp van het Cruciale dialoogmodel en z’n vier fasen. Ik vertel of schrijf er steeds bij dat die voorstelling eigenlijk te simpel en te lineair is voor het levend, complex, organisch levensproces dat Creatieve wisselwerking is. Creatieve wisselwerking lijkt op het eerste gezicht inderdaad volgens bepaalde patronen te verlopen, maar is heus niet in een formule te vatten, en ook niet in een stap-voor-stap lineaire volgorde. Het heeft in veel gevallen de vorm van de oude Echternach processie (drie stappen voorwaarts gevolgd door twee achterwaarts). Die regel leidde, zoals ik reeds eerder schreef, tot een dusdanige chaos dat de processie uiteindelijk drastisch werd gewijzigd: het werd een dansprocessie. Ook Creatieve wisselwerking heeft veel weg van een dans waarbij de deelnemers met elkaar verbonden zijn. Niet met behulp van een witte zakdoek, zoals het huidig protocol van de Echternach processie voorschrijft, maar door het creatief wisselwerkingsproces zelf. “You have to go with the flow”, zeg ik soms, daarbij goed beseffend dat het fenomeen Flow een van de verschijningsvormen is van Creatieve wisselwerking . 

Creatieve wisselwerking is een zich herhalend, iteratief en zelfs intuïtief proces dat voor verschillende mensen verschillende vormen aanneemt. Ook zorgen verschillende contexten voor een verschillend beleven van Creatieve wisselwerking. Er is bovendien niet steeds een eenduidige relatie tussen inspanning en resultaat. Men kan het proces enkel zo standvastig en zo zuiver mogelijk beleven. Wanneer het resultaat niet in verhouding is met de inspanning, dan dient men daarover te reflecteren, wat op zich weer een van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking is. 

Door het beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit, ook en vooral bij het opstaan na een doodsmak, leer je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. De Franciscaan Richard Rohr vertolkt dit treffend wanneer hij stelt: “Na elke initiatie weet je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Het leven draait voortaan niet meer om jou, je gaat je inzetten voor het Leven!”[ii] Een andere pater, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij, eigenlijk meer nog dan Charlie Palmgren, dat ‘sterk-weer-opstaan’ in wezen een spirituele oefening is. In zijn dissertatie[iii]met als hoofdfiguur de stichter van de Jezuïeten orde, Ignatius van Loyola, komt ‘spiritualiteit’ telkens weer uit diens levensverhaal naar voor als cruciaal onderdeel van veerkracht en het gevecht om na een zware tegenslag weer op te staan. Vader de Blot definieert spiritualiteit als ‘innerlijke ervaring die mijzelf overstijgt, richting geeft aan mijn leven en mijn bestaan zinvol maakt’. 

De innerlijke ervaring van Creatieve wisselwerking leidt naar volgende innerlijke zekerheid: Creatieve wisselwerking is het levensproces. Het proces dat aan de grondslag ligt van alle leren en veranderen, dus van alle transformatie. Creative Interchange steunt op onze onderlinge verbondenheid en door het vanbinnen uit beleven worden onze ervaringen als ‘spirituele’ oefeningen. Voor mij is een van de belangrijkste toepassingen van Creative Interchange, als spirituele oefening, het weer opstaan nadat men zwaar ten gronde is gegaan. Want dit opstaan vereist een diepgeworteld geloof in de kracht van Creatieve wisselwerking door verbondenheid, een worsteling met jezelf en, in de meeste gevallen, het terugwinnen van betekenis en zingeving. 

Wat ik ook geleerd heb, Eloïse, Edward en Elvire, is dat zonder het beleven van Creatieve wisselwerking het uiterst moeilijk is om terug op te staan. Die levensles leerde ik in m’n meest donkere periode tot nog toe (mijn massieve depressie: 2008- 2010). Toen kwam de weerbaarheid rijkelijk laat, wat ik mij later maar met heel veel moeite heb vergeven. Ik had m’n kennis toen al in praktijk moeten brengen, want ik had jaren ervoor het boek ‘Creatieve wisselwerking’ geschreven. M’n kennis was toen nog geen wijsheid geworden. Uiteindelijk verbond ik mij terug met het levensproces. Ook dacht ik in die donkere periode veel aan de song “Don’t cry for me, Argentina”, uit ‘Evita’ waarbij ik ‘Argentina’ verving door ‘Creative Interchange’

I had to let it happen, I had to change Couldn’t stay all my life down at heel  Looking out of the window, staying out of the sun
So I chose freedom
Running around trying everything new  But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance
But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance 

And as for fortune, and as for fame
I never invited them in
Though it seemed to the world they were all I desired
They are illusions
They’re not the solutions they promised to be 
The answer was here all the time
I love you and hope you love me
….
Have I said too much?
There’s nothing more I can think of to say to you  But all you have to do is look at me to know that Every word is true! 

Bij m’n volgende dreun – darmkanker 2013 – deed ik het stukken beter en was ik de dreun eigenlijk voor. Door proactief, dus wendbaar, Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven, met mezelf én mijn omgeving, zag ik die dreun ‘aankomen’. Spijtig genoeg geloofde m’n huisdokter mijn ‘innerlijke zekerheid’ toen helemaal niet; hij wist het beter. Darmkanker kon helemaal niet, gezien m’n voorgeschiedenis – hij was m’n derde huisarts in een serie grootvader-vader-zoon. Ik had nogal wat moeite om van onder mijn loyaliteit uit te komen, wat dan weer een levensles was. Bij darmkanker is ontwijken echt geen optie, direct rechtveren en doorgaan wel! En dat laatste heb ik dan ook gedaan! Als puntje bij paaltje komt, waren jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn grootste reden om ‘door te gaan zoals ik door ga’. Aldus het ‘oorzaak en gevolg’ model op z’n kop zettend. 

In volgende delen bespreek ik het ‘sterk-weer-opstaan’ proces meer in detail. Onderstaande figuur is een mogelijke voorstelling van dit proces: 

Je eigen verhaal onder ogen zien

Brené Brown: “Je eigen verhaal onder ogen zien en, terwijl je dit doet, van jezelf houden is het moedigste wat je ooit kan doen.[iv]” Het gaat dus over in verbinding komen met je miskleun en je falen en toch van jezelf blijven houden. Het is niet alleen het moedigste, het is ook het wijste dat je kunt doen, wil je de befaamde quote van voetballer-filosoof Johan Cruijff “Elk nadeel heb z’n voordeel” bewaarheid zien door bewust naar het potentieel voordeel op zoek te gaan en dit voordeel ook effectief te realiseren. 

Eloïse, Edward en Elvire, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces begint met de feiten van het verhaal op een rijtje te zetten. Daartoe is het beleven van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie,nodig. Niet alleen authentieke interactie met zichzelf; ook authentieke interactie met mensen uit de eigen omgeving die getuige waren van het falen. Vervolgens dient men nieuwsgierig genoeg te zijn om de juiste vragen te stellen en op die vragen correcte antwoorden te vinden. Daardoor begrijpt men uiteindelijk waarderend de miskleun, wat dan uitmondt in min of meer heftige gevoelens. Daarbij trekt men niet de eerste de beste conclusie en gaat men niet over tot actie (het zo verfoeilijke ‘jump to conclusion’ gedrag). Integendeel, men blijft lang genoeg het eigen verhaal onder ogen zien totdat men ten volle de complexe ‘oorzaken en gevolgen’ keten waarderend begrijpt. 

Als we in de arena op ons gezicht gegaan zijn, is de eerste reactie vaak ‘rond kijken of niemand het gezien heeft’. Wij voelen direct schaamte opwellen en indien we leven volgens de ‘mainstream’ filosofie gaan we aansluitend op zoek naar de ‘schuldige’. Uiteraard zoeken we die, conform de ‘heersende’ mindset, buiten onszelf. De combinatie schaamte/verwijt is zo gebruikelijk omdat we, uit wanhoop van onder de pijn uit te komen, verwijten als een snelle oplossing zien. Voor de meesten van ons, die hun toevlucht nemen tot het maken van verwijten, is de behoefte aan controle zo sterk dat ze schuld willen toewijzen. Ze denken dat ze zich beter gaan voelen nadat ze met de vinger naar iets of iemand gewezen hebben, maar er verandert niets. Verwijten maken is juist dodelijk in relaties. Het is giftig. Maar het blijft de voorkeursreactie van de meesten onder ons. Dit mede omdat het een onderdeel is van onze Vicieuze Cirkel.

Indien we ‘tegendraads’ zijn, bekijken we ons verhaal eerst afstandelijk, alsof het een verhaal van iemand anders is. Anders gesteld, we observeren de feiten van ons verhaal met ons ‘helder’ bewustzijn. Dit wordt zoals we reeds zagen, aangeduid met het begrip Awareness. Met andere woorden, we leggen eerst ons verhaal vast met ons helder bewustzijn en observeren de ‘naakte’ waarheid. 

Pas daarna kleuren wij het verhaal met ons gekleurd bewustzijn (Consciousness). Bij dit interpreteren dragen wij er zorg voor ook, en vooral, onze eigen inbreng in het verhaal te begrijpen. We beleven ten volle de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen. Dit betekent ook dat, indien we toch een andere actor identificeren dan onszelf, we ons eerst afvragen welke rol we daarbij zelf gespeeld hebben. “Hebben wij het gedrag van de ander gedoogd of getriggerd?” is een van de pertinente vragen die wij ons gedurende deze analyse dienen te stellen. Wij kijken oprecht in de spiegel en slaan hem niet stuk! We hoeden ons er voor onszelf verwijten te maken die ondermijnend zijn en weinig opleveren. 

Ook zijn we er van overtuigd dat indien we onze miskleun verhalen ontkennen of ons losmaken van die moeilijke verhalen, deze niet weggaan. Integendeel, we begrijpen ten volle dat ze ons dan bezitten en ons daardoor bepalen. We kiezen er bewust voor dit niet te laten gebeuren. We laten ons niet ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen! 

Eloïse, Edward en Elvire, een van de redenen dat we soms geen rekenschap durven afleggen van onze miskleun verhalen is angst. Daarbij spelen volgende vragen: “Wat als ik iets vind met betrekking tot mijn gedrag dat niet zo prettig is?” of “Wat gaan anderen daarvan denken?” Angst zorgt ervoor dat we onze verhalen in de doofpot willen steken, goed wetende dat die doofpot niet bestaat. Angst leidt naar struisvogel gedrag. Het is niet omdat wij onze kop in het zand steken dat onze medemensen ziende blind zijn. 

Wat nodig is om zich rekenschap te kunnen geven van het volledige eigen verhaal is nieuwsgierigheid, niet toevallig een van de basiscondities van de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen van Creatieve wisselwerking. Nieuwe informatie ‘as such’ verandert onze manier van denken, en daardoor ook ons leven, niet. Pater Paul de Blot SJ leerde mij dat wanneer iets je toevalt, je het niet alleen dient op te rapen. Je dient er vooral iets uit te leren door er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. Paul de Blot heeft het hier eigenlijk over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie! 

De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid bewaren betekent voor mij te aanvaarden dat ‘niets voor niks is’ en dat ik die kennis dien te beleven totdat het wijsheid wordt. Nieuwsgierigheid bewaren is een daad van kwetsbaarheid en moed. Je moet dapper zijn om meer te willen weten, omdat je nooit op voorhand weet of je iets gaat vinden waardoor er jou echt iets te verwijten valt of blijkt dat je geen gelijk had. Nieuwsgierigheid is onaangenaam omdat het naast kwetsbaarheid ook onzekerheid betekent. Nieuwsgierigheid is daardoor een tegendraadse eigenschap die afwijkt van de ‘mainstream’ norm. 

Naast nieuwsgierigheid is kunnen omgaan met onzekerheid een basisconditie van deze fase van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. De reden waardoor beiden cruciaal zijn voor dit proces is dat de gevarieerde en soms excentrieke koers van sterk weer opstaan ook tegendraads is. Het omarmen van kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en onzekerheid, dat nodig is om op te staan na een val, is ook een beetje gevaarlijk, vooral voor onze omgeving. Mensen die niet blijven liggen na een dreun, maar – zoals de bokser uit Paul Simon’s gelijknamige song – opstaan, zijn vaak onruststokers. Lastig in bedwang te houden want “the fighter still remains!” Ze stellen de juiste moeilijke vragen en dat is tegendraads, dat kan gevaarlijk zijn. 

We dienen een bepaalde mate van kennis of bewustzijn te hebben om nieuwsgierig te kunnen zijn. Het verhaal dat we onder ogen zagen met ons helder bewustzijn (awareness) heeft onze nieuwsgierigheid gewekt. “Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mij dit overkomen is?” Onze nieuwsgierigheid, die leidt naar het inkleuren van ons verhaal (consciousness), is echt vastgehaakt aan onze awareness met betrekking tot ons miskleun-verhaal. Dit doen we door nederig pertinente vragen te stellen van (cf. ‘Humble Inquiry’ van Edgar Schein[v]), die toch gevaarlijk in de oren kunnen klinken. 

Het vastleggen van ons miskleun-verhaal is een cruciaal onderdeel om het waarderend te kunnen begrijpen. Wel dienen we bewust te zijn dat onze eerste versie in de meeste gevallen een verzonnen verhaal is, dat nadien dient verfijnd te worden. Het voordeel van dit ongecensureerde verhaal is dat er antwoorden verscholen liggen op drie uiterst belangrijke vragen; vragen die leiden tot meer zelfkennis en innerlijke integratie en die zorgen dan weer voor meer moed, empathie, mededogen en verbinding in ons leven: 

Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de actuele situatie?
• Welke van m’n beweringen zijn objectief?
• Welke van m’n beweringen zijn gebaseerd op aannames?

2. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de andere spelers in m’n verhaal? 

  • Heb ik nog andere informatie nodig? 
  • Welke nederige vragen dien ik dienaangaande te stellen? 

3. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over mezelf?
• Welke rol speelde ik echt?
• Wat staat er in m’n linker kolom (cf. Oefening Argyris[vi])?

Dienen we (iets) te veranderen ?!?

Eloïse, Edward en Elvire, de cruciale vraag hierbij is: “Wil ik terug en meer vanuit m’n volle mens-zijn leven?” Het antwoord op deze vraag zal ons leiden naar wat er dient te veranderen om een nieuw en nu hopelijk succesvol verhaal te schrijven. 

In deze column rond het ‘sterk-weer-opstaan’ proces ben ik gekomen aan het middendeel. Gezien dit proces op de keper beschouwd het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking is, kan dit deel gevisualiseerd worden door het midden van het vlindermodel. 

In dat midden komen we eerst de ‘delta’ tegen: 

Delta (del-ta) zelfstandig naamwoord: de vierde letter van het Griekse alfabet – het wiskundig symbool voor verschil. De hoofdletter delta is een driehoek. 

Het is het verschil – de delta – tussen (a) wat we hebben nu we ons verhaal correct onder ogen hebben gezien, ontdaan van alle verzinsels en franjes en b) wat je jezelf toewenst om terug vanuit je volle mens-zijn te kunnen leven. Anders gesteld, de delta is het verschil tussen ons inzicht (in de realiteit) en onze behoeften. 

Ik hou eigenlijk meer van het begrip delta dan van het begrip ‘verschil’ hoewel de twee begrippen synoniemen zijn. Het driehoek symbool neemt me terug mee naar het drieluik waar het om gaat en dat door de liggende acht wordt gevisualiseerd: Denken  – Verbinden/Voelen – Doen.

Verbinden/Voelen

Denken                                                Doen

Wanneer we ons val-verhaal ten volle waarderend begrepen hebben, voelen we, uitgerekend door ‘de delta’, emoties en gevoelens. Die kunnen voor ‘knee-jerk’ reacties zorgen. We kunnen er echter vanbinnen uit voor zorgen dat dit soort reacties geen kans krijgen. 

We reageren onze emoties en gevoelens niet direct af door te vechten (naar de ander slaan), te vluchten (de ander ‘de schuld’ geven) of te verstijven (dichtklappen – ‘shit happens’). Zelfs indien we de fout aan onszelf toewijzen, voelen we ons vooral geen mislukkeling, we erkennen de emoties en gaan die vanbinnen uit beheersen. Wij verwijten ons niets, wij voelen ons, indien nodig, wel aansprakelijk. Aansprakelijkheid is jezelf verantwoordelijk stellen voor jouw daden en de gevolgen ervan. Aansprakelijkheid is een voorwaarde voor sterke relaties en een dito bedrijfscultuur. Voor aansprakelijkheid is authenticiteit, moed en actie nodig teneinde je excuses aan te bieden en het goed te maken. Het vraagt om kwetsbaarheid. We moeten onze eigen gevoelens onder ogen zien en ons gedrag en onze keuzes zien te verzoenen met onze waarden en normen. Wij weigeren dat onze emoties ons ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen. Met andere woorden: onze emoties controleren ons niet. Of nog: wij weigeren de slachtofferrol! Zelfs als de val of miskleun ons overkomt zonder dat we in enige mate aansprakelijk zijn, weigeren we de slachtofferrol op te nemen en krabbelen recht… “the fighter still remains!” We werken van uit het ‘inside-out’ betrokkenheid paradigma, niet vanuit het ‘outside-in’ controle paradigma. 

Eloïse, Edward en Elvire, uiteraard hangt de kwaliteit van deze emoties en gevoelens af van het miskleun-verhaal en de context. Ik ga er verder van uit dat je die emoties niet laat afketsen of uithaalt naar iemand uit jullie omgeving. “You may not control all the events that happen to you, but you can decide not to be reduced by them.” schreef Maya Angelou in “Letter to my Daughter’[vii]. Wat jullie niet mogen laten gebeuren, is dat jullie zelfvertrouwen sneuvelt door het falen. Zelfvertrouwen en fouten maken kunnen perfect naast elkaar bestaan, als we het maar goed blijven maken, blijven handelen naar eigen waarden en normen, en schaamte en verwijten meteen ten goede ombuigen. 

Persoonlijk Macht

Wat de context of de omvang ervan ook was, falen gaat gepaard met het gevoel dat we een deel van onze persoonlijke macht zijn kwijtgespeeld. Ik hou in dit verband enorm van Martin Luther King’s quote: 

Power, properly understood, is the ability to achieve purpose.

Eloïse, Edward en Elvire, wij hebben het vermogen om ons persoonlijk doel te bereiken. Het gaat over het uitoefenen van persoonlijke macht vanbinnen uit teneinde ons doel te bereiken. Vandaar dat in ons ‘Cruciale dialoogmodel’ in het midden de persoonlijke eigenschappen – Intrinsieke Waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten, Persoonlijk Doel, Positieve Intentie en Persoonlijk Engagement – verenigd zijn. 

Door ons terug te verbinden met onze Intrinsieke Waarde en onze persoonlijke Vicieuze Cirkel niet alleen te stoppen maar ‘terug te draaien’, door het beleven van Creatieve wisselwerking, komen we ook terug in verbinding met ons persoonlijk doel en geven we onszelf terug de macht om dit doel te bereiken. We smoren de opwellende machteloosheid in de kiem, want we weten dat machteloosheid leidt tot angst en wanhoop. 

Wanhoop is niet meer vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces. Men bevindt zich in een spirituele woestijn waarin men gelooft dat het morgen net zo zal zijn als vandaag. Het tegenovergestelde van wanhoop is hoop. Hoop die verankerd is in het creatief wisselwerkingsproces. Met name, dat men het morgen beter kan hebben door doelen te stellen, wegen te creëren naar die doelen toe en de vasthoudendheid en het doorzettingsvermogen op te brengen om die wegen te bewandelen teneinde die doelen effectief te bereiken. Men gelooft in het persoonlijk vermogen (macht) om Creative Interchange van binnen uit te beleven:”You Believe In the Power of The Force!” 

Mindfulness says, “Feel the pain” and self- compassion says, “Cherish yourself in the midst of the pain”; two ways of embracing our lives more wholeheartedly[viii]

Men geeft zich ook rekenschap van emoties. Dat betekent zichzelf toestemming geven deze te voelen en er dus aandacht aan te besteden in ‘het hier en nu’. Wat men ook dient te doen, is tussen de actie en reactie letterlijk een pauze inlassen en ‘mindful’ de emoties evalueren. Tegenwoordig wordt hoe langer hoe meer een lans gebroken voor ‘self-compassion’. Dit is het vermogen om zichzelf met mildheid te aanvaarden wanneer men aan het lijden is. Huidige research toont aan dat zelf-medelijden sterk verbonden is aan emotionele weerbaarheid, inclusief het vermogen kalm te worden, miskleunen te (h)erkennen, er uit te leren en zich te motiveren teneinde te slagen[ix]. Wetenschappelijk is aangetoond dat zelf-medelijden potentieel een belangrijke factor is voor emotionele problemen zoals depressie. 

Marie R. Miyashiro[x] spreekt in dit verband van twee vaak verkeerd begrepen menselijke eigenschappen: 

  1. Onze vaardigheid om ons op een natuurlijke wijze bewust te zijn van onze gevoelens zonder die te veroordelen; 
  2. Ons vermogen om deze gevoelens te verbinden aan de daarbij behorende al dan niet vervulde behoeften. 

Indien deze behoeften niet vervuld spreken wij van een ‘delta’. 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze fase voelen we het verschil tussen wat we hebben en wat we willen haarfijn aan. In het ‘sterk-weer opstaan’ proces is er geen sprake van tevreden zijn met de nu ten volle waarderend begrepen werkelijkheid van op het canvas neergeteld te liggen. Er is een groot verschil tussen die huidige werkelijkheid en de gewenste toekomst: die van ten volle als mens terug in het leven te staan en door te gaan.
De delta toont ons duidelijk het verschil tussen de geapprecieerde werkelijkheid en de werkelijkheid die men zichzelf op basis van eigen waarden toewenst. De delta zorgt voor emoties die ons kunnen leiden naar twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning, waar we het al eerder over hadden.

Beide spanningen zijn steeds in zekere mate aanwezig. Als de ene spanning groter wordt, wordt de ander kleiner en omgekeerd. Het goede nieuws is dat we zelf de chauffeur zijn van het voertuig van ons leven; we kiezen zelf waar we aandacht aan besteden. We kunnen die emoties toelaten, onder ogen zien en er bewust voor kiezen de creatiespanning haar werk te laten doen. 

Ik hou ook van het begrip ‘delta’ omdat delta’s plekken zijn waar rivieren in contact komen met de zee. Het zijn moerassige plaatsen die vol sediment zitten. Het zijn ook rijke en vruchtbare gebieden van groei, zoals de Zeeuws Vlaamse polders die uitlopen tot het noorden van Eeklo, welbepaald tot Watervliet, waar ik ooit meer dan vijftig jaar geleden ‘ons’ Rita ontmoette. De delta is de plek waar we ons werk kunnen doen. Onze belangrijkste inzichten betreffende onze toekomst komen ‘boven water’ in de delta. Het is de plek waar we onze behoeften erkennen, ons doelen stellen en waar we de verwachting uitspreken om te groeien en te veranderen, om terug recht te staan en door te gaan. We houden van onszelf om wie we zijn, zelfs als we geveld zijn, en spreken ook onze verwachting uit over wie we zouden willen zijn! 

Op dat ogenblik is ‘integriteit’ van het grootste belang. Ik hou enorm van Brené Brown’s definitie van dit begrip in ‘Sterker dan ooit (Rising Strong)’[xi]:

Integriteit is kiezen voor moed boven gemak; kiezen voor wat juist is boven wat leuk is, snel of gemakkelijk is; en er voor kiezen om onze normen en waarden in praktijk te brengen in plaats van die alleen maar te belijden. 

Eloïse, Edward en Elvire, wij zijn bereid om de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven te accepteren. Wij zijn bereid om niet te kiezen voor het gemak en aanvaarden niet de eerste beste oplossing. Integendeel wij kiezen moedig de zoektocht aan te vatten naar die oplossingen die er echt toe doen. Dit leidt ons naar het moeilijkste deel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Het aartsmoeilijke derde luik waarin we terug onzekerheid dienen te omarmen totdat we genoeg goede potentiële oplossingen hebben gevonden teneinde een gefundeerde keuze te kunnen maken. 

We zijn er nu van overtuigd dat er iets moet veranderen. We hebben het waarom van die noodzaak tot verandering uitgeklaard. Het strookt bovendien niet met onze persoonlijke missie (De Why? van Simon Sinek) om geveld te blijven liggen. Ook is ondertussen de Who? duidelijk: ik dien samen met anderen uit m’n omgeving de queeste naar de oplossingen aan te vatten. De How? is en blijft het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De antwoorden op de What? vraag zal het moeilijkste deel van onze tocht duidelijk maken. Wij omarmen onze onzekerheid met één zekerheid: het creatief wisselwerkingsproces zorgt voor de noodzakelijke oplossingen. Welke, dat weten we (nog) niet. Nogmaals, we kunnen Creatieve wisselwerking niet sturen. We weten wel dat we uiteindelijk een keuze zullen moeten maken onder de potentiële oplossingen en deze daarna van binnen uit zullen dienen te beleven om tenslotte terug in volle sterkte recht te staan en door te gaan. 

Het creëren en kiezen van de noodzakelijke acties

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben tot mezelf gekomen in stilte en me verbonden met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om de gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst, en sterker doorgaan dan voor de val, dient nu geplaveid worden; niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. In het ‘sterk-weer- opstaan’ proces is de derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Creatieve Integratie – aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn mentaal model, dat ik had toen ik tegen de vlakte sloeg, dien uit te breiden. Mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” Dit laatste strookt helemaal niet met de door mij gewenste toekomst. 

Deze vernieuwing veroorzaakt onzekerheid, ambiguïteit en, door het “nog niet weten wat exact te doen”, voor potentiële confusie. Het is een intermezzo tussen de oude manier van mens-zijn en het worden van de nieuwe wijze van mens-zijn. Alleen daarom is dit voor mij een moeilijk onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Ik hou helemaal niet van die fase van onzekerheid die steevast resulteert in een zeker onbehagen. Ik heb dus moeten leren om mij over te geven aan deze kritische karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Men moet bereid zijn om de oude ‘zekerheden’ los te laten en onzekerheid niet alleen te tolereren, meer nog, te omarmen. Ik heb moeten leren om in deze fase alle basiscondities van de vorige karakteristieken van Creatieve wisselwerking blijvend vanbinnen uit te beleven. 

Ik dien dus blijvend te vertrouwen, open en nieuwsgierig te zijn en bovendien onzekerheid te omarmen zoals een heel jong kind dat doet. Ik moet het vertrouwen, dat ik als kind onbewust in Creatieve wisselwerking had, als volwassene bewust herwinnen. Volgens Jan Bommerez stelde Stephen Covey ooit: “Vertrouwen is zekerheid over de universele principes”[xii]. Een van die universele principes is Creatieve wisselwerking. Daardoor is Stephen Covey’s definitie van vertrouwen eigenlijk mijn levensopdracht: innerlijke zekerheid blijvend hebben in Creatieve wisselwerking. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” is een universele wijsheid die ook ik aan de lijve heb ondervonden. Wat ik daardoor geleerd heb, is het vertrouwen ‘up front’ te geven en dat vertrouwen meestal groeit in de loop van een relatie. Indien in een relatie het vertrouwen niet groeit, is de relatie de moeite niet waard. 

In die zoektocht naar acties, die mij niet alleen toe laten weer op te staan maar – ook en vooral – helpen door te gaan, dien ik samen met m’n reisgenoten elementen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Daardoor ontstaat een ‘aha!’ moment waardoor een mogelijke oplossing plots ‘in zicht’ komt. In dit onderdeel van m’n queeste worden nieuwe zaken, die mij aangereikt worden, geïntegreerd in m’n oud denkpatroon, waardoor een nieuwe, vollere mindset wordt gecreëerd. 

Synergetisch Bewustzijn

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is in dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces het ‘synergetisch bewustzijn’[xiii]

Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val weer te kunnen recht krabbelen en door te gaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, dat ik deze fase de moeilijkste vind komt ook omdat ik ze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het inzetten van intuïtie werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog in m’n geheugen gegrift: 

Monsieur Roels vous nêtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait! 

Ik heb hem toen gevraagd of hij “la chanson, monologue parlé plus que chanté, ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Nicolas Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. 

Ook gedurende m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens me niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Zelf was ik langzaam aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten. 

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal toepaste. Dit kwam er op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde fase – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ en ‘creativiteit’ kunnen verstevigen. Inderdaad, ik beschrijf in elke fase naast de twee basiscondities, die de karakteriek van de bewuste fase ondersteunen, ook vier vaardigheden. Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn (1) herkaderen van het probleem, gebruik maken van (2) analogieën en (3) metaforen en (4) het krachtig gereedschap: “4+ en 1 wens”. Voor de beschrijving van deze vaardigheden verwijs ik graag naar eerdere columns. 

Het was pas tijdens m’n vierde Professionele Leven dat ik van onder het juk van het preferentieel lineair denken uitkwam en dat ik de tijd nam om de vaardigheden van deze fase zelf te beoefenen. De massieve depressie die ik in de periode 2008-2010 doorworstelde, had er voor gezorgd dat ik voor mezelf tijd gecreëerd had. Ik begreep in die periode de diepere betekenis van het Franse gezegde, dat ik geleerd had van m’n vriend Guy Bérat, “Il faut donner le temps au temps”. Niet toevallig was het ook Guy die mij in die periode hielp om terug vertrouwen te krijgen in Creatieve wisselwerking

Gedurende dit vierde professionele leven kreeg ik een nieuwe tegenslag: darmkanker. Dit is een probleem waar verstijven, vluchten of zelfs vechten niet aan de orde is. “Wat niet weet, wat niet deert” is een oud Nederlands gezegde dat zeker in het geval van kanker één grote leugen is. Het is niet omdat je niet weet dat je kanker hebt, dat deze stopt met verder woekeren in je lichaam. Het probleem met darmkanker is niet hoe je deze bestrijdt eens (tijdig) geïdentificeerd. De geneeskunde is goed gevorderd en de protocollen liggen klaar. In mijn geval werden die direct uitgetekend: beginnen met een dubbele aanpak van chemo en bestraling, vervolgens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen en nadien nazorg chemo. De oplossing was in mijn geval reeds gevonden. Althans voor de puur lichamelijke kant van het probleem. 

De geestelijke kant was een ander paar mouwen. “Hoe ga ik met mijn kanker om?” werd de cruciale vraag. En op die vraag diende ik zelf het antwoord te geven. In mijn geval heb ik de vraag herkadert in “Hoe wil ik door m’n kleinkinderen herinnerd worden?” en onder meer die herkadering, een toepassing van de gelijknamige  vaardigheid (1), leidde mij tot een deel van de oplossing. Je kunt kiezen om cynisch en verbitterd te worden, en die houdingen hebben bij m’n weten nog weinig succesvolle transformaties teweeg gebracht. Uiteraard weet je niet hoeveel dagen je nog tegoed hebt; men weet wel dat men met dat gebrek aan kennis niet alleen is. 

Dus ik leerde door het beleven van de derde karakteristiek dat het tegenovergestelde van cynisme en verbittering me wel tot de oplossing zou leiden. In de periode na het ‘slechte nieuws’ gesprek met m’n dokter-specialist, doorliep ik de vorige fasen in heel korte tijd. Ik koos ten volle voor het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking. Ik zag m’n eigen kankerverhaal ten volle onder ogen en koos uiteindelijk voor de gewenste toekomst: dat ik met mijn kleinkinderen – zolang het nog kon, veelvuldig en met plezier (ook en vooral van hun kant) – zou samen-zijn. Daartoe diende ik opgewekt te zijn en niet chagrijnig, dat wist ik door de vaardigheid gebruik maken van analogieën. Analogieën vinden was niet moeilijk. Zo moest ik mij enkel herinneren hoe dochter Daphne reageerde, toen haar grootvader Lionel korzelig, verbitterd en nijdig geworden was nadat bij hem een kwaadaardige hersentumor was geconstateerd. Uiteindelijk konden we haar nog heel zelden overtuigen ons te vergezellen voor een bezoekje aan haar opa. Ik wist daardoor wat ik zeker niet moest doen indien m’n doel was m’n kleinkinderen en mezelf nog een leuke tijd te bezorgen. Een tweede analogie uit m’n eigen verleden bevestigde de oplossing. Een jeugdvriend, André De Decker kreeg, toen hij net aan de RU Gent was gestart, leukemie. Ik bezocht hem regelmatig in het Sint-Vincentius ziekenhuis in Gent. Op een keer kwam z’n oudere broer Edgard met diens vriend – de legendarische Eeklose grafische artiest, Romain Coemelck  de kamer binnen. De twee spitsbroeders waren op hun paasbest. Ik begreep dat ze op weg waren naar een huwelijksfeest toen bij het afscheid André hen toefluisterde Veel plezier hé op het feest! André was toen reeds heel verzwakt en ik realiseerde mij dat het een kwestie van weken was voordat het onvermijdelijke zou geschieden. André, die stukken intelligenter en begaafder was dan ik, heb ik in die periode nooit horen klagen, misnoegd of cynisch ervaren, in tegendeel. Hij was vol interesse hoe ik het er in m’n eerste jaar vanaf bracht in Gent. Ook die herinnering maakte mij wel heel duidelijk wat mij te doen stond, indien ik m’n doel wou bereiken. 

Tijdens de periode voor de operatie had ik wel de tijd om de mogelijke acties waren die mijn innerlijke rust en vreugde zouden kunnen doen uitstralen te kiezen. Toen heb ik ten volle de fase ‘het creëren en het kiezen van de noodzakelijke acties’ van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces beleefd. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces behoort die keuze jou toe. Dit omdat, als puntje bij paaltje komt, jij de enige bent die ‘accountable’ is met de betrekking tot de gevolgen van jouw keuze. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik had met jullie moeder Daphne besloten dat jullie mij de eerste paar weken, toen ik in AZ St. Jan Brugge ‘met alle toeters en bellen’ lag, niet zouden bezoeken. ‘Met alle toeters en bellen’ was een kleurrijke uitspraak van m’n chirurg Tom Feryn. Diens beeldrijk taalgebruik duidde op het aantal buisjes en snoeren die m’n lichaam verbonden aan allerlei hulpmiddelen en toestellen die netjes rond m’n bed waren opgesteld. Toen jullie me na de ‘toeters en bellen’ periode, een bezoek brachten was de sfeer opgewekt en werd er veel gelachen. Vooral toen Elvire bij mij op bed zat en plots de lakens zodanig verschoof dat de 18cm lange naad met een serie ‘nietjes’ tevoorschijn kwam.

 “Wat is dat?, Opa” 

“Dat is een rits, Elvire”

 “Waarom? Opa”. 

“Wel Elvire, iedere morgen wordt de rits opgedaan om m’n buik eens goed te kunnen spoelen.” “Dat meen je niet, Opa!”

 “Jawel, Elvire” en we proesten het uit. 

Gedurende de tweede van mijn drie weken durend verblijf, in wat ik toen ‘m’n luxe kamer met mooi uitzicht in een vier sterren hotel’ noemde, stelde een van de verpleegsters mij plots de vraag: 

“Wat is jouw geheim Johan dat je elke dag zo vrolijk bent?”
“Dit komt omdat ik m’n eigen boek vanbinnen uit beleef, Christel” 

Ze keek mij aan met grote ogen en zei: “Jouw eigen boek !?!”
“Jawel, er ligt een exemplaar daar op de tafel aan het venster.” 

Er lag daar inderdaad een exemplaar van ‘Cruciale dialogen, want ik had, tot vijf minuten vòòr men mij naar het OK vervoerde, aan de vertaling van hoofdstuk 1 naar het Frans gewerkt. Ik had die Franse vertaling toen via e-mail naar Guy Bérat gestuurd: die zorgde namelijk voor de verbetering. Het boek was daar echter blijven liggen, want ik was m’n bed nog niet uit gekomen. De verpleegster ging naar m’n tafel en pikte het boek op. 

Hé, Johan, jouw naam staat op de cover!

Dat is de gewoonte hé, Christel. Men drukt steeds de naam van de schrijver op de cover.” 

Ondertussen gaf ik een summiere uitleg waarover het boek ging. Over moeilijke babbels die men in het leven meermaals had en gaf een paar voorbeelden in haar context: cruciale dialogen met eigenwijze artsen, een bazige hoofdverpleegster en eventueel lastige patiënten… Christel bladerde in het boek en zei: 

“Dit lijkt mij uiterst interessant, dat zou ik wel kunnen gebruiken!”
“Meen je dat, Christel?”
“Natuurlijk Johan”. 

“Dan krijg je een exemplaar van m’n boek” 

“Krijg ik dit?” En ze toonde het boek dat ze in haar handen had;
“Neen, dit exemplaar is te beduimeld. Ik vraag ‘ons Rita’ wel om deze middag een nieuw exemplaar mee te brengen.” 

De volgende anderhalve week heeft Rita minstens vijfentwintig exemplaren van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ meegesleurd naar Sint Jan. 

Nadien heb ik meermaals verteld dat ik, door zelf ‘Cruciale dialogen’ vanbinnen uit te beleven, leerde dat het een uitzonderlijk goed boek is. Men moet het wel niet alleen lezen (wat al een hele klus is), men moet het vooral dagdagelijks van binnen uit beleven. En dat is een ander paar mouwen dan het begrijpen van het ‘vlindermodel’! 

Besluiten vs. Beslissen

Het is nu tijd om te beslissen wat effectief te doen om door te gaan. We zijn weer opgestaan en hebben verschillende opties voor het doorgaan gecreëerd en overwogen. Die verschillende opties kunnen gezien worden als besluiten. Besluiten betekent niet hetzelfde als beslissen, hoewel de twee begrippen soms (verkeerdelijk) als synoniemen door elkaar gebruikt worden. Besluiten is afwegingen maken, grondig over alternatieven nadenken en tot besluit een keuze maken. Beslissen legt de nadruk op het vastleggen van een afspraak, een antwoord gevend op de vragen serie betreffende het gekozen besluit: “Wie, doet wat, waar en wanneer?” 

Eloïse, Edward en Elvire, het onderscheid tussen besluiten en beslissen ziet men aan de gemoedsgesteldheid van diegenen die het ‘passieve’ gedeelte van de liggende acht afronden. Na een besluit is er geen creatiespanning. Er werd namelijk niet beslist iets daadwerkelijk te doen. Je kunt nu eenmaal niet aangesproken worden op wat er besloten is. Gezien er niets beslist is, heeft niemand zich tot iets verbonden. Wanneer er een beslissing is genomen en deze bovendien is vastgelegd, neemt men verantwoordelijkheid op. Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor creatiespanning wel aanwezig is. Indien ik, in het kader van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces, bovendien anderen van m’n beslissing op de hoogte breng, weet ik dat ik op het al dan niet waarmaken van mijn beloftes kan aangesproken worden. Dit is dan ook de raad die ik meegeef. Zorg, tijdens jullie persoonlijk ‘sterk-weer-opstaan’ proces, ervoor dat de mensen, die jullie dierbaar zijn, op de hoogte zijn van de beslissing opdat deze door eerlijke feedback jullie zouden kunnen coachen. 

Omslagpunt 

Beslissen betreft het omslagpunt tussen het opstaan en het doorgaan. Beslissen heeft te maken met kiezen van oplossingen uit de set die tijdens de vorige fase werd gecreëerd. Die zullen in de laatste fase ‘Transformatie’ effectief worden uitgevoerd. 

Het omslagpunt kan gevisualiseerd worden met m’n Cruciale Dialoogmodel. 

Er bevindt zich als het ware een ‘staande’ lemniscaat in de ‘grote’ lemniscaat, die ik, in navolging van Lex Bos[xiv], gekozen heb als basisvorm voor het Cruciale Dialoog model. Het gaat als het ware om een dialoog rond de hamvraag “Welke van de mogelijke oplossingen kiezen we om daadwerkelijk uit te voeren?”. Deze ‘dialoog in de dialoog’, waarbij ook de voor de acties nodige middelen worden afgetoetst, dient de beslissing vooraf te gaan. 

De Transformatie

Dit onderdeel gaat over doorgaan door het effectief nakomen van de beloftes die je aan jezelf hebt gemaakt. Ik noem dit deel ook transformatie omdat ik gedurende die fase mezelf transformeer. Ik groei naar een nieuwe ‘gecreëerde zelf’ met een nieuwe mindset. De oude mindset wordt losgelaten, indien we niet terug afglijden in oud stereotype gedrag. Deze transformatiefase vergt ook de meeste energie. 

Wendbaar & Weerbaar

Zoals reeds gesteld hoort men tegenwoordig vaak dat de toekomst aan diegenen is die ‘wendbaar’ en ‘weerbaar’ zijn. Daarbij wordt het begrip wendbaar nogal eens ingewisseld met het synoniem ‘Agile’. Agile is voor mij dan weer een synoniem voor Creatieve wisselwerking en iemand die het Creatief wisselwerkingsproces vanbinnen uit beleeft, is per definitie ook ‘resilient’ (weerbaar). Een wendbare persoon heeft geen ‘updates’ nodig want hij verbetert continu. Vandaar een van mijn favoriete slagzinnen: (CI)2= Continuous Improvement through Creative Interchange! 

Mindset

De transformatie is op de keper beschouwd een transformatie van de mindset. Zien met nieuwe ogen is zien vanuit een nieuw denkkader, vanuit een nieuwe ‘mindset’ zou m’n derde vader Charlie Palmgren stellen. Diens mentor, Henry Nelson Wieman, zei ooit: “Creative Interchange is the process that changes the mind, since the mind cannot change itself.” 

Stephen Covey schreef al meer dan twintig jaar geleden in zijn nog steeds actueel boek: ‘The 7 Habits of Highly Effective People’: “Begin met het einde voor ogen![xv]” Die opdracht leidt naar de gegenereerde oplossingen, oplossingen die, met inzet van de daartoe nodige middelen, het gewenste doel, de gewenste toekomst creëren. 

Ook schuilt er waarheid in mijn parafrase van de befaamde Edison quote: “Transformatie is voor 1% inspiratie en voor 99% transpiratie”. De originele quote heeft het over genialiteit. Je moet inderdaad geniaal zijn om een transformatie ‘within time and whitin budget’ tot een goed einde te brengen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wiemans’ ‘two fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan, met gedrevenheid en hardnekkigheid, dus niet versagen is de boodschap. Anderzijds dient met voortdurend open te staan om te leren wat de veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus durven te wijzigen, indien die werkelijkheid daar om vraagt. 

Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces 

Vasthoudendheid mag echter geen koppigheid worden. Vasthoudendheid helt over naar koppigheid wanneer doorgezet wordt zonder dat men met de realiteit rekening houdt. Dan is men ook niet deskundig. Ook dat is tenaciteit: het blijven observeren van de veranderende werkelijkheid. Wanneer het daardoor duidelijk wordt dat de gewenste realiteit op die manier onbereikbaar is of wanneer door nieuwe gegevens duidelijk wordt dat er betere oplossingen zijn, dient de aanpak grondig in vraag te worden gesteld. 

Koppig volharden, wordt bijna altijd volharden in koppigheid. Jean de Boisson (Pseudoniem van Cees Buddingh) 

Interafhankelijkheid

De andere basisconditie van dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is interafhankelijkheid. Voor de werkelijke uitvoering van onze beloftes om door te gaan zijn we afhankelijk van anderen. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. 

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being. Mahatma Gandhi 

In Stephen Covey’s reeds geciteerde boek ‘Seven Habits of Highly Effective People’ wordt gesteld: 

Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence. 

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen: 

  1. Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen; 
  2. Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf; 
  3. Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking. 

Na de beslissing start dus een ‘lange tocht’ die meestal niet vrijblijvend is. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het besluit in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ en dus een beslissing wordt, ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt de belofte plots grote hinder in zoverre dat veel beloftes uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden. Juist daarom is interafhankelijkheid tijdens transformatie zo belangrijk!


[i] Bruce Springsteen, Quote from The Rising, first song from his twelfth studio album The Rising, Columbia Records, 2002

[ii] Richard R. Rohr, Adam’s Return: The five promises of Male Initiation. New York, NY: Crossroad Publishing, 2004.

[iii] Paul de Sauvigny de Blot SJ, Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv] Brené Brown, Rising Strong, New-York, NY: Spiegel & Grau, 2015.

[v] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling, San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc., 2013.

[vi] Peter M. Senge, P.M. [et.al.], The Fifth Discipline Fieldbook. Strategies and tools for Building a Learning Organization. New York: Doubleday, 1994. Pp 246-252.

[vii] Maya Angelou, Letter to My Daughter, New-York: Random House, 2008. 

[viii] Christopher K. Germer, The mindful path to self-compassion. New York: Guilford, 2009 p 89

[ix] https://hbr.org/2017/01/to-recover-from-failure-try-some-self-compassion?

[x] Marie R. Miyashiro, De empathie factor, het concurrentie voordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012. 

[xi] Brené Brown, Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015 pp 111-113. 

[xii] Jan Bommerez J. Quote van Stephen Covey, geciteerd door Jan Bommerez tijdens het gesprek ‘Jan Bommerez & Jan Rotmans’, in het InspiratieRijk: Arnhem, 8. 12.2016 https://youtu.be/5nouorkdKbo

[xiii] Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren,The Creative Interchange Proces – Part II http://www.creativeinterchange.org/?p=145

[xiv] Alexander H. Bos, Oordeelsvorming in Groepen. Proefschrift Landbouwhogeschool Wageningen, H. Veenman & Zonen: Wageningen, 1974. 

[xv] Stephen R. Covey, The seven habits of highly effective people, Fireside: New York, 1990. Habit 2, pp 95-144. 

Johan Roels