2014 startte met een rustige maand januari waarin dagelijks Christine of Els van het Wit-Gele Kruis langs kwamen voor wond- en stoma verzorging en ik leerde leven met een permanente stoma. Uiteraard ook de nazorg consulten bij dr. Feryn en later het opstarten van een nieuwe chemo kuur. Ook heel wat bezoeken van buren en kennissen die niet tot in Brugge geraakt waren. Ze kwamen allen binnen voor een klein halfuurtje, want ik was toch nog maar net terug van een zware operatie, en allen bleven voor ten minste vier uur ‘plakken’. Om maar te duiden dat ik me goed voelde. Ook die maand heel wat gezondheidswandelingen. De normale stomaverzorging voerde ik zelf uit. Ik wou zo snel mogelijk onafhankelijk zijn.

Op tien januari kreeg ik een telefoontje van Fabienne Brieber van BP Oil site Antwerpen met de vraag om een offerte op te maken voor het geven van nieuwe Take Five cursussen. De telefoon stond op ‘speaker’ en ‘ons’ Rita schudde heftig van nee. Ik vertelde Fabienne dat m’n agenda tot eind februari volgeboekt was (ik loog niet want de verpleegster van het Wit-Gele Kruis kwam dagelijks langs). Ik zou de gevraagde offerte opmaken en mijn mogelijkheden vanaf maart meegeven. Na het telefoontje vroeg ‘ons’ Rita of ik echt gek geworden was en of ik vergeten was dat ik amper tien dagen thuis was na een verblijf van een volle drie weken in St.Jan.

Op m’n 68e verjaardag gaf ik m’n eerste presentatie na de chirurgische ingreep. Niet voor een klant, maar in het klasje van Juffrouw Griet van kleindochter Eloïse. Het thema was studierichting en carrière. Eloïse zat toen in het laatste jaar van het lagere, vandaar het onderwerp. De school had gevraagd of er ouders zouden willen komen getuigen en Eloïse had haar opa gevraagd of ik dat niet wou doen. Uiteraard wou ik dat. Er waren twee zesdes toen en die werden verzameld voor de presentatie van opa Johan. Ik begon mijn zeer interactieve lezing met de open vraag naar de twaalfjarigen toe: “Hoeveel jaar denken jullie dat jullie nog zullen dienen te leren?” Sommige antwoorden zes jaar, anderen tien tot twaalf jaar en een enkeling, die misschien een PhD titel in gedachten had, kwam tot achttien jaar. Ze keken vol verwachting in mijn richting om mijn antwoord te leren kennen. Dat was: “Zoveel jaren dat jullie nog gaan leven” en ik voegde eraan toe en ik wens jullie allen nog minstens tachtig jaar. De beide leerkrachten waren plots ook zeer geïnteresseerd, want ik betrok ook hen in m’n interactieve dialoog.

Ik was door Guy Ethier van Umicore terug gevraagd om te zetelen in de jury van hun Umivation Award, sectie EHS toen ik in St Jan vertoefde en gelukkig kon veel via conference calls geregeld worden.

En op 26 januari kreeg ik ‘out of the blue’ een telefoontje van Francis Debal. Die had BP Oil Gent en Antwerpen ingeruild voor Klüber Lubricants Benelux in Dottignies en wou een ‘Safety Culture Transformation’ aldaar. We ontmoetten elkaar voor een eerste stevige babbel, uiteraard in Ter Heide en op 5 februari kreeg ik feedback: we zouden met het traject starten begin maart.

Ondertussen waren de nieuwe chemokuren gestart aan een tempo van twee per maand. Elke kuur startte op een maandag en het chemopompje werd afgekoppeld de woensdag nadien, nadien tien dagen rusten met de vrijdag voor de nieuwe sessie een bloedonderzoek. Eens diende een sessie overgeslagen te worden wegens niet gunstige bloedwaarden. Ik had echter weinig bijwerkingen dus kon ik aan de slag.

Op 11 februari (dus eerder dan voorzien) had m’n eerste betaalde prestatie plaats na de chirurgische ingreep. Het was het nieuwe programma voor BP Oil Antwerpen: “Take Five met een flinke dosis Cruciale dialogen”. Deze opleidingen startten om acht uur tot de middag. In totaal werden zes sessies gegeven. Genoeg om er terug ‘in te komen’.

Op 27 februari startte het project bij Francis Debal (Klüber Lubrication Benelux) met een ‘alles of niets’ sessie waarbij aan het ganse Management Team mijn aanpak grondig werd uitgelegd. Die aanpak voorzag een totaal commitment van binnen uit van elk lid van het management team. Ik maakte hen duidelijk dat niet alleen zij mij aan het ‘wegen’ waren, maar dat ik terzelfdertijd hun verbaal en non-verbaal gedrag interpreteerde en mij daarbij de vraag stelde: “Wil ik wel met dit team op pad?” Indien ik twijfels had zou het project ‘hier en nu’ stoppen. Met andere woorden, de beide ‘verkeerslichten’ dienden ’s middags op ‘groen’ te staan. Het werd een levendige sessie en op de middag werd er beslist om met m’n aanpak door te gaan.

Begin maart ging in Klüber Dottignies de voorziene drie daagse ‘Cruciale dialogen’ audit door. Na de derde dag vroeg ik Francis Debal om ‘ns naar Ter Heide af te zakken voor een cruciale dialoog voordat ik de restitutie van m’n auditverslag zou doen aan het totale Management Team. Die vergadering met Francis ging op 18 maart door. De dag nadien stelde ik, zoals voorzien het Audit verslag aan het management team voor. Die dag was toevallig ook de veiligheidschef van de Klüber Groep (München), Michael Trierbach, in Dottignies en die wou m’n presentatie meemaken. Dit was niet voorzien, vandaar dat ik m’n presentatie uiteindelijk in het Engels gaf ondersteund met de voorbereide Franse PowerPoint presentatie. Hoewel het verslag aangaf dat de Veiligheidscultuur van Klüber, om het eufemistisch uit te drukken, ‘voor verbetering vatbaar’ was, werd m’n foto (h)erkend en werd het vervolg van het programma gevalideerd.

Op 27 maart, tijdens een aangevraagd consult bij dr. Feryn, om de knoop ivm het aantal chemosessies door te hakken, gaf deze mij een tip ivm het dagelijkse irrigeren van de ‘colon’. Een tip die ik iets later, na een bezoek aan z’n stoma deskundige , in praktijk bracht en daardoor veel zekerder met m’n permanente stoma door het leven ging. Op den duur werd dit een dagelijks ritueel dat ik later ook ‘buitenshuis’ doorvoerde.

Op twee april had de slotvergadering in de hoofdzetel van Umicore – in verband met de Umivation Award 2014, categorie EHS – plaats. Voor de plechtige uitreiking van de Awards, die later dat jaar zouden plaats vinden, bedankte ik.

De vertaling van m’n boek naar het Frans werd ook terug aangevat. Het zou een werk van lange adem worden, toch had ik de vertaling van de eerste hoofdstukken nodig voor m’n werk bij Klüber Lubricants Benelux in Dottignies. Vandaar dat ik toch een sprintje trok.

Bij Metallo woonde ik op 10 april een VOS opleiding bij die gegeven werd door Jan Philippens (de nieuwe preventie adviseur) en Walter Guns. Die was schitterend.

Na de audit werd op 11 april bij Klüber Lubricants Dottignies gestart met de opleiding van het Management Team in het Creative Interchange gedachtengoed. Ik zou de opleidingen van het management voor m’n rekening nemen en vrijwilligers, leden van de Hiërarchische Lijn, zouden later de boodschap verder in cascade doorgeven. Tussendoor wou Francis Debal dat ik een sessie met de operationele directie zou animeren rond het beantwoorden van cruciale vragen. Daartoe werd een halve dag uitgetrokken waarbij de Synectics methode werd toegepast. Die happening leerde mij dat je die methode best niet toepast in het begin van een transformatietraject wegens het feit dat op dat moment ‘de neuzen nog niet in dezelfde richting staan’. Ook was er bij de directieleden een gebrek aan discipline om het Synectics format te kunnen volgen. Ze wensten nog te veel zelf te scoren, deden nog te veel aan ‘turf protection’, hadden weinig kaas gegeten van echte dialoog en waren bij lange na nog geen hecht team. Het gaf mij wel het inzicht dat mijn opdracht verre van simpel zou worden. De volgende sessies met het management team waren gericht op het uitkristalliseren van de waarden van de leden van het MT en het ontdekken van elkaars kernkwaliteiten.

Er werd ook herstart met het schrijven van columns op m’n column website, dit met een column over “The Process is The Leader” en om de veertien dagen was er een ooVoo sessie met Charlie’s Eagles. In mei had de laatste (achtste – ik had gekozen voor het AZ Alma en niet voor het AZ St. Jan protocol, dat twaalf sessies voorschreef) chemosessie plaats en werd een nieuw protocol voor de rest van mijn dagen vastgelegd: in juni een CT scan of echografie, een uitgebreid bloedonderzoek en een longfoto en in december dezelfde onderzoeken aangevuld met een coloscopie.

In mei hadden meerdere sessies in de cascade opleiding bij Klüber Lubricants Benelux (KLB) Dottignies plaats. Ik animeerde op vraag van het Management Team goed afgelijnde opleidingen en dit voor de verschillende niveaus binnen KLB: het Management Team zelf, de Chefs de Service, de Agents de Maîtrise en Chefs d’équipes. De meest uitgebreide opleiding was uiteraard gereserveerd voor het Management Team. Die opleiding was gericht op een Bedrijfscultuur transformatie, daar waar bij de Chefs d’Equipe de nadruk lag op een Veiligheidscultuur transformatie. Ook had ik een gesprek met dr. Dirk Loderer, afgevaardigd bestuurder van de Klüber Lubricants groep en chef van Francis. Dirk Loderer was blijkbaar goed gebriefd door Michael Trierbach, de veiligheidsman van de groep. Dirk was het met mij eens dat een veiligheidscultuur een van de facetten van een bedrijfscultuur is, en als men de veiligheidscultuur wou veranderen, men de transformatie inspanning best ‘opentrok’ en dat men een heuse bedrijfscultuur transformatie nastreefde. Nadien hoorde ik van Francis dat dr. Dirk Loderer positief stond tov onze aanpak en het veranderingstraject van Dottignies blijvend zou ondersteunen. De opleidingen tbv het Management Team behandelde uiteraard ook het aspect ‘Leadership’. Ondertussen waren de eerste hoofdstukken van ‘Cruciale dialogen’ in het Frans beschikbaar. In juni werd de formele opleiding van het Management Team afgerond en met het team het verdere verloop van het transformatieproces besproken. Niet de opleiding is het belangrijkste, maar het van binnen uit beleven van wat men leerde, hield ik hen voor. De transformatie kan maar lukken indien eenieder z’n manier van denken, z’n mindset en daardoor z’n manier van handelen transformeert. Ik gaf ook de criteria mee voor de keuze van de Trainers die nadien de boodschap dieper in de organisatie zouden uitdragen.

Op 2 oktober had de negende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap plaats, de eerste bijeenkomst van het jaar na het sabbatjaar. Het was een prachtige doorstart en de sfeer had niets ingeboet.

In het najaar startte ik ook met een column serie op de columnwebsite van Eric Alkemada: www.inovatieforganiseren.nl . Je vindt deze columns op die website door het intikken van de sleutelwoorden: creatieve wisselwerking en cruciale dialogen.

Op 20 oktober startte dan de Train the Trainer sessies tbv Klüber Lubrication Benelux in Dottingies. Er werd door de deelnemers aan Francis gevraagd om een video boodschap op te nemen, teneinde hun actie te ondersteunen, hetgeen hij met plezier inwilligde. Z’n video boodschap sloeg in als een bom wegens integer en naar de keel grijpend. In totaal werden vier sessies gegeven en waren de acht trainers dan klaar voor hun opdracht. Er zouden vier sessies van twee uur aan de ganse KLB gemeenschap gegeven worden. Ik raadde hen aan om die lessen in duo’s te geven. Ik heb nadien één duo geobserveerd om de kwaliteit van m’n eigen werk te kunnen evalueren. Van de acht trainers waren er twee ‘Chef de service’, twee ‘Agent de Maîtrise’, twee ‘Chef d’équipe’ en twee leden van de Interne dienst PBW; dus een goede mix. Ze doopten hun programma ODACS: ‘Observer et Dialoguer pour Améliorer la Culture Sécurité’. In die periode had ik ook meerdere ontmoetingen met Francis Debal in Ter Heide om de voortgang van de transformatie te bespreken.

Ondertussen was Klüber Lubricants München vragende partij in om in München een tweedaags seminarie te animeren rond m’n inzichten met betrekking tot Veiligheidscultuur. De steun van dr. Dirk Loderer was meer dan alleen ‘lip service’. Gezien het seminarie op het niveau van Freudenberg was (Klüber is één van de vele onderdelen van Freudenberg) werd mij gevraagd om een afdeling van Chem-Trend (een ander onderdeel van Freudenberg) te bezoeken, teneinde ik voor m’n lezingen gedurende het seminarie niet alleen zou steunen op de realiteit van Klüber Lubricants Benelux. Begin november was ik twee dagen in Hamburg en bezocht ik Chem-Trend Norderstedt. Ik had daar meerdere interviews teneinde een goed idee te krijgen van hun (veiligheids)cultuur. Ik werd er rondgeleid door hun hoofd van de dienst veiigheid, Stefan Krien. Het dient gezegd, Chem-Trend Norderstedt benaderde het best de cultuur die ik in gedachten had. Niettegenstaande ze nog nooit over Creative Interchange gehoord hadden, beleefden de grote meerderheid van de geïnterviewde personen Creative Interchange van binnen uit. Zo hadden ze gezamenlijk een (h)echte Creative Interchange Culture gecreëerd! Gedurende die trip werd ik vergezeld door Marcus Stahl van Klüber Lubrication München en ook die was hogelijk onder de indruk van de bedrijfscultuur van Chem-Trend Norderstedt. Ik besliste met Marcus Stahl om voor het tweedaags seminarie in december een Cultuur oefening gebaseerd op Schneiders’ Organisatie Cultuur Model door de deelnemers te laten voorbereiden en gedurende het seminarie te bespreken.

Op 12 en 13 november woonde ik in Amsterdam het Symposium EHSQ Elite ‘Risk & Safety’ bij. Dit werd onder meer door Pieter Jan Bots en Carsten Busch georganiseerd. Mijn Key Note: “The Fourth Paradigm in The Work Field: From outside-in to inside out“ (ook op deze website gepubliceerd en de bijhorende Powerpoint presentatie vind je via: http://www.slideshare.net/johanroels33/black-swan-award-winning-presentation-jr-symposium-amsterdam ) werd zo goed onthaald dat ik op het einde van het symposium de Black Swan Award mocht in ontvangst nemen. Mijn lezing werd als uitzonderlijk confronterend en vernieuwend beschreven door Pieter Jan en Carsten; wat mij dan weer hogelijk verbaasde. Hoewel, het was een aanduiding dat ik het klassieke Safety gebeuren deels ontstegen was.

Op 8 en 9 december had dan de SEO Conference Europe in het hoofdkantoor van Klüber Lubricants München plaats met onder andere volgende lezingen: Failure Culture and Accountability, Safety Culture part of Organizational Culture, The Creative Interchange Process en Crucial Dialogues, the Human Behavioral Based Safety. De Scheiders’ Organisatie Cultuur Model oefening was verbazingwekkend. Doordat de culturen van Chem-Trend Norderstedt en het bedrijf van de hoofdzetel van Chem-Trend in de States mijlen ver uit elkaar lagen – Norderstedt met een Creative Interchange Cultuur en de USA hoofdzetel met een ouderwetse ‘Command & Control’ cultuur – straalden de mensen van Norderstedt en waren die uit de States verbolgen. De tegenhanger van dr. Dirk Loderer bij Chem-Trend, een typische Amerikaan, was plots heel wat minder vriendelijk. Ik zou later niet uitgenodigd worden voor de SEO Conference USA, dat was nu al duidelijk. Het was een heel leerrijke en, eerlijk gezegd, heel prettige ervaring.

Op 10 december nam ik deel aan een HR Leaders Lunch georganiseerd door Edward Van Houte met een lezing door Ron Fry, de Appreciative Inquiry goeroe. Ik had ook een gesprek met Ron Fry en wat ik die dag leerde, bevestigde volledig de perceptie die ik al had: met name dat Creative Interchange = Appreciative Inquiry + Problem Solving. Inderdaad CI omvat volledig Appreciative Inquiry en daar waar AI zich afzet tegen Problem Solving, omarmt Creative Interchange deze denkwijze.

Op 12 december organiseerde ik een avondconferentie. Het was leuk en m’n lichaam vertelde mij dat avondconferenties niet meer voor deze jongen was. Deze keer luisterde ik en begreep ik de signalen van m’n oud karkas waarderend, dus was het effectief m’n laatste geweeest!

Op 17 december vertrok ik naar Rotterdam voor een zeer gezellige en inspirerende meeting met Peter Blok (geacht lid van het Cruciale dialogen genootschap) en Peter Henneveld, die Peter ook had uitgenodigd. Op 19 december organiseerde ik een ontbijtsessie in Ter Heide met Fons Leroy (VDAB), Karl Van Hoey en David Ducheyne (Securex). Ik deed daarbij m’n gedachtengoed uit de doeken.

 

2015 begon met het valideren van de presentaties van de trainers van Klüber Lubrication Dottignies, ze waren klaar voor hun taak!

Geert De Waele was nu plant manager in het Total Smeeroliebedrijf ‘Imperator’ in Noord Frankrijk geworden en wou mij polsen voor een opdracht in het kader van het transformeren van de veiligheidscultuur in dit bedrijf. Gezien mijn ervaring met Total en met dit soort transformatieprocessen vroeg ik hem om eens langs te komen. Wij hadden een stevige babbel in Ter Heide waarbij ik hem mijn aanpak schetste aan de hand van m’n lezingen van de negende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap. Hij had niet alleen mij uitgenodigd, maar ook ‘ons’ Rita. Hij vroeg haar of ze mij wou toestaan hem in z’n plan te ondersteunen. Hij wist als geen ander wie bij ons thuis de broek draagt. Rita had haar twijfels, dat zag ik aan haar non-verbaal gedrag en stemde wel toe. Ik maakte Geert ook duidelijk dat, (a) gezien hij een door de Parijs zetel in Baisieux als Plant Manager gedropt was, (b) in een bedrijf dat nota bene niet zo lang geleden een familiebedrijf was en (c) wij beiden Vlamingen zijn, ik nu wel heel zeker wou zijn dat de andere managers van zijn team met mij in zee wilden gaan. Bovendien wou ik zo zeker mogelijk zijn dat zij het ‘goed meenden’ én mijn aanpak van binnen uit aanvaardden. Daartoe sprak ik met Geert een zorgvuldig traject af. Ik had de aarzeling in ‘ons’ Rita’s toestemming gezien en wegens eerdere ervaringen met haar intuïtie wou ik echt al het mogelijke doen om niet tegenvoets genomen te worden. Eerst zouden Geert en ik samen een gesprek hebben met het diensthoofd veiligheid van Imperator, mevrouw Morgane Reffas. Die zou haar onvoorwaardelijke steun aan ons project dienen te geven, of de kous was toen al af. Geert, zoals steeds gedreven, plande die ontmoeting de week nadien, en ‘noblesse oblige” het ging door in een leuk Gents Restaurant, waarvan ik het bestaan zelfs niet vermoedde. Dit onderhoud verliep heel goed en wij spraken af dat Morgane ‘er eens mocht over slapen’ vooraleer haar positie te bepalen. Nadien vernam ik van Geert dat Morgane het volledig zag zitten en Geert stelde dat hij mijn offerte verwachtte.

Gezien ik nu vier bedrijven ondersteunde bij het transformeren van hun cultuur had ik het idee om de vier bedrijfsleiders samen te brengen tijdens een ontbijtsessie in Ter Heide. Zo konden ze van elkaar leren; alle vier hadden ze echt met de ‘werkelijkheid van het terrein’ te maken. De eerste sessie was vrijblijvend en drie managers: Dirk, Francis en Geert schreven zich in. De plant manager van Genzyme, Gunther Pauwels – al de tweede na Piet Houben – zag het niet zitten om daarvoor naar Lembeke af te zakken, wegens te druk. Dat verwonderde mij niet want het transformatieproces verliep helemaal niet zoals Piet Houben en ik in gedachten hadden toen we er aan begonnen. Zoals ik zoveel maal had meegemaakt en in alle vier professionele levens, was het ook nu duidelijk dat de nieuwe plant manager andere prioriteiten had. Besluit: “Wanneer een veranderingsproces niet verankerd is wanneer de top manager het schip verlaat verloopt het niet zoals voorzien!”

Op 5 februari ging de tiende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap in Ter Heide met het gebruikelijke succes door. Deze keer was het volledig uitverkocht: twintig deelnemers (het maximum dat ik had vastgelegd). Het thema was “De Creative Interchange Cultuur”.

Ondertussen was ik terug gestart met het lezen van management boeken. Nu vatte ik die samen in de vorm van een serie tweets, waarmee op het eind een Storify werd gepubliceerd. In februari was dat “Act like a Leader, Think like a Leader” van Herminia Ibarra. Eind februari volgde dan Reinventing Organizations van Fréderic Laloux. De Storify’s kan je vinden op Storify.com, bijvooorbeeld: https://storify.com/johanroels/reinventing-organizations-frederic-laloux

Op 18 februari 2015 startte het traject van Imperator in Baisieux (Fr.) met het interviewen van drie meestergasten om zicht te krijgen op de huidige cultuur binnen Imperator. Een van de drie meestergasten zou het bedrijf die maand verlaten om familiale redenen, vandaar dat die interviews, op uitdrukkelijke vraag van Geert, vooruitgeschoven waren in de tijd.

In maart werd ik met de neus op het feit gedrukt dat Twitter alles behalve een dialoog medium is… Twitter was wel OK als informatiebron. Zo ontdekte ik ‘Liminal Thinking’ van Dave Gray en leerde dat dit – zoals Appreciative Inquiry – eigenlijk een onderdeel is van Creative Interchange: http://www.creativeinterchange.be/?p=353 Een tweet van Dave Gray leerde mij dat hij het met mijn interpretatie eens was.

Op 20 maart had dan de beslissingsmeeting met de CoDir van Imperator plaats. Het was de bedoeling dat op het einde van de meeting, waarbij ik het ganse traject voorstelde, elk van de twee partijen (de CoDir en mezelf) hun verkeerslicht op één van de twee basiskleuren (rood of groen) plaatste. Gedurende de meeting zelf mocht het verkeerslicht op oranje springen, edoch op het einde diende de kleur of groen (we gaan door) of rood (we stoppen) te zijn. Ik maakte duidelijk dat ik niet stond te springen om, op mijn leeftijd, dit project te begeleiden en dat ik dit enkel deed wanneer ik in het team geloofde. Voor mijn ‘schone ogen’ dienden ze heus hun verkeerslicht niet op groen te laten springen. Op het einde van de sessie had ik, niettegenstaande één directielid heel afwezig leek en daarentegen een ander – die mij zowel door Geert als Morgane was aangeduid als een mogelijk struikelblok – een heel goede indruk gaf, voldoende positieve zaken gezien zodat ik m’n verkeerslicht op groen zette. Het verkeerslicht van de directie sprong ook op groen, dus we zouden doorgaan!

Op maandag 23 maart ging de eerste ontbijtsessie door met Dirk, Francis en Geert. Er werd op het einde ervan beslist met deze sessies door te gaan. Mijn inbreng zou voornamelijk bestaan uit de verbanden te schetsen tussen wat in huidige management lectuur verschijnt en het Creative Interchange proces. Na de sessie had ik nog een meeting met Francis over het Cultuur transformatie project bij Klüber Lubrication Benelux in Dottignies.

In April lees ik (eindelijk) het boek ‘Theory U’ van Otto C. Scharmer (https://storify.com/johanroels/theory-u-c-otto-scharmer ). Later schreef ik de column: “The Hidden Secret Behind Theory U” (http://www.creativeinterchange.be/?p=377 ) en startte ik met het lezen van Edgar Schein’s ‘Humble Inquiry’. Dit laatste beschrijft één van de zestien vaardigheden van het Cruciale dialogenmodel tot in het kleinste detail.

Op 22 en 23 april realiseerde ik m’n audit ‘Cruciale Dialogen Stijl” bij Imperator in

Baisieux (Fr.) en op 20 mei had ik een coaching sessie met Morgane Reffas in Ter Heide. Ook bereidden we die dag de sessie van begin juni voor.

Op 27 mei werd ik door de directie van Klüber Lubrication Benelux in Dottignies gevraagd voor een werkvergadering met als onderwerp een nieuw project Oregano, een onderdeel van een totale rennovatie van het bedrijf. De werking van de Operations afdeling zal ook grondig herzien worden. Oregano, leerde ik, was het organisatorisch luik van het project en men streefde naar het geven van meer empowerment aan de productieteams. De directie vroeg mij of ik een offerte wilde indienen met betrekking tot mijn ondersteuning. Ik bood in de marge bovendien aan een Leadership 360° enquête door te voeren. Sedert een maand was ik in contact met een vriend van Charlie Palmgren, Brian Griffith, professor aan de Vanderbilt University in Nashville. Deze had een 360° tool ontwikkeld dat volgens Charlie nogal wat CI elementen bevatte. Brian was bereid om gratis z’n tool te laten uittesten bij een van m’n klanten. Francis Debal en z’n mededirecteurs Bernard Henry (administratie) en Cécile Delplancq (HR) grepen die opportuniteit met beiden handen vast. De enquête zelf verliep elektronisch, en daar zat ik voor niets tussen. Wel zou ik later de resultaten van alle betrokkenen, individueel en van de groep als geheel, toegestuurd krijgen en deze in een sessie van commentaar voorzien. Ik beschikte uiteindelijk dus over de eindresultaten, niet over de input (de statements van de individuele leden).

Op 4 juni ging de 11de Bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap door. Het thema was deze keer: “Creatieve Wisselwerking en zelfsturende teams”. Omdat de eerste datum niet voor iedereen paste werd de bijeenkomst op twee data gehouden. Ook in kleine groepen is de sfeer schitterend. Dat jaar was Geert De Waele, al lid van het genootschap sedert het gastoptreden van Paul de Blot SJ, steevast aanwezig op alle bijeenkomsten. Dit was ook het geval voor een afvaardiging van Metallo meestal onder leiding van Inge Maes. Van Klüber was een nieuw lid van de Interne Dienst PBW, Danny Vandeghinste, vaak aanwezig. Deze keer kregen de deelnemers een exemplaar van ‘Humble Inquiry’ mee naar huis.

De ooVoo meetings van Charlie’s Eagles gingen nog steeds door, hoewel de harde kern nu tot vier herleid was: Charlie, Mike Murray, Donna Palmer en ikzelf.

Op 9 juni had de eerste echte opleiding van de CoDiR van Imperator plaats. Deze werd gestart met de restitutie van de audit resultaten. Die toonden duidelijk aan dat er nog heel wat angst binnen de organisatie aanwezig was. Ieder directielid werkte gemotiveerd mee en de topics ‘Waarden’ en ‘Kernkwaliteiten’ werden behandeld. Er werd als voorbereiding op volgende sessie, voorzien voor september, huiswerk meegegeven: het lezen van hoofdstukken 1 en 2 van de Franse vertaling van ‘Cruciale dialogen’. Ik hoopte hierdoor vlugger te kunnen opschieten. In m’n vierde professionele leven had ik gekozen op een zo kort mogelijke aanwezigheid in het bedrijf. De transformatie wordt niet door een consultant doorgevoerd maar door de betrokken gemeenschap. Heel anders dan een vermaard consultancy bedrijf uit het Antwerpse lijmde ik mij geenszins vast aan een klant, integendeel!

Op 15 juni ging de tweede ontbijtsessie door met Dirk, Francis en Geert. Ook zij kregen een exemplaar van ‘Humble Inquiry’. Naar aanleiding van deze ontbijtsessie schreef ik een column: “Transformaties: Mijmering in verband met de Reis, de Weg en de Bestemming” (http://www.creativeinterchange.be/?p=402 )

Op 19 juni hadden we dan een werkvergadering met de Directie van Klüber Lubrication Benelux in Dottignies met betrekking tot hun Oregano project. De data van de cruciale dialoog sessies, voorzien voor september en oktober, werden vastgelegd. Ook werd over de samenstelling van de verschillende groepen werknemers duchtig gedialogeerd. Het doel van deze sessies werd bevestigd: een goede visie verkrijgen over de inzichten van de werknemers betreffende de Oregano transformatie.

Eind juni lazen en tweetten wij over het boek van Wouter Torfs “Werken met Hart en Ziel” (https://storify.com/johanroels/werken-met-hart-en-ziel-wouter-torfs

Op 9 juli kreeg ik een e-mail van Geert De Waele. Alle leden van z’n CoDir vroegen een pauze in te lassen. Hun huiswerk – om tegen de volgende sessie twee hoofdstukken van het boek ‘Cruciale dialogen’ te lezen – zagen ze niet zitten (te lastig en teveel andere prioriteiten). Ook de sessie van begin september werd meteen afgelast. Geert gaf hen hun zin. Toen ik ‘ons’ Rita dit nieuws meldde glimlachte ze zoals enkel Mona Lisa haar dit voordeed.

Niettegenstaande ik alle mogelijke voorzorgen genomen had, nam de CoDir van Imperator me tegenvoets en gaf Geert, gezien de productiedruk, hen hun zin. Ik moest terug aan de Total slogan ‘Safety First’ denken… en kon een, weliswaar lichtjes zure, glimlach niet onderdrukken Ik begon uiteraard ernstig te twijfelen aan de intrinsieke motivatie van sommige leden van dit directie team. In de zomer ontspon zich een e-mail conversatie tussen Geert en mezelf. Ik maakte hem deelgenoot van m’n interpretatie dat z’n operations manager een tegenoffensief had ingezet en dat daardoor de anderen, die geen echte Total mensen waren, eieren voor hun geld gekozen hadden. In alle geval wisten ze dat Geert nog maar een paar jaar in Baisieux de plak zou zwaaien en dat hij nadien naar andere horizonten zou vertrekken. Zo goed kenden ze wel de Total geplogenheden. De operations manager had geen mutatie verplichting en was blijkbaar, wegens zijn technische kennis, ‘incontournable’. Geert en ik hadden eind augustus nog een stevige babbel in de Publiek in Gent (een van Geert’s adresjes). Niettegenstaande mijn teleurstelling over een en ander was het, zoals steeds, een gemoedelijk gesprek. Onze vriendschap leed niet onder deze miskleun.

Op 27 augustus werd de port-a-cath in het AZ Sijsele verwijderd. Volgens de artsen zal die niet meer nodig zijn. “Wait and See” dacht ik en volgde wel hun aanbeveling.

In de zomermaanden werd het boek ‘ScholenSlim Organiseren” van Tom Van Acker en Yves Demartelaere gelezen: https://storify.com/johanroels/scholen-slim-organiseren Ik had het boek niet gekocht, er had namelijk een boekenruilhandel plaatsgevonden. Tom Van Acker was verbonden aan Flanders Synergy, die het Creative Interchange m.i. goed zouden kunnen gebruiken. Misschien zou Tom het licht zien na het lezen van m’n boek.

Op 1 september hadden we een stevige vergadering met de directie aangaande de Klüber 360° Feedback. Een heuse ‘Day Away’ werd in het vooruitzicht gesteld om de resultaten van de Feedback grondig door te nemen.

Ik had al jaren last van hartritmestoornissen. Ik kon er mee leven, want die werden onderdrukt door het innemen van medicatie (Sotalol). Ik kreeg echter meer en meer last van duizelingen. Blijkbaar door een te lage bloeddruk en Sotalol werd door m’n nieuwe huisdokter, Inge de Gussem, met de vinger gewezen. Later werd die diagnose door de op haar raad geconsulteerde hartspecialist onderschreven. Ik kreeg van hem een ‘instant’ medicijn voorgeschreven, in te nemen op het moment dat ik hartritmestoornissen had. Dit instant medicijn werkte echter niet begin september niet en ik kwam (voor de zoveelste keer) in de spoeddienst van AZ Alma terecht. Daar was dr. Wim Hutse blij dat hij mij uiteindelijk zag mét hartritmestoornissen. De twee voorgaande fietsproeven in z’n kabinet hadden niets uitgelokt. Doordat de stoornis plots wegviel bij het toedienen een bepaalde stof, was hij formeel. De onderliggende oorzaak was gevonden! Een ‘simpele’ ablatie zou soelaas bieden. Die werd vastgelegd in St Jan op 13 oktober…

In september startten dan de Dialoogsessies in het kader van het Oregano project. Het waren sessies van een halve dag. Iedere groep had recht op twee sessies en m’n besluiten zou ik, aan een doorsnede van de vier groepen, ter validatie van m’n waarderend begrijpen op het einde van de rit voorstellen. Ik doopte die sessies uiteraard ‘Cruciale dialogen’ en die leerden mij ook dat binnen Klüber Lubricants Dottignies het cultuurveranderingsproces nog niet het verhoopte succes had. Er was nog sprake van een Management Team waarvan de neuzen nog steeds niet in dezelfde richting stonden. Dit was althans de visie van m’n gesprekpartners gedurende die ‘Cruciale dialogen’ sessies. Ik had daarover een onderhoud met Francis Debal. Ook de nachtploeg (i.e. vierde groep) kwam aan de beurt. Daar was het ‘zwarte gat’, wegens hun grotere autonomie, heel wat kleiner. Dit gegeven pleitte dus voor het invoeren van meer zelfsturende teams, wat eigenlijk de bedoeling van Oregano was. Ik had ook gedurende die dagen een ontmoeting met de groep trainers. Hun perceptie was voor 90% gelijklopend als deze van de eerste ‘Cruciale dialogen’ sessies.

Eind september hadden de tweede reeks dialoogsessies met de vier groepen plaats. Daarin startte ik met wat ik gedurende de eerste sessie begrepen had en elke van die vier groepen valideerden zonder uitzondering mijn perceptie.

De Day Away met het Management Team van Klüber rond de G 360° survey resultaten toonden mij dan weer aan dat er nog wat ‘niet bespreekbare’ items binnen die groep rondspookten en dat het vertrouwen nog niet op het verhoopte peil was.

Op 13 oktober wordt de ablatie in het cahtlab in St. Jan door dr. Sebastien Knecht en z’n Franse assistent dokter met succes uitgevoerd. Na een nachtje kliniek wordt ik gezond en wel ontslagen uit het ziekenhuis.

Op 20 oktober had de restitutie van m’n rapport aan de leden van de vier dialooggroepen plaats. Iedereen was overtuigd van wat een deelnemer als volgt uitdrukte: “Il s’agit d’une transformation personelle par tous les niveaus, y compris le niveau des travailleurs.” M’n restitutie werd unaniem als correct gevalideerd. De volgende dag werd dezelfde presentatie gegeven aan het Directiecomité: Francis Debal, Bernard Henry en Cécile Delplanq. Ze beslisten om werkgroepen rond de geïdentificeerde thema’s te installeren. Deze zouden dan de praktische oplossingen voor de geïdentificeerde problemen uitwerken.

Ondertussen had Klüber München gevraagd de SEO Conference Europe van vorig jaar december te herhalen in China. Zoals verwacht had de SEO Conference USA zonder mij plaats gehad.

Anderzijds had ik Charlie gevraagd de ooVoo meetings wat doelgerichter te maken. Met Mike en Donna waren het gezellige babbels over en weer geworden en was het doel: “De nieuwste inzichten van Charlie rond Creative Interchange, het proces, de condities en de tools vast te leggen”, totaal uit het oog verloren. Charlie stemde in met m’n analyse en we kwamen overeen er nu echt werk van te maken. We waren er ons van bewust dat het een werk van lange adem zou worden.

In oktober – november volgde ik ook nog de U.lab MOOC van Otto C. Scharmer en co. Die bevestigde mijn mening: de ‘hidden Force behind Theory U’ is Creative Interchange!

Op zaterdag 7 november vertrok ik voor de tweede keer in m’n leven naar Shanghai, nu voor hetzelfde programma als het vorige jaar december voor de Freudenberg groep. Nu kwamen plantmanagers en veiligheidsmensen van de Freudenberg bedrijven in Azië samen voor de SEO Conference Asia 2015 in Shanghai. De conferentie zelf had plaats op 9 en 10 november. Ik ontmoette er terug dr. Dirk Loderer, Michael Trierbach en Marcus Stahl. Sommige van de Plant Managers in Azië waren Europeanen. Gezien het cultuurverschil (Europa – Azië) startte ik m’n verhaal met de Zuid-Afrikaanse begroeting Sawubona (“Ik zie je”) en dit was een voltreffer. Ook al omdat ik een parallel trok tussen Sawubona en het Indische Namasté. Bovendien leefde de Indische plantmanager R.C. Jagedesh van Klüber Lubrication India reeds ten volle in het vierde paradigma in Leiderschap. Daardoor was de toon was gezet voor wat het meest inspirerend seminarie werd dat ik ooit mocht begeleiden.

Op 13 november ging ik naar het congres van het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen rond hun “Naakte waarheid” en het verhaal van zelfsturende teams. Alles wat ik al wist, werd daar bevestigd. Ze worstelden volgens een van de directeurs, Danielle Van Landuyt, echter nog wel met het cultuur luik van hun transformatieproces. Ik begreep dat dit kwam omdat ze (nog) niet Creative Interchange van binnenuit beleefden. Ik schonk haar die dag een exemplaar van m’n boek. En onderstreepte daarbij nogmaals dat het boek niet alleen diende gelezen te worden maar voornamelijk van binnen uit beleefd. Het is tenslotte een DOE boek! Ook ontmoette ik er Tom Van Acker van Flanders Synergy die Master of Ceremony van het congres was. Hij had m’n boek nog steeds niet gelezen. Nogmaals, het lezen van m’n boek is slechts de eerste stap tot het van binnen uit beleven ervan. Indien men echter de eerste stap niet zet, is de kans groot dat men niet geniet van de wonderlijke kracht van Creative Interchange (CI), omdat men er niet toe kan komen CI van binnen uit te beleven.

Het begon mij ook te dagen dat er nogal wat organisaties in Vlaanderen bezig zijn met vernieuwend leiderschap, het nieuwe werken, zelfsturende teams, teal, …. Ook werd het mij hoe langer hoe duidelijker dat die verschillende organisaties geen oren hadden voor mijn boodschap. Niettegenstaande diverse pogingen om hen over te halen ook eens Creative Interchange in bekijken, werd ik door organisaties zoals de TFLI (Management School Antwerpen – prof. dr. Jesse Segers en drs. Koen Marichal) en Flanders Synergy blijkbaar niet voor vol aangezien. Het viel mij hoe langer hoe meer ook op dat veel mensen die pleiten voor growth mindset, eigenlijk worstelen met hun fixed mindset en diegenen die de mond vol hebben over ‘uit de comfort zone’ treden, zelf gevangene zijn van hun eigen comfort zone.

De derde ontbijtsessie van wat ik de CI Culture Club gedoopt had ging door op 23 november. Toen Geert het relaas deed over de tribulaties met z’n CoDir, raadden Dirk en Francis hem aan om een ‘one on one’ cruciale dialoog te hebben met elk van de leden van dit Comité. De twaalfde bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap met als thema: “De persoonlijke transformatie door Creatieve wisselwerking” ging door op 25 november. Beiden waren, zoals gewoonlijk, een succes.

Omdat de leden van het Directiecomité van Klüber Lubricants Benelux niet het niveau van samenwerking bereikt hadden dat Francis en ik voor ogen hadden, had ik vanaf november een ontmoeting met elk lid van het team. Met hen had ik telkens gedurende twee uur een cruciale dialoog rond het beleven van Creatieve wisselwerking binnen het Management Team. Francis kwam als eerste aan de beurt na de sessie van de CI culture Club in november en Bernard Henry op 7 december.

In december lazen we als voorbereiding op de vierde ontbijtsessie van de CI Culture Club “Leadership & Spirit” van Russ S. Moxley. Mijn opdracht was nu die boeken in te dikken tot een stevige samenvattingen. Ik maakte van die samenvattingen gebruik om de links die ik zag tussen de tekst van Moxley en Creatieve wisselwerking in de verf te zetten. Dat zou ik van dan af doen met alle boeken die ik voor die club las.

 

2016 startte met het lezen en samenvatten van het volgend boek van Russ S. Moxley: “Becoming a Leader is becoming yourself.” Ook dit boek bevat veel paralellen met Creative Interchange.

Op 6 januari had ik een cruciale dialoog met Cécile Delplancq (HR – Klüber Lubricants Benelux).

Op 13 januari werd het in een meeting met Geert De Waele duidelijk: bij z’n CoDir was het van uitstel tot afstel gekomen. Mijn samenwerking met Imperator en z’n directieteam was op een sisser afgelopen. Zij zagen niet in hoe hun persoonlijke transformatie de cultuurverandering van het bedrijf ten goede zou komen. Ze waren op zoek naar een consultant die rechtstreeks de basis zou bewerken. Wie zei al weer ‘Het is wat het is”? Oh, ja dat was Spinoza en dat was eeuwen geleden. Of was het toch Rumi? Dan was dat nog veel langer geleden. “Het kan verkeren zie Bredero”, maar niet zo in Baisieux. Met Geert zelf zouden we in contact blijven. Hij beloofde nog eens met Morgane langs te komen en mij nog eens uit te nodigen voor een slotinterventie met het management team van Imperator. Ik had zo mijn twijfels en inderdaad de afspraak werd tot tweemaal toe afgezegd en … de slotinterventie heeft nooit plaats gehad. Nu ik terugkeek zag ik dat m’n eerste interventie ook de slotinterventie was. Die miskleun had ik echt niet zien aankomen op die juni dag!

Vroeger zou ik door die ervaringen met Imperator, TFLI en Flanders Synergy ongelukkig geworden zijn, nu begreep ik eindelijk het oud Engels gezegde: “Je kunt paarden wel naar het water leiden, je kunt ze niet verplichten er van te drinken.” Wel is het uiteraard aangewezen om na te gaan of je er wel alles zelf aan gedaan hebt! Indien dit zo is dan rest je enkel het ‘los te laten’, en dat deed ik. Wat ik mezelf aanwreef was dat ik te veel in m’n eigen valkuil terecht kwam en dus te veel bleef doordrammen. Ik besliste om niet meer te trachten de wereld te verbeteren en mij nog in te zetten waar ik misschien nog invloed kon hebben: het transformatieproces van m’n drie kleinkinderen. Op 21 januari werd ik zeventig en ik begon ernstig na te denken hoe ik best een punt achter m’n vierde professionele leven kon plaatsen. En eerlijk, met dit alles had ik vrede!

Ondertussen bleef ik verder columns schrijven, zo ook een update van Simon Sinek’s gouden cirkel, las ik verder boeken en vatte die samen voor de leden van de ‘CI Culture Club’. Het boek dat ik in februari las “Taal & Stilte’ van Johan Verstraeten, was op vraag van een lid van de club: Geert De Waele.

Op 5 februari toog ik terug naar Dottignies voor een dialoog met Benoît Royez, lid van het management team van KLB. Ik trachtte ook steeds een stevige babbel te hebben met Francis Debal. Die keer lukte het en hadden we een goed gesprek. Zo bleef ik hem ondersteunen in z’n niet zo simpel transformatie proces.

Op 8 februari startte ik met het herlezen van het boek ‘Stewardship’ van Peter Block. Ik had dit vroeger al gelezen, maar gezien de volgende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap “Eigenaarschap” als thema had, las ik het boek nog eens en vatte ik het meteen samen tbv de leden van de CI Culture Club en zette uiteraard de verbanden met Creative Interchange in de verf.

Ondertussen was de Franse vertaling van hoofdstuk 5 van Cruciale dialogen afgewerkt en startten we met hoofdstuk 6 Imaginatie.

Eind februari kreeg ik een uiterst onverwachte mail van Charlie Palmgren, met het nieuws dat hij die zomer langskwam en dat hij graag een sessie zou geven voor m’n Cruciale Dialogen Genootschap. In feite was z’n Europese trip het inlossen van een zestig jaar oude belofte aan z’n ega Marian om haar ooit Parijs te laten ontdekken. We startten praktisch direct met de voorbereiding van dit uniek event.

Op 11 maart had dan het volgende gesprek bij Klüber Lubrication Benelux plaats, dit keer met Alastair Fyfe. Ook had ik die dag een gesprek met Véronique Top die zou deelnemen aan de volgende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap. Véronique was lid van de Trainers groep. Ook een lunch meeting met Francis Debal stond op het programma. Hij gaf mij toen goed nieuws gaf betreffende het Oregano project.

Op 11 april had de vierde ontbijtsessie met de CI Culture Club plaats, zoals steeds een zinvolle sessie en op 14 april de dertiende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap, een warm event dat de goede lijn doortrok. De wel heel uitzonderlijke happening van juli, de vijftiende Bijeenkomst van het CDG ft. Charlie Palmgren werd uiteraard in de verf gezet, dit door een korte presentatie door Charlie via ooVoo. Het was ook de eerste keer dat Filip Beyers de stap naar het genootschap had gewaagd.

Op 28 april had ik m’n stevige babbel met een ander lid van het Management Team van Klüber Lubrication Benelux in Dottignies: Bruno Hainaut. Van al de leden van dit team beleeft Bruno Creative Interchange het zuiverst; dus is het altijd een plezier om met Bruno in dialoog te gaan.

Een boek, getipt door Charlie, “An Everyone Culture” van Robert Kehan & Lisa Laskow Lahay, werd in één ruk verslonden. Het beste boek dat ik tot nog toe las dat de Creative Interchange Cultuur beschrijft en aantoont wat CI, met organisaties die CI van binnen uit beleven, doet. Gefundes fressen noemen ze dit in Duitsland!

Op 18 mei had ik m’n laatste cruciale dialoog met een lid van het Management Team van Klüber Lubrication Benelux in Dottingies: Cécile Brioux: een aangename stevige babbel. En op 21 mei een pro deo optreden tbv het Management Team van de KBC cluster van Eeklo waarvan de directeur, Nathalie Rooselaer, lid is van het Cruciale Dialogen Genootschap.

Door de voorbereiding op het verblijf van Charlie Palmgren in Lembeke en de vijftiende bijeenkomst van het CDG en nadien het ontbinden en vereffenen van m’n vennootschap, werd beslist de vertaling van het boek naar het Frans tijdelijk te staken.

Op 1 juni had ik een uitstekende meeting met Filip Beyers. Hij zag mij als sparring partner en klankbord in het kader van een uniek business idee dat hij wou verwezenlijken en op 7 juni eentje met Sus Van Oorschot en een van z’n medewerkers. Uiteraard hadden deze meetings plaats in m’n “bruin café”: Ter Heide.

Het unieke bezoek van Charlie Palmgren die vergezeld was van echtgenote Marian, dochter Julie en kleinzoon Nathan verliep uitstekend. De voorbereiding van de veertiende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap was, gezien er al maanden via ooVoo sessies aan gewerkt was, die week kort en krachtig. De bijeenkomst op 7 juli zelf was zoals ik ze mij had voorgesteld. De volledige dag werd door m’n video man Guy Van Coillie vastgelegd. Later die maand werd die video captatie in vijftien thema videos gegoten en aan alle deelnemers toegestuurd. M’n introductie kan je hier vinden: https://www.youtube.com/watch?v=qf7lEPbS7PA

Ondertussen had ik beslist om op 6 oktober een punt achter m’n vierde leven te zetten met de vijftiende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap. Nadien zou de VOF ontbonden en vereffend worden, wat hopelijk tegen het eind van het jaar rond zou zijn. Op 15 juli postte ik op LinkedIn een bijdrage: “Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan…” met de aankondiging van de laatste Bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap. Ik had ook een belofte gedaan aan de leden van de het CD Genootschap om diegenen die het genootschap zou verder zetten te steunen. Ik zou echter geen ‘schoonmoeder’ rol spelen en had maar één voorwaarde: de cornerstone van de opvolger zou Creative Interchange dienen te zijn. Twee leden voelden zich geroepen en die zouden samen voor vernieuwing zorgen: Freddy Ginneberge (een lid van het eerste uur) en Filip Beyers (een lid van de laatste lichting). Charles Petré nodigde ‘ons’ Rita en mezelf uit voor een goed gesprek in Ter Heide om de stichting van het nieuwe genootschap te bespreken. Charles, het oudste en meest trouwe lid van het Genootschap, wou dat het overdragen van de fakkel goed zou verlopen. Uiteindelijk had daartoe zelfs een heuse stichting vergadering plaats. Daaraan namen naast Freddy, Filip, Charles en mezelf ook Christophe Vandevoorde deel. Christophe is iemand die Creative Interchange van binnen uit beleeft en die het voortouw zelf niet kon nemen, maar niet naliet mede richting te geven aan de transformatie. Ook Jean Godts had graag deelgenomen aan die vergadering, maar diende door een op handen zijnde mutatie ter elfder ure af te zeggen. Mijn grote dank gaat uit naar zowel Charles, Christophe als Jean en uiteraard het duo Freddy & Filip. Die stichting vergadering had plaats op 22 september en de nieuwe naam van het genootschap werd “Community of Practice of Creative Interchange”.

Ik zette ook een punt achter m’n aanwezigheid op twee sociale media: Twitter (na zo’n kleine 15000 tweets) en Facebook. Enkel op LinkedIn bleef ik actief. Eigenlijk actiever dan ooit met heel wat blog posts! Kwestie van af te kicken van Twitter…

Plots vroeg Francis Debal terug om m’n hulp. Z’n veranderingsproces Oregon, zo veelbelovend gestart, was tot een knarsende stilstand gekomen. Dit omdat veel van z’n managers ‘koud water’ vrees gekregen hadden. Allen waren in het begin enthousiast, maar zodra de transformatie dicht bij ‘het vel’ van velen kwam, kreeg Francis te maken met paniekreacties. M’n hulp bestond er in om een soort sparring partner/spiegel te zijn, zodat hij de keuzes zou maken die hij diende te maken om het veranderingsproces vlot te krijgen. We hadden meerdere meetings met Francis zelf en uiteindelijk een dag sessie met de consultants die hij gekozen had om z’n project vlot te trekken. Op 29 september deden we, uiteraard in Ter Heide, tov die consultants, die verbonden zijn aan de Université de Lille, de reeds geleverde inspanningen uit de doeken.

Op 3 oktober ging de vijfde en laatste ontbijtsessie van de CI Culture Club door. De leden, Dirk, Francis en Geert, besloten gedurende deze goede laatste sessie zonder mij door te gaan en om beurten de twee anderen uit te nodigen in het eigen bedrijf voor een halve dag ‘cruciale dialoog’. Mijn glimlach kon die morgen moeilijk breder.

Op 6 oktober ging dan de vijftiende en laatste bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap door met twintig deelnemers, waaronder ‘verloren zoon’, Geert Gysel. Het gebruikelijk niveau werd zowel inhoudelijk (met lezingen over de CI Lijm en Excellente ‘Top’ Teams) als wat sfeer betreft (met een heuse onverwachte feestrede van oudste en trouwste lid Charles Petré) overtroffen. Freddy en Filip gaven een korte introductie van het CoP of Creative Interchange. Net voor de ‘afscheidsdrink’ had ik nog voor een verrassingsact – zanger-bard Johan Crul – gezorgd. Die sloot de vijftiende bijeenkomst af met een meesterlijke vertolking van twee van mijn lijfsongs: Thunder Road (Bruce Springsteen) en Against the Wind (Bob Seger).

Van dan af stond alles in het teken van het ontbinden en vereffenen van de vennootschap en het schrijven van deze columnserie rond m’n vier professionele levens. Een beklijvende en arbeidsintensieve oefening. De VOF LCCB werd stopgezet op 15 november.

Een afrondende meeting met Inge Maes had nog plaats in Ter Heide op 18 november. Inge had om professionele redenen verstek moeten laten gaan voor de laatste twee bijeenkomsten en wou toch in schoonheid onze samenwerking afronden.

Ook Geert De Waele wou een kers op de taart plaatsen en nodigde ‘ons’ Rita en mezelf uit in een van zijn restaurants in Gent, om dit met enige zwier te kunnen doen. Deze keer had hij gekozen voor Karel de Stoute, dat gerund wordt door twee ‘oude’ gekenden van Ter Heide. Het werd op 22 november, zoals steeds, een gezellig etentje.

In het staatsblad verscheen de aankondiging van de stopzetting van de VOF. Een punt was geplaatst achter m’n vierde professionele leven. De columns zijn geschreven, dus kan ik met een gerust gemoed met pensioen gaan en eindelijk de vertaling van m’n boek afwerken. Mijn belofte aan Guy Bérat maakt namelijk die schuld. Ook zal ik Charles Palmgren blijven aanporren bij zijn ‘ultieme’ beschrijving van Creative Interchange (CI): z’n karakteristieken, condities en vaardigheden. De vrucht van die inspanning is te volgen op www.creativeinterchange.org

Creatively,

Johan