Categoriearchief: Anthony de Mello SJ

BLIJF WAKKER ! – INLEIDING

I’ve looked at life from both sides now
From up and down, and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all
– Joni Mitchell

Both Sides Now – Clouds – 1969 

1969 – het wonderbaarlijkste jaar van m’n leven – totnognu

Jarenlang zocht ik naar de basiscondities en vaardigheden die het dagelijks beleven van het creatief wisselwerkingsproces[i] daadwerkelijk ondersteunen. Uiteindelijk begreep ik dat dit beleven plaats vindt bij het succesvol voeren van moeilijke gesprekken; gesprekken die ik uiteindelijk ‘Cruciale dialogen’ noemde. Het boek ‘Cruciale dialogen’[ii] beschrijft dan ook de acht basiscondities en zestien vaardigheden die ingezet dienen te worden bij het voeren van succesvolle stevige babbels; dit onder meer bij het oplossen van problemen en het beantwoorden van belangrijke vragen. Langzamerhand werd, gedurende deze tien jaar durende queeste, de vlinder – het Cruciaal Dialoogmodel – geboren. Eens zich met grote moeite uit z’n cocon vrijgemaakt, kon ook deze vlinder heerlijk vliegen!

Dat ‘Cruciale dialogen’ eerder een doe boek dan een leesboek is, werd mij pijnlijk en glasscherp duidelijk toen ik nog geen jaar na de publicatie ervan geconfronteerd werd met een tweede levensbedreigende ziekte in nog geen vijf jaar tijd: darmkanker stadium III. Gelukkig bleek ik bij deze tegenslag wendbaar en dus pro-actief. Zo gaf ik m’n huisarts van bij het begin m’n vermoeden mee dat de oorzaak van m’n klachten dikke darmkanker was. M’n huisarts verwierp deze diagnose, zich steunend op m’n medisch dossier, dat via z’n grootvader en vader bij hem terecht gekomen was en dat hij al een tiental jaar bijwerkte. Gedurende ettelijke maanden beweerde hij bij hoog en bij laag dat dikke darmkanker in mijn geval onmogelijk was. Nadat medicatie geen soelaas bracht, besloot hij na een maand toch een paar onderzoeken te laten doen: longfoto’s, een paar CT-scans en uiteindelijk, op m’n verder aandringen, ook nog een MRI onderzoek. Dat laatste bracht ‘iets’ aan het licht dat volgens de beschrijving van de specialist “datgene was waardoor m’n huisarts het MRI onderzoek had voorgeschreven.” M’n huisarts begreep de cryptische taal van de specialist niet en las die mij voor. Ik vertaalde dat ‘iets’ als ‘darmkanker’. Op dat moment ging hij eindelijk overstag en schreef een onderzoek voor bij een internist. Het werd mij later overduidelijk dat m’n huisarts toen geleid werd door z’n gekleurd, vastgeroest denkkader (of mindset) en te weinig open stond voor dissidente data en dus voor het klaar bewustzijn; dit laatste omschrijft de Engelse taal kernachtig met het begrip ‘awareness’. Daardoor geloofde m’n huisarts m’n ‘innerlijke zekerheid’ (een begrip dat ik van Paul de Blot SJ leerde) niet en werd m’n pro-activiteit vier maanden lang de mond gesnoerd. Hij was tenslotte dokter, ik een leek en hij beschikte over m’n medisch dossier dat een halve eeuw overspande. Zelf had ik ook nogal wat moeite om onder mijn aangeleerde loyaliteit t.o.v. m’n huisarts uit te komen en dus m’n eigen gekleurd bewustzijn af te zweren. Ook dat werd uiteindelijk een ‘Creatieve wisselwerking’ levensles!

Dus na heel wat getreuzel stuurde m’n huisdokter Dirk Bafort mij – op m’n nadrukkelijk aandringen en na vier maanden darmklachten – door naar een specialist. Ik volgde – wat de specifieke dokter die hij voorstelde betrof – z’n advies niet en koos zelf voor dr. Bruno Vermeersch. Ik had ondertussen geleerd dat ik zelf in de zogenaamde ‘drivers seat’ diende plaats te nemen en m’n toekomst zelf in handen te nemen en had dus m’n huiswerk, voordat het verdict viel, al gemaakt (had er ook voldoende tijd voor gekregen). Op 19 augustus 2013 duurde het welgeteld een minuut om een joekel van een gezwel via endoscopie in beeld te brengen.

Had dr. Dirk Bafort een zogenaamde ‘touché’ toegepast, was het gezwel al vier maand daarvoor ‘boven water’ gekomen. Blijkbaar wordt deze techniek niet meer door huisartsen toegepast. Door specialisten, zoals ik in de maanden nadien ondervond bij dr. Vermeersch, dr. De Meester en dr. Feryn, nog wel!

Bruno stelde mij gerust: “er is nog niets zeker…, het is mischien niet kwaadaardig…”. Hij had een biopsie van het gezwel genomen en schreef direct een serie bijkomende tests voor. Bruno vroeg mij om geduldig de ‘uitslag’ – die ik al met innerlijke zekerheid wist – af te wachten; veertien dagen later zouden namelijk alle puzzelstukjes samenvallen. Op 3 september 2013 hoorde ik uit de mond van dr. Bruno Vermeersch wat ik al maanden vermoedde: darmkanker; nog niet uitgezaaid, edoch bijna! Toen ging alles in een stroom versnelling: twee dagen nadien werd een port-a-cath geplaatst en een combinatie van chemo sessies en bestralingen vastgelegd. Doel was het terugdringen en verkleinen van de tumor. Daarna zou een operatief ingrijpen volgen. Gezien de plaats van de tumor was een permanente stoma meer dan waarschijnlijk. Ik ging niet in op z’n voorstel om het finale operatief ingrijpen door een collega van AZ Alma in Sijsele te laten uitvoeren en maakte hem de slotsom van m’n huiswerk bekend. Die operatie zou worden uitgevoerd door dr. Tom Feryn van het AZ St. Jan te Brugge, waar ook de voorafgaande bestralingen zouden doorgaan. Hij beloofde de nodige contacten voor bestraling en operatie aldaar te maken.

Nu was het hoog tijd om weerbaar te zijn. In het geval van darmkanker is volharden in de boosheid van het gekleurd denkkader en dus het niet inzetten van het helder denkkader (‘awareness’) echt geen optie. Wel een optie is jezelf de cruciale vraag: “Hoe wil je dat jouw kleinkinderen je later zullen herinneren?” stellen. Want hoewel mij, niettegenstaande Stadium III, een grote overlevingskans werd toegedicht, vergeet ik nooit het empathisch schouderklopje dat dr. Geertrui De Meester, hoofd van de dienst radiotherapie van AZ St Jan in Brugge, mij gaf na het eerste consult dat we met haar hadden. Het was werkelijk ‘vijf voor twaalf’!

Ondertussen had ik een Cruciale dialoog met mezelf gevoerd en tot het besluit gekomen én beslist dat ik direct zou opveren en doorgaan. En dat ik dit met een ‘opgeruimd gemoed’ zou doen. Dit is wat ik bedoel met weerbaar zijn; niet bij de pakken blijven zitten en transformerend handelen. Het hoeft geen betoog dat ik bij het beantwoorden van vorige cruciale vraag enorm geholpen werd door m’n eigen boek ‘Cruciale dialogen’. Quad erat demonstrandum … m’n boek is wel degelijk een doe-boek en het hielp mij om gans die periode – met daarin: een kleine chirurchische ingreep-chemo-bestraling-invasieve chirurchische ingreep-permanente stoma-dertig dagen verblijf in AZ St Jan-nachemo en herstel – het hoofd koel en meer dan boven water te houden. Dat ik ondertussen m’n boek ‘Cruciale dialogen’ aan het vertalen was naar het Frans – een belofte aan m’n Franse vriend Guy Bérat nakomend – maakte dat m’n boek ook letterlijk nooit veraf was. Hoe langer hoe meer zag ik in wat ik nog voor m’n kleinkinderen zou kunnen betekenen. Naast het zijn van een sparringpartner bij hun schooltaken en alles wat een normale grootvader zoal doet, begon ik hoe langer hoe meer met hen over creatieve wisselwerking en de toepassing ervan, Cruciale dialogen, te praten. Uiteindelijk rees langzamerhand in mij het plan om de serie columns te schrijven, waarvan deze de inleiding is.

Normaal zijn het de kinderen die hun meter en peter nieuwjaarsbrieven schrijven. Met m’n serie columns draai ik de rollen om. Edoch, ik schrijf m’n kleinkinderen geen nieuwjaarsbrieven met m’n beste wensen. Ik schrijf hen een serie doe-columns met m’n beste adviezen waarmee ze wendbaar en weerbaar en dus wakker zullen blijven! Met andere woorden: ik ben er rotsvast van overtuigd dat wanneer jullie, Eloïse, Edward en Elvire, deze adviezen ter harte zullen nemen jullie wendbaar en weerbaar zullen blijven in deze VUCA[iii] wereld. Ik zal jullie echter niet bestoken met oude consultant wijsheden in nieuwe zakken, maar eerder jullie gids zijn op wat ik de ‘Mahatma Ghandi’ manier noem.

Mahatma Gandhi leefde, wanneer hij niet politiek ergens in de wereld doende was, heel sober in z’n hut ‘Sevagram Ashram’; dit vanaf het moment van de afwerking van die hut (1936) tot aan z’n gewelddadige dood (1948). Wanneer Mahatma Gandhi in Sevagram toefde kreeg hij voortdurend bezoek. Zeer gekend zijn de bezoeken die Jawaharial Nehru, de latere eerste minister-president van onafhankelijk India (overigens met de daadwerkelijke steun van Gandhi), hem daar bracht. Ghandi had onder meer ook veel kennis over alles wat met gezondheid te maken heeft. Daarom kwamen heel wat mensen bij Mahatma over de vloer met hun gezondheidsvragen. Over een van die vragen en Ghandi’s antwoord daarop gaat volgende anekdote, die Charlie Palmgren mij zo’n vijfentwintig jaar geleden vertelde:

Op een dag kwam er een welstellende familie afgezakt naar Sevagram Ashram met de vraag of Mahatma Gandhi hun zwaarlijvige dochter kon helpen weer fit en gezond te worden. Mahatma stelde heel wat vragen en luisterde aandachtig, af en toe parafraserend om het probleem waarderend te kunnen begrijpen. Toen Ghandi het probleem op die manier begrepen had, vroeg hij z’n bezoekers een paar maand later terug te komen. Hij noteerde de nieuwe datum zonder enig advies te verstrekken. Ietwat beduusd vertrokken de bezoekers. Twee maand na het eerste gesprek meldde het echtpaar zich terug in Sevagram Ashram vergezeld van hun, uiteraard, nog steeds obese dochter. Nu was het Mahatma Gandhi die het woord voerde en die het heel strikt dieet, dat de dochter zou moeten volgen, uit de doeken deed. Daarbij zorgde Mahatma ervoor dat ook hij waarderend begrepen werd. Indien de dochter daadwerkelijk de adviezen van Gandhi strikt zou opvolgen, verzekerde Mahatma, zou zij binnen de korste keren terug fit en gezond zijn en dus verlost van haar obesitas. De vader had opgewonden naar Mahatma Gandhi geluisterd en bleek helemaal niet tevreden. Hij vroeg op een nogal scherpe manier waarom Mahatma Gandhi dit advies niet twee maand eerder gedurende hun eerste bezoek had gegeven. Dan hadden ze ten minste geen twee maand verloren en bovendien een peperdure reis uitgespaard! Mahatma Ghandi bleef z’n faam gestand en antwoordde kalm: “Twee maand geleden wist ik dit alles nog niet. Na ons vorig gesprek heb ik diep nagedacht over uw dochters probleem en kwam ik tot een mogelijke oplossing. Dit dieet heb ik dan zeven weken lang zelf strikt gevolgd om te zien of m’n oplossing de goede was. Nu kan ik u, ‘met de hand op het hart’, verzekeren dat dit wel degelijk het geval is!”

De mens is pas mens als hij tot zelfbeheersing in staat is                   en eigenlijk pas als hij haar in de praktijk brengt.

– Mahatma Gandhi

Get started!

Graag start ik deze serie columns met het verhaal ‘De Gouden Arend’ van Anthony de Mello SJ[iv]. Toen ik het voor het eerst hoorde, Eloise, Edward en Elvire, dacht ik dat Anthony dat verhaal voor mij geschreven had. Het is het verhaal hoe we, geboren als arend door conditionering (lees opvoeding en dus de werking van de Vicieuze Cirkel) hoe langer hoe meer een ‘kieken’ worden.

The Golden Eagle

A man found an eagle’s egg and put it in a nest of a barnyard hen. The eaglet hatched with the brood of chicks and grew up with them.All his life the eagle did what the barnyard chicks did, thinking he was a barnyard chicken. He scratched the earth for worms and insects. He clucked and cackled. And he would thrash his wings and fly a few feet into the air. Years passed and the eagle grew very old.

One day he saw a magnificent bird above him in the cloudless sky. It glided in graceful majesty among the powerful wind currents, with scarcely a beat of its strong golden wings. The old eagle looked up in awe. “Who’s that?” he asked. “That’s the eagle, the king of the birds,” said his neighbor. “He belongs to the sky. We belong to the earth—we’re chickens.” So the eagle lived and died a chicken, for that’s what he thought he was.

Anthony  de Mello SJ  ‘The song of the Bird’

Een Nederlandse vertaling van het verhaal:

De Gouden Arend

Een man vond een ei van een arend en legde het in het nest van een boerenerf hen. Het arendsjong werd uitgebroed samen met een heel nest kuikens en groeide met hen op.Omdat hij geloofde dat hij een boerenerf kip was, deed hij net als zij. Hij scharrelde in de aarde om te zoeken naar wormen en insecten. Hij klokte en kakelde.Hij spreidde zijn vleugels en vloog een paar stappen de lucht in, net zoals het een kip betaamt.

Jaren verstreken en de arend werd erg oud.Zekere dag zag hij een prachtige vogel boven hem in de wolkenloze hemel. Die gleed met gracieuze majesteit op de krachtige windstromingen, met nauwelijks een slag van z’n sterke goude vleugels.De arend keek vol ontzag naar omhoog.“Wie is dat?” vroeg hij zijn buur.“Dat is een arend, de koning van de vogels”, antwoordde die. “Hij behoort tot de hemel, wij behoren de aarde – wij zijn kippen.” Dus de arend leefde en stierf als een kip, want hij dacht dat hij er een was.

Anthony  de Mello SJ  ‘Het lied van de vogel’

Carl Puccio, een kennis van jullie mama en vriend van Charlie Palmgren, maakte van dit verhaal een mooie video clip. Daarin vertelt Charlie het verhaal. Je kan de video clip hier vinden:

Eigenlijk zijn, in de ogen van Tony de Mello, alle mensen ‘gouden arenden’; wel zijn de meesten zich niet helder bewust van de hoogten die ze zouden kunnen bereiken. Anthony de Mello stelde zich tot doel de mensen wakker te maken voor de realiteit van hun grootheid.

Een ander verhaal dat aangeeft dat we eigenlijk beter zijn dan we beseffen, is een tekst die op het internet veelal verkeerdelijk toegeschreven wordt aan Nelson Mandela. Nelson zou, althans volgens ‘het internet’, die uitgesproken hebben tijdens een van z’n inauguratie redes toen hij, na tientallen jaren gevangenschap, als president van z’n land werd ingezworen. Edoch, er is een klein probleem: Nelson gebruikte die tekst niet in z’n inauguratie redes. Een prachtig voorbeeld van een zogenaamde internet hoax. Een hoax is in het Engels een woord voor poets nep, bedrog, truc en oplichterij . Het als begrip ‘internet hoax’ is ondertussen zo goed als ingeburgerd in het Nederlands. Volgende tekst komt wel uit een boek van Marianne Williamson[v]:

Our Deepest Fear

Our deepest fear is not that we are inadequate,

Our deepest fear is that we are powerful beyond measure.

It is our Light, not our darkness, that most frightens us.

We ask ourselves, who Am I to be brilliant, Gorgeous, talented, Fabulous?

Actually, Who are you NOT to be?

You are a child of Spirit.

Your playing small Does not serve the World.

There is Nothing enlightened About shrinking so that Others won’t feel Insecure around you.

We were born to Manifest the glory Of Spirit which is Within us. It is not Just in some of us; It is in everyone.

And as we let our Light shine, we give Others permission to Do the same.

As we Are liberated from Our own fear, our Presence liberates Others

Een mogelijke vertaling:

Onze grootste angst

Onze grootste angst is niet dat we onvolmaakt zijn.

Onze grootste angst is dat we mateloos krachtig zijn.

Het is ons licht, niet onze schaduw, die ons het meest beangstigt.

We vragen onszelf: wie ben ik om briljant te zijn, prachtig, talentvol, fantastisch?

Edoch, wie ben jij om dat NIET te zijn?

Jij bent een kind van God.

Je onbelangrijk voordoen bewijst de wereld geen dienst. Er is niets verlichts aan je klein te maken opdat andere mensen zich bij jou niet onzeker zouden voelen.

Wij zijn geboren om de glorie van God die in ons is, te openbaren. Deze is niet alleen enkel in sommigen onder ons; deze is in iedereen!

En als wij ons licht laten stralen, geven we onbewust andere mensen toestemming om hetzelfde te doen.

Eens van onze angst bevrijd, bevrijdt onze aanwezigheid anderen.

De serie columns, waarvan deze column de inleiding is, had overigens ook als titel “Blijf Arend!” kunnen krijgen of ook nog: “Blijf het Kind in U!”.

Beide verhalen gaan, dat hadden jullie begrepen, over het Creatief wisselwerkingsproces (‘de glorie van God’) dat het kind in zich heeft en ten volle beleeft en waar de volwassene bang van (geworden) is… mede omdat het beleven van dit levensproces neerkomt op zichzelf continu bijschaven, veranderen, transformeren. Van dat alles zijn de meeste volwassenen nu eenmaal bang van; blijkbaar blijven ze liever in de ‘gouden kooi’ van hun Vicieuze Cirkel[vi].

Ik weet dat jullie Eloïse, Edward en Elvire, nogal eens surfen op het internet en dat Youtube daar één van jullie pleisterplekken is. Daar vond ik ook volgende clip dat het citaat uit het boek van Marianne Williamson dat ik hierboven gebruikte nog uitbreidt. Deze clip geeft voor mij ook aan waarom de ontdekker van Creatieve wisselwerking, Henry Nelson Wieman die een religieus filosoof was, uiteindelijk schreef dat voor hem God geen super natuurlijke persoon was, maar het proces dat hij Creative Interchange had genoemd.

___________________________________________________________________________

[i]Het Creatief Wisselwerkingsproces is de naam die ik (in navolging van m’n mentor Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren) geef aan het natuurlijk leer en transformatie proces, waar alle kinderen mee worden geboren. Ik beschreef het voor het eerst in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’, Leuven-Apeldoorn: Garant (2001).

[ii]Johan Roels, Cruciale Dialogen, het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[iii]VUCA is een acroniem dat oorspronkelijk door Amerikaanse militairen is bedacht voor het beschrijven van het slagveld. VUCA wordt nu hoe langer hoe meer gebruikt  staat voor: de huidige “snelle, onzekere, complexe en vage” wereld:

  • V= volatility: de onvoorspelbaarheid en snelheid van veranderingen
  • U= uncertainty: onzekerheid over wat er staat te gebeuren
  • C= complexity: veelheid aan krachten, chaos en verwarring rondom ons
  • A=ambiguity: oorzaak en gevolg zijn onduidelijk en moeilijk verklaarbaar

[iv]Anthony de Mello, S.J. The Song of the Bird.New York, NY: Doubleday, 1984.

[v]Marianne Williamson. A Return to Love:  reflections on the principles of a course in miracles. New York, NY: HarperCollins Publishers, 1992.

[vi]De Vicieuze Cirkel is de naam die ik (in navolging van m’n mentor Charlie Palmgren) geef aan het aangeleerde proces dat Creatieve wisselwerking hindert en afremt en waar alle kinderen tijdens hun opvoeding mee te maken krijgen. Ik beschreef het voor het eerst in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’.

POLARISATIE

 

Inleiding

Deze column gaat over het fenomeen ‘polarisatie’, de dynamiek van ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[i].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt beschreven worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op het dagelijks gedrag van de betrokkenen. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent direct betrokkenen, probleem eigenaren en heeft dus conflictspelers die een opstelling hebben gekozen. Het kost daarbij geen moeite om de betrokkenen, met name de probleem eigenaren, te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

 

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’[ii]komt dit op twee mindsets die diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze ‘onderscheiden’ te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie een feit. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het toekennen van steeds maar weer op zich contrasterende ‘labels’ aan die identiteiten; die daardoor hoe langer hoe meer elkaars tegenpool worden.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en met het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een prachtige manier: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen. Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

 

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. We staan niet machteloos indien we inzien dat we niet de gevangen zijn van onze mindset. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.


Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

Uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken (i.e. de ‘labels’) wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Bij toenemende Polarisatie neemt de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toe, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de redelijkheid hand over hand af. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en dus helemaal niet naar dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er dan nog de complottheorieën. Die zijn op de keper beschouwd ‘uitvluchten’ om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

 

De vijf rollen bij Polarisatie

De dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook hebben we ze alle vijf wel ‘ns gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel de werking van de rollen te leren onderkennen. Door deze kennis kunnen we bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat we onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher



Figuur 3: De opstelling van de Pushers

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact het zelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt hij z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, om aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigd zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    2. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    3. Selecteert enkel de negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    4. Luisteren zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    5. Fungeren als echokamer voor hunpusher;
    6. Zijn sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    2. Blijft gedurende deze discussie z’n eigengelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    3. Er wordt enkelgeluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    2. Daarbij wordt de mogelijkheid open gelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de stille middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om nietmee te doen

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor om niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de targetvan de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen overelkaar en nietsaanelkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm bij uitstek de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van de mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouweris van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat binnen de mindsets van de twee tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerdin elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleidt door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5 : De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Gezien diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het meestal de bruggenbouwer die als eerste sneuvelt als zondebok.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper – brenger van het ‘slechte’ nieuws; met name dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben – wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat die twee standpunten, en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar staan. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

De dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt tot een terugkerende zekerheid: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

 

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Een heel specifieke Polarisatie speelt zich af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) en organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team;dus ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En nog meer door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander alles behalve bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten. En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinie ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf is beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

 

Depolarisatie van micro polarisatie door dialoog

Mijn persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …).

Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek.

Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen.[vii]Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk de eigen mening voorgesteld én ook de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialogenmodel geplaatst.

De uitdagingen met het opschorten van z’n eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewustzijn) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die ik kan helpen z’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.”[viii]De volgende heb ik mij gaandeweg de laatste tien jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, naakte bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulnessme diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid… je ziet enkel wat jouw gekleurd bewustzijn je toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus onder meer de basiscondities  en vaardigheden van de tweede fase van het Creatieve Dialoog model in, waaronder:

  1. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik er voor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen(met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de vicieuze cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Appreciërend begrijpend betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van de dialoog is dat deze zich ver houdt van de discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen een polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruidt met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege de gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit ervaring dat mentale modellen door crisis situaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten maar m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

De aandachtige lezer heeft ondertussen reeds lang gemerkt dat ik nu net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef naslagwerk het ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons’ Rita).

 

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds maar weer sterk opvalt is dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht!

Creatively,

Johan

___________________________________________________________________________________________________

[i]Brandsma, Bart. Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[ii]Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[iii]De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv]Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie ‘Cruciale dialogen’op.cit. p. 18.

[v]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 161-170.

[vi]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 20-28.

[vii]Isaacs, William. Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. p. 41

[viii]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 16-17.

[ix]Schein, Edgard H.  Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 191-217.

[xi]Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. p. 39