Categoriearchief: 1969

BLIJF WAKKER ! – INLEIDING

I’ve looked at life from both sides now
From up and down, and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all
– Joni Mitchell

Both Sides Now – Clouds – 1969 

1969 – het wonderbaarlijkste jaar van m’n leven – totnognu

Jarenlang zocht ik naar de basiscondities en vaardigheden die het dagelijks beleven van het creatief wisselwerkingsproces[i] daadwerkelijk ondersteunen. Uiteindelijk begreep ik dat dit beleven plaats vindt bij het succesvol voeren van moeilijke gesprekken; gesprekken die ik uiteindelijk ‘Cruciale dialogen’ noemde. Het boek ‘Cruciale dialogen’[ii] beschrijft dan ook de acht basiscondities en zestien vaardigheden die ingezet dienen te worden bij het voeren van succesvolle stevige babbels; dit onder meer bij het oplossen van problemen en het beantwoorden van belangrijke vragen. Langzamerhand werd, gedurende deze tien jaar durende queeste, de vlinder – het Cruciaal Dialoogmodel – geboren. Eens zich met grote moeite uit z’n cocon vrijgemaakt, kon ook deze vlinder heerlijk vliegen!

Dat ‘Cruciale dialogen’ eerder een doe boek dan een leesboek is, werd mij pijnlijk en glasscherp duidelijk toen ik nog geen jaar na de publicatie ervan geconfronteerd werd met een tweede levensbedreigende ziekte in nog geen vijf jaar tijd: darmkanker stadium III. Gelukkig bleek ik bij deze tegenslag wendbaar en dus pro-actief. Zo gaf ik m’n huisarts van bij het begin m’n vermoeden mee dat de oorzaak van m’n klachten dikke darmkanker was. M’n huisarts verwierp deze diagnose, zich steunend op m’n medisch dossier, dat via z’n grootvader en vader bij hem terecht gekomen was en dat hij al een tiental jaar bijwerkte. Gedurende ettelijke maanden beweerde hij bij hoog en bij laag dat dikke darmkanker in mijn geval onmogelijk was. Nadat medicatie geen soelaas bracht, besloot hij na een maand toch een paar onderzoeken te laten doen: longfoto’s, een paar CT-scans en uiteindelijk, op m’n verder aandringen, ook nog een MRI onderzoek. Dat laatste bracht ‘iets’ aan het licht dat volgens de beschrijving van de specialist “datgene was waardoor m’n huisarts het MRI onderzoek had voorgeschreven.” M’n huisarts begreep de cryptische taal van de specialist niet en las die mij voor. Ik vertaalde dat ‘iets’ als ‘darmkanker’. Op dat moment ging hij eindelijk overstag en schreef een onderzoek voor bij een internist. Het werd mij later overduidelijk dat m’n huisarts toen geleid werd door z’n gekleurd, vastgeroest denkkader (of mindset) en te weinig open stond voor dissidente data en dus voor het klaar bewustzijn; dit laatste omschrijft de Engelse taal kernachtig met het begrip ‘awareness’. Daardoor geloofde m’n huisarts m’n ‘innerlijke zekerheid’ (een begrip dat ik van Paul de Blot SJ leerde) niet en werd m’n pro-activiteit vier maanden lang de mond gesnoerd. Hij was tenslotte dokter, ik een leek en hij beschikte over m’n medisch dossier dat een halve eeuw overspande. Zelf had ik ook nogal wat moeite om onder mijn aangeleerde loyaliteit t.o.v. m’n huisarts uit te komen en dus m’n eigen gekleurd bewustzijn af te zweren. Ook dat werd uiteindelijk een ‘Creatieve wisselwerking’ levensles!

Dus na heel wat getreuzel stuurde m’n huisdokter Dirk Bafort mij – op m’n nadrukkelijk aandringen en na vier maanden darmklachten – door naar een specialist. Ik volgde – wat de specifieke dokter die hij voorstelde betrof – z’n advies niet en koos zelf voor dr. Bruno Vermeersch. Ik had ondertussen geleerd dat ik zelf in de zogenaamde ‘drivers seat’ diende plaats te nemen en m’n toekomst zelf in handen te nemen en had dus m’n huiswerk, voordat het verdict viel, al gemaakt (had er ook voldoende tijd voor gekregen). Op 19 augustus 2013 duurde het welgeteld een minuut om een joekel van een gezwel via endoscopie in beeld te brengen.

Had dr. Dirk Bafort een zogenaamde ‘touché’ toegepast, was het gezwel al vier maand daarvoor ‘boven water’ gekomen. Blijkbaar wordt deze techniek niet meer door huisartsen toegepast. Door specialisten, zoals ik in de maanden nadien ondervond bij dr. Vermeersch, dr. De Meester en dr. Feryn, nog wel!

Bruno stelde mij gerust: “er is nog niets zeker…, het is mischien niet kwaadaardig…”. Hij had een biopsie van het gezwel genomen en schreef direct een serie bijkomende tests voor. Bruno vroeg mij om geduldig de ‘uitslag’ – die ik al met innerlijke zekerheid wist – af te wachten; veertien dagen later zouden namelijk alle puzzelstukjes samenvallen. Op 3 september 2013 hoorde ik uit de mond van dr. Bruno Vermeersch wat ik al maanden vermoedde: darmkanker; nog niet uitgezaaid, edoch bijna! Toen ging alles in een stroom versnelling: twee dagen nadien werd een port-a-cath geplaatst en een combinatie van chemo sessies en bestralingen vastgelegd. Doel was het terugdringen en verkleinen van de tumor. Daarna zou een operatief ingrijpen volgen. Gezien de plaats van de tumor was een permanente stoma meer dan waarschijnlijk. Ik ging niet in op z’n voorstel om het finale operatief ingrijpen door een collega van AZ Alma in Sijsele te laten uitvoeren en maakte hem de slotsom van m’n huiswerk bekend. Die operatie zou worden uitgevoerd door dr. Tom Feryn van het AZ St. Jan te Brugge, waar ook de voorafgaande bestralingen zouden doorgaan. Hij beloofde de nodige contacten voor bestraling en operatie aldaar te maken.

Nu was het hoog tijd om weerbaar te zijn. In het geval van darmkanker is volharden in de boosheid van het gekleurd denkkader en dus het niet inzetten van het helder denkkader (‘awareness’) echt geen optie. Wel een optie is jezelf de cruciale vraag: “Hoe wil je dat jouw kleinkinderen je later zullen herinneren?” stellen. Want hoewel mij, niettegenstaande Stadium III, een grote overlevingskans werd toegedicht, vergeet ik nooit het empathisch schouderklopje dat dr. Geertrui De Meester, hoofd van de dienst radiotherapie van AZ St Jan in Brugge, mij gaf na het eerste consult dat we met haar hadden. Het was werkelijk ‘vijf voor twaalf’!

Ondertussen had ik een Cruciale dialoog met mezelf gevoerd en tot het besluit gekomen én beslist dat ik direct zou opveren en doorgaan. En dat ik dit met een ‘opgeruimd gemoed’ zou doen. Dit is wat ik bedoel met weerbaar zijn; niet bij de pakken blijven zitten en transformerend handelen. Het hoeft geen betoog dat ik bij het beantwoorden van vorige cruciale vraag enorm geholpen werd door m’n eigen boek ‘Cruciale dialogen’. Quad erat demonstrandum … m’n boek is wel degelijk een doe-boek en het hielp mij om gans die periode – met daarin: een kleine chirurchische ingreep-chemo-bestraling-invasieve chirurchische ingreep-permanente stoma-dertig dagen verblijf in AZ St Jan-nachemo en herstel – het hoofd koel en meer dan boven water te houden. Dat ik ondertussen m’n boek ‘Cruciale dialogen’ aan het vertalen was naar het Frans – een belofte aan m’n Franse vriend Guy Bérat nakomend – maakte dat m’n boek ook letterlijk nooit veraf was. Hoe langer hoe meer zag ik in wat ik nog voor m’n kleinkinderen zou kunnen betekenen. Naast het zijn van een sparringpartner bij hun schooltaken en alles wat een normale grootvader zoal doet, begon ik hoe langer hoe meer met hen over creatieve wisselwerking en de toepassing ervan, Cruciale dialogen, te praten. Uiteindelijk rees langzamerhand in mij het plan om de serie columns te schrijven, waarvan deze de inleiding is.

Normaal zijn het de kinderen die hun meter en peter nieuwjaarsbrieven schrijven. Met m’n serie columns draai ik de rollen om. Edoch, ik schrijf m’n kleinkinderen geen nieuwjaarsbrieven met m’n beste wensen. Ik schrijf hen een serie doe-columns met m’n beste adviezen waarmee ze wendbaar en weerbaar en dus wakker zullen blijven! Met andere woorden: ik ben er rotsvast van overtuigd dat wanneer jullie, Eloïse, Edward en Elvire, deze adviezen ter harte zullen nemen jullie wendbaar en weerbaar zullen blijven in deze VUCA[iii] wereld. Ik zal jullie echter niet bestoken met oude consultant wijsheden in nieuwe zakken, maar eerder jullie gids zijn op wat ik de ‘Mahatma Ghandi’ manier noem.

Mahatma Gandhi leefde, wanneer hij niet politiek ergens in de wereld doende was, heel sober in z’n hut ‘Sevagram Ashram’; dit vanaf het moment van de afwerking van die hut (1936) tot aan z’n gewelddadige dood (1948). Wanneer Mahatma Gandhi in Sevagram toefde kreeg hij voortdurend bezoek. Zeer gekend zijn de bezoeken die Jawaharial Nehru, de latere eerste minister-president van onafhankelijk India (overigens met de daadwerkelijke steun van Gandhi), hem daar bracht. Ghandi had onder meer ook veel kennis over alles wat met gezondheid te maken heeft. Daarom kwamen heel wat mensen bij Mahatma over de vloer met hun gezondheidsvragen. Over een van die vragen en Ghandi’s antwoord daarop gaat volgende anekdote, die Charlie Palmgren mij zo’n vijfentwintig jaar geleden vertelde:

Op een dag kwam er een welstellende familie afgezakt naar Sevagram Ashram met de vraag of Mahatma Gandhi hun zwaarlijvige dochter kon helpen weer fit en gezond te worden. Mahatma stelde heel wat vragen en luisterde aandachtig, af en toe parafraserend om het probleem waarderend te kunnen begrijpen. Toen Ghandi het probleem op die manier begrepen had, vroeg hij z’n bezoekers een paar maand later terug te komen. Hij noteerde de nieuwe datum zonder enig advies te verstrekken. Ietwat beduusd vertrokken de bezoekers. Twee maand na het eerste gesprek meldde het echtpaar zich terug in Sevagram Ashram vergezeld van hun, uiteraard, nog steeds obese dochter. Nu was het Mahatma Gandhi die het woord voerde en die het heel strikt dieet, dat de dochter zou moeten volgen, uit de doeken deed. Daarbij zorgde Mahatma ervoor dat ook hij waarderend begrepen werd. Indien de dochter daadwerkelijk de adviezen van Gandhi strikt zou opvolgen, verzekerde Mahatma, zou zij binnen de korste keren terug fit en gezond zijn en dus verlost van haar obesitas. De vader had opgewonden naar Mahatma Gandhi geluisterd en bleek helemaal niet tevreden. Hij vroeg op een nogal scherpe manier waarom Mahatma Gandhi dit advies niet twee maand eerder gedurende hun eerste bezoek had gegeven. Dan hadden ze ten minste geen twee maand verloren en bovendien een peperdure reis uitgespaard! Mahatma Ghandi bleef z’n faam gestand en antwoordde kalm: “Twee maand geleden wist ik dit alles nog niet. Na ons vorig gesprek heb ik diep nagedacht over uw dochters probleem en kwam ik tot een mogelijke oplossing. Dit dieet heb ik dan zeven weken lang zelf strikt gevolgd om te zien of m’n oplossing de goede was. Nu kan ik u, ‘met de hand op het hart’, verzekeren dat dit wel degelijk het geval is!”

De mens is pas mens als hij tot zelfbeheersing in staat is                   en eigenlijk pas als hij haar in de praktijk brengt.

– Mahatma Gandhi

Get started!

Graag start ik deze serie columns met het verhaal ‘De Gouden Arend’ van Anthony de Mello SJ[iv]. Toen ik het voor het eerst hoorde, Eloise, Edward en Elvire, dacht ik dat Anthony dat verhaal voor mij geschreven had. Het is het verhaal hoe we, geboren als arend door conditionering (lees opvoeding en dus de werking van de Vicieuze Cirkel) hoe langer hoe meer een ‘kieken’ worden.

The Golden Eagle

A man found an eagle’s egg and put it in a nest of a barnyard hen. The eaglet hatched with the brood of chicks and grew up with them.All his life the eagle did what the barnyard chicks did, thinking he was a barnyard chicken. He scratched the earth for worms and insects. He clucked and cackled. And he would thrash his wings and fly a few feet into the air. Years passed and the eagle grew very old.

One day he saw a magnificent bird above him in the cloudless sky. It glided in graceful majesty among the powerful wind currents, with scarcely a beat of its strong golden wings. The old eagle looked up in awe. “Who’s that?” he asked. “That’s the eagle, the king of the birds,” said his neighbor. “He belongs to the sky. We belong to the earth—we’re chickens.” So the eagle lived and died a chicken, for that’s what he thought he was.

Anthony  de Mello SJ  ‘The song of the Bird’

Een Nederlandse vertaling van het verhaal:

De Gouden Arend

Een man vond een ei van een arend en legde het in het nest van een boerenerf hen. Het arendsjong werd uitgebroed samen met een heel nest kuikens en groeide met hen op.Omdat hij geloofde dat hij een boerenerf kip was, deed hij net als zij. Hij scharrelde in de aarde om te zoeken naar wormen en insecten. Hij klokte en kakelde.Hij spreidde zijn vleugels en vloog een paar stappen de lucht in, net zoals het een kip betaamt.

Jaren verstreken en de arend werd erg oud.Zekere dag zag hij een prachtige vogel boven hem in de wolkenloze hemel. Die gleed met gracieuze majesteit op de krachtige windstromingen, met nauwelijks een slag van z’n sterke goude vleugels.De arend keek vol ontzag naar omhoog.“Wie is dat?” vroeg hij zijn buur.“Dat is een arend, de koning van de vogels”, antwoordde die. “Hij behoort tot de hemel, wij behoren de aarde – wij zijn kippen.” Dus de arend leefde en stierf als een kip, want hij dacht dat hij er een was.

Anthony  de Mello SJ  ‘Het lied van de vogel’

Carl Puccio, een kennis van jullie mama en vriend van Charlie Palmgren, maakte van dit verhaal een mooie video clip. Daarin vertelt Charlie het verhaal. Je kan de video clip hier vinden:

Eigenlijk zijn, in de ogen van Tony de Mello, alle mensen ‘gouden arenden’; wel zijn de meesten zich niet helder bewust van de hoogten die ze zouden kunnen bereiken. Anthony de Mello stelde zich tot doel de mensen wakker te maken voor de realiteit van hun grootheid.

Een ander verhaal dat aangeeft dat we eigenlijk beter zijn dan we beseffen, is een tekst die op het internet veelal verkeerdelijk toegeschreven wordt aan Nelson Mandela. Nelson zou, althans volgens ‘het internet’, die uitgesproken hebben tijdens een van z’n inauguratie redes toen hij, na tientallen jaren gevangenschap, als president van z’n land werd ingezworen. Edoch, er is een klein probleem: Nelson gebruikte die tekst niet in z’n inauguratie redes. Een prachtig voorbeeld van een zogenaamde internet hoax. Een hoax is in het Engels een woord voor poets nep, bedrog, truc en oplichterij . Het als begrip ‘internet hoax’ is ondertussen zo goed als ingeburgerd in het Nederlands. Volgende tekst komt wel uit een boek van Marianne Williamson[v]:

Our Deepest Fear

Our deepest fear is not that we are inadequate,

Our deepest fear is that we are powerful beyond measure.

It is our Light, not our darkness, that most frightens us.

We ask ourselves, who Am I to be brilliant, Gorgeous, talented, Fabulous?

Actually, Who are you NOT to be?

You are a child of Spirit.

Your playing small Does not serve the World.

There is Nothing enlightened About shrinking so that Others won’t feel Insecure around you.

We were born to Manifest the glory Of Spirit which is Within us. It is not Just in some of us; It is in everyone.

And as we let our Light shine, we give Others permission to Do the same.

As we Are liberated from Our own fear, our Presence liberates Others

Een mogelijke vertaling:

Onze grootste angst

Onze grootste angst is niet dat we onvolmaakt zijn.

Onze grootste angst is dat we mateloos krachtig zijn.

Het is ons licht, niet onze schaduw, die ons het meest beangstigt.

We vragen onszelf: wie ben ik om briljant te zijn, prachtig, talentvol, fantastisch?

Edoch, wie ben jij om dat NIET te zijn?

Jij bent een kind van God.

Je onbelangrijk voordoen bewijst de wereld geen dienst. Er is niets verlichts aan je klein te maken opdat andere mensen zich bij jou niet onzeker zouden voelen.

Wij zijn geboren om de glorie van God die in ons is, te openbaren. Deze is niet alleen enkel in sommigen onder ons; deze is in iedereen!

En als wij ons licht laten stralen, geven we onbewust andere mensen toestemming om hetzelfde te doen.

Eens van onze angst bevrijd, bevrijdt onze aanwezigheid anderen.

De serie columns, waarvan deze column de inleiding is, had overigens ook als titel “Blijf Arend!” kunnen krijgen of ook nog: “Blijf het Kind in U!”.

Beide verhalen gaan, dat hadden jullie begrepen, over het Creatief wisselwerkingsproces (‘de glorie van God’) dat het kind in zich heeft en ten volle beleeft en waar de volwassene bang van (geworden) is… mede omdat het beleven van dit levensproces neerkomt op zichzelf continu bijschaven, veranderen, transformeren. Van dat alles zijn de meeste volwassenen nu eenmaal bang van; blijkbaar blijven ze liever in de ‘gouden kooi’ van hun Vicieuze Cirkel[vi].

Ik weet dat jullie Eloïse, Edward en Elvire, nogal eens surfen op het internet en dat Youtube daar één van jullie pleisterplekken is. Daar vond ik ook volgende clip dat het citaat uit het boek van Marianne Williamson dat ik hierboven gebruikte nog uitbreidt. Deze clip geeft voor mij ook aan waarom de ontdekker van Creatieve wisselwerking, Henry Nelson Wieman die een religieus filosoof was, uiteindelijk schreef dat voor hem God geen super natuurlijke persoon was, maar het proces dat hij Creative Interchange had genoemd.

___________________________________________________________________________

[i]Het Creatief Wisselwerkingsproces is de naam die ik (in navolging van m’n mentor Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren) geef aan het natuurlijk leer en transformatie proces, waar alle kinderen mee worden geboren. Ik beschreef het voor het eerst in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’, Leuven-Apeldoorn: Garant (2001).

[ii]Johan Roels, Cruciale Dialogen, het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[iii]VUCA is een acroniem dat oorspronkelijk door Amerikaanse militairen is bedacht voor het beschrijven van het slagveld. VUCA wordt nu hoe langer hoe meer gebruikt  staat voor: de huidige “snelle, onzekere, complexe en vage” wereld:

  • V= volatility: de onvoorspelbaarheid en snelheid van veranderingen
  • U= uncertainty: onzekerheid over wat er staat te gebeuren
  • C= complexity: veelheid aan krachten, chaos en verwarring rondom ons
  • A=ambiguity: oorzaak en gevolg zijn onduidelijk en moeilijk verklaarbaar

[iv]Anthony de Mello, S.J. The Song of the Bird.New York, NY: Doubleday, 1984.

[v]Marianne Williamson. A Return to Love:  reflections on the principles of a course in miracles. New York, NY: HarperCollins Publishers, 1992.

[vi]De Vicieuze Cirkel is de naam die ik (in navolging van m’n mentor Charlie Palmgren) geef aan het aangeleerde proces dat Creatieve wisselwerking hindert en afremt en waar alle kinderen tijdens hun opvoeding mee te maken krijgen. Ik beschreef het voor het eerst in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’.