My grandson Edward taught me to love the StarWars films. More specifically I became fond of the dialogues between Yoda and Luke Skywalker. For example, The Empire Strikes Back[i] contains at least a few crucial scenes.

In one scene Luke sees, during a workout, that his X-Wing is about to disappear into the bog. Then following dialogue, in which Yoda describes Creative Interchange (‘ the Force ‘), unfolds.

The dialogue start at follows:

Luke: Oh, no! We’ll never get it out now!

Yoda: So certain, are you? Always with you, what cannot be done. Hear you nothing that I say?

Luke: Master, moving stones around is one thing, but this is… totally different!

Yoda: No! No different! Only different in your mind. You must unlearn what you have learned.

This is one of Yoda’s instructions to Luke: One has to unlearn what one has learned. We have indeed to unlearn things that do not matter any mor. We have to change the parts of  our behavior, which are not helping. Changing one’s behavior means changing one’s mindset, which corresponds with ‘unlearning what one has learned’.

The dialogue continues:

Luke: All right, I’ll give it a try.

Yoda: No! Try not. Do… or do not. There is no try.

Within the scene this is a great nugget of undeniable wisdom that teaches Luke to have a more serious mind. Yoda had consistently tried to teach Luke to focus on the present, and essentially, to grow up. In this moment, with these words, he makes it clear. The first time I heard this line of Yoda (it must have been in the early eighties) I exclaimed:  This is my father’s Richard’s line. Although my father is seldom quoted for this line he uttered in to me in the following dialogue from around Easter 1965:

Johan: Father, can you sponsor me for my studies at the University of Ghent

Richard: What kind of studies do you want to follow there?

Johan: I would like to become a civil engineer, father.

Richard: Your choice is not a bad one. Indeed, one doesn’t have to be handy to become a civil engineer. But can you tell me, will you succeed in those difficult studies? In other words: “Will your endeavor be successful?”

Johan: I’ll try, father.

Richard: No! Try not. Do… or do not. There is no try.

So father Richard made it crystal clear to me: I had to focus on the present while growing up! So we made a contract. Father would sponsor me and would continue to do so, if I passed the yearly exams. If not, I had to stop studying and start working for him. He was head of a team who sold insurances on behalf of a renowned Dutch company. He could fix me in his team at any time. This foresight (having a career selling insurances) was one the elements of my motivation to focus on the present and to grow up. After five year I was a Civil engineer …

Then, Luke tries to use the Force to levitate his X-Wing out of the bog, but fails in his attempt.

Luke: I can’t. It’s too big.

Yoda: Size matters not. Look at me. Judge me by my size, do you? Hmm? Hmm. And well you should not. For my ally is the Force, and a powerful ally it is. Life creates it, makes it grow. Its energy surrounds us and binds us.

So when Luke fails in his taks of  raising his X-wing from the swamp, he complains that it’s too big, which frustrates Yoda — size matters not when it comes to the Force and to life. What’s amazing about this quote is that when Yoda says it, it’s not funny. It rings true, you believe him, and you see that he makes no excuses for himself — and does not want to hear any from his students.

And Yoda continues:

Yoda: Luminous beings are we, not this crude matter. You must feel the Force around you; here, between you, me, the tree, the rock, everywhere, yes. Even between the land and the ship

Luke: You want the impossible.

The Star Wars saga is about the battle between the  Sith and the Jedi.  The Sith have a big fear of death because they try to hold onto life. I think that’s why they’re willing to basically mutilate themselves and live these cybernetic half-human lives. Yoda’s lesson with this quote reflects the exact opposite of this mentality, and it’s essential to the saga. It speaks to the underlying difference between Jedi and Sith: being completely selfless, and recognizing that the Force binds all life and creation together. That’s the base of my bold claim that The Force is in fact The Creative Interchange Process.

The story continues and Luke sees that Yoda uses the Force to levitate the X-Wing out of the bog and gets flustered when he succeeds.

Luke: I don’t… I don’t believe it!

Yoda: That is why you fail.

This is Yoda being brutally honest with Luke, who breathlessly says, “I don’t believe it,” after his Master raises an X-wing from the Dagobah swamp. It’s a definitive statement that comes from Yoda’s years and years of experience as a Jedi and a teacher, and it cuts through both to Luke and to us, the audience. In fact Yoda uses here The Force, since Authentic Interaction in one of the four characteristics of Creative Interchange.

 

The reason I wrote this ‘intermezzo’? Well, at the end of last month I saw an episode of the Flemisch television serie ‘Winteruur’ (Winterhour’). This is a late night serie with short episodes wherein so-called Well-known Flemish people present a favorite text of them. This time Wim Helsen – a briljant stand-up comedian amongst other things – guest was Sven De Ridder – a do-it-all and driving force behind the Real Antwerp Theatre (Echt Antwaarps Teater). Sven piece of text was the dialogue between Luke Skywalker and Yoda of that particular film. Unfortunately Sven’s presentation of that particular dialogue stopped in the middle of Yoda’s comment to  Luke’s lament “I can’t. It’s too big”. Dutch speaking people can whatch this particular Winteruur episode here: https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/winteruur/3/winteruur-s3a50/

___________________________________________________________________________________________________

[i] Lucas, G., Brackett, L. En Kasdan, L., Star Wars Episode V – The Empire Strikes Back, directed by Irvin Keshner, Lucasfilm, Ltd./20th Century Fox Home Entertainment 1980.

 

 

Mijn professionele loopbaan begon midden jaren zestig toen ik voor mijn studie keuze stond. Ik zie namelijk m’n vijf jaar aan de universiteit als de start van die loopbaan. Onbezoldigd weliswaar, maar met een duidelijke doelstelling en een reeks activiteiten die daartoe moesten leiden. Het studentenleven is overigens, buiten een paar betogingen, grotendeels aan mij voorbijgegaan. De Gentse horeca heeft heel weinig aan mij gehad. Niet alleen had ik een enorme drive en focus, ik had ook niet de financiële middelen om een cliché studentenleven te leiden. Ik heb dat laatste overigens nooit gemist.

Ik herinner mij het als de dag van gisteren dat ik vader Richard vroeg of hij m’n studie aan de universiteit wou sponsoren. Ik was de derde oudste en ook derde zoon van een gezin van zeven. Ik was de eerste – en zoals later zou blijken – de enige van het gezin die deze vraag ooit aan vader stelde. “Welke richting heb je gekozen, Jan?” was z’n repliek.

Vader heeft mij nooit bij m’n voornaam ‘Johan’ genoemd. Ik heb nooit echt kunnen achterhalen hoe dat kwam. Ooit vroeg ik het m’n peter, die erbij was toen vader m’n geboorte meldde aan de Burgelijke Stand van Eeklo. Diens cryptisch antwoord: “Weet je, Johan, het enige dat ik mij van die dag in januari 1946 herinner is dat het steenkoud was en dat Richard en ik ons op weg naar het Stadhuis hadden ‘opgewarmd’ aan meerdere jonge klare’s.”

Mijn antwoord op vader’s vraag: “Burgerlijk ingenieur aan de RU Gent, vake!” “Goede keuze, Jan’, repliceerde vader en voegde er “daar hoef je niet handig voor te zijn” aan toe. Vader Richard had zo z’n eigen specifieke ‘hamer op de kop’ humor. Hij vervolgde snel met: “Gaat dat lukken, Jan?” Mijn antwoord: “Ik zal dat proberen, vake” werd weggehoond. Vader fulmineerde: “Proberen bestaat niet, zeker in deze niet! Je doet het of je blijft er van af!”

yoda

Die dag heeft vader een contract opgesteld. Hij zou sponsoren, inclusief een kot in Gent en ik zou slagen. Elk jaar zou het contract vernieuwd worden. Indien ik niet zou slagen, voorzag het contract een clausule: “Ik zou een job aanvaarden als verzekeringsagent in het team waarvan vader Richard de leiding had.”

U ziet, vader was ‘het nieuwe werken’ dat momenteel opgang maakt – onder meer in Vlaanderen onder impuls van Frank Van Massenhove, voorzitter directiecomité FOD Sociale Zaken – zo’n kleine halve eeuw voor. Hij gaf voldoende steun en dus een correcte input aan het proces en het was duidelijk welke output hij er van verwachte. Hij gaf mij, die het proces van binnen uit diende te sturen, bovendien veel vertrouwen, was sterk geïnteresseerd in m’n studies doch controleerde mij voor geen sikkepit. Ik was echter wel ten volle accountable voor de output. ‘Command & Control’ was niet vaders’ manier van leiding-geven, met andere woorden hij had de transformatie van ‘blame to accountability’ reeds lang doorgemaakt.

In 1970 studeerde ik af. Nooit heb ik een stralender mens gezien als vader Roels toen de rector, in de late namiddag van 13 juli van dat jaar in de Aula van de Universiteit Gent, mij afriep als de primus van m’n richting.

Een maand nadien was ik reeds in Den Haag aan de slag en op de laatste dag ervan huwde ik met ‘ons’ Rita. Nog geen jaar nadien had ik begrepen dat onderzoeker aan het Institut International des Brevets niets voor mij was en startte ik als productie ingenieur in een oud chemisch bedrijf in de Gentse Kanaalzone, bekend onder de naam ‘de Kuhlmann’. Dit bedrijf – dat in het begin van de twintigste eeuw werd gesticht door de groep ‘Les établissements Kuhlmann’, de eeuw voordien opgericht door Frédéric Kuhlmann – was eindelijk begonnen met het aanwerven van Nederlandstalige ingenieurs. De voertaal in het management team was Frans en dat zou nog een decennium zo blijven.

Aan mijn transfert van het statige Den Haag naar het nietige Rieme (“ça rime à rien”) is een anekdote verbonden. Het was ook de laatste keer dat vader Richard een hoofdrol speelde in m’n professionele loopbaan. Ik had in de loop van m’n laatste jaar aan de unief reeds gepostuleerd voor een job aldaar, maar uiteindelijk oordeelde het Management Team dat die functie nog niet diende te worden ingevuld. Toen het MT een jaar later besloot om alsnog over te gaan tot het aanwerven van een jonge ingenieur voor die functie, stuurde het een brief naar m’n ouderlijk adres. Vader stuurde die door naar Den Haag. Hij had er een laconiek bericht aangehecht: “Jan, kom terug naar Vlaanderen … ‘De Kuhlmann’ is zo zeker als de Staat en betaalt dubbel!” Noch het een nog het ander is achteraf waar gebleken, edoch de transfert ging door.

Ik startte als adjunct afdelingshoofd in de nieuwe zwavelzuur productie eenheid. Gezien ik nog alles te leren had, vroeg ik m’n directeur Nicolas Kopylov om te mogen meedraaien in shift gedurende de opstart van die eenheid. Het werd de meest rampzalige opstart van een zwavelzuur eenheid uit m’n loopbaan. Vandaar dat ik uiteindelijk meer dan vier maand shift gelopen heb. Ik verwisselde om de zes weken van ploeg, zodat ik heel wat leerde over de algemene bedrijfscultuur en over de cultuurverschillen tussen ploegen van dezelfde eenheid binnen het bedrijf. Zaken die ik niet aan de unief had geleerd. Ik heb nooit meer geleerd in m’n volwassen leven dan gedurende die vier maand (en niet alleen in het fabriek…) Het enorme gebrek aan vertrouwen en openheid tussen de verschillende hiërarchische lagen was onthutsend en de oorzaak van heel wat miskleunen. Met een oude ingenieur van de Fosforzuur afdeling, de heer Guleac, had ik daar diepgaande gesprekken over. Hij was op het einde van z’n loopbaan en gaf mij een opdracht door die hij zelf niet had kunnen verwezenlijken. “Johan’, zei hij “het grootste probleem binnen de Kuhlmann is het gebrek aan goede communicatie. Vergeet alles wat je aan de unief leerde; onthoud echter wel de regel van drie vanuit het lager onderwijs, die moet je wel feilloos kunnen toepassen. Los het communicatie probleem op en de rest komt vanzelf.” Toen ik zestien jaar nadien het bedrijf verliet gaf ik dezelfde opdracht aan m’n opvolger. Veertig jaar later schreef ik het boek ‘Cruciale dialogen’.

Eind 1976 werd ik dringend bij directeur Kopylov ontboden. Bij het binnenkomen van z’n kantoor riep hij mij toe: “Vous allez aux Indes!!!” Ik verstond hem niet zo goed en vroeg: “Où se trouvent ‘les Zindes’?” Zijn repliek: “Fou!” Hij stuurde mij kennelijk naar Indië (voor de Nederlandse lezers India). Ik vroeg mij af waarom, dus gaf ik volgende voorzet: “Un incentive pour mes efforts démontrés les cinq dernières années?” Het antwoord liet niet lang op zich wachten: “Imbécile, vous allez démarrer un atelier d’acide sulfurique à Visakhapatnam.” “Pardon, Mr. Kopylov, je ne suis pas ingénieur de démarrage, je suis ingénieur de fabrication.” “Mr. Roels, on vient de vous nommer, au Siège à Paris, ingénieur de démarrage. Préparez vous, vous partirez dans dix jours.” Er werd dus niet gevraagd of ik daar goesting in had en of  ‘ons’ Rita dat zag zitten. Bovendien was de steun in verband met de voorbereiding onbestaand. Enkel voor het vliegtuig ticket en vervoer naar de luchthaven werd gezorgd. Ik vertrok begin januari 1977 naar Indië.

De opstart van die eenheid in Visag heeft m’n leven veranderd. In één fractie van een seconde werd veiligheid een waarde en begon de transformatie van m’n eerste naar m’n tweede professionele leven. Het ongeval van een medewerker – een Indische ingenieur mechanica – die ik, op zijn uitdrukkelijke vraag, inwijdde in het chemisch proces, was het ‘tipping point’. Doordat de afsluiter, die ik hem vroeg te openen, daarbij open spatte liep hij zware brandwonden op. Een kwart van z’n lichaam kwam in contact met 98% zwavelzuur aan 80°C. Praktisch het enige wat ik van veiligheid wist, is besloten in de slogan: “Eerst water, de rest komt later!” en die raad heb ik naar de letter toegepast. Toen ik de verbrandde huid onder de kracht van het water zag ‘afstromen’, barstte ik in snikken uit. Niemand heeft dat ooit gezien, ook ik stond onder de veiligheidsdouche er voor zorgend dat het water terecht kwam daar waar dat moest, mij de ‘waarom’ vraag eindeloos stellend. In die analyse kwam ik mezelf meermaals tegen en dat heeft een onuitwisbare indruk op mij nagelaten. Ondertussen werd door anderen het vervoer van het slachtoffer geregeld. Er bestond geen rampenplan …, gelukkig had ik een auto met chauffeur ter beschikking en vond m’n collega Charcraborty van Krebs India een kleine kliniek in de buurt. Wij vetrokken er, een half uur na het openspatten van de afsluiter, vierklauwens naar toe. Tijdens de rit smeerde ik de inhoud van de pot Flamazine, die ik voor eigen gebruik naar Visag had meegenomen, over de afschuwelijke brandwonden. Derdegraads brandwonden die ongeveer een kwart van z’n tenger lichaam uitmaakten. Voor eigen veiligheid had ik wel degelijk gezorgd. Zo was m’n werkkledij ‘zuurbestendig’, wat niet kon gezegd worden van het Indisch werkplunje van het slachtoffer. Bij aankomst in het dispensarium stond een dokter ons op te wachten. Klaarblijkelijk een Indiër, maar met een duidelijk Texaans’ accent. Hij vuurde staccato zijn vragen af. “What chemical product?” Sulfuric Acid. “How long did you shower?” 30 minutes. “Really?” On-the-watch. “What’s that white stuff on his body?” Flamazine. “What’s Flamazine?” Ik stopte ‘m de nu lege pot toe. Hij las de kleine tekst op het label en knikte. Vlug deed hij een test met een naald en een ph papier en vond geen zuur meer in het lichaam van het slachtoffer. Hij keek mij aan en stelde: “Thank you, you’ve done the utmost. It’s up to me now!” Ik vroeg met trillende stam: “Can you do something for my friend?” Hij keek naar mij, stelde zich voor en zei erbij dat hij net terug was na zeven jaar als specialist gewerkt te hebben in het Brandwondencentrum van Houston (USA). Na zes weken werd m’n vriend uit het dispensarium ontslagen, de gevolgen van de brandwonden waren niet leuk om te zien, de huid was wel ‘hersteld’ en de infectierisico’s waren beheerst. Niet alleen was het leven van m’n vriend gered, zelf was ik bevrijd uit een bekrompen mindset: “Productie voor alles!”. Ik had ook begrepen dat ik m’n portie ‘chance’ in het leven had opgesoupeerd en dat ik in de toekomst daar zelf diende voor te zorgen. Het was de start van mijn tocht op weg naar een nieuw paradigma in het werkveld.