Het sterk-weer-opstaan proces is, zoals gesteld in deel I, het van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces (Creative Interchange – CI). Door het CI proces van binnen uit te beleven, leren we ons miskleun verhaal en de daaruit voortkomende pijn onder ogen zien, zodat we beiden waarderend kunnen begrijpen waardoor we ze later positief kunnen benutten teneinde uiteindelijk moedig een nieuw vervolg op ons verhaal te schrijven. Dit deel II gaat over in stilte in verbinding komen met jezelf om nadien in volgende fasen het leven terug een kans te kunnen geven zodat je kan helen.

Brené Brown stelt meermaals in haar boeken: “Je eigen verhaal onder ogen zien en terwijl je dit doet van jezelf houden het moedigste is wat je ooit kan doen.”[i] Het gaat dus over in verbinding komen met je miskleun en je falen en toch van jezelf blijven houden. Het is niet alleen het moedigste, het is ook het wijste dat je kunt doen, wil je de befaamde quote van voetballer-filosoof Johan Cruijff “Elk nadeel heb z’n voordeel” bewaarheid zien door bewust naar het potentieel voordeel op zoek te gaan en dit voordeel uiteindelijk effectief te realiseren.

Het sterk-weer-opstaan proces begint met de feiten van jouw verhaal op een rijtje te zetten. Daartoe is onder meer de eerste karakteristiek van Creative Interchange nodig: Authentieke Interactie. Niet alleen authentieke interactie met je zelf; ook authentieke interactie met mensen uit jouw omgeving die getuige waren van je faal verhaal. Vervolgens dien je nieuwsgierig genoeg te zijn om de juiste vragen te stellen en op die vragen correcte antwoorden te krijgen. Daardoor begrijp je jouw verhaal uiteindelijk waarderend wat dan later zal uitmonden in min of meer heftige gevoelens (deel III). Daarbij trek je niet de eerste de beste conclusie en ga je dus niet over tot actie (het zo verfoeilijke ‘jump tot conclusion’ gedrag). Integendeel je blijft lang genoeg je eigen verhaal onder ogen zien totdat je ten volle de complexe ‘oorzaken en gevolgen’ keten waarderend begrijpt.

Daar zullen wij het in deze column over hebben. Het is een fase van verbinding en verstilling, niet van verlamming, van vechten of van vluchten. Op het einde van die fase voel je aan de lijve wat er dient veranderd te worden (deel III) en dien je die gevoelens via creatieve ideeën om te zetten in mogelijke oplossingen (deel IV) die eens gerealiseerd (deel V) er voor zorgen dat de quote van Johan Cruijff uiteindelijk werkelijkheid wordt: het nadeel (de val) is een voordeel geworden (we gaan weer door)!

In dit deel, ‘je eigen verhaal onder ogen zien’, dien je echt, authentiek en heel te zijn teneinde je rekenschap te kunnen geven van de werkelijke betekenis van je eigen verhaal. Dat is de start van het proces. Daarbij dienen wij te antwoorden op de vraag welke rol we in ons eigen leven gaan spelen: “Willen we zelf het verhaal schrijven of geven we de regie van ons leven aan iemand anders?” Er voor kiezen ons eigen verhaal te schrijven, geeft een ongemakkelijk gevoel: het is kiezen voor moed boven gemak.

Ons lichaam reageert vaak voor we ten volle begrepen hebben en die reacties zijn er op gericht om ons te beschermen door te vluchten, te vechten of te verstijven. Dit komt omdat ons lichaam een eeuwenoude programmatie met zich meedraagt. Reflex gedrag dat eeuwen lang in mensen is gesleten. In het sterk-weer-opstaan proces kunnen we geen dappere, nieuwe koers bepalen indien we niet exact inzien waar we ons bevinden, nieuwsgierig zijn naar hoe we daar terecht gekomen zijn en innerlijke zekerheid hebben waar we uiteindelijk naar toe willen; wij moeten emotioneel rekenschap aan onszelf geven.

Als we in de arena op ons gezicht gegaan zijn, is de eerste reactie vaak ‘rond kijken of iemand het gezien heeft’. Wij voelen direct schaamte opwellen en indien we leven volgens de ‘mainstream’ filosofie (zie deel I) gaan we aansluitend op zoek naar de ‘schuldige’. Uiteraard zoeken we die, conform de ‘heersende’ mindset, buiten onszelf. De combinatie schaamte/verwijt is zo gebruikelijk omdat we, uit wanhoop om onder de pijn uit te komen, verwijten als een snelle oplossing zien. Voor de meesten van ons, die hun toevlucht nemen tot verwijten maken, is de behoefte aan controle zo sterk dat ze schuld willen toewijzen. Ze denken dat ze zich beter voelen nadat ze met de vinger naar iets of iemand gewezen hebben, maar er verandert niets. Verwijten maken is juist dodelijk in relaties. Het is giftig. Maar het blijft de voorkeursreactie van de meesten van ons.

Indien we, zoals ik, ‘tegendraads’ zijn, bekijken we ons verhaal eerst afstandelijk, alsof het een verhaal van iemand anders is. Anders gesteld, we observeren de feiten van ons verhaal met ons ‘helder’ bewustzijn. Dit wordt in Angelsaksische landen aangeduid met het begrip Awareness. We leggen eerst ons verhaal vast met wat ik het helder bewustzijn noem; we observeren met andere woorden de ‘naakte’ waarheid.

Pas daarna kleuren wij het verhaal met ons gekleurd bewustzijn (in Angelsaksische landen is dit het begrip Consciousness). Daarbij dragen wij er zorg voor ook, en vooral, onze eigen inbreng in het verhaal te begrijpen. We beleven ten volle de tweede karakteristiek van Creative Interchange: Waarderend Begrijpen. Dit betekent ook dat, indien we toch een andere actor identificeren dan onszelf, we ons eerst afvragen welke rol we daarbij zelf gespeeld hebben. “Hebben wij het gedrag van de ander gedoogd of getriggerd?” is een van de pertinente vragen die wij ons gedurende deze analyse dienen te stellen. Wij kijken oprecht in de spiegel en slaan hem niet stuk! We hoeden ons er voor onszelf verwijten te maken die ondermijnend zijn en weinig opleveren.

Ook zijn we er van overtuigd dat indien we onze miskleun verhalen ontkennen of ons losmaken van die moeilijke verhalen, deze niet weggaan. Integendeel, we begrijpen ten volle dat ze ons dan bezitten en ons daardoor bepalen. We kiezen er bewust voor dit niet te laten gebeuren. We laten ons niet ‘van buiten naar binnen’ beheersen!

Een van de redenen dat we soms geen rekenschap durven afleggen van onze miskleun verhalen is angst. Daarbij spelen volgende vragen: “Wat als ik iets vind met betrekking tot mijn gedrag dat niet zo prettig is?”” of “Wat gaan anderen daarvan denken?” Angst zorgt ervoor dat we onze verhalen in de doofpot willen steken, goed wetende dat die doofpot niet bestaat. Angst leidt naar struisvogel gedrag. Het is niet omdat wij onze kop in het zand steken dat onze medemensen ziende blind worden.

Wat nodig is om zich rekenschap te kunnen geven van je volledige eigen verhaal is nieuwsgierigheid, niet toevallig een van de basiscondities van de tweede karakteristiek ‘Waarderend begrijpen’ van Creative Interchange. Nieuwe informatie ‘as such’ verandert onze manier van denken en daardoor ook ons leven niet. Pater Paul de Blot SJ leerde mij dat wanneer iets je toevalt, je het niet alleen dient op te rapen. Je dient er vooral iets uit te leren en er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. In feite heeft Paul de Blot het daarbij over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie!

De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid bewaren betekent voor mij te aanvaarden dat ‘niets voor niks is’ en dat ik die kennis beleef totdat het wijsheid wordt. Nieuwsgierigheid bewaren is een daad van kwetsbaarheid en moed. Je moet dapper zijn om meer te willen weten, omdat je nooit op voorhand weet of je iets gaat vinden waardoor er jou echt iets te verwijten valt of blijkt dat je geen gelijk had. Nieuwsgierigheid is onaangenaam omdat het naast kwetsbaarheid ook onzekerheid betekent. Nieuwsgierigheid is daardoor een tegendraadse eigenschap die afwijkt van de ‘mainstream’ norm.

Naast nieuwsgierigheid is kunnen omgaan met onzekerheid een basisconditie van deze fase van het sterk-weer-opstaan proces. De reden waardoor beiden cruciaal zijn voor dit proces is dat de gevarieerde en soms excentrieke koers van sterk weer opstaan ook tegendraads is. Het omarmen van kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en onzekerheid, dat nodig is om op te staan na een val, is ook een beetje gevaarlijk, vooral voor onze omgeving. Mensen die niet blijven liggen na een dreun, maar – zoals de bokser uit Paul Simon’s gelijknamige song – opstaan, zijn vaak onruststokers. Lastig in bedwang te houden want “the fighter still remains!” Ze stellen de juiste moeilijke vragen en dat is tegendraads, dat kan gevaarlijk zijn.

We dienen een bepaalde mate van kennis of bewustzijn te hebben vooraleer we nieuwsgierig kunnen worden. Het verhaal dat we onder ogen gezien hebben met ons helder bewustzijn (awareness) heeft onze nieuwsgierigheid gewekt. “Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mij dit overkomen is?” Onze nieuwsgierigheid, die leidt naar het inkleuren van ons verhaal (consciousness), is echt vastgehaakt aan onze awareness met betrekking van ons miskleun-verhaal. Dit doen we door het nederig stellen van pertinente vragen (cf. ‘Humble Inquiry’ van Edgar Schein[ii]), die toch gevaarlijk in de oren kunnen klinken.

Het vastleggen van ons miskleun-verhaal is een cruciaal onderdeel om het waarderend te kunnen begrijpen. Wel dienen we bewust te zijn dat onze eerste versie in de meeste gevallen een verzonnen verhaal is, dat nadien dient verfijnd te worden. Het voordeel van dit ongecensureerde verhaal is dat er antwoorden verscholen liggen op drie uiterst belangrijke vragen; vragen die leiden tot meer zelfkennis en innerlijke integratie en die zorgen dan weer voor meer moed, empathie, mededogen en verbinding met ons leven:

  1. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de situatie?
    1. Welke van m’n beweringen zijn objectief?
    2. Welke van m’n beweringen zijn gebaseerd op aannames?
  2. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de andere spelers in m’n verhaal?
    1. Heb ik nog andere informatie nodig?
    2. Welke nederige vragen dien ik dienaangaande te stellen?
  3. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over mezelf?
    1. Welke rol speelde ik echt?
    2. Wat staat er in m’n linker kolom (cf. Oefening Argyris[iii])?

Het grootste gevaar dat in het onder ogen zien van ons miskleun-verhaal kan sluipen, is dat we daardoor onze intrinsieke waarde in twijfel trekken. We dienen het verschil tussen excentrieke waarde en intrinsieke waarde steeds voor ogen houden. Door onze miskleun zou misschien onze excentrieke waarde kunnen dalen (anderen zouden een lagere dunk van ons kunnen krijgen), edoch aan onze intrinsieke waarde kan nooit getornd worden. Charlie Palmgren zegt in dit verband dat we terug dienen te ont-dekken wat we nooit uit het innerlijk oog verloren; terugvinden wat we nooit verloren hebben: onze intrinsiek waarde. Over die intrinsieke waarde zingt Billy Joel in z’n song ‘River of Dreams’:

I’ve been searching for something

Taken out of my soul

Something I’d never lose

Something somebody stole …

“You never have been and you never will be worth more than you are right now. You are worth all you can be worth at this very moment” schrijft Charlie in het reeds geciteerde ‘The Chicken Conspiracy’. Hij stelt bovendien: “You are a human being of worth. Worth is a constant. Your worth is unconditional. In truth, your worth is a given.” Zijn definitie is verrassend in z’n eenvoud:

 

“Worth is defined by the capacity to engage in transforming creativity”

 

Brené Brown komt tot exact dezelfde conclusie in haar op haar onderzoek gebaseerd boek ‘Sterker dan ooit’ (‘Rising Strong’)[iv].

 

Door mijn kleinzoon Eward ben ik gaan houden van Star Wars en meer bepaald van de dialogen tussen Yoda en Luke Skywalker. Zo bevat The Empire Strikes Back[v] minstens een paar cruciale scènes.

In een eerste scène ziet Luke, tijdens een training, dat z’n X-Wing op punt staat in het moeras te verdwijnen. Dan ontspint zich volgende dialoog waarin Yoda Creative Interchange (‘the Force’) beschrijft:

Luke: Oh, neen! Nu zullen we het nooit uit het moeras krijgen!

Yoda: Ben je zo zeker? Het is altijd hetzelfde met jou, het kan niet. Hoor je niets van wat ik zeg?

Luke: Meester, stenen laten bewegen is één, maar dit is … totaal iets anders.

Yoda: Nee! Niet anders! Enkel anders in je geest. Je moet afleren wat je geleerd hebt.

Luke: Oké, ik zal het proberen.

Yoda: Nee! Probeer niet. Je doet het … of je blijft er van af. Proberen bestaat niet! 

Luke tracht met de Force z’n X-Wing uit het moeras te halen, maar hij faalt en zegt:

Luke: Ik kan het niet. Het is te groot.

Yoda: Grootte speelt geen enkele rol. Kijk naar mij. Beoordeel jij mij naar m’n grootte? Hmm? Hmm. Wel, je zou dat echt niet mogen doen. Dit omdat mijn bondgenoot de ‘Force’ is en wat voor krachtige bondgenoot is hij! Het leven creëert hem en doet hem groeien. Z’n energie omringt en verbindt ons. Lichtgevende wezens zijn we, niet deze ruwe materie (hij raakt daarbij Luke’s schouder aan). Je dient de ‘Force’ rondom je te voelen; hier, tussen u, mij, de boom, de rots, overal, … jawel. Zelfs tussen het land en je ruimteschip…

Luke: Je vraagt het onmogelijke.

Dan ziet Luke hoe Yoda de ‘Force’ inzet om de X-Wing uit het moeras te tillen en krijgt het op z’n heupen wanneer Yoda daar in lukt.

Luke: Ik… Ik geloof m’n eigen ogen niet!

Yoda: Dat is net de reden waarom je faalt.

In een andere scène traint Yoda Luke om een Jedi-strijder te worden. Hij leert hem hoe hij de ‘Force’ op een eervolle manier moet gebruiken en dat de duistere kant van de ‘Force’ – woede, angst, agressie – hem kan verteren als hij niet leert kalmte en innerlijke rust te vinden. U heeft het al begrepen: de ‘Force’ is voor mij een metafoor voor Creative Interchange en de duistere kant ervan een metafoor voor de Vicious Circle[vi].

In die scène staan Luke en Yoda in het duistere moeras waar ze hebben getraind, als Luke een vreemde grijns op z’n gezicht krijgt. Hij wijst naar een donkere grot onder een enorme boom, kijkt Yoda aan en zegt: “Iets is daar niet oké… Ik voel kou. De dood.”

Yoda legt Luke uit dat de grot gevaarlijk en sterk is in combinatie met de duistere kant van ‘the Force’. Luke kijkt verward en bang, maar Yoda’s antwoord luidt simpelweg: “Je zult er toch in moeten.”

Op Luke’s vraag wat er in de grot is, legt Yoda uit: “Alleen wat jij met je meeneemt.”

De grot is donker en vol klimplanten. Uit de grond stijgt spookachtige damp op. Een grote slang kronkelt om een tak en een prehistorisch uitziende hagedis rust op een twijgje. Terwijl Luke langzaam zijn weg door de grot zoekt, valt zijn vijand Darth Vader hem aan. Ze trekken allebei hun sabel en Luke snijdt snel het gehelmde hoofd van Vader af. Dat rolt op de grond en het masker valt van de helm, waardoor Vaders gezicht onthuld wordt. Het is echter niet Vaders gezicht, maar dat van hemzelf. Luke staart naar z’n eigen gezicht dat daar op de grond ligt.

Dit verhaal is een prachtige metafoor voor ons eigen verhaal binnen gaan, onder ogen zien. Ook dit kan eng en onheilspellend zijn, maar wat we uiteindelijk onder ogen moeten zien is onszelf. Het moeilijkste deel betreffende onze verhalen is vaak wat we er in meebrengen – wat ons gekleurd bewustzijn verzint over wie we zijn en hoe we (willen) gezien worden door anderen. Wat het verhaal zo pijnlijk maakt, is wat we onszelf vertellen over onze eigenwaarden en over wat we waard zijn. Daarbij ankeren we ons te veel vast aan onze excentrieke waardes (values) en te weinig aan onze intrinsieke waarde (Worth). Hoe we losgekomen zijn van onze intrinsieke waarde hebben we al duizend keer verteld; het is het verhaal van de Vicieuze Cirkel dat we van Charlie Palmgren leerden en dat we opgenomen hebben in zowel ‘Creatieve wisselwerking’[vii] als ‘Cruciale dialogen’[viii].

Ons eigen verhaal onder ogen zien, betekent dat we ons rekenschap geven van onze gevoelens en onze donkerste emoties niet uit de weg gaan. Wij observeren onze angst, boosheid, agressie, schaamte en ons schuldgevoel op ‘heldere’ wijze en trachten de diepere grondslagen ervan te begrijpen. Dat is niet gemakkelijk, maar het alternatief – ons verhaal ontkennen en ons distantiëren van onze emoties – betekent ervoor kiezen ons hele leven in het donker te leven.

Als we besluiten ons verhaal onder ogen te zien en te leven naar onze waarheid en die waarderend begrijpen, zijn we in staat om licht in de duisternis te brengen. Hoe we dat kunnen doen, beschrijven we in de volgende delen.

___________________________________________________________________________________________________

[i] Brown, B., Rising Strong, New-York: Spiegel & Grau, 2015.

[ii] Schein, E. H., Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling, San Francisco: Berret-Koehler Publishers, Inc., 2013.

[iii] Senge, P.M. [et.al.], The Fifth Discipline Fieldbook. Strategies and tools for Building a Learning Organization. New York: Doubleday, 1994. Pp 246-252.

[iv] Brown, B., Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015. pp 111-113

[v] Lucas, G., Brackett, L. En Kasdan, L., Star Wars Episode V – The Empire Strikes Back, geregisseerd door Irvin Keshner, Lucasfilm, Ltd./20th Century Foxe Home Entertainment 1980.

[vi] Hagan, S. and Palmgren, C., The Chicken Conspiracy. Breaking The Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, Ma.: Recovery Communications, Inc., 1998.

[vii] Roels, J., Creatieve wisselwerking Nieuw business paradigma als hoeksteen voor veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven – Apeldoorn: Garant , 2001.

[viii] Roels, J., Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het ‘Creatieve wisselwerking. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012.

 

 

Bij miskleunen of falen heb je de keuze: of (1) je vertoont het mainstream gedrag en je begint ‘de ander’ de schuld te geven, je zoekt totdat je de zwarte piet gevonden hebt; wanneer je die niet vindt schuif je uiteindelijk de schuld door naar ‘Murphy’ of (2) je reageert tegendraads: je weigert te oordelen, de schuld in iemands schoenen te schuiven of ‘de ander’ te veroordelen; in de plaats daarvan start je een cruciale dialoog met jezelf en je omgeving rond de miskleun of het falen. Daarbij maak je best gebruik van het Cruciale dialoogmodel[i]. Zo los je het probleem op terwijl je voorkomt dat het nog de kop op steekt in de toekomst.

Om tegendraads te zijn en in de spiegel te kijken is er moed nodig teneinde te laten zien hoe het werkelijk is een miskleun te doorstaan; om de eigen kwetsbaarheid te voelen in plaats van de fout in het gedrag van anderen te zoeken of je frustratie op anderen af te reageren. Bereid zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien en blijven leven in overeenstemming met eigen waarden en normen en dit bovendien daadwerkelijk tonen; daar heb ik voor gekozen.

Als het gaat om het van binnen uit beleven van creatieve wisselwerking en dus van m’n Cruciale Dialoogmodel – denken, emoties en menselijk gedrag – klopt de spreuk “Hoe meer ik leer, hoe minder ik weet” als een bus. Dit is het loon van het leren uit eigen fouten, men komt z’n eigen beperktheid tegen. Daardoor heb ik onder meer geleerd “de waarheid in pacht te hebben” op te geven. Ik beleef wel een basis- en universele waarheid: Creative Interchange (CI). Het is waar dat ik mij kwetsbaar dien op te stellen en mij over te geven aan het CI proces. Het is de moed hebben de uitdaging aan te gaan en daardoor het proces van binnen uit beleven en dit ook laten zien. Terwijl je heel goed weet dat je geen controle hebt over het uiteindelijke resultaat. Je kunt creatieve wisselwerking wel beleven, je kan het proces evenwel niet sturen naar een welbepaald resultaat.

Je zo kwetsbaar opstellen, zonder zeker te zijn van het resultaat, is geen teken van zwakte; moediger kan men niet zijn.

Als je zo leeft dan bevind je je op de ‘werkelijkheid van het terrein’; je bevindt je op het speelveld. Je bent evenwel geen ‘tribune speler’ en noch minder een toeschouwer. Je beschouwt jouw beleven van het proces wel, maar je bent een speler, geen toe-schouwer! Meer nog, je hebt lak aan toeschouwers die van op veilige afstand strooien met bekrompen kritiek en kleinerende opmerkingen. Dit is de hoofdreden waarvoor ik Twitter vorig jaar uiteindelijk de rug toekeerde. Twitter is overbevolkt met toeschouwers.

Dit wil ook zeggen dat ik selectief geworden ben met betrekking tot feedback die ik in mijn leven toelaat. Ik hanteer deze vuistregel: als je niet met mij in de arena staat en dus niet de kans loopt zelf onderuit gehaald te worden, dan ben ik niet geïnteresseerd in jouw feedback. Bevind je je wel op het strijdtoneel, dan waardeer ik uw feedback ten zeerste en zal er zelfs om vragen. Het voorgaande is op de keper beschouwd geen echte regel, en toch…, als je je niet kwetsbaar opstelt, niet met mij in dialoog gaat, met de kans dat deze uitdraait op een ‘cruciale’, dan hoeft het voor mij echt niet.

De moed hebben je authentiek op te stellen heeft als wetmatigheid dat je ook op je bek kan, zelfs ooit zal, gaan. Daardoor is de “The Boxer’ van Paul Simon mijn lijflied. Ik weet namelijk dat, wanneer ik de moed heb mij kwetsbaar op te stellen, ik ooit met het canvas zal in aanraking komen. Ik weet echter ook dat ik dan terug recht zal krabbelen, want ik heb van binnen uit gekozen voor Creative Interchange!

In the clearing stands a boxer

And a fighter by his trade

And he carries the reminders

Of every glove that laid him down

Or cut him till he cried out

In his anger and his shame

“I am leaving, I am leaving”

But the fighter still remains.

Door gekozen te hebben voor creatieve wisselwerking “beyond the point of no return” kan ik niet meer terug… “the fighter still remains”. Zoals ik niet terug kan keren naar de werkelijkheid van voor de val. Waar ik in geloof is dat ik uit die ervaring zal leren en terug zal komen op een ‘hoger’ niveau dan waarop ik me bevond voor de val. Ik weet ook dat ik echt door het stof zal dienen te gaan en dit met het bloed, het zweet en de tranen eigen aan het gevecht. Plezierig is anders, maar ik heb niet voor plezier gekozen, wel voor groei. En die gaat steeds gepaard met groeipijnen. Het is enerzijds pijnlijk en anderzijds weet ik dat ik aan het einde van de strijd als ‘herboren’ én ‘beter’ zal herrijzen. Door deze Awareness en dit Vertrouwen krijg ik de kracht om door te gaan, word ik door de creatie spanning naar een hoger niveau gestuwd. Die kracht (cf. The Force van Yoda) is niets anders dan Creative Interchange. Maar, eerlijk is eerlijk, makkelijk en vredig is deze strijd allerminst.

Het opstaan na de val is een persoonlijke opgave en toch sta ik er niet alleen voor. Ik bezit de innerlijke zekerheid dat – indien a) ik met anderen verbonden blijf en b) Creative Interchange met hen van binnen uit beleef – ik er kom! Met andere woorden: in de eenzaamheid van de tegenslag dien je wel de uitdaging om creatieve verbinding met anderen te zoeken én te vinden, aangaan. Daartoe is het ‘upfront’ geven van vertrouwen een voordeel. Het is beter dat je vertrouwen soms geschaad wordt dan dat je nooit je vertrouwen ‘upfront’ geeft; met andere woorden dat je wacht totdat dit vertrouwen ‘verdiend’ is, want dan zou het wel eens te laat kunnen zijn.

Echte Creatieve wisselwerking legt wat we leren uit een mislukking of falen vast in een beslissing tot actie. Door het continu uitvoeren van die actie met commitment en doorzettingsvermogen, zorgt Creative Interchange ervoor dat uiteindelijk het nieuwe gedrag een goede gewoonte wordt. Echt leren gaat via het hoofd, het hart en onze handen naar onze geest waardoor uiteindelijk onze mindset transformeert.

Zo is leren opstaan na een dreun, door het van binnen uit beleven van Creative Interchange, een deel van m’n mindset geworden. Ik weet dat ik af en toe zal vallen en ik weet ook dat ik, juist door het van binnen uit beleven van CI, er sterker en beter boven op kom. Dat ik terug rechtop, wendbaar en weerbaar, ten volle in het leven zal staan totdat ik terug zal vallen. Dat is, heb ik geleerd, een natuurwet zoals de zwaartekracht. Het proces van sterk weer op te staan na een tegenslag is steeds hetzelfde proces; of het nu over persoonlijke problemen gaat of over problemen op het werk; het creatief wisselwerkingsproces helpt ons er bovenop.

Kortom, om wendbaar (pro-actief) of weerbaar (re-actief) te zijn, dient men creatieve wisselwerking van binnen uit te beleven. Dit werd uiteindelijk een levenswijsheid die ik nu, zo goed en zo kwaad ik dit al kan, doorgeef aan m’n drie kleinkinderen. Want die zullen het – zoals Fons Leroy het zo treffend schetste in een interview op het één journaal van 7 oktober 2016, de dag na de aankondiging van het massaontslag bij ING – in de toekomst meer dan nodig hebben. Die kennis nu doorgeven doe ik omdat ik besef dat de dag ooit komt dat ik niet meer op zal kunnen staan. Ook dat is een natuurwet, elk leven is eindig, ook het mijne. Wat wel zal voortleven is het creatief wisselwerkingsproces en hopelijk, mijn vurigste wens, ook in mijn kleinkinderen. Creative Interchange doorgeven doe ik onder meer door hen aan te tonen hoe gedachten, emoties en gedrag een samenhangend geheel vormen, zoals het Cruciaal dialoogmodel zo mooi duidelijk maakt.

Het grootste probleem met Creative Interchange is dat het als een makkelijke formule oogt die op iedereen van toepassing is. Begrijp mij niet verkeerd; Creatieve wisselwerking is op iedereen van toepassing; meer nog, we zijn er mee geboren! Het probleem zit in het feit dat Creative Interchange bij eerste bewuste kennismaking als makkelijk overkomt. Dit komt ook omdat ik er (nog) niet in geslaagd ben om het complex én bevattelijk voor te stellen. Mijn meest complexe voorstelling van CI is het ‘vlindermodel’ met z’n vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden.

Die voorstelling oogt inderdaad al ingewikkelder dan het lemniscaat model waarmee ik ooit startte. Ik leg echter het vlindermodel nog te veel uit als een soort ‘stap voor stap’ aanpak, wat het allerminst is. Het vlindermodel geeft een mogelijke route aan (communicatie à appreciatie à imaginatie à transformatie) maar die kan echter op verschillende manieren gelopen worden. Het oorzaak en gevolg denken, dat het model zou kunnen impliceren, kan volledig omgedraaid worden en bovendien bevat elk van de vier fasen ALLE vier fasen. Bijvoorbeeld: de vierde fase, transformatie, omvat de vaardigheid van het geven en ontvangen van feedback. Feedback dient gegeven te worden (communicatie), correct waarderend begrepen te worden (appreciatie), aanzetten tot verandering en dus het vinden van ideeën daartoe (imaginatie) die uiteindelijk dienen werkelijkheid te worden (transformatie).

Creatieve wisselwerking heeft echt geen lineaire volgorde. Toegegeven, ik stel het bijna steeds gemakshalve en als eerste kennismaking zo voor. Dit zoals reeds gesteld met de hulp van m’n Cruciale dialoogmodel en z’n vier fasen. Ik vertel of schrijf er steeds bij dat die voorstelling eigenlijk te simpel en te lineair is voor het levend, complex, organisch levensproces dat Creative Interchange is. Creatieve wisselwerking lijkt op het eerste gezicht inderdaad volgens bepaalde patronen te verlopen, maar is heus niet in een formule te vatten, laat staan in een stap-voor-stap lineaire volgorde. Het heeft in veel gevallen de vorm van de oude Echternach processie (drie stappen voorwaarts gevolgd door twee achterwaarts). Die regel leidde, zoals je misschien wel weet, tot een dusdanige chaos dat hij uiteindelijk drastisch werd gewijzigd: het werd een dansprocessie. Creatieve wisselwerking heeft veel weg van een dans waarbij de deelnemers met elkaar verbonden zijn. Niet met een witte zakdoek, zoals het huidig protocol van de Echternach processie voorschrijft, maar met het creatief wisselwerkingsproces zelf. “You have to go with the flow”, zeg ik soms, goed beseffend dat het fenomeen ‘Flow’ eigenlijk een van de vele verschijningsvormen van Creative Interchange is.

Creatieve wisselwerking is een zich herhalend, iteratief en zelfs intuïtief proces dat voor verschillende mensen verschillende vormen aanneemt. Ook zorgen verschillende contexten voor een verschillend beleven van Creative Interchange. Er is bovendien niet steeds een eenduidige relatie tussen inspanning en resultaat. Je kunt het enkel zo standvastig en zo zuiver mogelijk beleven. Wanneer het resultaat niet in verhouding is met de inspanning, dan dient men daarover te reflecteren, wat op zich weer een van binnen uit beleven van Creative Interchange is.

 

Door het beleven van creatieve wisselwerking van binnen uit, ook en vooral bij het opstaan na een doodsmak, leer je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. De Franciscaan Richard Rohr vertolkt dit treffend wanneer hij stelt: “Na elke initiatie weet je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Het leven draait voortaan niet meer om jou, je gaat je inzetten voor het Leven!” [ii] Een andere pater, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij, eigenlijk meer nog dan Charlie Palmgren, dat sterk weer op staan in wezen een spirituele oefening is. In zijn dissertatie[iii] met als hoofdfiguur de stichter van de Jezuïeten orde, Ignatius van Loyola, komt ‘spiritualiteit’ telkens weer uit diens levensverhaal naar boven als cruciaal onderdeel van veerkracht en het gevecht om na een zware tegenslag weer op te staan. Vader de Blot definieert spiritualiteit als ‘innerlijke ervaring die mijzelf overstijgt, richting geeft aan mijn leven en mijn bestaan zinvol maakt’.

De innerlijke ervaring van creatieve wisselwerking leidt naar volgende innerlijke zekerheid: creatieve wisselwerking is het levensproces. Het proces dat aan de grondslag ligt van alle leren en veranderen, dus van alle transformatie. Creative Interchange steunt op onze onderlinge verbondenheid en door het van binnen uit beleven worden onze ervaringen, i.e. onze ‘spirituele’ oefeningen. Voor mij is een van de belangrijkste toepassingen van Creative Interchange als spirituele oefening het weer opstaan nadat men zwaar ten gronde is gegaan. Want dit opstaan vereist een diepgeworteld geloof in de kracht van creatieve wisselwerking door verbondenheid en vereist een worsteling met jezelf en in de meeste gevallen het terugwinnen van betekenis en zingeving.

Wat ik ook geleerd heb, is dat zonder het beleven van creatieve wisselwerking het uiterst moeilijk is om terug op te staan. Die levensles leerde ik in m’n meest donkere periode tot nog toe (mijn massieve depressie: 2008-2010). Toen kwam de weerbaarheid rijkelijk laat, wat ik mij later maar met heel veel moeite heb vergeven. Ik had m’n kennis toen al in praktijk moeten brengen, want ik had jaren ervoor m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’ geschreven. Uiteindelijk verbond ik mij terug met het levensproces. Om een of ander onverklaarbare reden dacht ik in die donkere periode veel aan de song “Don’t cry for me, Argentina”, uit ‘Evita’ waarbij ik ‘Argentina’ verving door ‘Creative Interchange’:

 

I had to let it happen, I had to change

Couldn’t stay all my life down at heel

Looking out of the window, staying out of the sun

So I chose freedom

Running around trying everything new

But nothing impressed me at all

I never expected it to

 

Don’t cry for me Argentina

The truth is I never left you

All through my wild days

My mad existence

I kept my promise

Don’t keep your distance

 

And as for fortune, and as for fame

I never invited them in

Though it seemed to the world they were all I desired

They are illusions

They’re not the solutions they promised to be

The answer was here all the time

I love you and hope you love me

 

….

 

Have I said too much?

There’s nothing more I can think of to say to you

But all you have to do is look at me to know that

Every word is true!

 

Bij m’n volgende dreun – darmkanker 2013 – deed ik het stukken beter en was ik de dreun eigenlijk voor. Door proactief, dus wendbaar, het Creative Interchange van binnen uit te beleven, met mezelf én mijn omgeving, zag ik die dreun ‘aankomen’. Spijtig genoeg geloofde m’n huisdokter mijn ‘innerlijke zekerheid’ toen helemaal niet; hij wist het beter. Darmkanker kon helemaal niet, gezien m’n voorgeschiedenis – hij was m’n derde huisarts in een serie grootvader-vader-zoon. Ik had wel nogal wat moeite om van onder die loyaliteit uit te komen, wat dan weer een Creative Interchange levensles was. Bij darmkanker is ontwijken echt geen optie, direct recht veren en doorgaan wel! En dat laatste heb ik dan ook gedaan! Je kunt dit steeds navragen bij m’n drie kleinkinderen: Eloïse, Edward en Elvire. Als puntje bij paaltje komt, zijn zij de grootste reden om ‘door te gaan zoals ik door ga’. Aldus het ‘oorzaak en gevolg’ model op z’n kop zettend.

[i] Roels, J., Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het ‘Creatieve wisselwerking. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012.

[ii] Rohr, R. Adam’s Return: The five promises of Male Initiation. New York: Crossroad Publishing, 2004.

[iii] de Sauvigny de Blot, P. SJ, Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

 

 

Er bestaat een sterke correlatie tussen mijn vier professionele levens en de vier paradigma’s in het werkveld. Die vier professionele levens kunnen voorgesteld worden in een figuur die bepaald wordt door twee assen. In die voorstelling is de x-as de tijds-as en de y-as geeft het aantal ‘miskleunen’ weer. In het werkveld Safety zijn die miskleunen ongevallen, incidenten en onaanvaardbare risico’s.

De figuur van m’n vier Professionele levens geeft aan dat de daling van het aantal ‘miskleunen’ (de groene curve) gekoppeld is aan de opeenvolging van de vier Paradigma’s in het werkveld ‘Safety’ (de blauwe curves). De namen die aan deze paradigma’s kunnen gegeven worden staan in het rood in onderstaande figuur.

De levenscyclus van elk paradigma heeft volgens Joel Barker[i] in de groeifase de vorm van de linker zijde van een Gauss curve. Het assenstelsel van zijn voorstelling van een paradigma betekent de y-as het ‘succes’ of de ‘vooruitgang’; de x-as blijft uiteraard de tijds-as. Indien men te lang in een bepaald paradigma vast blijft zitten, geeft volgende figuur het vervolg op de groeifase: de afbouwfase van het succes, wat overeenkomt met de rechterzijde van de Gauss curve.

Het succes van een paradigma kan gemeten worden aan de hand van het aantal problemen dat erdoor kan worden opgelost. Anders gesteld, wordt op de y-as de vooruitgang weergegeven.

In de opbouw van de curve en dus van het paradigma kunnen drie fasen worden onderscheiden:

De A-fase is de ontwikkelingsfase. Het nieuwe paradigma heeft dan nog weinig succes en daardoor ook weinig aanhang. Er worden binnen het nieuwe paradigma nog niet veel problemen opgelost. In het begin zijn de spelregels, de grensen en de mogelijkheden van het nieuwe paradigma vrijwel onbekend. Binnen die A-fase van het paradigma vindt men enkel de zogenaamde pioniers.

Indien men er in slaagt om het nieuwe paradigma goed te onderbouwen en te propageren, gaan meer en meer mensen van de tools ervan gebruik maken. Gaat het werkelijk om een nieuw paradigma, dan worden er hoe langer hoe meer problemen opgelost die vroeger onopgelost bleven. Wij komen in de B-fase terecht.

Laten we deze theorie toetsen aan het paradigma dat gedurende mijn tweede professionele leven opgang maakte. Frank E. Bird Jr. en met hem anderen zoals Willem N. Top in Nederland, hebben jarenlang in de A-fase gezwoegd om het ISRS van de grond te krijgen. Pas na een tiental jaren kwam het ISRS plots in een stroomversnelling, en dus in de B-fase, terecht. Het aantal consultants steeg binnen ILCI in een paar jaar van een twintigtal naar een honderdtal en in de Benelux werd de LCC-groep opgericht.[ii]

In deze fase gebruikten steeds meer grote bedrijven het ISRS om hun eigen veiligheidszorgsysteem vorm te geven, dit zowel in de Verenigde Staten als in Europa (BP-groep, Rhône-Poulenc Chimie, Rhône-Poulenc Rorer, British Rail, London Underground Ltd, Petrofina, Total, …). Dit grote succes ontging Det Norske Veritas (DNV) niet. DNV kocht dan ook in 1991 Frank Bird’s ILCI en controleerde daardoor meteen ook het hele ISRS gebeuren via haar wereldwijd vertakt net. Het succes, verliep mede door de schaalvergroting, nog in stijgende lijn.

Medio negentiger jaren constateerden wij meer en meer dat één van de problemen van het nieuwe paradigma, namelijk “het blijvend duurzaam verbeteren van het veiligheidsniveau” niet kon worden opgelost. Meerdere bedrijven die met het ISRS van start waren gegaan, hadden een spectaculaire verbetering doorgemaakt, maar na een zekere tijd kon de verbetering niet verder gezet worden, erger nog, sommige bedrijven konden het hogere Safety niveau niet behouden en werd er afgegleden. Dit is een teken dat de C-fase is bereikt. Dat DNV naliet het ISRS tijdig te vernieuwen, zal misschien ook wel een rol gespeeld hebben.

Nu blijkt dit een regel. Inderdaad, vroeg of laat beginnen zich in elk paradigma specifieke problemen op te stapelen, die er niet door opgelost worden. De enige manier om ze alsnog op te lossen, is een wezenlijke paradigma wissel.

Idealiter wordt een oud paradigma door een nieuw vervangen “voor het te laat is” (zie figuur die het verloop van een paradigma voorstelt), dus voordat de curve daalt. Het zijn uiteindelijk de door het oude paradigma niet-opgeloste problemen die de katalysator vormen voor het zoeken naar een nieuw paradigma.

Albert Einstein merkte reeds op:

“Onze huidige problemen kunnen niet opgelost worden

met de manier van denken die ze creëerde.”

Dat brengt ons tot een kernstatement. Bij een paradigma wissel hebben we een nieuwe manier van denken nodig, een nieuwe ‘mind-set’ om terug vooruitgang te boeken. Er is echter steeds een strijd tussen het bestaande en het nieuwe paradigma.

De moeilijkheid daarbij is dat het nieuwe paradigma doorgaans niet in dank wordt afgenomen door diegenen die het bestaande paradigma prediken. De pioniers staan er hier meestal letterlijk alleen voor en moeten optornen tegen heel wat scepticisme. Gezien het huidig paradigma nog sommige problemen oplost wordt de transformatie naar het nieuwe paradigma sterk belemmerd. Een paradigmawissel heeft te maken met een sprong in het onbekende. De pioniers van het nieuwe paradigma voelen intuïtief aan dat dit de manier is om verder te evolueren. Ze kunnen uiteraard geen data geven, want die hebben ze niet en kunnen ze ook niet hebben. Ze wisselen van paradigma omdat ze in het nieuwe paradigma geloven en zij omarmen onzekerheid, daar waar diegenen die in het oude paradigma willen blijven zelfs moeite hebben om onzekerheid te tolereren.

De ‘jo-jo beweging’

Een nefast verschijnsel, dat ik de ‘jo-jo beweging’ doopte, heb ik meermaals in bedrijven zien gebeuren. Het steekt z’n kop op eens is de directie beslist heeft om de reis naar het nieuwe paradigma aan te vatten en die directie met ‘tegenwind’ te maken krijgt. Een van de kenmerken van een paradigmawissel is namelijk dat er tijdelijk een terugval in succes is. Meerdere malen heb ik daardoor “jo-jo bewegingen” geconstateerd tussen de twee paradigma’s. Die is gevisualiseerd in vorigen tekening door de dubbele rode pijl tussen het oude en het nieuwe paradigma; Indien het top management dit “jo-jo spel” effectief speelt dan creëert het onvermijdelijk – en misschien opnieuw – een ‘zwart gat’[iii].

Een kenmerk van de paradigmaverschuivingen in Safety is dat de nieuwe paradigma’s het goede van de oude paradigma’s overnemen. Het is een kwestie van continue verbetering. Het nieuwe paradigma zal niet alleen de gewone problemen van het oude paradigma verder blijven oplossen, het zal bovendien de hardnekkige problemen, waarop het oude paradigma zich stukbeet, nu wel succesvol oplossen.

De start van het derde paradigma kwam overeen met de start van m’n derde professionele leven. In dit paradigma ging meer aandacht naar de Mens dan naar de Organisatie. Meer bepaald wordt in het derde paradigma in Safety de focus gelegd op het menselijk gedrag, daardoor noem ik dit derde paradigma het Mens-Gedrag paradigma. Anders dan de benadering van Dupont de Nemours en BST van Thomas R. Krauze, die voor een ‘van buiten naar binnen’ aanpak kozen, gingen wij met ons TODO concept resoluut voor de ‘van binnen naar buiten’ aanpak. Tijd maken om te Observeren en te Dialogeren ten einde Op te lossen is bovendien een zeer menselijke aanpak waarbij de feedback nooit bestraffend, noch belerend is. Feedback is een wezenlijk onderdeel van ons Cruciale Dialoogmodel dat op zijn beurt een toepassing is van het Creatief wisselwerkingsproces. Creative Interchange leerden we terug omarmen door toedoen van de spirituele vader van ons derde professionele leven: Charlie Palmgren. De vier fasen van ons model komen overeen met de vier karakteristieken van Creative Interchange: (1) Authentieke interactie mbt het feitelijk gedrag, (2) Waarderend Begrijpen (en dus niet oordelen of veroordelen) van dat feitelijk gedrag en daardoor een gedeelde mening creëren over zowel het feitelijk als het gewenste gedrag, (3) het Creatief Integreren van de mogelijke oplossingen om dit gewenste gedrag te kunnen bekomen en (4) het Continu Transformeren van het gedrag totdat het gewenste gedrag een gewoonte, dus duurzaam geworden is.

Kortom, onze van ‘binnen naar buiten’ benadering was gebaseerd op Creative Interchange en daardoor meer innoverend dan de van ‘buiten naar binnen’ aanpak (Dupon, BST, …). Uiteraard werd in dat paradigma het cruciaal dialogenmodel ook ingezet om het goede van de vorige paradigma’s nog te verbeteren: de technische en organisatorische maatregelen om veiligheid op een hoger peil te brengen.

Het begon ons (eindelijk) te dagen dat het gedrag van de mens gestuurd wordt door z’n mindset. Dit inzien, was het scharnierpunt tussen het derde en het vierde paradigma. Ook begrepen we dat het collectief gedrag en dus de collectieve mindset binnen een gemeenschap, de cultuur van die gemeenschap genoemd wordt. Voor ons het moment om terug een paradigma wissel mee te maken. In dit vierde ‘cultuur’ paradigma wordt door veel consultancy bedrijven gebruik gemaakt van de Veiligheidscultuurladder van Parker en Hudson. Deze werd eigenlijk gecreëerd op vraag van Shell en ingebed in hun Hearts & Minds programma. Momenteel gebruiken heel wat consultancy bedrijven die Veiligheidscultuurladder, soms met een scan tool dat duidelijk schatplichtig is aan Frank Bird’s ISRS. Zelf ziet Shell maar drie paradigma’s en wordt in het ‘cultuur’ paradigma een tool uit het vorige gebruikt. We stelden het al: een kenmerk van de paradigmaverschuivingen in Safety is dat de nieuwe paradigma’s het goede van de oude paradigma’s overnemen.

Wij zien echter vier opeenvolgende paradigma’s en in het vierde Mens-Mind paradigma verschilt onze aanpak terug duidelijk van de meeste andere consultancy bedrijven, die nog steeds ‘van buiten naar binnen’ sturen en een weinig geloofwaardige sloganeske taal gebruiken met kreten als: ‘Zero accidents’, Goal Zero’ ‘Zero Harm’ die gekoppeld worden aan het aloude en nog steeds leugenachtige ‘Safety First’. Met onze aanpak toonden we direct aan dat zelfs het begrip Veiligheidscultuur misleidend is. Een Veiligheidscultuur is slechts een onderdeel van de Bedrijfscultuur. Ook was het volgende van meet af aan duidelijk. Indien we de cultuur van een bedrijf wensen te transformeren, dient de cultuur van alle afdelingen van het bedrijf te transformeren. Indien we de cultuur van een afdeling wensen te transformeren, dient de cultuur van alle teams binnen die afdeling te transformeren. Indien we de cultuur van een team wensen te transformeren, dient de cultuur van elk lid te transformeren. Die logica leert ons dat indien we de collectieve mindset van een gemeenschap wensen te transformeren, elk lid van die gemeenschap zijn individuele mindset dient te transformeren. Gezien het antwoord op volgende vraag: “Wat transformeert de ‘mind’ gezien die mind zelf niet in staat is zich te transformeren?”: het creatief wisselwerkingsproces is, wordt de opdracht kristal helder. In het vierde paradigma in het werkveld (dat onder meer Safety omvat) dienen we terug het creatief wisselwerkingsproces in eenieder ‘vrij’ te maken. Dit vierde Paradigma kan je gerust ook het ‘Spiritueel’ paradigma noemen want daarin was m’n geestelijke vader Paul de Blot SJ die Business Spiritualiteit niet alleen een gezicht gaf maar ook een oneindige diepgang.

Nu begrijpt u ook beter waarom we in ons vierde professionele leven ons boek ‘Cruciale dialogen’ schreven. Het voeren van succesvolle Cruciale dialogen is niets anders het dagdagelijks van binnen uit beleven van Creative Interchange. Door het overeenkomstig model dat de fasen, de basiscondities en de vaardigheden omvat, wordt het praktisch haalbaar een cultuur echt te transformeren. Daarmee beweer ik geenszins dat dit simpel of gemakkelijk is, integendeel!

____________________________

[i] Barker, Joel, A. The Business of Discovering the Future. New York: Harper Collins Publisher, 1992.

[ii] http://www.creativeinterchange.be/?p=621

[iii] Roels, Johan. Creatieve wisselwerking. Nieuw Business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven/Apeldoorn: Garant, 2001. pp.135-138.

 

 

 

 

 

 

 

2011 startte met een dag bezinning met de directie van Eternit rond het thema: “Eigenaarschap en de perceptie ervan door onze medewerkers.” De cursussen ‘Rondgang voor het beperkt Comité” en “Veiligheid van binnenuit II” tbv Daikin werden die maand afgewerkt.

In februari verzorgden we nog een paar cursussen tbv de Hiërarchische Lijn van AW Europe. De ontbinding en vereffening van de naamloze vennootschap is een feit, edoch er wordt, omdat er nog aanvragen zijn, een VOF opgestart. Dit is de meest lichte vennootschapsvorm.

Gezien ik nu volledig genezen ben, herstartten de pro deo opleidingen voor de zesdes ‘Economie’ van het college OLV Ten Doorn, met nu “Cruciale dialogen” causerieën, in Longfaye. Dat voorjaar betekende dit twee korte weken met twee zesdes.

In maart worden de opleidingen voor de Medische diensthoofden van het UZA: “Veiligheid van binnenuit” afgewerkt. Op een van die sessies kom ik in aanvaring met de in Vlaanderen wereldberoemde spoedarts dr. Luc Beaucourt, die een van de cursisten was. Ik heb m’n openingsverhaal mbt het ongeval in Vizag, India nog maar net verteld of dr. Luc Beaucourt roept: “Dat kan niet!” “Wat kan er niet, Dokter?” was mijn vraag. “Dat jij in 1977 Flamazine meehad naar India. Het was nog niet op de markt!” Mijn antwoord: “Was u in India toen?” “Neen!” “Ik wel en ik had een pot Flamazine mee”. Ik sluit de discussie af en na een tiental minuten verlaat dr. Beaucourt de les zaal. De cursisten waren allen oproepbaar, dus ik tilde daar niet zwaar aan. Na een vijftal minuten kwam dr. Beaucourt terug in de zaal en verkondigde luid dat hij net het bericht gekregen had dat mijn India verhaal niet kon kloppen, want Flamazine was enkel vanaf 1978 in België op de markt. Dat had een medewerker van hem op zijn vraag net opgezocht. Ik had mooi te beweren dat het een Nederlands product was van Duphar en dat Rieme op een boogscheut van de NL grens ligt. Wist ik veel waar onze verpleegster die pot Flamazine had gehaald. Ik herhaalde dat ik Flamazine gebruikt had in India om de eerste zorgen toe te dienen. Ik was wel woedend en een internet zoektocht, die late namiddag, leerde mij – via een folder nav het 75 jarig bestaan van Solvay – dat Flamazine door Duphar in 1974 op de markt werd gebracht. Ik snor dr. Beaucourt’s e-mail adres op en stuur hem een triomfantelijke e-mail. Per kerende stuurde hij een e-mail terug met de melding dat ook hij net die informatie had gevonden. Hij zou de maatregelen nemen die hem passend leken. Een week later vroeg dr. Beaucourt direct het woord en verklaarde dat hij niet correcte informatie van z’n medewerker had gekregen en dus dat m’n verhaal klopte. Hij voegde er ‘fijntjes’ aan toe dat die stagiair een supplementaire maand mocht presteren omwille van diens miskleun. Dr. Beaucourt had de ‘schuldige’ gevonden en die diende passend gestraft, daardoor zette hij z’n denkkader in de verf.

Op 10 maart lees ik een paper van ene drs. Peter Henneveld: “Wil je gelijk of geluk?”. Een quote van Paul de Chauvigny de Blot SJ trekt énorm m’n aandacht. Ik mail Peter, maar die kan mij niet verder helpen. Ook hij had die quote ‘ergens’ opgepikt. Ik besluit mij in te schrijven voor een opleiding van Peter Henneveld. Die had plaats in Capelle a/d IJsel. Een van de deelnemers was Peter Blok van Shell die geïnteresseerd was in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’ en prompt drie exemplaren bestelde.

In Oostende startte ik bij Daikin terug met een cursus ‘Veiligheid van Binnenuit II’, nu voor teamleaders (zes sessies) en in Beerse, op vraag van Wim Ariëns, een opleiding voor de plantmanagers van Wienerberger. Voor AW Europe verzorgde ik terug een opleiding Arbre des Causes.

UZA vroeg nu dagopleidingen ‘Veiligheid van binnenuit” te verzorgen voor de hoofdverpleegkundigen en op die vraag ging ik graag in. Daarin vernieuwde ik m’n aanpak door het klassieke openingsverhaal in drie stappen te vertellen. Ook verwerkte ik in de opleiding een mogelijke Feitenboom rond het foutief toedienen van medicatie. Die virtuele oorzakenboom bracht heel wat animatie in de tent.

Daar Peter Henneveld mij niet verder had kunnen helpen, zocht ik in de maanden april tot juni heel wat op omtrent Paul de Blot SJ. Ik vond lezingen van Paul op YouTube en begreep dat Paul Hoogleraar was aan de universiteit Nyenrode in Breukelen en daar de leerstoel ‘Business Spiritualiteit” bekleedde. Ik leerde daarbij ook dat Business Spiritualiteit een bewustwordingsproces is van de dynamische patronen van groei en ontwikkeling van de ondernemer; een strategische tool ook om zowel materieel als spiritueel (inspirerend en geïnspireerd) te handelen. Ik zag uiteraard onmiddellijk verbanden met het creatief wisselwerkingsproces en was nu nog meer geïnteresseerd in de figuur Paul de Blot. Op LinkedIn sloot ik ook aan bij de groep “Business Spiritualiteit Magazine Nyenrode”. Begin juni zag ik daar een melding van de moderator van die groep, Paul Quist, dat er op 24 juni aan de Nyenrode Business Universiteit een doctoraatsverdediging van ene Annelies Oosterhoff zou plaatsvinden, met als promoter… Paul de Sauvigny de Blot SJ. Een telefoontje met Paul Quist maakte me duidelijk dat die verdediging openbaar was en ik besloot er naar toe te trekken. Het doel was uiteraard een beter beeld van Paul de Blot SJ te krijgen. Die dag heeft m’n vierde professionele leven in een definitieve plooi gelegd. Paul bleek een heel integer, authentiek en warm persoon te zijn en ik besliste om later dat jaar een van de retraites te volgen die Paul af en toe organiseerde.

Dat jaar startte ik ook de ondersteuning van Kris Asselman, die de opvolger van Jan Teugels bij Eternit zou worden, bij het schrijven van zijn eindwerk voor het behalen van z’n diploma Preventie Adviseur Niveau 1. Gedurende de volgende twaalf maanden zouden we elkaar regelmatig ontmoeten, uiteraard in Ter Heide.

Gedurende de zomer besliste ik om (eindelijk) de opvolger van ‘Creatieve wisselwerking’, ‘Cruciale dialogen’ te schrijven en ook dit schrijfproces te ondersteunen met het organiseren van workshops “De Cruciale Dialogen Methodiek” in Ter Heide. De dag nadien noteerde ik m’n eerste inschrijving van (wie anders?!?) Charles Petré; toen nog steeds aan de slag bij Solvay.

Via LinkedIn kreeg ik de vraag van Dirk Vandenberghe om eens ‘vrijblijvend’ langs te komen. Dirk was net benoemd als CEO bij Metallo Beerse en had een paar pertinente vragen. Het was niet om over een opdracht te praten; het was eerder om m’n mening over een paar zaken te horen. Gezien Dirk een van de bedrijfsleiders was die ik hogelijk respecteerde, reed ik met plezier naar Beerse. Het werd een van die gesprekken die uitdraaien op een echte transformatie. Dirk wist niet dat ik zwaar ziek geweest was en ik wist niet dat z’n TBA verkocht was aan een bedrijf uit de VS (Nobel) en dat hij daardoor – het hemd van de koper is nu eenmaal nader dan de rok van de verkoper – als CEO het bedrijf had dienen te verlaten. Dirk had m’n raad nodig want een Antwerps veiligheidsadviesbureau was daar al anderhalf jaar aan de slag om veiligheid binnen Metallo-Chemicals te innoveren, had ondertussen een half miljoen Euro gefactureerd en wou nu een verlenging van het contract. Dirk was een paar maand in het bedrijf en had op z’n unieke manier een evaluatie gemaakt van het veiligheidsgebeuren binnen Metallo en had zo zijn twijfels. Hij wou dus mijn authentieke mening, zonder dat er ook maar enige belofte van z’n kant tegenover stond. Het ganse verhaal van die ontmoeting met Dirk heb ik al meerdere keren verteld. Ik zal het hier zo kort mogelijk houden. Toen ik me aanmeldde bij de portier van Metallo had ik de tijd, voordat Dirk me kwam ophalen, om de Safety Policy van het bedrijf door te nemen (die daar, zoals bij alle bedrijven die zich respecteren, in A2 formaat aan de muur hing). Een gewoonte die ik blijkbaar nog niet verleerd was. Ik las de beleidsverklaring aandachtig en sloeg echter weinig acht op het logo rechts onderaan de poster. Het was cirkelvorming en ik wist van m’n voorbereidingswerk de dag voordien (uiteraard op de website van Metallo) dat Metallo’s logo cirkelvormig was. Toen we in Dirk’s kantoor vlug ons wedervaren van de laatste vier jaar hadden verteld, diepte plots Dirk de beleidsverklaring in A4 formaat uit een lade en vroeg me om ze eens aandachtig door te nemen. Ik had ze nog maar net gelezen en wist dat ze een gemeenschappelijk veelvoud was van Du Pont en ISRS elementen, dus helemaal niet slecht en ook helemaal niet innoverend. Ik deed eerlijk gezegd alsof ik de bedrijfsverklaring bestudeerde en keek voornamelijk naar het logo. Nu ik het scherp zag, bemerkte ik dat het logo op de beleidsverklaring van Metallo niet het Metallo logo was. Het was het logo van het Antwerps adviesbureau! Ik kon een kreet van afschuw niet onderdrukken. Dirk keek mij verschrikt aan en vroeg: “Johan, staat er iets fundamenteel fout in de beleidsverklaring?”. Want Dirk kent me heel goed; hij weet dat ik niet zomaar kreten slaak. Ik vroeg hem of hij wist welk logo er afgedrukt was rechts onderaan zijn beleidsverklaring. Hij antwoorde, terwijl hij z’n hand uitstak, “Ik veronderstel dat van Metallo”. Ik gaf hem geen antwoord en wel het document. Ook hij schoot uit z’n krammen. Tot op vandaag weet ik nog steeds niet waar hij nu het meest verbolgen over was: het feit dat het adviesbureau hun logo op zijn beleidsverklaring had geplaatst of het feit dat hij – in de twee maand dat hij er CEO was – dit zelf niet eerder had ontdekt. De firma in kwestie, vertelde Dirk verder, had een paar jaar geleden een audit binnen Metallo gedaan. Ze waren, volgens Dirk, in hun adviezen voorbij gegaan aan de realiteit, die ze wel hadden vastgelegd. Ze hadden namelijk voorgesteld om iedere werknemer op te leiden in hun unieke 4D breinmodel voor cultuurverandering. Daarnaast deden ze op afroep allerhande zaken die in zijn ogen correct gedaan konden worden door de Hiërarchische Lijn van het bedrijf. Het was zover gekomen dat de consultants van het vermaarde bedrijf de inspectierondgangen liepen in de plaats van de Metallo meestergasten; ‘beter’ nog, die consultants belden rechtstreeks naar de meestergasten met de vraag “of het nog geen tijd werd voor een nieuwe rondgang?” In de rest van ons gesprek bekeken we vlug hun audit verslag en besloten gezamenlijk dat het klaar en duidelijk was dat de echte problemen van Metallo, waar het adviesbureau blijkbaar zelf geen antwoord kon voor formuleren, door hen aan de kant waren geschoven ten voordele van hun opleiding. Die opleiding is uitstekend geschikt voor een bedrijf dat zich in het vierde paradigma in Veiligheid bevindt. Metallo was daar echter, ook volgens hun eigen audit rapport, nog lang niet aan toe. Ik vergeleek het in m’n gesprek met Dirk alsof een boer het beste zaad zou inwerken in niet voorbereidde, onvruchtbare grond. Nogal wiedes dat Dirk geen resultaten zag. Ook was het overduidelijk dat de Hiërarchische Lijn binnen Metallo niet de veiligheidsrol speelde die van haar kon verwacht worden, want ook al vereist door de wet. Wat mij nog het meest verwonderde was dat het adviesbureau het lef had een verlenging van het contract te vragen. Toegegeven, ze kenden Dirk Vandenberghe niet. Gedurende het ganse gesprek voelde ik plaatsvervangende schaamte! Hun consultancy stond mijlenver van wat ik predikte én deed: het bedrijf zoveel mogelijk zelf laten doen, want de Hiërarcische Lijn is tenslotte dé expert! Dirk vroeg mij nog een uitgebreide beschrijving te maken van hoe ik het zou aanpakken.

In het najaar hervatten de opleidingen van de Kaders van UZA en er werd er eentje aan toegevoegd in het AZ Monica. In Mechelen had ik een openhartig gesprek met Johan Van de Kerckhove, die mij daartoe had uitgenodigd. Alle plooien, inden die er al waren, werden in dit gemoedelijk en openhartig gesprek gladgestreken.

In september vroeg Dirk Vandenberghe mij een doorlichting uit te voeren met z’n Cornerstones om m’n plan van aanpak te testen aan de huidige realiteit. Het voorstel daaromtrent werd met hem en Inge Maes, z’n directeur Duurzaam Ondernemen, grondig doorgenomen en goedgekeurd. Dirk had van het vorige project geleerd en zou de touwtjes strak in handen houden. Ik had niets liever, gezien we al jaren op dezelfde golflengte zaten.

Voor de ‘Animateurs Sécurité’ van AW Europa verzorgden we een dag rond de basisconcepten van veiligheid en de dialoog op de werkplek.

In oktober volgde ik ook een drie daagse retraite in Maarsen olv Paul de Blot. Het was de tweede keer dat ik in Maarsen kwam. De vorige keer was voor een ‘optreden’ in de theater zaal van Pim Jacobs. Het duurde geen dag of Paul maakte mij duidelijk dat ik om de verkeerde reden naar die retraite was gekomen. Namelijk om hem beter te leren kennen, daar waar het de bedoeling zou dienen te zijn om mezelf beter te leren kennen, hield Paul mij voor. Ik ontdekte gedurende die retraite ook het unieke Awareness inzicht van een andere Jezuïet, waarvan ik het Kippen en Arenden verhaal kende, Anthony de Melo SJ. Nadien downloadde ik de tapes van z’n seminarie ‘Awareness”. Die geluidsbanden zouden mijn reisgezellen zijn gedurende minstens een jaar.

Mijn audit rapport van Metallo Beerse werd tweemaal voorgesteld: eerst voor het top management team en nadien voor het comité PBW. Dirk vroeg mij daarop de effectieve werking van het veiligheidssysteem na te gaan met behulp van al dan niet cruciale dialogen. In het rapport werd er ook op aangedrongen dat de bestaande opleidingen van de brigadiers, door de firma Globis, rekening zou houden met m’n bevindingen. Daartoe had ik later een contact met de verantwoordelijke van Globis. We specifieerden ook onze visie met betrekking tot een basisopleiding Veiligheid en voornamelijk ook de rol van de Hiërarchische Lijn daarin. Ook dat die opleiding binnen Metallo best in cascade zou gegeven wordt en dat door de Hiërarchische Lijn (cf. Reeds vermelde quote van Peter Senge).

In november neem ik, om ideeën op te doen, deel aan het Creativity Worldforum 2011 in Hassselt.

Op vier en twaalf december had de eerste workshop “Cruciale dialogen’ in Ter Heide plaats. Met kleine groepen van zes tot acht personen werden de twee reeds geschreven hoofdstukken doorgenomen. Ik gaf de deelnemers de kans om kritische lezers van het vervolg te worden. Dirk Vandenberghe, hoewel geen deelnemer aan de workshop, had ook toegezegd met plezier m’n hoofdstukken te willen lezen en van bemerkingen te voorzien. De sfeer waarin deze workshop baadde werd door iedereen, inclusief mezelf, als uniek ervaren.

 

Het jaar 2012 startte met het uitschrijven van hoofdstuk 3 van het nieuwe boek ‘Cruciale dialogen’. Een strak schema werd opgesteld nadat ik de sleutel daartoe gevonden had. Om het nefaste effect van de oude regel van de processie van Echternach tegen te gaan, had ik de nieuwe regel op het schrijven van m’n boek toegepast. Ik had me namelijk verbonden met de zogenaamde kritische schrijvers en hen ook beloofd er de vaart in te houden. Het strak schema voorzag het schrijven van twee hoofdstukken per maand, het doorsturen van het eerste manuscript naar Garant op 1 mei en de publicatie van ‘Cruciale dialogen’ medio september.

In januari volgde ik de tweede retraite met Paul de Blot SJ. Deze keer uiteraard om de correcte reden en we kwamen, zoals verwacht, onszelf tegen. Onze missie werd er wel door bevestigd en verstevigd. De retraite werd eigenlijk gegeven door Jan van Reenen SJ, die ooit ‘spirituele retraites’ volgde onder leiding van Anthony de Melo SJ had gevolgd. Ook vond ik Paul de Blot SJ bereid om later dat jaar naar Lembeke af te zakken en een lezing te verzorgen in het kader van een volgende workshop ‘Cruciale dialogen’.

Umicore vroeg me dat jaar ook om te zetelen in de jury voor hun Innovation Award.

Ondertussen was het voor mij duidelijk. Ik zou geen actieve acquisitie meer doen en enkel nog opdrachten aanvaarden indien ik er van overtuigd was dat het de CEO en het top management menens was betreffende het transformatie proces waarvoor ze mij vroegen hen te ondersteunen. Ik was vastbesloten om in m’n vierde Professionele leven geen ‘bad business’ meer te aanvaarden. Bovendien wou ik het gezegde “gras groeit heus niet langer door er aan te trekken” echt van binnen uit beleven. Dit betekende ook dat ik mij nog minder dan voorheen vastlijmde aan m’n klanten en hun projecten. De enige actieve acquisitie die ik nog zou doen was voor m’n workshops ‘Cruciale dialogen’.

Ik volgde ook een sessie van de Organizational Change Practitioners en had daar een ontmoeting met onder meer Luc Gallopin en had een zoveelste etentje met Geert De Waele. Die etentjes waren een gewoonte geworden. Een paar keer per jaar spraken we af in een van de restaurants die Geert kende. Onze babbels waren geenszins acquisitie gesprekken. Geert werd uiteraard ook een van de kritische lezers van m’n boek in wording. Die gewoonte was gestart toen ik in 2009 uit het dal aan het kruipen was. Samen met de ooVoo/Skype gesprekken met Charlie Palmgren en Guy Bérat waren dit rustpunten en energieversterkers. De ‘internet’ gesprekken hadden met de regelmaat van de klok plaats: twee per maand.

De draad met de projecten van de zesdes ‘Economie’ van OLV Ten Doorn was terug opgenomen. Dat jaar verbleven wij twee kleine weken in Longfaye (in februari en mei) met telkens een viertal dagen verschillende workshops rond m’n boek.

Bij Metallo startten we met de Train the Trainer “Loss Control” sessies. Wij konden m’n droom (toen) nog niet verwezenlijken. Die droom is, zoals gesteld, Peter M. Senge’s quote (zie daarvoor de column: Derde professionele leven: CI Mentor – Deel II: De ‘acceleratie’) in praktijk brengen bij een van m’n klanten. Ook bij Metallo kwamen we niet verder dan het trainen van trainers die de boodschap verder, dieper in de organisatie, zouden verspreiden. Zelfs dat bleek later heel wat moeilijker dan gedacht, maar het lukte.

In Oostende startten we bij Daikin een nieuwe lessenreeks “Veiligheid van Binnenuit III”.

In maart organiseerde ik de tweede workshop “Cruciale dialogen” met vijftien deelnemers waaronder Charles Petré, Walter Guns, Freddy Ginneberge, Willem de Keyser en Karel de Mooij. Charles en Freddy hadden heel wat causerieën (1999-2004) meegemaakt, Water en Karel had ik leren kennen bij Metallo en Willem in Longfaye tijdens de causerieën tbv het Collega OLV Ten Doorn. Die keer werden hoofstukken drie, vier en vijf van het boek in wording behandeld. In Antwerpen verzorgden we voor rekening van het bedrijf LBC een reeks FAM opleidingen. Op 1 mei stuurde ik het manuscript van ‘Cruciale dialogen’ door naar Huug Van Gompel, uitgever (Garant), we volgden strikt het vooropgestelde schema.

Na de afronding van de ‘train the trainer’ sessies bij Metallo observeerde ik een opleiding die gegeven werd door Walter Guns en Niko Mollen. Die observatie was eigenlijk een cadeau en een verificatie van de kwaliteit van mijn opleiding (cf. “If the learner hasn’t learned, the teacher hasn’t taught!” De cursus van Walter en Niko was overtuigend!

Op 7 juni had de derde workshop “Cruciale dialogen’ plaats met Paul de Sauvigny de Blot SJ als gastspreker, dit na het behandelen van hoofdstuk zes van het boek. De toen 88 jarige Paul was op z’n eentje vanuit Amsterdam via Mechelen naar Gent gespoord. Daar liet ik hem ophalen door een taxi. Paul was keurig op tijd voor de kennismaking met de 21 deelnemers en het middagmaal. Paul’s lezing in de vroege namiddag sloeg in als een bom. Gelukkig had ik voor een videocaptatie van die lezing gezorgd. Je vind die hier. Onder de deelnemers: Gerrit Bedet, Peter Blok, Willem De Keyser, Karel De Mooij, Geert De Waele, Freddy Ginneberge, Walter Guns, Guido Laridaen, Inge Maes, Charles Petré, Jozef Van Ballaer, Christophe Van de Voorde en Frank Van Oorschot. Christophe kende ik al van de viering van het vijfjarig bestaan van Synerchange International (2004) en hij had ook meerdere sessies begeleid tbv de zesdes van het college OLV Ten Doorn (2006-2008). Frank dan weer is schoonbroer van de chef van Ter Heide (waar de workshops doorgingen), ere directeur van Antwerp Taks en was sterk geïnteresseerd geraakt in wat ik bij z’n schoonbroer uitspookte. Van dan af was hij een zeer gewaardeerd lid van de groep.

Op 11 juni vertrok ik voor het eerst sedert juli 2008 terug naar Pirdop (Bulgarije). Ik had eerlijk gezegd nooit gedacht dat ik er nog ooit zou terecht komen. Omdat Iuly Marinov van mening was dat mijn inbreng meer dan nodig was, stemde ik in om eens terug te komen polsen. Ik verwittigde Iuly wel dat, indien z’n nieuw management het niet echt meende, het bij dit ene bezoek zou blijven. Ik logeerde terug in het Borova Gora Hotel waar ik vier jaar ervoor vier ‘nuits blanc’ had doorgemaakt. Het was een heuse test om te zien of ik nu echt genezen was en die doorstond ik met glans. Ondertussen was Cumerio Aurubis geworden en Nicolas Truand was nog steeds Executive Director. De draad werd terug opgenomen met een training sessie voor het management team en een paar ‘train the trainer’ sessies. Ik vertrok met mixed feelings: Nicolas Truand en de Legal Officer, Georgi Nikolov, die nu verantwoordelijk was voor het Loss Control gebeuren, konden mij niet echt overtuigen. Ik beloofde Iuly in november terug beschikbaar te zijn, omdat ik het niet over m’n hart kon krijgen hem in de steek te laten. M’n empathie haalde het van m’n rede.

De week nadien volgde ik nog een zogenaamde ‘Recollectiedag’ in Maarssen bij Paul de Blot SJ. Die had weer zo’n prachtige quote in petto: “Niet zozeer het van buiten naar binnen ‘controleren’ bepaalt jouw bestemming, wel het oprapen wat je toevalt en er iets van binnen naar buiten mee doen!”

Wim Ariens van Wienerberger was weer vragende partij, nu voor de vervolgopleiding “Veiligheid van Binnenuit II” met een sterk ‘Cruciale dialoog’-luik.

In juni viel de meeting met de vertegenwoordigers van de uitgeverij Garant, directeur Huug van Gompel en dr. Lieve de Witte, danig tegen. Mijn manuscript diende grondig herwerkt te worden door een licentiaat Nederlands en van alle cartoons diende ik de rechten te bekomen. Het kwam er op neer dat ik het editing werk zelf diende te organiseren. Ik begreep dat de uitgeverswereld heel wat veranderd was. Een week later kom ik – bij de voorstelling van z’n boek in mijn geboortestad Eeklo – in contact met een andere Garant auteur, Maurice Buyens. Maurice, een broeder van Liefde, gaf in z’n speech een hevige sneer naar de uitgeverij en getuigde dat hij zelf opdraaide voor zowat alles en besloot dat Garant verworden was tot een ordinaire drukker. De kosten waren voor de schrijver, de opbrengsten voor de uitgever, stelde hij cru. Toen ik dr. Lieve de Witte, die daar ook was, vroeg of daar enige waarheid in schuilde glimlachte ze eens stoïcijns en verliet nogal vlug de happening. Broeder Maurice vroeg mij iets later hoe ver ik met m’n boek stond. Ik vertelde hem dat ik eerstdaags de eerste drukproef verwachtte. “Dan ga je nog veel meemaken met deze uitgeverij, daar sta ik garant voor”, was z’n ludieke commentaar. ’s Anderendaags contacteerde ik Lieve Van Haute, een oud lerares van het college OLV Ten Doorn die ik in Longfaye had leren kennen en die bereid was tegen een vergoeding m’n manuscript te doorploegen. Er werd ook contact opgenomen met de eigenaars van de cartoons en de gebruiksrechten werden opgehoest.

ENECO Rotterdam was vragende partij voor een opledingssessie voor hun Raad van Bestuur. Een eerste voorbereidende vergadering had plaats in Rotterdam op 10 juli.

Augustus werd besteed voor het nazien van de eerste, tweede en tenslotte derde zet proef van ‘Cruciale dialogen’ met Lieve Van Haute en ‘cruciale dialogen’ met de uitgever, Huug Van Gompel. Het uitgeven van m’n boek werd een echte calvarietocht en de voorspelling van Maurice Buyens kwam volledig uit: alle truken van de foor waren Huug niet vreemd om er het maximale voor z’n uitgeverij uit te halen. Een heel verschil met dezelfe Huug die een goede tien jaar voordien eigenhandig het manuscript van ‘Creatieve wisselwerking’ meerdere malen herwerkte. “Het kan verkeren” was zijn repliek toen ik hem dit in herinnering bracht. Nu ja, veel opties had ik niet. In september was al een voorstelling van het boek in Antwerpen en de vierde sessie van de workshop serie ‘Cruciale dialogen’ gepland…

September begon met de FAM opleiding in Beerse (Metallo) en een workshop met het beperkt comité van Daikin.

Op 12 september werden mijn exemplaren van ‘Cruciale dialogen’ geleverd. Iets later volgde ik zelf een workshop van Jan Bommerez “Van rups tot vlinder” in Gent. Ik zag veel verbanden met ‘Cruciale dialogen’. Daar ontmoette ik Ronny Decuyper die ik een kleine vijftien jaar geleden pro deo had geholpen om Creatieve wisselwerking van de grond te krijgen bij de toenmalige Gentse Gendarmerie. Onze samenwerking had nooit vruchten afgeworpen, want de beslissers konden toen niet overgehaald worden eens echt naar ons te luisteren. Ronny herinnerde mij eraan dat hij nog steeds over een ‘wild card’ beschikte. Die wild card was de belofte een dag prestatie, gratis maar hopelijk niet voor ‘niks’, voor hem te realiseren.

De vierde workshop “De Cruciale dialogen Methodiek” ging door op 20 september en op vraag van de deelnemers besliste ik om met de workshops ook na de publicatie van het boek door te gaan. Op 27 september gaf ik op het boekenpodium van Garant in Antwerpen, in het kader van de publicatie van m’n boek, de lezing “Het vierde paradigma in het werkveld”.

De ‘heisessie’ met de Raad van Bestuur van ENECO in Rotterdam was een heus succes. Alle leden kregen een exemplaar van het boek, daarvoor had m’n contact persoon Theo de Bruijn gezorgd.

In oktober hadden we een gesprek met Wim Naessens van VPK Papier en z’n Preventie Adviseur Koen De Keulenaer over een eventuele opleiding. In een voorvergadering maakte ik de randvoorwaarden duidelijk: Wim diende als hoofd van de afdeling daadwerkelijk het levend voorbeeld van Veilig gedrag te worden vooraleer hij hetzelfde kon verlangen van z’n medewerkers. Wim beloofde mij nog te contacteren. Ik geef toe dat ik wel benieuwd was naar z’n besluit.

Wim Ariëns had de uitdaging aangenomen, dus werd in z’n afdelingen van Wienerberger een opleidingsprogramma rond ‘gedrag van binnen uit veranderen’ uitgerold. Halve dagsessies in Beerse, Veldwezelt, Kortemark en Peruwelz.

Via het diensthoofd interne dienst PBW van Metallo, Yoeri Beerten, was ik terug in contact gekomen met Yves Berghmans, die nu in Geel bij Genzyme aan de slag was. Ik had op 30 oktober een eerste aftastend gesprek met hem over z’n vraag mbt een ondersteuning in het kader van de Safety cultuur transformatie die ze beoogden. Dit op uitdrukkelijk verzoek van Sanofi. De door Sanofi voorgestelde opleiding vond Yves maar niks. Ik gaf hem twee exemplaren van m’n boek, een voor hem en een voor z’n plant manager. Nadien hadden we nog een inhoudelijk gesprek met de plant manager, Piet Houben, waar het project diepgaand besproken wordt en afgesproken wordt dat beide lichten op ‘groen’ dienen te staan om effectief met het project te starten. De lichten staan op groen indien Piet in mij gelooft en vice versa. Ik geloofde in Piet en diende het tweede groene licht echter nog af te wachten. Er waren namelijk nog twee andere consultancy bureaus in de running, waaronder het vermaarde Antwerpse…

Het tweede bezoek aan Pirdop (Aurubis Bulgaria) stond in het teken van een serie opleidingen: Het Management Team en ‘train de trainer’ sessies voornamelijk rond Fact Tree Analysis en TODO. Het werd duidelijk dat er een spanning was tussen de dienst HR en de veiligheidsdienst. De HR afdeling stuurde aan op een versteviging van de ‘van buiten naar binnen’ controle en zag, in het kader van hun nieuwe Safety Awareness programma, de door mij gevraagde gedragsverandering van het management als voorwaarde niet echt zitten. “Safety Awareness is een zaak van de uitvoerenden”, stelden ze. Op de laatste dag had ik daarover een gesprek met de nummer 2, George Nikolov. Ik was benieuwd waarop dit zou uitdraaien, want met Nikolov wist men het nooit. Nu ja, dacht ik, als ik eerlijk ben dan geef ik toe dat ik het nog alleen doe omwille van Iuly. “Toegeven dat je gestuurd wordt door je emotie, rustig blijven en uit de doppen kijken”, was de boodschap.

Op 12 november had ik een feestelijke avond georganiseerd naar aanleiding van de publicatie van m’n boek. Het werd een spetterende avond met een verwelkoming door Daphne, een inleiding door de burgemeester van Eeklo, Koen Loete, die ik in Longfaye had leren kennen en de lezing “The Process is the Leader” door mezelf. Die avond wordt afgesloten met een sublieme netwerkreceptie.

Pierre-Yves Fichet-Clairfontaine laat plots weer van zich horen. Hij heeft mij nodig voor ‘buitenlandse’ opdrachten. Dit keer heeft hij een nieuw programma: ‘Culture change” en het programma zou in 2013 dienen gegeven te worden in Nederland, de States en China. De klant Coatex is een lid van de Arkema Groep.

Umicore wou nu ook mijn bijdrage in een jury voor een pure Umicore Safety Award. Ik had eerst een werklunch met Guy Ethier VP van Umicore en chef van Bert Swennen. Ik trad dat jaar ook op in het kader van een Prenne van Prebes. Het werd me duidelijk dat het gros van de diensthoofden IDPBW nog in het tweede en in het beste geval in het derde paradigma vertoefden. Van het vierde paradigma was er nog praktisch geen spoor.

Op 11 december kreeg ik goed nieuws: de opdracht van Genzyme was binnen! Dus de agenda van het volgend jaar was reeds voor een groot gedeelte vastgelegd, want ik werkte lang zoveel dagen niet meer als dat ik deed voor m’n ziekte. Ik had m’n lesje heus wel geleerd.

Wim Naessens van VPK Papier had de uitdaging aanvaard en we animeerden samen een veiligheids-bezinningsdag tbv z’n ganse management team, dit als onderdeel van z’n coaching. Die Veiligheidsdag ging door op 12 december. Om 12uur12 die 12/12/12 stopte ik m’n animatiedeel en geef ik aan elke deelnemer een exemplaar van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ … Wim Naessens nam direct over en onderstreepte de bedoeling van die actie. Het was een zalige dag.

De dag daarop had de vijfde workshop ‘De Cruciale dialogen Methodiek’ plaats en de eerste na de publicatie van het boek. Getipt door het geachte lid Karel de Mooij had ik die herdoopt tot Bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap. Ze werd bijgewoond door oude bekenden zoals Charles Petré, Christophe Van de Voorde, Ronny Decuyper, Karel de Mooij, die z’n klant Jan de Wit had meegenomen, Walter Guns, Jozef Van Ballaer, Jean Godts, Günther Hiel en Frank Van Oorschot. Nieuwelingen waren Chris Derboven, Albert Boskma (die uit het hoge Noorden van Nederland was afgezakt) en Bram Bruggeman. Het werd een in vele opzichten merkwaardige bijeenkomst en dit niet alleen door een beklijvende toepassing van de zogenaamde Synergy methodiek. Dit is een methodiek gebaseerd op de aanpak van Synectics versterkt met Creative Interchange tools. Voornamelijk de uitzonderlijke diep warme sfeer van die bijeenkomsten was iedereen terug opgevallen; in die mate dat er openlijk over werd gecommuniceerd.

Gabber Ronny Decuyper had mij gelijmd voor een pro deo lezing op z’n studie dag rond hun Organisatie beheersysteem. Hij had eindelijk zijn ‘wild card’ gespeemd. Op het einde van de maand had ik met Ronny en Bram een vergadering. We besloten om, begin maart van het jaar daarop, gezamenlijk een avondconferentie te organiseren voor de doelgroepen ‘Politie’ en ‘Onderwijs’.

 

2013 Als spin-off van de vijfde bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap had Chris Derboven gevraagd om te overwegen om ‘pro deo’ een sessie ‘Synergy/Synectics’ te organiseren tbv haar scholen gemeenschap SIT 07 in Antwerpen. Op een meeting begin januari in een van haar scholen beslisten we die op 7 maart te laten doorgaan.

Op 14 januari hadden we terug een diepgaand gesprek met Piet Houben, Plantmanager van Geel. We zouden eerst een pilot sessie animeren. Deze zou door Piet en de leden van de IDPBW verfijnd worden en nadien worden uitgerold tbv ganse management. Nadien zouden eigen mensen, onder meer van de interne dienst PDW, de opleidingen verder in cascade geven aan de uitvoerenden.

Ook de ooVoo’s sessies met Charlie startten terug. Nog meer mensen, zoals Bram Bruggeman, Ken Aintsworth en Michael Murray vormden een groep dat regelmatig ‘samenkwam’ om Charlie aan te zetten tot de ‘ultieme’ beschrijving van Creative Interchange. Ook besliste ik tijdens een Skype gesprek met vriend Guy Bérat te starten met de vertaling van m’n boek “Cruciale dialogen’ in het Frans. Guy wordt in de inleiding vernoemd en dat was zowat het enige dat hij van het boek begreep. We kwamen overeen dat ik de ruwe vertaling op mij zou nemen en dat Guy deze ruwe versie zou verbeteren totdat de kwaliteit van de vertaling voor Guy zelf aanvaardbaar was.

De eerste dag van Pilot sessie ‘HSE Culture’ voor Genzyme Dag 1 had plaats op 28 januari. Iedere deelnemer kreeg een exemplaar van het boek als handout. Na de tweede dag werd op 8 februari beslist dag 2 wat minder theoretisch te maken en in rollenspellen te voorzien rond de belangrijkste vaardigheden. Per sessie zouden de dagen in de tijd gesplitst worden. Om organisatorische redenen werden wel twee dagen per week voorzien, weliswaar met twee verschillende groepen. Ik zou in Hotel Geerts in Westerlo overnachten. Het familie hotel waar ik tien jaar daarvoor ettelijke nachten had vertoefd en zelfs een paar avond causerieën had gegeven. Causerieën waaraan Yves had aan deelgenomen. De cirkel was rond.

In februari kwam Pierre-Yves Fichet-Clairfontaine voor een werksessie naar Ter Heide. Ik had hem laten weten dat ik z’n Cultuurprogramma naar m’n hand wou zetten. Ik was m’n lesje van de FRA niet vergeten. Hij voelde duidelijk aan dat ik anders niet zou meestappen in zijn Coatex verhaal. Ik haalde m’n slag thuis.

In het voorjaar terug twee korte weken voor twee zesdes Economie voor College OLV Ten Doorn in Longfaye. De workshops waren nu volledig geënt op m’n boek.

De Synectics voor SIT07, de Antwerpse scholengroep had plaats op 7 maart en was een succes. De avond nadien had de avondconferentie ‘Creatieve wisselwerking’ tbv de werkvelden Politie en Onderwijs plaats. Omdat men s’avonds in de bar maar niet uitgepraat raakte, stelde Ronny Decuyper voor dat ik een terugkomdag zou organiseren, tegen ‘Ter Heide’ kostprijs. Ik was toen zo gek om daar op in te gaan. Bram en Ronny zouden mij helpen om deze te organiseren, maar daar heb ik later weinig van gemerkt. Omdat het een dag programma zou worden, was ik wegens de doelgroep genoodzaakt die terugkomdag in de Paasvakantie te plannen.

De trainingen in Geel verliepen goed en volgden zich in een redelijk vlug tempo op. Piet Houben hield woord en kwam bij elke groep even binnen, nam de animatie voor een kwartier over terwijl hij zijn boodschap duidelijk meegaf. Die boodschap was dat ik was ingehuurd om te doen wat hij graag zou doen, maar door de omstandigheden van z’n functie niet kon doen. Door effectief de presentatie over te nemen was zijn boodschap zowat de krachtigste die ik ooit hoorde van een top manager. Hij zorgde voor de rode loper en nooit eerder heb ik mij zo gesteund geweten, want ik was werkelijk de spreekbuis van de top manager van Genzyme, Geel!

De zesde bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap had plaats op 21 maart. Deze keer was Willem De Keyser gastspreker en hij behandelde de betekenis van Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen voor Project Management. Er hadden zich, als spin-off van de avondconferentie, een paar mensen van het werkveld Onderwijs ingeschreven. Die waren echt geïnteresseerd, maar maakten mij na de sessie duidelijk dat het, wegens de kostprijs, een éénmalige deelname betrof. Ook met het werkveld Politie had ik hetzelfde probleem.

Als spin-off van m’n inspanningen voor het werkveld Politie verzorgde ik wel een opleiding voor de federatie van Officieren van Oost-Vlaanderen in de Raadzaal van het stadhuis van Gent. Daarnaast verzorgde een pro deo opleiding tbv het management team van PZ Maldegem, met speciale aandacht voor Kernwaarden & Kernkwaliteiten.

Op vijf april had dan de ‘terugkomdag’ ten behoeve van de werkvelden Politie en Onderwijs plaats. De ganse voorbereiding én de invulling van die dag was m’n deel. Ronny Decuyper schitterde door de charmante gastheer te zijn voor zijn Politiemensen en Bram Bruggeman was spijtig genoeg slechts gedeeltelijk aanwezig. Hij gaf wel een uitstekende presentatie van de Vicieuze Cirkel. Omdat zich voor de terugkomdag nogal wat mensen uit het onderwijs, die de avondconferentie niet hadden meegemaakt, hadden inschreven, gaf ik in de voormiddag nog een uitgebreide lezing over Creative Interchange en z’n toepassing cruciale dialogen. Al met al een prachtige dag die nadien bitter weinig opleverde. Ik besloot mij niet meer te laten vangen aan ‘terugkomdagen’. Omdat bovendien een paar deelnemers ‘vergaten’ hun bijdrage (de kosten van de sublieme ‘Ter Heide’ lunch) te betalen, schoot ik er een paar honderd Euro bij in. Zeker ‘ons’ Rita was daar niet zo gelukkig mee.

De samenwerking met Pierre-Yves Fichet-Clairfontaine concretiseerde zich begin april in een opleiding in de States voor Coatex Chester (South Caroline): “Culture Change”. Ik werd begeleid door Laurent Kaufmann, de Veiligheidsdirecteur van Coatex. Eerst was het management team aan de beurt. De plant manager was een Indiër. M’n Indisch openingsverhaal werd uitzonderlijk gesmaakt. Nadien volgde nog een ‘train the trainer’ opleiding voor het veiligheidsteam van Coatex Chester.

Ik startte in april ook met het schrijven van columns op m’n blogwebsite. De eerste uitgebreide column behandelde het verhaal “De Kip & de Arend”. Yasmine Vanavermaete Korpschef van PZ Maldegem huurde mij in om een voormiddagsessie tbv van de Korpschefs van Oost-Vlaanderen te verzorgen. Die had plaats op 15 mei. Wienerberger vroeg en kreeg nog een bijkomende Train The Trainer opleiding.

Dirk Vandenberghe en Inge Maes vroegen mij hen te begeleiden bij de volgende stap in hun veranderingsproces. De stappen Techniek en Organisatie waren nu voldoende geïmplementeerd, dit met o. m. de hulp van ‘de Mooij & Devink’ van o.m. Karel de Mooij. Nu waren ze klaar voor het derde paradigma (Gedrag). Niettegenstaande ze ook dachten aan het STOP programma van Dupont (Karel is onder meer een oudgediende van Dupont de Nemours en Walter Guns had in het verleden goede ervaringen met dit programma), kozen ze uiteindelijk voor mijn specifieke BBS aanpak met cascade opleiding.

Ik verwachtte veel van de zevende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap op 30 mei. Ik had Jan Bommerez kunnen strikken voor een volle dag rond Flow. Tot mijn grote verbazing waren er heel weinig inschrijvingen. Ik had eerlijk gezegd een stormloop verwacht, gezien de goede reputatie van Jan Bommerez. Uiteindelijk waren er slechts acht deelnemers waaronder Inge Maes, Bram Bruggeman, Paul Olivier, Christophe Van de Voorde en Frank Van Oorschot en een paar mensen die echt voor Jan waren gekomen. De sessie werd meesterlijk gegeven door Jan Bommerez, toch vond ik hem nogal afstandelijk en bereikten we die dag niet de sfeer en de warmte die we tijdens die bijeenkomsten gewoon waren geworden.

Begin juni was het tweede bedrijf van het Coatex drieluik aan de beurt. Die keer in Nederland (Moerdijk). Ook daar was Laurent Kaufmann aanwezig en ontmoette ik voor de eerste keer Patrick Baud, de perfect Nederlands sprekende Franse Plant Manager. De eerste dag werd besteed aan de opleiding van de Veiligheidsman, Alex Marcus en z’n medewerker voor het in cascade doorgeven van de boodschap en de tweede dag was de opleiding van het Hoger Management van Coatex Nederland gepland.

Rond die tijd kwam Guy Berat naar België. Hij verbleef bij vrienden in het Gentse en ik haalde hem daar op voor een boeiend gesprek ‘ten huize van’. Ik gaf hem een exemplaar van ‘Cruciale dialogen’ mee.

Medio juni had de misschien wel laatste verplaatsing naar Pirdop (Bulgarije), met workshops en train the trainer sessies rond RCA en Geplande Inspecties, plaats. Ik verbleef deze keer in een klein lokaal hotelletje en had op een avond een Skype sessie met kleindochter Eloïse, die ’s anderendaags examens over ‘driehoeken’ had en een ooVoo gesprek met Charlie. Die week had ik ook verschillende interviews.

Dat voorjaar had ik ook lunch meetings met mensen die ik daartoe voor een stevige babbel uitnodigde. In mei met Eddy Van Daele, korpschef van PZ De Houtsche en in juni met Frank Van Massenhove, Hoofd van de FOD Sociale Zekerheid.

Een voorbereidend gesprek voor een tweedaagse tbv alle Plant Managers en Veiligheidsmensen van VPK had plaats in Ter Heide met Richard Lancaster, Veiligheidsmanager van de groep en Wim De Keulenaer, veiligheidsmanager van VPK Papier in Oudegem. Een paar dagen nadien werd voor het management van VPK Papier een afrondende veiligheidsdag georganiseerd in Novotel Gent. Plant Manager Wim Naessens nam die dag, zoals voorzien het voortouw. Hij deed dit uitstekend en hij was gelanceerd! De verdere opleidingen zou hij zelf verzorgen.

Het HSE Culture opleidingsprogramma voor Genzyme Geel werd afgewerkt met een elfde bijkomende sessie eind juni. Ondertussen was Piet Houben gepromoveerd binnen Genzyme en als plant manager vervangen door Jo Dalle.

Het nieuwe project voor Metallo, Beerse startte op 27 juni met een introductie van onze aanpak en dus een zoektocht naar sponsors binnen het Top Management. Onze Cascade aanpak werd goedgekeurd en gefinaliseerd. Dit laatste in samenwerking met Inge Maes en Walter Guns.

In juli was het derde bedrijf van Coatex aan de beurt. Dit keer een verplaatsing naar China (Changsu). Ik ontmoette daar terug Laurent Kaufmann en het was wel een heel kort en heftig programma. Ik vertrek na 50 uur op Chinese bodem terug met dezelfde crew (die twee dagen vrijaf had in Shanghai). Gedurende die twee dagen verzorgde ik het ‘klassiek programma’: nog maar net toegekomen startte ik de ‘train the trainer’ sessie met de HSEQ Manager J. Wang en de tweede dag een Safety Culture training met onder meer de General Manager van Asia Pacific Coatex Group, Olivier Richet. Daarmee was de opdracht voor Pierre-Yves Fichet-Clairfontaine met succes afgerond.

Na heel wat getreuzel stuurde m’n huisdokter Dirk Bafort mij – op m’n nadrukkelijk aandringen en na vier maanden darmklachten – door naar een inwendige specialist, dr. Bruno Vermeersch. Op 19 augustus duurde het welgeteld een minuut om een joekel van een gezwel via endoscopie in beeld te brengen. Bruno stelde mij gerust: “er is nog niets zeker” en schreef wel een serie tests voor. Ik wist wel beter en Bruno vroeg mij om geduldig het verdict van 3 september af te wachten; dan zouden alle puzzelstukjes samenvallen. Op 3 september hoorde ik wat eigenlijk al maanden met ‘innerlijke zekerheid’ (een term die ik geleefd had van Paul de Blot SJ) wist: darmkanker; nog niet uitgezaaid, edoch bijna! Nu ging alles in een stroom versnelling: twee dagen nadien werd een port-a-cath geplaatst en een combinatie van chemo sessies en bestralingen in het vooruitzicht gesteld. Doel was het terugdringen en verkleinen van de tumor. Daarna zou een operatief ingrijpen volgen. Gezien de plaats van de tumor was een permanente stoma meer dan waarschijnlijk. Ik stelde de twee klanten waarvoor ik opdrachten lopende had op de hoogte: Metallo en VPK.

De achtste bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap was best wel uniek. Niet door het aantal deelnemers (terug zestien deelnemers, wel een verdubbeling van het vorige aantal; de sessie met Jan Bommerez). Ook niet door het thema: m’n stokpaardje: “Het nakende vierde paradigma in veiligheidszorg”, met lezingen over het verschil tussen awareness en consciousness, de kracht van kwetsbaarheid (Brené Brown), het fundamentele verschil tussen het derde en het vierde paradigma: ‘van buiten naar binnen’ vs ‘van binnen naar buiten’ en het nieuwe leiderschap: ‘The Process is the Leader’. Het was voornamelijk uniek omdat ik op het eind een sabbatjaar aankondigde en de reden daarvan summier uit de doeken deed. Alleen Inge Maes was op de hoogte, maar de andere deelnemers waaronder Patrick Baud, Yves Berghmans, Albert Boskma, Karel de Mooij, Jean Godts, Walter Guns, Luc Royens, Ronny Vandelanootte, Christophe Van de Voorde en Irene van Peperstraeten waren sprakeloos. Zelf zal ik nooit de tranen in de ogen van Charles Petré vergeten. Ik gaf wel met stelligheid mee dat ik in het najaar zeker de reeks zou hervatten.

De dag nadien was m’n eerste bezoek aan St. Jan Brugge voor de voorbereiding van de bestraling en aansluitende chirurgische ingreep. Dr. Geertrui De Meester, hoofd van de dienst radiotherapie, ontving ons hartelijk en bleek onverzettelijk. Ze laste nog een bijkomend onderzoek (endo-echografie) in en legde het consult met chirurg dr. Tom Ferryn vast. Bruno Vermeersch had de info – dat ik voor Tom reeds gekozen had – niet aan St. Jan doorgegeven. Geertrui was voornamelijk onverzettelijk wat de start van bestralingen betrof. Ik wou die een week uitstellen in verband met de tweedaagse voor VPK, maar daar kon volgens haar geen sprake van zijn. We waren nu al te laat! Als compromis wou ze wel de bestraling voor die twee dagen plaatsen om acht uur, nadien zou ik terugvallen op het schema dat ze eerst had voorgesteld. Het eerste consult met dr. Feryn had plaats op 17 september. Op 23 september werden zowel de chemo therapie als de radio therapie (5 weken @ 5 sessies/week) gestart.

24 september was de eerste dag van de internationale opleiding voor VPK: “Behavioral Based Safety” voor een eerste groep managers en veiligheidschefs van verschillende vestigingen van VPK. Richard Lancaster was zeer opgetogen over m’n prestatie (inhoud en de manier waarop) en z’n chef, de VP die ook Safety op groepsniveau onder z’n verantwoordelijkheden had, was erkentelijk dat ik die opdracht in gegeven omstandigheden had uitgevoerd. Ook de volgende dag verliep uitstekend: eerst naar Brugge St. Jan, dan vliegensvlug naar Aalst en daar om half tien starten met de tweede groep. Ook die sessie was een succes!

Ondertussen was het schenken van een exemplaar van m’n boek aan diegenen die mij tijdens m’n traject (chemo-radio-chirurgie-nazorg) bijstonden een gewoonte aan het worden. Ook was het zo dat ik na het verdict besloten had zelf m’n boek van binnenuit te beleven; dus in cruciale dialoog te gaan met mezelf en m’n ziekte. Het dient gezegd, het is een prachtig boek dat mij énorm geholpen heeft tijdens die periode. Ik leerde onzekerheid te omarmen.

Door een succesvolle ‘cruciale dialoog’ kon ik bekomen dat ik in de maand oktober om tien uur kon bestraald worden in Brugge. Daardoor kon ik op sommige namiddagen in Metallo zijn voor het vastgelegde opleidingsprogramma. Dit programma diende wel in dagdelen gesplitst. Ik werd steeds om 1300 uur door Inge Maes ‘opgevangen’. Dus op 8 oktober was ik ’s morgens in Brugge en animeerde ik ‘s namiddags in Beerse een halve dag ‘Creatieve wisselwerking’ tbv een eerste groep managers. Op de eerste sessie tekenden zowel de HR directeur Jan De Clerck als de Productie directeur Bert Coletti present. Op 15 oktober, hetzelfde schema met deel 2 van de sessie ‘Cruciale dialogen’ en een slotwoord door CEO Dirk Vandenberghe. De tweede groep managers van Metallo Beerse waren aan de beurt op 17 en 22 oktober. Al met al verliepen deze opleidingen uitstekend.

Op 25 oktober werd de laatste bestraling (#25) afgewerkt en had ik een consult met dr. Geertrui De Meester. De ooVoo sessies met Charlie e.a. gingen onveranderd door. Ik had de groep die om de twee weken samenkwam ‘Charlie’s Eagles’ gedoopt. En tweewekelijks had ik ook een Skype gesprek met Guy Bérat.

Op vijf november startten de ‘Train The Trainer’ sessies “Cruciale dialogen op de werkplek” bij Metallo in Beerse. De chemo en radiotherapie sessies waren afgerond, dus dit werd terug een dagprogramma.

Ondertussen waren het voorwoord en de introductie van m’n boek in het Frans vertaald en herwerkt door Guy Berat en startte ik met de vertaling van hoofdstuk 1.

Op 20 november was er een consult met dr. Tom Feryn. Daar waar dr. Bruno Vermeersch nog een sprankeltje hoop liet, was het verdict van Tom duidelijk: het zou een amputatie van de sluitspier worden met permanente stoma. De tumor zelf was wel degelijk ‘praktisch’ verdwenen, edoch Tom’s wijsvinger was iets langer dan die van Bruno … De chirurgische ingreep werd vastgelegd op vrijdag 13 december 2013. Ik zei dr. Feryn dat ik nog van geluk mocht spreken dat er maar twaalf maanden in een jaar waren, want dat hij anders zeker voor 13/13/13 was gegaan. Tom, die een goed gevoel voor humor heeft, kon er mee lachen. Ik gaf hem die dag ook een exemplaar van m’n boek.

Op 3 december hadden we een afrondende dag met de trainers van Metallo Beerse. Nadien volgde een bespreking met Inge en Walter die de opleiding van de directie en de diensthoofden voor hun rekening zouden nemen.

Op 12 december vertrok ik voor de rest van de maand naar een mooie kamer op verpleeg eenheid 35 van St. Jan Brugge. De operatie ,die eerst voorzien was voor ‘s anderendaags twintig voor negen, werd verplaatst naar 15 uur. Dr. Feryn meldde me dit in de loop van de namiddag. Ik wees hem erop dat ‘s morgens de hoofdverpleegster een ander uur had gemeld opgegeven. Tom vroeg mij wat ik verkoos: een operatie om 840 uur, waarbij hij onder druk stond om voor 1400 klaar te zijn of een operatie om 1500 uur, waarbij hij rustig kon werken tot zelfs voorbij 2000 uur; want er waren dan geen wachtenden na mij. Ik kon zijn keuze volmondig bijtreden.

De dag nadien werkte ik de vertaling van hoofdstuk 1 van m’n boek af. Ik had net de mail met bijlage aan Guy Bérat gestuurd toen de vervoerdienst mij kwam halen om mij naar het OK te brengen… en dat was, wat mij betrof, OK!