Categoriearchief: Creatieve wisselwerking

BLIJF WAKKER ! – DEEL II

HOE, ZOVEEL ALS MOGELIJK, JE ‘CREATIEVE ZELF’ BLIJVEN?

 

Well, my feet they finally took root in the earth,      But I got me a nice place in the stars.

And I swear I found the key to the universe in the engine of an old parked car.

I hid in the mother breast of the crowd,when they said: “Pull down”, I pulled op

Ooh, ooh, growin’ up[i]

– Bruce Springsteen

 Growin’ Up – Greetings from Ashbury Park, N.Y. – 1973

Beste Eloïse, Edward en Elvire, we worden geboren als onze Creatieve Zelf. Deze noem ik om die reden soms ook de Originele Zelf. Praktisch eenieder wordt echter, in de loop der tijd, min of meer geconditioneerd tot haar of zijn gecreëerde zelf[ii]. Gelukkig zijn jullie nog voor een stuk, en zeker nog stukken meer dan ik zelf, jullie Creatieve Zelf[iii]. Graag zou ik dit bestendigd zien. Dit is de reden waarom de hamvraag van dit deel “Hoe, zoveel als mogelijk, je Creatieve Zelf blijven?” is.

Laat me starten met de basisbegrippen Creatieve Zelf en gecreëerde zelf zo goed mogelijk te duiden en te verbinden. Hierbij stel ik van meet af aan wat volgt. Enerzijds bestaan er geen twee separate zelven; er bestaan wel twee aspecten van één zelf. Zoals een muntstuk twee facetten heeft en toch één muntstuk is, zijn wij één zelf met twee facetten: de Creatieve Zelf en gecreëerde zelf. Anderzijds bestaan er ook twee soorten bewustzijn[iv]. Elke ‘zelf’ – de Creatieve en de gecreëerde – beschikt namelijk over een specifiek bewustzijn. Ik had het al in Deel I over dit tweespan: het helder en het gekleurd bewustzijn. Het heeft, zoals ik al schreef, lang geduurd vooraleer ik dit onderscheid goed inzag. Omdat a) het onderscheid tussen die twee zo belangrijk is voor jullie opdracht, wendbaar en weerbaar blijven (zie vorige column), en b) ik wens te vermijden dat jullie ook zo lang zullen moeten worstelen met dit inzicht, ga ik in deze column er dieper op in.

De Engelse taal beschikt over twee verschillende woorden om die twee soorten bewustzijn te duiden; dit zijn de begrippen ‘awareness’ en ‘consciousness’. In het Nederlands worden deze steevast vertaald als ‘bewustzijn’. Dat is één van de oorzaken dat het voor mij, Nederlandstalige, lang duurde voordat ik doorhad dat ‘awareness’ en ‘consciousness’ twee verschillende vormen bewustzijn zijn. Met name de bewustzijnsvormen van onze onderscheiden ‘zelven’. Om het voor mij, en hopelijk ook voor jullie, duidelijk te maken, heb ik een nieuwe Nederlandse vertaling van deze Engelse begrippen ‘ontdekt’. Awareness vertaal ik als helder bewustzijn. Onze Originele of Creatieve Zelf komt helder bewust (‘aware’) ter wereld. Dit helder bewustzijn wordt langzamerhand geconditioneerd tot het gekleurd bewustzijn van de gecreëerde zelf; dus vertaal ik ‘consciousness’ als gekleurd bewustzijn.

Je zou met een metafoor kunnen stellen dat het helder bewust-zijn van de Creatieve Zelf als helder ‘wit’ licht is dat door de gecreëerde zelf, fungerend als een prisma, gebroken wordt in de kleuren van de regenboog. Vandaar ook dat ik, voor het bewustzijn horend bij de gecreëerde zelf, koos voor de naam gekleurd bewustzijn. Opvallend is dat gedurende het conditioneringsproces (met o.a. de opvoeding, school, vrienden, gemeenschap …), de meesten onder ons hoe langer hoe meer gekleurd bewust worden en, dat is dan het ergste, zich gaan vereenzelvigen met het gekleurd bewust aspect van hun gecreëerde zelf. Kortom, mensen worden hoe langer hoe meer gekleurd bewust (‘conscious’) en hoe langer hoe minder helder bewust (‘aware’). Dit alles zou je dus kunnen voorstellen als een muntstuk met aan de ene zijde de Creatieve Zelf met z’n helder bewustzijn en aan de andere zijde de gecreëerde zelf met z’n gekleurd bewustzijn.

De hamvraag van dit deel II: “Hoe, zoveel mogelijk, je Creatieve Zelf blijven?” zou kunnen geparafraseerd worden als: “Hoe, zoveel mogelijk, Helder Bewust blijven?” Hiermee wordt, beste Eloïse, Edward en Elvire, ook duidelijk waarom deze column in deze serie “Blijk Wakker!” columns hoort!

Fasten seat belts! Het helder bewustzijn is non-duaal, onbevooroordeeld, niet-lineair en neutraal. Het heeft als kenmerken transcendentie[v], vrijheid, openheid en vertrouwen. Het is kalm en vredig. Heel jonge kinderen zijn nog hoofdzakelijk helder bewust. Dit is niet verwonderlijk, gezien zij nog hoofdzakelijk hun Originele Zelf zijn. Daar het pure helder bewustzijn een ervaring is van het heel jonge kind – een ervaring die volwassenen grotendeels kwijt gespeeld zijn – is het begrip helder bewustzijn moeilijk te verwoorden. Dit is de reden, Eloïse, Edward en Elvire, waarom het voor mij, de zeventig voorbij, echt moeilijk is om het helder bewustzijnook helder te beschrijven. Het helder bewustzijn leent zich bovendien niet tot volzinnen, concepten, uitleg en/of definities. Toch zal ik, tegen beter weten in, het concept helder bewustzijn in wat volgt beschrijven. Omdat men nu eenmaal zo veel mogelijk haar of zijn Creatieve Zelf blijft in de mate dat men Helder Bewust blijft.

Het helder bewustzijn

Tegenwoordig maakt het begrip Mindfulness opgang als synoniem voor helder bewustzijn. Mindfulness wordt wel eens leven met aandacht genoemd. Het is een vorm van meditatie die zijn oorsprong vindt in het Boeddhisme. Het Boeddhisme is, eerder dan een religie, een spirituele en psychologische strekking die tot meer bewustzijn of verlichting (‘’enlightment’) leidt. Boeddha wordt overigens ook de Verlichte genoemd, want de naam betekent “hij die verlicht (ontwaakt) is.” Verschillende auteurs geven aan het concept ‘Mindfulness’ heel verschillende definities; dus helpt dit begrip ons niet echt om het helder bewustzijn te definiëren.

Om het helder bewustzijn toch enigszins in woorden te vatten, vraag ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te denken aan een pasgeborene. Een pasgeborene is autentiek, helder bewust, open en vol vertrouwen. Een van de sleutel elementen van z’n openheid en vertrouwen is z’n capaciteit om te observeren. Van zodra de oogfunctie het toelaat, observeert de pasgeborene de omgeving met het helder bewustzijn. Zij of hij kleurt die werkelijkheid nog niet in, met andere woorden, het brein van een pasgeborene fungeert nog niet als een prisma.

Observeren[vi] kan worden onderscheiden van percipiëren[vi], maar is er niet van gescheiden. Perceptie steunt op observeren en voegt er, gekleurd bewust, onderwerp/object onderscheiden, positieve/negatieve oordelen, het lineair en ‘het één of het ander’ denken aan toe. Dit in een streven naar verschillende betekenissen, met als onderliggend doel zich aan te passen aan de sterk veranderende wereld en daarin goed overeind te blijven. Observatie van z’n kant blijft vrij van onderwerp/object onderscheiden, is onbevooroordeeld (oordeelt dus niet in positief/negatief), is niet-lineair en streeft niet naar het kleven van labels. Observatie streeft wel naar een klaar zicht krijgen op de dingen en het bekomen van ‘het één en het ander verschillend van’ denken.

Observeren blijkt voor volwassenen een aartsmoeilijke taak. Hoewel het observeren echt zien en echt luisteren mogelijk maakt, zaken die volwassenen brood nodig hebben. Toch staan volwassenen weigerachtig tegen goed observeren. Volwassen willen niet echt observeren omdat ze intuïtief aanvoelen dat ze daardoor zullen aangezet worden te veranderen. Men wordt inderdaad door observeren uitgenodigd het persoonlijk denkkader te veranderen. Daarbij komt nog dat door echt observeren we helder bewust worden en we daardoor de controle dreigen te verliezen over onze manier van leven. Een manier waar we ons toch zo krampachtig aan vastklampen. En toch, wat een volwassene blijvend nodig heeft, is haar of zijn bereidheid iets nieuws te leren. En dus te veranderen; want leren is veranderen en veranderen is leren. De mate dat een volwassene (terug) wakker wordt, is recht evenredig met de mate waarin zij of hij een portie ‘waarheid’ tot zich kan nemen zonder er van weg te vluchten. De vraag, die elke volwassene zich dient te stellen, komt neer op: “Hoeveel van waar ik mij aan vastklamp, kan door observatie worden losgeweekt vooraleer ik mij verschans in m’n gesloten denkkader?” De eerste reactie van een volwassene, wanneer die tegenvoets genomen wordt door echte observatie, is blijkbaar angst. Het is niet dat zij of hij angst heeft voor het onbekende. Men kan nu eenmaal geen angst hebben van iets dat men niet kent. Daarom ook is een heel jong kind zo onbevreesd. Wat de volwassene bij echte observatie vreest, is het mogelijk verlies van wat hij wel weet, waar hij zich aan vastklampt, en wat door echte observatie op losse schroeven dreigt te worden gezet.

Wanneer de pasgeborene ouder wordt en zich ontwikkelt, wordt perceptie, als onderdeel van z’n aanpassing aan de wereld, hoe langer hoe dominanter. Het kind richt zich hoe langer hoe meer op het gekleurd bewustzijn ten koste van het helder bewustzijn. Het adaptieve conditioneringsproces heeft bovendien de neiging onze intenties vorm te geven en bijgevolg te dicteren waar we onze aandacht dienen op te richten. Ouders, leraars, vrienden en de samenleving verwachten en eisen dat we onze aandacht richten op hoe, welke en van wie we waardering, applaus en lof kunnen oogsten. Dit is een zowel positief als negatief proces. In de poging van het kind om zich aan te passen aan de wereld, is de neiging sterk om dit te doen ten koste van het helder bewust blijven. Ten slotte verliest het kind het onderscheid tussen het helder bewustzijn en het gekleurd bewustzijn. Gelukkig zijn jullie, Eloïse, Edward en Elvire als puntje bij paaltje komt, zich in de praktijk nog helderder bewust van dit onderscheid dan ik, jullie grootvader Johan.

Het helder  en het gekleurd bewustzijn zou ik ook kunnen duiden als het ‘Ik-bewustzijn’ en het ‘mij-bewustzijn’. “Ik”, de Creatieve Zelf observeert en “mij”, de gecreëerde zelf, percipieert. Wij zijn bekaam om beiden te doen: observeren en percipiëren. Nochtans, werden we geconditioneerd om ons voornamelijk te identificeren met het ‘mij-bewustzijn’, eerder dan men het ‘Ik-bewustzijn’.

Omdat de Creatieve Zelf het helder bewustzijn én het gekleurd bewustzijn omvat, kan deze zowel de percepties van de gecreëerde zelf als de observaties van de Creatieve Zelf bevatten. Deze extra kwaliteit van de Creatieve Zelf vormt de basis voor authenticiteit. Authenticiteit is beide, “Ik” én “mij”. Een en ander kan als volgt voorgesteld worden:

Er kan worden gesteld dat de Creatieve Zelf zich tezelfdertijd helder bewust is van “Ik” helder bewust zijnde en van “mij” gekleurd bewust zijnde. Anderzijds is de gecreëerde zelf er zich zelden gekleurd bewust dat “Ik” helder bewust ben van “mij” gekleurd bewust zijnde. Met andere woorden, gekleurd bewust zijn is slechts een deel van het verhaal.

Het helder zelf-bewustzijn

Het helder bewustzijn van de Originele Zelf of ‘Ik-bewustzijn’ wordt ingezet wanneer we ons denken, geloven, voelen, waarderen, en gedrag observeren zonder te oordelen. Met andere woorden, wanneer tijdens het observeren we ons oordeel opschorten. De eenvoudige handeling van het observeren is metacognitief[vii] en maakt ons denken, percipiëren, interpreteren, oordelen en beslissen intentioneel, en richt ook onze aandacht. Het helder zelfbewustzijn stelt ons in staat om het gewone gekleurd zelfbewustzijn of ‘mij-bewustzijn’ te overstijgen en daarmee ook het innerlijk gekakel van wat sommigen de ‘monkey-mind’ noemen.

Het helder zelfbewustzijn observeert ook hoe we interpreteren, anticiperen en reageren op een persoon, situatie of gebeurtenis. Zoals reeds gesteld, zijn de meesten onder ons zich niet meer bewust van hun vermogen om te observeren of, indien er zich wel van bewust, zijn ze te bang dit te doen. Wij richten onze aandacht op wat en hoe we iets zeggen, iets voelen en iets doen, eerder dan te bemerken hoe en waar we onze aandacht op richten. Wij identificeren ons met, en worden daardoor, onze gedachten, gevoelens, emoties en gedragingen. Wij zijn ons er bovendien niet meer van bewust dat we bekwaam zijn onszelf te observeren als diegene die zich identificeert met dit alles. Ons teveel identificeren met onze gedachten, emoties en gedragingen (acties) is bedrieglijk. Het is van groot belang zich blijvend voor te houden dat zowel het helderals het gekleurd bewustzijn een onderdeel is van wie we werkelijk zijn. Wij hebben het vermogen om te observeren waarop, en in welke mate, wij onze aandacht richten; edoch, dat vermogen gebruiken volwassenen meestal niet. Eloïse, Edward en Elvire, mijn aanbeveling is eenvoudigweg: “Blijf jullie observatie vermogen inzetten!”

Het helder zelfbewustzijn kan naar buiten gericht zijn op wat we uiten, zeggen, en doen én het kan naar binnen gericht worden op wat we denken, voelen, en zelfs op het helder bewustzijn zelf. Het is één zaak om zich helder bewust te zijn wat er zich afspeelt in ons gekleurd bewustzijn; het is andere koek zich helder bewust te zijn dat men helder bewust is!

Zoals reeds eerder gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, het helder bewustzijn en het gekleurd bewustzijn zijn twee facetten van een geheel. Het helder bewustzijn is los van en overstijgt zelfs de grenzen van ons mentaal model. Overstijgen betekent letterlijk “verder dan de limieten gaan.” Ons mentaal model of mindset legt limieten op door het filteren van data en informatie met behulp van vooronderstelde interpretaties, meningen, waarden en aannames. Deze filters limiteren en vormen onze perceptie. Het helder bewustzijn overstijgt deze limieten en maakt de werking van de filters ongedaan.

Het helder bewustzijn zet, met andere woorden, onze gebruikelijke overtuigingen, vooronderstellingen, betekenissen en waardeoordelen buiten spel. Het laat zich niet knechten door onze intenties, ons streven en onze beslissingen teneinde lof te oogsten. Het bevindt zich in de sfeer van intuïtie en de Creatieve Zelf. De Creatieve en gecreëerde zelf ondersteunen elkaar onderling door geïntegreerde creativiteit. Daardoor transformeert de gecreëerde zelf in de richting van de Originele Zelf. Het gekleurd bewustzijn krijgt informatie van het helder bewustzijn en de interpretatie wordt op een hoger peil getild door zuivere intuïtie. Het is enkel wanneer we ons te veel identificeren met onze gecreëerde zelf dat we niet meer helder bewust zijn van onze Creatieve Zelf. Er zelfs bang van worden. Daardoor wordt uiteraard het creatief wisselwerkingsproces belemmerd.

Het helder bewust zijn van anderen

Wat hiervoor werd besproken m.b.t. het helder zelfbewustzijn van zichzelf is ook van toepassing op het helder bewust zijn van anderen. Het is in dit verband belangrijk te beseffen dat wij eerder anderen percipiërendan dat we hen observeren. Dit betekent dat we eerder de anderen percipiëren zoals wij zijn en hen niet observeren zoals zijwerkelijk zijn. Dit interfereert met ons vermogen om empatisch te zijn en dus met ons denkkader of mentaal model teneinde de ander waarderend te begrijpen. Het zich helder bewust zijn van anderen houdt ons ‘objectief’ en authentiek. Dit voornamelijk wanneer wij onze zienswijzen met hen delen of luisteren naar die van hen. Hoe helderder wij ons bewust zijn van de interpretaties die wij maken, betekenissen die wij toekennen, de meningen die wij projecteren, en de conclusies die wij trekken, hoe nauwkeuriger ons begrip van de bedoelingen, woorden, en gedrag van anderen zal zijn.

Het is essentieel dat we niet onze motieven en/of intenties aan anderen toeschrijven of op anderen projecteren. Wij moeten ons terdege helder bewust zijn van onze tendens onze focus te verliezen en dat we daardoor geen aandacht meer geven aan hoe en wat anderen communiceren. We dienen echt te luisteren en ons helder bewust te zijn van het verschil tussen wat hun intentie werkelijk is en hoe wij die interpreteren, evalueren en er op reageren. Aanhoudende aandacht is moeilijk en vereist discipline. De ‘monkey-mind’ wordt eindeloos afgeleid en dit in een fractie van een seconde. Zeker wanneer die ‘monkey-mind’ een iPhone in de hand houdt. De meeste mensen hebben de gewoonte hun ‘monkey-mind’ klakkeloos te volgen. Ze zijn zich daardoor niet helder bewust van het feit dat ze niet meer horen wat en zien hoe iets gezegd wordt en wat er gaande is. Zij zijn niet langer ten volle aanwezig in de conversatie.

Het helder bewust zijn van situaties

Het verschil tussen observeren en percipiëren van gebeurtenissen, omstandigheden en situaties is een uitbreiding van het helder bewustzijnvan zichzelf en anderen. Verschillen observeren, zonder er direct een interpretatie aan vast te knopen, is uiterst moeilijk. Het is van het grootste belang om objectief te zijn en niet te vervallen in stereotypering en projecteren[viii]. Hoe beter we observeren, hoe groter de kans dat wij zullen responderen[ix] en niet automatisch reageren, gebaseerd op onze interpretaties. Die interpretaties komen mogelijks voort uit foutieve vooronderstellingen, veronderstellingen en veralgemeningen (en misschien zelfs vooroordelen).

In het geval van creatieve wisselwerking komt responderen vanuit een intentie om te ‘zien’ en te ‘horen’ wat er werkelijk gebeurt en wordt gezegd. Dit vooraleer over te gaan tot interpreteren, toekennen van een betekenis of evalueren wat er gebeurt. Responderen is een bewuste reactie om de werkelijkheid beter te kunnen ‘zien’ en ‘horen’. Reageren, daarentegen, is een reflexmatige reactie met geen of zeer weinig voorafgaande positieve intentie. Die reflex wordt eenvoudigweg geïnitieerd door een ingesleten gewoonte patroon. Responderen is een dialoog tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Reageren is doorschieten naar beslissing en actie.

Het gekleurd bewustzijn

Het gekleurd bewustzijn omvat dus perceptie en geeft zaken een ‘label’: voordelig-nadelig, akkoord-niet akkoord, inclusief-exclusief, goed-slecht, en juist-fout. Let wel, Eloïse, Edward en Elvire, perceptie is essentieel om zich te kunnen aanpassen en daardoor te kunnen overleven in deze steeds maar sneller veranderende wereld. Percepties zorgen er voor dat er voorkeuren, betekenissen en waarden ontwikkeld worden en kleuren daardoor ons bestaan.

Door interpretatie, evaluatie en beslissing wordt, wat bekomen wordt door observatie met het helder bewustzijn, getransformeerd. Dit door de perceptie van het gekleurd bewustzijn. Daardoor wordt de “één en het ander verschillend van” observatie van het helder bewustzijn vaak de “het een of het ander” perceptie van het gekleurd bewustzijn. We komen terecht in wat veelal het “in-the-box” denken wordt genoemd. Die ‘box’ (doos) wordt gevormd door de grenzen van onze ‘fixed’ (gesloten) mindset. Door ons gekleurd bewustzijn appreciëren we de werkelijkheid op een bepaalde manier en de aldus gewaardeerde werkelijkheid wordt als het ware in de doos van onze ‘mindset’ (denkkader, mentaal model) gestopt. In feite bepaalt die gekleurde appreciatie wat er in de doos terecht komt en, wat nog belangrijker is, wat er uit wordt geweerd. Anders gesteld, we voegen toe wat we waarderen en weren wat we niet waarderen. We zien de werkelijkheid niet zoals ze is, we zien deze zoals wij zijn!

Onze voorkeuren maken dat verschillen gepolariseerd worden. Het gekleurd bewustzijn werkt inderdaad polarisatie in de hand. Er is geen sprake meer van “het één en het ander”; inderdaad, de ‘en’ is een ‘of’ geworden. We leggen onszelf op te kiezen. Een van de twee tegenstrijdige polen wordt daarbij gekozen ten nadele van de andere pool. Dit werkt uiteraard polarisatie in de hand.

Deze splitsing, de verschuiving van ‘en’ naar ‘of’, heeft meerdere gevolgen; zowel positieve als negatieve. Een van de gevolgen is dat elk idee wordt gecatalogeerd als een goed of slecht idee. Dit niettegenstaande in werkelijkheid elk idee beide eigenschappen in zich heeft. Inderdaad, elk idee en elke situatie kan gepercipieerd worden als positief én als negatief. Het begrip ‘appreciatie’ wordt in veel gevallen geassocieerd met onze voorkeuren, dus wat we percipiëren als positief. We worden als het ware blind voor de andere zijde van de medaille en dus voor de niet voorziene, niet geanticipeerde en collaterale schade. We zien die laatste niet omdat we enkel percipiëren doorheen de gekleurde bril van onze voorkeuren. We zien enkel wat goed is in een idee, dus wat we als ‘goed’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke negatieve effecten van het idee. Het tegenovergestelde is ook waar: we zien enkel wat slecht is een idee, dat we als ‘slecht’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke positieve effecten van het idee. Dit alles zorgt er voor dat we afglijden naar een gekleurd denkkader ten koste van een helder én gekleurd denkkader.

Een bekend metaforisch verhaal heeft mij duidelijk doen inzien dat de vraag “Wat is correct a of b?” in alle gevallen, wat de a en b ook mogen zijn, met een klare JA! dient beantwoord te worden. Het is het aloude verhaal van ‘De Boer en zijn Zen Meester’ met de terugkerende vraag “Is dit goed of is dit slecht?” Van dit verhaal bestaan er tientallen versies. Ik vertel het als een Zen story hoewel het oorspronkelijk een Tao story zou zijn[x]. Ik hoorde het ooit in Atlanta vertellen door Guido Vander Aa die daar, gedurende zijn talloze omzwervingen, tijdelijk bij een kennis van Charlie Palmgren was beland. Ik ontmoette Guido toen ik in die periode bij Charlie op werkbezoek was.

De Boer en zijn Zen Meester

Een oude arme boer bewerkte jarenlang, geholpen door z’n enige zoon en z’n enig paard, z’n hectare grond en kon daardoor ternauwernood met z’n familie van drie het hoofd boven water houden. Op een dag liet z’n vrouw het hek van het erf openstaan en daardoor liep het paard naar de vrijheid. De boer was er het hart van in en ging om advies naar z’n Zen Meester. Na het horen van het trieste verhaal van de boer, vroeg de Zen Meester: “Is dat goed of is dat slecht?” en ging verder met z’n meditatie.

De boer ging beduusd naar huis en vertelde z’n vrouw wat de Zen Meester had gezegd. Ook zij begreep diens boodschap niet. Het was toch erg dat hun enig paard de benen had genomen, toch?!? Beiden concludeerden dat de tijd misschien raad zou brengen.

De volgende ochtend zag de zoon een stof wolk naar de boerderij komen. Hij opende intuïtief het hek en … hun paard, een hengst, was teruggekeerd vergezeld door twee wilde merries. De boer ging de dag daarop terug naar de Zen Meester. Die was diep verzonken in een Mindfulness sessie, maar keek toch op toen de boer binnenstormde en luisterde aandachtig naar diens euforisch verhaal. Nadien vroeg de Zen Meester: “Is dat goed of is dat slecht?” en ging verder met z’n meditatie.

De boer ging terug naar huis. Nog verbaasder dan de vorige keer. En ook nu konden de boer en z’n vrouw geen touw knopen aan de vraag van de Zen Meester. Het was toch goed dat ze nu drie paarden hadden, toch?!? Beiden concludeerden dat de tijd misschien raad zou brengen.

De dag daarop probeerde de zoon de ongetemde merries te berijden. Bij de eerste merrie ging het uitstekend. Edoch, de tweede merrie wierp hem af en de zoon brak z’n rug. De toegesnelde dokter besloot dat de zoon verlamd was van het middel af, en dat dit zo zou blijven. Nogmaals ging de boer naar z’n Zen Meester voor advies. Toen hij diens kamer binnen kwam was de Zen Meester in diepe meditatie verzonken. Licht geïrriteerd keek de Zen Meester toch op en luisterde aandachtig naar het dramatische verhaal van de boer. Ook nu herhaalde hij na het aanhoren van het verhaal dezelfde vraag: “Is dat goed of is dat slecht” en hervatte hij z’n meditatie.

Nu liep de boer erg boos de kamer van de Zen Meester uit, de deur met een harde smak achter zich toe klappend. Nu concludeerden de boer en z’n vrouw dat de Zen Meester z’n verstand verloren had en dat het geen zin meer had hem nog te gaan opzoeken. Dat hun kind voor het leven half verlamd was, was toch uiterst slecht ?!?

Enkele dagen later brak de oorlog uit. Militaire ambtenaren kwamen in het dorp alle jonge mannen opeisen om hen in het leger in te lijven en met hen ten oorlog te trekken. De zoon van de boer werd uiteraard ongeschikt voor de legerdienst verklaard en mocht bij z’n vader en moeder blijven. Hij zou niet verschrikkelijk omkomen in die oorlog.  De boer vertrok toch naar z’n Zen Meester om hem dit heugelijke nieuws te vertellen. Zoals gebruikelijk was de Zen Meester verzonken in een meditatie. Hij schrok op toen de boer binnenstormde en aanhoorde diens jubelend verhaal. Ook nu stelde hij, na het aanhoren van het verhaal, dezelfde vraag: “Is dat goed of is dat slecht” en hervatte hij z’n meditatie. 

Het gekleurde zelf-bewustzijn

Het gekleurde zelf-bewustzijn steunt voornamelijk op conditionering door externe feedback. Het is gebaseerd op de aangeleerde perceptie dat onze eigenwaarde stoelt op acceptatie, goedkeuring, lof, en applaus van anderen. Onze zelfwaardering steunt op de veronderstelling dat onze waarde verdiend dient te worden en afhangt van de evaluatie ervan door anderen. Helaas, wanneer we gekleurd zelfbewust worden en ons richten op onze extrinsieke waarde[xii] dan doen we dit ten koste van ons helder bewustzijnen van onze Intrinsieke waarde[xiii]. Extrinsieke waarde veronderstelt dat waarde kan gekocht, verworven of verdiend worden en dus ook kan worden geweigerd of afgenomen. In feite gaat het over eigenwaarde. Daardoor komt het dat menigeen zich tot doel stelt goedkeuring te verkrijgen en verwerping te voorkomen. Dit is in feite gedrag dat wij door onze Vicieuze Cirkel hebben aangeleerd. Eloïse, Edward en Elvire, dit soort gedrag zien we ook veel bij jongeren; bijvoorbeeld bij hun pogingen om op sociale media, zoals Facebook en Instagram, zoveel mogelijk ‘volgers’ en ‘likes’ te verzamelen.Intrinsieke en extrinsieke waarde worden gepercipieerd als zijnde wederzijds exclusief; alweer een geval van ‘het een of het ander’ denken. Op beide soorten waarden gaan we in een latere column dieper in.

Blijkbaar zijn we veel waard als we ‘het goed doen’ en niets waard als we ‘falen’; onze waarde blijkt voorwaardelijk. Voor de meesten onder ons wordt het leven gereduceerd tot alles goed voor elkaar krijgen en het beheersen van het risico verworpen te worden. En dit bij zowat alles wat we denken, voelen en doen. De potentiële pijn die we ervaren wanneer we ons zelf verwerpen, wordt een constante bedreiging en een onuitputtelijke bron van stress. Deze imminente dreiging noopt ons ertoe om onze aandacht te richten op het vermijden van afwijzing en te starten met een continue zoektocht extrinsieke waarde via anderen te verkrijgen. In dit proces van continu streven naar extrinsieke waardering worden we minder helder bewust van onze Intrinsieke waarde. Met andere woorden, we raken daardoor hoe langer hoe meer verstrikt in de gesloten mindset van onze persoonlijke Vicieuze Cirkel. Deze onophoudelijke drive naar het gevoel van (extrinsieke) eigenwaarde en het vermijden van afwijzing, is de basis voor de meeste van onze verslavingen, dwanggedachten, obsessies en fobieën[xiv].

Het gekleurd bewust zijn van anderen

Het gekleurd bewust zijn van anderen zou eigenlijk dienen te gaan over het waarderen van de Intrinsieke waarde van anderen. Elke mens heeft een Intrinsieke waarde en geen enkel mens kan z’n Intrinsieke waarde verhogen of verminderen. Ze kan niet worden bekomen of verdiend; we komen daar, zoals zojuist gesteld, nog op terug! Ook heeft iedereen een Creatieve Zelf en een actuele gecreëerde zelf. De Creatieve Zelf van de ander observeert zoals de onze en hun gecreëerde zelf percipieert vanuit hun uniek perspectief en unieke ervaring, zoals onze gecreëerde zelf dat doet vanuit ons uniek perspectief en onze unieke ervaring. Op het intrinsieke niveau zijn we allen gelijk en even waardig. Dezelfde levenskracht en helder bewustzijn vloeit in ons. Deze levenskracht is in feite het creatief wisselwerkingsproces dat doorheen elk van ons vloeit (Cf. Flow[xv]). Op het extrinsieke niveau is geen enkel van ons gelijk aan een ander. Wij zijn allen vergelijkbaar en toch verschillen we danig; elk van ons is uniek. (maar ik ben iets unieker dan jullie, Eloïse, Edward en Elvire… grapje!). Indien we ons enkel identificeren met onze actuele gecreëerde zelf, richten we ons voornamelijk op de verschillen tussen onszelf en de anderen. Wanneer we helder bewust zijn en ons identificeren met onze intrinsieke Creatieve Zelf, kunnen we ons zowel richten op onze wederzijdse overeenkomsten als op onze unieke distincties[xvi](verschillen).

Een vereiste voorwaarde voor Creatieve wisselwerking is ons engagement om helder bewust én gekleurd bewust te zijn van zowel onze intrinsieke waarde als de Intrinsieke waarde van anderen. Indien we onszelf of de anderen om één of andere reden ‘ontwaarden’ (devalueren), wordt het creatief wisselwerkingsproces zwaar gehinderd. Creatieve wisselwerking vereist wederzijds respect en een engagement tot het creëren van manieren om eventuele extrinsieke verschillen wederzijds te aanvaarden en inclusief te maken. Een gevolg van dat wederzijds respect is de intentie om te luisteren naar en waarderend te begrijpen van het perspectief van de ander; perspectief dat ontsproten is uit haar of zijn uniek referentie kader (denkkader, mindset en mentaal model). Idealiter luisteren en begrijpen wij niet vanuit onze eigen voorkeuren, waarden, meningen en overtuigingen; dus niet vanuit onze eigen mindset. Wanneer we de bedoeling hebben om anderen op een authentieke manier te begrijpen en te appreciëren, bevorderen we de werking van het creatief wisselwerkingsproces. Het is een doorgedreven inspanning om echt empatisch te worden en anderen te observeren zoals ze zijn en niet zoals wij zijn. Het is effectief helder bewust worden van wat wij denken over, interpreteren van, voelen, beslissen en reageren op wat wij observeren. Wat wij waarnemen dient, vooraleer we er op reageren, eerst uitgezuiverd te worden in een dialoog tussen ons helder en gekleurd bewustzijn. Deze dialoog kan zelfs een ‘cruciale’ zijn.

Het gekleurd bewustzijn apprecieert de anderen. Appreciëren betekent zowel de positieve als de negatieve elementen zien in de ideeën, perspectieven en situaties. Let wel wat ‘positief’ en ‘negatief’ wordt genoemd is op zich ook een inkleuring! Het is, op z’n best, het vermogen om te denken en te evalueren in zowel “het één of het ander” als “het één en het ander” termen. Alleen door het kijken naar het volledige spectrum van positieve en negatieve aspecten van een persoon, idee, zaak of situatie kan men authentiek waarderend begrijpen. Het gekleurd of ‘mij-bewustzijn’ splitst verschillen in tegenstellingen, paradoxen[xvii] en polarisatie[xviii]. Bij polarisatie worden de verschillen gezien als exclusief, met andere woorden ze sluiten elkaar uit; eerder dan als potentieel inclusief (ze kunnen potentieel in elkaar opgaan en elkaar versterken). Creatieve wisselwerkingis inclusief, behalve in die gevallen dat het opnemen van een idee, mening, zaak of persoon, de voortschrijdende integratie en transformationele verandering zou belemmeren.

 Het gekleurd bewust zijn van situaties

Situationele waardering van situaties met het gekleurd bewustzijn gebruikt idealiter een “het één en het ander” observatie, perceptie en cognitie. Dus een volledig spectrum evaluatie en interpretatie van situaties en gebeurtenissen. Dit veronderstelt ook dat er variërende graden van nauwkeurigheid en onnauwkeurigheid in alle evaluaties en interpretaties zijn. Men aanvaardt dus dat elke interpretatie mogelijks foutief en dus voor correctie vatbaar is. Een dusdanige situationele waardering is verbonden met de idee van wetenschappelijke objectiviteit. Het doel is de bias[xix] in iemands perceptie, denken, voelen, beslissen en gedrag te verminderen. Men zoekt naar de ‘feiten en waarheid’ betreffende de ‘werkelijkheid’ in elke bepaalde situatie.

Besluit

De hamvraag van dit deel : “Hoe, zoveel mogelijk, je ‘Creatieve Zelf’ blijven?” heeft dus als antwoord: “Door, zoveel mogelijk, helder bewust te blijven!”. Dit komt neer op terug, zoveel mogelijk, als jong kind onbevangen naar de werkelijkheid te kijken. Dus te observeren wat er werkelijk aan de hand is. Dit alles door Creatieve wisselwerking blijvend van binnen uit te beleven en zich niet te laten ringeloren door de Vicieuze Cirkel. Theoretisch kinderlijk eenvoudig, want elke baby en peuter doet het moeiteloos; praktisch … wel, dat is andere koek! De volgende delen zullen jullie, Eloïse, Edward en Elvire, heel wat bijkomende inzichten geven die jullie kunnen helpen jullie taak tot een goed einde te brengen. Het aansluitend werk zullen jullie zelf blijvend dienen te doen!

___________________________________________________________________________

[i]Bruce Springsteen, Quote uit song Growin’ Up uit album Greetings from Asbury Park, N.J., Columbia Records, 1973

[ii]Conditioneren is gedrag of gewoonten aanleren door straf of beloning (de gekende stok en wortel – dit gebeurt al vanaf de prille jeugd: denk maar aan het zinnetje van een aloud Sinterklaasliedje: “wie stout is krijgt de roe”). Ik noem de actuele zelf de gecreëerde zelf en zou hem ook de geconditioneerde of aangeleerde zelf kunnen noemen. Om het verschil tussen creatieveen gecreëerde in de verf te zetten heb ik voor gecreëerde zelf gekozen als naam voor onze actuele zelf.

[iii]De Creatieve Zelf is op de keper beschouwd onveranderlijk en zit nog altijd ergens in ons, maar meestal heel diep; wij vereenzelvigen ons namelijk veeleer met onze actuele gecreëerde zelf.

[iv]Bewustzijn: staat van zijn, bekwaam zijn om verschillen te onderkennen.

[v]Transcendentie is een filosofisch begrip dat kan gedefinieerd worden als het overstijgen van de mens; het zich verheffen boven de dualiteit van het zich vereenzelvigen met de werkelijkheid, het hier en nu bewustzijn; het gekleurd bewustzijn.

[vi]Observeren: Het aandachtig en nauwkeurig bekijken (waarnemen) van dingen zonder te oordelen.

[vii]Percipiëren: Waarnemend begrijpen door te beoordelen wat geobserveerd werd.

[viii]Metacognitief:Metacognitie betekent letterlijk “denken over denken” (meta = over, cognos = denken). Metacognitie is het actief monitoren (meten & evalueren) en daarop gebaseerd sturen (regelen) van cognitieve processen om cognitieve doelen te bereiken. Het begrip cognitief doelt op alle informatieprocessen die zich afspelen in de hersenen.

[ix]Projectie (psychologie): Van projectie kan sprake zijn wanneer men eigenschappen of emoties van zichzelf tracht te ontkennen, verbergen of verdringen door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders. De klassieke opvatting en uitleg van projectie is dat het een afweermechanisme is tegen negatieve emoties.

[x]Responderen: Behoedzaam antwoorden, dus eerst nadenken en afwegen vooraleer te antwoorden.

[xi]Alan Wilson Watts. Tao: The Watercourse Way. New York NY: Pantheon Books, 1975

[xii]Extrinsieke waarde: de waarde die [iemand] aantrekkelijk en bruikbaar maakt; de kwaliteit die kan gekocht, verworven of verdiend worden.

[xiii]Intrinsieke waarde: de kwaliteit die [iemand] waardevol maakt; de kwaliteit binnenin de persoon die waardering of respect afdwingt.

[xiv]Fobie: een (irreële) angst voor situaties waar geen aanwijsbaar groot gevaar aanwezig is. Voorbeelden: bloedangst, pleinvrees en angst voor spinnen.

[xv]Flow: refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Belangrijkste theoreticus achter dit concept is de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi.

[xvi]Distinctie: verschil, onderscheid; vb. De distinctie tussen lage en hoge klassen. Quote Peter M. Senge: “Do we hear with our ears? Do we see with our eyes? Or do we see and hear with our distinctions?”

[xvii]Paradox: Schijnbare tegenspraak. Stijlfiguur die op het eerste gezicht op een tegenstelling of tegenspraak lijkt, maar die bij nader inzien toch een waarheid lijkt te bevatten. Bijvoorbeeld: “Ik leg mij toe op het schrijven van begrijpelijk Nederlands. Maar ik ben een ingenieur.” (Johan Roels – Multatuli parafraserend)

[xviii]Polarisatie: (politiek): het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen

[xix]Bias: vertekening van de evaluatie; een systematische fout door het gekleurd bewustzijn. De vertekening kan bedoeld zijn (dan spreken we van manipulatie) of niet bedoeld (te wijten dus aan de ‘gekleurde bril’).

BLIJF WAKKER ! – DEEL I

HOE WENDBAAR EN WEERBAAR BLIJVEN?

For what are we
Without hope in our hearts
That someday we’ll drink
From God’s blessed waters
And eat the fruit from the vine?
– Bruce Springsteen

Across the Border – The Ghost of Tom Joad (1995) [i]

Dit is de cruciale vraag! In dit eerste deel zal ik die, zo goed en zo kwaad ik kan, beantwoorden. Edoch, deze vraag zal slechts volledig beantwoord zijn nadat alle hoofdstukken (columns) zijn geschreven. Ik ben er mij bovendien van bewust dat dit deel niet eenvoudig is en dat jullie deze tekst heel waarschijnlijk niet direct ten volle zullen begrijpen. Dat is niet erg, Eloïse, Edward en Elvire! Het gaat hier om materie waar ik zelf een twintigtal jaar voor nodig had om ze enigszins te begrijpen. En wat meer is, mijn begrijpen ervan verbetert nog stelselmatig. Het gaat, ook voor mij, om een voortschrijdend inzicht in de opdracht die we eigenlijk allemaal hebben: wendbaar en weerbaar blijven/worden. En ik dien ergens te beginnen, toch?!?

Laat ik, gevolg gevend aan het eerste van het tweeledig engagement van Henry Nelson Wieman, beginnen met het beste van m’n weten:

Om wendbaar en weerbaar te blijven dienen jullie, Eloïse, Edward en Elvire, een tweeledige beslissing te nemen, dit teneinde blijvend:

  1. jullie ver van de Vicieuze Cirkel te houden en

  2. het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit te beleven.

Ik ben mij er van bewust dat ik in raadsels spreek. Om die raadsels op te lossen, verwijs ik naar gedeelten van m’n vorige boeken. Zo is de Vicieuze Cirkel een concept dat ik leerde van Charlie Palmgren. Charlie beschreef dit concept uitvoerig in ‘The Chicken Conspiracy’[ii]. Zelf beschreef ik de Vicieuze Cirkel in m’n reeds geciteerde boeken en heb er letterlijk uren lezingen over gegeven. Ik raad jullie aan om eens hoofdstuk 3 van ‘Cruciale dialogen’[iii] te lezen. Wat het Creatief wisselwerkingsproces betreft: dit is het levensproces – ook leer- en transformatieproces genoemd – waarmee jullie alle drie geboren zijn. Het is het natuurlijk proces dat in elk gezond kind bij de geboorte wordt ‘ingebed’. Jullie hebben ondertussen wel al begrepen dat cruciale dialogen een praktische toepassing zijn van Creatieve wisselwerking. Het lijkt mij dan ook nuttig dat jullie Deel III van ‘Creatieve wisselwerking’ [iv] ooit eens zouden lezen.

Neem daar gerust jullie tijd voor. Wat er ook van zij, deze gedeelten dienen, ook door mij, af en toe eens nagelezen te worden. Ik noem die boeken daarom naslagwerken. Ik heb er zelf naar gegrepen telkens het leven me ‘tegenvoets’ nam of er iets gebeurde dat ik niet direct kon plaatsen. Zoals jullie weten ligt er voor elk van jullie een exemplaar van elk boek klaar.

Hoe je het draait of keert, het is en blijft geen makkelijke materie. Ook niet voor mezelf. Het meeste verwonderlijke is dat we als baby en peuter met die materie helemaal geen moeite hadden. Dat ik er jullie, via deze column, nu mee lastig val, is omdat ik het zo belangrijk vind jullie deze kennis, die niet in scholen onderwezen wordt, nu mee te geven. Ik kan echt niet wachten tot het moment dat jullie deze materie makkelijker zullen kunnen vatten. Want dan zal ik er denkelijk zelf niet meer zijn. Ik doe het, eerlijk gezegd, ook voor mezelf: het geeft mij een goed gevoel!

Indien gewenst, kan ik jullie drie ook een lezing geven over deze twee belangrijke onderwerpen; dit op jullie simpele vraag (smiley).

Hoe blijvend uit de greep van de Vicieuze Cirkel blijven?

Blijvend uit de greep van de Vicieuze Cirkel blijven, komt eigenlijk neer op het verbonden blijven met uw Intrinsieke Waarde. Dit begrip heb jij Eloïse dit najaar (2018) in de Godsdienstles op het SUI[v] geleerd!

Eerst en vooral dient men daartoe het gevaar – met name de gevangene te worden van z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel– te onderkennen. Men dient als het ware de eigen ‘kooi’ te herkennen en te erkennen dat men er in dreigt te verzeilen.

Een van de grootste talenten van de mens is dat zij of hij helder bewust kan zijn van zichzelf en ook bewust kan zijn van het inkleuren (‘consciousness’) van dat helder bewustzijn (‘awareness’). Zoals jullie zien, gebruik ik regelmatig de Engelstalige begrippen ‘awareness’ en ‘consciousness’. Dit omdat het mij belangrijk lijkt dat jullie het verschil tussen die twee termen leren kennen; termen die in het Nederlands steevast als ‘bewustzijn’ vertaald worden. Ik kom er zeker in volgende columns (hoofdstukken) nog op terug.

Het gaat om het waarderend begrijpen van z’n eigen unieke individualiteit en denkkader (‘mindset’). Dit wordt ook soms de eigen identiteit genoemd. Het waarderend begrijpen van de eigen identiteit komt neer op zich helder bewust (‘aware’) zijn van het feit dat men gedreven is z’n zelfachting te beschermen tegen negatieve evaluaties, door anderen, van haar of zijn gecreëerde zelf. Deze zelfbescherming is een de hoofdoorzaken van de vertekening van het waarderend begrijpen van de realiteit. Deze vertekening leidt onvermijdelijk naar een vals inzicht van de werkelijkheid. De werkelijkheid betreffende zichzelf, anderen, omstandigheden en ervaringen is dus vertekend. Men dient bovendien te begrijpen dat, wegens deze vertekening, het eigen waardesysteem niet op dezelfde golflengte zit met de werkelijkheid. Dit heeft effecten op de waarachtigheid van iemands intuïtie.

Wanneer men (h)erkend dat men de gevangene dreigt te worden van de Vicieuze Cirkel, wordt men er zich bewust van dat de eigen perceptie ontwricht is. Men ziet met andere woorden in dat men de werkelijkheid niet ziet zoals die is. Men ziet daarbij ook in dat men de werkelijkheid ziet zoals men zelf is. Dit dubbel inzicht kan de start worden van het proces om uit de Vicieuze Cirkel te blijven. Met andere woorden, door het risico te herkennen is het al onderweg beheerst te worden. Dit betekent dat men bekwaam is om eigen oordelen, reacties en gedrag (i.e. eigen acties) kritisch te beoordelen, waardoor betrouwbaardere observaties doorheen het ‘ego systeem’ (i.e. de eigen mindset) kunnen breken. Kortom, iemand kan min of meer bevrijd worden van het risico van een gesloten denkkader (‘closed mindset’) en dit denkkader blijvend open houden, zodat men betrouwbaardere inzichten bekomt.

Een tweede onderdeel van het proces om uit de Vicieuze Cirkel te blijven, is dat men zich bewust blijft van het gevaar beïnvloed te zijn door de cultuur van de sociale groep waartoe men behoort. Het perspectief van de gemeenschap waarin men is opgegroeid, beïnvloedt het persoonlijk oordelen. Anders gesteld, iemands persoonlijk denkkader (mindset) wordt sterk beïnvloed door het collectieve denkkader van de gemeenschap en dus de cultuur waartoe men behoort.

Men kan zich daar tot op zekere hoogte uit bevrijden door te herkennen en erkennen dat men zich bevindt in deze situatie van culturele beïnvloeding. Dit kan dan de start zijn voor het stellen van kritische vragen omtrent de geldigheid van oordelen die men, of de eigen gemeenschap, maakt betreffende de ‘ander’. Wanneer men diep overtuigd is van dit feitelijk gegeven, betreffende zichzelf en z’n cultuur, kan men blijvend zoeken naar feiten en bewijzen aangaande de werkelijkheid. En dit met een opener geest, dan het geval zou zijn indien men deze waarheid niet zou erkennen.  Met andere woorden, het ogenblik dat men zich volledig bewust is dat iemands inzichten en daardoor conclusies wazig kunnen zijn door diens denkkader – denkkader dat sterk beïnvloed wordt door het collectief denkkader (d.w.z. de cultuur waartoe men behoort) – kan men het aldus gekleurd bewustzijn openbreken en in vraag stellen. Ik noem dit een dialoog tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Op die manier, is het helder bewustzijn terug aan zet en wordt het ondergaan van een creatieve transformatie, naar correctere inzichten en oordelen betreffende iemands eigen cultuur en de collectieve cultuur waartoe zij of hij behoort, mogelijk!

Het derde onderdeel van deze ontwijkingsaanpak vloeit voort uit het feit dat eenieders actuele ‘zelf’, eigenlijk onaf en in transitie is. Ik noem die actuele zelf steevast de gecreëerde zelf. Menselijke wezens zijn nu eenmaal onvoltooid. Zij zijn op weg om te transformeren tot een ‘hogere’ zelf, ten minste indien ze zich niet vastklampen aan hun actuele zelf. Met andere woorden, als jullie Eloïse, Edward en Elvire, uw Creatieve Zelf (waarmee jullie geboren zijn en nog voor een behoorlijk stuk zijn) z’n werk laat doen, zal jullie gecreëerde zelf een voortdurende transformatie ten goede ondergaan. Op die manier wordt jullie gecreëerde zelf een continu evoluerende zelf in de richting van de Originele Zelf.

Gezien elke mens in transitie is, dus nog niet het wezen dat zij of hij zou kunnen worden, dient zij of hij – indien zij of hij überhaupt wil blijven ten goede evolueren – te streven naar het bekomen van een denkkader dat continue transformatie omarmt. Dat geldt uiteraard ook voor jullie. Deze continue creatieve transformatie mag geenszins stoppen. Indien dit gebeurt, blijft de gecreëerde zelf op een bepaald ‘onvoltooid’ niveau steken en sterft de aangeboren creativiteit. Waardoor het individu achterblijft met een op dat niveau vastgeroest, niet-veranderend denkkader. Anders gesteld, het individu wordt de gevangene van z’n eigen mindset. Men wordt de gevangene van z’n eigen Vicieuze Cirkel.

Het is dus erg belangrijk dat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, waarderend begrijpen dat continue creatieve transformatie de sleutel is tot het verbeteren van jullie (nog) niet complete gecreëerde zelf. Ook dienen jullie die sociale relaties en later een werkomgeving te zoeken, waardoor het tweeledig engagement – dat zo dadelijk aan bod komt – jullie creativiteit naar een hoger niveau tilt. Dit zowel in jullie eigen persoon als in jullie sociale relaties.

Hoe blijvend het Creatief wisselwerkingsproces van binnenuit te beleven?

De tweede beslissing betreft een persoonlijk tweeledig engagement[vi] om het creatief wisselwerkingsproces, waarbij iemands talenten ten volle worden ingezet, blijvend van binnen uit te beleven. Maar hoe doe je dat in de praktijk?

Bij een dusdanige beslissing wordt er, beste Eloïse, Edward en Elvire, eerst en vooral van uitgegaan dat men z’n studies en later z’n werk kiest in lijn met z’n talenten. Daarbij zullen jullie ook dienen na te gaan of de organisatie waar jullie zullen studeren en werken zorgt voor (ten minste een aantal van) de condities die nodig zijn voor de transformatie van de mens. Als dit niet het geval is, dienen jullie die organisatie links te laten liggen en uit te kijken naar een alternatief. Dat klinkt cru. Men moet toch de eerste beste job aanpakken? Nee, dat moeten jullie niet. Uit ervaring weet ik dat het moeilijker is van job te veranderen – wanneer later blijkt dat er te weinig van de nodige condities op het werk (nog) voor handen zijn – dan wat meer tijd te steken in de keuze van een goede werkplek.

Over deze condities kunnen jullie veel lezen in m’n boek ‘Cruciale dialogen’. Ik beperk me hier tot de opsomming ervan. Ik kom er later nog uitvoerig op terug. Het zijn wel condities die jullie initieel van de natuur mee kregen en die spijtig genoeg binnen nogal wat organisaties beknot worden:

  • Vertrouwen
  • Openheid
  • Nieuwsgierigheid
  • Kunnen omgaan met onzekerheid
  • Het kunnen verbinden van ogenschijnlijk los val elkaar staande zaken
  • Creativiteit
  • Doorzettingsvermogen
  • Interafhankelijkheid

Ten tweede,  jullie dienen zich ‘volledig’ te geven. Dit betekent dat jullie, waar het gaat om het beleven van het creatief wisselwerkingsproces, niets mogen achterhouden. Ook niet jullie miskleunen, tekortschieten, schaamte en uiteraard niet jullie kernkwaliteiten en sterktes. Door zowel het ene als het andere te onderkennen, zullen jullie nederig blijven en zich verre van arrogantie houden. Door nederig te blijven, kent men zichzelf beter, stelt men de juiste vragen en tolereert men beter ambiguïteit en onzekerheid. Dit zorgt ervoor dat jullie niet direct de ‘waarheid’ inkleuren en doorschieten naar niet erg gefundeerde conclusies. Daardoor voelen jullie zich ook niet ‘beter dan’ of ‘superieur aan’ anderen en blijven jullie dankbaar dat jullie creatieve wisselwerking blijvend van binnen uit kunnen beleven. Dit alles betekent dat jullie ten volle Reinhold Niebuhr’s ‘Gebed om Kalmte’ beleven:

God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.

Nogmaals, dit alles komt neer op het erkennen van het gevaar van z’n eigen Vicieuze Cirkel en op het zich ten volle inzetten voor het levensproces waarmee men geboren is: Creatieve wisselwerking.

Ten derde,  heeft dit engagement, tot het blijvend beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit, nood aan intensiteit en volharding. Jullie dienen van binnen uit het beleven van Creatieve wisselwerking te beheersen. En dus open te staan voor het nieuwe, het betere en het vollere. Daartoe bestaat er geen stappenplan of een sluitend theoretisch concept. Overigens indien een dusdanige richtlijn zou bestaan, zou dit neerkomen op controle ‘van buiten naar binnen’. Om effectief te zijn, dienen jullie het van binnen uit beleven van Creatieve wisselwerking niet ‘tweedehands’ over te nemen van een derde. Ook niet van jullie grootvader! Integendeel, dit beleven dient ontwikkeld te worden door eenieder van jullie op een manier die passend is voor jullie eigen specifieke talenten en noden.

L’homme est une aventure dont il peut être le créateur

Het doel van dit engagement is jullie Creatieve Zelf in te zetten voor actie met als doel een nieuw denkkader te creëren en zich te verbinden met de belangrijkste opdracht die er is, met name de creatieve transformatie van jullie gecreëerde zelf. Daardoor blijven jullie wendbaar en weerbaar.

Albert Camus schreef ooit: “… l’homme n’a pas de nature humaine donnée une fois pour toutes, … il n’est pas une créature achevée, mais une aventure dont il peut être le créateur [vii] (in het Nederlands wordt dit: … de mens heeft geen definitieve menselijke natuur … hij is geen afgewerkte creatie, maar een avontuur waarvan hij de schepper kan zijn).“ Ook Friedrich Nietzsche, JP Sartre, G.B. Shaw en anderen hebben dit idee geopperd. Deze schrijvers hadden niet hetzelfde idee over welke soort transformatie de mens op het hoogste niveau zou brengen. Ze verschilden ook van mening betreffende de procedures die gevolgd dienden te worden om dit te bewerkstelligen. Ze kwamen wel overeen dat het menselijk wezen a) niet compleet en b) een wordingsproces is. Anders gesteld, de mens dient zich continue te transformeren teneinde (hopelijk) uiteindelijk de finale staat te bereiken. Ook hier is het proces belangrijker dan het doel!

Het transformatie proces, dat ik Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) noem, transformeert de geest – die zichzelf niet kan transformeren – zodat de aldus getransformeerde geest accurater helder bewust (aware’) kan zijn van ervaringen. De geest is zich dus helderder bewust van de werkelijkheid en kan daardoor meer leren. De transformatie gebeurt door het vormen van steeds correcter gekleurd bewuste (conscious) niveaus van de geest. Die transformatie – van het gekleurd bewustzijn (duaal bewustzijn in de zin van consciousness) door gebruik te maken van het helder bewustzijn (niet duaal bewustzijn, zijnde awareness) – is noodzakelijk voor a) het correct omgaan met ‘donkere’ realiteiten, zoals ongevallen en ziekte, b) het vormen van betrouwbare intuïtie waardoor effectieve handeling mogelijk wordt, c) in actie brengen van alle beschikbare talenten en middelen, en tot slot, d) het voldoen van zichzelf in de heelheid van haar of zijn wezen.

Kortom, het doel van dit persoonlijk tweevoudig engagement voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking is de transformatie van de gecreëerde zelf, en deze van anderen, in de richting van de Originele Zelf. Edoch, de beslissing nemen is slechts een eerste stap. De beslissing effectief uitvoeren is de volgende en dat is, eerlijk gezegd, andere koek. Jullie werkelijk blijvend uit de Vicieuze Cirkel houden én het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit beleven is inderdaad de cruciale tweede stap. Beslissend om werkelijk wendbaar en weerbaar te blijven.

Living Richly with Dark Realities [viii]

Nog een stukje over het omgaan met de donkere realiteiten van het leven, zoals de dood of een onvoorziene ramp. Het gaat hierbij om het omgaan met realiteiten die niet kunnen worden beheerst. Dit brengt mij terug, lieve Eloïse, Edward en Elvire, tot het ‘Gebed om Kalmte’ van Reinhold Niebuhr en tot het feit dat men, bijvoorbeeld in het geval van de dood, die realiteit onmogelijk kan veranderen. De dood is nu eenmaal een intrinsiek onderdeel van het leven. Men kan echter wel zijn perceptie (d.w.z. het inkleuren) van de werkelijkheid beheersen. Inderdaad kan men, enerzijds, de dood niet elimineren, noch ontwijken in het menselijk leven en, anderzijds, kan de dood wel degelijk geïntegreerd worden in de heelheid van iemands wezen.

Het zich volledig realiseren wat goed is kan maar ten volle gebeuren indien ook wat niet goed is (‘de donkere realiteiten’) waarderend begrepen wordt. Die donkere realiteiten worden ten volle zichtbaar wanneer de geest er zich helder van bewust is. Die donkere realiteiten zijn ‘niet goed’ op zich zelf én dit negatieve wordt versterkt wanneer men weigert hen te zien zoals ze werkelijk zijn.

Men kan maar creatieve transformatie beleven tijdens periodes van diepe miserie, waarin men geconfronteerd wordt met donkere realiteiten, indien men het tweeledig engagement voor Creatieve wisselwerkingheeft beleefd voordat het uur van die donkere realiteiten toeslaat.

Het ergste wat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, kunnen doen wanneer jullie geconfronteerd worden met een donkere realiteit, zoals de dood van iemand die jullie  lief is of een ongeneeslijke ziekte, is die werkelijkheid ontwijken. Met ontwijken bedoel ik hier de weigering om de donkere realiteit in de ogen te kijken. Dat deed ik niet toen ik het verdict van darmkanker kreeg. Gezien ik Creatieve wisselwerkingreeds in goede tijden van binnen uit had beleefd, kon ik dit ook toen ik geconfronteerd werd met deze donkere realiteit. Ik keek de kanker in de ogen en ging er mee in dialoog. Weliswaar een ‘cruciale’ en gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces. Ik beleefde m’n eigen boek!

Wanneer we, ten volle helder bewust, een donkere realiteit ontwijken, dan ondermijnen we ook het zich ten volle gekleurd bewust zijn van al het andere, dus ook van het ‘goede’. Kortom, niemand kan ten volle en uitbundig leven, tenzij zij of hij in staat is om de duistere realiteiten waarderend te begrijpen. Zo kan men uitbundig leven in onzekerheid. Deze donkere realiteiten zijn niet ‘goed’ als zodanig, verre van, en toch leidt het volledig waarderend begrijpen ervan tot een uitbundiger leven. Daarin domineert Creatieve wisselwerking de Vicieuze Cirkel. Die laatste draait als het ware terug door de kracht van de eerste, zodat men terug in verbinding komt met z’n Intrinsieke Waarde. Een ruwe versie van deze metafoor werd mij door jullie moeder Daphne aangereikt in Atlanta, toen we daar samen ‘op toer’ waren (1995). De uiteindelijke versie in het Nederlands (de Engelse versie zien jullie bovenaan mijn website):

Wanneer dit plaatst vindt – en alleen in dat geval – zullen deze donkere realiteiten uiteindelijk een positieve waarde hebben. Wees er echter klaar van bewust, Eloïse, Edward en Elvire, dat de donkere realiteit niet noodzakelijkerwijs tot de noodzakelijke transformatie leidt. Dat zal ze niet, tenzij de donkere realiteit een aanzet is voor het van binnen uit beleven van jullie tweeledig engagement inzake Creatieve wisselwerking. Dit engagement is geen garantie voor succes én het is – voor zo ver ik, jullie grootvader Johan, weet – de enige weg voor het vrijmaken van alle talenten en middelen van jullie (Originele) Creatieve Zelf ten behoeve van constructieve, dus opbouwende, actie.

___________________________________________________________________________

[i] Bruce Springsteen, Across the Border uit The Ghost of Tom Joad, Colombia Records, 1995 (Geïnspireerd door ‘The Grapes of Wrath’, John Steinbeck’s epos, 1939; John Ford’s film adaptatie, 1940; alsook Woody Guthrie’s The Ballad Of Tom Joad, 1960 – Tom Joad de hoofdfiguur zijnde van het boek van John Steinbeck). Wanneer ik het begrip ‘God’ gebruik, bedoel ik daarmee – zoals Henry Nelson Wieman – het Creatief wisselwerkingsproces.

[ii] Stacie Hagan & Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy, Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity, Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc., 1998.

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012. pp. 103-121.

[iv] Johan Roels. Creatieve wisselwerking, Nieuw business paradigma als hoeksteen voor veiligheidszorg en de lerende organisatie, Leuven-Apeldoorn: Garant, 2001, Deel III, pp. 257-296.

[v] SUI: afkorting van het Sint-Ursula-Instituut, een katholieke school voor secundair onderwijs van de zusters Ursulinen in Onze-Lieve-Vrouw-Waver.

[vi] Dit is het tweeledig engagement van Henry Nelson Wieman en luidt als volgt:

  1. Geef steeds het beste van jezelf;
  2. Blijf daarbij open voor het proces dat dit beste verandert in iets dat nieuwer, beter en voller is (dit proces is uiteraard het Creatief wisselwerkingsproceszelf).

[vii] Albert Camus. L’Homme Révolté, Paris: Gallimard, Collection nrf, 1951.

[viii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale: Southern Illinois University Press, 1958, Chapter 3.

 

BLIJF WAKKER ! – VOORWOORD

Well if I had one wish for you
in this god-forsaken world, kids
It’d be that your mistakes will be your own
That your sins will be your own
It’s been a long time comin’, my dear
It’s been a long time comin’, 
but now it’s here.
 – Bruce Springsteen

Long time Coming – Devils & Dust – 2005

 

Mijn vorig boek, ‘Cruciale dialogen’ (2012), beschrijft een model om dagelijks handen en voeten te geven aan het creatief wisselwerkingsproces. Dit laatste was dan weer het hoofdthema van het boek dat ik daarvoor schreef: ‘Creatieve wisselwerking’ (2001). Toen dit boek werd gepubliceerd had ik nog geen kleinkinderen. In de tijdspanne tussen de publicaties van die twee boeken werden onze drie kleinkinderen – Eloïse, Edward en Elvire – geboren. Ook in die periode bleef de wereld hoe langer hoe sneller veranderen. Die veranderingen nopen ons – en vooral onze kleinkinderen – hoe langer hoe meer ‘wendbaar en weerbaar’ te worden. Die uitdrukking wordt onder meer vaak gebruikt door Fons Leroy, directeur van de VDAB (2005-2019), zoals in een interview op het vrt één journaal van 7 oktober 2016, daags na de aankondiging van het massa ontslag van medewerkers bij ING België. Fons stelde in dat interview dat we in de toekomst ons de sleutelvaardigheden, om in een snel veranderende omgeving wendbaar en weerbaar te zijn, dringend eigen dienen te maken. Het werd mij toen direct duidelijk dat, om wendbaar (i.e. pro-actief) en weerbaar (i.e. re-actief) te zijn men creatieve wisselwerking (Creative Interchange) van binnen uit dient te beleven.

In dezelfde week besloot ik een punt achter m’n vierde professionele leven te zetten en plotseling werd mij m’n laatste persoonlijke missie overduidelijk:

Helping my Grandkids Creating their Lives while Staying their Original Self through Consistent Living Creative Interchange from Within.

Het is dus het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking dat ik, zo goed en zo kwaad dat ik dit kan, sedert eind 2016 bewust aan m’n drie kleinkinderen meegeef. Ik zal dit doen zolang dit mij gegeven is. Ik ben er mij maar al te goed van bewust dat op een dag ook daar een einde zal aan komen. Het leven – ook het mijne – is eindig, dat is een natuurwet. Wat wel voortleeft, is het creatief wisselwerkingsproces. Het wordt namelijk steeds opnieuw in elk geboren kind ingebed. Hopelijk blijven m’n drie kleinkinderen – dit is m’n vurigste wens – dit proces continu beleven en blijven ze niet steken in het denkkader van hun persoonlijke Vicieuze Cirkel.

Om hen een blijvend ruggensteuntje te geven, start ik deze serie columns. Deze zouden uiteindelijk een heus boek kunnen vormen. Hoogst waarschijnlijk zal het nooit gepubliceerd worden; want, zoals reeds gesteld, ik schrijf deze teksten vooral voor m’n kleinkinderen. Vandaar ook de titel: ‘Blijf Wakker!”, omdat zij nog steeds verbonden zijn met hun Originele Zelf. Indien ik dit boek ook voor anderen zou schrijven, dan zou de titel “Word Wakker!” luiden. Voor Eloïse, Edward en Elvire gebruik ik dus “Blijf Wakker!” omdat ik er van overtuigd ben dat zij nog steeds uit de ijzeren greep van de Vicieuze Cirkel gebleven zijn en dus nog steeds verbonden zijn met hun Intrinsieke Waarde (Intrinsic Worth).

Gezien voor alle drie E’s (zoals ik m’n drie kleinkinderen soms noem) exemplaren van mijn reeds geciteerde boeken klaar liggen, zal ik in deze serie columns verwijzen naar passages uit die boeken. Anderen die onverhoopt deze columns – die ik op m’n webstek publiceer – onder ogen krijgen, beschikken waarschijnlijk over hun eigen exemplaar van die boeken. Zo kunnen ook zij mijn nieuwste ideeën in verband met de Vicieuze Cirkel (Vicious Circle) en Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) linken aan wat er in ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ staat geschreven.

Eind oktober 2016 sloot ik m’n professionele leven af met een spetterende vijftiende bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap. Na vier professionele levens (ik ben inderdaad zelf wendbaar en weerbaar gebleken) – waarover uitvoerig werd geschreven in m’n reeds geciteerde boeken – vond ‘ons Rita’ dat het welletjes was geweest. Het Cruciale Dialogen Genootschap werd dan ook ontbonden en, zoals dat zo vaak gaat in het leven, verloren de leden ervan mij min of meer uit het oog. Van mijn kant schreef ik hen maandelijks nog wel een e-mail met de link naar m’n nieuwste column. Eind 2018 liet ik hen weten dat ook aan deze gewoonte een einde kwam. Ik zal uiteraard wel verder blijven schrijven aan ‘Blijf Wakker!’ Wat ook blijft zijn m’n veertiendaagse skype gesprekken met Charlie Palmgren. Charlie van zijn kant is, naast heel wat andere activiteiten, nog steeds aan het schaven aan z’n ultieme beschrijving van Creative Interchange; terwijl ik aan dit ‘boek’ ten behoeve van Eloïse, Edward en Elvire hoofdstukken (columns) zal blijven toevoegen. Het is de bedoeling dat dit met de regelmaat van een klok gebeurt. Het dient gezegd dat ik hoop dat die klok niet rap stilvalt …

Een speciaal woord van dank gaat uit – naast uiteraard de drie kleinkinderen waarvoor deze teksten bedoeld zijn – naar m’n echtgenote Rita, beter gekend als ‘ons Rita’ – en dochter Daphne, moeder van de drie E’s. Zij geven mij de noodzakelijke ruimte en voornamelijk het onuitputtelijk terrein om m’n nieuwste ideeën aan de werkelijkheid te toetsen.

 

Johan Roels

Mijn zomer van 2018

 

Naast het schrijven van vijf columns over Friedrich Nietzsche en Henry Nelson Wieman blies ik deze zomer een oude gewoonte nieuw leven in: het suggereren van nummers aan ‘radio één’.

De oorsprong van die gewoonte ligt eigenlijk niet bij mezelf. De aanstoker was m’n jongste broer Luk (wij begroetten elkaar steevast met “Dag, jongste broer” en waren de enigen in ons gezin van zeven kinderen die dat konden doen). Op een van de nieuwjaarbijeenkomsten in de jaren tachtig van vorige eeuw verklaarde Luk dat hij de volgende week het ‘onmogelijke’ voor mekaar zou brengen. Hij zou elke werkdag van die week, via de presentator van dienst van radio één, om kwart voor zes een song aandragen. Meer bepaald in het luik ‘Luisteraarseiland’. Het format van dit luik bestond er in dat een luisteraar een zevental platen uitkoos om een week te vertoeven op een ‘verlaten’ eiland. Luk had bericht gekregen dat de week nadien elke dag een van z’n voorgestelde nummers – met telkens de reden van z’n keuze – te horen zou zijn. Hij liet mij zachtjes verstaan dat men, om dit te kunnen verwezenlijken, wel jong en dynamisch diende te zijn en hij voegde er fijntjes aan toe dat dit voor mij, een elf jaar oudere burgerlijke ingenieur die aan z’n carrière timmerde, niet meer mogelijk was.

Uiteraard nam ik de handschoen op en … het jaar nadien vertoefde ik de eerste week van het nieuwe jaar met mijn songs op ‘luisteraarseiland’. Het daaropvolgend jaar was Mieke, de eega van Luk, te gast op dat eiland. Mij was het duidelijk dat Luk haar als dekmantel had gebruikt. Ook dat kon ik parafraseren; dus het volgend jaar vertoefde ‘ons Rita’ op dat paradijselijk eiland, met haar songs (die ik uiteraard zorgvuldig had uitgekozen: onder meer een prachtig nummer op van Billy Joel dat op Rita’s lijf geschreven is: ‘She’s always a Woman to me’). Het jaar nadien was Marieke Roels (dochter van Luk) de gast op dat eiland, gevolgd door – de eerste week van het daaropvolgend jaar – m’n dochter Daphne.

Toen werd ‘luisteraarseiland’ afgevoerd en vervangen door ‘kippenvel blues’. In dit vernieuwde luik dienden liedjes aangevraagd worden die voor ‘kippenvel’ zorgden en … onze liedjescarrousel startte opnieuw. Mijn songs uit die periode waren onder meer ‘Don’t cry for me Argentina’van Julie Covington (voor moeke Roels) en ‘I think too much (b)’ van Paul Simon (voor vake Roels). Kortom Luk en ik hebben onder eigen naam en onder de aliassen van eega en oudste dochter meer dan een decennium lang de eerste week van het nieuwe jaar kleur gegeven. Toen vond radio 1 het welletjes en voerde ook ‘kippenvel blues’ af. En ik haakte af. Luk boerde wel voort en liet me af en toe weten in wat voor programma dit hem weer was gelukt. Luk deed dit tot een paar maand voor z’n dood, toen zakte een presentator zelfs naar Eeklo af om hem te interviewen over z’n geboortestad en z’n liedjeskeuze.

Deze zomer, negen jaar na de zomer dat ik uit het diepe dal van een massieve depressie kroop en Luk ons verliet, hernam ik dus, ‘met pensioen’ zijnde, m’n ‘oude’ gewoonte. Dit ook al omdat ik het format van ‘De zomer van’ leuk vond. Elke werkdag werd een thema aangesneden door de ‘gast van de dag’ en konden luisteraars via de website van radio 1 suggesties doen. Vroeger gebeurde dit per reguliere post (ik hou van Engels begrip daarvoor: ‘snailmail’); nu wordt het internet ingeschakeld. Dit is niet het enige verschil met vroeger. Indien jouw suggestie door de redactie wordt opgepikt dan wordt je nu meteen opgebeld. Eerst door de producer of andere medewerker van het programma en tien minuten nadien door de presentator zelf. Jouw tekst wordt nu niet meer voorgelezen, in plaats daarvan ontspint zich een IRL conversatie waarin je de keuze van de door jou gekozen song kunt duiden.

Zo werd ik deze zomer zes maal door radio 1 opgebeld, waaronder vijf maal gedurende een  uitzending van ‘De Zomer van 2018’. Uiteraard stuurde ik meer suggesties in; voor mij was het een dagelijkse oefening van het verbinden van een opgelegd thema met m’n denkkader, dus een beleven van creatieve wisselwerking.  Toch mag ik niet ontevreden zijn over het resultaat; ik schat dat ik een scoringspercentage heb behaald van zo’n 25%. De laatste vrijdag van augustus werd het programma ‘De Zomer van 2018’ eenmalig vervangen door ‘De Lage Landenlijst’ en ook nu belde de presentator van dienst – de ook al gepensioneerde Jan Hautekiet – mij teneinde m’n verhaal te horen rond m’n suggestie: “De Verdwenen Karavaan” van Jan De Wilde (en van de hand van Lieven Tavernier).

Hierna volgen chronografisch de verschillende songs met hun respectievelijke contekst:

 

Jersey Girl – Tom Waits – 15 juni: Rika Ponnet zoekt liedjes over de liefde (met Annelies Moons)

Zowat iedereen kent ‘Martha’ van Tom Waits. Dit nummer scoort altijd hoog in de diverse top 100 ‘aller tijden’. Heel wat minder bekend echter is zijn originele versie van Jersey Girl, een prachtige, praktisch vergeten parel.

Toegegeven, ook ik heb die song leren kennen via ‘The Boss”. Op Bruce’s box-set Live 75-85 is Jersey Girl het sluitstuk, de hoeksteen als het ware. Via die box kwam ik erachter dat het origineel van Tom Waits is. Tom schreef het in 1980 samen met zijn latere vrouw Kathleen Brennan, die in New Jersey opgroeide, vandaar de titel. Toen ik dan Tom Waits’ versie voor het eerst hoorde, dacht ik onwillekeurig aan The Drifters, uit m’n vroege jeugd. Dit omdat Tom een trage ‘Under the Boardwalk’ riff uit z’n oude gitaar tovert.

Jersey Girl is een van Tom Waits zachte nummers, heel romantisch met toch wat ranzige kantjes, die Bruce Springsteen uit z’n versie filterde. Lees eens de beginstrofe:

Got no time for the corner boys

Down in the street making all that noise

Don’t want no whore’s on 8thavenue

Cause tonight I want to be with you.

Een van de bovenstaande regels deed mij ogenblikkelijk denken aan m’n lijflied ‘The Boxer’ van Paul Simon en uiteraard aan de zin: “Just a common from the whores of 7th avenue”. Een regel die Paul verkneukelde toen hij voor het eerst de versie van Emmylou Harris, een ander jeugdidool van mij, hoorde; maar dit geheel ter zijde.

Omdat Bruce Springsteen Jersey Girl veel zong in de begin jaren tachtig – vooral, hoe kan het ook anders, tijdens diens New Jersey shows – werd het uiteindelijk een van de favoriete songs van z’n fans. Tom vergezelde Bruce soms op het podium voor de vertolking van Jersey Girl. Tom Waits zei daarover in 1987 in een interview met Bill Flanagan: “Bruce Springsteen? Well, I’ve done all I can for him. He’s on his own now.”

Hierna kan je beluisteren wat ik effectief vertelde tijdens de uitzending, gevolgd door Jersey Girl van Tom Waits:

 

Lullaby (Good night my angel) – Billy Joel – 25 juni: Marieke Dilles zoekt liedjes die eigenlijk kinderliedjes zouden kunnen zijn (met Annelies Moons)

Een zo’n ‘kinderliedje’ kleurde ons leven méér dan énig ander: Billy Joel’s ‘Good Night my Angel’. Hoewel dochter Daphne al volwassen was toen het album, waarop die Lullaby staat, uitkwam, dacht ik aan haar toen ik het lied voor het eerst hoorde. Het leek mij toen (en nu nog steeds) een perfect lied om de liefde voor je kind uit te drukken. Toen ze me een achttal jaar later vroeg welk lied ik wenste voor de tweede dans op haar huwelijksfeest – je weet wel de geijkte dans van de bruid met haar vader – twijfelde ik geen moment om Billy’s Lullaby te sugereren. Ook al om de onvergetelijke strofe:

And like a boat out on the ocean
I’m rocking you to sleep
The water’s dark and deep
Inside this ancient heart
You’ll always be a part of me

Het lied verscheen op zowat het meest indringend album van Billy Joel: ‘The River of Dreams’ en zowel het titellied en de lullaby prijken sedert 1993 op m’n persoonlijke lijst van ‘evergreens’. Daphne vindt het zelf ook een mooi lied en heeft het laten horen tijdens elke doopplechtigheid van haar drie kinderen: Eloïse, Edward en Elvire.

Hierna volgt een stukje klankband van deze uitzending, gevolgd door de song ‘Lullaby (Good night my angel) van Billy Joel:

 

Le Moribond – Jacques Brel – 26 juli: Alain Vande Putte zoekt liedjes over sterfelijkheid (met Evert Venema)

Als vorig lied al een soort testament is, dan is Le Moribond van Jacques Brel dat explecieter en gezien die dag Alain Vande Putte naar liedjes over sterfelijkheid hengelde, dacht ik direct aan dit lied. Ook deze keer werd m’n lied er uitgepikt. Toen ik al aan de lijn met Evert Venema hing, kon ik het gesprek tussen Alain – onder meer de tekstschrijver van zowat alle K3 liedjes – en Evert goed volgen. Alain het had over een andere lied van Jacques dat ook kon dienen voor het thema ‘sterfelijkheid’. Alain citeerde uit Brel’s ‘Le Dernier Repas’:

Et puis je veux encore
Lancer des pierres au ciel
En criant Dieu est mort
Une dernière fois.

Gezien ik toen  – Oh Synchronicity! – juist doende was met het afronden van deel drie van m’n serie columns rond ‘Friedrich Nietzsche vs. Henry Nelson Wieman’, deel met als onderwerp “God is dead”, kon ik niet nalaten dit in ons gesprek te vermelden. Daarop vroeg Evert om het werkstuk, van zodra het af was, door te sturen. Daar Alain het nadien ook nog had over z’n filosofische studies en vooral over de workshops die hij organiseert in Spanje met Vlaamse filosofen, stuurde ik de column ook aan Alain. Deze serie columns – die uiteindelijk in een soort essay zullen worden gebundeld – gaan namelijk over de hoofdthema’s van twee filosofen Friedrich Nietzsche en – de mentor van m’n mentor – Henry Nelson Wieman.

Hierna kan je horen wat zich effectief afspeelde tijdens de uitzending, gevolgd door Le Moribond van Jacques Brel:

 

Road to Joy – Bright Eyes – 16 augustus: Piet Chielens zoekt anti-oorlogsliedjes (met Koen Fillet)

De uitzending van die dag begon met ‘Ode an die Freude’ van Beethoven en de toon was gezet. Ik stuurde als suggestie ‘Road to Joy’ van Bright Eyes en dit niet alleen omwille van de titel van het lied.   Daar Piet Chielens directeur is van het Ieper’s ‘In Flanders Fields’ museum dacht ik uiteraard aan m’n beide grootvaders aan moederskant. Bij m’n suggestie schreef ik dan ook summier het unieke ‘Groote Oorlog’ verhaal van Gustaaf en Medard Rieberghe, de vader en stiefvader van ‘moeke Roels’, Donatine Rieberghe.

Dit liefdesverhaal ‘over de dood heen’ gaat, gebaseerd op de broze herinnering van een 72 jarige, als volgt. Gustaaf Rieberghe was in het voorjaar van 1913 ‘op logement’ in Waremme. Hij werkte als Vlaming in Walonië bij het aanleggen van wegen. De logies werd gerund door de ouders van een jonge freule, Marie Van Brabant. Gustaaf en Marie mochten elkaar wel en het resultaat bleef niet uit, Maria zwanger raakte zwanger en dus werden de trouwklokken geluid. Omdat Gustaaf niet eeuwig in de streek rond Waremme zou blijven, besloten ze dat het beter was dat Marie voorlopig in Maldegem bij haar schoonouders zou intrekken. Die spraken wel geen Frans en Marie geen Nederlands, maar het echtpaar besloot dat het kind zou geboren worden in Maldegem… Dit was zonder de kindjes, want het ging om een tweeling, gerekend. Tijdens de tocht begonnen de weeën en uiteindelijk beviel Marie in Elsene, deelgemeente van Brussel en dit op 2 januari 1914. Het jongetje stierf kort na de geboorte en het meisje, dat dus later m’n moeder werd, kwam kort nadien met haar ouders aan in Maldegem. Eind juli van dat jaar werd Gustaaf gemobiliseerd en kort nadien brak de eerste wereldoorlog uit.

In die wereldoorlog diende Gustaaf bij de Genie en werd een van de talloze slachtoffers van de Duitse gasaanvallen. Zijn longen werden door de chlorine zwaar aangetast en Gustaaf werd overgebracht naar het Albert I ziekenhuis in Parijs. Z’n jongere broer Medard, ook frontsoldaat, bezocht de stervende Gustaaf en die vroeg Medard hem te beloven voor z’n vrouw Marie en dochter Donatine te zorgen. Gustaaf overleed kort nadien op 18 oktober 1916.

Na de oorlog kweet Medard zich aan de taak die hij had aanvaard en die Jacques Brel in het vorig lied bezong. Hij deed dit zeer consentieus en in die mate dat z’n toemalig lief het zodanig op haar heupen kreeg dat hun relatie afsprong. Uiteindelijk huwde Medard een paar jaar later met ‘moeder Maria’, zoals de kleinkinderen haar later noemden. Het paar kreeg te maken met heel wat tegenslagen: Medard heb ik nooit volledig hersteld geweten van de gasaanvallen, die ook hij te verduren had gekregen een dertig jaar voor m’n geboorte en het echtpaar verloor drie kinderen op heel jeugdige leeftijd, door ziekte of ongeval. Uiteindelijk had m’n moeder twee drie-kwartbroers en twee drie-kwartzusters.

Een anekdote die mij altijd zal bij blijven gaat over de laatste keer dat m’n moeder haar tweede vader sprak. Hij had haar gevraagd naar z’n ziekbed te komen en toen zij aankwam verzocht hij iedereen die in de kamer was die te verlaten. Toen ze alleen waren overhandigde vader Médard m’n moeder een ‘envelop met inhoud’, met de woorden: “Je staat dan wel niet op m’n boek, ik heb je altijd beschouwd als m’n dochter en ik wil er zelf voor zorgen dat je krijgt waar je volgens mij recht op op hebt.”

Ook die ochtend van 16 augustus 2018 werd ik opgebeld en begreep uiteindelijk dat niet alleen de liedjeskeuze maar dat vooral de onderliggende reden ervan er voor zorgde dat m’n liedje uit de honderden uitzendingen werd uitgepikt. Ik had mede voor ‘Road to Joy’ ook gekozen omdat dit bijtend anti-oorlogslied de muzieklijn van ‘Ode an die Freude’ parafraseert.  Na het lied in kwestie, zei Koen Fillet dat hij die muzieklijn niet herkend had en volgens Piet was die melodie ‘ver weg’. Nu weet ik dat Koen geen goed luisteraar is (wat hij ook in die uitzending een paar keer toegaf) en dus stuurde ik hem een mailtje, met het verzoek toch maar eens goed naar de song van ‘Bright Eyes’ te luisteren. Prompt kreeg ik een half uurtje na de uitzending een ‘reply’ van Koen waarin hij mea culpa sloeg en zich excuseerde. Ook met Piet Chielens had ik die dag een e-mail conversatie. Piet schreef daarin, en ik citeer:

… ik had wel degelijk de parafrase herkend, maar vermits Koen kennelijk niet, en het geen letterlijk citaat was, zei ik op antenne zei dat het ‘ver’ zat. Mocht ik het opnieuw horen, zou ik dat wellicht niet doen. Ik wil Koen zeker verontschuldigen want zo’n programma, even sereen en geordend als het overkomt bij de luisteraar thuis, is het hectisch in de studio… telefoons die binnenkomen, volgende plaat die klaarstaat, babbel afspreken met de gast, verkeersinfo in de gaten houden… Er is echt geen tijd om te LUISTEREN! Wat echt zonde is. Zoals hier blijkt. Ik beluister Bright Eyes zeker opnieuw, want ook ik heb iets bijgeleerd.

Hierna kan je de captatie van m’n bijdrage aan die uitzending horen gevolgd door ‘Road to Joy’ van Bright Eyes:

 

Believe – Cher – Sofie Lemaire zoekt liedjes met vervormde stemmen (met Koen Fillet)

Die dag zocht Sofie Lemaire naar vervormde stemmen. Eerst dacht ik aan een nummer van Bruce Springsteen waarbij hij z’n falsetto stem gebruikt – “All I’m Thinkin’ About” – maar dat mocht niet volgens de regels van het thema. Dus sprong, uiteraard, Believe van Cher in m’n herinnering en stuurde ik die song als suggestie in. Ook deze keer werd ik gecontacteerd en kreeg ik Koen life aan de lijn.

Ik had nog met Koen Fillet een rekening van de vorige keer te vereffenen en daarom liet hem, voor het antwoord op z’n directe vraag, even op z’n honger zitten en dwong hem als het ware goed te luisteren. Je kan het ongeduld van Koen in het onderstaand geluidsfragement duidelijk horen; hoewel … deze ‘aanname’ zal ook wel met m’n denkkader te maken hebben. Uiteindelijk laat ik de naam ‘Cher’ vallen en Koen springt er op  – ‘als de bok op Geeraard’ zou moeke Donatine gezegd hebben – en onthult de titel ‘Believe’ en ik zeg ‘Yes!’. Heerlijk vond ik dat.

Oordeel zelf maar tijdens het beluisteren van volgend geluidsfragment met aansluitend ‘Believe’ van Cher:

 

De Verdwenen Karavaan – Jan De Wilde – 31 augustus: Jan Hautekiet zoekt nummers die nog niet in de lage landenlijst zijn opgenomen

De dag nadat er een punt achter het radio 1 programma “De Zomer van 2018” was gezet, nam Jan Hautekiet die vrijdag éénmalig over met een drie uur durend programma rond “De Lage Landenlijst”. Op de radio 1 website vond ik een lijst met honderd nummers uit de huidige ‘de Lage Landenlijst’, Nederlandstalige liedjes van na 1945, en de website riep op om zelf een mini lijst van drie nummers door te sturen. Die morgen hengelde een andere radio 1 website bladzijde, deze gewijd aan het programma van die dag, naar het nummer dat de luisteraar zelf zou toevoegen aan de huidige lijst en dat nummer, ‘met redenen omkleed’, elektronisch kenbaar te maken. Uiteraard dacht ik aan De Verloren Karavaan, m’n persoonlijke nummer 1 in de Lage Landenlijst. En bovendien, Oh! Synchronicity! bis, gebeurde Jan Hautekiet ‘s oproep op de dag voor de intrieste verjaardag van het plotse overlijden van broer Luk. Komt daarbij dat Luk en ik speciaal dit nummer koesterden omdat het ons deed terugdenken aan vake en moeke Roels die, bij het uitkomen van Jan De Wilde ‘s nummer, reeds lid waren van ‘onze’ verdwenen karavaan. Sedert 1990 werd de ledenlijst van mijn verdwenen karavaan stelselmatig aangevuld en uitgerekend negen jaar geleden vervoegde Luk zelf die lijst.

Het verwonderde mij helemaal niet dat ik ook die vrijdagmorgen door Radio 1 werd opgebeld. Het gesprek dat ik met Jan Hautekiet had, gevolgd door het door Lieven Tavernier gecreëerde, maar eerst door Jan De Wilde op plaat vastgelegde lied, hoor je hierna; de laatste zinnen van dit lied werden ook deze keer werkelijkheid:

 

Je ziet, deze zomer was er zowel een van nostalgisch terugblikken met bovenstaande songs als het blijven timmeren aan de weg met m’n columns rond Nietzsche en Wieman, die je ook op deze website terugvindt.

POLARISATIE

 

Inleiding

Deze column gaat over het fenomeen ‘polarisatie’, de dynamiek van ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[i].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt beschreven worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op het dagelijks gedrag van de betrokkenen. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent direct betrokkenen, probleem eigenaren en heeft dus conflictspelers die een opstelling hebben gekozen. Het kost daarbij geen moeite om de betrokkenen, met name de probleem eigenaren, te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

 

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’[ii]komt dit op twee mindsets die diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze ‘onderscheiden’ te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie een feit. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het toekennen van steeds maar weer op zich contrasterende ‘labels’ aan die identiteiten; die daardoor hoe langer hoe meer elkaars tegenpool worden.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en met het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een prachtige manier: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen. Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

 

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. We staan niet machteloos indien we inzien dat we niet de gevangen zijn van onze mindset. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.


Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

Uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken (i.e. de ‘labels’) wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Bij toenemende Polarisatie neemt de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toe, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de redelijkheid hand over hand af. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en dus helemaal niet naar dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er dan nog de complottheorieën. Die zijn op de keper beschouwd ‘uitvluchten’ om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

 

De vijf rollen bij Polarisatie

De dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook hebben we ze alle vijf wel ‘ns gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel de werking van de rollen te leren onderkennen. Door deze kennis kunnen we bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat we onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher



Figuur 3: De opstelling van de Pushers

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact het zelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt hij z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, om aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigd zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    2. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    3. Selecteert enkel de negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    4. Luisteren zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    5. Fungeren als echokamer voor hunpusher;
    6. Zijn sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    2. Blijft gedurende deze discussie z’n eigengelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    3. Er wordt enkelgeluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    2. Daarbij wordt de mogelijkheid open gelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de stille middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om nietmee te doen

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor om niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de targetvan de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen overelkaar en nietsaanelkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm bij uitstek de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van de mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouweris van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat binnen de mindsets van de twee tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerdin elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleidt door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5 : De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Gezien diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het meestal de bruggenbouwer die als eerste sneuvelt als zondebok.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper – brenger van het ‘slechte’ nieuws; met name dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben – wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat die twee standpunten, en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar staan. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

De dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt tot een terugkerende zekerheid: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

 

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Een heel specifieke Polarisatie speelt zich af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) en organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team;dus ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En nog meer door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander alles behalve bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten. En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinie ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf is beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

 

Depolarisatie van micro polarisatie door dialoog

Mijn persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …).

Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek.

Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen.[vii]Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk de eigen mening voorgesteld én ook de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialogenmodel geplaatst.

De uitdagingen met het opschorten van z’n eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewustzijn) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die ik kan helpen z’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.”[viii]De volgende heb ik mij gaandeweg de laatste tien jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, naakte bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulnessme diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid… je ziet enkel wat jouw gekleurd bewustzijn je toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus onder meer de basiscondities  en vaardigheden van de tweede fase van het Creatieve Dialoog model in, waaronder:

  1. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik er voor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen(met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de vicieuze cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Appreciërend begrijpend betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van de dialoog is dat deze zich ver houdt van de discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen een polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruidt met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege de gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit ervaring dat mentale modellen door crisis situaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten maar m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

De aandachtige lezer heeft ondertussen reeds lang gemerkt dat ik nu net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef naslagwerk het ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons’ Rita).

 

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds maar weer sterk opvalt is dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht!

Creatively,

Johan

___________________________________________________________________________________________________

[i]Brandsma, Bart. Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[ii]Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[iii]De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv]Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie ‘Cruciale dialogen’op.cit. p. 18.

[v]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 161-170.

[vi]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 20-28.

[vii]Isaacs, William. Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. p. 41

[viii]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 16-17.

[ix]Schein, Edgard H.  Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 191-217.

[xi]Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. p. 39

 

Living in the Now Trough Living Creative Interchange

 

Life will give you whatever experience is most helpful for the evolution of your consciousness. How do you know this is the experience you need? Because this is the experience you are having at the moment. — Eckhart Tolle[i]

Of all the things I have learned over the years, I can think of nothing that could be of more help to anyone than living in the now. It is truly time-tested wisdom. To live in the present is what we mean by presence itself!

Creative Interchange makes us know that we can fully trust the “now” since a) we’re born with that fundamental learning and transformation process that resides within us and b) living Creative Interchange from within in the “now” is how we’ve transformed ourselves from baby to infant, to toddler until we were ready for the Kindergarten and beyond. Living Creative Interchange from within and in the now is like making love. We can’t be fully intimate with someone who is physically absent or through vague, amorphous energy; we need close, concrete, particular connections in the “now”. That’s how our human brains were and are wired. Not surprisingly, Creative Interchange is what changes the human mind since it cannot change itself.

Yet, as practitioners of meditation have discovered, the mind mostly does two things: replay the past and plan or worry about the future. The mind has been thought to be bored in the present. So it must be re-trained to stop running backward and forward and to be fully ‘present in the present’. This is being fully aware; awareness being the condition underlying the CI characteristic Authentic Interaction. Indeed, awareness makes the interacting authentic.

Out beyond ideas of wrongdoing and right doing, there is a field. I’ll meet you there.

When the soul lies down in that grass,
the world is too full to talk about.
 Ideas, language, even the phrase “each other” doesn’t make any sense.
 — Rumi[ii]

Non-dual awareness opens our hearts, minds, and will to actually experience Creative Interchange in the now. Ultimate Reality cannot be seen with the dualistic consciousness of the mind, where we divide the field of the moment and eliminate anything ambiguous, confusing, unfamiliar, or outside our comfort zone. Dualistic thinking is highly controlled and permits only limited seeing. It protects the status quo and allows the ego to feel like it’s in control. This way of filtering reality is the opposite of pure presence.

We learn the dualistic pattern of thinking at an early age, and it helps us survive and succeed in practical ways. But it can get us only so far. Becoming self-conscious at the expense of being self-aware undermines our capacity to be authentic and compromises the quality of our interacting using the Creative Interchange Process. Not surprisingly all religions at the more mature levels have discovered another “software” for processing the really big questions like death, love, infinity, suffering, the mysterious nature of sexuality, and whoever God, the Divine or the Force is. Some people call this access contemplation, some meditation and others mindfulness. It is a non- dualistic way of living in the moment. Don’t interpret, just observe (contemplata).

Non-dual knowing is learning how to live satisfied in the naked now, “the sacrament of the present moment” as Jean Pierre de Caussade called it[iii]. This awareness will teach us how to actually experience our experiences, whether good, bad, or ugly, and how to let them transform us. Words by themselves divide and judge the moment; pure presence lets it be what it is, as it is. Words and thoughts are invariably dualistic; pure experience is always non-dualistic.

As long as you can deal with life as a set of universal abstractions, you can pretend that the binary system is true. But once you deal with concrete reality – with yourself, with someone you love, with actual facts – you find that reality is a mixture of good and bad, dark and light, life and death. Reality requires more a ‘both/and & different from’ approach than ‘either/or’ differentiation. The non-dual mind is open to everything. It is capable of listening to the other, to the body, to the heart, to the mind and to the will with all the senses. It begins with a radical yes to each moment.

When you can be present in this way, you will know the ‘factual reality’. Of course, you will still need and use your dualistic mind, your consciousness, but now it is in service to the greater whole (i.e. the ‘Creative Self’) rather than just the small ego (i.e. the ‘created self’). The Original or Creative Self is aware and conscious, the created self is mostly only conscious.

There is, in the context of living in the now, an additional distinction to be made between intention and attention. The core of human freedom is choosing (intention) and determining where one’s attention is (will be) focused. Most daily routines involve our attention being on ‘auto-pilot’. Autopilot is our unconscious daily habits, rituals and routines. Self-consciousness has been developed at the expense of self-awareness. Living in the now is living mindful. Mindfulness is sometimes characterized as “open or receptive attention to and awareness of ongoing events and experiences” [iv] with attention understood as “a process that continually pulls ‘figures’ out of the ‘ground’ of awareness”[v] an being mindful meaning “paying attention in a particular way: on purpose, in the present moment and non-judgmentally.”[vi]

Organizational Management of Change involves teaching people this and that, an accumulation of facts and imperatives that is somehow supposed to add up to transformation. The great wisdom teachers know that one major change is needed: how we do the moment. Then all the this-and-that’s will fall into line. And how we do the moment is, to me, continuous living Creative Interchange from within.

Wisdom is not the gathering of more facts and information, as if that would eventually coalesce into truth. Wisdom is a way of seeing and knowing the same old ten thousand things but in a new way. I suggest that wise people are those who are free to be truly present to what is right in front of them. It has little to do with formal education. In fact little children, who have not encountered formal education yet, are always wise!

Presence is the one thing necessary to attain wisdom, and in many ways, it is the hardest thing of all. Just (try to) keep your mind receptive without division or resistance, your heart open and soft and your will aware of where it is at its deepest level of feeling. Presence is when all three centers are awake and open at the same time!

Most organizations decided it was easier to use doctrines – and obey laws created by management guru’s – than undertake the truly converting work of being present. Otto C. Scharmer identifies in his book Theory U three levels of deeper awareness and the related dynamics of change. “Seeing our Seeing requires the intelligences of the open mind, the open heart and open will.”[vii] Paraphrased in Creative Interchange language: ‘Seeing our seeing’, which I call Process Awareness, requires the intelligences of the Open Mind (Left hand side of ‘our’ Butterfly), Open Heart (body of ‘our’ Butterfly) and Open Will (Right hand side of ‘our’ Butterfly):

 

 

  1. Seeing with an open mind is ‘Awareness’ (i.e. non-colored or naked consciousness) that is able to change our Mindsets, (i.e. colored consciousness);
  2. Seeing with an open heart is seeing beyond the mind (feeling – butterfly body): this is also seeing one’s own part in maintaining the old and in denying the new;
  3. Seeing with an open will unlocks our deeper levels of commitment to which we ‘surrender’ in order to imagine what is needed, although the ‘what’ may be far from clear – Otto C. Scharmer calls this presencing;
  4. The ‘how’ of the transformation is effectively doing what we’ve just imagined through presencing; transforming means living Creative Interchange fully from within. Creative Interchange being the Meta process of all transformation and learning we’re all born with.

Mindfulness is about how to be present to the moment. When you’re present, you will experience the Presence. But the problem is, we’re almost always somewhere else: reliving the past or worrying about the future.

Living daily Creative Interchange is crucial in helping us live in the now. It takes constant intention and attentive practice to remain open, receptive, and awake to the moment. Intention has been defined as “a process that (a) carries motivational impetus, (b) specifies a future goal and (c) increases the likelihood of subsequent information processing that serves that goal.”[viii]

We live in a time with more easily available obstacles to presence than any other period in history. We carry some of our obstacles in our pockets now notifying us about everything and nothing, often guided by algorithms we don’t understand and that are far from being transparent. And let’s be honest: most of our digital and even personal conversation is about nothing. Indeed about nothing that matters, nothing that lasts, nothing that’s real. We think and talk about the same things again and again, like a broken record. Pretty soon we realize we’ve frittered away years of our life, and it is the only life we have.

We have to find a way to more deeply experience our experiences. Otherwise we’re just on cruise control, and we go through our whole life not knowing what’s happening. Whether we realize it or not, the energy of Creative Interchange (Yoda calls it The Force) is flowing through each one of us. When we draw upon this Source consciously, our life starts filling with what some call coincidences or synchronicities, which we can never explain. This has nothing to do with being perfect, highly moral, or formally religious. It has everything to do with living mindfully in the now.

I wish someone had told me all when I was young[ix]. I would still have been transforming my mindset, but this time in a whole different way – and what’s more all the time; in other words, a Continuous Improvement of my mindset through Creative Interchange (which I sometimes label CI2).

Life is what happens to you, while you are busy making other plans.            

John Lennon

There’s no way for the mind to control living in the now trough living Creative Interchange from within. Indeed, the Creative Interchange Process cannot be controlled and happens when the required conditions are met:

“Creative Interchange creates appreciative understanding of the diverse perspectives of individuals and peoples. It also integrates these perspectives in each individual participant. Thus commitment to Creative Interchange is not commitment to any given system of values. It is commitment to what creates deeper insight into values that motivate human lives. It creates an even more comprehensive integration of these values so far as this is possible by transforming them is such a way that the can be mutually enhancing instead of mutually impoverishing and obstructive.”[x]

According to Wieman, Creative Interchange should not be sought directly. When it occurs, it will always be somehow spontaneous. Commitment to Creative Interchange means that one will always seek to provide those conditions that are most favorable for this kind of interchange. So living Creative Interchange from within boils down to providing the conditions so that Creative Interchange can thrive. My mentor, Charlie Palmgren undertook in the period 1966-1972 the task of discovering what some of these conditions might be. He has found four mental conditions that facilitate and enhance each of the four Creative Interchange characteristics. Those conditions make the interacting authentic, the understanding appreciative, the integrating creative and the transforming continual. These conditions are, awareness (mindfulness and trust), appreciation (heartfulness and curiosity), creativity (playfulness and connectivity) and commitment (steadfastness and tenacity).

As we’ve seen in part I, most of the time the mind can only do two things: replay the past and plan or worry about the future. I’m not arguing that those two things are per se bad; I do argue that those two are mostly obstructions to living in the now.

Replay the past often leads to shame or guilt; those are two major forms of negative reaction to one’s self. Shame is the feeling that “I am not OK”, guilt is the feeling of having done something bad. Shame and Guilt are two elements of the Vicious Circle[xi], which ultimately leads to hiding in one’s mental model; one’s mindset is blocked and becomes what the Buddhists call the “monkey mind”.

Mental models are the images, assumptions and stories we carry in our minds of us, other people, organizations, institutions and every aspect of the world. They are the colored spectacles through which we see the world. Mental models determine what we see because they immediately interpret the reality we see and present that interpretation as reality. Mental models are ‘mental maps’ and all these mental maps are, by definition, flawed in some way. Differences between mental models explain why two people can observe the same event and describe it differently. Mental models (part of the left side of the ‘Butterfly’ model) ultimately shape how we act (the right side of the ‘Butterfly’ model) and thus the outcome.

The concept of Mental Model has many synonyms like Frame of Reference and Paradigm to name two of them. I prefere to use the synonym Mindset. Because mental models are part of our consciousness, our Mindset – below the level of awareness – they are often untested and unexamined.

One of the core tasks in Living in the Now is bringing mental models to the surface, to explore and to talk about them with minimal defensiveness – this helps to see the qualities of our ‘colored spectacles’, appreciatively understand their impact on our lives and find a way to re-form the glass by creating new mental models that serve us better in the world.

Two types of skills are central to this endeavor: they are reflection (slowing down our thinking processes to become more aware of how we use and form our mental models) and inquiry (holding conversations where we openly share views and develop knowledge about each other’s assumptions).

Anthony de Mello SJ urged us to ‘wake up!’[xii] Living Creative Interchange from within gradually transforms our minds so that we can live in the naked now, the sacrament of the present moment. Without some form of reflection, we read life through a preferred and habitual style of attention. Unless we come to recognize the lens through which we filter all of our experiences, we will not see things as they are but as we are.

Zen Buddhist masters tell us we need to “wipe the mirror” of our minds and hearts in order to see what’s there without distortions or even explanations – not what we’re afraid of is there, nor what we wish is there, but what is actually there. Creative Interchange’s Process Awareness is a lifelong task of mirror wiping. “I” am always my first problem, and if I deal with “me,” then I can deal with other problems much more effectively. I have to stop my ‘monkey mind’.

“Our monkey mind (an ancient Buddhist term) naturally prefers to scatter our attention hither and yon, but the whole purpose of Buddhist practice is to tame the mind, to calm the monkey in our head, and to be fully present to what we are doing in each and every moment.”[xiii]

Process awareness is the inner discipline of calmly observing our own patterns—what we see and what we don’t—in order to get our demanding and over-defended egos away from the full control they always want. It requires us to stand at a distance from ourselves and listen and look with calm, nonjudgmental objectivity, in other words: being fully aware and waken up! Otherwise, we do not have thoughts and feelings: they have us! A clear mirror allows us to simply see the reality of what is.

The real gift is to be happy and content, even when we are doing simple tasks. When we can see and accept that every single act of creation is just this and thus allow it to work its wonder on us, we have found true freedom and peace.

Plan about the future often leads to either knee-jerk reaction (or jump to conclusion-action) or worrying about the future. One should plan about the future while living in the now, making sure that what we see is what there is and not what our mindset tells us what there is. In this phase we have to – like toddlers – embrace ambiguity and stay long enough in testing our consciousness through awareness, until we have appreciatively understood reality. Appreciative Understanding being the second characteristic of Creative Interchange. Living in the now is appreciating the choice to interrupt one’s unconscious “autopilot’ thinking, saying and doing.

Once we have appreciatively understood reality we can start to open our heart in order to really feel it and to ponder if we want to transform that reality, if undesired, in a new, more desired one. If this is the case we’ll use Creative Integrating – the third characteristic of Creative Interchange – to imagine and create a plan in order to realize this desired reality in the near future. All ideas that pop up have to be reason- tested using skills to break down polarized thinking and other barriers to creativity. Through greater spontaneity (nobody’s idea is shot down) and connectivity (we connect and built on each others ideas) we enjoy greater freedom to integrate what we creatively experience through our relationships into our expanding individuality – to constantly evolve into the infinite potentiality of our being. This progressive, creative integration works at the individual level as well as the relationships level, constantly changing our individual and collective mindsets for our marriages, our work teams, our organizations, our communities and our societies. Once our plan is ready we reason-test the plan itself to make sure that we have the resources and approach to execute it and, finally, we have tot decide to go ahead.

During the transformation of our reality we have to live in the now permanently. We have to be aware of the process of transformation, which is the fourth characteristic: Continual Transformation. During this phase our commitment supports tenacity of intention to and attention on the repetitions required for neuro-networking the brain in order to establish new habits and ultimately a new mindset. Process awareness ensures that one is not only aware of what one is doing, but also how one does this. In addition it makes sure that one is aware of the extent to which, what and how one does, is congruent with the terms of the Creative Interchange process. In its simplest form Process Awareness is a dual awareness. A portion of the awareness focuses on the task (what is done) and the other part focuses on the process itself (how it is done). In our mind this process is Creative Interchange. So the Process Awareness skill can monitor what you say and do, identify and evaluate what others say and do, monitor how the team members are living the Creative Interchange process and most of all identify if you yourself live or hinder that living Process. The latter means too that through Process Awareness you are aware of the functioning of your personal Vicious Circle and is often called self-awareness, beautifully painted by Albert Einstein’s quote:

“The superiority of man lies not in his ability to perceive,

but in his ability to perceive that he perceives,

and to transfer his perception to others through words.”

Process Awareness is also linked to the concept transcendence. You certainly have heard once following expression: “Being in the world and not of the world.” In this context, being in the world means that you identify yourself with your thoughts, feelings and behaviors and being of the world suggests that you are nothing more than a conglomerate of your experiences and actions in this world, in other words nothing more than your created self. Being of the world means that we conform to that world. Being in the world urges us to go beyond conformity to transformation, in other words to transform ourselves towards our Creative Self. Being in the world means that we choose for transformation of the mind, in other words that we choose for Creative Interchange. Something that is transformed is something that is changed. The prefix ‘trans’ means “above and beyond”. We are to become above and beyond the standards of this world, not in the sense that we elevate ourselves in lofty status above everybody else, but that we are called to a more excellent way of life. In other words, we are to transform towards our Original or Creative Self. Not being of the world means that you can observe the world from a distance. One is, so to speak, above the world and can therefor observe the world without being effectively concerned. Being capable of both is an ideal I’m striving for.

This way, the created or adaptive self – a by-product of the Vicious Circle – is of this world. This self is a unity created from the mix of experiences, perceptions, roles, images, games, demands and expectations and so on. The Original Self is not of the world. The Original Self is beyond the world being with both feet in the world.

Process Awareness has to do with being receptive to information associated with the task or activity being performed, and to information connected with the Creative Interchange Process while being at work with others (i.e. being in the world) AND at the same time being open to analyze oneself, the internal data that are generated by those actions, without being prisoner of these data (i.e. not being of the world).

If we have successfully transformed ourselves through the transforming power of Creative Interchange (remember Yoda’s Force!), we will have begun to experience (1) an interchange which has as its core authentic understanding and appreciation of the uniqueness of ourselves and others, and (2) how this transforming power enables us to continually re-create ourselves by integrating what we experience from others. Through an ultimate commitment to Creative Interchange we start to transform ourselves and invite others to do so, in the direction of ‘The Greatest Human Good’.[xiv]

As the life of awareness settles on your darkness, whatever is evil will disappear and whatever is good will be fostered. But this calls for a disciplined mind. [However] When there’s something within you that moves in the right direction, it creates its’ own discipline. The moment you get bitten by the bug of awareness… it’s the most delightful thing of the world. There’s nothing so important as awakening. — Anthony de Mello S.J. [xv]

To me awakening is living Creative Interchange from within. I once called Creative Interchange the Sixth Discipline desperately needed by Peter Senge’s Fifth Discipline in order to thrive. [xvi] Making Living in the Now through Living Creative Interchange from Within a discipline and thus a habit is to me – believe me, I know firsthand – hard work needing commitment, tenacity and process awareness.

___________________________________________________________________________________________________

[i] Eckhart Tolle, A New Earth: Awakening to Your Life’s Purpose (Penguin Books: 2005, 2016), 41.

[ii] The Essential Rumi, trans. Coleman Barks (HarperOne: 2004), 36.

[iii] Jean Pierre de Caussade, Abandonment to Divine Providence, trans. John Beevers (Image Books: 1975), 36.

[iv] Kirk, Warren Brown and Richard M. Ryan. Perils and promise in defining and measuring mindfulness; observations from experience. Clinical Psychology: Science and Practice, 11 (3), 242-248, https://doi.org/10.1093/clipsy.bhp078 , 2004. 245.

[v] Kirk, Warren Brown and Richard M. Ryan. The benefits of being present: mindfulness and its role in psychological well-being. Journal of Personality and Social Psychology, 84 (4), 822-848, https://doi.org/10.1037/0022-3514.84.4.822 , 2003. 822.

[vi] Jon Kabat-Zinn. Wherever you go, there you are: mindfulness meditation in everyday life. New York NY, Hyperion. 1994

[vii] Otto C. Scharmer. Theory U Leading From the Future as it Emerges The Social Technology of Presencing. San Francisco, Ca: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2009, xiv

[viii] Peter G. Grossenbacher and Jordan T. Quaglia. Contemplative Cognition: A more Integrative Framework for Advancing Mindfulness and Meditation Research. J.T. Mindfulness 8: 1580 https://dio.org/10.1007.S12617-017-730-1 . 2007, 1580-1593.

[ix] I’m publishing this column on my website www.creativeinterchange.be for the sake of my grandchildren, the three E’s: Eloïse, Edward and Elvire, without really knowing what they will do with it. Not pushing them, since ‘grass doesn’t grow faster by pulling at it”. I simply find it my duty to do it, period.

[x] Henry Nelson Wieman, Commitment for Theological Inquiry, Journal of Religion, Volume XLII (July, 1962) N° 3, pp. 171-184, 176.

[xi] Stacie Hagan and Charlie Palmgren The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore: Recovery Communications, Inc., 1998

[xii] Anthony de Mello S.J. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality, a de Mello spiritual conference in his own words (edited by J. Francis Strout), New York: Image book published by Doubleday, a division of Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc. 1992

[xiii] Frantz Metcalf and BJ Gallagher. Being Buddha at Work. 108 Ancient Truths on Change, Stress Money and Success. San Francisco, CA. Berret-Koehler Publishers, Inc. 2012. 37.

[xiv] Johan Roels. Creative Interchange and the Greatest Human Good. https://www.slideshare.net/johanroels33/essay-creative-interchange-and-the-greatest-human-good

[xv] Anthony de Mello S.J. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality.op.cit. 20

[xvi] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn, Garant. 2001. 234.

The Experience of Creative Interchange – Part I

 

Introduction

 The first time I heard about the living process I was born with was mid October 1992 in Atlanta (US). Not that it is of any direct importance, it happened during the week of the first baseball World Series in which games were played outside the United States. It pitted the American League (AL) champion, Toronto Blue Jays, against the National League (NL), champion Atlanta Braves. During that exceptional week I learned more about the Creative Interchange process than about the baseball game and I still remember those experiences as if they happened yesterday: both were great fun and a proof the Creative Interchange is a living process!

I happened to be in Atlanta for an ODR’s certification MOC® course level II. ODR’s CEO Daryl Conner, what I’d expected, did not run this course. Sharp on time another fellow stumbled into the Olton room of Atlanta’s Swissotel: he presented, and at the same time excused himself for, his bruised appearance (he fell the day before while running down his favorite hill ‘Stone Mountain’). I’ll never forget his opening phrase: “Our learning systems focus on what we got wrong, better approach is to look what was done right and to build on it the next day.” Officially it was a three day MOC® course. In what Charlie Palmgren taught us was extremely more deepness than what I’ve experienced during the three day Level III course run by Daryl Conner earlier that year. It took me some time to appreciatively understand that Charlie smuggled into the ODR course a basic introduction of Creative Interchange. And there was more, during the presentation of the ODR part around FOR (Frame of Reference) Charlie presented his own Vicious Circle, the process that hinders Creative Interchange.

At that course there were five participants: two ODR junior consultants and three ‘foreigners’. Those three stuck together for evening meals, to talk about what we’ve learned (for instance regarding Charlie’s one liners as “Culture teach us hypocrisy”) and to watch in the restaurant baseball games of the Atlanta Braves vs Toronto Blue Jays. One our company of three was a Canadian lady from Toronto and the other two European gents (A Dutch KPMG fellow and myself). Needless to say that we acted during those evenings as Blue Jay fans in the hometown of the Braves. Although I learned a lot during that unforgettable week about Baseball game rules, it was Creative Interchange that impressed me most.

A year later I found out that Charlie had been the ghostwriter of a chapter of Daryl Conner’s bestseller ‘Managing at the speed of Change’[i]: Chapter 12: The Synergistic Process. ICharlie called the Creative Interchange process in those years the Synergistic Process, although, off the record, as in the course in Swisotell, he called it by its genuine name: Creative Interchange.

I became a follower of Charlie Palmgren in 1994 and learned more about Creative Interchange and slowly started to live it. 

 

Creative Interchange

For Henry Nelson Wieman (Charlie’s Palmgren’s mentor), creative interchange is an experience, the kind of experience that transforms us in ways in which we cannot transform ourselves. According to him, creative interchange is the experience of spontaneous human-heartedness and human-thoughtfulness that opens us to an increasingly widened and deepened appreciation and understanding of ourselves as individual persons and of all other persons we encounter.

Ordinarily, the experience of most of us is dominated by the concerns of survival and security. This survival-security orientation easily minimizes creative Interchange between people since it is an orientation fed by the Vicious Circle[ii]. In fact, the harder we try to live within our Vicious Circle, the more intolerable life becomes. Charlie Palmgren has described the obstacles to Creative Interchange brilliantly in ‘The Chicken Conspiracy’. His mentor, Henry Nelson Wieman emphasizes, in his book, Man’s Ultimate Commitment, the obstacles as:

“These barriers to creative interchange are not only internal to the individual. They are also social. Barriers are built into all our social institutions.”[iii]

The reality is that the experience of creative interchange is a somehow difficult to attain experience of individuals and societies. Wieman is calling for the experience of creative interchange as something more than an occasional interlude in our lives; he is calling for the experience of creative interchange as the nurturing matrix out of which we continuously build, correct, and rebuild our individual lives, our societies, and the one world to which we are inescapably connected:

“Creative Interchange is that kind of interchange which creates in those who engage in it an appreciative understanding of the original experience of one another. … Creative interchange has two aspects, which are two sides of the same thing. One aspect is the understanding in some measure of the original experience of the other person. The other aspect is the integration of what one gets form others in such a way as to create progressively the original experience, which is oneself.”[iv]

 

The Nurturing Matrix of Creative Interchange

Creative interchange is that kind of experience that confirms and assures us of our sense of individuality, both apart from and in connections with other human beings. Human nature needs more than anything else if it is to be satisfied in the deepest and most far reaching ways.

Creative Interchange is not limited to the acquisition of information alone. “Creative communication in its most complete form can be described thus:

You express your whole sefl and your entire mind freely and fully and deeply an truly to the other persons who understand you most completely and appreciatively with joy in what you are as so expressed, and you yourself respond to others who express themselves freely and fully and deeply and truly while you understand them most completely and appreciatively with joy in the spirits they are.”[v]

This way, Creative communication encompasses two of the characteristics of Creative Interchange: Authentic Interacting and Appreciative Understanding. For Wieman this kind of free, full, deep and true expression between two persons is always experienced in the form of events. For him the fundamental experience of creative interchange, which is the most precious good in our lives, is rooted in events. Event, in his understanding, means passage, disclosure and growth. The Original Self emerges in a series of events, free and full of dynamic possibilities for insight, joy and constructive action. I envision this emerging as follows:

 

Creative interchange then is an ongoing series of events in the lives of people, transforming them in the direction of the greater good, as they cannot transform themselves. To Wieman “Transformation can occur only in the form of events.”[vi] Perhaps his most famous description of those events in connection with Creative Interchange is in chapter 3 “Creative Good” of ‘The Source of Human Good’. In that chapter he analyzes Creative Interchange into four subevents of emerging awareness, integrating meanings, expanding richness of quality in the appreciable world, and deepening community. His summary statement on these subevents is:

“The four subevents are: emerging awareness of qualitative meaning derived from other persons through communication [Authentic Interaction]; integrating these new meanings with others previously acquired [Appreciative Understanding]; expanding the richness of quality in the appreciable world by enlarging its meaning [Creative Integrating]; deepening the community among those who participate in this total creative event [Creative Interchange] of intercommunication [Crucial Dialogue].”[vii]

It has be underlined that those four subevents, or characteristics as Charlie Palmgren calls them, or phases as I has called them in ‘Crucial dialogues’ (one of the applications of Creative interchange), are working together and not any one of them working apart from the others constitute Creative interchange. Each may occur without the others, and often does and that’s ok. In that case though it is not creative interchange. The four can be distinguished and together they constitute creative interchange.

I described those subevents one by one in my books – ‘Creatieve wisselwerking’ as characteristics & ‘Cruciale dialogen’ as phases- and many articles. Mostly even as a ‘logic chain of events’. I made nevertheless clear that distinctions made for the purpose of analysis and understanding should not obscure the unitary and complexity of the four-fold combination necessary to Creative Interchange.

The experience of creative interchange is in itself an event with different dimensions. At its best it is the always moving, free, unplanned emerging, understanding, feeling, integrating, expanding and deepening qualities in our lives. It is our way of being in the world (and not of the world) with openness to new insights, new experiences and trusting new relationships. Through this living creative interchange from within we are able to think, feel, and act based on our core values and core qualities; we are willing and eager to be corrected, transformed and enriched by the novel possibilities inherent in shared experience.

Through Creative Interchange we have relational power. By this I mean the ability to affect others and to be affected by them. Relational power is opposed of unilateral power as Creative Interchange is opposed to the Vicious Circle. Unilateral power grows out of the dominant desire for survival, security and domination towards others and is the fruit of the Vicious Circle. Relational power nurtures a particular kind of human development and, if at work in Organizations, a particular kind of Organizational development. The secret of relational power lies in its capacity to enable people to meet one another with a basic openness of heart, mind and will, thereby rendering the progressively yielding, whenever appropriate, their most treasured and cherished beliefs and even values. Creative Interchange is the expression of relational power and, as such, is the experience of self-correction. From the perspective of Creative Interchange as relational power, we are open and expect to be transformed in the direction of the greatest good, i.e. our Original Self, as we meet others in moments of genuine dialogue. From Wieman’s point of view, any amount of knowledge, beliefs and values is fallible, and the insistence upon them as absolutely true and final is a direct blockage of the exercise of relational power, and thereby weakens the possibilities of Creative Interchange.

Creative Interchange is a self-corrective experience, and as such it is the unending experience of emerging, understanding, feeling, integrating/expanding and deepening. Therefor I use as ‘image’ of Creative Interchange the Lemniscate, which is the infinite symbol. In Wieman’s words:

“Every value pursued in modern life can become demonic – beauty, truth, morality alike – if and when it excludes the demands of creative good in the name of the false finality of what has been created.”[viii]

Charles Palmgren calls this the false finality of the created self. From Wieman and Palmgren’s frame of reference, any and every finality is false, and it is finality in its many forms that blocks and sometimes kills altogether this life enhancing self-corrective experience of Creative Interchange. Wieman makes this point extremely clear when he emphasizes that:

“At the ultimate level of commitment one commits [oneself] to the actuality, holding [one’s] beliefs about it subject to correction because [one] knows that [one’s] knowledge false short of omniscience.”[ix]

Palmgren makes his observations most forcibly when he points out that:

“Most people are just scared to death to ask them [the crucial questions regarding their created self]. For if we ask them, we may discover that we were wrong. Being wrong means being inadequate, and being inadequate means putting our worth on the line. The vicious circle plays itself out so strongly in the lives of many people that they won’t even let themselves think about ideas, ask questions, or expose topics that are beyond their current demands and expectations [i.e. their current mindset].”[x]

Those two quotes emphasize the duality between creative interchange and the vicious circle.

Our primary commitment must be to Creative Interchange, for Creative Interchange and Creative Interchange alone can transform us in ways we cannot transform ourselves. We must seek to imbed Creative Interchange into the center of all of our experiences, as the guiding principle for all that we think, express, understand, feel, imagine, decide and do in our lives. In order to do this we must abandon many of our habits, fruits of our personal Vicious Circle, thus much of our mindsets. This seems and is a very simple proposition, but like other simple propositions, we – curiously enough – have the greatest difficulty to successfully adopt it.

 

___________________________________________________________________________________________________

[i] Daryl R. Conner, Managing at the speed of Change. How resilient Managers Succed and Prosper Where Others Fail. New York: Villard Books, 1993, pp. 200-215.

[ii] Stacie Hagan and Charlie Palmgren, The Chicken Conspiracy, Breaking The Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc. 1998.

[iii] Henry Nelson Wieman, Man’s Ultimate Commitment, Lanham, Maryland: University Press of America ®, Inc. Reprint, Originally published: Carbondale: Southern Illinois University Press, , 1958, p. 53.

[iv] Ibid. p. 22.

[v] Ibid. p. 23.

[vi] Henry Nelson Wieman, “Intelectual Autobiography,” in The Emperical Theology of Henry Nelson Wieamn, edited by Robert W. Bretall, The Library of Living Theology, New York: Macmillan, 1963, p. 3 & http://urantiabook.org/sources/wieman_autobiography.htm

[vii] Henry Nelson Wieman, The Source of Human Good, Chicago: University of Chicago Press, 1946, p. 58.

[viii] Ibid. p. 25.

[ix] Henry Nelson Wieman, “Commitment for Theological Inquiry,” in Seeking a Faith for a New Age, edited and introduced by Cedric L. Hepler. New Jersey: The Scarcrow Press, 1975. p. 145.

[x] Stacie Hagan and Charlie Palmgren, The Chicken Conspiracy, Breaking The Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc. 1998. pp. 105-106.

The Greatest Human Good and Creative Interchange – Part I Introduction

 

In his book Man’s Ultimate Commitment Henry Nelson Wieman suggests that we have a need in our lives to achieve the infinite potentialities present in us at birth. In fact he stresses the importance of our commitment to a life-long process that enables us to live our lives to the fullest. In order to have the Greatest Human Good one has to commit to live Creative Interchange from within.

This special human interchange that Henry Nelson Wieman coined Creative Interchange is our ability to learn what others have learned, to appreciate what others appreciate, to feel what others feel, imagine what others imagine and to creatively integrate all this with what we have already acquired and form this way our true individuality. This creative interchange uniquely distinguishes the human mind from everything else.

You can see this beautiful process in action by watching the inquisitive behavior of any healthy young child (before the counter process, which Charlie Palmgren coined the Vicious Circle, sets in). We are all born with this ability (Creative Interchange); sadly we have lost so much (due to the Vicious Circle).

The Greatest Human Good is, according to Henry Nelson Wieman, not any state of existence or any realm beyond this world, it is the most complete transformation of the individual toward the qualities that life can yield and the fullest development of her/his humanity.

Because the Greatest Human Good must come from within ourselves and how we relate to each other we are pilgrims to the continuous improvement of this world. The Greatest Human Good is to undergo this creative transformation that enables us to appreciate most profoundly everything appreciable.

At the heart of this creative human interchange is the free mutual authentic expression of self, one to the other, while understanding and appreciating each other. So, the individual’s capacity for appreciative understanding is integral to this process.

Ironically human interchange is necessary to develop this capacity and the relationships we develop with other people are always imperfect to some degree. From infancy on we observe a decline in honest and integer interaction. At the same time we observe a rise in human interchanges that are deceptive, manipulative, … thus far from being honest and integer. Henry Nelson Wieman called this forms of interchange ‘evasive’ ones and those deaden our abilities to represent ourselves authentically and appreciatively understand the other. Charles Leroy Palmgren, who’s mentor was Henry Nelson, pointed rightly out that this evasiveness is a spin-off of a counter productive process he coined as the Vicious Circle. In fact, even our social institutions and our economical organizations are undermining our ability to creatively interchange with each other, since the Vicious Circle is omnipresent in these communities.

In these series, based on Man’s Ultimate Commitment[i], The Chicken Conspiracy[ii], Creatieve Wisselwerking[iii], The Greatest Good[iv], Ascent of the Eagle[v] and Cruciale dialogen[vi] we will discuss how creative interchange is a personal commitment; a commitment to direction rather than drift; a commitment to openness and to agility rather than closeness and rigidity; a commitment to a more comprehensive purpose, to a more inclusive understanding; a commitment to an abundance of creativity and more control from the inside-out (rather than from the outside-in) over the conditions of our existence.

By Creative Interchange Henry Nelson Wieman meant two things: (1) an authentic human dialogue that creates appreciative understanding of our unique individualities, and (2) the progressive integration within each of us what we discover from each other in this way.[vii]

Henry Nelson Wieman described Creative Interchange sometimes as having those two features and at other times as a four-fold process. Actually both are true. Each Feature has two aspects. Authentic Interacting leads to Appreciative Understanding, since the interaction involves both: sharing and appreciative understanding. Progressive integration involves both: creative integrating of what was appreciatively understood and transformation of the interacting parties. Creative interchange can be viewed as following four-fold process: Authentic Interacting, Appreciative Understanding, Creative Integrating and Continual Transformation. I’m always using the Lemniscate of Bernoulli tot picture the Creative Interchange process (and its application ‘Crucial dialogues), since the Lemniscate is the sign of infinity.

 

 

Authentic Interacting means sharing with integrity the best one knows and listening with humility to learn the best others know. Appreciative understanding is more than simply understanding ideas, facts and viewpoints of others (which is done during the interaction). Central to the concept of Appreciative Understanding is appreciation of the meaning those ideas have for the person sharing them. The meaning of ideas and facts depend very much on the mental model (mindset, frame of reference) from which they are viewed. Appreciative understanding respects the viewpoint of others. It assumes there is more than one way to look at reality and that each perspective provides some originality to see the ‘truth’. In dialogue, appreciatively understanding of each other’s views can lead to a common meaning, a common way to see the ‘truth’. The Creative Integrating aspect of the creative interchange process means that the interacting parties are changed in ways that strengthens who they were meant to be as individuals. The Continual Transformation aspect of Creative Interchange is continual transforming of oneself through the learning process Creative Interchange. For Henry Nelson Wieman this meant that we could learn form one another’s successes as well as each other’s failures. Both forms of learning have a continual transforming impact on us.

The following parts of this series discuss sources of obstruction of Creative Interchange (Part 2); the role of trust, reason, curiosity, imagination and freedom in our relationships (Part 3); the required conditions that enable the Creative Interchange process to flourish (Part 4); and our journey of transformation and commitment living Creative Interchange from within (Part 5).

______________________________________________________________________

[i] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment. Lanham, MD: University Press of America, 1991.

[ii] Hagan, Stacie and Palmgren Charlie. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore MD: Recovery Communications, Inc., 1999

[iii] Roels, Johan. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant, 2001

[iv] Palmgren, Charlie and Petrarca, William. The Greatest Good. Rethinking the role of relationships in the moral fiber of our companies and our communities. Victoria, Canada. Trafford Publishing, 2002.

[v] Palmgren, Charlie. Ascent of the Eagle. Being and Becoming your Best. Dayton, OH: Innovative InterChange Press, 2008

[vi] Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant 2012.

[vii] Wieman, Henry Nelson, op cit. p. 305

Over Vallen, Opstaan en weer Doorgaan – Deel V: De Transformatie

 

 Het laatste deel van deze serie is uiteraard gewijd aan het sterk weer doorgaan. We zijn opgestaan en hebben verschillende opties voor het doorgaan gecreëerd en overwogen. Die verschillende opties kunnen gezien worden als besluiten. Besluiten betekent niet hetzelfde als beslissen, hoewel de twee begrippen soms (verkeerdelijk) als synoniemen door elkaar gebruikt worden. Besluiten is afwegingen maken, grondig over alternatieven nadenken en tot besluit een keuze maken. Beslissen legt de nadruk op het vastleggen van een afspraak, een antwoord gevend op de vragen serie betreffende het gekozen besluit: “Wie, doet wat, waar en wanneer?”

Het onderscheid tussen besluiten en beslissen zie je aan de gemoedsgesteldheid van diegenen die het ‘passieve’ gedeelte van de cruciale dialoog afronden. Na een besluit is er geen creatiespanning. Er werd namelijk niet beslist iets daadwerkelijk te doen. Je kunt nu eenmaal niet aangesproken worden op wat er besloten is. Gezien er niets beslist is, heeft niemand zich tot iets verbonden. Wanneer er een beslissing wordt genomen en deze bovendien wordt vastgelegd dan is er verantwoordelijkheid genomen. Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor de creatiespanning wel aanwezig is. Indien ik in het kader van het ‘sterk-weer-doorgaan’ proces bovendien anderen van m’n beslissing op de hoogte breng, weet ik bovendien dat ik op mijn verantwoordelijkheid om mijn beloftes waar te maken, kan aangesproken worden. Dit is ook de raad die ik meegeef. Zorg, tijdens jouw persoonlijk ‘sterk-weer-doorgaan’ proces, ervoor dat mensen om je heen, die je dierbaar zijn, op de hoogte zijn van je beslissing opdat ze jou door eerlijke feedback zouden kunnen coachen.

Dit deel gaat over doorgaan door het effectief nakomen van de beloftes die je aan jezelf hebt gemaakt. Ik noem het ook transformatie omdat gedurende die fase ik mezelf transformeer. Ik groei naar een nieuwe ‘gecreëerde zelf’ met een nieuwe mindset. De oude mindset wordt losgelaten, indien we niet terug afglijden in oud stereotype gedrag. Deze transformatiefase vergt ook de meeste energie.

Men hoort tegenwoordig vaak dat de toekomst aan diegenen zijn die ‘wendbaar’ en ‘weerbaar’ zijn. Daarbij wordt het begrip wendbaar nogal eens ingewisseld voor het synoniem ‘Agile’. Agile is voor mij dan weer een synoniem voor Creatieve wisselwerking en iemand die het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit beleeft, is per definitie ook ‘resilient’ (weerbaar). Een wendbare persoon heeft geen ‘updates’ nodig want hij verbetert continu. Vandaar een van mijn favoriete slagzinnen: (CI)²= Continuous Improvement through Creative Interchange!

De transformatie is op de keper beschouwd een transformatie van de mindset.

Zien met nieuwe ogen is zien van uit een nieuw denkkader, van uit een nieuwe ‘mindset’ zou m’n derde vader Charlie Palmgren stellen. Diens mentor, Henry Nelson Wieman, zei ooit: “Creative Interchange is the process that changes the mind, since the mind cannot change itself.”

Beslissen betreft het omslagpunt tussen het opstaan en het doorgaan. Beslissen heeft te maken met kiezen van oplossingen uit de set die tijdens het vorige deel werd gecreëerd. Die zullen in de laatste fase ‘Transformatie’ effectief worden uitgevoerd.

Het omslagpunt kan gevisualiseerd worden met m’n Cruciale Dialoogmodel. Er bevindt zich als het ware een ‘staande’ lemniscaat in de ‘grote’ lemniscaat, die ik, in navolging van Lex Bos[i], gekozen heb als basisvorm voor het Cruciale Dialoogmodel. Het gaat als het ware om een dialoog rond de hamvraag “Welke van de mogelijke oplossingen kiezen we om daadwerkelijk uit te voeren?”. Deze ‘dialoog in de dialoog’, waarbij ook de voor de acties nodige middelen worden afgetoetst, dient de beslissing vooraf te gaan.

 

Stephen Covey schreef al meer dan twintig jaar geleden in zijn nog steeds actueel boek: ‘The 7 Habits of Highly Effective People’: “Begin met het einde voor ogen!”[ii] Die opdracht leidt naar de gegenereerde oplossingen, oplossingen die, met inzet van de daartoe nodige middelen, het gewenste doel, de gewenste toekomst creëren.

Ook schuilt er waarheid in mijn parafrase van de befaamde Edison quote: “Transformatie is voor 1% inspiratie en voor 99% transpiratie”. De originele quote heeft het over genialiteit. Je moet inderdaad geniaal zijn om een transformatie ‘within time and whitin budget’ tot een goed einde te brengen,.

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wiemans’ ‘two fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan, met gedrevenheid en hardnekkigheid, dus niet versagen is de boodschap. Anderzijds dient met voortdurend open te staan om te leren wat de veranderlijke werkelijkheid te bieden heeft en dus durven te wijzigen (indien die werkelijkheid daar om vraagt).

Commitment en Intrinsieke Motivatie het gouden duo.

Inzet (commitment) is de bereidheid om alles te doen wat nodig is om de acties die je gekozen en beloofd hebt uit te voeren, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het gaat om de bereidheid buiten je ‘comfortzone’ te gaan. Onvoorwaardelijke inzet dus.

Intrinsieke motivatie is de prikkel om te doen wat je beloofd hebt te doen. Het is de reden waarom je elke dag weer je bed uit komt en weer de handen aan de ploeg slaat.

Als je wel gemotiveerd bent, maar je hebt onvoldoende commitment, dan zal de transformatie niet succesvol zijn. Dan ben je iemand die wel de correcte droom heeft maar denkt dat het vanzelf komt of niet bereid is zich maximaal in te zetten. Hierdoor zal je vlug ontmoedigd worden en uiteindelijk niet succesvol zijn.

Als je wel de bereidheid heeft je maximaal in te zetten, maar heeft daar geen duidelijke reden toe (motivatie) dan zal je uiteindelijk ook niet effectief zijn. Beide, naast de passie voor het leven, zijn dus essentieel voor succesvolle transformatie.

Tenaciteit

Intrinsieke Motivatie en Commitment zijn de ingrediënten voor de basisconditie Tenaciteit. Tenaciteit betekent “het vasthoudend nastreven van wat wordt gewenst” en heeft als synoniemen vasthoudendheid, volharding en doorzettingsvermogen. Het is het volhoudend uitvoeren van het actieplan teneinde het gewenste te realiseren. Tenaciteit omvat ook het actieplan blijvend volgen totdat het beoogde doel bereikt is of ophoudt redelijkerwijze bereikbaar te zijn. Anders gesteld: het vasthouden aan een gekozen aanpak totdat het beoogde doel bereikt is en niet versagen op momenten van twijfel en ontgoocheling eigen aan verandering.

Belangrijk is ook dat het vasthoudend gedrag niet krampachtig en gesloten wordt, maar toegankelijk blijft voor verstandelijke beredenering en bovendien berust op een goed aanvoelen van de realiteit.

Endurance is patience concentrated.

Thomas Carlyle

Volharding is geconcentreerd geduld. Inderdaad, de kernkwaliteit ‘geduld’ is een noodzaak om te volharden in het verder bewandelen van de ingeslagen weg, totdat de realisatie van het beoogde een feit is. Ook mag niet uit het oog verloren worden dat elk veranderingsproces tijd vergt.

Geduldig uitvouwen van wat besloten werd, is de boodschap.

Understand that your success in life won’t be determined just by what’s given to you, or what happens to you, but by what you do with all that’s given to you; what you do with all that happens to you; how hard you try; how far you push yourself; how high you’re willing to reach. True excellence only comes to perseverance.

President Barack Obama (Remarks by the President at Kalamazoo Central High School Commencement, June 2010)

Vasthoudendheid mag echter geen koppigheid worden. Vasthoudendheid helt over naar koppigheid wanneer doorgezet wordt zonder dat men met de realiteit rekening houdt. Dan is men ook niet deskundig. Ook dat is tenaciteit: het blijven observeren van de veranderende werkelijkheid. Wanneer door het blijvend observeren van de werkelijkheid duidelijk wordt dat de gewenste realiteit op die manier onbereikbaar is of wanneer door nieuwe gegevens duidelijk wordt dat er betere oplossingen zijn, dient de aanpak grondig in vraag te worden gesteld.

Koppig volharden, wordt bijna altijd volharden in koppigheid.

Jean de Boisson (Pseudoniem van Cees Buddingh)

Interafhankelijkheid

De andere basisconditie van dit onderdeel in het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is interafhankelijkheid. Voor de werkelijke uitvoering van onze beloftes om door te gaan zijn we afhankelijk van anderen. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid.

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being.

Mahatma Gandhi

In Stephen Covey’s reeds geciteerde boek ‘Seven Habits of Highly Effective People’ wordt gesteld: Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence.”

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen:

  • Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen;
  • Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf;
  • Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen 
grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking.

Na de beslissing start dus een ‘lange tocht’ die meestal niet vrijblijvend is. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het besluit in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt gescho- ten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ en dus een beslissing wordt, ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt de belofte plots grote hinder in zoverre dat veel beloftes uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden.

Vaardigheden

Om die beloftes tijdens deze ruwe tocht te beschermen, omvat deze fase naast de reeds vermelde basiscondities Tenaciteit of Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid (i.e. van elkaar wederzijds afhankelijk zijn) en volgende vaardigheden:

  • Het blijvend Herhalen en Evalueren van de uitvoering van de beloofde activiteiten;
  • Vragen om Feedback (Positive Reinforcement en Corrigeren);
  • Durven Wijzigen (indien nodig);
  • Aandachtig beleven van het proces; het zó belangrijke 
Procesbewustzijn.

Door het effectief ‘doorgaan’ verandert – terwijl de wereld buiten ons niet ophoudt te veranderen – ook en vooral de wereld binnen ons. Dit is ook nodig volgens W. Edwards Deming. Deze kwaliteitsgoeroe verwoordde het zo: “Nothing changes without personal transformation”.

Personal transformation can and does have global effects.

As we go, so goes the world, for the world is us.

The revolution that will save the world is ultimately a personal one.

Marianne Williamson

Voor verdere beschrijving van de vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek ‘Cruciale dialogen’[iii]. Vooral het blijvend bewustzijn van het creatief wisselwerkingsproces tijdens de realisatie van de beloofde acties is van groot belang. We zijn ons binnen het procesbewustzijn er ook van bewust of wat we aan het doen zijn, gedaan wordt met de intentie en de gedragsvaardigheden van Creatieve Wisselwerking of dat we eerder handelen vanuit onze Vicieuze Cirkel. Blijvend verbonden zijn met het Creatief wisselwerkingsproces staat garant voor het uiteindelijk blijven doorgaan!

 

________________________________________________________________________________________________

[i] Bos, Alexander H. Oordeelsvorming in Groepen. Proefschrift Landbouwhogeschool Wageningen, H. Veenman & Zonen: Wageningen, 1974.

[ii] Covey, Stephen R. The seven habits of highly effective people, Fireside: New York, 1990. Habit 2, pp 95-144.

[iii] Roels, J., Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het ‘Creatieve wisselwerking. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012.

Over Vallen, Opstaan en weer Doorgaan Deel IV: Het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties

 

Ik ben tot mezelf gekomen in stilte en me verbonden met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om de gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst en het weer sterker doorgaan dan voor de val dient nu geplaveid worden, niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is de derde karakteristiek van Creative Interchange – Creatieve Integratie – aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn huidig mentaal model, dat ik had toen ik tegen de vlakte sloeg, dien uit te breiden. Mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” Dit laatste strookt helemaal niet met de gewenste toekomst.

Deze vernieuwing veroorzaakt onzekerheid, ambiguïteit en, door het “nog niet weten wat exact te doen”, voor potentiële confusie. Het is een intermezzo tussen de oude manier van mens-zijn en het worden van de nieuwe wijze van mens-zijn.

Alleen daarom is dit voor mij een moeilijk onderdeel van het sterk-weer-opstaan proces. Ik hou helemaal niet van die fase van onzekerheid die steevast resulteert in een zeker onbehagen. Zelf heb ik moeten leren om mij over te geven aan die kritische karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsproces. Je moet bereid zijn om de oude ‘zekerheden’ los te laten en onzekerheid niet alleen te tolereren, meer nog, te omarmen. Ik heb moeten leren om in deze fase alle basiscondities van de vorige karakteristieken van Creative Interchange blijvend van binnen uit te beleven. Ik dien dus blijvend te vertrouwen, open en nieuwsgierig te zijn en bovendien onzekerheid te omarmen zoals een heel jong kind dat doet. Ik moet het vertrouwen, dat ik als kind onbewust had in Creative Interchange, als volwassene bewust herwinnen. Volgens Jan Bommerez stelde Stephen Covey ooit: “Vertrouwen is zekerheid over de universele principes”[i]. Een van die universele principes is Creative Interchange. Daardoor is Stephen Covey’s definitie van vertrouwen eigenlijk mijn levensopdracht: innerlijke zekerheid blijvend hebben in Creative Interchange. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” is een universele wijsheid die ook ik aan de lijve heb ondervonden. Wat ik daardoor geleerd heb, is het vertrouwen ‘up front’ te geven en dat vertrouwen meestal groeit in de loop van een relatie. Indien in een relatie het vertrouwen niet groeit, is de relatie de moeite niet waard.

In die zoektocht naar acties, die mij niet alleen toe laten weer op te staan maar – ook en vooral – helpen door te gaan, dien ik samen met m’n reisgenoten elementen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben toch op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Daardoor ontstaat een ‘aha!’ moment waardoor een mogelijke oplossing plots ‘in zicht’ komt. In dit onderdeel van m’n queeste worden nieuwe zaken, die mij aangereikt worden, geïntegreerd in m’n oud denkpatroon, waardoor een nieuwe, vollere mindset wordt gecreëerd.

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is gedurende dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces het ‘synergetisch bewustzijn’[ii]. Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’ van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een gewone menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val weer te kunnen recht krabbelen en door te gaan.

Die fase vind ik de moeilijkste en dat komt ook omdat ik ze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Dit komt dan weer onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het gebruik van metaforen werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog in m’n geheugen gegrift:

“Monsieur Roels vous n’êtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait!”

Ik heb hem toen gevraagd of hij “’la chanson, monologue parlé plus que chanté ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Nicolas Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. Ook in m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens me niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Ik was wel langzamerhand aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten.

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal aanwendde. Dit komt er terug op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde fase – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan.

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later wel vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ en ‘creativiteit’ kunnen verstevigen. In elke fase beschrijf ik naast de twee basiscondities, die de karakteriek die aan zet is in de bewuste fase ondersteunen, ook vier vaardigheden. Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn (1) her kaderen van het probleem, gebruik maken van (2) analogieën en (3) metaforen en (4) het krachtige tool “4+ en 1 wens” en voor de beschrijving van deze vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek.

Het was in m’n vierde Professionele Leven dat ik van onder het juk van het preferentieel lineair denken uitkwam en dat ik de tijd nam om de vaardigheden van deze fase zelf te beoefenen. De massieve depressie die ik in de periode 2008-2010 doorworstelde had er voor gezorgd dat ik voor mezelf tijd gecreëerd had. Ik begreep in die periode de diepere betekenis van het Franse gezegde, dat ik geleerd had van m’n vriend Guy Bérat, “Il faut donner le temps au temps”. Niet toevallig was het ook Guy die mij hielp om terug vertrouwen te krijgen in Creative Interchange.

In m’n vierde professionele leven kreeg ik nieuwe tegenslag: darmkanker. Dit is een probleem waar verstijven, vluchten of zelfs vechten niet aan de orde is. “Wat niet weet, wat niet deert” is een oud Nederlands gezegde dat zeker in het geval van kanker één grote leugen is. Het is niet omdat je niet weet dat je kanker hebt, dat hij stopt met verder woekeren in je lichaam.

Het probleem met darmkanker is niet hoe je deze bestrijdt eens geïdentificeerd. De geneeskunde is goed gevorderd en de protocollen liggen klaar. In mijn geval werden die direct uitgetekend: beginnen met een dubbele aanpak van chemo en bestraling, vervolgens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen en nadien nazorg chemo. De oplossing is dus reeds gevonden. Althans voor de puur lichamelijke kant van het probleem.

De geestelijke kant is een ander paar mouwen. “Hoe ga ik met mijn kanker om?” wordt een cruciale vraag. En op die vraag dien je het antwoord zelf te geven. In mijn geval heb ik de vraag her-kadert in “Hoe wil ik door m’n kleinkinderen herinnerd worden?” en onder meer die herkadering, die een toepassing is van bovenvermelde vaardigheid (1), leidde mij tot een deel van de oplossing. Je kunt kiezen om cynisch en verbitterd te worden, en die houdingen hebben bij m’n weten nog weinig succesvolle transformaties teweeg gebracht. Uiteraard weet je niet hoeveel dagen je nog tegoed hebt; je weet wel dat je met dat gebrek aan kennis niet alleen bent. Dus ik leerde in die derde fase dat het tegenovergestelde van cynisme en verbittering me wel tot de oplossing van m’n probleem zou leiden. In de periode na het ‘slechte nieuws’ gesprek met m’n dokter-specialist, doorliep ik de vorige fasen in heel korte tijd. Ik koos ten volle voor het van binnen uit beleven van Creative Interchange. Ik zag m’n eigen kankerverhaal ten volle onder ogen en koos uiteindelijk voor de gewenste toekomst: dat ik met mijn kleinkinderen – zolang het nog kon, veelvuldig en met plezier (ook en vooral van hun kant) – zou ‘samen-zijn’. Daartoe diende ik opgewekt te zijn en niet chagrijnig, dat wis ik door de vaardigheid ‘gebruik maken van analogieën’. Analogieën vinden was niet moeilijk. Zo moest ik mij enkel herinneren hoe dochter Daphne reageerde, toen haar grootvader Lionel korzelig, verbitterd en nijdig geworden was nadat bij hem een kwaadaardige hersentumor was geconstateerd. Uiteindelijk konden we haar maar heel zelden nog overtuigen ons te vergezellen voor een bezoekje aan haar opa. Ik wist daardoor wat ik zeker niet moest doen indien m’n doel was m’n kleinkinderen en mezelf nog een leuke tijd te bezorgen. Een tweede analogie uit m’n eigen verleden gaf mij een stuk van de oplossing. Een jeugdvriend, André De Decker (die uitgerekend vandaag 71 zou geworden zijn) kreeg, toen hij net aan de RU Gent was gestart, leukemie. Ik bezocht hem regelmatig in het Sint-Vincentius in Gent. Op een keer kwam plots z’n oudere broer Edgard met diens vriend – de legendarische Eeklose grafische artiest, Romain Coemelck – de kamer binnen. De twee spitsbroeders waren op hun paasbest. Ik begreep dat ze op weg waren naar een huwelijksfeest toen bij het afscheid André hen toefluisterde “Veel plezier hé op het feest!” André was toen reeds heel verzwakt en ik realiseerde mij toen dat het een kwestie van weken was geworden, voordat het toen onvermijdelijke zou geschieden. André, die stukken intelligenter en begaafder was dan ik, heb ik in die periode nooit horen klagen, misnoegd of cynisch ervaren, in tegendeel. Hij was vol interesse hoe ik het er in m’n eerste jaar vanaf bracht in Gent. Die analogie maakte mij wel heel duidelijk wat mij te doen stond, indien ik m’n doel wou bereiken.

Ik had met hun moeder Daphne besloten dat ze mij de eerste paar weken, toen ik in AZ St. Jan Brugge ‘met alle toeters en bellen’ lag, niet zouden bezoeken. ‘Met alle toeters en bellen’ was een kleurrijke uitspraak van m’n chirurg Tom Feryn. Die beeldrijke uitspraak duidde op het aantal buisjes en snoeren die m’n lichaam verbonden met allerlei hulpmiddelen en toestellen die netjes rond m’n bed waren opgesteld. Omdat dit echt geen mooi zicht is voor jonge kinderen besloten wij dat ze mij de eerste paar weken niet zouden komen opzoeken in St. Jan in Brugge.

Tijdens de periode van begin september tot eind december 2013 had ik wel de tijd om uit te zoeken welke de mogelijke acties waren die mijn innerlijke rust en vreugde zouden kunnen doen uitstralen. In die periode heb ik ten volle deze fase ‘het creëren en het kiezen van de noodzakelijke acties’ van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces beleefd. Uiteindelijk dien je ook echt te kiezen voor de oplossingen die je gecreëerd hebt. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces behoort die keuze jou toe. Dit omdat, als puntje bij paaltje komt, jij de enige bent die ‘accountable’ is met de betrekking tot de gevolgen van jouw keuze.

Gedurende de tweede van mijn drie weken durend verblijf, in wat ik toen ‘m’n luxe kamer met mooi uitzicht in een vier sterren hotel’ noemde, stelde een van de verpleegsters mij plots de vraag:

“Wat is jouw geheim Johan dat je elke dag zo vrolijk bent?”

“Dit komt omdat ik m’n eigen boek van binnen uit beleef, Christel”

Ze keek mij aan met grote ogen en zei: “Eigen boek?”

“Jawel, er ligt een exemplaar daar op de tafel aan het venster.”

Er lag daar inderdaad een exemplaar van ‘Cruciale dialogen’, want ik had, tot vijf minuten voor men mij kwam halen om naar het OK te vervoeren, aan de vertaling van hoofdstuk 1 naar het Frans gewerkt. Ik had het Franse vertaling toen via e-mail naar Guy Bérat gestuurd, die zorgde voor de verbetering ervan. Het boek was daar echter blijven liggen, want ik was m’n bed nog niet uit gekomen. De verpleegster ging naar m’n tafel en pikte het boek op.

“Hé, Johan, jouw naam staat op de cover!”

“Dat is de gewoonte hé, Christel. Men drukt steeds de naam van de schrijver op de cover.”

Ondertussen gaf ik een summiere uitleg waarover het boek ging. Over moeilijke babbels die men in het leven meermaals had en gaf een paar voorbeelden in haar context: cruciale dialogen met eigenwijze artsen, een bazige hoofdverpleegster en eventueel moeilijke patiënten… Christel bladerde in het boek en zei:

“Dit lijkt mij uiterst interessant, dat zou ik wel kunnen gebruiken!”

“Meen je dat, Christel?”

“Natuurlijk Johan”.

“Dan krijg je een exemplaar van m’n boek”

“Krijg ik dit?” En ze toonde het boek dat ze in haar handen had;

“Neen, dit exemplaar is te beduimeld. Ik vraag ‘ons’ Rita wel om deze middag een nieuw exemplaar mee te brengen.”

De volgende anderhalve week heeft Rita minstens vijfentwintig exemplaren meegesleurd naar Sint Jan.

Nadien heb ik meermaals verteld dat ik, door zelf van m’n eigenste boek van binnen uit te beleven, leerde dat het een uitzonderlijk goed boek is. Je moet het echter niet alleen lezen (wat al een hele klus is), je moet het vooral dagdagelijks van binnen uit beleven. En dat is een ander paar mouwen dan het begrijpen van het ‘vlindermodel’ …

_________________________________________________________________________________________________

[i] Bommerez J. Quote van Stephen Covey, geciteerd door Jan Bommerez tijdens het gesprek van Jan Bommerez en Jan Rotmans, in het InspiratieRijk: Arnhem, 8 december 2016. https://youtu.be/5nouorkdKbo

[ii] Palmgren C. The Creative Interchange Proces – Part II. http://www.creativeinterchange.org/?p=145