Inleiding

Deze column gaat over het fenomeen ‘polarisatie’, de dynamiek van ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[i].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt beschreven worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op het dagelijks gedrag van de betrokkenen. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent direct betrokkenen, probleem eigenaren en heeft dus conflictspelers die een opstelling hebben gekozen. Het kost daarbij geen moeite om de betrokkenen, met name de probleem eigenaren, te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

 

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’[ii]komt dit op twee mindsets die diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze ‘onderscheiden’ te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie een feit. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het toekennen van steeds maar weer op zich contrasterende ‘labels’ aan die identiteiten; die daardoor hoe langer hoe meer elkaars tegenpool worden.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en met het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een prachtige manier: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen. Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

 

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. We staan niet machteloos indien we inzien dat we niet de gevangen zijn van onze mindset. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.


Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

Uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken (i.e. de ‘labels’) wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Bij toenemende Polarisatie neemt de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toe, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de redelijkheid hand over hand af. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en dus helemaal niet naar dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er dan nog de complottheorieën. Die zijn op de keper beschouwd ‘uitvluchten’ om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

 

De vijf rollen bij Polarisatie

De dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook hebben we ze alle vijf wel ‘ns gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel de werking van de rollen te leren onderkennen. Door deze kennis kunnen we bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat we onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher



Figuur 3: De opstelling van de Pushers

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact het zelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt hij z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, om aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigd zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    2. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    3. Selecteert enkel de negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    4. Luisteren zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    5. Fungeren als echokamer voor hunpusher;
    6. Zijn sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    2. Blijft gedurende deze discussie z’n eigengelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    3. Er wordt enkelgeluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    2. Daarbij wordt de mogelijkheid open gelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de stille middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om nietmee te doen

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor om niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de targetvan de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen overelkaar en nietsaanelkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm bij uitstek de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van de mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouweris van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat binnen de mindsets van de twee tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerdin elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleidt door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5 : De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Gezien diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het meestal de bruggenbouwer die als eerste sneuvelt als zondebok.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper – brenger van het ‘slechte’ nieuws; met name dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben – wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat die twee standpunten, en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar staan. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

De dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt tot een terugkerende zekerheid: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

 

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Een heel specifieke Polarisatie speelt zich af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) en organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team;dus ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En nog meer door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander alles behalve bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten. En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinie ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf is beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

 

Depolarisatie van micro polarisatie door dialoog

Mijn persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …).

Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek.

Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen.[vii]Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk de eigen mening voorgesteld én ook de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialogenmodel geplaatst.

De uitdagingen met het opschorten van z’n eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewustzijn) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die ik kan helpen z’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.”[viii]De volgende heb ik mij gaandeweg de laatste tien jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, naakte bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulnessme diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid… je ziet enkel wat jouw gekleurd bewustzijn je toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus onder meer de basiscondities  en vaardigheden van de tweede fase van het Creatieve Dialoog model in, waaronder:

  1. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik er voor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen(met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de vicieuze cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Appreciërend begrijpend betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van de dialoog is dat deze zich ver houdt van de discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen een polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruidt met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege de gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit ervaring dat mentale modellen door crisis situaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten maar m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

De aandachtige lezer heeft ondertussen reeds lang gemerkt dat ik nu net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef naslagwerk het ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons’ Rita).

 

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds maar weer sterk opvalt is dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht!

Creatively,

Johan

___________________________________________________________________________________________________

[i]Brandsma, Bart. Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[ii]Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[iii]De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv]Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie ‘Cruciale dialogen’op.cit. p. 18.

[v]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 161-170.

[vi]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 20-28.

[vii]Isaacs, William. Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. p. 41

[viii]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 16-17.

[ix]Schein, Edgard H.  Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 191-217.

[xi]Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. p. 39

 

 

One of my daughter’s Christmas presents was a book which original version was published the year I was born (which happened today exactly 72 years ago). I don’t think she new that when she bought it, neither was she aware of the fact that during decades I have promised myself to read it. Since more than five years I had even a pdf version of this book on my laptop; as well as, since a couple of years, an audiobook version on my iTunes app. I never created time to read it, until now.

Man’s Search for Meaning is a 1946 book by Viktor E. Frankl chronicling his experiences as an Auschwitz concentration camp inmate during World War II, and describing his psychotherapeutic method, which involved identifying a purpose in life to feel positively about. According to Frankl, the way a prisoner imagined the future affected his longevity.

The edition of Man’s Search for Meaning Daphne gave me is a Rider one (2011) based on the 1992 edition[i]. Part One constitutes Frankl’s analysis of his experiences in the concentration camps, while Part Two introduces his ideas of meaning and his theory called Logotherapy. Part Three is a postscript of 1984 and presents a case for Tragic Optimism.

In the preface to the 1992 Edition, Viktor Frankl admonishes the reader:

“Don’t aim at success –

the more you aim at it and make it a target,

the more you are going to miss it.

For success like happiness, cannot be pursued,

it must ensue and

it only does so as the unintended side effect of

one’s dedication to a cause greater than oneself or as the by-product

of one’s surrender to a person other than oneself.

Happiness must happen, and the same holds for success:

you have to let it happen by not caring about it.

I want you to listen to what your conscience commands you to do

and to carry it out to the best of your knowledge.

Then you will live to see that in the long run

– in the long run, I say – success will follow you

precisely because you had forgotten to think of it.”

Reading this passage I thought of two of my spiritual fathers: Charlie Palmgren and Paul de Sauvigny the Blot SJ. The latter survived, as Viktor Frankl did, a concentration camp. Indeed dr. Paul de Sauvigny the Blot SJ (in short Paul de Blot) was a prisoner of war in a Japanese concentration camp during WWII and this for almost five years. After the war he became Jesuit and studied in Indonesia and Europe and worked in Lebanon, Israel, Indonesia, came to Europe; started a career at the Nyenrode Business University in the Netherlands where he studied, got his PhD in 2004 (at the age of 80!) and became professor there in Business Spirituality. His Business Spirituality is based on DOING (Business) and BEING (Spirituality) and on the INTERACTION (Creative Interchange) between the two.

Paul states: “The success I had in my life was primarily due to the fact that it simply happened to me, not as a winning lottery ticket, but by a conjunction of circumstances and relationships. I was not looking for success, success came my way, and I recognized it, picked it up and made use of it.” So Paul and Viktor are thinking along the same lines regarding success.

The story Paul often tells regarding his surviving the Japanese concentration camp (he lived more than a year in an isolation cell where he could not see any light, so after a while he didn’t know if it was day or night) is fundamentally about relationship. He testifies that not the strongest men survived, it where those men who were in interchange with others.

Among the tribes of northern Natal in South Africa, the most common greeting, equivalent to hello in English, is the expression sawobona. It literally means, “I see you”. This I see you is not so much about effectively seeing the other, it means – as the perhaps more known expression namaste – “The God in me sees the God” or “I see myself through your eyes” or “I come to live through you.” According to Peter de Jager[ii] this Zulu greeting is mostly answered with ngikhona, which means, “I am here.” The order of the exchange is important: until you see me, I do not exist. It’s as if, when you see me, you bring me into existence. This meaning, implicit in the language, is part of the spirit of Ubuntu, a frame of mind prevalent among native people in southern Africa. The concept Ubuntu stems from the folk saying umunto ngumuntu nagabuntu, which from Zulu translates, as “A person is a person because of other people.”[iii] The dyad sawubona and ngikhona form a dialogue; sawubona is an invitation to participate in each other’s life, ngikhona is the positive answer to that invitation. Although Paul de Blot in his isolation prison cell could not literarily see his comrades, having dialogues through thick prison walls they came to and stayed in live.

Let me quote David Ducheyne[iv]: “Psychology has discovered that your mental development is triggered by interaction with others. You cannot healthily exist without the other. You define yourself, based on the interactions with the other.” One of the philosophers who discovered this is the American Religious philosopher Henry Nelson Wieman. He writes extensively about “that creative good which transforms us in ways in which we cannot transform ourselves.” For Wieman our supreme devotion must be to the creative good not to the created relative goods [created by the creative good], this was an ultimate commitment to what in his later years he increasingly came to label creative interchange.[v] In 1966, Wieman met and formed a working relationship with Dr. Erle Fitz, a practicing psychiatrist, and Dr. Charles Leroy (‘Charlie’) Palmgren, my third father. Wieman, Fitz and Palmgren met regularly in Wieman’s home (Grinell, IA) until Wieman’s death in 1975 to focus on how creative interchange could be the basis for psychotherapy, applied behavioral sciences, and organizational development. After Wieman’s death, Palmgren continued to nurture the creative interchange philosophy, identifying the conditions necessary for the Creative Interchange process to occur, and developing tools to help people remove the barriers to those conditions while identifying the counter unproductive process, which he labeled The Vicious Circle.

Some quotes from part I “Experiences in a concentration camp” that I find interesting:

  • We who have come back, by the aid of many lucky chances or miracles – whatever one may choose to call them – we know: the best of us did not return.
  • Apart from a strange kind of humor, another sensation seized us: curiosity. Cold curiosity predominated even in Auschwitz, somehow detaching the mind from its surroundings, which came to be regarded as a kind of objectivity. At that time one cultivated this state of mind as a means of protection. We were anxious to know what would happen next.
  • An abnormal reaction to an abnormal situation is normal behavior.
  • Then I grasped the meaning of the greatest secret that human 
poetry and human thought and believe have to impart: The 
salvation of man is through love and in love.
  • Love goes very far beyond the physical person of the beloved. It find its deepest meaning in his spiritual being, his inner self. Whether or not he is actually present, whether or not he is still alive, ceases somehow to be of importance.
  • Set me like a seal upon thy heart, love is as strong as death.
  • The consciousness of one’s inner value is anchored in higher, 
more spiritual things, and cannot be shaken by camp life. But how 
many free men, let alone prisoners, possess it?
  • It is this spiritual freedom – which cannot be taken away – that 
makes life meaningful and purposeful.
  • If there is meaning in life at all, then there must be meaning in suffering. Suffering is an ineradicable part of life, even as fate and death. Without suffering and death human life cannot be complete.
  • In robbing the present of its reality there lay a certain danger.
  • It is a peculiarity of man that he can only live by looking in the 
future – sub specie aeternitatis. And this is his salvation in the most difficult moments of his existence, although he sometimes has to force his mind to the task.
  • Quoting Spinoza: “Emotion, which suffering is, ceases to be suffering as soon as we form a clear and precise picture of it.

On page 61 Viktor Frankl presents a fundamental change that was even paraphrased years later by the late president John Fitzgerald Kennedy during his inaugural speech of January 20th, 1960:


“What was really needed was a fundamental change

in our attitude towards life.

We had to learn ourselves and, furthermore, we had to teach the despairing men, that it did not really matter what we expected from life, but rather what life expected from us.

We needed to stop asking about the meaning of life,

and instead to think of ourselves being questioned by life

– daily and hourly.

Our answer must consist, not in talk and meditation,

but in right action and in right conduct.

Life ultimately means taking the responsibility to find

the right answer to its problems and

to fulfill the tasks which it constantly set for each individual.”

More than once in my life I’ve needed such a fundamental change in my attitude. For instance in 2008 – during my darkest period until now in the midst of a deep depression – when black thoughts of committing suicide haunted regularly in my mind. I needed to force myself to realize that life was perhaps still expecting something from me; I needed to realize that something in the future was expected from Johan Roels.

And Viktor Frankl continues:

“This uniqueness and singleness which

distinguishes each individual and gives meaning to his existence

has a bearing on creative work as much as on human love.

When the impossibility of replacing a person is realized,

it allows the responsibility, which a man has for his existence

and its continuance to appear in all its magnitude.

A man becomes conscious of the responsibility he bears towards

a human being who affectionately waits for him,

or to unfinished work, will never be able to throw away his life.

He knows 
the ‘why’ for his existence,

and will be able to bear almost any ‘how’. (Page 64)

Here Viktor Frankl is paraphrasing one of his favorite quote’s of Frederich Nietzsche: “He who has a why to live for, can bear almost any how.” In my particular case it was both: my love towards my wife, daughter and three grandchildren and a book I had to finish: “Cruciale dialogen” (Crucial Dialogues).

Viktor Frankl loves to quote Frederich Nietzsche to help his comrades: “Was mich nicht umbrengt, macht mich starker.” (That, which does not kill me, makes me stronger). This phrase really resonates with me.

Part II of Man’s search for Meaning describes Logotherapy in a nutshell. Viktor Frankl explains why he has employed the term Logotherapy as the name of his theory; logos being a Greek word denoting meaning, Logotherapy focuses on the meaning of human existence as well as on man’s search for such a meaning. To Viktor Frankl:

“Man’s Search for Meaning is

the primary motivation in his life

and not a secondary rationalization of instinctual drives.

This meaning is unique and specific

in that it must and can be fulfilled by him alone;

only then does it achieve a significance

which will satisfy his own will to meaning.” (Page 80)

He continues:

“Man’s will to meaning can also be frustrated,

in which case Logotherapy speaks of existential frustration.

The term existential may be used in three ways: to refer to

(1) existence itself, i.e., the specifically human mode of being;

(2) the meaning of existence; and

(3) the striving to find a concrete meaning in personal existence,

that is to say; the will to meaning.” (Pages 81-82)

His ideas regarding the connection between mental health and tension are, to me, very interesting:

“It can be seen that mental health is based on a certain degree of tension,

the tension between what one has already achieved and

what one still ought to accomplish,

or the gap between what one is and what one should become.

Such a tension is inherent in the human being and

therefore is indispensable to mental well-being.

We should not, then, be hesitant about challenging man with

a potential meaning for him to fulfill.

It’s only thus that we evoke his will to meaning from its state of latency.

I consider it a dangerous misconception of mental hygiene

to assume that what man needs in the first place is equilibrium or,

as it is called in biology, homeostatis, i.e., a tensionless state.

What man needs is not a tensionless state but rather

the striving and struggling for a worthwhile goal, a freely chosen task.

What he needs is not the discharge of tension at any cost

but the call of a potential meaning waiting to be fulfilled by him.

What man needs is not homeostatis but what I call noö-dynamics,

i.e., the existential polar field of tension

where one pole is represented by the meaning that is to be fulfilled

and the other pole by the man who has to fulfill it.” (Page 85)

Frankl’s view on the connection between mental health and tension makes me think of two things: (1) Peter Senge writing in his bestseller ‘The Fifth Discipline’: “The gap between a vision and current reality is a source of energy. If there were no gap, there would be no need for any action to move toward the vision. Indeed, the gap is the source of creative energy. We call this creative tension;”[vi] and (2) the state of tension I’m continually in the noö-dynamics between my actual created self and my will to meaning to (re-) become the Original or Creative Self I was born.

And Viktor Frankl continues:

“Having shown the beneficial impact of meaning orientation,

I turn to the detrimental influence of that feeling

of which so many patients complain today, namely,

the feeling of total and ultimate meaninglessness of their lives.

They lack the awareness of a meaning worth living for.

They are haunted by the experience of their inner emptiness,

a void within themselves; they are caught in that situation

which I have called existential vacuum.” (page 85)

And this is more and more the case. The staggering raising number of people wrestling these days with bore-out, burn-out and even depression proves that a Search for Meaning is more than needed.

Regarding that existential vacuum, Viktor Frankl writes:

“The existential vacuum manifests itself mainly in a state of boredom.

Now we can understand Schopenhauer

when he said that mankind was apparently doomed

to vacillate eternally between the two extremes of distress and boredom. In actual fact, boredom is now causing, and certainly bringing to psychiatrists, more problems to solve than distress.

And these problems are growing increasingly crucial,

for progressive animation will probably lead to an enormous increase in the leisure hours availably to the average worker.

The pity of it is that many of these will not know what to do

with all their newly acquired free time.” (Page 86)

Following the AI and Workforce conference of MIT (Nov 1-2, 2017)[vii] I learned that in Frankl’s statement, quoted above, the word probably might be erased.

According to Viktor Frankl Logotherapy sees in responsibleness the very essence of human existence. This emphasis on responsibleness is reflected in the categorical imperative of Logotherapy:

“Live as if you were living already for the second time

and as if you had acted the first time


as wrongly as you are about to act now!” (Page 88)

 Regarding the meaning of suffering, Viktor Frankl writes:

“When we are no longer able to change a situation


– just think of an incurable disease such as inoperable cancer –

we are challenged to change ourselves.” (Page 89)

When in the fall of 2013 a colon cancer was finally identified, I had to undergo chemo and radiation therapy before the cancer could be removed through surgery. While the cancer was still operable, the odds were high that if it would turn out that the complete medical protocol were to be successful … this would be ‘just in time.’ During those months I had enough time to transform myself by asking and responding one single question: “How want you, Johan, be remembered by your three grandchildren, Eloïse, Edward and Elvire?” So, my answer was to transform myself starting Living in the Now.[viii]

Viktor Frankl regarding the erroneous and dangerous assumption, which he calls pan-determinism (and I being prisoner of the Vicious Circle):

“The view of man which disregards his capacity

to take stand towards any conditions whatsoever.

Man is not fully conditioned and determined but rather

determines himself whether he givens in to conditions

Or stand op to them.

In other words, man is ultimately self-determining.

Man does not simply exist but always decides what his existence will be,

What he will become in the next moment.” (Page 105)

Charlie Palmgren thought me that man is indeed self-determining and can always choose to stay his actual created self or evolve this created self towards his Creative Self.

Part III of my copy of Man’s Search for Meaning is a Postscript 1984: The case for a tragic optimism[ix]. A tragic optimism is to be understood as follows:

“In brief it means that one is, and remains,

optimistic in spite of the tragic triad, as it is called in Logotherapy,

a triad, which consists of those aspects of human existence

which may be circumscribed by: (1) pain; (2) guilt; and (3) death.

This chapter, in fact, raises the question:

“How is it possible to say yes to life in spite of all that?”

or posed differently:

“How can life retain its potential meaning in spite of its tragic aspects?” (Page 111)

He continues:

“A human being is not one is pursuit of happiness

but rather in search of a reason to become happy,

last but not least, through actualizing the potential meaning

inherent and dormant in given situation” (Page 112)

Regarding the perception of meaning, Viktor Frankl writes:

“The perception of meaning

differs from the classical concept of Gestalt perception insofar as the latter implies a sudden awareness of a ‘figure’ on a ‘ground’,

whereas the perception of meaning, as I see it,

more specifically boils down to becoming aware of a possibility

against the background of reality or, to express it in plain words,

to becoming aware of what can be done about a given situation.”

(Page 116)

Viktor Frankl is crystal clear about the difference between what Charlie Palmgren’s calls our (intrinsic) Worth and an (extrinsic) value:

“In view of the possibility of finding meaning in suffering,

life’s meaning is an unconditional one, at least potentially.

That unconditional meaning, however, is paralleled by

the unconditional value of each person.

[labeled as Worth by Charlie Palmgren[x]]

It is that which warrants the indelible quality of the dignity of man.

Just as life remains potentially meaningful under any conditions,

even those that are most miserable,

so does the value of each and every person stay with him or her.

Today’s society blurs the decisive difference between

being valuable in the sense of dignity [Worth] and

being valuable in the sense of usefulness [Value].” (Page 122)

Charlie defines worth as the capacity to engage in transforming creativity. And to him, as to Viktor Frankl, Worth is inherent in every human being.

Viktor Frankl exactly describes my final life’s meaning as follows:

“My interest does not lie in raising parrots

that just rehash ‘their master’s voice’,

but rather in passing the torch to


’independent and innovative and creative spirits’. (Page 123)

I lived that meaning not only when I stopped in October 2016 my latest series of workshops, the famous gatherings of the Crucial Dialogue Society but more importantly in writing my thinking down and publishing those in columns (from today on solely on my website www.creativeinterchange.be) for the sake of my three grandchildren, AKA the three E’s: Eloïse, Edward and Elvire. Leaving it up to them to decide what they’ll do with those thoughts. I will certainly not push them since ‘grass doesn’t grow faster by pulling at it’.

I’ll simply continue to do what I do, since it is my ultimate meaning in life! And at the same time this is an ultimate two-fold commitment (cf. Man’s ultimate Commitment[xi]): Creative Interchange; in other words, a commitment to Continuous Improvement through living Creative Interchange from within thus evolving my created self towards my Creative Self. I know I’ll never reach that final destination and will continue to enjoy the voyage, as long as it lasts. All this while staying aware of one of my favorite quotes:

“The act of discovery

consists not in finding new lands,

but in seeing with new eyes.”

– Marcel Proust

____________________________________________________________

[i] Frankl, Viktor E. Man’s Search for Meaning. The Classic Tribute to Hope from the Holocaust. London, Rider, an imprint of Ebury Publishing, a Random House Group company, 2011

[ii] https://www.linkedin.com/pulse/parsing-personal-privacy-puzzle-peter-de- jager/

[iii] Senge, Peter M. [et al.] The Fifth Discipline Fieldbook, strategies and tools for building a learning organization.Doubleday, New York, 1994.

[iv] http://www.hrchitects.net/purpose-lies-outside/

[v] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment. University Press of America®, Inc., Lanham, Maryland 1991.

[vi] Senge, Peter M. The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization. Doubleday, New York, 1990. Page 150.

[vii] http://futureofwork.mit.edu

[viii] http://www.creativeinterchange.be/?p=800

[ix] This chapter is based on a lecture Viktor E. Frankl presented at the Third World Congress of Logotherapy, Regensburg University, West Germany, June 1983.

[x] Hagan, Stacie and Palmgren, Charlie. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore. MA: Recovery Communications, Inc. 1998. P. 25.

[xi] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment. op. cit.

 

Life will give you whatever experience is most helpful for the evolution of your consciousness. How do you know this is the experience you need? Because this is the experience you are having at the moment. — Eckhart Tolle[i]

Of all the things I have learned over the years, I can think of nothing that could be of more help to anyone than living in the now. It is truly time-tested wisdom. To live in the present is what we mean by presence itself!

Creative Interchange makes us know that we can fully trust the “now” since a) we’re born with that fundamental learning and transformation process that resides within us and b) living Creative Interchange from within in the “now” is how we’ve transformed ourselves from baby to infant, to toddler until we were ready for the Kindergarten and beyond. Living Creative Interchange from within and in the now is like making love. We can’t be fully intimate with someone who is physically absent or through vague, amorphous energy; we need close, concrete, particular connections in the “now”. That’s how our human brains were and are wired. Not surprisingly, Creative Interchange is what changes the human mind since it cannot change itself.

Yet, as practitioners of meditation have discovered, the mind mostly does two things: replay the past and plan or worry about the future. The mind has been thought to be bored in the present. So it must be re-trained to stop running backward and forward and to be fully ‘present in the present’. This is being fully aware; awareness being the condition underlying the CI characteristic Authentic Interaction. Indeed, awareness makes the interacting authentic.

Out beyond ideas of wrongdoing and right doing, there is a field. I’ll meet you there.

When the soul lies down in that grass,
the world is too full to talk about.
 Ideas, language, even the phrase “each other” doesn’t make any sense.
 — Rumi[ii]

Non-dual awareness opens our hearts, minds, and will to actually experience Creative Interchange in the now. Ultimate Reality cannot be seen with the dualistic consciousness of the mind, where we divide the field of the moment and eliminate anything ambiguous, confusing, unfamiliar, or outside our comfort zone. Dualistic thinking is highly controlled and permits only limited seeing. It protects the status quo and allows the ego to feel like it’s in control. This way of filtering reality is the opposite of pure presence.

We learn the dualistic pattern of thinking at an early age, and it helps us survive and succeed in practical ways. But it can get us only so far. Becoming self-conscious at the expense of being self-aware undermines our capacity to be authentic and compromises the quality of our interacting using the Creative Interchange Process. Not surprisingly all religions at the more mature levels have discovered another “software” for processing the really big questions like death, love, infinity, suffering, the mysterious nature of sexuality, and whoever God, the Divine or the Force is. Some people call this access contemplation, some meditation and others mindfulness. It is a non- dualistic way of living in the moment. Don’t interpret, just observe (contemplata).

Non-dual knowing is learning how to live satisfied in the naked now, “the sacrament of the present moment” as Jean Pierre de Caussade called it[iii]. This awareness will teach us how to actually experience our experiences, whether good, bad, or ugly, and how to let them transform us. Words by themselves divide and judge the moment; pure presence lets it be what it is, as it is. Words and thoughts are invariably dualistic; pure experience is always non-dualistic.

As long as you can deal with life as a set of universal abstractions, you can pretend that the binary system is true. But once you deal with concrete reality – with yourself, with someone you love, with actual facts – you find that reality is a mixture of good and bad, dark and light, life and death. Reality requires more a ‘both/and & different from’ approach than ‘either/or’ differentiation. The non-dual mind is open to everything. It is capable of listening to the other, to the body, to the heart, to the mind and to the will with all the senses. It begins with a radical yes to each moment.

When you can be present in this way, you will know the ‘factual reality’. Of course, you will still need and use your dualistic mind, your consciousness, but now it is in service to the greater whole (i.e. the ‘Creative Self’) rather than just the small ego (i.e. the ‘created self’). The Original or Creative Self is aware and conscious, the created self is mostly only conscious.

There is, in the context of living in the now, an additional distinction to be made between intention and attention. The core of human freedom is choosing (intention) and determining where one’s attention is (will be) focused. Most daily routines involve our attention being on ‘auto-pilot’. Autopilot is our unconscious daily habits, rituals and routines. Self-consciousness has been developed at the expense of self-awareness. Living in the now is living mindful. Mindfulness is sometimes characterized as “open or receptive attention to and awareness of ongoing events and experiences” [iv] with attention understood as “a process that continually pulls ‘figures’ out of the ‘ground’ of awareness”[v] an being mindful meaning “paying attention in a particular way: on purpose, in the present moment and non-judgmentally.”[vi]

Organizational Management of Change involves teaching people this and that, an accumulation of facts and imperatives that is somehow supposed to add up to transformation. The great wisdom teachers know that one major change is needed: how we do the moment. Then all the this-and-that’s will fall into line. And how we do the moment is, to me, continuous living Creative Interchange from within.

Wisdom is not the gathering of more facts and information, as if that would eventually coalesce into truth. Wisdom is a way of seeing and knowing the same old ten thousand things but in a new way. I suggest that wise people are those who are free to be truly present to what is right in front of them. It has little to do with formal education. In fact little children, who have not encountered formal education yet, are always wise!

Presence is the one thing necessary to attain wisdom, and in many ways, it is the hardest thing of all. Just (try to) keep your mind receptive without division or resistance, your heart open and soft and your will aware of where it is at its deepest level of feeling. Presence is when all three centers are awake and open at the same time!

Most organizations decided it was easier to use doctrines – and obey laws created by management guru’s – than undertake the truly converting work of being present. Otto C. Scharmer identifies in his book Theory U three levels of deeper awareness and the related dynamics of change. “Seeing our Seeing requires the intelligences of the open mind, the open heart and open will.”[vii] Paraphrased in Creative Interchange language: ‘Seeing our seeing’, which I call Process Awareness, requires the intelligences of the Open Mind (Left hand side of ‘our’ Butterfly), Open Heart (body of ‘our’ Butterfly) and Open Will (Right hand side of ‘our’ Butterfly):

 

 

  1. Seeing with an open mind is ‘Awareness’ (i.e. non-colored or naked consciousness) that is able to change our Mindsets, (i.e. colored consciousness);
  2. Seeing with an open heart is seeing beyond the mind (feeling – butterfly body): this is also seeing one’s own part in maintaining the old and in denying the new;
  3. Seeing with an open will unlocks our deeper levels of commitment to which we ‘surrender’ in order to imagine what is needed, although the ‘what’ may be far from clear – Otto C. Scharmer calls this presencing;
  4. The ‘how’ of the transformation is effectively doing what we’ve just imagined through presencing; transforming means living Creative Interchange fully from within. Creative Interchange being the Meta process of all transformation and learning we’re all born with.

Mindfulness is about how to be present to the moment. When you’re present, you will experience the Presence. But the problem is, we’re almost always somewhere else: reliving the past or worrying about the future.

Living daily Creative Interchange is crucial in helping us live in the now. It takes constant intention and attentive practice to remain open, receptive, and awake to the moment. Intention has been defined as “a process that (a) carries motivational impetus, (b) specifies a future goal and (c) increases the likelihood of subsequent information processing that serves that goal.”[viii]

We live in a time with more easily available obstacles to presence than any other period in history. We carry some of our obstacles in our pockets now notifying us about everything and nothing, often guided by algorithms we don’t understand and that are far from being transparent. And let’s be honest: most of our digital and even personal conversation is about nothing. Indeed about nothing that matters, nothing that lasts, nothing that’s real. We think and talk about the same things again and again, like a broken record. Pretty soon we realize we’ve frittered away years of our life, and it is the only life we have.

We have to find a way to more deeply experience our experiences. Otherwise we’re just on cruise control, and we go through our whole life not knowing what’s happening. Whether we realize it or not, the energy of Creative Interchange (Yoda calls it The Force) is flowing through each one of us. When we draw upon this Source consciously, our life starts filling with what some call coincidences or synchronicities, which we can never explain. This has nothing to do with being perfect, highly moral, or formally religious. It has everything to do with living mindfully in the now.

I wish someone had told me all when I was young[ix]. I would still have been transforming my mindset, but this time in a whole different way – and what’s more all the time; in other words, a Continuous Improvement of my mindset through Creative Interchange (which I sometimes label CI2).

Life is what happens to you, while you are busy making other plans.            

John Lennon

There’s no way for the mind to control living in the now trough living Creative Interchange from within. Indeed, the Creative Interchange Process cannot be controlled and happens when the required conditions are met:

“Creative Interchange creates appreciative understanding of the diverse perspectives of individuals and peoples. It also integrates these perspectives in each individual participant. Thus commitment to Creative Interchange is not commitment to any given system of values. It is commitment to what creates deeper insight into values that motivate human lives. It creates an even more comprehensive integration of these values so far as this is possible by transforming them is such a way that the can be mutually enhancing instead of mutually impoverishing and obstructive.”[x]

According to Wieman, Creative Interchange should not be sought directly. When it occurs, it will always be somehow spontaneous. Commitment to Creative Interchange means that one will always seek to provide those conditions that are most favorable for this kind of interchange. So living Creative Interchange from within boils down to providing the conditions so that Creative Interchange can thrive. My mentor, Charlie Palmgren undertook in the period 1966-1972 the task of discovering what some of these conditions might be. He has found four mental conditions that facilitate and enhance each of the four Creative Interchange characteristics. Those conditions make the interacting authentic, the understanding appreciative, the integrating creative and the transforming continual. These conditions are, awareness (mindfulness and trust), appreciation (heartfulness and curiosity), creativity (playfulness and connectivity) and commitment (steadfastness and tenacity).

As we’ve seen in part I, most of the time the mind can only do two things: replay the past and plan or worry about the future. I’m not arguing that those two things are per se bad; I do argue that those two are mostly obstructions to living in the now.

Replay the past often leads to shame or guilt; those are two major forms of negative reaction to one’s self. Shame is the feeling that “I am not OK”, guilt is the feeling of having done something bad. Shame and Guilt are two elements of the Vicious Circle[xi], which ultimately leads to hiding in one’s mental model; one’s mindset is blocked and becomes what the Buddhists call the “monkey mind”.

Mental models are the images, assumptions and stories we carry in our minds of us, other people, organizations, institutions and every aspect of the world. They are the colored spectacles through which we see the world. Mental models determine what we see because they immediately interpret the reality we see and present that interpretation as reality. Mental models are ‘mental maps’ and all these mental maps are, by definition, flawed in some way. Differences between mental models explain why two people can observe the same event and describe it differently. Mental models (part of the left side of the ‘Butterfly’ model) ultimately shape how we act (the right side of the ‘Butterfly’ model) and thus the outcome.

The concept of Mental Model has many synonyms like Frame of Reference and Paradigm to name two of them. I prefere to use the synonym Mindset. Because mental models are part of our consciousness, our Mindset – below the level of awareness – they are often untested and unexamined.

One of the core tasks in Living in the Now is bringing mental models to the surface, to explore and to talk about them with minimal defensiveness – this helps to see the qualities of our ‘colored spectacles’, appreciatively understand their impact on our lives and find a way to re-form the glass by creating new mental models that serve us better in the world.

Two types of skills are central to this endeavor: they are reflection (slowing down our thinking processes to become more aware of how we use and form our mental models) and inquiry (holding conversations where we openly share views and develop knowledge about each other’s assumptions).

Anthony de Mello SJ urged us to ‘wake up!’[xii] Living Creative Interchange from within gradually transforms our minds so that we can live in the naked now, the sacrament of the present moment. Without some form of reflection, we read life through a preferred and habitual style of attention. Unless we come to recognize the lens through which we filter all of our experiences, we will not see things as they are but as we are.

Zen Buddhist masters tell us we need to “wipe the mirror” of our minds and hearts in order to see what’s there without distortions or even explanations – not what we’re afraid of is there, nor what we wish is there, but what is actually there. Creative Interchange’s Process Awareness is a lifelong task of mirror wiping. “I” am always my first problem, and if I deal with “me,” then I can deal with other problems much more effectively. I have to stop my ‘monkey mind’.

“Our monkey mind (an ancient Buddhist term) naturally prefers to scatter our attention hither and yon, but the whole purpose of Buddhist practice is to tame the mind, to calm the monkey in our head, and to be fully present to what we are doing in each and every moment.”[xiii]

Process awareness is the inner discipline of calmly observing our own patterns—what we see and what we don’t—in order to get our demanding and over-defended egos away from the full control they always want. It requires us to stand at a distance from ourselves and listen and look with calm, nonjudgmental objectivity, in other words: being fully aware and waken up! Otherwise, we do not have thoughts and feelings: they have us! A clear mirror allows us to simply see the reality of what is.

The real gift is to be happy and content, even when we are doing simple tasks. When we can see and accept that every single act of creation is just this and thus allow it to work its wonder on us, we have found true freedom and peace.

Plan about the future often leads to either knee-jerk reaction (or jump to conclusion-action) or worrying about the future. One should plan about the future while living in the now, making sure that what we see is what there is and not what our mindset tells us what there is. In this phase we have to – like toddlers – embrace ambiguity and stay long enough in testing our consciousness through awareness, until we have appreciatively understood reality. Appreciative Understanding being the second characteristic of Creative Interchange. Living in the now is appreciating the choice to interrupt one’s unconscious “autopilot’ thinking, saying and doing.

Once we have appreciatively understood reality we can start to open our heart in order to really feel it and to ponder if we want to transform that reality, if undesired, in a new, more desired one. If this is the case we’ll use Creative Integrating – the third characteristic of Creative Interchange – to imagine and create a plan in order to realize this desired reality in the near future. All ideas that pop up have to be reason- tested using skills to break down polarized thinking and other barriers to creativity. Through greater spontaneity (nobody’s idea is shot down) and connectivity (we connect and built on each others ideas) we enjoy greater freedom to integrate what we creatively experience through our relationships into our expanding individuality – to constantly evolve into the infinite potentiality of our being. This progressive, creative integration works at the individual level as well as the relationships level, constantly changing our individual and collective mindsets for our marriages, our work teams, our organizations, our communities and our societies. Once our plan is ready we reason-test the plan itself to make sure that we have the resources and approach to execute it and, finally, we have tot decide to go ahead.

During the transformation of our reality we have to live in the now permanently. We have to be aware of the process of transformation, which is the fourth characteristic: Continual Transformation. During this phase our commitment supports tenacity of intention to and attention on the repetitions required for neuro-networking the brain in order to establish new habits and ultimately a new mindset. Process awareness ensures that one is not only aware of what one is doing, but also how one does this. In addition it makes sure that one is aware of the extent to which, what and how one does, is congruent with the terms of the Creative Interchange process. In its simplest form Process Awareness is a dual awareness. A portion of the awareness focuses on the task (what is done) and the other part focuses on the process itself (how it is done). In our mind this process is Creative Interchange. So the Process Awareness skill can monitor what you say and do, identify and evaluate what others say and do, monitor how the team members are living the Creative Interchange process and most of all identify if you yourself live or hinder that living Process. The latter means too that through Process Awareness you are aware of the functioning of your personal Vicious Circle and is often called self-awareness, beautifully painted by Albert Einstein’s quote:

“The superiority of man lies not in his ability to perceive,

but in his ability to perceive that he perceives,

and to transfer his perception to others through words.”

Process Awareness is also linked to the concept transcendence. You certainly have heard once following expression: “Being in the world and not of the world.” In this context, being in the world means that you identify yourself with your thoughts, feelings and behaviors and being of the world suggests that you are nothing more than a conglomerate of your experiences and actions in this world, in other words nothing more than your created self. Being of the world means that we conform to that world. Being in the world urges us to go beyond conformity to transformation, in other words to transform ourselves towards our Creative Self. Being in the world means that we choose for transformation of the mind, in other words that we choose for Creative Interchange. Something that is transformed is something that is changed. The prefix ‘trans’ means “above and beyond”. We are to become above and beyond the standards of this world, not in the sense that we elevate ourselves in lofty status above everybody else, but that we are called to a more excellent way of life. In other words, we are to transform towards our Original or Creative Self. Not being of the world means that you can observe the world from a distance. One is, so to speak, above the world and can therefor observe the world without being effectively concerned. Being capable of both is an ideal I’m striving for.

This way, the created or adaptive self – a by-product of the Vicious Circle – is of this world. This self is a unity created from the mix of experiences, perceptions, roles, images, games, demands and expectations and so on. The Original Self is not of the world. The Original Self is beyond the world being with both feet in the world.

Process Awareness has to do with being receptive to information associated with the task or activity being performed, and to information connected with the Creative Interchange Process while being at work with others (i.e. being in the world) AND at the same time being open to analyze oneself, the internal data that are generated by those actions, without being prisoner of these data (i.e. not being of the world).

If we have successfully transformed ourselves through the transforming power of Creative Interchange (remember Yoda’s Force!), we will have begun to experience (1) an interchange which has as its core authentic understanding and appreciation of the uniqueness of ourselves and others, and (2) how this transforming power enables us to continually re-create ourselves by integrating what we experience from others. Through an ultimate commitment to Creative Interchange we start to transform ourselves and invite others to do so, in the direction of ‘The Greatest Human Good’.[xiv]

As the life of awareness settles on your darkness, whatever is evil will disappear and whatever is good will be fostered. But this calls for a disciplined mind. [However] When there’s something within you that moves in the right direction, it creates its’ own discipline. The moment you get bitten by the bug of awareness… it’s the most delightful thing of the world. There’s nothing so important as awakening. — Anthony de Mello S.J. [xv]

To me awakening is living Creative Interchange from within. I once called Creative Interchange the Sixth Discipline desperately needed by Peter Senge’s Fifth Discipline in order to thrive. [xvi] Making Living in the Now through Living Creative Interchange from Within a discipline and thus a habit is to me – believe me, I know firsthand – hard work needing commitment, tenacity and process awareness.

___________________________________________________________________________________________________

[i] Eckhart Tolle, A New Earth: Awakening to Your Life’s Purpose (Penguin Books: 2005, 2016), 41.

[ii] The Essential Rumi, trans. Coleman Barks (HarperOne: 2004), 36.

[iii] Jean Pierre de Caussade, Abandonment to Divine Providence, trans. John Beevers (Image Books: 1975), 36.

[iv] Kirk, Warren Brown and Richard M. Ryan. Perils and promise in defining and measuring mindfulness; observations from experience. Clinical Psychology: Science and Practice, 11 (3), 242-248, https://doi.org/10.1093/clipsy.bhp078 , 2004. 245.

[v] Kirk, Warren Brown and Richard M. Ryan. The benefits of being present: mindfulness and its role in psychological well-being. Journal of Personality and Social Psychology, 84 (4), 822-848, https://doi.org/10.1037/0022-3514.84.4.822 , 2003. 822.

[vi] Jon Kabat-Zinn. Wherever you go, there you are: mindfulness meditation in everyday life. New York NY, Hyperion. 1994

[vii] Otto C. Scharmer. Theory U Leading From the Future as it Emerges The Social Technology of Presencing. San Francisco, Ca: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2009, xiv

[viii] Peter G. Grossenbacher and Jordan T. Quaglia. Contemplative Cognition: A more Integrative Framework for Advancing Mindfulness and Meditation Research. J.T. Mindfulness 8: 1580 https://dio.org/10.1007.S12617-017-730-1 . 2007, 1580-1593.

[ix] I’m publishing this column on my website www.creativeinterchange.be for the sake of my grandchildren, the three E’s: Eloïse, Edward and Elvire, without really knowing what they will do with it. Not pushing them, since ‘grass doesn’t grow faster by pulling at it”. I simply find it my duty to do it, period.

[x] Henry Nelson Wieman, Commitment for Theological Inquiry, Journal of Religion, Volume XLII (July, 1962) N° 3, pp. 171-184, 176.

[xi] Stacie Hagan and Charlie Palmgren The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore: Recovery Communications, Inc., 1998

[xii] Anthony de Mello S.J. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality, a de Mello spiritual conference in his own words (edited by J. Francis Strout), New York: Image book published by Doubleday, a division of Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc. 1992

[xiii] Frantz Metcalf and BJ Gallagher. Being Buddha at Work. 108 Ancient Truths on Change, Stress Money and Success. San Francisco, CA. Berret-Koehler Publishers, Inc. 2012. 37.

[xiv] Johan Roels. Creative Interchange and the Greatest Human Good. https://www.slideshare.net/johanroels33/essay-creative-interchange-and-the-greatest-human-good

[xv] Anthony de Mello S.J. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality.op.cit. 20

[xvi] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn, Garant. 2001. 234.

 

Creative Interchange and conflict

Henry Nelson Wieman’s work in philosophy focused on the question of conflict and how conflicts might be negotiated in a manner that could be transformative for those involved. Such a proposal needs to allow for differences to have play within communities because it is engagement with the other and his/her experiences which can challenge and expand our sense of the world in a way that encompasses a wider set of experiences. [i] And yet such differences should not simply remain as differences, but need to engage each other in a manner which allows for some mutual affecting of one another so that the basis of commonality that holds communities together is able to endure.

Democracy must…rest primarily upon the mutual interpretation of conflicting interests to one another”- H.N. Wieman [ii]

But Wieman has certain suppositions, which need to be granted if his proposals are to have some standing. He believed that nothing could wholly protect the human mind from error. Rather, a key feature of human existence is our finitude, our limitedness. Therefore nothing coming from the minds of humans could be understood as infallible and beyond revision.

The created good is finite, has value only in relation to a set situation and can be subject to revision and even dismissal as the situation changes. The intractability of human conflict many times is found in the failure to accept the created basis of any human idea, institution, and belief. If beliefs can be made absolute and impossible to modify in any manner, then there is little basis to engage those who disagree with whatever is in question. [iii]

Failure to recognize the finite basis of our beliefs, practices, and institutions, produces the result of treating them as if they were divine and therefore immune, to some degree, from criticism and modifications. Such a move misdirects our energies and loyalties to what merely is, or what is within the realm of our present appreciation, instead of towards what could be. That is, if there is some belief in a [creative good] who remains active in the creation of the new, we should focus on what is directs our attention away from [that creative good], and away from the source of new possibilities outside of our range of appreciation. [iv]

What is the range of our appreciation? For Wieman, this could be understood, in some sense, to be our world. A world is constructed out of the range of experiences, interactions, events, and meanings, which constitute our life. Recognizing the finitude of the human condition, we can recognize that our world has limits. The limits are imposed by the range of experiences and interactions we have engaged in. In this sense a world is not fixed but ever changing, even growing, as more aspects of life, of experience, gained from interactions with others, can be incorporated into a coherent whole within a person. [v]

Given that our worlds are as varied as the range of interactions and experiences constituting the life of humans and given that we regularly fail to estimate properly our valuings, beliefs, and what we hold dear but instead imagine that they have somehow escaped the limits and finitude of the human condition, the basis of intractable conflicts becomes clearer. We come to interact with others, with what we consider to be the best good for the situation, but the range of our appreciation is what produces this vision of the good.

The problem is that other people with a different range of experiences, events, and relations have constructed a different vision of the good and so there is a clash. If ultimacy is given to the good we hold there can only be two responses. One could seek through battle to defeat the competing vision. Or one could organize life in such a manner that the competing vision is ignored. [vi]

During a conflict both positions are ill equipped to ascertain goods, experiences, and values from the other and therefore are unable to modify their positions in light of missing interactions. Such interactions when they do occur Wieman calls creative interchange. In his work Religious Inquiry, Wieman breaks down creativity into four phases. First there is an awareness of a value, which is is transmitted to the other through communication and is to be found by the other. Secondly, this value and then is integrated into one’s previously held values. Third is the resultant expansion in the individual or group of what is to be valued. This occurs because the integration of the values of the other has now modified my own valuing in such a manner as to take into account the newer values. Fourth, such transformed valuing leads to a widening community whereby our values no longer clash but can support and mutually enhance one another since they are now sensitive to the experiences and values of the other. [vii]

This is the basic four-fold structure that Wieman developed in the 1930s and which would come to serve as the basis for his work on the question of value, the resolution of conflict, and of theism. In The Source of Human Good, Wieman works out how meaning can be understood given this structure. First there is an emerging awareness of meaning to be derived from the other. Second there is integration of old meanings with the new. Third there is an enlargement of the world one experiences because of the new meanings which now form it. Fourth, there is a widening of community because there are now common meanings to be had and shared. [viii]

What is key, regardless of what is evaluated within this structure, is the way that the interaction of the other and the receiving of experience, meaning, knowledge, and value from the other is appreciatively understood and creatively integrated into one’s self in a way that transforms my previous appreciable world. The role of integration is central to the transformative power of creativity. Our success or failure at the process of such integration determines whether the interaction in question can be said to have been marked by creativity.

Integration happens when one’s values, in interaction with other people’s values, are so modified that they are able to sustain and enhance the values of both the self and the other. A value for Wieman could be a liking or interest or goal seeking activity.

“If I can come to recognize as worthy particular values through conversation with those in opposition, then I can open myself up to having my values modified through the conversation. My modified values now seek to take into account the other person’s values in my assessment. And the other’s valuations are likewise modified in relation to the reception of my values. It is in that context that our activities may be in a position to enhance each other’s values and perhaps provide a basis for working ourselves through the conflict in a manner which does not do violence against certain values.” [ix]

What is important is that this growth should not be understood as simply a compromise, meeting each other half way. The result may look like this, but what needs to transpire, which is not always the case with compromise, is a genuine valuing of what the other values, seeing the world through the eyes of the other in a way that transforms my own way of seeing the world. The goal is to integrate with one’s previously held values ways of seeing the world, such that both sides can come up with a solution inclusive of both values which are felt to be such by both parties. [x]

Of course it is not always the case that every interaction can be marked by [Creative Interchange]. Some ingredients need to come into play, in the interaction of two people or two groups if the interaction can be marked by [Creative Interchange].. Both sides must be committed to having their own valuations transformed in the interaction. If one is committed to retaining one’s own views without modification and one holds firm to such a goal, then no transformation can take place. If one side is transformed and the other is not, the ability for both to relate to each other in a constructive way breaks down. There is no deepening of community, the fourth element in a creative interaction. [xi]
Another limitation is due to the kind of values that are in conflict. One might have the value of racial purity. Such a value, because of its very make up precludes it from linking up with other values across a broad range of different peoples in a way that mutually enhances others and their values. In such a situation, the best way that the activities of people can be constructive is when such a value is no longer under consideration.

There are certain values which cannot connect up with and support other values. But one should not seek ignorance of the values found in such groups. One should seek to understand, even if it is to reject, such values in the ongoing activities one engages in. To take note of a value, even negatively, is to have widened one’s appreciable world because the world has to includes the recognition of the existence and impact of such a value. [xii]

In this understanding, the values of one group could link up with another group but they may not be inclusive enough to link up with the wider world. Too much of the world, too many events, experiences, factors, are not being included which would allow these values to connect with a wider set of values. The question is whether groups that have marked differences can be included, that is, can our valuings include a much wider range of differences?

The goal, for Wieman, is the widest number of values and goods being held together in such a fashion as to mutually enhance and sustain one another. As he writes “Human existence is better to the degree that all goal-seeking activities are brought into relations of mutual support across the widest ranges of diversity to form an expanding system of activities when this system is so symbolized so that the individual participant can be conscious of the values of it.” [xiii]

When creativity dominates such interactions with the other, there ideally should be an expansion of what is known, what can be controlled, a greater ability to distinguish good and evil in a situation, and a larger awareness of one’s self and others. These four elements working together provide the basis for living together but if some of the elements are not there, then havoc can be the result. [xiv]

But this becomes a source of tension within Wieman’s vision. There need to be differences sufficient to challenge our valuings, beliefs, experiences, so that we are moved to modify them in our interactions with others. Thus our world can be enlarged. But the changes required need to be in a position to be integrated with our previous experiences, taking account of our past such that the sense of self does not dissolve but is enlarged. It calls for openness to difference and a commitment to integrate this into a self, which can be held together meaningfully.

If the differences are not sufficient, we find our beliefs and ways of experiencing the world alwas re-enforced, a sort of herd mentality can grow even if there is interaction with other groups, as long as these groups re-enforce our sense of the world instead of challenge it. But if the differences are so stark that they cannot be integrated with our previous self, they fail in influencing, challenging, or expanding us. The goal is to have as much diversity as possible in a way which can be connected with, and integrated with others in a given community.

This becomes the basis for the critique of both the local option and forced singular positions, in that one allows for differences to develop in a manner which does not affect or expand the other while the second option seeks to squash differences all together.

_______________________________________________________________________

[i] Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry, (Boston: Beacon Press, 1968), 23.

[ii] Henry Nelson Wieman, Now We Must Choose, (New York: Macmillan Press, 1941), 63.

[iii] Henry Nelson Wieman, The Source of Human Good, (Carbondale, IL: SIU Press, 1946), 24.

[iv] Henry Nelson Wieman, The Source of Human Good, op. cit. 27.

[v] Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry, op. cit. 17.

[vi] Henry Nelson Wieman, Now We Must Choose, op. cit. 40.

[vii] Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry, op. cit. 22.

[viii] Henry Nelson Wieman, The Source of Human Good, 58.

[ix] Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry, 15.

[x] Henry Nelson Wieman, Now We Must Choose, 38.

[xi] Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry, 15.

[xii] Henry Nelson Wieman, Ibid, 15.

[xiii] Henry Nelson Wieman, Ibid, 15.

[xiv] Henry Nelson Wieman, Intellectual Foundations of Faith, (NY: Philosophic Library, 1961), 7.

 

Creative Interchange as Paradigm

 An important element in Wieman’s view on Creative Interchange is the distinction between “created good” and “Creative Good.” Created good is all that is the result of past operation of Creative Good (i.e. Creative Interchange): objects, ideas, actions and alike. Creative Good or Creative Interchange is that process by which we move beyond currently existing created goods toward a deeper insight and moral commitment. I have edited the following for gender neutral language, of which I am sure Wieman would approve.

“All the indications of maturity sum up to the first of them:  Putting one’s selfand all that one can command under the supreme control of what generates allvalue and not under the supreme control of any good that has, to date, beencreated in existence or envisioned in the mind.  Mature people find their ultimatesecurity and stability not in any created good and not in any vision of ideal possibilities but solely in that creativity which transforms the mind of the individual, the world relative to their mind, and all their community with other people…Thus, to reject every basis for ultimate security and stability other than the creative process itself is to meet the final test of maturity.”[i]

Thus Wieman called for – half a century ago (!) – leaving the old Command & Control paradigm, with its illusions ‘security’ and ‘stability’, and to choose for the new Creative Interchange paradigm. Creative Interchange – that can be lived from within but not controlled – is the creative process that will lead to a new Mindset, where embracing ambiguity and trusting the process are the new security and stability.

For Wieman Creative Interchange encourages people to sacrifice existing created good for the sake of newly emerging good. The Creative Interchange beliefs and practices encourage openness to and trust in transformation and the letting go of the present order of the self and society. In other words, people who live Creative Interchange from within are open to being changed by a power greater than themselves; a power that transforms human life in ways that could not be planned or controlled. Creative Interchange may lessen the hold of fear and desire, diminish the tendency to cling to the present beliefs, suppositions and mental model and inculcate trust in the process of growth and transformation. Creative Interchange is the answer to W. Edwards Deming ‘s command: Drive Out Fear (point #8 of Deming’s Way ‘Out of the Crisis’)[ii].

For Wieman, the greatest barrier to emergence of the new is the convulsive clinging to present beliefs, values, and habits giving them the loyalty and commitment that should be given to the Creative Good. Wieman’s central theme is self-commitment to growth and transformation through Creative Interchange. The Creative Interchange process transforms human life toward the Greatest Human Good.[iii]

Creative Interchange changes the mind in ways that the mind cannot do this by itself. The challenge of life is not to realize goods that we can now imagine but to undergo a change in consciousness in which there will arise possibilities of value that we cannot imagine on basis of our present awareness. This transformation of the mindset cannot be imagined before it arises and therefor cannot be planned or controlled, neither from the outside nor from the inside. One must cultivate a willingness to set aside present held values and open oneself to a creativity that leads the mind toward a wider awareness and a new consciousness. The human task is not to contrive a better form of living based on present understanding but rather to set the conditions under which creative interchange may operate to expand our awareness. The good of human life increases, as the mind becomes a more richly interconnected network of meanings.

Creative Interchange is a Paradigm since it needs a ‘Shift of Mind’ in order to see ‘the world anew’. The essence of the discipline Creative Interchange lies in a mind shift:

  • Embracing interdependence rather than dependence or independence;
  • Living the process of transformation rather than the process that leads to personal stress and organizational mediocrity.

 

The conditions for Creative Interchange to thrive

The concept of creative interchange makes it possible to study the conditions necessary for the occurrence of creative transformation toward greater good. Wieman started this study and found that the conditions for creative communication, the first characteristic of Creative Interchange, include honesty and authenticity in expressing our particular way of seeing reality. He also found that those involved in Creative Interchange must not cling to or insist upon the keeping of their present patterns of interpretation. In other words, they must not cling to their ‘truth’. Not only one must be open to express ‘his truth’, one must be open this ‘truth’ being changed by new insights. Not only one has to trust the other involved in Creative Interchange, one has the have trust in the process of creative transformation.

Charlie Palmgren took the challenge of continuing the search for the conditions necessary for Creative Interchange to thrive. His first contribution was to make the barriers within ourselves to Creative Interchange visible by discovering the counter productive process: the Vicious Circle. The Vicious Circle is Palmgren’s view of how humans become disconnected from their innate Worth. He believes that human worth is the capacity to participate in transforming creativity. Worth is innate! Worth is the innate need for creative transformation. He drives home his point clearly:

“Our need for creative transformation is to our psychological and spiritual survival what oxygen, water, food, exercise, and sleep are to physical well-being.”[iv]

Charlie helped me to understand that Creative Interchange (CI) is innate and the Vicious Circle (VC) is induced by conditioning, parenting and education. Both are processes that are more or less a reality in every one’s life. If the one is operating at full speed the other is slowed down. Thanks to my daughter, Daphne, I use following ‘gear’ metaphor:

If more energy is given to Creative Interchange the (right) CI gear drives the (left) VC gear anti-clockwise till one is re-connected with his Worth and thus with his capacity to participate in transforming creativity. The more you live Creative Interchange from within, the more you recognize your Worth and the more you are able to live Creative Interchange from within. This is a reinforcing process towards the Greatest Good.

If more energy is given to the Vicious Circle the VC gear drives the CI gear anti-clockwise till one is not expressing himself authentically any more and loses his capacity to participate in transforming creativity. This is in fact (another) reinforcing process that Peter Senge in his bestseller ‘The Fifth Discipline’ not surprisingly calls the ‘Vicious Cycle’ [v] towards the defending of the actual created good and thus resistance to transforming creativity or Creative Good.

 

Creative Interchange is a kind of dialogue

This dialogue begins with the candid expression (communication) by the ‘sender’ of one’s unique, personal perspective, which goes beyond the superficiality of much conversation. This perspective needs to be expressed without the desire to impress or to manipulate the other. Since those elicit a defensive or rejecting response.

The ‘receiver’ of the message must be free of self-preoccupation and not project interpretations or feelings onto what is said. In addition, the receiver does not cling to the present state of self (the ‘created self’) and is open to change, to transformation. He understands the message appreciatively (appreciation). The Authentic Interaction and Appreciative Understanding characteristics of the Creative Interchange process create in this dialogue a new insight and a new common meaning.

This new meaning or insight is then integrated into the mind, and this addition of a new perspective or pattern of interpretation leads to a novel mind (imagination) and if sustained through action (transformation) the process creates a new enlarged mindset which increases what the sender and receiver can know, feel, imagine and control.

In his poem ‘Revelation’[vi] Robert Frost talks about people that don’t live Creative Interchange being stuck in their Vicious Circle:

We make ourselves a place apart
Behind light words that tease and flout,
But oh, the agitated heart
Till someone find us really out.

‘Tis pity if the case require
(Or so we say) that in the end
We speak the literal to inspire
The understanding of a friend.

But so with all, from babes that play
At hide-and-seek to God afar,
So all who hide too well away
Must speak and tell us where they are.

Let’s analyze this poem:

Frost paints the picture that people who don’t interact authentically who they really are disguise their true image with lies or “light words that tease”. This far from authentic interaction (communication) tend to decieve, or tease. He goes on to say that “But, oh, the agitated hear, till someone really finds us out.” In this phrase he is basically saying, people tend to believe your story, they appreciatively understand (appreciation) it, … until they find out otherwise through other facts. If that’s the case, the liar mostly loses alot of respect.

In the second stanza, Frost also says, “We speak the literal to inspire, the understanding of a friend.” This further defines Frost’s point of lying to make some one think that you are something you are not.

But after all of the deception and lying, in the end of the poem, Frost wants to the reader to “see the light”. He says, “So all who hide to well away, must speak and tell us where they are.”

Frost’s message is, don’t make it seem like you are something you’re not. Just be you. The real you, the Original Self or Creative Self (the one who “hides too well away”) must come out in Authentic Interaction. The created self must stop lying, and speak form the Original or creative self. In Frost’s words: the “inner you” must speak and tell us where he or she is.

So genuine dialogue the Creative Interchange way starts with Authentic Interaction, which I’ve called in my book ‘Cruciale dialogen’[vii] Communication. The second phase is Appreciation of what’s being said. In dialogue we form a ‘common meaning’ about the question, the topic at hand. And from this place the right part of the model leads to action: Imagination, choice and Transformation.


______________________________________________________

[i] Henry Nelson Wieman, The Source of Human Good, Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1964 (2nd printing 1967), p. 101.

[ii] W. Edwards Deming, Out of the Crisis, Cambridge, Mass. MIT, Center of Advanced Engineering Study, 1983.

[iii] Johan Roels, Creative Interchange and the Greatest Human Good, https://www.slideshare.net/johanroels33/essay-creative-interchange-and-the-greatest-human-good

[iv] Stacie Hagan and Charlie Palmgren, The Chicken Conspiracy: Breaking The Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc. 1998. p. 21.

[v] Peter M. Senge, The Fifth Discipline: The Art & Practice of the Learning Organization. New York NY: A Currency Book, Doubleday, a division of Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc. 1990. p. 81.

[vi] Robert Frost, A boy’s will. New York: Henry Holt and Company, 1915. Poem #21.

[vii] Roels Johan, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

 

In his book Man’s Ultimate Commitment Henry Nelson Wieman suggests that we have a need in our lives to achieve the infinite potentialities present in us at birth. In fact he stresses the importance of our commitment to a life-long process that enables us to live our lives to the fullest. In order to have the Greatest Human Good one has to commit to live Creative Interchange from within.

This special human interchange that Henry Nelson Wieman coined Creative Interchange is our ability to learn what others have learned, to appreciate what others appreciate, to feel what others feel, imagine what others imagine and to creatively integrate all this with what we have already acquired and form this way our true individuality. This creative interchange uniquely distinguishes the human mind from everything else.

You can see this beautiful process in action by watching the inquisitive behavior of any healthy young child (before the counter process, which Charlie Palmgren coined the Vicious Circle, sets in). We are all born with this ability (Creative Interchange); sadly we have lost so much (due to the Vicious Circle).

The Greatest Human Good is, according to Henry Nelson Wieman, not any state of existence or any realm beyond this world, it is the most complete transformation of the individual toward the qualities that life can yield and the fullest development of her/his humanity.

Because the Greatest Human Good must come from within ourselves and how we relate to each other we are pilgrims to the continuous improvement of this world. The Greatest Human Good is to undergo this creative transformation that enables us to appreciate most profoundly everything appreciable.

At the heart of this creative human interchange is the free mutual authentic expression of self, one to the other, while understanding and appreciating each other. So, the individual’s capacity for appreciative understanding is integral to this process.

Ironically human interchange is necessary to develop this capacity and the relationships we develop with other people are always imperfect to some degree. From infancy on we observe a decline in honest and integer interaction. At the same time we observe a rise in human interchanges that are deceptive, manipulative, … thus far from being honest and integer. Henry Nelson Wieman called this forms of interchange ‘evasive’ ones and those deaden our abilities to represent ourselves authentically and appreciatively understand the other. Charles Leroy Palmgren, who’s mentor was Henry Nelson, pointed rightly out that this evasiveness is a spin-off of a counter productive process he coined as the Vicious Circle. In fact, even our social institutions and our economical organizations are undermining our ability to creatively interchange with each other, since the Vicious Circle is omnipresent in these communities.

In these series, based on Man’s Ultimate Commitment[i], The Chicken Conspiracy[ii], Creatieve Wisselwerking[iii], The Greatest Good[iv], Ascent of the Eagle[v] and Cruciale dialogen[vi] we will discuss how creative interchange is a personal commitment; a commitment to direction rather than drift; a commitment to openness and to agility rather than closeness and rigidity; a commitment to a more comprehensive purpose, to a more inclusive understanding; a commitment to an abundance of creativity and more control from the inside-out (rather than from the outside-in) over the conditions of our existence.

By Creative Interchange Henry Nelson Wieman meant two things: (1) an authentic human dialogue that creates appreciative understanding of our unique individualities, and (2) the progressive integration within each of us what we discover from each other in this way.[vii]

Henry Nelson Wieman described Creative Interchange sometimes as having those two features and at other times as a four-fold process. Actually both are true. Each Feature has two aspects. Authentic Interacting leads to Appreciative Understanding, since the interaction involves both: sharing and appreciative understanding. Progressive integration involves both: creative integrating of what was appreciatively understood and transformation of the interacting parties. Creative interchange can be viewed as following four-fold process: Authentic Interacting, Appreciative Understanding, Creative Integrating and Continual Transformation. I’m always using the Lemniscate of Bernoulli tot picture the Creative Interchange process (and its application ‘Crucial dialogues), since the Lemniscate is the sign of infinity.

 

 

Authentic Interacting means sharing with integrity the best one knows and listening with humility to learn the best others know. Appreciative understanding is more than simply understanding ideas, facts and viewpoints of others (which is done during the interaction). Central to the concept of Appreciative Understanding is appreciation of the meaning those ideas have for the person sharing them. The meaning of ideas and facts depend very much on the mental model (mindset, frame of reference) from which they are viewed. Appreciative understanding respects the viewpoint of others. It assumes there is more than one way to look at reality and that each perspective provides some originality to see the ‘truth’. In dialogue, appreciatively understanding of each other’s views can lead to a common meaning, a common way to see the ‘truth’. The Creative Integrating aspect of the creative interchange process means that the interacting parties are changed in ways that strengthens who they were meant to be as individuals. The Continual Transformation aspect of Creative Interchange is continual transforming of oneself through the learning process Creative Interchange. For Henry Nelson Wieman this meant that we could learn form one another’s successes as well as each other’s failures. Both forms of learning have a continual transforming impact on us.

The following parts of this series discuss sources of obstruction of Creative Interchange (Part 2); the role of trust, reason, curiosity, imagination and freedom in our relationships (Part 3); the required conditions that enable the Creative Interchange process to flourish (Part 4); and our journey of transformation and commitment living Creative Interchange from within (Part 5).

______________________________________________________________________

[i] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment. Lanham, MD: University Press of America, 1991.

[ii] Hagan, Stacie and Palmgren Charlie. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore MD: Recovery Communications, Inc., 1999

[iii] Roels, Johan. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant, 2001

[iv] Palmgren, Charlie and Petrarca, William. The Greatest Good. Rethinking the role of relationships in the moral fiber of our companies and our communities. Victoria, Canada. Trafford Publishing, 2002.

[v] Palmgren, Charlie. Ascent of the Eagle. Being and Becoming your Best. Dayton, OH: Innovative InterChange Press, 2008

[vi] Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant 2012.

[vii] Wieman, Henry Nelson, op cit. p. 305

 

 Het laatste deel van deze serie is uiteraard gewijd aan het sterk weer doorgaan. We zijn opgestaan en hebben verschillende opties voor het doorgaan gecreëerd en overwogen. Die verschillende opties kunnen gezien worden als besluiten. Besluiten betekent niet hetzelfde als beslissen, hoewel de twee begrippen soms (verkeerdelijk) als synoniemen door elkaar gebruikt worden. Besluiten is afwegingen maken, grondig over alternatieven nadenken en tot besluit een keuze maken. Beslissen legt de nadruk op het vastleggen van een afspraak, een antwoord gevend op de vragen serie betreffende het gekozen besluit: “Wie, doet wat, waar en wanneer?”

Het onderscheid tussen besluiten en beslissen zie je aan de gemoedsgesteldheid van diegenen die het ‘passieve’ gedeelte van de cruciale dialoog afronden. Na een besluit is er geen creatiespanning. Er werd namelijk niet beslist iets daadwerkelijk te doen. Je kunt nu eenmaal niet aangesproken worden op wat er besloten is. Gezien er niets beslist is, heeft niemand zich tot iets verbonden. Wanneer er een beslissing wordt genomen en deze bovendien wordt vastgelegd dan is er verantwoordelijkheid genomen. Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor de creatiespanning wel aanwezig is. Indien ik in het kader van het ‘sterk-weer-doorgaan’ proces bovendien anderen van m’n beslissing op de hoogte breng, weet ik bovendien dat ik op mijn verantwoordelijkheid om mijn beloftes waar te maken, kan aangesproken worden. Dit is ook de raad die ik meegeef. Zorg, tijdens jouw persoonlijk ‘sterk-weer-doorgaan’ proces, ervoor dat mensen om je heen, die je dierbaar zijn, op de hoogte zijn van je beslissing opdat ze jou door eerlijke feedback zouden kunnen coachen.

Dit deel gaat over doorgaan door het effectief nakomen van de beloftes die je aan jezelf hebt gemaakt. Ik noem het ook transformatie omdat gedurende die fase ik mezelf transformeer. Ik groei naar een nieuwe ‘gecreëerde zelf’ met een nieuwe mindset. De oude mindset wordt losgelaten, indien we niet terug afglijden in oud stereotype gedrag. Deze transformatiefase vergt ook de meeste energie.

Men hoort tegenwoordig vaak dat de toekomst aan diegenen zijn die ‘wendbaar’ en ‘weerbaar’ zijn. Daarbij wordt het begrip wendbaar nogal eens ingewisseld voor het synoniem ‘Agile’. Agile is voor mij dan weer een synoniem voor Creatieve wisselwerking en iemand die het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit beleeft, is per definitie ook ‘resilient’ (weerbaar). Een wendbare persoon heeft geen ‘updates’ nodig want hij verbetert continu. Vandaar een van mijn favoriete slagzinnen: (CI)²= Continuous Improvement through Creative Interchange!

De transformatie is op de keper beschouwd een transformatie van de mindset.

Zien met nieuwe ogen is zien van uit een nieuw denkkader, van uit een nieuwe ‘mindset’ zou m’n derde vader Charlie Palmgren stellen. Diens mentor, Henry Nelson Wieman, zei ooit: “Creative Interchange is the process that changes the mind, since the mind cannot change itself.”

Beslissen betreft het omslagpunt tussen het opstaan en het doorgaan. Beslissen heeft te maken met kiezen van oplossingen uit de set die tijdens het vorige deel werd gecreëerd. Die zullen in de laatste fase ‘Transformatie’ effectief worden uitgevoerd.

Het omslagpunt kan gevisualiseerd worden met m’n Cruciale Dialoogmodel. Er bevindt zich als het ware een ‘staande’ lemniscaat in de ‘grote’ lemniscaat, die ik, in navolging van Lex Bos[i], gekozen heb als basisvorm voor het Cruciale Dialoogmodel. Het gaat als het ware om een dialoog rond de hamvraag “Welke van de mogelijke oplossingen kiezen we om daadwerkelijk uit te voeren?”. Deze ‘dialoog in de dialoog’, waarbij ook de voor de acties nodige middelen worden afgetoetst, dient de beslissing vooraf te gaan.

 

Stephen Covey schreef al meer dan twintig jaar geleden in zijn nog steeds actueel boek: ‘The 7 Habits of Highly Effective People’: “Begin met het einde voor ogen!”[ii] Die opdracht leidt naar de gegenereerde oplossingen, oplossingen die, met inzet van de daartoe nodige middelen, het gewenste doel, de gewenste toekomst creëren.

Ook schuilt er waarheid in mijn parafrase van de befaamde Edison quote: “Transformatie is voor 1% inspiratie en voor 99% transpiratie”. De originele quote heeft het over genialiteit. Je moet inderdaad geniaal zijn om een transformatie ‘within time and whitin budget’ tot een goed einde te brengen,.

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wiemans’ ‘two fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan, met gedrevenheid en hardnekkigheid, dus niet versagen is de boodschap. Anderzijds dient met voortdurend open te staan om te leren wat de veranderlijke werkelijkheid te bieden heeft en dus durven te wijzigen (indien die werkelijkheid daar om vraagt).

Commitment en Intrinsieke Motivatie het gouden duo.

Inzet (commitment) is de bereidheid om alles te doen wat nodig is om de acties die je gekozen en beloofd hebt uit te voeren, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het gaat om de bereidheid buiten je ‘comfortzone’ te gaan. Onvoorwaardelijke inzet dus.

Intrinsieke motivatie is de prikkel om te doen wat je beloofd hebt te doen. Het is de reden waarom je elke dag weer je bed uit komt en weer de handen aan de ploeg slaat.

Als je wel gemotiveerd bent, maar je hebt onvoldoende commitment, dan zal de transformatie niet succesvol zijn. Dan ben je iemand die wel de correcte droom heeft maar denkt dat het vanzelf komt of niet bereid is zich maximaal in te zetten. Hierdoor zal je vlug ontmoedigd worden en uiteindelijk niet succesvol zijn.

Als je wel de bereidheid heeft je maximaal in te zetten, maar heeft daar geen duidelijke reden toe (motivatie) dan zal je uiteindelijk ook niet effectief zijn. Beide, naast de passie voor het leven, zijn dus essentieel voor succesvolle transformatie.

Tenaciteit

Intrinsieke Motivatie en Commitment zijn de ingrediënten voor de basisconditie Tenaciteit. Tenaciteit betekent “het vasthoudend nastreven van wat wordt gewenst” en heeft als synoniemen vasthoudendheid, volharding en doorzettingsvermogen. Het is het volhoudend uitvoeren van het actieplan teneinde het gewenste te realiseren. Tenaciteit omvat ook het actieplan blijvend volgen totdat het beoogde doel bereikt is of ophoudt redelijkerwijze bereikbaar te zijn. Anders gesteld: het vasthouden aan een gekozen aanpak totdat het beoogde doel bereikt is en niet versagen op momenten van twijfel en ontgoocheling eigen aan verandering.

Belangrijk is ook dat het vasthoudend gedrag niet krampachtig en gesloten wordt, maar toegankelijk blijft voor verstandelijke beredenering en bovendien berust op een goed aanvoelen van de realiteit.

Endurance is patience concentrated.

Thomas Carlyle

Volharding is geconcentreerd geduld. Inderdaad, de kernkwaliteit ‘geduld’ is een noodzaak om te volharden in het verder bewandelen van de ingeslagen weg, totdat de realisatie van het beoogde een feit is. Ook mag niet uit het oog verloren worden dat elk veranderingsproces tijd vergt.

Geduldig uitvouwen van wat besloten werd, is de boodschap.

Understand that your success in life won’t be determined just by what’s given to you, or what happens to you, but by what you do with all that’s given to you; what you do with all that happens to you; how hard you try; how far you push yourself; how high you’re willing to reach. True excellence only comes to perseverance.

President Barack Obama (Remarks by the President at Kalamazoo Central High School Commencement, June 2010)

Vasthoudendheid mag echter geen koppigheid worden. Vasthoudendheid helt over naar koppigheid wanneer doorgezet wordt zonder dat men met de realiteit rekening houdt. Dan is men ook niet deskundig. Ook dat is tenaciteit: het blijven observeren van de veranderende werkelijkheid. Wanneer door het blijvend observeren van de werkelijkheid duidelijk wordt dat de gewenste realiteit op die manier onbereikbaar is of wanneer door nieuwe gegevens duidelijk wordt dat er betere oplossingen zijn, dient de aanpak grondig in vraag te worden gesteld.

Koppig volharden, wordt bijna altijd volharden in koppigheid.

Jean de Boisson (Pseudoniem van Cees Buddingh)

Interafhankelijkheid

De andere basisconditie van dit onderdeel in het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is interafhankelijkheid. Voor de werkelijke uitvoering van onze beloftes om door te gaan zijn we afhankelijk van anderen. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid.

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being.

Mahatma Gandhi

In Stephen Covey’s reeds geciteerde boek ‘Seven Habits of Highly Effective People’ wordt gesteld: Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence.”

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen:

  • Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen;
  • Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf;
  • Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen 
grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking.

Na de beslissing start dus een ‘lange tocht’ die meestal niet vrijblijvend is. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het besluit in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt gescho- ten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ en dus een beslissing wordt, ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt de belofte plots grote hinder in zoverre dat veel beloftes uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden.

Vaardigheden

Om die beloftes tijdens deze ruwe tocht te beschermen, omvat deze fase naast de reeds vermelde basiscondities Tenaciteit of Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid (i.e. van elkaar wederzijds afhankelijk zijn) en volgende vaardigheden:

  • Het blijvend Herhalen en Evalueren van de uitvoering van de beloofde activiteiten;
  • Vragen om Feedback (Positive Reinforcement en Corrigeren);
  • Durven Wijzigen (indien nodig);
  • Aandachtig beleven van het proces; het zó belangrijke 
Procesbewustzijn.

Door het effectief ‘doorgaan’ verandert – terwijl de wereld buiten ons niet ophoudt te veranderen – ook en vooral de wereld binnen ons. Dit is ook nodig volgens W. Edwards Deming. Deze kwaliteitsgoeroe verwoordde het zo: “Nothing changes without personal transformation”.

Personal transformation can and does have global effects.

As we go, so goes the world, for the world is us.

The revolution that will save the world is ultimately a personal one.

Marianne Williamson

Voor verdere beschrijving van de vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek ‘Cruciale dialogen’[iii]. Vooral het blijvend bewustzijn van het creatief wisselwerkingsproces tijdens de realisatie van de beloofde acties is van groot belang. We zijn ons binnen het procesbewustzijn er ook van bewust of wat we aan het doen zijn, gedaan wordt met de intentie en de gedragsvaardigheden van Creatieve Wisselwerking of dat we eerder handelen vanuit onze Vicieuze Cirkel. Blijvend verbonden zijn met het Creatief wisselwerkingsproces staat garant voor het uiteindelijk blijven doorgaan!

 

________________________________________________________________________________________________

[i] Bos, Alexander H. Oordeelsvorming in Groepen. Proefschrift Landbouwhogeschool Wageningen, H. Veenman & Zonen: Wageningen, 1974.

[ii] Covey, Stephen R. The seven habits of highly effective people, Fireside: New York, 1990. Habit 2, pp 95-144.

[iii] Roels, J., Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het ‘Creatieve wisselwerking. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012.

 

Ik ben tot mezelf gekomen in stilte en me verbonden met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om de gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst en het weer sterker doorgaan dan voor de val dient nu geplaveid worden, niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is de derde karakteristiek van Creative Interchange – Creatieve Integratie – aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn huidig mentaal model, dat ik had toen ik tegen de vlakte sloeg, dien uit te breiden. Mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” Dit laatste strookt helemaal niet met de gewenste toekomst.

Deze vernieuwing veroorzaakt onzekerheid, ambiguïteit en, door het “nog niet weten wat exact te doen”, voor potentiële confusie. Het is een intermezzo tussen de oude manier van mens-zijn en het worden van de nieuwe wijze van mens-zijn.

Alleen daarom is dit voor mij een moeilijk onderdeel van het sterk-weer-opstaan proces. Ik hou helemaal niet van die fase van onzekerheid die steevast resulteert in een zeker onbehagen. Zelf heb ik moeten leren om mij over te geven aan die kritische karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsproces. Je moet bereid zijn om de oude ‘zekerheden’ los te laten en onzekerheid niet alleen te tolereren, meer nog, te omarmen. Ik heb moeten leren om in deze fase alle basiscondities van de vorige karakteristieken van Creative Interchange blijvend van binnen uit te beleven. Ik dien dus blijvend te vertrouwen, open en nieuwsgierig te zijn en bovendien onzekerheid te omarmen zoals een heel jong kind dat doet. Ik moet het vertrouwen, dat ik als kind onbewust had in Creative Interchange, als volwassene bewust herwinnen. Volgens Jan Bommerez stelde Stephen Covey ooit: “Vertrouwen is zekerheid over de universele principes”[i]. Een van die universele principes is Creative Interchange. Daardoor is Stephen Covey’s definitie van vertrouwen eigenlijk mijn levensopdracht: innerlijke zekerheid blijvend hebben in Creative Interchange. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” is een universele wijsheid die ook ik aan de lijve heb ondervonden. Wat ik daardoor geleerd heb, is het vertrouwen ‘up front’ te geven en dat vertrouwen meestal groeit in de loop van een relatie. Indien in een relatie het vertrouwen niet groeit, is de relatie de moeite niet waard.

In die zoektocht naar acties, die mij niet alleen toe laten weer op te staan maar – ook en vooral – helpen door te gaan, dien ik samen met m’n reisgenoten elementen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben toch op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Daardoor ontstaat een ‘aha!’ moment waardoor een mogelijke oplossing plots ‘in zicht’ komt. In dit onderdeel van m’n queeste worden nieuwe zaken, die mij aangereikt worden, geïntegreerd in m’n oud denkpatroon, waardoor een nieuwe, vollere mindset wordt gecreëerd.

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is gedurende dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces het ‘synergetisch bewustzijn’[ii]. Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’ van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een gewone menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val weer te kunnen recht krabbelen en door te gaan.

Die fase vind ik de moeilijkste en dat komt ook omdat ik ze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Dit komt dan weer onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het gebruik van metaforen werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog in m’n geheugen gegrift:

“Monsieur Roels vous n’êtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait!”

Ik heb hem toen gevraagd of hij “’la chanson, monologue parlé plus que chanté ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Nicolas Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. Ook in m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens me niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Ik was wel langzamerhand aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten.

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal aanwendde. Dit komt er terug op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde fase – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan.

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later wel vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ en ‘creativiteit’ kunnen verstevigen. In elke fase beschrijf ik naast de twee basiscondities, die de karakteriek die aan zet is in de bewuste fase ondersteunen, ook vier vaardigheden. Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn (1) her kaderen van het probleem, gebruik maken van (2) analogieën en (3) metaforen en (4) het krachtige tool “4+ en 1 wens” en voor de beschrijving van deze vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek.

Het was in m’n vierde Professionele Leven dat ik van onder het juk van het preferentieel lineair denken uitkwam en dat ik de tijd nam om de vaardigheden van deze fase zelf te beoefenen. De massieve depressie die ik in de periode 2008-2010 doorworstelde had er voor gezorgd dat ik voor mezelf tijd gecreëerd had. Ik begreep in die periode de diepere betekenis van het Franse gezegde, dat ik geleerd had van m’n vriend Guy Bérat, “Il faut donner le temps au temps”. Niet toevallig was het ook Guy die mij hielp om terug vertrouwen te krijgen in Creative Interchange.

In m’n vierde professionele leven kreeg ik nieuwe tegenslag: darmkanker. Dit is een probleem waar verstijven, vluchten of zelfs vechten niet aan de orde is. “Wat niet weet, wat niet deert” is een oud Nederlands gezegde dat zeker in het geval van kanker één grote leugen is. Het is niet omdat je niet weet dat je kanker hebt, dat hij stopt met verder woekeren in je lichaam.

Het probleem met darmkanker is niet hoe je deze bestrijdt eens geïdentificeerd. De geneeskunde is goed gevorderd en de protocollen liggen klaar. In mijn geval werden die direct uitgetekend: beginnen met een dubbele aanpak van chemo en bestraling, vervolgens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen en nadien nazorg chemo. De oplossing is dus reeds gevonden. Althans voor de puur lichamelijke kant van het probleem.

De geestelijke kant is een ander paar mouwen. “Hoe ga ik met mijn kanker om?” wordt een cruciale vraag. En op die vraag dien je het antwoord zelf te geven. In mijn geval heb ik de vraag her-kadert in “Hoe wil ik door m’n kleinkinderen herinnerd worden?” en onder meer die herkadering, die een toepassing is van bovenvermelde vaardigheid (1), leidde mij tot een deel van de oplossing. Je kunt kiezen om cynisch en verbitterd te worden, en die houdingen hebben bij m’n weten nog weinig succesvolle transformaties teweeg gebracht. Uiteraard weet je niet hoeveel dagen je nog tegoed hebt; je weet wel dat je met dat gebrek aan kennis niet alleen bent. Dus ik leerde in die derde fase dat het tegenovergestelde van cynisme en verbittering me wel tot de oplossing van m’n probleem zou leiden. In de periode na het ‘slechte nieuws’ gesprek met m’n dokter-specialist, doorliep ik de vorige fasen in heel korte tijd. Ik koos ten volle voor het van binnen uit beleven van Creative Interchange. Ik zag m’n eigen kankerverhaal ten volle onder ogen en koos uiteindelijk voor de gewenste toekomst: dat ik met mijn kleinkinderen – zolang het nog kon, veelvuldig en met plezier (ook en vooral van hun kant) – zou ‘samen-zijn’. Daartoe diende ik opgewekt te zijn en niet chagrijnig, dat wis ik door de vaardigheid ‘gebruik maken van analogieën’. Analogieën vinden was niet moeilijk. Zo moest ik mij enkel herinneren hoe dochter Daphne reageerde, toen haar grootvader Lionel korzelig, verbitterd en nijdig geworden was nadat bij hem een kwaadaardige hersentumor was geconstateerd. Uiteindelijk konden we haar maar heel zelden nog overtuigen ons te vergezellen voor een bezoekje aan haar opa. Ik wist daardoor wat ik zeker niet moest doen indien m’n doel was m’n kleinkinderen en mezelf nog een leuke tijd te bezorgen. Een tweede analogie uit m’n eigen verleden gaf mij een stuk van de oplossing. Een jeugdvriend, André De Decker (die uitgerekend vandaag 71 zou geworden zijn) kreeg, toen hij net aan de RU Gent was gestart, leukemie. Ik bezocht hem regelmatig in het Sint-Vincentius in Gent. Op een keer kwam plots z’n oudere broer Edgard met diens vriend – de legendarische Eeklose grafische artiest, Romain Coemelck – de kamer binnen. De twee spitsbroeders waren op hun paasbest. Ik begreep dat ze op weg waren naar een huwelijksfeest toen bij het afscheid André hen toefluisterde “Veel plezier hé op het feest!” André was toen reeds heel verzwakt en ik realiseerde mij toen dat het een kwestie van weken was geworden, voordat het toen onvermijdelijke zou geschieden. André, die stukken intelligenter en begaafder was dan ik, heb ik in die periode nooit horen klagen, misnoegd of cynisch ervaren, in tegendeel. Hij was vol interesse hoe ik het er in m’n eerste jaar vanaf bracht in Gent. Die analogie maakte mij wel heel duidelijk wat mij te doen stond, indien ik m’n doel wou bereiken.

Ik had met hun moeder Daphne besloten dat ze mij de eerste paar weken, toen ik in AZ St. Jan Brugge ‘met alle toeters en bellen’ lag, niet zouden bezoeken. ‘Met alle toeters en bellen’ was een kleurrijke uitspraak van m’n chirurg Tom Feryn. Die beeldrijke uitspraak duidde op het aantal buisjes en snoeren die m’n lichaam verbonden met allerlei hulpmiddelen en toestellen die netjes rond m’n bed waren opgesteld. Omdat dit echt geen mooi zicht is voor jonge kinderen besloten wij dat ze mij de eerste paar weken niet zouden komen opzoeken in St. Jan in Brugge.

Tijdens de periode van begin september tot eind december 2013 had ik wel de tijd om uit te zoeken welke de mogelijke acties waren die mijn innerlijke rust en vreugde zouden kunnen doen uitstralen. In die periode heb ik ten volle deze fase ‘het creëren en het kiezen van de noodzakelijke acties’ van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces beleefd. Uiteindelijk dien je ook echt te kiezen voor de oplossingen die je gecreëerd hebt. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces behoort die keuze jou toe. Dit omdat, als puntje bij paaltje komt, jij de enige bent die ‘accountable’ is met de betrekking tot de gevolgen van jouw keuze.

Gedurende de tweede van mijn drie weken durend verblijf, in wat ik toen ‘m’n luxe kamer met mooi uitzicht in een vier sterren hotel’ noemde, stelde een van de verpleegsters mij plots de vraag:

“Wat is jouw geheim Johan dat je elke dag zo vrolijk bent?”

“Dit komt omdat ik m’n eigen boek van binnen uit beleef, Christel”

Ze keek mij aan met grote ogen en zei: “Eigen boek?”

“Jawel, er ligt een exemplaar daar op de tafel aan het venster.”

Er lag daar inderdaad een exemplaar van ‘Cruciale dialogen’, want ik had, tot vijf minuten voor men mij kwam halen om naar het OK te vervoeren, aan de vertaling van hoofdstuk 1 naar het Frans gewerkt. Ik had het Franse vertaling toen via e-mail naar Guy Bérat gestuurd, die zorgde voor de verbetering ervan. Het boek was daar echter blijven liggen, want ik was m’n bed nog niet uit gekomen. De verpleegster ging naar m’n tafel en pikte het boek op.

“Hé, Johan, jouw naam staat op de cover!”

“Dat is de gewoonte hé, Christel. Men drukt steeds de naam van de schrijver op de cover.”

Ondertussen gaf ik een summiere uitleg waarover het boek ging. Over moeilijke babbels die men in het leven meermaals had en gaf een paar voorbeelden in haar context: cruciale dialogen met eigenwijze artsen, een bazige hoofdverpleegster en eventueel moeilijke patiënten… Christel bladerde in het boek en zei:

“Dit lijkt mij uiterst interessant, dat zou ik wel kunnen gebruiken!”

“Meen je dat, Christel?”

“Natuurlijk Johan”.

“Dan krijg je een exemplaar van m’n boek”

“Krijg ik dit?” En ze toonde het boek dat ze in haar handen had;

“Neen, dit exemplaar is te beduimeld. Ik vraag ‘ons’ Rita wel om deze middag een nieuw exemplaar mee te brengen.”

De volgende anderhalve week heeft Rita minstens vijfentwintig exemplaren meegesleurd naar Sint Jan.

Nadien heb ik meermaals verteld dat ik, door zelf van m’n eigenste boek van binnen uit te beleven, leerde dat het een uitzonderlijk goed boek is. Je moet het echter niet alleen lezen (wat al een hele klus is), je moet het vooral dagdagelijks van binnen uit beleven. En dat is een ander paar mouwen dan het begrijpen van het ‘vlindermodel’ …

_________________________________________________________________________________________________

[i] Bommerez J. Quote van Stephen Covey, geciteerd door Jan Bommerez tijdens het gesprek van Jan Bommerez en Jan Rotmans, in het InspiratieRijk: Arnhem, 8 december 2016. https://youtu.be/5nouorkdKbo

[ii] Palmgren C. The Creative Interchange Proces – Part II. http://www.creativeinterchange.org/?p=145

 

 

Dit deel gaat over de vraag: “Wil ik terug en meer vanuit m’n volle mens-zijn leven?” Het antwoord op deze vraag zal ons leiden naar wat er dient te veranderen om een nieuw en nu hopelijk succesvol verhaal te schrijven.

In deze reeks van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces ben ik gekomen aan het middendeel. Gezien dit proces op de keper beschouwd het van binnenuit beleven van creatieve wisselwerking is, kan dit deel gevisualiseerd worden door het midden van het cruciale dialoogmodel[i].

In dat midden komen we eerst de ‘delta’ tegen:

Delta (del-ta) zelfstandig naamwoord: de vierde letter van het Griekse alfabet – het wiskundig symbool voor verschil. De hoofdletter delta is een driehoek.

Het is het verschil – de delta – tussen (a) wat we hebben nu we ons verhaal correct onder ogen hebben gezien, ontdaan van alle verzinsels en franjes en b) wat je jezelf toewenst om terug vanuit je volle mens-zijn te kunnen leven. Anders gesteld, de delta is het verschil tussen ons inzicht (in de realiteit) en onze behoeften.

Ik hou eigenlijk meer van het begrip delta dan het begrip ‘verschil’ hoewel ze hetzelfde betekenen. Het driehoek symbool neemt me terug mee naar het drieluik waar het om gaat en dat door m’n model wordt gevisualiseerd: Denken (delen I & II) – Verbinden/Voelen (deel III) – Doen (delen IV en V).

Wanneer we ons val-verhaal ten volle waarderend begrepen hebben, voelen we, uitgerekend door ‘de delta’, emoties en gevoelens. Die kunnen voor ‘knee-jerk’ reacties zorgen. We kunnen er echter van binnen uit voor zorgen dat dit soort reacties geen kans krijgen. We reageren onze emoties en gevoelens niet direct af door te vechten (naar de ander slaan), te vluchten (de ander ‘de schuld’ geven) of te verstijven (dichtklappen – ‘shit happens’). Zelfs indien we de fout aan onszelf toewijzen, voelen we ons vooral geen mislukkeling, we erkennen de emoties en gaan die van binnen uit beheersen. Wij verwijten ons niets, wij voelen ons, indien nodig, wel aansprakelijk; aansprakelijkheid is jezelf verantwoordelijk stellen voor specifieke daden en de gevolgen ervan. Aansprakelijkheid is een voorwaarde voor sterke relaties en een dito bedrijfscultuur. Voor aansprakelijkheid is authenticiteit, moed en actie nodig teneinde je excuses aan te bieden en het goed te maken. Het vraagt om kwetsbaarheid. We moeten onze eigen gevoelens onder ogen zien en ons gedrag en onze keuzes zien te verzoenen met onze waarden en normen. Wij weigeren dat onze emoties ons van “buiten naar binnen’ beheersen, Met andere woorden: onze emoties controleren ons niet. Wij weigeren de slachtofferrol! Zelfs als onze val ons overkomt zonder dat we in enige mate aansprakelijk zijn, weigeren we de slachtofferrol op te nemen en krabbelen recht… “the fighter still remains!” We werken van uit een paradigma van binnen uit betrokkenheid, niet vanuit het ‘outside-in’ controle paradigma

Uiteraard hangt de kwaliteit van deze emoties en gevoelens af van het miskleun-verhaal en de context. Ik ga er verder van uit dat je die emoties niet laat afketsen of uithaalt naar iemand uit jouw omgeving. “You may not control all the events that happen to you, but you can decide not to be reduced by them.” schreef Maya Angelou in “Letter to my Daughter’[ii]. Wat je niet mag laten gebeuren, is dat jouw zelfvertrouwen sneuvelt door jouw falen. Zelfvertrouwen en fouten maken kunnen perfect naast elkaar bestaan, als we het maar goed blijven maken, blijven handelen naar onze waarden en normen, en schaamte en verwijten meteen ten goede ombuigen. Wat de context of de omvang ervan ook was, falen gaat gepaard met het gevoel dat we een deel van onze persoonlijke macht zijn kwijtgespeeld. Ik hou in dit verband enorm van Martin Luther King’s quote: “Power, properly understood, is the ability to achieve purpose.” Wij hebben de persoonlijke macht om ons persoonlijk doel te bereiken. Het gaat over het uitoefen van persoonlijke macht van binnen uit teneinde ons doel te bereiken. Vandaar dat in ons ‘Cruciale dialoogmodel’ in het midden de persoonlijke eigenschappen – Intrinsieke Waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten, Persoonlijk Doel, Positieve Intentie en Persoonlijk Engagement – verenigd zijn.

Door ons terug te verbinden met onze Intrinsieke Waarde en onze persoonlijke Vicieuze Cirkel niet alleen te stoppen maar ‘terug te draaien’, door het beleven van creatieve wisselwerking, komen we ook terug in verbinding met ons persoonlijk doel en geven we onszelf terug de macht om dit doel te bereiken. We smoren de opwellende machteloosheid in de kiem, want we weten dat machteloosheid leidt tot angst en wanhoop. Wanhoop is niet meer vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces. Het is de spirituele woestijn waarin je gelooft dat het morgen net zo zal zijn als vandaag. Het tegenovergestelde van wanhoop is hoop. Die is verankerd is in het creatief wisselwerkingsproces: dat je het morgen beter kunt hebben door je doelen te stellen, de wegen te creëren naar die doelen toe en de vasthoudendheid en het doorzettingsvermogen om die wegen te bewandelen teneinde die doelen te bereiken. Je gelooft in je eigen vermogen (macht) om Creative Interchange van binnen uit te beleven:”You Believe In the Power of The Force!”

Mindfulness says, “Feel the pain” and self- compassion says, “Cherish yourself in the midst of the pain”; two ways of embracing our lives more wholeheartedly.[iii]

Je geeft je ook rekenschap van je emoties. Dat betekent jezelf toestemming geven ze te voelen en er dus aandacht aan te besteden in ‘het hier en nu’. Wat je ook dient te doen, is tussen de actie en reactie letterlijk een pauze inlassen en ‘mindfull’ de emoties evalueren. Daarbij wordt hoe langer hoe meer een lans gebroken voor ‘self-compassion’. Dit is het vermogen om zichzelf met mildheid te aanvaarden wanneer men aan het lijden is. Huidige research toont aan dat zelf-mede-lijden sterk verbonden is aan emotionele weerbaarheid, inclusief het vermogen om kalm te worden, onze miskleunen te (h)erkennen, van hen te leren en ons te motiveren om te slagen[iv]. Wetenschappelijk is ondertussen aangetoond dat zelf-medelijden potentieel een belangrijke factor is voor emotionele problemen zoals depressie.

Marie R. Miyashiro[v] spreekt in dit verband van twee vaak verkeerd begrepen menselijke eigenschappen:

  1. Onze vaardigheid om ons op een natuurlijke wijze bewust te zijn van onze gevoelens zonder die te veroordelen;
  2. Ons vermogen om deze gevoelens te verbinden aan de daarbij behorende al dan niet vervulde behoeftes.

Indien deze behoeftes niet vervuld spreken wij van een ‘delta’.

In deze fase voelen we het verschil tussen wat we hebben en wat we willen haarfijn aan. In het sterk-weer opstaan proces is er geen sprake van tevreden zijn met de nu ten volle waarderend begrepen werkelijkheid van op het canvas neergeteld te liggen. Er is een groot verschil tussen die huidige werkelijkheid en de gewenste toekomst: die van ten volle als mens in het leven te staan en door te gaan.

De delta toont ons duidelijk het verschil tussen de geapprecieerde werkelijkheid en de werkelijkheid die je jezelf op basis van je waarden toewenst. De delta zorgt voor emoties die ons kunnen leiden naar twee soorten spanningen.

Creatiespanning

De creatiespanning is niet de angst voor verandering, die per definitie reactief is (‘van buiten naar binnen’). Het is de spanning die men van binnen voelt wanneer men voor een keuze staat. Die spanning is natuurlijk en komt voort uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gedeelde mening betreffende de realiteit) en datgene waarvoor ik kies (de gewenste toekomst). In zijn boek ‘De vijfde discipline’[vi] citeert Peter Senge Robert Fritz. Deze laatste stelt dat een accuraat volledig inzicht in de actuele werkelijkheid even belangrijk is als een correcte visie op de gewenste situatie. Deze spanning welt op wanneer men de afstand tussen huidige en gewenste situatie duidelijk onder ogen ziet. Wanneer je die afstand niet alleen herkent, maar ook erkent dat het jouw verantwoordelijkheid is die afstand te overbruggen, dan kom je dicht bij een keuze. De creatiespanning komt voort uit het feit dat men de voor de verplaatsing nodige kracht onderkent. De nodige energie of arbeid is, zoals we weten, recht evenredig met de kracht én de afstand.

Er dienen drie fundamentele keuzes gemaakt te worden: ten eerste de keuze om trouw te blijven aan de eigen visie op je toekomst, een blijvend engagement voor de waarheid en het blijvend van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Alle drie zijn ze nodig zowel om de creatiespanning op te wekken als om de creatiespanning om te zetten in keuzes en die keuzes in werkelijke transformatie.

Wanneer tijdens die transformatie de werkelijkheid langzaam opschuift van de ‘crisis’ situatie naar de gewenste situatie vermindert logischer wijze de creatiespanning, want de grootte van de delta vermindert. In die fase geeft ons blijvend engagement voor onze keuze, Creative Interchange en continue verbetering, ons blijvend energie (de ‘Force’) van binnenuit, om ons doel werkelijk te bereiken.

Dit alles heeft uiteraard ook te maken met de strijd tussen de Vicieuze Cirkel en Creatieve wisselwerking: het creatief wisselwerkingsproces stuwt ons naar het doel en de Vicieuze Cirkel trekt ons van dat doel weg. Beide zijn in praktisch iedereen aanwezig. Het zijn als het ware structurele gegevens. Hoe kunnen we ermee omgaan? Door de kracht van de ene te vergroten ten koste van de kracht van de andere, door een diepgaande persoonlijke verandering waardoor we de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen en immobilisme omzetten in creativiteit. Door ons terug te verbinden met onze intrinsieke waarde. Door het van binnen uit beleven van Creative Interchange.

Emotionele spanning

De oorzaak van immobilisme wordt emotionele spanning genoemd. Het verschil tussen emotionele spanning en creatiespanning is van dezelfde orde als het verschil tussen ‘slechte’ (di-) en ‘goede’ (eu-) stress. De emotionele spanning is verbonden met de Vicieuze Cirkel en leidt door het ‘moeten’ tot verkramping, tot immobilisme. De creatiespanning is verbonden met het creatief wisselwerkingsproces en leidt door het kiezen tot bevrijding.

De emotionele spanning aanvaarden we van buiten naar binnen. Het is ook duidelijk dat de emotionele spanning voortkomt uit het vastzitten in oude denkbeelden. Door onze persoonlijke Vicieuze Cirkel staan we steeds klaar om negatief te reageren: “Wij zijn niet bekwaam onze dromen waar te maken”, want “wij vechten, vluchten of verstijven” en “wij denken dat we niet verdienen om te bereiken wat we echt wensen te bereiken”, met andere woorden “we denken dat we waardeloos zijn.”

Beide spanningen zijn steeds in zekere mate aanwezig. Als de ene spanning groter wordt, wordt de ander kleiner en omgekeerd. Het goede nieuws is dat we zelf de chauffeur zijn het voertuig van ons leven; we kiezen zelf waar we aandacht aan besteden. We kunnen die emoties toelaten, onder ogen zien en er bewust voor kiezen de creatiespanning haar werk te laten doen.

Ik hou ook van het begrip ‘delta’ omdat delta’s plekken zijn waar rivieren in contact komen met de zee. Het zijn moerassige plaatsen die vol sediment zitten. Het zijn ook rijke en vruchtbare gebieden van groei, zoals de Zeeuws Vlaamse polders die uitlopen tot het noorden van Eeklo, welbepaald tot Watervliet, waar ik ooit meer dan vijftig jaar geleden ‘ons’ Rita ontmoette. Dat laatste zal ook wel te maken hebben met m’n voorkeur voor het begrip ‘delta’. De delta is de plek waar we ons werk moeten doen. Onze belangrijkste inzichten betreffende onze toekomst komen ‘boven water’ in de delta. Het is de plek waar we onze behoeften erkennen, ons doelen stellen en waar we de verwachting uitspreken om te groeien en te veranderen, om terug recht te staan en door te gaan. We houden van onszelf om wie we zijn, zelfs als we geveld zijn, en spreken daarom onze verwachting uit over wie we zouden kunnen zijn!

Op dat ogenblik is ‘integriteit’ van het grootste belang. Ik hou enorm van Brené Brown’s definitie van dit begrip in ‘Sterker dan ooit (Rising Strong)[vii]:

Integriteit is kiezen voor moed boven gemak; kiezen voor wat juist is boven wat leuk is, snel of gemakkelijk is; en er voor kiezen om onze normen en waarden in praktijk te brengen in plaats van die alleen maar te belijden.

Wij zijn bereid om de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven te accepteren. Wij zijn bereid om niet te kiezen voor het gemak en aanvaarden niet de eerste beste oplossing. Integendeel wij kiezen moedig de zoektocht aan te vatten naar die oplossingen die er echt toe doen. Dit leidt ons naar het moeilijkste deel van het sterk-weer-opstaan proces. Het aartsmoeilijke vierde luik waarin we terug onzekerheid dienen te omarmen totdat we genoeg goede potentiële oplossingen hebben gevonden teneinde een gefundeerde keuze te kunnen maken.

We zijn er nu van overtuigd dat er iets moet veranderen. We hebben het waarom van die noodzaak tot verandering volledig uitgeklaard. Het strookt bovendien niet met onze persoonlijke missie (De Why? van Simon Sinek) om geveld te blijven liggen. Ook is ondertussen de Who? duidelijk: ik samen met anderen uit m’n omgeving dienen de queeste naar de oplossingen aan te vatten. De How? Is en blijft het sterk-weer-opstaan proces bij uitstek: Creative Interchange. De antwoorden op de What? vraag zal het moeilijkste deel van onze tocht duidelijk maken. Wij omarmen onze onzekerheid met één zekerheid: het creatief wisselwerkingsproces zorgt voor de noodzakelijke oplossingen. Welke? dat weten we niet, we kunnen Creative Interchange namelijk niet sturen. We weten wel dat we uiteindelijk een keuze zullen moeten maken onder de potentiële oplossingen en dat wie die van binnen uit zullen dienen te beleven om tenslotte terug in volle sterkte recht te staan en door te gaan. 

Plots daagt het dat ik geen tijd te verliezen heb en ben nu niet meer af te leiden door triviale zaken. We zijn gefocust en willen door niets of niemand in de weg gestaan worden; zoals in de klassieker van Herman Van Veen: ‘Opzij, opzij, opzij’:

Opzij, opzij, opzij,


maak plaats, maak plaats, maak plaats,


Wij hebben ongelofelijke haast.


Opzij, opzij, opzij,


want wij zijn haast te laat,


Wij hebben maar een paar minuten tijd.



Wij moeten rennen, springen, vliegen, duiken,

vallen, opstaan en
weer doorgaan.


Wij kunnen nu niet blijven, wij kunnen nu niet langer blijven
staan.

Ik ben tot mezelf gekomen in stilte (deel I en deel II), heb me verbonden met m’n droom en m’n gevoelens (deel III) en ben nu klaar om in verbinding te treden met anderen, als volledige mens en vanuit het hart, teneinde oplossingen te vinden en te kiezen (deel IV), daardoor op te staan en weer door te gaan (deel V).

__________________________________________________________________________________________________

[i] Roels, J., Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het ‘Creatieve wisselwerking. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012.

[ii] Angelou, M., Letter to My Daughter, New-York: Random House, 2008.

[iii] Germer, C. K. The mindful path to self-compassion. New York: Guilford, 2009 p 89

[iv] https://hbr.org/2017/01/to-recover-from-failure-try-some-self-compassion?

[v] Miyashiro Marie R. De empathie factor, het concurrentie voordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012.

[vi] Senge, Peter M. De vijfde Discipline, de kunst en de praktijk van de Lerende Organisatie, Schiedam: Scriptum Management/Lannoo, 1992.

[vii] Brown, B., Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015 pp 111-113

 

 

Het sterk-weer-opstaan proces is, zoals gesteld in deel I, het van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces (Creative Interchange – CI). Door het CI proces van binnen uit te beleven, leren we ons miskleun verhaal en de daaruit voortkomende pijn onder ogen zien, zodat we beiden waarderend kunnen begrijpen waardoor we ze later positief kunnen benutten teneinde uiteindelijk moedig een nieuw vervolg op ons verhaal te schrijven. Dit deel II gaat over in stilte in verbinding komen met jezelf om nadien in volgende fasen het leven terug een kans te kunnen geven zodat je kan helen.

Brené Brown stelt meermaals in haar boeken: “Je eigen verhaal onder ogen zien en terwijl je dit doet van jezelf houden het moedigste is wat je ooit kan doen.”[i] Het gaat dus over in verbinding komen met je miskleun en je falen en toch van jezelf blijven houden. Het is niet alleen het moedigste, het is ook het wijste dat je kunt doen, wil je de befaamde quote van voetballer-filosoof Johan Cruijff “Elk nadeel heb z’n voordeel” bewaarheid zien door bewust naar het potentieel voordeel op zoek te gaan en dit voordeel uiteindelijk effectief te realiseren.

Het sterk-weer-opstaan proces begint met de feiten van jouw verhaal op een rijtje te zetten. Daartoe is onder meer de eerste karakteristiek van Creative Interchange nodig: Authentieke Interactie. Niet alleen authentieke interactie met je zelf; ook authentieke interactie met mensen uit jouw omgeving die getuige waren van je faal verhaal. Vervolgens dien je nieuwsgierig genoeg te zijn om de juiste vragen te stellen en op die vragen correcte antwoorden te krijgen. Daardoor begrijp je jouw verhaal uiteindelijk waarderend wat dan later zal uitmonden in min of meer heftige gevoelens (deel III). Daarbij trek je niet de eerste de beste conclusie en ga je dus niet over tot actie (het zo verfoeilijke ‘jump tot conclusion’ gedrag). Integendeel je blijft lang genoeg je eigen verhaal onder ogen zien totdat je ten volle de complexe ‘oorzaken en gevolgen’ keten waarderend begrijpt.

Daar zullen wij het in deze column over hebben. Het is een fase van verbinding en verstilling, niet van verlamming, van vechten of van vluchten. Op het einde van die fase voel je aan de lijve wat er dient veranderd te worden (deel III) en dien je die gevoelens via creatieve ideeën om te zetten in mogelijke oplossingen (deel IV) die eens gerealiseerd (deel V) er voor zorgen dat de quote van Johan Cruijff uiteindelijk werkelijkheid wordt: het nadeel (de val) is een voordeel geworden (we gaan weer door)!

In dit deel, ‘je eigen verhaal onder ogen zien’, dien je echt, authentiek en heel te zijn teneinde je rekenschap te kunnen geven van de werkelijke betekenis van je eigen verhaal. Dat is de start van het proces. Daarbij dienen wij te antwoorden op de vraag welke rol we in ons eigen leven gaan spelen: “Willen we zelf het verhaal schrijven of geven we de regie van ons leven aan iemand anders?” Er voor kiezen ons eigen verhaal te schrijven, geeft een ongemakkelijk gevoel: het is kiezen voor moed boven gemak.

Ons lichaam reageert vaak voor we ten volle begrepen hebben en die reacties zijn er op gericht om ons te beschermen door te vluchten, te vechten of te verstijven. Dit komt omdat ons lichaam een eeuwenoude programmatie met zich meedraagt. Reflex gedrag dat eeuwen lang in mensen is gesleten. In het sterk-weer-opstaan proces kunnen we geen dappere, nieuwe koers bepalen indien we niet exact inzien waar we ons bevinden, nieuwsgierig zijn naar hoe we daar terecht gekomen zijn en innerlijke zekerheid hebben waar we uiteindelijk naar toe willen; wij moeten emotioneel rekenschap aan onszelf geven.

Als we in de arena op ons gezicht gegaan zijn, is de eerste reactie vaak ‘rond kijken of iemand het gezien heeft’. Wij voelen direct schaamte opwellen en indien we leven volgens de ‘mainstream’ filosofie (zie deel I) gaan we aansluitend op zoek naar de ‘schuldige’. Uiteraard zoeken we die, conform de ‘heersende’ mindset, buiten onszelf. De combinatie schaamte/verwijt is zo gebruikelijk omdat we, uit wanhoop om onder de pijn uit te komen, verwijten als een snelle oplossing zien. Voor de meesten van ons, die hun toevlucht nemen tot verwijten maken, is de behoefte aan controle zo sterk dat ze schuld willen toewijzen. Ze denken dat ze zich beter voelen nadat ze met de vinger naar iets of iemand gewezen hebben, maar er verandert niets. Verwijten maken is juist dodelijk in relaties. Het is giftig. Maar het blijft de voorkeursreactie van de meesten van ons.

Indien we, zoals ik, ‘tegendraads’ zijn, bekijken we ons verhaal eerst afstandelijk, alsof het een verhaal van iemand anders is. Anders gesteld, we observeren de feiten van ons verhaal met ons ‘helder’ bewustzijn. Dit wordt in Angelsaksische landen aangeduid met het begrip Awareness. We leggen eerst ons verhaal vast met wat ik het helder bewustzijn noem; we observeren met andere woorden de ‘naakte’ waarheid.

Pas daarna kleuren wij het verhaal met ons gekleurd bewustzijn (in Angelsaksische landen is dit het begrip Consciousness). Daarbij dragen wij er zorg voor ook, en vooral, onze eigen inbreng in het verhaal te begrijpen. We beleven ten volle de tweede karakteristiek van Creative Interchange: Waarderend Begrijpen. Dit betekent ook dat, indien we toch een andere actor identificeren dan onszelf, we ons eerst afvragen welke rol we daarbij zelf gespeeld hebben. “Hebben wij het gedrag van de ander gedoogd of getriggerd?” is een van de pertinente vragen die wij ons gedurende deze analyse dienen te stellen. Wij kijken oprecht in de spiegel en slaan hem niet stuk! We hoeden ons er voor onszelf verwijten te maken die ondermijnend zijn en weinig opleveren.

Ook zijn we er van overtuigd dat indien we onze miskleun verhalen ontkennen of ons losmaken van die moeilijke verhalen, deze niet weggaan. Integendeel, we begrijpen ten volle dat ze ons dan bezitten en ons daardoor bepalen. We kiezen er bewust voor dit niet te laten gebeuren. We laten ons niet ‘van buiten naar binnen’ beheersen!

Een van de redenen dat we soms geen rekenschap durven afleggen van onze miskleun verhalen is angst. Daarbij spelen volgende vragen: “Wat als ik iets vind met betrekking tot mijn gedrag dat niet zo prettig is?”” of “Wat gaan anderen daarvan denken?” Angst zorgt ervoor dat we onze verhalen in de doofpot willen steken, goed wetende dat die doofpot niet bestaat. Angst leidt naar struisvogel gedrag. Het is niet omdat wij onze kop in het zand steken dat onze medemensen ziende blind worden.

Wat nodig is om zich rekenschap te kunnen geven van je volledige eigen verhaal is nieuwsgierigheid, niet toevallig een van de basiscondities van de tweede karakteristiek ‘Waarderend begrijpen’ van Creative Interchange. Nieuwe informatie ‘as such’ verandert onze manier van denken en daardoor ook ons leven niet. Pater Paul de Blot SJ leerde mij dat wanneer iets je toevalt, je het niet alleen dient op te rapen. Je dient er vooral iets uit te leren en er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. In feite heeft Paul de Blot het daarbij over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie!

De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid bewaren betekent voor mij te aanvaarden dat ‘niets voor niks is’ en dat ik die kennis beleef totdat het wijsheid wordt. Nieuwsgierigheid bewaren is een daad van kwetsbaarheid en moed. Je moet dapper zijn om meer te willen weten, omdat je nooit op voorhand weet of je iets gaat vinden waardoor er jou echt iets te verwijten valt of blijkt dat je geen gelijk had. Nieuwsgierigheid is onaangenaam omdat het naast kwetsbaarheid ook onzekerheid betekent. Nieuwsgierigheid is daardoor een tegendraadse eigenschap die afwijkt van de ‘mainstream’ norm.

Naast nieuwsgierigheid is kunnen omgaan met onzekerheid een basisconditie van deze fase van het sterk-weer-opstaan proces. De reden waardoor beiden cruciaal zijn voor dit proces is dat de gevarieerde en soms excentrieke koers van sterk weer opstaan ook tegendraads is. Het omarmen van kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en onzekerheid, dat nodig is om op te staan na een val, is ook een beetje gevaarlijk, vooral voor onze omgeving. Mensen die niet blijven liggen na een dreun, maar – zoals de bokser uit Paul Simon’s gelijknamige song – opstaan, zijn vaak onruststokers. Lastig in bedwang te houden want “the fighter still remains!” Ze stellen de juiste moeilijke vragen en dat is tegendraads, dat kan gevaarlijk zijn.

We dienen een bepaalde mate van kennis of bewustzijn te hebben vooraleer we nieuwsgierig kunnen worden. Het verhaal dat we onder ogen gezien hebben met ons helder bewustzijn (awareness) heeft onze nieuwsgierigheid gewekt. “Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mij dit overkomen is?” Onze nieuwsgierigheid, die leidt naar het inkleuren van ons verhaal (consciousness), is echt vastgehaakt aan onze awareness met betrekking van ons miskleun-verhaal. Dit doen we door het nederig stellen van pertinente vragen (cf. ‘Humble Inquiry’ van Edgar Schein[ii]), die toch gevaarlijk in de oren kunnen klinken.

Het vastleggen van ons miskleun-verhaal is een cruciaal onderdeel om het waarderend te kunnen begrijpen. Wel dienen we bewust te zijn dat onze eerste versie in de meeste gevallen een verzonnen verhaal is, dat nadien dient verfijnd te worden. Het voordeel van dit ongecensureerde verhaal is dat er antwoorden verscholen liggen op drie uiterst belangrijke vragen; vragen die leiden tot meer zelfkennis en innerlijke integratie en die zorgen dan weer voor meer moed, empathie, mededogen en verbinding met ons leven:

  1. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de situatie?
    1. Welke van m’n beweringen zijn objectief?
    2. Welke van m’n beweringen zijn gebaseerd op aannames?
  2. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de andere spelers in m’n verhaal?
    1. Heb ik nog andere informatie nodig?
    2. Welke nederige vragen dien ik dienaangaande te stellen?
  3. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over mezelf?
    1. Welke rol speelde ik echt?
    2. Wat staat er in m’n linker kolom (cf. Oefening Argyris[iii])?

Het grootste gevaar dat in het onder ogen zien van ons miskleun-verhaal kan sluipen, is dat we daardoor onze intrinsieke waarde in twijfel trekken. We dienen het verschil tussen excentrieke waarde en intrinsieke waarde steeds voor ogen houden. Door onze miskleun zou misschien onze excentrieke waarde kunnen dalen (anderen zouden een lagere dunk van ons kunnen krijgen), edoch aan onze intrinsieke waarde kan nooit getornd worden. Charlie Palmgren zegt in dit verband dat we terug dienen te ont-dekken wat we nooit uit het innerlijk oog verloren; terugvinden wat we nooit verloren hebben: onze intrinsiek waarde. Over die intrinsieke waarde zingt Billy Joel in z’n song ‘River of Dreams’:

I’ve been searching for something

Taken out of my soul

Something I’d never lose

Something somebody stole …

“You never have been and you never will be worth more than you are right now. You are worth all you can be worth at this very moment” schrijft Charlie in het reeds geciteerde ‘The Chicken Conspiracy’. Hij stelt bovendien: “You are a human being of worth. Worth is a constant. Your worth is unconditional. In truth, your worth is a given.” Zijn definitie is verrassend in z’n eenvoud:

 

“Worth is defined by the capacity to engage in transforming creativity”

 

Brené Brown komt tot exact dezelfde conclusie in haar op haar onderzoek gebaseerd boek ‘Sterker dan ooit’ (‘Rising Strong’)[iv].

 

Door mijn kleinzoon Eward ben ik gaan houden van Star Wars en meer bepaald van de dialogen tussen Yoda en Luke Skywalker. Zo bevat The Empire Strikes Back[v] minstens een paar cruciale scènes.

In een eerste scène ziet Luke, tijdens een training, dat z’n X-Wing op punt staat in het moeras te verdwijnen. Dan ontspint zich volgende dialoog waarin Yoda Creative Interchange (‘the Force’) beschrijft:

Luke: Oh, neen! Nu zullen we het nooit uit het moeras krijgen!

Yoda: Ben je zo zeker? Het is altijd hetzelfde met jou, het kan niet. Hoor je niets van wat ik zeg?

Luke: Meester, stenen laten bewegen is één, maar dit is … totaal iets anders.

Yoda: Nee! Niet anders! Enkel anders in je geest. Je moet afleren wat je geleerd hebt.

Luke: Oké, ik zal het proberen.

Yoda: Nee! Probeer niet. Je doet het … of je blijft er van af. Proberen bestaat niet! 

Luke tracht met de Force z’n X-Wing uit het moeras te halen, maar hij faalt en zegt:

Luke: Ik kan het niet. Het is te groot.

Yoda: Grootte speelt geen enkele rol. Kijk naar mij. Beoordeel jij mij naar m’n grootte? Hmm? Hmm. Wel, je zou dat echt niet mogen doen. Dit omdat mijn bondgenoot de ‘Force’ is en wat voor krachtige bondgenoot is hij! Het leven creëert hem en doet hem groeien. Z’n energie omringt en verbindt ons. Lichtgevende wezens zijn we, niet deze ruwe materie (hij raakt daarbij Luke’s schouder aan). Je dient de ‘Force’ rondom je te voelen; hier, tussen u, mij, de boom, de rots, overal, … jawel. Zelfs tussen het land en je ruimteschip…

Luke: Je vraagt het onmogelijke.

Dan ziet Luke hoe Yoda de ‘Force’ inzet om de X-Wing uit het moeras te tillen en krijgt het op z’n heupen wanneer Yoda daar in lukt.

Luke: Ik… Ik geloof m’n eigen ogen niet!

Yoda: Dat is net de reden waarom je faalt.

In een andere scène traint Yoda Luke om een Jedi-strijder te worden. Hij leert hem hoe hij de ‘Force’ op een eervolle manier moet gebruiken en dat de duistere kant van de ‘Force’ – woede, angst, agressie – hem kan verteren als hij niet leert kalmte en innerlijke rust te vinden. U heeft het al begrepen: de ‘Force’ is voor mij een metafoor voor Creative Interchange en de duistere kant ervan een metafoor voor de Vicious Circle[vi].

In die scène staan Luke en Yoda in het duistere moeras waar ze hebben getraind, als Luke een vreemde grijns op z’n gezicht krijgt. Hij wijst naar een donkere grot onder een enorme boom, kijkt Yoda aan en zegt: “Iets is daar niet oké… Ik voel kou. De dood.”

Yoda legt Luke uit dat de grot gevaarlijk en sterk is in combinatie met de duistere kant van ‘the Force’. Luke kijkt verward en bang, maar Yoda’s antwoord luidt simpelweg: “Je zult er toch in moeten.”

Op Luke’s vraag wat er in de grot is, legt Yoda uit: “Alleen wat jij met je meeneemt.”

De grot is donker en vol klimplanten. Uit de grond stijgt spookachtige damp op. Een grote slang kronkelt om een tak en een prehistorisch uitziende hagedis rust op een twijgje. Terwijl Luke langzaam zijn weg door de grot zoekt, valt zijn vijand Darth Vader hem aan. Ze trekken allebei hun sabel en Luke snijdt snel het gehelmde hoofd van Vader af. Dat rolt op de grond en het masker valt van de helm, waardoor Vaders gezicht onthuld wordt. Het is echter niet Vaders gezicht, maar dat van hemzelf. Luke staart naar z’n eigen gezicht dat daar op de grond ligt.

Dit verhaal is een prachtige metafoor voor ons eigen verhaal binnen gaan, onder ogen zien. Ook dit kan eng en onheilspellend zijn, maar wat we uiteindelijk onder ogen moeten zien is onszelf. Het moeilijkste deel betreffende onze verhalen is vaak wat we er in meebrengen – wat ons gekleurd bewustzijn verzint over wie we zijn en hoe we (willen) gezien worden door anderen. Wat het verhaal zo pijnlijk maakt, is wat we onszelf vertellen over onze eigenwaarden en over wat we waard zijn. Daarbij ankeren we ons te veel vast aan onze excentrieke waardes (values) en te weinig aan onze intrinsieke waarde (Worth). Hoe we losgekomen zijn van onze intrinsieke waarde hebben we al duizend keer verteld; het is het verhaal van de Vicieuze Cirkel dat we van Charlie Palmgren leerden en dat we opgenomen hebben in zowel ‘Creatieve wisselwerking’[vii] als ‘Cruciale dialogen’[viii].

Ons eigen verhaal onder ogen zien, betekent dat we ons rekenschap geven van onze gevoelens en onze donkerste emoties niet uit de weg gaan. Wij observeren onze angst, boosheid, agressie, schaamte en ons schuldgevoel op ‘heldere’ wijze en trachten de diepere grondslagen ervan te begrijpen. Dat is niet gemakkelijk, maar het alternatief – ons verhaal ontkennen en ons distantiëren van onze emoties – betekent ervoor kiezen ons hele leven in het donker te leven.

Als we besluiten ons verhaal onder ogen te zien en te leven naar onze waarheid en die waarderend begrijpen, zijn we in staat om licht in de duisternis te brengen. Hoe we dat kunnen doen, beschrijven we in de volgende delen.

___________________________________________________________________________________________________

[i] Brown, B., Rising Strong, New-York: Spiegel & Grau, 2015.

[ii] Schein, E. H., Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling, San Francisco: Berret-Koehler Publishers, Inc., 2013.

[iii] Senge, P.M. [et.al.], The Fifth Discipline Fieldbook. Strategies and tools for Building a Learning Organization. New York: Doubleday, 1994. Pp 246-252.

[iv] Brown, B., Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015. pp 111-113

[v] Lucas, G., Brackett, L. En Kasdan, L., Star Wars Episode V – The Empire Strikes Back, geregisseerd door Irvin Keshner, Lucasfilm, Ltd./20th Century Foxe Home Entertainment 1980.

[vi] Hagan, S. and Palmgren, C., The Chicken Conspiracy. Breaking The Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, Ma.: Recovery Communications, Inc., 1998.

[vii] Roels, J., Creatieve wisselwerking Nieuw business paradigma als hoeksteen voor veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven – Apeldoorn: Garant , 2001.

[viii] Roels, J., Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het ‘Creatieve wisselwerking. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012.