Het boek van m’n vrienden Stacie Hagan en Charlie Palmgren ‘The Chicken Conspiracy’[i] begint met het verhaal ‘De gouden arend’ uit de verhalenbundel ‘The song of the bird’[ii] van Anthony de Mello SJ. Op de cover van hun boek stellen ze een intrigerende vraag: ‘Ben je een kip of een arend?’

cover chickenEn zoals ik van Charlie en het verhaal ‘Van de boer en de Zen Master’ leerde, heeft ook deze of-vraag maar één correct antwoord: Ja!Dit verhaal van Anthony gebruik ik sedert het verschijnen van Stacie en Charlies boek (1999) in heel wat van m’n workshops om aan te geven dat we in wezen arenden zijn… die zich te veel als kippen gedragen. De titel van hun boek geeft bovendien aan dat er sprake is van een ‘kippensamenzwering’. De kippen zweren samen om de arenden aan banden te leggen. Inderdaad van zodra een kip boven het maaiveld uit begint te steken en weer arend wordt …, wordt deze (opnieuw) gekortwiekt.

Ik heb het verhaal van Anthony de Mello steeds een schitterende metafoor gevonden voor ons gevecht om te ‘ontvoogden’, onze strijd om onze ‘intrinsieke waarde’ (‘intrinsic worth’) eindelijk terug te vinden. Onlangs heb ik de originele tekst zelfs als beeld getweet en daarop kwam nogal wat reactie.

chicken story

Omdat een blog heel wat meer karakters toelaat dan Twitter, voeg ik hier een vertaling van Anthony’s verhaal toe:

De Gouden Arend

Een man vond het ei van een arend en legde het in het nest van een kip…
De arend werd uitgebroed samen met een heel nest kuikens en groeide op, samen met hen.
Omdat hij aldus geloofde dat hij een kip was, kakelde hij net als zij.
Hij spreidde zijn vleugels en vloog een paar stappen de lucht in, net zoals het een kip betaamt.
Hij scharrelde in de aarde om te zoeken naar wormen en kevers.
De jaren gingen voorbij en de arend werd oud.
Zekere dag zag hij een vogel, zwevend door de lucht, vol gratie en majesteit.
De arend keek toe, vol ontzag.
“Wie is dat?” vroeg hij aan zijn buur.
“Dat is een arend, de koning van de vogels” , antwoordde de buur.
“Zou het niet heerlijk zijn om zo door de hemelen te kunnen zweven?”
“Denk daar maar niet meer aan,” antwoordde de kip, “jij en ik, wij zijn slechts kippen”.
Dus dacht de arend hier nooit meer over na. Hij leefde en stierf in het geloof dat hij een kip was.

Anthony  de Mello SJ  ‘The song of the Bird’

Wat me reeds was opgevallen bij het gebruiken van Anthony’s metafoor in workshops, werd versterkt door sommige van de reacties die ik op m’n tweet kreeg. Dit verwonderde me geenszins omdat een tekst enerzijds feitelijk is (‘het is wat het is’ – de feiten) en anderzijds op verschillende manieren geapprecieerd kan worden (de interpretaties). Het spreekt vanzelf dat ik als schrijver van het boek ‘Cruciale dialogen’ en bedenker van het ‘Cruciale dialogenmodel’ verre van verbaasd was dat dit zich voordeed.

Omdat ik nu eenmaal in een tweet niet kan meegeven wat het denkkader is vanwaaruit ik het verhaal van ‘De gouden arend’ interpreteer, besloot ik uiteindelijk om deze – overigens m’n allereerste – blog aan dit thema te wijden.

Laat ik eerst en vooral duidelijk stellen dat ik niks tegen kippen heb, helemaal niets; goed klaargemaakt ‘op grootmoeders wijze’ of ‘in de rode wijn’ vind ik een Mechelse koekoek of  ‘un poulet de Bresse’ wel degelijk lekker. Anderzijds, als je werkelijk een kip bent, wees dan de uitmuntendste kip die er ooit is geweest! Het wordt een probleem als een kip een arend wil zijn of als een arend zich gedraagt zoals een kip. En deze blog gaat over het tweede.

Een bepaalde interpretatie van een tweep trof mij bijzonder: hij ‘verdedigde’ de kip en maakte de ‘arend’ met de grond gelijk. Hij schilderde de arend af als een monsterlijk dier. Zo zag hij in het door mij getweete verhaal een metafoor voor de recente pauswissel. Daarbij bewondert hij in de jezuïet Franciscus meer de bezorgdheid van de moederlijke kip, dan het gedrag van een gedateerde oorlogsarend. Dezelfde tweep trok z’n visie – in de dialoog die zich tussen ons op Twitter ontspon – door naar het onderwijs. Volgens hem is er nu in het onderwijs meer nood aan moederlijke kloekhennen dan aan verscheurende arenden; meer nood aan zorg dan aan beknotting.

Opmerkelijk daarbij is dat ik, vanuit m’n denkkader, dan weer de kip zie als de beknotte (gekortwiekte) arend. Hoe zou de gouden arend, in het verhaal van Anthony de Mello, ooit in de kippenren gebleven zijn, indien hij niet door de boer was gekortwiekt? Op de duur was het kortwieken niet meer nodig, de arend had het begrepen, hij had de kippencultuur overgenomen en was kip geworden. Ik lees in het verhaal van Anthony de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel[i]. Elk kind wordt geboren als een arend; het is dan nog volledig in contact en in harmonie met z’n ‘intrinsieke waarde’. Maar door conditionering – door de ouders, de maatschappij w.o. het onderwijs, … – komt die ‘intrinsieke waarde’ hoe langer hoe meer onder druk te staan, wordt ze conditioneel (‘je bent waardevol indien…’) en wordt het kind ‘gekortwiekt’. Het komt in een negatieve ontwikkelingsspiraal terecht: de Vicieuze Cirkel.

Een ‘bewijs’ voor deze visie is het verloop van de creativiteitsindex bij de mens[ii]. Deze curve zakt van 98% bij een vijfjarig kind in amper drie jaar tot 32% op achtjarige leeftijd. En wat doen we kinderen in deze periode aan, juist … we sturen hen naar school.

Zoals ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ uitvoerig beschreef, barricadeert de mens zich in de loop van z’n ontwikkeling, door z’n ervaringen met de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel, in een ‘vastgeroest’ denkkader, dat ik de ‘negenpuntenmetafoor’[iii] noem. De arend is wel degelijk kip geworden. Dit doet me dan denken aan een heerlijke passage uit het boek ‘Man’s Ultimate Commitment’[iv] van Charlie Palmgrens mentor Henry Nelson Wieman:

Man is made for creative transformation as a bird is made for flight. To be sure he is in a cage much of the time. The bars of the cage are the resistances to creative transformation which are present in himself and in the world round about. Also, like most birds when long confined, he settles down in time and loses both the desire and the ability to undergo creative transformation. But in childhood creativity dominates. The mind expands its range of knowledge and power of control, its appreciative understanding of other minds and its participation in the cultural heritage. At no other time is there so much expansion and enrichment of the mind and of the world which the mind can appreciate. But resistances are encountered, which bring on anxiety, frustration, failure and misunderstanding. To avoid suffering, the mind becomes evasive and creativity dies down.  The bird ceases to beat against the bars of the cage.

In feite is het (weer) ontdekken en beleven van het creatief wisselwerkingsproces een transformatieproces: van kip tot arend. Een boutade die ik veel gebruik in m’n workshops, om het doel ervan duidelijk te maken, is: “Teaching People What They’ve Always Known, So They Can Discover What They Never Lost”.

Heel zelden kreeg ik als gedoodverfde expert in Loss Control (‘Safety’, Arbeidsveiligheid) de gelegenheid om binnen m’n projecten dit creatief wisselwerkingsproces weer vrij te maken (wat eigenlijk de doelstelling van m’n derde leven is). Inderdaad, praktisch altijd werd ik gevraagd om heel specifieke opdrachten op gebied van veiligheid (Audits, ondersteuning bij het opstellen van een Veiligheidssyseem, basiscursussen ‘Loss Control’ rond de concepten van m’n tweede vader Frank E. Bird Jr., Root Cause Analysis training, Behavioral Based Safety, en zo meer) tot een goed eind te brengen. Tijdens het afwerken van m’n opdrachten werd elke keer opnieuw overduidelijk dat het zogenaamde veiligheidsprobleem, in wezen slechts een symptoom was van een heel wat dieper liggend probleem, dat voortkwam uit de nefaste werking van de ‘Chicken Conspiracy’. Een andere manier om het bestaan van dit onderliggend probleem te duiden: ik ontwaarde verschillende vormen van angst binnen de verschillende lagen van de populatie van m’n klanten. Daardoor werd ik een volgeling van W. Edwards Deming en nam ik zijn ‘Drive Out Fear’-opdracht ter harte. En dit kan je m.i. enkel door het creatief wisselwerkingsproces weer vrij te maken in een organisatie. Edoch, wanneer ik de vinger op de wonde van het topmanagement legde, werd niet zozeer het probleem zelf aangepakt, maar veelal wel ‘de boodschapper’ (schrijver dezes). Mede daardoor leerde ik snel dat ‘authentieke interactie’ een keerzijde had: in sommige bedrijven werd ik ‘persona non grata’ en besefte ik dat dit het bittere lot was van diegene die z’n kippenstatus aflegt en weer arend wordt.

Gelukkig had ik een eenmansbedrijf, de Nederlanders noemen me een ZZP’er, en was er werk genoeg; dus leed ik naast ‘gezichtsverlies’ geen andere noemenswaardige schade. Al doende leerde ik dat het beleven van het creatief wisselwerkingsproces heel wat onvoorziene neveneffecten kan hebben. Vlaamse topmanagers waren in de periode 1997-2008 echt niet zeer bereid ‘de waarheid’ onder ogen te zien en deden, zoals in een Antwerpse Raffinaderij, m’n visie eerst af met de dooddoener: “Dit is de perceptie van de heer Roels en dus niet de waarheid”, waarna er uiteindelijk geen beroep meer gedaan werd op m’n diensten. Weer arend worden heeft zo z’n risico’s, zeg later niet dat ik jullie niet heb gewaarschuwd.

Is het dan wel verwonderlijk dat mensen soms liever kip blijven? “Wat niet weet, wat niet deert”. Die veel gebruikte spreuk werd in m’n ogen hoe langer hoe meer een leugen en regelrechte bullshit.

Soms kwam ik door m’n authentieke stijl zelfs helemaal niet aan de bak met m’n aanpak, gebaseerd op creatieve wisselwerking, die ik toepasselijk ‘Learning to Fly’ had gedoopt. Heel kenschetsend in dit verband was de reactie van een gerenommeerde CEO van een (andere) Antwerpse Raffinaderij. Hij was op zoek naar een middel om z’n ingenieurs, die in de controlezaal als het ware ‘Schipper naast God’ zijn, te motiveren. Toen hij tijdens een, overigens gezellig, diner – waarbij ook m’n derde vader Charlie Palmgren aanwezig was(ik had Charlie ingehuurd om het juiste gewicht in de schaal te leggen) – ten volle begreep wat het weervrijmaken van het creatief wisselwerkingsproces bij die ingenieurs effectief zou betekenen, haakte hij af. Dit deed hij met de, voor mij historische, woorden: “Als ik een en ander goed begrijp, zullen m’n ingenieurs door jullie aanpak echt leren vliegen… en dan vliegen ze weg… dit laat ik niet gebeuren!”

Meer geluk had ik in een kopersmelterij in Pirdop, Bulgarije. Daar was ik gevraagd om samen met de veiligheidsdienst en het topmanagement hun ‘Loss Control’ programma op punt te stellen. Een van de vereisten was dat dit systeem op de concepten van Frank E. Bird Jr diende te zijn gestoeld. De DNV-vertegenwoordiger in de regio had Frank echter nooit ontmoet en mede daardoor werd hij door de productiedirecteur, een Amerikaanse expert in de koperindustrie, niet aanvaard. Het bedrijf was toen een onderdeel van een Belgische groep. Die groep was een van m’n klanten en hun vicepresident ‘Safety’ vroeg mij om dit omvangrijke project als externe consultant te ondersteunen. In de periode 2001-2004 was ik dus geregeld in Pirdop aan de slag. Heel vlug werd mij het basisprobleem van zowel de managers als de uitvoerders van dit bedrijf duidelijk. Van zodra ik genoeg feiten had, ging ik in dialoog met het topmanagement van dit bedrijf. Het werd een heel vruchtbare ‘Cruciale dialoog’. Die managers waren noch verrast van m’n analyse, noch bang van m’n diepgaande remedie. Daarop vroegen ze mij, om naast het lopende ‘Loss Control’ Project, een nieuw ‘Creative Interchange’ Project te ondersteunen. Niettegenstaande m’n waarschuwing dat ‘arenden nogal eens durven wegvliegen’, nam de Canadees-Bulgaarse CEO een moedige beslissing met de woorden: “Als ze uiteindelijk wegvliegen, zullen ze bewijzen echte arenden te zijn, en dit kan Bulgarije enkel maar ten goede komen”. Ik ging aan de slag met een achttiental Bulgaarse managers in het ‘Learning to Fly’-programma. Het werd een echt succes, dat in september 2004, in aanwezigheid van Stacie Hagan, met een heuse ceremonie werd afgerond.

awarenessToen het bedrijf in 2007 opnieuw een beroep deed op m’n diensten, constateerde ik dat 17 Eagles effectief hun vleugels hadden gespreid. Er was overigens ook een praktisch volledig vernieuwd topmanagement; het bedrijf was ondertussen overgenomen door een Duitse groep. Wat me wel verbaasde was dat ze me – de consultant van het overgenomen Belgisch bedrijf – opnieuw vroegen en wel om m’n schouders te zetten onder een nieuw programma, dat ze zelf hadden bedacht: ‘Safety Awareness Program’. Leuk weetje, ‘Awareness’[v] is de titel van een van Anthony de Mello’s bekendste boeken.

Bij het raadplegen van de bronnen voor deze blog stootte ik op een andere versie van het verhaal van ‘De gouden arend’. Eigenlijk een veel vroegere versie, waardoor ik me afvraag of Anthony de Mello SJ die versie ook kende. Spijtig genoeg kan ik het hem niet meer vragen. Hoewel ik nu heel wat jezuïeten ken, die ooit bij Anthony de Mello de volledige ‘Geestelijke Oefening’ (dertig dagen lang) hebben gevolgd, en ik dus theoretisch geïntroduceerd zou kunnen worden, kan dit jammerlijk genoeg niet meer… Anthony overleed namelijk schielijk in 1987.

Het spiegelverhaal is van James Aggrey, een Ghanese pedagoog die zijn volk wilde helpen bij de volgende keuze: afhankelijk blijven van de kolonisator Engeland óf op eigen kracht verder gaan, en dus eigen mogelijkheden in vrijheid aanspreken en ontwikkelen. Helaas stierf James in 1927 en heeft hij de bevrijding van zijn volk niet zelf meegemaakt. Die kwam pas een generatie later onder Kwame Nkrumah. Ook dát is wat mij vaak overkomt: ‘ik graaf de geulen waardoor (hopelijk) later het levende water stroomt’.

Het verhaal ‘ The Parable of the Eagle’[vi], dat James Aggrey vaak vertelde, gaat als volgt:

Een boer vond een jonge arend in het bos, die hij bij de kippen in het hok zette. Daar liep de kleine arend maïs te pikken en at hij ook al het andere voedsel dat kippen zoal toegeworpen krijgen en dat terwijl de arend toch de koning van alle vogels is. Vijf jaar later kreeg de man bezoek van een natuurkenner. Toen ze over het erf wandelden, riep de natuurkenner opeens uit: “Maar die vogel daar, dat is toch geen kip! Dat is een arend!” “Dat klopt”, zei de boer. Dat is een arend. Maar ik heb hem grootgebracht als een kip. En daarom is hij nu, na al die jaren, niet langer een arend. Hij is veranderd in een kip, die niet verschilt van andere kippen, al heeft hij dan vleugels met een breedte van bijna drie meter.” “ Nee,” wierp de natuurkenner tegen, “het is een arend en hij zal altijd een arend blijven. In zijn borst klopt nu eenmaal het hart van een arend, en het hart zal hem er op een goede dag toe aanzetten om hoog de hemel in te vliegen.” ”Helemaal niet”, hield de boer vol. “Hij is veranderd in een kip en daarom zal hij nooit meer kunnen vliegen zoals een arend dat doet.”
Na dit twistgesprek besloten de mannen een test te doen. De vogelaar nam de arend, hield hem hoog in de lucht en riep uitdagend: “Omdat je een arend bent, omdat je toebehoort aan de hemel en niet aan de aarde, open daarom nu je vleugels en vlieg!”
De arend keek om zich heen, zag de kippen hun graantjes pikken in het hok en sprong omlaag en voegde zich weer bij hen. De boer zei triomfantelijk: “Heb ik je niet gezegd: de arend is een kip geworden.” Maar de vogelaar hield vol: “Dat kan niet waar zijn! Die kip is een arend en zal altijd een arend blijven.”
De volgende dag klom de vogelaar met de arend op het dak van het huis. En zachtjes zei hij tegen hem: “Arend, open je vleugels, vlieg! Je weet toch dat je een arend bent?” Maar toen de arend beneden de kippen zag, hun graantjes pikkend, dook hij omlaag en was hij weer in zijn vertrouwde ren. Beide mannen besloten nog één keer een test te doen. De volgende morgen vroeg gingen ze met de arend de stad uit en klommen de berg op. Op het hoogste punt aangekomen tilde de vogelaar de arend in de hoogte en sprak op bevelende toon: “Arend, als je werkelijk een arend bent en aan de hemel toebehoort en niet aan de aarde: open dan nu je vleugels en vlieg!”
Toen pakte de natuurkenner hem stevig vast en hield hem in de richting van de zon, zodat zijn ogen zich konden vullen met de helderheid van haar licht en de weidsheid van de horizon. En  ja hoor, op dát moment opende hij zijn machtige vleugels, stootte het typische kau-kau van de arend  uit en verhief zich, soeverein, als het ware boven zichzelf. En toen, zie daar… hij vloog, totdat hij uit het zicht verdwenen was en opging in het blauw van de hemel…

De geschiedenis wil dat, op dit punt aangekomen, Aggrey even zweeg. Toen hij opnieuw begon te spreken, deed hij dat met de volgende oproep: “Broeders en zusters, landgenoten, wij zijn allen geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God! Maar ooit zijn er mensen gekomen die ons wilden doen geloven dat wij slechts kippen zijn. En inderdaad, velen van ons vinden nu ook werkelijk dat wij niet meer dan kippen zijn. Maar dat zijn we niet…we zijn arenden! En daarom, reisgenoten, laten we onze vleugels openen en onze tocht beginnen, de hoogte in…”

Dit verhaal sterkt me dus in m’n interpretatie van ‘De gouden arend’ van Anthony de Mello. Beide verhalen hebben het m.i. over het zich opnieuw verbinden met wat Charlie Palmgren de ‘intrinsieke waarde’ noemt. In de parabel van James Aggrey werd de arend verplicht in de richting van de zon te kijken, (i.e. opnieuw in verbinding te komen met z’n eigenheid) en, ja hoor, de kip werd weer arend. Daarom doe ik nog steeds wat ik doe:  mensen uitnodigen en helpen om door het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces – dat zich nog steeds in hen bevindt maar te weinig aangesproken wordt – opnieuw in verbinding te komen met hun ‘intrinsieke waarde’!


[i] Roels, Johan. Cruciale Dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve Wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012: Hoofdstuk 3, Pagina’s 103-121

[iii] Roels, Johan. Cruciale Dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve Wisselwerking’. Op. cit. Pagina’s 112-113

[iv] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment, Carbondale, IL: Southern Illinois Univerity Press, 1958: Pagina 72

[v] de Mello, Anthony SJ. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality, a de Mello spiritual conference in his own words (edited by J. Francis Strout), New York: Image book published by Doubleday, a division of Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc. 1992

 


[i] Hagan, Stacie and Palmgren, Charlie. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore: Recovery Communications, Inc., 1998

[ii] de Mello, Anthony SJ The song of the Bird, http://www.arvindguptatoys.com/arvindgupta/songofbird.pdf, The Golden Eagle. Pagina’s 27-28

, ,