Aanleiding tot het schrijven van deze column is het artikel van Phil H. Kleingeld van 14 juni 2015: http://www.managersonline.nl/artikel/6675/wat-straalt-uw-visitekaartje-uit.html. Een leuk verhaal met nuttige tips, dat bij het lezen mij meermaals deed glimlachen en mij uiteindelijk deed besluiten deze column te schrijven.

Na mijn periode als ingenieur bij de groep Rhône-Poulenc stond ik zelf in voor de lay-out van m’n visitekaartjes. Ik heb, in die bijna dertig jaar, nooit een visitekaartje lukraak weggegeven. Meestal gebeurde dit in de context van een zakelijke ontmoeting. Zeker in Frankrijk, waar ik zeker in de beginperiode veel vertoefde, was het in het laatste decennium van vorige eeuw de gewoonte om bij het begin van een meeting de visitekaartjes, als waren het geloofsbrieven, uit te wisselen.

Ik heb gedurende die laatste dertig jaar praktisch steeds in een ‘one-man band’ gespeeld. Die benaming vind ik, geheel ter zijde, persoonlijk leuker dan het Nederlandse ZZP’er. Ik gebruikte op m’n visitekaartje als titulatuur, m’n hard voor gezwoegde academische titel ir. (zonder hoofdletter hoor ik wijlen André Peytier nog zeggen, met hoofdletter betekent het Iridium!) en de me zelf cadeau gedane job titel: ‘President’. Die laatste was uiteraard ludiek bedoeld. Indien bij eerste ontmoetingen met mogelijke klanten deze dit niet direct inzagen en blijkbaar dachten dat ik het nog meende ook (ik kon dit feilloos afleiden uit hun non verbaal communicatie gedrag), vertelde dit meer over hen, dan dat die titel iets over mij prijsgaf.

Die specifieke job titel creëerde bovendien de mogelijkheid om kort te schetsen dat mijn NV in feite een ‘one-man band’ was. Er in zo’n structuur nu eenmaal geen concurrentie voor het voeren de titel ‘President’. Daardoor werd direct klaarheid geschapen. “Elk nadeel heb zijn voordeel” zei Johan Cruyff ooit en het nadeel (alleen te zijn om de eventuele opdracht uit te voeren), had een voordeel, die in de computertaal met het acroniem WYSIWYG wordt aangeduid. Met andere woorden, wat de potentiële klant zag was wat hij zou krijgen: diegene die de opdracht met hem besprak zou deze later ook uitvoeren, indien het tot een overeenkomst kwam. Nogal wat van m’n concullega’s lieten de opdrachten die ze binnenrijfden uiteindelijk uitvoeren door zogenaamde junior consultants; niet dus in mijn eenmanszaak. Dit blijkt nu nog steeds, anno 2015, een van mijn voordelen te zijn.

In de beginjaren van m’n eerste NV (Loss Control Centre Belgium), eind jaren tachtig, kreeg ik de kans om mijn aanpak met betrekking tot Veiligheid (i.e. Loss Control) te duiden gedurende een eendaagse workshop met het Management Team van het Antwerps chemie bedrijf dat toen luisterde naar de naam Degussa NV. Bij de begroeting stelde het diensthoofd VGV, die mij ingehuurd had en indien mogelijk nog zenuwachtiger was dan ik, mij voor aan de Duitse CEO. Deze sprak mij in  perfect Nederlands als volgt aan: ‘Goeiedag collega Roels’. “Pardon ?!?”, was mijn verbouwereerde reactie. Met een brede glimlach verklaarde de CEO zijn gebruik van het begrip collega: “Wij zijn toch beiden afgevaardigd bestuurder, niet?!?”. Uit het gesprek dat volgde leerde ik dat die CEO de oprichting statuten van m’n vennootschap had gelezen en de jaarbalans van mijn eenmansbedrijf had nagetrokken! Hij had overigens woorden van lof voor wat hij noemde: “de transparante en moedige keuze een eenmans NV op te richten”.

De laatste tien jaar noem ik mij geen ‘president’ of ‘afgevaardigd bestuurder’ meer. In mijn vierde leven heb ik mij de titel ‘thought engineer’ aangemeten. Die geeft aan dat ik mij onledig houd met het ‘transformeren van mindsets’, niet in het minst met het transformeren van m’n eigen mindset.

Mijn visitekaartje heeft sedert een vijftiental jaar een nogal ‘specifieke’ lay-out. Het is vouwbaar en wordt overhandig in gevouwen toestand. Daarbij bedekt het bovenste deel maar de helft van het onderliggende deel:

visitekaartje1

Dus zie je links het logo en de naam van m’n one-man band (sedert mijn 65ste verjaardag V.O.F. LCCB) en rechts m’n academische titel gevolgd door m’n naam en daaronder m’n job titel. De bedoeling is dat de ontvanger van het visitekaartje het openklapt, waardoor m’n missie tekst zichtbaar wordt:

visitekaartje2

 

In 90% van de gevallen doet diegene die het visitekaartje ontvangt dit effectief, daartoe aangezet door de vorm van het kaartje, en leest hij/zij dus de volgende tekst:

“Helping People Create Organizations where they Love to Work;

Creating their Lives while making a Living

Through Consistent Use of Creative Interchange”

Uiteraard observeer ik deze persoon (ik heb niet voor niets uiteindelijk m’n boek ‘Cruciale dialogen’ geschreven) en, naargelang zijn non verbale communicatie bij het lezen van de tekst, weet ik of ik die dag al dan niet wil/kan scoren.

Het mooie aan deze missietekst, die dit najaar z’n 23ste verjaardag viert, is dat die de  ‘Simon Sinek test’ schitterend doorstaat. In z’n boek ‘Start with WHY’, dat ik sterk aanbeveel, stelt Simon Sinek volgende metafoor, ‘de gouden cirkel’, voor:

DE GOUDEN CIRKEL

WAT we doen wordt op een bepaalde manier gedaan (het HOE) en om een onderliggende reden: het WAAROM? WAT ik doe is in mijn geval ‘onbegrensd’ en hangt af van de vraag, de te lenigen behoefte: coachen van CEO’s, begeleiden van een transformatietraject, cruciale dialogen met teams, survey’s, audits, opleidingen, workshops, bijeenkomsten van het Cruciale Dialogen Genootschap, etcetera. Ik werk daarbij steeds ‘van binnen naar buiten’: de eerste twee zinnen van m’n mission tekst geven het WAAROM aan en de laatste het HOE.

Ten slotte wordt op de achterkant van het visitekaartje m’n naam en titulatuur herhaald met bovendien de volledige naam van m’n eenmanszaak, het adres, telefoonnummer en email adres. Totaal geen verwijzing naar m’n activiteiten op de Sociale Media en zelfs niet naar deze column website.

Het dient gezegd: “Ik heb door het gebruik van dit visitekaartje, vooral wegens de Missie tekst, al veel tijd bespaard de laatste tien jaar!” Hoewel…, ik doe in m’n vierde leven praktisch geen actieve acquisitie meer. Elk van m’n huidige opdrachtgevers zijn ‘oude’ klanten die geconfronteerd werden met nieuwe problemen, daarbij aan mij dachten en terug met mij contact opnamen  “Zeg Johan, werk jij nog?” Op m’n antwoord: “Enkel nog voor ‘oude getrouwen” volgde steevast “Mag jij wel nog werken van ‘ons Rita’?” Die klanten weten niet allen waarom ze mij contacteren en wat voor vlees ze in de kuip hebben, ze weten bovendien ook wie bij ons de broek draagt.