Een van de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces is ‘Authentieke Interactie’. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’ pleit ik er voor om, met name ook tijdens de communicatie fase van de dialoog, ‘authentiek’ te zijn. Dit mag geenszins verbazen want m’n Cruciale Dialoogmodel is volledig gebaseerd op de vier karakteristieken van Creatieve wisselwerking (Creative Interchange). Sterker nog, fase 1 van het Cruciale Dialoogmodel ‘Communicatie’ is vooral gebaseerd op ‘Authentieke Interactie’ (en de andere fases op de andere karakteristieken).

Tijdens opleidingen die ik geef rond ‘Cruciale dialogen’ en ‘Creatieve wisselwerking’ wordt me vaak de vraag gesteld: “Veronderstelt Creatieve wisselwerking dat men totaal transparant dient te zijn?”. Door die vraag heb ik me gerealiseerd dat ik soms Authenticiteit en Transparantie als synoniemen gebruik, hoewel deze begrippen dat niet zijn.  Uit wat ik lees en hoor weet ik dat ik niet de enige ben die deze fout maak. Authenticiteit en Transparantie zijn inderdaad twee verschillende begrippen:

Authenticiteit: echt, dus oprecht delen = de manier waarop u iets deelt

Transparantie: hoeveel je deelt = wat u deelt

In één ‘quotable’ zin: “Transparantie gaat over hoeveel je deelt en authenticiteit is de echtheid van wat je deelt en van je acties.”

Authentiek zijn op het internet

Op Sociale Media betrap ik me er op dat ik soms aarzel vooraleer ik op de ‘zend’ knop duw. Daarbij flitst volgende vraag door mijn hoofd: “Zou ik dat wel doen?” en ontspint zich ogenblikkelijk  een cruciale dialoog met mezelf. Op Twitter vooral, maar ook op LinkedIn, komt het voor dat m’n authenticiteit – dus wat ik oprecht deel – nogal eens in het verkeerde keelgat schiet van diegene die m’n tekst leest. Daarbij wordt de manier waarop ik iets deel vaak als ‘hautain’, ‘belerend’, ‘uit de hoogte’ en zo meer gelabeld.

Hoe dat komt leg ik voor de eenvoud uit met het ‘basismodel communicatie volgens James Stappers (1988)’. Hierbij heb je twee personen die een gesprek voeren. Deze personen worden A en B genoemd, waarbij A de persoon is die iets zegt en B de persoon tegen wie het gezegd wordt. A speelt dus de rol van zender en B die van ontvanger. Het kan ook zijn dat de persoon, die op dat moment zender of ontvanger is, tegelijkertijd het onderwerp X is, maar dat is niet noodzakelijk zo. Het onderwerp kan om het even wat zijn. In elk geval wordt er een ‘mededeling’ over het onderwerp gezegd, dat is dan de ‘x’.

figuur1

Als je bijvoorbeeld het basis-communicatie model van Stappers toepast op een tweet die ik uitstuur, is het duidelijk dat ik de zender A ben en de tweet de mededeling x. In Twitterland zijn er echter meestal veel ontvangers, dus niet enkel de persoon die (eventueel) in de tweet met z’n twitternaam wordt vermeld, is de ontvanger B. Bij het DM-en naar iemand specifiek schakel je uiteraard de anderen B’s uit.

Stappers onderscheidt twee processen die hij respectievelijk het communicatieproces en informatieproces noemt.

  • Bij het communicatieproces wordt communicatie vanuit het oogpunt van de zender bekeken. De zender presenteert de ontvanger(s) een informatiebron (de mededeling);
  • Bij het informatieproces wordt communicatie bekeken vanuit het oogpunt van de ontvanger. Het is wat de ontvanger waarneemt uit een informatiebron. Dat hangt niet alleen van de informatiebron af, maar ook (en vooral) van de ontvanger zelf.

Inderdaad, de zender biedt een mededeling aan en wat de ontvanger hier uithaalt is bij iedere ontvanger anders. Hier heb je als zender geen invloed op. En bij een tweet mededeling kunnen er zoals gesteld veel ontvangers zijn…

Bekeken vanuit het Cruciale dialoogmodel komt het communicatieproces overeen met fase 1 ‘Communicatie’ (dus hier is er totale congruentie tussen mijn model en dat van Stappers). Wat door Stappers het informatieproces wordt genoemd, noem ik fase 2 ‘Appreciatie’. Wat de anderen van mijn mededeling maken, wordt bepaald door de content, de context en vooral door de, door de ontvanger(s) gehanteerde referentiekaders en mentale modellen.

Als voorbeeld volgende anekdote. Eens heb ik van een Twitter conversatie, die heel rustig startte en daarna plots een heftige discussie werd (inderdaad een cruciale dialoog is nooit ver weg), een omstandige Storify gemaakt. Dit omdat dit medium meer vrijheden heeft dan de 140 leestekens van Twitter. Na het tweeten van die Storify volgde een onwaarschijnlijke Twitterorkaan, die ik voordien echt niet mogelijk achtte. Dit voornamelijk omdat ‘iemand’ zich aangesproken voelde en besloot via een Retweet haar achterban (volgers in Twitterjargon) op te zetten teneinde mij een lesje te leren. Er werd overduidelijk niet op de bal gespeeld, maar wel op de man!

Wat ik leerde was eerder een confirmatie van wat ik al wist: Authentieke Interactie is niet voor doetjes. Het probleem zit grotendeels in de Authenticiteit zelf; in de ‘manier waarop men iets deelt’. Die manier is in een echte ‘eyball to eyeball’ dialoog ook volledig zichtbaar. Wat je via Twitter ziet zijn enkel ‘woorden’ (echte en de zogenaamde ‘emoticons’). En ik weet wel dat Mehabrian’s regel niet uit z’n context mag gerukt worden en bovendien al heel wat stof heeft doen opwaaien (zie in dit verband als voorbeeld het blog van Pedro De Bruycker http://theeconomyofmeaning.com/2012/06/04/is-93-of-communication-nonverbal-busting-the-mehrabian-myth/  ). De discussies gaan daarbij praktisch steeds over de percentages die in Mehrabian’s werk werden vernoemd. Daar gaat het mij niet om. Waar het mij wel om gaat, is dat je bij een Twitter conversatie praktisch volledig verstoken blijft van de non verbale communicatie en dat die in een IRL dialoog wel volledig aanwezig is en een bovendien een gedeelte van de boodschap in zich draagt.

Bij een Twitter conversatie vult de ‘ontvanger’ van de tweet dit gedeelte zelf in en komt zo tot de ‘totale’ boodschap. Dat ‘invullen’ is uiteraard een interpretatie, we bevinden ons  inderdaad in de tweede fase van het cruciale dialoogmodel. Een van de verschillen tussen een Twitterconversatie en een ‘eyeball to eyeball’ dialoog is dat de dialoog het zogenaamde oscilleren tussen de eerste en de tweede fase van het Cruciale dialoog model heel wat makkelijker is. Daardoor komt men gemakkelijker tot een ‘gedeelde’ mening met betrekking tot wat de mededeling nu echt betekende.

figuur3

 

Authenticiteit en de interpretatie ervan door de ontvanger anders bekeken

We hebben besproken dat wat ik authentiek meedeel een onderdeel is van de eerste fase van het Cruciale dialoogmodel. Dit is het domein van wat men, in het Engels, het ‘Awareness’ bewustzijn noemt. Mijn beste vertaling is het ‘Klare’ of ‘Niet-gekleurd’ bewustzijn. Uiteraard geef ik tijdens een dialoog heel wat non verbale communicatie ‘clues’ en die worden in die eerste fase door m’n gesprekspartners ‘geobserveerd’.

Edoch, bijna ogenblikkelijk (‘in a split second’) wordt de boodschap geïnterpreteerd en wordt die interpretatie in veel gevallen als waarheid aanzien. Die interpretatie of appreciatie (de tweede fase van het Cruciale dialoogmodel heeft niet voor niets die naam) wordt gecreëerd door, terug in het Engels, het ‘Consciousness’ bewustzijn. Het spreekt vanzelf dat ik dat als ‘Gekleurd’ bewustzijn vertaal.

Het is door het praktisch ogenblikkelijk omzetten van Awareness in Consciousness dat Authenticiteit alle kleuren van de regenboog kan meekrijgen. In een echte dialoog kan dit gecounterd worden door het oscilleren tussen de twee fasen ‘Communicatie’ en ‘Appreciatie’ en uiteraard door het inzetten (van binnen uit beleven) van de bijhorende vaardigheden. Voor alle duidelijkheid vind je hier de figuur van het Cruciale Dialoogmodel met de vier fasen, de acht condities (in het rood) en de zestien vaardigheden (in het groen):

figuur2

 

Het verband tussen Authenticiteit en Transparantie binnen het Cruciale Dialoogmodel

Authenticiteit steunt op vertrouwen en openheid. Vertrouwen en Openheid kan je zien als de twee zijden van het muntstuk ‘Authentieke interactie’. Ze zijn terecht ook de basiscondities van de eerste fase van Cruciale dialoogmodel.

Openheid is in zekere zin een synoniem van het begrip transparantie. ‘Hoe open ben ik?’ kan inderdaad ook geformuleerd worden als ‘Hoe transparant ben ik?’ en uiteraard is m’n openheid in een communicatie verbonden met vertrouwen. Niet alleen met het vertrouwen dat ik heb in de persoon zelf, maar ook het vertrouwen dat die persoon de informatie die ik hem meedeel, door m’n transparantie, wel aankan. Dit ‘aankunnen’ is veelzijdig: het kunnen bevatten, het kunnen plaatsen, er mee om kunnen gaan, … Daardoor is totale transparantie altijd wel mogelijk, maar niet altijd wenselijk. Je bent, bijvoorbeeld, als volwassene niet totaal transparant ten overstaan van je echtgenote en je kinderen. Je zadelt hen met name niet op met al je zorgen, je onzekerheden… In een andere context ben je als leider ook niet steeds totaal transparant naar je ‘volgers’ toe. De hoeveelheid transparantie van de zender staat mede nauw in verband met de tolerantie voor ambiguïteit (basisconditie van de tweede fase) van de ontvanger. Dus de hamvraag die men zich steeds moet stellen is: “Hoeveel deel ik mee en met wie?”

Authenticiteit vereist dus niet hetzelfde niveau van transparantie binnen elke relatie. Wij hebben verschillende relaties met verschillende personen. Echte mens tot mens relaties zijn niet gebaseerd op lege conversaties en stereotiepe denkkaders. Ze zijn gebaseerd op dialogen waarin gezegd waar het op staat. Daarbij wordt een eenvoudige en directe taal gebruikt. Dus het KISS (Keep It Stupid Simple) principe wordt gehanteerd. Transparantie vergt een eenvoudige taal; met andere woorden: ‘eenvoud dient transparantie’. Complexiteit dient ondoorzichtigheid. De Fransen hebben voor die ondoorzichtige taal een prachtige metafoor: “Noyer le poisson’. Het overvloedig gebruik van ondoorzichtige taal is ook een teken van namaak openhartigheid.  Men zegt veel, maar niks zinnigs.

Het is de ‘uniekheid’ van mensen die menselijke relaties zo speciaal maken. Het is door de manier van informatie delen en de diepgang ervan tussen twee (of meerdere) mensen, dat vertrouwen wordt creëert; waardoor echte relaties worden gevormd. In een transparante relatie is men uit op afwijkende meningen en is men bereid zijn eigen standpunten steeds opnieuw in vraag te stellen.

Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van HN Wieman’s tweeledig engagement.

Het zogenaamd ‘tweeledig engagement’ van Henry Nelson Wieman – een belangrijk gegeven bij Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen – is heel belangrijk bij Authenticiteit en Transparantie.

Het eerste engagement betreft het steeds delen van ‘het beste’ van jezelf. Dit zou er kunnen wijzen op een totale transparantie wat dat ‘beste’ betreft, maar dat is niet zo. Het betreft enerzijds het beste van hetgeen je weet, je apprecieert, je kan inbeelden en van binnen uit beheersen en anderzijds wat van dat beste relevant is voor de ander, opdat die ander zich ten goede zou kunnen transformeren.

Op Twitter heb ik nogal vaak de indruk dat ‘het beste’ wat anderen met me delen, me niet naar een hoger niveau zal kunnen tillen. Wat mensen die middag gegeten hebben, wat ze zagen op de trein, in de supermarkt en zo meer, is zelden bruikbaar voor m’n persoonlijke transformatie.

Transparantie maakt je bovendien kwetsbaar. Kwetsbaar zijn is niet ‘zwak’ maar vergt juist kracht. Juist omdat je Authentiek, dus zelfverzekerd bent, ervaar je deze openheid niet als gezichtsverlies. Je hoeft geen ‘vals’ ego op te houden. Je leeft en communiceert vanuit je ‘Originele Zelf’. Een ‘fout maken’ ervaar je niet als ‘fout zijn’. Je geeft je fout van zodra je ze beseft, ook ruiterlijk toe. Het vergt juist moed en kracht om je kwetsbaarheid te tonen. Kwetsbaarheid uit zich onder meer in het beseffen en aanvaarden dat je referentiekader niet het enige is en zeker niet het enig zaligmakend. Moed betekent ook: ‘actie durven nemen, ondanks dat je twijfels hebt en onzeker bent’. Daarin zit bovendien de link met Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen. Dit betreft niet alleen ‘Denken’ maar ook ‘Doen’, het tweespan dat ik hoe langer hoe meer tegenkom als ‘Doenken’. Die moed zorgt er namelijk voor dat ik tolerant ben wat de onzekerheid betreft en daardoor ook niet vastgeroest blijft (en rondjes draai) in het ‘denken’. Integendeel, de moed zorgt er voor dat ik doorstoot in het Cruciale Dialoogmodel naar het Doen: het imagineren van oplossingen, besluiten én beslissingen nemen en vooral ook uitvoeren waardoor de beoogde transformatie werkelijkheid wordt, i.e. we ‘Doenken’:

DENKEN-DOEN

Mijn ervaring is dat als één persoon zich kwetsbaar durft op te stellen, dat dit een positief sneeuwbaleffect teweegbrengt in een team. Voorwaarde daarvoor is wel dat deze openheid niet meteen de kop wordt ingedrukt met schampere of ‘grappige’ opmerkingen van andere teamleden. Het is de verantwoordelijkheid van een team om samen een veilige werk omgeving te creëren waar je open je ‘beste’ kennis en ideeën kan delen, zonder angst om direct afgerekend te worden met afknalzinnen.

We luisteren ook begrijpend en waarderend naar de ‘beste’ kennis en ideeën van de anderen en beleven daarbij het tweede deel van het tweeledig engagement van Henry Nelson Wieman. Dit wil zeggen dat we het beste van wat anderen weten, appreciëren, zich kunnen voorstellen en van binnen uit beheersen, in ons integreren waardoor we beter, voller en sterker worden. transformation

Of zoals mijn derde ‘vader’ Charlie Palmgren zo vaak zegt: “de Creative Good (ie creatieve wisselwerking) creëert het nieuwe, betere Created Good (het huidige Zelf)”. Dit is de essentie van persoonlijke transformatie: “I’m not a being, I’m a continuously ‘becoming’!”. En laten we niet vergeten wat W. Edwards Deming ons leerde: ‘There is no Change without Personal Transformation.”

Gevaarlijk wordt het wanneer we niet open staan voor persoonlijke transformatie en ons dus niet laten beïnvloeden door anderen. Anders gesteld wij staan niet open voor diepgaande dialoog. We vereenzelvigen ons met wat we nu zijn, met het Huidige (Created) Zelf, ook wel Ego genoemd. Daardoor doden wij ‘de gans met de gouden eieren’ in ons,  wij doden onze Originele (Creative) Zelf.

, , , , , ,