POLARISATIE

 

Inleiding

Deze column gaat over het fenomeen ‘polarisatie’, de dynamiek van ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[i].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt beschreven worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op het dagelijks gedrag van de betrokkenen. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent direct betrokkenen, probleem eigenaren en heeft dus conflictspelers die een opstelling hebben gekozen. Het kost daarbij geen moeite om de betrokkenen, met name de probleem eigenaren, te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

 

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’[ii]komt dit op twee mindsets die diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze ‘onderscheiden’ te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie een feit. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het toekennen van steeds maar weer op zich contrasterende ‘labels’ aan die identiteiten; die daardoor hoe langer hoe meer elkaars tegenpool worden.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en met het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een prachtige manier: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen. Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

 

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. We staan niet machteloos indien we inzien dat we niet de gevangen zijn van onze mindset. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.


Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

Uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken (i.e. de ‘labels’) wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Bij toenemende Polarisatie neemt de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toe, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de redelijkheid hand over hand af. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en dus helemaal niet naar dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er dan nog de complottheorieën. Die zijn op de keper beschouwd ‘uitvluchten’ om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

 

De vijf rollen bij Polarisatie

De dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook hebben we ze alle vijf wel ‘ns gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel de werking van de rollen te leren onderkennen. Door deze kennis kunnen we bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat we onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher



Figuur 3: De opstelling van de Pushers

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact het zelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt hij z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, om aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigd zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    2. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    3. Selecteert enkel de negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    4. Luisteren zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    5. Fungeren als echokamer voor hunpusher;
    6. Zijn sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    2. Blijft gedurende deze discussie z’n eigengelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    3. Er wordt enkelgeluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    2. Daarbij wordt de mogelijkheid open gelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de stille middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om nietmee te doen

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor om niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de targetvan de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen overelkaar en nietsaanelkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm bij uitstek de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van de mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouweris van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat binnen de mindsets van de twee tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerdin elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleidt door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5 : De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Gezien diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het meestal de bruggenbouwer die als eerste sneuvelt als zondebok.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper – brenger van het ‘slechte’ nieuws; met name dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben – wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat die twee standpunten, en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar staan. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

De dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt tot een terugkerende zekerheid: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

 

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Een heel specifieke Polarisatie speelt zich af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) en organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team;dus ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En nog meer door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander alles behalve bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten. En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinie ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf is beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

 

Depolarisatie van micro polarisatie door dialoog

Mijn persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …).

Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek.

Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen.[vii]Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk de eigen mening voorgesteld én ook de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialogenmodel geplaatst.

De uitdagingen met het opschorten van z’n eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewustzijn) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die ik kan helpen z’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.”[viii]De volgende heb ik mij gaandeweg de laatste tien jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, naakte bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulnessme diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid… je ziet enkel wat jouw gekleurd bewustzijn je toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus onder meer de basiscondities  en vaardigheden van de tweede fase van het Creatieve Dialoog model in, waaronder:

  1. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik er voor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen(met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de vicieuze cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Appreciërend begrijpend betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van de dialoog is dat deze zich ver houdt van de discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen een polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruidt met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege de gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit ervaring dat mentale modellen door crisis situaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten maar m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

De aandachtige lezer heeft ondertussen reeds lang gemerkt dat ik nu net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef naslagwerk het ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons’ Rita).

 

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds maar weer sterk opvalt is dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht!

Creatively,

Johan

___________________________________________________________________________________________________

[i]Brandsma, Bart. Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[ii]Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[iii]De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv]Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie ‘Cruciale dialogen’op.cit. p. 18.

[v]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 161-170.

[vi]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 20-28.

[vii]Isaacs, William. Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. p. 41

[viii]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 16-17.

[ix]Schein, Edgard H.  Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x]‘Cruciale dialogen’op.cit. pp. 191-217.

[xi]Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. p. 39

 

BEYOND THE [CREATED] SELF

 

Part I: Meditation and the brain

Charlie Palmgren brought this book[i] to my attention. As he pointed out it one of the best descriptions of the working of the Creative Interchange process I’ve read thus far. The book itself contains, as the subtitle points out, conversations between Buddhism and Neuroscience; conversations between the two authors: Matthieu Ricard a French Buddhist and Wolf Singer a German neuroscientist.

In this series of columns I’ll paraphrase a lot of paragraphs of this book and add the links I see with the Creative Interchange process. To me, Creative Interchange, is a process of inner transformation – and after reading this book I add – through meditation. I’ve put my comments between vertical brackets and in italic. These series will give you a good insight of the content of the book and I recommend the reader to read and comment this brilliant book oneself.

 

CHAPTER 1 Meditation and the Brain

 

A SCIENCE OF MIND

Most of our innate capacities remain dormant unless we do something, through training, for instance, to bring them to an optimal, functional point.

If we transform our way of perceiving things, then we transform the quality of our lives. The form of mind training, known as meditation, brings about this kind of transformation. [This mind training and thus meditation is in my point of view another application of Creative Interchange. A sort of inner crucial dialogue so to speak.]

Nature gave us the possibility to understand our potential for change, no matter how we are now and what we have done. This notion is a powerful source of inspiration for engaging in a process of inner transformation. You may not succeed easily, but at least be encouraged by such an idea; you can put all our energy into such a transformation, which is already in itself a healing process.

The most fundamental aspect of the mind is luminous awareness.

In the freshness of the present moment, the past is gone, the future is not yet born, and if one remains in pure mindfulness and freedom [i.e. inner dialogue the Creative Interchange way], potentially disturbing thoughts arise and go without leaving a trace.

A piece of gold that remains deeply buried in its ore, in a rock or in the mud. The gold does not lose its intrinsic purity, but its value is not actualized. Likewise, to be fully expressed, our human potential needs to meet suitable conditions [That human potential is what Charlie Palmgren calls the intrinsic Worth i.e the intrinsic individual capacity for Creative Interchange].

AWARENESS AND MENTAL CONSTRUCTS

The basic quality of consciousness is called in Buddhism the fundamental luminous nature of mind. It is luminous in the sense that it throws light on the outer world our perceptions and on our inner world through our feelings, thoughts, memories of the past, anticipation of the future, and awareness of the present moment. It is luminous in contrast to an inanimate object, which is completely dark in terms of cognition.

The basic awareness is a quality that can be called basic cognition, pure awareness or the most fundamental nature of mind. There are not two streams of consciousness. It has more to do with various aspects of consciousness: a fundamental aspect, pure awareness, which is always there; and adventitious aspects, the mental constructs, which are always changing. [I call the first sometimes the ‘naked’, uncolored, transparant and non-dual consciousness and the second the ‘clothed’, colored, opaque and dual consciousness]

The mind can be aware of itself without requiring a second mind to do so. One aspect of the mind, the most fundamental aspect of it, pure awareness, can also be awareness of itself without requiring a second observer. [This capacity of the mind is fully used in the so-called Process Awareness Creative Interchange skill]

The point is not to fragment the self but to use the capacity of the mind to observe and to know itself to free oneself from suffering. We actually speak of nondual self-illuminating awareness, which emphasizes this point. There is no need for a dissociation of personality because the mind has the inherent faculty to observe itself, just as a flame does not need a second flame to light itself up. Its own luminosity suffices.

The practical point of all this is that you can look at your thoughts, including strong emotions, from the perspective given by pure mindfulness. Thoughts are manifestations of pure awareness, just like waves that surge from and dissolve back in the ocean. The ocean and waves are not two intrinsically separate things. Usually, we are so taken by the content of thoughts that we fully identify ourselves with our thoughts and are unaware of the fundamental nature of consciousness, pure awareness. Because of that we are easily deluded, and we suffer.

Example of a strong emotion is anger. Anger fills out whole landscape and project its distortion of reality on people and events. If we are able to dissociate from anger and look at it dispassionately with bare mindfulness, then we can see that it is just a bunch of thoughts and not something fearsome. Anger does not carry weapons, it does not burn like a fire or crush someone like a rock, and it is nothing more than a product of our mind.

Instead of ‘being’ the anger and fully identifying with it, we must simply look at anger and keep our bare attention on it. When we do so, what happens? Just as when we cease to add wood on fire, the fire soon dies out: anger cannot sustain itself for long under the gaze of mindfulness. It simply fades away.

WORKING WITH EMOTIONS

Your object of inquiry appears to be the mental apparatus and your analytical tool, introspection. This is an interesting self-referential approach that differs from the Western science of mind because it emphasizes the first-person perspective and collapses, in a sense, the instrument of investigation with its object. The Western approach, while using the first-person perspective for the definition of mental phenomena, clearly favors the third-person perspective for its investigation. I am curious to find out whether the results of analytical introspection match those obtained by cognitive neuroscience.

GRADUAL AND LASTING CHANGES

What really matters is the way the person gradually changes. If, over months and years, someone becomes less impatient, less prone to anger, and less torn apart by hopes and fears, then the method he or she has been using is a valid one. If the person has gradually developed the inner resources to successfully deal with the ups and downs of life, then real progress has occurred.

When you are confronted with someone who criticizes or insults you, if you don’t blow a fuse but know how to deal skillfully with the person while maintaining your inner peace, you will have achieved some genuine emotional balance and inner freedom. You will have become less vulnerable to outer circumstances and your own deluded thoughts.

Practitioners of meditation retain the capacity of being fully aware of something and they succeed in not being carried away by their emotional responses. People who do not practice meditation either do not perceive the stimuli so do not react to it or perceive it and react strongly.

The positive or negative nature of an emotion should be assessed according to its motivation – altruistic or selfish – and its consequences in terms of well-being or suffering.

OUTER AND INNER ENRICHMENT

The mind obviously has the capacity to know and train itself.[if it uses Creative Interchange] People do that all the time without calling it meditation. Meditation [i.e. using willfully – intention and attention – Creative Interchange on one’s own mind ] is simply a more systematic way of doing this with wisdom – that is, with an understanding of the mechanisms of happiness and suffering.

The process requires perseverance. You need to train again and again. With meditation, the effort is aimed at developing not a physical skill but an inner enrichment. I understand that the development of brain functions comes from exposure to the outer world. However, most of the time, our engagement with the world is semi-passive. We are exposed to something and react to it, thus increasing our experience. One could describe this process as an outer enrichment.

In the case of meditation and mind training, the outer environment might change only minimally. In extreme cases, you could be in a simple hermitage in which nothing changes or sitting alone always facing the same scene day after day. So the outer enrichment is almost nil, but the inner enrichment is maximal. You are training your mind all day long with little outer stimulation. Furthermore, such enrichment is not passive, but voluntary, and methodically directed.

When you engage for eight or more hours a day in cultivation certain mental states that you have decided to cultivate and that you have learned to cultivate, you reprogram the brain.

In a sense, you make your brain the object of a sophisticated cognitive process that is turned inward rather than outward the world around you. You apply the cognitive abilities of the brain to studying its own organization and functioning, and you do so in an intentional and focused way [cf. intention and attention], similar to when you attend to events in the outer world and when you organize sensory signals into coherent percepts. You assign value to certain states and you try to increase their prevalence, which probably goes along with a change in synaptic connectivity in much the same way as it occurs with learning processes resulting from interactions with the outer world.

The brain developmental reorganization continues until the age of about 20. The early stages serve the adjustment of sensory and motor functions, and the later phases primarily involves brain systems responsible for social abilities. Once these developmental processes come to an end, the connectivity of the brain becomes fixed, and [according to actual western brain science] and large-scale modifications are no longer possible. The existing synaptic connections remain modifiable, but you can’t grow new long-range connections.

A study of people who have practiced meditation for a long time demonstrates that structural connectivity among different areas of the brain is higher in meditators than in a control group. Hence, there must be another kind of change allowed in the brain.

PROCESSES OF NEURONAL CHANGES

Neuroscience has no difficulty in accepting that a learning process can change behavioral dispositions, even in adults. There is ample evidence of this from reeducation programs, where practice leads to small but incremental behavior modifications. There is also evidence for quite dramatic and sudden changes in cognition, emotional states, and coping strategies. In this case, the same mechanism that support learning – distributed changes in the efficiency of synaptic connections – lead to drastic alterations of global brain states. The reason is that in highly nonlinear, complex systems such as the brain, relatively small changes in the coupling of neurons can lead to phase transitions that can entrain radical alterations of system properties. This can occur in association with traumatic or cathartic experiences. [cf. my personal traumatic and cathartic experience which I call my personal paradigm shifts in my life – see my four Professional lives story on this website)

The training phase in meditation is probably capitalizing on the slow learning related modifications of synaptic efficiency, whereas the fast engagement in a particular meditative state of which experts seem to be capable relies on more dynamic routing strategies.

So far, the results of the studies conducted with trained meditators indicate that they have the faculty to generate clean, powerful, well-defined states of mind, and this faculty is associated with some specific brain patterns. Mental training enables  one to generate those states at will and to modulate their intensity, even when confronted with disturbing circumstances, such as strong positive or negative emotional stimuli. Thus, one acquires the faculty to maintain an overall emotional balance that favors inner strength and peace.

The taxonomy of mental states should become more differentiated. If this is the case, then cultures exploiting mental training as a source of knowledge should have a richer vocabulary for mental states than cultures that are more interested in investigating phenomena of the outer world.

Buddhist taxonomy describes 58 main mental events and various subdivisions thereof …

EMOTIONAL NUANCES

If you look careful at anger, you will see that it contains aspects of clarity, focus en effectiveness that are not harmful in and of themselves. Likewise, desire has an element of bliss that is distinct from attachment; pride has an element of self-confidence that does not lapse into arrogance, and envy entails a drive to act that, in itself, is not yet deluded, as it will later become when the afflictive state of mind of jealousy sets in.

EFFORTLESS SKILLS

When you are able to preserve a clear state of awareness, you see thoughts arise; you let them pass through your mind, without trying to block or encourage them, and they vanish without creating many waves.

One study with meditators showed that they could maintain their attention at an optimal level for extended periods of time. When I (Matthieu) did this task myself, I noticed that the first few minutes were challenging and required some effort, but once I entered a state of “attentional flow”, it became easier.

This resembles a general strategy that the brain applies when acquiring new skills. In the naïve state, one uses conscious control to perform a task. The task is broken down into a series of subtask that are sequentially executed. This requires attention, takes time and is effortful. Later, after practice, the performance becomes automatized. Usually, the execution of the skilled behavior is then accomplished by different brain structures than those involved in the initial learning and execution of the task. Once this shift has occurred, performance becomes automatic, fast and effortless and no longer requires cognitive control. This type of learning is called procedural learning and requires practice. Such automized skills often safe you in difficult situations because you can access them quickly. They can also of the cope with more variables simultaneously due to parallel processing. Conscious processing is more serialized and therefor takes more time.

Highly advanced meditators appear to acquire a level of skill that enables them to achieve a focused state with less effort; they are so to speak ‘in the flow’. This observation accord with other studies demonstrating that when someone has mastered a task, the cerebral structures put into play during the execution of this task is generally less active than they were when the brain was still in the learning phase.

RELATING TO THE WORLD

Mind training leads to refined understanding of whether a thought or an emotion is afflictive, attuned to reality or based on a completely distorted perception of reality.

Afflictive mental stages begin with self-centeredness, with increasing the gap between self and others, between oneself and the world. They are associated with an exaggerated feeling of self-importance, an inflated self-cherishing, a lack of genuine concern for others, unreasonable hopes and fears, and compulsive grasping toward desirable objects and people. Such states come with a high level of reality distortion. One solidifies outer reality and believes that the good or bad, desirable or undesirable qualities of other things intrinsically belong to them instead of understanding that they are mostly projections of our mind.

The strength of the ego or self-centeredness is the troublemaker. A deep sense of confidence that comes from having gained some knowledge about the inner mechanisms of happiness and suffering, from knowing how to deal with emotions, and thus from having gathered the inner sources to deal with whatever comes your way.[ii] [This makes me think of the concept ‘Inner Security’ of my fourth father Paul de Sauvigny de Blot SJ.[iii]]

HOW YOUNG CAN YOU START TO MEDITATE?

In a traditional Buddhist setting, young children are mostly taught through example. They see their parents and educators behave on the basis of principles of nonviolence towards humans, animals and the environment. One cannot underestimate the strength of emotional contagion, as well as the way of being’s contagion. One’s inner qualities are immensely important on those who share one’s life. One of the most important things is to help children become skilled in identifying their emotions and those of others, and to show them basic ways of dealing with emotional outbursts.

MENTAL DISTORTIONS

The ties that binds – Bruce Springsteen

In Dutch there is a saying, “Kom tot jezelf,” which means “cut the strings” – the ties that attach you to something, that makes you do what others want, that make you believe what others believe, that makes you be kind because somebody else makes you to be kind. If you get caught in this net of dependencies, than we say that you “lose yourself.” This is why a protective environment that generously grants self-determination is indispensable, as long as the cognitive control mechanisms of children are strong enough to protect them from losing themselves in the face of imposed intrusions and expectations.

[All this makes me of course think of Charlie Palmgren’s concept the Vicious Circle.[iv]]

If you let an emotion, even a strong one, pass through your mind without fueling it, without letting the spiral of thoughts spin out of control, the emotion will not last and will vanish by itself.

ATTENTION AND COGNITIVE CONTROL

It is conceivable that mental practice can do the same thing to the cognitive abilities of the brain and sharpens awareness of one’s own cognitive processes. This does require a substantial amount of cognitive control because the attention has to be directed towards processes originating within the brain. [cf. the duo ‘intention & attention’!]

Because it involves an internal process to decide which of the available sensory signals should have access to consciousness, intraocular suppression is frequently used as a paradigm to investigate the signatures of neuronal activity that are required for any neuronal activity to reach the level of conscious perception. In this context, it is noteworthy that practitioner of meditation can deliberately slow down the alternation rate of binocular rivalry.[v]

You can intentionally activate internal representations, focus your attention on them, and then work on them in much the same way as you process external information. You apply your cognitive abilities to internal events.

For example, you keep a meta-awareness of a particular state that you are trying to develop, such as compassion, and maintain this meditation state moment after moment … keeping your attention focused on particular internal states, which can be emotions or contents of imagination. In essence, it is the same strategy as one applies with the perception of the outer world – except that most of us are far less familiar with focusing attention on inner states.

This fits with the definition of meditation, which is to cultivate a particular state of mind without distraction. Two Asian words are usually translated in English as ‘meditation’: in Sanskrit, bhavana means to cultivate, and in Tibetan, gom means to become familiar with something that has new qualities and insights as well as a new way of being. So meditation cannot be reduced to the usual clichés of emptying the mind and relaxing.[vi]

To fully integrate altruism and compassion in our mind stream, we need to cultivate them over a longer period of time. We need to bring them to our minds and then nurture them, repeat them, preserve them, and enhance them, so that they can gradually fill our mental landscape in a more durable way.

Elements of repetition and perseverance are common to all forms of training. However, the particularity here is that the skills you are developing are fundamental qualities such as compassion, attention, and emotional balance.

Meditation, then, is a highly active, attentive process. By focusing attention on those internal states, you familiarize yourself with them, you get to know them, and this facilitates recall if you want to activate them again.

This must go along with lasting changes at the neuronal level. Any activity in the brain that is occurring under the control of attention is memorized. There are modifications in synaptic transmission, synapses will strengthen or weaken. This in turn will lead to changes in the dynamical state of neuronal assemblies. Thus, through mental training, you create novel states of your mind, and you learn to retrieve them at will.

ATTENTIONAL BLINK

The inability to process the subsequent images – presented in a rapid succession – is called attentional blink. The idea is that attention, while it is engaged in processing one consciously perceived image, is not available for the processing of the next one. Heleen Slagter and Antoine Lutz have shown that after three months of intensive training in meditation on full awareness, attentional blink was considerably reduced.

Robust and convincing data show that meditation is associated with a special brain state and does have lasting effects on brain functions.

Regarding attentional blink, from an introspective perspective, it would seem that usually the object captures someone’s attention because it goes to the object, sticks to the object, and then disengage from object. There is a moment of thinking, “Oh, I have seen a tiger” or “I have seen that word.” Then it takes some time to let it go. But, if you simply remain in the state of open presence, which is the state that works best to reduce additional blink, you simply witness the image without attaching to it and therefor without having to disengage from it. When the next image flashes, a 20th of a second later, you are still there, ready to perceive it.

So the process of meditation has two effects: You learn to work on your own attentional mechanisms, and then you become an expert in engaging and disengaging attention at will.

Buddhism says that if we don’t engage constantly in the process of attraction and repulsion, this is liberating. From a contemplative perspective, fine tuning one’s introspection toward perspective and mental processes, rather than being powerless against and blindly caught in their automatisms, corresponds to enhancing the quality and power of the mind’s telescope. This allows one to see those processes happening in real time and not be carried away and fooled by them.

People who do better at recognizing very subtle emotions (i.e. micro expressions) are more interested, curious, and open to new experiences. They are also known to be conscientious, reliable, and efficient.

ATTENTION, RUMINATION AND OPEN PRESENCE

One of the great Tibetan masters used to face the palm of his hand outward. Then he would turn his palm inward, commenting: “Now we should look within and pay attention to what is going on in our mind and to the very nature of awareness itself.” This is one of the key points of meditation.[vii]

Rumination is letting your inner chatter go on and on [i.e. the Monkey mind], letting thoughts about the past invade your mind, becoming upset again about past events, endlessly guessing the future, fueling hopes and fears, and being constantly distracted from the present. By doing so, you become increasingly disturbed, self-centered, busy, and preoccupied with your own mental fabrications and eventually depressed. You are not truly paying attention to the present moment and are simply engrossed in your thoughts, going on and on in a vicious circle, feeding your ego and self-centeredness. You are completely lost in inner distraction, in the same way that you can be constantly distracted by ever-changing outer events. This is the opposite of bare attention. Turning your attention inward means to look at pure awareness and dwell without distraction, yet effortlessly, in the freshness of the present moment, without entertaining mental fabrications.

It’s not focused attention on any content – but it’s never distracted either. You open your window of attention – yes, and without any effort. There is neither a mental chatter nor particular focus of attention except resting in pure awareness, rather than focusing on it. I cannot find any better word; it is something that is luminous, clear, and stable, without grasping [It’s pure consciousness i.e. awareness or non colored, crystal clear,’transparant’ consciousness].

MINDFULNESS AND DISTRACTION

As we cultivate attention, we should understand that it is a powerful tool, so it should be applied to something that contributes to freedom from suffering. We can also use effortless attention to simply rest in the natural state of mind, in clear awareness that is imbued with inner peace and makes us less vulnerable to the ups and downs of life. Whatever happens, we will not suffer much emotional disturbance and can enjoy greater stability. Obtaining this pure mindfulness of the present moment has many advantages. We may also use attention to cultivate compassion. If the mind is constantly distracted, even though it looks as if one is meditation, then the mind is powerlessly carried away all over the world like a balloon in the wind. So the increased resolution of your inner telescope, combined with sustained attention, is an indispensable tool to cultivate those human qualities that can be developed through meditation. In the end freedom from suffering becomes a skill.

This process is somehow different from a motor skill such as riding a bike, swimming a certain style or sailing – you have to practice over and over again until you become an expert and the skill comes becomes automatic. This is procedural learning and thus engages procedural memory. You have to practice, and you have to do it in a precise practical way. In the beginning of skill acquisition, practice is very much under control of attention and consciousness, you have to dissect the process into steps, and you need a teacher who tells (and show) you how to do it, or you do it by trial and error, which is less efficient. Having a skilled teacher is very important, especially when engaging in meditation.
Teachers help, they speed up the process, but you have to practice yourself. The neuronal substrate that supports these skills cannot shift instantly into a new state. You have to tune your neural circuits little by little over a long period of time, finally, when the skill is acquired; it becomes less and less dependent on attention and becomes more and more automatized. Imaging driving your car; you don’t invest any attention any more in driving your car through a region in your city that you know well, although you should. You can engage in an attention demanding conversation while you drive and execute a complex sequence of cognitive and executive acts without conscious control.

This can be said about meditation: In the beginning, meditation is contrived and artificial, and gradually becomes natural and effortless [this is exactly the same with the Creative Interchange skills].

CONSOLIDATING LEARNING THROUGH SLEEP

Before falling asleep, if you clearly generate a positive state of mind, filled with compassion or altruism, it is said that this will give a different quality to the whole night. Oppositely, if you go to sleep while harboring anger or jealousy, then you will carry it through the night and poison your sleep.

The cultivation of skills and their consolidation is actually the main work of meditation. A study carried in Madison, Wisconsin, in Giulio Tomoni’s laboratory, in collaboraton with Antoine Lutz and Richard Davidson, showed that, among meditators who had completed between 2000 and 10000 hours of practice, the increase of gamma waves was maintained during the deepest phase of sleep, with an intensity proportional to the number of hours previously devoted to meditation.[viii] The fact that these changes persist in these people at rest and during sleep indicates a stable transformation of their habitual mental state, even in the absence of any specific effort, such as a meditation session.[ix]

The brain’s memory is associative; it’s not like computer memory, where you have distinct addresses for distinct contents. In the brain different memories are stored within the same network by different changes in the coupling of neurons. The equivalent of a particular engram is a specific dynamic state of the network, a state characterized by the specific spatiotemporal distribution of active and inactive neurons of the network.

COMPASSION AND ACTION

If you are not caught inside the bubble of self-centeredness and are less involved in relating everything to yourself, then the ego ceases to feel threatened. You become less defensive, feel less fear, and are less obsessed with self-concern. As the deep feeling of insecurity goes away, the barriers that the ego created fall apart. You become more available to others and ready to engage in any action that could be benefit them. In a way, compassion has popped the ego bubble. That’s our interpretation. That’s why those states of compassion and open presence give the strongest gamma waves of all meditation states, more than focused on attention, for instance.

The technical term in Tibetan for the latter meditation translates to “one-pointed focused attention.” Another term to use for this is “open presence”. Of course, these words are approximate. It is quite difficult to put such experiences into words. But it turns out that unconditional compassion produces even higher gamma activation than open presence.

Compassion and altruistic love have a warm, loving, and positive aspect that ‘stand-alone’ empathy for the suffering of the other does not have. The latter can easily lead to empathic distress and burnout. While collaborating with Tania Wolf, we arrived at the idea that burnout was in fact a kind of “empathy fatigue” and not a “compassion fatigue” as people often say.[x]

COMPASSION, MEDITATION, AND BRAIN COHERENCE

We call it fulfillment, wholesomeness, inner peace. That brings us back to what His Holiness the Dalai Lama often says, with a good touch of humor, when he explains that the bodhisattva – the ideal embodiment of altruism and compassion in the Buddhist path – has in fact found the smartest way to fulfill his own wish for happiness. The Dalai Lama adds that when thinking and acting in an altruistic way, it is not at all guaranteed that we will actually benefit others or even please them. When you try to help someone, even with a perfectly pure motivation, they might look at you suspiciously and ask, “Hey, what do you want, what’s the matter with you?” But you are 100% sure to be helping yourself because altruism is the most positive of all mental states. So the Dalai Lama concludes, “The bodhisattva is smarty selfish.” In contrast, the one who only think of himself is “foolishly selfish” because he only brings distress on himself. [That makes me think of an exercise I’ve learned from Charlie Palmgren and what he uses to call ‘The Purpose Game’. During that game (exercise) every person of each dyad playing the game thinks of an action he or she repeatedly do over time, without being forced. She or he has to express the activity and the other person has only one question to ask: “What the purpose of that?”. The first player has to answer authentically to that question, which means, “What’s in for me?” One has to stay with one self while being authentic. The second one questions each answer of the first person: “What is the purpose of that?” This game until the first person repeats in paraphrases his ‘final’ purpose’. Then the roles of the dyad game change, but not the rules of the game, until the second person reaches his ‘final’ purpose. I’ve played that game with hundreds of dyads and every person came to the following ‘final’ purpose: be happy, be content, and be in inner peace and the kind. So the Dalai Lama’s right: we are smartly selfish.]

Many people are literally destroyed by inner conflicts and those go together with a lot of rumination. Yes, and we ignore the nature of the activity patterns representing conflicts and ruminations. Maybe it is a condition where mutually exclusive assemblies compete for prevalence, thereby causing instability, a permanent alternation between metastable state – that are simply called “hope and fear” – if no stable state is reachable, if the internal model of the world that the brain permanently has to update by learning continues to be in disagreement with “reality.” If the brain is striving for stable, coherent states because they represent results and can be used as the basis for future actions, and if pleasant feelings are associated with these consistent states, the one purpose of mental training could be to generate such states in the absence of any practical goals. However, to generate such states right away, detached from any concrete content, may be difficult. This is probably the reason that the meditator initially imagines concrete objects – why you try to focus attention on specific, action-related emotions to evoke positive feelings such as generosity, altruism, and compassion, which are all highly rewarding attitudes.

As opposed to selfish behavior. Exactly. So you use this imagery as a vehicle to generate coherent brain states, and if the contents are pleasant, then a joyful condition is created. Then, once you gain more expertise in controlling brain states, you learn to detach these states from their triggers until they become increasingly free of content and autonomous.

ALTRUISM AND WELL-BEING

Altruism, inner peace, strength and freedom, and genuine happiness grow together like the various parts of a nourishing fruit. Selfishness, animosity, and fear come together as parts from a poisonous plant. The best way to become truly compassionate is out of wisdom, by deeply realizing that others do not want to suffer, just like you, and want to be happy, just as you do. Consequently, you become genuinely concerned with their happiness and suffering. Helping others may sometimes not be “pleasant,” in the sense that you might have to deliberately endure some “unpleasant’ hardship to help someone, but deep within is found a sense of inner peace and courage and a sense of harmony with the interdependence of all things and beings.

To come back to inner conflicts, they are mostly linked with excessive rumination on the past and anxious anticipation of the future, and thus they lead to being tormented by hope and fear.

One can see it as an exaggeration of the otherwise well-adapted and necessary attempt to use past experience to predict the future, an attempt that is likely to not always converge toward a stable solution because the future is not foreseeable. Maybe it is the clinging to the fruitless search for the best possible solution – that is by definition impossible to find – that frustrate the system and causes uneasy feelings.

MAGIC MOMENTS

Hiding in the bubble of self-centeredness to protect oneself reinforces the feeling of insecurity. In fact, within the confined space of self-centeredness, rumination goes wild. Thus one of the purposes of meditation is to break the bubble of ego grasping and let these mental constructs vanish in the open space of freedom. [This makes me think of hiding in the nine-dot space of the Vicious Circle, the space of the demands and expectations we can just cope with. Thus, one of the purposes of meditation could be to break the Vicious Circle of ego surviving.]

When in daily life people experience moments of grace or magic, what happens? All of the sudden, the burden of inner conflict is lifted. It is great to fully enjoy such magical moments, but it is also revealing to understand why they felt so good: pacification of inner conflicts and a better sense of interdependence with everything, rather than fragmenting reality into solid, autonomous entities, a respite from mental toxins. All of these are qualities that can be cultivated through developing wisdom and inner freedom. This practice will lead not to just a few moments of grace but to a lasting state of well-being that we may call genuine happiness. It is a satisfactory state because the feelings of insecurity gradually give way to a deep confidence. i.e. Confidence that you will able to use those skills to deal with the ups and downs of life, sensations, emotions, and so on in a much more optimal way. Your equanimity, which is not indifference, will spare you from being swayed back and forth like mountain grass in the winds by every possible blame and praise, gain and loss, comfort and discomfort, and so on. You can always relate to the depth of inner peace, and the waves at the surface will not appear as threatening as before. [Living Creative Interchange from within will create magical moments and generate inner peace. The confidence Matthieu talks about is the confidence in the Creative Interchange process. The confidence that you will able to create the conditions and use the skills so that you can deal with the tides of life and that you are not steered from the outside, by blame and praise, but from the inside, the inner peace, the inner security through living Creative Interchange.]

COULD FEEDBACK REPLACE MIND TRAINING?

Thus through mental training, you familiarize yourself with states of inner stability, thereby protecting yourself against fruitless ruminations. If these desired states have a characteristic electrographic signature that can be measured and monitored, then we could use bio-feedback to facilitate the learning process required to obtain and maintain these states. It might help to familiarize oneself with these states more quickly. Admittedly, this approach is typical Western aspiration to circumvent cumbersome and time-consuming procedures and look at shortcuts on the way to happiness… [Learning to live Creative Interchange from within surely is cumbersome and time-consuming, that’s why a lot of people who want that search for short-cuts, although they know that is not possible. Western people are still desperately looking for quick fixes…]

Matthieu is convinced that any shortcut will result more in a state of addiction than in a deep change in your way of being, as it is acquired through mind training. The perception of inner peace and fulfillment is a byproduct of having developed an entire cluster of human qualities [through living Creative Interchange from within.]

A meditator would relate alpha waves to mental chatter, the little chaotic conversations that seems to be going on most of the time in the background of our mind.

As mentioned earlier, we should correct the naïve image of meditation that still predominates in the West as sitting somewhere to empty your mind and relax. Of course, an element of relaxation is present, in the sense of getting rid of inner conflict, cultivation inner peace, and freeing one from tensions. Also, an element of emptying your mind can be seen, in the sense of not perpetuating mental fabrications of linear thinking and resting in a state of the clear freshness of the present moment. However, this state is neither “blank” nor dull relaxation. It is a much richer state of vivid awareness. Also, one does not try to prevent the thoughts from arising, which is not possible, but frees them as they arise.

Research done by the neuroscientist Scott Barry Kaufman has indicated that brain states favorable to creativity seems to be mutually exclusive with focused attention. According to him, creativity is born from a fusion of seeming contradictory mental states that can be limpid and messy, wise and crazy, exhilaration and painful, spontaneous and yet arising from sustained training.[xi] [cf. The Polarity exercise in Creative Interchange Mindset Training of Charlie Palmgren.]

ARE THERE LIMITS TO MIND TRAINING?

Understanding the deeper causes of others’ suffering and generating the determination to alleviate them also arises from wisdom and ‘cognitive” compassion. The latter is linked to the comprehension of the more fundamental cause of suffering, which, according to Buddhism, is ignorance – the delusion that distorts reality and gives rise to various mental obscurations and afflictive emotions such as hatred and compulsive desire. So this cognitive aspect of compassion can embrace the infinite number of sentient beings who suffer as a result of ignorance.

MEDITATION AND ACTION

Freeing oneself from the influence of self-centeredness and ego clinging is precisely what makes you more concerned with others and less indifferent toward the world. Meditation is a key process for developing and enhancing altruistic love and compassion.

You need time and concentration to cultivate a skill. While thrust into the often-hectic conditions of the world, you might be too weak to become strong, too weak to help others and even to help yourself. You don’t not have the energy, concentration, and time to train. So this development stage is necessary, even if it does not appear to be immediately useful to others.

The idea is to develop skills in an environment that is conducive to mental training, so that one becomes strong enough to display and maintain genuine altruism and compassion even in the most trying and adverse circumstances, when it is most difficult to remain altruistic. The advantages of spending dedicated time to develop human qualities are obvious. You thus gain inner strength, compassion, and balance before embarking on serving others.

Developing the right motivation is a crucial factor in everything we do. In the Buddhist path, the core motivation of the apprentice bodhisattva is, “May I achieve enlightenment in order to gain the capacity to free all beings from suffering.” If such an aspiration is genuinely present in your mind, then your practice is the best investment you can make for the benefit of others. This is not the result of indifference but of the sound reasoning that you have to prepare yourself and build up the necessary strength to be of use to humanity.

It also makes sense to see that as long as you are still a mess yourself, there’s no point of going around and messing around with other people’s live as well. You need to be skillful in recognizing when you are mature enough to meaningfully help others. Otherwise it is like cutting wheat when it is still green. Nobody benefits from it.

We would not underestimate the power of the transformation of the mind. We all have the potential for change [since we’re all born with the Creative Interchange process and have our intrinsic Worth], and it is such a pity when we neglect to actualize it. It is like coming home empty-handed form an island made of gold. Human life has immense value if we know how to use its relatively short time span to become a better person for one’s own happiness and that of others [and become the Leader we were born to be: “Becoming a Leader Is Becoming Yourself.” – Warren Bennis and Russ S. Moxley.] This requires some effort, but what doesn’t? [as Herman de Coninck – a Flemish poet – once said: “What doesn’t cost effort is mostly not worthy of the effort.”]

So let’s end this first part on a note of hope and encouragement: “Transform yourself to better transform the world.” [quotes of Ghandi, Archimedes, and so on]

 

___________________________________________________________________________

 

[i] M. Ricard and W. Singer, Beyond the Self: conversations between Buddhism and neuroscience. Cambridge, MA: MIT Press, 2017

[ii] M. Ricard, Happiness: A Guide to Developing Life’s Most Important Skill. New York, NY. Little, Brown and Company. 2006

[iii] http://pauldeblot.nl/2009/11/16/we-hebben-geen-houvast-meer/

[iv] S. Hagan and C. Palmgren, The Chicken conspiracy. Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore. MA: Recovery Communications, Inc. 1998.

[v] O. L. Carter, D. E. Pretl, C. Callistemon, Y. Ungerer, G. B. Liu and J. D. Petigrew, “Meditiation alters perceptual rivalry in Tibetan Buddhist monks,” Current Biology, no. 11 (2005): R412-R413.

[vi] M. Ricard and W. Singer, Beyond the Self: conversations between Buddhism and neuroscience. op.cit. p. 33.

[vii] M. Ricard and W. Singer, Beyond the Self: conversations between Buddhism and neuroscience. op. cit. p 36.

[viii] F. Ferrarelli et al. “Experienced mindfulness meditators exhibit higher parietal-occipital EEG gamma activity during NREM sleep.” PloS One 8 no. 8 (2013): e73417.

[ix] A. Lutz. H. A. Slagter, N. B. Rawlings, A. D. Francis, L. L. Grieschar, & R. J. Davidson, “Mental training enhances attentional stability, neural and behavioral evidence,” Journal of Neuroscience 29 no. 42 (2009): 12418-13427.

[x] O. M. Klimecki, S. Leiberg, M. Ricard, and T. Singer, “Differential pattern of functional brain plasticity after compassion and empathy training.” Social, Cognitive, and Affective Neuroscience 9, no. 6 (2014): 873-879.:

[xi] S. B. Kaufman & C. Gregoire, Wired to Create: Unraveling the Mysteries of the Creative Mind. New York NY: Targer Perigee, 2015.