BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXI

HOE OMGAAN MET EEN CONFLICT

In 1976 stond Bruce Springsteen met zijn rug tegen de muur. 

Het jaar voordien was hij – na twee commerciële flops – wereldwijd doorgebroken met Born to Run. Maar het succes dreigde hem te vervreemden van alles wat hem dierbaar was, en een juridisch conflict met ex- manager Mike Appel belette hem om een opvolger op te nemen. Wat niet wil zeggen dat The Boss bleef zitten niksen. Hij schreef liefst zeventig songs waarvan er twee jaar later slechts tien op Darkness on the Edge of Town terecht zouden komen. 

De reden waarom Mike Appel en Bruce Springsteen met elkaar in proces lagen, was evident: de zanger had als jonge beginneling een contract getekend waarbij Appel, die naast manager ook producer en platenbaas was, niet alleen de artistieke controle had over wat hij deed, maar ook het merendeel van de rechten op diens nummers bezat. De zaak sleepte twee jaar aan, en beide partijen vertellen hun kant van het verhaal in The Promise. 

“Liever dan rijk en beroemd wilde ik goed zijn”, vertelt Springsteen in The Promise, en eerder dan een doorslagje van Born to Run te maken – iets waar zowel de platenfirma, manager Jon Landau als de E Street Band op aanstuurde – opteerde The Boss voor twee handen vol songs waarop de glamour ver te zoeken was. In plaats daarvan zong hij over het leven in de fabriek waar zijn vader werkte (‘Factory’), en spitsten de nummers zich toe op de zoektocht naar innerlijke kracht in situaties waar de voortekenen het slechtste doen vermoeden (‘Adam Raised a Cain’, ‘The Promised Land’)[i]

– Bart Steenhaut 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het omgaan met een conflict. Bruce Springsteen belandde in een hevig conflict met z’n manager Mike Appel en gaf deze wel de kans om zijn versie van het verhaal in de documentaire ‘The Promise’ te berde te brengen. Een conflict hoeft dus geen eeuwigdurende breuklijn te zijn.

Zoals jullie al ondervonden hebben, heeft ieder mens wel eens meningsverschillen, ruzies of conflicten. Dit kan over van alles gaan: belangrijke principes, idealistische overtuigingen, kleine onbenullige dingen, taakverdeling in het gezin (een voor jullie hele bekende, toch?!?). Kortom: over van alles en nog wat kunnen conflicten ontstaan. Conflicten ontstaan dus uit meningsverschillen en deze laatste zijn eigenlijk normale verschijnselen. Belangrijk daarbij is de manier waarop we met die verschillen omgaan. In principe hoeft verschil van mening niet tot ruzie of conflict te leiden. In de praktijk gebeurt dit echter vaak wel. 

Volgens mij komt dit omdat de meeste mensen niet geleerd hebben goed met ruzies om te gaan en ook omdat er bij een conflict meestal meer meespeelt dan alleen de inhoud of de kwestie op zich. Een conflict ontstaat, over het algemeen, omdat mensen, wanneer ze een meningsverschil hebben, niet meer naar elkaar luisteren. Soms is de inhoud van het meningsverschil op zich niet eens zo belangrijk, maar spelen niet luisteren naar elkaar, emoties en/of botsende persoonlijkheden een rol. Conflicten kunnen aanleiding geven tot spanning en stress. Dit komt omdat conflicten vaak emotioneel beladen zijn en gepaard kunnen gaan met boosheid, woede, angst, teleurstelling, schaamte, schuldgevoel of gevoelens van spijt of berouw. Conflicten zijn niets anders dan de vruchten van de Vicieuze Cirkel[ii].

Wat verstaan we onder een conflict

Er zijn meerdere definities van het begrip conflict. Het is wel belangrijk dat de partijen, die in een conflict verzeild geraakt zijn, een gedeelde mening hebben van wat een conflict nu eigenlijk is. Paul Huguenin[iii] (2004) omschrijft het als volgt:

Een conflict is een spanning, die ontstaat als strevingen, doelen, waarden, opvattingen, belangen en dergelijke van twee of meer mensen of groepen elkaar tegenwerken of uitsluiten.

Een specifiek conflict is een sociaal conflict. Daarbij streven minstens twee sociale systemen of subsystemen (organisaties, groepen, individuen) verschillende en elkaar – gedeeltelijk – uitsluitende doelen na. Bovendien is een conflict vaak dynamisch waardoor het vaak zinvol is om een conflict te analyseren als zich afspelend tussen twee subsystemen van een sociaal systeem.

Eloïse, Edward en Elvire, nog even ter verduidelijking; een systeem is op te vatten als een geheel van wisselwerkingen tussen onderdelen. De onderdelen alleen vormen niet het systeem, het is voornamelijk de wisselwerking tussen de onderdelen dat van die onderdelen een systeem maakt. Het voorbeeld dat ik wel duizendmaal gebruikt heb, is het volgende. Men kan een auto volledig demonteren en alle onderdelen uitstallen op een vloer. Men heeft dan wel de onderdelen, maar geen auto, en dus geen systeem meer. Door het uit elkaar halen van een systeem doodt men het! Inderdaad, men analyseert soms een levend systeem zodanig dat men het doodt. Een klassiek voorbeeld is het ontbinden van een probleem in de deelcomponenten ervan. Elk component tracht men dan te behandelen. Dit betekent geenszins dat daardoor het probleem opgelost wordt. Men knipt namelijk de interacties tussen de onderdelen door, waardoor de samenhang verdwijnt. Mijn voorbeeld is gebaseerd op een vraag die ik ooit Peter M. Senge hoorde stellen en die vrij vertaald als volgt luidt: “Wat heeft men wanneer men een koe in twee deelt?[iv]” Geen twee kleine koeien en wel twee helften dood vlees. Bij het delen doodt men het levend systeem. Een sociaal systeem kan men dus zien als een geheel van wederzijdse dynamische relaties of wisselwerkingen tussen groepen personen of personen. 

Verschillen van mening, tegengestelde opvattingen e.d. zijn dus niet automatisch conflicten. In het bijzonder is een zelfs immens groot verschil in opvattingen geen conflict als het proces verder verloopt als een overleg, waarin de ene partij luistert naar de argumenten van de andere, hieraan flink gewicht hecht en gericht is op het vinden van de meest correcte opvattingen. In deze serie columns heb ik dit ‘het zoeken van een gedeelde mening’ genoemd. Ook leiden tegengestelde opvattingen zelden tot een conflict wanneer er een verschil in status (macht en hiërarchie) is tussen de twee opponenten. Zo zal iemand die lager geplaatst is in een organisatie, veelal het hoofd buigen voor zijn legitieme baas, ook wanneer die een sterk afwijkende mening heeft. Het hemd is vaak nader dan de rok.

Het hebben van een conflict, is dat goed of is dat slecht?

Ook deze ‘of’ vraag beantwoord ik uiteraard met een fikse JA!

Eloïse, Edward en Elvire, conflicten komen overal voor en worden vaak als vervelend ervaren, maar hoeven niet per se of altijd negatief te zijn. Een conflict kan ook leiden tot een positieve uitkomst. Bijvoorbeeld, door te leiden tot de oplossing voor een lang slepend probleem dat heel lang heeft gewoekerd en tot veel spanning en stress heeft geleid. Het kan ook, hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, juist leiden tot een betere en diepere band tussen mensen.

Nuttige functie van een conflict

Conflicten hebben dus niet alleen een negatief karakter. Een conflict kan nuttig en verhelderend zijn. Hier enkele positieve functies van een conflict:

  • Bron van vernieuwing en verandering: een conflict kan de creativiteit en de nieuwsgierigheid van de betrokkenen verhogen. Het is een mogelijkheid waarin een probleem helder gemaakt wordt en een weg geopend wordt om het probleem op te lossen.
  • Bevestiging van de eigen identiteit: het conflict maakt dat de betrokkenen zich bewust worden van hun eigen positie en standpunt. Het maakt het verschil van beide partijen duidelijk en geeft ruimte om elkaar te leren begrijpen.
  • Motivatie: een conflict kan de motivatie verhogen om de eigen mogelijkheden te onderzoeken. Het doet een beroep op iemands fysieke en mentale inzet en creativiteit.
  • Reflectie: een conflict geeft de mogelijkheid om het eigen denkkader in vraag stellen en geeft daardoor ruimte om de eigen mindset transformeren.

Negatieve effect van een conflict: stress

Gezien een conflict een vrucht is van de Vicieuze Cirkel is stress per definitie een negatief effect van een conflict. Als een individu of een organisatie het nuttige effect van het conflict laat liggen of te lang uit de weg gaat, stapelen de nadelige effecten zich steeds meer op. Ik noem enkele nadelige effecten van een conflict:

  • Desintegratie: een conflict heeft een negatieve invloed op relaties binnen het gezin;
  • Energieverlies: een conflict kost energie die ten koste gaat van andere zaken;
  • Gezien conflicten leiden tot stress, zijn de psychische gevolgen van stress dan ook een realiteit;
  • Vertekening van de werkelijkheid: liefde maakt blind maar haat ook. Een conflict geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid waardoor een constructieve oplossing niet wordt gevonden. Dit komt omdat men zich bij een conflict vastrijdt in het eigen, per definitie, vertekenend denkkader, dat ik ook wel eens de persoonlijke ‘gekleurde bril’ noem.

Conflicten: positieve neveneffecten

Hoewel de meeste mensen conflicten als onprettig ervaren, kunnen ze toch ergens goed voor zijn, bijvoorbeeld:

  • Het (beter) leren kennen van je eigen grenzen: een conflict is namelijk een signaal dat er een grens overschreden is.
  • Opluchting en ontlading van spanning: door het uitspreken of uiten van wat je dwars zat/zit.
  • De moed om het achterste van je tong te laten zien, echt voor je mening en wat je dwars zit uit te komen. Dit heeft vaak het effect dat de ander (degene met wie je het conflict hebt) noodgedwongen ook het achterste van haar/zijn tong moet laten zien. Hierdoor kan je iemand beter leren kennen, wat dan weer de band of relatie met de ander sterker of dieper kan maken.
  • Een conflict kan een vernieuwing in een relatie creëren. Men bezint zich op het eigen belang en uitgangspunten, de ander doet dat ook. Vanuit deze diversiteit kan iets nieuws gecreëerd worden. Dit kan overigens ook inhouden dat de balans doorslaat in de richting van een punt achter de relatie zetten, dit als de tegenstellingen of conflictpunten onoplosbaar zijn.

Oorzaken van een conflict

Waar personen en groepen hetzelfde nastreven, maar ten koste van anderen, is de kans groot dat er conflicten ontstaan. Hierna noem ik een aantal belangrijke aspecten die van invloed zijn:

  • Aantal mensen: meer mensen zorgen voor meer verschillen. Dus ook meer kans op conflicten. Dezelfde diversiteit zorgt ook voor synergie!
  • Individualiseringsproces: mensen worden steeds meer op zichzelf gericht. Men wil zelfstandig beslissingen nemen waardoor ook meer belangen conflicten ontstaan.
  • Hiërarchie: door de individualisering en emancipatie neemt het ontzag voor formele autoriteiten af.
  • Integratie en internationalisatie: de globalisering bedreigt op verschillende valkken de veiligheid (‘security’) en is dus de oorzaak van conflict en geweld.
  • Mobiliteit en communicatie: mensen van over de hele wereld kunnen vandaag de dag steeds vaker en beter contact met elkaar hebben. Dit heeft voordelen op gebied van wederzijds begrip maar kan ook leiden tot spanningen. Denk daarbij ook aan de Sociale Media, zoals Twitter en Instagram.
  • Onderlinge afhankelijkheid: doordat iedereen steeds onafhankelijker wordt leidt dat paradoxaal genoeg juist ook tot meeer interafhankelijkheid. Je kunt dit vergelijken met een rij domino stenen. Wat de een doet kan invloed hebben op de ander.

Conflictniveaus

Er kan op verschillende niveaus sprake zijn van een conflict. Huguenin onderscheidt vijf niveaus[v]:

  1. Intrapersoonlijkconflict: conflict binnen de persoon zoals frustraties, identiteitscrisis en rolconflict;
  2. Interpersoonsconflict: conflict tussen twee individuen;
  3. Intergroepsconflict: conflict tussen groepen;
  4. Interorganisationeel conflict: conflict tussen organisaties;
  5. Maatschappelijk conflict: conflict tussen grote groeperingen (opstand, oorlog).

Ik ga het in deze column vooral hebben over de eerste twee niveaus van bovenstaande indeling.

Omgaan met conflicten: coping of hantering

Eloïse, Edward en Elvire, belangrijk is de manier waarop jullie omgaan met conflicten, dat spreekt vanzelf. Evenzo is het goed om te beseffen dat de kans groot is dat degene met wie men een conflict heeft, een andere stijl van omgaan met conflicten heeft. Het is namelijk een gegeven dat verschillende mensen verschillende stijlen van omgaan met conflicten kunnen hebben. 

In de literatuur wordt er van uitgaan dat er niet zoiets bestaat als een goede conflicthanteringsstijl. Men gaat daarbij uit van de aanname dat een bepaalde stijl in de ene situatie kan goed uitpakken en in de andere juist niet. Men neemt vaak ‘klakkeloos’ aan dat het gaat om het hanteren van de juiste stijl in de juiste situatie. Dit is de ‘heersende’ mindset met betrekking tot het hanteren van conflicten. Eloïse, Edward en Elvire, ik zou jullie grootvader niet zijn indien ik het met die ‘fixed’ mindset eens zou zijn. Er is wel degelijk één conflicthanteringsstijl, namelijk het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De reden voor die overtuiging is dat elk conflict een spin-off is van de werking van de Vicieuze Cirkel. Daardoor kan het antidotum voor conflicten niets anders zijn dan het creatief wisselwerkingsproces. Het ondertussen overbekende beeld en header van m’n website geeft dit overigens duidelijk aan. Het beleven van Creatieve wisselwerking is geen eenheidsworst en steeds verrassend nieuw. Anders gesteld, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingzorgt steeds voor de juiste stijl in de elke situatie.

Over het algemeen is de mens geneigd om vanuit een vast reactiepatroon te reageren. Dit laatste heb ik het denkkader, mindset en persoonlijk paradigma genoemd. Vasthouden aan een, overigens vastgeroest, mindset geeft doorgaans meer van hetzelfde, conflicten worden niet opgelost, integendeel, ze verergeren! De oplossing is dus het transformeren van de aan zet zijnde mindsets. Wanneer het een ruzie tussen twee individuen betreft, betekent dit dat beiden hun mindset dienen te transformeren. En, Eloïse, Edward en Elvire, wat kan een mindset transformeren gezien de mind dat zelf niet kan? Juist: het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking!

Omgaan met conflicten wordt in de literatuur ook aangeduid met de termen conflict coping en conflicthantering. Uit verschillende theorieën komt naar voren dat er vijf manieren zijn waarop je met een conflict om kunt gaan:

  1. Vermijden (ontlopen);
  2. Aanpassen (meegaan);
  3. Strijden (doordrukken);
  4. Onderhandelen (compromis);
  5. Samenwerken (oplossen).

Punten 1 tot en met 3 komen overeen met wat ik ‘vluchten, bevriezen of vechten’ heb genoemd in eerdere columns. Ze komen overeen met de monoloog, het debat en het doordrukken van de eigen mening (zie ook ‘Cruciale dialogen’[vi]). Punt 4 is het gesprek dat leidt tot een compromis; beiden doen water in de wijn. In elke van deze strategieën is er geen sprake van dialoog en dus niet van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Enkel punt 5 gaat over de dialoog gebaseerd op Creatieve wisselwerking.


Het verschil tussen deze verschillende manieren van omgaan met een conflict schuilt in hoe je omgaat met twee elementen van dat conflict:

  • de inhoud of kwestie waar het conflict over gaat;
  • de relatie met de ander.

Vermijden

Een conflict vermijden doe je over het algemeen als je zowel de kwestie als de relatie niet echt belangrijk vindt. Je kiest ervoor om niet te reageren en gaat de ander uit de weg. Henry Nelson Wieman noemde dit ‘evasive’ gedrag[vii]. Zelf noem ik dit 1+1=0.

  • Voordeel: je steekt er geen energie in; 
  • Nadeel: vermijden is geen verstandige strategie indien men na het conflict nog met de ander te maken zal hebben. Het conflict wordt hiermee uiteraard niet opgelost en blijft gewoon sluimerend bestaan. Het kan op elk (vaak onverwacht) moment terug de kop opsteken. Tel uit je winst, want ondertussen brengt het conflict voortdurend schade aan.

Aanpassen

Aanpassen doet men over het algemeen als men de relatie belangrijker vindt dan de kwestie of inhoud van het conflict. Als men zich aanpast, zet men de eigen belangen opzij. Aanpassen kan een verstandige strategie zijn als men tot het besef komt dat men ongelijk heeft of in een situatie waar men op veilig speelt. Zelf noem ik dit 1+1=1, de His Master’s Voice versie.

  • Voordeel: je bewaart de lieve vrede en bouwt sociaal krediet op;
  • Nadeel: soms kan aanpassen minder goed of ronduit slecht zijn. Men laat zich dan iets in de maag splitsen, waar men niet achter staat. Of men laat over zich heen lopen. Mensen die niet assertief zijn, kiezen vaak voor aanpassing als strategie. Dit kan echter later zuur opbreken.

Strijden

Strijden doet men als men de inhoud/kwestie van het conflict erg belangrijk vindt en de relatie met de ander minder of onbelangrijk. Met deze strategie stelt men het eigen belang voorop en zet men ‘alles op alles’ teneinde te winnen. Men pakt alles aan wat enigszins een machtspositie kan geven in het conflict, zodat men haar of zijn eigen zin kan doordrukken: argumenten, machtspositie, sancties, de zwakke punten van de ander en allerhande manipulatietechnieken. Strijden kan men doen om op te komen voor eigen rechten, bij onrechtvaardigheid, in noodsituaties, bij onderwerpen die van groot belang zijn en dan nog alleen als men zeker weet dat men gelijk heeft. Of om zichzelf te beschermen tegen mensen die anders misbruik van de situatie zouden maken. Zelf noem ik dit 1+1=1, de ‘win-lose’ versie.

  • Voordeel: men heeft een grotere kans om gelijk te krijgen; men houdt volledig vast aan het eigen belang;
  • Nadeel: strijden is ‘win-lose’ strategie en dus niet handig indien men later nog wil samenwerken. Men beschadigt hiermee de relatie. Daar komt bij dat men dit eigenlijk alleen kan doen als men diegene is die de meeste machtsmiddelen tot zijn beschikking heeft. Strijden is – indien het een vast patroon is – vaak een strategie voor mensen die agressief en manipulatief zijn.

Onderhandelen

Bij onderhandelen richt je je zowel op de kwestie/inhoud van het conflict als op de relatie. Onderhandelen betreft het overbruggen van het verschil, anders gesteld men ‘overbrugt’ het verschil. Om tot een wederzijds acceptabele oplossing te komen doen beide partijen concessies. Hierbij houden beide partijen vast aan hun eigen belang en doelstelling, maar zetten wel van hieruit stappen naar elkaar toe. Onderhandelen is een goede strategie als beide partijen even machtig zijn en de doelstellingen elkaar uitsluiten. Als er sprake van tijdsdruk is of bij meer complexe problemen kan onderhandeling een goede strategie zijn. Op onderhandelen valt men soms terug als andere strategieën (bv. strijden of samenwerken) niet lukken of gelukt zijn. Zelf noem ik dit 1+1=1,5 of, uiteraard, het compromis.

  • Voordeel: het is sneller dan samenwerken;
  • Nadeel: je komt niet altijd tot een optimale oplossing, het is en blijft een compromis.

Samenwerken

Samenwerken doet men als men zowel de kwestie als de relatie belangrijk vindt. Men zoekt door samenwerking een oplossing waar beide partijen achterstaan, men streeft dus naar ‘win-win’ of synergie. Hierbij laten beide partijen eigen belangen los en gaan op zoek naar het gezamenlijk belang. Gaan samen op zoek naar een oplossing door goed naar elkaar en ieders opvattingen en de onderliggende belangen te luisteren. Samenwerken is een goede strategie als het doel leren is of als je een band wilt creëren. Echter, dit kan alleen indien de ander er ook open voor staat. 

Opgelet echter, indien de andere partij opteert voor strijden, aanpassen of vermijden, dan zal deze strategie niet werken. Zelf noem ik dit 1+1>3 of synergie.

  • Voordeel: je kunt er veel van leren en het creëert een band;
  • Nadeel: het kost veel tijd.

Het is goed om te beseffen dat er verschillende stijlen en strategieën zijn, dit om:

  • naar het eigen vaste reactiepatroon te kijken en deze mogelijk te transformeren en
  • om door te krijgen wat de strategie van de ander is.


Eloïse, Edward en Elvire, ik hoop jullie hiermee overtuigd te hebben dat, wanneer het omgaan met een conflict betreft, er maar één strategie succesvol is: het van binnenuit beleven van creatieve wisselwerking. Het leuke daarbij is dat wanneer men creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd er zoveel positieve spin-off’s zijn, zoals het oplossen van problemen en het grijpen van kansen. Dit is niet verwonderlijk omdat conflicten, problemen, kansen en zo meer één zaak gemeen hebben. Het gaat over een verschil (de ‘delta’) tussen wat men heeft en wat en wil hebben. Een verschil dat men door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking overbrugt.


[i] Bart Eeckhaut. Bruce Springsteen: The Promise – The Darkness in the Edge of Town Storyhttps://www.demorgen.be/tv-cultuur/bruce-springsteen-the-promise-the-darkness-in-the-edge-of-town-story~bbbfec30/

[ii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Appeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 103-121.

[iii] Paul Huguenin. Conflicthantering en onderhandelen: Effectief handelen bij conflicten en tegenstellingen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Tweede herziene druk, 2004. Bladzijde 25.

[iv] Peter M. Senge parafraseerde hierbij Draper L. Kauffman, Jr. Systems One: An Introduction to Systems Thinking. St. Paul MN: TLH Associates for Future Systems, Inc. 1980. http://freecriticalthinking.org/images/Documents/Reference/Kauffman_Systems_One_1980-libre.pdf

[v] Paul Huguenin. Ibid. Bladzijde 26.

[vi] Johan Roels. Op. Cit. Bladzijde 18.

[vii] Henry Nelson Wieman, Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958. Bladzijden 61-67.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXX

HOE OMGAAN MET POLARITEITEN?

For the most part, the polarities of Springsteen’s pervasive themes — the search for authenticity and community that is more a dream than a reality; hope always on the verge of being crushed; passion ever falling short of fulfillment — were swept away by the show’s good-time atmosphere.

His haunted protagonists on albums until “The River” are shadowed by doubt, uncertainty and threat, themes he later confronts more explicitly on “The Ghost of Tom Joad,” “The Rising,” “Devils and Dust” and “Magic.” But the angry young man of “Badlands” is now singing to a grayer, paunchier choir—the “old, bald fans” he acknowledged at Thursday’s show. At least for one night, the audience put aside its compromises and sang out, “No retreat, baby, no surrender.” [i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, deze column ”Hoe omgaan met Polariteiten” gaat over het fenomeen Polarisatie, de dynamiek van het ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[ii].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt onderscheiden worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op ons dagelijks gedrag. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh (IS) – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent betrokkenen die geen keuze hebben, de zogenaamde probleem eigenaren, en heeft dus conflictspelers die een opstelling als het ware wordt opgedrongen. Het kost daarbij geen moeite om die probleem eigenaren te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Eloïse, Edward en Elvire, deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. Dit betekent, met andere woorden, dat die twee mindsets diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze begrippen te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie daargesteld. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast en als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het aan die identiteiten toekennen van bijkomende, op zich contrasterende, ‘labels’. Daardoor worden die identiteiten hoe langer hoe meer elkaars tegenpool.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en door het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ of het ‘andere’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een treffende wijze als volgt: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die identiteit blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen.

Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Eloïse, Edward en Elvire, het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. Indien we inzien dat we niet de gevangene zijn van onze mindset staan we niet machteloos. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.

Eloïse, Edward en Elvire, uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken, die bijkomende ‘labels’ zijn, wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Het zit zo, Eloïse, Edward en Elvire, dat bij toenemende Polarisatie de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toenemen, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de onredelijkheid hand over hand toe. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en helemaal niets te maken heeft met een dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er allerhande complot theorieën, die, op de keper beschouwd, ‘uitvluchten’ zijn om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

De vijf rollen bij Polarisatie

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook ik heb deze wel eens gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel dat jullie de werking van de rollen leren onderkennen. Door deze kennis kunnen jullie bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat jullie onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher

Figuur 3: De opstelling van de Pusher

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners (in het geval van Dondald Trump zijn dat uiteraard ‘Tweets’) die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigt zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    1. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    1. Selecteert enkel negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    1. Luistert zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    1. Fungeert als echokamer voor haar of zijn pusher;
    1. Is sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    1. Blijft gedurende deze discussie het eigen gelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    1. Er wordt enkel geluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    1. Daarbij wordt de mogelijkheid opengelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de Stille Middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om niet aan Polarisatie te doen.

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens; met andere woorden men kiest bewust voor het midden.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden kunnen dus zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”;
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de target van de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen over elkaar en niets aan elkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van alle mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De Bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouwer is van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun eigen mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat in de mindsets van beide tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerd in elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleid door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5: De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Daar diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het dus meestal de bruggenbouwer die als zondebok het gelag betaalt.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper, de brenger van het ‘slechte’ nieuws dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben, wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat de standpunten van de pushers en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar liggen. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt zij of hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt het rotsvast geloof: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Eloïse, Edward en Elvire, zoals reeds gesteld speelt Polarisatie zich zowel af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) als op het organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team; dit kan men ook zien als het verfoeide ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En vooral door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van het Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander niet bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten (zie eerste figuur van deze column). En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinies ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf werd beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’ of een ‘gedegen besluit’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

Depolarisatie van micro Polarisatie door dialoog

Eloïse, Edward en Elvire, opa’s persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Niet dat ik daar zelf telkens in slaag, verre van! Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …). Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek. Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is, volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen[vii]. Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk zowel de eigen mening voorgesteld als de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialoogmodel geplaatst en door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking beantwoord.

De uitdagingen met het opschorten van de eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewust) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Eloïse, Edward en Elvire, wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die mij kan helpen m’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.[viii]” De volgende, en dus bijkomende meta-overtuigingen, heb ik mij gaandeweg de laatste twintig jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik erachter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, helder bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulness me diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid. Het ziet enkel wat het eigen gekleurd bewustzijn toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus de basiscondities en vaardigheden van de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking in, waaronder:

  1. Nieuwsgierigheid. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik ervoor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen (met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de Vicieuze Cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet, er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Waarderend begrijpen betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van een dialoog is dat deze zich ver houdt van een discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen Polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruid met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star’ tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege hun gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie, is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit persoonlijke ervaring dat mentale modellen door crisissituaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten en eerder m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben als aandachtige lezers ondertussen reeds lang gemerkt dat ik net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef het naslagwerk ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms nog, en te veel naar m’n zin, verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons Rita’).

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds weer sterk opviel was dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht! 


[i] Joseph Gerics. ‘Live Right Now!”: Bruce Springsteen in concert. America. The Jesuit Review. An article desribing a show of Bruce Springsteen’s ‘Magic’ tour. September 22, 2008 

[ii] Bart Brandsma, Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[iii] De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv] Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012 blz. 18.

[v] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 161-170.

[vi] ‘Cruciale dialogen’ ibid. blz. 20-28.

[vii] William Isaacs, Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. blz. 41

[viii] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 16-17.

[ix] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 191-217.

[xi] Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. blz. 39