Hoe je wordt wat je doet, doet wat je zegt, zegt wat je voelt, voelt wat je vindt en vindt wat je ziet: de lemniscaat van consistentie

 

 

Deze column is een parafrasering van Harrie Van Rooij’s blog ‘Hoe je wordt wat je zegt:  het web van consistentie (https://harrievanrooij.wordpress.com/ van 16 maart 2015). Dus het meeste credit gaat naar Harrie.

Reeds bij de eerste lezing van dit blog ‘hertaalde’ ik zijn model in ‘de lemniscaat van consistentie’. Niet zo verwonderlijk gezien ik reeds zo’n vijftien jaar de lemniscaat van Bernouilli gebruik als symbool van het creatief wisselwerkingsproces. Zo’n tien jaar geleden werd die lemniscaat, in navolging van de Nederlandse Dialoog Stichting, ook het symbool van de Cruciale dialoog; dus van het Cruciale dialoogmodel, AKA het vlindermodel.

Het is het werkmodel bij uitstek om het creatieve wisselwerkingproces en diens dagelijkse toepassing ‘cruciale dialogen’ beter te begrijpen en ook een, zoals is gebleken in projecten bij bedrijven zoals Metallo, Genzyme, Klüber en nu Imperator, cruciaal hulpmiddel bij de transformatie van een bedrijfscultuur.  In deze column zal ik onder meer aantonen dat het ook een handig middel is om het verschijnsel consistentie beter te begrijpen.

Wie consistentie wil ervaren, zorgt voor samenhang tussen vijf praktijken: wat je doet is wat je zegt, wat je voelt, wat je vindt en wat je ziet. In ideaaltypische beschrijvingen van zowel het creatief wisselwerkingsproces als het cruciale dialoogmodel, en dus van de redelijke mens, vormen deze elementen met elkaar een ordentelijke en voorspelbare keten. Die keten wordt m.b.v de lemniscaat als volgt voorgesteld:

figuur 1

In de werkelijkheid verlopen deze processen, zoals we herhaaldelijk in zowel ‘Creatieve Wisselwerking’[i] als ‘Cruciale dialogen’[ii] hebben gesteld, heel wat complexer en kan de onderlinge beïnvloeding allerlei richtingen opgaan. Het lemniscaat model heeft noch een begin, noch een einde. Alle onderdelen, karakteristieken genoemd binnen Creatieve wisselwerking en fasen binnen Cruciale dialogen, vormen een systeem. Om Peter M. Senge te parafraseren: deze onderdelen ‘uit elkaar halen’ doodt het levend systeem (cf. ‘Wat heb je als je een olifant in twee splitst?”).

Wat Harrie Van Rooij in zijn blog terecht opmerkt, is dat we meesters zijn in het vertellen van verhalen om inconsistent gedrag toch met verhalen ‘consistent’ te maken. Inconsistent gedrag is echter veelal te verklaren door het proces dat creatieve wisselwerking tegenwerkt, zijnde de Vicieuze Cirkel.

Consistent gedrag verklaart men meestal door te stellen dat gedrag volgt op een beslissing, dus wat je zegt te gaan doen. En wat je zegt te gaan doen is dan weer gebaseerd is op wat je voelt (het centrum van het cruciale dialoog model). Het vlindermodel geeft ook aan dat wat je voelt te maken heeft met je ‘zijn’: intrinsieke waarde, kernwaarden, kernkwaliteiten en zo meer, zoals het lichaam van de vlinder aangeeft:

Vlinder_Kleur_02bis

Je kan dus gedrag terug redeneren met behulp van de lemniscaat. Elk gedrag is gesteund op een beslissing (al dan niet bewust), deze beslissing is de keuze van een ‘oplossing’ van een probleem dat als een persoonlijk probleem werd ‘aangevoeld’. Dit komt omdat het probleem in feite een van de kernwaarden danig in het gedrang brengt. Dit komt dan weer omdat de feiten op een bepaalde manier ‘waarderend begrepen’ worden. Dit begrijpen steunt dan weer op feiten, dus objectieve gegevens.

Wanneer men er met dit teruglezen van de lemniscaat niet uitkomt kan de reden liggen in de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel. Deze werking verklaart waarom ons gedrag in bepaalde gevallen inconsistent is met onze waarden. Wij zijn als het ware in oorlog met onszelf. Een manier om de werking van de twee processen, die allebei in elk van ons op een bepaalde manier in werking zijn, is het volgend beeld:

figuur 47

Een bepaalde vorm van inconsistent gedrag wordt in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ aangehaald: ‘Kernkwaliteiten onder Stress” (gebaseerd op het werk van Daniel Ofman). In extreme gevallen van stress (de rechterzijde van de Vicieuze Cirkel) kunnen wij in onze eigen allergie terecht komen, en dus vanuit onze eigen allergie gaan functioneren. Op die momenten herkent onze omgeving on niet meer. Het gedrag dat wij vertonen is voor die omgeving ongewoon, want inconsistent en er ontstaat daardoor onbegrip. Wanneer dit gedrag zich meermaals herhaalt, anders gesteld wanneer de inconsistentie consistent wordt, is het hoog tijd voor een ‘time-out’ en een cruciale dialoog, anders is een crisis binnen handbereik. Ik heb dit spijtig genoeg op een dramatische manier ondervonden. Met name toen ik in een bepaalde periode zeer passief werd en ik uiteindelijk niet meer vooruit te branden was, begreep ik dat ik via een stresstoestand, nadien in een burn-out en uiteindelijk  in een massieve depressie sukkelde.

Ik zie/ik weet

Wat je ziet en weet is de voedingsbodem voor het begrijpen van de werkelijkheid. Daarom is observeren een belangrijke activiteit van de eerste fase van een Cruciale Dialoog. Het grote probleem daarbij is dat we blijkbaar niet kunnen zien zonder praktisch direct in te kleuren. Het bewustzijn heeft twee facetten die in het Engels ‘Awareness’ en ‘Consiousness’ worden genoemd. Observeren doen we idealiter met het ‘naakte bewustzijn’ (Awareness). Daarmee nemen we waar, zien we de feiten, de objectieve gegevens.

Ik vind

Overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders worden ingezet bij het ‘gekleurde bewustzijn’ (Consciousnes).  We zien maar wat we ‘kunnen’ zien door onze filters, brilglazen en andere paradigma’s. De praktijk leert ons dat het aanpassen van onze ‘mindsets’ onder invloed van nieuwe feiten nogal zeldzaam is, omdat we deze nieuwe feiten praktisch direct inkleuren via onze dierbare overtuigingen.
Daarom pleiten we voor een rustpunt tussen de eerste fase en de tweede fase: het ‘inzicht’. Daarom ook bevragen wij in het begin van de tweede fase zoveel mogelijk de werkelijkheid ZONDER deze direct in te kleuren. We zetten onze ‘interpretatie’-molen even stil. Anders zien we maar wat we kunnen zien (door onze gekleurde bril).

Wij noemen dit in de tweede fase: het appreciërend begrijpen van de werkelijkheid; waarbij we ook soms eens een andere bril opzetten, in de schoenen van de ander gaan staan om die werkelijkheid vanuit een ander gezichtspunt te kunnen zien en appreciëren. In een goede dialoog komen we uiteindelijk tot een ‘gedeelde mening’ met betrekking tot die werkelijkheid: de vraag, de opportuniteit of het probleem.

Ik voel

Deze gedeelde mening creëert gevoelens wanneer ze verbonden worden met onze waarden. Gevoelens en emoties spelen in de lemniscaat de rol van energie en stuwen ons al dan niet naar een oplossing.  Het betreft het al dan niet ‘eigenen’ van de vraag. Men is zich niet alleen bewust van het probleem, men oordeelt ook m.b.t. het eigenaarschap van het probleem. Het probleem dient niet alleen appreciërend begrepen te worden, maar ook dient men zich al dan niet eigenaar van het probleem verklaren. Indien men het eigenaarschap niet opneemt, stopt de lemniscaat hier. Men ‘herkent’ het probleem, maar men erkent niet dat het ook zijn probleem is. Met andere woorden, men kan er mee leven of er is onvoldoende bereidheid om de consequenties van het eigenaarschap te aanvaarden. Als er in de organisatie geen menselijk aangrijpingspunt gevonden wordt, dan is het probleem niet oplosbaar. Er is als het ware geen probleem, want niemand erkent het als een probleem.

Op de keper beschouwd is er uiteraard wel een probleem, dat bovendien meestal nog preventief op te lossen is. Wanneer het probleem geen eigenaar vindt, kan het gaan verzuren en etteren, waarna de oplossing enkel reactief én curatief mogelijk is, mits enorme kosten.

Het gaat bij het eigenaarschap van het probleem om de volgende vraag: ‘Wat is mijn relatie met het probleem, met de vraag?” Het gaat hier om een verbindingsvraagstuk.  Elk probleem heeft een eigenaar en die eigenaar dient het probleem niet alleen te onderkennen, hij dient ook te erkennen dat hij zelf het probleem veroorzaakt heeft of minstens in stand houdt. Indien dit wezenlijk gebeurt wordt het hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer ook hijzelf verandert: zijn aannames en denkkader (m.i.v. zijn attitudes), zijn gevoelens en wensen, het maken van zijn keuzes en uiteindelijk zijn acties (het doen, zijn gedrag).

 

Hierbij is het zo bekende ‘jump to conclusion’ gedrag uit den boze. Anders gesteld, wij mogen noch vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf wegvluchten. Het probleem moet dus én open én levendig in de geest gehouden worden.

Ik zeg

De oplossingen zitten besloten in de werkelijkheid. Vandaar dat fasen 1 en 2 zo belangrijk zijn. Hoe meer wij zien en begrijpen van de werkelijkheid, hoe meer oplossingen er kunnen gegenereerd worden. De verschillende interpretaties, de verschillende denkkaders zorgen voor de voedingsbodem van een synergetische benadering van het probleem. Hierbij komen twee spanningen aan bod: de emotionele spanning en de creatie spanning. Zonder in detail te treden: het verschil tussen deze twee spanningen is van dezelfde orde als het verschil tussen ‘slechte’ (di-) en ‘goede’ (eu-) stress. De emotionele spanning is verbonden met de Vicieuze Cirkel en leidt tot het ‘moeten’. De creatie spanning verbonden met het creatief wisselwerkingsproces en leidt door het van binnen uit ‘kiezen’ tot bevrijding.

In die Imaginatie fase worden de vaardigheden ingezet die nuttig zijn om de creativiteit van de deelnemers aan de Cruciale dialoog in te zetten bij het oplossen van het probleem. Daarbij hoeden wij ons ervoor vast te zitten in één denkkader en in het ‘of/of’ denken en zetten we de gave in om meer verbindingen te maken. Deze is nodig om de ‘één en de ander’-mentaliteit te ontwikkelen in plaats van af te glijden in ‘het één of het ander’-doemdenken. Uiteindelijk leidt dit synergetisch denken tot ‘het één en het ander en verschillend van’-resultaat. Daar wordt dan voor gekozen (cf. het keuze punt). Hetgeen uiteindelijk wordt geuit: ‘ik zeg’.

Ik doe

In de Transformatie fase wordt de gekozen oplossing uitgevoerd. Voor creatieve transformatie is meer nodig dan inzicht en het kiezen voor een set oplossingen. Creatieve transformatie heeft ook vasthoudendheid nodig. Vasthoudendheid betreft geduldig aanhoudend inoefenen en uitvoeren. Thomas Edison zei het al: “De uitvinding stoelt voor 10% op inspiratie en 90% op transpiratie”. Uiteindelijk zorgt vasthoudendheid, herhaling, oefening en blijvend engagement ervoor dat de genomen beslissingen omgezet worden in blijvend gedrag. Daarbij is het zogenaamde procesbewustzijn van uitzonderlijk belang. Het procesbewustzijn is de wijze waarop we evalueren in welke mate het creatief wisselwerkingsproces intentioneel, bewust en consistent beleven. Bij dit procesbewustzijn komen de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces en dus de vier fasen van het Cruciale Dialoogmodel, meestal op een atypische manier terug aan bod.

[i] Roels, Johan Creatieve wisselwerking Nieuw business paradigma als hoeksteen voor veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven – Apeldoorn: Garant , 2001

[ii] Roels, Johan Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van het Creatief wisselwerkingsproces. Antwerpen – Apeldoorn: Garant, 2012

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.