Tagarchief: Anthony de Mello SJ

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXX

HOE OMGAAN MET POLARITEITEN?

For the most part, the polarities of Springsteen’s pervasive themes — the search for authenticity and community that is more a dream than a reality; hope always on the verge of being crushed; passion ever falling short of fulfillment — were swept away by the show’s good-time atmosphere.

His haunted protagonists on albums until “The River” are shadowed by doubt, uncertainty and threat, themes he later confronts more explicitly on “The Ghost of Tom Joad,” “The Rising,” “Devils and Dust” and “Magic.” But the angry young man of “Badlands” is now singing to a grayer, paunchier choir—the “old, bald fans” he acknowledged at Thursday’s show. At least for one night, the audience put aside its compromises and sang out, “No retreat, baby, no surrender.” [i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, deze column ”Hoe omgaan met Polariteiten” gaat over het fenomeen Polarisatie, de dynamiek van het ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[ii].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt onderscheiden worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op ons dagelijks gedrag. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh (IS) – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent betrokkenen die geen keuze hebben, de zogenaamde probleem eigenaren, en heeft dus conflictspelers die een opstelling als het ware wordt opgedrongen. Het kost daarbij geen moeite om die probleem eigenaren te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Eloïse, Edward en Elvire, deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. Dit betekent, met andere woorden, dat die twee mindsets diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze begrippen te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie daargesteld. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast en als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het aan die identiteiten toekennen van bijkomende, op zich contrasterende, ‘labels’. Daardoor worden die identiteiten hoe langer hoe meer elkaars tegenpool.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en door het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ of het ‘andere’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een treffende wijze als volgt: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die identiteit blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen.

Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Eloïse, Edward en Elvire, het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. Indien we inzien dat we niet de gevangene zijn van onze mindset staan we niet machteloos. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.

Eloïse, Edward en Elvire, uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken, die bijkomende ‘labels’ zijn, wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Het zit zo, Eloïse, Edward en Elvire, dat bij toenemende Polarisatie de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toenemen, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de onredelijkheid hand over hand toe. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en helemaal niets te maken heeft met een dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er allerhande complot theorieën, die, op de keper beschouwd, ‘uitvluchten’ zijn om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

De vijf rollen bij Polarisatie

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook ik heb deze wel eens gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel dat jullie de werking van de rollen leren onderkennen. Door deze kennis kunnen jullie bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat jullie onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher

Figuur 3: De opstelling van de Pusher

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners (in het geval van Dondald Trump zijn dat uiteraard ‘Tweets’) die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigt zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    1. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    1. Selecteert enkel negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    1. Luistert zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    1. Fungeert als echokamer voor haar of zijn pusher;
    1. Is sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    1. Blijft gedurende deze discussie het eigen gelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    1. Er wordt enkel geluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    1. Daarbij wordt de mogelijkheid opengelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de Stille Middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om niet aan Polarisatie te doen.

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens; met andere woorden men kiest bewust voor het midden.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden kunnen dus zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”;
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de target van de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen over elkaar en niets aan elkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van alle mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De Bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouwer is van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun eigen mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat in de mindsets van beide tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerd in elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleid door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5: De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Daar diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het dus meestal de bruggenbouwer die als zondebok het gelag betaalt.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper, de brenger van het ‘slechte’ nieuws dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben, wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat de standpunten van de pushers en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar liggen. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt zij of hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt het rotsvast geloof: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Eloïse, Edward en Elvire, zoals reeds gesteld speelt Polarisatie zich zowel af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) als op het organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team; dit kan men ook zien als het verfoeide ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En vooral door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van het Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander niet bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten (zie eerste figuur van deze column). En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinies ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf werd beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’ of een ‘gedegen besluit’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

Depolarisatie van micro Polarisatie door dialoog

Eloïse, Edward en Elvire, opa’s persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Niet dat ik daar zelf telkens in slaag, verre van! Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …). Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek. Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is, volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen[vii]. Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk zowel de eigen mening voorgesteld als de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialoogmodel geplaatst en door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking beantwoord.

De uitdagingen met het opschorten van de eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewust) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Eloïse, Edward en Elvire, wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die mij kan helpen m’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.[viii]” De volgende, en dus bijkomende meta-overtuigingen, heb ik mij gaandeweg de laatste twintig jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik erachter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, helder bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulness me diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid. Het ziet enkel wat het eigen gekleurd bewustzijn toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus de basiscondities en vaardigheden van de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking in, waaronder:

  1. Nieuwsgierigheid. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik ervoor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen (met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de Vicieuze Cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet, er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Waarderend begrijpen betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van een dialoog is dat deze zich ver houdt van een discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen Polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruid met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star’ tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege hun gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie, is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit persoonlijke ervaring dat mentale modellen door crisissituaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten en eerder m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben als aandachtige lezers ondertussen reeds lang gemerkt dat ik net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef het naslagwerk ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms nog, en te veel naar m’n zin, verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons Rita’).

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds weer sterk opviel was dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht! 


[i] Joseph Gerics. ‘Live Right Now!”: Bruce Springsteen in concert. America. The Jesuit Review. An article desribing a show of Bruce Springsteen’s ‘Magic’ tour. September 22, 2008 

[ii] Bart Brandsma, Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[iii] De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv] Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012 blz. 18.

[v] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 161-170.

[vi] ‘Cruciale dialogen’ ibid. blz. 20-28.

[vii] William Isaacs, Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. blz. 41

[viii] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 16-17.

[ix] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 191-217.

[xi] Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. blz. 39

Over de kip en de arend…

Het boek van m’n vrienden Stacie Hagan en Charlie Palmgren ‘The Chicken Conspiracy’[i] begint met het verhaal ‘De gouden arend’ uit de verhalenbundel ‘The song of the bird’[ii] van Anthony de Mello SJ. Op de cover van hun boek stellen ze een intrigerende vraag: ‘Ben je een kip of een arend?’

cover chickenEn zoals ik van Charlie en het verhaal ‘Van de boer en de Zen Master’ leerde, heeft ook deze of-vraag maar één correct antwoord: Ja!Dit verhaal van Anthony gebruik ik sedert het verschijnen van Stacie en Charlies boek (1999) in heel wat van m’n workshops om aan te geven dat we in wezen arenden zijn… die zich te veel als kippen gedragen. De titel van hun boek geeft bovendien aan dat er sprake is van een ‘kippensamenzwering’. De kippen zweren samen om de arenden aan banden te leggen. Inderdaad van zodra een kip boven het maaiveld uit begint te steken en weer arend wordt …, wordt deze (opnieuw) gekortwiekt.

Ik heb het verhaal van Anthony de Mello steeds een schitterende metafoor gevonden voor ons gevecht om te ‘ontvoogden’, onze strijd om onze ‘intrinsieke waarde’ (‘intrinsic worth’) eindelijk terug te vinden. Onlangs heb ik de originele tekst zelfs als beeld getweet en daarop kwam nogal wat reactie.

chicken story

Omdat een blog heel wat meer karakters toelaat dan Twitter, voeg ik hier een vertaling van Anthony’s verhaal toe:

De Gouden Arend

Een man vond het ei van een arend en legde het in het nest van een kip…
De arend werd uitgebroed samen met een heel nest kuikens en groeide op, samen met hen.
Omdat hij aldus geloofde dat hij een kip was, kakelde hij net als zij.
Hij spreidde zijn vleugels en vloog een paar stappen de lucht in, net zoals het een kip betaamt.
Hij scharrelde in de aarde om te zoeken naar wormen en kevers.
De jaren gingen voorbij en de arend werd oud.
Zekere dag zag hij een vogel, zwevend door de lucht, vol gratie en majesteit.
De arend keek toe, vol ontzag.
“Wie is dat?” vroeg hij aan zijn buur.
“Dat is een arend, de koning van de vogels” , antwoordde de buur.
“Zou het niet heerlijk zijn om zo door de hemelen te kunnen zweven?”
“Denk daar maar niet meer aan,” antwoordde de kip, “jij en ik, wij zijn slechts kippen”.
Dus dacht de arend hier nooit meer over na. Hij leefde en stierf in het geloof dat hij een kip was.

Anthony  de Mello SJ  ‘The song of the Bird’

Wat me reeds was opgevallen bij het gebruiken van Anthony’s metafoor in workshops, werd versterkt door sommige van de reacties die ik op m’n tweet kreeg. Dit verwonderde me geenszins omdat een tekst enerzijds feitelijk is (‘het is wat het is’ – de feiten) en anderzijds op verschillende manieren geapprecieerd kan worden (de interpretaties). Het spreekt vanzelf dat ik als schrijver van het boek ‘Cruciale dialogen’ en bedenker van het ‘Cruciale dialogenmodel’ verre van verbaasd was dat dit zich voordeed.

Omdat ik nu eenmaal in een tweet niet kan meegeven wat het denkkader is vanwaaruit ik het verhaal van ‘De gouden arend’ interpreteer, besloot ik uiteindelijk om deze – overigens m’n allereerste – blog aan dit thema te wijden.

Laat ik eerst en vooral duidelijk stellen dat ik niks tegen kippen heb, helemaal niets; goed klaargemaakt ‘op grootmoeders wijze’ of ‘in de rode wijn’ vind ik een Mechelse koekoek of  ‘un poulet de Bresse’ wel degelijk lekker. Anderzijds, als je werkelijk een kip bent, wees dan de uitmuntendste kip die er ooit is geweest! Het wordt een probleem als een kip een arend wil zijn of als een arend zich gedraagt zoals een kip. En deze blog gaat over het tweede.

Een bepaalde interpretatie van een tweep trof mij bijzonder: hij ‘verdedigde’ de kip en maakte de ‘arend’ met de grond gelijk. Hij schilderde de arend af als een monsterlijk dier. Zo zag hij in het door mij getweete verhaal een metafoor voor de recente pauswissel. Daarbij bewondert hij in de jezuïet Franciscus meer de bezorgdheid van de moederlijke kip, dan het gedrag van een gedateerde oorlogsarend. Dezelfde tweep trok z’n visie – in de dialoog die zich tussen ons op Twitter ontspon – door naar het onderwijs. Volgens hem is er nu in het onderwijs meer nood aan moederlijke kloekhennen dan aan verscheurende arenden; meer nood aan zorg dan aan beknotting.

Opmerkelijk daarbij is dat ik, vanuit m’n denkkader, dan weer de kip zie als de beknotte (gekortwiekte) arend. Hoe zou de gouden arend, in het verhaal van Anthony de Mello, ooit in de kippenren gebleven zijn, indien hij niet door de boer was gekortwiekt? Op de duur was het kortwieken niet meer nodig, de arend had het begrepen, hij had de kippencultuur overgenomen en was kip geworden. Ik lees in het verhaal van Anthony de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel[i]. Elk kind wordt geboren als een arend; het is dan nog volledig in contact en in harmonie met z’n ‘intrinsieke waarde’. Maar door conditionering – door de ouders, de maatschappij w.o. het onderwijs, … – komt die ‘intrinsieke waarde’ hoe langer hoe meer onder druk te staan, wordt ze conditioneel (‘je bent waardevol indien…’) en wordt het kind ‘gekortwiekt’. Het komt in een negatieve ontwikkelingsspiraal terecht: de Vicieuze Cirkel.

Een ‘bewijs’ voor deze visie is het verloop van de creativiteitsindex bij de mens[ii]. Deze curve zakt van 98% bij een vijfjarig kind in amper drie jaar tot 32% op achtjarige leeftijd. En wat doen we kinderen in deze periode aan, juist … we sturen hen naar school.

Zoals ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ uitvoerig beschreef, barricadeert de mens zich in de loop van z’n ontwikkeling, door z’n ervaringen met de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel, in een ‘vastgeroest’ denkkader, dat ik de ‘negenpuntenmetafoor’[iii] noem. De arend is wel degelijk kip geworden. Dit doet me dan denken aan een heerlijke passage uit het boek ‘Man’s Ultimate Commitment’[iv] van Charlie Palmgrens mentor Henry Nelson Wieman:

Man is made for creative transformation as a bird is made for flight. To be sure he is in a cage much of the time. The bars of the cage are the resistances to creative transformation which are present in himself and in the world round about. Also, like most birds when long confined, he settles down in time and loses both the desire and the ability to undergo creative transformation. But in childhood creativity dominates. The mind expands its range of knowledge and power of control, its appreciative understanding of other minds and its participation in the cultural heritage. At no other time is there so much expansion and enrichment of the mind and of the world which the mind can appreciate. But resistances are encountered, which bring on anxiety, frustration, failure and misunderstanding. To avoid suffering, the mind becomes evasive and creativity dies down.  The bird ceases to beat against the bars of the cage.

In feite is het (weer) ontdekken en beleven van het creatief wisselwerkingsproces een transformatieproces: van kip tot arend. Een boutade die ik veel gebruik in m’n workshops, om het doel ervan duidelijk te maken, is: “Teaching People What They’ve Always Known, So They Can Discover What They Never Lost”.

Heel zelden kreeg ik als gedoodverfde expert in Loss Control (‘Safety’, Arbeidsveiligheid) de gelegenheid om binnen m’n projecten dit creatief wisselwerkingsproces weer vrij te maken (wat eigenlijk de doelstelling van m’n derde leven is). Inderdaad, praktisch altijd werd ik gevraagd om heel specifieke opdrachten op gebied van veiligheid (Audits, ondersteuning bij het opstellen van een Veiligheidssyseem, basiscursussen ‘Loss Control’ rond de concepten van m’n tweede vader Frank E. Bird Jr., Root Cause Analysis training, Behavioral Based Safety, en zo meer) tot een goed eind te brengen. Tijdens het afwerken van m’n opdrachten werd elke keer opnieuw overduidelijk dat het zogenaamde veiligheidsprobleem, in wezen slechts een symptoom was van een heel wat dieper liggend probleem, dat voortkwam uit de nefaste werking van de ‘Chicken Conspiracy’. Een andere manier om het bestaan van dit onderliggend probleem te duiden: ik ontwaarde verschillende vormen van angst binnen de verschillende lagen van de populatie van m’n klanten. Daardoor werd ik een volgeling van W. Edwards Deming en nam ik zijn ‘Drive Out Fear’-opdracht ter harte. En dit kan je m.i. enkel door het creatief wisselwerkingsproces weer vrij te maken in een organisatie. Edoch, wanneer ik de vinger op de wonde van het topmanagement legde, werd niet zozeer het probleem zelf aangepakt, maar veelal wel ‘de boodschapper’ (schrijver dezes). Mede daardoor leerde ik snel dat ‘authentieke interactie’ een keerzijde had: in sommige bedrijven werd ik ‘persona non grata’ en besefte ik dat dit het bittere lot was van diegene die z’n kippenstatus aflegt en weer arend wordt.

Gelukkig had ik een eenmansbedrijf, de Nederlanders noemen me een ZZP’er, en was er werk genoeg; dus leed ik naast ‘gezichtsverlies’ geen andere noemenswaardige schade. Al doende leerde ik dat het beleven van het creatief wisselwerkingsproces heel wat onvoorziene neveneffecten kan hebben. Vlaamse topmanagers waren in de periode 1997-2008 echt niet zeer bereid ‘de waarheid’ onder ogen te zien en deden, zoals in een Antwerpse Raffinaderij, m’n visie eerst af met de dooddoener: “Dit is de perceptie van de heer Roels en dus niet de waarheid”, waarna er uiteindelijk geen beroep meer gedaan werd op m’n diensten. Weer arend worden heeft zo z’n risico’s, zeg later niet dat ik jullie niet heb gewaarschuwd.

Is het dan wel verwonderlijk dat mensen soms liever kip blijven? “Wat niet weet, wat niet deert”. Die veel gebruikte spreuk werd in m’n ogen hoe langer hoe meer een leugen en regelrechte bullshit.

Soms kwam ik door m’n authentieke stijl zelfs helemaal niet aan de bak met m’n aanpak, gebaseerd op creatieve wisselwerking, die ik toepasselijk ‘Learning to Fly’ had gedoopt. Heel kenschetsend in dit verband was de reactie van een gerenommeerde CEO van een (andere) Antwerpse Raffinaderij. Hij was op zoek naar een middel om z’n ingenieurs, die in de controlezaal als het ware ‘Schipper naast God’ zijn, te motiveren. Toen hij tijdens een, overigens gezellig, diner – waarbij ook m’n derde vader Charlie Palmgren aanwezig was(ik had Charlie ingehuurd om het juiste gewicht in de schaal te leggen) – ten volle begreep wat het weervrijmaken van het creatief wisselwerkingsproces bij die ingenieurs effectief zou betekenen, haakte hij af. Dit deed hij met de, voor mij historische, woorden: “Als ik een en ander goed begrijp, zullen m’n ingenieurs door jullie aanpak echt leren vliegen… en dan vliegen ze weg… dit laat ik niet gebeuren!”

Meer geluk had ik in een kopersmelterij in Pirdop, Bulgarije. Daar was ik gevraagd om samen met de veiligheidsdienst en het topmanagement hun ‘Loss Control’ programma op punt te stellen. Een van de vereisten was dat dit systeem op de concepten van Frank E. Bird Jr diende te zijn gestoeld. De DNV-vertegenwoordiger in de regio had Frank echter nooit ontmoet en mede daardoor werd hij door de productiedirecteur, een Amerikaanse expert in de koperindustrie, niet aanvaard. Het bedrijf was toen een onderdeel van een Belgische groep. Die groep was een van m’n klanten en hun vicepresident ‘Safety’ vroeg mij om dit omvangrijke project als externe consultant te ondersteunen. In de periode 2001-2004 was ik dus geregeld in Pirdop aan de slag. Heel vlug werd mij het basisprobleem van zowel de managers als de uitvoerders van dit bedrijf duidelijk. Van zodra ik genoeg feiten had, ging ik in dialoog met het topmanagement van dit bedrijf. Het werd een heel vruchtbare ‘Cruciale dialoog’. Die managers waren noch verrast van m’n analyse, noch bang van m’n diepgaande remedie. Daarop vroegen ze mij, om naast het lopende ‘Loss Control’ Project, een nieuw ‘Creative Interchange’ Project te ondersteunen. Niettegenstaande m’n waarschuwing dat ‘arenden nogal eens durven wegvliegen’, nam de Canadees-Bulgaarse CEO een moedige beslissing met de woorden: “Als ze uiteindelijk wegvliegen, zullen ze bewijzen echte arenden te zijn, en dit kan Bulgarije enkel maar ten goede komen”. Ik ging aan de slag met een achttiental Bulgaarse managers in het ‘Learning to Fly’-programma. Het werd een echt succes, dat in september 2004, in aanwezigheid van Stacie Hagan, met een heuse ceremonie werd afgerond.

awarenessToen het bedrijf in 2007 opnieuw een beroep deed op m’n diensten, constateerde ik dat 17 Eagles effectief hun vleugels hadden gespreid. Er was overigens ook een praktisch volledig vernieuwd topmanagement; het bedrijf was ondertussen overgenomen door een Duitse groep. Wat me wel verbaasde was dat ze me – de consultant van het overgenomen Belgisch bedrijf – opnieuw vroegen en wel om m’n schouders te zetten onder een nieuw programma, dat ze zelf hadden bedacht: ‘Safety Awareness Program’. Leuk weetje, ‘Awareness’[v] is de titel van een van Anthony de Mello’s bekendste boeken.

Bij het raadplegen van de bronnen voor deze blog stootte ik op een andere versie van het verhaal van ‘De gouden arend’. Eigenlijk een veel vroegere versie, waardoor ik me afvraag of Anthony de Mello SJ die versie ook kende. Spijtig genoeg kan ik het hem niet meer vragen. Hoewel ik nu heel wat jezuïeten ken, die ooit bij Anthony de Mello de volledige ‘Geestelijke Oefening’ (dertig dagen lang) hebben gevolgd, en ik dus theoretisch geïntroduceerd zou kunnen worden, kan dit jammerlijk genoeg niet meer… Anthony overleed namelijk schielijk in 1987.

Het spiegelverhaal is van James Aggrey, een Ghanese pedagoog die zijn volk wilde helpen bij de volgende keuze: afhankelijk blijven van de kolonisator Engeland óf op eigen kracht verder gaan, en dus eigen mogelijkheden in vrijheid aanspreken en ontwikkelen. Helaas stierf James in 1927 en heeft hij de bevrijding van zijn volk niet zelf meegemaakt. Die kwam pas een generatie later onder Kwame Nkrumah. Ook dát is wat mij vaak overkomt: ‘ik graaf de geulen waardoor (hopelijk) later het levende water stroomt’.

Het verhaal ‘ The Parable of the Eagle’[vi], dat James Aggrey vaak vertelde, gaat als volgt:

Een boer vond een jonge arend in het bos, die hij bij de kippen in het hok zette. Daar liep de kleine arend maïs te pikken en at hij ook al het andere voedsel dat kippen zoal toegeworpen krijgen en dat terwijl de arend toch de koning van alle vogels is. Vijf jaar later kreeg de man bezoek van een natuurkenner. Toen ze over het erf wandelden, riep de natuurkenner opeens uit: “Maar die vogel daar, dat is toch geen kip! Dat is een arend!” “Dat klopt”, zei de boer. Dat is een arend. Maar ik heb hem grootgebracht als een kip. En daarom is hij nu, na al die jaren, niet langer een arend. Hij is veranderd in een kip, die niet verschilt van andere kippen, al heeft hij dan vleugels met een breedte van bijna drie meter.” “ Nee,” wierp de natuurkenner tegen, “het is een arend en hij zal altijd een arend blijven. In zijn borst klopt nu eenmaal het hart van een arend, en het hart zal hem er op een goede dag toe aanzetten om hoog de hemel in te vliegen.” ”Helemaal niet”, hield de boer vol. “Hij is veranderd in een kip en daarom zal hij nooit meer kunnen vliegen zoals een arend dat doet.”
Na dit twistgesprek besloten de mannen een test te doen. De vogelaar nam de arend, hield hem hoog in de lucht en riep uitdagend: “Omdat je een arend bent, omdat je toebehoort aan de hemel en niet aan de aarde, open daarom nu je vleugels en vlieg!”
De arend keek om zich heen, zag de kippen hun graantjes pikken in het hok en sprong omlaag en voegde zich weer bij hen. De boer zei triomfantelijk: “Heb ik je niet gezegd: de arend is een kip geworden.” Maar de vogelaar hield vol: “Dat kan niet waar zijn! Die kip is een arend en zal altijd een arend blijven.”
De volgende dag klom de vogelaar met de arend op het dak van het huis. En zachtjes zei hij tegen hem: “Arend, open je vleugels, vlieg! Je weet toch dat je een arend bent?” Maar toen de arend beneden de kippen zag, hun graantjes pikkend, dook hij omlaag en was hij weer in zijn vertrouwde ren. Beide mannen besloten nog één keer een test te doen. De volgende morgen vroeg gingen ze met de arend de stad uit en klommen de berg op. Op het hoogste punt aangekomen tilde de vogelaar de arend in de hoogte en sprak op bevelende toon: “Arend, als je werkelijk een arend bent en aan de hemel toebehoort en niet aan de aarde: open dan nu je vleugels en vlieg!”
Toen pakte de natuurkenner hem stevig vast en hield hem in de richting van de zon, zodat zijn ogen zich konden vullen met de helderheid van haar licht en de weidsheid van de horizon. En  ja hoor, op dát moment opende hij zijn machtige vleugels, stootte het typische kau-kau van de arend  uit en verhief zich, soeverein, als het ware boven zichzelf. En toen, zie daar… hij vloog, totdat hij uit het zicht verdwenen was en opging in het blauw van de hemel…

De geschiedenis wil dat, op dit punt aangekomen, Aggrey even zweeg. Toen hij opnieuw begon te spreken, deed hij dat met de volgende oproep: “Broeders en zusters, landgenoten, wij zijn allen geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God! Maar ooit zijn er mensen gekomen die ons wilden doen geloven dat wij slechts kippen zijn. En inderdaad, velen van ons vinden nu ook werkelijk dat wij niet meer dan kippen zijn. Maar dat zijn we niet…we zijn arenden! En daarom, reisgenoten, laten we onze vleugels openen en onze tocht beginnen, de hoogte in…”

Dit verhaal sterkt me dus in m’n interpretatie van ‘De gouden arend’ van Anthony de Mello. Beide verhalen hebben het m.i. over het zich opnieuw verbinden met wat Charlie Palmgren de ‘intrinsieke waarde’ noemt. In de parabel van James Aggrey werd de arend verplicht in de richting van de zon te kijken, (i.e. opnieuw in verbinding te komen met z’n eigenheid) en, ja hoor, de kip werd weer arend. Daarom doe ik nog steeds wat ik doe:  mensen uitnodigen en helpen om door het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces – dat zich nog steeds in hen bevindt maar te weinig aangesproken wordt – opnieuw in verbinding te komen met hun ‘intrinsieke waarde’!


[i] Roels, Johan. Cruciale Dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve Wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012: Hoofdstuk 3, Pagina’s 103-121

[iii] Roels, Johan. Cruciale Dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve Wisselwerking’. Op. cit. Pagina’s 112-113

[iv] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment, Carbondale, IL: Southern Illinois Univerity Press, 1958: Pagina 72

[v] de Mello, Anthony SJ. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality, a de Mello spiritual conference in his own words (edited by J. Francis Strout), New York: Image book published by Doubleday, a division of Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc. 1992

 


[i] Hagan, Stacie and Palmgren, Charlie. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore: Recovery Communications, Inc., 1998

[ii] de Mello, Anthony SJ The song of the Bird, http://www.arvindguptatoys.com/arvindgupta/songofbird.pdf, The Golden Eagle. Pagina’s 27-28