Tagarchief: Bruce Springsteen

BLIJF WAKKER ! – DEEL XVII

HOE ZOEK JE ‘DE PLUS ACHTER DE MIN’? 

Because these are the times when we’ve also seen folks marching, and in the highest offices of our land who want to speak to our darkest angels, who want to call up the ugliest and the most divisive ghosts of America’s past, and they want to destroy the idea of an America for all. That’s their intention. That’s what we’ve been seeing in the outrage of the broken families on the border, and in hate-filled marches on American streets, this year. Things I never thought I would see again in my lifetime. Things that I thought that were dead and gone forever, on the ash heap of history. 

We’ve come too far and worked too hard, too many good people paid too high a price, and paid with their lives to allow this to happen now … There’s been too much hard work done, and sacrifice. There’s a beautiful quote by Dr. King that says, “The arc of the moral universe is long but it bends towards justice.” It is important to believe in those words and to carry yourself, and to act accordingly, to live with compassion, and have faith in that what we’re seeing now, is just another hard chapter, in the long, long ongoing battle for the soul of the nation.[i]

– Bruce Springsteen 

Springsteen on Broadway – The Ghost of Tom Joad (Introduction) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer iemand iets beweert wat in jullie oren negatief klinkt, kan het moeilijk zijn om zelf niet negatief of defensief te reageren. Die reacties zijn, zoals jullie onderhand wel weten, uitingen van de persoonlijke Vicieuze Cirkel. Men verschanst zich in het eigen gesloten Mentaal Modelen bestookt van daaruit de mening van de ander. In vorige delen heb ik reeds aangetoond dat achter iets negatiefs steeds iets positiefs verscholen zit. Jullie herinneren zich zeker het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’ (Deel II). Ik gebruik doelbewust het woord verscholen. Want we zien het positieve in de mening van de ander, die we als negatief ervaren, niet meteen. Toch is het er! Teneinde onze ‘kniereflex’ reactie – afwijzen van de mening van de ander – af te remmen, kunnen we het positieve, dat in die mening verscholen zit, zoeken. Daartoe kan men een vaardigheid aanleren die ik, in navolging van Coert Visser[ii], ‘de plus achter de min’ zoeken heb genoemd. 

Het draait hier om het waarderend begrijpen van het voor jullie nieuwe standpunt of inzicht. Jullie raken niet uit de Vicieuze Cirkel van het (ver)oordelen, tot jullie dit standpunt ten volle begrepen en bovendien ook gewaardeerd hebben. Daartoe dient men z’n oordeel als het ware op te schorten en het eigen denkkader aan de kant te schuiven. Daarbij dient men de mening van de ander vanuit een nieuw perspectief te bekijken. Elke gesprekspartner dient daarenboven de innerlijke zekerheid te hebben dat elk standpunt iets positiefs herbergt, en bovendien ook de moeite doen om dit positieve te vinden. Het is dus belangrijk de houding ‘het positieve dat verscholen is, te zoeken en ook te vinden’ te hebben. Dit stimuleert niet alleen eigen nieuwe denkpatronen, maar ook die van anderen. 

Overigens zijn de begrippen positief en negatief van dezelfde orde als de begrippen goed en kwaad. Anders gesteld, deze begrippen zijn sterk contextueel gebonden. Wat in de ene situatie positief is, is in een andere negatief. Wat in de ene cultuur als positief ervaren wordt, krijgt in een andere cultuur een negatieve beoordeling. 

Zo werd ik in Calcutta Indië ooit (in januari 1977 om precies te zijn) voorgesteld aan de echtgenote van de CEO van het ingenieursbureau KREBS INDIA. Ik stak m’n hand uit om haar, bij wijze van begroeting, een handdruk te geven. De dame in kwestie deed echter een stap achteruit, mij beduusd achterlatend. Gelukkig kreeg ik enkele minuten later tekst en uitleg van de achttienjarige dochter van het echtpaar, die het tafereel had geobserveerd. Gezien haar moeder de vijftig gepasseerd was en ik een prille dertiger, had ik, bij wijze van begroeting, de zoom van haar sari, ter hoogte van haar voeten, dienen aan te raken. In onze cultuur, en nu zeker in het #metoo tijdperk, denk ik niet dat het een goed idee zou zijn om, als begroeting van een dame, te knielen en de zoom van haar jurk aan te raken. In het uur dat daar op volgde, heb ik meer geleerd over de culturele verschillen tussen Indië en West-Europa dan in de dertig jaar daarvoor. 

Zo kreeg ik van die oudste dochter des huizes de wind van voor omdat ik geen trouwring droeg. Ik had al verteld dat ‘ons Rita’ en dochter Daphne in België gebleven waren. Het was toen niet de gewoonte dat de familie van de start up ingenieur meereisde naar de plaats van de opstart van de nieuwe eenheid. De jonge dame in kwestie vroeg mij toen langs haar neus weg: “Of ik ook zo’n Fransman was?” Ik begreep haar cryptische vraag niet. Ik had haar toch net verteld dat ik niet de Franse nationaliteit had?!? Ik vroeg haar wat ze bedoelde met haar – naar haar lichaamstaal en de klankkleur van haar stem te oordelen – sarcastisch bedoelde vraag. Ze verduidelijkte dat elke Franse start-up ingenieur, die ze de laatste paar jaar had zien voorbijkomen, ook geen trouwring droeg en blijkbaar op Indische ‘versiertoer’ was geweest. Toen ik opmerkte dat geen enkele van de aanwezige dames een trouwring droeg, repliceerde zij met de tegenvraag: ‘Of ik kleurenblind was?” Ik ben inderdaad kleurenblind en toch onderscheid ik de hoofdkleuren, dus ging ik daar niet op in. Toen vroeg ze mij of ik verschillende kleuren zag ter hoogte van de haarscheiding van de aanwezige dames. Inderdaad dat zag ik. Elke dame had in hun gitzwarte haar, ter hoogte van de haarscheiding, inderdaad een kleur aangebracht. Dan kreeg ik de handleiding: haar kleur betekende ‘Maagd’ en de rode vermiljoen kleur van de haarscheiding van haar moeder en alle andere dames: ‘Gehuwd’. In beide gevallen was de bijhorende boodschap: “Don’t touch!” Blijkbaar had de jonge dame geen hoge dunk van West Europese heerschappen en had ze mij al van een weinig fraai label voorzien. En dat laatste omdat ik geen trouwring droeg.[iii]

Kort nadien werd de eerste gang van het avondmaal geserveerd. Alle aanwezigen, zo’n zestien personen, op dit, ter ere van m’n aankomst in Indië, georganiseerd feestje zaten in een cirkel. Aan de ene kant van de middellijn ervan zat de CEO geflankeerd door z’n ega, dus aan de andere kant van die imaginaire middellijn. De ene helft van de cirkel was toegewezen aan de dames van het gezelschap, de andere aan de heren. De heren waren zo te zien gerangschikt volgens ouderdom. Daar ik de jongste man van het gezelschap was, werd mij de plaats diametraal tegenover de echtgenote van de CEO toegewezen. Links van mij zat de dochter van de CEO, die dus recht tegenover haar vader zat. De rangorde van de dames werd bepaald door de relatie die ze hadden met de heren. Ik begreep toen dat de tiener uitgenodigd was om het aantal dames in evenwicht te brengen met het aantal heren. Toen iedereen een kom met het voorgerecht in de handen had, startte de CEO met het verorberen van de inhoud, in cascade gevolgd door de andere heren. Ik kan onmogelijk het daarbij horend klankspel beschrijven. Zelf startte ik niet met eten, vastbesloten de vrouw des huizes te laten voorgaan, want dat vond ik beleefd. Die dame keek mij zeer minzaam aan, maar startte niet met eten. Plots voelde ik een scherpe pijn ter hoogte van m’n linker enkel. De tiener had mij, met de punt van haar schoen, een flinke streep gegeven, al sissend: “Eat!!!”. Enkel toen ik begon te eten, startte haar moeder en, in cascade, ook de andere dames tot en met m’n ‘tafeldame’. Die laatste wel met een goed hoorbare “Oefff”.

Of een mening of een gedrag nu positief of negatief is, hangt dus sterk af van zowel de context als het gehanteerde referentiekader. Wij kleven een oordeel op die mening, maar dat wil niet zeggen dat ons oordeel correct en definitief is.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie weten ondertussen ook dat, wanneer jullie een mening van de ander niet waarderen en deze ‘vanuit de heup’ afschieten, omdat jullie het een ‘slecht’ idee vinden, het risico groot is dat de ander de volgende keer over haar of zijn ideeën, ook al zijn het ‘goede’, de mond zal houden. Tel uit jullie winst! 

Valuing the differences is the essence of synergy – the mental, the emotional, the psychological differences between people. And the key to valuing those differences is to realize that all people see the world, not as it is, but as they are

Stephen Covey 

de plus achter de min’zoeken 

Deze vaardigheid is gebaseerd op de aanname dat uiteindelijk niemand uit is op het negatieve. Het feit dat de ander met jou in gesprek is, is een aanwijzing dat de ander in ieder geval de wil heeft met jou samen te werken en eigenlijk hoopt dat de interactie nuttig zal zijn. Dus moet er, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, iets positiefs zitten achter wat de ander zegt of doet. Dit laatste kan er voor jou negatief uitzien, omdat het niet ‘past’ in je (denk)kader (Mentaal Model of referentiekader), toch is er minstens een positief element – voor jou nog verscholen– achter het negatieve. Wij zien van nature niet het gehele plaatje. Daar moeten we moeite voor doen. Overigens, de volledige ‘waarheid’ gaan we toch nooit achterhalen. Door in dialoog te gaan, kunnen we wel meer van ‘de waarheid’ te weten komen. 

Waarderend Begrijpen, betekent dat men het als haar of zijn taak ziet de verborgen plussen achter de min te vinden; want het zijn er meestal meerdere. Door gerichte vragen te stellen – Nederig Vragen – en dit op een respectvolle en nieuwsgierige manier, is het waarschijnlijk dat men zowel zichzelf als de andere persoon helpt om de positieve elementen van zijn idee, van zijn perceptie, boven water te krijgen. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer elk van jullie zich deze vaardigheid heeft eigen gemaakt, ontvouwt zich in jullie hoofd – wanneer jullie geconfronteerd worden met zogenaamd negatieve uitingen (de ‘minnen’) – in hoog tempo het volgend proces:

  1. Men onderkent dat de mening van de ander niet prettig aanvoelt;
  2. Men vergeeft zichzelf de defensieve reflexen die men voelt opkomen;
  3. Men herinnert zich dat men niet de waarheid in pacht heeft, dus dat die defensieve reflexen naast de kwestie zijn;
  4. Men besluit bewust zich niet te laten leiden door deze reflexen;
  5. In plaats daarvan herinnert men de aanname dat achter iedere min een plus verstopt zit, en dat het voor beiden beter is die plus te vinden;
  6. Men verplicht zichzelf de plus achter de min te zoeken;
  7. Men erkent wat de ander heeft gezegd en toont begrip;
  8. Men zoekt naar de plus door de afknalzin, die opwelt, positief te herformuleren en door gerichte vragen te stellen;
  9. Wanneer men de plus heeft gevonden, vat men die samen en kan er door beiden verder aan de weg getimmerd worden.

Een woordje uitleg bij punt 4. Men focust zich daarbij op het heden. Die focus heeft veel te maken met Mindfulness. Men is zich bewust van wat in het eigen hoofd omgaat en men leidt de gedachten van de Monkey Mind (zie Deel II en Deel XIV) naar de uitgang. Men focust zich op wat werkelijk gezegd is, niet op welke gevoelens dit oproept. Men laat die laatste los. Men kiest voor Mindful in plaats van Mind Full: 

Hier zijn enkele voorbeelden van reacties en vragen die bruikbaar kunnen zijn: 

  • “Je hebt vast een goede reden om dat te zeggen (of te doen). Kan je me die meedelen?”; 
  • “Ik zou het interessant vinden om daar iets meer over te horen.”; 
  • “Wat is belangrijk voor jou?”; 
  • “Kun je me iets meer vertellen over waar je aan zit te denken? Ik zou het graag 
  • weten om een en ander te kunnen begrijpen.”

Deze aanpak heeft verschillende voordelen: 


  • Hij neemt de ander heel ernstig en dit wordt bijna altijd erg gewaardeerd. Praktisch iedereen heeft een sterke drang tot wederkerigheid, wat betekent dat wanneer je de ander ernstig neemt, deze jou ook au sérieux zal nemen;.
  • Hij maakt het makkelijker voor anderen om te uiten wat hen dwarszit. Misschien gaat het proces te snel voor hen en kunnen ze het niet volgen. Misschien hebben ze deze aanpak al eerder geprobeerd en werkte die niet. 
  • Hij maakt het voor de ander mogelijk je te helpen jouw aanpak bij te sturen en daardoor effectiever te worden. ‘Weerstand’ kan helpen om te ontdekken wat belangrijk is voor de ander. Door te begrijpen wat de ander zegt, kan men haar of zijn aanpak aanpassen en beter op de context van de ander afstemmen. 

Het zien van zowel positieve als negatieve elementen in wat de ander zegt, is een onontbeerlijk en waardevol element van het leren. Wat ieder van ons dient te doen, is zowel de positieve als de negatieve elementen terzelfder tijd aanvaarden. Dit zowel voor eigen standpunten als voor standpunten van de ander. Dit laatste teneinde te leren van de waarheid van de ander. Wanneer je direct oordeelt in de zin van ‘goed’ of ‘slecht’, is dit nadelig voor je vermogen om waarderend te begrijpen. 


De huidige neurowetenschap bevestigt vele van Freuds ontdekkingen betreffende de menselijke geest. De menselijke geest is verre van een statische entiteit, maar een wervelend geheel met een grote graad van complexiteit. Niet alleen zijn verschillende ideeën met elkaar in conflict; hetzelfde idee trekt terzelfder tijd – ‘onvermijdelijk’ zou Freud gezegd hebben – positieve en negatieve evaluaties aan. 

Psychoanalyse beschrijft levendig hoe mensen trachten om te gaan met dit altijddurend conflict. Een strategie is de positieve emotionele inhoud van de negatieve af te splitsen. Een volwassener strategie bestaat erin het conflict te aanvaarden en ervan te leren. 

Elk nadeel heb z’n voordeel. 

Johan Cruyff

Bij de plus achter de minzoeken, is het belangrijk om goed door te vragen. Hierdoor wordt het steeds duidelijker wat iemand belangrijk vindt en waarom dat voor die persoon zo belangrijk is. Terwijl de ander dit stap voor stap duidelijker maakt, zal zij of hij in het algemeen ook rustiger worden. Bij het doorvragen houdt men twee aspecten in gedachten: het waten het waartoe. De onderstaande figuur illustreert dit. Daarbij maken de respectievelijke groottes van de ‘min’ en ‘plus’ ovalen duidelijk dat enerzijds de ‘min’ in het oog springt en dat anderzijds men moeite moet doen om de ‘plus’ te ontdekken. Ik gebruik hier bewust het begrip ‘ont-dekken’ omdat de ‘plus’ er op een verscholenmanier wel degelijk is.

Wanneer men zich in eerste instantie negatief uit, dan benoemt men in feite wat men niet wil, waar men last van heeft. Wanneer men echter op zoek gaat naar de plus achter de min dan kan men stap voor stap onder woorden gaan brengen wat men wel wil. Anders gesteld, men verduidelijkt wat men waardevol vindt. De wat-vraag is de vraag teneinde te kunnen ontdekken wat men in de plaats wil van datgene waar men nu ontevreden over is. Met andere woorden, het is de vraag betreffende hoe men zou willen dat de situatie transformeert. De waartoe-vraag gaat over wat het voordeel van die gewenste situatie is. Met andere woorden, wat er effectief beter zou zijn/gaan als de ‘Wat?’ werd gerealiseerd?

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer men zo doorvraagt, ontstaat er meestal een heel helder plaatje van wat iemand zou willen en waarom dat belangrijk voor die persoon is. Jullie luisteren aandachtiger en beginnen daardoor beter te begrijpen dat de persoon niet iets negatiefs nastreeft, en dat er werkelijk iets positiefs zit achter wat jullie op het eerste gezicht als negatief beoordelen. Dit leidt er vaak toe dat er meer begrip en welwillendheid ontstaat en dat de kans op samenwerken toeneemt. Een samenwerking die uiteindelijk zal leiden naar ‘het één en het ander & verschillend van’ antwoorden op cruciale vragen of dito oplossingen voor de problemen die zich voordoen.


[i]Bruce Springsteen, Quote uit The Ghost of Tom Joad (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Columbia Records, 2018

[ii]Coert Visser: https://progressiegerichtwerken.nl/de-plus-achter-de-min-zoeken/

[iii]Ik droeg toen m’n trouwring niet omdat a) dit ‘not done’ is wanneer men een industriële installatie opstart en b) omdat ik nogal onhandig ben (dit is een eufemisme, hé Eloïse ?!?) en daardoor zeker m’n trouwring ergens verloren zou hebben, indien ik deze naar Indië had meegenomen.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XVI

HOE NEDERIG VRAGEN?

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

– Bruce Springsteen

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid, waar ik het in dit deel over heb, betreft het, op een nederige manier, stellen van de juiste vragen teneinde de boodschap van de ander te kunnen appreciëren. Bij vorige karakteristiek Authentieke Interactie hoorde de vaardigheid Bevragen en Bepleiten. Het doel van die bevraging was om de boodschap van de ander te kunnen begrijpen. De tweede karakteristiek, Waarderend Begrijpen, vereist dat die boodschap ook naar waarde wordt geschat. Ook, en ik stel zelfs voornamelijk, wanneer die boodschap ‘tegendraads’ is. Met andere woorden, wanneer de boodschap tegen de haren strijkt en men ze liefst van al zou dumpen. We weten ondertussen al dat we dan ‘het kind met het badwater’ wegkieperen. 

De hoogste opgave van het menselijk kennen is:

Begrijpen wat je niet begrijpen kan.

Johan Cruyff

Eloïse, Edward en Elvire, in elke boodschap zit iets nuttig. Het is de bedoeling om een volledig correct inzicht te krijgen in de stelling van de ander. Anders gesteld, het is de bedoeling die stelling correct te waarderen. Begrijpen wat je niet begrijpen kan, vereist Nederig Vragen.

Inleiding

Het is een hele kunst om in deze context de juiste vraag, op het juiste moment en op de juiste manier te stellen. Dit dient bovendien op een eerlijke wijze te gebeuren, dus respect vol. Niet vanuit de hoogte, niet sarcastisch en zeker niet spottend. Open vragen zijn aan de orde; zo weinig mogelijk gesloten vragen en zeker geen manipulerende. Men gebruikt enkel maar gesloten vragen om wat men begrijpt en waardeert te toetsen aan wat de zender heeft bedoeld. Daarbij kan de vierde vaardigheid van de vorige karakteristiek Bevestigend Parafraseren in vraagvorm worden gebruikt. Het doorlopen van het Cruciale Dialoogmodel is nu eenmaal niet lineair, maar oscillerend, een staande acht beweging als het ware tussen karakteristieken één en twee van de liggende acht

Bij deze karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen is het de bedoeling door het vragen het oordeel uit te stellen totdat een en ander waarderend begrepen is. Dus niet beoordelen en zeker niet veroordelen in de vraagstelling zelf. Daarom zijn waarom vragen meestal uit den boze. Ze kunnen veelal correct omgevormd worden in ‘Wat’ of ‘Hoe’ vragen. Dus niet zeggen: ‘Waarom heb je deze mening?” maar eerder: ‘Hoe kom je tot dat besluit?” of nog beter misschien: “Op wat baseer je je om dit zo te stellen?” Wees creatief in de vraagstelling teneinde niet bedreigend over te komen. Integendeel, men dient, wat Ed Schein in z’n boek ‘Humble Inquiry’[i] stelt, tot een nederige vraagstelling te komen. Nogmaals het stellen van vragen heeft niet als doel te oordelen of te corrigeren. De bedoeling is begrijpen en waarderen. Ik noem deze vaardigheid, in navolging van Edgar Schein, Nederig Vragen.

Who questions much, shall learn much and retain much. 

Francis Bacon 

Het stellen van bijkomende vragen is een manier om de afknalzinnen (zie deel XV) achterwege te laten. Men kan daarbij de afknalzin, die op de tong ligt, herformuleren in een prachtige vraag. Bijvoorbeeld niet zeggen: “Daar hebben wij het budget niet voor”, maar: “Hoe zie jij dit te verwezenlijken binnen onze budgettaire mogelijkheden?” Door dit te vragen geef je de ander de mogelijkheid zijn idee in detail uit de doeken te doen. 

De afknalzinnen vinden hun oorsprong in het niet eens zijn met wat de ander zegt. Men doorloopt als het ware het Cruciale Dialoogmodel aan lichtsnelheid. Wat de ander zegt, wordt negatief beoordeeld; dit brengt een emotie teweeg, waardoor gezocht wordt naar een afdoend antwoord en … dat wordt dan de gekozen afknalzin. Praktisch elke afknalzin kan echter positief geformuleerd worden. De kritiek: “Dit idee zal nooit werken”, wordt in een vraag omgebogen tot: “Hoe ga je dit idee concreet verwezenlijken?” “Dit is geen realistisch plan” kan geformuleerd worden als: “Hoe kan je de stappen van jouw plan concreet en uitvoerbaar maken?” De klacht: “Dat vergt te veel inspanning!” wordt positiever door te stellen: “Hoe kan je het gemakkelijker en eenvoudiger uitvoerbaar maken?” Deze vragen hebben iets gelijkaardigs voor ogen als de afknalzin, maar zijn heel wat positiever en daardoor productiever. 

De vaardigheid Nederig Vragen heeft de bedoeling de kritiek die in ons opwelt, met behulp van de basisconditie Nieuwsgierigheid, om te buigen in een eerlijke vraag teneinde waarderend te begrijpen. Niet alleen Waarderend Begrijpen wat de ander zegt; ook waar zijn perceptie vandaan komt. Men nodigt de ander als het ware uit zijn referentiekader voor jou duidelijk te maken. Daardoor krijgt men meer inzicht in de mindset van de ander.

De vragen die men stelt, hebben ook de bedoeling om klaarheid te brengen in de ambiguïteit waarin men zich bevindt. Maak dan ook dat je klare vragen stelt. Een klare vraag krijgt meestal ook een klaar antwoord. Een klare vraag voldoet aan de volgende voorwaarden: 

  • is begrijpelijk en zo kort mogelijk geformuleerd;
  • heeft het antwoord niet letterlijk in zich;  
  • past bij het onderwerp;
  • bestaat niet uit twee vragen tegelijk;
  • volgt het KISS-principe (Keep It Short and Simple). 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hoeven echt niet bang te zijn stomme vragen te stellen. Wanneer jullie iets niet begrijpen, wees daar eerlijk over en stel een vraag. Overigens, stomme vragen bestaan eigenlijk niet; stomme antwoorden daarentegen wel. Door vragen te stellen, tonen jullie dat jullie goede luisteraars zijn en dat jullie willen begrijpen. Soms luisteren we niet goed naar wat de ander zegt. Wij zijn te druk bezig met het reeds formuleren van onze repliek. De vaardigheid Nederig Vragen helpt ons te focussen op wat de ander werkelijk zegt.

Nederig Vragen

Nederig Vragen (Humble Inquiry) is de kunst iemand vragen te stellen waarvan je het antwoord nog niet kent. En dit met een dubbel doel: a) het standpunt van de ander te kunnen waarderen en b) een positieve relatie op te bouwen, gebaseerd op nieuwsgierigheid en interesse in de andere persoon. Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, de meeste mensen reageren, wanneer zij iets horen verkondigen – waarvan zij het nut niet inzien (uiteraard berust deze evaluatie op hun eigen, meestal vastgeroest, denkkader), niet echt kennen en niet kunnen waarderen (onbekend is onbemind) of dat als regelrecht absurd overkomt – sterk afwijzend. 

Eloïse, Edward en Elvire, Nederig Vragen zet de eerste impuls (het afwijzen) om in het nederig bevragen van het inzicht en dus de kennis van de ander. Met andere woorden, jullie bevragen die ander teneinde te weten te komen waarop zijn stelling (die voor jullie absurd of bij de haren getrokken lijkt) gebaseerd is. Jullie zich opstellen, vereist Nederig Vragen een psychologisch veilige omgeving. De juiste vragen stellen op een nederige manier zorgt ervoor dat relaties verdiept worden en problemen opgelost worden. Het is een onderdeel van de kunst echt sociaal te zijn. 

Hoe helpt het Nederig Vragen bij het bouwen van een relatie? 

We leven in een cultuur van stellen en poneren. In die cultuur vinden we het lastig vragen te stellen, laat staan dat we de vaardigheid Nederig Vragen zouden aanleren. “Wat is er dan mis met vertellen op de manier van stellen en poneren?”, hoor ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vragen. Het korte antwoord is sociologisch van aard. Poneren zorgt dat de ander zich minder voelt. Het impliceert dat de ander niet weet wat ik vertel en dat die andere persoon dat hoort te weten. Wanneer men dingen te horen krijgt, die men eigenlijk diende te weten of waar men ten minste aan had moeten denken, zal men ongeduldig worden en zichmisschien wel beledigd voelen. Dit zijn dan weer ‘kniereflex’ reacties die we kunnen missen als kiespijn. Let wel, men begrijpt wel wat de ander stelt, men waardeert het echter niet ten volle. Men dient zich kwetsbaar op te stellen. En daar hebben wij het met z’n allen nogal moeilijk mee.

De vrager stelt zich bij Nederig Vragen tijdelijk kwetsbaar op. Dit impliceert dat de andere persoon iets weet dat de vrager nodig heeft of wil weten. Daarom dient niet alleen de communicatie zuiver te zijn, de relatie dient ook optimaal te zijn. Om die relatie te verstevigen, dient de vrager de ander niet te vertellen dat hij het verkeerd voor heeft, maar dient zij of hij nederig vragen te stellen teneinde waarderend te kunnen begrijpen waar de ander het echt over heeft. Edgar H. Schein noemt het “The gentle art of asking instead of telling.” Ik vertaal dit als “De zachtaardige kunst van het vragen in plaats van het poneren.” 

Nederig Vragen is eigenlijk investeren in de relatie door de ander de volle aandacht te geven. De nederige vraag vertelt de ander: “Ik ben bereid te luisteren en me kwetsbaar op te stellen”. Het resultaat van die investering bekom ik wanneer de ander mij iets duidelijk maakt. Iets wat ik nog niet wist en wat belangrijk is teneinde een correct inzicht in de werkelijkheid te krijgen. Door die nieuwe informatie te waarderen wordt bovendien onze relatie op een hoger peil getild.

Vertrouwen bouwt zich aan mijn kant op omdat ik mijzelf kwetsbaar opgesteld heb, en omdat de ander er geen misbruik van gemaakt heeft of mij genegeerd heeft. Vertrouwen bouwt zich bij de ander op omdat ik interesse heb getoond in wat de ander te vertellen had en echt moeite doe om dit te waarderen. Een gesprek dat een vertrouwensrelatie tot stand brengt, is daarom een interactief proces waarin beide partijen investeren en iets van waarde terugkrijgen. Dit geeft ook aan dat er een wisselwerking is tussen twee karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsprocesAuthentieke Interactie en Waarderend Begrijpen.

Hoe komt het dat Nederig Vragen eigenlijk nog geen gewoonte is? 

Natuurlijk denken we te weten hoe we vragen moeten stellen, maar we realiseren ons echter niet hoe vaak onze vragen eigenlijk een vorm van poneren zijn – retorisch of om onze waarheid te testen. We zijn geprogrammeerd om te poneren in plaats van te bevragen. Dit mede omdat we leven in een pragmatische, probleemoplossende cultuur, waarin het weten van dingen en het poneren van zaken aan anderen als iets van waarde wordt gezien. Nederig Vragen wordt in die cultuur gezien als een teken van zwakte en onwetendheid, dus wordt Nederig Vragen zo veel mogelijk vermeden.

Nederig Vragenresulteert in het tonen van interesse en de bereidheid te luisteren en het waarderend begrijpen van de ander. Het impliceert ook een staat van afhankelijkheid van de ander, waardoor het wijst op een soort van hier en nu nederigheid, welke onderscheiden dient te worden ten overstaan van twee andere vormen van nederigheid.

Om Nederig Vragen goed te kunnen begrijpen moeten drie soorten nederigheid te worden onderscheiden en dit op basis van drie soorten status:

1. Standaard nederigheid.  In traditionele samenlevingen waar status wordt verkregen bij geboorte of gekoppeld is aan een sociale positie, is nederigheid geen keuze maar een voorwaarde. Iemand kan dit accepteren of er zich ver van weg houden; het kan echter niet gewijzigd worden. In de meeste culturen is de hoogste klasse een intrinsiek respect gegund op basis van de status waarmee die geboren is. 

2. Situationele nederigheid. In samenlevingen waar status wordt toegekend door de dingen die iemand bereikt heeft, neigen we ons nederig op te stellen in het bijzijn van mensen die duidelijk meer bereikt hebben dan wij dit hebben gedaan. Daarbij bewonderen we de ander en stellen we ons nederig op. 

3. Hier-en-nu nederigheid. Deze derde soort nederigheid is cruciaal voor het het nederig stellen van vragen. Hier-en-nu nederigheid betreft hoe je je afhankelijk voelt van de ander. Mijn status is op dat moment inferieur aan die van de ander omdat die ander iets weet of iets kan doen, dat ik nodig heb bij het bereiken van het doel dat ik gekozen heb. Ik dien nederig te zijn omdat ik ‘hier en nu’ van de ander afhankelijk ben. Ook hier heb ik een keuze. Ik kan uiteraard de afhankelijkheid ontkennen en vermijden dat ik mijzelf bescheiden moet voelen. Daardoor zal ik weliswaar niet verkrijgen wat ik nodig heb, namelijk een correct inzicht in de werkelijkheid. Daardoor kom ik niet waar ik komen wil. We falen eigenlijk collectief! Helaas zijn mensen vaak bereid te falen, in plaats van hun afhankelijkheid van iemand toe te geven. 

Deze derde vorm van nederigheid is in prestatiegerichte culturen moeilijk aan te leren omdat in die cultuur kennis, en het ten toon spreiden ervan, aanzien heeft. Het nederig zijn in het hier-en-nu insinueert blijkbaar een verlies van status. Wij dienen heel dringend te begrijpen dat we interafhankelijk zijn van elkaar! Hier-en-nu nederigheid is steeds meer nodig voor alle soorten leiders, managers en professionals, gezien in de huidige management realiteit wederzijdse afhankelijkheid een basisvoorwaarde is. Nederige Vragen, gehanteerd door een leider, zorgt ervoor dat zij of hij het team vraagt of haar of zijn manier van leiding geven aanslaat en daarbij openstaat voor opbouwende kritiek. Dit is nog moeilijker te leren wanneer sommige leden van het team uit een traditionele cultuur komen waarin het falen de voorkeur heeft ten opzichte van ‘gezichtsverlies’. Hopelijk bestaat dit soort bedrijfscultuur niet meer wanneer jullie aan de slag zullen gaan. Alleszins heb ik er gans m’n leven tegen gestreden. Dit reeds van bij de eerste maanden dat ik in ‘den Kuhlmann’ als ingenieur was gestart. Eloïse, Edward en Elvire, hier m’n verhaal uit 1971 (jullie moeder was toen nog niet geboren!):

Ik liep mee in de ploegendienst, als een soort ‘vijfde wiel aan de wagen’. Ik had daarvoor de toelating gevraagd aan m’n toenmalig directeur Nicolas Kopylov, die mij voorspelde dat ik binnen de week zou afhaken. Mede door de zeer stroeve en moeilijke opstart van de eenheid ‘Contact 3’ liep ik uiteindelijk een kleine zes maand ploegendienst. Na een volledige cyclus – morgendienst, avonddienst en nachtdienst – haakte ik mij voor de volgende cyclus vast aan een andere ploeg. Wanneer ik Bruce Springsteen hoor zingen: “I learned more from a three minute record, than we ever learned at school”[ii], parafraseer ik die quote steevast als “Ik heb, in de zes maand dat ik ploegendienst liep, meer geleerd dan gedurende de vijf jaar aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG).” 

Uiteraard had ik praktisch geen ‘hands on’ kennis van het runnen van een zwavelzuureenheid. Wat mij echt opviel was dat m’n ploeggenoten steeds vragend naar mij keken telkens er zich een technisch probleem voordeed. Ik was tenslotte burgerlijk ingenieur, toch?!? Toen ik hen eerlijk stelde dat ik de oplossing van het probleem niet kende, keken ze verbaasd. Ik vroeg hen toen: “Wat zouden jullie doen indien ik iets zou voorstellen, waarvan jullie zeker zijn dat het niet, of zelfs averechts zou werken?” antwoorden ze: “Dan voeren wij uw idee zonder verpinken uit!” Ik stelde dat dit toch zinloos was, waarop ze antwoorden: “De ingenieur heeft altijd gelijk, ook al heeft hij ongelijk. Wij zijn maar arbeiders.” Ik heb hen toen duidelijk gemaakt dat ik niet zo’n ingenieur was en dat ik met hen ploegendienst deed teneinde van hen te leren. In elk van de vier ploegen heeft dit scenario zich herhaald. De arbeiders volgden de bevelen van de ingenieur op, ook wanneer ze pertinent wisten dat die waardeloos waren. Ze gaven wel toe dat ze vaak in hun vuistje lachten, edoch wel uit het zicht veld van de ingenieur in kwestie … Heel vlug maakte ik hen duidelijk dat zij mij mochten terechtwijzen en dat ik dit niet zag als ‘gezichtsverlies’, eerder als een natuurlijk onderdeel van m’n leerproces.

Je zou kunen zeggen dat nederigheid een van m’n kernwaarden is. Hoewel dat niet altijd zichtbaar is. Dit omdat ik de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, Authentieke Interactie, van binnenuit beleef, en dat is overduidelijk zichtbaar.  Dat ik in wezen nederig ben, heeft uiteraard te maken met m’n opvoeding. Zoals jullie Eloïse, Edward en Elvire, waarden meekrijgen van jullie moeder, Daphne, kreeg ik ze mee van mijn ouders. Niettegenstaande ik de eerste (en wat later bleek de enige) van ons huisgezin van zeven kinderen was die universitaire studies aanvatte, zorgde vader Roels er voor dat ik niet ‘naast m’n schoenen begon te lopen’. Wat men er aan de RUG gedurende de week trachtte in te pompen – dat we als burgerlijk ingenieur een uitzonderlijke status zouden bekomen – werd er door vader Richard, op z’n eigen humoristische manier, gedurende het weekend netjes ‘uitgeklopt’. Ik ben hem er, eerlijk gezegd, nog steeds dankbaar voor. Slechts veel later begreep ik ten volle – uit het waarderend begrijpen van Charlie Palmgren’s wijsheid – dat  iedereen dezelfde Interinsieke Waardeheeft en dat de extrinsieke waarde die men verwerft vooral te maken heeft met de kansen die men krijgt. Men dient die uiteraard te grijpen, maar daarom dient men zich niet beter te achten dan een ander!

Wat betekent nederigheid eigenlijk? De essentie kan ik in vijf punten geven. Ik heb die in de loop der jaren met vallen en opstaan geleerd. Ik geef ze jullie, Eloïse, Edward en Elvire, hierbij mee:

  1. Nederig zijn betekent dat men zichzelf accepteert zoals men werkelijk is. Iemand die zowel het Creatief wisselwerkingsproces als de Vicieuze Cirkelin zich heeft. Iemand die weet hoe die laatste te ontzenuwen. Iemand die niet overgevoelig is voor de bedreigigingen van z’n ego. Want hij die weet dat z’n ego niets anders is dan z’n gecreëerde zelf die voor verbetering vatbaar is
  2. Nederige mensen zijn niet zo begaan met hun ego in enge zin. Zij timmeren daarentegen wel aan de weg naar hun Originele Zelf;
  3. Nederige mensen staan daarbij open voor nieuwe inzichten, zowel over de wereld om zich heen als over zichzelf. Ze weten dat ze de waarheid niet in pacht hebben. Ze maken zich geen zorgen dat ze misschien zullen afgaan, wanneer ze iets met stelligheid beweren (een gevolg van het beleven van Authentieke Interactie). Want ze weten dat dit een onderdeel is van een gezond leerproces. Ze staan ook na iedere miskleun sterk weer op!; 
  4. Nederige mensen kennen zichzelf goed. Ze nemen ook verantwoordelijkheid op zich telkens ze iets fouts hebben gedaan;
  5. Nederige mensen zijn er ook van overtuigd dat iedereen dezelfde Intrinsieke Waarde heeft. (zie Deel IV).

Anders gesteld: “Humility is not thinking less of yourself, but thinking of yourself less.” Deze quote wordt op het internet steevast toegeschreven aan C.S Lewis; hij is echter Rick Warren[iii]. Op zich een prachtige quote, wat niet niet wegneemt dat wat Lewis echt schreef volgens mij nog diepgaander was. Oordeel zelf maar Eloïse, Edward en Elvire:

Do not imagine that if you meet a really humble man he will be what most people call ‘humble’ nowadays: he will not be a sort of greasy, smarmy person, who is always telling you that, of course, he is nobody. Probably all you will think about him is that he seemed a cheerful, intelligent chap who took a real interest in what you said to him. If you do dislike him it will be because you feel a little envious of anyone who seems to enjoy life so easily. He will not be thinking about humility: he will not be thinking about himself at all.

If anyone would like to acquire humility, I can, I think, tell him the first step. The first step is to realise that one is proud. And a biggish step, too. At least, nothing whatever can be done before it. If you think you are not conceited, it means you are very conceited indeed.[iv]

Dit is de ongebreidelde C.S. Lewis. Voor hem zal, de echt nederige man “niet denken over nederigheid, hij zal helemaal niet denken over zichzelf.” Dit echt inzien begint met het toegeven dat men zich zichzelf meestal hoger inschat dan nodig; want schrijft Lewis: “als je denkt dat je niet verwaand bent, dan ben je juist zeer verwaand”.

In een nieuwe en dubbelzinnige situatie zullen mensen veelal terugvallen op hun eigen culturele regels en kunnen ze, voor wie die regels niet kent, onverwacht handelen. Een leider van een multicultureel team die erg graag open communiceert, zal de vaardigheid Nederig Vragen inzetten om een goede relatie op te bouwen met de teamleden, hen psychologisch veilig te latenvoelen en hen in staat te stellen om de problemen die zich voordoen samen op te lossen.

Vragen stellen is zowel een wetenschap als een kunst. Professionele vragenstellers, zoals enquêteurs, hebben decennia onderzoek gedaan over hoe vragen te stellen om antwoorden te krijgen die ze willen bekomen. Effectieve therapeuten, counselors en consultants hebben deze kunst opgetild een hoger niveau. De meeste van ons, echter, hebben zich nog niet afgevraagd hoe vragen gesteld dienen te worden in de context van alle daagse gesprekken, laat staan wanneer het er echt toe doet. 

Wat we vragen, hoe we het vragen, waar we vragen en wanneer we iets vragen, zijn belangrijke aspecten van Nederig Vragen.De kern van Nederig Vragen gaat verder dan onverbloemd vragen stellen. Het type vragen waar ik het hier over heb, steunt op een houding van interesse en nieuwsgierigheid. Dit veronderstelt een drang een relatie op te bouwen die zal leiden naar een sterkere mate van open communicatie. Het suggereert ook dat iemand zich kwetsbaar opstelt, en daarmee de energie opwekt voor een positieve, op hulp gerichte, houding bij de ander. Zo’n houding laat zich, naast de specifieke vraag die we stellen, zien in de diverse gedragingen. Het is een empathische manier van vragen stellen, en helemaal niet sarcastisch of uit de hoogte, integendeel! Soms tonen we een bepaalde mate van interesse door onze lichaamstaal en/of het laten vallen van stiltes, waardoor de andere persoon aangezet wordt om te praten, zonder dat we zelf iets gezegd hebben. Door de nieuwsgierigheid aan te zwengelen, vermindert de eigen ‘bias’ en zet ik mijn aannames en vooroordelen even aan de kant. Men geeft wel de onwetendheid toe. Want men kan de stelling van de ander maar moeilijk waarderend begrijpen; daartoe is de hulp van de ander nodig.

Wanneer ik in de nederig vragen modus ben, wil ik echt waarderend begrijpen hoe de ander de werkelijkheid ziet. Daarbij maak ik mezelf ‘leeg’ en zet eigen vooroordelen en percepties on hold. Nederig vragen stellen heeft te maken met het eigen ego en z’n Monkey Mind het zwijgen op te leggen. Want die wil toch enkel maar ‘gelijk krijgen’. Nogmaals, ik heb de waarheid niet in pacht! Bovendien vertel ik m’n waarheid niet bij Nederig Vragen. Anders gesteld, ik vertel dus geenszins hoe ik het zie (daar had ik al de gelegenheid toe in vorige karakteristiek). Ik bevind mij echt in de bevragingsmode en laat de ander in de vertelmode. Ik vraag dus nederig omdat blijkbaar de ander iets doorziet, wat ik helemaal niet begrijp. Die ander heeft dezelfde Intrinsieke Waardeals ik en bovendien ziet zij of hij iets, wat ik helemaal niet doorheb. 

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.

Johan Cruyff

Ik koppel dus m’n nederigheid aan m’n nieuwsgierigheid (“Hoe komt het toch die ander iets ziet wat ik niet zie?!?) en beoefen de Nederig Vragenvaardigheid. Ik ga er ook van uit dat de ander authentiek zal antwoorden op mijn nederige vragen en geen ‘politiek correcte’ antwoorden zal geven. Nogmaals, het doel van Nederig Vragenis de ander ten volle begrijpen op een waarderende manier. Ik aanvaard daarbij dat, hoe de ander de werkelijkheid ziet, wel degelijk legitiem is!

Gevoelens bij de hier-en-nu nederigheid zijn de basis van nieuwsgierigheid en interesse. Als ik aanvoel dat ik iets van de ander kan leren of iets van de ander wil horen, zal dit mij tijdelijk afhankelijk en kwetsbaar maken. Het is precies deze tijdelijke ondergeschiktheid die ervoor zorgt dat ik mij psychologisch veilig voel, waardoor de kansen vergroot worden dat de ander mij zal vertellen wat ik nodig heb en wat mij helpt om de boodschap diepgaand te kunnen waarderenAls de ander deze situatie uitbuit, liegt, er misbruik van maakt of iets vertelt waar ik niets mee kan aanvangen, zal ik dit haar of hem duidelijk maken. Indien integendeel, de ander mij vertelt wat ik weten moet en mij daardoor helpt waarderend te begrijpen, is de start van een positieve relatie gemaakt. 

Nederig Vragen in deze context suggereert uiteraard dat je vragen stelt. Echter niet zomaar een vraag. Het dilemma in de cultuur binnen de Westerse wereld is dat men blijkbaar het onderscheid niet ziet tussen Nederig Vragen en andere manieren van vragen zoals leidend vragen, retorisch vragen, vernederend vragen of statements in de vorm van een vraag, welke bewust provocatief zijn en bedoeld zijn om de ander zich minder goed te laten voelen. Als leiders, managers en alle soorten professionals in staat zijn de vaardigheid Nederig Vragen van binnenuit te beleven, zullen ze aandachtig de verschillen leren kennen tussen de mogelijke vragen die gesteld kunnen worden en kiezen voor Nederig Vragen, hetgeen bijdraagt aan het bouwen van een gezonde relatie. 

Socrates

Socrates, de Griekse filosoof uit de vijfde eeuw voor Christus, had zo zijn eigen methode om vragen te stellen. Hij was de meest wijze man uit zijn tijd, want hij wist dat hij weinig wist. Eloïse, Edward en Elvire, van hem komt overigens mijn lijfspreuk: “Ik ben een wijs man, want ik weet dat ik het niet weet”. Tussen haakjes, ik hoop wel dat een beter lot dan het zijne mijn deel mag zijn. Die instelling is ook nuttig, omdat de Socratische vraagstelling de kennis van de ander verheldert en jouw waarderen van die kennis aanscherpt. De Socratische vraagstelling heeft tot doel nieuwe ideeën naar waarde te schatten. Dat is nu juist de bedoeling van deze karakteristiek: Waarderend Begrijpen wat de ander weet. 

Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemersaan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

Ervaring. Dat heb je of dat heb je niet.

Johan Cruyff

De vragen die hier kunnen gebruikt worden zijn: 

  • Wat bedoel je wanneer je zegt: “_______________”?
  • Wat is voor jou het belangrijkste element in jouw betoog?
  • Hoe verhoudt “__________” zich tot “____________”?
  • Kan je dit eens op een andere manier zeggen?
  • Begrijp ik je nu goed, wil je dit “__________” of dat “_________” zeggen?
  • Hoe is wat je zegt verbonden met de cruciale vraag?
  • Kan jij een voorbeeld geven?
  • Zou “__________” daar een goed beeld van zijn?

Om bovendien de aannames, die de ander gebruikt, te kunnen begrijpen, kunnen de volgende vragen gesteld worden: 


  • Waarop is je stelling gebaseerd?
  • Is je redenering gebaseerd op deze aanname: “___________”?
  • Ik heb de indruk dat je aanneemt dat “___________”; 
  • Heb ik het correct voor?
  • Indien ik je goed begrijp, bedoel je dat “_____.” Klopt dat?”

Een ander kenmerk van sommige vragen is dat zij explorerend of onderzoekend zijn. Daarmee exploreert men het referentiekader van de ander. Het zijn vragen die ingaan op, en aansluiten bij wat de ander zegt. Men vraagt als het ware door. Daarbij concentreert men zich volledig op wat de ander zegt zonder de eigen mening daarin te betrekken. 

Doorvragen is zowat de ultieme manier om te kunnen appreciëren wat de ander zegt. 

Echt doorvragen gebruik je wanneer je het gevoel hebt dat de ander: 

  • niet alles vertelt (Wat is er nog meer dat ik moet weten om je goed te kunnen begrijpen?);
  • onduidelijke argumenten gebruikt (Wat is nu juist jouw argument?) ;
  • ongebruikelijke woorden gebruikt (Wat bedoel je juist met dat woord: “_____?”) 
  • tegenstrijdige informatie geeft (Je zei, naar ik begrepen heb, net dit “_____ “en nu hoor ik je dat “_____” zeggen. Kan je mij een en ander verduidelijken?”)

[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii] Edgar H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.  San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[iii]Bruce Springsteen. Quote uit de song ‘No Surrender’ van het album ‘Born in the USA’, Colombia records, 1984.

[iv]Rick Warren. The Purpose-Driven Life,  http://takfiknamati.tv/en/wp-content/uploads/2016/04/Rick-Warren-The-Purpose-Driven-Life-What-on-Earth-Am-I-Here-For.pdf, Day 19, “Cultivating Community.” 2002, Page 148.

[v]C.S. Lewis Mere Christianityhttp://www.samizdat.qc.ca/vc/pdfs/MereChristianity_CSL.pdf, Book 3, Chapter 8, “The Great Sin,” 2014 (first published in 1952, based on as series of BBC radio talks made by Lewis between 1942 and 1944), page 71.



BLIJF WAKKER! – DEEL XV

DE VOORWAARDEN VOOR WAARDEREND BEGRIJPEN: NIEUWSGIERIGHEID & KUNNEN OMGAAN MET ONZEKERHEID

Open your ears, open your hearts. 

Don’t take yourselves too seriously 

and take yourself as seriously as death itself. 

Don’t worry. Worry your ass off. 

Have iron clad confidence. But doubt! 

It keeps you awake and alert. 

Believe you are the baddest ass in town and you suck.

 It keeps you honest. 

Be able to keep two completely contradictory ideas alive 

and well in your heart and head at all times. 

If it does not drive you crazy it will make you strong. 

Stay hard, stay hungry and stay alive.[i]

Bruce Spingsteen

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in deel VII hebben kunnen lezen, zijn aan elke karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsproces twee condities verbonden. In dit deel zal ik dieper ingaan op de voorwaarden van de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen  Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid (Tolerantie voor Ambiguïteit).

Wanneer we die voorwaarden niet van binnenuit waar maken, heeft ons gedrag veel weg van de een ‘Kniepeesreflex’. Dit gedrag noem ik daarom het ‘Kniereflex-gedrag’. Het idioom ‘‘Kniereflex’ betekent dat men op iets reageert op een even onbezonnen wijze als de ‘Kniepeesreflex’ zelf. Het is een metafoor gebaseerd op de fysieke reflex van het onderbeen wanneer men op een bepaalde plaats ter hoogte van de kniepees, dus net onder de knie, met een rubberen reflexhamer mept. De wetenschappelijke naam, die door geneesheren wordt gebruikt, is de ‘Pattelaire reflex’ of ‘Kniepeesreflex’.

Ik gebruik de uitdrukking hier voor een onbezonnen reactie op een emotie. Emoties komen echter niet uit het niets. Emoties volgen op, en zijn veroorzaakt door, het op een bepaalde manier begrijpen van wat we een stimulus kunnen noemen. Die stimulus kan iets zijn wat de ander gezegd of gedaan heeft en dat we op een bepaalde manier begrepen hebben. Wij hebben al gezien dat hoe we iets begrijpen enorm beïnvloed wordt door ons denkkader. Dus door onze aannames, overtuigingen en vooronderstellingen; kortom, door ons Mentaal Model. Op dit begrijpen op het eerste niveau – het niveau van het Mentaal Modelvan de gecreëerde zelf – volgt een bepaalde emotie. Die emotie ontlokt een respons. Vandaar dat de stimulus hier ook trigger wordt genoemd. Meestal gaat het om een vlugge respons, veelal zelfs een automatische. Vandaar dat ik hierboven de ‘kniepeesreflex’, kortweg ‘kniereflex’, metafoor gebruikte. Die respons kan positief (“Hé, dat is een super idee!”) of negatief zijn (“Waar haal je de wijsheid om deze onzin te beweren?”). Samengevat, de respons is veelal automatisch en gebaseerd op een emotie.

Waarderend begrijpengrijpt plaats op het tweede niveau. Naar analogie met het dubbelslag leren van Chris Argyris en Donald Schön[ii] zou ik Waarderend begrijpenkunnen duiden als dubbelslag begrijpen. Bij Waarderend begrijpenstelt de gecreëerde zelf zichzelf in vraag en last hij een pauze in; hij plaatst zich als het ware tussen de stimulus en de respons en houdt daarbij ook z’n emotie tegen het licht. Ik noem de zelf die dit doet de bedachtzame zelf. Die bedachtzame zelfis zich helder bewust van z’n emoties en stelt deze in vraag door de onderliggende redenen ervan te (onder)zoeken; zijnde het waarderend begrijpen van de realiteit (hier fungerend als stimulus).

Men kan nog een stap verder gaan en het ‘drieslag’ begrijpen eraan toe voegen. Dit is het begrijpen op het niveau van de Originele Zelf. Heel zelden kom ik zelf tot dit niveau (ik heb inderdaad nog veel te leren) en toch is het mogelijk. 

Eloïse, Edward en Elvire, volgende tekening geeft de drie niveaus weer. Die maakt duidelijk hoe een unieke realiteit, naargelang het niveau van begrijpen kan aanleiding geven tot specifieke emoties, die elk dan weer gevolgd worden door een specifiek gedrag:

Nogmaals elk niveau van begrijpen leidt naar een andere emotie; met name kniereflex emotie, bezonnen emotie en uitgebalanceerde emotie. Elke emotie leidt dan weer naar een ander gedrag; met name kniereflex gedrag, bezonnen gedrag en uitgebalanceerd gedrag.

Om diepgaand waarderend te begrijpen zijn de voorwaarden Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Ambiguïteit een noodzaak. Hoe meer die voorwaarden effectief ingezet worden, hoe diepgaander het begrijpen. Wanneer ze slechts heel vluchtig aan zet zijn, komen we tot het begrijpen op het eerste niveau, wanneer ze goed ingezet worden tot het tweede niveau en bij het uitzonderlijk goed inzetten, waarbij eigenlijk de Originele Zelf de realiteit begrijpt, komt men tot het echt ten volle begrijpen ervan en dus tot een heel andere emotie dan bij het begrijpen op het eerste niveau. Hierna bespreek ik beide condities.

Nieuwsgierigheid

Het betreft hier een dubbele nieuwsgierigheid:

  1. Nieuwgierigheid gericht naar het begrijpen van de trigger (wat gezegd of gedaan werd);
  2. Nieuwgierigheid gericht naar het begrijpen van de emotie.

Er wordt een dubbele cruciale vraag gesteld: “Wat betekent de trigger echt?” en “Waarom dan die specifieke emotie?” De gecreëerde zelf wordt dus de bedachtzame zelf en die plaatst zich tussen het begrijpen van de trigger en de emotie, en dit in de twee richtingen. De volgende figuur kan jullie, Eloïse, Edward en Elvire, helpen om een en ander waarderend te begrijpen.

Wanneer jullie bemerken dat jullie overmand worden door een sterke emotie, laat dan jullie bedachtzame zelfaan zet komen. Dit wil zeggen dat het pad van de rechterzijde van bovenstaand vlindermodel NIET direct bewandeld wordt. Men keert als het ware op z’n stappen terug en stelt zowel het waarderend begrijpen van de trigger, met behulp van het eigen mentaal model, als de trigger zelf in vraag. Idealiter blijft men lang genoeg in de linker lus van het vlindermodel totdat de Originele Zelf de trigger – wat wordt gezegd of gedaan – op het derde niveau waarderend begrepen heeft. In dit eerder uitzonderlijk geval doet men dus aan het ‘drieslag’ waarderen van de werkelijkheid.

Door het ‘updaten’ van het waarderend begrijpen van de trigger, kan de resulterende emotie wijzigen en daardoor de gekozen respons en het uiteindelijk resultaat.

Eloïse, Edward en Elvire, hierbij gaat het eigenlijk over wakker blijven zodat men de eigen emoties kan terugvoeren naar het al dan niet correct begrijpen van de input (i.e. de trigger). Wakker blijven omvat hier Nieuwsgierigheid. De Nieuwsgierigheid is nodig om de ander werkelijk op een waarderende manier te begrijpen. Waarderend begrijpen in Creatieve wisselwerking berust op wederkerigheid. 

Teneinde de mening van de ander ten volle te kunnen appreciëren, dienen we te weten hoe zij of hij deze heeft gevormd. We dienen dus te begrijpen hoe zij of hij tot dit gezichtspunt is gekomen. Dit veronderstelt dat men, wanneer men een nieuw of zelfs bizar idee hoort, tenminste de moeite doet om de positieve kanten ervan te ontdekken, ook wanneer die niet onmiddellijk duidelijk zijn. Dit is niet eenvoudig, zeker wanneer men het idee direct dreigt te catalogeren in de categorie ‘nonsens’. Het komt er dus op aan het negatieve oordeel op te schorten en de positieve elementen of spin-offs van het – op het eerste gezicht waardeloos – idee te vinden. Hierbij is het steeds nuttig aan het verhaal van ‘De Boer en z’n Zen Meester’, met de steeds terugkerende vraag “Is dit goed of is dit slecht?”, te denken (zie deel II).

Het is ook belangrijk in te zien dat het overdreven kritisch benaderen van ideeën het creatief proces een halt toeroept. Eloïse, Edward en Elvire, in mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Zeker binnen een groep haalde iemand het meestal binnen de tien seconden onderuit. Ook in tweegesprekken heb ik uitentreuren ‘ja, maar’ gehoord. De ‘ja’ was meestal geen echte ‘ja’, eerder een regelrecht neen. De ‘beleefde’ ‘ja‘, wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt het idee netjes afgeknald. 

Door intens en snel te stellen wat er verkeerd is aan het idee van de ander én de valkuilen ervan overdreven te belichten, komt de dialoog in een negatieve spiraal terecht. Een metafoor die ik in dit verband vaak gebruik is het ‘kleiduifschieten’. Het werkt als volgt. Wanneer iemand jouw idee met de snelheid van een kleiduifschutter afknalt vooraleer het is geland en dit bovendien meermaals doet, wordt de negatieve spiraal ingezet. Want wat denk je dat jij zult doen op het moment dat die ander een idee oppert? Inderdaad, ook zijn idee blijft niet lang genoeg in de lucht om het überhaupt te kunnen begrijpen, laat staan te kunnen appreciëren. 

Dit komt omdat wij niet nieuwsgierig zijn naar alle facetten van het idee. Bij het horen van het idee vormt men zich ogenblikkelijk een mening. Door gebrek aan Nieuwsgierigheid wordt de vraag: “Hoe komt het dat zij of hij er deze mening op nahoudt?” niet gesteld. Er wordt als het ware ogenblikkelijk een oordeel gevormd, een conclusie getrokken. Het idee is daardoor geen lang leven beschoren. 

Het verraderlijke deel van de ‘maar’ is wat ze met de energieflow doet. Het effect van de ‘maar’ is dat het idee van de ander eerst met de grond gelijk gemaakt wordt en nadien wordt vervangen door de eigen kijk op de wereld. Dit stopt, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de positieve energieflow binnen het gesprek en dit laatste verzandt, mede daardoor, niet zelden in een oeverloze discussie.

Een eerste remedie om de ‘ja, maar’ gewoonte af te leren, is deze te vervangen door de ‘ja, en’ gewoonte. Luister eens naar het subtiele verschil in volgende zin. Hierin heb ik de obligate ‘maar’ vervangen door de vernieuwende ‘en’: “Ik hoor wat je voorstelt om iets te doen aan de situatie en we weten beide dat die aanpak hier nog nooit gewerkt heeft’. Door deze zin wordt hopelijk duidelijk dat beide gedeelten van de verklaring terzelfdertijd geldig zijn. En de energieflow kan daarbij behouden worden, zeker indien men vervolgt met een onderzoekingsvraag: “Wat zouden we kunnen doen om jouw aanpak alsnog in onze omgeving te doen lukken?”

Een tweede remedie is de ‘afknalzinnen’ uit jullie woordenschat te verwijderen. Een afknalzin is een automatische reactie die het nieuw idee vakkundig de grond inboort en daardoor een regelrechte bedreiging vormt voor creativiteit en innovatie. Afknalzinnen zijn de negatieve responses die je doen wensen het idee nooit geopperd te hebben. Erger nog, deze reacties doen je de volgende keer tweemaal nadenken, vooraleer je nog een idee oppert. Door de afknalzin doorloop je de interne dialoog van de liggende acht met lichtsnelheid, en niet zelden is het besluit: “Ik laat mij niet meer horen, dit is genoeg geweest”. Dus afknalzinnen zorgen ervoor dat mensen, die ze te horen krijgen, minder open worden en minder vertrouwen hebben in diegenen die hun ideeën op die manier afknallen. Daardoor vermindert, zoals we reeds zagen, de Authentieke Interactie en krijgt bijgevolg Creatieve wisselwerking een knauw. Het lijdt geen twijfel: afknalzinnen zijn zeer efficiënt en effectief in het smoren van creativiteit. Zij zorgen er moeiteloos voor dat nieuwe ideeën niet geopperd worden en dus niet kunnen omgezet worden in creatieve zaken. Kortom, afknalzinnen zorgen voor het stoppen van innovatie. Nog erger is misschien wel dat ze ons monddood maken. Let wel, afknalzinnen zijn niet nieuw, ze zijn van alle tijden. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’ vinden jullie, Eloïse, Edward en Elvire, een hele bloemlezing[iii]!

Een diepere gezamenlijke analyse naar de onderliggende beweegredenen van de gedachte kan het waarderend begrijpen ervan ten goede komen. Daartoe dienen, onder meer, de juiste vragen op een nederige manier gesteld te worden. Daarover later meer in volgend deel (deel XVI).

Kunnen Omgaan met Onzekerheid (Tolerantie voor Ambiguïteit)

De eerste stap is zich blijvend voorhouden dat met praktisch steeds een oordeel vormt. In dit geval is het oordeel: “Wat ik hier en nu verneem maakt mij onzeker, want het strookt niet met m’n huidige kennis; het strookt niet met m’n visie! “

De werkelijkheid wordt door de verschillende deelnemers aan een gesprek vaak heel verschillend gezien. Wat, bijvoorbeeld, de een als oorzaak ziet, ziet de ander als gevolg. Door dit alles wordt men onzeker. Om echt waarderend te kunnen begrijpen, dient men te beschikken over een hoge Tolerantie voor Ambiguïteit

Iets is ambigu wanneer het dubbelzinnig, meerduidig, vaag of onduidelijk is. Dat een ambigue boodschap op verschillende manieren kan begrepen en gewaardeerd worden, is duidelijk. Een ambigue boodschap zorgt meestal voor onzekerheid. Kunnen omgaan met Onzekerheid,en daarbij de tijd nemen om de boodschap te waarderen, is hier aan de orde. Te vlug naar de volgende fase overstappen is ‘jump to conclusion’ gedrag en kan nefast zijn. De kans is groot dat de conclusie gebaseerd is op onduidelijke gronden en daardoor naast de kwestie. 

Echt leren is overeenstemming bereiken omtrent een gezamenlijke interpretatie van de werkelijkheid. Men streeft daarbij naar het bekomen van ‘een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’.  Daarbij creëert men een gedeelde mening. Men kiest uiteindelijk gezamenlijk vanuit een innerlijke zekerheid, gebaseerd op onzekere data. Men houdt echter continu de vinger aan de pols. Men blijft aandachtig volgen hoe de toekomst zich omzet in het heden en welke data daarbij vrijkomen. 

Dat het tolereren van ambiguïteit noodzakelijk is voor het leerproces werd reeds lang geleden onderkend. 

There is no greater impediment

to the advancement of knowledge

than the ambiguity of words 

Thomas Reid – Scottish Humanist and Philosopher

Volgens Sigmund Freud is het niet kunnen omgaan met onzekerheid een teken dat men niet structureel kan omgaan met problemen, m.a.w. een neurose. 

Neurosis is the inability to tolerate ambiguity.

Sigmund Freud

De persoon die tot elke prijs de controle wil behouden, zoekt ook naar zekerheid. Dit zijn twee illusies uit het verleden. De persoon komt daarbij meestal ook arrogant over. Blijkbaar is dit voor haar of hem beter dan onzekerheid, dan de hulp van anderen te moeten aanvaarden en het gevoel te hebben de controle over de gang van zaken te verliezen. Omgaan met mensen die er een andere mening op nahouden en die andere inzichten hebben, kan bedreigend overkomen. Daarbij vergeet men dat dit voornamelijk komt omdat men zich vastklampt aan het enige juiste antwoord, uiteraard het eigen antwoord! Men klampt zich, anders gesteld, vast aan de eigen interpretatie van de werkelijkheid. Men is ervan overtuigd dat men de waarheid in pacht heeft.

Intolerance of ambiguity 

is the mark of an authoritarian personality. 

Theodor W. Adorno – German Sociologist and Philosopher 

Bij het waarderend begrijpen worden de verschillende perspectieven gewaardeerd omdat zij ons kunnen helpen de werkelijkheid correcter te zien, te begrijpen én te waarderen. Daardoor worden nieuwe mogelijkheden geschapen voor het oplossen van problemen. Onzekerheid is dus helemaal niet negatief. Andere inzichten kunnen ons verrassen, maar geven de mogelijkheid ervan te leren. We kunnen van anderen echt maar leren wanneer we Kunnen Omgaan met Onzekerheid. Eerst dan zullen we niet in de verdediging gaan wanneer de ander verrassende ideeën of meningen verkondigt. Het is niet omdat je je oncomfortabel voelt met de informatie en de stelling van de ander, dat die geen waarde hebben. Tolerantie voor Ambiguïteit is essentieel om vanuit de huidige realiteit de gewenste realiteit te kunnen creëren. Chaos en conflicterende ideeën zijn voor de meesten onder ons echt oncomfortabel, maar door te leren omgaan met het steeds ambiguer worden van onze wereld, gebruikmakend van het creatief wisselwerkingsproces, krijgen we meer en meer vertrouwen in dit proces. En dit met plezier doen, is het kenmerk van de creatieve geest. 

The greater the ambiguity 

the greater the pleasure. 

Milan Kundera,

Author of The Unbearable Lightness of Being 

Wij moeten de reflex van de Vicieuze Cirkel, die ons beschermt tegen het ongemak van nieuwe ideeën, overwinnen, willen we blijven leren van wat het leven ons biedt. Daarom dienen we te leven in het heden en continu in contact te blijven met de werkelijkheid. Hierbij mogen wij niet krampachtig vasthouden aan ‘onze’ waarheid. Dit laatste komt neer op het ons vastklampen aan ons huidig Mentaal Model. We dienen, integendeel, open te staan voor de waarheden van de ander en die te appreciëren. Dit geeft ons de kans ons Mentaal Model te transformeren!

I can’t understand why people are frightened of new ideas. 

I’m frightened of the old ones. 

The first question I ask myself 

when something doesn’t seem to be beautiful is 

why do I think it’s not beautiful 

and very shortly I discover that there is no reason. 

John Cage, American Composer

Life is about not knowing, 

having to change, 

taking the moment and making the best of it, 

without knowing what’s going to happen next. Delicious Ambiguity. 

Gilda Radner, American Actress and Comedian 1946-1989 

Eloïse, Edward en Elvire, een van de grootste hindernissen voor jullie leerproces is het vasthouden aan die percepties, attitudes en aannames, die jullie eigenlijk niet meer van dienst zijn. Wanneer we in contact willen blijven met de huidige realiteit, dienen we constant onze denkkaders, angsten en automatische gewoontepatronen – die ons verhinderen de werkelijkheid te zien zoals deze is – in vraag te stellen. Leren betekent onder meer een versie van de werkelijkheid, die niet meer standhoudt, inwisselen tegen een nieuwe, die wel met de feiten overeenkomt. Nogmaals, dit komt overeen met het inwisselen van ons verouderd voor een nieuw Mentaal Model.

Diep leren vereist het lang genoeg in oncomfortabele ambiguïteit blijven totdat je klaar inziet dat het tijd wordt om de verdedigingsgordel t.o.v. onzekerheid en ‘de zaken niet onder controle hebben’ te ontmantelen. Dit betekent dat men de verzuchting om steeds maar gelijk te hebben en steeds maar op de proppen te moeten komen met het juiste antwoord, loslaat. 

There is no certainty, 

there is only adventure. 

Roberto Assigioli 

Loslaten is jullie overgeven aan wat echt aan het gebeuren is en jullie toelaten de ander ten volle te ervaren zodat het creatief wisselwerkingsproces zijn werk kan doen. Dus ‘uit de weg!’. 

Een poging om Tolerantie voor Ambiguïteit te definiëren, het is:

  • Het aanvaarden van onzekerheden;
  • De vaardigheid om te kunnen omgaan (observeren, percipiëren, begrijpen, waarderen) van ambiguïteit vervat in informatie en gedrag; en dit op een neutrale en open manier;
  • Het vermogen de aannames en overtuigingen van ander te herkennen, te erkennen, en te respecteren.
  • De vaardigheid om te gaan met ambigue nieuwe stimuli zonder gefrustreerd te raken en een tijd lang in die onzekerheid te blijven – dus het ‘jump to conclusion’ af te zweren – totdat een gedeelde mening gecreëerd is.

Omgaan met onzekerheid of het tolereren vanambiguïteit betekent kunnen in onzekerheid blijven, zonder te panikeren, en daarbij de cruciale vraag open in de geest houden. Dit ondanks het ongemak van het niet kennen van het antwoord, het niet weten waar een en ander naar toe gaat, laat staan waar we uitkomen. Kunnen Omgaan met Onzekerheid is een vaardigheid die goed van pas komt in examenperiodes, is het niet Eloïse?!? Het vereist de kniereflex te vermijden, ook al is er geen garantie dat een oplossing zal gevonden worden, en ruimte te maken voor nieuwe en opkomende verbindingen waaruit mogelijks een duidelijke richting kan gekristalliseerd worden. Het is de vaardigheid waardoor men rustig kan slapen met een hoofd vol zorgen. Het is het aanvaarden van het feit dat eenzelfde vraag verschillende antwoorden heeft, en dat elk van deze antwoorden, weliswaar verschillende, potentieel positieve resultaten mogelijk maakt.

Eloïse, Edward en Elvire, men raakt makkelijk gefrustreerd door het gebrek aan duidelijkheid en zekerheid, of zelfs geërgerd door het hebben van te veel vragen waarop men geen antwoord weet. In feite, is dat wat er gewoonlijk gebeurt wanneer men op de drempel van een doorbraak staat. Dit klinkt cliché, en misschien is het dat ook, toch ben ik ervan overtuigd dat het dan het moment is om te vertrouwen op het creatief wisselwerkingsproces. Het is mijn ervaring dat, wanneer men Tolerantie voor Ambiguïteit cultiveert, men uiteindelijk veel meer oplossingen creatief zal integreren en uiteindelijk innovatiever zal zijn, dan wanneer men naar de eerste beste oplossing grijpt (‘jump to conclusion’), teneinde verlost te zijn van de frustratie eigen aan ambiguïteit. Intolerantie voor ambiguïteit geeft meer van hetzelfde en Tolerantie voor Ambiguïteit leidt naar echte creativiteit en innovatie.

Mensen met een hoge mate van tolerantie voor onzekerheid hebben de gave dezelfde werkelijkheid vanuit meerdere perspectieven te zien, die perspectieven ook ten volle te kunnen waarderen en zijn niet zo vlug met het vellen van een oordeel. Ze stellen meer vragen teneinde bijkomende elementen van die werkelijkheid te bekomen en zoeken meer positieve elementen in iets wat hen op het eerste zicht als negatief overkomt. Ze beschikken bovendien over de gave verschillende facetten te laten samensmelten en, misschien nog het belangrijkste, ze stellen hun eigen Mentaal Model in vraag. Kortom ze hebben de vaardigheid om kritisch na te denken. Eloïse, Edward en Elvire, herlees nu eens de quote van Bruce Springsteen aan het begin van deze column.

De wereld wordt steeds complexer. Daardoor worden de op te lossen problemen ingewikkelder en is er een grote nood voor het nemen van correcte beslissingen en het bekomen van betrouwbare data. Kunnen Omgaan met Onzekerheid is nodig om te kunnen omgaan met ambivalente gevoelens en ver weg te blijven van verstarring en hulpeloosheid. Het te snel nemen van een beslissing, en daardoor het uitvoeren van een niet echt doordachte actie, kan leiden tot een ramp. Anderzijds is het (h)erkennen van onzekerheid als een bron van creatieve energie een goede zaak. Juist daarom is het cultiveren van Tolerantie voor Ambiguïteit eigenlijk een noodzaak.

Eloïse, Edward en Elvire, hoe kan men Tolerantie voor Ambiguïteit cultiveren?

Blijf neutraal en schorst het oordeel op. Stel, zo lang mogelijk, een beslissing uit. Focus jullie op het waarderend begrijpen van de informatie vooraleer emoties toe te laten.

Blijf nieuwsgierig. Er is inderdaad een wisselwerking tussen de twee basiscondities van waarderend begrijpen. Parkeer tijdelijk de aannames. Stel nederige vragen (Deel XVI)!

Geniet van de chaos. Creatieve wisselwerkingverloopt zelden netjes en lineair. Bevrijd jullie van de illusies van verleden: orde, controle en zekerheid. Weet dat chaos, indien men er lang genoeg in vertoeft, vaak leidt tot innovatie.

Geef jezelf de tijd. Bevrijd jullie van de illusie van snelheid. ‘Quick’ is vaak ‘dirty’. “Il faut donner le temps au temps”leerde me ooit m’n vriend Guy Bérat uit Lyon.

Begrijp ten volle en waardeer grondig. Dit alles door, naast het stellen van nederige vragen, de andere vaardigheden van het Waarderend Begrijpente ontwikkelen:

  • Het vinden van ‘plussen achter de min’ (Deel XVII);
  • Het integereren van verschillen (Deel XVIII);
  • Het in vraag stellen van de aan zet zijnde Mentale Modellen(Deel XIX).

Hiermee is duidelijk dat er een positieve wisselwerking is tussen de condities en de vaardigheden van de karakteristiek Waarderend Begrijpen. Hoe meer we de vier vaardigheden van binnen uit beleven hoe groter onze Nieuwsgierigheid en onze Tolerantie voor Ambiguïteit worden en, vice versa, hoe nieuwgieriger en hoe beter we kunnen omgaan met onzekerheid, hoe meer we nederig bevragen, plussen vinden achter de min, de verschillen en distincties integreren tot nieuwe inzichten en hoe beter we onze huidige Mentale Modellen in vraag stellen.



[i]Bruce Springsteen. Quote uit diens Key Note Speech ‘Listen up, youngsters’, – 15 March 2012, South by Southwest festival, Austin, Texas. USA; https://www.theguardian.com/culture/2012/mar/15/bruce-springsteen-keynote-speech-sxsw

[ii]Chris Argyris & Donald Schön. Organizational learning II: Theory, method and practice, Reading, Mass: Addison Wesley, 1996.

[iii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen- Apeldoorn, Garant, 2012, pp. 163-169.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XIV

DE 2DE KARAKTERISTIEK VAN CREATIEVE WISSELWERKING: WAARDEREND BEGRIJPEN

The dogs on Main Street howl,

because they understand.

If I could take one moment into my hands…


Mister, I ain’t a boy; no, I’m a man.


And I believe in a promised land.

– Bruce Springsteen[i]

Promised Land – Darkness on the Edge of Town – 1978

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In dit deel zal ik dieper ingaan op de tweede karakteristiek: Waarderend Begrijpen

Deze karakteristiek volgt ‘normaal’ op de vorige: Authentieke Interactie (Deel VIII). Ze kan echter ook volgen op de derde karakteristiek Creatief Integreren, waarover in een later deel meer. Hoewel ik in deze serie het Creatief wisselwerkingsproces lineair voorstel, verloopt het in werkelijkheid allesbehalve lineair; ik zou zelfs durven stellen, meestal regelrecht chaotisch. Waarderend Begrijpen is een cruciaal onderdeel van dit proces. Wat begrepen of geleerd werd, binnen elke karakteristiek van het proces, dient ook gewaardeerd te worden. Anders gesteld, enkel de boodschap ten volle begrijpen is onvoldoende. Begrijpen alleen kan immers leiden naar afwijzing van wat begrepen werd: “Nu ik jouw mening ten volle begrepen heb, kan ik zeggen dat ik nog nooit iets zo onzinnigs heb gehoord!” en daardoor zorgen voor heel wat moeilijkheden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de ander waarderend te begrijpen.

Kortom, de diversestandpunten, die aan bod komen door Authentieke Interactie, dienen niet alleen begrepen te worden, zij dienen vooral gewaardeerd te worden. Men dient het standpunt van waaruit de ander opereert, te waarderen. Men dient het mentaal model van de ander, haar of zijn referentiekader, als legitiem te aanvaarden. Dit wil geenszins zeggen dat men met dit standpunt dient akkoord te gaan. Waarderend Begrijpen heeft alles te maken met respect voor elkaars meningen en voor de denkkaders waaruit deze ontspruiten. En vanuit dit respect zal men de ander begrijpen én appreciëren.

Normaal gesproken proberen we altijd eerst zelf begrepen te worden. Inderdaad is het zo dat de meeste mensen niet luisteren met de bedoeling de ander te begrijpen. Ze luisteren om een gevat antwoord te kunnen geven. Men is dus of zelf aan het woord of men bereidt zich voor om het woord over te nemen. Mensen filteren ook zowat alle data gebruik makend van hun eigen mentale modellen of paradigma’s. We gaan daarbij veelal uit van ons eigen grote gelijk. Onze gesprekken zijn daardoor vaak een verzameling monologen. We begrijpen blijkbaar nooit echt wat zich afspeelt in het hoofd van de ander.

Eloïse, Edward en Elvire, om begrijpend te luisteren, dienen we empathisch te luisteren. Ik bedoel daarmee dat we luisteren met de intentie de ander ten volle te begrijpen. Empathisch luisteren is meevoelend luisteren en houdt in dat men zich verplaatst in het mentaal model van de ander. Men bekijkt de wereld van uit het standpunt van de ander. Anders gesteld, men plaatst zich in het paradigma van de ander.

Probeer eerst waarderen te begrijpen

Vooraleer waarderend begrepen te worden.

– Sint Franciscus van Assisi

Dit gezegde, dat inderdaad aan Sint Franciscus toegeschreven wordt, werd door Stephen K. Covey in z’n boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ enigszins afgezwakt tot “Probeer te begrijpen vooraleer begrepen te worden.”[ii]

Voorwaarden

Deze prachtvorm van menselijke interactie is echter niet met iedereen mogelijk, of op eender welk ogenblik in iemands levensverhaal. Aan die interactie zijn namelijk een paar voorwaarden verbonden. Indien niet aan deze voldaan wordt, dan lukt die interactie ofwel totaal niet, of het lukt ze in het begin schijnbaar wel en leidt ze later alsnog tot onaangename complicaties.

Waarderend Begrijpen heeft nood aan volgende twee basiscondities: Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met onzekerheid (tolerant zijn t.o.v. ambiguïteit). De nieuwsgierigheid zet aan om nederig vragen te stellen te zijn. Het kunnen omgaan met onzekerheid, of het tolerant zijn t.o.v. ambiguïteit, zorgt ervoor dat men niet doorschiet in een ‘jump to conclusion’-gedrag of als groep terecht komt in het zo verraderlijke Groepsdenken. Over deze voorwaarden voor Waarderend Begrijpen, Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met onzekerheid, zal ik het in volgende column uitvoerig hebben (Deel XV).

Appreciatie (Appreciërend begrijpen is een synoniem van Waarderend Begrijpen)kan, zoals ook Authenticiteit, op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Appreciatie wordt in deze context gebruikt in de zin van accurate inschatting en kritische beoordeling. Het is dus een poging om de ganse reikwijdte van feiten en waarden, zowel positieve als negatieve te bekomen. Het gaat dus om een ‘het één en het ander’ appreciatie. Deze is gebaseerd op de stelling dat elke persoon, elk idee, elke gebeurtenis of situatie zowel positieve als negatieve aspecten heeft. Appreciatie omvat ook empathie en de kunst de werkelijkheid te observeren met de ogen van de ander. Anders gesteld, het is het vermogen om de werkelijkheid te zien vanuit het denkkader of het perspectief van de ander en daarbij hun aannames, overtuigingen, waarden en redeneringen diepgaand te begrijpen.

Nogmaals, dit betekent dat, indien we willen Waarderend Begrijpen, we beiden dienen te zijn: nieuwsgierig betreffende het denkkader van de ander en tolerant t.o.v. de ambiguïteit dat dit denkkader kan teweegbrengen. Wanneer iemand iets stellig poneert (Authentieke Interactie) dat ons tegenvoets neemt, is het mogelijk dat we diens stelling wel degelijk begrijpen en er toch onderste boven van zijn. Hoe komt het toch dat die ander iets beweert dat wij niet ‘as such’ zien, laat staan ervaren? Eerder dan de stelling af te wijzen, trachten we die waarderend te begrijpen. Dit doen we door zowel nieuwsgierig te zijn (“Hoe komt het toch dat de ander de werkelijkheid toch ze wezenlijk anders ziet dan ik?”) als tolerant te zijn voor de onzekerheid die een en ander teweegbrengt. Charlie Palmgren gaat nog een stapje verder wanneer hij beweert dat we dienen te leren ‘ambiguïteit te omarmen’. Inderdaad, wat wij zien wanneer we ‘door de ogen van de ander kijken’ en die appreciëren zoals zij of hij is, ziet er vaak totaal anders uit dan hetgeen wij zien. Waarderend Begrijpen is leren van de verschillen, van de distincties, in plaats van deze te laten uitgroeten tot polariteiten. Waarderend begrijpen houdt zich verre van polarisatie. Waarderend Begrijpen betekent, wat uniek en origineel is in het denken en het perspectief van de ander, niet alleen begrijpen, maar ook waarderen en bovendien die waardering ook laten blijken. Waarderen betreft in dit verband zowel de positieve aspecten als de negatieve kantjes betreffende dat denken en specifiek perspectief. Waarderend Begrijpen is het antidum tegen de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, bij Waarderend Begrijpen zetten wij ons vermogen in om tijdelijk geen aandacht te schenken aan de gedachtestroom van onze eigen ‘Monkey Mind’. De bekende fysicus David Bohm zei vaak: “Normally, our thoughts have us rather than we having them.” Vrij vertaald klinkt dat als volgt: “Onze gedachten hebben ons eerder, dan dat wij gedachten hebben.” Het voor een tijdje opschorten van onze mening betekent niet dat wij ons eigen mentaal model vernietigen of totaal afzweren. Het is eerder zo dat we voor eventjes onze aannames aan de kant zetten teneinde de aannames van de ander waarderend te kunnen begrijpen. Langzaamaan hebben wij door dat onze mentale modellen onderdeel zijn van ons brein. En terwijl we ons helder bewust worden van onze gedachten, beginnen deze minder invloed te krijgen op wat we echt zien. Opschorten van onze mening laat ons toe “ons zien écht te zien.”

Het opschorten start wanneer we onze greep op onze huidige gedachten lossen en er enkel maar notie van nemen. In mijn taal geparafraseerd: wij zijn ons helder bewust van onze opkomende gedachten en vertikken het die in te kleuren. We schorten als het ware ons gekleurd bewustzijn op! Deze gedachten gaan daardoor niet direct weg, we verspelen er wel niet zo veel energie aan dan wanneer we eraan vastgeklonken blijven. Wij dienen dus gedachten kunnen loslaten. Daarbij denk ik altijd aan een verhaal over twee monniken; waarvan er tientallen versies bestaan. Hier parafraseer ik de versie van de Amerikaanse singer-songwriter David Olney[iii]:

Het is het verhaal van twee Boeddhistische monniken die op pelgrimstocht waren. Ze waren al maanden op weg en hadden reeds een grote afstand afgelegd toen ze bij een brede rivier aankwamen. Aan de oever ervan stond een prachtige jonge vrouw. Zij was misschien 19 jaar of zelfs maar zeventien. In alle geval, toen de monniken dichter kwamen riep de jonge dame hen toe: “Oh Heren! Kunnen jullie mij helpen? Ik moet naar de overkant van deze rivier en dat kan ik nooit op m’n eentje, kunnen jullie mij helpen?” De monniken keken elkaar aan, want zij hadden de gelofte van kuisheid afgelegd. Ze hadden met name gezworen dat ze niet in verleiding zouden komen. Dan keek de oudste monnik het meisje aan en sprak: “Ja, ik zal je helpen.” Hij nam haar in z’n armen en droeg haar dwars door de rivier naar de andere oever, gevolgd door de jonge monnik. Daar aangekomen plaatste hij haar behoedzaam terug op de grond. Zij vervolgde haar weg en de twee monniken zetten hun pelgrimstocht in een andere richting voort.

Na ettelijke mijlen doorgestapt te hebben zei de jongere monnik tot de oudere: “Oh Broeder, ik ben zeer bezorgd. Je hebt de gelofte van kuisheid afgelegd. Je hebt gezworen dat je nooit zou verleid worden door vrouwelijk vlees. Je hebt die mooie jonge vrouw over de rivier gedragen en je voelde haar in jouw armen. Ik ben zeer bezorgd en bang dat je misschien in verleiding bent gekomen.” De oudere monnik antwoorde: “Inderdaad, ik heb dat prachtig meisje over de rivier gedragen. Daar heb ik haar terstond terug neergezet. Waarom ben jij haar nog steeds aan het dragen?”  

Wanneer we het vermogen om op te schorten ontwikkelen, komen we in alle hevigheid de ‘angst, oordeel en gekakel’, van wat m’n vriend Charlie Palmgren de ‘Monkey Mind’ noemt, tegen. Die ‘Monkey Mind’ is volgens mij de mind van de gecreëerde zelf wanneer de Vicieuze Cirkel de overhand neemt. De ‘Monkey Mind’ gaat regelrecht in tegen creativiteit. Eens te meer een teken van de eeuwige strijd tussen Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel.

Howard Gardner deed ooit een studie die in lijn ligt met een studie die we reeds citeerden (zie de studie van Paul Iske in deel VII). Ik heb het hier over het ‘Project Zero’ van de Harvard University dat de intelligentie van baby’s bestudeerde. Niet alleen werden baby’s getest, ook kinderen en jongvolwassenen. De onderzoekers vonden dat tot de leeftijd van vier jaar bijna alle de kinderen het niveau ‘genie’ haalden. Daarbij onderzochten ze meerdere intelligentiekaders die Gardner vastlegde[iv]: visueel-ruimtelijke intelligentie, kinesthetische intelligentie (de vaardigheid om je lichaam met grote precisie te gebruiken), muzikale intelligentie, interpersoonlijke intelligentie, mathematische intelligentie, intra persoonlijke intelligentie, en taalkundige intelligentie. De globale intelligentie, die tot de leeftijd van kleuters het genie niveau haalde, was bij tienjarigen gezakt tot tien percent van dit niveau. Bij jongvolwassenen zakte dit intelligentie niveau zelfs tot een schamel twee percent van het niveau van kleuters[v].

Velen hebben zich afgevraagd waar die intelligentie naar toe is gegaan. Mijn persoonlijke visie is “De intelligentie is nergens naartoe gegaan, ze werd opgeslorpt door de Vicieuze Cirkel.” Het opschorten van het oordeel van de ‘Monkey Mind’ geeft de aangeboren creativiteit weer een kans. Want die ‘Monkey Mind’ slaakt kreten als “Dat is een stom idee” en “Jij kunt dat niet!”, en het zijn juist die kreten die het creatief wisselwerkingsproces afremmen.

Praktisch vereist het opschorten van de eigen gekleurde mening geduld en voornamelijk de wil om de vooringenomen denkkaders of mentale modellen uit te schakelen. Opdat deze niet zouden kunnen verhinderen dat we zien wat er te zien is. Dit laatste komt dus neer op het reeds behandelde observeren van de werkelijkheid zoals die is en dit zonder er direct conclusies – betreffende wat die observaties zouden kunnen betekenen – aan vast te knopen. Wij geven ons de luxe om de ogenschijnlijke niet gerelateerde stukken informatie de tijd te geven totdat we de situatie op een frisse en totaal nieuwe manier kunnen begrijpen.

Aannames opschorten is gemakkelijker gezegd (of neergeschreven in dit geval) dan gedaan. De druk om een mening te poneren, een oplossing te creëren is in onze huidige gemeenschap enorm. Dat die druk vaak aanleiding geeft tot het verderfelijke ‘Groepsdenken’, beseffen we niet steeds. En dat terwijl echte doorbraken gerealiseerd worden wanneer mensen leren de tijd te nemen om even halt te houden en daarbij hun aannames kritisch tegen het licht te houden.

Het is opmerkelijk dat wanneer we geconfronteerd worden met een mening betreffende de werkelijkheid die sterk afwijkt van de onze, we geconditioneerd zijn om, wat ik m’n boek een Sophie Choice[vi] genoemd heb, uit onze mouw te toveren. We denken namelijk dat er slechts twee opties zijn: onze mening verdedigen en doordrukken of ons in stilzwijgen hullen. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al begrepen. Dit is alweer eens een geval van ‘fight, freeze or flight’: ofwel gaan we in de aanval, verstijven we of vluchten we weg van de wijsheid van de ander. Opschorten is de andere mogelijke reactie die veel te weinig gebruikt wordt. Deze is nochtans noodzakelijk om de mening van de ander te kunnen waarderen. Hierbij gaat het niet zozeer om de vaardigheid ‘de eigen mening goed voor te stellen’, maar vooral om de vaardigheid ‘nederig naar de mening van de ander, én de onderliggende redenen ervan’, te vragen. En dit laatste op een eerlijke manier. We komen daar nog later op terug in de column “Hoe nederig vragen?” (Deel XVI).

Normaal gezien zijn we zo opgeslorpt door de inhoud van onze gedachten dat we ons beginnen vereenzelvigen met deze gedachten en ons niet meer helder bewust zijn van het feit dat we naast het gekleurd bewustzijn ook een puur, helder bewustzijn hebben. Dus om echt de boodschap van de ander te kunnen waarderend begrijpen, dient onze geest te oscilleren tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Ook dit toont aan dat het creatief wisselwerkingsproces niet lineair verloopt.

Eloïse, Edward en Elvire, dit alles heeft veel te maken met wat in zowel de christelijke als oosterse religie ‘contemplatie’ wordt genoemd. Contemplatie is een andere term voor beschouwing. De term stamt van het Latijnse contemplatio. Letterlijk betekent het: “het scheiden van iets uit zijn omgeving”. Contemplatio is dan weer de Latijnse vertaling van het Griekse theoreia. Om waarderend te kunnen begrijpen dienen we voor een stuk een ‘contemplatieve persoon’ te zijn. Meestal denken we dan aan monnikken (zowel Oosterse als Westerse en vrouwelijke als mannelijke), filosofen en theoretici. Een ‘contemplatief leven’ is een leven gewijdt aan nadenken over het leven en de zin ervan. Een ervaren contemplatief is zich helder bewust van de cognitieve processen die zich in haar of zijn brein ontvouwen en hoe die verantwoordelijk zijn voor emoties en dus een gevaar betekenen voor het te snel doorschieten in het vormen van conclusies (het zogenaamde ‘jump-to-conclusion’-gedrag). De contemplatieve persoon, die per definitie veel mediteert, leert daardoor zijn verschillende bewustzijns (helder én gekleurd) in belans te houden en van binnen uit te beheersen. Daardoor wordt die meditator hoe langer hoe meer helder bewust, vrij van de mentale constructies en automatische denkprocessen (van de ‘Monkey Mind’). Volgens de Boeddhisten weet de meditator de Originele Zelf goed te onderscheiden van de gecreëerde zelf en weet zij of hij dat de gecreëeerde zelf met z’n kooi – de Vicieuze Cirkel – de oorzaak zijn van het lijden. De contemplatief is er ook van overtuigd dat, door wijs te worden, die oorzaken kunnen worden ontzenuwd. Ten slotte ziet een getrainde contemplatief de realiteit correcter en als interafhankelijke gebeurtenissen.

Het helder bewustzijn heeft het voordeel dat het ‘verlichting’ mogelijk maakt en dit omdat het mogelijk maakt helder bewust te zijn van zowel de externe als de interne wereld. Het helder bewustzijnmaakt het ook mogelijk het verleden terug op te roepen, zich de toekomst voor te stellen terwijl men zich ten volle helder bewust is van het heden, het nu!

Ook het Boedhisme heeft twee verschillende begrippen voor wat ik helder bewustzijn en gekleurd bewustzijn noem. Het pure bewustzijn (pure awareness) wordt het ‘subtiel’ bewustzijn genoemd en het gekleurd bewustzijn het ‘grof’ bewuszijn. Ook bij hen is het subtiel bewustzijn verbonden met het observeren, zonder interpreteren, van de werkelijkheid en het grof bewustzijn met de complexe wereld van het waarnemen, het percipiëren en het interpreteren. Door het ‘grof’ bewustzijn worden zaken met elkaar verbonden en worden emoties gevormd als reactie op uitwendige gebeurtenissen en inwendige hersenspinsels. Het ‘subtiel’ bewustzijn echter wordt niet verduisterd, noch gewijzigd door de inhoud van de opkomende gedachten (van de ‘Monkey Mind’); het ‘subtiel’ bewustzijn is onvoorwaardelijk en ongewijzigd.

Dit wil niet zeggen dat men bij het opschorten van het inkleuren van gedachten men een inspanning doet om tebeletten dat die gedachten opkomen. Gedachten komen nu eenmaal spontaan op. Wat wel gebeurt is dat wanneer gedachten opkomen die direct losgelaten worden. Bij wijze van spreken worden zenaar de uitgang geleid zonder dat ze gevolgen kunnen creëren. Zonder ze te verdrukken laten we gedachten verdwijnen van zodra ze opkomen. De gedachten en percepties komen uiteraard op, men kan dit fenomeen nu eenmaal niet vermijden. Men laat deze echter vanzelf verdwijnen. Dit laatste door er geen aandacht aan te besteden. Door er geen energie in te steken of aan te geven. Het heeft geen nut om gedachten te voorkomen die er sowieso al zijn. Men kan wel voorkomen dat ze jouw geest inpalmen.

Wanneer het helder bewustzijn z’n werk gedaan heeft en men de boodschap ‘puur’ begrepen heeft, is de tijd gekomen om daar een gedeelde mening aan te geven door de verschillende meningen met elkaar te vermengen tot een inhoud die voor eenieder aanvaardbaar is. Uiteraard is nu het gekleurd bewustzijn aan zet. Want het waarderen is gebaseerd op het gekleurd bewustzijn, dat per definitie duaal is. Men kleurt wat men heeft geobserveerd in en gebruikt daarbij het kleurenpalet van de beschikbare mentale modellen. Let wel, niet enkel uw persoonlijk gekleurd bewustzijn, ook dit van ieder ander in de dialoog. Het is de bedoeling om een Gedeelde Mening te creëren en daartoe dient elkeen wat zij of hij heeft waargenomen in vraag durven stellen. Dit gebeurt op een integere manier, men schetst eerlijk hoe men de gegevens, de boodschap waardeert en staat open voor de waardering ervan door de ander.  

En de verschillende meningen worden hierbij gewaardeerd. Hiertoe worden een viertal vaardigheden ingezet, waarover in latere columns meer:

  • Hoe nederig vragen? (Deel XVI);
  • Hoe ‘plussen’ vinden achter de ‘min’? (Deel XVII);
  • Hoe verschillende inzichten integereren? (Deel XVIII);
  • Hoe Mentale modellen in vraag stellen? (Deel XIX).

[i]Bruce Springsteen, Quote uit de song Promised Landuit het album Darkness on the Edge of Town.Columbia Records, 1978.

[ii]Stephen, E. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam-Antwerpen: Contact. 1993, blz. 214.

[iii]David Olney. Intro van Women Across The River (feat. Sergio Webb) uit het album Holiday in Holland, Strictly Country Records, 2016.

Hier het intro en de beklijvende song

[iv]http://infed.org/mobi/howard-gardner-multiple-intelligences-and-education/

[v]Howard Gardner, Frames of Mind; The Theory of Multiple Intelligences. New York NY: Basic Books, 1993 (originele publicatie1983).

[vi]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012, bladzijde 272.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XIII

HOE BEVESTIGEND PARAFRASEREN?

The character in Bruce Springsteen’s song “The Ghost of Tom Joad” is visited by an apparition, the Joad character from Steinbeck’s novel.

And it is there that Springsteen paraphrases the famous monologue that appears in both, the John Ford’s movie & the Woody Guthrie’s song, although he updates it by being more inclusive:

“Tom said, Mom, wherever there’s a cop beating a guy
Wherever a hungry newborn baby cries
Where there’s a fight against the blood and hatred in the air
Look for me, Mom, I’ll be there
Where there’s somebody fighting for a place to stand
Or a decent job or a helping hand
Wherever somebody’s struggling to be free
Look in their eyes, Mom, you’ll see me
[i].”  

Eloïse, Edward en Elvire, indien jullie mij zouden vragen wat ik de krachtigste van de zestien vaardigheden van Creatieve wisselwerking vind, dan is Bevestigend Parafraseren m’n antwoord. Die vaardigheid is zich echter niet makkelijk eigen te maken. Zoals bijna steeds, wanneer het vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces betreft, is veel oefenen en geduld nodig vooraleer die vaardigheid een gewoonte is.

Bevestigend Parafraseren heeft twee evenwaardige delen. Parafraseren is het in eigen woorden weergeven van de essentie van wat je gesprekspartner heeft gezegd. Het is een vorm van actief luisteren. Bevestigen doet uiteraard de persoon wiens uitspraken geparafraseerd worden. Bevestigend Parafraseren voorkomt in hoge mate het verkeerdelijk begrijpen, want het creëert de mogelijkheid om te verduidelijken. 

Bevestigend Parafraseren is dus een vaardigheid die tot doel heeft correct te begrijpen wat tijdens Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, aan bod komt.

Parafraseren is een manier om te laten merken dat men goed luistert. Want parafraseren betekent dat men de informatie van de ander verwerkt, interpreteert en in eigen woorden weergeeft of recapituleert. Soms wordt het begrip samenvatten als synoniem voor parafraseren gebruikt. Zelf zie ik, Eloïse, Edward en Elvire, een klein verschil. Parafraseren doet men na een gespreksbeurt, samenvatten doet men na een groter onderdeel van het gesprek, dus wanneer een onderwerp of thema van het gesprek is afgerond. Beide, parafraseren en samenvatten geven wel jullie gesprekspartner de mogelijkheid om te reageren op jullie begrijpen van wat jullie werd meegedeeld.

Indien correct uitgevoerd, schept parafraseren vertrouwen, en stimuleert het de gesprekspartner om méér te vertellen. Daarom ook hoort deze vaardigheid bij de karakteristiek Authentieke Interactie van Creatieve wisselwerking. Want vertrouwen en openheid zijn de basiscondities van deze karakteristiek.

Wanneer deze vaardigheid inzetten?

Men kan parafraseren op een moment dat de ander even stilvalt, wanneer het lijkt alsof zij of hij niet goed weet hoe het verder moet, of als het verhaal onduidelijk of verwarrend overkomt. Men herhaalt kort in eigen woorden wat men heeft gehoord, zodat de ander weet hoe men zijn verhaal heeft begrepen. 

Deze kan dan beoordelen of de parafrasering klopt, met andere woorden: of men de boodschap goed begrepen heeft en of zij of hij die wel goed heeft verteld. Het geeft haar of hem de gelegenheid iets toe te voegen of te verbeteren. Het is de bedoeling dat uiteindelijk de parafrasering bevestigd wordt; vandaar dat de vaardigheid Bevestigend Parafraseren wordt genoemd.

Niveaus, valkuilen en vuistregels van Parafraseren 

Er zijn drie niveaus van parafraseren te onderscheiden: 

  • Inhoud;
  • Emotie; 
  • Waarden. 

Veelal wordt, in opleidingen rond deze vaardigheid, enkel twee niveaus behandeld: inhoud en emotie. In deze column zal ik ze uiteraard alle drie één voor één beschrijven. 

Indien de drie niveaus worden gebruikt, gebeurt dit in cascade. Als bij een waterval volgen de verschillende niveaus zich op. Let wel, het is niet noodzakelijk om bij elke parafrasering de drie niveaus te gebruiken. Meestal volstaat het parafraseren op het eerste niveau. Het toevoegen van het tweede niveau is nogal eens nuttig. Parafraseren tot en met het derde niveau gebeurt zelden en is wel het krachtigst. Een van de paradoxen van deze vaardigheid!

Met betrekking tot parafraseren op het eerste niveau, de inhoud, zijn er een paar valkuilen: papagaaien en verdraaien van de boodschap. De ene is al gemakkelijker te ontwijken dan de andere. 

Papagaaien houdt in de men precies herhaalt wat een ander zegt. Dit is geen parafraseren maar simpelweg napraten. Dit komt bij de gesprekspartner mechanisch over en kan daardoor op haar of zijn zenuwen werken; waardoor het doel van parafraseren verre van bereikt wordt. Bovendien blijkt uit papagaaien helemaal niet dat men de ander heeft begrepen.

Interpreteren van de boodschap van de ander komt soms neer op het verdraaien ervan. Dit is moeilijker te vermijden omdat onze mindset nu eenmaal de boodschap filtert en ons doet luisteren op een manier die ons eigen, en nogal eens niet zo correct, is. Het voordeel van deze miskleun van een parafrasering is dat de gesprekspartner je er kan op wijzen dat je zijn boodschap hebt verdraaid eerder dan geparafraseerd. Een oprecht mea culpa is in dit geval op z’n plaats. Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, bij parafraseren gaat het niet om jullie interpretaties, maar om een weergave, in jullie eigen woorden weliswaar, van wat de ander heeft medegedeeld, vandaar dat parafraseren een onderdeel is van wat ‘actief luisteren’ wordt genoemd. 

Ten slotte geef ik jullie ook een aantal vuistregels ten aanzien van parafraseren mee:

  • doe het kort en bondig;
  • voeg geen inhoud toe;
  • doe het in eigen woorden;
  • wees niet veroordelend of moraliserend;
  • geef de ander ruimte om te reageren.

Parafraseren op het eerste niveau 

Het eerste niveau spreekt voor zichzelf. Het is het samenvatten van de essentie van wat de ander heeft gezegd. Dit niveau heeft betrekking op de inhoud van de woordelijke mededeling. Je geeft dus zo objectief mogelijk weer wat je denkt dat de ander heeft gezegd, ook al ben je het daar misschien helemaal niet mee eens.

Let wel, de ander heeft jou iets verteld. De bedoeling was jou iets te mee te delen; of dat doel ook is gerealiseerd, is nog maar de vraag. Vandaar dat het soms geen kwaad kan nog eens na te vragen of je het wel goed begrepen hebt: “Bedoel je …?” of “Ik begrijp de boodschap die je tracht over te brengen als volgt …”. Door dit te doen maak je de ander een paar dingen duidelijk: 

  • ik doe mijn best om je goed te begrijpen;
  • ik vertel je wat jouw mededeling voor mij betekent;
  • ik geef je de gelegenheid om me te corrigeren, wanneer ik dingen verkeerdelijk of maar half begrijp.

Omdat je jezelf dwingt om in eigen woorden te zeggen, wat die ander jou liet weten, wordt het voor jezelf ook vaak weer wat duidelijker. Soms blijkt dat men aan bepaalde zaken onwillekeurig te veel waarde heeft toegekend, en aan andere zaken te weinig. Wat voor de ander bijzaak was, heb jij misschien als hoofdzaak opgevat. Parafraseren op het eerste niveau filtert dus de bijzaken uit het gesprek. Door de parafrasering van de inhoud is het ook mogelijk dat de ander merkt dat zij of hij zich toch niet helemaal goed heeft uitgedrukt. De spreker heeft door de parafrasering van de inhoud de kans de puntjes op de i te zetten.

In elk geval versterkt de parafrasering op het eerste niveau het gevoel dat er beiden veel aan gelegen is de inhoud van de boodschap helder te krijgen. Parafraseren op het eerste niveau bevordert bovendien het vertrouwen en daardoor de voortgang van het gesprek. Anders gesteld, correct parafraseren bevordert ook de openheid.

Parafraseren op het tweede niveau

She said, “It grieves me so to see you in such pain I wish there was something I could do to make you smile again.”

I said, “I appreciate that and would you please explain about the fifty was?”

Paul Simon – 50 ways to leave your lover

Men kan, zoals zoals reeds meermaals gesteld (zie Deel XII), niet nietcommuniceren, aangezien men niet alleen communiceert met woorden, maar ook met lichaamstaal en met de wijze waarop men een en ander zegt (toon). Daardoor is het mogelijk ook datgene te parafraseren wat niet letterlijk is gezegd, maar wat men wel heeft opgevangen. Het betreft het uitklaren van de boodschap door de inhoud ende gevoelens die de spreker vertoont, samen te vatten. 

Door het geven van een gevoelsreflectie laat men merken dat men oog heeft voor de ander en zijn gevoelens ernstig neemt. Bij een gevoelsreflectie geeft men in eigen bewoordingen de gevoelens weer die in de woorden of lichaamshouding van de ander doorklinken of tot uiting worden gebracht. Mengaat hierbij niet zozeer in op de inhoudelijke kant van de boodschap,  eerder op de expressieve cq. relationele kant.

Emoties worden vooral door het lichaam vertolkt. Het is niet toevallig zo boeiend om naar mensen te kijken: zij zijn expressief. Dat wil zeggen dat mensen van alles laten zien, vaak zonder dat ze zich daarvan zelfbewust zijn. Men spreekt van een tweede communicatieniveau; soms kan datgene wat iemand zegt, in tegenspraak zijn met wat zij of hij ‘uitstraalt’. Dat kan heel verwarrend zijn: vandaar dat het ‘bevestigend parafraseren’ op dit tweede niveau een sterk hulpmiddel is om de non-verbale communicatie van de spreker (zie Deel XII) te parafraseren: “Je zegt dit … maar je lichaam en je toon zeggen dat … Wat wil je mij nu eigenlijk zeggen?” 

Bij het parafraseren op het eerste én tweede niveau parafraseer je wat – volgens jou – de ander zei, bedoelde en voelde. Men parafraseert, naast de betekenis én de intentie van de woorden ook het gevoel dat bij de ander overheerst. Bij het weergeven of spiegelen van het gevoel van de ander is uiteraard zeer belangrijk dat het juiste gevoel, met de juiste toon en de juiste intensiteit, wordt weergegeven. Nogmaals, men checkt hiermee of men de ander goed heeft begrepen en de ander voelt zich geaccepteerd en ernstig genomen. Het benoemen van het gevoel van de spreker kan enorm opluchtend werken bij haar of hem. Zij of hij voelt zich namelijk diepgaand begrepen. Bovendien wordt zij of hij daardoor gestimuleerd om meer te vertellen en haar of zijn verhaal volledig te doen. Er wordt dieper ingegaan op het onderwerp of thema.  

Bij het parafraseren op het eerste niveau valt de nadruk op de inhoud: wàt zei de ander tegen mij? In een gesprek is echter, zoals ook al eerder werd gezegd, de wijze waarop iets wordt gebracht vaak heel betekenisvol. Bij het tweede niveau parafraseren valt de nadruk meer op dit laatste: de wijze waarop iets werd verteld: “Hoor ik het goed – ben je wat somber vandaag?” Het tonen van respect voor haar of zijn standpunt (bv. “Ik begrijp hoe je je voelt; in jouw plaats zou ik net zo teleurgesteld zijn.”) kan zo de weg effenen voor een constructief gesprek. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de betrokkenheid oprecht is, iets wat zowel door wat men zegt en hoe men het zegt (het eigen non-verbaal gedrag) dient te worden ondersteund.

Parafraseren op het tweede niveau kunnen we het best omschrijven als: de ander confronteren met gevoelens en indrukken die zij of hij bij jou oproept. Anders gezegd: goed luisteren naar een ander veronderstelt ook dat men attent is op wat het gedrag van de ander teweegbrengt, en hoe men gevoelsmatig op de ander reageert. Parafraseren op het tweede niveau is de emotionele component van het gesprek bespreekbaar maken: “Ik hoor iets van aarzeling in je stem, of vergis ik me?”; “Ik ben blij dat je dat zo eerlijk tegen me zegt!” enz. 

Het is uiteraard zo dat men ook op het tweede niveau interpreteert. Men interpreteert namelijk het gevoel, de emotie van de gesprekspartner. Het is dus mogelijk dat men zich vergist. Dit ook meegeven bij de parafrasering is een pluspunt. Het geeft de gesprekspartner zowel de gelegenheid om te weten hoe zij of hij overkomt als om haar of zijn emotie te verduidelijken.

Parafraseren op het derde niveau 

Parafraseren op het derde niveau is eigenlijk het parafraseren van de waarde die tijdens de communicatie aan zet of geraakt is. Emoties wellen nu eenmaal niet zomaar op. Emoties overvallen je, wanneer de gepercipieerde werkelijkheid in schril contrast staat met de gewenste werkelijkheid en met jouw actuele waarden. Deze emoties kunnen leiden tot twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning. De emotionele spanning is verbonden met de Vicieuze Cirkel en leidt wegens het ‘moeten’ tot verkramping. De creatiespanning daarentegen is verbonden met het creatief wisselwerkingsproces en leidt door het ‘kiezen’ tot bevrijding. Over die soorten spanningen hebben we het overigens al eerder gehad. Kortom, in sommige gevallen kan het geraakt zijn van de eigen waarden de oorzaak zijn van de emotie. Daarom is het in die gevallen nuttig die waarden te parafraseren: “Ben je zo teleurgesteld omdat je de indruk hebt dat je niet gerespecteerd wordt?”, “Ben je zo kwaad omdat je ervan overtuigd bent dat er niet fair gehandeld wordt?” 

Out beyond ideas of wrong doing and right doing,

There is a field. I will meet you there.

Jalal ad-Din Rumi

Wat bij het parafraseren op het derde niveau opvalt, is dat wij elkaar ontmoeten op dit niveau van waarden.

Omdat we verre van zeker zijn dat we het met onze parafrasering bij het rechte eind hebben, wordt deze steeds in vraagvorm geformuleerd. Het is aan de zender van de boodschap om onze perceptie al dan niet te bevestigen. 

Belangrijke voorwaarde! 

Alles staat of valt uiteraard met de eerlijkheid van diegene die bevestigt. Indien deze een parafrase bevestigt die niet correct is, dan denkt diegene die geparafraseerd heeft, dat zij of hij de boodschap begrepen heeft. Niets is misschien minder waar. Zoals reeds eerder gesteld, elke vaardigheid kan misbruikt worden. En dat laatste is steeds het geval wanneer men de vaardigheid niet eerlijk gebruik (bijvoorbeeld teneinde anderen te manipuleren). 

Hoe werkt het? 

Een paar tips: 

  • Parafraseer regelmatig maar niet constant. Men onderbreekt met de parafrasering immers even het denkproces van de ander. Men parafraseert wel quasi continu bij een specifieke ‘problem solving’ methodiek, waar het een standaard onderdeel van de methodologie is en bij de communicatietechniek die wordt gebruikt bij heel specifieke commando’s (bijvoorbeeld tussen de commandobrug en de machinekamer op een schip). 
  • Parafraseringen moeten ondersteunen, niet storen.
  • Probeer de parafrasering helder te formuleren en alleen de essentie van het gezegde in eigen woorden weer te geven.
  • Ook als men niet zeker is van de juistheid van jouw parafrasering, geeft menze toch. Hierbij gebruikt men opnieuw het eerste deel van de ‘two-fold commitment’ van Henry Nelson Wieman: “Geef altijd het beste van je denken (het tweede sluit daarbij, zoals we weten, naadloos aan) terwijl je open blijft voor het proces dat dit beste van je denken nog zal verbeteren”. Inderdaad, indien de parafrasering niet correct is, zal de andere persoon direct aanvullen wat ontbreekt of deze herformuleren.
  • Parafrasering kan men ook goed combineren met een vraag, bijv.: “Je beschrijft waarom je het zo druk hebt (parafrase), is dat al lang zo? (vraag)”
  • Dit alles zorgt voor een effectievere communicatie door:
    • Aandacht voor en erkenning van de bijdrage van de verteller;
    • Een check op een goed begrip van hetgeen werd gezegd;
    • Het voorkomen dat men blijft hangen in een welles-nietes discussie;
    • Verheldering van het gezegde voor jezelf en de anderen;
    • Een rustpunt in een verhaal; 
    • Een mogelijkheid een (deel van een) verhaal af te sluiten. 

[i]Bruce Springsteen, The Ghost of Tom Joad song uit het album The Ghost of Tom Joad, Colombia Records, 1995 (Geïnspireerd door ‘The Grapes of Wrath’, John Steinbeck’s epos, 1939; John Ford’s film adaptatie van dat boek, 1940; alsook Woody Guthrie’s lied The Ballad Of Tom Joad, 1960 – Tom Joad is de hoofdfiguur van dit boek van John Steinbeck).

BLIJF WAKKER ! – DEEL XII

HOE NON-VERBALE COMMUNICATIE ONTCIJFEREN?

Non-verbale communicatie vereist dat men elkaar observeert.

Eloïse, Edward en Elvire, bekijk ‘ns onderstaande clip van een optreden van The Boss en waardeer diens non-verbale communicatie met verschillende leden van z’n uitgebreide E-Street Band:

Deze clip is een captatie van een song die tijdens het optreden door het publiek gesuggereerd werd. Een staaltje van improvisatie waarbij uiteraard vocale communicatie belangrijk is. Dat er ook non-verbale communicatie aan de pas komt en hoe die begrepen wordt, is duidelijk in deze clip te zien. Zo suggereert Bruce Springsteen (5:29) een dansbeweging aan de sax solist. Zelfs midden in z’n solo houdt deze Bruce in het oog en daardoor gaat hij naadloos met Bruce in een dansbeweging. Bemerk ook de non-verbale communicatie tussen “The Boss” en de blazers (6:59). Nog meer non-verbale, non-vocale communicatie is er gaande: kijk maar ‘ns hoe de ogen van de trompetspelers op het eind zijn vast geklonken op Bruce. Het is tijdens een live optreden belangrijk dat iedereen op het zelfde moment het orgelpunt zet!

Eloïse, Edward en Elvire, de waarde van deze vaardigheid wordt veelal onderschat. Wij zijn het ons niet steeds bewust, maar non-verbale communicatie spreekt het luidst. De effectiviteit van jullie spreken hangt niet enkel af van watjullie zeggen, maar ook van hoejullie dit zeggen. Jullie non-verbaal communicatie gedrag kan, hoe anderen op jullie boodschap reageren, beïnvloeden. 

Wanneer Demosthenes werd gevraagd wat het belangrijkste deel was van de redenaarskunst antwoordde hij: “actie”, ook beantwoordde hij de vraag wat het tweede belangrijkste deel was met “actie” en ten slotte gaf hij op de vraag wat het derde belangrijkste was nog steeds hetzelfde antwoord[i]. Mensen hechten nu eenmaal meer geloof aan acties dan aan woorden. Jullie hebben ooit wel eens de uitdrukking gehoord: “Zijn daden waren zo overdonderend dat we zelfs niet hoorden wat hij zei” en ook wel: “Luister naar mijn woorden, kijk niet naar mijn daden” (cf. George HW Bush’s “Read My Lips” quote[ii]). Alles wat we doen, is een communicatiemiddel dat onderworpen is aan de interpretatie van anderen. Dus denk eraan, zelfs niet ageren, is een manier van communiceren!

De functie van communicatie, zowel op verbaal (de taal) als op non-verbaal (alles buiten de taal) niveau, is invloed uitoefenen op onze omgeving. Gedurende tweegesprekken worden de boodschappen terzelfder tijd op die twee niveaus gestuurd. Indien er incongruentie is tussen de non-verbale elementen en de gesproken boodschap wordt de communicatie gehinderd. Juist of niet, de ontvanger van de communicatie baseert de intenties van de zender hoofdzakelijk op de non-verbale signalen die hij ontvangt. 

Wanneer men aan het woord is, kan een bepaald non-verbaal gedrag er de oorzaak van zijn dat de anderen stoppen met luisteren. Wanneer het non-verbaal gedrag van de spreker de gesprekspartner de indruk geeft dat de spreker zelf niet geïnteresseerd is in wat zij of hij  vertelt, dan zou diegene die luistert wel eens kunnen besluiten dat de boodschap niet belangrijk genoeg is om er goed naar te luisteren. Het non-verbaal gedrag van de spreker kan het de gesprekspartners moeilijk maken om de boodschap überhaupt te begrijpen. Wanneer het non-verbaal gedrag de aandacht naar de spreker zelf toetrekt, worden de toehoorders van de inhoud van de boodschap weggetrokken en kan hun “begrijpen van de boodschap” sterk onder druk komen te staan. Ontvangers kunnen het dus moeilijk hebben met het geloven van de boodschap wegens het non-verbaal gedrag van de zender. Wanneer het non-verbaal gedrag van de zender aangeeft dat zij of hij eigenlijk maar weinig vertrouwen heeft in haar of zijn boodschap, is het niet verwonderlijk de ontvangers te horen stellen dat zij er niet zeker van zijn dat de boodschap van de spreker wel accuraat is. Wanneer bovendien de non-verbale boodschap van de spreker in tegenspraak is met de verbale boodschap dan zullen de gesprekspartners meestal aannemen dat de verbale boodschap vals is. 

Eloïse, Edward en Elvire, non-verbale communicatie omvat drie principes en kan daarnaast worden onderverdeeld in vocale signalen en lichaamstaal. Ik zal eerst de algemene principes van non-verbale communicatie voorstellen en nadien de verschillende elementen van zowel vocale non-verbale signalen als pure lichaamstaal beschrijven. Omdat non-verbaal gedrag zulke belangrijke effecten kan hebben op de reacties van de verschillende gesprekspartners op jullie boodschap, werd dit onderdeel uitgewerkt opdat jullie later jullie eigen non-verbaal gedrag zouden kunnen identificeren en evalueren. Daarna kunnen jullie, indien nodig, een actieplan opstellen ter verbetering van dit gedrag. 

Principes van Non-Verbale Communicatie 

Non-verbale communicatie omvat drie principes:

Principe #1 Het is onmogelijk niet te communiceren

Inderdaad, zelfs al zeg je niets, dan nog communiceer je! Communicatie bestaat namelijk niet alleen uit woorden. Ook zonder woorden communiceren we in hoge mate (i.e. non-verbaal). De stelling dat niet communiceren niet mogelijk is, werd voor het eerst geduid door Paul Watzlawick, een Oostenrijks-Amerikaans psycholoog en filoloog[iii]. Hij zag communicatie als een vorm van gedrag. Vervolgens stelde hij – als eerste van z’n vijf axioma’s – dat er niet zoiets bestond als niet-gedrag, met andere woorden men kan zich niet nietgedragen. Door dan te aanvaarden dat elk gedrag in een interactie een communicatie is, kwam Watzlawick tot zijn ondertussen vermaarde uitspraak: “Men kan niet nietcommuniceren.”

Maar nog voordat Paul Watzlawick die uitspraak deed, had een Amerikaanse psycholoog, uitgaande van een eigen onderzoek, aangetoond dat, in bepaalde opstandigheden, ongeveer negentig procent van wat we overdragen, door non-verbale communicatie gebeurt. Nogmaals, de term ‘verbaal’ omvat in dit verband enkel het gebruik van woorden en zinnen. De wijze waarop iemand praat, geeft dus enorm veel informatie. Dit noemen we de non-verbale communicatie. Op de keper beschouwd omvat non-verbale communicatie twee soorten: de vocale non-verbale en de non-vocale non-verbale. De meest bekende, en ook meest uit z’n verband gerukte, theorie in dit verband is de deze van die Amerikaanse psycholoog Abraham Mehrabian. Hij stelt dat, wanneer het om uiting van gevoelens en attitudes gaat, 55% van de communicatie bestaat uit lichaamstaal, 38% wordt geuit door de stemklank en slechts
 7% wordt gecommuniceerd door middel van woorden. 

Mehrabian moet je echter goed begrijpen, hij stelt niet dat dit geldt voor elkecommunicatie. De ‘formule van Mehrabian’ (7% / 38% / 55%) is namelijk tot stand gekomen in situaties waarin sprake was van incongruentie tussen woorden en de (non verbale) expressie. 
Ander gesteld, in die situaties waar woorden niet overeenkwamen met de gezichtsuitdrukking. Wanneer woorden, stemklank én lichaamstaal consistent zijn met elkaar, is het duidelijk dat de woorden de boodschap dragen. Wanneer het echter gaat om ‘mixed messages’, waarbij woorden, stemklank én lichaamstaal incongruent zijn en met elkaar in tegenspraak, neemt de non-verbale taal de bovenhand en wordt daaraan het meeste geloof gehecht. 

Indien ik bijvoorbeeld zeg, dat ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vertrouw, terwijl de klankleur van mijn stem, mijn gelaatsuitdrukking en/of lichaamstaal het tegenovergestelde suggereert, dan zal gebrek aan vertrouwen de boodschap zijn die jullie zullen oppikken. Dit was specifiek bij het onderzoek van Mehrabian: mensen de uitdrukkingen die ze zagen en niet de woordelijke boodschap geloofden

Abraham Mehrabian was uiteindelijk zelf niet zo gelukkig met het gegeven dat z’n ‘formule’ meestal uit haar verband werden gerukt en daardoor een ‘mythe’ werd. Hij schreef later in z’n boek ‘Silent Messages’[iv]hoe één en ander geïnterpreteerd dient te worden. Ten slotte staat letterlijk op z’n website[v]:“Houd er alstublieft rekening mee dat deze en andere vergelijkingen met betrekking tot het relatieve belang van verbale en non-verbale boodschappen zijn afgeleid uit experimenten die betrekking hadden op de communicatie van gevoelens en attitudes (dat wil zeggen, voorkeur-afkeer). Deze vergelijkingen zijn van toepassing mits de communicerende partijen praten over hun gevoelens of attitudes.” Niettegenstaande deze lovenswaardige pogingen om de puntjes op de i te zetten, blijft de mythe voortbestaan. Eloïse, Edward en Elvire, gelukkig heb ik zelf in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vi]de theorie van Mehrabian correct weergegeven.

Dit wil niet zeggen dat non-verbale communicatie niet belangrijk zou zijn. Nogal veel wetenschappers en nog meer pseudowetenschappers, die van het ontkrachten van mythes hun hoofdbezigheid gemaakt hebben, gooien het kind met het badwater weg. Non-verbale communicatie is belangrijk. Zelfs wanneer de klank (vocale gedeelte) en de lichaamstaal (non vocale gedeelte) niet te horen of te zien is. Wanneer men namelijk een e-mail krijgt met betrekking tot om het even wat en men wordt midscheeps geraakt, dan wil men wel eens direct op de mail reageren. Stop! Bedenk dan dat men maar over een klein gedeelte van de inhoud van de boodschap beschikt, namelijk de woorden. Wat er in feite gebeurt, is dat men die woorden (van de mail) in  het brein uitspreekt. Men legt dus de (klank) accenten zelf en voegt zelf grimassen toe. Zo construeert men de ‘volledige’ boodschap. Deze geïnterpreteerde boodschap is, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, verre van de boodschap die de schrijver van de mail beoogde. Fors reageren op een verkeerde interpretatie van een mail – en in jullie geval, Eloïse, Edward en Elvire een sms of Messenger/WhatsApp boodschap – is vragen om een oeverloze discussie en/of ruzie. Beter is het een gesprek aan te gaan met diegene die jullie de boodschap stuurde. Met de huidige communicatie middelen (Skype, FaceTime, …) is het mogelijk om ook de non-verbale communicatie elementen echt te zien en ook de klankleur te horen, zodat de appreciatie ervan iets makkelijker wordt. Men kan dan ook de bijkomende vaardigheid Bevestigend Parafrasereninzetten, waarover in Deel XIII meer.

Volgens professor E. Van Avermaet (KU Leuven) gaat men ervan uit dat non-verbaal gedrag spontaner en oprechter is dan het verbale gedrag. Bijgevolg is volgens hem de informatie gewonnen uit non-verbaal gedrag een betere weerspiegeling van iemands ware kenmerken, attitudes en gevoelens dan de informatie uit verbaal gedrag. 

Kortom, zelfs al trachten we communicatie vermijden, deze pogingen zijn gedoemd om te mislukken. Wanneer de andere persoon aanwezig is en communicatie verwacht, zal stilte op zichzelf de ander reeds een stuk informatie geven met betrekking tot onze geestesgesteldheid. Anders gesteld, ofschoon het mogelijk is niet te spreken, is het onmogelijk geen non-verbale signalen te zenden. Deze signalen worden uiteraard door de ander geïnterpreteerd. Woede bijvoorbeeld wordt soms beter gecommuniceerd door het rood aanlopen van het gezicht, vergezeld van diepe stilte, dan wanneer ze in woorden wordt uitgedrukt. De vraag bij dit alles is: “Is de interpretatie van de non-verbale communicatie wel de juiste. Daarover, zoals reeds gesteld, meer in volgende column (Deel XIII).

Principe #2 Non-verbale signalen communiceren gevoelens en attitudes
 heel efficiënt

Studies hebben aangetoond dat de gevolgtrekkingen die we maken, betreffende de geestesgesteldheid of het denkkader van de ander, gebaseerd zijn op de non-verbale signalen die wij opvangen. We beoordelen heel zelden de belangrijkste attitudes en gevoelens van een andere persoon, ons enkel baserend op wat hij zegt; wij steunen daarbij vooral op de non-verbale signalen die zijn verbale boodschap vergezellen.  

Furthermore,

I hope my meaning won’t be lost or misconstrued.

But I repeat myself at the risk of being crude …

Paul Simon – 50 Ways To Leave Your Lover

Kortom, ik blijf er dus van overtuigd dat we ons als ontvanger van een boodschap voornamelijk laten leiden door de gezichtsuitdrukking van de zender, omdat deze uitdrukking een betere indicator is van de betekenis van de boodschap dan de gebruikte woorden. 

Principe #3 Non-Verbale boodschappen worden een grotere validiteit toegedicht 

Van zodra we een contradictie detecteren tussen de verbale en de non-verbale boodschappen, zijn we geneigd om de non-verbale boodschap eerder te geloven dan de boodschap. 

De nerveuze, ongemakkelijke houding en bevende stem van iemand die stelt dat hij er zeker van is dat niemand van zijn mensen iets weet of betrokken zou kunnen zijn bij een recente diefstal, worden meer serieus genomen dan diens woordelijke boodschap. De grimas van de bedrijfsleider, vergezeld van een onheilspellende klank in zijn stem en een weinig comfortabele uitstraling – terwijl hij vertelt dat het volgens hem weinig waarschijnlijk is dat we zullen behoren tot de groep mensen die bij de huidige ‘right sizing’ oefening zullen ontslagen worden – zal een specifiek effect hebben. Zijn non-verbaal gedrag, zal ons er namelijk eerder toe aanzetten om koortsachtig naar een andere job op zoek te gaan, dan onze vrije tijd te spenderen aan het bedenken van manieren om de huidige job beter uit te voeren. In elk van beide gevallen zal men eerder de non-verbale dan de verbale signalen geloven omdat we intuïtief aanvoelen dat de zender minder controle heeft over de non-verbale signalen dan over de verbale boodschap, en dat deze signalen dus eerder de echte gevoelens van de zender vertolken. 

Elementen van vocale non-verbale communicatie

Nogmaals, met verbale communicatie wordt bedoeld het overbrengen van 
de boodschap door woorden en zinsconstructie en met vocale, non-verbale communicatie het over
brengen van de boodschap door de manier van spreken; en daarmee is ‘klank’ gemoeid. 

Men kan de volgende onderverdeling maken:

Spreektempo heeft te maken met de snelheid waarmee men spreekt en dat verschilt nogal van mens tot mens. Wanneer men traag spreekt kan dit overkomen alsof men rust of overwicht wil uitstralen. Het kan ook zijn dat men op zoek is naar de juiste woorden om de gedachten correct te formuleren. Een andere mogelijkheid is dat men door langzaam te spreken het belang van de boodschap extra wilt benadrukken. 

Snel spreken wordt meestal gezien als een teken van haast. Snel praten kan ook het gevoel oproepen dat je je niet op je gemak voelt. De snelheid van de woordenstroom hangt af van factoren als gemoedsgesteldheid, context en hoeveelheid tijd die men beschikbaar heeft om de boodschap te geven. Mogelijke problemen met het spreektempo zijn dat men te vlug, te traag spreekt of met te weinig variatie in het woordendebiet spreekt. Te vlug spreken kan de oorzaak zijn dat de boodschap niet begrepen wordt. Te traag spreken kan ervoor zorgen dat de gesprekspartner afhaakt uit verveling of ongeduld. 

De woordenstroom wordt ook bepaald door het aantal en de lengte van de pauzes die men inlast. Pauzes kunnen ervoor zorgen dat ofwel het idee, dat voor de pauze komt of onmiddellijk erna, onderstreept wordt. Wanneer men pauzes gebruikt, dient men zorgvuldig te vermijden dat men deze zelf vult met nietszeggende stopwoorden.

Soms worden woorden gebruikt als vocale pauzes, zoals “ja”, “niet?” en “OK”. 

Intonatie. Toonhoogte of intonatie heeft te maken met de hoogte of laagte van de stem op de toonladder. Iedere stem heeft een bepaald bereik waarbinnen ze comfortabel is. Omdat een aantal ongewenste persoonlijkheidskenmerken verbonden worden met hoge toonhoogtes – terwijl lage toonhoogtes dan weer verbonden worden met positieve persoonlijkheidskarakteristieken – spreekt men het best in de laagste helft van het normale bereik.

Het belangrijkste probleem inzake toonhoogte is het gebrek aan variëteit. Indien je dezelfde toonhoogte gebruikt gedurende het ganse gesprek, dan wordt de vlakke stem meestal geëvalueerd als een signaal van gebrek aan interesse en enthousiasme. Het veranderen van toonhoogte is heel belangrijk om het verhaal levendig te houden. Monotoon praten gaat de luisteraar snel vervelen. 

Volume. De geluidssterkte of het volume is afhankelijk van de hoeveelheid kracht die de persoon gebruikt bij het spreken. Deze hoeveelheid kracht wordt beheerst door het diafragma. Hoe meer we deze spier – die de borstholte scheidt van de buikholte – bij het spreken inzetten, des te luider spreken wij. Problemen met geluidssterkte kunnen veelvoudig zijn. Zo kan je enerzijds zo zacht spreken dat ofwel de luisteraars je niet horen ofwel zo veel moeite moeten doen zodat ze vermoeid geraken en uiteindelijk afhaken. Je kunt anderzijds zo luid spreken dat de geluidssterkte de boodschap overstemt. Je kunt uiteraard ook zo weinig variëteit brengen in de aangewende geluidssterkte dat de monotonie de boodschap ondermijnt. Je kunt ten slotte ook de zin starten met een correcte geluidssterkte maar onhoorbaar worden aan het einde ervan. 

Problemen met volume worden nogal vaak geïnterpreteerd als tekenen van angst, spanning of onzekerheid. Het is belangrijk om af te wisselen. Het volume wordt soms gebruikt om de aandacht op te eisen. Dit gebeurt zowel door zeer luid als door zeer zacht te spreken. Dit kan wel manipulatief overkomen.

Stemkwaliteit of Klankkleur. Door de klankkleur kunnen we iemand die we horen maar niet zien, toch herkennen. Kwaliteit of timbre van een stem onderscheidt ze van andere stemmen met dezelfde toonhoogte en volume. De meeste stemmen zijn aantrekkelijk of onaantrekkelijk omwille van de verschillen in de grootte en de vorm van de keelholte en mond. De mogelijkheden om onze stemkwaliteit te beheersen worden dus enigszins gelimiteerd door de grootte en vorm van deze resonantie-holtes. Toch kan door oefening de kwaliteit van de stem gewijzigd worden. In alle geval dienen we te trachten niet te scherp of te nasaal over te komen, want meestal houden mensen daar niet van. 

Articulatie of Uitspraak verwijst naar de verstaanbaarheid, correctheid en precisie waarmee we onze woorden articuleren. Een correcte articulatie is belangrijk om bij anderen geloofwaardig over te komen. Indien je uitspraak werkelijk heel wat afwijkt van de norm die is vastgelegd bij je leeftijdscategorie, je geografische streek of je sociaal-culturele status, dan trekt dit gegeven zoveel aandacht dat je gesprekspartners je competentie in vraag zullen stellen. 

Een goede articulatie komt over alsof men zeker is van z’n zaak. Binnensmonds praten, komt onzeker over en bovendien loopt men het risico dat de inhoud van het verhaal niet goed gevolgd kan worden.

Aarzeltaal en stopwoorden. ‘Uuh’ en ‘hmm’ zijn typische vormen van aarzeltaal die, zoals de naam al aangeeft, overkomen alsof je zelf twijfelt aan hetgeen je zegt. 

Ik had het al over Demosthenes, dus kan ik het hier ook even over ‘welbespraaktheid’ hebben. Welbespraaktheid heeft te maken met hoe vloeiend wij spreken. Ze komt voort uit een combinatie van alle stemfactoren die we hebben besproken en het gebruik van pauzes. 

Indien iemand bij het spreken een combinatie van volgende karakteristieken aanwendt, dan ervaren we het gesprek als niet-vloeiend:

  • pauzes op een verkeerde plaats en tijdstip; 

  • geen of slechtgeplaatste variatie in snelheid, toonhoogte en geluidssterkte; 

  • gebruik van een aantal stopwoorden; 

  • verkeerd uitspreken van een aantal woorden. 


Niet-vloeiend spreken wordt meestal ervaren als onzeker spreken. Veel mensen spreken vloeiend wanneer het gaat om informele 
gesprekken of over thema’s die ze volledig beheersen of die niet van levensbelang zijn. Moeilijker wordt het wanneer men in een Cruciale dialoog verzeild geraakt. 

Zoals met zoveel baart ook hier, Eloïse, Edward en Elvire, oefening kunst!

Elementen van non-vocale, non-verbale communicatie 

Met non-vocale, non-verbale communicatie bedoelen we alle signalen die iemand uitzendt, zonder dat zij of hij dat met woorden, zinnen en klanken doet. Men kan de volgende onderverdeling maken:

Lichaamshouding. Lichaamshouding geeft veel aan. Men wordt beïnvloed door de lichaamshouding van de gesprekspartner en omgekeerd is dat ook het geval. De houding is een teken van vertrouwen en kracht. Sta recht, loop recht en vooral: zit rechtop. De lichaamslengte is daarbij niet belangrijk, wel de houding. En wanneer men zit, let er dan op dat men op de voorkant van de stoel zit en lichtjes voorwaarts neigt, teneinde de gesproken boodschap te onderstrepen. Te veel bewegen met het lichaam is niet aan te raden bij diepgaande gesprekken. Heen en weer gaan of voortdurend van het ene steunbeen op het andere overgaan, kan er voor zorgen ervoor dat de boodschap onvoldoende overkomt. We onderscheiden ook de open van de gesloten houding:

Wanneer je een open houding aanneemt, kom je geïnteresseerd over, en dit is erg belangrijk wanneer je een goede sfeer in het gesprek nastreeft en je gesprekspartner ruimte wilt geven. Bij een open houding wordt het lichaam voorover gebogen en de armen worden los van elkaar gehouden. 

Indien je een gesloten houding aanneemt, kan je twee dingen uitstralen. Enerzijds kan je de boodschap geven: ik scherm mezelf af. Anderzijds kan je de indruk geven dat je precies weet wat je wil en je mening niet zult wijzigen. Een gesloten houding uit zich in achterover leunen en over elkaar houden van de armen. 

Manier van kijken of Oogcontact. Men zegt wel eens: “Ogen zijn de spiegels van de ziel.” Wanneer je de gewoonte hebt om ‘weg te kijken’ wanneer je naar iemand luistert, geef je blijk van een gebrek aan interesse en dit is weinig respectvol. Geen oogcontact houden met je gesprekspartner, terwijl je aan het spreken bent, wordt minimaal geïnterpreteerd als niet zeker zijn waarover je het hebt, en maximaal als regelrecht aan het liegen zijn. 

Het belang van oogcontact te houden met de ontvangers van je boodschap omvat twee elementen. Ten eerste, je moet naar je gesprekspartners kijken teneinde hun reacties op je boodschap te kunnen zien en begrijpen. Dit is onder meer nodig om feedback (zie deel XIII) daaromtrent te kunnen geven. 

Een tweede reden om oogcontact te houden is dat dit vertrouwen uitstraalt en wekt. Inderdaad, mensen beschouwen iemand die hen in de ogen kijkt meestal als eerlijk en betrouwbaar. Als je tijdens het gesprek iemand niet in de ogen kijkt, dan is de kans groot dat je gesprekspartner denkt dat je iets te verbergen hebt of dat je er niet helemaal zeker van bent dat je ideeën de moeite waard zijn. In beide gevallen verlies je aan geloofwaardigheid. 

De wijze waarop men iemand aankijkt, geeft dus veel ‘non-vocale non-verbale’ informatie. Wanneer je iemand rustig aankijkt, komt dit geïnteresseerd, open en zeker over. Wanneer je spreekt, kijk je de ander veel minder aan dan omgekeerd. De luisteraar hoeft zich alleen op het verhaal van de ander te concentreren en blijkt veel meer oogcontact te onderhouden. Iemand niet aankijken komt in onze cultuur niet prettig over. Het geeft de indruk ongeïnteresseerd of verlegen te zijn. Let er daarom op de ander regelmatig aan te kijken wanneer je spreekt, en continu aan te kijken wanneer je luistert.

Gelaatsuitdrukking.  De gelaatsuitdrukking is een van de belangrijkste middelen die een spreker heeft om de gevoelscomponent van zijn boodschap mee te geven. Zelfs de ogen kunnen een bepaalde emotie weergeven: blijheid, droefheid, verbazing,… De glimlach, dit spreekt vanzelf, communiceert vriendschap en de wil om samen te werken. Bepaalde grimassen kunnen verbazing uitdrukken, andere dan weer woede. Je gezicht dient wel flexibel genoeg te zijn om die gevoelens ook daadwerkelijk te communiceren. 

Gebarenkunnen gedefinieerd worden als de bewegingen van handen en armen die de gesproken boodschap onderstrepen. De meesten van ons gebruiken een wijde waaier van gebaren, zeker wanneer we een informeel gesprek voeren met vrienden. Goede gebaren zijn meestal vloeiend, beslist en komen op het juiste moment. Nerveuze bewegingen zoals de handen door het haar halen, de bril continu beroeren, notitiebladen plooien en strekken zijn geen goede gebaren. 

Gebaren kunnen als bedreigend overkomen, zeker bij een Cruciale dialoog. Het spreekt vanzelf dat gebaren vloeiend dienen te zijn. Gebaren die de communicatie en de woordenstroom rimpelloos ondersteunen, zijn het resultaat van praktijk en ervaring. Gebaren die correct gemotiveerd zijn – i.e. zij dienen om een idee bij de ander volledig over te brengen – worden meestal op het juiste moment aangewend. 

De hoeveelheid gebaren die mensen tijdens het spreken gebruiken, varieert sterk. In tegenstelling tot een aantal andere verbale en non-verbale uitingen, kan men gebaren vrij gemakkelijk aanleren. Kies dus bewust voor gebaren en zoek die gebaren die de inhoud van je verhaal ondersteunen. Vermijd vage bewegingen in de lucht, is zeker een raad die ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, kan geven.

Tactiele Communicatie door iemand aan te raken is per definitie non-verbale communicatie. Indien correct gebruikt, kan deze een directere boodschap geven dan tientallen woorden. Indien niet correct aangewend, is het de oorzaak van barrières en wantrouwen. Je kunt uiteraard gemakkelijk iemands ruimte binnendringen door deze communicatievorm. Wanneer het wederzijds gebruikt wordt, is het een teken van solidariteit; wanneer het niet wederzijds gebeurt, is het meestal een teken van verschil in status. De aanraking vergemakkelijkt niet alleen het zenden van de boodschap, maar voornamelijk de emotionele impact ervan. Bij Cruciale dialogen, die per definitie emotioneel geladen zijn, dient met tactiele communicatie behoedzaam omgesprongen te worden. 

Persoonlijke Ruimte:Dat is je ‘luchtbel’, anders gesteld, de ruimte die de spreker tussen zichzelf en de anderen creëert. Deze onzichtbare grens wordt enkel maar duidelijk wanneer iemand in deze ruimte tracht binnen te dringen. Het erkennen van je persoonlijke ruimte beïnvloedt je bekwaamheid om boodschappen te zenden of te ontvangen. Hoe ver sta je van diegene met wie je communiceert? Waar zit je in de kamer? Wat is je positie ten opzichte van anderen tijdens een vergadering? Al deze zaken beïnvloeden jouw comfortniveau en het comfortniveau van diegenen die de boodschap ontvangen. 

Indien je een kleinere persoonlijke ruimte hebt dan het gemiddelde, zorg er dan voor toch afstand te houden teneinde iemand die een grotere persoonlijke ruimte heeft, niet te intimideren.

Hoe werkt het? 

Een paar tips om je non-verbale communicatie beter te leren kennen: 

Vocale Signalen 

De beste manier om uit te vissen welke de vocale signalen zijn die je momenteel uitzendt – debiet, toonhoogte, geluidssterkte, kwaliteit, uitspraak en welbespraaktheid – is om effectief je gesprekken gedurende een zekere periode op te nemen. Zorg er evenwel voor dat de anderen begrijpen waarom je je conversaties op band vastlegt. 

Navraag doen bij je vrienden is een goede manier om je aannames, betreffende de vocale signalen die je zendt, te testen. Bijvoorbeeld om te kunnen afraken van stopwoorden die men gebruikt, dient men er zich wel van bewust te zijn. Daartoe vraag vrienden je er attent op te maken telkens men een bepaald stopwoord aanwendt. Zodra je bewust bent van de door jou gebruikte stopwoorden, kan je bekwaam worden ze te elimineren. 

Een goede gids voor de uitspraak van de meeste woorden is een recent woordenboek. Een waarschuwing echter: dit woordenboek zal niet de variaties weergeven die aanvaardbaar zijn voor je leeftijdsgroep, geografische regio of je sociaal-culturele groep. 

Oogcontact

Oogcontact is een directe en krachtige vorm van non-verbale communicatie. Indien je de gewoonte hebt om weg te kijken wanneer je aan het luisteren bent, dan geeft dit de indruk dat het je niet interesseert of dat je slechts kort je aandacht op iets kunt vestigen. Neem niet zonder meer aan dat je een goed oogcontact onderhoudt. Vraag, observeer en oefen. Vraag anderen of zij bij jou een gebrek aan oogcontact bemerken. Indien ze stellen dat dit het geval is, vraag dan of dit tijdens het luisteren of tijdens het spreken is. Noteer de gegevens en oefen een en ander in met een vriend totdat je je comfortabel voelt in het aanhouden van een oprecht continu oogcontact. 

Gelaatsuitdrukkingen

Kijk eens lang en zorgvuldig naar jezelf in een spiegel. Kijk naar jezelf zoals anderen dit doen. Begin daarna met het veranderen van je gelaatsuitdrukkingen, beginnend met de negatieve karakteristieken die er zouden kunnen zijn. Voeg er nadien een simpel element aan toe; iets dat de meesten van ons meestal vergeten – een glimlach. Uiteraard geen stomme, schaapachtige grijnslach, maar een echt oprechte glimlach die vertelt dat je een gelukkig mens bent die werkelijk blij is deze dialoog te kunnen voeren. Denk dan na over de volgende vraag: met wie zou je het liefst een cruciale dialoog voeren, met de eerste of de tweede persoon? 

Gebaren

Zoek uit welk soort gebaren je maakt. Overdrijf je of ben je eerder bewegingsloos? Wanneer gebruik je gebaren en zijn deze oprecht en betekenisvol? 

Persoonlijke Ruimte 

Indien je echt wat plezier wilt beleven aan een sociale bijeenkomst, stap dan binnen de grens van de persoonlijke ruimte van een vriend. Mits enige ervaring kun je hem doorheen de ganse kamer loodsen, zonder dat hij beseft wat er gaande is. Maar pas op: het kan ook jou overkomen!


[i]Plutarch en Demosthenes: http://www.attalus.org/old/orators2.html

[ii]Lily Rothman. The Story Behind George HW Bush’s Famous ‘’Read My Lips, No New Taxes’ promise. https://times.coM/3649511%2/george-hw-bush-quote-read-my-lips

[iii]Paul Watzlawick, Janet H. Beavin, Don D. Jackson. De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Houten-Diegem: Bohn Stafleu Van Lochum. Vierde druk, 1974. pp 39-41.

[iv]Abraham Mehrabian. Silent Messages. Belmont, CA:  Wadsworth Publishing Company, Inc. 1971. 

[v]http://www.kaaj.com/psych/smorder.html

[vi]Johan Roels. Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XI

DIENEN JULLIE VOOR JULLIE EIGEN MENING TE PLEITEN OF NAAR DE MENING VAN DE ANDER TE VRAGEN?

Today, Bruce Springsteen has assumed his place in the tradition of great American populist poets whose work emanaes from the people while speaking of and for them. In the thirty-three years since America first heard Bruce Springsteen’s Greetings From Asbury Park, NJ., Mr. Springsteen has never stopped listening to the voices of his community, seeking connection with their lives, understanding their frustrations, and inviting their hopes. In his music, Mr. Springsteen has consistently embraced the lost, the left-out, and the passed-over and he has never failed to recognize how much of him they are.[i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, ondertussen weten jullie reeds dat op een ‘of’ vraag het enig correcte antwoord ‘JA!’ is. Bij Authentieke Interactie, een onderdeel van Creatieve wisselwerking, is er nood aan een vaardigheid die ik, n   aar het voorbeeld van Chris Argyris, ‘Bepleiten en Bevragen’[ii] heb genoemd. Hierbij gebruik ik als definitie voor bepleiten: door woorden en volzinnen uw wens of mening duidelijk te maken en daardoor anderen proberen te overtuigen. Dit is wat Bruce Springsteen in z’n songs doet. Leuk is dat het label van deze vaardigheid komt uit de sfeer van het advocaten beroep waar pleiten wordt gebruikt in de betekenis ‘iemand die ergens van beschuldigd wordt met argumenten verdedigen’. Bevragen is dan het vragen naar de mening van de ander. Daarbij ga ik er van uit dat die wel eens anders zou kunnen zijn dan mijn eigen mening.

Creatieve wisselwerking bij communicatie: de dialoog

Een toepassing van Creatieve wisselwerking is de communicatie tussen de deelnemers aan het proces. Bij Creatieve wisselwerking op z’n best is de communicatievorm tussen de deelnemers de dialoog. Eloïse, Edward en Elvire, er bestaan (minstens) vijf communicatie vormen en slechts één ervan is heilzaam voor het creatief wisselwerkingsproces. Die vijf communicatie vormen zijn:

  1. De monoloog: de een geeft en de andere ontvangt niet, de een houdt geen rekening met het gegeven of de ander, al dan niet, wil ontvangen;
  2. Het debat : de een geeft en de ander ontvangt, de ander is echter niet in staat of bereid om iets te geven;
  3. De discussie: de een én de ander geeft, geen van beiden is bereid of in staat om te ontvangen, het geven komt in ‘botsing’, wat tot spanning (vechten) of leegte (vluchten) kan leiden;
  4. Het gesprek: de een en de ander geeft en beiden ontvangen, doch beiden laten, wat ze ontvangen, niet diep in hen doordringen, het krijgt geen kans om hen wezenlijk te veranderen: “We dronken een glad, deden een plas, en alles bleef zoals het was”;
  5. De dialoog: de een en de ander geeft en beiden ontvangen en dat op een zeer open manier (een van de twee voorwaarden van deel IX), waarbij wij ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander. Daarbij zijn we bereid om onze visie op de werkelijkheid aan te passen, ons oordeel om te vormen en daardoor dan te veranderen. Dialoog heeft dus ook te maken met wat Carol Dweck ‘Growth Mindset’noemt[iii].

Een van de spanningen die men bij diepgaande communicatie niet kan ontwijken, is de spanning tussen de gesprekspartners, vanwege hun verschillende wensen en noden. Deze spanning komt echter ook door de natuurlijke wens de ander te beïnvloeden. Deze wens is uiteraard bij elke gesprekspartner aanwezig. Dialoog of respectvolle communicatie bekijkt beide zijden van deze eeuwige spanning. Dit is zowel praktisch als realistisch; beide gesprekspartners zijn belangrijk en hebben hun specifieke verwachtingen en verlangens. Dit inzien en elkaars mening respecteren, is een onderdeel van respectvolle communicatie en van de dialoog. 

Respectvolle communicatie gebruikt de vaardigheid die hier aan de orde is: Bepleiten en Bevragen. Jij vertelt hoe jij het ziet en vraagt de ander wat haar of zijn visie is. Dus men doet beide: men geeft zijn eigen mening zonder de ander het recht te ontzeggen een andere, eventueel afwijkende, mening te hebben. Met andere woorden, men neemt aan dat zij of hij een andere zienswijze van dezelfde realiteit kan hebben. Men is er zich dus van bewust dat beiden een verschillende mindset (denkkader, mentaal model) hebben en daardoor, per definitie als het ware, verschillende visies op de werkelijkheid.

Een reactie op overmatig Bepleiten is het opgeven van het gesprek; de gesprekspartner trekt zich terug en laat de pleiter doorpraten zonder weerwoord. De spreker denkt dan vaak dat de ander het met haar of hem eens is, maar meestal is er geen enkele overeenstemming. Als een gesprekspartner daarentegen uitsluitend vragen stelt, krijgt de ander na een tijd een onbehagelijk gevoel, want de vraagsteller spreekt zich zelf niet uit en daardoor weet de ander niet waarvoor deze staat. Wantrouwen en onzekerheid bij de ander zijn dan vaak het gevolg. In beide gevallen is er een gebrek aan respect. Dit ‘disrespect’ wordt uiteraard aangevoeld en doodt de dialoog.

Heel belangrijk bij respectvolle dialoog is het bekomen van een balans tussen Bepleiten en Bevragen. Het zoeken naar die balans creëert meestal het op losse schroeven zetten van de verankerde meningen van de eigen mindset. Een reden te meer waarom dit geen vanzelfsprekende vaardigheid is. De winst ligt in het helderder en creatiever inzicht dat voortkomt uit het combineren van de diverse perspectieven. Niet dat het makkelijk is, want beide elementen van Bepleiten en Bevragen kunnen op een zodanige manier uitgevoerd worden dat de vaardigheid niet werkt. Bepleiten zonder het redeneringsproces van de stellingname bloot te leggen, werkt niet. Bevragen op een ‘spervuur-ondervragingsmanier’ ook niet. In elk geval gaat het bij Bepleiten en Bevragen niet alleen over de mening van de een én de ander maar ook over waarop ze die mening baseren. Dit kunnen data zijn, maar ook interpretaties of waardeoordelen. Data zijn verbonden met de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, en worden bekomen door observatie met het helder bewustzijn. Interpretaties en waardeoordelen horen dan bij de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking en worden bekomen door waarneming met het gekleurd bewustzijn. Daarmee wordt alweer duidelijk dat Creatieve wisselwerking geen lineair maar eerder een levend en chaotisch proces is.

Eloïse, Edward en Elvire, uit ervaring weet ik, jullie opa, dat men bij een dialoog met betrekking tot onaangepast gedrag het best de volgorde omkeert en start met het bevragen: “Hoe zou je je gedrag omschrijven?”, “Waarom kies je voor die manier van handelen?”, “Op welke gegevens, aannames baseer je je om op deze manier te werken?”, Hoe kom je erbij zo te handelen?”, “Kun je mij jouw gedachtegang verduidelijken?” Hierbij is duidelijk dat bij Bevragen men niet alleen naar het standpunt, de mening van de ander vraagt. Men vraagt ook naar de weg die de ander bewandelt heeft om tot die mening te komen. Anders gesteld, wat haar of zijn gekleurd bewustzijn, denkkader en mentaal model is die haar of hem heeft laten zien, wat werd heeft gezien.

Nadien volgt dan: “Wat kunnen de gevolgen zijn van jouw gedrag?” Door Bevragen voorrang te geven zal je leren:

  • of de ander zich wel bewust is van zijn (gewoonte) gedrag;
  • wat zijn referentiekader is;
  • en of hij zich bewust is van de mogelijke risico’s.

Nadien kan jij dan je mening, je zienswijze Bepleiten. Vergeet echter niet uw denkkader, mindset en mentaal model duidelijk te maken. 

In een dialoog wisselen de gesprekspartners Bepleiten en Bevragen af. Bepleiten helpt om te expliciteren wat je vindt en hoe jij dingen interpreteert. Bevragen helpt om te kijken of de ander dezelfde waarnemingen heeft, dezelfde interpretaties maakt en conclusies trekt; of totaal andere. 

De waarde van nederigheid, respect, openheid en vertrouwen

Bij deze vaardigheid is de kernwaarde ‘nederigheid’ van het grootste belang. De waarde nederigheid heeft in deze context te maken met het gegeven dat men er zich van bewust is dat haar of zijn visie niet de absolute waarheid is. Men aanvaardt met andere woorden dat men zich in deze kan vergissen. Nederigheid zal ons niet inspireren om de mening van de ander de grond in te boren, integendeel, het helpt ons om die mening van de ander te begrijpen. Nederigheid zal ons bovendien aansporen de juiste vragen te stellen. We zijn er van overtuigd dat we de kennis niet in pacht hebben en we beseffen dat we heel wat van de ander kunnen leren. 
Daarom, stelt Ed Schein, zijn we best nederig, want we hebben anderen nodig om onze taken met succes te kunnen afwerken.[iv]

Als een gesprekspartner uitsluitend zijn mening bepleit, gaat hij uit van zijn eigen gelijk en luistert hij niet naar de ander. De ander voelt zich niet gehoord en kan dan op zijn beurt volharden in het ten berde brengen van zijn standpunt. Vaak leiden dit soort gesprekken tot het polariseren van de standpunten in plaats van het overbruggen ervan en het zoeken naar gezamenlijke mening.

Chris Argyris geeft aan dat ,als men in staat is om Bepleiten en Bevragen af te wisselen, men een dialoog krijgt waarin de gesprekspartners elkaar met respect bevragen op gegevens, waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen[v]. Dit vraagt van de gesprekspartners vaardigheden op beide gebieden. Vaardige bepleiters brengen hun mening of visie onder woorden en onderbouwen die met voorbeelden van hun waarnemingen. Vaardige bevragers stellen open vragen en helpen de ander om diens waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen te expliciteren. Bijvoorbeeld door te vragen naar voorbeelden, ervaringen of meningen. Ook feedback vragen kan een effectieve vorm van vragen zijn. Hierover zal ik (veel) later een volledige column (deel XXXIII) wijden.

Correct bevragen geeft aan dat je werkelijk geïnteresseerd bent in de mening van de ander. Dit verhoogt het vertrouwen. Deze vaardigheid versterkt dus het vertrouwen en een groter vertrouwen leidt, zoals we hebben gezien in Deel IX, naar meer openheid. Het is inderdaad een versterkende wisselwerking tussen deze vaardigheid en de basiscondities. Later zullen we zien dat dit ook het geval is met de andere vaardigheden van de karakteristiek Authentieke Interactie (en dit is het geval bij alle karakteristieken). We bespreken die vaardigheden in deze serie columns één voor één. In de realiteit worden die echter ‘door elkaar’ gebruikt en ook daardoor verstevigen ze elkaar. Zo zal de vaardigheid Bepleiten en Bevragen ingezet worden samen met de twee andere vaardigheden van de Creatieve wisselwerking karakteristiek Authentieke Interactie waarover later een deel zal gewijd worden : Non-verbale communicatie (Deel XII) en Bevestigend Herhalen (Deel XIII).

Het evenwicht tussen Bepleiten en Bevragen omvat niet enkel het bepleiten van je eigen inzichten. Het omvat ook het begrijpen van de standpunten van de ander. Om die te kunnen begrijpen dient men ze uiteraard eerst te weten komen, vandaar de noodzaak van het bevragen van die standpunten. Dit bevragen heeft wel tot uiteindelijk doel de inzichten van de ander waarderend te begrijpen. 

In onze cultuur worden managers gevormd tot welbespraakte pleiters en oplossers van problemen. Ze zijn uiterst bekwaam om hun visie te presenteren en deze met doorslaggevende argumenten te ondersteunen. Ze zijn daarbij gedreven om tijdens het debat hun eigen gelijk te halen. Niet zelden stoten ze ook door naar een ‘jump to conclusion’ beslissing en actie. De conclusie is uiteraard dat hun visie de enige juiste is en de oplossing van het probleem steunt daarbij praktisch uitsluitend op hun ideeën. Soms hebben zij hierbij succes. Door dit succes gesteund, herhalen managers gretig dit gedrag. Vaker nog loopt het mis. Gezien echter de tijd die verloopt tussen oorzaak en gevolg meestal aan de hoge kant is en ons geheugen meestal van korte duur, wordt de basis oorzaak van de miskleun – het ‘jump to conclusion’-gewoontegedrag – vaak niet onderkend. 

Hoe werkt Pleiten en Bevragen

Willen managers deze Creatieve wisselwerkingvaardigheid onder de knie krijgen, dan dienen zij te leren het evenwicht tussenBepleiten en Bevragente behouden.
 Ook in het geval van een Cruciale dialoog rond onaangepast gedrag gaat het om “Eerst begrijpen, dan begrepen worden”. Dit is de zesde gewoonte van de zeven effectieve gewoonten volgens Stephen R. Covey. In zijn boek ‘The 7 Habits of Highly Effective People’[vi]beschrijft Stephen Covey de gewoonten die leiden naar persoonlijk leiderschap. Wat Covey in zijn – overigens zeer aan te raden – boek niet vermeld, is dat deze eigenschap onder andere door Franciscus van Assisi prachtig werd verwoord. Inderdaad, Sint-Franciscus was er zich van bewust dat het verlangen om begrepen te worden niet altijd vanzelfsprekend samengaat met een verlangen om de ander te begrijpen, toen hij bad: “Laat mij niet verlangen begrepen te worden maar zelf te begrijpen”.[vii]

De gewoonte om eerst te begrijpen en dan begrepen te worden is uiteraard ook een principe van de empathische communicatie, vandaar dat deze vaardigheid ook geplaatst wordt in fase 1 Communicatie van het Cruciale Dialoogmodel. Door dit gedrag laat men de ander aanvoelen dat het prima is er een andere mening op na te houden en dat men bovendien geïnteresseerd bent in zijn of haar ‘point of view’ (gezichtspunt). De meeste mensen hebben deze goede eigenschap niet. Zij willen eerst zelf begrepen worden. Zij luisteren niet met de intentie om te begrijpen, maar met de intentie te antwoorden en daarmee de argumenten van de ander onderuit te halen. Ofwel spreken zij zelf of zij bereiden zich voor om te repliceren. Dat zij daarbij uitvoerig gebruik maken van hun eigen paradigma’s, hun eigen referentiekaders spreekt vanzelf. Door deze houding en dit gedrag stellen zij hun denkkaders niet in vraag. 

When people talk, listen completely.

Most people never listen.

Ernest Hemingway

Empathisch luisteren is het luisteren naar de referentiekaders van de ander en deze trachten te begrijpen. Je tracht te begrijpen hoe de ander de wereld ziet en begrijpt en bovendien ook hoe zij of hij zich daarbij voelt. Bedenk daarbij dat wat de ander zegt, werd gecreëerd door middel van een interne dialoog (cf. het Cruciale Dialoogmodel): feiten  –>interpretatie –> gevoelens –> imagineren –>actie. De actie is in dit geval wat effectief wordt gezegd. 

Maak van Bepleiten en Bevragen een goede gewoonte 

Nogmaals, het gaat hier om beide: Bepleiten en Bevragenen het voldoende afwisselen van beide teneinde evenwicht in de communicatie te brengen. Men moet dus niet naar het andere uiterste – het bevragen – overhellen. Het komt er op aan dat niet alleen alle gesprekspartners hun visie op tafel leggen, maar ook de manier meegeven waarop ze tot deze visie gekomen zijn. Zij dienen als het ware de interne dialoog die hen tot hun besluit bracht, bloot te leggen. Daarbij dient de stellige uitspraak – “Dit vind ik” – direct gevolgd te worden door de vraag – “Wat vind jij?” Daarmee geeft men aan dat men de waarheid niet in pacht heeft. Men geeft wel z’n mening weer en hoe men er toe komt. Door de vraag “Wat vind jij?” geeft men impliciet aan dat jouw mening niet ‘de’waarheid is.

Bepleiten en Bevragen dienen dus in evenwicht te zijn. Beide hebben te maken met een ander tweespan: integriteit en nederigheid. Vanuit integriteit pleit men voor de eigen mening, vanuit nederigheid vraagt men naar de mening van de ander. Beide zijn in evenwicht. Men zou, Daniel Ofman indachtig, kunnen spreken van een nederige integriteit of een integere nederigheid. 

Mogelijke mengvormen 

De verschillende mengvormen van deze balans worden in volgend figuur[viii] weergegeven.Hierbij worden ook die vormen aangegeven ‘die niet werken’. Sommige ervan zijn manipulerend, andere gebiedend of belerend. Het spreekt vanzelf dat de intentie van enorm belang is (zie ook Deel V). Inderdaad, zoals elk stuk gereedschap (denk maar aan een hamer), kan ook Bepleiten en Bevragen worden misbruikt. 

If all you have is a hammer, Everything looks like a nail. 

– Abraham Maslow

Zo zullen mensen, die niet bereid zijn hun denken bloot te geven, zich in stilzwijgen hullen, zonder de mogelijkheid door open dialoog te leren, te baat te nemen. Ze trekken zich terug. Henry Nelson Wieman noemt dit ‘evasive’ gedrag. Anderzijds zullen ander mensen dan weer bereid zijn om niet alleen hun denken bloot te leggen, maar bovendien hun aannames op te schorten zodat ze een open dialoog met de ander hebben . Niet toevallig zijn dat de twee uitersten (linksonder: ‘Terugtrekken’ en rechtsboven: ‘Dialoog’) van bovenstaande figuur.

De vaardigheid Bepleiten en Bevragen zien wij als een communicatietool omdat wij die vaardigheid ook als luisteren naar jouw luisterenzien. Indien je niet luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bepleiten; indien je praktisch uitsluitend luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bevragen. De kunst is beide in evenwicht te brengen en te houden, en dit zonder te faken of te manipuleren. 


[i]Randy Lee. Symposium: The Lawyer as poet advocate: Bruce Springsteen and the American Lawyer – An Introduction. Widener Law Journal. Volume 14, Number 3, 2005. pp. 719-730. 

[ii]Chris Argyris. On organizational learning. Cambridge, MA: Blackwell Publishers, 1992.

[iii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Random House, 2006.

[iv]Edgard H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking instead of Telling. San Francisco, CA: Berrett-Koehler Publishers, Inc. 2013, page 5 and page 13.

[v]Chris Argyris. Organizational Learning II. Burlington, MA: Addison Wesley, 1996.

[vi]Stephen R. Covey. The seven habits of highly effective people: restoring the character ethic. New York NY: Fireside, 1990.

[vii]Vredesgebed van Sint Franciscus:


Heer, maak me tot een werktuig van uw vrede.


Waar haat is, laat me liefde zaaien. Waar onrecht is, vergiffenis.


Waar twijfel is, geloof. Waar wanhoop is, hoop.


Waar duisternis is, licht. Waar droefheid is, vreugde.


O goddelijke Meester, geef me dat ik eerder verlang te troosten, dan getroost te worden,


te begrijpen dan begrepen te worden, te beminnen dan bemind te worden.


want het is door te geven dat we krijgen,


door vergeving aan te bieden dat we vergeving ontvangen


en door te sterven dat wij voor de eeuwigheid geboren worden.


Amen 

[viii]Peter M Senge et al. Het vijfde discipline praktijkboek. Strategieën en gereedschappen voor het bouwen van lerende organisaties. Schoonhoven: Academic Services, Economie en Bedrijfskunde, 1995 (36. Het evenwicht zoeken tussen informeren en pleiten). 

BLIJF WAKKER ! – DEEL X

HET BELANG VAN HET CORRECT FORMULEREN VAN DE JUISTE VRAAG

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

–  Bruce Springsteen

Een column over het belang van het correct formuleren van de juiste vraag, ik hoor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, al denken: “Maar opa toch!?!” Jullie dienen wel te beseffen dat zeer zelden een goed antwoord gegeven wordt op een vraag die ofwel niet de juiste is of niet correct werd gesteld.

Het voordeel van wakker blijven is dat men geen moeite heeft met het correct formuleren van de juiste vraag. Een wakker iemand stelt altijd de juiste vraag op een correcte manier en bovendien op het juiste moment. Wanneer men echter hoe langer hoe meer, door opvoeding en conditionering (sommigen noemen dit ‘brainwashing’), in slaap wordt gesust, verleert men vragen te stellen. Laat staan dat men ze dan ook nog correct formuleert en dat het de vraag is die zich op dat moment opdringt.

Zoals ik in vorige hoofdstukken al schreef, is een jong kind nog helemaal ‘wakker’ en heeft het dus geen problemen met het stellen van vragen. Vanuit de nieuwsgierigheid van het jonge kind borrelen vragen namelijk probleemloos op. Weten jullie welke vraag een peuter en kleuter – tussen pakweg twee en vijf jaar – het meeste stelt? Juist: Waarom? En kinderen van die leeftijd doen dat in zowat alle werelddelen. Zeker in de werelddelen waar ik ooit heb vertoefd; zoals in Afrika (Niger, Gabon, Senegal, Tunesië, Ivoorkust, Togo, Kameroen), in Azië (India en China), in Noord-Amerika (USA: Georgia, North Carolina, South Carolina, Californië) en Europa (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Wales, Schotland, Ierland, Italië, Zwitserland, Bulgarije, …) overal krijgen vaders grijze haren door de onophoudelijke herhaling van die vraag: “Waarom?”. 

Laat ik dit deel starten met een mooi Koning Arthur verhaal en eentje uit de reeks verhalen over de Heilig Graal, meer bepaald over Parsifal[ii]. Het gaat als volgt:

Toen demoeder van Parsifal zwanger was, sneuvelde diens vader op het slagveld. Zijn moeder besloot daarom ervoor te zorgen dat haar zoon niet hetzelfde lot zou overkomen en bracht hem groot in volledige afzondering in het woud Soltane, weg van het hof. 

Op een dag ontmoette Parsifal in het bos echter een ridder, wiens verhaal hem zo fascineerde, dat hij het hof van Arthur wou vervoegen. Dit deed hij uiteindelijk ondanks het protest van zijn moeder. Daar overwon hij Ither de Rode Ridder. Hij nam diens wapenuitrusting en paard over en voortaan noemde men hem de Rode Ridder. Parsifal raakte vervolgens betrokken bij de queeste naar de Heilige Graal.

Na heel wat omzwervingen bereikte Parsifal de graalburcht Munsalvaesche van de zieke Visserkoning Anfortas. Midden in de nacht werd hij wakker. Voor zijn verbaasde ogen kwam er een vreemde stoet langs. Een van de passanten droeg een wonderbaarlijke schotel waaruit licht kwam, een ander droeg een bloedende lans.Ook Anfortas zelf werd meegedragen in de stoet. Die leed zichtbaar énorme pijnen, hij had namelijk een chronische wonde. Parsifal kon geen woord uitbrengen. Aan de basis van zijn onvermogen tot spreken lag een misplaatste aangeleerde hoffelijkheid: “Men spreekt niet als eerste en men stelt zeker geen vragen.”

De volgende morgen verliet Parsifal het kasteel. Toen hij nog even omkeek, zag hij het kasteel zomaar verdwijnen. Een paar stonden nadien kwam hij een fee tegen die hem blij tegemoet trad zeggende: “Wat ben ik blij dat je Anfortas uit z’n lijden gehaald hebt door hem de juiste vraag te stellen!” Parsifal stamelde: “Welke vraag?” en de fee riposteerde: “Heb je dan de énige correcte vraag die zich opdrong niet gesteld?” “Nee, ik heb geen enkele vraag gesteld!” kreunde Parsifal. Waarop de fee het uitschreeuwde: “Ohhh! Parsifal… je weze verdoemd!”

Ter verduidelijking: Parsifal was opgegroeid in de bossen en had van z’n moeder niet of nauwelijks beleefdheids- en omgangsvormen geleerd. Hij vroeg daarom veel, net als een kind. Hij was – met andere woorden en in de geest van deze serie columns ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire – met de hulp van z’n moeder ‘wakker gebleven’. Toen hij later, in z’n opleiding aan Camelot onderricht kreeg hoe zich te gedragen als een galante ridder, leerde hij, dat hij niet zoveel vragen moest stellen. Hij werd als het ware tot ridder ‘geconditioneerd’.

Nu besefte Parsifal dat hij de kans van zijn leven verkeken had. Tijdens de nachtelijke stoet was hem immers de Heilige Graal, waarnaar hij al een hele tijd zocht, aangeboden! Toen de fee weg was, kreeg hij bovendien berouw. Parsifal had de Visserkoning moeten helpen, maar had dat uit misplaatste beleefdheid niet gedaan. De fee kreeg overschot van gelijk! Door de cruciale vraag niet te stellen, was Parsifal gedoemd nog vijf jaar rond te dolen, totdat hij een nieuwe kans zou krijgen de vraag alsnog te stellen. De cruciale vraag die Parsifal uit misplaatste beleefdheid en gebrek aan authentieke interactie niet had gesteld was: “Waar lijdt U aan, wat is uw pijn en hoe kan ik U helpen?” Toen hij die uiteindelijk wel kon stellen, genas Anforas’ wonde ogenblikkelijk en werd Parsifal aangesteld als de nieuwe bewaarder van de Heilige Graal.

De les die jullie, Eloïse, Edward en Elivre, hieruit kunnen leren is er eentje voor de rest van jullie leven en is de volgende. Wanneer iemand in jullie omgeving het moeilijk heeft, wees dan wakker (zie dat!) en moedig.  Moedig zijn is haar of hem de énige vraag stellen die zich op dat moment opdringt: “Waar lijdt je aan? W at is je pijn en hoe kan ik jouw pijn verzachten? Hoe kan ik je helen?” of varianten ervan. Jullie brengen aldus jullie Creatieve Zelf empathisch in de relatie. Als jullie dit doen, dan garandeer ik dat jullie een waardevol leven zullen hebben met diepgaande relaties. 

Ook in het verhaal van Parsifal lazen we dat heel jonge kinderen ‘waarom’-monstertjes zijn. Dit label heb ik verzonnen voor heel jonge kinderen die, door onophoudelijk de waarom vraag te stellen, danig op de zenuwen van volwassenen en zeker op die van hun ouders werken. Want wat gebeurt er meestal? Wanneer het kind de waarom vraag de eerste keer stelt, krijgt het van de volwassene uiteraard een antwoord. Op dat antwoord stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag, waarop de volwassene weer beleefd antwoord. Edoch, op dat antwoord vraagt het kind terug de waarom vraag, waarop de volwassene – nu nogal geïrriteerd – terug een antwoord verzint. Onvermijdelijk stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag en antwoord de volwassene, op barse toon: “Omdat ik het zeg” of “Omdat het zo is!” of iets in die aard. Zelf gaf ik als laatste antwoord aan jullie moeder Daphne: “Vraag het eens aan jouw mama!” Die mama noemen jullie nu Bonnie!

Interessant is de vraag: Waarom antwoordt de ouder op zo’n barse toon: “omdat het zo is!” (of ikzelf, met het ontwijkend, ‘Vraag het eens aan je mama!”) Het enige correcte antwoord is: a) de volwassene kent het antwoord niet en b) dezelfde volwassene is te beroerd om dit toe te geven. Zo simpel is het! Volwassenen zijn vaak niet integer in het beantwoorden van vragen van kinderen. Laat ik nu een anekdote vertellen van toen Eloïse nog een ‘waarom’-monstertje was. Eloïse was nog geen drie, dus is de kans zeer klein dat ze zich volgende episode nog herrinnert. Hoewel, ik heb dit verhaal ooit eens in haar klas verteld. Ik was daartoe door Eloïse zelf uitgenodigd om te komen vertellen over het aanvatten van ‘hogere’ studies. Dit was toen ze in haar zesde jaar op de Sinte Maria School van Bonheiden zat.

Op een dag vroeg ze haar Opa Johan (ik dus) : “Zeg Opa, wanneer ik m’n pop loslaat, waarom valt die dan naar beneden?” Ik wist waar het zou eindigen en wou mij in veiligheid brengen door te antwoorden: “Wel Eloïse, omdat anders er zoveel rommel in de lucht zou zweven dat we het zonlicht niet meer zouden zien.” Maar ik had zonder de pienterheid van Eloïse gerekend. “Opa, dat is geen antwoord op m’n vraag; nogmaals waarom valt alles naar beneden?” Nu was er geen ontkomen aan, dus zei ik: “Door de zwaartekracht, Eloïse”. En wat moest gebeuren, gebeurde: “Waarom zwaartekracht, Opa?” “Omdat twee lichamen elkaar aantrekken en dat het lichaam met de grootste massa, de grootste aantrekkingskracht heeft en gezien de massa van de aarde groter is dan de massa van je pop, wordt de pop door de aarde aangetrokken en als je ze niet vasthoudt – wat die aantrekkingskracht teniet doet – valt jouw pop naar beneden.” “Waarom trekken twee massa’s elkaar aan, Opa?” “Omdat dat een natuurwet is, Eloïse.” “Waarom is dat een natuurwet, Opa?” en toen diende ik toe te geven, wat grootvaders, laat staan vaders, zelden doen: “Dat weet ik niet, Eloïse”. “Kan je dat niet opzoeken, Opa?” Internet bestond al en dus met de hulp van ‘Google’ zocht Opa met het begrip ‘zwaartekracht’ naar het ultieme antwoord. Google schotelde honderden links voor en zo vond ik een wetenschappelijk stuk met als titel ‘De zwaartekracht’ en begon ik dit artikel luidop voor te lezen. Na nog geen minuut vroeg Eloïse: “Opa, begrijp jij wel wat je leest?” en ik “Niet helemaal of beter gezegd; helemaal niet.” Waarop Eloïse al lachend zei: “We zullen nog veel moeten leren, hé Opa!” Uitspraak die ik al schaterend beaamde!

Met die anekdote wordt duidelijk welke onze opdracht in dit ondermaanse is: Leren (i.e. Transformeren)! Aan ons de keuze: ofwel doen we dit tegen onze goesting of met plezier! 

Vragen stellen hoort bij onze Creatieve Zelf en niet antwoorden, of antwoorden met dooddoeners, hoort bij de gecreëerde zelf. Zoals we in het oud middeleeuws verhaal van Parsifal konden lezen, is het afleren van vragen stellen zo oud als de opvoeding van kinderen. Wij blijven vragen stellen en uiterst creatief totdat we naar school gestuurd worden en van dan af gaat het met vragen stellen en met de creativiteit van de kinderen bergaf. Ik heb reeds in een vorig deel aangegeven dat we het summum van saaiheid bereiken rond ons 44stelevensjaar. Op die leeftijd stellen we praktisch geen vragen meer en zijn we het lachen verleerd. Het is hetdieptepunt in onze curve van nieuwsgierigheid en creativiteit (zie deel VII). Daar zijn jullie nog ver af en zelf heb ik dat omslagpunt reeds bijna dertig jaar achter de rug. Dus de hoogste tijd om “Wakker te blijven” (jullie Eloïse, Edward en Elvire) en ik “Wakker te worden.”

Overigens ga ik niet helemaal akkoord met het standpunt van Sir Ken Robinson[iii],  namelijk dat de school creativiteit doodt. Volgens mij is de opvoeding in het algemeen en vooral de Vicieuze Cirkelin het bijzonder, de ‘Creativity killer’. Dit neemt niet weg dat z’n TED talk meer dan waard is om eens bekeken te worden. Bovendien ligt het besluit van Sir Ken’s TED Talk in de lijn van m’n taak jullie te ondersteunen in het wendbaar en weerbaarzijn.

Vragen bij het stellen van een ‘cruciale’ vraag

Voor het stellen van een ‘cruciale’ vraag is het heel belangrijk dat de vraagsteller de antwoorden op de volgende vragen weet: 

  • Wie is de eigenaar van de vraag? 
  • Wat is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag? 
  • Is het wel degelijk de vraag van de steller ervan? 
  • Hoe staat zij of hij tegenover het onderwerp waarop de vraag betrekking heeft? 

Anders gesteld, is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag koud-afstandelijk of geladen-emotioneel? Is die relatie respectvol of manipulerend? Is er van echte verbazing en spanning sprake of is de vraag van meer intellectuele, respectievelijk pragmatische aard? 

Het belang van het eigenaarschap van de vraag

Het zich bewust worden van een vraag en deze ook in woorden kunnen uitdrukken, is voorbehouden aan denkende en sprekende wezens. Met andere woorden, aan mensen. Alleen mensen hebben vragen die ze in woorden tot uitdrukking brengen. 

Dieren hebben wel behoeften, maar deze leiden tot direct instinctief gedrag: stimulus-respons. De mens heeft de mogelijkheid zich als het ware tussen stimulus en respons te plaatsen met vragen in de zin van: wat gebeurt hier? (wat drijft mij van binnen?, wat treft mij van buiten?), hoe wil ik hiermee omgaan? (wat wil/zal ik er aan doen? en wat zullen de consequenties van mijn eventuele handelen zijn?) en waarom doe ik dit eigenlijk? 

Eloïse, Edward en Elvire, het feit dat alleen mensen vragen kunnen vormen, heeft nood aan een aanvulling. Deze is dat vragen altijd bij een mens horen. Anders gesteld, vragen dienen een eigenaar te hebben. Er zijn geen vrij zwevende vragen. Situaties op zichzelf stellen geen vragen. Het zijn altijd mensen die zich over iets verbazen, iets willen weten en tot een vraag komen, teneinde inzicht te bekomen en iets te leren. Het zijn altijd mensen die een situatie onacceptabel vinden of eronder lijden en zich afvragen hoe daar verandering in te brengen. 

Toepassing van dit alles is goud waard wanneer mensen bijeenkomen om problemen te bespreken. De eigenaar van de vraag is diegene die er bij wijze van spreken wakker van ligt, eronder lijdt, en die tot elke prijs de oplossing van het probleem of het beantwoorden van de vraag wil bekomen. Pas wanneer een vraag een eigenaar heeft, krijgt die vraag het vermogen iets in beweging te zetten. 

Het kan ook zijn dat de vraag vele eigenaars heeft. Is dit goed of is dit slecht? Onderhand weten jullie dat zo’n ‘of’ vraag één antwoord heeft: Ja! Het is enerzijds goed, want door het ontstaan van een groep mede-eigenaars neemt de energie om aan de vraag te werken toe. Anderzijds is het ook minder goed, daar het gevaar bestaat dat zich tussen de mede-eigenaars oeverloze discussies ontwikkelen met betrekking tot de oplossingen. Ook in dit geval zal het gebruik van de vaardigheden van Creatieve wisselwerkingeen noodzaak blijken te zijn. 

Een probleem kan zijn dat die eigenaar niet te vinden is. Men is zich wel bewust van het probleem (men ‘herkent’ het probleem), maar men erkent niet dat het ook haar of zijn probleem is. Met andere woorden men kan ermee leven of er is onvoldoende bereidheid om de consequenties van het eigenaarschap te aanvaarden. Deze consequenties zijn velerlei: inzet van middelen (tijd, geld, …), inzet en verhoging van kwetsbaarheid, emotionele belasting en dergelijke. Als er geen menselijk aangrijpingspunt gevonden wordt, is het probleem niet oplosbaar. Er is als het ware geen probleem, want niemand erkent het als een probleem. 

Eloïse, Edward en Elvire, op de keper beschouwd, is er uiteraard wel een probleem. Een probleem dat bovendien op dat ogenblik meestal nog preventief op te lossen is. Wanneer het probleem geen eigenaar vindt, kan het gaan verzuren en etteren, waarna de oplossing ervan nog enkel reactief én curatief mogelijk is mits soms enorme kosten. Er zijn niet alleen meer middelen nodig om het op te lossen, er worden – zolang het probleem niet is opgelost – enorm grote verliezen geleden. 

Volgens Daryl Connor[iv]ligt de eigenaar van het probleem voor de hand wanneer het bedrijf zich op een brandend platform bevindt. Hij gebruikt dit beeld omdat het haarscherp aangeeft wanneer het oplossen van een probleem een reële noodzaak is. Een brandend platform (‘Burning Platform’) situatieontstaat wanneer het behouden van de status quo ontoelaatbaar duur wordt. Het hoofdkenmerk dat de in een brandend platform situatiegenomen beslissing onderscheidt van alle andere beslissingen, is het niveau van vastberadenheid. Wanneer de organisatie zich op een brandend platform bevindt, is de beslissing om het probleem diepgaand op te lossen niet enkel een goed idee, maar vooral een bedrijfsnoodzaak. Ik hoorde ooit Daryl z’n metafoor met kleuren en geuren vertellen in juli 1992 in een vergaderzaal van het Niko Hotel in Atlanta[v].

Nogmaals, het gaat bij de ‘eigenaar van het probleem’ ook om de volgende vraag: “Wat is de relatie van die eigenaar met de vraag?” Het gaat hier dus over een verbindingsvraagstuk. Zolang de eigenaar van het probleem een uiterlijke relatie met het probleem heeft, is de echte eigenaar nog niet gevonden. Geloof mij vrij, elk probleem heeft ten minste één vader, maar – spijtig genoeg – niet elke vader erkent zijn kind. De eigenaar van het probleem dient te erkennen dat zij of hij zelf mede het probleem veroorzaakt heeft of, ten minste, in stand houdt. Meestal heeft de eigenaar in het begin enkel een afstandelijke relatie met het probleem. Dit duidt op vermijdingsgedrag! 

Langzamerhand gaat de eigenaar van het probleem inzien dat diens waardeoordelen, denkkaders, modellen, paradigma’s, doelstellingen én gedrag te maken hebben met het probleem dat zich zogezegd buitenhaar of hem voordoet. De eigenaar wordt er zich langzamerhand van bewust dat zij of hij niet alleen een probleem heeft, maar bovendien ofwel mede het probleem veroorzaakt heeft of in stand houdt of beide. In dat geval wordt het haar of hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer zij of hij ook zelf verandert. En dit op gebied van concepten, denkkader en mindset (dus attitudes), wensen (dus gevoelens), het maken van keuzes (het willen) en uiteindelijk van gedragingen (het doen of het gedrag). 

De relatie met het probleem kan kortstondig of langdurig zijn. Ideaal komt de relatietijd overeen met de tijdsduur van het probleem. Dit is uiteraard ook zo met vragen: er zijn vluchtige vragen, moeilijke vragen, en levens- of kernvragen. Kernvragen kunnen van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoon, een team of een organisatie. Ten minste, indien men ook weet te leven met die vragen. Dit houdt in dat men elke neiging om snel een antwoord te vinden op een kernvraag moet onderdrukken. Bij de kernvraag is het zo bekende ‘jump to conclusion’ gedrag zeker uit den boze. Het lang genoeg streven naar een gedeelde mening is soms pijnlijk en het werkt steeds verwarrend. Charlie Palmgren leerde mij dit te zien als het leren leven in het onzekere of het tolereren van ambiguïteit. Anders gesteld, wij mogen noch vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf wegvluchten. De vraag dient dus én open én levendig in de geestgehouden te worden. 

De link met het persoonlijk engagement

Eloïse, Edward en Elvire, mensen werken vaak gemeenschappelijk aan bepaalde vragen. Denk daarbij maar aan de opdrachten die jullie in school met een groepje tot een goed einde dienen te brengen. In de bedrijfswereld werden daartoe een hele rits vergadermethodieken en probleemoplossingstechnieken ontwikkeld. Alsook verschillende soorten teams: managementteam, projectteam, zelfsturend team, agile team, … Uit ervaring weet ik dat men daarbij nogal vaak voorbij gaat aan volgende belangrijke voorwaarde. Met name, dat iedereen die bij werken aan vragen betrokken is, niet alleen dient te weten wie de eigenaren van deze vragen zijn, maar ook op welk niveau dit is gebeurd. Voor een vruchtbare Creatieve Wisselwerkingis klaarheid daarover broodnodig. Ook zij die geen eigenaar zijn van de vraag, dienen op een voldoende diepgaand niveau geëngageerd te zijn. Indien er onvoldoende engagement is, kan niet zinnig aan de vraag worden gewerkt.  

Betrokkenheid alleen is onvoldoende, persoonlijk engagement is noodzakelijk! Om het verschil tussen ‘betrokkenheid’ en ‘engagement’ duidelijk te maken, heb ik in m’n opleidingen wel duizend keer de ‘Spek met Eieren’ metafoor gebruikt. Mijn versie van die metafoor gaat als volgt:

Gedurende m’n decennia lange carrière als management consultant heb ik ontelbare keren ergens in Frankrijk in een of ander hotel overnacht. Mijn record in één jaar was 200 nachten in een of ander Novotel, Mercure of Ibis hotel. Ik kon in de kamers van die hotels met gesloten ogen rondlopen, omdat die in elke keten dezelfde lay-out hebben, waar het hotel ook gelegen is: Parijs, Lyon, Marseille … het maakt niet uit. En ook de ontbijtkaart was identiek. En steevast koos ik voor ‘Spek met Eieren’. Een ontbijt dat ik thuis zelden eet, daar Bonnie daar niet van houdt, wegens het hoge cholesterol gehalte. Maar in Frankrijk was ik steeds alleen en kon dus ongeremd kiezen. Vooraleer toe te tasten, prevelde ik steeds een gebedje. Een overblijfsel van m’n opvoeding. Ik dankte de Heer en de twee dieren die zich hadden ingezet om mij die maaltijd te kunnen voorschotelen. Het ene dier was betrokken geweest, het andere had zich volledig geëngageerd…

Ik voegde er wel aan toe dat men teneinde geëngageerd te zijn, niet noodzakelijk dient te sterven. Toch maakte ik steeds duidelijk dat persoonlijke engagement veel met passie te maken heeft en passie, op z’n beurt, met lijden[vi]. Engagement is niet zoals betrokkenheid vrijblijvend, engagement kan er stevig inhakken. Om een vraag correct te stellen, is engagement nodig en dat engagement dient uit de ogen van de vraagsteller ‘te spatten [vii]

Engagement heeft veel facetten, met name:

1.   Engagement is contextafhankelijk

Hiermee bedoelen ik dat het soort engagement afhankelijk is van het type vraagstuk (context) waarin engagement wordt toegepast. Door de context duidelijk te te maken, kadert men engagement dus met het specifieke vraagstuk.

2.   Engagement is een psychologische staat

Die psychologische staat wordt beïnvloed door het engagementproces. Engagement is dus meer dan alleen de interactie binnen een relatie. Engagement is het verwerkingsproces binnen een persoon door het gehele engagementproces heen. Dat engagement meer is dan alleen de interactie wordt benadrukt door de verschillende dimensies van engagement, waarover meer in punt 4. 

3.   Engagement is een proces 

Engagement bestaat niet uit een enkele handeling. Engagement is een doorlopend proces dat een zekere intensiteit heeft. Die engagement ontstaat tijdens een wisselwerking tussen twee of meerdere partijen. Het engagementproces ontstaat tussen een persoon en een andere persoon, organisatie of community; dit afhankelijk van de context.

4.   Engagement is multidimensionaal

Engagement is multidimensionaal en bestaat uit een cognitieve, emotionele en gedragsdimensie. Deze dimensies worden hierna toegelicht:

Luthans en Peterson beschrijven cognitief engagement als volgt: “Those who are acutely aware.”[viii]

Bij de cognitieve dimensie gaat het om het helder bewustzijn van een persoon tijdens het engagementproces. Een persoon kan engaged zijn met een doel. Zo zijn Linkedin gebruikers ‘engaged’ omdat ze hun professionele netwerk willen onderhouden en om hun competenties en ambities te tonen als een stukje zelfpromotie. De gebruikers denken bewust na over de consequenties die hun engagement kunnen opleveren.

Luthans en Peterson beschrijven emotioneel engagement als volgt: “The meaningful connection to others.” [ix]

Bij de emotionele dimensie van engagement gaat het om de connectie die je voelt voor een andere partij. Een persoon hecht emotionele waarden aan een persoon/organisatie/community tijdens een relatie. 

Ten slotte beschrijft degedragsdimensie van engagement het gedrag die een persoon gedurende het engagementproces vertoont. De gedragsdimensie is met name online belangrijk, omdat het hier meetbaar is. Via Facebook kan elke like, share en reactie bijgehouden worden. 

Gedurende Cruciale dialogenis de menselijke dimensie van de relatievraag van uitzonderlijk belang. Cruciale dialogengaan per definitie over ‘de waarheid’ en om uit te durven komen voor die waarheid is vertrouwen en openheid nodig. 

Bij die menselijke dimensie dienen ook de volgende basisvragen te worden gesteld: 

  • Wat wens ik echt voor mezelf? 

  • Wat wens ik echt voor de ander(en)? 

  • Wat wens ik echt met betrekking tot onze onderlinge relatie? 


Daarbij is het van groot belang onszelf geen rad voor de ogen te draaien. Hiermee bedoel ik dat, wat wij ons toewensen, niet altijd het beste voor ons is. Vandaar dat wij ons én onze wensen continu in vraag dienen te stellen. 
Ten slotte kunnen aan het eind van deze persoonlijke invraagstelling de volgende vragen worden gesteld: 


  • Hoe zou ik mij gedragen indien ik écht deze resultaten wenste te bereiken?
  • Wat is daartoe het noodzakelijke denkkader? Anders gesteld: Welke manier van denken zal dit gedrag sturen?


[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii]Wofgram von Eschenbach, Parzival, Zeist: Christofoor, 2010 (oorspronkelijk episch middeleeuws gedicht van ca. 1200).

[iii]Sir Ken Robinson: Does Schools kill Creativity? https://www.ted.com/talks/ken_robinson_says_schools_kill_creativity(april 2019 + 56 miljoen kijkers!)

[iv]Daryl Connor.Managing at the speed of Change, How resilient managers succeed and prosper where others fail. New York: Villard Books, 1992. 


[v]http://www.creativeinterchange.be/?p=642

[vi]Mattheuspassie, oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach dat het lijdens- en sterfverhaal van Jezus Christus vertelt in de versie van het Evangelie volgens Mattheus.

[vi] “In dir muss brennen, was du in anderen entzünden willst.” Mijn favoriete quote van de Heilige Augustinus.

[viii]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Journal of Management Development. (2001) Volume 21. Issue 5. Bladzijden 376-387

[ix]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Op. cit.

BLIJF WAKKER I – DEEL IX

HOE OPEN BLIJVEN EN BLIJVEND VERTROUWEN HEBBEN?

I haven’t always been strong, but never felt so weak

All of my prayers, gone for nothing

I’ve been without love, but never forsaken

Now the morning sun, the morning sun is breaking

This is my confession

I need your heart

In this depression

I need your heart[i]

– Bruce Springsteen

This Depression – Wrecking ball

(The Boss’s opennessabout his own struggle with depression

enhanced the trust fans have in the man and his work[ii])


Openheid en vertrouwen zijn kenmerken van het heel jonge kind en dus van wat ik de Creatieve Zelf noem. Jullie – Eloïse, Edward en Elvire – zijn geboren als jullie Creatieve Zelf en dus volledig open en vol vertrouwen. Jullie taak is die openheid en dat vertrouwen te behouden! Hoe dat te doen, zal ik in dit deel zo goed als mogelijk beschrijven.

Teneinde een vertrouwensrelatie op te bouwen, dienen we met de ander te communiceren met de intentie van die ander te leren. Dus niet communiceren teneinde die ander te sturen en/of te controleren. Wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaar niet vertrouwen, worden zij competitief en/of defensief. Dit leidt tot het aloude aanvallen en verdedigen, en daardoor vervormt de communicatie en wordt ze onbetrouwbaar. Openheid en vertrouwen zijn, zoals we gezien hebben in Deel VII, de basiscondities van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking:  Authentieke Interactie.  In het huidig tijdperk, dat hoe langer hoe meer de vierde industriële revolutie wordt genoemd, zijn mensen zelfs nog meer dan voorheen interafhankelijk (i.e. wederzijds afhankelijk). Dit onderkennen is, zoals we later zullen zien, één van de basiscondities van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerkingContinue Transformatie. Het is daarbij van het grootste belang dat men er kan op vertrouwen dat iedereen haar of zijn beloftes gestand doet. Het voorgaande toont weer eens aan dat de Creatieve wisselwerking karakteristieken sterk en ‘infiniet’ met elkaar verbonden zijn. 

De mate waarin we elkaar vertrouwen bepaalt mede de kwaliteit van de informatie die we ontvangen en geven. Vertrouwen geeft een veilig gevoel – veilig om open en eerlijk te (mogen) zijn. Wanneer mensen het gevoel hebben dat er maar één enkel ‘juist’ antwoord op de gestelde vraag mogelijk is, voelen ze zich gemanipuleerd, verre van gerespecteerd en worden zij wantrouwig. Het gevaar bestaat daarbij dat zij in die omstandigheden hun toevlucht nemen tot een ‘zelfbeschermend communicatie patroon’ en de ander vertellen wat deze wenst te horen, in plaats van te zeggen hoe zij het zelf zien. 

Verwrongen communicatie komt voort uit het verlangen zichzelf te beschermen tegen iets waar men bang voor is. Wanneer er spanning in de lucht hangt en mensen zich niet veilig voelen om authentiek en oprecht te zijn, bestaat de zelfbescherming vaak in het niet vrij geven of verdraaien van informatie. Indien we niet angstig zouden zijn, zouden we geen behoefte hebben onszelf te beschermen. Een reden te meer om Edwards W. Deming’s adagium: “Drive Fear Out”[iii]tot werkelijkheid te maken. 

Eloïse, Edward en Elvire, nu, en in de toekomst mogelijks nog meer, hangt jullie persoonlijk succes, dat van jullie gezin en later van jullie organisatie af van het beschikken over betrouwbare kanalen voor het zenden en ontvangen van informatie. Informatie die kan omgezet worden in kennis. Kennis die dan weer kan omgezet worden in wijsheid. Indien mensen onder druk worden gezet, of wanneer deze het gevoel hebben met een controlefreak te maken te hebben, zullen zij die wantrouwen en is klare communicatie onbestaande. 

Uiteraard is, zoals we reeds hebben gezien, angst ook de vrucht van de Vicieuze Cirkel. Wij weten dat mensen op hun hoogst mogelijke niveau leren en presteren wanneer zij optimaal betrokken en geëngageerd zijn. Wanneer personen gevangenen zijn van hun Vicieuze Cirkel, leren en presteren ze op hun laagste niveau. Ze verstijven als het ware van angst. Dus dienen wij mensen, met wie we in creatieve interactie zijn, te engageren en diepgaand te betrekken en zeker geen angst in te boezemen. Wij kunnen dit doen door het creatief wisselwerkingsproces ten volle van binnen uit te beleven. Daardoor weten onze gesprekspartners dat wij dat wij het goed met en hen menen en sterk met hen verbonden en begaan zijn. 

Wanneer we het gevoel hebben dat wat de ander meedeelt, eerder voortkomt uit zelf beschermende overwegingen, dan dat het authentiek informatief is, dienen we ons de volgende vraag te stellen: “Is het mogelijk dat dit zelf beschermend gedragspatroon bij de ander geactiveerd werd door mijn gedrag?” Het antwoord op deze vraag is beslissend voor het eventuele verklaren en/of aanpassen van dit gedrag.

Vertrouwen is een onzichtbare factor die mensen met elkaar verbindt tot een sterk presterend geheel. Indien men een taak effectief én efficiënt uitgevoerd wilt zien, dient men – vooraleer de uitvoering van die taak wordt gestart – het zo noodzakelijke vertrouwen te ontwikkelen. Het ontwikkelingsproces van vertrouwen omvat steeds het respectvol leren van elkaars manier van dingen zien en doen. Vertrouwen is niet automatisch aanwezig wanneer een team start met een opdracht. Vertrouwen wordt gecreëerd door oprecht naar elkaar te luisteren en terzelfdertijd eerlijk voor de eigen mening uit te komen, en voornamelijk door daarbij de verschillen in mening te aanvaarden en te begrijpen (zie ook de tweede vaardigheid van deze karakteristiek: Bepleiten en Bevragen– Deel XI). Wanneer we aanvoelen dat de ander onze manier van denken en doen, onze ideeën respecteert en deze bovendien echt wil waarderend begrijpen, hebben wij vertrouwen in die ander. 

Dit is een zelfversterkend mechanisme. Door dit vertrouwen vinden wij het gemakkelijk om open met die ander te communiceren. Door open met die ander te communiceren, groeit het vertrouwen van die ander. Wanneer we elkaar vertrouwen, hebben wij meer energie en enthousiasme om te werken aan onze opdracht en bereiken we ons doel. Overigens berust het belangrijkste principe van de mystieke leer van de Andes –Ayni– op de volgende stelling: Wederkerigheid in relaties is een uitwisseling van energie

Wij zijn dan ook scherper in het ontdekken van de pro’s en de contra’s van elkaars ideeën. We weten daarbij dat het doel niet is elkaars ideeën af te breken, maar integendeel op elkaars ideeën te bouwen. Dit gaat gewoonlijk gepaard met een bereidheid om risico’s te nemen en nieuwe zaken uit te proberen. Daarbij weten we dat, zelfs wanneer dit tegenvalt, we zullen leren en elkaar zullen ondersteunen. Dit juist omdat we elkaar vertrouwen. We vallen elkaar bij tegenslag niet aan, integendeel we komen versterkt uit de miskleun, want we hebben iets geleerd.  We staan samen ‘sterk weer op’. In deel VII heb ik dit ‘psychologische veiligheid’ genoemd, een term gecreëerd door professor Amy Edmondson. 

Vertrouwen maakt wederkerig leren mogelijk. Vandaar dat vertrouwen van levensbelang is in de Lerende Organisatie. Deze is gebaseerd op het gezamenlijk oplossen van problemen, op team creativiteit en hechte verbanden van wederzijdse ondersteuning. Wantrouwen creëert angst en maakt leren onmogelijk. Wanneer we aanvoelen dat de ander ons tracht te sturen of ons verplicht zaken te zien en/of te doen op zijn manier, voelen we ons ongemakkelijk en willen wij onszelf beschermen. De nood om anderen te controleren en te sturen doodt vertrouwen en daardoor wordt ook de bekwaamheid om als een hecht effectief team te werken vakkundig de nek omgedraaid. 

Vertrouwen is gebaseerd op tweezijdige – en dus niet op eenzijdige – communicatie; vertrouwen is gebaseerd op wisselwerking. Daarbij heeft het onder meer behoefte aan de vaardigheid Bepleiten en Bevragen, waarover meer in deel XI. Door het inzetten van die vaardigheid reiken we onze beste kennis aan en vragen we naar de beste kennis van de ander. Daarbij respecteren we uiteraard zijn bijdrage ten volle. Dit veronderstelt dat wij actief luisteren. Dit omvat onder meer het opvangen van de belangrijke boodschappen verborgen in de non-verbale communicatie, waarover meer in Deel XII. Bovendien dienen we minstens bekwaam te zijn om de volledige boodschap van de ander correct te parafraseren en daarbij te vragen om bevestiging. Over dit laatste meer in Deel XIII.

Het effectief en efficiënt van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces steunt op het waarderen van alle input en op het besef, dat eenieder heeft, dat we alleen niet alles kunnen kennen wat nodig is om een afdoend antwoord op de vraag te geven. Daarbij zijn we beducht voor het manipuleren en het sturen van anderen. Mensen voelen zich gestuurd en gemanipuleerd wanneer ze aanvoelen dat hun mening niet wordt gehoord, laat staan overwogen. Dan stopt angst de informatiestroom. Informatie die zo vitaal is voor het oplossen van een probleem of het grijpen van een kans of een opportuniteit. Elke wisselwerking versterkt of verzwakt het onderlinge vertrouwen. Wanneer we angstig zijn, heeft alles wat we zeggen, doen en voelen – met betrekking tot de ander – een verborgen intentie. Die verborgen agenda is er ook bij manipulatie. Mensen hebben een speciaal zintuig dat aanvoelt of de ander de intentie heeft hen te begrijpen of integendeel hen te sturen en te manipuleren. Wanneer mensen aanvoelen dat ze worden gestuurd, gecontroleerd en gemanipuleerd, dan voelen ze zich gebruikt en dus niet gerespecteert. De relatie wordt begrensd en verliest alle energie. Het team verliest de bekwaamheid om het probleem op te lossen, een afdoend antwoord op de vraag te geven of de opportuniteit te realiseren; kortom, de toekomst te creëren. Er wordt niets toegevoegd aan het wederzijdse leren. 

In de op leren georiënteerde nieuwe werkplaats is het kritische en competitieve ruwe materiaal de kennis en de inzichten die mensen bezitten. Belangrijk is ook de bekwaamheid om daaruit – door niet belemmerde, open uitwisseling van ideeën en zienswijzen – nieuwe kennis te creëren. Een gezond systeem – persoon, duo, team of organisatie – wordt gekenmerkt door wederkerige, niet belemmerde uitwisseling van energie, ideeën, informatie én gevoelens. Dit alles vereist vertrouwen en openheid, gebaseerd op eerlijkheid. 

Authentieke Interactieis open en eerlijk. Jezelf continu bijschaven met de hulp van anderen betekent dat je continu openstaat om te leren van alles wat het leven je aanbiedt. Een eerlijke relatie, gebaseerd op de intentie te leren, omvat een continu dialoogproces met betrekking tot hoe men de noden van alle betrokkenen kan lenigen. Daarbij leren en groeien de partijen continu door de confronterende verschillen. Dit betekent dat openheid en eerlijkheid niet geofferd wordt op het altaar van onze angsten. Die laatste ons verhinderen inderdaad om eerlijk te zijn. Zoals we weten, Eloïse, Edward en Elvire, hebben de meeste van onze angsten te maken met ‘angst om iets of iemand te verliezen’. We vrezen om goedkeuring, macht, aanvaarding, status, geld, comfort, ons gezicht, onze job, een opportuniteit, geloofwaardigheid en dies meer te verliezen. Zaken die eigenlijk niemand wenst te verliezen. 

Loyaliteit t.o.v. waarheid 

De waarheid onder ogen zien en die ook meedelen,  is een fundamenteel onderdeel van een diepgaande communicatie. We bedoelen uiteraard niet de absolute waarheid, maar de waarheid zoals men ze ziet. Gezien de creatieve spanning tussen de huidige realiteit en de gewenste afhangt van een goed begrip van de huidige werkelijkheid, ebt die spanning weg van zodra we de huidige situatie, om redenen van misplaatste loyaliteit, te rooskleurig voorstellen. Daardoor doen we onze waarheid geweld aan.

De hamvraag is: “Waarom hebben mensen in organisaties het dan zo moeilijk om voor hun waarheid uit te komen?” Inderdaad, waarom blijkt dit toch zo moeilijk, terwijl de waarheid juist helpt bij het nemen van correctieve beslissingen en bij het maken van de juiste keuzes ten einde te bereiken wat we werkelijk willen bereiken. Het antwoord op die vraag heeft voor een groot stuk te maken met het conflict tussen eerlijkheid en loyaliteit. Een groot deel van ons leven werken we in structuren en gemeenschappen, waar de nood om de waarheid te vertellen meermaals botst met andere loyaliteiten die in het systeem zijn ingebouwd. Deze loyaliteiten (t.o.v. de leider, de groep, de persoonlijke én groepsobjectieven) en ingebakken attitudes met betrekking tot wat echt belangrijk is, zijn meestal zo diepgeworteld dat zij voorrang krijgen. Wanneer we terug aanknopen bij het natuurlijk creatief wisselwerkingsproces,dat het engagement tot het spreken van de waarheid benadrukt, zal er een lastige periode volgen waarin de twee soorten loyaliteit zullen botsen.

Een gelijkaardig pijnpunt doet zich voor in organisaties die routinematig de boodschapper die slecht nieuws brengt, of de klokkenluider, neersabelen. De waarheid aan het licht brengen én terzelfder tijd loyaal blijven aan diepgewortelde gewoonten, is in dusdanige organisaties praktisch onmogelijk. De waarheid niet onder ogen durven zien, betekent het ontkennen van de eigen observatie. De meeste mensen hangen ergens in het midden en trachten beide waarden – loyaliteit en waarheid – in balans te brengen zonder in conflict te raken. Ze trachten de kool en de geit te sparen. Wat zij in feite doen, is de last op hun schouders nemen door te doen wat nodig is om de tegenstellingen bedekt op te lossen. Dit is een bijzonder frustrerend compromis, omdat de drie loyaliteiten – t.o.v. de waarheid, hun positie en de groep – eigenlijk niet alle drie op hetzelfde moment kunnen nagestreefd worden. De enige duurzame loyaliteit is de loyaliteit tegenover de waarheid. Alle loyaliteiten die ons beletten om de huidige werkelijkheid onder ogen te zien – met inbegrip van de zogenaamde ‘flexibele eerlijkheid’ – zullen vroeg of laat nefast zijn voor het succes van de organisatie. Dit om de eenvoudige reden dat de loyaliteiten het creatief wisselwerkingsproces afremmen en de Vicieuze Cirkel aanzwengelen. Inderdaad, één van de oorzaken van de vervorming van de eerlijkheid is de Vicieuze Cirkel. Psychologen hebben gevonden dat de niet-verwerkte emotionele incidenten uit het verleden aan de basis liggen van een subtiel doch groot effect op de manier van communiceren van volwassenen. Deze emotionele incidenten liggen – zoals we hebben kunnen lezen in Stacie Hagan en Charlie Palmgren’s boek[iv]– aan de oorsprong van de Vicieuze Cirkel

Eerlijke zelfexpressie brengt de ganse persoon in de wisselwerking. Inderdaad dienen we, teneinde relaties te creëren waarin leren echt plaats kan grijpen, onze Originele Zelf in de authentieke communicatie te brengen. In feite komt dit neer op het reeds ver- melde eerste deel van Henry Nelson Wiemans ‘two-fold commitment’: Geef het beste van wat je nu weet. Het tweede deel luidt: Sta duurzaam open voor het proces dat dit beste verandert in iets dat nieuwer, beter, voller, … is. 

Het begrip Originele Zelf werd reeds uitvoerig beschreven in vorige delen. De weg naar het inzetten van het Originele Zelf in de communicatie heeft meerdere stappen. We beperken ons hier tot de twee meest relevante: 

  1. Leer het onderscheid tussen hetOriginele Zelf en de gecreëerde zelf te onderkennen;
  2. Identificeer de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen.

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, leer het onderscheid te maken tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf en blijf verbonden met jullie essentie. Identificeer daarbij de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen. 

Het onderscheid tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf

Leer dus het verschil onderkennen tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelfIndien je je kan voorstellen wie je zou geworden zijn indien je omgeving én jezelf, je volledig gesteund hadden in je manier van zien, voelen en dingen doen op je eigen unieke wijze, dan geeft dit een aanzet tot het (h)erkennen van je essentie. Met andere woorden: indien je je kan voorstellen wie je geworden zou zijn indien het creatief wisselwerkingsproces duurzaam en volledig van ‘binnen naar buiten’ aan het werk zou gebleven zijn, dan ontdek je daarbij je Originele Zelf. De basiskwaliteit van het Originele Zelf is de openheid tot leren en ontdekken. Die kwaliteit kunnen we zien bij zeer jonge kinderen. Inderdaad het nog zeer jonge kind is gedreven om zich in de wereld ten volle in te zetten en die ten gronde te exploreren. Het Originele Zelf heeft, zoals jonge kinderen, een sterk gevoel voor verbinding met anderen en beleeft deze verbinding op heel unieke wijze. 

Wanneer we ons vereenzelvigen met onze gecreëerde zelf, zijn onze attitudes en gedrag meer gedreven van ‘buiten naar binnen’ dan andersom. Wij hangen voor ons ‘goed gevoel’ en welzijn af van anderen. “Wat zullen ze van mij denken?” is een symptomatische gedachte in dit verband. Bovendien hebben wij een grote behoefte om te tonen dat wij alles ‘onder controle’ hebben, dat wij er goed uitzien en dat wij ons conformeren aan vastgelegde regels. Daarbij staat het gecreëerde zelf continu onder spanning omdat het gevangen zit in het web van de opinies van anderen. Het zit vast in de val van de Vicieuze Cirkel. Uiteindelijk geloven we dat het gecreëerde zelf diegene is die we in werkelijkheid zijn. We steken zo veel energie in het beschermen van onszelf, tegen de angsten van het gecreëerde zelf, dat we ontkoppeld en vervreemd zijn van onze essentie en daardoor ook van de essentie van anderen. Wij zijn in oorlog met onszelf en met anderen. Wij vertrouwen onszelf niet meer en wij vertrouwen elkaar niet. 

Het resultaat van de Vicieuze Cirkel is een zelf die beperkt is in zijn volle expressie en dit door een aantal aangeleerde gewoontes en door een aantal zelf beperkende aannames. Niet zelden liggen deze aannames aan de basis van onze twijfels betreffende onze mogelijkheden en onze Intrinsieke Waarde. Doorheen gans ons verder leven denken wij dat deze zelftwijfel gegrond en waar is en trachten wij die voor anderen te verbergen. De arend is werkelijk een kip geworden… 

Om te kunnen appreciëren hoe deze Vicieuze Cirkel een karikatuur maakt van onszelf, dienen we terug te gaan in de tijd, terug te gaan naar ons pril bestaan. Dit om in te zien welke rollen we leerden spelen, rollen die we meenamen in onze volwassenheid. Deze rollen, van het draaiboek van het leven, onthullen onze onderliggende overtuiging betreffende hoe de wereld in elkaar zit en hoe die wereld, en de mensen erin, tegenover ons staan. Dit draaiboek is een onderdeel van onze gecreëerde zelf. De levensrollen en dito verwachtingen (althans het Vicieuze Cirkel-gedeelte ervan) zijn aannames van het gecreëerde zelf. Indien deze rollen overgedragen worden naar de volwassenheid, beperken wij onze opties en vervormen wij onze observaties. We kleuren die namelijk in. Ons mentaal model is niet doorlatend genoeg om de werkelijkheid ten volle te zien. En mede daardoor komen we later terecht in organisaties en bedrijven met geschreven en ongeschreven regels die koren zijn op de molen van de Vicieuze Cirkel. Door het versterkende karakter van de Vicieuze Cirkel leer je een bepaalde manier van denken, een bepaald gedrag, een eigen denkrichting aan. Totdat je dit alles ten slotte aanneemt als je ware identiteit terwijl het in feite enkel je conditionering, je gecreëerde zelf is. 

Wat je moet leren, heeft vaak te maken met het ontdekken en ontwikkelen van een latent talent. Soms heeft het ook te maken met het afwerpen van angsten en beperkende aannames en steeds met het creatief wisselwerkingsproces z’n werk laten doen. Dit niettegenstaande de realiteit van de Vicieuze Cirkel

Het doel van de mythologische ‘hero’s journey’ is de vaak onbewuste, aangeleerde reacties, die je motiveren voor een bepaald gedragspatroon, te vervangen door bewust gekozen eigen reacties. Reacties die een uitdrukking zijn van je Originele Zelf. De mytholoog Joseph Campbell[v]verwoordde het ooit zo: 

The hero is one who, while still alive, discovers the essential self, which in most people remains more or less unconscious.

Hoe minder je beheerst wordt door de Vicieuze Cirkel, hoe vrijer je bent om je eigen reacties op situaties of gebeurtenissen te kiezen uit een ganse reeks van opties. En hoe vrijer je je voelt, des te minder heb je de neiging de ander te sturen, te controleren en des te eerlijker je zult zijn tegenover jezelf en anderen. Wanneer je verbonden bent met je essentie, dan ben je verbonden met de anderen, zelfs wanneer zij zaken doen die je niet bevallen. Wanneer je bijvoorbeeld negatieve feedback krijgt van je omgeving inzake je gedrag (of er zelf aan de ander moet geven wegens diens gedrag), gebruik je deze situatie om de verbinding met de ander én met jezelf te versterken. Daarbij vraat je jezelf af: “Wat kan ik in deze situatie over mezelf en de ander leren, om mij te helpen om meer te worden wie ik werkelijk ben?” Wanneer je de focus legt op je essentie, je Originele Waarde, in plaats van op je Ego, dan neem je de negatieve feedback niet op als een persoonlijke aanval. Integendeel, je ziet die feedback als nuttig voor je leerproces – zowel met betrekking tot jezelf als met betrekking tot de persoon die je die feedback geeft. 

Door het natuurlijke creatief wisselwerkingsproces ten volle in te zetten, zijn we niet meer afhankelijk van anderen om ons te zeggen wat goed voor ons is. Wanneer we de macht weer overnemen van datgene buiten ons (i.e. de Vicieuze Cirkel), om te bepalen wie we werkelijk zijn en hoe we dienen te leven, worden we eindelijk opnieuw echt gemachtigd om ons eigen leven in handen te nemen. We worden echt volwassen. Opgelet, het creëren van de condities noodzakelijk voor succesvol van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vereist grote moed en zelfkennis. 

Identificeren van de waarden die het Originele Zelf ondersteunen

Eloïse, Edward en Elvire, een belangrijk stap in het leerproces om jullie leven te richten op jullie essentie is te ontdekken van jullie waarden. Over de Kernwaarden hebben we het reeds uitvoerig gehad in deel IV. Deze Kernwaarden kennen, voordat zich een levenscrisis voordoet, is een enorm voordeel. Deze waarden bereiden jullie immers voor om, wanneer zich dramatische veranderingen in jullie leven voordoen, de juiste keuzes te maken uit de mogelijke opties. Indien we ons ten volle bewust zijn van ons Doel en onze Waarden is het makkelijker de afwegingen te maken die nodig zijn in dit besluitvormingsproces. Het helpt jullie als het ware de Cruciale Dialoog met jullie zelf, op cruciale momenten in jullie leven, tot een goed einde te brengen. Het maakt jullie ook mogelijk de kansen die verscholen zitten in de crisis werkelijk te ontdekken. Bij een ingrijpende verandering de nieuwe kansen die jullie ‘toevallen’ ook daadwerkelijk vlug onderkennen en ‘oprapen’, is op dat moment van cruciaal belang. Wanneer men zichzelf echt kent én bovendien weet wat men wilt, is men beter geplaatst om de juiste keuzes te maken wanneer het er echt toe doet. 

Openheid & Vertrouwen, zijden van het muntstuk Authentieke Interactie

Openheid en vertrouwen zijn vast aan elkaar verbonden. Een persoon ten volle kennen en waarderen, weten wie zij of hij is en wat zij of hij werkelijk doet, creëert vertrouwen. Hoe opener iemand is, hoe meer zij of hij door de ander(en) kan gekend worden, hoe meer hij echt kan begrepen worden en hoe groter het onderling vertrouwen kan worden. Vertrouwen en openheid zijn de basis hoekstenen van Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Om van het vertrouwen en de openheid werkelijk een duurzame realiteit te maken, dienen deze hoekstenen uiteraard permanent onderhouden te worden. Dit kan door het voortdurend inzetten van de vier basisvaardigheden van deze karakteristiek:

  • het duidelijk stellen van de Kernvraag (Deel X);
  • het in balans gebruiken van Bepleiten en Bevragen (Deel XI);
  • het gebruiken en erkennen van Non-Verbale Communicatie (Deel XII);  
  • het bevestigen van wat herhaald wordt of Bevestigend Parafraseren (Deel XIII).

Een omgeving waarin duurzaam vertrouwen en openheid heerst, is gekenmerkt door een vrije stroom van informatie. Openheid heeft twee dimensies: vertellen en luisteren en is dus een interpersoonlijke conditie die bestaat onder de deelnemers aan de dialoog wanneer zij: 

  • als ‘zender’ elkaar vertellen wat zij denken over feiten, ideeën, waarden, aannames, gevoelens en de manier waarop zij die zaken zien en 

  • als ‘ontvanger’ naar die boodschap willen luisteren en dit 
ook effectief ten volle doen. 

Mensen die niet beschikken over bovenvermelde vier basisvaardigheden van de interpersoonlijke communicatie zullen niet zeer open zijn en bovendien minder geneigd zijn om anderen te vertrouwen. “Vertrouwen is goed, Controle is beter”, is hun devies. Dat ze daardoor zelf ook heel wat minder vertrouwd worden, is logisch. 
Het open zijn en het op voorhand vertrouwen geven houden risico’s in. Wij zijn er, gebaseerd op onze ervaringen, van overtuigd dat het zich bekwamen in de vier basisvaardigheden, en ze dus ten volle gebruiken bij elke diepe conversatie, de individuele niveaus van openheid en vertrouwen zal verhogen. Het gaat dus over – om het in systeemdeken taal[vi]te zeggen – een zelfversterkende lus: het effectief gebruik van de vier basisvaardigheden versterkt de openheid en het vertrouwen en … het verstevigde vertrouwen en de grotere openheid bevorderen dan weer het gebruik van de vier basisvaardigheden. 
Dit totdat het gewoonten geworden zijn (zie Deel VIII).

Creatieve wisselwerking ligtaan de basis van, en gaat over, een ingrijpend veranderingsproces. Deal en Kennedy[vii] stellen dat openheid en vertrouwen een sleutelonderdeel zijn van verandering: 

Openness and Trust in the Change Process influence whether and how change occurs. 

en de Freibergs[viii] zeggen het zo: 

Full disclosure leads to more honest conversations and it creates culture that values authenticity.”

Vertrouwen is organisch, het wordt echt niet geproduceerd op een assembleerlijn. Vertrouwen groeit door onze acties. Peter Senge et al.[ix] hebben vastgesteld dat “Culturen enkel bestaan wanneer die beleefd worden op elk moment”. 

Vertrouwen groeit wanneer: 

  • er naar elkaar geluisterd wordt, echt geluisterd;
  • we elkaar aanmoedigen om onze ideeën uit te drukken en daarbij actief luisteren (zie ook de vaardigheid Bevestigend Parafraseren, Deel XIII);
  • elkaar toestaan dat ook opinies aan bod komen, zelfs opinies die we liever niet horen;
  • we fouten aanvaarden (want een fout kan gebeuren) en vooral wanneer we ervan leren.

Om Peter Senge et al.[x] nog maar eens te citeren: 

We learn how to do something truly new only through doing it, then adjusting

Door fouten te aanvaarden wordt de blaam getransformeerd in creatief denken, we leren dan echt van onze fouten. Het Originele Zelfcreëert dus vertrouwen, waarbij integriteit eerlijkheid omvat én verder gaat. Eerlijkheid is de waarheid vertellen – m.a.w. onze woorden in overeenstemming brengen met de realiteit. Integriteit is de realiteit in overeenstemming brengen met onze woorden of anders gesteld, onze beloftes nakomen en de in ons gestelde verwachtingen.

Eén van de belangrijkste manieren om je Originele Zelf te tonen, je integriteit te bewijzen, is loyaal te zijn t.o.v. diegenen die niet aanwezig zijn. Door zo te handelen versterken wij het vertrouwen in ons, van diegenen die wel aanwezig zijn. Inderdaad, wanneer men diegenen die niet aanwezig zijn, verdedigt, zal men het vertrouwen winnen van diegenen die wel aanwezig zijn. Integriteit in een interafhankelijke werkelijkheid komt neer op het behandelen van iedereen overeenkomstig dezelfde set principes. Wanneer je dit werkelijk doet, zullen mensen je vertrouwen

Eloïse, Edward en Elvire, het is wel zo dat anderen initieel jullie integriteit niet steeds sterk zullen appreciëren. 
Integriteit confronteert nu eenmaal en veel mensen bewandelen liever het pad van de minste weerstand. Een pad bezaait met het zich afzetten, bekritiseren, bekladden van anderen, (die meestal niet aanwezig zijn – de puurste achterklap). Dit komt omdat de Vicieuze Cirkelnog steeds meer aan zet is dan Creatieve wisselwerking. Maar op het einde van de rit zullen mensen jullie meer vertrouwen indien jullie eerlijk, open én verdraagzaam bent. 

Integriteit vermijdt misleidende communicatie. Een leugen is elke communicatie met de bedoeling om te misleiden. Wanneer we integer communiceren in woorden én gedrag, kan onze intentie onmogelijk zijn te misleiden of te bedriegen. Dit voelt iedereen aan en daardoor versterkt integer gedrag in communicatie het vertrouwen en de openheid. 


[i]Bruce Springsteen. Quote uit This Depressionsong van studioalbum Wrecking ball,Columbia Records, 2012.

[ii]https://www.theguardian.com/music/2016/sep/07/bruce-springsteen-depression-wrecking-ball-interview

[iii]Edwards, W. Deming. “Drive Fear Out” is één van de kenmerken van een Kwaliteitsvolle organisaties zoals hij aangeeft in zijn TQM aanpak en onder meer beschrijft in zijn boek Out of Crisis. Cambridge, Mass: MIT Press, 1986.

[iv]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MD: Recovery Communications, Inc., 1998 

[v]Joseph Campbell. The Hero with a Thousand Faces, Novato, CA: Bolinger Series XVII, Joseph Campbell Foundation, New World Library, 2008. 

[vi]Senge, Peter M. The fifth discipline. The art and practice of the learning organization. New York: Doubleday, 1990.

[vii]  Deal, Terrence E. en Allen A. Kennedy. Corporate cultures: the rules and ritu-als of corporate life. Reading MA: Addison-Wesley Publishing Company, Inc. 1982.

[viii]Freiberg, Keven and Jackie Freiberg. Guts: Companies that blow the doors off. Business as usual. New York: Doubleday, 2004.

[ix] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. Cambridge MA: The Society of Organizational Learning, 2004.[

[x] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. op. cit.

BLIJF WAKKER ! – DEEL VIII

HOE GEWOONTEN AAN- EN AFLEREN?

Imagine you are in a car,

And your new selves can’t get in,

But your old selves can’t get out.

You can bring new vision and guidance in your life,

But you can’t forget who you’ve been 

And what you’ve seen

– Bruce Springsteen

Quote uit een ‘Rolling Stone’ interview[i]

(Habit, once formed, is one of the selves in the car)

Eloïse, Edward en Elvire, mensen zijn gewoontedieren[ii]. Ook in deze context, dus met betrekking tot gewoonten, is het enig correcte antwoord op de vraag uit het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’: “Is dat goed of is dat slecht?” (zie onder meer ook deel II) een volmondig JA! Sommige gewoonten zijn nu eenmaal goed (bv. het dagelijks correct tandenpoetsen is een gezonde gewoonte) en andere dan weer slecht (bv. dagelijks een tiental sigaretten roken is een ongezonde gewoonte). Goede gewoonten zou ik dienen te behouden (bv. dagelijks een half uur gaan doorstappen in de Lembeekse bossen) of aante leren (bv. beter begrijpend én waarderend luisteren naar m’n kleinkinderen). Minder goede gewoonten (voorbeeld: niet altijd luisteren, laat staan waarderend begrijpen van Bonnie) zou ik dienen af te leren. 

Sommigen beweren dat er noch goede, noch slechte gewoonten zijn. Er zouden enkel effectieve gewoonten zijn. Dit zijn gewoonten die effectief zijn in het oplossen van terugkerende problemen. Die hebben wel een punt. Alle gewoonten brengen iets op – ook de slechte. Het is zelfs omdat het iets opbrengt dat gewenst is dat wij een bepaald gedrag zolang herhalen tot het een gewoonte geworden is. Het klassieke voorbeeld is het roken van sigaretten (of tegenwoordig ‘vapen’, is het niet Edward?), dat geeft een zekere rust en een bepaald genot.

Het probleem is dat mensen, dus ook wij, onze dagelijkse routines niet zo makkelijk bijstellen en ze al helemaal niet door anderen laten opleggen.  Wanneer we ons eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigen gemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). Veranderen van gewoonten dient bovendien van binnen uit te gebeuren (in het geval van bovenstaande quote van Bruce Springsteen door de eigenaar van de wagen)!

Belang van gewoonten

Zonder gewoonten kunnen we niet goed functioneren in het dagelijkse leven.

Gewoonten zorgen ervoor dat we dingen doen zonder dat we er hoeven bij na te denken. De al bij al beperkte hersencapaciteit waarover we beschikken, kunnen we dan inzetten voor wat er echt toe doet. Inderdaad, de mentale energie die we niet hoeven te steken in onze gewoonten, kunnen we spenderen aan belangrijker zaken.

Heel wat resultaten zijn de gevolgen van gewoonten. Aan de hand van die resultaten kan men gewoonten catalogeren. Meestal spreken we daarbij, zoals hierboven, van goede gewoonten en slechte gewoonten. Het spreekt vanzelf dat goede gewoonten naar goede resultaten leiden. Zo leidt het dagelijks goed poetsen van de tanden tot het behouden van een gezond gebit. Slechte gewoonten leiden daarentegen naar minder goede resultaten. Zo leidt de gewoonte van het vaak eten van overvloedig ‘junk food’ tot obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte).

Maar, Eloïse, Edward en Elvire, een gewoonte heeft meestal goede enslechte gevolgen. Zo leidt het reeds vermelde roken van sigaretten tijdelijk tot minder stress en wat genot enook, uiteindelijk, tot een longziekte. Daarenboven zijn de labels, die men aan gewoonten hecht, ‘goed’ en ‘slecht’ persoonsgebonden. Zij komen voort uit de persoonlijke interpretatie en appreciatie van de gevolgen. En wat we soms als ‘goed’ catalogeren, is dit, op de keper beschouwd, niet steeds. Dit komt onder meer omdat we de – voor ons – goede gevolgen hoger waarderen dan de minder goede. Kortom, die labels komen uit de mindset van de specifieke gecreëerde zelf.

Hoe ontstaan gewoonten?

We worden niet geboren met gewoonten. Gewoonten worden aangeleerd. Hierbij speelt het zogenaamde conditioneringsproces een cruciale rol. Dit proces wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarbinnen het opereert. Het wordt mede daardoor ook socialisatie genoemd. Het is het proces waarbij een cultuur haar leden bepaalde overtuigingen, voorkeuren, gewoonten en de taal aanleert. Zo spreken wij, Eloïse, Edward en Elvire, Nederlands. Dit is een door onze cultuur aangeleerde gewoonte. Indien jullie in een andere cultuur waren grootgebracht, spraken jullie de taal ervan. Naast de cultuur ontwikkelen zich op persoonlijk vlak gewoonten door individuele voorkeuren en vooral ook door de werking van onze persoonlijkeVicieuze Cirkel.

Over het ontstaan van gewoonten zijn er heel wat boeken geschreven. Ik heb er nogal wat van gelezen. Dit omdat het menselijke gedrag mij ook professioneel boeide. Arbeidsongevallen hebben bijvoorbeeld veel te maken met gedrag, en dan nog voornamelijk met gewoontegedrag. Daardoor boeiden mij gewoonten, en hoe die ontstaan en veranderen, mij enorm. Wat mij daarbij opviel is dat alle auteurs van die boeken een eigen invulling geven aan het ontstaansproces van gewoonten. Gewoonten blijken namelijk te ontstaan volgens een drie stappen ontwikkelingsproces. Zo beschrijft onder meer Aubrey C. Daniels het klassiek geworden ABC plan[iii]. Het is een mnemotechnisch geintje dat steunt op de beginletters van het alfabet. In de Angelsaksische landen komt men zo tot volgende drie stappen: Antecedents – Behavior – Consequences. Mijn vertaling is wat krakkemikkig omdat ik persé de B wou behouden (anders speelde ik het ‘alfabet’ kwijt). Daarbij staat A voor Aansporing, dit is de prikkel om een bepaald gedrag te vertonen. B staat voor Behavior, dit is dan het getoonde gedrag. C tenslotte staat voor de Consequenties, dit zijn de gevolgen van het gedrag.

Nu ontstaan gewoonten door een bepaald gedrag zolang te herhalen dat het ingesleten geraakt. Aristoteles wist dit al, want hij stelde: “Wij zijn wat wij bij herhaling doen.” Dit wil zeggen het gedrag wordt vertoont zonder dat er nog bij wordt nagedacht. Als men niet meer nadenkt bij het uitvoeren van een bepaalde handeling, is die handeling inderdaad een gewoonte geworden. Het klassieke voorbeeld, dat door zowat alle auteurs van boeken rond gewoontevorming wordt meegegeven, is het volgende. Wanneer we een kamer binnen komen die donker is, gaat ons hand automatisch op zoek naar de lichtschakelaar om die in duwen. De donkere kamer is de Aansporing, de lichtschakelaar induwen is het Behavior (gedrag) en de verlichte kamer is de Consequentie van die handeling. De gewoonte is het middenstuk van de ABC keten. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom gewoonten simpelweg betrouwbare oplossingen voor terugkerende problemen kunnen genoemd worden[iv]. Gewoonten zijn ingesleten reflexen of rituelen. Het zijn met andere woorden mentale overbruggingen die we door ervaring leerden. Nog anders gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten zijn terugkerende handelingen waar we niet meer bij nadenken.

We hebben twee invalshoeken, twee bepaalde manieren om naar gewoonten te kijken. Meestal kijken we naar watwe met een bepaalde gewoonte wensen te bekomen. De output of consequentie is bij die manier van kijken belangrijk. Er is ook een tweede manier, Eloïse, Edward en Elvire en daar wil ik het in dit deel voornamelijk over hebben. Bij een gewoonte en dus ook bij gewoonte vorming is de input of aanleiding belangrijk. Die gewoonten, waarbij de input belangrijk is, zijn gekoppeld aan jullie identiteit. Deze tweede invalshoek start met de focus te richten op wiewe willen worden. Jullie hebben onderhand al begrepen dat dit voor mij onze Originele Zelfis. Onze actuele identiteit is wie we actueel zijn. Ik heb dit in vorige delen onze gecreëerde zelf genoemd. Onze Creatieve Zelf kan de gecreëerde zelf transformeren in de richting van onze Originele Zelf. Daarbij beleven we van binnenuit het proces waarmee wij geboren zijn, Creatieve wisselwerking.

Kortom, gewoonten worden gevormd door het inslijten van de identiteit die bestaat uit het geheel van aannames, vooronderstellingen en onderliggende meningen. Dit geheel noem ik nogal vaak onze mindset, wat kan vertaald worden als referentiekader, denkkader en mentaal model. Hierdoor wordt duidelijk dat we moeilijk gewoonten kunnen veranderen indien we niet onze mindset, die geleid heeft tot deze gewoonten, veranderen. Bij het veranderen van gewoonten gaat het voor mij, Eloïse, Edward en Elvire, niet zo zeer om het doel of om wat het opbrengt, maar om te veranderen wie ik ben; mijn gecreëerde zelf met diens unieke mindset. Daardoor blijven verbeteringen in gewoonten meestal slechts tijdelijk … totdat ze een deel worden van wie men is. Gewoonten zijn dus een inherent deel van onze gecreëerde zelf, onze mindset, ons individueel paradigma en onze individuele cultuur. Willen wij gewoonten af en aanleren dienen we dus onze gecreëerde zelf, onze mindset te veranderen.

En dat brengt ons naadloos terug naar het antwoord op de reeds in deze serie columns gestelde cruciale vraag: “Hoe kunnen we onze mindset veranderen gezien onze ‘mind’ dat zelf niet kan?”. Het antwoord op die vraag kennen jullie, Eloïse, Edward en Elvire onderhand wel: “Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.’ 

Hoe meer we een bepaald gedrag vertonen, hoe meer we onze identiteit, verbonden met dat gedrag, versterken. Het begrip ‘identiteit’ werd origineel afgeleid uit de Latijnse woorden ‘essensitas’, wat ‘zijn’ betekend en ‘identidem’, wat ‘herhaald’ betekent. Identiteit betekent dus letterlijk: ‘herhaald zijn’. Het proces dat gewoonten bouwt is in wezen het proces waardoor men zichzelf, en dus (hopelijk) z’n Originele Zelf, wordt. De werkelijkheid  gebied mij om te stellen dat we slechts een verbeterde gecreëerde zelf bereiken, de Originele Zelf blijft het doel; doel dat we m.i. nooit bereiken (maar jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mogen mij het tegendeel bewijzen).

In Systeemdenken taal zou men het zo kunnen zeggen: “Gewoonten vormen uw identiteit en uw identiteit geeft vorm aan uw gewoonten.” Het is dus een versterkende feedback lus totdat het gedrag gebeiteld is en dus een gewoonte geworden is. Zowel het aanleren, vormen van een gewoonte, als het afleren van een gewoonte, vergt herhaling en dus tijd. 

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten hebben te maken met zichzelf worden. De echte vraag daarbij is: “Worden jullie wel de personen die jullie echt willen worden?” Onze parafrasering van deze vraag kennen jullie al: “Worden jullie wel jullie Originele Zelf?”. En de opdracht zit al besloten in de vraag. De praktische moeilijkheid van het verwezenlijken van die opdracht – met name de transformatie van de gecreëerde zelf – hangt af van het huidig verschil tussen de actuele gecreëerde zelf en de Originele Zelf. Gezien jullie nog meer jullie Originele Zelf zijn dan ik, is de moeilijkheidsgraad van jullie transformatie eigenlijk kleiner dan die van jullie grootvader Johan. Dat is alvast het goede nieuws! Voor jullie althans… En zoals zo vaak is de weg naar het doel uiterst interessant. Gelukkig maar, want het doel bereiken we volgens mijn persoonlijk inzicht nooit!

Zoals reeds gesteld is het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces. Ik heb dus gezocht naar die gewoonten die het creatief wisselwerkingsproces bevorderen. Ik heb ze ten slotte in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ beschreven als zestien vaardigheden. Ik zal die vaardigheden in deze serie columns één voor één uitgebreid beschrijven.

Het creatief wisselwerkingsproces toegepast op gewoontevorming

Hierbij gebruik ik het Cruciale Dialoogmodel. Nogmaals, de linkerkant ervan is de zone van het denken, het midden de zone van de gevoelens en emoties, en de rechterkant de zone van het doen en dus van de transformatie.

In de denkfase horen uiteraard de aansporingen. Dit zijn informatie en data (‘triggers’) die het denken in gang zetten. Daartoe dient het helder bewustzijn ingezet te worden. Men dient dus ‘wakker’ te zijn. Carl Jung zei ooit: “Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” Jung was ervan overtuigd dat het leven een doel heeft dat voorbij gaat aan het zuiver materiële. De primaire taak van iedere mens is het ontdekken en vervullen van haar of zijn diepgelegen innerlijk potentieel. Dit proces van transformatie, dat Jung ‘individuatie’ noemde, is een proces waarin we, stelde hij, trachten het Zelf tegen te komen, alsook het Goddelijke. Het proces van individuatie, of het differentiëren van het Zelf uit bewuste en onbewuste elementen, staat centraal in het werk van Jung[v]. Eloïse, Edward en Elvire, mijn denkkader is dus Jungiaans, met dien verstande dat ik het heb over de Originele Zelf, dat het Goddelijke voor mij Creatieve wisselwerkingis, en het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces is. Door blijvend Creatieve wisselwerkingvan binnenuit te beleven, wordt onze gecreëerde zelf continu verbeterd in de richting van de Originele Zelf. De gecreëerde zelf is dus idealiter niet statisch maar continu evoluerend. Dus kunnen we eigenlijk spreken van de continu evoluerende gecreëerde zelf.

Informatie heeft geen mening tenzij ze geïnterpreteerd wordt. Daarbij is het gekleurd bewustzijn aan zet. De interpretatie van de data leidt naar gevoelens en emoties.  Die vertalen zich in een verlangen naar verandering. Men is niet gelukkig met de actuele situatie, zoals gepercipieerd met behulp van de info en data. Daardoor verlangt men naar een gewenste situatie. Volgens onze visie is elk verlangen gekoppeld aan de wens om de gecreëerde zelf te veranderen. Dit leidt tot de creatiespanning. Dit is de spanning die men voelt wanneer men beslist de actuele gecreëerde zelf te gaan veranderen. Die spanning is een natuurlijke spanning die ontspringt uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gepercipieerde realiteit met betrekking tot de gecreëerde zelf) en de toekomst die ik mezelf toewens (de gewenste gecreëerde zelf, dichter bij de Originele Zelf). Ze komt voort uit zowel de herkenning van het verschil als de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid om die afstand te overbruggen. 

De respons is uiteindelijk de keuze van de gewoonte die men wil afleren of aanleren. Eerst dient men zich de nieuwe gewoonte voor te stellen (imaginatie) en nadien aan te leren (transformatie). Of men tot de effectieve realisatie van de respons komt, hangt af van de intrinsieke motivatie en van de frictie die de gedragstransformatie vergezelt.

De nieuwe gewoonte leidt naar een consequentie, met name de geëvolueerde gecreëerde zelf. De consequentie realiseert twee doelen: het stilt het verlangen en men heeft iets geleerd dat waard is om meegenomen te worden in de toekomst. Wat men geleerd heeft, komt neer op de het ervaren van de kracht van Creatieve wisselwerking. Edward, daarbij denk ik steevast aan Yoda’s kracht (“May the Force be with you!”).

Het creatief wisselwerkingsproces is idealiter niet iets dat sporadisch in werking is. Ideaal is het eerder een eindeloze feedback lus die elk moment actief kan zijn. En dat in elke fase van jullie leven, Eloïse, Edward en Elvire!

Men kan het proces ook zien als twee fasen: de probleem fase en de oplossingsfase. Zoals we al zagen heeft elke gewoonte tot doel een terugkerend probleem op te lossen.

De vaardigheden van het Cruciale Dialoogmodel zijn gewoonten die er voor zorgen dat we – theoretisch althans – uiteindelijk terug onze Originele Zelfworden.

De eerste stap is wakker worden en onze acties en gedachten observeren. Observeren zonder oordeel of interne kritiek (van de ‘Monkey-mind’). Dit is je zelf observeren zoals iemand anders dat zou doen, hoewel het zelf-observatie is. Gedurende de observatie fase bemerk je heel waarschijnlijk dat het verkieselijk is je een paar van de Creatieve wisselwerking vaardigheden eigen te maken. Je kiest één van die vaardigheden.

Dan doorloop je het proces dat in bovenstaande tekening is weergegeven (eerst de probleemfase en nadien de oplossingsfase) en beslist in het midden of je genoeg motivatie hebt om iets aan die vaardigheid te doen. Hier gebeurt overigens de omslag van het ‘wensen’ naar het ‘willen’. Dan zoek je manieren om je die vaardigheid eigen te maken. Daarna neem je de beslissing (rechts op de tekening) om je effectief die vaardigheid eigen te maken. Je mag tijdens die transformatie heel wat wrijving (frictie) verwachten. Die transformatie lukt indien de motivatiekracht grotere is dan de wrijvingskracht.

Een uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde, hou ik daarbij altijd voor ogen : “When the rubber meets the road.” Dit wil zeggen dat zolang men aan het nadenken is en zelfs wanneer met een besluit genomen heeft om iets in gang te zetten er van frictie geen sprake is. Het is enkel wanneer men beslist heeft ‘de hand aan de ploeg’ te slaan dat er wrijving onstaat. Daarin ligt het grote verschil tussen besluiten en beslissen. Bij een besluit is er zelden frictie, bij een beslissing bijna steeds. Deze laatste wordt bij sommige transformatie processen zodanig groot dat het proces tot stilstand komt en soms zelfs wordt afgeblazen. In het geval van gewoontenvorming komt dat er op neer dat de gewoonte nooit wordt gevormd. Anders gesteld, men blijft steken bij de intentie. Om toch succes te hebben bij het aanleren van een een nieuwe of het afleren van een oude gewoonte kan een implementatie intentie met bijhorend plan helpen.

Een goede manier om een gewoonte aan te leren[vi]

Een implementatie intentie is een op voorhand gemaakte verklaring met betrekking waar en wanneer men in actie zal schieten. Men maakt een planning betreffende de gedragsacties die nodig zijn om een bepaalde gewoonte in te slijpen.

Een implementatie intentie heeft volgende vorm:

“Wanneer situatie X zich voordoet, zal ik gedrag Y vertonen.”

Het doel van een implementatie intentie is om de situatie (plaats en tijdstip) zo duidelijk te maken zodat men het juiste gedrag vertoont totdat dit gedrag, mits genoeg herhaling, ingesleten is. Wanneer een gedrag een gewoonte geworden is, kan men meestal zelfs niet meer zeggen waarom men dit gedrag automatisch vertoont.

Hoe strakker je een aan te leren gewoonte verbindt met een specifieke situatie (die dan optreedt als aanleiding – zie het ABC van gewoontenvorming), hoe groter de kans dat men effectief aangezet wordt tot het vertonen van dat gewoontegedrag.

Heel belangrijk daarbij is dat we de werkelijkheid correct “zien”.  In feite gebruiken wij alle zintuigen om te observeren – de vijf klassieke en het zesde zintuig, de intuïtie – en wat wij observeren wordt geïnterpreteerd door ons brein en onze ‘mindset’. 

Het idee dat een beetje discipline voldoende is om al onze problemen op te lossen is een in onze cultuur ingebakken illusie.  Belangrijker dan discipline is het coderen van een gewoonte. Eens dat is gebeurt volgt de gewoonte automatisch wanneer de aanleiding zich voordoet.  Dit is echter ook het geval met zogenaamde ‘slechte’ gewoonten. Die zijn meestal autokatalytisch: het proces voedt zichzelf. Het gedrag is daarbij de katalysator van z’n eigen vorming. Omdat er aan het begin van deze autokatalistische reactie weinig ‘product’ (i.e. gedrag) aanwezig is, komt de transformatie traag op gang. Ze gaat bij een slechte gewoonte wel veelal tot de finish!

Het afleren van gewoonten[vii]

Je kan een gewoonte afleren door ze te vervangen door een andere gewoonte. Maar een oude gewoonte ‘vergeet’ je nooit (cf. ‘de macht der gewoonte’). Die is ingesleten in jouw brein. De reden daarvan is dat een gewoonte in de hersenen kan gezien worden als een koppeling tussen twee synapsen. Bij onderzoek van het geheugen is men tot de bevinding gekomen dat elke gewoonte te maken heeft met neuronale circuits in de hersenen. De neuronale circuits, die aan de basis liggen van het ontstaan van een gewoonte, bestaan uit drie componenten, met name gedachten, gevoelens en gedrag. Dit komt dus exact overeen met onze voorstelling van gewoontevorming: denken, voelen en doen (zie de tekeningen van dit deel). Gewoontevorming ontstaat door veranderingen in de sterkte van de verbindingen tussen neuronen, die ervoor zorgen dat herinneringen gecodeerd en opgeslagen worden in het centrale zenuwstelsel. Wil men een nieuwe gewoonte aanleren dient men dus nieuwe neuronen verbindingen te creëren. Wanneer er een aanleiding is om die nieuwe gewoonte te realiseren, worden deze verbindingen aangesproken. Dit ten koste van de oude verbindingen van de af te leren gewoonte. Evenwel worden de oude verbindingen nooit volledig verbroken, zelfs indien ze een hele tijd niet aangesproken worden. Men kan jaren gestopt zijn met roken of het overmatig drinken van alcohol, wanneer men plots in een emotionele crisis terecht komt, is de kans reëel dat men in de oude gewoonte hervalt. 

Elke gewoonte lenigt een verlangen en heeft een dieperliggende reden. Het verlangen is daarbij een specifieke uiting van de dieper onderliggende reden. Dieper liggende redenen blijven meestal bestaan, het specifiek gedrag, om het verlangen gebaseerd op de onderliggende reden te lenigen, kan gewijzigd worden. 

Onze huidige gewoonten zijn niet noodzakelijke de beste manier om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld roken of een stevige borrel drinken om stress te reduceren [cf. de succesvolle reclameslogan (de jaren 1975-1986): “Schat, staat de Bokma koud.”] 

Ons gedrag hangt voornamelijk af van hoe we de gebeurtenissen die ons overkomen interpreteren en dus niet van de obectieve realiteit betreffende deze gebeurtenissen. Men zou kunnen stellen dat ons gedrag meer verbonden is met ons gekleurd bewustzijn en minder met ons helder bewustzijn.  En de interpretaties creëren ogenblikkelijk gevoelens. Onze gevoelens en emoties transformeren het verlangen in een mogelijke respons. Wij maken een voorstelling, een beeld van de toekomstige realiteit. 

We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Er is dus een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil levert de nodige energie om in actie te schieten. Het is de spanning tussen de twee die omgezet wordt in de transformatie beweging en het ‘wensen’ is nu wel degelijk omgezet in ‘willen’.

TOEKOMSTIGE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Afleren hardnekkige ‘slechte’ & aanleren harde ‘goede’ gewoonten

Gewoonten worden gevormd door een specifiek proces dat we het ABC proces genoemd hebben. Nogmaals, daarin staat de A voor de aanleiding om een bepaald gedrag te vertonen, B voor het gedrag zelf en C voor de consequentie die volgt op het gedrag. Opmerkelijk is dat op den duur de Consequentie de Aanleiding vormt voor het gedrag. Zeker in het geval dat deze Consequentie snel volgt op het vertonen van het gedrag (B). Wanneer een Consequentie snel volgt op een gedrag en bovendien zeker is, dan wint dat specifieke effect het van een Consequentie die langzaam volgt op een bepaald gedrag en bovendien onzeker is. Zo wordt de roker verleidt om te volharden in de boosheid, hoewel zij of hij pertinent weet dat roken een voor de gezondheid slechte gewoonte is. Dit komt omdat het positief gevolg, bekomen van rust en genot, direct van bij de eerste haal voelbaar is en dat bij elke sigaret, terwijl het mogelijk negatief gevolg, longkanker, eerst heel veel jaren nadien zal verschijnen en misschien zelfs nooit. Wanneer de longkanker zich uiteindelijk onverhoopt toch manifesteert is de roker ‘plots’ geneigd wel te stoppen. Hoewel het er dan veelal niet meer toe doet…

Dus de consequenties kunnen veelzijdig zijn. Zo kan een consequentie positief zijn of negatief zijn. Voor elke van die twee onderverdelingen kan die consequentie snel volgen op het gedrag of traag volgen op dit gedrag. Daarbij kan men nog de onderverdeling ‘zeker’ en ‘onzeker’ onderscheiden. Meestal is een consequentie die snel volgt op een gedrag ook zeker. Hoewel dit niet altijd zo is. Zo wordt de consequentie ‘overdreven snelheid’, die wel snel en zeker volgt op het gedrag (het hard indrukken van het gaspedaal) niet altijd gevolgd door een tweede negatieve consequentie ‘boete’. Een en ander kan door volgende tekening voorgesteld worden, hoewel uiteraard heel wat varianten daarvan mogelijk zijn:

Wat dus veel voorkomt is dat bij sommige gewoonten de Consequentie terugkoppelt. Het directe zekere positieve gevolg (C+ volgt SNEL en zeker) wordt daardoor de aanleiding voor het herhalen van het gedrag totdat het een gewoonte is geworden.

Ander gedrag – dat nochtans positieve effecten op langere termijn heeft – wordt moeilijk genoemd, omdat het ook een direct en zeker negatief gevolg (C- volgt SNEL en zeker) heeft. Voorbeeld daarvan is een dagelijkse stevige wandeling van een half uur in de Lembeekse bossen. Indien men daar in de herfst aan begint zijn de directe negatieve gevolgen legio: verkleumde handen, stijve spieren, … Daardoor krijgen de hersenen het signaal ‘Herhaal NIET!!!’. Het directe negatieve gevolg verdringt de aanleiding (‘het is beter voor m’n gezondheid’). Het positieve effect is slechts na maanden zichtbaar: men ‘voelt zich beter’ en het ‘gemiddeld suikerniveau in het bloed’ is merkelijk gedaald. Maar indien het gedrag geen kans krijgt om een gewoonte te worden, is men er aan voor de moeite. De positieve gevolgen hebben in dat geval niet de kans om merkbaar te worden.

Hierbij is, Eloïse, Edward en Elvire, een uitspraak van de Vlaamse – veel te vroeg gestorven – dichter, Herman de Coninck in m’n geheugen gegrift: “Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard.” Die gevleugelde uitspraak is geldig bij het aanleren van elke ‘moeilijke’ Creatieve Wisselwerking gewoonte en het afleren van elke ‘leuke’ Vicieuze Cirkel gewoonte.

Zo gebruik ik zelf om af te komen van een hardnekkige negatieve gewoonte of het aanleren van een harde positieve gewoonte de vaardigheid ‘Herkaderen’ van het creatief wisselwerkingsproces. Ik zal in de loop van deze reeks columns die vaardigheid diepgaand beschrijven. Voorlopig beperk ik mij met te stellen dat herkaderen neerkomt op anders naar de werkelijkheid te kijken. Daarbij ga ik de positieve effecten van een hard ‘goed’ gedrag versterken en de negatieve effecten ervan afzwakken. Uiteraard doe ik het bij een hardnekkig negatief gedrag andersom. In beide gevallen neem ik mijn Mindset tegenvoets. Ik ga daarbij ook op zoek naar de onderliggende oorzaken van m’n slechte gewoonten en herkader de associaties die ik met die oorzaken heb. 

Zo stopte ik ooit met roken nadat ik op tv gezien had hoeveel teer er zich gemiddeld in de longen ophoopt gedurende een jaar, indien men een pakje sigaretten per dag rookt (wat ik toen deed). De liter teer werd op een rood vierkant vloeipapier uitgegoten en de grote vlek inktzwarte smurrie deed mij inzien dat ik echt geen tien jaar meer hoefde te wachten om m’n gewoonte af te leren. 

Het aanleren van de goede gewoonte ‘dagelijks een half uur stevig gaan stappen’ in de Lembeekse bossen, startte ik in de vroege lente van 2018. De aanleiding was een nogal ‘dwingend’ advies van m’n huisarts, dr. Inge De Gussem. De zomer was uitzonderlijk, dus geen probleem met verkleumde handen en tijd zat om stevige handschoenen te voorzien tegen dat het koud werd. Ook mat ik zelf regelmatig (om de 2 à 3 dagen) het suiker gehalte in m’n bloed. Door die metingen werd het positieve effect van deze inspanning redelijk snel duidelijk. Dus heel wat vroeger dan bij de driemaandelijkse controle bij de huisdokter, waar m’n metingen bevestigd werden. Het schouderklopje dat ik van Inge De Gussem kreeg, was dan nog een bijkomend positief effect. Nu kan ik zeggen dat m’n dagelijkse wandeling een gewoonte geworden. Ik voel mij onwennig, en zelfs een beetje ongelukkig, indien die gewoonte, het stevig doorstappen in de Lembeekse bossen, door omstandigheden op een bepaalde dag onmogelijk is.

Hoelang duurt het vooraleer een gewoonte effectief gevormd is?

Gewoontevorming is een proces waarbij een bepaald gedrag progressief een gewoonte wordt door langdurige herhaling van dat gedrag. Hoe meer een gedrag herhaald wordt, hoe meer het ingesleten raakt in het brein en daardoor wordt het gedrag niet alleen makkelijker maar hoe langer hoe meer een gewoonte. Neurowetenschappers noemen dit ‘Long-term Potentiation’ of LTP, een proces waarbij verbindingen tussen neuronen sterker worden door frequente activering: 

Herhalen van een gedrag veroorzaakt duidelijke fysische veranderingen in het brein. Nieuwe gewoonten vereisen niet alleeen een veelvuldige herhaling van het gedrag, ze vereisen ook een hoge frequentie van het vertonen van dit gedrag. Er moet een hoge reeks herhalingen van een bepaald gedrag in een relatief korte tijd uitgevoerd worden, willen wij een kans maken dit specifieke het gedrag inslijt en een gewoonte geworden is. 

Wat die frequentie is en hoe lang het duurt vooraleer een bepaald gedrag effectief een gewoonte wordt, is nog niet volledig uitgeklaard. Gebaseerd op talloze wetenschappelijke artikelen kwam Charlie Palmgren aan ‘28 opeenvolgende dagen minstens één keer het nieuwe gedrag vertonen’. Niet dat dit foutloos dient te gebeuren. Het gedrag dient echter wel te worden gesteld. Wachten op de perfectie is ook hier uit de boze. Maar één dag het gedrag totaal niet vertonen, betekent dat de teller terug op nul wordt gezet. Niet verwonderlijk dat harde gewoonten zelden ingesleten raken. De kans dat een gewoonte effectief gevormd wordt is veel groter indien men haar of zijn vertonen ervan dagelijks monitort. Tegenwoordig zijn er hiervoor prachtige apps op de markt. Het handige van deze apps is, dat ze je ook attenderen op het oefenen en dat ze je voortgang bijhouden. Zelf heb ik nog geen app gebruikt en ik plan dit eerstdaags te doen. Ik heb gekozen voor de strides app[viii]. Nu nog een aan- of af te leren gewoonte kiezen voor ik ermee start in het voorjaar van 2019. Misschien wordt het gebruik van deze app wel een gewoonte …  

Ik nam het magisch getal 28 in mijn cursussen over omdat er nogal wat gebeurtenissen in de natuur volgens dit schema verlopen. Zoals: de ‘normale’ menstruatie cyclus bij de vruchtbare vrouw, de duurtijd van één omwenteling van de maan rond de aarde, de tijd die nodig is om beton ‘natuurlijk’ te laten harden, … De eerlijkheid gebied mij jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te zeggen dat die vuistregel geen wetenschappelijke grond heeft. Het getal 28 is dus niet meer dan een metafoor om te duiden dat het aanleren of afleren van een gewoonte geen handeling is zoals het drukken op een lichtschakelaar. Daarvoor is meer nodig. Iets wat ik soms met een andere quote duidde: “Blood, sweat and tears.[ix]” Maar zoals gezegd, wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard!


[i]Steve Heisler. The Missing Link. Teaching and Learning Critical Skills.Lanham MA : Rowman & Littlefield Education, 2014. Page 3.

[ii]De uitspraak “De mens is een gewoontedier” wordt veelal aan Aristoteles (384 v. Chr. – 322 vr. Chr.) toegeschreven. Hij zei ook ooit: “We zijn dat, wat we bij herhaling doen.” Dus wat ik hier neerschrijf is niet zo nieuw.

[iii]Aubrey C. Daniels. Bringing Out the Best in People: How to Apply the Astonishing Power of Positive Reinforcement.New York, NY: Mc Graw-Hill, Inc. 1999. Bladzijden 34-40.

[iv]“Habits are, simply, reliable solutions to recurring problems in our environment.” Quote Jason Hreha: Why Our Conscious Minds are Suckers for Novelty.” Revuehttps://www.getrevue.co/profile/jason/issues/why-our-conscious-minds-are-suckers-for-novelty-54131, geraadpleegd op 25 feb. 2019

[v]http://www.dejongepsycholoog.be/theorie/8-inspirerende-citaten-carl-gustav-jung/geraadpleegd op 25 feb. 2019

[vi]James Clear. Atomic Habits: An Easy and Proven Way to Build Good Habits and Break Bad Ones.London, GB: Random House Business Books, 2018, bladzijden 69-79.

[vii]Quote Tom Lanoye: “Een mens is een gewoontedier met afkickverschijnselen.” Uit Tom Lanoye, Het Derde Huwelijk. Amsterdam: Prometheus, II, 5.

[viii]https://www.stridesapp.com

[ix]Quote die veelal toegeschreven wordt aan sir Winston Churchill wegens de frase “I  have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” uit diens speech in het Britse Lagerhuis (House of Commons) op 13 mei 1940 : https://yle.fi/vetamix/media/doc/tal_19400513_Churchill_Blood_Sweat_and_Tears.pdf