Tagarchief: Charlie Palmgren

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXI

Now, real rock ‘n’ roll band evolves out of a common place and time, fans come out of towns, out of city, out of neighborhood, and they come along in a particular moment. Bands are all about what happens, they’re musicians,  who come from the same streets, the same passions and influences, who go in search of lightning and thunder.

They come together in a whole that is greater than the sum of their parts.  They may not be the best players, that’s not necessary. They need to be the right players, and hen they play together, there is a communion of souls and a natural brotherhood, and sisterhood that manifest itself, and a quest; a quest is begun, you’re in search of something, an advendure’s undertaken, and you ride shotgun.

In a real band, principles of math get stood on their head,  one plus one equals three. Now one plus one equals two, that happens every day, that is not magic. That’s the grind…

But when one plus one equals three, that’s when your life changes, and you see everything new, and these are days when you are visited by visions, when the world around you brings down the spirit and you feel blessed to be alive. It is the essential equation of love. There is no love without one plus one equaling three. It’s the essential equation of art. It’s the essential equation of rock ‘n’ roll. It’s the reason that the universe will never be fully comprehensible. It’s the reason ‘Louie Louie’ will never be fully comprehensible. And it’s the reason true rock ‘n’ roll, and true rock ‘n’ roll bands will never die.[i]

– Bruce Springsteen

Springsteen on Broadway – Tenth Avenue Freeze-Out (Intro) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de derde karakteristiek: Creatieve Integratie. Creatieve Integratieis een synoniem voor Synergie; daarom koos ik bovenstaande quote van Bruce Springsteen uit z’n one man show ‘Springsteen on Broadway’ (2017-2018).

In de vorige column beschreef ik hoe we in het midden van het Cruciale Dialoogmodel tot onszelf gekomen zijn en ons verbonden hebben met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om die gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst dient nu geplaveid worden; niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. Met andere woorden, de derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking – Creatieve Integratie– is aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn mentaal model, waarover ik het in deel XIX had, dien te transformeren en uit te breiden. Met andere woorden, mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” En dit laatste strookt helemaal niet met de toekomst die ik wil creëren.

Het woord integratie stamt af van het Latijnse ‘integrare’, dat ‘heel maken’ betekent. Integratie is de motor die ons in beweging brengt. Vandaar dat deze karakteristiek ook voor de volgende, Continue Transformatie, komt. Want voor dat laatste dient men in beweging te zijn. En het doel van deze processen is ons heel maken. Of in mijn taal: te transformeren in de richting van de Originele Zelf, want die is heel! Mensen die Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven, kennen het belang van het gevoel echt, dus authentiek (de eerste karakteristiek) en heel (de vierde karakteristiek) te zijn. Ze verbergen zich niet achter maskers en laten zich niet in hokjes duwen. En ze maken hun verhalen beschikbaar voor iedereen (zoals ik hier doe met m’n serie columns ten behoeve van jullie Eloïse, Edward en Elvire). Het zijn verhalen over creativiteit en innovatie, dus over diepgaande verandering en transformatie.

Creativity is just connecting things. 

When you ask creative people how they did something, they feel a little guilty because they didn’t really do it, they just saw something. It seemed obvious to them after a while. That’s because they were able to connect experiences they’ve had and synthesize new things. 

And the reason they were able to do that was that they’ve had more experiences or they have thought more about their experiences than other people.[ii]

– Steve Jobs

Creatieve Integratie kan men ook lezen als integratie door creativiteit. Bovenstaande quote van Steve Jobs maakt duidelijk dat hij van mening was dat ‘creativiteit niet meer is dan het verbinden van dingen.’ Jobs geloofde dat het scheppen een kwestie was van de puntjes verbinden tussen ervaringen die we hebben opgedaan, om op die manier nieuwe dingen te maken. Dit geeft al duidelijk mee dat ‘Kunnen maken van Verbindingen’ en ‘Creativiteit’ de voorwaarden of basiscondities zijn die bij deze derde karakteristiek Creatieve Integratiehoren. Volgens Steve Jobs dienen we niet alleen ervaringen te hebben, we dienen ook meer tijd besteden aan het nadenken over deze ervaringen. Uiteraard ben ik het met die visie van Steve Jobs eens. Hij beschrijft namelijk de eerste karakteristieken van Creatieve wisselwerking: observeren van de ervaringen (Authentieke Interactie) en er diepgaand over nadenken (Waarderend Begrijpen). Bovendien voegt hij er naadloos de derde karakteristiek, Creatief Integreren, aan toe! Dit geeft ook aan dat Creativiteit zo’n krachtig integratie vaardigheid is. Creativiteit, of scheppen, is aandacht besteden aan onze ervaringen en de ‘losse’ elementen met elkaar verbinden, zodat we meer zowel van onszelf als van de wereld om ons heen kunnen leren.

Als integratie heel maken betekent, dan is het tegenoverstaande ervan breken, uit elkaar halen, losmaken, en scheiden. Diegenen die gevangen zitten in hun Vicieuze Cirkel doen een poging om aanvaardbaarder (‘heler’) over te komen, door hen van ‘hun beste kant’ te laten zien. Dit is echt ironisch te noemen want onze heelheid hangt juist af van de integratie van al onze ervaringen, ook van de keren dat we onderuitgegaan zijn.

Wat ik Creatieve Integratie noem heeft heel wat te maken met wat Marie R. Miyashiro ‘Integrated Clarity’ noemt. Ook dat proces maakt zowel heling als het ontvouwen van een heldere toekomst mogelijk[iii]. HetCruciale Dialoogmodel beschrijft prachtig wat Marie R. Miyashiro het Verbind-Denk-Doe model noemt. Voor Creatieve wisselwerking is verbinding een essentieel gegeven, zonder verbinding geen wisselwerking! Er is m.i. geen echte transformatie mogelijk tenzij deze drie Denken-Verbinden-Doen als even belangrijke onderdelen van een geheel aanzien; delen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, als een krukje met drie poten. Het geheel is natuurlijk Creatieve wisselwerking.

Integrated Clarity is een cyclisch proces waarin steeds opnieuw wordt geobserveerd, strategieën worden bijgesteld  en aangepast en verantwoordelijkheid wordt genomen voor het vervullen van onze eigen behoeften en die van onze organisatie of ons team,terwijl we tegelijkertijd gefocust zijn op, en gestuurd worden door, de behoeften van onze klanten.[iv]

Marie R. Miyashiro

Na bovenstaand citaat volgt deze zinsnede: “Dit proces genereert een innerlijke transformatie en leidt voor zowel het individu als de organisatie in de richting van steeds hogere niveaus van harmonie en succes.” Het zou een beschrijving van het Creatief wisselwerkingsproces kunnen zijn. Het proces dat de gecreëerde zelf continu transformeert in de richting van het hoogste niveau: de Originele Zelf.

Het verschil tussen Marie R. Miyashiro’s aanpak en de mijne is dat zij Ingegrated Clarity ontdekte vanuit Geweldloze Communicatie van Marshall Rosenberg en ik Cruciale Dialogen (heel gelijklopend met Geweldloze Communicatie) ontdekte vanuit Creatieve Wisselwerkingvan Henry Nelson Wieman en Charlie Palmgren.

Nieuwe informatie – verkregen door Authentieke Interactie– verandert onze manier van denken niet, en ons leven nog minder, als die gewoon voor onze voeten neervalt en blijft liggen. Pas als we onze ervaringen en informatie met open handen, een onderzoekende geest en een hart vol verwondering ontvangen – en Waarderend Begrijpen– kunnen ze als echte gewaarwording in ons leven worden geïntegreerd: Creatieve Integratie. Mijn vierde ‘geestelijke vader’, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij dat men, wat ons in het leven toevalt niet alleen dient op te rapen; men dient er vooral iets mee doen!

Dichter en librettist William Plomer[v] schreef: “Creativiteit is de kracht van het verbinden van ogenschijnlijk niet verbonden elementen.”

It is a function of creative men to perceive the relations between thoughts, or things, or forms of expression that may seem utterly different, and to be able to combine them into some new form.[vi]

William Plomer

Wanneer we waarderend begrijpen wat de andere stelt, kunnen we dit integreren in ons eigen wereldbeeld. En wanneer dit wederzijds gebeurt, dan starten we met een ‘het één en het ander’ uitgangspunt. Dit is zeer verschillend van het ‘het één of het ander’ uitgangspunt dat de grondslag is van een conflictsituatie. Na deze fase komt de opwinding iets nieuws te creëren. In het eindresultaat zullen we niet alleen de ideeën van eenieder terugvinden, we zullen er iets meer mee bereiken. Wat bereikt wordt is niet alleen ‘het één én het ander’ maar ook, en vooral, ‘verschillend van’. Wat bereikt wordt is iets nieuw­s. Dit is heel wat beter dan het compromis. Het eindresultaat bevat ook het engagement voor iets dat we samen hebben gecreëerd. Dit is de derde karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsprocesCreatieve Integratie: het integreren van de ideeën van elkaar tot iets totaal anders; iets nieuws.

In zichzelf integreren wat men van de ander gekregen heeft en van daaruit samen iets nieuws creëren is creatief integreren. Daaruit komt dan een intense samenwerking voort. Het nieuwe idee is veel sterker, dieper, rijker en voller dan de oorspronkelijk ideeën. Dit is reële synergie, dit is Creatieve wisselwerking.

Door het nemen van de beslissing te gaan voor een betere werkelijkheid, de gewilde toekomst, openen wij de deuren van de verbeelding en associatie waardoor wij connecties kunnen ontdekken die op het eerste zicht helemaal niet te zien waren. Verbeelding ontwikkelt de mogelijkheden om ‘beiden en verschillend van” ideeën te ontwikkelen. Authentiek Interactie en Waarderend Begrijpen van ideeën monden dus uit in verbeelding. Verbeelding die niet voortkomt uit het verleden, noch uit het heden maar een sprong maakt in de toekomst. Die verbeelding, gedreven door nieuwsgierigheid, opent de deuren voor creativiteit en innovatie.  Dit door het verbinden van ogenschijnlijk los van elkaar staande ideeën. Om die nieuwe realiteit vorm te geven wordt gebruik gemaakt van metaforen en analogieën. In deze fase is het Creatief wisselwerkingsproces ver uitgestegen boven het communicatieproces en zelfs het Waarderend Begrijpen. Het transformeert het oude en bestaande tot iets nieuws: ‘verschillend van en méér dan’. Het gaat dus om reële synergie.

Creatieve Integratieis de fase waarin de deelnemers hun verbeeldingskracht gebruiken door zowel voort te bouwen op de positieve punten van de ideeën als door vanuit die positiviteit, de onderkende afstotende elementen of negatieve punten om te buigen in innovatieve ideeën. Innovatieve ideeën zijn “meer dan en verschillend van” de ideeën die voortkwamen uit de originele mentale modellen.

Imagination is more important than knowledge. 

Albert Einstein

Het objectief van deze karakteristiek is oplossingen te creëren om de Huidige Realiteit te kunnen transformeren teneinde de Doelen, Idealen van de de Gewenste Toekomst te bereiken. Door het van binnenuit beleven van de vorige karakteristieken zijn we tot een gedeelde mening gekomen met betrekking tot de Huidige Realiteit en wensen we die in te wisselen voor een betere toekomst. De richting is duidelijk, de echte weg moet echter nog gevonden worden en die weg dient naar het gewenste doel te leiden. Je kan enkel bereiken wat je wenst te bereiken, indien je dit eerst in de geest kunt voorstellen.

Everything is created twice,

Once in the mind and then in reality.

Robin Sharma 

Dit gaat niet zomaar vanzelf. Eens dat we een gedeelde mening hebben bereikt over de Huidige Realiteit en we daar niet gelukkig mee zijn, dienen we tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen. Elke nieuwe ontwikkeling begint met een beeld ervan. Ook hier is de kans groot dat de verschillende deelnemers aan de dialoog met verschillende beelden op de proppen komen. Daardoor zal ook in deze fase het synergetische voordeel meer dan nodig zijn, willen we een en ander effectief én efficiënt doen. Om van de verschillende beelden één set oplossingen te maken die werkbaar zijn én uiteindelijk ook werken, is het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingnodig. De ideeën stuwen ons als een motor naar de oplossingen. 

Holding new images before the eyes tends to produce the reality suggested by the image. This follows from a well-known psychological law:

 Images or mental pictures and ideas tend to produce the physical conditions and external acts that correspond to them. Or as William James said: “Every image has in itself a motor element”[vii]

Roberto Assagioli

De derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking noem ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ – dat een toepassing van Creative Interchange beschrijft – Imaginatie omdat imagineren verbinden is met de rijkdom van de innerlijke wereld. We creëren onze eigen werkelijkheid. Imaginatie is een krachtig middel om nieuwe ideeën te vormen. Imaginatie heeft ook haar nut bewezen bij de genezing van ziektes. Zo vond Martin Stenekes[viii] in een onderzoek dat motorische verbeelding het lichaam helpt te helen: “Beweeg in je verbeelding en je revalideert beter”. Het placebo-effect is algemeen bekend. Het berust op subjectieve perceptie, op de verbeelding dat het werkt. En het werkt dan ook in veel gevallen! Je ziet, verbeelding is uiterst belangrijk wanneer het erop aankomt een nieuwe werkelijkheid te creëren. 

Centraal in het oplossingsgerichte denken staat de paradigmashift dat oplossingen tot een andere wereld behoren dan problemen. Problemen en oplossingen zijn van een andere orde. Het is derhalve niet steeds nodig, en soms contraproductief, het probleem te analyseren teneinde een oplossing te vinden. De focus is gericht op wat gewenst wordt in de toekomst, eerder dan op wat er allemaal zou misgelopen zijn in het verleden. Deze andere focus vertaalt zich in fundamentele verschillen tussen probleemgerichte benadering en oplossingsgerichte benadering.

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is in deze karakteristiek van het Creatief wisselwerkingsproces het ‘synergetisch bewustzijn’iix]. Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’ van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val rechtbte krabbelen en door te gaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, het van binnenuit beleven van deze karakteristiek vind ik zelf de moeilijkste en dat komt ook omdat ik deze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Dit komt onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het inzetten van intuïtie werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog steeds in m’n geheugen gegrift: 

Monsieur Roels vous n’êtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait! 

– Nicolas Kopylov

Toen Nicolas Kopylov me dit toeslingerde vroeg ik hem of hij “la chanson, monologue parlé plus que chanté, ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. 

Ook in m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat het ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Zelf was ik langzaam aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten. 

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal toepaste. Dit kwam er op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde karakteristiek – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ (deel XXII) en ‘creativiteit’ (deel XXIII) kunnen verstevigen. Deze zullen hier later volledig uit de doeken zullen worden gedaan. Overigens hebben jullie reeds begrepen dat elke karakteristiek naast de twee basiscondities, die deze karakteriek ondersteunen, ook vier vaardigheden heeft. Vaardigheden die kunnen worden verworven, waardoor het van binnenuit beleven van de karakteristiek in kwestie iets makkelijker wordt. 

Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn:

  1. Het her-kaderen van het probleem (deel XXIV);
  2. Het gebruik maken van analogieën (deel XXV);
  3. Het gebruik maken metaforen (deel XXVI);
  4. “4+ en 1 wens” (deel XXVII). 

[i]Bruce Springsteen, Quote uit Tenth Avenue Freeze-Out (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Columbia Records, 2018.


[ii]Gary Wolf. Steve Jobs: The next insanely great thing,Wired 4.O2, februari 1996: https://www.wired.com/1996/02/jobs-2/

[iii]Marie R. Miyashiro, De empathiefactor, het concurrentievoordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012. Bladzijde 27.

[iv]Marie R. Miyashiro, De empathiefactor, het concurrentievoordeel voor effectieve organisaties. Op. cit. bladzijde 55.

iv]William Plomer, Electric Delights, London: Jonathan Cape, 1978.

[vi]Quoted by Lynn Coffin in Generation The Inter-Arts Volume XV, number 3. Benjamin Brittan’s War Requiem, page 40, Quoted from William Plomer’s Preface to War Requiem.

[vii]Sam Keen, The Golden Mean of Roberto Assagioli. New York NY:Psychology Today, 1974 [Electronic version] retrieved on February 22, 2012 van http://www.aap-psychosynthesis.org/resources/articles/golden_mean.pdf

[viii]Stenekes, Martin, W. Cerebral Reorganization and Motor Imagery after Flexor Tendon Repair, Thesis University of Groningen, Gildeprint Enschede, 2009.

[ix]Charlie Palmgren,The Creative Interchange Process – Part II http://www.creativeinterchange.org/?p=145


BLIJF WAKKER ! – deel xx

WAT TE DOEN MET HET NIEUWE INZICHT/DE GEDEELDE MENING?

The soul is a stubborn thing. Doesn’t dissipate so quickly. Souls remain. They remain here in the air, in empty space, in dusty roots, in sidewalks that I knew every single inch of like I knew my own body, as a child, and in the songs that we sing, you know. That is why we sing. We sing for our blood and for our people, because that’s all we have at the end of the day – each other and, maybe that’s what I’m looking for when I go down there, I just want to commune with the old spirits, stand in their presence, feel their hands on me. One more time. 

Um, anyway, once again I stood in the shadow of my old church ya know, you know what they say about Catholics – yeah, there’s no getting out. Nah, no, they gotcha, they gotcha, the bastards got ya when the getting was good. They did their work hard and they did it well, ‘cause the words of a very strange but all too familiar benediction came back to me that evening, and I wanna tell you these were words that as a kid, I mumbled these things, I sing-songed them, …. 

But for some damn reason, as I sat there on my street that night, you know, mourning, mourning my old tree, and once again surrounded by God, those were the words that came back to me and they flowed differently .

 “Our Father who art in heaven, hallowed be thy name. 

Thy kingdom come, thy will be done, on Earth as it is in heaven. Give us this day, just give us this day and forgive us our sins, 

our trespasses, as we may forgive those who trespass against us, 

lead us not into temptation but deliver us from evil, all of us, forever and ever, Amen”. 

And may God bless you, your family, and all those that you love. And thanks for comin’ out tonight.[i]

Bruce Springsteen – Springsteen on Broadway – Born to Run (Intro) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, indien we de eerste twee karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces (Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen) ten volle beleven, bekomen we ofwel een nieuw inzicht betreffende de werkelijkheid of, in geval van een dialoog, een gedeelde mening. “Wat nu?” is de vraag die zich opdringt.

Wel, men dient vanuit dit inzicht, die gedeelde mening, beslissingen te nemen met betrekking tot het persoonlijk en/of collectief handelen. Deze gedeelde mening is inderdaad de voedingsbodem voor de volgende karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsprocesCreatieve integratie (3dekarakteristiek) van de mogelijke creatieve ideeën met betrekking tot het handelen en de keuze van wat men effectief zal doen, dus welke creatieve oplossingen men werkelijk zal uitvoeren. Daarna volgt normaal het uitvoeren van die keuze (het doen). Dit is de actie die uiteindelijk leidt tot Continue Transformatie (4dekarakteristiek).

In het openingscitaat van dit deel, uit de show ‘Springsteen on Broadway’, komt Bruce Springsteen op het einde van z’n meer dan twee uur durende monoloog, doorspekt met vijftien van z’n songs, tot het inzicht dat hij a) dankbaar is voor wat hij heeft bereikt en b) diegenen die opgedaagd zijn om naar hem te luisteren, grote dank verschuldigd is. In het verhaal dat hij op dat moment aan het vertellen is, staat hij figuurlijk in de straat waar het leven voor hem begon (Freehold, New Jersey, USA). Meer bepaald bij de resten van ‘zijn’ verdwenen gigantische boom die er desondanks nog steeds is. Hij begrijpt waarderend dat hij veel heeft om dankbaar voor te zijn. En dan spreekt Bruce een gebed uit. Een gebed dat hij misschien al tientallen jaren daarvoor niet meer gebeden had. Avond na avond, sluit Springsteen z’n 236 shows af met het ‘Onze Vader’.

Steeds zal het nieuw inzicht ingebed dienen te worden in het gecreëerde zelf, waardoor dit op een ‘hoger’ peil wordt getild. Bruce bereikt dit door het herhalen van een gedrag, in dit geval het dankbaar bidden van een ‘Onze Vader’, totdat het een gewoonte geworden is. Anders gesteld, het nieuwe inzicht dient in het gecreëerde zelf te worden geïntegreerd waardoor die gecreëerde zelf evolueert in de richting van het Originele Zelf. Het bekomen van een nieuw inzicht staat gelijk aan leren en wat werd geleerd dient ook vastgehouden te worden. Het inzicht is een doorbraak en ik gebruik hierbij graag een metafoor uit het tennisspel. Het is niet omdat een speler een ‘break’ forceert dat zij of hij die steeds vasthoudt. De tegenspeler kan namelijk direct de ‘break’ ongedaan maken. In het geval van Creatieve wisselwerking is de tegenspeler het tegenwerkend proces dat ik de Vicieuze Cirkel heb genoemd.

Wanneer het gaat om het beantwoorden van een cruciale vraag of het oplossen van een probleem geeft het bekomen van een gedeelde mening in feite enkel de verzekering dat we de vraag of het probleem gezamenlijk waarderend begrepen hebben. Deze gedeelde mening ligt dan aan de basis van een emotie, die dan weer aan de basis kan liggen van de beslissing tot actie. Actie die dan op haar beurt, als alles goed gaat, leidt naar de uiteindelijke, gewilde, transformatie. De emotie komt voort uit het verschil tussen de gewenste werkelijkheid en de huidige, net ten gronde waarderend begrepen, werkelijkheid. 

Het gaat hier uiteraard over mezelf, de ‘eigenaar van het probleem’ en de volgende vraag: “Wat is mijn relatie met het probleem, met de vraag?” Het gaat hier dus over een verbindingsvraagstuk. Zolang de eigenaar van het probleem een uiterlijke relatie met het probleem heeft, is zij of hij geen echte eigenaar. Het is niet omdat men een gedeelde mening met betrekking tot het probleem bekomen heeft, dat de eigenaar van het probleem ook geneigd is het voortouw te nemen. Geloof mij vrij, Eloïse, Edward en Elvire, elk probleem heeft ten minste één vader, maar niet elke vader erkent zijn kind. De eigenaar van het probleem dient het probleem niet alleen te onderkennen, zij of hij dient ook te erkennen dat zij of hij zelf het probleem mede veroorzaakt heeft of ten minste in stand houdt. Vaak heeft de eigenaar in het begin een afstandelijke relatie met het probleem. Dit duidt op een zeker vermijdingsgedrag. 

Langzamerhand echter gaat de eigenaar van het probleem, indien hij er niet van wegvlucht, inzien dat zijn waardeoordelen, zijn denkkaders, zijn modellen en paradigma’s, zijn doelstellingen én zijn gedrag te maken hebben met het probleem dat zich zogezegd buiten haar of hem voordoet. Men wordt er zich van bewust dat men niet alleen een probleem heeft, men wordt zich ook bewust dat men ofwel het probleem mede veroorzaakt heeft, in stand houdt of zelfs beide. In dat geval wordt het haar of hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer zij of hij ook zelf verandert: haar of zijn concepten en denkkader (dus attitudes), wensen (dus gevoelens), het maken van keuzes en uiteindelijk het uitvoeren van die acties (het doen, het gedrag). 

De relatie met het probleem kan kortstondig of langdurig zijn. Ideaal komt de relatietijd overeen met de tijdsduur van het probleem. Dit is uiteraard ook zo met vragen: er zijn vluchtige vragen, moeilijke vragen en levens- of kernvragen. Kernvragen kunnen van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoon, een team of een organisatie. Ten minste wanneer men met die vragen weet te leven. Dit houdt in dat men elke neiging om snel een antwoord te vinden op een kernvraag dient te onderdrukken. Bij de kernvraag is het zo wijdverspreide ‘jump to conclusion’ gedrag zeker uit den boze. Het lang genoeg streven naar een gedeelde mening is soms pijnlijk en het werkt steeds verwarrend. Charlie Palmgren leerde mij dit te zien als het leren leven in het onzekere; dit is het leren tolereren van ambiguïteit. 

Anders gesteld wil dit zeggen dat wij noch mogen vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf mogen wegvluchten. De vraag moet dus én open én levendig in de ‘geest’ gehouden worden.

Twee mogelijke reacties op de Gedeelde Mening 

De Gedeelde Mening veroorzaakt een emotie en die emotie kan klein of groot zijn. De grootteorde van de emotie wordt rechtstreeks veroorzaakt door het verschil tussen droom (de gewenste situatie) en werkelijkheid (de huidige situatie). Wij gaan er hierbij vanuit dat men ook een gedeelde mening gevormd heeft met betrekking tot de droom, zijnde de gewenste werkelijkheid. Die men niet alleen wenst maar ook effectief wilt.

De twee grootteordes van de emotie, en daardoor de veranderingsbereidheid, zijn afhankelijk van het hierboven geschetst verschil:

  1. Het verschil is klein, waardoor de emotie niet noemenswaardig groot is.
  2. Het verschil is groot, waardoor de emotie groot is.

De emotie is verwaarloosbaar

De emotie is dus verwaarloosbaar wanneer het verschil tussen de gewenste situatie en de huidige niet groot is. Dan kan men beslissen dat met eigenlijk kan leven met de huidige situatie en mede daardoor zal de kleine emotie meestal niet aan de basis liggen van enige actie. Het oordeel is gevormd en geeft geen aanleiding tot actie. Er is dus geen sprake van een transformatie en alles blijft bij het oude. De bestaande situatie wordt met andere woorden ten volle aanvaard. 

Let wel, ook het inschalen van het verschil tussen droom en werkelijkheid kan danig ingekleurd zijn, waardoor men eventueel het verschil onderschat, waardoor dan weer de emotie verwaarloosbaar is en er geen actie wordt genomen. Dit kan later zuur opbreken. Men doet niets om het initieel ‘klein’ verschil weg te werken, waardoor het ongemerkt groter wordt, totdat men er niet meer naast kan kijken. De energie die dan nodig is, om het verschil tussen droom en werkelijkheid te overbruggen, zal groter zijn, dus meer kosten. Bloed, zweet en tranen zijn dan ons deel.

Indien met het verschil goed inschat, zou men kunnen de indruk hebben dat al die moeite, om tot een gedeelde mening te komen, voor niks nodig is geweest. Dit is allerminst het geval, Het voordeel van de inspanning is dat men er wel heeft over nagedacht en dat een en ander ten gronde werd besproken. Na waarderend begrijpen beslist men om geen verandering na te streven. En in geval van een werkelijk klein verschil, is dat een legitieme beslissing. Het heeft inderdaad weinig zin zich in te spannen om een transformatie door te voeren die onbelangrijk is.

De emotie is groot

Indien de emotie groot is, dan is de creatiespanning van dezelfde grootteorde. Men wenst de afstand tussen de huidige situatie en de gewenste te dichten. In feite komt dit neer op het beantwoorden van een nieuwe cruciale vraag: “Hoe kunnen we de huidige situatie, die we net waarderend begrepen hebben, transformeren in de gewenste situatie?” We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Nogmaals, er is een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil, dat we eerder de creatiespanning hebben genoemd, levert de nodige energie om in actie te schieten. In feite wordt de emotie omgezet in de energie die de transformatie zal aandrijven. Het is de spanning tussen de twee die dient omgezet te worden in de transformatie beweging, waardoor het wensennu wel degelijk omgezet wordt in het willen

GEWILDE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Uiteindelijk neemt men, wanneer de emotie en dus het verschil tussen de huidige realiteit en de gewenste, nu echt gewilde, realiteit groot is, het besluit én de beslissing om het veranderingsproces in te zetten. 

En wanneer het gaat om een collectief transformatie proces lijk het mij niet onnuttig een quote van Machiavelli in herinnering te brengen:

And it ought to be remembered 

that there is nothing more difficult to take in hand, 

more perilous to conduct, or more uncertain in its success, 

then to take the lead in the introduction of a new order of things. 

Because the innovator has for enemies 

all those who have done well under the old conditions, 

and lukewarm defenders in those who may do well under the new[ii].

Nicolò Machiavelli

Transformatie van de persoonlijke Mindset

En wanneer het gaat om de transformatie van de eigen Mindset en dus van het eigen gedrag, dan is men zo wie zo verplicht het leiderschap van de verandering (de nieuwe orde der dingen) op zich te nemen. En dan is men de vernieuwer die soms zichzelf tegengewerkt door de eigen weerstand tegen verandering (want de huidige toestand heeft haar of hem toch veel opgebracht; zie ook bovenstaande Machiavelli quote). Die weerstand wordt uiteraard veroorzaakt door de Vicieuze Cirkel en versterkt door het ‘lukewarm’ vertrouwen in het Creatief wisselwerkingsproces.

Transformatie van de eigen Mindset kan vergeleken worden met de schoonmaak van het gekleurd bewustzijn. Men dient oude kleuren te vervangen door nieuwe heldere kleuren. Men dient zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leven. Men dient er zelf bewust voor te kiezen. Daar is moed voor nodig, wetende dat het een moeilijk transformatieproces wordt, en daarvoor is dan weer doorzettingsvermogen en geduld nodig. Dit transformatieproces bespreek ik uiteraard in de volgende delen van deze reeks.

We don’t have to do all of it alone. 

Were were never meant to [iii].

Brené Brown

Eloïse, Edward en Elvire, ook een persoonlijk ontwikkelingsproces op de juiste manier doormaken, kan men niet alleen. Iedereen, ook ik, heb hierbij hulp nodig. Gelukkig heb ik die gekregen van mensen om mij heen, zoals jullie. Bovendien heb ik, door die ontmoetingen, de kracht – The Force zegt Yoda – van Creatieve wisselwerkingondervonden. We hebben daarbij geluk. We zijn enerzijds met dat proces geboren en anderzijds omvat het de nodige vaardigheden om op een creatieve manier door de transformatie te gaan. 

Wij zijn zowat halverwege van onze ‘Blijf Wakker !’ serie. Dus hebben we al een reeks van deze vaardigheden besproken. Hoewel ik ze een voor een beschrijf, en daardoor de indruk gewekt wordt dat ze in serie – keurig na elkaar, de één na de ander – dienen toegepast te worden, is de werkelijkheid heel wat chaotischer. Alle acht voorwaarden en zestien vaardigheden worden kris kras door elkaar ingezet. Met andere woorden, ook in de rechter lus van het Creatief wisselwerkingsproces, komen de basisvoorwaarden en vaardigheden van de linker lus aan bod. Het leven is inderdaad veel complexer dan een lineaire opeenvolging van het inzetten van voorwaarden en vaardigheden.

Het gaat tenslotte over het continu transformerenvan het gecreëerde zelf in de richting van het Originele Zelf, vandaar dat ik voor het ‘oneindig’ teken (‘infinit’) gekozen heb als basis voor het Cruciale Dialoogmodel.

Transformatie van de collectieve Mindset

Eloïse, Edward en Elvire, er hangt veel af van de organisatie waar die transformatie dient te gebeuren. In ondernemingen is het meestal zo dat iedere ingrijpende verandering gestart wordt vanuit het topmanagement. Diegene die verandering “aanprijst” aan dit topmanagement noemen we de advocaatvan het veranderingsproces. Deze advocaatgebruikt de Gedeelde Meningom de topmanager duidelijk te maken dat een transformatie zich opdringt. Duidelijker gesteld: de topmanager, die ik de sponsornoem, dient zich, met de hulp van de advocaat, te realiseren dat de huidige manier van handelen zal leiden tot niet-competitiviteit en nu reeds méér kost dan de voorgestelde verandering.

Niet alleen dient de advocaatde huidige realiteit duidelijk te schetsen, ook de gewenste, toekomstige werkelijkheid dient klaar en duidelijk overgebracht te worden. 

Uiteindelijk dienen er acties genomen worden. Daartoe zijn middelen (waaronder mankracht, geld en tijd) nodig. Daarom juist noem ik de topmanager sponsorvan het veranderingsproces. Er moet bovendien engagement opgebouwd worden voor de gewenste situatie. Dit engagement dient doorheen de ganse organisatie gedragen worden te worden. Het lijnmanagement dient hun engagement om te zetten in reële vastberadenheid. De leden van het lijnmanagement noem ik co-sponsors.

De sponsoren co-sponsorszijn uiterst belangrijk gedurende het veranderingsproces. Indien deze hun rol niet goed genoeg spelen, is de kans groot dat de onder­neming te maken krijgt met het zwarte gatfenomeen. Deze uitdrukking is ontleend aan de astrofysica. Het wordt gebruikt om de gebie­den in de ruimte aan te duiden waar de aantrekkingskracht zo sterk is dat alles, licht inbegrepen, er wordt ingezogen.

Nog steeds is één van de bedrijfsziektes dat het management wel praat over een ingrijpende verandering van de organisatie, maar dat er van die verandering zelf weinig of niets terechtkomt. Het grootste probleem bij de sponsoris dat hij veelal aan anderen de opdracht geeft hun gedrag te veranderen en het zelf niet doet. Het is anderzijds meestal ook zo dat de boodschap niet terechtkomt waar ze zou moeten terechtkomen doordat de onderscheiden managementniveaus deze tegenhouden of vervormen. Anders gesteld, de ondersteunde co-sponsorsgeven ‘niet thuis’. Zij zijn, vooral door niet correct doorgeven van de boodschap van de sponsorof het functioneren als terugslagklep voor de ‘stijgende’ informatie naar die sponsortoe, zelfs meestal de hoofdverantwoordelijken van het zwarte gat.

Wanneer de inspanningen om de verandering door te voeren in het zwarte gatverdwij­nen, kan de prijs heel hoog zijn. Enerzijds bekomt men de gewenste veran­dering niet en anderzijds verliest het management het ver­trou­wen van de medewer­kers, die ikacteursnoem. Anders gesteld, de managers verlie­zen hun geloofwaardigheid. De uitvoerenden (de acteurs, vandaar de letter A in onderstaande tekening) verliezen hun geloof in het leiderschap van de sponsor(de S in de tekening), wat dan aanleiding geeft tot een BOHICA (Bent Over Here It Comes Again) of, in het Nederlands, een KWAKKEL (Kopje Weg Alweer Kilo’s Kul En Larie) gevoel!

BOHICA

Deze zwarte gaten creëren een klimaat waarin de reactietijd van de organisa­tie met betrekking tot cruciale verande­ringen onaanvaardbaar groot is. Daardoor wordt de waarschijnlijkheid van ondermaatse communicatie en informatievervorming groot en daardoor de waarschijnlijkheid dat de veranderingen binnen het voorziene tijdsbestek en budget zullen worden doorgevoerd uiterst miniem.

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie kunnen merken, het succesvol transformeren van een collectieve Mindset is niet eenvoudig. Ook al omdat het veranderen van een collectieve Mindset neerkomt op het veranderen van de bedrijfscultuur. Het zou mij te ver leiden om er hier nog dieper op in te gaan. Later kunnen jullie misschien eens Hoofdstuk 3 ‘De verandering is een proces’[iv] lezen van Deel I van m’n boek ‘Creatieve Wisselwerking’ waarvan jullie elk een exemplaar hebben. In alle geval zullen de volgende delen van deze serie een uitstekende leidraad vormen voor het succesvol transformeren van Mindsets, telkens de gedeelde mening daartoe uitnodigt.



[i]
Bruce Springsteen, Quote uit Born to Run (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Columbia Records, 2018

[ii]https://www.planetebook.com/free-ebooks/the-prince.pdfpagina 42 of https://www.constitution.org/mac/prince.pdfpagina 24.

[iii]Brené Brown, Rising Strong.New York NY: Spiegel & Grau 2015.

[iv]Johan Roels, Createve wisselwerking: Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven-Apeldoorn: Garant, 2001, pp 117 – 147.


BLIJF WAKKER ! – DEEL XVI

HOE NEDERIG VRAGEN?

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

– Bruce Springsteen

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid, waar ik het in dit deel over heb, betreft het, op een nederige manier, stellen van de juiste vragen teneinde de boodschap van de ander te kunnen appreciëren. Bij vorige karakteristiek Authentieke Interactie hoorde de vaardigheid Bevragen en Bepleiten. Het doel van die bevraging was om de boodschap van de ander te kunnen begrijpen. De tweede karakteristiek, Waarderend Begrijpen, vereist dat die boodschap ook naar waarde wordt geschat. Ook, en ik stel zelfs voornamelijk, wanneer die boodschap ‘tegendraads’ is. Met andere woorden, wanneer de boodschap tegen de haren strijkt en men ze liefst van al zou dumpen. We weten ondertussen al dat we dan ‘het kind met het badwater’ wegkieperen. 

De hoogste opgave van het menselijk kennen is:

Begrijpen wat je niet begrijpen kan.

Johan Cruyff

Eloïse, Edward en Elvire, in elke boodschap zit iets nuttig. Het is de bedoeling om een volledig correct inzicht te krijgen in de stelling van de ander. Anders gesteld, het is de bedoeling die stelling correct te waarderen. Begrijpen wat je niet begrijpen kan, vereist Nederig Vragen.

Inleiding

Het is een hele kunst om in deze context de juiste vraag, op het juiste moment en op de juiste manier te stellen. Dit dient bovendien op een eerlijke wijze te gebeuren, dus respect vol. Niet vanuit de hoogte, niet sarcastisch en zeker niet spottend. Open vragen zijn aan de orde; zo weinig mogelijk gesloten vragen en zeker geen manipulerende. Men gebruikt enkel maar gesloten vragen om wat men begrijpt en waardeert te toetsen aan wat de zender heeft bedoeld. Daarbij kan de vierde vaardigheid van de vorige karakteristiek Bevestigend Parafraseren in vraagvorm worden gebruikt. Het doorlopen van het Cruciale Dialoogmodel is nu eenmaal niet lineair, maar oscillerend, een staande acht beweging als het ware tussen karakteristieken één en twee van de liggende acht

Bij deze karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen is het de bedoeling door het vragen het oordeel uit te stellen totdat een en ander waarderend begrepen is. Dus niet beoordelen en zeker niet veroordelen in de vraagstelling zelf. Daarom zijn waarom vragen meestal uit den boze. Ze kunnen veelal correct omgevormd worden in ‘Wat’ of ‘Hoe’ vragen. Dus niet zeggen: ‘Waarom heb je deze mening?” maar eerder: ‘Hoe kom je tot dat besluit?” of nog beter misschien: “Op wat baseer je je om dit zo te stellen?” Wees creatief in de vraagstelling teneinde niet bedreigend over te komen. Integendeel, men dient, wat Ed Schein in z’n boek ‘Humble Inquiry’[i] stelt, tot een nederige vraagstelling te komen. Nogmaals het stellen van vragen heeft niet als doel te oordelen of te corrigeren. De bedoeling is begrijpen en waarderen. Ik noem deze vaardigheid, in navolging van Edgar Schein, Nederig Vragen.

Who questions much, shall learn much and retain much. 

Francis Bacon 

Het stellen van bijkomende vragen is een manier om de afknalzinnen (zie deel XV) achterwege te laten. Men kan daarbij de afknalzin, die op de tong ligt, herformuleren in een prachtige vraag. Bijvoorbeeld niet zeggen: “Daar hebben wij het budget niet voor”, maar: “Hoe zie jij dit te verwezenlijken binnen onze budgettaire mogelijkheden?” Door dit te vragen geef je de ander de mogelijkheid zijn idee in detail uit de doeken te doen. 

De afknalzinnen vinden hun oorsprong in het niet eens zijn met wat de ander zegt. Men doorloopt als het ware het Cruciale Dialoogmodel aan lichtsnelheid. Wat de ander zegt, wordt negatief beoordeeld; dit brengt een emotie teweeg, waardoor gezocht wordt naar een afdoend antwoord en … dat wordt dan de gekozen afknalzin. Praktisch elke afknalzin kan echter positief geformuleerd worden. De kritiek: “Dit idee zal nooit werken”, wordt in een vraag omgebogen tot: “Hoe ga je dit idee concreet verwezenlijken?” “Dit is geen realistisch plan” kan geformuleerd worden als: “Hoe kan je de stappen van jouw plan concreet en uitvoerbaar maken?” De klacht: “Dat vergt te veel inspanning!” wordt positiever door te stellen: “Hoe kan je het gemakkelijker en eenvoudiger uitvoerbaar maken?” Deze vragen hebben iets gelijkaardigs voor ogen als de afknalzin, maar zijn heel wat positiever en daardoor productiever. 

De vaardigheid Nederig Vragen heeft de bedoeling de kritiek die in ons opwelt, met behulp van de basisconditie Nieuwsgierigheid, om te buigen in een eerlijke vraag teneinde waarderend te begrijpen. Niet alleen Waarderend Begrijpen wat de ander zegt; ook waar zijn perceptie vandaan komt. Men nodigt de ander als het ware uit zijn referentiekader voor jou duidelijk te maken. Daardoor krijgt men meer inzicht in de mindset van de ander.

De vragen die men stelt, hebben ook de bedoeling om klaarheid te brengen in de ambiguïteit waarin men zich bevindt. Maak dan ook dat je klare vragen stelt. Een klare vraag krijgt meestal ook een klaar antwoord. Een klare vraag voldoet aan de volgende voorwaarden: 

  • is begrijpelijk en zo kort mogelijk geformuleerd;
  • heeft het antwoord niet letterlijk in zich;  
  • past bij het onderwerp;
  • bestaat niet uit twee vragen tegelijk;
  • volgt het KISS-principe (Keep It Short and Simple). 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hoeven echt niet bang te zijn stomme vragen te stellen. Wanneer jullie iets niet begrijpen, wees daar eerlijk over en stel een vraag. Overigens, stomme vragen bestaan eigenlijk niet; stomme antwoorden daarentegen wel. Door vragen te stellen, tonen jullie dat jullie goede luisteraars zijn en dat jullie willen begrijpen. Soms luisteren we niet goed naar wat de ander zegt. Wij zijn te druk bezig met het reeds formuleren van onze repliek. De vaardigheid Nederig Vragen helpt ons te focussen op wat de ander werkelijk zegt.

Nederig Vragen

Nederig Vragen (Humble Inquiry) is de kunst iemand vragen te stellen waarvan je het antwoord nog niet kent. En dit met een dubbel doel: a) het standpunt van de ander te kunnen waarderen en b) een positieve relatie op te bouwen, gebaseerd op nieuwsgierigheid en interesse in de andere persoon. Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, de meeste mensen reageren, wanneer zij iets horen verkondigen – waarvan zij het nut niet inzien (uiteraard berust deze evaluatie op hun eigen, meestal vastgeroest, denkkader), niet echt kennen en niet kunnen waarderen (onbekend is onbemind) of dat als regelrecht absurd overkomt – sterk afwijzend. 

Eloïse, Edward en Elvire, Nederig Vragen zet de eerste impuls (het afwijzen) om in het nederig bevragen van het inzicht en dus de kennis van de ander. Met andere woorden, jullie bevragen die ander teneinde te weten te komen waarop zijn stelling (die voor jullie absurd of bij de haren getrokken lijkt) gebaseerd is. Jullie zich opstellen, vereist Nederig Vragen een psychologisch veilige omgeving. De juiste vragen stellen op een nederige manier zorgt ervoor dat relaties verdiept worden en problemen opgelost worden. Het is een onderdeel van de kunst echt sociaal te zijn. 

Hoe helpt het Nederig Vragen bij het bouwen van een relatie? 

We leven in een cultuur van stellen en poneren. In die cultuur vinden we het lastig vragen te stellen, laat staan dat we de vaardigheid Nederig Vragen zouden aanleren. “Wat is er dan mis met vertellen op de manier van stellen en poneren?”, hoor ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vragen. Het korte antwoord is sociologisch van aard. Poneren zorgt dat de ander zich minder voelt. Het impliceert dat de ander niet weet wat ik vertel en dat die andere persoon dat hoort te weten. Wanneer men dingen te horen krijgt, die men eigenlijk diende te weten of waar men ten minste aan had moeten denken, zal men ongeduldig worden en zichmisschien wel beledigd voelen. Dit zijn dan weer ‘kniereflex’ reacties die we kunnen missen als kiespijn. Let wel, men begrijpt wel wat de ander stelt, men waardeert het echter niet ten volle. Men dient zich kwetsbaar op te stellen. En daar hebben wij het met z’n allen nogal moeilijk mee.

De vrager stelt zich bij Nederig Vragen tijdelijk kwetsbaar op. Dit impliceert dat de andere persoon iets weet dat de vrager nodig heeft of wil weten. Daarom dient niet alleen de communicatie zuiver te zijn, de relatie dient ook optimaal te zijn. Om die relatie te verstevigen, dient de vrager de ander niet te vertellen dat hij het verkeerd voor heeft, maar dient zij of hij nederig vragen te stellen teneinde waarderend te kunnen begrijpen waar de ander het echt over heeft. Edgar H. Schein noemt het “The gentle art of asking instead of telling.” Ik vertaal dit als “De zachtaardige kunst van het vragen in plaats van het poneren.” 

Nederig Vragen is eigenlijk investeren in de relatie door de ander de volle aandacht te geven. De nederige vraag vertelt de ander: “Ik ben bereid te luisteren en me kwetsbaar op te stellen”. Het resultaat van die investering bekom ik wanneer de ander mij iets duidelijk maakt. Iets wat ik nog niet wist en wat belangrijk is teneinde een correct inzicht in de werkelijkheid te krijgen. Door die nieuwe informatie te waarderen wordt bovendien onze relatie op een hoger peil getild.

Vertrouwen bouwt zich aan mijn kant op omdat ik mijzelf kwetsbaar opgesteld heb, en omdat de ander er geen misbruik van gemaakt heeft of mij genegeerd heeft. Vertrouwen bouwt zich bij de ander op omdat ik interesse heb getoond in wat de ander te vertellen had en echt moeite doe om dit te waarderen. Een gesprek dat een vertrouwensrelatie tot stand brengt, is daarom een interactief proces waarin beide partijen investeren en iets van waarde terugkrijgen. Dit geeft ook aan dat er een wisselwerking is tussen twee karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsprocesAuthentieke Interactie en Waarderend Begrijpen.

Hoe komt het dat Nederig Vragen eigenlijk nog geen gewoonte is? 

Natuurlijk denken we te weten hoe we vragen moeten stellen, maar we realiseren ons echter niet hoe vaak onze vragen eigenlijk een vorm van poneren zijn – retorisch of om onze waarheid te testen. We zijn geprogrammeerd om te poneren in plaats van te bevragen. Dit mede omdat we leven in een pragmatische, probleemoplossende cultuur, waarin het weten van dingen en het poneren van zaken aan anderen als iets van waarde wordt gezien. Nederig Vragen wordt in die cultuur gezien als een teken van zwakte en onwetendheid, dus wordt Nederig Vragen zo veel mogelijk vermeden.

Nederig Vragenresulteert in het tonen van interesse en de bereidheid te luisteren en het waarderend begrijpen van de ander. Het impliceert ook een staat van afhankelijkheid van de ander, waardoor het wijst op een soort van hier en nu nederigheid, welke onderscheiden dient te worden ten overstaan van twee andere vormen van nederigheid.

Om Nederig Vragen goed te kunnen begrijpen moeten drie soorten nederigheid te worden onderscheiden en dit op basis van drie soorten status:

1. Standaard nederigheid.  In traditionele samenlevingen waar status wordt verkregen bij geboorte of gekoppeld is aan een sociale positie, is nederigheid geen keuze maar een voorwaarde. Iemand kan dit accepteren of er zich ver van weg houden; het kan echter niet gewijzigd worden. In de meeste culturen is de hoogste klasse een intrinsiek respect gegund op basis van de status waarmee die geboren is. 

2. Situationele nederigheid. In samenlevingen waar status wordt toegekend door de dingen die iemand bereikt heeft, neigen we ons nederig op te stellen in het bijzijn van mensen die duidelijk meer bereikt hebben dan wij dit hebben gedaan. Daarbij bewonderen we de ander en stellen we ons nederig op. 

3. Hier-en-nu nederigheid. Deze derde soort nederigheid is cruciaal voor het het nederig stellen van vragen. Hier-en-nu nederigheid betreft hoe je je afhankelijk voelt van de ander. Mijn status is op dat moment inferieur aan die van de ander omdat die ander iets weet of iets kan doen, dat ik nodig heb bij het bereiken van het doel dat ik gekozen heb. Ik dien nederig te zijn omdat ik ‘hier en nu’ van de ander afhankelijk ben. Ook hier heb ik een keuze. Ik kan uiteraard de afhankelijkheid ontkennen en vermijden dat ik mijzelf bescheiden moet voelen. Daardoor zal ik weliswaar niet verkrijgen wat ik nodig heb, namelijk een correct inzicht in de werkelijkheid. Daardoor kom ik niet waar ik komen wil. We falen eigenlijk collectief! Helaas zijn mensen vaak bereid te falen, in plaats van hun afhankelijkheid van iemand toe te geven. 

Deze derde vorm van nederigheid is in prestatiegerichte culturen moeilijk aan te leren omdat in die cultuur kennis, en het ten toon spreiden ervan, aanzien heeft. Het nederig zijn in het hier-en-nu insinueert blijkbaar een verlies van status. Wij dienen heel dringend te begrijpen dat we interafhankelijk zijn van elkaar! Hier-en-nu nederigheid is steeds meer nodig voor alle soorten leiders, managers en professionals, gezien in de huidige management realiteit wederzijdse afhankelijkheid een basisvoorwaarde is. Nederige Vragen, gehanteerd door een leider, zorgt ervoor dat zij of hij het team vraagt of haar of zijn manier van leiding geven aanslaat en daarbij openstaat voor opbouwende kritiek. Dit is nog moeilijker te leren wanneer sommige leden van het team uit een traditionele cultuur komen waarin het falen de voorkeur heeft ten opzichte van ‘gezichtsverlies’. Hopelijk bestaat dit soort bedrijfscultuur niet meer wanneer jullie aan de slag zullen gaan. Alleszins heb ik er gans m’n leven tegen gestreden. Dit reeds van bij de eerste maanden dat ik in ‘den Kuhlmann’ als ingenieur was gestart. Eloïse, Edward en Elvire, hier m’n verhaal uit 1971 (jullie moeder was toen nog niet geboren!):

Ik liep mee in de ploegendienst, als een soort ‘vijfde wiel aan de wagen’. Ik had daarvoor de toelating gevraagd aan m’n toenmalig directeur Nicolas Kopylov, die mij voorspelde dat ik binnen de week zou afhaken. Mede door de zeer stroeve en moeilijke opstart van de eenheid ‘Contact 3’ liep ik uiteindelijk een kleine zes maand ploegendienst. Na een volledige cyclus – morgendienst, avonddienst en nachtdienst – haakte ik mij voor de volgende cyclus vast aan een andere ploeg. Wanneer ik Bruce Springsteen hoor zingen: “I learned more from a three minute record, than we ever learned at school”[ii], parafraseer ik die quote steevast als “Ik heb, in de zes maand dat ik ploegendienst liep, meer geleerd dan gedurende de vijf jaar aan de Rijksuniversiteit Gent (RUG).” 

Uiteraard had ik praktisch geen ‘hands on’ kennis van het runnen van een zwavelzuureenheid. Wat mij echt opviel was dat m’n ploeggenoten steeds vragend naar mij keken telkens er zich een technisch probleem voordeed. Ik was tenslotte burgerlijk ingenieur, toch?!? Toen ik hen eerlijk stelde dat ik de oplossing van het probleem niet kende, keken ze verbaasd. Ik vroeg hen toen: “Wat zouden jullie doen indien ik iets zou voorstellen, waarvan jullie zeker zijn dat het niet, of zelfs averechts zou werken?” antwoorden ze: “Dan voeren wij uw idee zonder verpinken uit!” Ik stelde dat dit toch zinloos was, waarop ze antwoorden: “De ingenieur heeft altijd gelijk, ook al heeft hij ongelijk. Wij zijn maar arbeiders.” Ik heb hen toen duidelijk gemaakt dat ik niet zo’n ingenieur was en dat ik met hen ploegendienst deed teneinde van hen te leren. In elk van de vier ploegen heeft dit scenario zich herhaald. De arbeiders volgden de bevelen van de ingenieur op, ook wanneer ze pertinent wisten dat die waardeloos waren. Ze gaven wel toe dat ze vaak in hun vuistje lachten, edoch wel uit het zicht veld van de ingenieur in kwestie … Heel vlug maakte ik hen duidelijk dat zij mij mochten terechtwijzen en dat ik dit niet zag als ‘gezichtsverlies’, eerder als een natuurlijk onderdeel van m’n leerproces.

Je zou kunen zeggen dat nederigheid een van m’n kernwaarden is. Hoewel dat niet altijd zichtbaar is. Dit omdat ik de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, Authentieke Interactie, van binnenuit beleef, en dat is overduidelijk zichtbaar.  Dat ik in wezen nederig ben, heeft uiteraard te maken met m’n opvoeding. Zoals jullie Eloïse, Edward en Elvire, waarden meekrijgen van jullie moeder, Daphne, kreeg ik ze mee van mijn ouders. Niettegenstaande ik de eerste (en wat later bleek de enige) van ons huisgezin van zeven kinderen was die universitaire studies aanvatte, zorgde vader Roels er voor dat ik niet ‘naast m’n schoenen begon te lopen’. Wat men er aan de RUG gedurende de week trachtte in te pompen – dat we als burgerlijk ingenieur een uitzonderlijke status zouden bekomen – werd er door vader Richard, op z’n eigen humoristische manier, gedurende het weekend netjes ‘uitgeklopt’. Ik ben hem er, eerlijk gezegd, nog steeds dankbaar voor. Slechts veel later begreep ik ten volle – uit het waarderend begrijpen van Charlie Palmgren’s wijsheid – dat  iedereen dezelfde Interinsieke Waardeheeft en dat de extrinsieke waarde die men verwerft vooral te maken heeft met de kansen die men krijgt. Men dient die uiteraard te grijpen, maar daarom dient men zich niet beter te achten dan een ander!

Wat betekent nederigheid eigenlijk? De essentie kan ik in vijf punten geven. Ik heb die in de loop der jaren met vallen en opstaan geleerd. Ik geef ze jullie, Eloïse, Edward en Elvire, hierbij mee:

  1. Nederig zijn betekent dat men zichzelf accepteert zoals men werkelijk is. Iemand die zowel het Creatief wisselwerkingsproces als de Vicieuze Cirkelin zich heeft. Iemand die weet hoe die laatste te ontzenuwen. Iemand die niet overgevoelig is voor de bedreigigingen van z’n ego. Want hij die weet dat z’n ego niets anders is dan z’n gecreëerde zelf die voor verbetering vatbaar is
  2. Nederige mensen zijn niet zo begaan met hun ego in enge zin. Zij timmeren daarentegen wel aan de weg naar hun Originele Zelf;
  3. Nederige mensen staan daarbij open voor nieuwe inzichten, zowel over de wereld om zich heen als over zichzelf. Ze weten dat ze de waarheid niet in pacht hebben. Ze maken zich geen zorgen dat ze misschien zullen afgaan, wanneer ze iets met stelligheid beweren (een gevolg van het beleven van Authentieke Interactie). Want ze weten dat dit een onderdeel is van een gezond leerproces. Ze staan ook na iedere miskleun sterk weer op!; 
  4. Nederige mensen kennen zichzelf goed. Ze nemen ook verantwoordelijkheid op zich telkens ze iets fouts hebben gedaan;
  5. Nederige mensen zijn er ook van overtuigd dat iedereen dezelfde Intrinsieke Waarde heeft. (zie Deel IV).

Anders gesteld: “Humility is not thinking less of yourself, but thinking of yourself less.” Deze quote wordt op het internet steevast toegeschreven aan C.S Lewis; hij is echter Rick Warren[iii]. Op zich een prachtige quote, wat niet niet wegneemt dat wat Lewis echt schreef volgens mij nog diepgaander was. Oordeel zelf maar Eloïse, Edward en Elvire:

Do not imagine that if you meet a really humble man he will be what most people call ‘humble’ nowadays: he will not be a sort of greasy, smarmy person, who is always telling you that, of course, he is nobody. Probably all you will think about him is that he seemed a cheerful, intelligent chap who took a real interest in what you said to him. If you do dislike him it will be because you feel a little envious of anyone who seems to enjoy life so easily. He will not be thinking about humility: he will not be thinking about himself at all.

If anyone would like to acquire humility, I can, I think, tell him the first step. The first step is to realise that one is proud. And a biggish step, too. At least, nothing whatever can be done before it. If you think you are not conceited, it means you are very conceited indeed.[iv]

Dit is de ongebreidelde C.S. Lewis. Voor hem zal, de echt nederige man “niet denken over nederigheid, hij zal helemaal niet denken over zichzelf.” Dit echt inzien begint met het toegeven dat men zich zichzelf meestal hoger inschat dan nodig; want schrijft Lewis: “als je denkt dat je niet verwaand bent, dan ben je juist zeer verwaand”.

In een nieuwe en dubbelzinnige situatie zullen mensen veelal terugvallen op hun eigen culturele regels en kunnen ze, voor wie die regels niet kent, onverwacht handelen. Een leider van een multicultureel team die erg graag open communiceert, zal de vaardigheid Nederig Vragen inzetten om een goede relatie op te bouwen met de teamleden, hen psychologisch veilig te latenvoelen en hen in staat te stellen om de problemen die zich voordoen samen op te lossen.

Vragen stellen is zowel een wetenschap als een kunst. Professionele vragenstellers, zoals enquêteurs, hebben decennia onderzoek gedaan over hoe vragen te stellen om antwoorden te krijgen die ze willen bekomen. Effectieve therapeuten, counselors en consultants hebben deze kunst opgetild een hoger niveau. De meeste van ons, echter, hebben zich nog niet afgevraagd hoe vragen gesteld dienen te worden in de context van alle daagse gesprekken, laat staan wanneer het er echt toe doet. 

Wat we vragen, hoe we het vragen, waar we vragen en wanneer we iets vragen, zijn belangrijke aspecten van Nederig Vragen.De kern van Nederig Vragen gaat verder dan onverbloemd vragen stellen. Het type vragen waar ik het hier over heb, steunt op een houding van interesse en nieuwsgierigheid. Dit veronderstelt een drang een relatie op te bouwen die zal leiden naar een sterkere mate van open communicatie. Het suggereert ook dat iemand zich kwetsbaar opstelt, en daarmee de energie opwekt voor een positieve, op hulp gerichte, houding bij de ander. Zo’n houding laat zich, naast de specifieke vraag die we stellen, zien in de diverse gedragingen. Het is een empathische manier van vragen stellen, en helemaal niet sarcastisch of uit de hoogte, integendeel! Soms tonen we een bepaalde mate van interesse door onze lichaamstaal en/of het laten vallen van stiltes, waardoor de andere persoon aangezet wordt om te praten, zonder dat we zelf iets gezegd hebben. Door de nieuwsgierigheid aan te zwengelen, vermindert de eigen ‘bias’ en zet ik mijn aannames en vooroordelen even aan de kant. Men geeft wel de onwetendheid toe. Want men kan de stelling van de ander maar moeilijk waarderend begrijpen; daartoe is de hulp van de ander nodig.

Wanneer ik in de nederig vragen modus ben, wil ik echt waarderend begrijpen hoe de ander de werkelijkheid ziet. Daarbij maak ik mezelf ‘leeg’ en zet eigen vooroordelen en percepties on hold. Nederig vragen stellen heeft te maken met het eigen ego en z’n Monkey Mind het zwijgen op te leggen. Want die wil toch enkel maar ‘gelijk krijgen’. Nogmaals, ik heb de waarheid niet in pacht! Bovendien vertel ik m’n waarheid niet bij Nederig Vragen. Anders gesteld, ik vertel dus geenszins hoe ik het zie (daar had ik al de gelegenheid toe in vorige karakteristiek). Ik bevind mij echt in de bevragingsmode en laat de ander in de vertelmode. Ik vraag dus nederig omdat blijkbaar de ander iets doorziet, wat ik helemaal niet begrijp. Die ander heeft dezelfde Intrinsieke Waardeals ik en bovendien ziet zij of hij iets, wat ik helemaal niet doorheb. 

Je gaat het pas zien als je het doorhebt.

Johan Cruyff

Ik koppel dus m’n nederigheid aan m’n nieuwsgierigheid (“Hoe komt het toch die ander iets ziet wat ik niet zie?!?) en beoefen de Nederig Vragenvaardigheid. Ik ga er ook van uit dat de ander authentiek zal antwoorden op mijn nederige vragen en geen ‘politiek correcte’ antwoorden zal geven. Nogmaals, het doel van Nederig Vragenis de ander ten volle begrijpen op een waarderende manier. Ik aanvaard daarbij dat, hoe de ander de werkelijkheid ziet, wel degelijk legitiem is!

Gevoelens bij de hier-en-nu nederigheid zijn de basis van nieuwsgierigheid en interesse. Als ik aanvoel dat ik iets van de ander kan leren of iets van de ander wil horen, zal dit mij tijdelijk afhankelijk en kwetsbaar maken. Het is precies deze tijdelijke ondergeschiktheid die ervoor zorgt dat ik mij psychologisch veilig voel, waardoor de kansen vergroot worden dat de ander mij zal vertellen wat ik nodig heb en wat mij helpt om de boodschap diepgaand te kunnen waarderenAls de ander deze situatie uitbuit, liegt, er misbruik van maakt of iets vertelt waar ik niets mee kan aanvangen, zal ik dit haar of hem duidelijk maken. Indien integendeel, de ander mij vertelt wat ik weten moet en mij daardoor helpt waarderend te begrijpen, is de start van een positieve relatie gemaakt. 

Nederig Vragen in deze context suggereert uiteraard dat je vragen stelt. Echter niet zomaar een vraag. Het dilemma in de cultuur binnen de Westerse wereld is dat men blijkbaar het onderscheid niet ziet tussen Nederig Vragen en andere manieren van vragen zoals leidend vragen, retorisch vragen, vernederend vragen of statements in de vorm van een vraag, welke bewust provocatief zijn en bedoeld zijn om de ander zich minder goed te laten voelen. Als leiders, managers en alle soorten professionals in staat zijn de vaardigheid Nederig Vragen van binnenuit te beleven, zullen ze aandachtig de verschillen leren kennen tussen de mogelijke vragen die gesteld kunnen worden en kiezen voor Nederig Vragen, hetgeen bijdraagt aan het bouwen van een gezonde relatie. 

Socrates

Socrates, de Griekse filosoof uit de vijfde eeuw voor Christus, had zo zijn eigen methode om vragen te stellen. Hij was de meest wijze man uit zijn tijd, want hij wist dat hij weinig wist. Eloïse, Edward en Elvire, van hem komt overigens mijn lijfspreuk: “Ik ben een wijs man, want ik weet dat ik het niet weet”. Tussen haakjes, ik hoop wel dat een beter lot dan het zijne mijn deel mag zijn. Die instelling is ook nuttig, omdat de Socratische vraagstelling de kennis van de ander verheldert en jouw waarderen van die kennis aanscherpt. De Socratische vraagstelling heeft tot doel nieuwe ideeën naar waarde te schatten. Dat is nu juist de bedoeling van deze karakteristiek: Waarderend Begrijpen wat de ander weet. 

Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemersaan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

Ervaring. Dat heb je of dat heb je niet.

Johan Cruyff

De vragen die hier kunnen gebruikt worden zijn: 

  • Wat bedoel je wanneer je zegt: “_______________”?
  • Wat is voor jou het belangrijkste element in jouw betoog?
  • Hoe verhoudt “__________” zich tot “____________”?
  • Kan je dit eens op een andere manier zeggen?
  • Begrijp ik je nu goed, wil je dit “__________” of dat “_________” zeggen?
  • Hoe is wat je zegt verbonden met de cruciale vraag?
  • Kan jij een voorbeeld geven?
  • Zou “__________” daar een goed beeld van zijn?

Om bovendien de aannames, die de ander gebruikt, te kunnen begrijpen, kunnen de volgende vragen gesteld worden: 


  • Waarop is je stelling gebaseerd?
  • Is je redenering gebaseerd op deze aanname: “___________”?
  • Ik heb de indruk dat je aanneemt dat “___________”; 
  • Heb ik het correct voor?
  • Indien ik je goed begrijp, bedoel je dat “_____.” Klopt dat?”

Een ander kenmerk van sommige vragen is dat zij explorerend of onderzoekend zijn. Daarmee exploreert men het referentiekader van de ander. Het zijn vragen die ingaan op, en aansluiten bij wat de ander zegt. Men vraagt als het ware door. Daarbij concentreert men zich volledig op wat de ander zegt zonder de eigen mening daarin te betrekken. 

Doorvragen is zowat de ultieme manier om te kunnen appreciëren wat de ander zegt. 

Echt doorvragen gebruik je wanneer je het gevoel hebt dat de ander: 

  • niet alles vertelt (Wat is er nog meer dat ik moet weten om je goed te kunnen begrijpen?);
  • onduidelijke argumenten gebruikt (Wat is nu juist jouw argument?) ;
  • ongebruikelijke woorden gebruikt (Wat bedoel je juist met dat woord: “_____?”) 
  • tegenstrijdige informatie geeft (Je zei, naar ik begrepen heb, net dit “_____ “en nu hoor ik je dat “_____” zeggen. Kan je mij een en ander verduidelijken?”)

[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii] Edgar H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.  San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[iii]Bruce Springsteen. Quote uit de song ‘No Surrender’ van het album ‘Born in the USA’, Colombia records, 1984.

[iv]Rick Warren. The Purpose-Driven Life,  http://takfiknamati.tv/en/wp-content/uploads/2016/04/Rick-Warren-The-Purpose-Driven-Life-What-on-Earth-Am-I-Here-For.pdf, Day 19, “Cultivating Community.” 2002, Page 148.

[v]C.S. Lewis Mere Christianityhttp://www.samizdat.qc.ca/vc/pdfs/MereChristianity_CSL.pdf, Book 3, Chapter 8, “The Great Sin,” 2014 (first published in 1952, based on as series of BBC radio talks made by Lewis between 1942 and 1944), page 71.



BLIJF WAKKER ! – DEEL XIV

DE 2DE KARAKTERISTIEK VAN CREATIEVE WISSELWERKING: WAARDEREND BEGRIJPEN

The dogs on Main Street howl,

because they understand.

If I could take one moment into my hands…


Mister, I ain’t a boy; no, I’m a man.


And I believe in a promised land.

– Bruce Springsteen[i]

Promised Land – Darkness on the Edge of Town – 1978

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In dit deel zal ik dieper ingaan op de tweede karakteristiek: Waarderend Begrijpen

Deze karakteristiek volgt ‘normaal’ op de vorige: Authentieke Interactie (Deel VIII). Ze kan echter ook volgen op de derde karakteristiek Creatief Integreren, waarover in een later deel meer. Hoewel ik in deze serie het Creatief wisselwerkingsproces lineair voorstel, verloopt het in werkelijkheid allesbehalve lineair; ik zou zelfs durven stellen, meestal regelrecht chaotisch. Waarderend Begrijpen is een cruciaal onderdeel van dit proces. Wat begrepen of geleerd werd, binnen elke karakteristiek van het proces, dient ook gewaardeerd te worden. Anders gesteld, enkel de boodschap ten volle begrijpen is onvoldoende. Begrijpen alleen kan immers leiden naar afwijzing van wat begrepen werd: “Nu ik jouw mening ten volle begrepen heb, kan ik zeggen dat ik nog nooit iets zo onzinnigs heb gehoord!” en daardoor zorgen voor heel wat moeilijkheden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de ander waarderend te begrijpen.

Kortom, de diversestandpunten, die aan bod komen door Authentieke Interactie, dienen niet alleen begrepen te worden, zij dienen vooral gewaardeerd te worden. Men dient het standpunt van waaruit de ander opereert, te waarderen. Men dient het mentaal model van de ander, haar of zijn referentiekader, als legitiem te aanvaarden. Dit wil geenszins zeggen dat men met dit standpunt dient akkoord te gaan. Waarderend Begrijpen heeft alles te maken met respect voor elkaars meningen en voor de denkkaders waaruit deze ontspruiten. En vanuit dit respect zal men de ander begrijpen én appreciëren.

Normaal gesproken proberen we altijd eerst zelf begrepen te worden. Inderdaad is het zo dat de meeste mensen niet luisteren met de bedoeling de ander te begrijpen. Ze luisteren om een gevat antwoord te kunnen geven. Men is dus of zelf aan het woord of men bereidt zich voor om het woord over te nemen. Mensen filteren ook zowat alle data gebruik makend van hun eigen mentale modellen of paradigma’s. We gaan daarbij veelal uit van ons eigen grote gelijk. Onze gesprekken zijn daardoor vaak een verzameling monologen. We begrijpen blijkbaar nooit echt wat zich afspeelt in het hoofd van de ander.

Eloïse, Edward en Elvire, om begrijpend te luisteren, dienen we empathisch te luisteren. Ik bedoel daarmee dat we luisteren met de intentie de ander ten volle te begrijpen. Empathisch luisteren is meevoelend luisteren en houdt in dat men zich verplaatst in het mentaal model van de ander. Men bekijkt de wereld van uit het standpunt van de ander. Anders gesteld, men plaatst zich in het paradigma van de ander.

Probeer eerst waarderen te begrijpen

Vooraleer waarderend begrepen te worden.

– Sint Franciscus van Assisi

Dit gezegde, dat inderdaad aan Sint Franciscus toegeschreven wordt, werd door Stephen K. Covey in z’n boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ enigszins afgezwakt tot “Probeer te begrijpen vooraleer begrepen te worden.”[ii]

Voorwaarden

Deze prachtvorm van menselijke interactie is echter niet met iedereen mogelijk, of op eender welk ogenblik in iemands levensverhaal. Aan die interactie zijn namelijk een paar voorwaarden verbonden. Indien niet aan deze voldaan wordt, dan lukt die interactie ofwel totaal niet, of het lukt ze in het begin schijnbaar wel en leidt ze later alsnog tot onaangename complicaties.

Waarderend Begrijpen heeft nood aan volgende twee basiscondities: Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met onzekerheid (tolerant zijn t.o.v. ambiguïteit). De nieuwsgierigheid zet aan om nederig vragen te stellen te zijn. Het kunnen omgaan met onzekerheid, of het tolerant zijn t.o.v. ambiguïteit, zorgt ervoor dat men niet doorschiet in een ‘jump to conclusion’-gedrag of als groep terecht komt in het zo verraderlijke Groepsdenken. Over deze voorwaarden voor Waarderend Begrijpen, Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met onzekerheid, zal ik het in volgende column uitvoerig hebben (Deel XV).

Appreciatie (Appreciërend begrijpen is een synoniem van Waarderend Begrijpen)kan, zoals ook Authenticiteit, op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Appreciatie wordt in deze context gebruikt in de zin van accurate inschatting en kritische beoordeling. Het is dus een poging om de ganse reikwijdte van feiten en waarden, zowel positieve als negatieve te bekomen. Het gaat dus om een ‘het één en het ander’ appreciatie. Deze is gebaseerd op de stelling dat elke persoon, elk idee, elke gebeurtenis of situatie zowel positieve als negatieve aspecten heeft. Appreciatie omvat ook empathie en de kunst de werkelijkheid te observeren met de ogen van de ander. Anders gesteld, het is het vermogen om de werkelijkheid te zien vanuit het denkkader of het perspectief van de ander en daarbij hun aannames, overtuigingen, waarden en redeneringen diepgaand te begrijpen.

Nogmaals, dit betekent dat, indien we willen Waarderend Begrijpen, we beiden dienen te zijn: nieuwsgierig betreffende het denkkader van de ander en tolerant t.o.v. de ambiguïteit dat dit denkkader kan teweegbrengen. Wanneer iemand iets stellig poneert (Authentieke Interactie) dat ons tegenvoets neemt, is het mogelijk dat we diens stelling wel degelijk begrijpen en er toch onderste boven van zijn. Hoe komt het toch dat die ander iets beweert dat wij niet ‘as such’ zien, laat staan ervaren? Eerder dan de stelling af te wijzen, trachten we die waarderend te begrijpen. Dit doen we door zowel nieuwsgierig te zijn (“Hoe komt het toch dat de ander de werkelijkheid toch ze wezenlijk anders ziet dan ik?”) als tolerant te zijn voor de onzekerheid die een en ander teweegbrengt. Charlie Palmgren gaat nog een stapje verder wanneer hij beweert dat we dienen te leren ‘ambiguïteit te omarmen’. Inderdaad, wat wij zien wanneer we ‘door de ogen van de ander kijken’ en die appreciëren zoals zij of hij is, ziet er vaak totaal anders uit dan hetgeen wij zien. Waarderend Begrijpen is leren van de verschillen, van de distincties, in plaats van deze te laten uitgroeten tot polariteiten. Waarderend begrijpen houdt zich verre van polarisatie. Waarderend Begrijpen betekent, wat uniek en origineel is in het denken en het perspectief van de ander, niet alleen begrijpen, maar ook waarderen en bovendien die waardering ook laten blijken. Waarderen betreft in dit verband zowel de positieve aspecten als de negatieve kantjes betreffende dat denken en specifiek perspectief. Waarderend Begrijpen is het antidum tegen de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, bij Waarderend Begrijpen zetten wij ons vermogen in om tijdelijk geen aandacht te schenken aan de gedachtestroom van onze eigen ‘Monkey Mind’. De bekende fysicus David Bohm zei vaak: “Normally, our thoughts have us rather than we having them.” Vrij vertaald klinkt dat als volgt: “Onze gedachten hebben ons eerder, dan dat wij gedachten hebben.” Het voor een tijdje opschorten van onze mening betekent niet dat wij ons eigen mentaal model vernietigen of totaal afzweren. Het is eerder zo dat we voor eventjes onze aannames aan de kant zetten teneinde de aannames van de ander waarderend te kunnen begrijpen. Langzaamaan hebben wij door dat onze mentale modellen onderdeel zijn van ons brein. En terwijl we ons helder bewust worden van onze gedachten, beginnen deze minder invloed te krijgen op wat we echt zien. Opschorten van onze mening laat ons toe “ons zien écht te zien.”

Het opschorten start wanneer we onze greep op onze huidige gedachten lossen en er enkel maar notie van nemen. In mijn taal geparafraseerd: wij zijn ons helder bewust van onze opkomende gedachten en vertikken het die in te kleuren. We schorten als het ware ons gekleurd bewustzijn op! Deze gedachten gaan daardoor niet direct weg, we verspelen er wel niet zo veel energie aan dan wanneer we eraan vastgeklonken blijven. Wij dienen dus gedachten kunnen loslaten. Daarbij denk ik altijd aan een verhaal over twee monniken; waarvan er tientallen versies bestaan. Hier parafraseer ik de versie van de Amerikaanse singer-songwriter David Olney[iii]:

Het is het verhaal van twee Boeddhistische monniken die op pelgrimstocht waren. Ze waren al maanden op weg en hadden reeds een grote afstand afgelegd toen ze bij een brede rivier aankwamen. Aan de oever ervan stond een prachtige jonge vrouw. Zij was misschien 19 jaar of zelfs maar zeventien. In alle geval, toen de monniken dichter kwamen riep de jonge dame hen toe: “Oh Heren! Kunnen jullie mij helpen? Ik moet naar de overkant van deze rivier en dat kan ik nooit op m’n eentje, kunnen jullie mij helpen?” De monniken keken elkaar aan, want zij hadden de gelofte van kuisheid afgelegd. Ze hadden met name gezworen dat ze niet in verleiding zouden komen. Dan keek de oudste monnik het meisje aan en sprak: “Ja, ik zal je helpen.” Hij nam haar in z’n armen en droeg haar dwars door de rivier naar de andere oever, gevolgd door de jonge monnik. Daar aangekomen plaatste hij haar behoedzaam terug op de grond. Zij vervolgde haar weg en de twee monniken zetten hun pelgrimstocht in een andere richting voort.

Na ettelijke mijlen doorgestapt te hebben zei de jongere monnik tot de oudere: “Oh Broeder, ik ben zeer bezorgd. Je hebt de gelofte van kuisheid afgelegd. Je hebt gezworen dat je nooit zou verleid worden door vrouwelijk vlees. Je hebt die mooie jonge vrouw over de rivier gedragen en je voelde haar in jouw armen. Ik ben zeer bezorgd en bang dat je misschien in verleiding bent gekomen.” De oudere monnik antwoorde: “Inderdaad, ik heb dat prachtig meisje over de rivier gedragen. Daar heb ik haar terstond terug neergezet. Waarom ben jij haar nog steeds aan het dragen?”  

Wanneer we het vermogen om op te schorten ontwikkelen, komen we in alle hevigheid de ‘angst, oordeel en gekakel’, van wat m’n vriend Charlie Palmgren de ‘Monkey Mind’ noemt, tegen. Die ‘Monkey Mind’ is volgens mij de mind van de gecreëerde zelf wanneer de Vicieuze Cirkel de overhand neemt. De ‘Monkey Mind’ gaat regelrecht in tegen creativiteit. Eens te meer een teken van de eeuwige strijd tussen Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel.

Howard Gardner deed ooit een studie die in lijn ligt met een studie die we reeds citeerden (zie de studie van Paul Iske in deel VII). Ik heb het hier over het ‘Project Zero’ van de Harvard University dat de intelligentie van baby’s bestudeerde. Niet alleen werden baby’s getest, ook kinderen en jongvolwassenen. De onderzoekers vonden dat tot de leeftijd van vier jaar bijna alle de kinderen het niveau ‘genie’ haalden. Daarbij onderzochten ze meerdere intelligentiekaders die Gardner vastlegde[iv]: visueel-ruimtelijke intelligentie, kinesthetische intelligentie (de vaardigheid om je lichaam met grote precisie te gebruiken), muzikale intelligentie, interpersoonlijke intelligentie, mathematische intelligentie, intra persoonlijke intelligentie, en taalkundige intelligentie. De globale intelligentie, die tot de leeftijd van kleuters het genie niveau haalde, was bij tienjarigen gezakt tot tien percent van dit niveau. Bij jongvolwassenen zakte dit intelligentie niveau zelfs tot een schamel twee percent van het niveau van kleuters[v].

Velen hebben zich afgevraagd waar die intelligentie naar toe is gegaan. Mijn persoonlijke visie is “De intelligentie is nergens naartoe gegaan, ze werd opgeslorpt door de Vicieuze Cirkel.” Het opschorten van het oordeel van de ‘Monkey Mind’ geeft de aangeboren creativiteit weer een kans. Want die ‘Monkey Mind’ slaakt kreten als “Dat is een stom idee” en “Jij kunt dat niet!”, en het zijn juist die kreten die het creatief wisselwerkingsproces afremmen.

Praktisch vereist het opschorten van de eigen gekleurde mening geduld en voornamelijk de wil om de vooringenomen denkkaders of mentale modellen uit te schakelen. Opdat deze niet zouden kunnen verhinderen dat we zien wat er te zien is. Dit laatste komt dus neer op het reeds behandelde observeren van de werkelijkheid zoals die is en dit zonder er direct conclusies – betreffende wat die observaties zouden kunnen betekenen – aan vast te knopen. Wij geven ons de luxe om de ogenschijnlijke niet gerelateerde stukken informatie de tijd te geven totdat we de situatie op een frisse en totaal nieuwe manier kunnen begrijpen.

Aannames opschorten is gemakkelijker gezegd (of neergeschreven in dit geval) dan gedaan. De druk om een mening te poneren, een oplossing te creëren is in onze huidige gemeenschap enorm. Dat die druk vaak aanleiding geeft tot het verderfelijke ‘Groepsdenken’, beseffen we niet steeds. En dat terwijl echte doorbraken gerealiseerd worden wanneer mensen leren de tijd te nemen om even halt te houden en daarbij hun aannames kritisch tegen het licht te houden.

Het is opmerkelijk dat wanneer we geconfronteerd worden met een mening betreffende de werkelijkheid die sterk afwijkt van de onze, we geconditioneerd zijn om, wat ik m’n boek een Sophie Choice[vi] genoemd heb, uit onze mouw te toveren. We denken namelijk dat er slechts twee opties zijn: onze mening verdedigen en doordrukken of ons in stilzwijgen hullen. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al begrepen. Dit is alweer eens een geval van ‘fight, freeze or flight’: ofwel gaan we in de aanval, verstijven we of vluchten we weg van de wijsheid van de ander. Opschorten is de andere mogelijke reactie die veel te weinig gebruikt wordt. Deze is nochtans noodzakelijk om de mening van de ander te kunnen waarderen. Hierbij gaat het niet zozeer om de vaardigheid ‘de eigen mening goed voor te stellen’, maar vooral om de vaardigheid ‘nederig naar de mening van de ander, én de onderliggende redenen ervan’, te vragen. En dit laatste op een eerlijke manier. We komen daar nog later op terug in de column “Hoe nederig vragen?” (Deel XVI).

Normaal gezien zijn we zo opgeslorpt door de inhoud van onze gedachten dat we ons beginnen vereenzelvigen met deze gedachten en ons niet meer helder bewust zijn van het feit dat we naast het gekleurd bewustzijn ook een puur, helder bewustzijn hebben. Dus om echt de boodschap van de ander te kunnen waarderend begrijpen, dient onze geest te oscilleren tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Ook dit toont aan dat het creatief wisselwerkingsproces niet lineair verloopt.

Eloïse, Edward en Elvire, dit alles heeft veel te maken met wat in zowel de christelijke als oosterse religie ‘contemplatie’ wordt genoemd. Contemplatie is een andere term voor beschouwing. De term stamt van het Latijnse contemplatio. Letterlijk betekent het: “het scheiden van iets uit zijn omgeving”. Contemplatio is dan weer de Latijnse vertaling van het Griekse theoreia. Om waarderend te kunnen begrijpen dienen we voor een stuk een ‘contemplatieve persoon’ te zijn. Meestal denken we dan aan monnikken (zowel Oosterse als Westerse en vrouwelijke als mannelijke), filosofen en theoretici. Een ‘contemplatief leven’ is een leven gewijdt aan nadenken over het leven en de zin ervan. Een ervaren contemplatief is zich helder bewust van de cognitieve processen die zich in haar of zijn brein ontvouwen en hoe die verantwoordelijk zijn voor emoties en dus een gevaar betekenen voor het te snel doorschieten in het vormen van conclusies (het zogenaamde ‘jump-to-conclusion’-gedrag). De contemplatieve persoon, die per definitie veel mediteert, leert daardoor zijn verschillende bewustzijns (helder én gekleurd) in belans te houden en van binnen uit te beheersen. Daardoor wordt die meditator hoe langer hoe meer helder bewust, vrij van de mentale constructies en automatische denkprocessen (van de ‘Monkey Mind’). Volgens de Boeddhisten weet de meditator de Originele Zelf goed te onderscheiden van de gecreëerde zelf en weet zij of hij dat de gecreëeerde zelf met z’n kooi – de Vicieuze Cirkel – de oorzaak zijn van het lijden. De contemplatief is er ook van overtuigd dat, door wijs te worden, die oorzaken kunnen worden ontzenuwd. Ten slotte ziet een getrainde contemplatief de realiteit correcter en als interafhankelijke gebeurtenissen.

Het helder bewustzijn heeft het voordeel dat het ‘verlichting’ mogelijk maakt en dit omdat het mogelijk maakt helder bewust te zijn van zowel de externe als de interne wereld. Het helder bewustzijnmaakt het ook mogelijk het verleden terug op te roepen, zich de toekomst voor te stellen terwijl men zich ten volle helder bewust is van het heden, het nu!

Ook het Boedhisme heeft twee verschillende begrippen voor wat ik helder bewustzijn en gekleurd bewustzijn noem. Het pure bewustzijn (pure awareness) wordt het ‘subtiel’ bewustzijn genoemd en het gekleurd bewustzijn het ‘grof’ bewuszijn. Ook bij hen is het subtiel bewustzijn verbonden met het observeren, zonder interpreteren, van de werkelijkheid en het grof bewustzijn met de complexe wereld van het waarnemen, het percipiëren en het interpreteren. Door het ‘grof’ bewustzijn worden zaken met elkaar verbonden en worden emoties gevormd als reactie op uitwendige gebeurtenissen en inwendige hersenspinsels. Het ‘subtiel’ bewustzijn echter wordt niet verduisterd, noch gewijzigd door de inhoud van de opkomende gedachten (van de ‘Monkey Mind’); het ‘subtiel’ bewustzijn is onvoorwaardelijk en ongewijzigd.

Dit wil niet zeggen dat men bij het opschorten van het inkleuren van gedachten men een inspanning doet om tebeletten dat die gedachten opkomen. Gedachten komen nu eenmaal spontaan op. Wat wel gebeurt is dat wanneer gedachten opkomen die direct losgelaten worden. Bij wijze van spreken worden zenaar de uitgang geleid zonder dat ze gevolgen kunnen creëren. Zonder ze te verdrukken laten we gedachten verdwijnen van zodra ze opkomen. De gedachten en percepties komen uiteraard op, men kan dit fenomeen nu eenmaal niet vermijden. Men laat deze echter vanzelf verdwijnen. Dit laatste door er geen aandacht aan te besteden. Door er geen energie in te steken of aan te geven. Het heeft geen nut om gedachten te voorkomen die er sowieso al zijn. Men kan wel voorkomen dat ze jouw geest inpalmen.

Wanneer het helder bewustzijn z’n werk gedaan heeft en men de boodschap ‘puur’ begrepen heeft, is de tijd gekomen om daar een gedeelde mening aan te geven door de verschillende meningen met elkaar te vermengen tot een inhoud die voor eenieder aanvaardbaar is. Uiteraard is nu het gekleurd bewustzijn aan zet. Want het waarderen is gebaseerd op het gekleurd bewustzijn, dat per definitie duaal is. Men kleurt wat men heeft geobserveerd in en gebruikt daarbij het kleurenpalet van de beschikbare mentale modellen. Let wel, niet enkel uw persoonlijk gekleurd bewustzijn, ook dit van ieder ander in de dialoog. Het is de bedoeling om een Gedeelde Mening te creëren en daartoe dient elkeen wat zij of hij heeft waargenomen in vraag durven stellen. Dit gebeurt op een integere manier, men schetst eerlijk hoe men de gegevens, de boodschap waardeert en staat open voor de waardering ervan door de ander.  

En de verschillende meningen worden hierbij gewaardeerd. Hiertoe worden een viertal vaardigheden ingezet, waarover in latere columns meer:

  • Hoe nederig vragen? (Deel XVI);
  • Hoe ‘plussen’ vinden achter de ‘min’? (Deel XVII);
  • Hoe verschillende inzichten integereren? (Deel XVIII);
  • Hoe Mentale modellen in vraag stellen? (Deel XIX).

[i]Bruce Springsteen, Quote uit de song Promised Landuit het album Darkness on the Edge of Town.Columbia Records, 1978.

[ii]Stephen, E. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam-Antwerpen: Contact. 1993, blz. 214.

[iii]David Olney. Intro van Women Across The River (feat. Sergio Webb) uit het album Holiday in Holland, Strictly Country Records, 2016.

Hier het intro en de beklijvende song

[iv]http://infed.org/mobi/howard-gardner-multiple-intelligences-and-education/

[v]Howard Gardner, Frames of Mind; The Theory of Multiple Intelligences. New York NY: Basic Books, 1993 (originele publicatie1983).

[vi]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012, bladzijde 272.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XIII

HOE BEVESTIGEND PARAFRASEREN?

The character in Bruce Springsteen’s song “The Ghost of Tom Joad” is visited by an apparition, the Joad character from Steinbeck’s novel.

And it is there that Springsteen paraphrases the famous monologue that appears in both, the John Ford’s movie & the Woody Guthrie’s song, although he updates it by being more inclusive:

“Tom said, Mom, wherever there’s a cop beating a guy
Wherever a hungry newborn baby cries
Where there’s a fight against the blood and hatred in the air
Look for me, Mom, I’ll be there
Where there’s somebody fighting for a place to stand
Or a decent job or a helping hand
Wherever somebody’s struggling to be free
Look in their eyes, Mom, you’ll see me
[i].”  

Eloïse, Edward en Elvire, indien jullie mij zouden vragen wat ik de krachtigste van de zestien vaardigheden van Creatieve wisselwerking vind, dan is Bevestigend Parafraseren m’n antwoord. Die vaardigheid is zich echter niet makkelijk eigen te maken. Zoals bijna steeds, wanneer het vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces betreft, is veel oefenen en geduld nodig vooraleer die vaardigheid een gewoonte is.

Bevestigend Parafraseren heeft twee evenwaardige delen. Parafraseren is het in eigen woorden weergeven van de essentie van wat je gesprekspartner heeft gezegd. Het is een vorm van actief luisteren. Bevestigen doet uiteraard de persoon wiens uitspraken geparafraseerd worden. Bevestigend Parafraseren voorkomt in hoge mate het verkeerdelijk begrijpen, want het creëert de mogelijkheid om te verduidelijken. 

Bevestigend Parafraseren is dus een vaardigheid die tot doel heeft correct te begrijpen wat tijdens Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, aan bod komt.

Parafraseren is een manier om te laten merken dat men goed luistert. Want parafraseren betekent dat men de informatie van de ander verwerkt, interpreteert en in eigen woorden weergeeft of recapituleert. Soms wordt het begrip samenvatten als synoniem voor parafraseren gebruikt. Zelf zie ik, Eloïse, Edward en Elvire, een klein verschil. Parafraseren doet men na een gespreksbeurt, samenvatten doet men na een groter onderdeel van het gesprek, dus wanneer een onderwerp of thema van het gesprek is afgerond. Beide, parafraseren en samenvatten geven wel jullie gesprekspartner de mogelijkheid om te reageren op jullie begrijpen van wat jullie werd meegedeeld.

Indien correct uitgevoerd, schept parafraseren vertrouwen, en stimuleert het de gesprekspartner om méér te vertellen. Daarom ook hoort deze vaardigheid bij de karakteristiek Authentieke Interactie van Creatieve wisselwerking. Want vertrouwen en openheid zijn de basiscondities van deze karakteristiek.

Wanneer deze vaardigheid inzetten?

Men kan parafraseren op een moment dat de ander even stilvalt, wanneer het lijkt alsof zij of hij niet goed weet hoe het verder moet, of als het verhaal onduidelijk of verwarrend overkomt. Men herhaalt kort in eigen woorden wat men heeft gehoord, zodat de ander weet hoe men zijn verhaal heeft begrepen. 

Deze kan dan beoordelen of de parafrasering klopt, met andere woorden: of men de boodschap goed begrepen heeft en of zij of hij die wel goed heeft verteld. Het geeft haar of hem de gelegenheid iets toe te voegen of te verbeteren. Het is de bedoeling dat uiteindelijk de parafrasering bevestigd wordt; vandaar dat de vaardigheid Bevestigend Parafraseren wordt genoemd.

Niveaus, valkuilen en vuistregels van Parafraseren 

Er zijn drie niveaus van parafraseren te onderscheiden: 

  • Inhoud;
  • Emotie; 
  • Waarden. 

Veelal wordt, in opleidingen rond deze vaardigheid, enkel twee niveaus behandeld: inhoud en emotie. In deze column zal ik ze uiteraard alle drie één voor één beschrijven. 

Indien de drie niveaus worden gebruikt, gebeurt dit in cascade. Als bij een waterval volgen de verschillende niveaus zich op. Let wel, het is niet noodzakelijk om bij elke parafrasering de drie niveaus te gebruiken. Meestal volstaat het parafraseren op het eerste niveau. Het toevoegen van het tweede niveau is nogal eens nuttig. Parafraseren tot en met het derde niveau gebeurt zelden en is wel het krachtigst. Een van de paradoxen van deze vaardigheid!

Met betrekking tot parafraseren op het eerste niveau, de inhoud, zijn er een paar valkuilen: papagaaien en verdraaien van de boodschap. De ene is al gemakkelijker te ontwijken dan de andere. 

Papagaaien houdt in de men precies herhaalt wat een ander zegt. Dit is geen parafraseren maar simpelweg napraten. Dit komt bij de gesprekspartner mechanisch over en kan daardoor op haar of zijn zenuwen werken; waardoor het doel van parafraseren verre van bereikt wordt. Bovendien blijkt uit papagaaien helemaal niet dat men de ander heeft begrepen.

Interpreteren van de boodschap van de ander komt soms neer op het verdraaien ervan. Dit is moeilijker te vermijden omdat onze mindset nu eenmaal de boodschap filtert en ons doet luisteren op een manier die ons eigen, en nogal eens niet zo correct, is. Het voordeel van deze miskleun van een parafrasering is dat de gesprekspartner je er kan op wijzen dat je zijn boodschap hebt verdraaid eerder dan geparafraseerd. Een oprecht mea culpa is in dit geval op z’n plaats. Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, bij parafraseren gaat het niet om jullie interpretaties, maar om een weergave, in jullie eigen woorden weliswaar, van wat de ander heeft medegedeeld, vandaar dat parafraseren een onderdeel is van wat ‘actief luisteren’ wordt genoemd. 

Ten slotte geef ik jullie ook een aantal vuistregels ten aanzien van parafraseren mee:

  • doe het kort en bondig;
  • voeg geen inhoud toe;
  • doe het in eigen woorden;
  • wees niet veroordelend of moraliserend;
  • geef de ander ruimte om te reageren.

Parafraseren op het eerste niveau 

Het eerste niveau spreekt voor zichzelf. Het is het samenvatten van de essentie van wat de ander heeft gezegd. Dit niveau heeft betrekking op de inhoud van de woordelijke mededeling. Je geeft dus zo objectief mogelijk weer wat je denkt dat de ander heeft gezegd, ook al ben je het daar misschien helemaal niet mee eens.

Let wel, de ander heeft jou iets verteld. De bedoeling was jou iets te mee te delen; of dat doel ook is gerealiseerd, is nog maar de vraag. Vandaar dat het soms geen kwaad kan nog eens na te vragen of je het wel goed begrepen hebt: “Bedoel je …?” of “Ik begrijp de boodschap die je tracht over te brengen als volgt …”. Door dit te doen maak je de ander een paar dingen duidelijk: 

  • ik doe mijn best om je goed te begrijpen;
  • ik vertel je wat jouw mededeling voor mij betekent;
  • ik geef je de gelegenheid om me te corrigeren, wanneer ik dingen verkeerdelijk of maar half begrijp.

Omdat je jezelf dwingt om in eigen woorden te zeggen, wat die ander jou liet weten, wordt het voor jezelf ook vaak weer wat duidelijker. Soms blijkt dat men aan bepaalde zaken onwillekeurig te veel waarde heeft toegekend, en aan andere zaken te weinig. Wat voor de ander bijzaak was, heb jij misschien als hoofdzaak opgevat. Parafraseren op het eerste niveau filtert dus de bijzaken uit het gesprek. Door de parafrasering van de inhoud is het ook mogelijk dat de ander merkt dat zij of hij zich toch niet helemaal goed heeft uitgedrukt. De spreker heeft door de parafrasering van de inhoud de kans de puntjes op de i te zetten.

In elk geval versterkt de parafrasering op het eerste niveau het gevoel dat er beiden veel aan gelegen is de inhoud van de boodschap helder te krijgen. Parafraseren op het eerste niveau bevordert bovendien het vertrouwen en daardoor de voortgang van het gesprek. Anders gesteld, correct parafraseren bevordert ook de openheid.

Parafraseren op het tweede niveau

She said, “It grieves me so to see you in such pain I wish there was something I could do to make you smile again.”

I said, “I appreciate that and would you please explain about the fifty was?”

Paul Simon – 50 ways to leave your lover

Men kan, zoals zoals reeds meermaals gesteld (zie Deel XII), niet nietcommuniceren, aangezien men niet alleen communiceert met woorden, maar ook met lichaamstaal en met de wijze waarop men een en ander zegt (toon). Daardoor is het mogelijk ook datgene te parafraseren wat niet letterlijk is gezegd, maar wat men wel heeft opgevangen. Het betreft het uitklaren van de boodschap door de inhoud ende gevoelens die de spreker vertoont, samen te vatten. 

Door het geven van een gevoelsreflectie laat men merken dat men oog heeft voor de ander en zijn gevoelens ernstig neemt. Bij een gevoelsreflectie geeft men in eigen bewoordingen de gevoelens weer die in de woorden of lichaamshouding van de ander doorklinken of tot uiting worden gebracht. Mengaat hierbij niet zozeer in op de inhoudelijke kant van de boodschap,  eerder op de expressieve cq. relationele kant.

Emoties worden vooral door het lichaam vertolkt. Het is niet toevallig zo boeiend om naar mensen te kijken: zij zijn expressief. Dat wil zeggen dat mensen van alles laten zien, vaak zonder dat ze zich daarvan zelfbewust zijn. Men spreekt van een tweede communicatieniveau; soms kan datgene wat iemand zegt, in tegenspraak zijn met wat zij of hij ‘uitstraalt’. Dat kan heel verwarrend zijn: vandaar dat het ‘bevestigend parafraseren’ op dit tweede niveau een sterk hulpmiddel is om de non-verbale communicatie van de spreker (zie Deel XII) te parafraseren: “Je zegt dit … maar je lichaam en je toon zeggen dat … Wat wil je mij nu eigenlijk zeggen?” 

Bij het parafraseren op het eerste én tweede niveau parafraseer je wat – volgens jou – de ander zei, bedoelde en voelde. Men parafraseert, naast de betekenis én de intentie van de woorden ook het gevoel dat bij de ander overheerst. Bij het weergeven of spiegelen van het gevoel van de ander is uiteraard zeer belangrijk dat het juiste gevoel, met de juiste toon en de juiste intensiteit, wordt weergegeven. Nogmaals, men checkt hiermee of men de ander goed heeft begrepen en de ander voelt zich geaccepteerd en ernstig genomen. Het benoemen van het gevoel van de spreker kan enorm opluchtend werken bij haar of hem. Zij of hij voelt zich namelijk diepgaand begrepen. Bovendien wordt zij of hij daardoor gestimuleerd om meer te vertellen en haar of zijn verhaal volledig te doen. Er wordt dieper ingegaan op het onderwerp of thema.  

Bij het parafraseren op het eerste niveau valt de nadruk op de inhoud: wàt zei de ander tegen mij? In een gesprek is echter, zoals ook al eerder werd gezegd, de wijze waarop iets wordt gebracht vaak heel betekenisvol. Bij het tweede niveau parafraseren valt de nadruk meer op dit laatste: de wijze waarop iets werd verteld: “Hoor ik het goed – ben je wat somber vandaag?” Het tonen van respect voor haar of zijn standpunt (bv. “Ik begrijp hoe je je voelt; in jouw plaats zou ik net zo teleurgesteld zijn.”) kan zo de weg effenen voor een constructief gesprek. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de betrokkenheid oprecht is, iets wat zowel door wat men zegt en hoe men het zegt (het eigen non-verbaal gedrag) dient te worden ondersteund.

Parafraseren op het tweede niveau kunnen we het best omschrijven als: de ander confronteren met gevoelens en indrukken die zij of hij bij jou oproept. Anders gezegd: goed luisteren naar een ander veronderstelt ook dat men attent is op wat het gedrag van de ander teweegbrengt, en hoe men gevoelsmatig op de ander reageert. Parafraseren op het tweede niveau is de emotionele component van het gesprek bespreekbaar maken: “Ik hoor iets van aarzeling in je stem, of vergis ik me?”; “Ik ben blij dat je dat zo eerlijk tegen me zegt!” enz. 

Het is uiteraard zo dat men ook op het tweede niveau interpreteert. Men interpreteert namelijk het gevoel, de emotie van de gesprekspartner. Het is dus mogelijk dat men zich vergist. Dit ook meegeven bij de parafrasering is een pluspunt. Het geeft de gesprekspartner zowel de gelegenheid om te weten hoe zij of hij overkomt als om haar of zijn emotie te verduidelijken.

Parafraseren op het derde niveau 

Parafraseren op het derde niveau is eigenlijk het parafraseren van de waarde die tijdens de communicatie aan zet of geraakt is. Emoties wellen nu eenmaal niet zomaar op. Emoties overvallen je, wanneer de gepercipieerde werkelijkheid in schril contrast staat met de gewenste werkelijkheid en met jouw actuele waarden. Deze emoties kunnen leiden tot twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning. De emotionele spanning is verbonden met de Vicieuze Cirkel en leidt wegens het ‘moeten’ tot verkramping. De creatiespanning daarentegen is verbonden met het creatief wisselwerkingsproces en leidt door het ‘kiezen’ tot bevrijding. Over die soorten spanningen hebben we het overigens al eerder gehad. Kortom, in sommige gevallen kan het geraakt zijn van de eigen waarden de oorzaak zijn van de emotie. Daarom is het in die gevallen nuttig die waarden te parafraseren: “Ben je zo teleurgesteld omdat je de indruk hebt dat je niet gerespecteerd wordt?”, “Ben je zo kwaad omdat je ervan overtuigd bent dat er niet fair gehandeld wordt?” 

Out beyond ideas of wrong doing and right doing,

There is a field. I will meet you there.

Jalal ad-Din Rumi

Wat bij het parafraseren op het derde niveau opvalt, is dat wij elkaar ontmoeten op dit niveau van waarden.

Omdat we verre van zeker zijn dat we het met onze parafrasering bij het rechte eind hebben, wordt deze steeds in vraagvorm geformuleerd. Het is aan de zender van de boodschap om onze perceptie al dan niet te bevestigen. 

Belangrijke voorwaarde! 

Alles staat of valt uiteraard met de eerlijkheid van diegene die bevestigt. Indien deze een parafrase bevestigt die niet correct is, dan denkt diegene die geparafraseerd heeft, dat zij of hij de boodschap begrepen heeft. Niets is misschien minder waar. Zoals reeds eerder gesteld, elke vaardigheid kan misbruikt worden. En dat laatste is steeds het geval wanneer men de vaardigheid niet eerlijk gebruik (bijvoorbeeld teneinde anderen te manipuleren). 

Hoe werkt het? 

Een paar tips: 

  • Parafraseer regelmatig maar niet constant. Men onderbreekt met de parafrasering immers even het denkproces van de ander. Men parafraseert wel quasi continu bij een specifieke ‘problem solving’ methodiek, waar het een standaard onderdeel van de methodologie is en bij de communicatietechniek die wordt gebruikt bij heel specifieke commando’s (bijvoorbeeld tussen de commandobrug en de machinekamer op een schip). 
  • Parafraseringen moeten ondersteunen, niet storen.
  • Probeer de parafrasering helder te formuleren en alleen de essentie van het gezegde in eigen woorden weer te geven.
  • Ook als men niet zeker is van de juistheid van jouw parafrasering, geeft menze toch. Hierbij gebruikt men opnieuw het eerste deel van de ‘two-fold commitment’ van Henry Nelson Wieman: “Geef altijd het beste van je denken (het tweede sluit daarbij, zoals we weten, naadloos aan) terwijl je open blijft voor het proces dat dit beste van je denken nog zal verbeteren”. Inderdaad, indien de parafrasering niet correct is, zal de andere persoon direct aanvullen wat ontbreekt of deze herformuleren.
  • Parafrasering kan men ook goed combineren met een vraag, bijv.: “Je beschrijft waarom je het zo druk hebt (parafrase), is dat al lang zo? (vraag)”
  • Dit alles zorgt voor een effectievere communicatie door:
    • Aandacht voor en erkenning van de bijdrage van de verteller;
    • Een check op een goed begrip van hetgeen werd gezegd;
    • Het voorkomen dat men blijft hangen in een welles-nietes discussie;
    • Verheldering van het gezegde voor jezelf en de anderen;
    • Een rustpunt in een verhaal; 
    • Een mogelijkheid een (deel van een) verhaal af te sluiten. 

[i]Bruce Springsteen, The Ghost of Tom Joad song uit het album The Ghost of Tom Joad, Colombia Records, 1995 (Geïnspireerd door ‘The Grapes of Wrath’, John Steinbeck’s epos, 1939; John Ford’s film adaptatie van dat boek, 1940; alsook Woody Guthrie’s lied The Ballad Of Tom Joad, 1960 – Tom Joad is de hoofdfiguur van dit boek van John Steinbeck).

BLIJF WAKKER ! – DEEL X

HET BELANG VAN HET CORRECT FORMULEREN VAN DE JUISTE VRAAG

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

–  Bruce Springsteen

Een column over het belang van het correct formuleren van de juiste vraag, ik hoor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, al denken: “Maar opa toch!?!” Jullie dienen wel te beseffen dat zeer zelden een goed antwoord gegeven wordt op een vraag die ofwel niet de juiste is of niet correct werd gesteld.

Het voordeel van wakker blijven is dat men geen moeite heeft met het correct formuleren van de juiste vraag. Een wakker iemand stelt altijd de juiste vraag op een correcte manier en bovendien op het juiste moment. Wanneer men echter hoe langer hoe meer, door opvoeding en conditionering (sommigen noemen dit ‘brainwashing’), in slaap wordt gesust, verleert men vragen te stellen. Laat staan dat men ze dan ook nog correct formuleert en dat het de vraag is die zich op dat moment opdringt.

Zoals ik in vorige hoofdstukken al schreef, is een jong kind nog helemaal ‘wakker’ en heeft het dus geen problemen met het stellen van vragen. Vanuit de nieuwsgierigheid van het jonge kind borrelen vragen namelijk probleemloos op. Weten jullie welke vraag een peuter en kleuter – tussen pakweg twee en vijf jaar – het meeste stelt? Juist: Waarom? En kinderen van die leeftijd doen dat in zowat alle werelddelen. Zeker in de werelddelen waar ik ooit heb vertoefd; zoals in Afrika (Niger, Gabon, Senegal, Tunesië, Ivoorkust, Togo, Kameroen), in Azië (India en China), in Noord-Amerika (USA: Georgia, North Carolina, South Carolina, Californië) en Europa (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Wales, Schotland, Ierland, Italië, Zwitserland, Bulgarije, …) overal krijgen vaders grijze haren door de onophoudelijke herhaling van die vraag: “Waarom?”. 

Laat ik dit deel starten met een mooi Koning Arthur verhaal en eentje uit de reeks verhalen over de Heilig Graal, meer bepaald over Parsifal[ii]. Het gaat als volgt:

Toen demoeder van Parsifal zwanger was, sneuvelde diens vader op het slagveld. Zijn moeder besloot daarom ervoor te zorgen dat haar zoon niet hetzelfde lot zou overkomen en bracht hem groot in volledige afzondering in het woud Soltane, weg van het hof. 

Op een dag ontmoette Parsifal in het bos echter een ridder, wiens verhaal hem zo fascineerde, dat hij het hof van Arthur wou vervoegen. Dit deed hij uiteindelijk ondanks het protest van zijn moeder. Daar overwon hij Ither de Rode Ridder. Hij nam diens wapenuitrusting en paard over en voortaan noemde men hem de Rode Ridder. Parsifal raakte vervolgens betrokken bij de queeste naar de Heilige Graal.

Na heel wat omzwervingen bereikte Parsifal de graalburcht Munsalvaesche van de zieke Visserkoning Anfortas. Midden in de nacht werd hij wakker. Voor zijn verbaasde ogen kwam er een vreemde stoet langs. Een van de passanten droeg een wonderbaarlijke schotel waaruit licht kwam, een ander droeg een bloedende lans.Ook Anfortas zelf werd meegedragen in de stoet. Die leed zichtbaar énorme pijnen, hij had namelijk een chronische wonde. Parsifal kon geen woord uitbrengen. Aan de basis van zijn onvermogen tot spreken lag een misplaatste aangeleerde hoffelijkheid: “Men spreekt niet als eerste en men stelt zeker geen vragen.”

De volgende morgen verliet Parsifal het kasteel. Toen hij nog even omkeek, zag hij het kasteel zomaar verdwijnen. Een paar stonden nadien kwam hij een fee tegen die hem blij tegemoet trad zeggende: “Wat ben ik blij dat je Anfortas uit z’n lijden gehaald hebt door hem de juiste vraag te stellen!” Parsifal stamelde: “Welke vraag?” en de fee riposteerde: “Heb je dan de énige correcte vraag die zich opdrong niet gesteld?” “Nee, ik heb geen enkele vraag gesteld!” kreunde Parsifal. Waarop de fee het uitschreeuwde: “Ohhh! Parsifal… je weze verdoemd!”

Ter verduidelijking: Parsifal was opgegroeid in de bossen en had van z’n moeder niet of nauwelijks beleefdheids- en omgangsvormen geleerd. Hij vroeg daarom veel, net als een kind. Hij was – met andere woorden en in de geest van deze serie columns ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire – met de hulp van z’n moeder ‘wakker gebleven’. Toen hij later, in z’n opleiding aan Camelot onderricht kreeg hoe zich te gedragen als een galante ridder, leerde hij, dat hij niet zoveel vragen moest stellen. Hij werd als het ware tot ridder ‘geconditioneerd’.

Nu besefte Parsifal dat hij de kans van zijn leven verkeken had. Tijdens de nachtelijke stoet was hem immers de Heilige Graal, waarnaar hij al een hele tijd zocht, aangeboden! Toen de fee weg was, kreeg hij bovendien berouw. Parsifal had de Visserkoning moeten helpen, maar had dat uit misplaatste beleefdheid niet gedaan. De fee kreeg overschot van gelijk! Door de cruciale vraag niet te stellen, was Parsifal gedoemd nog vijf jaar rond te dolen, totdat hij een nieuwe kans zou krijgen de vraag alsnog te stellen. De cruciale vraag die Parsifal uit misplaatste beleefdheid en gebrek aan authentieke interactie niet had gesteld was: “Waar lijdt U aan, wat is uw pijn en hoe kan ik U helpen?” Toen hij die uiteindelijk wel kon stellen, genas Anforas’ wonde ogenblikkelijk en werd Parsifal aangesteld als de nieuwe bewaarder van de Heilige Graal.

De les die jullie, Eloïse, Edward en Elivre, hieruit kunnen leren is er eentje voor de rest van jullie leven en is de volgende. Wanneer iemand in jullie omgeving het moeilijk heeft, wees dan wakker (zie dat!) en moedig.  Moedig zijn is haar of hem de énige vraag stellen die zich op dat moment opdringt: “Waar lijdt je aan? W at is je pijn en hoe kan ik jouw pijn verzachten? Hoe kan ik je helen?” of varianten ervan. Jullie brengen aldus jullie Creatieve Zelf empathisch in de relatie. Als jullie dit doen, dan garandeer ik dat jullie een waardevol leven zullen hebben met diepgaande relaties. 

Ook in het verhaal van Parsifal lazen we dat heel jonge kinderen ‘waarom’-monstertjes zijn. Dit label heb ik verzonnen voor heel jonge kinderen die, door onophoudelijk de waarom vraag te stellen, danig op de zenuwen van volwassenen en zeker op die van hun ouders werken. Want wat gebeurt er meestal? Wanneer het kind de waarom vraag de eerste keer stelt, krijgt het van de volwassene uiteraard een antwoord. Op dat antwoord stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag, waarop de volwassene weer beleefd antwoord. Edoch, op dat antwoord vraagt het kind terug de waarom vraag, waarop de volwassene – nu nogal geïrriteerd – terug een antwoord verzint. Onvermijdelijk stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag en antwoord de volwassene, op barse toon: “Omdat ik het zeg” of “Omdat het zo is!” of iets in die aard. Zelf gaf ik als laatste antwoord aan jullie moeder Daphne: “Vraag het eens aan jouw mama!” Die mama noemen jullie nu Bonnie!

Interessant is de vraag: Waarom antwoordt de ouder op zo’n barse toon: “omdat het zo is!” (of ikzelf, met het ontwijkend, ‘Vraag het eens aan je mama!”) Het enige correcte antwoord is: a) de volwassene kent het antwoord niet en b) dezelfde volwassene is te beroerd om dit toe te geven. Zo simpel is het! Volwassenen zijn vaak niet integer in het beantwoorden van vragen van kinderen. Laat ik nu een anekdote vertellen van toen Eloïse nog een ‘waarom’-monstertje was. Eloïse was nog geen drie, dus is de kans zeer klein dat ze zich volgende episode nog herrinnert. Hoewel, ik heb dit verhaal ooit eens in haar klas verteld. Ik was daartoe door Eloïse zelf uitgenodigd om te komen vertellen over het aanvatten van ‘hogere’ studies. Dit was toen ze in haar zesde jaar op de Sinte Maria School van Bonheiden zat.

Op een dag vroeg ze haar Opa Johan (ik dus) : “Zeg Opa, wanneer ik m’n pop loslaat, waarom valt die dan naar beneden?” Ik wist waar het zou eindigen en wou mij in veiligheid brengen door te antwoorden: “Wel Eloïse, omdat anders er zoveel rommel in de lucht zou zweven dat we het zonlicht niet meer zouden zien.” Maar ik had zonder de pienterheid van Eloïse gerekend. “Opa, dat is geen antwoord op m’n vraag; nogmaals waarom valt alles naar beneden?” Nu was er geen ontkomen aan, dus zei ik: “Door de zwaartekracht, Eloïse”. En wat moest gebeuren, gebeurde: “Waarom zwaartekracht, Opa?” “Omdat twee lichamen elkaar aantrekken en dat het lichaam met de grootste massa, de grootste aantrekkingskracht heeft en gezien de massa van de aarde groter is dan de massa van je pop, wordt de pop door de aarde aangetrokken en als je ze niet vasthoudt – wat die aantrekkingskracht teniet doet – valt jouw pop naar beneden.” “Waarom trekken twee massa’s elkaar aan, Opa?” “Omdat dat een natuurwet is, Eloïse.” “Waarom is dat een natuurwet, Opa?” en toen diende ik toe te geven, wat grootvaders, laat staan vaders, zelden doen: “Dat weet ik niet, Eloïse”. “Kan je dat niet opzoeken, Opa?” Internet bestond al en dus met de hulp van ‘Google’ zocht Opa met het begrip ‘zwaartekracht’ naar het ultieme antwoord. Google schotelde honderden links voor en zo vond ik een wetenschappelijk stuk met als titel ‘De zwaartekracht’ en begon ik dit artikel luidop voor te lezen. Na nog geen minuut vroeg Eloïse: “Opa, begrijp jij wel wat je leest?” en ik “Niet helemaal of beter gezegd; helemaal niet.” Waarop Eloïse al lachend zei: “We zullen nog veel moeten leren, hé Opa!” Uitspraak die ik al schaterend beaamde!

Met die anekdote wordt duidelijk welke onze opdracht in dit ondermaanse is: Leren (i.e. Transformeren)! Aan ons de keuze: ofwel doen we dit tegen onze goesting of met plezier! 

Vragen stellen hoort bij onze Creatieve Zelf en niet antwoorden, of antwoorden met dooddoeners, hoort bij de gecreëerde zelf. Zoals we in het oud middeleeuws verhaal van Parsifal konden lezen, is het afleren van vragen stellen zo oud als de opvoeding van kinderen. Wij blijven vragen stellen en uiterst creatief totdat we naar school gestuurd worden en van dan af gaat het met vragen stellen en met de creativiteit van de kinderen bergaf. Ik heb reeds in een vorig deel aangegeven dat we het summum van saaiheid bereiken rond ons 44stelevensjaar. Op die leeftijd stellen we praktisch geen vragen meer en zijn we het lachen verleerd. Het is hetdieptepunt in onze curve van nieuwsgierigheid en creativiteit (zie deel VII). Daar zijn jullie nog ver af en zelf heb ik dat omslagpunt reeds bijna dertig jaar achter de rug. Dus de hoogste tijd om “Wakker te blijven” (jullie Eloïse, Edward en Elvire) en ik “Wakker te worden.”

Overigens ga ik niet helemaal akkoord met het standpunt van Sir Ken Robinson[iii],  namelijk dat de school creativiteit doodt. Volgens mij is de opvoeding in het algemeen en vooral de Vicieuze Cirkelin het bijzonder, de ‘Creativity killer’. Dit neemt niet weg dat z’n TED talk meer dan waard is om eens bekeken te worden. Bovendien ligt het besluit van Sir Ken’s TED Talk in de lijn van m’n taak jullie te ondersteunen in het wendbaar en weerbaarzijn.

Vragen bij het stellen van een ‘cruciale’ vraag

Voor het stellen van een ‘cruciale’ vraag is het heel belangrijk dat de vraagsteller de antwoorden op de volgende vragen weet: 

  • Wie is de eigenaar van de vraag? 
  • Wat is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag? 
  • Is het wel degelijk de vraag van de steller ervan? 
  • Hoe staat zij of hij tegenover het onderwerp waarop de vraag betrekking heeft? 

Anders gesteld, is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag koud-afstandelijk of geladen-emotioneel? Is die relatie respectvol of manipulerend? Is er van echte verbazing en spanning sprake of is de vraag van meer intellectuele, respectievelijk pragmatische aard? 

Het belang van het eigenaarschap van de vraag

Het zich bewust worden van een vraag en deze ook in woorden kunnen uitdrukken, is voorbehouden aan denkende en sprekende wezens. Met andere woorden, aan mensen. Alleen mensen hebben vragen die ze in woorden tot uitdrukking brengen. 

Dieren hebben wel behoeften, maar deze leiden tot direct instinctief gedrag: stimulus-respons. De mens heeft de mogelijkheid zich als het ware tussen stimulus en respons te plaatsen met vragen in de zin van: wat gebeurt hier? (wat drijft mij van binnen?, wat treft mij van buiten?), hoe wil ik hiermee omgaan? (wat wil/zal ik er aan doen? en wat zullen de consequenties van mijn eventuele handelen zijn?) en waarom doe ik dit eigenlijk? 

Eloïse, Edward en Elvire, het feit dat alleen mensen vragen kunnen vormen, heeft nood aan een aanvulling. Deze is dat vragen altijd bij een mens horen. Anders gesteld, vragen dienen een eigenaar te hebben. Er zijn geen vrij zwevende vragen. Situaties op zichzelf stellen geen vragen. Het zijn altijd mensen die zich over iets verbazen, iets willen weten en tot een vraag komen, teneinde inzicht te bekomen en iets te leren. Het zijn altijd mensen die een situatie onacceptabel vinden of eronder lijden en zich afvragen hoe daar verandering in te brengen. 

Toepassing van dit alles is goud waard wanneer mensen bijeenkomen om problemen te bespreken. De eigenaar van de vraag is diegene die er bij wijze van spreken wakker van ligt, eronder lijdt, en die tot elke prijs de oplossing van het probleem of het beantwoorden van de vraag wil bekomen. Pas wanneer een vraag een eigenaar heeft, krijgt die vraag het vermogen iets in beweging te zetten. 

Het kan ook zijn dat de vraag vele eigenaars heeft. Is dit goed of is dit slecht? Onderhand weten jullie dat zo’n ‘of’ vraag één antwoord heeft: Ja! Het is enerzijds goed, want door het ontstaan van een groep mede-eigenaars neemt de energie om aan de vraag te werken toe. Anderzijds is het ook minder goed, daar het gevaar bestaat dat zich tussen de mede-eigenaars oeverloze discussies ontwikkelen met betrekking tot de oplossingen. Ook in dit geval zal het gebruik van de vaardigheden van Creatieve wisselwerkingeen noodzaak blijken te zijn. 

Een probleem kan zijn dat die eigenaar niet te vinden is. Men is zich wel bewust van het probleem (men ‘herkent’ het probleem), maar men erkent niet dat het ook haar of zijn probleem is. Met andere woorden men kan ermee leven of er is onvoldoende bereidheid om de consequenties van het eigenaarschap te aanvaarden. Deze consequenties zijn velerlei: inzet van middelen (tijd, geld, …), inzet en verhoging van kwetsbaarheid, emotionele belasting en dergelijke. Als er geen menselijk aangrijpingspunt gevonden wordt, is het probleem niet oplosbaar. Er is als het ware geen probleem, want niemand erkent het als een probleem. 

Eloïse, Edward en Elvire, op de keper beschouwd, is er uiteraard wel een probleem. Een probleem dat bovendien op dat ogenblik meestal nog preventief op te lossen is. Wanneer het probleem geen eigenaar vindt, kan het gaan verzuren en etteren, waarna de oplossing ervan nog enkel reactief én curatief mogelijk is mits soms enorme kosten. Er zijn niet alleen meer middelen nodig om het op te lossen, er worden – zolang het probleem niet is opgelost – enorm grote verliezen geleden. 

Volgens Daryl Connor[iv]ligt de eigenaar van het probleem voor de hand wanneer het bedrijf zich op een brandend platform bevindt. Hij gebruikt dit beeld omdat het haarscherp aangeeft wanneer het oplossen van een probleem een reële noodzaak is. Een brandend platform (‘Burning Platform’) situatieontstaat wanneer het behouden van de status quo ontoelaatbaar duur wordt. Het hoofdkenmerk dat de in een brandend platform situatiegenomen beslissing onderscheidt van alle andere beslissingen, is het niveau van vastberadenheid. Wanneer de organisatie zich op een brandend platform bevindt, is de beslissing om het probleem diepgaand op te lossen niet enkel een goed idee, maar vooral een bedrijfsnoodzaak. Ik hoorde ooit Daryl z’n metafoor met kleuren en geuren vertellen in juli 1992 in een vergaderzaal van het Niko Hotel in Atlanta[v].

Nogmaals, het gaat bij de ‘eigenaar van het probleem’ ook om de volgende vraag: “Wat is de relatie van die eigenaar met de vraag?” Het gaat hier dus over een verbindingsvraagstuk. Zolang de eigenaar van het probleem een uiterlijke relatie met het probleem heeft, is de echte eigenaar nog niet gevonden. Geloof mij vrij, elk probleem heeft ten minste één vader, maar – spijtig genoeg – niet elke vader erkent zijn kind. De eigenaar van het probleem dient te erkennen dat zij of hij zelf mede het probleem veroorzaakt heeft of, ten minste, in stand houdt. Meestal heeft de eigenaar in het begin enkel een afstandelijke relatie met het probleem. Dit duidt op vermijdingsgedrag! 

Langzamerhand gaat de eigenaar van het probleem inzien dat diens waardeoordelen, denkkaders, modellen, paradigma’s, doelstellingen én gedrag te maken hebben met het probleem dat zich zogezegd buitenhaar of hem voordoet. De eigenaar wordt er zich langzamerhand van bewust dat zij of hij niet alleen een probleem heeft, maar bovendien ofwel mede het probleem veroorzaakt heeft of in stand houdt of beide. In dat geval wordt het haar of hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer zij of hij ook zelf verandert. En dit op gebied van concepten, denkkader en mindset (dus attitudes), wensen (dus gevoelens), het maken van keuzes (het willen) en uiteindelijk van gedragingen (het doen of het gedrag). 

De relatie met het probleem kan kortstondig of langdurig zijn. Ideaal komt de relatietijd overeen met de tijdsduur van het probleem. Dit is uiteraard ook zo met vragen: er zijn vluchtige vragen, moeilijke vragen, en levens- of kernvragen. Kernvragen kunnen van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoon, een team of een organisatie. Ten minste, indien men ook weet te leven met die vragen. Dit houdt in dat men elke neiging om snel een antwoord te vinden op een kernvraag moet onderdrukken. Bij de kernvraag is het zo bekende ‘jump to conclusion’ gedrag zeker uit den boze. Het lang genoeg streven naar een gedeelde mening is soms pijnlijk en het werkt steeds verwarrend. Charlie Palmgren leerde mij dit te zien als het leren leven in het onzekere of het tolereren van ambiguïteit. Anders gesteld, wij mogen noch vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf wegvluchten. De vraag dient dus én open én levendig in de geestgehouden te worden. 

De link met het persoonlijk engagement

Eloïse, Edward en Elvire, mensen werken vaak gemeenschappelijk aan bepaalde vragen. Denk daarbij maar aan de opdrachten die jullie in school met een groepje tot een goed einde dienen te brengen. In de bedrijfswereld werden daartoe een hele rits vergadermethodieken en probleemoplossingstechnieken ontwikkeld. Alsook verschillende soorten teams: managementteam, projectteam, zelfsturend team, agile team, … Uit ervaring weet ik dat men daarbij nogal vaak voorbij gaat aan volgende belangrijke voorwaarde. Met name, dat iedereen die bij werken aan vragen betrokken is, niet alleen dient te weten wie de eigenaren van deze vragen zijn, maar ook op welk niveau dit is gebeurd. Voor een vruchtbare Creatieve Wisselwerkingis klaarheid daarover broodnodig. Ook zij die geen eigenaar zijn van de vraag, dienen op een voldoende diepgaand niveau geëngageerd te zijn. Indien er onvoldoende engagement is, kan niet zinnig aan de vraag worden gewerkt.  

Betrokkenheid alleen is onvoldoende, persoonlijk engagement is noodzakelijk! Om het verschil tussen ‘betrokkenheid’ en ‘engagement’ duidelijk te maken, heb ik in m’n opleidingen wel duizend keer de ‘Spek met Eieren’ metafoor gebruikt. Mijn versie van die metafoor gaat als volgt:

Gedurende m’n decennia lange carrière als management consultant heb ik ontelbare keren ergens in Frankrijk in een of ander hotel overnacht. Mijn record in één jaar was 200 nachten in een of ander Novotel, Mercure of Ibis hotel. Ik kon in de kamers van die hotels met gesloten ogen rondlopen, omdat die in elke keten dezelfde lay-out hebben, waar het hotel ook gelegen is: Parijs, Lyon, Marseille … het maakt niet uit. En ook de ontbijtkaart was identiek. En steevast koos ik voor ‘Spek met Eieren’. Een ontbijt dat ik thuis zelden eet, daar Bonnie daar niet van houdt, wegens het hoge cholesterol gehalte. Maar in Frankrijk was ik steeds alleen en kon dus ongeremd kiezen. Vooraleer toe te tasten, prevelde ik steeds een gebedje. Een overblijfsel van m’n opvoeding. Ik dankte de Heer en de twee dieren die zich hadden ingezet om mij die maaltijd te kunnen voorschotelen. Het ene dier was betrokken geweest, het andere had zich volledig geëngageerd…

Ik voegde er wel aan toe dat men teneinde geëngageerd te zijn, niet noodzakelijk dient te sterven. Toch maakte ik steeds duidelijk dat persoonlijke engagement veel met passie te maken heeft en passie, op z’n beurt, met lijden[vi]. Engagement is niet zoals betrokkenheid vrijblijvend, engagement kan er stevig inhakken. Om een vraag correct te stellen, is engagement nodig en dat engagement dient uit de ogen van de vraagsteller ‘te spatten [vii]

Engagement heeft veel facetten, met name:

1.   Engagement is contextafhankelijk

Hiermee bedoelen ik dat het soort engagement afhankelijk is van het type vraagstuk (context) waarin engagement wordt toegepast. Door de context duidelijk te te maken, kadert men engagement dus met het specifieke vraagstuk.

2.   Engagement is een psychologische staat

Die psychologische staat wordt beïnvloed door het engagementproces. Engagement is dus meer dan alleen de interactie binnen een relatie. Engagement is het verwerkingsproces binnen een persoon door het gehele engagementproces heen. Dat engagement meer is dan alleen de interactie wordt benadrukt door de verschillende dimensies van engagement, waarover meer in punt 4. 

3.   Engagement is een proces 

Engagement bestaat niet uit een enkele handeling. Engagement is een doorlopend proces dat een zekere intensiteit heeft. Die engagement ontstaat tijdens een wisselwerking tussen twee of meerdere partijen. Het engagementproces ontstaat tussen een persoon en een andere persoon, organisatie of community; dit afhankelijk van de context.

4.   Engagement is multidimensionaal

Engagement is multidimensionaal en bestaat uit een cognitieve, emotionele en gedragsdimensie. Deze dimensies worden hierna toegelicht:

Luthans en Peterson beschrijven cognitief engagement als volgt: “Those who are acutely aware.”[viii]

Bij de cognitieve dimensie gaat het om het helder bewustzijn van een persoon tijdens het engagementproces. Een persoon kan engaged zijn met een doel. Zo zijn Linkedin gebruikers ‘engaged’ omdat ze hun professionele netwerk willen onderhouden en om hun competenties en ambities te tonen als een stukje zelfpromotie. De gebruikers denken bewust na over de consequenties die hun engagement kunnen opleveren.

Luthans en Peterson beschrijven emotioneel engagement als volgt: “The meaningful connection to others.” [ix]

Bij de emotionele dimensie van engagement gaat het om de connectie die je voelt voor een andere partij. Een persoon hecht emotionele waarden aan een persoon/organisatie/community tijdens een relatie. 

Ten slotte beschrijft degedragsdimensie van engagement het gedrag die een persoon gedurende het engagementproces vertoont. De gedragsdimensie is met name online belangrijk, omdat het hier meetbaar is. Via Facebook kan elke like, share en reactie bijgehouden worden. 

Gedurende Cruciale dialogenis de menselijke dimensie van de relatievraag van uitzonderlijk belang. Cruciale dialogengaan per definitie over ‘de waarheid’ en om uit te durven komen voor die waarheid is vertrouwen en openheid nodig. 

Bij die menselijke dimensie dienen ook de volgende basisvragen te worden gesteld: 

  • Wat wens ik echt voor mezelf? 

  • Wat wens ik echt voor de ander(en)? 

  • Wat wens ik echt met betrekking tot onze onderlinge relatie? 


Daarbij is het van groot belang onszelf geen rad voor de ogen te draaien. Hiermee bedoel ik dat, wat wij ons toewensen, niet altijd het beste voor ons is. Vandaar dat wij ons én onze wensen continu in vraag dienen te stellen. 
Ten slotte kunnen aan het eind van deze persoonlijke invraagstelling de volgende vragen worden gesteld: 


  • Hoe zou ik mij gedragen indien ik écht deze resultaten wenste te bereiken?
  • Wat is daartoe het noodzakelijke denkkader? Anders gesteld: Welke manier van denken zal dit gedrag sturen?


[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii]Wofgram von Eschenbach, Parzival, Zeist: Christofoor, 2010 (oorspronkelijk episch middeleeuws gedicht van ca. 1200).

[iii]Sir Ken Robinson: Does Schools kill Creativity? https://www.ted.com/talks/ken_robinson_says_schools_kill_creativity(april 2019 + 56 miljoen kijkers!)

[iv]Daryl Connor.Managing at the speed of Change, How resilient managers succeed and prosper where others fail. New York: Villard Books, 1992. 


[v]http://www.creativeinterchange.be/?p=642

[vi]Mattheuspassie, oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach dat het lijdens- en sterfverhaal van Jezus Christus vertelt in de versie van het Evangelie volgens Mattheus.

[vi] “In dir muss brennen, was du in anderen entzünden willst.” Mijn favoriete quote van de Heilige Augustinus.

[viii]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Journal of Management Development. (2001) Volume 21. Issue 5. Bladzijden 376-387

[ix]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Op. cit.

BLIJF WAKKER I – DEEL IX

HOE OPEN BLIJVEN EN BLIJVEND VERTROUWEN HEBBEN?

I haven’t always been strong, but never felt so weak

All of my prayers, gone for nothing

I’ve been without love, but never forsaken

Now the morning sun, the morning sun is breaking

This is my confession

I need your heart

In this depression

I need your heart[i]

– Bruce Springsteen

This Depression – Wrecking ball

(The Boss’s opennessabout his own struggle with depression

enhanced the trust fans have in the man and his work[ii])


Openheid en vertrouwen zijn kenmerken van het heel jonge kind en dus van wat ik de Creatieve Zelf noem. Jullie – Eloïse, Edward en Elvire – zijn geboren als jullie Creatieve Zelf en dus volledig open en vol vertrouwen. Jullie taak is die openheid en dat vertrouwen te behouden! Hoe dat te doen, zal ik in dit deel zo goed als mogelijk beschrijven.

Teneinde een vertrouwensrelatie op te bouwen, dienen we met de ander te communiceren met de intentie van die ander te leren. Dus niet communiceren teneinde die ander te sturen en/of te controleren. Wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaar niet vertrouwen, worden zij competitief en/of defensief. Dit leidt tot het aloude aanvallen en verdedigen, en daardoor vervormt de communicatie en wordt ze onbetrouwbaar. Openheid en vertrouwen zijn, zoals we gezien hebben in Deel VII, de basiscondities van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking:  Authentieke Interactie.  In het huidig tijdperk, dat hoe langer hoe meer de vierde industriële revolutie wordt genoemd, zijn mensen zelfs nog meer dan voorheen interafhankelijk (i.e. wederzijds afhankelijk). Dit onderkennen is, zoals we later zullen zien, één van de basiscondities van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerkingContinue Transformatie. Het is daarbij van het grootste belang dat men er kan op vertrouwen dat iedereen haar of zijn beloftes gestand doet. Het voorgaande toont weer eens aan dat de Creatieve wisselwerking karakteristieken sterk en ‘infiniet’ met elkaar verbonden zijn. 

De mate waarin we elkaar vertrouwen bepaalt mede de kwaliteit van de informatie die we ontvangen en geven. Vertrouwen geeft een veilig gevoel – veilig om open en eerlijk te (mogen) zijn. Wanneer mensen het gevoel hebben dat er maar één enkel ‘juist’ antwoord op de gestelde vraag mogelijk is, voelen ze zich gemanipuleerd, verre van gerespecteerd en worden zij wantrouwig. Het gevaar bestaat daarbij dat zij in die omstandigheden hun toevlucht nemen tot een ‘zelfbeschermend communicatie patroon’ en de ander vertellen wat deze wenst te horen, in plaats van te zeggen hoe zij het zelf zien. 

Verwrongen communicatie komt voort uit het verlangen zichzelf te beschermen tegen iets waar men bang voor is. Wanneer er spanning in de lucht hangt en mensen zich niet veilig voelen om authentiek en oprecht te zijn, bestaat de zelfbescherming vaak in het niet vrij geven of verdraaien van informatie. Indien we niet angstig zouden zijn, zouden we geen behoefte hebben onszelf te beschermen. Een reden te meer om Edwards W. Deming’s adagium: “Drive Fear Out”[iii]tot werkelijkheid te maken. 

Eloïse, Edward en Elvire, nu, en in de toekomst mogelijks nog meer, hangt jullie persoonlijk succes, dat van jullie gezin en later van jullie organisatie af van het beschikken over betrouwbare kanalen voor het zenden en ontvangen van informatie. Informatie die kan omgezet worden in kennis. Kennis die dan weer kan omgezet worden in wijsheid. Indien mensen onder druk worden gezet, of wanneer deze het gevoel hebben met een controlefreak te maken te hebben, zullen zij die wantrouwen en is klare communicatie onbestaande. 

Uiteraard is, zoals we reeds hebben gezien, angst ook de vrucht van de Vicieuze Cirkel. Wij weten dat mensen op hun hoogst mogelijke niveau leren en presteren wanneer zij optimaal betrokken en geëngageerd zijn. Wanneer personen gevangenen zijn van hun Vicieuze Cirkel, leren en presteren ze op hun laagste niveau. Ze verstijven als het ware van angst. Dus dienen wij mensen, met wie we in creatieve interactie zijn, te engageren en diepgaand te betrekken en zeker geen angst in te boezemen. Wij kunnen dit doen door het creatief wisselwerkingsproces ten volle van binnen uit te beleven. Daardoor weten onze gesprekspartners dat wij dat wij het goed met en hen menen en sterk met hen verbonden en begaan zijn. 

Wanneer we het gevoel hebben dat wat de ander meedeelt, eerder voortkomt uit zelf beschermende overwegingen, dan dat het authentiek informatief is, dienen we ons de volgende vraag te stellen: “Is het mogelijk dat dit zelf beschermend gedragspatroon bij de ander geactiveerd werd door mijn gedrag?” Het antwoord op deze vraag is beslissend voor het eventuele verklaren en/of aanpassen van dit gedrag.

Vertrouwen is een onzichtbare factor die mensen met elkaar verbindt tot een sterk presterend geheel. Indien men een taak effectief én efficiënt uitgevoerd wilt zien, dient men – vooraleer de uitvoering van die taak wordt gestart – het zo noodzakelijke vertrouwen te ontwikkelen. Het ontwikkelingsproces van vertrouwen omvat steeds het respectvol leren van elkaars manier van dingen zien en doen. Vertrouwen is niet automatisch aanwezig wanneer een team start met een opdracht. Vertrouwen wordt gecreëerd door oprecht naar elkaar te luisteren en terzelfdertijd eerlijk voor de eigen mening uit te komen, en voornamelijk door daarbij de verschillen in mening te aanvaarden en te begrijpen (zie ook de tweede vaardigheid van deze karakteristiek: Bepleiten en Bevragen– Deel XI). Wanneer we aanvoelen dat de ander onze manier van denken en doen, onze ideeën respecteert en deze bovendien echt wil waarderend begrijpen, hebben wij vertrouwen in die ander. 

Dit is een zelfversterkend mechanisme. Door dit vertrouwen vinden wij het gemakkelijk om open met die ander te communiceren. Door open met die ander te communiceren, groeit het vertrouwen van die ander. Wanneer we elkaar vertrouwen, hebben wij meer energie en enthousiasme om te werken aan onze opdracht en bereiken we ons doel. Overigens berust het belangrijkste principe van de mystieke leer van de Andes –Ayni– op de volgende stelling: Wederkerigheid in relaties is een uitwisseling van energie

Wij zijn dan ook scherper in het ontdekken van de pro’s en de contra’s van elkaars ideeën. We weten daarbij dat het doel niet is elkaars ideeën af te breken, maar integendeel op elkaars ideeën te bouwen. Dit gaat gewoonlijk gepaard met een bereidheid om risico’s te nemen en nieuwe zaken uit te proberen. Daarbij weten we dat, zelfs wanneer dit tegenvalt, we zullen leren en elkaar zullen ondersteunen. Dit juist omdat we elkaar vertrouwen. We vallen elkaar bij tegenslag niet aan, integendeel we komen versterkt uit de miskleun, want we hebben iets geleerd.  We staan samen ‘sterk weer op’. In deel VII heb ik dit ‘psychologische veiligheid’ genoemd, een term gecreëerd door professor Amy Edmondson. 

Vertrouwen maakt wederkerig leren mogelijk. Vandaar dat vertrouwen van levensbelang is in de Lerende Organisatie. Deze is gebaseerd op het gezamenlijk oplossen van problemen, op team creativiteit en hechte verbanden van wederzijdse ondersteuning. Wantrouwen creëert angst en maakt leren onmogelijk. Wanneer we aanvoelen dat de ander ons tracht te sturen of ons verplicht zaken te zien en/of te doen op zijn manier, voelen we ons ongemakkelijk en willen wij onszelf beschermen. De nood om anderen te controleren en te sturen doodt vertrouwen en daardoor wordt ook de bekwaamheid om als een hecht effectief team te werken vakkundig de nek omgedraaid. 

Vertrouwen is gebaseerd op tweezijdige – en dus niet op eenzijdige – communicatie; vertrouwen is gebaseerd op wisselwerking. Daarbij heeft het onder meer behoefte aan de vaardigheid Bepleiten en Bevragen, waarover meer in deel XI. Door het inzetten van die vaardigheid reiken we onze beste kennis aan en vragen we naar de beste kennis van de ander. Daarbij respecteren we uiteraard zijn bijdrage ten volle. Dit veronderstelt dat wij actief luisteren. Dit omvat onder meer het opvangen van de belangrijke boodschappen verborgen in de non-verbale communicatie, waarover meer in Deel XII. Bovendien dienen we minstens bekwaam te zijn om de volledige boodschap van de ander correct te parafraseren en daarbij te vragen om bevestiging. Over dit laatste meer in Deel XIII.

Het effectief en efficiënt van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces steunt op het waarderen van alle input en op het besef, dat eenieder heeft, dat we alleen niet alles kunnen kennen wat nodig is om een afdoend antwoord op de vraag te geven. Daarbij zijn we beducht voor het manipuleren en het sturen van anderen. Mensen voelen zich gestuurd en gemanipuleerd wanneer ze aanvoelen dat hun mening niet wordt gehoord, laat staan overwogen. Dan stopt angst de informatiestroom. Informatie die zo vitaal is voor het oplossen van een probleem of het grijpen van een kans of een opportuniteit. Elke wisselwerking versterkt of verzwakt het onderlinge vertrouwen. Wanneer we angstig zijn, heeft alles wat we zeggen, doen en voelen – met betrekking tot de ander – een verborgen intentie. Die verborgen agenda is er ook bij manipulatie. Mensen hebben een speciaal zintuig dat aanvoelt of de ander de intentie heeft hen te begrijpen of integendeel hen te sturen en te manipuleren. Wanneer mensen aanvoelen dat ze worden gestuurd, gecontroleerd en gemanipuleerd, dan voelen ze zich gebruikt en dus niet gerespecteert. De relatie wordt begrensd en verliest alle energie. Het team verliest de bekwaamheid om het probleem op te lossen, een afdoend antwoord op de vraag te geven of de opportuniteit te realiseren; kortom, de toekomst te creëren. Er wordt niets toegevoegd aan het wederzijdse leren. 

In de op leren georiënteerde nieuwe werkplaats is het kritische en competitieve ruwe materiaal de kennis en de inzichten die mensen bezitten. Belangrijk is ook de bekwaamheid om daaruit – door niet belemmerde, open uitwisseling van ideeën en zienswijzen – nieuwe kennis te creëren. Een gezond systeem – persoon, duo, team of organisatie – wordt gekenmerkt door wederkerige, niet belemmerde uitwisseling van energie, ideeën, informatie én gevoelens. Dit alles vereist vertrouwen en openheid, gebaseerd op eerlijkheid. 

Authentieke Interactieis open en eerlijk. Jezelf continu bijschaven met de hulp van anderen betekent dat je continu openstaat om te leren van alles wat het leven je aanbiedt. Een eerlijke relatie, gebaseerd op de intentie te leren, omvat een continu dialoogproces met betrekking tot hoe men de noden van alle betrokkenen kan lenigen. Daarbij leren en groeien de partijen continu door de confronterende verschillen. Dit betekent dat openheid en eerlijkheid niet geofferd wordt op het altaar van onze angsten. Die laatste ons verhinderen inderdaad om eerlijk te zijn. Zoals we weten, Eloïse, Edward en Elvire, hebben de meeste van onze angsten te maken met ‘angst om iets of iemand te verliezen’. We vrezen om goedkeuring, macht, aanvaarding, status, geld, comfort, ons gezicht, onze job, een opportuniteit, geloofwaardigheid en dies meer te verliezen. Zaken die eigenlijk niemand wenst te verliezen. 

Loyaliteit t.o.v. waarheid 

De waarheid onder ogen zien en die ook meedelen,  is een fundamenteel onderdeel van een diepgaande communicatie. We bedoelen uiteraard niet de absolute waarheid, maar de waarheid zoals men ze ziet. Gezien de creatieve spanning tussen de huidige realiteit en de gewenste afhangt van een goed begrip van de huidige werkelijkheid, ebt die spanning weg van zodra we de huidige situatie, om redenen van misplaatste loyaliteit, te rooskleurig voorstellen. Daardoor doen we onze waarheid geweld aan.

De hamvraag is: “Waarom hebben mensen in organisaties het dan zo moeilijk om voor hun waarheid uit te komen?” Inderdaad, waarom blijkt dit toch zo moeilijk, terwijl de waarheid juist helpt bij het nemen van correctieve beslissingen en bij het maken van de juiste keuzes ten einde te bereiken wat we werkelijk willen bereiken. Het antwoord op die vraag heeft voor een groot stuk te maken met het conflict tussen eerlijkheid en loyaliteit. Een groot deel van ons leven werken we in structuren en gemeenschappen, waar de nood om de waarheid te vertellen meermaals botst met andere loyaliteiten die in het systeem zijn ingebouwd. Deze loyaliteiten (t.o.v. de leider, de groep, de persoonlijke én groepsobjectieven) en ingebakken attitudes met betrekking tot wat echt belangrijk is, zijn meestal zo diepgeworteld dat zij voorrang krijgen. Wanneer we terug aanknopen bij het natuurlijk creatief wisselwerkingsproces,dat het engagement tot het spreken van de waarheid benadrukt, zal er een lastige periode volgen waarin de twee soorten loyaliteit zullen botsen.

Een gelijkaardig pijnpunt doet zich voor in organisaties die routinematig de boodschapper die slecht nieuws brengt, of de klokkenluider, neersabelen. De waarheid aan het licht brengen én terzelfder tijd loyaal blijven aan diepgewortelde gewoonten, is in dusdanige organisaties praktisch onmogelijk. De waarheid niet onder ogen durven zien, betekent het ontkennen van de eigen observatie. De meeste mensen hangen ergens in het midden en trachten beide waarden – loyaliteit en waarheid – in balans te brengen zonder in conflict te raken. Ze trachten de kool en de geit te sparen. Wat zij in feite doen, is de last op hun schouders nemen door te doen wat nodig is om de tegenstellingen bedekt op te lossen. Dit is een bijzonder frustrerend compromis, omdat de drie loyaliteiten – t.o.v. de waarheid, hun positie en de groep – eigenlijk niet alle drie op hetzelfde moment kunnen nagestreefd worden. De enige duurzame loyaliteit is de loyaliteit tegenover de waarheid. Alle loyaliteiten die ons beletten om de huidige werkelijkheid onder ogen te zien – met inbegrip van de zogenaamde ‘flexibele eerlijkheid’ – zullen vroeg of laat nefast zijn voor het succes van de organisatie. Dit om de eenvoudige reden dat de loyaliteiten het creatief wisselwerkingsproces afremmen en de Vicieuze Cirkel aanzwengelen. Inderdaad, één van de oorzaken van de vervorming van de eerlijkheid is de Vicieuze Cirkel. Psychologen hebben gevonden dat de niet-verwerkte emotionele incidenten uit het verleden aan de basis liggen van een subtiel doch groot effect op de manier van communiceren van volwassenen. Deze emotionele incidenten liggen – zoals we hebben kunnen lezen in Stacie Hagan en Charlie Palmgren’s boek[iv]– aan de oorsprong van de Vicieuze Cirkel

Eerlijke zelfexpressie brengt de ganse persoon in de wisselwerking. Inderdaad dienen we, teneinde relaties te creëren waarin leren echt plaats kan grijpen, onze Originele Zelf in de authentieke communicatie te brengen. In feite komt dit neer op het reeds ver- melde eerste deel van Henry Nelson Wiemans ‘two-fold commitment’: Geef het beste van wat je nu weet. Het tweede deel luidt: Sta duurzaam open voor het proces dat dit beste verandert in iets dat nieuwer, beter, voller, … is. 

Het begrip Originele Zelf werd reeds uitvoerig beschreven in vorige delen. De weg naar het inzetten van het Originele Zelf in de communicatie heeft meerdere stappen. We beperken ons hier tot de twee meest relevante: 

  1. Leer het onderscheid tussen hetOriginele Zelf en de gecreëerde zelf te onderkennen;
  2. Identificeer de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen.

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, leer het onderscheid te maken tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf en blijf verbonden met jullie essentie. Identificeer daarbij de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen. 

Het onderscheid tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf

Leer dus het verschil onderkennen tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelfIndien je je kan voorstellen wie je zou geworden zijn indien je omgeving én jezelf, je volledig gesteund hadden in je manier van zien, voelen en dingen doen op je eigen unieke wijze, dan geeft dit een aanzet tot het (h)erkennen van je essentie. Met andere woorden: indien je je kan voorstellen wie je geworden zou zijn indien het creatief wisselwerkingsproces duurzaam en volledig van ‘binnen naar buiten’ aan het werk zou gebleven zijn, dan ontdek je daarbij je Originele Zelf. De basiskwaliteit van het Originele Zelf is de openheid tot leren en ontdekken. Die kwaliteit kunnen we zien bij zeer jonge kinderen. Inderdaad het nog zeer jonge kind is gedreven om zich in de wereld ten volle in te zetten en die ten gronde te exploreren. Het Originele Zelf heeft, zoals jonge kinderen, een sterk gevoel voor verbinding met anderen en beleeft deze verbinding op heel unieke wijze. 

Wanneer we ons vereenzelvigen met onze gecreëerde zelf, zijn onze attitudes en gedrag meer gedreven van ‘buiten naar binnen’ dan andersom. Wij hangen voor ons ‘goed gevoel’ en welzijn af van anderen. “Wat zullen ze van mij denken?” is een symptomatische gedachte in dit verband. Bovendien hebben wij een grote behoefte om te tonen dat wij alles ‘onder controle’ hebben, dat wij er goed uitzien en dat wij ons conformeren aan vastgelegde regels. Daarbij staat het gecreëerde zelf continu onder spanning omdat het gevangen zit in het web van de opinies van anderen. Het zit vast in de val van de Vicieuze Cirkel. Uiteindelijk geloven we dat het gecreëerde zelf diegene is die we in werkelijkheid zijn. We steken zo veel energie in het beschermen van onszelf, tegen de angsten van het gecreëerde zelf, dat we ontkoppeld en vervreemd zijn van onze essentie en daardoor ook van de essentie van anderen. Wij zijn in oorlog met onszelf en met anderen. Wij vertrouwen onszelf niet meer en wij vertrouwen elkaar niet. 

Het resultaat van de Vicieuze Cirkel is een zelf die beperkt is in zijn volle expressie en dit door een aantal aangeleerde gewoontes en door een aantal zelf beperkende aannames. Niet zelden liggen deze aannames aan de basis van onze twijfels betreffende onze mogelijkheden en onze Intrinsieke Waarde. Doorheen gans ons verder leven denken wij dat deze zelftwijfel gegrond en waar is en trachten wij die voor anderen te verbergen. De arend is werkelijk een kip geworden… 

Om te kunnen appreciëren hoe deze Vicieuze Cirkel een karikatuur maakt van onszelf, dienen we terug te gaan in de tijd, terug te gaan naar ons pril bestaan. Dit om in te zien welke rollen we leerden spelen, rollen die we meenamen in onze volwassenheid. Deze rollen, van het draaiboek van het leven, onthullen onze onderliggende overtuiging betreffende hoe de wereld in elkaar zit en hoe die wereld, en de mensen erin, tegenover ons staan. Dit draaiboek is een onderdeel van onze gecreëerde zelf. De levensrollen en dito verwachtingen (althans het Vicieuze Cirkel-gedeelte ervan) zijn aannames van het gecreëerde zelf. Indien deze rollen overgedragen worden naar de volwassenheid, beperken wij onze opties en vervormen wij onze observaties. We kleuren die namelijk in. Ons mentaal model is niet doorlatend genoeg om de werkelijkheid ten volle te zien. En mede daardoor komen we later terecht in organisaties en bedrijven met geschreven en ongeschreven regels die koren zijn op de molen van de Vicieuze Cirkel. Door het versterkende karakter van de Vicieuze Cirkel leer je een bepaalde manier van denken, een bepaald gedrag, een eigen denkrichting aan. Totdat je dit alles ten slotte aanneemt als je ware identiteit terwijl het in feite enkel je conditionering, je gecreëerde zelf is. 

Wat je moet leren, heeft vaak te maken met het ontdekken en ontwikkelen van een latent talent. Soms heeft het ook te maken met het afwerpen van angsten en beperkende aannames en steeds met het creatief wisselwerkingsproces z’n werk laten doen. Dit niettegenstaande de realiteit van de Vicieuze Cirkel

Het doel van de mythologische ‘hero’s journey’ is de vaak onbewuste, aangeleerde reacties, die je motiveren voor een bepaald gedragspatroon, te vervangen door bewust gekozen eigen reacties. Reacties die een uitdrukking zijn van je Originele Zelf. De mytholoog Joseph Campbell[v]verwoordde het ooit zo: 

The hero is one who, while still alive, discovers the essential self, which in most people remains more or less unconscious.

Hoe minder je beheerst wordt door de Vicieuze Cirkel, hoe vrijer je bent om je eigen reacties op situaties of gebeurtenissen te kiezen uit een ganse reeks van opties. En hoe vrijer je je voelt, des te minder heb je de neiging de ander te sturen, te controleren en des te eerlijker je zult zijn tegenover jezelf en anderen. Wanneer je verbonden bent met je essentie, dan ben je verbonden met de anderen, zelfs wanneer zij zaken doen die je niet bevallen. Wanneer je bijvoorbeeld negatieve feedback krijgt van je omgeving inzake je gedrag (of er zelf aan de ander moet geven wegens diens gedrag), gebruik je deze situatie om de verbinding met de ander én met jezelf te versterken. Daarbij vraat je jezelf af: “Wat kan ik in deze situatie over mezelf en de ander leren, om mij te helpen om meer te worden wie ik werkelijk ben?” Wanneer je de focus legt op je essentie, je Originele Waarde, in plaats van op je Ego, dan neem je de negatieve feedback niet op als een persoonlijke aanval. Integendeel, je ziet die feedback als nuttig voor je leerproces – zowel met betrekking tot jezelf als met betrekking tot de persoon die je die feedback geeft. 

Door het natuurlijke creatief wisselwerkingsproces ten volle in te zetten, zijn we niet meer afhankelijk van anderen om ons te zeggen wat goed voor ons is. Wanneer we de macht weer overnemen van datgene buiten ons (i.e. de Vicieuze Cirkel), om te bepalen wie we werkelijk zijn en hoe we dienen te leven, worden we eindelijk opnieuw echt gemachtigd om ons eigen leven in handen te nemen. We worden echt volwassen. Opgelet, het creëren van de condities noodzakelijk voor succesvol van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vereist grote moed en zelfkennis. 

Identificeren van de waarden die het Originele Zelf ondersteunen

Eloïse, Edward en Elvire, een belangrijk stap in het leerproces om jullie leven te richten op jullie essentie is te ontdekken van jullie waarden. Over de Kernwaarden hebben we het reeds uitvoerig gehad in deel IV. Deze Kernwaarden kennen, voordat zich een levenscrisis voordoet, is een enorm voordeel. Deze waarden bereiden jullie immers voor om, wanneer zich dramatische veranderingen in jullie leven voordoen, de juiste keuzes te maken uit de mogelijke opties. Indien we ons ten volle bewust zijn van ons Doel en onze Waarden is het makkelijker de afwegingen te maken die nodig zijn in dit besluitvormingsproces. Het helpt jullie als het ware de Cruciale Dialoog met jullie zelf, op cruciale momenten in jullie leven, tot een goed einde te brengen. Het maakt jullie ook mogelijk de kansen die verscholen zitten in de crisis werkelijk te ontdekken. Bij een ingrijpende verandering de nieuwe kansen die jullie ‘toevallen’ ook daadwerkelijk vlug onderkennen en ‘oprapen’, is op dat moment van cruciaal belang. Wanneer men zichzelf echt kent én bovendien weet wat men wilt, is men beter geplaatst om de juiste keuzes te maken wanneer het er echt toe doet. 

Openheid & Vertrouwen, zijden van het muntstuk Authentieke Interactie

Openheid en vertrouwen zijn vast aan elkaar verbonden. Een persoon ten volle kennen en waarderen, weten wie zij of hij is en wat zij of hij werkelijk doet, creëert vertrouwen. Hoe opener iemand is, hoe meer zij of hij door de ander(en) kan gekend worden, hoe meer hij echt kan begrepen worden en hoe groter het onderling vertrouwen kan worden. Vertrouwen en openheid zijn de basis hoekstenen van Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Om van het vertrouwen en de openheid werkelijk een duurzame realiteit te maken, dienen deze hoekstenen uiteraard permanent onderhouden te worden. Dit kan door het voortdurend inzetten van de vier basisvaardigheden van deze karakteristiek:

  • het duidelijk stellen van de Kernvraag (Deel X);
  • het in balans gebruiken van Bepleiten en Bevragen (Deel XI);
  • het gebruiken en erkennen van Non-Verbale Communicatie (Deel XII);  
  • het bevestigen van wat herhaald wordt of Bevestigend Parafraseren (Deel XIII).

Een omgeving waarin duurzaam vertrouwen en openheid heerst, is gekenmerkt door een vrije stroom van informatie. Openheid heeft twee dimensies: vertellen en luisteren en is dus een interpersoonlijke conditie die bestaat onder de deelnemers aan de dialoog wanneer zij: 

  • als ‘zender’ elkaar vertellen wat zij denken over feiten, ideeën, waarden, aannames, gevoelens en de manier waarop zij die zaken zien en 

  • als ‘ontvanger’ naar die boodschap willen luisteren en dit 
ook effectief ten volle doen. 

Mensen die niet beschikken over bovenvermelde vier basisvaardigheden van de interpersoonlijke communicatie zullen niet zeer open zijn en bovendien minder geneigd zijn om anderen te vertrouwen. “Vertrouwen is goed, Controle is beter”, is hun devies. Dat ze daardoor zelf ook heel wat minder vertrouwd worden, is logisch. 
Het open zijn en het op voorhand vertrouwen geven houden risico’s in. Wij zijn er, gebaseerd op onze ervaringen, van overtuigd dat het zich bekwamen in de vier basisvaardigheden, en ze dus ten volle gebruiken bij elke diepe conversatie, de individuele niveaus van openheid en vertrouwen zal verhogen. Het gaat dus over – om het in systeemdeken taal[vi]te zeggen – een zelfversterkende lus: het effectief gebruik van de vier basisvaardigheden versterkt de openheid en het vertrouwen en … het verstevigde vertrouwen en de grotere openheid bevorderen dan weer het gebruik van de vier basisvaardigheden. 
Dit totdat het gewoonten geworden zijn (zie Deel VIII).

Creatieve wisselwerking ligtaan de basis van, en gaat over, een ingrijpend veranderingsproces. Deal en Kennedy[vii] stellen dat openheid en vertrouwen een sleutelonderdeel zijn van verandering: 

Openness and Trust in the Change Process influence whether and how change occurs. 

en de Freibergs[viii] zeggen het zo: 

Full disclosure leads to more honest conversations and it creates culture that values authenticity.”

Vertrouwen is organisch, het wordt echt niet geproduceerd op een assembleerlijn. Vertrouwen groeit door onze acties. Peter Senge et al.[ix] hebben vastgesteld dat “Culturen enkel bestaan wanneer die beleefd worden op elk moment”. 

Vertrouwen groeit wanneer: 

  • er naar elkaar geluisterd wordt, echt geluisterd;
  • we elkaar aanmoedigen om onze ideeën uit te drukken en daarbij actief luisteren (zie ook de vaardigheid Bevestigend Parafraseren, Deel XIII);
  • elkaar toestaan dat ook opinies aan bod komen, zelfs opinies die we liever niet horen;
  • we fouten aanvaarden (want een fout kan gebeuren) en vooral wanneer we ervan leren.

Om Peter Senge et al.[x] nog maar eens te citeren: 

We learn how to do something truly new only through doing it, then adjusting

Door fouten te aanvaarden wordt de blaam getransformeerd in creatief denken, we leren dan echt van onze fouten. Het Originele Zelfcreëert dus vertrouwen, waarbij integriteit eerlijkheid omvat én verder gaat. Eerlijkheid is de waarheid vertellen – m.a.w. onze woorden in overeenstemming brengen met de realiteit. Integriteit is de realiteit in overeenstemming brengen met onze woorden of anders gesteld, onze beloftes nakomen en de in ons gestelde verwachtingen.

Eén van de belangrijkste manieren om je Originele Zelf te tonen, je integriteit te bewijzen, is loyaal te zijn t.o.v. diegenen die niet aanwezig zijn. Door zo te handelen versterken wij het vertrouwen in ons, van diegenen die wel aanwezig zijn. Inderdaad, wanneer men diegenen die niet aanwezig zijn, verdedigt, zal men het vertrouwen winnen van diegenen die wel aanwezig zijn. Integriteit in een interafhankelijke werkelijkheid komt neer op het behandelen van iedereen overeenkomstig dezelfde set principes. Wanneer je dit werkelijk doet, zullen mensen je vertrouwen

Eloïse, Edward en Elvire, het is wel zo dat anderen initieel jullie integriteit niet steeds sterk zullen appreciëren. 
Integriteit confronteert nu eenmaal en veel mensen bewandelen liever het pad van de minste weerstand. Een pad bezaait met het zich afzetten, bekritiseren, bekladden van anderen, (die meestal niet aanwezig zijn – de puurste achterklap). Dit komt omdat de Vicieuze Cirkelnog steeds meer aan zet is dan Creatieve wisselwerking. Maar op het einde van de rit zullen mensen jullie meer vertrouwen indien jullie eerlijk, open én verdraagzaam bent. 

Integriteit vermijdt misleidende communicatie. Een leugen is elke communicatie met de bedoeling om te misleiden. Wanneer we integer communiceren in woorden én gedrag, kan onze intentie onmogelijk zijn te misleiden of te bedriegen. Dit voelt iedereen aan en daardoor versterkt integer gedrag in communicatie het vertrouwen en de openheid. 


[i]Bruce Springsteen. Quote uit This Depressionsong van studioalbum Wrecking ball,Columbia Records, 2012.

[ii]https://www.theguardian.com/music/2016/sep/07/bruce-springsteen-depression-wrecking-ball-interview

[iii]Edwards, W. Deming. “Drive Fear Out” is één van de kenmerken van een Kwaliteitsvolle organisaties zoals hij aangeeft in zijn TQM aanpak en onder meer beschrijft in zijn boek Out of Crisis. Cambridge, Mass: MIT Press, 1986.

[iv]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MD: Recovery Communications, Inc., 1998 

[v]Joseph Campbell. The Hero with a Thousand Faces, Novato, CA: Bolinger Series XVII, Joseph Campbell Foundation, New World Library, 2008. 

[vi]Senge, Peter M. The fifth discipline. The art and practice of the learning organization. New York: Doubleday, 1990.

[vii]  Deal, Terrence E. en Allen A. Kennedy. Corporate cultures: the rules and ritu-als of corporate life. Reading MA: Addison-Wesley Publishing Company, Inc. 1982.

[viii]Freiberg, Keven and Jackie Freiberg. Guts: Companies that blow the doors off. Business as usual. New York: Doubleday, 2004.

[ix] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. Cambridge MA: The Society of Organizational Learning, 2004.[

[x] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. op. cit.

BLIJF WAKKER ! – DEEL VIII

HOE GEWOONTEN AAN- EN AFLEREN?

Imagine you are in a car,

And your new selves can’t get in,

But your old selves can’t get out.

You can bring new vision and guidance in your life,

But you can’t forget who you’ve been 

And what you’ve seen

– Bruce Springsteen

Quote uit een ‘Rolling Stone’ interview[i]

(Habit, once formed, is one of the selves in the car)

Eloïse, Edward en Elvire, mensen zijn gewoontedieren[ii]. Ook in deze context, dus met betrekking tot gewoonten, is het enig correcte antwoord op de vraag uit het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’: “Is dat goed of is dat slecht?” (zie onder meer ook deel II) een volmondig JA! Sommige gewoonten zijn nu eenmaal goed (bv. het dagelijks correct tandenpoetsen is een gezonde gewoonte) en andere dan weer slecht (bv. dagelijks een tiental sigaretten roken is een ongezonde gewoonte). Goede gewoonten zou ik dienen te behouden (bv. dagelijks een half uur gaan doorstappen in de Lembeekse bossen) of aante leren (bv. beter begrijpend én waarderend luisteren naar m’n kleinkinderen). Minder goede gewoonten (voorbeeld: niet altijd luisteren, laat staan waarderend begrijpen van Bonnie) zou ik dienen af te leren. 

Sommigen beweren dat er noch goede, noch slechte gewoonten zijn. Er zouden enkel effectieve gewoonten zijn. Dit zijn gewoonten die effectief zijn in het oplossen van terugkerende problemen. Die hebben wel een punt. Alle gewoonten brengen iets op – ook de slechte. Het is zelfs omdat het iets opbrengt dat gewenst is dat wij een bepaald gedrag zolang herhalen tot het een gewoonte geworden is. Het klassieke voorbeeld is het roken van sigaretten (of tegenwoordig ‘vapen’, is het niet Edward?), dat geeft een zekere rust en een bepaald genot.

Het probleem is dat mensen, dus ook wij, onze dagelijkse routines niet zo makkelijk bijstellen en ze al helemaal niet door anderen laten opleggen.  Wanneer we ons eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigen gemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). Veranderen van gewoonten dient bovendien van binnen uit te gebeuren (in het geval van bovenstaande quote van Bruce Springsteen door de eigenaar van de wagen)!

Belang van gewoonten

Zonder gewoonten kunnen we niet goed functioneren in het dagelijkse leven.

Gewoonten zorgen ervoor dat we dingen doen zonder dat we er hoeven bij na te denken. De al bij al beperkte hersencapaciteit waarover we beschikken, kunnen we dan inzetten voor wat er echt toe doet. Inderdaad, de mentale energie die we niet hoeven te steken in onze gewoonten, kunnen we spenderen aan belangrijker zaken.

Heel wat resultaten zijn de gevolgen van gewoonten. Aan de hand van die resultaten kan men gewoonten catalogeren. Meestal spreken we daarbij, zoals hierboven, van goede gewoonten en slechte gewoonten. Het spreekt vanzelf dat goede gewoonten naar goede resultaten leiden. Zo leidt het dagelijks goed poetsen van de tanden tot het behouden van een gezond gebit. Slechte gewoonten leiden daarentegen naar minder goede resultaten. Zo leidt de gewoonte van het vaak eten van overvloedig ‘junk food’ tot obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte).

Maar, Eloïse, Edward en Elvire, een gewoonte heeft meestal goede enslechte gevolgen. Zo leidt het reeds vermelde roken van sigaretten tijdelijk tot minder stress en wat genot enook, uiteindelijk, tot een longziekte. Daarenboven zijn de labels, die men aan gewoonten hecht, ‘goed’ en ‘slecht’ persoonsgebonden. Zij komen voort uit de persoonlijke interpretatie en appreciatie van de gevolgen. En wat we soms als ‘goed’ catalogeren, is dit, op de keper beschouwd, niet steeds. Dit komt onder meer omdat we de – voor ons – goede gevolgen hoger waarderen dan de minder goede. Kortom, die labels komen uit de mindset van de specifieke gecreëerde zelf.

Hoe ontstaan gewoonten?

We worden niet geboren met gewoonten. Gewoonten worden aangeleerd. Hierbij speelt het zogenaamde conditioneringsproces een cruciale rol. Dit proces wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarbinnen het opereert. Het wordt mede daardoor ook socialisatie genoemd. Het is het proces waarbij een cultuur haar leden bepaalde overtuigingen, voorkeuren, gewoonten en de taal aanleert. Zo spreken wij, Eloïse, Edward en Elvire, Nederlands. Dit is een door onze cultuur aangeleerde gewoonte. Indien jullie in een andere cultuur waren grootgebracht, spraken jullie de taal ervan. Naast de cultuur ontwikkelen zich op persoonlijk vlak gewoonten door individuele voorkeuren en vooral ook door de werking van onze persoonlijkeVicieuze Cirkel.

Over het ontstaan van gewoonten zijn er heel wat boeken geschreven. Ik heb er nogal wat van gelezen. Dit omdat het menselijke gedrag mij ook professioneel boeide. Arbeidsongevallen hebben bijvoorbeeld veel te maken met gedrag, en dan nog voornamelijk met gewoontegedrag. Daardoor boeiden mij gewoonten, en hoe die ontstaan en veranderen, mij enorm. Wat mij daarbij opviel is dat alle auteurs van die boeken een eigen invulling geven aan het ontstaansproces van gewoonten. Gewoonten blijken namelijk te ontstaan volgens een drie stappen ontwikkelingsproces. Zo beschrijft onder meer Aubrey C. Daniels het klassiek geworden ABC plan[iii]. Het is een mnemotechnisch geintje dat steunt op de beginletters van het alfabet. In de Angelsaksische landen komt men zo tot volgende drie stappen: Antecedents – Behavior – Consequences. Mijn vertaling is wat krakkemikkig omdat ik persé de B wou behouden (anders speelde ik het ‘alfabet’ kwijt). Daarbij staat A voor Aansporing, dit is de prikkel om een bepaald gedrag te vertonen. B staat voor Behavior, dit is dan het getoonde gedrag. C tenslotte staat voor de Consequenties, dit zijn de gevolgen van het gedrag.

Nu ontstaan gewoonten door een bepaald gedrag zolang te herhalen dat het ingesleten geraakt. Aristoteles wist dit al, want hij stelde: “Wij zijn wat wij bij herhaling doen.” Dit wil zeggen het gedrag wordt vertoont zonder dat er nog bij wordt nagedacht. Als men niet meer nadenkt bij het uitvoeren van een bepaalde handeling, is die handeling inderdaad een gewoonte geworden. Het klassieke voorbeeld, dat door zowat alle auteurs van boeken rond gewoontevorming wordt meegegeven, is het volgende. Wanneer we een kamer binnen komen die donker is, gaat ons hand automatisch op zoek naar de lichtschakelaar om die in duwen. De donkere kamer is de Aansporing, de lichtschakelaar induwen is het Behavior (gedrag) en de verlichte kamer is de Consequentie van die handeling. De gewoonte is het middenstuk van de ABC keten. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom gewoonten simpelweg betrouwbare oplossingen voor terugkerende problemen kunnen genoemd worden[iv]. Gewoonten zijn ingesleten reflexen of rituelen. Het zijn met andere woorden mentale overbruggingen die we door ervaring leerden. Nog anders gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten zijn terugkerende handelingen waar we niet meer bij nadenken.

We hebben twee invalshoeken, twee bepaalde manieren om naar gewoonten te kijken. Meestal kijken we naar watwe met een bepaalde gewoonte wensen te bekomen. De output of consequentie is bij die manier van kijken belangrijk. Er is ook een tweede manier, Eloïse, Edward en Elvire en daar wil ik het in dit deel voornamelijk over hebben. Bij een gewoonte en dus ook bij gewoonte vorming is de input of aanleiding belangrijk. Die gewoonten, waarbij de input belangrijk is, zijn gekoppeld aan jullie identiteit. Deze tweede invalshoek start met de focus te richten op wiewe willen worden. Jullie hebben onderhand al begrepen dat dit voor mij onze Originele Zelfis. Onze actuele identiteit is wie we actueel zijn. Ik heb dit in vorige delen onze gecreëerde zelf genoemd. Onze Creatieve Zelf kan de gecreëerde zelf transformeren in de richting van onze Originele Zelf. Daarbij beleven we van binnenuit het proces waarmee wij geboren zijn, Creatieve wisselwerking.

Kortom, gewoonten worden gevormd door het inslijten van de identiteit die bestaat uit het geheel van aannames, vooronderstellingen en onderliggende meningen. Dit geheel noem ik nogal vaak onze mindset, wat kan vertaald worden als referentiekader, denkkader en mentaal model. Hierdoor wordt duidelijk dat we moeilijk gewoonten kunnen veranderen indien we niet onze mindset, die geleid heeft tot deze gewoonten, veranderen. Bij het veranderen van gewoonten gaat het voor mij, Eloïse, Edward en Elvire, niet zo zeer om het doel of om wat het opbrengt, maar om te veranderen wie ik ben; mijn gecreëerde zelf met diens unieke mindset. Daardoor blijven verbeteringen in gewoonten meestal slechts tijdelijk … totdat ze een deel worden van wie men is. Gewoonten zijn dus een inherent deel van onze gecreëerde zelf, onze mindset, ons individueel paradigma en onze individuele cultuur. Willen wij gewoonten af en aanleren dienen we dus onze gecreëerde zelf, onze mindset te veranderen.

En dat brengt ons naadloos terug naar het antwoord op de reeds in deze serie columns gestelde cruciale vraag: “Hoe kunnen we onze mindset veranderen gezien onze ‘mind’ dat zelf niet kan?”. Het antwoord op die vraag kennen jullie, Eloïse, Edward en Elvire onderhand wel: “Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.’ 

Hoe meer we een bepaald gedrag vertonen, hoe meer we onze identiteit, verbonden met dat gedrag, versterken. Het begrip ‘identiteit’ werd origineel afgeleid uit de Latijnse woorden ‘essensitas’, wat ‘zijn’ betekend en ‘identidem’, wat ‘herhaald’ betekent. Identiteit betekent dus letterlijk: ‘herhaald zijn’. Het proces dat gewoonten bouwt is in wezen het proces waardoor men zichzelf, en dus (hopelijk) z’n Originele Zelf, wordt. De werkelijkheid  gebied mij om te stellen dat we slechts een verbeterde gecreëerde zelf bereiken, de Originele Zelf blijft het doel; doel dat we m.i. nooit bereiken (maar jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mogen mij het tegendeel bewijzen).

In Systeemdenken taal zou men het zo kunnen zeggen: “Gewoonten vormen uw identiteit en uw identiteit geeft vorm aan uw gewoonten.” Het is dus een versterkende feedback lus totdat het gedrag gebeiteld is en dus een gewoonte geworden is. Zowel het aanleren, vormen van een gewoonte, als het afleren van een gewoonte, vergt herhaling en dus tijd. 

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten hebben te maken met zichzelf worden. De echte vraag daarbij is: “Worden jullie wel de personen die jullie echt willen worden?” Onze parafrasering van deze vraag kennen jullie al: “Worden jullie wel jullie Originele Zelf?”. En de opdracht zit al besloten in de vraag. De praktische moeilijkheid van het verwezenlijken van die opdracht – met name de transformatie van de gecreëerde zelf – hangt af van het huidig verschil tussen de actuele gecreëerde zelf en de Originele Zelf. Gezien jullie nog meer jullie Originele Zelf zijn dan ik, is de moeilijkheidsgraad van jullie transformatie eigenlijk kleiner dan die van jullie grootvader Johan. Dat is alvast het goede nieuws! Voor jullie althans… En zoals zo vaak is de weg naar het doel uiterst interessant. Gelukkig maar, want het doel bereiken we volgens mijn persoonlijk inzicht nooit!

Zoals reeds gesteld is het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces. Ik heb dus gezocht naar die gewoonten die het creatief wisselwerkingsproces bevorderen. Ik heb ze ten slotte in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ beschreven als zestien vaardigheden. Ik zal die vaardigheden in deze serie columns één voor één uitgebreid beschrijven.

Het creatief wisselwerkingsproces toegepast op gewoontevorming

Hierbij gebruik ik het Cruciale Dialoogmodel. Nogmaals, de linkerkant ervan is de zone van het denken, het midden de zone van de gevoelens en emoties, en de rechterkant de zone van het doen en dus van de transformatie.

In de denkfase horen uiteraard de aansporingen. Dit zijn informatie en data (‘triggers’) die het denken in gang zetten. Daartoe dient het helder bewustzijn ingezet te worden. Men dient dus ‘wakker’ te zijn. Carl Jung zei ooit: “Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” Jung was ervan overtuigd dat het leven een doel heeft dat voorbij gaat aan het zuiver materiële. De primaire taak van iedere mens is het ontdekken en vervullen van haar of zijn diepgelegen innerlijk potentieel. Dit proces van transformatie, dat Jung ‘individuatie’ noemde, is een proces waarin we, stelde hij, trachten het Zelf tegen te komen, alsook het Goddelijke. Het proces van individuatie, of het differentiëren van het Zelf uit bewuste en onbewuste elementen, staat centraal in het werk van Jung[v]. Eloïse, Edward en Elvire, mijn denkkader is dus Jungiaans, met dien verstande dat ik het heb over de Originele Zelf, dat het Goddelijke voor mij Creatieve wisselwerkingis, en het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces is. Door blijvend Creatieve wisselwerkingvan binnenuit te beleven, wordt onze gecreëerde zelf continu verbeterd in de richting van de Originele Zelf. De gecreëerde zelf is dus idealiter niet statisch maar continu evoluerend. Dus kunnen we eigenlijk spreken van de continu evoluerende gecreëerde zelf.

Informatie heeft geen mening tenzij ze geïnterpreteerd wordt. Daarbij is het gekleurd bewustzijn aan zet. De interpretatie van de data leidt naar gevoelens en emoties.  Die vertalen zich in een verlangen naar verandering. Men is niet gelukkig met de actuele situatie, zoals gepercipieerd met behulp van de info en data. Daardoor verlangt men naar een gewenste situatie. Volgens onze visie is elk verlangen gekoppeld aan de wens om de gecreëerde zelf te veranderen. Dit leidt tot de creatiespanning. Dit is de spanning die men voelt wanneer men beslist de actuele gecreëerde zelf te gaan veranderen. Die spanning is een natuurlijke spanning die ontspringt uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gepercipieerde realiteit met betrekking tot de gecreëerde zelf) en de toekomst die ik mezelf toewens (de gewenste gecreëerde zelf, dichter bij de Originele Zelf). Ze komt voort uit zowel de herkenning van het verschil als de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid om die afstand te overbruggen. 

De respons is uiteindelijk de keuze van de gewoonte die men wil afleren of aanleren. Eerst dient men zich de nieuwe gewoonte voor te stellen (imaginatie) en nadien aan te leren (transformatie). Of men tot de effectieve realisatie van de respons komt, hangt af van de intrinsieke motivatie en van de frictie die de gedragstransformatie vergezelt.

De nieuwe gewoonte leidt naar een consequentie, met name de geëvolueerde gecreëerde zelf. De consequentie realiseert twee doelen: het stilt het verlangen en men heeft iets geleerd dat waard is om meegenomen te worden in de toekomst. Wat men geleerd heeft, komt neer op de het ervaren van de kracht van Creatieve wisselwerking. Edward, daarbij denk ik steevast aan Yoda’s kracht (“May the Force be with you!”).

Het creatief wisselwerkingsproces is idealiter niet iets dat sporadisch in werking is. Ideaal is het eerder een eindeloze feedback lus die elk moment actief kan zijn. En dat in elke fase van jullie leven, Eloïse, Edward en Elvire!

Men kan het proces ook zien als twee fasen: de probleem fase en de oplossingsfase. Zoals we al zagen heeft elke gewoonte tot doel een terugkerend probleem op te lossen.

De vaardigheden van het Cruciale Dialoogmodel zijn gewoonten die er voor zorgen dat we – theoretisch althans – uiteindelijk terug onze Originele Zelfworden.

De eerste stap is wakker worden en onze acties en gedachten observeren. Observeren zonder oordeel of interne kritiek (van de ‘Monkey-mind’). Dit is je zelf observeren zoals iemand anders dat zou doen, hoewel het zelf-observatie is. Gedurende de observatie fase bemerk je heel waarschijnlijk dat het verkieselijk is je een paar van de Creatieve wisselwerking vaardigheden eigen te maken. Je kiest één van die vaardigheden.

Dan doorloop je het proces dat in bovenstaande tekening is weergegeven (eerst de probleemfase en nadien de oplossingsfase) en beslist in het midden of je genoeg motivatie hebt om iets aan die vaardigheid te doen. Hier gebeurt overigens de omslag van het ‘wensen’ naar het ‘willen’. Dan zoek je manieren om je die vaardigheid eigen te maken. Daarna neem je de beslissing (rechts op de tekening) om je effectief die vaardigheid eigen te maken. Je mag tijdens die transformatie heel wat wrijving (frictie) verwachten. Die transformatie lukt indien de motivatiekracht grotere is dan de wrijvingskracht.

Een uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde, hou ik daarbij altijd voor ogen : “When the rubber meets the road.” Dit wil zeggen dat zolang men aan het nadenken is en zelfs wanneer met een besluit genomen heeft om iets in gang te zetten er van frictie geen sprake is. Het is enkel wanneer men beslist heeft ‘de hand aan de ploeg’ te slaan dat er wrijving onstaat. Daarin ligt het grote verschil tussen besluiten en beslissen. Bij een besluit is er zelden frictie, bij een beslissing bijna steeds. Deze laatste wordt bij sommige transformatie processen zodanig groot dat het proces tot stilstand komt en soms zelfs wordt afgeblazen. In het geval van gewoontenvorming komt dat er op neer dat de gewoonte nooit wordt gevormd. Anders gesteld, men blijft steken bij de intentie. Om toch succes te hebben bij het aanleren van een een nieuwe of het afleren van een oude gewoonte kan een implementatie intentie met bijhorend plan helpen.

Een goede manier om een gewoonte aan te leren[vi]

Een implementatie intentie is een op voorhand gemaakte verklaring met betrekking waar en wanneer men in actie zal schieten. Men maakt een planning betreffende de gedragsacties die nodig zijn om een bepaalde gewoonte in te slijpen.

Een implementatie intentie heeft volgende vorm:

“Wanneer situatie X zich voordoet, zal ik gedrag Y vertonen.”

Het doel van een implementatie intentie is om de situatie (plaats en tijdstip) zo duidelijk te maken zodat men het juiste gedrag vertoont totdat dit gedrag, mits genoeg herhaling, ingesleten is. Wanneer een gedrag een gewoonte geworden is, kan men meestal zelfs niet meer zeggen waarom men dit gedrag automatisch vertoont.

Hoe strakker je een aan te leren gewoonte verbindt met een specifieke situatie (die dan optreedt als aanleiding – zie het ABC van gewoontenvorming), hoe groter de kans dat men effectief aangezet wordt tot het vertonen van dat gewoontegedrag.

Heel belangrijk daarbij is dat we de werkelijkheid correct “zien”.  In feite gebruiken wij alle zintuigen om te observeren – de vijf klassieke en het zesde zintuig, de intuïtie – en wat wij observeren wordt geïnterpreteerd door ons brein en onze ‘mindset’. 

Het idee dat een beetje discipline voldoende is om al onze problemen op te lossen is een in onze cultuur ingebakken illusie.  Belangrijker dan discipline is het coderen van een gewoonte. Eens dat is gebeurt volgt de gewoonte automatisch wanneer de aanleiding zich voordoet.  Dit is echter ook het geval met zogenaamde ‘slechte’ gewoonten. Die zijn meestal autokatalytisch: het proces voedt zichzelf. Het gedrag is daarbij de katalysator van z’n eigen vorming. Omdat er aan het begin van deze autokatalistische reactie weinig ‘product’ (i.e. gedrag) aanwezig is, komt de transformatie traag op gang. Ze gaat bij een slechte gewoonte wel veelal tot de finish!

Het afleren van gewoonten[vii]

Je kan een gewoonte afleren door ze te vervangen door een andere gewoonte. Maar een oude gewoonte ‘vergeet’ je nooit (cf. ‘de macht der gewoonte’). Die is ingesleten in jouw brein. De reden daarvan is dat een gewoonte in de hersenen kan gezien worden als een koppeling tussen twee synapsen. Bij onderzoek van het geheugen is men tot de bevinding gekomen dat elke gewoonte te maken heeft met neuronale circuits in de hersenen. De neuronale circuits, die aan de basis liggen van het ontstaan van een gewoonte, bestaan uit drie componenten, met name gedachten, gevoelens en gedrag. Dit komt dus exact overeen met onze voorstelling van gewoontevorming: denken, voelen en doen (zie de tekeningen van dit deel). Gewoontevorming ontstaat door veranderingen in de sterkte van de verbindingen tussen neuronen, die ervoor zorgen dat herinneringen gecodeerd en opgeslagen worden in het centrale zenuwstelsel. Wil men een nieuwe gewoonte aanleren dient men dus nieuwe neuronen verbindingen te creëren. Wanneer er een aanleiding is om die nieuwe gewoonte te realiseren, worden deze verbindingen aangesproken. Dit ten koste van de oude verbindingen van de af te leren gewoonte. Evenwel worden de oude verbindingen nooit volledig verbroken, zelfs indien ze een hele tijd niet aangesproken worden. Men kan jaren gestopt zijn met roken of het overmatig drinken van alcohol, wanneer men plots in een emotionele crisis terecht komt, is de kans reëel dat men in de oude gewoonte hervalt. 

Elke gewoonte lenigt een verlangen en heeft een dieperliggende reden. Het verlangen is daarbij een specifieke uiting van de dieper onderliggende reden. Dieper liggende redenen blijven meestal bestaan, het specifiek gedrag, om het verlangen gebaseerd op de onderliggende reden te lenigen, kan gewijzigd worden. 

Onze huidige gewoonten zijn niet noodzakelijke de beste manier om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld roken of een stevige borrel drinken om stress te reduceren [cf. de succesvolle reclameslogan (de jaren 1975-1986): “Schat, staat de Bokma koud.”] 

Ons gedrag hangt voornamelijk af van hoe we de gebeurtenissen die ons overkomen interpreteren en dus niet van de obectieve realiteit betreffende deze gebeurtenissen. Men zou kunnen stellen dat ons gedrag meer verbonden is met ons gekleurd bewustzijn en minder met ons helder bewustzijn.  En de interpretaties creëren ogenblikkelijk gevoelens. Onze gevoelens en emoties transformeren het verlangen in een mogelijke respons. Wij maken een voorstelling, een beeld van de toekomstige realiteit. 

We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Er is dus een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil levert de nodige energie om in actie te schieten. Het is de spanning tussen de twee die omgezet wordt in de transformatie beweging en het ‘wensen’ is nu wel degelijk omgezet in ‘willen’.

TOEKOMSTIGE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Afleren hardnekkige ‘slechte’ & aanleren harde ‘goede’ gewoonten

Gewoonten worden gevormd door een specifiek proces dat we het ABC proces genoemd hebben. Nogmaals, daarin staat de A voor de aanleiding om een bepaald gedrag te vertonen, B voor het gedrag zelf en C voor de consequentie die volgt op het gedrag. Opmerkelijk is dat op den duur de Consequentie de Aanleiding vormt voor het gedrag. Zeker in het geval dat deze Consequentie snel volgt op het vertonen van het gedrag (B). Wanneer een Consequentie snel volgt op een gedrag en bovendien zeker is, dan wint dat specifieke effect het van een Consequentie die langzaam volgt op een bepaald gedrag en bovendien onzeker is. Zo wordt de roker verleidt om te volharden in de boosheid, hoewel zij of hij pertinent weet dat roken een voor de gezondheid slechte gewoonte is. Dit komt omdat het positief gevolg, bekomen van rust en genot, direct van bij de eerste haal voelbaar is en dat bij elke sigaret, terwijl het mogelijk negatief gevolg, longkanker, eerst heel veel jaren nadien zal verschijnen en misschien zelfs nooit. Wanneer de longkanker zich uiteindelijk onverhoopt toch manifesteert is de roker ‘plots’ geneigd wel te stoppen. Hoewel het er dan veelal niet meer toe doet…

Dus de consequenties kunnen veelzijdig zijn. Zo kan een consequentie positief zijn of negatief zijn. Voor elke van die twee onderverdelingen kan die consequentie snel volgen op het gedrag of traag volgen op dit gedrag. Daarbij kan men nog de onderverdeling ‘zeker’ en ‘onzeker’ onderscheiden. Meestal is een consequentie die snel volgt op een gedrag ook zeker. Hoewel dit niet altijd zo is. Zo wordt de consequentie ‘overdreven snelheid’, die wel snel en zeker volgt op het gedrag (het hard indrukken van het gaspedaal) niet altijd gevolgd door een tweede negatieve consequentie ‘boete’. Een en ander kan door volgende tekening voorgesteld worden, hoewel uiteraard heel wat varianten daarvan mogelijk zijn:

Wat dus veel voorkomt is dat bij sommige gewoonten de Consequentie terugkoppelt. Het directe zekere positieve gevolg (C+ volgt SNEL en zeker) wordt daardoor de aanleiding voor het herhalen van het gedrag totdat het een gewoonte is geworden.

Ander gedrag – dat nochtans positieve effecten op langere termijn heeft – wordt moeilijk genoemd, omdat het ook een direct en zeker negatief gevolg (C- volgt SNEL en zeker) heeft. Voorbeeld daarvan is een dagelijkse stevige wandeling van een half uur in de Lembeekse bossen. Indien men daar in de herfst aan begint zijn de directe negatieve gevolgen legio: verkleumde handen, stijve spieren, … Daardoor krijgen de hersenen het signaal ‘Herhaal NIET!!!’. Het directe negatieve gevolg verdringt de aanleiding (‘het is beter voor m’n gezondheid’). Het positieve effect is slechts na maanden zichtbaar: men ‘voelt zich beter’ en het ‘gemiddeld suikerniveau in het bloed’ is merkelijk gedaald. Maar indien het gedrag geen kans krijgt om een gewoonte te worden, is men er aan voor de moeite. De positieve gevolgen hebben in dat geval niet de kans om merkbaar te worden.

Hierbij is, Eloïse, Edward en Elvire, een uitspraak van de Vlaamse – veel te vroeg gestorven – dichter, Herman de Coninck in m’n geheugen gegrift: “Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard.” Die gevleugelde uitspraak is geldig bij het aanleren van elke ‘moeilijke’ Creatieve Wisselwerking gewoonte en het afleren van elke ‘leuke’ Vicieuze Cirkel gewoonte.

Zo gebruik ik zelf om af te komen van een hardnekkige negatieve gewoonte of het aanleren van een harde positieve gewoonte de vaardigheid ‘Herkaderen’ van het creatief wisselwerkingsproces. Ik zal in de loop van deze reeks columns die vaardigheid diepgaand beschrijven. Voorlopig beperk ik mij met te stellen dat herkaderen neerkomt op anders naar de werkelijkheid te kijken. Daarbij ga ik de positieve effecten van een hard ‘goed’ gedrag versterken en de negatieve effecten ervan afzwakken. Uiteraard doe ik het bij een hardnekkig negatief gedrag andersom. In beide gevallen neem ik mijn Mindset tegenvoets. Ik ga daarbij ook op zoek naar de onderliggende oorzaken van m’n slechte gewoonten en herkader de associaties die ik met die oorzaken heb. 

Zo stopte ik ooit met roken nadat ik op tv gezien had hoeveel teer er zich gemiddeld in de longen ophoopt gedurende een jaar, indien men een pakje sigaretten per dag rookt (wat ik toen deed). De liter teer werd op een rood vierkant vloeipapier uitgegoten en de grote vlek inktzwarte smurrie deed mij inzien dat ik echt geen tien jaar meer hoefde te wachten om m’n gewoonte af te leren. 

Het aanleren van de goede gewoonte ‘dagelijks een half uur stevig gaan stappen’ in de Lembeekse bossen, startte ik in de vroege lente van 2018. De aanleiding was een nogal ‘dwingend’ advies van m’n huisarts, dr. Inge De Gussem. De zomer was uitzonderlijk, dus geen probleem met verkleumde handen en tijd zat om stevige handschoenen te voorzien tegen dat het koud werd. Ook mat ik zelf regelmatig (om de 2 à 3 dagen) het suiker gehalte in m’n bloed. Door die metingen werd het positieve effect van deze inspanning redelijk snel duidelijk. Dus heel wat vroeger dan bij de driemaandelijkse controle bij de huisdokter, waar m’n metingen bevestigd werden. Het schouderklopje dat ik van Inge De Gussem kreeg, was dan nog een bijkomend positief effect. Nu kan ik zeggen dat m’n dagelijkse wandeling een gewoonte geworden. Ik voel mij onwennig, en zelfs een beetje ongelukkig, indien die gewoonte, het stevig doorstappen in de Lembeekse bossen, door omstandigheden op een bepaalde dag onmogelijk is.

Hoelang duurt het vooraleer een gewoonte effectief gevormd is?

Gewoontevorming is een proces waarbij een bepaald gedrag progressief een gewoonte wordt door langdurige herhaling van dat gedrag. Hoe meer een gedrag herhaald wordt, hoe meer het ingesleten raakt in het brein en daardoor wordt het gedrag niet alleen makkelijker maar hoe langer hoe meer een gewoonte. Neurowetenschappers noemen dit ‘Long-term Potentiation’ of LTP, een proces waarbij verbindingen tussen neuronen sterker worden door frequente activering: 

Herhalen van een gedrag veroorzaakt duidelijke fysische veranderingen in het brein. Nieuwe gewoonten vereisen niet alleeen een veelvuldige herhaling van het gedrag, ze vereisen ook een hoge frequentie van het vertonen van dit gedrag. Er moet een hoge reeks herhalingen van een bepaald gedrag in een relatief korte tijd uitgevoerd worden, willen wij een kans maken dit specifieke het gedrag inslijt en een gewoonte geworden is. 

Wat die frequentie is en hoe lang het duurt vooraleer een bepaald gedrag effectief een gewoonte wordt, is nog niet volledig uitgeklaard. Gebaseerd op talloze wetenschappelijke artikelen kwam Charlie Palmgren aan ‘28 opeenvolgende dagen minstens één keer het nieuwe gedrag vertonen’. Niet dat dit foutloos dient te gebeuren. Het gedrag dient echter wel te worden gesteld. Wachten op de perfectie is ook hier uit de boze. Maar één dag het gedrag totaal niet vertonen, betekent dat de teller terug op nul wordt gezet. Niet verwonderlijk dat harde gewoonten zelden ingesleten raken. De kans dat een gewoonte effectief gevormd wordt is veel groter indien men haar of zijn vertonen ervan dagelijks monitort. Tegenwoordig zijn er hiervoor prachtige apps op de markt. Het handige van deze apps is, dat ze je ook attenderen op het oefenen en dat ze je voortgang bijhouden. Zelf heb ik nog geen app gebruikt en ik plan dit eerstdaags te doen. Ik heb gekozen voor de strides app[viii]. Nu nog een aan- of af te leren gewoonte kiezen voor ik ermee start in het voorjaar van 2019. Misschien wordt het gebruik van deze app wel een gewoonte …  

Ik nam het magisch getal 28 in mijn cursussen over omdat er nogal wat gebeurtenissen in de natuur volgens dit schema verlopen. Zoals: de ‘normale’ menstruatie cyclus bij de vruchtbare vrouw, de duurtijd van één omwenteling van de maan rond de aarde, de tijd die nodig is om beton ‘natuurlijk’ te laten harden, … De eerlijkheid gebied mij jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te zeggen dat die vuistregel geen wetenschappelijke grond heeft. Het getal 28 is dus niet meer dan een metafoor om te duiden dat het aanleren of afleren van een gewoonte geen handeling is zoals het drukken op een lichtschakelaar. Daarvoor is meer nodig. Iets wat ik soms met een andere quote duidde: “Blood, sweat and tears.[ix]” Maar zoals gezegd, wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard!


[i]Steve Heisler. The Missing Link. Teaching and Learning Critical Skills.Lanham MA : Rowman & Littlefield Education, 2014. Page 3.

[ii]De uitspraak “De mens is een gewoontedier” wordt veelal aan Aristoteles (384 v. Chr. – 322 vr. Chr.) toegeschreven. Hij zei ook ooit: “We zijn dat, wat we bij herhaling doen.” Dus wat ik hier neerschrijf is niet zo nieuw.

[iii]Aubrey C. Daniels. Bringing Out the Best in People: How to Apply the Astonishing Power of Positive Reinforcement.New York, NY: Mc Graw-Hill, Inc. 1999. Bladzijden 34-40.

[iv]“Habits are, simply, reliable solutions to recurring problems in our environment.” Quote Jason Hreha: Why Our Conscious Minds are Suckers for Novelty.” Revuehttps://www.getrevue.co/profile/jason/issues/why-our-conscious-minds-are-suckers-for-novelty-54131, geraadpleegd op 25 feb. 2019

[v]http://www.dejongepsycholoog.be/theorie/8-inspirerende-citaten-carl-gustav-jung/geraadpleegd op 25 feb. 2019

[vi]James Clear. Atomic Habits: An Easy and Proven Way to Build Good Habits and Break Bad Ones.London, GB: Random House Business Books, 2018, bladzijden 69-79.

[vii]Quote Tom Lanoye: “Een mens is een gewoontedier met afkickverschijnselen.” Uit Tom Lanoye, Het Derde Huwelijk. Amsterdam: Prometheus, II, 5.

[viii]https://www.stridesapp.com

[ix]Quote die veelal toegeschreven wordt aan sir Winston Churchill wegens de frase “I  have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” uit diens speech in het Britse Lagerhuis (House of Commons) op 13 mei 1940 : https://yle.fi/vetamix/media/doc/tal_19400513_Churchill_Blood_Sweat_and_Tears.pdf

BLIJF WAKKER ! – DEEL VII

DE CONDITIES NODIG VOOR CREATIEVE WISSELWERKING!

Poor man wanna be rich, rich man wanna be king
And a king ain’t satisfied till he rules everything
I wanna go out tonight, I wanna find out what I got
Well I believe in the love that you gave me
I believe in the faith that could save me
I believe in the hope and I pray that some day it may raise me above these  Badlands[i]

Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town – 1978


Opdat Creatieve wisselwerking überhaupt zou kunnen plaats vinden, dienen er bepaalde condities vervuld te zijn. Deze voorwaarden zullen in de loop van deze column reeks uitgebreid aan bod komen. In dit deel wil ik het, Eloïse, Edward en Elvire, hebben over de noodzaak van deze condities. Die werd mij duidelijk door volgende persoonlijke observatie. Hoe minder er van deze condities (voorwaarden) aanwezig zijn in de leefwereld van een individu, hoe minder dat individu Creatieve wisselwerking van binnen uit kan beleven. Bruce Springsteen bezingt ze als “I believe in lovefaith and hope” en ik hoe zijn visie in Creative Interchange taal vertaal, vinden jullie in dit deel.

Volgens Henry Nelson Wieman is Creatieve wisselwerking aangeboren en bij machte de menselijke geest oneindig uit te breiden en te transformeren. Gezien de menselijke geest dat zelf niet kan, voegde Charlie Palmgren daar later fijntjes aan toe. Ieder kind heeft van bij de geboorte de capaciteit om deel te nemen aan het creatief wisselwerkingsproces. Dat dit laatste Charlie ‘s definitie van Intrinsieke Waarde is, zagen we reeds in deel IV. Het kind neemt effectief deel aan dit transformatieproces indien aan bepaalde voorwaarden in min of meerdere mate voldaan is. Nogmaals, hoe meer aan die voorwaarden is voldaan, hoe groter de kans is dat Creatieve wisselwerking van binnenuit wordt beleefd, telkens zich daartoe de kans voordoet. 

Die voorwaarden maken de goede werking van de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces mogelijk[ii]. Deze condities zijn respectievelijk:

  1. Vertrouwenen Openheid om de Authentieke Interactie te bevorderen;
  2. Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid om het Waarderend Begrijpen mogelijk te maken;
  3. Het kunnen Verbinden en Creativiteit om de Creatieve Integratie (Imaginatie) aan te zwengelen;
  4. Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid om Continue Transformatie van de gecreëerde zelf te kunnen realiseren.

Het valt jullie misschien op, Eloïse, Edward en Elvire, dat deze voorwaarden tevens kenmerken zijn van het jonge kind. Met jonge kind bedoel ik een kind vanaf dag 1 tot en met 7 à 9 jarige leeftijd. Die laatste leeftijd hangt hoofdzakelijk af van de negatieve werking van de Vicieuze Cirkel in het geval van het kind in kwestie.

Inderdaad, en driewerf helaas, deze – meestal in het begin voorhanden zijnde voorwaarden – worden, gedurende de prille kinderjaren, danig uitgehold door het conditioneringsproces, ook wel opvoedingsproces genoemd. De conditionering van elk kind gebeurt door ouders, opvoeders, leraars, vrienden, media, en een groot aantal sociale en culturele interacties. Het is triest te moeten observeren dat juist daardoor deze noodzakelijke condities of voorwaarden danig in het gedrang komen. Waardoor dan weer het creatief wisselwerkingsproces wordt afgeremd of belemmerd, met als rechtstreeks gevolg dat de aan gang zijnde transformatie vertraagd wordt of tot stilstand komt. Met andere woorden de snelheid van het leren van een kind vertraagt aanzienlijk op de leeftijd dat het naar school gestuurd wordt … om te leren! Wat er juist gebeurt en hoe dit gebeurt zal in dit deel in het algemeen, en in latere delen in detail, besproken worden.

Zoals we in een vorig deel (Deel I) zagen komen kinderen helder bewust ter wereld. Daardoor zijn ze waakzaam en alert met betrekking tot de wereld om hen heen. Zij hebben daarbij een schijnbaar onuitputtelijk vertrouwen en staan open voor al het nieuwe dat op hen afkomt. Bovendien zijn ze zeer nieuwsgierig en verkennen ze onbevreesd hun leefwereld. Daarbij kunnen ze verduiveld goed omgaan met onzekerheid. Ze beschikken over een grote drang om de grenzen van hun leefwereld continu uit te breiden. Daartoe zetten jonge kinderen al hun zintuigen in. Ze zien, horen, raken nieuwigheden aan, ruiken er aan en proeven er zelfs van. Het is de periode van pure observatie zagen we al en ook de tijd van speelse fascinatie, flexibiliteit, wendbaarheid en ‘Flow’[iii]. Dit alles is gekoppeld aan de vaardigheden van het kunnen verbinden van ogenschijnlijk niet te verbinden elementen en creativiteit. Wanneer kinderen ‘fouten’ maken, of ‘mislukken’, blijven ze niet bij de pakken zitten. Integendeel ze zetten door, zijn vasthoudend en leren aan een ongeziene snelheid (die we later nooit meer bereiken). Kinderen zijn ook niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Hoewel ze op fysisch vlak totaal afhankelijk zijn, zijn ze op psychisch vlak interafhankelijk. Deze voorwaarden zijn een integraal onderdeel van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Zoals reeds meermaals aangehaald, is dit het proces dat er voor zorgt dat het bereik wordt uitgebreid van wat kinderen kunnen kennen, waarderen, zich kunnen voorstellen, en van binnenuit kunnen beheersen.

Spijtig genoeg wordt de openheid van het jonge kind vroeg of laat de mond gesnoerd. Dit geeft een deuk in het vertrouwen. Het kind ondervindt weerstand en zelfs regelrechte tegenkanting. Ook door de aangeboren nieuwsgierigheid komt het kind in de problemen. Het kind stelt, zeker in de leeftijdscategorie van 2 tot 5 jaar, vaak de ‘Waarom?’ vraag. Het kind wenst te leren. De ouders krijgen, door het continu vragen van het kind naar het waarom der dingen, het echter op de lange duur op de heupen. Het kind wordt met een kluitje in het riet gestuurd of krijgt een duidelijke ‘Daarom!’. Daardoor verleert het kind langzamerhand vragen te stellen en krijgt de natuurlijke nieuwsgierigheid een knauw. Dit eerst door de ouders, nadien door andere opvoeders en leraren die geacht worden het kind voor te bereiden op volwassenheid. De aangeboren voorwaarden, waardoor het kind ten volle deelneemt aan Creatievewisselwerking, worden langzamerhand één voor één afgebouwd en vervangen door opgelegde gedragspatronen opdat het kind adequaat zou kunnen functioneren binnen het gezin, de school en de samenleving. Daarbij dient het kind z’n intrinsieke natuur hoe langer hoe meer te verloochenen teneinde te voldoen aan een steeds maar groter wordend pakket extrinsieke eisen en verwachtingen. Het aanvaarden van dit opgelegd pakket is onderdeel van het lidmaatschap van de bewuste groep (cultuur) waartoe de ouders, de school en de gemeenschap van het kind behoren. Het kind leert hoe langer hoe meer afwijzing en verstoting te voorkomen en komt hoe langer hoe meer in z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel terecht.

In de psychologie stelt men dat het gaat over een strijd tussen de interne ‘locus of control’ en de externe ‘locus of control’. Dit begrip ‘locus of control’ verwijst naar de mate waarin iemand gelooft dat gebeurtenissen die hem overkomen al dan niet van binnenuit te beheersen zijn.

De Originele, Creatieve Zelf van het kind wordt aldus langzamerhand geconditioneerd, door de cultuur van de gemeenschap waarin het kind opgroeit, tot een aanvaardbare gecreëerde zelf. Dit is ook de periode waarin het helder bewustzijn of het Ik-bewustzijn wordt ingewisseld voor het gekleurd bewustzijn of het mij-bewustzijn, waarover ik het in een vorige deel (Deel II) had. Het is dus de sociale conditionering die als oorzaak van deze nefaste verandering aangewezen kan worden. Daardoor wordt de snelheid van de natuurlijke transformatie ten goede afgeremd. Inderdaad, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vermindert zienderogen omdat de daartoe nodige condities minder en minder voor handen zijn. Het kind wordt minder open, vertrouwt hoe langer hoe minder de ander, verleert het stellen van kritische vragen en wordt dus minder nieuwsgierig. Ook kan het hoe langer hoe minder omgaan met onzekerheid. Het zoekt zekerheid waar het niet te vinden is. Het kan hoe langer hoe minder zaken met elkaar verbinden en de zogenaamde creativiteitsindex vermindert zienderogen. 

Die index werd ontdekt door Paul Iske[iv]en is gebaseerd op het aantal vragen dat een persoon stelt en het aantal keer dat zij of hij lacht. Uit die index blijkt dat we op ons 5e levensjaar blijkbaar heel veel lachen en ook veel vragen stellen en dat we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone komen. Deze index geeft duidelijk aan wat een nefaste invloed het conditioneringsproces heeft op onze nieuwsgierigheid en onze creativiteit. Tenslotte vermindert ontegensprekelijk het doorzettingsvermogen en verschanst men zich in z’n eigen mentaal model, waardoor de voorwaarde van interafhankelijkheid minder prominent gewaardeerd wordt.

Doen is de beste manier van denken

Tenslotte vermindert ook het doorzettingsvermogen van het kind en transformeert het van een afhankelijke peuter naar een onafhankelijke (dat denkt zij of hij toch) adolescent en vergeet het de mens in wezen interafhankelijk is.

Creatieve wisselwerking wordt geoptimaliseerd wanneer er een integratie plaats vindt van observeren (door de Creatieve Zelf) en het percipiëren, dus waarnemen (door de gecreëerde zelf). Wanneer de voorwaarden openheidvertrouwennieuwsgierigheid en kunnen omgaan met onzekerheid aanwezig zijn, ondersteunen het helderen gekleurd bewustzijn elkaar wederzijds. Daardoor krijgt men een beter inzicht betreffende de werkelijkheid en kan men geraakt worden door het verschil tussen dit inzicht en de wens betreffende een betere toekomst. Waardoor men dan weer verschillende ideeën kan verbindenen de creativiteit kan inzetten om die te integreren tot een oplossing. Die oplossing vasthoudend en interafhankelijk verwezenlijken, leidt dan tot de transformatie van de gecreëerde zelf in de richting van, en dus nader tot, de Originele Zelf.

Het belang van deze condities voor het kiezen van een school en (later) een werkgever

Zowel onderwijsinstellingen als bedrijven, die niet voorzien in een minimum van deze voorwaarden, zijn te mijden als de pest. Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is broodnodig voor jullie persoonlijke ontwikkeling. Het beleven ervan van binnenuit is echter niet van de poes. Daarom juist zijn ondersteunende voorwaarden nodig. Ook dient men zoveel als mogelijk hulpbronnen aan te boren en niet verzeild te raken in situaties waarin Creatieve wisselwerking wordt tegengewerkt doordat de Vicieuze Cirkel wordt aangezwengeld. Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien

Zowel de school als het bedrijf dienen duidelijk te maken aan welke doelstellingen jullie activiteiten bijdragen en er voor te zorgen dat die doelstellingen niet willekeurig veranderen.

Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien:

Heldere doelen en regels die aansluiten bij jullie persoonlijke waarden en kwaliteiten

Een essentieel aspect van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich daarvoor inzetten van binnenuit. Jullie zetten zich in vanuit een intrinsieke motivatie, omdat jullie het zelf willen in plaats dat dit jullie wordt opgedrongen door anderen.

Het onderwijs is voor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, goed geregeld; mede omdat jullie moeder Daphne de onderwijsinstellingen gekozen heeft die aansluiten bij jullie waarden en kwaliteiten. Hoewel, zelfs in het SUI is waakzaamheid geboden.

Later dienen jullie zelf wel jullie werkgever zorgvuldig te kiezen. Een werkgever die op onverwachte momenten het roer van zijn beleid omgooit, belemmert het beleven van het creatief wisselwerkingsproces door de medewerkers.

Er is eerlijke feedback beschikbaar over het effect van wat jullie doen zodat jullie kunnen bijsturen

De meeste onderwijsinstellingen geven dusdanige feedback en steunen zich daarbij op regelmatig aftoetsen van de kennis van de leerstof. Die feedback dient evenwel eerlijk en correct te zijn, anders werkt die tegendraads. Dat laatste hebben jullie zeker al ondervonden!

Later dienen jullie werkplekken te kiezen waar jullie zowel feedback krijgen over jullie inspanningen en de effecten ervan, als dat jullie zelf feedback kunnen geven over wat jullie op de werkplek ervaren. Indien de tweezijdige feedback niet vloeiend verloopt, doordat uw leidinggevende niet naar jullie terugkoppelt of dat jullie feedback door de organisatie genegeerd wordt, komt jullie beleven van het creatiefwissel werkingsproces in gedrang en wordt het misschien tijd om de werkaanbiedingen, die jullie kunnen vinden op het ‘world wide web’, eens grondig te analyseren.

De studie/taak dient moeilijk te zijn en die moeilijkheidsgraad dient in evenwicht te zijn met jullie vaardigheden

Opdrachten die liggen aan de grenzen van het eigen kunnen – die geven een kick! De opdracht mag evenwel niet te moeilijk zijn, want dan verliezen jullie het broodnodige vertrouwen om de taak correct uit te voeren. Dat verlies aan vertrouwen leidt naar angst voor de mogelijke mislukking. Daardoor stijgt de stress en in plaats van het beleven van Creatieve wisselwerkingkomen we terecht in onze Vicieuze Cirkel

Het omgekeerde – te weinig uitdaging voor jullie vaardigheden – levert verveling en zelfs apathie op. Dit alles geld zowel voor de schoolomgeving als jullie latere werkomgeving. Indien jullie later opdrachten krijgen die ofwel te gemakkelijk of te moeilijk zijn, dienen jullie dat onmiddellijk klaar en duidelijk aan jullie leidinggevende kenbaar te maken. Men zegt soms: “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”; laten we dit eens aan de werkelijkheid toetsen:

In een schoolomgeving is het uiterst belangrijk dat jullie – indien acterend op de grens van jullie kunnen – degelijke leraars en leraressen hebben die de materie beheersen en goede uitleg verstrekken. Dit is nodig om met vertrouwen aan de slag te kunnen gaan. Ook dienen deze docenten jullie feedback te geven en jullie vragen ernstig te nemen.

Eloïse, jij hebt momenteel (voorjaar 2019) een studierichting gekozen die voor jou een echte uitdaging is. Een uitdaging op de grens van jouw kunnen, stelden jouw klastitularissen nog onlangs. En je voelt de Creatieve Spanning omzeggens dagelijks. Misschien begrijp je nu beter, na het lezen van dit deel, waarom ik je graag bij deze uitdaging ondersteun en we samen de steken oprapen die jij en SUI leraren dreigen te laten vallen. Hoe jij de handschoen opneemt maakt mij fier!

Er is de vrijheid om de taak op jullie eigen manier uit te voeren

Men krijgt nu eenmaal meer greep op het werk als het naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en uitgevoerd. Alleen dan kan de taakuitvoering nauw aansluiten bij de persoonlijke leer- en werkstijl.

Indien er van hogerhand, en dat geldt zowel voor een onderwijsinstelling als een bedrijf, voorschriften worden uitgevaardigd die in de ogen van de leerlingen c.q. werknemers niet bijdragen tot het doel van de werkzaamheden, dan werkt dat zeer remmend op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Eloïse, je begrijpt nu wellicht beter waarom ik mij niet moei met de inhoud van jouw studieplanning. Ik verlang enkel dat je er een maakt die realistisch is en aanvaard die steeds integraal.

Als het werk weinig uitdaging biedt, dient de organisatie taken aan te bieden om jullie grenzen te verleggen.

In een schoolomgeving is dat sterk georganiseerd en als het ware in het curriculum ingebakken. Zo volgt er na elk met succes afgewerkt leerjaar een nieuw met een hoger uitdagingsniveau.

In een bedrijfsomgeving is dit veelal een heikel punt. Een ideale werkgever biedt de werknemer de kans om een moeilijker werk uit te voeren als zij of hij de huidige taak helemaal meester is. Ook dat is een ‘two-way street’. Een goede leidinggevende is sensitief voor de signalen die medewerkers uitzenden als ze aan iets nieuws toe zijn. Die leidinggevende is ook creatief in het vinden van uitdagend werk. Een goede medewerker vraagt bijtijds om ander werk te mogen doen als hij zich gaat vervelen. Zij of hij is bovendien pro-actief en stelt zelf een nieuw takenpakket voor.

Jullie worden tijdens de uitvoering van jullie taak niet gestoord door negatieve inmenging van buiten- én van binnenuit

De essentie van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich niet laten sturen door zowel manipulatie van anderen als door jullie gekleurd bewustzijn. Indien de werksituatie op dit gebied bedreigend wordt, dan leidt die onvermijdelijk naar de Vicieuze Cirkel. Als het doel van de reis gaat overheersen, kan men namelijk niet meer genieten van de weg.

Dezelfde condities die de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen bevorderen dus het beleven van Creatieve Wisselwerking en andersom!


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlands, song van het album Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012.

[iii]Flow is een van de synoniemen voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is Mihaly Csiksentmihalyi.

[iv]https://arthurkruisman.wordpress.com/2013/03/21/de-staat-van-terminale-serieusheid/  

BLIJF WAKKER ! – DEEL V

HOE ZIT HET MET JULLIE PERSOONLIJK ‘DOEL’,  PERSOONLIJKE ‘INTENTIE’  EN PERSOONLIJK ‘ENGAGEMENT’?

Talk about a dream, try to make it real. 

You wake up in the night with a fear so real. 

Spend your life waiting for a moment that just doesn’t come. 

Well don’t waste your time waiting.[i]

– Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town


Een vraag over ons persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement. Opa wat betekenen voor jou die begrippen? En, worden deze zaken ons opgelegd (van buiten naar binnen) of mogen we die zelf kiezen (van binnen naar buiten)? En tenslotte, indien we zelf mogen kiezen, wat is de zin daarvan en hoe doen we dat?  

Eloïse, Edward en Elvire, eerst en vooral: deze zaken dienen jullie zelf te bepalen en dit van binnen uit. Ze kunnen idealiter nooit opgelegd worden. Jullie zullen in jullie leven wel veel mensen ontmoeten die dat zullen proberen. Die kunnen in het beste geval enkel ‘lip service’ van jullie krijgen en ik raad jullie aan die mensen dit van bij het begin duidelijk te maken. Deze drie zaken – Doel, Intentie en Engagement – zijn persoonlijk! En hun betekenis, hun zin en hoe jullie die kunnen vastleggen, bespreek ik hierna.

Persoonlijk Doel

Iemands Persoonlijk doel wordt ook soms diens essentiële roeping genoemd en is dus eigenlijk de bestaansreden van die persoon! Heftig, hé ?!? Het antwoord op de vraag van Lode Zielens ‘Moeder waarom leven wij?’[ii] wordt daardoor “Om ons persoonlijk doel te bereiken.”

Het Persoonlijk Doel ontvouwt zich als een uitdrukking van de Originele Zelf (zie daarvoor onder meer Deel II). De meesten onder ons zijn zich niet bewust, noch helder noch gekleurd, van hun Persoonlijk Doel. Dit mede omdat ze zich niet bewust zijn van hun Originele Zelf. Het Persoonlijk Doel kan nochtans ontdekt worden en dit door de patronen of terugkerende thema’s in het leven te observeren. En vanaf het moment, dat we er ons (eindelijk) werkelijk van bewust zijn, wordt alles wat we ondernemen vervuld van enthousiasme en zingeving. Zingeving is voor mij het ‘Goede’ doen. Ik ga, verder in deze tekst, dieper in op dat ‘Goede’.

Wanneer we het onderliggende doel vinden van veel van wat we doen, geeft dit een innerlijke rust en zekerheid. Daar onsPersoonlijk Doeleen uitdrukking is van onze Originele Zelf, is het ook relatief stabiel en consistent gedurende gans ons leven. Het Persoonlijk Doelverandert niet als men van job, van woonplaats of zelfs van relatie verandert. Wanneer de levensemoties kunnen worden opvangen door de Originele Zelf, dan wordt crisis, verandering en conflict als minder dreigend ervaren. Dit komt volgens Paul de Chauvigny de Blot SJ[iii] onder meer door de innerlijke zekerheid die het Persoonlijk Doel geeft.

Het helpt enorm als jullie wat jullie in het leven doen, zien in termen van het nastreven van het Persoonlijk Doel, in plaats van het vervullen van een set vereisten, waar die ook moge van komen. Later zullen jullie kennis maken met de vereisten van jullie job, die heel wat uitgebreider zijn dan de vereisten van een tiener. Maar die job vereisten verbleken naast wat jullie zichzelf zullen opleggen teneinde jullie Persoonlijk Doel te bereiken. Wat er ook gebeurt, men is steeds z’n Originele Zelf. Wat die in jullie geval ook mag zijn: een onderzoeker, een leraar, een leider, een manager, … of een entertainer. Wanneer jullie het gevoel voor zekerheid verbinden aan dit diepere, duurzame aspect van jullie Zijn, wordt het makkelijker in te spelen op de veranderingen van buitenaf. Jullie blijven namelijk verbonden met jullie vaste kern. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Doel is jullie essentie in actie. Zodra men met innerlijke zekerheid weet wat het is, zal men het steeds trachten uit te drukken in alles wat men doet. In die zin is jullie Persoonlijk Doel ook een van jullie waarden (“A Value is a Goal Seeking Activity” – Deel IV). Overigens, jullie zijn dit denkelijk al aan het doen zonder er zich bewust van te zijn. Nochtans kan het besef, dat men de essentie van het Zijnin haar of zijn werk tot uitdrukking brengt, de efficiëntie en voldoening ervan heel wat opkrikken. 

Zich bewust worden van de ontvouwing van het Persoonlijk Doel geeft de betrokkene de kracht om die keuzes te maken nodig om het werkelijk te bereiken. Wetend actie ondernemen, in overeenstemming met de essentiële zelf, geeft aan alles wat men doet, een bijkomende maat van stabiliteit, geloofwaardigheid en gezag. Als men verbonden is met haar of zijn Originele Zelf, communiceert men een krachtig signaal van innerlijk gezag en geloofwaardigheid, en dit op een ‘autoritaire’ wijze. Tussen haakjes, het woord “autoriteit” is afgeleid van het Griekse authentikós, “met zijn eigen hand” of eigenhandig. De auteur zijn van zijn eigen leven, zijn eigen script schrijven, is het leven vanuit de Originele Zelf. Zoals we in Deel I gezien hebben, draait door het Creatief wisselwerkingsproces de zin van de Vicieuze Cirkel om totdat we onze Intrinsieke Waarde van onze Originele Zelf, her-ont-dekken. 

Definitie

Ons Persoonlijk Doel is onze reden van bestaan. Het besef van ons Persoonlijk Doel is wat ons verbindt met onszelf en eigenlijk met alle leven. Ons Persoonlijk Doel is ons antwoord op de universele vraag: “ Waarom besta ik?”

Het Persoonlijk Doel geeft zowel zingeving als richting aan ons leven. Het helpt ons Creatieve wisselwerking van binnenuit blijvend te beleven, vanuit het hart. Inderdaad, door ons Persoonlijk Doelblijvend na te streven, ervaren we Creatieve wisselwerking als zijnde centraal in ons leven. Het beleven van Creatieve wisselwerking in het algemeen, en het voeren van geslaagde Cruciale dialogen in het bijzonder, drukken ons Persoonlijk Doel uit. Zo geeft het Persoonlijk Doel de context voor het nemen van belangrijke beslissingen, gebaseerd op datgene waarin men diepe voldoening vindt. Wat ons voldoening geeft noem ik verder in deze tekst het ‘Goede’ doen, omdat voldoening bekomen en zingeving sterk met elkaar verbonden zijn.

Een mens dient om gelukkig te zijn het ‘Goede’ te doen

Piet Houben[iv]

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Doel is de essentie van wat jullie bijdragen tot jullie omgeving op grond van wie jullie werkelijk zijn, jullie Creatieve Zelf; eerder dan krachtens wat jullie weten of kunnen, jullie gecreëerde zelf. Het Persoonlijk Doel is een ruim begrip en omvat alle rollen in jullie leven. Jullie Persoonlijk Doel is daarbij innig verbonden met zowel jullie Intrinsieke Waarde als jullie Kernwaarden

Beginning with the end in mind

Beginnen met het eind in gedachten is de tweede van de zeven gewoonten voor Effectief Leidershap van Stephen Covey[v]. Beginnen met het eind in gedachten komt neer op a) het beginnen met een beeld van het einde van het eigen leven als referentiekader, en b) de antwoorden op de vraag: “Hoe wil ik herinnerd worden?” Daarmee kan alles wat men doet, worden gemeten. In dit kader kan ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, een prachtig verhaal[vi] uit het leven van Alfred Nobel, waarnaar de Nobelprijzen zijn vernoemd, niet onthouden:

De Zweedse wetenschapper, Alfred Nobel, was de uitvinder van dynamiet en die uitvinding maakte van hem een van de rijkste mannen van zijn tijd. Toen zijn broer, Alvin Nobel, stierf, publiceerde een van de grootste Zweedse dagbladen, per vergissing, een necrologie van Alfred Nobel! Toen Alfred zelf las hoe hij zou worden herinnerd: met name als ’de uitvinder van dynamiet, dat meer dood en vernieling zaait dan om het even welke andere uitvinding uit de geschiedenis’, was hij diep getroffen. In één fractie van een seconde identificeerde hij zijn echt Persoonlijk Doel en wist hij dat dit nog helemaal niet was bereikt. Daardoor creëerde hij later, via zijn testament, de nog steeds vermaarde Nobelprijs voor de vrede. Dit was Alfreds antwoord op de vraag die hier aan de orde is: “Hoe zou ik willen herinnerd worden als ik er niet meer ben?” 

Deze quote zelf is gebaseerd op het principe dat alles twee keer wordt gecreëerd. We creëren, wat we willen creëren, eerst in onze gedachten; dit is de mentale of eerste creatie. Dan gaan we aan de slag teneinde die gedachten werkelijk te realiseren; dit is de fysische of tweede creatie. Wanneer we dit creatieproces, betreffende wat we willen creëren, van binnen uit beheersen, kunnen we ons eigen verhaal schrijven, en aanvaarden wij de controle en de verantwoordelijkheid van de realisatie ervan. Anders gesteld, wij aanvaarden dat wij echt toerekenbaar (‘accountable’) zijn. 

De meest effectieve manier die ik ken, om te beginnen met het eind in gedachten, is het werkelijk uitschrijven van het Persoonlijk Doel. Indien jullie dit effectief doen, zal dit jullie helpen focussen op a) wie jullie werkelijk zijn en b) wat jullie werkelijk doen om te worden wie jullie in wezen zijn. Jullie ganse Zijn en Doen is gebaseerd op jullie Persoonlijk Doel. Terruwe stelde het een veertigtal jaren geleden zo: 

Jij mag zijn zoals je bent,

om te worden wie je bent maar nog niet kunt zijn.

En je mag het worden op jouw manier

en in jouw tijd.[vii]

Eloïse, Edward en Elvire, deze tekst is jullie zeker niet vreemd, want hij stond jarenlang op de speelplaats van jullie Sinte Maria School in Bonheiden als volgt geparafraseerd: 

Je mag zijn wie je bent en zoals je bent,

met fouten en gebreken

om te kunnen worden wie je in aanleg bent,

maar zoals je je nog niet kunt vertonen

en je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur.

Hoe het Persoonlijk Doel effectiefkan uitgeschreven worden, beschreef ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[viii], en dit is een klus voor later.

Van Doel naar Visie[ix]

Een uitgeschreven Persoonlijk Doel  omvat niet de uitgewerkte wegen en stappen die men moet doorlopen teneinde het Persoonlijk Doelte bereiken. Enkel het doel wordt klaar beschreven, niet de weg er naar toe. De stappen, nodig om het te bereiken, worden beschreven in wat ik een ‘persoonlijke visie’ noem. 

Het Persoonlijk Doel vertegenwoordigt dus de fundamentele reden van ons bestaan. Het vastleggen ervan is een reflectief proces, dus de linkerkant van ons Cruciale Dialoogmodel. Laat ik van meet af aan eerlijk zijn: men zal z’n Persoonlijk Doel nooit helemaal bereiken. Ook hier is de weg er naar toe belangrijker dan het doel op zich. Op die de weg van de creatie van het Persoonlijk Doel kunnen er zelfs meerdere persoonlijke visies worden gerealiseerd. 

Een visie is het beeld van de toekomst die men wilt creëren. Door onze visie te formuleren, laten we zien welke richting we inslaan en hoe het er zal uitzien als we aankomen. Aan die visie wordt best een actieplan gekoppeld. Dit laatste beschrijft wat men werkelijk moet doen om te komen waar men wil komen. Het woord “visie” stamt af van het Latijnse werkwoord “videre”, “zien”. Het verband tussen “visie” en “zien” is belangrijk: hoe gedetailleerder en duidelijker het beeld is, des te dwingender het wordt ervaren. Hoe groter de visie verschilt van de huidige realiteit, hoe groter de creatiespanning die ons naar die visie stuwt[x].

Eloïse, Edward en Elvire, vanwege het tastbare en directe aspect geeft de visie vorm en richting aan jullie toekomst en helpt ze jullie om die toekomst ook te realiseren. Verschillende experten op gebied van leiderschap en persoonlijke ontwikkeling hebben onderstreept hoe vitaal het is om de eigen persoonlijke visie voor de eigen toekomst uit te schrijven. Warren Bennis, Stephen Covey, Peter Senge en vele anderen stellen dat een krachtige visie ons kan helpen om uiteindelijk heel wat verder te komen dan waar we zouden landen zonder. De visie geeft ons kracht en kan anderen rondom ons inspireren hun eigen droom waar te maken. Wat ik tot nog toe in mijn leven heb geleerd, is dat wanneer men geen eigen visie ontwikkelt, anderen jouw leven in jouw plaats zullen plannen en richten. Door het uitschrijven van jullie persoonlijke visie, en het daaraan gekoppeld actieplan, stapt men in feite in een creatie- en actieproces. Dit komt overeen met het rechtergedeelte van het Cruciale Dialoogmodel. 

Het actieplan van de unieke wegen en stappen die jullie zullen doorlopen teneinde jullie Persoonlijk Doel te bereiken, voegt het zo belangrijke “hoe” aan het geheel toe. Het actieplan beschrijft de primaire acties die jullie dienen uit te voeren teneinde jullie visie (en uiteindelijk jullie Persoonlijk Doel) te bereiken. Het actieplan is uiteraard gebaseerd op jullie passies, Kernkwaliteiten en vaardigheden. Jullie persoonlijke visie en actieplan zullen evolueren met de tijd, op het ritme van jullie persoonlijke groei en de verwerving van nieuwe vaardigheden en ervaringen. Het Persoonlijk Doel echter blijft onveranderd.

Meerdere mensen kunnen in principe hetzelfde Persoonlijk Doel hebben, maar heel waarschijnlijk zullen ze verschillende persoonlijke visies hebben. Zelfs wanneer een paar van die mensen gelijkaardige persoonlijke visies hebben, zullen ze toch, meer dan waarschijnlijk, verschillende actieplannen hebben, omdat deze laatste hun unieke Kernkwaliteiten, vaardigheden, en strategieën reflecteren. 

Jullie persoonlijke visie werkt als een kompas om jullie op het rechte spoor te houden (i.e. de richting aangegeven door jullie Persoonlijk Doel). Jullie actieplan helpt jullie om jullie vooruitgang van binnenuit te beheersen, door mijlpalen vast te leggen, prioriteiten te kiezen en, indien nodig, de acties aan te passen. 

Uiteraard is het, gezien jullie leeftijd, nog te vroeg om dit alles volledig uit te schrijven. Het is wel raadzaam dit Deel V af en toe te herlezen en als de tijd rijp is één en ander op papier te zetten. In alle geval is dit een persoonlijk werk dat heel wat ‘schaafwerk’ vereist. En al doende leert men!

Persoonlijke Intentie[xi]

De Persoonlijke Intentie is een enorme kracht die verbazende resultaten kan creëren door heel wat verder te gaan dan de manipulatieve strategieën die we soms gebruiken om “te krijgen wat we willen bekomen.” Positieve,Persoonlijk Intentie gaat over het hebben van ondersteunende gedachten en overtuigingen, en over het besef dat men altijd (opnieuw) kan kiezen of en hoe men reageert op een situatie en erop mag vertrouwen dat er voor elk probleem altijd minstens een oplossing is. Gedachten kunnen positief worden gemaakt. Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijke Intentieis dus jullie innerlijke drijfveer. Deze slaat namelijk op wat jullie, diep in jullie hart, echt willen bereiken. Dit wil zeggen, los van het eisen en verwachtingspakket van de Vicieuze Cirkel, los van evaluaties door anderen, los van angst voor het resultaat. Nogmaals, Persoonlijke Intentie is wat jullie werkelijk willen, niet wat jullie wensen. Wensen houdt weinig actiegerichte kracht in zich en is afwachtend. Willen toont zich in wat jullie doen, is proactief!

Hierdoor vergroot het gevoel van (zelf)vertrouwen en zekerheid en ontstaat meer creativiteit en assertiviteit en minder stress en conflicten. Men handelt vanuit een innerlijke zekerheid. Intenties zijn krachtige en positief verwoorde voornemens. Positieve intenties laten de caleidoscoop van mogelijkheden tot zelfontplooiing en succes zien; men dient er echter wel voor te kiezen. Intenties vanuit essentie zijn krachtiger dan ieder ander voornemen dat niet verbonden is met je kern. Vandaar dat in m’n Cruciale Dialoogmodel de intenties figuurlijk plaats nemen in de staart van de vlinder, dicht bij de kern.

We mogen positieve intenties niet verwarren met gewenste resultaten. Intenties zijn interne krachten die jullie vermogen om te creëren, wat jullie willen creëren, activeren. De intenties stuwen ons naar ons doel door de nodige steun en middelen beschikbaar te stellen én aan te wenden teneinde buitengewoneresultaten te bekomen. Mijn vriend Mike Murray, die ik voor de eerste keer ontmoette op een bijeenkomst georganiseerd door onder meer Charlie Palmgren (Atlanta, 1996), stelt dat Positieve Intentiete maken heeft met het realiseren van het ‘Goede’. “Wat is het Goede dat ik wil laten gebeuren?” is een vraag die hij zich dagelijks stelt. Zijn visie komt dus overeen met de visie van de Vlaamse topdokter en penisprof, Piet Houben, die ik eerder in dit deel citeerde. Zoals ik zelf schreef in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’ komt dit ‘Goede’ tot leven als het resultaat van een proces dat we zelf niet kunnen creëren – het is andersom, wij worden door het proces gecreëerd. We kunnen echter wel de condities creëren waardoor het waarschijnlijker wordt dat het proces onverstoord kan werken. Over die condities of voorwaarden later meer. Mijn visie is als volgt te parafraseren: Positieve Intentie is nauw verbonden met het antwoord op de volgende vraag: “Ben ik volledig gewonnen én wil ik mij ook volledig inzetten voor het creëren van de condities voor Creatieve Wisselwerking zodat het ‘Goede’ kan en zal tot stand komen?” Door inderdaad onze Persoonlijk Intentie, onder meer gedurende Cruciale dialogen, volledig in te zetten, komen interne mogelijkheden en nieuwe inzichten tot stand met betrekking tot het authentieker en efficiënter handelen. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Intentie zal helpen jullie aandacht blijvend gefocust houden op wat jullie werkelijk willen bereiken. Zorg er echter voor dat jullie aandacht steeds in overeenstemming is met jullie intentie. Waar jullie aandacht aan geven, groeit! Wanneer jullie aandacht geven aan jullie Persoonlijke Intentie zetten jullie innerlijk een dynamisch proces in gang. Dit proces is niets anders dan, en dat zal jullie geenszins verbazen, hetCreatief wisselwerkingsproces. Daarmee scheppen jullie vertrouwen: “Ik kan bereiken wat ik me voorneem.” Indien jullie aandacht niet in lijn ligt met jullie intentie, gaat één deel van jullie in één richting en een ander deel in een andere. Door dit conflict binnen jullie zelf gaat er enorm veel energie verloren. Een nog grotere aanslag op jullie energie wordt gepleegd wanneer jullie conflicterende Persoonlijke Intenties hebben. Wanneer dit het geval is, worden we als het ware in tweeën gespleten. Wij zijn in oorlog met onszelf. 

Kortom, jullie dienen vooreerst niet-conflicterende positieve intenties te hebben en daarnaast dienen jullie aandacht en intentie gestroomlijnd te blijven. Dit is echter heel wat moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt. Zelfs indien men zich bewust is van zijn positieve intenties, dan is het en blijft het moeilijk de aandacht in lijn én gefocust te houden op die intenties. Dit vereist geduldige toepassing en wees gerust, de Vicieuze Cirkel is nooit ver weg! 

Persoonlijke Intentie komt, wanneer puntje bij paaltje komt, overeen met het werkelijk gefocust blijven op het proces dat creëert wat wij willen creëren. Ze is dus ook sterk verbonden met het helder bewustzijn! Onze Persoonlijke Intentie beheersen is een krachtig middel om authentieker, ontvankelijker en creatiever te worden. Jullie beheersen jullie Persoonlijke Intentie van binnenuit, door jullie te identificeren met het ‘Goede’ dat jullie willen creëren in jullie leven. Daarbij focussen jullie zich op de condities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking (waarover later uiteraard meer). 

When Your Heart Is in a Dream[xii]

Jullie zijn verbonden met jullie Intrinsieke Waarde door jullie Positieve Intentie, zoals de kop van een vlinder verbonden is aan z’n lichaam (zie het Cruciale Dialoogmodel). Bij Cruciale dialogen beginnen vaardige personen met hun Positieve Intentie. Ik zal dit nog verder uitdiepen in Deel IX: “Hoe een Kernvraag formuleren?”. Dit betekent dat vaardige personen risicovolle discussies starten met de juiste intenties en dat zij zich op deze intenties blijven focussen, wat er ook gebeurt. Ze blijven daarbij ook in verbinding met hun Persoonlijk Doel. Zij behouden deze focus op verschillende manieren. Eerst en vooral, ze zijn zich bewust van wat ze écht willen bereiken en ze herinneren zich continu hun keuze. Niettegenstaande ontelbare mogelijkheden om uit koers te raken, blijven ze trouw aan de gekozen doelen. Ook blijven ze helder bewust en vermijden ze hun Vicieuze Cirkel. Zij weten te goed uit ervaring dat die laatste het resultaat allesbehalve ten goede komt. Ten slotte maken vaardige deelnemers aan een risicovolle communicatie geen “het één of het ander”-keuzes. Ze weten maar al te goed dat deze het resultaat zijn van een discussie en niet van een dialoog. Dialoog gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsprocesheeft heel wat meer mogelijke resultaten dan de povere “het één of het ander” – of nog “ vlucht of vecht” – keuzes. Een andere optie dus dan te winnen of te verliezen, namelijk de synergetische “win-win”. 

Eloïse, Edward en Elvire, vooraleer een Cruciale dialoog te starten, of wanneer jullie voelen dat jullie in zo een verzeild dreigen te raken, dienen jullie zich als enige vraag te stellen: “Wat is het ‘Goede’ dat ik hier werkelijk wil bereiken?” Dit is dus een Kernvraag! Jullie die vraag stellen, heeft een krachtig effect op jullie denken. Wanneer jullie focussen op deze belangrijke vraag, dan zullen jullie zich realiseren dat de grootste barrière voor het behalen van het Persoonlijk Doel, jullie eigen gedrag is! Het gevaar is steeds reëel dat jullie gedrag voor een stuk geworteld is in jullie persoonlijke Vicieuze Cirkel. Inderdaad, de Vicieuze Cirkel is er de oorzaak van dat jullie persoonlijke prioriteiten verkeerd stellen of dat jullie zich niet authentiek gedragen. Wanneer men dit tijdens de communicatie zelf ontdekt, heeft men een unieke kans om terug te keren naar een authentieke dialoog. Het is dus van het grootste belang dat jullie, vooraleer jullie een dialoog starten, jullie motieven onderzoeken. Vraag jullie dus eerst en vooral af wat jullie echt willen bereiken. 

Aan de regel “Je kunt niet niet communiceren” (waarover later meer in Deel XI) voeg ik een tweede: “je kunt niet communiceren zonder intentie.” Die laatste is echter niet steeds helder. Daarom is mijn advies naar jullie toe: “Maak jullie intentie helder!”, want dit is werken met een open agenda en maakt Authentieke Interactie mogelijk.

Tijdens de conversatie blijven jullie ook aandachtig voor het verloop van het dialoogproces. Dit noem ik het Procesbewustzijn. Ik kom daar later zeker nog op terug, want het is één van de Creatieve wisselwerkingvaardigheden. Eenvoudig gesteld, het gaat om bewust te blijven van het proces zelf. Wanneer het moeilijk gaat, komen de objectieven onder druk te staan. Onze intenties beginnen te veranderen zonder dat we er bij stil staan. Teneinde terug aan te knopen met jullie Positieve Intentie, die dialoog mogelijk maakt, dienen jullie als het ware uit de interactie te stappen en naar jullie zelf én het proces te kijken. En dit op een manier zoals een buitenstaander zou doen. Men stelt zich daarbij krachtige vragen als: “Waar ben ik mee bezig?”, en “Wat is het onderliggende motief voor mijn gedrag?” Met andere woorden, wanneer men het spel kan benoemen, dan heeft men een reële kans ermee op te houden. Dit is de reden waarom de twee vaardigheden: het Formuleren van de kernvraag vanuit het Persoonlijk Doel en het Procesbewustzijn de alfa en de omega zijn van onze set vaardigheden (i.e. de zestien tools van Creatieve wisselwerking). 

Eloïse, Edward en Elvire, hoe kunnen jullie dit nu praktisch invullen? Wel, door jullie bij elke moeilijke confrontatie de volgende belangrijke vragen te stellen: 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik mijzelf echt toewens? (cf. de intrinsieke en 
extrinsieke motieven); 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik de ander echt toewens? (cf. de transcendente motieven); 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik onze relatie toewens? (cf. alle voorgaande motieven). 


Bij het stellen van deze vragen lopen we een risico. Want ze kunnen een beetje misleidend zijn. Het is namelijk zo dat ik me niet steeds toewens, wat het beste voor me is, ook al denk ik dat dit het geval is. Het plezierigste is niet altijd het beste, begrijpen jullie?!? En dit zou voor de ander ook kunnen gelden. Jullie dienen dus wel degelijk jullie motieven grondig te onderzoeken! Elk motief dient namelijk verbonden te zijn met jullie intentie om het ‘Goede’ te doen. 
Wanneer jullie de bovenstaande vragen hebben gesteld, voeg er nog één veelbetekenende vraag aan toe: 


  • Hoe zou ik me echt gedragen wanneer ik dit ‘Goede’ werkelijk zou willen bekomen? 

Het zich identificeren met jullie Positieve Intentie,en dit vóór de start van een diepgaand gesprek, stelt jullie in staat jullie te focussen op de condities en de vaardigheden van Creatieve wisselwerking.  Ook weten jullie met innerlijke zekerheid dat het Creatief wisselwerkingsproces die wegen zal genereren die jullie intenties zullen ontplooien. Inderdaad, wanneer het Creatief wisselwerkingsproces leeft, zullen diegenen die met jullie in interactie zijn met jullie samenwerken om alle Positieve Intenties te verwezenlijken: die van hen én die van jullie! 

Zoals we gezien hebben, gaat de Persoonlijke Doel over het “Zijn” en de persoonlijke visie, met het bijhorend actieplan, over het “Doen”. Het Creatief wisselwerkingsproces helpt ons om het Zijn te beleven in het Doen. De Positieve Intentie is daarbij de hoeksteen betreffende hoe goed we het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit beleven. 

De kracht van het uitgaan van Positieve Intentie

Uitgaan van een Positieve Intentie vertraagt de negatieve invloed van de Vicieuze Cirkelen verhoogt onze vaardigheid om te focussen op het op een hoog niveau brengen van de werking van het Creatief wisselwerkingsproces en onze persoonlijke aansprakelijkheid daarvoor. Door krediet te geven aan de Positieve Intentie van de ander, kunnen we ons bovendien focussen op wat werkelijk gebeurt, met behulp van de vaardigheid die ik Procesbewust zijn heb genoemd. Dit komt neer op het helder bewust zijn van welke gedragingen er zijn – op elk moment – en welke de gevolgen zijn van deze gedragingen. Dit maakt het mogelijk om de feiten en specifieke gedragingen aan te pakken en ver weg te blijven van beschuldigingen en interpretaties vanuit de Vicieuze Cirkel. Dit betekent een enorme vermindering van tijdsverspilling en energieverlies omdat we ons focussen op wat werkelijk belangrijk is – wat er gebeurt en wat daarvan het resultaat is. Wanneer dit resultaat niet het ‘Goede’ is, dan dienen we onze manier van doen, ons gedrag, in vraag te stellen en te veranderen. 

Wat belangrijk is, zijn de gedragingen en de manier van denken die aan dat gedrag ten grondslag liggen. Wij gaan er a priori van uit dat deze manier van denken positief is. Wanneer echter de feiten (en dus niet de interpretaties) aantonen dat dit niet het geval is, zal het Creatief wisselwerkingsproces– indien niet afgeremd door de Vicieuze Cirkel– zorgen voor de gepaste corrigerende actie. 

Persoonlijk Engagement

Wanneer mensen zich engageren voor zowel de resultaten van de samenwerking als de relaties tussen de deelnemers, dan is er een groter engagement voor het vinden van creatieve en werkbare antwoorden op cruciale vragen en oplossingen voor problemen. Persoonlijk Engagement is op de keper beschouwd de bereidheid om zich in te zetten voor Creatieve Wisselwerking. We hebben het daar uitvoerig over gehad in deel I, met name toen we het hadden over het tweevoudig engagement van Henry Nelson Wieman.

Eloïse, Edward en Elvire, het Persoonlijke Engagementis ook de persoonlijke morele verplichting, die jullie zich zelf opleggen, om volledig aanwezig te zijn in elke ontmoeting. Dus ook in elk gesprek dat jullie hebben. Een vraagje: “Hoeveel keer hebben jullie gedurende de afgelopen week gemerkt dat jullie niet ‘echt aanwezig’ waren tijdens een gesprek?” 

Momenteel worden we hoe langer hoe meer bestookt met zaken die onze aandacht opeisen. Multitasking is blijkbaar een noodzaak geworden: we beantwoorden sms’jes, WhatsApp berichten en e-mails terwijl we een les of vergadering bijwonen of met iemand aan de telefoon in gesprek zijn. Thuis spreken we met mama en elkaar en terzelfder tijd volgen we op het internet het nieuws, “heet van de naald”. En, wanneer iemand met ons aan het praten is, denken we aan iets anders – iets min of meer ‘belangrijk’. Het blijkt een kenmerk te zijn van onze huidige samenleving: we zijn met zo veel tegelijk bezig dat wij niet meer echt naar elkaar luisteren. Onze hersenen zijn (bij vrouwen duidelijk meer dan bij mannen) effectief bekwaam om meerdere zaken tegelijkertijd te behandelen. Nochtans, écht luisteren naar gesproken boodschappen vergt heel wat inspanning. En wat is het effect op anderen wanneer we onze luistervaardigheid niet ten volle inzetten gedurende een gesprek? Zien zij dat? Wees er maar zeker van, zelfs een kind ziet het! Zo zei Elvire, toen ze nog geen vier jaar was, mij ooit op strenge toon: “Opa, je luistert niet naar mij!”. En ook anderen zien het. Men toont het op zo veel manieren: gebrek aan oogcontact, niet responderen op, of zelfs verkeerd interpreteren van de boodschap. 

Wat betekent Persoonlijk Engagement in de context van Creatieve wisselwerking? 

Met andere woorden: hoe kunnen jullie ervoor zorgen dat jullie altijd ten volle aanwezig zijn in een gesprek en hoe kunnen jullie tonen dat jullie echt om de ander geven?
 Volledig aanwezig zijn in een gesprek betekent dat men ten volle betrokken is in de dialoog. Met andere woorden, men hoort wat er wordt gezegd, men denkt er over na en men peilt naar haar of zijn gevoelens, ook al is men zelf niet aan het woord. 

Er om geven, heeft in deze context twee dimensies: “Ik geef om de resultaten die we met de dialoog trachten te bekomen” en “ik geef om de relatie die ik met de andere persoon heb”. Dit hoeft niet te betekenen dat men die persoon ook effectief graag heeft, hoewel dit de dialoog een stuk makkelijker kan maken. Wanneer jullie voor Persoonlijk Engagement binnen gesprekken kiezen, dan focust jullie interne energie zich op de kwestie die aan de orde is en die energie zoekt wegen om de dialoog vooruit te stuwen. En wanneer iedereen zich persoonlijk inzet, wordt die energie uitgewisseld en “fladdert” de dialoog. Wij zijn dan in ‘Flow’[xiii]. Omgekeerd, trekt of voert eenieder die niet geëngageerd is, de energie weg van de conversatie en kan, in het slechtste geval, negatieve energie uitzenden, die de gezonde dialoog afremt of zelfs blokkeert. De dialoog wordt daardoor omgezet in een heftige discussie, waardoor de beste oplossingen, voor de problemen die zich stellen, niet gevonden worden. 

Anders gesteld, volledig aanwezig zijn in een gesprek is geëngageerd zijn om Creatieve wisselwerking zijn werk te laten doen en bovendien geëngageerd zijn om de vaardigheden ervan ten volle in te zetten. Wanneer we ons zowel inzetten voor het resultaat van de dialoog als voor de relatie met de deelnemers, gaan we een groot engagement aan ten opzichte van het proces en gaan we er ten volle voor om zowel praktische oplossingen uit te werken en betere opties te creëren, als om de relatie te verbeteren of tenminste niet in gedrang te brengen. 

Eloïse, Edward en Elvire, er om geven, heeft zowel te maken met het in lijn brengen van de intenties – met betrekking tot de resultaten en de relatie met de andere(n) – als met de aandacht gedurende de dialoog. Jullie kunnen gedurende een gesprek continu jullie Persoonlijk Engagement meten door gedurende het gesprek op een stukje papier te noteren (“af te vinken”) of jullie al dan niet aandachtig zijn. Zo kunnen jullie meten hoeveel keer jullie geest aan het “zweven” slaat en jullie daardoor niet meer correct geëngageerd zijn. Jullie kunnen natuurlijk enkel jullie Persoonlijk Engagement meten en niet dat van de ander, ofschoon jullie daarover wel een mening hebben. Zolang jullie die niet uiten en deze niet door de ander bevestigd wordt, blijft het een mening. Met andere woorden, een interpretatie en niet de realiteit! 


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlandssong van studioalbum Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Lode Zielens, Moeder waarom leven wij? (eerste uitgave 1932, bekroond in 1934 met de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza), Antwerpen: Uitgeverij Houtekiet, Vlaamse Bibliotheek n° 4, 1999.

[iii]Paul de Chauvigny de Blot SJ. Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. De organisatievisie van Ignatius van Loyola. Een Case Study. Proefschrift, Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv]https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/van-a-tot-z–piet-hoebeke/2018/van-a-tot-z–piet-hoebeke-s2018a26/Z : Zingeving, 2018 (6:10-8:20).

[v]Steven R. Covey, The seven habits of highly effective people. New York : Fireside, 1990.

[vi]http://www.historien.nl/alfred-nobel-geeft-naam-aan-nobelprijs/

[vii]Anna Terruwe, Geef mij je hand … Over bevestiging sleutel van het menselijk geluk, De Tijdstroom, 1972.

[viii]Johan Roels, Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012. pp. 90-91.

[ix]Peter M. Senge, …. [et al.]  The Fifth Discipline Field book: strategies and tools for building a learning organization. New York: Doubleday, 1994.

[x]Peter M. Senge, The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization, New York: Doubleday. 1990

[xi]Ik ga er van uit dat jullie Persoonlijke Intentie positief is en dus heb ik in dit onderdeel Persoonlijke Intentie hier en daar vervangen door Positieve Intentie. Anders gesteld, het zijn voor mij synoniemen.

[xii]Deze regel komt uit de tweede strofe van het fameuze lied “When you whish upon a Star”. Grootvader van jullie zijn heeft heel wat positieve consequenties. Eén daarvan is dat ik deze grote Walt Disney klassieker, die nu beschikbaar is op dvd, kon herontdekken en becommentariëren. Jimmy Cricket zingt deze song voor Pinoccio, een houten marionet, waarvan de maker, Giuseppe, wenst dat die tot leven zou komen – voorwaar een wonderbaarlijke creatieve transformatie!

[xiii]Mihaly Csikszentmihalyi is de belangrijkste theoreticus achter het concept Flow. Flow refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Voor mij is Flow één van de synoniemen van de toestand gecreëerd door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.