Tagarchief: Charlie Palmgren

BLIJF WAKKER I – DEEL IX

HOE OPEN BLIJVEN EN BLIJVEND VERTROUWEN HEBBEN?

I haven’t always been strong, but never felt so weak

All of my prayers, gone for nothing

I’ve been without love, but never forsaken

Now the morning sun, the morning sun is breaking

This is my confession

I need your heart

In this depression

I need your heart[i]

– Bruce Springsteen

This Depression – Wrecking ball

(The Boss’s opennessabout his own struggle with depression

enhanced the trust fans have in the man and his work[ii])


Openheid en vertrouwen zijn kenmerken van het heel jonge kind en dus van wat ik de Creatieve Zelf noem. Jullie – Eloïse, Edward en Elvire – zijn geboren als jullie Creatieve Zelf en dus volledig open en vol vertrouwen. Jullie taak is die openheid en dat vertrouwen te behouden! Hoe dat te doen, zal ik in dit deel zo goed als mogelijk beschrijven.

Teneinde een vertrouwensrelatie op te bouwen, dienen we met de ander te communiceren met de intentie van die ander te leren. Dus niet communiceren teneinde die ander te sturen en/of te controleren. Wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaar niet vertrouwen, worden zij competitief en/of defensief. Dit leidt tot het aloude aanvallen en verdedigen, en daardoor vervormt de communicatie en wordt ze onbetrouwbaar. Openheid en vertrouwen zijn, zoals we gezien hebben in Deel VII, de basiscondities van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking:  Authentieke Interactie.  In het huidig tijdperk, dat hoe langer hoe meer de vierde industriële revolutie wordt genoemd, zijn mensen zelfs nog meer dan voorheen interafhankelijk (i.e. wederzijds afhankelijk). Dit onderkennen is, zoals we later zullen zien, één van de basiscondities van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerkingContinue Transformatie. Het is daarbij van het grootste belang dat men er kan op vertrouwen dat iedereen haar of zijn beloftes gestand doet. Het voorgaande toont weer eens aan dat de Creatieve wisselwerking karakteristieken sterk en ‘infiniet’ met elkaar verbonden zijn. 

De mate waarin we elkaar vertrouwen bepaalt mede de kwaliteit van de informatie die we ontvangen en geven. Vertrouwen geeft een veilig gevoel – veilig om open en eerlijk te (mogen) zijn. Wanneer mensen het gevoel hebben dat er maar één enkel ‘juist’ antwoord op de gestelde vraag mogelijk is, voelen ze zich gemanipuleerd, verre van gerespecteerd en worden zij wantrouwig. Het gevaar bestaat daarbij dat zij in die omstandigheden hun toevlucht nemen tot een ‘zelfbeschermend communicatie patroon’ en de ander vertellen wat deze wenst te horen, in plaats van te zeggen hoe zij het zelf zien. 

Verwrongen communicatie komt voort uit het verlangen zichzelf te beschermen tegen iets waar men bang voor is. Wanneer er spanning in de lucht hangt en mensen zich niet veilig voelen om authentiek en oprecht te zijn, bestaat de zelfbescherming vaak in het niet vrij geven of verdraaien van informatie. Indien we niet angstig zouden zijn, zouden we geen behoefte hebben onszelf te beschermen. Een reden te meer om Edwards W. Deming’s adagium: “Drive Fear Out”[iii]tot werkelijkheid te maken. 

Eloïse, Edward en Elvire, nu, en in de toekomst mogelijks nog meer, hangt jullie persoonlijk succes, dat van jullie gezin en later van jullie organisatie af van het beschikken over betrouwbare kanalen voor het zenden en ontvangen van informatie. Informatie die kan omgezet worden in kennis. Kennis die dan weer kan omgezet worden in wijsheid. Indien mensen onder druk worden gezet, of wanneer deze het gevoel hebben met een controlefreak te maken te hebben, zullen zij die wantrouwen en is klare communicatie onbestaande. 

Uiteraard is, zoals we reeds hebben gezien, angst ook de vrucht van de Vicieuze Cirkel. Wij weten dat mensen op hun hoogst mogelijke niveau leren en presteren wanneer zij optimaal betrokken en geëngageerd zijn. Wanneer personen gevangenen zijn van hun Vicieuze Cirkel, leren en presteren ze op hun laagste niveau. Ze verstijven als het ware van angst. Dus dienen wij mensen, met wie we in creatieve interactie zijn, te engageren en diepgaand te betrekken en zeker geen angst in te boezemen. Wij kunnen dit doen door het creatief wisselwerkingsproces ten volle van binnen uit te beleven. Daardoor weten onze gesprekspartners dat wij dat wij het goed met en hen menen en sterk met hen verbonden en begaan zijn. 

Wanneer we het gevoel hebben dat wat de ander meedeelt, eerder voortkomt uit zelf beschermende overwegingen, dan dat het authentiek informatief is, dienen we ons de volgende vraag te stellen: “Is het mogelijk dat dit zelf beschermend gedragspatroon bij de ander geactiveerd werd door mijn gedrag?” Het antwoord op deze vraag is beslissend voor het eventuele verklaren en/of aanpassen van dit gedrag.

Vertrouwen is een onzichtbare factor die mensen met elkaar verbindt tot een sterk presterend geheel. Indien men een taak effectief én efficiënt uitgevoerd wilt zien, dient men – vooraleer de uitvoering van die taak wordt gestart – het zo noodzakelijke vertrouwen te ontwikkelen. Het ontwikkelingsproces van vertrouwen omvat steeds het respectvol leren van elkaars manier van dingen zien en doen. Vertrouwen is niet automatisch aanwezig wanneer een team start met een opdracht. Vertrouwen wordt gecreëerd door oprecht naar elkaar te luisteren en terzelfdertijd eerlijk voor de eigen mening uit te komen, en voornamelijk door daarbij de verschillen in mening te aanvaarden en te begrijpen (zie ook de tweede vaardigheid van deze karakteristiek: Bepleiten en Bevragen– Deel XI). Wanneer we aanvoelen dat de ander onze manier van denken en doen, onze ideeën respecteert en deze bovendien echt wil waarderend begrijpen, hebben wij vertrouwen in die ander. 

Dit is een zelfversterkend mechanisme. Door dit vertrouwen vinden wij het gemakkelijk om open met die ander te communiceren. Door open met die ander te communiceren, groeit het vertrouwen van die ander. Wanneer we elkaar vertrouwen, hebben wij meer energie en enthousiasme om te werken aan onze opdracht en bereiken we ons doel. Overigens berust het belangrijkste principe van de mystieke leer van de Andes –Ayni– op de volgende stelling: Wederkerigheid in relaties is een uitwisseling van energie

Wij zijn dan ook scherper in het ontdekken van de pro’s en de contra’s van elkaars ideeën. We weten daarbij dat het doel niet is elkaars ideeën af te breken, maar integendeel op elkaars ideeën te bouwen. Dit gaat gewoonlijk gepaard met een bereidheid om risico’s te nemen en nieuwe zaken uit te proberen. Daarbij weten we dat, zelfs wanneer dit tegenvalt, we zullen leren en elkaar zullen ondersteunen. Dit juist omdat we elkaar vertrouwen. We vallen elkaar bij tegenslag niet aan, integendeel we komen versterkt uit de miskleun, want we hebben iets geleerd.  We staan samen ‘sterk weer op’. In deel VII heb ik dit ‘psychologische veiligheid’ genoemd, een term gecreëerd door professor Amy Edmondson. 

Vertrouwen maakt wederkerig leren mogelijk. Vandaar dat vertrouwen van levensbelang is in de Lerende Organisatie. Deze is gebaseerd op het gezamenlijk oplossen van problemen, op team creativiteit en hechte verbanden van wederzijdse ondersteuning. Wantrouwen creëert angst en maakt leren onmogelijk. Wanneer we aanvoelen dat de ander ons tracht te sturen of ons verplicht zaken te zien en/of te doen op zijn manier, voelen we ons ongemakkelijk en willen wij onszelf beschermen. De nood om anderen te controleren en te sturen doodt vertrouwen en daardoor wordt ook de bekwaamheid om als een hecht effectief team te werken vakkundig de nek omgedraaid. 

Vertrouwen is gebaseerd op tweezijdige – en dus niet op eenzijdige – communicatie; vertrouwen is gebaseerd op wisselwerking. Daarbij heeft het onder meer behoefte aan de vaardigheid Bepleiten en Bevragen, waarover meer in deel XI. Door het inzetten van die vaardigheid reiken we onze beste kennis aan en vragen we naar de beste kennis van de ander. Daarbij respecteren we uiteraard zijn bijdrage ten volle. Dit veronderstelt dat wij actief luisteren. Dit omvat onder meer het opvangen van de belangrijke boodschappen verborgen in de non-verbale communicatie, waarover meer in Deel XII. Bovendien dienen we minstens bekwaam te zijn om de volledige boodschap van de ander correct te parafraseren en daarbij te vragen om bevestiging. Over dit laatste meer in Deel XIII.

Het effectief en efficiënt van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces steunt op het waarderen van alle input en op het besef, dat eenieder heeft, dat we alleen niet alles kunnen kennen wat nodig is om een afdoend antwoord op de vraag te geven. Daarbij zijn we beducht voor het manipuleren en het sturen van anderen. Mensen voelen zich gestuurd en gemanipuleerd wanneer ze aanvoelen dat hun mening niet wordt gehoord, laat staan overwogen. Dan stopt angst de informatiestroom. Informatie die zo vitaal is voor het oplossen van een probleem of het grijpen van een kans of een opportuniteit. Elke wisselwerking versterkt of verzwakt het onderlinge vertrouwen. Wanneer we angstig zijn, heeft alles wat we zeggen, doen en voelen – met betrekking tot de ander – een verborgen intentie. Die verborgen agenda is er ook bij manipulatie. Mensen hebben een speciaal zintuig dat aanvoelt of de ander de intentie heeft hen te begrijpen of integendeel hen te sturen en te manipuleren. Wanneer mensen aanvoelen dat ze worden gestuurd, gecontroleerd en gemanipuleerd, dan voelen ze zich gebruikt en dus niet gerespecteert. De relatie wordt begrensd en verliest alle energie. Het team verliest de bekwaamheid om het probleem op te lossen, een afdoend antwoord op de vraag te geven of de opportuniteit te realiseren; kortom, de toekomst te creëren. Er wordt niets toegevoegd aan het wederzijdse leren. 

In de op leren georiënteerde nieuwe werkplaats is het kritische en competitieve ruwe materiaal de kennis en de inzichten die mensen bezitten. Belangrijk is ook de bekwaamheid om daaruit – door niet belemmerde, open uitwisseling van ideeën en zienswijzen – nieuwe kennis te creëren. Een gezond systeem – persoon, duo, team of organisatie – wordt gekenmerkt door wederkerige, niet belemmerde uitwisseling van energie, ideeën, informatie én gevoelens. Dit alles vereist vertrouwen en openheid, gebaseerd op eerlijkheid. 

Authentieke Interactieis open en eerlijk. Jezelf continu bijschaven met de hulp van anderen betekent dat je continu openstaat om te leren van alles wat het leven je aanbiedt. Een eerlijke relatie, gebaseerd op de intentie te leren, omvat een continu dialoogproces met betrekking tot hoe men de noden van alle betrokkenen kan lenigen. Daarbij leren en groeien de partijen continu door de confronterende verschillen. Dit betekent dat openheid en eerlijkheid niet geofferd wordt op het altaar van onze angsten. Die laatste ons verhinderen inderdaad om eerlijk te zijn. Zoals we weten, Eloïse, Edward en Elvire, hebben de meeste van onze angsten te maken met ‘angst om iets of iemand te verliezen’. We vrezen om goedkeuring, macht, aanvaarding, status, geld, comfort, ons gezicht, onze job, een opportuniteit, geloofwaardigheid en dies meer te verliezen. Zaken die eigenlijk niemand wenst te verliezen. 

Loyaliteit t.o.v. waarheid 

De waarheid onder ogen zien en die ook meedelen,  is een fundamenteel onderdeel van een diepgaande communicatie. We bedoelen uiteraard niet de absolute waarheid, maar de waarheid zoals men ze ziet. Gezien de creatieve spanning tussen de huidige realiteit en de gewenste afhangt van een goed begrip van de huidige werkelijkheid, ebt die spanning weg van zodra we de huidige situatie, om redenen van misplaatste loyaliteit, te rooskleurig voorstellen. Daardoor doen we onze waarheid geweld aan.

De hamvraag is: “Waarom hebben mensen in organisaties het dan zo moeilijk om voor hun waarheid uit te komen?” Inderdaad, waarom blijkt dit toch zo moeilijk, terwijl de waarheid juist helpt bij het nemen van correctieve beslissingen en bij het maken van de juiste keuzes ten einde te bereiken wat we werkelijk willen bereiken. Het antwoord op die vraag heeft voor een groot stuk te maken met het conflict tussen eerlijkheid en loyaliteit. Een groot deel van ons leven werken we in structuren en gemeenschappen, waar de nood om de waarheid te vertellen meermaals botst met andere loyaliteiten die in het systeem zijn ingebouwd. Deze loyaliteiten (t.o.v. de leider, de groep, de persoonlijke én groepsobjectieven) en ingebakken attitudes met betrekking tot wat echt belangrijk is, zijn meestal zo diepgeworteld dat zij voorrang krijgen. Wanneer we terug aanknopen bij het natuurlijk creatief wisselwerkingsproces,dat het engagement tot het spreken van de waarheid benadrukt, zal er een lastige periode volgen waarin de twee soorten loyaliteit zullen botsen.

Een gelijkaardig pijnpunt doet zich voor in organisaties die routinematig de boodschapper die slecht nieuws brengt, of de klokkenluider, neersabelen. De waarheid aan het licht brengen én terzelfder tijd loyaal blijven aan diepgewortelde gewoonten, is in dusdanige organisaties praktisch onmogelijk. De waarheid niet onder ogen durven zien, betekent het ontkennen van de eigen observatie. De meeste mensen hangen ergens in het midden en trachten beide waarden – loyaliteit en waarheid – in balans te brengen zonder in conflict te raken. Ze trachten de kool en de geit te sparen. Wat zij in feite doen, is de last op hun schouders nemen door te doen wat nodig is om de tegenstellingen bedekt op te lossen. Dit is een bijzonder frustrerend compromis, omdat de drie loyaliteiten – t.o.v. de waarheid, hun positie en de groep – eigenlijk niet alle drie op hetzelfde moment kunnen nagestreefd worden. De enige duurzame loyaliteit is de loyaliteit tegenover de waarheid. Alle loyaliteiten die ons beletten om de huidige werkelijkheid onder ogen te zien – met inbegrip van de zogenaamde ‘flexibele eerlijkheid’ – zullen vroeg of laat nefast zijn voor het succes van de organisatie. Dit om de eenvoudige reden dat de loyaliteiten het creatief wisselwerkingsproces afremmen en de Vicieuze Cirkel aanzwengelen. Inderdaad, één van de oorzaken van de vervorming van de eerlijkheid is de Vicieuze Cirkel. Psychologen hebben gevonden dat de niet-verwerkte emotionele incidenten uit het verleden aan de basis liggen van een subtiel doch groot effect op de manier van communiceren van volwassenen. Deze emotionele incidenten liggen – zoals we hebben kunnen lezen in Stacie Hagan en Charlie Palmgren’s boek[iv]– aan de oorsprong van de Vicieuze Cirkel

Eerlijke zelfexpressie brengt de ganse persoon in de wisselwerking. Inderdaad dienen we, teneinde relaties te creëren waarin leren echt plaats kan grijpen, onze Originele Zelf in de authentieke communicatie te brengen. In feite komt dit neer op het reeds ver- melde eerste deel van Henry Nelson Wiemans ‘two-fold commitment’: Geef het beste van wat je nu weet. Het tweede deel luidt: Sta duurzaam open voor het proces dat dit beste verandert in iets dat nieuwer, beter, voller, … is. 

Het begrip Originele Zelf werd reeds uitvoerig beschreven in vorige delen. De weg naar het inzetten van het Originele Zelf in de communicatie heeft meerdere stappen. We beperken ons hier tot de twee meest relevante: 

  1. Leer het onderscheid tussen hetOriginele Zelf en de gecreëerde zelf te onderkennen;
  2. Identificeer de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen.

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, leer het onderscheid te maken tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf en blijf verbonden met jullie essentie. Identificeer daarbij de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen. 

Het onderscheid tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf

Leer dus het verschil onderkennen tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelfIndien je je kan voorstellen wie je zou geworden zijn indien je omgeving én jezelf, je volledig gesteund hadden in je manier van zien, voelen en dingen doen op je eigen unieke wijze, dan geeft dit een aanzet tot het (h)erkennen van je essentie. Met andere woorden: indien je je kan voorstellen wie je geworden zou zijn indien het creatief wisselwerkingsproces duurzaam en volledig van ‘binnen naar buiten’ aan het werk zou gebleven zijn, dan ontdek je daarbij je Originele Zelf. De basiskwaliteit van het Originele Zelf is de openheid tot leren en ontdekken. Die kwaliteit kunnen we zien bij zeer jonge kinderen. Inderdaad het nog zeer jonge kind is gedreven om zich in de wereld ten volle in te zetten en die ten gronde te exploreren. Het Originele Zelf heeft, zoals jonge kinderen, een sterk gevoel voor verbinding met anderen en beleeft deze verbinding op heel unieke wijze. 

Wanneer we ons vereenzelvigen met onze gecreëerde zelf, zijn onze attitudes en gedrag meer gedreven van ‘buiten naar binnen’ dan andersom. Wij hangen voor ons ‘goed gevoel’ en welzijn af van anderen. “Wat zullen ze van mij denken?” is een symptomatische gedachte in dit verband. Bovendien hebben wij een grote behoefte om te tonen dat wij alles ‘onder controle’ hebben, dat wij er goed uitzien en dat wij ons conformeren aan vastgelegde regels. Daarbij staat het gecreëerde zelf continu onder spanning omdat het gevangen zit in het web van de opinies van anderen. Het zit vast in de val van de Vicieuze Cirkel. Uiteindelijk geloven we dat het gecreëerde zelf diegene is die we in werkelijkheid zijn. We steken zo veel energie in het beschermen van onszelf, tegen de angsten van het gecreëerde zelf, dat we ontkoppeld en vervreemd zijn van onze essentie en daardoor ook van de essentie van anderen. Wij zijn in oorlog met onszelf en met anderen. Wij vertrouwen onszelf niet meer en wij vertrouwen elkaar niet. 

Het resultaat van de Vicieuze Cirkel is een zelf die beperkt is in zijn volle expressie en dit door een aantal aangeleerde gewoontes en door een aantal zelf beperkende aannames. Niet zelden liggen deze aannames aan de basis van onze twijfels betreffende onze mogelijkheden en onze Intrinsieke Waarde. Doorheen gans ons verder leven denken wij dat deze zelftwijfel gegrond en waar is en trachten wij die voor anderen te verbergen. De arend is werkelijk een kip geworden… 

Om te kunnen appreciëren hoe deze Vicieuze Cirkel een karikatuur maakt van onszelf, dienen we terug te gaan in de tijd, terug te gaan naar ons pril bestaan. Dit om in te zien welke rollen we leerden spelen, rollen die we meenamen in onze volwassenheid. Deze rollen, van het draaiboek van het leven, onthullen onze onderliggende overtuiging betreffende hoe de wereld in elkaar zit en hoe die wereld, en de mensen erin, tegenover ons staan. Dit draaiboek is een onderdeel van onze gecreëerde zelf. De levensrollen en dito verwachtingen (althans het Vicieuze Cirkel-gedeelte ervan) zijn aannames van het gecreëerde zelf. Indien deze rollen overgedragen worden naar de volwassenheid, beperken wij onze opties en vervormen wij onze observaties. We kleuren die namelijk in. Ons mentaal model is niet doorlatend genoeg om de werkelijkheid ten volle te zien. En mede daardoor komen we later terecht in organisaties en bedrijven met geschreven en ongeschreven regels die koren zijn op de molen van de Vicieuze Cirkel. Door het versterkende karakter van de Vicieuze Cirkel leer je een bepaalde manier van denken, een bepaald gedrag, een eigen denkrichting aan. Totdat je dit alles ten slotte aanneemt als je ware identiteit terwijl het in feite enkel je conditionering, je gecreëerde zelf is. 

Wat je moet leren, heeft vaak te maken met het ontdekken en ontwikkelen van een latent talent. Soms heeft het ook te maken met het afwerpen van angsten en beperkende aannames en steeds met het creatief wisselwerkingsproces z’n werk laten doen. Dit niettegenstaande de realiteit van de Vicieuze Cirkel

Het doel van de mythologische ‘hero’s journey’ is de vaak onbewuste, aangeleerde reacties, die je motiveren voor een bepaald gedragspatroon, te vervangen door bewust gekozen eigen reacties. Reacties die een uitdrukking zijn van je Originele Zelf. De mytholoog Joseph Campbell[v]verwoordde het ooit zo: 

The hero is one who, while still alive, discovers the essential self, which in most people remains more or less unconscious.

Hoe minder je beheerst wordt door de Vicieuze Cirkel, hoe vrijer je bent om je eigen reacties op situaties of gebeurtenissen te kiezen uit een ganse reeks van opties. En hoe vrijer je je voelt, des te minder heb je de neiging de ander te sturen, te controleren en des te eerlijker je zult zijn tegenover jezelf en anderen. Wanneer je verbonden bent met je essentie, dan ben je verbonden met de anderen, zelfs wanneer zij zaken doen die je niet bevallen. Wanneer je bijvoorbeeld negatieve feedback krijgt van je omgeving inzake je gedrag (of er zelf aan de ander moet geven wegens diens gedrag), gebruik je deze situatie om de verbinding met de ander én met jezelf te versterken. Daarbij vraat je jezelf af: “Wat kan ik in deze situatie over mezelf en de ander leren, om mij te helpen om meer te worden wie ik werkelijk ben?” Wanneer je de focus legt op je essentie, je Originele Waarde, in plaats van op je Ego, dan neem je de negatieve feedback niet op als een persoonlijke aanval. Integendeel, je ziet die feedback als nuttig voor je leerproces – zowel met betrekking tot jezelf als met betrekking tot de persoon die je die feedback geeft. 

Door het natuurlijke creatief wisselwerkingsproces ten volle in te zetten, zijn we niet meer afhankelijk van anderen om ons te zeggen wat goed voor ons is. Wanneer we de macht weer overnemen van datgene buiten ons (i.e. de Vicieuze Cirkel), om te bepalen wie we werkelijk zijn en hoe we dienen te leven, worden we eindelijk opnieuw echt gemachtigd om ons eigen leven in handen te nemen. We worden echt volwassen. Opgelet, het creëren van de condities noodzakelijk voor succesvol van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vereist grote moed en zelfkennis. 

Identificeren van de waarden die het Originele Zelf ondersteunen

Eloïse, Edward en Elvire, een belangrijk stap in het leerproces om jullie leven te richten op jullie essentie is te ontdekken van jullie waarden. Over de Kernwaarden hebben we het reeds uitvoerig gehad in deel IV. Deze Kernwaarden kennen, voordat zich een levenscrisis voordoet, is een enorm voordeel. Deze waarden bereiden jullie immers voor om, wanneer zich dramatische veranderingen in jullie leven voordoen, de juiste keuzes te maken uit de mogelijke opties. Indien we ons ten volle bewust zijn van ons Doel en onze Waarden is het makkelijker de afwegingen te maken die nodig zijn in dit besluitvormingsproces. Het helpt jullie als het ware de Cruciale Dialoog met jullie zelf, op cruciale momenten in jullie leven, tot een goed einde te brengen. Het maakt jullie ook mogelijk de kansen die verscholen zitten in de crisis werkelijk te ontdekken. Bij een ingrijpende verandering de nieuwe kansen die jullie ‘toevallen’ ook daadwerkelijk vlug onderkennen en ‘oprapen’, is op dat moment van cruciaal belang. Wanneer men zichzelf echt kent én bovendien weet wat men wilt, is men beter geplaatst om de juiste keuzes te maken wanneer het er echt toe doet. 

Openheid & Vertrouwen, zijden van het muntstuk Authentieke Interactie

Openheid en vertrouwen zijn vast aan elkaar verbonden. Een persoon ten volle kennen en waarderen, weten wie zij of hij is en wat zij of hij werkelijk doet, creëert vertrouwen. Hoe opener iemand is, hoe meer zij of hij door de ander(en) kan gekend worden, hoe meer hij echt kan begrepen worden en hoe groter het onderling vertrouwen kan worden. Vertrouwen en openheid zijn de basis hoekstenen van Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Om van het vertrouwen en de openheid werkelijk een duurzame realiteit te maken, dienen deze hoekstenen uiteraard permanent onderhouden te worden. Dit kan door het voortdurend inzetten van de vier basisvaardigheden van deze karakteristiek:

  • het duidelijk stellen van de Kernvraag (Deel X);
  • het in balans gebruiken van Bepleiten en Bevragen (Deel XI);
  • het gebruiken en erkennen van Non-Verbale Communicatie (Deel XII);  
  • het bevestigen van wat herhaald wordt of Bevestigend Parafraseren (Deel XIII).

Een omgeving waarin duurzaam vertrouwen en openheid heerst, is gekenmerkt door een vrije stroom van informatie. Openheid heeft twee dimensies: vertellen en luisteren en is dus een interpersoonlijke conditie die bestaat onder de deelnemers aan de dialoog wanneer zij: 

  • als ‘zender’ elkaar vertellen wat zij denken over feiten, ideeën, waarden, aannames, gevoelens en de manier waarop zij die zaken zien en 

  • als ‘ontvanger’ naar die boodschap willen luisteren en dit 
ook effectief ten volle doen. 

Mensen die niet beschikken over bovenvermelde vier basisvaardigheden van de interpersoonlijke communicatie zullen niet zeer open zijn en bovendien minder geneigd zijn om anderen te vertrouwen. “Vertrouwen is goed, Controle is beter”, is hun devies. Dat ze daardoor zelf ook heel wat minder vertrouwd worden, is logisch. 
Het open zijn en het op voorhand vertrouwen geven houden risico’s in. Wij zijn er, gebaseerd op onze ervaringen, van overtuigd dat het zich bekwamen in de vier basisvaardigheden, en ze dus ten volle gebruiken bij elke diepe conversatie, de individuele niveaus van openheid en vertrouwen zal verhogen. Het gaat dus over – om het in systeemdeken taal[vi]te zeggen – een zelfversterkende lus: het effectief gebruik van de vier basisvaardigheden versterkt de openheid en het vertrouwen en … het verstevigde vertrouwen en de grotere openheid bevorderen dan weer het gebruik van de vier basisvaardigheden. 
Dit totdat het gewoonten geworden zijn (zie Deel VIII).

Creatieve wisselwerking ligtaan de basis van, en gaat over, een ingrijpend veranderingsproces. Deal en Kennedy[vii] stellen dat openheid en vertrouwen een sleutelonderdeel zijn van verandering: 

Openness and Trust in the Change Process influence whether and how change occurs. 

en de Freibergs[viii] zeggen het zo: 

Full disclosure leads to more honest conversations and it creates culture that values authenticity.”

Vertrouwen is organisch, het wordt echt niet geproduceerd op een assembleerlijn. Vertrouwen groeit door onze acties. Peter Senge et al.[ix] hebben vastgesteld dat “Culturen enkel bestaan wanneer die beleefd worden op elk moment”. 

Vertrouwen groeit wanneer: 

  • er naar elkaar geluisterd wordt, echt geluisterd;
  • we elkaar aanmoedigen om onze ideeën uit te drukken en daarbij actief luisteren (zie ook de vaardigheid Bevestigend Parafraseren, Deel XIII);
  • elkaar toestaan dat ook opinies aan bod komen, zelfs opinies die we liever niet horen;
  • we fouten aanvaarden (want een fout kan gebeuren) en vooral wanneer we ervan leren.

Om Peter Senge et al.[x] nog maar eens te citeren: 

We learn how to do something truly new only through doing it, then adjusting

Door fouten te aanvaarden wordt de blaam getransformeerd in creatief denken, we leren dan echt van onze fouten. Het Originele Zelfcreëert dus vertrouwen, waarbij integriteit eerlijkheid omvat én verder gaat. Eerlijkheid is de waarheid vertellen – m.a.w. onze woorden in overeenstemming brengen met de realiteit. Integriteit is de realiteit in overeenstemming brengen met onze woorden of anders gesteld, onze beloftes nakomen en de in ons gestelde verwachtingen.

Eén van de belangrijkste manieren om je Originele Zelf te tonen, je integriteit te bewijzen, is loyaal te zijn t.o.v. diegenen die niet aanwezig zijn. Door zo te handelen versterken wij het vertrouwen in ons, van diegenen die wel aanwezig zijn. Inderdaad, wanneer men diegenen die niet aanwezig zijn, verdedigt, zal men het vertrouwen winnen van diegenen die wel aanwezig zijn. Integriteit in een interafhankelijke werkelijkheid komt neer op het behandelen van iedereen overeenkomstig dezelfde set principes. Wanneer je dit werkelijk doet, zullen mensen je vertrouwen

Eloïse, Edward en Elvire, het is wel zo dat anderen initieel jullie integriteit niet steeds sterk zullen appreciëren. 
Integriteit confronteert nu eenmaal en veel mensen bewandelen liever het pad van de minste weerstand. Een pad bezaait met het zich afzetten, bekritiseren, bekladden van anderen, (die meestal niet aanwezig zijn – de puurste achterklap). Dit komt omdat de Vicieuze Cirkelnog steeds meer aan zet is dan Creatieve wisselwerking. Maar op het einde van de rit zullen mensen jullie meer vertrouwen indien jullie eerlijk, open én verdraagzaam bent. 

Integriteit vermijdt misleidende communicatie. Een leugen is elke communicatie met de bedoeling om te misleiden. Wanneer we integer communiceren in woorden én gedrag, kan onze intentie onmogelijk zijn te misleiden of te bedriegen. Dit voelt iedereen aan en daardoor versterkt integer gedrag in communicatie het vertrouwen en de openheid. 


[i]Bruce Springsteen. Quote uit This Depressionsong van studioalbum Wrecking ball,Columbia Records, 2012.

[ii]https://www.theguardian.com/music/2016/sep/07/bruce-springsteen-depression-wrecking-ball-interview

[iii]Edwards, W. Deming. “Drive Fear Out” is één van de kenmerken van een Kwaliteitsvolle organisaties zoals hij aangeeft in zijn TQM aanpak en onder meer beschrijft in zijn boek Out of Crisis. Cambridge, Mass: MIT Press, 1986.

[iv]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MD: Recovery Communications, Inc., 1998 

[v]Joseph Campbell. The Hero with a Thousand Faces, Novato, CA: Bolinger Series XVII, Joseph Campbell Foundation, New World Library, 2008. 

[vi]Senge, Peter M. The fifth discipline. The art and practice of the learning organization. New York: Doubleday, 1990.

[vii]  Deal, Terrence E. en Allen A. Kennedy. Corporate cultures: the rules and ritu-als of corporate life. Reading MA: Addison-Wesley Publishing Company, Inc. 1982.

[viii]Freiberg, Keven and Jackie Freiberg. Guts: Companies that blow the doors off. Business as usual. New York: Doubleday, 2004.

[ix] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. Cambridge MA: The Society of Organizational Learning, 2004.[

[x] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. op. cit.

BLIJF WAKKER ! – DEEL VIII

HOE GEWOONTEN AAN- EN AFLEREN?

Imagine you are in a car,

And your new selves can’t get in,

But your old selves can’t get out.

You can bring new vision and guidance in your life,

But you can’t forget who you’ve been 

And what you’ve seen

– Bruce Springsteen

Quote uit een ‘Rolling Stone’ interview[i]

(Habit, once formed, is one of the selves in the car)

Eloïse, Edward en Elvire, mensen zijn gewoontedieren[ii]. Ook in deze context, dus met betrekking tot gewoonten, is het enig correcte antwoord op de vraag uit het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’: “Is dat goed of is dat slecht?” (zie onder meer ook deel II) een volmondig JA! Sommige gewoonten zijn nu eenmaal goed (bv. het dagelijks correct tandenpoetsen is een gezonde gewoonte) en andere dan weer slecht (bv. dagelijks een tiental sigaretten roken is een ongezonde gewoonte). Goede gewoonten zou ik dienen te behouden (bv. dagelijks een half uur gaan doorstappen in de Lembeekse bossen) of aante leren (bv. beter begrijpend én waarderend luisteren naar m’n kleinkinderen). Minder goede gewoonten (voorbeeld: niet altijd luisteren, laat staan waarderend begrijpen van Bonnie) zou ik dienen af te leren. 

Sommigen beweren dat er noch goede, noch slechte gewoonten zijn. Er zouden enkel effectieve gewoonten zijn. Dit zijn gewoonten die effectief zijn in het oplossen van terugkerende problemen. Die hebben wel een punt. Alle gewoonten brengen iets op – ook de slechte. Het is zelfs omdat het iets opbrengt dat gewenst is dat wij een bepaald gedrag zolang herhalen tot het een gewoonte geworden is. Het klassieke voorbeeld is het roken van sigaretten (of tegenwoordig ‘vapen’, is het niet Edward?), dat geeft een zekere rust en een bepaald genot.

Het probleem is dat mensen, dus ook wij, onze dagelijkse routines niet zo makkelijk bijstellen en ze al helemaal niet door anderen laten opleggen.  Wanneer we ons eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigen gemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). Veranderen van gewoonten dient bovendien van binnen uit te gebeuren (in het geval van bovenstaande quote van Bruce Springsteen door de eigenaar van de wagen)!

Belang van gewoonten

Zonder gewoonten kunnen we niet goed functioneren in het dagelijkse leven.

Gewoonten zorgen ervoor dat we dingen doen zonder dat we er hoeven bij na te denken. De al bij al beperkte hersencapaciteit waarover we beschikken, kunnen we dan inzetten voor wat er echt toe doet. Inderdaad, de mentale energie die we niet hoeven te steken in onze gewoonten, kunnen we spenderen aan belangrijker zaken.

Heel wat resultaten zijn de gevolgen van gewoonten. Aan de hand van die resultaten kan men gewoonten catalogeren. Meestal spreken we daarbij, zoals hierboven, van goede gewoonten en slechte gewoonten. Het spreekt vanzelf dat goede gewoonten naar goede resultaten leiden. Zo leidt het dagelijks goed poetsen van de tanden tot het behouden van een gezond gebit. Slechte gewoonten leiden daarentegen naar minder goede resultaten. Zo leidt de gewoonte van het vaak eten van overvloedig ‘junk food’ tot obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte).

Maar, Eloïse, Edward en Elvire, een gewoonte heeft meestal goede enslechte gevolgen. Zo leidt het reeds vermelde roken van sigaretten tijdelijk tot minder stress en wat genot enook, uiteindelijk, tot een longziekte. Daarenboven zijn de labels, die men aan gewoonten hecht, ‘goed’ en ‘slecht’ persoonsgebonden. Zij komen voort uit de persoonlijke interpretatie en appreciatie van de gevolgen. En wat we soms als ‘goed’ catalogeren, is dit, op de keper beschouwd, niet steeds. Dit komt onder meer omdat we de – voor ons – goede gevolgen hoger waarderen dan de minder goede. Kortom, die labels komen uit de mindset van de specifieke gecreëerde zelf.

Hoe ontstaan gewoonten?

We worden niet geboren met gewoonten. Gewoonten worden aangeleerd. Hierbij speelt het zogenaamde conditioneringsproces een cruciale rol. Dit proces wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarbinnen het opereert. Het wordt mede daardoor ook socialisatie genoemd. Het is het proces waarbij een cultuur haar leden bepaalde overtuigingen, voorkeuren, gewoonten en de taal aanleert. Zo spreken wij, Eloïse, Edward en Elvire, Nederlands. Dit is een door onze cultuur aangeleerde gewoonte. Indien jullie in een andere cultuur waren grootgebracht, spraken jullie de taal ervan. Naast de cultuur ontwikkelen zich op persoonlijk vlak gewoonten door individuele voorkeuren en vooral ook door de werking van onze persoonlijkeVicieuze Cirkel.

Over het ontstaan van gewoonten zijn er heel wat boeken geschreven. Ik heb er nogal wat van gelezen. Dit omdat het menselijke gedrag mij ook professioneel boeide. Arbeidsongevallen hebben bijvoorbeeld veel te maken met gedrag, en dan nog voornamelijk met gewoontegedrag. Daardoor boeiden mij gewoonten, en hoe die ontstaan en veranderen, mij enorm. Wat mij daarbij opviel is dat alle auteurs van die boeken een eigen invulling geven aan het ontstaansproces van gewoonten. Gewoonten blijken namelijk te ontstaan volgens een drie stappen ontwikkelingsproces. Zo beschrijft onder meer Aubrey C. Daniels het klassiek geworden ABC plan[iii]. Het is een mnemotechnisch geintje dat steunt op de beginletters van het alfabet. In de Angelsaksische landen komt men zo tot volgende drie stappen: Antecedents – Behavior – Consequences. Mijn vertaling is wat krakkemikkig omdat ik persé de B wou behouden (anders speelde ik het ‘alfabet’ kwijt). Daarbij staat A voor Aansporing, dit is de prikkel om een bepaald gedrag te vertonen. B staat voor Behavior, dit is dan het getoonde gedrag. C tenslotte staat voor de Consequenties, dit zijn de gevolgen van het gedrag.

Nu ontstaan gewoonten door een bepaald gedrag zolang te herhalen dat het ingesleten geraakt. Aristoteles wist dit al, want hij stelde: “Wij zijn wat wij bij herhaling doen.” Dit wil zeggen het gedrag wordt vertoont zonder dat er nog bij wordt nagedacht. Als men niet meer nadenkt bij het uitvoeren van een bepaalde handeling, is die handeling inderdaad een gewoonte geworden. Het klassieke voorbeeld, dat door zowat alle auteurs van boeken rond gewoontevorming wordt meegegeven, is het volgende. Wanneer we een kamer binnen komen die donker is, gaat ons hand automatisch op zoek naar de lichtschakelaar om die in duwen. De donkere kamer is de Aansporing, de lichtschakelaar induwen is het Behavior (gedrag) en de verlichte kamer is de Consequentie van die handeling. De gewoonte is het middenstuk van de ABC keten. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom gewoonten simpelweg betrouwbare oplossingen voor terugkerende problemen kunnen genoemd worden[iv]. Gewoonten zijn ingesleten reflexen of rituelen. Het zijn met andere woorden mentale overbruggingen die we door ervaring leerden. Nog anders gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten zijn terugkerende handelingen waar we niet meer bij nadenken.

We hebben twee invalshoeken, twee bepaalde manieren om naar gewoonten te kijken. Meestal kijken we naar watwe met een bepaalde gewoonte wensen te bekomen. De output of consequentie is bij die manier van kijken belangrijk. Er is ook een tweede manier, Eloïse, Edward en Elvire en daar wil ik het in dit deel voornamelijk over hebben. Bij een gewoonte en dus ook bij gewoonte vorming is de input of aanleiding belangrijk. Die gewoonten, waarbij de input belangrijk is, zijn gekoppeld aan jullie identiteit. Deze tweede invalshoek start met de focus te richten op wiewe willen worden. Jullie hebben onderhand al begrepen dat dit voor mij onze Originele Zelfis. Onze actuele identiteit is wie we actueel zijn. Ik heb dit in vorige delen onze gecreëerde zelf genoemd. Onze Creatieve Zelf kan de gecreëerde zelf transformeren in de richting van onze Originele Zelf. Daarbij beleven we van binnenuit het proces waarmee wij geboren zijn, Creatieve wisselwerking.

Kortom, gewoonten worden gevormd door het inslijten van de identiteit die bestaat uit het geheel van aannames, vooronderstellingen en onderliggende meningen. Dit geheel noem ik nogal vaak onze mindset, wat kan vertaald worden als referentiekader, denkkader en mentaal model. Hierdoor wordt duidelijk dat we moeilijk gewoonten kunnen veranderen indien we niet onze mindset, die geleid heeft tot deze gewoonten, veranderen. Bij het veranderen van gewoonten gaat het voor mij, Eloïse, Edward en Elvire, niet zo zeer om het doel of om wat het opbrengt, maar om te veranderen wie ik ben; mijn gecreëerde zelf met diens unieke mindset. Daardoor blijven verbeteringen in gewoonten meestal slechts tijdelijk … totdat ze een deel worden van wie men is. Gewoonten zijn dus een inherent deel van onze gecreëerde zelf, onze mindset, ons individueel paradigma en onze individuele cultuur. Willen wij gewoonten af en aanleren dienen we dus onze gecreëerde zelf, onze mindset te veranderen.

En dat brengt ons naadloos terug naar het antwoord op de reeds in deze serie columns gestelde cruciale vraag: “Hoe kunnen we onze mindset veranderen gezien onze ‘mind’ dat zelf niet kan?”. Het antwoord op die vraag kennen jullie, Eloïse, Edward en Elvire onderhand wel: “Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.’ 

Hoe meer we een bepaald gedrag vertonen, hoe meer we onze identiteit, verbonden met dat gedrag, versterken. Het begrip ‘identiteit’ werd origineel afgeleid uit de Latijnse woorden ‘essensitas’, wat ‘zijn’ betekend en ‘identidem’, wat ‘herhaald’ betekent. Identiteit betekent dus letterlijk: ‘herhaald zijn’. Het proces dat gewoonten bouwt is in wezen het proces waardoor men zichzelf, en dus (hopelijk) z’n Originele Zelf, wordt. De werkelijkheid  gebied mij om te stellen dat we slechts een verbeterde gecreëerde zelf bereiken, de Originele Zelf blijft het doel; doel dat we m.i. nooit bereiken (maar jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mogen mij het tegendeel bewijzen).

In Systeemdenken taal zou men het zo kunnen zeggen: “Gewoonten vormen uw identiteit en uw identiteit geeft vorm aan uw gewoonten.” Het is dus een versterkende feedback lus totdat het gedrag gebeiteld is en dus een gewoonte geworden is. Zowel het aanleren, vormen van een gewoonte, als het afleren van een gewoonte, vergt herhaling en dus tijd. 

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten hebben te maken met zichzelf worden. De echte vraag daarbij is: “Worden jullie wel de personen die jullie echt willen worden?” Onze parafrasering van deze vraag kennen jullie al: “Worden jullie wel jullie Originele Zelf?”. En de opdracht zit al besloten in de vraag. De praktische moeilijkheid van het verwezenlijken van die opdracht – met name de transformatie van de gecreëerde zelf – hangt af van het huidig verschil tussen de actuele gecreëerde zelf en de Originele Zelf. Gezien jullie nog meer jullie Originele Zelf zijn dan ik, is de moeilijkheidsgraad van jullie transformatie eigenlijk kleiner dan die van jullie grootvader Johan. Dat is alvast het goede nieuws! Voor jullie althans… En zoals zo vaak is de weg naar het doel uiterst interessant. Gelukkig maar, want het doel bereiken we volgens mijn persoonlijk inzicht nooit!

Zoals reeds gesteld is het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces. Ik heb dus gezocht naar die gewoonten die het creatief wisselwerkingsproces bevorderen. Ik heb ze ten slotte in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ beschreven als zestien vaardigheden. Ik zal die vaardigheden in deze serie columns één voor één uitgebreid beschrijven.

Het creatief wisselwerkingsproces toegepast op gewoontevorming

Hierbij gebruik ik het Cruciale Dialoogmodel. Nogmaals, de linkerkant ervan is de zone van het denken, het midden de zone van de gevoelens en emoties, en de rechterkant de zone van het doen en dus van de transformatie.

In de denkfase horen uiteraard de aansporingen. Dit zijn informatie en data (‘triggers’) die het denken in gang zetten. Daartoe dient het helder bewustzijn ingezet te worden. Men dient dus ‘wakker’ te zijn. Carl Jung zei ooit: “Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” Jung was ervan overtuigd dat het leven een doel heeft dat voorbij gaat aan het zuiver materiële. De primaire taak van iedere mens is het ontdekken en vervullen van haar of zijn diepgelegen innerlijk potentieel. Dit proces van transformatie, dat Jung ‘individuatie’ noemde, is een proces waarin we, stelde hij, trachten het Zelf tegen te komen, alsook het Goddelijke. Het proces van individuatie, of het differentiëren van het Zelf uit bewuste en onbewuste elementen, staat centraal in het werk van Jung[v]. Eloïse, Edward en Elvire, mijn denkkader is dus Jungiaans, met dien verstande dat ik het heb over de Originele Zelf, dat het Goddelijke voor mij Creatieve wisselwerkingis, en het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces is. Door blijvend Creatieve wisselwerkingvan binnenuit te beleven, wordt onze gecreëerde zelf continu verbeterd in de richting van de Originele Zelf. De gecreëerde zelf is dus idealiter niet statisch maar continu evoluerend. Dus kunnen we eigenlijk spreken van de continu evoluerende gecreëerde zelf.

Informatie heeft geen mening tenzij ze geïnterpreteerd wordt. Daarbij is het gekleurd bewustzijn aan zet. De interpretatie van de data leidt naar gevoelens en emoties.  Die vertalen zich in een verlangen naar verandering. Men is niet gelukkig met de actuele situatie, zoals gepercipieerd met behulp van de info en data. Daardoor verlangt men naar een gewenste situatie. Volgens onze visie is elk verlangen gekoppeld aan de wens om de gecreëerde zelf te veranderen. Dit leidt tot de creatiespanning. Dit is de spanning die men voelt wanneer men beslist de actuele gecreëerde zelf te gaan veranderen. Die spanning is een natuurlijke spanning die ontspringt uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gepercipieerde realiteit met betrekking tot de gecreëerde zelf) en de toekomst die ik mezelf toewens (de gewenste gecreëerde zelf, dichter bij de Originele Zelf). Ze komt voort uit zowel de herkenning van het verschil als de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid om die afstand te overbruggen. 

De respons is uiteindelijk de keuze van de gewoonte die men wil afleren of aanleren. Eerst dient men zich de nieuwe gewoonte voor te stellen (imaginatie) en nadien aan te leren (transformatie). Of men tot de effectieve realisatie van de respons komt, hangt af van de intrinsieke motivatie en van de frictie die de gedragstransformatie vergezelt.

De nieuwe gewoonte leidt naar een consequentie, met name de geëvolueerde gecreëerde zelf. De consequentie realiseert twee doelen: het stilt het verlangen en men heeft iets geleerd dat waard is om meegenomen te worden in de toekomst. Wat men geleerd heeft, komt neer op de het ervaren van de kracht van Creatieve wisselwerking. Edward, daarbij denk ik steevast aan Yoda’s kracht (“May the Force be with you!”).

Het creatief wisselwerkingsproces is idealiter niet iets dat sporadisch in werking is. Ideaal is het eerder een eindeloze feedback lus die elk moment actief kan zijn. En dat in elke fase van jullie leven, Eloïse, Edward en Elvire!

Men kan het proces ook zien als twee fasen: de probleem fase en de oplossingsfase. Zoals we al zagen heeft elke gewoonte tot doel een terugkerend probleem op te lossen.

De vaardigheden van het Cruciale Dialoogmodel zijn gewoonten die er voor zorgen dat we – theoretisch althans – uiteindelijk terug onze Originele Zelfworden.

De eerste stap is wakker worden en onze acties en gedachten observeren. Observeren zonder oordeel of interne kritiek (van de ‘Monkey-mind’). Dit is je zelf observeren zoals iemand anders dat zou doen, hoewel het zelf-observatie is. Gedurende de observatie fase bemerk je heel waarschijnlijk dat het verkieselijk is je een paar van de Creatieve wisselwerking vaardigheden eigen te maken. Je kiest één van die vaardigheden.

Dan doorloop je het proces dat in bovenstaande tekening is weergegeven (eerst de probleemfase en nadien de oplossingsfase) en beslist in het midden of je genoeg motivatie hebt om iets aan die vaardigheid te doen. Hier gebeurt overigens de omslag van het ‘wensen’ naar het ‘willen’. Dan zoek je manieren om je die vaardigheid eigen te maken. Daarna neem je de beslissing (rechts op de tekening) om je effectief die vaardigheid eigen te maken. Je mag tijdens die transformatie heel wat wrijving (frictie) verwachten. Die transformatie lukt indien de motivatiekracht grotere is dan de wrijvingskracht.

Een uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde, hou ik daarbij altijd voor ogen : “When the rubber meets the road.” Dit wil zeggen dat zolang men aan het nadenken is en zelfs wanneer met een besluit genomen heeft om iets in gang te zetten er van frictie geen sprake is. Het is enkel wanneer men beslist heeft ‘de hand aan de ploeg’ te slaan dat er wrijving onstaat. Daarin ligt het grote verschil tussen besluiten en beslissen. Bij een besluit is er zelden frictie, bij een beslissing bijna steeds. Deze laatste wordt bij sommige transformatie processen zodanig groot dat het proces tot stilstand komt en soms zelfs wordt afgeblazen. In het geval van gewoontenvorming komt dat er op neer dat de gewoonte nooit wordt gevormd. Anders gesteld, men blijft steken bij de intentie. Om toch succes te hebben bij het aanleren van een een nieuwe of het afleren van een oude gewoonte kan een implementatie intentie met bijhorend plan helpen.

Een goede manier om een gewoonte aan te leren[vi]

Een implementatie intentie is een op voorhand gemaakte verklaring met betrekking waar en wanneer men in actie zal schieten. Men maakt een planning betreffende de gedragsacties die nodig zijn om een bepaalde gewoonte in te slijpen.

Een implementatie intentie heeft volgende vorm:

“Wanneer situatie X zich voordoet, zal ik gedrag Y vertonen.”

Het doel van een implementatie intentie is om de situatie (plaats en tijdstip) zo duidelijk te maken zodat men het juiste gedrag vertoont totdat dit gedrag, mits genoeg herhaling, ingesleten is. Wanneer een gedrag een gewoonte geworden is, kan men meestal zelfs niet meer zeggen waarom men dit gedrag automatisch vertoont.

Hoe strakker je een aan te leren gewoonte verbindt met een specifieke situatie (die dan optreedt als aanleiding – zie het ABC van gewoontenvorming), hoe groter de kans dat men effectief aangezet wordt tot het vertonen van dat gewoontegedrag.

Heel belangrijk daarbij is dat we de werkelijkheid correct “zien”.  In feite gebruiken wij alle zintuigen om te observeren – de vijf klassieke en het zesde zintuig, de intuïtie – en wat wij observeren wordt geïnterpreteerd door ons brein en onze ‘mindset’. 

Het idee dat een beetje discipline voldoende is om al onze problemen op te lossen is een in onze cultuur ingebakken illusie.  Belangrijker dan discipline is het coderen van een gewoonte. Eens dat is gebeurt volgt de gewoonte automatisch wanneer de aanleiding zich voordoet.  Dit is echter ook het geval met zogenaamde ‘slechte’ gewoonten. Die zijn meestal autokatalytisch: het proces voedt zichzelf. Het gedrag is daarbij de katalysator van z’n eigen vorming. Omdat er aan het begin van deze autokatalistische reactie weinig ‘product’ (i.e. gedrag) aanwezig is, komt de transformatie traag op gang. Ze gaat bij een slechte gewoonte wel veelal tot de finish!

Het afleren van gewoonten[vii]

Je kan een gewoonte afleren door ze te vervangen door een andere gewoonte. Maar een oude gewoonte ‘vergeet’ je nooit (cf. ‘de macht der gewoonte’). Die is ingesleten in jouw brein. De reden daarvan is dat een gewoonte in de hersenen kan gezien worden als een koppeling tussen twee synapsen. Bij onderzoek van het geheugen is men tot de bevinding gekomen dat elke gewoonte te maken heeft met neuronale circuits in de hersenen. De neuronale circuits, die aan de basis liggen van het ontstaan van een gewoonte, bestaan uit drie componenten, met name gedachten, gevoelens en gedrag. Dit komt dus exact overeen met onze voorstelling van gewoontevorming: denken, voelen en doen (zie de tekeningen van dit deel). Gewoontevorming ontstaat door veranderingen in de sterkte van de verbindingen tussen neuronen, die ervoor zorgen dat herinneringen gecodeerd en opgeslagen worden in het centrale zenuwstelsel. Wil men een nieuwe gewoonte aanleren dient men dus nieuwe neuronen verbindingen te creëren. Wanneer er een aanleiding is om die nieuwe gewoonte te realiseren, worden deze verbindingen aangesproken. Dit ten koste van de oude verbindingen van de af te leren gewoonte. Evenwel worden de oude verbindingen nooit volledig verbroken, zelfs indien ze een hele tijd niet aangesproken worden. Men kan jaren gestopt zijn met roken of het overmatig drinken van alcohol, wanneer men plots in een emotionele crisis terecht komt, is de kans reëel dat men in de oude gewoonte hervalt. 

Elke gewoonte lenigt een verlangen en heeft een dieperliggende reden. Het verlangen is daarbij een specifieke uiting van de dieper onderliggende reden. Dieper liggende redenen blijven meestal bestaan, het specifiek gedrag, om het verlangen gebaseerd op de onderliggende reden te lenigen, kan gewijzigd worden. 

Onze huidige gewoonten zijn niet noodzakelijke de beste manier om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld roken of een stevige borrel drinken om stress te reduceren [cf. de succesvolle reclameslogan (de jaren 1975-1986): “Schat, staat de Bokma koud.”] 

Ons gedrag hangt voornamelijk af van hoe we de gebeurtenissen die ons overkomen interpreteren en dus niet van de obectieve realiteit betreffende deze gebeurtenissen. Men zou kunnen stellen dat ons gedrag meer verbonden is met ons gekleurd bewustzijn en minder met ons helder bewustzijn.  En de interpretaties creëren ogenblikkelijk gevoelens. Onze gevoelens en emoties transformeren het verlangen in een mogelijke respons. Wij maken een voorstelling, een beeld van de toekomstige realiteit. 

We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Er is dus een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil levert de nodige energie om in actie te schieten. Het is de spanning tussen de twee die omgezet wordt in de transformatie beweging en het ‘wensen’ is nu wel degelijk omgezet in ‘willen’.

TOEKOMSTIGE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Afleren hardnekkige ‘slechte’ & aanleren harde ‘goede’ gewoonten

Gewoonten worden gevormd door een specifiek proces dat we het ABC proces genoemd hebben. Nogmaals, daarin staat de A voor de aanleiding om een bepaald gedrag te vertonen, B voor het gedrag zelf en C voor de consequentie die volgt op het gedrag. Opmerkelijk is dat op den duur de Consequentie de Aanleiding vormt voor het gedrag. Zeker in het geval dat deze Consequentie snel volgt op het vertonen van het gedrag (B). Wanneer een Consequentie snel volgt op een gedrag en bovendien zeker is, dan wint dat specifieke effect het van een Consequentie die langzaam volgt op een bepaald gedrag en bovendien onzeker is. Zo wordt de roker verleidt om te volharden in de boosheid, hoewel zij of hij pertinent weet dat roken een voor de gezondheid slechte gewoonte is. Dit komt omdat het positief gevolg, bekomen van rust en genot, direct van bij de eerste haal voelbaar is en dat bij elke sigaret, terwijl het mogelijk negatief gevolg, longkanker, eerst heel veel jaren nadien zal verschijnen en misschien zelfs nooit. Wanneer de longkanker zich uiteindelijk onverhoopt toch manifesteert is de roker ‘plots’ geneigd wel te stoppen. Hoewel het er dan veelal niet meer toe doet…

Dus de consequenties kunnen veelzijdig zijn. Zo kan een consequentie positief zijn of negatief zijn. Voor elke van die twee onderverdelingen kan die consequentie snel volgen op het gedrag of traag volgen op dit gedrag. Daarbij kan men nog de onderverdeling ‘zeker’ en ‘onzeker’ onderscheiden. Meestal is een consequentie die snel volgt op een gedrag ook zeker. Hoewel dit niet altijd zo is. Zo wordt de consequentie ‘overdreven snelheid’, die wel snel en zeker volgt op het gedrag (het hard indrukken van het gaspedaal) niet altijd gevolgd door een tweede negatieve consequentie ‘boete’. Een en ander kan door volgende tekening voorgesteld worden, hoewel uiteraard heel wat varianten daarvan mogelijk zijn:

Wat dus veel voorkomt is dat bij sommige gewoonten de Consequentie terugkoppelt. Het directe zekere positieve gevolg (C+ volgt SNEL en zeker) wordt daardoor de aanleiding voor het herhalen van het gedrag totdat het een gewoonte is geworden.

Ander gedrag – dat nochtans positieve effecten op langere termijn heeft – wordt moeilijk genoemd, omdat het ook een direct en zeker negatief gevolg (C- volgt SNEL en zeker) heeft. Voorbeeld daarvan is een dagelijkse stevige wandeling van een half uur in de Lembeekse bossen. Indien men daar in de herfst aan begint zijn de directe negatieve gevolgen legio: verkleumde handen, stijve spieren, … Daardoor krijgen de hersenen het signaal ‘Herhaal NIET!!!’. Het directe negatieve gevolg verdringt de aanleiding (‘het is beter voor m’n gezondheid’). Het positieve effect is slechts na maanden zichtbaar: men ‘voelt zich beter’ en het ‘gemiddeld suikerniveau in het bloed’ is merkelijk gedaald. Maar indien het gedrag geen kans krijgt om een gewoonte te worden, is men er aan voor de moeite. De positieve gevolgen hebben in dat geval niet de kans om merkbaar te worden.

Hierbij is, Eloïse, Edward en Elvire, een uitspraak van de Vlaamse – veel te vroeg gestorven – dichter, Herman de Coninck in m’n geheugen gegrift: “Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard.” Die gevleugelde uitspraak is geldig bij het aanleren van elke ‘moeilijke’ Creatieve Wisselwerking gewoonte en het afleren van elke ‘leuke’ Vicieuze Cirkel gewoonte.

Zo gebruik ik zelf om af te komen van een hardnekkige negatieve gewoonte of het aanleren van een harde positieve gewoonte de vaardigheid ‘Herkaderen’ van het creatief wisselwerkingsproces. Ik zal in de loop van deze reeks columns die vaardigheid diepgaand beschrijven. Voorlopig beperk ik mij met te stellen dat herkaderen neerkomt op anders naar de werkelijkheid te kijken. Daarbij ga ik de positieve effecten van een hard ‘goed’ gedrag versterken en de negatieve effecten ervan afzwakken. Uiteraard doe ik het bij een hardnekkig negatief gedrag andersom. In beide gevallen neem ik mijn Mindset tegenvoets. Ik ga daarbij ook op zoek naar de onderliggende oorzaken van m’n slechte gewoonten en herkader de associaties die ik met die oorzaken heb. 

Zo stopte ik ooit met roken nadat ik op tv gezien had hoeveel teer er zich gemiddeld in de longen ophoopt gedurende een jaar, indien men een pakje sigaretten per dag rookt (wat ik toen deed). De liter teer werd op een rood vierkant vloeipapier uitgegoten en de grote vlek inktzwarte smurrie deed mij inzien dat ik echt geen tien jaar meer hoefde te wachten om m’n gewoonte af te leren. 

Het aanleren van de goede gewoonte ‘dagelijks een half uur stevig gaan stappen’ in de Lembeekse bossen, startte ik in de vroege lente van 2018. De aanleiding was een nogal ‘dwingend’ advies van m’n huisarts, dr. Inge De Gussem. De zomer was uitzonderlijk, dus geen probleem met verkleumde handen en tijd zat om stevige handschoenen te voorzien tegen dat het koud werd. Ook mat ik zelf regelmatig (om de 2 à 3 dagen) het suiker gehalte in m’n bloed. Door die metingen werd het positieve effect van deze inspanning redelijk snel duidelijk. Dus heel wat vroeger dan bij de driemaandelijkse controle bij de huisdokter, waar m’n metingen bevestigd werden. Het schouderklopje dat ik van Inge De Gussem kreeg, was dan nog een bijkomend positief effect. Nu kan ik zeggen dat m’n dagelijkse wandeling een gewoonte geworden. Ik voel mij onwennig, en zelfs een beetje ongelukkig, indien die gewoonte, het stevig doorstappen in de Lembeekse bossen, door omstandigheden op een bepaalde dag onmogelijk is.

Hoelang duurt het vooraleer een gewoonte effectief gevormd is?

Gewoontevorming is een proces waarbij een bepaald gedrag progressief een gewoonte wordt door langdurige herhaling van dat gedrag. Hoe meer een gedrag herhaald wordt, hoe meer het ingesleten raakt in het brein en daardoor wordt het gedrag niet alleen makkelijker maar hoe langer hoe meer een gewoonte. Neurowetenschappers noemen dit ‘Long-term Potentiation’ of LTP, een proces waarbij verbindingen tussen neuronen sterker worden door frequente activering: 

Herhalen van een gedrag veroorzaakt duidelijke fysische veranderingen in het brein. Nieuwe gewoonten vereisen niet alleeen een veelvuldige herhaling van het gedrag, ze vereisen ook een hoge frequentie van het vertonen van dit gedrag. Er moet een hoge reeks herhalingen van een bepaald gedrag in een relatief korte tijd uitgevoerd worden, willen wij een kans maken dit specifieke het gedrag inslijt en een gewoonte geworden is. 

Wat die frequentie is en hoe lang het duurt vooraleer een bepaald gedrag effectief een gewoonte wordt, is nog niet volledig uitgeklaard. Gebaseerd op talloze wetenschappelijke artikelen kwam Charlie Palmgren aan ‘28 opeenvolgende dagen minstens één keer het nieuwe gedrag vertonen’. Niet dat dit foutloos dient te gebeuren. Het gedrag dient echter wel te worden gesteld. Wachten op de perfectie is ook hier uit de boze. Maar één dag het gedrag totaal niet vertonen, betekent dat de teller terug op nul wordt gezet. Niet verwonderlijk dat harde gewoonten zelden ingesleten raken. De kans dat een gewoonte effectief gevormd wordt is veel groter indien men haar of zijn vertonen ervan dagelijks monitort. Tegenwoordig zijn er hiervoor prachtige apps op de markt. Het handige van deze apps is, dat ze je ook attenderen op het oefenen en dat ze je voortgang bijhouden. Zelf heb ik nog geen app gebruikt en ik plan dit eerstdaags te doen. Ik heb gekozen voor de strides app[viii]. Nu nog een aan- of af te leren gewoonte kiezen voor ik ermee start in het voorjaar van 2019. Misschien wordt het gebruik van deze app wel een gewoonte …  

Ik nam het magisch getal 28 in mijn cursussen over omdat er nogal wat gebeurtenissen in de natuur volgens dit schema verlopen. Zoals: de ‘normale’ menstruatie cyclus bij de vruchtbare vrouw, de duurtijd van één omwenteling van de maan rond de aarde, de tijd die nodig is om beton ‘natuurlijk’ te laten harden, … De eerlijkheid gebied mij jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te zeggen dat die vuistregel geen wetenschappelijke grond heeft. Het getal 28 is dus niet meer dan een metafoor om te duiden dat het aanleren of afleren van een gewoonte geen handeling is zoals het drukken op een lichtschakelaar. Daarvoor is meer nodig. Iets wat ik soms met een andere quote duidde: “Blood, sweat and tears.[ix]” Maar zoals gezegd, wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard!


[i]Steve Heisler. The Missing Link. Teaching and Learning Critical Skills.Lanham MA : Rowman & Littlefield Education, 2014. Page 3.

[ii]De uitspraak “De mens is een gewoontedier” wordt veelal aan Aristoteles (384 v. Chr. – 322 vr. Chr.) toegeschreven. Hij zei ook ooit: “We zijn dat, wat we bij herhaling doen.” Dus wat ik hier neerschrijf is niet zo nieuw.

[iii]Aubrey C. Daniels. Bringing Out the Best in People: How to Apply the Astonishing Power of Positive Reinforcement.New York, NY: Mc Graw-Hill, Inc. 1999. Bladzijden 34-40.

[iv]“Habits are, simply, reliable solutions to recurring problems in our environment.” Quote Jason Hreha: Why Our Conscious Minds are Suckers for Novelty.” Revuehttps://www.getrevue.co/profile/jason/issues/why-our-conscious-minds-are-suckers-for-novelty-54131, geraadpleegd op 25 feb. 2019

[v]http://www.dejongepsycholoog.be/theorie/8-inspirerende-citaten-carl-gustav-jung/geraadpleegd op 25 feb. 2019

[vi]James Clear. Atomic Habits: An Easy and Proven Way to Build Good Habits and Break Bad Ones.London, GB: Random House Business Books, 2018, bladzijden 69-79.

[vii]Quote Tom Lanoye: “Een mens is een gewoontedier met afkickverschijnselen.” Uit Tom Lanoye, Het Derde Huwelijk. Amsterdam: Prometheus, II, 5.

[viii]https://www.stridesapp.com

[ix]Quote die veelal toegeschreven wordt aan sir Winston Churchill wegens de frase “I  have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” uit diens speech in het Britse Lagerhuis (House of Commons) op 13 mei 1940 : https://yle.fi/vetamix/media/doc/tal_19400513_Churchill_Blood_Sweat_and_Tears.pdf

BLIJF WAKKER ! – DEEL VII

DE CONDITIES NODIG VOOR CREATIEVE WISSELWERKING!

Poor man wanna be rich, rich man wanna be king
And a king ain’t satisfied till he rules everything
I wanna go out tonight, I wanna find out what I got
Well I believe in the love that you gave me
I believe in the faith that could save me
I believe in the hope and I pray that some day it may raise me above these  Badlands[i]

Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town – 1978


Opdat Creatieve wisselwerking überhaupt zou kunnen plaats vinden, dienen er bepaalde condities vervuld te zijn. Deze voorwaarden zullen in de loop van deze column reeks uitgebreid aan bod komen. In dit deel wil ik het, Eloïse, Edward en Elvire, hebben over de noodzaak van deze condities. Die werd mij duidelijk door volgende persoonlijke observatie. Hoe minder er van deze condities (voorwaarden) aanwezig zijn in de leefwereld van een individu, hoe minder dat individu Creatieve wisselwerking van binnen uit kan beleven. Bruce Springsteen bezingt ze als “I believe in lovefaith and hope” en ik hoe zijn visie in Creative Interchange taal vertaal, vinden jullie in dit deel.

Volgens Henry Nelson Wieman is Creatieve wisselwerking aangeboren en bij machte de menselijke geest oneindig uit te breiden en te transformeren. Gezien de menselijke geest dat zelf niet kan, voegde Charlie Palmgren daar later fijntjes aan toe. Ieder kind heeft van bij de geboorte de capaciteit om deel te nemen aan het creatief wisselwerkingsproces. Dat dit laatste Charlie ‘s definitie van Intrinsieke Waarde is, zagen we reeds in deel IV. Het kind neemt effectief deel aan dit transformatieproces indien aan bepaalde voorwaarden in min of meerdere mate voldaan is. Nogmaals, hoe meer aan die voorwaarden is voldaan, hoe groter de kans is dat Creatieve wisselwerking van binnenuit wordt beleefd, telkens zich daartoe de kans voordoet. 

Die voorwaarden maken de goede werking van de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces mogelijk[ii]. Deze condities zijn respectievelijk:

  1. Vertrouwenen Openheid om de Authentieke Interactie te bevorderen;
  2. Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid om het Waarderend Begrijpen mogelijk te maken;
  3. Het kunnen Verbinden en Creativiteit om de Creatieve Integratie (Imaginatie) aan te zwengelen;
  4. Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid om Continue Transformatie van de gecreëerde zelf te kunnen realiseren.

Het valt jullie misschien op, Eloïse, Edward en Elvire, dat deze voorwaarden tevens kenmerken zijn van het jonge kind. Met jonge kind bedoel ik een kind vanaf dag 1 tot en met 7 à 9 jarige leeftijd. Die laatste leeftijd hangt hoofdzakelijk af van de negatieve werking van de Vicieuze Cirkel in het geval van het kind in kwestie.

Inderdaad, en driewerf helaas, deze – meestal in het begin voorhanden zijnde voorwaarden – worden, gedurende de prille kinderjaren, danig uitgehold door het conditioneringsproces, ook wel opvoedingsproces genoemd. De conditionering van elk kind gebeurt door ouders, opvoeders, leraars, vrienden, media, en een groot aantal sociale en culturele interacties. Het is triest te moeten observeren dat juist daardoor deze noodzakelijke condities of voorwaarden danig in het gedrang komen. Waardoor dan weer het creatief wisselwerkingsproces wordt afgeremd of belemmerd, met als rechtstreeks gevolg dat de aan gang zijnde transformatie vertraagd wordt of tot stilstand komt. Met andere woorden de snelheid van het leren van een kind vertraagt aanzienlijk op de leeftijd dat het naar school gestuurd wordt … om te leren! Wat er juist gebeurt en hoe dit gebeurt zal in dit deel in het algemeen, en in latere delen in detail, besproken worden.

Zoals we in een vorig deel (Deel I) zagen komen kinderen helder bewust ter wereld. Daardoor zijn ze waakzaam en alert met betrekking tot de wereld om hen heen. Zij hebben daarbij een schijnbaar onuitputtelijk vertrouwen en staan open voor al het nieuwe dat op hen afkomt. Bovendien zijn ze zeer nieuwsgierig en verkennen ze onbevreesd hun leefwereld. Daarbij kunnen ze verduiveld goed omgaan met onzekerheid. Ze beschikken over een grote drang om de grenzen van hun leefwereld continu uit te breiden. Daartoe zetten jonge kinderen al hun zintuigen in. Ze zien, horen, raken nieuwigheden aan, ruiken er aan en proeven er zelfs van. Het is de periode van pure observatie zagen we al en ook de tijd van speelse fascinatie, flexibiliteit, wendbaarheid en ‘Flow’[iii]. Dit alles is gekoppeld aan de vaardigheden van het kunnen verbinden van ogenschijnlijk niet te verbinden elementen en creativiteit. Wanneer kinderen ‘fouten’ maken, of ‘mislukken’, blijven ze niet bij de pakken zitten. Integendeel ze zetten door, zijn vasthoudend en leren aan een ongeziene snelheid (die we later nooit meer bereiken). Kinderen zijn ook niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Hoewel ze op fysisch vlak totaal afhankelijk zijn, zijn ze op psychisch vlak interafhankelijk. Deze voorwaarden zijn een integraal onderdeel van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Zoals reeds meermaals aangehaald, is dit het proces dat er voor zorgt dat het bereik wordt uitgebreid van wat kinderen kunnen kennen, waarderen, zich kunnen voorstellen, en van binnenuit kunnen beheersen.

Spijtig genoeg wordt de openheid van het jonge kind vroeg of laat de mond gesnoerd. Dit geeft een deuk in het vertrouwen. Het kind ondervindt weerstand en zelfs regelrechte tegenkanting. Ook door de aangeboren nieuwsgierigheid komt het kind in de problemen. Het kind stelt, zeker in de leeftijdscategorie van 2 tot 5 jaar, vaak de ‘Waarom?’ vraag. Het kind wenst te leren. De ouders krijgen, door het continu vragen van het kind naar het waarom der dingen, het echter op de lange duur op de heupen. Het kind wordt met een kluitje in het riet gestuurd of krijgt een duidelijke ‘Daarom!’. Daardoor verleert het kind langzamerhand vragen te stellen en krijgt de natuurlijke nieuwsgierigheid een knauw. Dit eerst door de ouders, nadien door andere opvoeders en leraren die geacht worden het kind voor te bereiden op volwassenheid. De aangeboren voorwaarden, waardoor het kind ten volle deelneemt aan Creatievewisselwerking, worden langzamerhand één voor één afgebouwd en vervangen door opgelegde gedragspatronen opdat het kind adequaat zou kunnen functioneren binnen het gezin, de school en de samenleving. Daarbij dient het kind z’n intrinsieke natuur hoe langer hoe meer te verloochenen teneinde te voldoen aan een steeds maar groter wordend pakket extrinsieke eisen en verwachtingen. Het aanvaarden van dit opgelegd pakket is onderdeel van het lidmaatschap van de bewuste groep (cultuur) waartoe de ouders, de school en de gemeenschap van het kind behoren. Het kind leert hoe langer hoe meer afwijzing en verstoting te voorkomen en komt hoe langer hoe meer in z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel terecht.

In de psychologie stelt men dat het gaat over een strijd tussen de interne ‘locus of control’ en de externe ‘locus of control’. Dit begrip ‘locus of control’ verwijst naar de mate waarin iemand gelooft dat gebeurtenissen die hem overkomen al dan niet van binnenuit te beheersen zijn.

De Originele, Creatieve Zelf van het kind wordt aldus langzamerhand geconditioneerd, door de cultuur van de gemeenschap waarin het kind opgroeit, tot een aanvaardbare gecreëerde zelf. Dit is ook de periode waarin het helder bewustzijn of het Ik-bewustzijn wordt ingewisseld voor het gekleurd bewustzijn of het mij-bewustzijn, waarover ik het in een vorige deel (Deel II) had. Het is dus de sociale conditionering die als oorzaak van deze nefaste verandering aangewezen kan worden. Daardoor wordt de snelheid van de natuurlijke transformatie ten goede afgeremd. Inderdaad, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vermindert zienderogen omdat de daartoe nodige condities minder en minder voor handen zijn. Het kind wordt minder open, vertrouwt hoe langer hoe minder de ander, verleert het stellen van kritische vragen en wordt dus minder nieuwsgierig. Ook kan het hoe langer hoe minder omgaan met onzekerheid. Het zoekt zekerheid waar het niet te vinden is. Het kan hoe langer hoe minder zaken met elkaar verbinden en de zogenaamde creativiteitsindex vermindert zienderogen. 

Die index werd ontdekt door Paul Iske[iv]en is gebaseerd op het aantal vragen dat een persoon stelt en het aantal keer dat zij of hij lacht. Uit die index blijkt dat we op ons 5e levensjaar blijkbaar heel veel lachen en ook veel vragen stellen en dat we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone komen. Deze index geeft duidelijk aan wat een nefaste invloed het conditioneringsproces heeft op onze nieuwsgierigheid en onze creativiteit. Tenslotte vermindert ontegensprekelijk het doorzettingsvermogen en verschanst men zich in z’n eigen mentaal model, waardoor de voorwaarde van interafhankelijkheid minder prominent gewaardeerd wordt.

Doen is de beste manier van denken

Tenslotte vermindert ook het doorzettingsvermogen van het kind en transformeert het van een afhankelijke peuter naar een onafhankelijke (dat denkt zij of hij toch) adolescent en vergeet het de mens in wezen interafhankelijk is.

Creatieve wisselwerking wordt geoptimaliseerd wanneer er een integratie plaats vindt van observeren (door de Creatieve Zelf) en het percipiëren, dus waarnemen (door de gecreëerde zelf). Wanneer de voorwaarden openheidvertrouwennieuwsgierigheid en kunnen omgaan met onzekerheid aanwezig zijn, ondersteunen het helderen gekleurd bewustzijn elkaar wederzijds. Daardoor krijgt men een beter inzicht betreffende de werkelijkheid en kan men geraakt worden door het verschil tussen dit inzicht en de wens betreffende een betere toekomst. Waardoor men dan weer verschillende ideeën kan verbindenen de creativiteit kan inzetten om die te integreren tot een oplossing. Die oplossing vasthoudend en interafhankelijk verwezenlijken, leidt dan tot de transformatie van de gecreëerde zelf in de richting van, en dus nader tot, de Originele Zelf.

Het belang van deze condities voor het kiezen van een school en (later) een werkgever

Zowel onderwijsinstellingen als bedrijven, die niet voorzien in een minimum van deze voorwaarden, zijn te mijden als de pest. Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is broodnodig voor jullie persoonlijke ontwikkeling. Het beleven ervan van binnenuit is echter niet van de poes. Daarom juist zijn ondersteunende voorwaarden nodig. Ook dient men zoveel als mogelijk hulpbronnen aan te boren en niet verzeild te raken in situaties waarin Creatieve wisselwerking wordt tegengewerkt doordat de Vicieuze Cirkel wordt aangezwengeld. Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien

Zowel de school als het bedrijf dienen duidelijk te maken aan welke doelstellingen jullie activiteiten bijdragen en er voor te zorgen dat die doelstellingen niet willekeurig veranderen.

Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien:

Heldere doelen en regels die aansluiten bij jullie persoonlijke waarden en kwaliteiten

Een essentieel aspect van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich daarvoor inzetten van binnenuit. Jullie zetten zich in vanuit een intrinsieke motivatie, omdat jullie het zelf willen in plaats dat dit jullie wordt opgedrongen door anderen.

Het onderwijs is voor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, goed geregeld; mede omdat jullie moeder Daphne de onderwijsinstellingen gekozen heeft die aansluiten bij jullie waarden en kwaliteiten. Hoewel, zelfs in het SUI is waakzaamheid geboden.

Later dienen jullie zelf wel jullie werkgever zorgvuldig te kiezen. Een werkgever die op onverwachte momenten het roer van zijn beleid omgooit, belemmert het beleven van het creatief wisselwerkingsproces door de medewerkers.

Er is eerlijke feedback beschikbaar over het effect van wat jullie doen zodat jullie kunnen bijsturen

De meeste onderwijsinstellingen geven dusdanige feedback en steunen zich daarbij op regelmatig aftoetsen van de kennis van de leerstof. Die feedback dient evenwel eerlijk en correct te zijn, anders werkt die tegendraads. Dat laatste hebben jullie zeker al ondervonden!

Later dienen jullie werkplekken te kiezen waar jullie zowel feedback krijgen over jullie inspanningen en de effecten ervan, als dat jullie zelf feedback kunnen geven over wat jullie op de werkplek ervaren. Indien de tweezijdige feedback niet vloeiend verloopt, doordat uw leidinggevende niet naar jullie terugkoppelt of dat jullie feedback door de organisatie genegeerd wordt, komt jullie beleven van het creatiefwissel werkingsproces in gedrang en wordt het misschien tijd om de werkaanbiedingen, die jullie kunnen vinden op het ‘world wide web’, eens grondig te analyseren.

De studie/taak dient moeilijk te zijn en die moeilijkheidsgraad dient in evenwicht te zijn met jullie vaardigheden

Opdrachten die liggen aan de grenzen van het eigen kunnen – die geven een kick! De opdracht mag evenwel niet te moeilijk zijn, want dan verliezen jullie het broodnodige vertrouwen om de taak correct uit te voeren. Dat verlies aan vertrouwen leidt naar angst voor de mogelijke mislukking. Daardoor stijgt de stress en in plaats van het beleven van Creatieve wisselwerkingkomen we terecht in onze Vicieuze Cirkel

Het omgekeerde – te weinig uitdaging voor jullie vaardigheden – levert verveling en zelfs apathie op. Dit alles geld zowel voor de schoolomgeving als jullie latere werkomgeving. Indien jullie later opdrachten krijgen die ofwel te gemakkelijk of te moeilijk zijn, dienen jullie dat onmiddellijk klaar en duidelijk aan jullie leidinggevende kenbaar te maken. Men zegt soms: “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”; laten we dit eens aan de werkelijkheid toetsen:

In een schoolomgeving is het uiterst belangrijk dat jullie – indien acterend op de grens van jullie kunnen – degelijke leraars en leraressen hebben die de materie beheersen en goede uitleg verstrekken. Dit is nodig om met vertrouwen aan de slag te kunnen gaan. Ook dienen deze docenten jullie feedback te geven en jullie vragen ernstig te nemen.

Eloïse, jij hebt momenteel (voorjaar 2019) een studierichting gekozen die voor jou een echte uitdaging is. Een uitdaging op de grens van jouw kunnen, stelden jouw klastitularissen nog onlangs. En je voelt de Creatieve Spanning omzeggens dagelijks. Misschien begrijp je nu beter, na het lezen van dit deel, waarom ik je graag bij deze uitdaging ondersteun en we samen de steken oprapen die jij en SUI leraren dreigen te laten vallen. Hoe jij de handschoen opneemt maakt mij fier!

Er is de vrijheid om de taak op jullie eigen manier uit te voeren

Men krijgt nu eenmaal meer greep op het werk als het naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en uitgevoerd. Alleen dan kan de taakuitvoering nauw aansluiten bij de persoonlijke leer- en werkstijl.

Indien er van hogerhand, en dat geldt zowel voor een onderwijsinstelling als een bedrijf, voorschriften worden uitgevaardigd die in de ogen van de leerlingen c.q. werknemers niet bijdragen tot het doel van de werkzaamheden, dan werkt dat zeer remmend op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Eloïse, je begrijpt nu wellicht beter waarom ik mij niet moei met de inhoud van jouw studieplanning. Ik verlang enkel dat je er een maakt die realistisch is en aanvaard die steeds integraal.

Als het werk weinig uitdaging biedt, dient de organisatie taken aan te bieden om jullie grenzen te verleggen.

In een schoolomgeving is dat sterk georganiseerd en als het ware in het curriculum ingebakken. Zo volgt er na elk met succes afgewerkt leerjaar een nieuw met een hoger uitdagingsniveau.

In een bedrijfsomgeving is dit veelal een heikel punt. Een ideale werkgever biedt de werknemer de kans om een moeilijker werk uit te voeren als zij of hij de huidige taak helemaal meester is. Ook dat is een ‘two-way street’. Een goede leidinggevende is sensitief voor de signalen die medewerkers uitzenden als ze aan iets nieuws toe zijn. Die leidinggevende is ook creatief in het vinden van uitdagend werk. Een goede medewerker vraagt bijtijds om ander werk te mogen doen als hij zich gaat vervelen. Zij of hij is bovendien pro-actief en stelt zelf een nieuw takenpakket voor.

Jullie worden tijdens de uitvoering van jullie taak niet gestoord door negatieve inmenging van buiten- én van binnenuit

De essentie van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich niet laten sturen door zowel manipulatie van anderen als door jullie gekleurd bewustzijn. Indien de werksituatie op dit gebied bedreigend wordt, dan leidt die onvermijdelijk naar de Vicieuze Cirkel. Als het doel van de reis gaat overheersen, kan men namelijk niet meer genieten van de weg.

Dezelfde condities die de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen bevorderen dus het beleven van Creatieve Wisselwerking en andersom!


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlands, song van het album Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012.

[iii]Flow is een van de synoniemen voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is Mihaly Csiksentmihalyi.

[iv]https://arthurkruisman.wordpress.com/2013/03/21/de-staat-van-terminale-serieusheid/  

BLIJF WAKKER ! – DEEL V

HOE ZIT HET MET JULLIE PERSOONLIJK ‘DOEL’,  PERSOONLIJKE ‘INTENTIE’  EN PERSOONLIJK ‘ENGAGEMENT’?

Talk about a dream, try to make it real. 

You wake up in the night with a fear so real. 

Spend your life waiting for a moment that just doesn’t come. 

Well don’t waste your time waiting.[i]

– Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town


Een vraag over ons persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement. Opa wat betekenen voor jou die begrippen? En, worden deze zaken ons opgelegd (van buiten naar binnen) of mogen we die zelf kiezen (van binnen naar buiten)? En tenslotte, indien we zelf mogen kiezen, wat is de zin daarvan en hoe doen we dat?  

Eloïse, Edward en Elvire, eerst en vooral: deze zaken dienen jullie zelf te bepalen en dit van binnen uit. Ze kunnen idealiter nooit opgelegd worden. Jullie zullen in jullie leven wel veel mensen ontmoeten die dat zullen proberen. Die kunnen in het beste geval enkel ‘lip service’ van jullie krijgen en ik raad jullie aan die mensen dit van bij het begin duidelijk te maken. Deze drie zaken – Doel, Intentie en Engagement – zijn persoonlijk! En hun betekenis, hun zin en hoe jullie die kunnen vastleggen, bespreek ik hierna.

Persoonlijk Doel

Iemands Persoonlijk doel wordt ook soms diens essentiële roeping genoemd en is dus eigenlijk de bestaansreden van die persoon! Heftig, hé ?!? Het antwoord op de vraag van Lode Zielens ‘Moeder waarom leven wij?’[ii] wordt daardoor “Om ons persoonlijk doel te bereiken.”

Het Persoonlijk Doel ontvouwt zich als een uitdrukking van de Originele Zelf (zie daarvoor onder meer Deel II). De meesten onder ons zijn zich niet bewust, noch helder noch gekleurd, van hun Persoonlijk Doel. Dit mede omdat ze zich niet bewust zijn van hun Originele Zelf. Het Persoonlijk Doel kan nochtans ontdekt worden en dit door de patronen of terugkerende thema’s in het leven te observeren. En vanaf het moment, dat we er ons (eindelijk) werkelijk van bewust zijn, wordt alles wat we ondernemen vervuld van enthousiasme en zingeving. Zingeving is voor mij het ‘Goede’ doen. Ik ga, verder in deze tekst, dieper in op dat ‘Goede’.

Wanneer we het onderliggende doel vinden van veel van wat we doen, geeft dit een innerlijke rust en zekerheid. Daar onsPersoonlijk Doeleen uitdrukking is van onze Originele Zelf, is het ook relatief stabiel en consistent gedurende gans ons leven. Het Persoonlijk Doelverandert niet als men van job, van woonplaats of zelfs van relatie verandert. Wanneer de levensemoties kunnen worden opvangen door de Originele Zelf, dan wordt crisis, verandering en conflict als minder dreigend ervaren. Dit komt volgens Paul de Chauvigny de Blot SJ[iii] onder meer door de innerlijke zekerheid die het Persoonlijk Doel geeft.

Het helpt enorm als jullie wat jullie in het leven doen, zien in termen van het nastreven van het Persoonlijk Doel, in plaats van het vervullen van een set vereisten, waar die ook moge van komen. Later zullen jullie kennis maken met de vereisten van jullie job, die heel wat uitgebreider zijn dan de vereisten van een tiener. Maar die job vereisten verbleken naast wat jullie zichzelf zullen opleggen teneinde jullie Persoonlijk Doel te bereiken. Wat er ook gebeurt, men is steeds z’n Originele Zelf. Wat die in jullie geval ook mag zijn: een onderzoeker, een leraar, een leider, een manager, … of een entertainer. Wanneer jullie het gevoel voor zekerheid verbinden aan dit diepere, duurzame aspect van jullie Zijn, wordt het makkelijker in te spelen op de veranderingen van buitenaf. Jullie blijven namelijk verbonden met jullie vaste kern. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Doel is jullie essentie in actie. Zodra men met innerlijke zekerheid weet wat het is, zal men het steeds trachten uit te drukken in alles wat men doet. In die zin is jullie Persoonlijk Doel ook een van jullie waarden (“A Value is a Goal Seeking Activity” – Deel IV). Overigens, jullie zijn dit denkelijk al aan het doen zonder er zich bewust van te zijn. Nochtans kan het besef, dat men de essentie van het Zijnin haar of zijn werk tot uitdrukking brengt, de efficiëntie en voldoening ervan heel wat opkrikken. 

Zich bewust worden van de ontvouwing van het Persoonlijk Doel geeft de betrokkene de kracht om die keuzes te maken nodig om het werkelijk te bereiken. Wetend actie ondernemen, in overeenstemming met de essentiële zelf, geeft aan alles wat men doet, een bijkomende maat van stabiliteit, geloofwaardigheid en gezag. Als men verbonden is met haar of zijn Originele Zelf, communiceert men een krachtig signaal van innerlijk gezag en geloofwaardigheid, en dit op een ‘autoritaire’ wijze. Tussen haakjes, het woord “autoriteit” is afgeleid van het Griekse authentikós, “met zijn eigen hand” of eigenhandig. De auteur zijn van zijn eigen leven, zijn eigen script schrijven, is het leven vanuit de Originele Zelf. Zoals we in Deel I gezien hebben, draait door het Creatief wisselwerkingsproces de zin van de Vicieuze Cirkel om totdat we onze Intrinsieke Waarde van onze Originele Zelf, her-ont-dekken. 

Definitie

Ons Persoonlijk Doel is onze reden van bestaan. Het besef van ons Persoonlijk Doel is wat ons verbindt met onszelf en eigenlijk met alle leven. Ons Persoonlijk Doel is ons antwoord op de universele vraag: “ Waarom besta ik?”

Het Persoonlijk Doel geeft zowel zingeving als richting aan ons leven. Het helpt ons Creatieve wisselwerking van binnenuit blijvend te beleven, vanuit het hart. Inderdaad, door ons Persoonlijk Doelblijvend na te streven, ervaren we Creatieve wisselwerking als zijnde centraal in ons leven. Het beleven van Creatieve wisselwerking in het algemeen, en het voeren van geslaagde Cruciale dialogen in het bijzonder, drukken ons Persoonlijk Doel uit. Zo geeft het Persoonlijk Doel de context voor het nemen van belangrijke beslissingen, gebaseerd op datgene waarin men diepe voldoening vindt. Wat ons voldoening geeft noem ik verder in deze tekst het ‘Goede’ doen, omdat voldoening bekomen en zingeving sterk met elkaar verbonden zijn.

Een mens dient om gelukkig te zijn het ‘Goede’ te doen

Piet Houben[iv]

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Doel is de essentie van wat jullie bijdragen tot jullie omgeving op grond van wie jullie werkelijk zijn, jullie Creatieve Zelf; eerder dan krachtens wat jullie weten of kunnen, jullie gecreëerde zelf. Het Persoonlijk Doel is een ruim begrip en omvat alle rollen in jullie leven. Jullie Persoonlijk Doel is daarbij innig verbonden met zowel jullie Intrinsieke Waarde als jullie Kernwaarden

Beginning with the end in mind

Beginnen met het eind in gedachten is de tweede van de zeven gewoonten voor Effectief Leidershap van Stephen Covey[v]. Beginnen met het eind in gedachten komt neer op a) het beginnen met een beeld van het einde van het eigen leven als referentiekader, en b) de antwoorden op de vraag: “Hoe wil ik herinnerd worden?” Daarmee kan alles wat men doet, worden gemeten. In dit kader kan ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, een prachtig verhaal[vi] uit het leven van Alfred Nobel, waarnaar de Nobelprijzen zijn vernoemd, niet onthouden:

De Zweedse wetenschapper, Alfred Nobel, was de uitvinder van dynamiet en die uitvinding maakte van hem een van de rijkste mannen van zijn tijd. Toen zijn broer, Alvin Nobel, stierf, publiceerde een van de grootste Zweedse dagbladen, per vergissing, een necrologie van Alfred Nobel! Toen Alfred zelf las hoe hij zou worden herinnerd: met name als ’de uitvinder van dynamiet, dat meer dood en vernieling zaait dan om het even welke andere uitvinding uit de geschiedenis’, was hij diep getroffen. In één fractie van een seconde identificeerde hij zijn echt Persoonlijk Doel en wist hij dat dit nog helemaal niet was bereikt. Daardoor creëerde hij later, via zijn testament, de nog steeds vermaarde Nobelprijs voor de vrede. Dit was Alfreds antwoord op de vraag die hier aan de orde is: “Hoe zou ik willen herinnerd worden als ik er niet meer ben?” 

Deze quote zelf is gebaseerd op het principe dat alles twee keer wordt gecreëerd. We creëren, wat we willen creëren, eerst in onze gedachten; dit is de mentale of eerste creatie. Dan gaan we aan de slag teneinde die gedachten werkelijk te realiseren; dit is de fysische of tweede creatie. Wanneer we dit creatieproces, betreffende wat we willen creëren, van binnen uit beheersen, kunnen we ons eigen verhaal schrijven, en aanvaarden wij de controle en de verantwoordelijkheid van de realisatie ervan. Anders gesteld, wij aanvaarden dat wij echt toerekenbaar (‘accountable’) zijn. 

De meest effectieve manier die ik ken, om te beginnen met het eind in gedachten, is het werkelijk uitschrijven van het Persoonlijk Doel. Indien jullie dit effectief doen, zal dit jullie helpen focussen op a) wie jullie werkelijk zijn en b) wat jullie werkelijk doen om te worden wie jullie in wezen zijn. Jullie ganse Zijn en Doen is gebaseerd op jullie Persoonlijk Doel. Terruwe stelde het een veertigtal jaren geleden zo: 

Jij mag zijn zoals je bent,

om te worden wie je bent maar nog niet kunt zijn.

En je mag het worden op jouw manier

en in jouw tijd.[vii]

Eloïse, Edward en Elvire, deze tekst is jullie zeker niet vreemd, want hij stond jarenlang op de speelplaats van jullie Sinte Maria School in Bonheiden als volgt geparafraseerd: 

Je mag zijn wie je bent en zoals je bent,

met fouten en gebreken

om te kunnen worden wie je in aanleg bent,

maar zoals je je nog niet kunt vertonen

en je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur.

Hoe het Persoonlijk Doel effectiefkan uitgeschreven worden, beschreef ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[viii], en dit is een klus voor later.

Van Doel naar Visie[ix]

Een uitgeschreven Persoonlijk Doel  omvat niet de uitgewerkte wegen en stappen die men moet doorlopen teneinde het Persoonlijk Doelte bereiken. Enkel het doel wordt klaar beschreven, niet de weg er naar toe. De stappen, nodig om het te bereiken, worden beschreven in wat ik een ‘persoonlijke visie’ noem. 

Het Persoonlijk Doel vertegenwoordigt dus de fundamentele reden van ons bestaan. Het vastleggen ervan is een reflectief proces, dus de linkerkant van ons Cruciale Dialoogmodel. Laat ik van meet af aan eerlijk zijn: men zal z’n Persoonlijk Doel nooit helemaal bereiken. Ook hier is de weg er naar toe belangrijker dan het doel op zich. Op die de weg van de creatie van het Persoonlijk Doel kunnen er zelfs meerdere persoonlijke visies worden gerealiseerd. 

Een visie is het beeld van de toekomst die men wilt creëren. Door onze visie te formuleren, laten we zien welke richting we inslaan en hoe het er zal uitzien als we aankomen. Aan die visie wordt best een actieplan gekoppeld. Dit laatste beschrijft wat men werkelijk moet doen om te komen waar men wil komen. Het woord “visie” stamt af van het Latijnse werkwoord “videre”, “zien”. Het verband tussen “visie” en “zien” is belangrijk: hoe gedetailleerder en duidelijker het beeld is, des te dwingender het wordt ervaren. Hoe groter de visie verschilt van de huidige realiteit, hoe groter de creatiespanning die ons naar die visie stuwt[x].

Eloïse, Edward en Elvire, vanwege het tastbare en directe aspect geeft de visie vorm en richting aan jullie toekomst en helpt ze jullie om die toekomst ook te realiseren. Verschillende experten op gebied van leiderschap en persoonlijke ontwikkeling hebben onderstreept hoe vitaal het is om de eigen persoonlijke visie voor de eigen toekomst uit te schrijven. Warren Bennis, Stephen Covey, Peter Senge en vele anderen stellen dat een krachtige visie ons kan helpen om uiteindelijk heel wat verder te komen dan waar we zouden landen zonder. De visie geeft ons kracht en kan anderen rondom ons inspireren hun eigen droom waar te maken. Wat ik tot nog toe in mijn leven heb geleerd, is dat wanneer men geen eigen visie ontwikkelt, anderen jouw leven in jouw plaats zullen plannen en richten. Door het uitschrijven van jullie persoonlijke visie, en het daaraan gekoppeld actieplan, stapt men in feite in een creatie- en actieproces. Dit komt overeen met het rechtergedeelte van het Cruciale Dialoogmodel. 

Het actieplan van de unieke wegen en stappen die jullie zullen doorlopen teneinde jullie Persoonlijk Doel te bereiken, voegt het zo belangrijke “hoe” aan het geheel toe. Het actieplan beschrijft de primaire acties die jullie dienen uit te voeren teneinde jullie visie (en uiteindelijk jullie Persoonlijk Doel) te bereiken. Het actieplan is uiteraard gebaseerd op jullie passies, Kernkwaliteiten en vaardigheden. Jullie persoonlijke visie en actieplan zullen evolueren met de tijd, op het ritme van jullie persoonlijke groei en de verwerving van nieuwe vaardigheden en ervaringen. Het Persoonlijk Doel echter blijft onveranderd.

Meerdere mensen kunnen in principe hetzelfde Persoonlijk Doel hebben, maar heel waarschijnlijk zullen ze verschillende persoonlijke visies hebben. Zelfs wanneer een paar van die mensen gelijkaardige persoonlijke visies hebben, zullen ze toch, meer dan waarschijnlijk, verschillende actieplannen hebben, omdat deze laatste hun unieke Kernkwaliteiten, vaardigheden, en strategieën reflecteren. 

Jullie persoonlijke visie werkt als een kompas om jullie op het rechte spoor te houden (i.e. de richting aangegeven door jullie Persoonlijk Doel). Jullie actieplan helpt jullie om jullie vooruitgang van binnenuit te beheersen, door mijlpalen vast te leggen, prioriteiten te kiezen en, indien nodig, de acties aan te passen. 

Uiteraard is het, gezien jullie leeftijd, nog te vroeg om dit alles volledig uit te schrijven. Het is wel raadzaam dit Deel V af en toe te herlezen en als de tijd rijp is één en ander op papier te zetten. In alle geval is dit een persoonlijk werk dat heel wat ‘schaafwerk’ vereist. En al doende leert men!

Persoonlijke Intentie[xi]

De Persoonlijke Intentie is een enorme kracht die verbazende resultaten kan creëren door heel wat verder te gaan dan de manipulatieve strategieën die we soms gebruiken om “te krijgen wat we willen bekomen.” Positieve,Persoonlijk Intentie gaat over het hebben van ondersteunende gedachten en overtuigingen, en over het besef dat men altijd (opnieuw) kan kiezen of en hoe men reageert op een situatie en erop mag vertrouwen dat er voor elk probleem altijd minstens een oplossing is. Gedachten kunnen positief worden gemaakt. Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijke Intentieis dus jullie innerlijke drijfveer. Deze slaat namelijk op wat jullie, diep in jullie hart, echt willen bereiken. Dit wil zeggen, los van het eisen en verwachtingspakket van de Vicieuze Cirkel, los van evaluaties door anderen, los van angst voor het resultaat. Nogmaals, Persoonlijke Intentie is wat jullie werkelijk willen, niet wat jullie wensen. Wensen houdt weinig actiegerichte kracht in zich en is afwachtend. Willen toont zich in wat jullie doen, is proactief!

Hierdoor vergroot het gevoel van (zelf)vertrouwen en zekerheid en ontstaat meer creativiteit en assertiviteit en minder stress en conflicten. Men handelt vanuit een innerlijke zekerheid. Intenties zijn krachtige en positief verwoorde voornemens. Positieve intenties laten de caleidoscoop van mogelijkheden tot zelfontplooiing en succes zien; men dient er echter wel voor te kiezen. Intenties vanuit essentie zijn krachtiger dan ieder ander voornemen dat niet verbonden is met je kern. Vandaar dat in m’n Cruciale Dialoogmodel de intenties figuurlijk plaats nemen in de staart van de vlinder, dicht bij de kern.

We mogen positieve intenties niet verwarren met gewenste resultaten. Intenties zijn interne krachten die jullie vermogen om te creëren, wat jullie willen creëren, activeren. De intenties stuwen ons naar ons doel door de nodige steun en middelen beschikbaar te stellen én aan te wenden teneinde buitengewoneresultaten te bekomen. Mijn vriend Mike Murray, die ik voor de eerste keer ontmoette op een bijeenkomst georganiseerd door onder meer Charlie Palmgren (Atlanta, 1996), stelt dat Positieve Intentiete maken heeft met het realiseren van het ‘Goede’. “Wat is het Goede dat ik wil laten gebeuren?” is een vraag die hij zich dagelijks stelt. Zijn visie komt dus overeen met de visie van de Vlaamse topdokter en penisprof, Piet Houben, die ik eerder in dit deel citeerde. Zoals ik zelf schreef in m’n boek ‘Creatieve wisselwerking’ komt dit ‘Goede’ tot leven als het resultaat van een proces dat we zelf niet kunnen creëren – het is andersom, wij worden door het proces gecreëerd. We kunnen echter wel de condities creëren waardoor het waarschijnlijker wordt dat het proces onverstoord kan werken. Over die condities of voorwaarden later meer. Mijn visie is als volgt te parafraseren: Positieve Intentie is nauw verbonden met het antwoord op de volgende vraag: “Ben ik volledig gewonnen én wil ik mij ook volledig inzetten voor het creëren van de condities voor Creatieve Wisselwerking zodat het ‘Goede’ kan en zal tot stand komen?” Door inderdaad onze Persoonlijk Intentie, onder meer gedurende Cruciale dialogen, volledig in te zetten, komen interne mogelijkheden en nieuwe inzichten tot stand met betrekking tot het authentieker en efficiënter handelen. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie Persoonlijk Intentie zal helpen jullie aandacht blijvend gefocust houden op wat jullie werkelijk willen bereiken. Zorg er echter voor dat jullie aandacht steeds in overeenstemming is met jullie intentie. Waar jullie aandacht aan geven, groeit! Wanneer jullie aandacht geven aan jullie Persoonlijke Intentie zetten jullie innerlijk een dynamisch proces in gang. Dit proces is niets anders dan, en dat zal jullie geenszins verbazen, hetCreatief wisselwerkingsproces. Daarmee scheppen jullie vertrouwen: “Ik kan bereiken wat ik me voorneem.” Indien jullie aandacht niet in lijn ligt met jullie intentie, gaat één deel van jullie in één richting en een ander deel in een andere. Door dit conflict binnen jullie zelf gaat er enorm veel energie verloren. Een nog grotere aanslag op jullie energie wordt gepleegd wanneer jullie conflicterende Persoonlijke Intenties hebben. Wanneer dit het geval is, worden we als het ware in tweeën gespleten. Wij zijn in oorlog met onszelf. 

Kortom, jullie dienen vooreerst niet-conflicterende positieve intenties te hebben en daarnaast dienen jullie aandacht en intentie gestroomlijnd te blijven. Dit is echter heel wat moeilijker dan op het eerste gezicht lijkt. Zelfs indien men zich bewust is van zijn positieve intenties, dan is het en blijft het moeilijk de aandacht in lijn én gefocust te houden op die intenties. Dit vereist geduldige toepassing en wees gerust, de Vicieuze Cirkel is nooit ver weg! 

Persoonlijke Intentie komt, wanneer puntje bij paaltje komt, overeen met het werkelijk gefocust blijven op het proces dat creëert wat wij willen creëren. Ze is dus ook sterk verbonden met het helder bewustzijn! Onze Persoonlijke Intentie beheersen is een krachtig middel om authentieker, ontvankelijker en creatiever te worden. Jullie beheersen jullie Persoonlijke Intentie van binnenuit, door jullie te identificeren met het ‘Goede’ dat jullie willen creëren in jullie leven. Daarbij focussen jullie zich op de condities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking (waarover later uiteraard meer). 

When Your Heart Is in a Dream[xii]

Jullie zijn verbonden met jullie Intrinsieke Waarde door jullie Positieve Intentie, zoals de kop van een vlinder verbonden is aan z’n lichaam (zie het Cruciale Dialoogmodel). Bij Cruciale dialogen beginnen vaardige personen met hun Positieve Intentie. Ik zal dit nog verder uitdiepen in Deel IX: “Hoe een Kernvraag formuleren?”. Dit betekent dat vaardige personen risicovolle discussies starten met de juiste intenties en dat zij zich op deze intenties blijven focussen, wat er ook gebeurt. Ze blijven daarbij ook in verbinding met hun Persoonlijk Doel. Zij behouden deze focus op verschillende manieren. Eerst en vooral, ze zijn zich bewust van wat ze écht willen bereiken en ze herinneren zich continu hun keuze. Niettegenstaande ontelbare mogelijkheden om uit koers te raken, blijven ze trouw aan de gekozen doelen. Ook blijven ze helder bewust en vermijden ze hun Vicieuze Cirkel. Zij weten te goed uit ervaring dat die laatste het resultaat allesbehalve ten goede komt. Ten slotte maken vaardige deelnemers aan een risicovolle communicatie geen “het één of het ander”-keuzes. Ze weten maar al te goed dat deze het resultaat zijn van een discussie en niet van een dialoog. Dialoog gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsprocesheeft heel wat meer mogelijke resultaten dan de povere “het één of het ander” – of nog “ vlucht of vecht” – keuzes. Een andere optie dus dan te winnen of te verliezen, namelijk de synergetische “win-win”. 

Eloïse, Edward en Elvire, vooraleer een Cruciale dialoog te starten, of wanneer jullie voelen dat jullie in zo een verzeild dreigen te raken, dienen jullie zich als enige vraag te stellen: “Wat is het ‘Goede’ dat ik hier werkelijk wil bereiken?” Dit is dus een Kernvraag! Jullie die vraag stellen, heeft een krachtig effect op jullie denken. Wanneer jullie focussen op deze belangrijke vraag, dan zullen jullie zich realiseren dat de grootste barrière voor het behalen van het Persoonlijk Doel, jullie eigen gedrag is! Het gevaar is steeds reëel dat jullie gedrag voor een stuk geworteld is in jullie persoonlijke Vicieuze Cirkel. Inderdaad, de Vicieuze Cirkel is er de oorzaak van dat jullie persoonlijke prioriteiten verkeerd stellen of dat jullie zich niet authentiek gedragen. Wanneer men dit tijdens de communicatie zelf ontdekt, heeft men een unieke kans om terug te keren naar een authentieke dialoog. Het is dus van het grootste belang dat jullie, vooraleer jullie een dialoog starten, jullie motieven onderzoeken. Vraag jullie dus eerst en vooral af wat jullie echt willen bereiken. 

Aan de regel “Je kunt niet niet communiceren” (waarover later meer in Deel XI) voeg ik een tweede: “je kunt niet communiceren zonder intentie.” Die laatste is echter niet steeds helder. Daarom is mijn advies naar jullie toe: “Maak jullie intentie helder!”, want dit is werken met een open agenda en maakt Authentieke Interactie mogelijk.

Tijdens de conversatie blijven jullie ook aandachtig voor het verloop van het dialoogproces. Dit noem ik het Procesbewustzijn. Ik kom daar later zeker nog op terug, want het is één van de Creatieve wisselwerkingvaardigheden. Eenvoudig gesteld, het gaat om bewust te blijven van het proces zelf. Wanneer het moeilijk gaat, komen de objectieven onder druk te staan. Onze intenties beginnen te veranderen zonder dat we er bij stil staan. Teneinde terug aan te knopen met jullie Positieve Intentie, die dialoog mogelijk maakt, dienen jullie als het ware uit de interactie te stappen en naar jullie zelf én het proces te kijken. En dit op een manier zoals een buitenstaander zou doen. Men stelt zich daarbij krachtige vragen als: “Waar ben ik mee bezig?”, en “Wat is het onderliggende motief voor mijn gedrag?” Met andere woorden, wanneer men het spel kan benoemen, dan heeft men een reële kans ermee op te houden. Dit is de reden waarom de twee vaardigheden: het Formuleren van de kernvraag vanuit het Persoonlijk Doel en het Procesbewustzijn de alfa en de omega zijn van onze set vaardigheden (i.e. de zestien tools van Creatieve wisselwerking). 

Eloïse, Edward en Elvire, hoe kunnen jullie dit nu praktisch invullen? Wel, door jullie bij elke moeilijke confrontatie de volgende belangrijke vragen te stellen: 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik mijzelf echt toewens? (cf. de intrinsieke en 
extrinsieke motieven); 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik de ander echt toewens? (cf. de transcendente motieven); 

  • Wat is het ‘Goede’ dat ik onze relatie toewens? (cf. alle voorgaande motieven). 


Bij het stellen van deze vragen lopen we een risico. Want ze kunnen een beetje misleidend zijn. Het is namelijk zo dat ik me niet steeds toewens, wat het beste voor me is, ook al denk ik dat dit het geval is. Het plezierigste is niet altijd het beste, begrijpen jullie?!? En dit zou voor de ander ook kunnen gelden. Jullie dienen dus wel degelijk jullie motieven grondig te onderzoeken! Elk motief dient namelijk verbonden te zijn met jullie intentie om het ‘Goede’ te doen. 
Wanneer jullie de bovenstaande vragen hebben gesteld, voeg er nog één veelbetekenende vraag aan toe: 


  • Hoe zou ik me echt gedragen wanneer ik dit ‘Goede’ werkelijk zou willen bekomen? 

Het zich identificeren met jullie Positieve Intentie,en dit vóór de start van een diepgaand gesprek, stelt jullie in staat jullie te focussen op de condities en de vaardigheden van Creatieve wisselwerking.  Ook weten jullie met innerlijke zekerheid dat het Creatief wisselwerkingsproces die wegen zal genereren die jullie intenties zullen ontplooien. Inderdaad, wanneer het Creatief wisselwerkingsproces leeft, zullen diegenen die met jullie in interactie zijn met jullie samenwerken om alle Positieve Intenties te verwezenlijken: die van hen én die van jullie! 

Zoals we gezien hebben, gaat de Persoonlijke Doel over het “Zijn” en de persoonlijke visie, met het bijhorend actieplan, over het “Doen”. Het Creatief wisselwerkingsproces helpt ons om het Zijn te beleven in het Doen. De Positieve Intentie is daarbij de hoeksteen betreffende hoe goed we het Creatief wisselwerkingsproces van binnen uit beleven. 

De kracht van het uitgaan van Positieve Intentie

Uitgaan van een Positieve Intentie vertraagt de negatieve invloed van de Vicieuze Cirkelen verhoogt onze vaardigheid om te focussen op het op een hoog niveau brengen van de werking van het Creatief wisselwerkingsproces en onze persoonlijke aansprakelijkheid daarvoor. Door krediet te geven aan de Positieve Intentie van de ander, kunnen we ons bovendien focussen op wat werkelijk gebeurt, met behulp van de vaardigheid die ik Procesbewust zijn heb genoemd. Dit komt neer op het helder bewust zijn van welke gedragingen er zijn – op elk moment – en welke de gevolgen zijn van deze gedragingen. Dit maakt het mogelijk om de feiten en specifieke gedragingen aan te pakken en ver weg te blijven van beschuldigingen en interpretaties vanuit de Vicieuze Cirkel. Dit betekent een enorme vermindering van tijdsverspilling en energieverlies omdat we ons focussen op wat werkelijk belangrijk is – wat er gebeurt en wat daarvan het resultaat is. Wanneer dit resultaat niet het ‘Goede’ is, dan dienen we onze manier van doen, ons gedrag, in vraag te stellen en te veranderen. 

Wat belangrijk is, zijn de gedragingen en de manier van denken die aan dat gedrag ten grondslag liggen. Wij gaan er a priori van uit dat deze manier van denken positief is. Wanneer echter de feiten (en dus niet de interpretaties) aantonen dat dit niet het geval is, zal het Creatief wisselwerkingsproces– indien niet afgeremd door de Vicieuze Cirkel– zorgen voor de gepaste corrigerende actie. 

Persoonlijk Engagement

Wanneer mensen zich engageren voor zowel de resultaten van de samenwerking als de relaties tussen de deelnemers, dan is er een groter engagement voor het vinden van creatieve en werkbare antwoorden op cruciale vragen en oplossingen voor problemen. Persoonlijk Engagement is op de keper beschouwd de bereidheid om zich in te zetten voor Creatieve Wisselwerking. We hebben het daar uitvoerig over gehad in deel I, met name toen we het hadden over het tweevoudig engagement van Henry Nelson Wieman.

Eloïse, Edward en Elvire, het Persoonlijke Engagementis ook de persoonlijke morele verplichting, die jullie zich zelf opleggen, om volledig aanwezig te zijn in elke ontmoeting. Dus ook in elk gesprek dat jullie hebben. Een vraagje: “Hoeveel keer hebben jullie gedurende de afgelopen week gemerkt dat jullie niet ‘echt aanwezig’ waren tijdens een gesprek?” 

Momenteel worden we hoe langer hoe meer bestookt met zaken die onze aandacht opeisen. Multitasking is blijkbaar een noodzaak geworden: we beantwoorden sms’jes, WhatsApp berichten en e-mails terwijl we een les of vergadering bijwonen of met iemand aan de telefoon in gesprek zijn. Thuis spreken we met mama en elkaar en terzelfder tijd volgen we op het internet het nieuws, “heet van de naald”. En, wanneer iemand met ons aan het praten is, denken we aan iets anders – iets min of meer ‘belangrijk’. Het blijkt een kenmerk te zijn van onze huidige samenleving: we zijn met zo veel tegelijk bezig dat wij niet meer echt naar elkaar luisteren. Onze hersenen zijn (bij vrouwen duidelijk meer dan bij mannen) effectief bekwaam om meerdere zaken tegelijkertijd te behandelen. Nochtans, écht luisteren naar gesproken boodschappen vergt heel wat inspanning. En wat is het effect op anderen wanneer we onze luistervaardigheid niet ten volle inzetten gedurende een gesprek? Zien zij dat? Wees er maar zeker van, zelfs een kind ziet het! Zo zei Elvire, toen ze nog geen vier jaar was, mij ooit op strenge toon: “Opa, je luistert niet naar mij!”. En ook anderen zien het. Men toont het op zo veel manieren: gebrek aan oogcontact, niet responderen op, of zelfs verkeerd interpreteren van de boodschap. 

Wat betekent Persoonlijk Engagement in de context van Creatieve wisselwerking? 

Met andere woorden: hoe kunnen jullie ervoor zorgen dat jullie altijd ten volle aanwezig zijn in een gesprek en hoe kunnen jullie tonen dat jullie echt om de ander geven?
 Volledig aanwezig zijn in een gesprek betekent dat men ten volle betrokken is in de dialoog. Met andere woorden, men hoort wat er wordt gezegd, men denkt er over na en men peilt naar haar of zijn gevoelens, ook al is men zelf niet aan het woord. 

Er om geven, heeft in deze context twee dimensies: “Ik geef om de resultaten die we met de dialoog trachten te bekomen” en “ik geef om de relatie die ik met de andere persoon heb”. Dit hoeft niet te betekenen dat men die persoon ook effectief graag heeft, hoewel dit de dialoog een stuk makkelijker kan maken. Wanneer jullie voor Persoonlijk Engagement binnen gesprekken kiezen, dan focust jullie interne energie zich op de kwestie die aan de orde is en die energie zoekt wegen om de dialoog vooruit te stuwen. En wanneer iedereen zich persoonlijk inzet, wordt die energie uitgewisseld en “fladdert” de dialoog. Wij zijn dan in ‘Flow’[xiii]. Omgekeerd, trekt of voert eenieder die niet geëngageerd is, de energie weg van de conversatie en kan, in het slechtste geval, negatieve energie uitzenden, die de gezonde dialoog afremt of zelfs blokkeert. De dialoog wordt daardoor omgezet in een heftige discussie, waardoor de beste oplossingen, voor de problemen die zich stellen, niet gevonden worden. 

Anders gesteld, volledig aanwezig zijn in een gesprek is geëngageerd zijn om Creatieve wisselwerking zijn werk te laten doen en bovendien geëngageerd zijn om de vaardigheden ervan ten volle in te zetten. Wanneer we ons zowel inzetten voor het resultaat van de dialoog als voor de relatie met de deelnemers, gaan we een groot engagement aan ten opzichte van het proces en gaan we er ten volle voor om zowel praktische oplossingen uit te werken en betere opties te creëren, als om de relatie te verbeteren of tenminste niet in gedrang te brengen. 

Eloïse, Edward en Elvire, er om geven, heeft zowel te maken met het in lijn brengen van de intenties – met betrekking tot de resultaten en de relatie met de andere(n) – als met de aandacht gedurende de dialoog. Jullie kunnen gedurende een gesprek continu jullie Persoonlijk Engagement meten door gedurende het gesprek op een stukje papier te noteren (“af te vinken”) of jullie al dan niet aandachtig zijn. Zo kunnen jullie meten hoeveel keer jullie geest aan het “zweven” slaat en jullie daardoor niet meer correct geëngageerd zijn. Jullie kunnen natuurlijk enkel jullie Persoonlijk Engagement meten en niet dat van de ander, ofschoon jullie daarover wel een mening hebben. Zolang jullie die niet uiten en deze niet door de ander bevestigd wordt, blijft het een mening. Met andere woorden, een interpretatie en niet de realiteit! 


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlandssong van studioalbum Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Lode Zielens, Moeder waarom leven wij? (eerste uitgave 1932, bekroond in 1934 met de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza), Antwerpen: Uitgeverij Houtekiet, Vlaamse Bibliotheek n° 4, 1999.

[iii]Paul de Chauvigny de Blot SJ. Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. De organisatievisie van Ignatius van Loyola. Een Case Study. Proefschrift, Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv]https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/van-a-tot-z–piet-hoebeke/2018/van-a-tot-z–piet-hoebeke-s2018a26/Z : Zingeving, 2018 (6:10-8:20).

[v]Steven R. Covey, The seven habits of highly effective people. New York : Fireside, 1990.

[vi]http://www.historien.nl/alfred-nobel-geeft-naam-aan-nobelprijs/

[vii]Anna Terruwe, Geef mij je hand … Over bevestiging sleutel van het menselijk geluk, De Tijdstroom, 1972.

[viii]Johan Roels, Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012. pp. 90-91.

[ix]Peter M. Senge, …. [et al.]  The Fifth Discipline Field book: strategies and tools for building a learning organization. New York: Doubleday, 1994.

[x]Peter M. Senge, The Fifth Discipline. The Art and Practice of The Learning Organization, New York: Doubleday. 1990

[xi]Ik ga er van uit dat jullie Persoonlijke Intentie positief is en dus heb ik in dit onderdeel Persoonlijke Intentie hier en daar vervangen door Positieve Intentie. Anders gesteld, het zijn voor mij synoniemen.

[xii]Deze regel komt uit de tweede strofe van het fameuze lied “When you whish upon a Star”. Grootvader van jullie zijn heeft heel wat positieve consequenties. Eén daarvan is dat ik deze grote Walt Disney klassieker, die nu beschikbaar is op dvd, kon herontdekken en becommentariëren. Jimmy Cricket zingt deze song voor Pinoccio, een houten marionet, waarvan de maker, Giuseppe, wenst dat die tot leven zou komen – voorwaar een wonderbaarlijke creatieve transformatie!

[xiii]Mihaly Csikszentmihalyi is de belangrijkste theoreticus achter het concept Flow. Flow refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Voor mij is Flow één van de synoniemen van de toestand gecreëerd door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

BLIJF WAKKER ! – DEEL IV

WELKE ZIJN JULLIE ‘WAARDEN’ EN ‘KERNKWALITEITEN’?

The success brought me an audience,

It also separated me from all the things 

I’ve been trying to make my connections to my whole life. 

And it frightened me because I understood that 

what I have of value is at my core 

and that core was rooted in the place I’d grown up, 

the people I’d known, the experiences I had. 

If I move away from those things… to go about your life as you desire, without connection… that’s where a lot of people I admired 

drifted away from the essential things that made them great.

More than rich, more than famous, more than happy, 

I wanted to be great.”[i]

– Bruce Springsteen 

“The Promise: the making of Darkness on the Edge of Town” – 2010  

Een vraag over onze waarden en kernkwaliteiten en dan schrijf je die begrippen ook nog eens tussen aanhalingstekens; Opa, daar hebben wij drie vragen bij:

  1. Wat betekenen die begrippen?  
  2. Welke zijn dan onze ‘waarden’ en ’kwaliteiten’?
  3. Is er een verschil tussen de ‘waarden’ en ‘kwaliteiten’ van respectievelijk Eloïse, Edward en Elvire? 

We zijn benieuwd naar jouw antwoorden!

Over ‘waarden’

In dit onderdeel bespreek ik eerst het belangrijk onderscheid tussen Intrinsieke Waarde en extrinsieke waarde en heb ik het nadien over jullie Kernwaarden.

Intrinsieke  vs extrinsieke waarde

Ik start dus met het onderscheid tussen Intrinsieke Waarde (Intrinsic Worth) – begrip dat overigens werd gebruikt in één van de lessen Godsdienst van Eloïse (SUI – herfst 2018) – en extrinsieke waarde nog eens duidelijk te maken.

Intrinsieke Waarde  betekent, zoals eigenlijk de naam aangeeft, dat iemand of iets intrinsieke of inherente waarde heeft in zichzelf, alleen al door te bestaan. Het voorbeeld bij uitstek is uiteraard het pas geboren kind. De baby heeft Intrinsieke Waarde  alleen al door er te zijn. Vandaar ook dat Charlie Palmgren’s concept, de Vicieuze Cirkel, start met dit begrip. DeVicieuze Cirkel is een metaforisch model om te duiden hoe mensen het zicht op hun Intrinsieke Waarde verliezen en verstrikt raken in hun ‘fixed’ bekrompen mindset (mentaal model). Belangrijk is ook te onderkennen dat men niets aan haar of zijn Intrinsieke Waarde kan toevoegen of ervan weghalen, zelfs de persoon in kwestie niet. Alleen, zij of hij is zich daar niet altijd van bewust.

Ook hebben mensen, wat ook hun geslacht of etnische oorsprong is, een gelijke Intrinsieke Waarde. Daarmee heb ik al een van jullie vragen beantwoord: jullie Intrinsieke Waarde, Eloïse, Edward en Elvire is dezelfde. Iedereen heeft bij z’n geboorte dezelfde Intrinsieke Waarde. En voor ons, Bonnie en Opa, kan die waarde geen sikkepit veranderen: jullie zijn en blijven ‘intrinsiek waardevol’, en dit voor altijd!

Laat ik nu de definitie van Intrinsieke Waarde, die ik al in een voetnoot van deel II gaf, herhalen: 

Intrinsieke Waarde: de kwaliteit die [iemand] waardevol maakt; de kwaliteit binnenin de persoon die waardering of respect afdwingt.

Dit staat in schril contrast met het begrip extrinsieke waarde. Laat ik daarvan een paar voorbeelden geven. Een auto is extrinsiek waardevol. Die waarde hangt echter af van wat mensen er willen voor geven. Als je zelf niet veel waarde hecht aan een bepaald type auto, dan is die voor jou niet zo waardevol. Ook de Euro is extrinsiek waardevol. Die heeft waarde omdat mensen gezamenlijk besloten hebben om aan dat muntstuk een waarde toe te kennen en te gebruiken bij het kopen en verkopen van zaken. Indien we geen waarde zouden hechten aan de Euro, dan zou die waardeloos zijn. Jullie extrinsieke waarde, Eloïse, Edward en Elvire is wel verschillend en hangt af van wie die waarde apprecieert. Zo zal Emil (in de herfst van 2018) Eloïse waardevoller vinden dan Elvire. Elkeen vind iets waardevol vanuit uit z’n eigen standpunt. De naam extrinsiek betekent dat de waarde van buitenaf wordt toegekend.

Laat ik nu ik de definitie van extrinsieke waarde, die ik al in een voetnoot van deel II gaf, herhalen:

Extrinsieke waarde: de waarde die [iemand] aantrekkelijk en bruikbaar maakt; de kwaliteit die kan gekocht, verworven of verdiend worden.

Laat mij eens het onderscheid tussen deze waarden op een andere manier stellen. Jullie Intrinsieke Waarde is innig verbonden aan jullie persoon, wie jullie zijn als persoon. Dus met jullie Creatieve Zelf, met jullie helder bewustzijn en met jullie ‘Ik-bewustzijn’. En die is voor elk van jullie even groot. Jullie extrinsieke waarde is verbonden aan wat jullie kennen, kunnen, en aan jullie gedrag. Dus met jullie gecreëerde zelf, met jullie gekleurd bewustzijn, en met jullie ‘mij-bewustzijn’.

Zo is het mogelijk dat Bonnie en ik zelf een specifiek gedrag van één van jullie waardeloos vinden en zelfs afkeuren, waardoor de extrinsieke waarde van haar of hem een knauw krijgt. Toch blijft haar of zijn Intrinsieke Waarde intact. Wij houden nog steeds evenveel van haar of hem als persoon en keuren, althans in dit specifieke geval, haar of zijn gedrag af. De moeilijkheid blijft echter dit alles steeds correct over te brengen. 

Zo is echte liefde ook een Intrinsieke Waarde; echte liefde is er. Zoals jullie in vorig deel (Deel III) hebben kunnen lezen, is de liefde van Karenin, hond van Tereza de hoofdfiguur uit het boek ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’, onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Zo is ook onze liefde naar jullie toe onbaatzuchtig en  onvoorwaardelijk, dus blijft jullie Intrinsieke Waarde overeind. Nogmaals, het is niet omdat we, in sommige gevallen, jullie gedrag afkeuren dat we daarom minder van jullie houden.

Een andere definitie van Intrinsieke Waarde, waar ik persoonlijk van hou, is deze van m’n mentor Charlie Palmgren. In het boekje ‘The Chicken Conspiracy’[ii], dat hij samen met Stacie Hagan schreef, definieert Charlie Intrinsieke Waarde als volgt: 

De Intrinsieke Waarde van een menselijk wezen is z’n capaciteit om deel te nemen aan transformerende creativiteit. 

Die Intrinsieke Waarde is dus voor Charlie Palmgren het vermogen om continu uit te breiden wat eenieder van ons kan weten, appreciëren, zich kan inbeelden en uitvoeren. Charlie schrijft: “wij zijn voor dit transformatie proces gemaakt, zoals een arend gemaakt is om te vliegen.” De Intrinsieke Waarde vindt z’n origine in deze capaciteit en wij zetten deze Intrinsieke Waarde in door vol te gaan voor transformerende creativiteit. Met name door het tweevoudig engagement voor Creatieve wisselwerking waarover ik het had in Deel I. Intrinsieke Waarde is zowel ‘zijn’ als ‘doen’, zowel inwendig als uitwendig, zowel nadenkend als uitvoerend.

Intrinsieke Waarde neemt in het begin van het menselijk leven de vorm aan van het streven om te overleven. Later krijgt het een hoger doel: de nood voor creatieve transformatie. Deze nood is de basis voor ons psychologisch en spiritueel groeien; zoals zuurstof, water, voedsel, oefening en slaap nodig zijn voor ons fysisch welbehagen.

Bij een baby kan men goed observeren dat de Intrinsieke Waarde zich niet alleen vertaalt in het ondernemen van acties om te overleven (wenen bij honger of natte pamper) maar zich ook hoe langer hoe meer vertoont als het van binnen uit werken aan ‘creatieve transformatie’ van zichzelf; van binnen uit, dus zonder opdracht daartoe van buitenaf. Dr. Erle Fitz, een vriend van Charlie Palmgren, verwoordde dit ooit zo: “The newborn child engages in increasing interludes of wakefulness.” “Het pasgeboren kind beleeft hoe langer hoe bewuster de steeds langer wordende periodes van wakker zijn”. Dit betekent dat het kind, eens de basisbehoeften vervuld zijn, haar of zijn wakkere tijd gebruikt om de wereld rondom haar of hem te exploreren. Het kind begint met kijken en observeren en gaat nadien authentiek in interactie met elementen uit haar of zijn omgeving. Al eens bemerkt hoe vaak een pasgeborene lacht naar z’n moeder of vader en raar kijkt wanneer een nieuw gezicht boven het wiegje opdoemt? Dit alles mondt uit in het beginnen waarderend begrijpen van de buitenwereld. Waarom? Omdat menselijke wezens gemaakt zijn voor dit soort evolutie en ontwikkeling. Met andere woorden, de mens is gemaakt om zich aldus creatief te transformeren zoals de arend gemaakt is om te vliegen. Het vermogen voor creatieve transformatie definieert dus Intrinsieke Waarde. Deze waarde is bovendien voor iedereen gelijk en in feite een constante. Jullie Intrinsieke Waarde, Eloïse, Edward en Elvire, is onvoorwaardelijk; dit staat vast. Bovendien is jullie Intrinsieke Waarde jullie gegeven. Met andere woorden, jullie hebben er niets hoeven voor te doen.

Nooit zijn jullie meer waard geweest of zullen jullie meer waard worden dan dat jullie waren bij jullie geboorte (en dat jullie nog steeds in m’n ogen zijn). Jullie zijn waard wat jullie kunnen waard zijn op dit eigenste moment, punt!

Wat vinden jullie van bovenstaande vetgedrukte tekst? Welk gevoel geeft die tekst jullie? Lees deze nog eens rustig na.  Denk er eens goed over na. 

Indien jullie Intrinsieke Waarde – zijnde de capaciteit om zich in te laten met creatieve transformatie – jullie gegeven is, vergezeld die waarde jullie in deze wereld en dit gedurende jullie ganse leven. Daardoor ook is om het even welke inspanning jullie doen, in om het even welk domein, nooit gericht op het verhogen van die Intrinsieke Waarde. Bovendien wordt deze waarde niet verminderd door wat jullie ooit uitspoken.

Natuurlijk zullen jullie over de jaren heen meer vaardigheden, meer kennis en meer ervaring verwerven. Deze zullen jullie toelaten hoe langer hoe effectiever en efficiënter te handelen. Deze zullen jullie extrinsieke waarde veranderen. Edoch, ongeacht jullie vooruitgang of tegenslagen blijft jullie Intrinsieke Waarde constant. De cruciale vraag voor nu en de toekomst is: “In welke mate blijven jullie verbonden met die Intrinsieke Waarde?” Zoals jullie al weten is de Vicieuze Cirkelverantwoordelijk voor het feit dat mensen los raken van hun Intrinsieke Waarde. Daarom is het belangrijk om de werking van dit negatieve proces te kennen. Wendbaar zijn is de Vicieuze Cirkelontwijken en weerbaar zijn betekent om, nadat de Vicieuze Cirkelof het leven zelf jullie te grazen heeft genomen, opstaan en terug doorgaan met het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Daarom ook dient hoofdstuk 3 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ eigenlijk voor jullie ‘parate kennis’ te zijn.

Ook is het zo dat  het gedrag van mensen ons blind kan maken voor hun Intrinsieke Waarde. Het gedrag van mensen en hun Intrinsieke Waarde zijn twee heel verschillende zaken. Laakbaar gedrag is steeds toe te wijzen aan het vastzitten in een bepaald denkkader. De oorzaak ervan is ook steeds terug te voeren naar de werking van de Vicieuze Cirkel en dus het losgeslagen zijn van de eigen Intrinsieke Waarde.

De kern van de zaak is niet of jullie Intrinsieke Waarde hebben, wel of jullie die Intrinsieke Waarde consistent ervaren. Het ervaren van Intrinsieke Waarde is centraal in de ontwikkeling van een gezonde identiteit. En, spijtig genoeg, en reeds uitvoerig gesteld, verliezen de meeste mensen het contact met die waarde – zoals de arend in het verhaal ‘De Gouden Arend’ van Anthony de Mello SJ. De Intrinsieke Waardevan de arend wordt bevestigd door het vliegen. Wanneer, zoals in het verhaal, de arend denkt dat hij een kip is en door de boer letterlijk en figuurlijk als een kip behandeld wordt, dan wordt zijn kunde om te vliegen beknot, waardoor hij het vliegen verleerd en zijn ervaring van z’n Intrinsieke Waarde nihil wordt. 

Op dezelfde manier ervaart de mens z’n grootste voldoening en ontplooiing door transformerende creativiteit.  Deze ervaring is cruciaal voor de ontwikkeling van het menselijk wezen. Die ervaring laat zich echter niet gebieden en men dient er volledig met vertrouwen voor open te staan. Die ervaring komt zowel met extreem goede gebeurtenissen als met extreem slechte. De kunst is die ervaring te doorleven! En juist daardoor wordt de mens getransformeerd.

Inderdaad, wanneer we transformerende creativiteit (i.e. Creatieve wisselwerking) van binnenuit beleven, dan ervaren we de voldoening van het inzetten van onze Intrinsieke Waarde. Anderzijds, wanneer we ons leven inrichten op een manier die deze capaciteit belemmert, ervaren we ontevredenheid, stress en uiteindelijk worden we ziek.   

Niet dat het streven naar extrinsieke waarde slecht is; edoch wanneer we naar ‘wereldse’ waarden (geld, roem, aanzien, succes, …) streven ten koste van onze Intrinsieke Waarde, worden we gevangen door de (eventueel zelfs gouden) kooi van het op die manier streven naar extrinsieke waarde. Eens opgesloten in de kooi van de Vicieuze Cirkel is het onmogelijk nog te vliegen als een arend: onze vleugels slaan zich stuk tegen de beperkingen van die kooi. 

Daarom dienen we te leven vanuit onze Intrinsieke Waarde, hoewel de meesten onder ons dat verleerd hebben. Mensen aanleren hun Intrinsieke Waarde terug te vinden, door terug te leven vanuit hun capaciteit tot creatieve transformatie, is hen terug het creatief wisselwerkingsproces laten ontdekken. Ik zei vaak gedurende mijn professionele levens waarin ik als consultant aan de slag was, dat ik mensen iets leerde dat ze op de keper beschouwd reeds kenden, en hen hielp terugvinden, wat ze in feite nooit verloren hadden. Waar ze evenwel niet meer met verbonden waren: hun Intrinsieke Waarde. Dat ik daarvoor zelfs goed betaald werd, blijft ook voor mij een mysterie.

Kernwaarden

Iedereen heeft een stel ‘Kernwaarden’Kernwaarden zijn persoonlijke waarden die de persoon zelf belangrijk acht, die haar of hem motiveren en waaraan zij of hij prioriteit geven. In tegenstelling tot onze Intrinsieke Waarde, waarover ik het daarnet had, zijn Kernwaarden geen ‘inherente’ waarden. Met andere woorden, wij zijn er niet mee geboren. Herlees eens de quote van Bruce Springsteen aan het begin van dit deel. Kernwaarden  ontwikkelen zich bij het ontwikkelen van het eigen waardenbewustzijn. En ieder van ons heeft een eigen, specifiek waardenbewustzijn, dat vorm begon te krijgen van zodra we bewust waren dat we leefden. Het proces dat daarbij gebruikt wordt is, dat hadden jullie al kunnen denken, het creatief wisselwerkingsproces. Het transformatieproces waarmee eenieder van ons geboren is. Door dit proces van binnen uit te beleven, bij het in contact komen met anderen, wordt het waardenbewustzijn van elk van ons uitgebreid. Bruce Springsteen verwoord dit als volgt: “My core was rooted in the place I’d grown up, the people I’d known, the experiences I had”. In het Nederlands: “Mijn kern wortelde zich waar ik opgroeide, door mensen die ik ontmoette en ervaringen die ik opdeed.” Henry Nelson Wieman verwoordde het als volgt: “By way of this creativity, I come to include in myself values I previously could not imagine”.[iii] Vrij vertaald klinkt dit als volgt: “Door het beleven dit creatief wisselwerkingsproces creëer ik in mezelf waarden die ik mij daarvoor zelfs niet kon voorstellen.”

Kortom, het creatief wisselwerkingsproces breidt het waardenbewustzijn uit. Dit waardenbewustzijn is persoonlijk en wordt door Henry Nelson Wieman gedefinieerd als “de verzamelnaam voor hetgeen het individu kent, waardeert, zich kan voorstellen, bewust kan uitvoeren en van binnenuit beheersen.” Daarbij is Henry Nelson Wieman’s definitie van het begrip waarde: “Een doelzoekende activiteit.”[iv] Een waarde is dus niet passief, een waarde is actief! Een waarde is een doelzoekende activiteit, met andere woorden: wat jullie werkelijk waarderen, Eloïse, Edward en Elvire, kan opgemaakt worden uit de activiteiten die jullie ontplooien om die waarden echt te beleven en waardoor jullie ze ook eigen maken. Zo weet ik heel wat van jullie Kernwaarden. Om een klein voorbeeld te geven: zo weet ik dat voor Elvire ‘netheid’ een Kernwaarde is. Dat kan je namelijk overvloedig zien aan haar gedrag. Ik zeg niet dat Elvire houdt van poetsen, maar ze poetst wel veel, want netheid is voor haar een Kernwaarde!

Voor antwoorden op vragen als: “Wat is het belang van Kernwaarden?”, “Hoe stabiel zijn Kernwaarden?” en “Welke Kernwaardenondersteunen Cruciale dialogen?” verwijs ik naar jullie exemplaar van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[v].

Kernkwaliteiten

Ik stelde eind 2018 met genoegen vast dat dit onderwerp deel uitmaakt van lessen die Eloïse aan het SUI volgt. De theorie over Kernkwaliteiten van ir. Daniel Ofman[vi] kwam in de cursus gedragswetenschappen aan bod. De theorie werd bovendien ingeoefend. Eloïse is daardoor een expert in deze materie geworden (ze haalde zelfs de maximum score op de taak daaromtrent). Dus Edward en Elvire, voor al jullie vragen met betrekking tot Kernkwaliteiten één adres: Eloïse!

Ook kunnen jullie de theorie en mijn voorbeelden vinden in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vii].

Hoe werkt het?

Identificeren van persoonlijke waarden

Indien men iemand koudweg de vraag stelt: “Welke is de top drie van uw persoonlijke waarden?” krijgt men vaak een langgerekte “Euhhhh…” als antwoord.

Ik raad jullie, Eloïse, Edward en Elvire, daarom aan elke vijf jaar de top drie van jullie persoonlijke waarden vast te leggen. En daarbij ook na te kijken of die gewijzigd is en daarover te reflecteren: Wat is er veranderd? Wat kan daarvan de oorzaak zijn?

Een goede methode om de top drie van jullie persoonlijke waarden te vinden is de volgende. Vooreerst kiezen jullie intuïtief uit een lijst van een zestigtal waarden jullie top tien. Neem daartoe wel de nodige tijd. Ik raad jullie aan om daarvoor wel een goed uur uit te trekken en indien nodig eerst de definities van deze waarden eens na te lezen.

LIJST PERSOONLIJKE WAARDEN

  1. Aanzien
  2. Aardig gevonden worden
  3. Altruïsme
  4. Ambitie
  5. Aanpassingsvermogen
  6. Authenticiteit
  7. Begrijpen
  8. Betrouwbaar
  9. Creativiteit
  10. Continue verbetering
  11. Controle
  12. Dankbaarheid
  13. Dienstbaarheid
  14. Doorzetten
  15. Eerlijkheid
  16. Empathie
  17. Enthousiasme
  18. Familie/Gezin
  19. Geld
  20. Geluk
  21. Gezondheid
  22. Humor/Plezier/Vreugde
  23. Integriteit
  24. Interafhankelijkheid
  25. Invloed
  26. Leven lang leren
  27. Leiderschap
  28. Liefde
  29. Loyaliteit
  30. Luisteren
  31. Macht
  32. Nederigheid
  33. Netheid
  34. Nieuwsgierigheid
  35. Omgaan met onzekerheid
  36. Onafhankelijkheid
  37. Openheid
  38. Passie
  39. Persoonlijke ontwikkeling
  40. Rechtvaardigheid
  41. Respect
  42. Rijkdom/Weelde
  43. Roem
  44. Schoonheid
  45. Succes
  46. Toewijding
  47. Vergevingsgezindheid
  48. Veiligheid (Safety)
  49. Verbinden
  50. Vertrouwen
  51. Vrede
  52. Waarderen
  53. Waarheid
  54. Welzijn
  55. Wijsheid
  56. Zelfdiscipline
  57. Zelfvertrouwen
  58. Zinvolheid
  59. Zorgzaamheid (medemens)
  60. Zorgzaamheid (planeet)

Jullie mogen uiteraard aan bovenstaande lijst andere waarden toevoegen. Wie ben ik om jullie waarden op te dringen? Nee, dat is – en dat weten jullie – niet mijn stijl. Ik heb respect voor jullie eigen mening.

Dit is echter een individuele oefening, vandaar dat ik vanaf nu de ‘je’ vorm gebruik voor de rest van deze interessante waarden identificatie. Na een paar dagen herlees je die lijst en je distilleert daaruit, nog steeds intuïtief, de top 6 van jullie persoonlijke waarden. Dit alles doe je uiteraard alleen en strikt persoonlijk! 

Na terug een paar dagen schrijf je voor elke van die zes overblijvende waarden een A5-je vol. Daarbij beschrijf je zo precies mogelijk in welke omstandigheden (waar, wanneer, hoeveel keer, …) je die waarde echt beleeft (hoe, dus met welk gedrag, bij welke activiteit, …) en wat voor jou het doel is van die waarde (dit is het zo belangrijke waarom). Wanneer je voor elk van die zes waarden dit nogal moeilijk en indringend ‘huiswerk’ hebt uitgevoerd, laat je een en ander voor een week rusten. 

Dan herlees je aandachtig de documenten betreffende je zes waarden en maak je de uiteindelijke top 3 van je persoonlijke waarden. U verscheurt daarbij werkelijk de drie A5-jes van de waardenbeschrijvingen die niet de top 3 van je persoonlijke waarden halen. Je reflecteert daarbij over wat die handeling (het verscheuren van de waarden vier tot zes) met jou doet.

Uiteindelijk heb je dus de top drie van je persoonlijke waarden gevonden!

Een bijkomende oefening is dat je die waarden kenbaar maakt aan je mama, en je bro er en zus (of mama en je zussen voor Edward). En eventueel ook aan je beste vrienden. Een goede oefening is dat te doen wanneer allen hun eigen top drie hebben vastgelegd. De oefening verloopt als volgt:

Elke persoon ontmoet in dezelfde ruimte elk van de ander leden van het gezin en eventueel vriendengroep. Bij elk tweegesprek zegt zij of hij: “De top 3 van mijn persoonlijke waarden is: A, B, C”. Waarop de andere persoon in dit gesprek zegt: “Bedankt! Laat ik u nu mijn top 3 van mijn persoonlijke waarden geven: D, E, F.”, waarop de eerste “Dank je wel” zegt. Iedereen ontmoet aldus elkeen en reflecteert nadien wat dat met haar of hem heeft gedaan en wat zij of hij heeft geleerd.

Identificeren van persoonlijke kernkwaliteiten

Hoe je dit kunt doen is, kunnen jullie vinden in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[viii] en zoals gesteld kan Eloïse, jullie, Edward en Elvire daarbij helpen!


[i]Bruce Springsteen Quote. Documentaire: The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town,  Director: Thom Zimny, 2010

[ii]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy, Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity.Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc., 1998. Page 21.

[iii]Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry. Boston, MA: Beacon Press, 1958

[iv]“A value is a goal seeking activity.” Henry Nelson Wieman, What is Creative Interchange? Interchange, January, 1970.

[v]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012, pp. 70-75.

[vi]Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[vii]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Op.cit. pp. 75-86.

[viii]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Op.cit. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL III

WIE ZIJN JULLIE?

So when you look at me

you better look hard and look twice:

Is that me baby? 

or just a brilliant disguise.[i]

– Bruce Springsteen

Brilliant disguise – Tunnel of Love – 1987

Wat een rare vraag, Opa! Je weet toch wie wij zijn ?!?

Die vraag is, Eloïse, Edward en Elvire, toch niet zo raar als ze op het eerste zicht lijkt. In vorig deel zagen we dat er een wezenlijk verschil is tussen het helder bewustzijn(het Ik-bewustzijn) en het gekleurd bewustzijn (het mij-bewustzijn). Daardoor wordt de vraag voor elk van jullie : “Wie ben ik?” en daarbij bedoel ik jullie helder bewuste “Ik” en niet jullie gekleurd bewuste “mij”.

Wanneer mensen wordt gevraagd zich voor te stellen, stellen ze meestal de “mij” voor en zelden de “Ik”. Hoe komt dit? Wel, omdat de meeste mensen hun ware “Ik” niet kennen, zo eenvoudig is het!

Wij hebben in vorige column ook gezien dat de “Ik” de “mij” kan observeren. Dit is een interessant fenomeen dat nooit heeft opgehouden filosofen, mystici, wetenschappers, psychologen en psychiaters bezig te houden. Het blijkt dat dieren dit niet kunnen en dat er een zeker niveau van intelligentie nodig is om dit wel te kunnen. Ik wil het in deze column zo simpel mogelijk houden en dus geen metafysica, noch filosofie doceren. Toch is deze manier van observeren uiterst belangrijk, ook voor jullie. Het gaat in feite over iets dat eenvoudig lijkt: simpelweg observeren (uit je doppen kijken) en het gezond verstand gebruiken.  Het probleem met het ‘gezond verstand’ is dat zowat iedereen er zich op beroept en dat, zoals ik ooit een wijs man hoorde beweren, er op de dag van de schepping, wel gewogen 2784 gram ‘gezond verstand’ beschikbaar was … en dit voor de ganse mensheid over de eeuwen heen. Men gebruikt dus meestal niet het gezond verstand maar wel het gekleurd bewustzijn van het eigen mentaal model.

Het observeren van zaken wordt veelal gevolgd door het observeren van de daarbij opkomende gedachten (van de “mij”). Tenslotte worden wij ons (hopelijk) helder bewust van de ‘denker’ (van de “Ik”). Maar, nogmaals, wie is die “Ik”? Laat ik het praktisch houden en eerst beschrijven wie die “Ik’ nietis. Ik zal daarbij langzaam een en ander duiden. De kans is groot dat ik jullie ‘tegenvoets’ zal nemen. Het inzicht dat jullie hierbij zullen verwerven kan “super” of “schrikaanjagend” zijn, naargelang jullie gezichtspunt (en dus jullie huidig denkkader of mindset). Nu, vooruit met de geit!

Is jullie “Ik” de gedachten die in jullie opkomen? Natuurlijk niet, gedachten komen en gaan; dus jullie “Ik” is nietjullie gedachten! 

Is jullie “Ik” dan jullie lichaam? Wetenschappers leren ons dat miljoenen cellen van ons lichaam per minuut veranderen of vernieuwd worden en dat na zeven jaar geen enkele levende cel in ons lichaam te vinden is, die er al zeven jaar voordien was! Cellen komen en gaan en het lichaam vernieuwd zich quasi continu. Maar de “Ik” blijft overeind. Dus jullie “Ik” is nietjullie lichaam! 

De “Ik” is dus iets anders en meer dan het lichaam waarin de “Ik” huist. Jullie zouden wel kunnen stellen dat het lichaam een onderdeel is van de “Ik”. Het veranderende deel dan wel. Het lichaam blijft veranderen. Wanneer het dit niet meer doet, sterft het. We geven er blijvend de unieke naam ‘lichaam’ aan, hoewel het lichaam zelf het continu verandert. Zoals we dezelfde naam behouden voor de stad Antwerpen, hoewel Antwerpen bestaat uit elementen die continu veranderen en dus ook de stad Antwerpen quasi continu verandert. Ook om de Schelde te duiden gebruiken we blijvend dezelfde naam; voor een continu veranderende watermassa hebben we één unieke naam. Dat doet me denken aan de zinsnede “zoals de Schelde voorbij Antwerpen stroomt”, waarbij twee unieke namen voor twee veranderende grootheden worden gebruikt. Tussen haakjes: historisch gezien zou de Schelde, ter hoogte van Antwerpen, eigenlijk de Rupel moeten genoemd worden, maar dat verwerpen zeker de Antwerpenaren en ik weet niet hoe die van Rupelmonde tegenover een naamsverandering, van Rupelmonde naar Scheldemonde, zouden staan.

En hoe zit het overigens met jullie naam? Is jullie “Ik” dan jullie naam, respectievelijk Eloïse Jacobs, Edward Jacobs en Elvire Jacobs. Uiteraard niet, alleen al omdat die naam jullie werd gegeven volgens een conventie, althans wat jullie achternaam betreft. Indien jullie later waren geboren, hadden jullie, volgens een nieuwe conventie, Roels als achternaam kunnen hebben. En wat jullie voornaam betreft, die werd ‘toevallig’ gekozen door jullie ouders, zonder dat jullie daar inspraak in hadden. Indien jullie voornaam jullie niet bevalt, kunnen jullie die zelfs officieel wijzigen. Weliswaar met enige administratieve rompslomp en een paar honderd Euro, maar toch. Dus jullie zijn zeker nietjullie naam, al was het maar omdat jullie die kunnen wijzigen zonder dat jullie “Ik” zelf wijzigt.

Hetzelfde geldt voor: ik ben Belg, ik ben katholiek, ik ben ‘groen’, … Jullie kunnen van nationaliteit, van religie en politieke voorkeur veranderen zonder dat jullie “Ik” verandert.

Anders gesteld, we krijgen in ons leven ‘labels’ opgespeld. Sommige daarvan geven we ons zelf, andere krijgen we van anderen. Het is voornamelijk erg wanneer we onze “Ik” identificeren met die ‘labels’. Al die labels gaan nietover de “Ik”, die gaan over de “mij” en die verandert continu. Nogmaals, jullie “Ik” is geen enkele van de ‘labels’ die op jullie gekleefd worden (door jullie zelf én door anderen!). 

Wanneer jullie uit de cocon van jullie gecreëerde zelf stappen en de ‘mij” observeren met jullie helder bewustzijn, dan identificeren jullie zich niet meer met jullie “mij” en observeren die vanuit het standpunt van de “Ik”: de Creatieve Zelf. Ziedaar het antwoord. Jullie “Ik’ is jullie OrigineleCreatieve Zelf!

Wie lijdt pijn?

Sta mij toe om het onderscheid tussen de “Ik” en de “mij” nog iets scherper te stellen. Daarbij ga ik het even over “pijn” en “lijden” hebben. De vraag is uiteraard: “Wie voelt de pijn, wie lijdt?” De pijn wordt gevoeld door de “mij”. Het is zelfs zo dat wanneer men zich overmatig identificeert met de “mij”, het lijden eigenlijk start.

Stel dat jullie angstig, gretig of ongerust zijn. Wanneer de “Ik” zich niet identificeert met geld, naam, nationaliteit, personen of vrienden, of om het even wat, dan is die “Ik” nooit bedreigd. De “Ik” kan heel actief zijn (hopelijk wel, want het is de Creatieve Zelf), maar is nooit bedreigd. Denk eens aan iets dat jullie pijn doet lijden, of onrustig/angstig maakt. Zoek dan eens wat jullie verlangen onder dat lijden is.  De oorzaak van jullie lijden is namelijk dat jullie verlangen naar iets dat (nog) niet vervuld wordt. De vraag die jullie dienen uit te klaren is: “Waar verlang ik gretig naar dat niet wordt vervuld?” Bovendien gaat het niet enkel om een verlangen, het gaat hier ook om een identificatie. Jullie hebben jullie, op één of andere manier, het volgende wijsgemaakt: “Het welbehagen van “Ik”, omzeggens het bestaan van “Ik”, hangt vast aan het vervullen van het verlangen van de “mij””. Eloïse, Edward en Elvire, al jullie lijden – in het heden en in de toekomst – wordt veroorzaakt door jullie te identificeren met iets en dat iets kan zowel binnen als buiten jullie liggen. En laat mij duidelijk zijn, het is niet de “Ik” die zo verlangt. Dit is een illusie die jullie zichzelf wijsmaken. Het is de “mij” die naar alles en nog wat verlangt en onverzadigbaar lijkt.

Wie heeft negatieve gevoelens?

Laat ik het nu even hebben over iets waar ik zelf ook nog heel wat mee worstel, namelijk het hebben van negatieve gevoelens tegenover iets of iemand. Hoewel ik cognitief (verstandelijk) weet dat, wanneer ik negatieve gevoelens (emoties) heb tegenover iemand, ik eigenlijk in een illusie leef, laat ik mij vaak vangen door dit soort negatieve gevoelens. 

Dit komt omdat, wanneer ik negatieve gevoelens koester, ik voor een stuk blind wordt. Dat geldt overigens ook voor positieve gevoelens. Denk maar aan de spreuk “Liefde maakt blind.” Wanneer de “mij” in beeld komt, wordt alles minder helder. Met andere woorden, voordat dit gebeurde had ik één probleem en nu heb ik er twee. Menigeen denkt, verkeerdelijk, dat het niet hebben van negatieve gevoelens, zoals woede, wrok en haat, betekent dat men niets aan de situatie wilt doen.  Dat is niet het geval! Het is niet omdat je niet emotioneel aangegrepen bent door de situatie, dat je niet direct in actie schiet. Integendeel, het helder bewustzijn zorgt er voor dat je zeer gevoelig bent voor zaken en mensen rondom jou. Wat die sensitiviteit teniet doet, is de gecreëerde zelf. Wanneer men zich teveel met de “mij” identificeert, is er teveel “mij” betrokken om nog de zaken objectief te kunnen bekijken. Men kan de werkelijkheid niet op een afstandelijke manier zien. Het is uiterst belangrijk dat, vooraleer effectief in actie te komen, men bekwaam is de werkelijkheid afstandelijk te observeren. Eerst dan ziet men de werkelijkheid zoals die is (en niet zoals de “mij” is)[ii]. Negatieve emoties verhinderen het observeren omdat men door die negatieve emoties vereenzelvigd wordt met de “mij” en daardoor los geslagen is van de “Ik”.

Hoe kunnen we dan de soort passie voelen die de energie motiveert iets aan objectieve slechtheid te doen? Wat het ook is, het is niet een reactie, het is een actie!

Pijn bij overlijden van een familielid waar men een sterke band mee heeft

“Fasten seatbelts”, Eloïse, Edward en Elvire, want in wat volgt ga ik nog een stapje verder. Stel dat ik, jullie opa Johan, overlijd. Het lijkt mij normaal dat jullie wat bedroefd zullen zijn. Maar tracht u eens die droefheid voor te stellen. Hoe zou je die benoemen? Mag ik een suggestie doen? Ik gok op zelfmedelijden

De cruciale vraag is namelijk: “Waar ligt de oorzaak van jullie droefheid?” Denk daar eens even over na. Wat ik nu zal stellen zullen jullie misschien vreselijk vinden. Jullie pijn  zal te maken hebben met jullie persoonlijkverlies, toch?!? Jullie specifiek verlangen, om mij bij jullie te hebben, krijgt plots een onherroepelijke knauw en wordt dus niet meer vervuld, nooit meer! Jullie hebben medelijden met jullie “mij” en, dat denk ik, ook wel met Bonnie. Maar dat wil zeggen dat jullie medelijden hebben met iemand, in dit geval Bonnie, die medelijden heeft met haar “mij”. 

Indien jullie geen medelijden hebben met jullie zelf, met wie leven jullie dan mee? Met mij, jullie grootvader Johan? Sorry, die leeft niet meer, dus daar kan je niet met mede-leven, noch met mede-lijden. Mijn leven en lijden zijn namelijk onherroepelijk voorbij! 

De les die jullie hieruit kunt leren is de volgende: wij voelen nooit pijn wanneer we iets of iemand verliezen die we echte vrijheid toewensen; waarbij we nooit gepoogd hebben haar of hem te bezitten. Bedroefdheid is meestal een teken dat ik m’n geluk afhankelijk gemaakt heb van iets of iemand, ten minste tot op zekere hoogte. Wij zijn zo gewend het anders (gekleurd) te zien, dat wat ik hier neerpen jullie misschien zelfs onmenselijk lijkt. En toch is dit niet zo. Eerder het tegendeel is waar! Wat ik hier net neerschreef, is namelijk uiterst menselijk, want ‘des mensen’.  

Laat ik dit onderdeel eindigen met een gevleugeld woord van Maurice Raimbault. Hij was m’n directeur en die zei mij, een goede dertig jaar geleden, toen ik hem om een loonsverhoging vroeg wegens grote inzet en uitzonderlijke verdiensten: “Indien je enkel maar gelukkig kunt zijn wanneer je een Maserati bezit, Johan, zal je misschien je leven lang ongelukkig zijn!”

Wie is afhankelijk?

Met betrekking tot ‘afhankelijkheid’ zijn er verschillende graden: bij de geboorte zijn we totaal afhankelijkvan onze omgeving, ergens op het einde van de pubertijd denken we dat weonafhankelijkzijn, het is slechts wanneer we (terug) wijs worden dat we begrijpen dat we onderling interafhankelijkzijn. En dat is juist en zelfs fijn, we hebben de anderen (partner, kinderen, kleinkinderen, vrienden, bakker, slager, kok, …) nodig om een goed leven te hebben.

Edoch, psychologisch en emotioneel afhankelijk zijn van een ander betekent afhankelijk zijn van een ander menselijk wezen voor het eigen geluk! Indien dat het geval is, dreigt men het volgende te doen: die ander vragen(smeken, eisen, dreigen, …) om bij te dragen tot jouw geluk. Daarop volgt meestal iets dat nog erger is. Men krijgt angst. De angst om te verliezen, de angst om verworpen te worden,… Angst die uiteindelijk uitmondt in wederzijdse controle. Weten jullie, Eloïse, Edward en Elvire, echte liefde bant angst uit. Want echte liefde vraagt niets, eist niets, verwacht niets; er is geen afhankelijkheid. Echte liefde vraagt de ander niet jou gelukkig te maken. Daardoor hangt jouw geluk niet af van ‘de ander’. 

Een correcte levenshouding in het kader van liefde voor een andere persoon is wat volgt: “Indien je mij zou verlaten, dan zal ik geen zelfmedelijden hebben. Ik hou van jou, ik hou van jouw aanwezigheid, maar ik klamp mij niet aan jou vast.” Hierbij denk ik aan de liefde tussen Tereza, een van de hoofdpersonages van het boek “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ van Milan Kundera[iii]– ik raad jullie overigens aan dat boek ooit eens te lezen – en haar hond Karenin. Volgende passage uit dit boek zal jullie hopelijk helpen begrijpen wat ik eigenlijk bedoel:

Uit deze warboel van denkbeelden ontkiemt de heiligschennende gedachte die ze niet van zich af kan zetten: de liefde die haar aan Karenin bindt is beter dan die tussen haar en Tomas. Beter, niet groter. Tereza wil Tomas noch zichzelf de schuld geven, ze wil niet beweren dat ze meer van elkaar zouden kunnen houden. Ze vindt eerder dat een mensenpaar zo geschapen is dat hun liefde a priori van een slechtere soort is dan (althans in het beste geval) de liefde die kan bestaan tussen een mens en een hond, het bizarre in de geschiedenis der mensheid dat door de Schepper waarschijnlijk niet was gepland.

Die liefde is onbaatzuchtig: Tereza wil niets van Karenin. Ze vraagt niet eens liefde. Nooit heeft ze zich de vragen gesteld die mensenparen kwellen: houdt hij van me? Heeft hij ooit van iemand anders meer gehouden dan van mij? Houdt hij meer van mij dan ik van hem? Misschien dat al deze vragen naar liefde, die liefde meten, doorgronden, onderzoeken, verhoren, haar tegelijkertijd in de kiem smoren. Misschien zijn we juist daarom niet in staat liefde te geven, omdat we ernaar verlangen liefde te krijgen, dat wil zeggen dat we steeds iets (liefde) van de ander willen in plaats van hem te benaderen zonder eisen en niets anders te willen dan zijn aanwezigheid.  En dan nog iets: Tereza accepteerde Karenin zoals hij was, ze wilde hem niet naar haar eigen beeld veranderen, ze was het bij voorbaat eens met zijn hondenwereld, ze wilde hem die niet afnemen, ze was niet jaloers op zijn geheime avonturen. Ze voedde hem niet op om hem te herscheppen (zoals een man zijn vrouw en een vrouw haar man herscheppen wil), maar alleen om hem de elementaire taal te leren die het mogelijk maakte elkaar te begrijpen en met elkaar te leven.

Makkelijk? Helemaal niet! Mogelijk, ook tussen mensen? Jawel! Bijvoorbeeld, mijn liefde voor jullie Eloïse, Edward en Elvire. Ik vraag jullie niet mij gelukkig te maken. Ik eis en verwacht niets en mijn geluk hangt daardoor niet af van jullie. Wanneer jullie mij zullen ‘verlaten’ (lees minder contact met mij zullen hebben, omdat jullie nu eenmaal andere dingen aan jullie hoofd zullen hebben dan een stokoude grootvader), zal ik daar niet treurig om zijn; want dit is de normale gang van zaken. Kleinkinderen dienen, zeker indien het nog arenden zijn, op een zeker moment met eigen vleugels te vliegen. “Het is wat het is!” zei Spinoza al. Ik ben weerbaar omdat ik dat voorzie; ik ben als het ware pro-actief en aanvaard deze werkelijkheid. Ondertussen geniet ik wel ten volle van onze liefde en ons samenzijn. Tereza parafraserend: “We hebben een gemeenschappelijke taal die het mogelijk maakt elkaar waarderend te begrijpen en van elkaars gezelschap te genieten.”

Het gaat inderdaad over het genieten van iemands aanwezigheid en belangrijkheid, zonder zich aan haar of hem vast te klampen. Ik wens jullie ook niet te herscheppen! Ik wens jullie wel, onder meer door deze reeks columns, te helpen, zodat jullie zichzelf kunnen creëren. Waar ik van geniet, is dus niet alleen jullie ‘as such’; het is iets dat groter is dan beide: jullie en mezelf. Het is echt ‘het één en het ander & verschillend van’. Dit is wat echte Creatieve wisselwerkingverwezenlijkt. Creatieve wisselwerkingis een gegeven, wij zijn er mee geboren en zelfs wanneer we niet meer bereikbaar zijn voor elkaar, blijft Creatieve wisselwerkingovereind. Ook als ik er niet meer zal zijn, blijft Creatieve wisselwerkingleven, namelijk in jullie. Jullie zullen andere mensen in jullie leven ontmoeten waarbij je Creatieve wisselwerkingop een andere, even goede en hopelijk nog betere en vollere, manier zullen beleven.

Dit is wakker blijven! Wakker blijven is eenieder laten zijn wie ze zijn, hen toelaten de richting te kiezen die ze willen kiezen, hen hun keuzes laten maken en ook mede daarom van hen houden en respecteren. Dit doet me denken aan een oud middeleeuws verhaal van Sir Gawain en de liefde van z’n leven. Een verhaal dat ik ooit hoorde vertellen door Fred Kofman[iv]en dat ik zelf een paar keer vertelde. Het verhaal gaat over de cruciale vraag: “Waar verlangt een vrouw het meest naar?” en geeft er ook het correcte antwoord op. Ik wil het jullie niet onthouden. Het is één van die typische Koning Arthur verhalen en is gekend als “The Wedding of Sir Gawain and Dame Ragnelle[v].” Het gaat als volgt: 

Op een zekere dag was King Arthur aan het jagen in zijn geliefd woud ‘Inglewood’. Hij zat een prachtig everzwijn achter na. Uiteindelijk zat het dier uitgeput in de val en Arthur sprong van zijn paard. Toen Arthur op het punt stond het dier met z’n dolk te doden, realiseerde Arthur zich plots dat hij niet alleen was. Hij voelde priemende ogen in z’n rug, draaide zich om en zag dat een enorme speer op z’n hart gericht was. Die speer werd gehanteerd door een reusachtige zwarte ridder gezeten op een groot zwart paard.

“Arthur, bereid je voor om te sterven. Je hebt heel wat verknald in jouw leven en het is hoog tijd om voor je zonden te boeten!”

Arthur had geen flauw idee wie deze immense zwarte ridder was en vroeg om tijd te winnen: “Wie ben jij?” “Dit doet niets te zake, ik wil jouw hoofd!” was het antwoord.

Arthur verdedigde zich wanhopig: “Indien jij mij doodt dan zit daar voor jou toch geen eer in. Een ongelijk gewapende ridder heeft geen enkele kans. Jouw gedrag is eerlijk gezegd onridderlijk. Je dient mij een kans te geven, toch?!?”

De zwarte ridder zag daar de redelijkheid van in en zei: “Ik stel jou het volgende voor. Ik zal je een raadsel geven en een vol jaar om het op te lossen. Indien je mij op het einde van dat jaar het correcte antwoord kan geven, laat ik jou leven. Indien je dit niet lukt, dan ga je er alsnog aan!”

Arthur had geen andere keus dan het voorstel te aanvaarden. En de zwarte ridder zei ten slotte: “Volgend jaar op hetzelfde tijdstip verwacht ik jou hier terug op deze plek met het correcte antwoord op m’n vraag: “Waar verlangt een vrouw het meest naar?”

Toen hij de vraag waarderend begrepen had, was Arthur als het ware aan de grond genageld. Hij had geen schijn van kans en was dus reeds zo goed als dood. Vooraleer Arthur het besefte, was de zwarte ridder verdwenen.

Terug in Camelot zag Sir Gawain, Arthur’s neef en de jongste, koene ridder van de Ronde Tafel, dat Arthur er zeer bedrukt bij liep. Arthur vertelde zijn wedervaren en Gawain stelde hem gerust: “Ik weet wat wij moeten doen, een heus onderzoek! Ik stel voor dat wij een bevraging doen met de beste steekproefmethode die ik nog aan het SUI heb geleerd. Wij gaan die doen over het hele land en gaan de vrouwelijke populatie van jouw koninkrijk, met de leeftijd tussen de 18 en de 48 jaar, bevragen. Op hun antwoorden laten we een analyse los. Met de hulp van alle ridders van de Ronde Tafel en hun schildknapen zal het ons zeker lukken.”

Zo gezegd, zo gedaan. Alle ridders van de Ronde Tafel gingen samen met hun schildknapen in de vier windstreken op pad. Aan elke vrouw die ze tegenkwamen stelden ze de cruciale vraag: “Waar verlang je het meeste naar?” De antwoorden tekenden de schildknapen vlijtig op. Nogal wat antwoorden kwamen terug: een lieve trouwe echtgenoot, een prachtig huis, een mooie garderobe van Dries van Noten, veel chocolade, …

Terug in Camelot werden alle antwoorden door de Management Assistenten van de Ridders verwerkt in spread sheets en behandeld met regressie analyse en het volledige gereedschap van de Kwaliteitswetenschap. Toen koning Arthur de print-outs zag, twee dikke farden, zei hij “Dit voelt niet goed aan”, maar sir Gawain verzekerde hem dat hij op z’n twee oren mocht slapen.

Edoch van slapen kwam er niet veel meer in huis. Arthur was er niet gerust in. Met nog twee maanden te gaan, ging hij hoe langer hoe meer gaan wandelen in z’n vertrouwde bos om tot rust te komen en het antwoord in de natuur te vinden. Een paar dagen voor de cruciale ontmoeting met de zwarte ridder werd hij plots uit zijn overpeinzingen gerukt door een verschrikkelijke geur. Die stank was onbeschrijfelijk walgelijk. Bah!!! Het was alsof duizend kadavers aan het rotten waren. Op dat ogenblik hoorde Arthur een krijsende stem die koude rillingen over z’n rug joeg. Jullie kennen dat wel: het geluid van krijsend krijt op het schoolbord. Die stem schreeuwde: “Arthur geen enkel van de antwoorden, die uw ridders verzameld hebben, zal jouw leven redden! Alleen ik ken het correcte antwoord op de vraag van de zwarte ridder!” Arthur, heel nieuwsgierig en sterk geïnteresseerd, hoe zouden jullie zelf zijn, trotseerde de stank en ging in de richting van de stem. Plots ziet hij op een hoop rottend hout een vormeloze, etterende massa vlees ‘getooid’ met slierten geklit vaal blond haar. Een heks, zoals hij nog nooit aanschouwde, met een werkelijk afgrijselijk wegrottend aangezicht. Het walgelijk geheel krijste: “King Arthur, dame Ragnelle heeft een levensreddende boodschap voor U!” Arthur kwam wat nader en terzelfdertijd maakte de gestalte zich los van de hoop hout en kwam ook dichter. De stank was niet te harden en Arthur zag geen andere keus dan het afschuwelijk gezicht, met een tandeloze mond en praktisch kale schedel met wat plukken geel vettig haar, te aanschouwen. De heks, die blijkbaar Ragnelle heette, vervolgde: “De antwoorden die uw ridders verzameld hebben, houden geen steek. Alleen ik ken het antwoord dat jouw leven zal redden.” Ofschoon walgend van het onwaarschijnlijke geheel bleef Arthur, nu wel uiterst geïntrigeerd, staan. Dame Ragnelle kwam nog een paar stappen nader… squash, squash, was het geluid van haar sompige voetstappen… en volgende dialoog ontspon zich toen:

“Ik weet wat je de zwarte ridder moet antwoorden om jouw vel te redden.”

“Als je die kennis hebt, Lady Ragnelle, zeg het jouw koning! Waar verlangt een vrouw het meeste naar?”

“Ik vertel het u wanneer je me belooft een dienst te bewijzen.”

“Ik schenk je de helft van m’n koninkrijk indien jouw antwoord m’n leven red.”

“Niet zo vlug, Arthur, ik hoef jouw eigendommen niet; ik wens een heel specifieke gunst.”

“Kom er mee voor de dag!”

“Ik zal u mijn wens enkel kenbaar maken indien mijn antwoord werkelijk jouw leven heeft gered. U dient mij echter nu, op jouw eer van Koning, te beloven mijn wens in dat geval in te willigen.”

Ook nu had King Arthur weinig keus, en hij zei: “OK, indien jouw antwoord m’n leven redt, dan zal ik uw wens gestand doen!”

Uiteindelijk gaf Lady Ragnelle haar unieke antwoord prijs:

“Wat een vrouw het liefste wil is

in haar leven haar eigen keuzes te mogen maken,

teneinde te leven zoals haar hart haar ingeeft,

en bemind en gerespecteerd te worden om wat ze is.”

Arthur’s Euro viel onmiddellijk. Hij kreeg de innerlijke zekerheid: dit was het antwoord!

Exact één jaar na z’n eerste ontmoeting met de Zwarte Ridder stond King Arthur oog in oog met z’n belager, en die zei: “Ah, den Arthur. Welke zijn jouw antwoorden op m’n gemakkelijk raadsel, m’n simpele vraag?” “Hier zijn de boeken met m’n antwoorden” en Arthur gaf de Zwarte Ridder de fardes met alle antwoorden die z’n ridders van de Ronde Tafel verzameld hadden. De zwarte ridder keek die door en gaf bij elk antwoord een passende reactie: “Een lieve trouwe echtgenoot, bah! Een prachtig huis, nope! Een mooie garderobe van Dries van Noten, te gek! veel chocolade, je meent dat niet!, …” De Zwarte Ridder scheurde elk antwoord uit de boeken en gooide uiteindelijk de kaften naar het hoofd van King Arthur, roepend: “Arthur, je bent zo goed als dood!”

Op dat ogenblik zei Arthur: “Ik heb nog één verlossend antwoord”. “Kom op ermee!” Uiteindelijk gaf King Arthur lady Ragnelle’s antwoord:

“Wat een vrouw het liefste wil is

in haar leven haar eigen keuzes te mogen maken,

teneinde te leven zoals haar hart haar ingeeft,

en bemind en gerespecteerd te worden om wat ze is.”

Het antwoord van de Zwarte Ridder kwam terstond: “Aah!!! Die verdoemde Lady Ragnelle!! Zij gaf jou het correcte antwoord!” schreeuwde hij en vervolgde: “Jouw lot zal nu erger zijn dan dat je dood ware geweest” en weg was hij.

King Arthur, uiteraard verrukt omdat z’n leven was gered, was er toch niet geheel gerust in. Dit wegens de dreigende laatste woorden van de Zwarte Ridder. Met enige siddering ging hij op zoek naar Lady Ragnelle. 

“Ik heb goed nieuws Dame Ragnelle” zei hij, wanneer hij het hoopje ellende gevonden had, “Uw antwoord heeft mijn leven gered, ik schenk jou de helft van m’n koninkrijk!”

“Ik zei je een paar maand geleden al dat ik jouw bezittingen niet hoef en dat ik, nadat je leven gered was, jouw deel van de afspraak kenbaar zou maken” repliceerde Lady Ragnelle “en dat is: dat je mij uithuwelijkt aan Sir Gawain!”

“Maar dat kan ik niet waarmaken!” schreeuwde Arthur, waarop Lady Ragnelle rustig riposteerde: “Beloofd is beloofd en een koning houdt z’n beloftes!”

Heel bedrukt vertrok Arthur dan naar Camelot, waar de ridders hem stonden op te wachten om z’n overwinning op de Zwarte Ridder te vieren. Maar aan z’n gezicht zagen ze dat het verre van een feestdag was. Arthur maakte Gawain deelgenoot van z’n ervaring en die antwoordde onmiddellijk: “Sire, ik was bereid om voor u te sterven, dus zal ik met plezier huwen met Dame Ragnelle, hoe afschuwelijk ze ook moge wezen.”

“Je weet niet wat je zegt, m’n jongen. Uw offer heeft m’n leven gered en enkel de dood kan u van uw belofte verlossen.”

Alles werd in gereedheid gebracht om het huwelijk van Sir Gawain en Dame Ragnelle groots te vieren, want daar stond de Lady op. Ondanks hun verwoede pogingen om de dame enigszins op te kalefateren en ze te besprenkelen met de duurste en krachtigste parfums, werd het een echte ramp. De gêne van allen zette een grote domper of het huwelijksfeest. Ook het tafelgedrag van Lady Ragnelle was een kaakslag in het gezicht van de koninklijke familie. Iedereen walgde bovendien van de stank en was door dat alles helemaal niet in de stemming om te vieren. Het kon voor iedereen niet rap genoeg middernacht zijn, edoch niet voor Sir Gawain… Om klokslag middernacht verliet het pas gehuwde paar het huwelijksfeest. In een oogwenk lag Lady Ragnelle op het bed. Sir Gawain stond nog even aan de haard en poogde zich enige moed in te rammen…

“Waar is mijn lieve echtgenoot, komt die mij niet ten minste een kus geven?”

“Ik zal je een kus geven, my Lady, en ook m’n plicht als echtgenoot vervullen.”

Toen Sir Gawain het hemelbed opende zag hij de meest betoverende verschijning die hij ooit mocht ontwaren. Bovendien had de onbeschrijfelijke stank plaats gemaakt voor een betoverende geur. De mooiste vrouw van Camelot verwelkomde hem met uitgestoken zachte armen … Gawain stamelde… “Wat is er gaande!?!” en Dame Ragnelle antwoordde: “Ik werd door m’n stiefmoeder betoverd en zou, zolang ik niet gehuwd was met de moedigste ridder van de Ronde Tafel, verder leven als de meest afschuwelijke heks.” “Dus als ik het goed begrijp, dit is jouw Originele Zelf?” Lady Ragnelle knikte.

Naast andere dingen, die jullie, Eloïse, Edward en Elvire, zich al misschien kunnen voorstellen, praatten Gawain en Ragnelle heel wat die nacht en werden ze smoor verliefd op elkaar. Uiteindelijk vielen ze uitgeput in elkaars armen in slaap. 

Bij zonsopgang werd Gawain wakker door het gefilterde zonlicht in z’n ogen en een hevige stank in z’n neus. Hij rook weer die afschuwelijke geur en toen hij z’n ogen van het zonlicht afwende zag hij dat hij de afschuwelijke heks, waarmee hij de dag voordien was gehuwd, in z’n armen hield.

“Wat gebeurt er nu weer’ schreeuwde hij. Lady Ragnelle schoot wakker en antwoordde: “Ons huwelijk heeft de betovering van m’n stiefmoeder maar voor de helft gebroken, mijn liefste. Voor de helft van de tijd zal ik zijn zoals je mij deze nacht zag en voor de andere helft zoals ik nu ben. En jij mag kiezen, lieve man Gawain: Ik kan mooi zijn voor je vrienden overdag en lelijk voor jou gedurende de nacht of andersom, lelijk voor jouw vrienden overdag en mooi voor jou ’s nachts.”

Wat een keuze! Wat zouden jullie kiezen, Eloïse, Edward en Elvire? Gawain wist het niet direct; hij ijsbeerde door hun slaapkamer, bedaarde plots want begreep het enige correcte antwoord en sprak het uit: “Wat wenst u zelf, m’n liefste. Jij mag kiezen en wat je ook kiest, ik zal je blijven beminnen en respecteren.”

Op dat moment werd Dame Ragnelle de wondermooie prinses die zij in werkelijkheid was en sprak: “Liefste Gawain, jij hebt de vloek nu volledig doorbroken. De tweede helft zou doorbroken worden indien m’n echtgenoot, de moedigste ridder van de Ronde Tafel, mij de gift zou geven waar elke vrouw het meest naar verlangt[vi].”

Wakker blijven is vooral, zoals het verhaal ons leert, iedereen (dus ook de mannen onder ons, Edward) toelaten te zijn wie ze zijn, hen toelaten de richting te kiezen die ze willen kiezen. Hen de keuzes, die hun hart en ingeeft, niet alleen laten maken, maar daarom ook van hen houden en hen respecteren. Wakker blijven is van iemand houden en deze los kunnen laten. Wakker blijven is niemand ketenen aan jezelf. Wakker blijven is niet afhankelijk zijn, noch onafhankelijk; het is interafhankelijk zijn van elkaar in de echte realiteit. Wakker blijven is illusies laten vallen voor de realiteit[vii]. Wakker blijven is jullie vereenzelvigen met jullie echte “Ik”, jullie Origineleof Creatieve Zelfen niet met jullie “mij”,  jullie actuele gecreëerde zelf. 

De vraag en ook titel van dit Deel III: “Wie zijn jullie?” heeft hiermee een definitief antwoord gekregen: “Jullie zijn jullie Creatieve Zelf(en dus niet, wat veel wordt gedacht, jullie gecreëerde zelf)!”[viii]


[i]Bruce Springsteen. Quote uit Brilliant disguisesong uit de studioalbum Tunnel of Love, Columbia Records, 1987.

[ii]“We don’t see things as they are, we see them as we are.” Quote van Anaïs Nin. Dezelfde quote wordt ook toegeschreven aan vele anderen, waaronder Stephen Covey. Ere wie ere toekomt, hoewel er veel quotes bestaan die in de richting gaan, is het Anaïs Nin die het adagium in haar boek ‘The seduction of the Minotour’ als dusdanig verwoorde. Opmerkelijk is wel dat haar personage – Lillian – in het boek refereert naar een Talmud tekst: Lillian was reminded of the talmudic words: “We do not see things as they are, we see them as we are.”Bij nadere analyse gaat de religieuze tekst eigenlijk essentiëel over de interpretatie van dromen, dus besluit de ‘quoteinvestigator’ (https://quoteinvestigator.com/2014/03/09/as-we-are/) dat Anaïs Nin met de eer gaat lopen.

[iii]Milan Kundera. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.Amsterdam: Ambo/Anthos uitgevers, 2014.

[iv]Fred Kofman. Revealing the Heart of the Learning Organization. Boston MA: Systems Thinking in Action™ Conference: Building Learning Organizations through Communities of Commitment, 1993.

[v]Zie onder meer: http://www.lone-star.net/mall/literature/gawain.htmen http://www.eleusinianm.co.uk/middle-english-literature-retold-in-modern-english/arthurian-legends/the-wedding-of-sir-gawain-and-dame-ragnelle

[vi]Waar elke vrouw het meest naar verlangt wordt in het originele verhaal geduid met het begrip Sovereigntyof in het Nederlands: Sovereniteit, i.e. volledige recht en macht om over zichzelf te beschiken zonder enige inmenging van anderen. In de oorspronkelijke tekst, vertaald in hedendaags Engels, vind men:

We desire most from men,

From men both lund and poor,
To have sovereignty without lies.
For where we have sovereignty, all is ours,
Though a knight be ever so fierce,
And ever win mastery.
It is our desire to have master
Over such a sir.

Such is our purpose.

[vii]Illusies die de druk van de werkelijkheid niet aankunnen zijn onder meer:

  • de illusie van ‘zekerheid’ (het principe van ‘onzekerheid’ van Heisenberg)
  • de illusie van ‘stabiliteit’ (verandering is de enige constante)
  • de illusie van ‘beheersing’ (controle van buitenaf heeft afgedaan)
  • de illusie van ‘veiligheid’ (‘security’ – gevoel van veiligheid is een illusie)
  • de illusie van ‘onafhankelijkheid’ (wij zijn interafhankelijk – ‘alles is met alles verbonden’)

[viii]Anders gesteld, jullie zijn een Boeddha! Elke volledig ontwaakte persoon is een Boeddha. De naam Boeddha (‘De Verlichte’) verwijst naar het hoogste niveau van ‘wakker zijn’.

Over Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van Creatieve wisselwerking.

 

Een van de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces is ‘Authentieke Interactie’. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’ pleit ik er voor om, met name ook tijdens de communicatie fase van de dialoog, ‘authentiek’ te zijn. Dit mag geenszins verbazen want m’n Cruciale Dialoogmodel is volledig gebaseerd op de vier karakteristieken van Creatieve wisselwerking (Creative Interchange). Sterker nog, fase 1 van het Cruciale Dialoogmodel ‘Communicatie’ is vooral gebaseerd op ‘Authentieke Interactie’ (en de andere fases op de andere karakteristieken).

Tijdens opleidingen die ik geef rond ‘Cruciale dialogen’ en ‘Creatieve wisselwerking’ wordt me vaak de vraag gesteld: “Veronderstelt Creatieve wisselwerking dat men totaal transparant dient te zijn?”. Door die vraag heb ik me gerealiseerd dat ik soms Authenticiteit en Transparantie als synoniemen gebruik, hoewel deze begrippen dat niet zijn.  Uit wat ik lees en hoor weet ik dat ik niet de enige ben die deze fout maak. Authenticiteit en Transparantie zijn inderdaad twee verschillende begrippen:

Authenticiteit: echt, dus oprecht delen = de manier waarop u iets deelt

Transparantie: hoeveel je deelt = wat u deelt

In één ‘quotable’ zin: “Transparantie gaat over hoeveel je deelt en authenticiteit is de echtheid van wat je deelt en van je acties.”

Authentiek zijn op het internet

Op Sociale Media betrap ik me er op dat ik soms aarzel vooraleer ik op de ‘zend’ knop duw. Daarbij flitst volgende vraag door mijn hoofd: “Zou ik dat wel doen?” en ontspint zich ogenblikkelijk  een cruciale dialoog met mezelf. Op Twitter vooral, maar ook op LinkedIn, komt het voor dat m’n authenticiteit – dus wat ik oprecht deel – nogal eens in het verkeerde keelgat schiet van diegene die m’n tekst leest. Daarbij wordt de manier waarop ik iets deel vaak als ‘hautain’, ‘belerend’, ‘uit de hoogte’ en zo meer gelabeld.

Hoe dat komt leg ik voor de eenvoud uit met het ‘basismodel communicatie volgens James Stappers (1988)’. Hierbij heb je twee personen die een gesprek voeren. Deze personen worden A en B genoemd, waarbij A de persoon is die iets zegt en B de persoon tegen wie het gezegd wordt. A speelt dus de rol van zender en B die van ontvanger. Het kan ook zijn dat de persoon, die op dat moment zender of ontvanger is, tegelijkertijd het onderwerp X is, maar dat is niet noodzakelijk zo. Het onderwerp kan om het even wat zijn. In elk geval wordt er een ‘mededeling’ over het onderwerp gezegd, dat is dan de ‘x’.

figuur1

Als je bijvoorbeeld het basis-communicatie model van Stappers toepast op een tweet die ik uitstuur, is het duidelijk dat ik de zender A ben en de tweet de mededeling x. In Twitterland zijn er echter meestal veel ontvangers, dus niet enkel de persoon die (eventueel) in de tweet met z’n twitternaam wordt vermeld, is de ontvanger B. Bij het DM-en naar iemand specifiek schakel je uiteraard de anderen B’s uit.

Stappers onderscheidt twee processen die hij respectievelijk het communicatieproces en informatieproces noemt.

  • Bij het communicatieproces wordt communicatie vanuit het oogpunt van de zender bekeken. De zender presenteert de ontvanger(s) een informatiebron (de mededeling);
  • Bij het informatieproces wordt communicatie bekeken vanuit het oogpunt van de ontvanger. Het is wat de ontvanger waarneemt uit een informatiebron. Dat hangt niet alleen van de informatiebron af, maar ook (en vooral) van de ontvanger zelf.

Inderdaad, de zender biedt een mededeling aan en wat de ontvanger hier uithaalt is bij iedere ontvanger anders. Hier heb je als zender geen invloed op. En bij een tweet mededeling kunnen er zoals gesteld veel ontvangers zijn…

Bekeken vanuit het Cruciale dialoogmodel komt het communicatieproces overeen met fase 1 ‘Communicatie’ (dus hier is er totale congruentie tussen mijn model en dat van Stappers). Wat door Stappers het informatieproces wordt genoemd, noem ik fase 2 ‘Appreciatie’. Wat de anderen van mijn mededeling maken, wordt bepaald door de content, de context en vooral door de, door de ontvanger(s) gehanteerde referentiekaders en mentale modellen.

Als voorbeeld volgende anekdote. Eens heb ik van een Twitter conversatie, die heel rustig startte en daarna plots een heftige discussie werd (inderdaad een cruciale dialoog is nooit ver weg), een omstandige Storify gemaakt. Dit omdat dit medium meer vrijheden heeft dan de 140 leestekens van Twitter. Na het tweeten van die Storify volgde een onwaarschijnlijke Twitterorkaan, die ik voordien echt niet mogelijk achtte. Dit voornamelijk omdat ‘iemand’ zich aangesproken voelde en besloot via een Retweet haar achterban (volgers in Twitterjargon) op te zetten teneinde mij een lesje te leren. Er werd overduidelijk niet op de bal gespeeld, maar wel op de man!

Wat ik leerde was eerder een confirmatie van wat ik al wist: Authentieke Interactie is niet voor doetjes. Het probleem zit grotendeels in de Authenticiteit zelf; in de ‘manier waarop men iets deelt’. Die manier is in een echte ‘eyball to eyeball’ dialoog ook volledig zichtbaar. Wat je via Twitter ziet zijn enkel ‘woorden’ (echte en de zogenaamde ‘emoticons’). En ik weet wel dat Mehabrian’s regel niet uit z’n context mag gerukt worden en bovendien al heel wat stof heeft doen opwaaien (zie in dit verband als voorbeeld het blog van Pedro De Bruycker http://theeconomyofmeaning.com/2012/06/04/is-93-of-communication-nonverbal-busting-the-mehrabian-myth/  ). De discussies gaan daarbij praktisch steeds over de percentages die in Mehrabian’s werk werden vernoemd. Daar gaat het mij niet om. Waar het mij wel om gaat, is dat je bij een Twitter conversatie praktisch volledig verstoken blijft van de non verbale communicatie en dat die in een IRL dialoog wel volledig aanwezig is en een bovendien een gedeelte van de boodschap in zich draagt.

Bij een Twitter conversatie vult de ‘ontvanger’ van de tweet dit gedeelte zelf in en komt zo tot de ‘totale’ boodschap. Dat ‘invullen’ is uiteraard een interpretatie, we bevinden ons  inderdaad in de tweede fase van het cruciale dialoogmodel. Een van de verschillen tussen een Twitterconversatie en een ‘eyeball to eyeball’ dialoog is dat de dialoog het zogenaamde oscilleren tussen de eerste en de tweede fase van het Cruciale dialoog model heel wat makkelijker is. Daardoor komt men gemakkelijker tot een ‘gedeelde’ mening met betrekking tot wat de mededeling nu echt betekende.

figuur3

 

Authenticiteit en de interpretatie ervan door de ontvanger anders bekeken

We hebben besproken dat wat ik authentiek meedeel een onderdeel is van de eerste fase van het Cruciale dialoogmodel. Dit is het domein van wat men, in het Engels, het ‘Awareness’ bewustzijn noemt. Mijn beste vertaling is het ‘Klare’ of ‘Niet-gekleurd’ bewustzijn. Uiteraard geef ik tijdens een dialoog heel wat non verbale communicatie ‘clues’ en die worden in die eerste fase door m’n gesprekspartners ‘geobserveerd’.

Edoch, bijna ogenblikkelijk (‘in a split second’) wordt de boodschap geïnterpreteerd en wordt die interpretatie in veel gevallen als waarheid aanzien. Die interpretatie of appreciatie (de tweede fase van het Cruciale dialoogmodel heeft niet voor niets die naam) wordt gecreëerd door, terug in het Engels, het ‘Consciousness’ bewustzijn. Het spreekt vanzelf dat ik dat als ‘Gekleurd’ bewustzijn vertaal.

Het is door het praktisch ogenblikkelijk omzetten van Awareness in Consciousness dat Authenticiteit alle kleuren van de regenboog kan meekrijgen. In een echte dialoog kan dit gecounterd worden door het oscilleren tussen de twee fasen ‘Communicatie’ en ‘Appreciatie’ en uiteraard door het inzetten (van binnen uit beleven) van de bijhorende vaardigheden. Voor alle duidelijkheid vind je hier de figuur van het Cruciale Dialoogmodel met de vier fasen, de acht condities (in het rood) en de zestien vaardigheden (in het groen):

figuur2

 

Het verband tussen Authenticiteit en Transparantie binnen het Cruciale Dialoogmodel

Authenticiteit steunt op vertrouwen en openheid. Vertrouwen en Openheid kan je zien als de twee zijden van het muntstuk ‘Authentieke interactie’. Ze zijn terecht ook de basiscondities van de eerste fase van Cruciale dialoogmodel.

Openheid is in zekere zin een synoniem van het begrip transparantie. ‘Hoe open ben ik?’ kan inderdaad ook geformuleerd worden als ‘Hoe transparant ben ik?’ en uiteraard is m’n openheid in een communicatie verbonden met vertrouwen. Niet alleen met het vertrouwen dat ik heb in de persoon zelf, maar ook het vertrouwen dat die persoon de informatie die ik hem meedeel, door m’n transparantie, wel aankan. Dit ‘aankunnen’ is veelzijdig: het kunnen bevatten, het kunnen plaatsen, er mee om kunnen gaan, … Daardoor is totale transparantie altijd wel mogelijk, maar niet altijd wenselijk. Je bent, bijvoorbeeld, als volwassene niet totaal transparant ten overstaan van je echtgenote en je kinderen. Je zadelt hen met name niet op met al je zorgen, je onzekerheden… In een andere context ben je als leider ook niet steeds totaal transparant naar je ‘volgers’ toe. De hoeveelheid transparantie van de zender staat mede nauw in verband met de tolerantie voor ambiguïteit (basisconditie van de tweede fase) van de ontvanger. Dus de hamvraag die men zich steeds moet stellen is: “Hoeveel deel ik mee en met wie?”

Authenticiteit vereist dus niet hetzelfde niveau van transparantie binnen elke relatie. Wij hebben verschillende relaties met verschillende personen. Echte mens tot mens relaties zijn niet gebaseerd op lege conversaties en stereotiepe denkkaders. Ze zijn gebaseerd op dialogen waarin gezegd waar het op staat. Daarbij wordt een eenvoudige en directe taal gebruikt. Dus het KISS (Keep It Stupid Simple) principe wordt gehanteerd. Transparantie vergt een eenvoudige taal; met andere woorden: ‘eenvoud dient transparantie’. Complexiteit dient ondoorzichtigheid. De Fransen hebben voor die ondoorzichtige taal een prachtige metafoor: “Noyer le poisson’. Het overvloedig gebruik van ondoorzichtige taal is ook een teken van namaak openhartigheid.  Men zegt veel, maar niks zinnigs.

Het is de ‘uniekheid’ van mensen die menselijke relaties zo speciaal maken. Het is door de manier van informatie delen en de diepgang ervan tussen twee (of meerdere) mensen, dat vertrouwen wordt creëert; waardoor echte relaties worden gevormd. In een transparante relatie is men uit op afwijkende meningen en is men bereid zijn eigen standpunten steeds opnieuw in vraag te stellen.

Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van HN Wieman’s tweeledig engagement.

Het zogenaamd ‘tweeledig engagement’ van Henry Nelson Wieman – een belangrijk gegeven bij Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen – is heel belangrijk bij Authenticiteit en Transparantie.

Het eerste engagement betreft het steeds delen van ‘het beste’ van jezelf. Dit zou er kunnen wijzen op een totale transparantie wat dat ‘beste’ betreft, maar dat is niet zo. Het betreft enerzijds het beste van hetgeen je weet, je apprecieert, je kan inbeelden en van binnen uit beheersen en anderzijds wat van dat beste relevant is voor de ander, opdat die ander zich ten goede zou kunnen transformeren.

Op Twitter heb ik nogal vaak de indruk dat ‘het beste’ wat anderen met me delen, me niet naar een hoger niveau zal kunnen tillen. Wat mensen die middag gegeten hebben, wat ze zagen op de trein, in de supermarkt en zo meer, is zelden bruikbaar voor m’n persoonlijke transformatie.

Transparantie maakt je bovendien kwetsbaar. Kwetsbaar zijn is niet ‘zwak’ maar vergt juist kracht. Juist omdat je Authentiek, dus zelfverzekerd bent, ervaar je deze openheid niet als gezichtsverlies. Je hoeft geen ‘vals’ ego op te houden. Je leeft en communiceert vanuit je ‘Originele Zelf’. Een ‘fout maken’ ervaar je niet als ‘fout zijn’. Je geeft je fout van zodra je ze beseft, ook ruiterlijk toe. Het vergt juist moed en kracht om je kwetsbaarheid te tonen. Kwetsbaarheid uit zich onder meer in het beseffen en aanvaarden dat je referentiekader niet het enige is en zeker niet het enig zaligmakend. Moed betekent ook: ‘actie durven nemen, ondanks dat je twijfels hebt en onzeker bent’. Daarin zit bovendien de link met Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen. Dit betreft niet alleen ‘Denken’ maar ook ‘Doen’, het tweespan dat ik hoe langer hoe meer tegenkom als ‘Doenken’. Die moed zorgt er namelijk voor dat ik tolerant ben wat de onzekerheid betreft en daardoor ook niet vastgeroest blijft (en rondjes draai) in het ‘denken’. Integendeel, de moed zorgt er voor dat ik doorstoot in het Cruciale Dialoogmodel naar het Doen: het imagineren van oplossingen, besluiten én beslissingen nemen en vooral ook uitvoeren waardoor de beoogde transformatie werkelijkheid wordt, i.e. we ‘Doenken’:

DENKEN-DOEN

Mijn ervaring is dat als één persoon zich kwetsbaar durft op te stellen, dat dit een positief sneeuwbaleffect teweegbrengt in een team. Voorwaarde daarvoor is wel dat deze openheid niet meteen de kop wordt ingedrukt met schampere of ‘grappige’ opmerkingen van andere teamleden. Het is de verantwoordelijkheid van een team om samen een veilige werk omgeving te creëren waar je open je ‘beste’ kennis en ideeën kan delen, zonder angst om direct afgerekend te worden met afknalzinnen.

We luisteren ook begrijpend en waarderend naar de ‘beste’ kennis en ideeën van de anderen en beleven daarbij het tweede deel van het tweeledig engagement van Henry Nelson Wieman. Dit wil zeggen dat we het beste van wat anderen weten, appreciëren, zich kunnen voorstellen en van binnen uit beheersen, in ons integreren waardoor we beter, voller en sterker worden. transformation

Of zoals mijn derde ‘vader’ Charlie Palmgren zo vaak zegt: “de Creative Good (ie creatieve wisselwerking) creëert het nieuwe, betere Created Good (het huidige Zelf)”. Dit is de essentie van persoonlijke transformatie: “I’m not a being, I’m a continuously ‘becoming’!”. En laten we niet vergeten wat W. Edwards Deming ons leerde: ‘There is no Change without Personal Transformation.”

Gevaarlijk wordt het wanneer we niet open staan voor persoonlijke transformatie en ons dus niet laten beïnvloeden door anderen. Anders gesteld wij staan niet open voor diepgaande dialoog. We vereenzelvigen ons met wat we nu zijn, met het Huidige (Created) Zelf, ook wel Ego genoemd. Daardoor doden wij ‘de gans met de gouden eieren’ in ons,  wij doden onze Originele (Creative) Zelf.

Over de kip en de arend…

Het boek van m’n vrienden Stacie Hagan en Charlie Palmgren ‘The Chicken Conspiracy’[i] begint met het verhaal ‘De gouden arend’ uit de verhalenbundel ‘The song of the bird’[ii] van Anthony de Mello SJ. Op de cover van hun boek stellen ze een intrigerende vraag: ‘Ben je een kip of een arend?’

cover chickenEn zoals ik van Charlie en het verhaal ‘Van de boer en de Zen Master’ leerde, heeft ook deze of-vraag maar één correct antwoord: Ja!Dit verhaal van Anthony gebruik ik sedert het verschijnen van Stacie en Charlies boek (1999) in heel wat van m’n workshops om aan te geven dat we in wezen arenden zijn… die zich te veel als kippen gedragen. De titel van hun boek geeft bovendien aan dat er sprake is van een ‘kippensamenzwering’. De kippen zweren samen om de arenden aan banden te leggen. Inderdaad van zodra een kip boven het maaiveld uit begint te steken en weer arend wordt …, wordt deze (opnieuw) gekortwiekt.

Ik heb het verhaal van Anthony de Mello steeds een schitterende metafoor gevonden voor ons gevecht om te ‘ontvoogden’, onze strijd om onze ‘intrinsieke waarde’ (‘intrinsic worth’) eindelijk terug te vinden. Onlangs heb ik de originele tekst zelfs als beeld getweet en daarop kwam nogal wat reactie.

chicken story

Omdat een blog heel wat meer karakters toelaat dan Twitter, voeg ik hier een vertaling van Anthony’s verhaal toe:

De Gouden Arend

Een man vond het ei van een arend en legde het in het nest van een kip…
De arend werd uitgebroed samen met een heel nest kuikens en groeide op, samen met hen.
Omdat hij aldus geloofde dat hij een kip was, kakelde hij net als zij.
Hij spreidde zijn vleugels en vloog een paar stappen de lucht in, net zoals het een kip betaamt.
Hij scharrelde in de aarde om te zoeken naar wormen en kevers.
De jaren gingen voorbij en de arend werd oud.
Zekere dag zag hij een vogel, zwevend door de lucht, vol gratie en majesteit.
De arend keek toe, vol ontzag.
“Wie is dat?” vroeg hij aan zijn buur.
“Dat is een arend, de koning van de vogels” , antwoordde de buur.
“Zou het niet heerlijk zijn om zo door de hemelen te kunnen zweven?”
“Denk daar maar niet meer aan,” antwoordde de kip, “jij en ik, wij zijn slechts kippen”.
Dus dacht de arend hier nooit meer over na. Hij leefde en stierf in het geloof dat hij een kip was.

Anthony  de Mello SJ  ‘The song of the Bird’

Wat me reeds was opgevallen bij het gebruiken van Anthony’s metafoor in workshops, werd versterkt door sommige van de reacties die ik op m’n tweet kreeg. Dit verwonderde me geenszins omdat een tekst enerzijds feitelijk is (‘het is wat het is’ – de feiten) en anderzijds op verschillende manieren geapprecieerd kan worden (de interpretaties). Het spreekt vanzelf dat ik als schrijver van het boek ‘Cruciale dialogen’ en bedenker van het ‘Cruciale dialogenmodel’ verre van verbaasd was dat dit zich voordeed.

Omdat ik nu eenmaal in een tweet niet kan meegeven wat het denkkader is vanwaaruit ik het verhaal van ‘De gouden arend’ interpreteer, besloot ik uiteindelijk om deze – overigens m’n allereerste – blog aan dit thema te wijden.

Laat ik eerst en vooral duidelijk stellen dat ik niks tegen kippen heb, helemaal niets; goed klaargemaakt ‘op grootmoeders wijze’ of ‘in de rode wijn’ vind ik een Mechelse koekoek of  ‘un poulet de Bresse’ wel degelijk lekker. Anderzijds, als je werkelijk een kip bent, wees dan de uitmuntendste kip die er ooit is geweest! Het wordt een probleem als een kip een arend wil zijn of als een arend zich gedraagt zoals een kip. En deze blog gaat over het tweede.

Een bepaalde interpretatie van een tweep trof mij bijzonder: hij ‘verdedigde’ de kip en maakte de ‘arend’ met de grond gelijk. Hij schilderde de arend af als een monsterlijk dier. Zo zag hij in het door mij getweete verhaal een metafoor voor de recente pauswissel. Daarbij bewondert hij in de jezuïet Franciscus meer de bezorgdheid van de moederlijke kip, dan het gedrag van een gedateerde oorlogsarend. Dezelfde tweep trok z’n visie – in de dialoog die zich tussen ons op Twitter ontspon – door naar het onderwijs. Volgens hem is er nu in het onderwijs meer nood aan moederlijke kloekhennen dan aan verscheurende arenden; meer nood aan zorg dan aan beknotting.

Opmerkelijk daarbij is dat ik, vanuit m’n denkkader, dan weer de kip zie als de beknotte (gekortwiekte) arend. Hoe zou de gouden arend, in het verhaal van Anthony de Mello, ooit in de kippenren gebleven zijn, indien hij niet door de boer was gekortwiekt? Op de duur was het kortwieken niet meer nodig, de arend had het begrepen, hij had de kippencultuur overgenomen en was kip geworden. Ik lees in het verhaal van Anthony de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel[i]. Elk kind wordt geboren als een arend; het is dan nog volledig in contact en in harmonie met z’n ‘intrinsieke waarde’. Maar door conditionering – door de ouders, de maatschappij w.o. het onderwijs, … – komt die ‘intrinsieke waarde’ hoe langer hoe meer onder druk te staan, wordt ze conditioneel (‘je bent waardevol indien…’) en wordt het kind ‘gekortwiekt’. Het komt in een negatieve ontwikkelingsspiraal terecht: de Vicieuze Cirkel.

Een ‘bewijs’ voor deze visie is het verloop van de creativiteitsindex bij de mens[ii]. Deze curve zakt van 98% bij een vijfjarig kind in amper drie jaar tot 32% op achtjarige leeftijd. En wat doen we kinderen in deze periode aan, juist … we sturen hen naar school.

Zoals ik in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ uitvoerig beschreef, barricadeert de mens zich in de loop van z’n ontwikkeling, door z’n ervaringen met de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel, in een ‘vastgeroest’ denkkader, dat ik de ‘negenpuntenmetafoor’[iii] noem. De arend is wel degelijk kip geworden. Dit doet me dan denken aan een heerlijke passage uit het boek ‘Man’s Ultimate Commitment’[iv] van Charlie Palmgrens mentor Henry Nelson Wieman:

Man is made for creative transformation as a bird is made for flight. To be sure he is in a cage much of the time. The bars of the cage are the resistances to creative transformation which are present in himself and in the world round about. Also, like most birds when long confined, he settles down in time and loses both the desire and the ability to undergo creative transformation. But in childhood creativity dominates. The mind expands its range of knowledge and power of control, its appreciative understanding of other minds and its participation in the cultural heritage. At no other time is there so much expansion and enrichment of the mind and of the world which the mind can appreciate. But resistances are encountered, which bring on anxiety, frustration, failure and misunderstanding. To avoid suffering, the mind becomes evasive and creativity dies down.  The bird ceases to beat against the bars of the cage.

In feite is het (weer) ontdekken en beleven van het creatief wisselwerkingsproces een transformatieproces: van kip tot arend. Een boutade die ik veel gebruik in m’n workshops, om het doel ervan duidelijk te maken, is: “Teaching People What They’ve Always Known, So They Can Discover What They Never Lost”.

Heel zelden kreeg ik als gedoodverfde expert in Loss Control (‘Safety’, Arbeidsveiligheid) de gelegenheid om binnen m’n projecten dit creatief wisselwerkingsproces weer vrij te maken (wat eigenlijk de doelstelling van m’n derde leven is). Inderdaad, praktisch altijd werd ik gevraagd om heel specifieke opdrachten op gebied van veiligheid (Audits, ondersteuning bij het opstellen van een Veiligheidssyseem, basiscursussen ‘Loss Control’ rond de concepten van m’n tweede vader Frank E. Bird Jr., Root Cause Analysis training, Behavioral Based Safety, en zo meer) tot een goed eind te brengen. Tijdens het afwerken van m’n opdrachten werd elke keer opnieuw overduidelijk dat het zogenaamde veiligheidsprobleem, in wezen slechts een symptoom was van een heel wat dieper liggend probleem, dat voortkwam uit de nefaste werking van de ‘Chicken Conspiracy’. Een andere manier om het bestaan van dit onderliggend probleem te duiden: ik ontwaarde verschillende vormen van angst binnen de verschillende lagen van de populatie van m’n klanten. Daardoor werd ik een volgeling van W. Edwards Deming en nam ik zijn ‘Drive Out Fear’-opdracht ter harte. En dit kan je m.i. enkel door het creatief wisselwerkingsproces weer vrij te maken in een organisatie. Edoch, wanneer ik de vinger op de wonde van het topmanagement legde, werd niet zozeer het probleem zelf aangepakt, maar veelal wel ‘de boodschapper’ (schrijver dezes). Mede daardoor leerde ik snel dat ‘authentieke interactie’ een keerzijde had: in sommige bedrijven werd ik ‘persona non grata’ en besefte ik dat dit het bittere lot was van diegene die z’n kippenstatus aflegt en weer arend wordt.

Gelukkig had ik een eenmansbedrijf, de Nederlanders noemen me een ZZP’er, en was er werk genoeg; dus leed ik naast ‘gezichtsverlies’ geen andere noemenswaardige schade. Al doende leerde ik dat het beleven van het creatief wisselwerkingsproces heel wat onvoorziene neveneffecten kan hebben. Vlaamse topmanagers waren in de periode 1997-2008 echt niet zeer bereid ‘de waarheid’ onder ogen te zien en deden, zoals in een Antwerpse Raffinaderij, m’n visie eerst af met de dooddoener: “Dit is de perceptie van de heer Roels en dus niet de waarheid”, waarna er uiteindelijk geen beroep meer gedaan werd op m’n diensten. Weer arend worden heeft zo z’n risico’s, zeg later niet dat ik jullie niet heb gewaarschuwd.

Is het dan wel verwonderlijk dat mensen soms liever kip blijven? “Wat niet weet, wat niet deert”. Die veel gebruikte spreuk werd in m’n ogen hoe langer hoe meer een leugen en regelrechte bullshit.

Soms kwam ik door m’n authentieke stijl zelfs helemaal niet aan de bak met m’n aanpak, gebaseerd op creatieve wisselwerking, die ik toepasselijk ‘Learning to Fly’ had gedoopt. Heel kenschetsend in dit verband was de reactie van een gerenommeerde CEO van een (andere) Antwerpse Raffinaderij. Hij was op zoek naar een middel om z’n ingenieurs, die in de controlezaal als het ware ‘Schipper naast God’ zijn, te motiveren. Toen hij tijdens een, overigens gezellig, diner – waarbij ook m’n derde vader Charlie Palmgren aanwezig was(ik had Charlie ingehuurd om het juiste gewicht in de schaal te leggen) – ten volle begreep wat het weervrijmaken van het creatief wisselwerkingsproces bij die ingenieurs effectief zou betekenen, haakte hij af. Dit deed hij met de, voor mij historische, woorden: “Als ik een en ander goed begrijp, zullen m’n ingenieurs door jullie aanpak echt leren vliegen… en dan vliegen ze weg… dit laat ik niet gebeuren!”

Meer geluk had ik in een kopersmelterij in Pirdop, Bulgarije. Daar was ik gevraagd om samen met de veiligheidsdienst en het topmanagement hun ‘Loss Control’ programma op punt te stellen. Een van de vereisten was dat dit systeem op de concepten van Frank E. Bird Jr diende te zijn gestoeld. De DNV-vertegenwoordiger in de regio had Frank echter nooit ontmoet en mede daardoor werd hij door de productiedirecteur, een Amerikaanse expert in de koperindustrie, niet aanvaard. Het bedrijf was toen een onderdeel van een Belgische groep. Die groep was een van m’n klanten en hun vicepresident ‘Safety’ vroeg mij om dit omvangrijke project als externe consultant te ondersteunen. In de periode 2001-2004 was ik dus geregeld in Pirdop aan de slag. Heel vlug werd mij het basisprobleem van zowel de managers als de uitvoerders van dit bedrijf duidelijk. Van zodra ik genoeg feiten had, ging ik in dialoog met het topmanagement van dit bedrijf. Het werd een heel vruchtbare ‘Cruciale dialoog’. Die managers waren noch verrast van m’n analyse, noch bang van m’n diepgaande remedie. Daarop vroegen ze mij, om naast het lopende ‘Loss Control’ Project, een nieuw ‘Creative Interchange’ Project te ondersteunen. Niettegenstaande m’n waarschuwing dat ‘arenden nogal eens durven wegvliegen’, nam de Canadees-Bulgaarse CEO een moedige beslissing met de woorden: “Als ze uiteindelijk wegvliegen, zullen ze bewijzen echte arenden te zijn, en dit kan Bulgarije enkel maar ten goede komen”. Ik ging aan de slag met een achttiental Bulgaarse managers in het ‘Learning to Fly’-programma. Het werd een echt succes, dat in september 2004, in aanwezigheid van Stacie Hagan, met een heuse ceremonie werd afgerond.

awarenessToen het bedrijf in 2007 opnieuw een beroep deed op m’n diensten, constateerde ik dat 17 Eagles effectief hun vleugels hadden gespreid. Er was overigens ook een praktisch volledig vernieuwd topmanagement; het bedrijf was ondertussen overgenomen door een Duitse groep. Wat me wel verbaasde was dat ze me – de consultant van het overgenomen Belgisch bedrijf – opnieuw vroegen en wel om m’n schouders te zetten onder een nieuw programma, dat ze zelf hadden bedacht: ‘Safety Awareness Program’. Leuk weetje, ‘Awareness’[v] is de titel van een van Anthony de Mello’s bekendste boeken.

Bij het raadplegen van de bronnen voor deze blog stootte ik op een andere versie van het verhaal van ‘De gouden arend’. Eigenlijk een veel vroegere versie, waardoor ik me afvraag of Anthony de Mello SJ die versie ook kende. Spijtig genoeg kan ik het hem niet meer vragen. Hoewel ik nu heel wat jezuïeten ken, die ooit bij Anthony de Mello de volledige ‘Geestelijke Oefening’ (dertig dagen lang) hebben gevolgd, en ik dus theoretisch geïntroduceerd zou kunnen worden, kan dit jammerlijk genoeg niet meer… Anthony overleed namelijk schielijk in 1987.

Het spiegelverhaal is van James Aggrey, een Ghanese pedagoog die zijn volk wilde helpen bij de volgende keuze: afhankelijk blijven van de kolonisator Engeland óf op eigen kracht verder gaan, en dus eigen mogelijkheden in vrijheid aanspreken en ontwikkelen. Helaas stierf James in 1927 en heeft hij de bevrijding van zijn volk niet zelf meegemaakt. Die kwam pas een generatie later onder Kwame Nkrumah. Ook dát is wat mij vaak overkomt: ‘ik graaf de geulen waardoor (hopelijk) later het levende water stroomt’.

Het verhaal ‘ The Parable of the Eagle’[vi], dat James Aggrey vaak vertelde, gaat als volgt:

Een boer vond een jonge arend in het bos, die hij bij de kippen in het hok zette. Daar liep de kleine arend maïs te pikken en at hij ook al het andere voedsel dat kippen zoal toegeworpen krijgen en dat terwijl de arend toch de koning van alle vogels is. Vijf jaar later kreeg de man bezoek van een natuurkenner. Toen ze over het erf wandelden, riep de natuurkenner opeens uit: “Maar die vogel daar, dat is toch geen kip! Dat is een arend!” “Dat klopt”, zei de boer. Dat is een arend. Maar ik heb hem grootgebracht als een kip. En daarom is hij nu, na al die jaren, niet langer een arend. Hij is veranderd in een kip, die niet verschilt van andere kippen, al heeft hij dan vleugels met een breedte van bijna drie meter.” “ Nee,” wierp de natuurkenner tegen, “het is een arend en hij zal altijd een arend blijven. In zijn borst klopt nu eenmaal het hart van een arend, en het hart zal hem er op een goede dag toe aanzetten om hoog de hemel in te vliegen.” ”Helemaal niet”, hield de boer vol. “Hij is veranderd in een kip en daarom zal hij nooit meer kunnen vliegen zoals een arend dat doet.”
Na dit twistgesprek besloten de mannen een test te doen. De vogelaar nam de arend, hield hem hoog in de lucht en riep uitdagend: “Omdat je een arend bent, omdat je toebehoort aan de hemel en niet aan de aarde, open daarom nu je vleugels en vlieg!”
De arend keek om zich heen, zag de kippen hun graantjes pikken in het hok en sprong omlaag en voegde zich weer bij hen. De boer zei triomfantelijk: “Heb ik je niet gezegd: de arend is een kip geworden.” Maar de vogelaar hield vol: “Dat kan niet waar zijn! Die kip is een arend en zal altijd een arend blijven.”
De volgende dag klom de vogelaar met de arend op het dak van het huis. En zachtjes zei hij tegen hem: “Arend, open je vleugels, vlieg! Je weet toch dat je een arend bent?” Maar toen de arend beneden de kippen zag, hun graantjes pikkend, dook hij omlaag en was hij weer in zijn vertrouwde ren. Beide mannen besloten nog één keer een test te doen. De volgende morgen vroeg gingen ze met de arend de stad uit en klommen de berg op. Op het hoogste punt aangekomen tilde de vogelaar de arend in de hoogte en sprak op bevelende toon: “Arend, als je werkelijk een arend bent en aan de hemel toebehoort en niet aan de aarde: open dan nu je vleugels en vlieg!”
Toen pakte de natuurkenner hem stevig vast en hield hem in de richting van de zon, zodat zijn ogen zich konden vullen met de helderheid van haar licht en de weidsheid van de horizon. En  ja hoor, op dát moment opende hij zijn machtige vleugels, stootte het typische kau-kau van de arend  uit en verhief zich, soeverein, als het ware boven zichzelf. En toen, zie daar… hij vloog, totdat hij uit het zicht verdwenen was en opging in het blauw van de hemel…

De geschiedenis wil dat, op dit punt aangekomen, Aggrey even zweeg. Toen hij opnieuw begon te spreken, deed hij dat met de volgende oproep: “Broeders en zusters, landgenoten, wij zijn allen geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God! Maar ooit zijn er mensen gekomen die ons wilden doen geloven dat wij slechts kippen zijn. En inderdaad, velen van ons vinden nu ook werkelijk dat wij niet meer dan kippen zijn. Maar dat zijn we niet…we zijn arenden! En daarom, reisgenoten, laten we onze vleugels openen en onze tocht beginnen, de hoogte in…”

Dit verhaal sterkt me dus in m’n interpretatie van ‘De gouden arend’ van Anthony de Mello. Beide verhalen hebben het m.i. over het zich opnieuw verbinden met wat Charlie Palmgren de ‘intrinsieke waarde’ noemt. In de parabel van James Aggrey werd de arend verplicht in de richting van de zon te kijken, (i.e. opnieuw in verbinding te komen met z’n eigenheid) en, ja hoor, de kip werd weer arend. Daarom doe ik nog steeds wat ik doe:  mensen uitnodigen en helpen om door het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces – dat zich nog steeds in hen bevindt maar te weinig aangesproken wordt – opnieuw in verbinding te komen met hun ‘intrinsieke waarde’!


[i] Roels, Johan. Cruciale Dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve Wisselwerking’, Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012: Hoofdstuk 3, Pagina’s 103-121

[iii] Roels, Johan. Cruciale Dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve Wisselwerking’. Op. cit. Pagina’s 112-113

[iv] Wieman, Henry Nelson. Man’s Ultimate Commitment, Carbondale, IL: Southern Illinois Univerity Press, 1958: Pagina 72

[v] de Mello, Anthony SJ. Awareness, The Perils and Opportunities of Reality, a de Mello spiritual conference in his own words (edited by J. Francis Strout), New York: Image book published by Doubleday, a division of Bantam Doubleday Dell Publishing Group, Inc. 1992

 


[i] Hagan, Stacie and Palmgren, Charlie. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore: Recovery Communications, Inc., 1998

[ii] de Mello, Anthony SJ The song of the Bird, http://www.arvindguptatoys.com/arvindgupta/songofbird.pdf, The Golden Eagle. Pagina’s 27-28