Tagarchief: Creatief wisselwerkingsproces

Sawubona, Hannah Arendt – Deel V

Over Oordelen

Oordelen had het derde deel van Het Leven van de Geest (Arendt, 2021) moeten worden. Arendt is echter enkele dagen na het beëindigen van het tweede deel Willen overleden. Het derde deel is dus nooit door Arendt zelf geschreven. In het boek is het deel Oordelen door de vertalers samengesteld uit verschillende essays van Hannah Arendt. De teksten die Dirk De Schutter en Remi Peeters voor dit deel gebruikten, liggen in het verlengde van haar werk rond totalitarisme. Dus heeft Arendt het in die essays vooral over het begrijpen van en het oordelen over totalitaire regimes. In deze column behandel ik enkel wat Hannah Arendt over begrijpen en oordelen zegt wat algemeen geldt en kader het dus niet in haar context, het totalitarisme. 

Ik wil het voornamelijk hebben over Oordelen in het kader van oordeelsvorming en dus over betekenis geven aan de realiteit. Dus niet over het oordelen dat veelal in citaten uit het evangelie, zoals bij Mattheüs (7,1) en Lucas (6,37), gelijk staat met veroordelen. Weinig wordt gezegd over de positieve kant. Er wordt in de bijbel zelden aan lofprijzing gedaan. Oordeelsvorming, zoals bedoeld door Alexander Bos (1974), steunt volgens mijn begrip op de karakteristiek Waarderend Begrijpen onderdeel van Creatieve wisselwerking. Het begrip Waarderend Begrijpenkan de indruk wekken dat het enkel positief waarderen betreft. Niets is minder waar, het is zelfs zo dat wanneer je een standpunt van iemand waardeert dit niet noodzakelijk wil zeggen dat je het met dat standpunt eens bent. Het wil enkel zeggen dat je ten volle begrijpt waarop dat standpunt gebaseerd is en dat je dus mogelijks tot hetzelfde standpunt zou komen indien je hetzelfde denkkader zou hanteren. Gezien eenieder een uniek denkkader heeft, kan men iets waarderen zonder het te beamen. 

Om te kunnen oordelen, dient men eerst te begrijpen

Ook bij Hannah Arendt gaat het begrijpen het oordelen vooraf. Het gaat bij haar om het zoeken naar betekenis van een concreet fenomeen dat onderdeel is van de werkelijkheid.

Begrijpen verschilt van het beschikken over correcte informatie en wetenschappelijke kennis. Het is een ingewikkeld proces, dat nooit ondubbelzinnige resultaten oplevert. Het is een nooit eindigende activiteit waardoor we, in voortdurend veranderende en wisselende omstandigheden, in het reine komen en ons verzoenen met de werkelijkheid, dat wil zeggen, trachten thuis te zijn in de wereld.  […] Begrijpen is zonder einde, daarom kan het geen definitieve resultaten opleveren. Het is de specifiek menselijke wijze van in-leven-zijn; want elke persoon afzonderlijk heeft behoefte aan verzoening met een wereld waarin hij als vreemdeling geboren werd en waarin hij, als gevolg van zijn onmiskenbare uniekheid, altijd een vreemdeling blijft. Begrijpen begint met de geboorte en eindigt met de dood. (Arendt, 2021, p. 485)

Dit is in schijnbare tegenspraak met het oude nemo ante mortem beatus esse dici potest (“niemand kan voor zijn dood gelukkig worden genoemd”). Voor stervelingen begint het definitieve en eeuwige pas na de dood. Volgens Arendt (2021, p. 485) heeft die oude spreuk te maken met het begrijpen van mensen: wie iemand wezenlijk is weten we pas na zijn dood:

Begrijpen levert als resultaat een betekenis op, die wij voortbrengen in het levensproces, in zoverre we onszelf trachten te verzoenen met wat we doen en ondergaan. 

De linkerlus van m’n vereenvoudigd Cruciale Dialoogmodel omvat die ‘oneindigheid’ van het begrijpen. De visualisatie ervan gebeurt door de ‘staande acht’ in de linkerlus van de liggende acht:

Begrijpen heeft nood aan het beschikken over correcte informatie betreffende de realiteit (WERKELIJKE SITUATIE). Dat het begrijpen ook nooit ondubbelzinnige resultaten oplevert wordt in m’n volledige Cruciale dialoogmodel (Roels, 2012) weergegeven door de noodzakelijke conditie van het Waarderend Begrijpen: “kunnen omgaan met ambiguïteit.”

Begrijpen is niet hetzelfde als kennen

Arendt (2021, p. 487-488) maakt ook een subtiel onderscheid tussen kennen en begrijpen :

Kennen en begrijpen zijn niet hetzelfde, maar staan met elkaar in verband. Begrijpen is op kennis gebaseerd en kennis kan niet ontstaan zonder een preliminair, ongearticuleerd begrijpen. […]Begrijpen gaat aan kennis vooraf en volgt erop. Preliminair begrijpen, dat aan de basis van alle kennis ligt, en echt begrijpen, dat kennis overstijgt, hebben het volgende gemeen: ze maken kennis betekenisvol. […] Echt begrijpen keert altijd terug naar de oordelen en vooroordelen die aan het strikt wetenschappelijk onderzoek voorafgaan en het leiden. De wetenschappen kunnen het onkritische preliminaire begrijpen waaruit ze vertrekken wel verhelderen, maar niet bewijzen of weerleggen. Als een wetenschapper die misleid wordt door zijn onderzoekswerk begint te poseren als een expert in politiek en het populaire begrijpen dat zijn vertrekpunt was, begint te misprijzen, dan verliest hij onmiddellijk het gezond verstand,terwijl alleen dit gezond verstand hem, als een soort draad van Ariadne, veilig door het labyrint van zijn eigen resultaten kan leiden. Als aan de andere kant een geleerde zijn eigen kennis wil overstijgen – en dat is de enige manier om kennis betekenisvol te maken –, dan moet hij opnieuw heel bescheiden worden en nauwlettend luisteren naar de populaire taal.

Arendt haalt hier kritisch uit naar wetenschappers die denken dat ze de waarheid in pacht hebben. Ze raadt die wetenschappers aan in dialoog te gaan met wat ze het ‘populair begrijpen’ noemt. Daartoe dient elke wetenschapper goed te luisteren en nederig te zijn. Dus het ten toon spreiden z’n kennis (bepleiten) en de ander bevragen (cf. de vaardigheid “Bepleiten en Bevragen” van het Cruciale Dialoogmodel) en dit op een nederige manier (Schein, 2013). Wat de vertalers als ‘gezond verstand’ vertalen luidt in het Engels ‘common sense’. Ze schrijven daarover (Arendt, 2021, pp.  470-471):

Telkens wanneer Arendt dit oordelen aan een analyse onderwerpt, maakt ze ook gebruik van het begrip common sense. In tegenstelling tot de meeste moderne filosofen behandelt Arendt dit begrip niet neerbuigend: common sense valt voor haar niet samen met “boerenverstand” en is meer dan de neerslag van overgeërfde vooroordelen of algemene wijsheden, zoals we die in spreekwoorden aantreffen. Ze herinnert integendeel aan een andere, pre-moderne betekenis van de term, die ze in lijn brengt met een inzicht uit de fenomenologie: sensus communis is voor Thomas van Aquino het zesde zintuig dat de diverse gegevens van de zintuiglijke ervaring verenigt, mededeelbaar maakt en een plaats geeft in een met anderen gedeelde, gemeenschappelijke wereld. (De witte kleur en de zoete smaak horen bij hetzelfde klontje suiker, waar mijn kind, net als ik, verzot op is.) Daarnaast wordt in de fenomenologie de sensus communis herontdekt: de sensus communis is een gewaarwording die al mijn zintuiglijke waarnemingen vergezelt en mij het aan elk wetenschappelijk bewijs voorafgaand geloof schenkt dat aan mijn waarnemingen een “werkelijkheid” beantwoordt (en dat ze dus niet op een fictie of hallucinatie berusten). Het witte en zoete horen bij een klontje suiker, dat onafhankelijk van mijn gewaarwording bestaat en ook voor anderen waarneembaar is. Deze sensus communis wordt door Arendt ook aangeduid met de term le bon sens: “het gezond verstand is dat zesde zintuig, dat wij niet enkel allen gemeen hebben, maar dat ons een plaats geeft in een gemeenschappelijke wereld en zo deze wereld mogelijk maakt”.

Naast deze betekenis van common sense als le bon sens, die ze vooral in Denken uitwerkt, kent Arendt aan het begrip ook de betekenis toe van community sensegemeenschapszin. Waar le bon sens zich vooral afstemt op het feitelijk gegevene en op het onderscheid tussen waar en onwaar en dus op kennis, hebben we de gemeenschapszin nodig als we waardeoordelen uitspreken – “dit is mooi”, “dit is lelijk” of “dit is walgelijk” – waarin we de betekenis van concrete fenomenen trachten te vatten. De gemeenschappelijkheid van de wereld wordt niet alleen gedeeld in waarheidsuitspraken, maar ook in waardeoordelen. Het verschil tussen beide is dat een waarheidsuitspraak dwingend is, op grond van de evidentie die ze uitdrukt, terwijl een waardeoordeel op zoek moet gaan naar instemming – “vind je dit ook niet een uitzonderlijk mooi schilderij?”

Hun betoog begrijp ik zo. De ‘common sense’, in de zin van ‘gemeenschapszin’, is wat ik de Gedeelde Mening noem. Die Gedeelde Mening is de vrucht van het gemeenschappelijk waarderend begrijpen van een element van de werkelijkheid. In haar vraag: “vind je dit ook niet een uitzonderlijk mooi schilderij?” is de persoon die vraag stelt op zoek naar een Gedeelde Mening (‘uitzonderlijk mooi’) van een element van de werkelijkheid (die bewuste ‘schilderij’). Zelf vind ik die vraag nogal manipulerend, maar dit terzijde. Het gezamenlijk waarderend aanvoelen, Arendts community sense, wordt gecreëerd door de karakteristiek Waarderend Begrijpen van de dialoog en dus het Cruciale Dialoogmodel

Dat begrijpen sterk afhankelijk is van wat Arendt de gemeenschapszin of het gezond verstand noemt (sensus commonis) doet ze zo uit de doeken;

Het belangrijkste politieke verschil tussen gezond verstand (of gemeenschapszin) en logica is dat het gezond verstand een gemeenschappelijke wereld veronderstelt waarin wij allen passen, waarin wij kunnen samenleven omdat we één zintuig bezitten dat alle strikt particuliere zintuiglijke data controleert en afstemt op de data van alle anderen; de logica daarentegen, alsook elke evidentie waarvan het logische redeneren vertrekt, kan aanspraak maken op een betrouwbaarheid die volledig onafhankelijk is van de wereld en het bestaan van andere mensen. Vaak is de opmerking gemaakt dat de bewering 2+2=4 geldig is, onafhankelijk van de menselijke conditie; de bewering geldt zowel voor God als voor de mens. Anders gezegd, telkens wanneer het gezond verstand (of het gemeenschappelijke zintuig), het politieke zintuig bij uitstek, ons in de steek laat als we iets willen begrijpen, aanvaarden we maar al te graag de logiciteit als vervangmiddel: immers, het vermogen om logisch te redeneren hebben we ook allen gemeen. Maar dit gemeenschappelijk menselijk vermogen, dat zelfs functioneert wanneer we volledig van de werkelijkheid en de ervaring afgescheiden zijn, en dat strikt “in” ons is, zonder enige band met iets dat “gegeven” is, is niet in staat om iets te begrijpen; aan zichzelf overgelaten is het volslagen steriel. (Arendt, 2021, p. 495) 

Hierin geeft Arendt het duidelijk verschil weer tussen ‘gemeenschapszin’ en ‘logica’. Zij ziet de ‘gemeenschapszin’ als een zesde zintuig dat de vijf andere tot een geheel smeedt. De ‘logica’ ziet ze als een steriel vervangingsmiddel. De ‘logica’ is uiteraard ook een gemeenschappelijk vermogen. Het is echter een vermogen zonder emotie, kleur of waardeinhoud. Logica is eerder ‘het is wat het is’ en het ‘is in ons’. Een bijkomend verschil dat ik zie, is dat de ‘gemeenschapszin’ de vrucht is van een dialoog en er over ‘logica’ niet kan gedialogeerd worden. Zoals Arendt zo treffend stelt: 2+4=4, zowel voor God als elke mens.

Begrijpen en Oordelen

Begrijpen en Oordelen zijn nauw verbonden en verweven en zijn beiden elementen onder een algemene regel. Het oordeelsvermogen is volgens Kant reflecteren over de werkelijkheid en hij beschreef de afwezigheid ervan als ‘domheid’ en ‘een gebrek waarvoor geen remedie bestaat’ (Kant, 2009). Arendt zegt hierover (2021, 491):

Onze zoektocht naar betekenis wordt tegelijk gewekt en gefnuikt door ons onvermogen om betekenis te doen ontstaan. Kants definitie van domheid is geenszins naast de kwestie. Sinds het begin van deze eeuw gaat de groei van betekenisloosheid gepaard met een verlies aan gezond verstand (gemeenschapszin). In vele opzichten lijkt dit verlies eenvoudigweg op een toenemende domheid. Wij kennen geen eerdere beschaving waarin de mensen onnozel genoeg waren om hun koopgewoonten af te stemmen op de stelregel dat “eigenlof de hoogste aanbeveling verdient” – de veronderstelling van elke reclame. Ook is het weinig waarschijnlijk dat in een voorafgaande eeuw mensen ervan overtuigd konden worden om een therapie ernstig te nemen die zogezegd alleen helpt op voorwaarde dat de patiënten de therapeut er een hoop geld voor betalen – tenzij er uiteraard een primitieve samenleving bestaat waarin het overhandigen van geld op zich een magische kracht bezit. 

Wat gebeurd is met de verstandige kleine regels van het eigenbelang, heeft zich op een veel bredere schaal voorgedaan in alle sferen van het gewone leven die, omdat ze gewoon zijn, het best door gewoonten gereglementeerd worden. 

Arendt trekt verder van leer (2021, 491):

… de domheid in de Kantiaanse zin het gebrek van iedereen geworden. Daarom kan men ook niet langer beweren dat er “geen remedie” voor bestaat. Domheid is even gemeenschappelijk geworden als de gemeenschapszin vroeger was; en dit betekent niet dat ze een symptoom van de massamaatschappij is of dat “intelligente” mensen er vrij van zijn. Het enige verschil is dat de domheid bij de niet-intellectuelen zalig ongearticuleerd blijft en bij “intelligente” mensen onverdraaglijk offensief wordt. Binnen de intelligentsia kan men zelfs zeggen dat, hoe intelligenter een individu is, des te meer de domheid, die hij met allen gemeen heeft, irriteert. 

Verassend vind ik dat volgens Arendt begrijpen aan de andere kant van het handelen ligt, waarin ik dan de ‘andere kant van de liggende acht’ in zie:

Indien de essentie van elk handelen, en zeker van het politieke handelen, ligt in het maken van een nieuw begin, dan wordt het begrijpen de andere kant van het handelen, namelijk die wijze van kennen, onderscheiden van vele andere vormen, waardoor handelende mensen (en niet mensen die bezig zijn met het contempleren van een verloop in de geschiedenis, ten goede of ten kwade) uiteindelijk in het reine kunnen komen met wat onherroepelijk gebeurd is en zich kunnen verzoenen met wat onvermijdelijk bestaat. (Arendt, 2021, pp. 499-500)

Begrijpen is voor Arendt (2021, p. 500) het geven van betekenis aan het wezen van ‘alles wat is’ en dit op een manier waarbij het eigen denkkader in vraag wordt gesteld, hetgeen volledig in lijn ligt met onze eigen mening daaromtrent: 

Het zal integendeel, juist omdat het de andere kant van het handelen is, beseffen dat alle andere resultaten zo ver van het handelen verwijderd zijn dat ze onmogelijk waar kunnen zijn. Evenmin zal het proces van het begrijpen de cirkel vermijden die de logici “vicieus” noemen; het zal in dit opzicht wellicht enigszins op de filosofie lijken, waarin grote geesten altijd in cirkels draaien, daarbij de menselijke geest betrekkend in niets minder dan een nooit eindigende dialoog tussen zichzelf en het wezen van alles wat is. 

Arendt maakt dan een zijsprongetje naar het begrip ‘begrijpend hart’ uit een tot God gerichte smeekbede van Koning Salomon. Deze tekst vind ik persoonlijk van uitzonderlijk belang in de huidige context van de vloed van migranten die Europa overspoelt en de ‘afwijzende’ reflex van Europa. Wij hebben ook in die context nood aan Koning Salomon’s ‘begrijpend hart’.

Salomo bad om deze bijzondere gave omdat hij koning was en wist dat alleen een “begrijpend hart”, en niet louter reflectie of louter voelen, het voor ons draaglijk maakt om met andere mensen, voor altijd vreemdelingen, in dezelfde wereld samen te leven, en het hun mogelijk maakt het met ons uit te houden. 

En Arendt voegt er als voetnoot bij (2021, p.683): “Alleen in het geduldig uithouden van de niet-vicieuze cirkel van het begrijpen smelt iedere zelfgenoegzaamheid en elke vorm van “betweterij” weg. Dit is ronduit schitterend gezien vanuit de optiek van m’n Cruciale Dialoogmodel, dat steunt op het creatief wisselwerkingsproces dat de werking van de Vicieuze Cirkel teniet doet. Inderdaad Arendts ‘niet-vicieuze cirkel’ is voor mij het creatief wisselwerkingsproces dat naar begrijpen leidt en daardoor iedere zelfgenoegzaamheid en elke vorm van “betweterij” teniet doet. Dit omdat het continu het denkkader omvormt tot Salomon’s “begrijpend hart”.

En Arendt (2021, pp. 500-501) besluit met:

Echt begrijpen wordt de eindeloze dialoog en de “vicieuze cirkels” niet beu, omdat het erop vertrouwt dat de verbeelding uiteindelijk al was het maar een glimp zal opvangen van het altijd vreesaanjagende licht van de waarheid. […]

Alleen de verbeelding stelt ons in staat om dingen in hun eigen perspectief te zien; om sterk genoeg te zijn om wat te dichtbij is op een zekere afstand te plaatsen, zodat we het kunnen zien en begrijpen zonder vooringenomenheid en vooroordeel; om voldoende grootmoedigheid aan de dag te leggen om de afgrond van de verwijdering te overbruggen, tot we alles wat te ver van ons af staat, kunnen zien en begrijpen alsof het onze eigen zaak is. Het scheppen van afstand tegenover sommige dingen en het bereiken van anderen over afgronden heen, maakt deel uit van de dialoog van het begrijpen; hiertoe brengt de directe ervaring een te nauw contact tot stand, en werpt loutere kennis kunstmatige barrières op. 

Zonder dit soort van verbeelding en zonder het begripen dat eraan ontspringt zouden wij nooit in staat zijn om ons in de wereld te oriënteren. Het is het enige innerlijke kompas dat we hebben. De mate waarin wij tijdgenoten zijn hangt af van de reikwijdte van ons begrijpen. Indien we op deze aarde thuis willen zijn, ook als we daarvoor de prijs betalen niet thuis te zijn in deze eeuw, dan moeten we trachten deel te nemen aan de nooit eindigende dialoog met de essentie van het totalitarisme.

De lessen van Socrates

Van oudsher is het gezegde van Socrates “Ik weet dat ik niet weet” m’n richtsnoer en het lezen van ‘Het leven van de Geest’ van Hannah Arendt toont eens te meer de waarheid besloten in deze spreuk weer. Anders gesteld, het boek heeft mij heel wat kennis bijgebracht. 

Waarheid en opinie (Arendt, 2021, pp. 505-508)

De tegenstelling tussen waarheid en opinie is het meest schrijnends in het proces van Socrates en dus de oorzaak van diens dood. De tragedie van diens dood berust op het verschil tussen de opinie van het volk en de waarheid van Socrates. Het volk begreep totaal niet dat Socrates betwijfelde dat sterfelijken überhaupt wijs kunnen zijn en daarmee de ironie in het orkakel van Delphi besefte. Dat orakel stelde dat Socrates de meest wijze van alle stervelingen was juist omdat hij wist dat mensen niet wijs kunnen zijn. Voor Socrates is zijn eigen doxa ook maar een ‘mening’ en hij stelt meermaals dat hij de waarheid niet in pacht heeft. Juist daarom is hij m’n lichtend voorbeeld.

De tirannie van de waarheid (Arendt, 2021, pp. 508-511)

Het belangrijkste verschil tussen overreding en dialoog is dat men zich in het eerste tot de mening richt en het tweede zich afspeelt tussen twee personen. Overreding gebeurt via opinies en houdt rekening met de menigte. Bij overreding dringt men z’n eigen opinies op. Die opinies worden tijdens een overreding als waarheid door het strot van de toehoorders geduwd. Socrates zag goed in dat zijn mening het formuleren in woorden was van ‘wat aan hem verscheen’. Hierbij veronderstelde Socrates dat de wereld zich voor ieder mens op een andere manier ontsluit. Arendt stelt (2021, p. 510) dit ontsluiten gebeurt “overeenkomstig diens positie in de wereld” wat ik dan weer vertaal als “overeenkomstig diens gekleurde bril geslepen door z’n specifieke mindset.”

Wat Plato later dialegesthai noemde, noemde Socrates zelf nog maieutiek of verloskunde: hij wou anderen helpen bij het baren van wat zij zelf hoe dan ook dachten, het vinden van de waarheid in hun doxa

De betekenis van deze methode lag in een tweevoudige overtuiging: ieder mens heeft zijn eigen doxa, zijn eigen openheid op de wereld, en Socrates moet daarom altijd beginnen met vragen; hij kan niet op voorhand weten welk soort van dokei moi, van het-lijkt-mij-toe, de ander bezit. Hij moet zich vergewissen van de positie van de ander in de gemeenschappelijke wereld. Nochtans, evenmin als iemand op voorhand de doxa van de ander kan kennen, kan iemand uit zichzelf en zonder verdere inspanning de inherente waarheid van zijn eigen opinie kennen. (Arendt, 2021, p. 510)

Socrates bracht de waarheid van elke burger ter wereld. Hij drong zijn waarheid niet op, hij was de ‘horzel’ die de burgers waarheidlievender maakte. De Socratische dialoog is gebaseerd op strikte gelijkheid en mondt niet uit in een algemene waarheid, hoogstens in een Gedeelde Mening, maar dat was voor hem als resultaat voldoende.

Dialoog onder vrienden (Arendt, 2021, pp. 512-516)

De dialoog die geen conclusie nodig heeft, is de dialoog onder vrienden. Vrienden zien we als gelijken en we respecteren hun mening. Meer nog men begrijpt waarderend de waarheid, besloten in de opinie van de ander. Gezien onze meningen verschillend zijn, zijn we verschillend. De dialoog zorgt ervoor dat we die verschillen begrijpen en waarderen. De dialoog veronderstelt wel dat je jouw opinie waarheidsgetrouw kan articuleren zodat deze waarderend begrepen kan worden. 

De dialoog onder vrienden maakt dat er geen heerschappij nodig is. De basis inzichten die Socrates aanwendde was het ‘ken uzelf’ van de Delphische god Apollo en z’n reeds eerder aangehaalde uitspraak: “Het is is beter om met de wereld in onenigheid te verkeren dan, één zijnde, met zichzelf in onenigheid te verkeren.”

In Socrates’ opvatting betekende het Delphische “ken uzelf ”: weten wat aan mij verschijnt – enkel aan mij, en daarom voor altijd gebonden aan mijn eigen concrete bestaan – is het enige waardoor ik ooit waarheid kan begrijpen. Absolute waarheid, die voor alle mensen dezelfde zou zijn, en daarom niet gebonden aan en onafhankelijk van het bestaan van ieder mens afzonderlijk, is voor stervelingen onbereikbaar. Waar het voor stervelingen op aankomt is de doxa waarheidlievend te maken, waarheid te zien in elke doxa, en op zodanige wijze te spreken dat de waarheid van iemands opinie zich aan hemzelf en aan anderen openbaart. In deze context betekent het Socratische “ik weet dat ik niet weet” niets anders dan: ik weet dat ik niet de waarheid voor iedereen bezit, ik kan de waarheid van de ander, mijn medeburger, niet kennen, tenzij door hem vragen te stellen, en zo zijn doxa – die zich voor hem, verschillend van alle anderen, openbaart – te leren kennen. Op zijn immer-dubbelzinnige manier eerde het Delphische orakel Socrates als de meest wijze van alle mensen: hij had de beperkingen van de waarheid voor stervelingen – het feit dat de waarheid doorheen het dokein, doorheen verschijningen, aan het licht komt – geaccepteerd. Tezelfdertijd had hij, in tegenstelling tot de Sofisten, ontdekt dat de doxa noch zuiver subjectieve illusie noch willekeurige verdraaiing was, maar integendeel datgene waar onveranderlijk waarheid aan kleefde. Als de kwintessens van het onderricht van de Sofisten lag in het duo logoi, in de klemtoon op het feit dat elke zaak op twee verschillende manieren kan worden besproken, dan was Socrates de grootste van alle Sofisten. Want hij dacht dat er zoveel verschillende logoi zijn, of zouden moeten zijn, als er mensen zijn, en dat al deze logoi samen de menselijke wereld vormen, in zoverre mensen al sprekend samenleven. (Arendt, 2021, p. 514)

Wat ik (Roels, 2012), samen met Henry Nelson Wieman (1990) en Charlie Palmgren (2008) Authentieke Interactienoemt is volgens Arendt (2021, p. 515):

Het voornaamste criterium voor de mens die waarheidsgetrouw zijn opinie uitspreekt was volgens Socrates “dat hij in overeenstemming zou zijn met zichzelf”, dat hij zichzelf niet zou tegenspreken en geen tegenstrijdige dingen zou zeggen – wat de meeste mensen in feite wel doen, maar waar ieder van ons toch ergens bevreesd voor is. De vrees voor de contradictie komt voort uit het feit dat ieder van ons, “één zijnde”, tezelfdertijd kan praten met zichzelf (eme emautô), alsof hij met z’n tweeën was. Juist omdat ik al twee-in-één ben, tenminste wanneer ik probeer te denken, kan ik, om Aristoteles’ definitie te gebruiken, een vriend ervaren als een “ander zelf” (heteros gar autos ho philos estin). Alleen iemand die de ervaring van het spreken met zichzelf kent, is in staat een vriend te zijn, in staat om een ander zelf te verwerven. De voorwaarde is dat hij één van geest is met zichzelf, in overeenstemming met zichzelf (homognômonei heautô), want iemand die zichzelf tegenspreekt is onbetrouwbaar. 

Socrates en diens “één zijnde, met zichzelf in onenigheid verkeren”

Wanneer we ons vereenzelvigen met onze gecreëerde zelf, zijn onze attitudes en gedrag meer gedreven van ‘buiten naar binnen’ dan andersom. Wij hangen voor ons ‘goed gevoel’ en welzijn van anderen af. “Wat zullen ze van mij denken?” is een symptomatische gedachte in dit verband. Bovendien hebben wij een grote behoefte om te tonen dat wij alles ‘onder controle’ hebben, dat wij er goed uitzien en dat wij ons conformeren aan vastgelegde regels. Daarbij staat het gecreëerde zelf continu onder spanning omdat het gevangen zit in het web van de opinies van anderen. Het zit vast in de val van de Vicieuze Cirkel. Uiteindelijk geloven we dat het gecreëerde zelf diegene is die we in werkelijkheid zijn. We steken zo veel energie in het beschermen van onszelf, tegen de angsten van het gecreëerde zelf, dat we ontkoppeld en vervreemd zijn van onze essentie en daardoor ook van de essentie van anderen. Wij zijn in oorlog met onszelf en met anderen. Wij vertrouwen onszelf niet meer en wij vertrouwen elkaar niet. 

Het gecreëerde zelf en het Originele Zelf is echter één en van zodra we dreigen in het web ven de Vicieuze Cirkel dreigen vast te zitten dienen we er ons ‘van binnen naar buiten’ via het Originele Zelf uit te bevrijden en stoppen met in oorlog te zijn in en met onszelf!

Samen met mezelf (Arendt, 2021, pp. 516-519)

Waarom het beter is “in onenigheid te verkeren met de hele wereld dan, een zijnde, in onenigheid met mezelf “ ligt besloten in dat één zijnde. Aan het zelf ben ik vastgeklonken en dit voor altijd. Ik verschijn dus niet alleen voor anderen, ik verschijn ook aan mezelf. En dat verschijnen dien ik continu te monitoren. Vandaar het advies van Socrates: “Wees zoals je zou willen verschijnen aan anderen.”

Zelf interpreteer ik Socrates ‘een zijnde’ of ‘samen zijn met mezelf’ als de interne dialoog tussen mijn gecreëerde zelf en m’n Originele Zelf. Ik besta dus niet in enkelvoud maar in meervoud. Bovendien is die ‘een zijnde met mezelf’ veranderlijk, wat ik dan weer zie als de gecreëerde zelf toegroeiend in de richting van het Originele Zelf. Anders gesteld ik ben een evoluerende dubbelzinnige zelf.

De doxa vernietigd (Arendt, 2021, pp. 519-522)

Het open einde van vele dialogen kan gezien worden als dat alle opinies worden vernietigd, zonder dat een waarheid voor in de plaats gegeven wordt. Het grote verschil tussen Socrates en mezelf die diens uitspraak “Ik weet dat ik niets weet” is dat ik zelf wel een opinie heb en me er sterk van bewust ben dat die doxa niet de waarheid is. Volgens mij wordt door de dialoog met de Ander, de doxa niet vernietigd, integendeel er wordt een Gedeelde Mening gecreëerd, indien de dialoog succesvol is. 

In de grot (Arendt, 2021, pp. 522-524)

De allegorie van de grot van Plato is een soort drietrapsraket die een metafoor is voor de transformaties van de filosoof, en gezien ik een zelfverklaarde filosoof ben, ook een metafoor van m’n leven.

De toekomstige filosoof is geketend en kijkt naar een wand van de grot waar hij enkel schaduwen en beelden ziet. 

De beelden op de wand waar de grotbewoners naar staren, zijn hun doxai, wat en hoe de dingen voor hen verschijnen. Indien zij de dingen zoals zij werkelijk zijn willen bekijken, moeten zij zich omkeren, dat wil zeggen hun positie veranderen, omdat, zoals we gezien hebben, iedere doxa afhangt van en beantwoordt aan iemands positie in de wereld. (Arendt, 2021, pp. 523)

De eerste transformatie is dus ‘zich omkeren’ om de dingen te zien zoals die werkelijk zijn. De filosoof in spé raakt uit de grot en komt terecht in een landschap zonder dingen of mensen. Hij komt terecht in de wereld van de ideeën:

Hier verschijnen de ideeën, de eeuwige essenties van de vergankelijke dingen en van de sterfelijke mensen, verlicht door de zon, de idee der ideeën, die de toeschouwer in staat stelt te kijken en de ideeën in staat stelt te schitteren. (Arendt, 2021, pp. 523)

Maar met ideeën alleen geraak je niet ver. Enkel door sommige ervan te realiseren bekom je de transformatie. Daarom dient de filosoof terug te keren naar de werkelijkheid; in dit geval de grot, waar zij of hij zich niet meer thuis voelt. En wanneer hij z’n wedervaren aan de andere grotbewoners wil meedelen loopt dat uit op een fiasco. Die hebben ‘het licht niet gezien’ en dus is de gemeenschapszin verloren. Het is alsof hij het ‘gezond verstand’ (gemeenschapszin) verloren heeft.

Het verschil tussen de filosoof en de grotbewoners is dat die laatsten zich in duisternis en onwetendheid bevinden en de filosoof zich in stralend licht met kennis van zaken.

Verwondering

Volgens Plato is verwondering het begin van de filosofie. 

Thaumazein, de verwondering over wat is zoals het is, is volgens Plato een pathos, iets wat doorstaan wordt en als zodanig sterk verschilt van doxazein of het vormen van een opinie over iets. De verwondering die de mens doorstaat of die hem overvalt, kan niet in woorden worden weergegeven worden, omdat zij te algemeen is voor woorden. (Arendt, 2021, p. 526)

Zelf begrijp deze paragraaf als volgt. Thaumazein volgt op het zien wat is zoals het is of het zien met het helder bewustzijn. Het zien is in dit geval ‘observeren’ en eerder dan in te kleuren is men verwonderd.  Die verwondering wordt anders gesteld doorleefd en dat is iets anders dan de observatie direct in te kleuren met het gekleurd bewustzijn en daardoor de verwondering om te zetten in een opinie of (gekleurde) mening. 

Arendt gaat verder (2021, pp. 526-527):

En zodra de sprakeloze toestand van de verwondering zichzelf vertaalt in woorden, zal ze niet beginnen met beweringen, maar zal ze oneindige variaties formuleren op wat wij ultieme vragen noemen – Wat is het Zijn? Wie is de mens? Wat is de zin van het leven? Wat is de dood? enz. –, die alle gemeen hebben dat zij niet op een wetenschappelijke manier beantwoord kunnen worden. Socrates’ bewering “Ik weet dat ik niet weet” drukt in termen van kennis dit gebrek aan wetenschappelijke antwoorden uit. Maar in de toestand van verwondering verliest deze uitspraak haar droge negativiteit, want het resultaat dat achterblijft in de geest van de persoon die het pathos van de verwondering doorstaan heeft, kan alleen uitgedrukt worden als: nu weet ik wat het betekent niet te weten; nu weet ik dat ik niet weet. Het is vanuit de feitelijke ervaring van niet-weten, waarin zich een van de basisaspecten van de menselijke conditie op aarde onthult, dat de ultieme vragen oprijzen, en niet vanuit het gerationaliseerde, bewijsbare feit dat er dingen zijn die de mens niet kan kennen – een feit dat de adepten van vooruitgang ooit volledig hopen recht te zetten, of de positivisten wellicht als irrelevant terzijde schuiven. Door onbeantwoordbare vragen te stellen, bevestigt de mensen zich als een vragend wezen. Dit is de reden waarom de wetenschap, die beantwoordbare vragen stelt, haar oorsprong heeft in de filosofie – een oorsprong die, over de generaties heen, haar altijd aanwezige bron blijft. Verloor de mens op een dag dit vermogen om beantwoordbare vragen te stellen. Hij zou ophouden een vragend wezen te zijn – wat het einde zou betekenen, niet alleen van de filosofie, maar evengoed van de wetenschap.

Het is dus niet te verwonderen dat in het midden van het Cruciale Dialoogmodel – wat ook model staat voor het creatief wisselwerkingsproces – de vraag staat. Meteen is ook duidelijk dat het eigenlijk normaal is dat ik zelf in de loop der jaren transformeerde van een wetenschapper (het vak van ingenieur behoort bij de toegepaste wetenschappen) tot een zelfverklaarde filosoof. Het vraagteken is een basisingrediënt van elk mensenleven. Dit veelal in de vorm van de waarom vraag en dit al vanaf de leeftijd van twee jaar (het zogenaamde ‘waarom-monstertje’). Als ingenieur in de veiligheidstechnieken (de start van m’n tweede professionele leven) de waarom vraag gesteld aan het begin van elke analyse van arbeidsongevallen of andere miskleunen. En elk antwoord op die beginvraag werd opnieuw bestookt met een variant van de basis vraag. Elke onderzoeker is inderdaad een ‘waarom-monster’. Veel later kwam ik uiteindelijk tot filosofische vragen als daar zijn ‘Moeder waarom leven wij?” M’n nooit definitieve antwoorden verwerkte ik in m’n columns en podcasts ten behoeve van m’n kleinkinderen, Eloïse, Edward en Elvire, die ooit met dezelfde levensvragen zullen geconfronteerd worden.

Arendt beschrijft eigenlijk ook de moeilijkheden die ik ondervond met mensen die hun gekleurde mening voor waarheid aanzagen:

Aangezien het pathos van de verwondering de mensen niet vreemd is, maar integendeel een van de meest algemene kenmerken van de menselijke conditie is, en aangezien de gebruikelijke weg uit dit pathos er voor de meesten in bestaat opinies te vormen waar ze niet passen, zal de filosoof onvermijdelijk met deze opinies in conflict geraken: hij zal ze onverdraaglijk vinden. En aangezien zijn eigen ervaring van sprakeloosheid zich enkel uitdrukt in het stellen van onbeantwoordbare vragen, is hij inderdaad op een doorslaggevende manier benadeeld op het ogenblik dat hij terugkeert naar het politieke domein. Hij is de enige die niet weet, de enige die geen duidelijke en welomlijnde doxa heeft om te wedijveren met de andere opinies – over de waarheid of onwaarheid waarvan het gezond verstand wil beslissen: het gezond verstand is immers dat zesde zintuig dat wij niet enkel allen gemeen hebben, maar dat ons een plaats geeft in een gemeenschappelijke wereld en zo deze wereld mogelijk maakt. Als de filosoof het woord neemt in deze wereld van het gezond verstand, waartoe ook onze algemeen aanvaarde vooroordelen en oordelen behoren, zal hij altijd in de verleiding komen om te spreken in onzinnige termen, of – om de uitdrukking van Hegel nog eens te gebruiken – het gezond verstand op zijn kop te zetten. (Arendt, 2021, p.528)

En Arendt (2021, p. 529) gaat verder:

Want wat geldt voor deze verwondering, waarmee elk filosoferen begint, geldt niet voor de eenzame dialoog die erop volgt. Eenzaamheid, of de denkende dialoog van de twee-in-één, maakt integraal deel uit van het zijn en samenleven met anderen, en in deze eenzaamheid kan ook de filosoof niets anders doen dan opinies vormen – ook hij komt tot zijn eigen doxa. Het verschil met zijn medeburgers is niet dat hij een of andere bijzondere waarheid bezit, waarvan de menigte uitgesloten is, maar dat hij altijd bereid blijft het pathos van de verwondering te doorstaan en daarbij het dogmatisme van mensen met alleen maar opinies vermijdt. Om te kunnen wedijveren met dit dogmatisme van het doxazein, stelde Plato voor om de sprakeloze verwondering, die het begin en einde van de filosofie is, eindeloos te verlengen. Wat slechts een vluchtig moment kan zijn, of, om Plato’s eigen metafoor te gebruiken, de vluchtige vonk tussen twee vuurstenen, trachtte hij tot een levenswijze (bios theôrêtikos) te ontwikkelen. In deze poging brengt de filosoof zichzelf tot stand, baseert hij zijn hele bestaan op die singulariteit die hij ervoer wanneer hij het pathos van het thaumazein doorstond. En daardoor vernietigt hij de pluraliteit van de menselijke conditie in zichzelf. 

Dit begrijp ik als volgt. Uiteraard vorm ik uit de verwondering een doxa (mening) en dit door een interne dialoog tussen m’n helder bewustzijn en m’n gekleurd bewustzijn (de staande acht in de linkerlus van de liggende acht). Het verschil met medeburgers die enkel hun gekleurd bewustzijn inzetten, is dat ik weet dat ik niet weet. Anders gesteld, ik weet dat ik de waarheid niet in pacht heb. Ik weet ook dat mijn zogezegde ‘waarheid’ enkel een opinie, een mening is. Die mening is vatbaar voor transformatie en ik laat die transformatie ook toe via dialoog. Die houding is niet vluchtig, het is een levenswijze om mijn doxa af te toetsen aan andere doxa om daardoor tot een Gedeelde Mening te komen (in het midden van onderstaand model). En eens we tot dit inzicht, die Gedeelde Mening gekomen zijn, kunnen we er iets aan doen. Ten minste als we dat na het vormen van gevoelens door het nog niet vervuld zijn van de behoeften, dat Willen!

Bibliografie

Arendt, H. (2021). Het leven van de Geest. Utrecht: Ten Have. Nederlandse vertaling: Dirk De Schutter en Remi Peeters/Uitgeverij Ten Have, 2021 

Bos, A.H. (1974). Oordeelsvorming in Groepen, Scriptie (74-6). Wageningen: Med. Landbouwhogeschool. 

Palmgren, C. (2008). Ascent of the Eagle. Being and Becoming Your Best. Dayton: Innovative Interchange Press.

Roels, J. (2012). Cruciale dialogen. Dagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Schein, E.H., (2013). Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking instead of Telling. San Francisco: Berrett- Koehler Publishers.

Wieman, H.N. (1990). Man’s Ultimate Commitment. Lanham: University Press of America Reprint, with new pref. and introd. Originally published Carbondale: Southern Illinois University Press, 1958.

hannah Arendt over Arbeiden, Werken en Handelen

Deze column is mijn parafrasering van de lezing van Professor Dirk De Schutter ‘Hannah Arendt in essentie’ in de reeks ‘Hannah Arendt ingekleurd’ van het Hannah Arendt Instituut (voorjaar 2021). In z’n lezing, de tweede van die serie, gaat Dirk De Schutter dieper in op de betekenis die Hannah Arendt geeft aan de begrippen Arbeiden, Werken en Handelen en belicht hij op het eind van z’n lezing een speciale vorm van handelen: Vergeven (De Schutter, 2021).

Tot nog toe gebruikte ook ik de werkwoorden Arbeiden, Werken en Handelen min of meer door elkaar als ware het synoniemen. Het was voor mij dan ook een heuse eye-opener te begrijpen dat die termen voor Hannah Arendt allesbehalve synoniemen waren. Voor haar zijn het heel verschillende vormen van menselijk ageren. In z’n boeiende lezing duidde Dirk De Schutter op heldere wijze de distincties die Hannah Arendt in die drie termen zag en ook de hiërarchie die ze eraan gaf en die mij aan de pyramide van Abraham Maslow (Maslow, 1943) deed denken.

Om het onderscheid die Hannah Arendt maakt te kunnen begrijpen, nam Dirk De Schutter ons eerst mee naar de jaren dertig en veertig van vorige eeuw. Hannah Arendt stelde tijdens en in de periode na de tweede wereldoorlog het failliet vast van de twee totalitaire regimes die verwikkeld waren in de totale vernietigingsoorlog waarin ook de geallieerden een prominente rol speelden. Ook deze laatsten maakten zich schuldig aan zware oorlogsmisdaden zoals het bombardement van de Duitse stad Dresden en het droppen van atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Een vernietigingsoorlog waarin zich, als het ware in de coulissen, een genocide voltrok.

Die gebeurtenissen zorgden bij Hannah Arendt voor de vraagstelling wat politiek is of zou kunnen zijn. Uiteindelijk publiceert ze in 1951 haar boek ‘The Origin of Totalitarianism’ (Arendt, 2017). De traditionele filosofie helpt Hannah Arendt weinig om haar vraag “Wat is Politiek?” te beantwoorden. Die filosofie is sterk in het behandelen van mentale activiteiten (denken, leren, het geheugen, verbeelding, …). Activiteiten waarbij we de neiging hebben om ons uit de wereld terug te trekken en precies die activiteiten te verwaarlozen die ons een plaats geven in die wereld, zoals politiek. Politiek is actief zijn in de wereld. Dit wordt het vertrekpunt van Hannah Arendt. Tussen haakjes, er is wel een notoir tegenvoorbeeld met name Karl Marx, die in de negentiende eeuw de mens zag als een arbeidend wezen. Wij mensen veranderen de wereld door te arbeiden, stelde hij. 

Vormen van arbeiden zijn een put graven, een machine repareren, iemand opereren, zorg verstrekken, … Daar begint het schoentje bij Hannah Arendt te wringen. Ze wil meer onderscheid brengen. En dat doet ze in haar in 1958 verschenen boek ‘The Human Condition’ (Arendt, 2018). Een nogal vreemde titel die eigenlijk niet van Hannah Arendt zelf was. Hannah had twee werktitels voor haar manuscript en die werden beiden geweigerd door haar uitgever, hoewel die beter de lading dekten. Ze werden voornamelijk geweigerd omdat het Latijnse titels waren (iets te moeilijk voor haar Amerikaanse publiek?). Haar voorkeurstitel was Vita Activa, het actieve leven. Het boek was namelijk gebaseerd was op haar lezingenreeks ‘Vita Activa’ die ze in april 1956 gaf aan de universiteit van Chicago. Het was ook de titel van de eerste Nederlandse vertaling van haar boek dat uitgegeven werd door Het Spectrum (Utrecht) in de Aula reeks. Hannah Arendt onderzoekt in het boek welke activiteiten de mens zoal ontplooit. De tweede titel die Arendt voor haar boek voorstelde, was Amor Mundi, liefde voor de wereld. Je zou kunnen stellen dat voor Arendt ‘Amor Mundi’ de korst mogelijke definitie is van het begrip politiek. Politiek is voor haar inderdaad een engagement aangaan met de wereld en dat soms ten koste van de eigen ziel. De ‘vita activa’ wordt door Arendt afgegrensd tegenover de ‘vita contemplativa’ – het beschouwende leven – waar de meeste filosofen het over hebben.

Hannah Arendt vertrekt in haar boek van een linguïstieke observatie. In de Indo-Europese talen hebben we drie woorden om over menselijke activiteiten te spreken: arbeiden, werken en handelen. Die drie komen in vele talen (Nl, Eng, Fr, Du, Latijn) terug. De observatie die Hannah Arendt bezighoudt, betreft het feit dat we die begrippen door elkaar gebruiken als ware het synoniemen. We zijn als het ware de precieze definitie van die begrippen uit het oog verloren. Zou het kunnen, vraagt Hannah Arendt zich af, dat de drie woorden heel verschillende menselijke activiteiten aanduiden? Haar uiteindelijk antwoord is positief en haar boek gaat precies over die drie activiteiten. Dit is haar eerste vertrekpunt.

Haar tweede vertrekpunt is typisch filosofisch en betreft de aloude filosofische vraag “Wat voor wezens zijn wij?” of ook nog “Wat maakt ons tot wie we zijn?” en “Waardoor onderscheiden we ons van de hogere zoogdieren?” Het klassieke monotone antwoord van filosofen is: “Wij mensen zijn zelfbewuste, autonome subjecten.” Hannah Arendt ontkent dat niet en stelt wel dat er iets fundamenteler is. Namelijk, wij mensen worden gekenmerkt door nataliteit. In het Duits zegt ze ‘geburtlichkeit’, in niet correct Nederlands ‘geboortelijkheid’. Het feit dat we steeds opnieuw geboren kunnen worden definieert ons ten diepste, is haar stelling.

Om hier Hannah Arendt ten volle te kunnen begrijpen, dienen we na te gaan wat Martin Heidegger, leraar en minnaar van Hannah Arendt, over die filosofische vraag zegt.  Hannah Arendt volgde in de jaren 1924 tot 1926 les bij Heidegger in Marbur. Heidegger’s colleges gingen over zijn boek in wording ‘Sein und Zeit’ dat hij in 1927 publiceerde (Heidegger, 2005). De hoofdboodschap van dat boek is: “Wij mensen zijn stervelingen.” De menselijke existentie is ‘Sein zum tode.” Dit betekent niet alleen dat de dood ons op het einde van ons leven te wachten staat. Veel belangrijker is dat onze eindigheid ons leven doortrekt. Wij zijn sterfelijke wezens en ons leven vertoont een gebrek. Waar het in ons leven op aankomt, is daarmee in het reine komen. Anders gesteld, het komt erop aan om met onze dood tot een vergelijk te komen. Onze Westerse cultuur heeft met ‘het met de eindigheid tot een vergelijk te komen’, met andere woorden, die eindigheid te respecteren, een enorm probleem. 

Hannah Arendt heeft dus Heidegger’s filosofie gehoord en 34 jaar later dient ze haar leermeester van antwoord. Wij zijn niet alleen stervelingen, stelt ze, wij zijn vooral borelingen. Wij worden niet alleen geboren, wij beschikken ons ganse leven over het ‘geboren worden’. Wij blijven ons hele leven borelingen. Anders gesteld, wij laten onze geboorte niet achter, helemaal niet, want de geboorte geeft ons namelijk de mogelijkheid om te beginnen. Het vermogen om initiatief te nemen, dat dragen we met ons mee. Het is zelfs een hoofdopdracht van ons leven. Hannah Arendt ontleent die gedachte ondermeer aan Augustinus. Hannah Arendt had haar doctoraat behaald in 1929 met de dissertatie ‘Der Liebesbegriff bei Augustin’. Hannah was niet zozeer geïnteresseerd in de theologie van Augustinus dan wel in diens beschrijving van het menselijk leven. Hannah Arendt vindt bij die kerkvader de geweldige uitspraak: “Initium ut esset homo creatus est.” “De mens werd geschapen om eraan te beginnen, initiatief te nemen” of nog “Opdat er een begin zij, werd de mens geschapen.” Wij mensen kunnen initiatief nemen en daar komt het op aan. Dat is onze opdracht. De politiek die Hannah Arendt zal verdedigen, is een politiek die initiatief neemt: die begint, die herbegint, die revolutionair is.

Hannah Arendt heeft prachtige uitspraken gedaan over beginnen in haar boek ‘De Menselijke Conditie’:

“Ons korte, zich naar de dood spoedende leven zou onvermijdelijk slechts kunnen resulteren in de ondergang en vernietiging van alles wat menselijk is, als wij niet het vermogen bezaten de dodenmars te onderbreken en iets nieuws te beginnen.” (Arendt, 2011. p. 228)

En

“… mensen al zijn we sterfelijk, zijn niet geboren om te sterven maar om een begin te maken.” (Arendt, 2011, p. 228)

Hannah Arendt gaat dus mee met Heidegger en corrigeert hem of eerder, ze vult hem aan. Ze doet ook iets gelijkaardigs. Ze maakt van een feit een opdracht: ons is opgedragen om steeds opnieuw geboren te worden.

Het is verwonderlijk hoe de filosofie van Hannah Arendt aansluit bij die van een andere filosoof, wiens meest toegankelijke werk rond Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) in hetzelfde jaar verscheen als Hannah Arendt’s ‘The Human Condition’. Henry Nelson Wieman publiceerde inderdaad in datzelfde jaar z’n boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ (Wieman, 1958). Daarin breekt Henry Nelson een lans om ons te engageren (‘committen’) voor het proces dat steeds opnieuw geboren worden mogelijk maakt en dat hij Creative Interchange noemde.

Steeds iets nieuws beginnen, hoe uit zich dat nu bij Hannah Arendt? Hoe moeten wij dat doen? Hannah stelt in drie menselijke activiteiten: Arbeiden, Werken en Handelen. Drie activiteiten waarin we steeds opnieuw beginnen, de wereld vernieuwen of iets in die wereld brengen wat er zonder die activiteit niet zou zijn.

Arbeiden

Arbeiden ziet Hannah Arendt als de ‘laagste’ activiteit. Ze brengt namelijk ook een hiërarchie aan binnen die drie activiteiten. Zij plaatst Arbeiden als laagste activiteit omdat die activiteit het dichtst aanleunt bij het menselijk lichaam, bij onze biologie. Volgens Hannah Arendt zijn wij biologische wezens met biologische noden. Aan die noden voldoen, op die noden inspelen, is Arbeiden. Heel concreet: wij mensen moeten eten om te leven. Dit is een biologische nood. Daarin voorzien is Arbeiden. Een brood bakken is Arbeiden. Door Arbeiden brengt men iets nieuws in de wereld: in dit geval het brood. Brood consumeren is ook Arbeiden. Het eigene aan producten van arbeid is dat ze niet blijven bestaan. Anders gesteld, ze worden quasi onmiddellijk geconsumeerd. Producten van Arbeiden worden gebruikt en terzelfdertijd verbruikt. We kopen een brood om in de kortste keren te consumeren. Arbeid vervaardigt geen producten die bedoeld zijn om te blijven bestaan. Hannah Arendt legt daar de nadruk op, omdat het bij Werken volledig anders is.

Werken

Werken is het 2de niveau en produceert dingen die nuttig zijn en die onze wereld leefbaar maken. Wij richten de wereld in en dat op een comfortabele en nuttige manier. Producten van Werken zijn letterlijk duizenden tuigen, gereedschappen, instrumenten die door mensen ontworpen en vervaardigd werden en worden. Die producten worden gebruikt maar niet, door dat gebruik, verbruikt. Ze zijn duurzaam.  Ze slijten wel maar worden niet bij gebruik geconsumeerd. Ze verdwijnen niet. Dit is zo van eenvoudigste instrumenten, zoals een hamer, over complexe apparaten, zoals huishoudtoestellen, tot heel complexe toestellen, zoals gesofistikeerde computers. Al deze tuigen zijn er, niet om verbruikt, maar om gebruikt te worden teneinde onze wereld comfortabeler te maken. Die toestellen blijven bestaan, richten onze wereld in en maken die herkenbaar. 

Het is wel zo dat Hannah Arendt een historische kritiek meegeeft. Die kritiek gaat over de duurzaamheid van de producten van Werken. Hoe langer hoe meer worden producten vervaardigd die minder duurzaam zijn. De huidige producten van Werken gaan minder lang mee dan vroeger. Dit is een kritiek van Hannah Arendt op onze Westerse consumptie- en verspillingscultuur.

De producten van Werken zijn dus ook nuttig. De producten van Arbeiden daarentegen zijn noodzakelijk. Met ander woorden, wij hebben die nodig om te leven. De producten van Werken richten de wereld in, hebben nut en voegen efficiëntie toe.

Handelen

Handelen ziet Hannah Arendt als de ‘hoogste’ activiteit, omdat die zin geeft aan het leven. Haar ‘pyramide’ kan je dus zien, van beneden naar boven: Arbeid (nodig), Werken (nuttig) en Handelen (zinvol). Handelen is een activiteit die zich typisch onder mensen afspeelt. Uiteraard kan men samen met anderen Werken en het accent ligt bij Werken op het product dat vervaardigd wordt. Bij Handelen ligt de focus op de intermenselijke relatie. Handelen zorgt voor een heel andere dimensie. Handelingen stichten intermenselijke verhoudingen. De omgang tussen mensen is een eigensoortige activiteit en Hannah Arendt gebruikt daarvoor het begrip Handelen.

Gezien vanuit haar invulling van het begrip politiek resulteren Arbeiden en Werken binnen de economie. Die brengen inderdaad de economische wereld tot stand. Handelen creëert een wereld van ethiek en politiek. Voor haar is de wereld van de politiek afgescheiden van de economische wereld. De wereld van de politiek en ethiek is voor haar een aparte en ‘hogere’ wereld.

Hannah Arendt stelt ook dat Handelen activiteiten betreft die ondernomen worden in vrijheid. Er is geen dwang; elke dwang is uit den boze. Er is ook geen nut. Een voorbeeld: iemand graag zien heeft ideaal gezien geen nut en geeft wel zin aan je leven. En dat niet omdat het nuttig is. Wanneer je iemand graag ziet omdat het nuttig is – de vrouw/man is rijk of kan je flink vooruithelpen in jouw carrière – dan zou het wel goed kunnen dat die liefdesrelatie een kort leven beschoren is. Liefde onttrekt zich aan het nuttige; bij liefde staat de zin in het brandpunt. Een liefdesrelatie geeft zin aan het leven of ontneemt zin aan dat leven wanneer ze mislukt of eindigt. Liefde is een handeling, je moet er iets voor doen. Een liefdesbreuk creëert zinloosheid. Dit geeft aan dat de zin van handelingen nooit gegarandeerd is. Dit is een van de grote moeilijkheden waarmee de activiteit Handelen te maken heeft. Met name, dat de zin nooit gegarandeerd is, nooit vaststaat. Omdat zin altijd de inzet is van een waagstuk hebben we de neiging om daarvan weg te lopen en te kiezen voor Arbeiden en Werken. Men verliest zich in Werken. Inderdaad, men kiest vooral voor Werken omdat de verwezenlijkingen van Werken blijven bestaan. Werken heeft nut en geeft ons zekerheid. Er is expertise mee gemoeid en daardoor zijn we zeker. In het geval van intermenselijke verhoudingen is er wel kennis. Die is evenwel niet doorslaggevend. Doorslaggevend is de relatie waarbij je je aan elkaar blootstelt, toont en zelf koppelt zonder zekerheid. Men geeft zich aan elkaar… idealiter ‘onvoorwaardelijk’. Intermenselijke verhoudingen gebeuren in vrijheid, stelt Hannah Arendt en ze geven of ontnemen zin aan het leven. 

Hannah Arendt maakte dus een scherp onderscheid tussen wat zinvol is (of kan zijn) en wat nuttig is. Wij vergeten dit onderscheid vaak en kiezen dan voor het nuttige wegens aanvaardbaarder en zekerder dan zinvol bezig zijn. Bij intermenselijke verhoudingen is het veel moeilijker om aan te wijzen wat er gebeurt en daarenboven is het resultaat nooit zeker. We weten wanneer we aan een intermenselijke relatie beginnen, we weten nooit waartoe die zal leiden. Het resultaat staat allesbehalve vast. 

Handelen is vaak ook geven; we geven allerhande dingen aan elkaar. Bij intermenselijke relaties worden zaken begonnen met een geschenk. Zaken worden ook zo bestendigd. We geven bovendien vaak iets specifieks dat niet tastbaar is. Iets dat moeilijk en typisch is voor en bij Handelen. Bijvoorbeeld: wat doen we exact wanneer we iemand vertrouwen geven, moed geven, hoop geven, tijd geven, … Intermenselijke relaties zijn van dit soort giften afhankelijk. Toch is het uiterst moeilijk ze exact te beschrijven of aan te tonen wat er precies gebeurt. 

Hannah Arendt zegt dat mensen in intermenselijke relaties tonen wie ze echt zijn. Bij Handelen tonen de mensen veel meer wie ze zijn dan bij Arbeiden en zelfs Werken.

In handelen en spreken laten mensen zien wie ze zijn. Onthullen ze daadwerkelijk hun unieke persoonlijke zelf.  (Arendt, 2011, p. 164).

Ik breng daarbij graag volgende nuance aan. Volgens mij hangt een en ander sterk af van de kwaliteit van het handelen en spreken. Onder meer van de authenticiteit binnen de interactie. “Interageer je vanuit hun Creatieve, Originele Zelf of vanuit jouw gecreëerde zelf?” is daarbij de hamvraag. Indien je Creatieve wisselwerking van binnenuit ten volle beleeft, onthul je in de dialoog jouw Originele Zelf. Is het enkel een gesprek (en dus geen dialoog), dan onthul je jouw gecreëerde zelf. Hannah Arendt heeft het bij het rechte eind, beiden, de Origineleen de gecreëerde, zijn uniek en persoonlijk.

Handelen en spreken gaan bij Hannah Arendt samen. Handelen wordt vaak geleid door woorden, gesproken of geschreven. Vele bewoordingen voltrekken een handeling: zweren, iemand groeten, iemand verwelkomen, iemand troosten, … Men noemt die in de Angelsaksische filosofie taaldaden (‘speech acts’).  Een vredesverdrag sluiten volstrekt zich in gesproken en geschreven woord, een huwelijk wordt voltrokken door een krachtig JA! Het woord geeft de handeling als het ware gestalte. Dialogeren is Handelen.

Het laatste deel van de Menselijke Conditie is een kritiek op de Westerse cultuur. Daarin laat Hannah Arendt zien dat wij hoe langer hoe meer Handelen ontvluchten en kiezen voor Arbeiden en Werken. Vooral omdat we met Werken tot zoveel in staat zijn. Het probleem bij Handelen, in tegenstelling tot bij Werken, is dat je weet met wat je begint, maar niet met wat je eindigt. Dit is ook zo met het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingen mede daardoor draagt Handelen mijn voorkeur weg, boven het Arbeiden en Werken. Dat ik twee linkse handen heb, zal ook wel iets met mijn keuze te maken hebben. Bij Handelen door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking ga ik een engagement aan waarbij de uitkomst niet (en eigenlijk verre van) op voorhand vastligt. Het engagement dient stevig te zijn en het resultaat kan alle kanten uitgaan. Vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces maakt dat ik voor Creatieve wisselwerking kies. Het resultaat laat zich niet dwingen, het creatief wisselwerkingsproces kan ik niet sturen of manipuleren naar een vooraf bepaald resultaat. Wel weet ik uit decennia ervaring dat het de onderlinge relatie verstevigd.

Volgens Hannah Arendt zijn we binnen politiek ook vergeten dat politiek gaat over handelen en spreken, dus over menselijke verhoudingen en niet alleen over economie. Het gaat over met elkaar dialogeren, waarbij de dialoog alleen al iets verwezenlijkt. De dialoog brengt iets teweeg! Niet steeds een tastbaar resultaat en wel altijd een verbeterde menselijke relatie. De wereldproblemen zijn niet opgelost en de relatie is verstevigd. Bovendien kom je door dialoog meestal tot een vernieuwd inzicht. Om van inzicht naar oplossing te gaan, dient er steeds actie te volgen, een andere vorm van Handelen.

Hannah Arendt waarschuwt dus voor het vervangen van de zin van Handelen door het nut van Werken. Dat we het zinvolle vervangen door het nuttige. Het is inderdaad zo dat we vaak Handelen vervangen door Werken en zelfs soms door Arbeiden. We zijn verworden tot een consumptiemaatschappij. Zelden is een woord zo accuraat geweest. Wij zijn een cultuur die inderdaad alles ‘consumeert’. Een cultuur waarin zaken worden afgewezen zonder dat ze ten volle begrepen worden. Een cultuur waarin het gekleurd bewustzijn de plak zwaait en het consumptiegedrag alles verteert. De wereld wordt opgesoupeerd door plat consumptiegedrag. Hannah Arendt roept ons op om te blijven Handelen en ook om politiek te begrijpen als een vorm van Handelen.

Vergeven

Handelen, we zagen het al, is vaak een vorm van geven. De vorm van geven bij uitstek is Vergeven. Het is één van de wonderlijke dingen bij Hannah Arendt dat ze binnen haar politieke theorie een hoofdstuk inlast over Vergeven, in de betekenis van vergiffenis schenken. Dit heeft uiteraard veel te maken met de feitelijkheiden waarop haar boek steunt, met name het verschrikkelijk kwaad dat er door Nazi Duitsland werd gepleegd in de jaren 1939-1945. Het blijft, niettegenstaande dat, toch opmerkelijk dat de filosoof binnen haar politieke theorie vergeving ter sprake brengt.

Vergeven is in alle talen een vorm van geven. Pardonner, in het Frans, To forgive en To pardon in het Engels en in het Duits Vergeben naast Verzeihen. Maar wat wordt er gegeven bij Vergeven. Vergiffenis natuurlijk, maar wat betekent dat? Het betekent een tweede kans, een vrijheid en een toekomst. Diegene die vergeving krijgt wordt losgekoppeld van z’n daad. Volgens Hannah Arendt is Vergeven de band tussen dader en daad doorknippen. Let wel, vergeving begint met de erkenning dat kwaad is geschied. Vergeven en vergeten worden vaak gekoppeld en die hebben niets met elkaar te maken! Bij Hannah Arendt begint en eindigt Vergeven met de erkenning dat kwaad is geschied. Zonder die erkenning kan vergeven niet, want totaal zinloos. Bovendien wordt die erkenning nooit opgegeven. Anders gesteld, vergeving vergeeft niet de daad, het vergeeft de dader in het volle bewustzijn dat wat zij of hij gedaan heeft verwerpelijk is en blijft. In de vergeving ben je bereid de band tussen dader en daad door te knippen. 

In veel talen bestaan gezegdes die het tegenovergesteld propageren: eens een dief, altijd een dief; eens een leugenaar, altijd een leugenaar; eens een verkrachter, altijd een verkrachter … Voor Hannah Arendt zijn dat verschrikkelijke uitspraken omdat deze iemand vastpinnen op één daad. Hannah vindt deze uitspraken zelfs misdadig. Mensen plegen duizenden daden en dan wordt er een, toegegeven een verwerpelijke, er uitgepikt om de dader eraan vast te pinnen. Je hebt een moord gepleegd en voor de rest van je leven ben je niets meer dan die moord. 

Voor Hannah Arendt is vergiffenis schenken de band tussen de moord en de moordenaar door knippen, waarbij ervan uitgegaan wordt dat de dader zijn afschuwelijke daad erkent en bereid is ervoor gestraft te worden. Met andere woorden, vergeving en straf sluiten elkaar niet uit, integendeel, vergeving volgt op straf. Door beiden wordt de dader bevrijdt van de daad. Merkwaardig genoeg maakt ook het slachtoffer, of de nabestaanden in geval van moord, zich vrij! Indien het slachtoffer bekwaam is de band tussen slachtoffer, daad en dader te kunnen doorknoppen, bevrijdt die zichzelf als slachtoffer. De slachtofferrol is vaak die rol waardoor men zich vastgeketend heeft aan de dader. De uitspraak “Ik kan haar of hem nooit vergeven” ketent je vast aan de dader en snijd je af van een nieuwe toekomst. 

Hannah Arendt is het overigens oneens met de uitspraak: “Gedane zaken nemen geen keer.” Gedane zaken nemen, tot op een zekere hoogte, wel een keer. Uiteraard wordt in geval van moord het slachtoffer door de vergeving niet terug levend. Wat er wel keert is de manier waarop het gepleegde kwaad doorwerkt in het heden en de toekomst. Heden en toekomst zijn niet langer gedetermineerd door het kwaad dat geschied is in het verleden. Er wordt als het ware een bres geslagen in de continue stroom van de tijd. Er wordt geknipt, waardoor er een wijziging komt in de stroom van de gebeurtenissen in de tijd. Voorbeelden daarvan zijn de inspanningen van Nelson Mandela en Desmond Tutu om na het apartheidsregime er direct mee in het reine te komen via de waarheids- en verzoeningscommissie. Eerder dan de vlucht vooruit te nemen keken zij het zware verleden in de ogen en was het doel zich van het verleden te bevrijden in de naam van de toekomst. 

Vergeving is dus bij Hannah Arendt belangrijk. Edoch, ook het onvergefelijke bestaat in haar filosofie en dat is de Shoah. Omdat die nooit had mogen plaats vinden kunnen we er nooit mee in het reine komen, daardoor is Vergeven niet mogelijk. Tijdens haar verslag van het proces van Eichmann had ze het over de ‘banaliteit van het kwaad’. Banaliteit omdat niemand de verantwoordelijkheid opneemt. Daardoor ook is vergeving onmogelijk. Vergeven is, zoals we reeds zagen, enkel mogelijk indien de misdaad erkent wordt. Adolf Eichmann stak zich weg achter bureaucratische regels en erkende nooit zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Daarom vond Hannah Arendt zijn doodstraf aanvaardbaar. Nogmaals, enkel de dader kan vergeven worden, nooit de daad zelf. Indien de dader geen verantwoordelijkheid opneemt voor zijn daden, kan hij nooit vergeven worden.

Enkel wanneer mensen elkaar wederzijds en altijd opnieuw vrijspreken van wat ze doen, kunnen ze vrij blijven handelen; enkel wanneer ze altijd opnieuw bereid zijn om op hun stappen terug te keren en opnieuw te beginnen, kan hun een zo grote macht van iets nieuws beginnen worden toevertrouwd. (Arendt, 1958, p. 222)

Creatieve wisselwerking en Heidegger & Arendt

Ik zou, kort door de bocht, de essentie van Heidegger en Arendt kunnen samenvatten in één zin: “Door herboren te worden stellen wij het sterven uit.” Die zin is uiteraard gebaseerd op de opdrachten die Heidegger en Arendt mij (en niet alleen mij) gaven. Niet alleen dien ik in het reine te komen met mijn (nu steeds nakender) dood; dien ik mijn eindigheid te respecteren. Ik dien ook quasi continu herboren te worden. Dit alles heb ik gaandeweg bereikt door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Toegegeven, met veel vallen en evenveel opstaan.

Door de filosofie van het tegenproces, de Vicieuze Cirkel, leerde ik dat ik losgeslagen was van m’n Intrinsieke Waarde en dus van m’n Originele Zelf. Ik begreep ook dat ik, door het van binnenuit beleven van het levensproces Creatieve wisselwerking, mijn gecreëerde zelf kon transformeren en doen evolueren in de richting van m’n Originele Zelf.

Het werd mij in de loop van m’n leven hoe langer hoe duidelijker dat ik, door het beleven van Creatieve wisselwerking m’n eigen stervensproces uitstelde. Dit eerst op lichamelijk niveau. Door te begrijpen dat roken nefast was voor mijn gezondheid, stopte ik met roken. Toen mijn diabetes type 2 dreigde te transformeren in diabetes type 1 startte ik m’n dagelijkse wandelingen in de Lembeekse bossen en at en leefde ik gezonder. Het begrijpen wat er echt aan de hand is, dient gevolgd te worden door Handelen. Daardoor kon de neerwaartse trend in de gezondheidscurve afgeremd worden. 

Hetzelfde gaat op voor het geestelijk niveau. Ook daar zorgde Creatieve wisselwerking ervoor dat ik tijdig mijn mindset transformeerde en daardoor mijn gecreëerde zelf. Wie ik werkelijk ben noem ik mijn Originele Zelf. Het is het zelf waarmee ik geboren ben en het raamwerk waaraan de ervaringen van mijn leven opgehangen worden. Deze ervaringen leiden echter ook tot het gecreëerde zelf. Dit gecreëerde zelf wordt soms ook het ego of geconstrueerde zelf genoemd, omdat het is opgebouwd uit het denken en gedrag dat gekneed en bekrachtigd wordt door familie, cultuur en maatschappij. 

Let op, ik ben geen gespleten persoonlijkheid, ik ben eigenlijk beide: het Originele en het gecreëerde zelf. Ik ben daarin niet alleen. Meer nog, ieder van ons heeft een mix van originele en gecreëerde kwaliteiten. Dat beide naast en in elkaar bestaan is geen probleem zolang de Intrinsieke Waarde niet ingeruild, volledig overschaduwd wordt door de Extrinsieke waarde. Deze laatste moet immers continu verworven, verdiend en bekrachtigd worden in de menselijke omgang en dit leidt tot ongezonde stress. Daarbij wordt de Intrinsieke Waarde ingeruild voor de conditionele waarde (“je bent waardevol indien”), die door de omgeving wordt gedefinieerd. Doordat ik niet altijd kon voldoen aan de condities opgelegd door de omgeving, kwam ik af en toe in stresssituaties terecht (door m’n eigen Vicieuze Cirkel cycli). 

De Intrinsieke Waarde veronderstelt gelijkheid. De conditionele waarde vooronderstelt bijna altijd ongelijkheid: i.e. wie is slimmer, competenter, heeft de meeste macht, de hoogste positie …? Het onderscheid tussen beide waarden onderkennen helpt om het ogenblik te identificeren waarbij jouw gedrag verandert van een ‘op het creatief wisselwerkingsproces’ gebaseerd gedrag in een ‘op de Vicieuze Cirkel’ gebaseerd gedrag. Zich bewust worden van die verschuiving is een hele uitdaging. Deze verschuiving doet zich voor als we onze Intrinsieke Waarde uit het oog verliezen en kiezen voor een conditionele waarde, die afhankelijk is van anderen, de situatie en de omstandigheden van het ogenblik. 

Herboren worden is inzicht krijgen dat de ‘oude’, gecreëerde ik getransformeerd dient te worden. Steeds zal dit inzicht gevolgd dienen te worden door handelen zodat de gecreëerde zelf op een ‘hoger’ peil wordt getild. Anders gesteld, het nieuwe inzicht dient in het gecreëerde zelf te worden geïntegreerd waardoor het gecreëerde zelf evolueert in de richting van het Originele Zelf. Het bekomen van een nieuw inzicht staat gelijk aan leren en wat werd geleerd dient ook vastgehouden te worden. Het inzicht is een doorbraak en ik gebruik hierbij vaak een metafoor uit het tennisspel. Het is niet omdat een speler een ‘break’ forceert dat zij of hij die steeds vasthoudt. De tegenspeler kan namelijk direct de ‘break’ ongedaan maken. In het geval van Creatieve wisselwerking is de tegenspeler het tegenwerkend proces dat ik de Vicieuze Cirkel noem. 

Hoe die twee processen, Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel op elkaar inwerken geeft volgende metafoor van de in elkaar grijpende raderen weer:

________________________________

Bibliografie

Arendt, H. (2011). De Menselijke conditie. Amsterdam: Boom. (2de druk)

Arendt, H. (2017). The Origins of Totalitarianism. London: Penguin Books.

Arendt, H. (2018). The Human Condition. Chicago: The University of Chicago Press (2nd edition – original 1958)

De Schutter, D. (2021, 15 februari). Arendt in Essentie. Mechelen: Hannah Arendt Instituut [Video-bestand]. Geraadpleegd op 5 mei 2021, van https://vimeo.com/510217313

Heidegger, M. (2005). Zein und Zeit. Tübingen: Max Niemeyer Verlag (19de druk).

Maslow, A. H. (1943). A theory of human motivation. Psychological Review, 50(4), 370–396. https://doi.org/10.1037/h0054346

Wieman, H. N. (1958). Man’s Ultimate Commitment, Carbondale: Southern Illinois University Press. Reprint (1990) Lanham: University Press of America

kritisch denken en creatieve wisselwerking in sociaal werk [i]

Kritisch Denken... een toepassing van Creatieve Wisselwerking

Kritisch denken is een manier van denken gericht op het formuleren van een weloverwogen antwoord op een vraag, het nemen van een beslissing of het komen tot een actie.

Deze definitie doet mij uiteraard denken aan het Cruciale Dialogenmodel uit mijn boek ‘Cruciale Dialogen’[ii] Dit model is gebaseerd op én een toepassing van het creatief wisselwerkingsproces[iii].

Dit Cruciale Dialogenmodel is ook bekend als ‘de liggende acht’ en ziet er, in een van z’n summiere vormen, als volgt uit:

Initieel staat wordt in het midden van het model; waar hierboven het begrip EMOTIE staat, de vraag of het probleem uitgedrukt in vraagvorm. Het doel is uiteraard die vraag daadwerkelijk te beantwoorden. De linker lus van het model, met als karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen, omvat het DENKEN. Dit denken leidt naar een INZICHT in de vraag of het probleem. De emotie die men voelt wanneer men de vraag waarderend begrepen heeft, vindt men – zoals op de figuur afgebeeld – terug in het midden van het model. Die emotie veroorzaakt de creatieve spanning om mogelijke antwoorden te formuleren. Dit gebeurt in de rechter lus van het model (meer bepaald in de karakteristiek Creatief Integreren). Eens met een set antwoorden gecreëerd heeft, dient beslist te worden welk(e)antwoord(en) men uiteindelijk kiest om uit te voeren (zie omslagpunt BESLISSING). Die beslissing wordt gevolgd door een actie (dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren). De rechter lus visualiseert het DOEN. Het ganse model kan ook beschreven worden als een synergie van het Franse “Ik denk dus ik ben” en het Amerikaanse “Ik doe dus ik ben”. Let wel om te ‘DOENKEN’ dient men Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven.

Om tot een goed antwoord, een goede beslissing en een goede actie te komen, bestaat een kritisch denkproces best uit acht elementen. Deze acht elementen voldoen (of niet) aan specifieke standaarden. De elementen en hun standaarden vormen een schema om kritisch naar een situatie of probleem te kijken (gebaseerd op de Paul & Elder, 2007[iv]).  

Het belang van kritisch denken in de opleiding sociaal werk

Kritisch denken is essentieel voor sociaal werkers. Veel situaties waarover sociaal werkers beslissingen moeten nemen, zijn complex en hebben geen pasklaar antwoord. Kritisch denken kan sociaal werkers helpen om in onzekere situatie een zo juist mogelijke beslissing te nemen.

In de opleiding sociaal werk willen we daarom dat studenten leren om kritisch denken systematisch toe te passen bij alles wat ze ondernemen. Kritisch denken is een essentieel leerresultaat van de opleiding. Dat wil zeggen dat studenten die tijdens de opleiding niet kritisch denken, niet kunnen slagen voor de opleiding. 

Om kritisch denken te ontwikkelen, bieden we doorheen de opleiding veel oefenkansen met feedback en hulpmiddelen. Bij de vele evaluatiemomenten (bijvoorbeeld examens of papers) is kritisch denken steeds een onderdeel. Welke elementen of standaarden worden geëvalueerd, is steeds duidelijk vermeld. 

Kritisch denken is dus, nog min noch meer, het van binnenuit beleven van de Creatieve Wisselwerking! Dus zou IMHO m’n boek een leidraad voor deze opleiding aan de UCLL kunnen zijn.

8 Elementen

Volgende acht elementen zijn de onderdelen van het denkproces. 

Eens kijken of die acht elementen van Paul & Elder hun plaats vinden in de liggende acht. Ik rangschik de acht elementen volgens de stroom van de liggende acht (zie de eerste figuur van deze column en het complete model uit Roels, J. 2012. p. 63):

De Vraag hoort uiteraard bij het midden van het model. In z’n summierste vorm is het Cruciale Dialogenmodel eigenlijk een lemniscaat met in het midden het vraagteken:

Dan gaan we naar eerste karakteristiek: Authentieke Interactie en daar vindt men de data, dus de feiten, de waarnemingen en objectieve gegevens. Die worden geobserveerd met behulp van wat ik het ‘helder’ bewustzijn noem.

We vervolgen met de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen en die omvat de overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders van waaruit de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd. Paul&Elder hebben daar ook meerdere namen voor. Eerst en vooral: Perspectief

Ten tweede: de vooronderstellingen, onderbouwingen. In mijn model worden die eerst gebruikt om de vraag ‘waarderend te begrijpen’ d.w.z. dat we de vraag diepgaand begrepen hebben, wat Paul&Elder ‘tot een conclusie komen’ noemt, noem ik ‘tot een gedeelde mening komen’ en die zorgt voor de emotie (zie hoger: het summier model). De perceptie en interpretatie gebeurd met wat ik het ‘gekleurd’ model noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril.

De emotie komt van het verschil tussen de gedeelde mening over de ware betekenis van het probleem, dus de huidige situatie en het doel, met namen de ideale situatie, de gewenste situatie. Hoe groter dit verschil of delta, hoe groter de creatiespanning en dus hoe groter de wil om die bestaande toestand te transformeren in de gewenste toestand.

Dan volgt de derde karakteristiek, Creatief Integreren met als elementen: doelen, idealen en gewenste toekomst. Komt dus overeen met de visie van Paul&Elder, waar de doelstelling is wat men tracht te realiseren. En dat is uiteraard het geven van een correct antwoord op de vraag of het realiseren van een goede oplossing van het probleem!

In de derde karakteristiek worden de concepten, die eigenlijk reeds voor een stuk gebruikt werden om de vraag waarderend te begrijpen (tweede karakteristiek), gebruikt om op een creatieve manier te komen tot mogelijke antwoorden. Overigens zagen ook Paul & Elder Kritisch denken en Creatief denken als twee facetten van hetzelfde muntstuk (Paul & Elder, 2008[v]). Dit alles gebeurt met wat ik het synergetisch bewustzijn noem (cf. 1+1>3).

Op het einde van de derde karakteristiek komt men tot (een) besluit(en). In mijn mindset is er een groot verschil tussen ‘besluiten’ en ‘beslissen’. De conclusie van Paul&Elder komt overeen met wat ik het set besluiten noem. Maar dan er is nog niet beslist welke van die ‘besluiten zullen uitgevoerd worden… Daar is effectief beslissen voor nodig!

Met andere woorden aan de theorie van Paul&Elder dienen er nog twee elementen toegevoegd worden vooraleer hun achtste element aan bod komt. 

Beslissen welke van de besluiten effectief zullen gerealiseerd worden. Die beslissing gebeurt tussen karakteristieken 3 (Creatief Integreren) en 4 (Continu Transformeren)

Dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren door het effectief (en efficiënt) uitvoeren van de besliste acties! En daarbij is het Proces Bewustzijn van uitzonderlijk belang.

We komen terug in het midden van ons model en daar vinden we het het resultaat van onze inspanningen, volgens Paul&Elder  de gevolgen! Uiteraard dienen we dan na te gaan of ons probleem ter deze is opgelost, indien niet dan hervatten we de rit op de liggende achtbaan.

Dus m’n versie van Kritisch denken, eerder van Kritisch ‘doenken,’ omvat tien elementen!

Overigens vind ik de liggende acht sterker dan onderstaande figuur en geef grif toe dat de liggende acht ‘iets’ complexer is. Maar toegegeven, deze figuur verhaalt maar het denkgedeelte van het verhaal. Anderzijds is Kritisch denken zonder er iets effectief mee te doen… steriel!

Kritisch denken bij het lezen van een tekst aan de hand van de elementen

Kritisch denken bij het schrijven van een tekst aan de hand van elementen

9 Standaarden

De standaarden zijn de normen waaraan het denken voldoet. In de opleiding aan het UCLL wordt op 9 standaarden gefocust. 

Kritisch denken bij het voeren van een gesprek/een debat aan de hand de standaarden

Hulpvragen bij het Kritisch Denken

En hoe hanteren we die standaarden binnen  het Cruciale Dialogenmodel? Daartoe gebruik ik de volledige figuur van de liggende acht, die ik ook soms de vlinder noem, (zie  hoger):

De helderheid vindt men ook terug in het gebruik van het helder bewustzijn om de helderheid van de data te toetsen.

Helderheid. In het midden staat de vraag of het probleem. De eerste vaardigheid van de eerste karakteristiek is die Kernvraag correct en helder stellen

Significantie. De belangrijkheid (significantie) van het probleem wordt tweemaal nagegaan. De eerste keer bij het begin (in het midden) met de vraag: “Is het probleem de moeite waard om opgelost te worden?” De tweede keer na het doorlopen van de karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen en dus, terug in het midden, gaat men de belangrijkheid van de zogenaamde ‘delta’ na.  Die delta is het verschil tussen de huidige situatie (linker lus van het model) en de gewenste situatie (rechter lus van het model) en dus de belangrijkheid van het probleem. De bijhorende vraag is : “Is dit verschil groot genoeg zodat de creatiespanning ons tot actie noopt?” of nog “Is het sop de kool wel waard?”

Diepte. De complexiteit van de vraag (het probleem) wordt tijdens de eerste karakteristiek nagegaan. Hebben wij wel genoeg data om die complexiteit te beschrijven?

Relevantie. De relevantie vraag dient van in het begin gesteld te worden. De gebruikte data dienen uiteraard relevant te zijn voor het beantwoorden van de vraag.

De relevantie vraag komt terug bij in de beslissingsfase. Met name in de vorm van de vraag: “Zijn de voorgestelde antwoorden op de vraag relevant?”

Eerlijkheid Eerlijkheid is een onderdeel van de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie. De informatie die men geeft dient eerlijke informatie te zijn, conform de werkelijkheid. Het dienen met andere wooorden ‘Feiten’ te zijn. En als het interpretaties zijn dient dit ook ze te worden aangegeven. Een vaardigheid horend bij de eerste karakteristiek is Bevestigend Parafraseren. Men dient in alle eerlijkheid te bevestigen en dus niet een parafrasering goedkeuren die je in feite niet correct vindt. Want in dat geval is men niet eerlijk. Een andere vaardigheid, Nederig Vragen hoort bij tweede karakteristiek. Daarbij gaan we er van uit dat de ander eerlijk zal antwoorden op m’n nederige vragen en geen ‘politiek correct’ antwoord zal geven.

Accuraatheid. De tweede vaardigheid van de 1ste karakteristiek is Bepleiten en Bevragen, dit is pleiten voor eigen meningen en daar horen vragen bij naar de accuraatheid van die stellingen. Die vragen staan hierboven geformuleerd.

Precisie. Bijkomende vragen rond de stellingen van de deelnemers aan het gesprek. Hoe precies zijn die? Op wat zijn die gebaseerd?

Breedte. Dit is, in mijn theorie, de kleine staande acht in de linker lus van de grote liggende acht. Daarbij worden de referentiekaders (tweede karakteristiek) getoetst aan de werkelijkheid (eerste karakteristiek). Het heeft ook betrekking op de verschillende ‘gekleurde brillen’ die aan zet zijn (tweede karakteristiek) waardoorheen men de werkelijkheid (eerste karakteristiek) ziet. In de breedte houden we rekening met de verschillende perspectieven. Meer nog we creëren een Gedeelde Mening met betrekking tot de cruciale vraag. Gedeelde mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan  de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen en ze als legitiem aanvaarden en uiteindelijk die vraag of het probleem éénduidig waarderend begrijpen (i.e. de Gedeelde Mening). Dit is een conditio sine qua non voor het uiteindelijk vinden van de broodnodige oplossingen.

Logica. De logica dient nagegaan te worden op het eind van de eerste lus (zit er logica in het waarderend begrepen probleem en in onze gedeelde mening betreffende de cruciale vraag) en tijdens de besluitvorming (derde karakteristiek)

De hulpvragen in dit deel dienen eigenlijk Socratische vragen te zijn. Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemers aan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

[i] Deze column is gebaseerd op een nota van de cursus Filosofie van het eerste jaar Sociaal Werk aan de UCLL (Docenten Rottiers S. en Lleshi Gjonpalaj B. – academiejaar 2020-2021).

[ii] Roels, J.  (2012). Cruciale dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iii] Roels, J. (2001). Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant.

[iv]Paul, R. & Elder, L. (2007). Critical Thinking Competency Standards. Standards, Principles, Performance Indicators, and Outcomes. With a Critical Thinking Master Rubric. The Foundation for Critical Thinking.

[v] Paul, R. & Elder, L. (2008). The Thinker’s Guide to Critical and Creative Thinking. Foundation for Critical Thinking Press.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXIV

EPILOOG:

BLIJF WAKKER, BLIJF VERWONDERD

I wanted to know my story, and your story. Felt like I needed to understand as much of it as I could in order to understand myself. You know, who was I? And where I came from and what that meant. What did it mean to my family? Where was I going? And where were we going together as a people? … 

But most of all, more than anything else, d to be able to tell that story well to you. That was my young promise to myself, and this was my young promise to you. 

From when I was a very young man, I took my fun very seriously, you know. And this is what I pursue as my service, I still believe in it as such. 

This is what I have presented to you all these years. s my long and noisy prayer, as my magic trick.[i]

– Bruce Springsteen

Springsteen on Broadway – Dancing in the Dark (Introduction) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, we zijn aan het eind gekomen van een lange trip. Een met niet minder dan vierenveertig etappes. In het voorwoord schreef ik dat ik deze serie columns startte om jullie een blijvend ruggensteuntje te geven bij het vervullen van jullie levensopdracht: wendbaar en weerbaar blijven. De serie kreeg de titel Blijf Wakker! omdat ik er van overtuigd ben dat jullie nog steeds uit de ijzeren greep van de Vicieuze Cirkel zijn gebleven en daardoor nog verbonden met jullie Intrinsieke Waarde. Hoe het daarmee nu, wanneer jullie dit lezen, gesteld is, kan ik niet bevroeden. Het voorwoord van de serie werd gepubliceerd in oktober 2018 en deze epiloog wordt nu, pakweg twee jaar later, gepubliceerd (1 september 2020). Wel schreef ik de ruwe versie ervan eind augustus 2019. Waarom? Ik wou de klus zo vlug mogelijk klaren, want men weet maar nooit.  Ten einde jullie niet te zwaar te belasten, publiceerde ik slechts twee columns per kalender maand. Dit klokvast op de eerste en de vijftiende van elke maand. 

Ik schreef deze columns ook om m’n laatste levensmissie concreet te maken:

Helping my Grandkids Creating their Lives while Staying their Original Self through Consistent Living Creative Interchange from Within.

Johan Roels

Wat er gedurende die twee jaar niet veranderde, waren de in snelheid toenemende ingrijpende veranderingen. Die veranderingen nopen jullie, nog meer dan voorheen, hoe langer hoe meer wendbaar en weerbaar te worden. Die uitdrukking werd onder meer gebruikt door Fons Leroy, directeur van de VDAB (2005-2019). Dit in een interview op het vrt één journaal van 7 oktober 2016, daags na de aankondiging van het massa ontslag van medewerkers bij ING België. Fons stelde toen dat we ons in de toekomst de sleutelvaardigheden, om in de snel veranderende (VUCA) wereld wendbaar en weerbaar te blijven, dringend eigen dienen te maken. Mij was het direct duidelijk dat men, om wendbaar (i.e. pro-actief) en weerbaar (i.e. re-actief) te blijven, de vaardigheden van Creatieve wisselwerking van binnenuit dient te beleven.

Daarom behandelen 26 van de voorgaande columns het creatief wisselwerkingsproces. Dit in de vorm van antwoorden op cruciale levensvragen. Daarbij werden de vier karakteristieken, acht basiscondities en zestien vaardigheden van dat unieke proces zo duidelijk mogelijk uitgewerkt. De inhoud van die columns werd ook verteerbaaarder gemaakt door het inlassen van persoonlijke anekdotes. Daarenboven behandelen 15 bijkomende columns cruciale aspecten van het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Hoe de columns daadwerkelijk gebruiken?

God have mercy on the man

Who doubts what he’s sure of.[ii]

– Bruce Springsteen

Mijn gebruik van bovenstaande quote van Bruce Springsteen onderstreept dat ik de waarheid niet in pacht heb en mijn denkkader steeds in vraag stel. Dit doe ik uiteraard door gebruik te maken van het creatief wisselwerkingsproces. Wat ik jullie aanraad is om, wanneer er iets niet loopt zoals jullie verwacht hebben, niet bij de pakken te blijven zitten en aan introspectie te doen. Dit laatste met behulp van wat ik het Cruciaal Dialoogmodel heb genoemd. Dit model is, zoals jullie weten, volledig gebaseerd op het creatief wisselwerkingsproces. Ik geef grif toe dat het model niet eenvoudig is wegens het beschrijven van een buitengewoon rijk en gelaagd proces. Het is wel een model waar ik zelf nog elke dag van leer. Wat ik zo onder meer geleerd heb is dat men, door het van binnenuit beleven Creatieve wisselwerking, er steeds meer waarderend van begrijpt en het proces daardoor ook steeds meer van z’n geheimen prijsgeeft.

Eloïse, Edward en Elvire, wat ik hier verder in deze epiloog neerpen, geeft aan hoe ik Creatieve wisselwerking en het model gebruik. Dit is geen evangelie want, zoals hierboven gesteld, heb ik de waarheid niet in pacht. Met andere woorden, het is enkel mijn waarheid niet de waarheid. Wat ik stel en zeg, is wel het beste wat ik hierover te zeggen heb. Daarmee voldoe ik aan het eerste van het tweevoudig commitment van Henry Nelson Wieman: “Geef steeds het beste van jezelf.” Zoals jullie weten is het tweede van dit tweevoudig commitment: “Ik sta steeds open om dat beste te verbeteren.” Hopelijk wordt dit ook jullie commitment!

Wanneer er in mijn leven echt iets voorvalt, dat ik niet had verwacht en/of bezwaarlijk positief te noemen is, ga ik eerst na met welke karakteristiek van Creatieve wisselwerking het gebeuren vooral te maken heeft. Dit zijn er, zoals jullie onderhand wel kunnen dromen, vier:

  • Authentieke Interactie (die ik Communicatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Waarderend Begrijpen (dat ik Appreciatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Creatieve Integratie (die ik Imaginatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Continu Transformeren (dat ik Transformatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog).

Wanneer het mij duidelijk is geworden welke karakteristiek echt te wensen overliet, zoem ik in op de basiscondities en de vaardigheden van de karakteristiek. Anders gesteld, ik tracht de angel van het probleem te vinden teneinde het te kunnen oplossen. Een overzicht:

  • Authentieke Interactie (Deel VI):
    • Vertrouwen en Openheid (Deel IX: Hoe openblijven en blijvend vertrouwen hebben?)
      • Het Formuleren van de Kernvraag (Deel X: Hoe correct een vraag formuleren?);
      • Het in balans brengen van Bepleiten en Bevragen (Deel XI: Dien ik mijn mening te bepleiten of naar de mening van de ander te vragen?);
      • Gebruiken en onderkennen van de Non-Verbale Communicatie (Deel XII: Hoe non-verbale communicatie ontcijferen?);
      • Bevestigen wat Herhaald werd (Deel XIII: Hoe bevestigend parafraseren?).
  • Waarderend Begrijpen (Deel XIV):
    • Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met Ambiguïteit (Deel XV: De voorwaarden met betrekking tot het Waarderend Begrijpen);
      • De kunst van het Nederig Vragen (Deel XVI: Hoe nederig vragen?)
      • Het Vinden van De Plus achter de Min (Deel XVII: Hoe plussen vinden achter de min?);
      • Het Integreren van Verschillen (Deel XVIII: Hoe verschillende inzichten integreren?);
      • Het gebruiken en in vraag stellen van Mentale Modellen (Deel XIX: Hoe Mentale Modellen in vraag stellen?).
  • Creatieve Integratie (Deel XXI):
    • Verbinden (Deel XXII: Hoe verbinden van ogenschijnlijk niet verbonden elementen?) en Creativiteit(Deel XXIII: Hoe creatiever worden?);
      • Herkaderen van de realiteit (Deel XXIV: Hoe herkaderen?);
      • Gebruik van Analogieën (Deel XXV: Hoe analogieën gebruiken?);
      • Gebruik van Metaforen (Deel XXVI: Hoe metaforen gebruiken?);
      • 4 Plussen en een Wens (Deel XXVII: Hoe synergie bekomen via ‘4 Plussen & 1 Wens’?);
  • Continu Transformeren (Deel XXIX)
    • Tenaciteit (Deel XXX: Hoe vasthoudendheid verhogen)? en Interafhankelijkheid (Deel XXXI: Hoe Interafhankelijkheid omarmen?);
      • Herhalen en Evaluatie (Deel XXXII: Hoe blijvend herhalen en evalueren van de activiteit?);
      • Feedback – Positive Reinforcement en Correctie (Deel XXXIII: Hoe correct feedback geven en krijgen?);
      • Durven Wijzigen – indien nodig (Deel XXXIV: Hoe van Koers durven veranderen?);
      • Procesbewustzijn (Deel XXXV: Hoe werkelijk bewust zijn van het proces?).

Bovenstaande opsomming kan ook in één beeld gevat worden:

Ook de nog niet vermelde columns kunnen mij helpen om het proces weer vlot te krijgen of het diepgaander te gebruiken. Het gaat meer bepaald om volgende columns:

  • Deel I: Hoe wendbaar en weerbaar blijven?
  • Deel II: Hoe zoveel mogelijk je Creatieve Zelf blijven?
  • Deel III: Wie ben ik?
  • Deel IV: Welke zijn mijn waarden en kernkwaliteiten?
  • Deel V: Hoe zit het met mijn persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement?
  • Deel XX: Wat te doen met de emotie van de gedeelde mening? (vraag die geplaatst wordt in het midden van het model)
  • Deel XXVIII: Hoe beslissen en niet blijven steken in besluiten? (vraag die geplaatst wordt in op het ‘tipping point’ tussen karakteristieken III en IV)
  • Deel XXXVI: Hoe Creatieve wisselwerking blijvend van binnenuit beleven (WATCH)?
  • Deel XXXVII: Hoe de valkuil van Sophie’s Choice vermijden?
  • Deel XXXVIII: Hoe licht leven in donkere tijden?
  • Deel XXXIX: Hoe sterk weer opslaan na zware tegenslag? 
  • Deel XXXX: Hoe omgaan met polariteiten?
  • Deel XXXXI: Hoe omgaan met een conflict?
  • Deel XXXXII: Hoe omgaan met een crisis?
  • Deel XXXXIII: Wat wil ik eigenlijk: Gelijk of Geluk?

Eloïse, Edward en Elvire, deze columns vormen een naslagwerk dat jullie kan helpen wendbaar en weerbaar te blijven.

Soms kunnen jullie, zoals hierboven beschreven, door reflectie nagaan welke column jullie in gegeven omstandigheden het best kan helpen. Zo komt het nogal eens voor dat het probleem niet duidelijk is. Zeker in groep heb ik het meermaals meegemaakt dat, het mij plots duidelijk werd dat de meerdere versies van het probleem, die zich in de Mindsets van de groepsleden bevonden, de oplossing ervan bemoeilijkten. Kortom, wees er steeds zeker van dat, wanneer in groep een probleem dient opgelost te worden, eenieder lid van die groep het probleem op eenzelfde manier, eenduidig dus, begrijpt. Daarbij helpt het om vaardigheid van deel X, het Formuleren van de Kernvraag, te beheersen. Ook zeer belangrijk vind ik het continu in vraag stellen van het eigen denkkader (Deel XIX). “Heb ik zelf een en ander wel correct waarderend begrepen?” en “Waarom ben ik zo zeker van mijn mening?” zijn vragen die mij daarbij helpen.

Eloïse, Edward en Elvire, uit eigen ervaring weet ik ook dat bij sommige tegenslagen de ganse reeks columns aan bod kan komen. Laat mij een voorbeeld geven uit m’n eigen leven. Jullie weten dat ik in september 2013 het verdict: ‘U heeft darmkanker” te horen kreeg. Dat was een kleine uppercut waar ik toch even diende van te bekomen. Wat ik met innerlijke zekerheid al maanden wist, werd door mijn specialist, Bruno Vermeersch, bevestigd. Gelijk krijgen is inderdaad niet altijd leuk! Wat heb ik in de daaropvolgende periode dan gedaan? Vooreerst heb ik, vanuit m’n waarden en kernkwaliteiten, volgende hamvragen gesteld: “Hoe wil ik gedurende de rest van m’n leven, met de wetenschap dat ik darmkanker heb, positief het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit beleven?” en “Hoe wens ik door mijn drie kleinkinderen herinnerd te worden?” Voor de beantwoording van deze vragen heb ik praktisch alle columns heb gebruikt. Een van de acties – naast het herschrijven van m’n levensvisie (zie hoger) – die er uiteindelijk uit voortvloeiden, was het effectief schrijven van deze columns om mezelf en jullie drie wendbaar en weerbaar te houden.

Success is not a destination, but the road you’re on.

Being successful means that you’re working hard 

And walking your walk every day.

You can live your dream by working hard towards it.

That’s living your dream

Marion Wayans

Het creatief wisselwerkingsproces laat zich niet controleren. Dus kan ik ook geen recept schrijven met betrekking tot hoe jullie dit proces dienen te beleven. Dit zullen jullie zelf moeten leren en dit juist door het proces continu van binnenuit te beleven! En dit met vallen en opstaan… Deze reeks is enkel een hulpmiddel en een naslagwerk om jullie bij die levenstaak te ondersteunen, niet meer en niet minder. Ik wens jullie het allerbeste toe tijdens jullie levenstocht en vergeet niet: “De reis is belangrijker dan het doel!”

De 44 columns samengevat in één song!

Gedurende de laatste etappes van mijn eigen tocht vind ik inspiratie in de tekst van Leonard Cohen’s lied ‘Anthem’ uit z’n album ‘The Future’ (1992), met de boodschap van hoop in donkere tijden (Deel XXXVIII). Dit lied vat de 44 columns op een enige manier samen.

De eerste strofe maakt mij duidelijk dat men elke dag opnieuw het creatief wisselwerkingsproces dient te beleven; dus in het nu. Dat men bovendien niet langer achteruit mag kijken dan strikt nodig, en dan enkel om lessen uit dat verleden te trekken teneinde er effectief iets mee te doen in het nu. Men mag zich ook niet verliezen in dromen over de toekomst. Op zich is het hebben van een droom goed, het zich verliezen in dromerij is dat helemaal niet. Een droom is een richtsnoer, dat men nodig heeft om het in het nu te volgen. Men creëert de toekomst die men wil in het nu; niet in het verleden en ook niet in de toekomst! Het helder bewust leven in het nu is verre van gemakkelijk. Dit is een van de weinige zekerheden die in het nieuwe paradigma overheid is gebleven. Het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking (waarvoor in het lied de duif als metafoor wordt gebruikt) is en blijft vechten tegen de persoonlijke Vicieuze Cirkel:

The birds they sang
At the break of day
Start again
I heard them say
Don’t dwell on what
Has passed away
Or what is yet to be
Yeah the wars they will
Be fought again
The holy dove
She will be caught again
Bought and sold
And bought again
The dove is never free

Het refrein herinnert mij er aan dat ik het beste van mezelf dien te geven en niet mag wachten tot wat ik doe perfect is. Imperfectie is geen probleem, want door elke imperfectie (‘the crack’) komt The Light (het licht) binnen. The Light is wat Yoda The Force noemt, met name Creatieve wisselwerking.

Leonard Cohen zei ooit, vertaald in het Nederlands, over dat refrein het volgende:

De toekomst is geen excuus om afstand te doen van je eigen persoonlijke verantwoordelijkheden ten opzichte van jezelf, je werk en jouw liefde. “Laat de klokken, die dat nog steeds, kunnen klinken.” Ze zijn met weinig, maar je kunt ze vinden.

Dit refrein gaat als volgt:


Ring the bells (ring the bells) that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

Er bestaan verschillende verhalen over waarop Leonard Cohen zijn beroemd geworden quote – There is a crack in everything. That’s how the light gets in – baseerde . Voor mij is de meest plausibele verklaring dat zijn bron een verhaal was uit het boek van de Boeddhist Meditatie leraar, Jack Kornfield, ‘A Path With Heart’[iii] (Cohen werd zelf Boeddhist met de bedoeling ‘heel’ uit een zware depressie te komen, wat na jaren verblijf in een Californisch Zen Boeddhistisch klooster uiteindelijk lukte[iv]). 

Het bewuste verhaal gaat over een jonge man waarvan een been diende geamputeerd te worden teneinde hem te redden van een gewisse dood. Die jongen leed aan een agressieve beenkanker. De kanker werd effectief overwonnen. Om het trauma veroorzaakt door het verlies van een been te kunnen verwerken, werd hij intensief begeleid door een vrouwelijke dokter, Naomi Remen. Deze arts gebruikte onder meer kunst en meditatie om mensen, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk, te genezen. In het begin van zijn therapie tekende de jongen op de rand van razernij zichzelf als een vaas met een lelijke barst. Wanneer hij, na jaren therapie en meditatie, de innerlijke vrede teruggevonden heeft, wordt hij door de arts confronteerd met een van z’n eerste tekeningen. Zijn directe reactie was: “Oh, deze tekening is niet afgewerkt.” De arts suggereerde om alsnog de tekening af te werken, wat hij deed. Hij bewoog een vinger over de dikke barst en zei tot de dokter: “Kijk eens naar die barst, daar komt het licht doorheen.” Hij nam een geel potlood en tekende het stromend licht doorheen de barst van het lichaam van de vaas en zei: “Onze harten kunnen sterk groeien op de gebroken plaatsen.”  

Ook de tweede strofe is een ode aan die imperfectie. Direct perfect, de oude slogan van de kwaliteitsgedachte van de jaren tachtig, is een leugen. Imperfectie, verbonden met continue verbetering door transformatie, is het nieuwe normaal. 

Het eigen commentaar van Leonard Cohen luidt als volgt:

Deze situatie kent geen perfecte oplossing. Dit is ook niet de plaats weer men dingen pefect maakt; noch in je huwelijk, noch in je werk, noch in je liefde voor jouw familie of land. Het leven is onvolmaakt. 

De strofe zelf luidt:


We asked for signs
The signs were sent
The birth betrayed
The marriage spent
Yeah the widowhood
Of every government
Signs for all to see

En terzelfdertijd dienen we er ons bewust te zijn van de hypocrisie van wat Leonard Cohen de “lawless crowed” en de “killers in high places” noemt. The Crack kan dus ook gezien worden als de scheur in de muren van corruptie, in regeringen en in de machtigen van deze aarde. Het gaat om structuren die ons omwikkelen, gevangen houden, van buiten naar binnen controleren en die de mensen tot slaaf maken en de middelen van de wereld knechten. Maar zoals Leonard Cohen heb ik belsoten mij niet te laten knechten en dus niet tevreden te zijn met de status quo. Het gaat niet alleen over persoonlijke groei, het gaat ook om anderen te inspireren.


I can’t run no more
With that lawless crowd
While the killers in high places
Say their prayers out loud
But they’ve summoned, they’ve summoned up
A thundercloud
And they’re going to hear from me

Die laatste zin doet mij dan weer denken aan een uitspraak van Martin Luther King: “We must speak with all the humility that is appropriate to our limited vision, but we must speak.” Dat is in essentie wat ik heb gedaan; en dit in 44 columns!

De strofe wordt gevolgd door het refrein, dat oproept om zowel wakker als authentiek te blijven. Leonard Cohen zegt daarover:

Er is een scheur in alles wat je kunt samenstellen: fysieke objecten, mindsets, kortom constructies van welke aard dan ook, fysiek of mentaal. Er is echter hoop, want een scheur is waar het licht binnenkomt, waar de opstanding is, waar de terugkeer en de berouw is. Het is de confrontatie van de gebrokenheid der dingen.

Door die gebrokenheid groeien we omdat we beseffen dat alles wat gebroken is op een of andere manier kan hersteld worden, terug ‘heel’ gemaakt worden.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

De laatste strofe is een oproep tot synergie. Hetgeen ik dan uiteraard interpreteer als een oproep tot het van binnenuit beleven van Creatieve wissselwerking, dat ook voor Leonard Cohen synoniem is van Liefde: 


You can add up the parts
You won’t have the sum
You can strike up the march
There is no drum
Every heart, every heart to love will come
But like a refugee

Om die laatste zin ‘But like a refugee’ waarderend te kunnen begrijpen dient men te overwegen dat Leonard Cohen sterk beïnvloed was door het Boeddhisme. Dus kan die zin een specifieke Boeddhistische betekenis hebben, want er bestaat een Boeddhistische ceremonie, “Taking Refuge (Toevlucht zoeken)” genaamd. De uitgesproken geloften tijdens deze ceremonie zijn: “Ik zoek toevlucht bij de Boeddha (de leraar), ik zoek toevlucht bij de darhma (de leerstellingen), ik zoek toevlucht bij de sangha (de gemeenschap van Boeddhisten).” Men doet deze geloften om iemands toewijding aan het boeddhistisch pad te versterken. 

Eloïse, Elvire en Elvire, het is niet verwonderlijk dat ik daarin Man’s Ultimate Commitment voor Creatieve wisselwerking zie. Ook Henry Nelson Wieman was beïnvloed door het Boeddhisme.

De betekenis van ‘toevlucht zoeken’ is een ietwat complex en potentieel verwarrend. Maar is Creatieve wisselwerking ook niet ‘Kunnen omgaan met ambiguïteit’?!? Volgens mijn interpretatie betekent ‘toevlucht zoeken’ het tegenovergestelde van wat men zou kunnen denken. Men zoekt geen toevlucht om veilig te zijn; men zoekt toevlucht als een verplichting die men zichzelf oplegt om de realiteit van ongegrondheid te ervaren (met andere woorden het tegenovergestelde van veiligheid in de zin van ‘securitiy’). Die veiligheid is overigens een illusie gebleken. Toevlucht zoeken tot Creatieve wisselwerking is bereid zijn om het eigen referentiekader (Mindset) in vraag te stellen en zich volledig open op te stellen en compleet wakker (i.e. helder bewust) te zijn. Het eigen referentiekader mordicus vasthouden komt neer op vasthouden wat een veilig en stabiel gevoel geeft. Dit is de identiteit van de gecreëeerde zelf. Meestal laat men de gecreëerde zelf maar los in tijden van wanhoop en wanneer we de zekerheden uit elkaar zien vallen. 

Er is ook een link met de vluchteling (refugee) in de gebruikelijke zin van het woord. Die vlucht voor vervolging of nare situatie in haar of zijn thuisland, in de hoop vrijheid en een betere situatie in een ander land. Het boeddhisme zegt, vertaald in Creatieve wisselwerking taal, dat we in onze gecreëerde zelf vast zitten. Dat we gevangenen zijn van onze eigen Vicieuze Cirkel met z’n gehechtheden aan eigen concepten en denkkaders. We zitten gevangen in onze Mindset en dienen toevlucht zoeken in het creatief wisselwerkingsproces teneinde onszelf te bevrijden van die boeien. Daartoe dienen we op elk ogenblik open en wakker te zijn.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
Ring the bells that still can ring (ring the bells that still can ring)
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in

En tot slot nog een ‘wijze gedachte’ in de vorm van volgende quote:

“The real act of discovery consists not in finding new lands,

But in seeing with new eyes.”

Marcel Proust

Creatively,

Jullie Opa, die zielsveel van jullie houdt,

Johan 


[i] Bruce Springsteen, Quote uit Dancing in the Dark (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Collumbia Records, 2018

[ii] Bruce Springsteen. Quote uit Brilliant disguise song uit de studioalbum Tunnel of Love, Columbia Records, 1987.

[iii] Jack Kornfield. A Path With Heart. The Classic Guide Through the Perils and promisses of Spiritual Life. London: Rider, an imprint of Ebury Press, Random House. 2002. Bladzijde 48.

[iv] https://time.com/4570605/marina-abramovic-leonard-cohen/

BLIJF WAKKER ! – DEEL VII

DE CONDITIES NODIG VOOR CREATIEVE WISSELWERKING!

Poor man wanna be rich, rich man wanna be king
And a king ain’t satisfied till he rules everything
I wanna go out tonight, I wanna find out what I got
Well I believe in the love that you gave me
I believe in the faith that could save me
I believe in the hope and I pray that some day it may raise me above these  Badlands[i]

Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town – 1978


Opdat Creatieve wisselwerking überhaupt zou kunnen plaats vinden, dienen er bepaalde condities vervuld te zijn. Deze voorwaarden zullen in de loop van deze column reeks uitgebreid aan bod komen. In dit deel wil ik het, Eloïse, Edward en Elvire, hebben over de noodzaak van deze condities. Die werd mij duidelijk door volgende persoonlijke observatie. Hoe minder er van deze condities (voorwaarden) aanwezig zijn in de leefwereld van een individu, hoe minder dat individu Creatieve wisselwerking van binnen uit kan beleven. Bruce Springsteen bezingt ze als “I believe in lovefaith and hope” en ik hoe zijn visie in Creative Interchange taal vertaal, vinden jullie in dit deel.

Volgens Henry Nelson Wieman is Creatieve wisselwerking aangeboren en bij machte de menselijke geest oneindig uit te breiden en te transformeren. Gezien de menselijke geest dat zelf niet kan, voegde Charlie Palmgren daar later fijntjes aan toe. Ieder kind heeft van bij de geboorte de capaciteit om deel te nemen aan het creatief wisselwerkingsproces. Dat dit laatste Charlie ‘s definitie van Intrinsieke Waarde is, zagen we reeds in deel IV. Het kind neemt effectief deel aan dit transformatieproces indien aan bepaalde voorwaarden in min of meerdere mate voldaan is. Nogmaals, hoe meer aan die voorwaarden is voldaan, hoe groter de kans is dat Creatieve wisselwerking van binnenuit wordt beleefd, telkens zich daartoe de kans voordoet. 

Die voorwaarden maken de goede werking van de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces mogelijk[ii]. Deze condities zijn respectievelijk:

  1. Vertrouwenen Openheid om de Authentieke Interactie te bevorderen;
  2. Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid om het Waarderend Begrijpen mogelijk te maken;
  3. Het kunnen Verbinden en Creativiteit om de Creatieve Integratie (Imaginatie) aan te zwengelen;
  4. Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid om Continue Transformatie van de gecreëerde zelf te kunnen realiseren.

Het valt jullie misschien op, Eloïse, Edward en Elvire, dat deze voorwaarden tevens kenmerken zijn van het jonge kind. Met jonge kind bedoel ik een kind vanaf dag 1 tot en met 7 à 9 jarige leeftijd. Die laatste leeftijd hangt hoofdzakelijk af van de negatieve werking van de Vicieuze Cirkel in het geval van het kind in kwestie.

Inderdaad, en driewerf helaas, deze – meestal in het begin voorhanden zijnde voorwaarden – worden, gedurende de prille kinderjaren, danig uitgehold door het conditioneringsproces, ook wel opvoedingsproces genoemd. De conditionering van elk kind gebeurt door ouders, opvoeders, leraars, vrienden, media, en een groot aantal sociale en culturele interacties. Het is triest te moeten observeren dat juist daardoor deze noodzakelijke condities of voorwaarden danig in het gedrang komen. Waardoor dan weer het creatief wisselwerkingsproces wordt afgeremd of belemmerd, met als rechtstreeks gevolg dat de aan gang zijnde transformatie vertraagd wordt of tot stilstand komt. Met andere woorden de snelheid van het leren van een kind vertraagt aanzienlijk op de leeftijd dat het naar school gestuurd wordt … om te leren! Wat er juist gebeurt en hoe dit gebeurt zal in dit deel in het algemeen, en in latere delen in detail, besproken worden.

Zoals we in een vorig deel (Deel I) zagen komen kinderen helder bewust ter wereld. Daardoor zijn ze waakzaam en alert met betrekking tot de wereld om hen heen. Zij hebben daarbij een schijnbaar onuitputtelijk vertrouwen en staan open voor al het nieuwe dat op hen afkomt. Bovendien zijn ze zeer nieuwsgierig en verkennen ze onbevreesd hun leefwereld. Daarbij kunnen ze verduiveld goed omgaan met onzekerheid. Ze beschikken over een grote drang om de grenzen van hun leefwereld continu uit te breiden. Daartoe zetten jonge kinderen al hun zintuigen in. Ze zien, horen, raken nieuwigheden aan, ruiken er aan en proeven er zelfs van. Het is de periode van pure observatie zagen we al en ook de tijd van speelse fascinatie, flexibiliteit, wendbaarheid en ‘Flow’[iii]. Dit alles is gekoppeld aan de vaardigheden van het kunnen verbinden van ogenschijnlijk niet te verbinden elementen en creativiteit. Wanneer kinderen ‘fouten’ maken, of ‘mislukken’, blijven ze niet bij de pakken zitten. Integendeel ze zetten door, zijn vasthoudend en leren aan een ongeziene snelheid (die we later nooit meer bereiken). Kinderen zijn ook niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Hoewel ze op fysisch vlak totaal afhankelijk zijn, zijn ze op psychisch vlak interafhankelijk. Deze voorwaarden zijn een integraal onderdeel van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Zoals reeds meermaals aangehaald, is dit het proces dat er voor zorgt dat het bereik wordt uitgebreid van wat kinderen kunnen kennen, waarderen, zich kunnen voorstellen, en van binnenuit kunnen beheersen.

Spijtig genoeg wordt de openheid van het jonge kind vroeg of laat de mond gesnoerd. Dit geeft een deuk in het vertrouwen. Het kind ondervindt weerstand en zelfs regelrechte tegenkanting. Ook door de aangeboren nieuwsgierigheid komt het kind in de problemen. Het kind stelt, zeker in de leeftijdscategorie van 2 tot 5 jaar, vaak de ‘Waarom?’ vraag. Het kind wenst te leren. De ouders krijgen, door het continu vragen van het kind naar het waarom der dingen, het echter op de lange duur op de heupen. Het kind wordt met een kluitje in het riet gestuurd of krijgt een duidelijke ‘Daarom!’. Daardoor verleert het kind langzamerhand vragen te stellen en krijgt de natuurlijke nieuwsgierigheid een knauw. Dit eerst door de ouders, nadien door andere opvoeders en leraren die geacht worden het kind voor te bereiden op volwassenheid. De aangeboren voorwaarden, waardoor het kind ten volle deelneemt aan Creatievewisselwerking, worden langzamerhand één voor één afgebouwd en vervangen door opgelegde gedragspatronen opdat het kind adequaat zou kunnen functioneren binnen het gezin, de school en de samenleving. Daarbij dient het kind z’n intrinsieke natuur hoe langer hoe meer te verloochenen teneinde te voldoen aan een steeds maar groter wordend pakket extrinsieke eisen en verwachtingen. Het aanvaarden van dit opgelegd pakket is onderdeel van het lidmaatschap van de bewuste groep (cultuur) waartoe de ouders, de school en de gemeenschap van het kind behoren. Het kind leert hoe langer hoe meer afwijzing en verstoting te voorkomen en komt hoe langer hoe meer in z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel terecht.

In de psychologie stelt men dat het gaat over een strijd tussen de interne ‘locus of control’ en de externe ‘locus of control’. Dit begrip ‘locus of control’ verwijst naar de mate waarin iemand gelooft dat gebeurtenissen die hem overkomen al dan niet van binnenuit te beheersen zijn.

De Originele, Creatieve Zelf van het kind wordt aldus langzamerhand geconditioneerd, door de cultuur van de gemeenschap waarin het kind opgroeit, tot een aanvaardbare gecreëerde zelf. Dit is ook de periode waarin het helder bewustzijn of het Ik-bewustzijn wordt ingewisseld voor het gekleurd bewustzijn of het mij-bewustzijn, waarover ik het in een vorige deel (Deel II) had. Het is dus de sociale conditionering die als oorzaak van deze nefaste verandering aangewezen kan worden. Daardoor wordt de snelheid van de natuurlijke transformatie ten goede afgeremd. Inderdaad, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vermindert zienderogen omdat de daartoe nodige condities minder en minder voor handen zijn. Het kind wordt minder open, vertrouwt hoe langer hoe minder de ander, verleert het stellen van kritische vragen en wordt dus minder nieuwsgierig. Ook kan het hoe langer hoe minder omgaan met onzekerheid. Het zoekt zekerheid waar het niet te vinden is. Het kan hoe langer hoe minder zaken met elkaar verbinden en de zogenaamde creativiteitsindex vermindert zienderogen. 

Die index werd ontdekt door Paul Iske[iv]en is gebaseerd op het aantal vragen dat een persoon stelt en het aantal keer dat zij of hij lacht. Uit die index blijkt dat we op ons 5e levensjaar blijkbaar heel veel lachen en ook veel vragen stellen en dat we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone komen. Deze index geeft duidelijk aan wat een nefaste invloed het conditioneringsproces heeft op onze nieuwsgierigheid en onze creativiteit. Tenslotte vermindert ontegensprekelijk het doorzettingsvermogen en verschanst men zich in z’n eigen mentaal model, waardoor de voorwaarde van interafhankelijkheid minder prominent gewaardeerd wordt.

Doen is de beste manier van denken

Tenslotte vermindert ook het doorzettingsvermogen van het kind en transformeert het van een afhankelijke peuter naar een onafhankelijke (dat denkt zij of hij toch) adolescent en vergeet het de mens in wezen interafhankelijk is.

Creatieve wisselwerking wordt geoptimaliseerd wanneer er een integratie plaats vindt van observeren (door de Creatieve Zelf) en het percipiëren, dus waarnemen (door de gecreëerde zelf). Wanneer de voorwaarden openheidvertrouwennieuwsgierigheid en kunnen omgaan met onzekerheid aanwezig zijn, ondersteunen het helderen gekleurd bewustzijn elkaar wederzijds. Daardoor krijgt men een beter inzicht betreffende de werkelijkheid en kan men geraakt worden door het verschil tussen dit inzicht en de wens betreffende een betere toekomst. Waardoor men dan weer verschillende ideeën kan verbindenen de creativiteit kan inzetten om die te integreren tot een oplossing. Die oplossing vasthoudend en interafhankelijk verwezenlijken, leidt dan tot de transformatie van de gecreëerde zelf in de richting van, en dus nader tot, de Originele Zelf.

Het belang van deze condities voor het kiezen van een school en (later) een werkgever

Zowel onderwijsinstellingen als bedrijven, die niet voorzien in een minimum van deze voorwaarden, zijn te mijden als de pest. Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is broodnodig voor jullie persoonlijke ontwikkeling. Het beleven ervan van binnenuit is echter niet van de poes. Daarom juist zijn ondersteunende voorwaarden nodig. Ook dient men zoveel als mogelijk hulpbronnen aan te boren en niet verzeild te raken in situaties waarin Creatieve wisselwerking wordt tegengewerkt doordat de Vicieuze Cirkel wordt aangezwengeld. Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien

Zowel de school als het bedrijf dienen duidelijk te maken aan welke doelstellingen jullie activiteiten bijdragen en er voor te zorgen dat die doelstellingen niet willekeurig veranderen.

Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien:

Heldere doelen en regels die aansluiten bij jullie persoonlijke waarden en kwaliteiten

Een essentieel aspect van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich daarvoor inzetten van binnenuit. Jullie zetten zich in vanuit een intrinsieke motivatie, omdat jullie het zelf willen in plaats dat dit jullie wordt opgedrongen door anderen.

Het onderwijs is voor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, goed geregeld; mede omdat jullie moeder Daphne de onderwijsinstellingen gekozen heeft die aansluiten bij jullie waarden en kwaliteiten. Hoewel, zelfs in het SUI is waakzaamheid geboden.

Later dienen jullie zelf wel jullie werkgever zorgvuldig te kiezen. Een werkgever die op onverwachte momenten het roer van zijn beleid omgooit, belemmert het beleven van het creatief wisselwerkingsproces door de medewerkers.

Er is eerlijke feedback beschikbaar over het effect van wat jullie doen zodat jullie kunnen bijsturen

De meeste onderwijsinstellingen geven dusdanige feedback en steunen zich daarbij op regelmatig aftoetsen van de kennis van de leerstof. Die feedback dient evenwel eerlijk en correct te zijn, anders werkt die tegendraads. Dat laatste hebben jullie zeker al ondervonden!

Later dienen jullie werkplekken te kiezen waar jullie zowel feedback krijgen over jullie inspanningen en de effecten ervan, als dat jullie zelf feedback kunnen geven over wat jullie op de werkplek ervaren. Indien de tweezijdige feedback niet vloeiend verloopt, doordat uw leidinggevende niet naar jullie terugkoppelt of dat jullie feedback door de organisatie genegeerd wordt, komt jullie beleven van het creatiefwissel werkingsproces in gedrang en wordt het misschien tijd om de werkaanbiedingen, die jullie kunnen vinden op het ‘world wide web’, eens grondig te analyseren.

De studie/taak dient moeilijk te zijn en die moeilijkheidsgraad dient in evenwicht te zijn met jullie vaardigheden

Opdrachten die liggen aan de grenzen van het eigen kunnen – die geven een kick! De opdracht mag evenwel niet te moeilijk zijn, want dan verliezen jullie het broodnodige vertrouwen om de taak correct uit te voeren. Dat verlies aan vertrouwen leidt naar angst voor de mogelijke mislukking. Daardoor stijgt de stress en in plaats van het beleven van Creatieve wisselwerkingkomen we terecht in onze Vicieuze Cirkel

Het omgekeerde – te weinig uitdaging voor jullie vaardigheden – levert verveling en zelfs apathie op. Dit alles geld zowel voor de schoolomgeving als jullie latere werkomgeving. Indien jullie later opdrachten krijgen die ofwel te gemakkelijk of te moeilijk zijn, dienen jullie dat onmiddellijk klaar en duidelijk aan jullie leidinggevende kenbaar te maken. Men zegt soms: “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”; laten we dit eens aan de werkelijkheid toetsen:

In een schoolomgeving is het uiterst belangrijk dat jullie – indien acterend op de grens van jullie kunnen – degelijke leraars en leraressen hebben die de materie beheersen en goede uitleg verstrekken. Dit is nodig om met vertrouwen aan de slag te kunnen gaan. Ook dienen deze docenten jullie feedback te geven en jullie vragen ernstig te nemen.

Eloïse, jij hebt momenteel (voorjaar 2019) een studierichting gekozen die voor jou een echte uitdaging is. Een uitdaging op de grens van jouw kunnen, stelden jouw klastitularissen nog onlangs. En je voelt de Creatieve Spanning omzeggens dagelijks. Misschien begrijp je nu beter, na het lezen van dit deel, waarom ik je graag bij deze uitdaging ondersteun en we samen de steken oprapen die jij en SUI leraren dreigen te laten vallen. Hoe jij de handschoen opneemt maakt mij fier!

Er is de vrijheid om de taak op jullie eigen manier uit te voeren

Men krijgt nu eenmaal meer greep op het werk als het naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en uitgevoerd. Alleen dan kan de taakuitvoering nauw aansluiten bij de persoonlijke leer- en werkstijl.

Indien er van hogerhand, en dat geldt zowel voor een onderwijsinstelling als een bedrijf, voorschriften worden uitgevaardigd die in de ogen van de leerlingen c.q. werknemers niet bijdragen tot het doel van de werkzaamheden, dan werkt dat zeer remmend op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Eloïse, je begrijpt nu wellicht beter waarom ik mij niet moei met de inhoud van jouw studieplanning. Ik verlang enkel dat je er een maakt die realistisch is en aanvaard die steeds integraal.

Als het werk weinig uitdaging biedt, dient de organisatie taken aan te bieden om jullie grenzen te verleggen.

In een schoolomgeving is dat sterk georganiseerd en als het ware in het curriculum ingebakken. Zo volgt er na elk met succes afgewerkt leerjaar een nieuw met een hoger uitdagingsniveau.

In een bedrijfsomgeving is dit veelal een heikel punt. Een ideale werkgever biedt de werknemer de kans om een moeilijker werk uit te voeren als zij of hij de huidige taak helemaal meester is. Ook dat is een ‘two-way street’. Een goede leidinggevende is sensitief voor de signalen die medewerkers uitzenden als ze aan iets nieuws toe zijn. Die leidinggevende is ook creatief in het vinden van uitdagend werk. Een goede medewerker vraagt bijtijds om ander werk te mogen doen als hij zich gaat vervelen. Zij of hij is bovendien pro-actief en stelt zelf een nieuw takenpakket voor.

Jullie worden tijdens de uitvoering van jullie taak niet gestoord door negatieve inmenging van buiten- én van binnenuit

De essentie van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich niet laten sturen door zowel manipulatie van anderen als door jullie gekleurd bewustzijn. Indien de werksituatie op dit gebied bedreigend wordt, dan leidt die onvermijdelijk naar de Vicieuze Cirkel. Als het doel van de reis gaat overheersen, kan men namelijk niet meer genieten van de weg.

Dezelfde condities die de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen bevorderen dus het beleven van Creatieve Wisselwerking en andersom!


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlands, song van het album Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012.

[iii]Flow is een van de synoniemen voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is Mihaly Csiksentmihalyi.

[iv]https://arthurkruisman.wordpress.com/2013/03/21/de-staat-van-terminale-serieusheid/