Tagarchief: Creatieve wisselwerking

BLIJF WAKKER ! – DEEL XI

DIENEN JULLIE VOOR JULLIE EIGEN MENING TE PLEITEN OF NAAR DE MENING VAN DE ANDER TE VRAGEN?

Today, Bruce Springsteen has assumed his place in the tradition of great American populist poets whose work emanaes from the people while speaking of and for them. In the thirty-three years since America first heard Bruce Springsteen’s Greetings From Asbury Park, NJ., Mr. Springsteen has never stopped listening to the voices of his community, seeking connection with their lives, understanding their frustrations, and inviting their hopes. In his music, Mr. Springsteen has consistently embraced the lost, the left-out, and the passed-over and he has never failed to recognize how much of him they are.[i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, ondertussen weten jullie reeds dat op een ‘of’ vraag het enig correcte antwoord ‘JA!’ is. Bij Authentieke Interactie, een onderdeel van Creatieve wisselwerking, is er nood aan een vaardigheid die ik, n   aar het voorbeeld van Chris Argyris, ‘Bepleiten en Bevragen’[ii] heb genoemd. Hierbij gebruik ik als definitie voor bepleiten: door woorden en volzinnen uw wens of mening duidelijk te maken en daardoor anderen proberen te overtuigen. Dit is wat Bruce Springsteen in z’n songs doet. Leuk is dat het label van deze vaardigheid komt uit de sfeer van het advocaten beroep waar pleiten wordt gebruikt in de betekenis ‘iemand die ergens van beschuldigd wordt met argumenten verdedigen’. Bevragen is dan het vragen naar de mening van de ander. Daarbij ga ik er van uit dat die wel eens anders zou kunnen zijn dan mijn eigen mening.

Creatieve wisselwerking bij communicatie: de dialoog

Een toepassing van Creatieve wisselwerking is de communicatie tussen de deelnemers aan het proces. Bij Creatieve wisselwerking op z’n best is de communicatievorm tussen de deelnemers de dialoog. Eloïse, Edward en Elvire, er bestaan (minstens) vijf communicatie vormen en slechts één ervan is heilzaam voor het creatief wisselwerkingsproces. Die vijf communicatie vormen zijn:

  1. De monoloog: de een geeft en de andere ontvangt niet, de een houdt geen rekening met het gegeven of de ander, al dan niet, wil ontvangen;
  2. Het debat : de een geeft en de ander ontvangt, de ander is echter niet in staat of bereid om iets te geven;
  3. De discussie: de een én de ander geeft, geen van beiden is bereid of in staat om te ontvangen, het geven komt in ‘botsing’, wat tot spanning (vechten) of leegte (vluchten) kan leiden;
  4. Het gesprek: de een en de ander geeft en beiden ontvangen, doch beiden laten, wat ze ontvangen, niet diep in hen doordringen, het krijgt geen kans om hen wezenlijk te veranderen: “We dronken een glad, deden een plas, en alles bleef zoals het was”;
  5. De dialoog: de een en de ander geeft en beiden ontvangen en dat op een zeer open manier (een van de twee voorwaarden van deel IX), waarbij wij ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander. Daarbij zijn we bereid om onze visie op de werkelijkheid aan te passen, ons oordeel om te vormen en daardoor dan te veranderen. Dialoog heeft dus ook te maken met wat Carol Dweck ‘Growth Mindset’noemt[iii].

Een van de spanningen die men bij diepgaande communicatie niet kan ontwijken, is de spanning tussen de gesprekspartners, vanwege hun verschillende wensen en noden. Deze spanning komt echter ook door de natuurlijke wens de ander te beïnvloeden. Deze wens is uiteraard bij elke gesprekspartner aanwezig. Dialoog of respectvolle communicatie bekijkt beide zijden van deze eeuwige spanning. Dit is zowel praktisch als realistisch; beide gesprekspartners zijn belangrijk en hebben hun specifieke verwachtingen en verlangens. Dit inzien en elkaars mening respecteren, is een onderdeel van respectvolle communicatie en van de dialoog. 

Respectvolle communicatie gebruikt de vaardigheid die hier aan de orde is: Bepleiten en Bevragen. Jij vertelt hoe jij het ziet en vraagt de ander wat haar of zijn visie is. Dus men doet beide: men geeft zijn eigen mening zonder de ander het recht te ontzeggen een andere, eventueel afwijkende, mening te hebben. Met andere woorden, men neemt aan dat zij of hij een andere zienswijze van dezelfde realiteit kan hebben. Men is er zich dus van bewust dat beiden een verschillende mindset (denkkader, mentaal model) hebben en daardoor, per definitie als het ware, verschillende visies op de werkelijkheid.

Een reactie op overmatig Bepleiten is het opgeven van het gesprek; de gesprekspartner trekt zich terug en laat de pleiter doorpraten zonder weerwoord. De spreker denkt dan vaak dat de ander het met haar of hem eens is, maar meestal is er geen enkele overeenstemming. Als een gesprekspartner daarentegen uitsluitend vragen stelt, krijgt de ander na een tijd een onbehagelijk gevoel, want de vraagsteller spreekt zich zelf niet uit en daardoor weet de ander niet waarvoor deze staat. Wantrouwen en onzekerheid bij de ander zijn dan vaak het gevolg. In beide gevallen is er een gebrek aan respect. Dit ‘disrespect’ wordt uiteraard aangevoeld en doodt de dialoog.

Heel belangrijk bij respectvolle dialoog is het bekomen van een balans tussen Bepleiten en Bevragen. Het zoeken naar die balans creëert meestal het op losse schroeven zetten van de verankerde meningen van de eigen mindset. Een reden te meer waarom dit geen vanzelfsprekende vaardigheid is. De winst ligt in het helderder en creatiever inzicht dat voortkomt uit het combineren van de diverse perspectieven. Niet dat het makkelijk is, want beide elementen van Bepleiten en Bevragen kunnen op een zodanige manier uitgevoerd worden dat de vaardigheid niet werkt. Bepleiten zonder het redeneringsproces van de stellingname bloot te leggen, werkt niet. Bevragen op een ‘spervuur-ondervragingsmanier’ ook niet. In elk geval gaat het bij Bepleiten en Bevragen niet alleen over de mening van de een én de ander maar ook over waarop ze die mening baseren. Dit kunnen data zijn, maar ook interpretaties of waardeoordelen. Data zijn verbonden met de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, en worden bekomen door observatie met het helder bewustzijn. Interpretaties en waardeoordelen horen dan bij de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking en worden bekomen door waarneming met het gekleurd bewustzijn. Daarmee wordt alweer duidelijk dat Creatieve wisselwerking geen lineair maar eerder een levend en chaotisch proces is.

Eloïse, Edward en Elvire, uit ervaring weet ik, jullie opa, dat men bij een dialoog met betrekking tot onaangepast gedrag het best de volgorde omkeert en start met het bevragen: “Hoe zou je je gedrag omschrijven?”, “Waarom kies je voor die manier van handelen?”, “Op welke gegevens, aannames baseer je je om op deze manier te werken?”, Hoe kom je erbij zo te handelen?”, “Kun je mij jouw gedachtegang verduidelijken?” Hierbij is duidelijk dat bij Bevragen men niet alleen naar het standpunt, de mening van de ander vraagt. Men vraagt ook naar de weg die de ander bewandelt heeft om tot die mening te komen. Anders gesteld, wat haar of zijn gekleurd bewustzijn, denkkader en mentaal model is die haar of hem heeft laten zien, wat werd heeft gezien.

Nadien volgt dan: “Wat kunnen de gevolgen zijn van jouw gedrag?” Door Bevragen voorrang te geven zal je leren:

  • of de ander zich wel bewust is van zijn (gewoonte) gedrag;
  • wat zijn referentiekader is;
  • en of hij zich bewust is van de mogelijke risico’s.

Nadien kan jij dan je mening, je zienswijze Bepleiten. Vergeet echter niet uw denkkader, mindset en mentaal model duidelijk te maken. 

In een dialoog wisselen de gesprekspartners Bepleiten en Bevragen af. Bepleiten helpt om te expliciteren wat je vindt en hoe jij dingen interpreteert. Bevragen helpt om te kijken of de ander dezelfde waarnemingen heeft, dezelfde interpretaties maakt en conclusies trekt; of totaal andere. 

De waarde van nederigheid, respect, openheid en vertrouwen

Bij deze vaardigheid is de kernwaarde ‘nederigheid’ van het grootste belang. De waarde nederigheid heeft in deze context te maken met het gegeven dat men er zich van bewust is dat haar of zijn visie niet de absolute waarheid is. Men aanvaardt met andere woorden dat men zich in deze kan vergissen. Nederigheid zal ons niet inspireren om de mening van de ander de grond in te boren, integendeel, het helpt ons om die mening van de ander te begrijpen. Nederigheid zal ons bovendien aansporen de juiste vragen te stellen. We zijn er van overtuigd dat we de kennis niet in pacht hebben en we beseffen dat we heel wat van de ander kunnen leren. 
Daarom, stelt Ed Schein, zijn we best nederig, want we hebben anderen nodig om onze taken met succes te kunnen afwerken.[iv]

Als een gesprekspartner uitsluitend zijn mening bepleit, gaat hij uit van zijn eigen gelijk en luistert hij niet naar de ander. De ander voelt zich niet gehoord en kan dan op zijn beurt volharden in het ten berde brengen van zijn standpunt. Vaak leiden dit soort gesprekken tot het polariseren van de standpunten in plaats van het overbruggen ervan en het zoeken naar gezamenlijke mening.

Chris Argyris geeft aan dat ,als men in staat is om Bepleiten en Bevragen af te wisselen, men een dialoog krijgt waarin de gesprekspartners elkaar met respect bevragen op gegevens, waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen[v]. Dit vraagt van de gesprekspartners vaardigheden op beide gebieden. Vaardige bepleiters brengen hun mening of visie onder woorden en onderbouwen die met voorbeelden van hun waarnemingen. Vaardige bevragers stellen open vragen en helpen de ander om diens waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen te expliciteren. Bijvoorbeeld door te vragen naar voorbeelden, ervaringen of meningen. Ook feedback vragen kan een effectieve vorm van vragen zijn. Hierover zal ik (veel) later een volledige column (deel XXXIII) wijden.

Correct bevragen geeft aan dat je werkelijk geïnteresseerd bent in de mening van de ander. Dit verhoogt het vertrouwen. Deze vaardigheid versterkt dus het vertrouwen en een groter vertrouwen leidt, zoals we hebben gezien in Deel IX, naar meer openheid. Het is inderdaad een versterkende wisselwerking tussen deze vaardigheid en de basiscondities. Later zullen we zien dat dit ook het geval is met de andere vaardigheden van de karakteristiek Authentieke Interactie (en dit is het geval bij alle karakteristieken). We bespreken die vaardigheden in deze serie columns één voor één. In de realiteit worden die echter ‘door elkaar’ gebruikt en ook daardoor verstevigen ze elkaar. Zo zal de vaardigheid Bepleiten en Bevragen ingezet worden samen met de twee andere vaardigheden van de Creatieve wisselwerking karakteristiek Authentieke Interactie waarover later een deel zal gewijd worden : Non-verbale communicatie (Deel XII) en Bevestigend Herhalen (Deel XIII).

Het evenwicht tussen Bepleiten en Bevragen omvat niet enkel het bepleiten van je eigen inzichten. Het omvat ook het begrijpen van de standpunten van de ander. Om die te kunnen begrijpen dient men ze uiteraard eerst te weten komen, vandaar de noodzaak van het bevragen van die standpunten. Dit bevragen heeft wel tot uiteindelijk doel de inzichten van de ander waarderend te begrijpen. 

In onze cultuur worden managers gevormd tot welbespraakte pleiters en oplossers van problemen. Ze zijn uiterst bekwaam om hun visie te presenteren en deze met doorslaggevende argumenten te ondersteunen. Ze zijn daarbij gedreven om tijdens het debat hun eigen gelijk te halen. Niet zelden stoten ze ook door naar een ‘jump to conclusion’ beslissing en actie. De conclusie is uiteraard dat hun visie de enige juiste is en de oplossing van het probleem steunt daarbij praktisch uitsluitend op hun ideeën. Soms hebben zij hierbij succes. Door dit succes gesteund, herhalen managers gretig dit gedrag. Vaker nog loopt het mis. Gezien echter de tijd die verloopt tussen oorzaak en gevolg meestal aan de hoge kant is en ons geheugen meestal van korte duur, wordt de basis oorzaak van de miskleun – het ‘jump to conclusion’-gewoontegedrag – vaak niet onderkend. 

Hoe werkt Pleiten en Bevragen

Willen managers deze Creatieve wisselwerkingvaardigheid onder de knie krijgen, dan dienen zij te leren het evenwicht tussenBepleiten en Bevragente behouden.
 Ook in het geval van een Cruciale dialoog rond onaangepast gedrag gaat het om “Eerst begrijpen, dan begrepen worden”. Dit is de zesde gewoonte van de zeven effectieve gewoonten volgens Stephen R. Covey. In zijn boek ‘The 7 Habits of Highly Effective People’[vi]beschrijft Stephen Covey de gewoonten die leiden naar persoonlijk leiderschap. Wat Covey in zijn – overigens zeer aan te raden – boek niet vermeld, is dat deze eigenschap onder andere door Franciscus van Assisi prachtig werd verwoord. Inderdaad, Sint-Franciscus was er zich van bewust dat het verlangen om begrepen te worden niet altijd vanzelfsprekend samengaat met een verlangen om de ander te begrijpen, toen hij bad: “Laat mij niet verlangen begrepen te worden maar zelf te begrijpen”.[vii]

De gewoonte om eerst te begrijpen en dan begrepen te worden is uiteraard ook een principe van de empathische communicatie, vandaar dat deze vaardigheid ook geplaatst wordt in fase 1 Communicatie van het Cruciale Dialoogmodel. Door dit gedrag laat men de ander aanvoelen dat het prima is er een andere mening op na te houden en dat men bovendien geïnteresseerd bent in zijn of haar ‘point of view’ (gezichtspunt). De meeste mensen hebben deze goede eigenschap niet. Zij willen eerst zelf begrepen worden. Zij luisteren niet met de intentie om te begrijpen, maar met de intentie te antwoorden en daarmee de argumenten van de ander onderuit te halen. Ofwel spreken zij zelf of zij bereiden zich voor om te repliceren. Dat zij daarbij uitvoerig gebruik maken van hun eigen paradigma’s, hun eigen referentiekaders spreekt vanzelf. Door deze houding en dit gedrag stellen zij hun denkkaders niet in vraag. 

When people talk, listen completely.

Most people never listen.

Ernest Hemingway

Empathisch luisteren is het luisteren naar de referentiekaders van de ander en deze trachten te begrijpen. Je tracht te begrijpen hoe de ander de wereld ziet en begrijpt en bovendien ook hoe zij of hij zich daarbij voelt. Bedenk daarbij dat wat de ander zegt, werd gecreëerd door middel van een interne dialoog (cf. het Cruciale Dialoogmodel): feiten  –>interpretatie –> gevoelens –> imagineren –>actie. De actie is in dit geval wat effectief wordt gezegd. 

Maak van Bepleiten en Bevragen een goede gewoonte 

Nogmaals, het gaat hier om beide: Bepleiten en Bevragenen het voldoende afwisselen van beide teneinde evenwicht in de communicatie te brengen. Men moet dus niet naar het andere uiterste – het bevragen – overhellen. Het komt er op aan dat niet alleen alle gesprekspartners hun visie op tafel leggen, maar ook de manier meegeven waarop ze tot deze visie gekomen zijn. Zij dienen als het ware de interne dialoog die hen tot hun besluit bracht, bloot te leggen. Daarbij dient de stellige uitspraak – “Dit vind ik” – direct gevolgd te worden door de vraag – “Wat vind jij?” Daarmee geeft men aan dat men de waarheid niet in pacht heeft. Men geeft wel z’n mening weer en hoe men er toe komt. Door de vraag “Wat vind jij?” geeft men impliciet aan dat jouw mening niet ‘de’waarheid is.

Bepleiten en Bevragen dienen dus in evenwicht te zijn. Beide hebben te maken met een ander tweespan: integriteit en nederigheid. Vanuit integriteit pleit men voor de eigen mening, vanuit nederigheid vraagt men naar de mening van de ander. Beide zijn in evenwicht. Men zou, Daniel Ofman indachtig, kunnen spreken van een nederige integriteit of een integere nederigheid. 

Mogelijke mengvormen 

De verschillende mengvormen van deze balans worden in volgend figuur[viii] weergegeven.Hierbij worden ook die vormen aangegeven ‘die niet werken’. Sommige ervan zijn manipulerend, andere gebiedend of belerend. Het spreekt vanzelf dat de intentie van enorm belang is (zie ook Deel V). Inderdaad, zoals elk stuk gereedschap (denk maar aan een hamer), kan ook Bepleiten en Bevragen worden misbruikt. 

If all you have is a hammer, Everything looks like a nail. 

– Abraham Maslow

Zo zullen mensen, die niet bereid zijn hun denken bloot te geven, zich in stilzwijgen hullen, zonder de mogelijkheid door open dialoog te leren, te baat te nemen. Ze trekken zich terug. Henry Nelson Wieman noemt dit ‘evasive’ gedrag. Anderzijds zullen ander mensen dan weer bereid zijn om niet alleen hun denken bloot te leggen, maar bovendien hun aannames op te schorten zodat ze een open dialoog met de ander hebben . Niet toevallig zijn dat de twee uitersten (linksonder: ‘Terugtrekken’ en rechtsboven: ‘Dialoog’) van bovenstaande figuur.

De vaardigheid Bepleiten en Bevragen zien wij als een communicatietool omdat wij die vaardigheid ook als luisteren naar jouw luisterenzien. Indien je niet luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bepleiten; indien je praktisch uitsluitend luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bevragen. De kunst is beide in evenwicht te brengen en te houden, en dit zonder te faken of te manipuleren. 


[i]Randy Lee. Symposium: The Lawyer as poet advocate: Bruce Springsteen and the American Lawyer – An Introduction. Widener Law Journal. Volume 14, Number 3, 2005. pp. 719-730. 

[ii]Chris Argyris. On organizational learning. Cambridge, MA: Blackwell Publishers, 1992.

[iii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Random House, 2006.

[iv]Edgard H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking instead of Telling. San Francisco, CA: Berrett-Koehler Publishers, Inc. 2013, page 5 and page 13.

[v]Chris Argyris. Organizational Learning II. Burlington, MA: Addison Wesley, 1996.

[vi]Stephen R. Covey. The seven habits of highly effective people: restoring the character ethic. New York NY: Fireside, 1990.

[vii]Vredesgebed van Sint Franciscus:


Heer, maak me tot een werktuig van uw vrede.


Waar haat is, laat me liefde zaaien. Waar onrecht is, vergiffenis.


Waar twijfel is, geloof. Waar wanhoop is, hoop.


Waar duisternis is, licht. Waar droefheid is, vreugde.


O goddelijke Meester, geef me dat ik eerder verlang te troosten, dan getroost te worden,


te begrijpen dan begrepen te worden, te beminnen dan bemind te worden.


want het is door te geven dat we krijgen,


door vergeving aan te bieden dat we vergeving ontvangen


en door te sterven dat wij voor de eeuwigheid geboren worden.


Amen 

[viii]Peter M Senge et al. Het vijfde discipline praktijkboek. Strategieën en gereedschappen voor het bouwen van lerende organisaties. Schoonhoven: Academic Services, Economie en Bedrijfskunde, 1995 (36. Het evenwicht zoeken tussen informeren en pleiten). 

BLIJF WAKKER ! – DEEL X

HET BELANG VAN HET CORRECT FORMULEREN VAN DE JUISTE VRAAG

You throw out the questions, and then you try to answer them,

Good artists are always trying to ask the right questions.[i]

–  Bruce Springsteen

Een column over het belang van het correct formuleren van de juiste vraag, ik hoor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, al denken: “Maar opa toch!?!” Jullie dienen wel te beseffen dat zeer zelden een goed antwoord gegeven wordt op een vraag die ofwel niet de juiste is of niet correct werd gesteld.

Het voordeel van wakker blijven is dat men geen moeite heeft met het correct formuleren van de juiste vraag. Een wakker iemand stelt altijd de juiste vraag op een correcte manier en bovendien op het juiste moment. Wanneer men echter hoe langer hoe meer, door opvoeding en conditionering (sommigen noemen dit ‘brainwashing’), in slaap wordt gesust, verleert men vragen te stellen. Laat staan dat men ze dan ook nog correct formuleert en dat het de vraag is die zich op dat moment opdringt.

Zoals ik in vorige hoofdstukken al schreef, is een jong kind nog helemaal ‘wakker’ en heeft het dus geen problemen met het stellen van vragen. Vanuit de nieuwsgierigheid van het jonge kind borrelen vragen namelijk probleemloos op. Weten jullie welke vraag een peuter en kleuter – tussen pakweg twee en vijf jaar – het meeste stelt? Juist: Waarom? En kinderen van die leeftijd doen dat in zowat alle werelddelen. Zeker in de werelddelen waar ik ooit heb vertoefd; zoals in Afrika (Niger, Gabon, Senegal, Tunesië, Ivoorkust, Togo, Kameroen), in Azië (India en China), in Noord-Amerika (USA: Georgia, North Carolina, South Carolina, Californië) en Europa (België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Wales, Schotland, Ierland, Italië, Zwitserland, Bulgarije, …) overal krijgen vaders grijze haren door de onophoudelijke herhaling van die vraag: “Waarom?”. 

Laat ik dit deel starten met een mooi Koning Arthur verhaal en eentje uit de reeks verhalen over de Heilig Graal, meer bepaald over Parsifal[ii]. Het gaat als volgt:

Toen demoeder van Parsifal zwanger was, sneuvelde diens vader op het slagveld. Zijn moeder besloot daarom ervoor te zorgen dat haar zoon niet hetzelfde lot zou overkomen en bracht hem groot in volledige afzondering in het woud Soltane, weg van het hof. 

Op een dag ontmoette Parsifal in het bos echter een ridder, wiens verhaal hem zo fascineerde, dat hij het hof van Arthur wou vervoegen. Dit deed hij uiteindelijk ondanks het protest van zijn moeder. Daar overwon hij Ither de Rode Ridder. Hij nam diens wapenuitrusting en paard over en voortaan noemde men hem de Rode Ridder. Parsifal raakte vervolgens betrokken bij de queeste naar de Heilige Graal.

Na heel wat omzwervingen bereikte Parsifal de graalburcht Munsalvaesche van de zieke Visserkoning Anfortas. Midden in de nacht werd hij wakker. Voor zijn verbaasde ogen kwam er een vreemde stoet langs. Een van de passanten droeg een wonderbaarlijke schotel waaruit licht kwam, een ander droeg een bloedende lans.Ook Anfortas zelf werd meegedragen in de stoet. Die leed zichtbaar énorme pijnen, hij had namelijk een chronische wonde. Parsifal kon geen woord uitbrengen. Aan de basis van zijn onvermogen tot spreken lag een misplaatste aangeleerde hoffelijkheid: “Men spreekt niet als eerste en men stelt zeker geen vragen.”

De volgende morgen verliet Parsifal het kasteel. Toen hij nog even omkeek, zag hij het kasteel zomaar verdwijnen. Een paar stonden nadien kwam hij een fee tegen die hem blij tegemoet trad zeggende: “Wat ben ik blij dat je Anfortas uit z’n lijden gehaald hebt door hem de juiste vraag te stellen!” Parsifal stamelde: “Welke vraag?” en de fee riposteerde: “Heb je dan de énige correcte vraag die zich opdrong niet gesteld?” “Nee, ik heb geen enkele vraag gesteld!” kreunde Parsifal. Waarop de fee het uitschreeuwde: “Ohhh! Parsifal… je weze verdoemd!”

Ter verduidelijking: Parsifal was opgegroeid in de bossen en had van z’n moeder niet of nauwelijks beleefdheids- en omgangsvormen geleerd. Hij vroeg daarom veel, net als een kind. Hij was – met andere woorden en in de geest van deze serie columns ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire – met de hulp van z’n moeder ‘wakker gebleven’. Toen hij later, in z’n opleiding aan Camelot onderricht kreeg hoe zich te gedragen als een galante ridder, leerde hij, dat hij niet zoveel vragen moest stellen. Hij werd als het ware tot ridder ‘geconditioneerd’.

Nu besefte Parsifal dat hij de kans van zijn leven verkeken had. Tijdens de nachtelijke stoet was hem immers de Heilige Graal, waarnaar hij al een hele tijd zocht, aangeboden! Toen de fee weg was, kreeg hij bovendien berouw. Parsifal had de Visserkoning moeten helpen, maar had dat uit misplaatste beleefdheid niet gedaan. De fee kreeg overschot van gelijk! Door de cruciale vraag niet te stellen, was Parsifal gedoemd nog vijf jaar rond te dolen, totdat hij een nieuwe kans zou krijgen de vraag alsnog te stellen. De cruciale vraag die Parsifal uit misplaatste beleefdheid en gebrek aan authentieke interactie niet had gesteld was: “Waar lijdt U aan, wat is uw pijn en hoe kan ik U helpen?” Toen hij die uiteindelijk wel kon stellen, genas Anforas’ wonde ogenblikkelijk en werd Parsifal aangesteld als de nieuwe bewaarder van de Heilige Graal.

De les die jullie, Eloïse, Edward en Elivre, hieruit kunnen leren is er eentje voor de rest van jullie leven en is de volgende. Wanneer iemand in jullie omgeving het moeilijk heeft, wees dan wakker (zie dat!) en moedig.  Moedig zijn is haar of hem de énige vraag stellen die zich op dat moment opdringt: “Waar lijdt je aan? W at is je pijn en hoe kan ik jouw pijn verzachten? Hoe kan ik je helen?” of varianten ervan. Jullie brengen aldus jullie Creatieve Zelf empathisch in de relatie. Als jullie dit doen, dan garandeer ik dat jullie een waardevol leven zullen hebben met diepgaande relaties. 

Ook in het verhaal van Parsifal lazen we dat heel jonge kinderen ‘waarom’-monstertjes zijn. Dit label heb ik verzonnen voor heel jonge kinderen die, door onophoudelijk de waarom vraag te stellen, danig op de zenuwen van volwassenen en zeker op die van hun ouders werken. Want wat gebeurt er meestal? Wanneer het kind de waarom vraag de eerste keer stelt, krijgt het van de volwassene uiteraard een antwoord. Op dat antwoord stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag, waarop de volwassene weer beleefd antwoord. Edoch, op dat antwoord vraagt het kind terug de waarom vraag, waarop de volwassene – nu nogal geïrriteerd – terug een antwoord verzint. Onvermijdelijk stelt het ‘waarom’-monstertje terug de waarom vraag en antwoord de volwassene, op barse toon: “Omdat ik het zeg” of “Omdat het zo is!” of iets in die aard. Zelf gaf ik als laatste antwoord aan jullie moeder Daphne: “Vraag het eens aan jouw mama!” Die mama noemen jullie nu Bonnie!

Interessant is de vraag: Waarom antwoordt de ouder op zo’n barse toon: “omdat het zo is!” (of ikzelf, met het ontwijkend, ‘Vraag het eens aan je mama!”) Het enige correcte antwoord is: a) de volwassene kent het antwoord niet en b) dezelfde volwassene is te beroerd om dit toe te geven. Zo simpel is het! Volwassenen zijn vaak niet integer in het beantwoorden van vragen van kinderen. Laat ik nu een anekdote vertellen van toen Eloïse nog een ‘waarom’-monstertje was. Eloïse was nog geen drie, dus is de kans zeer klein dat ze zich volgende episode nog herrinnert. Hoewel, ik heb dit verhaal ooit eens in haar klas verteld. Ik was daartoe door Eloïse zelf uitgenodigd om te komen vertellen over het aanvatten van ‘hogere’ studies. Dit was toen ze in haar zesde jaar op de Sinte Maria School van Bonheiden zat.

Op een dag vroeg ze haar Opa Johan (ik dus) : “Zeg Opa, wanneer ik m’n pop loslaat, waarom valt die dan naar beneden?” Ik wist waar het zou eindigen en wou mij in veiligheid brengen door te antwoorden: “Wel Eloïse, omdat anders er zoveel rommel in de lucht zou zweven dat we het zonlicht niet meer zouden zien.” Maar ik had zonder de pienterheid van Eloïse gerekend. “Opa, dat is geen antwoord op m’n vraag; nogmaals waarom valt alles naar beneden?” Nu was er geen ontkomen aan, dus zei ik: “Door de zwaartekracht, Eloïse”. En wat moest gebeuren, gebeurde: “Waarom zwaartekracht, Opa?” “Omdat twee lichamen elkaar aantrekken en dat het lichaam met de grootste massa, de grootste aantrekkingskracht heeft en gezien de massa van de aarde groter is dan de massa van je pop, wordt de pop door de aarde aangetrokken en als je ze niet vasthoudt – wat die aantrekkingskracht teniet doet – valt jouw pop naar beneden.” “Waarom trekken twee massa’s elkaar aan, Opa?” “Omdat dat een natuurwet is, Eloïse.” “Waarom is dat een natuurwet, Opa?” en toen diende ik toe te geven, wat grootvaders, laat staan vaders, zelden doen: “Dat weet ik niet, Eloïse”. “Kan je dat niet opzoeken, Opa?” Internet bestond al en dus met de hulp van ‘Google’ zocht Opa met het begrip ‘zwaartekracht’ naar het ultieme antwoord. Google schotelde honderden links voor en zo vond ik een wetenschappelijk stuk met als titel ‘De zwaartekracht’ en begon ik dit artikel luidop voor te lezen. Na nog geen minuut vroeg Eloïse: “Opa, begrijp jij wel wat je leest?” en ik “Niet helemaal of beter gezegd; helemaal niet.” Waarop Eloïse al lachend zei: “We zullen nog veel moeten leren, hé Opa!” Uitspraak die ik al schaterend beaamde!

Met die anekdote wordt duidelijk welke onze opdracht in dit ondermaanse is: Leren (i.e. Transformeren)! Aan ons de keuze: ofwel doen we dit tegen onze goesting of met plezier! 

Vragen stellen hoort bij onze Creatieve Zelf en niet antwoorden, of antwoorden met dooddoeners, hoort bij de gecreëerde zelf. Zoals we in het oud middeleeuws verhaal van Parsifal konden lezen, is het afleren van vragen stellen zo oud als de opvoeding van kinderen. Wij blijven vragen stellen en uiterst creatief totdat we naar school gestuurd worden en van dan af gaat het met vragen stellen en met de creativiteit van de kinderen bergaf. Ik heb reeds in een vorig deel aangegeven dat we het summum van saaiheid bereiken rond ons 44stelevensjaar. Op die leeftijd stellen we praktisch geen vragen meer en zijn we het lachen verleerd. Het is hetdieptepunt in onze curve van nieuwsgierigheid en creativiteit (zie deel VII). Daar zijn jullie nog ver af en zelf heb ik dat omslagpunt reeds bijna dertig jaar achter de rug. Dus de hoogste tijd om “Wakker te blijven” (jullie Eloïse, Edward en Elvire) en ik “Wakker te worden.”

Overigens ga ik niet helemaal akkoord met het standpunt van Sir Ken Robinson[iii],  namelijk dat de school creativiteit doodt. Volgens mij is de opvoeding in het algemeen en vooral de Vicieuze Cirkelin het bijzonder, de ‘Creativity killer’. Dit neemt niet weg dat z’n TED talk meer dan waard is om eens bekeken te worden. Bovendien ligt het besluit van Sir Ken’s TED Talk in de lijn van m’n taak jullie te ondersteunen in het wendbaar en weerbaarzijn.

Vragen bij het stellen van een ‘cruciale’ vraag

Voor het stellen van een ‘cruciale’ vraag is het heel belangrijk dat de vraagsteller de antwoorden op de volgende vragen weet: 

  • Wie is de eigenaar van de vraag? 
  • Wat is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag? 
  • Is het wel degelijk de vraag van de steller ervan? 
  • Hoe staat zij of hij tegenover het onderwerp waarop de vraag betrekking heeft? 

Anders gesteld, is de relatie van de vraagsteller tot zijn vraag koud-afstandelijk of geladen-emotioneel? Is die relatie respectvol of manipulerend? Is er van echte verbazing en spanning sprake of is de vraag van meer intellectuele, respectievelijk pragmatische aard? 

Het belang van het eigenaarschap van de vraag

Het zich bewust worden van een vraag en deze ook in woorden kunnen uitdrukken, is voorbehouden aan denkende en sprekende wezens. Met andere woorden, aan mensen. Alleen mensen hebben vragen die ze in woorden tot uitdrukking brengen. 

Dieren hebben wel behoeften, maar deze leiden tot direct instinctief gedrag: stimulus-respons. De mens heeft de mogelijkheid zich als het ware tussen stimulus en respons te plaatsen met vragen in de zin van: wat gebeurt hier? (wat drijft mij van binnen?, wat treft mij van buiten?), hoe wil ik hiermee omgaan? (wat wil/zal ik er aan doen? en wat zullen de consequenties van mijn eventuele handelen zijn?) en waarom doe ik dit eigenlijk? 

Eloïse, Edward en Elvire, het feit dat alleen mensen vragen kunnen vormen, heeft nood aan een aanvulling. Deze is dat vragen altijd bij een mens horen. Anders gesteld, vragen dienen een eigenaar te hebben. Er zijn geen vrij zwevende vragen. Situaties op zichzelf stellen geen vragen. Het zijn altijd mensen die zich over iets verbazen, iets willen weten en tot een vraag komen, teneinde inzicht te bekomen en iets te leren. Het zijn altijd mensen die een situatie onacceptabel vinden of eronder lijden en zich afvragen hoe daar verandering in te brengen. 

Toepassing van dit alles is goud waard wanneer mensen bijeenkomen om problemen te bespreken. De eigenaar van de vraag is diegene die er bij wijze van spreken wakker van ligt, eronder lijdt, en die tot elke prijs de oplossing van het probleem of het beantwoorden van de vraag wil bekomen. Pas wanneer een vraag een eigenaar heeft, krijgt die vraag het vermogen iets in beweging te zetten. 

Het kan ook zijn dat de vraag vele eigenaars heeft. Is dit goed of is dit slecht? Onderhand weten jullie dat zo’n ‘of’ vraag één antwoord heeft: Ja! Het is enerzijds goed, want door het ontstaan van een groep mede-eigenaars neemt de energie om aan de vraag te werken toe. Anderzijds is het ook minder goed, daar het gevaar bestaat dat zich tussen de mede-eigenaars oeverloze discussies ontwikkelen met betrekking tot de oplossingen. Ook in dit geval zal het gebruik van de vaardigheden van Creatieve wisselwerkingeen noodzaak blijken te zijn. 

Een probleem kan zijn dat die eigenaar niet te vinden is. Men is zich wel bewust van het probleem (men ‘herkent’ het probleem), maar men erkent niet dat het ook haar of zijn probleem is. Met andere woorden men kan ermee leven of er is onvoldoende bereidheid om de consequenties van het eigenaarschap te aanvaarden. Deze consequenties zijn velerlei: inzet van middelen (tijd, geld, …), inzet en verhoging van kwetsbaarheid, emotionele belasting en dergelijke. Als er geen menselijk aangrijpingspunt gevonden wordt, is het probleem niet oplosbaar. Er is als het ware geen probleem, want niemand erkent het als een probleem. 

Eloïse, Edward en Elvire, op de keper beschouwd, is er uiteraard wel een probleem. Een probleem dat bovendien op dat ogenblik meestal nog preventief op te lossen is. Wanneer het probleem geen eigenaar vindt, kan het gaan verzuren en etteren, waarna de oplossing ervan nog enkel reactief én curatief mogelijk is mits soms enorme kosten. Er zijn niet alleen meer middelen nodig om het op te lossen, er worden – zolang het probleem niet is opgelost – enorm grote verliezen geleden. 

Volgens Daryl Connor[iv]ligt de eigenaar van het probleem voor de hand wanneer het bedrijf zich op een brandend platform bevindt. Hij gebruikt dit beeld omdat het haarscherp aangeeft wanneer het oplossen van een probleem een reële noodzaak is. Een brandend platform (‘Burning Platform’) situatieontstaat wanneer het behouden van de status quo ontoelaatbaar duur wordt. Het hoofdkenmerk dat de in een brandend platform situatiegenomen beslissing onderscheidt van alle andere beslissingen, is het niveau van vastberadenheid. Wanneer de organisatie zich op een brandend platform bevindt, is de beslissing om het probleem diepgaand op te lossen niet enkel een goed idee, maar vooral een bedrijfsnoodzaak. Ik hoorde ooit Daryl z’n metafoor met kleuren en geuren vertellen in juli 1992 in een vergaderzaal van het Niko Hotel in Atlanta[v].

Nogmaals, het gaat bij de ‘eigenaar van het probleem’ ook om de volgende vraag: “Wat is de relatie van die eigenaar met de vraag?” Het gaat hier dus over een verbindingsvraagstuk. Zolang de eigenaar van het probleem een uiterlijke relatie met het probleem heeft, is de echte eigenaar nog niet gevonden. Geloof mij vrij, elk probleem heeft ten minste één vader, maar – spijtig genoeg – niet elke vader erkent zijn kind. De eigenaar van het probleem dient te erkennen dat zij of hij zelf mede het probleem veroorzaakt heeft of, ten minste, in stand houdt. Meestal heeft de eigenaar in het begin enkel een afstandelijke relatie met het probleem. Dit duidt op vermijdingsgedrag! 

Langzamerhand gaat de eigenaar van het probleem inzien dat diens waardeoordelen, denkkaders, modellen, paradigma’s, doelstellingen én gedrag te maken hebben met het probleem dat zich zogezegd buitenhaar of hem voordoet. De eigenaar wordt er zich langzamerhand van bewust dat zij of hij niet alleen een probleem heeft, maar bovendien ofwel mede het probleem veroorzaakt heeft of in stand houdt of beide. In dat geval wordt het haar of hem duidelijk dat het probleem enkel kan worden opgelost wanneer zij of hij ook zelf verandert. En dit op gebied van concepten, denkkader en mindset (dus attitudes), wensen (dus gevoelens), het maken van keuzes (het willen) en uiteindelijk van gedragingen (het doen of het gedrag). 

De relatie met het probleem kan kortstondig of langdurig zijn. Ideaal komt de relatietijd overeen met de tijdsduur van het probleem. Dit is uiteraard ook zo met vragen: er zijn vluchtige vragen, moeilijke vragen, en levens- of kernvragen. Kernvragen kunnen van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van de persoon, een team of een organisatie. Ten minste, indien men ook weet te leven met die vragen. Dit houdt in dat men elke neiging om snel een antwoord te vinden op een kernvraag moet onderdrukken. Bij de kernvraag is het zo bekende ‘jump to conclusion’ gedrag zeker uit den boze. Het lang genoeg streven naar een gedeelde mening is soms pijnlijk en het werkt steeds verwarrend. Charlie Palmgren leerde mij dit te zien als het leren leven in het onzekere of het tolereren van ambiguïteit. Anders gesteld, wij mogen noch vluchten in een voor de hand liggende oplossing, noch van de vraag zelf wegvluchten. De vraag dient dus én open én levendig in de geestgehouden te worden. 

De link met het persoonlijk engagement

Eloïse, Edward en Elvire, mensen werken vaak gemeenschappelijk aan bepaalde vragen. Denk daarbij maar aan de opdrachten die jullie in school met een groepje tot een goed einde dienen te brengen. In de bedrijfswereld werden daartoe een hele rits vergadermethodieken en probleemoplossingstechnieken ontwikkeld. Alsook verschillende soorten teams: managementteam, projectteam, zelfsturend team, agile team, … Uit ervaring weet ik dat men daarbij nogal vaak voorbij gaat aan volgende belangrijke voorwaarde. Met name, dat iedereen die bij werken aan vragen betrokken is, niet alleen dient te weten wie de eigenaren van deze vragen zijn, maar ook op welk niveau dit is gebeurd. Voor een vruchtbare Creatieve Wisselwerkingis klaarheid daarover broodnodig. Ook zij die geen eigenaar zijn van de vraag, dienen op een voldoende diepgaand niveau geëngageerd te zijn. Indien er onvoldoende engagement is, kan niet zinnig aan de vraag worden gewerkt.  

Betrokkenheid alleen is onvoldoende, persoonlijk engagement is noodzakelijk! Om het verschil tussen ‘betrokkenheid’ en ‘engagement’ duidelijk te maken, heb ik in m’n opleidingen wel duizend keer de ‘Spek met Eieren’ metafoor gebruikt. Mijn versie van die metafoor gaat als volgt:

Gedurende m’n decennia lange carrière als management consultant heb ik ontelbare keren ergens in Frankrijk in een of ander hotel overnacht. Mijn record in één jaar was 200 nachten in een of ander Novotel, Mercure of Ibis hotel. Ik kon in de kamers van die hotels met gesloten ogen rondlopen, omdat die in elke keten dezelfde lay-out hebben, waar het hotel ook gelegen is: Parijs, Lyon, Marseille … het maakt niet uit. En ook de ontbijtkaart was identiek. En steevast koos ik voor ‘Spek met Eieren’. Een ontbijt dat ik thuis zelden eet, daar Bonnie daar niet van houdt, wegens het hoge cholesterol gehalte. Maar in Frankrijk was ik steeds alleen en kon dus ongeremd kiezen. Vooraleer toe te tasten, prevelde ik steeds een gebedje. Een overblijfsel van m’n opvoeding. Ik dankte de Heer en de twee dieren die zich hadden ingezet om mij die maaltijd te kunnen voorschotelen. Het ene dier was betrokken geweest, het andere had zich volledig geëngageerd…

Ik voegde er wel aan toe dat men teneinde geëngageerd te zijn, niet noodzakelijk dient te sterven. Toch maakte ik steeds duidelijk dat persoonlijke engagement veel met passie te maken heeft en passie, op z’n beurt, met lijden[vi]. Engagement is niet zoals betrokkenheid vrijblijvend, engagement kan er stevig inhakken. Om een vraag correct te stellen, is engagement nodig en dat engagement dient uit de ogen van de vraagsteller ‘te spatten [vii]

Engagement heeft veel facetten, met name:

1.   Engagement is contextafhankelijk

Hiermee bedoelen ik dat het soort engagement afhankelijk is van het type vraagstuk (context) waarin engagement wordt toegepast. Door de context duidelijk te te maken, kadert men engagement dus met het specifieke vraagstuk.

2.   Engagement is een psychologische staat

Die psychologische staat wordt beïnvloed door het engagementproces. Engagement is dus meer dan alleen de interactie binnen een relatie. Engagement is het verwerkingsproces binnen een persoon door het gehele engagementproces heen. Dat engagement meer is dan alleen de interactie wordt benadrukt door de verschillende dimensies van engagement, waarover meer in punt 4. 

3.   Engagement is een proces 

Engagement bestaat niet uit een enkele handeling. Engagement is een doorlopend proces dat een zekere intensiteit heeft. Die engagement ontstaat tijdens een wisselwerking tussen twee of meerdere partijen. Het engagementproces ontstaat tussen een persoon en een andere persoon, organisatie of community; dit afhankelijk van de context.

4.   Engagement is multidimensionaal

Engagement is multidimensionaal en bestaat uit een cognitieve, emotionele en gedragsdimensie. Deze dimensies worden hierna toegelicht:

Luthans en Peterson beschrijven cognitief engagement als volgt: “Those who are acutely aware.”[viii]

Bij de cognitieve dimensie gaat het om het helder bewustzijn van een persoon tijdens het engagementproces. Een persoon kan engaged zijn met een doel. Zo zijn Linkedin gebruikers ‘engaged’ omdat ze hun professionele netwerk willen onderhouden en om hun competenties en ambities te tonen als een stukje zelfpromotie. De gebruikers denken bewust na over de consequenties die hun engagement kunnen opleveren.

Luthans en Peterson beschrijven emotioneel engagement als volgt: “The meaningful connection to others.” [ix]

Bij de emotionele dimensie van engagement gaat het om de connectie die je voelt voor een andere partij. Een persoon hecht emotionele waarden aan een persoon/organisatie/community tijdens een relatie. 

Ten slotte beschrijft degedragsdimensie van engagement het gedrag die een persoon gedurende het engagementproces vertoont. De gedragsdimensie is met name online belangrijk, omdat het hier meetbaar is. Via Facebook kan elke like, share en reactie bijgehouden worden. 

Gedurende Cruciale dialogenis de menselijke dimensie van de relatievraag van uitzonderlijk belang. Cruciale dialogengaan per definitie over ‘de waarheid’ en om uit te durven komen voor die waarheid is vertrouwen en openheid nodig. 

Bij die menselijke dimensie dienen ook de volgende basisvragen te worden gesteld: 

  • Wat wens ik echt voor mezelf? 

  • Wat wens ik echt voor de ander(en)? 

  • Wat wens ik echt met betrekking tot onze onderlinge relatie? 


Daarbij is het van groot belang onszelf geen rad voor de ogen te draaien. Hiermee bedoel ik dat, wat wij ons toewensen, niet altijd het beste voor ons is. Vandaar dat wij ons én onze wensen continu in vraag dienen te stellen. 
Ten slotte kunnen aan het eind van deze persoonlijke invraagstelling de volgende vragen worden gesteld: 


  • Hoe zou ik mij gedragen indien ik écht deze resultaten wenste te bereiken?
  • Wat is daartoe het noodzakelijke denkkader? Anders gesteld: Welke manier van denken zal dit gedrag sturen?


[i]https://www.nj.com/news/index.ssf/2010/05/poet_robert_pinsky_rocker_bruc.html

[ii]Wofgram von Eschenbach, Parzival, Zeist: Christofoor, 2010 (oorspronkelijk episch middeleeuws gedicht van ca. 1200).

[iii]Sir Ken Robinson: Does Schools kill Creativity? https://www.ted.com/talks/ken_robinson_says_schools_kill_creativity(april 2019 + 56 miljoen kijkers!)

[iv]Daryl Connor.Managing at the speed of Change, How resilient managers succeed and prosper where others fail. New York: Villard Books, 1992. 


[v]http://www.creativeinterchange.be/?p=642

[vi]Mattheuspassie, oratorium gecomponeerd door Johann Sebastian Bach dat het lijdens- en sterfverhaal van Jezus Christus vertelt in de versie van het Evangelie volgens Mattheus.

[vi] “In dir muss brennen, was du in anderen entzünden willst.” Mijn favoriete quote van de Heilige Augustinus.

[viii]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Journal of Management Development. (2001) Volume 21. Issue 5. Bladzijden 376-387

[ix]Luthans, F., Peterson, S.J., Employee engagement and manager self-efficacy: Implications for managerial effectiveness and development. Op. cit.

BLIJF WAKKER ! – DEEL VIII

HOE GEWOONTEN AAN- EN AFLEREN?

Imagine you are in a car,

And your new selves can’t get in,

But your old selves can’t get out.

You can bring new vision and guidance in your life,

But you can’t forget who you’ve been 

And what you’ve seen

– Bruce Springsteen

Quote uit een ‘Rolling Stone’ interview[i]

(Habit, once formed, is one of the selves in the car)

Eloïse, Edward en Elvire, mensen zijn gewoontedieren[ii]. Ook in deze context, dus met betrekking tot gewoonten, is het enig correcte antwoord op de vraag uit het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’: “Is dat goed of is dat slecht?” (zie onder meer ook deel II) een volmondig JA! Sommige gewoonten zijn nu eenmaal goed (bv. het dagelijks correct tandenpoetsen is een gezonde gewoonte) en andere dan weer slecht (bv. dagelijks een tiental sigaretten roken is een ongezonde gewoonte). Goede gewoonten zou ik dienen te behouden (bv. dagelijks een half uur gaan doorstappen in de Lembeekse bossen) of aante leren (bv. beter begrijpend én waarderend luisteren naar m’n kleinkinderen). Minder goede gewoonten (voorbeeld: niet altijd luisteren, laat staan waarderend begrijpen van Bonnie) zou ik dienen af te leren. 

Sommigen beweren dat er noch goede, noch slechte gewoonten zijn. Er zouden enkel effectieve gewoonten zijn. Dit zijn gewoonten die effectief zijn in het oplossen van terugkerende problemen. Die hebben wel een punt. Alle gewoonten brengen iets op – ook de slechte. Het is zelfs omdat het iets opbrengt dat gewenst is dat wij een bepaald gedrag zolang herhalen tot het een gewoonte geworden is. Het klassieke voorbeeld is het roken van sigaretten (of tegenwoordig ‘vapen’, is het niet Edward?), dat geeft een zekere rust en een bepaald genot.

Het probleem is dat mensen, dus ook wij, onze dagelijkse routines niet zo makkelijk bijstellen en ze al helemaal niet door anderen laten opleggen.  Wanneer we ons eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigen gemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). Veranderen van gewoonten dient bovendien van binnen uit te gebeuren (in het geval van bovenstaande quote van Bruce Springsteen door de eigenaar van de wagen)!

Belang van gewoonten

Zonder gewoonten kunnen we niet goed functioneren in het dagelijkse leven.

Gewoonten zorgen ervoor dat we dingen doen zonder dat we er hoeven bij na te denken. De al bij al beperkte hersencapaciteit waarover we beschikken, kunnen we dan inzetten voor wat er echt toe doet. Inderdaad, de mentale energie die we niet hoeven te steken in onze gewoonten, kunnen we spenderen aan belangrijker zaken.

Heel wat resultaten zijn de gevolgen van gewoonten. Aan de hand van die resultaten kan men gewoonten catalogeren. Meestal spreken we daarbij, zoals hierboven, van goede gewoonten en slechte gewoonten. Het spreekt vanzelf dat goede gewoonten naar goede resultaten leiden. Zo leidt het dagelijks goed poetsen van de tanden tot het behouden van een gezond gebit. Slechte gewoonten leiden daarentegen naar minder goede resultaten. Zo leidt de gewoonte van het vaak eten van overvloedig ‘junk food’ tot obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte).

Maar, Eloïse, Edward en Elvire, een gewoonte heeft meestal goede enslechte gevolgen. Zo leidt het reeds vermelde roken van sigaretten tijdelijk tot minder stress en wat genot enook, uiteindelijk, tot een longziekte. Daarenboven zijn de labels, die men aan gewoonten hecht, ‘goed’ en ‘slecht’ persoonsgebonden. Zij komen voort uit de persoonlijke interpretatie en appreciatie van de gevolgen. En wat we soms als ‘goed’ catalogeren, is dit, op de keper beschouwd, niet steeds. Dit komt onder meer omdat we de – voor ons – goede gevolgen hoger waarderen dan de minder goede. Kortom, die labels komen uit de mindset van de specifieke gecreëerde zelf.

Hoe ontstaan gewoonten?

We worden niet geboren met gewoonten. Gewoonten worden aangeleerd. Hierbij speelt het zogenaamde conditioneringsproces een cruciale rol. Dit proces wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarbinnen het opereert. Het wordt mede daardoor ook socialisatie genoemd. Het is het proces waarbij een cultuur haar leden bepaalde overtuigingen, voorkeuren, gewoonten en de taal aanleert. Zo spreken wij, Eloïse, Edward en Elvire, Nederlands. Dit is een door onze cultuur aangeleerde gewoonte. Indien jullie in een andere cultuur waren grootgebracht, spraken jullie de taal ervan. Naast de cultuur ontwikkelen zich op persoonlijk vlak gewoonten door individuele voorkeuren en vooral ook door de werking van onze persoonlijkeVicieuze Cirkel.

Over het ontstaan van gewoonten zijn er heel wat boeken geschreven. Ik heb er nogal wat van gelezen. Dit omdat het menselijke gedrag mij ook professioneel boeide. Arbeidsongevallen hebben bijvoorbeeld veel te maken met gedrag, en dan nog voornamelijk met gewoontegedrag. Daardoor boeiden mij gewoonten, en hoe die ontstaan en veranderen, mij enorm. Wat mij daarbij opviel is dat alle auteurs van die boeken een eigen invulling geven aan het ontstaansproces van gewoonten. Gewoonten blijken namelijk te ontstaan volgens een drie stappen ontwikkelingsproces. Zo beschrijft onder meer Aubrey C. Daniels het klassiek geworden ABC plan[iii]. Het is een mnemotechnisch geintje dat steunt op de beginletters van het alfabet. In de Angelsaksische landen komt men zo tot volgende drie stappen: Antecedents – Behavior – Consequences. Mijn vertaling is wat krakkemikkig omdat ik persé de B wou behouden (anders speelde ik het ‘alfabet’ kwijt). Daarbij staat A voor Aansporing, dit is de prikkel om een bepaald gedrag te vertonen. B staat voor Behavior, dit is dan het getoonde gedrag. C tenslotte staat voor de Consequenties, dit zijn de gevolgen van het gedrag.

Nu ontstaan gewoonten door een bepaald gedrag zolang te herhalen dat het ingesleten geraakt. Aristoteles wist dit al, want hij stelde: “Wij zijn wat wij bij herhaling doen.” Dit wil zeggen het gedrag wordt vertoont zonder dat er nog bij wordt nagedacht. Als men niet meer nadenkt bij het uitvoeren van een bepaalde handeling, is die handeling inderdaad een gewoonte geworden. Het klassieke voorbeeld, dat door zowat alle auteurs van boeken rond gewoontevorming wordt meegegeven, is het volgende. Wanneer we een kamer binnen komen die donker is, gaat ons hand automatisch op zoek naar de lichtschakelaar om die in duwen. De donkere kamer is de Aansporing, de lichtschakelaar induwen is het Behavior (gedrag) en de verlichte kamer is de Consequentie van die handeling. De gewoonte is het middenstuk van de ABC keten. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom gewoonten simpelweg betrouwbare oplossingen voor terugkerende problemen kunnen genoemd worden[iv]. Gewoonten zijn ingesleten reflexen of rituelen. Het zijn met andere woorden mentale overbruggingen die we door ervaring leerden. Nog anders gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten zijn terugkerende handelingen waar we niet meer bij nadenken.

We hebben twee invalshoeken, twee bepaalde manieren om naar gewoonten te kijken. Meestal kijken we naar watwe met een bepaalde gewoonte wensen te bekomen. De output of consequentie is bij die manier van kijken belangrijk. Er is ook een tweede manier, Eloïse, Edward en Elvire en daar wil ik het in dit deel voornamelijk over hebben. Bij een gewoonte en dus ook bij gewoonte vorming is de input of aanleiding belangrijk. Die gewoonten, waarbij de input belangrijk is, zijn gekoppeld aan jullie identiteit. Deze tweede invalshoek start met de focus te richten op wiewe willen worden. Jullie hebben onderhand al begrepen dat dit voor mij onze Originele Zelfis. Onze actuele identiteit is wie we actueel zijn. Ik heb dit in vorige delen onze gecreëerde zelf genoemd. Onze Creatieve Zelf kan de gecreëerde zelf transformeren in de richting van onze Originele Zelf. Daarbij beleven we van binnenuit het proces waarmee wij geboren zijn, Creatieve wisselwerking.

Kortom, gewoonten worden gevormd door het inslijten van de identiteit die bestaat uit het geheel van aannames, vooronderstellingen en onderliggende meningen. Dit geheel noem ik nogal vaak onze mindset, wat kan vertaald worden als referentiekader, denkkader en mentaal model. Hierdoor wordt duidelijk dat we moeilijk gewoonten kunnen veranderen indien we niet onze mindset, die geleid heeft tot deze gewoonten, veranderen. Bij het veranderen van gewoonten gaat het voor mij, Eloïse, Edward en Elvire, niet zo zeer om het doel of om wat het opbrengt, maar om te veranderen wie ik ben; mijn gecreëerde zelf met diens unieke mindset. Daardoor blijven verbeteringen in gewoonten meestal slechts tijdelijk … totdat ze een deel worden van wie men is. Gewoonten zijn dus een inherent deel van onze gecreëerde zelf, onze mindset, ons individueel paradigma en onze individuele cultuur. Willen wij gewoonten af en aanleren dienen we dus onze gecreëerde zelf, onze mindset te veranderen.

En dat brengt ons naadloos terug naar het antwoord op de reeds in deze serie columns gestelde cruciale vraag: “Hoe kunnen we onze mindset veranderen gezien onze ‘mind’ dat zelf niet kan?”. Het antwoord op die vraag kennen jullie, Eloïse, Edward en Elvire onderhand wel: “Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.’ 

Hoe meer we een bepaald gedrag vertonen, hoe meer we onze identiteit, verbonden met dat gedrag, versterken. Het begrip ‘identiteit’ werd origineel afgeleid uit de Latijnse woorden ‘essensitas’, wat ‘zijn’ betekend en ‘identidem’, wat ‘herhaald’ betekent. Identiteit betekent dus letterlijk: ‘herhaald zijn’. Het proces dat gewoonten bouwt is in wezen het proces waardoor men zichzelf, en dus (hopelijk) z’n Originele Zelf, wordt. De werkelijkheid  gebied mij om te stellen dat we slechts een verbeterde gecreëerde zelf bereiken, de Originele Zelf blijft het doel; doel dat we m.i. nooit bereiken (maar jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mogen mij het tegendeel bewijzen).

In Systeemdenken taal zou men het zo kunnen zeggen: “Gewoonten vormen uw identiteit en uw identiteit geeft vorm aan uw gewoonten.” Het is dus een versterkende feedback lus totdat het gedrag gebeiteld is en dus een gewoonte geworden is. Zowel het aanleren, vormen van een gewoonte, als het afleren van een gewoonte, vergt herhaling en dus tijd. 

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten hebben te maken met zichzelf worden. De echte vraag daarbij is: “Worden jullie wel de personen die jullie echt willen worden?” Onze parafrasering van deze vraag kennen jullie al: “Worden jullie wel jullie Originele Zelf?”. En de opdracht zit al besloten in de vraag. De praktische moeilijkheid van het verwezenlijken van die opdracht – met name de transformatie van de gecreëerde zelf – hangt af van het huidig verschil tussen de actuele gecreëerde zelf en de Originele Zelf. Gezien jullie nog meer jullie Originele Zelf zijn dan ik, is de moeilijkheidsgraad van jullie transformatie eigenlijk kleiner dan die van jullie grootvader Johan. Dat is alvast het goede nieuws! Voor jullie althans… En zoals zo vaak is de weg naar het doel uiterst interessant. Gelukkig maar, want het doel bereiken we volgens mijn persoonlijk inzicht nooit!

Zoals reeds gesteld is het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces. Ik heb dus gezocht naar die gewoonten die het creatief wisselwerkingsproces bevorderen. Ik heb ze ten slotte in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ beschreven als zestien vaardigheden. Ik zal die vaardigheden in deze serie columns één voor één uitgebreid beschrijven.

Het creatief wisselwerkingsproces toegepast op gewoontevorming

Hierbij gebruik ik het Cruciale Dialoogmodel. Nogmaals, de linkerkant ervan is de zone van het denken, het midden de zone van de gevoelens en emoties, en de rechterkant de zone van het doen en dus van de transformatie.

In de denkfase horen uiteraard de aansporingen. Dit zijn informatie en data (‘triggers’) die het denken in gang zetten. Daartoe dient het helder bewustzijn ingezet te worden. Men dient dus ‘wakker’ te zijn. Carl Jung zei ooit: “Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” Jung was ervan overtuigd dat het leven een doel heeft dat voorbij gaat aan het zuiver materiële. De primaire taak van iedere mens is het ontdekken en vervullen van haar of zijn diepgelegen innerlijk potentieel. Dit proces van transformatie, dat Jung ‘individuatie’ noemde, is een proces waarin we, stelde hij, trachten het Zelf tegen te komen, alsook het Goddelijke. Het proces van individuatie, of het differentiëren van het Zelf uit bewuste en onbewuste elementen, staat centraal in het werk van Jung[v]. Eloïse, Edward en Elvire, mijn denkkader is dus Jungiaans, met dien verstande dat ik het heb over de Originele Zelf, dat het Goddelijke voor mij Creatieve wisselwerkingis, en het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces is. Door blijvend Creatieve wisselwerkingvan binnenuit te beleven, wordt onze gecreëerde zelf continu verbeterd in de richting van de Originele Zelf. De gecreëerde zelf is dus idealiter niet statisch maar continu evoluerend. Dus kunnen we eigenlijk spreken van de continu evoluerende gecreëerde zelf.

Informatie heeft geen mening tenzij ze geïnterpreteerd wordt. Daarbij is het gekleurd bewustzijn aan zet. De interpretatie van de data leidt naar gevoelens en emoties.  Die vertalen zich in een verlangen naar verandering. Men is niet gelukkig met de actuele situatie, zoals gepercipieerd met behulp van de info en data. Daardoor verlangt men naar een gewenste situatie. Volgens onze visie is elk verlangen gekoppeld aan de wens om de gecreëerde zelf te veranderen. Dit leidt tot de creatiespanning. Dit is de spanning die men voelt wanneer men beslist de actuele gecreëerde zelf te gaan veranderen. Die spanning is een natuurlijke spanning die ontspringt uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gepercipieerde realiteit met betrekking tot de gecreëerde zelf) en de toekomst die ik mezelf toewens (de gewenste gecreëerde zelf, dichter bij de Originele Zelf). Ze komt voort uit zowel de herkenning van het verschil als de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid om die afstand te overbruggen. 

De respons is uiteindelijk de keuze van de gewoonte die men wil afleren of aanleren. Eerst dient men zich de nieuwe gewoonte voor te stellen (imaginatie) en nadien aan te leren (transformatie). Of men tot de effectieve realisatie van de respons komt, hangt af van de intrinsieke motivatie en van de frictie die de gedragstransformatie vergezelt.

De nieuwe gewoonte leidt naar een consequentie, met name de geëvolueerde gecreëerde zelf. De consequentie realiseert twee doelen: het stilt het verlangen en men heeft iets geleerd dat waard is om meegenomen te worden in de toekomst. Wat men geleerd heeft, komt neer op de het ervaren van de kracht van Creatieve wisselwerking. Edward, daarbij denk ik steevast aan Yoda’s kracht (“May the Force be with you!”).

Het creatief wisselwerkingsproces is idealiter niet iets dat sporadisch in werking is. Ideaal is het eerder een eindeloze feedback lus die elk moment actief kan zijn. En dat in elke fase van jullie leven, Eloïse, Edward en Elvire!

Men kan het proces ook zien als twee fasen: de probleem fase en de oplossingsfase. Zoals we al zagen heeft elke gewoonte tot doel een terugkerend probleem op te lossen.

De vaardigheden van het Cruciale Dialoogmodel zijn gewoonten die er voor zorgen dat we – theoretisch althans – uiteindelijk terug onze Originele Zelfworden.

De eerste stap is wakker worden en onze acties en gedachten observeren. Observeren zonder oordeel of interne kritiek (van de ‘Monkey-mind’). Dit is je zelf observeren zoals iemand anders dat zou doen, hoewel het zelf-observatie is. Gedurende de observatie fase bemerk je heel waarschijnlijk dat het verkieselijk is je een paar van de Creatieve wisselwerking vaardigheden eigen te maken. Je kiest één van die vaardigheden.

Dan doorloop je het proces dat in bovenstaande tekening is weergegeven (eerst de probleemfase en nadien de oplossingsfase) en beslist in het midden of je genoeg motivatie hebt om iets aan die vaardigheid te doen. Hier gebeurt overigens de omslag van het ‘wensen’ naar het ‘willen’. Dan zoek je manieren om je die vaardigheid eigen te maken. Daarna neem je de beslissing (rechts op de tekening) om je effectief die vaardigheid eigen te maken. Je mag tijdens die transformatie heel wat wrijving (frictie) verwachten. Die transformatie lukt indien de motivatiekracht grotere is dan de wrijvingskracht.

Een uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde, hou ik daarbij altijd voor ogen : “When the rubber meets the road.” Dit wil zeggen dat zolang men aan het nadenken is en zelfs wanneer met een besluit genomen heeft om iets in gang te zetten er van frictie geen sprake is. Het is enkel wanneer men beslist heeft ‘de hand aan de ploeg’ te slaan dat er wrijving onstaat. Daarin ligt het grote verschil tussen besluiten en beslissen. Bij een besluit is er zelden frictie, bij een beslissing bijna steeds. Deze laatste wordt bij sommige transformatie processen zodanig groot dat het proces tot stilstand komt en soms zelfs wordt afgeblazen. In het geval van gewoontenvorming komt dat er op neer dat de gewoonte nooit wordt gevormd. Anders gesteld, men blijft steken bij de intentie. Om toch succes te hebben bij het aanleren van een een nieuwe of het afleren van een oude gewoonte kan een implementatie intentie met bijhorend plan helpen.

Een goede manier om een gewoonte aan te leren[vi]

Een implementatie intentie is een op voorhand gemaakte verklaring met betrekking waar en wanneer men in actie zal schieten. Men maakt een planning betreffende de gedragsacties die nodig zijn om een bepaalde gewoonte in te slijpen.

Een implementatie intentie heeft volgende vorm:

“Wanneer situatie X zich voordoet, zal ik gedrag Y vertonen.”

Het doel van een implementatie intentie is om de situatie (plaats en tijdstip) zo duidelijk te maken zodat men het juiste gedrag vertoont totdat dit gedrag, mits genoeg herhaling, ingesleten is. Wanneer een gedrag een gewoonte geworden is, kan men meestal zelfs niet meer zeggen waarom men dit gedrag automatisch vertoont.

Hoe strakker je een aan te leren gewoonte verbindt met een specifieke situatie (die dan optreedt als aanleiding – zie het ABC van gewoontenvorming), hoe groter de kans dat men effectief aangezet wordt tot het vertonen van dat gewoontegedrag.

Heel belangrijk daarbij is dat we de werkelijkheid correct “zien”.  In feite gebruiken wij alle zintuigen om te observeren – de vijf klassieke en het zesde zintuig, de intuïtie – en wat wij observeren wordt geïnterpreteerd door ons brein en onze ‘mindset’. 

Het idee dat een beetje discipline voldoende is om al onze problemen op te lossen is een in onze cultuur ingebakken illusie.  Belangrijker dan discipline is het coderen van een gewoonte. Eens dat is gebeurt volgt de gewoonte automatisch wanneer de aanleiding zich voordoet.  Dit is echter ook het geval met zogenaamde ‘slechte’ gewoonten. Die zijn meestal autokatalytisch: het proces voedt zichzelf. Het gedrag is daarbij de katalysator van z’n eigen vorming. Omdat er aan het begin van deze autokatalistische reactie weinig ‘product’ (i.e. gedrag) aanwezig is, komt de transformatie traag op gang. Ze gaat bij een slechte gewoonte wel veelal tot de finish!

Het afleren van gewoonten[vii]

Je kan een gewoonte afleren door ze te vervangen door een andere gewoonte. Maar een oude gewoonte ‘vergeet’ je nooit (cf. ‘de macht der gewoonte’). Die is ingesleten in jouw brein. De reden daarvan is dat een gewoonte in de hersenen kan gezien worden als een koppeling tussen twee synapsen. Bij onderzoek van het geheugen is men tot de bevinding gekomen dat elke gewoonte te maken heeft met neuronale circuits in de hersenen. De neuronale circuits, die aan de basis liggen van het ontstaan van een gewoonte, bestaan uit drie componenten, met name gedachten, gevoelens en gedrag. Dit komt dus exact overeen met onze voorstelling van gewoontevorming: denken, voelen en doen (zie de tekeningen van dit deel). Gewoontevorming ontstaat door veranderingen in de sterkte van de verbindingen tussen neuronen, die ervoor zorgen dat herinneringen gecodeerd en opgeslagen worden in het centrale zenuwstelsel. Wil men een nieuwe gewoonte aanleren dient men dus nieuwe neuronen verbindingen te creëren. Wanneer er een aanleiding is om die nieuwe gewoonte te realiseren, worden deze verbindingen aangesproken. Dit ten koste van de oude verbindingen van de af te leren gewoonte. Evenwel worden de oude verbindingen nooit volledig verbroken, zelfs indien ze een hele tijd niet aangesproken worden. Men kan jaren gestopt zijn met roken of het overmatig drinken van alcohol, wanneer men plots in een emotionele crisis terecht komt, is de kans reëel dat men in de oude gewoonte hervalt. 

Elke gewoonte lenigt een verlangen en heeft een dieperliggende reden. Het verlangen is daarbij een specifieke uiting van de dieper onderliggende reden. Dieper liggende redenen blijven meestal bestaan, het specifiek gedrag, om het verlangen gebaseerd op de onderliggende reden te lenigen, kan gewijzigd worden. 

Onze huidige gewoonten zijn niet noodzakelijke de beste manier om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld roken of een stevige borrel drinken om stress te reduceren [cf. de succesvolle reclameslogan (de jaren 1975-1986): “Schat, staat de Bokma koud.”] 

Ons gedrag hangt voornamelijk af van hoe we de gebeurtenissen die ons overkomen interpreteren en dus niet van de obectieve realiteit betreffende deze gebeurtenissen. Men zou kunnen stellen dat ons gedrag meer verbonden is met ons gekleurd bewustzijn en minder met ons helder bewustzijn.  En de interpretaties creëren ogenblikkelijk gevoelens. Onze gevoelens en emoties transformeren het verlangen in een mogelijke respons. Wij maken een voorstelling, een beeld van de toekomstige realiteit. 

We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Er is dus een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil levert de nodige energie om in actie te schieten. Het is de spanning tussen de twee die omgezet wordt in de transformatie beweging en het ‘wensen’ is nu wel degelijk omgezet in ‘willen’.

TOEKOMSTIGE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Afleren hardnekkige ‘slechte’ & aanleren harde ‘goede’ gewoonten

Gewoonten worden gevormd door een specifiek proces dat we het ABC proces genoemd hebben. Nogmaals, daarin staat de A voor de aanleiding om een bepaald gedrag te vertonen, B voor het gedrag zelf en C voor de consequentie die volgt op het gedrag. Opmerkelijk is dat op den duur de Consequentie de Aanleiding vormt voor het gedrag. Zeker in het geval dat deze Consequentie snel volgt op het vertonen van het gedrag (B). Wanneer een Consequentie snel volgt op een gedrag en bovendien zeker is, dan wint dat specifieke effect het van een Consequentie die langzaam volgt op een bepaald gedrag en bovendien onzeker is. Zo wordt de roker verleidt om te volharden in de boosheid, hoewel zij of hij pertinent weet dat roken een voor de gezondheid slechte gewoonte is. Dit komt omdat het positief gevolg, bekomen van rust en genot, direct van bij de eerste haal voelbaar is en dat bij elke sigaret, terwijl het mogelijk negatief gevolg, longkanker, eerst heel veel jaren nadien zal verschijnen en misschien zelfs nooit. Wanneer de longkanker zich uiteindelijk onverhoopt toch manifesteert is de roker ‘plots’ geneigd wel te stoppen. Hoewel het er dan veelal niet meer toe doet…

Dus de consequenties kunnen veelzijdig zijn. Zo kan een consequentie positief zijn of negatief zijn. Voor elke van die twee onderverdelingen kan die consequentie snel volgen op het gedrag of traag volgen op dit gedrag. Daarbij kan men nog de onderverdeling ‘zeker’ en ‘onzeker’ onderscheiden. Meestal is een consequentie die snel volgt op een gedrag ook zeker. Hoewel dit niet altijd zo is. Zo wordt de consequentie ‘overdreven snelheid’, die wel snel en zeker volgt op het gedrag (het hard indrukken van het gaspedaal) niet altijd gevolgd door een tweede negatieve consequentie ‘boete’. Een en ander kan door volgende tekening voorgesteld worden, hoewel uiteraard heel wat varianten daarvan mogelijk zijn:

Wat dus veel voorkomt is dat bij sommige gewoonten de Consequentie terugkoppelt. Het directe zekere positieve gevolg (C+ volgt SNEL en zeker) wordt daardoor de aanleiding voor het herhalen van het gedrag totdat het een gewoonte is geworden.

Ander gedrag – dat nochtans positieve effecten op langere termijn heeft – wordt moeilijk genoemd, omdat het ook een direct en zeker negatief gevolg (C- volgt SNEL en zeker) heeft. Voorbeeld daarvan is een dagelijkse stevige wandeling van een half uur in de Lembeekse bossen. Indien men daar in de herfst aan begint zijn de directe negatieve gevolgen legio: verkleumde handen, stijve spieren, … Daardoor krijgen de hersenen het signaal ‘Herhaal NIET!!!’. Het directe negatieve gevolg verdringt de aanleiding (‘het is beter voor m’n gezondheid’). Het positieve effect is slechts na maanden zichtbaar: men ‘voelt zich beter’ en het ‘gemiddeld suikerniveau in het bloed’ is merkelijk gedaald. Maar indien het gedrag geen kans krijgt om een gewoonte te worden, is men er aan voor de moeite. De positieve gevolgen hebben in dat geval niet de kans om merkbaar te worden.

Hierbij is, Eloïse, Edward en Elvire, een uitspraak van de Vlaamse – veel te vroeg gestorven – dichter, Herman de Coninck in m’n geheugen gegrift: “Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard.” Die gevleugelde uitspraak is geldig bij het aanleren van elke ‘moeilijke’ Creatieve Wisselwerking gewoonte en het afleren van elke ‘leuke’ Vicieuze Cirkel gewoonte.

Zo gebruik ik zelf om af te komen van een hardnekkige negatieve gewoonte of het aanleren van een harde positieve gewoonte de vaardigheid ‘Herkaderen’ van het creatief wisselwerkingsproces. Ik zal in de loop van deze reeks columns die vaardigheid diepgaand beschrijven. Voorlopig beperk ik mij met te stellen dat herkaderen neerkomt op anders naar de werkelijkheid te kijken. Daarbij ga ik de positieve effecten van een hard ‘goed’ gedrag versterken en de negatieve effecten ervan afzwakken. Uiteraard doe ik het bij een hardnekkig negatief gedrag andersom. In beide gevallen neem ik mijn Mindset tegenvoets. Ik ga daarbij ook op zoek naar de onderliggende oorzaken van m’n slechte gewoonten en herkader de associaties die ik met die oorzaken heb. 

Zo stopte ik ooit met roken nadat ik op tv gezien had hoeveel teer er zich gemiddeld in de longen ophoopt gedurende een jaar, indien men een pakje sigaretten per dag rookt (wat ik toen deed). De liter teer werd op een rood vierkant vloeipapier uitgegoten en de grote vlek inktzwarte smurrie deed mij inzien dat ik echt geen tien jaar meer hoefde te wachten om m’n gewoonte af te leren. 

Het aanleren van de goede gewoonte ‘dagelijks een half uur stevig gaan stappen’ in de Lembeekse bossen, startte ik in de vroege lente van 2018. De aanleiding was een nogal ‘dwingend’ advies van m’n huisarts, dr. Inge De Gussem. De zomer was uitzonderlijk, dus geen probleem met verkleumde handen en tijd zat om stevige handschoenen te voorzien tegen dat het koud werd. Ook mat ik zelf regelmatig (om de 2 à 3 dagen) het suiker gehalte in m’n bloed. Door die metingen werd het positieve effect van deze inspanning redelijk snel duidelijk. Dus heel wat vroeger dan bij de driemaandelijkse controle bij de huisdokter, waar m’n metingen bevestigd werden. Het schouderklopje dat ik van Inge De Gussem kreeg, was dan nog een bijkomend positief effect. Nu kan ik zeggen dat m’n dagelijkse wandeling een gewoonte geworden. Ik voel mij onwennig, en zelfs een beetje ongelukkig, indien die gewoonte, het stevig doorstappen in de Lembeekse bossen, door omstandigheden op een bepaalde dag onmogelijk is.

Hoelang duurt het vooraleer een gewoonte effectief gevormd is?

Gewoontevorming is een proces waarbij een bepaald gedrag progressief een gewoonte wordt door langdurige herhaling van dat gedrag. Hoe meer een gedrag herhaald wordt, hoe meer het ingesleten raakt in het brein en daardoor wordt het gedrag niet alleen makkelijker maar hoe langer hoe meer een gewoonte. Neurowetenschappers noemen dit ‘Long-term Potentiation’ of LTP, een proces waarbij verbindingen tussen neuronen sterker worden door frequente activering: 

Herhalen van een gedrag veroorzaakt duidelijke fysische veranderingen in het brein. Nieuwe gewoonten vereisen niet alleeen een veelvuldige herhaling van het gedrag, ze vereisen ook een hoge frequentie van het vertonen van dit gedrag. Er moet een hoge reeks herhalingen van een bepaald gedrag in een relatief korte tijd uitgevoerd worden, willen wij een kans maken dit specifieke het gedrag inslijt en een gewoonte geworden is. 

Wat die frequentie is en hoe lang het duurt vooraleer een bepaald gedrag effectief een gewoonte wordt, is nog niet volledig uitgeklaard. Gebaseerd op talloze wetenschappelijke artikelen kwam Charlie Palmgren aan ‘28 opeenvolgende dagen minstens één keer het nieuwe gedrag vertonen’. Niet dat dit foutloos dient te gebeuren. Het gedrag dient echter wel te worden gesteld. Wachten op de perfectie is ook hier uit de boze. Maar één dag het gedrag totaal niet vertonen, betekent dat de teller terug op nul wordt gezet. Niet verwonderlijk dat harde gewoonten zelden ingesleten raken. De kans dat een gewoonte effectief gevormd wordt is veel groter indien men haar of zijn vertonen ervan dagelijks monitort. Tegenwoordig zijn er hiervoor prachtige apps op de markt. Het handige van deze apps is, dat ze je ook attenderen op het oefenen en dat ze je voortgang bijhouden. Zelf heb ik nog geen app gebruikt en ik plan dit eerstdaags te doen. Ik heb gekozen voor de strides app[viii]. Nu nog een aan- of af te leren gewoonte kiezen voor ik ermee start in het voorjaar van 2019. Misschien wordt het gebruik van deze app wel een gewoonte …  

Ik nam het magisch getal 28 in mijn cursussen over omdat er nogal wat gebeurtenissen in de natuur volgens dit schema verlopen. Zoals: de ‘normale’ menstruatie cyclus bij de vruchtbare vrouw, de duurtijd van één omwenteling van de maan rond de aarde, de tijd die nodig is om beton ‘natuurlijk’ te laten harden, … De eerlijkheid gebied mij jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te zeggen dat die vuistregel geen wetenschappelijke grond heeft. Het getal 28 is dus niet meer dan een metafoor om te duiden dat het aanleren of afleren van een gewoonte geen handeling is zoals het drukken op een lichtschakelaar. Daarvoor is meer nodig. Iets wat ik soms met een andere quote duidde: “Blood, sweat and tears.[ix]” Maar zoals gezegd, wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard!


[i]Steve Heisler. The Missing Link. Teaching and Learning Critical Skills.Lanham MA : Rowman & Littlefield Education, 2014. Page 3.

[ii]De uitspraak “De mens is een gewoontedier” wordt veelal aan Aristoteles (384 v. Chr. – 322 vr. Chr.) toegeschreven. Hij zei ook ooit: “We zijn dat, wat we bij herhaling doen.” Dus wat ik hier neerschrijf is niet zo nieuw.

[iii]Aubrey C. Daniels. Bringing Out the Best in People: How to Apply the Astonishing Power of Positive Reinforcement.New York, NY: Mc Graw-Hill, Inc. 1999. Bladzijden 34-40.

[iv]“Habits are, simply, reliable solutions to recurring problems in our environment.” Quote Jason Hreha: Why Our Conscious Minds are Suckers for Novelty.” Revuehttps://www.getrevue.co/profile/jason/issues/why-our-conscious-minds-are-suckers-for-novelty-54131, geraadpleegd op 25 feb. 2019

[v]http://www.dejongepsycholoog.be/theorie/8-inspirerende-citaten-carl-gustav-jung/geraadpleegd op 25 feb. 2019

[vi]James Clear. Atomic Habits: An Easy and Proven Way to Build Good Habits and Break Bad Ones.London, GB: Random House Business Books, 2018, bladzijden 69-79.

[vii]Quote Tom Lanoye: “Een mens is een gewoontedier met afkickverschijnselen.” Uit Tom Lanoye, Het Derde Huwelijk. Amsterdam: Prometheus, II, 5.

[viii]https://www.stridesapp.com

[ix]Quote die veelal toegeschreven wordt aan sir Winston Churchill wegens de frase “I  have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” uit diens speech in het Britse Lagerhuis (House of Commons) op 13 mei 1940 : https://yle.fi/vetamix/media/doc/tal_19400513_Churchill_Blood_Sweat_and_Tears.pdf

BLIJF WAKKER ! – DEEL VII

DE CONDITIES NODIG VOOR CREATIEVE WISSELWERKING!

Poor man wanna be rich, rich man wanna be king
And a king ain’t satisfied till he rules everything
I wanna go out tonight, I wanna find out what I got
Well I believe in the love that you gave me
I believe in the faith that could save me
I believe in the hope and I pray that some day it may raise me above these  Badlands[i]

Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town – 1978


Opdat Creatieve wisselwerking überhaupt zou kunnen plaats vinden, dienen er bepaalde condities vervuld te zijn. Deze voorwaarden zullen in de loop van deze column reeks uitgebreid aan bod komen. In dit deel wil ik het, Eloïse, Edward en Elvire, hebben over de noodzaak van deze condities. Die werd mij duidelijk door volgende persoonlijke observatie. Hoe minder er van deze condities (voorwaarden) aanwezig zijn in de leefwereld van een individu, hoe minder dat individu Creatieve wisselwerking van binnen uit kan beleven. Bruce Springsteen bezingt ze als “I believe in lovefaith and hope” en ik hoe zijn visie in Creative Interchange taal vertaal, vinden jullie in dit deel.

Volgens Henry Nelson Wieman is Creatieve wisselwerking aangeboren en bij machte de menselijke geest oneindig uit te breiden en te transformeren. Gezien de menselijke geest dat zelf niet kan, voegde Charlie Palmgren daar later fijntjes aan toe. Ieder kind heeft van bij de geboorte de capaciteit om deel te nemen aan het creatief wisselwerkingsproces. Dat dit laatste Charlie ‘s definitie van Intrinsieke Waarde is, zagen we reeds in deel IV. Het kind neemt effectief deel aan dit transformatieproces indien aan bepaalde voorwaarden in min of meerdere mate voldaan is. Nogmaals, hoe meer aan die voorwaarden is voldaan, hoe groter de kans is dat Creatieve wisselwerking van binnenuit wordt beleefd, telkens zich daartoe de kans voordoet. 

Die voorwaarden maken de goede werking van de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces mogelijk[ii]. Deze condities zijn respectievelijk:

  1. Vertrouwenen Openheid om de Authentieke Interactie te bevorderen;
  2. Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid om het Waarderend Begrijpen mogelijk te maken;
  3. Het kunnen Verbinden en Creativiteit om de Creatieve Integratie (Imaginatie) aan te zwengelen;
  4. Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid om Continue Transformatie van de gecreëerde zelf te kunnen realiseren.

Het valt jullie misschien op, Eloïse, Edward en Elvire, dat deze voorwaarden tevens kenmerken zijn van het jonge kind. Met jonge kind bedoel ik een kind vanaf dag 1 tot en met 7 à 9 jarige leeftijd. Die laatste leeftijd hangt hoofdzakelijk af van de negatieve werking van de Vicieuze Cirkel in het geval van het kind in kwestie.

Inderdaad, en driewerf helaas, deze – meestal in het begin voorhanden zijnde voorwaarden – worden, gedurende de prille kinderjaren, danig uitgehold door het conditioneringsproces, ook wel opvoedingsproces genoemd. De conditionering van elk kind gebeurt door ouders, opvoeders, leraars, vrienden, media, en een groot aantal sociale en culturele interacties. Het is triest te moeten observeren dat juist daardoor deze noodzakelijke condities of voorwaarden danig in het gedrang komen. Waardoor dan weer het creatief wisselwerkingsproces wordt afgeremd of belemmerd, met als rechtstreeks gevolg dat de aan gang zijnde transformatie vertraagd wordt of tot stilstand komt. Met andere woorden de snelheid van het leren van een kind vertraagt aanzienlijk op de leeftijd dat het naar school gestuurd wordt … om te leren! Wat er juist gebeurt en hoe dit gebeurt zal in dit deel in het algemeen, en in latere delen in detail, besproken worden.

Zoals we in een vorig deel (Deel I) zagen komen kinderen helder bewust ter wereld. Daardoor zijn ze waakzaam en alert met betrekking tot de wereld om hen heen. Zij hebben daarbij een schijnbaar onuitputtelijk vertrouwen en staan open voor al het nieuwe dat op hen afkomt. Bovendien zijn ze zeer nieuwsgierig en verkennen ze onbevreesd hun leefwereld. Daarbij kunnen ze verduiveld goed omgaan met onzekerheid. Ze beschikken over een grote drang om de grenzen van hun leefwereld continu uit te breiden. Daartoe zetten jonge kinderen al hun zintuigen in. Ze zien, horen, raken nieuwigheden aan, ruiken er aan en proeven er zelfs van. Het is de periode van pure observatie zagen we al en ook de tijd van speelse fascinatie, flexibiliteit, wendbaarheid en ‘Flow’[iii]. Dit alles is gekoppeld aan de vaardigheden van het kunnen verbinden van ogenschijnlijk niet te verbinden elementen en creativiteit. Wanneer kinderen ‘fouten’ maken, of ‘mislukken’, blijven ze niet bij de pakken zitten. Integendeel ze zetten door, zijn vasthoudend en leren aan een ongeziene snelheid (die we later nooit meer bereiken). Kinderen zijn ook niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Hoewel ze op fysisch vlak totaal afhankelijk zijn, zijn ze op psychisch vlak interafhankelijk. Deze voorwaarden zijn een integraal onderdeel van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Zoals reeds meermaals aangehaald, is dit het proces dat er voor zorgt dat het bereik wordt uitgebreid van wat kinderen kunnen kennen, waarderen, zich kunnen voorstellen, en van binnenuit kunnen beheersen.

Spijtig genoeg wordt de openheid van het jonge kind vroeg of laat de mond gesnoerd. Dit geeft een deuk in het vertrouwen. Het kind ondervindt weerstand en zelfs regelrechte tegenkanting. Ook door de aangeboren nieuwsgierigheid komt het kind in de problemen. Het kind stelt, zeker in de leeftijdscategorie van 2 tot 5 jaar, vaak de ‘Waarom?’ vraag. Het kind wenst te leren. De ouders krijgen, door het continu vragen van het kind naar het waarom der dingen, het echter op de lange duur op de heupen. Het kind wordt met een kluitje in het riet gestuurd of krijgt een duidelijke ‘Daarom!’. Daardoor verleert het kind langzamerhand vragen te stellen en krijgt de natuurlijke nieuwsgierigheid een knauw. Dit eerst door de ouders, nadien door andere opvoeders en leraren die geacht worden het kind voor te bereiden op volwassenheid. De aangeboren voorwaarden, waardoor het kind ten volle deelneemt aan Creatievewisselwerking, worden langzamerhand één voor één afgebouwd en vervangen door opgelegde gedragspatronen opdat het kind adequaat zou kunnen functioneren binnen het gezin, de school en de samenleving. Daarbij dient het kind z’n intrinsieke natuur hoe langer hoe meer te verloochenen teneinde te voldoen aan een steeds maar groter wordend pakket extrinsieke eisen en verwachtingen. Het aanvaarden van dit opgelegd pakket is onderdeel van het lidmaatschap van de bewuste groep (cultuur) waartoe de ouders, de school en de gemeenschap van het kind behoren. Het kind leert hoe langer hoe meer afwijzing en verstoting te voorkomen en komt hoe langer hoe meer in z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel terecht.

In de psychologie stelt men dat het gaat over een strijd tussen de interne ‘locus of control’ en de externe ‘locus of control’. Dit begrip ‘locus of control’ verwijst naar de mate waarin iemand gelooft dat gebeurtenissen die hem overkomen al dan niet van binnenuit te beheersen zijn.

De Originele, Creatieve Zelf van het kind wordt aldus langzamerhand geconditioneerd, door de cultuur van de gemeenschap waarin het kind opgroeit, tot een aanvaardbare gecreëerde zelf. Dit is ook de periode waarin het helder bewustzijn of het Ik-bewustzijn wordt ingewisseld voor het gekleurd bewustzijn of het mij-bewustzijn, waarover ik het in een vorige deel (Deel II) had. Het is dus de sociale conditionering die als oorzaak van deze nefaste verandering aangewezen kan worden. Daardoor wordt de snelheid van de natuurlijke transformatie ten goede afgeremd. Inderdaad, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vermindert zienderogen omdat de daartoe nodige condities minder en minder voor handen zijn. Het kind wordt minder open, vertrouwt hoe langer hoe minder de ander, verleert het stellen van kritische vragen en wordt dus minder nieuwsgierig. Ook kan het hoe langer hoe minder omgaan met onzekerheid. Het zoekt zekerheid waar het niet te vinden is. Het kan hoe langer hoe minder zaken met elkaar verbinden en de zogenaamde creativiteitsindex vermindert zienderogen. 

Die index werd ontdekt door Paul Iske[iv]en is gebaseerd op het aantal vragen dat een persoon stelt en het aantal keer dat zij of hij lacht. Uit die index blijkt dat we op ons 5e levensjaar blijkbaar heel veel lachen en ook veel vragen stellen en dat we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone komen. Deze index geeft duidelijk aan wat een nefaste invloed het conditioneringsproces heeft op onze nieuwsgierigheid en onze creativiteit. Tenslotte vermindert ontegensprekelijk het doorzettingsvermogen en verschanst men zich in z’n eigen mentaal model, waardoor de voorwaarde van interafhankelijkheid minder prominent gewaardeerd wordt.

Doen is de beste manier van denken

Tenslotte vermindert ook het doorzettingsvermogen van het kind en transformeert het van een afhankelijke peuter naar een onafhankelijke (dat denkt zij of hij toch) adolescent en vergeet het de mens in wezen interafhankelijk is.

Creatieve wisselwerking wordt geoptimaliseerd wanneer er een integratie plaats vindt van observeren (door de Creatieve Zelf) en het percipiëren, dus waarnemen (door de gecreëerde zelf). Wanneer de voorwaarden openheidvertrouwennieuwsgierigheid en kunnen omgaan met onzekerheid aanwezig zijn, ondersteunen het helderen gekleurd bewustzijn elkaar wederzijds. Daardoor krijgt men een beter inzicht betreffende de werkelijkheid en kan men geraakt worden door het verschil tussen dit inzicht en de wens betreffende een betere toekomst. Waardoor men dan weer verschillende ideeën kan verbindenen de creativiteit kan inzetten om die te integreren tot een oplossing. Die oplossing vasthoudend en interafhankelijk verwezenlijken, leidt dan tot de transformatie van de gecreëerde zelf in de richting van, en dus nader tot, de Originele Zelf.

Het belang van deze condities voor het kiezen van een school en (later) een werkgever

Zowel onderwijsinstellingen als bedrijven, die niet voorzien in een minimum van deze voorwaarden, zijn te mijden als de pest. Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is broodnodig voor jullie persoonlijke ontwikkeling. Het beleven ervan van binnenuit is echter niet van de poes. Daarom juist zijn ondersteunende voorwaarden nodig. Ook dient men zoveel als mogelijk hulpbronnen aan te boren en niet verzeild te raken in situaties waarin Creatieve wisselwerking wordt tegengewerkt doordat de Vicieuze Cirkel wordt aangezwengeld. Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien

Zowel de school als het bedrijf dienen duidelijk te maken aan welke doelstellingen jullie activiteiten bijdragen en er voor te zorgen dat die doelstellingen niet willekeurig veranderen.

Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien:

Heldere doelen en regels die aansluiten bij jullie persoonlijke waarden en kwaliteiten

Een essentieel aspect van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich daarvoor inzetten van binnenuit. Jullie zetten zich in vanuit een intrinsieke motivatie, omdat jullie het zelf willen in plaats dat dit jullie wordt opgedrongen door anderen.

Het onderwijs is voor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, goed geregeld; mede omdat jullie moeder Daphne de onderwijsinstellingen gekozen heeft die aansluiten bij jullie waarden en kwaliteiten. Hoewel, zelfs in het SUI is waakzaamheid geboden.

Later dienen jullie zelf wel jullie werkgever zorgvuldig te kiezen. Een werkgever die op onverwachte momenten het roer van zijn beleid omgooit, belemmert het beleven van het creatief wisselwerkingsproces door de medewerkers.

Er is eerlijke feedback beschikbaar over het effect van wat jullie doen zodat jullie kunnen bijsturen

De meeste onderwijsinstellingen geven dusdanige feedback en steunen zich daarbij op regelmatig aftoetsen van de kennis van de leerstof. Die feedback dient evenwel eerlijk en correct te zijn, anders werkt die tegendraads. Dat laatste hebben jullie zeker al ondervonden!

Later dienen jullie werkplekken te kiezen waar jullie zowel feedback krijgen over jullie inspanningen en de effecten ervan, als dat jullie zelf feedback kunnen geven over wat jullie op de werkplek ervaren. Indien de tweezijdige feedback niet vloeiend verloopt, doordat uw leidinggevende niet naar jullie terugkoppelt of dat jullie feedback door de organisatie genegeerd wordt, komt jullie beleven van het creatiefwissel werkingsproces in gedrang en wordt het misschien tijd om de werkaanbiedingen, die jullie kunnen vinden op het ‘world wide web’, eens grondig te analyseren.

De studie/taak dient moeilijk te zijn en die moeilijkheidsgraad dient in evenwicht te zijn met jullie vaardigheden

Opdrachten die liggen aan de grenzen van het eigen kunnen – die geven een kick! De opdracht mag evenwel niet te moeilijk zijn, want dan verliezen jullie het broodnodige vertrouwen om de taak correct uit te voeren. Dat verlies aan vertrouwen leidt naar angst voor de mogelijke mislukking. Daardoor stijgt de stress en in plaats van het beleven van Creatieve wisselwerkingkomen we terecht in onze Vicieuze Cirkel

Het omgekeerde – te weinig uitdaging voor jullie vaardigheden – levert verveling en zelfs apathie op. Dit alles geld zowel voor de schoolomgeving als jullie latere werkomgeving. Indien jullie later opdrachten krijgen die ofwel te gemakkelijk of te moeilijk zijn, dienen jullie dat onmiddellijk klaar en duidelijk aan jullie leidinggevende kenbaar te maken. Men zegt soms: “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”; laten we dit eens aan de werkelijkheid toetsen:

In een schoolomgeving is het uiterst belangrijk dat jullie – indien acterend op de grens van jullie kunnen – degelijke leraars en leraressen hebben die de materie beheersen en goede uitleg verstrekken. Dit is nodig om met vertrouwen aan de slag te kunnen gaan. Ook dienen deze docenten jullie feedback te geven en jullie vragen ernstig te nemen.

Eloïse, jij hebt momenteel (voorjaar 2019) een studierichting gekozen die voor jou een echte uitdaging is. Een uitdaging op de grens van jouw kunnen, stelden jouw klastitularissen nog onlangs. En je voelt de Creatieve Spanning omzeggens dagelijks. Misschien begrijp je nu beter, na het lezen van dit deel, waarom ik je graag bij deze uitdaging ondersteun en we samen de steken oprapen die jij en SUI leraren dreigen te laten vallen. Hoe jij de handschoen opneemt maakt mij fier!

Er is de vrijheid om de taak op jullie eigen manier uit te voeren

Men krijgt nu eenmaal meer greep op het werk als het naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en uitgevoerd. Alleen dan kan de taakuitvoering nauw aansluiten bij de persoonlijke leer- en werkstijl.

Indien er van hogerhand, en dat geldt zowel voor een onderwijsinstelling als een bedrijf, voorschriften worden uitgevaardigd die in de ogen van de leerlingen c.q. werknemers niet bijdragen tot het doel van de werkzaamheden, dan werkt dat zeer remmend op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Eloïse, je begrijpt nu wellicht beter waarom ik mij niet moei met de inhoud van jouw studieplanning. Ik verlang enkel dat je er een maakt die realistisch is en aanvaard die steeds integraal.

Als het werk weinig uitdaging biedt, dient de organisatie taken aan te bieden om jullie grenzen te verleggen.

In een schoolomgeving is dat sterk georganiseerd en als het ware in het curriculum ingebakken. Zo volgt er na elk met succes afgewerkt leerjaar een nieuw met een hoger uitdagingsniveau.

In een bedrijfsomgeving is dit veelal een heikel punt. Een ideale werkgever biedt de werknemer de kans om een moeilijker werk uit te voeren als zij of hij de huidige taak helemaal meester is. Ook dat is een ‘two-way street’. Een goede leidinggevende is sensitief voor de signalen die medewerkers uitzenden als ze aan iets nieuws toe zijn. Die leidinggevende is ook creatief in het vinden van uitdagend werk. Een goede medewerker vraagt bijtijds om ander werk te mogen doen als hij zich gaat vervelen. Zij of hij is bovendien pro-actief en stelt zelf een nieuw takenpakket voor.

Jullie worden tijdens de uitvoering van jullie taak niet gestoord door negatieve inmenging van buiten- én van binnenuit

De essentie van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich niet laten sturen door zowel manipulatie van anderen als door jullie gekleurd bewustzijn. Indien de werksituatie op dit gebied bedreigend wordt, dan leidt die onvermijdelijk naar de Vicieuze Cirkel. Als het doel van de reis gaat overheersen, kan men namelijk niet meer genieten van de weg.

Dezelfde condities die de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen bevorderen dus het beleven van Creatieve Wisselwerking en andersom!


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlands, song van het album Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012.

[iii]Flow is een van de synoniemen voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is Mihaly Csiksentmihalyi.

[iv]https://arthurkruisman.wordpress.com/2013/03/21/de-staat-van-terminale-serieusheid/  

BLIJF WAKKER ! – DEEL VI

DE 1STE KARAKTERISTIEK VAN CREATIEVE WISSELWERKING: AUTHENTIEKE INTERACTIE

We live in a post–authentic world. 

And today authenticity is a house of mirrors. 

It’s all just what you’re bringing when the lights go down. 

It’s your teachers, your influences, your personal history; 

and at the end of the day, 

it’s the power and purpose of your music that still matters.

So I’m gonna talk, a little bit today, 

about how I’ve put what I’ve done together,

In the beginning, every musician has their genesis moment…

Mine was 1956, Elvis on the Ed Sullivan Show. 

It was the evening I realized a white man could make magic,

 that you did not have to be constrained by your upbringing, 

by the way you looked, or by the social context that oppressed you. 

You could call upon your own powers of imagination, 

and you could create a transformative self.

– Buce Springsteen[i]


Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerkingvier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie

Voor heel wat mensen betekenen eerlijkheid en authenticiteit hetzelfde en worden die begrippen door hen als synoniemen, en dus als onderling inwisselbaar, gebruikt. Voor mij bestaat er, in het kader van Creatieve wisselwerking, wel degelijk een cruciaal onderscheid tussen die twee begrippen:

  • Eerlijkheid betekent dat iemands motieven en waarden uitgelijnd en congruent zijn met iemands mentaal model en ook met diens woorden en gedrag. Eerlijk is men als men handelt vanuit en in overeenstemming met het gekleurd bewustzijn en de actuele, gecreëerde zelf; 
  • Authentiek is men wanneer die uitlijning en congruentie niet alleen daarop gebaseerd is, maar ook – en daarin zit het onderscheid – op het helder bewustzijn en de Originele Zelf.  

Bij Authentieke Interactie geeft men het beste van zichzelf zonder te manipuleren, verkeerde informatie te verstrekken of te bedriegen. Men is zich daarbij wel van bewust dat wat men verkondigt niet ‘de’ waarheid is. Het is een kwestie van zowel integriteit als nederigheid. Wat de ander hoort en ziet – dus wat de ander krijgt – is wat er werkelijk is, niets meer en ook niets minder.

Authenticiteit vereist moed. De moed die nodig is om open en transparant te zijn. Het is gebaseerd op iemands helder bewustzijn, dat niet duaal is, en steunt op haar of zijn Intrinsieke Waarde. Dit helder bewustzijnis het zich helder bewust zijn van zichzelf, de anderen en de wereld en dit door middel van niet oordelende observatiedie uitgaat van haar of zijn Intrinsieke Waarde. Wat men observeert open en eerlijk meedelen, zonder ‘de’ waarheid te claimen, is zich kwetsbaar opstellen en daar is moed voor nodig, zoals ook Brené Brown opmerkte:

 “To be authentic, we must cultivate the courage to be imperfect — and vulnerable. 

We have to believe that we are fundamentally worthy of love and acceptance,

just as we are. I’ve learned that there is no better way 

to invite more grace, gratitude and joy into our lives

than by mindfully practicing authenticity.”

— Brené Brown[ii]

Uitgaande van de oorsprong van begrippen leren we dat “auteur”, “autoriteit” en “authentiek” met elkaar verbonden zijn. Authentieke Interactie is spreken vanuit je Originele Zelf, want die is helder bewust. Spreken vanuit de Originele Zelf (de auteur) geeft die natuurlijke autoriteit, want iedereen voelt aan dat de spreker authentiek is.

In het kader van leren van binnen uit heeft Leo Van Lier het over drie fundamentele principes, AAA: Awareness, Autonomy en Authenticity[iii]. Hier zie ik heel wat gelijkenissen met het beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit. Niet verwonderlijk want Creatieve wisselwerking = transformeren = leren. Leren van binnen uit is eigenlijk een autonome, zelfsturende persoon worden. Van Lier beschrijft ‘Awareness’, wat ik het helder bewustzijn genoemd heb, als het proces om aandacht te schenken aan nieuwe ervaringen en deze te verbinden met bestaande kennis. ‘Autonomy’ heeft te maken met de keuze én de verantwoordelijkheid van de persoon in kwestie met betrekking tot het maken van keuzes in verband met wat geleerd werd en/of wat getransformeerd dient te worden. ‘Authenticity’ is verbonden aan actie die intrinsiek motiverend is doordat de persoon de oprechte wens heeft om te leren en te transformeren, eerder dan er door een of andere uitwendige kracht er toe aangetrokken wordt. Authenticiteit is terzelfdertijd oorzaak en gevolg van het helder bewust en autonoom zijn. De drie E’s van Leo Van Lier gevat in het Cruciale dialoogmodel:

·      Awareness in de linker lus, dus het observeren en waarderend begrijpen van nieuwe kennis en die integreren in het eigen mentaal model;

·      Autonomy in het midden, dus keuzes maken met betrekking met wat het betekend het nieuwe mentaal model in eigen gedrag in te bedden en daardoor te transformeren;

·      Authenticity in de rechter lus, dus de motivatie om zetten in transformerende actie, waardoor het nieuwe mentaal model ingesleten raakt.

Eloïse, Edward en Elvire, Authentieke Interactie komt dus neer op bereid én in staat zijn jullie Originele Zelf te zijn. Jullie spreken hierbij jullie unieke kijk op de wereld, jullie mening, jullie perspectief, jullie interpretatie van de feiten, jullie overtuigingen en waarden, jullie twijfels en gevoelens uit. Dit doen jullie oprecht en daarmee geven jullie tegelijkertijd anderen de toestemming en de gelegenheid dit ook te doen. Sterker nog, jullie nodigen de anderen als het ware uit om ook zo te handelen, dus (zie Inleiding):

And as we let our Light shine, we give Others permission to Do the same[iv]

Kortom, jullie delen wie jullie zijn met de wereld, met jullie omgeving. Of dat nu in een organisatie is, in familiekring, op school of een andere omgeving. En wie jullie echt zijn, heb ik reeds behandeld in Deel  III: jullie Originele Zelf, die ik soms ook de Creatieve Zelf noem. 

Het is belangrijk om jullie beste ideeën, grootste dromen, grootste angsten, incomplete plannen met anderen te delen. En dit, terwijl jullie anderen de ruimte geven dit ook te doen. Ruimte geven betekent dat men bewust aandacht heeft voor de ander, dat men diep luistert en het standpunt van de ander écht probeert te begrijpen. Het betekent dat men vragen stelt. Níet om te discussiëren of de ander tegen te spreken. Wél om de ideeën van de ander (nog) beter te begrijpen en ervan te leren. Authentiek Interactie betekent dus ook jullie eigen idee van de wereld af en toe op een lager pitje zetten. Als men van een ander iets wilt leren, is het eerste dat men dient te doen: het opgeven van het idee dat men alle antwoorden heeft. Eloïse, Edward en Elvire, ik zeg soms eens al lachend dat ik ooit wel eens volgende tattoo op mijn voorhoofd zal laten plaatsen: “Ik heb de waarheid niet in pacht!”

Tijdens een Authentieke Interactie heeft men oprecht interesse in de mening van de ander. Oprechte interesse betekent volgens mij dat men zowel de unieke ideeën en mening van de ander waardeert als de unieke persoon die ze uitspreekt. 

Kortom, Authentieke Interactie is tweeledig (zoals Henry Nelson Wieman’s ‘two-fold commitment’ – zie o.m. Deel I):

  • Je eigen unieke mening, plannen en ideeën overtuigend en zonder enige terughoudendheid uitspreken naar een ander toe;
  • Bescheiden zijn door ruimte te geven en vragen te stellen om van de beste meningen, plannen en ideeën van anderen te kunnen leren.

Die tweeledigheid van Authentieke Interactie komt volledig tot z’n recht in een van de vaardigheden die onlosmakelijk verbonden zijn met deze karakteristiek van Creatieve wisselwerking, namelijk: Bepleiten en Bevragen. Over deze vaardigheid zal ik later een column wijden (Deel XI).

Gedurende een Authentieke Interactie ontmoet men elkaar echt op het diepste niveau van het ZIJN. Men is zich bewust van de levenszin die men deelt, van de eigen kwetsbaarheid, van de eigen fouten en ook van onbeperkte groeimogelijkheden. De voorwaarden voor Authentieke Interactie is het respecteren van de ander, zoals hij is, en diens mening nooit afkeuren, wel begrijpen. Die condities en voorwaarden zijn factoren die het veilig maken om open en eerlijk te communiceren. Ook omdat de zo noodzakelijke veiligheid nu niet meer moet gewaarborgd worden door discretie, het verbergen van diepere behoeften, het verbergen van mislukkingen, soms zelfs het regelrecht liegen, en het geven van valse, beschermende verklaringen en rationalisaties. Door die veilige openheid is de communicatie nog veel intenser, en is het groeibevorderend effect nog veel sterker. Authentieke Interactie zorgt immers voor een verhoogde kans tot het (later) integreren van de verschillende meningen en ideeën op een creatieve manier en zorgt dus voor een verhoogde kans tot synergie (‘het één en het ander & verschillend van’).

Voorwaarden

Deze prachtvorm van menselijke interactie is niet met iedereen mogelijk, of op gelijk welk ogenblik in iemands levensverhaal. Er zijn een zeker aantal voorwaarden aan verbonden. Worden deze voorwaarden veronachtzaamd, dan lukt het niet, of lukt het in het begin schijnbaar wel en het leidt later tot onaangename complicaties.

Authentieke Interactie heeft vooral nood aan volgende twee basiscondities: Openheid en Vertrouwen. De openheid zet aan om integer te zijn, het vertrouwen ondersteunt de moed die daarvoor nodig is. Over deze condities zal ik het later in een column uitvoerig hebben (Deel IX).

Daaruit volgt dat het functioneringsniveau van de deelnemers aan het gesprek best niet te veel verschilt. Ideaal is dat diegenen die betrokken zijn, geëngageerd zijn om hun Originele Zelf te laten doorschijnen in wat ze zeggen en doen. 

Het is belangrijk dat de motivatie tot deze wederzijdse authenticiteit geschiedt terwille van de essentiële doelstellingen, zoals zich aan de ander tonen zoals men is en daar constructieve feedback op krijgen. Ook graag de ander ontmoeten zoals hij is, en, vooral dan, beiden willen groeien, dus transformeren. Bijbedoelingen van financiële, professionele, sociale of seksuele aard vervalsen het proces, en leiden snel tot manipulatie, ontgoocheling en conflict. Van een authentieke ontmoeting, waarin men elkaar laat zijn zoals men is, is er dan geen sprake.

Authentiek Interactie is ook gebaat met een positieve ingesteldheid teneinde ambiguë uitspraken of meningen in eerste instantie positief te interpreteren. Zo worden deze uitspraken niet vereenzelvigd met de ander, niet gezien als een duurzame karaktertrek. We gaan er van uit dat we allen in een groeifase zitten: van onze gecreëerde zelf naar onze Originele Zelf.

Hieruit blijkt dat Authentieke Interactie gediend is met de werkelijkheid dat eenieder die er aan deelneemt een gelijkaardig doel, positieve intentie en positief engagement heeft (cf. Deel V).

Authentieke Interactie gedijt het best in een klimaat dat Amy Edmondson ‘Psychologische veiligheid’ noemt. Google LLC, het bedrijf achter de Google-zoekmachine, rondde in 2017 een uitgebreid onderzoek af bij 180 van haar teams. Doel was de vraag “Wat maakt een team effectief?“ te beantwoorden. Wat bleek? Wie onderdeel uitmaakt van een team, doet er minder toe dan hoe zij met elkaar samenwerken De internetgigant identificeerde Psychologische Veiligheid als het belangrijkste kenmerk van effectieve teams[v].

Harvard Business School Leadership & Management Professor, Amy Edmondson, deed uitgebreid vergelijkend onderzoek naar de effectiviteit van verschillende teams[vi]. Haar data toonden aan dat effectievere teams meer fouten maakten. Eerst vond ze dit vreemd, maar toen realiseerde ze zich dat effectievere teams niet méér fouten maakten, maar alleen méér communiceerden over het maken van fouten. Er was blijkbaar binnen de teams genoeg vertrouwen en openheid om dat te doen. Toen bedacht ze de term psychologische veiligheid:

Psychologische veiligheid betekent dat teamleden zich veilig voelen om risico’s te nemen en kwetsbaar tegenover elkaar te zijn.

Psychologische veiligheid betekent dat ik word aangemoedigd om mijn ideeën, vragen, zorgen of fouten te delen, zonder dat ik daarvoor gestraft of vernederd word. In de context van deze column zou ik dit als volgt kunnen parafraseren: Psychologische veiligheid moedigt Authentieke Interactie aan, omdat het Openheid en Vertrouwen werkelijk mogelijk maakt.

Eloïse, Edward en Elvire, effectieve teams communiceren over de fouten die zij maken. Ik breek al meer dan veertig jaar een lans opdat men die fouten niet toewijst aan elkaar of anderen en eerder nieuwsgierig is naar de onderliggende oorzaken ervan. Dat ik daarin niet alleen sta las ik onlangs nog in een uitgave van Harvard Business Review[vii].

Dit zijn de drie dingen die je volgens Amy Edmondson kunt doen om psychologische veiligheid te creëren:

  1. Kadert het werk als een leerprobleem in plaats van een uitvoeringsprobleem. Iedereen in staat stellen om fouten te maken én ervan te leren, is het fundament van psychologische veiligheid;
  2. Ten tweede moet men haar of zijn eigen feilbaarheid erkennen. Alles wat men met stelligheid poneert is niet ‘de’ waarheid; 
  3. Men dient er van uit te gaan dat men niet alles kan weten. Blijf daarom nieuwsgierig en stel vragen. Vergeet niet, er bestaan geen banale vragen, er bestaan wel banale antwoorden.

Jullie hebben al begrepen dat ik een bijkomende manier gevonden heb voor het creëren van veiligheid: namelijk door Openheid en Vertrouwen. Daardoor voeg ik een vierde punt aan bovenstaand lijstje toe:

“Wees persoonlijk en open om relaties te bouwen en meer vertrouwen te krijgen, waardoor je weer opener kunt zijn.”

Er is echter een belangrijk verschil tussen de twee concepten:

  • Vertrouwen is een relatie-toestand tussen mensen, of het resultaat van alles wat er tussen de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces gebeurt;
  • Openheid is een gedrag. Dit is het cruciale verschil. Ik kan zelf besluiten om me naar anderen te openen om zo de positieve spiraal te beginnen die leidt tot meer vertrouwen, wat zorgt voor meer openheid.

Door te begrijpen hoe vertrouwen en openheid zich tot elkaar relateren kan ik ervoor kiezen om net wat opener te zijn dan wat het vertrouwen toestaat. Zo draag ik bij aan de ontwikkeling van psychologische veiligheid en effectiviteit.

Openheid leidt tot meer vertrouwen,

wat de basis legt voor meer openheid.[viii]

Het is belangrijk te verhelderen dat psychologische veiligheid niet een houding van toegeeflijkheid beschrijft, maar eerder een gevoel van vertrouwen dat het team een collega niet zal afwijzen als deze zijn mening geeft. Juist dit verschil maakt dat het constructief conflict mogelijk is. Anders gesteld, bij psychologische veiligheid is het hebben van een afwijkende mening mogelijk en wordt er constructief mee omgegaan.

Psychologische veiligheid verwijst naar een combinatie van vertrouwen, respect voor ieders competentie en als mensen zorg hebben voor elkaar. Een psychologisch veilige omgeving maakt het volgens Edmondson mogelijk om anderen te ondersteunen, problemen te melden, hulp te vragen, en nieuwe ideeën en inzichten ten berde te brengen 

Psychologische veiligheid lijkt ook op groepscohesie, omdat beide een gevoel van betrokkenheid bij het team beschrijven. Het is echter belangrijk om het onderscheid tussen psychologische veiligheid en groepscohesie te verhelderen:

  • Groepscohesie kan de bereidheid om het oneens te zijn verminderen, wat maakt dat er dan te weinig interpersoonlijke risico’s worden genomen. Te sterke groepscohesie kan leiden tot wat groepsdenken (‘Groupthink’) wordt genoemd. Anders gesteld, groepscohesie kan het constructieve conflict tegenhouden, daar het behouden van overeenstemming en eensgezindheid voor de groep belangrijker is dan een kritische overweging van de feiten; 
  • Psychologische veiligheid daarentegen stimuleert de bereidheid om sociaal-onveilige situaties aan te gaan. Men durft z’n mening open te uiten, zelfs al vermoedt men dat die mening ‘tegen de stroom’ ingaat. Dit biedt dan ruimte voor het synergetisch samenvoegen van de ‘tegenstrijdige’ meningen of ideeën, waardoor men transformerend leert. 

Eloïse, Edward en Elvire, laat jullie leiden door jullie eigen zoektocht naar waarheid. Wees authentiek in jullie interactie met betrekking tot die waarheid en klamp jullie er tezelfdertijd niet aan vast. Zoek niet naar applaus en erger jullie ook niet aan afkeuring. Luister naar ‘de’ waarheid van de ander, zonder die direct af te wijzen. Streef steeds naar interafhankelijkheid. Wees onverschrokken in jullie interactie en blijf vriendelijk. Leer steeds uit jullie Authentieke Interactie

Iemand die Authentieke Interactie van binnen uit beleefde en dit op een uitzonderlijke manier was Prof. dr. Etienne Vermeersch. Die Vlaamse filosoof, ethicus, klassiek filoloog, unieke denker en opiniemaker, en dit alles op een uitzonderlijk integere manier, was een tiental jaar ouder dan mij en heeft op mij een énorme indruk gemaakt en nagelaten. Hij blijft voor mij een lichtend voorbeeld, want een echt rolmodel in het beleven van Creatieve wisselwerking van binnenuit. Ik heb Prof. dr. Vermeersch ooit eens gevraagd voor een lezing, maar hij antwoordde beleefd waarom hij niet op m’n uitnodiging kon ingaan. Hij was toen lezingen bewust aan het afbouwen, hoewel hij nog dagelijks aanvragen daartoe kreeg. Ik heb dat altijd zeer spijtig gevonden. Hij overleed vorige maand (januari ’19)[ix]. Een van zijn wijsheden is ook mijn boodschap naar jullie toe: 

Geloof mij niet, denk zelf na[x]


[i]Bruce Springsteen. Quote uit z’n Key Note Speech‘We live in a post–authentic world’, – 15 March 2012, South by Southwest festival, Austin, Texas. US

[ii]https://www.huffingtonpost.com/2014/09/15/brene-brown-how-to-be-yourself_n_5786554.html 

[iii]Leo Van Lier. Interaction in Language Curiculum: Awareness, Autonomy and Authenticity. New York, NY: Routledge, 2013.

[iv]Marianne Williamson. A Return to Love:  reflections on the principles of a course in miracles. New York, NY: HarperCollins Publishers, 1992.

[v]https://rework.withgoogle.com/blog/five-keys-to-a-successful-google-team/

[vi]Amy Edmondson, Psychological Safety and Learning Behavior in Work Teams
. Johnson Graduate School of Management, Cornell University. Administrative Science Quarterly, Vol. 44, No. 2 (June, 1999), pp. 350-383.

[vii]https://hbr.org/2018/04/the-two-traits-of-the-best-problem-solving-teams

[viii]https://www.frankwatching.com/archive/2018/06/27/waarom-psychologische-veiligheid-essentieel-is-effectieve-teams/

[ix]Tex Van berlaer: Vlaanderen neemt afscheid van Etienne Vermeerschhttps://www.knack.be/nieuws/belgie/vlaanderen-neemt-afscheid-van-etienne-vermeersch-het-kon-hem-niet-schelen-of-hij-applaus-kreeg-van-links-of-rechts/article-longread-1421227.html

[x]Trui Engels: ‘Geloof mij niet, denk zelf na’: 21 wijsheden van Etienne Vermeerschhttps://www.knack.be/nieuws/mensen/geloof-mij-niet-denk-zelf-na-21-wijsheden-van-etienne-vermeersch/article-longread-141009.html

BLIJF WAKKER ! – DEEL IV

WELKE ZIJN JULLIE ‘WAARDEN’ EN ‘KERNKWALITEITEN’?

The success brought me an audience,

It also separated me from all the things 

I’ve been trying to make my connections to my whole life. 

And it frightened me because I understood that 

what I have of value is at my core 

and that core was rooted in the place I’d grown up, 

the people I’d known, the experiences I had. 

If I move away from those things… to go about your life as you desire, without connection… that’s where a lot of people I admired 

drifted away from the essential things that made them great.

More than rich, more than famous, more than happy, 

I wanted to be great.”[i]

– Bruce Springsteen 

“The Promise: the making of Darkness on the Edge of Town” – 2010  

Een vraag over onze waarden en kernkwaliteiten en dan schrijf je die begrippen ook nog eens tussen aanhalingstekens; Opa, daar hebben wij drie vragen bij:

  1. Wat betekenen die begrippen?  
  2. Welke zijn dan onze ‘waarden’ en ’kwaliteiten’?
  3. Is er een verschil tussen de ‘waarden’ en ‘kwaliteiten’ van respectievelijk Eloïse, Edward en Elvire? 

We zijn benieuwd naar jouw antwoorden!

Over ‘waarden’

In dit onderdeel bespreek ik eerst het belangrijk onderscheid tussen Intrinsieke Waarde en extrinsieke waarde en heb ik het nadien over jullie Kernwaarden.

Intrinsieke  vs extrinsieke waarde

Ik start dus met het onderscheid tussen Intrinsieke Waarde (Intrinsic Worth) – begrip dat overigens werd gebruikt in één van de lessen Godsdienst van Eloïse (SUI – herfst 2018) – en extrinsieke waarde nog eens duidelijk te maken.

Intrinsieke Waarde  betekent, zoals eigenlijk de naam aangeeft, dat iemand of iets intrinsieke of inherente waarde heeft in zichzelf, alleen al door te bestaan. Het voorbeeld bij uitstek is uiteraard het pas geboren kind. De baby heeft Intrinsieke Waarde  alleen al door er te zijn. Vandaar ook dat Charlie Palmgren’s concept, de Vicieuze Cirkel, start met dit begrip. DeVicieuze Cirkel is een metaforisch model om te duiden hoe mensen het zicht op hun Intrinsieke Waarde verliezen en verstrikt raken in hun ‘fixed’ bekrompen mindset (mentaal model). Belangrijk is ook te onderkennen dat men niets aan haar of zijn Intrinsieke Waarde kan toevoegen of ervan weghalen, zelfs de persoon in kwestie niet. Alleen, zij of hij is zich daar niet altijd van bewust.

Ook hebben mensen, wat ook hun geslacht of etnische oorsprong is, een gelijke Intrinsieke Waarde. Daarmee heb ik al een van jullie vragen beantwoord: jullie Intrinsieke Waarde, Eloïse, Edward en Elvire is dezelfde. Iedereen heeft bij z’n geboorte dezelfde Intrinsieke Waarde. En voor ons, Bonnie en Opa, kan die waarde geen sikkepit veranderen: jullie zijn en blijven ‘intrinsiek waardevol’, en dit voor altijd!

Laat ik nu de definitie van Intrinsieke Waarde, die ik al in een voetnoot van deel II gaf, herhalen: 

Intrinsieke Waarde: de kwaliteit die [iemand] waardevol maakt; de kwaliteit binnenin de persoon die waardering of respect afdwingt.

Dit staat in schril contrast met het begrip extrinsieke waarde. Laat ik daarvan een paar voorbeelden geven. Een auto is extrinsiek waardevol. Die waarde hangt echter af van wat mensen er willen voor geven. Als je zelf niet veel waarde hecht aan een bepaald type auto, dan is die voor jou niet zo waardevol. Ook de Euro is extrinsiek waardevol. Die heeft waarde omdat mensen gezamenlijk besloten hebben om aan dat muntstuk een waarde toe te kennen en te gebruiken bij het kopen en verkopen van zaken. Indien we geen waarde zouden hechten aan de Euro, dan zou die waardeloos zijn. Jullie extrinsieke waarde, Eloïse, Edward en Elvire is wel verschillend en hangt af van wie die waarde apprecieert. Zo zal Emil (in de herfst van 2018) Eloïse waardevoller vinden dan Elvire. Elkeen vind iets waardevol vanuit uit z’n eigen standpunt. De naam extrinsiek betekent dat de waarde van buitenaf wordt toegekend.

Laat ik nu ik de definitie van extrinsieke waarde, die ik al in een voetnoot van deel II gaf, herhalen:

Extrinsieke waarde: de waarde die [iemand] aantrekkelijk en bruikbaar maakt; de kwaliteit die kan gekocht, verworven of verdiend worden.

Laat mij eens het onderscheid tussen deze waarden op een andere manier stellen. Jullie Intrinsieke Waarde is innig verbonden aan jullie persoon, wie jullie zijn als persoon. Dus met jullie Creatieve Zelf, met jullie helder bewustzijn en met jullie ‘Ik-bewustzijn’. En die is voor elk van jullie even groot. Jullie extrinsieke waarde is verbonden aan wat jullie kennen, kunnen, en aan jullie gedrag. Dus met jullie gecreëerde zelf, met jullie gekleurd bewustzijn, en met jullie ‘mij-bewustzijn’.

Zo is het mogelijk dat Bonnie en ik zelf een specifiek gedrag van één van jullie waardeloos vinden en zelfs afkeuren, waardoor de extrinsieke waarde van haar of hem een knauw krijgt. Toch blijft haar of zijn Intrinsieke Waarde intact. Wij houden nog steeds evenveel van haar of hem als persoon en keuren, althans in dit specifieke geval, haar of zijn gedrag af. De moeilijkheid blijft echter dit alles steeds correct over te brengen. 

Zo is echte liefde ook een Intrinsieke Waarde; echte liefde is er. Zoals jullie in vorig deel (Deel III) hebben kunnen lezen, is de liefde van Karenin, hond van Tereza de hoofdfiguur uit het boek ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’, onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk. Zo is ook onze liefde naar jullie toe onbaatzuchtig en  onvoorwaardelijk, dus blijft jullie Intrinsieke Waarde overeind. Nogmaals, het is niet omdat we, in sommige gevallen, jullie gedrag afkeuren dat we daarom minder van jullie houden.

Een andere definitie van Intrinsieke Waarde, waar ik persoonlijk van hou, is deze van m’n mentor Charlie Palmgren. In het boekje ‘The Chicken Conspiracy’[ii], dat hij samen met Stacie Hagan schreef, definieert Charlie Intrinsieke Waarde als volgt: 

De Intrinsieke Waarde van een menselijk wezen is z’n capaciteit om deel te nemen aan transformerende creativiteit. 

Die Intrinsieke Waarde is dus voor Charlie Palmgren het vermogen om continu uit te breiden wat eenieder van ons kan weten, appreciëren, zich kan inbeelden en uitvoeren. Charlie schrijft: “wij zijn voor dit transformatie proces gemaakt, zoals een arend gemaakt is om te vliegen.” De Intrinsieke Waarde vindt z’n origine in deze capaciteit en wij zetten deze Intrinsieke Waarde in door vol te gaan voor transformerende creativiteit. Met name door het tweevoudig engagement voor Creatieve wisselwerking waarover ik het had in Deel I. Intrinsieke Waarde is zowel ‘zijn’ als ‘doen’, zowel inwendig als uitwendig, zowel nadenkend als uitvoerend.

Intrinsieke Waarde neemt in het begin van het menselijk leven de vorm aan van het streven om te overleven. Later krijgt het een hoger doel: de nood voor creatieve transformatie. Deze nood is de basis voor ons psychologisch en spiritueel groeien; zoals zuurstof, water, voedsel, oefening en slaap nodig zijn voor ons fysisch welbehagen.

Bij een baby kan men goed observeren dat de Intrinsieke Waarde zich niet alleen vertaalt in het ondernemen van acties om te overleven (wenen bij honger of natte pamper) maar zich ook hoe langer hoe meer vertoont als het van binnen uit werken aan ‘creatieve transformatie’ van zichzelf; van binnen uit, dus zonder opdracht daartoe van buitenaf. Dr. Erle Fitz, een vriend van Charlie Palmgren, verwoordde dit ooit zo: “The newborn child engages in increasing interludes of wakefulness.” “Het pasgeboren kind beleeft hoe langer hoe bewuster de steeds langer wordende periodes van wakker zijn”. Dit betekent dat het kind, eens de basisbehoeften vervuld zijn, haar of zijn wakkere tijd gebruikt om de wereld rondom haar of hem te exploreren. Het kind begint met kijken en observeren en gaat nadien authentiek in interactie met elementen uit haar of zijn omgeving. Al eens bemerkt hoe vaak een pasgeborene lacht naar z’n moeder of vader en raar kijkt wanneer een nieuw gezicht boven het wiegje opdoemt? Dit alles mondt uit in het beginnen waarderend begrijpen van de buitenwereld. Waarom? Omdat menselijke wezens gemaakt zijn voor dit soort evolutie en ontwikkeling. Met andere woorden, de mens is gemaakt om zich aldus creatief te transformeren zoals de arend gemaakt is om te vliegen. Het vermogen voor creatieve transformatie definieert dus Intrinsieke Waarde. Deze waarde is bovendien voor iedereen gelijk en in feite een constante. Jullie Intrinsieke Waarde, Eloïse, Edward en Elvire, is onvoorwaardelijk; dit staat vast. Bovendien is jullie Intrinsieke Waarde jullie gegeven. Met andere woorden, jullie hebben er niets hoeven voor te doen.

Nooit zijn jullie meer waard geweest of zullen jullie meer waard worden dan dat jullie waren bij jullie geboorte (en dat jullie nog steeds in m’n ogen zijn). Jullie zijn waard wat jullie kunnen waard zijn op dit eigenste moment, punt!

Wat vinden jullie van bovenstaande vetgedrukte tekst? Welk gevoel geeft die tekst jullie? Lees deze nog eens rustig na.  Denk er eens goed over na. 

Indien jullie Intrinsieke Waarde – zijnde de capaciteit om zich in te laten met creatieve transformatie – jullie gegeven is, vergezeld die waarde jullie in deze wereld en dit gedurende jullie ganse leven. Daardoor ook is om het even welke inspanning jullie doen, in om het even welk domein, nooit gericht op het verhogen van die Intrinsieke Waarde. Bovendien wordt deze waarde niet verminderd door wat jullie ooit uitspoken.

Natuurlijk zullen jullie over de jaren heen meer vaardigheden, meer kennis en meer ervaring verwerven. Deze zullen jullie toelaten hoe langer hoe effectiever en efficiënter te handelen. Deze zullen jullie extrinsieke waarde veranderen. Edoch, ongeacht jullie vooruitgang of tegenslagen blijft jullie Intrinsieke Waarde constant. De cruciale vraag voor nu en de toekomst is: “In welke mate blijven jullie verbonden met die Intrinsieke Waarde?” Zoals jullie al weten is de Vicieuze Cirkelverantwoordelijk voor het feit dat mensen los raken van hun Intrinsieke Waarde. Daarom is het belangrijk om de werking van dit negatieve proces te kennen. Wendbaar zijn is de Vicieuze Cirkelontwijken en weerbaar zijn betekent om, nadat de Vicieuze Cirkelof het leven zelf jullie te grazen heeft genomen, opstaan en terug doorgaan met het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Daarom ook dient hoofdstuk 3 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ eigenlijk voor jullie ‘parate kennis’ te zijn.

Ook is het zo dat  het gedrag van mensen ons blind kan maken voor hun Intrinsieke Waarde. Het gedrag van mensen en hun Intrinsieke Waarde zijn twee heel verschillende zaken. Laakbaar gedrag is steeds toe te wijzen aan het vastzitten in een bepaald denkkader. De oorzaak ervan is ook steeds terug te voeren naar de werking van de Vicieuze Cirkel en dus het losgeslagen zijn van de eigen Intrinsieke Waarde.

De kern van de zaak is niet of jullie Intrinsieke Waarde hebben, wel of jullie die Intrinsieke Waarde consistent ervaren. Het ervaren van Intrinsieke Waarde is centraal in de ontwikkeling van een gezonde identiteit. En, spijtig genoeg, en reeds uitvoerig gesteld, verliezen de meeste mensen het contact met die waarde – zoals de arend in het verhaal ‘De Gouden Arend’ van Anthony de Mello SJ. De Intrinsieke Waardevan de arend wordt bevestigd door het vliegen. Wanneer, zoals in het verhaal, de arend denkt dat hij een kip is en door de boer letterlijk en figuurlijk als een kip behandeld wordt, dan wordt zijn kunde om te vliegen beknot, waardoor hij het vliegen verleerd en zijn ervaring van z’n Intrinsieke Waarde nihil wordt. 

Op dezelfde manier ervaart de mens z’n grootste voldoening en ontplooiing door transformerende creativiteit.  Deze ervaring is cruciaal voor de ontwikkeling van het menselijk wezen. Die ervaring laat zich echter niet gebieden en men dient er volledig met vertrouwen voor open te staan. Die ervaring komt zowel met extreem goede gebeurtenissen als met extreem slechte. De kunst is die ervaring te doorleven! En juist daardoor wordt de mens getransformeerd.

Inderdaad, wanneer we transformerende creativiteit (i.e. Creatieve wisselwerking) van binnenuit beleven, dan ervaren we de voldoening van het inzetten van onze Intrinsieke Waarde. Anderzijds, wanneer we ons leven inrichten op een manier die deze capaciteit belemmert, ervaren we ontevredenheid, stress en uiteindelijk worden we ziek.   

Niet dat het streven naar extrinsieke waarde slecht is; edoch wanneer we naar ‘wereldse’ waarden (geld, roem, aanzien, succes, …) streven ten koste van onze Intrinsieke Waarde, worden we gevangen door de (eventueel zelfs gouden) kooi van het op die manier streven naar extrinsieke waarde. Eens opgesloten in de kooi van de Vicieuze Cirkel is het onmogelijk nog te vliegen als een arend: onze vleugels slaan zich stuk tegen de beperkingen van die kooi. 

Daarom dienen we te leven vanuit onze Intrinsieke Waarde, hoewel de meesten onder ons dat verleerd hebben. Mensen aanleren hun Intrinsieke Waarde terug te vinden, door terug te leven vanuit hun capaciteit tot creatieve transformatie, is hen terug het creatief wisselwerkingsproces laten ontdekken. Ik zei vaak gedurende mijn professionele levens waarin ik als consultant aan de slag was, dat ik mensen iets leerde dat ze op de keper beschouwd reeds kenden, en hen hielp terugvinden, wat ze in feite nooit verloren hadden. Waar ze evenwel niet meer met verbonden waren: hun Intrinsieke Waarde. Dat ik daarvoor zelfs goed betaald werd, blijft ook voor mij een mysterie.

Kernwaarden

Iedereen heeft een stel ‘Kernwaarden’Kernwaarden zijn persoonlijke waarden die de persoon zelf belangrijk acht, die haar of hem motiveren en waaraan zij of hij prioriteit geven. In tegenstelling tot onze Intrinsieke Waarde, waarover ik het daarnet had, zijn Kernwaarden geen ‘inherente’ waarden. Met andere woorden, wij zijn er niet mee geboren. Herlees eens de quote van Bruce Springsteen aan het begin van dit deel. Kernwaarden  ontwikkelen zich bij het ontwikkelen van het eigen waardenbewustzijn. En ieder van ons heeft een eigen, specifiek waardenbewustzijn, dat vorm begon te krijgen van zodra we bewust waren dat we leefden. Het proces dat daarbij gebruikt wordt is, dat hadden jullie al kunnen denken, het creatief wisselwerkingsproces. Het transformatieproces waarmee eenieder van ons geboren is. Door dit proces van binnen uit te beleven, bij het in contact komen met anderen, wordt het waardenbewustzijn van elk van ons uitgebreid. Bruce Springsteen verwoord dit als volgt: “My core was rooted in the place I’d grown up, the people I’d known, the experiences I had”. In het Nederlands: “Mijn kern wortelde zich waar ik opgroeide, door mensen die ik ontmoette en ervaringen die ik opdeed.” Henry Nelson Wieman verwoordde het als volgt: “By way of this creativity, I come to include in myself values I previously could not imagine”.[iii] Vrij vertaald klinkt dit als volgt: “Door het beleven dit creatief wisselwerkingsproces creëer ik in mezelf waarden die ik mij daarvoor zelfs niet kon voorstellen.”

Kortom, het creatief wisselwerkingsproces breidt het waardenbewustzijn uit. Dit waardenbewustzijn is persoonlijk en wordt door Henry Nelson Wieman gedefinieerd als “de verzamelnaam voor hetgeen het individu kent, waardeert, zich kan voorstellen, bewust kan uitvoeren en van binnenuit beheersen.” Daarbij is Henry Nelson Wieman’s definitie van het begrip waarde: “Een doelzoekende activiteit.”[iv] Een waarde is dus niet passief, een waarde is actief! Een waarde is een doelzoekende activiteit, met andere woorden: wat jullie werkelijk waarderen, Eloïse, Edward en Elvire, kan opgemaakt worden uit de activiteiten die jullie ontplooien om die waarden echt te beleven en waardoor jullie ze ook eigen maken. Zo weet ik heel wat van jullie Kernwaarden. Om een klein voorbeeld te geven: zo weet ik dat voor Elvire ‘netheid’ een Kernwaarde is. Dat kan je namelijk overvloedig zien aan haar gedrag. Ik zeg niet dat Elvire houdt van poetsen, maar ze poetst wel veel, want netheid is voor haar een Kernwaarde!

Voor antwoorden op vragen als: “Wat is het belang van Kernwaarden?”, “Hoe stabiel zijn Kernwaarden?” en “Welke Kernwaardenondersteunen Cruciale dialogen?” verwijs ik naar jullie exemplaar van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[v].

Kernkwaliteiten

Ik stelde eind 2018 met genoegen vast dat dit onderwerp deel uitmaakt van lessen die Eloïse aan het SUI volgt. De theorie over Kernkwaliteiten van ir. Daniel Ofman[vi] kwam in de cursus gedragswetenschappen aan bod. De theorie werd bovendien ingeoefend. Eloïse is daardoor een expert in deze materie geworden (ze haalde zelfs de maximum score op de taak daaromtrent). Dus Edward en Elvire, voor al jullie vragen met betrekking tot Kernkwaliteiten één adres: Eloïse!

Ook kunnen jullie de theorie en mijn voorbeelden vinden in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vii].

Hoe werkt het?

Identificeren van persoonlijke waarden

Indien men iemand koudweg de vraag stelt: “Welke is de top drie van uw persoonlijke waarden?” krijgt men vaak een langgerekte “Euhhhh…” als antwoord.

Ik raad jullie, Eloïse, Edward en Elvire, daarom aan elke vijf jaar de top drie van jullie persoonlijke waarden vast te leggen. En daarbij ook na te kijken of die gewijzigd is en daarover te reflecteren: Wat is er veranderd? Wat kan daarvan de oorzaak zijn?

Een goede methode om de top drie van jullie persoonlijke waarden te vinden is de volgende. Vooreerst kiezen jullie intuïtief uit een lijst van een zestigtal waarden jullie top tien. Neem daartoe wel de nodige tijd. Ik raad jullie aan om daarvoor wel een goed uur uit te trekken en indien nodig eerst de definities van deze waarden eens na te lezen.

LIJST PERSOONLIJKE WAARDEN

  1. Aanzien
  2. Aardig gevonden worden
  3. Altruïsme
  4. Ambitie
  5. Aanpassingsvermogen
  6. Authenticiteit
  7. Begrijpen
  8. Betrouwbaar
  9. Creativiteit
  10. Continue verbetering
  11. Controle
  12. Dankbaarheid
  13. Dienstbaarheid
  14. Doorzetten
  15. Eerlijkheid
  16. Empathie
  17. Enthousiasme
  18. Familie/Gezin
  19. Geld
  20. Geluk
  21. Gezondheid
  22. Humor/Plezier/Vreugde
  23. Integriteit
  24. Interafhankelijkheid
  25. Invloed
  26. Leven lang leren
  27. Leiderschap
  28. Liefde
  29. Loyaliteit
  30. Luisteren
  31. Macht
  32. Nederigheid
  33. Netheid
  34. Nieuwsgierigheid
  35. Omgaan met onzekerheid
  36. Onafhankelijkheid
  37. Openheid
  38. Passie
  39. Persoonlijke ontwikkeling
  40. Rechtvaardigheid
  41. Respect
  42. Rijkdom/Weelde
  43. Roem
  44. Schoonheid
  45. Succes
  46. Toewijding
  47. Vergevingsgezindheid
  48. Veiligheid (Safety)
  49. Verbinden
  50. Vertrouwen
  51. Vrede
  52. Waarderen
  53. Waarheid
  54. Welzijn
  55. Wijsheid
  56. Zelfdiscipline
  57. Zelfvertrouwen
  58. Zinvolheid
  59. Zorgzaamheid (medemens)
  60. Zorgzaamheid (planeet)

Jullie mogen uiteraard aan bovenstaande lijst andere waarden toevoegen. Wie ben ik om jullie waarden op te dringen? Nee, dat is – en dat weten jullie – niet mijn stijl. Ik heb respect voor jullie eigen mening.

Dit is echter een individuele oefening, vandaar dat ik vanaf nu de ‘je’ vorm gebruik voor de rest van deze interessante waarden identificatie. Na een paar dagen herlees je die lijst en je distilleert daaruit, nog steeds intuïtief, de top 6 van jullie persoonlijke waarden. Dit alles doe je uiteraard alleen en strikt persoonlijk! 

Na terug een paar dagen schrijf je voor elke van die zes overblijvende waarden een A5-je vol. Daarbij beschrijf je zo precies mogelijk in welke omstandigheden (waar, wanneer, hoeveel keer, …) je die waarde echt beleeft (hoe, dus met welk gedrag, bij welke activiteit, …) en wat voor jou het doel is van die waarde (dit is het zo belangrijke waarom). Wanneer je voor elk van die zes waarden dit nogal moeilijk en indringend ‘huiswerk’ hebt uitgevoerd, laat je een en ander voor een week rusten. 

Dan herlees je aandachtig de documenten betreffende je zes waarden en maak je de uiteindelijke top 3 van je persoonlijke waarden. U verscheurt daarbij werkelijk de drie A5-jes van de waardenbeschrijvingen die niet de top 3 van je persoonlijke waarden halen. Je reflecteert daarbij over wat die handeling (het verscheuren van de waarden vier tot zes) met jou doet.

Uiteindelijk heb je dus de top drie van je persoonlijke waarden gevonden!

Een bijkomende oefening is dat je die waarden kenbaar maakt aan je mama, en je bro er en zus (of mama en je zussen voor Edward). En eventueel ook aan je beste vrienden. Een goede oefening is dat te doen wanneer allen hun eigen top drie hebben vastgelegd. De oefening verloopt als volgt:

Elke persoon ontmoet in dezelfde ruimte elk van de ander leden van het gezin en eventueel vriendengroep. Bij elk tweegesprek zegt zij of hij: “De top 3 van mijn persoonlijke waarden is: A, B, C”. Waarop de andere persoon in dit gesprek zegt: “Bedankt! Laat ik u nu mijn top 3 van mijn persoonlijke waarden geven: D, E, F.”, waarop de eerste “Dank je wel” zegt. Iedereen ontmoet aldus elkeen en reflecteert nadien wat dat met haar of hem heeft gedaan en wat zij of hij heeft geleerd.

Identificeren van persoonlijke kernkwaliteiten

Hoe je dit kunt doen is, kunnen jullie vinden in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[viii] en zoals gesteld kan Eloïse, jullie, Edward en Elvire daarbij helpen!


[i]Bruce Springsteen Quote. Documentaire: The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town,  Director: Thom Zimny, 2010

[ii]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy, Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity.Baltimore, MA: Recovery Communications, Inc., 1998. Page 21.

[iii]Henry Nelson Wieman, Religious Inquiry. Boston, MA: Beacon Press, 1958

[iv]“A value is a goal seeking activity.” Henry Nelson Wieman, What is Creative Interchange? Interchange, January, 1970.

[v]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012, pp. 70-75.

[vi]Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[vii]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Op.cit. pp. 75-86.

[viii]Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Op.cit. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL II

HOE, ZOVEEL ALS MOGELIJK, JE ‘CREATIEVE ZELF’ BLIJVEN?

 

Well, my feet they finally took root in the earth,      But I got me a nice place in the stars.

And I swear I found the key to the universe in the engine of an old parked car.

I hid in the mother breast of the crowd,when they said: “Pull down”, I pulled op

Ooh, ooh, growin’ up[i]

– Bruce Springsteen

 Growin’ Up – Greetings from Ashbury Park, N.Y. – 1973

Beste Eloïse, Edward en Elvire, we worden geboren als onze Creatieve Zelf. Deze noem ik om die reden soms ook het Originele Zelf[ii].Praktisch eenieder wordt echter, in de loop der tijd, min of meer geconditioneerd tot haar of zijn gecreëerde zelf[iii]. Gelukkig zijn jullie nog voor een stuk, en zeker nog stukken meer dan ik zelf, jullie Creatieve Zelf[iv]. Graag zou ik dit bestendigd zien. Dit is de reden waarom de hamvraag van dit deel “Hoe, zoveel als mogelijk, je Creatieve Zelf blijven?” is.

Laat me starten met de basisbegrippen Creatieve Zelf en gecreëerde zelf zo goed mogelijk te duiden en te verbinden. Hierbij stel ik van meet af aan wat volgt. Enerzijds bestaan er geen twee separate zelven; er bestaan wel twee aspecten van één zelf. Zoals een muntstuk twee facetten heeft en toch één muntstuk is, zijn wij één zelf met twee facetten: de Creatieve Zelf en gecreëerde zelf. Anderzijds bestaan er ook twee soorten bewustzijn[v]. Elke ‘zelf’ – de Creatieve en de gecreëerde – beschikt namelijk over een specifiek bewustzijn. Ik had het al in Deel I over dit tweespan: het helder en het gekleurd bewustzijn. Het heeft, zoals ik al schreef, lang geduurd vooraleer ik dit onderscheid goed inzag. Omdat a) het onderscheid tussen die twee zo belangrijk is voor jullie opdracht, wendbaar en weerbaar blijven (zie vorige column), en b) ik wens te vermijden dat jullie ook zo lang zullen moeten worstelen met dit inzicht, ga ik in deze column er dieper op in.

De Engelse taal beschikt over twee verschillende woorden om die twee soorten bewustzijn te duiden; dit zijn de begrippen ‘awareness’ en ‘consciousness’. In het Nederlands worden deze steevast vertaald als ‘bewustzijn’. Dat is één van de oorzaken dat het voor mij, Nederlandstalige, lang duurde voordat ik doorhad dat ‘awareness’ en ‘consciousness’ twee verschillende vormen bewustzijn zijn. Met name de bewustzijnsvormen van onze onderscheiden ‘zelven’. Om het voor mij, en hopelijk ook voor jullie, duidelijk te maken, heb ik een nieuwe Nederlandse vertaling van deze Engelse begrippen ‘ontdekt’. Awareness vertaal ik als helder bewustzijn. Onze Originele of Creatieve Zelf komt helder bewust (‘aware’) ter wereld. Dit helder bewustzijn wordt langzamerhand geconditioneerd tot het gekleurd bewustzijn van de gecreëerde zelf; dus vertaal ik ‘consciousness’ als gekleurd bewustzijn.

Je zou met een metafoor kunnen stellen dat het helder bewust-zijn van de Creatieve Zelf als helder ‘wit’ licht is dat door de gecreëerde zelf, fungerend als een prisma, gebroken wordt in de kleuren van de regenboog. Vandaar ook dat ik, voor het bewustzijn horend bij de gecreëerde zelf, koos voor de naam gekleurd bewustzijn. Opvallend is dat gedurende het conditioneringsproces (met o.a. de opvoeding, school, vrienden, gemeenschap …), de meesten onder ons hoe langer hoe meer gekleurd bewust worden en, dat is dan het ergste, zich gaan vereenzelvigen met het gekleurd bewust aspect van hun gecreëerde zelf. Kortom, mensen worden hoe langer hoe meer gekleurd bewust (‘conscious’) en hoe langer hoe minder helder bewust (‘aware’). Dit alles zou je dus kunnen voorstellen als een muntstuk met aan de ene zijde de Creatieve Zelf met z’n helder bewustzijn en aan de andere zijde de gecreëerde zelf met z’n gekleurd bewustzijn.

De hamvraag van dit deel II: “Hoe, zoveel mogelijk, je Creatieve Zelf blijven?” zou kunnen geparafraseerd worden als: “Hoe, zoveel mogelijk, Helder Bewust blijven?” Hiermee wordt, beste Eloïse, Edward en Elvire, ook duidelijk waarom deze column in deze serie “Blijk Wakker!” columns hoort!

Fasten seat belts! Het helder bewustzijn is non-duaal, onbevooroordeeld, niet-lineair en neutraal. Het heeft als kenmerken transcendentie[vi], vrijheid, openheid en vertrouwen. Het is kalm en vredig. Heel jonge kinderen zijn nog hoofdzakelijk helder bewust. Dit is niet verwonderlijk, gezien zij nog hoofdzakelijk hun Originele Zelf zijn. Daar het pure helder bewustzijn een ervaring is van het heel jonge kind – een ervaring die volwassenen grotendeels kwijt gespeeld zijn – is het begrip helder bewustzijn moeilijk te verwoorden. Dit is de reden, Eloïse, Edward en Elvire, waarom het voor mij, de zeventig voorbij, echt moeilijk is om het helder bewustzijnook helder te beschrijven. Het helder bewustzijn leent zich bovendien niet tot volzinnen, concepten, uitleg en/of definities. Toch zal ik, tegen beter weten in, het concept helder bewustzijn in wat volgt beschrijven. Omdat men nu eenmaal zo veel mogelijk haar of zijn Creatieve Zelf blijft in de mate dat men Helder Bewust blijft.

Het helder bewustzijn

Tegenwoordig maakt het begrip Mindfulness opgang als synoniem voor helder bewustzijn. Mindfulness wordt wel eens leven met aandacht genoemd. Het is een vorm van meditatie die zijn oorsprong vindt in het Boeddhisme. Het Boeddhisme is, eerder dan een religie, een spirituele en psychologische strekking die tot meer bewustzijn of verlichting (‘’enlightment’) leidt. Boeddha wordt overigens ook de Verlichte genoemd, want de naam betekent “hij die verlicht (ontwaakt) is.” Verschillende auteurs geven aan het concept ‘Mindfulness’ heel verschillende definities; dus helpt dit begrip ons niet echt om het helder bewustzijn te definiëren.

Om het helder bewustzijn toch enigszins in woorden te vatten, vraag ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te denken aan een pasgeborene. Een pasgeborene is autentiek, helder bewust, open en vol vertrouwen. Een van de sleutel elementen van z’n openheid en vertrouwen is z’n capaciteit om te observeren. Van zodra de oogfunctie het toelaat, observeert de pasgeborene de omgeving met het helder bewustzijn. Zij of hij kleurt die werkelijkheid nog niet in, met andere woorden, het brein van een pasgeborene fungeert nog niet als een prisma.

Observeren[vii] kan worden onderscheiden van percipiëren[viii], maar is er niet van gescheiden. Perceptie steunt op observeren en voegt er, gekleurd bewust, onderwerp/object onderscheiden, positieve/negatieve oordelen, het lineair en ‘het één of het ander’ denken aan toe. Dit in een streven naar verschillende betekenissen, met als onderliggend doel zich aan te passen aan de sterk veranderende wereld en daarin goed overeind te blijven. Observatie van z’n kant blijft vrij van onderwerp/object onderscheiden, is onbevooroordeeld (oordeelt dus niet in positief/negatief), is niet-lineair en streeft niet naar het kleven van labels. Observatie streeft wel naar een klaar zicht krijgen op de dingen en het bekomen van ‘het één en het ander verschillend van’ denken.

Observeren blijkt voor volwassenen een aartsmoeilijke taak. Hoewel het observeren echt zien en echt luisteren mogelijk maakt, zaken die volwassenen brood nodig hebben. Toch staan volwassenen weigerachtig tegen goed observeren. Volwassen willen niet echt observeren omdat ze intuïtief aanvoelen dat ze daardoor zullen aangezet worden te veranderen. Men wordt inderdaad door observeren uitgenodigd het persoonlijk denkkader te veranderen. Daarbij komt nog dat door echt observeren we helder bewust worden en we daardoor de controle dreigen te verliezen over onze manier van leven. Een manier waar we ons toch zo krampachtig aan vastklampen. En toch, wat een volwassene blijvend nodig heeft, is haar of zijn bereidheid iets nieuws te leren. En dus te veranderen; want leren is veranderen en veranderen is leren. De mate dat een volwassene (terug) wakker wordt, is recht evenredig met de mate waarin zij of hij een portie ‘waarheid’ tot zich kan nemen zonder er van weg te vluchten. De vraag, die elke volwassene zich dient te stellen, komt neer op: “Hoeveel van waar ik mij aan vastklamp, kan door observatie worden losgeweekt vooraleer ik mij verschans in m’n gesloten denkkader?” De eerste reactie van een volwassene, wanneer die tegenvoets genomen wordt door echte observatie, is blijkbaar angst. Het is niet dat zij of hij angst heeft voor het onbekende. Men kan nu eenmaal geen angst hebben van iets dat men niet kent. Daarom ook is een heel jong kind zo onbevreesd. Wat de volwassene bij echte observatie vreest, is het mogelijk verlies van wat hij wel weet, waar hij zich aan vastklampt, en wat door echte observatie op losse schroeven dreigt te worden gezet.

Wanneer de pasgeborene ouder wordt en zich ontwikkelt, wordt perceptie, als onderdeel van z’n aanpassing aan de wereld, hoe langer hoe dominanter. Het kind richt zich hoe langer hoe meer op het gekleurd bewustzijn ten koste van het helder bewustzijn. Het adaptieve conditioneringsproces heeft bovendien de neiging onze intenties vorm te geven en bijgevolg te dicteren waar we onze aandacht dienen op te richten. Ouders, leraars, vrienden en de samenleving verwachten en eisen dat we onze aandacht richten op hoe, welke en van wie we waardering, applaus en lof kunnen oogsten. Dit is een zowel positief als negatief proces. In de poging van het kind om zich aan te passen aan de wereld, is de neiging sterk om dit te doen ten koste van het helder bewust blijven. Ten slotte verliest het kind het onderscheid tussen het helder bewustzijn en het gekleurd bewustzijn. Gelukkig zijn jullie, Eloïse, Edward en Elvire als puntje bij paaltje komt, zich in de praktijk nog helderder bewust van dit onderscheid dan ik, jullie grootvader Johan.

Het helder  en het gekleurd bewustzijn zou ik ook kunnen duiden als het ‘Ik-bewustzijn’ en het ‘mij-bewustzijn’. “Ik”, de Creatieve Zelf observeert en “mij”, de gecreëerde zelf, percipieert. Wij zijn bekaam om beiden te doen: observeren en percipiëren. Nochtans, werden we geconditioneerd om ons voornamelijk te identificeren met het ‘mij-bewustzijn’, eerder dan men het ‘Ik-bewustzijn’.

Omdat de Creatieve Zelf het helder bewustzijn én het gekleurd bewustzijn omvat, kan deze zowel de percepties van de gecreëerde zelf als de observaties van de Creatieve Zelf bevatten. Deze extra kwaliteit van de Creatieve Zelf vormt de basis voor authenticiteit. Authenticiteit is beide, “Ik” én “mij”. Een en ander kan als volgt voorgesteld worden:

Er kan worden gesteld dat de Creatieve Zelf zich tezelfdertijd helder bewust is van “Ik” helder bewust zijnde en van “mij” gekleurd bewust zijnde. Anderzijds is de gecreëerde zelf er zich zelden gekleurd bewust dat “Ik” helder bewust ben van “mij” gekleurd bewust zijnde. Met andere woorden, gekleurd bewust zijn is slechts een deel van het verhaal.

Het helder zelf-bewustzijn

Het helder bewustzijn van de Originele Zelf of ‘Ik-bewustzijn’ wordt ingezet wanneer we ons denken, geloven, voelen, waarderen, en gedrag observeren zonder te oordelen. Met andere woorden, wanneer tijdens het observeren we ons oordeel opschorten. De eenvoudige handeling van het observeren is metacognitief[ix] en maakt ons denken, percipiëren, interpreteren, oordelen en beslissen intentioneel, en richt ook onze aandacht. Het helder zelfbewustzijn stelt ons in staat om het gewone gekleurd zelfbewustzijn of ‘mij-bewustzijn’ te overstijgen en daarmee ook het innerlijk gekakel van wat sommigen de ‘monkey-mind’ noemen.

Het helder zelfbewustzijn observeert ook hoe we interpreteren, anticiperen en reageren op een persoon, situatie of gebeurtenis. Zoals reeds gesteld, zijn de meesten onder ons zich niet meer bewust van hun vermogen om te observeren of, indien er zich wel van bewust, zijn ze te bang dit te doen. Wij richten onze aandacht op wat en hoe we iets zeggen, iets voelen en iets doen, eerder dan te bemerken hoe en waar we onze aandacht op richten. Wij identificeren ons met, en worden daardoor, onze gedachten, gevoelens, emoties en gedragingen. Wij zijn ons er bovendien niet meer van bewust dat we bekwaam zijn onszelf te observeren als diegene die zich identificeert met dit alles. Ons teveel identificeren met onze gedachten, emoties en gedragingen (acties) is bedrieglijk. Het is van groot belang zich blijvend voor te houden dat zowel het helderals het gekleurd bewustzijn een onderdeel is van wie we werkelijk zijn. Wij hebben het vermogen om te observeren waarop, en in welke mate, wij onze aandacht richten; edoch, dat vermogen gebruiken volwassenen meestal niet. Eloïse, Edward en Elvire, mijn aanbeveling is eenvoudigweg: “Blijf jullie observatie vermogen inzetten!”

Het helder zelfbewustzijn kan naar buiten gericht zijn op wat we uiten, zeggen, en doen én het kan naar binnen gericht worden op wat we denken, voelen, en zelfs op het helder bewustzijn zelf. Het is één zaak om zich helder bewust te zijn wat er zich afspeelt in ons gekleurd bewustzijn; het is andere koek zich helder bewust te zijn dat men helder bewust is!

Zoals reeds eerder gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, het helder bewustzijn en het gekleurd bewustzijn zijn twee facetten van een geheel. Het helder bewustzijn is los van en overstijgt zelfs de grenzen van ons mentaal model. Overstijgen betekent letterlijk “verder dan de limieten gaan.” Ons mentaal model of mindset legt limieten op door het filteren van data en informatie met behulp van vooronderstelde interpretaties, meningen, waarden en aannames. Deze filters limiteren en vormen onze perceptie. Het helder bewustzijn overstijgt deze limieten en maakt de werking van de filters ongedaan.

Het helder bewustzijn zet, met andere woorden, onze gebruikelijke overtuigingen, vooronderstellingen, betekenissen en waardeoordelen buiten spel. Het laat zich niet knechten door onze intenties, ons streven en onze beslissingen teneinde lof te oogsten. Het bevindt zich in de sfeer van intuïtie en de Creatieve Zelf. De Creatieve en gecreëerde zelf ondersteunen elkaar onderling door geïntegreerde creativiteit. Daardoor transformeert de gecreëerde zelf in de richting van de Originele Zelf. Het gekleurd bewustzijn krijgt informatie van het helder bewustzijn en de interpretatie wordt op een hoger peil getild door zuivere intuïtie. Het is enkel wanneer we ons te veel identificeren met onze gecreëerde zelf dat we niet meer helder bewust zijn van onze Creatieve Zelf. Er zelfs bang van worden. Daardoor wordt uiteraard het creatief wisselwerkingsproces belemmerd.

Het helder bewust zijn van anderen

Wat hiervoor werd besproken m.b.t. het helder zelfbewustzijn van zichzelf is ook van toepassing op het helder bewust zijn van anderen. Het is in dit verband belangrijk te beseffen dat wij eerder anderen percipiërendan dat we hen observeren. Dit betekent dat we eerder de anderen percipiëren zoals wij zijn en hen niet observeren zoals zijwerkelijk zijn. Dit interfereert met ons vermogen om empatisch te zijn en dus met ons denkkader of mentaal model teneinde de ander waarderend te begrijpen. Het zich helder bewust zijn van anderen houdt ons ‘objectief’ en authentiek. Dit voornamelijk wanneer wij onze zienswijzen met hen delen of luisteren naar die van hen. Hoe helderder wij ons bewust zijn van de interpretaties die wij maken, betekenissen die wij toekennen, de meningen die wij projecteren, en de conclusies die wij trekken, hoe nauwkeuriger ons begrip van de bedoelingen, woorden, en gedrag van anderen zal zijn.

Het is essentieel dat we niet onze motieven en/of intenties aan anderen toeschrijven of op anderen projecteren. Wij moeten ons terdege helder bewust zijn van onze tendens onze focus te verliezen en dat we daardoor geen aandacht meer geven aan hoe en wat anderen communiceren. We dienen echt te luisteren en ons helder bewust te zijn van het verschil tussen wat hun intentie werkelijk is en hoe wij die interpreteren, evalueren en er op reageren. Aanhoudende aandacht is moeilijk en vereist discipline. De ‘monkey-mind’ wordt eindeloos afgeleid en dit in een fractie van een seconde. Zeker wanneer die ‘monkey-mind’ een iPhone in de hand houdt. De meeste mensen hebben de gewoonte hun ‘monkey-mind’ klakkeloos te volgen. Ze zijn zich daardoor niet helder bewust van het feit dat ze niet meer horen wat en zien hoe iets gezegd wordt en wat er gaande is. Zij zijn niet langer ten volle aanwezig in de conversatie.

Het helder bewust zijn van situaties

Het verschil tussen observeren en percipiëren van gebeurtenissen, omstandigheden en situaties is een uitbreiding van het helder bewustzijnvan zichzelf en anderen. Verschillen observeren, zonder er direct een interpretatie aan vast te knopen, is uiterst moeilijk. Het is van het grootste belang om objectief te zijn en niet te vervallen in stereotypering en projecteren[x]. Hoe beter we observeren, hoe groter de kans dat wij zullen responderen[xi] en niet automatisch reageren, gebaseerd op onze interpretaties. Die interpretaties komen mogelijks voort uit foutieve vooronderstellingen, veronderstellingen en veralgemeningen (en misschien zelfs vooroordelen).

In het geval van creatieve wisselwerking komt responderen vanuit een intentie om te ‘zien’ en te ‘horen’ wat er werkelijk gebeurt en wordt gezegd. Dit vooraleer over te gaan tot interpreteren, toekennen van een betekenis of evalueren wat er gebeurt. Responderen is een bewuste reactie om de werkelijkheid beter te kunnen ‘zien’ en ‘horen’. Reageren, daarentegen, is een reflexmatige reactie met geen of zeer weinig voorafgaande positieve intentie. Die reflex wordt eenvoudigweg geïnitieerd door een ingesleten gewoonte patroon. Responderen is een dialoog tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Reageren is doorschieten naar beslissing en actie.

Het gekleurd bewustzijn

Het gekleurd bewustzijn omvat dus perceptie en geeft zaken een ‘label’: voordelig-nadelig, akkoord-niet akkoord, inclusief-exclusief, goed-slecht, en juist-fout. Let wel, Eloïse, Edward en Elvire, perceptie is essentieel om zich te kunnen aanpassen en daardoor te kunnen overleven in deze steeds maar sneller veranderende wereld. Percepties zorgen er voor dat er voorkeuren, betekenissen en waarden ontwikkeld worden en kleuren daardoor ons bestaan.

Door interpretatie, evaluatie en beslissing wordt, wat bekomen wordt door observatie met het helder bewustzijn, getransformeerd. Dit door de perceptie van het gekleurd bewustzijn. Daardoor wordt de “één en het ander verschillend van” observatie van het helder bewustzijn vaak de “het een of het ander” perceptie van het gekleurd bewustzijn. We komen terecht in wat veelal het “in-the-box” denken wordt genoemd. Die ‘box’ (doos) wordt gevormd door de grenzen van onze ‘fixed’ (gesloten) mindset. Door ons gekleurd bewustzijn appreciëren we de werkelijkheid op een bepaalde manier en de aldus gewaardeerde werkelijkheid wordt als het ware in de doos van onze ‘mindset’ (denkkader, mentaal model) gestopt. In feite bepaalt die gekleurde appreciatie wat er in de doos terecht komt en, wat nog belangrijker is, wat er uit wordt geweerd. Anders gesteld, we voegen toe wat we waarderen en weren wat we niet waarderen. We zien de werkelijkheid niet zoals ze is, we zien deze zoals wij zijn!

Onze voorkeuren maken dat verschillen gepolariseerd worden. Het gekleurd bewustzijn werkt inderdaad polarisatie in de hand. Er is geen sprake meer van “het één en het ander”; inderdaad, de ‘en’ is een ‘of’ geworden. We leggen onszelf op te kiezen. Een van de twee tegenstrijdige polen wordt daarbij gekozen ten nadele van de andere pool. Dit werkt uiteraard polarisatie in de hand.

Deze splitsing, de verschuiving van ‘en’ naar ‘of’, heeft meerdere gevolgen; zowel positieve als negatieve. Een van de gevolgen is dat elk idee wordt gecatalogeerd als een goed of slecht idee. Dit niettegenstaande in werkelijkheid elk idee beide eigenschappen in zich heeft. Inderdaad, elk idee en elke situatie kan gepercipieerd worden als positief én als negatief. Het begrip ‘appreciatie’ wordt in veel gevallen geassocieerd met onze voorkeuren, dus wat we percipiëren als positief. We worden als het ware blind voor de andere zijde van de medaille en dus voor de niet voorziene, niet geanticipeerde en collaterale schade. We zien die laatste niet omdat we enkel percipiëren doorheen de gekleurde bril van onze voorkeuren. We zien enkel wat goed is in een idee, dus wat we als ‘goed’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke negatieve effecten van het idee. Het tegenovergestelde is ook waar: we zien enkel wat slecht is een idee, dat we als ‘slecht’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke positieve effecten van het idee. Dit alles zorgt er voor dat we afglijden naar een gekleurd denkkader ten koste van een helder én gekleurd denkkader.

Een bekend metaforisch verhaal heeft mij duidelijk doen inzien dat de vraag “Wat is correct a of b?” in alle gevallen, wat de a en b ook mogen zijn, met een klare JA! dient beantwoord te worden. Het is het aloude verhaal van ‘De Boer en zijn Zen Meester’ met de terugkerende vraag “Is dit goed of is dit slecht?” Van dit verhaal bestaan er tientallen versies. Ik vertel het als een Zen story hoewel het oorspronkelijk een Tao story zou zijn[xii]. Ik hoorde het ooit in Atlanta vertellen door Guido Vander Aa die daar, gedurende zijn talloze omzwervingen, tijdelijk bij een kennis van Charlie Palmgren was beland. Ik ontmoette Guido toen ik in die periode bij Charlie op werkbezoek was.

De Boer en zijn Zen Meester

Een oude arme boer bewerkte jarenlang, geholpen door z’n enige zoon en z’n enig paard, z’n hectare grond en kon daardoor ternauwernood met z’n familie van drie het hoofd boven water houden. Op een dag liet z’n vrouw het hek van het erf openstaan en daardoor liep het paard naar de vrijheid. De boer was er het hart van in en ging om advies naar z’n Zen Meester. Na het horen van het trieste verhaal van de boer, vroeg de Zen Meester: “Is dat goed of is dat slecht?” en ging verder met z’n meditatie.

De boer ging beduusd naar huis en vertelde z’n vrouw wat de Zen Meester had gezegd. Ook zij begreep diens boodschap niet. Het was toch erg dat hun enig paard de benen had genomen, toch?!? Beiden concludeerden dat de tijd misschien raad zou brengen.

De volgende ochtend zag de zoon een stof wolk naar de boerderij komen. Hij opende intuïtief het hek en … hun paard, een hengst, was teruggekeerd vergezeld door twee wilde merries. De boer ging de dag daarop terug naar de Zen Meester. Die was diep verzonken in een Mindfulness sessie, maar keek toch op toen de boer binnenstormde en luisterde aandachtig naar diens euforisch verhaal. Nadien vroeg de Zen Meester: “Is dat goed of is dat slecht?” en ging verder met z’n meditatie.

De boer ging terug naar huis. Nog verbaasder dan de vorige keer. En ook nu konden de boer en z’n vrouw geen touw knopen aan de vraag van de Zen Meester. Het was toch goed dat ze nu drie paarden hadden, toch?!? Beiden concludeerden dat de tijd misschien raad zou brengen.

De dag daarop probeerde de zoon de ongetemde merries te berijden. Bij de eerste merrie ging het uitstekend. Edoch, de tweede merrie wierp hem af en de zoon brak z’n rug. De toegesnelde dokter besloot dat de zoon verlamd was van het middel af, en dat dit zo zou blijven. Nogmaals ging de boer naar z’n Zen Meester voor advies. Toen hij diens kamer binnen kwam was de Zen Meester in diepe meditatie verzonken. Licht geïrriteerd keek de Zen Meester toch op en luisterde aandachtig naar het dramatische verhaal van de boer. Ook nu herhaalde hij na het aanhoren van het verhaal dezelfde vraag: “Is dat goed of is dat slecht” en hervatte hij z’n meditatie.

Nu liep de boer erg boos de kamer van de Zen Meester uit, de deur met een harde smak achter zich toe klappend. Nu concludeerden de boer en z’n vrouw dat de Zen Meester z’n verstand verloren had en dat het geen zin meer had hem nog te gaan opzoeken. Dat hun kind voor het leven half verlamd was, was toch uiterst slecht ?!?

Enkele dagen later brak de oorlog uit. Militaire ambtenaren kwamen in het dorp alle jonge mannen opeisen om hen in het leger in te lijven en met hen ten oorlog te trekken. De zoon van de boer werd uiteraard ongeschikt voor de legerdienst verklaard en mocht bij z’n vader en moeder blijven. Hij zou niet verschrikkelijk omkomen in die oorlog.  De boer vertrok toch naar z’n Zen Meester om hem dit heugelijke nieuws te vertellen. Zoals gebruikelijk was de Zen Meester verzonken in een meditatie. Hij schrok op toen de boer binnenstormde en aanhoorde diens jubelend verhaal. Ook nu stelde hij, na het aanhoren van het verhaal, dezelfde vraag: “Is dat goed of is dat slecht” en hervatte hij z’n meditatie. 

Het gekleurde zelf-bewustzijn

Het gekleurde zelf-bewustzijn steunt voornamelijk op conditionering door externe feedback. Het is gebaseerd op de aangeleerde perceptie dat onze eigenwaarde stoelt op acceptatie, goedkeuring, lof, en applaus van anderen. Onze zelfwaardering steunt op de veronderstelling dat onze waarde verdiend dient te worden en afhangt van de evaluatie ervan door anderen. Helaas, wanneer we gekleurd zelfbewust worden en ons richten op onze extrinsieke waarde[xiii] dan doen we dit ten koste van ons helder bewustzijnen van onze Intrinsieke waarde[xiv]. Extrinsieke waarde veronderstelt dat waarde kan gekocht, verworven of verdiend worden en dus ook kan worden geweigerd of afgenomen. In feite gaat het over eigenwaarde. Daardoor komt het dat menigeen zich tot doel stelt goedkeuring te verkrijgen en verwerping te voorkomen. Dit is in feite gedrag dat wij door onze Vicieuze Cirkel hebben aangeleerd. Eloïse, Edward en Elvire, dit soort gedrag zien we ook veel bij jongeren; bijvoorbeeld bij hun pogingen om op sociale media, zoals Facebook en Instagram, zoveel mogelijk ‘volgers’ en ‘likes’ te verzamelen. Intrinsieke en extrinsieke waarde worden gepercipieerd als zijnde wederzijds exclusief; alweer een geval van ‘het een of het ander’ denken. Op beide soorten waarden gaan we in een latere column dieper in.

Blijkbaar zijn we veel waard als we ‘het goed doen’ en niets waard als we ‘falen’; onze waarde blijkt voorwaardelijk. Voor de meesten onder ons wordt het leven gereduceerd tot alles goed voor elkaar krijgen en het beheersen van het risico verworpen te worden. En dit bij zowat alles wat we denken, voelen en doen. De potentiële pijn die we ervaren wanneer we ons zelf verwerpen, wordt een constante bedreiging en een onuitputtelijke bron van stress. Deze imminente dreiging noopt ons ertoe om onze aandacht te richten op het vermijden van afwijzing en te starten met een continue zoektocht extrinsieke waarde via anderen te verkrijgen. In dit proces van continu streven naar extrinsieke waardering worden we minder helder bewust van onze Intrinsieke waarde. Met andere woorden, we raken daardoor hoe langer hoe meer verstrikt in de gesloten mindset van onze persoonlijke Vicieuze Cirkel. Deze onophoudelijke drive naar het gevoel van (extrinsieke) eigenwaarde en het vermijden van afwijzing, is de basis voor de meeste van onze verslavingen, dwanggedachten, obsessies en fobieën[xv].

Het gekleurd bewust zijn van anderen

Het gekleurd bewust zijn van anderen zou eigenlijk dienen te gaan over het waarderen van de Intrinsieke waarde van anderen. Elke mens heeft een Intrinsieke waarde en geen enkel mens kan z’n Intrinsieke waarde verhogen of verminderen. Ze kan niet worden bekomen of verdiend; we komen daar, zoals zojuist gesteld, nog op terug! Ook heeft iedereen een Creatieve Zelf en een actuele gecreëerde zelf. De Creatieve Zelf van de ander observeert zoals de onze en hun gecreëerde zelf percipieert vanuit hun uniek perspectief en unieke ervaring, zoals onze gecreëerde zelf dat doet vanuit ons uniek perspectief en onze unieke ervaring. Op het intrinsieke niveau zijn we allen gelijk en even waardig. Dezelfde levenskracht en helder bewustzijn vloeit in ons. Deze levenskracht is in feite het creatief wisselwerkingsproces dat doorheen elk van ons vloeit (Cf. Flow[xvi]). Op het extrinsieke niveau is geen enkel van ons gelijk aan een ander. Wij zijn allen vergelijkbaar en toch verschillen we danig; elk van ons is uniek. (maar ik ben iets unieker dan jullie, Eloïse, Edward en Elvire… grapje!). Indien we ons enkel identificeren met onze actuele gecreëerde zelf, richten we ons voornamelijk op de verschillen tussen onszelf en de anderen. Wanneer we helder bewust zijn en ons identificeren met onze intrinsieke Creatieve Zelf, kunnen we ons zowel richten op onze wederzijdse overeenkomsten als op onze unieke distincties[xvi](verschillen).

Een vereiste voorwaarde voor Creatieve wisselwerking is ons engagement om helder bewust én gekleurd bewust te zijn van zowel onze intrinsieke waarde als de Intrinsieke waarde van anderen. Indien we onszelf of de anderen om één of andere reden ‘ontwaarden’ (devalueren), wordt het creatief wisselwerkingsproces zwaar gehinderd. Creatieve wisselwerking vereist wederzijds respect en een engagement tot het creëren van manieren om eventuele extrinsieke verschillen wederzijds te aanvaarden en inclusief te maken. Een gevolg van dat wederzijds respect is de intentie om te luisteren naar en waarderend te begrijpen van het perspectief van de ander; perspectief dat ontsproten is uit haar of zijn uniek referentie kader (denkkader, mindset en mentaal model). Idealiter luisteren en begrijpen wij niet vanuit onze eigen voorkeuren, waarden, meningen en overtuigingen; dus niet vanuit onze eigen mindset. Wanneer we de bedoeling hebben om anderen op een authentieke manier te begrijpen en te appreciëren, bevorderen we de werking van het creatief wisselwerkingsproces. Het is een doorgedreven inspanning om echt empatisch te worden en anderen te observeren zoals ze zijn en niet zoals wij zijn. Het is effectief helder bewust worden van wat wij denken over, interpreteren van, voelen, beslissen en reageren op wat wij observeren. Wat wij waarnemen dient, vooraleer we er op reageren, eerst uitgezuiverd te worden in een dialoog tussen ons helder en gekleurd bewustzijn. Deze dialoog kan zelfs een ‘cruciale’ zijn.

Het gekleurd bewustzijn apprecieert de anderen. Appreciëren betekent zowel de positieve als de negatieve elementen zien in de ideeën, perspectieven en situaties. Let wel wat ‘positief’ en ‘negatief’ wordt genoemd is op zich ook een inkleuring! Het is, op z’n best, het vermogen om te denken en te evalueren in zowel “het één of het ander” als “het één en het ander” termen. Alleen door het kijken naar het volledige spectrum van positieve en negatieve aspecten van een persoon, idee, zaak of situatie kan men authentiek waarderend begrijpen. Het gekleurd of ‘mij-bewustzijn’ splitst verschillen in tegenstellingen, paradoxen[xviii] en polarisatie[xix]. Bij polarisatie worden de verschillen gezien als exclusief, met andere woorden ze sluiten elkaar uit; eerder dan als potentieel inclusief (ze kunnen potentieel in elkaar opgaan en elkaar versterken). Creatieve wisselwerkingis inclusief, behalve in die gevallen dat het opnemen van een idee, mening, zaak of persoon, de voortschrijdende integratie en transformationele verandering zou belemmeren.

 Het gekleurd bewust zijn van situaties

Situationele waardering van situaties met het gekleurd bewustzijn gebruikt idealiter een “het één en het ander” observatie, perceptie en cognitie. Dus een volledig spectrum evaluatie en interpretatie van situaties en gebeurtenissen. Dit veronderstelt ook dat er variërende graden van nauwkeurigheid en onnauwkeurigheid in alle evaluaties en interpretaties zijn. Men aanvaardt dus dat elke interpretatie mogelijks foutief en dus voor correctie vatbaar is. Een dusdanige situationele waardering is verbonden met de idee van wetenschappelijke objectiviteit. Het doel is de bias[xx] in iemands perceptie, denken, voelen, beslissen en gedrag te verminderen. Men zoekt naar de ‘feiten en waarheid’ betreffende de ‘werkelijkheid’ in elke bepaalde situatie.

Besluit

De hamvraag van dit deel : “Hoe, zoveel mogelijk, je ‘Creatieve Zelf’ blijven?” heeft dus als antwoord: “Door, zoveel mogelijk, helder bewust te blijven!”. Dit komt neer op terug, zoveel mogelijk, als jong kind onbevangen naar de werkelijkheid te kijken. Dus te observeren wat er werkelijk aan de hand is. Dit alles door Creatieve wisselwerking blijvend van binnen uit te beleven en zich niet te laten ringeloren door de Vicieuze Cirkel. Theoretisch kinderlijk eenvoudig, want elke baby en peuter doet het moeiteloos; praktisch … wel, dat is andere koek! De volgende delen zullen jullie, Eloïse, Edward en Elvire, heel wat bijkomende inzichten geven die jullie kunnen helpen jullie taak tot een goed einde te brengen. Het aansluitend werk zullen jullie zelf blijvend dienen te doen!

___________________________________________________________________________

[i]Bruce Springsteen, Quote uit song Growin’ Up uit album Greetings from Asbury Park, N.J., Columbia Records, 1973

[ii]Het Originele Zelf is een concept dat door veel spirituele en contemplatieve schrijvers wordt gebruikt. Een voorbeeld: de Franciscaan Richard Rohr, die het Originele Zelf  True Self’ noemt: “I believe that God gives us our soul, our deepest identity, our True Self, our unique blueprint, at our own ‘Immaculate Conception.” Dit in z’n boek ‘Falling Upward: A Spirituality for the Two Halves of Life’, San Francisco, CA: Jossey-Bass, 2011. Page IX. Ik zit dus als oud misdienaar bij de Arme Klaren (Clarissen, de tweede orde van Sint Francicus) op dezelfde golflengte als Richard Rohr (een Minderbroeder, de eerste orde van Sint Franciscus) en Charlie Palmgren (onder meer een Episcopaalse priester en lid van de derde orde van Sint Franciscus). Met die kanttekening dat voor mij God, in navolging van Henry Nelson Wieman, de mentor van Charlie Palmgren (mijn mentor), het Creatief wisselwerkingsproces is.

[iii]Conditioneren is gedrag of gewoonten aanleren door straf of beloning (de gekende stok en wortel – dit gebeurt al vanaf de prille jeugd: denk maar aan het zinnetje van een aloud Sinterklaasliedje: “wie stout is krijgt de roe”). Ik noem de actuele zelf de gecreëerde zelf en zou hem ook de geconditioneerde of aangeleerde zelf kunnen noemen. Om het verschil tussen creatieveen gecreëerde in de verf te zetten heb ik voor gecreëerde zelf gekozen als naam voor onze actuele zelf.

[iv]De Creatieve Zelf is op de keper beschouwd onveranderlijk en zit nog altijd ergens in ons, maar meestal heel diep; wij vereenzelvigen ons namelijk veeleer met onze actuele gecreëerde zelf.

[v]Bewustzijn: staat van zijn, bekwaam zijn om verschillen te onderkennen.

[vi]Transcendentie is een filosofisch begrip dat kan gedefinieerd worden als het overstijgen van de mens; het zich verheffen boven de dualiteit van het zich vereenzelvigen met de werkelijkheid, het hier en nu bewustzijn; het gekleurd bewustzijn.

[vii]Observeren: Het aandachtig en nauwkeurig bekijken (waarnemen) van dingen zonder te oordelen.

[viii]Percipiëren: Waarnemend begrijpen door te beoordelen wat geobserveerd werd.

[ix]Metacognitief:Metacognitie betekent letterlijk “denken over denken” (meta = over, cognos = denken). Metacognitie is het actief monitoren (meten & evalueren) en daarop gebaseerd sturen (regelen) van cognitieve processen om cognitieve doelen te bereiken. Het begrip cognitief doelt op alle informatieprocessen die zich afspelen in de hersenen.

[x]Projectie (psychologie): Van projectie kan sprake zijn wanneer men eigenschappen of emoties van zichzelf tracht te ontkennen, verbergen of verdringen door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders. De klassieke opvatting en uitleg van projectie is dat het een afweermechanisme is tegen negatieve emoties.

[xi]Responderen: Behoedzaam antwoorden, dus eerst nadenken en afwegen vooraleer te antwoorden.

[xii]Alan Wilson Watts. Tao: The Watercourse Way. New York NY: Pantheon Books, 1975

[xiii]Extrinsieke waarde: de waarde die [iemand] aantrekkelijk en bruikbaar maakt; de kwaliteit die kan gekocht, verworven of verdiend worden.

[xiv]Intrinsieke waarde: de kwaliteit die [iemand] waardevol maakt; de kwaliteit binnenin de persoon die waardering of respect afdwingt.

[xv]Fobie: een (irreële) angst voor situaties waar geen aanwijsbaar groot gevaar aanwezig is. Voorbeelden: bloedangst, pleinvrees en angst voor spinnen.

[xvi]Flow: refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Belangrijkste theoreticus achter dit concept is de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi.

[xvii]Distinctie: verschil, onderscheid; vb. De distinctie tussen lage en hoge klassen. Quote Peter M. Senge: “Do we hear with our ears? Do we see with our eyes? Or do we see and hear with our distinctions?”

[xviii]Paradox: Schijnbare tegenspraak. Stijlfiguur die op het eerste gezicht op een tegenstelling of tegenspraak lijkt, maar die bij nader inzien toch een waarheid lijkt te bevatten. Bijvoorbeeld: “Ik leg mij toe op het schrijven van begrijpelijk Nederlands. Maar ik ben een ingenieur.” (Johan Roels – Multatuli parafraserend)

[xix]Polarisatie: (politiek): het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen

[xx]Bias: vertekening van de evaluatie; een systematische fout door het gekleurd bewustzijn. De vertekening kan bedoeld zijn (dan spreken we van manipulatie) of niet bedoeld (te wijten dus aan de ‘gekleurde bril’).

Over Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van Creatieve wisselwerking.

 

Een van de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces is ‘Authentieke Interactie’. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’ pleit ik er voor om, met name ook tijdens de communicatie fase van de dialoog, ‘authentiek’ te zijn. Dit mag geenszins verbazen want m’n Cruciale Dialoogmodel is volledig gebaseerd op de vier karakteristieken van Creatieve wisselwerking (Creative Interchange). Sterker nog, fase 1 van het Cruciale Dialoogmodel ‘Communicatie’ is vooral gebaseerd op ‘Authentieke Interactie’ (en de andere fases op de andere karakteristieken).

Tijdens opleidingen die ik geef rond ‘Cruciale dialogen’ en ‘Creatieve wisselwerking’ wordt me vaak de vraag gesteld: “Veronderstelt Creatieve wisselwerking dat men totaal transparant dient te zijn?”. Door die vraag heb ik me gerealiseerd dat ik soms Authenticiteit en Transparantie als synoniemen gebruik, hoewel deze begrippen dat niet zijn.  Uit wat ik lees en hoor weet ik dat ik niet de enige ben die deze fout maak. Authenticiteit en Transparantie zijn inderdaad twee verschillende begrippen:

Authenticiteit: echt, dus oprecht delen = de manier waarop u iets deelt

Transparantie: hoeveel je deelt = wat u deelt

In één ‘quotable’ zin: “Transparantie gaat over hoeveel je deelt en authenticiteit is de echtheid van wat je deelt en van je acties.”

Authentiek zijn op het internet

Op Sociale Media betrap ik me er op dat ik soms aarzel vooraleer ik op de ‘zend’ knop duw. Daarbij flitst volgende vraag door mijn hoofd: “Zou ik dat wel doen?” en ontspint zich ogenblikkelijk  een cruciale dialoog met mezelf. Op Twitter vooral, maar ook op LinkedIn, komt het voor dat m’n authenticiteit – dus wat ik oprecht deel – nogal eens in het verkeerde keelgat schiet van diegene die m’n tekst leest. Daarbij wordt de manier waarop ik iets deel vaak als ‘hautain’, ‘belerend’, ‘uit de hoogte’ en zo meer gelabeld.

Hoe dat komt leg ik voor de eenvoud uit met het ‘basismodel communicatie volgens James Stappers (1988)’. Hierbij heb je twee personen die een gesprek voeren. Deze personen worden A en B genoemd, waarbij A de persoon is die iets zegt en B de persoon tegen wie het gezegd wordt. A speelt dus de rol van zender en B die van ontvanger. Het kan ook zijn dat de persoon, die op dat moment zender of ontvanger is, tegelijkertijd het onderwerp X is, maar dat is niet noodzakelijk zo. Het onderwerp kan om het even wat zijn. In elk geval wordt er een ‘mededeling’ over het onderwerp gezegd, dat is dan de ‘x’.

figuur1

Als je bijvoorbeeld het basis-communicatie model van Stappers toepast op een tweet die ik uitstuur, is het duidelijk dat ik de zender A ben en de tweet de mededeling x. In Twitterland zijn er echter meestal veel ontvangers, dus niet enkel de persoon die (eventueel) in de tweet met z’n twitternaam wordt vermeld, is de ontvanger B. Bij het DM-en naar iemand specifiek schakel je uiteraard de anderen B’s uit.

Stappers onderscheidt twee processen die hij respectievelijk het communicatieproces en informatieproces noemt.

  • Bij het communicatieproces wordt communicatie vanuit het oogpunt van de zender bekeken. De zender presenteert de ontvanger(s) een informatiebron (de mededeling);
  • Bij het informatieproces wordt communicatie bekeken vanuit het oogpunt van de ontvanger. Het is wat de ontvanger waarneemt uit een informatiebron. Dat hangt niet alleen van de informatiebron af, maar ook (en vooral) van de ontvanger zelf.

Inderdaad, de zender biedt een mededeling aan en wat de ontvanger hier uithaalt is bij iedere ontvanger anders. Hier heb je als zender geen invloed op. En bij een tweet mededeling kunnen er zoals gesteld veel ontvangers zijn…

Bekeken vanuit het Cruciale dialoogmodel komt het communicatieproces overeen met fase 1 ‘Communicatie’ (dus hier is er totale congruentie tussen mijn model en dat van Stappers). Wat door Stappers het informatieproces wordt genoemd, noem ik fase 2 ‘Appreciatie’. Wat de anderen van mijn mededeling maken, wordt bepaald door de content, de context en vooral door de, door de ontvanger(s) gehanteerde referentiekaders en mentale modellen.

Als voorbeeld volgende anekdote. Eens heb ik van een Twitter conversatie, die heel rustig startte en daarna plots een heftige discussie werd (inderdaad een cruciale dialoog is nooit ver weg), een omstandige Storify gemaakt. Dit omdat dit medium meer vrijheden heeft dan de 140 leestekens van Twitter. Na het tweeten van die Storify volgde een onwaarschijnlijke Twitterorkaan, die ik voordien echt niet mogelijk achtte. Dit voornamelijk omdat ‘iemand’ zich aangesproken voelde en besloot via een Retweet haar achterban (volgers in Twitterjargon) op te zetten teneinde mij een lesje te leren. Er werd overduidelijk niet op de bal gespeeld, maar wel op de man!

Wat ik leerde was eerder een confirmatie van wat ik al wist: Authentieke Interactie is niet voor doetjes. Het probleem zit grotendeels in de Authenticiteit zelf; in de ‘manier waarop men iets deelt’. Die manier is in een echte ‘eyball to eyeball’ dialoog ook volledig zichtbaar. Wat je via Twitter ziet zijn enkel ‘woorden’ (echte en de zogenaamde ‘emoticons’). En ik weet wel dat Mehabrian’s regel niet uit z’n context mag gerukt worden en bovendien al heel wat stof heeft doen opwaaien (zie in dit verband als voorbeeld het blog van Pedro De Bruycker http://theeconomyofmeaning.com/2012/06/04/is-93-of-communication-nonverbal-busting-the-mehrabian-myth/  ). De discussies gaan daarbij praktisch steeds over de percentages die in Mehrabian’s werk werden vernoemd. Daar gaat het mij niet om. Waar het mij wel om gaat, is dat je bij een Twitter conversatie praktisch volledig verstoken blijft van de non verbale communicatie en dat die in een IRL dialoog wel volledig aanwezig is en een bovendien een gedeelte van de boodschap in zich draagt.

Bij een Twitter conversatie vult de ‘ontvanger’ van de tweet dit gedeelte zelf in en komt zo tot de ‘totale’ boodschap. Dat ‘invullen’ is uiteraard een interpretatie, we bevinden ons  inderdaad in de tweede fase van het cruciale dialoogmodel. Een van de verschillen tussen een Twitterconversatie en een ‘eyeball to eyeball’ dialoog is dat de dialoog het zogenaamde oscilleren tussen de eerste en de tweede fase van het Cruciale dialoog model heel wat makkelijker is. Daardoor komt men gemakkelijker tot een ‘gedeelde’ mening met betrekking tot wat de mededeling nu echt betekende.

figuur3

 

Authenticiteit en de interpretatie ervan door de ontvanger anders bekeken

We hebben besproken dat wat ik authentiek meedeel een onderdeel is van de eerste fase van het Cruciale dialoogmodel. Dit is het domein van wat men, in het Engels, het ‘Awareness’ bewustzijn noemt. Mijn beste vertaling is het ‘Klare’ of ‘Niet-gekleurd’ bewustzijn. Uiteraard geef ik tijdens een dialoog heel wat non verbale communicatie ‘clues’ en die worden in die eerste fase door m’n gesprekspartners ‘geobserveerd’.

Edoch, bijna ogenblikkelijk (‘in a split second’) wordt de boodschap geïnterpreteerd en wordt die interpretatie in veel gevallen als waarheid aanzien. Die interpretatie of appreciatie (de tweede fase van het Cruciale dialoogmodel heeft niet voor niets die naam) wordt gecreëerd door, terug in het Engels, het ‘Consciousness’ bewustzijn. Het spreekt vanzelf dat ik dat als ‘Gekleurd’ bewustzijn vertaal.

Het is door het praktisch ogenblikkelijk omzetten van Awareness in Consciousness dat Authenticiteit alle kleuren van de regenboog kan meekrijgen. In een echte dialoog kan dit gecounterd worden door het oscilleren tussen de twee fasen ‘Communicatie’ en ‘Appreciatie’ en uiteraard door het inzetten (van binnen uit beleven) van de bijhorende vaardigheden. Voor alle duidelijkheid vind je hier de figuur van het Cruciale Dialoogmodel met de vier fasen, de acht condities (in het rood) en de zestien vaardigheden (in het groen):

figuur2

 

Het verband tussen Authenticiteit en Transparantie binnen het Cruciale Dialoogmodel

Authenticiteit steunt op vertrouwen en openheid. Vertrouwen en Openheid kan je zien als de twee zijden van het muntstuk ‘Authentieke interactie’. Ze zijn terecht ook de basiscondities van de eerste fase van Cruciale dialoogmodel.

Openheid is in zekere zin een synoniem van het begrip transparantie. ‘Hoe open ben ik?’ kan inderdaad ook geformuleerd worden als ‘Hoe transparant ben ik?’ en uiteraard is m’n openheid in een communicatie verbonden met vertrouwen. Niet alleen met het vertrouwen dat ik heb in de persoon zelf, maar ook het vertrouwen dat die persoon de informatie die ik hem meedeel, door m’n transparantie, wel aankan. Dit ‘aankunnen’ is veelzijdig: het kunnen bevatten, het kunnen plaatsen, er mee om kunnen gaan, … Daardoor is totale transparantie altijd wel mogelijk, maar niet altijd wenselijk. Je bent, bijvoorbeeld, als volwassene niet totaal transparant ten overstaan van je echtgenote en je kinderen. Je zadelt hen met name niet op met al je zorgen, je onzekerheden… In een andere context ben je als leider ook niet steeds totaal transparant naar je ‘volgers’ toe. De hoeveelheid transparantie van de zender staat mede nauw in verband met de tolerantie voor ambiguïteit (basisconditie van de tweede fase) van de ontvanger. Dus de hamvraag die men zich steeds moet stellen is: “Hoeveel deel ik mee en met wie?”

Authenticiteit vereist dus niet hetzelfde niveau van transparantie binnen elke relatie. Wij hebben verschillende relaties met verschillende personen. Echte mens tot mens relaties zijn niet gebaseerd op lege conversaties en stereotiepe denkkaders. Ze zijn gebaseerd op dialogen waarin gezegd waar het op staat. Daarbij wordt een eenvoudige en directe taal gebruikt. Dus het KISS (Keep It Stupid Simple) principe wordt gehanteerd. Transparantie vergt een eenvoudige taal; met andere woorden: ‘eenvoud dient transparantie’. Complexiteit dient ondoorzichtigheid. De Fransen hebben voor die ondoorzichtige taal een prachtige metafoor: “Noyer le poisson’. Het overvloedig gebruik van ondoorzichtige taal is ook een teken van namaak openhartigheid.  Men zegt veel, maar niks zinnigs.

Het is de ‘uniekheid’ van mensen die menselijke relaties zo speciaal maken. Het is door de manier van informatie delen en de diepgang ervan tussen twee (of meerdere) mensen, dat vertrouwen wordt creëert; waardoor echte relaties worden gevormd. In een transparante relatie is men uit op afwijkende meningen en is men bereid zijn eigen standpunten steeds opnieuw in vraag te stellen.

Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van HN Wieman’s tweeledig engagement.

Het zogenaamd ‘tweeledig engagement’ van Henry Nelson Wieman – een belangrijk gegeven bij Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen – is heel belangrijk bij Authenticiteit en Transparantie.

Het eerste engagement betreft het steeds delen van ‘het beste’ van jezelf. Dit zou er kunnen wijzen op een totale transparantie wat dat ‘beste’ betreft, maar dat is niet zo. Het betreft enerzijds het beste van hetgeen je weet, je apprecieert, je kan inbeelden en van binnen uit beheersen en anderzijds wat van dat beste relevant is voor de ander, opdat die ander zich ten goede zou kunnen transformeren.

Op Twitter heb ik nogal vaak de indruk dat ‘het beste’ wat anderen met me delen, me niet naar een hoger niveau zal kunnen tillen. Wat mensen die middag gegeten hebben, wat ze zagen op de trein, in de supermarkt en zo meer, is zelden bruikbaar voor m’n persoonlijke transformatie.

Transparantie maakt je bovendien kwetsbaar. Kwetsbaar zijn is niet ‘zwak’ maar vergt juist kracht. Juist omdat je Authentiek, dus zelfverzekerd bent, ervaar je deze openheid niet als gezichtsverlies. Je hoeft geen ‘vals’ ego op te houden. Je leeft en communiceert vanuit je ‘Originele Zelf’. Een ‘fout maken’ ervaar je niet als ‘fout zijn’. Je geeft je fout van zodra je ze beseft, ook ruiterlijk toe. Het vergt juist moed en kracht om je kwetsbaarheid te tonen. Kwetsbaarheid uit zich onder meer in het beseffen en aanvaarden dat je referentiekader niet het enige is en zeker niet het enig zaligmakend. Moed betekent ook: ‘actie durven nemen, ondanks dat je twijfels hebt en onzeker bent’. Daarin zit bovendien de link met Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen. Dit betreft niet alleen ‘Denken’ maar ook ‘Doen’, het tweespan dat ik hoe langer hoe meer tegenkom als ‘Doenken’. Die moed zorgt er namelijk voor dat ik tolerant ben wat de onzekerheid betreft en daardoor ook niet vastgeroest blijft (en rondjes draai) in het ‘denken’. Integendeel, de moed zorgt er voor dat ik doorstoot in het Cruciale Dialoogmodel naar het Doen: het imagineren van oplossingen, besluiten én beslissingen nemen en vooral ook uitvoeren waardoor de beoogde transformatie werkelijkheid wordt, i.e. we ‘Doenken’:

DENKEN-DOEN

Mijn ervaring is dat als één persoon zich kwetsbaar durft op te stellen, dat dit een positief sneeuwbaleffect teweegbrengt in een team. Voorwaarde daarvoor is wel dat deze openheid niet meteen de kop wordt ingedrukt met schampere of ‘grappige’ opmerkingen van andere teamleden. Het is de verantwoordelijkheid van een team om samen een veilige werk omgeving te creëren waar je open je ‘beste’ kennis en ideeën kan delen, zonder angst om direct afgerekend te worden met afknalzinnen.

We luisteren ook begrijpend en waarderend naar de ‘beste’ kennis en ideeën van de anderen en beleven daarbij het tweede deel van het tweeledig engagement van Henry Nelson Wieman. Dit wil zeggen dat we het beste van wat anderen weten, appreciëren, zich kunnen voorstellen en van binnen uit beheersen, in ons integreren waardoor we beter, voller en sterker worden. transformation

Of zoals mijn derde ‘vader’ Charlie Palmgren zo vaak zegt: “de Creative Good (ie creatieve wisselwerking) creëert het nieuwe, betere Created Good (het huidige Zelf)”. Dit is de essentie van persoonlijke transformatie: “I’m not a being, I’m a continuously ‘becoming’!”. En laten we niet vergeten wat W. Edwards Deming ons leerde: ‘There is no Change without Personal Transformation.”

Gevaarlijk wordt het wanneer we niet open staan voor persoonlijke transformatie en ons dus niet laten beïnvloeden door anderen. Anders gesteld wij staan niet open voor diepgaande dialoog. We vereenzelvigen ons met wat we nu zijn, met het Huidige (Created) Zelf, ook wel Ego genoemd. Daardoor doden wij ‘de gans met de gouden eieren’ in ons,  wij doden onze Originele (Creative) Zelf.