Tagarchief: Creatieve wisselwerking

LEREN, EEN BETEKENISVOL BOUWPROCES – DEEL I

Deze columnreeks gaat over het meeste recente boek van André Baars (2021): ‘Leren, een betekenisvol bouwproces’. Enkel de citaten zullen van een referentie worden voorzien. Parafrases zullen daar niet steeds van worden voorzien omwille van de leesbaarheid van de columns.

Inleiding

Op de achterzijde van het boek staat volgende paragraaf:

Leren wordt in dit boek beschouwd als een betekenisvol bouwproces waar de leerling de eigenaar van is en de eindverantwoordelijkheid voor draagt. Het onderwijs heeft de taak leerlingen en studenten te begeleiden bij het steeds beter nemen van de regie over dit leerproces. Het boek geeft een heldere uiteenzetting over de inhoud van het concept regie, welke competenties ermee gemoeid zij en hoe die verder ontwikkeld kunnen worden. De competenties zijn nodig om de opgedane kennis en vaardigheden echt eigen te maken, door te ontwikkelen en adequaat in te zetten nu en in de toekomst. (Baars, 2021, achterzijde boekomslag)

Ik kocht het boek omdat ik al zo’n vijfentwintig jaar doende ben met het doorgronden van Creatieve wisselwerking, wat ik het natuurlijk leer- en transformatieproces noem. Elk geestelijk gezond kind wordt met dit proces geboren en het staat borg voor de transformatie die het kind doormaakt in de eerste vijf levensjaren. Opmerkelijk is dat het proces minder gebruikt wordt nadien en dit omdat het afgeremd wordt door opvoeding en, het spijt me het te moeten constateren, het onderwijs.

Goed onderwijs zou er IMHO dienen op gericht zijn Creatieve wisselwerking terug in elke leerling ‘aan te zwengelen’. Ik ben benieuwd of ik in dit boek argumenten zal vinden die deze stelling ondersteunen. Ik plan columns te publiceren op m’n column website www.creativeinterchange.be op het ritme van mijn lezen van het boek. In die columns zal ik mijn commentaar op de inhoud van het boek verweven met het verband dat ik zie tussen ‘Leren, een betekenisvol bouwproces’ en Creatieve wisselwerking.

Creatieve wisselwerking werd, althans de versie die ik van binnuit beleef, ontdekt door de Amerikaans religieus filosoof dr. Henry Nelson Wieman en dat gedurende het schrijven van z’n dissertatie in het kader van z’n doctoraat in de filosofie ‘The Organization of Interests’ dat werd gepubliceerd in 1917 (Wieman & Hepler, 1985). Gans z’n verdere leven heeft Henry Nelson Wieman (1884-1975) gewijd aan het bestuderen en beschrijven van het natuurlijk transformatieproces dat hij uiteindelijk Creative Interchange doopte (Wieman, 1958).

Zelf heb ik rond dat proces twee boeken gepubliceerd: ‘Creatieve wisselwerking’ (Roels, 2001) dat de tocht beschrijft van mijn ontdekking van het werk van Henry Nelson Wieman en ‘Cruciale dialogen’ (Roels, 2012) dat een praktische toepassing van het creatief wisselwerkingsproces in detail beschrijft.

Zelfontplooiing

Over zelfontplooiing schrijft Baars in de inleiding tot het boek:

Genoeg professionals in het onderwijs vinden het onderwijs inderdaad de individuele zelfontplooiing voornamelijk zou moeten stimuleren. Onderwijsexperts als Ken Robinson gaan zelfs zover om te zeggen dat het huidige reguliere onderwijs, waarbij leerlingen in een soort leerfabriek geplaatst worden, hopeloos gedateerd is. … Hij gaat zelfs zover door te zeggen dat het onderwijs de creativiteit van jongeren vernietigt. (Baars, 2021, pp. 12-13)

Volgens Baars is Paul Kirschner een criticaster van dit perspectief. Deze stoort zich enorm aan sir Ken Robinson die hij een ‘eduquack’ noemt. Hij heeft het duidelijk niet voor inquiry-based of discovery-based leren. Als onderwijspsycholoog luidt Kirschner’s stelling: “Om iets goed te leren moet je een goeie instructeur hebben.” (Poortvliet, 2018) Samen met Casper Hulsof en Pedro de Bruyckere is hij een notoir ‘mythbuster’ van de onderwijssector (de Bruyckere, Kirschner en Hulshof, 2016).

Blijkbaar bestaan er in het domein leren en onderwijs twee polen. Op de ene pool bevindt zich onder meer sir Ken Robinson en op de andere Paul Kirschner en companen. Zoals zo vaak met polariteiten graven die twee polen zich in en dat in hun ‘eigen gelijk’. Kenschetsend voor de eigengereidheid van Paul Krischner is volgende quote (Poortvliet, 2018):

Heel simpel, als het gaat om eduquacks: daar wil ik mijn tijd niet aan verspillen. Het heeft voor mij geen zin om het gesprek aan te gaan met iemand die niet weet waarover hij praat. Dan ben ik alleen maar aan het corrigeren en kom ik hautain over, apodictisch ook. 

Volgens mij ligt de waarheid zoals zo vaak ergens in het midden. Sir Ken Robinson gaat inderdaad op de theater toer en Paul Kirschner werpt tijdens het ‘myth-busteren’ vaak de baby met het badwater weg.

Ik ben niet helemaal akkoord met het standpunt van Sir Ken Robinson dat de school creativiteit doodt (Sir Ken Robinson, 2006).  Volgens mij zijn de opvoeding in het algemeen en daarin de Vicieuze Cirkel in het bijzonder de ‘Creativity killers’ (Roels, 2012). Wel is het zo dat de Vicieuze Cirkel zijn desastreus werk ook in scholen verricht, edoch niet alleen in scholen. Die Vicieuze Cirkel is reeds, vooraleer kinderen schoolplichtig zijn, gestart door hun ouders en familieleden. Het doden van creativiteit mag dus niet alleen aan scholen toegewezen worden. Het wordt hoog tijd dat we met z’n allen eens in de spiegel kijken en niet meer met de wijsvinger naar ‘het onderwijs, ‘de politiek’ en dies meer wijzen. Ondertussen weet iedereen hopelijk wel dat, wanneer je met je rechterwijsvinger – ik veronderstel nu voor het gemak dat je rechtshandig bent – naar de ‘ander’ wijst, er terzelfdertijd drie vingers naar jezelf gericht zijn! 

Ik ben wel akkoord met de stelling dat het huidig schoolsysteem het werk van de Vicieuze Cirkel, hoewel in geen enkel curriculum beschreven, vaak effectief en efficiënt aanzwengelt. Daar wil de andere pool, met Kirscher (onderwijspsycholoog) en de Bruyckere (onderwijspedagoog) wel degelijk iets aan doen. Het zou hen volgens mij heel wat vooruit helpen indien ze kaas gegeten zouden hebben van het creatief wisselwerkingsproces en de werking van de Vicieuze Cirkel. Ik betwijfel sterk dat ze, gevangen in hun eigen mindset, daartoe bereid zijn. Ook Baars (2021, p. 14) vindt dat we allemaal enigszins leven in de bubbel van ons eigen gelijk.

Laat ik als besluit van dit onderwerp Keith Sawyer (2012) citeren:

Ik geloof dat scholen essentieel zijn voor de creativiteit. We hebben geleerd dat creativiteit een hoge mate van domeinkennis vereist… Formeel onderwijs kan leerlingen deze domeinkennis bijbrengen. Onderzoek naar creativiteit suggereert absoluut niet dat iedereen creatiever zou zijn als we alle scholen zouden afschaffen! Maar scholen zouden creativitet nog meer voeden als ze hervormd zouden worden om beter aan te sluiten bij creativiteitsonderzoek. (p. 390)

Het wordt volgens mij hoog tijd dat dit creativiteitsonderzoek Creatieve wisselwerking wetenschappelijk onder loep neemt. Dan zou het kunnen ingevoerd worden in het onderwijs. Baars (2012, p. 15) citeert in die context de voormalige Nederlandse minister van Sociale zaken, Lodewijk Asscher:

… het onderwijs dient studenten te leren om conceptueel te denken, brede patronen te onderkennen en complexe communicatie te ontwikkelen. Om dergelijke studenten af te leveren moest men volgens Asscher “niet trainen op routine, maar op het onverwachte. Niet op feiten, maar op creatief analyseren en nieuwe wegen zoeken.”

Die quote is uiteraard koren op m’n molen. Ook voor Baars is levenslang leren een must en daarbij zijn de ‘ontwikkeling van persoonlijk leiderschap en regie’ essentieel.

Mijn stelling is dat daartoe de het van binnenuit gebruiken van Creatieve wisselwerking en het daardoor vertragen en stilleggen van de Vicieuze Cirkel een grote bijdrage zou kunnen leveren. De kennis en de vaardigheden dienen daarbij in het onderwijs aangereikt worden. Dat we daar nog ver vanaf zijn proef ik in volgende passage:

Het zou logischer zijn dat het onderwijs, dat ervoor dient het individu vaardiger te maken, juist effectief zou zijn in het bestrijden van stress en angst [de nefaste nevenverschijnselen van de Vicieuze Cirkel]. Hoe vaardiger ik mij voel, hoe meer zelfvertrouwen ik heb, waardoor ik met meer vertrouwen mezelf ontwikkel en een plek in de maatschappij weet te bemachtigen. Een gevoel van stress en angst zou juist moeten afnemen naarmate men vordert in het onderwijs. Wij als professionals zijn kennelijk niet goed in staat dat te bewerkstelligen. Ik vind het belangrijk beter te begrijpen waarom dat zo is. (Baars, 2021, p. 19)

Benieuwd of Baars verder in het boek tot een beschrijving van de Vicieuze Cirkel komt. Zijn insteek en ambitie is leerlingen te helpen capabeler te worden in het beleven van het leerproces. Dit is overigens ook mijn insteek en ambitie naar m’n drie kleinkinderen, Eloïse, Edward en Elvire, toe.

Regie over het eigen leerproces

Eenieder dient de regie over het eigen leerproces te voeren, is de stelling van André Baars die ik volledig beaam.

De student als regisseur

Begrijpen is veranderen

Begrijpen is het product van elk leerproces en Baars gebruikt daarbij het oer-veranderingsproces van Kurt Lewin (1958):

A (begintoestand: ik begrijp iets niet) à veranderingsproces à B (ik begrijp het wel)

In deze context is het veranderingsproces het leerproces wat ik, algemener, het creatief wisselwerkingsproces noem. 

De onderwerpen die Baars aansnijdt vallen binnen het individu zelf. Het gaat om gedachten, [begrijpen], gevoelens en gedrag, wat dan overeenkomt met m’n basismodel van Creatieve wisselwerking:

Baars onderstreept dat volgens hem begrijpen ook het toepassen inhoudt. Volgens mij wordt het veranderingsproces voorgesteld door zowel de linker lus van bovenstaand model: het waarderend begrijpen van het door de docent aangebodene (door de karakteristieken Authentieke Interactie én Waarderend Begrijpen) als het toepassen van wat begrepen werd in de rechter lus van het model (via de karakteristieken Creatieve Integratieen Continue Transformatie). Hij stelt ook dat we leerlingen niet kunnen ‘trainen’ in de traditionele zin van het woord. De leerkracht is verantwoordelijk voor wat hij aanbiedt tijdens de Authentieke Interactie, hij is niet verantwoordelijk voor het begrijpen ervan. Dat begrijpen is de verantwoordelijkheid van de leerling alleen. Daarmee gaat Baars terug naar Socrates die stelde dat hij niemand iets kon leren. Socrates trachtte de leerling door z’n Socratische vraagstelling te leren zelf na te denken.

De vaardigheden van m’n Cruciale Dialoogmodel, dat volledig gebaseerd is op Creatieve wisselwerking, zijn hulpmiddelen die het autonoom denken en handelen van de leerling ondersteunt en begeleidt. Deze vaardigheden zijn in het model groen gekleurd. De roodgekleurde condities ondersteunen de vaardigheden en condities en vaardigheden bekrachtigen elkaar wederzijds. Zo vergroten de vier groengekleurde vaardigheden van Authentieke Interactie de condities Vertrouwen en Openheid en hoe sterker die condities hoe meer de vaardigheden worden ingezet.

Voorgaande geldt voor elk van de vier kwadranten van het model. Nogmaals, Baars stelt dat iets echt begrijpen synoniem is van veranderen. Dit beamen we omdat iets echt begrijpen het denkkader van iemand wijzigt. De mindset verandert indien iemand iets ten volle begrijpt. Het denkkader dient wel aangewend te worden, niet alleen om een probleem goed te kunnen begrijpen (links) maar vooral om het probleemoplossend vermogen te verbeteren (rechts). Het enkel begrijpen en niet voldoende toepassen is niet echt begrijpen. Een student kan de informatie reproduceren op de toets en indien hij die niet kan toepassen in reële situaties heeft hij de informatie niet ten volle begrepen. Zijn mindset is ongewijzigd gebleven. De student heeft niet geleerd in de vormende zin van het begrip leren. 

Bij het leren is elke partij (student en leraar) bereid de eigen meningen in vraag te stellen. Dit is overigens een noodzakelijke voorwaarde voor elke dialoog. De echte dialoog heb ik ooit gedefinieerd als volgt:

Ik en de ander geven én ontvangen op een zeer open manier, waarbij wij ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander [Authentieke Interactie], Daarbij zijn we bereid om te veranderen, om onze visie aan te passen, om ons oordeel om te vormen [Waarderend Begrijpen]. (Roels, 2012, p. 18) 

De noodzaak aan commitment

Iets echt leren kost heel wat energie want het is het veranderen van het persoonlijk mentaal model en het vereist pure Creatieve wisselwerking. Volgens Baars vereist dit veranderen participatie, coöperatie en betrokkenheid. Creatieve wisselwerking omvat die vereisten en gaat nog een stap verder. Betrokkenheid is namelijk te afstandelijk, engagement is van zich van binnenuit inzetten en dit voortdurend. Betrokkenheid alleen is onvoldoende, persoonlijk engagement is noodzakelijk! Om het verschil tussen ‘betrokkenheid’ en ‘engagement’ duidelijk te maken, heb ik in m’n opleidingen wel duizend keer de ‘Spek met Eieren’ metafoor gebruikt. Mijn versie van die metafoor gaat als volgt:

Gedurende m’n decennialange carrière als managementconsultant heb ik ontelbare keren ergens in Frankrijk in een of ander hotel overnacht. Mijn record in één jaar was 200 nachten in een of ander Novotel, Mercure of Ibis hotel. Ik kon in de kamers van die hotels met gesloten ogen rondlopen, omdat die in elke keten een zelfde lay-out hebben, waar het hotel ook gelegen is: Parijs, Lyon, Marseille … het maakt niet uit. En ook de ontbijtkaart was identiek. En steevast koos ik voor ‘Spek met Eieren’. Een ontbijt dat ik thuis zelden eet, daar Bonnie daar niet van houdt, wegens het hoge cholesterolgehalte. Maar in Frankrijk was ik steeds alleen en kon dus ongeremd kiezen. Vooraleer toe te tasten, prevelde ik steeds een gebedje. Een overblijfsel van m’n Rooms-Katholieke opvoeding. Ik dankte de Heer en de twee dieren die zich hadden ingezet om mij die maaltijd te kunnen voorschotelen. Het ene dier was betrokken geweest, het andere had zich volledig geëngageerd…

Ik voegde er wel aan toe dat men teneinde geëngageerd te zijn, niet noodzakelijk dient te sterven. Toch maakte ik steeds duidelijk dat persoonlijke engagement veel met passie te maken heeft en passie, op z’n beurt, met lijden. Engagement is niet zoals betrokkenheid vrijblijvend, engagement kan er stevig inhakken. Om een vraag correct te stellen, is engagement nodig en dat engagement dient uit de ogen van de vraagsteller en de deelnemers te spatten(Augustinus, 354-430).

Engagement heeft veel facetten, met name:

1.    Engagement is contextafhankelijk

Hiermee bedoel ik dat het soort engagement afhankelijk is van het type vraagstuk (context) waarin engagement wordt toegepast. Door de context duidelijk te te maken, kader je engagement binnen het specifieke vraagstuk.

2.    Engagement is een psychologische staat

Die psychologische staat wordt beïnvloed door het engagementproces. Engagement is dus meer dan alleen de interactie binnen een relatie. Engagement is het verwerkingsproces binnen een persoon door het gehele engagementproces heen. Dat engagement meer is dan alleen de interactie wordt benadrukt door de verschillende dimensies van engagement, waarover meer in punt 4. 

3.    Engagement is een proces 

Engagement bestaat niet uit een enkele handeling. Engagement is een doorlopend proces dat een zekere intensiteit heeft. Dat engagement ontstaat tijdens een wisselwerking tussen twee of meerdere partijen. Het engagementproces ontstaat tussen een persoon en een andere persoon, organisatie of community; dit afhankelijk van de context.

4.    Engagement is multidimensionaal

Engagement is multidimensionaal en bestaat uit een cognitieve, emotionele en gedragsdimensie. Deze dimensies worden hierna toegelicht:

Luthans en Peterson beschrijven cognitief engagement als volgt: “Those who are acutely aware.” (Luthans & Peterson, 2002)

Bij de cognitieve dimensie gaat het om het helder bewustzijn van een persoon tijdens het engagementproces. Een persoon kan engaged zijn met een doel. Zo zijn Linkedin gebruikers ‘engaged’ omdat ze hun professionele netwerk willen onderhouden en om hun competenties en ambities te tonen als een stukje zelfpromotie. De gebruikers denken bewust na over de consequenties dat hun engagement kan opleveren.

Luthans en Peterson beschrijven emotioneel engagement als volgt: “The meaningful connection to others.” (Luthans & Peterson, 2002).

Bij de emotionele dimensie van engagement gaat het om de connectie die je voelt voor een andere partij. Een persoon hecht emotionele waarden aan een persoon/organisatie/community in een relatie. 

Ten slotte beschrijft de gedragsdimensie van engagement het gedrag die een persoon gedurende het engagementproces vertoont. De gedragsdimensie is met name online belangrijk, omdat het hier meetbaar is. Via Facebook kan elke like, share en reactie bijgehouden worden.

Baars zegt het zo:

Idealiter wordt in de les een partnerschap aangegaan tussen docent en leerling zodat de ambitieuze opdracht om echt begrip te realiseren door iedereen gevoeld wordt als een persoonlijke verantwoordelijkheid. (Baars, 2021, p. 32)

Verschillende niveaus van begrijpen

Baars onderkent verschillende niveaus van begrijpen zijn. Om die niveaus van elkaar te onderscheiden, gebruikt hij, gezien z’n vakgebied, onder meer de taxonomie van Benjamin Bloom (Bloom, Englehart, Furst, Hill & Krathwohl, 1956). 

Voluit noemt die taxonomie: Bloom’s taxonomie van leerdoelen voor op kennis gebaseerde doelen. Kortweg spreekt men van ‘cognitief begrijpen’. In tabelvorm ziet die er als volgt uit:

  1. Kennis: Herinnering of herkenning van termen, ideeën, procedures, theorieën, enz.;
  2. Begrip: (letterlijk) vertalen, extrapoleren en daarbij niet de volledige implicaties zien of kunne overbrengen op andere situaties;
  3. Toepassing: Abstracties, algemene pricipes of methoden toepassen op specifieke concrete situaties;
  4. Analyse: Scheiding van een complex idee in zijn samenstellende delen en begrip van de organisatie en de relatie tussen die delen. Analyse omvat het zich realiseren van het onderscheid tussen een feit en een hypothese, evenals tussen relevante en externe variabelen;
  5. Synthese: Creatieve, mentale constructie van ideeën en concepten uit meerdere bronnen om complexe ideeën om te vormen tot een nieuw en betekenisvol patroon, afhankelijk van bepaalde beperkingen;
  6. Evaluatie: Een oordeel vellen over ideeën of methoden met behulp van een extern bewijs of zelfgekozen criteria, onderbouwd door observaties of geïnformeerde rationalisaties.

In de loop der jaren werd die taxonomie aangepast, zo werden de oorspronkelijk gebruikte zelfstandige naamwoorden (kennis, begrip, toepassing, analyse, synthese en evaluatie) vervangen door de werkwoorden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren. Daarbij werden de laatste niveaus verwisseld. Veelal wordt de taxonomie, zoals in het boek van Baars, voorgesteld als een pyramide waarbij de laagste drie trappen gezien worden als denkvaardigheden van een lagere orde en de bovenste drie als denkvaardigheden van een hogere orde. 

Cognitief Begrijpen is echter onvoldoende omdat het theoretisch kennen waartoe het leidt niet overeenkomt met het praktisch kunnen toepassen van wat cognitief begrepen werd. Anders gesteld, cognitief begrijpen staat niet gelijk aan veranderen omdat er meestal geen gevoelens aan de pas komen en het denkkader daardoor niet wijzigt. Bloom’s taxonomie heeft alleen betrekking op het denken en dus op de linker lus van m’n Cruciaal Dialoogmodel.

Dat onderkenden de initiële onderzoekers ook en deze werkten een aanvullende taxonomie uit (Krathwohl, Bloom & Masia, 1964). Die taxonomie wordt Krathwohl’s taxonomie genoemd en betreft het Affectief Begrijpen:

  1. Ontvangen: Bereid zijn om ideeën te ontvangen en dus deel te nemen aan de dialoog;
  2. Reageren: Blijk van herkenning geven aan de ideeën in de vorm van een (minimale) respons en het tonen van interesse;
  3. Waarderen: Openlijk bereid zijn de ideeën als waardevol te beschouwen;
  4. Organiseren: Bereid zijn de ideeën te koppelen aan reeds geïnternaliseerde meningen tot een harmonieus geheel, een intern consistent waardensysteem:
  5. Karakteriseren (lange termijn waardesysteem): Creëren van een hechte mindset vanuit de geïnternaliseerde ideeën.

Dit wordt als volgt voorgesteld:

Baars stelt dat een probleem echt begrijpen betekent dat je in staat bent constructief te werken aan de oplossing. Hij gebruikt de taxonomie van Anita Harrow (1972) en noemt zijn versie Gedragsmatig Begrijpen, een derde niveau van begrijpen. 

  1. Reflex gedrag: Reactie op stimuli zonder nadenken (cf. kniepeesreflex of jump to conclusion);
  2. Gewoonte gedrag: combinatie van reflexbewegingen zoals lopen, rennen, …
  3. Bewust gedrag: kunnen maken van aanpassingen aan bewegingen om complexere taken te kunnen uitvoeren;
  4. Fysieke prestatie: Fysiek complex gedrag (Fosboryflop, de springtechniek bij het hoogspringen)
  5. Vaardig gedrag: Persoon beschikt over een hoge mate van vaardigheid (Barshim en Tamberi, goude medaillewinnaars hoogspringen OS 2020); 
  6. Fysiek expressie: Persoon beschikt over een persoonlijke stijl (de oefening van Nina Derwael aan de brug met ongelijke leggers OS 2020).

Hoe wordt de verschillende niveaus van begrijpen nu hertaald binnen Creatieve wisselwerking ?

Creatieve wisselwerking omvat vier karakteristieken die overeenkomen met de vier kwadranten van het Cruciale Dialoogmodel (zie hoger):

  1. De eerste karakteristiek Authentieke Interactie omvat uiteraard niveau 1 Ontvangen van Krathwohl’s taxonomie. Dit ontvangen gebeurt door observatie via het helder bewustzijn. De ideeën worden ontvangen zonder ze in te kleuren. Ook niveau 2 Reageren hoort bij deze karakteristiek en het tonen van interesse en de respons wordt verwezenlijkt door de vaardigheid Bevestigend Herhalen. Men herhaalt wat men van de boodschap van de Ander begrepen heeft en men vraagt bevestiging van dit begrip. Anders gesteld, men herkent en erkent de ideeën van de ander. Dit tweespan geeft het begrijpen aan, niet het waarderen.
  2. De tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen voegt het waarderen van de ideeën bij het begrijpen ervan en komt dus overeen met Krathwohl’s niveau 3 Waarderen. Het komt neer op het inkleuren van wat begrepen werd met het helder bewustzijn en dit inkleuren gebeurt met het gekleurd bewustzijn van de huidige mindset. De staande acht in de linker lus van de liggende acht van het model geeft aan dat bij Creatieve wisselwerking de interpretatie getoetst wordt aan de door de eerste karakteristiek verkregen data. De interpretatie wordt dus in vraag gesteld. Met behulp van 2 vaardigheden van de tweede karakteristiek, namelijk Nederig Vragen en De plus achter de min worden de ideeën als waardevol beschouwd. Door het inzetten van vaardigheid Integreren van verschillen worden de ideeën gekoppeld aan reeds geïnternaliseerde meningen en wordt een nieuw harmonieus geheel, een intern consistent waardensysteem gecreëerd; dit alles komt dus neer op Krathwohl’s niveau 4 Organiseren. De laatste vaardigheid het In vraag stellen van Mentale Modellen leidt naar het creëren van een nieuwe mindset, wat dus overeenkomt met Krathwohl’s niveau 5 Karakteriseren.

Daarmee is duidelijk geworden dat Krathwohl’s taxonomie overeenkomt met de linker lus van het Cruciale Dialoogmodel en dus met de karakteristieken één en twee van Creatieve wisselwerking. Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking komt men inderdaad tot Affectief Begrijpen, wat in onze terminologie Waarderend Begrijpen wordt genoemd. Om dit te bekomen is er uiteraard vooreerst een Authentieke Interactienoodzakelijk.

De rechter lus van het Cruciale Dialoogmodel komt dan grotendeels overeen met Baars’ interpretatie van Harrows’ taxonomie van het gedrag. Met dien verstande dat het eerste niveau Reflex gedrag vanuit het inzicht quasi zonder nadenken en gevoelens overgegaan wordt naar actie. Het is het aloude dierlijke trigger-respons duo. Binnen Creatieve wisselwerking mijden we dit reflex gedrag als de pest! Wanneer we dit gedrag vertonen betekent dit dat we de voorwaarden van de tweede karakteristiek Waarderend BegrijpenNieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid (Tolerantie voor Ambiguïteit) niet van binnenuit waar maken en heeft ons gedrag veel weg van de een ‘Kniepeesreflex’. Dit gedrag noem ik daarom het ‘Kniereflex-gedrag’. Het idioom ‘‘Kniereflex’ betekent dat men op iets reageert op een even onbezonnen wijze als de ‘Kniepeesreflex’ zelf. Het is een metafoor gebaseerd op de fysieke reflex van het onderbeen wanneer men op een bepaalde plaats ter hoogte van de kniepees, dus net onder de knie, met een rubberen reflexhamer mept. De wetenschappelijke naam, die door geneesheren wordt gebruikt, is de ‘Pattelaire reflex’ of ‘Kniepeesreflex’. 

Ik gebruik de uitdrukking hier als metafoor voor een onbezonnen reactie op een emotie. Emoties komen echter niet uit het niets. Emoties volgen op, en zijn veroorzaakt door, het op een bepaalde manier begrijpen van wat we een stimulus kunnen noemen. Die stimulus kan iets zijn wat de ander gezegd of gedaan heeft en dat we op een bepaalde manier begrepen hebben. Wij hebben al gezien dat hoe we iets begrijpen enorm beïnvloed wordt door ons denkkader. Dus door onze aannames, overtuigingen en vooronderstellingen; kortom, door ons Mentaal Model. Op dit begrijpen op het eerste niveau – het niveau van het Mentaal Model van de gecreëerde zelf – volgt een bepaalde emotie. Die emotie ontlokt een respons. Vandaar dat de stimulus hier ook trigger wordt genoemd. Meestal gaat het om een vlugge respons, veelal zelfs een automatische. Vandaar dat ik de ‘kniepeesreflex’, kortweg ‘kniereflex’, metafoor gebruik. Die respons kan positief (“Hé, dat is een super idee!”) of negatief zijn (“Waar haal je de wijsheid om deze onzin te beweren?”). Samengevat, de respons is veelal automatisch en gebaseerd op een emotie. 

Om de knee-reflex gedrag te vermijden dien je in het midden van het model (terug) een hamvraag te stellen. Dit keer geen vraag rond het probleem zoals bij de start van het Cruciale Dialoogmodel maar rond de gevoelens/emoties die door het inzicht (het Waarderend Begrijpen) opgewekt worden. Ook Baars onderkent een onlosmakende eenheid tussen denken (gedachten), doen (gedrag) en voelen (gevoel) en presenteert ze in deze volgorde. Wij zien het, zoals gesteld, iets ander: denken (gedachten – linker lus), voelen (gevoelens/emoties – midden) en doen (gedrag – rechter lus).

Het gedrag (of uit te voeren actie of respons) dient dus eerst verbeeld te worden (imaginatie) door het Creatief Integreren van mogelijk responsen, nadien gekozen en uiteindelijk uitgevoerd. Het is de uitvoering van acties die uiteindelijk leidt tot transformatie. Doordat we te maken hebben met levenslang leren, hebben we idealiter ook te maken met Continue Transformatie.

Bibliografie

Augustinus, A. (354-430). “In dir muss brennen, was die in anderen entzünden willst.”. Geraadpleegd van https://www.aphorismen.de/zitat/151332

Baars, A. (2021). Leren, een betekenisvol bouwproces. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Bloom, B. S., Englehart, M. D., Furst, E. J., Hill, W. H., & Krathwohl, D. R. (1956). The Taxonomy of educational objectives, handbook I: The Cognitive domain. New York: David McKay Co., Inc.

de Bruyckere, P., Kirschner, P. & Hulshof, C. (2018). Jongens zijn slimmer dan meisjes. Leuven: Lannoo Campus.

Harrow, H.J. (1972). A taxonomy of the psychomotor domain. New York: David McKay Co., Inc.

Krathwohl, D.R., Bloom, B.S., & Masia, B.B. (1964). Taxonomy of educational objectives, the classification of educational goals, handbook II: Affective domain. New York: David McKay Co., Inc.

Lewin, K. (1958). Group Decision and Social Change. Readings in Social Psychology, ed Maccoby, E.E., Newcomb, T. M. and Hartley, E. L.  New York: Holt, Rinehart and Winston, pp. 197-211.

Luthans, F., & Peterson, S.J. (2002). “Employee engagement and manager self-efficacy”, Journal of Management Development Volume 21, Issue 5, p. 376-387. https://doi.org/10.1108/02621710210426864

Poortvliet, J. (12 januari 2018). ‘Het is gewoon crap, bullshit’. Geraadpleegd op 8 augustus 2021 van https://www.aob.nl/nieuws/het-is-gewoon-crap-bullshit/

Roels, J. (2001). Creatieve wisselwerking New business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant.

Roels, J. (2012). Cruciale dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Sawyer, R. K. (2012); Explaining creativity: The science of human innovation. Oxford: Oxford University Press.

Sir Ken Robinson, (2006). Do schools kill creativity?  [Videobestand]. Geraadpleegd op 8 augustus ’21, van https://www.ted.com/talks/sir_ken_robinson_do_schools_kill_creativity

Wieman, H. N. (1958). Man’s Ultimate Commitment, Carbondale: Southern Illinois University Press.

Wieman H. N. & Hepler, C. L. (1985). The Organization of Interests. Lanham: University Press of America©. Originally presented as Henry Nelson Wieman’s thesis (Ph. D. – Harvard University, Department of Philosophy, 1917).

hannah Arendt over Arbeiden, Werken en Handelen

Deze column is mijn parafrasering van de lezing van Professor Dirk De Schutter ‘Hannah Arendt in essentie’ in de reeks ‘Hannah Arendt ingekleurd’ van het Hannah Arendt Instituut (voorjaar 2021). In z’n lezing, de tweede van die serie, gaat Dirk De Schutter dieper in op de betekenis die Hannah Arendt geeft aan de begrippen Arbeiden, Werken en Handelen en belicht hij op het eind van z’n lezing een speciale vorm van handelen: Vergeven (De Schutter, 2021).

Tot nog toe gebruikte ook ik de werkwoorden Arbeiden, Werken en Handelen min of meer door elkaar als ware het synoniemen. Het was voor mij dan ook een heuse eye-opener te begrijpen dat die termen voor Hannah Arendt allesbehalve synoniemen waren. Voor haar zijn het heel verschillende vormen van menselijk ageren. In z’n boeiende lezing duidde Dirk De Schutter op heldere wijze de distincties die Hannah Arendt in die drie termen zag en ook de hiërarchie die ze eraan gaf en die mij aan de pyramide van Abraham Maslow (Maslow, 1943) deed denken.

Om het onderscheid die Hannah Arendt maakt te kunnen begrijpen, nam Dirk De Schutter ons eerst mee naar de jaren dertig en veertig van vorige eeuw. Hannah Arendt stelde tijdens en in de periode na de tweede wereldoorlog het failliet vast van de twee totalitaire regimes die verwikkeld waren in de totale vernietigingsoorlog waarin ook de geallieerden een prominente rol speelden. Ook deze laatsten maakten zich schuldig aan zware oorlogsmisdaden zoals het bombardement van de Duitse stad Dresden en het droppen van atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Een vernietigingsoorlog waarin zich, als het ware in de coulissen, een genocide voltrok.

Die gebeurtenissen zorgden bij Hannah Arendt voor de vraagstelling wat politiek is of zou kunnen zijn. Uiteindelijk publiceert ze in 1951 haar boek ‘The Origin of Totalitarianism’ (Arendt, 2017). De traditionele filosofie helpt Hannah Arendt weinig om haar vraag “Wat is Politiek?” te beantwoorden. Die filosofie is sterk in het behandelen van mentale activiteiten (denken, leren, het geheugen, verbeelding, …). Activiteiten waarbij we de neiging hebben om ons uit de wereld terug te trekken en precies die activiteiten te verwaarlozen die ons een plaats geven in die wereld, zoals politiek. Politiek is actief zijn in de wereld. Dit wordt het vertrekpunt van Hannah Arendt. Tussen haakjes, er is wel een notoir tegenvoorbeeld met name Karl Marx, die in de negentiende eeuw de mens zag als een arbeidend wezen. Wij mensen veranderen de wereld door te arbeiden, stelde hij. 

Vormen van arbeiden zijn een put graven, een machine repareren, iemand opereren, zorg verstrekken, … Daar begint het schoentje bij Hannah Arendt te wringen. Ze wil meer onderscheid brengen. En dat doet ze in haar in 1958 verschenen boek ‘The Human Condition’ (Arendt, 2018). Een nogal vreemde titel die eigenlijk niet van Hannah Arendt zelf was. Hannah had twee werktitels voor haar manuscript en die werden beiden geweigerd door haar uitgever, hoewel die beter de lading dekten. Ze werden voornamelijk geweigerd omdat het Latijnse titels waren (iets te moeilijk voor haar Amerikaanse publiek?). Haar voorkeurstitel was Vita Activa, het actieve leven. Het boek was namelijk gebaseerd was op haar lezingenreeks ‘Vita Activa’ die ze in april 1956 gaf aan de universiteit van Chicago. Het was ook de titel van de eerste Nederlandse vertaling van haar boek dat uitgegeven werd door Het Spectrum (Utrecht) in de Aula reeks. Hannah Arendt onderzoekt in het boek welke activiteiten de mens zoal ontplooit. De tweede titel die Arendt voor haar boek voorstelde, was Amor Mundi, liefde voor de wereld. Je zou kunnen stellen dat voor Arendt ‘Amor Mundi’ de korst mogelijke definitie is van het begrip politiek. Politiek is voor haar inderdaad een engagement aangaan met de wereld en dat soms ten koste van de eigen ziel. De ‘vita activa’ wordt door Arendt afgegrensd tegenover de ‘vita contemplativa’ – het beschouwende leven – waar de meeste filosofen het over hebben.

Hannah Arendt vertrekt in haar boek van een linguïstieke observatie. In de Indo-Europese talen hebben we drie woorden om over menselijke activiteiten te spreken: arbeiden, werken en handelen. Die drie komen in vele talen (Nl, Eng, Fr, Du, Latijn) terug. De observatie die Hannah Arendt bezighoudt, betreft het feit dat we die begrippen door elkaar gebruiken als ware het synoniemen. We zijn als het ware de precieze definitie van die begrippen uit het oog verloren. Zou het kunnen, vraagt Hannah Arendt zich af, dat de drie woorden heel verschillende menselijke activiteiten aanduiden? Haar uiteindelijk antwoord is positief en haar boek gaat precies over die drie activiteiten. Dit is haar eerste vertrekpunt.

Haar tweede vertrekpunt is typisch filosofisch en betreft de aloude filosofische vraag “Wat voor wezens zijn wij?” of ook nog “Wat maakt ons tot wie we zijn?” en “Waardoor onderscheiden we ons van de hogere zoogdieren?” Het klassieke monotone antwoord van filosofen is: “Wij mensen zijn zelfbewuste, autonome subjecten.” Hannah Arendt ontkent dat niet en stelt wel dat er iets fundamenteler is. Namelijk, wij mensen worden gekenmerkt door nataliteit. In het Duits zegt ze ‘geburtlichkeit’, in niet correct Nederlands ‘geboortelijkheid’. Het feit dat we steeds opnieuw geboren kunnen worden definieert ons ten diepste, is haar stelling.

Om hier Hannah Arendt ten volle te kunnen begrijpen, dienen we na te gaan wat Martin Heidegger, leraar en minnaar van Hannah Arendt, over die filosofische vraag zegt.  Hannah Arendt volgde in de jaren 1924 tot 1926 les bij Heidegger in Marbur. Heidegger’s colleges gingen over zijn boek in wording ‘Sein und Zeit’ dat hij in 1927 publiceerde (Heidegger, 2005). De hoofdboodschap van dat boek is: “Wij mensen zijn stervelingen.” De menselijke existentie is ‘Sein zum tode.” Dit betekent niet alleen dat de dood ons op het einde van ons leven te wachten staat. Veel belangrijker is dat onze eindigheid ons leven doortrekt. Wij zijn sterfelijke wezens en ons leven vertoont een gebrek. Waar het in ons leven op aankomt, is daarmee in het reine komen. Anders gesteld, het komt erop aan om met onze dood tot een vergelijk te komen. Onze Westerse cultuur heeft met ‘het met de eindigheid tot een vergelijk te komen’, met andere woorden, die eindigheid te respecteren, een enorm probleem. 

Hannah Arendt heeft dus Heidegger’s filosofie gehoord en 34 jaar later dient ze haar leermeester van antwoord. Wij zijn niet alleen stervelingen, stelt ze, wij zijn vooral borelingen. Wij worden niet alleen geboren, wij beschikken ons ganse leven over het ‘geboren worden’. Wij blijven ons hele leven borelingen. Anders gesteld, wij laten onze geboorte niet achter, helemaal niet, want de geboorte geeft ons namelijk de mogelijkheid om te beginnen. Het vermogen om initiatief te nemen, dat dragen we met ons mee. Het is zelfs een hoofdopdracht van ons leven. Hannah Arendt ontleent die gedachte ondermeer aan Augustinus. Hannah Arendt had haar doctoraat behaald in 1929 met de dissertatie ‘Der Liebesbegriff bei Augustin’. Hannah was niet zozeer geïnteresseerd in de theologie van Augustinus dan wel in diens beschrijving van het menselijk leven. Hannah Arendt vindt bij die kerkvader de geweldige uitspraak: “Initium ut esset homo creatus est.” “De mens werd geschapen om eraan te beginnen, initiatief te nemen” of nog “Opdat er een begin zij, werd de mens geschapen.” Wij mensen kunnen initiatief nemen en daar komt het op aan. Dat is onze opdracht. De politiek die Hannah Arendt zal verdedigen, is een politiek die initiatief neemt: die begint, die herbegint, die revolutionair is.

Hannah Arendt heeft prachtige uitspraken gedaan over beginnen in haar boek ‘De Menselijke Conditie’:

“Ons korte, zich naar de dood spoedende leven zou onvermijdelijk slechts kunnen resulteren in de ondergang en vernietiging van alles wat menselijk is, als wij niet het vermogen bezaten de dodenmars te onderbreken en iets nieuws te beginnen.” (Arendt, 2011. p. 228)

En

“… mensen al zijn we sterfelijk, zijn niet geboren om te sterven maar om een begin te maken.” (Arendt, 2011, p. 228)

Hannah Arendt gaat dus mee met Heidegger en corrigeert hem of eerder, ze vult hem aan. Ze doet ook iets gelijkaardigs. Ze maakt van een feit een opdracht: ons is opgedragen om steeds opnieuw geboren te worden.

Het is verwonderlijk hoe de filosofie van Hannah Arendt aansluit bij die van een andere filosoof, wiens meest toegankelijke werk rond Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) in hetzelfde jaar verscheen als Hannah Arendt’s ‘The Human Condition’. Henry Nelson Wieman publiceerde inderdaad in datzelfde jaar z’n boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ (Wieman, 1958). Daarin breekt Henry Nelson een lans om ons te engageren (‘committen’) voor het proces dat steeds opnieuw geboren worden mogelijk maakt en dat hij Creative Interchange noemde.

Steeds iets nieuws beginnen, hoe uit zich dat nu bij Hannah Arendt? Hoe moeten wij dat doen? Hannah stelt in drie menselijke activiteiten: Arbeiden, Werken en Handelen. Drie activiteiten waarin we steeds opnieuw beginnen, de wereld vernieuwen of iets in die wereld brengen wat er zonder die activiteit niet zou zijn.

Arbeiden

Arbeiden ziet Hannah Arendt als de ‘laagste’ activiteit. Ze brengt namelijk ook een hiërarchie aan binnen die drie activiteiten. Zij plaatst Arbeiden als laagste activiteit omdat die activiteit het dichtst aanleunt bij het menselijk lichaam, bij onze biologie. Volgens Hannah Arendt zijn wij biologische wezens met biologische noden. Aan die noden voldoen, op die noden inspelen, is Arbeiden. Heel concreet: wij mensen moeten eten om te leven. Dit is een biologische nood. Daarin voorzien is Arbeiden. Een brood bakken is Arbeiden. Door Arbeiden brengt men iets nieuws in de wereld: in dit geval het brood. Brood consumeren is ook Arbeiden. Het eigene aan producten van arbeid is dat ze niet blijven bestaan. Anders gesteld, ze worden quasi onmiddellijk geconsumeerd. Producten van Arbeiden worden gebruikt en terzelfdertijd verbruikt. We kopen een brood om in de kortste keren te consumeren. Arbeid vervaardigt geen producten die bedoeld zijn om te blijven bestaan. Hannah Arendt legt daar de nadruk op, omdat het bij Werken volledig anders is.

Werken

Werken is het 2de niveau en produceert dingen die nuttig zijn en die onze wereld leefbaar maken. Wij richten de wereld in en dat op een comfortabele en nuttige manier. Producten van Werken zijn letterlijk duizenden tuigen, gereedschappen, instrumenten die door mensen ontworpen en vervaardigd werden en worden. Die producten worden gebruikt maar niet, door dat gebruik, verbruikt. Ze zijn duurzaam.  Ze slijten wel maar worden niet bij gebruik geconsumeerd. Ze verdwijnen niet. Dit is zo van eenvoudigste instrumenten, zoals een hamer, over complexe apparaten, zoals huishoudtoestellen, tot heel complexe toestellen, zoals gesofistikeerde computers. Al deze tuigen zijn er, niet om verbruikt, maar om gebruikt te worden teneinde onze wereld comfortabeler te maken. Die toestellen blijven bestaan, richten onze wereld in en maken die herkenbaar. 

Het is wel zo dat Hannah Arendt een historische kritiek meegeeft. Die kritiek gaat over de duurzaamheid van de producten van Werken. Hoe langer hoe meer worden producten vervaardigd die minder duurzaam zijn. De huidige producten van Werken gaan minder lang mee dan vroeger. Dit is een kritiek van Hannah Arendt op onze Westerse consumptie- en verspillingscultuur.

De producten van Werken zijn dus ook nuttig. De producten van Arbeiden daarentegen zijn noodzakelijk. Met ander woorden, wij hebben die nodig om te leven. De producten van Werken richten de wereld in, hebben nut en voegen efficiëntie toe.

Handelen

Handelen ziet Hannah Arendt als de ‘hoogste’ activiteit, omdat die zin geeft aan het leven. Haar ‘pyramide’ kan je dus zien, van beneden naar boven: Arbeid (nodig), Werken (nuttig) en Handelen (zinvol). Handelen is een activiteit die zich typisch onder mensen afspeelt. Uiteraard kan men samen met anderen Werken en het accent ligt bij Werken op het product dat vervaardigd wordt. Bij Handelen ligt de focus op de intermenselijke relatie. Handelen zorgt voor een heel andere dimensie. Handelingen stichten intermenselijke verhoudingen. De omgang tussen mensen is een eigensoortige activiteit en Hannah Arendt gebruikt daarvoor het begrip Handelen.

Gezien vanuit haar invulling van het begrip politiek resulteren Arbeiden en Werken binnen de economie. Die brengen inderdaad de economische wereld tot stand. Handelen creëert een wereld van ethiek en politiek. Voor haar is de wereld van de politiek afgescheiden van de economische wereld. De wereld van de politiek en ethiek is voor haar een aparte en ‘hogere’ wereld.

Hannah Arendt stelt ook dat Handelen activiteiten betreft die ondernomen worden in vrijheid. Er is geen dwang; elke dwang is uit den boze. Er is ook geen nut. Een voorbeeld: iemand graag zien heeft ideaal gezien geen nut en geeft wel zin aan je leven. En dat niet omdat het nuttig is. Wanneer je iemand graag ziet omdat het nuttig is – de vrouw/man is rijk of kan je flink vooruithelpen in jouw carrière – dan zou het wel goed kunnen dat die liefdesrelatie een kort leven beschoren is. Liefde onttrekt zich aan het nuttige; bij liefde staat de zin in het brandpunt. Een liefdesrelatie geeft zin aan het leven of ontneemt zin aan dat leven wanneer ze mislukt of eindigt. Liefde is een handeling, je moet er iets voor doen. Een liefdesbreuk creëert zinloosheid. Dit geeft aan dat de zin van handelingen nooit gegarandeerd is. Dit is een van de grote moeilijkheden waarmee de activiteit Handelen te maken heeft. Met name, dat de zin nooit gegarandeerd is, nooit vaststaat. Omdat zin altijd de inzet is van een waagstuk hebben we de neiging om daarvan weg te lopen en te kiezen voor Arbeiden en Werken. Men verliest zich in Werken. Inderdaad, men kiest vooral voor Werken omdat de verwezenlijkingen van Werken blijven bestaan. Werken heeft nut en geeft ons zekerheid. Er is expertise mee gemoeid en daardoor zijn we zeker. In het geval van intermenselijke verhoudingen is er wel kennis. Die is evenwel niet doorslaggevend. Doorslaggevend is de relatie waarbij je je aan elkaar blootstelt, toont en zelf koppelt zonder zekerheid. Men geeft zich aan elkaar… idealiter ‘onvoorwaardelijk’. Intermenselijke verhoudingen gebeuren in vrijheid, stelt Hannah Arendt en ze geven of ontnemen zin aan het leven. 

Hannah Arendt maakte dus een scherp onderscheid tussen wat zinvol is (of kan zijn) en wat nuttig is. Wij vergeten dit onderscheid vaak en kiezen dan voor het nuttige wegens aanvaardbaarder en zekerder dan zinvol bezig zijn. Bij intermenselijke verhoudingen is het veel moeilijker om aan te wijzen wat er gebeurt en daarenboven is het resultaat nooit zeker. We weten wanneer we aan een intermenselijke relatie beginnen, we weten nooit waartoe die zal leiden. Het resultaat staat allesbehalve vast. 

Handelen is vaak ook geven; we geven allerhande dingen aan elkaar. Bij intermenselijke relaties worden zaken begonnen met een geschenk. Zaken worden ook zo bestendigd. We geven bovendien vaak iets specifieks dat niet tastbaar is. Iets dat moeilijk en typisch is voor en bij Handelen. Bijvoorbeeld: wat doen we exact wanneer we iemand vertrouwen geven, moed geven, hoop geven, tijd geven, … Intermenselijke relaties zijn van dit soort giften afhankelijk. Toch is het uiterst moeilijk ze exact te beschrijven of aan te tonen wat er precies gebeurt. 

Hannah Arendt zegt dat mensen in intermenselijke relaties tonen wie ze echt zijn. Bij Handelen tonen de mensen veel meer wie ze zijn dan bij Arbeiden en zelfs Werken.

In handelen en spreken laten mensen zien wie ze zijn. Onthullen ze daadwerkelijk hun unieke persoonlijke zelf.  (Arendt, 2011, p. 164).

Ik breng daarbij graag volgende nuance aan. Volgens mij hangt een en ander sterk af van de kwaliteit van het handelen en spreken. Onder meer van de authenticiteit binnen de interactie. “Interageer je vanuit hun Creatieve, Originele Zelf of vanuit jouw gecreëerde zelf?” is daarbij de hamvraag. Indien je Creatieve wisselwerking van binnenuit ten volle beleeft, onthul je in de dialoog jouw Originele Zelf. Is het enkel een gesprek (en dus geen dialoog), dan onthul je jouw gecreëerde zelf. Hannah Arendt heeft het bij het rechte eind, beiden, de Origineleen de gecreëerde, zijn uniek en persoonlijk.

Handelen en spreken gaan bij Hannah Arendt samen. Handelen wordt vaak geleid door woorden, gesproken of geschreven. Vele bewoordingen voltrekken een handeling: zweren, iemand groeten, iemand verwelkomen, iemand troosten, … Men noemt die in de Angelsaksische filosofie taaldaden (‘speech acts’).  Een vredesverdrag sluiten volstrekt zich in gesproken en geschreven woord, een huwelijk wordt voltrokken door een krachtig JA! Het woord geeft de handeling als het ware gestalte. Dialogeren is Handelen.

Het laatste deel van de Menselijke Conditie is een kritiek op de Westerse cultuur. Daarin laat Hannah Arendt zien dat wij hoe langer hoe meer Handelen ontvluchten en kiezen voor Arbeiden en Werken. Vooral omdat we met Werken tot zoveel in staat zijn. Het probleem bij Handelen, in tegenstelling tot bij Werken, is dat je weet met wat je begint, maar niet met wat je eindigt. Dit is ook zo met het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingen mede daardoor draagt Handelen mijn voorkeur weg, boven het Arbeiden en Werken. Dat ik twee linkse handen heb, zal ook wel iets met mijn keuze te maken hebben. Bij Handelen door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking ga ik een engagement aan waarbij de uitkomst niet (en eigenlijk verre van) op voorhand vastligt. Het engagement dient stevig te zijn en het resultaat kan alle kanten uitgaan. Vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces maakt dat ik voor Creatieve wisselwerking kies. Het resultaat laat zich niet dwingen, het creatief wisselwerkingsproces kan ik niet sturen of manipuleren naar een vooraf bepaald resultaat. Wel weet ik uit decennia ervaring dat het de onderlinge relatie verstevigd.

Volgens Hannah Arendt zijn we binnen politiek ook vergeten dat politiek gaat over handelen en spreken, dus over menselijke verhoudingen en niet alleen over economie. Het gaat over met elkaar dialogeren, waarbij de dialoog alleen al iets verwezenlijkt. De dialoog brengt iets teweeg! Niet steeds een tastbaar resultaat en wel altijd een verbeterde menselijke relatie. De wereldproblemen zijn niet opgelost en de relatie is verstevigd. Bovendien kom je door dialoog meestal tot een vernieuwd inzicht. Om van inzicht naar oplossing te gaan, dient er steeds actie te volgen, een andere vorm van Handelen.

Hannah Arendt waarschuwt dus voor het vervangen van de zin van Handelen door het nut van Werken. Dat we het zinvolle vervangen door het nuttige. Het is inderdaad zo dat we vaak Handelen vervangen door Werken en zelfs soms door Arbeiden. We zijn verworden tot een consumptiemaatschappij. Zelden is een woord zo accuraat geweest. Wij zijn een cultuur die inderdaad alles ‘consumeert’. Een cultuur waarin zaken worden afgewezen zonder dat ze ten volle begrepen worden. Een cultuur waarin het gekleurd bewustzijn de plak zwaait en het consumptiegedrag alles verteert. De wereld wordt opgesoupeerd door plat consumptiegedrag. Hannah Arendt roept ons op om te blijven Handelen en ook om politiek te begrijpen als een vorm van Handelen.

Vergeven

Handelen, we zagen het al, is vaak een vorm van geven. De vorm van geven bij uitstek is Vergeven. Het is één van de wonderlijke dingen bij Hannah Arendt dat ze binnen haar politieke theorie een hoofdstuk inlast over Vergeven, in de betekenis van vergiffenis schenken. Dit heeft uiteraard veel te maken met de feitelijkheiden waarop haar boek steunt, met name het verschrikkelijk kwaad dat er door Nazi Duitsland werd gepleegd in de jaren 1939-1945. Het blijft, niettegenstaande dat, toch opmerkelijk dat de filosoof binnen haar politieke theorie vergeving ter sprake brengt.

Vergeven is in alle talen een vorm van geven. Pardonner, in het Frans, To forgive en To pardon in het Engels en in het Duits Vergeben naast Verzeihen. Maar wat wordt er gegeven bij Vergeven. Vergiffenis natuurlijk, maar wat betekent dat? Het betekent een tweede kans, een vrijheid en een toekomst. Diegene die vergeving krijgt wordt losgekoppeld van z’n daad. Volgens Hannah Arendt is Vergeven de band tussen dader en daad doorknippen. Let wel, vergeving begint met de erkenning dat kwaad is geschied. Vergeven en vergeten worden vaak gekoppeld en die hebben niets met elkaar te maken! Bij Hannah Arendt begint en eindigt Vergeven met de erkenning dat kwaad is geschied. Zonder die erkenning kan vergeven niet, want totaal zinloos. Bovendien wordt die erkenning nooit opgegeven. Anders gesteld, vergeving vergeeft niet de daad, het vergeeft de dader in het volle bewustzijn dat wat zij of hij gedaan heeft verwerpelijk is en blijft. In de vergeving ben je bereid de band tussen dader en daad door te knippen. 

In veel talen bestaan gezegdes die het tegenovergesteld propageren: eens een dief, altijd een dief; eens een leugenaar, altijd een leugenaar; eens een verkrachter, altijd een verkrachter … Voor Hannah Arendt zijn dat verschrikkelijke uitspraken omdat deze iemand vastpinnen op één daad. Hannah vindt deze uitspraken zelfs misdadig. Mensen plegen duizenden daden en dan wordt er een, toegegeven een verwerpelijke, er uitgepikt om de dader eraan vast te pinnen. Je hebt een moord gepleegd en voor de rest van je leven ben je niets meer dan die moord. 

Voor Hannah Arendt is vergiffenis schenken de band tussen de moord en de moordenaar door knippen, waarbij ervan uitgegaan wordt dat de dader zijn afschuwelijke daad erkent en bereid is ervoor gestraft te worden. Met andere woorden, vergeving en straf sluiten elkaar niet uit, integendeel, vergeving volgt op straf. Door beiden wordt de dader bevrijdt van de daad. Merkwaardig genoeg maakt ook het slachtoffer, of de nabestaanden in geval van moord, zich vrij! Indien het slachtoffer bekwaam is de band tussen slachtoffer, daad en dader te kunnen doorknoppen, bevrijdt die zichzelf als slachtoffer. De slachtofferrol is vaak die rol waardoor men zich vastgeketend heeft aan de dader. De uitspraak “Ik kan haar of hem nooit vergeven” ketent je vast aan de dader en snijd je af van een nieuwe toekomst. 

Hannah Arendt is het overigens oneens met de uitspraak: “Gedane zaken nemen geen keer.” Gedane zaken nemen, tot op een zekere hoogte, wel een keer. Uiteraard wordt in geval van moord het slachtoffer door de vergeving niet terug levend. Wat er wel keert is de manier waarop het gepleegde kwaad doorwerkt in het heden en de toekomst. Heden en toekomst zijn niet langer gedetermineerd door het kwaad dat geschied is in het verleden. Er wordt als het ware een bres geslagen in de continue stroom van de tijd. Er wordt geknipt, waardoor er een wijziging komt in de stroom van de gebeurtenissen in de tijd. Voorbeelden daarvan zijn de inspanningen van Nelson Mandela en Desmond Tutu om na het apartheidsregime er direct mee in het reine te komen via de waarheids- en verzoeningscommissie. Eerder dan de vlucht vooruit te nemen keken zij het zware verleden in de ogen en was het doel zich van het verleden te bevrijden in de naam van de toekomst. 

Vergeving is dus bij Hannah Arendt belangrijk. Edoch, ook het onvergefelijke bestaat in haar filosofie en dat is de Shoah. Omdat die nooit had mogen plaats vinden kunnen we er nooit mee in het reine komen, daardoor is Vergeven niet mogelijk. Tijdens haar verslag van het proces van Eichmann had ze het over de ‘banaliteit van het kwaad’. Banaliteit omdat niemand de verantwoordelijkheid opneemt. Daardoor ook is vergeving onmogelijk. Vergeven is, zoals we reeds zagen, enkel mogelijk indien de misdaad erkent wordt. Adolf Eichmann stak zich weg achter bureaucratische regels en erkende nooit zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Daarom vond Hannah Arendt zijn doodstraf aanvaardbaar. Nogmaals, enkel de dader kan vergeven worden, nooit de daad zelf. Indien de dader geen verantwoordelijkheid opneemt voor zijn daden, kan hij nooit vergeven worden.

Enkel wanneer mensen elkaar wederzijds en altijd opnieuw vrijspreken van wat ze doen, kunnen ze vrij blijven handelen; enkel wanneer ze altijd opnieuw bereid zijn om op hun stappen terug te keren en opnieuw te beginnen, kan hun een zo grote macht van iets nieuws beginnen worden toevertrouwd. (Arendt, 1958, p. 222)

Creatieve wisselwerking en Heidegger & Arendt

Ik zou, kort door de bocht, de essentie van Heidegger en Arendt kunnen samenvatten in één zin: “Door herboren te worden stellen wij het sterven uit.” Die zin is uiteraard gebaseerd op de opdrachten die Heidegger en Arendt mij (en niet alleen mij) gaven. Niet alleen dien ik in het reine te komen met mijn (nu steeds nakender) dood; dien ik mijn eindigheid te respecteren. Ik dien ook quasi continu herboren te worden. Dit alles heb ik gaandeweg bereikt door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Toegegeven, met veel vallen en evenveel opstaan.

Door de filosofie van het tegenproces, de Vicieuze Cirkel, leerde ik dat ik losgeslagen was van m’n Intrinsieke Waarde en dus van m’n Originele Zelf. Ik begreep ook dat ik, door het van binnenuit beleven van het levensproces Creatieve wisselwerking, mijn gecreëerde zelf kon transformeren en doen evolueren in de richting van m’n Originele Zelf.

Het werd mij in de loop van m’n leven hoe langer hoe duidelijker dat ik, door het beleven van Creatieve wisselwerking m’n eigen stervensproces uitstelde. Dit eerst op lichamelijk niveau. Door te begrijpen dat roken nefast was voor mijn gezondheid, stopte ik met roken. Toen mijn diabetes type 2 dreigde te transformeren in diabetes type 1 startte ik m’n dagelijkse wandelingen in de Lembeekse bossen en at en leefde ik gezonder. Het begrijpen wat er echt aan de hand is, dient gevolgd te worden door Handelen. Daardoor kon de neerwaartse trend in de gezondheidscurve afgeremd worden. 

Hetzelfde gaat op voor het geestelijk niveau. Ook daar zorgde Creatieve wisselwerking ervoor dat ik tijdig mijn mindset transformeerde en daardoor mijn gecreëerde zelf. Wie ik werkelijk ben noem ik mijn Originele Zelf. Het is het zelf waarmee ik geboren ben en het raamwerk waaraan de ervaringen van mijn leven opgehangen worden. Deze ervaringen leiden echter ook tot het gecreëerde zelf. Dit gecreëerde zelf wordt soms ook het ego of geconstrueerde zelf genoemd, omdat het is opgebouwd uit het denken en gedrag dat gekneed en bekrachtigd wordt door familie, cultuur en maatschappij. 

Let op, ik ben geen gespleten persoonlijkheid, ik ben eigenlijk beide: het Originele en het gecreëerde zelf. Ik ben daarin niet alleen. Meer nog, ieder van ons heeft een mix van originele en gecreëerde kwaliteiten. Dat beide naast en in elkaar bestaan is geen probleem zolang de Intrinsieke Waarde niet ingeruild, volledig overschaduwd wordt door de Extrinsieke waarde. Deze laatste moet immers continu verworven, verdiend en bekrachtigd worden in de menselijke omgang en dit leidt tot ongezonde stress. Daarbij wordt de Intrinsieke Waarde ingeruild voor de conditionele waarde (“je bent waardevol indien”), die door de omgeving wordt gedefinieerd. Doordat ik niet altijd kon voldoen aan de condities opgelegd door de omgeving, kwam ik af en toe in stresssituaties terecht (door m’n eigen Vicieuze Cirkel cycli). 

De Intrinsieke Waarde veronderstelt gelijkheid. De conditionele waarde vooronderstelt bijna altijd ongelijkheid: i.e. wie is slimmer, competenter, heeft de meeste macht, de hoogste positie …? Het onderscheid tussen beide waarden onderkennen helpt om het ogenblik te identificeren waarbij jouw gedrag verandert van een ‘op het creatief wisselwerkingsproces’ gebaseerd gedrag in een ‘op de Vicieuze Cirkel’ gebaseerd gedrag. Zich bewust worden van die verschuiving is een hele uitdaging. Deze verschuiving doet zich voor als we onze Intrinsieke Waarde uit het oog verliezen en kiezen voor een conditionele waarde, die afhankelijk is van anderen, de situatie en de omstandigheden van het ogenblik. 

Herboren worden is inzicht krijgen dat de ‘oude’, gecreëerde ik getransformeerd dient te worden. Steeds zal dit inzicht gevolgd dienen te worden door handelen zodat de gecreëerde zelf op een ‘hoger’ peil wordt getild. Anders gesteld, het nieuwe inzicht dient in het gecreëerde zelf te worden geïntegreerd waardoor het gecreëerde zelf evolueert in de richting van het Originele Zelf. Het bekomen van een nieuw inzicht staat gelijk aan leren en wat werd geleerd dient ook vastgehouden te worden. Het inzicht is een doorbraak en ik gebruik hierbij vaak een metafoor uit het tennisspel. Het is niet omdat een speler een ‘break’ forceert dat zij of hij die steeds vasthoudt. De tegenspeler kan namelijk direct de ‘break’ ongedaan maken. In het geval van Creatieve wisselwerking is de tegenspeler het tegenwerkend proces dat ik de Vicieuze Cirkel noem. 

Hoe die twee processen, Creatieve wisselwerking en de Vicieuze Cirkel op elkaar inwerken geeft volgende metafoor van de in elkaar grijpende raderen weer:

________________________________

Bibliografie

Arendt, H. (2011). De Menselijke conditie. Amsterdam: Boom. (2de druk)

Arendt, H. (2017). The Origins of Totalitarianism. London: Penguin Books.

Arendt, H. (2018). The Human Condition. Chicago: The University of Chicago Press (2nd edition – original 1958)

De Schutter, D. (2021, 15 februari). Arendt in Essentie. Mechelen: Hannah Arendt Instituut [Video-bestand]. Geraadpleegd op 5 mei 2021, van https://vimeo.com/510217313

Heidegger, M. (2005). Zein und Zeit. Tübingen: Max Niemeyer Verlag (19de druk).

Maslow, A. H. (1943). A theory of human motivation. Psychological Review, 50(4), 370–396. https://doi.org/10.1037/h0054346

Wieman, H. N. (1958). Man’s Ultimate Commitment, Carbondale: Southern Illinois University Press. Reprint (1990) Lanham: University Press of America

kritisch denken en creatieve wisselwerking in sociaal werk [i]

Kritisch Denken... een toepassing van Creatieve Wisselwerking

Kritisch denken is een manier van denken gericht op het formuleren van een weloverwogen antwoord op een vraag, het nemen van een beslissing of het komen tot een actie.

Deze definitie doet mij uiteraard denken aan het Cruciale Dialogenmodel uit mijn boek ‘Cruciale Dialogen’[ii] Dit model is gebaseerd op én een toepassing van het creatief wisselwerkingsproces[iii].

Dit Cruciale Dialogenmodel is ook bekend als ‘de liggende acht’ en ziet er, in een van z’n summiere vormen, als volgt uit:

Initieel staat wordt in het midden van het model; waar hierboven het begrip EMOTIE staat, de vraag of het probleem uitgedrukt in vraagvorm. Het doel is uiteraard die vraag daadwerkelijk te beantwoorden. De linker lus van het model, met als karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen, omvat het DENKEN. Dit denken leidt naar een INZICHT in de vraag of het probleem. De emotie die men voelt wanneer men de vraag waarderend begrepen heeft, vindt men – zoals op de figuur afgebeeld – terug in het midden van het model. Die emotie veroorzaakt de creatieve spanning om mogelijke antwoorden te formuleren. Dit gebeurt in de rechter lus van het model (meer bepaald in de karakteristiek Creatief Integreren). Eens met een set antwoorden gecreëerd heeft, dient beslist te worden welk(e)antwoord(en) men uiteindelijk kiest om uit te voeren (zie omslagpunt BESLISSING). Die beslissing wordt gevolgd door een actie (dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren). De rechter lus visualiseert het DOEN. Het ganse model kan ook beschreven worden als een synergie van het Franse “Ik denk dus ik ben” en het Amerikaanse “Ik doe dus ik ben”. Let wel om te ‘DOENKEN’ dient men Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven.

Om tot een goed antwoord, een goede beslissing en een goede actie te komen, bestaat een kritisch denkproces best uit acht elementen. Deze acht elementen voldoen (of niet) aan specifieke standaarden. De elementen en hun standaarden vormen een schema om kritisch naar een situatie of probleem te kijken (gebaseerd op de Paul & Elder, 2007[iv]).  

Het belang van kritisch denken in de opleiding sociaal werk

Kritisch denken is essentieel voor sociaal werkers. Veel situaties waarover sociaal werkers beslissingen moeten nemen, zijn complex en hebben geen pasklaar antwoord. Kritisch denken kan sociaal werkers helpen om in onzekere situatie een zo juist mogelijke beslissing te nemen.

In de opleiding sociaal werk willen we daarom dat studenten leren om kritisch denken systematisch toe te passen bij alles wat ze ondernemen. Kritisch denken is een essentieel leerresultaat van de opleiding. Dat wil zeggen dat studenten die tijdens de opleiding niet kritisch denken, niet kunnen slagen voor de opleiding. 

Om kritisch denken te ontwikkelen, bieden we doorheen de opleiding veel oefenkansen met feedback en hulpmiddelen. Bij de vele evaluatiemomenten (bijvoorbeeld examens of papers) is kritisch denken steeds een onderdeel. Welke elementen of standaarden worden geëvalueerd, is steeds duidelijk vermeld. 

Kritisch denken is dus, nog min noch meer, het van binnenuit beleven van de Creatieve Wisselwerking! Dus zou IMHO m’n boek een leidraad voor deze opleiding aan de UCLL kunnen zijn.

8 Elementen

Volgende acht elementen zijn de onderdelen van het denkproces. 

Eens kijken of die acht elementen van Paul & Elder hun plaats vinden in de liggende acht. Ik rangschik de acht elementen volgens de stroom van de liggende acht (zie de eerste figuur van deze column en het complete model uit Roels, J. 2012. p. 63):

De Vraag hoort uiteraard bij het midden van het model. In z’n summierste vorm is het Cruciale Dialogenmodel eigenlijk een lemniscaat met in het midden het vraagteken:

Dan gaan we naar eerste karakteristiek: Authentieke Interactie en daar vindt men de data, dus de feiten, de waarnemingen en objectieve gegevens. Die worden geobserveerd met behulp van wat ik het ‘helder’ bewustzijn noem.

We vervolgen met de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen en die omvat de overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders van waaruit de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd. Paul&Elder hebben daar ook meerdere namen voor. Eerst en vooral: Perspectief

Ten tweede: de vooronderstellingen, onderbouwingen. In mijn model worden die eerst gebruikt om de vraag ‘waarderend te begrijpen’ d.w.z. dat we de vraag diepgaand begrepen hebben, wat Paul&Elder ‘tot een conclusie komen’ noemt, noem ik ‘tot een gedeelde mening komen’ en die zorgt voor de emotie (zie hoger: het summier model). De perceptie en interpretatie gebeurd met wat ik het ‘gekleurd’ model noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril.

De emotie komt van het verschil tussen de gedeelde mening over de ware betekenis van het probleem, dus de huidige situatie en het doel, met namen de ideale situatie, de gewenste situatie. Hoe groter dit verschil of delta, hoe groter de creatiespanning en dus hoe groter de wil om die bestaande toestand te transformeren in de gewenste toestand.

Dan volgt de derde karakteristiek, Creatief Integreren met als elementen: doelen, idealen en gewenste toekomst. Komt dus overeen met de visie van Paul&Elder, waar de doelstelling is wat men tracht te realiseren. En dat is uiteraard het geven van een correct antwoord op de vraag of het realiseren van een goede oplossing van het probleem!

In de derde karakteristiek worden de concepten, die eigenlijk reeds voor een stuk gebruikt werden om de vraag waarderend te begrijpen (tweede karakteristiek), gebruikt om op een creatieve manier te komen tot mogelijke antwoorden. Overigens zagen ook Paul & Elder Kritisch denken en Creatief denken als twee facetten van hetzelfde muntstuk (Paul & Elder, 2008[v]). Dit alles gebeurt met wat ik het synergetisch bewustzijn noem (cf. 1+1>3).

Op het einde van de derde karakteristiek komt men tot (een) besluit(en). In mijn mindset is er een groot verschil tussen ‘besluiten’ en ‘beslissen’. De conclusie van Paul&Elder komt overeen met wat ik het set besluiten noem. Maar dan er is nog niet beslist welke van die ‘besluiten zullen uitgevoerd worden… Daar is effectief beslissen voor nodig!

Met andere woorden aan de theorie van Paul&Elder dienen er nog twee elementen toegevoegd worden vooraleer hun achtste element aan bod komt. 

Beslissen welke van de besluiten effectief zullen gerealiseerd worden. Die beslissing gebeurt tussen karakteristieken 3 (Creatief Integreren) en 4 (Continu Transformeren)

Dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren door het effectief (en efficiënt) uitvoeren van de besliste acties! En daarbij is het Proces Bewustzijn van uitzonderlijk belang.

We komen terug in het midden van ons model en daar vinden we het het resultaat van onze inspanningen, volgens Paul&Elder  de gevolgen! Uiteraard dienen we dan na te gaan of ons probleem ter deze is opgelost, indien niet dan hervatten we de rit op de liggende achtbaan.

Dus m’n versie van Kritisch denken, eerder van Kritisch ‘doenken,’ omvat tien elementen!

Overigens vind ik de liggende acht sterker dan onderstaande figuur en geef grif toe dat de liggende acht ‘iets’ complexer is. Maar toegegeven, deze figuur verhaalt maar het denkgedeelte van het verhaal. Anderzijds is Kritisch denken zonder er iets effectief mee te doen… steriel!

Kritisch denken bij het lezen van een tekst aan de hand van de elementen

Kritisch denken bij het schrijven van een tekst aan de hand van elementen

9 Standaarden

De standaarden zijn de normen waaraan het denken voldoet. In de opleiding aan het UCLL wordt op 9 standaarden gefocust. 

Kritisch denken bij het voeren van een gesprek/een debat aan de hand de standaarden

Hulpvragen bij het Kritisch Denken

En hoe hanteren we die standaarden binnen  het Cruciale Dialogenmodel? Daartoe gebruik ik de volledige figuur van de liggende acht, die ik ook soms de vlinder noem, (zie  hoger):

De helderheid vindt men ook terug in het gebruik van het helder bewustzijn om de helderheid van de data te toetsen.

Helderheid. In het midden staat de vraag of het probleem. De eerste vaardigheid van de eerste karakteristiek is die Kernvraag correct en helder stellen

Significantie. De belangrijkheid (significantie) van het probleem wordt tweemaal nagegaan. De eerste keer bij het begin (in het midden) met de vraag: “Is het probleem de moeite waard om opgelost te worden?” De tweede keer na het doorlopen van de karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen en dus, terug in het midden, gaat men de belangrijkheid van de zogenaamde ‘delta’ na.  Die delta is het verschil tussen de huidige situatie (linker lus van het model) en de gewenste situatie (rechter lus van het model) en dus de belangrijkheid van het probleem. De bijhorende vraag is : “Is dit verschil groot genoeg zodat de creatiespanning ons tot actie noopt?” of nog “Is het sop de kool wel waard?”

Diepte. De complexiteit van de vraag (het probleem) wordt tijdens de eerste karakteristiek nagegaan. Hebben wij wel genoeg data om die complexiteit te beschrijven?

Relevantie. De relevantie vraag dient van in het begin gesteld te worden. De gebruikte data dienen uiteraard relevant te zijn voor het beantwoorden van de vraag.

De relevantie vraag komt terug bij in de beslissingsfase. Met name in de vorm van de vraag: “Zijn de voorgestelde antwoorden op de vraag relevant?”

Eerlijkheid Eerlijkheid is een onderdeel van de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie. De informatie die men geeft dient eerlijke informatie te zijn, conform de werkelijkheid. Het dienen met andere wooorden ‘Feiten’ te zijn. En als het interpretaties zijn dient dit ook ze te worden aangegeven. Een vaardigheid horend bij de eerste karakteristiek is Bevestigend Parafraseren. Men dient in alle eerlijkheid te bevestigen en dus niet een parafrasering goedkeuren die je in feite niet correct vindt. Want in dat geval is men niet eerlijk. Een andere vaardigheid, Nederig Vragen hoort bij tweede karakteristiek. Daarbij gaan we er van uit dat de ander eerlijk zal antwoorden op m’n nederige vragen en geen ‘politiek correct’ antwoord zal geven.

Accuraatheid. De tweede vaardigheid van de 1ste karakteristiek is Bepleiten en Bevragen, dit is pleiten voor eigen meningen en daar horen vragen bij naar de accuraatheid van die stellingen. Die vragen staan hierboven geformuleerd.

Precisie. Bijkomende vragen rond de stellingen van de deelnemers aan het gesprek. Hoe precies zijn die? Op wat zijn die gebaseerd?

Breedte. Dit is, in mijn theorie, de kleine staande acht in de linker lus van de grote liggende acht. Daarbij worden de referentiekaders (tweede karakteristiek) getoetst aan de werkelijkheid (eerste karakteristiek). Het heeft ook betrekking op de verschillende ‘gekleurde brillen’ die aan zet zijn (tweede karakteristiek) waardoorheen men de werkelijkheid (eerste karakteristiek) ziet. In de breedte houden we rekening met de verschillende perspectieven. Meer nog we creëren een Gedeelde Mening met betrekking tot de cruciale vraag. Gedeelde mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan  de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen en ze als legitiem aanvaarden en uiteindelijk die vraag of het probleem éénduidig waarderend begrijpen (i.e. de Gedeelde Mening). Dit is een conditio sine qua non voor het uiteindelijk vinden van de broodnodige oplossingen.

Logica. De logica dient nagegaan te worden op het eind van de eerste lus (zit er logica in het waarderend begrepen probleem en in onze gedeelde mening betreffende de cruciale vraag) en tijdens de besluitvorming (derde karakteristiek)

De hulpvragen in dit deel dienen eigenlijk Socratische vragen te zijn. Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemers aan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

[i] Deze column is gebaseerd op een nota van de cursus Filosofie van het eerste jaar Sociaal Werk aan de UCLL (Docenten Rottiers S. en Lleshi Gjonpalaj B. – academiejaar 2020-2021).

[ii] Roels, J.  (2012). Cruciale dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iii] Roels, J. (2001). Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant.

[iv]Paul, R. & Elder, L. (2007). Critical Thinking Competency Standards. Standards, Principles, Performance Indicators, and Outcomes. With a Critical Thinking Master Rubric. The Foundation for Critical Thinking.

[v] Paul, R. & Elder, L. (2008). The Thinker’s Guide to Critical and Creative Thinking. Foundation for Critical Thinking Press.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXIV

EPILOOG:

BLIJF WAKKER, BLIJF VERWONDERD

I wanted to know my story, and your story. Felt like I needed to understand as much of it as I could in order to understand myself. You know, who was I? And where I came from and what that meant. What did it mean to my family? Where was I going? And where were we going together as a people? … 

But most of all, more than anything else, d to be able to tell that story well to you. That was my young promise to myself, and this was my young promise to you. 

From when I was a very young man, I took my fun very seriously, you know. And this is what I pursue as my service, I still believe in it as such. 

This is what I have presented to you all these years. s my long and noisy prayer, as my magic trick.[i]

– Bruce Springsteen

Springsteen on Broadway – Dancing in the Dark (Introduction) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, we zijn aan het eind gekomen van een lange trip. Een met niet minder dan vierenveertig etappes. In het voorwoord schreef ik dat ik deze serie columns startte om jullie een blijvend ruggensteuntje te geven bij het vervullen van jullie levensopdracht: wendbaar en weerbaar blijven. De serie kreeg de titel Blijf Wakker! omdat ik er van overtuigd ben dat jullie nog steeds uit de ijzeren greep van de Vicieuze Cirkel zijn gebleven en daardoor nog verbonden met jullie Intrinsieke Waarde. Hoe het daarmee nu, wanneer jullie dit lezen, gesteld is, kan ik niet bevroeden. Het voorwoord van de serie werd gepubliceerd in oktober 2018 en deze epiloog wordt nu, pakweg twee jaar later, gepubliceerd (1 september 2020). Wel schreef ik de ruwe versie ervan eind augustus 2019. Waarom? Ik wou de klus zo vlug mogelijk klaren, want men weet maar nooit.  Ten einde jullie niet te zwaar te belasten, publiceerde ik slechts twee columns per kalender maand. Dit klokvast op de eerste en de vijftiende van elke maand. 

Ik schreef deze columns ook om m’n laatste levensmissie concreet te maken:

Helping my Grandkids Creating their Lives while Staying their Original Self through Consistent Living Creative Interchange from Within.

Johan Roels

Wat er gedurende die twee jaar niet veranderde, waren de in snelheid toenemende ingrijpende veranderingen. Die veranderingen nopen jullie, nog meer dan voorheen, hoe langer hoe meer wendbaar en weerbaar te worden. Die uitdrukking werd onder meer gebruikt door Fons Leroy, directeur van de VDAB (2005-2019). Dit in een interview op het vrt één journaal van 7 oktober 2016, daags na de aankondiging van het massa ontslag van medewerkers bij ING België. Fons stelde toen dat we ons in de toekomst de sleutelvaardigheden, om in de snel veranderende (VUCA) wereld wendbaar en weerbaar te blijven, dringend eigen dienen te maken. Mij was het direct duidelijk dat men, om wendbaar (i.e. pro-actief) en weerbaar (i.e. re-actief) te blijven, de vaardigheden van Creatieve wisselwerking van binnenuit dient te beleven.

Daarom behandelen 26 van de voorgaande columns het creatief wisselwerkingsproces. Dit in de vorm van antwoorden op cruciale levensvragen. Daarbij werden de vier karakteristieken, acht basiscondities en zestien vaardigheden van dat unieke proces zo duidelijk mogelijk uitgewerkt. De inhoud van die columns werd ook verteerbaaarder gemaakt door het inlassen van persoonlijke anekdotes. Daarenboven behandelen 15 bijkomende columns cruciale aspecten van het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Hoe de columns daadwerkelijk gebruiken?

God have mercy on the man

Who doubts what he’s sure of.[ii]

– Bruce Springsteen

Mijn gebruik van bovenstaande quote van Bruce Springsteen onderstreept dat ik de waarheid niet in pacht heb en mijn denkkader steeds in vraag stel. Dit doe ik uiteraard door gebruik te maken van het creatief wisselwerkingsproces. Wat ik jullie aanraad is om, wanneer er iets niet loopt zoals jullie verwacht hebben, niet bij de pakken te blijven zitten en aan introspectie te doen. Dit laatste met behulp van wat ik het Cruciaal Dialoogmodel heb genoemd. Dit model is, zoals jullie weten, volledig gebaseerd op het creatief wisselwerkingsproces. Ik geef grif toe dat het model niet eenvoudig is wegens het beschrijven van een buitengewoon rijk en gelaagd proces. Het is wel een model waar ik zelf nog elke dag van leer. Wat ik zo onder meer geleerd heb is dat men, door het van binnenuit beleven Creatieve wisselwerking, er steeds meer waarderend van begrijpt en het proces daardoor ook steeds meer van z’n geheimen prijsgeeft.

Eloïse, Edward en Elvire, wat ik hier verder in deze epiloog neerpen, geeft aan hoe ik Creatieve wisselwerking en het model gebruik. Dit is geen evangelie want, zoals hierboven gesteld, heb ik de waarheid niet in pacht. Met andere woorden, het is enkel mijn waarheid niet de waarheid. Wat ik stel en zeg, is wel het beste wat ik hierover te zeggen heb. Daarmee voldoe ik aan het eerste van het tweevoudig commitment van Henry Nelson Wieman: “Geef steeds het beste van jezelf.” Zoals jullie weten is het tweede van dit tweevoudig commitment: “Ik sta steeds open om dat beste te verbeteren.” Hopelijk wordt dit ook jullie commitment!

Wanneer er in mijn leven echt iets voorvalt, dat ik niet had verwacht en/of bezwaarlijk positief te noemen is, ga ik eerst na met welke karakteristiek van Creatieve wisselwerking het gebeuren vooral te maken heeft. Dit zijn er, zoals jullie onderhand wel kunnen dromen, vier:

  • Authentieke Interactie (die ik Communicatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Waarderend Begrijpen (dat ik Appreciatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Creatieve Integratie (die ik Imaginatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Continu Transformeren (dat ik Transformatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog).

Wanneer het mij duidelijk is geworden welke karakteristiek echt te wensen overliet, zoem ik in op de basiscondities en de vaardigheden van de karakteristiek. Anders gesteld, ik tracht de angel van het probleem te vinden teneinde het te kunnen oplossen. Een overzicht:

  • Authentieke Interactie (Deel VI):
    • Vertrouwen en Openheid (Deel IX: Hoe openblijven en blijvend vertrouwen hebben?)
      • Het Formuleren van de Kernvraag (Deel X: Hoe correct een vraag formuleren?);
      • Het in balans brengen van Bepleiten en Bevragen (Deel XI: Dien ik mijn mening te bepleiten of naar de mening van de ander te vragen?);
      • Gebruiken en onderkennen van de Non-Verbale Communicatie (Deel XII: Hoe non-verbale communicatie ontcijferen?);
      • Bevestigen wat Herhaald werd (Deel XIII: Hoe bevestigend parafraseren?).
  • Waarderend Begrijpen (Deel XIV):
    • Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met Ambiguïteit (Deel XV: De voorwaarden met betrekking tot het Waarderend Begrijpen);
      • De kunst van het Nederig Vragen (Deel XVI: Hoe nederig vragen?)
      • Het Vinden van De Plus achter de Min (Deel XVII: Hoe plussen vinden achter de min?);
      • Het Integreren van Verschillen (Deel XVIII: Hoe verschillende inzichten integreren?);
      • Het gebruiken en in vraag stellen van Mentale Modellen (Deel XIX: Hoe Mentale Modellen in vraag stellen?).
  • Creatieve Integratie (Deel XXI):
    • Verbinden (Deel XXII: Hoe verbinden van ogenschijnlijk niet verbonden elementen?) en Creativiteit(Deel XXIII: Hoe creatiever worden?);
      • Herkaderen van de realiteit (Deel XXIV: Hoe herkaderen?);
      • Gebruik van Analogieën (Deel XXV: Hoe analogieën gebruiken?);
      • Gebruik van Metaforen (Deel XXVI: Hoe metaforen gebruiken?);
      • 4 Plussen en een Wens (Deel XXVII: Hoe synergie bekomen via ‘4 Plussen & 1 Wens’?);
  • Continu Transformeren (Deel XXIX)
    • Tenaciteit (Deel XXX: Hoe vasthoudendheid verhogen)? en Interafhankelijkheid (Deel XXXI: Hoe Interafhankelijkheid omarmen?);
      • Herhalen en Evaluatie (Deel XXXII: Hoe blijvend herhalen en evalueren van de activiteit?);
      • Feedback – Positive Reinforcement en Correctie (Deel XXXIII: Hoe correct feedback geven en krijgen?);
      • Durven Wijzigen – indien nodig (Deel XXXIV: Hoe van Koers durven veranderen?);
      • Procesbewustzijn (Deel XXXV: Hoe werkelijk bewust zijn van het proces?).

Bovenstaande opsomming kan ook in één beeld gevat worden:

Ook de nog niet vermelde columns kunnen mij helpen om het proces weer vlot te krijgen of het diepgaander te gebruiken. Het gaat meer bepaald om volgende columns:

  • Deel I: Hoe wendbaar en weerbaar blijven?
  • Deel II: Hoe zoveel mogelijk je Creatieve Zelf blijven?
  • Deel III: Wie ben ik?
  • Deel IV: Welke zijn mijn waarden en kernkwaliteiten?
  • Deel V: Hoe zit het met mijn persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement?
  • Deel XX: Wat te doen met de emotie van de gedeelde mening? (vraag die geplaatst wordt in het midden van het model)
  • Deel XXVIII: Hoe beslissen en niet blijven steken in besluiten? (vraag die geplaatst wordt in op het ‘tipping point’ tussen karakteristieken III en IV)
  • Deel XXXVI: Hoe Creatieve wisselwerking blijvend van binnenuit beleven (WATCH)?
  • Deel XXXVII: Hoe de valkuil van Sophie’s Choice vermijden?
  • Deel XXXVIII: Hoe licht leven in donkere tijden?
  • Deel XXXIX: Hoe sterk weer opslaan na zware tegenslag? 
  • Deel XXXX: Hoe omgaan met polariteiten?
  • Deel XXXXI: Hoe omgaan met een conflict?
  • Deel XXXXII: Hoe omgaan met een crisis?
  • Deel XXXXIII: Wat wil ik eigenlijk: Gelijk of Geluk?

Eloïse, Edward en Elvire, deze columns vormen een naslagwerk dat jullie kan helpen wendbaar en weerbaar te blijven.

Soms kunnen jullie, zoals hierboven beschreven, door reflectie nagaan welke column jullie in gegeven omstandigheden het best kan helpen. Zo komt het nogal eens voor dat het probleem niet duidelijk is. Zeker in groep heb ik het meermaals meegemaakt dat, het mij plots duidelijk werd dat de meerdere versies van het probleem, die zich in de Mindsets van de groepsleden bevonden, de oplossing ervan bemoeilijkten. Kortom, wees er steeds zeker van dat, wanneer in groep een probleem dient opgelost te worden, eenieder lid van die groep het probleem op eenzelfde manier, eenduidig dus, begrijpt. Daarbij helpt het om vaardigheid van deel X, het Formuleren van de Kernvraag, te beheersen. Ook zeer belangrijk vind ik het continu in vraag stellen van het eigen denkkader (Deel XIX). “Heb ik zelf een en ander wel correct waarderend begrepen?” en “Waarom ben ik zo zeker van mijn mening?” zijn vragen die mij daarbij helpen.

Eloïse, Edward en Elvire, uit eigen ervaring weet ik ook dat bij sommige tegenslagen de ganse reeks columns aan bod kan komen. Laat mij een voorbeeld geven uit m’n eigen leven. Jullie weten dat ik in september 2013 het verdict: ‘U heeft darmkanker” te horen kreeg. Dat was een kleine uppercut waar ik toch even diende van te bekomen. Wat ik met innerlijke zekerheid al maanden wist, werd door mijn specialist, Bruno Vermeersch, bevestigd. Gelijk krijgen is inderdaad niet altijd leuk! Wat heb ik in de daaropvolgende periode dan gedaan? Vooreerst heb ik, vanuit m’n waarden en kernkwaliteiten, volgende hamvragen gesteld: “Hoe wil ik gedurende de rest van m’n leven, met de wetenschap dat ik darmkanker heb, positief het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit beleven?” en “Hoe wens ik door mijn drie kleinkinderen herinnerd te worden?” Voor de beantwoording van deze vragen heb ik praktisch alle columns heb gebruikt. Een van de acties – naast het herschrijven van m’n levensvisie (zie hoger) – die er uiteindelijk uit voortvloeiden, was het effectief schrijven van deze columns om mezelf en jullie drie wendbaar en weerbaar te houden.

Success is not a destination, but the road you’re on.

Being successful means that you’re working hard 

And walking your walk every day.

You can live your dream by working hard towards it.

That’s living your dream

Marion Wayans

Het creatief wisselwerkingsproces laat zich niet controleren. Dus kan ik ook geen recept schrijven met betrekking tot hoe jullie dit proces dienen te beleven. Dit zullen jullie zelf moeten leren en dit juist door het proces continu van binnenuit te beleven! En dit met vallen en opstaan… Deze reeks is enkel een hulpmiddel en een naslagwerk om jullie bij die levenstaak te ondersteunen, niet meer en niet minder. Ik wens jullie het allerbeste toe tijdens jullie levenstocht en vergeet niet: “De reis is belangrijker dan het doel!”

De 44 columns samengevat in één song!

Gedurende de laatste etappes van mijn eigen tocht vind ik inspiratie in de tekst van Leonard Cohen’s lied ‘Anthem’ uit z’n album ‘The Future’ (1992), met de boodschap van hoop in donkere tijden (Deel XXXVIII). Dit lied vat de 44 columns op een enige manier samen.

De eerste strofe maakt mij duidelijk dat men elke dag opnieuw het creatief wisselwerkingsproces dient te beleven; dus in het nu. Dat men bovendien niet langer achteruit mag kijken dan strikt nodig, en dan enkel om lessen uit dat verleden te trekken teneinde er effectief iets mee te doen in het nu. Men mag zich ook niet verliezen in dromen over de toekomst. Op zich is het hebben van een droom goed, het zich verliezen in dromerij is dat helemaal niet. Een droom is een richtsnoer, dat men nodig heeft om het in het nu te volgen. Men creëert de toekomst die men wil in het nu; niet in het verleden en ook niet in de toekomst! Het helder bewust leven in het nu is verre van gemakkelijk. Dit is een van de weinige zekerheden die in het nieuwe paradigma overheid is gebleven. Het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking (waarvoor in het lied de duif als metafoor wordt gebruikt) is en blijft vechten tegen de persoonlijke Vicieuze Cirkel:

The birds they sang
At the break of day
Start again
I heard them say
Don’t dwell on what
Has passed away
Or what is yet to be
Yeah the wars they will
Be fought again
The holy dove
She will be caught again
Bought and sold
And bought again
The dove is never free

Het refrein herinnert mij er aan dat ik het beste van mezelf dien te geven en niet mag wachten tot wat ik doe perfect is. Imperfectie is geen probleem, want door elke imperfectie (‘the crack’) komt The Light (het licht) binnen. The Light is wat Yoda The Force noemt, met name Creatieve wisselwerking.

Leonard Cohen zei ooit, vertaald in het Nederlands, over dat refrein het volgende:

De toekomst is geen excuus om afstand te doen van je eigen persoonlijke verantwoordelijkheden ten opzichte van jezelf, je werk en jouw liefde. “Laat de klokken, die dat nog steeds, kunnen klinken.” Ze zijn met weinig, maar je kunt ze vinden.

Dit refrein gaat als volgt:


Ring the bells (ring the bells) that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

Er bestaan verschillende verhalen over waarop Leonard Cohen zijn beroemd geworden quote – There is a crack in everything. That’s how the light gets in – baseerde . Voor mij is de meest plausibele verklaring dat zijn bron een verhaal was uit het boek van de Boeddhist Meditatie leraar, Jack Kornfield, ‘A Path With Heart’[iii] (Cohen werd zelf Boeddhist met de bedoeling ‘heel’ uit een zware depressie te komen, wat na jaren verblijf in een Californisch Zen Boeddhistisch klooster uiteindelijk lukte[iv]). 

Het bewuste verhaal gaat over een jonge man waarvan een been diende geamputeerd te worden teneinde hem te redden van een gewisse dood. Die jongen leed aan een agressieve beenkanker. De kanker werd effectief overwonnen. Om het trauma veroorzaakt door het verlies van een been te kunnen verwerken, werd hij intensief begeleid door een vrouwelijke dokter, Naomi Remen. Deze arts gebruikte onder meer kunst en meditatie om mensen, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk, te genezen. In het begin van zijn therapie tekende de jongen op de rand van razernij zichzelf als een vaas met een lelijke barst. Wanneer hij, na jaren therapie en meditatie, de innerlijke vrede teruggevonden heeft, wordt hij door de arts confronteerd met een van z’n eerste tekeningen. Zijn directe reactie was: “Oh, deze tekening is niet afgewerkt.” De arts suggereerde om alsnog de tekening af te werken, wat hij deed. Hij bewoog een vinger over de dikke barst en zei tot de dokter: “Kijk eens naar die barst, daar komt het licht doorheen.” Hij nam een geel potlood en tekende het stromend licht doorheen de barst van het lichaam van de vaas en zei: “Onze harten kunnen sterk groeien op de gebroken plaatsen.”  

Ook de tweede strofe is een ode aan die imperfectie. Direct perfect, de oude slogan van de kwaliteitsgedachte van de jaren tachtig, is een leugen. Imperfectie, verbonden met continue verbetering door transformatie, is het nieuwe normaal. 

Het eigen commentaar van Leonard Cohen luidt als volgt:

Deze situatie kent geen perfecte oplossing. Dit is ook niet de plaats weer men dingen pefect maakt; noch in je huwelijk, noch in je werk, noch in je liefde voor jouw familie of land. Het leven is onvolmaakt. 

De strofe zelf luidt:


We asked for signs
The signs were sent
The birth betrayed
The marriage spent
Yeah the widowhood
Of every government
Signs for all to see

En terzelfdertijd dienen we er ons bewust te zijn van de hypocrisie van wat Leonard Cohen de “lawless crowed” en de “killers in high places” noemt. The Crack kan dus ook gezien worden als de scheur in de muren van corruptie, in regeringen en in de machtigen van deze aarde. Het gaat om structuren die ons omwikkelen, gevangen houden, van buiten naar binnen controleren en die de mensen tot slaaf maken en de middelen van de wereld knechten. Maar zoals Leonard Cohen heb ik belsoten mij niet te laten knechten en dus niet tevreden te zijn met de status quo. Het gaat niet alleen over persoonlijke groei, het gaat ook om anderen te inspireren.


I can’t run no more
With that lawless crowd
While the killers in high places
Say their prayers out loud
But they’ve summoned, they’ve summoned up
A thundercloud
And they’re going to hear from me

Die laatste zin doet mij dan weer denken aan een uitspraak van Martin Luther King: “We must speak with all the humility that is appropriate to our limited vision, but we must speak.” Dat is in essentie wat ik heb gedaan; en dit in 44 columns!

De strofe wordt gevolgd door het refrein, dat oproept om zowel wakker als authentiek te blijven. Leonard Cohen zegt daarover:

Er is een scheur in alles wat je kunt samenstellen: fysieke objecten, mindsets, kortom constructies van welke aard dan ook, fysiek of mentaal. Er is echter hoop, want een scheur is waar het licht binnenkomt, waar de opstanding is, waar de terugkeer en de berouw is. Het is de confrontatie van de gebrokenheid der dingen.

Door die gebrokenheid groeien we omdat we beseffen dat alles wat gebroken is op een of andere manier kan hersteld worden, terug ‘heel’ gemaakt worden.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

De laatste strofe is een oproep tot synergie. Hetgeen ik dan uiteraard interpreteer als een oproep tot het van binnenuit beleven van Creatieve wissselwerking, dat ook voor Leonard Cohen synoniem is van Liefde: 


You can add up the parts
You won’t have the sum
You can strike up the march
There is no drum
Every heart, every heart to love will come
But like a refugee

Om die laatste zin ‘But like a refugee’ waarderend te kunnen begrijpen dient men te overwegen dat Leonard Cohen sterk beïnvloed was door het Boeddhisme. Dus kan die zin een specifieke Boeddhistische betekenis hebben, want er bestaat een Boeddhistische ceremonie, “Taking Refuge (Toevlucht zoeken)” genaamd. De uitgesproken geloften tijdens deze ceremonie zijn: “Ik zoek toevlucht bij de Boeddha (de leraar), ik zoek toevlucht bij de darhma (de leerstellingen), ik zoek toevlucht bij de sangha (de gemeenschap van Boeddhisten).” Men doet deze geloften om iemands toewijding aan het boeddhistisch pad te versterken. 

Eloïse, Elvire en Elvire, het is niet verwonderlijk dat ik daarin Man’s Ultimate Commitment voor Creatieve wisselwerking zie. Ook Henry Nelson Wieman was beïnvloed door het Boeddhisme.

De betekenis van ‘toevlucht zoeken’ is een ietwat complex en potentieel verwarrend. Maar is Creatieve wisselwerking ook niet ‘Kunnen omgaan met ambiguïteit’?!? Volgens mijn interpretatie betekent ‘toevlucht zoeken’ het tegenovergestelde van wat men zou kunnen denken. Men zoekt geen toevlucht om veilig te zijn; men zoekt toevlucht als een verplichting die men zichzelf oplegt om de realiteit van ongegrondheid te ervaren (met andere woorden het tegenovergestelde van veiligheid in de zin van ‘securitiy’). Die veiligheid is overigens een illusie gebleken. Toevlucht zoeken tot Creatieve wisselwerking is bereid zijn om het eigen referentiekader (Mindset) in vraag te stellen en zich volledig open op te stellen en compleet wakker (i.e. helder bewust) te zijn. Het eigen referentiekader mordicus vasthouden komt neer op vasthouden wat een veilig en stabiel gevoel geeft. Dit is de identiteit van de gecreëeerde zelf. Meestal laat men de gecreëerde zelf maar los in tijden van wanhoop en wanneer we de zekerheden uit elkaar zien vallen. 

Er is ook een link met de vluchteling (refugee) in de gebruikelijke zin van het woord. Die vlucht voor vervolging of nare situatie in haar of zijn thuisland, in de hoop vrijheid en een betere situatie in een ander land. Het boeddhisme zegt, vertaald in Creatieve wisselwerking taal, dat we in onze gecreëerde zelf vast zitten. Dat we gevangenen zijn van onze eigen Vicieuze Cirkel met z’n gehechtheden aan eigen concepten en denkkaders. We zitten gevangen in onze Mindset en dienen toevlucht zoeken in het creatief wisselwerkingsproces teneinde onszelf te bevrijden van die boeien. Daartoe dienen we op elk ogenblik open en wakker te zijn.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
Ring the bells that still can ring (ring the bells that still can ring)
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in

En tot slot nog een ‘wijze gedachte’ in de vorm van volgende quote:

“The real act of discovery consists not in finding new lands,

But in seeing with new eyes.”

Marcel Proust

Creatively,

Jullie Opa, die zielsveel van jullie houdt,

Johan 


[i] Bruce Springsteen, Quote uit Dancing in the Dark (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Collumbia Records, 2018

[ii] Bruce Springsteen. Quote uit Brilliant disguise song uit de studioalbum Tunnel of Love, Columbia Records, 1987.

[iii] Jack Kornfield. A Path With Heart. The Classic Guide Through the Perils and promisses of Spiritual Life. London: Rider, an imprint of Ebury Press, Random House. 2002. Bladzijde 48.

[iv] https://time.com/4570605/marina-abramovic-leonard-cohen/

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXII

HOE OMGAAN MET EEN CRISIS? 

Ik gleed terug naar de afgrond waar woede, angst, wantrouwen, onzekerheid en het familietrekje mysogenie streedt met mijn betere engelen. Het was alweer de angst om iets te hebben, om iemand in mijn leven toe te laten, van iemand te houden, die een orkest van toeters en bellen liet afgaan en een heftige reactie opriep. Wie zou voor mij zorgen, van mij houden? De echte ik[i]

– Bruce Springsteen 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het omgaan met een crisis. Ook Bruce Springsteen belandde in een zware crisis, zoals de bovenstaande quote uit z’n boek ‘Born to Run’ aangeeft. Zijn echte ik, die hij verborg achter een façade van zorgeloosheid, was in crisis. In mijn taal betekent dit dat de Originele Zelf van Bruce in crisis was. Ook ik belandde ooit in een existentiële crisis. Nu ben ik er van overtuigd dat de kans groot is dat zowat eenieder ooit in een crisis belandt, dus ook jullie riskeren dit. Vandaar dat ik er deze column aan wijd. Ze is uiteraard gebaseerd op mijn eigen ervaringen en ook, en vooral, op wat ik leerde van m’n vierde (geestelijke) vader, Paul de Sauvigny de Blot SJ.

Wat is dat “een crisis”?

Paul de Blot SJ leerde mij inzien dat een crisis eigenlijk een vernieuwing is. Wij zijn het ons niet steeds bewust, maar wij evolueren, alles vernieuwt zich. Kijk bijvoorbeeld eens naar één van jullie handen. Dit is niet alleen een hand, het is ook een continu veranderingsproces! Continu sterven er cellen af en worden er nieuwe gecreëerd. Of het nu we willen of niet, onze ganse omgeving verandert. Het klimaat verandert, de bevolking verandert, het milieu verandert, de technologie verandert, kortom alles verandert. Bovendien zitten deze veranderingen momenteel in een stroomversnelling.

Wat betekent dit concreet.  Laat mij een voorbeeld geven: wanneer men vroeger afstudeerde dan was men voor het hele leven klaar. Wanneer men nu afstudeert is het diploma, op het moment dat men het krijgt, al verouderd. Hoe komt dat? De omgeving verandert zo radicaal en zo snel dat de gevolgde opleiding er niet meer in past. Er komen bovendien beroepen op ons af waarvoor er nog geen opleidingen bestaan. En elke opleiding veroudert heel snel indien men geen ervaring opdoet en daar niet van leert. Men dient continu bij te leren om continu te verbeteren!

Wat gebeurt er wanneer men transformeert? Dan raakt men de oude zekerheden kwijt. Men is gewend aan die zekerheden en die verliest men. En als men die kwijt is, komt men in een crisis terecht. De illusie van het verleden, zekerheid, is de oorzaak van de crisis van vandaag.

Neem nu de vroegere wereld van de grootbanken die ik heb gekend. Men was toen vriendelijk, klantgericht en toen kwam het devies ”we moeten meer geld maken!”. In die periode verdween ook de “goudstandaard”. Jullie hebben die tijd nooit gekend, maar toen men nog de “goudstandaard” hanteerde, was de hoeveelheid geld in omloop gerelateerd aan de goudreserve. Het laten schieten van de goudstandaard betekende vrij spel voor het drukken van geld. Toen kwam de verleiding. Geld kan geld maken en wie het meeste geld maakt krijgt een bonus. Gevolg, de klant werd vergeten, het ging hem om de bonus. Prachtig, iedereen wist dat, als men bij de bank op een zeker niveau kwam men een bonus kon verdienen… en dan werd men rijk! In 2008 zat plots de klad erin…Crisis! En in dezelfde periode kwam ook ik in een existentiële crisis. Ik was mijn zekerheden kwijt en belandde in een diepe depressie.

Verandering om te vernieuwen. Elke vernieuwing betekent in essentie crisis. In de natuur zijn er eigenlijk maar drie momenten van belang: een plant wordt geboren, gaat dood en creëert nieuw leven. Inderdaad, een plant wordt oud, krijgt zaadjes, sterft af en de zaadjes komen op. Het zaadje creëert precies dezelfde plant als de moederplant … of toch niet helemaal. De nieuwe plant heeft zich namelijk aangepast aan de veranderde omgeving. De nieuwe plant is anders, sterker en beter bestand tegen de bedreigingen van de nieuwe omgeving.

Crisis. Men moet sterven om nieuw leven te creëren. De mens stribbelt echter tegen, de mens verdomt het om dood te gaan. De mens doet er alles aan om in leven te blijven, ook al wordt dat overleven onbetaalbaar. De mens creëert ook organisaties die moeten blijven leven; hoe ouderwets en aftands die ook worden.

Dit was het verhaal van het eerste bedrijf waarin ik werkte: ‘den Kuhlmann’. Ook dat bedrijf diende, kost wat kost, te blijven leven. Hoewel het niet meer paste in de nieuwe omgeving (verouderde processen en wegdeemsterende producten) bleef men het artificieel in leven houden. De crisis kondigde zich aan en de doodstrijd duurde zo’n twintig jaar.

Sterven heeft anderzijds iets geweldigs. Alles moet sterven om tot nieuw leven te komen. We hebben prachtige idealen, we hebben prachtige ideeën… maar die verouderen snel. Het is ofwel sterven of drastisch transformeren. Het resultaat daarvan is hetzelfde: een nieuwe mens, een nieuwe organisatie!

Het leven is zakendoen

Eloïse, Edward en Elvire, als puntje bij paaltje komt, gaat het in het leven om het doen van zaken. Het gaat niet om religie, niet om het nastreven van een esoterisch ideaal. Het gaat om zakendoen, keihard zakendoen.

Wat bedoel ik met zakendoen? 

Het zit ‘m in het doen, in het realisme en is gericht naar een doel (zo goed mogelijk ‘overleven’):

Dat is dus één aspect; zakendoen met zin voor realisme. Realisme inzake de tastbare werkelijkheid en het niveau van de hardware! Bij het zakendoen dient men effectief en efficiënt te zijn en daarbij moet men realist zijn. Dit om de eenvoudige reden dat, indien men geen realist is, men niet deskundig is en daardoor faalt in het zakendoen.

Neem het verhaal van de hogesnelheidstrein in Nederland. Prachtig en duur concept. Het duurde jaren voor hij reed. Op een zeker moment werd een commissie samengeroepen om na te gaan waarom het project vastliep. De commissie legde na drie maanden de verzamelde gegevens vast in een rapport, met aanbevelingen. Dan verliepennog eens drie maanden om de implementatie van de aanbevelingen voor te bereiden: na zes maanden werden die eindelijk uitgevoerd, en … die acties waren geen succes! Hoe kwam dat? Na zes maanden werd een vernieuwing doorgevoerd gebaseerd op oude data. De omgeving was ondertussen reeds grondig veranderd, dus was de mislukking in de sterren geschreven. Weer nieuwe planning, weer nieuwe controle, weer nieuwe bijsturing… die mislukte weer. Elke planning mislukt per sé als ze niet tijdens de uitvoering aangepast wordt aan de vernieuwde werkelijkheid en dus aan de realiteit.

Dit noem ik realisme. Realisme betekent continu kijken naar de werkelijkheid en zich aan die realiteit aanpassen. Als men effectief en efficiënt wil werken, dient men te luisteren naar wat de omgeving nodig heeft. Dat betekent dat men deskundig moet zijn in het eigen vakgebied. Kortom, deskundig zakendoen door realisme!

Wat hebben jullie te maken met zakendoen?

Eloïse, Edward en Elvire, we maken allemaal deel uit van een gezin. Een gezin is ook een zaak, noem het voor mijn part een miniorganisatie. Ook een gezin moet winst maken. Ook een gezin moet overleven. Als er niets wordt verdiend dan komt er geen brood op de plank. Ook een gezin moet zakendoen: realist zijn en doen, presteren!

Men moet blijven presteren en dat presteren wordt steeds moeilijker naarmate de omgeving verandert en sneller verandert. Men heeft een goede, prachtige baan voor het verdere leven. Dat dacht men althans, en dan gaat het bedrijf op de fles, wat nu? Dan moet men sterven en opnieuw beginnen. En hier zit het probleem van de crisis. Een crisis is altijd vernieuwing en nieuwe kansen op het DOE niveau. Neem bijvoorbeeld mijn eerst professionele leven als ingenieur in een chemisch bedrijf. 

In de zeventien jaar dat ik er werkte, veranderde de fabriek liefst negen keer van naam, hoewel ze in de volksmond steevast “den Kuhlmann” bleef heten. Ik was aan de slag bij het IIB in Den Haag en woonde in Leidschendam, pas gehuwd met “ons Rita”(AKA Bonnie), toen begin 1971 mijn vader een brief opende die aan mij was gericht. 

Hij stuurde mij die brief door met een begeleidend schrijven, waarin hij zich excuseerde voor het verkeerdelijk openen van een aan mij gerichte brief en een hem typerend commentaar gaf. De brief kwam van “den Kuhlmann” met het bericht dat de baan, waarvoor ik een jaar eerder had gepostuleerd, nu eindelijk aan mij was toegewezen. Het commentaar van vader, dat ik nog ergens in mijn archieven moet hebben: “Aannemen Jan! Het wordt stukken beter betaald en het is even vast als een staatsbetrekking”. 

Tijdens de opstartperiode van de nieuwe zwavelzuurafdeling dat jaar wist één van de arbeiders mij tijdens onze shift te vertellen, dat “je moeder en je vader vermoorden” niet voldoende was om bij “den Kuhlmann” ontslagen te worden. Daar begon je om er veertig jaar nadien met pensioen te gaan. 

Het werd geen veertig jaar, nog niet de helft. In de jaren tachtig werden de fosfaten bij wet om milieuredenen uit de waspoeders gebannen. Een afdeling van ons bedrijf werd gesloten (als eerste van de zeven TPP-productie-eenheden van de groep, het Franse hemd was nader dan de Vlaamse rok). Als spin-off diende er gereorganiseerd te worden en als oplossing voor het probleem – dat mij was voorgelegd: “U moet één van de vijf bedienden van uw afdeling ontslaan” – stelde ik mijn directie voor mij te ontslaan. Ik diende niet letterlijk dood te gaan, maar wel grondig te transformeren. Ik kwam daardoor in mijn tweede professionele leven terecht. 

Wat gebeurt er als je telkens moet vernieuwen en zich aanpassen?

Eloïse, Edward en Elvire, als men het goed doet, krijgt men nog meer werk en riskeert men overspannen te raken. Binnen een zekere tijd loopt men tegen een burn-out aan. 

Het aantal burn-outs en depressies nemen exponentieel toe en dat is onheilspellend. We riskeren daardoor dat de sociale zekerheid de kalmeringsmiddelen en antidepressiva niet meer zal vergoeden wanneer jullie aan de beurt zijn. Dat de medicatie, wanneer die echt nodig zijn, niet meer zal terugbetaald worden door de mutualiteit. 

Het doen werkt burn-out in de hand. Het doen heeft namelijk energie nodig. Burn-out wreet energie. Lichamelijk krijgen we energie door te eten. Door de stress wordt men een veelvraat en wordt men moddervet. Dan heb je bij wijze van spreken bijkomende energie nodig om terug mager te worden. Ook de natuur geeft energie. Als men moe wordt gaat men naar het strand, naar het bos, … recreatie noemen ze dat. De natuur geeft energie. Maar de natuur, dat zijn wij. In ons lichaam zitten dezelfde elementen als in de natuur: ijzer, fosfor, calcium, noem maar op. Vervuil je de natuur dan vervuil je jezelf! Op dit moment vervuilen we ons lichaam omdat we de natuur vervuilen. Daardoor hebben we te weinig energie, dat versterkt de burn-out.

Waar halen we dan de energie vandaan?

We hebben in feite genoeg energie, die zit in onze geest. We zijn mensen met ziel en lichaam. De geest is de bron van de energie op het ZIJN niveau.

Hoe dienen jullie bovenstaande tekening te lezen?

Energie zit in inspiratie, in bezieling en in het ZIJN. Eigenlijk zijn het DOEN en het ZIJN een proces. Het DOEN bevindt zich uiteraard op het DOE-niveau, op het niveau van de acties. Het ZIJN bevindt zich op het geestelijk niveau. Op het ZIJN-niveau gaat het om het diepste verlangen, voelen met je hart, van binnen naar buiten. Hier leeft het idealisme; het is het niveau van de soft-ware. De twee niveaus, ZIJN en DOEN zitten allebei in ons wezen, in ons gezin, in onze organisatie. Alleen gebruiken we die niet steeds op een correcte manier.

Eloïse, Edward en Elvire, gezien ik jullie grootvader ben, had ik alle gelegenheid om jullie te observeren. En wat zag ik onder andere? Wanneer een kind leuk speelt dan wordt het niet moe, dan wil het niet naar bed. Waarom niet? … Energie te over! Als je met plezier werkt dan word je niet gauw moe.

Het gaat om het energieproces. Dat we je bezielt …, je droom.          

Bij het doen, bij het presteren, controleert men. Controle van prestaties is altijd achteraf, nooit vooraf. Men kan de prestaties in de toekomst niet vooraf controleren want die kan men niet meten. Men controleert de toekomst niet op het DOE-niveau. Verrassend genoeg controleert men de toekomst op het ZIJN-niveau:

Ik wil rijk worden…Ik wil gelukkig worden…Ik wil de wereld zien…Ik wil mijn gezin gelukkig maken…Ik wil de armen helpen…

Dit is controle van binnenuit, vanuit idealen, dromen en het verlangen; die geven energie! Op het ZIJN-niveau schep je ruimte voor tegenstellingen. Alles is uniek. We vullen elkaar aan, en verrijken elkaar.

Hoe brengen we het DOEN en ZIJN bij elkaar? 

Men moet er dus voor zorgen dat de lichamelijke energie (het doen, de acties) altijd afgesteld is op je geestelijke energie (het zijn, de talenten, het hoger doel). Anders werkt het plan niet. Verbindt deze twee met elkaar en zorg dat ze samenwerken. Anders gesteld, er dient interactie te zijn.

Het is dus de INTERACTIE die het ‘m doet! Interactie brengt die twee bij elkaar. Op het interactieniveau tussen DOEN en ZIJN gaat het om de verbinding tussen de inspiratie en het product, tussen idealisme en realisme. Het gaat om de INTERACTIE tussen mensen EN het overstijgen van de verschillen. Het gaat om Creatieve wisselwerking EN over de INTERACTIE met de veranderende omgeving: het niveau van de org-war.

Hoe kan men dat nu werkelijk doen? Met andere woorden: Hoe kan men datgene wat men doet bezielen? Hoe kan men haar of zijn droom realiseren? Het gaat het om: door het ZIJN-niveau het DOE-niveau ten volle mogelijk maken. Als men dit voor mekaar krijgt dan kan men heel wat grootse dingen verwezenlijken:

Werner von Braun was de grote Hitler deskundige op gebied van rakettechnologie. Hij kreeg de opdracht om een raket te bouwen die Londen kon treffen. Door zijn deelname aan het raketprogramma van Nazi Duitsland werd hij later heel controversieel. Hitlers’ opdracht werd op het einde van wereldoorlog II praktisch gerealiseerd: de V2 (de raket die Antwerpen teisterde). Na de oorlog werd Werner von Braun letterlijk naar de USA “gesmokkeld” (in feite had hij weinig keuze: de States of Rusland… hij koos voor de USA). 

Daar had hij heel veel tegenwerking van Washington en het Pentagon. Ze gaven Werner von Braun de opdracht een raket te ontwikkelen die Moskou kon treffen. Zijn droom echter was de ruimtevaart. De tegenwerking van de kant van de Senaat en het Pentagon was deels omwille van zijn nazi verleden, deels omdat hij zijn droom nastreefde, in plaats van raketten te ontwikkelen voor landsverdediging. 

Hij kreeg echter gelijk toen de Russen een serieuze voorsprong namen door het lanceren van achtereenvolgens de Spoetnik, de hond “Laika” en later de eerste man in de ruimte: Joeri Gagarin. Uiteindelijk slaagde Werner en zijn team waar de US Navy mislukte. Hij werd de geestelijke vader van de Saturnus V, de draagraket van het Apolo programma. Volgens deskundigen bereikten astronauten dankzij hem de maan, in juli 1969, tien jaar eerder dan dat zonder hem hadden kunnen doen. 

Von Braun en zijn kornuiten hadden plezier in wat ze deden. Ze hadden een droom, een missie: een cruciale bijdrage leveren aan de maanlanding en die werd een realiteit.. Hun droom, hun idealisme en hun deskundigheid (hun realisme) was de sleutel tot succes.

Eloïse, Edward en Elvire, weten jullie, de bankencrisis (2008 – 2009) werd uitgelokt door een gebrek aan deskundigheid. Hoe komt het toch dat banken niet met geld kunnen omgaan? Hoe komt het dat de banken zich hebben laten bedonderen door te riskante beleggingen? De voorgespiegelde winsten waren niet realistisch, dat wist eigenlijk iedereen. Door een graaicultuur en gebrek aan deskundigheid zijn de banken achteruitgeraakt en uiteindelijk in een crisis terechtgekomen. Of ze er iets uit geleerd hebben, blijft nog maar de vraag.

Zoals ik jullie al zei, begint het leerproces eigenlijk op het moment dat men afstudeert. Wat men gestudeerd heeft is geschiedenis. Men is gedoemd om continu te leren omdat de wereld continu verandert. Men moet dromen, men moet vernieuwen, men moet sterven en herrijzen. En dan komt men tot nieuwe zekerheden en uit de crisis.

Innerlijke zekerheid

We baseren ons continu op zekerheden van buitenaf: geld, macht, kennis, … die vallen weg bij een crisis. De zekerheden vallen weg en dat leidt uiteindelijk tot een burn-out! Een ding vergeten wij; dat er ook nog een andere zekerheid is: “de innerlijke zekerheid”. Een voorbeeld:

Een moeder zegt tot haar kind: “je bent ziek liefje”. Kind zegt: “ik ben niet ziek mama”. Moeder gaat met kind naar dokter. Dokter zegt: “Mevrouw, het kind mankeert niets”. Mama zegt: “Ik voel het dokter, mijn kind is ziek”. Een andere dokter wordt geraadpleegd en die vindt ook niets. Mama zegt: “Ik voel het dokter, mijn kind is ziek”. Ten slotte ontdekt een derde dokter een kwaal die moeilijk detecteerbaar is. De moeder voelde dat door haar “innerlijke zekerheid”.

Daar gaat het om, willen we de crisis overwinnen, dienen we “innerlijke zekerheid” te hebben. Die realiseert het DOEN op correcte wijze. Gedurende mijn leven heb ik heel wat ondernemers (entrepreneurs in de werkelijke zin van het woord) gekend die tot succes gekomen waren in een vakgebied waar ze niet echt voor gestudeerd hadden. Door innerlijke zekerheid voelden zij het aan, gingen ervoor en slaagden! 

En dit komt m.i. voornamelijk omdat “het geluk” je meestal “toevalt”. Alles wat gepland wordt is gedoemd om te mislukken. Wat is me dan wel gelukt? Wat me toeviel en ik mooi vond. Je diepste roeping is wat je toevalt en wat je mooi vindt en, uiteraard, waar je dan ten volle voor gaat.

Soms vragen mensen mij raad; ze zijn op een keerpunt gekomen en weten niet welke weg ze moeten inslaan. Ik raad hen dan aan om een dagboek te maken met op elke bladzijde twee kolommen: links worden de feiten geschreven, rechts de gevoelens. Men gebruikt daarbij kleuren: links de feiten in het blauw, rechts de gevoelens in het rood. 

Voorbeelden van mogelijke notities zijn: 

Ik had op dat moment die vergadering.               Ik voelde mij rot. 

We gingen naar een concert.                                 Ik voelde mij echt tevreden. 

Onder elke dag komt er een zin, die de dag samenvat en een cijfer: 1, 2 of 3. 1 is slecht, twee is gemiddeld, drie is goed. Elke week vraag ik hen na te kijken hoe de rode draad van hun gevoelens loopt. Waar had je plezier in, waar voelde jij je goed bij? 

Elke maand wordt geëvalueerd en die evaluatie wordt vastgelegd.

Na zes maand heeft men een goed inzicht in wat de persoonlijke droom, visie, idealisme en inspiratie is. Door evaluatie ontdekt men de rode draad en vindt men z’n roeping. Als men deze rode draad in het leven volgt zal men slagen. Waarom? Omdat men dingen zal doen waar men plezier in heeft. Dan doet men dingen waar men energie voor heeft, dingen die energie geven. Dan slaagt men. Als men iets MOET doen, dan geraakt de energie op aan die dingen die men doet omdat men ze MOET doen. Waar men de nadruk op legt en waar men aandacht aan besteed, inspireert. 

We controleren heel veel en door die controle worden de fouten in de verf gezet, benadrukt. Een anekdote uit het leven van Paul de Blot SJ:

Toen ik als kleine jongen nog maar pas kon fietsen zei mijn vader: fiets jij maar op ons grasveld, maar wees voorzichtig, rij niet tegen de boom aan. Op het grasveld stond welgeteld één boom. Ik fietste er rond en dacht constant: “ik mag die boom niet raken”, “ik mag er niet tegenaan rijden”, “niet tegen die boom aan rijden”… PATS, ik reed tegen die boom aan. Mijn vader zei: “je mag niet tegen die boom rijden” en …  ik reed er tegenaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer ik jullie zeg: “Je mag NIET aan een Roze Olifant denken” waar denken jullie dan ogenblikkelijk aan … Juist. Waar men aandacht aan besteedt dat benadrukt men. Wanneer iemand je op je fouten wijst, dan wil men die fouten per sé vermijden en… daardoor herhaalt men ze veelal wel.

Alle controlesystemen remmen energie af. Als men met de auto rijdt en gas geeft, dan kan men fouten maken en daardoor gaat men afremmen (om alles onder controle te krijgen). Wat gebeurt er als je tegelijk gas geeft en remt? Juist, de motor loopt warm. De bedrijven zitten momenteel vol “warmlopers”: er moet en gepresteerd worden en gecontroleerd. Laat die rem los, geef alleen gas. Maar opgelet, gebruik de toekomst op een wijze manier. Wat de risico’s daarbij zijn, heb ik beschreven in mijn boek ‘Creatieve wisselwerking[ii].

Wat betekent dat op organisatieniveau? Als puntje bij paaltje komt ligt het ganse controlesysteem, het “leiderschap” van ondernemingen in de handen van de shareholders, en dan voornamelijk de aandeelhouders. Volgens Paul de Blot is dit soort leiderschap niet meer goed. Het leiderschap moet volgens Paul niet liggen bij de shareholders, het dient te liggen bij de stakeholders. Het typische aan de meeste organisaties is dat men doet alsof de werknemers geen gezin hebben. Ik heb heel wat managementboeken gelezen en in geen enkel boek gevonden dat het gezin ook een stakeholder is, hoewel het mijns inziens de belangrijkste stakeholder is.

De Rabobank is sinds 2006 bezig met Rabo unplugged[iii]. Tot nog toe was het zo dat men in de bankwereld vijf dagen per week werkte van negen tot vijf. In de toekomst worden medewerkers gestimuleerd verantwoordelijkheid op te nemen. Ze bepalen zelf hoe ze het werk het beste kunnen doen. Ze hoeven hun werk niet op de vaste plaatsen en tijden uit te voeren en worden aangemoedigd om samen te werken en elkaars kennis te delen. De zes pijlers van Rabo unplugged zijn: tijd en plaats onafhankelijk werken, samenwerken, meer ondernemerschap, activiteiten gerelateerd werken, minder regels en meer eigen verantwoordelijkheid. De regels (wie, wat, waar, met wie, hoe,…) zijn niet belangrijk, als het werk maar goed gebeurt.

Dit wordt hopelijk de nieuwe trend van ondernemingen. Het gevolg is dat het realisme en de inspiratie samengebracht worden in de interactie, een wisselwerking die tegenstellingen samenbrengt. Laat ik dit nu illustreren met een oud verhaal:

In India was het in het verleden zo dat wanneer een slag werd verloren de sjeik de militairen, verantwoordelijk voor de verloren slag, ter dood veroordeelde. Het was een verschrikkelijke dood: ze werden in de krokodillenbak geworpen. Toen kwam er een nieuwe heerser aan het bewind en die vond die straf dan toch wel te hard en te onrechtvaardig: ze hadden namelijk geen enkele kans om te overleven. Dus werd er een wankel bamboe hangbruggetje over de krokodillenbak gespannen. Diegenen die er overheen kwamen waren vrij. De eerste waagde zijn kans… wiebelend, glibberig, … maar hij kwam er overheen… hij was vrij. Zijn kornuiten riepen hem toe: “Hoe heb je dit voor elkaar gekregen, makker?”. “Ik weet het niet” was zijn antwoord, “ik weet het niet”. Ik weet alleen dat toen ik naar links dreigde te vallen ik naar rechts overhelde en toen ik vlak daarop naar rechts dreigde om te kieperen, ik vlug naar links helde. Zo kwam ik er overheen. Oef! 

Eloïse, Edward en Elvire, dat is precies het geheim: er is geen recept voor. Er is inderdaad geen protocol om realisme en inspiratie, DOEN en ZIJN harmonieus bij elkaar te brengen. Dit kan enkel door INTERACTIE, door creatieve wisselwerking! Elke interactie is het beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Dit unieke, levend proces heb ik uitvoering beschreven in deze serie columns! 

Opeenvolgende paradigmashifts waren sleutelmomenten in mijn leven. Crisissen die uiteindelijk leidden naar nieuw leven. Een volledig overzicht kunnen jullie ook vinden op deze website. De overgang van het eerste naar mijn tweede professionele leven heb ik reeds meegegeven. De overgang van mijn tweede naar mijn derde leven kwam er toen ik plots de rechten van het product, dat voor tachtig procent van mijn omzet garant stond, verloor. Inderdaad had Det Norske Veritas het bedrijf van Frank. E. Bird Jr. overgenomen en ik diende mij te plooien naar hun wensen: “You’ll comply or we will kill you” waren letterlijk de woorden van de vicepresident. Zover kwam het gelukkig niet, maar die crisis was wel het begin van mijn derde leven. Ik kwam door die crisis in 1992 in contact met Charlie Palmgren en deze ontmoeting veranderde effectief mijn leven. Het creatief wisselwerkingsproces werd een essentieel onderdeel van mijn dienstverlening.

De verschillende interacties

Het beleven van het creatief wisselwerkingsproces gebeurt op verschillende niveaus.

De eerste interactie is lichamelijk. Ons lichaam en de natuur. Hoe hou je die gezond? De P van Planet. Maar er is ook de P van het DOEN: Profit en de P van het ZIJN: Pneuma, Pneuma betekent bezieling. INTERACTIE is er niet alleen met de natuur maar ook tussen mensen: samenwerking, de vriendschap onder elkaar: De P van People.

Wat gebeurt er als je synergetisch samenwerkt? Dan wordt het werk beter en creatiever gedaan. Dan wordt één plus één drie, vijf, ….tien: synergetische samenwerking.

Wat mij zo opviel in vele organisaties, wat het gekke is… niettegenstaande, of eerder door de moderne technologie, er is geen samenwerking meer. De uitvoerder krijgt via allerlei elektronische kanalen (e-mail verkeer) steeds maar meer opdrachten: je moet dit doen, je moet dat doen,… en er is hoe langer hoe minder persoonlijk contact. Bovendien werkt grootschaligheid het inzetten van deze technologische middelen in de hand. Dit werkt de samenwerking tegen. Daarom hebben grote bedrijven het moeilijk, sommige gaan zelfs daardoor over de kop. Kleinschaligheid echter werkt relatie in de hand en dan krijg je goede samenwerking: “small is beautiful”. 

Paul de Blot heeft een onderzoek gedaan naar falingen. Daaruit blijkt dat tien percent failliet gaat door gebrek aan kennis. Maar kennis kan je kopen – je haalt een interim-manager binnen en je bent gered. Dertig percent gaat failliet door gebrek aan samenwerking. Dat kan je niet kopen. Dit is geen kennis maar een vaardigheid, die niet iedereen gegeven is. Denkt u maar aan onze regeringsvorming (2010-2011en de huidige) en je begrijpt hoe moeilijk samenwerken kan zijn. Zestig percent gaat failliet door gebrek aan visie, idealisme, eenheid. Kortom door gebrek aan inspiratie en een droom. Men doet alsof alles van die 10% afhangt, dat is niet waar! De meeste faillissementen worden veroorzaakt door gebrek aan visie en inspiratie! Leiderschap wordt steeds minder rationeel en steeds meer relationeel. 

Men heeft daarbij op deze drie verschillende niveaus – DOEN, ZIJN en INTERACTIE – verschillende talen.

Op het eerste niveau krijg je de “digitale” taal. 

Daarbij wordt men verplicht het onderwerp (het paard) en het gezegde (wit) te vergelijken door het gebruik van het woordje “is” en te antwoorden met een ja of neen, dit is digitaal. In de Arabische en Oosterse wereld kennen ze geen koppelwerkwoorden. Wat zeggen die: Paard, wit, lopen, hard, op straat, regen, glad, gevaarlijk…. YES! Waar gaat de YES! om? De YES! is geen conclusie maar een commentaar. Een eigenlijk weinig zeggend commentaar: “ik heb je begrepen”. Geen conclusie in de zin van je hebt gelijk of niet.

Eloïse, Edward en Elvire, gedurende de olympiade in China bracht deze manier van praten en redeneren heel wat moeilijkheden met zich mee. Simpelweg omdat de Chinese taal geen ja en neen kent zoals de Westerse talen. Alles is ja. Wat is onze reactie daarop: ze zijn onbetrouwbaar, zij zeggen altijd ja en ze doen het nooit! Het is echter een andere Ja! Wat betekent die oosterse Ja!?!

Paard, wit, lopen, hard, op straat, regen, glad, gevaarlijk… YES! Ik zie dat. Ik zie een paard, dat loopt, hard loopt over een natte straat,… Ik breng dat over via de taal en wat zegt de andere: Ja, nu zie ik het ook!

Wat gebeurt daar werkelijk: Ik zie wat ik zie… Ik breng dat over… en Ja, de ander ziet het ook.

Wat zeggen wij in Vlaanderen? Wij zien wat we denken en wij denken wat wij zien. Wij zien eigenlijk praktisch nooit. Iemand glimlacht … Oh hij is blij denken we en misschien heeft hij wel kiespijn. We gaan meteen concluderen en interpreteren. Wij observeren praktisch nooit, wij luisteren praktisch nooit. Wij denken alleen, wij interpreteren. Wij zien wat we denken en wij denken wat wij zien. 

Het oosten kent geen “is”. Die zien wat ze zien. Daarom observeren ze zo goed. Let maar eens op. Ook immigranten spreken praktisch nooit met koppelwerkwoorden. “Ja gisteren mijn moeder ziek”. Een kind spreekt ook zo, want die zijn ook meesters in het observeren. Luister maar eens naar Elvire (toen drie jaar oud):

  • Mama, Mama Edward stout
  • Mama Edward erg stout, mij pijn gedaan!
  • Mama glas gevallen, glas gevallen, Edwardje stout
  • Mama Edward haar trekken, Edwardje stout

Een kind spreekt zonder koppelwerkwoorden, een kind observeert. Op school leren ze netjes praten: “Edward is stout”. Netjes praten noemen ze dat. Ze leren netjes praten en hun “leersnelheid” daalt zienderogen.

De tweede taal is de relatietaal.

Ik zie wat ik zie en ik breng het over. Wanneer men een gedicht leest, dan gebeurt dit in relatietaal. De Arabieren en joden hebben eigenlijk geen afzonderlijke woorden, alles is aan elkaar geschreven.  Het basis verschil tussen beide talen is: de Arabieren schrijven van rechts naar links en de joden van links naar rechts. Maar beide talen moet men lezen en uitspreken; anders begrijpt men niet wat er staat. 

Eloïse, Edward en Elvire, volgens Mehrabian brengen, wanneer er emotie bij te pas komt, de afzonderlijke woorden inderdaad maar tien procent van de boodschap over, de non verbale klanken en hints dertig procent en ten slotte de een non vocale “body language”: zestig! De relatietaal is een lichaamstaal: niet zozeer de woorden zijn belangrijk maar wel de “body language”. Deze taal is waarschijnlijk ouder dan de spreektaal. We kunnen deze relatietaal, vertrekkend van een aangeboren kern, verder aanleren. Daardoor krijgen we meer empathie, worden we verfijnder als mens. De relatietaal noem ik eigenlijk de Cruciale Dialogen taal gebaseerd op Creatieve wisselwerking.

Op het ZIJN-niveau vinden we meerdere talen.

Eerst de stilte taal

Wat betekent dat? De stilte taal is bijvoorbeeld de stilzwijgende kennis die een gezin heeft opgebouwd. Lees eens een verhaal van Paul de Blot SJ:

Een jonge man krijgt bezoek van zijn vriendin. Hij vertelt zijn moeder dat ze elkaar veel te vertellen hebben en ze trekken naar het strand. Zij blijven de hele nacht weg en komen onder de ochtend terug thuis. Moeder vraagt; “Wat hadden jullie elkaar te vertellen?” Zoon antwoord: “heel veel mama”. Wat hebben jullie dan verteld???”. Zoon: “heel veel mama”. Maar in werkelijkheid hebben ze geen woord gezegd. 

Begrijpen jullie dit? Misschien helpt volgend gedicht:

Ik kon niet zeggen wat ik voelde.

Ik heb het ook niet uitgelegd.

Maar toch wist jij wat ik bedoelde,

de stilte had het uitgelegd.

Als ik je kwetste of je griefde, in blijheid of in droefenis.

De liefde is pas echte liefde,

als stilte taal geworden is.

Oosterse Culturen hebben stilte talen. In Japan is het zo dat de tolk ook “de stilte” vertaald. Zij of hij vertaalt er niet gezegd wordt. In Westerse Culturen gebeurt dit niet, daar wordt enkel vertaald wat er effectief gezegd wordt. De stilte is een ZIJN-taal. 

Eloïse, Edward en Elvire, kunnen jullie het organigram geven van een gezin: wie is de directeur? Wie is de secretaris? Wie is de bestuurder? Niemand weet het. Een gezin ontstaat in stiltetaal. Soms is dit jullie moeder, soms Bonnie (als die er is), soms het zieke kind, soms is het Snoesje dat net weggelopen is…. Stiltetaal. Een gezin is opgebouwd uit stiltetaal. En die taal overbrugt de tegenstellingen.

Inderdaad bestaat deze miniorganisatie uit veel tegenstellingen. Laten we beginnen met de man-vrouw tegenstelling. Zowat de grootste tegenstelling in de natuur. Het begint dus met ouders en nadien de kinderen en kleinkinderen: drie generaties die per definitie tegengesteld zijn. In een gezin zijn er nooit twee gelijken. Ieder heeft zijn eigen identiteit en toch zijn er gezinnen die, nu nog steeds, levenslang bij elkaar blijven. Het gezin bouwt aan eenheid juist door deze tegenstellingen. Iedereen heeft zijn eigen rol en taak. De gezinsleden kunnen en willen niet gelijk zijn. Zij vullen elkaar aan. Ze zijn interafhankelijk. Hoe kan dat? Door zowel het zijn als door een droom: door de fantasietaal. Zij dromen van de toekomst, ze dromen dat die iets groots en iets moois wordt.

Vervolgens de Fantasietaal

De Samoa is een Maleisische eilandengroep. Daar worden in de huisgezinnen de dromen iedere morgen verteld en van commentaar voorzien. 

“Johnny wat heb je gedroomd?” vraagt vader. “Ik heb gedroomd van een tijger.” “Wat deed die tijger?” “Hij kwam naar me toe.” “Wat deed je dan?” “Ik vluchtte weg.” “Johnny, vannacht droom je weer van die tijger, maar dan jaag jij hem weg!”

De volgende morgen:

“Johnny wat heb je gedroomd?” vraagt vader. “Ik heb gedroomd van een tijger.” “Wat deed die tijger?”  “Hij kwam naar me toe.” Wat deed je dan”? “Ik ging naar de tijger toe en joeg hem weg.” “Wat deed die tijger?” “Die liep weg”

Stom verhaal, vind je ook niet? Waar gaat het eigenlijk over? Over de tijger die in jou zit! De angst voor de tijger verlamt jou in het zakendoen. De angst dat je faalt en dat je verliest, belemmert je in jouw succes en in het bereiken van je droom. Je wordt geleerd in je droom te vechten tegen de tijger: fantasietaal. Fantasietaal is nuttig voor jullie ZIJN als mens. Voel je nu wat die droom betekent?

Geef een kind een paar zaken, een stok en een deken bijvoorbeeld, en het speelt een heel verhaal. Elvire (6 jaar) speelt sneeuwwitje en Edward (8 jaar) een ridderverhaal: “Pas op opa je stapt in de slotgracht” Ik zie geen slotgracht, hij wel!. Fantasie tot en met en dat met heel weinig attributen. En elk kind maakt met dezelfde attributen een ander, een eigen verhaal! Edward gaat op in zijn ridderverhaal. Dan komt zijn grote zus Eloïse eraan en hij maakt haar tot zijn prinses. Want hij is de ridder… Eloïse, vier jaar ouder, gaat gretig mee in zijn fantasie.

Eloïse, Edward en Elvire, blijkbaar hebben jullie nu een computer (iPad, iPhone) nodig en software (apps, Netflix, Messenger, …). Wij hebben van alles nodig … maar veel fantasie hebben we niet meer! Alleen controlesystemen. Het kind heeft geen controlesystemen nodig, het heeft aan fantasietaal genoeg.

De derde ZIJN-taal: de “story” taal 

Ik vertelde daarnet het verhaal van die Indiase sultan en de conclusie was: harmonie. Harmonie was nodig om niet in de krokodillenbak terecht te komen. Als men iets echt wil onthouden, onthoudt men het best met behulp van een verhaal. Een verhaal dat je hart aanspreekt, vergeet men nooit meer. 

Het gaat om een verhaal dat gebeurtenissen verinnerlijkt. De taal van het persoonlijk verhaal is het delen ervan en het laten leven bij anderen. “Zijn verhaal is mijn verhaal”.

De vierde ZIJN-taal is de liefde

Dit is het belangrijkste waarde, zowel in een gezin als in een onderneming. Wat bedoel ik met liefde in een bedrijf? Liefde is in deze context iets doen voor de ander in wederkerigheid. Wanneer er geen wederkerigheid is, is er geen echte liefde. Liefde in het bedrijfsleven is niet altruïstisch. Er zit een essentie van wederkerigheid in. Het hart is daarbij wel degelijk aanwezig en de essentie van wederkerigheid leidt naar de essentie van ondernemen.

[i] Bruce Springsteen, Born to Run. Houten-Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/ Het Spectrum bv, & Tielt: Lannoo Uitgeverij, 2016. Bladzijde 349.

[ii] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven/Apeldoorn. Garant. 2001.

[iii] Willemien de Groot en Mariska de Rouw. Met Rabo Unplugged in verbinding met de wereld van morgen. Tijdschrift voor HRM, Editie 2011, N° 2, Bladzijden 48-54.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXI

HOE OMGAAN MET EEN CONFLICT

In 1976 stond Bruce Springsteen met zijn rug tegen de muur. 

Het jaar voordien was hij – na twee commerciële flops – wereldwijd doorgebroken met Born to Run. Maar het succes dreigde hem te vervreemden van alles wat hem dierbaar was, en een juridisch conflict met ex- manager Mike Appel belette hem om een opvolger op te nemen. Wat niet wil zeggen dat The Boss bleef zitten niksen. Hij schreef liefst zeventig songs waarvan er twee jaar later slechts tien op Darkness on the Edge of Town terecht zouden komen. 

De reden waarom Mike Appel en Bruce Springsteen met elkaar in proces lagen, was evident: de zanger had als jonge beginneling een contract getekend waarbij Appel, die naast manager ook producer en platenbaas was, niet alleen de artistieke controle had over wat hij deed, maar ook het merendeel van de rechten op diens nummers bezat. De zaak sleepte twee jaar aan, en beide partijen vertellen hun kant van het verhaal in The Promise. 

“Liever dan rijk en beroemd wilde ik goed zijn”, vertelt Springsteen in The Promise, en eerder dan een doorslagje van Born to Run te maken – iets waar zowel de platenfirma, manager Jon Landau als de E Street Band op aanstuurde – opteerde The Boss voor twee handen vol songs waarop de glamour ver te zoeken was. In plaats daarvan zong hij over het leven in de fabriek waar zijn vader werkte (‘Factory’), en spitsten de nummers zich toe op de zoektocht naar innerlijke kracht in situaties waar de voortekenen het slechtste doen vermoeden (‘Adam Raised a Cain’, ‘The Promised Land’)[i]

– Bart Steenhaut 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het omgaan met een conflict. Bruce Springsteen belandde in een hevig conflict met z’n manager Mike Appel en gaf deze wel de kans om zijn versie van het verhaal in de documentaire ‘The Promise’ te berde te brengen. Een conflict hoeft dus geen eeuwigdurende breuklijn te zijn.

Zoals jullie al ondervonden hebben, heeft ieder mens wel eens meningsverschillen, ruzies of conflicten. Dit kan over van alles gaan: belangrijke principes, idealistische overtuigingen, kleine onbenullige dingen, taakverdeling in het gezin (een voor jullie hele bekende, toch?!?). Kortom: over van alles en nog wat kunnen conflicten ontstaan. Conflicten ontstaan dus uit meningsverschillen en deze laatste zijn eigenlijk normale verschijnselen. Belangrijk daarbij is de manier waarop we met die verschillen omgaan. In principe hoeft verschil van mening niet tot ruzie of conflict te leiden. In de praktijk gebeurt dit echter vaak wel. 

Volgens mij komt dit omdat de meeste mensen niet geleerd hebben goed met ruzies om te gaan en ook omdat er bij een conflict meestal meer meespeelt dan alleen de inhoud of de kwestie op zich. Een conflict ontstaat, over het algemeen, omdat mensen, wanneer ze een meningsverschil hebben, niet meer naar elkaar luisteren. Soms is de inhoud van het meningsverschil op zich niet eens zo belangrijk, maar spelen niet luisteren naar elkaar, emoties en/of botsende persoonlijkheden een rol. Conflicten kunnen aanleiding geven tot spanning en stress. Dit komt omdat conflicten vaak emotioneel beladen zijn en gepaard kunnen gaan met boosheid, woede, angst, teleurstelling, schaamte, schuldgevoel of gevoelens van spijt of berouw. Conflicten zijn niets anders dan de vruchten van de Vicieuze Cirkel[ii].

Wat verstaan we onder een conflict

Er zijn meerdere definities van het begrip conflict. Het is wel belangrijk dat de partijen, die in een conflict verzeild geraakt zijn, een gedeelde mening hebben van wat een conflict nu eigenlijk is. Paul Huguenin[iii] (2004) omschrijft het als volgt:

Een conflict is een spanning, die ontstaat als strevingen, doelen, waarden, opvattingen, belangen en dergelijke van twee of meer mensen of groepen elkaar tegenwerken of uitsluiten.

Een specifiek conflict is een sociaal conflict. Daarbij streven minstens twee sociale systemen of subsystemen (organisaties, groepen, individuen) verschillende en elkaar – gedeeltelijk – uitsluitende doelen na. Bovendien is een conflict vaak dynamisch waardoor het vaak zinvol is om een conflict te analyseren als zich afspelend tussen twee subsystemen van een sociaal systeem.

Eloïse, Edward en Elvire, nog even ter verduidelijking; een systeem is op te vatten als een geheel van wisselwerkingen tussen onderdelen. De onderdelen alleen vormen niet het systeem, het is voornamelijk de wisselwerking tussen de onderdelen dat van die onderdelen een systeem maakt. Het voorbeeld dat ik wel duizendmaal gebruikt heb, is het volgende. Men kan een auto volledig demonteren en alle onderdelen uitstallen op een vloer. Men heeft dan wel de onderdelen, maar geen auto, en dus geen systeem meer. Door het uit elkaar halen van een systeem doodt men het! Inderdaad, men analyseert soms een levend systeem zodanig dat men het doodt. Een klassiek voorbeeld is het ontbinden van een probleem in de deelcomponenten ervan. Elk component tracht men dan te behandelen. Dit betekent geenszins dat daardoor het probleem opgelost wordt. Men knipt namelijk de interacties tussen de onderdelen door, waardoor de samenhang verdwijnt. Mijn voorbeeld is gebaseerd op een vraag die ik ooit Peter M. Senge hoorde stellen en die vrij vertaald als volgt luidt: “Wat heeft men wanneer men een koe in twee deelt?[iv]” Geen twee kleine koeien en wel twee helften dood vlees. Bij het delen doodt men het levend systeem. Een sociaal systeem kan men dus zien als een geheel van wederzijdse dynamische relaties of wisselwerkingen tussen groepen personen of personen. 

Verschillen van mening, tegengestelde opvattingen e.d. zijn dus niet automatisch conflicten. In het bijzonder is een zelfs immens groot verschil in opvattingen geen conflict als het proces verder verloopt als een overleg, waarin de ene partij luistert naar de argumenten van de andere, hieraan flink gewicht hecht en gericht is op het vinden van de meest correcte opvattingen. In deze serie columns heb ik dit ‘het zoeken van een gedeelde mening’ genoemd. Ook leiden tegengestelde opvattingen zelden tot een conflict wanneer er een verschil in status (macht en hiërarchie) is tussen de twee opponenten. Zo zal iemand die lager geplaatst is in een organisatie, veelal het hoofd buigen voor zijn legitieme baas, ook wanneer die een sterk afwijkende mening heeft. Het hemd is vaak nader dan de rok.

Het hebben van een conflict, is dat goed of is dat slecht?

Ook deze ‘of’ vraag beantwoord ik uiteraard met een fikse JA!

Eloïse, Edward en Elvire, conflicten komen overal voor en worden vaak als vervelend ervaren, maar hoeven niet per se of altijd negatief te zijn. Een conflict kan ook leiden tot een positieve uitkomst. Bijvoorbeeld, door te leiden tot de oplossing voor een lang slepend probleem dat heel lang heeft gewoekerd en tot veel spanning en stress heeft geleid. Het kan ook, hoewel het misschien tegenstrijdig klinkt, juist leiden tot een betere en diepere band tussen mensen.

Nuttige functie van een conflict

Conflicten hebben dus niet alleen een negatief karakter. Een conflict kan nuttig en verhelderend zijn. Hier enkele positieve functies van een conflict:

  • Bron van vernieuwing en verandering: een conflict kan de creativiteit en de nieuwsgierigheid van de betrokkenen verhogen. Het is een mogelijkheid waarin een probleem helder gemaakt wordt en een weg geopend wordt om het probleem op te lossen.
  • Bevestiging van de eigen identiteit: het conflict maakt dat de betrokkenen zich bewust worden van hun eigen positie en standpunt. Het maakt het verschil van beide partijen duidelijk en geeft ruimte om elkaar te leren begrijpen.
  • Motivatie: een conflict kan de motivatie verhogen om de eigen mogelijkheden te onderzoeken. Het doet een beroep op iemands fysieke en mentale inzet en creativiteit.
  • Reflectie: een conflict geeft de mogelijkheid om het eigen denkkader in vraag stellen en geeft daardoor ruimte om de eigen mindset transformeren.

Negatieve effect van een conflict: stress

Gezien een conflict een vrucht is van de Vicieuze Cirkel is stress per definitie een negatief effect van een conflict. Als een individu of een organisatie het nuttige effect van het conflict laat liggen of te lang uit de weg gaat, stapelen de nadelige effecten zich steeds meer op. Ik noem enkele nadelige effecten van een conflict:

  • Desintegratie: een conflict heeft een negatieve invloed op relaties binnen het gezin;
  • Energieverlies: een conflict kost energie die ten koste gaat van andere zaken;
  • Gezien conflicten leiden tot stress, zijn de psychische gevolgen van stress dan ook een realiteit;
  • Vertekening van de werkelijkheid: liefde maakt blind maar haat ook. Een conflict geeft een vertekend beeld van de werkelijkheid waardoor een constructieve oplossing niet wordt gevonden. Dit komt omdat men zich bij een conflict vastrijdt in het eigen, per definitie, vertekenend denkkader, dat ik ook wel eens de persoonlijke ‘gekleurde bril’ noem.

Conflicten: positieve neveneffecten

Hoewel de meeste mensen conflicten als onprettig ervaren, kunnen ze toch ergens goed voor zijn, bijvoorbeeld:

  • Het (beter) leren kennen van je eigen grenzen: een conflict is namelijk een signaal dat er een grens overschreden is.
  • Opluchting en ontlading van spanning: door het uitspreken of uiten van wat je dwars zat/zit.
  • De moed om het achterste van je tong te laten zien, echt voor je mening en wat je dwars zit uit te komen. Dit heeft vaak het effect dat de ander (degene met wie je het conflict hebt) noodgedwongen ook het achterste van haar/zijn tong moet laten zien. Hierdoor kan je iemand beter leren kennen, wat dan weer de band of relatie met de ander sterker of dieper kan maken.
  • Een conflict kan een vernieuwing in een relatie creëren. Men bezint zich op het eigen belang en uitgangspunten, de ander doet dat ook. Vanuit deze diversiteit kan iets nieuws gecreëerd worden. Dit kan overigens ook inhouden dat de balans doorslaat in de richting van een punt achter de relatie zetten, dit als de tegenstellingen of conflictpunten onoplosbaar zijn.

Oorzaken van een conflict

Waar personen en groepen hetzelfde nastreven, maar ten koste van anderen, is de kans groot dat er conflicten ontstaan. Hierna noem ik een aantal belangrijke aspecten die van invloed zijn:

  • Aantal mensen: meer mensen zorgen voor meer verschillen. Dus ook meer kans op conflicten. Dezelfde diversiteit zorgt ook voor synergie!
  • Individualiseringsproces: mensen worden steeds meer op zichzelf gericht. Men wil zelfstandig beslissingen nemen waardoor ook meer belangen conflicten ontstaan.
  • Hiërarchie: door de individualisering en emancipatie neemt het ontzag voor formele autoriteiten af.
  • Integratie en internationalisatie: de globalisering bedreigt op verschillende valkken de veiligheid (‘security’) en is dus de oorzaak van conflict en geweld.
  • Mobiliteit en communicatie: mensen van over de hele wereld kunnen vandaag de dag steeds vaker en beter contact met elkaar hebben. Dit heeft voordelen op gebied van wederzijds begrip maar kan ook leiden tot spanningen. Denk daarbij ook aan de Sociale Media, zoals Twitter en Instagram.
  • Onderlinge afhankelijkheid: doordat iedereen steeds onafhankelijker wordt leidt dat paradoxaal genoeg juist ook tot meeer interafhankelijkheid. Je kunt dit vergelijken met een rij domino stenen. Wat de een doet kan invloed hebben op de ander.

Conflictniveaus

Er kan op verschillende niveaus sprake zijn van een conflict. Huguenin onderscheidt vijf niveaus[v]:

  1. Intrapersoonlijkconflict: conflict binnen de persoon zoals frustraties, identiteitscrisis en rolconflict;
  2. Interpersoonsconflict: conflict tussen twee individuen;
  3. Intergroepsconflict: conflict tussen groepen;
  4. Interorganisationeel conflict: conflict tussen organisaties;
  5. Maatschappelijk conflict: conflict tussen grote groeperingen (opstand, oorlog).

Ik ga het in deze column vooral hebben over de eerste twee niveaus van bovenstaande indeling.

Omgaan met conflicten: coping of hantering

Eloïse, Edward en Elvire, belangrijk is de manier waarop jullie omgaan met conflicten, dat spreekt vanzelf. Evenzo is het goed om te beseffen dat de kans groot is dat degene met wie men een conflict heeft, een andere stijl van omgaan met conflicten heeft. Het is namelijk een gegeven dat verschillende mensen verschillende stijlen van omgaan met conflicten kunnen hebben. 

In de literatuur wordt er van uitgaan dat er niet zoiets bestaat als een goede conflicthanteringsstijl. Men gaat daarbij uit van de aanname dat een bepaalde stijl in de ene situatie kan goed uitpakken en in de andere juist niet. Men neemt vaak ‘klakkeloos’ aan dat het gaat om het hanteren van de juiste stijl in de juiste situatie. Dit is de ‘heersende’ mindset met betrekking tot het hanteren van conflicten. Eloïse, Edward en Elvire, ik zou jullie grootvader niet zijn indien ik het met die ‘fixed’ mindset eens zou zijn. Er is wel degelijk één conflicthanteringsstijl, namelijk het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De reden voor die overtuiging is dat elk conflict een spin-off is van de werking van de Vicieuze Cirkel. Daardoor kan het antidotum voor conflicten niets anders zijn dan het creatief wisselwerkingsproces. Het ondertussen overbekende beeld en header van m’n website geeft dit overigens duidelijk aan. Het beleven van Creatieve wisselwerking is geen eenheidsworst en steeds verrassend nieuw. Anders gesteld, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingzorgt steeds voor de juiste stijl in de elke situatie.

Over het algemeen is de mens geneigd om vanuit een vast reactiepatroon te reageren. Dit laatste heb ik het denkkader, mindset en persoonlijk paradigma genoemd. Vasthouden aan een, overigens vastgeroest, mindset geeft doorgaans meer van hetzelfde, conflicten worden niet opgelost, integendeel, ze verergeren! De oplossing is dus het transformeren van de aan zet zijnde mindsets. Wanneer het een ruzie tussen twee individuen betreft, betekent dit dat beiden hun mindset dienen te transformeren. En, Eloïse, Edward en Elvire, wat kan een mindset transformeren gezien de mind dat zelf niet kan? Juist: het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking!

Omgaan met conflicten wordt in de literatuur ook aangeduid met de termen conflict coping en conflicthantering. Uit verschillende theorieën komt naar voren dat er vijf manieren zijn waarop je met een conflict om kunt gaan:

  1. Vermijden (ontlopen);
  2. Aanpassen (meegaan);
  3. Strijden (doordrukken);
  4. Onderhandelen (compromis);
  5. Samenwerken (oplossen).

Punten 1 tot en met 3 komen overeen met wat ik ‘vluchten, bevriezen of vechten’ heb genoemd in eerdere columns. Ze komen overeen met de monoloog, het debat en het doordrukken van de eigen mening (zie ook ‘Cruciale dialogen’[vi]). Punt 4 is het gesprek dat leidt tot een compromis; beiden doen water in de wijn. In elke van deze strategieën is er geen sprake van dialoog en dus niet van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Enkel punt 5 gaat over de dialoog gebaseerd op Creatieve wisselwerking.


Het verschil tussen deze verschillende manieren van omgaan met een conflict schuilt in hoe je omgaat met twee elementen van dat conflict:

  • de inhoud of kwestie waar het conflict over gaat;
  • de relatie met de ander.

Vermijden

Een conflict vermijden doe je over het algemeen als je zowel de kwestie als de relatie niet echt belangrijk vindt. Je kiest ervoor om niet te reageren en gaat de ander uit de weg. Henry Nelson Wieman noemde dit ‘evasive’ gedrag[vii]. Zelf noem ik dit 1+1=0.

  • Voordeel: je steekt er geen energie in; 
  • Nadeel: vermijden is geen verstandige strategie indien men na het conflict nog met de ander te maken zal hebben. Het conflict wordt hiermee uiteraard niet opgelost en blijft gewoon sluimerend bestaan. Het kan op elk (vaak onverwacht) moment terug de kop opsteken. Tel uit je winst, want ondertussen brengt het conflict voortdurend schade aan.

Aanpassen

Aanpassen doet men over het algemeen als men de relatie belangrijker vindt dan de kwestie of inhoud van het conflict. Als men zich aanpast, zet men de eigen belangen opzij. Aanpassen kan een verstandige strategie zijn als men tot het besef komt dat men ongelijk heeft of in een situatie waar men op veilig speelt. Zelf noem ik dit 1+1=1, de His Master’s Voice versie.

  • Voordeel: je bewaart de lieve vrede en bouwt sociaal krediet op;
  • Nadeel: soms kan aanpassen minder goed of ronduit slecht zijn. Men laat zich dan iets in de maag splitsen, waar men niet achter staat. Of men laat over zich heen lopen. Mensen die niet assertief zijn, kiezen vaak voor aanpassing als strategie. Dit kan echter later zuur opbreken.

Strijden

Strijden doet men als men de inhoud/kwestie van het conflict erg belangrijk vindt en de relatie met de ander minder of onbelangrijk. Met deze strategie stelt men het eigen belang voorop en zet men ‘alles op alles’ teneinde te winnen. Men pakt alles aan wat enigszins een machtspositie kan geven in het conflict, zodat men haar of zijn eigen zin kan doordrukken: argumenten, machtspositie, sancties, de zwakke punten van de ander en allerhande manipulatietechnieken. Strijden kan men doen om op te komen voor eigen rechten, bij onrechtvaardigheid, in noodsituaties, bij onderwerpen die van groot belang zijn en dan nog alleen als men zeker weet dat men gelijk heeft. Of om zichzelf te beschermen tegen mensen die anders misbruik van de situatie zouden maken. Zelf noem ik dit 1+1=1, de ‘win-lose’ versie.

  • Voordeel: men heeft een grotere kans om gelijk te krijgen; men houdt volledig vast aan het eigen belang;
  • Nadeel: strijden is ‘win-lose’ strategie en dus niet handig indien men later nog wil samenwerken. Men beschadigt hiermee de relatie. Daar komt bij dat men dit eigenlijk alleen kan doen als men diegene is die de meeste machtsmiddelen tot zijn beschikking heeft. Strijden is – indien het een vast patroon is – vaak een strategie voor mensen die agressief en manipulatief zijn.

Onderhandelen

Bij onderhandelen richt je je zowel op de kwestie/inhoud van het conflict als op de relatie. Onderhandelen betreft het overbruggen van het verschil, anders gesteld men ‘overbrugt’ het verschil. Om tot een wederzijds acceptabele oplossing te komen doen beide partijen concessies. Hierbij houden beide partijen vast aan hun eigen belang en doelstelling, maar zetten wel van hieruit stappen naar elkaar toe. Onderhandelen is een goede strategie als beide partijen even machtig zijn en de doelstellingen elkaar uitsluiten. Als er sprake van tijdsdruk is of bij meer complexe problemen kan onderhandeling een goede strategie zijn. Op onderhandelen valt men soms terug als andere strategieën (bv. strijden of samenwerken) niet lukken of gelukt zijn. Zelf noem ik dit 1+1=1,5 of, uiteraard, het compromis.

  • Voordeel: het is sneller dan samenwerken;
  • Nadeel: je komt niet altijd tot een optimale oplossing, het is en blijft een compromis.

Samenwerken

Samenwerken doet men als men zowel de kwestie als de relatie belangrijk vindt. Men zoekt door samenwerking een oplossing waar beide partijen achterstaan, men streeft dus naar ‘win-win’ of synergie. Hierbij laten beide partijen eigen belangen los en gaan op zoek naar het gezamenlijk belang. Gaan samen op zoek naar een oplossing door goed naar elkaar en ieders opvattingen en de onderliggende belangen te luisteren. Samenwerken is een goede strategie als het doel leren is of als je een band wilt creëren. Echter, dit kan alleen indien de ander er ook open voor staat. 

Opgelet echter, indien de andere partij opteert voor strijden, aanpassen of vermijden, dan zal deze strategie niet werken. Zelf noem ik dit 1+1>3 of synergie.

  • Voordeel: je kunt er veel van leren en het creëert een band;
  • Nadeel: het kost veel tijd.

Het is goed om te beseffen dat er verschillende stijlen en strategieën zijn, dit om:

  • naar het eigen vaste reactiepatroon te kijken en deze mogelijk te transformeren en
  • om door te krijgen wat de strategie van de ander is.


Eloïse, Edward en Elvire, ik hoop jullie hiermee overtuigd te hebben dat, wanneer het omgaan met een conflict betreft, er maar één strategie succesvol is: het van binnenuit beleven van creatieve wisselwerking. Het leuke daarbij is dat wanneer men creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd er zoveel positieve spin-off’s zijn, zoals het oplossen van problemen en het grijpen van kansen. Dit is niet verwonderlijk omdat conflicten, problemen, kansen en zo meer één zaak gemeen hebben. Het gaat over een verschil (de ‘delta’) tussen wat men heeft en wat en wil hebben. Een verschil dat men door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking overbrugt.


[i] Bart Eeckhaut. Bruce Springsteen: The Promise – The Darkness in the Edge of Town Storyhttps://www.demorgen.be/tv-cultuur/bruce-springsteen-the-promise-the-darkness-in-the-edge-of-town-story~bbbfec30/

[ii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Appeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 103-121.

[iii] Paul Huguenin. Conflicthantering en onderhandelen: Effectief handelen bij conflicten en tegenstellingen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Tweede herziene druk, 2004. Bladzijde 25.

[iv] Peter M. Senge parafraseerde hierbij Draper L. Kauffman, Jr. Systems One: An Introduction to Systems Thinking. St. Paul MN: TLH Associates for Future Systems, Inc. 1980. http://freecriticalthinking.org/images/Documents/Reference/Kauffman_Systems_One_1980-libre.pdf

[v] Paul Huguenin. Ibid. Bladzijde 26.

[vi] Johan Roels. Op. Cit. Bladzijde 18.

[vii] Henry Nelson Wieman, Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958. Bladzijden 61-67.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIX

HOE STERK WEER OPSTAAN NA ZWARE TEGENSLAG?

Come on up for the rising

Come on up, lay your hands in mine

Come on up for the rising

Come on up for the rising tonight.

Bruce Springsteen – The Rising[i].

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over omgaan met tegenslagen. Tegenslagen horen bij het leven, daar hadden we het al uitgebreid over in vorige column. Bij een miskleun, een falen of een tegenslag hebben jullie de keuze: 

  1. Jullie vertonen het mainstream gedrag en geven ‘de ander’ de schuld; met andere woorden, jullie zoeken totdat jullie ‘de zwarte piet’ gevonden hebben; 
  2. Wanneer jullie die niet vinden, wordt de schuld doorgeschoven naar ‘Murphy’;
  3. Jullie zijn tegendraads: jullie weigeren te oordelen, de schuld in iemands schoenen te schuiven of ‘de ander’ te veroordelen; in de plaats daarvan kies je voor het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. 

De waarde van tegendraads zijn

Eloïse, Edward en Elvire, tegendraads zijn start met een cruciale dialoog met zichzelf en de omgeving rond de miskleun of het falen. Daarbij maakt men best gebruik van het creatief wissselwerkingsproces. Zo lost men het probleem op terwijl men terzelfdertijd voorkomt dat het in de toekomst nog de kop op steekt. 

Om tegendraads te zijn en in de spiegel te kijken, is er moed nodig teneinde te laten zien hoe het werkelijk is een miskleun te doorstaan; de eigen kwetsbaarheid te voelen in plaats van de fout in het gedrag van anderen te zoeken of de eigen frustratie op anderen af te reageren. Bereid zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien en blijven leven in overeenstemming met eigen waarden en normen en dit bovendien daadwerkelijk tonen; daar heb ook ik uiteindelijk voor gekozen. 

Creatieve Wisselwerking

Eloïse, Edward en Elvire, jullie konden al bevroeden, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is in feite het van binnen uit beleven van Creatieve wisselwerking na een miskleun. En bij dit beleven klopt de spreuk “Hoe meer ik leer, hoe minder ik weet” als een bus. Dit is het loon van het leren uit eigen fouten: men komt z’n eigen beperktheid tegen. Daardoor heb ik onder meer geleerd de idee dat ik de waarheid in pacht zou hebben volledig op te geven. 

Ik beleef wel een basis- en universele waarheid: Creatieve wisselwerking. Het is de moed hebben de uitdaging aan te gaan en daardoor het proces van binnen uit beleven en dit bovendien laten zien. Dit alles terwijl men heel goed weet dat men geen controle hebt over het uiteindelijke resultaat. Men kan Creatieve wisselwerking beleven, edoch men kan het proces niet sturen naar een welbepaald resultaat. 

Zich zo kwetsbaar opstellen, zonder zeker te zijn van het resultaat, is geen teken van zwakte; moediger kan men niet zijn. Als men zo leeft dan bevindt men zich op de ‘werkelijkheid van het terrein’, men bevindt zich in de arena en is dus speler. Men is geen ‘tribune speler’ en nog minder toeschouwer. Men beschouwt het eigen beleven van het proces wel, dit met de vaardigheid Proces Bewustzijn. Meer nog, men heeft eigenlijk lak aan toeschouwers die van op veilige afstand strooien met bekrompen kritiek en kleinerende opmerkingen. 

Dit wil ook zeggen dat men, mede door het beleven van Creatieve wisselwerking, selectief wordt met betrekking tot feedback die men in toelaat. Eloïse, Edward en Elvire, zelf hanteer ik volgende vuistregel: wanneer de ander zich niet niet met mij in de arena bevindt en dus niet de kans loopt zelf onderuit gehaald te worden, dan ben ik niet geïnteresseerd in haar of zijn feedback. Bevindt zij of hij zich wel op het strijdtoneel, dan waardeer ik de feedback ten zeerste en zal er zelfs om vragen. Indien men zich niet kwetsbaar opstelt; met andere woorden, niet met mij in dialoog gaat, met de kans dat deze uitdraait op een ‘cruciale’, dan hoeft het niet voor mij. 

De moed hebben zich authentiek op te stellen, heeft als wetmatigheid dat men ook op z’n bek kan, zelfs ooit zal, gaan. Daardoor is de “The Boxer’ van Paul Simon mijn lijflied. Ik weet namelijk dat, wanneer ik de moed heb mij kwetsbaar op te stellen, ik ooit met het canvas in aanraking zal komen. Ik weet echter ook dat ik dan terug recht zal krabbelen, want ik heb van binnenuit gekozen voor Creative Interchange

In the clearing stands a boxer

And a fighter by his trade 

And he carries the reminders 

Of every glove that laid him down 

Or cut him till he cried out 

In his anger and his shame 

“I am leaving, I am leaving” 

But the fighter still remains. 

Paul Simon – The Boxer 

Door gekozen te hebben voor Creatieve wisselwerking “beyond the point of no return” kan ik niet meer terug … “the fighter still remains”. Ik kan ook niet terug keren naar de werkelijkheid van voor de val. Ik geloof namelijk dat ik uit die ervaring zal leren en daardoor zal uitkomen op een ‘hoger’ niveau dan waarop ik me voor de val bevond. Ik weet ook dat ik echt door het stof zal dienen te gaan en dit met het bloed, het zweet en de tranen eigen aan het gevecht. Plezierig is anders, maar ik heb niet voor plezier gekozen, wel voor groei. En die gaat steeds gepaard met groeipijnen. Het is enerzijds pijnlijk en anderzijds weet ik dat ik, aan het einde van de strijd, als ‘herboren’ én ‘beter’ zal herrijzen. Door deze Awareness en dit Vertrouwen krijg ik de kracht om door te gaan en word ik door de creatie spanning naar een hoger niveau gestuwd. Die kracht (cf. The Force van Yoda) is niets anders dan Creative Interchange. Maar, eerlijk is eerlijk, makkelijk en vredig is deze strijd allerminst. 

Het opstaan na de val is een persoonlijke opgave en toch sta ik er niet alleen voor. Ik bezit de innerlijke zekerheid dat – indien ik a) met anderen verbonden blijf en b) Creatieve wisselwerking met hen vanbinnen uit beleef – ik er kom! Met andere woorden: in de eenzaamheid van de tegenslag dien je wel de uitdaging, creatieve verbinding met anderen te zoeken én te vinden, aangaan. Daartoe is het ‘upfront’ geven van vertrouwen een voordeel. Het is beter dat je vertrouwen soms geschaad wordt dan dat je nooit je vertrouwen ‘upfront’ geeft; met andere woorden dat je wacht totdat dit vertrouwen ‘verdiend’ is, want dan zou het wel eens te laat kunnen zijn. 

Echte Creatieve wisselwerking legt wat we leren uit een mislukking of falen vast in een beslissing tot actie. Door het continu uitvoeren van die actie met commitment en doorzettingsvermogen, zorgt Creatieve wisselwerkingervoor dat uiteindelijk het nieuwe gedrag een goede gewoonte wordt. Echt leren gaat via het hoofd, het hart en onze handen naar onze geest waardoor uiteindelijk onze mindset transformeert. 

Zo is leren opstaan na een dreun, door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking, een deel van m’n mindset geworden. Ik weet dat ik af en toe zal vallen en ik weet ook dat ik, juist door het vanbinnen uit beleven van CI, er sterker en beter boven op kom. Dat ik terug rechtop, wendbaar en weerbaar, ten volle in het leven zal staan totdat ik terug zal vallen. Dat is, heb ik geleerd, een natuurwet zoals de zwaartekracht. Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces na een tegenslag is steeds hetzelfde proces; of het nu over persoonlijke problemen gaat of over problemen op het werk, het creatief wisselwerkingsproces helpt ons er bovenop. 

Wendbaar en Weerbaar

Kortom, om wendbaar (pro-actief) en weerbaar (reactief) te zijn, dient men Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven. Dit werd uiteindelijk een levenswijsheid die ik nu, zo goed en zo kwaad ik dit al kan, doorgeef aan jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn drie kleinkinderen. Want die zullen dit – zoals Fons Leroy het zo treffend schetste in een interview op het één journaal van 7 oktober 2016, de dag na de aankondiging van het massaontslag bij ING – in de toekomst meer dan nodig hebben. Zoals reeds gesteld geef ik die kennis nu door omdat ik besef dat de dag ooit komt dat ik niet meer op zal kunnen staan. Ook dat is een natuurwet, elk leven is eindig, ook het mijne. Wat wel zal voortleven is het Creatief wisselwerkingsproces en hopelijk, mijn vurigste wens, ook in jullie, mijn kleinkinderen. Creatieve Wisselwerking doorgeven doe ik onder meer door hen aan te tonen hoe gedachten, emoties en gedrag een samenhangend geheel vormen, zoals de liggende acht zo mooi duidelijk maakt. Dit doe ik onder meer met deze serie columns. Omdat deze column gaat over het beleven van Creatieve wisselwerking bij het ‘sterk-weer-opstaan’ na een zware tegenslag, zullen er nogal wat herhalingen van vorige columns voorkomen. Besef wel dat het beter is tweemaal iets zinnigs te poneren dan het helemaal niet naar voor te brengen.

Creatieve wisselwerking is geen formule!

Eloïse, Edward en Elvire, het grootste probleem met Creatieve Wisselwerking is dat het als een makkelijke formule oogt die iedereen kan uitwerken. Begrijp mij niet verkeerd; Creatieve wisselwerking kan iedereen van binnenuit beleven; meer nog, we zijn er mee geboren! Het probleem zit in het feit dat Creatieve wisselwerking bij de eerste bewuste kennismaking als een makkelijke ‘formule’ overkomt. Dit komt mede omdat ik er (nog) niet in geslaagd ben om Creatieve Wisselwerking complex én bevattelijk voor te stellen. Mijn meest complexe voorstelling van Creatieve Wisselwerking is het ‘vlindermodel’ met z’n 4 fasen, 8 basiscondities en 16 vaardigheden: 

Die voorstelling oogt inderdaad al ingewikkelder dan het lemniscaat model waarmee ik ooit startte. Ik leg echter het vlindermodel nog te veel uit als een soort ‘stap voor stap’ aanpak, wat het allerminst is. Het vlindermodel geeft een mogelijke route aan (communicatie à appreciatie à imaginatie à transformatie) maar dit pad kan echter op verschillende manieren gelopen worden. Het oorzaak en gevolg denken, dat het model zou kunnen impliceren, kan volledig omgedraaid worden en bovendien bevat elk van de vier fasen ALLE vier fasen. Bijvoorbeeld: de vierde fase, transformatie, omvat de vaardigheid van het geven en ontvangen van feedback. Feedback dient gegeven te worden (communicatie), correct waarderend begrepen te worden (appreciatie), aanzetten tot verandering en dus het vinden van ideeën daartoe (imaginatie) die uiteindelijk dienen in werkelijk omgezet te worden (transformatie). 

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking heeft echt geen lineaire volgorde. Toegegeven, ik stel het bijna steeds gemakshalve en als eerste kennismaking zo voor. Dit onder meer met de hulp van het Cruciale dialoogmodel en z’n vier fasen. Ik vertel of schrijf er steeds bij dat die voorstelling eigenlijk te simpel en te lineair is voor het levend, complex, organisch levensproces dat Creatieve wisselwerking is. Creatieve wisselwerking lijkt op het eerste gezicht inderdaad volgens bepaalde patronen te verlopen, maar is heus niet in een formule te vatten, en ook niet in een stap-voor-stap lineaire volgorde. Het heeft in veel gevallen de vorm van de oude Echternach processie (drie stappen voorwaarts gevolgd door twee achterwaarts). Die regel leidde, zoals ik reeds eerder schreef, tot een dusdanige chaos dat de processie uiteindelijk drastisch werd gewijzigd: het werd een dansprocessie. Ook Creatieve wisselwerking heeft veel weg van een dans waarbij de deelnemers met elkaar verbonden zijn. Niet met behulp van een witte zakdoek, zoals het huidig protocol van de Echternach processie voorschrijft, maar door het creatief wisselwerkingsproces zelf. “You have to go with the flow”, zeg ik soms, daarbij goed beseffend dat het fenomeen Flow een van de verschijningsvormen is van Creatieve wisselwerking . 

Creatieve wisselwerking is een zich herhalend, iteratief en zelfs intuïtief proces dat voor verschillende mensen verschillende vormen aanneemt. Ook zorgen verschillende contexten voor een verschillend beleven van Creatieve wisselwerking. Er is bovendien niet steeds een eenduidige relatie tussen inspanning en resultaat. Men kan het proces enkel zo standvastig en zo zuiver mogelijk beleven. Wanneer het resultaat niet in verhouding is met de inspanning, dan dient men daarover te reflecteren, wat op zich weer een van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking is. 

Door het beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit, ook en vooral bij het opstaan na een doodsmak, leer je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. De Franciscaan Richard Rohr vertolkt dit treffend wanneer hij stelt: “Na elke initiatie weet je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Het leven draait voortaan niet meer om jou, je gaat je inzetten voor het Leven!”[ii] Een andere pater, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij, eigenlijk meer nog dan Charlie Palmgren, dat ‘sterk-weer-opstaan’ in wezen een spirituele oefening is. In zijn dissertatie[iii]met als hoofdfiguur de stichter van de Jezuïeten orde, Ignatius van Loyola, komt ‘spiritualiteit’ telkens weer uit diens levensverhaal naar voor als cruciaal onderdeel van veerkracht en het gevecht om na een zware tegenslag weer op te staan. Vader de Blot definieert spiritualiteit als ‘innerlijke ervaring die mijzelf overstijgt, richting geeft aan mijn leven en mijn bestaan zinvol maakt’. 

De innerlijke ervaring van Creatieve wisselwerking leidt naar volgende innerlijke zekerheid: Creatieve wisselwerking is het levensproces. Het proces dat aan de grondslag ligt van alle leren en veranderen, dus van alle transformatie. Creative Interchange steunt op onze onderlinge verbondenheid en door het vanbinnen uit beleven worden onze ervaringen als ‘spirituele’ oefeningen. Voor mij is een van de belangrijkste toepassingen van Creative Interchange, als spirituele oefening, het weer opstaan nadat men zwaar ten gronde is gegaan. Want dit opstaan vereist een diepgeworteld geloof in de kracht van Creatieve wisselwerking door verbondenheid, een worsteling met jezelf en, in de meeste gevallen, het terugwinnen van betekenis en zingeving. 

Wat ik ook geleerd heb, Eloïse, Edward en Elvire, is dat zonder het beleven van Creatieve wisselwerking het uiterst moeilijk is om terug op te staan. Die levensles leerde ik in m’n meest donkere periode tot nog toe (mijn massieve depressie: 2008- 2010). Toen kwam de weerbaarheid rijkelijk laat, wat ik mij later maar met heel veel moeite heb vergeven. Ik had m’n kennis toen al in praktijk moeten brengen, want ik had jaren ervoor het boek ‘Creatieve wisselwerking’ geschreven. M’n kennis was toen nog geen wijsheid geworden. Uiteindelijk verbond ik mij terug met het levensproces. Ook dacht ik in die donkere periode veel aan de song “Don’t cry for me, Argentina”, uit ‘Evita’ waarbij ik ‘Argentina’ verving door ‘Creative Interchange’

I had to let it happen, I had to change Couldn’t stay all my life down at heel  Looking out of the window, staying out of the sun
So I chose freedom
Running around trying everything new  But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance
But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance 

And as for fortune, and as for fame
I never invited them in
Though it seemed to the world they were all I desired
They are illusions
They’re not the solutions they promised to be 
The answer was here all the time
I love you and hope you love me
….
Have I said too much?
There’s nothing more I can think of to say to you  But all you have to do is look at me to know that Every word is true! 

Bij m’n volgende dreun – darmkanker 2013 – deed ik het stukken beter en was ik de dreun eigenlijk voor. Door proactief, dus wendbaar, Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven, met mezelf én mijn omgeving, zag ik die dreun ‘aankomen’. Spijtig genoeg geloofde m’n huisdokter mijn ‘innerlijke zekerheid’ toen helemaal niet; hij wist het beter. Darmkanker kon helemaal niet, gezien m’n voorgeschiedenis – hij was m’n derde huisarts in een serie grootvader-vader-zoon. Ik had nogal wat moeite om van onder mijn loyaliteit uit te komen, wat dan weer een levensles was. Bij darmkanker is ontwijken echt geen optie, direct rechtveren en doorgaan wel! En dat laatste heb ik dan ook gedaan! Als puntje bij paaltje komt, waren jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn grootste reden om ‘door te gaan zoals ik door ga’. Aldus het ‘oorzaak en gevolg’ model op z’n kop zettend. 

In volgende delen bespreek ik het ‘sterk-weer-opstaan’ proces meer in detail. Onderstaande figuur is een mogelijke voorstelling van dit proces: 

Je eigen verhaal onder ogen zien

Brené Brown: “Je eigen verhaal onder ogen zien en, terwijl je dit doet, van jezelf houden is het moedigste wat je ooit kan doen.[iv]” Het gaat dus over in verbinding komen met je miskleun en je falen en toch van jezelf blijven houden. Het is niet alleen het moedigste, het is ook het wijste dat je kunt doen, wil je de befaamde quote van voetballer-filosoof Johan Cruijff “Elk nadeel heb z’n voordeel” bewaarheid zien door bewust naar het potentieel voordeel op zoek te gaan en dit voordeel ook effectief te realiseren. 

Eloïse, Edward en Elvire, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces begint met de feiten van het verhaal op een rijtje te zetten. Daartoe is het beleven van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie,nodig. Niet alleen authentieke interactie met zichzelf; ook authentieke interactie met mensen uit de eigen omgeving die getuige waren van het falen. Vervolgens dient men nieuwsgierig genoeg te zijn om de juiste vragen te stellen en op die vragen correcte antwoorden te vinden. Daardoor begrijpt men uiteindelijk waarderend de miskleun, wat dan uitmondt in min of meer heftige gevoelens. Daarbij trekt men niet de eerste de beste conclusie en gaat men niet over tot actie (het zo verfoeilijke ‘jump to conclusion’ gedrag). Integendeel, men blijft lang genoeg het eigen verhaal onder ogen zien totdat men ten volle de complexe ‘oorzaken en gevolgen’ keten waarderend begrijpt. 

Als we in de arena op ons gezicht gegaan zijn, is de eerste reactie vaak ‘rond kijken of niemand het gezien heeft’. Wij voelen direct schaamte opwellen en indien we leven volgens de ‘mainstream’ filosofie gaan we aansluitend op zoek naar de ‘schuldige’. Uiteraard zoeken we die, conform de ‘heersende’ mindset, buiten onszelf. De combinatie schaamte/verwijt is zo gebruikelijk omdat we, uit wanhoop van onder de pijn uit te komen, verwijten als een snelle oplossing zien. Voor de meesten van ons, die hun toevlucht nemen tot het maken van verwijten, is de behoefte aan controle zo sterk dat ze schuld willen toewijzen. Ze denken dat ze zich beter gaan voelen nadat ze met de vinger naar iets of iemand gewezen hebben, maar er verandert niets. Verwijten maken is juist dodelijk in relaties. Het is giftig. Maar het blijft de voorkeursreactie van de meesten onder ons. Dit mede omdat het een onderdeel is van onze Vicieuze Cirkel.

Indien we ‘tegendraads’ zijn, bekijken we ons verhaal eerst afstandelijk, alsof het een verhaal van iemand anders is. Anders gesteld, we observeren de feiten van ons verhaal met ons ‘helder’ bewustzijn. Dit wordt zoals we reeds zagen, aangeduid met het begrip Awareness. Met andere woorden, we leggen eerst ons verhaal vast met ons helder bewustzijn en observeren de ‘naakte’ waarheid. 

Pas daarna kleuren wij het verhaal met ons gekleurd bewustzijn (Consciousness). Bij dit interpreteren dragen wij er zorg voor ook, en vooral, onze eigen inbreng in het verhaal te begrijpen. We beleven ten volle de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen. Dit betekent ook dat, indien we toch een andere actor identificeren dan onszelf, we ons eerst afvragen welke rol we daarbij zelf gespeeld hebben. “Hebben wij het gedrag van de ander gedoogd of getriggerd?” is een van de pertinente vragen die wij ons gedurende deze analyse dienen te stellen. Wij kijken oprecht in de spiegel en slaan hem niet stuk! We hoeden ons er voor onszelf verwijten te maken die ondermijnend zijn en weinig opleveren. 

Ook zijn we er van overtuigd dat indien we onze miskleun verhalen ontkennen of ons losmaken van die moeilijke verhalen, deze niet weggaan. Integendeel, we begrijpen ten volle dat ze ons dan bezitten en ons daardoor bepalen. We kiezen er bewust voor dit niet te laten gebeuren. We laten ons niet ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen! 

Eloïse, Edward en Elvire, een van de redenen dat we soms geen rekenschap durven afleggen van onze miskleun verhalen is angst. Daarbij spelen volgende vragen: “Wat als ik iets vind met betrekking tot mijn gedrag dat niet zo prettig is?” of “Wat gaan anderen daarvan denken?” Angst zorgt ervoor dat we onze verhalen in de doofpot willen steken, goed wetende dat die doofpot niet bestaat. Angst leidt naar struisvogel gedrag. Het is niet omdat wij onze kop in het zand steken dat onze medemensen ziende blind zijn. 

Wat nodig is om zich rekenschap te kunnen geven van het volledige eigen verhaal is nieuwsgierigheid, niet toevallig een van de basiscondities van de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen van Creatieve wisselwerking. Nieuwe informatie ‘as such’ verandert onze manier van denken, en daardoor ook ons leven, niet. Pater Paul de Blot SJ leerde mij dat wanneer iets je toevalt, je het niet alleen dient op te rapen. Je dient er vooral iets uit te leren door er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. Paul de Blot heeft het hier eigenlijk over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie! 

De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid bewaren betekent voor mij te aanvaarden dat ‘niets voor niks is’ en dat ik die kennis dien te beleven totdat het wijsheid wordt. Nieuwsgierigheid bewaren is een daad van kwetsbaarheid en moed. Je moet dapper zijn om meer te willen weten, omdat je nooit op voorhand weet of je iets gaat vinden waardoor er jou echt iets te verwijten valt of blijkt dat je geen gelijk had. Nieuwsgierigheid is onaangenaam omdat het naast kwetsbaarheid ook onzekerheid betekent. Nieuwsgierigheid is daardoor een tegendraadse eigenschap die afwijkt van de ‘mainstream’ norm. 

Naast nieuwsgierigheid is kunnen omgaan met onzekerheid een basisconditie van deze fase van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. De reden waardoor beiden cruciaal zijn voor dit proces is dat de gevarieerde en soms excentrieke koers van sterk weer opstaan ook tegendraads is. Het omarmen van kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en onzekerheid, dat nodig is om op te staan na een val, is ook een beetje gevaarlijk, vooral voor onze omgeving. Mensen die niet blijven liggen na een dreun, maar – zoals de bokser uit Paul Simon’s gelijknamige song – opstaan, zijn vaak onruststokers. Lastig in bedwang te houden want “the fighter still remains!” Ze stellen de juiste moeilijke vragen en dat is tegendraads, dat kan gevaarlijk zijn. 

We dienen een bepaalde mate van kennis of bewustzijn te hebben om nieuwsgierig te kunnen zijn. Het verhaal dat we onder ogen zagen met ons helder bewustzijn (awareness) heeft onze nieuwsgierigheid gewekt. “Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mij dit overkomen is?” Onze nieuwsgierigheid, die leidt naar het inkleuren van ons verhaal (consciousness), is echt vastgehaakt aan onze awareness met betrekking tot ons miskleun-verhaal. Dit doen we door nederig pertinente vragen te stellen van (cf. ‘Humble Inquiry’ van Edgar Schein[v]), die toch gevaarlijk in de oren kunnen klinken. 

Het vastleggen van ons miskleun-verhaal is een cruciaal onderdeel om het waarderend te kunnen begrijpen. Wel dienen we bewust te zijn dat onze eerste versie in de meeste gevallen een verzonnen verhaal is, dat nadien dient verfijnd te worden. Het voordeel van dit ongecensureerde verhaal is dat er antwoorden verscholen liggen op drie uiterst belangrijke vragen; vragen die leiden tot meer zelfkennis en innerlijke integratie en die zorgen dan weer voor meer moed, empathie, mededogen en verbinding in ons leven: 

Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de actuele situatie?
• Welke van m’n beweringen zijn objectief?
• Welke van m’n beweringen zijn gebaseerd op aannames?

2. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de andere spelers in m’n verhaal? 

  • Heb ik nog andere informatie nodig? 
  • Welke nederige vragen dien ik dienaangaande te stellen? 

3. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over mezelf?
• Welke rol speelde ik echt?
• Wat staat er in m’n linker kolom (cf. Oefening Argyris[vi])?

Dienen we (iets) te veranderen ?!?

Eloïse, Edward en Elvire, de cruciale vraag hierbij is: “Wil ik terug en meer vanuit m’n volle mens-zijn leven?” Het antwoord op deze vraag zal ons leiden naar wat er dient te veranderen om een nieuw en nu hopelijk succesvol verhaal te schrijven. 

In deze column rond het ‘sterk-weer-opstaan’ proces ben ik gekomen aan het middendeel. Gezien dit proces op de keper beschouwd het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking is, kan dit deel gevisualiseerd worden door het midden van het vlindermodel. 

In dat midden komen we eerst de ‘delta’ tegen: 

Delta (del-ta) zelfstandig naamwoord: de vierde letter van het Griekse alfabet – het wiskundig symbool voor verschil. De hoofdletter delta is een driehoek. 

Het is het verschil – de delta – tussen (a) wat we hebben nu we ons verhaal correct onder ogen hebben gezien, ontdaan van alle verzinsels en franjes en b) wat je jezelf toewenst om terug vanuit je volle mens-zijn te kunnen leven. Anders gesteld, de delta is het verschil tussen ons inzicht (in de realiteit) en onze behoeften. 

Ik hou eigenlijk meer van het begrip delta dan van het begrip ‘verschil’ hoewel de twee begrippen synoniemen zijn. Het driehoek symbool neemt me terug mee naar het drieluik waar het om gaat en dat door de liggende acht wordt gevisualiseerd: Denken  – Verbinden/Voelen – Doen.

Verbinden/Voelen

Denken                                                Doen

Wanneer we ons val-verhaal ten volle waarderend begrepen hebben, voelen we, uitgerekend door ‘de delta’, emoties en gevoelens. Die kunnen voor ‘knee-jerk’ reacties zorgen. We kunnen er echter vanbinnen uit voor zorgen dat dit soort reacties geen kans krijgen. 

We reageren onze emoties en gevoelens niet direct af door te vechten (naar de ander slaan), te vluchten (de ander ‘de schuld’ geven) of te verstijven (dichtklappen – ‘shit happens’). Zelfs indien we de fout aan onszelf toewijzen, voelen we ons vooral geen mislukkeling, we erkennen de emoties en gaan die vanbinnen uit beheersen. Wij verwijten ons niets, wij voelen ons, indien nodig, wel aansprakelijk. Aansprakelijkheid is jezelf verantwoordelijk stellen voor jouw daden en de gevolgen ervan. Aansprakelijkheid is een voorwaarde voor sterke relaties en een dito bedrijfscultuur. Voor aansprakelijkheid is authenticiteit, moed en actie nodig teneinde je excuses aan te bieden en het goed te maken. Het vraagt om kwetsbaarheid. We moeten onze eigen gevoelens onder ogen zien en ons gedrag en onze keuzes zien te verzoenen met onze waarden en normen. Wij weigeren dat onze emoties ons ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen. Met andere woorden: onze emoties controleren ons niet. Of nog: wij weigeren de slachtofferrol! Zelfs als de val of miskleun ons overkomt zonder dat we in enige mate aansprakelijk zijn, weigeren we de slachtofferrol op te nemen en krabbelen recht… “the fighter still remains!” We werken van uit het ‘inside-out’ betrokkenheid paradigma, niet vanuit het ‘outside-in’ controle paradigma. 

Eloïse, Edward en Elvire, uiteraard hangt de kwaliteit van deze emoties en gevoelens af van het miskleun-verhaal en de context. Ik ga er verder van uit dat je die emoties niet laat afketsen of uithaalt naar iemand uit jullie omgeving. “You may not control all the events that happen to you, but you can decide not to be reduced by them.” schreef Maya Angelou in “Letter to my Daughter’[vii]. Wat jullie niet mogen laten gebeuren, is dat jullie zelfvertrouwen sneuvelt door het falen. Zelfvertrouwen en fouten maken kunnen perfect naast elkaar bestaan, als we het maar goed blijven maken, blijven handelen naar eigen waarden en normen, en schaamte en verwijten meteen ten goede ombuigen. 

Persoonlijk Macht

Wat de context of de omvang ervan ook was, falen gaat gepaard met het gevoel dat we een deel van onze persoonlijke macht zijn kwijtgespeeld. Ik hou in dit verband enorm van Martin Luther King’s quote: 

Power, properly understood, is the ability to achieve purpose.

Eloïse, Edward en Elvire, wij hebben het vermogen om ons persoonlijk doel te bereiken. Het gaat over het uitoefenen van persoonlijke macht vanbinnen uit teneinde ons doel te bereiken. Vandaar dat in ons ‘Cruciale dialoogmodel’ in het midden de persoonlijke eigenschappen – Intrinsieke Waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten, Persoonlijk Doel, Positieve Intentie en Persoonlijk Engagement – verenigd zijn. 

Door ons terug te verbinden met onze Intrinsieke Waarde en onze persoonlijke Vicieuze Cirkel niet alleen te stoppen maar ‘terug te draaien’, door het beleven van Creatieve wisselwerking, komen we ook terug in verbinding met ons persoonlijk doel en geven we onszelf terug de macht om dit doel te bereiken. We smoren de opwellende machteloosheid in de kiem, want we weten dat machteloosheid leidt tot angst en wanhoop. 

Wanhoop is niet meer vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces. Men bevindt zich in een spirituele woestijn waarin men gelooft dat het morgen net zo zal zijn als vandaag. Het tegenovergestelde van wanhoop is hoop. Hoop die verankerd is in het creatief wisselwerkingsproces. Met name, dat men het morgen beter kan hebben door doelen te stellen, wegen te creëren naar die doelen toe en de vasthoudendheid en het doorzettingsvermogen op te brengen om die wegen te bewandelen teneinde die doelen effectief te bereiken. Men gelooft in het persoonlijk vermogen (macht) om Creative Interchange van binnen uit te beleven:”You Believe In the Power of The Force!” 

Mindfulness says, “Feel the pain” and self- compassion says, “Cherish yourself in the midst of the pain”; two ways of embracing our lives more wholeheartedly[viii]

Men geeft zich ook rekenschap van emoties. Dat betekent zichzelf toestemming geven deze te voelen en er dus aandacht aan te besteden in ‘het hier en nu’. Wat men ook dient te doen, is tussen de actie en reactie letterlijk een pauze inlassen en ‘mindful’ de emoties evalueren. Tegenwoordig wordt hoe langer hoe meer een lans gebroken voor ‘self-compassion’. Dit is het vermogen om zichzelf met mildheid te aanvaarden wanneer men aan het lijden is. Huidige research toont aan dat zelf-medelijden sterk verbonden is aan emotionele weerbaarheid, inclusief het vermogen kalm te worden, miskleunen te (h)erkennen, er uit te leren en zich te motiveren teneinde te slagen[ix]. Wetenschappelijk is aangetoond dat zelf-medelijden potentieel een belangrijke factor is voor emotionele problemen zoals depressie. 

Marie R. Miyashiro[x] spreekt in dit verband van twee vaak verkeerd begrepen menselijke eigenschappen: 

  1. Onze vaardigheid om ons op een natuurlijke wijze bewust te zijn van onze gevoelens zonder die te veroordelen; 
  2. Ons vermogen om deze gevoelens te verbinden aan de daarbij behorende al dan niet vervulde behoeften. 

Indien deze behoeften niet vervuld spreken wij van een ‘delta’. 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze fase voelen we het verschil tussen wat we hebben en wat we willen haarfijn aan. In het ‘sterk-weer opstaan’ proces is er geen sprake van tevreden zijn met de nu ten volle waarderend begrepen werkelijkheid van op het canvas neergeteld te liggen. Er is een groot verschil tussen die huidige werkelijkheid en de gewenste toekomst: die van ten volle als mens terug in het leven te staan en door te gaan.
De delta toont ons duidelijk het verschil tussen de geapprecieerde werkelijkheid en de werkelijkheid die men zichzelf op basis van eigen waarden toewenst. De delta zorgt voor emoties die ons kunnen leiden naar twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning, waar we het al eerder over hadden.

Beide spanningen zijn steeds in zekere mate aanwezig. Als de ene spanning groter wordt, wordt de ander kleiner en omgekeerd. Het goede nieuws is dat we zelf de chauffeur zijn van het voertuig van ons leven; we kiezen zelf waar we aandacht aan besteden. We kunnen die emoties toelaten, onder ogen zien en er bewust voor kiezen de creatiespanning haar werk te laten doen. 

Ik hou ook van het begrip ‘delta’ omdat delta’s plekken zijn waar rivieren in contact komen met de zee. Het zijn moerassige plaatsen die vol sediment zitten. Het zijn ook rijke en vruchtbare gebieden van groei, zoals de Zeeuws Vlaamse polders die uitlopen tot het noorden van Eeklo, welbepaald tot Watervliet, waar ik ooit meer dan vijftig jaar geleden ‘ons’ Rita ontmoette. De delta is de plek waar we ons werk kunnen doen. Onze belangrijkste inzichten betreffende onze toekomst komen ‘boven water’ in de delta. Het is de plek waar we onze behoeften erkennen, ons doelen stellen en waar we de verwachting uitspreken om te groeien en te veranderen, om terug recht te staan en door te gaan. We houden van onszelf om wie we zijn, zelfs als we geveld zijn, en spreken ook onze verwachting uit over wie we zouden willen zijn! 

Op dat ogenblik is ‘integriteit’ van het grootste belang. Ik hou enorm van Brené Brown’s definitie van dit begrip in ‘Sterker dan ooit (Rising Strong)’[xi]:

Integriteit is kiezen voor moed boven gemak; kiezen voor wat juist is boven wat leuk is, snel of gemakkelijk is; en er voor kiezen om onze normen en waarden in praktijk te brengen in plaats van die alleen maar te belijden. 

Eloïse, Edward en Elvire, wij zijn bereid om de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven te accepteren. Wij zijn bereid om niet te kiezen voor het gemak en aanvaarden niet de eerste beste oplossing. Integendeel wij kiezen moedig de zoektocht aan te vatten naar die oplossingen die er echt toe doen. Dit leidt ons naar het moeilijkste deel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Het aartsmoeilijke derde luik waarin we terug onzekerheid dienen te omarmen totdat we genoeg goede potentiële oplossingen hebben gevonden teneinde een gefundeerde keuze te kunnen maken. 

We zijn er nu van overtuigd dat er iets moet veranderen. We hebben het waarom van die noodzaak tot verandering uitgeklaard. Het strookt bovendien niet met onze persoonlijke missie (De Why? van Simon Sinek) om geveld te blijven liggen. Ook is ondertussen de Who? duidelijk: ik dien samen met anderen uit m’n omgeving de queeste naar de oplossingen aan te vatten. De How? is en blijft het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De antwoorden op de What? vraag zal het moeilijkste deel van onze tocht duidelijk maken. Wij omarmen onze onzekerheid met één zekerheid: het creatief wisselwerkingsproces zorgt voor de noodzakelijke oplossingen. Welke, dat weten we (nog) niet. Nogmaals, we kunnen Creatieve wisselwerking niet sturen. We weten wel dat we uiteindelijk een keuze zullen moeten maken onder de potentiële oplossingen en deze daarna van binnen uit zullen dienen te beleven om tenslotte terug in volle sterkte recht te staan en door te gaan. 

Het creëren en kiezen van de noodzakelijke acties

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben tot mezelf gekomen in stilte en me verbonden met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om de gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst, en sterker doorgaan dan voor de val, dient nu geplaveid worden; niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. In het ‘sterk-weer- opstaan’ proces is de derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Creatieve Integratie – aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn mentaal model, dat ik had toen ik tegen de vlakte sloeg, dien uit te breiden. Mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” Dit laatste strookt helemaal niet met de door mij gewenste toekomst. 

Deze vernieuwing veroorzaakt onzekerheid, ambiguïteit en, door het “nog niet weten wat exact te doen”, voor potentiële confusie. Het is een intermezzo tussen de oude manier van mens-zijn en het worden van de nieuwe wijze van mens-zijn. Alleen daarom is dit voor mij een moeilijk onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Ik hou helemaal niet van die fase van onzekerheid die steevast resulteert in een zeker onbehagen. Ik heb dus moeten leren om mij over te geven aan deze kritische karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Men moet bereid zijn om de oude ‘zekerheden’ los te laten en onzekerheid niet alleen te tolereren, meer nog, te omarmen. Ik heb moeten leren om in deze fase alle basiscondities van de vorige karakteristieken van Creatieve wisselwerking blijvend vanbinnen uit te beleven. 

Ik dien dus blijvend te vertrouwen, open en nieuwsgierig te zijn en bovendien onzekerheid te omarmen zoals een heel jong kind dat doet. Ik moet het vertrouwen, dat ik als kind onbewust in Creatieve wisselwerking had, als volwassene bewust herwinnen. Volgens Jan Bommerez stelde Stephen Covey ooit: “Vertrouwen is zekerheid over de universele principes”[xii]. Een van die universele principes is Creatieve wisselwerking. Daardoor is Stephen Covey’s definitie van vertrouwen eigenlijk mijn levensopdracht: innerlijke zekerheid blijvend hebben in Creatieve wisselwerking. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” is een universele wijsheid die ook ik aan de lijve heb ondervonden. Wat ik daardoor geleerd heb, is het vertrouwen ‘up front’ te geven en dat vertrouwen meestal groeit in de loop van een relatie. Indien in een relatie het vertrouwen niet groeit, is de relatie de moeite niet waard. 

In die zoektocht naar acties, die mij niet alleen toe laten weer op te staan maar – ook en vooral – helpen door te gaan, dien ik samen met m’n reisgenoten elementen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Daardoor ontstaat een ‘aha!’ moment waardoor een mogelijke oplossing plots ‘in zicht’ komt. In dit onderdeel van m’n queeste worden nieuwe zaken, die mij aangereikt worden, geïntegreerd in m’n oud denkpatroon, waardoor een nieuwe, vollere mindset wordt gecreëerd. 

Synergetisch Bewustzijn

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is in dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces het ‘synergetisch bewustzijn’[xiii]

Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val weer te kunnen recht krabbelen en door te gaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, dat ik deze fase de moeilijkste vind komt ook omdat ik ze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het inzetten van intuïtie werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog in m’n geheugen gegrift: 

Monsieur Roels vous nêtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait! 

Ik heb hem toen gevraagd of hij “la chanson, monologue parlé plus que chanté, ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Nicolas Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. 

Ook gedurende m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens me niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Zelf was ik langzaam aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten. 

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal toepaste. Dit kwam er op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde fase – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ en ‘creativiteit’ kunnen verstevigen. Inderdaad, ik beschrijf in elke fase naast de twee basiscondities, die de karakteriek van de bewuste fase ondersteunen, ook vier vaardigheden. Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn (1) herkaderen van het probleem, gebruik maken van (2) analogieën en (3) metaforen en (4) het krachtig gereedschap: “4+ en 1 wens”. Voor de beschrijving van deze vaardigheden verwijs ik graag naar eerdere columns. 

Het was pas tijdens m’n vierde Professionele Leven dat ik van onder het juk van het preferentieel lineair denken uitkwam en dat ik de tijd nam om de vaardigheden van deze fase zelf te beoefenen. De massieve depressie die ik in de periode 2008-2010 doorworstelde, had er voor gezorgd dat ik voor mezelf tijd gecreëerd had. Ik begreep in die periode de diepere betekenis van het Franse gezegde, dat ik geleerd had van m’n vriend Guy Bérat, “Il faut donner le temps au temps”. Niet toevallig was het ook Guy die mij in die periode hielp om terug vertrouwen te krijgen in Creatieve wisselwerking

Gedurende dit vierde professionele leven kreeg ik een nieuwe tegenslag: darmkanker. Dit is een probleem waar verstijven, vluchten of zelfs vechten niet aan de orde is. “Wat niet weet, wat niet deert” is een oud Nederlands gezegde dat zeker in het geval van kanker één grote leugen is. Het is niet omdat je niet weet dat je kanker hebt, dat deze stopt met verder woekeren in je lichaam. Het probleem met darmkanker is niet hoe je deze bestrijdt eens (tijdig) geïdentificeerd. De geneeskunde is goed gevorderd en de protocollen liggen klaar. In mijn geval werden die direct uitgetekend: beginnen met een dubbele aanpak van chemo en bestraling, vervolgens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen en nadien nazorg chemo. De oplossing was in mijn geval reeds gevonden. Althans voor de puur lichamelijke kant van het probleem. 

De geestelijke kant was een ander paar mouwen. “Hoe ga ik met mijn kanker om?” werd de cruciale vraag. En op die vraag diende ik zelf het antwoord te geven. In mijn geval heb ik de vraag herkadert in “Hoe wil ik door m’n kleinkinderen herinnerd worden?” en onder meer die herkadering, een toepassing van de gelijknamige  vaardigheid (1), leidde mij tot een deel van de oplossing. Je kunt kiezen om cynisch en verbitterd te worden, en die houdingen hebben bij m’n weten nog weinig succesvolle transformaties teweeg gebracht. Uiteraard weet je niet hoeveel dagen je nog tegoed hebt; men weet wel dat men met dat gebrek aan kennis niet alleen is. 

Dus ik leerde door het beleven van de derde karakteristiek dat het tegenovergestelde van cynisme en verbittering me wel tot de oplossing zou leiden. In de periode na het ‘slechte nieuws’ gesprek met m’n dokter-specialist, doorliep ik de vorige fasen in heel korte tijd. Ik koos ten volle voor het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking. Ik zag m’n eigen kankerverhaal ten volle onder ogen en koos uiteindelijk voor de gewenste toekomst: dat ik met mijn kleinkinderen – zolang het nog kon, veelvuldig en met plezier (ook en vooral van hun kant) – zou samen-zijn. Daartoe diende ik opgewekt te zijn en niet chagrijnig, dat wist ik door de vaardigheid gebruik maken van analogieën. Analogieën vinden was niet moeilijk. Zo moest ik mij enkel herinneren hoe dochter Daphne reageerde, toen haar grootvader Lionel korzelig, verbitterd en nijdig geworden was nadat bij hem een kwaadaardige hersentumor was geconstateerd. Uiteindelijk konden we haar nog heel zelden overtuigen ons te vergezellen voor een bezoekje aan haar opa. Ik wist daardoor wat ik zeker niet moest doen indien m’n doel was m’n kleinkinderen en mezelf nog een leuke tijd te bezorgen. Een tweede analogie uit m’n eigen verleden bevestigde de oplossing. Een jeugdvriend, André De Decker kreeg, toen hij net aan de RU Gent was gestart, leukemie. Ik bezocht hem regelmatig in het Sint-Vincentius ziekenhuis in Gent. Op een keer kwam z’n oudere broer Edgard met diens vriend – de legendarische Eeklose grafische artiest, Romain Coemelck  de kamer binnen. De twee spitsbroeders waren op hun paasbest. Ik begreep dat ze op weg waren naar een huwelijksfeest toen bij het afscheid André hen toefluisterde Veel plezier hé op het feest! André was toen reeds heel verzwakt en ik realiseerde mij dat het een kwestie van weken was voordat het onvermijdelijke zou geschieden. André, die stukken intelligenter en begaafder was dan ik, heb ik in die periode nooit horen klagen, misnoegd of cynisch ervaren, in tegendeel. Hij was vol interesse hoe ik het er in m’n eerste jaar vanaf bracht in Gent. Ook die herinnering maakte mij wel heel duidelijk wat mij te doen stond, indien ik m’n doel wou bereiken. 

Tijdens de periode voor de operatie had ik wel de tijd om de mogelijke acties waren die mijn innerlijke rust en vreugde zouden kunnen doen uitstralen te kiezen. Toen heb ik ten volle de fase ‘het creëren en het kiezen van de noodzakelijke acties’ van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces beleefd. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces behoort die keuze jou toe. Dit omdat, als puntje bij paaltje komt, jij de enige bent die ‘accountable’ is met de betrekking tot de gevolgen van jouw keuze. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik had met jullie moeder Daphne besloten dat jullie mij de eerste paar weken, toen ik in AZ St. Jan Brugge ‘met alle toeters en bellen’ lag, niet zouden bezoeken. ‘Met alle toeters en bellen’ was een kleurrijke uitspraak van m’n chirurg Tom Feryn. Diens beeldrijk taalgebruik duidde op het aantal buisjes en snoeren die m’n lichaam verbonden aan allerlei hulpmiddelen en toestellen die netjes rond m’n bed waren opgesteld. Toen jullie me na de ‘toeters en bellen’ periode, een bezoek brachten was de sfeer opgewekt en werd er veel gelachen. Vooral toen Elvire bij mij op bed zat en plots de lakens zodanig verschoof dat de 18cm lange naad met een serie ‘nietjes’ tevoorschijn kwam.

 “Wat is dat?, Opa” 

“Dat is een rits, Elvire”

 “Waarom? Opa”. 

“Wel Elvire, iedere morgen wordt de rits opgedaan om m’n buik eens goed te kunnen spoelen.” “Dat meen je niet, Opa!”

 “Jawel, Elvire” en we proesten het uit. 

Gedurende de tweede van mijn drie weken durend verblijf, in wat ik toen ‘m’n luxe kamer met mooi uitzicht in een vier sterren hotel’ noemde, stelde een van de verpleegsters mij plots de vraag: 

“Wat is jouw geheim Johan dat je elke dag zo vrolijk bent?”
“Dit komt omdat ik m’n eigen boek vanbinnen uit beleef, Christel” 

Ze keek mij aan met grote ogen en zei: “Jouw eigen boek !?!”
“Jawel, er ligt een exemplaar daar op de tafel aan het venster.” 

Er lag daar inderdaad een exemplaar van ‘Cruciale dialogen, want ik had, tot vijf minuten vòòr men mij naar het OK vervoerde, aan de vertaling van hoofdstuk 1 naar het Frans gewerkt. Ik had die Franse vertaling toen via e-mail naar Guy Bérat gestuurd: die zorgde namelijk voor de verbetering. Het boek was daar echter blijven liggen, want ik was m’n bed nog niet uit gekomen. De verpleegster ging naar m’n tafel en pikte het boek op. 

Hé, Johan, jouw naam staat op de cover!

Dat is de gewoonte hé, Christel. Men drukt steeds de naam van de schrijver op de cover.” 

Ondertussen gaf ik een summiere uitleg waarover het boek ging. Over moeilijke babbels die men in het leven meermaals had en gaf een paar voorbeelden in haar context: cruciale dialogen met eigenwijze artsen, een bazige hoofdverpleegster en eventueel lastige patiënten… Christel bladerde in het boek en zei: 

“Dit lijkt mij uiterst interessant, dat zou ik wel kunnen gebruiken!”
“Meen je dat, Christel?”
“Natuurlijk Johan”. 

“Dan krijg je een exemplaar van m’n boek” 

“Krijg ik dit?” En ze toonde het boek dat ze in haar handen had;
“Neen, dit exemplaar is te beduimeld. Ik vraag ‘ons Rita’ wel om deze middag een nieuw exemplaar mee te brengen.” 

De volgende anderhalve week heeft Rita minstens vijfentwintig exemplaren van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ meegesleurd naar Sint Jan. 

Nadien heb ik meermaals verteld dat ik, door zelf ‘Cruciale dialogen’ vanbinnen uit te beleven, leerde dat het een uitzonderlijk goed boek is. Men moet het wel niet alleen lezen (wat al een hele klus is), men moet het vooral dagdagelijks van binnen uit beleven. En dat is een ander paar mouwen dan het begrijpen van het ‘vlindermodel’! 

Besluiten vs. Beslissen

Het is nu tijd om te beslissen wat effectief te doen om door te gaan. We zijn weer opgestaan en hebben verschillende opties voor het doorgaan gecreëerd en overwogen. Die verschillende opties kunnen gezien worden als besluiten. Besluiten betekent niet hetzelfde als beslissen, hoewel de twee begrippen soms (verkeerdelijk) als synoniemen door elkaar gebruikt worden. Besluiten is afwegingen maken, grondig over alternatieven nadenken en tot besluit een keuze maken. Beslissen legt de nadruk op het vastleggen van een afspraak, een antwoord gevend op de vragen serie betreffende het gekozen besluit: “Wie, doet wat, waar en wanneer?” 

Eloïse, Edward en Elvire, het onderscheid tussen besluiten en beslissen ziet men aan de gemoedsgesteldheid van diegenen die het ‘passieve’ gedeelte van de liggende acht afronden. Na een besluit is er geen creatiespanning. Er werd namelijk niet beslist iets daadwerkelijk te doen. Je kunt nu eenmaal niet aangesproken worden op wat er besloten is. Gezien er niets beslist is, heeft niemand zich tot iets verbonden. Wanneer er een beslissing is genomen en deze bovendien is vastgelegd, neemt men verantwoordelijkheid op. Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor creatiespanning wel aanwezig is. Indien ik, in het kader van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces, bovendien anderen van m’n beslissing op de hoogte breng, weet ik dat ik op het al dan niet waarmaken van mijn beloftes kan aangesproken worden. Dit is dan ook de raad die ik meegeef. Zorg, tijdens jullie persoonlijk ‘sterk-weer-opstaan’ proces, ervoor dat de mensen, die jullie dierbaar zijn, op de hoogte zijn van de beslissing opdat deze door eerlijke feedback jullie zouden kunnen coachen. 

Omslagpunt 

Beslissen betreft het omslagpunt tussen het opstaan en het doorgaan. Beslissen heeft te maken met kiezen van oplossingen uit de set die tijdens de vorige fase werd gecreëerd. Die zullen in de laatste fase ‘Transformatie’ effectief worden uitgevoerd. 

Het omslagpunt kan gevisualiseerd worden met m’n Cruciale Dialoogmodel. 

Er bevindt zich als het ware een ‘staande’ lemniscaat in de ‘grote’ lemniscaat, die ik, in navolging van Lex Bos[xiv], gekozen heb als basisvorm voor het Cruciale Dialoog model. Het gaat als het ware om een dialoog rond de hamvraag “Welke van de mogelijke oplossingen kiezen we om daadwerkelijk uit te voeren?”. Deze ‘dialoog in de dialoog’, waarbij ook de voor de acties nodige middelen worden afgetoetst, dient de beslissing vooraf te gaan. 

De Transformatie

Dit onderdeel gaat over doorgaan door het effectief nakomen van de beloftes die je aan jezelf hebt gemaakt. Ik noem dit deel ook transformatie omdat ik gedurende die fase mezelf transformeer. Ik groei naar een nieuwe ‘gecreëerde zelf’ met een nieuwe mindset. De oude mindset wordt losgelaten, indien we niet terug afglijden in oud stereotype gedrag. Deze transformatiefase vergt ook de meeste energie. 

Wendbaar & Weerbaar

Zoals reeds gesteld hoort men tegenwoordig vaak dat de toekomst aan diegenen is die ‘wendbaar’ en ‘weerbaar’ zijn. Daarbij wordt het begrip wendbaar nogal eens ingewisseld met het synoniem ‘Agile’. Agile is voor mij dan weer een synoniem voor Creatieve wisselwerking en iemand die het Creatief wisselwerkingsproces vanbinnen uit beleeft, is per definitie ook ‘resilient’ (weerbaar). Een wendbare persoon heeft geen ‘updates’ nodig want hij verbetert continu. Vandaar een van mijn favoriete slagzinnen: (CI)2= Continuous Improvement through Creative Interchange! 

Mindset

De transformatie is op de keper beschouwd een transformatie van de mindset. Zien met nieuwe ogen is zien vanuit een nieuw denkkader, vanuit een nieuwe ‘mindset’ zou m’n derde vader Charlie Palmgren stellen. Diens mentor, Henry Nelson Wieman, zei ooit: “Creative Interchange is the process that changes the mind, since the mind cannot change itself.” 

Stephen Covey schreef al meer dan twintig jaar geleden in zijn nog steeds actueel boek: ‘The 7 Habits of Highly Effective People’: “Begin met het einde voor ogen![xv]” Die opdracht leidt naar de gegenereerde oplossingen, oplossingen die, met inzet van de daartoe nodige middelen, het gewenste doel, de gewenste toekomst creëren. 

Ook schuilt er waarheid in mijn parafrase van de befaamde Edison quote: “Transformatie is voor 1% inspiratie en voor 99% transpiratie”. De originele quote heeft het over genialiteit. Je moet inderdaad geniaal zijn om een transformatie ‘within time and whitin budget’ tot een goed einde te brengen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wiemans’ ‘two fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan, met gedrevenheid en hardnekkigheid, dus niet versagen is de boodschap. Anderzijds dient met voortdurend open te staan om te leren wat de veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus durven te wijzigen, indien die werkelijkheid daar om vraagt. 

Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces 

Vasthoudendheid mag echter geen koppigheid worden. Vasthoudendheid helt over naar koppigheid wanneer doorgezet wordt zonder dat men met de realiteit rekening houdt. Dan is men ook niet deskundig. Ook dat is tenaciteit: het blijven observeren van de veranderende werkelijkheid. Wanneer het daardoor duidelijk wordt dat de gewenste realiteit op die manier onbereikbaar is of wanneer door nieuwe gegevens duidelijk wordt dat er betere oplossingen zijn, dient de aanpak grondig in vraag te worden gesteld. 

Koppig volharden, wordt bijna altijd volharden in koppigheid. Jean de Boisson (Pseudoniem van Cees Buddingh) 

Interafhankelijkheid

De andere basisconditie van dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is interafhankelijkheid. Voor de werkelijke uitvoering van onze beloftes om door te gaan zijn we afhankelijk van anderen. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. 

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being. Mahatma Gandhi 

In Stephen Covey’s reeds geciteerde boek ‘Seven Habits of Highly Effective People’ wordt gesteld: 

Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence. 

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen: 

  1. Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen; 
  2. Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf; 
  3. Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking. 

Na de beslissing start dus een ‘lange tocht’ die meestal niet vrijblijvend is. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het besluit in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ en dus een beslissing wordt, ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt de belofte plots grote hinder in zoverre dat veel beloftes uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden. Juist daarom is interafhankelijkheid tijdens transformatie zo belangrijk!


[i] Bruce Springsteen, Quote from The Rising, first song from his twelfth studio album The Rising, Columbia Records, 2002

[ii] Richard R. Rohr, Adam’s Return: The five promises of Male Initiation. New York, NY: Crossroad Publishing, 2004.

[iii] Paul de Sauvigny de Blot SJ, Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv] Brené Brown, Rising Strong, New-York, NY: Spiegel & Grau, 2015.

[v] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling, San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc., 2013.

[vi] Peter M. Senge, P.M. [et.al.], The Fifth Discipline Fieldbook. Strategies and tools for Building a Learning Organization. New York: Doubleday, 1994. Pp 246-252.

[vii] Maya Angelou, Letter to My Daughter, New-York: Random House, 2008. 

[viii] Christopher K. Germer, The mindful path to self-compassion. New York: Guilford, 2009 p 89

[ix] https://hbr.org/2017/01/to-recover-from-failure-try-some-self-compassion?

[x] Marie R. Miyashiro, De empathie factor, het concurrentie voordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012. 

[xi] Brené Brown, Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015 pp 111-113. 

[xii] Jan Bommerez J. Quote van Stephen Covey, geciteerd door Jan Bommerez tijdens het gesprek ‘Jan Bommerez & Jan Rotmans’, in het InspiratieRijk: Arnhem, 8. 12.2016 https://youtu.be/5nouorkdKbo

[xiii] Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren,The Creative Interchange Proces – Part II http://www.creativeinterchange.org/?p=145

[xiv] Alexander H. Bos, Oordeelsvorming in Groepen. Proefschrift Landbouwhogeschool Wageningen, H. Veenman & Zonen: Wageningen, 1974. 

[xv] Stephen R. Covey, The seven habits of highly effective people, Fireside: New York, 1990. Habit 2, pp 95-144. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVI

HOE CREATIEVE WISSELWERKING BLIJVEND BELEVEN (WATCH)?

Springsteen’s self-definition process has been characterized by the use of the critical and cultural instruments, he has drawn from  his historical and literary readings, but above all, from his knowledge of the culture of the American popular classes, particularly of their musical and poetic forms.

By using and elaborating continually the most different forms and genres of American popular song, both black and white, such as rhythm & blues, soul music, country music, and folk music, Springsteen has ended by mastering these expression means better and better, and by carrying out works in which the choice of one or more music genres is never arbitrary, but historical motivated, that is, determined by his knowledge of the historical, social and cultural context in which those genres originated and by his willingness to use always a music form which can suit perfectly his song’s personal or socio-political contents[i].

Eloïse, Edward en Elvire, met vorige column waren we aan het eind gekomen van het diepgaand beschrijven van Creatieve wisselwerking met z’n vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. Meermaals heb ik erop gedrukt dat de lineaire voorstelling eigenlijk een niet correcte voorstelling is van het chaotisch creatief wisselwerkingsproces. Inderdaad ben ik nog niet in staat om het chaotische basis leer- en veranderingsproces anders voor te stellen dan op de simplistische, lineaire manier die ik gebruikte. 

Ook weten jullie dat het vlindermodel, met dezelfde vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden, enkel maar een model is en niet die chaotische werkelijkheid. De Britse statisticus George E.P. Box is onder meer bekend geworden door volgende uitspraak: “Essentially, all models are wrong, but some are useful.[ii]” Deze quote heeft twee delen. 

Het eerste deel stelt dat alle modellen verkeerd zijn. Dat komt omdat alle modellen een vereenvoudiging zijn van de complexe realiteit. Sommige modellen zitten er maar een klein beetje naast. Die vindt men vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Dus ook de relativiteitstheorie van Einstein is niet volledig correct, maar de fouten in z’n model zijn tot nu toe minimaal gebleken. Andere modellen zitten er heel wat naast. Die vindt men meestal in de ‘zachte’ wetenschappen, zoals het vereenvoudigd communicatiemodel met een zender, een boodschap, een medium, een effect, een ontvanger en ‘ruis’. 

Het tweede deel: “Maar sommige zijn bruikbaar” geeft aan de vereenvoudiging van de werkelijkheid wel degelijk nuttig kan zijn. Modellen kunnen ons helpen om de complexe wereld en al z’n componenten te verklaren, voorspellen en te begrijpen. Een bepaald type van een model is het grondplan van een streek of stad. Een goede kaart is zeer bruikbaar. Men moet zich wel in de stad bevinden van de kaart. Een kaart van Brussel is inderdaad weinig zinvol om de weg in Antwerpen te vinden.

Modellen zijn nodig want wanneer we enkel ruwe data van de werkelijkheid hebben, dan is die set meestal te complex om te begrijpen. We zijn dan verplicht om te vereenvoudigen teneinde enig inzicht in de werkelijkheid te bekomen. 

Een bijkomend voordeel van een goed model is dat het leeft en je dingen leert ook lang nadat het model werd uitgedacht. Dit heb ik, Eloïse, Edward en Elvire, aan den lijve ondervonden met de twee modellen die ik in m’n professionele levens heb ontwikkeld. Beide modellen, het zeeftorenmodel en het vlindermodel, hebben mij heel wat nieuwe inzichten gegeven en dit tot lang na de ontwikkeling ervan. Wat het zeeftorenmodel betreft: dit was een ‘verbetering’ van het oorzaken en gevolg model van m’n tweede professionele vader Frank E. Bird Jr., dat op z’n beurt een verbetering was van het model van W. Heinrich. Door mijn model, dat het begrip ‘risico’ omvat (wat niet het geval is met het model van Frank), heb ik heel wat inzichten verworven, in de complexe wereld van oorzaak en gevolg. Inzichten die ik zonder het hanteren van mijn model nooit verworven zou hebben. Wat het vlindermodel betreft: het moge duidelijk zijn dat ik door het gebruik ervan nu nog elke dag leer. Want leren start met het bekomen van nieuwe inzichten!

Inleiding

Creatieve wisselwerking werkt 

voor diegenen die eraan werken. 

Johan Roels 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer jullie de vorige columns in relatief korte tijd hebben doorgenomen, dan denk ik dat jullie hoofd nu duizelt. Daarom heb ik jullie dit steeds afgeraden. Deze columns dienen namelijk in homeopathische dosissen tot zich genomen te worden. Dit was en is nog steeds mijn standpunt. Want het is sterk spul. Zelfs indien jullie mijn raad zouden hebben opgevolgd, en daardoor heel wat later dan nu, de totale set van deze columns zouden hebben gelezen, zou het mij helemaal niet verbazen dat jullie zich dan zullen afvragen: “Hoe kan ik dit alles effectief gebruiken?” Hoe zet men dit alles – vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden – in hemelsnaam daadwerkelijk in? Niets is zo complex als Creatieve wisselwerking. Die kennis dan ook nog eens inzetten bij iets zo onvoorspelbaar en grillig als Cruciale Dialogen, dat lijkt niet alleen, het is ook, niet van de poes! 

Wat jullie tot nu toe hebben gelezen, betreft de kennis: wat jullie dienen te weten, met betrekking tot Creatieve wisselwerking. Niet alleen de kennis met betrekking tot het model en zijn kerncompetenties, maar ook kennis met betrekking tot de basiscondities en vaardigheden. Deze column heeft als doel jullie te helpen bij het gebruiken en het jullie eigen maken van de vaardigheden van Creatieve wisselwerking, waardoor, zoals we hebben gezien, ook de basiscondities meer werkelijkheid worden. 

Vaardigheden hebben te maken met het “kunnen doen”, in feite het vermogen om kennis werkelijk toe te passen en dus – in deze context – gebruik te maken van de know-how met als doel, bijvoorbeeld, Cruciale Dialogenvlekkeloos te laten verlopen en daardoor problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. 

Jullie kerncompetenties beschrijven welk soort persoon jullie zijn. Dit laatste omvat onder meer jullie intrinsieke waardekernwaardenkernkwaliteitendoel, positieve intentie en persoonlijk engagement

Competentie op gebied van Cruciale dialogen heeft te maken met het vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke capaciteiten en attitudes te gebruiken in alle gesprekssituaties, en dit voor zowel jullie professionele als voor jullie persoonlijke ontwikkeling. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zijn wellicht, mede door het lezen van deze columns, en voornamelijk door zelfreflectie, heel wat bewuster geworden. Wat sommige vaardigheden betreft zijn jullie, van niveau 1 – onbewust incompetent – naar niveau 2 – bewust incompetent – opgeklommen. Jullie zijn er zich met andere woorden bewust van dat jullie bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In dat geval dienen jullie de reis van niveau 2 – bewust incompetent – naar niveau 3 – bewust competent – aan te vatten. Niveau 3 is het niveau waar men zich de nieuwe vaardigheden toe-eigent. Let wel, het is heel goed mogelijk dat jullie zich, wat sommige van de zestien vaardigheden betreft, reeds op niveau 3 of zelfs niveau 4 bevinden. Door het bewust gebruiken van de vaardigheden komt men inderdaad uiteindelijk op niveau 4 terecht: de vaardigheden zijn dan een gewoonte geworden, hun gebruik een automatisme. Het hangt dus echt van persoon tot persoon af welke van de zestien vaardigheden zich op respectievelijk niveau 1, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 bevinden. Wij hebben ervoor gekozen om in deze columns geen handige persoonlijke praktijkoefeningen betreffende de zestien vaardigheden op te nemen. Niet elkeen heeft namelijk praktijkoefeningen voor alle zestien vaardigheden nodig. Onze belofte naar jullie toe is dat jullie een of meerdere praktijkoefeningen, met betrekking tot de vaardigheden waaraan jullie willen werken, in m’n archief met de zestien mappen kunnen vinden, ook wanneer ik er niet meer zal zijn. Vraag die mappen maar aan Bonnie of, nog later, aan jullie mama Daphne. 

Eloïse, Edward en Elvire, dit is jullie eerste werk: nagaan hoe ver jullie nu al staan in het beleven van Creatieve wisselwerking. Het tweede is: beslissen waar jullie aan willen werken. Met andere woorden, aan welke van de vaardigheden willen jullie sleutelen teneinde deze op een hoger niveau te tillen. Vervolgens vragen jullie – indien jullie dat wensen – mij (of Bonnie of jullie mama Daphne) om ondersteuning in de vorm van praktijkoefeningen. Het inoefenen moet jullie uiteraard zelf doen. Oefenen, oefenen, oefenen, totdat de vaardigheid een goede gewoonte geworden is. Dat is de boodschap!

In het eerste deel van deze column beschrijf ik de strategie die ik zelf heb toegepast om beter te worden in het voeren van Cruciale dialogen en mijn vaardigheden daartoe op een hoger peil te krikken. Vervolgens stel ik een hulpmiddel voor dat de volledige methodiek op een unieke manier visualiseert. Tot slotte wordt er op een en ander dieper ingegaan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ kunnen jullie ook een deel vinden dat het gebruik van de Cruciale Dialogenmethodiek behandelt in de context van een team en de betekenis van Creatieve wisselwerking voor Leiderschap[iii].

Twee hefbomen 

Give me a lever long enough and a fulcrum on which to place it, 

and I shall move the world. 

Archimedes 

De hefbomen van de Cruciale Dialoogmethodiek – de vaardigheden – zijn lang genoeg, maar ben jij – Eloïse, Edward of Elvire – wel het steunpunt dat nodig is om je wereld te veranderen, om je zelf te transformeren? De strategie die ik heb toegepast (en nog toepas, want ik ben er nog niet helemaal of … helemaal niet, wie zal het zeggen?) maakt gebruik van twee bijkomende stevige hefbomen. En vergeet niet, teneinde zichzelf te veranderen heeft men een steunpunt nodig en het uitzonderlijke hier is dat men dat zelf dient te zijn. Slechts één persoon kan jou veranderen en dat ben jij! 

Leren observeren 

Indien men zich echt de dialoogvaardigheden wil eigen maken, begint men zichzelf én de ander(en) te observeren met als doel om, door het observeren, te achterhalen of we ons nu in de dialoog of buiten de dialoog bevinden. Dit soort observeren heeft uiteraard alles te maken met het rees besproken procesbewustzijn (Deel XXXV). Eerder dan je krampachtig de vaardigheden en strategieën van het Cruciale Dialoogmodel te trachten te herinneren, vraag men zich af of men zich wel in een heuse dialoog bevindt en, indien niet, welke van de twee volgende strategieën van kracht zijn: ‘vermijden’ of ‘geweld’. Wanneer men merkt dat men zich ofwel in het gebied van het vermijden of in dat van de aanval bevindt, weet dan dat dit verre van aan te raden is en dat het de hoogste tijd is om terug in een echte dialoog te stappen. 

Herkennen dat men ofwel het speelveld van de dialoog verlaat en zich gaat verschansen ofwel gaat aanvallen en dit ook erkennen en verwoorden is een belangrijke stap in het dialoogproces. Men moet dus, wanneer dit het geval is, durven stellen: “Ik heb de indruk dat we het heilzaam pad van de dialoog aan het verlaten zijn”. Dit zo vlug mogelijk doen, zorgt ervoor dat de schade gering is. Men kan als het ware op zijn stappen terugkeren en binnen de dialoog blijven. 

Angst of woede bannen 

Dialoog is, zoals we hebben gezien, de meningen de vrije loop laten; anders gesteld, zeggen wat men te zeggen heeft. De meest geduchte rem op deze vrije meningsuiting is angst of woede. Wanneer men angstig is, of woedend, dan zegt men niet wat men te zeggen heeft, althans niet op een correcte manier. 

Angst bant men door open te staan voor de mening van de ander en dit ook met woord en daad te tonen. Echt interesse hebben voor wat de ander zegt en niet in verdediging gaan of vluchten, creëert veiligheid: veiligheid voor de ander opdat zij of hij zou kunnen zeggen wat zij of hij te zeggen heeft. Een veilig gevoel vermindert de angst of de woede. Een veilig gevoel geeft ook innerlijke zekerheid. 

Dit doet men door, wanneer men ziet dat de ander gekwetst is, te stellen dat dit niet de bedoeling was en, zo nodig, door zich te verontschuldigen. Empathie is ook hier nodig. Zich kunnen inleven in de angst of woede van de ander is een pluspunt. Vraag desnoods een ‘time out’ aan om de gemoederen wat te bedaren. Ga steeds terug naar de feiten. Ontzenuw de veronderstellingen en interpretaties. Zeg wat men wel bedoelde (de feiten – die blijkbaar niet duidelijk genoeg overkwamen) en zeg wat men niet bedoelde (meestal de interpretatie van de ander). Zet het contrast, het verschil, goed in de verf. 

Herinner elkaar ook aan het gemeenschappelijke doel. Dit doel heeft te maken met synergie en niet met een compromis en zeker niet met ‘His Master’s Voice’-oplossingen. Hierbij heiligt het doel niet de middelen, want het is een gemeenschappelijk doel. Het realiseren van het gemeenschappelijke doel is een engagement van de gesprekspartners. Durf hen dan ook aan dit engagement herinneren. Wanneer de ander vlucht in ontwijking of eerder woedend aanvalt, weet men dat de ander zich onzeker voelt. Door aan te tonen dat men eerlijk het gemeenschappelijke doel wil bereiken, zorgt men voor de zo broodnodige veiligheid. Durf te stellen: “Het is hier niet de bedoeling dat een van de partijen zijn wil opdringt. Ik engageer mij om in deze dialoog te blijven totdat we een oplossing gevonden hebben die ons beiden bevredigt.” 

Het horloge (WATCH) 

Hiermee heb ik beide hefbomen besproken die de basis vormen van een solide dialoog. Laat ik als bijkomend hulpmiddel een beeld voorstellen dat mogelijk maakt om tijdens de Cruciale Dialoog de verschillende onderdelen van de methodiek en de bedreigingen voor het goede verloop ervan, voor ogen te houden. Dit beeld is het analoge horloge of in het Engels “The Watch’. Denk hierbij heel specifiek aan een polshorloge. Ik heb voor dit beeld gekozen omdat de horloges gelijkzetten, het met elkaar eens worden betekent. Cruciale Dialogen hebben daar veel mee te maken. Men wordt het er tijdens Cruciale Dialogen niet alleen met elkaar over eens wat het probleem is en wat de oorzaken ervan zijn, men vindt ook gezamenlijk antwoorden op de cruciale vraag die het probleem inhoudt. 

De wijzers van het horloge vormen het vlindermodel en dat bevindt zich uiteraard op de horlogeplaat van het uurwerk. Het Cruciale dialogen-uurwerk geeft kwart voor negen aan. Het vlindermodel ligt dus horizontaal, het is tenslotte een ‘liggende 8’. In ons beeld bevat de wijzerplaat van het horloge de fasen, basiscondities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking. Het zijn de elementen die – indien ze enerzijds aanwezig zijn (de basiscondities) en anderzijds optimaal ingezet worden (de vaardigheden) – de beleving van Creatieve wisselwerking vloeiend en succesvol doen verlopen. In wat volgt zal ik het voornamelijk over een toepassing van Creatieve wisselwerking, de Cruciale dialoog, hebben Deze kerncompetenties zorgen ervoor dat wij in dialoog blijven. Wanneer de dialoog een Cruciale dialoog wordt, dienen deze competenties wel heel solide te zijn om binnen de wijzerplaat te blijven. 

Zoals de Cruciale dialoog omringd is door de harde realiteit, is de horlogeplaat gevat in haar horlogekast. Op die horlogekast van ons beeld bevinden zich de zes gedragingen die een reëel gevaar zijn voor het goede verloop van de Cruciale dialoog. Deze gedragingen hebben te maken met ‘ontwijken’ en met ‘geweld’, dus met angst en woede. Ze zijn uitingen van de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel binnen de ander of binnen onszelf. Wanneer men deze gedragingen onderkent (ziet, vandaar ‘watch’), dan weet men dat men te maken heeft met angst of woede, met de Vicieuze Cirkel

Men dient deze gedragingen niet alleen te herkennen, men dient ook te erkennen dat men aan de grondslag ervan – angst of woede – iets moet doen. Daartoe dient men uit de inhoud van de dialoog (de horlogeplaat) te stappen (van ‘plaat’ naar ‘kast’) en die gedragingen te benoemen en te ontzenuwen (op de horlogekast). Zodra men de angst of woede uit de dialoog heeft gebannen, kan men terugkeren naar de inhoud van het gesprek. Men stapt terug in de dialoog (van ‘kast’ naar ‘plaat’). Het komt er niet op aan de argumentatie af te zwakken of ervan af te stappen. Het komt erop aan veiligheid te creëren en dus angst en woede te verdrijven (cf. Drive Fear Out[iv]). Men dient dit snel te doen, want hoe verder men wegdrijft van een gezonde Cruciale dialoog in de richting van vermijding of geweld, hoe moeilijker het wordt die te ontzenuwen en hoe groter de kosten. 

Laten we nu ook de acteurs aan het beeld toevoegen. Je vindt jezelf en de ander rond het Cruciale Dialoogmodel op de horlogeplaat van ons beeld. Het model heeft vier bogen: twee links en twee rechts van het midden. Dit midden (waar ook het probleem of de hamvraag zijn plaats vindt) kunnen we ook zien als ‘het reservoir van de gedeelde mening’ Het linker gedeelte van de ‘liggende acht’ zorgt voor het inzicht, het rechtergedeelte voor het maken en uitvoeren van een keuze (actie): 

Men ziet dat de vier fasen verbonden zijn met dit midden: het reservoir van gedeelde mening. Men is met de ander in dialoog waardoor men met elkaar echt verbonden blijft. Als men echt verbonden is, zorgen de gegevens, door het waarderend begrijpen ervan, voor inzicht en uiteindelijk voor een gedeelde mening. Die gedeelde mening is dan op haar beurt de voedingsbodem voor het bedenken (‘imaginatie’) van idee en oplossingen, keuze van een paar van die oplossingen en actie, kortom voor innovatie. 

Het procesbewustzijn (i.e. het observeren en begrijpen van het dialoogproces) zorgt ervoor dat we blijvend uit onze doppen kijken (we ‘watch out’ continously) en dus zien wanneer één van de vier boogstukken van het model loskomt en plots naar boven of naar beneden doorschiet. De dialoog verlaat het veiligheidsgebied en wordt vergiftigd door ontwijken of geweld. Angst of woede zijn de Cruciale dialoog binnengeslopen. Wanneer dit gebeurt, begint men nefaste spelletjes te spelen. Indien men ziet dat men afdrijft naar het vermijden van echte dialoog of toevlucht neemt tot geweld, dan dient men zich vliegensvlug opnieuw te verbinden met haar of zijn originele waarde, met haar of zijn kernwaarden en kernkwaliteiten, positieve intentie en engagement om van daaruit te handelen. Nadien dient men terug te keren naar een echte dialoog. 

Sophie’s Choice 

Men komt terug tot die dialoog door zich te focussen op wat men werkelijk wil en daarbij vermijdt men zich te laten meesleuren in het zogenaamde ‘Sophie’s Keuze-spel’. Dit ‘spel’ is nefast voor de gezonde dialoog. Het laat je geloven dat je moeten kiezen tussen twee kwalijke alternatieven. De naam van het spel komt van het prangende ‘Sophie’s Choice’-verhaal[v]. Dit is het schrijnend verhaal van een jonge vrouw in Auschwitz, die voor een verscheurende keuze wordt geplaatst. Ze dient zelf te beslissen welke van haar twee kinderen zal omgebracht worden. Indien ze niet beslist, worden beide kinderen gedood. 

Wat deze ‘Sophie’s Keuzes’ in dialoogcontext kenmerken, is dat men het voorstelt alsof men moet kiezen tussen twee kwalen: de cholera of de pest. Bijvoorbeeld, men laat ofwel blijken dat men het grondig oneens is met z’n baas, met het risico daarvoor gestraft te worden (de boodschapper van het slechte nieuws wordt in het bedrijf nogal eens vereenzelvigd met het slechte nieuws), of men slikt haar of zijn woorden in – en zodoende weigert men het reservoir van gedeelde mening met ideeën te voeden – waardoor men wel haar of zijn baan houdt. Dit komt neer op een ‘het één of het ander’-denkpatroon van het ergste soort. Indien men een ‘Sophie’s Keuze’ voorstelt, laat men het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid, was. Men doet het voorkomen alsof men de boodschap niet eerlijk én respectvol kon brengen. Men laat uitschijnen dat het onmogelijk is een specifieke afwijkende mening op een veilige manier te verwoorden. Diegenen die een ‘Sophie’s Keuze’ te berde brengen, stellen dat ze geen derde gezonde mogelijkheid zien – wat in dit geval een eerlijke maar tragische fout is – of ze voeren deze valse tweespalt ten tonele om hun onverkwikkelijk gedrag te justifiëren. 

Een nefaste bijwerking van deze ‘Sophie’s Keuze’ is dat ze niet alleen aanzet tot ineffectieve acties, ze verhindert ook echte, waardevolle verandering. Deze keuze laat geloven dat er geen alternatief is voor het vlucht-of-vechtsyndroom en dus geen ruimte voor creatief denkwerk. ‘Sophie’s Keuzes’ zijn dus simplistische, negatgieve compromissen, die ons verhinderen om creatief in dialoog te blijven en die onze domme spelletjes verrechtvaardigen. 

Op zoek naar het ongrijpbare ‘En’ 

De besten in het voeren van Cruciale dialogen weigeren ‘Sophie’s keuzes’ en dit door bewust naar nieuwe oplossingen te zoeken. Zij stellen zich moeilijke vragen. Ze vervangen ‘het één of het ander’-denken door een zoektocht naar het, oh zo belangrijke en door velen als ongrijpbaar geziene, ‘En’. Zij gebruiken de derde karakteristiek Creatief Integreren teneinde die toch te vatten. 

Daarbij gaan ze strategisch te werk als volgt: 

  1. Eerst en vooral maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) echt wil bereiken. Dus wat men wil bekomen voor zichzelf, de ander en de onderlinge relatie. Dat geeft al een aanzet om zich niet te laten vangen in het net van ‘Sophie’s Keuzes’. 
  2. Vervolgens maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) niet wil bereiken. Dit is de sleutel tot het formuleren van de ‘en’- vraag. “Wat ik niet wil voorhebben, is verplicht te worden een simplistische ‘Sophie’s Keuze’ te moeten maken!” is de uitdaging die aan de orde is. 
  3. Ten slotte legt men zich toe op het vinden van een creatieve en productieve oplossing door de twee voorgaande punten in een ‘en’-vraag te vatten: ‘Hoe kan ik ertoe komen dat wat ik wil bereiken, bereik en wat ik niet wil bereiken, vermijd?” Het antwoord op deze vraag zal heel wat creatiever zijn dan wat met ‘vluchten’ en ‘vechten’ kan bekomen worden. Men zoekt daarbij naar ‘beide en verschillend van’, dus synergetische, oplossingen. 

Kijk uit voor Angst en/of Woede 

Diegenen die de Creatieve wisselwerking onder de knie hebben, zijn zoals gesteld niet alleen volledig aanwezig in de dialoog, ze zijn zich ook ten volle bewust van het dialoogproces. Ze kijken daarbij uit naar tekenen die aantonen dat angst of woede de dialoog binnenglipt. Wanneer de ander wegdrijft van de gezonde dialoog – i.e. ophoudt met het eerlijk vullen van het reservoir van gedeelde mening – door ofwel doelbewust z’n eigen mening te verzwijgen ofwel deze op te dringen, kijkt men uit of de ander niet angstig of woedend is. 

Wanneer er geen angst of woede is, kan men in principe zowat alles zeggen. Dialoog heeft behoefte aan en drijft op vrije meningsuiting. Niets doodt die vrije meningsuiting meer dan angst of woede. Wanneer men angstig is, omdat men vreest dat de dialoog haar of zijn carrière kan schaden, dan start men met het verzwijgen of verdoezelen van feiten. Wanneer men woedend wordt, omdat men de indruk heeft dat men om een of andere reden geen gelijk kan halen, begint men aan te vallen. Beide reacties – vluchten en vechten – vinden hun oorsprong in de emoties van angst en woede. Bovendien is het zo dat, wanneer angst en woede uit de dialoog geweerd wordt, er niet alleen over om het even wat kan gepraat worden, maar dat ook er geluisterd wordt. Wanneer men niet vreest aangevallen of vernederd te zullen worden, ook wanneer men zelf niet woedend is, dan kan men zelfs naar praktisch alles luisteren zonder direct defensief te worden. 

Eloïse, Edward en Elvire, denk in dit verband eens aan jullie eigen ervaringen. Kunnen jullie zich herinneren ooit eens van iemand scherpe feedback gekregen te hebben en dat jullie op dat ogenblik toch niet defensief reageerden? Dat jullie in plaats daarvan naar die niet zo prettige feedback luisterden op een open manier? Dat jullie alles deden om die feedback werkelijk te begrijpen en erover na te denken? Dat jullie toelieten door die feedback beïnvloed te worden? Indien jullie zich zoiets kunt herinneren, stel jullie dan de cruciale leervraag: “Waarom lukte dat toen?” Hoe kwam het dat jullie die – op dat ogenblik potentieel schadelijke – feedback toch positief benaderden? Als jullie zijn zoals ik – en met mij vele anderen – dan is dat heel waarschijnlijk omdat jullie geloofden dat die ander het goed met jullie voorhad. Daardoor respecteerden jullie de mening van die ander. Met andere woorden, jullie voelde zich veilig omdat je de motieven van de ander vertrouwde én zijn bekwaamheid om een en ander in te schatten. Jullie voelden niet de behoefte zich te verdedigen om de eenvoudige reden dat jullie zich niet aangevallen voelden. Jullie veilig voelen betekent dat jullie vrij zijn van angst en woede. 

Anderzijds is het ook zo dat men, wanneer men angstig of woedend is, geen ‘negatieve’ feedback kan verdragen. Wanneer men angstig of woedend is, zullen zelfs goed bedoelde commentaren negatief worden beoordeeld. Wanneer men angstig of vijandig is, wordt men verblind. 

Wanneer men uitkijkt naar tekenen van angst en woede bemerkt men niet alleen de gevaren voor de dialoog. Men houdt ook de geest levendig. Men is aandachtig. Zoals al gesteld worden, wanneer emoties de kop opsteken, de hersenfuncties afgeremd. Niet alleen start de voorbereiding voor het vluchten of het vechten, bovendien vernauwt het perifere zicht. Wanneer men zich echt bedreigd voelt, dan zie men zelfs met moeite wat zich vlak voor de neus bevindt. Met andere woorden kijkt men, wanneer men het gevoel heeft dat de uitkomst van de dialoog wordt bedreigd, niet verder dan de neus lang is. 

Wanneer men van de inhoud van de dialoog loskomt en uitkijkt naar tekenen van angst of woede, zet men het brein volledig in en krijgt men een volledig zicht op de werkelijkheid. Adrenalineopstoten zijn alarmerende processen verbonden aan vluchten en vechten. Deze maken het onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen. Ik noem het de ‘haas-in-de-koplampen’-reactie. Dit is uiteraard een metafoor, maar die reactie bestaat werkelijk. 

“Mijn schoonvader zaliger, Lionel Onghenae, gebruikte deze reactie van een haas, wanneer die gevangen wordt door de koplampen van een auto, als jachtwapen. De feiten zijn verjaard, dus kunnen ze gerust te boek worden gesteld. Lionel heeft bij mijn weten nooit een schot gelost, toch heb ik meermaals van een overheerlijke haas mo- gen smullen, die hij ‘geschoten’ had. Zijn tactiek was de volgende. Hij woonde in de polder, in het grensgebied ten noorden van Eeklo, nabij Watervliet. Een druilerige dag in het juiste seizoen was voldoende om hem ’s avonds, wanneer het opgeklaard was, te doen besluiten op jacht te gaan. Hij reed dan met zijn wagen over de smalle polderpa- den en steevast zaten er hazen op de al gedroogde betonbaantjes in het flauwe maanschijnsel te spelen. Toen ze gevangen werden door de koplichten van Lionels wagen, verstijfden ze van angst en bleven ze stokstijf staan, totdat de auto over hen heen reed. Toen werd het voor hen aardedonker en sprongen ze op, knal tegen de onderkant van het chassis van de wagen aan. Ze bleven verdoofd liggen. Lionel stapte bedaard uit en verloste elk van hen uit zijn lijden met een juist gemikte nekslag.” 

Nogmaals, door angst of woede ingegeven beslissingen zijn meestal niet overdachte reflexen. Het angst- of woedegevoel van de ander zet deze aan je eens goed aan te pakken. Het probleem hierbij is dat dit agressieve gedrag niet steeds de diplomaat in jou aanspreekt. In plaats van de aanval te kaderen, als een teken dat veiligheid onder druk komt, neemt men de actie van de ander letterlijk als een aanval op. Dan is volgens het ‘oog om oog, tand om tand’-principe de reactie mogelijks navenant. Men is dan niet meer aandachtig met het proces bezig, men stapt bijgevolg niet uit de inhoud van het gesprek om de angst of woede te ontzenuwen. Integendeel, men wordt een deel van het probleem en men wordt meegezogen in het vluchten of vechten van de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben er mij terdege van bewust dat wat ik hier voorstel niet makkelijk is. Ik vraag jullie om de tekenen van vermijden of aanvallen te zien als tekenen van angst of woede en daarbij jullie ‘natuurlijke’ reactie, teneinde de ander van hetzelfde laken een broek te geven, af te blokken. Met andere woorden ik vraag jullie jaren van praktijk en ingesleten gedrag om te buigen in nieuw gedrag. Inderdaad, in plaats van jullie ‘normaal’ gedrag vraag ik jullie uit de inhoud van de dialoog te stappen en de angst of de woede aan te pakken. Dit is aartsmoeilijk, maar heb ik ergens in deze serie columns boek beweerd dat het correct van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking makkelijk is? 

Vormen van vluchten en vechten 

De niet zo gezonde uitingen van angst of woede zijn enerzijds vluchten (een ‘negatief stilzwijgen’, waardoor feiten niet worden vermeld) en anderzijds verbaal geweld (waardoor feiten worden opgedrongen). 

Vormen van vluchten 

De verschillende vormen van vluchten zijn: maskeren, omzeilen en terugtrekken. 

Maskeren is zijn eigen mening niet verwoorden of niet laten zien. Daartoe zijn de meest gebruikte technieken: sarcasme, (het tegendeel) verbloemen of zelfs vleien. 

De meeste vormen van omzeilen bestaan erin het gesprek compleet weg te sturen van het gevoelige onderwerp. We praten wel maar benoemen belangrijke zaken niet. 

Terugtrekken, het woord zegt het, betekent zich uit de conversatie terugtrekken. Soms zelfs letterlijk, men verlaat de ruimte waar de dialoog plaats vindt. 

Vluchten is in vele gevallen negatieve stilte. Wij willen hierbij onderstrepen dat stilte op zich héél positief kan zijn, zeker in het kader van spiritualiteit. Dus ook in de context van Business Spiritualiteit. Paul de Chauvigny de Blot spreekt in dit verband van de kracht van de stiltetaal. Ook contemplatieve ordes hebben sinds eeuwen bewezen dat stilte een meerwaarde kan zijn. Recent onderzoek van het functioneren van de hersenen heeft dit overigens aangetoond. Dit onder meer door onderzoeken binnen het Mind and Life Institute; een gezamenlijk onderzoeksprogramma van een aantal Amerikaanse universiteiten en de Dalai Lama[vi].

Vormen van vechten 

Vechten uit zich in verbaal geweld. Verbaal geweld heeft vele vormen en eigenlijk maar één doel: de ander via dit verbaal geweld te overtuigen, te controleren, over te halen om je zienswijze bij te treden. Verbaal geweld dramt bij wijze van spreken de eigen mening in het reservoir van de gedeelde mening. 

De drie meest voorkomende vormen van verbaal geweld zijn: manipuleren, bestempelen (labelen) en regelrecht aanvallen. 

Manipuleren komt in deze context overeen met de ander, al dan niet subtiel, te dwingen jouw gedachtegang over te nemen. Dit gebeurt vaak door het vragen achterwege te laten en enkel te pleiten voor het eigen gelijk. Zodoende wordt de dialoog door één partij gedomineerd, waardoor de dialoog feitelijk een monoloog wordt. Door gebruik te maken van een rits technieken waaronder: de ander onderbreken, het verdraaien van feiten, het gebruikmaken van suggestieve, directieve of zelfs manipulerende vragen, wordt de dialoog door één partij beheerst. 

Bestempelen of labelen is iemand of iemands ideeën van een kwalificatie voorzien, zodat men die in een bepaalde categorie kan stoppen. 

Aanvallen spreekt voor zichzelf. Het doel is dan minder het eigen gelijk halen, eerder de ander te kwetsen en te doen lijden. Aanvalstechnieken zijn onder meer kleineren en regelrecht bedreigen. 

Kijk naar je gedrag onder stress 

Laat ik even samenvatten: angst kan leiden tot vluchten en woede tot vechten. Samen kunnen ze de basis vormen van stress. We nemen aan dat je aandachtig blijft tijdens het gehele dialoogproces. Men neemt daarbij zowel de inhoud als het inzetten van de condities en vaardigheden onder ogenschouw. Men geeft speciale aandacht aan tekenen waardoor men kan zien of de dialoog cruciaal wordt. Om dit belangrijk ogenblik te kunnen grijpen, kijkt men voornamelijk uit naar tekenen van angst of woede. Wanneer veiligheid in het gedrang komt, heeft men oog voor de verschillende vormen van vluchten en vechten. 

Is men nu volledig gewapend? Ziet men nu alles wat er te zien is? 

If the doors of perception were cleansed,

everything would be seen as it is.

William Blake

Het antwoord op deze vragen is: nee! Het moeilijkste element om er zeker van te zijn dat men op de verschillende niveaus aandacht heeft voor het volledige proces, is het eigen gedrag! Dit gedrag situeert zich ergens op volgend continuüm: vluchten, wegdeemsteren, passief, neutraal, assertief, agressief, buitensporig gewelddadig (i.e. het ‘vluchten – vechten’ continuüm). Eerlijk gezegd, het is uiterst moeilijk om het eigen gedrag te observeren wanneer men in een Cruciale dialoog verwikkeld is. Men kan nu eenmaal niet fysiek uit het eigen lichaam stappen en zichzelf observeren. Men bevindt zich aan de verkeerde kant van de oogballen. 

De waarheid is dat de meesten onder ons het moeilijk hebben om van binnenuit hun eigen gedrag te meten en te evalueren. Het komt nogal voor dat men tijdens Cruciale dialogen zelf angstig en woedend is en daardoor zelf vlucht of vecht. Het echt bewust zijn van Creatieve wisselwerking op alle niveaus is iets waar we door indoctrinatie en socialisatie niet bijster goed in geworden zijn. 

Het gebruik van de vaardigheid procesbewustzijn is inderdaad iets van het moeilijkste wat er is, zeker het gebruik ervan op het eigen functioneren. Niet alleen dient men dan aandachtig te zijn voor het eigen gedrag, maar ook voor wat dat gedrag bij de ander teweegbrengt. Het komt erop aan duidelijk te zien welke impact dit gedrag heeft op angst of woede. Indien het doel is angst of woede uit de dialoog te bannen, dan dient men te starten bij zichzelf: ban angst of woede uit jezelf! 

Door de vaardigheid procesbewustzijn is men er zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces in zichzelf en de ander, maar ook van de werking van de Vicieuze Cirkel binnen zichzelf en de ander. Inderdaad om de draaizin van de Vicieuze Cirkel te veranderen, dient men ten volle bewust en consistent de condities en vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces te beleven.


[i] Antonella D’Amore, Bruce Springsteen’s World Citizenship. Interdisciplinary Literary Studies Vol. 9, No. 1, Glory Days: A Bruce Springsteen Celebration (Fall 2007), University Park, PA: Penn State University Press. Bladzijden 162-181

[ii] George E.P. Box & Norman R. Draper. ©. Wiley, 1987. Bladzijde 424

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 279-309

[iv] W. Edwards Deming. Out of the Crisis. Quality, Productivity and Competitive Position. Cambridge, MA: Cambridge University Press, 1982. Bladzijden 59-62, 202 en 266-268

[v] William Styron. Sophie’s Choice. New York, NY: Random House, Inc. 1979. & gelijknamige film van Alan J. Parker met Meryl Streep in de hoofdrol, 1982 

[vi] Felicity Mellor en Stephen Webster (Editors). The Silences of Science. Gaps and Pauses in the Communication of Science. New York, NY: Routledge (imprint of the Taylor and Francis Group), 2017


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXV

HOE ZICH WERKELIJK BEWUST ZIJN VAN HET PROCES?

Previously, Springsteen’s awareness of his own alienation had begun faintly with “Stolen Car” and not reached its full development until “Living Proof” a dozen years later.

By the same token, his understanding of how close he constantly was to slipping away from his own best self-conception – “When I look at myself, I don’t see the man I wanted to be”, as he had written in “One Step Up”

he constantly was to slipping away from his own best self-conception – “When I look at myself, I don’t see the man I wanted to be”,  – underwent a similarly slow-dawning process. 

One might say this awareness was the major undeveloped theme on the three relationship albums as in the key switch in perspective during the bridge of “Brilliant Disguise.”

[ Now look at me, baby
Struggling to do everything right
And then it all falls apart
When out go the lights
I’m just a lonely pilgrim
I walk this world in wealth
I want to know if it’s you I don’t trust
‘Cause I damn sure don’t trust myself.
]

That shift in awareness (from the lover’s sins to the narrator’s) is echoed more starkly at a structurally similar moment in “Highway 29”: [I told myself it was all something in her. But as we drove, I knew it was something in me.]

When introducing “Highway 26” in Dublin a year later, Springsteen specifically called it a song about self-knowledge, Suggesting as he elaborated that it was this driving epiphany of the narrator’s that may have been the most clearly autobiographical moment in the song for him[i].

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In dit deel gaan we het hebben over de vierde vaardigheid van de vierde karakteristiek Continu TransformerenProcesbewustzijn.  Dit is de omega van de zestien vaardigheden en ook een van de moeilijkste vaardigheden om onder de knie te krijgen.

Inleiding

Het is niet afdoende om de gunstige condities te onderkennen, men moet ook de intentie hebben om deze bewust te creëren, en ook de kernvaardigheden bewust en consistent beleven in alles wat men doet[ii].

Stacie S. Hagan 

Het procesbewustzijn (Process Awareness) is een van die kernvaardigheden waarover Stacie het in haar bovenstaande quote heeft. Deze vaardigheid zorgt ervoor dat men zich niet alleen bewust is van wat men doet, maar ook van hoe men dit doet. Bovendien – en dit is uniek – zorgt het procesbewustzijn ervoor dat men zich bewust is van de mate waarin datgene wat men doet en hoe men het doet, congruent is met de condities en de kerncompetenties die onderliggend zijn aan Creatieve wisselwerking. In feite zorgt het procesbewustzijn er ook voor dat men zich ervan bewust is in welke mate men de zestien kernvaardigheden ook effectief gebruikt, met inbegrip van de vaardigheid procesbewustzijn

Het begrip procesbewustzijn binnen het creatief wisselwerkingsproces is niet exact wat er binnen de management wereld, in het bijzonder binnen veranderingsmanagement, mee wordt bedoeld. Daar heeft het begrip een specifieke definitie: de mate waarin de deelnemers aan een proces geïnformeerd zijn over de procesprocedures, de regels, de vereisten, de werkstroom, de doelen van het proces zelf en hun bijdragen in het behalen van die doelen. De aanname die daarbij gemaakt wordt, is dat een goed procesbewustijn bij het uitvoerend personeel een belangrijke voorwaarde is voor succes van elk bedrijfsproces, omdat het er voor zorgt dat mensen doen wat ze geacht worden te doen. Die aanname is aanvaardbaar omdat mensen nu eenmaal, om iets te doen, het moeten willen, kunnen en mogen doen en dat deze drie basisvoorwaarden (willen, kunnen en mogen) geborgd worden door het zich bewust zijn van het proces.

Het procesbewustzijn binnen het creatief wisselwerkingsproces omvat de voorwaarde dat men een grondige kennis heeft met betrekking tot het proces. Dit is een noodzakelijke, maar nog geen voldoende voorwaarde. Men moet ook nog het creatief wisselwerkingsproces kunnen beleven. Ten slotte is kennen en kunnen niet voldoende om dit ook effectief te doen. Men moet het proces ook willen beleven! Tot daar de overeenkomst tussen het begrip procesbewustzijn in onze toepassing en in de managementwereld. Ons begrip gaat echter nog een essentiële stap verder: het is zich bewust zijn van het verloop van het creatief wisselwerkingsproces tijdens het beleven ervan!

Het beleven van Creatieve wisselwerking vergt continu leren. Dit wil zeggen dat dit beleven de kans dient te krijgen te rijpen en bijgesteld te worden. Zowel de inhoud als de vorm dienen door de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces bewaakt en aangepast te worden. Dit wil zeggen dat, terwijl het creatief wisselwerkingsproces zich ‘ontwikkelt’, men zich bewust is zowel van de inhoud van het proces als van het verloop en de kwaliteit ervan. Binnen het creatief wisselwerkingsproces en de toepassing ervan, Cruciale dialogen, noemen we die vaardigheid procesbewustzijn.

Eloïse, Edward en Elvire, het moge duidelijk zijn dat de vaardigheid procesbewustzijn kan ingezet worden tijdens het beleven van elke van de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces.  Wij hebben daarom deze vaardigheid als laatste geplaatst, ook al conform de ‘last but not least’ gedachte. 

Het procesbewustzijn is de wijze waarop we meten en evalueren in welke mate we intentioneel, bewust en consistent het creatief wisselwerkingsproces beleven, ondermeer bij het voeren van Cruciale Dialogen. Het betreft dus het bewust beleven van de basiscondities en vaardigheden van ons model voor Creatieve wisselwerking (dat ik ontwikkelde bij de toepassing van Creatieve wisselwerking bij Cruciale Dialogen), en het blijvend uitkijken voor de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel

Het volgende verhaal maakt de bedoeling van het procesbewustzijn enigszins duidelijk: 

Jade 

Dit is een oud verhaal over een verzamelaar van edelstenen, die op een dag besloot zich toe te leggen op het verzamelen van jade. Hij wilde er zeker van zijn dat hij enkel de fijnste jade in zijn collectie zou opnemen. Daartoe diende hij uiterst bekwaam te zijn in het onderscheiden van goede kwaliteitsjade van slechte kwaliteitsjade. Om dit niveau van bekwaamheid te kunnen bereiken, diende hij zich te laten opleiden door een ware meester. Hij onderzocht eerst heel grondig wie de wijste meester was in het onderscheiden van goede kwaliteitsjade van slechte kwaliteitsjade. Na een maandenlange zoektocht vond hij die wijze meester. Die ging akkoord om hem gedurende een periode van tien weken op te leiden. Gedurende die periode diende hij zich één avond per week naar het huis van de meester te begeven en op de tiende avond zou hij een test moeten afleggen teneinde zijn vakkundigheid te bepalen in het onderscheid maken tussen goede kwaliteitsjade en slechte. Natuurlijk diende hij een aanzienlijke geldsom op voorhand te betalen teneinde door de meester zelf te worden onderwezen. 

Op de eerste avond kwam hij bij het huis van de meester aan, leergierig en enthousiast om de lessen aan te vatten. De meester overhandigde hem een perfect exemplaar jade en vroeg hem dit gedurende een uur te observeren. Met enthousiasme bekeek hij het kleinood van alle kanten. Nadat het uur verstreken was, keerde hij naar huis terug, verlangend uitkijkend naar de volgende sessie. Hij was er zeker van de finesse van het vak onder de knie te zullen krijgen. De tweede week overhandigde de meester hem opnieuw een stuk jade van de hoogste kwaliteit en liet hem alleen opdat hij ook dit stuk aandachtig zou bestuderen. Hoewel de man enigszins ontgoocheld was, volgde hij toch de instructies van de meester. De derde week werd het scenario van de vorige twee weken herhaald. De ontgoocheling van de man ging over in irritatie. Hij had zijn zuurverdiende geld gespendeerd teneinde goede kwaliteitsjade van slechte kwaliteitsjade perfect te leren onderscheiden. Het enige wat hij tot nog toe gedaan had, was drie uur staren naar verschillende stukken perfecte jade. Dit leek op zeer dure verveling. 

De volgende weken waren niet anders. Dezelfde routine werd herhaald, niettegenstaande hij de meester zijn ongenoegen meermaals liet blijken. De meester ging daar echter niet op in. Gaandeweg vertelde hij familie en vrienden over zijn uitzichtloze situatie. Hij dacht er zelfs aan om zijn geld terug te vragen. Hij vond het echter sneu om zo gemeen te zijn tegen de beminnelijke bezielde meester, maar de maat was vol. Hij besloot echter geduld te oefenen en de laatste sessie af te wachten om te kijken of er geen verschil was met de vorige sessies, alvorens zijn geld terug te eisen. 

Later vertelde hij zijn advocaat over die laatste sessie: “De meester gaf me niet enkel weer een stuk jade om te observeren, hij gaf me deze keer een stuk jade van slechte kwaliteit!”

Moraal: De beste manier om slechte kwaliteit te herkennen, is de echt goede kwaltiteit te kennen. 

Inderdaad, hoe meer we echte Creatieve wisselwerking kunnen observeren en beleven door erin te participeren, hoe meer we bewust zullen zijn worden de kracht van het proces. Hoe vlugger we ook zullen merken dat we van het goede pad afdwalen, of nog erger, in de greep van de Vicieuze Cirkel terechtkomen. Hoe meer ook dat we, door bijsturing, continu zullen verbeteren in dit beleven. 

Het procesbewustzijn komt erop neer dat we, tijdens het uitvoeren van een taak, ons ervan bewust zijn dat we dit volgens een bepaald werkproces doen. We zijn er ons ook van bewust of wat we aan het doen zijn, gedaan wordt met de intentie en de gedragsvaardigheden van Creatieve Wisselwerking of dat we eerder handelen vanuit onze Vicieuze Cirkel.

Procesbewustzijn gedefinieerd 

Eloïse, Edward en Elvire, het is dus niet zo eenvoudig om het procesbewustzijn te definiëren, mede omdat het een complex fenomeen is dat op vrij veel verschillende niveaus werkzaam kan zijn. 

Laten we met het meest eenvoudige beginnen. Hierdoor wordt ook duidelijk waarom we uiteindelijk deze vaardigheid aan de vierde karakteristiek Continue Transformatie – dus tijdens de uitvoering van de overeengekomen activiteiten of taken – gekoppeld hebben. Het procesbewustzijn heeft in zijn meest eenvoudige vorm te maken met een tweevoudig bewustzijn. Dit wil zeggen dat een gedeelte van het bewustzijn zich focust op de taak (wat gedaan wordt). Terwijl men dat doet, is een ander gedeelte van het bewustzijn gefocust op het proces (hoe het gedaan wordt). Met andere woorden, diegene bij wie het procesbewustzijn operatief is, is niet volledig opgeslorpt door de taak; hij heeft ook oog voor het werkproces zelf. Zij of hij voldoet daarbij aan het eerste van H.N. Wiemans tweevoudige engagement (“twofold-commitment”). En op hetzelfde moment reserveert zij of hij ook een gedeelte van het procesbewustzijn voor het creatief wisselwerkingsproces. Dit gedeelte gaat na of iedere deelnemer aan het werkproces al dan niet de vaardigheden, nodig om Creatieve wisselwerking te kunnen beleven, effectief gebruikt, of eerder aan het worstelen is met haar of zijn Vicieuze Cirkel

Het bijkomend gedeelte, namelijk dat gedeelte dat ingezet wordt tijdens het bewaken van het werkproces en het onderkennen of het creatief wisselwerkingsproces al dan niet werkzaam is, wordt in teamvergaderingen soms toegewezen aan een coach of observator. Zelf heb ik in het verleden heel wat teams geholpen door die rol zo goed mogelijk te vervullen. In dit geval was het bewaken van zowel het werkproces als het creatief wisselwerkingsproces mijn taak als consultant. Laat het duidelijk zijn dat dit hoogstens een tijdelijke oplossing kan zijn, totdat het team zelf voor die specifieke taak kan instaan. Bij procesbewustzijn is het zo dat elke deelnemer aan het creatief wisselwerkingsproces zowel speler als observator is, en dus zowel de uitvoering van de taak, het volgen van het werkproces, als het beleven van Creatieve wisselwerking meet en evalueert. 

Procesbewustzijn is dus meer dan een tweevoudig bewustzijn. Het kan: 

  • wat je zegt en doet (i.e. de activiteit) monitoren; 
  • wat de anderen zeggen en doen (de activiteiten van anderen) onderkennen en evalueren; 
  • monitoren hoe allen het werkproces beleven (hoe de procedures gevolgd worden); 
  • maar ook hoe allen het creatief wisselwerkingsproces effectief beleven, of eerder tegenwerken. 

Het voordeel van het beheersen van onze versie van procesbewustzijn is dat men er zich werkelijk van bewust is of het creatief wisselwerkingsproces al dan niet operatief is en dat men continu de condities voor dat proces en het effectief gebruik van de vaardigheden beheerst,  kan monitoren. 

Voornamelijk het laatste element van het meervoudig bewustzijn, dat procesbewustzijn is, heeft te maken met het bewustzijn van jezelf (self awareness) en van je bekwaamheid om je los te maken van jezelf en van de informatie die je in je hoofd aan het verwerken bent. Laat ik, om dit laatste enigszins te verduidelijken, Einstein parafraseren: 

“The superiority of man lies not in his ability to perceive, but in his ability to perceive that he perceives, and to transfer his perception to others through words” 

Albert Einstein 

Zien waar we mee bezig zijn, dus zowel de taak als het verwerken van informatie (en beide als gelijkwaardig beschouwen), is één. Zien dat we zien waar we mee bezig zijn, is dus een diepere laag van het procesbewustzijn. Om te zien dat ik aan het zien ben, moet ik mij losmaken van diegene die ziet, in casu mezelf. Dit is niet gemakkelijk te verwezenlijken, zeker met het gegeven van de Vicieuze Cirkel

Procesbewustzijn heeft ook te maken met het begrip transcendentie. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben misschien ooit wel eens volgende uitdrukking gehoord: “in de wereld zijn en toch niet van de wereld zijn”. In de wereld zijn betekent dat men zichzelf identificeert met haar of zijn gedachten, gevoelens en gedragingen. Van de wereld zijn betekent dat men overtuigd is dat alles wat men is een conglomeraat is van de eigen ervaringen en acties in deze wereld (en enkel dat). Niet van de wereld zijn betekent die wereld afstandelijk kunnen beschouwen. Men bevindt zich als het ware ‘boven’ de wereld en men beschouwt de werkelijkheid en dit zonder dat men effectief opgeslorpt geraakt. Ideaal is uiteraard dat men beide aankan op een perfecte manier. Zo is het product van de Vicieuze Cirkel, dat ik het ‘valse’, ‘geconstrueerde’ of ‘gecreëerde’ zelf genoemd hebt, van deze wereld. Die gecreeëerde zelf is een eenheid, vervaardigd uit een mix van ervaringen, percepties, verwachtingen, beelden, rollen, eisen en verwachtingen, cultuurspelletjes, en ga zo maar door. Het Originele Zelf echter is niet van de wereld. Het staat buiten en boven de wereld terwijl het toch perfect met beide voeten in de wereld staat. 

Stacie S. Hagan gebruikt ook volgende metafoor: teneinde niet van deze wereld te zijn moet men haar of zijn geconstrueerde zelf, met al zijn overtollige eisen en verwachtingen van zich afschudden, zoals een slang zich van haar oude huid ontdoet. Men bevrijdt zich als het ware zelf uit die bekrompenheid. Men wordt zich helder bewust dat men niet enkel het geconstrueerde zelf is. Men is veel meer en dit inzicht komt wanneer men zich realiseert dat het “zelf” een deel van een veel groter geheel is dan het “zelf” dat men dacht te zijn. Terwijl ik dit schrijf, krijg ik plots de behoefte om het woord zelf tussen aanhalingstekens te plaatsen. Dit komt omdat we, naarmate we onze oude huid, ons oude “zelf” afschudden, meer in lijn komen met ons originele “zelf” en daarbij de notie van “zelf” – als afgescheiden eenheid van andere “zelven” – begint te vervagen. Inderdaad we worden ons dan scherp bewust van onze onderlinge verbondenheid met elkaar, met de natuur en (voor gelovigen) in het bijzonder met de Schepper. Voor mij is dat verbonden zijn met het leven gevend en transformerend proces dat ik Creatieve wisselwerking noem.

Procesbewustzijn heeft dus te maken met het ontvankelijk zijn voor informatie verbonden aan activiteit of taak, evenals voor informatie verbonden aan het creatief wisselwerkingsproces.  Terwijl we met anderen werken (dat wil zeggen, in de wereld zijn) staan we compleet open voor het bestuderen van onszelf, van de interne data die reacties in ons genereren, zonder de gevangene te worden van deze data (dat wil zeggen, niet van deze wereld zijn). Bijvoorbeeld, als men voelt dat men woedend, nerveus of angstig wordt, bekijkt men die gevoelens als een niet door deze emotie beïnvloede buitenstaander. Men kijkt als het ware onbevangen naar de bron van deze emoties. Men gaat ook na welke rol de Vicieuze Cirkel daarbij speelt. Men bekijkt dit alles alsof het iemand anders overkomt. 

Inderdaad, Eloïse, Edward en Elvire, een niet zo gemakkelijk concept. In mijn workshops beperkte ik mij meestal tot de dualiteit van het procesbewustzijn en behandelde ik niet steeds de derde, diepere vorm. Alles hing af van de bekwaamheid van de deelnemers met betrekking tot Creatieve wisselwerking. De diepere vorm van procesbewustzijn gebruik ik uiteraard nog steeds zelf om mijn beheersing van het vrijmaken van het creatief wisselwerkingsproces op een hoger peil te tillen, en, zoals jullie reeds ervaren hebben, daar heb ik nog een heel vette kluif aan… 

Het Procesbewustzijn tijdens Creatieve wisselwerking

Dit procesbewustzijn is wel een heel specifieke vaardigheid van Creatieve wisselwerking, gezien deze in het ideale geval, optimaal functioneert gedurende de vier karakteristieken van dit leerproces. Dit geeft eens te meer aan dat ons model inzake Creatieve wisselwerking zeker geen lineair model is. Laten wij hier aangeven hoe het procesbewustzijn werkzaam kan zijn tijdens Authentieke Interactie, Waarderend Begrijpen, Creatieve Integratie en Continue Transformatie

Het procesbewustzijn tijdens de Autenthieke Interactie

Tijdens de eerste karakteristiek Authentieke Interactie zorgt het procesbewustzijn ervoor dat in kaart wordt gebracht of de verschillende deelnemers nu communiceren vanuit hun Originele Zelf ofwel vanuit hun gecreëerde zelf, met al zijn filters, spelletjes, rollen en beelden. Het Originele Zelf komt tot leven vanuit een positieve intentie en is zich bewust van haar of zijn Intrinsieke Waarde en de Intrinsieke Waarde van de ander. De Originele Zelf kijkt ook naar de werkelijkheid met wat ik het helder bewustzijn heb genoemd; dus wat Boedhisten ‘niet duaal’ noemen.

Het procesbewustzijn ziet ook wanneer men binnen zijn Vicieuze Cirkel gevangen zit, wanneer men denkt en ageert vanuit het geconstrueerde mentaal model, opgebouwd uit de rollen, spelletjes, beelden. Men is er zich in dit geval ook haarscherp van bewust dat men dit eigenlijk doet in een poging om achting te bekomen voor het ‘valse, gecreeerde zelf’ Dit ‘valse zelf’ is een product van de Vicieuze Cirkel. Het wenst geaccepteerd te worden, goed over te komen, intelligent uit de hoek te komen, kortom iemand te zijn. Het Originele Zelf is geworteld in de Intrinsieke Waarde, is open en zoekt originaliteit in diversiteit. Het procesbewustzijn maakt het mogelijk dat men, terwijl men in Authentieke Interactie is, meet en evalueert of deze interactie de in het creatief wisselwerkingsproces besloten criteria haalt, en of de vaardigheden doelmatig worden ingezet. Kortom, of men integer pleit voor het beste wat men kent en ook het beste wat de ander weet aan bod laat komen. Of men de non-verbale communicatie oppikt en af en toe de vaardigheid bevestigend herhalen inzet. 

Door het procesbewustzijn is men zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces, men ziet ook of men al dan niet gevangen zit in zijn mentaal model. De werking van de Vicieuze Cirkel wordt gemeten en geëvalueerd. Dit doet men om te evalueren in welke mate men de boodshap inkleurt vooraleer deze echt begrepen te hebben. Door het procesbewustzijn is het mogelijk om continu het proces zo dicht mogelijk bij het gewenste te sturen, door het consistent toepassen van de hulpmiddelen en de vaardigheden. Daardoor wordt de Authentieke Interactie wat zij behoort te zijn: het beste van zichzelf delen met de intentie het beste van anderen begrijpen. 

Het procesbewustzijn tijdens het Waarderend Begrijpen

Diegene die luistert, luistert met zijn ‘distincties’, i.e. zijn eigen manier om verschillen te ontdekken. Dit zagen we reeds in een eerdere column. Deze distincties kunnen echter ook tegendraads werken. Wat we verwachten te horen, willen horen, al weten, … zal de zuiverheid van de boodschap van de spreker contamineren. Daarom dienen alle deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces bewust te zijn van het (werk) proces en ook open staan voor het feit dat ze niet steeds correct horen wat de boodschap is; laat staan dat ze het waarderend begrijpen. 

Anderzijds is het ook zo dat de luisteraar soms heel goed hoort, zo goed zelfs dat hij de verborgen boodschappen van de spreker hoort. Boodschappen die eigenlijk verborgen hadden moeten blijven of zelfs boodschappen waarvan de spreker zich eigenlijk niet bewust is. Het wordt uiteraard moeilijk wanneer de ander uiteindelijk, wat je gehoord hebt en geparafraseerd hebt, niet confirmeert. Is dit omdat je inderdaad niet goed geluisterd hebt of is het omdat de spreker niet wenst of niet kan (wegens het feit dat hij zelf onbewust is van de boodschap) confirmeren. Dit is inderdaad geen eenvoudig op te lossen raadsel. Het is een voortdurend balanceren tussen openheid en in de fout gaan. 

Waarderend begrijpen, uitgaande van echt luisteren is juist enorm moeilijk omdat het gaat over het openbreken van het eigen mentaal model. Waarderend begrijpen is inderdaad totaal aanwezig zijn voor de ander, met de ander en zelfs in de ander. Om op een dergelijke wijze aanwezig te kunnen zijn, moet men zijn eigen wensen, zijn eigen behoeften en zijn eigen gedachten met betrekking tot het onderwerp laten varen. In essentie moet men, om zover te gaan in diep luisteren, haar of zijn eigen mindset op non-actief zetten. Door het gecrëerde zelf (het geconstrueerde eigen wezen) los te laten, worden de perceptuele filters als het ware doorlatend. Waarderend begrijpen is dus begrijpen vanuit het originele eigen wezen. Daarom moet diegene die begrijpt zowel nederig als eerlijk zijn. Hij of zij wil begrijpen, vooraleer begrepen te willen worden. Het procesbewustzijn maakt het mogelijk om bijvoorbeeld na te gaan of men zijn eigen mindset loslaat om volledig als luisteraar aanwezig te kunnen zijn. Het procesbewustzijn kan, indien het antwoord op het voorgaande negatief is, ook nagaan of men als spreker niet zijn wil aan de ander oplegt. Naar ons weten zijn er geen concrete, observeerbare, meetbare data die deze vraag beantwoorden. Nee, dit is een zeer specifiek gebeuren. Maar hetzelfde procesbewustzijn dat ons toelaat om te monitoren of we luisteren, laat ons ook toe om te weten of we wel waarderend begrepen hebben. 

Daartoe gaat men via het procesbewustzijn na of de vaardigheden wel degelijk correct werden ingezet. Daarbij worden volgende vragen beantwoord: 

  • Werden er nederig vragen gesteld?; 
  • Deed men moeite om de plussen in de boodschappen te vinden?; 
  • Deed men daarenboven ook moeite om de verschillen in het begrijpen van de boodschappen te integreren?
  • Brak men de gehanteerde mentale modellen open?

Het procesbewustzijn tijdens de Creatieve Integratie

Zoals we in deel XXI zagen steunt Creatieve Integratie op Creativiteit en Kunnen Integreren, met name heel maken door aandacht te besteden aan, en met elkaar verbinden van, losse ideeën.  Anders gesteld de derde karakteristiek is op zich al een creatieve integratie van de voorgaande karakteristieken en een voorbereiding op de vierde karakteristiek. Het is op zich een proces dat innerlijke transformatie mogelijk maakt door het creatief integreren van ideeën die authentiek werden geuit (Authentieke Interactie) en ten gronde begrepen (Waarderend Begrijpen).

Wat we Waarderend Begrijpen van wat er werd gesteld, kunnen we integreren in onze eigen mindset. Dit proces wordt door procesbewustzijn van binnen uit beheerst. Het procesbewustzijn maakt het mogelijk om bijvoorbeeld na te gaan of men wel degelijk gebruik maakt van de vaardigheden van deze vierde karakteristiek: het herkaderen van het probleem, gebruik maken van zowel analogieën als metaforen en het krachtige “4+ en 1 wens”.

Procesbewustzijn heeft hier te maken met het ontvankelijk zijn voor informatie verbonden aan het van binnen uit inzetten van die vaardigheden, terwijl we met anderen ideeën creatief aan het integreren zijn (dat wil zeggen, in de wereld zijn) en compleet open staan voor het reflecteren op onze bijdrage zonder de gevangene te worden van de data die deze reflectie genereert. (dat wil zeggen, niet van deze wereld zijn).

Hieruit blijkt dat procesbewustzijn te maken heeft met zelfreflectie. Zelfreflectie is op zich ook een proces dat verschillende definities heeft. Het heeft uiteraard te maken met het ‘naar jezelf kijken’, waardoor de nood van een zekere afstand duidelijk wordt. Men dient zich los te maken van de situatie, wat ik heb trachten uit te leggen als ‘inde wereld te zijn en niet van de wereld te zijn’. Inderdaad, wanneer men van de wereld is, zit men er middenin en is er geen afstand. Dit kijken gebeurt bovendien op het pure observatie niveau. Deze heldere beschouwing wordt gekoppeld aan een overweging en overdenking. Daarbij wordt ruimte gegeven voor gevoelens, gedachten en ervaringen, teneinde deze te kunnen analyseren. Zo leert men wie men echt is, waarom men handelt zoals men handelt en wat ons drijft. In mijn optiek richt die reflectie zich op hoe we het creatief wisselwerkingsproces – en in deze context de vaardigheden van de derde karakteristiek – beleven. Let wel, deze en volgende paragraaf zou ik dus ook bij de drie andere karakteristieken kunnen geschreven hebben.

Daarbij komt dat men bij het zelfreflectieproces zichzelf feedback geeft, bij creatieve wisselwerking is dat dan feedback naar alle deelnemers aan het proces toe. Zelfreflectie en dus procesbewustzijn geeft de mogelijkheid om verschillende niveau’s te bekijken:

  • Het denken,
  • Het waarderen,
  • Het evalueren,
  • Het imagineren,
  • Het beslissen,
  • Het handelen. 

Hierbij hebben we, Eloïse, Edward en Elvire, terug het creatief wisselwerkingsproces in een nutshell herhaald.

Het procesbewustzijn tijdens de Continue Transformatie

Dit is de karakteristiek waarin ik deze vaardigheid procesbewustzijn als vierde vaardigheid heb geplaatst. Het is daarmee ook de laatste van de zestien vaardigheden. Mijn keuze heeft een goede reden, procesbewustzijn is als het ware de alfa en omega van de Creatieve wisselwerking vaardigheden.     

Tijdens deze vierde karakteristiek dient men dus bewust te zijn van het verloop van het transformatieproces;  met name verloopt de transformatie zoals dit was voorzien. Hier komt het procesbewustzijn er op neer dat men, tijdens het uitvoeren van een activiteit, men zich ervan bewust is dat men dit doet volgens een bepaald werkproces. Eens te meer is het niet alleen nodig dat men, om het eens in wielertermen te zeggen “met de neus in de gidon zit [iii]”, alles geven wat in zich zit; men dient ook wakker te blijven en de werkelijkheid, die overigens constant wijzigt, blijvend in de gaten houden.

We dienen dus de beloofde taken uit te voeren zoals voorzien en, terwijl we deze blijvend uitvoeren ook blijvend aandachtig zijn over hun verloop en resultaat. Dit is de vaardigheid Herhalen en Evalueren. Het logisch gevolg van dit helderbewust zijn tijdens de uitvoering van de activiteiten is de toepassing van de volgende vaardigheid: Feedback. Ook tijdens het inzetten van de Feedback vaardigheid dienen we deze niet alleen uit te voeren, we dienen ons ook bewust zijn van de kwaliteit van deze uitvoering.  Terwijl we in de wereld navigeren, zijn we geen gevangene van die wereld maar blijven we wakker wat betreft het volgen van de richtlijnen van de vaardigheid. Dit zowel tijdens het geven als tijdens het ontvangen van feedback. Daarbij houden we onze persoonlijk Jahori venster, en dat van onze gesprekspartners, nauwlettend in het oog. Ook dienen we ons bewust te zijn van de voortgang van onze activiteiten en of die ons, al dan niet, naar het beoogde doel brengen (i.e. de vooruitgang inzake de beoogde transformatie). Ook hier is zelfreflectie, waarover ik het eerder in deze column had, aan de orde. Dit om uit te maken of het geen tijd wordt om de derde vaardigheid van deze karakteristiek in stelling te brengen: Durven wijzigen.

Kortom, Eloïse, Edward en Elvire, procesbewustzijn is een cruciale vaardigheid van Creatieve wisselwerking!


i] Marc Dolan. Bruce Springsteen and the Promise of Rock ‘n’ Roll. New York, NY: W.W. Norton & Company, Inc. 2012. Chapter 11, Look in their eyes, Mom, you’ll see me (1995-1997), pp 311-312.

[i] Stacie S. Hagan. e-mail van 25 mei 1998

[ii] Gidon komt van het Franse guidon. Ik parafraseer hier een van de sappige uitdrukkingen van het wielerjargon van de vrt sport commentator Michel Wuyts. Wanneer een renner met zijn neus in de gidon zit dan zit hij – zoals Michel het vaak zegt – met z’n beide handen in de gidon, dus in de beugel (en komt de positie van z’n neus heel dicht bij het stuur van s’n fiets, vandaar mijn parafrase: “Met de neus in de gidon”) en moet hij dus alles uit de kast halen: http://www.standaard.be/cnt/dmf20120628_186


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXIX

4DE KARAKTERISTIEK CREATIEVE WISSELWERKING: CONTINU TRANSFORMEREN

DNA is a big part of what the show is about: turning yourself into a free agent. Or, as much as you can, into an adult, for lack of a better word. 

It’s a coming-of-age story, and I want to show how this—one’s coming of age—has to be earned. 

It’s not given to anyone. It takes a certain single-minded purpose. It takes self-awareness, a desire to go there. And a willingness to confront all the very fearsome and dangerous elements of your life —your past, your history—that you need to confront to become as much of a free agent as you can.

Bruce Springsteen in an interview regarding his show ‘Springsteen on Broadway’ [i]

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de vierde karakteristiek: Continu Transformeren. Het beleven van de vorige drie karakteristieken heeft maar zin indien de vierde karakteristiek een succes wordt. Hier worden de vruchten al dan niet geplukt van de vorige inspanningen!

The universe is transformation; our life is what our thoughts make it. 

Marcus Aurelius 

Het objectief van het beleven van deze karakteristiek – en in feite van het totale Creatief wisselwerkingsproces – is Huidige Realiteit effectief om te zetten in de Gewenste Toekomst. Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking zijn we tot een gedeelde mening gekomen met betrekking tot de oplossingen en hebben we beslist wat we effectief gaan doen. Dat is mooi, maar uiteraard niet voldoende. Wil de beleving van Creatieve Wisselwerking het beoogde doel werkelijk bereiken, dan dienen de gekozen oplossingen ten volle gerealiseerd te worden. Anders gesteld, we voeren de besliste activiteiten daadwerkelijk uit, gebruikmakend van de middelen, de strategische aanpak en het actieplan. 

Ideeën worden geen werkelijkheid omdat het briljante ideeën zijn. Ze worden ook niet per ongeluk verwezenlijkt. Steeds opnieuw blijkt dat het hebben van het juiste idee enkel maar een miniem gedeelte is van het ganse proces, misschien slechts één percent van de totale reis. Het grootste gedeelte van de reis is het effectief stappen op, soms onbestaande, wegen en blijven doorstappen tot het doel van de reis bereikt wordt. Slechts daardoor wordt de werkelijkheid getransformeerd. Stap voor stap, vandaar dat deze karakteristiek Continue Transformatie wordt genoemd.

Vraag tien personen wat zij verstaan onder transformatie, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Dat het iets te maken heeft met verandering weten de meesten wel, maar wat het precies is, daar bestaan verschillende meningen over. Let wel, niet iedere verandering is een transformatie. Een transformatie kenmerkt zich door haar insteek, omvang, complexiteit en strategische waarde, maar ook vooral door het feit dat de gehele bedrijfsvoering geraakt wordt. Pas dan is een verandering ook een transformatie! 

Het is dus ook niet vreemd dat het begrip in onze samenleving, en daarmee ook in het bedrijfsleven, niet steeds correct wordt gebruikt, terwijl de noodzaak voor een transformatie in jaren niet zo groot is geweest. Zo worden er verschillende termen gebruikt: Transitie, Transformatie en, het in Nederland een heuse hype geworden begrip, Kanteling.

Transitie vs Transformatie

Deze twee begrippen zijn geen synoniemen. Ze duiden op twee verschillende processen bij diepgaande veranderingen. Het eerste proces, het transitieproces, heeft te maken met het maken van een duidelijke belofte en het tweede proces, het transformatieproces, gaat over het effectief realiseren van deze belofte.

Het transitieproces heeft te maken met het veranderen van de ‘huidige structuur’: de regels, wetten, financiële verhoudingen en dergelijke, die het mogelijk moeten maken om tot de nieuwe situatie te kunnen komen. Dit heeft directe impact op de organisatie van de uitvoering, omdat de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen daarbij vastgelegd worden. 

Het transitieproces kent meestal een duidelijke startpunt, dito eindpunt en doorloopt een aantal stadia:

  • verkenningen en onderzoek (hoe zou het anders kunnen); 
  • vertaling in een voorstel betreffende de broodnodige verandering (concrete voorstellen over verantwoordelijkheden, financiële middelen, wegen, actieplan); 
  • overleg met het veld over de voorgestelde veranderingen; 
  • het nemen van de beslissing betreffende de transformatie.

In organisatie ligt de verantwoordelijkheid voor het transitieproces vooral bij het topmanagement, daarbij ondersteund door de meest betrokken partijen (zoals de hiërarchische lijn met inbegrip van de uitvoereden). 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze serie columns over het creatief wisselwerkingsproces komt het transitieprocesovereen met de voorgaande columns, dus met het beleven van de voorgaande karacteristieken van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie, Waarderend Begrijpen en Creatieve integratie. In de volgende columns zal ik het transformatieproces beschrijven.

Het transformatieproces (vooral de effectieve vernieuwing van de mindset en cultuur) is gericht op het realiseren van de beoogde inhoudelijke effecten van de belofte: in organisatie is dat een ander gedrag van het management, de hiërarchische lijn en de uitvoerenden, een andere organisatie cultuur, andere werkwijzen en vooral ook het anders met elkaar omgaan tussen alle betrokken partijen (management, hiërarchische lijn, uitvoerenden, klanten, omgeving). 

Het startpunt van het transformatieproces is nog wel redelijk te duiden, maar het eindpunt heel waat moeilijker, omdat het meestal over continue transformatie gaat. Wat in gang wordt gezet is veel meer dan een simpel veranderingsproces. Ook is er geen standaardindeling te maken van stadia die doorlopen zouden moeten worden. Dit komt neer op het chaotisch karakter van Creatieve wisselwerking. Bij het beleven van deze vierder karakteristiek Continu Transformeren is het goed mogelijk dat de drie andere karakteristieken een of meerdere keren terug aan zet komen.

Kanteling vs Transformatie

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb het niet echt voor deze, vooral Nederlandse, hype. Dit komt voornamelijk omdat het begrip Kantelen niet dynamisch is. Het duidt niet op een proces, eerder op een event. Mijn afkeer voor deze hype komt ook door het feit dat ik in mijn leven al zoveel dusdanige events en hypes meegemaakt. De overgrote meerderheid ervan stierven finaal een zachte dood, brachten geen echte transformatie teweeg en van de hype werd uiteindelijk niemand beter van.

Er is nog een andere reden waarom ik m.b.t. het begrip ‘kantelen’ huiver. Laat ik dat verklaren aan de hand van de ‘oorzaak en gevolg’ dominotheorie van o.m. Heinrich en mijn tweede vader Frank E. Bird Jr. binnen arbeidsveiligheid, het vakgebied uit voornamelijk mijn tweede professionele leven.

Domino Theorie (Herbert W. Heinrich 1930)

Domino Theorie (Frank E. Bird Jr. 1966)

Wel nu, zo’n dominosteentje ‘kantelt’ en sleurt andere dominosteentjes mee totdat ook het laatste kantelt en valt (dat laatste symboliseert de ‘verliezen’). En dan liggen die domino’s daar te liggen. Dus een statisch model: even kantelen, vallen en dan liggen te apegapen…

Ik had ooit een dialoog met mijn tweede vader rond zijn wereldberoemd model en ik vroeg hem “Wat gebeurt er als het linkse steentje in de andere richting kantelt?” Ik bespaar je de details van het verloop van dit gesprek van meer dan vijfentwintig jaar geleden. 

Wel heb ik uiteindelijk mijn eigen ‘oorzaak en gevolg’ model – de Zeeftoren[ii]  – gecreëerd. Dit model werd in 1997 enthousiast door Frank begroet. Eloïse, Edward en Elvire, jullie moeder en ik waren die zomer bij Frank op bezoek op z’n domein in Loganville, nabij Atlanta. Die ontmoeting was dan in feite een van de ‘Root Causes’ van het schrijven van m’n derde boek ‘Creatieve wisselwerking’, edoch dit is een ander verhaal.

Jaren geleden leerde ik via het onvolprezen boek van Daniel Ofman “Bezieling en kwaliteit in organisaties”[iii], waarover ik het reeds vroeger een paar keer had, dat je het meest kan leren van iets of iemand die zich in jouw ‘allergie’ bevindt (cf. de Kernkwaliteiten theorie van Daniel Ofman – zie deel IV). 

Op 1 april 2016 werd dan een heus boek ‘Het Kantelingsalfabet’ gepubliceerd, waarvan heel wat hoofdstukken in blog vorm konden gelezen worden op hun website. Dus om te leren vanuit m’n allergie las ik meerdere van die blogs. Ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat heel wat van die teksten niet echt nieuw zijn. En dat ze als hoofdstuk in het nieuwe boek werden opgenomen mits af en toe het woord ‘veranderen’ te vervangen door ‘kantelen’, kwestie van consistent te zijn met de hype.

Niet dat die hoofdstukken niet goed geschreven zouden zijn of geen deugdelijke boodschap zouden verspreiden. Dat wil ik helemaal niet beweren. Neem nu (‘om de gedachten te vestigen’ zou Professor Fernand Backes zaliger gezegd hebben) de twee bijdragen van mevrouw Emilie Kuijpers- de Vries: Kantelen naar ZIJN – Keuzes… ?!? en Kantelen naar ZIJN – Comfortzone.

Haar blog[iv] omvat een beschrijving van het proces waarop het Cruciale Dialoogmodel is gebaseerd en dat ik het creatief wisselwerkingsproces noem. Tijdens dit proces wordt een keuze gemaakt en nadien uitgevoerd. Emilie noemt het een proces waarbij hoofd en hart betrokken is en dit is uiteraard ook het geval bij het beleven van het creatief wisselwerkingsproces en de dagelijkse toepassing ervan, de ‘Cruciale dialoog’[v]. Het hoofd komt overeen met de linker lus van het Cruciale Dialoog model dat in verbinding staat met het midden, waar het hart zich bevindt. De rechter lus is dan weer het creëren van de ‘oplossing’, het beslissen (de keuze) en uiteindelijk het uitvoeren van de beslissing, het doen. Om met Paul de Sauvigny de Blot SJ te spreken: er is een wisselwerking tussen het DOEN (Zowel Denken als Uitvoeren) en het ZIJN. Het lichaam van de vlinder is een metafoor voor je ZIJN: jouw Intrinsieke waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten (talent), Doel, Intentie en Engagement.

Het Cruciale Dialoogmodel (Johan Roels 2012)

Haar tweede blog[vi] gaat dan weer over hetgeen ik de mindset of het mentaal model noem. Emilie gaat in dit blog in op de creatie van de ‘mindset’ vanaf onze jonge jaren. Mindset die uiteindelijk het persoonlijk Mentaal Model (opgebouwd uit overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders) of het Wereldbeeld wordt. Stephen Covey gebruikte het begrip Paradigma: “Je ziet niet de wereld zoals die in werkelijkheid is, je ziet de wereld doorheen de brilglazen van je Paradigma (mindset, mentaal model, denkkader)”.  

Even raakt Emilie ook de werking van de Vicieuze Cirkel[vii] aan, maar heel diep gaat ze er niet op in. Wel onderlijnt ze het oh! zo ware en verraderlijke ‘jouw beeld is jouw waarheid’. Ze noemt het mentaal model de comfortzone (dit was nieuw voor mij) en gebruikt een mooie metafoor: je kunt je comfortzone zien als een wc-rolletje waar je door kijkt. Deze metafoor geeft duidelijk de begrensdheid van het mentaal model aan.

Emilie heeft het dus over de tweede fase van het Cruciale Dialoogmodel ‘Appreciatie’ en geeft ook aan hoe die gevormd wordt. De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid, een van de basiscondities van die tweede fase, wordt door haar in de verf gezet. Het is door die nieuwsgierigheid dat we durven uit onze comfortzone (mentaal model) treden en vragen gaan stellen met betrekking tot de comfortzone van de ander. Uit de creatieve wisselwerking tussen de twee comfortzone ’s (mentale modellen) wordt een nieuwe uitgebreidere, sterkere, vollere comfortzone (mentaal model) gecreëerd.

Emilie stelt terecht: ‘je bewustzijn ontwikkelt continu’, wat me dan weer doet denken aan het ‘Valuing Consciousness’ concept van Henry Nelson Wieman en dus aan het door hem ‘ont-dekte’ Creatieve wisselwerkingsproces “that is transforming us as we cannot transform ourselves.”[viii] In feite stelt Wieman dat de expansie van het bewustzijn gebeurt via het creatief dialoogproces, waarin nieuwe perspectieven en interpretatiepatronen worden ontdekt via het mentaal model van de ander en dat sommige van deze worden ingebed in het eigen mentaal model, waardoor dit laatste voller, rijker en groter wordt.

Emilie schrijft: “De essentie is dat je unieke zelf je voortstuwt, altijd, ondanks je ontwikkelde comfortzone”, wat dan weer in Henry Nelson Wieman’s taal wordt: “De essentie is dat je Originele (Creatieve) Zelf je voortstuwt, en dit ondanks je Actuele (Gecreëerde) Zelf.” Indien Creatieve wisselwerking stilvalt, onder meer door de werking van de Vicieuze Cirkel, stellen we ons tevreden met het Gecreëerde Goed (Created Good) en doden we in feite het Creatieve Goed (Creative Good). Puur ZIJN is dan het steeds beleven van binnenuit van het Creatieve wisselwerkingsproces ten koste van de Vicieuze Cirkel,  waardoor ik naadloos terecht kom bij een van mijn slagzinnen: “(CI)² = Continous Improvement through Creative Interchange”.

Zo zien jullie  Eloïse, Edward en Elvire, je kunt inderdaad steeds leren van iets dat je in jouw ‘allergie’ raakt. Ik heb alvast een dot van een metafoor gekregen… een wc-rolletje!

En, laat ons wel wezen, het begrip ‘kantelen’ gebruiken als synoniem voor ‘transformeren’ getuigt van een grote naïviteit. Het publiceren van een boek met honderd schrijvers in een recordtempo kan een hype veroorzaken, edoch geen duurzame transformatie. Mijn derde vader Charles Leroy (Charlie) Palmgren leerde mij in 1998 dat, omdat het zo moeilijk van binnenuit te beleven is wegens het negatieve proces de Vicieuze Cirkel, het creatief wisselwerkingsproces nooit een hype zal worden. Charlie verwoordde het als volgt:

“Seeking to live in authentic interacting, appreciative understanding, creative integrating and continuous transformation will never be popular.”

Charles L. Palmgren

Het belang van Continue Transformatie

Genius is 1 percent inspiration and 99 percent perspiration 

Thomas Edison 

Deze quote van Edison geeft het belang aan van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Continu Transformeren. Het van binnenuit beleven van de vorige karakteristieken, die geleid hebben tot de ideeën, oplossingen, besluiten en beslissingen, blijken maar 1 percent van het volledige traject uit te maken. We hebben dus nog een enorme reis voor de boeg. Het beleven van die vierde karakteristiek moet de overige 99 percent waar maken. En de quote van Edison geeft aan dat die reis niet gemakkelijk zal zijn. De creativiteit, die zorgt voor de ideeën, speelt zich af in de ‘ruimte’. Nu moet het ideeën set landen en die start van de ‘lange tocht’ is meestal niet vrij- blijvend. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het idee in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt het idee plots grote hinder in zoverre dat heel wat ideeën uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden; de transformatie is door de wrijving tot stilstand gekomen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wieman’s “two-fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan , met gedrevenheid en hardnekkigheid. Daarbij is niet versagen de boodschap. Anderzijds dient men voortdurende open te staan om te leren wat de continu veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus te durven wijzigingen aanbrengen (indien die werkelijkheid daar om vraagt).

Commitment en Intrinsieke Motivatie, het gouden duo voor Continue  Transformatie

Inzet (commitment) is de bereidheid om alles te doen wat nodig is om de acties die werden gekozen en beloofd te worden uitgevoerd, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het gaat heel dikwijls om de bereidheid buiten de eigen ‘comfortzone’ te treden. Het gaat dus om onvoorwaardelijke inzet! Intrinsieke motivatie is de prikkel om te doen wat men beloofd heeft te doen. Het is de kracht en reden waarom men elke dag weer opstaat en de handen aan de ploeg slaat.

Wanneer men wel gemotiveerd is en onvoldoende inzet heeft, dan zal de transformatie niet succesvol zijn. Dan is men iemand die wel de correcte droom heeft maar denkt dat die zich wel vanzelf zal realiseren of niet bereid is er zich maximaal voor in te zetten. Hierdoor wordt men vlug ontmoedigd en bereikt men uiteindelijk niet het vooropgestelde doel. Wanneer men wel de bereidheid heeft zich maximaal in te zetten, maar men niet echt een reden heeft om dat blijvend te doen (intrinsieke motivatie), dan zal men ook dan uiteindelijk niet effectief zijn.

Beiden, inzet én intrinsieke motivatie zijn, naast de passie voor het leven, essentieel voor een succesvolle transformatie!

Hoe nu verder?

Om die ideeën tijdens de ruwe landing te beschermen, omvat deze fase als basiscondities Tenaciteit of Vasthoudendheid (Deel XXX) en Interafhankelijkheid i.e. van elkaar wederzijds afhankelijk zijn (Deel XXXI) en als handvatten, stukken gereedschap, vaardigheden of disciplines: 

  1. Herhalen en Evaluatie van de uitvoering van de activiteiten (Deel XXXII);
  2. vragen om en geven van Feedback i.e. Positive Reinforcement en Corrrigeren (Deel XXXIII);
  3. indien nodig Durven Wijzigen (Deel XXXIV);
  4. aandachtig beleven van het ganse proces i.e. het zó belangrijke Procesbewustzijn (Deel XXXV).

Zoals bij de vorige karakteristieken is er ook hier een versterkende wisselwerking tussen de basiscondities en de vaardigheden. Hoe meer een van de vaardigheden van binnenuit wordt beleefd hoe meer een of beide basiscondities versterkt worden; hoe meer de basiscondities versterkt worden hoe meer de vaardigheden worden ingezet. Bijvoorbeeld: zo zal het Herhalen van het beloofde gedrag en de Evaluatie ervan, de basicconditie Vasthoudendheid versterkt worden en door die versterking houdt men ook vast aan de beleving van de vaardigheden, waaronder het geven van Feedback, waardoor de basiscondities Interafhankelijkheid versterkt wordt, wat dan weer …

Personal transformation can and does have global effects. 

As we go, so goes the world, for the world is us. 

The revolution that will save the world is ultimately a personal one. 

Marianne Williamson 


[i] Michael Hainy. Beneath the surface of Bruce Springsteen. https://www.esquire.com/entertainment/a25133821/bruce-springsteen-interview-netflix-broadway-2018/

[ii] http://www.slideshare.net/johanroels33/linked-indiscussion2014-tower

[iii] Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[iv] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/169-kantelen-naar-zijn-keuzes

[v] Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[vi] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/178-kantelen-naar-zijn-comfortzone

[vii] Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of personal stress and organizational mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, 1998.

[viii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL.: Southern Illinois University Press, 1958.