Tagarchief: Cruciale dialogen

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXIV

EPILOOG:

BLIJF WAKKER, BLIJF VERWONDERD

I wanted to know my story, and your story. Felt like I needed to understand as much of it as I could in order to understand myself. You know, who was I? And where I came from and what that meant. What did it mean to my family? Where was I going? And where were we going together as a people? … 

But most of all, more than anything else, d to be able to tell that story well to you. That was my young promise to myself, and this was my young promise to you. 

From when I was a very young man, I took my fun very seriously, you know. And this is what I pursue as my service, I still believe in it as such. 

This is what I have presented to you all these years. s my long and noisy prayer, as my magic trick.[i]

– Bruce Springsteen

Springsteen on Broadway – Dancing in the Dark (Introduction) – 2018 

Eloïse, Edward en Elvire, we zijn aan het eind gekomen van een lange trip. Een met niet minder dan vierenveertig etappes. In het voorwoord schreef ik dat ik deze serie columns startte om jullie een blijvend ruggensteuntje te geven bij het vervullen van jullie levensopdracht: wendbaar en weerbaar blijven. De serie kreeg de titel Blijf Wakker! omdat ik er van overtuigd ben dat jullie nog steeds uit de ijzeren greep van de Vicieuze Cirkel zijn gebleven en daardoor nog verbonden met jullie Intrinsieke Waarde. Hoe het daarmee nu, wanneer jullie dit lezen, gesteld is, kan ik niet bevroeden. Het voorwoord van de serie werd gepubliceerd in oktober 2018 en deze epiloog wordt nu, pakweg twee jaar later, gepubliceerd (1 september 2020). Wel schreef ik de ruwe versie ervan eind augustus 2019. Waarom? Ik wou de klus zo vlug mogelijk klaren, want men weet maar nooit.  Ten einde jullie niet te zwaar te belasten, publiceerde ik slechts twee columns per kalender maand. Dit klokvast op de eerste en de vijftiende van elke maand. 

Ik schreef deze columns ook om m’n laatste levensmissie concreet te maken:

Helping my Grandkids Creating their Lives while Staying their Original Self through Consistent Living Creative Interchange from Within.

Johan Roels

Wat er gedurende die twee jaar niet veranderde, waren de in snelheid toenemende ingrijpende veranderingen. Die veranderingen nopen jullie, nog meer dan voorheen, hoe langer hoe meer wendbaar en weerbaar te worden. Die uitdrukking werd onder meer gebruikt door Fons Leroy, directeur van de VDAB (2005-2019). Dit in een interview op het vrt één journaal van 7 oktober 2016, daags na de aankondiging van het massa ontslag van medewerkers bij ING België. Fons stelde toen dat we ons in de toekomst de sleutelvaardigheden, om in de snel veranderende (VUCA) wereld wendbaar en weerbaar te blijven, dringend eigen dienen te maken. Mij was het direct duidelijk dat men, om wendbaar (i.e. pro-actief) en weerbaar (i.e. re-actief) te blijven, de vaardigheden van Creatieve wisselwerking van binnenuit dient te beleven.

Daarom behandelen 26 van de voorgaande columns het creatief wisselwerkingsproces. Dit in de vorm van antwoorden op cruciale levensvragen. Daarbij werden de vier karakteristieken, acht basiscondities en zestien vaardigheden van dat unieke proces zo duidelijk mogelijk uitgewerkt. De inhoud van die columns werd ook verteerbaaarder gemaakt door het inlassen van persoonlijke anekdotes. Daarenboven behandelen 15 bijkomende columns cruciale aspecten van het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Hoe de columns daadwerkelijk gebruiken?

God have mercy on the man

Who doubts what he’s sure of.[ii]

– Bruce Springsteen

Mijn gebruik van bovenstaande quote van Bruce Springsteen onderstreept dat ik de waarheid niet in pacht heb en mijn denkkader steeds in vraag stel. Dit doe ik uiteraard door gebruik te maken van het creatief wisselwerkingsproces. Wat ik jullie aanraad is om, wanneer er iets niet loopt zoals jullie verwacht hebben, niet bij de pakken te blijven zitten en aan introspectie te doen. Dit laatste met behulp van wat ik het Cruciaal Dialoogmodel heb genoemd. Dit model is, zoals jullie weten, volledig gebaseerd op het creatief wisselwerkingsproces. Ik geef grif toe dat het model niet eenvoudig is wegens het beschrijven van een buitengewoon rijk en gelaagd proces. Het is wel een model waar ik zelf nog elke dag van leer. Wat ik zo onder meer geleerd heb is dat men, door het van binnenuit beleven Creatieve wisselwerking, er steeds meer waarderend van begrijpt en het proces daardoor ook steeds meer van z’n geheimen prijsgeeft.

Eloïse, Edward en Elvire, wat ik hier verder in deze epiloog neerpen, geeft aan hoe ik Creatieve wisselwerking en het model gebruik. Dit is geen evangelie want, zoals hierboven gesteld, heb ik de waarheid niet in pacht. Met andere woorden, het is enkel mijn waarheid niet de waarheid. Wat ik stel en zeg, is wel het beste wat ik hierover te zeggen heb. Daarmee voldoe ik aan het eerste van het tweevoudig commitment van Henry Nelson Wieman: “Geef steeds het beste van jezelf.” Zoals jullie weten is het tweede van dit tweevoudig commitment: “Ik sta steeds open om dat beste te verbeteren.” Hopelijk wordt dit ook jullie commitment!

Wanneer er in mijn leven echt iets voorvalt, dat ik niet had verwacht en/of bezwaarlijk positief te noemen is, ga ik eerst na met welke karakteristiek van Creatieve wisselwerking het gebeuren vooral te maken heeft. Dit zijn er, zoals jullie onderhand wel kunnen dromen, vier:

  • Authentieke Interactie (die ik Communicatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Waarderend Begrijpen (dat ik Appreciatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Creatieve Integratie (die ik Imaginatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog);
  • Continu Transformeren (dat ik Transformatie genoemd heb binnen een cruciale dialoog).

Wanneer het mij duidelijk is geworden welke karakteristiek echt te wensen overliet, zoem ik in op de basiscondities en de vaardigheden van de karakteristiek. Anders gesteld, ik tracht de angel van het probleem te vinden teneinde het te kunnen oplossen. Een overzicht:

  • Authentieke Interactie (Deel VI):
    • Vertrouwen en Openheid (Deel IX: Hoe openblijven en blijvend vertrouwen hebben?)
      • Het Formuleren van de Kernvraag (Deel X: Hoe correct een vraag formuleren?);
      • Het in balans brengen van Bepleiten en Bevragen (Deel XI: Dien ik mijn mening te bepleiten of naar de mening van de ander te vragen?);
      • Gebruiken en onderkennen van de Non-Verbale Communicatie (Deel XII: Hoe non-verbale communicatie ontcijferen?);
      • Bevestigen wat Herhaald werd (Deel XIII: Hoe bevestigend parafraseren?).
  • Waarderend Begrijpen (Deel XIV):
    • Nieuwsgierigheid en Kunnen omgaan met Ambiguïteit (Deel XV: De voorwaarden met betrekking tot het Waarderend Begrijpen);
      • De kunst van het Nederig Vragen (Deel XVI: Hoe nederig vragen?)
      • Het Vinden van De Plus achter de Min (Deel XVII: Hoe plussen vinden achter de min?);
      • Het Integreren van Verschillen (Deel XVIII: Hoe verschillende inzichten integreren?);
      • Het gebruiken en in vraag stellen van Mentale Modellen (Deel XIX: Hoe Mentale Modellen in vraag stellen?).
  • Creatieve Integratie (Deel XXI):
    • Verbinden (Deel XXII: Hoe verbinden van ogenschijnlijk niet verbonden elementen?) en Creativiteit(Deel XXIII: Hoe creatiever worden?);
      • Herkaderen van de realiteit (Deel XXIV: Hoe herkaderen?);
      • Gebruik van Analogieën (Deel XXV: Hoe analogieën gebruiken?);
      • Gebruik van Metaforen (Deel XXVI: Hoe metaforen gebruiken?);
      • 4 Plussen en een Wens (Deel XXVII: Hoe synergie bekomen via ‘4 Plussen & 1 Wens’?);
  • Continu Transformeren (Deel XXIX)
    • Tenaciteit (Deel XXX: Hoe vasthoudendheid verhogen)? en Interafhankelijkheid (Deel XXXI: Hoe Interafhankelijkheid omarmen?);
      • Herhalen en Evaluatie (Deel XXXII: Hoe blijvend herhalen en evalueren van de activiteit?);
      • Feedback – Positive Reinforcement en Correctie (Deel XXXIII: Hoe correct feedback geven en krijgen?);
      • Durven Wijzigen – indien nodig (Deel XXXIV: Hoe van Koers durven veranderen?);
      • Procesbewustzijn (Deel XXXV: Hoe werkelijk bewust zijn van het proces?).

Bovenstaande opsomming kan ook in één beeld gevat worden:

Ook de nog niet vermelde columns kunnen mij helpen om het proces weer vlot te krijgen of het diepgaander te gebruiken. Het gaat meer bepaald om volgende columns:

  • Deel I: Hoe wendbaar en weerbaar blijven?
  • Deel II: Hoe zoveel mogelijk je Creatieve Zelf blijven?
  • Deel III: Wie ben ik?
  • Deel IV: Welke zijn mijn waarden en kernkwaliteiten?
  • Deel V: Hoe zit het met mijn persoonlijk doel, persoonlijke intentie en persoonlijk engagement?
  • Deel XX: Wat te doen met de emotie van de gedeelde mening? (vraag die geplaatst wordt in het midden van het model)
  • Deel XXVIII: Hoe beslissen en niet blijven steken in besluiten? (vraag die geplaatst wordt in op het ‘tipping point’ tussen karakteristieken III en IV)
  • Deel XXXVI: Hoe Creatieve wisselwerking blijvend van binnenuit beleven (WATCH)?
  • Deel XXXVII: Hoe de valkuil van Sophie’s Choice vermijden?
  • Deel XXXVIII: Hoe licht leven in donkere tijden?
  • Deel XXXIX: Hoe sterk weer opslaan na zware tegenslag? 
  • Deel XXXX: Hoe omgaan met polariteiten?
  • Deel XXXXI: Hoe omgaan met een conflict?
  • Deel XXXXII: Hoe omgaan met een crisis?
  • Deel XXXXIII: Wat wil ik eigenlijk: Gelijk of Geluk?

Eloïse, Edward en Elvire, deze columns vormen een naslagwerk dat jullie kan helpen wendbaar en weerbaar te blijven.

Soms kunnen jullie, zoals hierboven beschreven, door reflectie nagaan welke column jullie in gegeven omstandigheden het best kan helpen. Zo komt het nogal eens voor dat het probleem niet duidelijk is. Zeker in groep heb ik het meermaals meegemaakt dat, het mij plots duidelijk werd dat de meerdere versies van het probleem, die zich in de Mindsets van de groepsleden bevonden, de oplossing ervan bemoeilijkten. Kortom, wees er steeds zeker van dat, wanneer in groep een probleem dient opgelost te worden, eenieder lid van die groep het probleem op eenzelfde manier, eenduidig dus, begrijpt. Daarbij helpt het om vaardigheid van deel X, het Formuleren van de Kernvraag, te beheersen. Ook zeer belangrijk vind ik het continu in vraag stellen van het eigen denkkader (Deel XIX). “Heb ik zelf een en ander wel correct waarderend begrepen?” en “Waarom ben ik zo zeker van mijn mening?” zijn vragen die mij daarbij helpen.

Eloïse, Edward en Elvire, uit eigen ervaring weet ik ook dat bij sommige tegenslagen de ganse reeks columns aan bod kan komen. Laat mij een voorbeeld geven uit m’n eigen leven. Jullie weten dat ik in september 2013 het verdict: ‘U heeft darmkanker” te horen kreeg. Dat was een kleine uppercut waar ik toch even diende van te bekomen. Wat ik met innerlijke zekerheid al maanden wist, werd door mijn specialist, Bruno Vermeersch, bevestigd. Gelijk krijgen is inderdaad niet altijd leuk! Wat heb ik in de daaropvolgende periode dan gedaan? Vooreerst heb ik, vanuit m’n waarden en kernkwaliteiten, volgende hamvragen gesteld: “Hoe wil ik gedurende de rest van m’n leven, met de wetenschap dat ik darmkanker heb, positief het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit beleven?” en “Hoe wens ik door mijn drie kleinkinderen herinnerd te worden?” Voor de beantwoording van deze vragen heb ik praktisch alle columns heb gebruikt. Een van de acties – naast het herschrijven van m’n levensvisie (zie hoger) – die er uiteindelijk uit voortvloeiden, was het effectief schrijven van deze columns om mezelf en jullie drie wendbaar en weerbaar te houden.

Success is not a destination, but the road you’re on.

Being successful means that you’re working hard 

And walking your walk every day.

You can live your dream by working hard towards it.

That’s living your dream

Marion Wayans

Het creatief wisselwerkingsproces laat zich niet controleren. Dus kan ik ook geen recept schrijven met betrekking tot hoe jullie dit proces dienen te beleven. Dit zullen jullie zelf moeten leren en dit juist door het proces continu van binnenuit te beleven! En dit met vallen en opstaan… Deze reeks is enkel een hulpmiddel en een naslagwerk om jullie bij die levenstaak te ondersteunen, niet meer en niet minder. Ik wens jullie het allerbeste toe tijdens jullie levenstocht en vergeet niet: “De reis is belangrijker dan het doel!”

De 44 columns samengevat in één song!

Gedurende de laatste etappes van mijn eigen tocht vind ik inspiratie in de tekst van Leonard Cohen’s lied ‘Anthem’ uit z’n album ‘The Future’ (1992), met de boodschap van hoop in donkere tijden (Deel XXXVIII). Dit lied vat de 44 columns op een enige manier samen.

De eerste strofe maakt mij duidelijk dat men elke dag opnieuw het creatief wisselwerkingsproces dient te beleven; dus in het nu. Dat men bovendien niet langer achteruit mag kijken dan strikt nodig, en dan enkel om lessen uit dat verleden te trekken teneinde er effectief iets mee te doen in het nu. Men mag zich ook niet verliezen in dromen over de toekomst. Op zich is het hebben van een droom goed, het zich verliezen in dromerij is dat helemaal niet. Een droom is een richtsnoer, dat men nodig heeft om het in het nu te volgen. Men creëert de toekomst die men wil in het nu; niet in het verleden en ook niet in de toekomst! Het helder bewust leven in het nu is verre van gemakkelijk. Dit is een van de weinige zekerheden die in het nieuwe paradigma overheid is gebleven. Het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking (waarvoor in het lied de duif als metafoor wordt gebruikt) is en blijft vechten tegen de persoonlijke Vicieuze Cirkel:

The birds they sang
At the break of day
Start again
I heard them say
Don’t dwell on what
Has passed away
Or what is yet to be
Yeah the wars they will
Be fought again
The holy dove
She will be caught again
Bought and sold
And bought again
The dove is never free

Het refrein herinnert mij er aan dat ik het beste van mezelf dien te geven en niet mag wachten tot wat ik doe perfect is. Imperfectie is geen probleem, want door elke imperfectie (‘the crack’) komt The Light (het licht) binnen. The Light is wat Yoda The Force noemt, met name Creatieve wisselwerking.

Leonard Cohen zei ooit, vertaald in het Nederlands, over dat refrein het volgende:

De toekomst is geen excuus om afstand te doen van je eigen persoonlijke verantwoordelijkheden ten opzichte van jezelf, je werk en jouw liefde. “Laat de klokken, die dat nog steeds, kunnen klinken.” Ze zijn met weinig, maar je kunt ze vinden.

Dit refrein gaat als volgt:


Ring the bells (ring the bells) that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

Er bestaan verschillende verhalen over waarop Leonard Cohen zijn beroemd geworden quote – There is a crack in everything. That’s how the light gets in – baseerde . Voor mij is de meest plausibele verklaring dat zijn bron een verhaal was uit het boek van de Boeddhist Meditatie leraar, Jack Kornfield, ‘A Path With Heart’[iii] (Cohen werd zelf Boeddhist met de bedoeling ‘heel’ uit een zware depressie te komen, wat na jaren verblijf in een Californisch Zen Boeddhistisch klooster uiteindelijk lukte[iv]). 

Het bewuste verhaal gaat over een jonge man waarvan een been diende geamputeerd te worden teneinde hem te redden van een gewisse dood. Die jongen leed aan een agressieve beenkanker. De kanker werd effectief overwonnen. Om het trauma veroorzaakt door het verlies van een been te kunnen verwerken, werd hij intensief begeleid door een vrouwelijke dokter, Naomi Remen. Deze arts gebruikte onder meer kunst en meditatie om mensen, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk, te genezen. In het begin van zijn therapie tekende de jongen op de rand van razernij zichzelf als een vaas met een lelijke barst. Wanneer hij, na jaren therapie en meditatie, de innerlijke vrede teruggevonden heeft, wordt hij door de arts confronteerd met een van z’n eerste tekeningen. Zijn directe reactie was: “Oh, deze tekening is niet afgewerkt.” De arts suggereerde om alsnog de tekening af te werken, wat hij deed. Hij bewoog een vinger over de dikke barst en zei tot de dokter: “Kijk eens naar die barst, daar komt het licht doorheen.” Hij nam een geel potlood en tekende het stromend licht doorheen de barst van het lichaam van de vaas en zei: “Onze harten kunnen sterk groeien op de gebroken plaatsen.”  

Ook de tweede strofe is een ode aan die imperfectie. Direct perfect, de oude slogan van de kwaliteitsgedachte van de jaren tachtig, is een leugen. Imperfectie, verbonden met continue verbetering door transformatie, is het nieuwe normaal. 

Het eigen commentaar van Leonard Cohen luidt als volgt:

Deze situatie kent geen perfecte oplossing. Dit is ook niet de plaats weer men dingen pefect maakt; noch in je huwelijk, noch in je werk, noch in je liefde voor jouw familie of land. Het leven is onvolmaakt. 

De strofe zelf luidt:


We asked for signs
The signs were sent
The birth betrayed
The marriage spent
Yeah the widowhood
Of every government
Signs for all to see

En terzelfdertijd dienen we er ons bewust te zijn van de hypocrisie van wat Leonard Cohen de “lawless crowed” en de “killers in high places” noemt. The Crack kan dus ook gezien worden als de scheur in de muren van corruptie, in regeringen en in de machtigen van deze aarde. Het gaat om structuren die ons omwikkelen, gevangen houden, van buiten naar binnen controleren en die de mensen tot slaaf maken en de middelen van de wereld knechten. Maar zoals Leonard Cohen heb ik belsoten mij niet te laten knechten en dus niet tevreden te zijn met de status quo. Het gaat niet alleen over persoonlijke groei, het gaat ook om anderen te inspireren.


I can’t run no more
With that lawless crowd
While the killers in high places
Say their prayers out loud
But they’ve summoned, they’ve summoned up
A thundercloud
And they’re going to hear from me

Die laatste zin doet mij dan weer denken aan een uitspraak van Martin Luther King: “We must speak with all the humility that is appropriate to our limited vision, but we must speak.” Dat is in essentie wat ik heb gedaan; en dit in 44 columns!

De strofe wordt gevolgd door het refrein, dat oproept om zowel wakker als authentiek te blijven. Leonard Cohen zegt daarover:

Er is een scheur in alles wat je kunt samenstellen: fysieke objecten, mindsets, kortom constructies van welke aard dan ook, fysiek of mentaal. Er is echter hoop, want een scheur is waar het licht binnenkomt, waar de opstanding is, waar de terugkeer en de berouw is. Het is de confrontatie van de gebrokenheid der dingen.

Door die gebrokenheid groeien we omdat we beseffen dat alles wat gebroken is op een of andere manier kan hersteld worden, terug ‘heel’ gemaakt worden.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in

De laatste strofe is een oproep tot synergie. Hetgeen ik dan uiteraard interpreteer als een oproep tot het van binnenuit beleven van Creatieve wissselwerking, dat ook voor Leonard Cohen synoniem is van Liefde: 


You can add up the parts
You won’t have the sum
You can strike up the march
There is no drum
Every heart, every heart to love will come
But like a refugee

Om die laatste zin ‘But like a refugee’ waarderend te kunnen begrijpen dient men te overwegen dat Leonard Cohen sterk beïnvloed was door het Boeddhisme. Dus kan die zin een specifieke Boeddhistische betekenis hebben, want er bestaat een Boeddhistische ceremonie, “Taking Refuge (Toevlucht zoeken)” genaamd. De uitgesproken geloften tijdens deze ceremonie zijn: “Ik zoek toevlucht bij de Boeddha (de leraar), ik zoek toevlucht bij de darhma (de leerstellingen), ik zoek toevlucht bij de sangha (de gemeenschap van Boeddhisten).” Men doet deze geloften om iemands toewijding aan het boeddhistisch pad te versterken. 

Eloïse, Elvire en Elvire, het is niet verwonderlijk dat ik daarin Man’s Ultimate Commitment voor Creatieve wisselwerking zie. Ook Henry Nelson Wieman was beïnvloed door het Boeddhisme.

De betekenis van ‘toevlucht zoeken’ is een ietwat complex en potentieel verwarrend. Maar is Creatieve wisselwerking ook niet ‘Kunnen omgaan met ambiguïteit’?!? Volgens mijn interpretatie betekent ‘toevlucht zoeken’ het tegenovergestelde van wat men zou kunnen denken. Men zoekt geen toevlucht om veilig te zijn; men zoekt toevlucht als een verplichting die men zichzelf oplegt om de realiteit van ongegrondheid te ervaren (met andere woorden het tegenovergestelde van veiligheid in de zin van ‘securitiy’). Die veiligheid is overigens een illusie gebleken. Toevlucht zoeken tot Creatieve wisselwerking is bereid zijn om het eigen referentiekader (Mindset) in vraag te stellen en zich volledig open op te stellen en compleet wakker (i.e. helder bewust) te zijn. Het eigen referentiekader mordicus vasthouden komt neer op vasthouden wat een veilig en stabiel gevoel geeft. Dit is de identiteit van de gecreëeerde zelf. Meestal laat men de gecreëerde zelf maar los in tijden van wanhoop en wanneer we de zekerheden uit elkaar zien vallen. 

Er is ook een link met de vluchteling (refugee) in de gebruikelijke zin van het woord. Die vlucht voor vervolging of nare situatie in haar of zijn thuisland, in de hoop vrijheid en een betere situatie in een ander land. Het boeddhisme zegt, vertaald in Creatieve wisselwerking taal, dat we in onze gecreëerde zelf vast zitten. Dat we gevangenen zijn van onze eigen Vicieuze Cirkel met z’n gehechtheden aan eigen concepten en denkkaders. We zitten gevangen in onze Mindset en dienen toevlucht zoeken in het creatief wisselwerkingsproces teneinde onszelf te bevrijden van die boeien. Daartoe dienen we op elk ogenblik open en wakker te zijn.


(Ring, ring, ring, ring)
Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
Ring the bells that still can ring (ring the bells that still can ring)
Forget your perfect offering
There is a crack, a crack in everything (there is a crack in everything)
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in
That’s how the light gets in

En tot slot nog een ‘wijze gedachte’ in de vorm van volgende quote:

“The real act of discovery consists not in finding new lands,

But in seeing with new eyes.”

Marcel Proust

Creatively,

Jullie Opa, die zielsveel van jullie houdt,

Johan 


[i] Bruce Springsteen, Quote uit Dancing in the Dark (Introduction) van live album Springsteen on Broadway, Collumbia Records, 2018

[ii] Bruce Springsteen. Quote uit Brilliant disguise song uit de studioalbum Tunnel of Love, Columbia Records, 1987.

[iii] Jack Kornfield. A Path With Heart. The Classic Guide Through the Perils and promisses of Spiritual Life. London: Rider, an imprint of Ebury Press, Random House. 2002. Bladzijde 48.

[iv] https://time.com/4570605/marina-abramovic-leonard-cohen/

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVI

HOE CREATIEVE WISSELWERKING BLIJVEND BELEVEN (WATCH)?

Springsteen’s self-definition process has been characterized by the use of the critical and cultural instruments, he has drawn from  his historical and literary readings, but above all, from his knowledge of the culture of the American popular classes, particularly of their musical and poetic forms.

By using and elaborating continually the most different forms and genres of American popular song, both black and white, such as rhythm & blues, soul music, country music, and folk music, Springsteen has ended by mastering these expression means better and better, and by carrying out works in which the choice of one or more music genres is never arbitrary, but historical motivated, that is, determined by his knowledge of the historical, social and cultural context in which those genres originated and by his willingness to use always a music form which can suit perfectly his song’s personal or socio-political contents[i].

Eloïse, Edward en Elvire, met vorige column waren we aan het eind gekomen van het diepgaand beschrijven van Creatieve wisselwerking met z’n vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. Meermaals heb ik erop gedrukt dat de lineaire voorstelling eigenlijk een niet correcte voorstelling is van het chaotisch creatief wisselwerkingsproces. Inderdaad ben ik nog niet in staat om het chaotische basis leer- en veranderingsproces anders voor te stellen dan op de simplistische, lineaire manier die ik gebruikte. 

Ook weten jullie dat het vlindermodel, met dezelfde vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden, enkel maar een model is en niet die chaotische werkelijkheid. De Britse statisticus George E.P. Box is onder meer bekend geworden door volgende uitspraak: “Essentially, all models are wrong, but some are useful.[ii]” Deze quote heeft twee delen. 

Het eerste deel stelt dat alle modellen verkeerd zijn. Dat komt omdat alle modellen een vereenvoudiging zijn van de complexe realiteit. Sommige modellen zitten er maar een klein beetje naast. Die vindt men vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Dus ook de relativiteitstheorie van Einstein is niet volledig correct, maar de fouten in z’n model zijn tot nu toe minimaal gebleken. Andere modellen zitten er heel wat naast. Die vindt men meestal in de ‘zachte’ wetenschappen, zoals het vereenvoudigd communicatiemodel met een zender, een boodschap, een medium, een effect, een ontvanger en ‘ruis’. 

Het tweede deel: “Maar sommige zijn bruikbaar” geeft aan de vereenvoudiging van de werkelijkheid wel degelijk nuttig kan zijn. Modellen kunnen ons helpen om de complexe wereld en al z’n componenten te verklaren, voorspellen en te begrijpen. Een bepaald type van een model is het grondplan van een streek of stad. Een goede kaart is zeer bruikbaar. Men moet zich wel in de stad bevinden van de kaart. Een kaart van Brussel is inderdaad weinig zinvol om de weg in Antwerpen te vinden.

Modellen zijn nodig want wanneer we enkel ruwe data van de werkelijkheid hebben, dan is die set meestal te complex om te begrijpen. We zijn dan verplicht om te vereenvoudigen teneinde enig inzicht in de werkelijkheid te bekomen. 

Een bijkomend voordeel van een goed model is dat het leeft en je dingen leert ook lang nadat het model werd uitgedacht. Dit heb ik, Eloïse, Edward en Elvire, aan den lijve ondervonden met de twee modellen die ik in m’n professionele levens heb ontwikkeld. Beide modellen, het zeeftorenmodel en het vlindermodel, hebben mij heel wat nieuwe inzichten gegeven en dit tot lang na de ontwikkeling ervan. Wat het zeeftorenmodel betreft: dit was een ‘verbetering’ van het oorzaken en gevolg model van m’n tweede professionele vader Frank E. Bird Jr., dat op z’n beurt een verbetering was van het model van W. Heinrich. Door mijn model, dat het begrip ‘risico’ omvat (wat niet het geval is met het model van Frank), heb ik heel wat inzichten verworven, in de complexe wereld van oorzaak en gevolg. Inzichten die ik zonder het hanteren van mijn model nooit verworven zou hebben. Wat het vlindermodel betreft: het moge duidelijk zijn dat ik door het gebruik ervan nu nog elke dag leer. Want leren start met het bekomen van nieuwe inzichten!

Inleiding

Creatieve wisselwerking werkt 

voor diegenen die eraan werken. 

Johan Roels 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer jullie de vorige columns in relatief korte tijd hebben doorgenomen, dan denk ik dat jullie hoofd nu duizelt. Daarom heb ik jullie dit steeds afgeraden. Deze columns dienen namelijk in homeopathische dosissen tot zich genomen te worden. Dit was en is nog steeds mijn standpunt. Want het is sterk spul. Zelfs indien jullie mijn raad zouden hebben opgevolgd, en daardoor heel wat later dan nu, de totale set van deze columns zouden hebben gelezen, zou het mij helemaal niet verbazen dat jullie zich dan zullen afvragen: “Hoe kan ik dit alles effectief gebruiken?” Hoe zet men dit alles – vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden – in hemelsnaam daadwerkelijk in? Niets is zo complex als Creatieve wisselwerking. Die kennis dan ook nog eens inzetten bij iets zo onvoorspelbaar en grillig als Cruciale Dialogen, dat lijkt niet alleen, het is ook, niet van de poes! 

Wat jullie tot nu toe hebben gelezen, betreft de kennis: wat jullie dienen te weten, met betrekking tot Creatieve wisselwerking. Niet alleen de kennis met betrekking tot het model en zijn kerncompetenties, maar ook kennis met betrekking tot de basiscondities en vaardigheden. Deze column heeft als doel jullie te helpen bij het gebruiken en het jullie eigen maken van de vaardigheden van Creatieve wisselwerking, waardoor, zoals we hebben gezien, ook de basiscondities meer werkelijkheid worden. 

Vaardigheden hebben te maken met het “kunnen doen”, in feite het vermogen om kennis werkelijk toe te passen en dus – in deze context – gebruik te maken van de know-how met als doel, bijvoorbeeld, Cruciale Dialogenvlekkeloos te laten verlopen en daardoor problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. 

Jullie kerncompetenties beschrijven welk soort persoon jullie zijn. Dit laatste omvat onder meer jullie intrinsieke waardekernwaardenkernkwaliteitendoel, positieve intentie en persoonlijk engagement

Competentie op gebied van Cruciale dialogen heeft te maken met het vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke capaciteiten en attitudes te gebruiken in alle gesprekssituaties, en dit voor zowel jullie professionele als voor jullie persoonlijke ontwikkeling. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zijn wellicht, mede door het lezen van deze columns, en voornamelijk door zelfreflectie, heel wat bewuster geworden. Wat sommige vaardigheden betreft zijn jullie, van niveau 1 – onbewust incompetent – naar niveau 2 – bewust incompetent – opgeklommen. Jullie zijn er zich met andere woorden bewust van dat jullie bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In dat geval dienen jullie de reis van niveau 2 – bewust incompetent – naar niveau 3 – bewust competent – aan te vatten. Niveau 3 is het niveau waar men zich de nieuwe vaardigheden toe-eigent. Let wel, het is heel goed mogelijk dat jullie zich, wat sommige van de zestien vaardigheden betreft, reeds op niveau 3 of zelfs niveau 4 bevinden. Door het bewust gebruiken van de vaardigheden komt men inderdaad uiteindelijk op niveau 4 terecht: de vaardigheden zijn dan een gewoonte geworden, hun gebruik een automatisme. Het hangt dus echt van persoon tot persoon af welke van de zestien vaardigheden zich op respectievelijk niveau 1, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 bevinden. Wij hebben ervoor gekozen om in deze columns geen handige persoonlijke praktijkoefeningen betreffende de zestien vaardigheden op te nemen. Niet elkeen heeft namelijk praktijkoefeningen voor alle zestien vaardigheden nodig. Onze belofte naar jullie toe is dat jullie een of meerdere praktijkoefeningen, met betrekking tot de vaardigheden waaraan jullie willen werken, in m’n archief met de zestien mappen kunnen vinden, ook wanneer ik er niet meer zal zijn. Vraag die mappen maar aan Bonnie of, nog later, aan jullie mama Daphne. 

Eloïse, Edward en Elvire, dit is jullie eerste werk: nagaan hoe ver jullie nu al staan in het beleven van Creatieve wisselwerking. Het tweede is: beslissen waar jullie aan willen werken. Met andere woorden, aan welke van de vaardigheden willen jullie sleutelen teneinde deze op een hoger niveau te tillen. Vervolgens vragen jullie – indien jullie dat wensen – mij (of Bonnie of jullie mama Daphne) om ondersteuning in de vorm van praktijkoefeningen. Het inoefenen moet jullie uiteraard zelf doen. Oefenen, oefenen, oefenen, totdat de vaardigheid een goede gewoonte geworden is. Dat is de boodschap!

In het eerste deel van deze column beschrijf ik de strategie die ik zelf heb toegepast om beter te worden in het voeren van Cruciale dialogen en mijn vaardigheden daartoe op een hoger peil te krikken. Vervolgens stel ik een hulpmiddel voor dat de volledige methodiek op een unieke manier visualiseert. Tot slotte wordt er op een en ander dieper ingegaan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ kunnen jullie ook een deel vinden dat het gebruik van de Cruciale Dialogenmethodiek behandelt in de context van een team en de betekenis van Creatieve wisselwerking voor Leiderschap[iii].

Twee hefbomen 

Give me a lever long enough and a fulcrum on which to place it, 

and I shall move the world. 

Archimedes 

De hefbomen van de Cruciale Dialoogmethodiek – de vaardigheden – zijn lang genoeg, maar ben jij – Eloïse, Edward of Elvire – wel het steunpunt dat nodig is om je wereld te veranderen, om je zelf te transformeren? De strategie die ik heb toegepast (en nog toepas, want ik ben er nog niet helemaal of … helemaal niet, wie zal het zeggen?) maakt gebruik van twee bijkomende stevige hefbomen. En vergeet niet, teneinde zichzelf te veranderen heeft men een steunpunt nodig en het uitzonderlijke hier is dat men dat zelf dient te zijn. Slechts één persoon kan jou veranderen en dat ben jij! 

Leren observeren 

Indien men zich echt de dialoogvaardigheden wil eigen maken, begint men zichzelf én de ander(en) te observeren met als doel om, door het observeren, te achterhalen of we ons nu in de dialoog of buiten de dialoog bevinden. Dit soort observeren heeft uiteraard alles te maken met het rees besproken procesbewustzijn (Deel XXXV). Eerder dan je krampachtig de vaardigheden en strategieën van het Cruciale Dialoogmodel te trachten te herinneren, vraag men zich af of men zich wel in een heuse dialoog bevindt en, indien niet, welke van de twee volgende strategieën van kracht zijn: ‘vermijden’ of ‘geweld’. Wanneer men merkt dat men zich ofwel in het gebied van het vermijden of in dat van de aanval bevindt, weet dan dat dit verre van aan te raden is en dat het de hoogste tijd is om terug in een echte dialoog te stappen. 

Herkennen dat men ofwel het speelveld van de dialoog verlaat en zich gaat verschansen ofwel gaat aanvallen en dit ook erkennen en verwoorden is een belangrijke stap in het dialoogproces. Men moet dus, wanneer dit het geval is, durven stellen: “Ik heb de indruk dat we het heilzaam pad van de dialoog aan het verlaten zijn”. Dit zo vlug mogelijk doen, zorgt ervoor dat de schade gering is. Men kan als het ware op zijn stappen terugkeren en binnen de dialoog blijven. 

Angst of woede bannen 

Dialoog is, zoals we hebben gezien, de meningen de vrije loop laten; anders gesteld, zeggen wat men te zeggen heeft. De meest geduchte rem op deze vrije meningsuiting is angst of woede. Wanneer men angstig is, of woedend, dan zegt men niet wat men te zeggen heeft, althans niet op een correcte manier. 

Angst bant men door open te staan voor de mening van de ander en dit ook met woord en daad te tonen. Echt interesse hebben voor wat de ander zegt en niet in verdediging gaan of vluchten, creëert veiligheid: veiligheid voor de ander opdat zij of hij zou kunnen zeggen wat zij of hij te zeggen heeft. Een veilig gevoel vermindert de angst of de woede. Een veilig gevoel geeft ook innerlijke zekerheid. 

Dit doet men door, wanneer men ziet dat de ander gekwetst is, te stellen dat dit niet de bedoeling was en, zo nodig, door zich te verontschuldigen. Empathie is ook hier nodig. Zich kunnen inleven in de angst of woede van de ander is een pluspunt. Vraag desnoods een ‘time out’ aan om de gemoederen wat te bedaren. Ga steeds terug naar de feiten. Ontzenuw de veronderstellingen en interpretaties. Zeg wat men wel bedoelde (de feiten – die blijkbaar niet duidelijk genoeg overkwamen) en zeg wat men niet bedoelde (meestal de interpretatie van de ander). Zet het contrast, het verschil, goed in de verf. 

Herinner elkaar ook aan het gemeenschappelijke doel. Dit doel heeft te maken met synergie en niet met een compromis en zeker niet met ‘His Master’s Voice’-oplossingen. Hierbij heiligt het doel niet de middelen, want het is een gemeenschappelijk doel. Het realiseren van het gemeenschappelijke doel is een engagement van de gesprekspartners. Durf hen dan ook aan dit engagement herinneren. Wanneer de ander vlucht in ontwijking of eerder woedend aanvalt, weet men dat de ander zich onzeker voelt. Door aan te tonen dat men eerlijk het gemeenschappelijke doel wil bereiken, zorgt men voor de zo broodnodige veiligheid. Durf te stellen: “Het is hier niet de bedoeling dat een van de partijen zijn wil opdringt. Ik engageer mij om in deze dialoog te blijven totdat we een oplossing gevonden hebben die ons beiden bevredigt.” 

Het horloge (WATCH) 

Hiermee heb ik beide hefbomen besproken die de basis vormen van een solide dialoog. Laat ik als bijkomend hulpmiddel een beeld voorstellen dat mogelijk maakt om tijdens de Cruciale Dialoog de verschillende onderdelen van de methodiek en de bedreigingen voor het goede verloop ervan, voor ogen te houden. Dit beeld is het analoge horloge of in het Engels “The Watch’. Denk hierbij heel specifiek aan een polshorloge. Ik heb voor dit beeld gekozen omdat de horloges gelijkzetten, het met elkaar eens worden betekent. Cruciale Dialogen hebben daar veel mee te maken. Men wordt het er tijdens Cruciale Dialogen niet alleen met elkaar over eens wat het probleem is en wat de oorzaken ervan zijn, men vindt ook gezamenlijk antwoorden op de cruciale vraag die het probleem inhoudt. 

De wijzers van het horloge vormen het vlindermodel en dat bevindt zich uiteraard op de horlogeplaat van het uurwerk. Het Cruciale dialogen-uurwerk geeft kwart voor negen aan. Het vlindermodel ligt dus horizontaal, het is tenslotte een ‘liggende 8’. In ons beeld bevat de wijzerplaat van het horloge de fasen, basiscondities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking. Het zijn de elementen die – indien ze enerzijds aanwezig zijn (de basiscondities) en anderzijds optimaal ingezet worden (de vaardigheden) – de beleving van Creatieve wisselwerking vloeiend en succesvol doen verlopen. In wat volgt zal ik het voornamelijk over een toepassing van Creatieve wisselwerking, de Cruciale dialoog, hebben Deze kerncompetenties zorgen ervoor dat wij in dialoog blijven. Wanneer de dialoog een Cruciale dialoog wordt, dienen deze competenties wel heel solide te zijn om binnen de wijzerplaat te blijven. 

Zoals de Cruciale dialoog omringd is door de harde realiteit, is de horlogeplaat gevat in haar horlogekast. Op die horlogekast van ons beeld bevinden zich de zes gedragingen die een reëel gevaar zijn voor het goede verloop van de Cruciale dialoog. Deze gedragingen hebben te maken met ‘ontwijken’ en met ‘geweld’, dus met angst en woede. Ze zijn uitingen van de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel binnen de ander of binnen onszelf. Wanneer men deze gedragingen onderkent (ziet, vandaar ‘watch’), dan weet men dat men te maken heeft met angst of woede, met de Vicieuze Cirkel

Men dient deze gedragingen niet alleen te herkennen, men dient ook te erkennen dat men aan de grondslag ervan – angst of woede – iets moet doen. Daartoe dient men uit de inhoud van de dialoog (de horlogeplaat) te stappen (van ‘plaat’ naar ‘kast’) en die gedragingen te benoemen en te ontzenuwen (op de horlogekast). Zodra men de angst of woede uit de dialoog heeft gebannen, kan men terugkeren naar de inhoud van het gesprek. Men stapt terug in de dialoog (van ‘kast’ naar ‘plaat’). Het komt er niet op aan de argumentatie af te zwakken of ervan af te stappen. Het komt erop aan veiligheid te creëren en dus angst en woede te verdrijven (cf. Drive Fear Out[iv]). Men dient dit snel te doen, want hoe verder men wegdrijft van een gezonde Cruciale dialoog in de richting van vermijding of geweld, hoe moeilijker het wordt die te ontzenuwen en hoe groter de kosten. 

Laten we nu ook de acteurs aan het beeld toevoegen. Je vindt jezelf en de ander rond het Cruciale Dialoogmodel op de horlogeplaat van ons beeld. Het model heeft vier bogen: twee links en twee rechts van het midden. Dit midden (waar ook het probleem of de hamvraag zijn plaats vindt) kunnen we ook zien als ‘het reservoir van de gedeelde mening’ Het linker gedeelte van de ‘liggende acht’ zorgt voor het inzicht, het rechtergedeelte voor het maken en uitvoeren van een keuze (actie): 

Men ziet dat de vier fasen verbonden zijn met dit midden: het reservoir van gedeelde mening. Men is met de ander in dialoog waardoor men met elkaar echt verbonden blijft. Als men echt verbonden is, zorgen de gegevens, door het waarderend begrijpen ervan, voor inzicht en uiteindelijk voor een gedeelde mening. Die gedeelde mening is dan op haar beurt de voedingsbodem voor het bedenken (‘imaginatie’) van idee en oplossingen, keuze van een paar van die oplossingen en actie, kortom voor innovatie. 

Het procesbewustzijn (i.e. het observeren en begrijpen van het dialoogproces) zorgt ervoor dat we blijvend uit onze doppen kijken (we ‘watch out’ continously) en dus zien wanneer één van de vier boogstukken van het model loskomt en plots naar boven of naar beneden doorschiet. De dialoog verlaat het veiligheidsgebied en wordt vergiftigd door ontwijken of geweld. Angst of woede zijn de Cruciale dialoog binnengeslopen. Wanneer dit gebeurt, begint men nefaste spelletjes te spelen. Indien men ziet dat men afdrijft naar het vermijden van echte dialoog of toevlucht neemt tot geweld, dan dient men zich vliegensvlug opnieuw te verbinden met haar of zijn originele waarde, met haar of zijn kernwaarden en kernkwaliteiten, positieve intentie en engagement om van daaruit te handelen. Nadien dient men terug te keren naar een echte dialoog. 

Sophie’s Choice 

Men komt terug tot die dialoog door zich te focussen op wat men werkelijk wil en daarbij vermijdt men zich te laten meesleuren in het zogenaamde ‘Sophie’s Keuze-spel’. Dit ‘spel’ is nefast voor de gezonde dialoog. Het laat je geloven dat je moeten kiezen tussen twee kwalijke alternatieven. De naam van het spel komt van het prangende ‘Sophie’s Choice’-verhaal[v]. Dit is het schrijnend verhaal van een jonge vrouw in Auschwitz, die voor een verscheurende keuze wordt geplaatst. Ze dient zelf te beslissen welke van haar twee kinderen zal omgebracht worden. Indien ze niet beslist, worden beide kinderen gedood. 

Wat deze ‘Sophie’s Keuzes’ in dialoogcontext kenmerken, is dat men het voorstelt alsof men moet kiezen tussen twee kwalen: de cholera of de pest. Bijvoorbeeld, men laat ofwel blijken dat men het grondig oneens is met z’n baas, met het risico daarvoor gestraft te worden (de boodschapper van het slechte nieuws wordt in het bedrijf nogal eens vereenzelvigd met het slechte nieuws), of men slikt haar of zijn woorden in – en zodoende weigert men het reservoir van gedeelde mening met ideeën te voeden – waardoor men wel haar of zijn baan houdt. Dit komt neer op een ‘het één of het ander’-denkpatroon van het ergste soort. Indien men een ‘Sophie’s Keuze’ voorstelt, laat men het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid, was. Men doet het voorkomen alsof men de boodschap niet eerlijk én respectvol kon brengen. Men laat uitschijnen dat het onmogelijk is een specifieke afwijkende mening op een veilige manier te verwoorden. Diegenen die een ‘Sophie’s Keuze’ te berde brengen, stellen dat ze geen derde gezonde mogelijkheid zien – wat in dit geval een eerlijke maar tragische fout is – of ze voeren deze valse tweespalt ten tonele om hun onverkwikkelijk gedrag te justifiëren. 

Een nefaste bijwerking van deze ‘Sophie’s Keuze’ is dat ze niet alleen aanzet tot ineffectieve acties, ze verhindert ook echte, waardevolle verandering. Deze keuze laat geloven dat er geen alternatief is voor het vlucht-of-vechtsyndroom en dus geen ruimte voor creatief denkwerk. ‘Sophie’s Keuzes’ zijn dus simplistische, negatgieve compromissen, die ons verhinderen om creatief in dialoog te blijven en die onze domme spelletjes verrechtvaardigen. 

Op zoek naar het ongrijpbare ‘En’ 

De besten in het voeren van Cruciale dialogen weigeren ‘Sophie’s keuzes’ en dit door bewust naar nieuwe oplossingen te zoeken. Zij stellen zich moeilijke vragen. Ze vervangen ‘het één of het ander’-denken door een zoektocht naar het, oh zo belangrijke en door velen als ongrijpbaar geziene, ‘En’. Zij gebruiken de derde karakteristiek Creatief Integreren teneinde die toch te vatten. 

Daarbij gaan ze strategisch te werk als volgt: 

  1. Eerst en vooral maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) echt wil bereiken. Dus wat men wil bekomen voor zichzelf, de ander en de onderlinge relatie. Dat geeft al een aanzet om zich niet te laten vangen in het net van ‘Sophie’s Keuzes’. 
  2. Vervolgens maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) niet wil bereiken. Dit is de sleutel tot het formuleren van de ‘en’- vraag. “Wat ik niet wil voorhebben, is verplicht te worden een simplistische ‘Sophie’s Keuze’ te moeten maken!” is de uitdaging die aan de orde is. 
  3. Ten slotte legt men zich toe op het vinden van een creatieve en productieve oplossing door de twee voorgaande punten in een ‘en’-vraag te vatten: ‘Hoe kan ik ertoe komen dat wat ik wil bereiken, bereik en wat ik niet wil bereiken, vermijd?” Het antwoord op deze vraag zal heel wat creatiever zijn dan wat met ‘vluchten’ en ‘vechten’ kan bekomen worden. Men zoekt daarbij naar ‘beide en verschillend van’, dus synergetische, oplossingen. 

Kijk uit voor Angst en/of Woede 

Diegenen die de Creatieve wisselwerking onder de knie hebben, zijn zoals gesteld niet alleen volledig aanwezig in de dialoog, ze zijn zich ook ten volle bewust van het dialoogproces. Ze kijken daarbij uit naar tekenen die aantonen dat angst of woede de dialoog binnenglipt. Wanneer de ander wegdrijft van de gezonde dialoog – i.e. ophoudt met het eerlijk vullen van het reservoir van gedeelde mening – door ofwel doelbewust z’n eigen mening te verzwijgen ofwel deze op te dringen, kijkt men uit of de ander niet angstig of woedend is. 

Wanneer er geen angst of woede is, kan men in principe zowat alles zeggen. Dialoog heeft behoefte aan en drijft op vrije meningsuiting. Niets doodt die vrije meningsuiting meer dan angst of woede. Wanneer men angstig is, omdat men vreest dat de dialoog haar of zijn carrière kan schaden, dan start men met het verzwijgen of verdoezelen van feiten. Wanneer men woedend wordt, omdat men de indruk heeft dat men om een of andere reden geen gelijk kan halen, begint men aan te vallen. Beide reacties – vluchten en vechten – vinden hun oorsprong in de emoties van angst en woede. Bovendien is het zo dat, wanneer angst en woede uit de dialoog geweerd wordt, er niet alleen over om het even wat kan gepraat worden, maar dat ook er geluisterd wordt. Wanneer men niet vreest aangevallen of vernederd te zullen worden, ook wanneer men zelf niet woedend is, dan kan men zelfs naar praktisch alles luisteren zonder direct defensief te worden. 

Eloïse, Edward en Elvire, denk in dit verband eens aan jullie eigen ervaringen. Kunnen jullie zich herinneren ooit eens van iemand scherpe feedback gekregen te hebben en dat jullie op dat ogenblik toch niet defensief reageerden? Dat jullie in plaats daarvan naar die niet zo prettige feedback luisterden op een open manier? Dat jullie alles deden om die feedback werkelijk te begrijpen en erover na te denken? Dat jullie toelieten door die feedback beïnvloed te worden? Indien jullie zich zoiets kunt herinneren, stel jullie dan de cruciale leervraag: “Waarom lukte dat toen?” Hoe kwam het dat jullie die – op dat ogenblik potentieel schadelijke – feedback toch positief benaderden? Als jullie zijn zoals ik – en met mij vele anderen – dan is dat heel waarschijnlijk omdat jullie geloofden dat die ander het goed met jullie voorhad. Daardoor respecteerden jullie de mening van die ander. Met andere woorden, jullie voelde zich veilig omdat je de motieven van de ander vertrouwde én zijn bekwaamheid om een en ander in te schatten. Jullie voelden niet de behoefte zich te verdedigen om de eenvoudige reden dat jullie zich niet aangevallen voelden. Jullie veilig voelen betekent dat jullie vrij zijn van angst en woede. 

Anderzijds is het ook zo dat men, wanneer men angstig of woedend is, geen ‘negatieve’ feedback kan verdragen. Wanneer men angstig of woedend is, zullen zelfs goed bedoelde commentaren negatief worden beoordeeld. Wanneer men angstig of vijandig is, wordt men verblind. 

Wanneer men uitkijkt naar tekenen van angst en woede bemerkt men niet alleen de gevaren voor de dialoog. Men houdt ook de geest levendig. Men is aandachtig. Zoals al gesteld worden, wanneer emoties de kop opsteken, de hersenfuncties afgeremd. Niet alleen start de voorbereiding voor het vluchten of het vechten, bovendien vernauwt het perifere zicht. Wanneer men zich echt bedreigd voelt, dan zie men zelfs met moeite wat zich vlak voor de neus bevindt. Met andere woorden kijkt men, wanneer men het gevoel heeft dat de uitkomst van de dialoog wordt bedreigd, niet verder dan de neus lang is. 

Wanneer men van de inhoud van de dialoog loskomt en uitkijkt naar tekenen van angst of woede, zet men het brein volledig in en krijgt men een volledig zicht op de werkelijkheid. Adrenalineopstoten zijn alarmerende processen verbonden aan vluchten en vechten. Deze maken het onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen. Ik noem het de ‘haas-in-de-koplampen’-reactie. Dit is uiteraard een metafoor, maar die reactie bestaat werkelijk. 

“Mijn schoonvader zaliger, Lionel Onghenae, gebruikte deze reactie van een haas, wanneer die gevangen wordt door de koplampen van een auto, als jachtwapen. De feiten zijn verjaard, dus kunnen ze gerust te boek worden gesteld. Lionel heeft bij mijn weten nooit een schot gelost, toch heb ik meermaals van een overheerlijke haas mo- gen smullen, die hij ‘geschoten’ had. Zijn tactiek was de volgende. Hij woonde in de polder, in het grensgebied ten noorden van Eeklo, nabij Watervliet. Een druilerige dag in het juiste seizoen was voldoende om hem ’s avonds, wanneer het opgeklaard was, te doen besluiten op jacht te gaan. Hij reed dan met zijn wagen over de smalle polderpa- den en steevast zaten er hazen op de al gedroogde betonbaantjes in het flauwe maanschijnsel te spelen. Toen ze gevangen werden door de koplichten van Lionels wagen, verstijfden ze van angst en bleven ze stokstijf staan, totdat de auto over hen heen reed. Toen werd het voor hen aardedonker en sprongen ze op, knal tegen de onderkant van het chassis van de wagen aan. Ze bleven verdoofd liggen. Lionel stapte bedaard uit en verloste elk van hen uit zijn lijden met een juist gemikte nekslag.” 

Nogmaals, door angst of woede ingegeven beslissingen zijn meestal niet overdachte reflexen. Het angst- of woedegevoel van de ander zet deze aan je eens goed aan te pakken. Het probleem hierbij is dat dit agressieve gedrag niet steeds de diplomaat in jou aanspreekt. In plaats van de aanval te kaderen, als een teken dat veiligheid onder druk komt, neemt men de actie van de ander letterlijk als een aanval op. Dan is volgens het ‘oog om oog, tand om tand’-principe de reactie mogelijks navenant. Men is dan niet meer aandachtig met het proces bezig, men stapt bijgevolg niet uit de inhoud van het gesprek om de angst of woede te ontzenuwen. Integendeel, men wordt een deel van het probleem en men wordt meegezogen in het vluchten of vechten van de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben er mij terdege van bewust dat wat ik hier voorstel niet makkelijk is. Ik vraag jullie om de tekenen van vermijden of aanvallen te zien als tekenen van angst of woede en daarbij jullie ‘natuurlijke’ reactie, teneinde de ander van hetzelfde laken een broek te geven, af te blokken. Met andere woorden ik vraag jullie jaren van praktijk en ingesleten gedrag om te buigen in nieuw gedrag. Inderdaad, in plaats van jullie ‘normaal’ gedrag vraag ik jullie uit de inhoud van de dialoog te stappen en de angst of de woede aan te pakken. Dit is aartsmoeilijk, maar heb ik ergens in deze serie columns boek beweerd dat het correct van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking makkelijk is? 

Vormen van vluchten en vechten 

De niet zo gezonde uitingen van angst of woede zijn enerzijds vluchten (een ‘negatief stilzwijgen’, waardoor feiten niet worden vermeld) en anderzijds verbaal geweld (waardoor feiten worden opgedrongen). 

Vormen van vluchten 

De verschillende vormen van vluchten zijn: maskeren, omzeilen en terugtrekken. 

Maskeren is zijn eigen mening niet verwoorden of niet laten zien. Daartoe zijn de meest gebruikte technieken: sarcasme, (het tegendeel) verbloemen of zelfs vleien. 

De meeste vormen van omzeilen bestaan erin het gesprek compleet weg te sturen van het gevoelige onderwerp. We praten wel maar benoemen belangrijke zaken niet. 

Terugtrekken, het woord zegt het, betekent zich uit de conversatie terugtrekken. Soms zelfs letterlijk, men verlaat de ruimte waar de dialoog plaats vindt. 

Vluchten is in vele gevallen negatieve stilte. Wij willen hierbij onderstrepen dat stilte op zich héél positief kan zijn, zeker in het kader van spiritualiteit. Dus ook in de context van Business Spiritualiteit. Paul de Chauvigny de Blot spreekt in dit verband van de kracht van de stiltetaal. Ook contemplatieve ordes hebben sinds eeuwen bewezen dat stilte een meerwaarde kan zijn. Recent onderzoek van het functioneren van de hersenen heeft dit overigens aangetoond. Dit onder meer door onderzoeken binnen het Mind and Life Institute; een gezamenlijk onderzoeksprogramma van een aantal Amerikaanse universiteiten en de Dalai Lama[vi].

Vormen van vechten 

Vechten uit zich in verbaal geweld. Verbaal geweld heeft vele vormen en eigenlijk maar één doel: de ander via dit verbaal geweld te overtuigen, te controleren, over te halen om je zienswijze bij te treden. Verbaal geweld dramt bij wijze van spreken de eigen mening in het reservoir van de gedeelde mening. 

De drie meest voorkomende vormen van verbaal geweld zijn: manipuleren, bestempelen (labelen) en regelrecht aanvallen. 

Manipuleren komt in deze context overeen met de ander, al dan niet subtiel, te dwingen jouw gedachtegang over te nemen. Dit gebeurt vaak door het vragen achterwege te laten en enkel te pleiten voor het eigen gelijk. Zodoende wordt de dialoog door één partij gedomineerd, waardoor de dialoog feitelijk een monoloog wordt. Door gebruik te maken van een rits technieken waaronder: de ander onderbreken, het verdraaien van feiten, het gebruikmaken van suggestieve, directieve of zelfs manipulerende vragen, wordt de dialoog door één partij beheerst. 

Bestempelen of labelen is iemand of iemands ideeën van een kwalificatie voorzien, zodat men die in een bepaalde categorie kan stoppen. 

Aanvallen spreekt voor zichzelf. Het doel is dan minder het eigen gelijk halen, eerder de ander te kwetsen en te doen lijden. Aanvalstechnieken zijn onder meer kleineren en regelrecht bedreigen. 

Kijk naar je gedrag onder stress 

Laat ik even samenvatten: angst kan leiden tot vluchten en woede tot vechten. Samen kunnen ze de basis vormen van stress. We nemen aan dat je aandachtig blijft tijdens het gehele dialoogproces. Men neemt daarbij zowel de inhoud als het inzetten van de condities en vaardigheden onder ogenschouw. Men geeft speciale aandacht aan tekenen waardoor men kan zien of de dialoog cruciaal wordt. Om dit belangrijk ogenblik te kunnen grijpen, kijkt men voornamelijk uit naar tekenen van angst of woede. Wanneer veiligheid in het gedrang komt, heeft men oog voor de verschillende vormen van vluchten en vechten. 

Is men nu volledig gewapend? Ziet men nu alles wat er te zien is? 

If the doors of perception were cleansed,

everything would be seen as it is.

William Blake

Het antwoord op deze vragen is: nee! Het moeilijkste element om er zeker van te zijn dat men op de verschillende niveaus aandacht heeft voor het volledige proces, is het eigen gedrag! Dit gedrag situeert zich ergens op volgend continuüm: vluchten, wegdeemsteren, passief, neutraal, assertief, agressief, buitensporig gewelddadig (i.e. het ‘vluchten – vechten’ continuüm). Eerlijk gezegd, het is uiterst moeilijk om het eigen gedrag te observeren wanneer men in een Cruciale dialoog verwikkeld is. Men kan nu eenmaal niet fysiek uit het eigen lichaam stappen en zichzelf observeren. Men bevindt zich aan de verkeerde kant van de oogballen. 

De waarheid is dat de meesten onder ons het moeilijk hebben om van binnenuit hun eigen gedrag te meten en te evalueren. Het komt nogal voor dat men tijdens Cruciale dialogen zelf angstig en woedend is en daardoor zelf vlucht of vecht. Het echt bewust zijn van Creatieve wisselwerking op alle niveaus is iets waar we door indoctrinatie en socialisatie niet bijster goed in geworden zijn. 

Het gebruik van de vaardigheid procesbewustzijn is inderdaad iets van het moeilijkste wat er is, zeker het gebruik ervan op het eigen functioneren. Niet alleen dient men dan aandachtig te zijn voor het eigen gedrag, maar ook voor wat dat gedrag bij de ander teweegbrengt. Het komt erop aan duidelijk te zien welke impact dit gedrag heeft op angst of woede. Indien het doel is angst of woede uit de dialoog te bannen, dan dient men te starten bij zichzelf: ban angst of woede uit jezelf! 

Door de vaardigheid procesbewustzijn is men er zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces in zichzelf en de ander, maar ook van de werking van de Vicieuze Cirkel binnen zichzelf en de ander. Inderdaad om de draaizin van de Vicieuze Cirkel te veranderen, dient men ten volle bewust en consistent de condities en vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces te beleven.


[i] Antonella D’Amore, Bruce Springsteen’s World Citizenship. Interdisciplinary Literary Studies Vol. 9, No. 1, Glory Days: A Bruce Springsteen Celebration (Fall 2007), University Park, PA: Penn State University Press. Bladzijden 162-181

[ii] George E.P. Box & Norman R. Draper. ©. Wiley, 1987. Bladzijde 424

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 279-309

[iv] W. Edwards Deming. Out of the Crisis. Quality, Productivity and Competitive Position. Cambridge, MA: Cambridge University Press, 1982. Bladzijden 59-62, 202 en 266-268

[v] William Styron. Sophie’s Choice. New York, NY: Random House, Inc. 1979. & gelijknamige film van Alan J. Parker met Meryl Streep in de hoofdrol, 1982 

[vi] Felicity Mellor en Stephen Webster (Editors). The Silences of Science. Gaps and Pauses in the Communication of Science. New York, NY: Routledge (imprint of the Taylor and Francis Group), 2017


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIII

HOE CORRECT FEEDBACK GEVEN EN ONTVANGEN?

Jon Landau’s feedback changed Bruce Springsteen’s carreer dramatically:

The Wild, The Innocent & The E Street Shuffle’s defining moment would arrive via a live show in Boston in 1974. In the audience of this performance stood a captivated Jon Landau, a music critic who was there writing for Real Paper.

“On a night when I needed to feel young (Springsteen) made me feel like I was listening to music for the first time,” wrote Landau, and “I saw my rock and roll past flash before my eyes. And I saw something else. I saw rock and rolls’ future and its name is Bruce Springsteen.”

The label quickly shipped stocks of Springsteen records back into stores while a promotional campaign based off of Landau’s review was initiated. However it’s not Columbia’s renewed interest in the singer-songwriter that demonstrates the true value of the record. The music critic, who met the musician after the show, was called in on the crafting of Born To Run when Springsteen needed help overcoming a few hurdles. Without Landau witnessing one of his hair-raising performances The Boss’ breakthrough may never have happened[i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, een cruciaal onderdeel van de eerste vaardigheid verbonden aan de vierde karakteristiek Continue TransformatieHerhalen en Evaluatie,  is de evaluatie van de actie. De evaluatie van de actie wordt in die vaardigheid door  jullie zelf verricht: het betreft dus zelfevaluatie. De tweede vaardigheid verbonden aan de vierde karakteristiek Continue Transformatie, betreft de reactie en/of evaluatie van de actie door een andere persoon dan deze die de actie verricht: de Feedback. Het is die vaardigheid, Feedback, die het onderwerp is van deze column

Het uitvoeren van de acties, nodig om het probleem op te lossen, vereist een wederzijdse ondersteuning van de betrokkenen; dit is pure interafhankelijkheid. Wil men elkaar ondersteunen, dan is het van belang een open en directe sfeer te creëren en te onderhouden. Het geven en ontvangen van feedback, volgens de regels van de kunst, kan hier in sterke mate toe bijdragen. 

Laten we op elkaar letten en elkaar aansporen tot liefde en goede daden. 

Heb 10:24 

Een belangrijke vaardigheid van het creatief wissselwerkiingsproces is dus het correct kunnen geven en ontvangen van feedback. Feedback betreft hier vooral het terugkoppelen van wat men ziet en ervaart met betrekking tot de uitvoering van de beloofde acties. Van Dale omschrijft feedback als ‘informatieve reactie’. Het is inderdaad de vaardigheid waarbij de deelnemers aan het creatief wisselwerkingsproces elkaar informatie geven over hoe ze elkaars werk waarnemen. Bovendien is aan één van de basisvoorwaarden van feedback voldaan, namelijk het hebben van een gezamenlijk belang waarbij wij interafhankelijk zijn. De activiteiten zijn bovendien gekozen om samen een gezamenlijk probleem op te lossen. 

In het Engelse begrip ‘feedback’ zit ook het gegeven ‘voeden’, wat per definitie een positieve daad is (want een werk van barmhartigheid[ii]). We voeden de persoon die feedback krijgt met informatie waarover hij niet per se beschikt en waar hij wel nood aan heeft. Feedback geven is de ander bewust duidelijke informatie geven over zijn functioneren. Men koppelt de ander terug wat men vindt van de inzet en de resultaten van diens werk. Feedback geven betekent ook dat men de ander informeert over de effecten van diens gedrag. Doordat het gaat over het effect van dat gedrag op u, zegt feedback meestal net zoveel over u als over die ander. Feedback speelt dus een belangrijke rol in het vergroten van zelfinzicht. 

Eloïse, Edward en Elvire, met het geven van feedback koppelt men ook terug welk effect het gedrag van de ander, in verband met het nakomen van beloftes, op jou heeft. Door die informatie kan de ander leren over het effect van haar of zijn gedrag en bovendien zichzelf verder ontwikkelen in de richting van de overeengekomen doelen. Door het persoonlijk karakter valt het niet altijd mee om feedback te geven, zeker als het gaat om negatieve zaken. Hier spelen vragen mee zoals: “Mag je als ‘zondaar’ wel kritiek geven op een ‘mede-zondaar’?” Je maakt tenslotte zelf ook fouten in het nakomen van jouw beloftes (denk daarbij aan ‘de splinter en de balk’[iii]). Indien die vragen jou zouden doen besluiten feedback achterwege te laten is dit jammer. Want daardoor ontberen mensen het noodzakelijke inzicht om beter te presteren. Iedereen heeft blinde vlekken ten aanzien van zijn eigen functioneren, ook ik. Het mooie aan feedback is dat het niet alleen het zelfinzicht vergroot, maar ook de relatie kan verstevigen tussen de gever en ontvanger. 

Feedback krijgen, ook terugkoppeling genoemd, is het proces waarbij iemand anders jou informeert over hoe hij jouw gedrag ziet en ervaart. Deze informatie helpt je om zeker te zijn dat jouw bedoelingen, via jouw handelen, goed zijn overgekomen. Ook dat vergroot zelfkennis!

Eloïse, Edward en Elvire, feedback is als een zachte regen; het bevordert iemands groei, zonder zijn wortels te ondergraven. 

Zoals ijzer met ijzer wordt geslepen, zo scherpt de ene mens de ander. 

Spreuken 27:17 

Het JOHARI-venster 

Als men een ander feedback geeft over diens functioneren, dan kan het zijn dat iets benoemd wordt waarvan de ander zich niet bewust is. Bewustwording biedt aanknopingspunten voor het veranderen van dit functioneren. Een groot verschil kan bestaan tussen hoe wij zelf onze manier van werken ervaren en hoe anderen dit beleven. We handelen meestal op grond van diepgewortelde beelden, opvattingen, aannames en vooronderstellingen. Iedereen heeft een bepaalde mate van zelfkennis. Anderen in jouw omgeving hebben echter ook een zekere kennis betreffende jou. Feedback is een goede manier om erachter te komen of er een discrepantie bestaat tussen de eigen waarneming en die van de ander. Feedback vergroot jouw kennis van de manier waarop je op anderen overkomt. Dit effect van feedback geven en ontvangen wordt verduidelijkt aan de hand van het ‘Johari-venster’. 

Eloïse, Edward en Elvire, twee Amerikaanse menswetenschappers, Joseph Luft en Harry Ingham, hebben in 1955 in het kader van hun onderzoeken een model[iv] opgesteld, waarmee op eenvoudige wijze kan uitgelegd worden wat de relatie is tussen gedrag en feedback. Het model bevat vier kwadranten die verwijzen naar vier gebieden van iemands persoonlijkheid en gedrag. Persoonlijkheid wordt hierbij gedefinieerd als het geheel van waarden, motieven en gedragingen. 

Het Johari-venster ziet er als volgt uit: 

Stel je voor dat je zo aandachtig kunt zijn dat je naar jezelf kunt kijken. Je bent als het ware in de actie én staat er ook buiten. Deze gave is overigens sterk verwant met de vierde vaardigheid van de vierde karakteristiek Continu Transformeren van Creatieve wisselwerking: Procesbewustzijn (Deel XXXV). 

Hierbij ontdek je dat sommige dingen die je doet, voor een groot deel, bekend zijn bij jezelf en voor een ander geen geheim zijn. Dit gebied wordt de open of vrije ruimte genoemd. 

In je omgang met anderen zijn er ook een aantal zaken waar je jezelf wel bewust van bent, maar waar je ten opzichte van anderen niet voor uitkomt; waardoor die anderen ze niet kunnen waarnemen. Dit wordt het verborgen gebied genoemd. In zekere mate bepaal je eigenlijk zelf hoe groot dit gebied is. 

Een gebied waarop niemand direct invloed kan uitoefenen, omdat het noch bij jou noch bij anderen bekend is, is het onbekende zelf. Hierin zitten de onbewuste motieven die jou ertoe brengen iets te doen of te laten. Dit gebied wordt soms pas zichtbaar bij onverwachte gebeurtenissen. 

Het vierde en  laatste gebied wordt de blinde vlek genoemd. Dit is het gedeelte waarvan je je zelf niet bewust bent, terwijl anderen het wel waarnemen en ervaren. Het is het onbewuste en onbedoelde effect van je acties. Het wordt ook vaak het gebied van de ‘slechte adem’ genoemd. Net als bij slechte adem – bijvoorbeeld na het eten van knoflook – weet je dit zelf niet; maar de anderen weten, of beter gezegd, ruiken het wel! 

Eloïse, Edward en Elvire, het ‘Johari-venster’ wijst er ons op dat we slechts ten dele een open boek zijn voor onszelf en anderen (open gebied), dat we onszelf niet volledig kennen (blinde vlek), dat we een deel van onze waarden, ideeën en gedragingen voor de ander verborgen houden (verborgen gebied) en dat een deel van onze persoonlijkheid door niemand gekend is (onbekende zelf). De kwadranten hebben overigens voor dezelfde persoon niet altijd dezelfde grootte. De context en de relaties waarin we ons op een bepaald ogenblik bevinden, bepalen de omvang van de vier gebieden. De omvang van de kwadranten evolueert ook in de tijd, naarmate relaties worden uitgebouwd. Het spreekt vanzelf dat wanneer we voor het eerst met iemand kennismaken, de open ruimte kleiner is en het verborgen gebied groter. 

Door het geven van informatie over hoe je elkaar ervaart en over de reacties die dat teweegbrengt, wordt de open ruimte van eenieder vergroot. Doordat je feedback krijgt van de ander over gedrag dat min of meer onbekend is voor jezelf, wordt een deel van je duidelijk. De ruimte van de blinde vlek wordt als het ware kleiner ten voordele van de open ruimte. Het uitwisselen van de informatie door middel van feedback heeft als voordeel dat het de communicatie tussen twee mensen inzichtelijker maakt, en daardoor effectiever. Bovendien kan men door feedback zich bewust worden van een groter aantal van eigen onbewuste gedragingen en van de onbedoelde effecten ervan op anderen. Dit bewustzijn geeft iemand de mogelijkheid te kiezen: de manier van werken handhaven of veranderen, en in elk geval afstemmen op de daadwerkelijke bedoeling. 

Doel van het feedback geven is dus ondermeer de open ruimte vergroten, waardoor de blinde vlek verkleint. Wanneer je feedback geeft, vergroot je ook je eigen open ruimte en verklein je eigen verborgen gebied. Je benoemt immers dingen die je zelf wel weet, maar tot dan toe niet kenbaar hebt gemaakt. Bij feedback geef je, zoals reeds gesteld, niet enkel informatie over de ander, maar ook informatie over jezelf. Als men dat wederzijds doet, kent men elkaar daardoor beter. Het ontstaan van vooroordelen en/of het voorbarig concluderen van iets, zal dan veel minder voorkomen. Met andere woorden het communicatieproces verloopt vlotter. 

Kenmerken van Feedback 

Feedback geef je best kort na het constateren van de feitelijke basis voor de feedback. De feedback zal inderdaad effectiever zijn indien de tijdspanne, die ligt tussen het tijdstip van het gedrag waarop de feedback betrekking heeft en dat van het feedback geven, zo klein mogelijk is. Dan ligt het gedrag nog vers in het geheugen. Je kiest wel een gepast tijdstip en een omgeving die bevorderlijk is voor een goede feedback, dus niet in een vergadering of ‘tussen neus en lippen’. 

Eloïse, Edward en Elvire, wij gaan vooral feedback geven opdat de ander zou kunnen groeien en de samenwerking zou verbeteren. Het geven en ontvangen van feedback is in feite een constructieve dialoog, die soms op een Cruciale Dialoog kan uitdraaien. Inderdaad, feedback wordt niet altijd in dank afgenomen. Het spreekt vanzelf dat de vorige karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces, en ook de basiscondities en vaardigheden, in deze specifieke dialoog aan bod komen. Ze zorgen voor een sfeer van veiligheid, respect en vertrouwen tussen hij die feedback krijgt en diegene die feedback geeft. Die veilige sfeer is trouwens broodnodig. 

Feedback is een onmisbare vaardigheid wanneer je met anderen samenwerkt. Je moet zo nu en dan zeggen dat het werk van de ander niet in orde is, of juist heel erg goed. In beide gevallen dien je correcte feedback te geven. Feedback kan dus positief en negatief zijn. Mensen leren vaak meer van een duidelijk commentaar op werk dat ze goed hebben gedaan dan van kritiek op fouten. Positieve feedback is heel motiverend, het is een ‘plus plus’. Het werkt als het pure genot van een koel glas witte wijn op een warme zomerdag. Negatieve feedback heeft ook zijn functie. Het werkt als een deugddoende grog bij een zware verkoudheid. 

Feedback kan je geven én ontvangen. In deze context zijn het bedenkingen die we geven of ontvangen in het kader van het uitvoeren van acties die beslist werden tijdens een dialoog en die tot doel hebben een probleem op te lossen. 

Some people never say the words ‘I love you’, 

but like a child they’re longing to be told. 

Paul Simon, Something so Right 

Feedback moet in ieder geval oprecht zijn en zorgt dan voor de smering binnen een goed lopend veranderingsproces. Als feedback oprecht is, dan kan je heel wat maken en is vergiffenis werkelijk een optie mocht je per ongeluk een voorwaarde voor het goed geven van feedback over het hoofd hebben gezien. Feedback dient men echt te zien als een kans om te leren. Beide deelnemers aan het feedbackproces dienen echter de bereidheid hebben om van elkaar te leren. Feedback ondersteunt het goed uitvoeren van de beloofde acties en het bijsturen van die uitvoering wanneer een en ander te wensen overlaat. 

Afwegingen die bij het geven van feedback moeten worden gemaakt: 

  • Word ik er beter van? 
  • Wordt de ander er beter van? 
  • Wordt onze relatie er beter van? 
  • Hoe zal ik mij gedragen indien ik het vorige wens te bewerkstelligen? 
  • Wordt de organisatie er uiteindelijk beter van? 

Plan van aanpak voor het geven van feedback 

Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard. 

Herman de Coninck 

Eloïse, Edward en Elvire, een degelijke feedback kost moeite en vaak is ook durf nodig. Feedback geef je omdat je persoonlijk geraakt wordt door de actie van de ander. Je benoemt die actie zo snel mogelijk en daarbij geef je de materiële en emotionele consequenties aan die de bewuste actie voor jou heeft. We geven die het best op een gestructureerde manier: 

  • Stel je empathisch op en maak contact;
  • Beschrijf de actie, de manier van werken die je wenst te bespreken; 
  • Beschrijf hierbij concreet en specifiek wat je hebt gezien;
  • Gebruik stelselmatig ik-boodschappen;
  • Verklaar wat je hebt opgemerkt (i.e. geef jouw interpretatie);
  • Geef aan wat effect de huidige gang van zaken op jou heeft of de eventuele gevolgen;
  • Hou de dialoog open. Met andere woorden laat je gesprekspartner reageren;
  • Vraag om redenen voor de afwijkende uitvoering van de actie;
  • Zoek, indien nodig, samen naar oplossingen voor de bijsturing. 

Stel je empathisch op en maak contact 

Voor alle feedback is het van groot belang dat je de persoon aan wie je feedback geeft, enigszins kunt ‘aanvoelen’. Feedback is inlevend. Feedback heeft inderdaad te maken me jouw empathisch vermogen. Het helpt dat je de persoon in kwestie kent. Gezien je feedback geeft in verband met eerder gezamenlijk genomen beslissingen, ken je die persoon ten minste enigszins. 

Je leeft je eerst even in zijn situatie in: 

  • Ken je de context vanwaaruit iemand handelt? 
  • Ken je zijn gedragspatronen of manier van handelen? 
  • Ken je zijn waarden? 
  • Ken je de wijze waarop hij leert? 
  • Heb je inzicht in zijn relaties met anderen? 
  • Weet je zeker dat hij je vertrouwt? 

Deze informatie helpt je om er voor te zorgen dat de feedback overkomt op een dusdanige manier dat de ander er echt kan van leren. Met feedback raak je iemand persoonlijk aan, het helpt dus je eerst in zijn situatie in te leven. Je zorgt daarbij dat het tijdstip en de gespreksomgeving voor de ontvanger ‘respectvol’ zijn. 

Vervolgens dien je contact te maken met de ander, zodanig dat zij of hij je accepteert. Stem je houding, taalgebruik en spreektempo af op de ander. Zorg er daarbij voor dat je in het begin van de dialoog duidelijk de leiding van het gesprek neemt. Als je goed contact hebt, is de kans groot dat de ander naar jou zal luisteren. Heb daarbij het goede met de ander voor en wees daarom opbouwend. 

Beschrijf de actie 

De manier van werken, de actie waarover men feedback wil geven, dient eerst beschreven te worden. Wij gaan er hierbij van uit dat die actie überhaupt kan uitgevoerd worden. Deze aanname volgt uit de beslissingsevaluatie op het eind van vorige fase. Het komt er hier op aan het onderwerp van de feedback eerst te omschrijven. Laat het duidelijk zijn: feedback is niet gericht op de persoon maar op zijn manier van werken, op zijn manier van nakomen van beloftes. Je beschrijft de zaken in termen van gedrag. Dat wil zeggen: je benoemt het ‘doen’ in plaats van het ‘zijn’. 

Beschrijf concreet en specifiek wat je gezien hebt 

Eloïse, Edward en Elvire, hier komen we terug op het verschil tussen de eerste en de tweede karakteristiek van Creatieve wissselwerking. Observeren is inderdaad niet hetzelfde als interpreteren. Observeren is een beschrijving geven van wat je met je zintuigen waarneemt. Men geeft feedback over iets dat objectief kan vastgelegd worden door een camera. Je geeft in concrete termen een beschrijving van wat de ander doet, zoals je het gezien, gehoord of opgemerkt hebt. Feedback is een beschrijving van de werkelijkheid. Kortom: je richt je feedback op observaties in plaats van op gevolgtrekkingen, en op beschrijvingen in plaats van beoordelingen. Feiten en objectieve gegevens zijn stukken aanvaardbaarder dan meningen en vermoedens. Ze zijn zoals smaak, er valt niet over te twisten. 

Aangezien je feedback wenst te geven, ben je betrokken, ook op een zeker emotioneel niveau; je bent immers persoonlijk geraakt. Observeren van situaties waarbij je zelf min of meer emotioneel bent betrokken, is niet zo eenvoudig. De emoties (ontgoocheling, teleurstelling, boosheid, …) kleuren je bril. Je beschrijft met je feedback hoe je dat beleeft (het gevoel). Je bent geraakt en dus mag best ook duidelijk zijn dat het hier niet om kattenpis gaat. Wees dus niet te soft, maar zorg ervoor dat de ander ervan kan leren. Wees dus concreet, specifiek en gedetailleerd, om beider bestwil. 

Ook de woordkeuze is heel belangrijk. Feedback waarin woorden als ‘altijd’, ‘overal’ of ‘nooit’ voorkomen, geeft aanleiding tot welles-nietes-discussies. En die kunnen we hier missen als kiespijn. Wees dus concreet en precies! Hierbij is het van belang te onderlijnen dat je de elementen van je feedback zelf moet gezien of gehoord hebben. Anders krijg je steevast de reactie: ‘Wie heeft je dit gezegd en heeft die het wel goed gezien?’. Vragen die je steeds in een moeilijk parket brengen. Direct spreken – van gever naar ontvanger – in concrete en specifieke termen is de boodschap. Feiten verhinderen interpretatie. Door specifiek te zijn voorkom je misverstanden en weerstand. Hier bewijst de slagzin “Wie deed wat, waar, wanneer en hoe?” opnieuw zijn nut! Wees daarbij ook zo kort mogelijk, teneinde de essentie van de feedback correct te laten overkomen. 

Gebruik een ik-boodschap 

Een ik-boodschap nodigt je gesprekspartner uit om begrip op te brengen voor jouw visie op de zaak. Door een jij-boodschap schiet de ander, al dan niet terecht, in de verdediging. Feedback is altijd voor een stuk subjectief: vanuit je eigen referentiekader en werkelijkheid, zoals jij de acties van de ander ervaart. 

De werkelijkheid met betrekking tot de actie, die de ander geacht wordt op een zekere manier uit te voeren, wordt met een ik-boodschap op een concrete en specifieke manier beschreven. Je spreekt dus altijd voor jezelf, niet voor anderen of in het algemeen (generaliseren). Je neemt daarbij wel de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van je feedback en dus ook voor de gevoelens en reacties van de ander. 

Geef daarna jouw verklaring van wat je zag 

Je beseft daarbij dat feedback geven aan een ander, ook iets over jezelf zegt. Je geeft daarbij ook jouw interpretatie van wat je hebt opgemerkt. Dit wil zeggen hoe je denkt dat de ander het bedoelt of bedoeld heeft. Je laat daarbij de mogelijkheid duidelijk open dat je je kunt vergissen. Vraag de ander dus of jouw interpretatie klopt. Beperk je uiteraard tot wat de ander deed en richt je niet op de persoon. Blijf daarbij in het hier en nu, met andere woorden bij wat je hier en nu hebt vastgesteld. 

Geef aan welk effect het gegeven op je heeft 

Hierbij geef je aan hoe dit feitelijk gegeven door jou geapprecieerd wordt. Je geeft aan wat voor jou het gevolg is en wat dat in relatie tot het gezamenlijke doel betekent. Je geeft daarbij ook aan waarom je de feedback geeft. Je kunt hierbij stellen welke gevoelens de manier van werken van de ander bij jou oproept. Je geeft dus aan hoe het voor jou voelt en niet wat je er van vindt. De grootste valkuil is dat je nalaat te vertellen wat het effect op jou is, maar wel zegt wat je van die ander vindt. 

Hou de dialoog open 

Uiteraard geef je de ander de gelegenheid te reageren. Je geeft de ander letterlijk en figuurlijk de ruimte voor een reactie. Hoewel je zo duidelijk mogelijk bent geweest, zodat de ontvanger de bedoeling kan begrepen hebben, check je daarbij eerst of de ander wel goed begrijpt wat je bedoelt. 

In je feedback ben je uitnodigend. Je geeft jouw feedback om de ander te helpen, niet om hem eens ‘de waarheid’ te vertellen. Je maakt duidelijk dat het over jouw mening gaat over iets dat je hebt gezien en dat de ander er best anders tegenover kan staan. Je hebt immers de waarheid niet in pacht. Hiervoor is een stiltemoment aangewezen en dit doe je effectief door een stilte te laten vallen. Het kan immers perfect dat de ander in eerste instantie de inhoud van jouw feedback niet begrepen heeft. Hij kan dan om bijkomende uitleg vragen of zelf uitleg geven waarom het loopt zoals het loopt. Hierbij wordt gestreefd naar het vormen van een gedeelde mening betreffende de manier van werken van de ander. 

Feedback moet de ontvanger in staat stellen er iets mee te doen. Het heeft dus geen zin, en werkt alleen maar frustrerend en contraproductief, als je iemand herinnert aan iets wat hij toch niet kan veranderen. De feedback moet zo gegeven worden, dat het de ander uitnodigt om te reageren en te reflecteren. Feedback is een uitnodiging tot dialoog. 

Daar feedback vaak wordt opgevat als kritiek, probeert men zich vaak te verdedigen door: 

  • Niet te horen wat er gezegd wordt; 
  • Te twijfelen aan de motieven van de feedbackgever; 
  • De geldigheid van de feedback in twijfel te trekken; 
  • Te rationaliseren, dus te verklaren waarom men zo handelde; 
  • Een tegenaanval te plaatsen op diegene die feedback geeft. 

Ga bij een ‘ja, maar’ of een andere defensieve reactie, niet drammen of uitleggen, integendeel reflecteer en vat samen. Benoem daarbij wat je bij de ander ziet aan gevoelens. Je gebruikt daarbij de vaardigheid ‘bevestigend herhalen’. 

Vraag om de correcte uitvoering van de beslissingen 

De feedback gaat in deze context over de manier van uitvoeren van de beslissingen die eerder tijdens een beleven van Creatieve wisselwerking werden genomen. Het spreekt vanzelf dat de moeite die men zich in fase een tot en met drie getroost heeft om tot uitvoerbare oplossingen te komen, gehonoreerd dient te worden. Dit is de onderliggende behoefte die je hebt. Op dit moment is het dus zinvol de ander aan zijn belofte om de zaken correct uit te voeren te herinneren. Je verwoordt dit concrete verzoek in positieve zin. Toets daarbij of de ander de feedback begrepen heeft en hou blijvend de dialoog open. Geef hem steeds de gelegenheid te reageren. Herinner zo nodig de ander hoe de beloftes tot stand zijn gekomen. Je kunt slechts dat veranderen wat zich op de drempel van je geest bevindt. Ook hier is Johan Cruijffs uitspraak van toepassing: “Je snapt het pas als je het ziet.” Door de (vorige) dialoog werd transparantie gecreëerd. De afspraken, expliciete en impliciete verwachtingen waren voor jou duidelijk. Je gaat hierbij na of dat voor de ander ook zo was. Hij moet het zelf zien. 

Zoek, indien nodig, samen naar uitvoerbare oplossingen, dit is de bijsturing

Je kunt alleen feedback geven over zaken waar de ander iets aan kan doen. Het moet gaan over iets wat de ander kan veranderen. Het kan gebeuren dat de ander de gemaakte afspraken niet kon nakomen. In dit geval blijken de afspraken toch niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Aanvaardbaar, Realiseerbaar en Tijdsgebonden) genoeg. Indien dit het geval is, dienen de afspraken opnieuw tegen het licht gehouden te worden. Blijken de middelen wel voldoende te zijn? Welke zijn de redenen voor het niet nakomen van de belofte? Je legt daarbij de verantwoordelijkheid voor het leren en veranderen ook bij de ander. Wanneer hij de beloftes niet kan nakomen omdat hij de middelen (tijd, kennis, inzicht, …) niet heeft, is het zijn verantwoordelijkheid dit zo snel mogelijk duidelijk te maken. Eventueel dienen de randvoorwaarden aangepast te worden of wijzigingen in de afspraken te worden aangebracht. 

De feedback wordt afgesloten met een bekrachtiging van de al dan niet vernieuwde afspraken. Er werd dus nagegaan of ze nu wel SMART zijn. Verwacht niet dat de ander op dat moment reeds in actie schiet. De ander heeft namelijk vaak tijd nodig om de feiten te erkennen en de feedback te verwerken. Bedenk ook dat enkel als er sprake is van vrije keuze, de verandering van manier van werken een permanent karakter kan hebben. Laat de ander aangeven op welke termijn je hierop kunt terugkomen. 

Een beeld zegt vaak meer dan duizend woorden:

Bekrachtigende feedback.

Richtlijnen voor het ontvangen van feedback 

Eloïse, Edward en Elvire, ontvangen van feedback is niet evident. Feedback krijg je omdat de ander door jouw actie persoonlijk geraakt is. Doe je best om ook feedback ontvangen op een gestructureerde manier te laten plaatsvinden: 

  • Neem een lerende houding aan; 
  • Zorg voor een goede relatie;
  • Begrijp de feedback en de feedbackgever; 
  • Bedank de feedbackgever;
  • Beoordeel de feiten;
  • Beslis wat je met de feedback aanvangt. 

Neem een lerende houding aan 

Ga er a priori van uit dat feedback je persoonlijk iets oplevert. De mensen die het best zijn in het ontvangen van feedback, zijn diegenen die zich een lerende attitude aanmeten. Dit zijn mensen die beseffen dat zij niet alwetend zijn, maar voortdurend kunnen leren door ontvankelijk, verwonderd en leergierig te zijn. Leergierige mensen willen zichzelf ontplooien tot de best mogelijke versie van zichzelf. Ze zetten daartoe het creatief wisselwerkingsproces in. Ze gebruiken feedback als input voor hun leerproces. Als je jezelf een lerende attitude aanmeet, dan zal je merken dat je open staat voor allerlei feedback. 

Zorg voor een goede relatie 

Zorg ook voor een goede en gelijkwaardige relatie. Feedback is van groot belang voor effectieve samenwerking tussen mensen. Alleen in een goede, open en gelijkwaardige relatie is feedback op constructieve wijze mogelijk. Feedback is een onderdeel van een dialoog en tijdens een dialoog zijn de deelnemers gelijkwaardig.

Begrijp de feedback en de feedbackgever 

Als je feedback krijgt, is het eerste wat je moet doen deze trachten te begrijpen en niet in de verdediging te gaan. Vat feedback niet onmiddellijk op als een persoonlijke aanval. Beter is het de feedback voor kennisgeving aan te nemen en zorgvuldig na te gaan in hoeverre de inhoud van de feedback correct is. Ook hier is Sint-Franciscus’ regel goud waard: “Probeer eerst de ander te begrijpen vooraleer begrepen te willen worden.” Hierbij luister je actief. Luister goed en vraag om uitleg indien je niet direct begrijpt wat er met de feedback wordt bedoeld. Zorg ervoor dat de feedback concreet genoeg is, zodat je weet over welke actie het gaat. Vraag daarbij door naar de bedoeling. Het is belangrijk om naar de precieze strekking van de boodschap te vragen. Kortom, gebruik de vaardigheden van de eerste en tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie en Waarderend Begrijpen. Let daarbij zeker op jouw non-verbale gedrag. Dit houdt in dat je verbaal en non-verbaal laat zien dat je aandacht hebt voor wat je gesprekspartner te zeggen heeft. Bedenk daarbij ook dat feedback ontvangen op een open manier niet wil zeggen dat je de feedback ook accepteert. Je moet er wel goed op reageren. Ga dus na of je de boodschap goed begrepen hebt, dit onder meer door gebruik te maken van de vaardigheid ‘bevestigend herhalen’. 

Bedank de feedbackgever 

Vergeet echter niet de feedbackgever te bedanken voor diens informatie. Dat klinkt misschien vreemd, maar als je feedback ziet als een leerinstrument, is dat zo gek nog niet. De ander geeft je informatie waarmee jij je voordeel kunt doen. Bovendien heeft de ander een zekere drempel moeten overschrijden om jou die feedback te geven. Hij geeft zich daarbij in zekere zin bloot: hij toont hoe hij jouw manier van werken opvat en loopt daarbij de kans dat ook zijn zwakke plekken zichtbaar worden. De ander vindt de relatie met jou echter zo belangrijk dat zij of hij het risico om afgewezen te worden neemt. Dit is op zich een bedankje waard! 

Beoordeel de feedback 

Wanneer je de feedback begrepen hebt, dien je deze te beoordelen. Vervang daarbij de ‘maar’ in de typische dooddoener ‘ja, maar’ door ‘en’. Denk bij die ‘ja, en’ goed na. In het omgaan met feedback speelt onzekerheid vaak een rol. Feedback is vaak ontzettend ambigu, dus voor meer dan één uitleg vatbaar. Ook hier komt de basisconditie ‘tolerantie voor ambiguïteit’ van pas. Pas ervoor op niet in jouw Vicieuze Cirkel terecht te komen. Inderdaad, feedback gaat in tegen een basisregel van de Vicieuze Cirkel. We hebben inderdaad van jongs af aan volgende regel geleerd: “Niet te tonen wat onaanvaardbaar is in onszelf én in de ander.” We moeten ervoor waken dat we niet in onze ‘natuurlijke’ ‘Fight, Freeze or Flight’-response terechtkomen. We dienen er bewust te kiezen voor een ‘Stay & Play’-houding. Dit kan je doen door rustig goed na te denken en zich daarbij volgende vragen te stellen: 

  • Vind ik deze feedback positief of negatief, terecht of onterecht? 
  • Hecht ik waarde aan deze feedback? 
  • Wat doet die feedback mij? 
  • Wat leert die feedback mij? 
  • Herken ik deze feedback? 
  • Heb ik deze al vroeger gehoord?
  • Kan ik bij anderen navragen of zij het ook zo (als de feedbackgever) zien? 
  • Kan ik er iets mee? 
  • Wil ik er iets mee? 
  • Wat zijn de consequenties als ik het op een andere manier doe? 

Beslis wat je met de feedback aanvangt 

Zodra je de feedback begrepen en geëvalueerd hebt, dien je te beslissen wat je er effectief mee zult aanvangen. Denk ook daar rustig over na. Alleen jij weet welk belang en welke functie je manier van doen voor je heeft. De mogelijkheden zijn: 

  • Er niets mee doen, omdat je de feedback als onzin hebt gecatalogeerd; 
  • Besluiten je manier van werken aan te passen (wanneer je de feedback terecht vindt); 
  • Bijkomende informatie vragen wanneer het je nog niet duidelijk is. Ga dus gerust terug naar de feedbackgever wanneer je nog op zijn opmerkingen terug wilt komen. 

Laat de feedbackgever weten wat jij met zijn commentaar doet. Als men besluit er niets mee aan te vangen, zeg dit dan ook! 

Je moet om feedback vragen! 

All lies and jest, still a man hears what he wants to hear and disregards the rest. 

Paul Simon, The Boxer 

Eloïse, Edward en Elvire, de term feedback roept tot nog toe in de praktijk nog veel weerstand op. Feedback wordt nog vaak geassocieerd met kritiek geven en dat is iets waarmee men iemand kan kwetsen zodat de relatie kan beschadigd worden. Feedback geeft men alleen als het nodig is of als er expliciet om gevraagd wordt. Het is nodig indien het gedrag van de persoon aanwijsbare consequenties heeft. Als feedback vragen een onderdeel is van de bedrijfscultuur, blijkt het veelal een succesvol instrument te zijn. Let wel, het is een onderdeel van een goede bedrijfscultuur als het doel is om ervan te leren, niet als men zich verplicht voelt feedback te vragen. Feedback vragen dient van binnenuit te gebeuren, niet van buitenaf opgelegd. Dan is het voordeel dat de vrager er in principe voor open staat. De vrager bepaalt immers zelf op welk moment aan wie feedback gevraagd wordt, en ook over welk aspect de feedback dient te gaan. 

In feite gaat het om een paradigmaverschuiving: van feedback geven naar feedback vragen. Gezien de Cruciale Dialogenmethodiek een middel is om te leren, dient duidelijk gemaakt te worden dat leren behoefte heeft aan het vragen van feedback. Feedback vragen is bevorderlijk om de genomen beslissingen vlug, effectief en efficiënt uit te voeren. Feedback vragen dient daarom onderdeel te zijn van het beslissingsmoment binnen de Cruciale Dialoog. Wanneer op dat moment degenen die bij de uitvoering van de beslissingen betrokken zijn aan elkaar om feedback, met betrekking tot die uitvoering, vragen, dan wordt die feedback nadien niet gezien als kritiek. De feedback wordt noodzakelijk geacht voor het snel en doeltreffend realiseren van de doelstellingen. Feedback wordt dan gezien als een essentieel element van het benutten van het lerend vermogen van diegenen die betrokken waren in de dialoog. 

Door het vragen om feedback komt de feedbackvrager meer te weten over zichzelf en zijn functioneren. Hij kan daarbij antwoorden krijgen op vragen als: 

  • Wat doe ik goed en wat doe ik fout? 
  • Hoe kom ik over op anderen: wat wordt als positief, wat wordt als negatief ervaren? 
  • Welke invloed heeft mijn manier van werken op anderen, welke reacties roep ik op? 
  • Hoe ga ik met feedback om: sta ik er echt open voor, kan ik op een correcte manier assertief reageren, zie ik feedback werkelijk als een onderdeel van mijn leerproces? 

Men werkt dan met ‘nieuwe stijl’ feedback. Bij ‘oude stijl’ feedback is het vooral de feedbackgever die iets wil veranderen (en minder de feedbackontvanger). In het nieuwe paradigma gaat het erom dat de ontvanger veranderen wil en vanuit die wil feedback over zijn functioneren vraagt. Feedback raakt op die manier onlosmakelijk verbonden met leren en het bereiken van doelen. 

Belangrijk voor succesvolle feedback is dat de feedbackvrager en feedbackgever zich bewust zijn van de relatie die ze met elkaar hebben. De relatie steunt op de gezamenlijke belofte de, in vorige fase gevonden en gekozen, oplossingen te verwezenlijken. In een relatie is het normaal dat men iets aan elkaar vraagt en dat men daar zorgvuldig mee omspringt. Zo ontstaat de volgende feedbackcyclus: 

  • Feedback vragen; 
  • Feedback geven; 
  • Feedback ontvangen; 
  • Feedback delen. 

Feedback vragen 

Door om feedback te verzoeken creëer je gevoelsmatig gelijkwaardigheid. Het vraagt om vertrouwen in de ander (basisconditie van de eerste karakteristiek) en het is tevens een mogelijkheid om vertrouwen te doen groeien. 

De kunst is nu de vraag om feedback te koppelen aan de beloftes die gedaan werden met betrekking tot het realiseren van de oplossingen. Men vraagt dus de ander de uitvoering van die activiteiten op te volgen en jouw functioneren te bevragen. Daarbij kies je van wie je feedback wilt krijgen en waarover. Daarbij ben je er zich van bewust dat je die feedback echt wil horen. Je vraagt er tenslotte om. Bovendien leg je de verantwoordelijkheid voor jouw leren bij jezelf. 

Feedback geven 

De kunst is dan de feedback zo te geven dat de groei van de vrager, diensq bewustzijn en reflectief vermogen erdoor bevorderd worden. Daardoor wordt ook de relatie tussen beiden verstevigd. Het geven van feedback moet op een zorgvuldige manier gebeuren. Nodig is daarbij dat de feedbackgever gebruikt maakt van gedeelde ervaringen (de een als uitvoerder, de ander als observator) en deze ook concreet benoemt. Daarbij verplaatst hij zich in de ander en beantwoordt hij de cruciale feedbackvraag: “Hoe kan ik zo feedback geven zodanig dat die bij de ander binnen kan komen?” Feedback is inderdaad bedoeld om de ander te laten reflecteren zodat zij of hij kan bijsturen. Het gaat om opbouwende kritiek. 

Uiteraard is de hoger vermelde gestructureerde manier van feedback geven hier volledig van toepassing. 

Feedback ontvangen 

Om feedback te kunnen ontvangen, is het nodig om stil te zijn. In de stilte kan de boodschap gehoord en verwerkt worden. Ontvangen is zoals eerder gesteld gericht op begrijpen.

Het is tevens het moment voor de feedbackgever om na te gaan of de feedback ontvanger zich herkent in de ontvangen informatie. Een belangrijk neveneffect kan zijn dat de vrager waardering ontvangt voor zijn bijdrage in de realisatie van de oplossingen. Het adagium: ‘Geen nieuws is goed nieuws’ kan door het vragen naar feedback doorbroken worden. Waardering wordt hierbij effectief uitgesproken. 

Feedback delen 

In dit deel van de cyclus evalueren de partners in het feedbackproces wat de betekenis is van het uitwisselen van de informatie voor zowel de betrokken individuen als voor de relatie. De ontvanger deelt me mee wat het effect is van de ontvangen informatie. Het met elkaar delen van die informatie is gericht op het verfijnen van de cyclus zelf en op het aanvaarden en waarderen van elkaar en het duidelijk maken wat men aan elkaar heeft. Het begrip interafhankelijke samenwerking krijgt hiermee een extradimensie en een concrete invulling. Feedback wordt daarbij een essentieel onderdeel van het veranderingsproces, dat bovendien ook een verrijkingsproces is, waarbij de deelnemers leren en groeien. 

De Functies van Feedback 

Eloïse, Edward en Elvire, feedback heeft meerdere functies: 

  1. Door feedback wordt positief – i.e. door jou gewenst – gedrag ondersteund en bevestigd. Daardoor wordt de ander gestimuleerd dergelijk gedrag te blijven vertonen. Door de gemaakte afspraken blijvend te honoreren worden ze een goede gewoonte. Deze feedback noemt met ook ‘Positive Reinforcement’. 
  2. Door feedback wordt negatief – dit wil zeggen, door jou niet gewenst – gedrag  gecorrigeerd. Op de ander wordt een beroep gedaan om de gemaakte afspraken na te komen. 
  3. Feedback verduidelijkt de relaties tussen de mensen. Je leert door feedback elkaar beter te begrijpen. Daardoor wordt de samenwerking positief beïnvloed. 

Positive Reinforcement 

Positive Reinforcement maximizes performances, 

while negative reinforcement gets a level of performanc

 that is just enough to get by. 

Aubrey Daniels 

Een specifieke feedback is dus ‘reinforcement’ of bekrachtiging. Dit is straffen of belonen om het gewenste gedrag te bekomen, een methodiek gebaseerd op ‘operante conditionering’. Operante conditionering omvat een proces waarin het gedrag van een mens verandert als gevolg van de consequenties die dat gedrag heeft. Gedrag is een antwoord (respons) op een prikkel (stimulus) en heeft altijd consequenties, die de waarschijnlijkheid beïnvloeden dat het gedrag herhaald of juist nagelaten wordt. Het bestraffen van ongewenst en het belonen van gewenst gedrag zijn de bekendste methodes om gedrag te veranderen. 

People do what they do because of what happens to them when they do it. 

Aubrey Daniels 

Men onderscheidt echter in totaal vier types bekrachtiging van gedrag[v] : twee types beloningen, consequenties die de waarschijnlijkheid van het herhalen van het gedrag verhogen en twee types straffen, consequenties die de waarschijnlijkheid van het herhalen van het gedrag verlagen: 

  • Positieve bekrachtiging: het toevoegen of versterken van positieve consequenties van gewenst gedrag; men krijgt iets wat men wil (R+); 
  • Negatieve bekrachtiging: het wegnemen van negatieve consequenties van gewenst gedrag; men ontsnapt aan of vermijdt iets wat men niet wil (R-); 
  • Positief straffen: toevoegen of versterken van negatieve consequenties van ongewenst gedrag; men krijgt iets wat men niet wil (P+); 
  • Negatief straffen: wegnemen van positieve consequenties van ongewenst gedrag; men verliest iets wat men heeft (P-). 

Het operante conditioneren is een van de twee opvattingen over leren binnen het behaviorisme. De behavioristische theorie is gebaseerd op de reeds vernoemde stimulus-responstheorie. Deze theorie stelt dat leren plaatsvindt wanneer een prikkel uit de leeromgeving (stimulus) een reactie in de vorm van een bepaald gedrag (respons) teweegbrengt. Een positieve stimulus leidt tot een sneller en beter leerresultaat en door een negatieve stimulus kan iets worden afgeleerd. Binnen het behaviorisme zijn er twee opvattingen over leren: de klassieke conditionering en de operante conditionering. 

De klassieke conditionering verscheen aan het eind van de 19de eeuw in het werk van de Russische fysioloog Ivan Petrovitch Pavlov. Tijdens een onderzoek ontdekte Pavlov dat de speekselafscheiding bij een hond plaats kon vinden zonder dat de hond voedsel voorgeschoteld kreeg. Kennelijk bracht het geluid van zijn voetstappen al speekselvorming bij de hond op gang. Hij ontwikkelde een testsituatie waarin de hond gelijktijdig met het voedsel een willekeurige stimulus kreeg zoals een klank, een prik of iets dergelijks. Na verloop van tijd bleek dat de stimulus dezelfde functie ging vervullen als het voedsel. De stimulus alleen al leidde bij de hond tot speekselafscheiding. Pavlov toonde hiermee aan dat de fysiologische of aangeboren reflex kon worden vervangen door een geconditioneerde reflex. Het gaat hierbij om een principe waarbij twee gebeurtenissen die vaak tegelijkertijd of vlak na elkaar plaatsvinden ertoe leiden dat de ene gebeurtenis dezelfde functie voor het gedrag kan krijgen als de andere. Pavlov ontdekte ook dat de geconditioneerde reflex weer uitdoofde wanneer de respons na de stimulus niet meer werd aangeboden. Pavlov nam aan dat alle menselijke gedragingen volgens dit type leerproces werden geleerd. 

De operante conditionering werd ontdekt door de Amerikaan Thorndike. Hij voerde aan het begin van de twintigste eeuw een experiment uit met de ‘puzzle-box’, waarin een hongerige kat werd geplaatst die – eerst door toeval via trial-and-error, maar later sneller en ten slotte gericht – tegen een knop kon duwen, waardoor een deurtje openging waarachter een lekker ruikende vis lag te wachten. Thorndike ontdekte de wet van het effect: gedragingen die tot succes leiden worden versterkt, de ineffectieve gedragingen worden verzwakt en doven ten slotte uit (extinctie). Hij concludeerde dat leren plaatsvond door de versterking of bekrachtiging van (gewenst) gedrag. Het grote verschil met klassieke conditionering is dat bij operant conditioneren de prikkel uitgaat van het organisme zelf en niet van buitenaf wordt gegeven. 

Skinner[vi] ontwikkelde op basis van ‘de wet van het effect’ een onderwijsvorm: de geprogrammeerde instructie. Bij deze methode beantwoorden leerlingen vragen in hun eigen tempo nadat ze kleine stukjes tekst hadden gelezen waarin de antwoorden op de vragen al zijn opgenomen. Onmiddellijk daarna krijgen ze feedback over de juistheid van het gegeven antwoord. De instructie is zo opgezet dat zo weinig mogelijk fouten worden gemaakt en dat leerlingen actief bezig kunnen blijven. Inmiddels is duidelijk dat de geprogrammeerde instructie geen wondermiddel is, omdat het leerproces van tevoren te veel wordt vastgelegd. 

Brownie, you’re doing a heck of a job 

President George W. Bush Praising FMEA Director Michael D. Brownie

 02 September 2005 despite incompetent handling of the aftermath of Hurricane Katrina 

Eloïse, Edward en Elvire, Positieve Bekrachtiging verhoogt niet alleen de waarschijnlijkheid van het herhalen van gewenst gedrag maar ook van ongewenst gedrag. Let dus goed op wanneer je complimenten geeft, en doe dus niet zoals President George W. Bush, die zich schromelijk vergiste door iemand te prijzen wanneer het voor iedereen al duidelijk was dat de respons op Katrina zwaar ondermaats was. Dus ook hier geldt: richt je op wat beslist niet mag (of op wat per se moet). Waardeer het gedrag dat wel gewenst is. Alles wat je aandacht geeft, groeit… ook het negatieve! 

We gaan er voor alle duidelijkheid van uit dat het al dan niet uitvoeren van de overeengekomen activiteiten geen probleem is van vaardigheden en middelen (je kan het al dan niet doen) maar van motivatie (je wenst het al dan niet te doen). Robert Mager beschreef die essentiële stap in het oplossen van een gedragsprobleem in zijn boek, ‘Analyzing Performance Problems’[vii]. In dit boek stelt hij voor een geladen Magnum.45-pistool op de slaap van de ‘niet-uitvoerder’ te houden en deze te vragen te doen wat was overeengekomen. Je waarschuwt hem meteen dat je, wanneer hij dit niet doet, de trekker zult overhalen. Wanneer hij het in die omstandigheden toch niet voor elkaar brengt, dan was het niet uitvoeren van de activiteit een ‘middelenprobleem’. Wanneer de persoon het dan wel voor elkaar brengt, dan was het niet uitvoeren van de activiteit een ‘motivatieprobleem’. Uiteraard is dit een weinig praktisch voorbeeld. Het geeft wel het belang aan van het nagaan waar het probleem zich stelt, vooraleer men actie onderneemt: op het niveau van kennen en kunnen of op het niveau van willen. 

Aubrey Daniels heeft de inzichten uit de operante conditioneringstheorie uitgediept en toegespitst op gedragsverandering binnen organisaties. Daniels stelt in zijn reeds geciteerd boek dat gedrag zich slechts op twee manieren laat veranderen: via het antecedent of via de consequentie Het antecedent is dat wat gebeurt vóór het gedrag plaatsvindt en de consequentie is dat wat gebeurt nádat het gedrag heeft plaatsgevonden. Dit is de ABC (Antecedent – Behavior – Consequence) – Analyse, een systematische methode om de antecedenten en consequenties die een bepaald gedrag (behavior) beïnvloeden systematisch te analyseren. De “A” staat dus voor het antecedent en kan in dit model gezien worden als een, meestal geplande, gebeurtenis. De “B” staat voor behavior (gedrag) en de “C” staat voor consequentie, doorgaans in de vorm van een bekrachtiging of een straf. Deze analyse hebben we reeds diepgaand behandeld in het deel rond gewoontevorming (deel VIII). Hieruit volgt dat operant gedrag door z’n consequenties wordt beheerst. 

Elk gedrag heeft een antecedent[viii]. Antecedenten hebben als kenmerk dat ze gedrag uitlokken, aanwakkeren en activeren, maar ze garanderen niet dat het gedrag ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Een antecedent werkt het best als dit een goede voorspeller is voor een (positieve) consequentie. Positief versterken houdt in dat de medewerker iets krijgt wat hij wil, nadat gewenst gedrag heeft plaatsgevonden. Positief versterken wordt veelal belonen genoemd. Het gaat erom dat de medewerker de consequentie ook daadwerkelijk als een beloning ervaart. Positief versterken heeft, naast de vergrote kans op het optreden van het gewenste gedrag, een aantal positieve bijeffecten. Hierbij kan worden gedacht aan een verbeterde arbeidsrelatie, meer plezier in het werk, grotere loyaliteit naar het bedrijf toe, plezieriger werksfeer en medewerkers die bereid zijn om iets extra’s te doen. 

Overigens kunnen consequenties zelf ook antecedenten zijn. Zodra bijvoorbeeld een leidinggevende zijn medewerkers een antecedent aanbiedt (verzoek om bepaalde acties uit te voeren die het probleem oplossen) en daarna zorgt voor positieve consequenties (een compliment bij het zien van het gewenste gedrag), dan kan de betrokken medewerker het compliment zien als een antecedent om blijvend die activiteiten uit te voeren. 

Om echt het beoogde resultaat op te leveren dient positieve versterking aan een aantal voorwaarden te voldoen: 

  • Positieve versterking moet positief zijn in het perspectief van diegene die de actie uitvoert, het gedrag vertoont, de versterking ontvangt en dient dus persoonlijk te zijn.
  • Positieve versterking dient zo snel mogelijk te volgen op het gedrag, dus direct. 
  • Positieve versterking moet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid volgen op het gewenste gedrag, dus frequent indien de prestatie frequent wordt geleverd. 

Positieve versterking moet, zoals reeds gesteld, wel verdiend zijn. Niets is zo funest om een positieve ‘stroke’ te geven na negatief gedrag. Het gevolg van het prijzen van een dergelijke prestatie is dat je meer krijgt van hetzelfde. Als je mensen prijst die risico’s (op niveau van veiligheid en/of van een ander werkgebied) nemen, dan kan je er van op aan dat ze in de toekomst nog meer risico’s zullen nemen. 

Corrigeren 

Corrigeren van ongewenst gedrag – in dit geval het niet uitvoeren van de beloofde acties – is wat volgt op een bepaalde manier van werken en de kans op herhaling ervan in de toekomst vermindert. Bij straffen krijgt de medewerker iets wat hij niet wil. Dit wordt ook ‘positief’ straffen genoemd. Het doel van dit corrigeren is het ongewenste gedrag te doen stoppen. Leidinggevenden die straffen, geven verwijten, berispingen en spreken medewerkers aan op de dingen die ze fout doen. Bij straffen neemt het afgekeurde gedrag af, maar de medewerker doet daarom nog niet wat hij wél had moeten doen. De bijeffecten van straffen zijn een verlaagde loyaliteit, “stiekem gedrag”, verhoogd ziekteverzuim, negatieve werksfeer, weinig wederzijds begrip en in sommige gevallen zelfs wraakzuchtig gedrag. 

Negatief straffen is dan weer het wegnemen van positieve consequenties van het ongewenste gedrag; men verliest iets wat men heeft, privileges bijvoorbeeld. 

Wat kiezen, positieve bekrachtiging of correctie? 

Eloïse, Edward en Elvire, zoals de beginquote van Aubrey Daniels aangeeft, is positieve versterking steeds beter dan negatieve, omdat het eerste de prestaties op het hoogst mogelijke niveau tilt en het tweede een niveau van prestaties oplevert dat juist het gestelde doel bereikt, en niets meer. Zelfs al bekom je resultaat met negatieve versterking, dan misloop je de substantieel betere resultaten die je zou verkrijgen met positieve versterking. 

Ook is het zo dat correctie enkel ethisch is, wanneer de uitvoerder aansprakelijk kan gesteld worden voor de uitvoering van zijn acties. Dit wil zeggen dat hij zelf een zo groot mogelijke controle moet hebben over het al dan niet uitvoeren van de van hem verwachte activiteiten. Anders gesteld, wanneer uitvoerders verondersteld worden bepaalde taken uit te voeren waarbij ze weinig of geen invloed kunnen uitoefenen, dan hebben we te maken met een inherent unfaire werksituatie. Unfaire en niet-realistische verwachtingen aan iemand opdringen, zet de Vicieuze Cirkel in gang. Een waarheid als een koe in verandering is: dat ik niet kan weten waar ik naartoe ga, indien ik niet weet waar ik nu ben. Versterkende feedback werkt als een soort spiegel, die mensen in zuiver contact brengt met hun gedrag en de consequenties ervan. Die feedback ‘giet’ als het ware de pomp van gedragsverandering op. 


[i] https://tonedeaf.thebrag.com/40-years-on-bruce-springsteen-the-wild-the-innocent-the-e-street-shuffle/2/

[ii] Mattheüs 25, 35: https://www.biblegateway.com/passage/?search=Mattheüs+25%3A35-40&version=HTB

[iii] Lucas 6, 39-42: https://www.gewijderuimte.org/node/186144

[iv] Luft, J. and Ingham, H. The Johari window, a graphic model of interpersonal awareness, Proceedings of the western training laboratory in group develop- ment. Los Angeles: UCLA, 1955. 

[v] Daniels Aubrey, C. Bringing out the best in people: how to apply the astoni- shing power of positive reinforcement. New-York, McGraw-Hill, 1999. 

[vi] Skinner Burrhus, F. The Technology of Teaching, Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hill, 1969. 

[vii] Mager Robert F. and Pipe Peter, Analyzing Performance Problems or You Re- ally Oughta Wanna, How to figure out why people aren’t doing what they should b, and what to do about it. Belmont, CA, Fearon-Pittman Publishers Inc., 1970. 

[viii] Daniels, Aubrey, C. Performance management. Atlanta: Performance Management Publications. 2006. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXIX

4DE KARAKTERISTIEK CREATIEVE WISSELWERKING: CONTINU TRANSFORMEREN

DNA is a big part of what the show is about: turning yourself into a free agent. Or, as much as you can, into an adult, for lack of a better word. 

It’s a coming-of-age story, and I want to show how this—one’s coming of age—has to be earned. 

It’s not given to anyone. It takes a certain single-minded purpose. It takes self-awareness, a desire to go there. And a willingness to confront all the very fearsome and dangerous elements of your life —your past, your history—that you need to confront to become as much of a free agent as you can.

Bruce Springsteen in an interview regarding his show ‘Springsteen on Broadway’ [i]

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de vierde karakteristiek: Continu Transformeren. Het beleven van de vorige drie karakteristieken heeft maar zin indien de vierde karakteristiek een succes wordt. Hier worden de vruchten al dan niet geplukt van de vorige inspanningen!

The universe is transformation; our life is what our thoughts make it. 

Marcus Aurelius 

Het objectief van het beleven van deze karakteristiek – en in feite van het totale Creatief wisselwerkingsproces – is Huidige Realiteit effectief om te zetten in de Gewenste Toekomst. Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking zijn we tot een gedeelde mening gekomen met betrekking tot de oplossingen en hebben we beslist wat we effectief gaan doen. Dat is mooi, maar uiteraard niet voldoende. Wil de beleving van Creatieve Wisselwerking het beoogde doel werkelijk bereiken, dan dienen de gekozen oplossingen ten volle gerealiseerd te worden. Anders gesteld, we voeren de besliste activiteiten daadwerkelijk uit, gebruikmakend van de middelen, de strategische aanpak en het actieplan. 

Ideeën worden geen werkelijkheid omdat het briljante ideeën zijn. Ze worden ook niet per ongeluk verwezenlijkt. Steeds opnieuw blijkt dat het hebben van het juiste idee enkel maar een miniem gedeelte is van het ganse proces, misschien slechts één percent van de totale reis. Het grootste gedeelte van de reis is het effectief stappen op, soms onbestaande, wegen en blijven doorstappen tot het doel van de reis bereikt wordt. Slechts daardoor wordt de werkelijkheid getransformeerd. Stap voor stap, vandaar dat deze karakteristiek Continue Transformatie wordt genoemd.

Vraag tien personen wat zij verstaan onder transformatie, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Dat het iets te maken heeft met verandering weten de meesten wel, maar wat het precies is, daar bestaan verschillende meningen over. Let wel, niet iedere verandering is een transformatie. Een transformatie kenmerkt zich door haar insteek, omvang, complexiteit en strategische waarde, maar ook vooral door het feit dat de gehele bedrijfsvoering geraakt wordt. Pas dan is een verandering ook een transformatie! 

Het is dus ook niet vreemd dat het begrip in onze samenleving, en daarmee ook in het bedrijfsleven, niet steeds correct wordt gebruikt, terwijl de noodzaak voor een transformatie in jaren niet zo groot is geweest. Zo worden er verschillende termen gebruikt: Transitie, Transformatie en, het in Nederland een heuse hype geworden begrip, Kanteling.

Transitie vs Transformatie

Deze twee begrippen zijn geen synoniemen. Ze duiden op twee verschillende processen bij diepgaande veranderingen. Het eerste proces, het transitieproces, heeft te maken met het maken van een duidelijke belofte en het tweede proces, het transformatieproces, gaat over het effectief realiseren van deze belofte.

Het transitieproces heeft te maken met het veranderen van de ‘huidige structuur’: de regels, wetten, financiële verhoudingen en dergelijke, die het mogelijk moeten maken om tot de nieuwe situatie te kunnen komen. Dit heeft directe impact op de organisatie van de uitvoering, omdat de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen daarbij vastgelegd worden. 

Het transitieproces kent meestal een duidelijke startpunt, dito eindpunt en doorloopt een aantal stadia:

  • verkenningen en onderzoek (hoe zou het anders kunnen); 
  • vertaling in een voorstel betreffende de broodnodige verandering (concrete voorstellen over verantwoordelijkheden, financiële middelen, wegen, actieplan); 
  • overleg met het veld over de voorgestelde veranderingen; 
  • het nemen van de beslissing betreffende de transformatie.

In organisatie ligt de verantwoordelijkheid voor het transitieproces vooral bij het topmanagement, daarbij ondersteund door de meest betrokken partijen (zoals de hiërarchische lijn met inbegrip van de uitvoereden). 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze serie columns over het creatief wisselwerkingsproces komt het transitieprocesovereen met de voorgaande columns, dus met het beleven van de voorgaande karacteristieken van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie, Waarderend Begrijpen en Creatieve integratie. In de volgende columns zal ik het transformatieproces beschrijven.

Het transformatieproces (vooral de effectieve vernieuwing van de mindset en cultuur) is gericht op het realiseren van de beoogde inhoudelijke effecten van de belofte: in organisatie is dat een ander gedrag van het management, de hiërarchische lijn en de uitvoerenden, een andere organisatie cultuur, andere werkwijzen en vooral ook het anders met elkaar omgaan tussen alle betrokken partijen (management, hiërarchische lijn, uitvoerenden, klanten, omgeving). 

Het startpunt van het transformatieproces is nog wel redelijk te duiden, maar het eindpunt heel waat moeilijker, omdat het meestal over continue transformatie gaat. Wat in gang wordt gezet is veel meer dan een simpel veranderingsproces. Ook is er geen standaardindeling te maken van stadia die doorlopen zouden moeten worden. Dit komt neer op het chaotisch karakter van Creatieve wisselwerking. Bij het beleven van deze vierder karakteristiek Continu Transformeren is het goed mogelijk dat de drie andere karakteristieken een of meerdere keren terug aan zet komen.

Kanteling vs Transformatie

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb het niet echt voor deze, vooral Nederlandse, hype. Dit komt voornamelijk omdat het begrip Kantelen niet dynamisch is. Het duidt niet op een proces, eerder op een event. Mijn afkeer voor deze hype komt ook door het feit dat ik in mijn leven al zoveel dusdanige events en hypes meegemaakt. De overgrote meerderheid ervan stierven finaal een zachte dood, brachten geen echte transformatie teweeg en van de hype werd uiteindelijk niemand beter van.

Er is nog een andere reden waarom ik m.b.t. het begrip ‘kantelen’ huiver. Laat ik dat verklaren aan de hand van de ‘oorzaak en gevolg’ dominotheorie van o.m. Heinrich en mijn tweede vader Frank E. Bird Jr. binnen arbeidsveiligheid, het vakgebied uit voornamelijk mijn tweede professionele leven.

Domino Theorie (Herbert W. Heinrich 1930)

Domino Theorie (Frank E. Bird Jr. 1966)

Wel nu, zo’n dominosteentje ‘kantelt’ en sleurt andere dominosteentjes mee totdat ook het laatste kantelt en valt (dat laatste symboliseert de ‘verliezen’). En dan liggen die domino’s daar te liggen. Dus een statisch model: even kantelen, vallen en dan liggen te apegapen…

Ik had ooit een dialoog met mijn tweede vader rond zijn wereldberoemd model en ik vroeg hem “Wat gebeurt er als het linkse steentje in de andere richting kantelt?” Ik bespaar je de details van het verloop van dit gesprek van meer dan vijfentwintig jaar geleden. 

Wel heb ik uiteindelijk mijn eigen ‘oorzaak en gevolg’ model – de Zeeftoren[ii]  – gecreëerd. Dit model werd in 1997 enthousiast door Frank begroet. Eloïse, Edward en Elvire, jullie moeder en ik waren die zomer bij Frank op bezoek op z’n domein in Loganville, nabij Atlanta. Die ontmoeting was dan in feite een van de ‘Root Causes’ van het schrijven van m’n derde boek ‘Creatieve wisselwerking’, edoch dit is een ander verhaal.

Jaren geleden leerde ik via het onvolprezen boek van Daniel Ofman “Bezieling en kwaliteit in organisaties”[iii], waarover ik het reeds vroeger een paar keer had, dat je het meest kan leren van iets of iemand die zich in jouw ‘allergie’ bevindt (cf. de Kernkwaliteiten theorie van Daniel Ofman – zie deel IV). 

Op 1 april 2016 werd dan een heus boek ‘Het Kantelingsalfabet’ gepubliceerd, waarvan heel wat hoofdstukken in blog vorm konden gelezen worden op hun website. Dus om te leren vanuit m’n allergie las ik meerdere van die blogs. Ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat heel wat van die teksten niet echt nieuw zijn. En dat ze als hoofdstuk in het nieuwe boek werden opgenomen mits af en toe het woord ‘veranderen’ te vervangen door ‘kantelen’, kwestie van consistent te zijn met de hype.

Niet dat die hoofdstukken niet goed geschreven zouden zijn of geen deugdelijke boodschap zouden verspreiden. Dat wil ik helemaal niet beweren. Neem nu (‘om de gedachten te vestigen’ zou Professor Fernand Backes zaliger gezegd hebben) de twee bijdragen van mevrouw Emilie Kuijpers- de Vries: Kantelen naar ZIJN – Keuzes… ?!? en Kantelen naar ZIJN – Comfortzone.

Haar blog[iv] omvat een beschrijving van het proces waarop het Cruciale Dialoogmodel is gebaseerd en dat ik het creatief wisselwerkingsproces noem. Tijdens dit proces wordt een keuze gemaakt en nadien uitgevoerd. Emilie noemt het een proces waarbij hoofd en hart betrokken is en dit is uiteraard ook het geval bij het beleven van het creatief wisselwerkingsproces en de dagelijkse toepassing ervan, de ‘Cruciale dialoog’[v]. Het hoofd komt overeen met de linker lus van het Cruciale Dialoog model dat in verbinding staat met het midden, waar het hart zich bevindt. De rechter lus is dan weer het creëren van de ‘oplossing’, het beslissen (de keuze) en uiteindelijk het uitvoeren van de beslissing, het doen. Om met Paul de Sauvigny de Blot SJ te spreken: er is een wisselwerking tussen het DOEN (Zowel Denken als Uitvoeren) en het ZIJN. Het lichaam van de vlinder is een metafoor voor je ZIJN: jouw Intrinsieke waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten (talent), Doel, Intentie en Engagement.

Het Cruciale Dialoogmodel (Johan Roels 2012)

Haar tweede blog[vi] gaat dan weer over hetgeen ik de mindset of het mentaal model noem. Emilie gaat in dit blog in op de creatie van de ‘mindset’ vanaf onze jonge jaren. Mindset die uiteindelijk het persoonlijk Mentaal Model (opgebouwd uit overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders) of het Wereldbeeld wordt. Stephen Covey gebruikte het begrip Paradigma: “Je ziet niet de wereld zoals die in werkelijkheid is, je ziet de wereld doorheen de brilglazen van je Paradigma (mindset, mentaal model, denkkader)”.  

Even raakt Emilie ook de werking van de Vicieuze Cirkel[vii] aan, maar heel diep gaat ze er niet op in. Wel onderlijnt ze het oh! zo ware en verraderlijke ‘jouw beeld is jouw waarheid’. Ze noemt het mentaal model de comfortzone (dit was nieuw voor mij) en gebruikt een mooie metafoor: je kunt je comfortzone zien als een wc-rolletje waar je door kijkt. Deze metafoor geeft duidelijk de begrensdheid van het mentaal model aan.

Emilie heeft het dus over de tweede fase van het Cruciale Dialoogmodel ‘Appreciatie’ en geeft ook aan hoe die gevormd wordt. De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid, een van de basiscondities van die tweede fase, wordt door haar in de verf gezet. Het is door die nieuwsgierigheid dat we durven uit onze comfortzone (mentaal model) treden en vragen gaan stellen met betrekking tot de comfortzone van de ander. Uit de creatieve wisselwerking tussen de twee comfortzone ’s (mentale modellen) wordt een nieuwe uitgebreidere, sterkere, vollere comfortzone (mentaal model) gecreëerd.

Emilie stelt terecht: ‘je bewustzijn ontwikkelt continu’, wat me dan weer doet denken aan het ‘Valuing Consciousness’ concept van Henry Nelson Wieman en dus aan het door hem ‘ont-dekte’ Creatieve wisselwerkingsproces “that is transforming us as we cannot transform ourselves.”[viii] In feite stelt Wieman dat de expansie van het bewustzijn gebeurt via het creatief dialoogproces, waarin nieuwe perspectieven en interpretatiepatronen worden ontdekt via het mentaal model van de ander en dat sommige van deze worden ingebed in het eigen mentaal model, waardoor dit laatste voller, rijker en groter wordt.

Emilie schrijft: “De essentie is dat je unieke zelf je voortstuwt, altijd, ondanks je ontwikkelde comfortzone”, wat dan weer in Henry Nelson Wieman’s taal wordt: “De essentie is dat je Originele (Creatieve) Zelf je voortstuwt, en dit ondanks je Actuele (Gecreëerde) Zelf.” Indien Creatieve wisselwerking stilvalt, onder meer door de werking van de Vicieuze Cirkel, stellen we ons tevreden met het Gecreëerde Goed (Created Good) en doden we in feite het Creatieve Goed (Creative Good). Puur ZIJN is dan het steeds beleven van binnenuit van het Creatieve wisselwerkingsproces ten koste van de Vicieuze Cirkel,  waardoor ik naadloos terecht kom bij een van mijn slagzinnen: “(CI)² = Continous Improvement through Creative Interchange”.

Zo zien jullie  Eloïse, Edward en Elvire, je kunt inderdaad steeds leren van iets dat je in jouw ‘allergie’ raakt. Ik heb alvast een dot van een metafoor gekregen… een wc-rolletje!

En, laat ons wel wezen, het begrip ‘kantelen’ gebruiken als synoniem voor ‘transformeren’ getuigt van een grote naïviteit. Het publiceren van een boek met honderd schrijvers in een recordtempo kan een hype veroorzaken, edoch geen duurzame transformatie. Mijn derde vader Charles Leroy (Charlie) Palmgren leerde mij in 1998 dat, omdat het zo moeilijk van binnenuit te beleven is wegens het negatieve proces de Vicieuze Cirkel, het creatief wisselwerkingsproces nooit een hype zal worden. Charlie verwoordde het als volgt:

“Seeking to live in authentic interacting, appreciative understanding, creative integrating and continuous transformation will never be popular.”

Charles L. Palmgren

Het belang van Continue Transformatie

Genius is 1 percent inspiration and 99 percent perspiration 

Thomas Edison 

Deze quote van Edison geeft het belang aan van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Continu Transformeren. Het van binnenuit beleven van de vorige karakteristieken, die geleid hebben tot de ideeën, oplossingen, besluiten en beslissingen, blijken maar 1 percent van het volledige traject uit te maken. We hebben dus nog een enorme reis voor de boeg. Het beleven van die vierde karakteristiek moet de overige 99 percent waar maken. En de quote van Edison geeft aan dat die reis niet gemakkelijk zal zijn. De creativiteit, die zorgt voor de ideeën, speelt zich af in de ‘ruimte’. Nu moet het ideeën set landen en die start van de ‘lange tocht’ is meestal niet vrij- blijvend. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het idee in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt het idee plots grote hinder in zoverre dat heel wat ideeën uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden; de transformatie is door de wrijving tot stilstand gekomen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wieman’s “two-fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan , met gedrevenheid en hardnekkigheid. Daarbij is niet versagen de boodschap. Anderzijds dient men voortdurende open te staan om te leren wat de continu veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus te durven wijzigingen aanbrengen (indien die werkelijkheid daar om vraagt).

Commitment en Intrinsieke Motivatie, het gouden duo voor Continue  Transformatie

Inzet (commitment) is de bereidheid om alles te doen wat nodig is om de acties die werden gekozen en beloofd te worden uitgevoerd, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het gaat heel dikwijls om de bereidheid buiten de eigen ‘comfortzone’ te treden. Het gaat dus om onvoorwaardelijke inzet! Intrinsieke motivatie is de prikkel om te doen wat men beloofd heeft te doen. Het is de kracht en reden waarom men elke dag weer opstaat en de handen aan de ploeg slaat.

Wanneer men wel gemotiveerd is en onvoldoende inzet heeft, dan zal de transformatie niet succesvol zijn. Dan is men iemand die wel de correcte droom heeft maar denkt dat die zich wel vanzelf zal realiseren of niet bereid is er zich maximaal voor in te zetten. Hierdoor wordt men vlug ontmoedigd en bereikt men uiteindelijk niet het vooropgestelde doel. Wanneer men wel de bereidheid heeft zich maximaal in te zetten, maar men niet echt een reden heeft om dat blijvend te doen (intrinsieke motivatie), dan zal men ook dan uiteindelijk niet effectief zijn.

Beiden, inzet én intrinsieke motivatie zijn, naast de passie voor het leven, essentieel voor een succesvolle transformatie!

Hoe nu verder?

Om die ideeën tijdens de ruwe landing te beschermen, omvat deze fase als basiscondities Tenaciteit of Vasthoudendheid (Deel XXX) en Interafhankelijkheid i.e. van elkaar wederzijds afhankelijk zijn (Deel XXXI) en als handvatten, stukken gereedschap, vaardigheden of disciplines: 

  1. Herhalen en Evaluatie van de uitvoering van de activiteiten (Deel XXXII);
  2. vragen om en geven van Feedback i.e. Positive Reinforcement en Corrrigeren (Deel XXXIII);
  3. indien nodig Durven Wijzigen (Deel XXXIV);
  4. aandachtig beleven van het ganse proces i.e. het zó belangrijke Procesbewustzijn (Deel XXXV).

Zoals bij de vorige karakteristieken is er ook hier een versterkende wisselwerking tussen de basiscondities en de vaardigheden. Hoe meer een van de vaardigheden van binnenuit wordt beleefd hoe meer een of beide basiscondities versterkt worden; hoe meer de basiscondities versterkt worden hoe meer de vaardigheden worden ingezet. Bijvoorbeeld: zo zal het Herhalen van het beloofde gedrag en de Evaluatie ervan, de basicconditie Vasthoudendheid versterkt worden en door die versterking houdt men ook vast aan de beleving van de vaardigheden, waaronder het geven van Feedback, waardoor de basiscondities Interafhankelijkheid versterkt wordt, wat dan weer …

Personal transformation can and does have global effects. 

As we go, so goes the world, for the world is us. 

The revolution that will save the world is ultimately a personal one. 

Marianne Williamson 


[i] Michael Hainy. Beneath the surface of Bruce Springsteen. https://www.esquire.com/entertainment/a25133821/bruce-springsteen-interview-netflix-broadway-2018/

[ii] http://www.slideshare.net/johanroels33/linked-indiscussion2014-tower

[iii] Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[iv] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/169-kantelen-naar-zijn-keuzes

[v] Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[vi] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/178-kantelen-naar-zijn-comfortzone

[vii] Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of personal stress and organizational mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, 1998.

[viii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL.: Southern Illinois University Press, 1958.

Over Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van Creatieve wisselwerking.

 

Een van de vier karakteristieken van het Creatief wisselwerkingsproces is ‘Authentieke Interactie’. In m’n boek ‘Cruciale dialogen’ pleit ik er voor om, met name ook tijdens de communicatie fase van de dialoog, ‘authentiek’ te zijn. Dit mag geenszins verbazen want m’n Cruciale Dialoogmodel is volledig gebaseerd op de vier karakteristieken van Creatieve wisselwerking (Creative Interchange). Sterker nog, fase 1 van het Cruciale Dialoogmodel ‘Communicatie’ is vooral gebaseerd op ‘Authentieke Interactie’ (en de andere fases op de andere karakteristieken).

Tijdens opleidingen die ik geef rond ‘Cruciale dialogen’ en ‘Creatieve wisselwerking’ wordt me vaak de vraag gesteld: “Veronderstelt Creatieve wisselwerking dat men totaal transparant dient te zijn?”. Door die vraag heb ik me gerealiseerd dat ik soms Authenticiteit en Transparantie als synoniemen gebruik, hoewel deze begrippen dat niet zijn.  Uit wat ik lees en hoor weet ik dat ik niet de enige ben die deze fout maak. Authenticiteit en Transparantie zijn inderdaad twee verschillende begrippen:

Authenticiteit: echt, dus oprecht delen = de manier waarop u iets deelt

Transparantie: hoeveel je deelt = wat u deelt

In één ‘quotable’ zin: “Transparantie gaat over hoeveel je deelt en authenticiteit is de echtheid van wat je deelt en van je acties.”

Authentiek zijn op het internet

Op Sociale Media betrap ik me er op dat ik soms aarzel vooraleer ik op de ‘zend’ knop duw. Daarbij flitst volgende vraag door mijn hoofd: “Zou ik dat wel doen?” en ontspint zich ogenblikkelijk  een cruciale dialoog met mezelf. Op Twitter vooral, maar ook op LinkedIn, komt het voor dat m’n authenticiteit – dus wat ik oprecht deel – nogal eens in het verkeerde keelgat schiet van diegene die m’n tekst leest. Daarbij wordt de manier waarop ik iets deel vaak als ‘hautain’, ‘belerend’, ‘uit de hoogte’ en zo meer gelabeld.

Hoe dat komt leg ik voor de eenvoud uit met het ‘basismodel communicatie volgens James Stappers (1988)’. Hierbij heb je twee personen die een gesprek voeren. Deze personen worden A en B genoemd, waarbij A de persoon is die iets zegt en B de persoon tegen wie het gezegd wordt. A speelt dus de rol van zender en B die van ontvanger. Het kan ook zijn dat de persoon, die op dat moment zender of ontvanger is, tegelijkertijd het onderwerp X is, maar dat is niet noodzakelijk zo. Het onderwerp kan om het even wat zijn. In elk geval wordt er een ‘mededeling’ over het onderwerp gezegd, dat is dan de ‘x’.

figuur1

Als je bijvoorbeeld het basis-communicatie model van Stappers toepast op een tweet die ik uitstuur, is het duidelijk dat ik de zender A ben en de tweet de mededeling x. In Twitterland zijn er echter meestal veel ontvangers, dus niet enkel de persoon die (eventueel) in de tweet met z’n twitternaam wordt vermeld, is de ontvanger B. Bij het DM-en naar iemand specifiek schakel je uiteraard de anderen B’s uit.

Stappers onderscheidt twee processen die hij respectievelijk het communicatieproces en informatieproces noemt.

  • Bij het communicatieproces wordt communicatie vanuit het oogpunt van de zender bekeken. De zender presenteert de ontvanger(s) een informatiebron (de mededeling);
  • Bij het informatieproces wordt communicatie bekeken vanuit het oogpunt van de ontvanger. Het is wat de ontvanger waarneemt uit een informatiebron. Dat hangt niet alleen van de informatiebron af, maar ook (en vooral) van de ontvanger zelf.

Inderdaad, de zender biedt een mededeling aan en wat de ontvanger hier uithaalt is bij iedere ontvanger anders. Hier heb je als zender geen invloed op. En bij een tweet mededeling kunnen er zoals gesteld veel ontvangers zijn…

Bekeken vanuit het Cruciale dialoogmodel komt het communicatieproces overeen met fase 1 ‘Communicatie’ (dus hier is er totale congruentie tussen mijn model en dat van Stappers). Wat door Stappers het informatieproces wordt genoemd, noem ik fase 2 ‘Appreciatie’. Wat de anderen van mijn mededeling maken, wordt bepaald door de content, de context en vooral door de, door de ontvanger(s) gehanteerde referentiekaders en mentale modellen.

Als voorbeeld volgende anekdote. Eens heb ik van een Twitter conversatie, die heel rustig startte en daarna plots een heftige discussie werd (inderdaad een cruciale dialoog is nooit ver weg), een omstandige Storify gemaakt. Dit omdat dit medium meer vrijheden heeft dan de 140 leestekens van Twitter. Na het tweeten van die Storify volgde een onwaarschijnlijke Twitterorkaan, die ik voordien echt niet mogelijk achtte. Dit voornamelijk omdat ‘iemand’ zich aangesproken voelde en besloot via een Retweet haar achterban (volgers in Twitterjargon) op te zetten teneinde mij een lesje te leren. Er werd overduidelijk niet op de bal gespeeld, maar wel op de man!

Wat ik leerde was eerder een confirmatie van wat ik al wist: Authentieke Interactie is niet voor doetjes. Het probleem zit grotendeels in de Authenticiteit zelf; in de ‘manier waarop men iets deelt’. Die manier is in een echte ‘eyball to eyeball’ dialoog ook volledig zichtbaar. Wat je via Twitter ziet zijn enkel ‘woorden’ (echte en de zogenaamde ‘emoticons’). En ik weet wel dat Mehabrian’s regel niet uit z’n context mag gerukt worden en bovendien al heel wat stof heeft doen opwaaien (zie in dit verband als voorbeeld het blog van Pedro De Bruycker http://theeconomyofmeaning.com/2012/06/04/is-93-of-communication-nonverbal-busting-the-mehrabian-myth/  ). De discussies gaan daarbij praktisch steeds over de percentages die in Mehrabian’s werk werden vernoemd. Daar gaat het mij niet om. Waar het mij wel om gaat, is dat je bij een Twitter conversatie praktisch volledig verstoken blijft van de non verbale communicatie en dat die in een IRL dialoog wel volledig aanwezig is en een bovendien een gedeelte van de boodschap in zich draagt.

Bij een Twitter conversatie vult de ‘ontvanger’ van de tweet dit gedeelte zelf in en komt zo tot de ‘totale’ boodschap. Dat ‘invullen’ is uiteraard een interpretatie, we bevinden ons  inderdaad in de tweede fase van het cruciale dialoogmodel. Een van de verschillen tussen een Twitterconversatie en een ‘eyeball to eyeball’ dialoog is dat de dialoog het zogenaamde oscilleren tussen de eerste en de tweede fase van het Cruciale dialoog model heel wat makkelijker is. Daardoor komt men gemakkelijker tot een ‘gedeelde’ mening met betrekking tot wat de mededeling nu echt betekende.

figuur3

 

Authenticiteit en de interpretatie ervan door de ontvanger anders bekeken

We hebben besproken dat wat ik authentiek meedeel een onderdeel is van de eerste fase van het Cruciale dialoogmodel. Dit is het domein van wat men, in het Engels, het ‘Awareness’ bewustzijn noemt. Mijn beste vertaling is het ‘Klare’ of ‘Niet-gekleurd’ bewustzijn. Uiteraard geef ik tijdens een dialoog heel wat non verbale communicatie ‘clues’ en die worden in die eerste fase door m’n gesprekspartners ‘geobserveerd’.

Edoch, bijna ogenblikkelijk (‘in a split second’) wordt de boodschap geïnterpreteerd en wordt die interpretatie in veel gevallen als waarheid aanzien. Die interpretatie of appreciatie (de tweede fase van het Cruciale dialoogmodel heeft niet voor niets die naam) wordt gecreëerd door, terug in het Engels, het ‘Consciousness’ bewustzijn. Het spreekt vanzelf dat ik dat als ‘Gekleurd’ bewustzijn vertaal.

Het is door het praktisch ogenblikkelijk omzetten van Awareness in Consciousness dat Authenticiteit alle kleuren van de regenboog kan meekrijgen. In een echte dialoog kan dit gecounterd worden door het oscilleren tussen de twee fasen ‘Communicatie’ en ‘Appreciatie’ en uiteraard door het inzetten (van binnen uit beleven) van de bijhorende vaardigheden. Voor alle duidelijkheid vind je hier de figuur van het Cruciale Dialoogmodel met de vier fasen, de acht condities (in het rood) en de zestien vaardigheden (in het groen):

figuur2

 

Het verband tussen Authenticiteit en Transparantie binnen het Cruciale Dialoogmodel

Authenticiteit steunt op vertrouwen en openheid. Vertrouwen en Openheid kan je zien als de twee zijden van het muntstuk ‘Authentieke interactie’. Ze zijn terecht ook de basiscondities van de eerste fase van Cruciale dialoogmodel.

Openheid is in zekere zin een synoniem van het begrip transparantie. ‘Hoe open ben ik?’ kan inderdaad ook geformuleerd worden als ‘Hoe transparant ben ik?’ en uiteraard is m’n openheid in een communicatie verbonden met vertrouwen. Niet alleen met het vertrouwen dat ik heb in de persoon zelf, maar ook het vertrouwen dat die persoon de informatie die ik hem meedeel, door m’n transparantie, wel aankan. Dit ‘aankunnen’ is veelzijdig: het kunnen bevatten, het kunnen plaatsen, er mee om kunnen gaan, … Daardoor is totale transparantie altijd wel mogelijk, maar niet altijd wenselijk. Je bent, bijvoorbeeld, als volwassene niet totaal transparant ten overstaan van je echtgenote en je kinderen. Je zadelt hen met name niet op met al je zorgen, je onzekerheden… In een andere context ben je als leider ook niet steeds totaal transparant naar je ‘volgers’ toe. De hoeveelheid transparantie van de zender staat mede nauw in verband met de tolerantie voor ambiguïteit (basisconditie van de tweede fase) van de ontvanger. Dus de hamvraag die men zich steeds moet stellen is: “Hoeveel deel ik mee en met wie?”

Authenticiteit vereist dus niet hetzelfde niveau van transparantie binnen elke relatie. Wij hebben verschillende relaties met verschillende personen. Echte mens tot mens relaties zijn niet gebaseerd op lege conversaties en stereotiepe denkkaders. Ze zijn gebaseerd op dialogen waarin gezegd waar het op staat. Daarbij wordt een eenvoudige en directe taal gebruikt. Dus het KISS (Keep It Stupid Simple) principe wordt gehanteerd. Transparantie vergt een eenvoudige taal; met andere woorden: ‘eenvoud dient transparantie’. Complexiteit dient ondoorzichtigheid. De Fransen hebben voor die ondoorzichtige taal een prachtige metafoor: “Noyer le poisson’. Het overvloedig gebruik van ondoorzichtige taal is ook een teken van namaak openhartigheid.  Men zegt veel, maar niks zinnigs.

Het is de ‘uniekheid’ van mensen die menselijke relaties zo speciaal maken. Het is door de manier van informatie delen en de diepgang ervan tussen twee (of meerdere) mensen, dat vertrouwen wordt creëert; waardoor echte relaties worden gevormd. In een transparante relatie is men uit op afwijkende meningen en is men bereid zijn eigen standpunten steeds opnieuw in vraag te stellen.

Authenticiteit, Transparantie en Kwetsbaarheid in het kader van HN Wieman’s tweeledig engagement.

Het zogenaamd ‘tweeledig engagement’ van Henry Nelson Wieman – een belangrijk gegeven bij Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen – is heel belangrijk bij Authenticiteit en Transparantie.

Het eerste engagement betreft het steeds delen van ‘het beste’ van jezelf. Dit zou er kunnen wijzen op een totale transparantie wat dat ‘beste’ betreft, maar dat is niet zo. Het betreft enerzijds het beste van hetgeen je weet, je apprecieert, je kan inbeelden en van binnen uit beheersen en anderzijds wat van dat beste relevant is voor de ander, opdat die ander zich ten goede zou kunnen transformeren.

Op Twitter heb ik nogal vaak de indruk dat ‘het beste’ wat anderen met me delen, me niet naar een hoger niveau zal kunnen tillen. Wat mensen die middag gegeten hebben, wat ze zagen op de trein, in de supermarkt en zo meer, is zelden bruikbaar voor m’n persoonlijke transformatie.

Transparantie maakt je bovendien kwetsbaar. Kwetsbaar zijn is niet ‘zwak’ maar vergt juist kracht. Juist omdat je Authentiek, dus zelfverzekerd bent, ervaar je deze openheid niet als gezichtsverlies. Je hoeft geen ‘vals’ ego op te houden. Je leeft en communiceert vanuit je ‘Originele Zelf’. Een ‘fout maken’ ervaar je niet als ‘fout zijn’. Je geeft je fout van zodra je ze beseft, ook ruiterlijk toe. Het vergt juist moed en kracht om je kwetsbaarheid te tonen. Kwetsbaarheid uit zich onder meer in het beseffen en aanvaarden dat je referentiekader niet het enige is en zeker niet het enig zaligmakend. Moed betekent ook: ‘actie durven nemen, ondanks dat je twijfels hebt en onzeker bent’. Daarin zit bovendien de link met Creatieve wisselwerking en Cruciale dialogen. Dit betreft niet alleen ‘Denken’ maar ook ‘Doen’, het tweespan dat ik hoe langer hoe meer tegenkom als ‘Doenken’. Die moed zorgt er namelijk voor dat ik tolerant ben wat de onzekerheid betreft en daardoor ook niet vastgeroest blijft (en rondjes draai) in het ‘denken’. Integendeel, de moed zorgt er voor dat ik doorstoot in het Cruciale Dialoogmodel naar het Doen: het imagineren van oplossingen, besluiten én beslissingen nemen en vooral ook uitvoeren waardoor de beoogde transformatie werkelijkheid wordt, i.e. we ‘Doenken’:

DENKEN-DOEN

Mijn ervaring is dat als één persoon zich kwetsbaar durft op te stellen, dat dit een positief sneeuwbaleffect teweegbrengt in een team. Voorwaarde daarvoor is wel dat deze openheid niet meteen de kop wordt ingedrukt met schampere of ‘grappige’ opmerkingen van andere teamleden. Het is de verantwoordelijkheid van een team om samen een veilige werk omgeving te creëren waar je open je ‘beste’ kennis en ideeën kan delen, zonder angst om direct afgerekend te worden met afknalzinnen.

We luisteren ook begrijpend en waarderend naar de ‘beste’ kennis en ideeën van de anderen en beleven daarbij het tweede deel van het tweeledig engagement van Henry Nelson Wieman. Dit wil zeggen dat we het beste van wat anderen weten, appreciëren, zich kunnen voorstellen en van binnen uit beheersen, in ons integreren waardoor we beter, voller en sterker worden. transformation

Of zoals mijn derde ‘vader’ Charlie Palmgren zo vaak zegt: “de Creative Good (ie creatieve wisselwerking) creëert het nieuwe, betere Created Good (het huidige Zelf)”. Dit is de essentie van persoonlijke transformatie: “I’m not a being, I’m a continuously ‘becoming’!”. En laten we niet vergeten wat W. Edwards Deming ons leerde: ‘There is no Change without Personal Transformation.”

Gevaarlijk wordt het wanneer we niet open staan voor persoonlijke transformatie en ons dus niet laten beïnvloeden door anderen. Anders gesteld wij staan niet open voor diepgaande dialoog. We vereenzelvigen ons met wat we nu zijn, met het Huidige (Created) Zelf, ook wel Ego genoemd. Daardoor doden wij ‘de gans met de gouden eieren’ in ons,  wij doden onze Originele (Creative) Zelf.