Tagarchief: Donatine Rieberghe

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXI

HOE INTERAFHANKELIJKHEID OMARMEN?

About Mary and the male character in Bruce Springsteen’s songs:

“Already halfway through Born to Run, and even more at the end of it, there is a subversion and displacement of the traditional American story that generated the male American identity.  In its place, there is now the need for a communal search and interdependence. The male character is not a self-sufficient hero. Rather he needs a female companion. Escapism provides neither salvation nor a stable collective identity.

[…]

When these two characters appear once again in 1980 in ‘The River,’ they find themselves in a different trap than the one represented by the suicidal urban environment of ‘Born to Run.’ The trap is now Mary’s unwanted pregnancy, her body, and an economic crisis that costs jobs. In this context, the Mary character is represented in a subversive way. One again she makes the class condition and relations shine with a dark light. Her pregnancy makes her both sexual and relational. If the economic forces reveal the characters’ social conditions, so too does Mary’s pregnancy, as to indicate a causal interdependence between the two.[i]” 

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de tweede basisconditie van de vierde karakteristiek: Continu Transformeren: Interafhankelijkheid.

Dreams pass into the reality of action. From the actions stems the dream again; and this interdependence produces the highest form of living. 

Anaïs Nin

Transformeren van de werkelijkheid door het uitvoeren van de ideeën die we ontwikkeld én gekozen hebben, daar gaat het om! Voor de daadwerkelijke uitvoering van onze ideeën zijn we afhankelijk van anderen. Het kwalitatief uitvoeren van een idee hangt af van de kwaliteit van zowel het idee als de uitvoering. Ook hier is er sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. 

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being. 

Mahatma Ghandi

In Stephen Covey ‘s meesterlijk boek ‘Seven Habits of Highly Effective People[ii]’ wordt gesteld: 

“Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence.[iii]

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen[iv]

  • Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen;
  • Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf;
  • Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking.

Ik denk daarbij altijd aan het opgroeien van een kind: wanneer een baby geboren wordt, is het totaal afhankelijk van zijn omgeving. Wanneer het kind adolescent geworden is, start de fase van onafhankelijkheid: ik heb niemand nodig, ben m’n eigen baas en zorg wel voor mezelf. Dit totdat het kind tot de jaren van de wijsheid komt en inziet dat het voor haar of zijn geluk interafhankelijk is van anderen. Het is een wederzijds proces, dat in de quotes met betrekking tot de Mary figuur in Bruce Springsteen’s songs wordt weergegeven.

Eloïse, Edward en Elvire, voor ons geluk zijn we inderdaad interafhankelijk!

Interafhankelijkheid en afhankelijkheid zijn geen synoniemen!

Het begrip interafhankelijkheid zorgt wel voor duidelijkheid met betrekking tot de betekenis van afhankelijkheid. Er is geen mutualiteit betrokken bij afhankelijkheid. Bij afhankelijkheid gaat het om een groep, persoon of entiteit die sterk afhankelijk is van een andere groep, persoon of entiteit. Deze afhankelijkheid is vaak in de vorm van ondersteuning, of hulp bij iets. Bijvoorbeeld, een persoon kan afhankelijk zijn van een andere persoon voor financiële ondersteuning, zoals een kind afhankelijk van zijn ouders of een sporter afhankelijk is voor financiële steun van zijn sponsor.

Aan de andere kant betekent afhankelijkheid ook vaak dat men wordt gecontroleerd door een ander persoon of organisatie. Op internationaal niveau kan een ontwikkelingsland sterk afhankelijk zijn van de hulp of subsidies die door het IMF of de Wereldbank worden verstrekt. De toestand van afhankelijkheid omvat ook voorwaarden die moeten vervuld worden om de hulp blijvend te krijgen. Die voorwaarden worden, door die internationale instellingen, dan ook op nakomen gecontroleerd.

Het verschil tussen interafhankelijkheid en afhankelijkheid is:

  • Interafhankelijkheid is meerzijdig en komt voor tussen twee of meer mensen of entiteiten.
  • Afhankelijkheid is eenzijdig en betreft meestal een persoon die voor een of meerdere zaken volledig op een andere persoon of organisatie vertrouwt.
  • Interafhankelijkheid is een wederzijdse afhankelijkheid.
  • In geval van afhankelijkheid is er geen wederzijdsheid.

De groei naar Interafhankelijkheid

De groei naar interafhankelijkheid kenmerkt zich, zoals ik al opmerkte, door de groei die een ieder van ons doormaakt in haar of zijn leven. Van zuigeling naar puber, naar volwassene en naar partner.

Afhankelijkheid (zuigeling/slaafse volgeling)

Kinderen zijn, zeker in de vroegste kinderjaren, fysiek en psychologisch afhankelijk van hun omgeving. Ze vragen meer dan ze geven en hebben een overconcentratie op het eigenbelang. 

Afhankelijke volwassenen, die ik hier slaafse volgelingen noem,; realiseren zich niet altijd de keuzemogelijkheden die ze wel hebben. Zij:

  • Maken zich ondergeschikt aan de situatie en in hun beleving wordt hen veel aangedaan;
  • Doen wat er verwacht wordt, ongeacht persoonlijke opinies, waarden en normen;
  • Zijn overgevoelig voor machtsverhoudingen.

Op het groeicontinuüm is afhankelijkheid het paradigma voor jij:

  • jij zorgt voor mij;
  • jij zorgt dat ik succes heb;
  • het is jouw schuld als ik faal.

Tegenafhankelijkheid (puber/opposant)

Zich bewegen weg van afhankelijkheid gaat vaak gepaard met een sterke reactie tegenover die mensen die zo lang voor de afhankelijke gezorgd hebben. Denk daarbij aan pubers die hun ouders nodig hebben als een soort ‘pispaal’. Op onze weg naar ‘onafhankelijkheid’:

  • Zoeken wij naar erkenning van onze eigenheid door ons af te zetten;
  • Hebben we de anderen nodig, maar nu om ons tegen hen af te zetten;
  • Zijn we daarbij onze onzekerheden en twijfels aan het overschreeuwen.

Op het groeicontinuüm is tegenafhankelijkheid het paradigma voor het conflict tussen jij en ik:

  • Jij controleert mij teveel;
  • Jij belemmert mij;
  • Het is jouw schuld dat ik niet bekom wat ik wens te bekomen.

Onafhankelijkheid (volwassene/collega)

Eenmaal volwassen zien wij onszelf als onafhankelijke, verantwoordelijke individuen die zelf richting en sturing aan hun leven (kunnen) geven. Kenmerkend hiervoor is:

  • De zelfacceptatie en acceptatie van anderen. Ook van diegenen die ons in voorgaande ontwikkelingsstadia een moeilijke tijd bezorgd hebben;
  • Leven en werken op basis van gelijkwaardigheid en competenties;
  • Jezelf kennen, op waarde schatten en verder ontwikkelen.

Onafhankelijkheid is het paradigma voor ik:

  • ik doe het;
  • ik ben verantwoordelijk;
  • ik kan kiezen.

Interafhankelijkheid (partner/teamlid)

Het is niet voldoende dat wij alleen onze eigen boontjes doppen. Het wordt steeds duidelijker dat alles met alles verbonden is en dat samenwerking ons brengt tot het benutten van eigen en andermans kwaliteiten. We realiseren ons dat:

  • Een team meer is dan een optelsom van onafhankelijke individuen;
  • Wederzijdse verbondenheid de keuze is voor interafhankelijkheid;
  • Interafhankelijkheid gefundeerd is op gelijkwaardigheid, openheid en samen delen;
  • Een team bestaat uit onafhankelijke mensen die ervoor kiezen van elkaar ‘mutueel’ afhankelijk te zijn.

Wederzijdse afhankelijkheid is het paradigma voor wij:

  • wij doen het;
  • wij kunnen samenwerken;
  • als wij onze krachten bundelen kunnen we iets beter realiseren.

Interafhankelijkheid in organisaties

Interafhankelijkheid wordt gezien als het belangrijkste proces van organiseren[v]. Dit begrip vindt, zoals we gezien hebben, zijn ontstaan in de ontwikkelingspsychologie om de ouder-kindrelatie aan te duiden en wordt het hoe langer hoe meer in de organisatie context gebruikt.

In de groepsdynamica wordt interafhankelijkheid beschouwd als de maturiteitsfase, die volgt op de afhankelijkheidsfase en de tegenafhankelijkheid. Het beleven van interafhankelijkheid wordt gezien als de voltooiing van een groei- of ontwikkelingsproces naar een maturiteit van wederkerigheid in geven en ontvangen[vi]. De verschillende leden van de groep worden zich bewust van het bestaan van complexe en veelvoudige relaties en zijn bereid om deel te nemen aan voortdurende onderhandelingen met elkaar. Dit betekent dat actoren kunnen leren om sociale dilemma’s te aanvaarden en om te leven met onevenwichten en verschillen in een flexibele en evoluerende wijze van geven en nemen, om zo tot duurzame interactiepatronen te komen. Heel belangrijk in deze fase is de erkenning en acceptatie van die wederzijdse interafhankelijkheid. Het is één van de factoren die de onderlinge binding tussen de deelnemers aan een samenwerkingsverband bevordert. Dat Creatieve wisselwerking die onderlinge band verstevigt is jullie, Eloïse, Edward en Elvire wel duidelijk.

In groepsdynamica wordt de relatie tussen de leider en de deelnemers dus gekenmerkt door interafhankelijkheid. De groepsleden zijn niet langer alleen afhankelijk van de teamleider, want omgekeerd wordt de leider ook afhankelijk van de teamleden om de doelen van het team te kunnen realiseren. Een groep die zich in deze fase bevindt zal duidelijk mee verantwoordelijkheid opnemen voor de uitvoering van het takenpakket en voor de inhoud ervan. Deelnemers gaan in deze fase ook bewuster kiezen voor en/of experimenteren met gedrag. Vanaf dat ogenblik kan de leider zich meer op de achtergrond plaatsen en zijn rol voor een belangrijk stuk beperken tot het begeleiden van de processen die zich in de groep afspelen. 

Interafhankelijkheid is wederzijdse afhankelijkheid!

In de literatuur staat interafhankelijkheid ook bekend als wederzijdse afhankelijkheid. Zo ook in Covey’s reeds geciteerde boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap.’ Persoonlijk vind ik het spijtig dat de vertaler Covey’s begrip ‘habit’ vertaalt als ‘eigenschap’; ‘gewoonte’ of zelfs ‘vaardigheid’ omvat m.i. beter wat Covey beoogt. De gewoonten van wederzijdse afhankelijkheid zijn volgens Covey: denk win-win, eerst begrijpen … dan begrepen worden en synergie[vii]. Gewoonten die ook een onderdeel zijn van Creatieve wisselwerking. De term wederzijds is een integraal onderdeel van het begrijpen van de betekenis van interdependentie. Wederzijdse afhankelijkheid wijst erop dat afhankelijkheid niet een eenrichtingsstraat is. Het is een avenue die beide partijen ten goede komt. Het is het principe dat uiteindelijk de samenwerking bepaalt. Op haar beurt is de kwaliteit van de samenwerking bepalend voor de kwaliteit van het resultaat.

Eigenlijk gaat het om het gezamenlijk oplossen van een probleem of het beantwoorden van een cruciale vraag. Daarbij zijn oplossingen zogenaamde superordinate goals. Dit zijn gemeenschappelijk doelen die alleen door een samenwerking tussen twee of meer mensen kunnen bereikt worden. Dit leidt tot synergie en dus tot win-winsituaties. 

Het spreekt vanzelf dat bij dit alles motivatie een cruciale factor is. Het principe van wederzijdse afhankelijkheid is alleen maar werkzaam als mensen onderdeel willen zijn van een geheel of een netwerk en zij zich willen inzetten om dat geheel vloeiend te laten functioneren. Als de teamleden niet gemotiveerd zijn, dragen ze niet bij tot de instandhouding van het netwerk en tot het bereiken van het beoogde doel.

Go forward those who lie in foxhole. Lie there waiting to die. General George S. Patton Jr.

Wat we dienen te creëren is wat in de VS een Foxhole Mentality wordt genoemd; maar dan wel een mentaliteit van een hoger niveau, namelijk gebaseerd op hogere waarden. De term komt uit het militaire jargon en werd veel gebruikt in de Vietnamoorlog. Het betekent dat twee soldaten die zich in dezelfde schuilplaats (foxhole) bevinden hun verschillen in ras, achtergronden, … vlug aan de kant zetten indien ze een gemeenschappelijk doel hebben (in dit geval overleven ten koste van de Vietcong). Ze hebben elkaar nodig. Niettegenstaande hun grondige verschillen zijn ze – zeker indien de een het machinegeweer heeft en de ander de kogelladers – wel degelijk interafhankelijk[viii].

Ook zal het aantal discussies afnemen indien men een grotere mate van wederzijdse afhankelijkheid ervaart. Door discussies te ruilen voor dialogen, wordt de kans op creativiteit vergroot en van daaruit ook een grotere kans op probleemoplossend en samenwerkend gedrag. Doordat de invloed van de partijen op elkaar toeneemt, houden ze meer rekening met elkaar. In feite wordt wederzijdse afhankelijkheid een belangrijker gegeven dan het hiërarchisch niveauverschil tussen de deelnemers aan de Cruciale dialoog

Een van de voorwaarden die aan interafhankelijkheid wordt gesteld, is de aanwezigheid van emotionele intelligentie. Inzicht in je eigen emoties, de emoties van anderen en het effect van je eigen handelen op anderen, is een noodzaak om een evenwichtige relatie met een ander te kunnen onderhouden. 

Wederzijdse afhankelijkheid omvat volgens ons ook wederzijdse verantwoordelijkheid ; met andere woorden mensen, groeperingen of entiteiten die ‘mutueel’ afhankelijk zijn van elkaar zijn ook verantwoordelijk voor elkaar.

Interafhankelijkheid: alles hangt met alles samen.

Mededogen is het heldere besef dat alles onderling met elkaar verbonden is;

Thomas Merton

Het systeemdenken gaat uit van het gegeven dat alles met alles samenhangt. We onderscheiden hierbij vrijwillige en structurele afhankelijkheid.

Vrijwillige interafhankelijkheid: ik bepaal in belangrijk mate mijn positionering. Eloïse, Edward en Elvire, een voorbeeld: ik kan mijn eigen wagen niet onderhouden en dus ga ik op zoek naar iemand die dat voor mij kan doen. Ik heb een ruime keuze tussen meerdere garages die onderling uitwisselbaar zijn. Dit gegeven vormt een belangrijk element in de sociale omgang en dialoog met de gekozen garagist. Hier is dus sprake van vrijwillige afhankelijkheid.

Bij vrijwillige interafhankelijkheid is men zich bewust van de wederzijdse afhankelijkheid: ik heb hulp nodig van mijn garagist en mijn garagist heeft mij als klant nodig. Er is wel degelijk een spanningsveld want ik ben het die kiest voor mijn garagist, niet andersom.

Structurele interafhankelijkheid: praktisch onontkoombare relaties en lotsverbondenheid. Eloïse, Edward en Elvire, een voorbeeld: jullie klastitularis in de school (later jullie baas op het werk), jullie medeleerlingen in de klas (later jullie collega’s in jullie team) zijn niet zo gemakkelijk uitwisselbaar als, pakweg, jullie bakker. In die gevallen zijn we op zeer nabije een voelbare manier lotsverbonden en nemen we deel aan een relatie die onvermijdbaar is.

Structurele interafhankelijkheid impliceert een hiërarchie die regelt wie wat kan bepalen en welke hierbij geldende regels en afspraken zijn. Structurele afhankelijkheid vindt men eigenlijk ook terug in elk goed draaiend gezin.

Interafhankelijkheid vs. eigenbelang

Ietwat haaks op interafhankelijkheid staat het eigenbelang. Elke mens streeft ernaar z’n eigen droom, zijn waarden, kortweg haar of zijn levensparadigma te realiseren. Eigenbelang staat hier dus niet voor egoïsme of egocentrisme maar bedoelt hier het handelen volgens de eigen mindset, waarvoor ik ook het begrip paradigma gebruik. Die eigen mindset omvat de waarden, overtuigingen, vooronderstellingen waar mensen zich op baseert en waardoor men het waard vindt te leven. Wat het levensdoel ook moge zijn, wat men doet om het te bereiken streeft het eigenbelang na. Klein voorbeeld: ik wens m’n gecreëerde zelf op te krikken in de richting van m’n Originele Zelf en een van de middelen is het schrijven van deze columns ten behoeve van jullie, Eloïse, Edward en Elvire. Ik doe dit dus (ook) uit eigenbelang.

Er zijn twee manieren om eigenbelang na te streven: ofwel gaan we de andere beconcurreren ofwel gaan we er mee samenwerken.

Het spreekt van zelf dat ik – omdat ik Creatieve wisselwerking van binnenuit beleef – er voor gekozen heb om m’n eigenbelang te realiseren door samenwerking. Daarbij zijn belang en macht inclusief. Ik wens bijvoorbeeld gelukkig te worden door er alles aan te doen opdat jullie wendbaar en weerbaar blijven. Onze samenwerking leidt tot een versterking van macht en belang en niet tot het verliezen ervan. Hoe meer ik win aan belang, hoe meer jullie winnen en omgekeerd. Een echte ‘win-win’ dus! In deze optiek zijn belangen en macht inclusief en versterken ze elkaar.  Onze sociale omgeving steunt op het realiseren van het eigenbelang door samenwerking en vrijwillige interafhankelijkheid. Het is een niet-hiërarchisch omgeving waar er (minstens) vier partijen zijn: Eloïse, Edward, Elvire en Opa. Onze relatie is niet-hiërarchisch want een (h)echte gelijkwaardige partnerrelatie. Wij zijn inderdaad ‘partners in crime’. De ‘crime’ is hier: wendbaar en weerbaar blijven. Het centraal proces dat wij hiertoe beleven is het creatief wisselwerkingsproces. Het is een proces van geven en nemen met het oog op een goede samenwerking met een gemeenschappelijk doel voor ogen: wendbaar en weerbaar blijven. 

Interafhankelijkheid en diversiteit

De dynamieken in een netwerk zijn heel bijzonder en complex. Netwerk-partners hebben niet altijd veel gemeenschappelijk en toch zijn ze professioneel verbonden met een gemeenschappelijk doel voor ogen. Meestal onderschatten ze hun onderlinge verschillen en het effect van hun interafhankelijkheid. Het gebruik van metaforen is kenmerkend voor netwerkgroepen. Ze verwachten van elkaar dat ze aan hetzelfde zeel trekken en dat hun neuzen in dezelfde richting staan. Het nadeel van deze metaforen is dat de netwerkpartners nogal vaak hun verschillen (diversiteit en de effecten op hun interafhankelijkheid) negeren waardoor de ‘waarheid’ simpel lijkt. Edoch, die realiteit is verre van simpel. De diversiteit tussen de partners zorgt er voor dat elkeen een uniek en verschillende mindset heeft. Elkeen kijkt vanuit die eigen invalshoek naar de cruciale vraag. Ze formuleren elk vanuit hun eigen perspectief een antwoord op die vraag. Daarbij zien ze soms hun interafhankelijkheid over het hoofd. En juist hier is een Cruciale dialoog tussen de partners broodnodig; om die interafhankelijkheid uit te zuiveren en er voor te zorgen dat de diversiteit werkelijk een bron wordt van creativiteit. 

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie ondertussen wel weten, gebruik ik als model voor Creatieve wisselwerking (en Cruciale dialoog) het lemniscaat, dat ik ook wel eens de liggende (kr)acht noem. Het lemniscaat staat voor het oneindige; geen begin en geen einde. Net als ons brein. Eeuwig bewegen, interafhankelijkheid en alles met elkaar verbonden.  Met de flow mee bewegen, zoeken naar evenwicht.  Tegenstellingen transformeren tot samenstellingen en veranderingen zien als een constante voortdurende dialoog.  Flexibel denken, de weg van het midden zoeken en extremen (en dus polarisatie) vermijden. Alles draait rond het middelpunt; de kernvraag die nu aan de orde is. Interdepentie gaat over het beste dat de diversiteit van het team het hele creatieve proces aanbiedt. Gedreven door interafhankelijkheid op weg naar efficiëntere resultaten, volgt het proces het ritme van het creatieve probleemoplossing, waarbij wordt gewaarborgd dat doelstellingen en kennis vanaf het begin met iedereen gedeeld en gecoördineerd worden.

In een samenwerkingsverband zijn de elementen divers en interafhankelijk! Dit leidt veelal tot natuurlijke spanningen die kunnen leiden tot conflicten. Dit zijn tekenen van zowel diversiteit als van groei binnen een team. Creatieve wisselwerking zorgt ervoor dat die conflicten hefbomen zijn voor verbinding, verrijking, verbetering en transformatie. Daartoe zijn beide elementen nodig – diversiteit en interafhankelijkheid – en een transformatieproces: Creatieve wisselwerking. Daarbij is de lotusbloem een krachtig metafoor: de prachtige bloem en de stinkende modder zijn interafhankelijk. Het is onmogelijk de ene te hebben zonder de ander. Conflict en Transformatie zijn zo aan elkaar geklonken. Eens te meer is het een ‘een en ander’ verhaal en geen ‘een of ander’ verhaal. Zo is geluk en lijden in wezen ook interafhankelijk, zoals Henry Nelson Wieman mij leerde[ix]. Het een kan niet zonder het ander, als twee zijden van eenzelfde muntstuk. 

Maar om werkelijk de lotus in de modder te zien, de vreugde in het lijden, moet je heel scherp kunnen kijken. Dit is een non-dualistische zienswijze – de eenheid in alle verschijningsvormen zien. Dit hebben we eerder het helder bewustzijn of awareness genoemd.

Hoe nu interafhankelijkheid omarmen?

Eloïse, Edward en Elvire, daartoe dienen jullie helder in te zien dat men anderen nodig heeft om gelukkig te worden. Dit doen jullie met eens na te gaan met wie jullie verbonden zijn en welke de kwaliteit is van deze ‘verbindingen’. Met andere woorden, hoe positief is elke connectie met anderen? 

Praktisch kunnen jullie een lijst maken van de personen waarmee jullie verbonden zijn. Uiteraard beginnen jullie de lijst met de namen van jullie familie leden: ouders, broer en zussen, neven en nichten, grootouders, … Die lijst breiden jullie uit met de namen van andere mensen: jullie vrienden en vriendinnen. Dit is niet zo moeilijk, want die kennen jullie per definitie (anders zouden het geen vrienden en vriendinnen zijn). Iets moeilijker zijn de namen van de nog verder van jullie afstaande verzameling. Dit zijn personen waarmee jullie een soms tijdelijke band hebben. Leraressen, leraren, klasgenoten, leiders en leden van jullie Chiro en sport teams en dito van jullie hobby verenigingen (dictie, toneel en dans).

Dan stellen jullie zich een cruciale vraag: “Hebben jullie die personen nodig om jullie doelen te bereiken?” Om die vraag te beantwoorden dienen jullie uiteraard ook jullie doelen goed kennen.

Dit alles is misschien nog steeds te theoretisch, dus laat ik één voorbeeld nemen en dat volledig uitwerken. Jullie en ik zijn met elkaar verbonden, dat is duidelijk want ik ben jullie grootvader. Wat zijn onze doelen van deze verbondenheid? Een ervan is het begrip ‘geluk’. Ik kan uiteraard het best vanuit mijn standpunt (denkkader, mindset) dit praktisch voorbeeld verder uitwerken.

Inderdaad ik wens dat jullie zo gelukkig mogelijk worden. Waarom? Simpelweg omdat dit mij gelukkig maakt? Dit is niet, zoals men zou kunnen denken een egoïstische reflex. Het heeft wel met eigenbelang, waar ik het eerder over had, te maken. Simpelweg gesteld: wanneer jullie gelukkig zijn dan ben ik het ook. Hoe komt dit? Wel heel eenvoudig, door de kwaliteit van de band die ik met elk van jullie heb. Deze is zeer positief. Het opmerkelijke aan dit gegeven is dat wat jullie voelen getransfereerd wordt, via de positieve connectie die ik met jullie heb, naar mij toe. Daardoor ‘voel’ ik wat jullie ‘voelen’. Praktisch:

  • Stel, er overkomt jullie iets positiefs. Deze plus transfereert naar mij en wat voel ik? Dit is als bij wiskunde: plus maal plus is plus! Voor alle duidelijkheid de volledige uitleg: het positieve wat jullie overkomt, komt naar mij toe over onze positieve band en daardoor is dat voor mij iets positiefs dat mij ‘overkomt’.  
  • Stel, er overkomt jullie iets negatiefs. Deze min transfereert naar mij toe en wat voel ik? Terug, zoals bij wiskunde: min maal plus is min! Er overkomt mij ook iets negatiefs! 

Opmerkelijk is dat de kwaliteit van de band die we met elkaar hebben, kan fungeren als een versterker. Een reëel voorbeeld om jullie dat duidelijk te maken: 

Ik had een sterke positieve band met m’n moeder Donatine, die jullie nooit gekend hebben, maar die wel voor een stuk voortleeft in jullie moeder Daphne. Op 15 augustus 1987 ging ik samen met Bonnie haar een bezoekje brengen. Donatine hield ervan dat haar kinderen op een hoogdag eens langs kwamen. Die dag had ze het over de moeder van haar schoonzus, Simonne, die overigens nog steeds in Bonheiden, niet ver van jullie, woont. Die moeder, die nog steeds in Maldegem woonde, was een paar dagen voordien schielijk overleden en m’n eigen moeke Donatine zou naar de begrafenis gaan. Dit een van de dagen die volgden op de (Antwerpse) Moederdag van dat jaar. Moeke Donatine had het ook over de kwaliteit van die dood en dat ze daar ook wel zou voor kiezen indien ze het voor het zeggen had. “Niet dat ik nu al wil sterven, maar zeg eens zelf Johan ik heb een mooi leven gehad en het zou voor mij niet al te erg zijn.” Ze voegde er nog aan toe: ”En dan zie ik vake Richard eindelijk terug.” Exact drie dagen nadien kreeg ik een telefoon: m’n moeder was schielijk overleden in Maldegem. Donatine Rieberghe had, op weg naar de begrafenis van de moeder van haar schoonzus, een fatale hartaderbreuk en overleed ter plaatse. 

Wel Eloïse, Edward en Elvire, een vraagje: “Hoe voelde ik mij?” Volgens m’n moeder was sterven geen groot verlies, geen grote min. Hoe raakte dit ‘kleine’ verlies mij? Inderdaad, als een ‘immens’ verlies! Met andere woorden: kleine min maal grote plus maakt grote min.

Dus besef heel goed dat je anderen nodig hebt en dat je best een heel goede band met die anderen hebt. Inderdaad, die versterkt het verlies. Maar vergeet niet, die positieve connectie versterkt ook de vreugde. En vergeet nooit het spreekwoord: “Gedeelde smart is halve smart en gedeelde vreugd, dubbele vreugd!”

Door interafhankelijkheid te omarmen creëert men een positieve band met z’n omgeving. En hoe doe je dat nu effectief? Het antwoord is simpel: door zo veel mogelijk Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven. Het antwoord mag dan wel eenvoudig zijn, dit antwoord dagdagelijks werkelijkheid maken, is een ander paar mouwen (zoals we reeds gezien hebben). Door dit te doen blijft men wendbaar en weerbaar, ook al omdat men er niet alleen voor staat, want men is interafhankelijk verbonden met mensen rondom zich, die een doel gezamenlijk doel hebben.  Mensen die gezamenlijk de richting vastleggen, die gedeelde meningen vormen rond reële vraagstukken die ertoe doen, die gezamenlijk creatieve oplossingen verzinnen, beslissen welke ervan ze zullen uitvoeren en gedurende de uitvoering ervan interafhankelijk blijven, waardoor die oplossingen met succes worden uitgevoerd. Nogmaals wordt hierdoor duidelijk dat de vier karakteristieken van Creatieve wisselwerking onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

Eloïse, Edward en Elvire, in de vier volgende delen behandel ik de vier vaardigheden van deze vierde karakteristiek: Continu Transformeren:

  • HOE BLIJVEND HERHALEN & EVALUEREN VAN ACTIE? (Deel XXXII) 
  • HOE CORRECT FEEDBACK GEVEN & KRIJGEN? (Deel XXXIII)
  • HOE DE KOERS DURVEN WIJZIGEN? (Deel XXXIV)
  • HOE WERKELIJK BEWUST ZIJN VAN HET PROCES? (Deel XXXV)

[i] Samuel F.S. Pardini. Bruce Zirilli: The Italian Sides of Bruce Springsteen. Italian Americana Vol 28, No. 1 (Winter 2010). Bladzijden 36-50, Bladzijde 42.

[ii] Stephen R. Covey.The seven habits of highly effective people. New York, NY: Fireside, 1990.

[iii] https://www.profitadvisors.com/seven_habits.shtml

[iv] Stephen R. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact. (70e druk) 2014. Bladzijde 37.

[v] Karl E. Weick. The Social Psychology of Organizing. Reading, MA: Addison-Wesley. 1979.

[vi] René Bouwen & Tharsi Taillieu. Multi-party collaboration as social learning for interdependence: Developing relational knowing for sustainable natural resource management. Journal of Community & Applied Social Psychology, 14, 2004. Bladzijden 137-153.

[vii] Stephen R. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Op. cit. Bladzijden: 181-259.

[viii] Daryl Connor. Managing at the speed of Change. How resilient managers succeed and prosper where others fail. New York, NY: Villard Books, 1992. Bladzijden 190-191.

[ix] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958. Chapter 3: Living Richly with Dark Realities.