Tagarchief: Edwards W. Deming

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVI

HOE CREATIEVE WISSELWERKING BLIJVEND BELEVEN (WATCH)?

Springsteen’s self-definition process has been characterized by the use of the critical and cultural instruments, he has drawn from  his historical and literary readings, but above all, from his knowledge of the culture of the American popular classes, particularly of their musical and poetic forms.

By using and elaborating continually the most different forms and genres of American popular song, both black and white, such as rhythm & blues, soul music, country music, and folk music, Springsteen has ended by mastering these expression means better and better, and by carrying out works in which the choice of one or more music genres is never arbitrary, but historical motivated, that is, determined by his knowledge of the historical, social and cultural context in which those genres originated and by his willingness to use always a music form which can suit perfectly his song’s personal or socio-political contents[i].

Eloïse, Edward en Elvire, met vorige column waren we aan het eind gekomen van het diepgaand beschrijven van Creatieve wisselwerking met z’n vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. Meermaals heb ik erop gedrukt dat de lineaire voorstelling eigenlijk een niet correcte voorstelling is van het chaotisch creatief wisselwerkingsproces. Inderdaad ben ik nog niet in staat om het chaotische basis leer- en veranderingsproces anders voor te stellen dan op de simplistische, lineaire manier die ik gebruikte. 

Ook weten jullie dat het vlindermodel, met dezelfde vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden, enkel maar een model is en niet die chaotische werkelijkheid. De Britse statisticus George E.P. Box is onder meer bekend geworden door volgende uitspraak: “Essentially, all models are wrong, but some are useful.[ii]” Deze quote heeft twee delen. 

Het eerste deel stelt dat alle modellen verkeerd zijn. Dat komt omdat alle modellen een vereenvoudiging zijn van de complexe realiteit. Sommige modellen zitten er maar een klein beetje naast. Die vindt men vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Dus ook de relativiteitstheorie van Einstein is niet volledig correct, maar de fouten in z’n model zijn tot nu toe minimaal gebleken. Andere modellen zitten er heel wat naast. Die vindt men meestal in de ‘zachte’ wetenschappen, zoals het vereenvoudigd communicatiemodel met een zender, een boodschap, een medium, een effect, een ontvanger en ‘ruis’. 

Het tweede deel: “Maar sommige zijn bruikbaar” geeft aan de vereenvoudiging van de werkelijkheid wel degelijk nuttig kan zijn. Modellen kunnen ons helpen om de complexe wereld en al z’n componenten te verklaren, voorspellen en te begrijpen. Een bepaald type van een model is het grondplan van een streek of stad. Een goede kaart is zeer bruikbaar. Men moet zich wel in de stad bevinden van de kaart. Een kaart van Brussel is inderdaad weinig zinvol om de weg in Antwerpen te vinden.

Modellen zijn nodig want wanneer we enkel ruwe data van de werkelijkheid hebben, dan is die set meestal te complex om te begrijpen. We zijn dan verplicht om te vereenvoudigen teneinde enig inzicht in de werkelijkheid te bekomen. 

Een bijkomend voordeel van een goed model is dat het leeft en je dingen leert ook lang nadat het model werd uitgedacht. Dit heb ik, Eloïse, Edward en Elvire, aan den lijve ondervonden met de twee modellen die ik in m’n professionele levens heb ontwikkeld. Beide modellen, het zeeftorenmodel en het vlindermodel, hebben mij heel wat nieuwe inzichten gegeven en dit tot lang na de ontwikkeling ervan. Wat het zeeftorenmodel betreft: dit was een ‘verbetering’ van het oorzaken en gevolg model van m’n tweede professionele vader Frank E. Bird Jr., dat op z’n beurt een verbetering was van het model van W. Heinrich. Door mijn model, dat het begrip ‘risico’ omvat (wat niet het geval is met het model van Frank), heb ik heel wat inzichten verworven, in de complexe wereld van oorzaak en gevolg. Inzichten die ik zonder het hanteren van mijn model nooit verworven zou hebben. Wat het vlindermodel betreft: het moge duidelijk zijn dat ik door het gebruik ervan nu nog elke dag leer. Want leren start met het bekomen van nieuwe inzichten!

Inleiding

Creatieve wisselwerking werkt 

voor diegenen die eraan werken. 

Johan Roels 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer jullie de vorige columns in relatief korte tijd hebben doorgenomen, dan denk ik dat jullie hoofd nu duizelt. Daarom heb ik jullie dit steeds afgeraden. Deze columns dienen namelijk in homeopathische dosissen tot zich genomen te worden. Dit was en is nog steeds mijn standpunt. Want het is sterk spul. Zelfs indien jullie mijn raad zouden hebben opgevolgd, en daardoor heel wat later dan nu, de totale set van deze columns zouden hebben gelezen, zou het mij helemaal niet verbazen dat jullie zich dan zullen afvragen: “Hoe kan ik dit alles effectief gebruiken?” Hoe zet men dit alles – vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden – in hemelsnaam daadwerkelijk in? Niets is zo complex als Creatieve wisselwerking. Die kennis dan ook nog eens inzetten bij iets zo onvoorspelbaar en grillig als Cruciale Dialogen, dat lijkt niet alleen, het is ook, niet van de poes! 

Wat jullie tot nu toe hebben gelezen, betreft de kennis: wat jullie dienen te weten, met betrekking tot Creatieve wisselwerking. Niet alleen de kennis met betrekking tot het model en zijn kerncompetenties, maar ook kennis met betrekking tot de basiscondities en vaardigheden. Deze column heeft als doel jullie te helpen bij het gebruiken en het jullie eigen maken van de vaardigheden van Creatieve wisselwerking, waardoor, zoals we hebben gezien, ook de basiscondities meer werkelijkheid worden. 

Vaardigheden hebben te maken met het “kunnen doen”, in feite het vermogen om kennis werkelijk toe te passen en dus – in deze context – gebruik te maken van de know-how met als doel, bijvoorbeeld, Cruciale Dialogenvlekkeloos te laten verlopen en daardoor problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. 

Jullie kerncompetenties beschrijven welk soort persoon jullie zijn. Dit laatste omvat onder meer jullie intrinsieke waardekernwaardenkernkwaliteitendoel, positieve intentie en persoonlijk engagement

Competentie op gebied van Cruciale dialogen heeft te maken met het vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke capaciteiten en attitudes te gebruiken in alle gesprekssituaties, en dit voor zowel jullie professionele als voor jullie persoonlijke ontwikkeling. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zijn wellicht, mede door het lezen van deze columns, en voornamelijk door zelfreflectie, heel wat bewuster geworden. Wat sommige vaardigheden betreft zijn jullie, van niveau 1 – onbewust incompetent – naar niveau 2 – bewust incompetent – opgeklommen. Jullie zijn er zich met andere woorden bewust van dat jullie bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In dat geval dienen jullie de reis van niveau 2 – bewust incompetent – naar niveau 3 – bewust competent – aan te vatten. Niveau 3 is het niveau waar men zich de nieuwe vaardigheden toe-eigent. Let wel, het is heel goed mogelijk dat jullie zich, wat sommige van de zestien vaardigheden betreft, reeds op niveau 3 of zelfs niveau 4 bevinden. Door het bewust gebruiken van de vaardigheden komt men inderdaad uiteindelijk op niveau 4 terecht: de vaardigheden zijn dan een gewoonte geworden, hun gebruik een automatisme. Het hangt dus echt van persoon tot persoon af welke van de zestien vaardigheden zich op respectievelijk niveau 1, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 bevinden. Wij hebben ervoor gekozen om in deze columns geen handige persoonlijke praktijkoefeningen betreffende de zestien vaardigheden op te nemen. Niet elkeen heeft namelijk praktijkoefeningen voor alle zestien vaardigheden nodig. Onze belofte naar jullie toe is dat jullie een of meerdere praktijkoefeningen, met betrekking tot de vaardigheden waaraan jullie willen werken, in m’n archief met de zestien mappen kunnen vinden, ook wanneer ik er niet meer zal zijn. Vraag die mappen maar aan Bonnie of, nog later, aan jullie mama Daphne. 

Eloïse, Edward en Elvire, dit is jullie eerste werk: nagaan hoe ver jullie nu al staan in het beleven van Creatieve wisselwerking. Het tweede is: beslissen waar jullie aan willen werken. Met andere woorden, aan welke van de vaardigheden willen jullie sleutelen teneinde deze op een hoger niveau te tillen. Vervolgens vragen jullie – indien jullie dat wensen – mij (of Bonnie of jullie mama Daphne) om ondersteuning in de vorm van praktijkoefeningen. Het inoefenen moet jullie uiteraard zelf doen. Oefenen, oefenen, oefenen, totdat de vaardigheid een goede gewoonte geworden is. Dat is de boodschap!

In het eerste deel van deze column beschrijf ik de strategie die ik zelf heb toegepast om beter te worden in het voeren van Cruciale dialogen en mijn vaardigheden daartoe op een hoger peil te krikken. Vervolgens stel ik een hulpmiddel voor dat de volledige methodiek op een unieke manier visualiseert. Tot slotte wordt er op een en ander dieper ingegaan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ kunnen jullie ook een deel vinden dat het gebruik van de Cruciale Dialogenmethodiek behandelt in de context van een team en de betekenis van Creatieve wisselwerking voor Leiderschap[iii].

Twee hefbomen 

Give me a lever long enough and a fulcrum on which to place it, 

and I shall move the world. 

Archimedes 

De hefbomen van de Cruciale Dialoogmethodiek – de vaardigheden – zijn lang genoeg, maar ben jij – Eloïse, Edward of Elvire – wel het steunpunt dat nodig is om je wereld te veranderen, om je zelf te transformeren? De strategie die ik heb toegepast (en nog toepas, want ik ben er nog niet helemaal of … helemaal niet, wie zal het zeggen?) maakt gebruik van twee bijkomende stevige hefbomen. En vergeet niet, teneinde zichzelf te veranderen heeft men een steunpunt nodig en het uitzonderlijke hier is dat men dat zelf dient te zijn. Slechts één persoon kan jou veranderen en dat ben jij! 

Leren observeren 

Indien men zich echt de dialoogvaardigheden wil eigen maken, begint men zichzelf én de ander(en) te observeren met als doel om, door het observeren, te achterhalen of we ons nu in de dialoog of buiten de dialoog bevinden. Dit soort observeren heeft uiteraard alles te maken met het rees besproken procesbewustzijn (Deel XXXV). Eerder dan je krampachtig de vaardigheden en strategieën van het Cruciale Dialoogmodel te trachten te herinneren, vraag men zich af of men zich wel in een heuse dialoog bevindt en, indien niet, welke van de twee volgende strategieën van kracht zijn: ‘vermijden’ of ‘geweld’. Wanneer men merkt dat men zich ofwel in het gebied van het vermijden of in dat van de aanval bevindt, weet dan dat dit verre van aan te raden is en dat het de hoogste tijd is om terug in een echte dialoog te stappen. 

Herkennen dat men ofwel het speelveld van de dialoog verlaat en zich gaat verschansen ofwel gaat aanvallen en dit ook erkennen en verwoorden is een belangrijke stap in het dialoogproces. Men moet dus, wanneer dit het geval is, durven stellen: “Ik heb de indruk dat we het heilzaam pad van de dialoog aan het verlaten zijn”. Dit zo vlug mogelijk doen, zorgt ervoor dat de schade gering is. Men kan als het ware op zijn stappen terugkeren en binnen de dialoog blijven. 

Angst of woede bannen 

Dialoog is, zoals we hebben gezien, de meningen de vrije loop laten; anders gesteld, zeggen wat men te zeggen heeft. De meest geduchte rem op deze vrije meningsuiting is angst of woede. Wanneer men angstig is, of woedend, dan zegt men niet wat men te zeggen heeft, althans niet op een correcte manier. 

Angst bant men door open te staan voor de mening van de ander en dit ook met woord en daad te tonen. Echt interesse hebben voor wat de ander zegt en niet in verdediging gaan of vluchten, creëert veiligheid: veiligheid voor de ander opdat zij of hij zou kunnen zeggen wat zij of hij te zeggen heeft. Een veilig gevoel vermindert de angst of de woede. Een veilig gevoel geeft ook innerlijke zekerheid. 

Dit doet men door, wanneer men ziet dat de ander gekwetst is, te stellen dat dit niet de bedoeling was en, zo nodig, door zich te verontschuldigen. Empathie is ook hier nodig. Zich kunnen inleven in de angst of woede van de ander is een pluspunt. Vraag desnoods een ‘time out’ aan om de gemoederen wat te bedaren. Ga steeds terug naar de feiten. Ontzenuw de veronderstellingen en interpretaties. Zeg wat men wel bedoelde (de feiten – die blijkbaar niet duidelijk genoeg overkwamen) en zeg wat men niet bedoelde (meestal de interpretatie van de ander). Zet het contrast, het verschil, goed in de verf. 

Herinner elkaar ook aan het gemeenschappelijke doel. Dit doel heeft te maken met synergie en niet met een compromis en zeker niet met ‘His Master’s Voice’-oplossingen. Hierbij heiligt het doel niet de middelen, want het is een gemeenschappelijk doel. Het realiseren van het gemeenschappelijke doel is een engagement van de gesprekspartners. Durf hen dan ook aan dit engagement herinneren. Wanneer de ander vlucht in ontwijking of eerder woedend aanvalt, weet men dat de ander zich onzeker voelt. Door aan te tonen dat men eerlijk het gemeenschappelijke doel wil bereiken, zorgt men voor de zo broodnodige veiligheid. Durf te stellen: “Het is hier niet de bedoeling dat een van de partijen zijn wil opdringt. Ik engageer mij om in deze dialoog te blijven totdat we een oplossing gevonden hebben die ons beiden bevredigt.” 

Het horloge (WATCH) 

Hiermee heb ik beide hefbomen besproken die de basis vormen van een solide dialoog. Laat ik als bijkomend hulpmiddel een beeld voorstellen dat mogelijk maakt om tijdens de Cruciale Dialoog de verschillende onderdelen van de methodiek en de bedreigingen voor het goede verloop ervan, voor ogen te houden. Dit beeld is het analoge horloge of in het Engels “The Watch’. Denk hierbij heel specifiek aan een polshorloge. Ik heb voor dit beeld gekozen omdat de horloges gelijkzetten, het met elkaar eens worden betekent. Cruciale Dialogen hebben daar veel mee te maken. Men wordt het er tijdens Cruciale Dialogen niet alleen met elkaar over eens wat het probleem is en wat de oorzaken ervan zijn, men vindt ook gezamenlijk antwoorden op de cruciale vraag die het probleem inhoudt. 

De wijzers van het horloge vormen het vlindermodel en dat bevindt zich uiteraard op de horlogeplaat van het uurwerk. Het Cruciale dialogen-uurwerk geeft kwart voor negen aan. Het vlindermodel ligt dus horizontaal, het is tenslotte een ‘liggende 8’. In ons beeld bevat de wijzerplaat van het horloge de fasen, basiscondities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking. Het zijn de elementen die – indien ze enerzijds aanwezig zijn (de basiscondities) en anderzijds optimaal ingezet worden (de vaardigheden) – de beleving van Creatieve wisselwerking vloeiend en succesvol doen verlopen. In wat volgt zal ik het voornamelijk over een toepassing van Creatieve wisselwerking, de Cruciale dialoog, hebben Deze kerncompetenties zorgen ervoor dat wij in dialoog blijven. Wanneer de dialoog een Cruciale dialoog wordt, dienen deze competenties wel heel solide te zijn om binnen de wijzerplaat te blijven. 

Zoals de Cruciale dialoog omringd is door de harde realiteit, is de horlogeplaat gevat in haar horlogekast. Op die horlogekast van ons beeld bevinden zich de zes gedragingen die een reëel gevaar zijn voor het goede verloop van de Cruciale dialoog. Deze gedragingen hebben te maken met ‘ontwijken’ en met ‘geweld’, dus met angst en woede. Ze zijn uitingen van de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel binnen de ander of binnen onszelf. Wanneer men deze gedragingen onderkent (ziet, vandaar ‘watch’), dan weet men dat men te maken heeft met angst of woede, met de Vicieuze Cirkel

Men dient deze gedragingen niet alleen te herkennen, men dient ook te erkennen dat men aan de grondslag ervan – angst of woede – iets moet doen. Daartoe dient men uit de inhoud van de dialoog (de horlogeplaat) te stappen (van ‘plaat’ naar ‘kast’) en die gedragingen te benoemen en te ontzenuwen (op de horlogekast). Zodra men de angst of woede uit de dialoog heeft gebannen, kan men terugkeren naar de inhoud van het gesprek. Men stapt terug in de dialoog (van ‘kast’ naar ‘plaat’). Het komt er niet op aan de argumentatie af te zwakken of ervan af te stappen. Het komt erop aan veiligheid te creëren en dus angst en woede te verdrijven (cf. Drive Fear Out[iv]). Men dient dit snel te doen, want hoe verder men wegdrijft van een gezonde Cruciale dialoog in de richting van vermijding of geweld, hoe moeilijker het wordt die te ontzenuwen en hoe groter de kosten. 

Laten we nu ook de acteurs aan het beeld toevoegen. Je vindt jezelf en de ander rond het Cruciale Dialoogmodel op de horlogeplaat van ons beeld. Het model heeft vier bogen: twee links en twee rechts van het midden. Dit midden (waar ook het probleem of de hamvraag zijn plaats vindt) kunnen we ook zien als ‘het reservoir van de gedeelde mening’ Het linker gedeelte van de ‘liggende acht’ zorgt voor het inzicht, het rechtergedeelte voor het maken en uitvoeren van een keuze (actie): 

Men ziet dat de vier fasen verbonden zijn met dit midden: het reservoir van gedeelde mening. Men is met de ander in dialoog waardoor men met elkaar echt verbonden blijft. Als men echt verbonden is, zorgen de gegevens, door het waarderend begrijpen ervan, voor inzicht en uiteindelijk voor een gedeelde mening. Die gedeelde mening is dan op haar beurt de voedingsbodem voor het bedenken (‘imaginatie’) van idee en oplossingen, keuze van een paar van die oplossingen en actie, kortom voor innovatie. 

Het procesbewustzijn (i.e. het observeren en begrijpen van het dialoogproces) zorgt ervoor dat we blijvend uit onze doppen kijken (we ‘watch out’ continously) en dus zien wanneer één van de vier boogstukken van het model loskomt en plots naar boven of naar beneden doorschiet. De dialoog verlaat het veiligheidsgebied en wordt vergiftigd door ontwijken of geweld. Angst of woede zijn de Cruciale dialoog binnengeslopen. Wanneer dit gebeurt, begint men nefaste spelletjes te spelen. Indien men ziet dat men afdrijft naar het vermijden van echte dialoog of toevlucht neemt tot geweld, dan dient men zich vliegensvlug opnieuw te verbinden met haar of zijn originele waarde, met haar of zijn kernwaarden en kernkwaliteiten, positieve intentie en engagement om van daaruit te handelen. Nadien dient men terug te keren naar een echte dialoog. 

Sophie’s Choice 

Men komt terug tot die dialoog door zich te focussen op wat men werkelijk wil en daarbij vermijdt men zich te laten meesleuren in het zogenaamde ‘Sophie’s Keuze-spel’. Dit ‘spel’ is nefast voor de gezonde dialoog. Het laat je geloven dat je moeten kiezen tussen twee kwalijke alternatieven. De naam van het spel komt van het prangende ‘Sophie’s Choice’-verhaal[v]. Dit is het schrijnend verhaal van een jonge vrouw in Auschwitz, die voor een verscheurende keuze wordt geplaatst. Ze dient zelf te beslissen welke van haar twee kinderen zal omgebracht worden. Indien ze niet beslist, worden beide kinderen gedood. 

Wat deze ‘Sophie’s Keuzes’ in dialoogcontext kenmerken, is dat men het voorstelt alsof men moet kiezen tussen twee kwalen: de cholera of de pest. Bijvoorbeeld, men laat ofwel blijken dat men het grondig oneens is met z’n baas, met het risico daarvoor gestraft te worden (de boodschapper van het slechte nieuws wordt in het bedrijf nogal eens vereenzelvigd met het slechte nieuws), of men slikt haar of zijn woorden in – en zodoende weigert men het reservoir van gedeelde mening met ideeën te voeden – waardoor men wel haar of zijn baan houdt. Dit komt neer op een ‘het één of het ander’-denkpatroon van het ergste soort. Indien men een ‘Sophie’s Keuze’ voorstelt, laat men het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid, was. Men doet het voorkomen alsof men de boodschap niet eerlijk én respectvol kon brengen. Men laat uitschijnen dat het onmogelijk is een specifieke afwijkende mening op een veilige manier te verwoorden. Diegenen die een ‘Sophie’s Keuze’ te berde brengen, stellen dat ze geen derde gezonde mogelijkheid zien – wat in dit geval een eerlijke maar tragische fout is – of ze voeren deze valse tweespalt ten tonele om hun onverkwikkelijk gedrag te justifiëren. 

Een nefaste bijwerking van deze ‘Sophie’s Keuze’ is dat ze niet alleen aanzet tot ineffectieve acties, ze verhindert ook echte, waardevolle verandering. Deze keuze laat geloven dat er geen alternatief is voor het vlucht-of-vechtsyndroom en dus geen ruimte voor creatief denkwerk. ‘Sophie’s Keuzes’ zijn dus simplistische, negatgieve compromissen, die ons verhinderen om creatief in dialoog te blijven en die onze domme spelletjes verrechtvaardigen. 

Op zoek naar het ongrijpbare ‘En’ 

De besten in het voeren van Cruciale dialogen weigeren ‘Sophie’s keuzes’ en dit door bewust naar nieuwe oplossingen te zoeken. Zij stellen zich moeilijke vragen. Ze vervangen ‘het één of het ander’-denken door een zoektocht naar het, oh zo belangrijke en door velen als ongrijpbaar geziene, ‘En’. Zij gebruiken de derde karakteristiek Creatief Integreren teneinde die toch te vatten. 

Daarbij gaan ze strategisch te werk als volgt: 

  1. Eerst en vooral maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) echt wil bereiken. Dus wat men wil bekomen voor zichzelf, de ander en de onderlinge relatie. Dat geeft al een aanzet om zich niet te laten vangen in het net van ‘Sophie’s Keuzes’. 
  2. Vervolgens maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) niet wil bereiken. Dit is de sleutel tot het formuleren van de ‘en’- vraag. “Wat ik niet wil voorhebben, is verplicht te worden een simplistische ‘Sophie’s Keuze’ te moeten maken!” is de uitdaging die aan de orde is. 
  3. Ten slotte legt men zich toe op het vinden van een creatieve en productieve oplossing door de twee voorgaande punten in een ‘en’-vraag te vatten: ‘Hoe kan ik ertoe komen dat wat ik wil bereiken, bereik en wat ik niet wil bereiken, vermijd?” Het antwoord op deze vraag zal heel wat creatiever zijn dan wat met ‘vluchten’ en ‘vechten’ kan bekomen worden. Men zoekt daarbij naar ‘beide en verschillend van’, dus synergetische, oplossingen. 

Kijk uit voor Angst en/of Woede 

Diegenen die de Creatieve wisselwerking onder de knie hebben, zijn zoals gesteld niet alleen volledig aanwezig in de dialoog, ze zijn zich ook ten volle bewust van het dialoogproces. Ze kijken daarbij uit naar tekenen die aantonen dat angst of woede de dialoog binnenglipt. Wanneer de ander wegdrijft van de gezonde dialoog – i.e. ophoudt met het eerlijk vullen van het reservoir van gedeelde mening – door ofwel doelbewust z’n eigen mening te verzwijgen ofwel deze op te dringen, kijkt men uit of de ander niet angstig of woedend is. 

Wanneer er geen angst of woede is, kan men in principe zowat alles zeggen. Dialoog heeft behoefte aan en drijft op vrije meningsuiting. Niets doodt die vrije meningsuiting meer dan angst of woede. Wanneer men angstig is, omdat men vreest dat de dialoog haar of zijn carrière kan schaden, dan start men met het verzwijgen of verdoezelen van feiten. Wanneer men woedend wordt, omdat men de indruk heeft dat men om een of andere reden geen gelijk kan halen, begint men aan te vallen. Beide reacties – vluchten en vechten – vinden hun oorsprong in de emoties van angst en woede. Bovendien is het zo dat, wanneer angst en woede uit de dialoog geweerd wordt, er niet alleen over om het even wat kan gepraat worden, maar dat ook er geluisterd wordt. Wanneer men niet vreest aangevallen of vernederd te zullen worden, ook wanneer men zelf niet woedend is, dan kan men zelfs naar praktisch alles luisteren zonder direct defensief te worden. 

Eloïse, Edward en Elvire, denk in dit verband eens aan jullie eigen ervaringen. Kunnen jullie zich herinneren ooit eens van iemand scherpe feedback gekregen te hebben en dat jullie op dat ogenblik toch niet defensief reageerden? Dat jullie in plaats daarvan naar die niet zo prettige feedback luisterden op een open manier? Dat jullie alles deden om die feedback werkelijk te begrijpen en erover na te denken? Dat jullie toelieten door die feedback beïnvloed te worden? Indien jullie zich zoiets kunt herinneren, stel jullie dan de cruciale leervraag: “Waarom lukte dat toen?” Hoe kwam het dat jullie die – op dat ogenblik potentieel schadelijke – feedback toch positief benaderden? Als jullie zijn zoals ik – en met mij vele anderen – dan is dat heel waarschijnlijk omdat jullie geloofden dat die ander het goed met jullie voorhad. Daardoor respecteerden jullie de mening van die ander. Met andere woorden, jullie voelde zich veilig omdat je de motieven van de ander vertrouwde én zijn bekwaamheid om een en ander in te schatten. Jullie voelden niet de behoefte zich te verdedigen om de eenvoudige reden dat jullie zich niet aangevallen voelden. Jullie veilig voelen betekent dat jullie vrij zijn van angst en woede. 

Anderzijds is het ook zo dat men, wanneer men angstig of woedend is, geen ‘negatieve’ feedback kan verdragen. Wanneer men angstig of woedend is, zullen zelfs goed bedoelde commentaren negatief worden beoordeeld. Wanneer men angstig of vijandig is, wordt men verblind. 

Wanneer men uitkijkt naar tekenen van angst en woede bemerkt men niet alleen de gevaren voor de dialoog. Men houdt ook de geest levendig. Men is aandachtig. Zoals al gesteld worden, wanneer emoties de kop opsteken, de hersenfuncties afgeremd. Niet alleen start de voorbereiding voor het vluchten of het vechten, bovendien vernauwt het perifere zicht. Wanneer men zich echt bedreigd voelt, dan zie men zelfs met moeite wat zich vlak voor de neus bevindt. Met andere woorden kijkt men, wanneer men het gevoel heeft dat de uitkomst van de dialoog wordt bedreigd, niet verder dan de neus lang is. 

Wanneer men van de inhoud van de dialoog loskomt en uitkijkt naar tekenen van angst of woede, zet men het brein volledig in en krijgt men een volledig zicht op de werkelijkheid. Adrenalineopstoten zijn alarmerende processen verbonden aan vluchten en vechten. Deze maken het onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen. Ik noem het de ‘haas-in-de-koplampen’-reactie. Dit is uiteraard een metafoor, maar die reactie bestaat werkelijk. 

“Mijn schoonvader zaliger, Lionel Onghenae, gebruikte deze reactie van een haas, wanneer die gevangen wordt door de koplampen van een auto, als jachtwapen. De feiten zijn verjaard, dus kunnen ze gerust te boek worden gesteld. Lionel heeft bij mijn weten nooit een schot gelost, toch heb ik meermaals van een overheerlijke haas mo- gen smullen, die hij ‘geschoten’ had. Zijn tactiek was de volgende. Hij woonde in de polder, in het grensgebied ten noorden van Eeklo, nabij Watervliet. Een druilerige dag in het juiste seizoen was voldoende om hem ’s avonds, wanneer het opgeklaard was, te doen besluiten op jacht te gaan. Hij reed dan met zijn wagen over de smalle polderpa- den en steevast zaten er hazen op de al gedroogde betonbaantjes in het flauwe maanschijnsel te spelen. Toen ze gevangen werden door de koplichten van Lionels wagen, verstijfden ze van angst en bleven ze stokstijf staan, totdat de auto over hen heen reed. Toen werd het voor hen aardedonker en sprongen ze op, knal tegen de onderkant van het chassis van de wagen aan. Ze bleven verdoofd liggen. Lionel stapte bedaard uit en verloste elk van hen uit zijn lijden met een juist gemikte nekslag.” 

Nogmaals, door angst of woede ingegeven beslissingen zijn meestal niet overdachte reflexen. Het angst- of woedegevoel van de ander zet deze aan je eens goed aan te pakken. Het probleem hierbij is dat dit agressieve gedrag niet steeds de diplomaat in jou aanspreekt. In plaats van de aanval te kaderen, als een teken dat veiligheid onder druk komt, neemt men de actie van de ander letterlijk als een aanval op. Dan is volgens het ‘oog om oog, tand om tand’-principe de reactie mogelijks navenant. Men is dan niet meer aandachtig met het proces bezig, men stapt bijgevolg niet uit de inhoud van het gesprek om de angst of woede te ontzenuwen. Integendeel, men wordt een deel van het probleem en men wordt meegezogen in het vluchten of vechten van de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben er mij terdege van bewust dat wat ik hier voorstel niet makkelijk is. Ik vraag jullie om de tekenen van vermijden of aanvallen te zien als tekenen van angst of woede en daarbij jullie ‘natuurlijke’ reactie, teneinde de ander van hetzelfde laken een broek te geven, af te blokken. Met andere woorden ik vraag jullie jaren van praktijk en ingesleten gedrag om te buigen in nieuw gedrag. Inderdaad, in plaats van jullie ‘normaal’ gedrag vraag ik jullie uit de inhoud van de dialoog te stappen en de angst of de woede aan te pakken. Dit is aartsmoeilijk, maar heb ik ergens in deze serie columns boek beweerd dat het correct van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking makkelijk is? 

Vormen van vluchten en vechten 

De niet zo gezonde uitingen van angst of woede zijn enerzijds vluchten (een ‘negatief stilzwijgen’, waardoor feiten niet worden vermeld) en anderzijds verbaal geweld (waardoor feiten worden opgedrongen). 

Vormen van vluchten 

De verschillende vormen van vluchten zijn: maskeren, omzeilen en terugtrekken. 

Maskeren is zijn eigen mening niet verwoorden of niet laten zien. Daartoe zijn de meest gebruikte technieken: sarcasme, (het tegendeel) verbloemen of zelfs vleien. 

De meeste vormen van omzeilen bestaan erin het gesprek compleet weg te sturen van het gevoelige onderwerp. We praten wel maar benoemen belangrijke zaken niet. 

Terugtrekken, het woord zegt het, betekent zich uit de conversatie terugtrekken. Soms zelfs letterlijk, men verlaat de ruimte waar de dialoog plaats vindt. 

Vluchten is in vele gevallen negatieve stilte. Wij willen hierbij onderstrepen dat stilte op zich héél positief kan zijn, zeker in het kader van spiritualiteit. Dus ook in de context van Business Spiritualiteit. Paul de Chauvigny de Blot spreekt in dit verband van de kracht van de stiltetaal. Ook contemplatieve ordes hebben sinds eeuwen bewezen dat stilte een meerwaarde kan zijn. Recent onderzoek van het functioneren van de hersenen heeft dit overigens aangetoond. Dit onder meer door onderzoeken binnen het Mind and Life Institute; een gezamenlijk onderzoeksprogramma van een aantal Amerikaanse universiteiten en de Dalai Lama[vi].

Vormen van vechten 

Vechten uit zich in verbaal geweld. Verbaal geweld heeft vele vormen en eigenlijk maar één doel: de ander via dit verbaal geweld te overtuigen, te controleren, over te halen om je zienswijze bij te treden. Verbaal geweld dramt bij wijze van spreken de eigen mening in het reservoir van de gedeelde mening. 

De drie meest voorkomende vormen van verbaal geweld zijn: manipuleren, bestempelen (labelen) en regelrecht aanvallen. 

Manipuleren komt in deze context overeen met de ander, al dan niet subtiel, te dwingen jouw gedachtegang over te nemen. Dit gebeurt vaak door het vragen achterwege te laten en enkel te pleiten voor het eigen gelijk. Zodoende wordt de dialoog door één partij gedomineerd, waardoor de dialoog feitelijk een monoloog wordt. Door gebruik te maken van een rits technieken waaronder: de ander onderbreken, het verdraaien van feiten, het gebruikmaken van suggestieve, directieve of zelfs manipulerende vragen, wordt de dialoog door één partij beheerst. 

Bestempelen of labelen is iemand of iemands ideeën van een kwalificatie voorzien, zodat men die in een bepaalde categorie kan stoppen. 

Aanvallen spreekt voor zichzelf. Het doel is dan minder het eigen gelijk halen, eerder de ander te kwetsen en te doen lijden. Aanvalstechnieken zijn onder meer kleineren en regelrecht bedreigen. 

Kijk naar je gedrag onder stress 

Laat ik even samenvatten: angst kan leiden tot vluchten en woede tot vechten. Samen kunnen ze de basis vormen van stress. We nemen aan dat je aandachtig blijft tijdens het gehele dialoogproces. Men neemt daarbij zowel de inhoud als het inzetten van de condities en vaardigheden onder ogenschouw. Men geeft speciale aandacht aan tekenen waardoor men kan zien of de dialoog cruciaal wordt. Om dit belangrijk ogenblik te kunnen grijpen, kijkt men voornamelijk uit naar tekenen van angst of woede. Wanneer veiligheid in het gedrang komt, heeft men oog voor de verschillende vormen van vluchten en vechten. 

Is men nu volledig gewapend? Ziet men nu alles wat er te zien is? 

If the doors of perception were cleansed,

everything would be seen as it is.

William Blake

Het antwoord op deze vragen is: nee! Het moeilijkste element om er zeker van te zijn dat men op de verschillende niveaus aandacht heeft voor het volledige proces, is het eigen gedrag! Dit gedrag situeert zich ergens op volgend continuüm: vluchten, wegdeemsteren, passief, neutraal, assertief, agressief, buitensporig gewelddadig (i.e. het ‘vluchten – vechten’ continuüm). Eerlijk gezegd, het is uiterst moeilijk om het eigen gedrag te observeren wanneer men in een Cruciale dialoog verwikkeld is. Men kan nu eenmaal niet fysiek uit het eigen lichaam stappen en zichzelf observeren. Men bevindt zich aan de verkeerde kant van de oogballen. 

De waarheid is dat de meesten onder ons het moeilijk hebben om van binnenuit hun eigen gedrag te meten en te evalueren. Het komt nogal voor dat men tijdens Cruciale dialogen zelf angstig en woedend is en daardoor zelf vlucht of vecht. Het echt bewust zijn van Creatieve wisselwerking op alle niveaus is iets waar we door indoctrinatie en socialisatie niet bijster goed in geworden zijn. 

Het gebruik van de vaardigheid procesbewustzijn is inderdaad iets van het moeilijkste wat er is, zeker het gebruik ervan op het eigen functioneren. Niet alleen dient men dan aandachtig te zijn voor het eigen gedrag, maar ook voor wat dat gedrag bij de ander teweegbrengt. Het komt erop aan duidelijk te zien welke impact dit gedrag heeft op angst of woede. Indien het doel is angst of woede uit de dialoog te bannen, dan dient men te starten bij zichzelf: ban angst of woede uit jezelf! 

Door de vaardigheid procesbewustzijn is men er zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces in zichzelf en de ander, maar ook van de werking van de Vicieuze Cirkel binnen zichzelf en de ander. Inderdaad om de draaizin van de Vicieuze Cirkel te veranderen, dient men ten volle bewust en consistent de condities en vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces te beleven.


[i] Antonella D’Amore, Bruce Springsteen’s World Citizenship. Interdisciplinary Literary Studies Vol. 9, No. 1, Glory Days: A Bruce Springsteen Celebration (Fall 2007), University Park, PA: Penn State University Press. Bladzijden 162-181

[ii] George E.P. Box & Norman R. Draper. ©. Wiley, 1987. Bladzijde 424

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 279-309

[iv] W. Edwards Deming. Out of the Crisis. Quality, Productivity and Competitive Position. Cambridge, MA: Cambridge University Press, 1982. Bladzijden 59-62, 202 en 266-268

[v] William Styron. Sophie’s Choice. New York, NY: Random House, Inc. 1979. & gelijknamige film van Alan J. Parker met Meryl Streep in de hoofdrol, 1982 

[vi] Felicity Mellor en Stephen Webster (Editors). The Silences of Science. Gaps and Pauses in the Communication of Science. New York, NY: Routledge (imprint of the Taylor and Francis Group), 2017


BLIJF WAKKER ! DEEl xxxii

HOE BLIJVEND HERHALEN EN EVALUEREN VAN EEN ACTIVITEIT?

About the recording of Bruce Springsteen’s Born To Run (1975):

“The title track took nearly six months to complete with with Springsteen and the band — bassist Garry Tallent, saxophonist Clarence Clemons and drummer Ernest “Boom” Carter — working overtime to create an anthem. 

“My shot at the title,” the singer said years later of the song. “A 24-year-old kid aiming at the ‘greatest rock ’n’ roll record ever’.” Engineer Jimmy Iovine, who went on to co-found Interscope Records and is now at Apple Music, remembers Clarence Clemons working 16 hours on the sax solo for “Jungleland” to ensure it was what Springsteen wanted.[i]

There was a lot at stake for Bruce Springsteen with his 1975 release “Born to Run” and he was relying on Iovine, his engineer, to deliver on a sweet sound. “Sony was gonna drop him. It’s not a secret,” Jimmy said of Springsteen’s must-win predicament with what would be his third studio album. 

However, even with his back up against the wall, Jimmy revealed Bruce never faltered on sticking to his vision and putting out the album he wanted to put out. “Bruce is not for sale. He’s not even for rent,” Jimmy said. “There is nothing you have that he wants.” Bruce’s dedication led to long studio sessions spanning six to seven months. 

“He had a sound in his head and couldn’t get it,” Jimmy told Howard. But Bruce (and everyone working with him) stuck at it. “I learned my work ethic from this guy. This guy’s got the greatest work ethic, the most discipline, of anyone I’ve ever met in my life,” Jimmy said[ii].

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de eerste vaardigheid van de vierde karakteristiek: Continu Transformeren: Herhalen & Evalueren.

Daarom koos ik voor bovenstaande twee anekdotes omtrent de opnames van Bruce Springsteens derde album in 1975. Het bleek later z’n grote doorbraak te zijn. En deze doorbraak was niet in het minst te wijten aan de vaardigheid die Bruce Springsteen tijdens die opnames ten toon spreidde: Herhalen en Evalueren tot het goed zat en de songs ingesleten waren.

Wat betekent Herhalen en Evalueren?

Het eerste deel van dit tweespan, Herhalen, is simpelweg het herhalen van een activiteit, zoals voorzien in het actieplan. Daarin staat, bijvoorbeeld, dat men beslist heeft zich één van de zestien vaardigheden van deze columnserie eigen te maken, opdat die vaardigheid een gewoonte zou worden. In het deel dat daarover gaat – Deel VIII – hebben we al besproken dat dit gedrag herhaald dient te worden totdat het ingesleten raakt en daardoor een gewoonte is geworden.

De kwaliteit van de uitvoering van die activiteit dient bovendien geëvalueerd te worden om uiteindelijk een vlekkeloze uitvoering te bekomen. Dit was exact wat Bruce Springsteen en Clarence Clemons gedurende negen uur deden totdat de sax solo van Jungleland perfect was. Dat ze daarbij niet in elkaars haren gevlogen zijn, is een van de mysteries van de Rock & Roll geschiedenis. Hier kunnen jullie, Eloïse, Edward en Elvire, van die legendarische solo genieten:

Evalueren is het verzamelen van gegevens over de uitvoering van een activiteit op een betrouwbare en valide wijze teneinde er een waarde aan toe te kennen en zo beslissingen te nemen met betrekking tot de uitvoering van die activiteit. 

In deze context is Evalueren dus:

  • Het beoordelen, waarderen, doorlichten, nabespreken van de uitvoering van een activiteit;
  • Het proces van ‘meten’ wat bereikt is en hoe het werd bereikt en daarbij de kwaliteit van de uitvoering vergelijken met de kwaliteit die werd vooropgesteld. 

Evalueren houdt meer in dan nagaan of de resultaten van de activiteit behaald werden. Een goede evaluatie bezorgt ook inzicht in waarom de uitvoering van die activiteit al dan niet succesvol is. Het laat ook toe om de uitvoering bij te sturen en biedt daardoor leerpunten voor de toekomst. 

Vaak wordt de evaluatie ervaren als het minst leuke onderdeel van de uitvoering van een activiteit. Het is inderdaad lastig zichzelf, steeds maar weer, een spiegel voor te houden 

Evalueren is alles, behalve een passief gebeuren. Het eindproduct is geen rapport, maar een leermoment. Een degelijke evaluatie helpt de juiste beslissingen te nemen over de werkelijke uitvoering van de activiteit. En leidt zo tot een nieuwe actie! Wat ontstaat of verandert door de evaluatie: dat is cruciaal!

De vaardigheid Herhalen en Evalueren

Herhalen betreft het blijvend uitvoeren van activiteiten. Het uitvoeringsplan uitvoeren en dus de activiteiten ervan. Niet een keer, wel herhaaldelijk. Zeker indien het een aanleren van een nieuw gedragspatroon betreft, en wij ons dit echt eigen willen maken, is herhaling van dit gedragspatroon de boodschap. Het komt erop neer de in de vorige fasen opgedane kennis in praktijk om te zetten. Deze vaardigheid is overigens ook nodig om jullie de vaardigheden, die in deze columns beschreven zijn, en die nog niet tot jullie arsenaal vaardigheden behoren, eigen te maken. Zodra we ervoor gekozen hebben ons een vaardigheid eigen te maken, wordt herhaling belangrijk. Herhalen is dus een techniek bij het toepassen van het geleerde. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer iets echt blijvend moet worden uitgevoerd, is naast actie ook evaluatie nodig. Deze dien elkaar bovendien op te volgen. Zoals de ‘Check’ op de ‘Do’ volgt in de PCDA-cyclus (of Deming wiel[iii]). In eerste instantie dienen jullie zelf voor de evaluatie, de reflectie op jullie actie, in te staan. Dit veronderstelt dat jullie, het eigen handelen observeren.

Hier komt eigenlijk ook de leercyclus van Kolb[iv] om de hoek kijken. Die cyclus geeft een beschrijving van het individuele leergedrag wanneer het om ervaringsleren gaat. Dit wil zeggen dat ervaring een bepalende rol speelt in het leerproces. Kolb onderscheidt vier fasen in het leerproces: 

  1. Concrete ervaring (door het uitvoeren, door de actie);
  2. Reflectie (bezinning over die ervaring);
  3. Abstracte conceptualisering (denken, plannen);
  4. Experimenteren met het ‘nieuwe’ plan (beslissen wat moet gedaan worden en het ook doen).

De laatste fase betreft het testen van deze abstracte concepten door het implementeren ervan in nieuwe concrete situaties. Om uit de opgedane ervaring te kunnen leren, dienen alle fasen van de leercyclus van Kolb doorlopen te worden en … dan is men klaar voor een volgende cyclus. Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben zeker al de gelijkenissen tussen de leercyclus van Kolb en het Cruciale Dialoogmodel ontdekt. Het volledige model komt dus in deze vaardigheid van het model terug. Dit geeft eens te meer duidelijk aan dat het Cruciale Dialoogmodel niet lineair is maar cyclisch. 

Een belangrijke conclusie die uit Kolbs leermodel, en dus ook uit het Cruciale Dialoogmodel, kan worden getrokken, is dat de wisselwerkingen tussen denken en doen, tussen reflectie en actief uitproberen, essentieel zijn om leren uit ervaring mogelijk te maken. Het leren voltrekt zich, zoals gesteld, cyclisch, en dit idee vind je ook in de leercyclus van de ‘System Thinkers’[v]. Mensen leren op een cyclische manier. Actie wordt afgewisseld met reflectie, activiteit met rust. Leidinggevenden dienen deze cyclus in de organisatie te internaliseren, zoals ze er ook volgens mij dienen voor te zorgen de Cruciale Dialogenmethodiek te internaliseren. Dit is noodzakelijk om effectieve veranderingen te verwezenlijken. Er dient tijd te worden ingeruimd voor reflectie en collectieve dialoog. De ‘System Thinkers’- leercyclus heeft twee versies: een voor het individu en een voor het team. 

Eloïse, Edward en Elvire, deze vaardigheid betreft een individuele vaardigheid, vandaar dat ik hier de individuele cyclus presenteer. Die ziet er als volgt uit:

Reflectie:        evaluatie door observatie van eigen denken en handelen.


Verbinden:    ideeën en actiemogelijkheden creëren en deze in nieuwe vormen gieten. Hierbij dienen ook mogelijke implicaties van die actiemogelijkheden op het bredere geheel te worden nagegaan. 

Beslissen:       bepalen welke acties effectief ondernomen zullen worden; deze worden uiteraard gekozen uit de opties die in de vorige fase tot stand kwamen; in deze fase wordt de aanpak gekozen en verfijnd; de keuze wordt bovendien verantwoord. 

Handelen:      tijdens de doe-fase wordt zoveel mogelijk geanticipeerd op de werkelijke afwikkeling; ‘Al doende leert men’ wordt hierbij werkelijk beleefd. 

Malcolm Gladwell heeft het in zijn boek ‘The Outliers’[vi] over de 10000 uur-regel. Hierin stelt hij dat uitblinkers vaak door toeval zo goed zijn geworden. Uiteraard was er sprake van talent en aanleg. Maar zeker ook van een behoorlijke portie toeval of, zo je wil, geluk. Het belangrijkste punt in dit stuk maakt Gladwell echter wanneer hij het heeft over ‘uren maken’. Op basis van diverse voorbeelden berekent hij dat men minimaal 10000 uur moet oefenen om echt heel erg goed in iets te worden. 

Een van de voorbeelden die Malcolm aanhaalt in zijn stuk in de Guardian[vii], is het verhaal van de Beatles. Zij worden in 1960, toen ze nog een obscuur schoolbandje waren, uitgenodigd om in Hamburg te spelen. Speciaal aan deze opdracht was het enorm groot aantal uur dat de groep diende te spelen. John Lennon zei later met betrekking tot hun prestaties in de Hamburgse clubs: “In Liverpool, we’d only ever done one-hour sessions, and we just used to do our best numbers, the same ones, at every one. In Hamburg we had to play for eight hours, so we really had to find a new way of playing.” 

De Beatles verbleven tussen 1960 en eind 1962 in totaal vijf periodes van een paar maand in Hamburg. Zij traden 270 nachten op in meerdere clubs (Indra, Kaiser Keller en Top Ten Club) over een tijdsspanne van iets meer dan anderhalf jaar. Op het moment van de echte start van hun succes – in Engeland eind 1962, in Zweden in 1963 en in de VS en de rest van de wereld in 1964) hadden zij ongeveer 1200 maal live opgetreden. De meeste groepen halen dit aantal zelfs niet in hun ganse carrière. 

“They were no good on stage when they went there [Hamburg] and they were very good when they came back,” vertelt Beatles biograaf Philip Norman. “They learned not only stamina, they had to learn an enormous amount of numbers — cover versions of everything you can think of, not just rock & roll, a bit of jazz, too. They weren’t disciplined on stage at all before that. But when they came back, they sounded like no one else. It was the making of the Beatles!” 

Vakmanschap is Meesterschap 

Gerard Brummer, Reklamedirecteur Grolsh 

Eloïse, Edward en Elvire, een echt bewijs van het spreekwoord: ‘Oefening baart kunst’. Het is het leren door ervaring, het inslijten van gedrag. Het is door het effectief uitvoeren van de gekozen acties dat de correctheid van de oplossing wordt ervaren. De succesformule is ook de ondertoon van dé actiefilm uit 1984 ‘The Karate Kid’. Daarin toont leermeester Mr. Miyagi zijn leerling Daniel de weg naar meesterschap met zijn toverformule: herhaling = meesterschap = succes. Dus wil men succes behalen, dan is meesterschap de sleutel. En de enige manier om meesterschap te verwerven is door herhaald oefenen: doen en blijven doen ‘over and over and over again’. 

Daarin ligt nu juist de moeilijkheid. Heel wat mensen haken af wanneer het moeilijk of langdradig wordt. Die krijgen nooit genoeg ervaring door herhaling en bereiken daardoor dus nooit het niveau van meesterschap. Hier verwijs ik graag naar Mr. Miyagi’s eerste ‘Karate les’: “Wax on, wax off!”:

Leren doet pijn en zeker het aanleren van vaardigheden. Je stuntelt, je wordt kwaad, het gaat van kwaad naar erger, …, je voelt je een grienende idioot, je maakt jezelf belachelijk… Wanneer men zich tijdens het leerproces niet onwennig voelt, zet men waarschijnlijk niet haar of zijn volle leercapaciteit in. 

Twee grote struikelblokken op de weg naar meesterschap zijn enerzijds de wens dat het makkelijk loopt en anderzijds het afhaken wanneer het herhalen te moeilijk wordt of men zich verveelt. Niet iedereen beschikt over een Mr. Miyagi, die je met keiharde liefde op het goede spoor houdt. Je beschikt enkel over een engagement ten overstaan van jezelf en de innerlijke zekerheid dat herhaling de sleutel tot blijvende verandering is. 

Wij hadden het in een vorig deel uitvoerig over onze intrinsieke waarde (Deel IV). Door in de praktijk de gevonden oplossingen en activiteiten oeverloos te herhalen bereikt men langzamerhand meesterschap en komt men dichter bij de uitzonderlijke kracht van die unieke waarde, die wij intrinsieke waarde noemen 

Eloïse, Edward en Elvire, Herhalen is een sleutelvaardigheid in de context van Creatieve wisselwerking omdat herhaling ons leren op twee niveaus uitdiept. 

Op het bewuste niveau verhoogt herhaling ons meesterschap in het gebruik van de nieuwe kennis en vaardigheden. Door verhoogd meesterschap worden de nieuwe taken vloeiender uitgevoerd, waardoor je energie spaart. Herhaling kan je zien als het smeermiddel het creatief proces, waardoor de nieuwe manier van werken langzamerhand een gewoonte wordt. Wanneer een bepaalde taak niet geïnternaliseerd wordt, omdat ze niet werd herhaald, is het de eerstvolgende keer dat men die taak moet uitvoeren, nog steeds erg lastig. Een gedeelte van de tijd wordt gespendeerd aan het terug aanleren van wat men ondertussen al vergeten is. Indien het je doel is om creatief te groeien, is meesterschap door herhaling essentieel. 

Door voldoende herhaling wordt het leren op een bewuste manier verdiept tot het internaliseren op het onbewuste niveau. Het gedrag wordt als het ware ingesleten. Het wordt een goede gewoonte. Inderdaad, herhaling van een op het eerste gezicht ongewone werkwijze zorgt ervoor dat deze meer en meer aanvaard wordt. Het oncomfortabel gevoel verdwijnt langzamerhand, zodat men de taak met een zeker gemak begint uit te voeren. Door continu herhalen wordt de uitvoering een automatisme. 

If you learn a technique and repeat it 1000 times, you are still learning. 

If you repeat it 10000 times, then you know it. 

If you want to own it, you have to repeat it 100,000 times. 

Masutatsu Oyama, Legendary Karate Master 

Cited in Ken Blanchard, Feedback is the breakfast of champions 

Eloïse, Edward en Elvire, het inslijten van een vaardigheid kan men ondersteunen met een app. Zelf gebruik ik Any.do om mij aan mijn belofte dagelijks te schaven aan deze columns te herinneren. En dit doet men totdat men de app niet meer nodig heeft. Om de eenvoudige reden dat de actie een gewoonte geworden is.

Deze vaardigheid beoogt een specifieke evaluatie

Eloïse, Edward en Elvire, Herhalen en Evalueren is jullie verre van onbekend. Jullie komen dit fenomeen tijdens het schooljaar praktisch wekelijks tegen. Bij elke toets herhalen jullie de leerstof waar de toets over gaat en de toets zelf is de evaluatie. In de literatuur wordt die evaluatie Productevaluatie genoemd, nl. de evaluatie waarbij wordt nagegaan of een student heeft bereikt wat van haar of hem wordt verwacht. Hier wordt dus enkel het uiteindelijke resultaat bekeken.

Bij deze vaardigheid gaat het echter over de Procesevaluatie. Die verwijst naar het systematisch inwinnen van informatie over het verloop van het leerproces met betrekking tot de beloofde activiteit. Hierbij gaat het dus niet alleen om het uiteindelijke resultaat van dit proces, maar wordt vooral gekeken naar de manier waarop de doelstellingen werden nagestreefd en gerealiseerd. Met andere woorden of het actieplan en de middelen worden ingezet en het creatief wisselwerkingsproces van binnenuit wordt beleefd.

Standaard wordt een onderwijsperiode in jullie leefwereld afgesloten met een eindevaluatie, met als doel te beslissen of iemand al dan niet ‘is geslaagd’; met andere woorden of de student de doelstellingen heeft bereikt. Voor deze vorm van evaluatie, die in het onderwijsjargon de summatieve evaluatie wordt genoemd, verzamelt men meestal informatie over langere periodes. Essentieel is dat het hier om een beoordeling van de student gaat. 

Onze vorm van evaluatie, die in het onderwijs formatieve evaluatie wordt genoemd, is niet zozeer bedoeld om te beslissen of iemand ‘geslaagd is’, maar wel om de leerling in te lichten over zijn eigen kennen en kunnen in vergelijking met de verwachtingen en eisen van het didactisch team of de opleiding. Cruciaal is dat de studenten feedback krijgen over hun sterke en zwakke kanten en de kans krijgen om te oefenen, fouten te maken, te remediëren,… Bovendien krijgt het didactisch team via formatieve evaluatie informatie over de noodzaak om op bepaalde leerinhouden terug te komen of eventueel de cursus bij te stellen. 

Uiteraard is er bij onze vaardigheid Herhalen en Evalueren geen didactisch team. Wel is het heel raadzaam om anderen in te lichten over de geplande uitvoering van activitieten, zodat deze feedback kunnen geven. Dit is praktisch altijd zo wanneer Creatieve wisselwerking van binnenuit beleefd wordt in teamverband. Vandaar ook dat deze vaardigheid gevolgd wordt door de vaardigheid Feedback krijgen en geven (Deel XXXIII). De laatste schooljaren heeft het persoonlijk didactisch team van Eloïse een naam: Opa Johan. Inderdaad, praktisch dagelijks ondersteun ik, via Facetime, Eloïse en evalueren wij samen haar kennis en kunde met betrekking tot haar studievakken.

Evalueren is hier een quasi permanente activiteit gedurende het ganse verloop van de continue transformatiefase. Wij onderscheiden drie soorten evaluaties, die alle drie kunnen voorkomen gedurende het beleven van deze vaardigheid.

Zelfevaluatie verwijst naar het evalueren door de uitvoerders zelf van hun attitude, inzet, uitvoering van de activiteiten en het leerproces. Hierbij richt men zich systematisch op de eigen prestaties, meestal met als doel de toekomstige prestaties te verbeteren. Zelfevaluatie is eigenlijk in de spiegel kijken, het beschrijven van de eigen prestaties en het zonodig bekritiseren onmiddellijk gevolgd door bijsturing. Zelfevaluatie als evaluatiemethode is veelal formatief van karakter. Niet enkel het beoordelen is immers belangrijk, ook reflectie speelt een belangrijke rol. Van dit reflectieproces verwacht men dat het leidt tot verandering in het denken, de houding en het gedrag van de uitvoerder van de activiteiten. 

Peerevaluatie. Een ‘peer’ is gewoonlijk een leeftijdsgenoot of iemand die in dezelfde groep zit. Leden van hetzelfde team zijn dus mekaars ‘peers’. Peerevaluatie kan dan ook eenvoudig gedefinieerd worden als het evalueren door teamleden van elkaars werk. 

Collaboratieve[viii] evaluatie (of co-evaluatie) is een tussenstadium tussen de traditionele eenzijdige evaluatie door de teamleider enerzijds en de zelf- en peerevaluatie anderzijds. In een collaboratieve evaluatiemethode komen de uitvoerder van een bepaalde taak, de mede teamleden en de teamleider samen om te evalueren. In een bepaald opzicht doen wij, Eloïse en ik, dit via Facetime. Collaboratieve evaluatie creëert aldus een dialoog tussen de teamleider en de teamleden tijdens het beoordelen. De uitvoerder is niet de eindverantwoordelijke voor de evaluatie maar collaboreert wel in het evaluatieproces. Het gebruik van het begrip ‘collaboratie’ wijst er op dat deze evaluatie, die ook een dialoog is, één van de vele toepassingen van het creatief wisselwerkingsproces is.


[i] https://www.irishtimes.com/blogs/ontherecord/2015/08/25/born-to-run-at-40/

[ii] https://www.howardstern.com/show/2017/6/26/jimmy-iovine-shares-stories-john-lennon-bruce-springsteen-dr-dre-and-why-he-hid-stevie-nicks-his-basement/

[iii] Erik Demeulemeester & Dominiek Callewier, Integrale Kwaliteitszorg, Concepten, methoden en technieken. Tielt: Lannoo Scriptum Management, 1997.


[iv] David A Kolb. Experimental Learning. Experience as the source of learning and development. Englewood Cliff NJ: Prentice-Hall, 1984. 

[v] Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard B. Ross & Bryan J. Smith. The Fifth Discipline Fieldbook. New York: Doubleday, 1994. 

[vi] Malcolm Gladwell. Outliers. The story of success. New York NY: Little, Brown and Company, Hachette Book Group, 2008.


[vii] Malcolm Gladwell. Extract from Malcolm Gladwell’s Outliers: Is there such a thing as pure genius? The Guardian, November 15, 2008. Weekend Section, p.18.

[viii] Collaboratie is een woord dat in onbruik is geraakt door toedoen van de tweede wereldoorlog. Dit omdat, eerst in Frankrijk en nadien in België, het begrip bijna uitsluitend de betekenis van samenwerking met de vijand gekregen heeft. Het begrijp is afgeleid van het Franse werkwoord ‘collaborer’ dat oorspronkelijk samenwerken betekent. De negatieve betekenis kreeg het woord in Frankrijk tijdens de 2e wereldoorlog, toen een groot deel van Frankrijk bezet was door Duitse troepen.

Het begrip doelt echter een waardevol proces waarbij verschillende entiteiten informatie, middelen en verantwoordelijkheden delen om gezamenlijk een activiteitenprogramma te plannen, implementeren en evalueren om een ​​gemeenschappelijk doel te bereiken. Dit concept is eigenlijk afgeleid van het Latijnse ‘collaborare’, wat ‘samen werken’ betekent en kan worden gezien als een proces van gedeelde creatie. Een proces waardoor een groep entiteiten de mogelijkheden van elkaar verbetert. Het impliceert het delen van risico’s, middelen, verantwoordelijkheden en beloningen, die desgewenst door de groep ook aan een externe waarnemer het imago van een gezamenlijke identiteit kunnen geven. Samenwerking houdt wederzijdse betrokkenheid van deelnemers in om samen een probleem op te lossen, wat wederzijds vertrouwen inhoudt en dus tijd, moeite en toewijding kost. Bij collaboratie zijn partijen meer op elkaar afgestemd in de zin van ‘samenwerken’ om het gewenste resultaat te bereiken, in plaats van dat resultaat te bereiken door ‘individualistische’ participatie belemmerd door contextuele factoren zoals die opgelegd door klant-leverancier relaties.

BLIJF WAKKER I – DEEL IX

HOE OPEN BLIJVEN EN BLIJVEND VERTROUWEN HEBBEN?

I haven’t always been strong, but never felt so weak

All of my prayers, gone for nothing

I’ve been without love, but never forsaken

Now the morning sun, the morning sun is breaking

This is my confession

I need your heart

In this depression

I need your heart[i]

– Bruce Springsteen

This Depression – Wrecking ball

(The Boss’s opennessabout his own struggle with depression

enhanced the trust fans have in the man and his work[ii])


Openheid en vertrouwen zijn kenmerken van het heel jonge kind en dus van wat ik de Creatieve Zelf noem. Jullie – Eloïse, Edward en Elvire – zijn geboren als jullie Creatieve Zelf en dus volledig open en vol vertrouwen. Jullie taak is die openheid en dat vertrouwen te behouden! Hoe dat te doen, zal ik in dit deel zo goed als mogelijk beschrijven.

Teneinde een vertrouwensrelatie op te bouwen, dienen we met de ander te communiceren met de intentie van die ander te leren. Dus niet communiceren teneinde die ander te sturen en/of te controleren. Wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaar niet vertrouwen, worden zij competitief en/of defensief. Dit leidt tot het aloude aanvallen en verdedigen, en daardoor vervormt de communicatie en wordt ze onbetrouwbaar. Openheid en vertrouwen zijn, zoals we gezien hebben in Deel VII, de basiscondities van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking:  Authentieke Interactie.  In het huidig tijdperk, dat hoe langer hoe meer de vierde industriële revolutie wordt genoemd, zijn mensen zelfs nog meer dan voorheen interafhankelijk (i.e. wederzijds afhankelijk). Dit onderkennen is, zoals we later zullen zien, één van de basiscondities van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerkingContinue Transformatie. Het is daarbij van het grootste belang dat men er kan op vertrouwen dat iedereen haar of zijn beloftes gestand doet. Het voorgaande toont weer eens aan dat de Creatieve wisselwerking karakteristieken sterk en ‘infiniet’ met elkaar verbonden zijn. 

De mate waarin we elkaar vertrouwen bepaalt mede de kwaliteit van de informatie die we ontvangen en geven. Vertrouwen geeft een veilig gevoel – veilig om open en eerlijk te (mogen) zijn. Wanneer mensen het gevoel hebben dat er maar één enkel ‘juist’ antwoord op de gestelde vraag mogelijk is, voelen ze zich gemanipuleerd, verre van gerespecteerd en worden zij wantrouwig. Het gevaar bestaat daarbij dat zij in die omstandigheden hun toevlucht nemen tot een ‘zelfbeschermend communicatie patroon’ en de ander vertellen wat deze wenst te horen, in plaats van te zeggen hoe zij het zelf zien. 

Verwrongen communicatie komt voort uit het verlangen zichzelf te beschermen tegen iets waar men bang voor is. Wanneer er spanning in de lucht hangt en mensen zich niet veilig voelen om authentiek en oprecht te zijn, bestaat de zelfbescherming vaak in het niet vrij geven of verdraaien van informatie. Indien we niet angstig zouden zijn, zouden we geen behoefte hebben onszelf te beschermen. Een reden te meer om Edwards W. Deming’s adagium: “Drive Fear Out”[iii]tot werkelijkheid te maken. 

Eloïse, Edward en Elvire, nu, en in de toekomst mogelijks nog meer, hangt jullie persoonlijk succes, dat van jullie gezin en later van jullie organisatie af van het beschikken over betrouwbare kanalen voor het zenden en ontvangen van informatie. Informatie die kan omgezet worden in kennis. Kennis die dan weer kan omgezet worden in wijsheid. Indien mensen onder druk worden gezet, of wanneer deze het gevoel hebben met een controlefreak te maken te hebben, zullen zij die wantrouwen en is klare communicatie onbestaande. 

Uiteraard is, zoals we reeds hebben gezien, angst ook de vrucht van de Vicieuze Cirkel. Wij weten dat mensen op hun hoogst mogelijke niveau leren en presteren wanneer zij optimaal betrokken en geëngageerd zijn. Wanneer personen gevangenen zijn van hun Vicieuze Cirkel, leren en presteren ze op hun laagste niveau. Ze verstijven als het ware van angst. Dus dienen wij mensen, met wie we in creatieve interactie zijn, te engageren en diepgaand te betrekken en zeker geen angst in te boezemen. Wij kunnen dit doen door het creatief wisselwerkingsproces ten volle van binnen uit te beleven. Daardoor weten onze gesprekspartners dat wij dat wij het goed met en hen menen en sterk met hen verbonden en begaan zijn. 

Wanneer we het gevoel hebben dat wat de ander meedeelt, eerder voortkomt uit zelf beschermende overwegingen, dan dat het authentiek informatief is, dienen we ons de volgende vraag te stellen: “Is het mogelijk dat dit zelf beschermend gedragspatroon bij de ander geactiveerd werd door mijn gedrag?” Het antwoord op deze vraag is beslissend voor het eventuele verklaren en/of aanpassen van dit gedrag.

Vertrouwen is een onzichtbare factor die mensen met elkaar verbindt tot een sterk presterend geheel. Indien men een taak effectief én efficiënt uitgevoerd wilt zien, dient men – vooraleer de uitvoering van die taak wordt gestart – het zo noodzakelijke vertrouwen te ontwikkelen. Het ontwikkelingsproces van vertrouwen omvat steeds het respectvol leren van elkaars manier van dingen zien en doen. Vertrouwen is niet automatisch aanwezig wanneer een team start met een opdracht. Vertrouwen wordt gecreëerd door oprecht naar elkaar te luisteren en terzelfdertijd eerlijk voor de eigen mening uit te komen, en voornamelijk door daarbij de verschillen in mening te aanvaarden en te begrijpen (zie ook de tweede vaardigheid van deze karakteristiek: Bepleiten en Bevragen– Deel XI). Wanneer we aanvoelen dat de ander onze manier van denken en doen, onze ideeën respecteert en deze bovendien echt wil waarderend begrijpen, hebben wij vertrouwen in die ander. 

Dit is een zelfversterkend mechanisme. Door dit vertrouwen vinden wij het gemakkelijk om open met die ander te communiceren. Door open met die ander te communiceren, groeit het vertrouwen van die ander. Wanneer we elkaar vertrouwen, hebben wij meer energie en enthousiasme om te werken aan onze opdracht en bereiken we ons doel. Overigens berust het belangrijkste principe van de mystieke leer van de Andes –Ayni– op de volgende stelling: Wederkerigheid in relaties is een uitwisseling van energie

Wij zijn dan ook scherper in het ontdekken van de pro’s en de contra’s van elkaars ideeën. We weten daarbij dat het doel niet is elkaars ideeën af te breken, maar integendeel op elkaars ideeën te bouwen. Dit gaat gewoonlijk gepaard met een bereidheid om risico’s te nemen en nieuwe zaken uit te proberen. Daarbij weten we dat, zelfs wanneer dit tegenvalt, we zullen leren en elkaar zullen ondersteunen. Dit juist omdat we elkaar vertrouwen. We vallen elkaar bij tegenslag niet aan, integendeel we komen versterkt uit de miskleun, want we hebben iets geleerd.  We staan samen ‘sterk weer op’. In deel VII heb ik dit ‘psychologische veiligheid’ genoemd, een term gecreëerd door professor Amy Edmondson. 

Vertrouwen maakt wederkerig leren mogelijk. Vandaar dat vertrouwen van levensbelang is in de Lerende Organisatie. Deze is gebaseerd op het gezamenlijk oplossen van problemen, op team creativiteit en hechte verbanden van wederzijdse ondersteuning. Wantrouwen creëert angst en maakt leren onmogelijk. Wanneer we aanvoelen dat de ander ons tracht te sturen of ons verplicht zaken te zien en/of te doen op zijn manier, voelen we ons ongemakkelijk en willen wij onszelf beschermen. De nood om anderen te controleren en te sturen doodt vertrouwen en daardoor wordt ook de bekwaamheid om als een hecht effectief team te werken vakkundig de nek omgedraaid. 

Vertrouwen is gebaseerd op tweezijdige – en dus niet op eenzijdige – communicatie; vertrouwen is gebaseerd op wisselwerking. Daarbij heeft het onder meer behoefte aan de vaardigheid Bepleiten en Bevragen, waarover meer in deel XI. Door het inzetten van die vaardigheid reiken we onze beste kennis aan en vragen we naar de beste kennis van de ander. Daarbij respecteren we uiteraard zijn bijdrage ten volle. Dit veronderstelt dat wij actief luisteren. Dit omvat onder meer het opvangen van de belangrijke boodschappen verborgen in de non-verbale communicatie, waarover meer in Deel XII. Bovendien dienen we minstens bekwaam te zijn om de volledige boodschap van de ander correct te parafraseren en daarbij te vragen om bevestiging. Over dit laatste meer in Deel XIII.

Het effectief en efficiënt van binnen uit beleven van het creatief wisselwerkingsproces steunt op het waarderen van alle input en op het besef, dat eenieder heeft, dat we alleen niet alles kunnen kennen wat nodig is om een afdoend antwoord op de vraag te geven. Daarbij zijn we beducht voor het manipuleren en het sturen van anderen. Mensen voelen zich gestuurd en gemanipuleerd wanneer ze aanvoelen dat hun mening niet wordt gehoord, laat staan overwogen. Dan stopt angst de informatiestroom. Informatie die zo vitaal is voor het oplossen van een probleem of het grijpen van een kans of een opportuniteit. Elke wisselwerking versterkt of verzwakt het onderlinge vertrouwen. Wanneer we angstig zijn, heeft alles wat we zeggen, doen en voelen – met betrekking tot de ander – een verborgen intentie. Die verborgen agenda is er ook bij manipulatie. Mensen hebben een speciaal zintuig dat aanvoelt of de ander de intentie heeft hen te begrijpen of integendeel hen te sturen en te manipuleren. Wanneer mensen aanvoelen dat ze worden gestuurd, gecontroleerd en gemanipuleerd, dan voelen ze zich gebruikt en dus niet gerespecteert. De relatie wordt begrensd en verliest alle energie. Het team verliest de bekwaamheid om het probleem op te lossen, een afdoend antwoord op de vraag te geven of de opportuniteit te realiseren; kortom, de toekomst te creëren. Er wordt niets toegevoegd aan het wederzijdse leren. 

In de op leren georiënteerde nieuwe werkplaats is het kritische en competitieve ruwe materiaal de kennis en de inzichten die mensen bezitten. Belangrijk is ook de bekwaamheid om daaruit – door niet belemmerde, open uitwisseling van ideeën en zienswijzen – nieuwe kennis te creëren. Een gezond systeem – persoon, duo, team of organisatie – wordt gekenmerkt door wederkerige, niet belemmerde uitwisseling van energie, ideeën, informatie én gevoelens. Dit alles vereist vertrouwen en openheid, gebaseerd op eerlijkheid. 

Authentieke Interactieis open en eerlijk. Jezelf continu bijschaven met de hulp van anderen betekent dat je continu openstaat om te leren van alles wat het leven je aanbiedt. Een eerlijke relatie, gebaseerd op de intentie te leren, omvat een continu dialoogproces met betrekking tot hoe men de noden van alle betrokkenen kan lenigen. Daarbij leren en groeien de partijen continu door de confronterende verschillen. Dit betekent dat openheid en eerlijkheid niet geofferd wordt op het altaar van onze angsten. Die laatste ons verhinderen inderdaad om eerlijk te zijn. Zoals we weten, Eloïse, Edward en Elvire, hebben de meeste van onze angsten te maken met ‘angst om iets of iemand te verliezen’. We vrezen om goedkeuring, macht, aanvaarding, status, geld, comfort, ons gezicht, onze job, een opportuniteit, geloofwaardigheid en dies meer te verliezen. Zaken die eigenlijk niemand wenst te verliezen. 

Loyaliteit t.o.v. waarheid 

De waarheid onder ogen zien en die ook meedelen,  is een fundamenteel onderdeel van een diepgaande communicatie. We bedoelen uiteraard niet de absolute waarheid, maar de waarheid zoals men ze ziet. Gezien de creatieve spanning tussen de huidige realiteit en de gewenste afhangt van een goed begrip van de huidige werkelijkheid, ebt die spanning weg van zodra we de huidige situatie, om redenen van misplaatste loyaliteit, te rooskleurig voorstellen. Daardoor doen we onze waarheid geweld aan.

De hamvraag is: “Waarom hebben mensen in organisaties het dan zo moeilijk om voor hun waarheid uit te komen?” Inderdaad, waarom blijkt dit toch zo moeilijk, terwijl de waarheid juist helpt bij het nemen van correctieve beslissingen en bij het maken van de juiste keuzes ten einde te bereiken wat we werkelijk willen bereiken. Het antwoord op die vraag heeft voor een groot stuk te maken met het conflict tussen eerlijkheid en loyaliteit. Een groot deel van ons leven werken we in structuren en gemeenschappen, waar de nood om de waarheid te vertellen meermaals botst met andere loyaliteiten die in het systeem zijn ingebouwd. Deze loyaliteiten (t.o.v. de leider, de groep, de persoonlijke én groepsobjectieven) en ingebakken attitudes met betrekking tot wat echt belangrijk is, zijn meestal zo diepgeworteld dat zij voorrang krijgen. Wanneer we terug aanknopen bij het natuurlijk creatief wisselwerkingsproces,dat het engagement tot het spreken van de waarheid benadrukt, zal er een lastige periode volgen waarin de twee soorten loyaliteit zullen botsen.

Een gelijkaardig pijnpunt doet zich voor in organisaties die routinematig de boodschapper die slecht nieuws brengt, of de klokkenluider, neersabelen. De waarheid aan het licht brengen én terzelfder tijd loyaal blijven aan diepgewortelde gewoonten, is in dusdanige organisaties praktisch onmogelijk. De waarheid niet onder ogen durven zien, betekent het ontkennen van de eigen observatie. De meeste mensen hangen ergens in het midden en trachten beide waarden – loyaliteit en waarheid – in balans te brengen zonder in conflict te raken. Ze trachten de kool en de geit te sparen. Wat zij in feite doen, is de last op hun schouders nemen door te doen wat nodig is om de tegenstellingen bedekt op te lossen. Dit is een bijzonder frustrerend compromis, omdat de drie loyaliteiten – t.o.v. de waarheid, hun positie en de groep – eigenlijk niet alle drie op hetzelfde moment kunnen nagestreefd worden. De enige duurzame loyaliteit is de loyaliteit tegenover de waarheid. Alle loyaliteiten die ons beletten om de huidige werkelijkheid onder ogen te zien – met inbegrip van de zogenaamde ‘flexibele eerlijkheid’ – zullen vroeg of laat nefast zijn voor het succes van de organisatie. Dit om de eenvoudige reden dat de loyaliteiten het creatief wisselwerkingsproces afremmen en de Vicieuze Cirkel aanzwengelen. Inderdaad, één van de oorzaken van de vervorming van de eerlijkheid is de Vicieuze Cirkel. Psychologen hebben gevonden dat de niet-verwerkte emotionele incidenten uit het verleden aan de basis liggen van een subtiel doch groot effect op de manier van communiceren van volwassenen. Deze emotionele incidenten liggen – zoals we hebben kunnen lezen in Stacie Hagan en Charlie Palmgren’s boek[iv]– aan de oorsprong van de Vicieuze Cirkel

Eerlijke zelfexpressie brengt de ganse persoon in de wisselwerking. Inderdaad dienen we, teneinde relaties te creëren waarin leren echt plaats kan grijpen, onze Originele Zelf in de authentieke communicatie te brengen. In feite komt dit neer op het reeds ver- melde eerste deel van Henry Nelson Wiemans ‘two-fold commitment’: Geef het beste van wat je nu weet. Het tweede deel luidt: Sta duurzaam open voor het proces dat dit beste verandert in iets dat nieuwer, beter, voller, … is. 

Het begrip Originele Zelf werd reeds uitvoerig beschreven in vorige delen. De weg naar het inzetten van het Originele Zelf in de communicatie heeft meerdere stappen. We beperken ons hier tot de twee meest relevante: 

  1. Leer het onderscheid tussen hetOriginele Zelf en de gecreëerde zelf te onderkennen;
  2. Identificeer de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen.

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, leer het onderscheid te maken tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf en blijf verbonden met jullie essentie. Identificeer daarbij de essentiële waarden die jullie Originele Zelf ondersteunen. 

Het onderscheid tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelf

Leer dus het verschil onderkennen tussen het Originele Zelf en het gecreëerde zelfIndien je je kan voorstellen wie je zou geworden zijn indien je omgeving én jezelf, je volledig gesteund hadden in je manier van zien, voelen en dingen doen op je eigen unieke wijze, dan geeft dit een aanzet tot het (h)erkennen van je essentie. Met andere woorden: indien je je kan voorstellen wie je geworden zou zijn indien het creatief wisselwerkingsproces duurzaam en volledig van ‘binnen naar buiten’ aan het werk zou gebleven zijn, dan ontdek je daarbij je Originele Zelf. De basiskwaliteit van het Originele Zelf is de openheid tot leren en ontdekken. Die kwaliteit kunnen we zien bij zeer jonge kinderen. Inderdaad het nog zeer jonge kind is gedreven om zich in de wereld ten volle in te zetten en die ten gronde te exploreren. Het Originele Zelf heeft, zoals jonge kinderen, een sterk gevoel voor verbinding met anderen en beleeft deze verbinding op heel unieke wijze. 

Wanneer we ons vereenzelvigen met onze gecreëerde zelf, zijn onze attitudes en gedrag meer gedreven van ‘buiten naar binnen’ dan andersom. Wij hangen voor ons ‘goed gevoel’ en welzijn af van anderen. “Wat zullen ze van mij denken?” is een symptomatische gedachte in dit verband. Bovendien hebben wij een grote behoefte om te tonen dat wij alles ‘onder controle’ hebben, dat wij er goed uitzien en dat wij ons conformeren aan vastgelegde regels. Daarbij staat het gecreëerde zelf continu onder spanning omdat het gevangen zit in het web van de opinies van anderen. Het zit vast in de val van de Vicieuze Cirkel. Uiteindelijk geloven we dat het gecreëerde zelf diegene is die we in werkelijkheid zijn. We steken zo veel energie in het beschermen van onszelf, tegen de angsten van het gecreëerde zelf, dat we ontkoppeld en vervreemd zijn van onze essentie en daardoor ook van de essentie van anderen. Wij zijn in oorlog met onszelf en met anderen. Wij vertrouwen onszelf niet meer en wij vertrouwen elkaar niet. 

Het resultaat van de Vicieuze Cirkel is een zelf die beperkt is in zijn volle expressie en dit door een aantal aangeleerde gewoontes en door een aantal zelf beperkende aannames. Niet zelden liggen deze aannames aan de basis van onze twijfels betreffende onze mogelijkheden en onze Intrinsieke Waarde. Doorheen gans ons verder leven denken wij dat deze zelftwijfel gegrond en waar is en trachten wij die voor anderen te verbergen. De arend is werkelijk een kip geworden… 

Om te kunnen appreciëren hoe deze Vicieuze Cirkel een karikatuur maakt van onszelf, dienen we terug te gaan in de tijd, terug te gaan naar ons pril bestaan. Dit om in te zien welke rollen we leerden spelen, rollen die we meenamen in onze volwassenheid. Deze rollen, van het draaiboek van het leven, onthullen onze onderliggende overtuiging betreffende hoe de wereld in elkaar zit en hoe die wereld, en de mensen erin, tegenover ons staan. Dit draaiboek is een onderdeel van onze gecreëerde zelf. De levensrollen en dito verwachtingen (althans het Vicieuze Cirkel-gedeelte ervan) zijn aannames van het gecreëerde zelf. Indien deze rollen overgedragen worden naar de volwassenheid, beperken wij onze opties en vervormen wij onze observaties. We kleuren die namelijk in. Ons mentaal model is niet doorlatend genoeg om de werkelijkheid ten volle te zien. En mede daardoor komen we later terecht in organisaties en bedrijven met geschreven en ongeschreven regels die koren zijn op de molen van de Vicieuze Cirkel. Door het versterkende karakter van de Vicieuze Cirkel leer je een bepaalde manier van denken, een bepaald gedrag, een eigen denkrichting aan. Totdat je dit alles ten slotte aanneemt als je ware identiteit terwijl het in feite enkel je conditionering, je gecreëerde zelf is. 

Wat je moet leren, heeft vaak te maken met het ontdekken en ontwikkelen van een latent talent. Soms heeft het ook te maken met het afwerpen van angsten en beperkende aannames en steeds met het creatief wisselwerkingsproces z’n werk laten doen. Dit niettegenstaande de realiteit van de Vicieuze Cirkel

Het doel van de mythologische ‘hero’s journey’ is de vaak onbewuste, aangeleerde reacties, die je motiveren voor een bepaald gedragspatroon, te vervangen door bewust gekozen eigen reacties. Reacties die een uitdrukking zijn van je Originele Zelf. De mytholoog Joseph Campbell[v]verwoordde het ooit zo: 

The hero is one who, while still alive, discovers the essential self, which in most people remains more or less unconscious.

Hoe minder je beheerst wordt door de Vicieuze Cirkel, hoe vrijer je bent om je eigen reacties op situaties of gebeurtenissen te kiezen uit een ganse reeks van opties. En hoe vrijer je je voelt, des te minder heb je de neiging de ander te sturen, te controleren en des te eerlijker je zult zijn tegenover jezelf en anderen. Wanneer je verbonden bent met je essentie, dan ben je verbonden met de anderen, zelfs wanneer zij zaken doen die je niet bevallen. Wanneer je bijvoorbeeld negatieve feedback krijgt van je omgeving inzake je gedrag (of er zelf aan de ander moet geven wegens diens gedrag), gebruik je deze situatie om de verbinding met de ander én met jezelf te versterken. Daarbij vraat je jezelf af: “Wat kan ik in deze situatie over mezelf en de ander leren, om mij te helpen om meer te worden wie ik werkelijk ben?” Wanneer je de focus legt op je essentie, je Originele Waarde, in plaats van op je Ego, dan neem je de negatieve feedback niet op als een persoonlijke aanval. Integendeel, je ziet die feedback als nuttig voor je leerproces – zowel met betrekking tot jezelf als met betrekking tot de persoon die je die feedback geeft. 

Door het natuurlijke creatief wisselwerkingsproces ten volle in te zetten, zijn we niet meer afhankelijk van anderen om ons te zeggen wat goed voor ons is. Wanneer we de macht weer overnemen van datgene buiten ons (i.e. de Vicieuze Cirkel), om te bepalen wie we werkelijk zijn en hoe we dienen te leven, worden we eindelijk opnieuw echt gemachtigd om ons eigen leven in handen te nemen. We worden echt volwassen. Opgelet, het creëren van de condities noodzakelijk voor succesvol van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vereist grote moed en zelfkennis. 

Identificeren van de waarden die het Originele Zelf ondersteunen

Eloïse, Edward en Elvire, een belangrijk stap in het leerproces om jullie leven te richten op jullie essentie is te ontdekken van jullie waarden. Over de Kernwaarden hebben we het reeds uitvoerig gehad in deel IV. Deze Kernwaarden kennen, voordat zich een levenscrisis voordoet, is een enorm voordeel. Deze waarden bereiden jullie immers voor om, wanneer zich dramatische veranderingen in jullie leven voordoen, de juiste keuzes te maken uit de mogelijke opties. Indien we ons ten volle bewust zijn van ons Doel en onze Waarden is het makkelijker de afwegingen te maken die nodig zijn in dit besluitvormingsproces. Het helpt jullie als het ware de Cruciale Dialoog met jullie zelf, op cruciale momenten in jullie leven, tot een goed einde te brengen. Het maakt jullie ook mogelijk de kansen die verscholen zitten in de crisis werkelijk te ontdekken. Bij een ingrijpende verandering de nieuwe kansen die jullie ‘toevallen’ ook daadwerkelijk vlug onderkennen en ‘oprapen’, is op dat moment van cruciaal belang. Wanneer men zichzelf echt kent én bovendien weet wat men wilt, is men beter geplaatst om de juiste keuzes te maken wanneer het er echt toe doet. 

Openheid & Vertrouwen, zijden van het muntstuk Authentieke Interactie

Openheid en vertrouwen zijn vast aan elkaar verbonden. Een persoon ten volle kennen en waarderen, weten wie zij of hij is en wat zij of hij werkelijk doet, creëert vertrouwen. Hoe opener iemand is, hoe meer zij of hij door de ander(en) kan gekend worden, hoe meer hij echt kan begrepen worden en hoe groter het onderling vertrouwen kan worden. Vertrouwen en openheid zijn de basis hoekstenen van Authentieke Interactie, de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Om van het vertrouwen en de openheid werkelijk een duurzame realiteit te maken, dienen deze hoekstenen uiteraard permanent onderhouden te worden. Dit kan door het voortdurend inzetten van de vier basisvaardigheden van deze karakteristiek:

  • het duidelijk stellen van de Kernvraag (Deel X);
  • het in balans gebruiken van Bepleiten en Bevragen (Deel XI);
  • het gebruiken en erkennen van Non-Verbale Communicatie (Deel XII);  
  • het bevestigen van wat herhaald wordt of Bevestigend Parafraseren (Deel XIII).

Een omgeving waarin duurzaam vertrouwen en openheid heerst, is gekenmerkt door een vrije stroom van informatie. Openheid heeft twee dimensies: vertellen en luisteren en is dus een interpersoonlijke conditie die bestaat onder de deelnemers aan de dialoog wanneer zij: 

  • als ‘zender’ elkaar vertellen wat zij denken over feiten, ideeën, waarden, aannames, gevoelens en de manier waarop zij die zaken zien en 

  • als ‘ontvanger’ naar die boodschap willen luisteren en dit 
ook effectief ten volle doen. 

Mensen die niet beschikken over bovenvermelde vier basisvaardigheden van de interpersoonlijke communicatie zullen niet zeer open zijn en bovendien minder geneigd zijn om anderen te vertrouwen. “Vertrouwen is goed, Controle is beter”, is hun devies. Dat ze daardoor zelf ook heel wat minder vertrouwd worden, is logisch. 
Het open zijn en het op voorhand vertrouwen geven houden risico’s in. Wij zijn er, gebaseerd op onze ervaringen, van overtuigd dat het zich bekwamen in de vier basisvaardigheden, en ze dus ten volle gebruiken bij elke diepe conversatie, de individuele niveaus van openheid en vertrouwen zal verhogen. Het gaat dus over – om het in systeemdeken taal[vi]te zeggen – een zelfversterkende lus: het effectief gebruik van de vier basisvaardigheden versterkt de openheid en het vertrouwen en … het verstevigde vertrouwen en de grotere openheid bevorderen dan weer het gebruik van de vier basisvaardigheden. 
Dit totdat het gewoonten geworden zijn (zie Deel VIII).

Creatieve wisselwerking ligtaan de basis van, en gaat over, een ingrijpend veranderingsproces. Deal en Kennedy[vii] stellen dat openheid en vertrouwen een sleutelonderdeel zijn van verandering: 

Openness and Trust in the Change Process influence whether and how change occurs. 

en de Freibergs[viii] zeggen het zo: 

Full disclosure leads to more honest conversations and it creates culture that values authenticity.”

Vertrouwen is organisch, het wordt echt niet geproduceerd op een assembleerlijn. Vertrouwen groeit door onze acties. Peter Senge et al.[ix] hebben vastgesteld dat “Culturen enkel bestaan wanneer die beleefd worden op elk moment”. 

Vertrouwen groeit wanneer: 

  • er naar elkaar geluisterd wordt, echt geluisterd;
  • we elkaar aanmoedigen om onze ideeën uit te drukken en daarbij actief luisteren (zie ook de vaardigheid Bevestigend Parafraseren, Deel XIII);
  • elkaar toestaan dat ook opinies aan bod komen, zelfs opinies die we liever niet horen;
  • we fouten aanvaarden (want een fout kan gebeuren) en vooral wanneer we ervan leren.

Om Peter Senge et al.[x] nog maar eens te citeren: 

We learn how to do something truly new only through doing it, then adjusting

Door fouten te aanvaarden wordt de blaam getransformeerd in creatief denken, we leren dan echt van onze fouten. Het Originele Zelfcreëert dus vertrouwen, waarbij integriteit eerlijkheid omvat én verder gaat. Eerlijkheid is de waarheid vertellen – m.a.w. onze woorden in overeenstemming brengen met de realiteit. Integriteit is de realiteit in overeenstemming brengen met onze woorden of anders gesteld, onze beloftes nakomen en de in ons gestelde verwachtingen.

Eén van de belangrijkste manieren om je Originele Zelf te tonen, je integriteit te bewijzen, is loyaal te zijn t.o.v. diegenen die niet aanwezig zijn. Door zo te handelen versterken wij het vertrouwen in ons, van diegenen die wel aanwezig zijn. Inderdaad, wanneer men diegenen die niet aanwezig zijn, verdedigt, zal men het vertrouwen winnen van diegenen die wel aanwezig zijn. Integriteit in een interafhankelijke werkelijkheid komt neer op het behandelen van iedereen overeenkomstig dezelfde set principes. Wanneer je dit werkelijk doet, zullen mensen je vertrouwen

Eloïse, Edward en Elvire, het is wel zo dat anderen initieel jullie integriteit niet steeds sterk zullen appreciëren. 
Integriteit confronteert nu eenmaal en veel mensen bewandelen liever het pad van de minste weerstand. Een pad bezaait met het zich afzetten, bekritiseren, bekladden van anderen, (die meestal niet aanwezig zijn – de puurste achterklap). Dit komt omdat de Vicieuze Cirkelnog steeds meer aan zet is dan Creatieve wisselwerking. Maar op het einde van de rit zullen mensen jullie meer vertrouwen indien jullie eerlijk, open én verdraagzaam bent. 

Integriteit vermijdt misleidende communicatie. Een leugen is elke communicatie met de bedoeling om te misleiden. Wanneer we integer communiceren in woorden én gedrag, kan onze intentie onmogelijk zijn te misleiden of te bedriegen. Dit voelt iedereen aan en daardoor versterkt integer gedrag in communicatie het vertrouwen en de openheid. 


[i]Bruce Springsteen. Quote uit This Depressionsong van studioalbum Wrecking ball,Columbia Records, 2012.

[ii]https://www.theguardian.com/music/2016/sep/07/bruce-springsteen-depression-wrecking-ball-interview

[iii]Edwards, W. Deming. “Drive Fear Out” is één van de kenmerken van een Kwaliteitsvolle organisaties zoals hij aangeeft in zijn TQM aanpak en onder meer beschrijft in zijn boek Out of Crisis. Cambridge, Mass: MIT Press, 1986.

[iv]Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy Breaking the Cycle of Personal Stress and Organizational Mediocrity. Baltimore, MD: Recovery Communications, Inc., 1998 

[v]Joseph Campbell. The Hero with a Thousand Faces, Novato, CA: Bolinger Series XVII, Joseph Campbell Foundation, New World Library, 2008. 

[vi]Senge, Peter M. The fifth discipline. The art and practice of the learning organization. New York: Doubleday, 1990.

[vii]  Deal, Terrence E. en Allen A. Kennedy. Corporate cultures: the rules and ritu-als of corporate life. Reading MA: Addison-Wesley Publishing Company, Inc. 1982.

[viii]Freiberg, Keven and Jackie Freiberg. Guts: Companies that blow the doors off. Business as usual. New York: Doubleday, 2004.

[ix] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. Cambridge MA: The Society of Organizational Learning, 2004.[

[x] Senge, Peter M., Otto Scharmer, Joseph Jaworski and Betty Sue Flowers. Presence. Human purpose and the field of the future. op. cit.