Tagarchief: George Bush senior

BLIJF WAKKER ! – DEEL XII

HOE NON-VERBALE COMMUNICATIE ONTCIJFEREN?

Non-verbale communicatie vereist dat men elkaar observeert.

Eloïse, Edward en Elvire, bekijk ‘ns onderstaande clip van een optreden van The Boss en waardeer diens non-verbale communicatie met verschillende leden van z’n uitgebreide E-Street Band:

Deze clip is een captatie van een song die tijdens het optreden door het publiek gesuggereerd werd. Een staaltje van improvisatie waarbij uiteraard vocale communicatie belangrijk is. Dat er ook non-verbale communicatie aan de pas komt en hoe die begrepen wordt, is duidelijk in deze clip te zien. Zo suggereert Bruce Springsteen (5:29) een dansbeweging aan de sax solist. Zelfs midden in z’n solo houdt deze Bruce in het oog en daardoor gaat hij naadloos met Bruce in een dansbeweging. Bemerk ook de non-verbale communicatie tussen “The Boss” en de blazers (6:59). Nog meer non-verbale, non-vocale communicatie is er gaande: kijk maar ‘ns hoe de ogen van de trompetspelers op het eind zijn vast geklonken op Bruce. Het is tijdens een live optreden belangrijk dat iedereen op het zelfde moment het orgelpunt zet!

Eloïse, Edward en Elvire, de waarde van deze vaardigheid wordt veelal onderschat. Wij zijn het ons niet steeds bewust, maar non-verbale communicatie spreekt het luidst. De effectiviteit van jullie spreken hangt niet enkel af van watjullie zeggen, maar ook van hoejullie dit zeggen. Jullie non-verbaal communicatie gedrag kan, hoe anderen op jullie boodschap reageren, beïnvloeden. 

Wanneer Demosthenes werd gevraagd wat het belangrijkste deel was van de redenaarskunst antwoordde hij: “actie”, ook beantwoordde hij de vraag wat het tweede belangrijkste deel was met “actie” en ten slotte gaf hij op de vraag wat het derde belangrijkste was nog steeds hetzelfde antwoord[i]. Mensen hechten nu eenmaal meer geloof aan acties dan aan woorden. Jullie hebben ooit wel eens de uitdrukking gehoord: “Zijn daden waren zo overdonderend dat we zelfs niet hoorden wat hij zei” en ook wel: “Luister naar mijn woorden, kijk niet naar mijn daden” (cf. George HW Bush’s “Read My Lips” quote[ii]). Alles wat we doen, is een communicatiemiddel dat onderworpen is aan de interpretatie van anderen. Dus denk eraan, zelfs niet ageren, is een manier van communiceren!

De functie van communicatie, zowel op verbaal (de taal) als op non-verbaal (alles buiten de taal) niveau, is invloed uitoefenen op onze omgeving. Gedurende tweegesprekken worden de boodschappen terzelfder tijd op die twee niveaus gestuurd. Indien er incongruentie is tussen de non-verbale elementen en de gesproken boodschap wordt de communicatie gehinderd. Juist of niet, de ontvanger van de communicatie baseert de intenties van de zender hoofdzakelijk op de non-verbale signalen die hij ontvangt. 

Wanneer men aan het woord is, kan een bepaald non-verbaal gedrag er de oorzaak van zijn dat de anderen stoppen met luisteren. Wanneer het non-verbaal gedrag van de spreker de gesprekspartner de indruk geeft dat de spreker zelf niet geïnteresseerd is in wat zij of hij  vertelt, dan zou diegene die luistert wel eens kunnen besluiten dat de boodschap niet belangrijk genoeg is om er goed naar te luisteren. Het non-verbaal gedrag van de spreker kan het de gesprekspartners moeilijk maken om de boodschap überhaupt te begrijpen. Wanneer het non-verbaal gedrag de aandacht naar de spreker zelf toetrekt, worden de toehoorders van de inhoud van de boodschap weggetrokken en kan hun “begrijpen van de boodschap” sterk onder druk komen te staan. Ontvangers kunnen het dus moeilijk hebben met het geloven van de boodschap wegens het non-verbaal gedrag van de zender. Wanneer het non-verbaal gedrag van de zender aangeeft dat zij of hij eigenlijk maar weinig vertrouwen heeft in haar of zijn boodschap, is het niet verwonderlijk de ontvangers te horen stellen dat zij er niet zeker van zijn dat de boodschap van de spreker wel accuraat is. Wanneer bovendien de non-verbale boodschap van de spreker in tegenspraak is met de verbale boodschap dan zullen de gesprekspartners meestal aannemen dat de verbale boodschap vals is. 

Eloïse, Edward en Elvire, non-verbale communicatie omvat drie principes en kan daarnaast worden onderverdeeld in vocale signalen en lichaamstaal. Ik zal eerst de algemene principes van non-verbale communicatie voorstellen en nadien de verschillende elementen van zowel vocale non-verbale signalen als pure lichaamstaal beschrijven. Omdat non-verbaal gedrag zulke belangrijke effecten kan hebben op de reacties van de verschillende gesprekspartners op jullie boodschap, werd dit onderdeel uitgewerkt opdat jullie later jullie eigen non-verbaal gedrag zouden kunnen identificeren en evalueren. Daarna kunnen jullie, indien nodig, een actieplan opstellen ter verbetering van dit gedrag. 

Principes van Non-Verbale Communicatie 

Non-verbale communicatie omvat drie principes:

Principe #1 Het is onmogelijk niet te communiceren

Inderdaad, zelfs al zeg je niets, dan nog communiceer je! Communicatie bestaat namelijk niet alleen uit woorden. Ook zonder woorden communiceren we in hoge mate (i.e. non-verbaal). De stelling dat niet communiceren niet mogelijk is, werd voor het eerst geduid door Paul Watzlawick, een Oostenrijks-Amerikaans psycholoog en filoloog[iii]. Hij zag communicatie als een vorm van gedrag. Vervolgens stelde hij – als eerste van z’n vijf axioma’s – dat er niet zoiets bestond als niet-gedrag, met andere woorden men kan zich niet nietgedragen. Door dan te aanvaarden dat elk gedrag in een interactie een communicatie is, kwam Watzlawick tot zijn ondertussen vermaarde uitspraak: “Men kan niet nietcommuniceren.”

Maar nog voordat Paul Watzlawick die uitspraak deed, had een Amerikaanse psycholoog, uitgaande van een eigen onderzoek, aangetoond dat, in bepaalde opstandigheden, ongeveer negentig procent van wat we overdragen, door non-verbale communicatie gebeurt. Nogmaals, de term ‘verbaal’ omvat in dit verband enkel het gebruik van woorden en zinnen. De wijze waarop iemand praat, geeft dus enorm veel informatie. Dit noemen we de non-verbale communicatie. Op de keper beschouwd omvat non-verbale communicatie twee soorten: de vocale non-verbale en de non-vocale non-verbale. De meest bekende, en ook meest uit z’n verband gerukte, theorie in dit verband is de deze van die Amerikaanse psycholoog Abraham Mehrabian. Hij stelt dat, wanneer het om uiting van gevoelens en attitudes gaat, 55% van de communicatie bestaat uit lichaamstaal, 38% wordt geuit door de stemklank en slechts
 7% wordt gecommuniceerd door middel van woorden. 

Mehrabian moet je echter goed begrijpen, hij stelt niet dat dit geldt voor elkecommunicatie. De ‘formule van Mehrabian’ (7% / 38% / 55%) is namelijk tot stand gekomen in situaties waarin sprake was van incongruentie tussen woorden en de (non verbale) expressie. 
Ander gesteld, in die situaties waar woorden niet overeenkwamen met de gezichtsuitdrukking. Wanneer woorden, stemklank én lichaamstaal consistent zijn met elkaar, is het duidelijk dat de woorden de boodschap dragen. Wanneer het echter gaat om ‘mixed messages’, waarbij woorden, stemklank én lichaamstaal incongruent zijn en met elkaar in tegenspraak, neemt de non-verbale taal de bovenhand en wordt daaraan het meeste geloof gehecht. 

Indien ik bijvoorbeeld zeg, dat ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vertrouw, terwijl de klankleur van mijn stem, mijn gelaatsuitdrukking en/of lichaamstaal het tegenovergestelde suggereert, dan zal gebrek aan vertrouwen de boodschap zijn die jullie zullen oppikken. Dit was specifiek bij het onderzoek van Mehrabian: mensen de uitdrukkingen die ze zagen en niet de woordelijke boodschap geloofden

Abraham Mehrabian was uiteindelijk zelf niet zo gelukkig met het gegeven dat z’n ‘formule’ meestal uit haar verband werden gerukt en daardoor een ‘mythe’ werd. Hij schreef later in z’n boek ‘Silent Messages’[iv]hoe één en ander geïnterpreteerd dient te worden. Ten slotte staat letterlijk op z’n website[v]:“Houd er alstublieft rekening mee dat deze en andere vergelijkingen met betrekking tot het relatieve belang van verbale en non-verbale boodschappen zijn afgeleid uit experimenten die betrekking hadden op de communicatie van gevoelens en attitudes (dat wil zeggen, voorkeur-afkeer). Deze vergelijkingen zijn van toepassing mits de communicerende partijen praten over hun gevoelens of attitudes.” Niettegenstaande deze lovenswaardige pogingen om de puntjes op de i te zetten, blijft de mythe voortbestaan. Eloïse, Edward en Elvire, gelukkig heb ik zelf in m’n boek ‘Cruciale dialogen’[vi]de theorie van Mehrabian correct weergegeven.

Dit wil niet zeggen dat non-verbale communicatie niet belangrijk zou zijn. Nogal veel wetenschappers en nog meer pseudowetenschappers, die van het ontkrachten van mythes hun hoofdbezigheid gemaakt hebben, gooien het kind met het badwater weg. Non-verbale communicatie is belangrijk. Zelfs wanneer de klank (vocale gedeelte) en de lichaamstaal (non vocale gedeelte) niet te horen of te zien is. Wanneer men namelijk een e-mail krijgt met betrekking tot om het even wat en men wordt midscheeps geraakt, dan wil men wel eens direct op de mail reageren. Stop! Bedenk dan dat men maar over een klein gedeelte van de inhoud van de boodschap beschikt, namelijk de woorden. Wat er in feite gebeurt, is dat men die woorden (van de mail) in  het brein uitspreekt. Men legt dus de (klank) accenten zelf en voegt zelf grimassen toe. Zo construeert men de ‘volledige’ boodschap. Deze geïnterpreteerde boodschap is, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, verre van de boodschap die de schrijver van de mail beoogde. Fors reageren op een verkeerde interpretatie van een mail – en in jullie geval, Eloïse, Edward en Elvire een sms of Messenger/WhatsApp boodschap – is vragen om een oeverloze discussie en/of ruzie. Beter is het een gesprek aan te gaan met diegene die jullie de boodschap stuurde. Met de huidige communicatie middelen (Skype, FaceTime, …) is het mogelijk om ook de non-verbale communicatie elementen echt te zien en ook de klankleur te horen, zodat de appreciatie ervan iets makkelijker wordt. Men kan dan ook de bijkomende vaardigheid Bevestigend Parafrasereninzetten, waarover in Deel XIII meer.

Volgens professor E. Van Avermaet (KU Leuven) gaat men ervan uit dat non-verbaal gedrag spontaner en oprechter is dan het verbale gedrag. Bijgevolg is volgens hem de informatie gewonnen uit non-verbaal gedrag een betere weerspiegeling van iemands ware kenmerken, attitudes en gevoelens dan de informatie uit verbaal gedrag. 

Kortom, zelfs al trachten we communicatie vermijden, deze pogingen zijn gedoemd om te mislukken. Wanneer de andere persoon aanwezig is en communicatie verwacht, zal stilte op zichzelf de ander reeds een stuk informatie geven met betrekking tot onze geestesgesteldheid. Anders gesteld, ofschoon het mogelijk is niet te spreken, is het onmogelijk geen non-verbale signalen te zenden. Deze signalen worden uiteraard door de ander geïnterpreteerd. Woede bijvoorbeeld wordt soms beter gecommuniceerd door het rood aanlopen van het gezicht, vergezeld van diepe stilte, dan wanneer ze in woorden wordt uitgedrukt. De vraag bij dit alles is: “Is de interpretatie van de non-verbale communicatie wel de juiste. Daarover, zoals reeds gesteld, meer in volgende column (Deel XIII).

Principe #2 Non-verbale signalen communiceren gevoelens en attitudes
 heel efficiënt

Studies hebben aangetoond dat de gevolgtrekkingen die we maken, betreffende de geestesgesteldheid of het denkkader van de ander, gebaseerd zijn op de non-verbale signalen die wij opvangen. We beoordelen heel zelden de belangrijkste attitudes en gevoelens van een andere persoon, ons enkel baserend op wat hij zegt; wij steunen daarbij vooral op de non-verbale signalen die zijn verbale boodschap vergezellen.  

Furthermore,

I hope my meaning won’t be lost or misconstrued.

But I repeat myself at the risk of being crude …

Paul Simon – 50 Ways To Leave Your Lover

Kortom, ik blijf er dus van overtuigd dat we ons als ontvanger van een boodschap voornamelijk laten leiden door de gezichtsuitdrukking van de zender, omdat deze uitdrukking een betere indicator is van de betekenis van de boodschap dan de gebruikte woorden. 

Principe #3 Non-Verbale boodschappen worden een grotere validiteit toegedicht 

Van zodra we een contradictie detecteren tussen de verbale en de non-verbale boodschappen, zijn we geneigd om de non-verbale boodschap eerder te geloven dan de boodschap. 

De nerveuze, ongemakkelijke houding en bevende stem van iemand die stelt dat hij er zeker van is dat niemand van zijn mensen iets weet of betrokken zou kunnen zijn bij een recente diefstal, worden meer serieus genomen dan diens woordelijke boodschap. De grimas van de bedrijfsleider, vergezeld van een onheilspellende klank in zijn stem en een weinig comfortabele uitstraling – terwijl hij vertelt dat het volgens hem weinig waarschijnlijk is dat we zullen behoren tot de groep mensen die bij de huidige ‘right sizing’ oefening zullen ontslagen worden – zal een specifiek effect hebben. Zijn non-verbaal gedrag, zal ons er namelijk eerder toe aanzetten om koortsachtig naar een andere job op zoek te gaan, dan onze vrije tijd te spenderen aan het bedenken van manieren om de huidige job beter uit te voeren. In elk van beide gevallen zal men eerder de non-verbale dan de verbale signalen geloven omdat we intuïtief aanvoelen dat de zender minder controle heeft over de non-verbale signalen dan over de verbale boodschap, en dat deze signalen dus eerder de echte gevoelens van de zender vertolken. 

Elementen van vocale non-verbale communicatie

Nogmaals, met verbale communicatie wordt bedoeld het overbrengen van 
de boodschap door woorden en zinsconstructie en met vocale, non-verbale communicatie het over
brengen van de boodschap door de manier van spreken; en daarmee is ‘klank’ gemoeid. 

Men kan de volgende onderverdeling maken:

Spreektempo heeft te maken met de snelheid waarmee men spreekt en dat verschilt nogal van mens tot mens. Wanneer men traag spreekt kan dit overkomen alsof men rust of overwicht wil uitstralen. Het kan ook zijn dat men op zoek is naar de juiste woorden om de gedachten correct te formuleren. Een andere mogelijkheid is dat men door langzaam te spreken het belang van de boodschap extra wilt benadrukken. 

Snel spreken wordt meestal gezien als een teken van haast. Snel praten kan ook het gevoel oproepen dat je je niet op je gemak voelt. De snelheid van de woordenstroom hangt af van factoren als gemoedsgesteldheid, context en hoeveelheid tijd die men beschikbaar heeft om de boodschap te geven. Mogelijke problemen met het spreektempo zijn dat men te vlug, te traag spreekt of met te weinig variatie in het woordendebiet spreekt. Te vlug spreken kan de oorzaak zijn dat de boodschap niet begrepen wordt. Te traag spreken kan ervoor zorgen dat de gesprekspartner afhaakt uit verveling of ongeduld. 

De woordenstroom wordt ook bepaald door het aantal en de lengte van de pauzes die men inlast. Pauzes kunnen ervoor zorgen dat ofwel het idee, dat voor de pauze komt of onmiddellijk erna, onderstreept wordt. Wanneer men pauzes gebruikt, dient men zorgvuldig te vermijden dat men deze zelf vult met nietszeggende stopwoorden.

Soms worden woorden gebruikt als vocale pauzes, zoals “ja”, “niet?” en “OK”. 

Intonatie. Toonhoogte of intonatie heeft te maken met de hoogte of laagte van de stem op de toonladder. Iedere stem heeft een bepaald bereik waarbinnen ze comfortabel is. Omdat een aantal ongewenste persoonlijkheidskenmerken verbonden worden met hoge toonhoogtes – terwijl lage toonhoogtes dan weer verbonden worden met positieve persoonlijkheidskarakteristieken – spreekt men het best in de laagste helft van het normale bereik.

Het belangrijkste probleem inzake toonhoogte is het gebrek aan variëteit. Indien je dezelfde toonhoogte gebruikt gedurende het ganse gesprek, dan wordt de vlakke stem meestal geëvalueerd als een signaal van gebrek aan interesse en enthousiasme. Het veranderen van toonhoogte is heel belangrijk om het verhaal levendig te houden. Monotoon praten gaat de luisteraar snel vervelen. 

Volume. De geluidssterkte of het volume is afhankelijk van de hoeveelheid kracht die de persoon gebruikt bij het spreken. Deze hoeveelheid kracht wordt beheerst door het diafragma. Hoe meer we deze spier – die de borstholte scheidt van de buikholte – bij het spreken inzetten, des te luider spreken wij. Problemen met geluidssterkte kunnen veelvoudig zijn. Zo kan je enerzijds zo zacht spreken dat ofwel de luisteraars je niet horen ofwel zo veel moeite moeten doen zodat ze vermoeid geraken en uiteindelijk afhaken. Je kunt anderzijds zo luid spreken dat de geluidssterkte de boodschap overstemt. Je kunt uiteraard ook zo weinig variëteit brengen in de aangewende geluidssterkte dat de monotonie de boodschap ondermijnt. Je kunt ten slotte ook de zin starten met een correcte geluidssterkte maar onhoorbaar worden aan het einde ervan. 

Problemen met volume worden nogal vaak geïnterpreteerd als tekenen van angst, spanning of onzekerheid. Het is belangrijk om af te wisselen. Het volume wordt soms gebruikt om de aandacht op te eisen. Dit gebeurt zowel door zeer luid als door zeer zacht te spreken. Dit kan wel manipulatief overkomen.

Stemkwaliteit of Klankkleur. Door de klankkleur kunnen we iemand die we horen maar niet zien, toch herkennen. Kwaliteit of timbre van een stem onderscheidt ze van andere stemmen met dezelfde toonhoogte en volume. De meeste stemmen zijn aantrekkelijk of onaantrekkelijk omwille van de verschillen in de grootte en de vorm van de keelholte en mond. De mogelijkheden om onze stemkwaliteit te beheersen worden dus enigszins gelimiteerd door de grootte en vorm van deze resonantie-holtes. Toch kan door oefening de kwaliteit van de stem gewijzigd worden. In alle geval dienen we te trachten niet te scherp of te nasaal over te komen, want meestal houden mensen daar niet van. 

Articulatie of Uitspraak verwijst naar de verstaanbaarheid, correctheid en precisie waarmee we onze woorden articuleren. Een correcte articulatie is belangrijk om bij anderen geloofwaardig over te komen. Indien je uitspraak werkelijk heel wat afwijkt van de norm die is vastgelegd bij je leeftijdscategorie, je geografische streek of je sociaal-culturele status, dan trekt dit gegeven zoveel aandacht dat je gesprekspartners je competentie in vraag zullen stellen. 

Een goede articulatie komt over alsof men zeker is van z’n zaak. Binnensmonds praten, komt onzeker over en bovendien loopt men het risico dat de inhoud van het verhaal niet goed gevolgd kan worden.

Aarzeltaal en stopwoorden. ‘Uuh’ en ‘hmm’ zijn typische vormen van aarzeltaal die, zoals de naam al aangeeft, overkomen alsof je zelf twijfelt aan hetgeen je zegt. 

Ik had het al over Demosthenes, dus kan ik het hier ook even over ‘welbespraaktheid’ hebben. Welbespraaktheid heeft te maken met hoe vloeiend wij spreken. Ze komt voort uit een combinatie van alle stemfactoren die we hebben besproken en het gebruik van pauzes. 

Indien iemand bij het spreken een combinatie van volgende karakteristieken aanwendt, dan ervaren we het gesprek als niet-vloeiend:

  • pauzes op een verkeerde plaats en tijdstip; 

  • geen of slechtgeplaatste variatie in snelheid, toonhoogte en geluidssterkte; 

  • gebruik van een aantal stopwoorden; 

  • verkeerd uitspreken van een aantal woorden. 


Niet-vloeiend spreken wordt meestal ervaren als onzeker spreken. Veel mensen spreken vloeiend wanneer het gaat om informele 
gesprekken of over thema’s die ze volledig beheersen of die niet van levensbelang zijn. Moeilijker wordt het wanneer men in een Cruciale dialoog verzeild geraakt. 

Zoals met zoveel baart ook hier, Eloïse, Edward en Elvire, oefening kunst!

Elementen van non-vocale, non-verbale communicatie 

Met non-vocale, non-verbale communicatie bedoelen we alle signalen die iemand uitzendt, zonder dat zij of hij dat met woorden, zinnen en klanken doet. Men kan de volgende onderverdeling maken:

Lichaamshouding. Lichaamshouding geeft veel aan. Men wordt beïnvloed door de lichaamshouding van de gesprekspartner en omgekeerd is dat ook het geval. De houding is een teken van vertrouwen en kracht. Sta recht, loop recht en vooral: zit rechtop. De lichaamslengte is daarbij niet belangrijk, wel de houding. En wanneer men zit, let er dan op dat men op de voorkant van de stoel zit en lichtjes voorwaarts neigt, teneinde de gesproken boodschap te onderstrepen. Te veel bewegen met het lichaam is niet aan te raden bij diepgaande gesprekken. Heen en weer gaan of voortdurend van het ene steunbeen op het andere overgaan, kan er voor zorgen ervoor dat de boodschap onvoldoende overkomt. We onderscheiden ook de open van de gesloten houding:

Wanneer je een open houding aanneemt, kom je geïnteresseerd over, en dit is erg belangrijk wanneer je een goede sfeer in het gesprek nastreeft en je gesprekspartner ruimte wilt geven. Bij een open houding wordt het lichaam voorover gebogen en de armen worden los van elkaar gehouden. 

Indien je een gesloten houding aanneemt, kan je twee dingen uitstralen. Enerzijds kan je de boodschap geven: ik scherm mezelf af. Anderzijds kan je de indruk geven dat je precies weet wat je wil en je mening niet zult wijzigen. Een gesloten houding uit zich in achterover leunen en over elkaar houden van de armen. 

Manier van kijken of Oogcontact. Men zegt wel eens: “Ogen zijn de spiegels van de ziel.” Wanneer je de gewoonte hebt om ‘weg te kijken’ wanneer je naar iemand luistert, geef je blijk van een gebrek aan interesse en dit is weinig respectvol. Geen oogcontact houden met je gesprekspartner, terwijl je aan het spreken bent, wordt minimaal geïnterpreteerd als niet zeker zijn waarover je het hebt, en maximaal als regelrecht aan het liegen zijn. 

Het belang van oogcontact te houden met de ontvangers van je boodschap omvat twee elementen. Ten eerste, je moet naar je gesprekspartners kijken teneinde hun reacties op je boodschap te kunnen zien en begrijpen. Dit is onder meer nodig om feedback (zie deel XIII) daaromtrent te kunnen geven. 

Een tweede reden om oogcontact te houden is dat dit vertrouwen uitstraalt en wekt. Inderdaad, mensen beschouwen iemand die hen in de ogen kijkt meestal als eerlijk en betrouwbaar. Als je tijdens het gesprek iemand niet in de ogen kijkt, dan is de kans groot dat je gesprekspartner denkt dat je iets te verbergen hebt of dat je er niet helemaal zeker van bent dat je ideeën de moeite waard zijn. In beide gevallen verlies je aan geloofwaardigheid. 

De wijze waarop men iemand aankijkt, geeft dus veel ‘non-vocale non-verbale’ informatie. Wanneer je iemand rustig aankijkt, komt dit geïnteresseerd, open en zeker over. Wanneer je spreekt, kijk je de ander veel minder aan dan omgekeerd. De luisteraar hoeft zich alleen op het verhaal van de ander te concentreren en blijkt veel meer oogcontact te onderhouden. Iemand niet aankijken komt in onze cultuur niet prettig over. Het geeft de indruk ongeïnteresseerd of verlegen te zijn. Let er daarom op de ander regelmatig aan te kijken wanneer je spreekt, en continu aan te kijken wanneer je luistert.

Gelaatsuitdrukking.  De gelaatsuitdrukking is een van de belangrijkste middelen die een spreker heeft om de gevoelscomponent van zijn boodschap mee te geven. Zelfs de ogen kunnen een bepaalde emotie weergeven: blijheid, droefheid, verbazing,… De glimlach, dit spreekt vanzelf, communiceert vriendschap en de wil om samen te werken. Bepaalde grimassen kunnen verbazing uitdrukken, andere dan weer woede. Je gezicht dient wel flexibel genoeg te zijn om die gevoelens ook daadwerkelijk te communiceren. 

Gebarenkunnen gedefinieerd worden als de bewegingen van handen en armen die de gesproken boodschap onderstrepen. De meesten van ons gebruiken een wijde waaier van gebaren, zeker wanneer we een informeel gesprek voeren met vrienden. Goede gebaren zijn meestal vloeiend, beslist en komen op het juiste moment. Nerveuze bewegingen zoals de handen door het haar halen, de bril continu beroeren, notitiebladen plooien en strekken zijn geen goede gebaren. 

Gebaren kunnen als bedreigend overkomen, zeker bij een Cruciale dialoog. Het spreekt vanzelf dat gebaren vloeiend dienen te zijn. Gebaren die de communicatie en de woordenstroom rimpelloos ondersteunen, zijn het resultaat van praktijk en ervaring. Gebaren die correct gemotiveerd zijn – i.e. zij dienen om een idee bij de ander volledig over te brengen – worden meestal op het juiste moment aangewend. 

De hoeveelheid gebaren die mensen tijdens het spreken gebruiken, varieert sterk. In tegenstelling tot een aantal andere verbale en non-verbale uitingen, kan men gebaren vrij gemakkelijk aanleren. Kies dus bewust voor gebaren en zoek die gebaren die de inhoud van je verhaal ondersteunen. Vermijd vage bewegingen in de lucht, is zeker een raad die ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, kan geven.

Tactiele Communicatie door iemand aan te raken is per definitie non-verbale communicatie. Indien correct gebruikt, kan deze een directere boodschap geven dan tientallen woorden. Indien niet correct aangewend, is het de oorzaak van barrières en wantrouwen. Je kunt uiteraard gemakkelijk iemands ruimte binnendringen door deze communicatievorm. Wanneer het wederzijds gebruikt wordt, is het een teken van solidariteit; wanneer het niet wederzijds gebeurt, is het meestal een teken van verschil in status. De aanraking vergemakkelijkt niet alleen het zenden van de boodschap, maar voornamelijk de emotionele impact ervan. Bij Cruciale dialogen, die per definitie emotioneel geladen zijn, dient met tactiele communicatie behoedzaam omgesprongen te worden. 

Persoonlijke Ruimte:Dat is je ‘luchtbel’, anders gesteld, de ruimte die de spreker tussen zichzelf en de anderen creëert. Deze onzichtbare grens wordt enkel maar duidelijk wanneer iemand in deze ruimte tracht binnen te dringen. Het erkennen van je persoonlijke ruimte beïnvloedt je bekwaamheid om boodschappen te zenden of te ontvangen. Hoe ver sta je van diegene met wie je communiceert? Waar zit je in de kamer? Wat is je positie ten opzichte van anderen tijdens een vergadering? Al deze zaken beïnvloeden jouw comfortniveau en het comfortniveau van diegenen die de boodschap ontvangen. 

Indien je een kleinere persoonlijke ruimte hebt dan het gemiddelde, zorg er dan voor toch afstand te houden teneinde iemand die een grotere persoonlijke ruimte heeft, niet te intimideren.

Hoe werkt het? 

Een paar tips om je non-verbale communicatie beter te leren kennen: 

Vocale Signalen 

De beste manier om uit te vissen welke de vocale signalen zijn die je momenteel uitzendt – debiet, toonhoogte, geluidssterkte, kwaliteit, uitspraak en welbespraaktheid – is om effectief je gesprekken gedurende een zekere periode op te nemen. Zorg er evenwel voor dat de anderen begrijpen waarom je je conversaties op band vastlegt. 

Navraag doen bij je vrienden is een goede manier om je aannames, betreffende de vocale signalen die je zendt, te testen. Bijvoorbeeld om te kunnen afraken van stopwoorden die men gebruikt, dient men er zich wel van bewust te zijn. Daartoe vraag vrienden je er attent op te maken telkens men een bepaald stopwoord aanwendt. Zodra je bewust bent van de door jou gebruikte stopwoorden, kan je bekwaam worden ze te elimineren. 

Een goede gids voor de uitspraak van de meeste woorden is een recent woordenboek. Een waarschuwing echter: dit woordenboek zal niet de variaties weergeven die aanvaardbaar zijn voor je leeftijdsgroep, geografische regio of je sociaal-culturele groep. 

Oogcontact

Oogcontact is een directe en krachtige vorm van non-verbale communicatie. Indien je de gewoonte hebt om weg te kijken wanneer je aan het luisteren bent, dan geeft dit de indruk dat het je niet interesseert of dat je slechts kort je aandacht op iets kunt vestigen. Neem niet zonder meer aan dat je een goed oogcontact onderhoudt. Vraag, observeer en oefen. Vraag anderen of zij bij jou een gebrek aan oogcontact bemerken. Indien ze stellen dat dit het geval is, vraag dan of dit tijdens het luisteren of tijdens het spreken is. Noteer de gegevens en oefen een en ander in met een vriend totdat je je comfortabel voelt in het aanhouden van een oprecht continu oogcontact. 

Gelaatsuitdrukkingen

Kijk eens lang en zorgvuldig naar jezelf in een spiegel. Kijk naar jezelf zoals anderen dit doen. Begin daarna met het veranderen van je gelaatsuitdrukkingen, beginnend met de negatieve karakteristieken die er zouden kunnen zijn. Voeg er nadien een simpel element aan toe; iets dat de meesten van ons meestal vergeten – een glimlach. Uiteraard geen stomme, schaapachtige grijnslach, maar een echt oprechte glimlach die vertelt dat je een gelukkig mens bent die werkelijk blij is deze dialoog te kunnen voeren. Denk dan na over de volgende vraag: met wie zou je het liefst een cruciale dialoog voeren, met de eerste of de tweede persoon? 

Gebaren

Zoek uit welk soort gebaren je maakt. Overdrijf je of ben je eerder bewegingsloos? Wanneer gebruik je gebaren en zijn deze oprecht en betekenisvol? 

Persoonlijke Ruimte 

Indien je echt wat plezier wilt beleven aan een sociale bijeenkomst, stap dan binnen de grens van de persoonlijke ruimte van een vriend. Mits enige ervaring kun je hem doorheen de ganse kamer loodsen, zonder dat hij beseft wat er gaande is. Maar pas op: het kan ook jou overkomen!


[i]Plutarch en Demosthenes: http://www.attalus.org/old/orators2.html

[ii]Lily Rothman. The Story Behind George HW Bush’s Famous ‘’Read My Lips, No New Taxes’ promise. https://times.coM/3649511%2/george-hw-bush-quote-read-my-lips

[iii]Paul Watzlawick, Janet H. Beavin, Don D. Jackson. De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Houten-Diegem: Bohn Stafleu Van Lochum. Vierde druk, 1974. pp 39-41.

[iv]Abraham Mehrabian. Silent Messages. Belmont, CA:  Wadsworth Publishing Company, Inc. 1971. 

[v]http://www.kaaj.com/psych/smorder.html

[vi]Johan Roels. Cruciale dialogen. De dagelijkse beleving van Creatieve wisselwerking.Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012.