Tagarchief: Linda Elder

kritisch denken en creatieve wisselwerking in sociaal werk [i]

Kritisch Denken... een toepassing van Creatieve Wisselwerking

Kritisch denken is een manier van denken gericht op het formuleren van een weloverwogen antwoord op een vraag, het nemen van een beslissing of het komen tot een actie.

Deze definitie doet mij uiteraard denken aan het Cruciale Dialogenmodel uit mijn boek ‘Cruciale Dialogen’[ii] Dit model is gebaseerd op én een toepassing van het creatief wisselwerkingsproces[iii].

Dit Cruciale Dialogenmodel is ook bekend als ‘de liggende acht’ en ziet er, in een van z’n summiere vormen, als volgt uit:

Initieel staat wordt in het midden van het model; waar hierboven het begrip EMOTIE staat, de vraag of het probleem uitgedrukt in vraagvorm. Het doel is uiteraard die vraag daadwerkelijk te beantwoorden. De linker lus van het model, met als karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen, omvat het DENKEN. Dit denken leidt naar een INZICHT in de vraag of het probleem. De emotie die men voelt wanneer men de vraag waarderend begrepen heeft, vindt men – zoals op de figuur afgebeeld – terug in het midden van het model. Die emotie veroorzaakt de creatieve spanning om mogelijke antwoorden te formuleren. Dit gebeurt in de rechter lus van het model (meer bepaald in de karakteristiek Creatief Integreren). Eens met een set antwoorden gecreëerd heeft, dient beslist te worden welk(e)antwoord(en) men uiteindelijk kiest om uit te voeren (zie omslagpunt BESLISSING). Die beslissing wordt gevolgd door een actie (dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren). De rechter lus visualiseert het DOEN. Het ganse model kan ook beschreven worden als een synergie van het Franse “Ik denk dus ik ben” en het Amerikaanse “Ik doe dus ik ben”. Let wel om te ‘DOENKEN’ dient men Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven.

Om tot een goed antwoord, een goede beslissing en een goede actie te komen, bestaat een kritisch denkproces best uit acht elementen. Deze acht elementen voldoen (of niet) aan specifieke standaarden. De elementen en hun standaarden vormen een schema om kritisch naar een situatie of probleem te kijken (gebaseerd op de Paul & Elder, 2007[iv]).  

Het belang van kritisch denken in de opleiding sociaal werk

Kritisch denken is essentieel voor sociaal werkers. Veel situaties waarover sociaal werkers beslissingen moeten nemen, zijn complex en hebben geen pasklaar antwoord. Kritisch denken kan sociaal werkers helpen om in onzekere situatie een zo juist mogelijke beslissing te nemen.

In de opleiding sociaal werk willen we daarom dat studenten leren om kritisch denken systematisch toe te passen bij alles wat ze ondernemen. Kritisch denken is een essentieel leerresultaat van de opleiding. Dat wil zeggen dat studenten die tijdens de opleiding niet kritisch denken, niet kunnen slagen voor de opleiding. 

Om kritisch denken te ontwikkelen, bieden we doorheen de opleiding veel oefenkansen met feedback en hulpmiddelen. Bij de vele evaluatiemomenten (bijvoorbeeld examens of papers) is kritisch denken steeds een onderdeel. Welke elementen of standaarden worden geëvalueerd, is steeds duidelijk vermeld. 

Kritisch denken is dus, nog min noch meer, het van binnenuit beleven van de Creatieve Wisselwerking! Dus zou IMHO m’n boek een leidraad voor deze opleiding aan de UCLL kunnen zijn.

8 Elementen

Volgende acht elementen zijn de onderdelen van het denkproces. 

Eens kijken of die acht elementen van Paul & Elder hun plaats vinden in de liggende acht. Ik rangschik de acht elementen volgens de stroom van de liggende acht (zie de eerste figuur van deze column en het complete model uit Roels, J. 2012. p. 63):

De Vraag hoort uiteraard bij het midden van het model. In z’n summierste vorm is het Cruciale Dialogenmodel eigenlijk een lemniscaat met in het midden het vraagteken:

Dan gaan we naar eerste karakteristiek: Authentieke Interactie en daar vindt men de data, dus de feiten, de waarnemingen en objectieve gegevens. Die worden geobserveerd met behulp van wat ik het ‘helder’ bewustzijn noem.

We vervolgen met de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen en die omvat de overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders van waaruit de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd. Paul&Elder hebben daar ook meerdere namen voor. Eerst en vooral: Perspectief

Ten tweede: de vooronderstellingen, onderbouwingen. In mijn model worden die eerst gebruikt om de vraag ‘waarderend te begrijpen’ d.w.z. dat we de vraag diepgaand begrepen hebben, wat Paul&Elder ‘tot een conclusie komen’ noemt, noem ik ‘tot een gedeelde mening komen’ en die zorgt voor de emotie (zie hoger: het summier model). De perceptie en interpretatie gebeurd met wat ik het ‘gekleurd’ model noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril.

De emotie komt van het verschil tussen de gedeelde mening over de ware betekenis van het probleem, dus de huidige situatie en het doel, met namen de ideale situatie, de gewenste situatie. Hoe groter dit verschil of delta, hoe groter de creatiespanning en dus hoe groter de wil om die bestaande toestand te transformeren in de gewenste toestand.

Dan volgt de derde karakteristiek, Creatief Integreren met als elementen: doelen, idealen en gewenste toekomst. Komt dus overeen met de visie van Paul&Elder, waar de doelstelling is wat men tracht te realiseren. En dat is uiteraard het geven van een correct antwoord op de vraag of het realiseren van een goede oplossing van het probleem!

In de derde karakteristiek worden de concepten, die eigenlijk reeds voor een stuk gebruikt werden om de vraag waarderend te begrijpen (tweede karakteristiek), gebruikt om op een creatieve manier te komen tot mogelijke antwoorden. Overigens zagen ook Paul & Elder Kritisch denken en Creatief denken als twee facetten van hetzelfde muntstuk (Paul & Elder, 2008[v]). Dit alles gebeurt met wat ik het synergetisch bewustzijn noem (cf. 1+1>3).

Op het einde van de derde karakteristiek komt men tot (een) besluit(en). In mijn mindset is er een groot verschil tussen ‘besluiten’ en ‘beslissen’. De conclusie van Paul&Elder komt overeen met wat ik het set besluiten noem. Maar dan er is nog niet beslist welke van die ‘besluiten zullen uitgevoerd worden… Daar is effectief beslissen voor nodig!

Met andere woorden aan de theorie van Paul&Elder dienen er nog twee elementen toegevoegd worden vooraleer hun achtste element aan bod komt. 

Beslissen welke van de besluiten effectief zullen gerealiseerd worden. Die beslissing gebeurt tussen karakteristieken 3 (Creatief Integreren) en 4 (Continu Transformeren)

Dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren door het effectief (en efficiënt) uitvoeren van de besliste acties! En daarbij is het Proces Bewustzijn van uitzonderlijk belang.

We komen terug in het midden van ons model en daar vinden we het het resultaat van onze inspanningen, volgens Paul&Elder  de gevolgen! Uiteraard dienen we dan na te gaan of ons probleem ter deze is opgelost, indien niet dan hervatten we de rit op de liggende achtbaan.

Dus m’n versie van Kritisch denken, eerder van Kritisch ‘doenken,’ omvat tien elementen!

Overigens vind ik de liggende acht sterker dan onderstaande figuur en geef grif toe dat de liggende acht ‘iets’ complexer is. Maar toegegeven, deze figuur verhaalt maar het denkgedeelte van het verhaal. Anderzijds is Kritisch denken zonder er iets effectief mee te doen… steriel!

Kritisch denken bij het lezen van een tekst aan de hand van de elementen

Kritisch denken bij het schrijven van een tekst aan de hand van elementen

9 Standaarden

De standaarden zijn de normen waaraan het denken voldoet. In de opleiding aan het UCLL wordt op 9 standaarden gefocust. 

Kritisch denken bij het voeren van een gesprek/een debat aan de hand de standaarden

Hulpvragen bij het Kritisch Denken

En hoe hanteren we die standaarden binnen  het Cruciale Dialogenmodel? Daartoe gebruik ik de volledige figuur van de liggende acht, die ik ook soms de vlinder noem, (zie  hoger):

De helderheid vindt men ook terug in het gebruik van het helder bewustzijn om de helderheid van de data te toetsen.

Helderheid. In het midden staat de vraag of het probleem. De eerste vaardigheid van de eerste karakteristiek is die Kernvraag correct en helder stellen

Significantie. De belangrijkheid (significantie) van het probleem wordt tweemaal nagegaan. De eerste keer bij het begin (in het midden) met de vraag: “Is het probleem de moeite waard om opgelost te worden?” De tweede keer na het doorlopen van de karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen en dus, terug in het midden, gaat men de belangrijkheid van de zogenaamde ‘delta’ na.  Die delta is het verschil tussen de huidige situatie (linker lus van het model) en de gewenste situatie (rechter lus van het model) en dus de belangrijkheid van het probleem. De bijhorende vraag is : “Is dit verschil groot genoeg zodat de creatiespanning ons tot actie noopt?” of nog “Is het sop de kool wel waard?”

Diepte. De complexiteit van de vraag (het probleem) wordt tijdens de eerste karakteristiek nagegaan. Hebben wij wel genoeg data om die complexiteit te beschrijven?

Relevantie. De relevantie vraag dient van in het begin gesteld te worden. De gebruikte data dienen uiteraard relevant te zijn voor het beantwoorden van de vraag.

De relevantie vraag komt terug bij in de beslissingsfase. Met name in de vorm van de vraag: “Zijn de voorgestelde antwoorden op de vraag relevant?”

Eerlijkheid Eerlijkheid is een onderdeel van de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie. De informatie die men geeft dient eerlijke informatie te zijn, conform de werkelijkheid. Het dienen met andere wooorden ‘Feiten’ te zijn. En als het interpretaties zijn dient dit ook ze te worden aangegeven. Een vaardigheid horend bij de eerste karakteristiek is Bevestigend Parafraseren. Men dient in alle eerlijkheid te bevestigen en dus niet een parafrasering goedkeuren die je in feite niet correct vindt. Want in dat geval is men niet eerlijk. Een andere vaardigheid, Nederig Vragen hoort bij tweede karakteristiek. Daarbij gaan we er van uit dat de ander eerlijk zal antwoorden op m’n nederige vragen en geen ‘politiek correct’ antwoord zal geven.

Accuraatheid. De tweede vaardigheid van de 1ste karakteristiek is Bepleiten en Bevragen, dit is pleiten voor eigen meningen en daar horen vragen bij naar de accuraatheid van die stellingen. Die vragen staan hierboven geformuleerd.

Precisie. Bijkomende vragen rond de stellingen van de deelnemers aan het gesprek. Hoe precies zijn die? Op wat zijn die gebaseerd?

Breedte. Dit is, in mijn theorie, de kleine staande acht in de linker lus van de grote liggende acht. Daarbij worden de referentiekaders (tweede karakteristiek) getoetst aan de werkelijkheid (eerste karakteristiek). Het heeft ook betrekking op de verschillende ‘gekleurde brillen’ die aan zet zijn (tweede karakteristiek) waardoorheen men de werkelijkheid (eerste karakteristiek) ziet. In de breedte houden we rekening met de verschillende perspectieven. Meer nog we creëren een Gedeelde Mening met betrekking tot de cruciale vraag. Gedeelde mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan  de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen en ze als legitiem aanvaarden en uiteindelijk die vraag of het probleem éénduidig waarderend begrijpen (i.e. de Gedeelde Mening). Dit is een conditio sine qua non voor het uiteindelijk vinden van de broodnodige oplossingen.

Logica. De logica dient nagegaan te worden op het eind van de eerste lus (zit er logica in het waarderend begrepen probleem en in onze gedeelde mening betreffende de cruciale vraag) en tijdens de besluitvorming (derde karakteristiek)

De hulpvragen in dit deel dienen eigenlijk Socratische vragen te zijn. Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemers aan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

[i] Deze column is gebaseerd op een nota van de cursus Filosofie van het eerste jaar Sociaal Werk aan de UCLL (Docenten Rottiers S. en Lleshi Gjonpalaj B. – academiejaar 2020-2021).

[ii] Roels, J.  (2012). Cruciale dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iii] Roels, J. (2001). Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant.

[iv]Paul, R. & Elder, L. (2007). Critical Thinking Competency Standards. Standards, Principles, Performance Indicators, and Outcomes. With a Critical Thinking Master Rubric. The Foundation for Critical Thinking.

[v] Paul, R. & Elder, L. (2008). The Thinker’s Guide to Critical and Creative Thinking. Foundation for Critical Thinking Press.