Tagarchief: Paul de Sauvigny de Blot SJ

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXIII

WAT WILLEN JULLIE: GELIJK OF GELUK? 

Springsteen’s first breakdown came upon him at age thirty-two, around the time he released Nebraska. It is 1982, and he and his buddy Matt Delia are driving from New Jersey to Los Angeles in a 1969 Ford XL. On a late summer night, in remote Texas, they come across a small town where a fair is happening. A band plays. Men and women hold each other and dance lazily, happily, beneath the stars. Children run and laugh. From the distance of the car, Springsteen gazes at all the living and happiness. And then: Something in him cracks open. As he writes, in this moment his lifetime as “an observer . . . away from the normal messiness of living and loving, reveals its cost to me.” All these years later, he still doesn’t exactly know why he fell into an abyss that night. “All I do know is as we age, the weight of our unsorted baggage becomes heavier . . . much heavier. With each passing year, the price of our refusal to do that sorting rises higher and higher. . . . Long ago, the defenses I built to withstand the stress of my childhood, to save what I had of myself, outlived their usefulness, and I’ve become an abuser of their once lifesaving powers. I relied on them wrongly to isolate myself, seal my alienation, cut me off from life, control others, and contain my emotions to a damaging degree. Now the bill collector is knocking, and his payment’ll be in tears.[i]

Michael Haineh – Beneath the Surface of Bruce Springsteen – Esquire

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over de cruciale vraag: “Wat wil ik: gelijk of geluk?” Jullie weten al dat een ‘of’ vraag één correct antwoord heeft, namelijk JA! In de quote hierboven, uit een lang artikel over Bruce Springsteen, schrijft de journalist hoe Bruce door te veel het gelijk na te streven, het geluk verloor en in z’n eerste depressie sukkelde. Hiermee maak ik duidelijk dat het beter is geluk na te streven dan het eigen gelijk! Dit wil niet zeggen dat het antwoord op de cruciale vraag wijzigt, dit wil wel zeggen dat de nadruk dient te liggen op het nastreven van geluk!

Inleiding

Soms is men, door het eigen gelijk na te streven, gewoonweg niet zo gelukkig als men zou willen zijn. Men bijt zich vast in een meningsverschil en wil mordicus haar of zijn gelijk halen. Daarbij verliest men de plezierige omgang met zichzelf en de ander. Men komt in een discussie terecht en daarbij sijpelt het gelukkig gevoel, als men dat al had, vlug weg.

Zich ongelukkig voelen is een emotionele staat en dus, nogal logisch, dient men, wanneer men zich niet goed in haar of zijn vel voelt, eerst die eigen emotionele staat te onderzoeken. Want, zoals we reeds overvloedig gezien hebben in deze serie columns, emoties zijn de brandstof voor onze acties. 

Eloïse, Edward en Elvire, de toestand van onze emoties zal altijd een enorm effect hebben op ons gevoelsleven en ook op wat het volgende is dat in ons leven zal gebeuren. De emotionele staat heeft inderdaad invloed op gevoelens en die hebben dan weer invloed op acties en die acties, ten slotte, op de gebeurtenissen.

Gelijk hebben en gelijk krijgen

Nogal wat mensen denken: “Ik heb altijd gelijk, maar krijg het niet altijd.” Dat wordt soms een probleem; want gelijk hebben en geen gelijk krijgen wordt aangevoeld als onrecht.

Belangrijk hierbij is het antwoord op de vraag: “Wanneer heeft men gelijk?” Dit is volgens mij enkel zo indien de feiten waarop men zich baseert, kloppen met de werkelijkheid. Het dienen, met andere woorden, natrekbare feiten te zijn, geobserveerd met het helder bewustzijn. Voorbeelden daarvan zijn: een meter is geen twee meter en twintig Euro zakgeld is geen dertig Euro zakgeld. Dus met feiten heeft men zelden een probleem. Men heeft gelijk of geen gelijk, het is zwart of wit.

Vaak gaat het echter over meningen, gevoelens, principes of normen en waarden, die men verkoopt als feiten en dus als waarheid. Zoals jullie, Eloïse, Edward en Elvire, onderhand wel weten, zijn er zoveel meningen als er mensen zijn. Want de werkelijkheid wordt waargenomen met het gekleurd bewustzijn en dat laatste is voor elke mens uniek. Men zou kunnen stellen dat men gelijk heeft vanuit het standpunt van de eigen mindset. Men ziet namelijk die zaken doorheen de gekleurde bril van de eigen mindset. Anderen zien dezelfde zaken met een iets anders gekleurde bril en hebben ook gelijk, vanuit hun standpunt wel te verstaan.

Zoals gesteld, voelt het als onrecht wanneer men wel gelijk heeft en geen gelijk krijgt. Als het over feiten gaat, voelt het niet alleen als onrecht, het is onrecht. En dat onrecht roept dan weer tal van gevoelens op: boosheid, teleurstelling, woede en verdriet.

Indien echter uw gelijk steunt op gekleurde meningen is het maar de vraag of men werkelijk gelijk heeft. Sommige mensen gaan altijd het gevecht aan om hun gelijk te halen. Met ‘slaande’ argumenten, die bovendien meestal gekleurde meningen zijn, trachten ze de ander te overtuigen. Ze willen kost wat kost de discussie winnen. Ze rusten niet tot de andere zegt: het klopt wat je zegt. In mijn leven heb ik, tot op een bepaald moment, altijd gedacht dat dit soort mensen opgeleid waren door Jezuïeten. Het volgende heb ik meer dan tien keer als consultant en lesgever in bedrijven meegemaakt:

Soms werd het mij tijdens een intakegesprek of een cursus heel duidelijk dat de bewuste manager van het soort was dat steeds mordicus gelijk wil krijgen en heel bedreven was in het debatteren om dit gelijk binnen te halen. Niet voor niets hoort men in het werkwoord ‘debatteren’ het Franse woord ‘batterie’ dat ‘drumstel’ betekend. Wanneer dit alles me dus heel duidelijk was geworden, vroeg ik de manager in kwestie langs mijn neus weg: “Zou het kunnen dat u uw opleiding genoot bij Jezuïeten?” Steeds was het antwoord affirmatief en repliceerde die manager nog: “Waarom dacht u dat?” En toen ontvouwde ik mijn ‘denkkader’. De Jezuïeten leidden jonge mensen op niet om gelijk te hebben, maar om gelijk te krijgen. Zo leren ze te argumenteren totdat de tegenpartij de handdoek in de ring gooit. Ze leren te debatteren en discussiëren totdat ze daarin heel bedreven zijn. Die jonge mensen dragen dat gans hun leven met zich mee. Eens manager behielden ze dit gedrag en kon ik ze, af en toe, ontmaskeren. Omdat ik er nooit naast zat, kreeg ik een vastgeroeste mindset wat Jezuïeten betrof. Ik vond hun manier van opleiden maar ‘zus en zo’. Heel laat in mijn leven werd die mindset uiteindelijk grondig getransformeerd. Dit gebeurde na een paar ontmoetingen met Paul de Sauvigny de Blot SJ[ii] in 2011, ik was toen al vijfenzestig jaar. Dus, Eloïse, Edward en Elvire, men is nooit te oud om het eigen denkkader grondig in vraag te stellen en te transformeren!

De vragen die men zich dient te stellen zijn: “Heb ik wel gelijk?” en “Is mijn gekleurde mening echt de enige waarheid?” Zoals jullie weten ben ik ervan overtuigd dat ik de waarheid niet in pacht heb. Ik heb zelfs met de gedachte gespeeld de zin “Ik heb de waarheid niet in pacht!” op m’n voorhoofd te laten tatoeëren, maar ‘ons Rita’ stelde haar veto. Uiteindelijk heb ik mij een paar witte T-shirts gekocht met die slogan. Daarmee maak ik de ander duidelijk dat ik ervan overtuigd ben dat ik zelf de waarheid niet in pacht heb. Een bijkomend voordeel is dat de ander, die mij ontmoet en dus de slogan leest, eraan herinnerd wordt dat ook zij of hij de waarheid niet in pacht heeft. Uitgaande van deze ‘waarheid’, met name dat we geen van beiden de waarheid in pacht hebben, kunnen we in dialoog gaan en een gemeenschappelijke waarheid creëren. Die gedeelde mening of gedeelde ‘waarheid’ zal dichter bij ‘de waarheid’ liggen dan de ‘waarheden’ waar we beiden over beschikten.

Eloïse, Edward en Elvire, een probleem waar ik al jaren mee worstel, is dat ik, door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking en dan voornamelijk de eerste karakteristiek Authentieke Interactie, steevast overkom als iemand die stellig zijn ‘wijsheid’ communiceerde en dat werkte vaker in mijn nadeel dan in mijn voordeel. Ik kreeg en krijg namelijk vaak de labels ‘arrogant’ en ‘pedant’ opgekleefd. Uiteindelijk leerde ik daardoor om, samen met mijn meningen, even stellig mee te geven dat die meningen weliswaar ‘mijn waarheid’ en niet ‘de waarheid’ zijn. Met andere woorden, ik stond open voor een dialoog. Ik hield dus niet koppig of halsstarrig vast aan m’n eigen standpunten en luisterde echt naar de standpunten van de ander en begreep ze waarderend, zodat we samen konden streven naar een gedeelde mening. Let wel, dit alles wanneer dat ik met de ander in dialoog kon gaan. Dit was spijtig genoeg niet steeds het geval was. Nogal wat mensen lopen vaak weg wwanneer een cruciale dialoog[iii] zich aandient.

Omgaan met emoties

We hebben gezien dat gelijk hebben en geen gelijk krijgen steeds emoties opwekt.

Wat we mogelijks vergeten, is dat we het vermogen hebben onze emoties te kiezen. Over het algemeen zijn wij niet zo goed in het omgaan met emoties. We hebben een oordeel over emoties. We willen ons vooral blij, gelukkig, tevreden, geïnspireerd en gemotiveerd voelen. We willen vooral anderen laten zien hoe goed het met ons gaat en daar erkenning voor krijgen. Daar hebben we nu alle middelen toe, met op kop ‘Facebook’ en voor jullie, jongeren, ‘Instagram’.

Boosheid, woede, angst en verdriet zijn voorbeelden van emoties die wij als “niet goed” bestempelen. Deze emoties laten we het liefst niet zien en daardoor drukken we ze weg. Het lijkt wel alsof deze emoties in onze maatschappij niet thuis horen.

Iedereen kan kwaad worden. Het is heel makkelijk. 
Niet zo makkelijk is kwaad zijn op de juiste persoon, p het juiste moment, om de juiste reden en in de juiste mate. 
— Aristoteles

Eloïse, Edward en Elvire, het vermogen om met jullie emoties om te gaan, komt er op neer dat jullie het hele spectrum aan emoties (boos, blij, bang, bedroefd) durven toelaten en dit zonder waardeoordeel. Met de volgende stappen leren jullie constructief omgaan met emoties, jullie:

  • worden bewust van jullie gevoelsniveau en van de emotie daaronder. Hoe sneller hoe beter. Zo kan men er iets mee doen i.p.v. deze emoties op te stapelen. Men hoedt zich er ook voor door te schieten in een reactie;
  • creëren ruimte om de emotie te observeren. Waar komt deze emotie vandaan? Geef de emotie aandacht zonder een oordeel te vellen. Hierbij zet men het helder bewustzijn in (awareness);
  • vinden in die ruimte de kracht om bewust te kiezen hoe jullie met deze emotie wensen om te gaan i.p.v. zich er door te laten leiden;
  • stellen volgende vragen; Wat triggert mij? Wat kan ik hiervan leren? Welke boodschap neem ik hieruit mee? ;
  • kijken of de emotie verdwijnt als men deze helemaal heeft doorvoelt. Doorvoelen wil zeggen bewust aandacht geven aan het gevoel, zich erop concentreren en het niet relativeren, bagatelliseren of wegduwen en zich er toch niet laten door meeslepen;
  • kijken, wanneer die eigen emotie niet is weggeëbt, er nogmaals naar. Is het zo voldoende of is er een bewuste actie nodig? Vraagt de emotie om een actie, kies dan bewust welke actie. Het is prima om te huilen bij verdriet en het is ook prima om even stoom af te blazen bij woede, door bijvoorbeeld even te schreeuwen of op een kussen te slaan;
  • vragen jullie daarbij af: “Wat is (voor u en de ander) een constructieve manier om uiting te geven aan die emotie?

Wanneer men alle emoties kan voelen en men er mee om kan gaan, door deze de ruimte te geven en waarderend te begrijpen, kan men bewust kiezen hoe men met deze emotie wenst om te gaan. Door te leren op een constructieve manier uiting te geven aan emoties, waar nodig, zal men merken dat men minder gevoelens opkropt, waardoor men minder in de Vicieuze Cirkel terecht komt en daardoor meer Creatieve wisselwerking van binnenuit beleeft, waardoor het eigen energie niveau stijgt.

Wanneer men het helder bewustzijn niet ontwikkelt met betrekking tot de eigen emoties, dan blijf men ze onderdrukken en opstapelen. Dit zorgt ervoor dat deze emoties op den duur de controle krijgen en dan schiet de eigen Vicieuze Cirkel door en wordt bijvoorbeeld woede op een destructieve manier geuit. Of de emoties worden onderdrukt, wat kan leiden tot vermoeidheid & stress; klachten die zich uiteindelijk in lichamelijke pijn kunnen uiten. Die klachten en die pijn zijn niets anders dan neveneffecten van de Vicieuze Cirkel.

Laat ik dit stukje eindigen met een metafoor. Als er een splinter in je vinger zit, gaat die op de duur irriteren. Wanneer men er niets aan doet, gaat het pijn doen en de vinger ontsteken. Het lichaam geeft een duidelijk signaal dat er iets ‘aanwezig’ is wat moet verwijderd worden. Zo werkt het op het emotionele vlak ook. Emoties die genegeerd worden, zorgen voor irritatie. En op den duur gaat het pijn doen (ontsteken). Als men de emoties tijdig onderkent, kan men ze doorvoelen en de betekenis ervan inzien en uiteindelijk lossen de emoties letterlijk op.

Wendbaar en Weerbaar

Als je geconfronteerd wordt met een probleem, denk dan goed na.
Als er een oplossing is, dan heeft het geen zin je zorgen te maken. Is er geen oplossing dan heeft het geen zin je zorgen te maken.
– Dalai Lama 

Eloïse, Edward en Elvire, deze ganse serie columns heeft tot doel jullie te helpen wendbaar en weerbaar te blijven (zie het deel ‘Inleiding’). Wanneer men denkt gelijk te hebben en het plots in de dialoog duidelijk wordt dat men helemaal geen gelijk heeft, dan is emotionele flexibiliteit op z’n plaats. Deze vaardigheid werd voor het eerst zo benoemd door Susan David, een Harvard professor, in haar boek met die titel[iv]. In dat boek heeft zij het over de noodzaak van het ontwikkelen van emotionele flexibiliteit. Hiermee wordt bedoeld het vermogen om je aan te passen aan lastige omstandigheden en sterker dan ooit terug te veren! Het aanpassen heeft te maken met wendbaarheid, het terugveren met weerbaarheid.

Haar boek start overigens met een verhaal dat duidelijk aangeeft dat men best zijn denkkader transformeert van Star naar Flexibel. Er bestaan veel versies van dit verhaal en op het internet vindt men heel wat filmpjes die het verhaal verbeelden (meestal in het kader van één of ander reclamecampagne). In de versie van Susan David gaat het over een Brits oorlogschip (HMS Defiant) en in de videos over USA oorlogschepen (USS Lincoln en USS Montana) [v]

De versie van Stephen Covey[vi] steunt op een artikel van het tijdschrift Proceedings van de US Naval Institute waarin ene Frank Koch dit verhaal vertelt:  

Twee oorlogsschepen die voor een oefening deel uitmaakten van het eskader, waren al dagen bezig met manoeuvers in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde, stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden het zicht. De kapitein bleef daarom zelf ook op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. 

Vlak nadat de duisternis was gevallen, meldde een wacht: “Licht aan stuurboord.” “Recht of niet?” riep de kapitein. “Recht, kapitein!” antwoordde de wacht. Er bestond dus gevaar voor aanvaring. 

De kapitein riep tegen de seiner; “Sein, aanvaring dreigt, verander uw koers twintig graden.” 

Het andere schip seinde terug: “Advies aan u: verander uw koers twintig graden.”

De kapitein repliceerde: “Sein, ik ben kapitein, verander uw koers twintig graden.”

“Ik ben stuurman tweede klas”, was het antwooord, “Verander uw koers twintig graden.”

De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: “Sein, dit is een oorlogschip. Verander uw koers twintig graden.”

Daarop kwam het signaal: “Dit is een vuurtoren.”

En … wij veranderden van koers.

Hoewel het ganse verhaal verzonnen blijkt[vii], blijft de boodschap overeind. Te lang vasthouden aan een niet op feiten gebaseerde mening kan verstrekkende negatieve gevolgen hebben. Dus is het raadzaam steeds de eigen meningen en dus het eigen denkkader in vraag te stellen.

Maar hoe wendbaarder worden!?!


Uiteraard door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Eloïse, Edward en Elvire, hierna geef ik nog een vijftal tips. 

1. Vecht niet tegen jullie gevoelens

Negatief onderdrukken doet meer kwaad dan goed. ‘Wanneer we emoties opzij zetten, ondermijnt het onze veerkracht.’ Pas als men zichzelf toestemming geeft om zich boos of verdrietig te voelen, kan men die gevoelens eerlijk aanpakken en vooruit gaan.

2. Schrijf het op.

Men kan niet altijd positief zijn. Want ook daardoor drukt men de emoties weg. Men draagt als het ware een masker. Een starre glimlach is niet het antwoord!


Wanneer men haar of zijn gevoelens opschrijft, gaat men er mee in dialoog. Door er woorden aan te koppelen, verwerkt en accepteert men de emoties op een gezonde en productieve wijze. Hierdoor groeit men en wordt men veerkrachtig.

3. Verruim de afstand tussen jezelf en je emotie

Zowel Victor Frankl als Paul de Sauvigny de Blot SJ vertelden hoe overlevenden van nazi en jappen dodenkampen, getuigden over het scheppen van een ruimte tussen de stimulus en het antwoord. In die ruimte kan men zich richten.

Als men zegt, “ik ben gestresseerd”, identificeert men zich met haar of zijn stress. Zeg dus eerder:  “Ik merk dat ik stress ervaar!” Hierdoor vereenzelvigt men zich niet met haar of zijn stress; men creëert afstand tussen zichzelf en de eigen emotie, en geeft men zichzelf de macht te kiezen hoe men reageert; zelfs in die uiterst moeilijke omstandigheden.

4. Breid je emotionele woordenschat uit

Hoe kunnen we onze emoties beheren als we ze niet correct kunnen benoemen of beschrijven? We gebruiken vaak slechts drie of vier synoniemen om te beschrijven wat we voelen. Uit onderzoek blijkt echter dat, hoe meer we een gedifferentieerde taal gebruiken om onze emoties te beschrijven, hoe meer we deze kunnen van binnenuit beheersen.

5. Stap uit de emoties.

Als men niet krampachtig bezig is met haar of zijn gevoel te veranderen, kan men rustiger onderzoeken wat het nut is van de emotie.  Het is waar dat emoties feiten zijn; de cruciale vraag daarbij is: “Op welke feiten steunen die emoties.” Emoties geven informatie over onze prioriteiten, onze waarden en over ons gekleurd bewustzijn, onze persoonlijke mindset.

Emotionele weerbaarheid

Emotionele veerkracht is wanneer men in staat is om haar of zijn hectische geest (‘The Monkey Mind’) te kalmeren na een negatieve ervaring. Het is intrinsieke motivatie, een innerlijke kracht waarmee we letterlijk tegenslagen van het leven kunnen te boven komen.

Net als andere aspecten van onze persoonlijkheid (zoals IQ, EQ Sociale intelligentie en zo) is Emotionele veerkracht een eigenschap die er is sinds de geboorte en die men best gedurende het hele leven blijft ontwikkelen.

The greatest glory in living lies not in never falling, 

but in rising every time we fall.”

Nelson Mandela

Emotionele veerkracht gaat niet over het winnen van de strijd. Het is de kracht om door de storm te varen en toch de koers aan te houden. Eloïse, Edward en Elvire, we leven in het tijdperk van de vierde technologische revolutie, en daardoor dienen we ons, pakweg, om de tien jaar aan te passen aan veranderingen die nooit eerder in ons leven hebben gekend.

Emotionele veerkracht is een levenskunst die verstrengeld is met zelfvertrouwen, zelfcompassie en verbeterde cognitie (kennis). Het is de manier waarop we onszelf machtigen alles als ‘tijdelijk’ waar te nemen en, door de pijn en het lijden heen, te blijven evalueren[viii]

Emotionele veerkracht betekent terugveren van een stressvolle gebeurtenis of tegenslag. En die tegenslag niet uw interne motivatie laten beïnvloeden. Let wel, het gaat niet om de ‘buigen en niet breken’ vaardigheid, want dat is eerder Emotionele wendbaarheid; het is eerder het accepteren dat men ‘gebroken is’ en niet bij de stukken blijven zitten, en terug opstaan en doorgaan. 

Dr. Harry Barry, een huisarts en expert in cognitieve gedragstherapie (CBT) publiceerde enkele van zijn opmerkelijke bevindingen over emotionele veerkracht in zijn boek ‘Emotional Resilience: How To Safeguard Your Mental Health’[ix].

Dit recent boek (publicatie mei 2018), is een van de rijkste en meest populaire teksten over emotionele veerkracht. Dr. Barry identificeert in zijn boek emotionele veerkracht als de ‘bouwstenen van het leven’. Hij ziet emotionele veerkracht als een coping mechanisme om overdadige stress (i.e. burn-out) te neutraliseren. Hij beweert dat veerkrachtige mensen beter coping-mechanismen inzetten en dus vlugger terugveren.

De in het boek genoemde interventiestrategieën draaien om drie concepten:

Cognitie – de manier waarop we denken

Perceptie – de manier waarop we dingen analyseren en evalueren;

Actie – de manier waarop we erop reageren.

Eloïse, Edward en Elvire, het is niet moeilijk om in die drie concepten m’n Cruciale dialoogmodel te ontdekken: Cognitie (linkerlus), Perceptie (midden) en Actie (rechterlus), teneinde de Vicieuze Cirkel beweging ‘om te draaien’!

Emotionele veerkracht kan, nog steeds volgens Dr. Barry, ontwikkeld worden door:

  • Het feit te herkennen dat onze gedachten onze acties beïnvloeden; Stress erkennen en bereid zijn er effectief mee om te gaan;
  • Openstaan voor veranderingen en flexibel zijn terwijl men zich aanpast aan nieuwe situaties;
  • Volgende waarheid acepteren: ‘dat door het veranderen van de manier waarop we op stress reageren;
  • De (actuele) Zelf omarmen door zelfcompassie en empathie op te bouwen en deze daardoor te transformeren in de richting van de Originele Zelf.

Uiteraard is het boek van Dr. Barry koren op mijn Creatieve wisselwerkingsmolen. Het is inderdaad een recente parafrase van het concept dat voor het eerst door dr. Henry Nelson Wieman als dusdanig werd beschreven, en aan de grondslag lagen van m’n twee boeken: ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’. 

Besluit

The secret of health for both mind and body is not to mourn for the past, worry about the future, or anticipate troubles,  but to live in the present moment wisely and earnestly.

Buddha

Hoe wendbaarder en weerbaarder men wordt, hoe gelukkiger men uiteindelijk is. Met andere woorden, hoe meer men Creatieve wisselwerking vanbinnenuit beleeft, hoe gelukkiger men wordt. Niet dat men daardoor van tegenslagen gespaard blijft. En toch, men kan er beter mee omgaan en uit het ego treden. Juist daardoor wordt men gelukkiger. Let wel, makkelijk is anders en er is volgens mij geen andere weg. 

Kortom, het is beter geen gelijk te krijgen en gelukkig te zijn, dan andersom. 

Darkness must pass
A new day will come
And when the sun shines
It will shine out the clearer.

J. R. R. Tolkien


[i] Michael Haineh, Beneath the Surface of Bruce Springsteen, Esquire Nov 27, 2018 https://www.esquire.com/entertainment/a25133821/bruce-springsteen-interview-netflix-broadway-2018/

[ii] Over mijn ontmoetingen met Prof. Dr. Paul de Sauvigny de Blot SJ en waarom ik hem uiteindelijk mijn vierde ‘geestelijke’ vader begon te noemen kunnen jullie hier meer lezen: http://www.creativeinterchange.be/?p=673

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012. Bladzijde 27.

[iv] Susan David. Emotionele Flexibiliteit. Amsterdam: Meulenhof Boekerij bv, 2017

[v] https://youtu.be/KvRYd8U7qGY

[vi] Stephen R. Covey. De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 70e druk 2014. Bladzijde 26.

[vii] https://www.snopes.com/fact-check/the-obstinate-lighthouse/

[viii] Hara Estroff Marano, The Art of Resilience. Psychology Today, May 01, 2003: https://scholar.google.be/scholar?q=Marano+2003+emotional+resilience

[ix] Dr. Harry Barry. Emotionele Resilience. How to Safeguard Your Mental Health. London: Orion Spring, The Orion Publishing Group Ltd. An Hachette UK Compony. 2018.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXXII

HOE OMGAAN MET EEN CRISIS? 

Ik gleed terug naar de afgrond waar woede, angst, wantrouwen, onzekerheid en het familietrekje mysogenie streedt met mijn betere engelen. Het was alweer de angst om iets te hebben, om iemand in mijn leven toe te laten, van iemand te houden, die een orkest van toeters en bellen liet afgaan en een heftige reactie opriep. Wie zou voor mij zorgen, van mij houden? De echte ik[i]

– Bruce Springsteen 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het omgaan met een crisis. Ook Bruce Springsteen belandde in een zware crisis, zoals de bovenstaande quote uit z’n boek ‘Born to Run’ aangeeft. Zijn echte ik, die hij verborg achter een façade van zorgeloosheid, was in crisis. In mijn taal betekent dit dat de Originele Zelf van Bruce in crisis was. Ook ik belandde ooit in een existentiële crisis. Nu ben ik er van overtuigd dat de kans groot is dat zowat eenieder ooit in een crisis belandt, dus ook jullie riskeren dit. Vandaar dat ik er deze column aan wijd. Ze is uiteraard gebaseerd op mijn eigen ervaringen en ook, en vooral, op wat ik leerde van m’n vierde (geestelijke) vader, Paul de Sauvigny de Blot SJ.

Wat is dat “een crisis”?

Paul de Blot SJ leerde mij inzien dat een crisis eigenlijk een vernieuwing is. Wij zijn het ons niet steeds bewust, maar wij evolueren, alles vernieuwt zich. Kijk bijvoorbeeld eens naar één van jullie handen. Dit is niet alleen een hand, het is ook een continu veranderingsproces! Continu sterven er cellen af en worden er nieuwe gecreëerd. Of het nu we willen of niet, onze ganse omgeving verandert. Het klimaat verandert, de bevolking verandert, het milieu verandert, de technologie verandert, kortom alles verandert. Bovendien zitten deze veranderingen momenteel in een stroomversnelling.

Wat betekent dit concreet.  Laat mij een voorbeeld geven: wanneer men vroeger afstudeerde dan was men voor het hele leven klaar. Wanneer men nu afstudeert is het diploma, op het moment dat men het krijgt, al verouderd. Hoe komt dat? De omgeving verandert zo radicaal en zo snel dat de gevolgde opleiding er niet meer in past. Er komen bovendien beroepen op ons af waarvoor er nog geen opleidingen bestaan. En elke opleiding veroudert heel snel indien men geen ervaring opdoet en daar niet van leert. Men dient continu bij te leren om continu te verbeteren!

Wat gebeurt er wanneer men transformeert? Dan raakt men de oude zekerheden kwijt. Men is gewend aan die zekerheden en die verliest men. En als men die kwijt is, komt men in een crisis terecht. De illusie van het verleden, zekerheid, is de oorzaak van de crisis van vandaag.

Neem nu de vroegere wereld van de grootbanken die ik heb gekend. Men was toen vriendelijk, klantgericht en toen kwam het devies ”we moeten meer geld maken!”. In die periode verdween ook de “goudstandaard”. Jullie hebben die tijd nooit gekend, maar toen men nog de “goudstandaard” hanteerde, was de hoeveelheid geld in omloop gerelateerd aan de goudreserve. Het laten schieten van de goudstandaard betekende vrij spel voor het drukken van geld. Toen kwam de verleiding. Geld kan geld maken en wie het meeste geld maakt krijgt een bonus. Gevolg, de klant werd vergeten, het ging hem om de bonus. Prachtig, iedereen wist dat, als men bij de bank op een zeker niveau kwam men een bonus kon verdienen… en dan werd men rijk! In 2008 zat plots de klad erin…Crisis! En in dezelfde periode kwam ook ik in een existentiële crisis. Ik was mijn zekerheden kwijt en belandde in een diepe depressie.

Verandering om te vernieuwen. Elke vernieuwing betekent in essentie crisis. In de natuur zijn er eigenlijk maar drie momenten van belang: een plant wordt geboren, gaat dood en creëert nieuw leven. Inderdaad, een plant wordt oud, krijgt zaadjes, sterft af en de zaadjes komen op. Het zaadje creëert precies dezelfde plant als de moederplant … of toch niet helemaal. De nieuwe plant heeft zich namelijk aangepast aan de veranderde omgeving. De nieuwe plant is anders, sterker en beter bestand tegen de bedreigingen van de nieuwe omgeving.

Crisis. Men moet sterven om nieuw leven te creëren. De mens stribbelt echter tegen, de mens verdomt het om dood te gaan. De mens doet er alles aan om in leven te blijven, ook al wordt dat overleven onbetaalbaar. De mens creëert ook organisaties die moeten blijven leven; hoe ouderwets en aftands die ook worden.

Dit was het verhaal van het eerste bedrijf waarin ik werkte: ‘den Kuhlmann’. Ook dat bedrijf diende, kost wat kost, te blijven leven. Hoewel het niet meer paste in de nieuwe omgeving (verouderde processen en wegdeemsterende producten) bleef men het artificieel in leven houden. De crisis kondigde zich aan en de doodstrijd duurde zo’n twintig jaar.

Sterven heeft anderzijds iets geweldigs. Alles moet sterven om tot nieuw leven te komen. We hebben prachtige idealen, we hebben prachtige ideeën… maar die verouderen snel. Het is ofwel sterven of drastisch transformeren. Het resultaat daarvan is hetzelfde: een nieuwe mens, een nieuwe organisatie!

Het leven is zakendoen

Eloïse, Edward en Elvire, als puntje bij paaltje komt, gaat het in het leven om het doen van zaken. Het gaat niet om religie, niet om het nastreven van een esoterisch ideaal. Het gaat om zakendoen, keihard zakendoen.

Wat bedoel ik met zakendoen? 

Het zit ‘m in het doen, in het realisme en is gericht naar een doel (zo goed mogelijk ‘overleven’):

Dat is dus één aspect; zakendoen met zin voor realisme. Realisme inzake de tastbare werkelijkheid en het niveau van de hardware! Bij het zakendoen dient men effectief en efficiënt te zijn en daarbij moet men realist zijn. Dit om de eenvoudige reden dat, indien men geen realist is, men niet deskundig is en daardoor faalt in het zakendoen.

Neem het verhaal van de hogesnelheidstrein in Nederland. Prachtig en duur concept. Het duurde jaren voor hij reed. Op een zeker moment werd een commissie samengeroepen om na te gaan waarom het project vastliep. De commissie legde na drie maanden de verzamelde gegevens vast in een rapport, met aanbevelingen. Dan verliepennog eens drie maanden om de implementatie van de aanbevelingen voor te bereiden: na zes maanden werden die eindelijk uitgevoerd, en … die acties waren geen succes! Hoe kwam dat? Na zes maanden werd een vernieuwing doorgevoerd gebaseerd op oude data. De omgeving was ondertussen reeds grondig veranderd, dus was de mislukking in de sterren geschreven. Weer nieuwe planning, weer nieuwe controle, weer nieuwe bijsturing… die mislukte weer. Elke planning mislukt per sé als ze niet tijdens de uitvoering aangepast wordt aan de vernieuwde werkelijkheid en dus aan de realiteit.

Dit noem ik realisme. Realisme betekent continu kijken naar de werkelijkheid en zich aan die realiteit aanpassen. Als men effectief en efficiënt wil werken, dient men te luisteren naar wat de omgeving nodig heeft. Dat betekent dat men deskundig moet zijn in het eigen vakgebied. Kortom, deskundig zakendoen door realisme!

Wat hebben jullie te maken met zakendoen?

Eloïse, Edward en Elvire, we maken allemaal deel uit van een gezin. Een gezin is ook een zaak, noem het voor mijn part een miniorganisatie. Ook een gezin moet winst maken. Ook een gezin moet overleven. Als er niets wordt verdiend dan komt er geen brood op de plank. Ook een gezin moet zakendoen: realist zijn en doen, presteren!

Men moet blijven presteren en dat presteren wordt steeds moeilijker naarmate de omgeving verandert en sneller verandert. Men heeft een goede, prachtige baan voor het verdere leven. Dat dacht men althans, en dan gaat het bedrijf op de fles, wat nu? Dan moet men sterven en opnieuw beginnen. En hier zit het probleem van de crisis. Een crisis is altijd vernieuwing en nieuwe kansen op het DOE niveau. Neem bijvoorbeeld mijn eerst professionele leven als ingenieur in een chemisch bedrijf. 

In de zeventien jaar dat ik er werkte, veranderde de fabriek liefst negen keer van naam, hoewel ze in de volksmond steevast “den Kuhlmann” bleef heten. Ik was aan de slag bij het IIB in Den Haag en woonde in Leidschendam, pas gehuwd met “ons Rita”(AKA Bonnie), toen begin 1971 mijn vader een brief opende die aan mij was gericht. 

Hij stuurde mij die brief door met een begeleidend schrijven, waarin hij zich excuseerde voor het verkeerdelijk openen van een aan mij gerichte brief en een hem typerend commentaar gaf. De brief kwam van “den Kuhlmann” met het bericht dat de baan, waarvoor ik een jaar eerder had gepostuleerd, nu eindelijk aan mij was toegewezen. Het commentaar van vader, dat ik nog ergens in mijn archieven moet hebben: “Aannemen Jan! Het wordt stukken beter betaald en het is even vast als een staatsbetrekking”. 

Tijdens de opstartperiode van de nieuwe zwavelzuurafdeling dat jaar wist één van de arbeiders mij tijdens onze shift te vertellen, dat “je moeder en je vader vermoorden” niet voldoende was om bij “den Kuhlmann” ontslagen te worden. Daar begon je om er veertig jaar nadien met pensioen te gaan. 

Het werd geen veertig jaar, nog niet de helft. In de jaren tachtig werden de fosfaten bij wet om milieuredenen uit de waspoeders gebannen. Een afdeling van ons bedrijf werd gesloten (als eerste van de zeven TPP-productie-eenheden van de groep, het Franse hemd was nader dan de Vlaamse rok). Als spin-off diende er gereorganiseerd te worden en als oplossing voor het probleem – dat mij was voorgelegd: “U moet één van de vijf bedienden van uw afdeling ontslaan” – stelde ik mijn directie voor mij te ontslaan. Ik diende niet letterlijk dood te gaan, maar wel grondig te transformeren. Ik kwam daardoor in mijn tweede professionele leven terecht. 

Wat gebeurt er als je telkens moet vernieuwen en zich aanpassen?

Eloïse, Edward en Elvire, als men het goed doet, krijgt men nog meer werk en riskeert men overspannen te raken. Binnen een zekere tijd loopt men tegen een burn-out aan. 

Het aantal burn-outs en depressies nemen exponentieel toe en dat is onheilspellend. We riskeren daardoor dat de sociale zekerheid de kalmeringsmiddelen en antidepressiva niet meer zal vergoeden wanneer jullie aan de beurt zijn. Dat de medicatie, wanneer die echt nodig zijn, niet meer zal terugbetaald worden door de mutualiteit. 

Het doen werkt burn-out in de hand. Het doen heeft namelijk energie nodig. Burn-out wreet energie. Lichamelijk krijgen we energie door te eten. Door de stress wordt men een veelvraat en wordt men moddervet. Dan heb je bij wijze van spreken bijkomende energie nodig om terug mager te worden. Ook de natuur geeft energie. Als men moe wordt gaat men naar het strand, naar het bos, … recreatie noemen ze dat. De natuur geeft energie. Maar de natuur, dat zijn wij. In ons lichaam zitten dezelfde elementen als in de natuur: ijzer, fosfor, calcium, noem maar op. Vervuil je de natuur dan vervuil je jezelf! Op dit moment vervuilen we ons lichaam omdat we de natuur vervuilen. Daardoor hebben we te weinig energie, dat versterkt de burn-out.

Waar halen we dan de energie vandaan?

We hebben in feite genoeg energie, die zit in onze geest. We zijn mensen met ziel en lichaam. De geest is de bron van de energie op het ZIJN niveau.

Hoe dienen jullie bovenstaande tekening te lezen?

Energie zit in inspiratie, in bezieling en in het ZIJN. Eigenlijk zijn het DOEN en het ZIJN een proces. Het DOEN bevindt zich uiteraard op het DOE-niveau, op het niveau van de acties. Het ZIJN bevindt zich op het geestelijk niveau. Op het ZIJN-niveau gaat het om het diepste verlangen, voelen met je hart, van binnen naar buiten. Hier leeft het idealisme; het is het niveau van de soft-ware. De twee niveaus, ZIJN en DOEN zitten allebei in ons wezen, in ons gezin, in onze organisatie. Alleen gebruiken we die niet steeds op een correcte manier.

Eloïse, Edward en Elvire, gezien ik jullie grootvader ben, had ik alle gelegenheid om jullie te observeren. En wat zag ik onder andere? Wanneer een kind leuk speelt dan wordt het niet moe, dan wil het niet naar bed. Waarom niet? … Energie te over! Als je met plezier werkt dan word je niet gauw moe.

Het gaat om het energieproces. Dat we je bezielt …, je droom.          

Bij het doen, bij het presteren, controleert men. Controle van prestaties is altijd achteraf, nooit vooraf. Men kan de prestaties in de toekomst niet vooraf controleren want die kan men niet meten. Men controleert de toekomst niet op het DOE-niveau. Verrassend genoeg controleert men de toekomst op het ZIJN-niveau:

Ik wil rijk worden…Ik wil gelukkig worden…Ik wil de wereld zien…Ik wil mijn gezin gelukkig maken…Ik wil de armen helpen…

Dit is controle van binnenuit, vanuit idealen, dromen en het verlangen; die geven energie! Op het ZIJN-niveau schep je ruimte voor tegenstellingen. Alles is uniek. We vullen elkaar aan, en verrijken elkaar.

Hoe brengen we het DOEN en ZIJN bij elkaar? 

Men moet er dus voor zorgen dat de lichamelijke energie (het doen, de acties) altijd afgesteld is op je geestelijke energie (het zijn, de talenten, het hoger doel). Anders werkt het plan niet. Verbindt deze twee met elkaar en zorg dat ze samenwerken. Anders gesteld, er dient interactie te zijn.

Het is dus de INTERACTIE die het ‘m doet! Interactie brengt die twee bij elkaar. Op het interactieniveau tussen DOEN en ZIJN gaat het om de verbinding tussen de inspiratie en het product, tussen idealisme en realisme. Het gaat om de INTERACTIE tussen mensen EN het overstijgen van de verschillen. Het gaat om Creatieve wisselwerking EN over de INTERACTIE met de veranderende omgeving: het niveau van de org-war.

Hoe kan men dat nu werkelijk doen? Met andere woorden: Hoe kan men datgene wat men doet bezielen? Hoe kan men haar of zijn droom realiseren? Het gaat het om: door het ZIJN-niveau het DOE-niveau ten volle mogelijk maken. Als men dit voor mekaar krijgt dan kan men heel wat grootse dingen verwezenlijken:

Werner von Braun was de grote Hitler deskundige op gebied van rakettechnologie. Hij kreeg de opdracht om een raket te bouwen die Londen kon treffen. Door zijn deelname aan het raketprogramma van Nazi Duitsland werd hij later heel controversieel. Hitlers’ opdracht werd op het einde van wereldoorlog II praktisch gerealiseerd: de V2 (de raket die Antwerpen teisterde). Na de oorlog werd Werner von Braun letterlijk naar de USA “gesmokkeld” (in feite had hij weinig keuze: de States of Rusland… hij koos voor de USA). 

Daar had hij heel veel tegenwerking van Washington en het Pentagon. Ze gaven Werner von Braun de opdracht een raket te ontwikkelen die Moskou kon treffen. Zijn droom echter was de ruimtevaart. De tegenwerking van de kant van de Senaat en het Pentagon was deels omwille van zijn nazi verleden, deels omdat hij zijn droom nastreefde, in plaats van raketten te ontwikkelen voor landsverdediging. 

Hij kreeg echter gelijk toen de Russen een serieuze voorsprong namen door het lanceren van achtereenvolgens de Spoetnik, de hond “Laika” en later de eerste man in de ruimte: Joeri Gagarin. Uiteindelijk slaagde Werner en zijn team waar de US Navy mislukte. Hij werd de geestelijke vader van de Saturnus V, de draagraket van het Apolo programma. Volgens deskundigen bereikten astronauten dankzij hem de maan, in juli 1969, tien jaar eerder dan dat zonder hem hadden kunnen doen. 

Von Braun en zijn kornuiten hadden plezier in wat ze deden. Ze hadden een droom, een missie: een cruciale bijdrage leveren aan de maanlanding en die werd een realiteit.. Hun droom, hun idealisme en hun deskundigheid (hun realisme) was de sleutel tot succes.

Eloïse, Edward en Elvire, weten jullie, de bankencrisis (2008 – 2009) werd uitgelokt door een gebrek aan deskundigheid. Hoe komt het toch dat banken niet met geld kunnen omgaan? Hoe komt het dat de banken zich hebben laten bedonderen door te riskante beleggingen? De voorgespiegelde winsten waren niet realistisch, dat wist eigenlijk iedereen. Door een graaicultuur en gebrek aan deskundigheid zijn de banken achteruitgeraakt en uiteindelijk in een crisis terechtgekomen. Of ze er iets uit geleerd hebben, blijft nog maar de vraag.

Zoals ik jullie al zei, begint het leerproces eigenlijk op het moment dat men afstudeert. Wat men gestudeerd heeft is geschiedenis. Men is gedoemd om continu te leren omdat de wereld continu verandert. Men moet dromen, men moet vernieuwen, men moet sterven en herrijzen. En dan komt men tot nieuwe zekerheden en uit de crisis.

Innerlijke zekerheid

We baseren ons continu op zekerheden van buitenaf: geld, macht, kennis, … die vallen weg bij een crisis. De zekerheden vallen weg en dat leidt uiteindelijk tot een burn-out! Een ding vergeten wij; dat er ook nog een andere zekerheid is: “de innerlijke zekerheid”. Een voorbeeld:

Een moeder zegt tot haar kind: “je bent ziek liefje”. Kind zegt: “ik ben niet ziek mama”. Moeder gaat met kind naar dokter. Dokter zegt: “Mevrouw, het kind mankeert niets”. Mama zegt: “Ik voel het dokter, mijn kind is ziek”. Een andere dokter wordt geraadpleegd en die vindt ook niets. Mama zegt: “Ik voel het dokter, mijn kind is ziek”. Ten slotte ontdekt een derde dokter een kwaal die moeilijk detecteerbaar is. De moeder voelde dat door haar “innerlijke zekerheid”.

Daar gaat het om, willen we de crisis overwinnen, dienen we “innerlijke zekerheid” te hebben. Die realiseert het DOEN op correcte wijze. Gedurende mijn leven heb ik heel wat ondernemers (entrepreneurs in de werkelijke zin van het woord) gekend die tot succes gekomen waren in een vakgebied waar ze niet echt voor gestudeerd hadden. Door innerlijke zekerheid voelden zij het aan, gingen ervoor en slaagden! 

En dit komt m.i. voornamelijk omdat “het geluk” je meestal “toevalt”. Alles wat gepland wordt is gedoemd om te mislukken. Wat is me dan wel gelukt? Wat me toeviel en ik mooi vond. Je diepste roeping is wat je toevalt en wat je mooi vindt en, uiteraard, waar je dan ten volle voor gaat.

Soms vragen mensen mij raad; ze zijn op een keerpunt gekomen en weten niet welke weg ze moeten inslaan. Ik raad hen dan aan om een dagboek te maken met op elke bladzijde twee kolommen: links worden de feiten geschreven, rechts de gevoelens. Men gebruikt daarbij kleuren: links de feiten in het blauw, rechts de gevoelens in het rood. 

Voorbeelden van mogelijke notities zijn: 

Ik had op dat moment die vergadering.               Ik voelde mij rot. 

We gingen naar een concert.                                 Ik voelde mij echt tevreden. 

Onder elke dag komt er een zin, die de dag samenvat en een cijfer: 1, 2 of 3. 1 is slecht, twee is gemiddeld, drie is goed. Elke week vraag ik hen na te kijken hoe de rode draad van hun gevoelens loopt. Waar had je plezier in, waar voelde jij je goed bij? 

Elke maand wordt geëvalueerd en die evaluatie wordt vastgelegd.

Na zes maand heeft men een goed inzicht in wat de persoonlijke droom, visie, idealisme en inspiratie is. Door evaluatie ontdekt men de rode draad en vindt men z’n roeping. Als men deze rode draad in het leven volgt zal men slagen. Waarom? Omdat men dingen zal doen waar men plezier in heeft. Dan doet men dingen waar men energie voor heeft, dingen die energie geven. Dan slaagt men. Als men iets MOET doen, dan geraakt de energie op aan die dingen die men doet omdat men ze MOET doen. Waar men de nadruk op legt en waar men aandacht aan besteed, inspireert. 

We controleren heel veel en door die controle worden de fouten in de verf gezet, benadrukt. Een anekdote uit het leven van Paul de Blot SJ:

Toen ik als kleine jongen nog maar pas kon fietsen zei mijn vader: fiets jij maar op ons grasveld, maar wees voorzichtig, rij niet tegen de boom aan. Op het grasveld stond welgeteld één boom. Ik fietste er rond en dacht constant: “ik mag die boom niet raken”, “ik mag er niet tegenaan rijden”, “niet tegen die boom aan rijden”… PATS, ik reed tegen die boom aan. Mijn vader zei: “je mag niet tegen die boom rijden” en …  ik reed er tegenaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer ik jullie zeg: “Je mag NIET aan een Roze Olifant denken” waar denken jullie dan ogenblikkelijk aan … Juist. Waar men aandacht aan besteedt dat benadrukt men. Wanneer iemand je op je fouten wijst, dan wil men die fouten per sé vermijden en… daardoor herhaalt men ze veelal wel.

Alle controlesystemen remmen energie af. Als men met de auto rijdt en gas geeft, dan kan men fouten maken en daardoor gaat men afremmen (om alles onder controle te krijgen). Wat gebeurt er als je tegelijk gas geeft en remt? Juist, de motor loopt warm. De bedrijven zitten momenteel vol “warmlopers”: er moet en gepresteerd worden en gecontroleerd. Laat die rem los, geef alleen gas. Maar opgelet, gebruik de toekomst op een wijze manier. Wat de risico’s daarbij zijn, heb ik beschreven in mijn boek ‘Creatieve wisselwerking[ii].

Wat betekent dat op organisatieniveau? Als puntje bij paaltje komt ligt het ganse controlesysteem, het “leiderschap” van ondernemingen in de handen van de shareholders, en dan voornamelijk de aandeelhouders. Volgens Paul de Blot is dit soort leiderschap niet meer goed. Het leiderschap moet volgens Paul niet liggen bij de shareholders, het dient te liggen bij de stakeholders. Het typische aan de meeste organisaties is dat men doet alsof de werknemers geen gezin hebben. Ik heb heel wat managementboeken gelezen en in geen enkel boek gevonden dat het gezin ook een stakeholder is, hoewel het mijns inziens de belangrijkste stakeholder is.

De Rabobank is sinds 2006 bezig met Rabo unplugged[iii]. Tot nog toe was het zo dat men in de bankwereld vijf dagen per week werkte van negen tot vijf. In de toekomst worden medewerkers gestimuleerd verantwoordelijkheid op te nemen. Ze bepalen zelf hoe ze het werk het beste kunnen doen. Ze hoeven hun werk niet op de vaste plaatsen en tijden uit te voeren en worden aangemoedigd om samen te werken en elkaars kennis te delen. De zes pijlers van Rabo unplugged zijn: tijd en plaats onafhankelijk werken, samenwerken, meer ondernemerschap, activiteiten gerelateerd werken, minder regels en meer eigen verantwoordelijkheid. De regels (wie, wat, waar, met wie, hoe,…) zijn niet belangrijk, als het werk maar goed gebeurt.

Dit wordt hopelijk de nieuwe trend van ondernemingen. Het gevolg is dat het realisme en de inspiratie samengebracht worden in de interactie, een wisselwerking die tegenstellingen samenbrengt. Laat ik dit nu illustreren met een oud verhaal:

In India was het in het verleden zo dat wanneer een slag werd verloren de sjeik de militairen, verantwoordelijk voor de verloren slag, ter dood veroordeelde. Het was een verschrikkelijke dood: ze werden in de krokodillenbak geworpen. Toen kwam er een nieuwe heerser aan het bewind en die vond die straf dan toch wel te hard en te onrechtvaardig: ze hadden namelijk geen enkele kans om te overleven. Dus werd er een wankel bamboe hangbruggetje over de krokodillenbak gespannen. Diegenen die er overheen kwamen waren vrij. De eerste waagde zijn kans… wiebelend, glibberig, … maar hij kwam er overheen… hij was vrij. Zijn kornuiten riepen hem toe: “Hoe heb je dit voor elkaar gekregen, makker?”. “Ik weet het niet” was zijn antwoord, “ik weet het niet”. Ik weet alleen dat toen ik naar links dreigde te vallen ik naar rechts overhelde en toen ik vlak daarop naar rechts dreigde om te kieperen, ik vlug naar links helde. Zo kwam ik er overheen. Oef! 

Eloïse, Edward en Elvire, dat is precies het geheim: er is geen recept voor. Er is inderdaad geen protocol om realisme en inspiratie, DOEN en ZIJN harmonieus bij elkaar te brengen. Dit kan enkel door INTERACTIE, door creatieve wisselwerking! Elke interactie is het beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Dit unieke, levend proces heb ik uitvoering beschreven in deze serie columns! 

Opeenvolgende paradigmashifts waren sleutelmomenten in mijn leven. Crisissen die uiteindelijk leidden naar nieuw leven. Een volledig overzicht kunnen jullie ook vinden op deze website. De overgang van het eerste naar mijn tweede professionele leven heb ik reeds meegegeven. De overgang van mijn tweede naar mijn derde leven kwam er toen ik plots de rechten van het product, dat voor tachtig procent van mijn omzet garant stond, verloor. Inderdaad had Det Norske Veritas het bedrijf van Frank. E. Bird Jr. overgenomen en ik diende mij te plooien naar hun wensen: “You’ll comply or we will kill you” waren letterlijk de woorden van de vicepresident. Zover kwam het gelukkig niet, maar die crisis was wel het begin van mijn derde leven. Ik kwam door die crisis in 1992 in contact met Charlie Palmgren en deze ontmoeting veranderde effectief mijn leven. Het creatief wisselwerkingsproces werd een essentieel onderdeel van mijn dienstverlening.

De verschillende interacties

Het beleven van het creatief wisselwerkingsproces gebeurt op verschillende niveaus.

De eerste interactie is lichamelijk. Ons lichaam en de natuur. Hoe hou je die gezond? De P van Planet. Maar er is ook de P van het DOEN: Profit en de P van het ZIJN: Pneuma, Pneuma betekent bezieling. INTERACTIE is er niet alleen met de natuur maar ook tussen mensen: samenwerking, de vriendschap onder elkaar: De P van People.

Wat gebeurt er als je synergetisch samenwerkt? Dan wordt het werk beter en creatiever gedaan. Dan wordt één plus één drie, vijf, ….tien: synergetische samenwerking.

Wat mij zo opviel in vele organisaties, wat het gekke is… niettegenstaande, of eerder door de moderne technologie, er is geen samenwerking meer. De uitvoerder krijgt via allerlei elektronische kanalen (e-mail verkeer) steeds maar meer opdrachten: je moet dit doen, je moet dat doen,… en er is hoe langer hoe minder persoonlijk contact. Bovendien werkt grootschaligheid het inzetten van deze technologische middelen in de hand. Dit werkt de samenwerking tegen. Daarom hebben grote bedrijven het moeilijk, sommige gaan zelfs daardoor over de kop. Kleinschaligheid echter werkt relatie in de hand en dan krijg je goede samenwerking: “small is beautiful”. 

Paul de Blot heeft een onderzoek gedaan naar falingen. Daaruit blijkt dat tien percent failliet gaat door gebrek aan kennis. Maar kennis kan je kopen – je haalt een interim-manager binnen en je bent gered. Dertig percent gaat failliet door gebrek aan samenwerking. Dat kan je niet kopen. Dit is geen kennis maar een vaardigheid, die niet iedereen gegeven is. Denkt u maar aan onze regeringsvorming (2010-2011en de huidige) en je begrijpt hoe moeilijk samenwerken kan zijn. Zestig percent gaat failliet door gebrek aan visie, idealisme, eenheid. Kortom door gebrek aan inspiratie en een droom. Men doet alsof alles van die 10% afhangt, dat is niet waar! De meeste faillissementen worden veroorzaakt door gebrek aan visie en inspiratie! Leiderschap wordt steeds minder rationeel en steeds meer relationeel. 

Men heeft daarbij op deze drie verschillende niveaus – DOEN, ZIJN en INTERACTIE – verschillende talen.

Op het eerste niveau krijg je de “digitale” taal. 

Daarbij wordt men verplicht het onderwerp (het paard) en het gezegde (wit) te vergelijken door het gebruik van het woordje “is” en te antwoorden met een ja of neen, dit is digitaal. In de Arabische en Oosterse wereld kennen ze geen koppelwerkwoorden. Wat zeggen die: Paard, wit, lopen, hard, op straat, regen, glad, gevaarlijk…. YES! Waar gaat de YES! om? De YES! is geen conclusie maar een commentaar. Een eigenlijk weinig zeggend commentaar: “ik heb je begrepen”. Geen conclusie in de zin van je hebt gelijk of niet.

Eloïse, Edward en Elvire, gedurende de olympiade in China bracht deze manier van praten en redeneren heel wat moeilijkheden met zich mee. Simpelweg omdat de Chinese taal geen ja en neen kent zoals de Westerse talen. Alles is ja. Wat is onze reactie daarop: ze zijn onbetrouwbaar, zij zeggen altijd ja en ze doen het nooit! Het is echter een andere Ja! Wat betekent die oosterse Ja!?!

Paard, wit, lopen, hard, op straat, regen, glad, gevaarlijk… YES! Ik zie dat. Ik zie een paard, dat loopt, hard loopt over een natte straat,… Ik breng dat over via de taal en wat zegt de andere: Ja, nu zie ik het ook!

Wat gebeurt daar werkelijk: Ik zie wat ik zie… Ik breng dat over… en Ja, de ander ziet het ook.

Wat zeggen wij in Vlaanderen? Wij zien wat we denken en wij denken wat wij zien. Wij zien eigenlijk praktisch nooit. Iemand glimlacht … Oh hij is blij denken we en misschien heeft hij wel kiespijn. We gaan meteen concluderen en interpreteren. Wij observeren praktisch nooit, wij luisteren praktisch nooit. Wij denken alleen, wij interpreteren. Wij zien wat we denken en wij denken wat wij zien. 

Het oosten kent geen “is”. Die zien wat ze zien. Daarom observeren ze zo goed. Let maar eens op. Ook immigranten spreken praktisch nooit met koppelwerkwoorden. “Ja gisteren mijn moeder ziek”. Een kind spreekt ook zo, want die zijn ook meesters in het observeren. Luister maar eens naar Elvire (toen drie jaar oud):

  • Mama, Mama Edward stout
  • Mama Edward erg stout, mij pijn gedaan!
  • Mama glas gevallen, glas gevallen, Edwardje stout
  • Mama Edward haar trekken, Edwardje stout

Een kind spreekt zonder koppelwerkwoorden, een kind observeert. Op school leren ze netjes praten: “Edward is stout”. Netjes praten noemen ze dat. Ze leren netjes praten en hun “leersnelheid” daalt zienderogen.

De tweede taal is de relatietaal.

Ik zie wat ik zie en ik breng het over. Wanneer men een gedicht leest, dan gebeurt dit in relatietaal. De Arabieren en joden hebben eigenlijk geen afzonderlijke woorden, alles is aan elkaar geschreven.  Het basis verschil tussen beide talen is: de Arabieren schrijven van rechts naar links en de joden van links naar rechts. Maar beide talen moet men lezen en uitspreken; anders begrijpt men niet wat er staat. 

Eloïse, Edward en Elvire, volgens Mehrabian brengen, wanneer er emotie bij te pas komt, de afzonderlijke woorden inderdaad maar tien procent van de boodschap over, de non verbale klanken en hints dertig procent en ten slotte de een non vocale “body language”: zestig! De relatietaal is een lichaamstaal: niet zozeer de woorden zijn belangrijk maar wel de “body language”. Deze taal is waarschijnlijk ouder dan de spreektaal. We kunnen deze relatietaal, vertrekkend van een aangeboren kern, verder aanleren. Daardoor krijgen we meer empathie, worden we verfijnder als mens. De relatietaal noem ik eigenlijk de Cruciale Dialogen taal gebaseerd op Creatieve wisselwerking.

Op het ZIJN-niveau vinden we meerdere talen.

Eerst de stilte taal

Wat betekent dat? De stilte taal is bijvoorbeeld de stilzwijgende kennis die een gezin heeft opgebouwd. Lees eens een verhaal van Paul de Blot SJ:

Een jonge man krijgt bezoek van zijn vriendin. Hij vertelt zijn moeder dat ze elkaar veel te vertellen hebben en ze trekken naar het strand. Zij blijven de hele nacht weg en komen onder de ochtend terug thuis. Moeder vraagt; “Wat hadden jullie elkaar te vertellen?” Zoon antwoord: “heel veel mama”. Wat hebben jullie dan verteld???”. Zoon: “heel veel mama”. Maar in werkelijkheid hebben ze geen woord gezegd. 

Begrijpen jullie dit? Misschien helpt volgend gedicht:

Ik kon niet zeggen wat ik voelde.

Ik heb het ook niet uitgelegd.

Maar toch wist jij wat ik bedoelde,

de stilte had het uitgelegd.

Als ik je kwetste of je griefde, in blijheid of in droefenis.

De liefde is pas echte liefde,

als stilte taal geworden is.

Oosterse Culturen hebben stilte talen. In Japan is het zo dat de tolk ook “de stilte” vertaald. Zij of hij vertaalt er niet gezegd wordt. In Westerse Culturen gebeurt dit niet, daar wordt enkel vertaald wat er effectief gezegd wordt. De stilte is een ZIJN-taal. 

Eloïse, Edward en Elvire, kunnen jullie het organigram geven van een gezin: wie is de directeur? Wie is de secretaris? Wie is de bestuurder? Niemand weet het. Een gezin ontstaat in stiltetaal. Soms is dit jullie moeder, soms Bonnie (als die er is), soms het zieke kind, soms is het Snoesje dat net weggelopen is…. Stiltetaal. Een gezin is opgebouwd uit stiltetaal. En die taal overbrugt de tegenstellingen.

Inderdaad bestaat deze miniorganisatie uit veel tegenstellingen. Laten we beginnen met de man-vrouw tegenstelling. Zowat de grootste tegenstelling in de natuur. Het begint dus met ouders en nadien de kinderen en kleinkinderen: drie generaties die per definitie tegengesteld zijn. In een gezin zijn er nooit twee gelijken. Ieder heeft zijn eigen identiteit en toch zijn er gezinnen die, nu nog steeds, levenslang bij elkaar blijven. Het gezin bouwt aan eenheid juist door deze tegenstellingen. Iedereen heeft zijn eigen rol en taak. De gezinsleden kunnen en willen niet gelijk zijn. Zij vullen elkaar aan. Ze zijn interafhankelijk. Hoe kan dat? Door zowel het zijn als door een droom: door de fantasietaal. Zij dromen van de toekomst, ze dromen dat die iets groots en iets moois wordt.

Vervolgens de Fantasietaal

De Samoa is een Maleisische eilandengroep. Daar worden in de huisgezinnen de dromen iedere morgen verteld en van commentaar voorzien. 

“Johnny wat heb je gedroomd?” vraagt vader. “Ik heb gedroomd van een tijger.” “Wat deed die tijger?” “Hij kwam naar me toe.” “Wat deed je dan?” “Ik vluchtte weg.” “Johnny, vannacht droom je weer van die tijger, maar dan jaag jij hem weg!”

De volgende morgen:

“Johnny wat heb je gedroomd?” vraagt vader. “Ik heb gedroomd van een tijger.” “Wat deed die tijger?”  “Hij kwam naar me toe.” Wat deed je dan”? “Ik ging naar de tijger toe en joeg hem weg.” “Wat deed die tijger?” “Die liep weg”

Stom verhaal, vind je ook niet? Waar gaat het eigenlijk over? Over de tijger die in jou zit! De angst voor de tijger verlamt jou in het zakendoen. De angst dat je faalt en dat je verliest, belemmert je in jouw succes en in het bereiken van je droom. Je wordt geleerd in je droom te vechten tegen de tijger: fantasietaal. Fantasietaal is nuttig voor jullie ZIJN als mens. Voel je nu wat die droom betekent?

Geef een kind een paar zaken, een stok en een deken bijvoorbeeld, en het speelt een heel verhaal. Elvire (6 jaar) speelt sneeuwwitje en Edward (8 jaar) een ridderverhaal: “Pas op opa je stapt in de slotgracht” Ik zie geen slotgracht, hij wel!. Fantasie tot en met en dat met heel weinig attributen. En elk kind maakt met dezelfde attributen een ander, een eigen verhaal! Edward gaat op in zijn ridderverhaal. Dan komt zijn grote zus Eloïse eraan en hij maakt haar tot zijn prinses. Want hij is de ridder… Eloïse, vier jaar ouder, gaat gretig mee in zijn fantasie.

Eloïse, Edward en Elvire, blijkbaar hebben jullie nu een computer (iPad, iPhone) nodig en software (apps, Netflix, Messenger, …). Wij hebben van alles nodig … maar veel fantasie hebben we niet meer! Alleen controlesystemen. Het kind heeft geen controlesystemen nodig, het heeft aan fantasietaal genoeg.

De derde ZIJN-taal: de “story” taal 

Ik vertelde daarnet het verhaal van die Indiase sultan en de conclusie was: harmonie. Harmonie was nodig om niet in de krokodillenbak terecht te komen. Als men iets echt wil onthouden, onthoudt men het best met behulp van een verhaal. Een verhaal dat je hart aanspreekt, vergeet men nooit meer. 

Het gaat om een verhaal dat gebeurtenissen verinnerlijkt. De taal van het persoonlijk verhaal is het delen ervan en het laten leven bij anderen. “Zijn verhaal is mijn verhaal”.

De vierde ZIJN-taal is de liefde

Dit is het belangrijkste waarde, zowel in een gezin als in een onderneming. Wat bedoel ik met liefde in een bedrijf? Liefde is in deze context iets doen voor de ander in wederkerigheid. Wanneer er geen wederkerigheid is, is er geen echte liefde. Liefde in het bedrijfsleven is niet altruïstisch. Er zit een essentie van wederkerigheid in. Het hart is daarbij wel degelijk aanwezig en de essentie van wederkerigheid leidt naar de essentie van ondernemen.

[i] Bruce Springsteen, Born to Run. Houten-Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/ Het Spectrum bv, & Tielt: Lannoo Uitgeverij, 2016. Bladzijde 349.

[ii] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven/Apeldoorn. Garant. 2001.

[iii] Willemien de Groot en Mariska de Rouw. Met Rabo Unplugged in verbinding met de wereld van morgen. Tijdschrift voor HRM, Editie 2011, N° 2, Bladzijden 48-54.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXIX

HOE STERK WEER OPSTAAN NA ZWARE TEGENSLAG?

Come on up for the rising

Come on up, lay your hands in mine

Come on up for the rising

Come on up for the rising tonight.

Bruce Springsteen – The Rising[i].

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over omgaan met tegenslagen. Tegenslagen horen bij het leven, daar hadden we het al uitgebreid over in vorige column. Bij een miskleun, een falen of een tegenslag hebben jullie de keuze: 

  1. Jullie vertonen het mainstream gedrag en geven ‘de ander’ de schuld; met andere woorden, jullie zoeken totdat jullie ‘de zwarte piet’ gevonden hebben; 
  2. Wanneer jullie die niet vinden, wordt de schuld doorgeschoven naar ‘Murphy’;
  3. Jullie zijn tegendraads: jullie weigeren te oordelen, de schuld in iemands schoenen te schuiven of ‘de ander’ te veroordelen; in de plaats daarvan kies je voor het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. 

De waarde van tegendraads zijn

Eloïse, Edward en Elvire, tegendraads zijn start met een cruciale dialoog met zichzelf en de omgeving rond de miskleun of het falen. Daarbij maakt men best gebruik van het creatief wissselwerkingsproces. Zo lost men het probleem op terwijl men terzelfdertijd voorkomt dat het in de toekomst nog de kop op steekt. 

Om tegendraads te zijn en in de spiegel te kijken, is er moed nodig teneinde te laten zien hoe het werkelijk is een miskleun te doorstaan; de eigen kwetsbaarheid te voelen in plaats van de fout in het gedrag van anderen te zoeken of de eigen frustratie op anderen af te reageren. Bereid zijn om de werkelijkheid onder ogen te zien en blijven leven in overeenstemming met eigen waarden en normen en dit bovendien daadwerkelijk tonen; daar heb ook ik uiteindelijk voor gekozen. 

Creatieve Wisselwerking

Eloïse, Edward en Elvire, jullie konden al bevroeden, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is in feite het van binnen uit beleven van Creatieve wisselwerking na een miskleun. En bij dit beleven klopt de spreuk “Hoe meer ik leer, hoe minder ik weet” als een bus. Dit is het loon van het leren uit eigen fouten: men komt z’n eigen beperktheid tegen. Daardoor heb ik onder meer geleerd de idee dat ik de waarheid in pacht zou hebben volledig op te geven. 

Ik beleef wel een basis- en universele waarheid: Creatieve wisselwerking. Het is de moed hebben de uitdaging aan te gaan en daardoor het proces van binnen uit beleven en dit bovendien laten zien. Dit alles terwijl men heel goed weet dat men geen controle hebt over het uiteindelijke resultaat. Men kan Creatieve wisselwerking beleven, edoch men kan het proces niet sturen naar een welbepaald resultaat. 

Zich zo kwetsbaar opstellen, zonder zeker te zijn van het resultaat, is geen teken van zwakte; moediger kan men niet zijn. Als men zo leeft dan bevindt men zich op de ‘werkelijkheid van het terrein’, men bevindt zich in de arena en is dus speler. Men is geen ‘tribune speler’ en nog minder toeschouwer. Men beschouwt het eigen beleven van het proces wel, dit met de vaardigheid Proces Bewustzijn. Meer nog, men heeft eigenlijk lak aan toeschouwers die van op veilige afstand strooien met bekrompen kritiek en kleinerende opmerkingen. 

Dit wil ook zeggen dat men, mede door het beleven van Creatieve wisselwerking, selectief wordt met betrekking tot feedback die men in toelaat. Eloïse, Edward en Elvire, zelf hanteer ik volgende vuistregel: wanneer de ander zich niet niet met mij in de arena bevindt en dus niet de kans loopt zelf onderuit gehaald te worden, dan ben ik niet geïnteresseerd in haar of zijn feedback. Bevindt zij of hij zich wel op het strijdtoneel, dan waardeer ik de feedback ten zeerste en zal er zelfs om vragen. Indien men zich niet kwetsbaar opstelt; met andere woorden, niet met mij in dialoog gaat, met de kans dat deze uitdraait op een ‘cruciale’, dan hoeft het niet voor mij. 

De moed hebben zich authentiek op te stellen, heeft als wetmatigheid dat men ook op z’n bek kan, zelfs ooit zal, gaan. Daardoor is de “The Boxer’ van Paul Simon mijn lijflied. Ik weet namelijk dat, wanneer ik de moed heb mij kwetsbaar op te stellen, ik ooit met het canvas in aanraking zal komen. Ik weet echter ook dat ik dan terug recht zal krabbelen, want ik heb van binnenuit gekozen voor Creative Interchange

In the clearing stands a boxer

And a fighter by his trade 

And he carries the reminders 

Of every glove that laid him down 

Or cut him till he cried out 

In his anger and his shame 

“I am leaving, I am leaving” 

But the fighter still remains. 

Paul Simon – The Boxer 

Door gekozen te hebben voor Creatieve wisselwerking “beyond the point of no return” kan ik niet meer terug … “the fighter still remains”. Ik kan ook niet terug keren naar de werkelijkheid van voor de val. Ik geloof namelijk dat ik uit die ervaring zal leren en daardoor zal uitkomen op een ‘hoger’ niveau dan waarop ik me voor de val bevond. Ik weet ook dat ik echt door het stof zal dienen te gaan en dit met het bloed, het zweet en de tranen eigen aan het gevecht. Plezierig is anders, maar ik heb niet voor plezier gekozen, wel voor groei. En die gaat steeds gepaard met groeipijnen. Het is enerzijds pijnlijk en anderzijds weet ik dat ik, aan het einde van de strijd, als ‘herboren’ én ‘beter’ zal herrijzen. Door deze Awareness en dit Vertrouwen krijg ik de kracht om door te gaan en word ik door de creatie spanning naar een hoger niveau gestuwd. Die kracht (cf. The Force van Yoda) is niets anders dan Creative Interchange. Maar, eerlijk is eerlijk, makkelijk en vredig is deze strijd allerminst. 

Het opstaan na de val is een persoonlijke opgave en toch sta ik er niet alleen voor. Ik bezit de innerlijke zekerheid dat – indien ik a) met anderen verbonden blijf en b) Creatieve wisselwerking met hen vanbinnen uit beleef – ik er kom! Met andere woorden: in de eenzaamheid van de tegenslag dien je wel de uitdaging, creatieve verbinding met anderen te zoeken én te vinden, aangaan. Daartoe is het ‘upfront’ geven van vertrouwen een voordeel. Het is beter dat je vertrouwen soms geschaad wordt dan dat je nooit je vertrouwen ‘upfront’ geeft; met andere woorden dat je wacht totdat dit vertrouwen ‘verdiend’ is, want dan zou het wel eens te laat kunnen zijn. 

Echte Creatieve wisselwerking legt wat we leren uit een mislukking of falen vast in een beslissing tot actie. Door het continu uitvoeren van die actie met commitment en doorzettingsvermogen, zorgt Creatieve wisselwerkingervoor dat uiteindelijk het nieuwe gedrag een goede gewoonte wordt. Echt leren gaat via het hoofd, het hart en onze handen naar onze geest waardoor uiteindelijk onze mindset transformeert. 

Zo is leren opstaan na een dreun, door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking, een deel van m’n mindset geworden. Ik weet dat ik af en toe zal vallen en ik weet ook dat ik, juist door het vanbinnen uit beleven van CI, er sterker en beter boven op kom. Dat ik terug rechtop, wendbaar en weerbaar, ten volle in het leven zal staan totdat ik terug zal vallen. Dat is, heb ik geleerd, een natuurwet zoals de zwaartekracht. Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces na een tegenslag is steeds hetzelfde proces; of het nu over persoonlijke problemen gaat of over problemen op het werk, het creatief wisselwerkingsproces helpt ons er bovenop. 

Wendbaar en Weerbaar

Kortom, om wendbaar (pro-actief) en weerbaar (reactief) te zijn, dient men Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven. Dit werd uiteindelijk een levenswijsheid die ik nu, zo goed en zo kwaad ik dit al kan, doorgeef aan jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn drie kleinkinderen. Want die zullen dit – zoals Fons Leroy het zo treffend schetste in een interview op het één journaal van 7 oktober 2016, de dag na de aankondiging van het massaontslag bij ING – in de toekomst meer dan nodig hebben. Zoals reeds gesteld geef ik die kennis nu door omdat ik besef dat de dag ooit komt dat ik niet meer op zal kunnen staan. Ook dat is een natuurwet, elk leven is eindig, ook het mijne. Wat wel zal voortleven is het Creatief wisselwerkingsproces en hopelijk, mijn vurigste wens, ook in jullie, mijn kleinkinderen. Creatieve Wisselwerking doorgeven doe ik onder meer door hen aan te tonen hoe gedachten, emoties en gedrag een samenhangend geheel vormen, zoals de liggende acht zo mooi duidelijk maakt. Dit doe ik onder meer met deze serie columns. Omdat deze column gaat over het beleven van Creatieve wisselwerking bij het ‘sterk-weer-opstaan’ na een zware tegenslag, zullen er nogal wat herhalingen van vorige columns voorkomen. Besef wel dat het beter is tweemaal iets zinnigs te poneren dan het helemaal niet naar voor te brengen.

Creatieve wisselwerking is geen formule!

Eloïse, Edward en Elvire, het grootste probleem met Creatieve Wisselwerking is dat het als een makkelijke formule oogt die iedereen kan uitwerken. Begrijp mij niet verkeerd; Creatieve wisselwerking kan iedereen van binnenuit beleven; meer nog, we zijn er mee geboren! Het probleem zit in het feit dat Creatieve wisselwerking bij de eerste bewuste kennismaking als een makkelijke ‘formule’ overkomt. Dit komt mede omdat ik er (nog) niet in geslaagd ben om Creatieve Wisselwerking complex én bevattelijk voor te stellen. Mijn meest complexe voorstelling van Creatieve Wisselwerking is het ‘vlindermodel’ met z’n 4 fasen, 8 basiscondities en 16 vaardigheden: 

Die voorstelling oogt inderdaad al ingewikkelder dan het lemniscaat model waarmee ik ooit startte. Ik leg echter het vlindermodel nog te veel uit als een soort ‘stap voor stap’ aanpak, wat het allerminst is. Het vlindermodel geeft een mogelijke route aan (communicatie à appreciatie à imaginatie à transformatie) maar dit pad kan echter op verschillende manieren gelopen worden. Het oorzaak en gevolg denken, dat het model zou kunnen impliceren, kan volledig omgedraaid worden en bovendien bevat elk van de vier fasen ALLE vier fasen. Bijvoorbeeld: de vierde fase, transformatie, omvat de vaardigheid van het geven en ontvangen van feedback. Feedback dient gegeven te worden (communicatie), correct waarderend begrepen te worden (appreciatie), aanzetten tot verandering en dus het vinden van ideeën daartoe (imaginatie) die uiteindelijk dienen in werkelijk omgezet te worden (transformatie). 

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking heeft echt geen lineaire volgorde. Toegegeven, ik stel het bijna steeds gemakshalve en als eerste kennismaking zo voor. Dit onder meer met de hulp van het Cruciale dialoogmodel en z’n vier fasen. Ik vertel of schrijf er steeds bij dat die voorstelling eigenlijk te simpel en te lineair is voor het levend, complex, organisch levensproces dat Creatieve wisselwerking is. Creatieve wisselwerking lijkt op het eerste gezicht inderdaad volgens bepaalde patronen te verlopen, maar is heus niet in een formule te vatten, en ook niet in een stap-voor-stap lineaire volgorde. Het heeft in veel gevallen de vorm van de oude Echternach processie (drie stappen voorwaarts gevolgd door twee achterwaarts). Die regel leidde, zoals ik reeds eerder schreef, tot een dusdanige chaos dat de processie uiteindelijk drastisch werd gewijzigd: het werd een dansprocessie. Ook Creatieve wisselwerking heeft veel weg van een dans waarbij de deelnemers met elkaar verbonden zijn. Niet met behulp van een witte zakdoek, zoals het huidig protocol van de Echternach processie voorschrijft, maar door het creatief wisselwerkingsproces zelf. “You have to go with the flow”, zeg ik soms, daarbij goed beseffend dat het fenomeen Flow een van de verschijningsvormen is van Creatieve wisselwerking . 

Creatieve wisselwerking is een zich herhalend, iteratief en zelfs intuïtief proces dat voor verschillende mensen verschillende vormen aanneemt. Ook zorgen verschillende contexten voor een verschillend beleven van Creatieve wisselwerking. Er is bovendien niet steeds een eenduidige relatie tussen inspanning en resultaat. Men kan het proces enkel zo standvastig en zo zuiver mogelijk beleven. Wanneer het resultaat niet in verhouding is met de inspanning, dan dient men daarover te reflecteren, wat op zich weer een van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking is. 

Door het beleven van Creatieve wisselwerking van binnen uit, ook en vooral bij het opstaan na een doodsmak, leer je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. De Franciscaan Richard Rohr vertolkt dit treffend wanneer hij stelt: “Na elke initiatie weet je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. Het leven draait voortaan niet meer om jou, je gaat je inzetten voor het Leven!”[ii] Een andere pater, Paul de Sauvigny de Blot SJ, leerde mij, eigenlijk meer nog dan Charlie Palmgren, dat ‘sterk-weer-opstaan’ in wezen een spirituele oefening is. In zijn dissertatie[iii]met als hoofdfiguur de stichter van de Jezuïeten orde, Ignatius van Loyola, komt ‘spiritualiteit’ telkens weer uit diens levensverhaal naar voor als cruciaal onderdeel van veerkracht en het gevecht om na een zware tegenslag weer op te staan. Vader de Blot definieert spiritualiteit als ‘innerlijke ervaring die mijzelf overstijgt, richting geeft aan mijn leven en mijn bestaan zinvol maakt’. 

De innerlijke ervaring van Creatieve wisselwerking leidt naar volgende innerlijke zekerheid: Creatieve wisselwerking is het levensproces. Het proces dat aan de grondslag ligt van alle leren en veranderen, dus van alle transformatie. Creative Interchange steunt op onze onderlinge verbondenheid en door het vanbinnen uit beleven worden onze ervaringen als ‘spirituele’ oefeningen. Voor mij is een van de belangrijkste toepassingen van Creative Interchange, als spirituele oefening, het weer opstaan nadat men zwaar ten gronde is gegaan. Want dit opstaan vereist een diepgeworteld geloof in de kracht van Creatieve wisselwerking door verbondenheid, een worsteling met jezelf en, in de meeste gevallen, het terugwinnen van betekenis en zingeving. 

Wat ik ook geleerd heb, Eloïse, Edward en Elvire, is dat zonder het beleven van Creatieve wisselwerking het uiterst moeilijk is om terug op te staan. Die levensles leerde ik in m’n meest donkere periode tot nog toe (mijn massieve depressie: 2008- 2010). Toen kwam de weerbaarheid rijkelijk laat, wat ik mij later maar met heel veel moeite heb vergeven. Ik had m’n kennis toen al in praktijk moeten brengen, want ik had jaren ervoor het boek ‘Creatieve wisselwerking’ geschreven. M’n kennis was toen nog geen wijsheid geworden. Uiteindelijk verbond ik mij terug met het levensproces. Ook dacht ik in die donkere periode veel aan de song “Don’t cry for me, Argentina”, uit ‘Evita’ waarbij ik ‘Argentina’ verving door ‘Creative Interchange’

I had to let it happen, I had to change Couldn’t stay all my life down at heel  Looking out of the window, staying out of the sun
So I chose freedom
Running around trying everything new  But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance
But nothing impressed me at all
I never expected it to
Don’t cry for me Argentina
The truth is I never left you
All through my wild days
My mad existence
I kept my promise
Don’t keep your distance 

And as for fortune, and as for fame
I never invited them in
Though it seemed to the world they were all I desired
They are illusions
They’re not the solutions they promised to be 
The answer was here all the time
I love you and hope you love me
….
Have I said too much?
There’s nothing more I can think of to say to you  But all you have to do is look at me to know that Every word is true! 

Bij m’n volgende dreun – darmkanker 2013 – deed ik het stukken beter en was ik de dreun eigenlijk voor. Door proactief, dus wendbaar, Creatieve wisselwerking vanbinnen uit te beleven, met mezelf én mijn omgeving, zag ik die dreun ‘aankomen’. Spijtig genoeg geloofde m’n huisdokter mijn ‘innerlijke zekerheid’ toen helemaal niet; hij wist het beter. Darmkanker kon helemaal niet, gezien m’n voorgeschiedenis – hij was m’n derde huisarts in een serie grootvader-vader-zoon. Ik had nogal wat moeite om van onder mijn loyaliteit uit te komen, wat dan weer een levensles was. Bij darmkanker is ontwijken echt geen optie, direct rechtveren en doorgaan wel! En dat laatste heb ik dan ook gedaan! Als puntje bij paaltje komt, waren jullie Eloïse, Edward en Elvire, mijn grootste reden om ‘door te gaan zoals ik door ga’. Aldus het ‘oorzaak en gevolg’ model op z’n kop zettend. 

In volgende delen bespreek ik het ‘sterk-weer-opstaan’ proces meer in detail. Onderstaande figuur is een mogelijke voorstelling van dit proces: 

Je eigen verhaal onder ogen zien

Brené Brown: “Je eigen verhaal onder ogen zien en, terwijl je dit doet, van jezelf houden is het moedigste wat je ooit kan doen.[iv]” Het gaat dus over in verbinding komen met je miskleun en je falen en toch van jezelf blijven houden. Het is niet alleen het moedigste, het is ook het wijste dat je kunt doen, wil je de befaamde quote van voetballer-filosoof Johan Cruijff “Elk nadeel heb z’n voordeel” bewaarheid zien door bewust naar het potentieel voordeel op zoek te gaan en dit voordeel ook effectief te realiseren. 

Eloïse, Edward en Elvire, het ‘sterk-weer-opstaan’ proces begint met de feiten van het verhaal op een rijtje te zetten. Daartoe is het beleven van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie,nodig. Niet alleen authentieke interactie met zichzelf; ook authentieke interactie met mensen uit de eigen omgeving die getuige waren van het falen. Vervolgens dient men nieuwsgierig genoeg te zijn om de juiste vragen te stellen en op die vragen correcte antwoorden te vinden. Daardoor begrijpt men uiteindelijk waarderend de miskleun, wat dan uitmondt in min of meer heftige gevoelens. Daarbij trekt men niet de eerste de beste conclusie en gaat men niet over tot actie (het zo verfoeilijke ‘jump to conclusion’ gedrag). Integendeel, men blijft lang genoeg het eigen verhaal onder ogen zien totdat men ten volle de complexe ‘oorzaken en gevolgen’ keten waarderend begrijpt. 

Als we in de arena op ons gezicht gegaan zijn, is de eerste reactie vaak ‘rond kijken of niemand het gezien heeft’. Wij voelen direct schaamte opwellen en indien we leven volgens de ‘mainstream’ filosofie gaan we aansluitend op zoek naar de ‘schuldige’. Uiteraard zoeken we die, conform de ‘heersende’ mindset, buiten onszelf. De combinatie schaamte/verwijt is zo gebruikelijk omdat we, uit wanhoop van onder de pijn uit te komen, verwijten als een snelle oplossing zien. Voor de meesten van ons, die hun toevlucht nemen tot het maken van verwijten, is de behoefte aan controle zo sterk dat ze schuld willen toewijzen. Ze denken dat ze zich beter gaan voelen nadat ze met de vinger naar iets of iemand gewezen hebben, maar er verandert niets. Verwijten maken is juist dodelijk in relaties. Het is giftig. Maar het blijft de voorkeursreactie van de meesten onder ons. Dit mede omdat het een onderdeel is van onze Vicieuze Cirkel.

Indien we ‘tegendraads’ zijn, bekijken we ons verhaal eerst afstandelijk, alsof het een verhaal van iemand anders is. Anders gesteld, we observeren de feiten van ons verhaal met ons ‘helder’ bewustzijn. Dit wordt zoals we reeds zagen, aangeduid met het begrip Awareness. Met andere woorden, we leggen eerst ons verhaal vast met ons helder bewustzijn en observeren de ‘naakte’ waarheid. 

Pas daarna kleuren wij het verhaal met ons gekleurd bewustzijn (Consciousness). Bij dit interpreteren dragen wij er zorg voor ook, en vooral, onze eigen inbreng in het verhaal te begrijpen. We beleven ten volle de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerkingWaarderend Begrijpen. Dit betekent ook dat, indien we toch een andere actor identificeren dan onszelf, we ons eerst afvragen welke rol we daarbij zelf gespeeld hebben. “Hebben wij het gedrag van de ander gedoogd of getriggerd?” is een van de pertinente vragen die wij ons gedurende deze analyse dienen te stellen. Wij kijken oprecht in de spiegel en slaan hem niet stuk! We hoeden ons er voor onszelf verwijten te maken die ondermijnend zijn en weinig opleveren. 

Ook zijn we er van overtuigd dat indien we onze miskleun verhalen ontkennen of ons losmaken van die moeilijke verhalen, deze niet weggaan. Integendeel, we begrijpen ten volle dat ze ons dan bezitten en ons daardoor bepalen. We kiezen er bewust voor dit niet te laten gebeuren. We laten ons niet ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen! 

Eloïse, Edward en Elvire, een van de redenen dat we soms geen rekenschap durven afleggen van onze miskleun verhalen is angst. Daarbij spelen volgende vragen: “Wat als ik iets vind met betrekking tot mijn gedrag dat niet zo prettig is?” of “Wat gaan anderen daarvan denken?” Angst zorgt ervoor dat we onze verhalen in de doofpot willen steken, goed wetende dat die doofpot niet bestaat. Angst leidt naar struisvogel gedrag. Het is niet omdat wij onze kop in het zand steken dat onze medemensen ziende blind zijn. 

Wat nodig is om zich rekenschap te kunnen geven van het volledige eigen verhaal is nieuwsgierigheid, niet toevallig een van de basiscondities van de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen van Creatieve wisselwerking. Nieuwe informatie ‘as such’ verandert onze manier van denken, en daardoor ook ons leven, niet. Pater Paul de Blot SJ leerde mij dat wanneer iets je toevalt, je het niet alleen dient op te rapen. Je dient er vooral iets uit te leren door er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. Paul de Blot heeft het hier eigenlijk over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie! 

De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid bewaren betekent voor mij te aanvaarden dat ‘niets voor niks is’ en dat ik die kennis dien te beleven totdat het wijsheid wordt. Nieuwsgierigheid bewaren is een daad van kwetsbaarheid en moed. Je moet dapper zijn om meer te willen weten, omdat je nooit op voorhand weet of je iets gaat vinden waardoor er jou echt iets te verwijten valt of blijkt dat je geen gelijk had. Nieuwsgierigheid is onaangenaam omdat het naast kwetsbaarheid ook onzekerheid betekent. Nieuwsgierigheid is daardoor een tegendraadse eigenschap die afwijkt van de ‘mainstream’ norm. 

Naast nieuwsgierigheid is kunnen omgaan met onzekerheid een basisconditie van deze fase van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. De reden waardoor beiden cruciaal zijn voor dit proces is dat de gevarieerde en soms excentrieke koers van sterk weer opstaan ook tegendraads is. Het omarmen van kwetsbaarheid, nieuwsgierigheid en onzekerheid, dat nodig is om op te staan na een val, is ook een beetje gevaarlijk, vooral voor onze omgeving. Mensen die niet blijven liggen na een dreun, maar – zoals de bokser uit Paul Simon’s gelijknamige song – opstaan, zijn vaak onruststokers. Lastig in bedwang te houden want “the fighter still remains!” Ze stellen de juiste moeilijke vragen en dat is tegendraads, dat kan gevaarlijk zijn. 

We dienen een bepaalde mate van kennis of bewustzijn te hebben om nieuwsgierig te kunnen zijn. Het verhaal dat we onder ogen zagen met ons helder bewustzijn (awareness) heeft onze nieuwsgierigheid gewekt. “Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat mij dit overkomen is?” Onze nieuwsgierigheid, die leidt naar het inkleuren van ons verhaal (consciousness), is echt vastgehaakt aan onze awareness met betrekking tot ons miskleun-verhaal. Dit doen we door nederig pertinente vragen te stellen van (cf. ‘Humble Inquiry’ van Edgar Schein[v]), die toch gevaarlijk in de oren kunnen klinken. 

Het vastleggen van ons miskleun-verhaal is een cruciaal onderdeel om het waarderend te kunnen begrijpen. Wel dienen we bewust te zijn dat onze eerste versie in de meeste gevallen een verzonnen verhaal is, dat nadien dient verfijnd te worden. Het voordeel van dit ongecensureerde verhaal is dat er antwoorden verscholen liggen op drie uiterst belangrijke vragen; vragen die leiden tot meer zelfkennis en innerlijke integratie en die zorgen dan weer voor meer moed, empathie, mededogen en verbinding in ons leven: 

Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de actuele situatie?
• Welke van m’n beweringen zijn objectief?
• Welke van m’n beweringen zijn gebaseerd op aannames?

2. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over de andere spelers in m’n verhaal? 

  • Heb ik nog andere informatie nodig? 
  • Welke nederige vragen dien ik dienaangaande te stellen? 

3. Wat moet ik nog meer leren en begrijpen over mezelf?
• Welke rol speelde ik echt?
• Wat staat er in m’n linker kolom (cf. Oefening Argyris[vi])?

Dienen we (iets) te veranderen ?!?

Eloïse, Edward en Elvire, de cruciale vraag hierbij is: “Wil ik terug en meer vanuit m’n volle mens-zijn leven?” Het antwoord op deze vraag zal ons leiden naar wat er dient te veranderen om een nieuw en nu hopelijk succesvol verhaal te schrijven. 

In deze column rond het ‘sterk-weer-opstaan’ proces ben ik gekomen aan het middendeel. Gezien dit proces op de keper beschouwd het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking is, kan dit deel gevisualiseerd worden door het midden van het vlindermodel. 

In dat midden komen we eerst de ‘delta’ tegen: 

Delta (del-ta) zelfstandig naamwoord: de vierde letter van het Griekse alfabet – het wiskundig symbool voor verschil. De hoofdletter delta is een driehoek. 

Het is het verschil – de delta – tussen (a) wat we hebben nu we ons verhaal correct onder ogen hebben gezien, ontdaan van alle verzinsels en franjes en b) wat je jezelf toewenst om terug vanuit je volle mens-zijn te kunnen leven. Anders gesteld, de delta is het verschil tussen ons inzicht (in de realiteit) en onze behoeften. 

Ik hou eigenlijk meer van het begrip delta dan van het begrip ‘verschil’ hoewel de twee begrippen synoniemen zijn. Het driehoek symbool neemt me terug mee naar het drieluik waar het om gaat en dat door de liggende acht wordt gevisualiseerd: Denken  – Verbinden/Voelen – Doen.

Verbinden/Voelen

Denken                                                Doen

Wanneer we ons val-verhaal ten volle waarderend begrepen hebben, voelen we, uitgerekend door ‘de delta’, emoties en gevoelens. Die kunnen voor ‘knee-jerk’ reacties zorgen. We kunnen er echter vanbinnen uit voor zorgen dat dit soort reacties geen kans krijgen. 

We reageren onze emoties en gevoelens niet direct af door te vechten (naar de ander slaan), te vluchten (de ander ‘de schuld’ geven) of te verstijven (dichtklappen – ‘shit happens’). Zelfs indien we de fout aan onszelf toewijzen, voelen we ons vooral geen mislukkeling, we erkennen de emoties en gaan die vanbinnen uit beheersen. Wij verwijten ons niets, wij voelen ons, indien nodig, wel aansprakelijk. Aansprakelijkheid is jezelf verantwoordelijk stellen voor jouw daden en de gevolgen ervan. Aansprakelijkheid is een voorwaarde voor sterke relaties en een dito bedrijfscultuur. Voor aansprakelijkheid is authenticiteit, moed en actie nodig teneinde je excuses aan te bieden en het goed te maken. Het vraagt om kwetsbaarheid. We moeten onze eigen gevoelens onder ogen zien en ons gedrag en onze keuzes zien te verzoenen met onze waarden en normen. Wij weigeren dat onze emoties ons ‘vanbuiten naar binnen’ beheersen. Met andere woorden: onze emoties controleren ons niet. Of nog: wij weigeren de slachtofferrol! Zelfs als de val of miskleun ons overkomt zonder dat we in enige mate aansprakelijk zijn, weigeren we de slachtofferrol op te nemen en krabbelen recht… “the fighter still remains!” We werken van uit het ‘inside-out’ betrokkenheid paradigma, niet vanuit het ‘outside-in’ controle paradigma. 

Eloïse, Edward en Elvire, uiteraard hangt de kwaliteit van deze emoties en gevoelens af van het miskleun-verhaal en de context. Ik ga er verder van uit dat je die emoties niet laat afketsen of uithaalt naar iemand uit jullie omgeving. “You may not control all the events that happen to you, but you can decide not to be reduced by them.” schreef Maya Angelou in “Letter to my Daughter’[vii]. Wat jullie niet mogen laten gebeuren, is dat jullie zelfvertrouwen sneuvelt door het falen. Zelfvertrouwen en fouten maken kunnen perfect naast elkaar bestaan, als we het maar goed blijven maken, blijven handelen naar eigen waarden en normen, en schaamte en verwijten meteen ten goede ombuigen. 

Persoonlijk Macht

Wat de context of de omvang ervan ook was, falen gaat gepaard met het gevoel dat we een deel van onze persoonlijke macht zijn kwijtgespeeld. Ik hou in dit verband enorm van Martin Luther King’s quote: 

Power, properly understood, is the ability to achieve purpose.

Eloïse, Edward en Elvire, wij hebben het vermogen om ons persoonlijk doel te bereiken. Het gaat over het uitoefenen van persoonlijke macht vanbinnen uit teneinde ons doel te bereiken. Vandaar dat in ons ‘Cruciale dialoogmodel’ in het midden de persoonlijke eigenschappen – Intrinsieke Waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten, Persoonlijk Doel, Positieve Intentie en Persoonlijk Engagement – verenigd zijn. 

Door ons terug te verbinden met onze Intrinsieke Waarde en onze persoonlijke Vicieuze Cirkel niet alleen te stoppen maar ‘terug te draaien’, door het beleven van Creatieve wisselwerking, komen we ook terug in verbinding met ons persoonlijk doel en geven we onszelf terug de macht om dit doel te bereiken. We smoren de opwellende machteloosheid in de kiem, want we weten dat machteloosheid leidt tot angst en wanhoop. 

Wanhoop is niet meer vertrouwen in het creatief wisselwerkingsproces. Men bevindt zich in een spirituele woestijn waarin men gelooft dat het morgen net zo zal zijn als vandaag. Het tegenovergestelde van wanhoop is hoop. Hoop die verankerd is in het creatief wisselwerkingsproces. Met name, dat men het morgen beter kan hebben door doelen te stellen, wegen te creëren naar die doelen toe en de vasthoudendheid en het doorzettingsvermogen op te brengen om die wegen te bewandelen teneinde die doelen effectief te bereiken. Men gelooft in het persoonlijk vermogen (macht) om Creative Interchange van binnen uit te beleven:”You Believe In the Power of The Force!” 

Mindfulness says, “Feel the pain” and self- compassion says, “Cherish yourself in the midst of the pain”; two ways of embracing our lives more wholeheartedly[viii]

Men geeft zich ook rekenschap van emoties. Dat betekent zichzelf toestemming geven deze te voelen en er dus aandacht aan te besteden in ‘het hier en nu’. Wat men ook dient te doen, is tussen de actie en reactie letterlijk een pauze inlassen en ‘mindful’ de emoties evalueren. Tegenwoordig wordt hoe langer hoe meer een lans gebroken voor ‘self-compassion’. Dit is het vermogen om zichzelf met mildheid te aanvaarden wanneer men aan het lijden is. Huidige research toont aan dat zelf-medelijden sterk verbonden is aan emotionele weerbaarheid, inclusief het vermogen kalm te worden, miskleunen te (h)erkennen, er uit te leren en zich te motiveren teneinde te slagen[ix]. Wetenschappelijk is aangetoond dat zelf-medelijden potentieel een belangrijke factor is voor emotionele problemen zoals depressie. 

Marie R. Miyashiro[x] spreekt in dit verband van twee vaak verkeerd begrepen menselijke eigenschappen: 

  1. Onze vaardigheid om ons op een natuurlijke wijze bewust te zijn van onze gevoelens zonder die te veroordelen; 
  2. Ons vermogen om deze gevoelens te verbinden aan de daarbij behorende al dan niet vervulde behoeften. 

Indien deze behoeften niet vervuld spreken wij van een ‘delta’. 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze fase voelen we het verschil tussen wat we hebben en wat we willen haarfijn aan. In het ‘sterk-weer opstaan’ proces is er geen sprake van tevreden zijn met de nu ten volle waarderend begrepen werkelijkheid van op het canvas neergeteld te liggen. Er is een groot verschil tussen die huidige werkelijkheid en de gewenste toekomst: die van ten volle als mens terug in het leven te staan en door te gaan.
De delta toont ons duidelijk het verschil tussen de geapprecieerde werkelijkheid en de werkelijkheid die men zichzelf op basis van eigen waarden toewenst. De delta zorgt voor emoties die ons kunnen leiden naar twee soorten spanningen: de creatiespanning en de emotionele spanning, waar we het al eerder over hadden.

Beide spanningen zijn steeds in zekere mate aanwezig. Als de ene spanning groter wordt, wordt de ander kleiner en omgekeerd. Het goede nieuws is dat we zelf de chauffeur zijn van het voertuig van ons leven; we kiezen zelf waar we aandacht aan besteden. We kunnen die emoties toelaten, onder ogen zien en er bewust voor kiezen de creatiespanning haar werk te laten doen. 

Ik hou ook van het begrip ‘delta’ omdat delta’s plekken zijn waar rivieren in contact komen met de zee. Het zijn moerassige plaatsen die vol sediment zitten. Het zijn ook rijke en vruchtbare gebieden van groei, zoals de Zeeuws Vlaamse polders die uitlopen tot het noorden van Eeklo, welbepaald tot Watervliet, waar ik ooit meer dan vijftig jaar geleden ‘ons’ Rita ontmoette. De delta is de plek waar we ons werk kunnen doen. Onze belangrijkste inzichten betreffende onze toekomst komen ‘boven water’ in de delta. Het is de plek waar we onze behoeften erkennen, ons doelen stellen en waar we de verwachting uitspreken om te groeien en te veranderen, om terug recht te staan en door te gaan. We houden van onszelf om wie we zijn, zelfs als we geveld zijn, en spreken ook onze verwachting uit over wie we zouden willen zijn! 

Op dat ogenblik is ‘integriteit’ van het grootste belang. Ik hou enorm van Brené Brown’s definitie van dit begrip in ‘Sterker dan ooit (Rising Strong)’[xi]:

Integriteit is kiezen voor moed boven gemak; kiezen voor wat juist is boven wat leuk is, snel of gemakkelijk is; en er voor kiezen om onze normen en waarden in praktijk te brengen in plaats van die alleen maar te belijden. 

Eloïse, Edward en Elvire, wij zijn bereid om de verantwoordelijkheid voor ons eigen leven te accepteren. Wij zijn bereid om niet te kiezen voor het gemak en aanvaarden niet de eerste beste oplossing. Integendeel wij kiezen moedig de zoektocht aan te vatten naar die oplossingen die er echt toe doen. Dit leidt ons naar het moeilijkste deel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Het aartsmoeilijke derde luik waarin we terug onzekerheid dienen te omarmen totdat we genoeg goede potentiële oplossingen hebben gevonden teneinde een gefundeerde keuze te kunnen maken. 

We zijn er nu van overtuigd dat er iets moet veranderen. We hebben het waarom van die noodzaak tot verandering uitgeklaard. Het strookt bovendien niet met onze persoonlijke missie (De Why? van Simon Sinek) om geveld te blijven liggen. Ook is ondertussen de Who? duidelijk: ik dien samen met anderen uit m’n omgeving de queeste naar de oplossingen aan te vatten. De How? is en blijft het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De antwoorden op de What? vraag zal het moeilijkste deel van onze tocht duidelijk maken. Wij omarmen onze onzekerheid met één zekerheid: het creatief wisselwerkingsproces zorgt voor de noodzakelijke oplossingen. Welke, dat weten we (nog) niet. Nogmaals, we kunnen Creatieve wisselwerking niet sturen. We weten wel dat we uiteindelijk een keuze zullen moeten maken onder de potentiële oplossingen en deze daarna van binnen uit zullen dienen te beleven om tenslotte terug in volle sterkte recht te staan en door te gaan. 

Het creëren en kiezen van de noodzakelijke acties

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben tot mezelf gekomen in stilte en me verbonden met de gewenste toekomst. Het is nu tijd om als volledige mens met anderen in verbinding te komen en samen met hen de acties – noodzakelijk om de gewenste toekomst te verwezenlijken – te creëren en te kiezen. Anders gesteld: de weg naar de gewenste toekomst, en sterker doorgaan dan voor de val, dient nu geplaveid worden; niet met goede voornemens, maar door het creëren én kiezen van de noodzakelijke acties. In het ‘sterk-weer- opstaan’ proces is de derde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Creatieve Integratie – aan zet. Het gaat hier niet om ons ‘zijn’ maar om ons ‘worden’. Ik dien mij letterlijk te overstijgen door nieuwe elementen in mezelf te integreren. Dit betekent vooral dat ik mijn mentaal model, dat ik had toen ik tegen de vlakte sloeg, dien uit te breiden. Mijn persoonlijke mindset is aan vernieuwing toe, want zoals het gezegde zegt: “als je blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je kreeg.” Dit laatste strookt helemaal niet met de door mij gewenste toekomst. 

Deze vernieuwing veroorzaakt onzekerheid, ambiguïteit en, door het “nog niet weten wat exact te doen”, voor potentiële confusie. Het is een intermezzo tussen de oude manier van mens-zijn en het worden van de nieuwe wijze van mens-zijn. Alleen daarom is dit voor mij een moeilijk onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces. Ik hou helemaal niet van die fase van onzekerheid die steevast resulteert in een zeker onbehagen. Ik heb dus moeten leren om mij over te geven aan deze kritische karakteristiek van het creatief wisselwerkingsproces. Men moet bereid zijn om de oude ‘zekerheden’ los te laten en onzekerheid niet alleen te tolereren, meer nog, te omarmen. Ik heb moeten leren om in deze fase alle basiscondities van de vorige karakteristieken van Creatieve wisselwerking blijvend vanbinnen uit te beleven. 

Ik dien dus blijvend te vertrouwen, open en nieuwsgierig te zijn en bovendien onzekerheid te omarmen zoals een heel jong kind dat doet. Ik moet het vertrouwen, dat ik als kind onbewust in Creatieve wisselwerking had, als volwassene bewust herwinnen. Volgens Jan Bommerez stelde Stephen Covey ooit: “Vertrouwen is zekerheid over de universele principes”[xii]. Een van die universele principes is Creatieve wisselwerking. Daardoor is Stephen Covey’s definitie van vertrouwen eigenlijk mijn levensopdracht: innerlijke zekerheid blijvend hebben in Creatieve wisselwerking. “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard” is een universele wijsheid die ook ik aan de lijve heb ondervonden. Wat ik daardoor geleerd heb, is het vertrouwen ‘up front’ te geven en dat vertrouwen meestal groeit in de loop van een relatie. Indien in een relatie het vertrouwen niet groeit, is de relatie de moeite niet waard. 

In die zoektocht naar acties, die mij niet alleen toe laten weer op te staan maar – ook en vooral – helpen door te gaan, dien ik samen met m’n reisgenoten elementen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, op een creatieve manier met elkaar te verbinden. Daardoor ontstaat een ‘aha!’ moment waardoor een mogelijke oplossing plots ‘in zicht’ komt. In dit onderdeel van m’n queeste worden nieuwe zaken, die mij aangereikt worden, geïntegreerd in m’n oud denkpatroon, waardoor een nieuwe, vollere mindset wordt gecreëerd. 

Synergetisch Bewustzijn

Charlie Palmgren noemt het soort bewustzijn dat aan zet is in dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces het ‘synergetisch bewustzijn’[xiii]

Synergie betekent dat de oplossing die gecreëerd wordt door elementen met elkaar op unieke manier te verbinden ‘verschillend en meer is’ dan werd verwacht. Het resultaat is meer dan de ‘mathematische optelling’van de eigenschappen van de elementen die worden geïntegreerd. Het gaat met andere woorden niet over een menging. Er wordt eerder een nieuwe legering gerealiseerd. Deze nieuwe legering heeft unieke, verrassende eigenschappen. Een unieke, nieuwe oplossing om na de val weer te kunnen recht krabbelen en door te gaan. 

Eloïse, Edward en Elvire, dat ik deze fase de moeilijkste vind komt ook omdat ik ze zelf nog te weinig heel bewust heb beleefd. Onder meer omdat ik in mijn opleiding tot burgerlijk ingenieur drastisch geconditioneerd werd in het lineair denken en ver gehouden werd van intuïtief denken. ‘Facts and figures” waren heilig in onze opleidingen en het inzetten van intuïtie werd niet onderwezen. Na mijn opleiding ging die indoctrinatie door op ‘den Kuhlmann’. Mijn aanvaringen met directeur Nicolas Kopylov staan nog in m’n geheugen gegrift: 

Monsieur Roels vous nêtes pas payé pour perdre votre temps à chercher des solutions créatives, vous êtes payé comme ingénieur, et un ingénieur sait! 

Ik heb hem toen gevraagd of hij “la chanson, monologue parlé plus que chanté, ‘Maintenant Je sais’ de Jean Gabin” kende; maar het bleek niet het juiste moment om naar Nicolas Kopylov’s kennis van het Franse chanson te vragen. Het lineair denken geeft aanleiding tot een ‘cause-and-effect’ reflex en voor elke oorzaak dient een tastbaar bewijs te bestaan. 

Ook gedurende m’n tweede Professionele leven bleef het ‘in-the-cause-and-effect-box’ denken preferentieel. Het ISRS audit gebeuren gaf weinig ruimte voor creativiteit, hoewel ik zowat de meest creatieve Accredited Safety Auditor was dat ILCI ooit heeft gekend. Dit werd me overigens me niet steeds in dank afgenomen door de puristen. Puristen die ik op den duur ‘ayatollah’s’ noemde. Zelf was ik langzaam aan het transformeren. Ik ging een stuk verder dan het puur lineair 5 Why denken door dit te verbeteren met m’n eigen versie van de sterk vertakte Feitenboom. Toch bleef ik grotendeels vast zitten in “het één of het ander” denken. Zelfs later, toen Charlie Palmgren mij initieerde in het ‘niet lineaire’ en zelfs ‘holistisch’ denken, bleef het lineaire denken mij sterk beïnvloeden. ‘Indoctrinatie’ heeft zo z’n langdurige neveneffecten. 

Ook vertoonde ik gedurende mijn eerste drie Professionele Levens te veel ‘jump to conclusion’ gedrag. Daardoor kwam ik heel vlug tot mogelijke oplossingen die ik dan zonder veel gedraal toepaste. Dit kwam er op neer dat ik te weinig tijd nam om die derde fase – het creëren van unieke oplossingen – ten volle te beleven. Mijn kernkwaliteit ‘Gedrevenheid’ met z’n valkuil ‘Doordrammen’ is naar niet vreemd aan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ beschreef ik later vier vaardigheden die, door ze echt te beleven, de basiscondities van ‘verbinden’ en ‘creativiteit’ kunnen verstevigen. Inderdaad, ik beschrijf in elke fase naast de twee basiscondities, die de karakteriek van de bewuste fase ondersteunen, ook vier vaardigheden. Een belangrijk gegeven van het Cruciale dialoogmodel is dat door het werkelijk beoefenen van de vier vaardigheden, de twee basiscondities worden versterkt en door dat versterken van de twee basiscondities krijgen dan weer de vier vaardigheden een ruggensteun. Die vaardigheden zijn (1) herkaderen van het probleem, gebruik maken van (2) analogieën en (3) metaforen en (4) het krachtig gereedschap: “4+ en 1 wens”. Voor de beschrijving van deze vaardigheden verwijs ik graag naar eerdere columns. 

Het was pas tijdens m’n vierde Professionele Leven dat ik van onder het juk van het preferentieel lineair denken uitkwam en dat ik de tijd nam om de vaardigheden van deze fase zelf te beoefenen. De massieve depressie die ik in de periode 2008-2010 doorworstelde, had er voor gezorgd dat ik voor mezelf tijd gecreëerd had. Ik begreep in die periode de diepere betekenis van het Franse gezegde, dat ik geleerd had van m’n vriend Guy Bérat, “Il faut donner le temps au temps”. Niet toevallig was het ook Guy die mij in die periode hielp om terug vertrouwen te krijgen in Creatieve wisselwerking

Gedurende dit vierde professionele leven kreeg ik een nieuwe tegenslag: darmkanker. Dit is een probleem waar verstijven, vluchten of zelfs vechten niet aan de orde is. “Wat niet weet, wat niet deert” is een oud Nederlands gezegde dat zeker in het geval van kanker één grote leugen is. Het is niet omdat je niet weet dat je kanker hebt, dat deze stopt met verder woekeren in je lichaam. Het probleem met darmkanker is niet hoe je deze bestrijdt eens (tijdig) geïdentificeerd. De geneeskunde is goed gevorderd en de protocollen liggen klaar. In mijn geval werden die direct uitgetekend: beginnen met een dubbele aanpak van chemo en bestraling, vervolgens een chirurgische ingreep om de tumor te verwijderen en nadien nazorg chemo. De oplossing was in mijn geval reeds gevonden. Althans voor de puur lichamelijke kant van het probleem. 

De geestelijke kant was een ander paar mouwen. “Hoe ga ik met mijn kanker om?” werd de cruciale vraag. En op die vraag diende ik zelf het antwoord te geven. In mijn geval heb ik de vraag herkadert in “Hoe wil ik door m’n kleinkinderen herinnerd worden?” en onder meer die herkadering, een toepassing van de gelijknamige  vaardigheid (1), leidde mij tot een deel van de oplossing. Je kunt kiezen om cynisch en verbitterd te worden, en die houdingen hebben bij m’n weten nog weinig succesvolle transformaties teweeg gebracht. Uiteraard weet je niet hoeveel dagen je nog tegoed hebt; men weet wel dat men met dat gebrek aan kennis niet alleen is. 

Dus ik leerde door het beleven van de derde karakteristiek dat het tegenovergestelde van cynisme en verbittering me wel tot de oplossing zou leiden. In de periode na het ‘slechte nieuws’ gesprek met m’n dokter-specialist, doorliep ik de vorige fasen in heel korte tijd. Ik koos ten volle voor het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking. Ik zag m’n eigen kankerverhaal ten volle onder ogen en koos uiteindelijk voor de gewenste toekomst: dat ik met mijn kleinkinderen – zolang het nog kon, veelvuldig en met plezier (ook en vooral van hun kant) – zou samen-zijn. Daartoe diende ik opgewekt te zijn en niet chagrijnig, dat wist ik door de vaardigheid gebruik maken van analogieën. Analogieën vinden was niet moeilijk. Zo moest ik mij enkel herinneren hoe dochter Daphne reageerde, toen haar grootvader Lionel korzelig, verbitterd en nijdig geworden was nadat bij hem een kwaadaardige hersentumor was geconstateerd. Uiteindelijk konden we haar nog heel zelden overtuigen ons te vergezellen voor een bezoekje aan haar opa. Ik wist daardoor wat ik zeker niet moest doen indien m’n doel was m’n kleinkinderen en mezelf nog een leuke tijd te bezorgen. Een tweede analogie uit m’n eigen verleden bevestigde de oplossing. Een jeugdvriend, André De Decker kreeg, toen hij net aan de RU Gent was gestart, leukemie. Ik bezocht hem regelmatig in het Sint-Vincentius ziekenhuis in Gent. Op een keer kwam z’n oudere broer Edgard met diens vriend – de legendarische Eeklose grafische artiest, Romain Coemelck  de kamer binnen. De twee spitsbroeders waren op hun paasbest. Ik begreep dat ze op weg waren naar een huwelijksfeest toen bij het afscheid André hen toefluisterde Veel plezier hé op het feest! André was toen reeds heel verzwakt en ik realiseerde mij dat het een kwestie van weken was voordat het onvermijdelijke zou geschieden. André, die stukken intelligenter en begaafder was dan ik, heb ik in die periode nooit horen klagen, misnoegd of cynisch ervaren, in tegendeel. Hij was vol interesse hoe ik het er in m’n eerste jaar vanaf bracht in Gent. Ook die herinnering maakte mij wel heel duidelijk wat mij te doen stond, indien ik m’n doel wou bereiken. 

Tijdens de periode voor de operatie had ik wel de tijd om de mogelijke acties waren die mijn innerlijke rust en vreugde zouden kunnen doen uitstralen te kiezen. Toen heb ik ten volle de fase ‘het creëren en het kiezen van de noodzakelijke acties’ van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces beleefd. In het ‘sterk-weer-opstaan’ proces behoort die keuze jou toe. Dit omdat, als puntje bij paaltje komt, jij de enige bent die ‘accountable’ is met de betrekking tot de gevolgen van jouw keuze. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik had met jullie moeder Daphne besloten dat jullie mij de eerste paar weken, toen ik in AZ St. Jan Brugge ‘met alle toeters en bellen’ lag, niet zouden bezoeken. ‘Met alle toeters en bellen’ was een kleurrijke uitspraak van m’n chirurg Tom Feryn. Diens beeldrijk taalgebruik duidde op het aantal buisjes en snoeren die m’n lichaam verbonden aan allerlei hulpmiddelen en toestellen die netjes rond m’n bed waren opgesteld. Toen jullie me na de ‘toeters en bellen’ periode, een bezoek brachten was de sfeer opgewekt en werd er veel gelachen. Vooral toen Elvire bij mij op bed zat en plots de lakens zodanig verschoof dat de 18cm lange naad met een serie ‘nietjes’ tevoorschijn kwam.

 “Wat is dat?, Opa” 

“Dat is een rits, Elvire”

 “Waarom? Opa”. 

“Wel Elvire, iedere morgen wordt de rits opgedaan om m’n buik eens goed te kunnen spoelen.” “Dat meen je niet, Opa!”

 “Jawel, Elvire” en we proesten het uit. 

Gedurende de tweede van mijn drie weken durend verblijf, in wat ik toen ‘m’n luxe kamer met mooi uitzicht in een vier sterren hotel’ noemde, stelde een van de verpleegsters mij plots de vraag: 

“Wat is jouw geheim Johan dat je elke dag zo vrolijk bent?”
“Dit komt omdat ik m’n eigen boek vanbinnen uit beleef, Christel” 

Ze keek mij aan met grote ogen en zei: “Jouw eigen boek !?!”
“Jawel, er ligt een exemplaar daar op de tafel aan het venster.” 

Er lag daar inderdaad een exemplaar van ‘Cruciale dialogen, want ik had, tot vijf minuten vòòr men mij naar het OK vervoerde, aan de vertaling van hoofdstuk 1 naar het Frans gewerkt. Ik had die Franse vertaling toen via e-mail naar Guy Bérat gestuurd: die zorgde namelijk voor de verbetering. Het boek was daar echter blijven liggen, want ik was m’n bed nog niet uit gekomen. De verpleegster ging naar m’n tafel en pikte het boek op. 

Hé, Johan, jouw naam staat op de cover!

Dat is de gewoonte hé, Christel. Men drukt steeds de naam van de schrijver op de cover.” 

Ondertussen gaf ik een summiere uitleg waarover het boek ging. Over moeilijke babbels die men in het leven meermaals had en gaf een paar voorbeelden in haar context: cruciale dialogen met eigenwijze artsen, een bazige hoofdverpleegster en eventueel lastige patiënten… Christel bladerde in het boek en zei: 

“Dit lijkt mij uiterst interessant, dat zou ik wel kunnen gebruiken!”
“Meen je dat, Christel?”
“Natuurlijk Johan”. 

“Dan krijg je een exemplaar van m’n boek” 

“Krijg ik dit?” En ze toonde het boek dat ze in haar handen had;
“Neen, dit exemplaar is te beduimeld. Ik vraag ‘ons Rita’ wel om deze middag een nieuw exemplaar mee te brengen.” 

De volgende anderhalve week heeft Rita minstens vijfentwintig exemplaren van m’n boek ‘Cruciale dialogen’ meegesleurd naar Sint Jan. 

Nadien heb ik meermaals verteld dat ik, door zelf ‘Cruciale dialogen’ vanbinnen uit te beleven, leerde dat het een uitzonderlijk goed boek is. Men moet het wel niet alleen lezen (wat al een hele klus is), men moet het vooral dagdagelijks van binnen uit beleven. En dat is een ander paar mouwen dan het begrijpen van het ‘vlindermodel’! 

Besluiten vs. Beslissen

Het is nu tijd om te beslissen wat effectief te doen om door te gaan. We zijn weer opgestaan en hebben verschillende opties voor het doorgaan gecreëerd en overwogen. Die verschillende opties kunnen gezien worden als besluiten. Besluiten betekent niet hetzelfde als beslissen, hoewel de twee begrippen soms (verkeerdelijk) als synoniemen door elkaar gebruikt worden. Besluiten is afwegingen maken, grondig over alternatieven nadenken en tot besluit een keuze maken. Beslissen legt de nadruk op het vastleggen van een afspraak, een antwoord gevend op de vragen serie betreffende het gekozen besluit: “Wie, doet wat, waar en wanneer?” 

Eloïse, Edward en Elvire, het onderscheid tussen besluiten en beslissen ziet men aan de gemoedsgesteldheid van diegenen die het ‘passieve’ gedeelte van de liggende acht afronden. Na een besluit is er geen creatiespanning. Er werd namelijk niet beslist iets daadwerkelijk te doen. Je kunt nu eenmaal niet aangesproken worden op wat er besloten is. Gezien er niets beslist is, heeft niemand zich tot iets verbonden. Wanneer er een beslissing is genomen en deze bovendien is vastgelegd, neemt men verantwoordelijkheid op. Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor creatiespanning wel aanwezig is. Indien ik, in het kader van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces, bovendien anderen van m’n beslissing op de hoogte breng, weet ik dat ik op het al dan niet waarmaken van mijn beloftes kan aangesproken worden. Dit is dan ook de raad die ik meegeef. Zorg, tijdens jullie persoonlijk ‘sterk-weer-opstaan’ proces, ervoor dat de mensen, die jullie dierbaar zijn, op de hoogte zijn van de beslissing opdat deze door eerlijke feedback jullie zouden kunnen coachen. 

Omslagpunt 

Beslissen betreft het omslagpunt tussen het opstaan en het doorgaan. Beslissen heeft te maken met kiezen van oplossingen uit de set die tijdens de vorige fase werd gecreëerd. Die zullen in de laatste fase ‘Transformatie’ effectief worden uitgevoerd. 

Het omslagpunt kan gevisualiseerd worden met m’n Cruciale Dialoogmodel. 

Er bevindt zich als het ware een ‘staande’ lemniscaat in de ‘grote’ lemniscaat, die ik, in navolging van Lex Bos[xiv], gekozen heb als basisvorm voor het Cruciale Dialoog model. Het gaat als het ware om een dialoog rond de hamvraag “Welke van de mogelijke oplossingen kiezen we om daadwerkelijk uit te voeren?”. Deze ‘dialoog in de dialoog’, waarbij ook de voor de acties nodige middelen worden afgetoetst, dient de beslissing vooraf te gaan. 

De Transformatie

Dit onderdeel gaat over doorgaan door het effectief nakomen van de beloftes die je aan jezelf hebt gemaakt. Ik noem dit deel ook transformatie omdat ik gedurende die fase mezelf transformeer. Ik groei naar een nieuwe ‘gecreëerde zelf’ met een nieuwe mindset. De oude mindset wordt losgelaten, indien we niet terug afglijden in oud stereotype gedrag. Deze transformatiefase vergt ook de meeste energie. 

Wendbaar & Weerbaar

Zoals reeds gesteld hoort men tegenwoordig vaak dat de toekomst aan diegenen is die ‘wendbaar’ en ‘weerbaar’ zijn. Daarbij wordt het begrip wendbaar nogal eens ingewisseld met het synoniem ‘Agile’. Agile is voor mij dan weer een synoniem voor Creatieve wisselwerking en iemand die het Creatief wisselwerkingsproces vanbinnen uit beleeft, is per definitie ook ‘resilient’ (weerbaar). Een wendbare persoon heeft geen ‘updates’ nodig want hij verbetert continu. Vandaar een van mijn favoriete slagzinnen: (CI)2= Continuous Improvement through Creative Interchange! 

Mindset

De transformatie is op de keper beschouwd een transformatie van de mindset. Zien met nieuwe ogen is zien vanuit een nieuw denkkader, vanuit een nieuwe ‘mindset’ zou m’n derde vader Charlie Palmgren stellen. Diens mentor, Henry Nelson Wieman, zei ooit: “Creative Interchange is the process that changes the mind, since the mind cannot change itself.” 

Stephen Covey schreef al meer dan twintig jaar geleden in zijn nog steeds actueel boek: ‘The 7 Habits of Highly Effective People’: “Begin met het einde voor ogen![xv]” Die opdracht leidt naar de gegenereerde oplossingen, oplossingen die, met inzet van de daartoe nodige middelen, het gewenste doel, de gewenste toekomst creëren. 

Ook schuilt er waarheid in mijn parafrase van de befaamde Edison quote: “Transformatie is voor 1% inspiratie en voor 99% transpiratie”. De originele quote heeft het over genialiteit. Je moet inderdaad geniaal zijn om een transformatie ‘within time and whitin budget’ tot een goed einde te brengen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wiemans’ ‘two fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan, met gedrevenheid en hardnekkigheid, dus niet versagen is de boodschap. Anderzijds dient met voortdurend open te staan om te leren wat de veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus durven te wijzigen, indien die werkelijkheid daar om vraagt. 

Het ‘sterk-weer-opstaan’ proces 

Vasthoudendheid mag echter geen koppigheid worden. Vasthoudendheid helt over naar koppigheid wanneer doorgezet wordt zonder dat men met de realiteit rekening houdt. Dan is men ook niet deskundig. Ook dat is tenaciteit: het blijven observeren van de veranderende werkelijkheid. Wanneer het daardoor duidelijk wordt dat de gewenste realiteit op die manier onbereikbaar is of wanneer door nieuwe gegevens duidelijk wordt dat er betere oplossingen zijn, dient de aanpak grondig in vraag te worden gesteld. 

Koppig volharden, wordt bijna altijd volharden in koppigheid. Jean de Boisson (Pseudoniem van Cees Buddingh) 

Interafhankelijkheid

De andere basisconditie van dit onderdeel van het ‘sterk-weer-opstaan’ proces is interafhankelijkheid. Voor de werkelijke uitvoering van onze beloftes om door te gaan zijn we afhankelijk van anderen. Er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. 

Interdependence is and ought to be as much the ideal of man as self-sufficiency. Man is a social being. Mahatma Gandhi 

In Stephen Covey’s reeds geciteerde boek ‘Seven Habits of Highly Effective People’ wordt gesteld: 

Our objective is to move progressively on a maturity continuum from dependence to independence to interdependence. Although independence is the current paradigm of our society, we can accomplish much more by cooperation and specialization. However, we must achieve independence before we can choose interdependence. 

Stephen Covey geeft daarbij de volgende betekenissen: 

  1. Afhankelijkheid: Jij moet voor mij zorgen; 
  2. Onafhankelijkheid; Ik zorg (eerst) voor mezelf; 
  3. Interafhankelijkheid: Wij leren van elkaar en kunnen samen grootse dingen bereiken door synergetische samenwerking. 

Na de beslissing start dus een ‘lange tocht’ die meestal niet vrijblijvend is. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het besluit in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ en dus een beslissing wordt, ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt de belofte plots grote hinder in zoverre dat veel beloftes uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden. Juist daarom is interafhankelijkheid tijdens transformatie zo belangrijk!


[i] Bruce Springsteen, Quote from The Rising, first song from his twelfth studio album The Rising, Columbia Records, 2002

[ii] Richard R. Rohr, Adam’s Return: The five promises of Male Initiation. New York, NY: Crossroad Publishing, 2004.

[iii] Paul de Sauvigny de Blot SJ, Vernieuwing van organisaties in een chaotische omgeving door vernieuwing van de mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004.

[iv] Brené Brown, Rising Strong, New-York, NY: Spiegel & Grau, 2015.

[v] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling, San Francisco, CA: Berret-Koehler Publishers, Inc., 2013.

[vi] Peter M. Senge, P.M. [et.al.], The Fifth Discipline Fieldbook. Strategies and tools for Building a Learning Organization. New York: Doubleday, 1994. Pp 246-252.

[vii] Maya Angelou, Letter to My Daughter, New-York: Random House, 2008. 

[viii] Christopher K. Germer, The mindful path to self-compassion. New York: Guilford, 2009 p 89

[ix] https://hbr.org/2017/01/to-recover-from-failure-try-some-self-compassion?

[x] Marie R. Miyashiro, De empathie factor, het concurrentie voordeel voor effectieve organisaties. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact, 2012. 

[xi] Brené Brown, Sterker dan ooit, Amsterdam: A.W. Bruna Uitgevers B.V., 2015 pp 111-113. 

[xii] Jan Bommerez J. Quote van Stephen Covey, geciteerd door Jan Bommerez tijdens het gesprek ‘Jan Bommerez & Jan Rotmans’, in het InspiratieRijk: Arnhem, 8. 12.2016 https://youtu.be/5nouorkdKbo

[xiii] Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren,The Creative Interchange Proces – Part II http://www.creativeinterchange.org/?p=145

[xiv] Alexander H. Bos, Oordeelsvorming in Groepen. Proefschrift Landbouwhogeschool Wageningen, H. Veenman & Zonen: Wageningen, 1974. 

[xv] Stephen R. Covey, The seven habits of highly effective people, Fireside: New York, 1990. Habit 2, pp 95-144. 

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVIII

HOE LICHT TE LEVEN IN DONKERE TIJDEN?

I got two pins in my ankle and a busted collarbone.

A steel rod in my leg, but it walks me home[i].

Bruce Springsteen – Drive Fast (The Stuntman) – 2019

Eloïse, Edward en Elvire, in een eerdere column had ik het al over een belangrijk opgave in jullie leven, met name kunnen vreugdevol leven met donkere realiteiten. Die opgave is werkelijk cruciaal, vandaar dat ik er nu een volledige column aan wijd. 

Inleiding

Een Nederlands spreekwoord zegt het treffend: “Elk huis heeft zijn kruis”. Met andere woorden, elk huis heeft zijn lijden of geen gezin blijft geheel voor leed gespaard. Het kruis verwijst natuurlijk naar het symbool van lijden: het kruis ‘ons Heren’, waaraan Jezus Christus zijn gruwelijke dood stierf. Het spreekwoord is uiteraard niet nieuw en kwam al in de 17de eeuw in ons taalgebied voor: “Geen huys en vind-me zonder kruys.[ii]” Ook in andere talen vindt men dit spreekwoord. In het Duits klinkt dat als: “Jedes Haus hat zein Kreuz.” In het Engels wordt de link met Christus’ lijden weggelaten: “Every house has its trial.”

Gebed om Kalmte

Niemand wordt dus voor leed gespaard, dit is de donkere realiteit van het leven. Een andere eigenheid van het leven is dat de meeste van de vormen van die donkere realiteit niet van binnenuit kunnen beheerst worden. Ze vallen je toe en het enige dat men kan doen is er in die mate mee omgaan dat het leven nog meer dan waard is geleefd te worden. Dit brengt mij terug tot het ‘Gebed om Kalmte’ van Reinhold Niebuhr, waarvan ik al de beginregels in een eerdere column citeerde. Laat ik nu dit ronduit prachtige gebed, dat oorspronkelijk in 1943 in het Engels werd geschreven met als titel “Serinity Prayer”, citeren:

God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen,
de moed om te veranderen wat ik kan veranderen
en de wijsheid om het verschil hiertussen te zien.
Om één dag tegelijkertijd te leven,
om van één moment tegelijkertijd te genieten,
om moeilijke tijden te accepteren als het pad naar de vrede,
om deze zondige wereld, net zoals Hij deed, te aanvaarden zoals het is,  niet zoals ik wil dat deze zou zijn,
om erop te vertrouwen dat Hij alle dingen zal rechtzetten als ik me aan Zijn wil overgeef, om in dit leven gelukkig genoeg te zijn en om met Hem overgelukkig te zijn:voor altijd in het volgende leven. Amen.

Gebed om Kalmte – Wat betekent het?

De woorden hebben een bijzondere betekenis voor mensen die “op zoek zijn naar kalmte en rust” in woelige, wanhopige of onzekere tijden. Dit gebed is, door de jaren heen, nauw verbonden geraakt met heel wat stappenplannen (zoals het oorspronkelijke twaalfstappen programma van de AA – Anonieme Alcoholisten), omdat het kracht en kalmte biedt op de zoektocht naar een stabieler leven.

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie wel vermoeden geef ik aan dit gebed een lichtelijk andere betekenis dan echte gelovigen. Dit komt omdat ik, zoals reeds in vorige columns aangestipt, niet in God geloof als een bovennatuurlijk wezen, maar wel in God als een natuurlijk proces, met name het creatief wisselwerkingsproces.

Wanneer ik aan dit gebed denk, verbind ik mij met het creatief wisselwerkingsproces en erken ik dat dit zowat het enige is die mij (en anderen) innerlijke vrede kan brengen, zelfs wanneer ik mij in chaotische omstandigheden bevind. De wonderbaarlijke aanwezigheid van dit proces in mijn leven kan mij een kalmte brengen die nergens anders gevonden kan worden. 

Totdat we de vrede van Creatieve wisselwerking toestaan om ons verstand, ons hart en onze ziel binnen te treden, zullen we nooit die unieke kalmte ervaren, die de zwaarste omstandigheden in het leven kan weerstaan.

Het gebed heeft het verder over acceptatie, moed, wijsheid en overgave. Het gaat in feite om een overgave aan Creatieve wisselwerking. Over dit laatste heeft de ontdekker van het creatief wisselwerkingsproces, Henry Nelson Wieman, het prachtig boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ geschreven[iii].

Het tweede gedeelte herinnert mij eraan dat we erop moeten vertrouwen dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking alles tot een goed einde zal brengen en dat we herkennen dat we, normaal gesproken, de moeilijkheden in deze ondermaanse wereld of de daden van anderen niet echt zelf in de hand hebben. Ik geloof sterk in de boodschap van het ‘Gebed om Kalmte:  “Vertrouw op Creatieve wisselwerking, leef één dag tegelijkertijd en geniet van elk moment.”

Gebed om Kalmte – Hoe breng ik dat in de praktijk? 

Doorzettingsvermogen en successen ontstaan niet in goede tijden. Zij ontstaan tijdens beproevingen. Die beproevingen overvallen ons, en meestal op een moment dat we het niet verwachten. En die beproevingen zorgen niet zelden voor een chaotische omgeving. De definitie die Paul De Sauvigny de Blot optekent in z’n dissertatie geeft duidelijk de link: “Een chaotische omgeving is een situatie waar alles als het ware door het toeval wordt bepaald en niet meer door bepaalde oorzaken te verklaren is.[iv]” Enkel de mens kan met het toeval omgaan. Bij het werken met het toeval gaat het vooral om waarden en gevoelens, om emotionele betrokkenheid van mensen, die zin weten te geven aan de grilligheid van de chaotische werkelijkheid. 

In deze chaotische omstandigheden dienen we op de kracht van Creatieve wisselwerking te vertrouwen. We begrijpen niet altijd ‘waarom’ bepaalde dingen gebeuren en als puntje bij paaltje komt hoeft dat niet altijd. Zeker niet wanneer de oorzaak ‘toeval’ is.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie weten onderhand wel dat ik Jezus Christus niet zie als God maar wel als een uniek iemand die Creatieve wisselwerking als geen ander van binnenuit heeft beleefd. Wanneer Jezus zei: “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’” (Mattheüs 11:28-30) dan hoor ik een oproep om zich totaal te engageren voor Creatieve wisselwerking. Dit is ‘Man’s Ultimate Commitment’! In dit citaat van Mattheüs zie ik ook het belang van de laatste zin van het ‘Gebed om Kalmte’. Met name, als we ons aan Creatieve wisselwerking overgeven, dan kunnen we met Creatieve wisselwerking overgelukkig zijn in dit leven en voor altijd in het volgende leven. Dit laatste hoeven jullie niet letterlijk, maar overdrachtelijk, te nemen: ik, Johan Roels, zal in jullie verder leven en overgelukkig zijn indien jullie, Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven.

Het in praktijk brengen van het ‘Gebed om kalmte’ komt dus neer op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. En hoe je dit dan weer doet, heb ik, zo goed en zo kwaad als ik kon, in deze column serie uit de doeken gedaan.

Living Richly with dark Realities[v]

Eloïse, Edward en Elvire, als er één hoofdstuk uit de verschillende boeken van Henry Nelson Wieman een ‘must to read’ is, dan is dat wel hoofdstuk drie van ‘Man’s Ultimate Commitment’.

Henry Nelson Wieman heeft het in dit hoofdstuk over de dualiteit tussen goed en kwaad. De kernzin is : “the full reality of good is not unveiled to the human mind until the full reality of evil is exposed to the appreciative consciousness.” Ik vertaal dat vrij als: “Men kan het goede enkel werkelijk appreciëren indien men ook de duistere realiteiten waarderend kan begrijpen.“ Er is met andere woorden geen manier om ‘rijk’ te leven tenzij in de aanwezigheid van de duistere werkelijkheid.

Die duistere werkelijkheid is volgens Wieman uiteraard negatief op zichzelf, maar die negativiteit wordt versterkt wanneer men weigert te onderkennen wat de realiteit in werkelijkheid is. En die werkelijkheid kan men enkel (h)erkennen door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. Het standpunt van Wieman is, en ik volg hem daarin volledig wegens mijn eigen ervaringen, dat creatieve transformatie enkel maar kan gebeuren tijdens een periode van diepe problemen wanneer men Creatieve wisselwerking ten volle van binnenuit beleefd heeft “prior to the hour of darkness.”

Zo had ik zelf Creatieve wisselwerking nog te weinig van binnenuit beleefd toen ik in 2008 in een diepe depressie sukkelde. De onderscheiden oorzaken voor de stevige burn-out, die uiteindelijk uitmondde in een langdurige depressie, kennen jullie onderhand wel. Maar één van de redenen is jullie denkelijk minder bekend. Met name dat ik Creatieve wisselwerking niet voldoende van binnenuit had beleefd. Anders gesteld, had ik niet de magische vaardigheid Procesbewustzijn voldoende toegepast, waardoor ik de donkere realiteit: een diepe vermoeidheid (die men nu zou beschrijven als burn-out) niet erkende. Daardoor was ik mij niet voldoende bewust van het gevaar van een depressie toen het noodlot, in de vorm van wat dochter Daphne in het voorjaar van 2008 overkwam, toesloeg. Dit laatste was iets waar ik als vader niets kon aan veranderen en die onmacht was mede een van de laatste druppels waardoor de burn-out transformeerde in een donkere depressie.

Eens genezen, zag ik in wat ik hierboven schreef. Hoewel ik een boek over Creatieve wisselwerking had geschreven[vi] en dus de sleutel om goed om te gaan met donkere realiteiten theoretisch in handen had, had ik die sleutel te weinig gebruikt in de ‘uren voorafgaand aan de donkere periode’. Dit inzicht bracht er mij toe om Creatieve wisselwerking daadwerkelijk meer van binnenuit te beleven. Ik was ervan overtuigd dat ik zo uit de greep van een toekomstige depressie zou blijven. 

Een nieuwe depressie was niet mijn deel; wel een andere donkere realiteit: kanker in de vorm van darmkanker. Hoewel de voortekenen niet bijster gunstig waren – het duurde vijf maanden vooraleer de joekel van een gezwel werd ‘gezien’ en de reactie van dr. Geertrui De Meester, het hoofd van bestraling aan het UZ St. Jan Brugge, toen ik haar voorstelde het begin van de stralingssessies een week uit te stellen, deed mij inzien dat het spreekwoordelijk ‘vijf voor twaalf’ was – bleef ik kalm en liet ik Creatieve wisselwerking en inzonderheid het Procesbewustzijn zijn werk doen.

Gedurende de intensieve behandeling voor de operatie (chemo en bestraling) werkte ik de afgesproken opdrachten af. Weliswaar werden, wat de opdracht in Beerse betrof, de dag prestaties omgezet in halve dag prestaties, hetgeen het bedrijf Metallo zelfs goed uitkwam. Ook werkte ik nog een bijeenkomst van het Cruciale Dialogen Genootschap af, waarna ik de leden rendez-vous gaf voor een nieuwe bijeenkomst een jaar later. En zo geschiedde ook. Na de operatie kreeg ik begin 2014 terug een vraag om ondersteuning van een oude bekende. Ik zocht wel geen nieuwe klanten meer en toch bleef ik actief bezig tot eind 2016, Toen zette ik een punt achter mijn vierde professionele leven.

Ik wist dat ik nu dringend met een andere donkere realiteit diende om te gaan. Een donkere realiteit die elke dag een dag naderbij komt. Ik heb het uiteraard over mijn eigen dood. Dus van zodra ik met pensioen was, begonnen Bonnie en ik onze uitvaart voor te bereiden. Niet alleen de dienst en de formaliteiten daarrond, ook het ‘optimaliseren’ van de successierechten werd netjes afgewerkt. Wat we ons voorhielden werd ook gerealiseerd. En hoe gek het misschien in jullie oren klinkt, we hebben daarbij veel plezier gehad.Het is niet omdat men de eigen dood ernstig aan het voorbereiden is, dat me  ook sterft.

Van zodra alles geregeld was, begon ik aan een ‘laatste’ opdracht die ik mezelf heb opgelegd, namelijk het schrijven van deze serie columns. Ik hoopte dat ik genoeg tijd zou krijgen om deze serie rond te maken. Het ‘Gebed om Kalmte’ blijft mij steunen om blijvend rijk om te gaan met het intrinsiek onderdeel van het leven dat de dood ten slotte is. Men kan, enerzijds de dood niet ontwijken, noch elimineren; anderzijds kan men de dood wel degelijk integreren in de volheid van het eigen wezen.

Men kan maar creatieve transformatie beleven tijdens periodes van diepe miserie, waarin men geconfronteerd wordt met donkere realiteiten, indien men het tweeledig engagement voor Creatieve wisselwerking heeft beleefd voordat het uur van die donkere realiteiten toeslaat. Henry Nelson Wieman schreef: “We kunnen ons niet onvoorwaardelijk en met vreugde in de moeilijkste ondernemingen storten wanneer we terugschrikken voor mislukking. We kunnen ons niet ten volle geven in liefde indien we niet in staat zijn om de mogelijkheid te aanvaarden alleen gelaten te worden. We dienen de dood volledig te accepteren, indien we ten volle willen leven.[vii]

Het ergste wat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, kunnen doen wanneer jullie geconfronteerd worden met een donkere realiteit, zoals de dood van iemand die jullie lief is of een ongeneeslijke ziekte, is die werkelijkheid ontwijken. Met ontwijken bedoel ik hier de weigering om de donkere realiteit in de ogen te kijken. Henry Nelson Wieman stelde: “Zij die ontwijkend leven, doden in zichzelf de honger voor het leven.[viii]” Dat deed ik dus niet toen ik het verdict van darmkanker kreeg. Gezien ik Creatieve wisselwerking reeds in goede tijden van binnenuit had beleefd, weliswaar met vallen en opstaan, kon ik dit ook toen ik geconfronteerd werd met deze donkere realiteit. Ik keek de kanker in de ogen en ging er mee in dialoog. Weliswaar een ‘cruciale’ en gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces. Ik beleefde m’n eigen boek!

Wanneer men, ten volle helder bewust, een donkere realiteit ontwijkt, dan ondermijnt men terzelfdertijd het zich ten volle gekleurd bewust zijn van al het andere, dus ook van het ‘goede’. Henry Nelson Wieman noemt dit de manier waarop de mens zijn menszijn ontmantelt en zich z’n unieke toekomst ontzegt. Een heerlijke passage uit z’n boek ‘Man’s Ultimate Commitment’ maakt dit duidelijk met een meesterlijke metafoor:

Man is made for creative transformation as a bird is made for flight. To be sure he is in a cage much of the time. The bars of the cage are the resistances to creative transformation which are present in himself and in the world round about. Also, like most birds when long confined, he settles down in time and loses both the desire and the ability to undergo creative transformation. But in childhood creativity dominates. The mind expands its range of knowledge and power of control, its appreciative understanding of other minds and its participation in the cultural heritage. At no other time is there so much expansion and enrichment of the mind and of the world which the mind can appreciate. But resistances are encountered, which bring on anxiety, frustration, failure and misunderstanding. To avoid suffering, the mind becomes evasive and creativity dies down.  The bird ceases to beat against the bars of the cage.[ix]

Ook is er steeds, in min of meerdere mate, een conflict tussen wat de gemeenschap van iemand eist en wat nodig is voor het behoud en de ontwikkeling van de constructieve mogelijkheden van het individu. Uit dit conflict komen niet zelden duistere realiteiten voort. Men kan echter niet wegvluchten van het conflict door de gemeenschap te ontvluchten omdat wisselwerking nu net nodig is voor de creatieve transformatie van de mind(set) van dat individu.  Dit alles toont aan dat de mens niet gemaakt is voor het menselijk leven zoals het gewoonlijk is, maar voor de creativiteit dat dit leven transformeert naar het hoogste niveau. Dit niveau kan echter maar bereikt worden indien we ons volledig engageren voor Creatieve wisselwerking, totaal verzaken aan ontduiking, wanneer de donkere realiteiten (h)erkend worden voor wat ze in werkelijkheid zijn en waarbij, als gevolg, de waarderende geest volledig open staat voor alle kwaliteiten dat het leven te bieden heeft.

Kortom, Eloïse, Edward en Elvire, niemand kan ten volle en uitbundig leven, tenzij zij of hij in staat is om de duistere realiteiten waarderend te begrijpen. Enkel op die manier kan men uitbundig leven in onzekerheid. Nogmaals, deze donkere realiteiten zijn niet ‘goed’ als zodanig, verre van, en toch leidt het volledig waarderend begrijpen ervan tot een uitbundiger leven. Daarin domineert Creatieve wisselwerking de Vicieuze Cirkel. Die laatste draait als het ware terug door de kracht van de eerste, zodat men terug in verbinding komt met z’n Intrinsieke Waarde. Een ruwe versie van deze metafoor werd mij door jullie moeder Daphne aangereikt in Atlanta, toen we daar samen ‘op toer’ waren (1995). De uiteindelijke versie in het Nederlands (de Engelse versie zien jullie bovenaan mijn website, dus hierboven in de ‘hoofding’):

Wanneer dit plaatst vindt – en alleen in dat geval – zullen deze donkere realiteiten uiteindelijk een positieve waarde hebben. Wees er echter klaar van bewust, Eloïse, Edward en Elvire, dat de donkere realiteit niet noodzakelijkerwijs tot de noodzakelijke transformatie leidt. Dat zal ze niet, tenzij de donkere realiteit een aanzet is voor het diepgaand van binnenuit beleven van jullie tweeledig engagement inzake Creatieve wisselwerking. Dit engagement is geen garantie voor succes én het is – voor zo ver ik, jullie grootvader Johan, weet – de enige weg voor het vrijmaken van alle talenten en middelen van jullie (Originele) Creatieve Zelf ten behoeve van constructieve, dus opbouwende, actie.

Anders gesteld, het is jullie keuze en de keuze is hier allerminst een Sophie’s Choice. Het is de keuze tussen het transformeren van de actuele, gecreëerde zelf in de richting van de Originele Zelf of tevreden zijn met het bereikte niveau van de gecreëerde zelf. Eloïse, Edward en Elvire, de analyse die ik gedurende mijn leven continu heb verfijnd, heeft mij helder aangetoond dat men enkel maar complete genoegdoening kan bereiken wanneer men leeft voor de creatieve transformatie van de gecreëerde zelf.  Dat men daarbij nogal eens botst tegen de grenzen van de actuele wereld heb ik meermaals aan den lijve mogen ondervinden. Dit maakte mij duidelijk dat ik niet gemaakt ben voor de wereld zoals hij is, maar voor de creativiteit die deze wereld transformeert. Uiteindelijk heb ik begrepen dat mijn vrijheid enkel kan gevonden worden wanneer ik mezelf volledig wijd aan deze creativiteit, die ik Creatieve wisselwerking, noem. En dat met de aanvaarding van welk lijden ook dat het ondergaan van die continue transformatie vergezeld. 

Zo zie ik mij als een pelgrim, niet naar een andere wereld dat sommigen de hemel noemen, maar naar het continu herscheppen van deze wereld; beginnend met mezelf. Er is geen sprake van het van buiten naar binnen beheersen van anderen, het enkel het van binnen naar buiten transformeren van mezelf. En dit met vallen en opstaan. En ik weet dat ik op die tocht donkere realiteiten zal tegenkomen en ik aanvaard deze omdat ik beseft dat deze intrinsiek horen bij de creatieve expansie en verrijking van m’n gecreëerde zelf in de richting van m’n Originele Zelf.

Deze creatieve expansie, door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking, is bovenmenselijk in de zin dat het bewerkstelligt wat een mens alleen niet kan doen. De mens kan niet zijn eigen geest transformeren. Enkel het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking kan dat bewerkstelligen. Met andere woorden, het creatief proces kan niet beheerst worden, het kan enkel van binnenuit beleefd worden. Dit komt eigenlijk overeen men zich overgeven teneinde beheerst te worden door het creatief wisselwerkingsproces. Kortom men beheerst Creatieve wisselwerking niet, men wordt door Creatieve wisselwerking beheerst indien men er zich ten volle toe engageert. 

Daarom ook ga ik mee met de gedachte van Henry Nelson Wieman, dat men zich niet dient over te geven aan een bovennatuurlijke God, of deze nu de naam krijgt van Jezus Christus, Jahweh of Mohamed. Integendeel, men dient zich over te geven aan het natuurlijk proces dat opereert in het menselijke leven en in het nu. Om zich te transformeren naar het ‘hoogste niveau’ dient men dit hier en nu te doen, waar we werkelijk zijn, niet in een eeuwigheid waar we niet (en nooit zullen) zijn.

In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk

Johan Cruyff

Dit betekent dus dat ik geloof in het levend gevend transformatieproces dat ik Creatieve wisselwerking noem waardoor we vreugdevol kunnen leven in een wereld met donkere realiteiten, met inbegrip van de dood. Het is dit proces dat ik, ook via deze columns, tracht mee te geven aan jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mijn kleinkinderen.


[i] Bruce Springsteen. Quote from Drive Fast (The Stuntman), sixth song from his nineteenth studio album Western Stars, Columbia Records, 2019

[ii] Johan De Brunen (de oude). Nievve vvyn in oude le’er-zacken. Bevvijzende in Spreeckvvoorden, ’t vernuft der mensen, ende ‘tgeluck van onze Nederlansche Taele. Middelburgh, Zacharias Roman, 1636, 402.

[iii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL: Southern Illinois University Press, 1958

[iv] Paul de Chauvigny de Blot. Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. Breukelen: Universiteit van Nyenrode. 2004

[v] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Op. Cit. Hoofdstuk 3

[vi] Johan Roels. Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie.Leuven/Apeldoorn: Garant. 2001

[vii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Op. Cit. Page 64

[viii] Henry Nelson Wieman. Ibid. Page 70

[ix] Henry Nelson Wieman. Ibid. Page 72

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVII

HOE DE VALKUIL VAN ‘SOPHIE’S CHOICE’ VERMIJDEN?

Bruce Springsteen dismantling a ‘Sophie’s Choice’:

Consider Springsteen at a critical inflection point in his career, documented in the film The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town, about the creation of his third album. Born to Run, his previous album, had shot him to stardom, but a lawsuit with his former manager had prevented him from recording.

After the suit was settled, Springsteen and the band went into the studio, but instead of rushing out another blockbuster they spent months winnowing 70 songs down to ten and obsessively recording and re-recording until he had what he wanted. The result was a dark-hued concept album that was released three years after Born to Run and didn’t sell nearly well. “It’s a bit tragic, in a way,” Van Zandt muses at the end of the film, “because he would have been one of the great pop songwriters of all time.”

But Springsteen knew exactly what he was doing, even if Van Zandt did not. He knew he could have continued as a successful purveyor of rock and roll revivalism, at least for the near future. Instead, the innovations of the album repositioned the then 28-year-old as a thoughtful interpreter of the lives of ordinary Americans. It is a role he has occupied ever since, fueling his phenomenal longevity and relevance, summed up in his recent Tony Award-winning show Springsteen on Broadway[i].

Eloïse, Edward en Elvire, in vorige column (Deel XXXVI) had ik het al over de metafoor ‘Sophie’s Choice’. Daarin definieerde ik een Sophie’s Keuze als een extreem moeilijke beslissing. Het beschrijft een situatie waarin geen enkele van de voorgestelde keuzes de voorkeur kan hebben. Dit kan zijn omdat de keuzes enerzijds even nodig en gewenst zijn of anderzijds, even te vermijden en ongewenst zijn.

Inleiding

Waar komt de metafoor ‘Sophie’s Choice’ vandaan? Zoals in vorige column gesteld is het de titel van een roman uit 1979 van William Styron. Het verhaal werd wereldberoemd door de verfilming van het boek in 1982 met Meryl Streep in de hoofdrol. Meer bepaald duidt de metafoor op de keuze die Sophie verplicht is te maken gedurende de Tweede Wereldoorlog. Bij aankomst met haar twee kinderen in Auschwitz wordt Sophie namelijk verplicht een onmogelijke keuze te maken: ze dient één van haar kinderen aan te duiden die niet naar de gaskamers zal worden gestuurd. Indien ze geen keuze maakt, worden beide kinderen vergast. Voor Sophie is er geen optie. Geen enkele van de keuzes is aanvaardbaar. Toch moet ze kiezen. Uiteindelijk kiest ze voor haar zoontje ten nadele van haar dochtertje. Van dat ogenblik af zit Sophie voor de rest van haar leven opgezadeld met een immens trauma. Nogmaals, Sophie diende een keuze te maken tussen twee verwerpelijke opties en indien ze niet koos waren de gevolgen nog erger.

De metafoor werd na het uitkomen van de film hoe langer een analogie voor een ‘lose-lose’ keuze. ‘Sophie’s Choice’ kan nu verwijzen naar elke beslissing over leven en dood zonder aanvaardbare resultaten, zoals in de originele roman. Ook kan het worden gebruikt als verwijzing naar een moeilijke keuze, met resultaten die zowel even goed als even slecht zijn. Het is zoals de keuze tussen de cholera en de pest.

De keuze van Sophie wordt soms verward met de keuze van Hobson. De oorspronkelijke betekenis van de keuze van Hobson kan worden samengevat als “Neem het of laat het.” Men kan kiezen het aangebodene te aanvaarden of het aangebodene te weigeren. Het is ook niet echt een vrije keuze, al lijkt het zo. Bij een ‘Sophie’s Choice’ heb je eigenlijk twee of meer opties, naast de optie niet te kiezen. Daarbij is geen enkele van de opties aanvaardbaar, ook het niet kiezen.

Sophie’s dilemma een keuze noemen is meegaan in de denkwijze van de sadistische arts uit het verhaal (die in de roman niet met naam genoemd wordt, maar er wordt algemeen aangenomen dat het om dr. Mengele, de ‘Engel des Doods’, gaat). De situatie van Sophie een keuze noemen, terwijl het aanbod helemaal geen keuze is, getuigt inderdaad van het meegaan met het verwerpelijk denkkader. Het is geen keuze en al helemaal geen waarin Sophie willens en wetens zou in meegaan. Sophie bevindt zich echter als niet-Joodse moeder van Joodse kinderen in Auschwitz en heeft de situatie helemaal niet in de hand. Ze kan deze met andere woorden niet van binnenuit beheersen. Toch vertelt het verhaal dat ze tot haar zelfdoding gebukt ging onder een immens schuldgevoel; hoewel ze geen schuld had aan haar keuze. Dit om de simpele reden dat het geen keuze was.

De Grieken lieten zich bij dit soort keuzes, waarbij elke gang van zaken catastrofale gevolgen had en er geen waarheid inhield, leiden tot het toeval.  In het geval van een Sophie keuze is er ook geen waarheid. De juiste keuze maken was onmogelijk! In het verhaal koos Sophie ervoor de schuld te dragen, hoewel ze een alternatief had, met name de pijn te dragen. In feite maakte ze geen keuze tussen die twee alternatieven en waren beide haar lot: ze ging de rest van haar leven gebukt onder de pijn en de schuld.

Het begrip ‘Sophie’s Choice’ was eigenlijk al ingeburgerd in de bedrijfswereld nog voor het boek was geschreven. Uiteraard werd de keuze, die veel managers opgedrongen werd, toen nog niet als dusdanig gelabeld. Nu vindt men in de literatuur nogal wat verwijzingen naar ‘Sophie’s Choice’:

  • In sommige gevallen stelt het topmanagement het lager en middenkader voor volgende keuze, die een echte ‘Sophie’s Choice’ is: “verlaag de staf van uw afdeling met 10 % of u wordt als incompetente manager zelf verwijderd[ii].“ Een ander voorbeeld van een ‘Sophie’s Choice’ spel dat gespeeld wordt door het management: “U verlaagt ‘uw’ loonkosten met 20 % of uw afdeling wordt geherstructureerd.”
  • Het ‘spelen van spelletjes op de rug van ondergeschikten door topmanagement’ werd voor het eerst verwoord door één van de beroemdste managementgoeroes, Peter Drucker als “een ogenschijnlijk geesteloos kansspel waarbij elke ezel kan winnen, mits deze meedogenloos is[iii].”
  • In sommige gevallen speelt topmanagement zelfs Drucker’s ‘mindless and ruthless game’ of ‘Sophie’s Choice’ with underlings[iv].

De opdracht: de ‘Sophie’s Choice’ zo goed mogelijk ontmijnen!

Kortom, een ‘Sophie’s Choice’ is een tragische morele keuze, in zo verre dat, wat je ook kiest ,de kans groot is dat er een niet leuke tot zelfs tragische consequentie op volgt. Vandaar dat het aangewezen is om de ‘Sophie’s Choice’ te ontmijnenDe enige manier die ik ken is het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces.

Tot nog toe ben ik theoretisch gebleven. Tijd dus om een eigen praktisch voorbeeld van een ‘Sophie’s Choice’ dilemma te geven. Dat doe ik aan de hand van een persoonlijk verhaal, van toen ik nog niet bewust in aanraking gekomen was met het levengevend proces dat ik Creatieve wisselwerking noem.

Zelf kreeg ik dus ooit een ‘Sophie’s Choice’ voorgeschoteld. Laten we deze cruciale anekdote uit m’n leven stap voor stap doorlopen. 

Op een avond in april 1987, ik had net m’n zestiende jaar als ingenieur op het bedrijf aan de Kuhlmannkaai in Rieme rondgemaakt,  werd ik dringend verzocht mij naar het kantoor van directeur Frans Reyntjes te begeven. Die gaf mij die avond een opdracht die ik mij lang zou heugen. Ik kreeg bedenktijd tot ’s anderendaags negen uur om hem een naam door te spelen. De directie had namelijk beslist dat één van de vijf bedienden, die mijn twee afdelingen rijk waren, ontslag diende te krijgen. De minder harde afvloeiingsmaatregelen waren onderhand volledig opgebruikt, dus ging het om een ‘naakt’ ontslag. Mijn taak bestond er in het slachtoffer aan te duiden.

Er was geen lieve moederen aan, Frans Reyntjens was duidelijk: één van m’n bedienden diende de laan uitgestuurd worden. De kostenreductie diende dus te gebeuren door het naakte ontslag van een van de vijf bedienden, dit in een poging om het zinkend ‘Kuhlmann’ schip vlot te krijgen. Een dot van een ‘Sophie’s Choice’, al kende ik die term toen nog niet.

Wel wist ik van nature dat ik, bij het oplossen van die vraag, diende te handelen in het belang van het bedrijf én in het belang van de personen in kwestie. Dit waren de richtsnoeren die mij hielpen een juiste keuze te maken. Door het belang van het bedrijf in overweging te nemen, kon ik twee namen van het lijstje schrappen. Die twee waren in de toekomst meer dan nodig. Toen werd het belang van de drie overblijvende personen in ogenschouw genomen: de jongste was ik, net 41 jaar geworden, en de twee andere waren een twaalftal jaar ouder. Eens ontslagen, zouden deze ‘met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ nooit nog een job vinden. 

Thuis gekomen zag ‘ons Rita’ aan m’n tronie dat ik met een ei zat. Het dilemma uitleggen duurde niet lang. Ze vroeg mij wat de criteria waren voor mijn uiteindelijke beslissing. Een ervan was: “Diegene die voor het bedrijf in de toekomst het minst nodig was, gaat de laan uit!” “Dan weet ik al wie dat is!”, was haar repliek. Het duurde nog een uurtje vooraleer ik tot hetzelfde besluit kwam.

Groot was de verbazing van Frans Reyntjens toen ik hem de volgende ochtend om negen uur adviseerde een zekere Johan Roels te ontslaan. De avond voordien had ik contact opgenomen met Willem Top. Hij bleek bereid mij de alleenrechten van het gebruik van het ISRS voor België en Frankrijk over te dragen. Als tegenprestatie zou ik tien percent van het bedrag, dat ik in de toekomst mijn klanten zou factureren, naar zijn bedrijf doorstorten.

Van Frans Reyntjens hoorde ik drie maand niks meer… tot hij langs zijn neus weg vroeg hoe het kwam dat hij mijn ontslagbrief nog niet ontvangen had. Ik antwoordde dat hij niet goed geluisterd had. Hij had blijkbaar gehoopt dat ik mij ondertussen zou vergaloppeerd hebben – ik was gekend om mijn valkuil ‘doordrammen’ – en vast zou zitten aan verplichtingen en daardoor zelf ontslag zou dienen te nemen. Ik verzekerde Frans dat ik, door ‘veiligheid’ van binnen uit te beleven, geleerd had vooruitziend te zijn. Daarop vroeg hij mij of ik op een ontslagvergoeding rekende. Ik diepte een berekening uit m’n binnenzak en overhandigde hem waar ik dacht recht op te hebben. Waar ik ook op gerekend had, was dat Frans zijn huiswerk niet goed gedaan had en dus over het hoofd gezien had dat hij te allen tijde over een Veiligheidsingenieur niveau 1 diende te beschikken. Hij had mijn raad daaromtrent steeds in de wind geslagen, dus werd hij uiteindelijk genoodzaakt mijn ontslag te faseren. Op 1 oktober 1987 werd ik ontslagen voor de eerste 50% (de afdeling goederenbehandeling) en op 1 oktober 1988 voor de andere (de afdeling veiligheid). Mijn contract met ILCI Nederland van Willem Top was rond in de loop van de maand september 1987. Daarom aanzie ik 1 oktober 1987 als de start van mijn tweede professionele leven. Als consultant in het tweede paradigma van het werkveld ‘Safety’; dit van Organisatorische veiligheid.

De tirannie van het ‘of, of’ denken

Op de keper beschouwd is ‘Sophie’s Choice’ een typisch voorbeeld van het ‘of, of’ denken. Veel dilemma’s worden zo voorgesteld. Wat moet ik kiezen … Werk of privé? Flexibiliteit of procedure? Vertrouwelijkheid of transparantie? Relatie of resultaat? Die dilemma’s worden vaak voorgesteld als ‘of, of’ keuzes en we lossen ze op met lineair denken. Dit is het rationele, analytische en oorzaak-gevolg denken. We hebben dat soort denken met de paplepel meegekregen en als men dan nog eens als burgerlijk ingenieur afstudeert, is het helemaal raak. Nu ja, dat soort denken heeft ons geen windeieren gelegd. Denk maar aan de vooruitgang door de opeenvolgende industrieële revoluties. Maar het succes van deze manier van denken heeft het zó instinctief gemaakt dat het feitelijk ons gemeenschappelijke wereldbeeld heeft bepaald.

In dat beeld functioneert de wereld als een klok. De aanname is dat er voor elk probleem een optimale oplossing is, mits we de juiste middelen hebben: meer data, betere algoritmes, meer geld. Met tools, zoals root cause analysis of multiple linear regression en vele andere, kunnen we uiteindelijk die knoppen vinden waar we op moeten drukken om de resultaten te krijgen die we zoeken. En vaak blijkt dat te kloppen. We vinden wel degelijk oplossingen met dit ‘of, of’ denken. Dit gaat door totdat we dilemma’s voorgeschoteld krijgen waarbij geen van de twee oplossingen beter is dan de ander, of, nog erger zoals in het geval van ‘Sophie’s Choice’, de twee ‘oplossingen’ verwerpelijk zijn. We krijgen er slapeloze nachten van, omdat we deze spanningen behandelen als een oplosbaar probleem.  Jim Collins, bekend management denker, noemt dit verschijnsel de “tyranny of the or.”  In ‘Built to last’[iv] beschrijven de auteurs Jim Collins en Scott Porras die wijd verbreide en een zeer kwalijke ‘zwart-wit’ tactiek die ze de ‘tirannie van de of’ dopen. Het is een restrictieve benadering van de besluitvorming die een unieke keuze voorschrijft tussen twee soms haaks tegenover elkaar staande uitkomsten. Het kiezen van de een sluit de andere uit. Hun definitie is het vermelden waard :

De tyrannie van de of is de rationele visie die de paradox niet kan accepteren, die niet tegelijkertijd kan leven met twee schijnbaar tegenstrijdige krachten of ideeën … [het]  drijft mensen om te geloven dat het antwoord A OF B moeten zijn, maar niet allebei.

Wij zijn opgegroeid met de ‘tyrannie van de of’, getuige daarvan de parabel die ik hier een paar keer vermelde. Ik bedoel het verhaal van ‘De Boer en z’n Zen Meester’ met de steeds terugkerende vraag: “Is dat goed of is dat slecht?” Eloïse, Edward en Elvire, jullie herinneren zich nog wel m’n antwoord op die vraag: “JA!” Dit antwoord bevat al de kiem van de strategie om een ‘Sophie’s Choice’ dilemma te ontmijnen.

De ‘tyrannie van de of’ laat het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid is. Een ander historisch voorbeeld van de ‘tyrannie van de of’ komt uit hetzelfde tijdsgewricht als en is vergelijkbaar met ‘Sophie’s Choice’. Het is de rol die de Joodse raad in de tweede wereldoorlog speelde bij de deportatie van Joden uit vele steden van het door de nazi’s bezette Europa. In zowat alle bezette gebieden zetten de nazi’s al snel ‘Judenräte’ op: Joodse raden waarin toonaangevende Joodse leiders en rabbijnen zitting moesten nemen. Zo’n Joodse raad werd de enige geaccepteerde vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap die met de overheid en de bezetters mocht communiceren. Al gauw werd de Joodse raad ook belast met het ‘besturen’ van de Joodse gemeenschap. Het werk van de Joodse raad ging echter al vlug in het teken staan van de deportaties. Die moesten voorbereid worden, maar ook moesten de Joodse raden de keuze maken wie precies gedeporteerd werd. Alle werknemers van de Joodse raad kregen een ‘Sper’, een tijdelijke opheffing van deportatie. Op die manier maakten de nazi’s in het hele bezette gebied de Joodse raden medeplichtig. Eigenlijk werd hier ‘Sophie’s Choice’duizenden maal herhaald.

‘Of, of’ denken heeft zoals gesteld veel, zo niet alles, te maken met lineair denken. Deze term mag men letterlijk nemen: lineair denken is ‘rechtlijnig denken’. De lijnen worden grenzen voor het definiëren van de uitersten van onze mentale modellen. Rechtlijnig denken wordt vaak aangeduid als in-the-box-denken. Het definieert wat velen hun “comfortzone” noemen. Lineair redeneren is sequentieel denken, waarbij wordt verondersteld dat ideeën elkaar volgen in een logische progressie.

Lineair denken zorgt voor een gevoel van oorzaak en gevolg tussen gedachten, overtuigingen, waarden en percepties. Het wordt verondersteld rationeel, logisch en “feitelijk” te zijn. Ideeën, overtuigingen, waarden, etc. worden waar of onwaar, feit of fictie, logisch of onlogisch, rationeel of irrationeel. Dit is de basis voor “of, of” denken. Het is dualistisch en subject/ object georiënteerd. Het wordt de primaire manier van denken van, wat ik in deze columnreeks steevast gelabeld heb als, de gecreëerde zelf.

Met die manier van denken worden min en meer, min of meer; eens en oneens, eens of oneens. De ingebakken gedachte steeds gelijk te hebben, heeft een significante invloed op de cognitieve functie. Oordelen worden definitief, standpunten worden ingenomen, (winnen of verliezen) competitiviteit wordt dominant en zaken, zoals samen denken en samenwerken, komen in het gedrang. Kortom, Creatieve wisselwerking wordt belemmerd. 

Het lineaire denken is het denken van de gecreëerde zelf die zich opsluit in z’n versie van de Vicieuze Cirkel. Zoals we reeds vele malen gezien hebben (en ook het beeld van de hoofding van m’n website herinnert er continu aan) werkt de Vicieuze Cirkel het creatief wisselwerkingsproces tegen.

Het lineaire denken is in feite het ‘in-the-box’ denken, waarbij ‘the box’ overeenkomt met het persoonlijk Mentaal Model, paradigma of referentiekader. Onze dozen of alledaagse perspectieven fungeren als filters voor onze betekenisgeving. In-the-box denken is de manier waarop we ons dagelijks leven leiden. Het geeft de grenzen van ons gekleurd bewustzijn. Het wordt het denken van de gecreëerde zelf. Ouders, familieleden, opvoeders, leeftijdsgenoten en sociale media zijn de belangrijkste leveranciers van onze ‘oorzaak-en-gevolg-in-de-doos-denkende’ zelf.

Het geniale van het ‘en, en’ denken.

Be able to keep two completely contradictory ideas alive and well in your heart and in your head all the time. 

If it does not drive you crazy it will make you strong.

Bruce Springsteen

Jim Collins en Scott Porras verwijzen in hun reeds geciteerd boek ‘Built to Last’ naar de “genius of the and.” Met andere woorden, we moeten volgens hen een slag maken in ons denken, van het lineaire òf-òf denken naar het paradoxale èn-èn denken.

Charles Palmgren leerde mij inzien dat we opmerkelijk genoeg geboren zijn met dat ‘en, en’ denken. Als baby is alles nieuw en zien we alles als ‘en, en’. Dit komt omdat we dan nog enkel het helder bewustzijn gebruiken. We observeren de werkelijk zoals die is. We zijn, om het even op z’n Engels te zeggen, pure Awareness. Maar gaandeweg starten we met die pure obervatie te interpreteren, totdat we alles direct beginnen inkleuren met ons gekleurd bewustzijn. Anders gesteld, we worden pure Consciousness.

Hoe gaat dit in zijn werk? We appreciëeren de werkelijkheid. Appreciëren komt van het Latijnse appretiare (‘om te beoordelen’). In een fractie van een seconde transformeren interpretatie, evaluatie en besluitvorming awareness en observatie in consciousness en waarneming. Het ‘en, en’ (ook wel aangeduid met ‘zowel/ als’) van het heldere bewustzijn wordt her verpakt in het ‘of, of’ (ook wel aangeduid met het ‘ofwel/ of”) van het gekleurd bewustzijn. Charles Palmgren noemt dit de quasi automatische beweging van “pre-box” denken naar “in-the-box” denken. De manier waarop we waarderen legt barrières op en zorgt voor grenzen die bepalen wat veilig is om te worden opgenomen en wat schadelijk kan zijn en daardoor dient te worden afgesloten. We nemen op wat we waarderen en sluiten uit wat we niet waarderen. Onze voorkeuren polariseren verschillen. De zo noodzakelijke ‘en, en’ wordt gedevalueerd tot het schrale ‘of, of’: goed of kwaad, correct of fout, positief of negatief, gunstig of schadelijk. Polarisatie heeft zijn intrede gedaan. De werkelijkheid wordt als het een of het ander ervaren, dit is exclusief; en niet als het een en het ander, dus niet inclusief. Deze verschuiving, deze splitsing heeft talloze consequenties, zowel positief als negatief. De positieve hebben te maken met ‘snelheid’, de negatieve met ‘deugdelijkheid’.

‘En-en’ staat dus tegenover ‘of-of’ denken. En-en is kijken vanuit evenwaardigheid naar zaken die naast elkaar van waarde zijn door niet te oordelen. ‘En-en’ denken wordt ook wel parallel denken genoemd.

‘Parallel denken’ is een begrip dat bedacht en uitgewerkt werd door Edward de Bono[v]. Parallel denken is omschreven als een constructief alternatief voor de dialectische methode, waarin tegenstanders elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk door zo veel mogelijk argumenten aan te dragen om de eigen visie te onderbouwen en die van hun opposant te weerleggen. Parallel denken is dus een alternatief voor het ‘of-of’ denken. Parallel denken is een verdere uitwerking van het begrip ‘lateraal denken’, eveneens door de Bono ontwikkeld. De nadruk ligt bij parallel denken nóg meer op dat wat kan zijn (alternatieve mogelijkheden) dan op dat wat is (rationeel af te leiden). Parallel denken is een denkproces dat gelijktijdig focust op verschillende, vaak tegengestelde, benaderingen van een probleem of vraagstuk. In een groep toegepast, wordt zo de dialectische benadering – die vaak leidt tot de vraag wie er gelijk heeft – effectief vermeden. Alle deelnemers in het denkproces kunnen bijdragen aan het verkennen van het onderwerp, vanuit hun eigen kunde, kennis en ervaring. Belangrijk hierbij is dat ze in hun eigen ‘spoor’ blijven en zich niet laten verleiden inhoudelijk op de argumenten van hun mede ‘parallelle denkers’ in te gaan. Dit vereist wel de bereidheid om zich aan de regels te houden en iemand de verantwoordelijkheid te geven over de regie, om zó het denkproces te bewaken. Eloïse, Edward en Elvire, parallel denken heeft veel te maken met Creatieve wisselwerking, maar dat hadden jullie al begrepen.

‘En-en’ denken komt neer op niet elkaar tegensprekende feiten of beweringen beide tot waarheid verheffen. Het is twee onafhankelijke concepten met elkaar verbinden. Men kan het ook op twee niveaus tegelijk kijken noemen. Het is niet enkel serieus nemen wat concreet en positief is, ook wat abstract en niet positief is. Het is doen en laten even zwaar laten wegen. Het is ‘wu wei’, doen door niet te doen en ook wel doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Het is een crisis zien als bedreiging en kans.

Even terug naar mijn anekdotisch verhaal: 

De opdracht van de heer Frans Reyntjens stelde mij voor een dilemma. Ofwel zet ik mezelf buiten schot en houd ik me niet aan mijn principes (eerlijkheid en billijkheid). Ofwel hou ik mij aan mijn principes en raad ik Frans Reyntjens aan om mij te ontslaan en heb ik geen job meer. Ik vond de oplossing door de opdracht niet te zien als een of-of probleem maar als een en-en probleem. Frans Reyntjens opdracht vertaalde ik in een persoonlijke opdracht: ik diende een oplossing te vinden waarbij ik én mij aan mijn principes kon houden én aan de slag kon blijven (dus geld in ‘ons Rita’s’ la blijven stoppen). Uiteraard speelde het feit dat ik reeds een bijberoep had en af en toe Willem Top, die geen Frans sprak, hielp om in Frankrijk het goede ‘Loss Control’ nieuws te verspreiden. Ook had ik door ervaringen binnen de Franse groep Rhône Poulenc geleerd dat het geven van opleidingen mij energie gaf. Dit waren opleidingen rond de Feitenboomanalyse methodiek, die ik eerst in Rieme en niet veel later in het RP bedrijf Saint-Fons Chimie nabij Lyon letterlijk tientallen keer had gegeven. Ook had ik bij een ander RP bedrijf nabij Lyon, Belle Eloile, waar Guy Bérat de veiligheidschef was, reeds m’n eerste officiële audit gedaan met het ISRS systeem van Frank Bird. Een audit met een US systeem door een Vlaming in Frankrijk met een Canadees-Franse vertaling van de vragenlijst. Deze ervaringen leerden mij dat consulting mij wel lag. Dus ééns ik besloten had dat ik Frans Reyntjens de volgende dag mijn oplossing zou meedelen, nam ik die avond contact op met Willem Top en kwamen we tot een principiëel akkoord rond het gebruik van het ISRS in België en Frankrijk (en voor de lol nam ik er Luxemburg bij). 

Eloïse, Edward en Elvire, een eenvoudig hulpmiddel hielp mij hierbij. Dat hulpmiddel ziet er als volgt uit: teken op papier twee lijnen zoals de assen van een tabel. Langs de verticale lijn ligt één wens, langs de andere lijn ligt de andere wens. Maak er nu een matrix of tabel met vier vlakken van. 

Het vlak linksonder staat dan voor een oplossing waarbij aan geen van beide wensen voldaan wordt. In de vlakken linksboven en rechtsonder wordt maar aan één wens voldaan. Het vlak rechtsboven is het én-én vlak: zowel de ene als de andere wens wordt vervuld. Dus de vraag werd: “Welke oplossingen kun je bedenken die in dat vlak vallen?” Ik vond die in een goed uur en koos er één uit en begon de implicatie ervan reeds voor te bereiden.

Ik had nog nooit van het creatief wisselwerkingsproces gehoord en was er wel mee geboren… Ik dacht dus buiten de ‘Kuhlmann’ box, verliet de comfortzone en het was één van de beste beslissingen die ik ooit nam!

Creatieve wisselwerking, het proces voor het bekomen van de ‘en’!

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is het proces voor het bekomen van het ‘en-en’ denken en het vermijden van de ‘of-of’ denken, hier voorgesteld met de metafoor ‘Sophie’s Choice’. Dus eigenlijk komt het vermijden van de valkuil, die ‘Sophie’s Choice’ gegraven heeft, er op neer Creatieve wisselwerking van binnen uit te beleven. Het komt er dus op neer de vorige 36 columns van binnen uit werkelijkheid te maken. Vandaar ook dat dit onderwerp nu in de 37e column aan de beurt is.

De start is het onderkennen van de ‘of-of’ keuze en die principieel te verwerpen. Dit komt neer op Authentieke Interactie, die uitmondt in het begrijpen dat het om een ‘Sophie’s Choice’ gaat. Dan komt de tweede karakteristiek aan de beurt. Dit is het Waarderend Begrijpen (tweede karakteristiek) van de valkuil en de beslissing nemen er niet in te trappen. Daartoe dient de Vicieuze Cirkel afgeremd en het creatief wisselwerkingsprocesaanzwengeld te worden. Het ontwijken van de ‘Sophie’s keuze’ gebeurt door het bewust op zoek te gaan naar  nieuwe oplossingen. Dit komt neer op het beleven van de derde karakteristiek Creatieve Integratie. Dit is het creatief integreren van verschillende ideeën die opkomen bij het oplossen van moeilijke vragen. Deze vragen zijn reeds een paar keer aan bod gekomen. Het betreft de reeks vragen: “Wat wil ik voor mezelf bereiken?”, “Wat wil ik dat de ander bereikt?” en “Wat wil ik voor onze onderlingen relatie bereiken?” Hierbij wordt het ‘het één of het ander’-denken ingewisseld voor het ‘het één en het het ander’-denken. Daarbij maakt men helder wat men in het kader van de, door het beleven van de vorige karakteristieken, gevormde gedeelde mening niet wil bereiken. Dit blijkt veelal de sleutel te zijn voor het vormen van ideeën omtrent wat men wel wil bereiken. Die ideeën zijn in feite antwoorden op de vraag “Hoe kan ik er toe komen dat wat ik niet wil bereiken, ontwijk en wat ik wel wil bereiken, bekom?”. De antwoorden op deze vraag zullen heel wat creatiever zijn dan wat men met de klassieke reacties op een ‘Sophie’s Choice’ zou bekomen. Want die komen neer op vermijden (wegvluchten) of het opdringen van één van de twee oplossingen. Het verhaal van het boek en de film ‘Sophie’s Choice’ maakt duidelijk dat het op die manier ‘oplossen’ van de keuze nefaste gevolgen heeft. In het beleven van de derde karakteristiek komt men, door het integreren van verschillende ideeën, vaak tot nog betere oplossingen dan ‘en-en’ oplossingen. Inderdaad, beide doelstellingen worden bereikt en de oplossing is nog sterker dan de simpele optelsom. Ik noem die een ‘zowel het één als het ander, én bovendien verschillend van’ oplossing, voorwaar een synergetische!

Laat ik dit eens toetsen aan mijn anekdote:

Van zodra dat ik de opdracht van Frans Reyntjens kreeg, ging ik er in een kort gesprek dieper op in om er zeker van te zijn dat ik die opdracht correct begrepen had. Dit is dus het beleven van de eerste karakteristiek Authentieke Interactie. De volgende karakteristiek Waarderend Begrijpen maakte mij helder duidelijk dat dit een ‘Sophie’s Choice’ was. Niet dat ik de opdracht van die label voorzag, maar ik was er van overtuigd dat ze mij voor een dilemma stelde. Na het beleven van die twee karaktistieken was ik tot een ‘gedeelde mening’ gekomen (ook al met ‘ons Rita’). Ik zou mijn principes niet verloochenen en dus geen van mijn medewerkers ontslaan. Ik moest dus eigenlijk Frans Reyntjens adviseren mij te ontslaan. Het daarbij laten zou toegeven zijn aan de druk van de ‘Sophie’s Choice’. Hoe kon ik ‘ontslagen worden en toch aan de slag blijven?’, werd de nieuwe kernvraag. Die gingen we met de derde karakteristiek te lijf: Creatief Integreren. Al heel vlug kozen we voor de onafhankelijkheid in verbondenheid. Ik had geen zin meer om nog ergens als ingenieur voor een ander bedrijf te werken. Ik koos voor het statuut van zelfstandige of “self employed employee,” zoals een paar jaar later een Noor mij op denigrerende wijze noemde (en dat is een ander verhaal). Om mij van een inkomen te verzekeren, nam ik die avond contact op met Willem Top. Ik verkreeg de belofte van de gebruiksrechten van het ISRS en ik had ondertussen genoeg ervaring om met innerlijke zekerheid te weten dat ik zou slagen. Er restte mij enkel Frans Reyntjens te adviseren mij te ontslaan en mijn synergetische oplossing: “Ontslagen worden en toch aan de slag blijven”, en de daaraan gekoppelde transitie zo zacht mogelijk te laten verlopen. Dit kwam neer op geen inkomsten derven en de transformatie volledig uit werken en realiseren. Bijkomende ‘en’-nen waren antwoorden op de cruciale vragen: “Hoe kunnen we langzaam in het zelfstandig statuut groeien” (antwoord: door één jaar nog halftijds aan de slag te zijn in Rieme). “Hoe kunnen we er voor zorgen dat we, tijdens de ‘inloop’ fase  geen loon verlies leiden?” (antwoord: door een correcte ontslagpremie te bedingen). “Hoe kunnen we zo vlug mogelijk opdrachten verwerven?” (antwoord: door mijn functionele RP baas Philippe Lacan te bewegen reclame voor mijn diensten te maken – wat direct lukte met audit opdrachten in de RP bedrijven, La Madeleine nabij Nancy en Belle Etoille nabij Lyon) en zo meer. 

Het dient gezegd, de vierde karakteristiek is, wanneer puntje bij paaltje komt de moeilijkste: Continu Transformeren. En ook die heb ik in dit specfiek geval behoorlijk beleefd. Na het tweede professionele leven, kwam het derde, waarin Charlie Palmgren m’n derde professionele vader werd en ik in contact kwam met Creatieve wisselwerking. Later kwam ik in m’n vierde professionele leven terecht, mede door m’n contact met Paul de Sauvigny de Blot SJ, en werd ik filosoof. Nu ben ik met pensioen en schrijf ik columns ten behoeve van mijn kleinkinderen, Eloïse, Elvire en Edward …


[i] Derik Lidow. What Entrepreneurs Can Learn About Undemocratic Decision Making From Bruce Springsteen. Forbes, January 22, 2019: https://www.forbes.com/sites/dereklidow/2019/01/22/what-entrepreneurs-can-learn-about-undemocratic-decision-making-from-bruce-springsteen/

[ii] Thomas Klikauer. Critical Management Ethics. New York, NY: Palgrave Macmillan. 2010

[iii] Joan Magretta. What Management Is. How it Works and Why it’s Everyone’s Business. New York, NY: The Fee Press, a Division of Simon & Schuster, Inc. 2002

[iv] Thomas Klikauer. Hegel’s Moral Corporation. New York, NY: Palgrave Macmillan. 2016

[iv] Jim Collins & Jerry I. Porras. Built to Last. Successful Habits of Visionary Companies. New York, NY: HarperCollins Publishers Inc. 1994

[v] Edward de Bono. Parallel Thinking. From Socratic Thinking to de Bono Thinking. London, UK: Vermilion, an imprint of Ebury Publishing and part of the Penguin Random House Group, 1994


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVI

HOE CREATIEVE WISSELWERKING BLIJVEND BELEVEN (WATCH)?

Springsteen’s self-definition process has been characterized by the use of the critical and cultural instruments, he has drawn from  his historical and literary readings, but above all, from his knowledge of the culture of the American popular classes, particularly of their musical and poetic forms.

By using and elaborating continually the most different forms and genres of American popular song, both black and white, such as rhythm & blues, soul music, country music, and folk music, Springsteen has ended by mastering these expression means better and better, and by carrying out works in which the choice of one or more music genres is never arbitrary, but historical motivated, that is, determined by his knowledge of the historical, social and cultural context in which those genres originated and by his willingness to use always a music form which can suit perfectly his song’s personal or socio-political contents[i].

Eloïse, Edward en Elvire, met vorige column waren we aan het eind gekomen van het diepgaand beschrijven van Creatieve wisselwerking met z’n vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. Meermaals heb ik erop gedrukt dat de lineaire voorstelling eigenlijk een niet correcte voorstelling is van het chaotisch creatief wisselwerkingsproces. Inderdaad ben ik nog niet in staat om het chaotische basis leer- en veranderingsproces anders voor te stellen dan op de simplistische, lineaire manier die ik gebruikte. 

Ook weten jullie dat het vlindermodel, met dezelfde vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden, enkel maar een model is en niet die chaotische werkelijkheid. De Britse statisticus George E.P. Box is onder meer bekend geworden door volgende uitspraak: “Essentially, all models are wrong, but some are useful.[ii]” Deze quote heeft twee delen. 

Het eerste deel stelt dat alle modellen verkeerd zijn. Dat komt omdat alle modellen een vereenvoudiging zijn van de complexe realiteit. Sommige modellen zitten er maar een klein beetje naast. Die vindt men vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Dus ook de relativiteitstheorie van Einstein is niet volledig correct, maar de fouten in z’n model zijn tot nu toe minimaal gebleken. Andere modellen zitten er heel wat naast. Die vindt men meestal in de ‘zachte’ wetenschappen, zoals het vereenvoudigd communicatiemodel met een zender, een boodschap, een medium, een effect, een ontvanger en ‘ruis’. 

Het tweede deel: “Maar sommige zijn bruikbaar” geeft aan de vereenvoudiging van de werkelijkheid wel degelijk nuttig kan zijn. Modellen kunnen ons helpen om de complexe wereld en al z’n componenten te verklaren, voorspellen en te begrijpen. Een bepaald type van een model is het grondplan van een streek of stad. Een goede kaart is zeer bruikbaar. Men moet zich wel in de stad bevinden van de kaart. Een kaart van Brussel is inderdaad weinig zinvol om de weg in Antwerpen te vinden.

Modellen zijn nodig want wanneer we enkel ruwe data van de werkelijkheid hebben, dan is die set meestal te complex om te begrijpen. We zijn dan verplicht om te vereenvoudigen teneinde enig inzicht in de werkelijkheid te bekomen. 

Een bijkomend voordeel van een goed model is dat het leeft en je dingen leert ook lang nadat het model werd uitgedacht. Dit heb ik, Eloïse, Edward en Elvire, aan den lijve ondervonden met de twee modellen die ik in m’n professionele levens heb ontwikkeld. Beide modellen, het zeeftorenmodel en het vlindermodel, hebben mij heel wat nieuwe inzichten gegeven en dit tot lang na de ontwikkeling ervan. Wat het zeeftorenmodel betreft: dit was een ‘verbetering’ van het oorzaken en gevolg model van m’n tweede professionele vader Frank E. Bird Jr., dat op z’n beurt een verbetering was van het model van W. Heinrich. Door mijn model, dat het begrip ‘risico’ omvat (wat niet het geval is met het model van Frank), heb ik heel wat inzichten verworven, in de complexe wereld van oorzaak en gevolg. Inzichten die ik zonder het hanteren van mijn model nooit verworven zou hebben. Wat het vlindermodel betreft: het moge duidelijk zijn dat ik door het gebruik ervan nu nog elke dag leer. Want leren start met het bekomen van nieuwe inzichten!

Inleiding

Creatieve wisselwerking werkt 

voor diegenen die eraan werken. 

Johan Roels 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer jullie de vorige columns in relatief korte tijd hebben doorgenomen, dan denk ik dat jullie hoofd nu duizelt. Daarom heb ik jullie dit steeds afgeraden. Deze columns dienen namelijk in homeopathische dosissen tot zich genomen te worden. Dit was en is nog steeds mijn standpunt. Want het is sterk spul. Zelfs indien jullie mijn raad zouden hebben opgevolgd, en daardoor heel wat later dan nu, de totale set van deze columns zouden hebben gelezen, zou het mij helemaal niet verbazen dat jullie zich dan zullen afvragen: “Hoe kan ik dit alles effectief gebruiken?” Hoe zet men dit alles – vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden – in hemelsnaam daadwerkelijk in? Niets is zo complex als Creatieve wisselwerking. Die kennis dan ook nog eens inzetten bij iets zo onvoorspelbaar en grillig als Cruciale Dialogen, dat lijkt niet alleen, het is ook, niet van de poes! 

Wat jullie tot nu toe hebben gelezen, betreft de kennis: wat jullie dienen te weten, met betrekking tot Creatieve wisselwerking. Niet alleen de kennis met betrekking tot het model en zijn kerncompetenties, maar ook kennis met betrekking tot de basiscondities en vaardigheden. Deze column heeft als doel jullie te helpen bij het gebruiken en het jullie eigen maken van de vaardigheden van Creatieve wisselwerking, waardoor, zoals we hebben gezien, ook de basiscondities meer werkelijkheid worden. 

Vaardigheden hebben te maken met het “kunnen doen”, in feite het vermogen om kennis werkelijk toe te passen en dus – in deze context – gebruik te maken van de know-how met als doel, bijvoorbeeld, Cruciale Dialogenvlekkeloos te laten verlopen en daardoor problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. 

Jullie kerncompetenties beschrijven welk soort persoon jullie zijn. Dit laatste omvat onder meer jullie intrinsieke waardekernwaardenkernkwaliteitendoel, positieve intentie en persoonlijk engagement

Competentie op gebied van Cruciale dialogen heeft te maken met het vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke capaciteiten en attitudes te gebruiken in alle gesprekssituaties, en dit voor zowel jullie professionele als voor jullie persoonlijke ontwikkeling. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zijn wellicht, mede door het lezen van deze columns, en voornamelijk door zelfreflectie, heel wat bewuster geworden. Wat sommige vaardigheden betreft zijn jullie, van niveau 1 – onbewust incompetent – naar niveau 2 – bewust incompetent – opgeklommen. Jullie zijn er zich met andere woorden bewust van dat jullie bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In dat geval dienen jullie de reis van niveau 2 – bewust incompetent – naar niveau 3 – bewust competent – aan te vatten. Niveau 3 is het niveau waar men zich de nieuwe vaardigheden toe-eigent. Let wel, het is heel goed mogelijk dat jullie zich, wat sommige van de zestien vaardigheden betreft, reeds op niveau 3 of zelfs niveau 4 bevinden. Door het bewust gebruiken van de vaardigheden komt men inderdaad uiteindelijk op niveau 4 terecht: de vaardigheden zijn dan een gewoonte geworden, hun gebruik een automatisme. Het hangt dus echt van persoon tot persoon af welke van de zestien vaardigheden zich op respectievelijk niveau 1, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 bevinden. Wij hebben ervoor gekozen om in deze columns geen handige persoonlijke praktijkoefeningen betreffende de zestien vaardigheden op te nemen. Niet elkeen heeft namelijk praktijkoefeningen voor alle zestien vaardigheden nodig. Onze belofte naar jullie toe is dat jullie een of meerdere praktijkoefeningen, met betrekking tot de vaardigheden waaraan jullie willen werken, in m’n archief met de zestien mappen kunnen vinden, ook wanneer ik er niet meer zal zijn. Vraag die mappen maar aan Bonnie of, nog later, aan jullie mama Daphne. 

Eloïse, Edward en Elvire, dit is jullie eerste werk: nagaan hoe ver jullie nu al staan in het beleven van Creatieve wisselwerking. Het tweede is: beslissen waar jullie aan willen werken. Met andere woorden, aan welke van de vaardigheden willen jullie sleutelen teneinde deze op een hoger niveau te tillen. Vervolgens vragen jullie – indien jullie dat wensen – mij (of Bonnie of jullie mama Daphne) om ondersteuning in de vorm van praktijkoefeningen. Het inoefenen moet jullie uiteraard zelf doen. Oefenen, oefenen, oefenen, totdat de vaardigheid een goede gewoonte geworden is. Dat is de boodschap!

In het eerste deel van deze column beschrijf ik de strategie die ik zelf heb toegepast om beter te worden in het voeren van Cruciale dialogen en mijn vaardigheden daartoe op een hoger peil te krikken. Vervolgens stel ik een hulpmiddel voor dat de volledige methodiek op een unieke manier visualiseert. Tot slotte wordt er op een en ander dieper ingegaan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ kunnen jullie ook een deel vinden dat het gebruik van de Cruciale Dialogenmethodiek behandelt in de context van een team en de betekenis van Creatieve wisselwerking voor Leiderschap[iii].

Twee hefbomen 

Give me a lever long enough and a fulcrum on which to place it, 

and I shall move the world. 

Archimedes 

De hefbomen van de Cruciale Dialoogmethodiek – de vaardigheden – zijn lang genoeg, maar ben jij – Eloïse, Edward of Elvire – wel het steunpunt dat nodig is om je wereld te veranderen, om je zelf te transformeren? De strategie die ik heb toegepast (en nog toepas, want ik ben er nog niet helemaal of … helemaal niet, wie zal het zeggen?) maakt gebruik van twee bijkomende stevige hefbomen. En vergeet niet, teneinde zichzelf te veranderen heeft men een steunpunt nodig en het uitzonderlijke hier is dat men dat zelf dient te zijn. Slechts één persoon kan jou veranderen en dat ben jij! 

Leren observeren 

Indien men zich echt de dialoogvaardigheden wil eigen maken, begint men zichzelf én de ander(en) te observeren met als doel om, door het observeren, te achterhalen of we ons nu in de dialoog of buiten de dialoog bevinden. Dit soort observeren heeft uiteraard alles te maken met het rees besproken procesbewustzijn (Deel XXXV). Eerder dan je krampachtig de vaardigheden en strategieën van het Cruciale Dialoogmodel te trachten te herinneren, vraag men zich af of men zich wel in een heuse dialoog bevindt en, indien niet, welke van de twee volgende strategieën van kracht zijn: ‘vermijden’ of ‘geweld’. Wanneer men merkt dat men zich ofwel in het gebied van het vermijden of in dat van de aanval bevindt, weet dan dat dit verre van aan te raden is en dat het de hoogste tijd is om terug in een echte dialoog te stappen. 

Herkennen dat men ofwel het speelveld van de dialoog verlaat en zich gaat verschansen ofwel gaat aanvallen en dit ook erkennen en verwoorden is een belangrijke stap in het dialoogproces. Men moet dus, wanneer dit het geval is, durven stellen: “Ik heb de indruk dat we het heilzaam pad van de dialoog aan het verlaten zijn”. Dit zo vlug mogelijk doen, zorgt ervoor dat de schade gering is. Men kan als het ware op zijn stappen terugkeren en binnen de dialoog blijven. 

Angst of woede bannen 

Dialoog is, zoals we hebben gezien, de meningen de vrije loop laten; anders gesteld, zeggen wat men te zeggen heeft. De meest geduchte rem op deze vrije meningsuiting is angst of woede. Wanneer men angstig is, of woedend, dan zegt men niet wat men te zeggen heeft, althans niet op een correcte manier. 

Angst bant men door open te staan voor de mening van de ander en dit ook met woord en daad te tonen. Echt interesse hebben voor wat de ander zegt en niet in verdediging gaan of vluchten, creëert veiligheid: veiligheid voor de ander opdat zij of hij zou kunnen zeggen wat zij of hij te zeggen heeft. Een veilig gevoel vermindert de angst of de woede. Een veilig gevoel geeft ook innerlijke zekerheid. 

Dit doet men door, wanneer men ziet dat de ander gekwetst is, te stellen dat dit niet de bedoeling was en, zo nodig, door zich te verontschuldigen. Empathie is ook hier nodig. Zich kunnen inleven in de angst of woede van de ander is een pluspunt. Vraag desnoods een ‘time out’ aan om de gemoederen wat te bedaren. Ga steeds terug naar de feiten. Ontzenuw de veronderstellingen en interpretaties. Zeg wat men wel bedoelde (de feiten – die blijkbaar niet duidelijk genoeg overkwamen) en zeg wat men niet bedoelde (meestal de interpretatie van de ander). Zet het contrast, het verschil, goed in de verf. 

Herinner elkaar ook aan het gemeenschappelijke doel. Dit doel heeft te maken met synergie en niet met een compromis en zeker niet met ‘His Master’s Voice’-oplossingen. Hierbij heiligt het doel niet de middelen, want het is een gemeenschappelijk doel. Het realiseren van het gemeenschappelijke doel is een engagement van de gesprekspartners. Durf hen dan ook aan dit engagement herinneren. Wanneer de ander vlucht in ontwijking of eerder woedend aanvalt, weet men dat de ander zich onzeker voelt. Door aan te tonen dat men eerlijk het gemeenschappelijke doel wil bereiken, zorgt men voor de zo broodnodige veiligheid. Durf te stellen: “Het is hier niet de bedoeling dat een van de partijen zijn wil opdringt. Ik engageer mij om in deze dialoog te blijven totdat we een oplossing gevonden hebben die ons beiden bevredigt.” 

Het horloge (WATCH) 

Hiermee heb ik beide hefbomen besproken die de basis vormen van een solide dialoog. Laat ik als bijkomend hulpmiddel een beeld voorstellen dat mogelijk maakt om tijdens de Cruciale Dialoog de verschillende onderdelen van de methodiek en de bedreigingen voor het goede verloop ervan, voor ogen te houden. Dit beeld is het analoge horloge of in het Engels “The Watch’. Denk hierbij heel specifiek aan een polshorloge. Ik heb voor dit beeld gekozen omdat de horloges gelijkzetten, het met elkaar eens worden betekent. Cruciale Dialogen hebben daar veel mee te maken. Men wordt het er tijdens Cruciale Dialogen niet alleen met elkaar over eens wat het probleem is en wat de oorzaken ervan zijn, men vindt ook gezamenlijk antwoorden op de cruciale vraag die het probleem inhoudt. 

De wijzers van het horloge vormen het vlindermodel en dat bevindt zich uiteraard op de horlogeplaat van het uurwerk. Het Cruciale dialogen-uurwerk geeft kwart voor negen aan. Het vlindermodel ligt dus horizontaal, het is tenslotte een ‘liggende 8’. In ons beeld bevat de wijzerplaat van het horloge de fasen, basiscondities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking. Het zijn de elementen die – indien ze enerzijds aanwezig zijn (de basiscondities) en anderzijds optimaal ingezet worden (de vaardigheden) – de beleving van Creatieve wisselwerking vloeiend en succesvol doen verlopen. In wat volgt zal ik het voornamelijk over een toepassing van Creatieve wisselwerking, de Cruciale dialoog, hebben Deze kerncompetenties zorgen ervoor dat wij in dialoog blijven. Wanneer de dialoog een Cruciale dialoog wordt, dienen deze competenties wel heel solide te zijn om binnen de wijzerplaat te blijven. 

Zoals de Cruciale dialoog omringd is door de harde realiteit, is de horlogeplaat gevat in haar horlogekast. Op die horlogekast van ons beeld bevinden zich de zes gedragingen die een reëel gevaar zijn voor het goede verloop van de Cruciale dialoog. Deze gedragingen hebben te maken met ‘ontwijken’ en met ‘geweld’, dus met angst en woede. Ze zijn uitingen van de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel binnen de ander of binnen onszelf. Wanneer men deze gedragingen onderkent (ziet, vandaar ‘watch’), dan weet men dat men te maken heeft met angst of woede, met de Vicieuze Cirkel

Men dient deze gedragingen niet alleen te herkennen, men dient ook te erkennen dat men aan de grondslag ervan – angst of woede – iets moet doen. Daartoe dient men uit de inhoud van de dialoog (de horlogeplaat) te stappen (van ‘plaat’ naar ‘kast’) en die gedragingen te benoemen en te ontzenuwen (op de horlogekast). Zodra men de angst of woede uit de dialoog heeft gebannen, kan men terugkeren naar de inhoud van het gesprek. Men stapt terug in de dialoog (van ‘kast’ naar ‘plaat’). Het komt er niet op aan de argumentatie af te zwakken of ervan af te stappen. Het komt erop aan veiligheid te creëren en dus angst en woede te verdrijven (cf. Drive Fear Out[iv]). Men dient dit snel te doen, want hoe verder men wegdrijft van een gezonde Cruciale dialoog in de richting van vermijding of geweld, hoe moeilijker het wordt die te ontzenuwen en hoe groter de kosten. 

Laten we nu ook de acteurs aan het beeld toevoegen. Je vindt jezelf en de ander rond het Cruciale Dialoogmodel op de horlogeplaat van ons beeld. Het model heeft vier bogen: twee links en twee rechts van het midden. Dit midden (waar ook het probleem of de hamvraag zijn plaats vindt) kunnen we ook zien als ‘het reservoir van de gedeelde mening’ Het linker gedeelte van de ‘liggende acht’ zorgt voor het inzicht, het rechtergedeelte voor het maken en uitvoeren van een keuze (actie): 

Men ziet dat de vier fasen verbonden zijn met dit midden: het reservoir van gedeelde mening. Men is met de ander in dialoog waardoor men met elkaar echt verbonden blijft. Als men echt verbonden is, zorgen de gegevens, door het waarderend begrijpen ervan, voor inzicht en uiteindelijk voor een gedeelde mening. Die gedeelde mening is dan op haar beurt de voedingsbodem voor het bedenken (‘imaginatie’) van idee en oplossingen, keuze van een paar van die oplossingen en actie, kortom voor innovatie. 

Het procesbewustzijn (i.e. het observeren en begrijpen van het dialoogproces) zorgt ervoor dat we blijvend uit onze doppen kijken (we ‘watch out’ continously) en dus zien wanneer één van de vier boogstukken van het model loskomt en plots naar boven of naar beneden doorschiet. De dialoog verlaat het veiligheidsgebied en wordt vergiftigd door ontwijken of geweld. Angst of woede zijn de Cruciale dialoog binnengeslopen. Wanneer dit gebeurt, begint men nefaste spelletjes te spelen. Indien men ziet dat men afdrijft naar het vermijden van echte dialoog of toevlucht neemt tot geweld, dan dient men zich vliegensvlug opnieuw te verbinden met haar of zijn originele waarde, met haar of zijn kernwaarden en kernkwaliteiten, positieve intentie en engagement om van daaruit te handelen. Nadien dient men terug te keren naar een echte dialoog. 

Sophie’s Choice 

Men komt terug tot die dialoog door zich te focussen op wat men werkelijk wil en daarbij vermijdt men zich te laten meesleuren in het zogenaamde ‘Sophie’s Keuze-spel’. Dit ‘spel’ is nefast voor de gezonde dialoog. Het laat je geloven dat je moeten kiezen tussen twee kwalijke alternatieven. De naam van het spel komt van het prangende ‘Sophie’s Choice’-verhaal[v]. Dit is het schrijnend verhaal van een jonge vrouw in Auschwitz, die voor een verscheurende keuze wordt geplaatst. Ze dient zelf te beslissen welke van haar twee kinderen zal omgebracht worden. Indien ze niet beslist, worden beide kinderen gedood. 

Wat deze ‘Sophie’s Keuzes’ in dialoogcontext kenmerken, is dat men het voorstelt alsof men moet kiezen tussen twee kwalen: de cholera of de pest. Bijvoorbeeld, men laat ofwel blijken dat men het grondig oneens is met z’n baas, met het risico daarvoor gestraft te worden (de boodschapper van het slechte nieuws wordt in het bedrijf nogal eens vereenzelvigd met het slechte nieuws), of men slikt haar of zijn woorden in – en zodoende weigert men het reservoir van gedeelde mening met ideeën te voeden – waardoor men wel haar of zijn baan houdt. Dit komt neer op een ‘het één of het ander’-denkpatroon van het ergste soort. Indien men een ‘Sophie’s Keuze’ voorstelt, laat men het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid, was. Men doet het voorkomen alsof men de boodschap niet eerlijk én respectvol kon brengen. Men laat uitschijnen dat het onmogelijk is een specifieke afwijkende mening op een veilige manier te verwoorden. Diegenen die een ‘Sophie’s Keuze’ te berde brengen, stellen dat ze geen derde gezonde mogelijkheid zien – wat in dit geval een eerlijke maar tragische fout is – of ze voeren deze valse tweespalt ten tonele om hun onverkwikkelijk gedrag te justifiëren. 

Een nefaste bijwerking van deze ‘Sophie’s Keuze’ is dat ze niet alleen aanzet tot ineffectieve acties, ze verhindert ook echte, waardevolle verandering. Deze keuze laat geloven dat er geen alternatief is voor het vlucht-of-vechtsyndroom en dus geen ruimte voor creatief denkwerk. ‘Sophie’s Keuzes’ zijn dus simplistische, negatgieve compromissen, die ons verhinderen om creatief in dialoog te blijven en die onze domme spelletjes verrechtvaardigen. 

Op zoek naar het ongrijpbare ‘En’ 

De besten in het voeren van Cruciale dialogen weigeren ‘Sophie’s keuzes’ en dit door bewust naar nieuwe oplossingen te zoeken. Zij stellen zich moeilijke vragen. Ze vervangen ‘het één of het ander’-denken door een zoektocht naar het, oh zo belangrijke en door velen als ongrijpbaar geziene, ‘En’. Zij gebruiken de derde karakteristiek Creatief Integreren teneinde die toch te vatten. 

Daarbij gaan ze strategisch te werk als volgt: 

  1. Eerst en vooral maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) echt wil bereiken. Dus wat men wil bekomen voor zichzelf, de ander en de onderlinge relatie. Dat geeft al een aanzet om zich niet te laten vangen in het net van ‘Sophie’s Keuzes’. 
  2. Vervolgens maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) niet wil bereiken. Dit is de sleutel tot het formuleren van de ‘en’- vraag. “Wat ik niet wil voorhebben, is verplicht te worden een simplistische ‘Sophie’s Keuze’ te moeten maken!” is de uitdaging die aan de orde is. 
  3. Ten slotte legt men zich toe op het vinden van een creatieve en productieve oplossing door de twee voorgaande punten in een ‘en’-vraag te vatten: ‘Hoe kan ik ertoe komen dat wat ik wil bereiken, bereik en wat ik niet wil bereiken, vermijd?” Het antwoord op deze vraag zal heel wat creatiever zijn dan wat met ‘vluchten’ en ‘vechten’ kan bekomen worden. Men zoekt daarbij naar ‘beide en verschillend van’, dus synergetische, oplossingen. 

Kijk uit voor Angst en/of Woede 

Diegenen die de Creatieve wisselwerking onder de knie hebben, zijn zoals gesteld niet alleen volledig aanwezig in de dialoog, ze zijn zich ook ten volle bewust van het dialoogproces. Ze kijken daarbij uit naar tekenen die aantonen dat angst of woede de dialoog binnenglipt. Wanneer de ander wegdrijft van de gezonde dialoog – i.e. ophoudt met het eerlijk vullen van het reservoir van gedeelde mening – door ofwel doelbewust z’n eigen mening te verzwijgen ofwel deze op te dringen, kijkt men uit of de ander niet angstig of woedend is. 

Wanneer er geen angst of woede is, kan men in principe zowat alles zeggen. Dialoog heeft behoefte aan en drijft op vrije meningsuiting. Niets doodt die vrije meningsuiting meer dan angst of woede. Wanneer men angstig is, omdat men vreest dat de dialoog haar of zijn carrière kan schaden, dan start men met het verzwijgen of verdoezelen van feiten. Wanneer men woedend wordt, omdat men de indruk heeft dat men om een of andere reden geen gelijk kan halen, begint men aan te vallen. Beide reacties – vluchten en vechten – vinden hun oorsprong in de emoties van angst en woede. Bovendien is het zo dat, wanneer angst en woede uit de dialoog geweerd wordt, er niet alleen over om het even wat kan gepraat worden, maar dat ook er geluisterd wordt. Wanneer men niet vreest aangevallen of vernederd te zullen worden, ook wanneer men zelf niet woedend is, dan kan men zelfs naar praktisch alles luisteren zonder direct defensief te worden. 

Eloïse, Edward en Elvire, denk in dit verband eens aan jullie eigen ervaringen. Kunnen jullie zich herinneren ooit eens van iemand scherpe feedback gekregen te hebben en dat jullie op dat ogenblik toch niet defensief reageerden? Dat jullie in plaats daarvan naar die niet zo prettige feedback luisterden op een open manier? Dat jullie alles deden om die feedback werkelijk te begrijpen en erover na te denken? Dat jullie toelieten door die feedback beïnvloed te worden? Indien jullie zich zoiets kunt herinneren, stel jullie dan de cruciale leervraag: “Waarom lukte dat toen?” Hoe kwam het dat jullie die – op dat ogenblik potentieel schadelijke – feedback toch positief benaderden? Als jullie zijn zoals ik – en met mij vele anderen – dan is dat heel waarschijnlijk omdat jullie geloofden dat die ander het goed met jullie voorhad. Daardoor respecteerden jullie de mening van die ander. Met andere woorden, jullie voelde zich veilig omdat je de motieven van de ander vertrouwde én zijn bekwaamheid om een en ander in te schatten. Jullie voelden niet de behoefte zich te verdedigen om de eenvoudige reden dat jullie zich niet aangevallen voelden. Jullie veilig voelen betekent dat jullie vrij zijn van angst en woede. 

Anderzijds is het ook zo dat men, wanneer men angstig of woedend is, geen ‘negatieve’ feedback kan verdragen. Wanneer men angstig of woedend is, zullen zelfs goed bedoelde commentaren negatief worden beoordeeld. Wanneer men angstig of vijandig is, wordt men verblind. 

Wanneer men uitkijkt naar tekenen van angst en woede bemerkt men niet alleen de gevaren voor de dialoog. Men houdt ook de geest levendig. Men is aandachtig. Zoals al gesteld worden, wanneer emoties de kop opsteken, de hersenfuncties afgeremd. Niet alleen start de voorbereiding voor het vluchten of het vechten, bovendien vernauwt het perifere zicht. Wanneer men zich echt bedreigd voelt, dan zie men zelfs met moeite wat zich vlak voor de neus bevindt. Met andere woorden kijkt men, wanneer men het gevoel heeft dat de uitkomst van de dialoog wordt bedreigd, niet verder dan de neus lang is. 

Wanneer men van de inhoud van de dialoog loskomt en uitkijkt naar tekenen van angst of woede, zet men het brein volledig in en krijgt men een volledig zicht op de werkelijkheid. Adrenalineopstoten zijn alarmerende processen verbonden aan vluchten en vechten. Deze maken het onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen. Ik noem het de ‘haas-in-de-koplampen’-reactie. Dit is uiteraard een metafoor, maar die reactie bestaat werkelijk. 

“Mijn schoonvader zaliger, Lionel Onghenae, gebruikte deze reactie van een haas, wanneer die gevangen wordt door de koplampen van een auto, als jachtwapen. De feiten zijn verjaard, dus kunnen ze gerust te boek worden gesteld. Lionel heeft bij mijn weten nooit een schot gelost, toch heb ik meermaals van een overheerlijke haas mo- gen smullen, die hij ‘geschoten’ had. Zijn tactiek was de volgende. Hij woonde in de polder, in het grensgebied ten noorden van Eeklo, nabij Watervliet. Een druilerige dag in het juiste seizoen was voldoende om hem ’s avonds, wanneer het opgeklaard was, te doen besluiten op jacht te gaan. Hij reed dan met zijn wagen over de smalle polderpa- den en steevast zaten er hazen op de al gedroogde betonbaantjes in het flauwe maanschijnsel te spelen. Toen ze gevangen werden door de koplichten van Lionels wagen, verstijfden ze van angst en bleven ze stokstijf staan, totdat de auto over hen heen reed. Toen werd het voor hen aardedonker en sprongen ze op, knal tegen de onderkant van het chassis van de wagen aan. Ze bleven verdoofd liggen. Lionel stapte bedaard uit en verloste elk van hen uit zijn lijden met een juist gemikte nekslag.” 

Nogmaals, door angst of woede ingegeven beslissingen zijn meestal niet overdachte reflexen. Het angst- of woedegevoel van de ander zet deze aan je eens goed aan te pakken. Het probleem hierbij is dat dit agressieve gedrag niet steeds de diplomaat in jou aanspreekt. In plaats van de aanval te kaderen, als een teken dat veiligheid onder druk komt, neemt men de actie van de ander letterlijk als een aanval op. Dan is volgens het ‘oog om oog, tand om tand’-principe de reactie mogelijks navenant. Men is dan niet meer aandachtig met het proces bezig, men stapt bijgevolg niet uit de inhoud van het gesprek om de angst of woede te ontzenuwen. Integendeel, men wordt een deel van het probleem en men wordt meegezogen in het vluchten of vechten van de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben er mij terdege van bewust dat wat ik hier voorstel niet makkelijk is. Ik vraag jullie om de tekenen van vermijden of aanvallen te zien als tekenen van angst of woede en daarbij jullie ‘natuurlijke’ reactie, teneinde de ander van hetzelfde laken een broek te geven, af te blokken. Met andere woorden ik vraag jullie jaren van praktijk en ingesleten gedrag om te buigen in nieuw gedrag. Inderdaad, in plaats van jullie ‘normaal’ gedrag vraag ik jullie uit de inhoud van de dialoog te stappen en de angst of de woede aan te pakken. Dit is aartsmoeilijk, maar heb ik ergens in deze serie columns boek beweerd dat het correct van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking makkelijk is? 

Vormen van vluchten en vechten 

De niet zo gezonde uitingen van angst of woede zijn enerzijds vluchten (een ‘negatief stilzwijgen’, waardoor feiten niet worden vermeld) en anderzijds verbaal geweld (waardoor feiten worden opgedrongen). 

Vormen van vluchten 

De verschillende vormen van vluchten zijn: maskeren, omzeilen en terugtrekken. 

Maskeren is zijn eigen mening niet verwoorden of niet laten zien. Daartoe zijn de meest gebruikte technieken: sarcasme, (het tegendeel) verbloemen of zelfs vleien. 

De meeste vormen van omzeilen bestaan erin het gesprek compleet weg te sturen van het gevoelige onderwerp. We praten wel maar benoemen belangrijke zaken niet. 

Terugtrekken, het woord zegt het, betekent zich uit de conversatie terugtrekken. Soms zelfs letterlijk, men verlaat de ruimte waar de dialoog plaats vindt. 

Vluchten is in vele gevallen negatieve stilte. Wij willen hierbij onderstrepen dat stilte op zich héél positief kan zijn, zeker in het kader van spiritualiteit. Dus ook in de context van Business Spiritualiteit. Paul de Chauvigny de Blot spreekt in dit verband van de kracht van de stiltetaal. Ook contemplatieve ordes hebben sinds eeuwen bewezen dat stilte een meerwaarde kan zijn. Recent onderzoek van het functioneren van de hersenen heeft dit overigens aangetoond. Dit onder meer door onderzoeken binnen het Mind and Life Institute; een gezamenlijk onderzoeksprogramma van een aantal Amerikaanse universiteiten en de Dalai Lama[vi].

Vormen van vechten 

Vechten uit zich in verbaal geweld. Verbaal geweld heeft vele vormen en eigenlijk maar één doel: de ander via dit verbaal geweld te overtuigen, te controleren, over te halen om je zienswijze bij te treden. Verbaal geweld dramt bij wijze van spreken de eigen mening in het reservoir van de gedeelde mening. 

De drie meest voorkomende vormen van verbaal geweld zijn: manipuleren, bestempelen (labelen) en regelrecht aanvallen. 

Manipuleren komt in deze context overeen met de ander, al dan niet subtiel, te dwingen jouw gedachtegang over te nemen. Dit gebeurt vaak door het vragen achterwege te laten en enkel te pleiten voor het eigen gelijk. Zodoende wordt de dialoog door één partij gedomineerd, waardoor de dialoog feitelijk een monoloog wordt. Door gebruik te maken van een rits technieken waaronder: de ander onderbreken, het verdraaien van feiten, het gebruikmaken van suggestieve, directieve of zelfs manipulerende vragen, wordt de dialoog door één partij beheerst. 

Bestempelen of labelen is iemand of iemands ideeën van een kwalificatie voorzien, zodat men die in een bepaalde categorie kan stoppen. 

Aanvallen spreekt voor zichzelf. Het doel is dan minder het eigen gelijk halen, eerder de ander te kwetsen en te doen lijden. Aanvalstechnieken zijn onder meer kleineren en regelrecht bedreigen. 

Kijk naar je gedrag onder stress 

Laat ik even samenvatten: angst kan leiden tot vluchten en woede tot vechten. Samen kunnen ze de basis vormen van stress. We nemen aan dat je aandachtig blijft tijdens het gehele dialoogproces. Men neemt daarbij zowel de inhoud als het inzetten van de condities en vaardigheden onder ogenschouw. Men geeft speciale aandacht aan tekenen waardoor men kan zien of de dialoog cruciaal wordt. Om dit belangrijk ogenblik te kunnen grijpen, kijkt men voornamelijk uit naar tekenen van angst of woede. Wanneer veiligheid in het gedrang komt, heeft men oog voor de verschillende vormen van vluchten en vechten. 

Is men nu volledig gewapend? Ziet men nu alles wat er te zien is? 

If the doors of perception were cleansed,

everything would be seen as it is.

William Blake

Het antwoord op deze vragen is: nee! Het moeilijkste element om er zeker van te zijn dat men op de verschillende niveaus aandacht heeft voor het volledige proces, is het eigen gedrag! Dit gedrag situeert zich ergens op volgend continuüm: vluchten, wegdeemsteren, passief, neutraal, assertief, agressief, buitensporig gewelddadig (i.e. het ‘vluchten – vechten’ continuüm). Eerlijk gezegd, het is uiterst moeilijk om het eigen gedrag te observeren wanneer men in een Cruciale dialoog verwikkeld is. Men kan nu eenmaal niet fysiek uit het eigen lichaam stappen en zichzelf observeren. Men bevindt zich aan de verkeerde kant van de oogballen. 

De waarheid is dat de meesten onder ons het moeilijk hebben om van binnenuit hun eigen gedrag te meten en te evalueren. Het komt nogal voor dat men tijdens Cruciale dialogen zelf angstig en woedend is en daardoor zelf vlucht of vecht. Het echt bewust zijn van Creatieve wisselwerking op alle niveaus is iets waar we door indoctrinatie en socialisatie niet bijster goed in geworden zijn. 

Het gebruik van de vaardigheid procesbewustzijn is inderdaad iets van het moeilijkste wat er is, zeker het gebruik ervan op het eigen functioneren. Niet alleen dient men dan aandachtig te zijn voor het eigen gedrag, maar ook voor wat dat gedrag bij de ander teweegbrengt. Het komt erop aan duidelijk te zien welke impact dit gedrag heeft op angst of woede. Indien het doel is angst of woede uit de dialoog te bannen, dan dient men te starten bij zichzelf: ban angst of woede uit jezelf! 

Door de vaardigheid procesbewustzijn is men er zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces in zichzelf en de ander, maar ook van de werking van de Vicieuze Cirkel binnen zichzelf en de ander. Inderdaad om de draaizin van de Vicieuze Cirkel te veranderen, dient men ten volle bewust en consistent de condities en vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces te beleven.


[i] Antonella D’Amore, Bruce Springsteen’s World Citizenship. Interdisciplinary Literary Studies Vol. 9, No. 1, Glory Days: A Bruce Springsteen Celebration (Fall 2007), University Park, PA: Penn State University Press. Bladzijden 162-181

[ii] George E.P. Box & Norman R. Draper. ©. Wiley, 1987. Bladzijde 424

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 279-309

[iv] W. Edwards Deming. Out of the Crisis. Quality, Productivity and Competitive Position. Cambridge, MA: Cambridge University Press, 1982. Bladzijden 59-62, 202 en 266-268

[v] William Styron. Sophie’s Choice. New York, NY: Random House, Inc. 1979. & gelijknamige film van Alan J. Parker met Meryl Streep in de hoofdrol, 1982 

[vi] Felicity Mellor en Stephen Webster (Editors). The Silences of Science. Gaps and Pauses in the Communication of Science. New York, NY: Routledge (imprint of the Taylor and Francis Group), 2017


BLIJF WAKKER I – DEEL XXX

HOE VASTHOUDENDHEID VERHOGEN?

If I have a good trait it’s probably relentlessness. I’m a hound dog on the prowl. I can’t be shook![i]

Bruce Springsteen

Thus the methodology by which Springsteen came to his music is perhaps less interesting than the tenacity with which he held to his ideals.

–  Bruce Springsteen: Two Hearts, the Story[ii]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben een van de twee basiscondities van de vierde karakteristiek: Continu Transformeren, namelijk Vasthoudendheid.

Vasthoudendheid heeft veel synoniemen: tenaciteit, persistentie, perseveratie, doorzettingsvermogen, volharding, verbetenheid, determinatie, halsstarrigheid, weerbarstigheid en uithoudingsvermogen. Het kan beschreven worden als de verbazingwekkende bekwaamheid die sommigen hebben om door te gaan daar waar anderen het opgeven. Ik vind het opmerkelijk dat een begrip, dat zoveel synoniemen heeft, een bekwaamheid benoemt die zo weinig mensen werkelijk hebben.

Het is wel een bekwaamheid die cruciaal is om wendbaar en weerbaar, wat het onderliggend thema van deze columnreeks is (zie Deel I), te blijven! Dat ik zowat elke column start met een quote van, of met betrekking tot, Bruce Springsteen is niet toevallig. Ook deze keer niet. Bruce Springsteen heeft, hoewel men het niet zou zeggen wanneer men hem hoort en ziet, ook te maken gehad met tegenslagen. Deze hebben hem er tot nog toe niet van weerhouden door te zetten op de weg die hij ingeslagen is. Zijn tenaciteit is bijna spreekwoordelijk geworden. Dat hij niet te beroerd is om mee te delen dat ook hij te kampen heeft gehad met depressies, maakt dat hij voor mij een voorbeeld is van terug op staan en weer doorgaan met de verbetenheid nodig om te slagen. Iets wat Brené Brown ‘Rising Strong’ noemt naar haar gelijknamig boek[i]. Een zeer lezenswaardig boek waarover ik ooit een heus essay schreef, zowel in het Engels[ii] als in het Nederlands[iii]. Daarin toon ik aan dat het ‘sterk-weer-opstaan’ proces niets anders is dan het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking na een miskleun.

Een ander voorbeeld van Vasthoudendheid: Paul de Sauvigny de Blot SJ

Paul de Sauvigny de Blot SJ, kortweg Paul de Blot, noem ik vaak m’n vierde (‘spirituele’) vader. Ooit verklaarde hij mij, tijdens één van de twee retraites dat ik bij hem volgde in het najaar van 2011 en het voorjaar van 2012, het volgende: “Het succes dat ik in mijn leven heb gehad, was voornamelijk te wijten aan iets dat me gewoon, door omstandigheden en interacties met anderen, toeviel. Ik was niet op zoek naar succes, succes kwam op mijn weg, ik herkende het, raapte het op en maakte er gebruik van, met héél veel doorzettingsvermogen.” Paul de Blot SJ leerde mij aldus dat, wanneer iets je toevalt, men het niet alleen dient op te rapen. Men dient er vooral iets uit te leren en er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. Paul de Blot heeft het daarbij over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie!

Paul de Blot en Victor Frankl[iv] denken langs dezelfde lijnen met betrekking tot het hebben van succes en de zin van het leven. Er zijn nog paralellen te ontdekken in de levens van Paul en Victor. Beiden overleefden in de tweede wereldoorlog een verschrikkelijk concentratiekamp. Een verhaal dat Paul vaak vertelt, betreft zijn overleven in een Japans concentratiekamp. Paul leefde daar meer dan één jaar in een isoleercel waar hij geen licht kon zien en dus na een tijdje niet meer wist of het nu dag of nacht was. Het is fundamenteel een verhaal over relatie en niet opgeven. Paul getuigt dat het niet de sterkste mannen waren die overleefden, maar die mannen die in interactie met elkaar bleven en elkaar blijvend ondersteunden.

Onder de stammen van Noordelijk Natal in Zuid-Afrika is de meeste voorkomende groet, gelijkwaardig aan ons “Hallo!”, de uitdrukking “Sawubona!”. Die betekent letterlijk, “Ik zie je”.  En daarmee wordt niet zo zeer het effectief ‘zien’ bedoeld.  Het betekent vooral – zoals de bekender uitdrukking “Namaste” – “De God in mij ziet de God in jou of “Ik zie mezelf door jouw ogen” of nog “Ik kom tot leven door jou heen.” Volgens Peter de Jager wordt deze Zoeloe groet meestal beantwoord met “Ngikona!”, wat betekent: “Ik ben hier”[v]. De volgorde van deze uitwisseling is belangrijk: totdat jij mij ziet, besta ik eigenlijk niet. Het is alsof, wanneer jij mij ziet, jij mij tot leven wekt. 

Deze betekenis, die inherent is aan de taal, maakt deel uit van het Ubuntu gedachtengoed, dat een overwegende levenswijze is van vele inheemse volkeren in zuidelijk Afrika. Het Ubunto concept vloeit voort uit het Zulu gezegde “unmunto numuntu nagabuntu” dat vertaald klinkt als “Een persoon is een persoon omwille van andere mensen.[vi]” Het tweespan “Sawubona” en “Ngikhona” vormen de basis voor een diepgaande dialoog: Sawubona is een uitnodiging om deel te nemen aan elkaars leven, Ngikhona is het positieve antwoord op die uitnodiging. 

Volharden in die dialoog zorgt niet alleen voor Creatieve wisselwerking maar ook voor Continue Transformatie. Hoewel Paul de Blot in z’n isolatiecel zijn lotgenoten niet kon zien, bleven ze, via dialogen doorheen dikke gevangenismuren, in leven! Paul de Blot getuigde herhaaldelijk dat hij op punt stond het leven op te geven toen hij plots signalen hoorde en hij via morsetekens kon communiceren met een medegevangene aan de andere kant van de muur van zijn isolatiecel.

Een voorbeeld van gebrek aan Vasthoudendheid

Tijd voor een annekdote die aangeeft dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking en het opbrengen van de daartoe nodige Vasthoudendheid niet steeds lukt. Een goede kennis van mij, Bruno Chevolet, ingenieur bij het Gents staalbedrijf dat toen de naam Sidmar droeg, was, mede omdat Bruno in het Luikse geboren werd, terecht gekomen bij de joint venture SEGAL in Ivoz-Ramet (Flémalle). Hij was daar onder meer HR verantwoordelijke en Bruno kon z’n General Manager, Guido Detrez overhalen hun veiligheidssysteem te laten doorlichten met de veiligheidsaudit die ik had ontworpen. In mijn rapport parafraseerde ik ondermeer een hoofdstuk van Henry Nelson Wieman’s Man’s Ultimate Commitment: “From drift to direction.[vii]” De audit had duidelijk blootgelegd dat het bedrijf, ook wat veiligheid betrof, op drift was en dat er nood was aan een duidelijke richting. Het was mij ook zo klaar als een klontje geworden dat de neuzen van de directieleden, kaderleden van de drie moederbedrijven van SEGAL (Sidmar, Cocqueril en Hoogovens), verre van ‘aligned’ waren. Mijn audit rapport had de werkign van een ijskoude douche. Het pleitte voor hun weerbaarheid dat ik toch gevraagd werd hen te ondersteunen bij het opbouwen van hun veiligheidssysteem en het geven van ‘Beyond Loss Control’ trainingen.

Uiteindelijk zag Guido zelf in dat hij zijn gedrag – dat een uitzonderlijk hoog ‘command & control’ gehalte had – diende te transformeren. Hij vroeg mij hem te helpen bij dat persoonlijk transformatieproces. Guido had eindelijk waarderend begrepen dat een groot deel van het probleem binnen Segal bij hem zelf lag en was vol goede moed om een paar vaardigheden aan te leren, teneinde z’n medewerkers te tonen dat het hem menens was. Toen ik hem als opdracht gaf zich vier specifieke gedragingen eigen te maken, was zijn commentaar: “Die zullen vlug een gewoonte worden, want ze zijn zo ‘soft’, Johan”. We hadden een afspraak dat hij me wekelijks zou informeren over zijn vorderingen. De eerste week was hij enthousiast… , maar dat enthousiasme smolt weg als sneeuw voor de zon. We waren ook nog overeengekomen dat Guido binnen de vier maand zijn transformatie met succes zou hebben  afgerond. Hij beweerde tijdens ons eerste gesprek daaromtrent dat hij die vier maanden niet nodig zou hebben. Na twee maand vroeg hij mij om ‘langs te komen’. Zijn boodschap was dat hij onze samenwerking opblies, omdat wat ik hem vroeg te doen… te ‘hard’ voor hem was en dus onmogelijk. Als goede Waal en Bourgondiër, nodigde hij mij uit in een (h)eerlijk restaurant ‘La Ciboulette’, in de wijk Chokier tegenover z’n bedrijf, aan de andere oever van de Maas, voor een hartige lunch. Tijdens het aperitief van ons ‘afscheidsmaal’ vroeg ik hem wat hij zo in z’n weekends deed. Gedurende de ganse maaltijd onderhield hij mij over het edele golf spel. En hoe hij elke week, voor de start van zijn 18 holes tour, gedurende een vol uur z’n golfswing oefende op het oefenterrein. “Want, Johan, het geheim van golf ligt in het inslijpen van op zich eenvoudige bewegingen.” Tijdens het dessert gaf ik hem wel nog mee: “Toch spijtig, Guido, dat je het commitment en de tenaciteit kunt opbrengen voor jouw golf spel en niet voor vier eenvoudige basisgedragingen van Creatieve wisselwerking, die je naar mijn bescheiden mening meer nodig hebt, als mens én als manager, dan het meesterschap van uw golfswing”.

Hoewel ik een klant had kwijtgespeeld, leerde ik door die ervaring enorm veel bij. Een van de lessen was dat bij transformaties van gedrag, diegene die z’n gedrag wenst te veranderen dat best kenbaar maakt aan mensen die heel dicht bij haar of hem staan en die dan ook feedback kunnen geven. Daartoe dienen uiteraard de feedbackgevers te weten over welke veranderingen, in dit geval vaardigheden, het gaat en de moed te hebben die feedback ook daadwerkelijk te geven. We gaan op dit thema dieper in bij één van de volgende columns (Deel XXXIII). Dit gebeurde in het geval van de General Manager van Segal helemaal niet. Hij wou dat pertinent niet. Zijn medewerkers zouden wel vlug zien dat z’n gedrag grondig was veranderd. Het was een fluitje van een cent, toch?!? Niet dus!

Academische Vasthoudendheid[viii]

Dit is een term die gelanceerd werd door onder meer Carol Dweck, jawel, de professor waarover ik het al had in verband met de twee soorten mindsets: ‘growth mindset’ en ‘fixed mindset’ (Deel XIX). 

Eloïse, Edward en Elvire, academische vasthoudendheid is iets wat ik zie bij Eloïse, voor een groot stuk bij Elvire en wat ik Edward toewens. Academische vasthoudendheid is van uitzonderlijk belang voor jullie ontwikkeling, want het geeft een enorm verschil in jullie capaciteit om te leren en te transformeren.

Definitie

De niet-cognitieve factoren die langdurig leren en presteren bevorderen, kunnen worden samengebracht onder het label academische vasthoudendheid. Op het meest elementaire niveau gaat academische vasthoudendheid over, als student, langdurig en slim werken. 

Meer specifiek gaat academische vasthoudendheid over de denkwijzen en vaardigheden die studenten in staat stellen om:

  • verder te kijken dan korte termijn belangen, dus naar doelstellingen op de langere termijn en/of van een hogere orde, en 
  • niettegenstaande uitdagingen en tegenslagen, die onvermijdelijk gedurende een transformatie voorkomen, deze lange termijn doelstellingen blijven nastreven.

Uitdaging

Problemen met academische vasthoudendheid op de korte termijn kunnen te maken hebben met het zich zorgen maken over ‘niet slim genoeg’ zijn of buitengesloten worden op school. Die kunnen een onwil of onvermogen met zich meebrengen om onmiddellijke bevrediging uit te stellen ten gunste van resultaten op langere termijn. Daardoor streeft men vaak enkel succes na buiten de school.  Elk van deze factoren kan ervoor zorgen dat studenten minder met hun schooltaken bezig zijn, minder geneigd zijn om te profiteren van de mogelijkheden om te leren en minder toegerust zijn om uitdagingen en tegenslagen het hoofd te bieden.

Hoe ziet academische vasthoudendheid eruit?

Academisch vasthoudende studenten vertonen de volgende kenmerken en gedragingen: 

  • Ze geloven dat ze academisch en sociaal op school thuishoren. School is een deel van wie ze zijn en wordt gezien als een route naar toekomstige doelen, zoals het voorzien in hun toekomstig gezin of het bijdragen aan hun gemeenschap of samenleving;
  • Hun hoofdtaak is leren. Ze zien hun inspanningen positief en kunnen het korte termijn plezier opgeven omwille van hun schoolwerk, hetgeen uiteindelijk zal leiden naar lange termijn genoegdoening. Ze zoeken bijvoorbeeld uitdagende taken die hen helpen nieuwe dingen te leren, in plaats van taken die zich in hun comfortzone bevinden, die weinig moeite vergen en ook weinig gelegenheid bieden om te leren; 
  • Ze ontsporen niet door moeilijkheden, of die nu intellectueel of sociaal zijn. Ze liggen wel eens tegen het canvas en ze staan sterk weer op. Ze zien een tegenslag als een kans om te leren en een probleem als iets om op te lossen in plaats van deze te zien als een vernedering, een negatieve evaluatie van hun bekwaamheid of waarde, een symbool van toekomstige mislukkingen, of een bevestiging dat ze er niet bij horen. Dit geldt zowel voor een specifieke opdracht als voor hun studie in het algemeen; 
  • Ze weten hoe ze op de lange termijn niet alleen betrokken, maar ook geëngageerd dienen te blijven en hoe nieuwe strategieën kunnen worden ingezet om effectief vooruitgang te boeken;
  • Ze beleven daartoe tijdens hun persoonlijke Continue Transformatie van binnenuit het creatief wisselwerkingsproces.

Het zou nuttig zijn dat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, bovenstaande kenmerken aftoetsen om te evalueren in welke mate jullie deze kenmerken bezitten. Het zijn uiteraard kenmerken van jullie ‘mindset’. En gezien elk van jullie m.i. een ‘growth’ mindset heeft, kan die individuele mindset getransformeerd worden. Totdat deze alle bovenstaande kenmerken omvat.

Over Mindsets en Doelen van Studenten

Mindsets van studenten met betrekking tot hun intelligentie

Studenten kunnen intelligentie zien als een vaste hoeveelheid die ze wel of niet bezitten (een vaste mindset) of als een transformeerbare hoeveelheid die kan worden verhoogd met inspanning en leren (een groei mindset). Eloïse, Edward en Elvire, jullie behoren tot die laatste groep. 

Studenten met een vaste mindset geloven dat hun intellectuele vermogen een bepaalde hoeveelheid is, en ze hebben de neiging zich meer zorgen te maken over het bewijs van die hoeveelheid, in plaats van hun zorgen te maken om die hoeveelheid op te krikken. Ze maken zich zorgen over hun vaardigheden, en dit kan, in het licht van uitdagingen en tegenslagen, leiden tot negatieve gedachten (bijv. “Ik faalde omdat ik dom ben”), gevoelens (zoals vernedering) en gedrag ( opgeven). 

Studenten met een groeimindset zullen daarentegen dezelfde uitdaging of tegenvaller vaak in een heel ander licht zien en als een kans om te leren. Als resultaat reageren ze met constructieve gedachten (bijv. “Misschien moet ik mijn strategie wijzigen of mij meer inzetten”), gevoelens (zoals de opwinding, dus positieve spanning die de uitdaging met zich meebrengt) en gedrag (doorzettingsvermogen). Deze mindset stelt studenten in staat tijdelijke tegenslagen te overstijgen en zich te concentreren op lange termijn leren. Veel onderzoek toont aan hoe belangrijk mindsets zijn voor academische vasthoudendheid en prestaties[ix].

Studenten met een groeimindset lieten in die studies een continue verbetering zien; degenen met een gefixeerde mindset deden dat niet. Hoe is dit mogelijk? Analyses toonden aan dat de studenten met de groeimindset hogere cijfers behalen omdat ze het leren hoger waarderen dan slim overkomen. Ze zien inspanning als een deugd, omdat inspanning helpt bekwaamheden te ontwikkelen. Ze hebben ook de neiging om academische tegenvallers te zien als een ‘wake-up call’ teneinde hun inspanningen te vergroten of om nieuwe strategieën uit te proberen. 

Daarentegen zijn studenten met een gefixeerde mindset minder geneigd om uitdagingen, die het potentieel hadden om tekortkomingen te onthullen, te verwelkomen. Ze zien deze inspanning vanuit een negatief daglicht, omdat velen geloven dat inspanning een factor is die wijst op een lage bekwaamheid in plaats van een factor die nodig is om die bekwaamheid uit te drukken of te vergroten. Ze hebben ook de neiging om academische tegenvallers te zien als bewijs dat ze vaardigheden ontberen.

Dus een groeimindset betreffende intelligentie bevordert vasthoudendheid – door studenten te inspireren om hun eigen efficiëntie te verhogen en niet toe te laten dat die efficiëntie onderuitgehaald wordt door een tegenslag. Het tegendeel gebeurt wanneer men behept is met een vaste mindset. Maar hoe worden deze twee totaal verschillende mindsets gevormd. Mueller en Dweck[x] toonden in hun studies aan hoe de ogenschijnlijk subtiele aspecten van een leerling lof toe te zwaaien dramatische effecten kan hebben op de mindsets en veerkracht van die leerling. Studenten lof toezwaaien voor hun bekwaamheid leerde hen een gefixeerde mindset en creëerde kwetsbaarheid. Dit terwijl studenten loven voor hun inspanningen of strategie bij deze studenten een groei mindset creëerde en hun veerkracht bevorderde.

Verassende resultaten, dat wel. Dus een leerling zeggen dat hij ‘slim’ is, vermindert de flexibiliteit van z’n mindset. Zij of hij begint te geloven slim geboren te zijn en dat hun intelligentie een gegeven is. Uiteindelijk zitten ze opgezadeld met een vaste mindset, ze zitten als het ware vastgeroest in hun eigen gelijk: “Ik ben intelligent en ik kan daar niets aan veranderen”. Een leerling anderzijds prijzen voor haar of zijn inzet, verhoogt de flexibiliteit van diens mindset. Zij of hij begint te geloven dat hun intelligentie naar hogere niveaus kan gestuwd worden door zich in te zetten bij het leren. Uiteindelijk verwerven ze een groei mindset. Ze weten dat ze die door inzet en doorzettingsvermogen steeds kunnen uitbreiden.

Kortom, mensen met een groei mindset zijn gemakkelijker te overtuigen, want ze voelen dit intuïtief aan, dat het van binnenuit beleven van Creative wisselwerking die mindset effectief zal doen groeien

De verschillende Doelstellingen van studenten 

“Prestatie” versus “Leer” doelen. Een manier waarop intelligentie-mindsets bijdragen ​​tot vasthoudendheid, is het vormgeven van de kerndoelstellingen van studenten. In algemene termen kunnen deze doelen zich richten op “prestaties” (als een manier om iemands bekwaamheid te bewijzen) of “leren” (als een manier om iemands bekwaamheid te verbeteren). Het onderschrijven door studenten van deze of gene doelstelling voorspelt vaak hun academische prestaties.

Zoals we reeds hebben gesteld, maken studenten met een vaste mindset inzake hun intelligentie zich vaak zorgen over de hoeveelheid intelligentie die ze hebben en willen ze die steeds maar weer bewijzen. Om deze reden hebben ze de neiging zich te concentreren op ‘prestatiedoelen’ – het doel om goed te presteren en daarbij doen ze alles om te voorkomen dat ze slecht presteren, dit teneinde hun bekwaamheid te bewijzen aan zichzelf en aan anderen. Ze hebben ook als doel zo min mogelijk moeite te doen, gezien ze geneigd zijn te geloven dat een hoge inspanning zal geïnterpreteerd worden als een teken van een lage bekwaamheid[xi]. Studenten met een groeimindset inzake hun intelligentie stellen zich vaak “leer” of “meesterschap” doelen – het doel om uitdagend academisch materiaal te leren en te beheersen.

Kortom,, studenten met een ‘fixed’ mindset zijn eerder geneigd om prestatiedoelen na te streven en daarbij kiezen ze taken binnen hun comfortzone, waar ze dus zeker goed kunnen presteren; terwijl studenten met een ‘growth’ mindset resoluut kiezen voor uitdagende leerdoelen en daarbij kiezen ze taken buiten hun comfortzone, waar ze van kunnen leren.

Zelfbeheersing

Zelfs als studenten de mindset en de doelstellingen hebben die vasthoudendheid bevorderen, kunnen ze nog steeds onder hun potentieel niveau presteren. Een verdere verhoging van hun academische vasthoudendheid, en daardoor de resultaten, is mogelijk door zelfregulerende vaardigheden, waardoor studenten boven de afleidingen en verleidingen van het moment kunnen uitstijgen, hun taak kunnen volbrengen en obstakels kunnen overwinnen voor prestaties op de lange termijn.

Een hoog niveau van academische prestaties vereist dat studenten afzien van activiteiten die hen op korte termijn kunnen afleiden of verleiden om taken, die belangrijk zijn voor hun academische succes op de lange termijn, niet uit te voeren. Bijvoorbeeld Edward, om goed te presteren op de wiskundetest van de volgende dag dien je te studeren voor de test en geen videogames te spelen. Zelfcontrole is blijkens een bepaalde studie zelfs een sterkere voorspeller van studiesucces dan de maatstaf bij uitstek voor het intellectuele vermogen van studenten – hun IQ score[xii]!

Zelfbeheersing zorgt voor meer tijd doorgebracht met studeren en minder tijd met televisie kijken. In een tijdperk waarin jullie, Eloïse, Edward en Elvire, steeds meer afgeleid worden, want Facebook, You Tube, WhatsApp, Messenger, Instagram, sms-berichten en videospelletjes zijn op jullie iPhone altijd beschikbaar, kan jullie vermogen om afleiding uit te schakelen, teneinde zich te concentreren op een moeilijke studietaak, hoe langer hoe meer belangrijker worden voor academisch succes.

Grinta (zich kunnen vastbijten)

Een andere belangrijke factor in academische vasthoudendheid is grinta, of ‘doorzettingsvermogen en passie voor lange termijn doelen’[xiii].  Terwijl zelfbeheersing het vermogen inhoudt om op korte termijn aan verleidingen te weerstaan, benadrukt grinta het doorzettingsvermogen bij het nastreven van lange termijn doelen. Voor zover hoge prestatieniveaus langdurige inspanningen vereisen bij moeilijke taken, zal grinta een belangrijke voorspeller zijn van het slagen op school. 

Hoe Academische Standvastigheid ten goede veranderen?

Eloïse, Edward en Elvire, wat kunnen jullie zelf doen om jullie academische standvastigheid op peil te houden? Het gaat hier om het cultiveren van een groei mindset, het ondersteunen van het geloof dat jullie thuishoren op school, het aanmoedigen van het zoeken naar specifieke doelen met betrekking tot die uitdaging, het bevorderen van jullie engagement tot leren, en het internaliseren van de vaardigheden die jullie in staat stellen deze doelen vasthoudend na te streven.

Mindsets

Zoals we hebben opgemerkt, is een kritisch aspect van academische vasthoudendheid het vermogen om directe zorgen te overstijgen en te reageren op leer tegenslagen met veerkracht. Nogmaals, het gaat dus om wendbaar en weerbaar te blijven, het hoofddoel van deze serie columns (zie ook Deel I). Studenten die een vaste mindset over intelligentie koesteren hebben, zoals we reeds zagen, de neiging om overdreven gefocust te zijn op zorgen over hun bekwaamheid op korte termijn en om leer tegenslagen te zien als bewijs van een gebrek aan bekwaamheid. Wanneer hun vermogen wordt bedreigd of ondermijnd, geven ze vaak hun leerinspanning op, wat uiteraard hun schoolprestaties schaadt.

Uit wetenschappelijke studies blijkt dat kennis omtrent hoe het brein werkt, nieuwe verbindingen vormt en slimmer wordt wanneer een student uitdagende taken uitvoert, positieve resultaten heeft op hun schoolresultaten. Die studenten zetten hun vaardigheden beter in! Een groei mindset begrijpt waarderend dat intelligentie groeit met moeite en hard werken, dat de hersenen gedurende het hele leven nieuwe neurale verbindingen kunnen vormen, en dat de geest, zoals een spier, sterker wordt bij gebruik. Over die neurale verbindingen heb ik al geschreven in een vorig deel, waar ik het had over het inslijten van gewoonten (Deel VIII). Uw mindset veranderen heeft daar veel mee te maken. Daarom ook is de eerste vaardigheid van deze vierde karakteristiek Continue Transformatie: Herhalen en Evalueren. Zie daarvoor een volgend deel (Deel XXXII).

Het veranderen van de manier van denken van studenten over intelligentie kan dus de manier veranderen waarop ze omgaan met uitdagingen en tegenslagen in hun schoolomgeving, waardoor ze vasthoudender leren en presteren.

Sociale samenhorigheid en waarde bevestigende interventies 

Jullie samenhorigheidsgevoel is een belangrijke factor bij het bepalen of jullie betrokken blijven en succes behalen op school. Het is dus belangrijk dat jullie zich op school opgenomen en gerespecteerd voelen. Dit gevoel van sociale samenhorigheid hebben jullie, samen met jullie mama Daphne, onder andere gecreëerd door jullie memorabele verjaardagsfeestjes en jullie Chiro kampen. En sociaal er bij horen verhoogt, volgens een studie van Walton & Cohen[xiv], jullie schoolmotivatie en schoolresultaten. 

Over samenhorigheid schreef Brené Brown ooit:

True belonging is the spiritual practice of believing in and belonging to yourself so deeply that you can share your most authentic self with the world and find sacredness in boty being a part of something and standing alone in the wilderness. True belonging doesn’t require you to change who you are; it requires you to be who you are[xv].

Brené Brown

Bovenstaande quote past dus naadloos in deze serie columns: Blijf Wakker! Ook daarin pleit ik voortdurend om jullie Originele Zelf te blijven (zie o.m. Deel III). Samenhorigheid betekent niet opgaan in de massa, het betekent jezelf blijven en Creatieve wisselwerking van binnenuit blijven beleven met je sociale groep. Dit ook op school!

In een ander onderzoek hebben Cohen en collega’s een waarden bevestigende interventie onderzocht[xvi]. Dit is een interventie die studenten in hun schoolomgeving herinnert aan de dingen die zij in zichzelf waarderen. Veel studenten, vooral diegenen die op een school worstelen met negatieve stereotypen, hebben misschien niet het gevoel dat de dingen die ze het meest waarderen – hun gevoel voor humor, hun relatie met hun familie, … – zaken zijn die hen waardevol maken in de schoolomgeving. Door na te denken en uit te weiden over de kwaliteiten die zij in zichzelf het meest waarderen, kunnen studenten deze waarden ‘brengen’ in de schoolomgeving en daarmee hun gevoel van verbondenheid vergroten. Inderdaad, de techniek van waarde bevestiging zorgt ervoor dat stress en bedreiging in schoolomgevingen verminderen voor studenten die op school negatief worden beïnvloed door stereotypen. Anders gesteld: wanneer jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vanuit jullie Kernwaarden, Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven, zal de Vicieuze Cirkel van de schoolomgeving worden afgeremd.

Mijn rol in het versterken van jullie Academische Standvastigheid

Eloïse, Edward en Elvire, mijn rol bevat onder meer het voortdurend versterken van de boodschap dat jullie “thuishoren” in de school die jullie met jullie mama gekozen hebben en dat jullie het potentieel hebben om te groeien en uit te blinken. Dat doe op een manier die consistent is met wat ik hier heb geschreven.

Ik doe dit binnen drie brede categorieën: ‘Uitdaging’, ‘Scaffolding’ en ‘Er bij horen’. Jullie zullen dit reeds ‘gevoeld’ hebben. 

Ik daag jullie continu uit om vast te houden aan hoge normen met betrekking tot het bevorderen van jullie groei mindset en het stellen van uitdagende leerdoelen), terwijl ik ondersteuning bied op kennis en motivatie vlak waardoor effectieve zelfregulering wordt bevorderd. Daardoor help ik jullie om jullie leer-doelstellingen te bereiken. Ik zorg er ook voor dat jullie zich verbonden en gesteund voelen net door het bevorderen van jullie gevoel van verbondenheid en bevestiging. Dat ik dit doe op de tonen van Creatieve wisselwerking is een evidentie.

De term ‘Scaffolding’ (steiger) werd geïntroduceerd in het baanbrekende werk van Jerome Bruner en zijn collega’s[xvii]. In het oorspronkelijke gebruik verwees het naar het bieden van ondersteuning, bijvoorbeeld door een mentor aan een student, dat ‘subtiel maar voldoende’ is, net genoeg om de student vooruit te helpen, schijnbaar op zijn of haar eigen manier. Ik ga hierna iets dieper in op twee vormen van ‘Scaffolding’: die van jullie ‘cognitief’ leren (Educatieve ‘Scaffolding’) en die van jullie motivatie om te leren (Motiverende‘Scaffolding’). Beide soorten ‘Scaffolding’ dragen bij tot academische vasthoudendheid.

Educatieve ‘Scaffolding’ is van groot belang onder uitdagende omstandigheden. Jullie dienen de cognitieve ondersteuning te krijgen die jullie nodig hebben om de hoge standaard te bereiken. En zeker bij Eloïse zijn de SUI omstandigheden uitdagend, vandaar dat ik mij momenteel ook leerling voel van het zesde middelbaar. En ik geef toe, ook ik leer bij! Daarbij gebruik ik de Feedback vaardigheid waar ik later (Deel XXXIII) nog uitvoerig op terug kom. Een deel van de effectiviteit van dergelijke feedback ligt in het bewijs dat ik hierdoor geef van mijn commitment naar Eloïse toe en in m’n geloof in haar groeicapaciteit. En ik mag met een gerust hart zeggen dat actueel (voorjaar 2020) de effecten al meer dan zichtbaar zijn! Daarbij neem ik voortdurend, zo goed als ik dit al kan, voortdurend het perspectief in van Eloïse. Daardoor is het gemakkelijker mijn feedback en hints naar Eloïse toe te personaliseren en bespreken we samen de lacunes in de kennis en hebben wij voortdurend oog voor haar behoeften op het vlak van motivatie. En de eerste bewijzen dat deze subtiele interpersoonlijke dynamiek van de interactie opa-kleinkind een grote bijdrage levert aan de vasthoudendheid van Eloïse zijn reeds zichtbaar. Niet dat het al optimaal is. Ik heb inderdaad nog veel te leren!

Motiverende ‘Scaffolding’ verwijst naar de ondersteuning die ik gebruik om de motiverende hulpmiddelen te promoten die Eloïse nodig heeft om uitdagingen in de klas (en daarbuiten) aan te gaan. Dergelijke motivatie-instrumenten omvatten (a) doelen stellen en zelfmanagementstrategieën, en (b) gezonde motivationele oriëntaties. Daarbij gebruik ik ondersteunende intrinsieke motivatie. Ik besprak hoger al de rol van leerdoelen en een gevoel van doelgerichtheid in de vasthoudendheid van studenten. Hier heb ik het over het motiveren van het leren van Eloïse om intrinsieke redenen in plaats van extrinsieke. Wanneer studenten intrinsieke motieven hebben, ondernemen ze taken voor zichzelf, voor het leren of voor doelen met intrinsieke inhoud, zoals groei, gemeenschap en gezondheid. Wanneer studenten daarentegen extrinsieke motieven hebben, ondernemen ze de taken om een ​​extrinsiek doel te bereiken, zoals geld of roem. Ik zeg niet dat extrinsieke motivatie per definitie verkeerd is, en Bonnie en ik gebruiken die ook wel. Dan wel enkel op het einde van de rit (schooljaar) en het bedrag van de prestatie gift wordt niet op voorhand meegedeeld. Intrinsieke motivatie pas ik bij wijze van spreken dagelijks toe. Het is veelzeggend dat veel studies aantonen hoe de vasthoudendheid van studenten meer wordt gevoed door intrinsieke doelen dan door extrinsieke doelen (zie onder meer Pink[xviii]).

Vansteenkiste en z’n collega’s stellen, wat Eloïse en ik dit jaar ondervonden:

 “If instructors help students see the long-term relevance [of an activity] to themselves in terms of intrinsic goals such as personal growth, meaningful relationships with others, becoming more healthy and fit, or contributing to their community . . . the students are likely to become more engaged with the learning activities and in turn to understand the material more fully and to perform better in demonstrating their competence.[xix]” 

Het derde element waar ik Eloïse ondersteun is ‘Er bij horen’. Ik heb al besproken dat ‘Er bij horen’ een cruciaal element is van standvastigheid. Ik waarschuw Eloïse echter herhaaldelijk dat ‘erbij horen’ niet hetzelfde is als ‘Er de slaaf van zijn’. In de laatste graad van het middelbaar kan het al eens gebeuren dat men vergeleken wordt met klasgenoten en dat daardoor soms wat wrevel ontstaat, wat kan leiden tot verstrikt geraken in het web van de Vicieuze Cirkel. Ik hou Eloïse voor zich slechts te vergelijken met anderen via de mediaan resultaten. Belangrijker nog is Eloïse leren zich te vergelijken met zichzelf om te zien of er zich een progressie in de resultaten aftekent. En indien er een toets of examen tegenvalt, niet in paniek te slaan. Integendeel de test op te vragen en de oorzaken van de fouten trachten vast te pinnen. En daaruit te leren. Dit is leren uit fouten; want fouten maken mag, indien er lessen uit getrokken worden. Iedere miskleun is namelijk een uitnodiging tot verbeteren!

Wat ik hierboven schrijf in verband met Eloïse is onlangs (schooljaar 2019-2020) ook gestart met Edward. Edward zit nog in de eerste graad van het SUI en … volgend jaar steken we een tandje bij, is het niet Edward ?!?

Wat Elvire betreft de toekomst zal uitwijzen welke rol ik kan spelen wanneer zij volgend jaar start aan het SUI.


[i] Brené Brown. Rising Strong. London, UK: Vermilion, Penguin Random House group. 2015.

[ii] https://www.slideshare.net/johanroels33/the-rising-strong-process

[iii] https://www.slideshare.net/johanroels33/het-sterkweeropstaan-proces

[iv] Viktor E. Frankl. Man’s Search for Meaning. The Classic Tribute to Hope from the Holocaust. London, Rider, an imprint of Ebury Publishing, a Random House Group company, 2011

[v] https://www.linkedin.com/pulse/parsing-personal-privacy-puzzle-peter-de- jager/

[vi] Peter M. Senge [et al.] The Fifth Discipline Fieldbook, strategies and tools for building a learning organization. Doubleday, New York, 1994.

[vii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL.: Southern Illinois University Press, 1958. Bladzijden: 36-55.

[viii] http://www.howyouthlearn.org/pdf/Academic%20Tenacity,%20Dweck%20et%20al..pdf

[ix] Blackwell, L., Trzesniewski, K., & Dweck, C.S. Implicit theories of intelligence predict achievement across an adolescent transition: A longitudinal study and an intervention. Child Development, 78, 2007 Bladzijden 246–263.

[x] Mueller, C.M., & Dweck, C.S. (1998). Intelligence praise can undermine motivation and performance. Journal of Personality and Social Psychology, 75, 1998. Bladzijden: 33-52.


[xi] Blackwell, L., Trzesniewski, K., & Dweck, C.S.. Implicit theories of intelligence predict achievement across an adolescent transition: A longitudinal study and an intervention. Op. Cit.

[xii] Duckworth, A. L., & Seligman, M. E. P. (2005). Self-discipline outdoes IQ in predicting academic performance of adolescents. Psychological Science, 16, 2005, pp: 939-44.


[xiii] Duckworth, A.L., Peterson, C., Matthews, M.D., & Kelly, D.R. (2007). Grit: Perseverance and passion for long-term goals. Personality Processes and Individual Differences, 92, page 1087.

[xiv] Gregory M. Walton and Geoffrey L. Cohen. Brief Social-Belonging Intervention Improves Academic and Health Outcomes of Minority Students. Science. 18 March 2011: Vol. 331, issue 6023, pp. 1447-1451

[xv] Brené Brown. Braving The Wilderness. A Quest for True Belonging and the Courage to Stand Alone. New York, NY: Random House, a division of Penguin Random House, LLC. 2017.

[xvi] Cohen, G. L., Garcia, J., Apfel, N., & Master, A. (2006). Reducing the racial achievement gap: a social-psychological intervention. Science, 313, pp. 1307-1310. 

en

Cohen, G. L., Garcia, J., Purdie-Vaughns, V., Apfel, N., & Brzustoski, P. (2009). Recursive processes in self-affirmation: intervening to close the minority achievement gap. Science, 324, pp. 400-403. 

[xvii] Wood, D., Bruner, J., & Ross, G. The role of tutoring in problem solving. Journal of child psychology and psychiatry, 17,1976. Pp. 89-100. 

[xviii] Dan H. Pink Drive: The surprising truth about what motivates us. New York, NY: Riverhead Books. 2009.

[xix] Vansteenkiste, M., Lens, W., & Deci, E. L. Intrinsic versus extrinsic goal contents in self-determination theory: Another look at the quality of academic motivation. Educational Psychologist, 41, 2006. pp. 19-31; Bladzijde 28


[i] Josh Tyrangiel. Reborn in the USA. Time Magazine, Saturday, July 27, 2002.

[ii] Dave March. Two Hearts, the Story. New York, NY: Routledge, Taylor&Francis group. 2004. Blz. 88.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXIX

4DE KARAKTERISTIEK CREATIEVE WISSELWERKING: CONTINU TRANSFORMEREN

DNA is a big part of what the show is about: turning yourself into a free agent. Or, as much as you can, into an adult, for lack of a better word. 

It’s a coming-of-age story, and I want to show how this—one’s coming of age—has to be earned. 

It’s not given to anyone. It takes a certain single-minded purpose. It takes self-awareness, a desire to go there. And a willingness to confront all the very fearsome and dangerous elements of your life —your past, your history—that you need to confront to become as much of a free agent as you can.

Bruce Springsteen in an interview regarding his show ‘Springsteen on Broadway’ [i]

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de vierde karakteristiek: Continu Transformeren. Het beleven van de vorige drie karakteristieken heeft maar zin indien de vierde karakteristiek een succes wordt. Hier worden de vruchten al dan niet geplukt van de vorige inspanningen!

The universe is transformation; our life is what our thoughts make it. 

Marcus Aurelius 

Het objectief van het beleven van deze karakteristiek – en in feite van het totale Creatief wisselwerkingsproces – is Huidige Realiteit effectief om te zetten in de Gewenste Toekomst. Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking zijn we tot een gedeelde mening gekomen met betrekking tot de oplossingen en hebben we beslist wat we effectief gaan doen. Dat is mooi, maar uiteraard niet voldoende. Wil de beleving van Creatieve Wisselwerking het beoogde doel werkelijk bereiken, dan dienen de gekozen oplossingen ten volle gerealiseerd te worden. Anders gesteld, we voeren de besliste activiteiten daadwerkelijk uit, gebruikmakend van de middelen, de strategische aanpak en het actieplan. 

Ideeën worden geen werkelijkheid omdat het briljante ideeën zijn. Ze worden ook niet per ongeluk verwezenlijkt. Steeds opnieuw blijkt dat het hebben van het juiste idee enkel maar een miniem gedeelte is van het ganse proces, misschien slechts één percent van de totale reis. Het grootste gedeelte van de reis is het effectief stappen op, soms onbestaande, wegen en blijven doorstappen tot het doel van de reis bereikt wordt. Slechts daardoor wordt de werkelijkheid getransformeerd. Stap voor stap, vandaar dat deze karakteristiek Continue Transformatie wordt genoemd.

Vraag tien personen wat zij verstaan onder transformatie, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Dat het iets te maken heeft met verandering weten de meesten wel, maar wat het precies is, daar bestaan verschillende meningen over. Let wel, niet iedere verandering is een transformatie. Een transformatie kenmerkt zich door haar insteek, omvang, complexiteit en strategische waarde, maar ook vooral door het feit dat de gehele bedrijfsvoering geraakt wordt. Pas dan is een verandering ook een transformatie! 

Het is dus ook niet vreemd dat het begrip in onze samenleving, en daarmee ook in het bedrijfsleven, niet steeds correct wordt gebruikt, terwijl de noodzaak voor een transformatie in jaren niet zo groot is geweest. Zo worden er verschillende termen gebruikt: Transitie, Transformatie en, het in Nederland een heuse hype geworden begrip, Kanteling.

Transitie vs Transformatie

Deze twee begrippen zijn geen synoniemen. Ze duiden op twee verschillende processen bij diepgaande veranderingen. Het eerste proces, het transitieproces, heeft te maken met het maken van een duidelijke belofte en het tweede proces, het transformatieproces, gaat over het effectief realiseren van deze belofte.

Het transitieproces heeft te maken met het veranderen van de ‘huidige structuur’: de regels, wetten, financiële verhoudingen en dergelijke, die het mogelijk moeten maken om tot de nieuwe situatie te kunnen komen. Dit heeft directe impact op de organisatie van de uitvoering, omdat de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen daarbij vastgelegd worden. 

Het transitieproces kent meestal een duidelijke startpunt, dito eindpunt en doorloopt een aantal stadia:

  • verkenningen en onderzoek (hoe zou het anders kunnen); 
  • vertaling in een voorstel betreffende de broodnodige verandering (concrete voorstellen over verantwoordelijkheden, financiële middelen, wegen, actieplan); 
  • overleg met het veld over de voorgestelde veranderingen; 
  • het nemen van de beslissing betreffende de transformatie.

In organisatie ligt de verantwoordelijkheid voor het transitieproces vooral bij het topmanagement, daarbij ondersteund door de meest betrokken partijen (zoals de hiërarchische lijn met inbegrip van de uitvoereden). 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze serie columns over het creatief wisselwerkingsproces komt het transitieprocesovereen met de voorgaande columns, dus met het beleven van de voorgaande karacteristieken van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie, Waarderend Begrijpen en Creatieve integratie. In de volgende columns zal ik het transformatieproces beschrijven.

Het transformatieproces (vooral de effectieve vernieuwing van de mindset en cultuur) is gericht op het realiseren van de beoogde inhoudelijke effecten van de belofte: in organisatie is dat een ander gedrag van het management, de hiërarchische lijn en de uitvoerenden, een andere organisatie cultuur, andere werkwijzen en vooral ook het anders met elkaar omgaan tussen alle betrokken partijen (management, hiërarchische lijn, uitvoerenden, klanten, omgeving). 

Het startpunt van het transformatieproces is nog wel redelijk te duiden, maar het eindpunt heel waat moeilijker, omdat het meestal over continue transformatie gaat. Wat in gang wordt gezet is veel meer dan een simpel veranderingsproces. Ook is er geen standaardindeling te maken van stadia die doorlopen zouden moeten worden. Dit komt neer op het chaotisch karakter van Creatieve wisselwerking. Bij het beleven van deze vierder karakteristiek Continu Transformeren is het goed mogelijk dat de drie andere karakteristieken een of meerdere keren terug aan zet komen.

Kanteling vs Transformatie

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb het niet echt voor deze, vooral Nederlandse, hype. Dit komt voornamelijk omdat het begrip Kantelen niet dynamisch is. Het duidt niet op een proces, eerder op een event. Mijn afkeer voor deze hype komt ook door het feit dat ik in mijn leven al zoveel dusdanige events en hypes meegemaakt. De overgrote meerderheid ervan stierven finaal een zachte dood, brachten geen echte transformatie teweeg en van de hype werd uiteindelijk niemand beter van.

Er is nog een andere reden waarom ik m.b.t. het begrip ‘kantelen’ huiver. Laat ik dat verklaren aan de hand van de ‘oorzaak en gevolg’ dominotheorie van o.m. Heinrich en mijn tweede vader Frank E. Bird Jr. binnen arbeidsveiligheid, het vakgebied uit voornamelijk mijn tweede professionele leven.

Domino Theorie (Herbert W. Heinrich 1930)

Domino Theorie (Frank E. Bird Jr. 1966)

Wel nu, zo’n dominosteentje ‘kantelt’ en sleurt andere dominosteentjes mee totdat ook het laatste kantelt en valt (dat laatste symboliseert de ‘verliezen’). En dan liggen die domino’s daar te liggen. Dus een statisch model: even kantelen, vallen en dan liggen te apegapen…

Ik had ooit een dialoog met mijn tweede vader rond zijn wereldberoemd model en ik vroeg hem “Wat gebeurt er als het linkse steentje in de andere richting kantelt?” Ik bespaar je de details van het verloop van dit gesprek van meer dan vijfentwintig jaar geleden. 

Wel heb ik uiteindelijk mijn eigen ‘oorzaak en gevolg’ model – de Zeeftoren[ii]  – gecreëerd. Dit model werd in 1997 enthousiast door Frank begroet. Eloïse, Edward en Elvire, jullie moeder en ik waren die zomer bij Frank op bezoek op z’n domein in Loganville, nabij Atlanta. Die ontmoeting was dan in feite een van de ‘Root Causes’ van het schrijven van m’n derde boek ‘Creatieve wisselwerking’, edoch dit is een ander verhaal.

Jaren geleden leerde ik via het onvolprezen boek van Daniel Ofman “Bezieling en kwaliteit in organisaties”[iii], waarover ik het reeds vroeger een paar keer had, dat je het meest kan leren van iets of iemand die zich in jouw ‘allergie’ bevindt (cf. de Kernkwaliteiten theorie van Daniel Ofman – zie deel IV). 

Op 1 april 2016 werd dan een heus boek ‘Het Kantelingsalfabet’ gepubliceerd, waarvan heel wat hoofdstukken in blog vorm konden gelezen worden op hun website. Dus om te leren vanuit m’n allergie las ik meerdere van die blogs. Ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat heel wat van die teksten niet echt nieuw zijn. En dat ze als hoofdstuk in het nieuwe boek werden opgenomen mits af en toe het woord ‘veranderen’ te vervangen door ‘kantelen’, kwestie van consistent te zijn met de hype.

Niet dat die hoofdstukken niet goed geschreven zouden zijn of geen deugdelijke boodschap zouden verspreiden. Dat wil ik helemaal niet beweren. Neem nu (‘om de gedachten te vestigen’ zou Professor Fernand Backes zaliger gezegd hebben) de twee bijdragen van mevrouw Emilie Kuijpers- de Vries: Kantelen naar ZIJN – Keuzes… ?!? en Kantelen naar ZIJN – Comfortzone.

Haar blog[iv] omvat een beschrijving van het proces waarop het Cruciale Dialoogmodel is gebaseerd en dat ik het creatief wisselwerkingsproces noem. Tijdens dit proces wordt een keuze gemaakt en nadien uitgevoerd. Emilie noemt het een proces waarbij hoofd en hart betrokken is en dit is uiteraard ook het geval bij het beleven van het creatief wisselwerkingsproces en de dagelijkse toepassing ervan, de ‘Cruciale dialoog’[v]. Het hoofd komt overeen met de linker lus van het Cruciale Dialoog model dat in verbinding staat met het midden, waar het hart zich bevindt. De rechter lus is dan weer het creëren van de ‘oplossing’, het beslissen (de keuze) en uiteindelijk het uitvoeren van de beslissing, het doen. Om met Paul de Sauvigny de Blot SJ te spreken: er is een wisselwerking tussen het DOEN (Zowel Denken als Uitvoeren) en het ZIJN. Het lichaam van de vlinder is een metafoor voor je ZIJN: jouw Intrinsieke waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten (talent), Doel, Intentie en Engagement.

Het Cruciale Dialoogmodel (Johan Roels 2012)

Haar tweede blog[vi] gaat dan weer over hetgeen ik de mindset of het mentaal model noem. Emilie gaat in dit blog in op de creatie van de ‘mindset’ vanaf onze jonge jaren. Mindset die uiteindelijk het persoonlijk Mentaal Model (opgebouwd uit overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders) of het Wereldbeeld wordt. Stephen Covey gebruikte het begrip Paradigma: “Je ziet niet de wereld zoals die in werkelijkheid is, je ziet de wereld doorheen de brilglazen van je Paradigma (mindset, mentaal model, denkkader)”.  

Even raakt Emilie ook de werking van de Vicieuze Cirkel[vii] aan, maar heel diep gaat ze er niet op in. Wel onderlijnt ze het oh! zo ware en verraderlijke ‘jouw beeld is jouw waarheid’. Ze noemt het mentaal model de comfortzone (dit was nieuw voor mij) en gebruikt een mooie metafoor: je kunt je comfortzone zien als een wc-rolletje waar je door kijkt. Deze metafoor geeft duidelijk de begrensdheid van het mentaal model aan.

Emilie heeft het dus over de tweede fase van het Cruciale Dialoogmodel ‘Appreciatie’ en geeft ook aan hoe die gevormd wordt. De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid, een van de basiscondities van die tweede fase, wordt door haar in de verf gezet. Het is door die nieuwsgierigheid dat we durven uit onze comfortzone (mentaal model) treden en vragen gaan stellen met betrekking tot de comfortzone van de ander. Uit de creatieve wisselwerking tussen de twee comfortzone ’s (mentale modellen) wordt een nieuwe uitgebreidere, sterkere, vollere comfortzone (mentaal model) gecreëerd.

Emilie stelt terecht: ‘je bewustzijn ontwikkelt continu’, wat me dan weer doet denken aan het ‘Valuing Consciousness’ concept van Henry Nelson Wieman en dus aan het door hem ‘ont-dekte’ Creatieve wisselwerkingsproces “that is transforming us as we cannot transform ourselves.”[viii] In feite stelt Wieman dat de expansie van het bewustzijn gebeurt via het creatief dialoogproces, waarin nieuwe perspectieven en interpretatiepatronen worden ontdekt via het mentaal model van de ander en dat sommige van deze worden ingebed in het eigen mentaal model, waardoor dit laatste voller, rijker en groter wordt.

Emilie schrijft: “De essentie is dat je unieke zelf je voortstuwt, altijd, ondanks je ontwikkelde comfortzone”, wat dan weer in Henry Nelson Wieman’s taal wordt: “De essentie is dat je Originele (Creatieve) Zelf je voortstuwt, en dit ondanks je Actuele (Gecreëerde) Zelf.” Indien Creatieve wisselwerking stilvalt, onder meer door de werking van de Vicieuze Cirkel, stellen we ons tevreden met het Gecreëerde Goed (Created Good) en doden we in feite het Creatieve Goed (Creative Good). Puur ZIJN is dan het steeds beleven van binnenuit van het Creatieve wisselwerkingsproces ten koste van de Vicieuze Cirkel,  waardoor ik naadloos terecht kom bij een van mijn slagzinnen: “(CI)² = Continous Improvement through Creative Interchange”.

Zo zien jullie  Eloïse, Edward en Elvire, je kunt inderdaad steeds leren van iets dat je in jouw ‘allergie’ raakt. Ik heb alvast een dot van een metafoor gekregen… een wc-rolletje!

En, laat ons wel wezen, het begrip ‘kantelen’ gebruiken als synoniem voor ‘transformeren’ getuigt van een grote naïviteit. Het publiceren van een boek met honderd schrijvers in een recordtempo kan een hype veroorzaken, edoch geen duurzame transformatie. Mijn derde vader Charles Leroy (Charlie) Palmgren leerde mij in 1998 dat, omdat het zo moeilijk van binnenuit te beleven is wegens het negatieve proces de Vicieuze Cirkel, het creatief wisselwerkingsproces nooit een hype zal worden. Charlie verwoordde het als volgt:

“Seeking to live in authentic interacting, appreciative understanding, creative integrating and continuous transformation will never be popular.”

Charles L. Palmgren

Het belang van Continue Transformatie

Genius is 1 percent inspiration and 99 percent perspiration 

Thomas Edison 

Deze quote van Edison geeft het belang aan van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Continu Transformeren. Het van binnenuit beleven van de vorige karakteristieken, die geleid hebben tot de ideeën, oplossingen, besluiten en beslissingen, blijken maar 1 percent van het volledige traject uit te maken. We hebben dus nog een enorme reis voor de boeg. Het beleven van die vierde karakteristiek moet de overige 99 percent waar maken. En de quote van Edison geeft aan dat die reis niet gemakkelijk zal zijn. De creativiteit, die zorgt voor de ideeën, speelt zich af in de ‘ruimte’. Nu moet het ideeën set landen en die start van de ‘lange tocht’ is meestal niet vrij- blijvend. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het idee in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt het idee plots grote hinder in zoverre dat heel wat ideeën uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden; de transformatie is door de wrijving tot stilstand gekomen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wieman’s “two-fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan , met gedrevenheid en hardnekkigheid. Daarbij is niet versagen de boodschap. Anderzijds dient men voortdurende open te staan om te leren wat de continu veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus te durven wijzigingen aanbrengen (indien die werkelijkheid daar om vraagt).

Commitment en Intrinsieke Motivatie, het gouden duo voor Continue  Transformatie

Inzet (commitment) is de bereidheid om alles te doen wat nodig is om de acties die werden gekozen en beloofd te worden uitgevoerd, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het gaat heel dikwijls om de bereidheid buiten de eigen ‘comfortzone’ te treden. Het gaat dus om onvoorwaardelijke inzet! Intrinsieke motivatie is de prikkel om te doen wat men beloofd heeft te doen. Het is de kracht en reden waarom men elke dag weer opstaat en de handen aan de ploeg slaat.

Wanneer men wel gemotiveerd is en onvoldoende inzet heeft, dan zal de transformatie niet succesvol zijn. Dan is men iemand die wel de correcte droom heeft maar denkt dat die zich wel vanzelf zal realiseren of niet bereid is er zich maximaal voor in te zetten. Hierdoor wordt men vlug ontmoedigd en bereikt men uiteindelijk niet het vooropgestelde doel. Wanneer men wel de bereidheid heeft zich maximaal in te zetten, maar men niet echt een reden heeft om dat blijvend te doen (intrinsieke motivatie), dan zal men ook dan uiteindelijk niet effectief zijn.

Beiden, inzet én intrinsieke motivatie zijn, naast de passie voor het leven, essentieel voor een succesvolle transformatie!

Hoe nu verder?

Om die ideeën tijdens de ruwe landing te beschermen, omvat deze fase als basiscondities Tenaciteit of Vasthoudendheid (Deel XXX) en Interafhankelijkheid i.e. van elkaar wederzijds afhankelijk zijn (Deel XXXI) en als handvatten, stukken gereedschap, vaardigheden of disciplines: 

  1. Herhalen en Evaluatie van de uitvoering van de activiteiten (Deel XXXII);
  2. vragen om en geven van Feedback i.e. Positive Reinforcement en Corrrigeren (Deel XXXIII);
  3. indien nodig Durven Wijzigen (Deel XXXIV);
  4. aandachtig beleven van het ganse proces i.e. het zó belangrijke Procesbewustzijn (Deel XXXV).

Zoals bij de vorige karakteristieken is er ook hier een versterkende wisselwerking tussen de basiscondities en de vaardigheden. Hoe meer een van de vaardigheden van binnenuit wordt beleefd hoe meer een of beide basiscondities versterkt worden; hoe meer de basiscondities versterkt worden hoe meer de vaardigheden worden ingezet. Bijvoorbeeld: zo zal het Herhalen van het beloofde gedrag en de Evaluatie ervan, de basicconditie Vasthoudendheid versterkt worden en door die versterking houdt men ook vast aan de beleving van de vaardigheden, waaronder het geven van Feedback, waardoor de basiscondities Interafhankelijkheid versterkt wordt, wat dan weer …

Personal transformation can and does have global effects. 

As we go, so goes the world, for the world is us. 

The revolution that will save the world is ultimately a personal one. 

Marianne Williamson 


[i] Michael Hainy. Beneath the surface of Bruce Springsteen. https://www.esquire.com/entertainment/a25133821/bruce-springsteen-interview-netflix-broadway-2018/

[ii] http://www.slideshare.net/johanroels33/linked-indiscussion2014-tower

[iii] Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[iv] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/169-kantelen-naar-zijn-keuzes

[v] Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[vi] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/178-kantelen-naar-zijn-comfortzone

[vii] Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of personal stress and organizational mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, 1998.

[viii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL.: Southern Illinois University Press, 1958.

BLIJF WAKKER! DEEL XIX

Springsteen has himself changed with the times, 

becoming more sensitive to the issues

his most-adored music still raises. 

Born To Run[i]demonstrates that. 

The decency at the heart of his memoir is a balm. 

He’s not only survived a life in rock and roll; 

he shows how a true believer doesn’t have to get stuck within its illusions, no matter how much they also attract him. 

After all, to Springsteen, a worthwhile dream isn’t an illusion; 

it’s a form of work. Therefore, it’s worthy of revision.[ii]

The limits of loving the Boss – NPR – 2016 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het in vraag stellen van Mentale Modellen. Vooreerst zal ik trachten duidelijk te schetsen wat Mentale Modellen zijn, wat hun belang is en waarom we onze eigen Mentale Modellen praktisch continu in vraag dienen te stellen.

Deze vaardigheid heeft dus te maken met het gebruiken, onderkennen, in vraag stellen en veranderen van Mentale Modellen. 

To break a mental model is harder than splitting the atom 

Albert Einstein

Het begrip Mentale Modellen

Filosofen houden zich al eeuwen bezig met Mentale Modellen. Men zou kunnen stellen dat die traditie teruggaat tot Plato’s allegorie van de grot[iii]. Het begrip werd ook in een beroemd sprookje verwerkt. ‘De Nieuwe Kleren van de Keizer’ van Hans Christian Andersen[iv]gaat niet over ijdelheid; het gaat over het niet zien van de echte werkelijkheid vanwege een gekleurd denkkader. 

Het principe zelf van het mentaal model werd bijna een eeuw geleden geïntroduceerd door Jean Piaget[v]bij zijn beschrijving van de ontwikkeling van het denken van het kind. Piaget heeft de groei van Mentale Modellen onderzocht in relatie tot geluid. Zijn hypoteses zijn de volgende. 4- tot 5-jarigen denken dat er niets gebeurd tussen een voorwerp dat een geluid produceert en zij die het geluid horen. Voor een 6-jarigen is dit al anders, deze denken dat geluiden in een voorwerp blijven als ze niet gehoord worden en als ze wel gehoord worden, als het ware uit het voorwerp naar het oor springen, om vervolgens terug te keren naar het voorwerp. Vanaf 7-jarige leeftijd is het kind in staat op te merken dat geluid zich naar alle kanten beweegt vanaf de bron. Vanaf ongeveer 11 jaar beseft een kind dat geluid iets is wat door de lucht beweegt en het gevolg is van trillingen. Later onderzoek heeft aangetoond dat Piaget’s bevindingen grotendeels juist waren. Zijn onderzoek bewees dus ook dat de mind zich bij jonge kinderen praktisch continu transformeert. En wat transformeert de mind, gezien die dat zelf niet kan? Inderdaad Eloïse, Edward en Elvire, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Kenneth Craik, de veel te vroeg overleden Schotse psycholoog, werkte in 1943 in zijn boek ‘The Nature of Explanation’[vi]het begrip Mentaal model uit om te verklaren hoe de mens schaal modellen gebruikt om de wereld te begrijpen en die verklaring te ondersteunen met als doel gelijkaardige toekomstige gebeurtenissen vóór te zijn. 

Het begrip mentaal model wordt ook in de cognitieve psychologie gebruikt, onder meer door Johnson-Laird[vii]. In de cognitieve psychologie betekent het een ‘visuele kaart’ op basis waarvan de mens redeneert. Howard Gardner gaat in z’n boek ‘The Mind’s New Science’[viii]nog iets verder: 

“Cognitive science is predicated on the belief that it is legitimate – in fact; necessary – to posit a separate level of analysis which can be called the “level of representation.” When working at this level, a scientist traffics in such representational entities as symbols, rules, images – the stuff of representation, which is found between input and output – and in addition, explores the ways in which these representational entities are joined, transformed, or contrasted with one another. This level is necessary in order to explain the variety of human behavior, action, and thought.” 

Pierre Wack heeft het begrip, gedurende zijn werkzaamheden bij Royal Dutch/Shell, gebruikt als containerbegrip voor impliciete wereldbeelden of mentale theorieën die men hanteert voor waarneming, interpretatie en besluitvorming betreffende de toekomst[ix].  

Het begrip Paradigma

Het begrip Paradigma werd populair door het boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van Stephen Covey[x]. Om zijn eigenschappen waarderend te kunnen begrijpen dient men te weten wat ‘paradigma’s’ zijn en hoe we een paradigmaverschuiving kunnen creëren. Het begrip paradigmaverschuiving werd geïntroduceerd door Thomas Kuhn[xi]in zijn klassiek werk ‘De structuur van wetenschappelijke revoluties’. Die merkte op dat bijna elke belangrijke doorbraak in wetenschappelijk onderzoek een breuk met het tot dan gangbare paradigma betekent. 

Zo was vòòr Copernicus de aarde het centrum van het heelal. Copernicus realiseerde een paradigmaverschuiving door de zon centraal te stellen. Dit was een schok en Copernicus werd er zelfs voor vervolgd. Dit geeft aan dat iemand, die de ogen van zijn medemens opent, niet altijd gewaardeerd wordt. Dit ondervond ook Galileo Gallilei toen deze met z’n uitvindingen het heliocentrische model van Copernicus bewees en er over publiceerde. Hij werd tot twee maal toe terecht gewezen door de Inquisitie. De overlevering wil dat in 1633, Galilei, die toen al 69 jaar oud was, bij het vernemen van het vonnis – levenslang huisarrest – de woorden “Eppur si muove!” (“En toch beweegt zij!” – met name de aarde om de zon) zou geroepen hebben. Dat de Katholieke kerk moeite had om officieel hun miskleun te erkennen, blijkt uit het feit dat het tot in 1992 duurde dat Paus Johannes Paulus II officieel een excuus uitsprak. Iemand die het heliocentrisch wereldbeeld nog aannemelijker maakte, was Isaac Newton. Diens natuurkundig model is nog steeds de basis voor de moderne bouwkunde. Het is echter niet volledig. Het duurde tot Einstein z’n relativiteitstheorie de wetenschappelijke wereld op z’n kop zette, voor men dit inzag. Die theorie verklaarde heel wat meer en maakte daardoor een diepgaander begrijpen mogelijk. Er kan inderdaad met die theorie heel wat meer verklaard en begrepen worden. Later kwam dan de kwantummechanica, waar Einstein het dan op z’n beurt moeilijk mee had.

Probleme kann man niemals

mit derselben Denkweise lösen,

dürch die sie entstanden sind.

– Albert Einstein

Paradigma’s hebben een enorme invloed; ze zijn de lens waardoor we naar de wereld kijken. Fundamentele veranderingen hebben niet zelden te maken met paradigma verschuivingen. Paradigma’s zijn bepalend voor wie je bent. Zijn is zien. We kunnen onze visie niet fundamenteel veranderen zonder zelf te veranderen en omgekeerd. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al begrepen, de begrippen Paradigma en Mentale Modellen zijn synoniemen. 

Het begrip Mindset

Voor het begrip Mentale Modellen wordt ook het begrip Mindset gebruikt.  Ik doe dat ook vaak, in navolging van m’n mentor Charlie Palmgren. Een Mindset is de manier van denken van een persoon en bevat diens opinies, meningen en aannames over iets of iemand. De Mindset is dan ook het ‘set’ Mentale Modellen die de ‘mind’ bevat.

If we really want to change, to transform,

we’ll have to transform our mindset

– Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren

Kortom, de Mindset bepaalt de standaard manier van denken, voelen en handelen. Het is de geconditioneerde manier van denken en voelen die het handelen stuurt. De Mindset hoort daarom bij de gecreëerde zelf. Het beschrijven van een Mindset wordt in de literatuur vanuit verschillende hoeken benadert:

  • Een van de meest bekende manieren is de groei mindset versus fixed mindset. Deze benadering komt van Carol Dweck[xii]. Een groei mindset is een mindset die ondermeer obstakels als een mogelijkheid voor ontwikkeling ziet. Want die mindset, die manier van denken, voelen en handelen gaat er vanuit dat je vaardigheden kunt leren. Een fixed mindset daarentegen omarmt de manier van denken, voelen en handelen die basiskwaliteiten, zoals intelligentie en talenten, vaststaan. Je ontwikkeling staat bij deze mindset eigenlijk al bij de geboorte vast.
  • Daniel Kahneman beschrijft in zijn boek, Thinking Fast and Slow[xiii]twee systemen van denken. Het brein kan op twee manieren gedachten maken. In systeem 1 maakt het brein op een snelle automatische, emotionele en onbewuste manier gedachten. Systeem 2 doet het anders. Systeem 2 is een langzamere aanpak, het is veel bewuster bezig om gedachten te produceren. In systeem 2 maakt men bewust gedachten.
  • In de boeddhistische wereld wordt gesproken over big minden small mind. Een big mindis een mind waarin de gedachten niet voortkomen vanuit het ego en controle. De big mindis zich voldoende bewust van de gedachten en emoties en wordt daar niet door geleid. Ik noem die mindset, de mindset van de Originele Zelf. Een small mindis de alledaagse denkgeest gevuld met gewone gedachten, gebabbel en emoties. De small mindhandelt onbewust en is erg reactief. Zelf noem ik de small mindde Mindset van de Monkey mind, dus van de gecreëerde zelf. 

Het verschil tussen de big minden small mindheeft veel te maken met het verschil tussen het helder bewustzijn (awareness) en het gekleurd bewustzijn (consciousness).

Het gebruik van Mentale Modellen 

Het begrip Mentale Modellen wordt door Chris Argyris[xiv] en Peter Senge[xv]gebruikt in het kader van organisatorische verandering. Volgens hen houdt elke geslaagde organisatieverandering ook een wijziging van de gebruikte Mentale Modellenin. Zelf stellen we, met Charlie Palmgren, dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingeen verrijking van de Mentale Modellen inhoudt. Het gaat in dit geval over een persoonlijke transformatie. Maar zei W. Edwards Deming niet ooit: “Nothing changes without Personal Transformation”[xvi]?

Een Mentaal Model stelt het denkproces voor dat iemand gebruikt om de wereld om hem heen te begrijpen. Het Mentaal Model is, zoals gesteld, samengesteld uit diepgewortelde vooronderstellingen, veralgemeningen en percepties die van invloed zijn op de manier waarop we de dingen zien en daarop reageren. Mentale Modellen spelen dus een belangrijke rol in onze beleving van de werkelijkheid en hebben daardoor een grote invloed op ons handelen. Mentale Modellen ‘affect what we see’, ‘determine how we make sense of the world’ en ‘shape how we act’ – Peter Senge[xvii].Of anders gesteld is, volgens Peter M. Senge, een mentaal model een diep in de individuele persoonlijkheid verankerd wereldbeeld, dat basis biedt voor een interpretatie van de werkelijkheid en derhalve een grote invloed uitoefent op het handelen. In mijn beeldtaal vertaalt wordt dit: een Mentaal Model is de bril waardoorheen de gecreëerde zelf z’n wereld begrijpt, en dus interpreteert, en van daaruit beslissingen neemt met betrekking tot haar of zijn handelen.

Mentale Modellen kunnen dus beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die daarmee de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in ons hoofd’ geen objectieve afspiegeling van de werkelijkheid; zoals de ‘kaart’ van een stad niet die stad zelf is. Mentale Modellen zijn subjectieve vereenvoudigingen van de werkelijkheid. Mensen niet kunnen nu eenmaal niet worden beschouwd als objectieve waarnemers. Mensen zijn echt geen camera’s die enkel registreren wat er werkelijk gebeurt. Mentale Modellen zijn gebaseerd en ontwikkeld op basis van ervaringen uit het verleden. Hoe vaker de eigenaar van de Mentale Modellen deze bevestigd ziet in de werkelijkheid door haar of zijn subjectieve waarnemingen, hoe dieper de Mentale Modellen ingeworteld raken en hoe minder zij of hij open staat voor inzichten die strijdig zijn met haar of zijn Mentale Modellen. Die eigenaar loopt daardoor het risico om gevangene te worden van z’n eigen Mentale Modellen. Carol Dweck, zou zeggen dat de Mindset fixeert en daardoor niet meer transformeert.

Nogmaals, Mentale Modellen zijn ook gehelen van intuïties, kennis, herrineringen, aannames, vooronderstellingen en overtuigingen die iemand bezit over een bepaald onderwerp. Deze helpen een onderwerp te begrijpen. Zij of hij gebruikt deze modellen niet alleen om over een onderwerp na te denken; ze worden ook gebruikt om voorspellingen te maken. Een Mentaal Model is in feite een schema dat gebruikt wordt om herinneringen uit het geheugen naar boven te halen. Het is echter meer dan een schema, het is een voorstelling over de werking der dingen, en hoe de wereld in elkaar zit. In principe is een Mentaal Model dus een combinatie van een schema en parate kennis.

Die gehelen van intuïties, kennis, herinneringen, aannames, vooronderstellingen en overtuigingen, die we hier de naam Mentale Modellen hebben gegeven, krijgen ook andere labels opgespeld: Referentiekaders, Denkkaders, Mindsets en Paradigma’s.

Vorming en transformatie van Mentale Modellen

We worden niet geboren met Mentale Modellen, want we hebben bij onze geboorte nauwelijks een bewustzijn. De eerste zes weken ziet een baby zelfs redelijk onscherp. Wanneer hetgeen de baby bekijkt meer dan 30 cm van z’n ogen verwijdert is, wordt het beeld wazig. Het kind heeft uiteraard nog geen echte herinneringen. Het heel jonge kind is zeer geïnteresseerd in gezichten en dan vooral in dat van de moeder. Het bewustzijn vormt zich stelselmatig wanneer de tijdspanne dat het kind ‘wakker’ is langer wordt (zie in dit verband ook Deel IV). Daardoor beginnen zich langzaam, maar zeker Mentale Modellen te vormen. Naarmate we groeien en ouder worden, worden onze Mentale Modellen ingewikkelder.

Bij volwassenen zijn Mentale Modellencomplex en uitgebreid. Ook zien we af en toe in dat onze Mentale Modellenniet altijd correct zijn, dus niet altijd de wereld beschrijven zoals die is. Dit is aangetoond door onderzoeken met betrekking tot Mentale Modellen en de wetenschap; we hadden het er al over bij de bespreking van het begrip ‘paradigma’. Zo dacht men eeuwen dat de wereld plat was. Daardoor ontdekte men bijvoorbeeld Amerika rijkelijk laat. Men vreesde dat, indien men te ver uit de kust zou varen, het schip van de planeet zou donderen. Zo zeggen de meeste huisartsen, wanneer ze anitbiotica voorschrijven, er nu nog steeds bij dat de voorgeschreven dosis volledig dient ingenomen te worden. Blijkbaar denken nog te veel mensen dat er met de inname van antibiotica mag gestopt worden wanneer de symptomen van de kwaal beginnen te verdwijnen. Die aanname is dan een onderdeel van hun Mindset.

Mogelijke spin-off’s van niet correcte Mentale Modellen

Een Mentaal Model is dus een verzameling van diepgewortelde aannames, generalisaties of zelfs beelden die van invloed zijn op hoe we de wereld om ons heen zien en hoe we hierop inspelen. Omdat die Mentale Modellenzo diep verankerd zijn, zijn we ons meestal niet bewust van zowel de Mentale Modellen zelf, als van het effect dat ze op ons gedrag hebben. Men zou ook kunnen stellen dat een Mentaal Model een persoonlijk paradigma is, waarin men soms gevangen zit. 

Iedereen gebruikt dus Mentale Modellenom problemen op te lossen en de werkelijkheid te begrijpen. Zoals reeds gesteld zijn deze Mentale Modellenlang niet altijd juist. Iedereen zou zich er daarom helder bewust van dienen te zijn dat onze gekleurd bewustzijn, onze gekleurde bril zelden de werkelijkheid ziet zoals die is. 

We don’t see things as they are; we see them as we are.

– Annaïs Nin

Bovenstaande quote wordt veelal toegeschreven aan Stephen R. Covey. Stephen ontvouwde echter niet altijd waar hij de mosterd haalde (zie Deel V). Deze beroemde quote ontfutsselde hij van de schrijfster Annais Nin[xviii].

Snel conclusies trekken (Jumping to Conclusions)

Het gevolg van het hebben (en dus gebruiken) van een foutief Mentaal Model bij het oplossen van een probleem kan nefast zijn. Wanneer men te vlug besluit de vraag begrepen te hebben en het Mentaal Model, die werd gebruikt om de vraag te begrijpen, niet volledig correct is, dan is het antwoord op de vraag zelden de juiste. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb hetgeen volgt veel meegemaakt: te vlug denken dat men het probleem begrepen heeft en waardoor men een oplossing vindt die later blijkt van nul en generlei waarde te zijn. Integendeel, het probleem, gezien niet ten gronde opgelost, slaat in alle hevigheid terug!

Elk voordeel heeft zijn nadeel

Johan Cruyff

Het voordeel van het hebben van Mentale Modellen wordt soms een nadeel. Wegens het hebben van Mentale Modellen werkt onze geest bliksemsnel. Ironisch genoeg schuilt daarin het nadeel. We maken veelal een onmiddellijke ‘sprong’ naar conclusies zonder effectief de tijd te nemen om die te toetsen. Wat een voordeel is in sommige gevallen. Mentale Modellen helpen bijvoorbeeld bij imminent fysisch gevaar om direct de juiste beslissing te nemen teneinde ons in veiligheid te brengen. In andere gevallen is het dan weer een nadeel. Mentale Modellen leren ons de kracht van het eigen gelijk: “Het kan niet anders dan dat het zo is!”

Snel conclusies trekken gebeurt wanneer we rechtstreekse observatie – concrete data opgepikt door het helder bewustzijn – onmiddellijk inkleuren met ons gekleurd bewustzijn dat door onze Mentale Modellen wordt aangestuurd. Gevaarlijk wordt het wanneer de directe conclusie de ‘juiste’ blijkt te zijn. Oorzaak en gevolg liggen niet nu eenmaal niet steeds dicht bij elkaar in tijd en ruimte. Hoewel we denken dat de door ons gevormde conclusie correct is, zorgt die oplossing vaak voor een veel later opduikend probleem. 

Hoe die valkuil ontwijken, Eloïse, Edward en Elvire? Door bij elke belangrijke conclusie na te gaan welke de gegevens zijn waarop die conclusie gebaseerd is en jullie de cruciale vraag te stellen: “Ben ik bereid te overwegen dat deze conclusie misschien wel onjuist of misleidend is?” Als het antwoord op die cruciale vraag nee is dan is er geen soulaas mogelijk. Inderdaad, indien jullie niet bereid zijn jullie Mentale Modellen in vraag te stellen, zullen jullie volharden in de boosheid. Als men wel bereid is een conclusie in twijfel te trekken, dient men die expleciet te scheiden van de data die er toe geleid hebben. Ik noem dat het gebruiken van de staande acht in de linker lus van de liggende acht. Daardoor wordt het Mentaal Model, dat aan zet is, onder de loep genomen door het te toetsen aan de objectieve data. Volgende tekening maakt dit duidelijk:

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid waar we het in dit deel over hebben, heeft dus te maken met het (durven) in vraag stellen van onze door leren en ervaring opgebouwde denkpatronen, die ook de manieren bepalen waarop we naar de werkelijkheid kijken. Wat ervan afwijkt – wat buiten ons denkkader ligt – wordt als een uitzondering beschouwd of zelfs in veel gevallen over het hoofd gezien. Het doorbreken, het openstellen van deze denkkaders maakt het mogelijk dat we onze filters kunnen bijstellen, en meer gaan zien van de werkelijkheid. Mentale Modellen zijn op zich niet slecht. Ze staan enkel in onze weg wanneer we zowel weigeren ze te herkennen als weigeren te erkennen welke impact ze hebben op onze perceptie, op het inkleuren van onze heldere observatie. 

Je snapt het pas als je het ziet 

Johan Cruijff

Een dialoog kan enkel tot iets nieuws en succesvols leiden als de deelnemers buiten hun Mentale Modellen treden. Omdat elke deelnemer een specifieke set Mentale Modellen hanteert, heeft zij of hij ook een specifiek inzicht. Wanneer de ander een inzicht van de werkelijkheid heeft dat verschillend is van het eigen inzicht, dan kan men, via het inzicht van de andere, meer leren van de werkelijkheid. Er wordt een opportuniteit geboden om te leren. 

Maar het eigen set Mentale Modellen maakt dat men dit niet altijd kan of wil zien. Dit omdat men het aanbod van nieuwe stimuli te vaak vertaalt in termen van oude modellen en desnoods wordt weggerationaliseerd. Van zodra men zich onwennig en ambigu voelt door een inzicht van de ander is dit een teken dat er verschillende Mentale Modellen gehanteerd worden. Nogmaals, we zien de waarheid niet rechtstreeks, we zien de waarheid doorheen de al dan niet doorlatende wanden van ons referentiekader. 

Voor diepleren is het echter nodig de Mentale Modellen, die het leren in de weg staan, te veranderen. Mensen zijn echter sterk aan hun manier van naar de wereld te kijken gehecht. Mensen blijven graag binnen hun eigen referentiekader. Ontdekken dat het eigen referentiekader niet meer bij machte is om bepaalde dingen te verklaren, niet meer klopt en bijgesteld dient te worden, wordt als bedreigend ervaren en is de oorzaak van heel wat weerstand tegen verandering, en dus heel wat weerstand tegen leren. Het is de weerstand tegen het accepteren van het achterhaald zijn van een manier van denken en werken die tot dan toe succesvol was. 

Creatieve Wisselwerking is het proces dat het ons mogelijk maakt onze paradigma’s aan te passen; onze referentiekaders en onze Mentale Modellen te veranderen. 

De ladder van gevolgtrekkingen (Ladder of inference)

Mentale Modellen worden ook gevormd door de zogenaamde ‘ladder of inference’ van Chris Argyris[xix] op en af te lopen. De ‘ladder of inference’ van Chris Argyris is een mentaal traject, waar eenieder zich wel eens aan bezondigt. Die ladder is de oorzaak van wat ik de gekleurde bril genoemd heb, in lijn met het gekleurd bewustzijn (consciousness). De ladder beschrijft hoe men beweegt van een set van gegevens (iets dat men hoort, zegt, ziet of voelt) via een serie van mentale stappen naar een handeling (de reactie). Volgende figuur geeft de start weer van de ‘interferentieladder’:

Het proces begint bij de selectie van gegevens, waaraan men vervolgens betekenis geeft, aannames formuleert, conclusies trekt, overtuigingen formuleert en vervolgens handelt. Deze processen vinden vaak onbewust en in een fractie van een seconde plaats. Deze mentale processen zijn voor niemand zichtbaar. Niemand kan zien welke stadia men heeft doorlopen wanneer men tot een bepaalde actie komt. De gevormde overtuigingen hebben dan weer invloed op de data die men de volgende keer in een vergelijkbare situatie selecteert. Het gedragspatroon wordt hierdoor versterkt. Het is een zich versterkende cirkel geworden, waarin overtuigingen keer op keer worden bevestigd. In onderstaande figuur wordt de volledige ‘ladder’ weergegeven[xx].

SSD:Users:LCCB:Desktop:Figuur 38.jpg

Dit mentaal traject gaat langs de sporten van een virtuele ladder, de ladder kan inderdaad als een Mentaal Model gezien worden. Deze leiden via toenemende abstractie vaak tot zeer misleidende overtuigingen, waarop dan actie wordt gebaseerd:

  • We selecteren altijd iets uit alle gebeurtenissen om ons heen;
  • We geven daar een betekenis aan;
  • Op basis van die betekenis maken we aannames;
  • Die aannames vormen dan de basis van onze conclusies;
  • En de conclusies vormen dan mijn overtuigingen;
  • En mijn gedrag is gebaseerd op die overtuigingen.

Eloïse, Edward en Elvire,dat alles wordt dan een soort “automatische reflex’, die ook jullie manier van waarneming versterkt. Tot zover niets bijzonders. Totdat bepaalde overtuigingen, die jullie op deze manier hebben gecreëerd,  belemmerend gaan werken. Belemmerend voor jullie zelf (laag zelfvertrouwen, beperkt wereldbeeld) en/of belemmerend in jullie relatie met anderen (geen effectieve samenwerking).

In dat geval kan het helpen om de ladder van gevolgtrekkingen eens bewust langs te lopen, alleen en/of met anderen. Dat levert jullie het volgende op:

  1. Jullie worden zich meer en beter bewust van jullie eigen gedachten en redeneringen;
  2. Jullie kunnen anderen hierin meenemen, zodat zij jullie gedachten, redeneringen en gevolgtrekkingen beter kunnen begrijpen;
  3. Jullie kunnen jullie aannames over de ander toetsen door gericht vragen te stellen.

De Linker kolom[xxi]

Eloïse, Edward en Elvire, uit het voorgaande blijkt dat een van onze problemen is dat “we denken wat we zien en we zien wat we denken”. We leven in een wereld waarin we zelf overtuigingen creëren. Overtuigingen die nauwelijks worden getoetst. We komen tot die overtuigingen op basis van conclusies die afgeleid zijn van onze gekleurde observatie gecombineerd met onze ervaring. Het vermogen om echt helder te kunnen zien is aangetast door de verworven zekerheid dat:

  • De waarheid voor de hand ligt;
  • De gegevens die we selecteren de enige echte gegevens zijn;
  • Onze overtuigingen berusten op die echte gegevens;
  • Onze overtuigingen de waarheid vormen.

Daar we die ‘zekerheid’ blijkbaar allen hebben en het, praktisch per definitie, zo is dat die ‘zekerheid’ van elke gesprekspartner nogal eens sterk verschillend is, staan die van elkaar verschillende ‘zekerheden’ een vruchtbaar gesprek vaak in de weg. 

Om een niet zo goed verlopen gesprek terug vlot te krijgen is het hulpmiddel ‘De linker kolom’[xxii] een reddingsboei. Hierbij gebruiken jullie enkele A4 bladen die met behulp van een verticale middellijn in twee gelijke kolommen verdeeld worden. Daarna denken jullie diep na over een frustrerend verlopen gesprek dat u onlangs voerde (met elkaar, een van jullie ouders, vrienden, …)

De rechter kolom (wat er werd effectief gezegd)

In de rechter kolom schrijven jullie de dialoog volledig uit zoals die heeft plaatsgevonden. De linker kolom blijft voorlopig blank totdat de dialoog volledig is uitgeschreven.

De linker kolom (wat elk van jullie dacht)

Nu schrijven jullie in de linker kolom wat elk van jullie dacht, maar niet heeft gezegd. Wees daarbij zo precies en zo eerlijk als mogelijk.

Nu wordt er een pauze ingelast 

Dit om de weerslag van het gesprek met een fris hoofd te kunnen doornemen. Dit heeft het voordeel dat men dan het eigen denken kan onderzoeken alsof het ‘het denken’ van iemand anders was. Met ons helder bewustzijn dus.

De reflectie (uitgaande van zowel de linker als de rechter kolom)

Tijdens de reflectie stellen jullie zich volgende vragen:

  • Hoe komt het dat ik zo denk en me zo voel?
  • Wat was mijn bedoeling? Wat wou ik bereiken?
  • Boekte ik de gewenste resultaten?
  • Zou ik door wat ik zei (rechter kolom) het gesprek in de verkeerde richting gedreven kunnen hebben?
  • Waarom zei ik niet wat er in mijn linker kolom staat?
  • Welke aannames heb ik zoals blijkt uit dit gesprek?
  • Wat was het resultaat van mijn aanpak: ‘winst’ of ‘verlies’?
  • Wat weerhield mij van een andere benadering?
  • Hoe kan ik mijn linker kolom gebruiken om het gesprek alsnog in een betere richting, en dus een beter resultaat te duwen?

Na de reflectie 

De oefening kan effectief gebruikt worden om het gesprek terug aan te knopen. Uiteraard mag de linker kolom niet gebruikt te worden om te beschuldigen of een waardeoordeel uit te spreken. Daarbij dient ook niet alles wat men denkt of voelt effectief overgebracht te worden. Maar als uw linker kolom aantoont dat de gebruikte Mentale Modellen aan herziening toe zijn, is een nieuw gesprek zeker aan de orde. 

Het doel ervan is de Mentale Modellen, die een vruchtbaar gesprek in de weg staan, op tafel te krijgen en bij te schaven. Wanneer beide gesprekspartners van een mislukte dialoog die oefening effectief doen en nadien de dialoog hervatten, is de kans groot dat deze nu wel vlot verloopt, uitstekende resultaten heeft en de Mindsets van beiden verandert.

Hoe Mentale Modellen effectief in vraag stellen?

David Hutchens[xxiii] beschrijft zeven principes van Mentale Modellen: 

  1. Iedereen heeft Mentale Modellen;
  2. Mentale Modellen bepalen hoe en wat we zien;
  3. Mentale Modellen leiden ons denken en ons gedrag;
  4. Mentale Modellen maken dat we onze aannames en conclusies als feiten gaan zien;
  5. Mentale Modellen zijn altijd incompleet;
  6. Mentale Modellen beïnvloeden de resultaten die we bereiken en versterken zichzelf daarmee;
  7. Mentale Modellen gaan vaak langer mee dan nuttig is.

Eloïse, Edward en Elvire, Mentale Modellen kunnen inderdaad zeer conservatief zijn. Indien ze niet in vraag worden gesteld, zullen ze ons laten zien wat we altijd gezien hebben. Wij kiezen daardoor uit de werkelijkheid enkel datgene dat in ons kraam (lees Mentaal Model) past. En aangezien we zien wat onze Mentale Modellen ons toelaten te zien, zullen we blijven doen wat ze ons toelaten te doen. En als we blijven doen wat we altijd gedaan hebben, zullen we blijven krijgen wat we altijd gekregen hebben. 

When things don’t work, and all your efforts do not produce the results you expected, then there is a flaw in the thinking – we are missing something and it is probably in your faces! What is needed is just the courage to face inconsistencies and to avoid running from them just because ‘that’s the way it was always done’… We simply need to look at reality and think logically and precisely about what we see. The key ingredient is to have the courage to face inconsistencies between what we see and deduce and the way things are done. The challenging of basic assumptions is essential to breakthroughs[xxiv].

– Dr Eliyahu M. Goldratt 

Aannames zijn geen feiten maar mentale kortsluitingen om tijd en moeite te besparen. We nemen ze voor waar aan en stellen ze niet in vraag, totdat het duidelijk wordt dat ze niet meer werken. We nemen veel te vlug aan dat nieuwe situaties gelijkaardig zijn aan eerdere ervaringen. Door aannames kunnen we ambigue feiten verkeerd inschatten. Ambiguïteiten zijn een onderdeel van praktisch elke diepgaand gesprek. Wanneer de ander spreekt, maken we alle soorten van aannames over wat hij zegt en de betekenis van zijn betoog. Zo wordt het gemakkelijk om ambigue boodschappen te doen passen in onze geconditioneerde manier van kijken. Het spreekt vanzelf dat wanneer de aannames niet correct zijn, de kans groot is dat ook de conclusies verkeerd zijn. 

De eigen Mentale Modellen vormen ons paradigma, de manier waarop wij de werkelijkheid zien en waarbinnen wij onze problemen oplossen. Ook paradigma’s gaan vaak langer mee dan nuttig is. Meer nog, indien men in haar of zijn Mentale Modellen blijft vastroesten, dan gaat men er ten slotte aan ten onder. Het vastroesten in haar of zijn Mentale Model is vastzitten in wat Carol Dweck een ‘fixed mindset’ noemt. Een ‘fixed mindset’ is zo krachtig dat het nieuwe inzichten onmogelijk maakt.

Heel wat mensen hebben in hun leven een intense, cruciale persoonlijke ervaring gehad, die hun kijk op dat leven voorgoed veranderd heeft. Men wordt door die ervaring gedwongen de werkelijkheid totaal anders te zien; men wordt als het ware herboren. Ik had die ervaring in 1976 in Indië, toen plots veiligheid in één fractie van een seconde belangrijk werd[xxv]. Bij Sint Ignatius was het een kanonskogel[xxvi], die hem tot bekering bracht en Saulus van Tarsus werd, onderweg naar Damascus, waar hij een grote slag wou slaan, van zijn paard gebliksemd en … Saulus, Paulus werd. En Paulus deed van toen af aan het tegenovergestelde van wat hij tot dan toe had gedaan: de vijand van de oogst was plots een excellente voorman in de oogst geworden. 

Ook in (andere) crisisperiodes is het drastisch veranderen van Mentale Modellen aan de orde. Maar dienen we echt te wachten op een crisissituatie om onze Mentale Modellen in vraag te stellen? Telkens men het grondig oneens is met een ander is het goed om de eigen Mentale Modellen te onderzoeken en niet de feitelijke verschillen. De feiten zijn overigens dezelfde. Ze worden alleen verschillend gepercipieerd. De ander kijkt naar dezelfde zaken en gebruikt daarbij andere filters, deze van zijn Mentaal Model. Het kan goed zijn dat beiden gelijk hebben binnen het eigen Mentaal Model. Men kan dit fenomeen ook vergelijken met een situatie waarbij twee personen een andere taal spreken. Als men elkaars taal niet beheerst, kan er niet goed worden gecommuniceerd. 

It’s never enough to tell people about a new insight.

Rather, you have to get them to experience it 

in a way that evokes its power and possibility.

 Instead of pouring knowledge into people’s heads,

you need to help them grind a new set of eyeglasses 

so they can see the world in a new way. 

That involves challenging the implicit assumptions 

that have shaped the way people have historically looked at things.[xxvii]

-John Seely Brown 

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid om de manier waarop wij de wereld zien (de bril waarmee) te veranderen (slijpen van de brilglazen), start met het in vraag stellen van de eigen Mentale Modellen door ze te toetsen aan de Mentale Modellen van de ander: 

  • Wees er alert op dat jullie conclusies gebaseerd zijn op jullie overtuigingen en dat ze wel eens niet ‘feitelijk’ zouden kunnen zijn;
  • Ga eens van de veronderstelling uit dat in jullie eigen perceptie en redeneringsproces gaten of fouten zitten, die jullie zelf niet eens zien;
  • Tracht ook hier eerst te begrijpen vooraleer begrepen te willen worden. Vraag daartoe de ander: 
    • Hoe zij of hij de werkelijkheid ziet;
    • Hoe zij of hij die werkelijkheid interpreteert;
    • De stappen in haar of zijn redeneerproces te verduidelijken;
    • Voorbeelden teneinde te illustreren hoe zij of hij tot zijn conclusies komt;
  • Geef nadien: 
    • Hoe jullie de werkelijkheid zien;
    • Hoe jullie die werkelijkheid interpreteren;
    • Welke de stappen zijn in jullie redeneerproces;
    • Voorbeelden teneinde te illustreren hoe jullie tot jullie conclusies komen; 
  • Bespreek samen de verschillen in perceptie en interpretatie en integreer die verschillen in een nieuwe manier van zien, een verfijnd Mentaal Model;
  • Ga er daarbij steeds vanuit dat jullie de wijsheid niet in pacht hebt.

Gebruik in dit onderdeel van het diepgaand gesprek de vaardigheden van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, om er zeker van te zijn dat je elkaar goed begrijpt. 
Sta dus op deze wijze stil bij je eigen Mentale Modellen, herken ze en erken dat ze niet ‘de waarheid’ zijn. Gebruik ten volle de vorige vaardigheden van deze tweede karakteristiek: het stellen van vragen, het vinden van plussen in de ander z’n perceptie en het integreren van de verschillen van beide ‘waarheden’, en creëer zo een nieuw inzicht en een gedeelde mening (daarover meer in het volgend deel). 



[i]Bruce Springsteen.Born To Run. New York, NY: Simon & Schuster Paperbacks, 2016

[ii]Ann Powers. The Limits Of Loving The Boss. The Record, Music News from NPR https://www.npr.org/sections/therecord/2016/10/04/496544688/the-limits-of-loving-the-boss

[iii]https://web.stanford.edu/class/ihum40/cave.pdf

[iv]https://www.andersenstories.com/nl/andersen_sprookjes/pdf/de_nieuwe_kleren_van_de_keizer.pdf

[v]Piaget, Jean. Le language et la pensée chez l’enfant. Paris: Delachaux et Niestlié, 1923.

[vi]Craik, Kenneth. The nature of Explanation, Cambridge: Cambridge University Press, 1952.

[vii]Johnson-Laird, P.N. Mental Models: Towards a Cognitive Science of Language, Inference, and Consciousness. Cambridge: Cambridge University Press; Cambridge, MA: Harvard University Press, 1983. 


[viii]Howard Gardner, The Mind’s New Science. A History of the Cognitive Revolution. NewYork, NY: Basic Books, Inc., Publishers, 1985, page 38.

[ix]https://hbr.org/1985/09/scenarios-uncharted-waters-ahead

[x]Covey, Steven R.  De zeven eigenschappen van effectief leiderschap.Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact, 70stedruk, 2014.

[xi]Kuhn, Thomas S. The Structure of Scientific Revolutions.Chicago, IL: University of Chicago Press, 1970.

[xii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Ballantine Books, 2006.

[xiii]Daniel Kahneman. Thinking Fast and Slow.New York, NY: Farrar, Straus and Giroux, 2011.

[xiv]Argyris, Chris. Overcoming organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning, Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall, Inc. 1990. 

[xv]Senge, Peter M. De vijfde discipline: de kunst en de praktijk van de lerende organisatie. Schiedam: Scriptum Books, 1992.

[xvi]Art Kleiner, Bryan Smith, Charlotte Roberts, George Roth, Peter M. Senge, Richard Ross. The Dance of Change: The Challenges of Sustaining Momentum in Learning Organizations.New York, NY: Doubleday, 1999. Page 35.

[xvii]Senge, Peter M. The fifth discipline: the art and practice of the learning organization, New York, NY: Doubleday, 1990 page 175. 

[xviii]Annaïs Nin, The Seduction of the Dinosaur, (originele publicatie: 1961) Sky Blue Press Bookstore, Sky Blue Press at Smashwords, 2014, page 145.

[xix]Argyris Chris. Overcoming Organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning. Op. cit. pp. 88-89.

[xx]Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard R. Ross and Bryan J. Smith. Het Vijfde Discipline Handboek: Strategieën en Instrumenten voor het Bouwen van een Lerende Organisatie. Schoonhoven: Accademic Services, 1995. 35. De interferentieladder.  Bladzijden 208-215.

[xxi]Argyris Chris. Overcoming Organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning. Op. cit. pp. 15-19.

[xxii]Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard R. Ross and Bryan J. Smith. Het Vijfde Discipline Handboek: Strategieën en Instrumenten voor het Bouwen van een Lerende Organisatie. Op. cit. Bladzijden 212-215.

[xxiii]Hutchens, David. Shadows of the Neanderthal: illuminating the beliefs that limit our Organizations. Walthem, MA: Pegassus Communications, Inc. 1999. 

[xxiv]Eliyahu M. Goldratt. The Goal: A Process of ongoing Improvement. Great Barrington, MA: The North Press. Third Revised Edition, 2004. Introduction pp. 1-4.

[xxv]http://www.creativeinterchange.be/?p=600

[xxvi]Paul de Chauvigny de Blot, Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004. Bladzijde 140.

[xxvii]John Seely Brown. Seeing Differently: Insights on innovation.  Edited with and introduction by John Seely Brown. A Harvard Bussiness Review book. Boston, MA: Harvard Bussiness School Publishing, 1988 And https://hbr.org/2002/08/research-that-reinvents-the-corporation