Tagarchief: Paul de Sauvigny de Blot SJ

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVII

HOE DE VALKUIL VAN ‘SOPHIE’S CHOICE’ VERMIJDEN?

Bruce Springsteen dismantling a ‘Sophie’s Choice’:

Consider Springsteen at a critical inflection point in his career, documented in the film The Promise: The Making of Darkness on the Edge of Town, about the creation of his third album. Born to Run, his previous album, had shot him to stardom, but a lawsuit with his former manager had prevented him from recording.

After the suit was settled, Springsteen and the band went into the studio, but instead of rushing out another blockbuster they spent months winnowing 70 songs down to ten and obsessively recording and re-recording until he had what he wanted. The result was a dark-hued concept album that was released three years after Born to Run and didn’t sell nearly well. “It’s a bit tragic, in a way,” Van Zandt muses at the end of the film, “because he would have been one of the great pop songwriters of all time.”

But Springsteen knew exactly what he was doing, even if Van Zandt did not. He knew he could have continued as a successful purveyor of rock and roll revivalism, at least for the near future. Instead, the innovations of the album repositioned the then 28-year-old as a thoughtful interpreter of the lives of ordinary Americans. It is a role he has occupied ever since, fueling his phenomenal longevity and relevance, summed up in his recent Tony Award-winning show Springsteen on Broadway[i].

Eloïse, Edward en Elvire, in vorige column (Deel XXXVI) had ik het al over de metafoor ‘Sophie’s Choice’. Daarin definieerde ik een Sophie’s Keuze als een extreem moeilijke beslissing. Het beschrijft een situatie waarin geen enkele van de voorgestelde keuzes de voorkeur kan hebben. Dit kan zijn omdat de keuzes enerzijds even nodig en gewenst zijn of anderzijds, even te vermijden en ongewenst zijn.

Inleiding

Waar komt de metafoor ‘Sophie’s Choice’ vandaan? Zoals in vorige column gesteld is het de titel van een roman uit 1979 van William Styron. Het verhaal werd wereldberoemd door de verfilming van het boek in 1982 met Meryl Streep in de hoofdrol. Meer bepaald duidt de metafoor op de keuze die Sophie verplicht is te maken gedurende de Tweede Wereldoorlog. Bij aankomst met haar twee kinderen in Auschwitz wordt Sophie namelijk verplicht een onmogelijke keuze te maken: ze dient één van haar kinderen aan te duiden die niet naar de gaskamers zal worden gestuurd. Indien ze geen keuze maakt, worden beide kinderen vergast. Voor Sophie is er geen optie. Geen enkele van de keuzes is aanvaardbaar. Toch moet ze kiezen. Uiteindelijk kiest ze voor haar zoontje ten nadele van haar dochtertje. Van dat ogenblik af zit Sophie voor de rest van haar leven opgezadeld met een immens trauma. Nogmaals, Sophie diende een keuze te maken tussen twee verwerpelijke opties en indien ze niet koos waren de gevolgen nog erger.

De metafoor werd na het uitkomen van de film hoe langer een analogie voor een ‘lose-lose’ keuze. ‘Sophie’s Choice’ kan nu verwijzen naar elke beslissing over leven en dood zonder aanvaardbare resultaten, zoals in de originele roman. Ook kan het worden gebruikt als verwijzing naar een moeilijke keuze, met resultaten die zowel even goed als even slecht zijn. Het is zoals de keuze tussen de cholera en de pest.

De keuze van Sophie wordt soms verward met de keuze van Hobson. De oorspronkelijke betekenis van de keuze van Hobson kan worden samengevat als “Neem het of laat het.” Men kan kiezen het aangebodene te aanvaarden of het aangebodene te weigeren. Het is ook niet echt een vrije keuze, al lijkt het zo. Bij een ‘Sophie’s Choice’ heb je eigenlijk twee of meer opties, naast de optie niet te kiezen. Daarbij is geen enkele van de opties aanvaardbaar, ook het niet kiezen.

Sophie’s dilemma een keuze noemen is meegaan in de denkwijze van de sadistische arts uit het verhaal (die in de roman niet met naam genoemd wordt, maar er wordt algemeen aangenomen dat het om dr. Mengele, de ‘Engel des Doods’, gaat). De situatie van Sophie een keuze noemen, terwijl het aanbod helemaal geen keuze is, getuigt inderdaad van het meegaan met het verwerpelijk denkkader. Het is geen keuze en al helemaal geen waarin Sophie willens en wetens zou in meegaan. Sophie bevindt zich echter als niet-Joodse moeder van Joodse kinderen in Auschwitz en heeft de situatie helemaal niet in de hand. Ze kan deze met andere woorden niet van binnenuit beheersen. Toch vertelt het verhaal dat ze tot haar zelfdoding gebukt ging onder een immens schuldgevoel; hoewel ze geen schuld had aan haar keuze. Dit om de simpele reden dat het geen keuze was.

De Grieken lieten zich bij dit soort keuzes, waarbij elke gang van zaken catastrofale gevolgen had en er geen waarheid inhield, leiden tot het toeval.  In het geval van een Sophie keuze is er ook geen waarheid. De juiste keuze maken was onmogelijk! In het verhaal koos Sophie ervoor de schuld te dragen, hoewel ze een alternatief had, met name de pijn te dragen. In feite maakte ze geen keuze tussen die twee alternatieven en waren beide haar lot: ze ging de rest van haar leven gebukt onder de pijn en de schuld.

Het begrip ‘Sophie’s Choice’ was eigenlijk al ingeburgerd in de bedrijfswereld nog voor het boek was geschreven. Uiteraard werd de keuze, die veel managers opgedrongen werd, toen nog niet als dusdanig gelabeld. Nu vindt men in de literatuur nogal wat verwijzingen naar ‘Sophie’s Choice’:

  • In sommige gevallen stelt het topmanagement het lager en middenkader voor volgende keuze, die een echte ‘Sophie’s Choice’ is: “verlaag de staf van uw afdeling met 10 % of u wordt als incompetente manager zelf verwijderd[ii].“ Een ander voorbeeld van een ‘Sophie’s Choice’ spel dat gespeeld wordt door het management: “U verlaagt ‘uw’ loonkosten met 20 % of uw afdeling wordt geherstructureerd.”
  • Het ‘spelen van spelletjes op de rug van ondergeschikten door topmanagement’ werd voor het eerst verwoord door één van de beroemdste managementgoeroes, Peter Drucker als “een ogenschijnlijk geesteloos kansspel waarbij elke ezel kan winnen, mits deze meedogenloos is[iii].”
  • In sommige gevallen speelt topmanagement zelfs Drucker’s ‘mindless and ruthless game’ of ‘Sophie’s Choice’ with underlings[iv].

De opdracht: de ‘Sophie’s Choice’ zo goed mogelijk ontmijnen!

Kortom, een ‘Sophie’s Choice’ is een tragische morele keuze, in zo verre dat, wat je ook kiest ,de kans groot is dat er een niet leuke tot zelfs tragische consequentie op volgt. Vandaar dat het aangewezen is om de ‘Sophie’s Choice’ te ontmijnenDe enige manier die ik ken is het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces.

Tot nog toe ben ik theoretisch gebleven. Tijd dus om een eigen praktisch voorbeeld van een ‘Sophie’s Choice’ dilemma te geven. Dat doe ik aan de hand van een persoonlijk verhaal, van toen ik nog niet bewust in aanraking gekomen was met het levengevend proces dat ik Creatieve wisselwerking noem.

Zelf kreeg ik dus ooit een ‘Sophie’s Choice’ voorgeschoteld. Laten we deze cruciale anekdote uit m’n leven stap voor stap doorlopen. 

Op een avond in april 1987, ik had net m’n zestiende jaar als ingenieur op het bedrijf aan de Kuhlmannkaai in Rieme rondgemaakt,  werd ik dringend verzocht mij naar het kantoor van directeur Frans Reyntjes te begeven. Die gaf mij die avond een opdracht die ik mij lang zou heugen. Ik kreeg bedenktijd tot ’s anderendaags negen uur om hem een naam door te spelen. De directie had namelijk beslist dat één van de vijf bedienden, die mijn twee afdelingen rijk waren, ontslag diende te krijgen. De minder harde afvloeiingsmaatregelen waren onderhand volledig opgebruikt, dus ging het om een ‘naakt’ ontslag. Mijn taak bestond er in het slachtoffer aan te duiden.

Er was geen lieve moederen aan, Frans Reyntjens was duidelijk: één van m’n bedienden diende de laan uitgestuurd worden. De kostenreductie diende dus te gebeuren door het naakte ontslag van een van de vijf bedienden, dit in een poging om het zinkend ‘Kuhlmann’ schip vlot te krijgen. Een dot van een ‘Sophie’s Choice’, al kende ik die term toen nog niet.

Wel wist ik van nature dat ik, bij het oplossen van die vraag, diende te handelen in het belang van het bedrijf én in het belang van de personen in kwestie. Dit waren de richtsnoeren die mij hielpen een juiste keuze te maken. Door het belang van het bedrijf in overweging te nemen, kon ik twee namen van het lijstje schrappen. Die twee waren in de toekomst meer dan nodig. Toen werd het belang van de drie overblijvende personen in ogenschouw genomen: de jongste was ik, net 41 jaar geworden, en de twee andere waren een twaalftal jaar ouder. Eens ontslagen, zouden deze ‘met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ nooit nog een job vinden. 

Thuis gekomen zag ‘ons Rita’ aan m’n tronie dat ik met een ei zat. Het dilemma uitleggen duurde niet lang. Ze vroeg mij wat de criteria waren voor mijn uiteindelijke beslissing. Een ervan was: “Diegene die voor het bedrijf in de toekomst het minst nodig was, gaat de laan uit!” “Dan weet ik al wie dat is!”, was haar repliek. Het duurde nog een uurtje vooraleer ik tot hetzelfde besluit kwam.

Groot was de verbazing van Frans Reyntjens toen ik hem de volgende ochtend om negen uur adviseerde een zekere Johan Roels te ontslaan. De avond voordien had ik contact opgenomen met Willem Top. Hij bleek bereid mij de alleenrechten van het gebruik van het ISRS voor België en Frankrijk over te dragen. Als tegenprestatie zou ik tien percent van het bedrag, dat ik in de toekomst mijn klanten zou factureren, naar zijn bedrijf doorstorten.

Van Frans Reyntjens hoorde ik drie maand niks meer… tot hij langs zijn neus weg vroeg hoe het kwam dat hij mijn ontslagbrief nog niet ontvangen had. Ik antwoordde dat hij niet goed geluisterd had. Hij had blijkbaar gehoopt dat ik mij ondertussen zou vergaloppeerd hebben – ik was gekend om mijn valkuil ‘doordrammen’ – en vast zou zitten aan verplichtingen en daardoor zelf ontslag zou dienen te nemen. Ik verzekerde Frans dat ik, door ‘veiligheid’ van binnen uit te beleven, geleerd had vooruitziend te zijn. Daarop vroeg hij mij of ik op een ontslagvergoeding rekende. Ik diepte een berekening uit m’n binnenzak en overhandigde hem waar ik dacht recht op te hebben. Waar ik ook op gerekend had, was dat Frans zijn huiswerk niet goed gedaan had en dus over het hoofd gezien had dat hij te allen tijde over een Veiligheidsingenieur niveau 1 diende te beschikken. Hij had mijn raad daaromtrent steeds in de wind geslagen, dus werd hij uiteindelijk genoodzaakt mijn ontslag te faseren. Op 1 oktober 1987 werd ik ontslagen voor de eerste 50% (de afdeling goederenbehandeling) en op 1 oktober 1988 voor de andere (de afdeling veiligheid). Mijn contract met ILCI Nederland van Willem Top was rond in de loop van de maand september 1987. Daarom aanzie ik 1 oktober 1987 als de start van mijn tweede professionele leven. Als consultant in het tweede paradigma van het werkveld ‘Safety’; dit van Organisatorische veiligheid.

De tirannie van het ‘of, of’ denken

Op de keper beschouwd is ‘Sophie’s Choice’ een typisch voorbeeld van het ‘of, of’ denken. Veel dilemma’s worden zo voorgesteld. Wat moet ik kiezen … Werk of privé? Flexibiliteit of procedure? Vertrouwelijkheid of transparantie? Relatie of resultaat? Die dilemma’s worden vaak voorgesteld als ‘of, of’ keuzes en we lossen ze op met lineair denken. Dit is het rationele, analytische en oorzaak-gevolg denken. We hebben dat soort denken met de paplepel meegekregen en als men dan nog eens als burgerlijk ingenieur afstudeert, is het helemaal raak. Nu ja, dat soort denken heeft ons geen windeieren gelegd. Denk maar aan de vooruitgang door de opeenvolgende industrieële revoluties. Maar het succes van deze manier van denken heeft het zó instinctief gemaakt dat het feitelijk ons gemeenschappelijke wereldbeeld heeft bepaald.

In dat beeld functioneert de wereld als een klok. De aanname is dat er voor elk probleem een optimale oplossing is, mits we de juiste middelen hebben: meer data, betere algoritmes, meer geld. Met tools, zoals root cause analysis of multiple linear regression en vele andere, kunnen we uiteindelijk die knoppen vinden waar we op moeten drukken om de resultaten te krijgen die we zoeken. En vaak blijkt dat te kloppen. We vinden wel degelijk oplossingen met dit ‘of, of’ denken. Dit gaat door totdat we dilemma’s voorgeschoteld krijgen waarbij geen van de twee oplossingen beter is dan de ander, of, nog erger zoals in het geval van ‘Sophie’s Choice’, de twee ‘oplossingen’ verwerpelijk zijn. We krijgen er slapeloze nachten van, omdat we deze spanningen behandelen als een oplosbaar probleem.  Jim Collins, bekend management denker, noemt dit verschijnsel de “tyranny of the or.”  In ‘Built to last’[iv] beschrijven de auteurs Jim Collins en Scott Porras die wijd verbreide en een zeer kwalijke ‘zwart-wit’ tactiek die ze de ‘tirannie van de of’ dopen. Het is een restrictieve benadering van de besluitvorming die een unieke keuze voorschrijft tussen twee soms haaks tegenover elkaar staande uitkomsten. Het kiezen van de een sluit de andere uit. Hun definitie is het vermelden waard :

De tyrannie van de of is de rationele visie die de paradox niet kan accepteren, die niet tegelijkertijd kan leven met twee schijnbaar tegenstrijdige krachten of ideeën … [het]  drijft mensen om te geloven dat het antwoord A OF B moeten zijn, maar niet allebei.

Wij zijn opgegroeid met de ‘tyrannie van de of’, getuige daarvan de parabel die ik hier een paar keer vermelde. Ik bedoel het verhaal van ‘De Boer en z’n Zen Meester’ met de steeds terugkerende vraag: “Is dat goed of is dat slecht?” Eloïse, Edward en Elvire, jullie herinneren zich nog wel m’n antwoord op die vraag: “JA!” Dit antwoord bevat al de kiem van de strategie om een ‘Sophie’s Choice’ dilemma te ontmijnen.

De ‘tyrannie van de of’ laat het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid is. Een ander historisch voorbeeld van de ‘tyrannie van de of’ komt uit hetzelfde tijdsgewricht als en is vergelijkbaar met ‘Sophie’s Choice’. Het is de rol die de Joodse raad in de tweede wereldoorlog speelde bij de deportatie van Joden uit vele steden van het door de nazi’s bezette Europa. In zowat alle bezette gebieden zetten de nazi’s al snel ‘Judenräte’ op: Joodse raden waarin toonaangevende Joodse leiders en rabbijnen zitting moesten nemen. Zo’n Joodse raad werd de enige geaccepteerde vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap die met de overheid en de bezetters mocht communiceren. Al gauw werd de Joodse raad ook belast met het ‘besturen’ van de Joodse gemeenschap. Het werk van de Joodse raad ging echter al vlug in het teken staan van de deportaties. Die moesten voorbereid worden, maar ook moesten de Joodse raden de keuze maken wie precies gedeporteerd werd. Alle werknemers van de Joodse raad kregen een ‘Sper’, een tijdelijke opheffing van deportatie. Op die manier maakten de nazi’s in het hele bezette gebied de Joodse raden medeplichtig. Eigenlijk werd hier ‘Sophie’s Choice’duizenden maal herhaald.

‘Of, of’ denken heeft zoals gesteld veel, zo niet alles, te maken met lineair denken. Deze term mag men letterlijk nemen: lineair denken is ‘rechtlijnig denken’. De lijnen worden grenzen voor het definiëren van de uitersten van onze mentale modellen. Rechtlijnig denken wordt vaak aangeduid als in-the-box-denken. Het definieert wat velen hun “comfortzone” noemen. Lineair redeneren is sequentieel denken, waarbij wordt verondersteld dat ideeën elkaar volgen in een logische progressie.

Lineair denken zorgt voor een gevoel van oorzaak en gevolg tussen gedachten, overtuigingen, waarden en percepties. Het wordt verondersteld rationeel, logisch en “feitelijk” te zijn. Ideeën, overtuigingen, waarden, etc. worden waar of onwaar, feit of fictie, logisch of onlogisch, rationeel of irrationeel. Dit is de basis voor “of, of” denken. Het is dualistisch en subject/ object georiënteerd. Het wordt de primaire manier van denken van, wat ik in deze columnreeks steevast gelabeld heb als, de gecreëerde zelf.

Met die manier van denken worden min en meer, min of meer; eens en oneens, eens of oneens. De ingebakken gedachte steeds gelijk te hebben, heeft een significante invloed op de cognitieve functie. Oordelen worden definitief, standpunten worden ingenomen, (winnen of verliezen) competitiviteit wordt dominant en zaken, zoals samen denken en samenwerken, komen in het gedrang. Kortom, Creatieve wisselwerking wordt belemmerd. 

Het lineaire denken is het denken van de gecreëerde zelf die zich opsluit in z’n versie van de Vicieuze Cirkel. Zoals we reeds vele malen gezien hebben (en ook het beeld van de hoofding van m’n website herinnert er continu aan) werkt de Vicieuze Cirkel het creatief wisselwerkingsproces tegen.

Het lineaire denken is in feite het ‘in-the-box’ denken, waarbij ‘the box’ overeenkomt met het persoonlijk Mentaal Model, paradigma of referentiekader. Onze dozen of alledaagse perspectieven fungeren als filters voor onze betekenisgeving. In-the-box denken is de manier waarop we ons dagelijks leven leiden. Het geeft de grenzen van ons gekleurd bewustzijn. Het wordt het denken van de gecreëerde zelf. Ouders, familieleden, opvoeders, leeftijdsgenoten en sociale media zijn de belangrijkste leveranciers van onze ‘oorzaak-en-gevolg-in-de-doos-denkende’ zelf.

Het geniale van het ‘en, en’ denken.

Be able to keep two completely contradictory ideas alive and well in your heart and in your head all the time. 

If it does not drive you crazy it will make you strong.

Bruce Springsteen

Jim Collins en Scott Porras verwijzen in hun reeds geciteerd boek ‘Built to Last’ naar de “genius of the and.” Met andere woorden, we moeten volgens hen een slag maken in ons denken, van het lineaire òf-òf denken naar het paradoxale èn-èn denken.

Charles Palmgren leerde mij inzien dat we opmerkelijk genoeg geboren zijn met dat ‘en, en’ denken. Als baby is alles nieuw en zien we alles als ‘en, en’. Dit komt omdat we dan nog enkel het helder bewustzijn gebruiken. We observeren de werkelijk zoals die is. We zijn, om het even op z’n Engels te zeggen, pure Awareness. Maar gaandeweg starten we met die pure obervatie te interpreteren, totdat we alles direct beginnen inkleuren met ons gekleurd bewustzijn. Anders gesteld, we worden pure Consciousness.

Hoe gaat dit in zijn werk? We appreciëeren de werkelijkheid. Appreciëren komt van het Latijnse appretiare (‘om te beoordelen’). In een fractie van een seconde transformeren interpretatie, evaluatie en besluitvorming awareness en observatie in consciousness en waarneming. Het ‘en, en’ (ook wel aangeduid met ‘zowel/ als’) van het heldere bewustzijn wordt her verpakt in het ‘of, of’ (ook wel aangeduid met het ‘ofwel/ of”) van het gekleurd bewustzijn. Charles Palmgren noemt dit de quasi automatische beweging van “pre-box” denken naar “in-the-box” denken. De manier waarop we waarderen legt barrières op en zorgt voor grenzen die bepalen wat veilig is om te worden opgenomen en wat schadelijk kan zijn en daardoor dient te worden afgesloten. We nemen op wat we waarderen en sluiten uit wat we niet waarderen. Onze voorkeuren polariseren verschillen. De zo noodzakelijke ‘en, en’ wordt gedevalueerd tot het schrale ‘of, of’: goed of kwaad, correct of fout, positief of negatief, gunstig of schadelijk. Polarisatie heeft zijn intrede gedaan. De werkelijkheid wordt als het een of het ander ervaren, dit is exclusief; en niet als het een en het ander, dus niet inclusief. Deze verschuiving, deze splitsing heeft talloze consequenties, zowel positief als negatief. De positieve hebben te maken met ‘snelheid’, de negatieve met ‘deugdelijkheid’.

‘En-en’ staat dus tegenover ‘of-of’ denken. En-en is kijken vanuit evenwaardigheid naar zaken die naast elkaar van waarde zijn door niet te oordelen. ‘En-en’ denken wordt ook wel parallel denken genoemd.

‘Parallel denken’ is een begrip dat bedacht en uitgewerkt werd door Edward de Bono[v]. Parallel denken is omschreven als een constructief alternatief voor de dialectische methode, waarin tegenstanders elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk door zo veel mogelijk argumenten aan te dragen om de eigen visie te onderbouwen en die van hun opposant te weerleggen. Parallel denken is dus een alternatief voor het ‘of-of’ denken. Parallel denken is een verdere uitwerking van het begrip ‘lateraal denken’, eveneens door de Bono ontwikkeld. De nadruk ligt bij parallel denken nóg meer op dat wat kan zijn (alternatieve mogelijkheden) dan op dat wat is (rationeel af te leiden). Parallel denken is een denkproces dat gelijktijdig focust op verschillende, vaak tegengestelde, benaderingen van een probleem of vraagstuk. In een groep toegepast, wordt zo de dialectische benadering – die vaak leidt tot de vraag wie er gelijk heeft – effectief vermeden. Alle deelnemers in het denkproces kunnen bijdragen aan het verkennen van het onderwerp, vanuit hun eigen kunde, kennis en ervaring. Belangrijk hierbij is dat ze in hun eigen ‘spoor’ blijven en zich niet laten verleiden inhoudelijk op de argumenten van hun mede ‘parallelle denkers’ in te gaan. Dit vereist wel de bereidheid om zich aan de regels te houden en iemand de verantwoordelijkheid te geven over de regie, om zó het denkproces te bewaken. Eloïse, Edward en Elvire, parallel denken heeft veel te maken met Creatieve wisselwerking, maar dat hadden jullie al begrepen.

‘En-en’ denken komt neer op niet elkaar tegensprekende feiten of beweringen beide tot waarheid verheffen. Het is twee onafhankelijke concepten met elkaar verbinden. Men kan het ook op twee niveaus tegelijk kijken noemen. Het is niet enkel serieus nemen wat concreet en positief is, ook wat abstract en niet positief is. Het is doen en laten even zwaar laten wegen. Het is ‘wu wei’, doen door niet te doen en ook wel doen wat je zegt en zeggen wat je doet. Het is een crisis zien als bedreiging en kans.

Even terug naar mijn anekdotisch verhaal: 

De opdracht van de heer Frans Reyntjens stelde mij voor een dilemma. Ofwel zet ik mezelf buiten schot en houd ik me niet aan mijn principes (eerlijkheid en billijkheid). Ofwel hou ik mij aan mijn principes en raad ik Frans Reyntjens aan om mij te ontslaan en heb ik geen job meer. Ik vond de oplossing door de opdracht niet te zien als een of-of probleem maar als een en-en probleem. Frans Reyntjens opdracht vertaalde ik in een persoonlijke opdracht: ik diende een oplossing te vinden waarbij ik én mij aan mijn principes kon houden én aan de slag kon blijven (dus geld in ‘ons Rita’s’ la blijven stoppen). Uiteraard speelde het feit dat ik reeds een bijberoep had en af en toe Willem Top, die geen Frans sprak, hielp om in Frankrijk het goede ‘Loss Control’ nieuws te verspreiden. Ook had ik door ervaringen binnen de Franse groep Rhône Poulenc geleerd dat het geven van opleidingen mij energie gaf. Dit waren opleidingen rond de Feitenboomanalyse methodiek, die ik eerst in Rieme en niet veel later in het RP bedrijf Saint-Fons Chimie nabij Lyon letterlijk tientallen keer had gegeven. Ook had ik bij een ander RP bedrijf nabij Lyon, Belle Eloile, waar Guy Bérat de veiligheidschef was, reeds m’n eerste officiële audit gedaan met het ISRS systeem van Frank Bird. Een audit met een US systeem door een Vlaming in Frankrijk met een Canadees-Franse vertaling van de vragenlijst. Deze ervaringen leerden mij dat consulting mij wel lag. Dus ééns ik besloten had dat ik Frans Reyntjens de volgende dag mijn oplossing zou meedelen, nam ik die avond contact op met Willem Top en kwamen we tot een principiëel akkoord rond het gebruik van het ISRS in België en Frankrijk (en voor de lol nam ik er Luxemburg bij). 

Eloïse, Edward en Elvire, een eenvoudig hulpmiddel hielp mij hierbij. Dat hulpmiddel ziet er als volgt uit: teken op papier twee lijnen zoals de assen van een tabel. Langs de verticale lijn ligt één wens, langs de andere lijn ligt de andere wens. Maak er nu een matrix of tabel met vier vlakken van. 

Het vlak linksonder staat dan voor een oplossing waarbij aan geen van beide wensen voldaan wordt. In de vlakken linksboven en rechtsonder wordt maar aan één wens voldaan. Het vlak rechtsboven is het én-én vlak: zowel de ene als de andere wens wordt vervuld. Dus de vraag werd: “Welke oplossingen kun je bedenken die in dat vlak vallen?” Ik vond die in een goed uur en koos er één uit en begon de implicatie ervan reeds voor te bereiden.

Ik had nog nooit van het creatief wisselwerkingsproces gehoord en was er wel mee geboren… Ik dacht dus buiten de ‘Kuhlmann’ box, verliet de comfortzone en het was één van de beste beslissingen die ik ooit nam!

Creatieve wisselwerking, het proces voor het bekomen van de ‘en’!

Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is het proces voor het bekomen van het ‘en-en’ denken en het vermijden van de ‘of-of’ denken, hier voorgesteld met de metafoor ‘Sophie’s Choice’. Dus eigenlijk komt het vermijden van de valkuil, die ‘Sophie’s Choice’ gegraven heeft, er op neer Creatieve wisselwerking van binnen uit te beleven. Het komt er dus op neer de vorige 36 columns van binnen uit werkelijkheid te maken. Vandaar ook dat dit onderwerp nu in de 37e column aan de beurt is.

De start is het onderkennen van de ‘of-of’ keuze en die principieel te verwerpen. Dit komt neer op Authentieke Interactie, die uitmondt in het begrijpen dat het om een ‘Sophie’s Choice’ gaat. Dan komt de tweede karakteristiek aan de beurt. Dit is het Waarderend Begrijpen (tweede karakteristiek) van de valkuil en de beslissing nemen er niet in te trappen. Daartoe dient de Vicieuze Cirkel afgeremd en het creatief wisselwerkingsprocesaanzwengeld te worden. Het ontwijken van de ‘Sophie’s keuze’ gebeurt door het bewust op zoek te gaan naar  nieuwe oplossingen. Dit komt neer op het beleven van de derde karakteristiek Creatieve Integratie. Dit is het creatief integreren van verschillende ideeën die opkomen bij het oplossen van moeilijke vragen. Deze vragen zijn reeds een paar keer aan bod gekomen. Het betreft de reeks vragen: “Wat wil ik voor mezelf bereiken?”, “Wat wil ik dat de ander bereikt?” en “Wat wil ik voor onze onderlingen relatie bereiken?” Hierbij wordt het ‘het één of het ander’-denken ingewisseld voor het ‘het één en het het ander’-denken. Daarbij maakt men helder wat men in het kader van de, door het beleven van de vorige karakteristieken, gevormde gedeelde mening niet wil bereiken. Dit blijkt veelal de sleutel te zijn voor het vormen van ideeën omtrent wat men wel wil bereiken. Die ideeën zijn in feite antwoorden op de vraag “Hoe kan ik er toe komen dat wat ik niet wil bereiken, ontwijk en wat ik wel wil bereiken, bekom?”. De antwoorden op deze vraag zullen heel wat creatiever zijn dan wat men met de klassieke reacties op een ‘Sophie’s Choice’ zou bekomen. Want die komen neer op vermijden (wegvluchten) of het opdringen van één van de twee oplossingen. Het verhaal van het boek en de film ‘Sophie’s Choice’ maakt duidelijk dat het op die manier ‘oplossen’ van de keuze nefaste gevolgen heeft. In het beleven van de derde karakteristiek komt men, door het integreren van verschillende ideeën, vaak tot nog betere oplossingen dan ‘en-en’ oplossingen. Inderdaad, beide doelstellingen worden bereikt en de oplossing is nog sterker dan de simpele optelsom. Ik noem die een ‘zowel het één als het ander, én bovendien verschillend van’ oplossing, voorwaar een synergetische!

Laat ik dit eens toetsen aan mijn anekdote:

Van zodra dat ik de opdracht van Frans Reyntjens kreeg, ging ik er in een kort gesprek dieper op in om er zeker van te zijn dat ik die opdracht correct begrepen had. Dit is dus het beleven van de eerste karakteristiek Authentieke Interactie. De volgende karakteristiek Waarderend Begrijpen maakte mij helder duidelijk dat dit een ‘Sophie’s Choice’ was. Niet dat ik de opdracht van die label voorzag, maar ik was er van overtuigd dat ze mij voor een dilemma stelde. Na het beleven van die twee karaktistieken was ik tot een ‘gedeelde mening’ gekomen (ook al met ‘ons Rita’). Ik zou mijn principes niet verloochenen en dus geen van mijn medewerkers ontslaan. Ik moest dus eigenlijk Frans Reyntjens adviseren mij te ontslaan. Het daarbij laten zou toegeven zijn aan de druk van de ‘Sophie’s Choice’. Hoe kon ik ‘ontslagen worden en toch aan de slag blijven?’, werd de nieuwe kernvraag. Die gingen we met de derde karakteristiek te lijf: Creatief Integreren. Al heel vlug kozen we voor de onafhankelijkheid in verbondenheid. Ik had geen zin meer om nog ergens als ingenieur voor een ander bedrijf te werken. Ik koos voor het statuut van zelfstandige of “self employed employee,” zoals een paar jaar later een Noor mij op denigrerende wijze noemde (en dat is een ander verhaal). Om mij van een inkomen te verzekeren, nam ik die avond contact op met Willem Top. Ik verkreeg de belofte van de gebruiksrechten van het ISRS en ik had ondertussen genoeg ervaring om met innerlijke zekerheid te weten dat ik zou slagen. Er restte mij enkel Frans Reyntjens te adviseren mij te ontslaan en mijn synergetische oplossing: “Ontslagen worden en toch aan de slag blijven”, en de daaraan gekoppelde transitie zo zacht mogelijk te laten verlopen. Dit kwam neer op geen inkomsten derven en de transformatie volledig uit werken en realiseren. Bijkomende ‘en’-nen waren antwoorden op de cruciale vragen: “Hoe kunnen we langzaam in het zelfstandig statuut groeien” (antwoord: door één jaar nog halftijds aan de slag te zijn in Rieme). “Hoe kunnen we er voor zorgen dat we, tijdens de ‘inloop’ fase  geen loon verlies leiden?” (antwoord: door een correcte ontslagpremie te bedingen). “Hoe kunnen we zo vlug mogelijk opdrachten verwerven?” (antwoord: door mijn functionele RP baas Philippe Lacan te bewegen reclame voor mijn diensten te maken – wat direct lukte met audit opdrachten in de RP bedrijven, La Madeleine nabij Nancy en Belle Etoille nabij Lyon) en zo meer. 

Het dient gezegd, de vierde karakteristiek is, wanneer puntje bij paaltje komt de moeilijkste: Continu Transformeren. En ook die heb ik in dit specfiek geval behoorlijk beleefd. Na het tweede professionele leven, kwam het derde, waarin Charlie Palmgren m’n derde professionele vader werd en ik in contact kwam met Creatieve wisselwerking. Later kwam ik in m’n vierde professionele leven terecht, mede door m’n contact met Paul de Sauvigny de Blot SJ, en werd ik filosoof. Nu ben ik met pensioen en schrijf ik columns ten behoeve van mijn kleinkinderen, Eloïse, Elvire en Edward …


[i] Derik Lidow. What Entrepreneurs Can Learn About Undemocratic Decision Making From Bruce Springsteen. Forbes, January 22, 2019: https://www.forbes.com/sites/dereklidow/2019/01/22/what-entrepreneurs-can-learn-about-undemocratic-decision-making-from-bruce-springsteen/

[ii] Thomas Klikauer. Critical Management Ethics. New York, NY: Palgrave Macmillan. 2010

[iii] Joan Magretta. What Management Is. How it Works and Why it’s Everyone’s Business. New York, NY: The Fee Press, a Division of Simon & Schuster, Inc. 2002

[iv] Thomas Klikauer. Hegel’s Moral Corporation. New York, NY: Palgrave Macmillan. 2016

[iv] Jim Collins & Jerry I. Porras. Built to Last. Successful Habits of Visionary Companies. New York, NY: HarperCollins Publishers Inc. 1994

[v] Edward de Bono. Parallel Thinking. From Socratic Thinking to de Bono Thinking. London, UK: Vermilion, an imprint of Ebury Publishing and part of the Penguin Random House Group, 1994


BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXVI

HOE CREATIEVE WISSELWERKING BLIJVEND BELEVEN (WATCH)?

Springsteen’s self-definition process has been characterized by the use of the critical and cultural instruments, he has drawn from  his historical and literary readings, but above all, from his knowledge of the culture of the American popular classes, particularly of their musical and poetic forms.

By using and elaborating continually the most different forms and genres of American popular song, both black and white, such as rhythm & blues, soul music, country music, and folk music, Springsteen has ended by mastering these expression means better and better, and by carrying out works in which the choice of one or more music genres is never arbitrary, but historical motivated, that is, determined by his knowledge of the historical, social and cultural context in which those genres originated and by his willingness to use always a music form which can suit perfectly his song’s personal or socio-political contents[i].

Eloïse, Edward en Elvire, met vorige column waren we aan het eind gekomen van het diepgaand beschrijven van Creatieve wisselwerking met z’n vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. Meermaals heb ik erop gedrukt dat de lineaire voorstelling eigenlijk een niet correcte voorstelling is van het chaotisch creatief wisselwerkingsproces. Inderdaad ben ik nog niet in staat om het chaotische basis leer- en veranderingsproces anders voor te stellen dan op de simplistische, lineaire manier die ik gebruikte. 

Ook weten jullie dat het vlindermodel, met dezelfde vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden, enkel maar een model is en niet die chaotische werkelijkheid. De Britse statisticus George E.P. Box is onder meer bekend geworden door volgende uitspraak: “Essentially, all models are wrong, but some are useful.[ii]” Deze quote heeft twee delen. 

Het eerste deel stelt dat alle modellen verkeerd zijn. Dat komt omdat alle modellen een vereenvoudiging zijn van de complexe realiteit. Sommige modellen zitten er maar een klein beetje naast. Die vindt men vooral in de ‘harde’ wetenschappen. Dus ook de relativiteitstheorie van Einstein is niet volledig correct, maar de fouten in z’n model zijn tot nu toe minimaal gebleken. Andere modellen zitten er heel wat naast. Die vindt men meestal in de ‘zachte’ wetenschappen, zoals het vereenvoudigd communicatiemodel met een zender, een boodschap, een medium, een effect, een ontvanger en ‘ruis’. 

Het tweede deel: “Maar sommige zijn bruikbaar” geeft aan de vereenvoudiging van de werkelijkheid wel degelijk nuttig kan zijn. Modellen kunnen ons helpen om de complexe wereld en al z’n componenten te verklaren, voorspellen en te begrijpen. Een bepaald type van een model is het grondplan van een streek of stad. Een goede kaart is zeer bruikbaar. Men moet zich wel in de stad bevinden van de kaart. Een kaart van Brussel is inderdaad weinig zinvol om de weg in Antwerpen te vinden.

Modellen zijn nodig want wanneer we enkel ruwe data van de werkelijkheid hebben, dan is die set meestal te complex om te begrijpen. We zijn dan verplicht om te vereenvoudigen teneinde enig inzicht in de werkelijkheid te bekomen. 

Een bijkomend voordeel van een goed model is dat het leeft en je dingen leert ook lang nadat het model werd uitgedacht. Dit heb ik, Eloïse, Edward en Elvire, aan den lijve ondervonden met de twee modellen die ik in m’n professionele levens heb ontwikkeld. Beide modellen, het zeeftorenmodel en het vlindermodel, hebben mij heel wat nieuwe inzichten gegeven en dit tot lang na de ontwikkeling ervan. Wat het zeeftorenmodel betreft: dit was een ‘verbetering’ van het oorzaken en gevolg model van m’n tweede professionele vader Frank E. Bird Jr., dat op z’n beurt een verbetering was van het model van W. Heinrich. Door mijn model, dat het begrip ‘risico’ omvat (wat niet het geval is met het model van Frank), heb ik heel wat inzichten verworven, in de complexe wereld van oorzaak en gevolg. Inzichten die ik zonder het hanteren van mijn model nooit verworven zou hebben. Wat het vlindermodel betreft: het moge duidelijk zijn dat ik door het gebruik ervan nu nog elke dag leer. Want leren start met het bekomen van nieuwe inzichten!

Inleiding

Creatieve wisselwerking werkt 

voor diegenen die eraan werken. 

Johan Roels 

Eloïse, Edward en Elvire, wanneer jullie de vorige columns in relatief korte tijd hebben doorgenomen, dan denk ik dat jullie hoofd nu duizelt. Daarom heb ik jullie dit steeds afgeraden. Deze columns dienen namelijk in homeopathische dosissen tot zich genomen te worden. Dit was en is nog steeds mijn standpunt. Want het is sterk spul. Zelfs indien jullie mijn raad zouden hebben opgevolgd, en daardoor heel wat later dan nu, de totale set van deze columns zouden hebben gelezen, zou het mij helemaal niet verbazen dat jullie zich dan zullen afvragen: “Hoe kan ik dit alles effectief gebruiken?” Hoe zet men dit alles – vier fasen, acht basiscondities en zestien vaardigheden – in hemelsnaam daadwerkelijk in? Niets is zo complex als Creatieve wisselwerking. Die kennis dan ook nog eens inzetten bij iets zo onvoorspelbaar en grillig als Cruciale Dialogen, dat lijkt niet alleen, het is ook, niet van de poes! 

Wat jullie tot nu toe hebben gelezen, betreft de kennis: wat jullie dienen te weten, met betrekking tot Creatieve wisselwerking. Niet alleen de kennis met betrekking tot het model en zijn kerncompetenties, maar ook kennis met betrekking tot de basiscondities en vaardigheden. Deze column heeft als doel jullie te helpen bij het gebruiken en het jullie eigen maken van de vaardigheden van Creatieve wisselwerking, waardoor, zoals we hebben gezien, ook de basiscondities meer werkelijkheid worden. 

Vaardigheden hebben te maken met het “kunnen doen”, in feite het vermogen om kennis werkelijk toe te passen en dus – in deze context – gebruik te maken van de know-how met als doel, bijvoorbeeld, Cruciale Dialogenvlekkeloos te laten verlopen en daardoor problemen op te lossen en vragen te beantwoorden. 

Jullie kerncompetenties beschrijven welk soort persoon jullie zijn. Dit laatste omvat onder meer jullie intrinsieke waardekernwaardenkernkwaliteitendoel, positieve intentie en persoonlijk engagement

Competentie op gebied van Cruciale dialogen heeft te maken met het vermogen om kennis, vaardigheden en persoonlijke capaciteiten en attitudes te gebruiken in alle gesprekssituaties, en dit voor zowel jullie professionele als voor jullie persoonlijke ontwikkeling. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zijn wellicht, mede door het lezen van deze columns, en voornamelijk door zelfreflectie, heel wat bewuster geworden. Wat sommige vaardigheden betreft zijn jullie, van niveau 1 – onbewust incompetent – naar niveau 2 – bewust incompetent – opgeklommen. Jullie zijn er zich met andere woorden bewust van dat jullie bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In dat geval dienen jullie de reis van niveau 2 – bewust incompetent – naar niveau 3 – bewust competent – aan te vatten. Niveau 3 is het niveau waar men zich de nieuwe vaardigheden toe-eigent. Let wel, het is heel goed mogelijk dat jullie zich, wat sommige van de zestien vaardigheden betreft, reeds op niveau 3 of zelfs niveau 4 bevinden. Door het bewust gebruiken van de vaardigheden komt men inderdaad uiteindelijk op niveau 4 terecht: de vaardigheden zijn dan een gewoonte geworden, hun gebruik een automatisme. Het hangt dus echt van persoon tot persoon af welke van de zestien vaardigheden zich op respectievelijk niveau 1, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 bevinden. Wij hebben ervoor gekozen om in deze columns geen handige persoonlijke praktijkoefeningen betreffende de zestien vaardigheden op te nemen. Niet elkeen heeft namelijk praktijkoefeningen voor alle zestien vaardigheden nodig. Onze belofte naar jullie toe is dat jullie een of meerdere praktijkoefeningen, met betrekking tot de vaardigheden waaraan jullie willen werken, in m’n archief met de zestien mappen kunnen vinden, ook wanneer ik er niet meer zal zijn. Vraag die mappen maar aan Bonnie of, nog later, aan jullie mama Daphne. 

Eloïse, Edward en Elvire, dit is jullie eerste werk: nagaan hoe ver jullie nu al staan in het beleven van Creatieve wisselwerking. Het tweede is: beslissen waar jullie aan willen werken. Met andere woorden, aan welke van de vaardigheden willen jullie sleutelen teneinde deze op een hoger niveau te tillen. Vervolgens vragen jullie – indien jullie dat wensen – mij (of Bonnie of jullie mama Daphne) om ondersteuning in de vorm van praktijkoefeningen. Het inoefenen moet jullie uiteraard zelf doen. Oefenen, oefenen, oefenen, totdat de vaardigheid een goede gewoonte geworden is. Dat is de boodschap!

In het eerste deel van deze column beschrijf ik de strategie die ik zelf heb toegepast om beter te worden in het voeren van Cruciale dialogen en mijn vaardigheden daartoe op een hoger peil te krikken. Vervolgens stel ik een hulpmiddel voor dat de volledige methodiek op een unieke manier visualiseert. Tot slotte wordt er op een en ander dieper ingegaan. 

In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ kunnen jullie ook een deel vinden dat het gebruik van de Cruciale Dialogenmethodiek behandelt in de context van een team en de betekenis van Creatieve wisselwerking voor Leiderschap[iii].

Twee hefbomen 

Give me a lever long enough and a fulcrum on which to place it, 

and I shall move the world. 

Archimedes 

De hefbomen van de Cruciale Dialoogmethodiek – de vaardigheden – zijn lang genoeg, maar ben jij – Eloïse, Edward of Elvire – wel het steunpunt dat nodig is om je wereld te veranderen, om je zelf te transformeren? De strategie die ik heb toegepast (en nog toepas, want ik ben er nog niet helemaal of … helemaal niet, wie zal het zeggen?) maakt gebruik van twee bijkomende stevige hefbomen. En vergeet niet, teneinde zichzelf te veranderen heeft men een steunpunt nodig en het uitzonderlijke hier is dat men dat zelf dient te zijn. Slechts één persoon kan jou veranderen en dat ben jij! 

Leren observeren 

Indien men zich echt de dialoogvaardigheden wil eigen maken, begint men zichzelf én de ander(en) te observeren met als doel om, door het observeren, te achterhalen of we ons nu in de dialoog of buiten de dialoog bevinden. Dit soort observeren heeft uiteraard alles te maken met het rees besproken procesbewustzijn (Deel XXXV). Eerder dan je krampachtig de vaardigheden en strategieën van het Cruciale Dialoogmodel te trachten te herinneren, vraag men zich af of men zich wel in een heuse dialoog bevindt en, indien niet, welke van de twee volgende strategieën van kracht zijn: ‘vermijden’ of ‘geweld’. Wanneer men merkt dat men zich ofwel in het gebied van het vermijden of in dat van de aanval bevindt, weet dan dat dit verre van aan te raden is en dat het de hoogste tijd is om terug in een echte dialoog te stappen. 

Herkennen dat men ofwel het speelveld van de dialoog verlaat en zich gaat verschansen ofwel gaat aanvallen en dit ook erkennen en verwoorden is een belangrijke stap in het dialoogproces. Men moet dus, wanneer dit het geval is, durven stellen: “Ik heb de indruk dat we het heilzaam pad van de dialoog aan het verlaten zijn”. Dit zo vlug mogelijk doen, zorgt ervoor dat de schade gering is. Men kan als het ware op zijn stappen terugkeren en binnen de dialoog blijven. 

Angst of woede bannen 

Dialoog is, zoals we hebben gezien, de meningen de vrije loop laten; anders gesteld, zeggen wat men te zeggen heeft. De meest geduchte rem op deze vrije meningsuiting is angst of woede. Wanneer men angstig is, of woedend, dan zegt men niet wat men te zeggen heeft, althans niet op een correcte manier. 

Angst bant men door open te staan voor de mening van de ander en dit ook met woord en daad te tonen. Echt interesse hebben voor wat de ander zegt en niet in verdediging gaan of vluchten, creëert veiligheid: veiligheid voor de ander opdat zij of hij zou kunnen zeggen wat zij of hij te zeggen heeft. Een veilig gevoel vermindert de angst of de woede. Een veilig gevoel geeft ook innerlijke zekerheid. 

Dit doet men door, wanneer men ziet dat de ander gekwetst is, te stellen dat dit niet de bedoeling was en, zo nodig, door zich te verontschuldigen. Empathie is ook hier nodig. Zich kunnen inleven in de angst of woede van de ander is een pluspunt. Vraag desnoods een ‘time out’ aan om de gemoederen wat te bedaren. Ga steeds terug naar de feiten. Ontzenuw de veronderstellingen en interpretaties. Zeg wat men wel bedoelde (de feiten – die blijkbaar niet duidelijk genoeg overkwamen) en zeg wat men niet bedoelde (meestal de interpretatie van de ander). Zet het contrast, het verschil, goed in de verf. 

Herinner elkaar ook aan het gemeenschappelijke doel. Dit doel heeft te maken met synergie en niet met een compromis en zeker niet met ‘His Master’s Voice’-oplossingen. Hierbij heiligt het doel niet de middelen, want het is een gemeenschappelijk doel. Het realiseren van het gemeenschappelijke doel is een engagement van de gesprekspartners. Durf hen dan ook aan dit engagement herinneren. Wanneer de ander vlucht in ontwijking of eerder woedend aanvalt, weet men dat de ander zich onzeker voelt. Door aan te tonen dat men eerlijk het gemeenschappelijke doel wil bereiken, zorgt men voor de zo broodnodige veiligheid. Durf te stellen: “Het is hier niet de bedoeling dat een van de partijen zijn wil opdringt. Ik engageer mij om in deze dialoog te blijven totdat we een oplossing gevonden hebben die ons beiden bevredigt.” 

Het horloge (WATCH) 

Hiermee heb ik beide hefbomen besproken die de basis vormen van een solide dialoog. Laat ik als bijkomend hulpmiddel een beeld voorstellen dat mogelijk maakt om tijdens de Cruciale Dialoog de verschillende onderdelen van de methodiek en de bedreigingen voor het goede verloop ervan, voor ogen te houden. Dit beeld is het analoge horloge of in het Engels “The Watch’. Denk hierbij heel specifiek aan een polshorloge. Ik heb voor dit beeld gekozen omdat de horloges gelijkzetten, het met elkaar eens worden betekent. Cruciale Dialogen hebben daar veel mee te maken. Men wordt het er tijdens Cruciale Dialogen niet alleen met elkaar over eens wat het probleem is en wat de oorzaken ervan zijn, men vindt ook gezamenlijk antwoorden op de cruciale vraag die het probleem inhoudt. 

De wijzers van het horloge vormen het vlindermodel en dat bevindt zich uiteraard op de horlogeplaat van het uurwerk. Het Cruciale dialogen-uurwerk geeft kwart voor negen aan. Het vlindermodel ligt dus horizontaal, het is tenslotte een ‘liggende 8’. In ons beeld bevat de wijzerplaat van het horloge de fasen, basiscondities en vaardigheden van Creatieve wisselwerking. Het zijn de elementen die – indien ze enerzijds aanwezig zijn (de basiscondities) en anderzijds optimaal ingezet worden (de vaardigheden) – de beleving van Creatieve wisselwerking vloeiend en succesvol doen verlopen. In wat volgt zal ik het voornamelijk over een toepassing van Creatieve wisselwerking, de Cruciale dialoog, hebben Deze kerncompetenties zorgen ervoor dat wij in dialoog blijven. Wanneer de dialoog een Cruciale dialoog wordt, dienen deze competenties wel heel solide te zijn om binnen de wijzerplaat te blijven. 

Zoals de Cruciale dialoog omringd is door de harde realiteit, is de horlogeplaat gevat in haar horlogekast. Op die horlogekast van ons beeld bevinden zich de zes gedragingen die een reëel gevaar zijn voor het goede verloop van de Cruciale dialoog. Deze gedragingen hebben te maken met ‘ontwijken’ en met ‘geweld’, dus met angst en woede. Ze zijn uitingen van de nefaste werking van de Vicieuze Cirkel binnen de ander of binnen onszelf. Wanneer men deze gedragingen onderkent (ziet, vandaar ‘watch’), dan weet men dat men te maken heeft met angst of woede, met de Vicieuze Cirkel

Men dient deze gedragingen niet alleen te herkennen, men dient ook te erkennen dat men aan de grondslag ervan – angst of woede – iets moet doen. Daartoe dient men uit de inhoud van de dialoog (de horlogeplaat) te stappen (van ‘plaat’ naar ‘kast’) en die gedragingen te benoemen en te ontzenuwen (op de horlogekast). Zodra men de angst of woede uit de dialoog heeft gebannen, kan men terugkeren naar de inhoud van het gesprek. Men stapt terug in de dialoog (van ‘kast’ naar ‘plaat’). Het komt er niet op aan de argumentatie af te zwakken of ervan af te stappen. Het komt erop aan veiligheid te creëren en dus angst en woede te verdrijven (cf. Drive Fear Out[iv]). Men dient dit snel te doen, want hoe verder men wegdrijft van een gezonde Cruciale dialoog in de richting van vermijding of geweld, hoe moeilijker het wordt die te ontzenuwen en hoe groter de kosten. 

Laten we nu ook de acteurs aan het beeld toevoegen. Je vindt jezelf en de ander rond het Cruciale Dialoogmodel op de horlogeplaat van ons beeld. Het model heeft vier bogen: twee links en twee rechts van het midden. Dit midden (waar ook het probleem of de hamvraag zijn plaats vindt) kunnen we ook zien als ‘het reservoir van de gedeelde mening’ Het linker gedeelte van de ‘liggende acht’ zorgt voor het inzicht, het rechtergedeelte voor het maken en uitvoeren van een keuze (actie): 

Men ziet dat de vier fasen verbonden zijn met dit midden: het reservoir van gedeelde mening. Men is met de ander in dialoog waardoor men met elkaar echt verbonden blijft. Als men echt verbonden is, zorgen de gegevens, door het waarderend begrijpen ervan, voor inzicht en uiteindelijk voor een gedeelde mening. Die gedeelde mening is dan op haar beurt de voedingsbodem voor het bedenken (‘imaginatie’) van idee en oplossingen, keuze van een paar van die oplossingen en actie, kortom voor innovatie. 

Het procesbewustzijn (i.e. het observeren en begrijpen van het dialoogproces) zorgt ervoor dat we blijvend uit onze doppen kijken (we ‘watch out’ continously) en dus zien wanneer één van de vier boogstukken van het model loskomt en plots naar boven of naar beneden doorschiet. De dialoog verlaat het veiligheidsgebied en wordt vergiftigd door ontwijken of geweld. Angst of woede zijn de Cruciale dialoog binnengeslopen. Wanneer dit gebeurt, begint men nefaste spelletjes te spelen. Indien men ziet dat men afdrijft naar het vermijden van echte dialoog of toevlucht neemt tot geweld, dan dient men zich vliegensvlug opnieuw te verbinden met haar of zijn originele waarde, met haar of zijn kernwaarden en kernkwaliteiten, positieve intentie en engagement om van daaruit te handelen. Nadien dient men terug te keren naar een echte dialoog. 

Sophie’s Choice 

Men komt terug tot die dialoog door zich te focussen op wat men werkelijk wil en daarbij vermijdt men zich te laten meesleuren in het zogenaamde ‘Sophie’s Keuze-spel’. Dit ‘spel’ is nefast voor de gezonde dialoog. Het laat je geloven dat je moeten kiezen tussen twee kwalijke alternatieven. De naam van het spel komt van het prangende ‘Sophie’s Choice’-verhaal[v]. Dit is het schrijnend verhaal van een jonge vrouw in Auschwitz, die voor een verscheurende keuze wordt geplaatst. Ze dient zelf te beslissen welke van haar twee kinderen zal omgebracht worden. Indien ze niet beslist, worden beide kinderen gedood. 

Wat deze ‘Sophie’s Keuzes’ in dialoogcontext kenmerken, is dat men het voorstelt alsof men moet kiezen tussen twee kwalen: de cholera of de pest. Bijvoorbeeld, men laat ofwel blijken dat men het grondig oneens is met z’n baas, met het risico daarvoor gestraft te worden (de boodschapper van het slechte nieuws wordt in het bedrijf nogal eens vereenzelvigd met het slechte nieuws), of men slikt haar of zijn woorden in – en zodoende weigert men het reservoir van gedeelde mening met ideeën te voeden – waardoor men wel haar of zijn baan houdt. Dit komt neer op een ‘het één of het ander’-denkpatroon van het ergste soort. Indien men een ‘Sophie’s Keuze’ voorstelt, laat men het voorkomen alsof er geen derde, minder nefaste mogelijkheid, was. Men doet het voorkomen alsof men de boodschap niet eerlijk én respectvol kon brengen. Men laat uitschijnen dat het onmogelijk is een specifieke afwijkende mening op een veilige manier te verwoorden. Diegenen die een ‘Sophie’s Keuze’ te berde brengen, stellen dat ze geen derde gezonde mogelijkheid zien – wat in dit geval een eerlijke maar tragische fout is – of ze voeren deze valse tweespalt ten tonele om hun onverkwikkelijk gedrag te justifiëren. 

Een nefaste bijwerking van deze ‘Sophie’s Keuze’ is dat ze niet alleen aanzet tot ineffectieve acties, ze verhindert ook echte, waardevolle verandering. Deze keuze laat geloven dat er geen alternatief is voor het vlucht-of-vechtsyndroom en dus geen ruimte voor creatief denkwerk. ‘Sophie’s Keuzes’ zijn dus simplistische, negatgieve compromissen, die ons verhinderen om creatief in dialoog te blijven en die onze domme spelletjes verrechtvaardigen. 

Op zoek naar het ongrijpbare ‘En’ 

De besten in het voeren van Cruciale dialogen weigeren ‘Sophie’s keuzes’ en dit door bewust naar nieuwe oplossingen te zoeken. Zij stellen zich moeilijke vragen. Ze vervangen ‘het één of het ander’-denken door een zoektocht naar het, oh zo belangrijke en door velen als ongrijpbaar geziene, ‘En’. Zij gebruiken de derde karakteristiek Creatief Integreren teneinde die toch te vatten. 

Daarbij gaan ze strategisch te werk als volgt: 

  1. Eerst en vooral maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) echt wil bereiken. Dus wat men wil bekomen voor zichzelf, de ander en de onderlinge relatie. Dat geeft al een aanzet om zich niet te laten vangen in het net van ‘Sophie’s Keuzes’. 
  2. Vervolgens maakt men voor zichzelf duidelijk wat men in de gegeven omstandigheden (i.e. de gevormde gedeelde mening) niet wil bereiken. Dit is de sleutel tot het formuleren van de ‘en’- vraag. “Wat ik niet wil voorhebben, is verplicht te worden een simplistische ‘Sophie’s Keuze’ te moeten maken!” is de uitdaging die aan de orde is. 
  3. Ten slotte legt men zich toe op het vinden van een creatieve en productieve oplossing door de twee voorgaande punten in een ‘en’-vraag te vatten: ‘Hoe kan ik ertoe komen dat wat ik wil bereiken, bereik en wat ik niet wil bereiken, vermijd?” Het antwoord op deze vraag zal heel wat creatiever zijn dan wat met ‘vluchten’ en ‘vechten’ kan bekomen worden. Men zoekt daarbij naar ‘beide en verschillend van’, dus synergetische, oplossingen. 

Kijk uit voor Angst en/of Woede 

Diegenen die de Creatieve wisselwerking onder de knie hebben, zijn zoals gesteld niet alleen volledig aanwezig in de dialoog, ze zijn zich ook ten volle bewust van het dialoogproces. Ze kijken daarbij uit naar tekenen die aantonen dat angst of woede de dialoog binnenglipt. Wanneer de ander wegdrijft van de gezonde dialoog – i.e. ophoudt met het eerlijk vullen van het reservoir van gedeelde mening – door ofwel doelbewust z’n eigen mening te verzwijgen ofwel deze op te dringen, kijkt men uit of de ander niet angstig of woedend is. 

Wanneer er geen angst of woede is, kan men in principe zowat alles zeggen. Dialoog heeft behoefte aan en drijft op vrije meningsuiting. Niets doodt die vrije meningsuiting meer dan angst of woede. Wanneer men angstig is, omdat men vreest dat de dialoog haar of zijn carrière kan schaden, dan start men met het verzwijgen of verdoezelen van feiten. Wanneer men woedend wordt, omdat men de indruk heeft dat men om een of andere reden geen gelijk kan halen, begint men aan te vallen. Beide reacties – vluchten en vechten – vinden hun oorsprong in de emoties van angst en woede. Bovendien is het zo dat, wanneer angst en woede uit de dialoog geweerd wordt, er niet alleen over om het even wat kan gepraat worden, maar dat ook er geluisterd wordt. Wanneer men niet vreest aangevallen of vernederd te zullen worden, ook wanneer men zelf niet woedend is, dan kan men zelfs naar praktisch alles luisteren zonder direct defensief te worden. 

Eloïse, Edward en Elvire, denk in dit verband eens aan jullie eigen ervaringen. Kunnen jullie zich herinneren ooit eens van iemand scherpe feedback gekregen te hebben en dat jullie op dat ogenblik toch niet defensief reageerden? Dat jullie in plaats daarvan naar die niet zo prettige feedback luisterden op een open manier? Dat jullie alles deden om die feedback werkelijk te begrijpen en erover na te denken? Dat jullie toelieten door die feedback beïnvloed te worden? Indien jullie zich zoiets kunt herinneren, stel jullie dan de cruciale leervraag: “Waarom lukte dat toen?” Hoe kwam het dat jullie die – op dat ogenblik potentieel schadelijke – feedback toch positief benaderden? Als jullie zijn zoals ik – en met mij vele anderen – dan is dat heel waarschijnlijk omdat jullie geloofden dat die ander het goed met jullie voorhad. Daardoor respecteerden jullie de mening van die ander. Met andere woorden, jullie voelde zich veilig omdat je de motieven van de ander vertrouwde én zijn bekwaamheid om een en ander in te schatten. Jullie voelden niet de behoefte zich te verdedigen om de eenvoudige reden dat jullie zich niet aangevallen voelden. Jullie veilig voelen betekent dat jullie vrij zijn van angst en woede. 

Anderzijds is het ook zo dat men, wanneer men angstig of woedend is, geen ‘negatieve’ feedback kan verdragen. Wanneer men angstig of woedend is, zullen zelfs goed bedoelde commentaren negatief worden beoordeeld. Wanneer men angstig of vijandig is, wordt men verblind. 

Wanneer men uitkijkt naar tekenen van angst en woede bemerkt men niet alleen de gevaren voor de dialoog. Men houdt ook de geest levendig. Men is aandachtig. Zoals al gesteld worden, wanneer emoties de kop opsteken, de hersenfuncties afgeremd. Niet alleen start de voorbereiding voor het vluchten of het vechten, bovendien vernauwt het perifere zicht. Wanneer men zich echt bedreigd voelt, dan zie men zelfs met moeite wat zich vlak voor de neus bevindt. Met andere woorden kijkt men, wanneer men het gevoel heeft dat de uitkomst van de dialoog wordt bedreigd, niet verder dan de neus lang is. 

Wanneer men van de inhoud van de dialoog loskomt en uitkijkt naar tekenen van angst of woede, zet men het brein volledig in en krijgt men een volledig zicht op de werkelijkheid. Adrenalineopstoten zijn alarmerende processen verbonden aan vluchten en vechten. Deze maken het onmogelijk een gefundeerde beslissing te nemen. Ik noem het de ‘haas-in-de-koplampen’-reactie. Dit is uiteraard een metafoor, maar die reactie bestaat werkelijk. 

“Mijn schoonvader zaliger, Lionel Onghenae, gebruikte deze reactie van een haas, wanneer die gevangen wordt door de koplampen van een auto, als jachtwapen. De feiten zijn verjaard, dus kunnen ze gerust te boek worden gesteld. Lionel heeft bij mijn weten nooit een schot gelost, toch heb ik meermaals van een overheerlijke haas mo- gen smullen, die hij ‘geschoten’ had. Zijn tactiek was de volgende. Hij woonde in de polder, in het grensgebied ten noorden van Eeklo, nabij Watervliet. Een druilerige dag in het juiste seizoen was voldoende om hem ’s avonds, wanneer het opgeklaard was, te doen besluiten op jacht te gaan. Hij reed dan met zijn wagen over de smalle polderpa- den en steevast zaten er hazen op de al gedroogde betonbaantjes in het flauwe maanschijnsel te spelen. Toen ze gevangen werden door de koplichten van Lionels wagen, verstijfden ze van angst en bleven ze stokstijf staan, totdat de auto over hen heen reed. Toen werd het voor hen aardedonker en sprongen ze op, knal tegen de onderkant van het chassis van de wagen aan. Ze bleven verdoofd liggen. Lionel stapte bedaard uit en verloste elk van hen uit zijn lijden met een juist gemikte nekslag.” 

Nogmaals, door angst of woede ingegeven beslissingen zijn meestal niet overdachte reflexen. Het angst- of woedegevoel van de ander zet deze aan je eens goed aan te pakken. Het probleem hierbij is dat dit agressieve gedrag niet steeds de diplomaat in jou aanspreekt. In plaats van de aanval te kaderen, als een teken dat veiligheid onder druk komt, neemt men de actie van de ander letterlijk als een aanval op. Dan is volgens het ‘oog om oog, tand om tand’-principe de reactie mogelijks navenant. Men is dan niet meer aandachtig met het proces bezig, men stapt bijgevolg niet uit de inhoud van het gesprek om de angst of woede te ontzenuwen. Integendeel, men wordt een deel van het probleem en men wordt meegezogen in het vluchten of vechten van de Vicieuze Cirkel.

Eloïse, Edward en Elvire, ik ben er mij terdege van bewust dat wat ik hier voorstel niet makkelijk is. Ik vraag jullie om de tekenen van vermijden of aanvallen te zien als tekenen van angst of woede en daarbij jullie ‘natuurlijke’ reactie, teneinde de ander van hetzelfde laken een broek te geven, af te blokken. Met andere woorden ik vraag jullie jaren van praktijk en ingesleten gedrag om te buigen in nieuw gedrag. Inderdaad, in plaats van jullie ‘normaal’ gedrag vraag ik jullie uit de inhoud van de dialoog te stappen en de angst of de woede aan te pakken. Dit is aartsmoeilijk, maar heb ik ergens in deze serie columns boek beweerd dat het correct van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking makkelijk is? 

Vormen van vluchten en vechten 

De niet zo gezonde uitingen van angst of woede zijn enerzijds vluchten (een ‘negatief stilzwijgen’, waardoor feiten niet worden vermeld) en anderzijds verbaal geweld (waardoor feiten worden opgedrongen). 

Vormen van vluchten 

De verschillende vormen van vluchten zijn: maskeren, omzeilen en terugtrekken. 

Maskeren is zijn eigen mening niet verwoorden of niet laten zien. Daartoe zijn de meest gebruikte technieken: sarcasme, (het tegendeel) verbloemen of zelfs vleien. 

De meeste vormen van omzeilen bestaan erin het gesprek compleet weg te sturen van het gevoelige onderwerp. We praten wel maar benoemen belangrijke zaken niet. 

Terugtrekken, het woord zegt het, betekent zich uit de conversatie terugtrekken. Soms zelfs letterlijk, men verlaat de ruimte waar de dialoog plaats vindt. 

Vluchten is in vele gevallen negatieve stilte. Wij willen hierbij onderstrepen dat stilte op zich héél positief kan zijn, zeker in het kader van spiritualiteit. Dus ook in de context van Business Spiritualiteit. Paul de Chauvigny de Blot spreekt in dit verband van de kracht van de stiltetaal. Ook contemplatieve ordes hebben sinds eeuwen bewezen dat stilte een meerwaarde kan zijn. Recent onderzoek van het functioneren van de hersenen heeft dit overigens aangetoond. Dit onder meer door onderzoeken binnen het Mind and Life Institute; een gezamenlijk onderzoeksprogramma van een aantal Amerikaanse universiteiten en de Dalai Lama[vi].

Vormen van vechten 

Vechten uit zich in verbaal geweld. Verbaal geweld heeft vele vormen en eigenlijk maar één doel: de ander via dit verbaal geweld te overtuigen, te controleren, over te halen om je zienswijze bij te treden. Verbaal geweld dramt bij wijze van spreken de eigen mening in het reservoir van de gedeelde mening. 

De drie meest voorkomende vormen van verbaal geweld zijn: manipuleren, bestempelen (labelen) en regelrecht aanvallen. 

Manipuleren komt in deze context overeen met de ander, al dan niet subtiel, te dwingen jouw gedachtegang over te nemen. Dit gebeurt vaak door het vragen achterwege te laten en enkel te pleiten voor het eigen gelijk. Zodoende wordt de dialoog door één partij gedomineerd, waardoor de dialoog feitelijk een monoloog wordt. Door gebruik te maken van een rits technieken waaronder: de ander onderbreken, het verdraaien van feiten, het gebruikmaken van suggestieve, directieve of zelfs manipulerende vragen, wordt de dialoog door één partij beheerst. 

Bestempelen of labelen is iemand of iemands ideeën van een kwalificatie voorzien, zodat men die in een bepaalde categorie kan stoppen. 

Aanvallen spreekt voor zichzelf. Het doel is dan minder het eigen gelijk halen, eerder de ander te kwetsen en te doen lijden. Aanvalstechnieken zijn onder meer kleineren en regelrecht bedreigen. 

Kijk naar je gedrag onder stress 

Laat ik even samenvatten: angst kan leiden tot vluchten en woede tot vechten. Samen kunnen ze de basis vormen van stress. We nemen aan dat je aandachtig blijft tijdens het gehele dialoogproces. Men neemt daarbij zowel de inhoud als het inzetten van de condities en vaardigheden onder ogenschouw. Men geeft speciale aandacht aan tekenen waardoor men kan zien of de dialoog cruciaal wordt. Om dit belangrijk ogenblik te kunnen grijpen, kijkt men voornamelijk uit naar tekenen van angst of woede. Wanneer veiligheid in het gedrang komt, heeft men oog voor de verschillende vormen van vluchten en vechten. 

Is men nu volledig gewapend? Ziet men nu alles wat er te zien is? 

If the doors of perception were cleansed,

everything would be seen as it is.

William Blake

Het antwoord op deze vragen is: nee! Het moeilijkste element om er zeker van te zijn dat men op de verschillende niveaus aandacht heeft voor het volledige proces, is het eigen gedrag! Dit gedrag situeert zich ergens op volgend continuüm: vluchten, wegdeemsteren, passief, neutraal, assertief, agressief, buitensporig gewelddadig (i.e. het ‘vluchten – vechten’ continuüm). Eerlijk gezegd, het is uiterst moeilijk om het eigen gedrag te observeren wanneer men in een Cruciale dialoog verwikkeld is. Men kan nu eenmaal niet fysiek uit het eigen lichaam stappen en zichzelf observeren. Men bevindt zich aan de verkeerde kant van de oogballen. 

De waarheid is dat de meesten onder ons het moeilijk hebben om van binnenuit hun eigen gedrag te meten en te evalueren. Het komt nogal voor dat men tijdens Cruciale dialogen zelf angstig en woedend is en daardoor zelf vlucht of vecht. Het echt bewust zijn van Creatieve wisselwerking op alle niveaus is iets waar we door indoctrinatie en socialisatie niet bijster goed in geworden zijn. 

Het gebruik van de vaardigheid procesbewustzijn is inderdaad iets van het moeilijkste wat er is, zeker het gebruik ervan op het eigen functioneren. Niet alleen dient men dan aandachtig te zijn voor het eigen gedrag, maar ook voor wat dat gedrag bij de ander teweegbrengt. Het komt erop aan duidelijk te zien welke impact dit gedrag heeft op angst of woede. Indien het doel is angst of woede uit de dialoog te bannen, dan dient men te starten bij zichzelf: ban angst of woede uit jezelf! 

Door de vaardigheid procesbewustzijn is men er zich niet alleen bewust van de werking van het creatief wisselwerkingsproces in zichzelf en de ander, maar ook van de werking van de Vicieuze Cirkel binnen zichzelf en de ander. Inderdaad om de draaizin van de Vicieuze Cirkel te veranderen, dient men ten volle bewust en consistent de condities en vaardigheden van het creatief wisselwerkingsproces te beleven.


[i] Antonella D’Amore, Bruce Springsteen’s World Citizenship. Interdisciplinary Literary Studies Vol. 9, No. 1, Glory Days: A Bruce Springsteen Celebration (Fall 2007), University Park, PA: Penn State University Press. Bladzijden 162-181

[ii] George E.P. Box & Norman R. Draper. ©. Wiley, 1987. Bladzijde 424

[iii] Johan Roels. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. 2012. Bladzijden 279-309

[iv] W. Edwards Deming. Out of the Crisis. Quality, Productivity and Competitive Position. Cambridge, MA: Cambridge University Press, 1982. Bladzijden 59-62, 202 en 266-268

[v] William Styron. Sophie’s Choice. New York, NY: Random House, Inc. 1979. & gelijknamige film van Alan J. Parker met Meryl Streep in de hoofdrol, 1982 

[vi] Felicity Mellor en Stephen Webster (Editors). The Silences of Science. Gaps and Pauses in the Communication of Science. New York, NY: Routledge (imprint of the Taylor and Francis Group), 2017


BLIJF WAKKER I – DEEL XXX

HOE VASTHOUDENDHEID VERHOGEN?

If I have a good trait it’s probably relentlessness. I’m a hound dog on the prowl. I can’t be shook![i]

Bruce Springsteen

Thus the methodology by which Springsteen came to his music is perhaps less interesting than the tenacity with which he held to his ideals.

–  Bruce Springsteen: Two Hearts, the Story[ii]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben een van de twee basiscondities van de vierde karakteristiek: Continu Transformeren, namelijk Vasthoudendheid.

Vasthoudendheid heeft veel synoniemen: tenaciteit, persistentie, perseveratie, doorzettingsvermogen, volharding, verbetenheid, determinatie, halsstarrigheid, weerbarstigheid en uithoudingsvermogen. Het kan beschreven worden als de verbazingwekkende bekwaamheid die sommigen hebben om door te gaan daar waar anderen het opgeven. Ik vind het opmerkelijk dat een begrip, dat zoveel synoniemen heeft, een bekwaamheid benoemt die zo weinig mensen werkelijk hebben.

Het is wel een bekwaamheid die cruciaal is om wendbaar en weerbaar, wat het onderliggend thema van deze columnreeks is (zie Deel I), te blijven! Dat ik zowat elke column start met een quote van, of met betrekking tot, Bruce Springsteen is niet toevallig. Ook deze keer niet. Bruce Springsteen heeft, hoewel men het niet zou zeggen wanneer men hem hoort en ziet, ook te maken gehad met tegenslagen. Deze hebben hem er tot nog toe niet van weerhouden door te zetten op de weg die hij ingeslagen is. Zijn tenaciteit is bijna spreekwoordelijk geworden. Dat hij niet te beroerd is om mee te delen dat ook hij te kampen heeft gehad met depressies, maakt dat hij voor mij een voorbeeld is van terug op staan en weer doorgaan met de verbetenheid nodig om te slagen. Iets wat Brené Brown ‘Rising Strong’ noemt naar haar gelijknamig boek[i]. Een zeer lezenswaardig boek waarover ik ooit een heus essay schreef, zowel in het Engels[ii] als in het Nederlands[iii]. Daarin toon ik aan dat het ‘sterk-weer-opstaan’ proces niets anders is dan het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking na een miskleun.

Een ander voorbeeld van Vasthoudendheid: Paul de Sauvigny de Blot SJ

Paul de Sauvigny de Blot SJ, kortweg Paul de Blot, noem ik vaak m’n vierde (‘spirituele’) vader. Ooit verklaarde hij mij, tijdens één van de twee retraites dat ik bij hem volgde in het najaar van 2011 en het voorjaar van 2012, het volgende: “Het succes dat ik in mijn leven heb gehad, was voornamelijk te wijten aan iets dat me gewoon, door omstandigheden en interacties met anderen, toeviel. Ik was niet op zoek naar succes, succes kwam op mijn weg, ik herkende het, raapte het op en maakte er gebruik van, met héél veel doorzettingsvermogen.” Paul de Blot SJ leerde mij aldus dat, wanneer iets je toevalt, men het niet alleen dient op te rapen. Men dient er vooral iets uit te leren en er iets mee te doen. Het echte leren is actie leren, niet het verzamelen van informatie. Paul de Blot heeft het daarbij over het creatief wisselwerkingsproces. Informatie alleen zorgt niet voor transformatie!

Paul de Blot en Victor Frankl[iv] denken langs dezelfde lijnen met betrekking tot het hebben van succes en de zin van het leven. Er zijn nog paralellen te ontdekken in de levens van Paul en Victor. Beiden overleefden in de tweede wereldoorlog een verschrikkelijk concentratiekamp. Een verhaal dat Paul vaak vertelt, betreft zijn overleven in een Japans concentratiekamp. Paul leefde daar meer dan één jaar in een isoleercel waar hij geen licht kon zien en dus na een tijdje niet meer wist of het nu dag of nacht was. Het is fundamenteel een verhaal over relatie en niet opgeven. Paul getuigt dat het niet de sterkste mannen waren die overleefden, maar die mannen die in interactie met elkaar bleven en elkaar blijvend ondersteunden.

Onder de stammen van Noordelijk Natal in Zuid-Afrika is de meeste voorkomende groet, gelijkwaardig aan ons “Hallo!”, de uitdrukking “Sawubona!”. Die betekent letterlijk, “Ik zie je”.  En daarmee wordt niet zo zeer het effectief ‘zien’ bedoeld.  Het betekent vooral – zoals de bekender uitdrukking “Namaste” – “De God in mij ziet de God in jou of “Ik zie mezelf door jouw ogen” of nog “Ik kom tot leven door jou heen.” Volgens Peter de Jager wordt deze Zoeloe groet meestal beantwoord met “Ngikona!”, wat betekent: “Ik ben hier”[v]. De volgorde van deze uitwisseling is belangrijk: totdat jij mij ziet, besta ik eigenlijk niet. Het is alsof, wanneer jij mij ziet, jij mij tot leven wekt. 

Deze betekenis, die inherent is aan de taal, maakt deel uit van het Ubuntu gedachtengoed, dat een overwegende levenswijze is van vele inheemse volkeren in zuidelijk Afrika. Het Ubunto concept vloeit voort uit het Zulu gezegde “unmunto numuntu nagabuntu” dat vertaald klinkt als “Een persoon is een persoon omwille van andere mensen.[vi]” Het tweespan “Sawubona” en “Ngikhona” vormen de basis voor een diepgaande dialoog: Sawubona is een uitnodiging om deel te nemen aan elkaars leven, Ngikhona is het positieve antwoord op die uitnodiging. 

Volharden in die dialoog zorgt niet alleen voor Creatieve wisselwerking maar ook voor Continue Transformatie. Hoewel Paul de Blot in z’n isolatiecel zijn lotgenoten niet kon zien, bleven ze, via dialogen doorheen dikke gevangenismuren, in leven! Paul de Blot getuigde herhaaldelijk dat hij op punt stond het leven op te geven toen hij plots signalen hoorde en hij via morsetekens kon communiceren met een medegevangene aan de andere kant van de muur van zijn isolatiecel.

Een voorbeeld van gebrek aan Vasthoudendheid

Tijd voor een annekdote die aangeeft dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking en het opbrengen van de daartoe nodige Vasthoudendheid niet steeds lukt. Een goede kennis van mij, Bruno Chevolet, ingenieur bij het Gents staalbedrijf dat toen de naam Sidmar droeg, was, mede omdat Bruno in het Luikse geboren werd, terecht gekomen bij de joint venture SEGAL in Ivoz-Ramet (Flémalle). Hij was daar onder meer HR verantwoordelijke en Bruno kon z’n General Manager, Guido Detrez overhalen hun veiligheidssysteem te laten doorlichten met de veiligheidsaudit die ik had ontworpen. In mijn rapport parafraseerde ik ondermeer een hoofdstuk van Henry Nelson Wieman’s Man’s Ultimate Commitment: “From drift to direction.[vii]” De audit had duidelijk blootgelegd dat het bedrijf, ook wat veiligheid betrof, op drift was en dat er nood was aan een duidelijke richting. Het was mij ook zo klaar als een klontje geworden dat de neuzen van de directieleden, kaderleden van de drie moederbedrijven van SEGAL (Sidmar, Cocqueril en Hoogovens), verre van ‘aligned’ waren. Mijn audit rapport had de werkign van een ijskoude douche. Het pleitte voor hun weerbaarheid dat ik toch gevraagd werd hen te ondersteunen bij het opbouwen van hun veiligheidssysteem en het geven van ‘Beyond Loss Control’ trainingen.

Uiteindelijk zag Guido zelf in dat hij zijn gedrag – dat een uitzonderlijk hoog ‘command & control’ gehalte had – diende te transformeren. Hij vroeg mij hem te helpen bij dat persoonlijk transformatieproces. Guido had eindelijk waarderend begrepen dat een groot deel van het probleem binnen Segal bij hem zelf lag en was vol goede moed om een paar vaardigheden aan te leren, teneinde z’n medewerkers te tonen dat het hem menens was. Toen ik hem als opdracht gaf zich vier specifieke gedragingen eigen te maken, was zijn commentaar: “Die zullen vlug een gewoonte worden, want ze zijn zo ‘soft’, Johan”. We hadden een afspraak dat hij me wekelijks zou informeren over zijn vorderingen. De eerste week was hij enthousiast… , maar dat enthousiasme smolt weg als sneeuw voor de zon. We waren ook nog overeengekomen dat Guido binnen de vier maand zijn transformatie met succes zou hebben  afgerond. Hij beweerde tijdens ons eerste gesprek daaromtrent dat hij die vier maanden niet nodig zou hebben. Na twee maand vroeg hij mij om ‘langs te komen’. Zijn boodschap was dat hij onze samenwerking opblies, omdat wat ik hem vroeg te doen… te ‘hard’ voor hem was en dus onmogelijk. Als goede Waal en Bourgondiër, nodigde hij mij uit in een (h)eerlijk restaurant ‘La Ciboulette’, in de wijk Chokier tegenover z’n bedrijf, aan de andere oever van de Maas, voor een hartige lunch. Tijdens het aperitief van ons ‘afscheidsmaal’ vroeg ik hem wat hij zo in z’n weekends deed. Gedurende de ganse maaltijd onderhield hij mij over het edele golf spel. En hoe hij elke week, voor de start van zijn 18 holes tour, gedurende een vol uur z’n golfswing oefende op het oefenterrein. “Want, Johan, het geheim van golf ligt in het inslijpen van op zich eenvoudige bewegingen.” Tijdens het dessert gaf ik hem wel nog mee: “Toch spijtig, Guido, dat je het commitment en de tenaciteit kunt opbrengen voor jouw golf spel en niet voor vier eenvoudige basisgedragingen van Creatieve wisselwerking, die je naar mijn bescheiden mening meer nodig hebt, als mens én als manager, dan het meesterschap van uw golfswing”.

Hoewel ik een klant had kwijtgespeeld, leerde ik door die ervaring enorm veel bij. Een van de lessen was dat bij transformaties van gedrag, diegene die z’n gedrag wenst te veranderen dat best kenbaar maakt aan mensen die heel dicht bij haar of hem staan en die dan ook feedback kunnen geven. Daartoe dienen uiteraard de feedbackgevers te weten over welke veranderingen, in dit geval vaardigheden, het gaat en de moed te hebben die feedback ook daadwerkelijk te geven. We gaan op dit thema dieper in bij één van de volgende columns (Deel XXXIII). Dit gebeurde in het geval van de General Manager van Segal helemaal niet. Hij wou dat pertinent niet. Zijn medewerkers zouden wel vlug zien dat z’n gedrag grondig was veranderd. Het was een fluitje van een cent, toch?!? Niet dus!

Academische Vasthoudendheid[viii]

Dit is een term die gelanceerd werd door onder meer Carol Dweck, jawel, de professor waarover ik het al had in verband met de twee soorten mindsets: ‘growth mindset’ en ‘fixed mindset’ (Deel XIX). 

Eloïse, Edward en Elvire, academische vasthoudendheid is iets wat ik zie bij Eloïse, voor een groot stuk bij Elvire en wat ik Edward toewens. Academische vasthoudendheid is van uitzonderlijk belang voor jullie ontwikkeling, want het geeft een enorm verschil in jullie capaciteit om te leren en te transformeren.

Definitie

De niet-cognitieve factoren die langdurig leren en presteren bevorderen, kunnen worden samengebracht onder het label academische vasthoudendheid. Op het meest elementaire niveau gaat academische vasthoudendheid over, als student, langdurig en slim werken. 

Meer specifiek gaat academische vasthoudendheid over de denkwijzen en vaardigheden die studenten in staat stellen om:

  • verder te kijken dan korte termijn belangen, dus naar doelstellingen op de langere termijn en/of van een hogere orde, en 
  • niettegenstaande uitdagingen en tegenslagen, die onvermijdelijk gedurende een transformatie voorkomen, deze lange termijn doelstellingen blijven nastreven.

Uitdaging

Problemen met academische vasthoudendheid op de korte termijn kunnen te maken hebben met het zich zorgen maken over ‘niet slim genoeg’ zijn of buitengesloten worden op school. Die kunnen een onwil of onvermogen met zich meebrengen om onmiddellijke bevrediging uit te stellen ten gunste van resultaten op langere termijn. Daardoor streeft men vaak enkel succes na buiten de school.  Elk van deze factoren kan ervoor zorgen dat studenten minder met hun schooltaken bezig zijn, minder geneigd zijn om te profiteren van de mogelijkheden om te leren en minder toegerust zijn om uitdagingen en tegenslagen het hoofd te bieden.

Hoe ziet academische vasthoudendheid eruit?

Academisch vasthoudende studenten vertonen de volgende kenmerken en gedragingen: 

  • Ze geloven dat ze academisch en sociaal op school thuishoren. School is een deel van wie ze zijn en wordt gezien als een route naar toekomstige doelen, zoals het voorzien in hun toekomstig gezin of het bijdragen aan hun gemeenschap of samenleving;
  • Hun hoofdtaak is leren. Ze zien hun inspanningen positief en kunnen het korte termijn plezier opgeven omwille van hun schoolwerk, hetgeen uiteindelijk zal leiden naar lange termijn genoegdoening. Ze zoeken bijvoorbeeld uitdagende taken die hen helpen nieuwe dingen te leren, in plaats van taken die zich in hun comfortzone bevinden, die weinig moeite vergen en ook weinig gelegenheid bieden om te leren; 
  • Ze ontsporen niet door moeilijkheden, of die nu intellectueel of sociaal zijn. Ze liggen wel eens tegen het canvas en ze staan sterk weer op. Ze zien een tegenslag als een kans om te leren en een probleem als iets om op te lossen in plaats van deze te zien als een vernedering, een negatieve evaluatie van hun bekwaamheid of waarde, een symbool van toekomstige mislukkingen, of een bevestiging dat ze er niet bij horen. Dit geldt zowel voor een specifieke opdracht als voor hun studie in het algemeen; 
  • Ze weten hoe ze op de lange termijn niet alleen betrokken, maar ook geëngageerd dienen te blijven en hoe nieuwe strategieën kunnen worden ingezet om effectief vooruitgang te boeken;
  • Ze beleven daartoe tijdens hun persoonlijke Continue Transformatie van binnenuit het creatief wisselwerkingsproces.

Het zou nuttig zijn dat jullie, Eloïse, Edward en Elvire, bovenstaande kenmerken aftoetsen om te evalueren in welke mate jullie deze kenmerken bezitten. Het zijn uiteraard kenmerken van jullie ‘mindset’. En gezien elk van jullie m.i. een ‘growth’ mindset heeft, kan die individuele mindset getransformeerd worden. Totdat deze alle bovenstaande kenmerken omvat.

Over Mindsets en Doelen van Studenten

Mindsets van studenten met betrekking tot hun intelligentie

Studenten kunnen intelligentie zien als een vaste hoeveelheid die ze wel of niet bezitten (een vaste mindset) of als een transformeerbare hoeveelheid die kan worden verhoogd met inspanning en leren (een groei mindset). Eloïse, Edward en Elvire, jullie behoren tot die laatste groep. 

Studenten met een vaste mindset geloven dat hun intellectuele vermogen een bepaalde hoeveelheid is, en ze hebben de neiging zich meer zorgen te maken over het bewijs van die hoeveelheid, in plaats van hun zorgen te maken om die hoeveelheid op te krikken. Ze maken zich zorgen over hun vaardigheden, en dit kan, in het licht van uitdagingen en tegenslagen, leiden tot negatieve gedachten (bijv. “Ik faalde omdat ik dom ben”), gevoelens (zoals vernedering) en gedrag ( opgeven). 

Studenten met een groeimindset zullen daarentegen dezelfde uitdaging of tegenvaller vaak in een heel ander licht zien en als een kans om te leren. Als resultaat reageren ze met constructieve gedachten (bijv. “Misschien moet ik mijn strategie wijzigen of mij meer inzetten”), gevoelens (zoals de opwinding, dus positieve spanning die de uitdaging met zich meebrengt) en gedrag (doorzettingsvermogen). Deze mindset stelt studenten in staat tijdelijke tegenslagen te overstijgen en zich te concentreren op lange termijn leren. Veel onderzoek toont aan hoe belangrijk mindsets zijn voor academische vasthoudendheid en prestaties[ix].

Studenten met een groeimindset lieten in die studies een continue verbetering zien; degenen met een gefixeerde mindset deden dat niet. Hoe is dit mogelijk? Analyses toonden aan dat de studenten met de groeimindset hogere cijfers behalen omdat ze het leren hoger waarderen dan slim overkomen. Ze zien inspanning als een deugd, omdat inspanning helpt bekwaamheden te ontwikkelen. Ze hebben ook de neiging om academische tegenvallers te zien als een ‘wake-up call’ teneinde hun inspanningen te vergroten of om nieuwe strategieën uit te proberen. 

Daarentegen zijn studenten met een gefixeerde mindset minder geneigd om uitdagingen, die het potentieel hadden om tekortkomingen te onthullen, te verwelkomen. Ze zien deze inspanning vanuit een negatief daglicht, omdat velen geloven dat inspanning een factor is die wijst op een lage bekwaamheid in plaats van een factor die nodig is om die bekwaamheid uit te drukken of te vergroten. Ze hebben ook de neiging om academische tegenvallers te zien als bewijs dat ze vaardigheden ontberen.

Dus een groeimindset betreffende intelligentie bevordert vasthoudendheid – door studenten te inspireren om hun eigen efficiëntie te verhogen en niet toe te laten dat die efficiëntie onderuitgehaald wordt door een tegenslag. Het tegendeel gebeurt wanneer men behept is met een vaste mindset. Maar hoe worden deze twee totaal verschillende mindsets gevormd. Mueller en Dweck[x] toonden in hun studies aan hoe de ogenschijnlijk subtiele aspecten van een leerling lof toe te zwaaien dramatische effecten kan hebben op de mindsets en veerkracht van die leerling. Studenten lof toezwaaien voor hun bekwaamheid leerde hen een gefixeerde mindset en creëerde kwetsbaarheid. Dit terwijl studenten loven voor hun inspanningen of strategie bij deze studenten een groei mindset creëerde en hun veerkracht bevorderde.

Verassende resultaten, dat wel. Dus een leerling zeggen dat hij ‘slim’ is, vermindert de flexibiliteit van z’n mindset. Zij of hij begint te geloven slim geboren te zijn en dat hun intelligentie een gegeven is. Uiteindelijk zitten ze opgezadeld met een vaste mindset, ze zitten als het ware vastgeroest in hun eigen gelijk: “Ik ben intelligent en ik kan daar niets aan veranderen”. Een leerling anderzijds prijzen voor haar of zijn inzet, verhoogt de flexibiliteit van diens mindset. Zij of hij begint te geloven dat hun intelligentie naar hogere niveaus kan gestuwd worden door zich in te zetten bij het leren. Uiteindelijk verwerven ze een groei mindset. Ze weten dat ze die door inzet en doorzettingsvermogen steeds kunnen uitbreiden.

Kortom, mensen met een groei mindset zijn gemakkelijker te overtuigen, want ze voelen dit intuïtief aan, dat het van binnenuit beleven van Creative wisselwerking die mindset effectief zal doen groeien

De verschillende Doelstellingen van studenten 

“Prestatie” versus “Leer” doelen. Een manier waarop intelligentie-mindsets bijdragen ​​tot vasthoudendheid, is het vormgeven van de kerndoelstellingen van studenten. In algemene termen kunnen deze doelen zich richten op “prestaties” (als een manier om iemands bekwaamheid te bewijzen) of “leren” (als een manier om iemands bekwaamheid te verbeteren). Het onderschrijven door studenten van deze of gene doelstelling voorspelt vaak hun academische prestaties.

Zoals we reeds hebben gesteld, maken studenten met een vaste mindset inzake hun intelligentie zich vaak zorgen over de hoeveelheid intelligentie die ze hebben en willen ze die steeds maar weer bewijzen. Om deze reden hebben ze de neiging zich te concentreren op ‘prestatiedoelen’ – het doel om goed te presteren en daarbij doen ze alles om te voorkomen dat ze slecht presteren, dit teneinde hun bekwaamheid te bewijzen aan zichzelf en aan anderen. Ze hebben ook als doel zo min mogelijk moeite te doen, gezien ze geneigd zijn te geloven dat een hoge inspanning zal geïnterpreteerd worden als een teken van een lage bekwaamheid[xi]. Studenten met een groeimindset inzake hun intelligentie stellen zich vaak “leer” of “meesterschap” doelen – het doel om uitdagend academisch materiaal te leren en te beheersen.

Kortom,, studenten met een ‘fixed’ mindset zijn eerder geneigd om prestatiedoelen na te streven en daarbij kiezen ze taken binnen hun comfortzone, waar ze dus zeker goed kunnen presteren; terwijl studenten met een ‘growth’ mindset resoluut kiezen voor uitdagende leerdoelen en daarbij kiezen ze taken buiten hun comfortzone, waar ze van kunnen leren.

Zelfbeheersing

Zelfs als studenten de mindset en de doelstellingen hebben die vasthoudendheid bevorderen, kunnen ze nog steeds onder hun potentieel niveau presteren. Een verdere verhoging van hun academische vasthoudendheid, en daardoor de resultaten, is mogelijk door zelfregulerende vaardigheden, waardoor studenten boven de afleidingen en verleidingen van het moment kunnen uitstijgen, hun taak kunnen volbrengen en obstakels kunnen overwinnen voor prestaties op de lange termijn.

Een hoog niveau van academische prestaties vereist dat studenten afzien van activiteiten die hen op korte termijn kunnen afleiden of verleiden om taken, die belangrijk zijn voor hun academische succes op de lange termijn, niet uit te voeren. Bijvoorbeeld Edward, om goed te presteren op de wiskundetest van de volgende dag dien je te studeren voor de test en geen videogames te spelen. Zelfcontrole is blijkens een bepaalde studie zelfs een sterkere voorspeller van studiesucces dan de maatstaf bij uitstek voor het intellectuele vermogen van studenten – hun IQ score[xii]!

Zelfbeheersing zorgt voor meer tijd doorgebracht met studeren en minder tijd met televisie kijken. In een tijdperk waarin jullie, Eloïse, Edward en Elvire, steeds meer afgeleid worden, want Facebook, You Tube, WhatsApp, Messenger, Instagram, sms-berichten en videospelletjes zijn op jullie iPhone altijd beschikbaar, kan jullie vermogen om afleiding uit te schakelen, teneinde zich te concentreren op een moeilijke studietaak, hoe langer hoe meer belangrijker worden voor academisch succes.

Grinta (zich kunnen vastbijten)

Een andere belangrijke factor in academische vasthoudendheid is grinta, of ‘doorzettingsvermogen en passie voor lange termijn doelen’[xiii].  Terwijl zelfbeheersing het vermogen inhoudt om op korte termijn aan verleidingen te weerstaan, benadrukt grinta het doorzettingsvermogen bij het nastreven van lange termijn doelen. Voor zover hoge prestatieniveaus langdurige inspanningen vereisen bij moeilijke taken, zal grinta een belangrijke voorspeller zijn van het slagen op school. 

Hoe Academische Standvastigheid ten goede veranderen?

Eloïse, Edward en Elvire, wat kunnen jullie zelf doen om jullie academische standvastigheid op peil te houden? Het gaat hier om het cultiveren van een groei mindset, het ondersteunen van het geloof dat jullie thuishoren op school, het aanmoedigen van het zoeken naar specifieke doelen met betrekking tot die uitdaging, het bevorderen van jullie engagement tot leren, en het internaliseren van de vaardigheden die jullie in staat stellen deze doelen vasthoudend na te streven.

Mindsets

Zoals we hebben opgemerkt, is een kritisch aspect van academische vasthoudendheid het vermogen om directe zorgen te overstijgen en te reageren op leer tegenslagen met veerkracht. Nogmaals, het gaat dus om wendbaar en weerbaar te blijven, het hoofddoel van deze serie columns (zie ook Deel I). Studenten die een vaste mindset over intelligentie koesteren hebben, zoals we reeds zagen, de neiging om overdreven gefocust te zijn op zorgen over hun bekwaamheid op korte termijn en om leer tegenslagen te zien als bewijs van een gebrek aan bekwaamheid. Wanneer hun vermogen wordt bedreigd of ondermijnd, geven ze vaak hun leerinspanning op, wat uiteraard hun schoolprestaties schaadt.

Uit wetenschappelijke studies blijkt dat kennis omtrent hoe het brein werkt, nieuwe verbindingen vormt en slimmer wordt wanneer een student uitdagende taken uitvoert, positieve resultaten heeft op hun schoolresultaten. Die studenten zetten hun vaardigheden beter in! Een groei mindset begrijpt waarderend dat intelligentie groeit met moeite en hard werken, dat de hersenen gedurende het hele leven nieuwe neurale verbindingen kunnen vormen, en dat de geest, zoals een spier, sterker wordt bij gebruik. Over die neurale verbindingen heb ik al geschreven in een vorig deel, waar ik het had over het inslijten van gewoonten (Deel VIII). Uw mindset veranderen heeft daar veel mee te maken. Daarom ook is de eerste vaardigheid van deze vierde karakteristiek Continue Transformatie: Herhalen en Evalueren. Zie daarvoor een volgend deel (Deel XXXII).

Het veranderen van de manier van denken van studenten over intelligentie kan dus de manier veranderen waarop ze omgaan met uitdagingen en tegenslagen in hun schoolomgeving, waardoor ze vasthoudender leren en presteren.

Sociale samenhorigheid en waarde bevestigende interventies 

Jullie samenhorigheidsgevoel is een belangrijke factor bij het bepalen of jullie betrokken blijven en succes behalen op school. Het is dus belangrijk dat jullie zich op school opgenomen en gerespecteerd voelen. Dit gevoel van sociale samenhorigheid hebben jullie, samen met jullie mama Daphne, onder andere gecreëerd door jullie memorabele verjaardagsfeestjes en jullie Chiro kampen. En sociaal er bij horen verhoogt, volgens een studie van Walton & Cohen[xiv], jullie schoolmotivatie en schoolresultaten. 

Over samenhorigheid schreef Brené Brown ooit:

True belonging is the spiritual practice of believing in and belonging to yourself so deeply that you can share your most authentic self with the world and find sacredness in boty being a part of something and standing alone in the wilderness. True belonging doesn’t require you to change who you are; it requires you to be who you are[xv].

Brené Brown

Bovenstaande quote past dus naadloos in deze serie columns: Blijf Wakker! Ook daarin pleit ik voortdurend om jullie Originele Zelf te blijven (zie o.m. Deel III). Samenhorigheid betekent niet opgaan in de massa, het betekent jezelf blijven en Creatieve wisselwerking van binnenuit blijven beleven met je sociale groep. Dit ook op school!

In een ander onderzoek hebben Cohen en collega’s een waarden bevestigende interventie onderzocht[xvi]. Dit is een interventie die studenten in hun schoolomgeving herinnert aan de dingen die zij in zichzelf waarderen. Veel studenten, vooral diegenen die op een school worstelen met negatieve stereotypen, hebben misschien niet het gevoel dat de dingen die ze het meest waarderen – hun gevoel voor humor, hun relatie met hun familie, … – zaken zijn die hen waardevol maken in de schoolomgeving. Door na te denken en uit te weiden over de kwaliteiten die zij in zichzelf het meest waarderen, kunnen studenten deze waarden ‘brengen’ in de schoolomgeving en daarmee hun gevoel van verbondenheid vergroten. Inderdaad, de techniek van waarde bevestiging zorgt ervoor dat stress en bedreiging in schoolomgevingen verminderen voor studenten die op school negatief worden beïnvloed door stereotypen. Anders gesteld: wanneer jullie, Eloïse, Edward en Elvire, vanuit jullie Kernwaarden, Creatieve wisselwerking van binnenuit beleven, zal de Vicieuze Cirkel van de schoolomgeving worden afgeremd.

Mijn rol in het versterken van jullie Academische Standvastigheid

Eloïse, Edward en Elvire, mijn rol bevat onder meer het voortdurend versterken van de boodschap dat jullie “thuishoren” in de school die jullie met jullie mama gekozen hebben en dat jullie het potentieel hebben om te groeien en uit te blinken. Dat doe op een manier die consistent is met wat ik hier heb geschreven.

Ik doe dit binnen drie brede categorieën: ‘Uitdaging’, ‘Scaffolding’ en ‘Er bij horen’. Jullie zullen dit reeds ‘gevoeld’ hebben. 

Ik daag jullie continu uit om vast te houden aan hoge normen met betrekking tot het bevorderen van jullie groei mindset en het stellen van uitdagende leerdoelen), terwijl ik ondersteuning bied op kennis en motivatie vlak waardoor effectieve zelfregulering wordt bevorderd. Daardoor help ik jullie om jullie leer-doelstellingen te bereiken. Ik zorg er ook voor dat jullie zich verbonden en gesteund voelen net door het bevorderen van jullie gevoel van verbondenheid en bevestiging. Dat ik dit doe op de tonen van Creatieve wisselwerking is een evidentie.

De term ‘Scaffolding’ (steiger) werd geïntroduceerd in het baanbrekende werk van Jerome Bruner en zijn collega’s[xvii]. In het oorspronkelijke gebruik verwees het naar het bieden van ondersteuning, bijvoorbeeld door een mentor aan een student, dat ‘subtiel maar voldoende’ is, net genoeg om de student vooruit te helpen, schijnbaar op zijn of haar eigen manier. Ik ga hierna iets dieper in op twee vormen van ‘Scaffolding’: die van jullie ‘cognitief’ leren (Educatieve ‘Scaffolding’) en die van jullie motivatie om te leren (Motiverende‘Scaffolding’). Beide soorten ‘Scaffolding’ dragen bij tot academische vasthoudendheid.

Educatieve ‘Scaffolding’ is van groot belang onder uitdagende omstandigheden. Jullie dienen de cognitieve ondersteuning te krijgen die jullie nodig hebben om de hoge standaard te bereiken. En zeker bij Eloïse zijn de SUI omstandigheden uitdagend, vandaar dat ik mij momenteel ook leerling voel van het zesde middelbaar. En ik geef toe, ook ik leer bij! Daarbij gebruik ik de Feedback vaardigheid waar ik later (Deel XXXIII) nog uitvoerig op terug kom. Een deel van de effectiviteit van dergelijke feedback ligt in het bewijs dat ik hierdoor geef van mijn commitment naar Eloïse toe en in m’n geloof in haar groeicapaciteit. En ik mag met een gerust hart zeggen dat actueel (voorjaar 2020) de effecten al meer dan zichtbaar zijn! Daarbij neem ik voortdurend, zo goed als ik dit al kan, voortdurend het perspectief in van Eloïse. Daardoor is het gemakkelijker mijn feedback en hints naar Eloïse toe te personaliseren en bespreken we samen de lacunes in de kennis en hebben wij voortdurend oog voor haar behoeften op het vlak van motivatie. En de eerste bewijzen dat deze subtiele interpersoonlijke dynamiek van de interactie opa-kleinkind een grote bijdrage levert aan de vasthoudendheid van Eloïse zijn reeds zichtbaar. Niet dat het al optimaal is. Ik heb inderdaad nog veel te leren!

Motiverende ‘Scaffolding’ verwijst naar de ondersteuning die ik gebruik om de motiverende hulpmiddelen te promoten die Eloïse nodig heeft om uitdagingen in de klas (en daarbuiten) aan te gaan. Dergelijke motivatie-instrumenten omvatten (a) doelen stellen en zelfmanagementstrategieën, en (b) gezonde motivationele oriëntaties. Daarbij gebruik ik ondersteunende intrinsieke motivatie. Ik besprak hoger al de rol van leerdoelen en een gevoel van doelgerichtheid in de vasthoudendheid van studenten. Hier heb ik het over het motiveren van het leren van Eloïse om intrinsieke redenen in plaats van extrinsieke. Wanneer studenten intrinsieke motieven hebben, ondernemen ze taken voor zichzelf, voor het leren of voor doelen met intrinsieke inhoud, zoals groei, gemeenschap en gezondheid. Wanneer studenten daarentegen extrinsieke motieven hebben, ondernemen ze de taken om een ​​extrinsiek doel te bereiken, zoals geld of roem. Ik zeg niet dat extrinsieke motivatie per definitie verkeerd is, en Bonnie en ik gebruiken die ook wel. Dan wel enkel op het einde van de rit (schooljaar) en het bedrag van de prestatie gift wordt niet op voorhand meegedeeld. Intrinsieke motivatie pas ik bij wijze van spreken dagelijks toe. Het is veelzeggend dat veel studies aantonen hoe de vasthoudendheid van studenten meer wordt gevoed door intrinsieke doelen dan door extrinsieke doelen (zie onder meer Pink[xviii]).

Vansteenkiste en z’n collega’s stellen, wat Eloïse en ik dit jaar ondervonden:

 “If instructors help students see the long-term relevance [of an activity] to themselves in terms of intrinsic goals such as personal growth, meaningful relationships with others, becoming more healthy and fit, or contributing to their community . . . the students are likely to become more engaged with the learning activities and in turn to understand the material more fully and to perform better in demonstrating their competence.[xix]” 

Het derde element waar ik Eloïse ondersteun is ‘Er bij horen’. Ik heb al besproken dat ‘Er bij horen’ een cruciaal element is van standvastigheid. Ik waarschuw Eloïse echter herhaaldelijk dat ‘erbij horen’ niet hetzelfde is als ‘Er de slaaf van zijn’. In de laatste graad van het middelbaar kan het al eens gebeuren dat men vergeleken wordt met klasgenoten en dat daardoor soms wat wrevel ontstaat, wat kan leiden tot verstrikt geraken in het web van de Vicieuze Cirkel. Ik hou Eloïse voor zich slechts te vergelijken met anderen via de mediaan resultaten. Belangrijker nog is Eloïse leren zich te vergelijken met zichzelf om te zien of er zich een progressie in de resultaten aftekent. En indien er een toets of examen tegenvalt, niet in paniek te slaan. Integendeel de test op te vragen en de oorzaken van de fouten trachten vast te pinnen. En daaruit te leren. Dit is leren uit fouten; want fouten maken mag, indien er lessen uit getrokken worden. Iedere miskleun is namelijk een uitnodiging tot verbeteren!

Wat ik hierboven schrijf in verband met Eloïse is onlangs (schooljaar 2019-2020) ook gestart met Edward. Edward zit nog in de eerste graad van het SUI en … volgend jaar steken we een tandje bij, is het niet Edward ?!?

Wat Elvire betreft de toekomst zal uitwijzen welke rol ik kan spelen wanneer zij volgend jaar start aan het SUI.


[i] Brené Brown. Rising Strong. London, UK: Vermilion, Penguin Random House group. 2015.

[ii] https://www.slideshare.net/johanroels33/the-rising-strong-process

[iii] https://www.slideshare.net/johanroels33/het-sterkweeropstaan-proces

[iv] Viktor E. Frankl. Man’s Search for Meaning. The Classic Tribute to Hope from the Holocaust. London, Rider, an imprint of Ebury Publishing, a Random House Group company, 2011

[v] https://www.linkedin.com/pulse/parsing-personal-privacy-puzzle-peter-de- jager/

[vi] Peter M. Senge [et al.] The Fifth Discipline Fieldbook, strategies and tools for building a learning organization. Doubleday, New York, 1994.

[vii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL.: Southern Illinois University Press, 1958. Bladzijden: 36-55.

[viii] http://www.howyouthlearn.org/pdf/Academic%20Tenacity,%20Dweck%20et%20al..pdf

[ix] Blackwell, L., Trzesniewski, K., & Dweck, C.S. Implicit theories of intelligence predict achievement across an adolescent transition: A longitudinal study and an intervention. Child Development, 78, 2007 Bladzijden 246–263.

[x] Mueller, C.M., & Dweck, C.S. (1998). Intelligence praise can undermine motivation and performance. Journal of Personality and Social Psychology, 75, 1998. Bladzijden: 33-52.


[xi] Blackwell, L., Trzesniewski, K., & Dweck, C.S.. Implicit theories of intelligence predict achievement across an adolescent transition: A longitudinal study and an intervention. Op. Cit.

[xii] Duckworth, A. L., & Seligman, M. E. P. (2005). Self-discipline outdoes IQ in predicting academic performance of adolescents. Psychological Science, 16, 2005, pp: 939-44.


[xiii] Duckworth, A.L., Peterson, C., Matthews, M.D., & Kelly, D.R. (2007). Grit: Perseverance and passion for long-term goals. Personality Processes and Individual Differences, 92, page 1087.

[xiv] Gregory M. Walton and Geoffrey L. Cohen. Brief Social-Belonging Intervention Improves Academic and Health Outcomes of Minority Students. Science. 18 March 2011: Vol. 331, issue 6023, pp. 1447-1451

[xv] Brené Brown. Braving The Wilderness. A Quest for True Belonging and the Courage to Stand Alone. New York, NY: Random House, a division of Penguin Random House, LLC. 2017.

[xvi] Cohen, G. L., Garcia, J., Apfel, N., & Master, A. (2006). Reducing the racial achievement gap: a social-psychological intervention. Science, 313, pp. 1307-1310. 

en

Cohen, G. L., Garcia, J., Purdie-Vaughns, V., Apfel, N., & Brzustoski, P. (2009). Recursive processes in self-affirmation: intervening to close the minority achievement gap. Science, 324, pp. 400-403. 

[xvii] Wood, D., Bruner, J., & Ross, G. The role of tutoring in problem solving. Journal of child psychology and psychiatry, 17,1976. Pp. 89-100. 

[xviii] Dan H. Pink Drive: The surprising truth about what motivates us. New York, NY: Riverhead Books. 2009.

[xix] Vansteenkiste, M., Lens, W., & Deci, E. L. Intrinsic versus extrinsic goal contents in self-determination theory: Another look at the quality of academic motivation. Educational Psychologist, 41, 2006. pp. 19-31; Bladzijde 28


[i] Josh Tyrangiel. Reborn in the USA. Time Magazine, Saturday, July 27, 2002.

[ii] Dave March. Two Hearts, the Story. New York, NY: Routledge, Taylor&Francis group. 2004. Blz. 88.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXIX

4DE KARAKTERISTIEK CREATIEVE WISSELWERKING: CONTINU TRANSFORMEREN

DNA is a big part of what the show is about: turning yourself into a free agent. Or, as much as you can, into an adult, for lack of a better word. 

It’s a coming-of-age story, and I want to show how this—one’s coming of age—has to be earned. 

It’s not given to anyone. It takes a certain single-minded purpose. It takes self-awareness, a desire to go there. And a willingness to confront all the very fearsome and dangerous elements of your life —your past, your history—that you need to confront to become as much of a free agent as you can.

Bruce Springsteen in an interview regarding his show ‘Springsteen on Broadway’ [i]

Eloïse, Edward en Elvire, zoals jullie in m’n boeken ‘Creatieve wisselwerking’ en ‘Cruciale dialogen’ hebben kunnen lezen, omvat Creatieve wisselwerking vier karakteristieken, acht condities en zestien vaardigheden. In deze column zal ik het hebben over de vierde karakteristiek: Continu Transformeren. Het beleven van de vorige drie karakteristieken heeft maar zin indien de vierde karakteristiek een succes wordt. Hier worden de vruchten al dan niet geplukt van de vorige inspanningen!

The universe is transformation; our life is what our thoughts make it. 

Marcus Aurelius 

Het objectief van het beleven van deze karakteristiek – en in feite van het totale Creatief wisselwerkingsproces – is Huidige Realiteit effectief om te zetten in de Gewenste Toekomst. Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking zijn we tot een gedeelde mening gekomen met betrekking tot de oplossingen en hebben we beslist wat we effectief gaan doen. Dat is mooi, maar uiteraard niet voldoende. Wil de beleving van Creatieve Wisselwerking het beoogde doel werkelijk bereiken, dan dienen de gekozen oplossingen ten volle gerealiseerd te worden. Anders gesteld, we voeren de besliste activiteiten daadwerkelijk uit, gebruikmakend van de middelen, de strategische aanpak en het actieplan. 

Ideeën worden geen werkelijkheid omdat het briljante ideeën zijn. Ze worden ook niet per ongeluk verwezenlijkt. Steeds opnieuw blijkt dat het hebben van het juiste idee enkel maar een miniem gedeelte is van het ganse proces, misschien slechts één percent van de totale reis. Het grootste gedeelte van de reis is het effectief stappen op, soms onbestaande, wegen en blijven doorstappen tot het doel van de reis bereikt wordt. Slechts daardoor wordt de werkelijkheid getransformeerd. Stap voor stap, vandaar dat deze karakteristiek Continue Transformatie wordt genoemd.

Vraag tien personen wat zij verstaan onder transformatie, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Dat het iets te maken heeft met verandering weten de meesten wel, maar wat het precies is, daar bestaan verschillende meningen over. Let wel, niet iedere verandering is een transformatie. Een transformatie kenmerkt zich door haar insteek, omvang, complexiteit en strategische waarde, maar ook vooral door het feit dat de gehele bedrijfsvoering geraakt wordt. Pas dan is een verandering ook een transformatie! 

Het is dus ook niet vreemd dat het begrip in onze samenleving, en daarmee ook in het bedrijfsleven, niet steeds correct wordt gebruikt, terwijl de noodzaak voor een transformatie in jaren niet zo groot is geweest. Zo worden er verschillende termen gebruikt: Transitie, Transformatie en, het in Nederland een heuse hype geworden begrip, Kanteling.

Transitie vs Transformatie

Deze twee begrippen zijn geen synoniemen. Ze duiden op twee verschillende processen bij diepgaande veranderingen. Het eerste proces, het transitieproces, heeft te maken met het maken van een duidelijke belofte en het tweede proces, het transformatieproces, gaat over het effectief realiseren van deze belofte.

Het transitieproces heeft te maken met het veranderen van de ‘huidige structuur’: de regels, wetten, financiële verhoudingen en dergelijke, die het mogelijk moeten maken om tot de nieuwe situatie te kunnen komen. Dit heeft directe impact op de organisatie van de uitvoering, omdat de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen daarbij vastgelegd worden. 

Het transitieproces kent meestal een duidelijke startpunt, dito eindpunt en doorloopt een aantal stadia:

  • verkenningen en onderzoek (hoe zou het anders kunnen); 
  • vertaling in een voorstel betreffende de broodnodige verandering (concrete voorstellen over verantwoordelijkheden, financiële middelen, wegen, actieplan); 
  • overleg met het veld over de voorgestelde veranderingen; 
  • het nemen van de beslissing betreffende de transformatie.

In organisatie ligt de verantwoordelijkheid voor het transitieproces vooral bij het topmanagement, daarbij ondersteund door de meest betrokken partijen (zoals de hiërarchische lijn met inbegrip van de uitvoereden). 

Eloïse, Edward en Elvire, in deze serie columns over het creatief wisselwerkingsproces komt het transitieprocesovereen met de voorgaande columns, dus met het beleven van de voorgaande karacteristieken van Creatieve wisselwerkingAuthentieke Interactie, Waarderend Begrijpen en Creatieve integratie. In de volgende columns zal ik het transformatieproces beschrijven.

Het transformatieproces (vooral de effectieve vernieuwing van de mindset en cultuur) is gericht op het realiseren van de beoogde inhoudelijke effecten van de belofte: in organisatie is dat een ander gedrag van het management, de hiërarchische lijn en de uitvoerenden, een andere organisatie cultuur, andere werkwijzen en vooral ook het anders met elkaar omgaan tussen alle betrokken partijen (management, hiërarchische lijn, uitvoerenden, klanten, omgeving). 

Het startpunt van het transformatieproces is nog wel redelijk te duiden, maar het eindpunt heel waat moeilijker, omdat het meestal over continue transformatie gaat. Wat in gang wordt gezet is veel meer dan een simpel veranderingsproces. Ook is er geen standaardindeling te maken van stadia die doorlopen zouden moeten worden. Dit komt neer op het chaotisch karakter van Creatieve wisselwerking. Bij het beleven van deze vierder karakteristiek Continu Transformeren is het goed mogelijk dat de drie andere karakteristieken een of meerdere keren terug aan zet komen.

Kanteling vs Transformatie

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb het niet echt voor deze, vooral Nederlandse, hype. Dit komt voornamelijk omdat het begrip Kantelen niet dynamisch is. Het duidt niet op een proces, eerder op een event. Mijn afkeer voor deze hype komt ook door het feit dat ik in mijn leven al zoveel dusdanige events en hypes meegemaakt. De overgrote meerderheid ervan stierven finaal een zachte dood, brachten geen echte transformatie teweeg en van de hype werd uiteindelijk niemand beter van.

Er is nog een andere reden waarom ik m.b.t. het begrip ‘kantelen’ huiver. Laat ik dat verklaren aan de hand van de ‘oorzaak en gevolg’ dominotheorie van o.m. Heinrich en mijn tweede vader Frank E. Bird Jr. binnen arbeidsveiligheid, het vakgebied uit voornamelijk mijn tweede professionele leven.

Domino Theorie (Herbert W. Heinrich 1930)

Domino Theorie (Frank E. Bird Jr. 1966)

Wel nu, zo’n dominosteentje ‘kantelt’ en sleurt andere dominosteentjes mee totdat ook het laatste kantelt en valt (dat laatste symboliseert de ‘verliezen’). En dan liggen die domino’s daar te liggen. Dus een statisch model: even kantelen, vallen en dan liggen te apegapen…

Ik had ooit een dialoog met mijn tweede vader rond zijn wereldberoemd model en ik vroeg hem “Wat gebeurt er als het linkse steentje in de andere richting kantelt?” Ik bespaar je de details van het verloop van dit gesprek van meer dan vijfentwintig jaar geleden. 

Wel heb ik uiteindelijk mijn eigen ‘oorzaak en gevolg’ model – de Zeeftoren[ii]  – gecreëerd. Dit model werd in 1997 enthousiast door Frank begroet. Eloïse, Edward en Elvire, jullie moeder en ik waren die zomer bij Frank op bezoek op z’n domein in Loganville, nabij Atlanta. Die ontmoeting was dan in feite een van de ‘Root Causes’ van het schrijven van m’n derde boek ‘Creatieve wisselwerking’, edoch dit is een ander verhaal.

Jaren geleden leerde ik via het onvolprezen boek van Daniel Ofman “Bezieling en kwaliteit in organisaties”[iii], waarover ik het reeds vroeger een paar keer had, dat je het meest kan leren van iets of iemand die zich in jouw ‘allergie’ bevindt (cf. de Kernkwaliteiten theorie van Daniel Ofman – zie deel IV). 

Op 1 april 2016 werd dan een heus boek ‘Het Kantelingsalfabet’ gepubliceerd, waarvan heel wat hoofdstukken in blog vorm konden gelezen worden op hun website. Dus om te leren vanuit m’n allergie las ik meerdere van die blogs. Ik kon mij niet van de indruk ontdoen dat heel wat van die teksten niet echt nieuw zijn. En dat ze als hoofdstuk in het nieuwe boek werden opgenomen mits af en toe het woord ‘veranderen’ te vervangen door ‘kantelen’, kwestie van consistent te zijn met de hype.

Niet dat die hoofdstukken niet goed geschreven zouden zijn of geen deugdelijke boodschap zouden verspreiden. Dat wil ik helemaal niet beweren. Neem nu (‘om de gedachten te vestigen’ zou Professor Fernand Backes zaliger gezegd hebben) de twee bijdragen van mevrouw Emilie Kuijpers- de Vries: Kantelen naar ZIJN – Keuzes… ?!? en Kantelen naar ZIJN – Comfortzone.

Haar blog[iv] omvat een beschrijving van het proces waarop het Cruciale Dialoogmodel is gebaseerd en dat ik het creatief wisselwerkingsproces noem. Tijdens dit proces wordt een keuze gemaakt en nadien uitgevoerd. Emilie noemt het een proces waarbij hoofd en hart betrokken is en dit is uiteraard ook het geval bij het beleven van het creatief wisselwerkingsproces en de dagelijkse toepassing ervan, de ‘Cruciale dialoog’[v]. Het hoofd komt overeen met de linker lus van het Cruciale Dialoog model dat in verbinding staat met het midden, waar het hart zich bevindt. De rechter lus is dan weer het creëren van de ‘oplossing’, het beslissen (de keuze) en uiteindelijk het uitvoeren van de beslissing, het doen. Om met Paul de Sauvigny de Blot SJ te spreken: er is een wisselwerking tussen het DOEN (Zowel Denken als Uitvoeren) en het ZIJN. Het lichaam van de vlinder is een metafoor voor je ZIJN: jouw Intrinsieke waarde, Kernwaarden, Kernkwaliteiten (talent), Doel, Intentie en Engagement.

Het Cruciale Dialoogmodel (Johan Roels 2012)

Haar tweede blog[vi] gaat dan weer over hetgeen ik de mindset of het mentaal model noem. Emilie gaat in dit blog in op de creatie van de ‘mindset’ vanaf onze jonge jaren. Mindset die uiteindelijk het persoonlijk Mentaal Model (opgebouwd uit overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders) of het Wereldbeeld wordt. Stephen Covey gebruikte het begrip Paradigma: “Je ziet niet de wereld zoals die in werkelijkheid is, je ziet de wereld doorheen de brilglazen van je Paradigma (mindset, mentaal model, denkkader)”.  

Even raakt Emilie ook de werking van de Vicieuze Cirkel[vii] aan, maar heel diep gaat ze er niet op in. Wel onderlijnt ze het oh! zo ware en verraderlijke ‘jouw beeld is jouw waarheid’. Ze noemt het mentaal model de comfortzone (dit was nieuw voor mij) en gebruikt een mooie metafoor: je kunt je comfortzone zien als een wc-rolletje waar je door kijkt. Deze metafoor geeft duidelijk de begrensdheid van het mentaal model aan.

Emilie heeft het dus over de tweede fase van het Cruciale Dialoogmodel ‘Appreciatie’ en geeft ook aan hoe die gevormd wordt. De ‘kinderlijke’ nieuwsgierigheid, een van de basiscondities van die tweede fase, wordt door haar in de verf gezet. Het is door die nieuwsgierigheid dat we durven uit onze comfortzone (mentaal model) treden en vragen gaan stellen met betrekking tot de comfortzone van de ander. Uit de creatieve wisselwerking tussen de twee comfortzone ’s (mentale modellen) wordt een nieuwe uitgebreidere, sterkere, vollere comfortzone (mentaal model) gecreëerd.

Emilie stelt terecht: ‘je bewustzijn ontwikkelt continu’, wat me dan weer doet denken aan het ‘Valuing Consciousness’ concept van Henry Nelson Wieman en dus aan het door hem ‘ont-dekte’ Creatieve wisselwerkingsproces “that is transforming us as we cannot transform ourselves.”[viii] In feite stelt Wieman dat de expansie van het bewustzijn gebeurt via het creatief dialoogproces, waarin nieuwe perspectieven en interpretatiepatronen worden ontdekt via het mentaal model van de ander en dat sommige van deze worden ingebed in het eigen mentaal model, waardoor dit laatste voller, rijker en groter wordt.

Emilie schrijft: “De essentie is dat je unieke zelf je voortstuwt, altijd, ondanks je ontwikkelde comfortzone”, wat dan weer in Henry Nelson Wieman’s taal wordt: “De essentie is dat je Originele (Creatieve) Zelf je voortstuwt, en dit ondanks je Actuele (Gecreëerde) Zelf.” Indien Creatieve wisselwerking stilvalt, onder meer door de werking van de Vicieuze Cirkel, stellen we ons tevreden met het Gecreëerde Goed (Created Good) en doden we in feite het Creatieve Goed (Creative Good). Puur ZIJN is dan het steeds beleven van binnenuit van het Creatieve wisselwerkingsproces ten koste van de Vicieuze Cirkel,  waardoor ik naadloos terecht kom bij een van mijn slagzinnen: “(CI)² = Continous Improvement through Creative Interchange”.

Zo zien jullie  Eloïse, Edward en Elvire, je kunt inderdaad steeds leren van iets dat je in jouw ‘allergie’ raakt. Ik heb alvast een dot van een metafoor gekregen… een wc-rolletje!

En, laat ons wel wezen, het begrip ‘kantelen’ gebruiken als synoniem voor ‘transformeren’ getuigt van een grote naïviteit. Het publiceren van een boek met honderd schrijvers in een recordtempo kan een hype veroorzaken, edoch geen duurzame transformatie. Mijn derde vader Charles Leroy (Charlie) Palmgren leerde mij in 1998 dat, omdat het zo moeilijk van binnenuit te beleven is wegens het negatieve proces de Vicieuze Cirkel, het creatief wisselwerkingsproces nooit een hype zal worden. Charlie verwoordde het als volgt:

“Seeking to live in authentic interacting, appreciative understanding, creative integrating and continuous transformation will never be popular.”

Charles L. Palmgren

Het belang van Continue Transformatie

Genius is 1 percent inspiration and 99 percent perspiration 

Thomas Edison 

Deze quote van Edison geeft het belang aan van de vierde karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Continu Transformeren. Het van binnenuit beleven van de vorige karakteristieken, die geleid hebben tot de ideeën, oplossingen, besluiten en beslissingen, blijken maar 1 percent van het volledige traject uit te maken. We hebben dus nog een enorme reis voor de boeg. Het beleven van die vierde karakteristiek moet de overige 99 percent waar maken. En de quote van Edison geeft aan dat die reis niet gemakkelijk zal zijn. De creativiteit, die zorgt voor de ideeën, speelt zich af in de ‘ruimte’. Nu moet het ideeën set landen en die start van de ‘lange tocht’ is meestal niet vrij- blijvend. “When the Rubber meets the Road’ is een typisch Amerikaanse uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde. Zolang het idee in de lucht hangt, ondervindt het relatief weinig hinder, uiteraard in de veronderstelling dat het niet uit de lucht wordt geschoten (cf. de afknalzinnen). Op het moment dat het ‘landt’ ontstaat een enorme wrijving, vergelijkbaar met de wrijving die de wielen van het landingsgestel ondervinden wanneer een vliegtuig na een vlucht opnieuw het tarmac raakt. Het moment dat men overgaat tot actie ondervindt het idee plots grote hinder in zoverre dat heel wat ideeën uiteindelijk niet volledig gerealiseerd worden; de transformatie is door de wrijving tot stilstand gekomen. 

Een ander belangrijk element ligt besloten in de paradox van Henry Nelson Wieman’s “two-fold commitment’. Enerzijds dient men ten volle voor de beslissing te gaan , met gedrevenheid en hardnekkigheid. Daarbij is niet versagen de boodschap. Anderzijds dient men voortdurende open te staan om te leren wat de continu veranderende werkelijkheid te bieden heeft en dus te durven wijzigingen aanbrengen (indien die werkelijkheid daar om vraagt).

Commitment en Intrinsieke Motivatie, het gouden duo voor Continue  Transformatie

Inzet (commitment) is de bereidheid om alles te doen wat nodig is om de acties die werden gekozen en beloofd te worden uitgevoerd, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Het gaat heel dikwijls om de bereidheid buiten de eigen ‘comfortzone’ te treden. Het gaat dus om onvoorwaardelijke inzet! Intrinsieke motivatie is de prikkel om te doen wat men beloofd heeft te doen. Het is de kracht en reden waarom men elke dag weer opstaat en de handen aan de ploeg slaat.

Wanneer men wel gemotiveerd is en onvoldoende inzet heeft, dan zal de transformatie niet succesvol zijn. Dan is men iemand die wel de correcte droom heeft maar denkt dat die zich wel vanzelf zal realiseren of niet bereid is er zich maximaal voor in te zetten. Hierdoor wordt men vlug ontmoedigd en bereikt men uiteindelijk niet het vooropgestelde doel. Wanneer men wel de bereidheid heeft zich maximaal in te zetten, maar men niet echt een reden heeft om dat blijvend te doen (intrinsieke motivatie), dan zal men ook dan uiteindelijk niet effectief zijn.

Beiden, inzet én intrinsieke motivatie zijn, naast de passie voor het leven, essentieel voor een succesvolle transformatie!

Hoe nu verder?

Om die ideeën tijdens de ruwe landing te beschermen, omvat deze fase als basiscondities Tenaciteit of Vasthoudendheid (Deel XXX) en Interafhankelijkheid i.e. van elkaar wederzijds afhankelijk zijn (Deel XXXI) en als handvatten, stukken gereedschap, vaardigheden of disciplines: 

  1. Herhalen en Evaluatie van de uitvoering van de activiteiten (Deel XXXII);
  2. vragen om en geven van Feedback i.e. Positive Reinforcement en Corrrigeren (Deel XXXIII);
  3. indien nodig Durven Wijzigen (Deel XXXIV);
  4. aandachtig beleven van het ganse proces i.e. het zó belangrijke Procesbewustzijn (Deel XXXV).

Zoals bij de vorige karakteristieken is er ook hier een versterkende wisselwerking tussen de basiscondities en de vaardigheden. Hoe meer een van de vaardigheden van binnenuit wordt beleefd hoe meer een of beide basiscondities versterkt worden; hoe meer de basiscondities versterkt worden hoe meer de vaardigheden worden ingezet. Bijvoorbeeld: zo zal het Herhalen van het beloofde gedrag en de Evaluatie ervan, de basicconditie Vasthoudendheid versterkt worden en door die versterking houdt men ook vast aan de beleving van de vaardigheden, waaronder het geven van Feedback, waardoor de basiscondities Interafhankelijkheid versterkt wordt, wat dan weer …

Personal transformation can and does have global effects. 

As we go, so goes the world, for the world is us. 

The revolution that will save the world is ultimately a personal one. 

Marianne Williamson 


[i] Michael Hainy. Beneath the surface of Bruce Springsteen. https://www.esquire.com/entertainment/a25133821/bruce-springsteen-interview-netflix-broadway-2018/

[ii] http://www.slideshare.net/johanroels33/linked-indiscussion2014-tower

[iii] Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties. Utrecht-Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, Servire, 1999, blz 31-51.

[iv] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/169-kantelen-naar-zijn-keuzes

[v] Johan Roels. Cruciale dialogen, Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012.

[vi] https://www.dealfabetboeken.nl/blogs/het-kantelingsalfabet/178-kantelen-naar-zijn-comfortzone

[vii] Stacie Hagan and Charlie Palmgren. The Chicken Conspiracy. Breaking the Cycle of personal stress and organizational mediocrity. Baltimore, MA: Recovery Communications, 1998.

[viii] Henry Nelson Wieman. Man’s Ultimate Commitment. Carbondale, IL.: Southern Illinois University Press, 1958.

BLIJF WAKKER! DEEL XIX

Springsteen has himself changed with the times, 

becoming more sensitive to the issues

his most-adored music still raises. 

Born To Run[i]demonstrates that. 

The decency at the heart of his memoir is a balm. 

He’s not only survived a life in rock and roll; 

he shows how a true believer doesn’t have to get stuck within its illusions, no matter how much they also attract him. 

After all, to Springsteen, a worthwhile dream isn’t an illusion; 

it’s a form of work. Therefore, it’s worthy of revision.[ii]

The limits of loving the Boss – NPR – 2016 

Eloïse, Edward en Elvire, deze column gaat over het in vraag stellen van Mentale Modellen. Vooreerst zal ik trachten duidelijk te schetsen wat Mentale Modellen zijn, wat hun belang is en waarom we onze eigen Mentale Modellen praktisch continu in vraag dienen te stellen.

Deze vaardigheid heeft dus te maken met het gebruiken, onderkennen, in vraag stellen en veranderen van Mentale Modellen. 

To break a mental model is harder than splitting the atom 

Albert Einstein

Het begrip Mentale Modellen

Filosofen houden zich al eeuwen bezig met Mentale Modellen. Men zou kunnen stellen dat die traditie teruggaat tot Plato’s allegorie van de grot[iii]. Het begrip werd ook in een beroemd sprookje verwerkt. ‘De Nieuwe Kleren van de Keizer’ van Hans Christian Andersen[iv]gaat niet over ijdelheid; het gaat over het niet zien van de echte werkelijkheid vanwege een gekleurd denkkader. 

Het principe zelf van het mentaal model werd bijna een eeuw geleden geïntroduceerd door Jean Piaget[v]bij zijn beschrijving van de ontwikkeling van het denken van het kind. Piaget heeft de groei van Mentale Modellen onderzocht in relatie tot geluid. Zijn hypoteses zijn de volgende. 4- tot 5-jarigen denken dat er niets gebeurd tussen een voorwerp dat een geluid produceert en zij die het geluid horen. Voor een 6-jarigen is dit al anders, deze denken dat geluiden in een voorwerp blijven als ze niet gehoord worden en als ze wel gehoord worden, als het ware uit het voorwerp naar het oor springen, om vervolgens terug te keren naar het voorwerp. Vanaf 7-jarige leeftijd is het kind in staat op te merken dat geluid zich naar alle kanten beweegt vanaf de bron. Vanaf ongeveer 11 jaar beseft een kind dat geluid iets is wat door de lucht beweegt en het gevolg is van trillingen. Later onderzoek heeft aangetoond dat Piaget’s bevindingen grotendeels juist waren. Zijn onderzoek bewees dus ook dat de mind zich bij jonge kinderen praktisch continu transformeert. En wat transformeert de mind, gezien die dat zelf niet kan? Inderdaad Eloïse, Edward en Elvire, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Kenneth Craik, de veel te vroeg overleden Schotse psycholoog, werkte in 1943 in zijn boek ‘The Nature of Explanation’[vi]het begrip Mentaal model uit om te verklaren hoe de mens schaal modellen gebruikt om de wereld te begrijpen en die verklaring te ondersteunen met als doel gelijkaardige toekomstige gebeurtenissen vóór te zijn. 

Het begrip mentaal model wordt ook in de cognitieve psychologie gebruikt, onder meer door Johnson-Laird[vii]. In de cognitieve psychologie betekent het een ‘visuele kaart’ op basis waarvan de mens redeneert. Howard Gardner gaat in z’n boek ‘The Mind’s New Science’[viii]nog iets verder: 

“Cognitive science is predicated on the belief that it is legitimate – in fact; necessary – to posit a separate level of analysis which can be called the “level of representation.” When working at this level, a scientist traffics in such representational entities as symbols, rules, images – the stuff of representation, which is found between input and output – and in addition, explores the ways in which these representational entities are joined, transformed, or contrasted with one another. This level is necessary in order to explain the variety of human behavior, action, and thought.” 

Pierre Wack heeft het begrip, gedurende zijn werkzaamheden bij Royal Dutch/Shell, gebruikt als containerbegrip voor impliciete wereldbeelden of mentale theorieën die men hanteert voor waarneming, interpretatie en besluitvorming betreffende de toekomst[ix].  

Het begrip Paradigma

Het begrip Paradigma werd populair door het boek ‘De zeven eigenschappen van effectief leiderschap’ van Stephen Covey[x]. Om zijn eigenschappen waarderend te kunnen begrijpen dient men te weten wat ‘paradigma’s’ zijn en hoe we een paradigmaverschuiving kunnen creëren. Het begrip paradigmaverschuiving werd geïntroduceerd door Thomas Kuhn[xi]in zijn klassiek werk ‘De structuur van wetenschappelijke revoluties’. Die merkte op dat bijna elke belangrijke doorbraak in wetenschappelijk onderzoek een breuk met het tot dan gangbare paradigma betekent. 

Zo was vòòr Copernicus de aarde het centrum van het heelal. Copernicus realiseerde een paradigmaverschuiving door de zon centraal te stellen. Dit was een schok en Copernicus werd er zelfs voor vervolgd. Dit geeft aan dat iemand, die de ogen van zijn medemens opent, niet altijd gewaardeerd wordt. Dit ondervond ook Galileo Gallilei toen deze met z’n uitvindingen het heliocentrische model van Copernicus bewees en er over publiceerde. Hij werd tot twee maal toe terecht gewezen door de Inquisitie. De overlevering wil dat in 1633, Galilei, die toen al 69 jaar oud was, bij het vernemen van het vonnis – levenslang huisarrest – de woorden “Eppur si muove!” (“En toch beweegt zij!” – met name de aarde om de zon) zou geroepen hebben. Dat de Katholieke kerk moeite had om officieel hun miskleun te erkennen, blijkt uit het feit dat het tot in 1992 duurde dat Paus Johannes Paulus II officieel een excuus uitsprak. Iemand die het heliocentrisch wereldbeeld nog aannemelijker maakte, was Isaac Newton. Diens natuurkundig model is nog steeds de basis voor de moderne bouwkunde. Het is echter niet volledig. Het duurde tot Einstein z’n relativiteitstheorie de wetenschappelijke wereld op z’n kop zette, voor men dit inzag. Die theorie verklaarde heel wat meer en maakte daardoor een diepgaander begrijpen mogelijk. Er kan inderdaad met die theorie heel wat meer verklaard en begrepen worden. Later kwam dan de kwantummechanica, waar Einstein het dan op z’n beurt moeilijk mee had.

Probleme kann man niemals

mit derselben Denkweise lösen,

dürch die sie entstanden sind.

– Albert Einstein

Paradigma’s hebben een enorme invloed; ze zijn de lens waardoor we naar de wereld kijken. Fundamentele veranderingen hebben niet zelden te maken met paradigma verschuivingen. Paradigma’s zijn bepalend voor wie je bent. Zijn is zien. We kunnen onze visie niet fundamenteel veranderen zonder zelf te veranderen en omgekeerd. 

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het al begrepen, de begrippen Paradigma en Mentale Modellen zijn synoniemen. 

Het begrip Mindset

Voor het begrip Mentale Modellen wordt ook het begrip Mindset gebruikt.  Ik doe dat ook vaak, in navolging van m’n mentor Charlie Palmgren. Een Mindset is de manier van denken van een persoon en bevat diens opinies, meningen en aannames over iets of iemand. De Mindset is dan ook het ‘set’ Mentale Modellen die de ‘mind’ bevat.

If we really want to change, to transform,

we’ll have to transform our mindset

– Charles Leroy ‘Charlie’ Palmgren

Kortom, de Mindset bepaalt de standaard manier van denken, voelen en handelen. Het is de geconditioneerde manier van denken en voelen die het handelen stuurt. De Mindset hoort daarom bij de gecreëerde zelf. Het beschrijven van een Mindset wordt in de literatuur vanuit verschillende hoeken benadert:

  • Een van de meest bekende manieren is de groei mindset versus fixed mindset. Deze benadering komt van Carol Dweck[xii]. Een groei mindset is een mindset die ondermeer obstakels als een mogelijkheid voor ontwikkeling ziet. Want die mindset, die manier van denken, voelen en handelen gaat er vanuit dat je vaardigheden kunt leren. Een fixed mindset daarentegen omarmt de manier van denken, voelen en handelen die basiskwaliteiten, zoals intelligentie en talenten, vaststaan. Je ontwikkeling staat bij deze mindset eigenlijk al bij de geboorte vast.
  • Daniel Kahneman beschrijft in zijn boek, Thinking Fast and Slow[xiii]twee systemen van denken. Het brein kan op twee manieren gedachten maken. In systeem 1 maakt het brein op een snelle automatische, emotionele en onbewuste manier gedachten. Systeem 2 doet het anders. Systeem 2 is een langzamere aanpak, het is veel bewuster bezig om gedachten te produceren. In systeem 2 maakt men bewust gedachten.
  • In de boeddhistische wereld wordt gesproken over big minden small mind. Een big mindis een mind waarin de gedachten niet voortkomen vanuit het ego en controle. De big mindis zich voldoende bewust van de gedachten en emoties en wordt daar niet door geleid. Ik noem die mindset, de mindset van de Originele Zelf. Een small mindis de alledaagse denkgeest gevuld met gewone gedachten, gebabbel en emoties. De small mindhandelt onbewust en is erg reactief. Zelf noem ik de small mindde Mindset van de Monkey mind, dus van de gecreëerde zelf. 

Het verschil tussen de big minden small mindheeft veel te maken met het verschil tussen het helder bewustzijn (awareness) en het gekleurd bewustzijn (consciousness).

Het gebruik van Mentale Modellen 

Het begrip Mentale Modellen wordt door Chris Argyris[xiv] en Peter Senge[xv]gebruikt in het kader van organisatorische verandering. Volgens hen houdt elke geslaagde organisatieverandering ook een wijziging van de gebruikte Mentale Modellenin. Zelf stellen we, met Charlie Palmgren, dat het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerkingeen verrijking van de Mentale Modellen inhoudt. Het gaat in dit geval over een persoonlijke transformatie. Maar zei W. Edwards Deming niet ooit: “Nothing changes without Personal Transformation”[xvi]?

Een Mentaal Model stelt het denkproces voor dat iemand gebruikt om de wereld om hem heen te begrijpen. Het Mentaal Model is, zoals gesteld, samengesteld uit diepgewortelde vooronderstellingen, veralgemeningen en percepties die van invloed zijn op de manier waarop we de dingen zien en daarop reageren. Mentale Modellen spelen dus een belangrijke rol in onze beleving van de werkelijkheid en hebben daardoor een grote invloed op ons handelen. Mentale Modellen ‘affect what we see’, ‘determine how we make sense of the world’ en ‘shape how we act’ – Peter Senge[xvii].Of anders gesteld is, volgens Peter M. Senge, een mentaal model een diep in de individuele persoonlijkheid verankerd wereldbeeld, dat basis biedt voor een interpretatie van de werkelijkheid en derhalve een grote invloed uitoefent op het handelen. In mijn beeldtaal vertaalt wordt dit: een Mentaal Model is de bril waardoorheen de gecreëerde zelf z’n wereld begrijpt, en dus interpreteert, en van daaruit beslissingen neemt met betrekking tot haar of zijn handelen.

Mentale Modellen kunnen dus beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die daarmee de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie is de ‘wereld in ons hoofd’ geen objectieve afspiegeling van de werkelijkheid; zoals de ‘kaart’ van een stad niet die stad zelf is. Mentale Modellen zijn subjectieve vereenvoudigingen van de werkelijkheid. Mensen niet kunnen nu eenmaal niet worden beschouwd als objectieve waarnemers. Mensen zijn echt geen camera’s die enkel registreren wat er werkelijk gebeurt. Mentale Modellen zijn gebaseerd en ontwikkeld op basis van ervaringen uit het verleden. Hoe vaker de eigenaar van de Mentale Modellen deze bevestigd ziet in de werkelijkheid door haar of zijn subjectieve waarnemingen, hoe dieper de Mentale Modellen ingeworteld raken en hoe minder zij of hij open staat voor inzichten die strijdig zijn met haar of zijn Mentale Modellen. Die eigenaar loopt daardoor het risico om gevangene te worden van z’n eigen Mentale Modellen. Carol Dweck, zou zeggen dat de Mindset fixeert en daardoor niet meer transformeert.

Nogmaals, Mentale Modellen zijn ook gehelen van intuïties, kennis, herrineringen, aannames, vooronderstellingen en overtuigingen die iemand bezit over een bepaald onderwerp. Deze helpen een onderwerp te begrijpen. Zij of hij gebruikt deze modellen niet alleen om over een onderwerp na te denken; ze worden ook gebruikt om voorspellingen te maken. Een Mentaal Model is in feite een schema dat gebruikt wordt om herinneringen uit het geheugen naar boven te halen. Het is echter meer dan een schema, het is een voorstelling over de werking der dingen, en hoe de wereld in elkaar zit. In principe is een Mentaal Model dus een combinatie van een schema en parate kennis.

Die gehelen van intuïties, kennis, herinneringen, aannames, vooronderstellingen en overtuigingen, die we hier de naam Mentale Modellen hebben gegeven, krijgen ook andere labels opgespeld: Referentiekaders, Denkkaders, Mindsets en Paradigma’s.

Vorming en transformatie van Mentale Modellen

We worden niet geboren met Mentale Modellen, want we hebben bij onze geboorte nauwelijks een bewustzijn. De eerste zes weken ziet een baby zelfs redelijk onscherp. Wanneer hetgeen de baby bekijkt meer dan 30 cm van z’n ogen verwijdert is, wordt het beeld wazig. Het kind heeft uiteraard nog geen echte herinneringen. Het heel jonge kind is zeer geïnteresseerd in gezichten en dan vooral in dat van de moeder. Het bewustzijn vormt zich stelselmatig wanneer de tijdspanne dat het kind ‘wakker’ is langer wordt (zie in dit verband ook Deel IV). Daardoor beginnen zich langzaam, maar zeker Mentale Modellen te vormen. Naarmate we groeien en ouder worden, worden onze Mentale Modellen ingewikkelder.

Bij volwassenen zijn Mentale Modellencomplex en uitgebreid. Ook zien we af en toe in dat onze Mentale Modellenniet altijd correct zijn, dus niet altijd de wereld beschrijven zoals die is. Dit is aangetoond door onderzoeken met betrekking tot Mentale Modellen en de wetenschap; we hadden het er al over bij de bespreking van het begrip ‘paradigma’. Zo dacht men eeuwen dat de wereld plat was. Daardoor ontdekte men bijvoorbeeld Amerika rijkelijk laat. Men vreesde dat, indien men te ver uit de kust zou varen, het schip van de planeet zou donderen. Zo zeggen de meeste huisartsen, wanneer ze anitbiotica voorschrijven, er nu nog steeds bij dat de voorgeschreven dosis volledig dient ingenomen te worden. Blijkbaar denken nog te veel mensen dat er met de inname van antibiotica mag gestopt worden wanneer de symptomen van de kwaal beginnen te verdwijnen. Die aanname is dan een onderdeel van hun Mindset.

Mogelijke spin-off’s van niet correcte Mentale Modellen

Een Mentaal Model is dus een verzameling van diepgewortelde aannames, generalisaties of zelfs beelden die van invloed zijn op hoe we de wereld om ons heen zien en hoe we hierop inspelen. Omdat die Mentale Modellenzo diep verankerd zijn, zijn we ons meestal niet bewust van zowel de Mentale Modellen zelf, als van het effect dat ze op ons gedrag hebben. Men zou ook kunnen stellen dat een Mentaal Model een persoonlijk paradigma is, waarin men soms gevangen zit. 

Iedereen gebruikt dus Mentale Modellenom problemen op te lossen en de werkelijkheid te begrijpen. Zoals reeds gesteld zijn deze Mentale Modellenlang niet altijd juist. Iedereen zou zich er daarom helder bewust van dienen te zijn dat onze gekleurd bewustzijn, onze gekleurde bril zelden de werkelijkheid ziet zoals die is. 

We don’t see things as they are; we see them as we are.

– Annaïs Nin

Bovenstaande quote wordt veelal toegeschreven aan Stephen R. Covey. Stephen ontvouwde echter niet altijd waar hij de mosterd haalde (zie Deel V). Deze beroemde quote ontfutsselde hij van de schrijfster Annais Nin[xviii].

Snel conclusies trekken (Jumping to Conclusions)

Het gevolg van het hebben (en dus gebruiken) van een foutief Mentaal Model bij het oplossen van een probleem kan nefast zijn. Wanneer men te vlug besluit de vraag begrepen te hebben en het Mentaal Model, die werd gebruikt om de vraag te begrijpen, niet volledig correct is, dan is het antwoord op de vraag zelden de juiste. 

Eloïse, Edward en Elvire, ik heb hetgeen volgt veel meegemaakt: te vlug denken dat men het probleem begrepen heeft en waardoor men een oplossing vindt die later blijkt van nul en generlei waarde te zijn. Integendeel, het probleem, gezien niet ten gronde opgelost, slaat in alle hevigheid terug!

Elk voordeel heeft zijn nadeel

Johan Cruyff

Het voordeel van het hebben van Mentale Modellen wordt soms een nadeel. Wegens het hebben van Mentale Modellen werkt onze geest bliksemsnel. Ironisch genoeg schuilt daarin het nadeel. We maken veelal een onmiddellijke ‘sprong’ naar conclusies zonder effectief de tijd te nemen om die te toetsen. Wat een voordeel is in sommige gevallen. Mentale Modellen helpen bijvoorbeeld bij imminent fysisch gevaar om direct de juiste beslissing te nemen teneinde ons in veiligheid te brengen. In andere gevallen is het dan weer een nadeel. Mentale Modellen leren ons de kracht van het eigen gelijk: “Het kan niet anders dan dat het zo is!”

Snel conclusies trekken gebeurt wanneer we rechtstreekse observatie – concrete data opgepikt door het helder bewustzijn – onmiddellijk inkleuren met ons gekleurd bewustzijn dat door onze Mentale Modellen wordt aangestuurd. Gevaarlijk wordt het wanneer de directe conclusie de ‘juiste’ blijkt te zijn. Oorzaak en gevolg liggen niet nu eenmaal niet steeds dicht bij elkaar in tijd en ruimte. Hoewel we denken dat de door ons gevormde conclusie correct is, zorgt die oplossing vaak voor een veel later opduikend probleem. 

Hoe die valkuil ontwijken, Eloïse, Edward en Elvire? Door bij elke belangrijke conclusie na te gaan welke de gegevens zijn waarop die conclusie gebaseerd is en jullie de cruciale vraag te stellen: “Ben ik bereid te overwegen dat deze conclusie misschien wel onjuist of misleidend is?” Als het antwoord op die cruciale vraag nee is dan is er geen soulaas mogelijk. Inderdaad, indien jullie niet bereid zijn jullie Mentale Modellen in vraag te stellen, zullen jullie volharden in de boosheid. Als men wel bereid is een conclusie in twijfel te trekken, dient men die expleciet te scheiden van de data die er toe geleid hebben. Ik noem dat het gebruiken van de staande acht in de linker lus van de liggende acht. Daardoor wordt het Mentaal Model, dat aan zet is, onder de loep genomen door het te toetsen aan de objectieve data. Volgende tekening maakt dit duidelijk:

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid waar we het in dit deel over hebben, heeft dus te maken met het (durven) in vraag stellen van onze door leren en ervaring opgebouwde denkpatronen, die ook de manieren bepalen waarop we naar de werkelijkheid kijken. Wat ervan afwijkt – wat buiten ons denkkader ligt – wordt als een uitzondering beschouwd of zelfs in veel gevallen over het hoofd gezien. Het doorbreken, het openstellen van deze denkkaders maakt het mogelijk dat we onze filters kunnen bijstellen, en meer gaan zien van de werkelijkheid. Mentale Modellen zijn op zich niet slecht. Ze staan enkel in onze weg wanneer we zowel weigeren ze te herkennen als weigeren te erkennen welke impact ze hebben op onze perceptie, op het inkleuren van onze heldere observatie. 

Je snapt het pas als je het ziet 

Johan Cruijff

Een dialoog kan enkel tot iets nieuws en succesvols leiden als de deelnemers buiten hun Mentale Modellen treden. Omdat elke deelnemer een specifieke set Mentale Modellen hanteert, heeft zij of hij ook een specifiek inzicht. Wanneer de ander een inzicht van de werkelijkheid heeft dat verschillend is van het eigen inzicht, dan kan men, via het inzicht van de andere, meer leren van de werkelijkheid. Er wordt een opportuniteit geboden om te leren. 

Maar het eigen set Mentale Modellen maakt dat men dit niet altijd kan of wil zien. Dit omdat men het aanbod van nieuwe stimuli te vaak vertaalt in termen van oude modellen en desnoods wordt weggerationaliseerd. Van zodra men zich onwennig en ambigu voelt door een inzicht van de ander is dit een teken dat er verschillende Mentale Modellen gehanteerd worden. Nogmaals, we zien de waarheid niet rechtstreeks, we zien de waarheid doorheen de al dan niet doorlatende wanden van ons referentiekader. 

Voor diepleren is het echter nodig de Mentale Modellen, die het leren in de weg staan, te veranderen. Mensen zijn echter sterk aan hun manier van naar de wereld te kijken gehecht. Mensen blijven graag binnen hun eigen referentiekader. Ontdekken dat het eigen referentiekader niet meer bij machte is om bepaalde dingen te verklaren, niet meer klopt en bijgesteld dient te worden, wordt als bedreigend ervaren en is de oorzaak van heel wat weerstand tegen verandering, en dus heel wat weerstand tegen leren. Het is de weerstand tegen het accepteren van het achterhaald zijn van een manier van denken en werken die tot dan toe succesvol was. 

Creatieve Wisselwerking is het proces dat het ons mogelijk maakt onze paradigma’s aan te passen; onze referentiekaders en onze Mentale Modellen te veranderen. 

De ladder van gevolgtrekkingen (Ladder of inference)

Mentale Modellen worden ook gevormd door de zogenaamde ‘ladder of inference’ van Chris Argyris[xix] op en af te lopen. De ‘ladder of inference’ van Chris Argyris is een mentaal traject, waar eenieder zich wel eens aan bezondigt. Die ladder is de oorzaak van wat ik de gekleurde bril genoemd heb, in lijn met het gekleurd bewustzijn (consciousness). De ladder beschrijft hoe men beweegt van een set van gegevens (iets dat men hoort, zegt, ziet of voelt) via een serie van mentale stappen naar een handeling (de reactie). Volgende figuur geeft de start weer van de ‘interferentieladder’:

Het proces begint bij de selectie van gegevens, waaraan men vervolgens betekenis geeft, aannames formuleert, conclusies trekt, overtuigingen formuleert en vervolgens handelt. Deze processen vinden vaak onbewust en in een fractie van een seconde plaats. Deze mentale processen zijn voor niemand zichtbaar. Niemand kan zien welke stadia men heeft doorlopen wanneer men tot een bepaalde actie komt. De gevormde overtuigingen hebben dan weer invloed op de data die men de volgende keer in een vergelijkbare situatie selecteert. Het gedragspatroon wordt hierdoor versterkt. Het is een zich versterkende cirkel geworden, waarin overtuigingen keer op keer worden bevestigd. In onderstaande figuur wordt de volledige ‘ladder’ weergegeven[xx].

SSD:Users:LCCB:Desktop:Figuur 38.jpg

Dit mentaal traject gaat langs de sporten van een virtuele ladder, de ladder kan inderdaad als een Mentaal Model gezien worden. Deze leiden via toenemende abstractie vaak tot zeer misleidende overtuigingen, waarop dan actie wordt gebaseerd:

  • We selecteren altijd iets uit alle gebeurtenissen om ons heen;
  • We geven daar een betekenis aan;
  • Op basis van die betekenis maken we aannames;
  • Die aannames vormen dan de basis van onze conclusies;
  • En de conclusies vormen dan mijn overtuigingen;
  • En mijn gedrag is gebaseerd op die overtuigingen.

Eloïse, Edward en Elvire,dat alles wordt dan een soort “automatische reflex’, die ook jullie manier van waarneming versterkt. Tot zover niets bijzonders. Totdat bepaalde overtuigingen, die jullie op deze manier hebben gecreëerd,  belemmerend gaan werken. Belemmerend voor jullie zelf (laag zelfvertrouwen, beperkt wereldbeeld) en/of belemmerend in jullie relatie met anderen (geen effectieve samenwerking).

In dat geval kan het helpen om de ladder van gevolgtrekkingen eens bewust langs te lopen, alleen en/of met anderen. Dat levert jullie het volgende op:

  1. Jullie worden zich meer en beter bewust van jullie eigen gedachten en redeneringen;
  2. Jullie kunnen anderen hierin meenemen, zodat zij jullie gedachten, redeneringen en gevolgtrekkingen beter kunnen begrijpen;
  3. Jullie kunnen jullie aannames over de ander toetsen door gericht vragen te stellen.

De Linker kolom[xxi]

Eloïse, Edward en Elvire, uit het voorgaande blijkt dat een van onze problemen is dat “we denken wat we zien en we zien wat we denken”. We leven in een wereld waarin we zelf overtuigingen creëren. Overtuigingen die nauwelijks worden getoetst. We komen tot die overtuigingen op basis van conclusies die afgeleid zijn van onze gekleurde observatie gecombineerd met onze ervaring. Het vermogen om echt helder te kunnen zien is aangetast door de verworven zekerheid dat:

  • De waarheid voor de hand ligt;
  • De gegevens die we selecteren de enige echte gegevens zijn;
  • Onze overtuigingen berusten op die echte gegevens;
  • Onze overtuigingen de waarheid vormen.

Daar we die ‘zekerheid’ blijkbaar allen hebben en het, praktisch per definitie, zo is dat die ‘zekerheid’ van elke gesprekspartner nogal eens sterk verschillend is, staan die van elkaar verschillende ‘zekerheden’ een vruchtbaar gesprek vaak in de weg. 

Om een niet zo goed verlopen gesprek terug vlot te krijgen is het hulpmiddel ‘De linker kolom’[xxii] een reddingsboei. Hierbij gebruiken jullie enkele A4 bladen die met behulp van een verticale middellijn in twee gelijke kolommen verdeeld worden. Daarna denken jullie diep na over een frustrerend verlopen gesprek dat u onlangs voerde (met elkaar, een van jullie ouders, vrienden, …)

De rechter kolom (wat er werd effectief gezegd)

In de rechter kolom schrijven jullie de dialoog volledig uit zoals die heeft plaatsgevonden. De linker kolom blijft voorlopig blank totdat de dialoog volledig is uitgeschreven.

De linker kolom (wat elk van jullie dacht)

Nu schrijven jullie in de linker kolom wat elk van jullie dacht, maar niet heeft gezegd. Wees daarbij zo precies en zo eerlijk als mogelijk.

Nu wordt er een pauze ingelast 

Dit om de weerslag van het gesprek met een fris hoofd te kunnen doornemen. Dit heeft het voordeel dat men dan het eigen denken kan onderzoeken alsof het ‘het denken’ van iemand anders was. Met ons helder bewustzijn dus.

De reflectie (uitgaande van zowel de linker als de rechter kolom)

Tijdens de reflectie stellen jullie zich volgende vragen:

  • Hoe komt het dat ik zo denk en me zo voel?
  • Wat was mijn bedoeling? Wat wou ik bereiken?
  • Boekte ik de gewenste resultaten?
  • Zou ik door wat ik zei (rechter kolom) het gesprek in de verkeerde richting gedreven kunnen hebben?
  • Waarom zei ik niet wat er in mijn linker kolom staat?
  • Welke aannames heb ik zoals blijkt uit dit gesprek?
  • Wat was het resultaat van mijn aanpak: ‘winst’ of ‘verlies’?
  • Wat weerhield mij van een andere benadering?
  • Hoe kan ik mijn linker kolom gebruiken om het gesprek alsnog in een betere richting, en dus een beter resultaat te duwen?

Na de reflectie 

De oefening kan effectief gebruikt worden om het gesprek terug aan te knopen. Uiteraard mag de linker kolom niet gebruikt te worden om te beschuldigen of een waardeoordeel uit te spreken. Daarbij dient ook niet alles wat men denkt of voelt effectief overgebracht te worden. Maar als uw linker kolom aantoont dat de gebruikte Mentale Modellen aan herziening toe zijn, is een nieuw gesprek zeker aan de orde. 

Het doel ervan is de Mentale Modellen, die een vruchtbaar gesprek in de weg staan, op tafel te krijgen en bij te schaven. Wanneer beide gesprekspartners van een mislukte dialoog die oefening effectief doen en nadien de dialoog hervatten, is de kans groot dat deze nu wel vlot verloopt, uitstekende resultaten heeft en de Mindsets van beiden verandert.

Hoe Mentale Modellen effectief in vraag stellen?

David Hutchens[xxiii] beschrijft zeven principes van Mentale Modellen: 

  1. Iedereen heeft Mentale Modellen;
  2. Mentale Modellen bepalen hoe en wat we zien;
  3. Mentale Modellen leiden ons denken en ons gedrag;
  4. Mentale Modellen maken dat we onze aannames en conclusies als feiten gaan zien;
  5. Mentale Modellen zijn altijd incompleet;
  6. Mentale Modellen beïnvloeden de resultaten die we bereiken en versterken zichzelf daarmee;
  7. Mentale Modellen gaan vaak langer mee dan nuttig is.

Eloïse, Edward en Elvire, Mentale Modellen kunnen inderdaad zeer conservatief zijn. Indien ze niet in vraag worden gesteld, zullen ze ons laten zien wat we altijd gezien hebben. Wij kiezen daardoor uit de werkelijkheid enkel datgene dat in ons kraam (lees Mentaal Model) past. En aangezien we zien wat onze Mentale Modellen ons toelaten te zien, zullen we blijven doen wat ze ons toelaten te doen. En als we blijven doen wat we altijd gedaan hebben, zullen we blijven krijgen wat we altijd gekregen hebben. 

When things don’t work, and all your efforts do not produce the results you expected, then there is a flaw in the thinking – we are missing something and it is probably in your faces! What is needed is just the courage to face inconsistencies and to avoid running from them just because ‘that’s the way it was always done’… We simply need to look at reality and think logically and precisely about what we see. The key ingredient is to have the courage to face inconsistencies between what we see and deduce and the way things are done. The challenging of basic assumptions is essential to breakthroughs[xxiv].

– Dr Eliyahu M. Goldratt 

Aannames zijn geen feiten maar mentale kortsluitingen om tijd en moeite te besparen. We nemen ze voor waar aan en stellen ze niet in vraag, totdat het duidelijk wordt dat ze niet meer werken. We nemen veel te vlug aan dat nieuwe situaties gelijkaardig zijn aan eerdere ervaringen. Door aannames kunnen we ambigue feiten verkeerd inschatten. Ambiguïteiten zijn een onderdeel van praktisch elke diepgaand gesprek. Wanneer de ander spreekt, maken we alle soorten van aannames over wat hij zegt en de betekenis van zijn betoog. Zo wordt het gemakkelijk om ambigue boodschappen te doen passen in onze geconditioneerde manier van kijken. Het spreekt vanzelf dat wanneer de aannames niet correct zijn, de kans groot is dat ook de conclusies verkeerd zijn. 

De eigen Mentale Modellen vormen ons paradigma, de manier waarop wij de werkelijkheid zien en waarbinnen wij onze problemen oplossen. Ook paradigma’s gaan vaak langer mee dan nuttig is. Meer nog, indien men in haar of zijn Mentale Modellen blijft vastroesten, dan gaat men er ten slotte aan ten onder. Het vastroesten in haar of zijn Mentale Model is vastzitten in wat Carol Dweck een ‘fixed mindset’ noemt. Een ‘fixed mindset’ is zo krachtig dat het nieuwe inzichten onmogelijk maakt.

Heel wat mensen hebben in hun leven een intense, cruciale persoonlijke ervaring gehad, die hun kijk op dat leven voorgoed veranderd heeft. Men wordt door die ervaring gedwongen de werkelijkheid totaal anders te zien; men wordt als het ware herboren. Ik had die ervaring in 1976 in Indië, toen plots veiligheid in één fractie van een seconde belangrijk werd[xxv]. Bij Sint Ignatius was het een kanonskogel[xxvi], die hem tot bekering bracht en Saulus van Tarsus werd, onderweg naar Damascus, waar hij een grote slag wou slaan, van zijn paard gebliksemd en … Saulus, Paulus werd. En Paulus deed van toen af aan het tegenovergestelde van wat hij tot dan toe had gedaan: de vijand van de oogst was plots een excellente voorman in de oogst geworden. 

Ook in (andere) crisisperiodes is het drastisch veranderen van Mentale Modellen aan de orde. Maar dienen we echt te wachten op een crisissituatie om onze Mentale Modellen in vraag te stellen? Telkens men het grondig oneens is met een ander is het goed om de eigen Mentale Modellen te onderzoeken en niet de feitelijke verschillen. De feiten zijn overigens dezelfde. Ze worden alleen verschillend gepercipieerd. De ander kijkt naar dezelfde zaken en gebruikt daarbij andere filters, deze van zijn Mentaal Model. Het kan goed zijn dat beiden gelijk hebben binnen het eigen Mentaal Model. Men kan dit fenomeen ook vergelijken met een situatie waarbij twee personen een andere taal spreken. Als men elkaars taal niet beheerst, kan er niet goed worden gecommuniceerd. 

It’s never enough to tell people about a new insight.

Rather, you have to get them to experience it 

in a way that evokes its power and possibility.

 Instead of pouring knowledge into people’s heads,

you need to help them grind a new set of eyeglasses 

so they can see the world in a new way. 

That involves challenging the implicit assumptions 

that have shaped the way people have historically looked at things.[xxvii]

-John Seely Brown 

Eloïse, Edward en Elvire, de vaardigheid om de manier waarop wij de wereld zien (de bril waarmee) te veranderen (slijpen van de brilglazen), start met het in vraag stellen van de eigen Mentale Modellen door ze te toetsen aan de Mentale Modellen van de ander: 

  • Wees er alert op dat jullie conclusies gebaseerd zijn op jullie overtuigingen en dat ze wel eens niet ‘feitelijk’ zouden kunnen zijn;
  • Ga eens van de veronderstelling uit dat in jullie eigen perceptie en redeneringsproces gaten of fouten zitten, die jullie zelf niet eens zien;
  • Tracht ook hier eerst te begrijpen vooraleer begrepen te willen worden. Vraag daartoe de ander: 
    • Hoe zij of hij de werkelijkheid ziet;
    • Hoe zij of hij die werkelijkheid interpreteert;
    • De stappen in haar of zijn redeneerproces te verduidelijken;
    • Voorbeelden teneinde te illustreren hoe zij of hij tot zijn conclusies komt;
  • Geef nadien: 
    • Hoe jullie de werkelijkheid zien;
    • Hoe jullie die werkelijkheid interpreteren;
    • Welke de stappen zijn in jullie redeneerproces;
    • Voorbeelden teneinde te illustreren hoe jullie tot jullie conclusies komen; 
  • Bespreek samen de verschillen in perceptie en interpretatie en integreer die verschillen in een nieuwe manier van zien, een verfijnd Mentaal Model;
  • Ga er daarbij steeds vanuit dat jullie de wijsheid niet in pacht hebt.

Gebruik in dit onderdeel van het diepgaand gesprek de vaardigheden van de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, om er zeker van te zijn dat je elkaar goed begrijpt. 
Sta dus op deze wijze stil bij je eigen Mentale Modellen, herken ze en erken dat ze niet ‘de waarheid’ zijn. Gebruik ten volle de vorige vaardigheden van deze tweede karakteristiek: het stellen van vragen, het vinden van plussen in de ander z’n perceptie en het integreren van de verschillen van beide ‘waarheden’, en creëer zo een nieuw inzicht en een gedeelde mening (daarover meer in het volgend deel). 



[i]Bruce Springsteen.Born To Run. New York, NY: Simon & Schuster Paperbacks, 2016

[ii]Ann Powers. The Limits Of Loving The Boss. The Record, Music News from NPR https://www.npr.org/sections/therecord/2016/10/04/496544688/the-limits-of-loving-the-boss

[iii]https://web.stanford.edu/class/ihum40/cave.pdf

[iv]https://www.andersenstories.com/nl/andersen_sprookjes/pdf/de_nieuwe_kleren_van_de_keizer.pdf

[v]Piaget, Jean. Le language et la pensée chez l’enfant. Paris: Delachaux et Niestlié, 1923.

[vi]Craik, Kenneth. The nature of Explanation, Cambridge: Cambridge University Press, 1952.

[vii]Johnson-Laird, P.N. Mental Models: Towards a Cognitive Science of Language, Inference, and Consciousness. Cambridge: Cambridge University Press; Cambridge, MA: Harvard University Press, 1983. 


[viii]Howard Gardner, The Mind’s New Science. A History of the Cognitive Revolution. NewYork, NY: Basic Books, Inc., Publishers, 1985, page 38.

[ix]https://hbr.org/1985/09/scenarios-uncharted-waters-ahead

[x]Covey, Steven R.  De zeven eigenschappen van effectief leiderschap.Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Business Contact, 70stedruk, 2014.

[xi]Kuhn, Thomas S. The Structure of Scientific Revolutions.Chicago, IL: University of Chicago Press, 1970.

[xii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Ballantine Books, 2006.

[xiii]Daniel Kahneman. Thinking Fast and Slow.New York, NY: Farrar, Straus and Giroux, 2011.

[xiv]Argyris, Chris. Overcoming organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning, Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall, Inc. 1990. 

[xv]Senge, Peter M. De vijfde discipline: de kunst en de praktijk van de lerende organisatie. Schiedam: Scriptum Books, 1992.

[xvi]Art Kleiner, Bryan Smith, Charlotte Roberts, George Roth, Peter M. Senge, Richard Ross. The Dance of Change: The Challenges of Sustaining Momentum in Learning Organizations.New York, NY: Doubleday, 1999. Page 35.

[xvii]Senge, Peter M. The fifth discipline: the art and practice of the learning organization, New York, NY: Doubleday, 1990 page 175. 

[xviii]Annaïs Nin, The Seduction of the Dinosaur, (originele publicatie: 1961) Sky Blue Press Bookstore, Sky Blue Press at Smashwords, 2014, page 145.

[xix]Argyris Chris. Overcoming Organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning. Op. cit. pp. 88-89.

[xx]Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard R. Ross and Bryan J. Smith. Het Vijfde Discipline Handboek: Strategieën en Instrumenten voor het Bouwen van een Lerende Organisatie. Schoonhoven: Accademic Services, 1995. 35. De interferentieladder.  Bladzijden 208-215.

[xxi]Argyris Chris. Overcoming Organizational Defenses: Facilitating Organizational Learning. Op. cit. pp. 15-19.

[xxii]Peter M. Senge, Art Kleiner, Charlotte Roberts, Richard R. Ross and Bryan J. Smith. Het Vijfde Discipline Handboek: Strategieën en Instrumenten voor het Bouwen van een Lerende Organisatie. Op. cit. Bladzijden 212-215.

[xxiii]Hutchens, David. Shadows of the Neanderthal: illuminating the beliefs that limit our Organizations. Walthem, MA: Pegassus Communications, Inc. 1999. 

[xxiv]Eliyahu M. Goldratt. The Goal: A Process of ongoing Improvement. Great Barrington, MA: The North Press. Third Revised Edition, 2004. Introduction pp. 1-4.

[xxv]http://www.creativeinterchange.be/?p=600

[xxvi]Paul de Chauvigny de Blot, Vernieuwing van Organisaties in een Chaotische Omgeving door Vernieuwing van de Mens. Breukelen: Nyenrode University Press, 2004. Bladzijde 140.

[xxvii]John Seely Brown. Seeing Differently: Insights on innovation.  Edited with and introduction by John Seely Brown. A Harvard Bussiness Review book. Boston, MA: Harvard Bussiness School Publishing, 1988 And https://hbr.org/2002/08/research-that-reinvents-the-corporation