Tagarchief: Socrates

kritisch denken en creatieve wisselwerking in sociaal werk [i]

Kritisch Denken... een toepassing van Creatieve Wisselwerking

Kritisch denken is een manier van denken gericht op het formuleren van een weloverwogen antwoord op een vraag, het nemen van een beslissing of het komen tot een actie.

Deze definitie doet mij uiteraard denken aan het Cruciale Dialogenmodel uit mijn boek ‘Cruciale Dialogen’[ii] Dit model is gebaseerd op én een toepassing van het creatief wisselwerkingsproces[iii].

Dit Cruciale Dialogenmodel is ook bekend als ‘de liggende acht’ en ziet er, in een van z’n summiere vormen, als volgt uit:

Initieel staat wordt in het midden van het model; waar hierboven het begrip EMOTIE staat, de vraag of het probleem uitgedrukt in vraagvorm. Het doel is uiteraard die vraag daadwerkelijk te beantwoorden. De linker lus van het model, met als karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen, omvat het DENKEN. Dit denken leidt naar een INZICHT in de vraag of het probleem. De emotie die men voelt wanneer men de vraag waarderend begrepen heeft, vindt men – zoals op de figuur afgebeeld – terug in het midden van het model. Die emotie veroorzaakt de creatieve spanning om mogelijke antwoorden te formuleren. Dit gebeurt in de rechter lus van het model (meer bepaald in de karakteristiek Creatief Integreren). Eens met een set antwoorden gecreëerd heeft, dient beslist te worden welk(e)antwoord(en) men uiteindelijk kiest om uit te voeren (zie omslagpunt BESLISSING). Die beslissing wordt gevolgd door een actie (dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren). De rechter lus visualiseert het DOEN. Het ganse model kan ook beschreven worden als een synergie van het Franse “Ik denk dus ik ben” en het Amerikaanse “Ik doe dus ik ben”. Let wel om te ‘DOENKEN’ dient men Creatieve wisselwerking van binnenuit te beleven.

Om tot een goed antwoord, een goede beslissing en een goede actie te komen, bestaat een kritisch denkproces best uit acht elementen. Deze acht elementen voldoen (of niet) aan specifieke standaarden. De elementen en hun standaarden vormen een schema om kritisch naar een situatie of probleem te kijken (gebaseerd op de Paul & Elder, 2007[iv]).  

Het belang van kritisch denken in de opleiding sociaal werk

Kritisch denken is essentieel voor sociaal werkers. Veel situaties waarover sociaal werkers beslissingen moeten nemen, zijn complex en hebben geen pasklaar antwoord. Kritisch denken kan sociaal werkers helpen om in onzekere situatie een zo juist mogelijke beslissing te nemen.

In de opleiding sociaal werk willen we daarom dat studenten leren om kritisch denken systematisch toe te passen bij alles wat ze ondernemen. Kritisch denken is een essentieel leerresultaat van de opleiding. Dat wil zeggen dat studenten die tijdens de opleiding niet kritisch denken, niet kunnen slagen voor de opleiding. 

Om kritisch denken te ontwikkelen, bieden we doorheen de opleiding veel oefenkansen met feedback en hulpmiddelen. Bij de vele evaluatiemomenten (bijvoorbeeld examens of papers) is kritisch denken steeds een onderdeel. Welke elementen of standaarden worden geëvalueerd, is steeds duidelijk vermeld. 

Kritisch denken is dus, nog min noch meer, het van binnenuit beleven van de Creatieve Wisselwerking! Dus zou IMHO m’n boek een leidraad voor deze opleiding aan de UCLL kunnen zijn.

8 Elementen

Volgende acht elementen zijn de onderdelen van het denkproces. 

Eens kijken of die acht elementen van Paul & Elder hun plaats vinden in de liggende acht. Ik rangschik de acht elementen volgens de stroom van de liggende acht (zie de eerste figuur van deze column en het complete model uit Roels, J. 2012. p. 63):

De Vraag hoort uiteraard bij het midden van het model. In z’n summierste vorm is het Cruciale Dialogenmodel eigenlijk een lemniscaat met in het midden het vraagteken:

Dan gaan we naar eerste karakteristiek: Authentieke Interactie en daar vindt men de data, dus de feiten, de waarnemingen en objectieve gegevens. Die worden geobserveerd met behulp van wat ik het ‘helder’ bewustzijn noem.

We vervolgen met de tweede karakteristiek Waarderend Begrijpen en die omvat de overtuigingen, vooronderstellingen, aannames en referentiekaders van waaruit de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd. Paul&Elder hebben daar ook meerdere namen voor. Eerst en vooral: Perspectief

Ten tweede: de vooronderstellingen, onderbouwingen. In mijn model worden die eerst gebruikt om de vraag ‘waarderend te begrijpen’ d.w.z. dat we de vraag diepgaand begrepen hebben, wat Paul&Elder ‘tot een conclusie komen’ noemt, noem ik ‘tot een gedeelde mening komen’ en die zorgt voor de emotie (zie hoger: het summier model). De perceptie en interpretatie gebeurd met wat ik het ‘gekleurd’ model noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril.

De emotie komt van het verschil tussen de gedeelde mening over de ware betekenis van het probleem, dus de huidige situatie en het doel, met namen de ideale situatie, de gewenste situatie. Hoe groter dit verschil of delta, hoe groter de creatiespanning en dus hoe groter de wil om die bestaande toestand te transformeren in de gewenste toestand.

Dan volgt de derde karakteristiek, Creatief Integreren met als elementen: doelen, idealen en gewenste toekomst. Komt dus overeen met de visie van Paul&Elder, waar de doelstelling is wat men tracht te realiseren. En dat is uiteraard het geven van een correct antwoord op de vraag of het realiseren van een goede oplossing van het probleem!

In de derde karakteristiek worden de concepten, die eigenlijk reeds voor een stuk gebruikt werden om de vraag waarderend te begrijpen (tweede karakteristiek), gebruikt om op een creatieve manier te komen tot mogelijke antwoorden. Overigens zagen ook Paul & Elder Kritisch denken en Creatief denken als twee facetten van hetzelfde muntstuk (Paul & Elder, 2008[v]). Dit alles gebeurt met wat ik het synergetisch bewustzijn noem (cf. 1+1>3).

Op het einde van de derde karakteristiek komt men tot (een) besluit(en). In mijn mindset is er een groot verschil tussen ‘besluiten’ en ‘beslissen’. De conclusie van Paul&Elder komt overeen met wat ik het set besluiten noem. Maar dan er is nog niet beslist welke van die ‘besluiten zullen uitgevoerd worden… Daar is effectief beslissen voor nodig!

Met andere woorden aan de theorie van Paul&Elder dienen er nog twee elementen toegevoegd worden vooraleer hun achtste element aan bod komt. 

Beslissen welke van de besluiten effectief zullen gerealiseerd worden. Die beslissing gebeurt tussen karakteristieken 3 (Creatief Integreren) en 4 (Continu Transformeren)

Dit is de vierde karakteristiek: Continu Transformeren door het effectief (en efficiënt) uitvoeren van de besliste acties! En daarbij is het Proces Bewustzijn van uitzonderlijk belang.

We komen terug in het midden van ons model en daar vinden we het het resultaat van onze inspanningen, volgens Paul&Elder  de gevolgen! Uiteraard dienen we dan na te gaan of ons probleem ter deze is opgelost, indien niet dan hervatten we de rit op de liggende achtbaan.

Dus m’n versie van Kritisch denken, eerder van Kritisch ‘doenken,’ omvat tien elementen!

Overigens vind ik de liggende acht sterker dan onderstaande figuur en geef grif toe dat de liggende acht ‘iets’ complexer is. Maar toegegeven, deze figuur verhaalt maar het denkgedeelte van het verhaal. Anderzijds is Kritisch denken zonder er iets effectief mee te doen… steriel!

Kritisch denken bij het lezen van een tekst aan de hand van de elementen

Kritisch denken bij het schrijven van een tekst aan de hand van elementen

9 Standaarden

De standaarden zijn de normen waaraan het denken voldoet. In de opleiding aan het UCLL wordt op 9 standaarden gefocust. 

Kritisch denken bij het voeren van een gesprek/een debat aan de hand de standaarden

Hulpvragen bij het Kritisch Denken

En hoe hanteren we die standaarden binnen  het Cruciale Dialogenmodel? Daartoe gebruik ik de volledige figuur van de liggende acht, die ik ook soms de vlinder noem, (zie  hoger):

De helderheid vindt men ook terug in het gebruik van het helder bewustzijn om de helderheid van de data te toetsen.

Helderheid. In het midden staat de vraag of het probleem. De eerste vaardigheid van de eerste karakteristiek is die Kernvraag correct en helder stellen

Significantie. De belangrijkheid (significantie) van het probleem wordt tweemaal nagegaan. De eerste keer bij het begin (in het midden) met de vraag: “Is het probleem de moeite waard om opgelost te worden?” De tweede keer na het doorlopen van de karakteristieken Authentieke Interactie en Waarderend Begrijpen en dus, terug in het midden, gaat men de belangrijkheid van de zogenaamde ‘delta’ na.  Die delta is het verschil tussen de huidige situatie (linker lus van het model) en de gewenste situatie (rechter lus van het model) en dus de belangrijkheid van het probleem. De bijhorende vraag is : “Is dit verschil groot genoeg zodat de creatiespanning ons tot actie noopt?” of nog “Is het sop de kool wel waard?”

Diepte. De complexiteit van de vraag (het probleem) wordt tijdens de eerste karakteristiek nagegaan. Hebben wij wel genoeg data om die complexiteit te beschrijven?

Relevantie. De relevantie vraag dient van in het begin gesteld te worden. De gebruikte data dienen uiteraard relevant te zijn voor het beantwoorden van de vraag.

De relevantie vraag komt terug bij in de beslissingsfase. Met name in de vorm van de vraag: “Zijn de voorgestelde antwoorden op de vraag relevant?”

Eerlijkheid Eerlijkheid is een onderdeel van de eerste karakteristiek: Authentieke Interactie. De informatie die men geeft dient eerlijke informatie te zijn, conform de werkelijkheid. Het dienen met andere wooorden ‘Feiten’ te zijn. En als het interpretaties zijn dient dit ook ze te worden aangegeven. Een vaardigheid horend bij de eerste karakteristiek is Bevestigend Parafraseren. Men dient in alle eerlijkheid te bevestigen en dus niet een parafrasering goedkeuren die je in feite niet correct vindt. Want in dat geval is men niet eerlijk. Een andere vaardigheid, Nederig Vragen hoort bij tweede karakteristiek. Daarbij gaan we er van uit dat de ander eerlijk zal antwoorden op m’n nederige vragen en geen ‘politiek correct’ antwoord zal geven.

Accuraatheid. De tweede vaardigheid van de 1ste karakteristiek is Bepleiten en Bevragen, dit is pleiten voor eigen meningen en daar horen vragen bij naar de accuraatheid van die stellingen. Die vragen staan hierboven geformuleerd.

Precisie. Bijkomende vragen rond de stellingen van de deelnemers aan het gesprek. Hoe precies zijn die? Op wat zijn die gebaseerd?

Breedte. Dit is, in mijn theorie, de kleine staande acht in de linker lus van de grote liggende acht. Daarbij worden de referentiekaders (tweede karakteristiek) getoetst aan de werkelijkheid (eerste karakteristiek). Het heeft ook betrekking op de verschillende ‘gekleurde brillen’ die aan zet zijn (tweede karakteristiek) waardoorheen men de werkelijkheid (eerste karakteristiek) ziet. In de breedte houden we rekening met de verschillende perspectieven. Meer nog we creëren een Gedeelde Mening met betrekking tot de cruciale vraag. Gedeelde mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan  de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen en ze als legitiem aanvaarden en uiteindelijk die vraag of het probleem éénduidig waarderend begrijpen (i.e. de Gedeelde Mening). Dit is een conditio sine qua non voor het uiteindelijk vinden van de broodnodige oplossingen.

Logica. De logica dient nagegaan te worden op het eind van de eerste lus (zit er logica in het waarderend begrepen probleem en in onze gedeelde mening betreffende de cruciale vraag) en tijdens de besluitvorming (derde karakteristiek)

De hulpvragen in dit deel dienen eigenlijk Socratische vragen te zijn. Een goede Socratische vraag is:

  1. Filosofisch: het moet om een vraag gaan waarmee gezocht wordt naar voorwaarden, naar beginselen die je kunt beantwoorden met nadenken, met de rede;
  2. Fundamenteel: er wordt gevraagd naar beginselen, algemene principes die ten grondslag liggen aan beweringen, aan oordelen en vooronderstellingen, schuilend in het standpunt van de ander, diens keuzes en gedrag. Om te kunnen antwoorden is even nadenken wel aan de orde!;
  3. Eenvoudig: alle deelnemers aan het gesprek moet de vraag kunnen begrijpen en de vraag als vraag ervaren en dus zijn Socratische vragen kort!;
  4. Betekenisvol: de vraag dient verbonden te zijn aan ervaring. Het is allerminst een theoretische of hypothetische vraag die los staat van de ervaring. 

[i] Deze column is gebaseerd op een nota van de cursus Filosofie van het eerste jaar Sociaal Werk aan de UCLL (Docenten Rottiers S. en Lleshi Gjonpalaj B. – academiejaar 2020-2021).

[ii] Roels, J.  (2012). Cruciale dialogen. Het dagdagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iii] Roels, J. (2001). Creatieve wisselwerking. Nieuw business paradigma als hoeksteen van veiligheidszorg en de lerende organisatie. Leuven-Apeldoorn: Garant.

[iv]Paul, R. & Elder, L. (2007). Critical Thinking Competency Standards. Standards, Principles, Performance Indicators, and Outcomes. With a Critical Thinking Master Rubric. The Foundation for Critical Thinking.

[v] Paul, R. & Elder, L. (2008). The Thinker’s Guide to Critical and Creative Thinking. Foundation for Critical Thinking Press.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXV

HOE ANALOGIËEN GEBRUIKEN?

Springsteen has been seeking to better understand his inner life. Here, too, he has used his own experience to inspire others. His use of psychotherapy demonstrates his belief disciplined self-discovery. Therapy helped Springsteen work through the scars of his childhood and learn how to appreciate life beyond work especially real intimacy and the family he’s created. 

Talking about this pursuit of self-knowledge turned him into a role model, helping to de-stigmatize therapy and open doors for people,  especially men, whomight not otherwise seek such help. It wasn’t easy to talk about these things publicly, but Sringsteen mustered the will to do so.

He crafted an analogy (going to your auto mechanic to check under the hood) to convey what he was doing. He showed others there are practical means available – tools they can use – to heal their own scars. Springsteen is a teacher.[i]

–  Lessons on Life and Harmony from Bruce Springsteen[ii]

Eloïse, Edward en Elvire, in dit deel is het de beurt om de tweede vaardigheid van de derde karakteristiek Creatief IntegrerenGebruiken van Analogieën. Dit is een vaardigheid om het vinden van ideeën, die het probleem kunnen oplossen, aan te wakkeren.

Het begrip Analogie

Het woord is afgeleid van het Griekse analôgia (evenredigheid). Het betekent een overeenkomst, een gelijk(aardig)heid, een parallellisme. Een Analogie wordt gebruikt als grondslag van een redenering, waarbij men de waarheid tracht te omlijnen aan de hand van analoge feiten. 


Het leuke aan de titel van dit onderdeel ‘Het begrip Analogie’ is dat het op zich ook een analogie is.  In deze column serie gaat het over denken en doen, dus – zoals ik het soms noem – over ‘doenken’ en daarin spelen analogieën en begrippen een hoofdrol. Zonder analogieën kunnen er geen begrippen zijn, zonder begrippen geen gedachten en zonder gedachten geen ideeën. Zonder ideeën kan er niet gekozen en beslist worden. Zonder beslissing kan er niet uitgevoerd worden en zonder de effectieve uitvoering van ideeën wordt het probleem niet opgelost. 

Elk idee in ons hoofd dankt zijn bestaan dus aan een lange serie analogieën die we in de loop der jaren hebben gemaakt en die op dat moment selectief geactiveerd worden door nieuwe analogieën. Analogieën worden onophoudelijk door ons brein gemaakt in een poging om het nieuwe en het onbekende te doorgronden in termen van het oude en bekende. Toegepast op probleemoplossing helpen analogieën dus om nieuwe oplossingen te genereren voor het probleem.

Een Griekse filosoof, volgens de meeste bronnen was dat Aristoteles, heeft ooit beweerd dat “wie de analogie beheerst, het leven beheerst’”. Daar zit zeker een kern van waarheid in. Wie analogieën herkent en weet toe te passen heeft een krachtig stuk gereedschap om de vraag te structuren en nieuwe ideeën te krijgen. En wie nieuwe ideeën heeft, heeft een voorsprong op gelijk wie die ze niet heeft en kan dus “het leven beheersen”.

De analogie heeft ook nauwe neven: de metafoor (waarop we uitgebreid terugkomen in volgend Deel XXVI) en de vergelijking. Een metafoor is een stijlfiguur dat gebruik maakt van een ding en eigenlijk een ander ding bedoelt. Een vergelijking vergelijkt dan weer twee verschillende zaken met als doel een ‘nieuwe’ of ‘diepgaander’ betekenis te creëren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de tussenwoorden ‘zoals’ of ‘als’.  Voorbeeld daarvan is de uitdrukking “Slapen als een beer”; dat is niet ‘gewoon’ slapen, maar ‘heel diep’ slapen.  Een song met een schat aan vergelijkingen is ‘It’s A Big Old Goofy World’ van John Prine[iii]; een paar parels:

My head is just as empty
As the day is long
Why it’s clear as a bell
I should have gone to school
I’d be wise as an owl
Stead of stubborn as a mule.

Een analogie is vergelijkbaar met een metafoor en een vergelijking doordat de analogie laat zien hoe twee dingen vergelijkbaar zijn en toch is een analogie iets complexer. In plaats van een stijlfiguur is een analogie eerder een logisch argument waarvan de structuur leidt tot een nieuw begrip.

Het doel van dit deel XXV is dus analogie geven wat analogie toekomt, dit wil zeggen, hoe het menselijk vermogen tot het maken van analogieën aan de basis ligt van onze ideeën; anders gesteld, hoe ideeën worden opgeroepen door analogieën. Ik hoop, Eloïse, Edward en Elvire, dat ik jullie zal kunnen overtuigen dat analogie het voedsel en het vuur van ons denken is.

Twee misleidende karikaturen van het begrip analogie

Zoals met zoveel begrippen – zoals dialoog, het Zelf, … – heeft het begrip analogie last van simplistische en enigszins misleidende stereotypen.

Een eerste stereotype vorm van het gebruik van vat het begrip analogie op als het label voor een nogal beperkte klasse van volzinnen, behept met een schijnbaar wiskundige precisie, bijvoorbeeld:

West is voor oost wat links is voor rechts

Nogal wat mensen geloven dat dit alles is, wat analogie is; namelijk een woordbeeld met altijd exact vier woorden en met de strenge, sobere en ook wel precieze vorm van de logische syllogismen van Aristoteles. Jullie zullen mij zeker ooit het ‘klassieke’ “Alle mensen zijn sterfelijk; Opa is een mens, ergo Opa is sterfelijk” hebben horen parafraseren. Aristoteles had uiteraard niet over jullie Opa, maar over Socrates. Gezien een quote van Socrates m’n lijfspreuk is, dacht ik dat ik dit geintje wel met jullie mocht uithalen. Je hebt dit devies ook al meerdere keren gehoord: “Ik ben een wijs man, want ik weet dat ik het niet weet.”

Wat als een paal boven water staat is dat Aristoteles zowat de eerste was die de zogenaamde proportioneleanalogieën bestudeerde. Voor hem was deze strenge vorm van analogie een manier van redeneren zoals deductie, inductie en abductie. Dus is het feit dat heel wat mensen het begrip ‘analogie’ enkel maar in deze enge betekenis zien, in historisch opzicht heel goed te begrijpen. 

Het nadeel van deze enge visie is dat dit soort analogie de bedoeling heeft het juiste antwoord uit te lokken, daar waar wij met onze Creatieve wisselwerking aanpak juist streven naar meerdere ‘juiste’ antwoorden. Dus het begrip analogie beperken tot deze betekenis is misleidend, juist omdat de werkelijkheid heel wat complexer is dan het vinden van ‘het juiste’ antwoord? Een probleem heeft inderdaad steeds meerdere oplossingen.

Een tweede stereotype vorm van analogievorming is dat de analogie de vrucht dient te zijn van geniale ingevingen of in elk geval van diepzinnige en ongebruikelijke inzichten. Die opvatting komt voort uit het feit dat dit soort inzichten toegeschreven worden aan geleerden en kunstenaars als Henri Poincaré, Michelangelo, Galilei, Einstein en vele anderen van dat niveau. Dit stereotype van analogievorming gaat er van uit dat dergelijke inzichten onmogelijk zijn voor gewone stervelingen.

Niets is minder waar. Jullie zullen tijdens jullie schooltijd zeker meerdere analogieën te horen krijgen of reeds gekregen hebben, zoals die tussen het atoom en het zonnestelsel, een elektrisch circuit en een waterleidingstelsel, en die tussen de benzeenmolecule en een slang die in haar eigen staart bijt. Deze ringvormige voorstelling werd dr. August Kekulé (von Stradonitz) naar verluidt ingegeven tijdens een droom[iv]. Men kan dus moeilijk het stereotype blijven aanvaarden dat het vinden van een analogie enkel weggelegd zou zijn voor uitzonderlijke geesten en dan nog na diepzinnig nadenken. 

Bij analogie worden steeds verbindingen gelegd tussen terreinen die, oppervlakkig beschouwd, ver van elkaar lijken te liggen. We kunnen analogieën aantreffen in alledaagse discussies, bijvoorbeeld wanneer iemand ‘zijn’ idee verdedigt of het idee van ‘de ander’ tracht neer te halen. De analogie is een vergelijking tussen twee begrippen op basis van overeenkomst van een of meerdere eigenschappen van deze begrippen. De analogie tussen een appel en een ei, denk maar aan de uitspraak “voor een appel en een ei”, is dat ze beiden min of meer rond zijn en beiden niet veel geld kosten. Dit is nogal voor de hand liggend. Bij het gebruik van analogieën bij deze karakteristiek van Creatieve wisselwerking: Creatief Integreren, mag het ook minder voor de hand liggend zijn. De analogie tussen een monnik en een ei is daar een voorbeeld van. Niet makkelijk te vinden als je niet bij het begrip monnik aan een tripel trappist denkt. Als je dat wel doet, wordt het eigenlijk makkelijk. Beiden zijn namelijk geel vanbinnen. Het ei door de dooier, de monnik door het drinken van ettelijke tripels. 

Het ontstaan van analogieën

Analogieën komen heel vaak in ons brein op. Die analogieën bevinden zich op een continuüm van alledaagse trivialiteiten tot briljante inzichten. Uiteraard legt een groot deel van deze analogieën het loodje, met andere woorden er wordt niets mee gedaan. De vaardigheid die wij hier uit de doeken doen gebruiken wij als een manier om een idee op te roepen, te begrijpen, te kaderen aan de hand van analoge feiten. In onze aanpak is een analogie niets anders dan een vergelijking die wijst op relaties tussen zaken die anders zijn en toch gelijkaardige kenmerken hebben. 
Je zegt dat twee elementen analogie vertonen als ze – gezien vanuit onze hersenen – gelijkaardige kenmerken vertonen. Deze gemeenschappelijke eigenschappen noemt men de analogiebasis. 

En omdat we het hier over imaginatie hebben, een proces dat zich in de hersenen afspeelt, kunnen we als voorbeeld de analogie tussen een gezonde organisatie en een gezond stel hersenen nemen. Met andere woorden: “Welke kenmerken van de hersenen zijn nodig voor een gezonde organisatie?” 

Kijken we vooreerst naar een paar kenmerken van de hersenen: 

  • In elk hersendeel zitten alle erfelijke eigenschappen opgeslagen;
  • Indien een deel wegvalt, neemt een ander deel de taken over;
  • Ze kunnen het handelen van delen van het lichaam coördineren;
  • Ze vormen een dynamisch netwerk;
  • Ze zijn gevoelig voor de omgeving;
  • Er is interafhankelijkheid en continue interactie tussen alle delen.

Kortom, hersenen zijn intelligent, flexibel, veerkrachtig, inventief en ook kwetsbaar!

De uitdaging van bedrijfsleiders wordt dan een gezonde organisatiestructuur ontwikkelen, die even creatief en flexibel functioneert als de hersenen. En dit in een maatschappij die zich onder meer kenmerkt door globalisering, informatisering en het continu omzetten van informatie in hanteerbare kennis in een sterk veranderende context. De uitdaging van de huidige organisaties is het leiden van alle afdelingen en werknemers, gebaseerd op een correct begrip van de context, dus aangepast aan een voortdurend veranderende situatie én in onstabiele omstandigheden: dit is de werking van het menselijk brein. En vergeet niet dat de mens de spilfiguur is binnen een organisatie: de mens en zij of hij alleen, zet informatie om in kennis en wijsheid. En elk brein doet dat op zijn manier. 

 Creatieve wisselwerking is dan het proces dat ervoor zorgt dat er meer geleerd wordt uit die informatie en de taak van het management bestaat erin een kader te creëren waarin zoveel mogelijk kennis gecreëerd en gedeeld wordt. Vandaar mijn standpunt dat het management verantwoordelijk is voor het scheppen van de condities die Creatieve wisselwerking mogelijk maken.

Trust things that are alien, 

and alienate things that are trusted 

Bill Gordon

Het gebruik van analogieën

Bij de creatieve analogietechnieken maken we gebruik van deze basisvaardigheid, maar wel op andere manieren dan gewoonlijk. We proberen verrassende verbanden te leggen tussen een element binnen de probleemcontext (onderwerp) en een erbuiten (analogon). We keren vanuit de analogon terug naar het onderwerp, naar het probleem en vragen ons af wat voor nieuwe ideeën dan tevoorschijn komen. 

Een eenvoudige maar veelgebruikte toepassing van analogieën vind je in de ‘Change Analysis’-methode. De probleemsituatie wordt vergeleken met een gelijkaardige situatie in dezelfde context maar zonder probleem. De verschillen leiden je naar mogelijke oorzaken en die worden getoetst aan legitimiteit. Zijn de verschillen waarachtig dan kunnen zo soms leiden tot het oplossen van het probleem. 

Ik was in Zuid-Frankrijk aan de slag, in Lavéra om precies te zijn en zoals zo vaak in die tijd had ik ’s avonds telefonisch contact met ‘ons Rita’ (Bonnie voor jullie): “De wasmachine doet het niet meer” was haar boodschap. Gebruikmakend van Change Analysis vroeg ik: “Wanneer heeft deze voor het laatst normaal gewerkt?” “Gisteren”, was het antwoord. “En heb je iets gedaan op het einde van de laatste wasbeurt?” was mijn volgende vraag. “Ik heb de filter onder in de machine gereinigd”. En toen zei ik: “En op dat ogenblik heeft je moeder Madeleine gebeld”. “Hoe weet je dat?” vroeg ‘ons Rita’. “Wel … je hebt waarschijnlijk het waterkraantje dichtgedraaid voor de filterreiniging en, door de interventie van je ma, vergeten, na de reiniging van de filteer, dit kraantje open te draaien”. “Denk je?” “Zie maar…”. En ja, zo had Change Analysis alweer een probleempje opgelost. 

Categorisering en analogieën

Vragen waarom het ene idee tot een ander verwant idee leidt kan men vergelijken met het vragen waarom iets naar beneden valt wanneer je het loslaat. Het verschijnsel van de zwaartekracht is zo vertrouwd en vanzelfsprekend dat niemand nog de behoefte heeft om er vragen over te stellen. Behalve heel jonge kinderen en fysici, zoals jij, jaren geleden, Eloïse en ook wel Albert Einstein, nog langer geleden. Door zijn doorgronden van zwaartekracht werd hem, onverwacht, de relativiteitstheorie geopenbaard.

Volgens ons vindt cognitie plaats dankzij een constante stroom van categorisering, niet gebaseerd op classificatie (dat alles in vaste hokjes plaatst) maar op analogieën, waaraan het menselijke denken zijn specifieke flexibiliteit ontleend. Dankzij categorisering via analogieën kunnen we gelijkenissen op spoor komen, die we gebruiken om het nieuwe en het vreemde een plaats te geven. Door een in het heden aangetroffen probleemsituatie te verbinden met andere, lang geleden aangetroffen gelijkaardige situaties, die gecodeerd in ons geheugen zijn opgeslagen liggen, kunnen we ideeën krijgen om deze huidige situatie aan te pakken. Zonder verleden en zonder analogie zijn er geen gedachten, want juist dankzij analogie kunnen we heden en verleden met elkaar in verband brengen. Zo zou ik kunnen stellen dat hoe meer ervaring, hoe meer analogieën kunnen ‘opspringen’, dus hoe meer ideeën er kunnen worden aangewend. Een gouden tip om in een team ook oudere mensen op te nemen.

Het belang van interferentie 

Ook hier maak ik gebruik van de brede betekenis van het begrip interferentie. Ik bedoel met het maken van een interferentie eenvoudig weg het invoeren van een nieuw mentaal element in de situatie waarmee we worden geconfronteerd. Of dat nieuwe element dat werd geactiveerd nu echt nieuw is of bruikbaar doet er niet toe. ‘Interferentie’ betekent simpelweg dat er in onze geest een nieuw idee is geactiveerd. Wanneer we iemand rood aangelopen zien gesticuleren dan interfereren we dat die persoon danig van streek is. En zo interfereren wij er maar op los. Het zijn wel cruciale bijdragen aan ons denken, en ze komen uit categorieën via analogie, want we steunen ons voortdurend op punten van overeenkomst die worden waargenomen tussen de huidige situatie en eerder beleefde situaties, die worden opgeroepen uit het geheugen. 

Indien we niet voortdurend onze kennis zouden extrapoleren naar nieuwe situaties, indien we zouden afzien van het maken van inferenties, zouden we conceptueel blind zijn. We zouden niet kunnen denken, begrijpen, blijvend ronddwalen in onzekerheid (ambiguïteit) en dus niet kunnen komen tot een besluit, beslissing en handelen (actie).  

Kortom, bij het waarnemen van de wereld om ons heen zijn we evenzeer afhankelijk van categorisering via analogie als van onze zintuigen.

De paradoxale analogie 

The Unbearable Lightness of Being 

Milan Kundera, 

Ik wil nu even stilstaan bij de paradoxale analogie. Deze analogie wordt ook wel ‘boektitelanalogie’ genoemd, omdat boektitels vaak paradoxen bevatten. 

Uitgangspunt van de paradoxale analogie is dat in elk probleem een tegenstelling zit. Een probleem hebben betekent dat iets ‘haalbaar’ wordt geacht, terwijl het feitelijk hier en nu ‘onhaalbaar’ is. De uitspraak ‘haalbare onhaalbaarheid’ noemt men een paradox of schijnbare tegenstelling. Vele tot dan toe onopgeloste problemen hebben iets paradoxaals in zich. Het zijn net de paradoxen die je op het spoor kunnen brengen van een richting van de oplossing. 

Praktisch gaat men op de volgende manier tewerk: 

  • Vertaal de kern van het vraagstuk in enkele paradoxen;
  • Vervolgens ga je op zoek naar voorbeelden in de context van cultuur, natuur of techniek, waarin deze paradox grotendeels is opgelost;
  • Ten slotte probeer je zoveel mogelijk kenmerken van het gekozen voorbeeld op te sommen en terug te koppelen naar de oorspronkelijke probleemstelling of vraag.

In Japan zegt men dat als in de natuur de paradox aanwezig is, deze paradox de oplossing van het probleem in zich draagt. En dat is eigenlijk niet alleen zo in de natuur. Ga steeds op zoek naar de essentie van het conflict in je probleemstelling. De oplossing ligt in de vraag. De oplossing verschuilt zich in hetgeen al aanwezig is. De oplossing zit in het idee dat door de ander wordt aangereikt. Het is de kunst deze oplossing te herkennen. Generaliseren van je dilemma door paradoxale analogie is een goed hulpmiddel: de generieke oplossing terugleiden naar jouw oplossing … dat is wat het is!

Voorstanders en tegenstanders van analogie

Sommige oude filosofen, zoals Plato en Aristoteles, waren fervente voorstanders van analogie. Aristoteles bekritiseerde wel veel analogieën van z’n voorgangers. De modernere filosofen Immanuel Kant en Friedrich Nietzsche – die dag en nacht verschilden qua persoonlijkheid, filosofie en opvattingen over religie – hadden een onwrikbaar geloof in analogie met elkaar gemeen. Voor Kant was analogie de bron van alle creativiteit en Nietzsche heeft een unieke definitie van de waarheid gegeven als ‘een beweeglijk metaforenleger’. De metaforen zijn eigenlijk neefjes van analogieën, maar daarover later meer (Deel XXVI).

Andere filosofen hadden het dan niet op analogieën begrepen en hebben zich naar hartenlust gewijd aan het hekelen van de analogie en de metafoor, die ze beschreven als oppervlakkige, misleidende, nutteloze vormen van denken. Voornamelijk Engelse filosofen, zoals Thomas Hobbes en John Locke, vonden analogieën en metaforen dubbelzinnig en daardoor nutteloos. Hobbes opvattingen komen neer op: waarheid is licht, woorden dienen gezuiverd en gereinigd te worden van dubbelzinnigheid en ironisch genoeg hanteert hij in z’n fulmineren tegen metaforen, nogal wat analogieën. Lees z’n betoog[v] uit Leviathan, Hobbes bekendste werk, maar na:

Het licht van ’s mensen geest is te vinden in duidelijke woorden, die door exacte definities van tevoren zijn gezuiverd en gereinigd van dubbelzinnigheid; […] metaforen zijn net als nutteloze, dubbelzinnige woorden een soort ignes fatui[vi]; wie ze gebruikt zwerft tussen een massa ongerijmdheden. 

Praktisch gebruik van analogieën bij Creatieve Integratie

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben het reeds begrepen. Hier kunnen analogieën fungeren als hulpmiddelen om ideeën te genereren.

Concreet helpen ze om ons te verwijderen van het probleem door gebruik te maken van onderwerpen die op het eerste zicht niets met het probleem te maken hebben. Door het zoeken naar overeenkomsten tussen deze twee verschillende onderwerpen – het probleem en het ‘probleem-vreemde’ – komt men tot nieuwe inzichten en ideeën voor het oplossen van de probleemstelling. De techniek wordt ook ‘random stimulus’ genoemd. Er zijn verschillende manieren om te werken met analogieën en te komen tot een oplossingen voor de vraagstelling. Men kan vertrekken vanuit willekeurig gekozen begrippen uit woordenboeken, de natuur, trefwoorden, boektitels, personages, voorwerpen etc.

Spelregels bij het in groep gebruiken van Analogieën

Deze zijn uiteraard de spelregels van het Creatief wisselwerkingsproces:

1. Geen hiërarchie in de groep, wel diversiteit! Tijdens het genereren van ideeën bestaat er (uiteraard tijdelijk) geen hiërarchie. Eenieder bevindt zich op hetzelfde niveau. Verschillen in afkomst, geslacht, ouderdom, ervaring, status, enz. spelen geen enkele rol. Wel dient ervoor gezorgd te worden dat binnen de groep de diversiteit maximaal is, omdat die juist garant staat voor het hebben van veel mindsets, dus van een grote diversiteit aan ideeën. In dit stadium is kwantiteit het belangrijkste.

2. Wees open binnen de groep en respecteer de privacy naar buiten. Geen enkel idee dat tijdens de divergerende fase wordt geuit is voor de buitenwereld bestemd. Uit de context van de creatieve sessie gerukt, is het idee van geen positief nut voor een andere gemeenschap. Die openheid creëert zoals we gezien hebben psychologische veiligheid.

3. Stel je oordeel uit. Alle ideeën zijn welkom. Elke vorm van oordeel, en nog niet in het minst de zelfkritiek, werkt verlammend voor deze vaardigheid.  Dus alle ideeën zijn welkom in deze fase van het genereren ervan.

 4. Geef extra aandacht aan waanzinnige en naïeve ideeën. Elk echt nieuw idee past per definitie niet in de huidige denkpatronen. Ze zijn geboren door het denken ‘out-of-the-box’. Daarom juist is het verstandig om bijzondere aandacht te geven aan verassende, niet direct passende ideeën. Jullie herinneren zich zeker Einstein’s beroemde uitspraak: “If at first the idea is not absurd, then there is no hope for it.” Wanneer je weigert absurditeit toe te laten, zal je verstoken blijven van heel wat goede ideeën. Overweeg alles wat op het eerste gezicht heel raar overkomt. Mogelijk is net hier de doorbraak te vinden waar je op zoek naar bent.

5. Surf mee op de golf van de ideeën van anderen. Elk idee fungeert als opstapje voor andere ideeën. Begrijp de ideeën van anderen waarderend en hou je vooral niet in om er op in te haken. Dit is de spirit, die diametraal staat op het inhakken op andermans ideeën. Zo lokt een ‘gek’ idee nieuwe, haalbare ideeën uit en die helpen een nieuwe invalshoek bloot te leggen. Wanneer dit effectief gebeurt en een idee bij jou een nieuw idee doet ontvlammen, breng het dan zeker naar voren. En accepteer terzelfdertijd dat anderen voortbouwen op jouw lievelings idee. Daarover gaat bovendien een volgend deel (Deel XXVII).

Zoals we hierboven zagen, vertonen twee elementen analogie als ze, gezien vanuit ons brein, gelijkaardige kenmerken vertonen. De gemeenschappelijke kenmerken noemt men de analogiebasis. Een stel hersenen en een scalpel of chirurgenmes noemen we analoog omdat ze een zekere analogiebasis hebben. Er zijn natuurlijk ook verschillen. Het schema hieronder maakt een en ander duidelijk.

Hersenen

Opgebouwd uit neuronen

Zachte massa

Kneedbaar

Chirurgenmes

Opgebouwd uit atomen

Harde massa

Niet echt kneedbaar

Beide

Scherp

Kunnen zowel goed als minder goed gebruikt worden

Hebben meerdere ‘kanten’

Bij nefast gebruik, catastrofale gevolgen

Dienen héél regelmatig ‘aangescherpt’ worden

Worden ingezet om problemen op te lossen

Vereisen een gezond lichaam

Het herkennen van analogie is een basiskwaliteit van het menselijk denken. Telkens we iets nieuws observeren, maken we verbindingen met onze bestaande kennis, we kleuren die nieuwe werkelijkheid in, en dan herkennen we het nieuwe. Bij deze vaardigheid maken we dus eigenlijk gebruik van een basisvaardigheid van ons denken. Wel op een andere manier dan gewoonlijk.  We proberen namelijk verrassende verbanden te leggen tussen een element binnen de probleemcontext (de cruciale vraag, het onderwerp) en een element buiten de probleemcontext (wat de analogon wordt genoemd). Van daaruit ontspringen nieuwe ideeën.

Hoe werkt die vaardigheid?

Eloïse, Edward en Elvire, door de directe analogie wordt men geïnspireerd door een thema (analogon) dat ver van het probleem af staat. Dit analogon wordt gebruikt als startpunt om terug te redeneren naar de startformulering van het probleem toe. Dit gaat concreet als volgt:

Je kiest een concrete en cruciale term uit de startformulering van het probleem als ‘onderwerp’. Het is belangrijk dat dit onderwerp een concrete term is. Is er geen concrete term als cruciaal aan te wijzen, wordt er een cruciale abstracte term genomen en wordt die concreet gemaakt. Financieel wordt daarbij concreet gemaakt door de term ‘geld’ of zelfs ‘muntstuk’; klantgericht wordt concreter geformuleerd met de term ‘klant’.

Daarna kiest men een analogon dat als inspiratiebron zal dienen.

Dit analogon dient aan een paar voorwaarden te voldoen: a) een concrete term, b) ver weg van het onderwerp en c) inspirerend. Het kan wel elk onderwerp zijn die aan bovenstaande drie voorwaarden voldoen. Dan worden eigenschappen van de analogon opgezocht en opgelijst.

Praktisch voorbeeld: 

Nemen we een probleem van een Colruyt winkel en de startformulering van een van hun problemen: “Hoe kunnen we het wachten aan onze kassa’s voor onze klanten aangenamer maken?” 

De concrete term uit de probleemdefinitie: klant.

De analogon: Italië – voldoet aan de drie voorwaarden: is concreet, ver weg van het onderwerp (klantenrij bij Colruyt) en inspirerend (een bruisend land op zich).

Nu zoeken we vijf eigenschappen die specifiek zijn voor dit analogon: Italië. Dit mogen clichés of stereotypen zijn, dat maakt het makkelijker om die eigenschappen te vinden. Hier zijn deze die ik vond:

  • Auto’s claxonneren veel;
  • Er rijden daar veel scooters rond;
  • Lekker eten;
  • Corruptie (maffia);
  • Familiecultuur.

Associëren met het onderwerp: de klantenwachtrij:

  • Claxonneren: Je laten horen in de rij wachtenden of rustige muziek in die ruimte.  
  • Scooters: die wringen zich door het verkeer, dus Colruyt kan voorzien voor een kassa voor diegenen met weinig boodschappen.
  • Lekker eten: de wachtenden kan een versnapering aangeboden worden die dan in de rij kan verorberd worden.
  • Corruptie, Maffiapraktijken: Je kan altijd trachten mensen voor u in de rij ‘om te kopen’ om in de rij wachtenden te kunnen ‘opschuiven’;
  • Familiecultuur: Men kan een praatje maken met de wachtenden voor en na u en zo, dat is gezellig en zo gaat de tijd ‘vlugger’ voorbij.

Een tweede mogelijkheid is te vertrekken van uit een analogon geïnspireerd door het onderwerp: de wachtrij. We kiezen bijvoorbeeld als analogon een mierenkolonie. Wat hebben deze gemeenschappelijk?

  • Het is een groepsgebeuren;
  • Er is een ingang en uitgang,
  • Mieren en mensen lijken op elkaar;
  • Er is transport mee gemoeid;
  • Er zijn ongeschreven regels. 

Dit zou kunnen aanleiding geven tot de volgende associaties:

  • De mensen in de wachtrij als groep gezamenlijk een activiteit laten doen: zingen, quiz, popsongs herkennen vanaf de intro van 10 seconden, …
  • Er is een ingang en een uitgang; het groepsgebeuren kan verdergezet worden aan de uitgang: een gezellige koffiebar bijvoorbeeld.;
  • Mensen lijken op elkaar, dus hebben gelijklopende interesses. Daarop inspelen kan door met klantenkaarten te werken waarop die interesses vrijblijvend zijn aangeduid. Op die interesses inspelen om het wachten aangenamer te maken.
  • Er is transport: dit transport individualiseren door individuele ‘out check’ punten te creëren.
  • De ongeschreven regels in vraag laten stellen door een bevraging van het cliënteel.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie zien dat deze vaardigheid heel wat ideeën creëert. Hoe die verder kunnen uitgediept worden bespreek in bij de behandeling van de vierde vaardigheid van de derde karakteristiek Creatief IntegrerenVier plussen en een wens (Deel XXVII).


[i] Stewart D. Friedman. Lessons on Life and Harmony from Bruce Springsteen. https://www.fastcompany.com/3037099/lessons-on-life-and-harmony-from-bruce-springsteen

[ii] Stewart D. Friedman. Leading the life you want: skills for integrating work and life. Boston MA: Harvard Business Review Press. 2014. Bladzijden 129-151

[iii] https://www.youtube.com/watch?v=ZACwVOJXpn0

[iv] https://ojs.ugent.be/index/article/view/8029  

[v] Douglas Hofstadter en Emmanuel Sander. Analogie: de kern van ons denken. Amsterdam: Atlas Contact, 2014

[vi] Ignes Fatui is hier onvertaald gelaten. Het begrip komt van het Middeleeuws Latijn: ignis (vuur) en fatui (dwaas). Het heeft twee betekenissen a) dwaallicht en, zoals het hier is bedoeld, b) iets dat misleidt en bedriegt, een illusie.