Tagarchief: Stephen Covey

BLIJF WAKKER ! – DEEL XI

DIENEN JULLIE VOOR JULLIE EIGEN MENING TE PLEITEN OF NAAR DE MENING VAN DE ANDER TE VRAGEN?

Today, Bruce Springsteen has assumed his place in the tradition of great American populist poets whose work emanaes from the people while speaking of and for them. In the thirty-three years since America first heard Bruce Springsteen’s Greetings From Asbury Park, NJ., Mr. Springsteen has never stopped listening to the voices of his community, seeking connection with their lives, understanding their frustrations, and inviting their hopes. In his music, Mr. Springsteen has consistently embraced the lost, the left-out, and the passed-over and he has never failed to recognize how much of him they are.[i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, ondertussen weten jullie reeds dat op een ‘of’ vraag het enig correcte antwoord ‘JA!’ is. Bij Authentieke Interactie, een onderdeel van Creatieve wisselwerking, is er nood aan een vaardigheid die ik, n   aar het voorbeeld van Chris Argyris, ‘Bepleiten en Bevragen’[ii] heb genoemd. Hierbij gebruik ik als definitie voor bepleiten: door woorden en volzinnen uw wens of mening duidelijk te maken en daardoor anderen proberen te overtuigen. Dit is wat Bruce Springsteen in z’n songs doet. Leuk is dat het label van deze vaardigheid komt uit de sfeer van het advocaten beroep waar pleiten wordt gebruikt in de betekenis ‘iemand die ergens van beschuldigd wordt met argumenten verdedigen’. Bevragen is dan het vragen naar de mening van de ander. Daarbij ga ik er van uit dat die wel eens anders zou kunnen zijn dan mijn eigen mening.

Creatieve wisselwerking bij communicatie: de dialoog

Een toepassing van Creatieve wisselwerking is de communicatie tussen de deelnemers aan het proces. Bij Creatieve wisselwerking op z’n best is de communicatievorm tussen de deelnemers de dialoog. Eloïse, Edward en Elvire, er bestaan (minstens) vijf communicatie vormen en slechts één ervan is heilzaam voor het creatief wisselwerkingsproces. Die vijf communicatie vormen zijn:

  1. De monoloog: de een geeft en de andere ontvangt niet, de een houdt geen rekening met het gegeven of de ander, al dan niet, wil ontvangen;
  2. Het debat : de een geeft en de ander ontvangt, de ander is echter niet in staat of bereid om iets te geven;
  3. De discussie: de een én de ander geeft, geen van beiden is bereid of in staat om te ontvangen, het geven komt in ‘botsing’, wat tot spanning (vechten) of leegte (vluchten) kan leiden;
  4. Het gesprek: de een en de ander geeft en beiden ontvangen, doch beiden laten, wat ze ontvangen, niet diep in hen doordringen, het krijgt geen kans om hen wezenlijk te veranderen: “We dronken een glad, deden een plas, en alles bleef zoals het was”;
  5. De dialoog: de een en de ander geeft en beiden ontvangen en dat op een zeer open manier (een van de twee voorwaarden van deel IX), waarbij wij ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander. Daarbij zijn we bereid om onze visie op de werkelijkheid aan te passen, ons oordeel om te vormen en daardoor dan te veranderen. Dialoog heeft dus ook te maken met wat Carol Dweck ‘Growth Mindset’noemt[iii].

Een van de spanningen die men bij diepgaande communicatie niet kan ontwijken, is de spanning tussen de gesprekspartners, vanwege hun verschillende wensen en noden. Deze spanning komt echter ook door de natuurlijke wens de ander te beïnvloeden. Deze wens is uiteraard bij elke gesprekspartner aanwezig. Dialoog of respectvolle communicatie bekijkt beide zijden van deze eeuwige spanning. Dit is zowel praktisch als realistisch; beide gesprekspartners zijn belangrijk en hebben hun specifieke verwachtingen en verlangens. Dit inzien en elkaars mening respecteren, is een onderdeel van respectvolle communicatie en van de dialoog. 

Respectvolle communicatie gebruikt de vaardigheid die hier aan de orde is: Bepleiten en Bevragen. Jij vertelt hoe jij het ziet en vraagt de ander wat haar of zijn visie is. Dus men doet beide: men geeft zijn eigen mening zonder de ander het recht te ontzeggen een andere, eventueel afwijkende, mening te hebben. Met andere woorden, men neemt aan dat zij of hij een andere zienswijze van dezelfde realiteit kan hebben. Men is er zich dus van bewust dat beiden een verschillende mindset (denkkader, mentaal model) hebben en daardoor, per definitie als het ware, verschillende visies op de werkelijkheid.

Een reactie op overmatig Bepleiten is het opgeven van het gesprek; de gesprekspartner trekt zich terug en laat de pleiter doorpraten zonder weerwoord. De spreker denkt dan vaak dat de ander het met haar of hem eens is, maar meestal is er geen enkele overeenstemming. Als een gesprekspartner daarentegen uitsluitend vragen stelt, krijgt de ander na een tijd een onbehagelijk gevoel, want de vraagsteller spreekt zich zelf niet uit en daardoor weet de ander niet waarvoor deze staat. Wantrouwen en onzekerheid bij de ander zijn dan vaak het gevolg. In beide gevallen is er een gebrek aan respect. Dit ‘disrespect’ wordt uiteraard aangevoeld en doodt de dialoog.

Heel belangrijk bij respectvolle dialoog is het bekomen van een balans tussen Bepleiten en Bevragen. Het zoeken naar die balans creëert meestal het op losse schroeven zetten van de verankerde meningen van de eigen mindset. Een reden te meer waarom dit geen vanzelfsprekende vaardigheid is. De winst ligt in het helderder en creatiever inzicht dat voortkomt uit het combineren van de diverse perspectieven. Niet dat het makkelijk is, want beide elementen van Bepleiten en Bevragen kunnen op een zodanige manier uitgevoerd worden dat de vaardigheid niet werkt. Bepleiten zonder het redeneringsproces van de stellingname bloot te leggen, werkt niet. Bevragen op een ‘spervuur-ondervragingsmanier’ ook niet. In elk geval gaat het bij Bepleiten en Bevragen niet alleen over de mening van de een én de ander maar ook over waarop ze die mening baseren. Dit kunnen data zijn, maar ook interpretaties of waardeoordelen. Data zijn verbonden met de eerste karakteristiek van Creatieve wisselwerking, en worden bekomen door observatie met het helder bewustzijn. Interpretaties en waardeoordelen horen dan bij de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking en worden bekomen door waarneming met het gekleurd bewustzijn. Daarmee wordt alweer duidelijk dat Creatieve wisselwerking geen lineair maar eerder een levend en chaotisch proces is.

Eloïse, Edward en Elvire, uit ervaring weet ik, jullie opa, dat men bij een dialoog met betrekking tot onaangepast gedrag het best de volgorde omkeert en start met het bevragen: “Hoe zou je je gedrag omschrijven?”, “Waarom kies je voor die manier van handelen?”, “Op welke gegevens, aannames baseer je je om op deze manier te werken?”, Hoe kom je erbij zo te handelen?”, “Kun je mij jouw gedachtegang verduidelijken?” Hierbij is duidelijk dat bij Bevragen men niet alleen naar het standpunt, de mening van de ander vraagt. Men vraagt ook naar de weg die de ander bewandelt heeft om tot die mening te komen. Anders gesteld, wat haar of zijn gekleurd bewustzijn, denkkader en mentaal model is die haar of hem heeft laten zien, wat werd heeft gezien.

Nadien volgt dan: “Wat kunnen de gevolgen zijn van jouw gedrag?” Door Bevragen voorrang te geven zal je leren:

  • of de ander zich wel bewust is van zijn (gewoonte) gedrag;
  • wat zijn referentiekader is;
  • en of hij zich bewust is van de mogelijke risico’s.

Nadien kan jij dan je mening, je zienswijze Bepleiten. Vergeet echter niet uw denkkader, mindset en mentaal model duidelijk te maken. 

In een dialoog wisselen de gesprekspartners Bepleiten en Bevragen af. Bepleiten helpt om te expliciteren wat je vindt en hoe jij dingen interpreteert. Bevragen helpt om te kijken of de ander dezelfde waarnemingen heeft, dezelfde interpretaties maakt en conclusies trekt; of totaal andere. 

De waarde van nederigheid, respect, openheid en vertrouwen

Bij deze vaardigheid is de kernwaarde ‘nederigheid’ van het grootste belang. De waarde nederigheid heeft in deze context te maken met het gegeven dat men er zich van bewust is dat haar of zijn visie niet de absolute waarheid is. Men aanvaardt met andere woorden dat men zich in deze kan vergissen. Nederigheid zal ons niet inspireren om de mening van de ander de grond in te boren, integendeel, het helpt ons om die mening van de ander te begrijpen. Nederigheid zal ons bovendien aansporen de juiste vragen te stellen. We zijn er van overtuigd dat we de kennis niet in pacht hebben en we beseffen dat we heel wat van de ander kunnen leren. 
Daarom, stelt Ed Schein, zijn we best nederig, want we hebben anderen nodig om onze taken met succes te kunnen afwerken.[iv]

Als een gesprekspartner uitsluitend zijn mening bepleit, gaat hij uit van zijn eigen gelijk en luistert hij niet naar de ander. De ander voelt zich niet gehoord en kan dan op zijn beurt volharden in het ten berde brengen van zijn standpunt. Vaak leiden dit soort gesprekken tot het polariseren van de standpunten in plaats van het overbruggen ervan en het zoeken naar gezamenlijke mening.

Chris Argyris geeft aan dat ,als men in staat is om Bepleiten en Bevragen af te wisselen, men een dialoog krijgt waarin de gesprekspartners elkaar met respect bevragen op gegevens, waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen[v]. Dit vraagt van de gesprekspartners vaardigheden op beide gebieden. Vaardige bepleiters brengen hun mening of visie onder woorden en onderbouwen die met voorbeelden van hun waarnemingen. Vaardige bevragers stellen open vragen en helpen de ander om diens waarnemingen, interpretaties en veronderstellingen te expliciteren. Bijvoorbeeld door te vragen naar voorbeelden, ervaringen of meningen. Ook feedback vragen kan een effectieve vorm van vragen zijn. Hierover zal ik (veel) later een volledige column (deel XXXIII) wijden.

Correct bevragen geeft aan dat je werkelijk geïnteresseerd bent in de mening van de ander. Dit verhoogt het vertrouwen. Deze vaardigheid versterkt dus het vertrouwen en een groter vertrouwen leidt, zoals we hebben gezien in Deel IX, naar meer openheid. Het is inderdaad een versterkende wisselwerking tussen deze vaardigheid en de basiscondities. Later zullen we zien dat dit ook het geval is met de andere vaardigheden van de karakteristiek Authentieke Interactie (en dit is het geval bij alle karakteristieken). We bespreken die vaardigheden in deze serie columns één voor één. In de realiteit worden die echter ‘door elkaar’ gebruikt en ook daardoor verstevigen ze elkaar. Zo zal de vaardigheid Bepleiten en Bevragen ingezet worden samen met de twee andere vaardigheden van de Creatieve wisselwerking karakteristiek Authentieke Interactie waarover later een deel zal gewijd worden : Non-verbale communicatie (Deel XII) en Bevestigend Herhalen (Deel XIII).

Het evenwicht tussen Bepleiten en Bevragen omvat niet enkel het bepleiten van je eigen inzichten. Het omvat ook het begrijpen van de standpunten van de ander. Om die te kunnen begrijpen dient men ze uiteraard eerst te weten komen, vandaar de noodzaak van het bevragen van die standpunten. Dit bevragen heeft wel tot uiteindelijk doel de inzichten van de ander waarderend te begrijpen. 

In onze cultuur worden managers gevormd tot welbespraakte pleiters en oplossers van problemen. Ze zijn uiterst bekwaam om hun visie te presenteren en deze met doorslaggevende argumenten te ondersteunen. Ze zijn daarbij gedreven om tijdens het debat hun eigen gelijk te halen. Niet zelden stoten ze ook door naar een ‘jump to conclusion’ beslissing en actie. De conclusie is uiteraard dat hun visie de enige juiste is en de oplossing van het probleem steunt daarbij praktisch uitsluitend op hun ideeën. Soms hebben zij hierbij succes. Door dit succes gesteund, herhalen managers gretig dit gedrag. Vaker nog loopt het mis. Gezien echter de tijd die verloopt tussen oorzaak en gevolg meestal aan de hoge kant is en ons geheugen meestal van korte duur, wordt de basis oorzaak van de miskleun – het ‘jump to conclusion’-gewoontegedrag – vaak niet onderkend. 

Hoe werkt Pleiten en Bevragen

Willen managers deze Creatieve wisselwerkingvaardigheid onder de knie krijgen, dan dienen zij te leren het evenwicht tussenBepleiten en Bevragente behouden.
 Ook in het geval van een Cruciale dialoog rond onaangepast gedrag gaat het om “Eerst begrijpen, dan begrepen worden”. Dit is de zesde gewoonte van de zeven effectieve gewoonten volgens Stephen R. Covey. In zijn boek ‘The 7 Habits of Highly Effective People’[vi]beschrijft Stephen Covey de gewoonten die leiden naar persoonlijk leiderschap. Wat Covey in zijn – overigens zeer aan te raden – boek niet vermeld, is dat deze eigenschap onder andere door Franciscus van Assisi prachtig werd verwoord. Inderdaad, Sint-Franciscus was er zich van bewust dat het verlangen om begrepen te worden niet altijd vanzelfsprekend samengaat met een verlangen om de ander te begrijpen, toen hij bad: “Laat mij niet verlangen begrepen te worden maar zelf te begrijpen”.[vii]

De gewoonte om eerst te begrijpen en dan begrepen te worden is uiteraard ook een principe van de empathische communicatie, vandaar dat deze vaardigheid ook geplaatst wordt in fase 1 Communicatie van het Cruciale Dialoogmodel. Door dit gedrag laat men de ander aanvoelen dat het prima is er een andere mening op na te houden en dat men bovendien geïnteresseerd bent in zijn of haar ‘point of view’ (gezichtspunt). De meeste mensen hebben deze goede eigenschap niet. Zij willen eerst zelf begrepen worden. Zij luisteren niet met de intentie om te begrijpen, maar met de intentie te antwoorden en daarmee de argumenten van de ander onderuit te halen. Ofwel spreken zij zelf of zij bereiden zich voor om te repliceren. Dat zij daarbij uitvoerig gebruik maken van hun eigen paradigma’s, hun eigen referentiekaders spreekt vanzelf. Door deze houding en dit gedrag stellen zij hun denkkaders niet in vraag. 

When people talk, listen completely.

Most people never listen.

Ernest Hemingway

Empathisch luisteren is het luisteren naar de referentiekaders van de ander en deze trachten te begrijpen. Je tracht te begrijpen hoe de ander de wereld ziet en begrijpt en bovendien ook hoe zij of hij zich daarbij voelt. Bedenk daarbij dat wat de ander zegt, werd gecreëerd door middel van een interne dialoog (cf. het Cruciale Dialoogmodel): feiten  –>interpretatie –> gevoelens –> imagineren –>actie. De actie is in dit geval wat effectief wordt gezegd. 

Maak van Bepleiten en Bevragen een goede gewoonte 

Nogmaals, het gaat hier om beide: Bepleiten en Bevragenen het voldoende afwisselen van beide teneinde evenwicht in de communicatie te brengen. Men moet dus niet naar het andere uiterste – het bevragen – overhellen. Het komt er op aan dat niet alleen alle gesprekspartners hun visie op tafel leggen, maar ook de manier meegeven waarop ze tot deze visie gekomen zijn. Zij dienen als het ware de interne dialoog die hen tot hun besluit bracht, bloot te leggen. Daarbij dient de stellige uitspraak – “Dit vind ik” – direct gevolgd te worden door de vraag – “Wat vind jij?” Daarmee geeft men aan dat men de waarheid niet in pacht heeft. Men geeft wel z’n mening weer en hoe men er toe komt. Door de vraag “Wat vind jij?” geeft men impliciet aan dat jouw mening niet ‘de’waarheid is.

Bepleiten en Bevragen dienen dus in evenwicht te zijn. Beide hebben te maken met een ander tweespan: integriteit en nederigheid. Vanuit integriteit pleit men voor de eigen mening, vanuit nederigheid vraagt men naar de mening van de ander. Beide zijn in evenwicht. Men zou, Daniel Ofman indachtig, kunnen spreken van een nederige integriteit of een integere nederigheid. 

Mogelijke mengvormen 

De verschillende mengvormen van deze balans worden in volgend figuur[viii] weergegeven.Hierbij worden ook die vormen aangegeven ‘die niet werken’. Sommige ervan zijn manipulerend, andere gebiedend of belerend. Het spreekt vanzelf dat de intentie van enorm belang is (zie ook Deel V). Inderdaad, zoals elk stuk gereedschap (denk maar aan een hamer), kan ook Bepleiten en Bevragen worden misbruikt. 

If all you have is a hammer, Everything looks like a nail. 

– Abraham Maslow

Zo zullen mensen, die niet bereid zijn hun denken bloot te geven, zich in stilzwijgen hullen, zonder de mogelijkheid door open dialoog te leren, te baat te nemen. Ze trekken zich terug. Henry Nelson Wieman noemt dit ‘evasive’ gedrag. Anderzijds zullen ander mensen dan weer bereid zijn om niet alleen hun denken bloot te leggen, maar bovendien hun aannames op te schorten zodat ze een open dialoog met de ander hebben . Niet toevallig zijn dat de twee uitersten (linksonder: ‘Terugtrekken’ en rechtsboven: ‘Dialoog’) van bovenstaande figuur.

De vaardigheid Bepleiten en Bevragen zien wij als een communicatietool omdat wij die vaardigheid ook als luisteren naar jouw luisterenzien. Indien je niet luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bepleiten; indien je praktisch uitsluitend luistert naar de standpunten van de ander, hel je te veel over naar bevragen. De kunst is beide in evenwicht te brengen en te houden, en dit zonder te faken of te manipuleren. 


[i]Randy Lee. Symposium: The Lawyer as poet advocate: Bruce Springsteen and the American Lawyer – An Introduction. Widener Law Journal. Volume 14, Number 3, 2005. pp. 719-730. 

[ii]Chris Argyris. On organizational learning. Cambridge, MA: Blackwell Publishers, 1992.

[iii]Carol S. Dweck. Mindset. The New Psychology of Success.New York, NY: Random House, 2006.

[iv]Edgard H. Schein. Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking instead of Telling. San Francisco, CA: Berrett-Koehler Publishers, Inc. 2013, page 5 and page 13.

[v]Chris Argyris. Organizational Learning II. Burlington, MA: Addison Wesley, 1996.

[vi]Stephen R. Covey. The seven habits of highly effective people: restoring the character ethic. New York NY: Fireside, 1990.

[vii]Vredesgebed van Sint Franciscus:


Heer, maak me tot een werktuig van uw vrede.


Waar haat is, laat me liefde zaaien. Waar onrecht is, vergiffenis.


Waar twijfel is, geloof. Waar wanhoop is, hoop.


Waar duisternis is, licht. Waar droefheid is, vreugde.


O goddelijke Meester, geef me dat ik eerder verlang te troosten, dan getroost te worden,


te begrijpen dan begrepen te worden, te beminnen dan bemind te worden.


want het is door te geven dat we krijgen,


door vergeving aan te bieden dat we vergeving ontvangen


en door te sterven dat wij voor de eeuwigheid geboren worden.


Amen 

[viii]Peter M Senge et al. Het vijfde discipline praktijkboek. Strategieën en gereedschappen voor het bouwen van lerende organisaties. Schoonhoven: Academic Services, Economie en Bedrijfskunde, 1995 (36. Het evenwicht zoeken tussen informeren en pleiten). 

BLIJF WAKKER ! – DEEL III

WIE ZIJN JULLIE?

So when you look at me

you better look hard and look twice:

Is that me baby? 

or just a brilliant disguise.[i]

– Bruce Springsteen

Brilliant disguise – Tunnel of Love – 1987

Wat een rare vraag, Opa! Je weet toch wie wij zijn ?!?

Die vraag is, Eloïse, Edward en Elvire, toch niet zo raar als ze op het eerste zicht lijkt. In vorig deel zagen we dat er een wezenlijk verschil is tussen het helder bewustzijn(het Ik-bewustzijn) en het gekleurd bewustzijn (het mij-bewustzijn). Daardoor wordt de vraag voor elk van jullie : “Wie ben ik?” en daarbij bedoel ik jullie helder bewuste “Ik” en niet jullie gekleurd bewuste “mij”.

Wanneer mensen wordt gevraagd zich voor te stellen, stellen ze meestal de “mij” voor en zelden de “Ik”. Hoe komt dit? Wel, omdat de meeste mensen hun ware “Ik” niet kennen, zo eenvoudig is het!

Wij hebben in vorige column ook gezien dat de “Ik” de “mij” kan observeren. Dit is een interessant fenomeen dat nooit heeft opgehouden filosofen, mystici, wetenschappers, psychologen en psychiaters bezig te houden. Het blijkt dat dieren dit niet kunnen en dat er een zeker niveau van intelligentie nodig is om dit wel te kunnen. Ik wil het in deze column zo simpel mogelijk houden en dus geen metafysica, noch filosofie doceren. Toch is deze manier van observeren uiterst belangrijk, ook voor jullie. Het gaat in feite over iets dat eenvoudig lijkt: simpelweg observeren (uit je doppen kijken) en het gezond verstand gebruiken.  Het probleem met het ‘gezond verstand’ is dat zowat iedereen er zich op beroept en dat, zoals ik ooit een wijs man hoorde beweren, er op de dag van de schepping, wel gewogen 2784 gram ‘gezond verstand’ beschikbaar was … en dit voor de ganse mensheid over de eeuwen heen. Men gebruikt dus meestal niet het gezond verstand maar wel het gekleurd bewustzijn van het eigen mentaal model.

Het observeren van zaken wordt veelal gevolgd door het observeren van de daarbij opkomende gedachten (van de “mij”). Tenslotte worden wij ons (hopelijk) helder bewust van de ‘denker’ (van de “Ik”). Maar, nogmaals, wie is die “Ik”? Laat ik het praktisch houden en eerst beschrijven wie die “Ik’ nietis. Ik zal daarbij langzaam een en ander duiden. De kans is groot dat ik jullie ‘tegenvoets’ zal nemen. Het inzicht dat jullie hierbij zullen verwerven kan “super” of “schrikaanjagend” zijn, naargelang jullie gezichtspunt (en dus jullie huidig denkkader of mindset). Nu, vooruit met de geit!

Is jullie “Ik” de gedachten die in jullie opkomen? Natuurlijk niet, gedachten komen en gaan; dus jullie “Ik” is nietjullie gedachten! 

Is jullie “Ik” dan jullie lichaam? Wetenschappers leren ons dat miljoenen cellen van ons lichaam per minuut veranderen of vernieuwd worden en dat na zeven jaar geen enkele levende cel in ons lichaam te vinden is, die er al zeven jaar voordien was! Cellen komen en gaan en het lichaam vernieuwd zich quasi continu. Maar de “Ik” blijft overeind. Dus jullie “Ik” is nietjullie lichaam! 

De “Ik” is dus iets anders en meer dan het lichaam waarin de “Ik” huist. Jullie zouden wel kunnen stellen dat het lichaam een onderdeel is van de “Ik”. Het veranderende deel dan wel. Het lichaam blijft veranderen. Wanneer het dit niet meer doet, sterft het. We geven er blijvend de unieke naam ‘lichaam’ aan, hoewel het lichaam zelf het continu verandert. Zoals we dezelfde naam behouden voor de stad Antwerpen, hoewel Antwerpen bestaat uit elementen die continu veranderen en dus ook de stad Antwerpen quasi continu verandert. Ook om de Schelde te duiden gebruiken we blijvend dezelfde naam; voor een continu veranderende watermassa hebben we één unieke naam. Dat doet me denken aan de zinsnede “zoals de Schelde voorbij Antwerpen stroomt”, waarbij twee unieke namen voor twee veranderende grootheden worden gebruikt. Tussen haakjes: historisch gezien zou de Schelde, ter hoogte van Antwerpen, eigenlijk de Rupel moeten genoemd worden, maar dat verwerpen zeker de Antwerpenaren en ik weet niet hoe die van Rupelmonde tegenover een naamsverandering, van Rupelmonde naar Scheldemonde, zouden staan.

En hoe zit het overigens met jullie naam? Is jullie “Ik” dan jullie naam, respectievelijk Eloïse Jacobs, Edward Jacobs en Elvire Jacobs. Uiteraard niet, alleen al omdat die naam jullie werd gegeven volgens een conventie, althans wat jullie achternaam betreft. Indien jullie later waren geboren, hadden jullie, volgens een nieuwe conventie, Roels als achternaam kunnen hebben. En wat jullie voornaam betreft, die werd ‘toevallig’ gekozen door jullie ouders, zonder dat jullie daar inspraak in hadden. Indien jullie voornaam jullie niet bevalt, kunnen jullie die zelfs officieel wijzigen. Weliswaar met enige administratieve rompslomp en een paar honderd Euro, maar toch. Dus jullie zijn zeker nietjullie naam, al was het maar omdat jullie die kunnen wijzigen zonder dat jullie “Ik” zelf wijzigt.

Hetzelfde geldt voor: ik ben Belg, ik ben katholiek, ik ben ‘groen’, … Jullie kunnen van nationaliteit, van religie en politieke voorkeur veranderen zonder dat jullie “Ik” verandert.

Anders gesteld, we krijgen in ons leven ‘labels’ opgespeld. Sommige daarvan geven we ons zelf, andere krijgen we van anderen. Het is voornamelijk erg wanneer we onze “Ik” identificeren met die ‘labels’. Al die labels gaan nietover de “Ik”, die gaan over de “mij” en die verandert continu. Nogmaals, jullie “Ik” is geen enkele van de ‘labels’ die op jullie gekleefd worden (door jullie zelf én door anderen!). 

Wanneer jullie uit de cocon van jullie gecreëerde zelf stappen en de ‘mij” observeren met jullie helder bewustzijn, dan identificeren jullie zich niet meer met jullie “mij” en observeren die vanuit het standpunt van de “Ik”: de Creatieve Zelf. Ziedaar het antwoord. Jullie “Ik’ is jullie OrigineleCreatieve Zelf!

Wie lijdt pijn?

Sta mij toe om het onderscheid tussen de “Ik” en de “mij” nog iets scherper te stellen. Daarbij ga ik het even over “pijn” en “lijden” hebben. De vraag is uiteraard: “Wie voelt de pijn, wie lijdt?” De pijn wordt gevoeld door de “mij”. Het is zelfs zo dat wanneer men zich overmatig identificeert met de “mij”, het lijden eigenlijk start.

Stel dat jullie angstig, gretig of ongerust zijn. Wanneer de “Ik” zich niet identificeert met geld, naam, nationaliteit, personen of vrienden, of om het even wat, dan is die “Ik” nooit bedreigd. De “Ik” kan heel actief zijn (hopelijk wel, want het is de Creatieve Zelf), maar is nooit bedreigd. Denk eens aan iets dat jullie pijn doet lijden, of onrustig/angstig maakt. Zoek dan eens wat jullie verlangen onder dat lijden is.  De oorzaak van jullie lijden is namelijk dat jullie verlangen naar iets dat (nog) niet vervuld wordt. De vraag die jullie dienen uit te klaren is: “Waar verlang ik gretig naar dat niet wordt vervuld?” Bovendien gaat het niet enkel om een verlangen, het gaat hier ook om een identificatie. Jullie hebben jullie, op één of andere manier, het volgende wijsgemaakt: “Het welbehagen van “Ik”, omzeggens het bestaan van “Ik”, hangt vast aan het vervullen van het verlangen van de “mij””. Eloïse, Edward en Elvire, al jullie lijden – in het heden en in de toekomst – wordt veroorzaakt door jullie te identificeren met iets en dat iets kan zowel binnen als buiten jullie liggen. En laat mij duidelijk zijn, het is niet de “Ik” die zo verlangt. Dit is een illusie die jullie zichzelf wijsmaken. Het is de “mij” die naar alles en nog wat verlangt en onverzadigbaar lijkt.

Wie heeft negatieve gevoelens?

Laat ik het nu even hebben over iets waar ik zelf ook nog heel wat mee worstel, namelijk het hebben van negatieve gevoelens tegenover iets of iemand. Hoewel ik cognitief (verstandelijk) weet dat, wanneer ik negatieve gevoelens (emoties) heb tegenover iemand, ik eigenlijk in een illusie leef, laat ik mij vaak vangen door dit soort negatieve gevoelens. 

Dit komt omdat, wanneer ik negatieve gevoelens koester, ik voor een stuk blind wordt. Dat geldt overigens ook voor positieve gevoelens. Denk maar aan de spreuk “Liefde maakt blind.” Wanneer de “mij” in beeld komt, wordt alles minder helder. Met andere woorden, voordat dit gebeurde had ik één probleem en nu heb ik er twee. Menigeen denkt, verkeerdelijk, dat het niet hebben van negatieve gevoelens, zoals woede, wrok en haat, betekent dat men niets aan de situatie wilt doen.  Dat is niet het geval! Het is niet omdat je niet emotioneel aangegrepen bent door de situatie, dat je niet direct in actie schiet. Integendeel, het helder bewustzijn zorgt er voor dat je zeer gevoelig bent voor zaken en mensen rondom jou. Wat die sensitiviteit teniet doet, is de gecreëerde zelf. Wanneer men zich teveel met de “mij” identificeert, is er teveel “mij” betrokken om nog de zaken objectief te kunnen bekijken. Men kan de werkelijkheid niet op een afstandelijke manier zien. Het is uiterst belangrijk dat, vooraleer effectief in actie te komen, men bekwaam is de werkelijkheid afstandelijk te observeren. Eerst dan ziet men de werkelijkheid zoals die is (en niet zoals de “mij” is)[ii]. Negatieve emoties verhinderen het observeren omdat men door die negatieve emoties vereenzelvigd wordt met de “mij” en daardoor los geslagen is van de “Ik”.

Hoe kunnen we dan de soort passie voelen die de energie motiveert iets aan objectieve slechtheid te doen? Wat het ook is, het is niet een reactie, het is een actie!

Pijn bij overlijden van een familielid waar men een sterke band mee heeft

“Fasten seatbelts”, Eloïse, Edward en Elvire, want in wat volgt ga ik nog een stapje verder. Stel dat ik, jullie opa Johan, overlijd. Het lijkt mij normaal dat jullie wat bedroefd zullen zijn. Maar tracht u eens die droefheid voor te stellen. Hoe zou je die benoemen? Mag ik een suggestie doen? Ik gok op zelfmedelijden

De cruciale vraag is namelijk: “Waar ligt de oorzaak van jullie droefheid?” Denk daar eens even over na. Wat ik nu zal stellen zullen jullie misschien vreselijk vinden. Jullie pijn  zal te maken hebben met jullie persoonlijkverlies, toch?!? Jullie specifiek verlangen, om mij bij jullie te hebben, krijgt plots een onherroepelijke knauw en wordt dus niet meer vervuld, nooit meer! Jullie hebben medelijden met jullie “mij” en, dat denk ik, ook wel met Bonnie. Maar dat wil zeggen dat jullie medelijden hebben met iemand, in dit geval Bonnie, die medelijden heeft met haar “mij”. 

Indien jullie geen medelijden hebben met jullie zelf, met wie leven jullie dan mee? Met mij, jullie grootvader Johan? Sorry, die leeft niet meer, dus daar kan je niet met mede-leven, noch met mede-lijden. Mijn leven en lijden zijn namelijk onherroepelijk voorbij! 

De les die jullie hieruit kunt leren is de volgende: wij voelen nooit pijn wanneer we iets of iemand verliezen die we echte vrijheid toewensen; waarbij we nooit gepoogd hebben haar of hem te bezitten. Bedroefdheid is meestal een teken dat ik m’n geluk afhankelijk gemaakt heb van iets of iemand, ten minste tot op zekere hoogte. Wij zijn zo gewend het anders (gekleurd) te zien, dat wat ik hier neerpen jullie misschien zelfs onmenselijk lijkt. En toch is dit niet zo. Eerder het tegendeel is waar! Wat ik hier net neerschreef, is namelijk uiterst menselijk, want ‘des mensen’.  

Laat ik dit onderdeel eindigen met een gevleugeld woord van Maurice Raimbault. Hij was m’n directeur en die zei mij, een goede dertig jaar geleden, toen ik hem om een loonsverhoging vroeg wegens grote inzet en uitzonderlijke verdiensten: “Indien je enkel maar gelukkig kunt zijn wanneer je een Maserati bezit, Johan, zal je misschien je leven lang ongelukkig zijn!”

Wie is afhankelijk?

Met betrekking tot ‘afhankelijkheid’ zijn er verschillende graden: bij de geboorte zijn we totaal afhankelijkvan onze omgeving, ergens op het einde van de pubertijd denken we dat weonafhankelijkzijn, het is slechts wanneer we (terug) wijs worden dat we begrijpen dat we onderling interafhankelijkzijn. En dat is juist en zelfs fijn, we hebben de anderen (partner, kinderen, kleinkinderen, vrienden, bakker, slager, kok, …) nodig om een goed leven te hebben.

Edoch, psychologisch en emotioneel afhankelijk zijn van een ander betekent afhankelijk zijn van een ander menselijk wezen voor het eigen geluk! Indien dat het geval is, dreigt men het volgende te doen: die ander vragen(smeken, eisen, dreigen, …) om bij te dragen tot jouw geluk. Daarop volgt meestal iets dat nog erger is. Men krijgt angst. De angst om te verliezen, de angst om verworpen te worden,… Angst die uiteindelijk uitmondt in wederzijdse controle. Weten jullie, Eloïse, Edward en Elvire, echte liefde bant angst uit. Want echte liefde vraagt niets, eist niets, verwacht niets; er is geen afhankelijkheid. Echte liefde vraagt de ander niet jou gelukkig te maken. Daardoor hangt jouw geluk niet af van ‘de ander’. 

Een correcte levenshouding in het kader van liefde voor een andere persoon is wat volgt: “Indien je mij zou verlaten, dan zal ik geen zelfmedelijden hebben. Ik hou van jou, ik hou van jouw aanwezigheid, maar ik klamp mij niet aan jou vast.” Hierbij denk ik aan de liefde tussen Tereza, een van de hoofdpersonages van het boek “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ van Milan Kundera[iii]– ik raad jullie overigens aan dat boek ooit eens te lezen – en haar hond Karenin. Volgende passage uit dit boek zal jullie hopelijk helpen begrijpen wat ik eigenlijk bedoel:

Uit deze warboel van denkbeelden ontkiemt de heiligschennende gedachte die ze niet van zich af kan zetten: de liefde die haar aan Karenin bindt is beter dan die tussen haar en Tomas. Beter, niet groter. Tereza wil Tomas noch zichzelf de schuld geven, ze wil niet beweren dat ze meer van elkaar zouden kunnen houden. Ze vindt eerder dat een mensenpaar zo geschapen is dat hun liefde a priori van een slechtere soort is dan (althans in het beste geval) de liefde die kan bestaan tussen een mens en een hond, het bizarre in de geschiedenis der mensheid dat door de Schepper waarschijnlijk niet was gepland.

Die liefde is onbaatzuchtig: Tereza wil niets van Karenin. Ze vraagt niet eens liefde. Nooit heeft ze zich de vragen gesteld die mensenparen kwellen: houdt hij van me? Heeft hij ooit van iemand anders meer gehouden dan van mij? Houdt hij meer van mij dan ik van hem? Misschien dat al deze vragen naar liefde, die liefde meten, doorgronden, onderzoeken, verhoren, haar tegelijkertijd in de kiem smoren. Misschien zijn we juist daarom niet in staat liefde te geven, omdat we ernaar verlangen liefde te krijgen, dat wil zeggen dat we steeds iets (liefde) van de ander willen in plaats van hem te benaderen zonder eisen en niets anders te willen dan zijn aanwezigheid.  En dan nog iets: Tereza accepteerde Karenin zoals hij was, ze wilde hem niet naar haar eigen beeld veranderen, ze was het bij voorbaat eens met zijn hondenwereld, ze wilde hem die niet afnemen, ze was niet jaloers op zijn geheime avonturen. Ze voedde hem niet op om hem te herscheppen (zoals een man zijn vrouw en een vrouw haar man herscheppen wil), maar alleen om hem de elementaire taal te leren die het mogelijk maakte elkaar te begrijpen en met elkaar te leven.

Makkelijk? Helemaal niet! Mogelijk, ook tussen mensen? Jawel! Bijvoorbeeld, mijn liefde voor jullie Eloïse, Edward en Elvire. Ik vraag jullie niet mij gelukkig te maken. Ik eis en verwacht niets en mijn geluk hangt daardoor niet af van jullie. Wanneer jullie mij zullen ‘verlaten’ (lees minder contact met mij zullen hebben, omdat jullie nu eenmaal andere dingen aan jullie hoofd zullen hebben dan een stokoude grootvader), zal ik daar niet treurig om zijn; want dit is de normale gang van zaken. Kleinkinderen dienen, zeker indien het nog arenden zijn, op een zeker moment met eigen vleugels te vliegen. “Het is wat het is!” zei Spinoza al. Ik ben weerbaar omdat ik dat voorzie; ik ben als het ware pro-actief en aanvaard deze werkelijkheid. Ondertussen geniet ik wel ten volle van onze liefde en ons samenzijn. Tereza parafraserend: “We hebben een gemeenschappelijke taal die het mogelijk maakt elkaar waarderend te begrijpen en van elkaars gezelschap te genieten.”

Het gaat inderdaad over het genieten van iemands aanwezigheid en belangrijkheid, zonder zich aan haar of hem vast te klampen. Ik wens jullie ook niet te herscheppen! Ik wens jullie wel, onder meer door deze reeks columns, te helpen, zodat jullie zichzelf kunnen creëren. Waar ik van geniet, is dus niet alleen jullie ‘as such’; het is iets dat groter is dan beide: jullie en mezelf. Het is echt ‘het één en het ander & verschillend van’. Dit is wat echte Creatieve wisselwerkingverwezenlijkt. Creatieve wisselwerkingis een gegeven, wij zijn er mee geboren en zelfs wanneer we niet meer bereikbaar zijn voor elkaar, blijft Creatieve wisselwerkingovereind. Ook als ik er niet meer zal zijn, blijft Creatieve wisselwerkingleven, namelijk in jullie. Jullie zullen andere mensen in jullie leven ontmoeten waarbij je Creatieve wisselwerkingop een andere, even goede en hopelijk nog betere en vollere, manier zullen beleven.

Dit is wakker blijven! Wakker blijven is eenieder laten zijn wie ze zijn, hen toelaten de richting te kiezen die ze willen kiezen, hen hun keuzes laten maken en ook mede daarom van hen houden en respecteren. Dit doet me denken aan een oud middeleeuws verhaal van Sir Gawain en de liefde van z’n leven. Een verhaal dat ik ooit hoorde vertellen door Fred Kofman[iv]en dat ik zelf een paar keer vertelde. Het verhaal gaat over de cruciale vraag: “Waar verlangt een vrouw het meest naar?” en geeft er ook het correcte antwoord op. Ik wil het jullie niet onthouden. Het is één van die typische Koning Arthur verhalen en is gekend als “The Wedding of Sir Gawain and Dame Ragnelle[v].” Het gaat als volgt: 

Op een zekere dag was King Arthur aan het jagen in zijn geliefd woud ‘Inglewood’. Hij zat een prachtig everzwijn achter na. Uiteindelijk zat het dier uitgeput in de val en Arthur sprong van zijn paard. Toen Arthur op het punt stond het dier met z’n dolk te doden, realiseerde Arthur zich plots dat hij niet alleen was. Hij voelde priemende ogen in z’n rug, draaide zich om en zag dat een enorme speer op z’n hart gericht was. Die speer werd gehanteerd door een reusachtige zwarte ridder gezeten op een groot zwart paard.

“Arthur, bereid je voor om te sterven. Je hebt heel wat verknald in jouw leven en het is hoog tijd om voor je zonden te boeten!”

Arthur had geen flauw idee wie deze immense zwarte ridder was en vroeg om tijd te winnen: “Wie ben jij?” “Dit doet niets te zake, ik wil jouw hoofd!” was het antwoord.

Arthur verdedigde zich wanhopig: “Indien jij mij doodt dan zit daar voor jou toch geen eer in. Een ongelijk gewapende ridder heeft geen enkele kans. Jouw gedrag is eerlijk gezegd onridderlijk. Je dient mij een kans te geven, toch?!?”

De zwarte ridder zag daar de redelijkheid van in en zei: “Ik stel jou het volgende voor. Ik zal je een raadsel geven en een vol jaar om het op te lossen. Indien je mij op het einde van dat jaar het correcte antwoord kan geven, laat ik jou leven. Indien je dit niet lukt, dan ga je er alsnog aan!”

Arthur had geen andere keus dan het voorstel te aanvaarden. En de zwarte ridder zei ten slotte: “Volgend jaar op hetzelfde tijdstip verwacht ik jou hier terug op deze plek met het correcte antwoord op m’n vraag: “Waar verlangt een vrouw het meest naar?”

Toen hij de vraag waarderend begrepen had, was Arthur als het ware aan de grond genageld. Hij had geen schijn van kans en was dus reeds zo goed als dood. Vooraleer Arthur het besefte, was de zwarte ridder verdwenen.

Terug in Camelot zag Sir Gawain, Arthur’s neef en de jongste, koene ridder van de Ronde Tafel, dat Arthur er zeer bedrukt bij liep. Arthur vertelde zijn wedervaren en Gawain stelde hem gerust: “Ik weet wat wij moeten doen, een heus onderzoek! Ik stel voor dat wij een bevraging doen met de beste steekproefmethode die ik nog aan het SUI heb geleerd. Wij gaan die doen over het hele land en gaan de vrouwelijke populatie van jouw koninkrijk, met de leeftijd tussen de 18 en de 48 jaar, bevragen. Op hun antwoorden laten we een analyse los. Met de hulp van alle ridders van de Ronde Tafel en hun schildknapen zal het ons zeker lukken.”

Zo gezegd, zo gedaan. Alle ridders van de Ronde Tafel gingen samen met hun schildknapen in de vier windstreken op pad. Aan elke vrouw die ze tegenkwamen stelden ze de cruciale vraag: “Waar verlang je het meeste naar?” De antwoorden tekenden de schildknapen vlijtig op. Nogal wat antwoorden kwamen terug: een lieve trouwe echtgenoot, een prachtig huis, een mooie garderobe van Dries van Noten, veel chocolade, …

Terug in Camelot werden alle antwoorden door de Management Assistenten van de Ridders verwerkt in spread sheets en behandeld met regressie analyse en het volledige gereedschap van de Kwaliteitswetenschap. Toen koning Arthur de print-outs zag, twee dikke farden, zei hij “Dit voelt niet goed aan”, maar sir Gawain verzekerde hem dat hij op z’n twee oren mocht slapen.

Edoch van slapen kwam er niet veel meer in huis. Arthur was er niet gerust in. Met nog twee maanden te gaan, ging hij hoe langer hoe meer gaan wandelen in z’n vertrouwde bos om tot rust te komen en het antwoord in de natuur te vinden. Een paar dagen voor de cruciale ontmoeting met de zwarte ridder werd hij plots uit zijn overpeinzingen gerukt door een verschrikkelijke geur. Die stank was onbeschrijfelijk walgelijk. Bah!!! Het was alsof duizend kadavers aan het rotten waren. Op dat ogenblik hoorde Arthur een krijsende stem die koude rillingen over z’n rug joeg. Jullie kennen dat wel: het geluid van krijsend krijt op het schoolbord. Die stem schreeuwde: “Arthur geen enkel van de antwoorden, die uw ridders verzameld hebben, zal jouw leven redden! Alleen ik ken het correcte antwoord op de vraag van de zwarte ridder!” Arthur, heel nieuwsgierig en sterk geïnteresseerd, hoe zouden jullie zelf zijn, trotseerde de stank en ging in de richting van de stem. Plots ziet hij op een hoop rottend hout een vormeloze, etterende massa vlees ‘getooid’ met slierten geklit vaal blond haar. Een heks, zoals hij nog nooit aanschouwde, met een werkelijk afgrijselijk wegrottend aangezicht. Het walgelijk geheel krijste: “King Arthur, dame Ragnelle heeft een levensreddende boodschap voor U!” Arthur kwam wat nader en terzelfdertijd maakte de gestalte zich los van de hoop hout en kwam ook dichter. De stank was niet te harden en Arthur zag geen andere keus dan het afschuwelijk gezicht, met een tandeloze mond en praktisch kale schedel met wat plukken geel vettig haar, te aanschouwen. De heks, die blijkbaar Ragnelle heette, vervolgde: “De antwoorden die uw ridders verzameld hebben, houden geen steek. Alleen ik ken het antwoord dat jouw leven zal redden.” Ofschoon walgend van het onwaarschijnlijke geheel bleef Arthur, nu wel uiterst geïntrigeerd, staan. Dame Ragnelle kwam nog een paar stappen nader… squash, squash, was het geluid van haar sompige voetstappen… en volgende dialoog ontspon zich toen:

“Ik weet wat je de zwarte ridder moet antwoorden om jouw vel te redden.”

“Als je die kennis hebt, Lady Ragnelle, zeg het jouw koning! Waar verlangt een vrouw het meeste naar?”

“Ik vertel het u wanneer je me belooft een dienst te bewijzen.”

“Ik schenk je de helft van m’n koninkrijk indien jouw antwoord m’n leven red.”

“Niet zo vlug, Arthur, ik hoef jouw eigendommen niet; ik wens een heel specifieke gunst.”

“Kom er mee voor de dag!”

“Ik zal u mijn wens enkel kenbaar maken indien mijn antwoord werkelijk jouw leven heeft gered. U dient mij echter nu, op jouw eer van Koning, te beloven mijn wens in dat geval in te willigen.”

Ook nu had King Arthur weinig keus, en hij zei: “OK, indien jouw antwoord m’n leven redt, dan zal ik uw wens gestand doen!”

Uiteindelijk gaf Lady Ragnelle haar unieke antwoord prijs:

“Wat een vrouw het liefste wil is

in haar leven haar eigen keuzes te mogen maken,

teneinde te leven zoals haar hart haar ingeeft,

en bemind en gerespecteerd te worden om wat ze is.”

Arthur’s Euro viel onmiddellijk. Hij kreeg de innerlijke zekerheid: dit was het antwoord!

Exact één jaar na z’n eerste ontmoeting met de Zwarte Ridder stond King Arthur oog in oog met z’n belager, en die zei: “Ah, den Arthur. Welke zijn jouw antwoorden op m’n gemakkelijk raadsel, m’n simpele vraag?” “Hier zijn de boeken met m’n antwoorden” en Arthur gaf de Zwarte Ridder de fardes met alle antwoorden die z’n ridders van de Ronde Tafel verzameld hadden. De zwarte ridder keek die door en gaf bij elk antwoord een passende reactie: “Een lieve trouwe echtgenoot, bah! Een prachtig huis, nope! Een mooie garderobe van Dries van Noten, te gek! veel chocolade, je meent dat niet!, …” De Zwarte Ridder scheurde elk antwoord uit de boeken en gooide uiteindelijk de kaften naar het hoofd van King Arthur, roepend: “Arthur, je bent zo goed als dood!”

Op dat ogenblik zei Arthur: “Ik heb nog één verlossend antwoord”. “Kom op ermee!” Uiteindelijk gaf King Arthur lady Ragnelle’s antwoord:

“Wat een vrouw het liefste wil is

in haar leven haar eigen keuzes te mogen maken,

teneinde te leven zoals haar hart haar ingeeft,

en bemind en gerespecteerd te worden om wat ze is.”

Het antwoord van de Zwarte Ridder kwam terstond: “Aah!!! Die verdoemde Lady Ragnelle!! Zij gaf jou het correcte antwoord!” schreeuwde hij en vervolgde: “Jouw lot zal nu erger zijn dan dat je dood ware geweest” en weg was hij.

King Arthur, uiteraard verrukt omdat z’n leven was gered, was er toch niet geheel gerust in. Dit wegens de dreigende laatste woorden van de Zwarte Ridder. Met enige siddering ging hij op zoek naar Lady Ragnelle. 

“Ik heb goed nieuws Dame Ragnelle” zei hij, wanneer hij het hoopje ellende gevonden had, “Uw antwoord heeft mijn leven gered, ik schenk jou de helft van m’n koninkrijk!”

“Ik zei je een paar maand geleden al dat ik jouw bezittingen niet hoef en dat ik, nadat je leven gered was, jouw deel van de afspraak kenbaar zou maken” repliceerde Lady Ragnelle “en dat is: dat je mij uithuwelijkt aan Sir Gawain!”

“Maar dat kan ik niet waarmaken!” schreeuwde Arthur, waarop Lady Ragnelle rustig riposteerde: “Beloofd is beloofd en een koning houdt z’n beloftes!”

Heel bedrukt vertrok Arthur dan naar Camelot, waar de ridders hem stonden op te wachten om z’n overwinning op de Zwarte Ridder te vieren. Maar aan z’n gezicht zagen ze dat het verre van een feestdag was. Arthur maakte Gawain deelgenoot van z’n ervaring en die antwoordde onmiddellijk: “Sire, ik was bereid om voor u te sterven, dus zal ik met plezier huwen met Dame Ragnelle, hoe afschuwelijk ze ook moge wezen.”

“Je weet niet wat je zegt, m’n jongen. Uw offer heeft m’n leven gered en enkel de dood kan u van uw belofte verlossen.”

Alles werd in gereedheid gebracht om het huwelijk van Sir Gawain en Dame Ragnelle groots te vieren, want daar stond de Lady op. Ondanks hun verwoede pogingen om de dame enigszins op te kalefateren en ze te besprenkelen met de duurste en krachtigste parfums, werd het een echte ramp. De gêne van allen zette een grote domper of het huwelijksfeest. Ook het tafelgedrag van Lady Ragnelle was een kaakslag in het gezicht van de koninklijke familie. Iedereen walgde bovendien van de stank en was door dat alles helemaal niet in de stemming om te vieren. Het kon voor iedereen niet rap genoeg middernacht zijn, edoch niet voor Sir Gawain… Om klokslag middernacht verliet het pas gehuwde paar het huwelijksfeest. In een oogwenk lag Lady Ragnelle op het bed. Sir Gawain stond nog even aan de haard en poogde zich enige moed in te rammen…

“Waar is mijn lieve echtgenoot, komt die mij niet ten minste een kus geven?”

“Ik zal je een kus geven, my Lady, en ook m’n plicht als echtgenoot vervullen.”

Toen Sir Gawain het hemelbed opende zag hij de meest betoverende verschijning die hij ooit mocht ontwaren. Bovendien had de onbeschrijfelijke stank plaats gemaakt voor een betoverende geur. De mooiste vrouw van Camelot verwelkomde hem met uitgestoken zachte armen … Gawain stamelde… “Wat is er gaande!?!” en Dame Ragnelle antwoordde: “Ik werd door m’n stiefmoeder betoverd en zou, zolang ik niet gehuwd was met de moedigste ridder van de Ronde Tafel, verder leven als de meest afschuwelijke heks.” “Dus als ik het goed begrijp, dit is jouw Originele Zelf?” Lady Ragnelle knikte.

Naast andere dingen, die jullie, Eloïse, Edward en Elvire, zich al misschien kunnen voorstellen, praatten Gawain en Ragnelle heel wat die nacht en werden ze smoor verliefd op elkaar. Uiteindelijk vielen ze uitgeput in elkaars armen in slaap. 

Bij zonsopgang werd Gawain wakker door het gefilterde zonlicht in z’n ogen en een hevige stank in z’n neus. Hij rook weer die afschuwelijke geur en toen hij z’n ogen van het zonlicht afwende zag hij dat hij de afschuwelijke heks, waarmee hij de dag voordien was gehuwd, in z’n armen hield.

“Wat gebeurt er nu weer’ schreeuwde hij. Lady Ragnelle schoot wakker en antwoordde: “Ons huwelijk heeft de betovering van m’n stiefmoeder maar voor de helft gebroken, mijn liefste. Voor de helft van de tijd zal ik zijn zoals je mij deze nacht zag en voor de andere helft zoals ik nu ben. En jij mag kiezen, lieve man Gawain: Ik kan mooi zijn voor je vrienden overdag en lelijk voor jou gedurende de nacht of andersom, lelijk voor jouw vrienden overdag en mooi voor jou ’s nachts.”

Wat een keuze! Wat zouden jullie kiezen, Eloïse, Edward en Elvire? Gawain wist het niet direct; hij ijsbeerde door hun slaapkamer, bedaarde plots want begreep het enige correcte antwoord en sprak het uit: “Wat wenst u zelf, m’n liefste. Jij mag kiezen en wat je ook kiest, ik zal je blijven beminnen en respecteren.”

Op dat moment werd Dame Ragnelle de wondermooie prinses die zij in werkelijkheid was en sprak: “Liefste Gawain, jij hebt de vloek nu volledig doorbroken. De tweede helft zou doorbroken worden indien m’n echtgenoot, de moedigste ridder van de Ronde Tafel, mij de gift zou geven waar elke vrouw het meest naar verlangt[vi].”

Wakker blijven is vooral, zoals het verhaal ons leert, iedereen (dus ook de mannen onder ons, Edward) toelaten te zijn wie ze zijn, hen toelaten de richting te kiezen die ze willen kiezen. Hen de keuzes, die hun hart en ingeeft, niet alleen laten maken, maar daarom ook van hen houden en hen respecteren. Wakker blijven is van iemand houden en deze los kunnen laten. Wakker blijven is niemand ketenen aan jezelf. Wakker blijven is niet afhankelijk zijn, noch onafhankelijk; het is interafhankelijk zijn van elkaar in de echte realiteit. Wakker blijven is illusies laten vallen voor de realiteit[vii]. Wakker blijven is jullie vereenzelvigen met jullie echte “Ik”, jullie Origineleof Creatieve Zelfen niet met jullie “mij”,  jullie actuele gecreëerde zelf. 

De vraag en ook titel van dit Deel III: “Wie zijn jullie?” heeft hiermee een definitief antwoord gekregen: “Jullie zijn jullie Creatieve Zelf(en dus niet, wat veel wordt gedacht, jullie gecreëerde zelf)!”[viii]


[i]Bruce Springsteen. Quote uit Brilliant disguisesong uit de studioalbum Tunnel of Love, Columbia Records, 1987.

[ii]“We don’t see things as they are, we see them as we are.” Quote van Anaïs Nin. Dezelfde quote wordt ook toegeschreven aan vele anderen, waaronder Stephen Covey. Ere wie ere toekomt, hoewel er veel quotes bestaan die in de richting gaan, is het Anaïs Nin die het adagium in haar boek ‘The seduction of the Minotour’ als dusdanig verwoorde. Opmerkelijk is wel dat haar personage – Lillian – in het boek refereert naar een Talmud tekst: Lillian was reminded of the talmudic words: “We do not see things as they are, we see them as we are.”Bij nadere analyse gaat de religieuze tekst eigenlijk essentiëel over de interpretatie van dromen, dus besluit de ‘quoteinvestigator’ (https://quoteinvestigator.com/2014/03/09/as-we-are/) dat Anaïs Nin met de eer gaat lopen.

[iii]Milan Kundera. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.Amsterdam: Ambo/Anthos uitgevers, 2014.

[iv]Fred Kofman. Revealing the Heart of the Learning Organization. Boston MA: Systems Thinking in Action™ Conference: Building Learning Organizations through Communities of Commitment, 1993.

[v]Zie onder meer: http://www.lone-star.net/mall/literature/gawain.htmen http://www.eleusinianm.co.uk/middle-english-literature-retold-in-modern-english/arthurian-legends/the-wedding-of-sir-gawain-and-dame-ragnelle

[vi]Waar elke vrouw het meest naar verlangt wordt in het originele verhaal geduid met het begrip Sovereigntyof in het Nederlands: Sovereniteit, i.e. volledige recht en macht om over zichzelf te beschiken zonder enige inmenging van anderen. In de oorspronkelijke tekst, vertaald in hedendaags Engels, vind men:

We desire most from men,

From men both lund and poor,
To have sovereignty without lies.
For where we have sovereignty, all is ours,
Though a knight be ever so fierce,
And ever win mastery.
It is our desire to have master
Over such a sir.

Such is our purpose.

[vii]Illusies die de druk van de werkelijkheid niet aankunnen zijn onder meer:

  • de illusie van ‘zekerheid’ (het principe van ‘onzekerheid’ van Heisenberg)
  • de illusie van ‘stabiliteit’ (verandering is de enige constante)
  • de illusie van ‘beheersing’ (controle van buitenaf heeft afgedaan)
  • de illusie van ‘veiligheid’ (‘security’ – gevoel van veiligheid is een illusie)
  • de illusie van ‘onafhankelijkheid’ (wij zijn interafhankelijk – ‘alles is met alles verbonden’)

[viii]Anders gesteld, jullie zijn een Boeddha! Elke volledig ontwaakte persoon is een Boeddha. De naam Boeddha (‘De Verlichte’) verwijst naar het hoogste niveau van ‘wakker zijn’.