Tagarchief: Vicieuze Cirkel

BLIJF WAKKER ! – DEEL VIII

HOE GEWOONTEN AAN- EN AFLEREN?

Imagine you are in a car,

And your new selves can’t get in,

But your old selves can’t get out.

You can bring new vision and guidance in your life,

But you can’t forget who you’ve been 

And what you’ve seen

– Bruce Springsteen

Quote uit een ‘Rolling Stone’ interview[i]

(Habit, once formed, is one of the selves in the car)

Eloïse, Edward en Elvire, mensen zijn gewoontedieren[ii]. Ook in deze context, dus met betrekking tot gewoonten, is het enig correcte antwoord op de vraag uit het verhaal van ‘De boer en z’n Zen Meester’: “Is dat goed of is dat slecht?” (zie onder meer ook deel II) een volmondig JA! Sommige gewoonten zijn nu eenmaal goed (bv. het dagelijks correct tandenpoetsen is een gezonde gewoonte) en andere dan weer slecht (bv. dagelijks een tiental sigaretten roken is een ongezonde gewoonte). Goede gewoonten zou ik dienen te behouden (bv. dagelijks een half uur gaan doorstappen in de Lembeekse bossen) of aante leren (bv. beter begrijpend én waarderend luisteren naar m’n kleinkinderen). Minder goede gewoonten (voorbeeld: niet altijd luisteren, laat staan waarderend begrijpen van Bonnie) zou ik dienen af te leren. 

Sommigen beweren dat er noch goede, noch slechte gewoonten zijn. Er zouden enkel effectieve gewoonten zijn. Dit zijn gewoonten die effectief zijn in het oplossen van terugkerende problemen. Die hebben wel een punt. Alle gewoonten brengen iets op – ook de slechte. Het is zelfs omdat het iets opbrengt dat gewenst is dat wij een bepaald gedrag zolang herhalen tot het een gewoonte geworden is. Het klassieke voorbeeld is het roken van sigaretten (of tegenwoordig ‘vapen’, is het niet Edward?), dat geeft een zekere rust en een bepaald genot.

Het probleem is dat mensen, dus ook wij, onze dagelijkse routines niet zo makkelijk bijstellen en ze al helemaal niet door anderen laten opleggen.  Wanneer we ons eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigen gemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). Veranderen van gewoonten dient bovendien van binnen uit te gebeuren (in het geval van bovenstaande quote van Bruce Springsteen door de eigenaar van de wagen)!

Belang van gewoonten

Zonder gewoonten kunnen we niet goed functioneren in het dagelijkse leven.

Gewoonten zorgen ervoor dat we dingen doen zonder dat we er hoeven bij na te denken. De al bij al beperkte hersencapaciteit waarover we beschikken, kunnen we dan inzetten voor wat er echt toe doet. Inderdaad, de mentale energie die we niet hoeven te steken in onze gewoonten, kunnen we spenderen aan belangrijker zaken.

Heel wat resultaten zijn de gevolgen van gewoonten. Aan de hand van die resultaten kan men gewoonten catalogeren. Meestal spreken we daarbij, zoals hierboven, van goede gewoonten en slechte gewoonten. Het spreekt vanzelf dat goede gewoonten naar goede resultaten leiden. Zo leidt het dagelijks goed poetsen van de tanden tot het behouden van een gezond gebit. Slechte gewoonten leiden daarentegen naar minder goede resultaten. Zo leidt de gewoonte van het vaak eten van overvloedig ‘junk food’ tot obesitas (zwaarlijvigheid) en diabetes (suikerziekte).

Maar, Eloïse, Edward en Elvire, een gewoonte heeft meestal goede enslechte gevolgen. Zo leidt het reeds vermelde roken van sigaretten tijdelijk tot minder stress en wat genot enook, uiteindelijk, tot een longziekte. Daarenboven zijn de labels, die men aan gewoonten hecht, ‘goed’ en ‘slecht’ persoonsgebonden. Zij komen voort uit de persoonlijke interpretatie en appreciatie van de gevolgen. En wat we soms als ‘goed’ catalogeren, is dit, op de keper beschouwd, niet steeds. Dit komt onder meer omdat we de – voor ons – goede gevolgen hoger waarderen dan de minder goede. Kortom, die labels komen uit de mindset van de specifieke gecreëerde zelf.

Hoe ontstaan gewoonten?

We worden niet geboren met gewoonten. Gewoonten worden aangeleerd. Hierbij speelt het zogenaamde conditioneringsproces een cruciale rol. Dit proces wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarbinnen het opereert. Het wordt mede daardoor ook socialisatie genoemd. Het is het proces waarbij een cultuur haar leden bepaalde overtuigingen, voorkeuren, gewoonten en de taal aanleert. Zo spreken wij, Eloïse, Edward en Elvire, Nederlands. Dit is een door onze cultuur aangeleerde gewoonte. Indien jullie in een andere cultuur waren grootgebracht, spraken jullie de taal ervan. Naast de cultuur ontwikkelen zich op persoonlijk vlak gewoonten door individuele voorkeuren en vooral ook door de werking van onze persoonlijkeVicieuze Cirkel.

Over het ontstaan van gewoonten zijn er heel wat boeken geschreven. Ik heb er nogal wat van gelezen. Dit omdat het menselijke gedrag mij ook professioneel boeide. Arbeidsongevallen hebben bijvoorbeeld veel te maken met gedrag, en dan nog voornamelijk met gewoontegedrag. Daardoor boeiden mij gewoonten, en hoe die ontstaan en veranderen, mij enorm. Wat mij daarbij opviel is dat alle auteurs van die boeken een eigen invulling geven aan het ontstaansproces van gewoonten. Gewoonten blijken namelijk te ontstaan volgens een drie stappen ontwikkelingsproces. Zo beschrijft onder meer Aubrey C. Daniels het klassiek geworden ABC plan[iii]. Het is een mnemotechnisch geintje dat steunt op de beginletters van het alfabet. In de Angelsaksische landen komt men zo tot volgende drie stappen: Antecedents – Behavior – Consequences. Mijn vertaling is wat krakkemikkig omdat ik persé de B wou behouden (anders speelde ik het ‘alfabet’ kwijt). Daarbij staat A voor Aansporing, dit is de prikkel om een bepaald gedrag te vertonen. B staat voor Behavior, dit is dan het getoonde gedrag. C tenslotte staat voor de Consequenties, dit zijn de gevolgen van het gedrag.

Nu ontstaan gewoonten door een bepaald gedrag zolang te herhalen dat het ingesleten geraakt. Aristoteles wist dit al, want hij stelde: “Wij zijn wat wij bij herhaling doen.” Dit wil zeggen het gedrag wordt vertoont zonder dat er nog bij wordt nagedacht. Als men niet meer nadenkt bij het uitvoeren van een bepaalde handeling, is die handeling inderdaad een gewoonte geworden. Het klassieke voorbeeld, dat door zowat alle auteurs van boeken rond gewoontevorming wordt meegegeven, is het volgende. Wanneer we een kamer binnen komen die donker is, gaat ons hand automatisch op zoek naar de lichtschakelaar om die in duwen. De donkere kamer is de Aansporing, de lichtschakelaar induwen is het Behavior (gedrag) en de verlichte kamer is de Consequentie van die handeling. De gewoonte is het middenstuk van de ABC keten. Dit voorbeeld maakt ook duidelijk waarom gewoonten simpelweg betrouwbare oplossingen voor terugkerende problemen kunnen genoemd worden[iv]. Gewoonten zijn ingesleten reflexen of rituelen. Het zijn met andere woorden mentale overbruggingen die we door ervaring leerden. Nog anders gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten zijn terugkerende handelingen waar we niet meer bij nadenken.

We hebben twee invalshoeken, twee bepaalde manieren om naar gewoonten te kijken. Meestal kijken we naar watwe met een bepaalde gewoonte wensen te bekomen. De output of consequentie is bij die manier van kijken belangrijk. Er is ook een tweede manier, Eloïse, Edward en Elvire en daar wil ik het in dit deel voornamelijk over hebben. Bij een gewoonte en dus ook bij gewoonte vorming is de input of aanleiding belangrijk. Die gewoonten, waarbij de input belangrijk is, zijn gekoppeld aan jullie identiteit. Deze tweede invalshoek start met de focus te richten op wiewe willen worden. Jullie hebben onderhand al begrepen dat dit voor mij onze Originele Zelfis. Onze actuele identiteit is wie we actueel zijn. Ik heb dit in vorige delen onze gecreëerde zelf genoemd. Onze Creatieve Zelf kan de gecreëerde zelf transformeren in de richting van onze Originele Zelf. Daarbij beleven we van binnenuit het proces waarmee wij geboren zijn, Creatieve wisselwerking.

Kortom, gewoonten worden gevormd door het inslijten van de identiteit die bestaat uit het geheel van aannames, vooronderstellingen en onderliggende meningen. Dit geheel noem ik nogal vaak onze mindset, wat kan vertaald worden als referentiekader, denkkader en mentaal model. Hierdoor wordt duidelijk dat we moeilijk gewoonten kunnen veranderen indien we niet onze mindset, die geleid heeft tot deze gewoonten, veranderen. Bij het veranderen van gewoonten gaat het voor mij, Eloïse, Edward en Elvire, niet zo zeer om het doel of om wat het opbrengt, maar om te veranderen wie ik ben; mijn gecreëerde zelf met diens unieke mindset. Daardoor blijven verbeteringen in gewoonten meestal slechts tijdelijk … totdat ze een deel worden van wie men is. Gewoonten zijn dus een inherent deel van onze gecreëerde zelf, onze mindset, ons individueel paradigma en onze individuele cultuur. Willen wij gewoonten af en aanleren dienen we dus onze gecreëerde zelf, onze mindset te veranderen.

En dat brengt ons naadloos terug naar het antwoord op de reeds in deze serie columns gestelde cruciale vraag: “Hoe kunnen we onze mindset veranderen gezien onze ‘mind’ dat zelf niet kan?”. Het antwoord op die vraag kennen jullie, Eloïse, Edward en Elvire onderhand wel: “Door het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.’ 

Hoe meer we een bepaald gedrag vertonen, hoe meer we onze identiteit, verbonden met dat gedrag, versterken. Het begrip ‘identiteit’ werd origineel afgeleid uit de Latijnse woorden ‘essensitas’, wat ‘zijn’ betekend en ‘identidem’, wat ‘herhaald’ betekent. Identiteit betekent dus letterlijk: ‘herhaald zijn’. Het proces dat gewoonten bouwt is in wezen het proces waardoor men zichzelf, en dus (hopelijk) z’n Originele Zelf, wordt. De werkelijkheid  gebied mij om te stellen dat we slechts een verbeterde gecreëerde zelf bereiken, de Originele Zelf blijft het doel; doel dat we m.i. nooit bereiken (maar jullie, Eloïse, Edward en Elvire, mogen mij het tegendeel bewijzen).

In Systeemdenken taal zou men het zo kunnen zeggen: “Gewoonten vormen uw identiteit en uw identiteit geeft vorm aan uw gewoonten.” Het is dus een versterkende feedback lus totdat het gedrag gebeiteld is en dus een gewoonte geworden is. Zowel het aanleren, vormen van een gewoonte, als het afleren van een gewoonte, vergt herhaling en dus tijd. 

Nogmaals, Eloïse, Edward en Elvire, gewoonten hebben te maken met zichzelf worden. De echte vraag daarbij is: “Worden jullie wel de personen die jullie echt willen worden?” Onze parafrasering van deze vraag kennen jullie al: “Worden jullie wel jullie Originele Zelf?”. En de opdracht zit al besloten in de vraag. De praktische moeilijkheid van het verwezenlijken van die opdracht – met name de transformatie van de gecreëerde zelf – hangt af van het huidig verschil tussen de actuele gecreëerde zelf en de Originele Zelf. Gezien jullie nog meer jullie Originele Zelf zijn dan ik, is de moeilijkheidsgraad van jullie transformatie eigenlijk kleiner dan die van jullie grootvader Johan. Dat is alvast het goede nieuws! Voor jullie althans… En zoals zo vaak is de weg naar het doel uiterst interessant. Gelukkig maar, want het doel bereiken we volgens mijn persoonlijk inzicht nooit!

Zoals reeds gesteld is het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces. Ik heb dus gezocht naar die gewoonten die het creatief wisselwerkingsproces bevorderen. Ik heb ze ten slotte in m’n boek ‘Cruciale dialogen’ beschreven als zestien vaardigheden. Ik zal die vaardigheden in deze serie columns één voor één uitgebreid beschrijven.

Het creatief wisselwerkingsproces toegepast op gewoontevorming

Hierbij gebruik ik het Cruciale Dialoogmodel. Nogmaals, de linkerkant ervan is de zone van het denken, het midden de zone van de gevoelens en emoties, en de rechterkant de zone van het doen en dus van de transformatie.

In de denkfase horen uiteraard de aansporingen. Dit zijn informatie en data (‘triggers’) die het denken in gang zetten. Daartoe dient het helder bewustzijn ingezet te worden. Men dient dus ‘wakker’ te zijn. Carl Jung zei ooit: “Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” Jung was ervan overtuigd dat het leven een doel heeft dat voorbij gaat aan het zuiver materiële. De primaire taak van iedere mens is het ontdekken en vervullen van haar of zijn diepgelegen innerlijk potentieel. Dit proces van transformatie, dat Jung ‘individuatie’ noemde, is een proces waarin we, stelde hij, trachten het Zelf tegen te komen, alsook het Goddelijke. Het proces van individuatie, of het differentiëren van het Zelf uit bewuste en onbewuste elementen, staat centraal in het werk van Jung[v]. Eloïse, Edward en Elvire, mijn denkkader is dus Jungiaans, met dien verstande dat ik het heb over de Originele Zelf, dat het Goddelijke voor mij Creatieve wisselwerkingis, en het transformatieproces het creatief wisselwerkingsproces is. Door blijvend Creatieve wisselwerkingvan binnenuit te beleven, wordt onze gecreëerde zelf continu verbeterd in de richting van de Originele Zelf. De gecreëerde zelf is dus idealiter niet statisch maar continu evoluerend. Dus kunnen we eigenlijk spreken van de continu evoluerende gecreëerde zelf.

Informatie heeft geen mening tenzij ze geïnterpreteerd wordt. Daarbij is het gekleurd bewustzijn aan zet. De interpretatie van de data leidt naar gevoelens en emoties.  Die vertalen zich in een verlangen naar verandering. Men is niet gelukkig met de actuele situatie, zoals gepercipieerd met behulp van de info en data. Daardoor verlangt men naar een gewenste situatie. Volgens onze visie is elk verlangen gekoppeld aan de wens om de gecreëerde zelf te veranderen. Dit leidt tot de creatiespanning. Dit is de spanning die men voelt wanneer men beslist de actuele gecreëerde zelf te gaan veranderen. Die spanning is een natuurlijke spanning die ontspringt uit het verschil tussen wat ik nu heb (de gepercipieerde realiteit met betrekking tot de gecreëerde zelf) en de toekomst die ik mezelf toewens (de gewenste gecreëerde zelf, dichter bij de Originele Zelf). Ze komt voort uit zowel de herkenning van het verschil als de erkenning van de eigen verantwoordelijkheid om die afstand te overbruggen. 

De respons is uiteindelijk de keuze van de gewoonte die men wil afleren of aanleren. Eerst dient men zich de nieuwe gewoonte voor te stellen (imaginatie) en nadien aan te leren (transformatie). Of men tot de effectieve realisatie van de respons komt, hangt af van de intrinsieke motivatie en van de frictie die de gedragstransformatie vergezelt.

De nieuwe gewoonte leidt naar een consequentie, met name de geëvolueerde gecreëerde zelf. De consequentie realiseert twee doelen: het stilt het verlangen en men heeft iets geleerd dat waard is om meegenomen te worden in de toekomst. Wat men geleerd heeft, komt neer op de het ervaren van de kracht van Creatieve wisselwerking. Edward, daarbij denk ik steevast aan Yoda’s kracht (“May the Force be with you!”).

Het creatief wisselwerkingsproces is idealiter niet iets dat sporadisch in werking is. Ideaal is het eerder een eindeloze feedback lus die elk moment actief kan zijn. En dat in elke fase van jullie leven, Eloïse, Edward en Elvire!

Men kan het proces ook zien als twee fasen: de probleem fase en de oplossingsfase. Zoals we al zagen heeft elke gewoonte tot doel een terugkerend probleem op te lossen.

De vaardigheden van het Cruciale Dialoogmodel zijn gewoonten die er voor zorgen dat we – theoretisch althans – uiteindelijk terug onze Originele Zelfworden.

De eerste stap is wakker worden en onze acties en gedachten observeren. Observeren zonder oordeel of interne kritiek (van de ‘Monkey-mind’). Dit is je zelf observeren zoals iemand anders dat zou doen, hoewel het zelf-observatie is. Gedurende de observatie fase bemerk je heel waarschijnlijk dat het verkieselijk is je een paar van de Creatieve wisselwerking vaardigheden eigen te maken. Je kiest één van die vaardigheden.

Dan doorloop je het proces dat in bovenstaande tekening is weergegeven (eerst de probleemfase en nadien de oplossingsfase) en beslist in het midden of je genoeg motivatie hebt om iets aan die vaardigheid te doen. Hier gebeurt overigens de omslag van het ‘wensen’ naar het ‘willen’. Dan zoek je manieren om je die vaardigheid eigen te maken. Daarna neem je de beslissing (rechts op de tekening) om je effectief die vaardigheid eigen te maken. Je mag tijdens die transformatie heel wat wrijving (frictie) verwachten. Die transformatie lukt indien de motivatiekracht grotere is dan de wrijvingskracht.

Een uitdrukking, die ik van Charlie Palmgren leerde, hou ik daarbij altijd voor ogen : “When the rubber meets the road.” Dit wil zeggen dat zolang men aan het nadenken is en zelfs wanneer met een besluit genomen heeft om iets in gang te zetten er van frictie geen sprake is. Het is enkel wanneer men beslist heeft ‘de hand aan de ploeg’ te slaan dat er wrijving onstaat. Daarin ligt het grote verschil tussen besluiten en beslissen. Bij een besluit is er zelden frictie, bij een beslissing bijna steeds. Deze laatste wordt bij sommige transformatie processen zodanig groot dat het proces tot stilstand komt en soms zelfs wordt afgeblazen. In het geval van gewoontenvorming komt dat er op neer dat de gewoonte nooit wordt gevormd. Anders gesteld, men blijft steken bij de intentie. Om toch succes te hebben bij het aanleren van een een nieuwe of het afleren van een oude gewoonte kan een implementatie intentie met bijhorend plan helpen.

Een goede manier om een gewoonte aan te leren[vi]

Een implementatie intentie is een op voorhand gemaakte verklaring met betrekking waar en wanneer men in actie zal schieten. Men maakt een planning betreffende de gedragsacties die nodig zijn om een bepaalde gewoonte in te slijpen.

Een implementatie intentie heeft volgende vorm:

“Wanneer situatie X zich voordoet, zal ik gedrag Y vertonen.”

Het doel van een implementatie intentie is om de situatie (plaats en tijdstip) zo duidelijk te maken zodat men het juiste gedrag vertoont totdat dit gedrag, mits genoeg herhaling, ingesleten is. Wanneer een gedrag een gewoonte geworden is, kan men meestal zelfs niet meer zeggen waarom men dit gedrag automatisch vertoont.

Hoe strakker je een aan te leren gewoonte verbindt met een specifieke situatie (die dan optreedt als aanleiding – zie het ABC van gewoontenvorming), hoe groter de kans dat men effectief aangezet wordt tot het vertonen van dat gewoontegedrag.

Heel belangrijk daarbij is dat we de werkelijkheid correct “zien”.  In feite gebruiken wij alle zintuigen om te observeren – de vijf klassieke en het zesde zintuig, de intuïtie – en wat wij observeren wordt geïnterpreteerd door ons brein en onze ‘mindset’. 

Het idee dat een beetje discipline voldoende is om al onze problemen op te lossen is een in onze cultuur ingebakken illusie.  Belangrijker dan discipline is het coderen van een gewoonte. Eens dat is gebeurt volgt de gewoonte automatisch wanneer de aanleiding zich voordoet.  Dit is echter ook het geval met zogenaamde ‘slechte’ gewoonten. Die zijn meestal autokatalytisch: het proces voedt zichzelf. Het gedrag is daarbij de katalysator van z’n eigen vorming. Omdat er aan het begin van deze autokatalistische reactie weinig ‘product’ (i.e. gedrag) aanwezig is, komt de transformatie traag op gang. Ze gaat bij een slechte gewoonte wel veelal tot de finish!

Het afleren van gewoonten[vii]

Je kan een gewoonte afleren door ze te vervangen door een andere gewoonte. Maar een oude gewoonte ‘vergeet’ je nooit (cf. ‘de macht der gewoonte’). Die is ingesleten in jouw brein. De reden daarvan is dat een gewoonte in de hersenen kan gezien worden als een koppeling tussen twee synapsen. Bij onderzoek van het geheugen is men tot de bevinding gekomen dat elke gewoonte te maken heeft met neuronale circuits in de hersenen. De neuronale circuits, die aan de basis liggen van het ontstaan van een gewoonte, bestaan uit drie componenten, met name gedachten, gevoelens en gedrag. Dit komt dus exact overeen met onze voorstelling van gewoontevorming: denken, voelen en doen (zie de tekeningen van dit deel). Gewoontevorming ontstaat door veranderingen in de sterkte van de verbindingen tussen neuronen, die ervoor zorgen dat herinneringen gecodeerd en opgeslagen worden in het centrale zenuwstelsel. Wil men een nieuwe gewoonte aanleren dient men dus nieuwe neuronen verbindingen te creëren. Wanneer er een aanleiding is om die nieuwe gewoonte te realiseren, worden deze verbindingen aangesproken. Dit ten koste van de oude verbindingen van de af te leren gewoonte. Evenwel worden de oude verbindingen nooit volledig verbroken, zelfs indien ze een hele tijd niet aangesproken worden. Men kan jaren gestopt zijn met roken of het overmatig drinken van alcohol, wanneer men plots in een emotionele crisis terecht komt, is de kans reëel dat men in de oude gewoonte hervalt. 

Elke gewoonte lenigt een verlangen en heeft een dieperliggende reden. Het verlangen is daarbij een specifieke uiting van de dieper onderliggende reden. Dieper liggende redenen blijven meestal bestaan, het specifiek gedrag, om het verlangen gebaseerd op de onderliggende reden te lenigen, kan gewijzigd worden. 

Onze huidige gewoonten zijn niet noodzakelijke de beste manier om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld roken of een stevige borrel drinken om stress te reduceren [cf. de succesvolle reclameslogan (de jaren 1975-1986): “Schat, staat de Bokma koud.”] 

Ons gedrag hangt voornamelijk af van hoe we de gebeurtenissen die ons overkomen interpreteren en dus niet van de obectieve realiteit betreffende deze gebeurtenissen. Men zou kunnen stellen dat ons gedrag meer verbonden is met ons gekleurd bewustzijn en minder met ons helder bewustzijn.  En de interpretaties creëren ogenblikkelijk gevoelens. Onze gevoelens en emoties transformeren het verlangen in een mogelijke respons. Wij maken een voorstelling, een beeld van de toekomstige realiteit. 

We verlangen dus iets wat er nog niet is. We wensen dit verlangen te lenigen. Er is dus een wezenlijk verschil tussen de huidige gepercipieerde realiteit en de gewenste toekomstige realiteit. En dit verschil levert de nodige energie om in actie te schieten. Het is de spanning tussen de twee die omgezet wordt in de transformatie beweging en het ‘wensen’ is nu wel degelijk omgezet in ‘willen’.

TOEKOMSTIGE REALITEIT

HUIDIGE REALITEIT

Afleren hardnekkige ‘slechte’ & aanleren harde ‘goede’ gewoonten

Gewoonten worden gevormd door een specifiek proces dat we het ABC proces genoemd hebben. Nogmaals, daarin staat de A voor de aanleiding om een bepaald gedrag te vertonen, B voor het gedrag zelf en C voor de consequentie die volgt op het gedrag. Opmerkelijk is dat op den duur de Consequentie de Aanleiding vormt voor het gedrag. Zeker in het geval dat deze Consequentie snel volgt op het vertonen van het gedrag (B). Wanneer een Consequentie snel volgt op een gedrag en bovendien zeker is, dan wint dat specifieke effect het van een Consequentie die langzaam volgt op een bepaald gedrag en bovendien onzeker is. Zo wordt de roker verleidt om te volharden in de boosheid, hoewel zij of hij pertinent weet dat roken een voor de gezondheid slechte gewoonte is. Dit komt omdat het positief gevolg, bekomen van rust en genot, direct van bij de eerste haal voelbaar is en dat bij elke sigaret, terwijl het mogelijk negatief gevolg, longkanker, eerst heel veel jaren nadien zal verschijnen en misschien zelfs nooit. Wanneer de longkanker zich uiteindelijk onverhoopt toch manifesteert is de roker ‘plots’ geneigd wel te stoppen. Hoewel het er dan veelal niet meer toe doet…

Dus de consequenties kunnen veelzijdig zijn. Zo kan een consequentie positief zijn of negatief zijn. Voor elke van die twee onderverdelingen kan die consequentie snel volgen op het gedrag of traag volgen op dit gedrag. Daarbij kan men nog de onderverdeling ‘zeker’ en ‘onzeker’ onderscheiden. Meestal is een consequentie die snel volgt op een gedrag ook zeker. Hoewel dit niet altijd zo is. Zo wordt de consequentie ‘overdreven snelheid’, die wel snel en zeker volgt op het gedrag (het hard indrukken van het gaspedaal) niet altijd gevolgd door een tweede negatieve consequentie ‘boete’. Een en ander kan door volgende tekening voorgesteld worden, hoewel uiteraard heel wat varianten daarvan mogelijk zijn:

Wat dus veel voorkomt is dat bij sommige gewoonten de Consequentie terugkoppelt. Het directe zekere positieve gevolg (C+ volgt SNEL en zeker) wordt daardoor de aanleiding voor het herhalen van het gedrag totdat het een gewoonte is geworden.

Ander gedrag – dat nochtans positieve effecten op langere termijn heeft – wordt moeilijk genoemd, omdat het ook een direct en zeker negatief gevolg (C- volgt SNEL en zeker) heeft. Voorbeeld daarvan is een dagelijkse stevige wandeling van een half uur in de Lembeekse bossen. Indien men daar in de herfst aan begint zijn de directe negatieve gevolgen legio: verkleumde handen, stijve spieren, … Daardoor krijgen de hersenen het signaal ‘Herhaal NIET!!!’. Het directe negatieve gevolg verdringt de aanleiding (‘het is beter voor m’n gezondheid’). Het positieve effect is slechts na maanden zichtbaar: men ‘voelt zich beter’ en het ‘gemiddeld suikerniveau in het bloed’ is merkelijk gedaald. Maar indien het gedrag geen kans krijgt om een gewoonte te worden, is men er aan voor de moeite. De positieve gevolgen hebben in dat geval niet de kans om merkbaar te worden.

Hierbij is, Eloïse, Edward en Elvire, een uitspraak van de Vlaamse – veel te vroeg gestorven – dichter, Herman de Coninck in m’n geheugen gegrift: “Wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard.” Die gevleugelde uitspraak is geldig bij het aanleren van elke ‘moeilijke’ Creatieve Wisselwerking gewoonte en het afleren van elke ‘leuke’ Vicieuze Cirkel gewoonte.

Zo gebruik ik zelf om af te komen van een hardnekkige negatieve gewoonte of het aanleren van een harde positieve gewoonte de vaardigheid ‘Herkaderen’ van het creatief wisselwerkingsproces. Ik zal in de loop van deze reeks columns die vaardigheid diepgaand beschrijven. Voorlopig beperk ik mij met te stellen dat herkaderen neerkomt op anders naar de werkelijkheid te kijken. Daarbij ga ik de positieve effecten van een hard ‘goed’ gedrag versterken en de negatieve effecten ervan afzwakken. Uiteraard doe ik het bij een hardnekkig negatief gedrag andersom. In beide gevallen neem ik mijn Mindset tegenvoets. Ik ga daarbij ook op zoek naar de onderliggende oorzaken van m’n slechte gewoonten en herkader de associaties die ik met die oorzaken heb. 

Zo stopte ik ooit met roken nadat ik op tv gezien had hoeveel teer er zich gemiddeld in de longen ophoopt gedurende een jaar, indien men een pakje sigaretten per dag rookt (wat ik toen deed). De liter teer werd op een rood vierkant vloeipapier uitgegoten en de grote vlek inktzwarte smurrie deed mij inzien dat ik echt geen tien jaar meer hoefde te wachten om m’n gewoonte af te leren. 

Het aanleren van de goede gewoonte ‘dagelijks een half uur stevig gaan stappen’ in de Lembeekse bossen, startte ik in de vroege lente van 2018. De aanleiding was een nogal ‘dwingend’ advies van m’n huisarts, dr. Inge De Gussem. De zomer was uitzonderlijk, dus geen probleem met verkleumde handen en tijd zat om stevige handschoenen te voorzien tegen dat het koud werd. Ook mat ik zelf regelmatig (om de 2 à 3 dagen) het suiker gehalte in m’n bloed. Door die metingen werd het positieve effect van deze inspanning redelijk snel duidelijk. Dus heel wat vroeger dan bij de driemaandelijkse controle bij de huisdokter, waar m’n metingen bevestigd werden. Het schouderklopje dat ik van Inge De Gussem kreeg, was dan nog een bijkomend positief effect. Nu kan ik zeggen dat m’n dagelijkse wandeling een gewoonte geworden. Ik voel mij onwennig, en zelfs een beetje ongelukkig, indien die gewoonte, het stevig doorstappen in de Lembeekse bossen, door omstandigheden op een bepaalde dag onmogelijk is.

Hoelang duurt het vooraleer een gewoonte effectief gevormd is?

Gewoontevorming is een proces waarbij een bepaald gedrag progressief een gewoonte wordt door langdurige herhaling van dat gedrag. Hoe meer een gedrag herhaald wordt, hoe meer het ingesleten raakt in het brein en daardoor wordt het gedrag niet alleen makkelijker maar hoe langer hoe meer een gewoonte. Neurowetenschappers noemen dit ‘Long-term Potentiation’ of LTP, een proces waarbij verbindingen tussen neuronen sterker worden door frequente activering: 

Herhalen van een gedrag veroorzaakt duidelijke fysische veranderingen in het brein. Nieuwe gewoonten vereisen niet alleeen een veelvuldige herhaling van het gedrag, ze vereisen ook een hoge frequentie van het vertonen van dit gedrag. Er moet een hoge reeks herhalingen van een bepaald gedrag in een relatief korte tijd uitgevoerd worden, willen wij een kans maken dit specifieke het gedrag inslijt en een gewoonte geworden is. 

Wat die frequentie is en hoe lang het duurt vooraleer een bepaald gedrag effectief een gewoonte wordt, is nog niet volledig uitgeklaard. Gebaseerd op talloze wetenschappelijke artikelen kwam Charlie Palmgren aan ‘28 opeenvolgende dagen minstens één keer het nieuwe gedrag vertonen’. Niet dat dit foutloos dient te gebeuren. Het gedrag dient echter wel te worden gesteld. Wachten op de perfectie is ook hier uit de boze. Maar één dag het gedrag totaal niet vertonen, betekent dat de teller terug op nul wordt gezet. Niet verwonderlijk dat harde gewoonten zelden ingesleten raken. De kans dat een gewoonte effectief gevormd wordt is veel groter indien men haar of zijn vertonen ervan dagelijks monitort. Tegenwoordig zijn er hiervoor prachtige apps op de markt. Het handige van deze apps is, dat ze je ook attenderen op het oefenen en dat ze je voortgang bijhouden. Zelf heb ik nog geen app gebruikt en ik plan dit eerstdaags te doen. Ik heb gekozen voor de strides app[viii]. Nu nog een aan- of af te leren gewoonte kiezen voor ik ermee start in het voorjaar van 2019. Misschien wordt het gebruik van deze app wel een gewoonte …  

Ik nam het magisch getal 28 in mijn cursussen over omdat er nogal wat gebeurtenissen in de natuur volgens dit schema verlopen. Zoals: de ‘normale’ menstruatie cyclus bij de vruchtbare vrouw, de duurtijd van één omwenteling van de maan rond de aarde, de tijd die nodig is om beton ‘natuurlijk’ te laten harden, … De eerlijkheid gebied mij jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te zeggen dat die vuistregel geen wetenschappelijke grond heeft. Het getal 28 is dus niet meer dan een metafoor om te duiden dat het aanleren of afleren van een gewoonte geen handeling is zoals het drukken op een lichtschakelaar. Daarvoor is meer nodig. Iets wat ik soms met een andere quote duidde: “Blood, sweat and tears.[ix]” Maar zoals gezegd, wat geen moeite kost, is vaak de moeite ook niet waard!


[i]Steve Heisler. The Missing Link. Teaching and Learning Critical Skills.Lanham MA : Rowman & Littlefield Education, 2014. Page 3.

[ii]De uitspraak “De mens is een gewoontedier” wordt veelal aan Aristoteles (384 v. Chr. – 322 vr. Chr.) toegeschreven. Hij zei ook ooit: “We zijn dat, wat we bij herhaling doen.” Dus wat ik hier neerschrijf is niet zo nieuw.

[iii]Aubrey C. Daniels. Bringing Out the Best in People: How to Apply the Astonishing Power of Positive Reinforcement.New York, NY: Mc Graw-Hill, Inc. 1999. Bladzijden 34-40.

[iv]“Habits are, simply, reliable solutions to recurring problems in our environment.” Quote Jason Hreha: Why Our Conscious Minds are Suckers for Novelty.” Revuehttps://www.getrevue.co/profile/jason/issues/why-our-conscious-minds-are-suckers-for-novelty-54131, geraadpleegd op 25 feb. 2019

[v]http://www.dejongepsycholoog.be/theorie/8-inspirerende-citaten-carl-gustav-jung/geraadpleegd op 25 feb. 2019

[vi]James Clear. Atomic Habits: An Easy and Proven Way to Build Good Habits and Break Bad Ones.London, GB: Random House Business Books, 2018, bladzijden 69-79.

[vii]Quote Tom Lanoye: “Een mens is een gewoontedier met afkickverschijnselen.” Uit Tom Lanoye, Het Derde Huwelijk. Amsterdam: Prometheus, II, 5.

[viii]https://www.stridesapp.com

[ix]Quote die veelal toegeschreven wordt aan sir Winston Churchill wegens de frase “I  have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” uit diens speech in het Britse Lagerhuis (House of Commons) op 13 mei 1940 : https://yle.fi/vetamix/media/doc/tal_19400513_Churchill_Blood_Sweat_and_Tears.pdf

BLIJF WAKKER ! – DEEL VII

DE CONDITIES NODIG VOOR CREATIEVE WISSELWERKING!

Poor man wanna be rich, rich man wanna be king
And a king ain’t satisfied till he rules everything
I wanna go out tonight, I wanna find out what I got
Well I believe in the love that you gave me
I believe in the faith that could save me
I believe in the hope and I pray that some day it may raise me above these  Badlands[i]

Bruce Springsteen

Badlands – Darkness on the Edge of Town – 1978


Opdat Creatieve wisselwerking überhaupt zou kunnen plaats vinden, dienen er bepaalde condities vervuld te zijn. Deze voorwaarden zullen in de loop van deze column reeks uitgebreid aan bod komen. In dit deel wil ik het, Eloïse, Edward en Elvire, hebben over de noodzaak van deze condities. Die werd mij duidelijk door volgende persoonlijke observatie. Hoe minder er van deze condities (voorwaarden) aanwezig zijn in de leefwereld van een individu, hoe minder dat individu Creatieve wisselwerking van binnen uit kan beleven. Bruce Springsteen bezingt ze als “I believe in lovefaith and hope” en ik hoe zijn visie in Creative Interchange taal vertaal, vinden jullie in dit deel.

Volgens Henry Nelson Wieman is Creatieve wisselwerking aangeboren en bij machte de menselijke geest oneindig uit te breiden en te transformeren. Gezien de menselijke geest dat zelf niet kan, voegde Charlie Palmgren daar later fijntjes aan toe. Ieder kind heeft van bij de geboorte de capaciteit om deel te nemen aan het creatief wisselwerkingsproces. Dat dit laatste Charlie ‘s definitie van Intrinsieke Waarde is, zagen we reeds in deel IV. Het kind neemt effectief deel aan dit transformatieproces indien aan bepaalde voorwaarden in min of meerdere mate voldaan is. Nogmaals, hoe meer aan die voorwaarden is voldaan, hoe groter de kans is dat Creatieve wisselwerking van binnenuit wordt beleefd, telkens zich daartoe de kans voordoet. 

Die voorwaarden maken de goede werking van de vier karakteristieken van het creatief wisselwerkingsproces mogelijk[ii]. Deze condities zijn respectievelijk:

  1. Vertrouwenen Openheid om de Authentieke Interactie te bevorderen;
  2. Nieuwsgierigheid en Kunnen Omgaan met Onzekerheid om het Waarderend Begrijpen mogelijk te maken;
  3. Het kunnen Verbinden en Creativiteit om de Creatieve Integratie (Imaginatie) aan te zwengelen;
  4. Vasthoudendheid en Interafhankelijkheid om Continue Transformatie van de gecreëerde zelf te kunnen realiseren.

Het valt jullie misschien op, Eloïse, Edward en Elvire, dat deze voorwaarden tevens kenmerken zijn van het jonge kind. Met jonge kind bedoel ik een kind vanaf dag 1 tot en met 7 à 9 jarige leeftijd. Die laatste leeftijd hangt hoofdzakelijk af van de negatieve werking van de Vicieuze Cirkel in het geval van het kind in kwestie.

Inderdaad, en driewerf helaas, deze – meestal in het begin voorhanden zijnde voorwaarden – worden, gedurende de prille kinderjaren, danig uitgehold door het conditioneringsproces, ook wel opvoedingsproces genoemd. De conditionering van elk kind gebeurt door ouders, opvoeders, leraars, vrienden, media, en een groot aantal sociale en culturele interacties. Het is triest te moeten observeren dat juist daardoor deze noodzakelijke condities of voorwaarden danig in het gedrang komen. Waardoor dan weer het creatief wisselwerkingsproces wordt afgeremd of belemmerd, met als rechtstreeks gevolg dat de aan gang zijnde transformatie vertraagd wordt of tot stilstand komt. Met andere woorden de snelheid van het leren van een kind vertraagt aanzienlijk op de leeftijd dat het naar school gestuurd wordt … om te leren! Wat er juist gebeurt en hoe dit gebeurt zal in dit deel in het algemeen, en in latere delen in detail, besproken worden.

Zoals we in een vorig deel (Deel I) zagen komen kinderen helder bewust ter wereld. Daardoor zijn ze waakzaam en alert met betrekking tot de wereld om hen heen. Zij hebben daarbij een schijnbaar onuitputtelijk vertrouwen en staan open voor al het nieuwe dat op hen afkomt. Bovendien zijn ze zeer nieuwsgierig en verkennen ze onbevreesd hun leefwereld. Daarbij kunnen ze verduiveld goed omgaan met onzekerheid. Ze beschikken over een grote drang om de grenzen van hun leefwereld continu uit te breiden. Daartoe zetten jonge kinderen al hun zintuigen in. Ze zien, horen, raken nieuwigheden aan, ruiken er aan en proeven er zelfs van. Het is de periode van pure observatie zagen we al en ook de tijd van speelse fascinatie, flexibiliteit, wendbaarheid en ‘Flow’[iii]. Dit alles is gekoppeld aan de vaardigheden van het kunnen verbinden van ogenschijnlijk niet te verbinden elementen en creativiteit. Wanneer kinderen ‘fouten’ maken, of ‘mislukken’, blijven ze niet bij de pakken zitten. Integendeel ze zetten door, zijn vasthoudend en leren aan een ongeziene snelheid (die we later nooit meer bereiken). Kinderen zijn ook niet te beroerd om hulp te aanvaarden. Hoewel ze op fysisch vlak totaal afhankelijk zijn, zijn ze op psychisch vlak interafhankelijk. Deze voorwaarden zijn een integraal onderdeel van het van binnenuit beleven van het creatief wisselwerkingsproces. Zoals reeds meermaals aangehaald, is dit het proces dat er voor zorgt dat het bereik wordt uitgebreid van wat kinderen kunnen kennen, waarderen, zich kunnen voorstellen, en van binnenuit kunnen beheersen.

Spijtig genoeg wordt de openheid van het jonge kind vroeg of laat de mond gesnoerd. Dit geeft een deuk in het vertrouwen. Het kind ondervindt weerstand en zelfs regelrechte tegenkanting. Ook door de aangeboren nieuwsgierigheid komt het kind in de problemen. Het kind stelt, zeker in de leeftijdscategorie van 2 tot 5 jaar, vaak de ‘Waarom?’ vraag. Het kind wenst te leren. De ouders krijgen, door het continu vragen van het kind naar het waarom der dingen, het echter op de lange duur op de heupen. Het kind wordt met een kluitje in het riet gestuurd of krijgt een duidelijke ‘Daarom!’. Daardoor verleert het kind langzamerhand vragen te stellen en krijgt de natuurlijke nieuwsgierigheid een knauw. Dit eerst door de ouders, nadien door andere opvoeders en leraren die geacht worden het kind voor te bereiden op volwassenheid. De aangeboren voorwaarden, waardoor het kind ten volle deelneemt aan Creatievewisselwerking, worden langzamerhand één voor één afgebouwd en vervangen door opgelegde gedragspatronen opdat het kind adequaat zou kunnen functioneren binnen het gezin, de school en de samenleving. Daarbij dient het kind z’n intrinsieke natuur hoe langer hoe meer te verloochenen teneinde te voldoen aan een steeds maar groter wordend pakket extrinsieke eisen en verwachtingen. Het aanvaarden van dit opgelegd pakket is onderdeel van het lidmaatschap van de bewuste groep (cultuur) waartoe de ouders, de school en de gemeenschap van het kind behoren. Het kind leert hoe langer hoe meer afwijzing en verstoting te voorkomen en komt hoe langer hoe meer in z’n persoonlijke Vicieuze Cirkel terecht.

In de psychologie stelt men dat het gaat over een strijd tussen de interne ‘locus of control’ en de externe ‘locus of control’. Dit begrip ‘locus of control’ verwijst naar de mate waarin iemand gelooft dat gebeurtenissen die hem overkomen al dan niet van binnenuit te beheersen zijn.

De Originele, Creatieve Zelf van het kind wordt aldus langzamerhand geconditioneerd, door de cultuur van de gemeenschap waarin het kind opgroeit, tot een aanvaardbare gecreëerde zelf. Dit is ook de periode waarin het helder bewustzijn of het Ik-bewustzijn wordt ingewisseld voor het gekleurd bewustzijn of het mij-bewustzijn, waarover ik het in een vorige deel (Deel II) had. Het is dus de sociale conditionering die als oorzaak van deze nefaste verandering aangewezen kan worden. Daardoor wordt de snelheid van de natuurlijke transformatie ten goede afgeremd. Inderdaad, het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking vermindert zienderogen omdat de daartoe nodige condities minder en minder voor handen zijn. Het kind wordt minder open, vertrouwt hoe langer hoe minder de ander, verleert het stellen van kritische vragen en wordt dus minder nieuwsgierig. Ook kan het hoe langer hoe minder omgaan met onzekerheid. Het zoekt zekerheid waar het niet te vinden is. Het kan hoe langer hoe minder zaken met elkaar verbinden en de zogenaamde creativiteitsindex vermindert zienderogen. 

Die index werd ontdekt door Paul Iske[iv]en is gebaseerd op het aantal vragen dat een persoon stelt en het aantal keer dat zij of hij lacht. Uit die index blijkt dat we op ons 5e levensjaar blijkbaar heel veel lachen en ook veel vragen stellen en dat we op ons 8e al zo’n beetje in de gevarenzone komen. Deze index geeft duidelijk aan wat een nefaste invloed het conditioneringsproces heeft op onze nieuwsgierigheid en onze creativiteit. Tenslotte vermindert ontegensprekelijk het doorzettingsvermogen en verschanst men zich in z’n eigen mentaal model, waardoor de voorwaarde van interafhankelijkheid minder prominent gewaardeerd wordt.

Doen is de beste manier van denken

Tenslotte vermindert ook het doorzettingsvermogen van het kind en transformeert het van een afhankelijke peuter naar een onafhankelijke (dat denkt zij of hij toch) adolescent en vergeet het de mens in wezen interafhankelijk is.

Creatieve wisselwerking wordt geoptimaliseerd wanneer er een integratie plaats vindt van observeren (door de Creatieve Zelf) en het percipiëren, dus waarnemen (door de gecreëerde zelf). Wanneer de voorwaarden openheidvertrouwennieuwsgierigheid en kunnen omgaan met onzekerheid aanwezig zijn, ondersteunen het helderen gekleurd bewustzijn elkaar wederzijds. Daardoor krijgt men een beter inzicht betreffende de werkelijkheid en kan men geraakt worden door het verschil tussen dit inzicht en de wens betreffende een betere toekomst. Waardoor men dan weer verschillende ideeën kan verbindenen de creativiteit kan inzetten om die te integreren tot een oplossing. Die oplossing vasthoudend en interafhankelijk verwezenlijken, leidt dan tot de transformatie van de gecreëerde zelf in de richting van, en dus nader tot, de Originele Zelf.

Het belang van deze condities voor het kiezen van een school en (later) een werkgever

Zowel onderwijsinstellingen als bedrijven, die niet voorzien in een minimum van deze voorwaarden, zijn te mijden als de pest. Eloïse, Edward en Elvire, Creatieve wisselwerking is broodnodig voor jullie persoonlijke ontwikkeling. Het beleven ervan van binnenuit is echter niet van de poes. Daarom juist zijn ondersteunende voorwaarden nodig. Ook dient men zoveel als mogelijk hulpbronnen aan te boren en niet verzeild te raken in situaties waarin Creatieve wisselwerking wordt tegengewerkt doordat de Vicieuze Cirkel wordt aangezwengeld. Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien

Zowel de school als het bedrijf dienen duidelijk te maken aan welke doelstellingen jullie activiteiten bijdragen en er voor te zorgen dat die doelstellingen niet willekeurig veranderen.

Hierna volgen een paar condities waarin zowel scholen als bedrijven dienen te voorzien:

Heldere doelen en regels die aansluiten bij jullie persoonlijke waarden en kwaliteiten

Een essentieel aspect van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich daarvoor inzetten van binnenuit. Jullie zetten zich in vanuit een intrinsieke motivatie, omdat jullie het zelf willen in plaats dat dit jullie wordt opgedrongen door anderen.

Het onderwijs is voor jullie, Eloïse, Edward en Elvire, goed geregeld; mede omdat jullie moeder Daphne de onderwijsinstellingen gekozen heeft die aansluiten bij jullie waarden en kwaliteiten. Hoewel, zelfs in het SUI is waakzaamheid geboden.

Later dienen jullie zelf wel jullie werkgever zorgvuldig te kiezen. Een werkgever die op onverwachte momenten het roer van zijn beleid omgooit, belemmert het beleven van het creatief wisselwerkingsproces door de medewerkers.

Er is eerlijke feedback beschikbaar over het effect van wat jullie doen zodat jullie kunnen bijsturen

De meeste onderwijsinstellingen geven dusdanige feedback en steunen zich daarbij op regelmatig aftoetsen van de kennis van de leerstof. Die feedback dient evenwel eerlijk en correct te zijn, anders werkt die tegendraads. Dat laatste hebben jullie zeker al ondervonden!

Later dienen jullie werkplekken te kiezen waar jullie zowel feedback krijgen over jullie inspanningen en de effecten ervan, als dat jullie zelf feedback kunnen geven over wat jullie op de werkplek ervaren. Indien de tweezijdige feedback niet vloeiend verloopt, doordat uw leidinggevende niet naar jullie terugkoppelt of dat jullie feedback door de organisatie genegeerd wordt, komt jullie beleven van het creatiefwissel werkingsproces in gedrang en wordt het misschien tijd om de werkaanbiedingen, die jullie kunnen vinden op het ‘world wide web’, eens grondig te analyseren.

De studie/taak dient moeilijk te zijn en die moeilijkheidsgraad dient in evenwicht te zijn met jullie vaardigheden

Opdrachten die liggen aan de grenzen van het eigen kunnen – die geven een kick! De opdracht mag evenwel niet te moeilijk zijn, want dan verliezen jullie het broodnodige vertrouwen om de taak correct uit te voeren. Dat verlies aan vertrouwen leidt naar angst voor de mogelijke mislukking. Daardoor stijgt de stress en in plaats van het beleven van Creatieve wisselwerkingkomen we terecht in onze Vicieuze Cirkel

Het omgekeerde – te weinig uitdaging voor jullie vaardigheden – levert verveling en zelfs apathie op. Dit alles geld zowel voor de schoolomgeving als jullie latere werkomgeving. Indien jullie later opdrachten krijgen die ofwel te gemakkelijk of te moeilijk zijn, dienen jullie dat onmiddellijk klaar en duidelijk aan jullie leidinggevende kenbaar te maken. Men zegt soms: “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”; laten we dit eens aan de werkelijkheid toetsen:

In een schoolomgeving is het uiterst belangrijk dat jullie – indien acterend op de grens van jullie kunnen – degelijke leraars en leraressen hebben die de materie beheersen en goede uitleg verstrekken. Dit is nodig om met vertrouwen aan de slag te kunnen gaan. Ook dienen deze docenten jullie feedback te geven en jullie vragen ernstig te nemen.

Eloïse, jij hebt momenteel (voorjaar 2019) een studierichting gekozen die voor jou een echte uitdaging is. Een uitdaging op de grens van jouw kunnen, stelden jouw klastitularissen nog onlangs. En je voelt de Creatieve Spanning omzeggens dagelijks. Misschien begrijp je nu beter, na het lezen van dit deel, waarom ik je graag bij deze uitdaging ondersteun en we samen de steken oprapen die jij en SUI leraren dreigen te laten vallen. Hoe jij de handschoen opneemt maakt mij fier!

Er is de vrijheid om de taak op jullie eigen manier uit te voeren

Men krijgt nu eenmaal meer greep op het werk als het naar eigen inzicht kan worden ingedeeld en uitgevoerd. Alleen dan kan de taakuitvoering nauw aansluiten bij de persoonlijke leer- en werkstijl.

Indien er van hogerhand, en dat geldt zowel voor een onderwijsinstelling als een bedrijf, voorschriften worden uitgevaardigd die in de ogen van de leerlingen c.q. werknemers niet bijdragen tot het doel van de werkzaamheden, dan werkt dat zeer remmend op het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking.

Eloïse, je begrijpt nu wellicht beter waarom ik mij niet moei met de inhoud van jouw studieplanning. Ik verlang enkel dat je er een maakt die realistisch is en aanvaard die steeds integraal.

Als het werk weinig uitdaging biedt, dient de organisatie taken aan te bieden om jullie grenzen te verleggen.

In een schoolomgeving is dat sterk georganiseerd en als het ware in het curriculum ingebakken. Zo volgt er na elk met succes afgewerkt leerjaar een nieuw met een hoger uitdagingsniveau.

In een bedrijfsomgeving is dit veelal een heikel punt. Een ideale werkgever biedt de werknemer de kans om een moeilijker werk uit te voeren als zij of hij de huidige taak helemaal meester is. Ook dat is een ‘two-way street’. Een goede leidinggevende is sensitief voor de signalen die medewerkers uitzenden als ze aan iets nieuws toe zijn. Die leidinggevende is ook creatief in het vinden van uitdagend werk. Een goede medewerker vraagt bijtijds om ander werk te mogen doen als hij zich gaat vervelen. Zij of hij is bovendien pro-actief en stelt zelf een nieuw takenpakket voor.

Jullie worden tijdens de uitvoering van jullie taak niet gestoord door negatieve inmenging van buiten- én van binnenuit

De essentie van Creatieve wisselwerking is dat jullie zich niet laten sturen door zowel manipulatie van anderen als door jullie gekleurd bewustzijn. Indien de werksituatie op dit gebied bedreigend wordt, dan leidt die onvermijdelijk naar de Vicieuze Cirkel. Als het doel van de reis gaat overheersen, kan men namelijk niet meer genieten van de weg.

Dezelfde condities die de werking van de Vicieuze Cirkel afremmen bevorderen dus het beleven van Creatieve Wisselwerking en andersom!


[i]Bruce Springsteen, Quote uit Badlands, song van het album Darkness on the Edge of Town, Columbia Records, 1978

[ii]Johan Roels, Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn, Garant, 2012.

[iii]Flow is een van de synoniemen voor het van binnenuit beleven van Creatieve wisselwerking. De belangrijkste theoreticus achter dit concept is Mihaly Csiksentmihalyi.

[iv]https://arthurkruisman.wordpress.com/2013/03/21/de-staat-van-terminale-serieusheid/  

BLIJF WAKKER ! – DEEL II

HOE, ZOVEEL ALS MOGELIJK, JE ‘CREATIEVE ZELF’ BLIJVEN?

 

Well, my feet they finally took root in the earth,      But I got me a nice place in the stars.

And I swear I found the key to the universe in the engine of an old parked car.

I hid in the mother breast of the crowd,when they said: “Pull down”, I pulled op

Ooh, ooh, growin’ up[i]

– Bruce Springsteen

 Growin’ Up – Greetings from Ashbury Park, N.Y. – 1973

Beste Eloïse, Edward en Elvire, we worden geboren als onze Creatieve Zelf. Deze noem ik om die reden soms ook het Originele Zelf[ii].Praktisch eenieder wordt echter, in de loop der tijd, min of meer geconditioneerd tot haar of zijn gecreëerde zelf[iii]. Gelukkig zijn jullie nog voor een stuk, en zeker nog stukken meer dan ik zelf, jullie Creatieve Zelf[iv]. Graag zou ik dit bestendigd zien. Dit is de reden waarom de hamvraag van dit deel “Hoe, zoveel als mogelijk, je Creatieve Zelf blijven?” is.

Laat me starten met de basisbegrippen Creatieve Zelf en gecreëerde zelf zo goed mogelijk te duiden en te verbinden. Hierbij stel ik van meet af aan wat volgt. Enerzijds bestaan er geen twee separate zelven; er bestaan wel twee aspecten van één zelf. Zoals een muntstuk twee facetten heeft en toch één muntstuk is, zijn wij één zelf met twee facetten: de Creatieve Zelf en gecreëerde zelf. Anderzijds bestaan er ook twee soorten bewustzijn[v]. Elke ‘zelf’ – de Creatieve en de gecreëerde – beschikt namelijk over een specifiek bewustzijn. Ik had het al in Deel I over dit tweespan: het helder en het gekleurd bewustzijn. Het heeft, zoals ik al schreef, lang geduurd vooraleer ik dit onderscheid goed inzag. Omdat a) het onderscheid tussen die twee zo belangrijk is voor jullie opdracht, wendbaar en weerbaar blijven (zie vorige column), en b) ik wens te vermijden dat jullie ook zo lang zullen moeten worstelen met dit inzicht, ga ik in deze column er dieper op in.

De Engelse taal beschikt over twee verschillende woorden om die twee soorten bewustzijn te duiden; dit zijn de begrippen ‘awareness’ en ‘consciousness’. In het Nederlands worden deze steevast vertaald als ‘bewustzijn’. Dat is één van de oorzaken dat het voor mij, Nederlandstalige, lang duurde voordat ik doorhad dat ‘awareness’ en ‘consciousness’ twee verschillende vormen bewustzijn zijn. Met name de bewustzijnsvormen van onze onderscheiden ‘zelven’. Om het voor mij, en hopelijk ook voor jullie, duidelijk te maken, heb ik een nieuwe Nederlandse vertaling van deze Engelse begrippen ‘ontdekt’. Awareness vertaal ik als helder bewustzijn. Onze Originele of Creatieve Zelf komt helder bewust (‘aware’) ter wereld. Dit helder bewustzijn wordt langzamerhand geconditioneerd tot het gekleurd bewustzijn van de gecreëerde zelf; dus vertaal ik ‘consciousness’ als gekleurd bewustzijn.

Je zou met een metafoor kunnen stellen dat het helder bewust-zijn van de Creatieve Zelf als helder ‘wit’ licht is dat door de gecreëerde zelf, fungerend als een prisma, gebroken wordt in de kleuren van de regenboog. Vandaar ook dat ik, voor het bewustzijn horend bij de gecreëerde zelf, koos voor de naam gekleurd bewustzijn. Opvallend is dat gedurende het conditioneringsproces (met o.a. de opvoeding, school, vrienden, gemeenschap …), de meesten onder ons hoe langer hoe meer gekleurd bewust worden en, dat is dan het ergste, zich gaan vereenzelvigen met het gekleurd bewust aspect van hun gecreëerde zelf. Kortom, mensen worden hoe langer hoe meer gekleurd bewust (‘conscious’) en hoe langer hoe minder helder bewust (‘aware’). Dit alles zou je dus kunnen voorstellen als een muntstuk met aan de ene zijde de Creatieve Zelf met z’n helder bewustzijn en aan de andere zijde de gecreëerde zelf met z’n gekleurd bewustzijn.

De hamvraag van dit deel II: “Hoe, zoveel mogelijk, je Creatieve Zelf blijven?” zou kunnen geparafraseerd worden als: “Hoe, zoveel mogelijk, Helder Bewust blijven?” Hiermee wordt, beste Eloïse, Edward en Elvire, ook duidelijk waarom deze column in deze serie “Blijk Wakker!” columns hoort!

Fasten seat belts! Het helder bewustzijn is non-duaal, onbevooroordeeld, niet-lineair en neutraal. Het heeft als kenmerken transcendentie[vi], vrijheid, openheid en vertrouwen. Het is kalm en vredig. Heel jonge kinderen zijn nog hoofdzakelijk helder bewust. Dit is niet verwonderlijk, gezien zij nog hoofdzakelijk hun Originele Zelf zijn. Daar het pure helder bewustzijn een ervaring is van het heel jonge kind – een ervaring die volwassenen grotendeels kwijt gespeeld zijn – is het begrip helder bewustzijn moeilijk te verwoorden. Dit is de reden, Eloïse, Edward en Elvire, waarom het voor mij, de zeventig voorbij, echt moeilijk is om het helder bewustzijnook helder te beschrijven. Het helder bewustzijn leent zich bovendien niet tot volzinnen, concepten, uitleg en/of definities. Toch zal ik, tegen beter weten in, het concept helder bewustzijn in wat volgt beschrijven. Omdat men nu eenmaal zo veel mogelijk haar of zijn Creatieve Zelf blijft in de mate dat men Helder Bewust blijft.

Het helder bewustzijn

Tegenwoordig maakt het begrip Mindfulness opgang als synoniem voor helder bewustzijn. Mindfulness wordt wel eens leven met aandacht genoemd. Het is een vorm van meditatie die zijn oorsprong vindt in het Boeddhisme. Het Boeddhisme is, eerder dan een religie, een spirituele en psychologische strekking die tot meer bewustzijn of verlichting (‘’enlightment’) leidt. Boeddha wordt overigens ook de Verlichte genoemd, want de naam betekent “hij die verlicht (ontwaakt) is.” Verschillende auteurs geven aan het concept ‘Mindfulness’ heel verschillende definities; dus helpt dit begrip ons niet echt om het helder bewustzijn te definiëren.

Om het helder bewustzijn toch enigszins in woorden te vatten, vraag ik jullie, Eloïse, Edward en Elvire, te denken aan een pasgeborene. Een pasgeborene is autentiek, helder bewust, open en vol vertrouwen. Een van de sleutel elementen van z’n openheid en vertrouwen is z’n capaciteit om te observeren. Van zodra de oogfunctie het toelaat, observeert de pasgeborene de omgeving met het helder bewustzijn. Zij of hij kleurt die werkelijkheid nog niet in, met andere woorden, het brein van een pasgeborene fungeert nog niet als een prisma.

Observeren[vii] kan worden onderscheiden van percipiëren[viii], maar is er niet van gescheiden. Perceptie steunt op observeren en voegt er, gekleurd bewust, onderwerp/object onderscheiden, positieve/negatieve oordelen, het lineair en ‘het één of het ander’ denken aan toe. Dit in een streven naar verschillende betekenissen, met als onderliggend doel zich aan te passen aan de sterk veranderende wereld en daarin goed overeind te blijven. Observatie van z’n kant blijft vrij van onderwerp/object onderscheiden, is onbevooroordeeld (oordeelt dus niet in positief/negatief), is niet-lineair en streeft niet naar het kleven van labels. Observatie streeft wel naar een klaar zicht krijgen op de dingen en het bekomen van ‘het één en het ander verschillend van’ denken.

Observeren blijkt voor volwassenen een aartsmoeilijke taak. Hoewel het observeren echt zien en echt luisteren mogelijk maakt, zaken die volwassenen brood nodig hebben. Toch staan volwassenen weigerachtig tegen goed observeren. Volwassen willen niet echt observeren omdat ze intuïtief aanvoelen dat ze daardoor zullen aangezet worden te veranderen. Men wordt inderdaad door observeren uitgenodigd het persoonlijk denkkader te veranderen. Daarbij komt nog dat door echt observeren we helder bewust worden en we daardoor de controle dreigen te verliezen over onze manier van leven. Een manier waar we ons toch zo krampachtig aan vastklampen. En toch, wat een volwassene blijvend nodig heeft, is haar of zijn bereidheid iets nieuws te leren. En dus te veranderen; want leren is veranderen en veranderen is leren. De mate dat een volwassene (terug) wakker wordt, is recht evenredig met de mate waarin zij of hij een portie ‘waarheid’ tot zich kan nemen zonder er van weg te vluchten. De vraag, die elke volwassene zich dient te stellen, komt neer op: “Hoeveel van waar ik mij aan vastklamp, kan door observatie worden losgeweekt vooraleer ik mij verschans in m’n gesloten denkkader?” De eerste reactie van een volwassene, wanneer die tegenvoets genomen wordt door echte observatie, is blijkbaar angst. Het is niet dat zij of hij angst heeft voor het onbekende. Men kan nu eenmaal geen angst hebben van iets dat men niet kent. Daarom ook is een heel jong kind zo onbevreesd. Wat de volwassene bij echte observatie vreest, is het mogelijk verlies van wat hij wel weet, waar hij zich aan vastklampt, en wat door echte observatie op losse schroeven dreigt te worden gezet.

Wanneer de pasgeborene ouder wordt en zich ontwikkelt, wordt perceptie, als onderdeel van z’n aanpassing aan de wereld, hoe langer hoe dominanter. Het kind richt zich hoe langer hoe meer op het gekleurd bewustzijn ten koste van het helder bewustzijn. Het adaptieve conditioneringsproces heeft bovendien de neiging onze intenties vorm te geven en bijgevolg te dicteren waar we onze aandacht dienen op te richten. Ouders, leraars, vrienden en de samenleving verwachten en eisen dat we onze aandacht richten op hoe, welke en van wie we waardering, applaus en lof kunnen oogsten. Dit is een zowel positief als negatief proces. In de poging van het kind om zich aan te passen aan de wereld, is de neiging sterk om dit te doen ten koste van het helder bewust blijven. Ten slotte verliest het kind het onderscheid tussen het helder bewustzijn en het gekleurd bewustzijn. Gelukkig zijn jullie, Eloïse, Edward en Elvire als puntje bij paaltje komt, zich in de praktijk nog helderder bewust van dit onderscheid dan ik, jullie grootvader Johan.

Het helder  en het gekleurd bewustzijn zou ik ook kunnen duiden als het ‘Ik-bewustzijn’ en het ‘mij-bewustzijn’. “Ik”, de Creatieve Zelf observeert en “mij”, de gecreëerde zelf, percipieert. Wij zijn bekaam om beiden te doen: observeren en percipiëren. Nochtans, werden we geconditioneerd om ons voornamelijk te identificeren met het ‘mij-bewustzijn’, eerder dan men het ‘Ik-bewustzijn’.

Omdat de Creatieve Zelf het helder bewustzijn én het gekleurd bewustzijn omvat, kan deze zowel de percepties van de gecreëerde zelf als de observaties van de Creatieve Zelf bevatten. Deze extra kwaliteit van de Creatieve Zelf vormt de basis voor authenticiteit. Authenticiteit is beide, “Ik” én “mij”. Een en ander kan als volgt voorgesteld worden:

Er kan worden gesteld dat de Creatieve Zelf zich tezelfdertijd helder bewust is van “Ik” helder bewust zijnde en van “mij” gekleurd bewust zijnde. Anderzijds is de gecreëerde zelf er zich zelden gekleurd bewust dat “Ik” helder bewust ben van “mij” gekleurd bewust zijnde. Met andere woorden, gekleurd bewust zijn is slechts een deel van het verhaal.

Het helder zelf-bewustzijn

Het helder bewustzijn van de Originele Zelf of ‘Ik-bewustzijn’ wordt ingezet wanneer we ons denken, geloven, voelen, waarderen, en gedrag observeren zonder te oordelen. Met andere woorden, wanneer tijdens het observeren we ons oordeel opschorten. De eenvoudige handeling van het observeren is metacognitief[ix] en maakt ons denken, percipiëren, interpreteren, oordelen en beslissen intentioneel, en richt ook onze aandacht. Het helder zelfbewustzijn stelt ons in staat om het gewone gekleurd zelfbewustzijn of ‘mij-bewustzijn’ te overstijgen en daarmee ook het innerlijk gekakel van wat sommigen de ‘monkey-mind’ noemen.

Het helder zelfbewustzijn observeert ook hoe we interpreteren, anticiperen en reageren op een persoon, situatie of gebeurtenis. Zoals reeds gesteld, zijn de meesten onder ons zich niet meer bewust van hun vermogen om te observeren of, indien er zich wel van bewust, zijn ze te bang dit te doen. Wij richten onze aandacht op wat en hoe we iets zeggen, iets voelen en iets doen, eerder dan te bemerken hoe en waar we onze aandacht op richten. Wij identificeren ons met, en worden daardoor, onze gedachten, gevoelens, emoties en gedragingen. Wij zijn ons er bovendien niet meer van bewust dat we bekwaam zijn onszelf te observeren als diegene die zich identificeert met dit alles. Ons teveel identificeren met onze gedachten, emoties en gedragingen (acties) is bedrieglijk. Het is van groot belang zich blijvend voor te houden dat zowel het helderals het gekleurd bewustzijn een onderdeel is van wie we werkelijk zijn. Wij hebben het vermogen om te observeren waarop, en in welke mate, wij onze aandacht richten; edoch, dat vermogen gebruiken volwassenen meestal niet. Eloïse, Edward en Elvire, mijn aanbeveling is eenvoudigweg: “Blijf jullie observatie vermogen inzetten!”

Het helder zelfbewustzijn kan naar buiten gericht zijn op wat we uiten, zeggen, en doen én het kan naar binnen gericht worden op wat we denken, voelen, en zelfs op het helder bewustzijn zelf. Het is één zaak om zich helder bewust te zijn wat er zich afspeelt in ons gekleurd bewustzijn; het is andere koek zich helder bewust te zijn dat men helder bewust is!

Zoals reeds eerder gesteld, Eloïse, Edward en Elvire, het helder bewustzijn en het gekleurd bewustzijn zijn twee facetten van een geheel. Het helder bewustzijn is los van en overstijgt zelfs de grenzen van ons mentaal model. Overstijgen betekent letterlijk “verder dan de limieten gaan.” Ons mentaal model of mindset legt limieten op door het filteren van data en informatie met behulp van vooronderstelde interpretaties, meningen, waarden en aannames. Deze filters limiteren en vormen onze perceptie. Het helder bewustzijn overstijgt deze limieten en maakt de werking van de filters ongedaan.

Het helder bewustzijn zet, met andere woorden, onze gebruikelijke overtuigingen, vooronderstellingen, betekenissen en waardeoordelen buiten spel. Het laat zich niet knechten door onze intenties, ons streven en onze beslissingen teneinde lof te oogsten. Het bevindt zich in de sfeer van intuïtie en de Creatieve Zelf. De Creatieve en gecreëerde zelf ondersteunen elkaar onderling door geïntegreerde creativiteit. Daardoor transformeert de gecreëerde zelf in de richting van de Originele Zelf. Het gekleurd bewustzijn krijgt informatie van het helder bewustzijn en de interpretatie wordt op een hoger peil getild door zuivere intuïtie. Het is enkel wanneer we ons te veel identificeren met onze gecreëerde zelf dat we niet meer helder bewust zijn van onze Creatieve Zelf. Er zelfs bang van worden. Daardoor wordt uiteraard het creatief wisselwerkingsproces belemmerd.

Het helder bewust zijn van anderen

Wat hiervoor werd besproken m.b.t. het helder zelfbewustzijn van zichzelf is ook van toepassing op het helder bewust zijn van anderen. Het is in dit verband belangrijk te beseffen dat wij eerder anderen percipiërendan dat we hen observeren. Dit betekent dat we eerder de anderen percipiëren zoals wij zijn en hen niet observeren zoals zijwerkelijk zijn. Dit interfereert met ons vermogen om empatisch te zijn en dus met ons denkkader of mentaal model teneinde de ander waarderend te begrijpen. Het zich helder bewust zijn van anderen houdt ons ‘objectief’ en authentiek. Dit voornamelijk wanneer wij onze zienswijzen met hen delen of luisteren naar die van hen. Hoe helderder wij ons bewust zijn van de interpretaties die wij maken, betekenissen die wij toekennen, de meningen die wij projecteren, en de conclusies die wij trekken, hoe nauwkeuriger ons begrip van de bedoelingen, woorden, en gedrag van anderen zal zijn.

Het is essentieel dat we niet onze motieven en/of intenties aan anderen toeschrijven of op anderen projecteren. Wij moeten ons terdege helder bewust zijn van onze tendens onze focus te verliezen en dat we daardoor geen aandacht meer geven aan hoe en wat anderen communiceren. We dienen echt te luisteren en ons helder bewust te zijn van het verschil tussen wat hun intentie werkelijk is en hoe wij die interpreteren, evalueren en er op reageren. Aanhoudende aandacht is moeilijk en vereist discipline. De ‘monkey-mind’ wordt eindeloos afgeleid en dit in een fractie van een seconde. Zeker wanneer die ‘monkey-mind’ een iPhone in de hand houdt. De meeste mensen hebben de gewoonte hun ‘monkey-mind’ klakkeloos te volgen. Ze zijn zich daardoor niet helder bewust van het feit dat ze niet meer horen wat en zien hoe iets gezegd wordt en wat er gaande is. Zij zijn niet langer ten volle aanwezig in de conversatie.

Het helder bewust zijn van situaties

Het verschil tussen observeren en percipiëren van gebeurtenissen, omstandigheden en situaties is een uitbreiding van het helder bewustzijnvan zichzelf en anderen. Verschillen observeren, zonder er direct een interpretatie aan vast te knopen, is uiterst moeilijk. Het is van het grootste belang om objectief te zijn en niet te vervallen in stereotypering en projecteren[x]. Hoe beter we observeren, hoe groter de kans dat wij zullen responderen[xi] en niet automatisch reageren, gebaseerd op onze interpretaties. Die interpretaties komen mogelijks voort uit foutieve vooronderstellingen, veronderstellingen en veralgemeningen (en misschien zelfs vooroordelen).

In het geval van creatieve wisselwerking komt responderen vanuit een intentie om te ‘zien’ en te ‘horen’ wat er werkelijk gebeurt en wordt gezegd. Dit vooraleer over te gaan tot interpreteren, toekennen van een betekenis of evalueren wat er gebeurt. Responderen is een bewuste reactie om de werkelijkheid beter te kunnen ‘zien’ en ‘horen’. Reageren, daarentegen, is een reflexmatige reactie met geen of zeer weinig voorafgaande positieve intentie. Die reflex wordt eenvoudigweg geïnitieerd door een ingesleten gewoonte patroon. Responderen is een dialoog tussen het gekleurd en helder bewustzijn. Reageren is doorschieten naar beslissing en actie.

Het gekleurd bewustzijn

Het gekleurd bewustzijn omvat dus perceptie en geeft zaken een ‘label’: voordelig-nadelig, akkoord-niet akkoord, inclusief-exclusief, goed-slecht, en juist-fout. Let wel, Eloïse, Edward en Elvire, perceptie is essentieel om zich te kunnen aanpassen en daardoor te kunnen overleven in deze steeds maar sneller veranderende wereld. Percepties zorgen er voor dat er voorkeuren, betekenissen en waarden ontwikkeld worden en kleuren daardoor ons bestaan.

Door interpretatie, evaluatie en beslissing wordt, wat bekomen wordt door observatie met het helder bewustzijn, getransformeerd. Dit door de perceptie van het gekleurd bewustzijn. Daardoor wordt de “één en het ander verschillend van” observatie van het helder bewustzijn vaak de “het een of het ander” perceptie van het gekleurd bewustzijn. We komen terecht in wat veelal het “in-the-box” denken wordt genoemd. Die ‘box’ (doos) wordt gevormd door de grenzen van onze ‘fixed’ (gesloten) mindset. Door ons gekleurd bewustzijn appreciëren we de werkelijkheid op een bepaalde manier en de aldus gewaardeerde werkelijkheid wordt als het ware in de doos van onze ‘mindset’ (denkkader, mentaal model) gestopt. In feite bepaalt die gekleurde appreciatie wat er in de doos terecht komt en, wat nog belangrijker is, wat er uit wordt geweerd. Anders gesteld, we voegen toe wat we waarderen en weren wat we niet waarderen. We zien de werkelijkheid niet zoals ze is, we zien deze zoals wij zijn!

Onze voorkeuren maken dat verschillen gepolariseerd worden. Het gekleurd bewustzijn werkt inderdaad polarisatie in de hand. Er is geen sprake meer van “het één en het ander”; inderdaad, de ‘en’ is een ‘of’ geworden. We leggen onszelf op te kiezen. Een van de twee tegenstrijdige polen wordt daarbij gekozen ten nadele van de andere pool. Dit werkt uiteraard polarisatie in de hand.

Deze splitsing, de verschuiving van ‘en’ naar ‘of’, heeft meerdere gevolgen; zowel positieve als negatieve. Een van de gevolgen is dat elk idee wordt gecatalogeerd als een goed of slecht idee. Dit niettegenstaande in werkelijkheid elk idee beide eigenschappen in zich heeft. Inderdaad, elk idee en elke situatie kan gepercipieerd worden als positief én als negatief. Het begrip ‘appreciatie’ wordt in veel gevallen geassocieerd met onze voorkeuren, dus wat we percipiëren als positief. We worden als het ware blind voor de andere zijde van de medaille en dus voor de niet voorziene, niet geanticipeerde en collaterale schade. We zien die laatste niet omdat we enkel percipiëren doorheen de gekleurde bril van onze voorkeuren. We zien enkel wat goed is in een idee, dus wat we als ‘goed’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke negatieve effecten van het idee. Het tegenovergestelde is ook waar: we zien enkel wat slecht is een idee, dat we als ‘slecht’ catalogeren, en zijn blind voor de mogelijke positieve effecten van het idee. Dit alles zorgt er voor dat we afglijden naar een gekleurd denkkader ten koste van een helder én gekleurd denkkader.

Een bekend metaforisch verhaal heeft mij duidelijk doen inzien dat de vraag “Wat is correct a of b?” in alle gevallen, wat de a en b ook mogen zijn, met een klare JA! dient beantwoord te worden. Het is het aloude verhaal van ‘De Boer en zijn Zen Meester’ met de terugkerende vraag “Is dit goed of is dit slecht?” Van dit verhaal bestaan er tientallen versies. Ik vertel het als een Zen story hoewel het oorspronkelijk een Tao story zou zijn[xii]. Ik hoorde het ooit in Atlanta vertellen door Guido Vander Aa die daar, gedurende zijn talloze omzwervingen, tijdelijk bij een kennis van Charlie Palmgren was beland. Ik ontmoette Guido toen ik in die periode bij Charlie op werkbezoek was.

De Boer en zijn Zen Meester

Een oude arme boer bewerkte jarenlang, geholpen door z’n enige zoon en z’n enig paard, z’n hectare grond en kon daardoor ternauwernood met z’n familie van drie het hoofd boven water houden. Op een dag liet z’n vrouw het hek van het erf openstaan en daardoor liep het paard naar de vrijheid. De boer was er het hart van in en ging om advies naar z’n Zen Meester. Na het horen van het trieste verhaal van de boer, vroeg de Zen Meester: “Is dat goed of is dat slecht?” en ging verder met z’n meditatie.

De boer ging beduusd naar huis en vertelde z’n vrouw wat de Zen Meester had gezegd. Ook zij begreep diens boodschap niet. Het was toch erg dat hun enig paard de benen had genomen, toch?!? Beiden concludeerden dat de tijd misschien raad zou brengen.

De volgende ochtend zag de zoon een stof wolk naar de boerderij komen. Hij opende intuïtief het hek en … hun paard, een hengst, was teruggekeerd vergezeld door twee wilde merries. De boer ging de dag daarop terug naar de Zen Meester. Die was diep verzonken in een Mindfulness sessie, maar keek toch op toen de boer binnenstormde en luisterde aandachtig naar diens euforisch verhaal. Nadien vroeg de Zen Meester: “Is dat goed of is dat slecht?” en ging verder met z’n meditatie.

De boer ging terug naar huis. Nog verbaasder dan de vorige keer. En ook nu konden de boer en z’n vrouw geen touw knopen aan de vraag van de Zen Meester. Het was toch goed dat ze nu drie paarden hadden, toch?!? Beiden concludeerden dat de tijd misschien raad zou brengen.

De dag daarop probeerde de zoon de ongetemde merries te berijden. Bij de eerste merrie ging het uitstekend. Edoch, de tweede merrie wierp hem af en de zoon brak z’n rug. De toegesnelde dokter besloot dat de zoon verlamd was van het middel af, en dat dit zo zou blijven. Nogmaals ging de boer naar z’n Zen Meester voor advies. Toen hij diens kamer binnen kwam was de Zen Meester in diepe meditatie verzonken. Licht geïrriteerd keek de Zen Meester toch op en luisterde aandachtig naar het dramatische verhaal van de boer. Ook nu herhaalde hij na het aanhoren van het verhaal dezelfde vraag: “Is dat goed of is dat slecht” en hervatte hij z’n meditatie.

Nu liep de boer erg boos de kamer van de Zen Meester uit, de deur met een harde smak achter zich toe klappend. Nu concludeerden de boer en z’n vrouw dat de Zen Meester z’n verstand verloren had en dat het geen zin meer had hem nog te gaan opzoeken. Dat hun kind voor het leven half verlamd was, was toch uiterst slecht ?!?

Enkele dagen later brak de oorlog uit. Militaire ambtenaren kwamen in het dorp alle jonge mannen opeisen om hen in het leger in te lijven en met hen ten oorlog te trekken. De zoon van de boer werd uiteraard ongeschikt voor de legerdienst verklaard en mocht bij z’n vader en moeder blijven. Hij zou niet verschrikkelijk omkomen in die oorlog.  De boer vertrok toch naar z’n Zen Meester om hem dit heugelijke nieuws te vertellen. Zoals gebruikelijk was de Zen Meester verzonken in een meditatie. Hij schrok op toen de boer binnenstormde en aanhoorde diens jubelend verhaal. Ook nu stelde hij, na het aanhoren van het verhaal, dezelfde vraag: “Is dat goed of is dat slecht” en hervatte hij z’n meditatie. 

Het gekleurde zelf-bewustzijn

Het gekleurde zelf-bewustzijn steunt voornamelijk op conditionering door externe feedback. Het is gebaseerd op de aangeleerde perceptie dat onze eigenwaarde stoelt op acceptatie, goedkeuring, lof, en applaus van anderen. Onze zelfwaardering steunt op de veronderstelling dat onze waarde verdiend dient te worden en afhangt van de evaluatie ervan door anderen. Helaas, wanneer we gekleurd zelfbewust worden en ons richten op onze extrinsieke waarde[xiii] dan doen we dit ten koste van ons helder bewustzijnen van onze Intrinsieke waarde[xiv]. Extrinsieke waarde veronderstelt dat waarde kan gekocht, verworven of verdiend worden en dus ook kan worden geweigerd of afgenomen. In feite gaat het over eigenwaarde. Daardoor komt het dat menigeen zich tot doel stelt goedkeuring te verkrijgen en verwerping te voorkomen. Dit is in feite gedrag dat wij door onze Vicieuze Cirkel hebben aangeleerd. Eloïse, Edward en Elvire, dit soort gedrag zien we ook veel bij jongeren; bijvoorbeeld bij hun pogingen om op sociale media, zoals Facebook en Instagram, zoveel mogelijk ‘volgers’ en ‘likes’ te verzamelen. Intrinsieke en extrinsieke waarde worden gepercipieerd als zijnde wederzijds exclusief; alweer een geval van ‘het een of het ander’ denken. Op beide soorten waarden gaan we in een latere column dieper in.

Blijkbaar zijn we veel waard als we ‘het goed doen’ en niets waard als we ‘falen’; onze waarde blijkt voorwaardelijk. Voor de meesten onder ons wordt het leven gereduceerd tot alles goed voor elkaar krijgen en het beheersen van het risico verworpen te worden. En dit bij zowat alles wat we denken, voelen en doen. De potentiële pijn die we ervaren wanneer we ons zelf verwerpen, wordt een constante bedreiging en een onuitputtelijke bron van stress. Deze imminente dreiging noopt ons ertoe om onze aandacht te richten op het vermijden van afwijzing en te starten met een continue zoektocht extrinsieke waarde via anderen te verkrijgen. In dit proces van continu streven naar extrinsieke waardering worden we minder helder bewust van onze Intrinsieke waarde. Met andere woorden, we raken daardoor hoe langer hoe meer verstrikt in de gesloten mindset van onze persoonlijke Vicieuze Cirkel. Deze onophoudelijke drive naar het gevoel van (extrinsieke) eigenwaarde en het vermijden van afwijzing, is de basis voor de meeste van onze verslavingen, dwanggedachten, obsessies en fobieën[xv].

Het gekleurd bewust zijn van anderen

Het gekleurd bewust zijn van anderen zou eigenlijk dienen te gaan over het waarderen van de Intrinsieke waarde van anderen. Elke mens heeft een Intrinsieke waarde en geen enkel mens kan z’n Intrinsieke waarde verhogen of verminderen. Ze kan niet worden bekomen of verdiend; we komen daar, zoals zojuist gesteld, nog op terug! Ook heeft iedereen een Creatieve Zelf en een actuele gecreëerde zelf. De Creatieve Zelf van de ander observeert zoals de onze en hun gecreëerde zelf percipieert vanuit hun uniek perspectief en unieke ervaring, zoals onze gecreëerde zelf dat doet vanuit ons uniek perspectief en onze unieke ervaring. Op het intrinsieke niveau zijn we allen gelijk en even waardig. Dezelfde levenskracht en helder bewustzijn vloeit in ons. Deze levenskracht is in feite het creatief wisselwerkingsproces dat doorheen elk van ons vloeit (Cf. Flow[xvi]). Op het extrinsieke niveau is geen enkel van ons gelijk aan een ander. Wij zijn allen vergelijkbaar en toch verschillen we danig; elk van ons is uniek. (maar ik ben iets unieker dan jullie, Eloïse, Edward en Elvire… grapje!). Indien we ons enkel identificeren met onze actuele gecreëerde zelf, richten we ons voornamelijk op de verschillen tussen onszelf en de anderen. Wanneer we helder bewust zijn en ons identificeren met onze intrinsieke Creatieve Zelf, kunnen we ons zowel richten op onze wederzijdse overeenkomsten als op onze unieke distincties[xvi](verschillen).

Een vereiste voorwaarde voor Creatieve wisselwerking is ons engagement om helder bewust én gekleurd bewust te zijn van zowel onze intrinsieke waarde als de Intrinsieke waarde van anderen. Indien we onszelf of de anderen om één of andere reden ‘ontwaarden’ (devalueren), wordt het creatief wisselwerkingsproces zwaar gehinderd. Creatieve wisselwerking vereist wederzijds respect en een engagement tot het creëren van manieren om eventuele extrinsieke verschillen wederzijds te aanvaarden en inclusief te maken. Een gevolg van dat wederzijds respect is de intentie om te luisteren naar en waarderend te begrijpen van het perspectief van de ander; perspectief dat ontsproten is uit haar of zijn uniek referentie kader (denkkader, mindset en mentaal model). Idealiter luisteren en begrijpen wij niet vanuit onze eigen voorkeuren, waarden, meningen en overtuigingen; dus niet vanuit onze eigen mindset. Wanneer we de bedoeling hebben om anderen op een authentieke manier te begrijpen en te appreciëren, bevorderen we de werking van het creatief wisselwerkingsproces. Het is een doorgedreven inspanning om echt empatisch te worden en anderen te observeren zoals ze zijn en niet zoals wij zijn. Het is effectief helder bewust worden van wat wij denken over, interpreteren van, voelen, beslissen en reageren op wat wij observeren. Wat wij waarnemen dient, vooraleer we er op reageren, eerst uitgezuiverd te worden in een dialoog tussen ons helder en gekleurd bewustzijn. Deze dialoog kan zelfs een ‘cruciale’ zijn.

Het gekleurd bewustzijn apprecieert de anderen. Appreciëren betekent zowel de positieve als de negatieve elementen zien in de ideeën, perspectieven en situaties. Let wel wat ‘positief’ en ‘negatief’ wordt genoemd is op zich ook een inkleuring! Het is, op z’n best, het vermogen om te denken en te evalueren in zowel “het één of het ander” als “het één en het ander” termen. Alleen door het kijken naar het volledige spectrum van positieve en negatieve aspecten van een persoon, idee, zaak of situatie kan men authentiek waarderend begrijpen. Het gekleurd of ‘mij-bewustzijn’ splitst verschillen in tegenstellingen, paradoxen[xviii] en polarisatie[xix]. Bij polarisatie worden de verschillen gezien als exclusief, met andere woorden ze sluiten elkaar uit; eerder dan als potentieel inclusief (ze kunnen potentieel in elkaar opgaan en elkaar versterken). Creatieve wisselwerkingis inclusief, behalve in die gevallen dat het opnemen van een idee, mening, zaak of persoon, de voortschrijdende integratie en transformationele verandering zou belemmeren.

 Het gekleurd bewust zijn van situaties

Situationele waardering van situaties met het gekleurd bewustzijn gebruikt idealiter een “het één en het ander” observatie, perceptie en cognitie. Dus een volledig spectrum evaluatie en interpretatie van situaties en gebeurtenissen. Dit veronderstelt ook dat er variërende graden van nauwkeurigheid en onnauwkeurigheid in alle evaluaties en interpretaties zijn. Men aanvaardt dus dat elke interpretatie mogelijks foutief en dus voor correctie vatbaar is. Een dusdanige situationele waardering is verbonden met de idee van wetenschappelijke objectiviteit. Het doel is de bias[xx] in iemands perceptie, denken, voelen, beslissen en gedrag te verminderen. Men zoekt naar de ‘feiten en waarheid’ betreffende de ‘werkelijkheid’ in elke bepaalde situatie.

Besluit

De hamvraag van dit deel : “Hoe, zoveel mogelijk, je ‘Creatieve Zelf’ blijven?” heeft dus als antwoord: “Door, zoveel mogelijk, helder bewust te blijven!”. Dit komt neer op terug, zoveel mogelijk, als jong kind onbevangen naar de werkelijkheid te kijken. Dus te observeren wat er werkelijk aan de hand is. Dit alles door Creatieve wisselwerking blijvend van binnen uit te beleven en zich niet te laten ringeloren door de Vicieuze Cirkel. Theoretisch kinderlijk eenvoudig, want elke baby en peuter doet het moeiteloos; praktisch … wel, dat is andere koek! De volgende delen zullen jullie, Eloïse, Edward en Elvire, heel wat bijkomende inzichten geven die jullie kunnen helpen jullie taak tot een goed einde te brengen. Het aansluitend werk zullen jullie zelf blijvend dienen te doen!

___________________________________________________________________________

[i]Bruce Springsteen, Quote uit song Growin’ Up uit album Greetings from Asbury Park, N.J., Columbia Records, 1973

[ii]Het Originele Zelf is een concept dat door veel spirituele en contemplatieve schrijvers wordt gebruikt. Een voorbeeld: de Franciscaan Richard Rohr, die het Originele Zelf  True Self’ noemt: “I believe that God gives us our soul, our deepest identity, our True Self, our unique blueprint, at our own ‘Immaculate Conception.” Dit in z’n boek ‘Falling Upward: A Spirituality for the Two Halves of Life’, San Francisco, CA: Jossey-Bass, 2011. Page IX. Ik zit dus als oud misdienaar bij de Arme Klaren (Clarissen, de tweede orde van Sint Francicus) op dezelfde golflengte als Richard Rohr (een Minderbroeder, de eerste orde van Sint Franciscus) en Charlie Palmgren (onder meer een Episcopaalse priester en lid van de derde orde van Sint Franciscus). Met die kanttekening dat voor mij God, in navolging van Henry Nelson Wieman, de mentor van Charlie Palmgren (mijn mentor), het Creatief wisselwerkingsproces is.

[iii]Conditioneren is gedrag of gewoonten aanleren door straf of beloning (de gekende stok en wortel – dit gebeurt al vanaf de prille jeugd: denk maar aan het zinnetje van een aloud Sinterklaasliedje: “wie stout is krijgt de roe”). Ik noem de actuele zelf de gecreëerde zelf en zou hem ook de geconditioneerde of aangeleerde zelf kunnen noemen. Om het verschil tussen creatieveen gecreëerde in de verf te zetten heb ik voor gecreëerde zelf gekozen als naam voor onze actuele zelf.

[iv]De Creatieve Zelf is op de keper beschouwd onveranderlijk en zit nog altijd ergens in ons, maar meestal heel diep; wij vereenzelvigen ons namelijk veeleer met onze actuele gecreëerde zelf.

[v]Bewustzijn: staat van zijn, bekwaam zijn om verschillen te onderkennen.

[vi]Transcendentie is een filosofisch begrip dat kan gedefinieerd worden als het overstijgen van de mens; het zich verheffen boven de dualiteit van het zich vereenzelvigen met de werkelijkheid, het hier en nu bewustzijn; het gekleurd bewustzijn.

[vii]Observeren: Het aandachtig en nauwkeurig bekijken (waarnemen) van dingen zonder te oordelen.

[viii]Percipiëren: Waarnemend begrijpen door te beoordelen wat geobserveerd werd.

[ix]Metacognitief:Metacognitie betekent letterlijk “denken over denken” (meta = over, cognos = denken). Metacognitie is het actief monitoren (meten & evalueren) en daarop gebaseerd sturen (regelen) van cognitieve processen om cognitieve doelen te bereiken. Het begrip cognitief doelt op alle informatieprocessen die zich afspelen in de hersenen.

[x]Projectie (psychologie): Van projectie kan sprake zijn wanneer men eigenschappen of emoties van zichzelf tracht te ontkennen, verbergen of verdringen door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders. De klassieke opvatting en uitleg van projectie is dat het een afweermechanisme is tegen negatieve emoties.

[xi]Responderen: Behoedzaam antwoorden, dus eerst nadenken en afwegen vooraleer te antwoorden.

[xii]Alan Wilson Watts. Tao: The Watercourse Way. New York NY: Pantheon Books, 1975

[xiii]Extrinsieke waarde: de waarde die [iemand] aantrekkelijk en bruikbaar maakt; de kwaliteit die kan gekocht, verworven of verdiend worden.

[xiv]Intrinsieke waarde: de kwaliteit die [iemand] waardevol maakt; de kwaliteit binnenin de persoon die waardering of respect afdwingt.

[xv]Fobie: een (irreële) angst voor situaties waar geen aanwijsbaar groot gevaar aanwezig is. Voorbeelden: bloedangst, pleinvrees en angst voor spinnen.

[xvi]Flow: refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Belangrijkste theoreticus achter dit concept is de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi.

[xvii]Distinctie: verschil, onderscheid; vb. De distinctie tussen lage en hoge klassen. Quote Peter M. Senge: “Do we hear with our ears? Do we see with our eyes? Or do we see and hear with our distinctions?”

[xviii]Paradox: Schijnbare tegenspraak. Stijlfiguur die op het eerste gezicht op een tegenstelling of tegenspraak lijkt, maar die bij nader inzien toch een waarheid lijkt te bevatten. Bijvoorbeeld: “Ik leg mij toe op het schrijven van begrijpelijk Nederlands. Maar ik ben een ingenieur.” (Johan Roels – Multatuli parafraserend)

[xix]Polarisatie: (politiek): het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen

[xx]Bias: vertekening van de evaluatie; een systematische fout door het gekleurd bewustzijn. De vertekening kan bedoeld zijn (dan spreken we van manipulatie) of niet bedoeld (te wijten dus aan de ‘gekleurde bril’).