Tagarchief: William Isaacs

IDENTITEIT, ZOALS GEDEFINIEERD BINNEN DE FILOSOFIE, EN CREATIEVE WISSELWERKING

Inleiding

De studie over etnische en raciale identiteit wekt recent veel interesse vanuit verschillende sociale disciplines, zoals de antropologie, de psychologie, de sociologie, de politieke wetenschappen en de filosofie. Een van de moeilijkheden bij het bestuderen van identiteit is dat die verschillend gedefinieerd en geconceptualiseerd wordt door zowel de diverse sociale wetenschappen als de individuele onderzoekers. In het algemeen kunnen we zeggen dat sociologen en antropologen vooral op de sociale dimensies van etnische identiteit focussen. De meeste schrijvers over identiteit zijn echter psychologen De psychologen hebben de neiging om vooral naar de persoonlijke en emotionele betekenis in de ontwikkeling van identiteit te kijken, uitzondering is te maken voor de psychologen in de richting Sociale psychologie. Binnen de filosofie gaat identiteit vooral over de Ander of meer bepaald over de relatie met de Ander. Filosofen, zoals Bleri Lleshi Gjopalaj, definiëren identiteit als hoe men zichzelf voorstelt en definieert in relatie tot de ander[i].

Bleri hanteert daarbij de definitie van Bikhu Parekh: 

Identity basically refers to how one identifies and defines oneself in relation to others. It is a way of announcing to the world and affirming to oneself who one is and how one positions oneself in the relevant area of life.
(Wetherell, Laflèche & Berkeley, 2007: 132) 

Identiteit refereert aan hoe men zichzelf identificeert en definieert in relatie tot de ander. Het is een manier om zich aan de wereld bekend te maken en zo te bevestigen wie men is en hoe men zich positioneert in bepaalde relevante gebieden van het leven.

Dit is een duidelijk zich identificeren naar buiten toe, dat kan de Ander zijn en evengoed ook een situatie of plek. Voor Bleri Lleshi is het essentiële deel van identiteit een strikt individuele component van ons zijn edoch dat is niet alles. Identiteit heeft voor hem steeds te maken met hoe wij ons identificeren en definiëren in relatie tot de Ander.

Identiteiten zijn dynamisch, dus geen vast gegeven en nergens aan vastgehaakt en daardoor altijd in beweging. Dat ‘in beweging’ zijn van de identiteit heeft niet zo zeer met fysische beweging te maken dan wel met transformatie. Men is in het kader van identiteit vooral tussen de twee oren in beweging. Reflecteren is niet zozeer actieve beweging en toch is het een dynamisch gebeuren dat de identiteit transformeert.

Dit heb ik zelf ervaren want ik ben van wat men een ‘zekere’ leeftijd noemt. Men kan mij dus ook zien als een ervaringsdeskundige op gebied van dynamische identiteit. Kortom, het leven zelf is dynamisch en zorgt ervoor dat de identiteit van de persoon dat ook is. Dat is het ‘voordeel’ van ouderen. Ze hebben alle vele levensfases doorlopen en weten uit ervaring dat hun identiteit dynamisch is.

Identiteit is een proces

Identiteit is altijd in beweging en is nooit een absoluut bereikt feit. Daardoor is voor mij identiteit een proces, meer nog identiteit wordt gevormd door het creatief wisselwerkingsproces. 

Aan mij om deze boude uitspraak in deze column te bewijzen.

Voor een beschrijving van het creatief wisselwerkingsproces verwijs ik graag naar eerdere columns[ii] en naar mijn boek ‘Cruciale dialogen’[iii].

Het kader waarin ik mijn uitspraak plaats is dat van de Sociaal Werker. Het gereedschap bij uitstek van de Sociaal Werker is de dialoog. En dat in de eerste plaats om de Ander te begrijpen. 

Met het voeren van een correct gesprek hebben de meesten in de huidige maatschappij het erg moeilijk. Een echt gesprek impliceert namelijk goed luisteren. De meesten onder ons zijn goed opgeleid om te debatteren of te discussiëren, niet om een goed gesprek te kunnen voeren. We willen gelijk halen en tijdens het gesprek luisteren we vooral naar de ander, niet om haar of hem te begrijpen, maar om haar of zijn argumenten onderuit te halen. En van zodra de ander is uitgesproken gaan we in de ‘tegenaanval’. Bovendien lijkt tijd maken om echt te luisteren tegenwoordig problematisch. Ik vind het daarom uitstekend dat een kwart van de te verdienen punten aan het eerste jaar van de PBA Sociaal Werk aan de UCLL te Leuven toegekend zijn aan het vak Praktijk en Communicatie[iv].

Identiteit transformeert zich gedurende de dialoog met de Ander

Iedereen is uniek. Een neveneffect daarvan is dat er, binnen het kader van Sociaal Werk, meestal fundamentele verschillen zijn tussen de gesprekspartners. Die verschillen (in inzichten, persoonlijkheid, …) zorgen ervoor dat het gesprek bijna per definitie moeilijk verloopt. Daardoor is het voor een Sociaal Werker van uitzonderlijk belang goede gesprekken te hebben. Een goed gesprek is, niet meer en niet minder, een dialoog. En bij moeilijke gesprekken zelfs een Cruciale dialoog en die verloopt het best volgens het Cruciale Dialoogmodel gebaseerd op Creatieve wisselwerking

De dialoog

Een gesprek kan wellicht het eenvoudigst aangeduid worden als “het beïnvloeden van en het beïnvloed worden door de ander”. De vorm van tweegesprek aangewezen voor elke Sociaal Werker is de dialoog.  Let wel, de dialoog is een van de vijf volgende mogelijkheden:

De monoloog: Twee types: 

  1. Ik geef en de ander ontvangt niet. Ik geef, maar hou geen rekening met het feit of de ander al dan niet wil ontvangen; 
  2. De ander geeft maar ik ontvang niet want ik ben op dat ogenblik niet in staat of bereid dat te doen.

Het debat: Twee types:

  1. Ik geef en de ander ontvangt. De ander is echter niet in staat of bereid iets terug te geven;
  2. Ik ontvang en de ander geeft. Ik ben op dat ogenblik niet in staat of bereid iets terug te geven.

De discussie: Ik geef en de ander geeft. We zijn echter geen van beiden bereid of in staat om te ontvangen. Ons “geven” komt in het midden samen en leidt vaak tot spanning of, anderzijds, tot leegte.

Het beleefd gesprek:  Ik geef en de ander geeft én we zijn beiden bereid om te ontvangen, doch wat we ontvangen laten we niet diep in ons doordringen; het krijgt geen kans ons werkelijk te veranderen.

De dialoog: Ik en de ander geven én ontvangen op een zeer open manier waarbij we ons bewust zijn van de beïnvloeding door de ander. Daarbij zijn we bereid om te veranderen, om onze visie aan te passen, om ons oordeel om te vormen. 

Het is bewezen dat niet-effectieve tweegesprekken de sfeer, de motivatie en de productiviteit negatief kunnen beïnvloeden. Willen wij de motivatie, productiviteit en creativiteit positief beïnvloeden dan is het van essentieel belang dat cruciale dialogen efficiënt gevoerd worden.

Hoewel bovenstaande is geschreven vanuit het oogpunt van een tweegesprek, stellen wij hier duidelijk dat wij ook kunnen dialogeren in groep en zelfs een dialoog kunnen voeren met onszelf. Om dit ten volle te begrijpen, grijpen wij terug naar de betekenis van het begrip dialoog. Het woord dialoog komt uit het Grieks: dia-logos, waarbij dia “doorheen” betekent en logos “woorden, beelden”. Dialoog wordt door P. Senge kernachtig “stroom van betekenis”[v] genoemd. Stroom van betekenis in de beelden en woorden doorheen de deelnemers dus. Bij een dialoog steekt niemand er bovenuit, niemand heeft de ‘macht’, de gesprekspartners staan, althans binnen de dialoog, ‘op gelijke hoogte’.

Rest ons nog het begrip Cruciale dialoog te duiden. Die heeft volgende kenmerken[vi]:

  • Er is een probleem (i.e. een belangrijk verschil tussen de ‘werkelijke’ situatie en de ‘gewenste’ situatie); 
  • De inzichten verschillen merkelijk; 
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Dialoog met de Ander

Samenleven met de Ander in een gediversifieerde maatschappij is een uitdaging voor alle leden van die samenleving. Het is een belangrijk vertrekpunt waarmee de leden van de samenleving akkoord moeten gaan, zodat ze hun verantwoordelijkheid niet op elkaar afschuiven, maar vooral opnemen. 

Een eerste stap naar het dragen van die verantwoordelijkheid is het open staan voor dialoog met de Ander. De Ander maakt immers deel uit van dezelfde samenleving en het is via dialoog dat men te weten kan komen wie de Ander werkelijk is. Wij maken die samenleving met z’n allen. 

Aangezien wij constant veranderen, verandert de samenleving met ons mee. Men dient zich van dit feit bewust te worden en niet langer pleiten voor het bewaren en het afschermen van de zogenaamde goede, oude samenleving waar geen plaats is voor de Ander die anders is. Leden die hun samenleving zogezegd afschermen door structuren uit te vinden en normen en waarden uit te stippelen, zijn zelf de Ander in hun eigen samenleving. Daarom dienen we te pleiten voor een samenleving waarin we de Ander ontmoeten en dus een samenleving die open staat voor de Ander, want open staan voor de Ander betekent tegelijk open staan voor zichzelf en de veranderingen die we samen als deel van een maatschappij ondergaan.

Daarbij dienen we het werkwoord ‘ontmoeten’ te splitsen in ‘ont – moeten’. Dat is onvoorwaardelijk werken: niets moet en alles mag. Relaties opbouwen steunt op ‘openheid’ en ‘vertrouwen’. Dit tweespan is cruciaal bij ‘authentieke interactie’. Men kan namelijk niet ‘authentiek’ zijn als men niet open is, en men kan niet authentiek en open zijn wanneer men elkaar niet vertrouwt. Niet toevallig zijn openheid en vertrouwen de basisvoorwaarden voor Authentieke Interactie zoals volgende figuur, het eerste kwadrant van het Cruciale Dialoogmodel, aangeeft:

Gedurende deze fase komen de feiten, waarnemingen en objectieve gegevens van ‘waar we staan’ aan bod. Deze dienen geobserveerd te worden met het helder bewustzijn. Dit impliceert dat de sociaal werker kennis heeft van de twee soorten bewustzijn die cruciaal zijn bij dialogen met hun cliënten; met name het helder en het gekleurd bewustzijn. Voor het onderscheid tussen het helder en gekleurd bewustzijn verwijzen we naar de reeds eerder vermelde column[vii].

De eerste fase van het Cruciale dialoogmodel heb ik de naam Communicatie meegegeven en omvat de eerste karakteristiek van het creatief wisselwerkingsprocesAuthentieke Interactie. Naast de twee basiscondities omvat deze fase ook vier vaardigheden die in wisselwerking zijn met de basisvaardigheden. Het doel van deze fase is het correct begrijpen van de Ander en daarbij zijn de vaardigheden de hulpmiddelen daartoe. De eerste vaardigheid ‘Kernvraag’, duidt op het helderstellen van de vraag of het onderwerp van de dialoog. De tweede vaardigheid noemt ‘Bepleiten en Bevragen’ en het is raadzaam om die twee elementen gedurende de dialoog ‘om te draaien’. Hier mee bedoel ik dat het aan te raden is eerst de Ander te bevragen, dus te vragen naar zijn observatie van de werkelijkheid, vooraleer te pleiten voor jouw visie. In deze communicatiefase is het van belang dat de twee volgende vaardigheden “Non-verbale communicatie’ en ‘Bevestigend Parafraseren’ ten volle aan bod komen. Men heeft inderdaad de Ander maar ten volle begrepen wanneer men diens standpunt kan parafraseren en dat de Ander die parafrase bevestigt.

De dialoog stopt niet bij het begrijpen van de Ander, men dient ook waarderen wat men van de Ander begrepen heeft. Dit gebeurt in de tweede fase van het Cruciale dialoogmodel, Appreciatie. 

Om een situatie waarderend te kunnen begrijpen kleurt men de ‘heldere’ waarheid in met het gekleurd bewustzijn. De perceptie is niet anders dan de interpretatie van de sensatie. De interpretatie gebeurt met wat ik het gekleurd bewustzijn noem. Men ziet inderdaad de werkelijkheid niet zoals deze is, men ziet die realiteit zoals men zelf is. Dus met het eigen denkkader, de eigen mindset of, metaforisch, de eigen gekleurde bril. 

De twee deelnemers aan de cruciale dialoog: de sociaal werker en de Ander hebben elk hun eigen gekleurde bril op hun neus staan en zien dus de werkelijkheid per definitie verschillend. Om uit de impasse te geraken, want niemand heeft heus de waarheid in pacht, dienen in deze fase de twee basiscondities Nieuwsgierigheid enKunnen omgaan met onzekerheid (ambiguïteit) ten volle aanwezig te zijn. 

In een dialoog staat de Ander centraal. Daarbij zijn niet de overeenkomsten, noch het hertalen van de standpunten van de ander in ons eigen denkkader, noch identiek trachten te zijn als de Ander, belangrijk. Van groot belang zijn de verschillen; die zijn essentieel binnen de cruciale dialoog. De cruciale dialoog verwerpt assimilatie- en immersiemethodes als benaderingen om met verschillen in diversiteit om te gaan. Om de verschillen te kennen moet men eerst en vooral in dialoog treden. In dialoog treden met de ander is echt luisteren en verwerken wat de ander aan ons communiceert; het is niet louter een uitwisseling van ideeën. Wat vooral van belang is in de dialoog is hoe we in het gesprek met de ander onze eigen initiële veronderstellingen en opvattingen kunnen transformeren en overstijgen. De dialoog is wederzijds: mijn visie wordt aan de standpunten van de Ander blootgesteld, terwijl het perspectief van de ander ook aan mijn visie blootgesteld is. De verschillende mindsets (denkkaders, persoonlijke paradigma’s) kunnen door de dialoog ten goede (verrijkend en verdiepend) getransformeerd worden. De succesvolle dialoog heeft als de ware transformerende macht. Gezien de Cruciale dialoog gebaseerd is op het creatief wisselwerkingsproces, is hiermee aangetoond dat Creatieve wisselwerking de mindset transformeert. Wanneer de mindset transformeert, transformeert de manier om zich aan de wereld te bevestigen wie men is en hoe men zich positioneert in bepaalde relevante gebieden van het leven en is dus de identiteit getransformeerd. Quad erat demonstrandum.

Nog meer over het in dialoog treden met de Ander

Gadamer ging er van uit dat de Ander gelijk heeft[viii] en dat is nu juist wat de conditie kunnen omgaan met onzekerheid betekent. De andere conditie, nieuwsgierigheid, helpt dan te onderzoeken hoe het komt dat de Ander een totaal andere mening over de werkelijkheid heeft dan dat men zelf heeft. Daarbij gaat men ervan uit dat het goed zou kunnen dat de ander het aan het rechte eind heeft. Anders gesteld, men zet het eigen denkkader, met diens gebeitelde mening, even ‘on hold’ en beleeft het adagium ‘Ik heb de waarheid niet in pacht’ ten volle van binnenuit. Ieder heeft zijn eigen ‘waarheid’ en dat is per definitie niet ‘de’ waarheid.

Door de Ander waarderend te begrijpen leren we het anders-zijn van de Ander te erkennen en onszelf in vraag te stellen. Dat wil niet zeggen dat we alles wat de ander zegt en wil, blindelings moeten volgen. De wil om te luisteren en te erkennen wat de ander zegt is het vertrekpunt. Daarna volgt de versmelting van de meningen tot een Gedeelde Mening. We hebben beide de waarheid niet in pacht en delen wel onze waarheid met elkaar, wat het mogelijk maakt een gezamenlijke waarheid te creëren die dichter komt bij ‘de waarheid’.

Hierbij zijn volgende gesloten vragen van Peter M. Senge veelbetekenend: 

Do we hear with our ears? Do we see with our eyes? Or do we see and hear with our distinctions?[ix]

Uit het antwoord volgt dat de kwaliteit van het Waarderend Begrijpen recht evenredig is met de kwaliteit van de distincties die men waarneemt. En gezien we verschillend zijn, hebben we verschillende ‘distincties’ en zien we de werkelijkheid verschillend. Wat krachtig is aan de dialoog is dat wel elkaar onze persoonlijke distincties kunnen aanleren, zo horen en zien we meer van de werkelijkheid. Zo leerde ik klassieke muziek appreciëren door Leonard Bernstein[x] die mij zijn distincties meegaf. Ik hield al van z’n West Side Story en met z’n Young People’s Concerts, leerde de charismatische dirigent van de New York Philharmonic mij op z’n bevattelijke en aanstekelijke manier klassieke muziek waarderen. 

In de loop der jaren ben ik er achter gekomen dat ik misschien wel geen enkele waarheid in pacht heb, mijn ‘waarheden’ veranderden namelijk dikwijls gedurende mijn leven. Het enige dat ik bezit is een stelsel van overtuigingen dat continu in ontwikkeling is en verandert, idealiter – naar ik hopen mag – ten goede. 

Wat ik u nu met deze column aanbied is niet de waarheid. Ik bied u mogelijkheden aan. Weliswaar zijn deze mogelijkheden, in mijn perceptie met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste die er te vinden zijn. Het is echter aan u om die mogelijkheden tot de uwe te maken die het best bij u passen. 

Wij hebben elk onze eigen waarheid, wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren, een reservoir van Vedeelde mening. Dit komt neer op de verschillende meningen met elkaar vermengen tot een inhoud die voor eenieder aanvaardbaar is. Ten einde een Gedeelde Mening te creëren dient elkeen wat zij of hij heeft waargenomen, in vraag durven stellen. Deze invraagstelling van de denkkaders gebeurt op een integere manier, men schetst eerlijk hoe men de gegevens, de boodschap waardeert en staat open voor de waardering ervan door de ander. 

Dit zeer belangrijk onderdeel van de dialoog kan als volgt weergegeven worden:

Bij het waarderen van elkaars meningen worden een viertal vaardigheden ingezet: 

  1. Nederig vragen;
  2. Het vinden van de ‘plus’ achter de ‘min’;
  3. Integreren van verschillende inzichten;
  4. Invraagstelling van Mentale modellen.

Voor de bespreking van die vier vaardigheden verwijs ik graag naar m’n boek (Roels, J. 2012

Dat mensen dezelfde werkelijkheid op een verschillende manier zien komt volgens Peter Senge, zoals we hierboven zagen, omdat mensen verschillende distincties hebben. Mensen zijn gelukkig verschillend en die diversiteit maakt creativiteit mogelijk. Het vormen van een Gedeelde Mening is een wezenlijk onderdeel van de dialoog. De Griekse oorsprong van het woord Dia-logos betekent “doorheen mening”. Dus betekent dialoog eigenlijk het creëren van mening door(heen) de deelnemers aan de dialoog. Dit impliceert het elkaar ten volle waarderend begrijpen. 

Nogmaals, een dialoog is verre van een discussie! De Griekse oorsprong van het woord discussie betekent fragmenteren. Je vindt dezelfde ‘roots’ in de woorden contusie (kneuzing) en percussie (slagwerk). Wat we doen bij een discussie is elkaar trachten overtuigen met ‘slaande’ argumenten. Daardoor worden dingen stuk geslagen. Beide gesprekpartners nemen een verschillend standpunt in dat ze met slagkracht verdedigen. Bij een dialoog streven we naar een Gedeelde Mening. Deze wordt op een ‘synergetische’ wijze gecreëerd uit beide standpunten. Daardoor bouwen we beiden aan een groter geheel en zien we meer van de werkelijkheid. We bouwen aan een gedeelde visie: het beeld in mijn hoofd is hetzelfde als in jouw hoofd. Kortom het doel van deze fase is te komen tot een gedeelde visie van de werkelijkheid. 

Een korte typering van het begrip dialoog zou kunnen zijn dat het een uitstekend hulpmiddel is om een Gedeelde Mening te creëren over wat er werkelijk in het nu aan het gebeuren is. Gedurende een dialoog is het niet een kwestie van informeren of overtuigen. De intentie is de werkelijkheid waarderend te begrijpen. Dit is iets heel anders dan informeren of overtuigen. 

In de dialoog zijn er geen hiërarchische niveaus. In de dialoog is de relatie er een onder gelijken. Dit in te zien maakt het gemakkelijk om het oordeel op te schorten. Het geeft ook aan dat niemand de waarheid in pacht heeft. Wij creëren de waarheid door een dubbele lus. Door het aanleren en gebruiken van de Cruciale Dialoogvaardigheden worden dialogen op een hoger niveau getild en creëren we niet alleen een nieuwe persoonlijke identiteit, ook een nieuwe gezamenlijke cultuur.

Om tot een Gedeelde Mening te komen mogen we er niet vanuit gaan dat het zenden van een boodschap automatisch een gedeelde mening creëert. Wanneer we iets aan een ander meedelen, gaan we er te veel van uit dat de ander de boodschap begrijpt zoals we deze hebben bedoeld. We vergeten daarbij dat meningen door mensen gedragen worden, niet door woorden. Hetzelfde woord kan heel verschillende betekenissen hebben voor de deelnemers aan de dialoog. Ook de intentie van diegene die boodschap brengt is initieel van ondergeschikt belang. Het belangrijkste is wat diegene die de boodschap krijgt er van begrijpt. Hij moet als het ware de boodschap correct decoderen. Daarom laat hij de Ander eerst uitspreken. Valt deze dus niet in de rede. Terwijl de Ander spreekt luistert men en is men niet een tegenargument aan het zoeken, dit is een discussie gedrag. Echt luisteren wil niet zeggen dat men met wat de Ander zegt akkoord gaat. Zelfs Waarderend Begrijpen betekent niet dat men per sé akkoord is met wat de Ander zegt. Dit kan uiteraard wel, maar het is geen conditio sine qua non om waarderend te begrijpen. Waarderend Begrijpen vergt een open geest, en betekent dus niet akkoord gaan met alles wat de ander zegt. Je kunt perfect het standpunt van de ander begrijpen en waarderen waar het op is gebaseerd en toch het er niet volledig mee eens zijn. Maar je hebt de ander ten volle begrepen. Je hebt begrepen dat wanneer je in de Ander haar of zijn schoenen zou staan je denkelijk hetzelfde standpunt zou huldigen. 

De kracht van de vaardigheid ‘Integreren van de verschillen’ is dat uit de verschillende inzichten uiteindelijk een Gedeelde Mening wordt gevormd met betrekking tot de cruciale vraag of het probleem. Later zullen we zien dat dezelfde vaardigheid er ook voor zorgt dat er een Gedeelde Mening wordt gecreëerd inzake de mogelijke oplossing(en). 

In fase 2 van het Cruciaal Dialoogmodel start men met tezamen te denken. Door onze opinies met elkaar te delen, zonder angst om aangevallen te worden, kunnen we gezamenlijk die opinies naar waarde schatten, we denken gezamenlijk[xi]. Dit kunnen we niet als we onze opinies mordicus verdedigen. 

Door de creatie van de Gedeelde Mening hebben we elkaar volledig begrepen. Nogmaals, Gedeelde Mening wil niet zeggen dat iedereen in de Cruciale dialoog de zaken op dezelfde manier ziet. Gedeelde Mening betekent dat elkeen die betrokken is in de dialoog uiteindelijk dezelfde mening heeft betreffende de cruciale vraag. Gedeelde Mening wordt werkelijkheid wanneer de deelnemers aan de dialoog elkaars perspectieven goed genoeg begrijpen om deze als legitiem te kunnen aanvaarden in de context van het begrijpen en (later het) oplossen van het gesteld probleem. 

In een oprechte dialoog vinden de gesprekpartners elkaar en ontwikkelen ze samen een gemeenschap waarbij ze nader komen tot de Ander, omdat ze die Ander vinden in zichzelf én in de Ander. Het is niet meer ‘het een of het ander’, zelfs niet meer ‘het één en het ander’, het is ‘het één en het ander & verschillend van’, gezien beider identiteit, van de één en de Ander, is getransformeerd.


[i] Lleshi Gjonpalaj, B. (2020). Deze column is zwaar geïnspireerd door de les over Identiteit van docent Bleri Lleshi, zoals gegeven gedurende het academiejaar 2020-2021 aan de eerstejaars PBA Sociaal Werk van de UCLL in Leuven.

[ii] Roels, J. (2021). Sterk Sociaal Werk en Creatieve wisselwerking. Column geraadpleegd op 21.01.2021 via http://www.creativeinterchange.be/?p=1761

[iii] Roels, J. (2012). Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van ‘Creatieve wisselwerking’. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

[iv] Taveirne, K. (2020). Praktijk & Communicatie (B-UCLL-MBW26A). Geraadpleegd op 10-01-2021 via http://onderwijsaanbod.leuven.ucll.be/2020/syllabi/n/MBW26AN.htm

[v] Senge, P. in het voorwoord (pagina xvii) van Isaacs, W. (1999). Dialogue and the art of thinking together. A pioneering approach to communication in business and in life. New York: Doubleday.

[vi] Patterson, K., Grenny, J., McMillan, R., en Switzler A. (2002). Crucial Conversations, Tools for talking when stakes are high. New York, McGraw-Hill.

[vii] Roels, J. (2021). Sterk Sociaal Werk en Creatieve wisselwerking. op.cit.

[viii] Van Tongeren, P. (2014). Toen aan de 90-jarige Gadamer – aan het eind van een lang interview – gevraagd werd of hij zijn filosofische hermeneutiek in één zin zou kunnen samenvatten, antwoorde hij zonder aarzeling positief: “Het zou kunnen zijn dat de ander gelijk heeft.” Geraadpleegd op 16.01.2021 via https://deuilvanminerva.be/content/waarheid-en-methode-hoofdlijnen-van-een-filosofische-hermeneutiek   

[ix] Senge, P.M (1992). Key Note speech “A Crisis in Perception”. Boston: System Thinking in Action Conference.

[x] Bernstein, L. (2004) Young People’s Concerts on CBS (1958-1972) Volume I on DVD via http://www.kulturvideo.com/Leonard-Bernstein-Young-Peoples-Concerts-p/d1503.htm

[xi] Isaacs, W. (1999). Dialogue and the art of thinking together. op cit.

BLIJF WAKKER ! – DEEL XXXX

HOE OMGAAN MET POLARITEITEN?

For the most part, the polarities of Springsteen’s pervasive themes — the search for authenticity and community that is more a dream than a reality; hope always on the verge of being crushed; passion ever falling short of fulfillment — were swept away by the show’s good-time atmosphere.

His haunted protagonists on albums until “The River” are shadowed by doubt, uncertainty and threat, themes he later confronts more explicitly on “The Ghost of Tom Joad,” “The Rising,” “Devils and Dust” and “Magic.” But the angry young man of “Badlands” is now singing to a grayer, paunchier choir—the “old, bald fans” he acknowledged at Thursday’s show. At least for one night, the audience put aside its compromises and sang out, “No retreat, baby, no surrender.” [i]

Inleiding

Eloïse, Edward en Elvire, deze column ”Hoe omgaan met Polariteiten” gaat over het fenomeen Polarisatie, de dynamiek van het ‘wij-zij’ denken, en is voornamelijk gebaseerd op het boek met die naam van Bart Brandsma[ii].

Daar waar de auteur het in z’n boek vooral heeft over Polarisatie op ‘macro’ niveau, behandel ik in deze column voornamelijk het fenomeen Polarisatie op ‘micro’ en ‘organisatorisch’ niveau. De drie niveaus kunnen als volgt onderscheiden worden:

  • Micro Polarisatie is Polarisatie tussen u en uw levensgezel(lin), uw familie, uw naaste vrienden en uw directe zakenpartner(s);
  • Organisatorische Polarisatie kan niet alleen voorkomen op uw werk maar ook in elke organisatie die van belang is in uw leven, zoals een vereniging of team waar u lid van bent;
  • Macro Polarisatie komt voor in een nog groter geheel, zoals de moslim versus niet moslim (de zogenaamde ‘ongelovigen’), vluchteling versus niet vluchteling en de minder ernstige Polarisatie, die vooral in Nederland woedt, rond Zwarte Piet.

Paradoxaal is dat Macro Polarisatie van bovenvermelde drie soorten, hoewel het begrip een grote weerklank heeft, doorgaans het minste effect heeft op ons dagelijks gedrag. Dit komt omdat Macro Polarisatie – zoals het Westen versus Daesh (IS) – voor de meesten onder ons zo ver van ons bed lijkt en ons vooral meestal niet echt raakt (tenzij je een familielid hebt dat slachtoffer was van een van de Daesh aanslagen).

Ook op het aan Polarisatie verwant fenomeen van het Conflict ga ik in deze column niet in, daarvoor verwijs ik graag naar het boek van Bart Brandsma. Toch lijkt het mij nuttig om de distinctie, die Brandsma tussen de twee fenomenen ziet, mee te geven:

  • Een Conflict kent betrokkenen die geen keuze hebben, de zogenaamde probleem eigenaren, en heeft dus conflictspelers die een opstelling als het ware wordt opgedrongen. Het kost daarbij geen moeite om die probleem eigenaren te herkennen.
  • Bij Polarisatie is er een keuze om je al dan niet als probleemeigenaar op te stellen. Met andere woorden je hebt de keuze om je een deel te voelen van de Polarisatie of er juist buiten te gaan staan.

We gaan het dus in wat volgt uitsluitend over Polarisatie hebben en we beginnen met de drie wetmatigheden die Polarisatie kent.

Wetmatigheden van Polarisatie

De eerste wetmatigheid is dat de hoofdrol bij een Polarisatie wordt opgeëist door een gedachten constructie. Polarisatie op micro niveau is het ‘een of het ander’ denken en de gedachtenconstructie bestaat uit alles wat bedacht kan worden over dat ene of dat andere.

Eloïse, Edward en Elvire, deze gedachtenconstructies stoelen op woorden, opvattingen en ideeën. Dit betekent, met andere woorden, dat die twee mindsets diametraal tegenover elkaar staan. Dus twee tegenpolen, vandaar ook de naam Polarisatie. Bij Polarisatie gaat het altijd over twee identiteiten die tegenover elkaar worden geplaatst. Voorbeelden zijn legio:

  • Man – Vrouw
  • Blank – Zwart
  • Jood – Niet Jood
  • Orde – Chaos
  • Flexibel – Star
  • ….

Op de keper beschouwd zijn dit op zich – bekeken vanuit en met het naakte bewustzijn – feiten. En feiten hebben geen ‘lading’. De omslag naar Polarisatie wordt pas gemaakt door deze begrippen te laden met betekenissen die deze zouden hebben. Door het toekennen van die betekenissen – vanuit het gekleurd bewustzijn – wordt de Polarisatie daargesteld. Deze wordt versterkt wanneer hoe langer hoe meer de ene identiteit (bv. de man) tegenover de andere (bv. de vrouw) in schril contrast en als tegenpool wordt neergezet. Dit gebeurt door het aan die identiteiten toekennen van bijkomende, op zich contrasterende, ‘labels’. Daardoor worden die identiteiten hoe langer hoe meer elkaars tegenpool.

Belangrijk is in te zien dat Polarisatie niet zo zeer door feitelijke verschillen wordt aangezwengeld, maar door het toekennen van gekleurde labels. Polarisatie wordt inderdaad versterkt door het toekennen van labels; zeker wanneer men de twee identiteiten met hun labels vereenzelvigt, schrijft Anthony de Mello SJ[iii].

We bouwen gedurende Polarisatie aan beelden van de tegenpolen (met behulp van het denkkader) en door het toekennen van eigenschappen aan de ‘ander’ of het ‘andere’ (i.e. labeling) zetten we ook neer wie we zelf zijn. Stephen Covey zei het ooit op een treffende wijze als volgt: “We zien de werkelijkheid niet zoals die is, maar zoals we zelf zijn.”

Polarisatie hangt dus nauw samen met het verwerven en bevestigen van een eigen identiteit, een eigen mindset. Polarisatie is een identiteitsverschaffer die we blijvend nodig hebben. We verdedigen onze identiteit en hoe wij de werkelijkheid zien, want we denken dat we die identiteit blijvend nodig hebben teneinde te overleven. Met andere woorden we blijven polariseren, onophoudelijk. We blijven onze identiteit bevestigen zolang we niet inzien dat we onze labels niet zijn én dat onze mindset de werkelijkheid blijvend vervormt. Bij Polarisatie gaat het dus om denkkaders (de zogenaamde Frames of Reference) waarin onze gedachtenconstructies vorm krijgen.

Waar we niet altijd bij stil staan, is dat denkkaders tot op een zekere hoogte maakbaar zijn en dus min of meer kunnen getransformeerd worden. Denkkaders vormen de basis van onze mindsets die vorm geven van hoe wij de werkelijkheid zien. Ze zijn onder meer cultureel bepaald en worden aangescherpt door onze ervaringen.

Figuur 1: Polarisatie en het Cruciale Dialoog Model

Eloïse, Edward en Elvire, het goede nieuws is dus dat Polarisatie een gedachtenconstructie is die steunt op een denkkader dat kan getransformeerd worden. Indien we inzien dat we niet de gevangene zijn van onze mindset staan we niet machteloos. Een voorwaarde is wel dat we die transformatie echt willen.

Figuur 2: De Brandstof creëert een spanningsveld

De tweede wetmatigheid is dat Polarisatie brandstof nodig heeft. De werkelijkheid ivm het ‘een’ en het ‘ander’ wordt vanuit de verschillende denkkaders als ‘waar’ gezien. Niettegenstaande we door onze denkkaders enkel kunnen ‘zien’ wat die toelaten te zien, nemen we wat we zien aan voor ‘waar’. Onze interpretatie van de werkelijkheid is de brandstof voor het in standhouden, bestendigen en zelfs versterken van onze mindset en daardoor de Polarisatie.

Eloïse, Edward en Elvire, uitspraken over de identiteit van de ander, goed bedoeld of niet, zijn brandstof voor de Polarisatie. Met die brandstofuitspraken, die bijkomende ‘labels’ zijn, wordt gemakkelijk de suggestie gewekt dat we feiten met elkaar uitwisselen; daar waar het, op de keper beschouwd, gaat over aannames, waardeoordelen of zelfs vooronderstellingen.

De derde wetmatigheid betreft de gevoelsdynamiek. Het zit zo, Eloïse, Edward en Elvire, dat bij toenemende Polarisatie de hoeveelheid uitspraken (i.e. de ‘labels’) toenemen, waardoor het debat en de discussie aangezwengeld worden. Daardoor neemt de onredelijkheid hand over hand toe. Polarisatie is door en door een gevoelsdynamiek die hoe langer hoe meer naar een monoloog, debat en discussie leidt en helemaal niets te maken heeft met een dialoog.

Polarisatie is alles behalve redelijk want gevoed door vooroordelen opborrelend uit het gekleurd denkkader dat dus zorgt voor gekleurde veronderstellingen en aannames die zelfs door echte naakte feiten moeilijk te transformeren zijn. Men blijft vaak mordicus zien wat het denkkader opdringt te zien. Bovendien zijn er allerhande complot theorieën, die, op de keper beschouwd, ‘uitvluchten’ zijn om het ‘eigen gelijk’ vast te kunnen houden; zelfs op het ogenblik dat verifieerbare feiten het tegendeel aanduiden.

De vijf rollen bij Polarisatie

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek of mechanisme van Polarisatie kan beschreven worden aan de hand van vijf rollen. Elk van deze vijf rollen is goed én slecht; ook ik heb deze wel eens gespeeld. De hiernavolgende beschrijvingen hebben als doel dat jullie de werking van de rollen leren onderkennen. Door deze kennis kunnen jullie bewust voor een rol kiezen en verhinderen we dat jullie onwetend in één of andere rol belanden.

Rol 1 – De Pusher

Figuur 3: De opstelling van de Pusher

De pusher bevindt zich op één van de twee tegenpolen van de Polariteit. De pusher levert continu brandstof voor ‘het één of het ander’ denken. Voorbeelden op macro niveau: Donald Trump, Geert Wilders en de terrorist Khalid El Bakraoui, de postuum pusher en zelfmoordterrorist van de aanslag van 22 maart 2016 in het Brusselse metro station Maalbeek, die het in z’n testament had over de Polarisatie: het Westen versus Daesh. Die brandstof bestaat uit simpele uitspraken en oneliners (in het geval van Dondald Trump zijn dat uiteraard ‘Tweets’) die als volgt geformuleerd worden: “De ander {moslim(s), vluchteling(en),jo(o)d(en), westerling, …} is/zijn …” De pusher houdt van zwart/wit denken en heeft duidelijk voor één pool gekozen.

Kenmerken zijn:

  1. De pusher op de ene pool doet markante uitspraken over de andere pool; de pusher op de tegenpool doet exact hetzelfde;
  2. De pusher heeft een hoofdrol;
  3. De pusher heeft per definitie gelijk en zelfs als door feiten aangetoond wordt dat dit niet klopt, geldt de definitie; met andere woorden hij behoudt z’n morele gelijk;
  4. De pusher is zeker van zijn zaak, want (zie voorgaande punt) hij – en hij alleen – beschikt voor de volle 100% over de waarheid;
  5. Het ongelijk zit volgens de pusher aan de overkant;
  6. De pusher heeft geen oren naar een dialoog, meer nog: de pusher mengt zich zelden in een discussie en met tegenzin in een debat. Hij wentelt zich vooral in een monoloog[iv]. In die monoloog geeft hij ‘bij herhaling’ zijn ‘eigen gelijk’ weer; als het even kan door nieuwe brandstof te formuleren;
  7. En tenslotte, afgeleid van vorig punt, de pusher luistert heel zelden.

De prijs die de pusher daarbij betaalt: hij heeft maar één enkele route: naar buiten toe, naar nog extremer. Dit vormt het meest kenmerkende van de pusher: “The only way is more extreme.” Hierdoor trekken de twee protagonisten een spanningsveld tussen de twee polen. We spreken daardoor over extreem rechts (fascisme), extreem links (communisme), extremistische moslim (islamisme), extreem christendom (zoals de KKK), en zo voort.

Rol 2 – De Joiner

In het door de pushers gecreëerde spanningsveld wordt een keuze mogelijk. De primaire keuze betreft ‘meedoen of niet’. De zogenaamde joiner kiest om mee te doen en, met zijn secundaire keuze, aan te leunen bij één van de twee pushers. Daardoor verbindt de joiner zich aan één van de twee kampen in het spanningsveld.

Figuur 4: De pushers en hun joiners

De joiner is niet zo extreem als de pusher. De pusher benoemt en de joiner onderschrijft die visie ten dele. De joiner bekent kleur en vereenzelvigt zich min of meer met zijn pusher. De joiner geeft daarbij toe aan een biologische reflex die we allemaal hebben: bij dreigend gevaar, al dan niet denkbeeldig, hebben we graag zekerheid en staan we liever omringd door medestanders dan alleen tussen twee vuren. Zo zien de militanten en kiezers van extreem rechts – per definitie joiners – de vreemdelingen en de vluchtelingen als een dreigend gevaar.

Men kan verschillende soorten joiners onderscheiden:

  1. De aspirant pusher, met de volgende kenmerken:
    1. Sterk doende met het onderbouwen van het eigen gelijk;
    1. Verwelkomt elke informatie die het eigen gelijk ondersteunt;
    1. Selecteert enkel negatieve informatie met betrekking tot de tegenpool;
    1. Luistert zeer selectief en dan nog bij voorkeur naar hun pusher;
    1. Fungeert als echokamer voor haar of zijn pusher;
    1. Is sterk geïnteresseerd in het afsteken van een monoloog.
  2. De joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een debat en zelfs een stevige discussie;
    1. Blijft gedurende deze discussie het eigen gelijk prevaleren; er worden wel gedachten uitgewisseld;
    1. Er wordt enkel geluisterd teneinde het eigen gelijk te dienen en dus om de standpunten van de tegenpool onderuit te halen.
  3. De gematigde joiner, met de volgende kenmerken:
    1. Staat open voor een gesprek;
    1. Daarbij wordt de mogelijkheid opengelaten om het eigen standpunt enigszins bij te schaven.

Figuur 5: Gespreksvormen van pushers en joiner

Rol 3 – de Stille Middenmoters

In het gebied tussen de joiners van de tegenpolen bevinden zich de stille middenmoters. Dit is een groep mensen die geen van beide kanten kiest; ze kiezen met andere woorden om niet aan Polarisatie te doen.

Onder die stille middenmoters kunnen zich zowel ‘onverschilligen’ en ‘neutralen’ bevinden als juist mensen met een grote betrokkenheid. Deze betrokkenen kiezen voor het midden vanuit hun genuanceerd denkkader. De standpunten van de pushers vinden ze te extreem om zich er mee te kunnen vereenzelvigen. Men bevindt zich niet toevallig in het midden, maar willens en wetens; met andere woorden men kiest bewust voor het midden.

Figuur 6: Pushers, Joiners en de stille middenmoters

De mogelijke drijfveren voor de keuze voor het midden kunnen dus zijn:

  1. Onverschilligheid: “Het zal mij worst wezen!”;
  2. Neutraliteit: “Ik kies om niet te kiezen en heb zelfs geen genuanceerd standpunt.”;
  3. Een genuanceerd denkkader: “Het is noch zwart, noch wit; het is kleur!”.

De groep middenmoters kiest er dus voor niet mee te doen aan de Polarisatie. Daardoor wordt die groep de target van de pushers. Voor elke pusher is de tegenpool het onderwerp van gesprek, maar de pusher gaat onder geen beding in conversatie met z’n tegenpool. De pushers hebben heel wat te zeggen over elkaar en niets aan elkaar. De doelgroep van elke pusher, die al z’n joiners aan z’n zijde weet, ligt daadwerkelijk in het midden.

Het hoofdkenmerk van de middenmoters is hun onzichtbaarheid en zwijgzaamheid. Men spreekt daardoor wel eens over de zwijgzame, onzichtbare of stille meerderheid. Het paradoxale is dat in dit midden de gespreksvorm de dialoog is; edoch enkel de echt betrokkenen gaan in dialoog met elkaar en met hun omgeving; weze het dan nog met mondjesmaat. Hierna volgt het volledige beeld van alle mogelijke gespreksvormen bij Polarisatie:

Figuur 7: de gespreksvormen bij Polarisatie

Rol 4: De Bruggenbouwer

Bij elke Polarisatie staat er op een gegeven ogenblik een vierde figuur op: de bruggenbouwer. Het is de speler die zich vanuit het midden boven de partijen opstelt. Het is de geëngageerde middenmoter die opstaat en die effectief een brug wil slaan tussen de twee polen.

De bruggenbouwer is van mening dat er iets moet gedaan worden aan de Polarisatie. Hij analyseert de standpunten van beide tegenpolen en onderscheidt daarbij zowel de tekortkomingen als de pluspunten van elke pool of wereldbeeld. Dus helemaal anders dan de pushers; die zien enkel de positieve punten van hun eigen mindset en de negatieve punten van de mindset van hun tegenpool. De bruggenbouwer geeft niet toe aan ‘het één of het ander’ denken en streeft in eerste instantie naar een ‘het één en het ander’ denken. De bruggenbouwer ziet als het ware de ‘plus achter de min’ en dat in de mindsets van beide tegenpolen.

Figuur 8: de pushers, de joiners, het stille midden en de bruggenbouwer

Zijn bedoeling is dus een dialoog te organiseren. Hij gaat daarbij soms wel wat naïef te werk. De tegenpolen zijn heel geïnteresseerd in elkaar, edoch helemaal niet in een onderlinge dialoog; zelfs niet in een dialoog geleid door een moderator. De bruggenbouwer daarentegen gelooft in de creatie van ‘tegenverhalen’ en zoekt zo een balans in de hoop de extreme standpunten van de tegenpolen ‘synergetisch’ te verzachten. De bruggenbouwer is er zich echter niet steeds van bewust dat hij daardoor met de beste bedoeling brandstof levert aan de Polarisatie. Dit voornamelijk omdat de intenties van de pushers haaks staan tegenover de intenties van de bruggenbouwer. De woorden van de bruggenbouwer worden bovendien niet zelden uit hun context gelicht.

Nogmaals, de intentie van de pusher is alles behalve het aangaan van een – al dan niet ‘cruciale’ – dialoog met hun tegenpool.

Rol 5: De Zondebok

De laatste rol is ook de rol die het laatst op het toneel verschijnt. De rol van de zondebok wordt gezocht in het midden. Inderdaad, de zondebok wordt doorgaans niet gevonden bij de tegenpool: daar bevindt zich de vijand en die hebben we blijvend nodig. De zondebok wordt niet bij de joiners en wel in het midden gezocht. Daar diegene die boven het maaiveld uitstijgt goed zichtbaar is, krijgt de bruggenbouwer meestal de rol van zondebok toebedeeld. Als de spanning op haar hoogtepunt komt, is het dus meestal de bruggenbouwer die als zondebok het gelag betaalt.

Figuur 9: de pushers, de joiners, het stille midden, de bruggenbouwer en de zondebok

De zondebok verschaft een uitlaatklep voor de opgestapeld schuld en woede. De boodschapper, de brenger van het ‘slechte’ nieuws dat de pushers helemaal niet het gelijk aan hun kant hebben, wordt vereenzelvigd met het slechte nieuws en wordt afgeknald. ‘Schiet niet op de pianist’ is echt geen element van de gedragscode van de pushers; integendeel!

Elke pusher verwacht dat de bruggenbouwer als boodschapper zijn standpunten als ‘de waarheid’ naar voor brengt. Dit is totaal onmogelijk omdat de standpunten van de pushers en de mindsets waar ze uit ontspruiten, diametraal tegenover elkaar liggen. Indien de bruggenbouwer integer zijn werk doet en in authentieke interactie gaat, schopt zij of hij onvermijdelijk tegen de schenen (het ego, het eigen gelijk) van de twee pushers. Niet zelden richten beide pushers dan hun pijlen naar de bruggenbouwer – ze hebben een gemeenschappelijke vijand gevonden: de zondebok.

Samenvatting

Eloïse, Edward en Elvire, de dynamiek van de Polarisatie – het wij-zij denken (macro Polarisatie) of het ‘het één of het ander’ denken (micro en organisatorische Polarisatie) – wordt gekenmerkt door de onmacht en onwil om het ‘gelijk’ van de ander te zien. Uiteindelijk lijkt het er op dat het Polarisatie monster doet wat het wil, alsof het een eigen leven leidt.

Polarisatie heeft te maken met jarenlang ingesleten denkpatronen gestoeld op aannames, vooronderstelingen, beelden, herinneringen, zekerheden die een schijnbaar onwrikbaar mindset creëerden, wat leidt het rotsvast geloof: “Ik heb gelijk, want ik zie het zo!”

Polarisatie op micro en organisatorisch niveau

Eloïse, Edward en Elvire, zoals reeds gesteld speelt Polarisatie zich zowel af op het micro niveau (het gezin, de hechte familie en vrienden) als op het organisatorisch niveau (het team). De bewuste Polarisatie waar ik het hier verder over zal hebben, is de Polarisatie rond meningen en ideeën, binnen het gezin, de familie, de vriendenkring en het team; dit kan men ook zien als het verfoeide ‘het één of het ander’ denken.

De Polarisatie uit zich in het niet waarderen van de mening of het idee van de ander. En vooral door het direct catalogeren van die mening of idee in de categorie ‘nonsens’. In mijn jarenlange ervaring bleek een nieuw idee vaak geen lang leven beschoren. Binnen het gezin, de vriendenkring en zeker een team haalde vaak iemand de vernieuwende idee binnen de kortste tijd onderuit. De geijkte openingszin daarbij begon steevast met ‘ja, maar’. Dat ‘ja’ was in feite meestal geen echte ‘ja’, maar eerder een omfloerste, edoch regelrechte, ‘neen’. Het beleefde ‘ja’ wordt enkel gebruikt om de ander af te stoppen en met het ‘maar’ wordt de idee ‘netjes’ afgeknald.

In de Engelstalige literatuur wordt die uiting van Polarisatie ‘Idea Voodoo’ genoemd. In mijn boek ‘Cruciale dialogen’ heb ik een tiental bladzijden aan die wijdverbreide praktijk, die ik het gebruik van ‘afknalzinnen’ noem, gewijd.[v]

Meningen worden vooral geuit in de eerste fase van het Cruciale Dialoogmodel: de Communicatie. Diegene die z’n mening authentiek uit, krijgt – in geval van Polarisatie – vaak onbegrip en tegenkanting als reactie. Want ‘de ander’ catalogeert die mening direct als ‘nonsens’. De mening valt als het ware in het gebied dat ‘de ander’ labelt als de zone van de verwerpelijke ideeën en kan daardoor de ander niet bekoren. De mening wordt bovendien alles behalve begrepen! De mindset van ‘de ander’ verwerpt de geuite mening volledig. In de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel, toegepast op een micro Polarisatie, bevinden zich als het ware twee tegenpolen, die de mindsets zijn van de twee protagonisten (zie eerste figuur van deze column). En zoals in het lied van de twee koningskinderen is het water tussen de twee mindsets te diep. De dialoog stopt vooraleer hij goed en wel op gang is gekomen want het waarderend begrijpen van de geopperde opinies ontbreekt volledig.

Ideeën behoren tot de derde fase van m’n Cruciale Dialoogmodel: de Imaginatie. Deze ideeën vallen in het geval van micro Polarisatie in dovemansoren of, anders gesteld, ze worden op dezelfde manier behandeld als de meningen, zoals in vorige paragraaf werd beschreven. De geopperde idee sterft een zekere dood, want wordt verre van waarderend begrepen.

In beide gevallen komen de twee ‘pushers’ heel zelden tot een ‘gedeelde mening’ of een ‘gedegen besluit’. Meestal komen ze tot het besluit dat ze akkoord gaan dat ze niet akkoord zijn. Wil je de micro Polarisatie depolariseren dan dien je de pusher rol in te ruilen voor die van de bruggenbouwer; voorwaar een nogal drastische transformatie!

Depolarisatie van micro Polarisatie door dialoog

Eloïse, Edward en Elvire, opa’s persoonlijke ambitie – voor de korte en (hopelijk nog) lange termijn – is nog steeds het depolariseren van micro Polarisaties door het succesvol voeren van een Cruciale dialoog.  Niet dat ik daar zelf telkens in slaag, verre van! Daarbij dient er eerst een genuanceerde gedeelde mening gevormd te worden en die leidt vaak onweerstaanbaar tot het onderkennen van een ‘delta’ tussen de huidige werkelijkheid en een gewenste toekomst. In het geval van een micro Polarisatie is het doel de tegenpolen te ontzenuwen door het imagineren van een ‘gulden’ middenweg en het daardoor creëren van een gedeelde mindset. Dit doel is onbetwist en dat geldt voor elke Polarisatie binnen elk team, zowel in de werksfeer als in de privé sfeer (gezin, vriendenkring, buurt, …). Bij Polarisatie – een groeiend ‘het één of het ander’ denken – is het middel dat dient ingezet te worden – de dialoog – ook onbetwist.

“Wat is dan het probleem?”, hoor ik u vragen. Mijn aanvoelen is dat het begrip dialoog, ook in het kader van Polarisatie, te pas en te onpas wordt gebruikt. Het echte probleem is misschien wel dat er onvoldoende inzicht, onvoldoende kennis en onvoldoende kunde is met betrekking tot het voeren van succesvolle dialogen. Hoewel elke bruggenbouwer er de mond van vol heeft, is de ‘Cruciale dialoog’ voor menig bruggenbouwer een blinde vlek. Aan termen en dialoogmethodieken is er, paradoxaal genoeg, geen gebrek. Zelf heb ik aan die lijst m’n eigenste Cruciale dialoog methodiek, gebaseerd op het Creatief wisselwerkingsproces, toegevoegd.

Dat bij micro Polarisatie de te voeren dialoog als het ware ‘per definitie’ een ‘cruciale’ is, volgt uit de kenmerken van de Cruciale dialoog[vi]:

  • Er is een probleem (i.e; een belangrijk verschil tussen de huidige ‘werkelijke’ situatie en de toekomstige ‘gewenste’ situatie);
  • De inzichten verschillen merkelijk;
  • De uitkomst van het gesprek heeft wel degelijk belang;
  • De emoties ‘laaien op’.

Kenmerkend met betrekking tot Creatieve wisselwerking (Creative Interchange) is dat dit ‘het één of het ander’ denken omzet in ‘het een en het ander & verschillend van’ denken. Vandaar ook dat een Crucial dialoog, gezien gebaseerd op Creatieve wisselwerking, m.i. het middel bij uitstek is om micro en organisatorische Polarisatie te depolariseren.

Bij een effectieve dialoog in het kader van een micro Polarisatie weten de deelnemers dat ze probleemeigenaars zijn en zijn ook bereid die verantwoordelijkheid op zich te nemen. Het is uiterst belangrijk die probleemeigenaars uit te nodigen om uitspraken te doen over zichzelf.  Met name over hun eigen mening en ideeën en dus niet over de mening of idee van de ander. Vooraleer een open dialoog aan te vatten is het voor elke protagonist raadzaam een ‘cruciale’ dialoog met zichzelf aan te gaan.

In de daaropvolgende open dialoog zijn de volgende vier fasen van belang:

  1. Transparant spreken en onbevooroordeeld luisteren (Communicatie – Authentieke Interactie). Daarbij blijft men luisteren met als doel ten volle te begrijpen;
  2. De mening (idee) van de ander waarderend begrijpen en dat wederkerig (Appreciatie – Waarderend Begrijpen). Daarbij het oordeel opschorten en de ‘plus achter de min’ blijven zoeken;
  3. Het creëren van een visie door met name het vermogen om met verbeeldingskracht een nieuwe werkelijkheid te scheppen (Imaginatie – Creatieve Integratie). Daarbij geeft die visie een horizon en wordt ruimte en tijd geschapen om de transformatie mogelijk te maken;
  4. De nieuwe mindset wordt ten slotte effectief, met vallen en opstaan, gecreëerd (Transformatie – Continue Verbeteren).

Misschien ten overvloede, daar waar Bart Brandsma het in z’n boek het vooral heeft over politieke, religieuze en sociale Polarisatie (links-rechts, Moslim-‘ongelovige’, gaswinning in Noord Groningen: Bevolking-NAM, …), heb ik het in deze column vooral over polarisatie bij individuen en meer bepaald de Polarisatie met betrekking tot opinies en ideeën.

William Isaacs stelt dat wanneer in een team een opinie wordt geuit, waarmee men het oneens is, men denkt dat men al dan niet z’n eigen pool dient te verdedigen[vii]. Hij stelt dat in zulke situatie de meesten onder ons slechts twee opties zien met betrekking tot onze manier van denken en dus ofwel onze tegengestelde opinies verdedigen of zwijgen. We kiezen voor tegenpool als pusher of vervoegen de zwijgende middenmoot, in termen van Bart Brandsma. Isaacs stelt dat er een derde optie is, met name het opschorten van z’n eigen mening. Daarbij wordt zo neutraal mogelijk zowel de eigen mening voorgesteld als de manier waarop men tot die visie is gekomen. Men verdedigt dus niet z’n eigen opinie en vraagt daarentegen hoe de ander tot diens ‘afwijkende’ mening is gekomen. De vorm van de vraag is van minder belang dan de eerlijkheid waarmee ze gesteld wordt. Die vraag wordt dan in het midden van het Cruciale dialoogmodel geplaatst en door het vanbinnen uit beleven van Creatieve wisselwerking beantwoord.

De uitdagingen met het opschorten van de eigen mindset en het bevragen van de mindset van de ander, dus de mindset van de tegenpool, vinden hun oorsprong in het gebrek aan kwaliteit met betrekking tot de basiscondities van de fasen één en twee van het Cruciale dialogenmodel: Openheid, Vertrouwen, Nieuwsgierigheid en Tolerantie voor Onzekerheid.

Om überhaupt de eigen mindset te kunnen opschorten dienen we, misschien wel eerst en vooral, bekwamer te worden in het ons bewust zijn (in de zin van ‘awareness’ i.e. naakt-ongekleurd bewust) van onze gedachten in het kader van de Polarisatie. Dus gedachten met betrekking tot “Ik bevind mij hier en jij bevindt je daar.”

Ons meer bewust worden van onze gedachtestromen en die vervolgens kunnen loslaten, komt eigenlijk neer op het inzetten van mediatieve of contemplatieve methodieken. In welke ‘mindfulness’ methodiek we ons bekwamen, is niet eens zo belangrijk; wel dat we de wil hebben, de tijd nemen en doorzetten om van meditatie een gewoonte te maken.

Eloïse, Edward en Elvire, wat mij persoonlijk nog steeds énorm helpt om micro Polarisatie te de-polariseren is mij niet alleen bewust te blijven van een paar meta-overtuigingen, maar voornamelijk er naar te leven. De eerste twee meta-overtuigingen vind je in m’n boek Cruciale dialogen: “Ik ben zelf de belangrijkste persoon die mij kan helpen m’n mindset te transformeren” en “De situatie waar ik mij op dit moment bevind is ideaal voor mijn groei en ontwikkeling.[viii]” De volgende, en dus bijkomende meta-overtuigingen, heb ik mij gaandeweg de laatste twintig jaar eigen gemaakt:

  1. Ik heb de waarheid niet in pacht. In de loop der jaren ben ik erachter gekomen dat ik alles behalve de waarheid in pacht heb. Wat ik wel heb zijn overtuigingen en meningen, die in mijn perceptie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de beste zijn die men kan vinden. Die ‘zekerheid’ staat niet in de weg om open te staan voor overtuigingen en meningen van anderen. We hebben namelijk onze eigen waarheid, en wat we kunnen doen is elkanders waarheid appreciëren en van daaruit een nieuwe waarheid creëren: de zogenaamde reservoir van gedeelde mening. Deze meta-overtuiging behoedt mij er meestal voor om niet in een Polarisatie kramp te schieten.
  2. Er is een duidelijk verschil tussen het transparante bewustzijn (‘awareness’, helder bewustzijn, non duaal bewustzijn, …) en het gekleurd bewustzijn (‘consciousness’, gekleurd bewustzijn, duaal bewustzijn, …). Steeds dien ik er mij aan te herinneren dat er een gekleurde bril op m’n neus staat. Wanneer m’n mindfulness me diets maakt dat ik in een Polarisatiekramp dreig te schieten: stel ik mij de vraag: “Wie zit er nu aan het stuur, je transparante of je gekleurd bewustzijn?” Meestal is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, want het gekleurd bewustzijn interpreteert (werkt met ‘labels’) en het transparant bewustzijn observeert (het is wat het is! – het begrip ‘transparant’ kan men dus echt letterlijk nemen). Wat men met z’n gekleurd bewustzijn ziet is niet de werkelijkheid, niet de waarheid. Het ziet enkel wat het eigen gekleurd bewustzijn toelaat te zien.
  3. Het antwoord op de terugkerende vraag van de Boer uit de Zen fabel Is dit goed of is dit slecht?, met name ‘JA!’ is slijtvast in m’n brein geëtst. Er zijn geen goede of slechte meningen of ideeën. Het is mijn meta-overtuiging dat elke mening goede en minder goede componenten inhoudt.
  4. Mindsets zijn transformeerbaar. En wat kan een mindset transformeren gezien de mind dit zelf niet kan? Juist: Creative Interchange.

Naast deze meta-overtuigingen gebruik ik m’n cruciale dialogenmethodiek teneinde micro Polarisaties te depolariseren en zet ik dus de basiscondities en vaardigheden van de tweede karakteristiek van Creatieve wisselwerking in, waaronder:

  1. Nieuwsgierigheid. Wanneer iemand uit m’n directe omgeving een opinie oppert die mijlenver van m’n gedachtegoed staat, zorg ik ervoor dat ik niet in een Polarisatie kramp schiet. Daartoe stel ik mij de nieuwsgierige vraag: “Hoe zou het toch komen dat een intelligente persoon, waarvan ik bovendien hou, de werkelijkheid totaal anders ziet dan ik?”
  2. Tolerantie voor ambiguïteit. Een andere manier om niet in een Polarisatie kramp te schieten is ‘loslaten’. Ik laat onzekerheid – die, wanneer iemand waarvan je houdt een totaal andere mening dan de jouwe poneert, steevast ontstaat – toe! De Polarisatie kramp komt neer op het grijpen naar zekerheid en ik weet onderhand dat zekerheid een van de illusies van de vorige eeuw is, toch?!?
  3. Het stellen van nederige vragen (met dank aan Ed Schein[ix]). Mijn nieuwsgierigheid tracht ik te bevredigen door het stellen van open en nederige vragen om te leren hoe de ander de werkelijkheid ziet. “Waar steun je je op om te zeggen wat je daarnet opperde?”. Niet bedreigend, maar nederig; met het al dan niet uitgesproken: “Ik wens van jou te leren!”
  4. Het zoeken en het vinden van plussen achter de min. Je raakt niet uit de Vicieuze Cirkel van het oordelen zonder volledig waarderend te begrijpen. Daartoe schort je niet alleen jouw oordeel als het ware op; je gaat bovendien actief op zoek naar de plussen achter de min. Je gaat uit van het a priori dat elke mening, elk idee iets positiefs herbergt én zelfs indien op het eerste gezicht wat de ander poneert er voor jou totaal negatief uitziet, er toch positieve elementen – voor jou nu nog verborgen – zitten. Waarderend begrijpen betekent dus dat je jouw denkkader even aan de kant zet en bewust en actief op zoek gaat naar die verborgen plussen achter de min.
  5. Integreren van de verschillen. Een karakteristiek van een dialoog is dat deze zich ver houdt van een discussie, waarbij de gesprekspartners verschillende opinies hebben en hun eigen standpunt met slagkracht verdedigen (en daarbij dingen stukslaan). Bij een dialoog streven we naar een gedeelde mening. Het is geen ‘het een of het ander’ verhaal, zoals binnen Polarisatie. Het is zelfs meer dan een ‘het één en het ander’ verhaal; het is een ‘het één en het ander & verschillend van’ verhaal. Daarbij wordt de ‘gedeelde mening’ op ‘synergetische wijze’ gecreëerd uit beide standpunten. Bij micro polariteiten kan, bijvoorbeeld, de gedeelde mening met betrekking tot de polen ‘flexibel’ en ‘star’ bij de cruciale vraag “Hoe dien je als vader te zijn?” er als volgt uitzien: iemand met een denkpatroon dat gekenmerkt is door een flexibele starheid gekruid met een goede dosis humor. In zo’n nieuw denkpatroon versmelten de polariteiten ‘flexibel’ en ‘star’ tot het complementair geheel ‘starre wendbaarheid’ met een verassende nieuwe toets, met name ‘een vleugje humor’; voorwaar ‘het één en het ander & verschillend van’.
  6. Het in vraag stellen van m’n eigen mentaal model. Mentale modellen kunnen metaforisch beschouwd worden als brillen waardoorheen we kijken en die, vanwege hun gekleurde glazen, de werkelijkheid kleuren. Door de focus op specifieke aspecten van de werkelijkheid en door subjectieve interpretatie, is de ‘wereld in m’n hoofd’ verre van een objectieve afspiegeling van de werkelijkheid. Ik weet dat mijn mentale modellen gebaseerd en ontwikkeld zijn op basis van m’n opvoeding en ervaringen. Ik weet ook dat hoe vaker ik m’n modellen bevestig zie in de werkelijkheid – nota bene door m’n subjectieve waarneming – hoe dieper ze ingeworteld raken en hoe minder ik open sta voor inzichten die strijdig zijn met mijn mentale modellen. De vaardigheid heeft dus te maken met het durven in vraag stellen van m’n door cultuur, opvoeding, leren en ervaring opgebouwde denkpatronen. Ik weet bovendien uit persoonlijke ervaring dat mentale modellen door crisissituaties kunnen opengebroken worden. Van daaruit heb ik geleerd dat het zinvoller is niet de crisis af te wachten en eerder m’n denkpatronen proactief in vraag te stellen. Dus telkens ik het grondig oneens ben met een ander – en een micro Polarisatie zich aandient – onderzoek ik hoe langer hoe meer m’n eigen mentaal model, onder meer door het te toetsen aan het mentaal model van de betekenisvolle ander.

Eloïse, Edward en Elvire, jullie hebben als aandachtige lezers ondertussen reeds lang gemerkt dat ik net m’n eigen boek parafraseerde. Dus laat ik het hierbij. Voor wat het depolariseren van Polarisatie rond ideeën betreft verwijs ik graag naar hoofdstuk 6 van m’n boek ‘Cruciale dialogen’[x].

Kortom, ik heb ‘Cruciale dialogen’ niet alleen geschreven; ik beleef het naslagwerk ook ten volle! Uiteraard met vallen en opstaan. Ik ben ook maar een mens die soms nog, en te veel naar m’n zin, verstrikt zit in z’n eigen Vicieuze Cirkel. Edoch, ik maak vooruitgang (weliswaar héél langzaam volgens ‘ons Rita’).

Slotbedenking

Wat mij de laatste jaren steeds weer sterk opviel was dat Vlaamse professoren – althans diegenen die ik contacteerde met betrekking tot ‘Cruciale dialogen’ en, voornamelijk, Creative Interchange – weinig oren hebben naar mijn argumenten. Ik troost mij met de gedachte dat Thomas Kuhn jaren geleden in het kader van zijn studies van wetenschappelijke revoluties vond dat je de beschermers van het oude paradigma eenvoudig weg niet kunt overtuigen met sterke argumenten. De realiteit blijkt, althans volgens Peter Senge et.al.[xi], dat ik zal moeten wachten totdat die universiteitsgeleerden zullen vervangen zijn door een jongere en opener generatie van wetenschappers. Mijn probleem daarbij is dat de geleerde professoren, die momenteel mordicus weigeren Creative Interchange in ogenschouw te nemen, pakweg zo’n kwart eeuw jonger zijn dan ik ben.  Is het dan verwonderlijk dat ik m’n hoop stel op m’n kleinkinderen? Ter herinnering: vooral voor hen breng ik nog de moeite op om columns zoals deze te schrijven. Helemaal niet om alsnog gelijk te krijgen, want weet je … ik heb de waarheid heus niet in pacht! 


[i] Joseph Gerics. ‘Live Right Now!”: Bruce Springsteen in concert. America. The Jesuit Review. An article desribing a show of Bruce Springsteen’s ‘Magic’ tour. September 22, 2008 

[ii] Bart Brandsma, Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken. Schoonrewoerd: BB in Media, 2016.

[iii] De Mello, Anthony. Awareness: a de Mello spirituality conference in his own words.Edited by J. Francis Straud. New York, NY: Image Book, published by Doubleday. 1992.

[iv] Voor de definities van de hier gehanteerde begrippen (monoloog, debat, discussie, gesprek en dialoog) zie Roels, Johan. Cruciale dialogen. Het dagelijks beleven van Creatieve wisselwerking. Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2012 blz. 18.

[v] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 161-170.

[vi] ‘Cruciale dialogen’ ibid. blz. 20-28.

[vii] William Isaacs, Dialogue and the Art of Thinking Together, New York NY: Doubleday/Currency, 1999. blz. 41

[viii] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 16-17.

[ix] Edgar H. Schein, Humble Inquiry. The Gentle Art of Asking Instead of Telling.Oakland CA: Berret-Koehler Publishers, Inc. 2013.

[x] ‘Cruciale dialogen’ op.cit. blz. 191-217.

[xi] Senge, Peter, Scharmer, C. Otto, Jaworski, Joseph and Flowers, Betty Sue. Presence. Exploring Profound Change in People, Organizations and Society. New York NY: Crown Business, 2004. blz. 39